Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de verdrukking. Want antroposofie is niet eenvoudig te grijpen en te begrijpen. Dat geeft snel een vertekend beeld. In deze weblog wil ik ruimte geven om antroposofie, zoals zij in de media verschijnt, op haar merites te beoordelen. Vanuit een positieve instelling. Maar niet kritiekloos.

maandag 30 juni 2008

Verantwoording

Ik zou nog ‘verslag van mijn onderzoek’ doen.

Ontluisterend vond ik het bekijken van de uitzending op 13 oktober 2005 van TweeVandaag over Daidalos, schreef ik afgelopen donderdag. Ik herhaal even wat ik vervolgens had gevonden:

‘Naar aanleiding hiervan kwamen er heel andere patiëntenverhalen naar boven dan die nu op de website van Daidalos staan. Deze patiënten konden hun verhaal kwijt op Medicalfacts.nl. Dit noemt zichzelf een medische nieuwssite die sinds augustus 2004 bestaat en gericht is op professionals in de zorg. De herkomst van deze site is een beetje duister. Men heeft hier in ieder geval veel sympathie voor de berichten van Misbruik door Hulpverleners. Geen wonder, want “Jeanette van MdH is ook aan deze site verbonden (zie bijvoorbeeld het persbericht van 26 december 2007, dat ook hier opduikt). Hoe dan ook, twee keer na die uitzending heeft men aandacht aan Daidalos besteed, in 2005 en in 2006. De reacties stroomden heel langzaam, maar gestaag binnen.’

Zoals ik gisteren al aangaf, kwam hierop bijna per direct een reactie binnen van Janine van Medicalfacts.nl. Zij schreef:

‘De herkomst van Medicalfacts is op veel plaatsen te vinden. De site is een initiatief van Jan Martens en Janine Budding. Medicalfacts is een open en transparante nieuwssite waar hoor en wederhoor mogelijk is. Geregistreerde lezers kunnen stukken indienen en lezers kunnen reageren. Medicalfacts wordt o.a. gemeten door de STIR en behoort tot een van de grootste medische nieuwswebsite in Nederland. We staan ook open voor uw berichten; we zijn te bereiken via info@medicalfacts.nl en altijd bereid om vragen te beantwoorden. Van de ruim 12000 berichten op Medicalfacts zijn slechts 2 persberichten van MdH. Dan hebben we het niet eens over een 0,5%.’

Ik herinnerde me dat ik, ter voorbereiding in de afgelopen weken op mijn bericht van donderdag, inderdaad die namen gezamenlijk in dit verband ergens op Medicalfacts tegengekomen was. Gek genoeg kon ik die vermelding nu niet meer terugvinden. Het gebeurt me echter wel meer dat ik zelf uit een grote hoeveelheid gegevens tot een nieuwe samenhang kom die als zodanig niet aanwezig is.

Medicalfacts meldde op 23 juni 2005 dat Janine Budding de gelederen kwam versterken. ‘Janine zal zich met name bezighouden met posten van nieuws.’ De zomermaand juni blijkt van speciale betekenis voor deze website. Jan Martens begon op 18 juni 2004 met zijn eerste bericht.

‘Voor mijn toenmalige werk verzamelde ik interessante links en berichten over de medische wereld. Met Marketingfacts.nl als voorbeeld begon ik deze berichten en links op een openbaar toegankelijke website, Medicalfacts.nl dus, te plaatsen. (...) Op het eind van 2005 kwamen zelfs de eerste advertentieinkomsten binnen. Door deze advertentieinkomsten waren we in staat om de onkosten van Medicalfacts te dekken en soms zelfs wat geld te verdienen.’

Na drie jaar besloot hij hiermee te stoppen – hij was zelf toe aan iets nieuws – en het werk volledig aan Janine Budding over te dragen. Zo meldde hij op 13 juni 2007, weer in de zomer:

‘Janine zal Medicalfacts.nl voortzetten en de dagelijkse leiding op zich nemen. Mijn bijdrage beperkt zich vanaf 1 juli 2007 tot het af en toe schrijven van een artikel.’

Een jaar na het begin, op 6 juni 2005, werd een heuglijk feit gevierd, namelijk dat Medicalfacts al duizend berichten en berichtjes had geplaatst. Jan Martens werd ook hier aangeduid als de oprichter van Medicalfacts. En nu stap ik van juni af, want op 29 augustus 2006 was de ‘magische grens’ van 4.500 artikelen al doorbroken. Weer ruim een jaar verder, op 9 oktober 2007, werd het tienduizendste bericht een feit. Terwijl uitgerekend op diezelfde dag exact het duizendste commentaar werd geleverd.

Vermeldenswaard is dat Medicalfacts ook een week lang op de website van de Volkskrant een weblog heeft gevoerd, van 19 tot en met 25 september in het jaar 2005. Dat moet in de tijd zijn geweest dat deze krant haar abonnees op haar website gratis een weblog begon aan te bieden. Dit weblog werd onderhouden door ‘Redactie Medicalfacts’, met als woonplaats Utrecht. Als opleiding/beroep werd opgegeven: ‘Zorgbloggers’. ‘Medicalfacts wordt volledig samengesteld door vrijwilligers’, staat erbij. Op Wikipedia vond ik ook een opvallende vermelding over Medicalfacts:

Deze gebruiker is voor onbepaalde tijd geblokkeerd en kan derhalve geen wijzigingen op Wikipedia aanbrengen.’ Als commentaar met de datum van 28 februari 2008 staat erbij: ‘Hallo, Wikipedia is een encyclopedie en geen reclamemogelijkheid. Je promo artikel hier heb ik dus verwijderd. Tevens zijn bedrijfsnamen/sitenamen niet toegestaan op Wikipedia. Ik nodig je van harte uit om je met een andere naam in te schrijven als je wilt bijdragen op je vakgebied aan Wikipedia.’

Dat roept vragen op over de status en de mate van professionaliteit, hoe er wordt omgegaan met het vergaren van nieuws en publiciteit. Op Medicalfacts.nl zelf is onder ‘MF & Partners’ te vinden: ‘Nieuwsfeiten, Opinie en aankondigingen wisselen elkaar af. (...) Bij Medicalfacts doe je ervaring op met het fenomeen weblog. Medicalfacts.nl is een professionele organisatie, waar diverse organisatie al aan meewerken. Werken aan een nieuws weblog als Medicalfacts.nl staat goed op je CV.’

Op 10 juni 2008, nog zeer recent dus, wordt gemeld dat Medicalfacts in deze zomermaand tot de top tien van de populairste bronnen voor Google News behoort (nogal belangrijk voor een weblog dat het van advertentie-inkomsten moet hebben). Hier is weer sprake van ‘de vrijwilligers van medicalfacts’. En zelfs: ‘in het algehele overzicht van alle categoriën voor 2008 staan we als vrijwilligerssite toch maar mooi op een zeer verdienstelijke 61e plaats.’

Gisteren schreef ik al dat internet een relatief nieuw medium is, waar je je weg in moet vinden, die is niet uitgestippeld. Er moet ook ruimte worden gegeven aan nieuwe initiatieven, zodat die zich kunnen ontwikkelen. Na het formelere deel van het verslag van mijn onderzoek, wie is de initiatiefnemer, hoe wordt aan de populariteit van de site gewerkt, welke resultaten worden behaald, met welke instelling doet men dat, wil ik nu overgaan tot het meer inhoudelijke deel, hoe men aan het nieuws komt en wat men ermee doet. Hoe substantieel is Medicalfacts? Hoe zit het met de verantwoording voor de geplaatste berichten, welke belangen spelen er?

Ik kan dat natuurlijk alleen steekproefsgewijs doen, met zaken waarbij ik over voldoende kennis beschik om een en ander te kunnen beoordelen. Janine Budding stelt dat er slechts twee persberichten van Misbruik door Hulpverleners zijn opgenomen op Medicalfacts. Formeel is dat misschien zo. Ware het niet dat het persbericht van 2 december 2007 tweemaal op de site staat: een keer helemaal en een keer alleen het staartje. Bovendien staat er helemaal niet bij dat dit een persbericht van MdH is. Het gekke is verder dat op de website van Misbruik door Hulpverleners zelf dit persbericht wordt gedateerd op 3 december 2007.

Op 27 december 2007 gaat dit beter: nu staat er dan eindelijk duidelijk dat dit het persbericht van MdH van 26 december is. Maar ook hier wordt de grote verontwaardiging en bijgevoegde aanklacht van Misbruik door Hulpverleners integraal overgenomen, zonder enige distantie. Op zichzelf volkomen begrijpelijk, gezien de ernst van de feiten en de frustratie erover dat hier vervolgens niet adequaat naar wordt gehandeld. Maar wat op een website voor slachtoffers een bepaalde toon aanneemt, moet niet per se ook op een nieuwssite terechtkomen, tenzij deze zich als doorgeefluik zonder eigen verantwoording beschouwt.

De redactie realiseert zich dat klaarblijkelijk ook, want als kort hierop reacties binnenkomen die normale journalistieke normen overschrijden, ziet zij zich op 3 januari genoodzaakt met een ban te dreigen. Zij zal niet toestaan dat bezoekers over de schreef gaan. Over grensoverschrijdend gedrag gesproken...

Op 15 januari komt de herkansing voor de redactie. In dit bericht herkennen we het persbericht van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ), dat ik donderdag ook al noemde. Wanneer vervolgens een bezoeker op opzichtige wijze zijn boekje te buiten gaat, zien we hier zelfs de directeur van de NVAZ, Adri Benschop, persoonlijk tegen optreden. En met duidelijk resultaat. Janine Budding legt de zaak nog een keer uit en resumeert: ‘Internet is een makkelijk en ook heel gevaarlijk medium.’

En hoe is het nu verder met de relatie tussen Misbruik door Hulpverleners en Medicalfacts.nl? Tenslotte staat ‘Jeannette’ van MdH nog altijd als lid van het redactieteam vermeld, hoewel ze slechts als auteur van één bericht (het bewuste persbericht dat op 27 december werd geplaatst) wordt opgevoerd.

Nemen we het opzienbarende nieuws van 25 juni op Medicalfacts.nl, over een zaak waarmee donderdag alles op dit weblog begon, met als titel ‘(S)experiment in de TBS’, dan valt hierin weer volledig de stijl van Misbruik door Hulpverleners te herkennen. In deze vorm staat het niet op de website van MdH, maar daar wordt wel alvast aangekondigd dat er nog een uitgebreid bericht zal volgen.

Aan het eind van dezelfde dag wordt opnieuw op dit onderwerp ingegaan, nu met wat meer distantie. Nu is er geen sprake meer van formuleringen in de trant van ‘wij van MdH zijn uitermate verontwaardigd en vinden dat’ enzovoort, maar wordt er geschreven: ‘MdH ronselt in allerijl meer slachtoffers’, ‘MdH stelt verder’, ‘MdH wil’, ‘wat MdH betreft’, ‘volgens MdH’. Slechts cosmetica, denkt u? Ik geloof het niet. Volgens mij zien we hier voor onze ogen ontwikkelingsstappen. En dat is winst; daar kunnen de mooiste dingen uit voortkomen.

zondag 29 juni 2008

Status

Donderdag was tegen het eind van de avond het lange bericht van die dag nog maar net geplaatst (de aangegeven tijd van kwart voor negen betekende het moment van aanmaak, nog niet van plaatsing; het duurde een tijdje voordat het zover was, namelijk voordat ik er voldoende tevreden over was), of bijna meteen kwam er al een reactie. Dat gebeurt op dit weblog tot nu toe zeer mondjesmaat, om de simpele reden dat ik het nog heel weinig bekend heb gemaakt. In feite heb ik mijn weblog-activiteiten alleen in een persoonlijk bericht aan een twintigtal mensen gemeld. Of deze mensen op hun beurt die wetenschap weer met anderen delen, laat ik graag aan henzelf over. Dat is iets wat behoort tot de verrassingen des levens.

