Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de verdrukking. Want antroposofie is niet eenvoudig te grijpen en te begrijpen. Dat geeft snel een vertekend beeld. In deze weblog wil ik ruimte geven om antroposofie, zoals zij in de media verschijnt, op haar merites te beoordelen. Vanuit een positieve instelling. Maar niet kritiekloos.

zaterdag 28 februari 2009

Fondswerving

De nieuwe woontoren Wijnhaeve aan de Verlengde Willemsbrug (hier nog in aanbouw; de foto’s stammen immers allemaal van zondag 20 juli 2008, deze is om zes minuten voor negen in de ochtend genomen inmiddels is dit nieuwbouwproject gerealiseerd). Het gaat om ‘ruim 63 riante en luxe appartementen nabij de oude haven met de gezellige terrasjes, op loopafstand van het centrum’.

Heugelijk nieuws vandaag! Het Lievegoed Fonds (voluit: Stichting Prof. Dr. Bernard Lievegoed Fonds, fonds voor antroposofisch wetenschappelijk onderzoek) heeft zijn website ge-update, zoals het zo mooi in goed Nederlands heet. Nog geen drie weken geleden, op 9 februari, moest ik in ‘Vruchten van onderzoek’ nog constateren:

‘er lijkt wel niets gebeurd sinds de laatste keer. [Die vorige keer was 11 juli 2008.] Geen teken van leven op deze website in ieder geval. Dat nodigt dan ook niet uit om geld aan dit fonds te doneren voor zijn mooie doelstellingen, zoals gevraagd wordt.’

Februari is nog niet om, of op deze laatste dag van de maand kan ik precies het tegenovergestelde komen melden. De indeling in het linkermenu onder het kopje ‘Informatie’ is veranderd. Afgevallen zijn items als ‘Nieuws’ en ‘Onderzoek’, terwijl ‘Verslagen’, ‘Agenda’ en ‘Jaarverslag’ (en tot slot samenvattend ‘Downloads’) een nieuwe inhoud hebben gekregen.

Onder ‘Verslagen’ is nu van de netwerkuniversiteit van 16 januari opgenomen:

Inleiding Jana Loose over het Lievegoed Fonds op 16 jan 2009
Presentatie Klaas van Egmond Netwerkuniversiteit 16 jan 2009

Onder ‘Agenda’ wordt vermeld:

‘Bestuursvergadering 5 maart 2009
Bestuursvergadering 5 juni 2009
Bestuursvergadering 4 september 2009
Bestuursvergadering 10 december 2009
Volgende bijeenkomst Netwerkuniversiteit 11 september 2009’

En bij ‘Jaarverslagen’:

‘Het jaarverslag over het eerste (verlengde) boekjaar 2006/2007 kunt u lezen als PDF of downloaden. Jaarverslag over het verlengde boekjaar 2007

Kijk, dat is nou een openheid die ik zeer kan waarderen. Uit de genoemde inleiding van Jana Loose op 16 januari vind ik een heleboel informatie, die antwoord geeft op veel van mijn vragen. Zij is secretaris van het fonds, blijkens de lijst met bestuursleden: ‘Drs. A.A. (Jana) Loose, egyptologe, namens de AViN (secretaris)’. ‘AViN’ is de afkorting van Antroposofische Vereniging in Nederland. Jana Loose is trouwens ook bestuurslid van deze vereniging en hoofdredacteur van het maandblad Motief. De inleiding heeft als titel ‘State of the art van het Bernard Lievegoedfonds’. Daarin staat (ik zal het in zijn geheel gaan weergeven) om te beginnen iets over de ontstaansgeschiedenis:

‘Ruim twee jaar geleden werd de Stichting Prof. Dr. Bernard Lievegoed Fonds, het fonds voor antroposofisch wetenschappelijk onderzoek, opgericht in een tijd waarin in de antroposofische beweging het thema antroposofie en wetenschap steeds meer in de belangstelling kwam. Het was zo’n honderd jaar geleden dat Rudolf Steiner de antroposofie in de wereld had gezet en in de loop van de jaren waren – ook in Nederland – veel initiatieven ontstaan in verschillende werkgebieden. “Antroposofie werkt”, zo klonk het en zo is het ook: in de geneeskunde, in de vrijescholen, in de combinatie Landbouw en Zorg, in de heilpedagogie, in de psychiatrie – in het therapeutische en in het sociale. En toch wordt steeds weer pijnlijk duidelijk, dat antroposofie geen factor van betekenis is in de maatschappij. Zelfs daar waar antroposofie duidelijke antwoorden zou kunnen geven op vragen die elders onbeantwoord blijven, blijft het vaak erg stil. HOE werkt antroposofie? Die vraag wordt steeds dringender in een wereld waar protocollen en regels de ankers vormen in de stormachtige ontwikkelingen. Waar blijven de wetenschappers die zich laten inspireren door de antroposofie en die het daarbij horende mens- en wereldbeeld omarmen? Waar blijven de onderzoekers die toch zeker de antroposofische inzichten en methodes wel zouden willen toetsen en onderzoeken in samenhang met hun vakgebied? Het was en is aan de tijd om de mogelijkheden en antwoorden van de antroposofie in een wetenschappelijk kader te onderzoeken, te verantwoorden en in een duidelijke taal de wereld in te brengen.

In 2005 was door de AViN een kleine internationale conferentie georganiseerd waarin het thema “Paradigmaverschuiving en het etherische” centraal kwam te staan. Het werd tijd om het leven te onderzoeken, niet alleen de dode materie. Direct gevolg van deze conferentie was een drietal onderzoeksopdrachten die de AViN verstrekte aan verschillende werkgebieden. Een daarvan is onlangs afgerond met een publicatie over Paradigmaverschuiving in Landbouw en Zorg en een film. De AViN heeft voor dit soort opdrachten slechts een beperkt budget voorhanden. Doordat een jaar later het Bernard Lievegoed Fonds in leven werd geroepen, werd een nieuwe stimulans gegeven aan de mogelijkheid antroposofisch onderzoek in de wereld te zetten. Het eerste doel van het fonds is immers: antroposofisch wetenschappelijk onderzoek te financieren en te stimuleren, met name Nederlands antroposofisch wetenschappelijk onderzoek, zowel binnen universiteiten en hogescholen als op antroposofische onderzoeksinstellingen en alles wat daartoe ondersteunend kan zijn. Het kan – zo staat in de doelstellingen – zowel fundamenteel onderzoek betreffen: de ontwikkeling van theorie, van methoden en technieken, als toegepast onderzoek.’

De volgende vraag is natuurlijk wat dan tot dit antroposofisch onderzoek behoort. Daarop gaat Jana Loose vervolgens in:

‘Het Lievegoed Fonds gaat uit van een zeer ruime definitie van antroposofisch wetenschappelijk onderzoek, namelijk: dát onderzoek dat op welke wijze dan ook voortbouwt op de antroposofisch-wetenschappelijke impuls van Rudolf Steiner. Gezien de veelheid aan benaderingen binnen het antroposofisch-wetenschappelijke veld committeert het Lievegoed Fonds zich niet aan één bepaalde visie op wat het object en de methode van dit onderzoek behelzen, maar laat het uitdrukkelijk aan de vrijheid van de onderzoek(st)er over om hier een eigen inhoud aan te geven. Een van de criteria voor de onderzoeksaanvrage betreft het antroposofisch wetenschappelijk karakter, dat duidelijk moet worden omschreven.

In het bestuursoverleg worden we geconfronteerd met de vragen als: in hoeverre kan een bepaald regulier onderzoek of onderzoek door reguliere onderzoekers, dat wordt gedaan ten behoeve van antroposofische instellingen of werkgebieden, worden gezien als noodzakelijke opmaat voor toekomstig echt antroposofisch wetenschappelijk onderzoek? Of: hoe wordt in een bepaalde onderzoeksaanvraag het antroposofische gehalte gekenmerkt? Of: Welke voorwaarden zijn nodig om resultaten uit antroposofisch geesteswetenschappelijk onderzoek in logische begrippen te vertalen zodat ze overdraagbaar en toepasbaar worden? Er is een belangrijk onderscheid tussen de methoden uit de reguliere wetenschap en die van de geesteswetenschap, waar Rudolf Steiner op wijst en waar ook het fonds in de afwegingen rekening mee moet houden: de reguliere wetenschap werkt inductief, door het bestuderen van het bijzondere van een verschijnsel komt men tot begrip van het algemene, van wetmatigheden; de geesteswetenschap kan alleen maar deductief te werk gaan: geestelijke feiten zijn alleen te vinden in de geestelijke wereld, daarvan moeten eerst de wetmatigheden gekend worden voor ze als verschijnselen in de uiterlijke wereld te herkennen zijn. De geestelijke wetmatigheid verwijst ernaar: geesteswetenschap gaat van begrip van het wetmatige naar het verschijnsel. (GA 176 – “Menschliche und menschheitliche Entwickelungswahrheiten – das Karma des Materialismus”, Berlijn 29 mei-25 sept. 1917).

Elders maakte Steiner het overigens heel duidelijk dat “een onderzoeker nog zoveel kan onderzoeken in geestelijke sferen, het zal zonder waarde voor hemzelf en voor anderen blijven als hij het geschouwde niet in de sfeer van het gewone kennen uitdrukt, maar [verkeerd vertaald: hier staat geen ‘maar’, maar ‘en’, anders wordt het onbegrijpelijk, MG] in zodanige voorstellingen en begrippen, dat de natuurlijke waarheidszin en de gezonde logica de zaak kunnen begrijpen. De waarde ervan begint daar, waar de logische toetsing begint.” (GA 124, “Exkurse in das Gebiet des Markus-Evangeliums” – Berlijn, 17 okt 1910-10 juni 1911)’

Er valt natuurlijk nog veel meer over die criteria te zeggen. In het volgende gedeelte gaat het echter over de meer praktische zaken:

‘Om de doelstellingen van het Bernard Lievegoed Fonds te kunnen realiseren zijn twee zaken nodig: onderzoekers met onderzoeksvragen en fondswerving. Wat het laatste betreft: het BLF is van start kunnen gaan door een royale gift van de Triodos Bank en doordat drie andere fondsen erin zijn opgegaan. In de afgelopen twee jaren zijn daar enkele giften en donaties bijgekomen. Al met al zijn het geen fabelachtige bedragen – we zitten nog pas op een derde van het eerste miljoen – maar een eerste tiental onderzoekaanvragen kon worden toegewezen en voor een deel gefinancierd. Bij de eerste netwerkuniversiteit in mei vorig jaar presenteerden drie onderzoekers, Erik Baars, Guus van der Bie en Karin Wuertz, de stand van zaken rond hun onderzoek. Aan de hand daarvan ontstond een boeiend debat over de methodologie van de antroposofische wetenschap, de relatie daarvan met de reguliere wetenschap. Een debat dat vandaag zeker vervolgd zal worden.

Om meer financiële ruimte te creëren is meer fondswerving nodig. Directie en bestuur van het BLF hebben om die reden het besluit genomen om een professionele fondswerver te engageren in de persoon van Max Rutgers. Hij heeft zich in eerste instantie met name beziggehouden met netwerken, gesprekken voeren, ontmoetingen tot stand brengen en hij heeft – met behulp van anderen – kans gezien de lijst van potentiële wetenschappelijke onderzoekers voor de Netwerkuniversiteit aanzienlijk uit te breiden.

En dan moet hierna de fase aanbreken waarin onderzoeksprojecten en fondswerving elkaar gaan opstuwen in hun vaart. Hoe krijgen we potentiële fondsverstrekkers geïnteresseerd in ons fonds? Door ambitieuze en baanbrekende onderzoeksprojecten en onderzoeksresultaten die hun weg in de samenleving vinden en antroposofie op de kaart zetten. Hoe groter het fonds, hoe ambitieuzer de onderzoeksprojecten kunnen worden. In de reguliere wetenschap wordt steeds meer interdisciplinair samengewerkt om een onderzoeksthema van verschillende kanten te belichten en uit te diepen. Ook in het antroposofische wetenschapsveld kan daarnaar gezocht worden. We zijn ervan overtuigd dat er veel potentieel is in Nederland en dat veel mensen in de werkgebieden alleen een duwtje in de rug nodig hebben om ze te enthousiasmeren tot het doen van onderzoek. De bedoeling van de netwerkuniversiteit is het samenbrengen van onderzoekers om nieuwe ontmoetingen te arrangeren en nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Daarnaast is het idee ontstaan om themagroepen te vormen, waaruit zich wellicht officiële BLF onderzoeksgroepen zullen vormen, die gaan werken aan een bepaald thema met als einddoel een publicatie of presentatie. In de toekomst wil het BLF zich proactiever gaan opstellen en voorwaarden scheppen om meer aanvragen te genereren, gekoppeld aan kwalitatieve en kwantitatieve doelen die binnen termijn bereikt moeten worden. Tot de plannen hoort ook het organiseren van rondetafelgesprekken rond een bepaalde onderzoeksvraag.’

Tot besluit van deze inleiding van Jana Loose schrijft zij:

‘Onlangs heeft het bestuur het plan opgevat om onderzoekers en hun aanvragen niet alleen te koppelen aan de portefeuillehouder van diens vakgebied in het bestuur en de directie die voor de verdere afwikkeling zorgt, maar om ook de mogelijkheid te bieden voor een ontmoeting tussen bestuur en onderzoeker(s) waarbij de onderzoeksvraag nader kan worden toegelicht.

