Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de verdrukking. Want antroposofie is niet eenvoudig te grijpen en te begrijpen. Dat geeft snel een vertekend beeld. In deze weblog wil ik ruimte geven om antroposofie, zoals zij in de media verschijnt, op haar merites te beoordelen. Vanuit een positieve instelling. Maar niet kritiekloos.

dinsdag 31 juli 2012

Olympiër

Het kan vandaag niet anders dan beginnen met de Olympische Spelen. En dan vooral met dit bericht van Jasper Boks vanmiddag op nu.nl, ‘Dorian vloog uit de startblokken’:
‘De concurrentie is zich rot geschrokken van Dorian van Rijsselberghe. De windsurfer was vandaag oppermachtig in de eerst en tweede manche op het water van Weymouth. 
“Leuk dat we zijn begonnen, maar dit is niet het begin wat ik me wenste. Het doet een beetje pijn dat Dorian twee eentjes heeft staan,” zegt Nick Dempsey, de Britse hoop in de RS:X-klasse. Jaren heeft hij zich voorbereid in Weymouth en na dag een staat hij vierde, dankzij een vijfde en zevende plaats. “Dorian vloog uit de startblokken en was sneller dan iedereen. Het is de eerste dag en het belangrijkste is dat ik nog mee doe. Dit is geen ramp en Dorian krijgt altijd wel een paar klappen.”

De Pool Przemyslaw Miarczynski werd vandaag twee maal tweede en zei na afloop: “Een goed begin, maar het wordt niet gemakkelijk om Dorian te pakken. Hij is zo snel. Vandaag waren Dorian en ik wel in het voordeel. Ik ben een van de zwaardere jongens en Dorian is lang, het is voor ons eenvoudiger als het hard waait. Net als Dorian houd ik van harde wind.”
Wikipedia meldt over de sporter in kwestie:
‘Dorian van Rijsselberghe (Den Burg, 24 november 1988) is een Nederlands windsurfer. Hij behaalde zijn grootste succes tot nu toe in december 2011, toen hij in Perth wereldkampioen werd in de RS:X-klasse. Hiermee werd hij de opvolger van Casper Bouman, die deze titel vijf jaar eerder won.

Van Rijsselberghe is student aan het CIOS in Heerenveen. Hij won zijn eerste Nederlandse titel als dertienjarige. Samen met zijn oudere broer Adriaan maakt hij deel uit van het Waddenteam. Van Rijsselberghe neemt deel aan de Olympische Spelen in Londen. Op 12 juli 2012 maakte chef de mission Maurits Hendriks bekend dat hij de vlag zal dragen tijdens de openingsceremonie.’
Willen we meer van hem weten, kunnen we zijn eigen website bezoeken:
‘Dorian van Rijsselberge is Nederlands beste Olympische windsurfer. De Wereldkampioen van 2011 staat aan de vooravond van zijn eerste Olympische Spelen. De geboren Texelaar droomde als kind al van de Olympische Spelen en nu op zijn 23ste is het zover. In 2008 greep de surfer uit de Delta Lloyd Kernploeg net naast een ticket naar Beijing. Nu in 2012 gaat hij als “Vaandeldrager” van de Nederlandse Olympische Ploeg deelnemen aan de Spelen en hij wordt door sommigen gezien als een van de favorieten voor de eindoverwinning.
Van Rijsselberghe, waar kennen we die naam toch van? Natuurlijk, van Lies van Rijsselberghe! Zie ‘Bliksem’ op 12 juli 2009 en ‘Historiek’ op 17 september in hetzelfde jaar. Geboren op Texel, dat kan geen toeval zijn. En dat is het inderdaad ook niet, lezen we in ‘Kidsweek’ van 27 juli, ‘Op weg naar Londen: Dorian van Rijsselberghe’:
‘Hoe is het begonnen?
“Ik woon op Texel, zo’n tien kilometer van het strand. Op mijn zesde zei ik: ‘Pap, mam, ik wil leren windsurfen.’ Mijn broer en vader doen het ook, dus ik wilde heel graag met hen mee kunnen varen. Op mijn achtste deed ik mee aan mijn eerste wedstrijd op de Waddenzee en op mijn dertiende was ik Nederlands kampioen. Ik was er serieus mee bezig, maar was wel nuchter genoeg om te zien dat het allemaal om plezier draait. Dat hebben mijn ouders me geleerd. Als je een keer niet goed vaart, dan geeft dat niets.”

Wanneer werd het écht serieus?
“Op mijn twaalfde vroeg mijn vader me hoe ik mijn toekomst zag. Dat moest ik op een briefje zetten. Een heel serieuze vraag op zo’n leeftijd, waarop ik een serieus antwoord gaf. Ik schreef op dat ik in 2012 olympisch kampioen wilde zijn. Mijn vader zag dat ik er echt geloof in had en samen gingen we aan de slag met een plan, hoe ik dit doel zou kunnen halen. Dat briefje heb ik trouwens nog steeds.”