De reden van deze voorlopig beperkte actieradius is dat ik dit blog ben begonnen als een proeftuin of, en ook hoe, je van dit voor mij nieuwe medium op een goede manier gebruik kunt maken. Ik wil daar eerst ervaring mee opdoen, vandaar om te beginnen deze fase van proefdraaien. Wat ik wil vermijden, is overhaast te werk gaan. Bezonnenheid moet je inbouwen. Voor- en nadelen eerst leren kennen en aftasten hoe daarmee om te gaan. Nu, na bijna twee maanden (minus de drie weken in mei waarin ik afwezig was), kan ik wel zeggen dat mijn aanvankelijke indruk dat dit voor mij een zo te zien ideaal medium is, alleen maar bevestigd is. Het biedt mij zeer veel mogelijkheden.

In deze eerste fase maakte ik donderdag een nieuwe stap. Als ik aan zo’n onderwerp als van die dag zou beginnen, dan moest dat wel heel grondig, precies en zorgvuldig gebeuren. Dat kost trouwens bijzonder veel tijd. Maar dat geeft niets, want dat is het in alle opzichten waard. Het is een onderwerp waarbij je makkelijk de bezinning kunt verliezen en emoties de overhand nemen. Niks tegen emoties, maar ik voorkom liever dat die ongecontroleerd alle kanten opvliegen. Dat wordt gauw onproductief, terwijl het daarna nogal vermoeiend is om ze weer allemaal op een rijtje te krijgen. In zo’n geval als dit bericht weet je dat je op reacties kunt rekenen. Toch was ik verbaasd dat dat donderdagavond meteen zo snel gebeurde. Het kwam ook uit een hoek die ik niet meteen kon plaatsen. Namelijk van Janine Budding van Medicalfacts.nl. Zij gaf ter verduidelijking wat meer feitelijke gegevens ten aanzien van de status van deze website.

Ik was de afgelopen dagen vanwege drukke verplichtingen elders niet in de gelegenheid om meteen hierop te reageren. Maar goed ook, want nu heb ik eerst rustig een en ander een beetje kunnen uitzoeken en op me laten inwerken. Waar het om gaat, is de verhouding tussen de websites van Misbruik door Hulpverleners en Medicalfacts.nl, feitelijk, personeel, informeel. Eerst vroeg ik mij af of dit voor mij genoeg belang had om me ook hierop te werpen, tenslotte was mijn vraagstelling in het bericht een andere: Misbruik door Hulpverleners heeft min of meer op haar voorpagina een persbericht van 26 december 2007 staan (dat was op de dag af precies een half jaar geleden, realiseerde ik me naderhand), terwijl er nadien, mede door toedoen van dit persbericht, er het een en ander ondernomen en daardoor veranderd is. Zodat de geuite veronderstelling in ieder geval niet meer volledig klopt. Maar hierover wordt niets gemeld, alsof de situatie nog precies zo is als op 26 december. En dat is onjuiste berichtgeving, die daardoor zelfs een misleidend karakter krijgt. Dat is niet erg ethisch, wat ik zwaar vind wegen bij een organisatie die uit de aard der zaak juist op ethiek is gebaseerd.

Ik ben opnieuw ‘running out of time’, dus dit bericht moet in een later stadium een vervolg krijgen met de resultaten die mijn onderzoek heeft opgeleverd. Die zijn namelijk best interessant, ook in het kader van mijn eigen vraagstelling van donderdag.

zaterdag 28 juni 2008

Patiëntenbelangen

Ook dit keer, het is tenslotte weekend en ook al laat, een korte melding.

Antroposana, de patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg met ruim vijfduizend leden, meldt op haar website dat er een nieuwe directeur zal worden aangesteld: Lia Kemerink volgt op 1 september Laurine van Hoëvell op. Antroposana laat over haar weten:

‘De nieuwe directeur heeft al lange tijd een binding met de antroposofische gezondheidszorg. De afgelopen acht jaren werkte zij als coördinator/consulent bij de Stichting Gelderse PlattelandsVrouwen. Een functie waarin zij onder meer intensief samenwerkte met zowel vrijwilligers als met professionals. Dit naast haar beleidsmatige verantwoordelijkheden.’

vrijdag 27 juni 2008

Nabericht

Na het lange bericht van gisteren, kom ik hier vandaag alleen nog even kort op terug, ook mede vanwege tijdgebrek. Eerst twee dingen over de relatie van Daidalos tot enkele antroposofische websites.

Ga ik naar AntroVista en tik ik Daidalos als zoekopdracht in, krijg ik dit bericht: ‘1 adres gevonden – Daidalos – Burn-out herstelcentrum – Opgeheven 2008 [15/05/08]’ Blijkbaar is dit op 15 mei van dit jaar op een of andere manier geconstateerd door AntroVista.

Ga ik naar de website van Vrije Opvoedkunst, waarop onder meer ‘de doelstellingen en werkzaamheden van de Vereniging voor Vrije Opvoedkunst en de plaats hiervan binnen de vrijeschoolbeweging’ worden beschreven, en klik ik op de pagina met links, dan vind ik onder andere: ‘Stichting Daidalos. Een interessante site over een zich onderscheidend burn-out centrum.’ Is dit alleen een privé-actie van iemand die voor de website zorgt, of toch een bewuste keuze van deze vereniging?

Maar neem ik de ‘Verzekeringsvoorwaarden IZZ 2008’ erbij, met het ‘IZZ Basispakket, variant Natura en Aanvullende verzekeringen, Ingangsdatum 1 januari 2008’, dan vind ik onder ‘III. Regeling extra vergoedingen’ op pagina 39, artikel 9, ‘Verblijf – 9.1. Herstellingsoord – Omschrijving: verblijf in een van de volgende herstellingsoorden’, als eerste genoemd ‘Herstellingsoord Stichting Daidalos in Driebergen’. Ook hiervoor geldt, net als bij de andere herstellingsoorden, een vergoeding van ‘ten hoogste € 70,00 per dag voor ten hoogste 42 dagen per kalenderjaar’.

Het heeft allemaal iets onwerkelijks. Hoe zou het nu echt zitten? Bestaat Daidalos nog, of toch niet meer; en zo ja, wie is er dan nu verantwoordelijk voor?

donderdag 26 juni 2008

Afrader

Morgen dient er een bijzondere tuchtzaak bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (RTG) in Zwolle. Het is een openbare zitting, die gaat over een zogenaamde ‘intimiteitstraining’ voor tbs’ers. Gisteren werd hierover bericht, onder andere op de website van Elsevier en van nu.nl (deze laatste had het nieuws van het ANP betrokken). De aanklacht is dat deze training in feite ‘sekslessen’ met expliciete handelingen waren. Die zijn uiteraard in alle opzichten verboden tussen patiënten en therapeuten.

Hoewel een apart verhaal, is dit niet de reden dat ik erover begin. Die ligt in de verwijzing in alle berichten dat de ‘tbs’er in kwestie in zijn zaak [wordt] bijgestaan door een van de oprichtsters van de website Misbruik door Hulpverleners (MdH). Volgens MdH is er sprake van seksueel misbruik.’

Link je nu echter door naar deze genoemde Misbruik door Hulpverleners, dan valt je oog meteen op nog iets heel anders. Namelijk op de alarmerende koppen: ‘Misbruik wettelijk beschermde medische titels door antroposofen. Antroposofische beroepsverenigingen en voormalig arts strafbaar?’

Er is sprake van een persbericht ‘over misstanden binnen de antroposofische hulpverlening. Het persbericht werd op 26 december jl. omstreeks 21 uur aan diverse media, instanties en verenigingen verzonden’. Klik je op dit persbericht, dan kom je op de pagina ‘Rubriek antroposofische hulpverlening MdH’, met een vrolijk ‘Welkom op de engelenpagina van MdH!’

Wat mag dit wel zijn? Zijn dit weer van die gekken die het spoor volkomen bijster zijn en overal hun complottheorieën rondstrooien? Je zou het denken, maar ondanks deze niet onterechte indruk, is het tegenovergestelde het geval. Maar dat is niet meteen duidelijk, want eerst wordt er in hetzelfde misplaatste stramien cynisch gesproken over engelen die enerzijds als boodschappers slecht nieuws komen brengen en anderzijds als beschermers over patiënten waken.

Waar het echt over blijkt te gaan, is herstellingsoord Daidalos in Driebergen. En dan vooral over de met naam en toenaam genoemde arts en psychotherapeute Lieneke M. v. C. die hier werkzaam was. Of zij dat nu nog is, wordt niet duidelijk. In ieder geval niet als arts en psychotherapeute, want op 27 november 2007 werd in hoger beroep door zes uitspraken van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) deze dubbele inschrijving van arts en psychotherapeute in het BIG-register definitief doorgehaald. Zij mag deze beroepen sindsdien niet meer uitoefenen.

Maar zij bleek ruim twee weken later nog wel als psychotherapeute te zijn ingeschreven in het register van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Psychotherapeuten (NVAP). Ook werd zij nog steeds als arts en psychotherapeute vermeld op enkele antroposofische websites. Dit gegeven doet bij mij enkele bellen rinkelen. Op de website van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) is een persbericht te vinden, gedateerd 15 januari 2008, met als titel ‘Beëindiging BIG-registratie Therapeute’. Hier wordt ook een verklaring gegeven waarom een en ander zo gelopen is.

Met de overdracht van de Federatie Antroposofische Gezondheidszorg (FAG) naar de NVAZ is er iets misgegaan. De verouderde website van de FAG was op internet blijven staan. Maar dat was half januari inmiddels hersteld. Ook de inschrijving in het NVAP-register was een maand tevoren meteen geschrapt. Op 18 januari wordt dit op ‘Zorgvisie’, ‘De site voor beleid en management’, nog eens uit de doeken gedaan. Alleen wordt dit gegeven volledig genegeerd op de website van Misbruik door Hulpverleners en dat is niet netjes.

Tot zover lijkt het duidelijk, hoe bijzonder pijnlijk dit alles ook is. Want neem nu het feit alleen al dat het tuchtcollege zo’n vernietigend oordeel over een hulpverlener treft. Wat moet er dan niet allemaal misdaan zijn? En wat moet dat allemaal betekend hebben voor de hulpvragers?

Dat is ook waarom ik sympathie voel voor de website van Misbruik door Hulpverleners, ook al is die behoorlijk chaotisch en is men duidelijk op zoek naar de juiste vorm hoe je dit moet aanpakken. Om deze organisatie goed te kunnen inschatten, moet je iets meer over de achtergrond weten.

‘In oktober 2003 werd deze website door twee vrouwen opgericht die door psychotherapeuten zijn misbruikt, één van hen door een mannelijke en één door een vrouwelijke psychotherapeut. (...) Met deze website willen wij het taboe dat op GOG [grensoverschrijdend gedrag] rust, doorbreken en hopen wij iets voor lotgenoten te kunnen betekenen.’

Een van hen is Tanja Zondervan uit Amstelveen, ‘ervaringsdeskundige seksueel & psychisch machtsmisbruik in de psychotherapie’ (dit staat hier helemaal onderaan). Zij werd ook door geportretteerd door Florence Imandt in BN/De Stem op 15 november 2006:

‘Zondervan richtte een website op omdat ze uit eigen ervaring weet dat er nauwelijks iets bestaat voor slachtoffers van hulpverleningsmisbruik. Ze stak haar licht op in Amerika, dat op dit terrein al veel verder is. Op de site zijn massa’s gegevens te vinden over grensoverschrijdend gedrag. Verzameld door haarzelf en anderen, in een vastbesloten poging in ieder geval zoveel mogelijk wetenschappelijke informatie beschikbaar te krijgen in Nederland.’