Het bestuur van het BLF is zich bewust van het mogelijke karmische karakter van wat het – ook op deze manier – helpt om geboren te worden, waarbij het fonds een soort schaal vormt waarbinnen het antroposofische onderzoek kan gaan gedijen. In een reactie op de uitnodiging voor de vorige Netwerkuniversiteit schreef Ferd van Koolwijk ons: “Naar mijn oordeel heeft Bernard Lievegoed gedurende zijn 17 jaren NPI de grondslag gelegd voor een wetenschapsgebied dat er nog niet is, en dat hij zelf nooit zo heeft genoemd: de samenwerkingskunde.” De naamgever van het fonds pleitte steeds voor het verzorgen van sociale processen, het BLF kan als wegbereider en voorwaardenschepper meehelpen aan zo’n nieuw wetenschapsgebied. De idealen en ambities van het BLF zijn groot. De hoop is dat veel onderzoekers en fondsverstrekkers hun weg vinden naar het Fonds.’

vrijdag 27 februari 2009

Perceptie

Wat we hier zien geloof het of niet staat op de gevel vermeld: Hogeschool Rotterdam. Het gebouw ligt rechts van The Red Apple, dat we op de foto bij het eerste bericht van vandaag zagen. We kijken op het nieuwe gedeelte aan de Wijnhaven, dat ontworpen is door dezelfde architect, Kees Christiaanse. Het is gebouwd aan het oude gedeelte, dat rechts nog is te zien. En dat heeft een hele geschiedenis. Mijn Architectuurgids schrijft:
‘Tussen 1930 en 1934 werden enkele bestaande panden aan de Zuidblaak verbouwd tot een kantoorgebouw voor de firma R. Mees & Zoonen, die hier al sinds 1745 was gevestigd. Er werd een nieuwe bakstenen gevel gemaakt met zandstenen consoles en lateien, die vanwege de aanpassing aan de bestaande bebouwing een onregelmatige indeling kreeg. (...) Het gebouw werd tijdens het bombardement beschadigd maar kon worden hersteld. In 1982 werd het gebouw in gebruik genomen door de Academie van Beeldende Kunsten.’
NRC Handelsblad houdt een traditie in ere. Op de verjaardag van Rudolf Steiner (hij werd vandaag 148 jaar geleden geboren) een artikel over het vrijeschoolonderwijs prominent op de voorpagina. Daarin schrijft onderwijsredacteur Japke-D. Bouma:

‘De Vrije scholen (in Nederland in totaal 20.000 leerlingen in het basisonderwijs en 7.000 in het voortgezet onderwijs) zijn gebaseerd op het antroposofische gedachtengoed van Rudolf Steiner. Ze geven relatief meer aandacht [dan andere scholen, MG] aan de creatieve en maatschappelijke ontwikkeling van kinderen met onder andere toneel, muziek en algemene vorming. De scholen scoren (...) hoger op een aantal niet-cognitieve aspecten.

Dit stelt onderwijskundige Hilde Steenbergen. Ze promoveert op 12 maart op het onderwerp aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar onderzoek is het eerste naar de effectiviteit van Vrije scholen.’

Verdere onderzoeksresultaten die in het artikel weergegeven worden, nog steeds in vergelijking met andere scholen:

‘Vrije schoolleerlingen zijn over het algemeen (...) milder, meer geneigd anderen te helpen, en ze zijn autonomer. Ze zijn ook gemotiveerder om te leren, kunnen beter plannen, en hebben een betere relatie met hun docent. Verder zijn ze er meer van overtuigd dat ze het goed doen op school, dan leerlingen in het reguliere onderwijs.’

Jeetje, wat een erkenning voor vrijescholen, zou je denken. Mooi toch? Maar zo is het natuurlijk niet. Ik heb heel selectief geciteerd. De kop boven het artikel luidt niet voor niets: ‘Op Vrije scholen scoort kind laag’. De boodschap van het artikel is navenant een heel andere:

‘Leerlingen op Vrije scholen in het voortgezet onderwijs scoren “fors” lager op wiskunde, Nederlands en probleemoplossend vermogen dan leerlingen op andere “witte” scholen. Deze achterstand halen ze niet meer in. (...)

Volgens Steenbergen presteren kinderen op Vrije scholen in het voortgezet onderwijs slechter op cognitieve vakken doordat ze veelal hun vooropleiding hebben genoten op Vrije scholen in het basisonderwijs. En daar hebben ze cognitieve vakken minder goed geleerd, zegt Steenbergen. De cognitieve achterstand lopen de leerlingen vervolgens niet meer in, zegt zij. (...) ze zijn (...) onzekerder en emotioneel minder stabiel.’

Hier staat een aantal dingen tegenover:

‘De Vrije scholen scoren volgens Steenbergen wel significant beter op een aantal niet-cognitieve aspecten. “Maar een aantal zaken die staan voor de ‘eigenheid’ van Vrije scholen, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van ‘creativiteit’ heb ik niet gemeten.”’

Dit hele artikel is ook op de website van NRC Handelsblad te vinden. Op de homepage wordt het al aangekondigd:

Op Vrije scholen scoort kind laag. Dit stelt onderwijskundige Hilde Steenbergen. Haar onderzoek is het eerste naar de effectiviteit van Vrije scholen.’

In het artikel worden aan dit exposé van de bevindingen van de onderzoekster enkele feiten toegevoegd, die op deze weblog al eerder uitgebreid aan de orde zijn geweest:

‘De Inspectie van het Onderwijs stelde in september 2007 dat Vrije scholen in het basisonderwijs gereorganiseerd moesten worden, omdat ze niet voldoende konden verantwoorden wat ze hun leerlingen leerden. Steenbergen toont nu voor het eerst aan dat de opbrengsten aan het einde van de Vrije basisschool ook lager zíjn.

Van de veertig “zeer zwakke basisscholen” op de lijst van de inspectie in 2004 waren er 14 een Vrije school. De Inspectie vond toen dat de Vrije scholen hun leerlingen sneller moesten leren rekenen en schrijven. Ze moesten de kinderen ook meer gaan toetsen. Dit staat haaks op het gedachtengoed van Steiner (1861-1925).

De Vereniging van Vrije scholen is van te voren in kennis gesteld van de inhoud van het proefschrift, zo zegt een woordvoerder in een reactie. De vereniging kan zich niet vinden in de uitspraak dat er een “fors verschil” is in cognitieve vakken, maar vindt het een “opmerkelijk verschil”, zegt een woordvoerder. Het proefschrift is “goed onderbouwd”, vindt de vereniging. “We zien dit als een positieve bijdrage voor verbeteringen en aanpassingen in de komende jaren.”’

Dat lijkt me de enig juiste reactie. Tenslotte is de vereniging druk bezig de kwaliteit van haar basisonderwijs over de hele linie te verhogen. Eergisteren heb ik mijn telling van het huidige aantal zweer zwakke scholen nog moeten bijstellen, in Optellen’. Ik kwam toen tot vijf. Maar ook dat getal klopt niet, blijkt nu. Welke heb ik dan nu nog over het hoofd gezien?

‘In 2006 heeft de Vereniging een “taskforce Zwakke Scholen” ingesteld die een verbeterplan uitvoert. Van de destijds zeventien zeer zwakke scholen resteren er nog zes, zegt de vereniging.’

Onderaan het artikel wordt aangegeven dat er vandaag in de krant op pagina 3 een interview staat met onderzoekster Hilde Steenbergen. Dat is niet op de openbare website te vinden. Wél op de website, maar niet in de papieren krant, een link naar het proefschrift ‘Onderzoek: Vrije en reguliere scholen vergeleken, ter verkrijging van het doctoraat in de Gedrags- en Maatschappijwetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen’.

Als je alleen al het interview in de krant van vandaag leest, merk je welke toon er door NRC Handelsblad wordt gezet. Het cognitieve wordt als het allerbelangrijkste gezien. Hilde Steenbergen uit zich genuanceerd, waarbij goede en minder goede (of slechte, zo u wilt) punten op faire wijze tegen elkaar worden afgewogen.

De voorlaatste vraag luidt:

‘U raadt ouders af naar een Vrije school te gaan?
“Zeker niet! Het ligt er maar aan wat ouders belangrijk vinden voor hun kinderen. Als ze cognitieve vakken belangrijk vinden, is een Vrije school geen goede keuze. Als ze het belangrijk vinden dat hun kind ‘zichzelf ’ kan zijn op school, dat het zich breed ontwikkelt en dat het een positieve houding ten opzichte van leren ontwikkelt, is een Vrije school wel goed.”

Zou u zelf uw kinderen naar een Vrije school laten gaan?
„Voor twee van mijn kinderen zou een Vrije school voor voortgezet onderwijs best kunnen. Een Vrije basisschool zou ik nooit overwegen. Ik vind dat de basisvaardigheden gewoon goed moet zijn.”’

(U begrijpt wel, ik heb het verkeerde gebruik van het Nederlands in de laatste zin natuurlijk expres laten staan.)

Baarmoederhalskanker

We lopen onder de aanloop naar de Willemsbrug toe door en zien daar The Red Apple van Kees Christiaanse van KCAP in aanbouw, op de kop van de Scheepmakershaven.

Gisteren schreef ik over polio en wat inzake inenten het standpunt is bij antroposofische artsen. Dat was nog een aardige zoektocht, maar uiteindelijk leverde het toch iets op. Vandaag kom ik terug op een onderwerp dat ik een week geleden al behandelde, namelijk HPV-vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. Dat was echter in ‘Mixture’, en de naam zegt het al, dat was een bijdrage met gemengde berichten, veel gemengde berichten zelfs voor op één dag, dus dat wil je als lezer dan wel eens een beetje over het hoofd zien. Ik signaleerde het volgende:

‘De informatiefolder over HPV vaccinatie van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen. Op de ‘Actueel’-pagina van haar website staat bovenaan het volgende bericht:

“Voorlichting HPV vaccin.
Binnenkort wordt er gestart met de voorlichting over en de daadwerkelijke vaccinatie met het HPV-vaccin. Over dit vaccin is in de media en onder artsen veel te doen. Ook binnen de antroposofische geneeskunde is er een visie op vaccineren in het algemeen en dit vaccin in het bijzonder. Onze Duitse collega kinderartsen maakten daar een voorlichtingsfolder over, welke we nu voor u vertaald hebben. U vindt deze hier.”’

Inmiddels is de tekst van deze folder in een mooi jasje gestoken, waardoor het een echte folder is geworden (via dezelfde link te bekomen). Over de inhoud schreef ik:

‘In de folder wordt eerst uitgelegd wat “Humane Papilloma Virussen” eigenlijk zijn. Vervolgens gaat het over ontstaan en herkenning van baarmoederhalskanker in een vroeg stadium en in hoeverre HPV-vaccinatie daartegen zinvol is. Tot slot worden tien overwegingen genoemd die helpen om in elke individueel geval een goed besluit te kunnen nemen. Resumerend wordt gesteld:

“De genoemde overwegingen, als ook de nog onbeantwoorde vragen laten zien, dat een gefundeerde beslissing eerst na zorgvuldige afweging genomen kan worden. In dit informatieblad wordt uitgelegd dat het mogelijk is van de vaccinatie af te zien, zonder een onverantwoord risico te nemen. Het risico is mede afhankelijk van de eigen levensstijl en van de manier van omgaan met seksualiteit.”’

Zo’n soort formulering is natuurlijk koren op de molen van journalisten. Die waren er dan ook als de kippen bij om de antroposofische artsen om opheldering te vragen. Dat gebeurde gistermiddag in het radioprogramma ‘AVRO De Praktijk’, dat dagelijks van half twee tot half drie ’s middags wordt uitgezonden.

‘Breed, journalistiek gezondheidsmagazine over lichaam en geest waarin presentator Jan Mom op toegankelijke en kritische wijze gezondheid en welzijn tegen het licht houdt.’

Het item was de titel ‘Vaccineren baarmoederhalskanker onnodig?’ meegegeven. Op de website van Radio 1 werd dit als volgt ingeleid:

‘Sinds september vorig jaar wordt alle twaalfjarige meisjes vaccinatie tegen baarmoederhalskanker aangeboden. Maar de vereniging van antroposofische artsen stelt in een folder die zij uitgeven, dat het vaccineren tegen baarmoederhalskanker onnodig is. In AVRO De Praktijk een gesprek hierover met Madeleen Winkler, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen en Toos Daemen, hoogleraar Virologie Immunologie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen.’

In een vraaggesprek van zeven en halve minuut doet ieder zijn best om de eigen opvatting en het eigen standpunt duidelijk uiteen te zetten. Dat is hier te beluisteren: Vaccineren baarmoederhalskanker onnodig? Het begint met de provocerende en op zichzelf onjuiste bewering van Jan Mom:

‘De Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen verspreidt een folder waarin staat dat vaccineren tegen baarmoederhalskanker onnodig is.’

Aan Madeleen Winkler vervolgens de taak om dit te ontzenuwen. Maar u kunt natuurlijk ook, als u even tijd heeft, zelf het foldertje doorlezen en daarbij constateren dat dit daar niet staat.

donderdag 26 februari 2009

Polio

Eergisteren, dinsdag 24 februari, schreef de redactie politiek van het Nederlands Dagblad een artikel met de titel ‘Klink wil vaccinatie tegen polio niet wijzigen’. Dat begint zo:

‘Minister Ab Klink (Volksgezondheid) is niet bereid kinderen vanaf twaalf jaar op te roepen bij jeugdartsen vanwege poliogevaar. De SP-Kamerleden Van Gerven en Langkamp hadden Klink gevraagd deze jongeren door de jeugdarts te laten oproepen zodat niet gevaccineerde kinderen zelf de beslissing kunnen nemen zich al of niet te laten inenten tegen polio.’

Even verderop in het artikel staat als een van de redenen van deze vraag:

‘In de kring van bevindelijk gereformeerden en bij antroposofen bestaan principiële bezwaren tegen vaccinatie. Uit een kaartje dat de bewindsman meestuurde bij zijn antwoorden blijkt dat er in de zogeheten “bible belt”, de strook van Zeeland naar Noord-West Overijssel, gebieden zijn die onder de vaccinatienorm liggen die door de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is gesteld op 90. (...) Vanwege het aantal nietgevaccineerden tegen polio rekent de WHO Nederland tot een land met een “gematigd risico” voor deze ziekte.’