Wat veranderde er na dit briefje?
“Ik ging wat meer plannen. We maakten een stappenplan, waarin stond dat ik in 2010 bij de beste drie van de wereld wilde horen. In 2011 zou ik wereldkampioen zijn. En dan in 2012, over een paar maanden dus, olympisch kampioen. Als het een goede week was, trainde ik een uurtje of zes. Dat is niet veel, maar een surfplank is geen fiets waar je zomaar op kunt springen om te trainen. Verder was ik altijd buiten. Ik ging liever uren mountainbiken, dan dat ik binnen in de sportschool zat. Met mijn huiswerk ben ik nooit in de knoei gekomen. Ik zat op de vrije school dus kon mijn trainingen prima met school combineren.”

Waar heb je het meest zin in tijdens de Spelen?
“Ik heb zin om de droom die ik als twaalfjarige had uit te laten komen. Goud halen dus! En om lekker te varen met mijn vrienden natuurlijk, want zo zie ik mijn tegenstanders. Als jij iets leuks doet, dan doe jij dat toch ook met je vrienden?”’
Een iets uitgebreider interview met dezelfde titel en met grotendeels dezelfde inhoud verscheen een tijdje terug op de website van de gelieerde weekkrant voor jongeren ‘Seven Days’. Ook daarin maakt Dorian melding van zijn tijd op de vrijeschool. Hij is dus een zeer sportieve oud-scholier met een grootse toekomst. Welke familiaire banden er zijn met Lies van Rijsselberghe: geen idee. Dan gaan we naar een ander vrijeschoolbericht, ditmaal van de hier nog nimmer aan bod geweest zijnde weblog ‘steinerscholen.com gefocust’. Een aparte titel, met een aparte geschiedenis. In zijn verantwoording schrijft blogger Joost Alfrik (niet te verwarren met Jan Alfrink, de bekende vrijschoolleraar uit Zutphen en voorzitter van de Vereniging voor Vrije Opvoedkunst):
‘In 1968, net 22, leerde ik de vrijeschoolpedagogie kennen en daarmee de antroposofie. In 1970 werd ik vrijeschoolleerkracht en bleef dat tot mijn pensionering. De antroposofie heeft, met de vrijeschool voorop, mijn leven verrijkt.

Een aantal jaren geleden maakte ik kennis met de weblog van Ramon de Jonghe, waarop hij de steinerschool kritisch volgt. Dat is zijn goed recht en als hij zaken kritisch wil onderzoeken, kan dat vruchtbaar zijn voor de scholen en/of leerkrachten die het betreft. Zowel op zijn blog als in zijn boek herken ik situaties die ik op een vergelijkbare manier heb meegemaakt; maar ik kom ook zaken tegen die ik absoluut niet herken.

Daar waar het gaat om de handelwijze van mij weliswaar onbekende, maar toch in het werk staande collega’s, moet ik de krtiek of de zorg van de Jonghe en de reageerders op zijn blog soms onderschrijven, of komen mij de vermelde omstandigheden bekend voor.

Dat is nog iets anders dan wat de Jonghe probeert aan te tonen: de steinerschool deugt niet. Met het lezen van zijn boek heeft hij mij de indruk gegeven dat ik 40 jaar aan iets heb meegewerkt wat ik beter niet had kunnen doen. Of, zoals de Jonghe het zelf aan mij stelde: “je hebt 40 jaar in een leugen geleefd”.

Als dat zo is, dan is dit voor mij, en honderden leerkrachten aan vrijescholen, bijzonder bitter. Een reden voor mij om de de Jonghes boek eens door te lezen en over een aantal onderwerpen mijn licht te laten schijnen. 
Joost Alfrik’
Aan ‘Ramon De Jonghe’ heb ik een maand geleden, op 1 juli, nog een uitvoerig bericht gewijd. Met hem zullen we ons vandaag niet bezighouden. Maar wel met dit bericht van Joost Alfrik van gisteren, getiteld ‘Rudolf Steiner als pedagoog (1)’:
‘Een cholerisch kind

Ooit had ik een jongen in de eerste klas die zeer snel boos werd. Hij had iedere dag wel ruzie met andere kinderen en gebruikte snel zijn vuisten om de onmin te beslechten. Ook gebeurde het dat hij met voorwerpen door de klas smeet. Hij deed alles zeer intens en heftig.

“Stärke” en “Erregbarkeit”

Vanuit de optiek: hoe volhardend is hij in wat hij doet (het begrip Stärke) en hoe reageert hij op prikkels van buitenaf (het begrip Erregbarkeit) was hij een voorbeeldige cholericus. Ik vond het erg moeilijk om met de ontstane situaties om te gaan. Hoewel ik op mijn opleidingsinstituut voor onderwijzer les kreeg van opgeleide, gekwalificeerde pedagogiedocenten, was “het cholerische kind” niet aan bod gekomen, laat staan hoe je met hem om moet gaan.

