Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de verdrukking. Want antroposofie is niet eenvoudig te grijpen en te begrijpen. Dat geeft snel een vertekend beeld. In deze weblog wil ik ruimte geven om antroposofie, zoals zij in de media verschijnt, op haar merites te beoordelen. Vanuit een positieve instelling. Maar niet kritiekloos.

woensdag 1 december 2010

Stopwatch


Nu volgt er een stukje wandeling door Parijs, langs de Seine aan de zuidzijde, vanaf het Musée d’Orsay richting Sainte-Chapelle in hartje Parijs.

LBI geprezen om innovatie’ staat er op de website van het Louis Bolk Instituut. Gisteren kwam men met dit bericht voor de draad:
‘In de Boerderij Business Top Honderd van 26 november 2010 is het Louis Bolk Instituut als nieuwkomer binnengekomen op de 28e plaats. De jury prijst het innovatieve karakter van de organisatie. Meer details zijn te lezen in het overzichtsartikel.’
De link toont een gescande pagina waarop deze gegevens vermeld worden:
‘Bedrijfsnaam: Louis Bolk Instituut
Locatie hoofdkantoor: Driebergen (U.)
Bedrijfsvorm: stichting
Opgericht in: 1976
Dochterbedrijven: twee kantoren in Ghana en Oeganda
Topman: Chris Koopman (directeur landbouw)
Aantal werknemers: 65
Internet: www.louisbolk.nl’
Onder de ranking ‘28’, waaraan deze pagina gewijd is, staat ‘Onderzoek’ en ‘Louis Bolk Instituut’, met deze tekst:
‘Debuteren met een 28ste positie is een knappe prestatie. Het Louis Bolk Instituut dendert de top 100 in. Opvallend is wel dat de stichting op alle punten lager scoort dan een 28ste plaats. De hoogste waardering is er voor innovaties. Hier haalt de stichting een 33ste plek. Qua duurzaamheid is een 54ste plaats het resultaat. Dit lijkt redelijk, maar voor een onderzoeksbureau als het Louis Bolk Instituut is dit toch echt te matig. Het bedrijfsprofiel blijkt bleekjes. Voor een onderzoeksbureau is dit ook lastiger, maar een 73ste positie kan beter. Dat het Louis Bolk Instituut qua omzet slechts 100ste staat, is geen verrassing. Onderzoeksbureaus zijn niet de grootverdieners in deze sector.’
Hoe je dat doet, 28ste worden, terwijl je hoogste plek 33 is, begrijp ik niet. Maar dat kan ik beter overlaten aan het tijdschrift ‘Boerderij’, een uitgave van Reed Business in Doetinchem. Ik vond op internet een verantwoording van de top 100 over 2009, geschreven door Karin Oonk-Nooren; ik neem aan dat hetzelfde ongeveer ook dit jaar geldt:
‘De Boerderij Business Top 100 is een lijst van de 100 meest toonaangevende bedrijven die actief zijn in de Nederlandse agribusiness. Deze 100 bedrijven maken de Nederlandse agribusiness tot een succes. Toonaangevendheid is voor Boerderij een combinatie van zeven basisfactoren: omzet, innovatie, groei, sectoroverschrijding, imago, handelsgebied en duurzaamheid (zie kader rechts).

Boerderij werkte niet alleen bij het vaststellen van de methodiek en de ranking. De redactie kreeg assistentie van accountantsbureau PriceWaterhouseCoopers (PWC) en een panel van acht experts. Dit panel vormt een goede afspiegeling van de Nederlandse agribusiness. Kijk voor de samenstelling van het panel op pagina 4.

Nominatie
In totaal waren 120 bedrijven genomineerd. Niet alle ondernemingen kwamen in aanmerking. Alleen agribusinessbedrijven gerelateerd aan akkerbouw, veehouderij, mechanisatie en varkenshouderij dongen mee. Buitenlandse bedrijven ontbraken daarbij niet. Deze zijn vaak toonaangevend en innoverend voor de Nederlandse agrisector en van groot belang voor de Nederlandse boer.