Ha, het is weer eens zover. Het inenten is in het nieuws en meteen komen ook antroposofen weer langs. Op deze weblog heb ik aan berichten over vaccineren het label ‘inenten’ gehangen, zodat u eerdere berichten hierover makkelijk kunt terugvinden. Er waren er tot nu toe zeven, allemaal het afgelopen jaar. Maar deze gingen over de bof en over de mazelen. Nu is er sprake van een derde kinderziekte, polio.

In de radio-uitzending van ‘Het oog op morgen’ op Radio 1 van deze dinsdag werd bij het nieuws uit de dagbladen hetzelfde bericht ook gemeld. U kunt dit programma terugluisteren, u hoort dan van 18:20 tot 18:50 dit:

‘In het Nederlands Dagblad een verhaal over polio. Minister Klink van Volksgezondheid is niet bereid om kinderen vanaf twaalf jaar op te roepen bij jeugdartsen. De SP had hierom gevraagd, want kinderen die niet zijn ingeënt tegen polio moeten zelf kunnen beslissen of ze toch willen worden ingeënt, vindt de SP. Minister Klink zegt dat zulke oproepen aan jongeren niet effectief zijn. En het zou de weerstand tegen vaccinatie alleen maar groter maken. In de kring van bevindelijk gereformeerden en antroposofen bestaan principiële bezwaren tegen vaccinatie. De wereldgezondheidsraad noemt Nederland vanwege het aantal nietgevaccineerden een land met een “gematigd risico”.’

De volgende ochtend werd dit bericht in het Radio 1 Journaal (van 57:50 tot 58:25, het allerlaatste bericht) herhaald bij het nieuws uit de dagbladen, dat twee keer, vlak voor het nieuws van zeven uur en acht uur, wordt weergegeven.

Intussen had ook het Reformatorisch Dagblad die ochtend een bericht op zijn website staan, met de titel ‘Vaccinatiegraad in biblebelt neemt toe’. Dat bevatte onder meer:

‘De overheid streeft ernaar om het percentage gevaccineerden per gemeente boven de 90 procent uit te laten komen. Dan is er relatief minder kans op besmetting. Het merendeel van de gemeenten die deze norm niet halen, zit er wel dichtbij: het aantal burgers dat is ingeënt bedraagt daar meer dan 85 procent. Landelijk bedraagt de vaccinatiegraad onder zuigelingen tegen polio, bof, mazelen en rode hond 95 procent.

Klink gaat overleggen met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) of er mogelijk nog een specifieke voorlichtingscampagne moet komen gericht op bevindelijk gereformeerden en antroposofen; de bevolkingsgroepen die het meest afwijzend tegenover vaccinatie staan.’

Ook het Nederlands Dagblad had in zijn bericht dit instituut genoemd:

‘Het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (RIVM), dat verantwoordelijk is voor het rijksvaccinatieprogramma (RVP), heeft samen met de reformatorische gemeenschap een “Handboek Poliozorg” opgesteld. Dat gebeurde na de polio-uitbraak van 1992-1993. In dat handboek staan aanwijzingen om op andere wijze dan door middel van vaccinatie introductie en verspreiding van polio tegen te gaan. Momenteel werkt het ministerie aan een actualisering van dat handboek.
(...)
Hoewel er al veel voorlichtingsmateriaal bij het RIVM beschikbaar is over het RVP wil de minister op aandrang van de SP-Kamerleden met het instituut overleggen of er een specifieke voorlichtingscampagne moet komen gericht op de bevindelijk gereformeerden en antroposofen.’

Maar had de redactie politiek een beetje verder gekeken op de website van het RIVM over dit Rijksvaccinatieprogramma (RVP), was het beter geïnformeerd geweest. Bij Tegengeluiden’ staat dit:

‘Een aantal groepen in de samenleving staat kritisch tegenover deelname aan vaccinatieprogramma’s. Streng gelovige mensen hebben soms religieuze bezwaren. Voorstanders van de natuurgeneeskunde en de homeopathie vinden dat vaccinatie onnatuurlijk is en dat het afweersysteem van het lichaam zelf zijn werk moet doen. De derde groep is die van verontruste ouders. Zij vinden dat er te weinig aandacht is voor de keerzijde van vaccinaties.’

Vervolgens worden de verschillende bezwaren genoemd, met deze vanuit de antroposofie:

‘In de antroposofie vindt men dat het doormaken van kinderziekten een zinvolle betekenis heeft in de ontwikkeling van het kind. Antroposofen wijzen vaccinatie overigens niet in alle gevallen af. Ze maken verschil tussen “gevaarlijke” ziekten (difterie, kinkhoest, tetanus, polio en rodehond) en “minder gevaarlijke” ziekten (bof, mazelen en Hib-ziekten). Zij adviseren wel te vaccineren tegen gevaarlijke ziekten en niet tegen de andere ziekten.’

Wie zegt dit eigenlijk, wie is er verantwoordelijk voor deze tekst?

‘Deze website is tot stand gekomen in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De verantwoordelijkheid voor de website ligt bij de projectgroep Coördinatie Communicatie Rijksvaccinatieprogramma. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu coördineert de communicatie over het Rijksvaccinatieprogramma en werkt daarbij samen met de Landelijke Vereniging van Entadministraties en het Nederlands Vaccin Instituut.

Met uitzondering van de nieuwsberichten zijn de teksten die op de site verschijnen, beoordeeld door de verschillende redactieleden. Dit zijn experts op het gebied van infectieziekten, vaccinaties en bijwerkingen van vaccinaties. Indien nodig worden ook andere experts geraadpleegd. De inhoud van de site wordt minstens twee maal per jaar opnieuw bekeken en zo nodig aangepast. De site wordt ook bij elke verandering in het Rijksvaccinatieprogramma aangepast.’

Antroposofen worden verder op de website van het RIVM nog twee keer expliciet genoemd. Dat gebeurt bij Vraag & antwoord’:

‘Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het Rijksvaccinatieprogramma verscheen in 2007 de brochure “Het Rijksvaccinatieprogramma: 50 vragen en antwoorden over vaccinatie”. U kunt de brochure vanaf deze plek eenvoudig downloaden. Tevens vindt u de 50 vragen terug in de rubriek “Vraag & antwoord”.’

Hier staat onder het kopje ‘Alternatieven’:

‘Kunnen ongevaccineerde kinderen toch beschermd zijn tegen ziekte?

Ja, zij het ten dele, door groepsimmuniteit.

Kinderen kunnen om uiteenlopende redenen niet zijn gevaccineerd, maar vrijwel nooit is dat een medische reden. Ouders die hun kind niet laten inenten, doen dat meestal vanuit geloofsovertuiging, antroposofische levensovertuiging, of homeopathische standpunt. Daarnaast zetten sommige ouders vraagtekens bij vaccinaties.

Met vaccinatie wordt in de eerste plaats individuele bescherming bereikt. Als heel veel mensen worden gevaccineerd, kan het effect van groepsimmuniteit optreden. Daarvoor moet, afhankelijk van de ziekte, 80 tot meer dan 95% van de mensen zijn ingeënt. De ziekteverwekker kan dan niet meer onder de bevolking circuleren en dus ook niet de ongevaccineerde mensen bereiken. De ongevaccineerden zijn dus beschermd, dankzij het feit dat zo veel andere mensen zich wel hebben laten inenten.

Toch biedt groepsimmuniteit geen volledige bescherming. Want zodra men op reis gaat, valt de bescherming van groepsimmuniteit weg. Ook werkt groepsimmuniteit niet als de ongevaccineerde personen geografisch en sociaal een min of meer gesloten gemeenschap vormen, zoals de bevindelijk gereformeerden in ons land. Import van een ziektekiem in zo’n gemeenschap kan grote uitbraken veroorzaken. Zo waren er onder bevindelijk gereformeerden tot 1993 regelmatig polio-epidemieën, was er in 1999/2000 een uitbraak van mazelen en in 2004/2005 een van rodehond.

Vaccinatie is daarom de beste manier om goed beschermd te zijn tegen infectieziekten waartegen vaccins beschikbaar zijn.’

En even daarvoor de vraag:

‘Bestaat een “postvaccinaal syndroom”?

Nee, daar is geen wetenschappelijk bewijs voor.

Sommige homeopaten en antroposofen duiden met de term ‘postvaccinaal syndroom’ een verzameling aan van uiteenlopende klachten. De lijst van acute en chronische klachten die deel uitmaken van het postvaccinaal syndroom omvat tientallen aandoeningen. Een kind zal vrijwel altijd wel één van deze klachten vertonen, of het nu gevaccineerd is of niet. Het wetenschappelijke bewijs voor het bestaan van het postvaccinaal syndroom is nooit geleverd.’

Ik heb gezocht of ik op internet ergens bij een antroposofische organisatie bevestiging kon krijgen van de door het RIVM genoemde antroposofische opvatting:

‘Antroposofen wijzen vaccinatie overigens niet in alle gevallen af. Ze maken verschil tussen “gevaarlijke” ziekten (difterie, kinkhoest, tetanus, polio en rodehond) en “minder gevaarlijke” ziekten (bof, mazelen en Hib-ziekten). Zij adviseren wel te vaccineren tegen gevaarlijke ziekten en niet tegen de andere ziekten.’

Die heb ik tot nu toe niet kunnen vinden. Het enige dat hier wel over ging is een ingezonden brief in NRC Handelsblad van 29 september 1992 (!) van Bob Witsenburg, destijds praktiserend antroposofisch arts en vicevoorzitter van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen (NVAA):

‘Door foutieve berichtgeving is in is de media de indruk gewekt dat “antroposofen niet tegen polio inenten” (NRC Handelsblad, 24 september). De Nederlandse Vereniging van Anthroposofische Artsen (NVAA) hecht eraan te verklaren dat in de meeste antroposofische consultatiebureaus en door de meeste antroposofische huisartsen kinderen wel tegen polio worden ingeënt.

Ten aanzien van de klassieke kinderziekten als bijv. mazelen, kinkhoest, bof, bestaat in het antroposofisch mensbeeld de visie dat deze ziekten bij overigens gezonde personen een positieve bijdrage kunnen leveren ten aanzien van groei, ontwikkeling en immuniteitsbouw. Antroposofische artsen geven ten aanzien van deze kinderziekten ouders derhalve in overweging tegen deze ziekten niet te vaccineren.

Dit geldt niet ten aanzien van een ziekte als polio. Deze ziekte vertoont als ziektebeeld een totaal verschillend verloop dan de klassieke kinderziekten. De rol die polio speelt in een mensenleven is van een andere aard dan die van de klassieke kinderziekten.

Wij menen dat de foutieve berichtgeving in deze zaak deze reactie noodzakelijk maakt.’

Zoiets had nu wel meteen nog een keer gemogen, om duidelijkheid te scheppen. Tenslotte heeft niet iedereen deze brief van bijna zeventien jaar geleden nog scherp in het geheugen...

woensdag 25 februari 2009

Optellen

Nog even terug naar Leiden. We gingen daar op 15 februari langs, in ‘Leiden in last’. Ik berichtte dat het Leidsch Dagblad de volgende dag met een artikel zou komen over de vrijeschool in Leiden. Die stond en staat zwaar onder toezicht van de inspectie. Een voorpublicatie was al op de website van deze krant te vinden: ‘Ingreep bij “zwakke” vrije school Mareland’.

‘Het ministerie van onderwijs zet een “vliegende brigade” in op de Leidse vrije school Mareland om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. De school aan de Maresingel staat al jaren op de lijst van zeer zwakke scholen, maar volgens directeur Ton Eland is ingrijpen inmiddels niet meer nodig. (...)

De inspectie struikelt vooral over de weerstand die de vrije school van huis uit koestert tegen toetsen en cijfers geven. Mareland heeft die tegenstand echter opgegeven en de school gaat binnenkort van de zwarte lijst, is de stellige verwachting van directeur Ton Eland.’

In het artikel in de krant van de maandag daarop interviewt Silvan Schoonhoven deze zelfverzekerde directeur:

‘Zijn de teams bij u welkom?

“Voor ons is het mosterd na de maaltijd. We hebben alles inmid­dels zelf opgelost, op eigen kos­ten.”

Wat heeft u aan het probleem ge­daan?

“Sinds ik directeur ben, heb­ben we de hele structuur verbe­terd. Belangrijkste ingreep is dat we nu meedoen aan alle objectie­ve toetsen. De inspectie accep­teert het niet meer als een school weigert mee te doen aan de Cito­toets. Ook op het gebied van taal en rekenen hebben we ons aan­gepast aan de eisen.”

De vorige directeur was fel tegen die objectieve toetsen. Is het met te­genzin dat u zich aanpast?

“In het begin wel. Zo van: we willen niet, maar we moeten toch. De aanpassing heeft onze eigenheid niet veranderd. We hebben nog steeds veel aandacht voor de zelfstandigheid en de emotionele ontwikkeling van de leerlingen. We blijven een echte vrije school.”

Presteren de leerlingen al beter?

“Zestig procent van onze kin­deren ging al naar de havo of het vwo. Dat is nog steeds zo. Wat wel veranderd is, is dat de school, het onderwijs en het leerproces transparanter zijn geworden. In­zichtelijker. Heeft een leerling problemen, dan signaleren we dat eerder.”

Was het predikaat “zeer zwak” te merken aan het aantal aanmeldin­gen?

“Ja, dat liep terug. Als ouders bij ons komen kijken, zien ze dat het goed is. Maar al die publica­ties hierover zaaien bij hen na­tuurlijk twijfel.”

U zult wel het glas heffen zodra u eenmaal van die lijst af bent.

“De inspectie komt over een maand bij ons kijken. Tegen mei verwacht ik hun rapportage. En dan komt er wel een feestje, ja.”’

