Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

vrijdag 18 augustus 2017

Charles


Woensdag 21 juni was de vorige keer dat ik berichten plaatste. Het lijkt wel of ik twee maanden vakantie heb gehouden… wat niet helemaal waar is. Voor Antroposofie in de pers was er in ieder geval een leegte. Die ik nu snel ga opvullen. Eerst met berichten gevonden op de website van Motief. 29 juni werd daar een ‘Jubileumfeest en reünie 70 jaar Warmonderhof’ aangekondigd
70 jaar Warmonderhof wordt groots gevierd met een reünie op 16 september. Van 1971 tot 1994 was Warmonderhof gevestigd op het landgoed Thedinghsweert, Kerk Avezaath. Sindsdien is Warmonderhof een opleiding van Aeres MBO Dronten.

Door met elkaar te wonen, werken en te leren wordt op Warmonderhof de kennis en kunde van de biologisch-dynamische landbouw uitgedragen en doorontwikkeld tot een eigentijdse landbouwmethode. De rijke geschiedenis van Warmonderhof geeft bezieling en een sterk fundament aan Warmonderhof.

Warmonderhof viert haar zeventigjarig bestaan met een grote reünie. Dit betekent ontmoeten, oude herinneringen ophalen en vooruitkijken. Bovenal viert Warmonderhof dat zij al zeventig jaar bijdraagt aan toekomstgerichte landbouw die ons voedt. Dit doen wij met een aantal activiteiten, verspreid over het jaar. Hoogtepunt is de reünie.

Op 16 september is het feest voor alle oud-leerlingen, docenten, ondernemers, medewerkers, bestuursleden. Kortom: voor iedereen die zich Warmonderhoffer voelt. Het programma start na de middag en zal met een spetterend feest eindigen. Er is een uitgebreide keus aan lekkernijen, uit de eigen hofkeuken én goede waar van oud-leerlingen. Denk aan het schapenijs van Mark en Anita van Alderwegen en de Indonesische specialiteiten van Frank Loef.

Alle Warmonderhoffers zijn welkom, er zal geen uitnodiging worden gestuurd. Houd de site www.warmonderhof.nl/70jaar in de gaten: hierop kan men zich aanmelden. Pas op: het dreigt onvergetelijk te worden. De eerste aanmeldingen vanuit Canada, Oostenrijk en Denemarken zijn al binnen!
Dezelfde dag was er ook ‘Waarden toevoegen in plaats van afromen’:
Biodynamisch en de ‘vrije’ markteconomie: herfstcongres van de Stichting Demeter, BD-Vereniging en Landbouwsectie van de Antroposofische Vereniging op 10 oktober 2017 in Cultuur- en Congrescentrum Antropia te Driebergen.

Op deze dag vol inspiratie wordt met een open bewustzijn gezocht naar oplossingen voor de maatschappelijke uitdagingen waar we als mensheid voor staan. Vanuit theorie naar praktijk. Vanuit het Individu naar het collectief, naar het verbindende midden.

Welke weg ontdekken we naar verandering? Geld voorzien van een houdbaarheidsdatum, zodat het geen basis kan vormen voor speculatie? (Rudolf Steiner) Lokale geldsystemen ontwikkelen? Coöperatief werken voorop stellen? Wat is jouw insteek en waar zie jij mogelijkheden?

Met als sprekers onder anderen:
Marianne Thieme, fractievoorzitter Partij voor de Dieren over een ‘planeet-brede’ visie en hoe deze zich moet vertalen in ons landbouw en voedselsysteem.
Ronald van Marlen, bestuurslid Demeter en actief in de handel in bio en biodynamisch fruit, over de rol van corporate companies en de dilemma’s van zaken doen vanuit verschillende waardenpatronen.
Manfred van Doorn over ieders persoonlijke uitdaging voor sociaaleconomische vernieuwing, met een twaalfdelig mensbeeld als grondslag voor veranderingsprocessen.
Aanmelden via http://www.stichtingdemeter.nl/biodynamisch-en-vrije-markteconomie/
En ten derde die dag nieuws over landbouw, met ‘Biodynamisch zaadveredelen voor de toekomst’:
Van bd-bedrijf De Groenen Hof in Esbeek naar boerderij de Beersche Hoeve in Oostelbeers (NB), een dochteronderneming van supermarktcoöperatie Odin. Met als doel zowel biodynamische zaadveredeling, zaadvermeerdering als groenteteelt. René Groenen vertelt over zaadveredeling in dit filmpje.

René Groenen en Gineke de Graaf hebben hun boerderij in de vorm van een BV in Coöperatie Odin ondergebracht, zodat er continuïteit voor de toekomst is. Ze hebben de verantwoordelijkheid voor een landbouwkundig en financieel gezonde bedrijfsvoering, maar zijn niet meer persoonlijk risicodragend. De coöperatie, en dus de leden, delen in het ondernemerschap.

De samenwerking met Odin bestaat al lang. Eerst werden er groenten voor de Odin-tassen geproduceerd. Later ontstond er door het Odin Proeftuinproject voor zaadvaste rassen een samenwerking op het gebied van het vinden van vrije groenterassen voor de biologische teelt. Een aantal jaren terug nam René contact op met Odin om de mogelijkheden af te tasten voor intensievere samenwerking. Want voor een goed behoud van het bedrijf, ook voor toekomstige generaties, zochten René en Gineke naar een duurzame en passende oplossing.

Ongeveer tegelijkertijd kwam Landgoed Baest op het pad van René en Gineke. De beheerder van de gronden van het landgoed wil dat deze op een biodynamische manier worden bewerkt. En zo ontstond een samenwerking met de Beersche Hoeve op landgoed Baest, als onderdeel van Odin.