Ik stond er letterlijk alleen voor. Het moeilijke van die situaties vond ik dat je MOEST handelen. Je kon niet niets doen. En ik weet nog goed, hoewel het 40 jaar geleden is, dat ik me nooit tevreden voelde met hoe ik het had “opgelost”. Dat was toch niet veel meer dan de cholericus stevig toespreken, hem desnoods op de gang zetten of in een andere klas brengen.

Vóór ik werkzaam werd op de vrijeschool had ik slechts een korte cursus vrijeschoolpedagogie gevolgd waarbij lang niet alles aan bod was gekomen. Ik besloot een grondige studie te maken van de temperamenten. Nu ik deze iedere dag om mij heen had, gingen praktijk en theorie hand in hand.

Een aanwijzing van Steiner

Op zeker ogenblik kwam ik een aanwijzing van Steiner tegen: 
“Bij een kind dat cholerisch te keer gaat, moeten we niet proberen te verhinderen dat het zich uitleeft, maar juist proberen die zich heftig manifesterende eigenschappen aan te pakken door  het kind van buitenaf op de juiste wijze tegemoet te komen. Maar het is wel moeilijk om een kind zich altijd helemaal te laten uitleven.( )

Bij een cholerisch kind daarentegen probeert u innerlijk onaangedaan te blijven, koelbloedig toe te zien wanneer het zich aan het uitleven is. Probeer, als het bijvoorbeeld het inktpotje op de grond smijt, zo flegmatisch, zo rustig mogelijk te zijn en door niets, maar dan ook niets geraakt te worden. En probeer, in tegenstelling daartoe, uiterlijk zo veel mogelijk van die dingen geïnteresseerd met het kind te bespreken – maar niet onmiddellijk daarna. Wees uiterlijk zo rustig mogelijk en zeg met de grootst mogelijke rust: ‘Je hebt het inktpotje kapotgegooid.’ 
De volgende dag, als het kind zelf rustig is, bespreekt u de zaak vol belangstelling met hem. Bespreek wat het kind gedaan heeft op die manier om de hele scène achteraf in zijn herinnering te herhalen, nog eens langs te lopen. U kunt ook rustig het kapotgooien van het inktpotje op de grond veroordelen. Men kan op deze manier bij wilde kinderen buitengewoon veel bereiken. Op een andere manier brengt men ze er niet toe hun wilde uitgelatenheid te bestrijden.” [1] 
Dit laatste kon ik al meteen uit de praktijk beamen.

In de praktijk

Die andere aanpak vond ik wel moeilijk. Ik merkte dat ik zelf ook wel wat choleriek had en dat ik geïrriteerd raakte door het gedrag van het kind. De oproep van Steiner: “Je voor de klas nooit ergeren” [2] die ik later tegenkwam, heeft me duidelijk verder geholpen een houding aan te leren waarbij ik, van binnenuit, de rust kon vinden in een situatie waarin het cholerische kind weer een van zijn buien had.

Ik weet nog als de dag van gisteren dat ik, zij het aarzelend, toen de potloden door de klas waren gevlogen, zei: “Nu liggen al je potloden op de grond en van sommige zijn de punten gebroken.” De uitwerking was frappant: er daalde een zekere rust in de klas. Ik vroeg een ander kind de potloden op te rapen en ging, uiterlijk onbewogen, verder met waarmee we bezig waren. De andere dag heb ik het voorval met hem besproken, zonder de andere kinderen.

Er volgden in de loop van de jaren nog talrijke uitbarstingen, maar de tussenpozen werden steeds ruimer. Ik probeerde hem met andere aanwijzingen voor het cholerische kind te helpen de negatieve kanten van de choleriek om te zetten in positieve. Hoewel ik aanvankelijk veel fout had gedaan, leerde ik ook steeds meer.

Toen ik na 7 jaar afscheid nam van de klas, stond er in het afscheidsboek een briefje van “mijn cholericus” met daarin de woorden: “Bedankt dat U me van mijn boze buien hebt afgeholpen”. Ik vond het toen en vind dat nu nog veel te veel eer, maar was er wel heel blij mee.

Het gaat hierom: Wanneer een kind woedend is en jij benadert het ook woedend om het te dwingen, te leren, zich te beheersen, roep je eigenlijk, onbeheerst met veel misbaar: “En ik zal je léren, je te beheersen!!!” Op deze manier ben je slechts even ver als het kind en dat leert dus niets van je.