Dezelfde 15 februari memoreerde ik

‘dat er momenteel niet meer dan vier zeer zwakke vrijescholen (basisonderwijs) zijn: namelijk De Zwaneridder uit Wageningen, Mareland uit Leiden, vrijeschool Michael uit Emmen en basisschool Geert Groote 2 uit Amsterdam. Van de lijst afgevoerd vanwege voldoende verbetering zijn achtereenvolgens vrijeschool Zeeland uit Middelburg, de vrijeschool uit Amersfoort en zeer recent de Rudolf Steinerschool uit Roosendaal. Dus dat gaat goed.’

Nu blijk ik er een over het hoofd te hebben gezien. Dat is trouwens vanaf het begin. Al op het moment dat ik dit uitzocht, op 4 mei 2008 in ‘Zes zeer zwakke broeders’, maakte ik deze fout. En ik heb hem ook niet hersteld toen ik op 16 juni 2008 in ‘Melding’ ontdekte waar de publiciteit hierover allemaal mee begon: het uitgebreide artikel ‘Revolutie op de Vrije School’ van Japke-d. Bouma op 8 september 2007 in de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad. Daarin stond onder meer:

‘In 2002 is de Wet op het onderwijstoezicht (WOT) van kracht geworden. Deze maakt het mogelijk dat scholen op grond van dezelfde criteria met elkaar vergeleken worden. “Hierdoor werd in 2004/2005 duidelijk dat er relatief veel Vrije Scholen zeer zwak waren”, zegt hoofdinspecteur primair onderwijs Leon Henkens. “Daarvóór hadden we daar niet zo’n beeld van.”

Op de lijst stonden toen veertig “zeer zwakke” scholen. Veertien daarvan waren Vrije Scholen. “Dat vonden we een hoog aantal”. De Inspectie ging een analyse maken van de problemen op Vrije Scholen. Er zijn in totaal “ruim zeventig” basisscholen in Nederland Vrije Scholen, zegt de Inspectie. En er zitten 13.421 leerlingen op vrije basisscholen.’

In het artikel werden twee vrijescholen opgevoerd waar het mis was. De vrijeschool in Amersfoort en vrijeschool De Tiliander in Tilburg. Bij die laatste kwamen een paar ouders in het geweer, die zich bijzonder slecht behandeld voelden.

Deze Tiliander heb ik steeds over het hoofd gezien. Dus mijn optelling klopt niet, er moet er steeds een bij. Want Amersfoort is wel van de lijst af, Tilburg nog altijd niet. Eh nee, ik heb vroeger niet op een vrijeschool gezeten, die kan ik de schuld niet geven.

dinsdag 24 februari 2009

Gesprekken

Dit is misschien wel het mooiste plaatje uit de hele reeks. Commentaar overbodig lijkt mij.

Vandaag maakt Aertjan Grotenhuis op zijn weblog ‘Geld’ op de website van NRC Handelsblad melding van de gesprekken die plaatsvinden tussen minister van Volksgezondheid Ab Klink en met artsenorganisaties uit het complementaire veld (‘Gesprekken over alternatieve geneeswijzen’). Dit in het kader van de voorgenomen btw-regel voor niet-reguliere behandelwijzen.

‘Hij wil nagaan of misschien enkele van hun behandelingen aan de geldende medische normen voldoen. Voor die gevallen hoeven de artsen geen btw te berekenen. Later gaat hij ook nog praten met chiropractoren en osteopaten. Acupuncturisten ontbreken in het lijstje dat de minister aan de Kamer verstrekte.’

Grotenhuis constateert dat er nog niet veel vaart zit in die gesprekken. De Tweede Kamer heeft in december bij de minister een half jaar uitstel bedongen, tot 1 juli 2009. De zorgen zijn dus nog niet voorbij. Wat gaat er dan gebeuren? Grotenhuis schrijft:

‘Het is voor de Tweede Kamer lastig uit te maken welke behandelwijzen misschien wetenschappelijk acceptabel zijn en welke gedecideerd als kwakzalverij in de hoek moeten worden gezet. Wat minister Klink betreft, deugen ze geen van alle, maar dat gaat de Kamer te ver. In andere landen worden bijvoorbeeld acupunctuur en chiropraxie als normale medische benaderingen beschouwd.

De minister lijkt geen haast te hebben. Vóór half mei 2009 hoeft de Kamer geen nader bericht te verwachten. Dat is krap, want na 30 juni 2009 geldt de btw automatisch voor alle niet-erkende alternatieve geneeswijzen van toepassing. De deadline is niet flexibel dus de minister hoeft dat ook niet te zijn. Twee maanden na de opdracht van de Kamer schrijft de minister dat hij inmiddels kans heeft gezien “contact te leggen” met twee artsenorganisaties. “Op korte termijn” kan een echt gesprek beginnen, zo denkt hij. Echt vaart zit er nog niet in.

In de artsenorganisaties zijn verscheidene zeer uiteenlopende alternatieve geneeswijzen vertegenwoordigd. Slechts een hoogst enkele komt voor ministeriële erkenning in aanmerking. De overkoepelende organisaties moeten dus kiezen vóór één deel van hun leden en tegen een ander deel. De minister zit comfortabel achter het controlebord. Dat geeft ruimte voor het aloude spel van verdeel-en-heers.’

Wat doen de complementaire artsenorganisaties op het moment eraan? Dat is mij niet bekend, op hun websites lees ik hier niets over. Wel is duidelijk dat de Vereniging tegen de Kwakzalverij het liefst druk bezig is het terrein voor te bereiden waarop de minister straks kan gaan oogsten. Voorzitter Cees Renckens himself kwam op 15 januari aan het woord in een column over dit onderwerp, ‘Btw-heffing op medische kwakzalverij voor de tweede maal uitgesteld. De minister gaat praten met artsen en chiropractors’, die in werkelijkheid dateerde van 18 december; een eerdere versie was namelijk op die datum op www.care4cure.nl geplaatst. Hij schrijft daarin met behulp van zijn bekende stijlbloempjes:

‘In een brief van 18 november 2008 van minister Klink is de Kamer meegedeeld dat eventuele btw-vrijstelling niet bedoeld is voor zorg van twijfelachtige kwaliteit. Kwalitatief goede zorg zou recht op btw-vrijstelling kunnen opleveren, maar minister Klink stelt vast dat voor de beoordeling van de kwaliteit van “complementaire zorg” (Klink heeft het dieventaaltje van de kwakzalvers al snel overgenomen) geen objectief normenkader bestaat. Alleen als de CAM-artsen, zoals minister Klink hen noemt, kunnen aantonen dat hun hulp beter is dan die van kwakzalvers die geen arts zijn, dan kan er verschil gemaakt worden. De minister studeert momenteel op dit punt.’

De webredactie (dit is ongetwijfeld Jan Willem Nienhuuys, de hoofdredacteur van de website) voegde er op het eind aan toe:

‘Op 7 januari 2009 deelde dr. A. Klink aan de Tweede Kamer mede dat contact was gelegd met de KNMG en met de organisatie van CAM-artsen, en dat hij daarna ook zou overleggen met organisaties van chiropractoren en osteopaten. “Op basis van de resultaten van deze overleggen zal bezien worden welke onderscheidende criteria er zijn, op grond waarvan btw-vrijstelling voor individuele complementaire/alternatieve gezondheidszorg kan worden toegekend, dit conform de wens van de Tweede Kamer.”

De minister kan nog voor verrassingen komen te staan, want het aantal chiropractoren en osteopaten dat ook nog arts is en niet al lid is van een CAM-artsenclub, is waarschijnlijk aan de vingers van één hand te tellen.’

Op 5 februari was het Jan Willem Nienhuys zelf die dit vraagstuk uitdiepte, in een artikel met de titel ‘Hoeveel niet-reguliere artsen zijn er eigenlijk? Analyse van een randverschijnsel’. Hij had telwerk verricht en kwam daarbij tot andere aantallen dan de zes organisaties van niet-reguliere artsen zelf opgeven in het ‘positionpaper’ (PP) uit augustus 2008, getiteld Complementaire Geneeskunde (CAM), effectief, veilig en patiëntgericht: De betekenis van de complementaire geneeskunde in Nederland:

‘Het wemelt van de ongefundeerde beweringen, en onder andere overdrijft het PP het belang van de niet-reguliere genezerij door artsen. Zo staat er te lezen (pag. 4 sectie 3): “In Nederland zijn ruim 1200 artsen lid van een van de verenigingen van complementaire geneeskunde die het onderhavige document hebben opgesteld.” Dit is onjuist. De zes artsenclubs die het PP steunen hebben samen maar ongeveer 880 artsen en tandartsen op hun websites staan, als de meervoudige adressen en lidmaatschappen verrekend worden (wat de opsteller van het PP niet gedaan heeft). Navraag leerde dat er nog 200 overige leden zouden zijn die niet of niet irregulier praktiseren of die geen arts zijn. De VHAN heeft bijvoorbeeld naar verluidt ook dierenartsen en tandartsen als lid, maar die staan niet op hun lijst van te consulteren homeopathische artsen. Buiten deze achterban van het PP heb ik nog eens naar schatting 470 artsen en tandartsen gevonden die hun niet-reguliere activiteiten vermelden in diverse adreslijsten, websites en dergelijke. Zo staan er in de Geneeskundige Adresgids circa 300 artsen vermeld als niet-regulier actief, en dezelfde bron vermeldt er nog eens ruim 100 die elders hun niet-reguliere belangstelling laten merken. Die 880 is fors minder dan de 1200 alternatieve artsen die het PP suggereert.’

Ter vergelijking onthult Nienhuys ook hoeveel leden de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) heeft:

‘de VtdK telt onder haar leden ruim 900 artsen en tandartsen (en nog bijna eens zoveel anderen)’.

Even verderop schrijft hij over zijn monnikenwerk:

‘In 1993 was bijna 10 procent van alle huisartsen niet-regulier, nu is het nog maar 2 procent, te weten circa 265 van de 12.500 (ik heb van alle 1350 door mij gevonden niet-reguliere artsen in het BIG-register opgezocht of ze huisarts of zo waren). Er zijn overigens ook reguliere huisartsen die wel eens homeopathische middelen bij wijze van placebo voorschrijven.’

Maar dat is nog niet alles. Nienhuys weet nog meer:

‘De zes genoemde artsenverenigingen vertegenwoordigen een aantal belangrijke niet-reguliere stromingen, maar zelfs binnen hun eigen richting omvatten ze lang niet alle leden van die stromingen. Zo zijn er nog bijna 200 andere arts-acupuncturisten dan de 306 van de NAAV en ruim 100 arts-homeopaten buiten de 286 van de VHAN. De ABNG-2000 vertegenwoordigt eigenlijk niet een echte richting, want de leden passen, afgaande op wat ze op hun eigen websites en dergelijke vermelden behalve de technieken uit de andere vijf clubs ook nog een allegaartje aan methoden toe (...)’.

Opvallend is dat hij de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen (NVAA) geen enkele keer expliciet noemt. Dat blijft ook zo op 21 februari, wanneer hij de homeopathie eruitpikt, in ‘De roze bril van de homeopathie’.

‘Zes verenigingen van irreguliere artsen hebben hun mening in een “Positionpaper” neergelegd. Dat zegt onder meer dat homeopathie wetenschappelijk is. De onderbouwing is een literatuurlijst op pagina 13, een non-exhaustive list of systematic reviews van wel 21 artikelen. Maar nader onderzoek van die lijst geeft een veel minder rooskleurig beeld.

Nienhuys neemt de reeks publicaties in het positionpaper door ‘waarvan ze denken dat die de voortreffelijkheid van de homeopathie aantonen’. Hij ontdekt dat

‘de hele lijst inclusief de Engelse kop is gekopieerd uit Complementary medicine (CAM). Its current position and its potential for European health care (March 2008). Dus of de auteur(s) de referenties überhaupt gelezen hebben, moet betwijfeld worden.’

En ook vandaag is de Vereniging tegen de Kwakzalverij er weer als de kippen bij. Minister Klink stuurde gisteren een brief naar de Tweede Kamer over een ‘effectievere aanpak van misstanden in de zorg’, met daarin ‘de uitkomsten van het onderzoek naar de mogelijkheden om een effectievere aanpak van de uitwassen binnen de (alternatieve) gezondheidszorg mogelijk te maken.’ Dat is natuurlijk koren op de molen van deze vereniging:

‘Minister Klink wil artikel 96 in de wet BIG aanscherpen. Een zonde daartegen moet een misdrijf worden in plaats van een overtreding. IGZ moet meer bevoegdheden krijgen, bijvoorbeeld om op staande voet een boete op te leggen, of om ook tegen kwakzalversinstituten en niet alleen maar individuen op te treden. Misleidende namen en aanprijzingen worden ook strafbaar.’

Maar men is hier toch niet helemaal tevreden mee:

‘De VtdK is natuurlijk blij dit te horen. Echter, van het huidige artikel 96 werd nauwelijks gebruik gemaakt. Het knelpunt zit bij IGZ en het OM. Die toonden tot nu toe weinig animo om zich met de niet-reguliere genezerij te bemoeien.’

Iocob, de natuurlijke tegenstrever van de VtdK, laat vandaag het nieuws van een andere kant zien in Ab Klink bevordert rechtsongelijkheid’:

‘Nu geldt het schaden van de gezondheid door een arts nog als een overtreding, met hoogstens drie maanden cel of een boete tot 3700 euro. De minister wil er een misdrijf van gaan maken, te vergelijken met mishandeling en dood of zwaar lichamelijk letsel door schuld. Straffen voor deze delicten kunnen oplopen tot negen jaar of 74.000 euro.