Misbruik is een verschrikking die met alle mogelijke (wettelijke) middelen, en in de zorg al helemaal, bestreden moet worden. Zonder onderscheid of aanzien des persoons. Daarover bestaat geen twijfel, hoe moeilijk dat in de praktijk om allerlei redenen ook mag zijn. Ik meende te weten dat dit in de antroposofische gezondheidszorg goed geregeld is en volgens mij is dat ook zo. Neem alleen al het uitvoerige klachtenreglement zoals dat op de website van de NVAZ te vinden is (voor de goede orde: ‘vastgesteld 5 september 2007’, dus niet na dit geval). Het is schrikken als zich dan toch zaken hebben voorgedaan die het daglicht niet kunnen verdragen.

Maar een heel andere vraag is, hoe het toch met burn-outcentrum Daidalos zit. Heeft dat eigenlijk wel met antroposofie van doen? Op de website van Misbruik door Hulpverleners wordt daar wel steeds van uitgegaan. Het is niet zo vreemd dat die relatie wordt gelegd, want: de ‘eerder als huisarts en verpleeghuisarts werkzame hulpverleenster, was gedurende de jaren 1997 t/m 2006 directeur van het herstel- en burnoutcentrum Stichting Daidalos te Driebergen. Tot 2005 was zij tevens bestuurslid van de stichting.’

De slachtoffers die bij Misbruik door Hulpverleners aankloppen, identificeren Daidalos wel als antroposofisch. Dit is op de MdH-site op verschillende plaatsen terug te vinden. Maar op de website van Daidalos zelf wordt die link helemaal niet gelegd. Men noemt zichzelf niet antroposofisch (op welke manier dat dan ook bepaald zou moeten worden), laat staan dat er antroposofische organisaties zouden zijn die dit centrum als zodanig willen erkennen. Het enige wat er iets mee van doen heeft, is de allerlaatste verwijzing op de pagina met links: ‘Handige overzicht van antroposofische sites http://antroposofie.zoekmedia.nl’. Verder zijn het trouwens allemaal wezenloze links, waar je eigenlijk niets aan hebt.

En er worden patiëntenervaringen van oud-deelnemers ten beste gegeven, die niets laten merken van wat ik hier nu net heb besproken. Integendeel, de hoofdpersonen die op de MdH-website met naam en toenaam worden genoemd figuren ook hier, alsof er niks aan de hand is. Deze verhalen moet ik dus beschouwen als een pure vorm van desinformatie. Er staat op de Daidalos-website ook niets over de organisatie, bestuur, medewerkers of hulpverleners.

Als je verder op internet op zoek gaat, kun je een uitzending vinden van het programma TweeVandaag (tegenwoordig EenVandaag) op 13 oktober 2005: ‘Inspectie onderzoekt Daidalos-kliniek’. Dus toen al.

Het anti-burnout centrum Daidalos in Driebergen is onderwerp van onderzoek door de Inspectie Volksgezondheid. Wanbeleid en onbekwame staf hebben geleid tot ontevreden personeel, onbevoegde vrijwilligers en vele patiënten die emotioneel, financieel en psychisch zijn benadeeld.’

Het bekijken van die uitzending is ontluisterend. Naar aanleiding hiervan kwamen er heel andere patiëntenverhalen naar boven dan die nu op de website van Daidalos staan. Deze patiënten konden hun verhaal kwijt op Medicalfacts.nl. Dit noemt zichzelf een medische nieuwssite die sinds augustus 2004 bestaat en gericht is op professionals in de zorg. De herkomst van deze site is een beetje duister. Men heeft hier in ieder geval veel sympathie voor de berichten van Misbruik door Hulpverleners. Geen wonder, want Jeanette van MdH is ook aan deze site verbonden (zie bijvoorbeeld het persbericht van 26 december 2007, dat ook hier opduikt). Hoe dan ook, twee keer na die uitzending heeft men aandacht aan Daidalos besteed, in 2005 en in 2006. De reacties stroomden heel langzaam, maar gestaag binnen.

Maar omdat men zo weinig kon uitrichten om deze misstanden te laten stoppen, probeerde men het over een andere boeg te gooien en een schadeclaim in te dienen (dat was nog voor de uitspraak van het CTG op 27 november 2007). En de publiciteit te zoeken. Hoe meer mensen weten hoe de vork in de steel zit, hoe beter. De laatste reactie op 1 juni 2007 vatte het allemaal kort samen:

‘Een echte afrader voor mensen met een depressie: Daidalos te Driebergen.’

woensdag 25 juni 2008

Misser

Oei, een misser begaan: ik merk nu pas dat ik weer eens een verkeerde veronderstelling heb gehad. Al een paar keer heb ik gemeld dat de BD-Vereniging vrijwel geen aandacht heeft besteed aan de Open Dagen afgelopen weekend bij de biologische boer. Dat blijkt niet te kloppen. In haar agenda staat hierover wel degelijk een uitvoerig bericht, met alle nadere informatie die je nodig gehad zou hebben. Dat bericht is weliswaar vrij lastig te vinden op deze website (ga naar Service en klik vervolgens op Agenda), maar toch, het is er wel. Bij deze het (eer)herstel.

Eindwerkstuk

Vandaag weer iets nieuws en zo op het oog, bij het eerste doorlezen, heel bruikbaars ontdekt. Namelijk een ervaringsverslag van een vrijeschoolleerling, Marc de Haas van Dorsser, die zijn eindwerkstuk in 2006 op het Karel de Grote College in Nijmegen heeft geschreven over de geschiedenis van de vrijeschool in Nederland. Met als titel: ‘Zijn idealen en examens samen te verwezenlijken binnen de vrijeschool?’

Om verschillende redenen heel interessant. Ten eerste natuurlijk dat het van binnen uit komt, van een ervaringsdeskundige, zoals dat zo mooi heet. Hij spreekt uit eigen ervaring over hoe het is op een vrijeschool. Ten tweede dat vanuit deze optiek de geschiedenis belicht wordt. Dat is heel waardevol, want die geschiedenis is nogal complex, met veel hoogte- en dieptepunten. Vanuit zijn eigen objectiviteit (of moet ik schrijven: subjectiviteit), zonder die gebeurtenissen zelf meegemaakt te hebben, maar ze slechts vanuit begrip proberend te beschrijven, ontstaat er een behoorlijk helder beeld en overzicht. Hij krijgt hierbij flinke hulp van zijn oom Paul Heldens, die al verschillende studies heeft gepubliceerd over lastige antroposofische materie, waarin deze steevast de diepgang zoekt (zie bijvoorbeeld in dit artikel vooral de uitvoerige noot 14, helemaal op het eind). Van hem stamt ook dit intrigerende citaat:

‘Sinds de resultaten van de Commissie van Baarda [over racisme bij Steiner] zijn gepubliceerd en sinds de ommezwaai van de vrijescholen richting reguliere examens, ook sinds 1998, is ingezet, is de frequentie van negatieve berichtgeving over de antroposofische beweging opmerkelijk gedaald. Wie daaruit de conclusie zou willen trekken, dat daarmee de zaak “gepiept” is, heeft er niets van begrepen. Zoals Steiner bij leven al herhaaldelijk aangaf naar aanleiding van uiteenlopende lastercampagnes tegen zijn werk en zijn persoon, geldt ook nu en voor de toekomst de ongemakkelijke waarheid, dat de ware aard van het wantrouwen tegen de antroposofie niet enkel wortelt in onwetendheid en misverstand, maar ook in angst – en niet zelden zelfs haat – tegen de geest, in een door eeuwen van materialistische gezindheid gecorrumpeerd tijdperk. Er zullen dus ook in de toekomst nieuwe en ook anders georiënteerde pogingen volgen om de antroposofie van Rudolf Steiner voor het grote publiek zwart te maken, zolang de antroposofische beweging nog niet morsdood is.
Voor de antroposofische beweging was de ervaring met de media in de geschetste periode, met name in 1996, ronduit traumatisch. De hele geschiedenis is dan ook snel in het vergeetboek geraakt, maar de invloed die deze schok heeft gehad voor de verdere ontwikkeling van de vrijescholen, wordt mijns inziens schromelijk onderschat.’

In zijn eindwerkstuk probeert Marc de Haas van Dorsser zich bewust te maken wat hij aan het onderwijs op de vrijeschool in Nijmegen heeft ervaren. Hij duikt ook diep in de achtergrond van twee zaken die in een bepaald opzicht met elkaar samenhangen: enerzijds de ‘racismekwestie’ en anderzijds het ‘Project 2000’, waardoor de opgeheven financiële uitzonderingspositie van de vrijescholen kon worden opgevangen.
‘Om de vrijeschoolse kwaliteit te blijven behouden is de Bond van vrijescholen het “Project 2000” gestart. Het zou de garantie vormen op het voortbestaan van de vrijeschool volgens woordvoerders van de Bond. Men vertelde ook dat er ook behoefte was aan een verandering binnen de vrijeschool. Men was enthousiast over de nieuwe weg die men in ging slaan.’

Om de situatie in Nederland te kunnen vergelijken, bezoekt hij ook een vrijeschool in Bern, Zwitserland:
‘Mijn prettigste ervaring en bevinding was de rust. Er hing zo’n rustige sfeer overal, ik wist niet meer hoe dat was. Leerlingen waren veel minder druk tijdens de lessen, leraren hadden eigenlijk altijd wel even tijd voor iemand. Ze zaten in de pauzes op hun gemak met een kopje koffie te kletsen in de hal met wat leerlingen. Er hing niet een gehaaste jachtige sfeer rond die ik ken van de bovenbouw in Nijmegen. Ik merkte ondanks het feit dat ik om tien voor acht in de schoolbanken zat, niet dat ik erg moe was. De dagen waren langer dan hier in Nijmegen, toch was ik niet zo moe aan het einde van de dag.’

‘Mijn belangrijkste bevinding is dat ik toch wel zeer verbaasd ben over hoe groot het verschil tussen deze school in Zwitserland en de school waar ik op zit. Het is echt een wezenlijk verschil in de uitvoering van het onderwijs. De oorzaak daarvoor is niet een twee drie te noemen. Zo als al eerder aangegeven denk ik ten eerste dat de Zwitserse mentaliteit er een rol in speelt. Men is, voor zover ik gezien heb, erg beleefd en netjes. Dit zie je denk ik ook terug in de houding van de leerlingen naar de leraren toe.
Ten tweede denk ik dat doordat de school onafhankelijk is van de staat er een groot verschil merkbaar is. Leraren hoeven zich niet gedwongen te vormen naar de eisen van een regering betreft de inhoud van hun vak. Ook hoeft de school niet te borduren op een hiërarchische structuur qua personeel. Dit is wat ze ook in principe allemaal aangaven: het geeft veel vrijheid en resulteert in simpelweg plezier! Dit samen resulteert in zeer prettige aangename werksfeer.’

Marc de Haas van Dorsser heeft heel wat mensen interviews afgenomen om hun ervaringen en beweegredenen op het spoor te komen. Ze zijn allemaal netjes in zijn eindwerkstuk gedocumenteerd.

‘Gedurende het onderzoek voor dit verslag ben ik achter een hoop dingen gekomen: Informatie over de vrijeschool, haar geschiedenis bijv. is een erg “ondoorzichtige zaak”. Nergens staat een soort samenvatting van vrijescholen of visies. Er zijn veel meningen, belangen en er wordt ook veel geprobeerd. De ene vrijeschool kijkt heel anders tegen "vrijeschoolonderwijs" aan dan de andere. De ene school probeert een andere formule dan de andere. Dit geeft weinig overzicht of een eenduidige visie.
Een feit is zeker dat iedereen zoekende is naar wat is het onderwijs dat we willen? Hoe kunnen we als vrijeschool een meerwaarde creëren?’