[1] GA 295 Steiner: Praktijk van het lesgeven’
(Van de tweede noot in de tekst wordt geen verwijzing gegeven.) – Ik heb ook nog nieuws van het Edith Maryon College. Dat laat bovenaan op de homepage weten:
We nemen die laatste erbij en lezen daar het volgende:
‘Wisseling directie Edith Maryon College

Het Edith Maryon College (EMC) heeft zich het afgelopen jaar beziggehouden met het project “Bezinning op beleid en strategie EMC”. Aanleiding hiertoe was de vraag hoe het Edith Maryon College zich zou kunnen verhouden tot het veranderende zorglandschap in Nederland, waarin de toekomst niet automatisch een verlengstuk van het verleden zal zijn. Tevens speelde een rol dat de huidige directeur Bernard Heldt inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt.

Op 22 juni is een intensief proces van een jaar tot een afronding gekomen met de contourennota Strategisch Meerjarenbeleidsplan 2012-2015. Met dit plan zijn inhoudelijke richtingen beschreven maar is ook aandacht gegeven aan de gewenste verandering en het proces dat dit vraagt. De inzet op verandering, het proces vraagt aandacht en verzorging en daarmee ook tijd. Deze tijd moeten we nemen. Om die reden is gekozen voor een termijnmanager, een directeur die aangesteld wordt om de transitie te begeleiden en de toekomst voor te bereiden.

Gedurende het proces van bezinning is Bernard aangebleven maar ligt er met deze contourennota een opdracht. Voor deze opdracht is John Benjamin als nieuwe directeur aangetrokken, een termijnmanager, voor een periode van in eerste instantie 2 jaar. Dat betekent dat per 1 september Bernard zijn werkzaamheden neerlegt. Wel zal hij voor John deze maand nog beschikbaar blijven in het kader van overdracht.

Het Bestuur denkt met John een gedegen invulling te geven aan de voortgang van de verandering en vernieuwing binnen het EMC en heeft er vertrouwen in vanuit continuïteit en behouden van wat goed is te werken aan de toekomst. Uiteraard zullen we nog uitgebreid stil gaan staan bij het afscheid van Bernard!

We wensen John alle succes, plezier en een mooie samenwerking toe.

Remco Bakker
voorzitter Bestuur Edith Maryon College’
Meteen hieronder stelt de nieuwe directeur zich voor, in ‘Hoge ambities om vitaal te blijven’:
‘Mijn naam is John Benjamin, 49 jaar oud en sinds 1992 werkzaam in diverse functies binnen de antroposofische zorg. Eén van deze functies was dat ik het afgelopen jaar nauw betrokken ben geweest bij het project bezinning op beleid en strategie van het EMC. Naast het overnemen van de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van Bernard Heldt als directeur van het EMC, zal ik me met name als transitiemanager richten op het transitieproces waar we met het EMC aan werken.

Het beoogde resultaat van dit proces is een EMC dat een duurzame toekomst heeft, waarin haar kernwaarden vertaald zijn naar de inhoud en het aanbod; haar aanbod aan onderwijs en scholing is vergroot. De samenwerking met andere partners leidt tot een gezamenlijke synergie en zij doet stappen in het aanbieden van scholing en ontwikkeling aan partners buiten het huidige antroposofische veld. Hoge ambities, maar noodzakelijk om vitaal te blijven en nu aan de orde omdat het EMC en met name haar medewerkers gaandeweg ervaring, kennis en inzichten hebben opgedaan die vertaald kunnen worden naar een bredere en inhoudelijk sterker aanbod. Daarnaast wil het EMC constructief en creatief inspelen op de veranderende vragen van de huidige partners.

Ik ben dan ook trots dat ik het stokje van Bernard mag overnemen en mag gaan werken met een zeer geïnspireerde groep medewerkers. Ik heb de nodige ervaring binnen de antroposofische zorg wat betreft het managen van veranderingsprocessen waarin juist de antroposofische inhoud in de huidige maatschappelijke context er sterker uit moet komen. Dat dit een spannend en fragiel proces kan zijn, zal ik niet ontkennen. Ik zal in september starten. In de eerste periode wil ik met alle belangrijke partijen kennis maken en zo de benodigde dialogen voeren om het EMC en haar partners in deze transitieperiode naar een mooie toekomst te begeleiden waarin zij “meer meerwaarde” kan bieden.

Met vriendelijke groet
John Benjamin’
Ander nieuws vind ik bij Weleda. Bijvoorbeeld ‘Weleda berichten voortaan Weleda Magazine’:
‘Je vertrouwde tijdschrift vol informatie en inspiratie krijgt een nieuwe naam: Weleda Magazine. Het eerstvolgende magazine verschijnt op 1 oktober. Het magazine ondergaat bovendien een metamorfose. Wat er allemaal verandert verklappen we nog niet, maar dat het mooi wordt beloven we! Vanaf heden verschijnt Weleda Berichten ook niet meer 4 keer per jaar, maar 2 keer: een lente/zomernummer en een herfst/winternummer.’
Elders wordt er meer over uit de doeken gedaan, in ‘Het groeit en bloeit bij Weleda...’:
‘Er wordt hard gewerkt aan Weleda Berichten. Op 1 oktober komen we met een vernieuwd magazine. Hoe dit er uit gaat zien verklappen we nog niet, maar dat het mooi zal worden is zeker!