Nou, dat geldt natuurlijk voor alle artsen die de gezondheid van de patiënt schaden. Niet zo gemakkelijk met het grote aantal sterfgevallen door iatrogeen handelen in het ziekenhuis! Al die reguliere dokters ook in het gevang?’

maandag 23 februari 2009

Carnavalesk

Het is me wat allemaal. Het was al een gebeurtenis, een hype mag je zelfs wel zeggen. Maar door het onvermoeibare strijden van Hugo Verbrugh wordt het ‘Eindeloos bewustzijn’ van Pim van Lommel een zelfs nog grotere hype. Anders was diens bestseller misschien wel ergens bij de honderdduizend verkochte exemplaren blijven steken. Maar nu met het symposium in Amsterdam aanstaande, ‘Bewustzijn voorbij de grenzen’, worden de degens gekruist en klinkt er alom wapengekletter. Doorn in het oog en steen des aanstoots: de Antroposofische Vereniging laat zich hiermee in, waarmee antroposofen om de tuin worden geleid en antroposofie al evenmin een dienst wordt bewezen.

Wat kondigde de Antroposofische Vereniging ook alweer op 8 juli 2008 aan?

‘Cardioloog Pim van Lommel zal op de conferentie “Bewustzijn voorbij de grenzen” een lezing geven over zijn onderzoekingen op het terrein van het eindeloos bewustzijn.

De conferentie vindt plaats op zaterdag 28 februari 2009 en is een vervolg op de conferentie “Ervaringen met onze pre- en postexistentie” die plaatsvond in november 2006. De Antroposofische Vereniging organiseert de conferentie samen met het VU-Podium, een platform voor activiteiten namens organisaties binnen de Vrije Universiteit. In samenwerking met Stichting Merkawah, de Christengemeenschap, de Kübler Ross Stichting en vertegenwoordigers van onder andere de Soefibeweging is het voorlopige programma opgesteld.’

Al eerder maakte ik op deze weblog hiervan melding, laatst nog op 16 januari in ‘Heraarding’. Maar bijvoorbeeld ook op 2 november 2008 in ‘Alle zielen’. De reacties waren veelzeggend. Ramon De Jonghe vroeg zich toen af:

‘Van Lommels conclusie over de dood zou zijn gebaseerd op jarenlang empirisch onderzoek naar bijna-dood-ervaringen. Maar zijn dat geen twee verschillende zaken; dood of bijna dood? Zou de onderzoeker zijn conclusie niet beter beperken tot het onderzoeksgebied, de bijna-dood-ervaring?’

En Jan Cornelissen verwees maar liefst naar:

‘alle bijdragen van Gert Korthof op zijn blog: “Fouten in het boek van Pim van Lommel”: Deel 1, Deel 2, Deel 3, Deel 4, Deel 5, en daarnaast nog: Pim van Lommel en kwantummechanica, Pim van Lommel over hersenen en bewustzijn en Pim van Lommel interview in NRC.’

Zo, dan wist je meteen uit welke hoek de wind waaide. Maar nu dan Hugo Verbrugh. Hij is in februari op het toneel verschenen, waarbij hij zich onverbiddelijk in het koor der critici heeft geplaatst. Begonnen met een bespreking in Motief nr. 126 van februari, onder de titel ‘Eindeloos bewustzijn of ander bewustzijn?’ Maar sindsdien vraagt hij vrijwel dagelijks aandacht hiervoor op zijn eigen weblog. En alsof dat nog niet genoeg is, biedt hij ook nog een essay van 48 bladzijden aan, gedateerd 14 februari, waarin hij al zijn bezwaren uitstalt. (Trouwens, wat hij op zijn weblog schrijft, komt gedeeltelijk hieruit.) Dit essay gaat

‘over de zogenaamde BijnaDood Ervaring, “Eindeloos Bewustzijn”, wetenschap en filosofie, antroposofie en het paradigma van de wezensleden’.

Het is dus een beetje veel om hier goed te kunnen resumeren. Hoewel, de bijgeleverde samenvatting op pagina 2 kan een handje helpen.

‘Het wordt niet duidelijk op grond waarvan antroposofen zo een sterke waardering hebben voor het actuele BDE-discours. (...) de zogenaamde BDE [is] in feite een artefact.’

Verbrugh signaleert bij Van Lommel een opzienbarende onkunde om een wetenschappelijke verklaring voor BDE te kunnen geven. En een onwil om hierbij van antroposofie gebruik te maken. Terwijl dat volgens Verbrugh juist het ei van Columbus is.

‘Het paradigma van de wezensleden volgens het vierledig mensbeeld van de antroposofie geeft een naadloos sluitende verklaring van de zogenaamde BDE en van het probleem om er goed over te spreken.’

En dan gaat het vervolgens 46 bladzijden los. Maar is het niet een beetje laat, vraag ik me af. Het boek verscheen eind 2007 en werd al gauw een bestseller; het bewuste symposium is aanstaande zaterdag. Of is het gewoon een gewiekste publiciteitscampagne, opgezet door de Antroposofische Vereniging, om extra aandacht te trekken, waarbij Verbrugh een heldenrol mag vervullen? Tenslotte is het carnavalstijd, dus ondenkbaar is dit niet.

John Wervenbos wees op verschillende plekken op internet (waaronder de discussiepagina van de Antroposofische Vereniging, Antroposofie Forum) op het tijdschrift van de Stichting Merkawah, Terugkeer, en speciaal op nr. 17 van zomer 2006. Daarin begint een aantal artikelen over wetenschap en BDE. Ruud van Wees, een van de mensen die samen met Van Lommel het bewuste artikel in The Lancet publiceerde, schrijft inleidend:

‘In 1988 werd de stichting Merkawah opgericht met als hoofddoel om een wetenschappelijk onderzoek naar frequentie, mogelijke verklaringen en gevolgen van BDE’s op te zetten onder met succes gereanimeerde hartpatiënten in Nederlandse ziekenhuizen. Het verslag is uiteindelijk als hoofdartikel in het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift The Lancet (dec. 2001) verschenen, waarmee een onbezoldigde krachtsinspanning van opgeteld vele mensjaren en geleverd door zo’n 25 mensen, ten einde kwam. Tijdens het onderzoek en ook na de publicatie werden de (tussentijdse) resultaten uitgedragen in lezingen en artikelen. Dit verhaal is de meeste lezers wel bekend.

Maar betekende de onderzoeksdoelstelling dat Merkawah in het begin een wetenschappelijke organisatie was? Neen, mijn eigen ervaring als oprichter is dat we vanaf het begin een dienstverlenende organisatie zijn waar naast onderzoek – wel het eerstgenoemde doel in onze folders en brochures van toen – ook voorlichting, ontmoeting en begeleiding hoog in het vaandel staan. (...)

Aan de attitude van vooral medici en psychologen schort het in mijn oordeel nog steeds en dat heeft alles te maken met een bekrompen werkelijkheids- en wetenschapsopvatting onder wetenschappers en wetenschappelijk opgeleide zorgverleners, die ertoe leidt dat de BDE meestal als hallucinatie en dus als pathologisch verschijnsel wordt ingedeeld. Wat dit betreft zit de taak van Merkawah er nog niet op en we zullen dus stof moeten blijven leveren die deze collega-wetenschappers op andere gedachten kan brengen.

Deze attitude onder wetenschappers en zorgverleners zou voor Merkawah volgens mij al voldoende reden moeten vormen om een wetenschappelijke doelstelling te handhaven, al is het op een vierde plaats, achter ontmoeting, voorlichting en begeleiding (zie de binnenkant van de voorpagina). Men staat sterker in de benadering van deze groepen wanneer men de informatie die in de voorlichting wordt gebruikt kan ondersteunen met informatie uit wetenschappelijk onderzoek.

Er gebeurt binnen Merkawah en in Terugkeer mijn inziens nog steeds voldoende om handhaving van het wetenschappelijke doel te kunnen rechtvaardigen. Toch moet ook worden geconstateerd dat door de jaren het accent minder op wetenschap is komen te liggen waardoor een andere, de esoterische, component wat meer in het licht is komen te staan. Dat zou geen probleem vormen indien de BDE algemeen aanvaard en erkend zou zijn, maar nu brengt dit het gevaar met zich mee dat hierdoor het serieus nemen van de BDE(-er) wordt geschaad. Het terugbrengen van wat meer nadruk op wetenschap is dus – zoals gezegd – ook van tactisch belang in de benadering van de buitenwereld, met name wetenschappers en zorgverleners, maar ook van de media.’

Aan welke kant van deze missie zou Verbrugh zich bevinden: de wetenschappelijke of de esoterische? Hij toont zich sceptisch genoeg om zich in het eerste kamp te scharen. Op 9 februari schrijft hij in zijn weblog:

‘Ik heb het boek gelezen, en sluit me aan bij het oordeel van skepticus Jan Willem Nienhuys. Na een grondige analyse kwalificeert hij het als een “hallucinatoire rijstebrijberg van opeengestapelde onzin”, en concludeert hij “Ik ben veel onzin tegengekomen, maar de meeste onzin heeft toch nog een soort innerlijke samenhang een beetje als fantasieverhalen waar ook dingen in voorkomen die niet kunnen maar die binnen het verhaal toch weer aanvaardbaar zijn. ... Maar zo een pretentieus iemand die van zoveel klokken de klepels volkomen bijster is als van Lommel en die zo volledig de kluts kwijt is, dat is toch tamelijk uniek.”’

Een dag later heeft Verbrugh het over

‘het wanstaltige succes van “Eindeloos bewustzijn”, het pseudo-wetenschappelijke boek van Pim van Lommel over de bijna dood ervaring. Jan Willem Nienhuys heeft het boek in Skepter met recht en reden gekarakteriseerd als een “hallucinatoire rijstebrijberg van opeengestapelde onzin”. Maar onzin waar je van gaat hallucineren is voor de tallozen die verblind zijn door angst voor echte kennis over de dood het perfecte verdovende middel.’

En op 15 februari begint Verbrugh er weer over:

‘Pim van Lommel ... – ik kan me niet herinneren dat in Nederland ooit in zulke termen is gereageerd op een betoog dat de auteur als “wetenschappelijke visie” presenteerde als in de afgelopen maanden is gereageerd. In mijn blog van 10 februari citeerde ik hier “hallucinatoire rijstebrijberg van opeengestapelde onzin” als samenvatting van deze kritiek. Het woord “hallucinatoir” vindt intussen een lugubere echo in de reactie van de organisatoren van de conferentie en van andere fans van Van Lommel. Al die kritiek is volgens hen alleen maar een bewijs dat Van Lommel inderdaad een grensoverschrijdende wetenschappelijke ontdekking heeft gedaan. Die toestand vreet op zodanige wijze aan mijn gemoed, dat ik er de komende dagen hier iets aan ga doen.’

Enzovoort. – Op 17 februari citeert Verbrugh

‘een stukje met “simpele vragen” in de Margriet (14 08): “Is bewustzijn het zelfde als een ziel?” Antwoord van Van Lommel: “Antroposofen hebben het over een astraal lichaam. De woordkeus wordt bepaald door je cultuur en religieuze achtergrond en omgeving. Ik gebruik die termen bewust niet omdat het verwarrend werkt. Maar in principe is het allemaal hetzelfde”. Bewustzijn, ziel, astraal lichaam – het werkt verwarrend. Maar in principe is het allemaal hetzelfde. Zo wordt wetenschap inderdaad voor velen toegankelijk en aantrekkelijk.’

Bij de commentaren hoopt Verbrugh op:

‘het bewustzijn dat we in de komende tijd echt iets te weten kunnen komen over het hierna. De rumpus die Van Lommel en zijn fans teweeg brengen, werkt hier alleen verstorend en verwarrend.’

Op 19 februari geeft hij als reactie op een van de commentaren, namelijk:

‘“... Die van Lommel kennen we nu wel.” Dat waag ik te betwijfelen. Met name vrees ik dat we zijn invloed en de nefaste werking daarvan nog onvoldoende onderkennen. Daarom ga ik nog even door.’

Op 21 februari heet het:

‘De redenatie van Van Lommel is wartaal’ en ‘De primitieve vergelijking die Van Lommel maakt documenteert alleen dat hij totaal niets begrijpt van wetenschapsfilosofie en geschiedenis.’

En even later:

‘De BIJNA dood ervaring, en zeker de weergave ervan in de pseudo-wetenschappelijke visie van Van Lommel is volgens mij iets zó totaal anders dan de HELEMAAL dood ervaring, dat de mensen die tijdens hun leven hun oren hebben laten hangen naar wat Van Lommel debiteert voornamelijk in de war zullen raken als ze echt helemaal dood zijn.’

En vandaag nog tekent hij in dit kader op:

‘Wat sommige mensen meemaken als ze bijna dood zijn is in genen dele bovennatuurlijk. En ook wat we allemaal zullen meemaken als we helemaal dood zijn, is onversneden natuurlijk. Het paradigma van de wezensleden van het antroposofisch mensbeeld geeft daarvoor een adequate wetenschappelijke verklaring. “Bovennatuurlijk” is in dit verband hoogstens dat zoveel antroposofen zelf dat niet willen inzien, en hun oren laten hangen naar de pseudo-wetenschappelijke flierefluiterij van Van Lommel. Dat zouden ze toch, aangezien ze, naar we ogen aannemen, veel van Rudolf Steiner hebben gelezen en hebben begrepen, zelf moeten inzien?’

In de commentaren laat hij vanochtend weten:

‘wat mijn antroposofische vrienden, met wie ik mij zeer verbonden weet, met Van Lommel doen is erger dan laakbaar stom. Ik begrijp niet wat hen bezielt.’

Vanavond nog reageerde Ad Petersen met:

‘Uh ... deze weblog heeft veel weg van “Eindeloos Gezwam”. Maar oké ik houd het ook bij deze “korte woordenwisseling”. Succes met de schrijverij meneer Verbrugh.’

zondag 22 februari 2009

Winteracademie

Precies midden op de foto is nog net het Potlood van P. Blom te zien, dat samen met de de Blaak overspannende kubuswoningen (1978-1984) is ontstaan. Dit is een woontoren die het verlies aan woningen moest compenseren (er werden slechts 38 van de 74 geplande kubuswoningen gerealiseerd).