Tot slot geeft hij zijn conclusie:
‘Ik ben van mening dat de vrijeschool gemeenschap erbij gebaat zou zijn als we een discussie starten over het onderwijs op de vrijeschool: om te kijken of het huidige Vrije-school onderwijs nog voldoet aan de uitgangspunten en idealen. Belangrijk daarbij is dat alle betrokkenen, zowel leraren, ouders als leerlingen aan het woord komen.’

Zijn eindwerkstuk is van twee jaar geleden. Misschien is het een idee het als materiaal te gebruiken bij de Michaëlconferentie van de Vereniging van vrijescholen (de vroegere Bond van vrijescholen). Die wordt dit najaar ook nog dicht in de buurt van ‘zijn’ vrijeschool, het Karel de Grote College in Nijmegen, gehouden. Of nog beter en revolutionairder: hem uitnodigen als spreker of discussieleider (en dan niet stiekum denken dat hij een spreekbuis is van zijn oom Paul Heldens; op vrijescholen wordt immers iedereen als een autonoom individu opgevat).

dinsdag 24 juni 2008

Boergondisch

Zondag zag ik nog niks bijzonders over de Open Dagen bij Platform Biologica of de Vereniging voor Biologisch-Dynamische Landbouw en Voeding. Maar nu, achteraf notabene, komt Biologica met een heus persbericht:Meer dan 100.000 bezoekers gaan “Lekker naar de boer!”’ (‘gingen’ had er beter kunnen staan.)

Men had kunnen kennismaken met 375 biologische en/of zorgboeren in Nederland, onder het motto ‘zorg voor voedsel, zorg voor mensen’. De organisatie was in handen van Stichting Biologica en Steunpunt Landbouw & Zorg.

Maar er was een reden dat niet alle aandacht naar deze twee Open Dagen op 21 en 22 juni ging. Want die waren ingebed in een heel actieprogram: ‘Het “Lekker naar de boer!” weekend was de afronding van de “Lekker van de boer!” week, waarbij circa honderd restaurants in Nederland een menu bedachten met ingrediënten afkomstig van de, bij voorkeur regionale, biologische boer.’

En het was tevens het ‘Begin van “Boergondische zomermaanden”’. Boer-gondisch staat er inderdaad: ‘de start van de actie “Proef de aandacht op de boerderij”. Daarbij wordt kopen bij de biologische boer beloond met de kans op plaatsen voor een “Boergondisch feestmaal”, een culinair festijn op het boerenerf of in de stal.’

Ik word een beetje moe van al deze schreeuwerige kreten, zeker met die uitroeptekens: ‘Lekker naar de boer!’, ‘Boergondische zomermaanden’, ‘Proef de aandacht!’, ‘Boergondisch feestmaal’. Maar het is ongetwijfeld goed bedoeld.

Ik keerde weer terug naar de website van Stichting Demeter, of hier al meer over al deze happenings werd gemeld. Maar nee hoor, er stond bij de BD-Vereniging nog alleen dat ene regeltje, dat ik zondag al citeerde. Nu ontdekte ik echter wat anders; het blijft toch altijd goed om terug te keren en wat langer te kijken.

Ten eerste: de website van de BD-Vereniging brengt wel degelijk nieuws, kijk bijvoorbeeld maar naar ‘BD in het nieuws’ en ‘Jaarvergadering’. Het is kort, maar het staat er tenminste. Voor de rest is deze website wat zuinigjes met nadere informatie.

Ten tweede: Stichting Demeter en de BD-Vereniging (ik blijf het lelijk vinden staan, BD-Vereniging, met hoofdletters, ik zou zelf kiezen voor bd-vereniging, maar goed) zijn gevestigd op twee verschillende adressen. De eerste bevindt zich nog in Driebergen, maar de tweede is sinds januari verhuisd naar Warmonderhof in Dronten,de plaats waar de basis wordt gelegd voor de toekomst van de BD landbouw’.

Dan kom ik bij de derde verrassing. Want ga ik naar de website van opleiding Warmonderhof, dan word ik rijkelijk bedeeld met achtergrondinformatie. Ik heb hier echt met verbazing rond zitten kijken. Misschien later daar meer over.

Toch valt er nog wel wat op af te dingen (niet om te zeuren, maar in het kader van ‘opbouwende kritiek’ waar men zijn voordeel mee kan doen): het laatste ‘Nieuws van Warmonderhof’ dateert van 18 december en de ‘Agenda van Warmonderhof’ noemt meeloopdagen op 4 april, 16 mei en 6 juni. Maar een kniesoor die daar op let. En met de Open Dagen heeft dit ook niks te maken.

maandag 23 juni 2008

Bevrijding

Het programma van de Michaëlconferentie van de Vereniging van vrijescholen staat nu op de website van deze koepelorganisatie. Sinds 19 juni is aanmelding mogelijk ‘voor iedereen die werkt op een vrijeschool, bij een peutergroep of in de voor-, na- en buitenschoolse opvang’. De conferentie wordt op maandag 6 oktober gehouden in de zaal van De Vereeniging in Nijmegen, dicht bij het Karel de Grote College.

De hoofdvragen zijn: ‘Welke kansen liggen er de komende tijd voor de vrijeschool, in het spanningsveld van traditie en vernieuwing? Hoe kun je bindend samenwerken om te komen tot een school die dient als werkplaats voor de verdere ontwikkeling van een professionele leergemeenschap? Waarom doen?’

Het zal ongetwijfeld een vervolg vormen op de Michaëlconferentie van vorig jaar, waarop voorzitter Leo Stronks zich nog in zijn hemd voelde staan. De titel ‘Samenbindend samenwerken’ wijst erop dat het ook een voortzetting is van de Nieuwjaarsconferentie begin dit jaar, waar ik in dit weblog eerder melding van maakte. Is dit het antwoord van de vrijeschoolbeweging op de zwaktes die de Inspectie al jaren signaleerde en waarover NRC Handelsblad vorig jaar september publiceerde?

En dan bedoel ik niet het uiterlijke antwoord (hoewel je uiterlijk en innerlijk natuurlijk niet zo makkelijk van elkaar kunt scheiden), met het instellen van een ‘Taskforce zwakke scholen’ en dergelijke dingen meer. Maar ik bedoel vooral het inhoudelijke antwoord, waarbij de eigen en eigentijdse substantie centraal komt te staan en opnieuw geactiveerd wordt.

Dan valt op welke sprekers zijn aangezocht om hun inbreng te leveren.

– Prof.dr. Willem Koops bekleedt aan de Universiteit Utrecht de leerstoel ‘Grondslagen en Geschiedenis van de Ontwikkelingspsychologie en Pedagogiek’. Hij is een specialist in cognitieve en sociale ontwikkeling die regelmatig in nationale en internationale wetenschappelijke tijdschriften publiceert.

– Prof.dr. Monique Volman is bijzonder hoogleraar onderwijskunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Op haar website staat dat zij zich bij haar onderzoek richt op ‘learning environments for meaningful learning, identity development in education, diversity, and the use of ICT in education’. Het leren in leergemeenschappen is een van haar belangrijkste thema’s, en de rol van de leerling en de leraar hierbij.

– De derde en laatste spreker is geen spreker, maar een zanger: Jan Kortie. Hij is ‘slechts’ doctorandus, namelijk afgestudeerd econoom, die als economieleraar een aantal jaren voor de klas stond. Maar tegenwoordig werkt hij als dirigent, zangleraar, workshopleider, trainer en stemtherapeut. Als ‘stembevrijder’ staat er. Zo zal hij ook hier optreden.

Het is interessant of het vrijeschoolonderwijs zijn identiteit met zulke inhoud zal herwinnen.

zondag 22 juni 2008

Echt geld

Dit is het weekend van de Open Dagen bij de biologische boer. Maar ik merk er weinig van, in de pers tenminste. Platform Biologica is hier de organisator van, maar op zijn eigen website worden deze merkwaardig genoeg niet eens apart vermeld. Behalve dan onder het vaste k(n)opje Open Dagen, rechts bovenin:

‘Op zaterdag 21 en zondag 22 juni organiseert Biologica voor de 11e keer de Open Dagen bij de biologische boer en tuinder onder het motto “Lekker naar de Boer”.’

Dat hier ook biologisch-dynamische bedrijven onder vallen, staat er niet bij. Maar dat gebeurt wel op de website van Sichting Demeter en aanpalende BD-Vereniging (Vereniging voor Biologisch-Dynamische Landbouw en Voeding). Daar worden deze Open Dagen heel summier, in twee zinnen, vermeld:

‘Ook dit jaar organiseert Biologica op 21 en 22 juni 2008, voor de 11e keer, open dagen op biologisch-dynamische en biologische boerderijen. Op de website van Biologica vindt u adressen bij u in de buurt (www.biologica.nl/opendagen).’

En dat is het dan. Mede daarom laat ik dit onderwerp voor nu nog even rusten. Nee, als ‘antroposofie in de pers’ was dit weekend iets veel opvallenders: een paginagrote advertentie van Triodos Bank. Het zal ook vast geen toeval zijn dat die deze zaterdag prominent werd geplaatst.

Natuurlijk kun je er over steggelen of je een bepaalde organisatie wel ‘antroposofisch’ genoemd mag worden. Dat geldt zeker ook voor deze bank. Is het hoe dan ook mogelijk iets betitelen met het bijvoeglijk naamwoord ‘antroposofisch’? Alleen is dat dit keer het thema niet.
Terug naar die advertentie van Triodos Bank. In Trouw maar liefst achterop het eerste katern, paginagroot. Je kon haar niet missen. Hierbij waren het woord ‘goed’ en de zin ‘Ik investeer in duurzame beleggingsfondsen van Triodos Bank’ in de kleur groen gedrukt, de rest in een heel donkere kleur:

‘mijn geld gaat goed – Ik investeer in duurzame beleggingsfondsen van Triodos Bank. Goed voor mij en goed voor de aarde. Triodos Bank is de meest klimaatvriendelijke bank en dé specialist in duurzaam bankieren. Kijk op www.triodos.nl hoe Triodos Bank uw geld louter duurzaam aan het werk zet. Tot 31 juli a.s. belegt u kosteloos in de Triodos beleggingsfondsen bij ABN Amro en Triodos Bank.’

Het bleek mij dat dit weekend ook op de website van Trouw een advertentie van Triodos Bank mee rouleert in de advertenties. Hoe lang die blijft staan weet ik niet, vanavond is zij er nog. Deze advertentie verschijnt wanneer je klikt op een artikel dat op de voorpagina van de website wordt aangegeven (en staat dan tussen het artikel in, meteen na het intro). Zij kent drie opeenvolgende stadia, waarvan de tekst luidt:

(1) ‘Mijn geld gaat goed – Triodos Bank’
(2) ‘Ik spaar duurzaam met de Triodos Internet Spaarrekening’
(3) ‘Open nú een Triodos Internet Spaarrekening, en ontvang een vegetarisch kookboek met Antoinette Hertsenberg t.w.v. € 34,95 cadeau’

Wanneer je vervolgens op de advertentie zelf klikt, kom je op de website van Tridos Bank terecht waar meer wordt verteld over ‘Internet Sparen’. Dat begint met: ‘4 redenen om een Triodos Internet Spaarrekening te openen’. Enzovoort, enzovoort. U kunt zelf kijken, ik hoef hier tenslotte geen reclame te maken. Maar ik wil wel even opmerken dat dit van deze bank geen slechte marketing is. Zo mooi is alles op elkaar afgestemd. Daar kun je veel van leren. Goed, ze hebben er ook het geld voor.

Maar is het u ook opgevallen dat als je nú een internetspaarrekening opent, je een vegetarisch kookboek mét Antoinette Hertsenberg erbij krijgt? Ter waarde van € 34,95. Hoe ze dit voor elkaar krijgen is mij een raadsel. Die Antoinette Hertsenberg in haar eentje moet toch al veel meer waard zijn dan dat vegetarische kookboek, dat vast zelf al een winkelwaarde heeft van circa 34,95 euro. Ze hebben écht geld daar bij Triodos Bank.

zaterdag 21 juni 2008

Handleiding voor reacties

Niet iedereen begrijpt precies hoe je reacties moet plaatsen op weblogs zoals dit. Dat heb ik al een paar keer vernomen. Daarom nu eerst een korte uitleg.