Tijden veranderen en natuurlijk verandert Weleda mee. In een wereld waarin we steeds meer digitaal gaan, beweegt ook Weleda meer en meer naar online. En dat doen we omdat het past binnen onze filosofie om verantwoord om te gaan met de wereld. Daarom verschijnt ons magazine voortaan niet vier, maar twee keer per jaar. Zo sparen we het milieu én kun je blijven genieten van een gratis blad met uitgebreide informatie over de wereld van Weleda en onze producten.

Om deze zomer de hoogte te blijven van alle Weleda-nieuwtjes, tips en acties, kun je ons ook volgen op Facebook en Twitter.
Klik hier indien u zich wil aanmelden voor de Weleda e-nieuwsbrief
‘De Weleda Bereidingsapotheek viert op 1 juni haar 10de verjaardag. Weleda-apothekers maken hier antroposofische geneesmiddelen. Hier liggen de roots van Weleda. Van de natuurlijke ingrediënten van deze geneesmiddelen worden er veel geteeld in de eigen biodynamische Weleda-tuin te Zoetermeer. Deze ingrediënten worden vervolgens in de eigen apotheek verwerkt tot geneesmiddelen, in totaal meer dan duizend verschillende.

In de afgelopen 10 jaar hebben steeds meer artsen en apotheken de weg naar de Weleda Bereidingsapotheek gevonden. Weleda geneesmiddelen zijn bij 1400 van de 1800 Nederlandse apotheken op recept verkrijgbaar.’
Het is toch alweer veel geworden, alles bij elkaar. Als laatste dan nog deze follow-up van het bericht ‘Winkelformule’ van donderdag 26 juli. De dag daarop kwam Bionext met deze aanvullende informatie in ‘Wessanen rekent op supermarkt’:
‘Wessanen (o.a. eigenaar van de Natuurwinkel en Gooodyfooods formules) heeft haar tweedekwartaal-cijfers gepubliceerd. Met name de divisie Health Food Stores boekte een teleurstellend resultaat. Er werd verlies geleden en de omzet daalde met 20 procent. De verklaring van CEO Merckens is volgens NRC de al langer zichtbare trend dat consumenten besparen op hun uitgaven door “in plaats van naar de duurdere natuurvoedingswinkel vaker naar een gewone supermarkt te gaan.” De krant voegt daar aan toe: “De klanten die nog wel naar de natuurvoedingswinkel gaan, besteden hier minder.”

De nieuwe Biowinkelvereniging reageert gestoken. Arjan Nijdam (Ekoplaza Alkmaar en Schoorl): “Onze leden herkennen zich helemaal niet in deze analyse. Ook de Natuurwinkel- en GooodyFoods-ondernemers niet. De trends is juist meer klanten en groei van de omzet. Dat Wessanen verlies draait, ligt echt niet aan bezuinigende consumenten.”

Carl Hoyer, woordvoerder van Wessanen. “Het is een feit dat het niet goed gaat in deze divisie, maar het gaat om activiteiten in Frankrijk, Duitsland en Nederland. De totaalomzet van de Natuurwinkels in Nederland is teruggelopen doordat er winkels zijn overgestapt naar andere formules. De resterende winkels laten elk voor zich groei zien, zowel in klanten als in omzet.” EkoPlaza bevestigt dit beeld. Commercieel directeur Erik-Jan van den Brink: “We zien bij onze winkels dat het aantal klanten met 9 procent groeit. De omzet steeg met 6 procent.”

Op basis van deze cijfers kun je zeggen dat NRC gelijk heeft: als het aantal klanten harder groeit dan de omzet, daalt de omzet per klant. Maar dat komt dus niet omdat de consumenten “wegvluchten” naar de supermarkt.’

7 opmerkingen:

Frans Wuijts zei

Als je naar de oorsprong en de organisatiebiografie van de ‘Koninklijke Wessanen’ kijkt, dan lijkt iets merkwaardigs aan de hand met de identiteit van deze onderneming.