We zijn de laatste week van februari ingegaan. We kunnen nog net aan een ‘winteracademie’ meedoen. Zo meldt de website van de NVAA (Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen):

‘Geneeskundestudent en geïnteresseerd? Op 7 en 21 maart organiseert de NVAA in samenwerking met Granulla een “winteracademie”. Meer weten, klik hier.’

In het foldertje staat:

‘De NVAA (Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen) organiseert, samen met Granulla en het Louis Bolk Instituut, twee introductiedagen antroposofische geneeskunde voor medisch studenten en jonge artsen. Deze, qua inhoud met elkaar samenhangende dagen vormen een kennismaking met de antroposofische geneeskunde en worden gehouden in het Louis Bolk Instituut in Driebergen.

Introductie in antroposofische geneeskunde
Op de universiteit wordt een gedegen vakopleiding gedoceerd, waar echter de complementaire vormen van geneeskunde vaak niet binnen vallen. Daarom wil de winteracademie geneeskunde studenten en jonge artsen de gelegenheid bieden (nader) kennis te maken met de antroposofische geneeskunde.

Vragen de hierbij aan bod zullen komen zijn: Hoe zit dat nu met het antroposofische mensbeeld? Hoe kan ik ziektebeelden beter begrijpen, hebben ziekten zin, wat zijn antroposofische therapieën en wat kan ik daar als arts mee?

In een afwisselend programma, waarin ook demonstratiepatiënten aan bod zullen komen, wordt geprobeerd op al deze vragen een (inleidend) antwoord te geven.

Thema
Aan de hand van patiëntendemonstraties zullen de thema’s HART, NIEREN en LEVER behandeld worden.’

In een apart kader wordt kort ‘Antroposofische Geneeskunde’ omschreven:

‘Vanuit de antroposofische geneeskunde worden klachten, symptomen en ziekten gezien als een disharmonie tussen lichaam, ziel en geest. Ieder mens maakt een individueel ontwikkelingsproces door, waarvan ziekte een onderdeel kan zijn. Het bevorderen van dit proces, van de autonomie en de zelf regulatie van de patiënt is een centraal element van de antroposofische geneeskunde.

De antroposofische geneeskunde is complementair en wijst de reguliere geneeskunde niet af. Op tal van terreinen maken antroposofische artsen bij het kiezen van therapieën, behandelingen en geneesmiddelen gebruik van het brede aanbod uit de reguliere zorg. Door dit complementaire karakter van de antroposofische geneeskunde wordt het voor de patiënt mogelijk die behandeling te krijgen die het beste aansluit bij de individuele aanpak van zijn gezondheidsproblemen.’

De titel van deze ‘Winteracademie 2009’ luidt dan ook: ‘Diagnostiek en therapie in de antroposofische geneeskunde’.

Nadere bijzonderheden:

‘Voor wie
De winteracademie is bedoeld voor medisch studenten aan alle universiteiten en in alle fasen van hun studie alsook voor jonge artsen. De dagen hebben een samenhang, maar kunnen ook apart gevolgd worden.
Wanneer
Zaterdag 7 en 21 maart van 09.30 tot 20.00 uur.
Waar
Louis Bolk Instituut, Hoofdstraat 24, 3972 LA Driebergen, www.louisbolk.nl.
Kosten
De kosten bedragen € 25 per dag (incl. koffie/thee en eenvoudige maaltijden).
Docenten
Guus van der Bie (huisarts), Christa van Heek van Tellingen (arts), Gertrude Mau (euritmie therapeute).’

Ook Hogeschool Leiden biedt hoogwaardige opleidingen aan. Onder de kop ‘Nascholing’ op de website van de afdeling Kunstzinnige Therapie wordt melding gemaakt van het aanbod post-hbo nascholingscursussen:

‘In het najaar 2008 hebben we tijdelijk geen cursussen kunnen aanbieden, maar in het voorjaar 2009 worden 2 nascholingscursussen aangeboden, die starten in mei 2009.’

De eerste:

‘De verstoorde verbinding, “Over hechtingsproblematiek bij kinderen en volwassenen”, betreft een interdisciplinaire nascholing vanuit de Hogeschool Leiden voor medewerkers in de gezondheidszorg. (...)

Hechten is je verbinden met de mensen en met de wereld. Hechten is ook een veilige behuizing vinden in je eigen lichaam, goed in je vel komen te zitten. Het fundament voor dit proces van hechten wordt gelegd in de eerste drie jaren. Op dit fundament wordt in het leven verder gebouwd, een eerste hechtingsstijl heeft zich ontwikkeld. Gedurende het hele leven speelt hechten en onthechten een rol, zoals bij ziekte en ouderdom, bij een scheiding, bij leven en dood.

Door de bril van hechting kun je naar ontwikkelingsproblematiek kijken, dat is verhelderend en geeft handvatten voor de aanpak. De kinderen en volwassenen met een reactieve hechtingsstoornis stellen hun opvoeders en begeleiders voor een moeilijke opgave. Veel gedragsproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking, ook in de volwassenenzorg, blijken te berusten op hechtingsstoornissen.

Het bieden van basisveiligheid en voldoende uitdaging helpt het fundament voor een veilige hechting en zelfvertrouwen te leggen. In deze cursus willen we ons verdiepen in dit thema en inspiratie opdoen om kinderen en volwassenen te helpen de verstoorde verbinding met het eigen lichaam en de wereld zoveel als mogelijk is te herstellen. We willen in beeld brengen welke uitdagingen dat aan ons als begeleiders stelt.

Inschrijven: Voor 14 april 2009 per mail middels het inschrijfformulier.’

De tweede:

‘“Expressieve technieken, beelden op weg naar binnen”, betreft een nascholing vanuit Hogeschool Leiden voor kunstzinnig therapeuten. (...)

Deze cursus is bedoeld om het gaan van een eigen weg naar binnen mogelijk te maken door middel van expressief werken. We werken met houtskool en acrylverf. Vertrekkend vanuit oer-bewegingen wordt ruimte gemaakt voor het gaan van een individueel proces. Het doel is authenticiteit, en contact maken met de innerlijke beeldenwereld die zichtbaar wordt in het werk. Omdat mensen op verschillende niveaus naast elkaar kunnen werken, is deze cursus ook geschikt als verdiepingscursus voor mensen die al nascholingscursussen expressieve technieken hebben gevolgd.

Inschrijven: Voor 7 april 2009 per mail middels het inschrijfformulier.’

zaterdag 21 februari 2009

Promotie

Kijk, zo kan het ook. Demeter-promotie zoals die in Nederland nog altijd niet gerealiseerd wordt. De Nederlandse markt is natuurlijk ook kleiner dan de Duitse. Dus moet je het anders aanpakken. Als er ook maar niet zoveel verschillende kemphaantjes waren, die elkaar eerder tegenwerken dan samenwerken... Ik heb hier bijvoorbeeld voor me staan een 1 liter fles Demeter volle melk, ‘Proef verse biologische dynamische zuivel uit je eigen biotoop’; www.proef.nu. Ga ik naar die website, staat er nog niks. Op het etiket staat heel klein vermeld dat dit van Udea in Veghel is. Maar daar op de website wordt dit nog niet vermeld.

Dan heb je natuurlijk de Estafette Associatie, ‘ketenorganisatie voor biologische en biologisch-dynamische voeding’, waartoe de bekende Odin behoort.

Maar ook De Nieuwe Band, een coöperatieve groothandel in biologische levensmiddelen: ‘Met ruim 50 werknemers werken we met enthousiasme met producten afkomstig uit de biologische en biologisch-dynamische landbouw.’

Ik zie dat ik Zuiver Zuivel bijna vergeet, een andere bekende. Dus die voeg ik nog even toe. Maar misschien zijn er nog wel meer waar ik nu niet aan denk.

Wat schreef Jac Hielema gisteren nog op AntroVista?

‘Begin jaren negentig van de twintigste eeuw wilde ik weten of er begin 21e eeuw nog echte biologisch-dynamische melk zou vloeien.

Biologisch-dynamische melk is melk van een kudde koeien met hoorns die als het ware het “stofwisselingsorgaan” van een “bedrijfsorganisme” vormt. Een bedrijfsorganisme is een gemengd bedrijf van akkerbouw, vee-, bijen- en groenteteelt, dat wordt gerund door een groep mensen, die de verschillende aspecten van de landbouw zo optimaal mogelijk afstemt op de aarde, elkaar en de kosmos. En omdat een boerderij voeren een continu proces is dat mee beweegt op het ritme van de seizoenen, ontstaat een levendig geheel dat in- en uitademt en zich organisch ontwikkelt, kortom een “organisme”.

De koeien vormen “de buik” van dit organisme, omdat zij eten van het land, het voedsel grondig verteren in hun verschillende magen en hun mest geven aan het land. Vanuit het levendige geheel van het bedrijf gezien, vormt de melk niet meer dan een “bijproduct”, dat direct kan worden geconsumeerd door mens en dier of als grondstof kan dienen voor kaas en andere zuivelproducten.

Het spreekt welhaast voor zich dat de mensen die het bedrijf voeren, de spil zijn in dit geheel, omdat zij enerzijds al doende inzicht ontwikkelen in alle fysische, chemische, organische, ziele-, spirituele en kosmische processen die zich afspelen op een landbouwbedrijf en anderzijds vanuit inzicht in al die processen vorm en richting geven aan die processen. Daarbij is het ontwikkelen van de sociale processen met begrip voor de aard van sociale processen van cruciaal belang voor de ontwikkeling van de biologisch-dynamische landbouw in het algemeen.

Nadat ik een boer in Lutjebroek, de directeur van Zuiver Zuivel, verschillende mensen in de groot- en detailhandel, een alternatieve landbouwwetenschapper, een financieel deskundige van een alternatieve bank en enkele consumenten had gesproken, concludeerde ik dat ik blij mocht zijn om nog tijdens mijn leven echte biologisch-dynamische melk te mogen drinken.’

Wat schrijft men nu in het nieuwe Demeter-Journal? Sinds afgelopen maandag staat op de Duitse Demeter-website over dit ‘nieuwe consumententijdschrift, bio-dynamische kwaliteit genieten en begrijpen’, dat tussen 19 en 22 feburari gepresenteerd wordt tijdens de Biofach in Neurenberg:

‘“Differenzierung der Qualitäten wird im Bio-Bereich immer wichtiger”, unterstreicht Demeter-Vorstand Klemens Fischer und nennt so auch gleich eine der wesentlichen Aufgaben des neuen “Demeter-Journals”, das zur BioFach erstmals erscheint und im Naturkostfachhandel verteilt wird. Diese Kundenzeitschrift für qualitätsorientierte Bio-Kundinnen wird vier Mal im Jahr erscheinen mit einer Mindestauflage von 100 000. Auf 32 bis 40 Seiten werden Schwerpunkte gesetzt wie jetzt in der ersten Ausgabe mit der bio-dynamischen Pflanzenzüchtung oder dem Thema Milch im zweiten Heft.

“Wir verbinden genießen und verstehen und wenden uns so an die Bio-Affinen, die nachdenklich, bewusst und anspruchsvoll sind, die einfach mehr wissen wollen. Dabei spielen die Menschen, die bio-dynamisch leben und arbeiten, eine zentrale Rolle im Heft,” erklärt Renée Herrnkind ihr redaktionelles Konzept. Tiefgründige, längere Reportagen in der Rubrik “Vor Ort”, prägnante Texte im Bereich “Verstehen”, viel Nutzen mit Rezepten, Marktüberblick, Neuheiten, Demeter-Klassikern, dazu Aktuelles und Nachdenkliches sowie Herstellerporträts in der Rubrik “Kennenlernen” und die Rubrik “Begegnen”, die zum Beispiel mit der Aktion “Zukunft säen” auf Demeter-Höfen gemeinsame Aktionen und Verknüpfungen mit Ladenaktivitäten ermöglicht, prägen das ganz eigene Bild des Demeter-Journals. Das wird unterstrichen durch die anspruchsvolle optische Umsetzung, die die Agentur Eberle in Schwäbisch-Gmünd verantwortet.

“Unser Ziel ist klar: Aus Bio-KäuferInnen sollen Demeter-Käufer werden,” betont Fischer.

Der Demeter e. V. investiert in dieses Medium, um direkte Beziehungen zu Kunden aufzubauen und seinen Markenartiklern und Erzeugern eine Bühne zu bieten, sich authentisch zu präsentieren. So soll Begeisterung für bio-dynamische Qualität geweckt werden.’

vrijdag 20 februari 2009

Mixture

Tsjongejonge, wat een nieuws allemaal om over te berichten vandaag. Ik weet gewoon niet waar ik moet beginnen. Op de Iocob-website vond ik twee memorabele berichten, evenzeer twee beschouwingen bij het internettijdschrift ‘Mens en wereld’ van Ton Jansen, de website van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen springt zowaar ook in op het nieuws met een informatiefolder over HPV vaccinatie, en dan hebben we ook nog nieuws over Robert Gorter bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Laat ik maar met dit laatste beginnen.

Robert Gorter is hier al verschillende keren aan bod gekomen. Zoals op op 10 juli 2008 in ‘Tegenaanval‘, waarin ik beschreef hoe hij door de Vereniging tegen de Kwakzalverij op de korrel werd genomen. Drie dagen later, op 13 juli 2008, volgde ‘Het eigen ware verhaal‘, met daarin een interview uit 2003 met hem door Petra Weeda, uit Jonas. Op 5 augustus 2008 kwam in ‘Uitgewoed‘ Kees Braam, webmaster van kanker-actueel, aan het woord. Deze schreef over het in diskrediet brengen van Gorter en anderen door de Vereniging tegen de Kwakzalverij:

‘Gelukkig is hun dat niet gelukt. In tegendeel de Belgische zusterorganisatie Skepp ligt nog steeds een grote schadeclaim te wachten van dr. Robert Gorter. Tot nu toe heeft Skepp alle rechtzaken daarover verloren.’