Voor een evenwichtige verdeling van de bedrijven over de hele agribusinesskolom zijn deze opgedeeld in 20 hoofden subcategorieën. In iedere subcategorie zijn de bedrijven met de hoogste omzet meegenomen.

Gegevens
Alle 120 genomineerden streden vervolgens voor de titel “meest toonaangevende agribusinessbedrijf van Nederland”. De gegevens voor de scores op de basisfactoren verzamelde Boerderij niet zelf. De genomineerde bedrijven hebben een vragenlijst met circa 20 objectieve vragen over zes basisfactoren beantwoord. Bijvoorbeeld: hoeveel groeide uw bedrijf de afgelopen drie jaar? Alle aangeleverde gegevens zijn strikt vertrouwelijk behandeld en daarom ook niet gepubliceerd. De gegevens over omzet en groei zijn ook niet uit de ranking te herleiden.

Een gering aantal bedrijven besloot geen gegevens voor de ranking aan te leveren. De redactie vindt dat deze bedrijven niet mogen ontbreken op de lijst. Daarom heeft de redactie voor zover mogelijk zelf de gegevens verzameld via de Kamer van Koophandel, internet en openbare jaarverslagen. Indien geen gegevens te vinden waren, zijn deze “onderschat”. Dit omdat bedrijven niet beloond mogen worden als zij geen gegevens aanleveren.

De zevende factor, imago, heeft Boerderij online gemeten op Boerderij.nl. Negen weken lang stemden duizenden agrariërs op het imago van de bedrijven.

Ranken
Niet alle zeven basisfactoren wegen even zwaar mee in de ranking. Het expertpanel bepaalde de wegingsfactor van iedere basisfactor en de vragen binnen de basisfactor. Het bedrijf met de beste totaalscore voert de lijst aan. Van de 120 genomineerde bedrijven zijn de beste 100 in de top 100 terechtgekomen. De 20 “afvallers” hebben een eervolle plek op de tiplijst gekregen.

Daarnaast zijn per categorie, en van vijf basisfactoren, de winnaars bepaald.’
Dan zijn er ‘De zeven basisfactoren’ in het kader rechts:
‘Omzet
Alleen omzet die een bedrijf heeft behaald in de agrisector telt mee. Deze is gesplitst in de behaalde omzet in Nederland en de totale omzet van het bedrijf.
Innovatie
De score voor innovatie is bepaald door vijf vragen uit de Community Innovation Survey, een internationale enquête die ook het CBS gebruikt.
Groei
Voor groei is gerekend met de totale gerealiseerde groei van de afgelopen drie jaar. Daarvoor zijn de totaalomzetten van 2005 en 2008 met elkaar vergeleken.
Sectoroverschrijding
Bedrijven zijn meer toonaangevend als ze in meerdere sectoren actief zijn. De sectoren zijn akkerbouw, varkenshouderij en veehouderij.
Imago
Imago is de optelsom van sympathie, waar voor je geld, deskundig/vakbekwaam, servicegericht en betrouwbaar.
Handelsgebied
Hoe groter de regio waarin een bedrijf actief is, hoe zichtbaarder/toonaangevender het bedrijf is. De handelsgebieden zijn regionaal, nationaal en internationaal.
Duurzaamheid
Om de duurzaamheid van een bedrijf te bepalen zijn drie vragen geselecteerd uit de duurzaamheidsbarometer van PriceWaterhouseCoopers. De antwoorden op deze vragen worden gewogen meegenomen in de score op deze basisfactor.’
Dit bewijst wel dat die 28ste plek op de ranglijst inderdaad bijzonder is. We keren weer terug naar die gescande pagina, want daar staat nog meer op. Onder de kop ‘Innovatief onderzoeken én netwerken. 2009/2010 volgens het Louis Bolk Instituut’ vinden we dit:
‘Het Louis Bolk Instituut is een internationale, onafhankelijke onderzoeks- en adviesorganisatie, die zich richt op biologische en duurzame landbouw, gezondheidszorg en voeding. Het instituut in Driebergen (U.) deed in 2009/2010 meerdere innovatieve onderzoeken, die tot nieuwe inzichten leidden. Zo deed de stichting onderzoek naar lupine als duurzaam alternatief voor soja. Een ander voorbeeld is het onderzoek naar biologische aardappelveredeling. Bijzonder aan dit project is de samenwerking tussen boerenkwekers.