Bron: Biojournaal
Op 31 juli werd bericht over ‘Het Louis Bolk Instituut verhuist’:
Op 1 augustus verhuist het Louis Bolk Instituut van Driebergen naar Bunnik, hemelsbreed is dat twee kilometer verderop in de provincie Utrecht. Daarmee breekt er, na ruim veertig jaar op Landgoed De Reehorst gevestigd te zijn geweest, een nieuwe fase aan voor dit onderzoeksinstituut.

In het recente Jaarverslag 2016 van het Louis Bolk Instituut, ‘Met de natuur’, zegt directeur Jan Willem Erisman: ‘In 2016 heeft het concept natuurinclusieve landbouw vleugels gekregen. Iedereen zoekt naar oplossingen voor een veerkrachtig voedselsysteem met een gezonde bodem en leefomgeving in een aantrekkelijk landschap. Natuurinclusieve landbouw staat voor een volhoudbare vorm van landbouw, en ik ben er trots op dat we vanuit het Louis Bolk Instituut aan de wieg hebben gestaan van de invulling van dit concept. Ook positieve gezondheid is inmiddels een bekend begrip geworden. Daarbij gaat het om veerkracht, aanpassingsvermogen en eigen regie van de burger over zijn gezondheid en welbevinden.’

In dit jaarverslag, geschreven door Lidwien Danneels en Annelijn Steenbruggen, komen verder belangrijke projecten uit 2016 aan bod, zoals het Project Diabetes type 2 omkeren en Natuur creëren met de teelt van veevoer.

Daarin is tevens te lezen dat het Louis Bolk Instituut boekjaar 2016 met een verlies heeft moeten afsluiten: ‘het resultaat voor belastingen was € -113.421,-. Ook de omzet lag in 2016 iets lager dan in 2015, maar bedroeg nog steeds bijna 4 miljoen euro. In een krimpende markt voor onderzoeksprojecten heeft het Louis Bolk Instituut het wat lastig om zich goed staande te houden. De belangrijkste bron van financiering blijft de bijdrage vanuit ministeries en regelingen (43%). Wel is de organisatie er in 2016 in geslaagd meer opdrachten vanuit het bedrijfsleven te verwerven (15% versus 7% in 2015).’ (p.7)

Sinds meer dan veertig jaar ontwikkelt het instituut kennis voor duurzame landbouw, voeding en gezondheid, drie schakels die in zijn visie samenhangen. De focus ligt daarbij op natuurinclusieve landbouw en positieve gezondheid. Er wordt gewerkt aan het versterken van natuurlijke systemen en processen, of het nu een agrarisch gebied betreft, of een bodem, een bedrijf, een patiënt, of een stadswijk. Dat gebeurt samen met betrokkenen, dus participatief, en gericht op praktische en toepasbare resultaten. Zo wordt concreet bijgedragen aan gezondheid en vitaliteit, veerkrachtige voedselsystemen, en een klimaatbestendige, duurzame leefomgeving.

Natuurinclusieve landbouw is een vorm van duurzame landbouw die gebruik maakt van functionele biodiversiteit en natuurlijke processen. Het resultaat is een veerkrachtig voedselsysteem en een gezond verdienmodel, met behoud van natuur en landschap. Positieve Gezondheid staat voor een brede kijk op gezondheid en welbevinden. Daarbij draait het om het vermogen van mensen om zich aan te passen aan de uitdagingen van het leven, en zelf regie te voeren over hun eigen gezondheid en welbevinden. In plaats van risicomanagement werkt het Bolk Instituut aan concepten (zoals Positieve Gezondheid), praktijkkennis en maatregelen die de weerbaarheid van het systeem vergroten, in samenhang met de natuur.
Op 3 augustus ging het verder met ‘Prins Charles onthult verborgen kosten’:
Prins Charles heeft Eosta / Nature & More gefeliciteerd met de publicatie van een pilotproject over de verborgen kosten van groente en fruit, waarin biologische varianten werden vergeleken met gangbare alternatieven. Het rapport kijkt naar de kosten van voedselproductie die gewoonlijk buiten de boeken blijven, zoals impact op klimaat, gezondheid, waterkwaliteit en bodemerosie. Een van de opvallende bevindingen is dat biologische appels uit Argentinië 19 cent per kilo gezonder zijn dan hun gangbare evenknie.

Bij het congres Harmony in Food and Farming, dat van 9 tot 11 juli werd gehouden op Llandovery College in Wales, heeft Eosta de resultaten van haar True Cost Accounting for Food, Farming and Finance pilot gepresenteerd aan Engels publiek. De pilot bouwt voort op werk van Accounting for Sustainability (A4S), een organisatie die in 2004 is opgericht door Prins Charles. De Britse troonopvolger, die al jaren een pleitbezorger is van de biologische landbouw en True Cost Accounting (zie ook het bericht van maart 2016), feliciteerde Volkert Engelsman, directeur van Eosta, met het resultaat.

Het True Cost Accounting for Food, Farming and Finance rapport biedt een praktische aanpak voor boeren, voedingsbedrijven en financiële instellingen om de verborgen impact van moderne landbouw op mens en planeet te ‘monetariseren’, oftewel in geldbedragen om te zetten. Het rapport berekende de impact van bodemerosie en watervervuiling voor verschillende producten van Eosta zelf, waaronder biologische appels uit Argentinië en bio sinaasappels uit Zuid-Afrika. De resultaten werden vergeleken met resultaten voor niet-biologische producten. Het rapport bevat ook een geïntegreerde winst- en verliesrekening voor Eosta, een van de eerste die is gepubliceerd voor een MKB-bedrijf wereldwijd.