Klik op ‘reacties’ onderaan een bericht. Er verschijnt een reactieformulier. Typ binnen het kader wat je kwijt wilt. Nu kun je naar beneden gaan, en door straks te klikken op ‘voorbeeld’ ook kijken of wat je geschreven hebt er goed op staat. Maar voordat het zover is, moet je eerst nog wat anders doen.

Ga naar het gedeelte met ‘kies een identiteit’. Hier worden vier keuzemogelijkheden gegeven. Kies nu voor ‘anoniem’. Want voor alle drie andere voorafgaande mogelijkheden moet je al zo’n geoefende bezoeker of gebruiker van websites of weblogs zijn, dat je geen verdere uitleg meer nodig hebt.

Klik vervolgens hieronder op ‘voorbeeld’, zoals ik net al aangaf. Nu pas wordt zichtbaar hoe je reactie zal verschijnen en hoe dit voor iedere bezoeker leesbaar is. Ben je niet tevreden, wil je nog wat corrigeren, veranderen of aanvullen, ga dan terug naar je getypte tekst in het kader (dus niet in het voorbeeld, want dan lukt het niet) en breng de gewenste wijzigingen aan.

Daarna kun je opnieuw naar beneden gaan en weer op ‘voorbeeld’ klikken, om te zien of het nu wel goed is. Dit proces kun je zo vaak uitvoeren als je wilt, zonder dat je reactie nog geplaatst wordt, totdat je helemaal tevreden bent. Je kunt zelfs dit hele proces afbreken door het reactieformulier weg te klikken (rechtsboven op het kruisje, zoals dat met alle computerprogramma’s gaat).

Is de reactie door jezelf goed bevonden en helemaal klaar om te plaatsen, moet de derde en laatste stap gezet worden (alles wat goed is, gaat in drieën; zo ook hier). Er is namelijk een (veiligheids)fase ingesteld om ongewenste en anonieme spamberichten te weren; deze is uitermate effectief. Als je deze overslaat, kan je reactie niet geplaatst worden.

Deze stap heet ‘woordverificatie’. ‘Geef de letters op zoals deze in de afbeelding worden weergegeven’, staat erbij. Je ziet direct hierboven een vreemd woord staan, eigenlijk geen echt woord, maar een aantal letters na elkaar. Die moet je typen in het daartoe bestemde vakje. Dan weet het reactieformulier namelijk dat je werkelijk een individueel mens bent die zo’n handeling kan verrichten en geen volautomatische internetrobot die het hele wijde web afspeurt op zoek naar gaatjes waar die zijn kwalijke en onwelriekende spoor kan achterlaten.

Elke keer als je op ‘voorbeeld’ klikt en het reactieformulier dus opnieuw verschijnt, staat er weer een nieuw woordbeeld. Daarom is het het handigste om dit invullen pas op het allerlaatst te doen, wanneer je zeker bent dat dit echt het bericht is dat geplaatst kan worden.

Ga ten slotte weer naar beneden en klik op ‘reactie publiceren’. Nu krijg je nogmaals, maar dit keer definitief, te zien hoe je reactie in het weblog is opgenomen. Zo ziet vanaf nu ook iedere bezoeker jouw reactie, wanneer hij onderaan die specifieke bijdrage op het weblog op ‘reacties’ klikt.

Nou, ik ben benieuwd of deze handleiding helpt om reacties te kunnen plaatsen. Was dit behulpzaam voor u? Die vraag lees je altijd op Amazon.com, wanneer hun producten die je hebt opgevraagd door andere bezoekers worden aangeprezen en je hun aanbevelingen hebt gelezen.

vrijdag 20 juni 2008

Het volgende

Het is een bekend fenomeen: stel de juiste vragen, dan volgt het antwoord (bijna) vanzelf. Ik was niet van plan om vandaag weer op het wetenschappelijk antroposofisch-medisch onderzoek terug te komen. Van het weekend zijn bijvoorbeeld de Open Dagen bij de biologische boer, en daar is ook het nodige over te melden. Maar nee, ik kom vandaag iets tegen wat heel concreet antwoord geeft op mijn vraag van gisteren.

‘Graag wilde ik een proefschrift schrijven waarin ik de bijdrage van de antroposofie aan de wetenschap kon vormgeven. Om het maar meteen duidelijk te maken: dat proefschrift is nog steeds niet klaar. Ik wilde onderzoeken wat de effecten van de antroposofische behandelwijze op chronisch getraumatiseerde mensen waren. Gaandeweg kwam ik erachter dat zoiets niet zo eenvoudig is. Mijn proefschrift is steeds meer verschoven naar het fundamentele methodische vraagstuk van ‘hoe doe je dat onderzoek dan?
(...) Ik doe een serieuze poging om het voor de zomer in concept klaar te hebben.’

Deze uitspraak deed Erik Baars in mei 2007, in nr. 107 van Motief, maandblad voor antroposofie. Het is een groot interview, afgenomen door Toon Schmeink. Deze vraagt op een gegeven moment: ‘Welk onderzoek houdt je op dit moment het meest bezig?’

‘Concreet is dat het onderzoek naar de werking van Gencydo, een antroposofisch geneesmiddel tegen hooikoorts. [Hierover is op dezelfde bladzijde een apart bericht opgenomen.] Het herstelt de balans in het immuunsysteem. Die hoogleraar was razend enthousiast. We willen nu een gerandomiseerd onderzoek opzetten en als dat de resultaten bevestigt, dan ontstaat er iets heel interessants, want dan kan een antroposofisch geneesmiddel als een immuno-therapeuticum worden geregistreerd en als dat gebeurt ontstaat er een markt,… nou de rest kun je zelf wel invullen.’

Hoe het nu echt staat met dat onderzoek naar Hooikoorts en Citrus/Cydonia comp. en dat het nog niet zo heel ver is, wordt in dat bericht nader uitgelegd. Interessant is verder de uitweiding van Erik Baars over de moeilijkheden die bij antroposofisch wetenschappelijk onderzoek optreden:

‘Men eist in deze tijd dat men op een bepaalde manier onderzoek doet, het bekende dubbelblinde gerandomiseerde experiment (onderzoek waarbij de beoordelaar door de onderzoeker, net als de proefpersonen die in willekeurige groepen verdeeld zijn, onwetend is gehouden van gegevens of factoren die verstorend zouden kunnen werken). Deze methode sluit vaak onvoldoende aan bij de antroposofische gezondheidszorg. Toch moeten wij als antroposofische onderzoekers wel degelijk verantwoording afleggen en wetenschappelijk gezien betekent dat als eerste stap gewoon nauwkeurig beschrijven wat je doet. Aansluitend moet je ook vergelijkend onderzoek en toetsend onderzoek verrichten. Daarbij stuit je op een paar forse problemen.

Op de eerste plaats zijn er massieve ideeën in de wetenschap over hoe de wereld in elkaar zit. Dan kom je op het zogenaamde holisme-reductionismedebat terecht. (Holisme is de biologisch-filosofische theorie die de levensverschijnselen bepaald acht door de totaliteit van het levende, die meer is dan de som van de onderdelen. Reductionisme: het terugbrengen van een complexe theorie of voorstelling van de werkelijkheid tot een versimpelde vorm.) Om de problemen die daaruit voortvloeien het hoofd te bieden moet je strategisch te werk gaan. Je moet bijvoorbeeld door empirisch onderzoek laten zien dat je geneesmiddel werkt en dat het wellicht gunstige kosteneffecten heeft. Je dient ook methoden te ontwikkelen en wetenschappelijk te valideren, die aansluiten bij de eigenheid van de antroposofische geneeskunde. (...)

Maar tegelijk moet je ook op theoretisch of conceptueel niveau het holisme-reductionisme-debat ingaan en aantonen dat er grote vraagtekens te zetten zijn bij reductionistische concepten zoals je die vindt in onder meer de genetica, de evolutieleer, de biologie en het bewustzijnsonderzoek. In hoeverre is het reductionisme wetenschappelijk houdbaar? Dat is een heel lastig gebied, want de hele wetenschappelijke wereld komt over je heen als je daarover vragen stelt. Je moet dus precies zo denken als zij denken en dan laten zien dat er toch nog vragen en onopgeloste problemen zijn. Reductionisme is een theorie en geen feit, zoals veel mensen denken.

Elk concept kan en moet steeds weer getoetst worden op houdbaarheid. Is het intern consistent, is het consistent met andere theorieën en is het consistent met empirische feiten die we tegenkomen? Doe je die stappen, dan zie je dat er veel tegenwerpingen tegen het reductionisme zijn te maken vanuit de wetenschap zelf.

De volgende stap is dat je aangeeft hoe je dan wél in overeenstemming met de feiten kunt denken. Is er zoiets als een wetenschappelijk verantwoord holisme? Met wetenschappelijke argumenten basale concepten ter discussie stellen en alternatieven bieden, dat zou veel meer moeten gebeuren.

Een ander aspect is de gangbare methodologie. Het dubbelblind gerandomiseerd onderzoek haalt de mens met zijn oordeelsvermogen uit het onderzoek. Op die manier zou je dan goede kennis krijgen. Wat wij aan het ontwikkelen zijn is een ervaringswetenschap. Experts komen op een heel andere manier tot kennis, maar dat is ook valide en bruikbare kennis, die gebaseerd is op patroonherkenning en die je kunt toevoegen aan de gerandomiseerde dubbelblind methode. Die strategie zie ik helemaal zitten omdat je binnen het wetenschappelijke blijft en daardoor ook gesprekspartner.’

Vol trots meldt Erik Baars vervolgens ook een wapenfeit:

‘Wij gaan ons hier bij het Louis Bolk Instituut met allerlei onderzoeken en publicaties voorbereiden om de zwakheden in reductionistische concepten aan te tonen en tegelijk alternatieve zienswijzen te bieden. We hebben nu een artikel over deze discussie gepubliceerd in het tijdschrift van de Universiteit van Wageningen. En hoewel het voor een aantal wetenschappers een verschrikkelijk artikel moet zijn, is het door de redactie getoetst en in orde bevonden en dus gepubliceerd en dat is heel mooi (...). Hoe beter je je huiswerk doet, hoe gezaghebbender de tijdschriften zijn waarin je kunt publiceren.’

Hij bedoelt hiermee vast het artikel ‘Towards a philosophical underpinning of the holistic concept of integrity of organisms’ in NJAS, het Wageningen Journal of Life Sciences, Vol 54, No 4 (2007). Tot slot noemt hij nog een andere interessante ontwikkeling (iets om later nog eens op terug te komen):

‘Met de Lievegoed Zorggroep – de instelling waarin Arta verslavingszorg, een deel van de verstandelijk gehandicaptenzorg en de Bernard Lievegoedkliniek zijn gefuseerd – zijn we nu al maanden bezig om een projectplan te schrijven om tot een kenniscentrum te komen waarin alle expertise en kennis op deze terreinen bij elkaar gebracht wordt en gesystematiseerd in nauwe samenwerking met het Bolk Instituut. We hebben al een paar onderzoeken lopen en we hopen daarmee een modern en in de wereld staand kenniscentrum te vormen waarin antroposofische kennis kan worden gebruikt om de zorg te verbeteren en waarin al het onderzoek natuurlijk ook weer netjes wordt verantwoord.’

donderdag 19 juni 2008

Vervolgens

Ja, die hoge bomen en dat bos dus. Vind je weg maar eens in wetenschappelijk onderzoeksland; ik schreef er gisteren al over. Maar ik geef niet op, ik ga verder met mijn zoektocht. Ik citeerde gisteren de constatering van het lectoraat antroposofische gezondheidszorg op de website van Hogeschool Leiden, dat het bij de antroposofische gezondheidszorg ‘in de meeste gevallen niet mogelijk is om wetenschappelijke bewijzen van de effecten van hun therapieën te overleggen’.