Netwerken speelt eveneens een belangrijke rol in de filosofie van het instituut. De stichting ontwikkelde de afgelopen jaren netwerken en faciliteerde kennisuitwisseling. Het innovatieve element zit 'm daarbij in de constante wisselwerking tussen onderzoek, vragen uit de praktijk, onderzoeksprojecten en resultaten waar de sector mee aan de slag kan.

Een tegenvaller was de grondige herziening door het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking van het stelsel medefinanciering. Dit verkleinde de markt voor ketenprojecten in ontwikkelingslanden. Daardoor waren adviesprojecten van het Louis Bolk Instituut in Afrika minder kansrijk.

De agri-omzet in Nederland steeg in de laatste drie jaar met bijna 50 procent tot € 4,4 miljoen. Tot 2012 verwacht de stichting een groei van 7 procent.’
En dan zijn er ook nog ‘Reacties’:
‘Veehouder in Wintelre (N.-Br.): “In projecten zijn ze best actief, maar ook duur”.
Medewerker van een agribusinessbedrijf: “Het Louis Bolk Instituut heeft een voortrekkersrol met betrekking tot alternatieve en verantwoorde manieren van het houden van vee. Ik denk dat het bedrijf uit het ‘zweverige’ is en gefundeerd onderzoek doet.”’
Nou, hoe dan ook, een mooie prestatie. Het toeval wil dat ranglijsten vandaag ook in Trouw aan bod komen, maar dan op onderwijsgebied. Dat gebeurt in een artikel van Ricus Dullaert met de titel ‘Juf zit er met de stopwatch naast’:
‘Het kabinet is ervoor: meer toetsen op de basisschool. Maar deze standaardtesten geven volgens deskundigen geen objectief beeld, zeker niet van jonge kinderen. En bovendien, zo klinkt het bij tegenstanders, het onderwijs verbetert er niet door. “Toetsen dreigt te veel hoofdzaak te worden.”’
Het is een zeer behartenswaardig artikel, met onder meer deze passage:
‘Het afrekenen van scholen op standaardtoetsen, zoals het kabinet nu wil, is gevaarlijk, vindt Ton Duif, voorzitter van de Algemene Vereniging voor Schoolleiders. “Scholen gaan, gezien de ervaringen in het buitenland, calculerend om met zulke uniforme toetsen”, zegt hij. “Als je de prestaties van kinderen op hun derde, zesde, achtste en twaalfde gaat meten, dan gaan scholen kinderen aanleren hoe ze die toetsen moeten maken. Dat zie je nu ook al bij de Citotoets in groep 8.” Scholen zullen zich vooral richten op de vaardigheden die worden gevraagd in die toetsen – taal en rekenen – zo vreest Duif. “Er ontstaat een verarming van het curriculum, dat het Nederlandse onderwijs schade zal toebrengen.”’
Daar kunnen vrijescholen over meepraten. Zoals ik vorige week maandag 22 november in ‘Brug van Zutphen’ Leo Stronks aanhaalde, die in het radio-programma Dit is de dag had gezegd:
‘De hoge prijs die wordt gevraagd van Vrije Scholen is dat wij niet meer op het gevoel af mogen gaan. We moeten nu constant rekening houden met de onderwijsresultaten die de inspectie van ons vraagt.’
Hij wordt bij dit artikel in Trouw vandaag ook aan het woord gelaten, maar alleen in een speciaal stukje kadertekst, getiteld ‘Vrijescholen: Toetsen is een vorm van wantrouwen’:
‘Vrijescholen lagen jarenlang overhoop met de inspectie. Het belangrijkste twistpunt: het toetsen van kinderen. De inspectie drong aan op vergelijkbare toetsen. De vrijescholen, die lesgeven vanuit een antroposofische visie, vonden dat de leraar wel kan bepalen of een kind goed vordert of niet. Het gevolg: vrijescholen kregen vaak het etiket “zwakke school”.