Het was in het jaar 1761, dat Dirk Laan bij zijn oom Jan Hartog in dienst trad, "bizonder ten behoeve der zaad-negotie, tegen vergoeding van zes dagen kost per week, zes stuivers zakgeld en vrij bovenkleederen om te reizen". Dirk Laan was een boerenzoon van 17 jaar oud. De firma van Jan Dirksz. Hartog handelde in mosterd-, hennep-, lijn-, maan- en karwijzaad maar met name de handel in kanariezaden werd een groot succes. Het houden van kanaries was in Holland een geliefde bezigheid in die tijd.
In 1764 overlijdt Hartog. Dirk Laan blijft in dienst van de weduwe Hartog. Een jaar later verschijnt de naamgever van het bedrijf ten tonele, Adriaan Wessanen, toen 41 jaar. Hij was een aangetrouwde oom van Dirk Laan en neemt de zaak over. Met de 20/21 - jarige Dirk Laan gaat hij een compagnieschap aan.
Zoo werd den 22 Maart 1765 ten overstaan van Simon Jongewaard, Notaris te Westzaan, opgericht de firma Wessanen en Laan. Deze vennootschap duurde tot 1789 in welk jaar Dirk Laan het recht verkreeg de zaken alleen onder dezelfde firma voort te zetten.
Adriaan Wessanen zit op dat moment zelf in de kaashandel, die dan ook bij de compagnie wordt gevoegd. In deze jaren komt ook de handel in rijst erbij. Het lijkt een logische toevoeging, aangezien ook rijst een product is dat in de Zaanse molens verwerkt wordt. Nog altijd is de firma uitsluitend een handelsonderneming.
In 1789 treedt Adriaan Wessanen uit de firma, maar zijn naam blijft gehandhaafd. Adriaan Wessanen wordt ouder en Dirk Laan maakt zich zorgen over zijn toekomst. In 1789 krijgt hij zijn oom zover, de compagnieschap te ontbinden. Laan koopt hem uit, maar blijft echter wel de naam Wessanen & Laan voeren, omdat die bij de afnemers bekend is. Hij koopt in 1790 de pakhuizen aan de Ringdijk, die tot de compagnieschap behoren, van Adriaan Wessanen over. Het gaat in deze tijd bijzonder slecht met Nederland; de Fransen rukken op en met de industrie gaat het steeds slechter.
Im- en export van grondstoffen en producten worden verhinderd en de wil en het kapitaal om te investeren in de economie, nemen af. Dit alles mist zijn uitwerking niet op de gezondheid van Dirk Laan; hij overlijdt in 1791. Zijn neef Remmert Laan neemt Wessanen & Laan over. De firma kan gedurende een aantal jaren met moeite het hoofd boven water houden, maar na de Franse tijd krabbelt zij weer overeind. Men zoekt niet alleen afnemers in eigen land, maar begint ook zaken in het buitenland te doen.
In 1831 overlijdt Remmert Laan en neemt zijn zoon Jan het bedrijf over. Een jaar later treedt ook de jongere zoon, ook een Adriaan, in het bedrijf. De handel in kaas wordt in deze periode weer opgepakt.
Vanaf 1824 werd er gehandeld in tarwe, haver, gort en tuinzaden.
In 1865 zijn er 100 mensen in dienst bij Wessanen & Laan en is de firma inmiddels meelmaalder, oliefabrikeur, rijst- en gortpeller, handelaar in kaas ‘en dien aankleve’ en handelaar in granen en (kanarie-)zaden; het is een overzichtelijke onderneming in een overzichtelijke tijd met eerlijke producten.
Omstreeks 1900 wordt de graan- en zaadhandel opgeheven en concentreert men zich geheel op industriële activiteiten, met name de rijstpellerij.
In 1913 wordt de firma omgezet in de N.V. Vereenigde Fabrieken v/h Wessanen & Laan.
In 1916 kort de familie Laan de bedrijfsnaam af tot N.V. Wessanen's Koninklijke Fabrieken’.

Frans Wuijts zei

Uiteindelijk trekt men zich eind jaren '70 van de 20e eeuw uit de agrarische sector terug en gaat men zich op consumentenproducten richten.
In 1978 sluit Wessanen de rijstpellerij.
Tussen 1972 en 2003 koopt Wessanen meer dan 20 ondernemingen, voornamelijk in de voedingsmiddelenindustrie. Zo koopt men belangen in de Verenigde Staten in fabrieken voor consumptie-ijs en andere zuivelproducten. In 1992 worden de meelfabrieken verkocht aan Meneba. In 1993 fuseert Wessanen met de destilleerder Bols, onder hevig protest van de aandeelhouders die niets zien in deze fusie. De onderneming gaat verder onder de naam BolsWessanen.
Vijf jaar later blijkt de combinatie te zijn uitgelopen op een mislukking. Bols wordt weer verkocht en Wessanen gaat verder onder de oude naam. In de tussentijd raakt het bedrijf in de problemen en daalt de winst en de beurskoers structureel door gebrekkig management. Na zes winstwaarschuwingen op rij stapt de bestuursvoorzitter Mac Zondervan op in 2003.
Inmiddels is de onderneming flink afgeslankt en richt men zich nu op biologische producten.
Tot zover een deel van de organisatiebiografie.