Maar waarom dan niet, is de vraag die mij is blijven hangen. Ik kan echter op deze website maar geen duidelijke uitleg vinden wat hier de oorzaak van is. Wat is het probleem? Kan iemand mij daar op een begrijpelijke manier een verklaring voor geven? Ik hoopte aanvankelijk op een antwoord, als het niet op deze website zelf is, op de pagina met links: als je het niet zelf in huis hebt, kun je immers altijd nog doorverwijzen. Daar gaat het echter direct mis:

‘In 2005 verscheen, voor het eerst in de geschiedenis, een overzicht van de wetenschappelijke publicaties in de antroposofische gezondheidszorg die voorhanden zijn. Dit overzicht is in de vorm van een HTA-bericht (Health Technology Assessment).’
Klik je op deze link, verschijnt er een lege pagina, met de eenregelige boodschap: ‘The requested URL /IVAA_new/hta-report.htm was not found on this server.’

Twee andere links worden voorafgegaan door dit: ‘Vanaf 2005 wordt door de internationale “research council” van de medische sectie van de internationale antroposofische vereniging jaarlijks bijgehouden welke publicaties zijn verschenen’.
Volgen twee pdf-documenten met ‘Current scientific literature on Anthroposophic Medicine (published 2005)’, alsmede ‘(2006 and 2007)’, de eerste met 114 publicaties, de tweede met 199. Respectabele aantallen, dat wel, alleen heb ik daar niet zoveel aan. Het zijn gewoon opsommingen, waarmee op mijn vraag niet wordt ingegaan. Bovendien: ‘The list is not complete’.

Dan is er ook nog een ‘Outcome of anthroposophic medication therapy in chronic disease: A 12-month prospective cohort study’. Dat is typisch zo’n artikel dat in wetenschappelijke tijdschriften wordt gepubliceerd, zeker twaalf pagina’s lang vrijwel onbegrijpelijk wetenschapsjargon. Voordat ik dat doorgeworsteld en werkelijk begrepen heb...
De laatste link verwijst naar het antroposofisch-medische tijdschrift ‘Der Merkurstab’ op internet. Zeker interessant, maar in het Duits (en een klein beetje in het Engels), waarbij maar een aantal artikelen werkelijk zijn in te zien. Ik concentreer me toch liever gewoon op het Nederlands. Ook dit valt dus af.

Er is op deze website van het lectoraat nog een paginaatje met ‘Publicaties’. Daar staan maar twee publicaties op, van Erik Baars zelf. Wellicht is het de bedoeling dat hier alleen de publicaties van de lector worden genoemd. Het gekke is echter dat deze publicaties nog ongepubliceerd zijn: achter de eerste staat tussen haakjes ‘ingediend’ en achter de tweede ‘verschijnt in 2008’. Dat schiet dus niet op.

Dit gaat een hoop ruimte kosten, deze zoektocht. Gauw door naar het Louis Bolk Instituut in Driebergen, dat is immers een onderzoeksinstituut dat ook onderzoek doet naar antroposofische gezondheidszorg. Gisteren had ik op de Iocob-website al geconstateerd dat de zes genoemde referenties voor het onderzoek naar een antroposofisch hooikoortsmiddel als (co)auteur Erik Baars hadden. Het zesde en laatste blijkt trouwens ook ‘(in prep)’, ongepubliceerd. De eerste vier zijn stuk voor stuk verschenen bij het Louis Bolk Instituut; dat zegt ook wat, dat is een interessant gegeven.

Maar ik was op zoek naar een tekst die mij inzicht kan verschaffen in de problemen die optreden bij antroposofisch-wetenschappelijk onderzoek in de gezondheidszorg. Waar kan ik dat op deze website van het Louis Bolk Instituut vinden? Hoe moet ik daar naar zoeken? Ik heb overal gekeken en gezocht, maar ik zie het niet, er is te veel, zonder dat er een hiërarchie in is aangebracht, een onderscheid tussen belangrijk en minder belangrijk, tussen algemeen en specialistisch. Er is geen leidraad, ik krijg alles over me heen uitgestort.

Het meest in de buurt komt dit: ‘Met ons concept “Gezondheid door zelfregulatie” hebben we een heldere, vernieuwende theorie ontwikkeld over wat gezondheid eigenlijk is. Gezondheid is meer dan de afwezigheid van ziektes....’ Dit concept staat zelfs twee verschillende keren op de website vermeld: de ene keer bij ‘gezondheidsbevordering’, de andere bij ‘conceptontwikkeling’. Maar voor beide geldt: ‘In 2006 wordt een eerste publicatie voor een peer reviewed tijdschrift over dit gezondheidsconcept voorbereid.’ Dus erg recent is dit niet, terwijl ook onduidelijk blijft of dit inderdaad intussen verschenen is.

Klik ik vervolgens op Erik W. Baars arts-epidemioloog, dan komt er een lijst met maar liefst tachtig publicaties van deze Senior Onderzoeker Gezondheidszorg’ tevoorschijn (78 om precies te zijn, één wordt dubbel vermeld en één is alleen van zijn broer Ton Baars). Maar hier hetzelfde probleem; ze zijn bijna geen van alle oproepbaar en bij wat er is vind ik niets geschikts. Ja, toch wel: er is een algemene bij, waar ik wel aan kan komen: ‘Gezondheid door zelfregulatie’ in een ‘Nieuwsbrief Rudolf Steiner Vertalingen’.

Snel door naar de website waar deze nieuwsbrief uit 2003 (alweer vijf jaar geleden) op staat. Juist ja, hier heb ik wat aan. Het begint een beetje gek:

‘Bij het verschijnen van “Gezondheid, ziekte, genezing” [dat is een Steiner-titel uit dat jaar] ontdekten wij een arts die op het grensvlak tussen reguliere en antroposofische geneeskunde een proefschrift voorbereidt. Het blijkt dat de medische wetenschap de laatste tijd begrippen ontwikkelt die openingen naar de antroposofische geneeskunde kunnen bieden. Wij geven graag het woord aan Erik Baars, arts-onderzoeker en directeur van de afdeling Gezondheidszorg & Voeding van het Louis Bolk Instituut.’

Wij ontdekten een arts? Kenden ze hem dan helemaal niet? Kan ik me nauwelijks voorstellen. Maar dan steekt hij toch meteen van wal:

‘Een patiënt in een ziekenhuis voelt zich meestal niet erg autonoom. Toch is autonomie belangrijk voor de gezondheid. De hoogleraren en psychiaters Stierlin en Grossarth-Maticek van de Universiteit van Heidelberg deden gedurende 23 jaar onderzoek naar gezondheid en zelfregulatie. Ze keken bij 30.000 (!) mensen onder andere naar de gevolgen van autonomie-ontwikkeling voor de overlevingsduur bij kanker. Zij toonden aan dat patiënten met een goede psychologische “zelfregulatie”, [dus] meer autonome mensen, gemiddeld aanzienlijk langer leven dan degenen met een slechte zelfregulatie. Volgens hen gaat het bij een goede zelfregulatie om flexibel en creatief omgaan met de specifieke situatie waarin iemand zich bevindt. Bovendien gaat het bij een goede zelfregulatie om “zelf-organisatie”, dat wil zeggen een zichzelf regulerend principe. Steeds meer onderzoek maakt duidelijk dat psychologische zelfregulatie of autonomie de kern is van psychische gezondheid. Dat werkt door naar de lichamelijke gezondheid.
Het principe van zelfregulatie speelt ook direct een rol in de lichamelijke gezondheid.’

Er volgen enkele voorbeelden van zelforganisatie, die mij echter een zijspoor lijken, omdat het niet zozeer om lichamelijke zelfregulatie gaat, maar om ‘waarnemingen, beslissingen en handelingen’, die ‘aanwezig zijn bij op een bepaald terrein ervaren mensen’. De logica ontgaat mij. Dan zijn we opeens van het gebied van de patiënt af, en op het terrein van de genezer of zorgverlener terechtgekomen. Echter, hierna wordt het weer interessant. Ik waarschuw wel even van tevoren dat dit een lang citaat zal worden:

‘De reflectie op bovengenoemde onderzoeksresultaten helpt ons om tot een beter begrip te komen van de algemene en toch ook specifieke kracht van zelfregulatie. Het is blijkbaar een beweeglijk “systeem”, dat enerzijds een algemeen autonoom samenhangend patroon van waarnemingen, beslissingen en handelingen ontwikkelt, maar anderzijds in staat is om specifieke vormen aan te nemen, afhankelijk van wat er wordt waargenomen. Een algemene ‘Fliessgestalt’ (letterlijk: vloeiende, beweeglijke gestalte) dus, van waaruit recht gedaan kan worden aan de verschillende aspecten van een specifieke situatie. Dit patroon heeft zijn oorsprong in (ervarings)kennis en bestaat uit weten wat in combinatie met weten hoe. De activiteit van dit beweeglijke “systeem” is erop gericht om het geheel te behouden of te herstellen.

In de antroposofie en meer specifiek de daarop gebaseerde antroposofische geneeskunde wordt uitgegaan van de aanwezigheid van dit soort “Fliessgestalten”. Ze kunnen beschouwd worden als de al door Aristoteles en Plato beschreven universele oerbeelden, die op de verschillende niveaus dankzij of ondanks de mens scheppend in de wereld werkzaam kunnen zijn.

In de psychologie en psychiatrie is het tegenwoordig al heel gewoon om de zelfregulatie op het psychologische niveau te bevorderen. In de antroposofische geneeskunde wordt daarnaast echter ook nog de lichamelijke zelfregulatie bevorderd. Behalve de medische interventies van de universitaire geneeskunde, die in veel gevallen gericht zijn op het “verwijderen van storende elementen” (antibiotica, antimycotica, chirurgische verwijdering van tumoren), worden in de antroposofische geneeskundige praktijk therapeutische interventies ingezet die de lichamelijke zelfregulatie van de patiënt bevorderen. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld antroposofische geneesmiddelen, euritmietherapie, ritmische massage of kunstzinnige therapie.

Diagnostiek en therapiekeuze die voortkomen uit bovengenoemd gezondheidsconcept zijn gebaseerd op het kennen van deze oerbeelden. Dit is slechts mogelijk door zogenaamde “(Fliess)Gestalt-Erkenntnis” of het leren kennen van “het geheel” dat richting geeft aan de delen. Deze vorm van kennisverwerving is gebaseerd op het geschoolde individuele oordeelsvermogen. De keuze voor een therapie kan in principe direct logisch afgeleid worden van deze “Gestalt-Erkenntnis” en is niet afhankelijk van protocollen en/ of statistiek. Tevens maakt deze kennisvorm het mogelijk om recht te doen aan de unieke context van de individuele patiënt.

Het werk van Rudolf Steiner, daarin soms bijgestaan door de arts Ita Wegman, is voor artsen, therapeuten en patiënten van groot belang om ingangen te vinden om de gezondheid zelf te kunnen bevorderen. In het huidige tijdperk waarin veel afhankelijk is van het initiatief van het individu is deze kennis een belangrijke aanvulling op het huidige medische denken.’

Einde van dit lange citaat. De auteur moet zijn toevlucht nemen tot een aantal onvertaalde Duitstalige begrippen om uit te leggen wat hij bedoelt. Wel wordt hierdoor een beetje duidelijker waarom antroposofisch-wetenschappelijk onderzoek zo lastig is. Het gaat niet om pilletjes of andere toegediende stoffen die een van tevoren vaststaand effect bewerkstelligen bij de lichamelijke gesteldheid van de patiënt, onafhankelijk van diens toestand. Dat kun je met uiterlijke middelen meten. Het zit veel ingewikkelder in elkaar. Maar zou het nu niet mogelijk zijn, we zijn immers intussen vijf jaar verder, om dit in begrijpelijker Nederlands (en liefst ook korter) op te schrijven? Daar zou ik behoefte aan hebben.