De strijd is nu grotendeels geluwd, zegt Leo Stronks, voorzitter van de Vereniging van vrijescholen. De meeste scholen gingen de prestaties van hun leerlingen volgen. Helemaal niet slecht, zegt Stronks: “We moeten ons verantwoorden, ook naar ouders, die steeds mondiger zijn geworden.”

Het invoeren van zo’n systeem kan wel gevolgen hebben voor het onderwijs. Zo legden vrijescholen in het verleden in groep 3 en 4 minder nadruk op taal en rekenen bij de leerlingen. In latere klassen haalden ze die lessen weer in; aan het eind van groep 8 was het niveau zoals verwacht.

Door de nieuwe toetsen werd de “dip” in taal- en rekenprestaties in groep 3 en 4 duidelijker zichtbaar. Sommige scholen hebben daarom hun onderwijsprogramma aangepast, zegt Stronks.

De vrijescholen hebben – evenals de rest van de Nederlandse basisscholen – nóg een prijs betaald voor het invoeren van de uniforme toetsen, vindt hij. “De leraar is opnieuw ter discussie gesteld. De samenleving zegt niet tegen de leraar: schrijf maar op wat je dagelijks ziet. In plaats daarvan vertrouwen we op toetsen. En dat toetsen is eigenlijk een vorm van wantrouwen.”’
Ook Biologica is weer actief. Die meldde dinsdag in ‘Microsoft van de voedselproductie’:
‘Gisteren stond een omvangrijk artikel in de Volkskrant (p.9) over de Indiase wetenschapper Vandana Shiva, onder de kop “Pesticiden zijn modern wapentuig”. Kennismanager Maaike Raaijmakers van Biologica werd ook geciteerd: “Monsanto is hard op weg de Microsoft van de voedselproductie te worden.”

Vandana Shiva was hoofdspreker bij een symposium over “zaadgoed als cultureel erfgoed”, georganiseerd door Stichting Zaadgoed i.s.m. Biologica. Een dag later trad zij op in een debatavond in de Rode Hoed over de toekomst van de landbouw en ons voedsel.’
Afgelopen zaterdag 27 november had ik het in ‘Kaas’ nog over dit symposium. Dit Volkskrantartikel liegt er niet om en is daar een krachtige aanvulling op. De scan die Biologica presenteert is haast niet te lezen. Maar ik zal u de moeite besparen en de tekst van Marc van Dinther hier integraal weergeven:
‘De wereld is in oorlog, zegt de Indiase milieu-activiste Vandana Shiva (58). Het strijdtoneel is niet Irak of Afghanistan, maar ons dagelijks brood. Als wapens worden geen bommen en granaten gebruikt, maar genetische manipulatie en pesticiden. De slachtoffers zijn de aarde en wijzelf.

De dader is de “militair-industriële landbouw”. Want dat is een oorlogsindustrie, aldus Shiva. “Kijk alleen al naar de herkomst. De agro-industrie komt voort uit chemische bedrijven die na de oorlog ontstonden uit de wapenindustrie.” Namen als “Round up”, “Pentagon” en “Squadron” voor onkruidbestrijdingsmiddelen zijn rechtstreeks ontleend aan het militaire bedrijf. “Monsanto ontwikkelt een zaad dat steriel is en waar je maar een keer van kunt oogsten. Dat zaad heet Terminator. Dat is je reinste oorlogstaal.”