Volkert Engelsman stelt: ‘We hebben grote verschillen gevonden voor de impact van biologische en gangbare productie. Het rapport maakt duidelijk dat biologisch niet te duur is, maar gangbaar te goedkoop.’ Hij bood het rapport persoonlijk aan Prins Charles aan op Llwynywermod Estate, een van de biologische landgoederen van de prins, op zondag 9 juli. Prins Charles schakelde in 1985 zijn eerste landgoed om naar biologische landbouw en begon een bedrijf in biologische specialiteiten (Duchy Originals) dat tegenwoordig een omzet heeft van meer dan 200 miljoen euro per jaar.
‘Voortzetting Naoberhoeve’ werd eveneens op 3 augustus gemeld:
Stichting Grondbeheer tekende 12 juli de koopakte voor de 38 hectare biodynamische landbouwgrond van zorgboerderij De Naoberhoeve in Echten (Drenthe). Met de overdracht aan Stichting Grondbeheer willen Sake en Marieke Gerritsen, de voormalige ondernemers en eigenaren, hun levenswerk beschikbaar stellen aan hun opvolgers: Gerlof, Maraike en Jurre. Grondbeheer hanteert een pachtprijs waarbinnen duurzame landbouw mogelijk blijft.

Vanaf het begin zijn Sake en Marieke enthousiast geweest voor het sociale component van de biodynamische landbouw. Zij hebben dan ook zorgvragers, vrijwilligers, stagelopers en klanten uitgenodigd om zich te verbinden met de Naoberhoeve. Sake: “Deze missie is hoorbaar in onze naam. Wij streven naar naoberschap door met elkaar te werken, voor elkaar te zorgen en van elkaar te leren.” Dit naoberschap hebben Sake en Marieke nu ook doorgevoerd in de bedrijfsovername. Sake: “We hadden een makelaar kunnen bellen en de beste prijs voor de grond en gebouwen kunnen vragen, maar wij willen trouw blijven aan de mensen die zich met deze plek hebben verbonden. Bovendien voelt het heel pijnlijk als de grond – die we met zoveel aandacht weer vruchtbaar en vitaal hebben gemaakt – in onbekende handen terechtkomt.”

Sake en Marieke Gerritsen zijn hun agrarische loopbaan ooit in Doldersum gestart op pachtgrond van Natuurmonumenten. Twintig jaar geleden werd die grond omgezet naar natuur en moesten ze op zoek naar een nieuwe plek. Dat werd de huidige locatie in Echten. Sake: “Het was liefde op het eerste gezicht. De akkers en weilanden zijn omzoomd met bos: je voelt ruimte en tegelijkertijd geborgenheid. Dat vonden wij goed passen bij een zorgboerderij. De grond en gebouwen waren heel slecht onderhouden. Toch zijn we het avontuur aangegaan. Wij vonden namelijk dat dit stukje aarde het verdiende om gewaardeerd te worden.”

Voorwaarde van Stichting Grondbeheer is wel dat de ondernemers zich verbinden met de campagne: zij betrekken hun netwerk bij het vrijmaken van de grond, waarmee de kostprijs – en daarmee hun pachtprijs – omlaag gaat. Zo is vorig jaar de Hondspol in Driebergen aangekocht. Dankzij de succesvolle campagne van de Hondspol kon de aankoop van de Naoberhoeve al zo vlot volgen. Hopelijk wordt de campagne voor de Naoberhoeve ook een succes zodat de impuls snel doorgegeven kan worden aan het volgende bedrijf op de wachtlijst. Met vereende kracht kan het areaal biodynamische landbouwgrond elk jaar een beetje groeien. En dat is goed nieuws want deze vorm van landbouw is duurzaam voor bodem, landschap en natuur.
Het derde bericht die dag ging over ‘Demeter-eieren zijn veilig’ en was, gezien de ernst van het onderwerp, langer dan anders:
Stichting Demeter laat weten dat haar eieren met het Demeter-keurmerk niet besmet zijn met het bestrijdingsmiddel Fipronil. Zij schrijft op haar website:

‘Eieren besmet met Fipronil zijn in het nieuws. Dit middel is door een bedrijf Chickfriend illegaal gebruikt bij kippenboeren tegen het bestrijden van bloedluizen. Onze Demeter boeren hebben hier niets mee van doen en zijn hun tijd ver vooruit. Zij gebruiken geen bestrijdingsmiddelen tegen bloedluizen. De eieren zijn niet besmet met Fipronil. U kunt gerust een Demeter eitje blijven eten.’

Hetzelfde geldt voor Odin Estafette. Al op 28 juli meldde men hier op de website:

‘Zoals je wellicht in de media hebt vernomen, heeft de NVWA ongeveer 200 pluimveehouderijbedrijf tot nader order op slot gezet, omdat er mogelijk Fipronil in de eieren zit. Dat is een middel dat onder meer bloedluis doodt, maar dat onder consumenten nauwelijks bekend is.

Fipronil is aangetroffen in eieren in zowel België als Nederland. Het spoor leidde onder meer naar bloedluisbestrijder Chickfriend uit Barneveld, dat het middel gebruikt zou hebben bij Nederlandse pluimveehouders. Om te voorkomen dat er mogelijk besmette eieren verkocht worden, heeft de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit tientallen pluimveebedrijven geblokkeerd. Ze mogen tot na het onderzoek van de NVWA geen eieren, kippen of mest afvoeren.