Wat nog intrigeert is de opening van het artikel: Erik Baars blijkt een proefschrift voor te bereiden op het grensvlak tussen reguliere en antroposofische geneeskunde. Waar is dat dan, want die ben ik niet tegengekomen in zijn lange lijst met publicaties. Drs. E.W. Baars staat er op het boekje met zijn lectorale rede; dat zou betekenen dat er nog geen doctortitel aan hem is verleend. Na vijf jaar kan en mag dat inmiddels wel tot de mogelijkheden gaan behoren.

woensdag 18 juni 2008

Het vervolg

Ruim een week geleden heb ik in ‘Wordt vervolgd’ toegezegd om het thema wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van de antroposofische gezondheidszorg opnieuw op te pakken. Dat wil zeggen, naar de werkzaamheid van het middel tegen hooikoorts van Weleda, Gencydo, omdat dit door Erik Baars in zijn lectorale rede als lector antroposofische gezondheidszorg aan de Hogeschool Leiden speciaal naar voren werd gehaald en uitvoerig gepresenteerd. Maar in het boekje dat hiervan is uitgebracht staat hierover slechts:

‘Naast het inzetten van enkele algemene interventies voor algemene aandoeningen (bijvoorbeeld Gencydo® voor hooikoorts) wordt de AG vooral gekenmerkt door een situationeel, op het individu georiënteerd handelen. [AG is een afkorting voor antroposofische gezondheidszorg.] Hiermee wordt bedoeld dat de werker in de gezondheidszorg op basis van algemene kennis van zijn of haar vakgebied, de specifieke kennis van antroposofische werkingsmechanismen en therapieën, en de context van de actuele behandelsituatie een interventie op maat maakt (Baars, 2006).’ Dit laatste verwijst naar de literatuur achterin het boekje. Het probleem is alleen dat van Erik Baars twee publicaties uit 2006 worden opgevoerd. Dus welke wordt hier bedoeld? Maar dit terzijde.

Nu heeft het niet voor niets meer dan een week geduurd voor ik op dit thema van het wetenschappelijke onderzoek terugkom. Het is bijzonder lastig om je weg te vinden in onderzoeksland. Dat heeft verschillende redenen. Het lijkt eenvoudig en duidelijk, met een concrete vraag: hoe effectief is het hooikoortsmiddel Gencydo? Maar als je op zoek gaat, stuit je op allerhande literatuur, sommige beschikbaar, andere niet; sommige volgens deze wetenschappelijke methode, andere volgens die wetenschappelijke methode, namelijk een die niet algemeen aanvaard is; sommige relevant, andere veel minder relevant; sommige begrijpelijk voor de leek of patiënt, andere alleen te volgen voor de wetenschappelijk ingevoerde specialist. Zie door de bomen het bos nog maar eens.

Het is een hele wereld op zichzelf, die van het onderzoek. Daarom geldt hier de stelregel: houd je vraag concreet en klein, alleen dan blijft het overzichtelijk en kun je hopen op antwoord. Terwijl ik toch graag zou willen weten hoe het eigenlijk gesteld is met wetenschappelijk onderzoek naar de werkzaamheid van de antroposofische gezondheidszorg. En dat niet alleen, ik zou ook graag zelf de bronpublicatie(s) willen kunnen lezen en begrijpen, zodat ik weet hoe de vork in de steel zit.

De website van het lectoraat antroposofische gezondheidszorg heeft hierbij gelukkig een handreiking in de aanbieding. Maar het moet wel vaststellen dat er een gebrek aan effectonderzoek is:

‘De opkomst van Evidence Based Medicine (EBM) binnen de gezondheidszorg heeft ertoe geleid dat veel beroepsgroepen nationaal en internationaal zijn overgegaan tot het vaststellen van protocollen en richtlijnen voor diagnostiek en behandeling, veelal gebaseerd op resultaten van effectonderzoek. In de antroposofische zorgpraktijk is er nauwelijks sprake van een ontwikkeling van protocollen of richtlijnen. Tevens is er een gebrek aan effectonderzoeken naar antroposofische behandelingen. Dit maakt dat het voor de individuele antroposofische beroepsbeoefenaar en de antroposofische beroepsgroepen in de meeste gevallen niet mogelijk is om wetenschappelijke bewijzen van de effecten van hun therapieën te overleggen aan bijvoorbeeld werkgevers, collega-artsen en -therapeuten, zorgverzekeraars en overheden.’

Dat is geen best begin, een gelijkwaardig uitgangspunt ontbreekt. Maar onder het kopje ‘Onderzoeksprojecten’ wordt een oplossing geboden: ‘Het lectoraat begeleidt en coördineert een aantal lopende onderzoeken.’ Zoals inzake de ‘Integratie van reguliere en antroposofische hooikoortsbehandeling in de eerstelijns gezondheidszorg’:

‘In het hooikoortsproject nemen de lectoraten Antroposofische Gezondheidszorg en Mensen met een chronische ziekte gezamenlijk het initiatief om te onderzoeken of er een verantwoorde integratie van de reguliere en antroposofische kennis in de hooikoortsbehandeling ontwikkeld kan worden.’

Wat houdt dit concreet in? Is dit werkelijk onderzoek naar de werkzaamheid van Gencydo? Het klinkt niet zo. Een volgende webpagina gaat nader op dit onderzoek in en betitelt het als een ‘voorbeeldonderzoek’. Onder het kopje ‘Antroposofische behandeling’ valt te lezen:

‘In de antroposofische huisartsenpraktijk wordt al meer dan tachtig jaar het geneesmiddel Citrus/Cydonia comp. als subcutane injectie of neusspray voorgeschreven. De antroposofische behandeling richt zich op het bevorderen, herstellen en/of verbeteren van de balans in het immuunsysteem. Naar aanleiding van recent effectonderzoek zijn de eerste positieve effecten van Citrus/Cydonia comp. inmiddels gepubliceerd.’

Wat is dit dan weer? Is Citrus/Cydonia comp. hetzelfde als Gencydo of niet? En welk recent effectonderzoek is dat? Ik ben nog niet veel wijzer geworden. Mooi, zo’n ‘hooikoortsproject’, maar waarom wordt men nou toch niet concreet?

Gelukkig is er ook nog de Iocob, de ‘Stichting voor Innovatief Onderzoek en onderwijs van Complementaire Behandelvormen’. Die zijn we in dit weblog al een paar keer eerder tegengekomen, in de persoon van Jan Keppel Hesselink. Op deze website is ook een afdeling antroposofie aanwezig en daar bevindt zich een bijdrage met de titel ‘Gencydo bij hooikoorts’. Dit artikel heeft de vorm van een review, een wetenschappelijke bespreking, helaas niet ondertekend en niet gedateerd. Maar ik mag aannemen dat het de voorzitter Keppel Hesselink is die de pen heeft gehanteerd, zoals hij bijna alles op deze website heeft geschreven.

Er zijn mensen, vooral bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij, die zijn wetenschappelijke opleiding bijzonder laag inschatten, zelfs onbetrouwbaar vinden. (By the way, nog altijd geen enkele reactie op de website van deze vereniging over de laatste uitzending van ‘Uitgedokterd?!’ twee weken geleden. Zijn ze nog steeds hun wonden aan het likken, of beraden ze zich op effectievere aanvalstactieken en -strategieën?) Het moet gezegd, Keppel Hesselink schrijft nogal slordig (waarschijnlijk te snel); om de haverklap kom ik bijvoorbeeld gewoon schrijffouten tegen. Maar goed, daar gaat het hier niet om.

En ja, hier worden de namen Citrus/Cydonia comp. en Gencydo zomaar door elkaar heen gebruikt, zonder enige verklaring. Niettemin denk ik hieruit wel de conclusie te mogen trekken dat dit dan hetzelfde middel moet zijn. In ‘Pilot studie resultaten’ en de daarop volgende ‘Beoordeling’ wordt het onderzoek kort genoemd, en tevens wordt er een waardering aan gegeven. Het houdt niet over: een effectonderzoek onder dertien patiënten met hooikoorts is in 2005 gepubliceerd en geeft een positief beeld. Dan is er nog sprake van een enquête onder huisartsen, een klein vervolgonderzoek en een kleine positieve studie onder patiënten. Het eindoordeel van iemand die bijzonder welwillend tegenover complementaire gezondheidszorg staat, luidt:

‘Op basis van 2 nog niet gepubliceerde studies, die in Nederland uitgevoerd zijn, lijkt het erop dat de klinische ervaring die de huisartsen door de jaren heen opgebouwd hebben met Gencydo door die studies bevestigd is. Werking en mechanisme eisen wel nog verder onderzoek (...). Gencydo therapie lijkt zinvol, maar laat het dan door een antroposofische arts met ervaring toedienen.’

Hierna volgen de referenties, dus de literatuur waar dit allemaal in staat. Ik tel zes literatuuropgaven, met Erik Baars in alle gevallen als auteur of mede-auteur. Hoe objectief is dit dan allemaal, vraag ik me vervolgens onwillekeurig af, of dat nu terecht of onterecht is. – Hoe dan ook, u mag verwachten dat dit thema op een later moment weer verder vervolgd zal worden.

dinsdag 17 juni 2008

Veroudering

Ik ben van plan een regelmatig terugkerende rubriek te starten, waarin ik verouderde gegevens, links en webpagina’s meld. Die zijn echt een plaag op internet. Ik kan wel elke dag een hoekje inruimen met wat ik tegengekomen ben. Je vergeet het anders weer zo snel. Ik kan ook per dag een bepaalde website uitkiezen en hierop screenen. Voor die rubriek moet ik eerst nog een goede naam bedenken. (Misschien ‘out-of-date’?)

‘Kijk je naar de kwaliteit van het gebodene, dan zie je dat de antroposofische sites niet ontsnappen aan de algemeen heersende kwalen op het internet, te weten: verouderde informatie, verbroken koppelingen en ondeskundige of onaantrekkelijke vormgeving. Vaak wordt er bij de start een éénmalige inspanning geleverd, waarna de aandacht verdwijnt, doordat er geen geld voor is of doordat er niemand met de vereiste deskundigheid in de organisatie aanwezig is. Als op een pagina met berichten de nieuwste melding van een half jaar geleden is, dan zul je daar niet gauw meer terugkomen.’

Deze observaties zijn zeven jaar oud en komen uit de mond van Herman Boswijk, destijds nog bibliothecaris van de landelijke bibliotheek in Den Haag van de Antroposofische Vereniging. Ze staan in een artikel van hem uit Motief 44 van september 2001 met als titel ‘@ntroposofie en internet’.

Ik zocht met de zoekfunctie op de website van de Antroposofische Vereniging dit artikel en toetste hiervoor ‘boswijk’ in. Maar ik kreeg slechts één treffer, en niet deze. (Mijn nieuwe rubriek krijgt zo een vliegende start.) Dat dit artikel daar ergens moest staan wist ik, dus ben ik pagina voor pagina gaan zoeken. Zoals u hebt gemerkt, heb ik het gevonden. Maar wat heb je aan zo’n zoekfunctie als die niet functioneert? Die kan dus wel op de vuilnisbelt.

Het volgende proefkonijn wordt Hogeschool Leiden, en dan uit het oogpunt van dit weblog vooral de afdeling kunstzinnige therapie en het lectoraat antroposofische gezondheidszorg. Daar kwam ik meteen al drie heel verouderde links tegen, notabene op de linkspagina zelf (kijkt er dan niemand naar?):

Antroposofische Vereniging: Op deze website vind je informatie over de Antroposofische Vereniging, de Antroposofie, de geschiedenis en de verbreiding van de antroposofische beweging. Tevens worden de werkgebieden, zoals maatschappelijke en culturele terreinen, de gezondheidszorg, het onderwijs, de landbouw en de kunsten besproken.