Op 6 januari schreef Jan Willem Nienhuys op de website van de Vereniging tegen Kwakzalverij over deze rechtszaak, in een nieuwsbericht met de titel ‘Gorter contra de Vlaamse sceptici. Ex-professor eist 25.000 euro’:

‘Op 9 januari komt in Antwerpen het proces voor van Robert Gorter tegen SKEPP, prof. Wim Betz van SKEPP en Luc Bonneux. Gorter vindt dat SKEPP hem onterecht een kwakzalver noemt en hij eist dat SKEPP een stuk over hem verwijdert, en hij wil ook nog eens 25.000 euro schadevergoeding.

In een ‘Naschrift’, gedateerd 9 januari 2009, staat echter:

‘De rechtszitting heeft plaatsgevonden, de uitspraak is over circa een maand. Gorter heeft de eis van 25.000 euro laten vallen, maar wil wel proceskosten terug als hij wint.’

Het artikel zelf bevat genoeg interessante elementen en interessante links – want dat doet hij goed, onze Jan Willem Nienhuys – om hier in zijn geheel weer te geven (ik neem tenminste aan dat de Vereniging tegen de Kwakzalverij daar geen bezwaar tegen heeft). De toon is, zoals we dat van de scribenten binnen deze vereniging gewend zijn, uitermate sceptisch, om niet te zeggen cynisch:

‘Het gewraakte artikel staat al sinds mei 2004 op de website van SKEPP met een toevoeging waarin een brief uit september 2005 wordt geciteerd, die er op neer komt dat Gorter in de zomer van 2005 uit een samenwerkingsverband werd gezet. In de zomer van 2006 volgde een aanklacht van Gorter tegen SKEPP. Gorter wil een schadevergoeding hebben van 25.000 euro van SKEPP, van prof. Wim Betz (voorzitter van SKEPP) en van de epidemioloog dr. Luc Bonneux die samen met Betz het artikel schreef. Het AD besteedde op 3 oktober 2006 ook aandacht aan Gorter. Het bedrag van 25 mille is nogal wat voor een kleine organisatie als SKEPP, maar voor Gorter is het minder dan wat hij met zijn charmes van een enkele wanhopige patiënt(e) kan aftroggelen.

Inmiddels is er weer het een en ander gebeurd. Gorter heeft enkele ruimtes gehuurd in het Keulse Eduardus-Krankenhaus met steun van de zakenman-farmacoloog Kees Kleinbloesem van het omstreden stamcelbedrijf Cells4Health (voor stamceltherapie zie elders op deze site).

Vervolgens heeft Gorter ruzie (over geld, natuurlijk) met Kleinbloesem gekregen, en ook met een andere geldschieter, Jan Bons. Bons beschuldigt Gorter ervan dat hij de patiënten contant liet betalen (kennelijk zonder kwitantie en in elk geval zonder het te boeken) en daarna die patiënten nog een rekening stuurde; wie de gepeperde rekeningen van Gorter niet betaalt, krijgt vervolgens met een incassobureau te maken.

Inmiddels heeft een Duitse rechtbank uitgesproken dat Gorter zich geen professor meer mag noemen. Zoals bekend kan in Nederland elke semi-alfabete waarzegger zich professor noemen (Professor Banjian voor al uw liefdesproblemen en hulp bij zakelijke transacties), maar bij onze oosterburen zijn ze daar wat preciezer mee.

Gorter past onbewezen therapieën toe, waarvan hyperthermie en dendritische celtherapie de meest spectaculaire zijn. Hyperthermische therapie klinkt eenvoudig, maar is in feite heel moeilijk en kan alleen worden toegepast in gespecialiseerde centra, meestal in combinatie met andere therapie. Er wordt heel veel onderzoek naar gedaan.


Bij therapie met dendritische cellen – een onderdeel van het immuunsysteem – gaat het er niet alleen om dat zulke cellen van de patiënt worden opgekweekt (wat Gorter doet) maar dat die cellen ook geleerd moet worden “de vijand”, bijvoorbeeld een tumor-antigen, te herkennen (wat Gorter niet doet). Ook hier wordt veel onderzoek naar gedaan, maar alleen in enkele gevallen, vooral huidkanker, is enig resultaat geboekt. Het probleem is dat niemand echt weet hoe dat “aanleren” moet gebeuren. Een doorbraak op dit gebied zou een Nobelprijs waard zijn.


SKEPP zal op 9 januari goed beslagen ten ijs komen, met brieven van hoogleraren-diensthoofden van vier universitaire kankercentra, die de behandelingen van Gorter (waaronder ook die met Iscador) afwijzen. Het is te hopen dat de rechtbank in Antwerpen deze getuigenissen op waarde zal beoordelen. Het is natuurlijk altijd mogelijk dat de rechter zal vinden dat SKEPP maar moet bewijzen dat de behandelingen van Gorter níét werken, en dat een paar getuigenissen van tevreden patiënten de doorslag zullen geven, ook als er geen causaal verband gelegd kan worden tussen de behandeling en de veronderstelde genezing. Tegen Gorter pleit natuurlijk dat hij geen gebruik heeft gemaakt van het aanbod om op de website van SKEPP uit te leggen waarom het wel zinnig is wat hij doet.


In een lang artikel in het onlangs verschenen winternummer 2008 van Wonder en is gheen wonder, het blad van SKEPP, spreken Betz en Bonneux de hoop uit dat de Europese richtlijn 2005/29/EG in alle lidstaten toegepast gaat worden.


Die richtlijn is heel streng jegens misleidende handelspraktijken. In artikel 12 staat dat de overheid kan eisen dat iemand bewijzen aandraagt voor beweringen over zijn handelspraktijk, en dat als die bewijzen niet geleverd kunnen worden ze dan als onjuist beschouwd mogen worden – en dus verboden volgens artikel 6. Nummer 17 van de 31 oneerlijke praktijken in de Bijlage I luidt: “Bedrieglijk beweren dat een product ziekten, gebreken of misvormingen kan genezen.” Bovendien moet volgens artikel 5, lid 3, bij praktijken gericht op “consumenten die wegens een mentale of lichamelijke handicap, hun leeftijd of goedgelovigheid” de bedrieglijkheid worden beoordeeld vanuit juist die groep.


Wie dus therapieën aanbiedt aan wanhopige kankerpatiënten, zit al fout (volgens deze richtlijn) wanneer hij op verzoek van een rechterlijke of administratieve instantie, de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) bijvoorbeeld, onvoldoende bewijs kan leveren voor de gedane beweringen. Daarbij mag IGZ uitgaan van de interpretatie die de doodzieke en wanhopige patiënt aan die beweringen geeft.’

Tot zover het nieuwsbericht van 6 januari. Vandaag meldt de vereniging op haar website, onder de titel ‘Gorter verliest proces tegen SKEPP’:

De Antwerpse rechtbank van eerste aanleg heeft de schade-eis afgewezen die de omstreden alternatieve kankerbehandelaar Robert Gorter had ingespannen tegen de vzw SKEPP en twee van zijn leden, de artsen Wim Betz en Luc Bonneux.’
In het licht van het voorgaande is het afwijzen van die schade-eis een beetje vreemd, omdat Gorter die juist had laten vallen. Maar goed, misschien is schade-eis in overdrachtelijke, en niet in financiële zin bedoeld? Hoe dan ook, de webredactie plaatst hierbij het volgende persbericht:

‘De Nederlandse arts Robert Gorter baat een “kankerkliniek” uit in Keulen waar hij kankerpatiënten behandelt met behulp van allerlei alternatieve therapieën, zoals homeopathie, vitaminekuren en behandeling met maretakextract. Betz en Bonneux wezen er in een artikel op de website van SKEPP op dat die methoden onzinnig zijn en dat Gorter de kwalificaties van kankerspecialist mist. Ze vonden zijn behandelingen, die patiënt gemakkelijk tienduizenden euro’s kosten, een duidelijk voorbeeld van kwakzalverij.

Gorter stapte naar de rechtbank omdat hij door die publicatie schade zou hebben opgelopen. Hij eiste dat SKEPP het artikel van zijn website zou halen. Bovendien eiste hij van beide auteurs en van de vereniging 25.000 euro schadevergoeding.

De rechtbank wijst die eisen nu af vanwege het recht op vrije meningsuiting (vonnis van 6/2/2009). Het gewraakte artikel is volgens de rechters “een bijdrage van twee dokters die zich kunnen beroepen op enige faam in de medische wereld. Zij beroepen zich op hun onderzoek ter zake en op de gefundeerdheid van hun uitlatingen en kritiek.” Het gaat dus niet om “lichtzinnige ideeën” en Gorter heeft niet kunnen aantonen dat men enkel de bedoeling had hem kwaadwillig te schaden. De rechtbank spreekt zich niet uit over de behandeling van Gorter, maar merkt op: “Wie zich als dokter in de medische wereld inlaat met experimentele therapieën stelt zich bloot aan kritiek op deze therapieën en op zijn handelswijzen.” Door bovendien publiciteit te geven aan zijn behandeling, stelt Gorter zich bloot aan kritiek, aldus de magistraten. Zijn eis wordt verworpen en hij moet onze gerechtskosten vergoeden. Het bewuste artikel is nooit van de website weggeweest.

SKEPP is uiteraard verheugd dat een rechtbank uitdrukkelijk het recht op vrije meningsuiting erkent als er gefundeerde kritiek wordt geleverd op omstreden therapieën. Dat klinkt vanzelfsprekend voor een vrij land, maar toch werd eerder in Nederland de Vereniging tegen de Kwakzalverij veroordeeld werd omdat ze een andere omstreden therapeut een “kwakzalver” had genoemd. Betz en Bonneux hebben niet geaarzeld die term te gebruiken, maar duidelijk uitgelegd wat ze ermee bedoelden: “het regelmatig verkopen of aanbevelen van behandelingen of producten waarvan de werking niet bewezen is.”

SKEPP levert alleen kritiek op omstreden praktijken en theorieën als die gebaseerd is op ernstig onderzoek en kennis van zaken. De rechtbank heeft dat ook voor dit geval erkend. Dat is een goede zaak in de strijd tegen flauwe kul en charlatanisme.

Naschrift webredactie: De VtdK feliciteert SKEPP en in het bijzonder Wim Betz en Luc Bonneux.’

Goed, dit was dus het eerste nieuwsbericht van vandaag. Eens kijken of ik de overige wat korter kan brengen. De informatiefolder over HPV vaccinatie van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen. Op de ‘Actueel’-pagina van haar website staat bovenaan het volgende bericht:

‘Voorlichting HPV vaccin.
Binnenkort wordt er gestart met de voorlichting over en de daadwerkelijke vaccinatie met het HPV-vaccin. Over dit vaccin is in de media en onder artsen veel te doen. Ook binnen de antroposofische geneeskunde is er een visie op vaccineren in het algemeen en dit vaccin in het bijzonder. Onze Duitse collega kinderartsen maakten daar een voorlichtingsfolder over, welke we nu voor u vertaald hebben. U vindt deze hier.’

Prima! We willen graag weten wat antroposofische medici en therapeuten hiervan vinden. In de folder wordt eerst uitgelegd wat ‘Humane Papilloma Virussen’ eigenlijk zijn. Vervolgens gaat het over ontstaan en herkenning van baarmoederhalskanker in een vroeg stadium en in hoeverre HPV-vaccinatie daartegen zinvol is. Tot slot worden tien overwegingen genoemd die helpen om in elke individueel geval een goed besluit te kunnen nemen. Resumerend wordt gesteld:

‘De genoemde overwegingen, als ook de nog onbeantwoorde vragen laten zien, dat een gefundeerde beslissing eerst na zorgvuldige afweging genomen kan worden. In dit informatieblad wordt uitgelegd dat het mogelijk is van de vaccinatie af te zien, zonder een onverantwoord risico te nemen. Het risico is mede afhankelijk van de eigen levensstijl en van de manier van omgaan met seksualiteit.

Naast de medische aspecten zijn er bij het besluit al of niet te vaccineren dus ook pedagogische aspecten. Welke boodschappen mogen ouders (en artsen) hun kinderen meegeven? Een boodschap zou kunnen luiden: “we beschermen je tegen een seksueel overdraagbare ziekte met eventuele zwaarwegende gevolgen, zodat je geen angst voor een infectie hoeft te hebben.”

Daar tegenover zou een andere boodschap kunnen zijn: “we proberen je een levensstijl mee te geven, die je gezondheid bevordert. We vertrouwen dat je in toenemende mate zelf verantwoordelijkheid kan dragen voor je gezondheid en je leven.”

Tegen deze achtergrond wordt duidelijk, dat de oordeelsvorming over de HPV-vaccinatie een medische en pedagogische opgave is. Zoekt U hiervoor zonodig het gesprek met Uw huisarts, kinderarts of gynaecoloog op.’

Voor de tekst tekenen:

‘Met toestemming van de Gesellschaft Anthroposophischer Ärzte Duitsland:
Dr. med. Angela Kuck, gynaecologe, Richterswill, Zwitserland
Dr. med. Bart Maris, gynaecoloog, Krefeld
Georg Soldner, kinderarts, München
Bewerkt voor Nederland door Barbera Bischot en Madeleen Winkler, december 2008.’