Shiva, van oorsprong natuurkundige, voert al 25 jaar campagne tegen grote gentechbedrijven. Ze werd wereldberoemd met haar strijd, waarvoor ze werd onderscheiden met de alternatieve Nobelprijs. Ze was vorige week in Nederland voor een lezing in De Rode Hoed. Daarvoor was ze in Oslo voor een campagne om het pensioenfonds van het staatsoliebedrijf Statoil te bewegen zijn aandelen in het Amerikaanse biotechnologiebedrijf Monsanto te verkopen.

Pensioenfondsen kwamen eerder onder vuur wegens investeringen in de wapenindustrie. Bedrijven als Monsanto zijn daarmee vergelijkbaar, aldus Shiva. Ze is de vriendelijkheid zelve, maar haar donkere ogen schieten vuur als ze het over haar strijd heeft en ze schuwt grote woorden niet.

De oorlog wordt volgens haar op meerdere fronten gevoerd. Allereerst tegen boeren die met de belofte van hogere oogsten worden overgehaald om dure, genetisch gemanipuleerde zaden en pesticiden te kopen. “Het geld mogen ze lenen met hun land als onderpand. Kunnen ze niet terugbetalen, dan verliezen ze dat. Sinds 1998 hebben 200 duizend Indiase boeren zelfmoord gepleegd omdat ze hun schulden niet konden afbetalen.” Vaak plegen ze zelfmoord door de dure pesticiden te drinken, vertelt Shiva.

Er wordt ook slag geleverd tegen de natuur door cellen te bombarderen met genen. Dat wordt gedaan door genen aan een gouddeeltje te “plakken” en in een cel te schieten. “Om te controleren of dat gelukt is worden antibiotica gebruikt die zo ook weer in ons lichaam terechtkomen.”

Uiteindelijk voeren we daarmee oorlog tegen onze eigen gezondheid, zegt Shiva. Want er zijn sterke aanwijzingen dat genetisch gemodificeerd (GMO) voedsel schadelijk is voor de gezondheid. “In India is het gebruik om na de katoenoogst schapen en geiten op de velden te laten grazen. Sinds het merendeel van de katoen genetisch gemodificeerd is, sterven veel van die dieren. Als ze worden opengemaakt, blijken hun ingewanden zwart te zijn en vol te zitten met onverteerde voedselresten.” Wetenschappers die daarop wijzen worden volgens Shiva aan de kant geschoven of monddood gemaakt.

Vijf bedrijven controleren wereldwijd de markt voor GMO-gewassen: Monsanto, Syngenta, DuPont, BASF en Bayer. “Maar Monsanto is de grootste en agressiefste.” Hun doel is monopolies te creëren, zegt Shiva, om vervolgens daaraan te verdienen. “In India heeft soja lokale gewassen als kokosnoot, sesam en pinda uit de markt gedrukt.”

Achter de schermen wordt een heftig gevecht geleverd om het eigendom van zaden. Een bedrijf als Monsanto vraagt steeds vaker patenten op bepaalde eigenschappen in zaden. Als dat wordt toegekend, kunnen andere veredelaars dat zaad niet meer gebruiken. Het resultaat is dat grote bedrijven zich zaden toe-eigenen, wat ten koste gaat van de variëteit.

We hebben het wel over een fundamentele zaak, benadrukt Shiva, die in India 55 zadenbanken heeft opgezet. “Wie de zaden heeft, beheerst de landbouw en controleert de voedselketen. Als we dit toestaan, hebben de boeren straks geen keuze meer in wat ze telen en wij niet meer in wat we eten.”