Uiteraard wilden wij zeker weten dat de eieren die wij verkopen niet hierbij betrokken zijn. Inmiddels kunnen we je melden dat er bij de volgende eieren in onze winkel 100% zeker geen gebruik is gemaakt van het betreffende middel: – Demeter eieren van Groene Gilde – Demeter eieren van Odin – Biologische eieren van Lankerenhof Deze eieren kunnen dus met een gerust hart worden gegeten!’

EkoPlaza heeft een wat ander bericht en schreef daarom op 1 augustus over ‘Onze eieren en leveranciers’:

‘De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit waarschuwt voor de aanwezigheid van fipronil in de eieren van verschillende pluimveebedrijven. Na dit bericht van NVWA hebben wij direct onderzoek gedaan naar onze eieren en leveranciers.

Alle Demeter en Biomeerwaarde eieren zijn 100% zeker niet betrokken en veilig voor consumptie. Dit meldt Stichting Demeter zelf ook op hun website. De eieren die Ekoplaza vanaf nu verkoopt zijn gecontroleerd en veilig voor consumptie. Eén van onze zes pluimveehouders, die leverancier is voor de Ekoplaza eieren en losse eieren, is helaas wel in de val gelopen. We begrijpen dat je denkt: “Hoe kan dit bij biologisch?! Heeft de biologische pluimveehouder iets gedaan wat niet mocht?” Nee. Hieronder een korte toelichting wat er tot op heden over bekend is.

Pluimveehouders handelden ter goeder trouw

Een van onze pluimveehouders heeft een middel ingekocht op basis van munt wat werkt tegen bloedluis. Helaas heeft de leverancier van dit middel gefraudeerd door hier fipronil aan toe te voegen. Het middel wordt gebruikt voor het doden van luizen bij honden en katten en is niet toegestaan bij producten voor consumptie. Volgens de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders handelden de pluimveehouders te goeder trouw. “Ze konden zelf niet checken welke middelen er gebruikt werden. Bloedluis is een welzijnsziekte, vervelend voor de kippen, maar niet meer dan dat. Ze wilden de kippen een goed leven bieden. En nu zijn ze daardoor in ernstige problemen gekomen. Dat is heel sneu.”

We betreuren dat dit is voorgekomen en er zullen passende maatregelen worden genomen om onze keten nóg beter te beheersen. Helaas blijven fraudeurs altijd aanwezig, waar onze pluimveehouder ook slachtoffer van is geworden. Uit voorzorg zijn alle eieren met code 0-NL-43925-01 bij Ekoplaza uit de schappen gehaald. Bij twijfel staat het uiteraard vrij om reeds gekochte doosjes eieren te retourneren!’

Bionext, de belangenorganisatie van biologische landbouw, schrijft op 2 augustus over ‘Veelgestelde vragen m.b.t. antiluizenmiddel fipronil’: ‘Biologische winkels krijgen eieren van een kleine groep, vaste pluimveehouders. Als hun pluimveehouders het gewraakte luizenbestrijdingsbedrijf niet hebben ingehuurd, weten ze zeker dat hun eieren niet besmet zijn.’

En: ‘Hoeveel biologische boeren het middel precies gebruikt hebben, weten we niet precies. Het lijkt om ongeveer 10 bedrijven te gaan. (…) Kijk eerst op de site van de NVWA of jouw eieren op de lijst staan van “besmette” eieren. De lijst is hier te vinden. De lijst wordt nog aangevuld, nog niet alle eieren zijn al onderzocht. Tot aan dit weekeinde (5 augustus) wordt naar verwachting de lijst nog langer. Eieren met die codes worden door de winkels uit het schap gehaald op het moment dat de codes bekend worden.’
‘Oprichting van Nederlandse jeugdsectie’ werd als nieuws gebracht op 10 augustus, maar speelde zich een maand eerder af. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit bericht al eerder op de website van Antroposofie Magazine stond:
Op zondag 3 juli werd in Den Haag de Jeugdsectie van de Antroposofische Vereniging in Nederland (AViN) opgericht met een bijzondere ceremonie. De afgelopen jaren organiseerde een team van enthousiaste jongeren al activiteiten, zoals de Midzomerviering en de Michaëldagen, maar nu is de officiële Jeugdsectie een feit. De feestelijke bijeenkomst werd geleid door Johannes Kronenberg en Janna de Vries, jongerenmedewerkers van de AViN. Tijden deze middag waren er onder meer speeches van AViN-voorzitter Jaap Sijmons, bestuurslid Clarine Campagne en Constanza Kaliks, hoofd van de internationale Youth Section aan het Goetheanum in Zwitserland. Daarnaast vertelden leden van de jongerenkerngroep over hun verbinding met de antroposofie en de impuls om hun bijdrage te willen leveren aan de verspreiding hiervan.

Voor het ritueel dat de oprichting van de Jeugdsectie markeerde, had kunstenaar Rik ten Cate als grondsteen een glazen pentagondodecaëder vervaardigd. Deze ruimtelijke figuur met twaalf gelijkmatige vijfhoeken is gemaakt van glas om de transparantie van de sectie weer te geven. “Normaal gaat een grondsteen in de aarde, maar omdat wij jongeren zijn doen wij het anders. Deze keer gaat de aarde in de grondsteen,” legde Janna de Vries uit. Eén van de twaalf vlakken was nog niet vastgemaakt, en via dit vlak goten de twaalf leden van de jongerenkerngroep aarde uit de twaalf provincies van Nederland (speciaal voor deze bijeenkomst vergaard) in de grondsteen.