Federatie Antroposofische Gezondheidszorg: De Federatie Antroposofische Gezondheidszorg stelt zich ten doel: het ontwikkelen en bevorderen van de antroposofische gezondheidszorg in de meest ruime zin.

Patiënten Platform Antroposofische Gezondheidszorg: Alle antroposofische patiëntenverenigingen in Nederland zijn aangesloten bij het Patiënten Platform Antroposofische Gezondheidszorg.’

De twee laatste organisaties bestaan al zeker anderhalf jaar niet meer, net als hun websites. De eerste heeft al jaren een ander adres. Deze links zijn dan ook dood. Als je die nog steeds hebt staan, ben je echt niet meer van deze tijd.

maandag 16 juni 2008

Melding

Dat het kan lonen om ook eens rustig een rondgang langs oudere webpagina’s te maken, bewees mijn bezoek aan het nieuwsarchief van de Antroposofische Vereniging. In de berichten over het vrijeschoolonderwijs die ik heb geschreven op 3 en 4 mei (‘Gezond verstand’, ‘Zes zeer zwakke broeders’ en vooral ‘In je hemd staan’) had ik het over een kritisch artikel in NRC Handelsblad over de vrijescholen begin september 2007. Dat gaf in Nederland aanleiding tot veel ophef, ook bij de vrijescholen, en veroorzaakte daar ingrijpende veranderingen. Het artikel zelf werd op de website van de Vereniging van vrijescholen slechts indirect genoemd.

Nu ontdekte ik dat dit op www.antroposofie.nl al meteen op 11 september (what’s in a date!) uitgebreid was bericht. Weliswaar werd hiervan het positieve nieuws naar voren gehaald (‘Reorganisatie Vrije Scholen werpt vruchten af’; om dit bericht te vinden, een flink eind naar beneden gaan, naar 11 september 2007), maar goed, dat mag. Er staat ook duidelijk wat er aan de hand is:

‘NRC Handelsblad wijdt in de zaterdagkrant van 8 september een uitgebreid artikel aan de aanpak van de problemen op de Vrije Scholen in Nederland. In 2006 kwam de Inspectie van het Onderwijs met een analyse van deze problemen. Daaruit bleek dat de meeste scholen niet in staat waren aan te tonen wat zij de kinderen leerden.’

Ton ten Böhmer, directeur van de Vereniging van vrijescholen, wordt geciteerd uit de krant: ‘Overal moeten Vrije Scholen gaan toetsen, moet het onderwijs cognitiever worden, moeten schooldirecteuren worden benoemd en, waar nodig, vaste leerkrachten afgeschaft. (...) Natuurlijk worstelen we nog met onze principes. Aan de andere kant moeten we ook eerlijk zijn. Sommige tradities van de Vrije School werken niet meer in de moderne tijd. Er bestaan nu eenmaal risico's op onze scholen die op reguliere scholen minder snel zullen optreden. Dat moeten we erkennen en herkennen. Daarmee zijn serieuze zaken misgegaan.’

Maar wat het belangrijkste is, er wordt ook een directe link gegeven naar het desbetreffende artikel zelf in de Wetenschap & Onderwijs-bijlage van NRC Handelsblad. Zo kan iedereen zichzelf overtuigen van de ernst van de situatie. De nieuwsafdeling van de Antroposofische Vereniging is dus op haar website een stuk adequater dan de Vereniging van vrijescholen op de eigen website. Wat op zichzelf begrijpelijk is; die hoeft geen slecht nieuws over zichzelf te brengen. Maar ook adequater dan de Pedagogische sectie van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap van de eigen Antroposofische Vereniging, die op haar website tot nu toe bijzonder weinig, in feite eigenlijk niets, weet te melden.

zondag 15 juni 2008

Spoorloos

Vandaag nog even doorgaan op het thema ‘opleiding kunstzinnige therapie’. Van gisteren zijn twee niet nader uitgewerkte dingen blijven hangen. Het eerste betreft De Wervel. In de citaten is twee keer sprake van het ‘hbo-niveau’ van deze academie (namelijk op de website van deze instelling zelf en op die van de beroepsvereniging). Het tweede betreft de historische ontwikkeling van Hogeschool Leiden, zoals door de beroepsvereniging geschetst. Deze duidt de opleiding in Leiden aan als een ‘erkende hbo-opleiding’: ‘Sinds 1992 is er een tweede opleiding voor kunstzinnige therapie aan de Hogeschool Leiden’. Maar geen woord over hoe die daar gekomen is, terwijl dat bij De Wervel wél steeds uitvoerig wordt vermeld.

Op de website van Hogeschool Leiden, afdeling Kunstzinnige therapie, wordt een bijzonder aanbod gedaan: ‘Afgestudeerden van de opleiding Kunstzinnige Therapie Beeldend aan Academie De Wervel kunnen in aanmerking komen voor het behalen van het erkende HBO-diploma Kunstzinnige Therapie, afstudeerrichting beeldend aan de Hogeschool Leiden.’ Op een andere pagina staat onder de kop ‘hbo-diplomatraject De Wervel’:

‘Voor afgestudeerden aan De Wervel start in september 2008 voor de tweede keer een verkort HBO-diplomatraject voor het behalen van een erkend HBO-diploma. (...) De toelatingsprocedure die nu van start gaat, heeft betrekking op het studiejaar 2008-2009 en geldt alleen voor de beeldende variant. Waarschijnlijk start eenzelfde traject voor de muziekvariant in studiejaar 2009-2010. De toelatingsprocedure hiervoor start in het najaar van 2008. Hou hiervoor de website in de gaten.’

Je kunt hier natuurlijk over twisten, maar wat betekent het dan dat een opleiding altijd op ‘hbo-niveau’ geweest zou zijn, zoals steeds bij De Wervel wordt vermeld?

Uit het citaat gisteren in het Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst nr. 12 bleek dat De Wervel in de jaren negentig de verkeerde keuze had gemaakt, door ‘erkenning en subsidiëring door de overheid’ af te wijzen en absoluut niet te willen tornen aan ‘lesinhoud, programma en opbouw’. Het voortbestaan werd door deze beslissing op termijn ondermijnd, het bestaansrecht verspeeld. De twee andere antroposofische opleidingsinstituten, voor euritmie en vrijeschoolpedagogie, gingen wel mee in deze ontwikkeling en bestaan in de vorm van de huidige Hogeschool Helicon nu nog.

Nu het tweede punt. Hoe is Hogeschool Leiden aan zijn opleiding kunstzinnige therapie gekomen? Die is toch niet uit de lucht komen vallen? Van De Wervel kan zij niet afkomstig zijn, die sloot zich immers later aan. Te laat in feite, omdat zij daardoor nu niet meer bestaat. Als ik nu nog een keer het interview lees met Wervel-oprichtster Eva Mees in Motief 32 van juli-augustus 2000, verbaast het me dat Leiden in het geheel niet ter sprake komt, terwijl dat in die tijd toch reuze actueel moet zijn geweest. Maar misschien speelt hier iets wat doordat het juist niet uitgesproken wordt, toch veelzeggend is. En oogt ze daardoor vermoeid; destijds gaf ze aan een uitgeblust gevoel te hebben.

Op internet heb ik me een ongeluk gezocht om erachter te komen hoe het zit met Hogeschool Leiden en het ontstaan van de opleiding. Neem de lustrumviering van 15 jaar kunstzinnige therapie op 2 november 2007, aan de oorsprong wordt op de eigen website geen woord vuil gemaakt. Vreemd, als die bij zo’n gelegenheid niet (in ieder geval niet voor ons zichtbaar) herdacht wordt. Twee minieme sporen heb ik echter elders toch terug kunnen vinden. Op de website van kunstzinnig therapeute Sandra Keizer staat een ultrakorte vermelding:

‘In Nederland is de eerste opleiding tot kunstzinnig therapeut opgericht door kunstenaar en therapeut Eva Mees-Christeller en haar man, arts Leen Mees. Inmiddels is de opleiding tot kunstzinnige therapie te volgen aan de Hogeschool Leiden op initiatief van Cornelie Herman.’

Een tweede spoor leidt naar België, naar ‘De kleine Johannes’, ‘een kunstschool en centrum voor kunsttherapie’. Op de pagina met ‘Historiek’ wordt de aanvang beschreven. Ik citeer:

‘Het idee voor de oprichting van het kunstzinnig therapeutisch centrum “De kleine Johannes” is ontstaan in het 4e jaar van de opleiding aan de “De Wervel” in Nederland. Het initiatief binnen “de kleine Johannes” is gegroeid vanuit de vraag van verschillende mensen die zelf zeer geïnteresseerd waren in deze opleiding. Het idee werd enthousiast ondersteund door een brede kring belangstellenden. Ook Cornelie Herman, een klasgenote, liep warm voor dit initiatief.

Na rijp beraad zijn er toen 2 therapeutische centra opgericht nl. De kleine prins in Den Haag, Nederland en De kleine Johannes in Antwerpen. Beide initiatieven werden in 1981 geopend met een voordracht van Dr. Leen Mees die het incarnerend karakter van de kleine prins, uit het verhaal van Saint Exuperi en het excarnerend karakter van de Kleine Johannes uit het verhaal van Frederic Van Eeden, schetste. Hiermee namen Leen en Eva Mees soort van peterschap op zich van dit nieuwe initiatief.’

De diverse schrijffouten laat ik voor wat ze zijn; wat bedoeld wordt is duidelijk. Hierop volgt een beschrijving van het ‘vrij kunstzinnig jaar’. Ik krijg de indruk dat zowel voor ‘De kleine Johannes’ als voor ‘De kleine prins’ in Den Haag een soortgelijke of zelfs dezelfde ontwikkeling wordt weergegeven. Onder het kopje ‘Vrij kunstzinnig jaar en ateliers’ gaat de tekst namelijk verder:

‘In 1980 zijn de ateliers van start gegaan. Op de vraag om een opleiding op te starten zijn we toen niet ingegaan omdat we ons hier nog niet bevoegd voor voelden. In januari ’82 begonnen we het “vrij kunstzinnig jaar”. Deze cursus was bedoeld als opmaat voor de beroepsopleiding kunsttherapie (aan de academie Wervel). Ieder jaar gingen van hieruit mensen door naar De Wervel die via een netwerk van “kunstzinnige jaren” jaar een goede voedingsbodem kregen. Dit vrij kunstzinnig jaar was 1 dag per week waarin de cursisten met alle technieken, thema’s en met de antroposofische achtergronden konden kennismaken. We hebben dit meer dan 10 jaar georganiseerd tot er in de jaren ’90 zich een ware cursusexplosie voordeed.’

Mijn vraag is nu of ‘De kleine prins’ in Den Haag, en in het bijzonder het ‘vrij kunstzinnig jaar’ daarvan, die naar ik uit het voorgaande aanneem onder leiding stond van Cornelie Herman, de basis heeft gevormd voor de opleiding tot kunstzinnig therapeut aan Hogeschool Leiden. Dat zij degene was die wél in zee ging met een hogeschool, met de geschetste gevolgen tot in de tegenwoordige tijd, terwijl dat door De Wervel werd afgehouden.

Als dat zo zou zijn, dan vraag ik me af waarom de naam van Cornelie Herman en haar initiatief volledig uit de annalen is verdwenen. Zelfs grondig naspeuren op internet levert slechts deze twee minieme sporen op. Het lijkt wel of ze bewust zijn weggewist. Of begin ik nu te bazelen en zie ik spoken, die me opstoken tot een complottheorie?

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – Vanaf 2014 redacteur van ‘Motief, maandblad voor antroposofie’, uitgegeven door de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Laatste reacties

Recent Comments Widget

Zoeken in deze weblog

Wordt geladen...

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)