De moderne landbouw is verworden tot een arbeidsextensieve, energieslurpende bedrijfstak. “Iedereen heeft het over de opwarming van de aarde. Het aandeel van de landbouw daarin is 40 procent. Als we de landbouw aanpakken, werken we niet alleen aan een oplossing voor het klimaatprobleem, maar ook aan het verminderen van onze gezondheidsproblemen.”

En we doen zelfs iets aan de werkloosheid. Want wat we nodig hebben zijn niet meer machines, meer pesticiden en meer genetische manipulatie, maar meer boeren die het land bewerken op een manier die in evenwicht is met de aarde.

Het is niet meer populair om boer te zijn. We moeten zorgen dat het dat weer wordt, zegt Shiva. “Je kunt ons brein wel foppen met namaaketen, maar ons lichaam niet. Uiteindelijk zijn wij mensen biologische wezens. Dus we hebben echt voedsel nodig.”

Microsoft van de voedselproductie

Ook in Nederland woedt een discussie over het intellectueel eigendom van plantenzaad. Zaden worden van oudsher beschermd door “kwekersrecht”. Dat biedt de kweker bescherming, maar laat andere kwekers wel de mogelijkheid om het zaad te gebruiken voor verdere veredeling.

Grote biotechbedrijven als het Amerikaanse Monsanto vragen steeds vaker patent aan op eigenschappen die zij aan planten hebben toegevoegd. Met een patent wordt het zaad geblokkeerd voor andere gebruikers. Nederlandse zaadveredelaars en boeren willen dat het patentrecht op zaad wordt beperkt. Nederlandse bedrijven zijn toonaangevend in de veredeling van zaad voor bloemen, groente en aardappelen.

Onder zaadbedrijven is wereldwijd een consolidatie aan de gang. Grote spelers als Monsanto, Dupont en Syngenta kopen kleinere bedrijven op. Voor de meeste gewassen wordt de markt beheerst door nog maar een handjevol bedrijven. Daarmee wordt het aanbod beperkt en de keuze kleiner, aldus Maaike Raaijmakers van de biologische voedselorganisatie Biologica. Een recent slachtoffer is het Nederlandse De Ruiter Seeds, dat in 2008 werd gekocht door Monsanto en snel daarna stopte met het veredelen van biologisch zaad. “Monsanto is hard op weg de Microsoft van de voedselproductie te worden.”’

1 opmerking:

Ramon DJV zei

Dag Michel,

Wat Stronks zegt, klopt niet:

(...) Zo legden vrijescholen in het verleden in groep 3 en 4 minder nadruk op taal en rekenen bij de leerlingen. In latere klassen haalden ze die lessen weer in; aan het eind van groep 8 was het niveau zoals verwacht. (...)

Hilde Steenbergen heeft door haar onderzoek aangetoond dat de in de onderbouw opgelopen achterstanden niet ingehaald worden.

In België is trouwens dit jaar een onderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat steinerschoolleerlingen van alle leerlingen die vanuit hetzelfde studieniveau (ASO of HAVO/VWO) de minste slaagkansen hebben op de universiteit.

Wat algemeen geweten is (tenminste buiten de steinerschoobeweging), wordt stilaan ook meer en meer wetenschappelijk aangetoond: steineronderwijs presteert ondermaats. En er komt nog onderzoek.

Groeten,
Ramon

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – Hoofdredacteur a.i. van ‘Motief, maandblad voor antroposofie’, uitgegeven door de Antroposofische Vereniging in Nederland – – Bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland 2012-2014 – – Redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – Voormalig lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – –Voormalig redacteur van het inmiddels ter ziele gegane ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ , uitgegeven door een onafhankelijke stichting en niet meer verschenen sinds september 2006 – – Voormalig redacteur van ‘de Sampo’, het in 2001 opgeheven tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het eind 2006 in een fusie opgegane Heilpedagogisch Verbond (HPV)

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Laatste reacties

Recent Comments Widget

Zoeken in deze weblog

Wordt geladen...

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)