Vertegenwoordigers van Jeugdsecties van over de hele wereld, die voor de jaarlijkse Youth Section Gathering in Den Haag waren, begeleidden het ritueel met het opzeggen van een fragment uit de Grondsteenspreuk van Rudolf Steiner in verschillende talen. Onder toeziend oog van alle aanwezigen soldeerde Rik ten Cate de pentagondodecaëder dicht en aansluitend mediteerden de aanwezigen enkele minuten over wat deze sectie voor de toekomstige jeugd zal kunnen betekenen.

In het zomernummer van Antroposofie Magazine (juni 2017) is een uitgebreid artikel over de jongerenactiviteiten opgenomen. Hester Anschütz interviewde Johannes Kronenberg en Janna de Vries over de wijze waarop ze samen met andere jongeren op zoek zijn naar een gezond mens- en wereldbeeld.
Gisteren, 17 augustus, was er aandacht voor ‘Rondom het kind viert jubileum van 35 jaar’:
2017 is het jaar dat de Rondbrief voor peuter- en kleuterleidsters al 35 jaar verschijnt. Tijd dus om dit jubileum te vieren. In het begin waren er nog maar vier vrije kleuterscholen: in Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en Zeist. Vanaf 1944 kwamen de leidsters van deze scholen regelmatig bij elkaar voor informele na- en bijscholing. In die tijd mochten kinderen vanaf drie jaar naar de kleuterschool. Er waren geen praktijkboeken hoe je hen moest opvangen. De kleuterleidsters hadden geen vrijeschoolopleiding gevolgd, zij hadden elkaar nodig voor hun beroepsscholing.

In 1964 waren er zeven vrije kleuterscholen in Nederland en een in Antwerpen. In de jaren tachtig van de vorige eeuw kwamen er steeds meer scholen bij en dus collega’s kleuterleidsters. De maandelijkse ontmoeting vond plaats tussen een sterk groeiende groep mensen, wat het veel onwerkbaarder maakte. De vaste groep van het eerste uur, de latere Werkgemeenschap voor peuter- en kleuterleidsters, besloot dat er een uitwisseling in kleinere groepen moest komen. Er kwamen regio’s in het hele land en vertegenwoordigers uit deze regio’s kwamen vervolgens maandelijks bijeen.

De bedoeling was dat de vertegenwoordigers de informatie weer terug meenamen naar hun regio. En dat de vragen uit de regio centraal werden behandeld en het antwoord werd teruggekoppeld. Ook dit voldeed niet helemaal. In 1982 besloot men alles op schrift te stellen en rond te sturen: de Rondbrief was ontstaan, de voorloper van het huidige blad Rondom het kind. Tweemaal per jaar kwam er zo’n brief, een aantal getypte en gestencilde blaadjes. Een paar jaar ging dit goed, het werd zelfs onderdeel van het blad Vrije Opvoedkunst. Maar dit hield geen stand, zodat in 1996 weer werd teruggegrepen op een eigen uitgave. De Pedagogische Werkgemeenschap voor het kind tot 7 jaar publiceerde erin en werd de uitgever ervan. Later ging dit over naar de toenmalige Bond van Vrije Scholen.

De redactie wisselde steeds, maar de constante factor vormden de trouwe doorzetters van het eerste uur Dorien Versluis en Hennie de Gans. Uiteindelijk werd het blad in 2007 weer in eigen beheer uitgegeven, vier keer per jaar, met ondersteuning van de Vereniging van vrijescholen. Als vakblad zou het zichzelf na drie jaar moeten kunnen bedruipen. Digitaal verschijnen was geen optie, tastbaar papier het beste middel. Dorien Versluis nam afscheid om gezondheidsredenen, Hennie de Gans staat nog altijd aan het roer, geholpen door verschillende nieuwe redactieleden. In Rondom het kind is er al 35 jaar de volle aandacht voor het kleine kind!
Gisteren kwam ook ‘De ultieme vorm van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen’ aan bod:
Zoals Uitgeverij Nearchus laat weten, staat een van zijn sterauteurs op 16 augustus in het Eindhovens Dagblad: een interview met Ruud Thelosen naar aanleiding van het verschijnen van zijn nieuwe boek Solidaire economie. Eerder kwam van zijn hand bij dezelfde uitgeverij het boek Trias Politica Ethica uit. In die politiek-ethische bijdrage aan de waardendiscussie werd op een eigentijdse manier en vanuit maatschappelijke vraagstukken getoond hoe uiterst actueel Rudolf Steiners inzichten over een ‘gezonde samenleving’ zijn.

Waarmee gedoeld werd op Steiners ideeën aangaande maatschappelijke driegeleding. Thelosen publiceerde hierover diverse malen in het vaktijdschrift Driegonaal. Het vervolg op zijn Trias-boek werd al vier jaar aangekondigd, maar verschijnt dan nu eindelijk. Een vernieuwende visie op maatschappelijke verantwoord ondernemen luidt de ondertitel. Het Eindhoven Dagblad vermeldt over de denkbeelden van Ruud Thelosen: ‘In zijn ideale wereld zijn bedrijven gemeenschappelijk eigendom van coöperaties, stichtingen of verenigingen.’