Eigenlijk ligt de oorsprong van Wessanen dus bij Jan Dirksz. Hartog en zijn handel in zaden. Dirk Laan komt op jonge leeftijd bij hem in dienst. Hartog overlijdt in 1764. Zijn weduwe gaat verder. Dan verschijnt Adriaan Wessanen ten tonele, neemt de zaak over en gaat vanaf 1765 met Dirk Laan een compagnonschap aan. In 1789 koopt Dirk Laan Wessanen uit, maar behoudt de naam Wessanen & Laan vanwege de naamsbekendheid. Uiteindelijk kort de familie Laan de bedrijfsnaam in 1916 in tot Wessanen.
De onderneming Wessanen ontleent zijn naam dus aan kaashandelaar Adriaan Wessanen, terwijl de eigenheid van het bedrijf die van de zaadhandel is.
Door de gehele organisatiebiografie heen lijkt het er op dat de onderneming nog steeds op zoek is naar haar eigenlijke identiteit. Regelmatig worden er identiteitsvreemde elementen aan toegevoegd die later weer werden afgestoten (rijstpellerijen, kaas, zoals de Leerdammer en andere zuivel, slachterijen en vleesverwerking etc.). Ook de graan- en zelfs ook de oorspronkelijke zaadhandel zijn verdwenen, evenals de plantaardige oliën. Om over de Bolsaffaire maar niet te spreken. Nu doet Wessanen weer in biologische producten.

Frans Wuijts zei

En het lijkt er ook op dat het probleem steeds groter wordt. Dit deed organisatieadviseur Grimbert Rost van Tonningen in 2009 al verzuchten:
‘RvC Wessanen blundert’, kopt De Telegraaf vandaag. Misschien hadden ze beter kunnen toevoegen ‘voor de zoveelste keer’. Er is waarschijnlijk geen concern waar Nederlands ‘old boys’ zo massaal en zo langdurig hebben geblunderd als bij dit voedingsmiddelen-conglomeraat. Al die mislukte topmannen, commissarissen die er niets van bakten, hoe hebben ze ooit dit zootje bij elkaar gekregen? Het woord ‘tranendal’ is licht uitgedrukt. Arme medewerkers en aandeelhouders, wat een puinhoop’.
Kijkend naar de formulering van de statutaire doelstelling van Wessanen is dit wellicht ook niet verwonderlijk:
Artikel 3. Doel.
De vennootschap heeft ten doel
• werkzaam te zijn op industrieel en commercieel gebied, in het bijzonder op het gebied van voedingsmiddelen;
• het besturen van en het deelnemen in vennootschappen en ondernemingen die op die gebieden werkzaam zijn, alles in de ruimste zin van het woord;
• het financieren van zulke vennootschappen en ondernemingen, daaronder begrepen het stellen van zekerheden voor schulden van, en het verlenen van diensten aan zulke vennootschappen en ondernemingen;
• en voorts al hetgeen met het vorenstaande in de ruimste zin verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Deze doelstelling rammelt aan verschillende kanten:
- een doel is ‘een eindpunt van de weg(en) ernaar toe’ en niet ‘een activiteit‘ of ‘een weg’; ‘werkzaam zijn’ op een bepaald gebied is geen doelformulering maar een duiding van de activiteit(en); uit de combinatie ‘industrieel en commercieel’ kan kunnen worden opgemaakt dat het gaat om het (wellicht niet al te kleine schaal) produceren en verkopen van voedingsmiddelen;
- ‘het besturen van en deelnemen in vennootschappen en ondernemingen’ kan niet een doel op zich zijn, dat een onderneming bestaansrecht geeft;
- ‘het financieren van zulke vennootschappen en ondernemingen’ lijkt me eerder een taak te zijn van een of meer banken dan van een onderneming als Wessanen zelf.

De website van Wessanen vermeldt:
‘The modern Wessanen has inherited at least one key characteristic from its founders: they constantly looked to the future, adapting their products and processes to changing markets – and so does the 21st century Wessanen’.
Eufemistischer kan men het bijna niet uitdrukken.
Wat mij daarom intrigeert is het feit dat deze onderneming al sinds 1765 bestaat. In 2015 viert men het 250-jarig jubileum. Met andere woorden: ondanks alle merkwaardigheden in de organisatiebiografie en de identiteit van Wessanen kan niet worden ontkend dat er blijkbaar toch sprake is van een krachtig bindend element. Welke aartsengel zou zich met deze onderneming hebben verbonden? Wat is de eigenlijke dieperliggende drijfveer?
En is het wel waar dat de ‘founders’ Adriaan Wessanen en Dirk Laan en ‘constantly looked to the future?’

Anoniem zei

Michel,

Voor de volledigheid had je misschien kunnen vermelden dat achter het lasterblog 'steinerschoolgefocust' meerdere personen schuilgaan?


Zo kwam 'Joost Alfrik' met de opmerkelijke openbaring dat er samenwerking is met de hier bekende http://antroposofieindepers.blogspot.be/2010/11/brug-van-zutphen.html?showComment=1290768457356#c9056500240307177740 gepensioneerde antroposofische invalleerkracht Pieter HA Witvliet.