Dan wil ik graag de twee nieuwste bijdragen noemen die Ton Jansen publiceerde in zijn internettijdschrift ‘Mens en wereld. Tijdschrift voor antroposofie en sociale driegeleding.’ De artikelen zelf zijn hier te vinden. De voorlaatste stond in nr. 56 van de eerste jaargang, die van zaterdag 14 februari 2009, en had als titel ‘Buitenspel II’ (de tweede aflevering dus met dit onderwerp). Die ging over de aanschaf van de Joint Strike Fighter (JSF) en hoeverre deze aanschaf wordt bepaald door oneigenlijke argumenten, zoals nauwe politieke en financiële banden met de Verenigde Staten. Ton Jansen maakt daarbij dankbaar gebruik van het proefschrift van defensiespecialist Bert Kreemers, ‘Hete hangijzers’. Daarin wordt de vijftigjarige geschiedenis geschetst van de aanschaf van Amerikaanse toestellen voor de Nederlandse luchtmacht: de Starfighter van Lockheed, de Northrop NF-5, de huidige F 16, en dan nu dus de JSF. Ton Jansen schrijft naar aanleiding hiervan:

‘De politieke keuzes die Nederland maakt blijken dus een economische achtergrond te hebben. Vandaar ook de consequente keuze voor een Amerikaans toestel, want de Verenigde Staten hebben ons natuurlijk economisch veel meer te bieden dan bijvoorbeeld Frankrijk, Italië of Zweden. Bovendien zijn er door het bestaan van enkele grote multinationals, zoals Shell en Unilever, die hun wortels zowel in Nederland als in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten hebben, sterke economische banden tussen deze landen. Het is dus de vervlechting tussen het economische en het politieke leven (rechtsleven), die de afhankelijkheid van onze regering jegens de Verenigde Staten verklaart. Zou deze vervlechting er niet zijn, dan zou de regering bij dergelijke keuzes de handen vrij hebben en niet onder druk van het bedrijfsleven staan, om de simpele reden dat zij dan geen economische verantwoordelijkheden zou hebben en in dit opzicht dus niet chantabel zou zijn. Zodat van een eerlijke vergelijking tussen de verschillende mogelijkheden sprake zou zijn, in plaats van de bevooroordeelde keuzes die nu steeds worden gemaakt.

Behalve de vervlechting tussen het economische en politieke leven is er nog een tweede reden waarom Nederland in veel gevallen wel gedwongen is om de Verenigde Staten te volgen. Deze reden is gelegen in de “voor wat, hoort wat”-politiek, waar dit land zich standaard van bedient. “Met deze politiek”, zo schrijft Marcel van Dam, “wordt de [politieke en economische] macht van Amerika omgezet in Amerikaans voordeel”. Want “als een land dat lid is van de Veiligheidsraad Amerikaanse steun ontvangt en een stem uitbrengt tegen de Amerikaanse belangen, kan het die steun voorlopig wel vergeten”. Omgekeerd worden de landen die de Amerikaanse politiek braaf volgen, wel met politieke of economische steun beloond, zoals bijvoorbeeld Georgië dat direct na de oorlog met Rusland vorig jaar voor een miljard dollar aan hulp van de VS ontving. Een mengeling van omkoping en chantage, zo zouden we de Amerikaanse “voor wat, hoort wat”-politiek kunnen noemen. Door Bush werd deze politiek na de gebeurtenissen van “11/9” op de spits gedreven, toen hij verklaarde: “wie niet voor ons is, is tegen ons”.

Ook benoemingen op hoge politieke posten nemen in deze “voor wat, hoort wat”-politiek een belangrijke plaats in. Het is niet ondenkbaar dat in dit geval de benoeming van Jaap de Hoop Scheffer tot secretaris-generaal van de NAVO een rol heeft gespeeld bij het besluit van het kabinet om aan de oorlog in Irak deel te nemen. Zo bezien kan – zoals Marcel van Dam scherp opmerkt – Jaap de Hoop Scheffers benoeming tot secretaris-generaal van de NAVO als een soort “beloning” worden gezien voor zijn inschikkelijkheid als minister van Buitenlandse Zaken. Te bewijzen valt dit uiteraard niet, want koehandel als deze wordt natuurlijk niet openlijk bedreven, maar onwaarschijnlijk lijkt het niet. Ook een parlementair onderzoek naar de rol van het kabinet omtrent deelname aan de oorlog in Irak kan dit allemaal niet boven tafel brengen. Het zal dus weinig nieuws opleveren en is in die zin overbodig.’

Hiermee wordt door Ton Jansen de insteek van de sociale driegeleding duidelijk gemaakt aan de hand van actuele politieke vraagstukken. Dit gebeurt ook in zijn laatste bijdrage, van gisteren 19 februari, getiteld ‘Koffiedik kijken’. Die gaat over de kredietcrisis en de uiterst sombere voorspellingen van het Centraal Planbureau (CPB). Maar ook over de reactie van de politiek hierop. Nu blijken niet alleen de voorspellingen, maar ook de politieke en economische reacties die ten beste worden gegeven bijzonder wisselvallig en wispelturig, zoals Ton Jansen goed gedocumenteerd laat zien. Hij schrijft hierover:

‘Wat zegt ons dit allemaal? Hebben we hier met louter charlatans te doen, beunhazen in hun vak? Of is er soms meer aan de hand? Waar de onzekerheid zo groot is en het herzien van uitspraken en voorspellingen geen regel maar uitzondering, kan dat natuurlijk niet meer aan het falen van individuen worden geweten. Bovendien hebben we bij mensen als Barro en Krugman te maken met de meest vooraanstaande wetenschappers op het gebied van de economie. De echte oorzaak is dat de economische wetenschap in feite geen wetenschap is. En ook nooit zal kunnen zijn, zolang ze haar doelen en methoden niet aanpast. Minstens twee uitgangspunten van de economie zijn namelijk aantoonbaar onjuist, en wel in de eerste plaats de veronderstelling dat het om een soort kennis gaat die vergelijkbaar is met de natuurwetenschap. En in de tweede plaats de veronderstelling dat de economie vanuit een centraal punt te sturen (lees: beheersen) zou zijn.

Beide uitgangspunten zijn aantoonbaar onjuist. De economie is namelijk geen anorganische wetenschap, maar een sociale wetenschap die op het gedrag van mensen betrekking heeft. En mensen zijn nu eenmaal geen levenloze voorwerpen, die naar believen gemanipuleerd kunnen worden, maar levende wezens die met een eigen wil zijn bezield en naar eigen inzicht handelen. Voor zover de economie een wetenschap kan en wil zijn, zal zij zich dus in de eerste plaats moeten realiseren dat kennis, in de zin zoals de natuurwetenschap die kent, en dus ook voorspellingen niet mogelijk zijn. En dat zij rekening moet houden met de eigen wil van de mens.

Iemand die dit terdege beseft heeft en tegelijk de aanzet heeft gegeven tot de vernieuwing van de economie is Rudolf Steiner. Het belangrijkste gezichtspunt dat hij in dit opzicht aandraagt, is dat de enkeling het geheel van het economische leven nooit en te nimmer in zijn eentje zal kunnen overzien. Daarvoor is het economische leven simpelweg te complex. Het reguliere streven om een alomvattende economische wetenschap te grondvesten, die alles overziet en samenvat, is dus simpelweg onhaalbaar. In plaats daarvan zouden er volgens Rudolf Steiner zogeheten associaties moeten komen, waarin mensen die bij een bepaald gebied van het economische leven betrokken zijn, samenkomen en hun ervaringen uitwisselen. Bijvoorbeeld alle producenten van een bepaald product uit een bepaalde regio. Of simpelweg alle producenten uit een bepaalde regio. Of juist producenten en consumenten (en ook de handelaren) uit een bepaalde bedrijfstak. Enzovoorts. We kunnen hierbij bijvoorbeeld denken aan de OPEC, de organisatie van olieproducerende landen. Deze associaties, zo legt Rudolf Steiner uit, zijn in feite de ogen en de oren van het economische leven. Hierin worden de afzonderlijke ervaringen van de diverse deelnemers tot een geheel samen gevoegd. Alleen zo kan werkelijk overzicht en inzicht ontstaan, dat vervolgens als basis voor het handelen kan dienen. Heel wat anders dan de huidige economische wetenschap, die enerzijds vooral abstracte theorieën kent, waarvan het raakvlak met de realiteit twijfelachtig is; en anderzijds vooral op de ervaring uit het verleden berust, al dan niet in statistieken weergegeven. Met als manco dat deze ervaring geen uitsluitsel biedt in individuele gevallen en weinig tot niets kan zeggen over de toekomst. Inzicht en handelen zijn in deze wetenschap ook twee verschillende zaken, terwijl deze in de associaties waar Rudolf Steiner over spreekt hand in hand gaan: de mensen die daar gezamenlijk tot inzicht komen, zijn ook degenen die daadwerkelijk handelend in het economische leven staan, zodat van een kloof tussen theorie en praktijk geen sprake kan zijn. Het inzicht dat ontstaat en de afspraken die worden gemaakt, worden direct in daden omgezet. Waarvan vervolgens het effect moet worden bekeken en zonodig bijgesteld. En dit op vele plaatsen.

Een voorbeeld van zulke concrete maatregelen is het verkleinen of vergroten van de olieproductie door de OPEC, wanneer de prijs van een vat olie te laag of te hoog is. Dit is een reële handeling, die zijn effect in het economische leven niet kan missen, dit in tegenstelling tot de abstracte maatregelen van overheden en centrale banken, zoals het verlagen of verhogen van de rente, waarvan het effect maar afgewacht moet worden. Zoals nu ook het effect van Obama’s stimuleringsplan afgewacht moet worden, terwijl voor- en tegenstanders elkaar ondertussen in de haren vliegen over de vraag, wat of nu effectiever is: directe investeringen van de overheid om de economische productie aan te jagen dan wel lagere belastingen ter vergroting van de koopkracht? In plaats van de centraal gestuurde economie, waarbij een paar beleidsmakers vanuit hun gerieflijke kantoren de economie proberen te beïnvloeden, zien we dus overal door het land associaties ontstaan, die elk op hun plaats, vanuit hun situatie regulerend op het economische leven inwerken.’

En dan nu nog twee berichten van de website van Iocob, de stichting voor Innovatief Onderzoek en Onderwijs van Complementaire Behandelwijzen. Ze spreken eigenlijk voor zichzelf, zodat ik niet veel meer hoef te doen dan ze hier te laten volgen. De eerste is getiteld Wikipedia partijdig en vol sloopwerk’ en begint zo:

‘Er komen steeds meer signalen binnen bij IOCOB dat alle hoofdstukken op Wikipedia die iets te maken hebben met alternatieve geneeskunde, of andere aanverwante onderwerpen, in de handen zijn van de editors van de Vereniging tegen de kwakzalverij. Diverse van onze medewerkers, die hebben geprobeerd met duidelijke referenties stukken te herschrijven of aan te vullen, hebben gemerkt dat de nieuwe tekst binnen een mum van tijd verwijderd is. De teneur van de stukken is uiterst cynisch en draagt overal het stempel van de Vereniging tegen de kwakzalverij en Skepter.’

Een van degenen die bijdragen maakt en hierdoor getroffen wordt, is Bert. Hij schrijft:

‘Mensen die wèrkelijk in inhoud en nieuwe, baanbrekende ontwikkelingen geïnteresseerd zijn, kunnen voortaan beter hier, hier of hier terecht. Mijn Myspace-pagina of mijn eigen domein mag natuurlijk ook. (...) De bijdragen die ik de afgelopen twee jaar heb geleverd zijn hier terug te vinden.’

Het is maar dat u het weet, als u weer eens de Wikipedia raadpleegt. Het tweede nieuwsbericht dat ik wil noemen, heet ‘Goede artsen...’:

‘In het boek van Prof. dr. Hans Achterberg over de moderne gezondheidszorg staan een aantal passages die zeer verhelderend zijn. Hier citeren we een klein fragment over de goede artsen... Hij verwijst daarbij naar de afscheidsrede van een van onze adviseurs, Prof. Dr. H. Rasker, reumatoloog. Dat kennis tot bescheidenheid leidt.’

Als bron wordt vermeld: ‘De gezondheidsutopie – prof. dr. Hans Achterhuis – G-lezing 2004’:

‘Goede artsen zijn zich over het algemeen zeer bewust van de beperktheid van hun medische kennis. De wereldberoemde Utrechtse hoogleraar interne geneeskunde Heijmans van den Bergh slaakte begin vorige eeuw in zijn colleges vaak de verzuchting: “Van alles wat ik u ga vertellen is de helft niet waar, en wist ik nu maar welke helft.”

De situatie lijkt sindsdien nauwelijks veranderd. Rasker geeft een lange opsomming van ziektes en diagnoses die eens gangbaar waren maar langzaam gewoon verdwenen. In dat verband pleit hij er voor om op zijn eigen vakgebied de diagnose fybromyalgie niet te stellen, omdat hij geconstateerd heeft hoezeer deze ziekte het gedrag van patiënten kan bevestigen en verergeren.

Dat betekent niet dat patiënten geen reële klachten hebben, maar daar dient men op een andere manier mee om te gaan dan door het opplakken van het ziekte-etiket. Niet alleen ziekten en diagnoses blijken een soms korte halfwaardetijd te hebben. Rasker laat zien dat dit ook geldt voor veel medicijnen en voor benaderingen in de gezondheidsvoorlichting. In de epidemiologie, zo liet ik al zien, is de halfwaardetijd vaak extreem kort.

De waarheid van vandaag is soms de leugen van morgen. Meestal wordt dit alles door de goede beroepsbeoefenaren en de wetenschappers terdege beseft. Ze laten echter te gemakkelijk toe, ja ze stimuleren zelfs dat hun kennis naar buiten toe voor utopische beloften wordt gebruikt en de hierbij passende verwachtingen van een maakbare gezondheid en een maakbaar lichaam oproept. Bescheidenheid dus als professionele grondhouding.’

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – Vanaf 2014 redacteur van ‘Motief, maandblad voor antroposofie’, uitgegeven door de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Laatste reacties

Recent Comments Widget

Zoeken in deze weblog

Wordt geladen...

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)