Om te vervolgen met: ‘Voor Thelosen is de solidaire economie de ultieme vorm van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). “Meestal wordt MVO gedefinieerd als het zorgvuldig en minimaal gebruik van energie en grondstoffen, het beperken van milieuschade, voorkomen van kinderarbeid en tegengaan van corruptie. Maar solidaire economie gaat ook over het eigendom van bedrijven, rechtvaardige inkomensverdeling en nieuwe samenwerkingsvormen.” Als voorbeeld noemt hij associaties, economische samenwerkingsverbanden waarbij de consument aan de handelaar opgeeft wat hij verwacht af te nemen, zodat die de inkoop op de vraag kan afstemmen en de producent weet wat die moet produceren. “Noodzakelijk om roofbouw op grondstoffen en verspilling tegen te gaan”, vindt Thelosen.’

Thelosen houdt ook verschillende weblogs over deze en verwante thema’s bij. Solidaire economie handelt uiteraard over het bovengenoemde onderwerp. In Het dilemma van de juiste prijs gaat hij in op het ontstaan van zijn nieuwe boek, waar de oorsprong ervan bij hem ligt: ‘Tijdens mijn studie Technische Bedrijfskunde aan de Technische Hogeschool in Eindhoven gedurende de periode 1977-1984 kreeg ik meerdere vakken op het gebied van economie. (…) Toen ik begin jaren tachtig in aanraking kwam met de vrijeschool heb ik me aangesloten bij een studiegroep onder leiding van economieleraar Kim Lapré, die de economiecursus van Rudolf Steiner uit 1922 ging bestuderen.’

Daaruit werd hem duidelijk dat het principe van de juiste prijsstelling niet in de volledig vrijgelaten markt ligt: ‘Steiner bedoelde juist overlegorganen, associaties, tussen producenten, handelaren en consumenten. Daar moeten in open uitwisseling en onderhandeling afspraken gemaakt worden over hoeveelheden, kwaliteit en prijs van een product voor een bepaald gebied en voor een bepaalde periode. Consumenten moeten aangeven wat zij ervoor over hebben en producenten en handelaren moeten nagaan of zij het voor die prijs kunnen maken en leveren. De prijs is dan weer het optimum tussen vraag en aanbod.’

Een echte solidaire economie dus.
Ook op de website van Antroposofie Magazine zijn mooie verhalen te vinden. Deze ‘Essentie’ stond er al op 11 mei, in de categorie ‘Blogs’:
Voor de schoolkrant van onze school mocht ik Lilian Schrijvers, de intern begeleider van de school interviewen. Zij gaat na dit schooljaar na 35 jaar met pensioen, dus een beetje aandacht voor haar was wel op z’n plek. Lilian is een lieve, bescheiden en wijze vrouw, met een indrukwekkende hoeveelheid kennis op antroposofisch gebied. Ze heeft in de afgelopen decennia veel betekend voor de school en ze was en is een vraagbaak voor de leerkrachten. Ons gesprek duurde anderhalf uur, waarin ze met zorg haar woorden woog, soms terugnam en waarin ze me verrijkte met haar kennis en haar visie op onderwijs.

Wat ze me onder andere vertelde is dat kinderen op de vrijeschool leren waarnemen, duiden en vervolgens creatief handelen. Dat er in hun leven beslist een moment komt dat kinderen dingen gaan tegenkomen die wij helemaal nog niet kennen. Dan is het belangrijk dat ze goed gaan waarnemen, weten te duiden wat ze waarnemen en er creatief naar kunnen gaan handelen. Hoe ze dat leren binnen de vrijeschool? Als een klas bijvoorbeeld heeft geschilderd met blauw wordt er niet gezegd: “Deze is goed gelukt, en deze niet”. In plaats daarvan worden de verschillende schilderingen besproken met de kinderen. “Waar zien we nachtblauw en waar hebben we dagblauw?” “Waar is het blauw helder en waar geheimzinnig?” De kinderen leren dat alles wat ze waarnemen kwaliteit heeft.

Ze leren over Julius Caesar. Natuurlijk omdat hij heeft bestaan, maar ook om het Julius Caesar-achtige te leren herkennen in de wereld. Net als het klaproos-achtige en het leeuw-achtige. Tegelijkertijd is het streven dat kinderen creatief kunnen handelen, dat ze actief werkzaam kunnen zijn in de wereld en een eigen stempel kunnen zetten. Dat ze antwoorden op wat ze waarnemen met wie ze zelf zijn. Dit maakt ook dat vrijeschoolkinderen vaak een sterkere eigen gedachtewereld hebben, sterkere eigen ideeën. Ze blijven over het algemeen langer nieuwsgierig en leergierig.

Mijn jongste zit in de tweede klas en is deze week begonnen met de bomenperiode. Vandaag ging de hele klas met hun juf en een paar ouders naar een dicht bij de school gelegen stadsbos om bomen te bekijken en om zich met ze te verbinden. De juf liet de kinderen de bomen zien, voelen, ruiken en horen. En de kinderen werd gevraagd welke indruk bomen op ze maakten. Was er bijvoorbeeld een blije boom, of een verdrietige? Was er een boom die leek op een oud mannetje en was er één die leek op een jong kind? En was er misschien zelfs één die leek op jezelf?

Voor mij raakt dit de kern van het vrijeschoolonderwijs. Dit is waarom ik iedere dag opnieuw zo blij ben dat onze kinderen groot mogen worden op deze school. Mijn kinderen zijn natuurlijk nog kind, maar vooral bij mijn oudste van veertien zie ik al dat zij op haar eigen en unieke manier haar geluid aan de wereld toevoegt. Door de dingen die ze maakt, zoals haar tekeningen en haar periodeschriften, de teksten die ze schrijft, haar eigen meningen over bijvoorbeeld boeken en de manier waarop ze met anderen omgaat. Nooit heel erg op de voorgrond, meestal rustig en altijd vanuit haar stevige zelf. Authentiek, duidelijk al zo’n eind op weg om te worden wie ze is!