'Waar het om gaat is, dat wij, als collega’s en ervaren vrijeschoolleerkrachten, tegenwicht willen bieden aan de vaak onzinnige beweringen op je site...(…) Dat wij ook af en toe bij elkaar komen en dan wellicht eens iets verzenden van een gelijk IP-adres, doet aan de inhoud van de discussie toch niets af.
Het wordt je te heet onder de voeten en zo kom je mooi van ons af.
Als je echt een ruggengraat hebt, verwijder je dit niet en ga je gewoon de discussie met mij aan, in de wetenschap dat ik dit niet alleen doe, maar met Pieter.(…)

http://weblog.steinerscholen.com/1919/09/06/brief-van-de-dag-full-version/#comment-4697

De Vereniging van vrijescholen

Het clubje van al dan niet zichzelf antroposoof noemende personen die zich opwerpen als antroposofische monitors groeit gestaag aan.

http://weblog.steinerscholen.com/2012/07/19/antroposofische-monitor/

De Vereniging van vrijescholen en de Pedagogische Sectie van de Antroposofische Verenging in Nederland laten deze collega's zonder probleem in naam van de vrijescholen flink uithalen naar de overheid:

‘Hoe het ook zij: het gaat om de teneur: wij (vrijeschool) staan voor dit; de anderen (overheid!) kunnen ons( in het onderhavige geval) wat: onze rug op; naar de maan, de pomp lopen enz. enz. ‘

https://steinerschoolgefocust.wordpress.com/2012/04/28/ramon-de-jonghe-de-pot-op/

Anoniem zei

Blijkt dat de linken in vorig bericht die daarstraks nog werkten ondertussen buiten werking zijn gesteld. Proberen we nog een keer.

Deze over 'Joost Alfrik' met de opmerkelijke openbaring dat er samenwerking is met de hier bekende gepensioneerde antroposofische invalleerkracht Pieter HA Witvliet.

(...)Waar het om gaat is, dat wij, als collega’s en ervaren vrijeschoolleerkrachten, tegenwicht willen bieden aan de vaak onzinnige beweringen op je site...(…) Dat wij ook af en toe bij elkaar komen en dan wellicht eens iets verzenden van een gelijk IP-adres, doet aan de inhoud van de discussie toch niets af.
Het wordt je te heet onder de voeten en zo kom je mooi van ons af.
Als je echt een ruggengraat hebt, verwijder je dit niet en ga je gewoon de discussie met mij aan, in de wetenschap dat ik dit niet alleen doe, maar met Pieter.(…)

Link naar waar die samenwerking wordt toegelicht

Link naar duiding over het clubje van al dan niet zichzelf antroposoof noemende personen die zich opwerpen als antroposofische monitors groeit gestaag aan, is hier te vinden.

De Vereniging van vrijescholen en de Pedagogische Sectie van de Antroposofische Verenging in Nederland laten deze collega's zonder probleem in naam van de vrijescholen flink uithalen naar de overheid:

‘Hoe het ook zij: het gaat om de teneur: wij (vrijeschool) staan voor dit; de anderen (overheid!) kunnen ons( in het onderhavige geval) wat: onze rug op; naar de maan, de pomp lopen enz. enz. ‘

Team Witvliet over de overheid en Ramon de Jonghe met de stichtelijke titel ‘de pot op’

R. van Dijk zei

Mooi, dat verhaal van Joost Alfrik over een cholerische jongen.

joost zei

‘anoniem’
Ik ken je schrijfstijl zo langzamerhand en weet dat je geen ander bent dan Ramon DJV. Mijn blog is geen ‘lasterblog’, maar ik breng er eenvoudig gezegd je ‘halve’ waarheden aan het licht.
Tevens vertel ik er uit de praktijk van mijn vrijeschoolwerk-uit ervaring-die jij vaak zo pijnlijk mist als je iets wil ‘verklaren’.
Ook Pieter HA Witvliet is heel zijn werkzame leven vrijeschoolleerkracht geweest. Na zijn pensionering heeft hij nog gedurend een paar jaar op een school invalwerk verricht, wanneer daaraan behoefte was.
Dat is niet te vergelijken met het ‘sporadisch invalleerkracht’ dat jouw visitekaartje siert.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – Redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – Redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – Voormalig lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – Voormalig eindredacteur van ‘Motief, maandblad voor antroposofie’, uitgegeven door de Antroposofische Vereniging in Nederland – – Voormalig redacteur van het inmiddels ter ziele gegane ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ , uitgegeven door een onafhankelijke stichting en niet meer verschenen sinds september 2006 – – Voormalig redacteur van ‘de Sampo’, het in 2001 opgeheven tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het eind 2006 in een fusie opgegane Heilpedagogisch Verbond (HPV)

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Laatste reacties

Recent Comments Widget

Zoeken in deze weblog

Wordt geladen...

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)