Het vrijeschool-onderwijs is er niet op gericht om kinderen klaar te stomen voor de maatschappij, het doel is juist de maatschappij te verrijken met nieuwe krachten en nieuwe ideeën. Met mensen die een eigen stempel kunnen zetten door wie ze zélf zijn.

Annemiek Bosch werkt bij een organisatie die begeleiding en ondersteuning biedt aan kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking en bijkomende problematiek. Ze is moeder van drie kinderen die op de vrijeschool zitten.
In dezelfde categorie verscheen op 10 augustus ‘Bestendige veranderlijkheid en veranderlijke bestendigheid’:
De jongerenbeweging is iets ongrijpbaars. Uit het niets dienen zich groepen jonge mensen aan die elkaar op een of ander vlak vinden, een gemeenschappelijkheid ontwikkelen, hun ervaringen aan en met elkaar en hun omgeving doormaken. En in een oogwenk vinden ze zichzelf alweer in de volgende levensfase: er worden opleidingen afgesloten, beroepen gevonden, gezinnen gesticht, nieuwe woonomgevingen gevonden. De vrijheid, de ruimte voor idealisme, de nog volledig open zoektocht van eerder verandert in een focus op vragen rondom de praktische invulling van het leven: hoe richt ik mijn beroepsleven in? Hoe geef ik mijn gezinsleven vorm? Op welke manier wil ik de plaats in de maatschappij waar ik nu op terecht gekomen ben innemen? En terwijl zo de ene generatie jonge mensen met stille trom in de drukte van het leven verdwijnt, dient zich de volgende alweer aan. Die heeft weer een eigen kleur, geeft het jong-zijn weer op eigen wijze vorm, vanuit de oorspronkelijkheid die jonge mensen (hopelijk) altijd eigen is.

Ook in de antroposofische beweging is deze golfbeweging zichtbaar. Ik maakte zelf deel uit van een groep jonge mensen die na de eeuwwisseling actief begon te worden. We zaten in de leiding en organisatie van de Christengemeenschapskampen, we vormden de kern van een internationaal groepje jonge mensen waaruit de jaarlijkse Februar-Tage voor jonge mensen in Dornach voortkwam (die nog steeds bestaan), we organiseerden een grote internationale jongerenconferentie in Amsterdam in 2006 (Via’dam), we kwamen in wisselende samenstellingen bijeen in studiegroepen, initiatiefgroepen, jongerencafé’s.

Vóór ons was er ook een heel actieve en levendige groep geweest: de JAN-beweging in de jaren ’90. De mensen die daarbij betrokken waren hebben we echter in onze begintijd niet ontmoet – ze waren, zoals geschetst, in de drukte van hun diverse levens verdwenen. Maar om de een of andere reden was dat bij mijn eigen ‘generatie’ een beetje anders. We groeiden weliswaar langzaam uit het directe ‘jongerenwerk’ – we zaten niet meer in de organisatie van de Februar-Tage, van de Christengemeenschapskampen, etc. – maar een andere impuls diende zich intussen aan: iets te kunnen betekenen voor de volgende ‘golf’ van de antroposofische jongerenbeweging. Dat uitte zich vooreerst in het initiatief om een jeugdsectie op te richten als onderdeel van de Hogeschool voor Geesteswetenschap, dus middenin het centrum van de Antroposofische Vereniging. Het beeld dat bij ons leefde was dat van een ‘geestelijk anker’ waaraan ook de komende jongerengolven zich zouden kunnen oriënteren – elk op eigen wijze, natuurlijk.

Onze poging in die richting in 2010 mislukte. En in de jaren daarna ‘verschrompelde’ het antroposofische jongerenwerk hier in Nederland tot een absoluut nulpunt. Maar daar diende de volgende golf zich ineens aan: een nieuwe groep vond zich rondom Janna en Johannes, en intussen floreert er weer een nieuwe jongerenimpuls hier in Nederland, ook weer met een sterk internationaal element. Interessant genoeg ontwikkelde zich een vruchtbare uitwisseling tussen mensen van ‘mijn’ generatie en deze nieuwe groep – én ontstond daar, vanuit deze nieuwe groep, al snel hetzelfde idee van een jeugdsectie als ‘geestelijke haven’. Zo was ik, en met mij in meerdere of mindere mate een heel aantal van ‘mijn’ groep, betrokken bij de ceremoniële oprichting van de Nederlandse Jeugdsectie afgelopen zondag 2 juli in Den Haag. Het gebeuren ademde een compleet andere sfeer dan wij ooit hadden kunnen voortbrengen – elke nieuwe golf jonge mensen brengt zijn eigen, oorspronkelijke ‘spirituele stijl’ mee. Maar tegelijk was er een harmonie voelbaar, een harmonie tussen wat zich hier als uiting van een nieuwe golf in de deinende zee van de jongerenbeweging manifesteerde en wat wij ‘oudere jongeren’ als impuls, als beeld, van een bestendiger en daardoor werkzamer jeugdbeweging in ons hadden ontwikkeld.

Aangemoedigd door deze ervaring durf ik hier voorzichtig te stellen dat deze oprichting, deze Jeugdsectie, niet slechts manifestatie is van deze jongerengolf, die onherroepelijk met meer of minder stille trom in de drukte van het leven zal verdwijnen, maar een betekenis zal hebben juist ook voor de samenhang tussen de jongerengolven van nu en die van de toekomst. Zodat de antroposofische jongerenbeweging niet slechts een beweging zal zijn van bestendige veranderlijkheid, maar ook van veranderlijke bestendigheid.

Jesse Mulder is universitair docent Theoretische Filosofie bij het departement Filosofie en Religiewetenschap, waar hij tevens verbonden is met het onderzoeksproject Responsible Intelligent Systems. Hij promoveerde in 2014 cum laude op het thema Conceptual Realism, over de structuur van metafysisch denken. Jesse is vader van twee dochters.
Onder de categorie ‘Artikelen’ werd op 14 augustus ‘0 NL 42806/2 DEMETER: het ei ontcijferd’ geplaatst:
Op elk ei dat je in de winkel koopt, staat een rood stempeltje met een code. Hoe lager het eerste cijfer, des te hoger het welzijn van de kip. Een 0 in combinatie met het woord Demeter is het hoogst haalbare qua dierenwelzijn. NL staat voor de Nederlandse herkomst. De unieke code 42806/2 vertelt waar dit ei gelegd is: op het bedrijf van Gerjan en Carolien Slingenbergh uit het Overijsselse Ane.

Tekst en beeld: Annelijn Steenbruggen

Gerjan en Carolien hebben bruine kippen. Dat kun je zien aan de kleur van de eierschaal: bruine kippen leggen bruine eieren. De kleur is ook een indicatie dat hun kippen gezond zijn en een mooi verenpak hebben. “Een kale kip legt witte eieren,” vertelt Gerjan. Het vraagt echter vakmanschap om de kippen goed in de veren te houden. “Kippen hebben ruimte en afleiding nodig, anders gaan ze elkaar pikken. In de biodynamische landbouw kappen we de snavels er niet af. Als de kippen zich bij ons gaan vervelen, kunnen ze elkaar met hun scherpe snavelpunt behoorlijk toetakelen.” Zowel buiten als binnen geeft Gerjan ze voldoende bezigheidstherapie. In de ruime buitenuitloop kunnen ze naar hartenlust scharrelen. Op stal zet hij de strobalen er in z’n geheel in: de kippen springen erop en trekken het stro zelf los. Als zijn kippen een onrustige dag hebben, heeft hij nog een joker om in te zetten: “Klassieke muziek. Ze worden vooral rustig van Bach.”

Hanen

Voor Gerjan is het de kunst om zijn kippen in een zo natuurlijk mogelijke omgeving te laten leven. “Een kip is van oorsprong een bosdier. Voor de bosrijke omgeving heb ik appel- en perenbomen in de buitenuitloop aangeplant. Ik heb voor oud-Hollandse fruitrassen gekozen waar ik in het najaar sap van laat persen. Het valfruit is voor de kippen.” Tussen zijn tweeduizend bruine kippen heeft hij ook vijftig witte hanen lopen. “Die horen erbij. De hanen stralen macht uit en beschermen de hennen. Als er bedreiging is van een buizerd gaan de hanen in een kordon om de hennen staan. Dankzij de hanen voelen de kippen zich veilig en durven ze verder het veld in. Dat is leuk.”

Zonnebloemen

Goede voeding is essentieel voor rust in de koppel. Als de kippen het voer niet lusten, gaan ze namelijk vechten. Omdat biodynamische kippen geen dierlijke producten – zoals vis of bloedmeel – mogen eten, is volwaardige voeding een continue zoektocht. Gerjan: “Met maïs, zonnebloemen, soja en granen probeer ik ze voldoende energie en eiwitten aan te bieden. Momenteel onderzoek ik samen met mijn zoon of klaver een goed alternatief is voor eiwit. Ruim de helft van het voer teel ik zelf, ook de soja. Wat ik aankoop komt uit Europa. Ik vind het onzin dat er veevoer uit Zuid-Amerika geïmporteerd wordt.”

Zon, maan, sterren en aarde

Dankzij het gevarieerde voer en de bezigheidstherapie gedragen de kippen zich over het algemeen als gezellige tantes. Carolien: “Ik vind het leuk om naar ze te kijken; ik heb zelfs de eettafel expres voor het raam gezet. Een kip in de zon die een zandbad neemt, dat is een prachtig gezicht.” Ook Gerjan geniet van zijn werk: “Ik ben nu al een tijdje Demeterboer en ik heb heel sterk het gevoel: ja, dit is het! Dit zou ik iedereen gunnen. De zorg om de natuur en het sluiten van de kringloop spreken mij het meeste aan. Alles grijpt in elkaar: de zon, maan, sterren en aarde. Alles is met elkaar verweven. Verbindingen leggen is voor mij het belangrijkste Demeter-aspect. Niet alleen landbouwkundig, maar ook sociaal. We hebben graag mensen over de vloer. In verbondenheid met elkaar leven maakt gelukkig. Ik ben een gelukkig mens.”
Op 3 juli ging het artikel over ‘BD-ondernemers: boerenbloed met een vleugje idealisme’:
De belangstelling voor biologisch-dynamische voeding groeit. Steeds meer jonge mensen willen er ook hun vak van maken en volgen een opleiding aan de Warmonderhof, hét opleidingsinstituut voor BD- landbouw in Nederland. Ze kiezen regelmatig voor het ondernemerschap, maar vooral voor een andere kwaliteit van leven.

Tekst: Ellen Röling

In september 2016 startten 44 voltijdstudenten en 112 deeltijdstudenten aan de opleiding voor Landbouw, Zorglandbouw en Stadslandbouw. Het aantal groeit jaarlijks. De voltijdstudenten, vaak jongeren, zijn vier jaar intern op de Warmonderhof met een programma van leren, werken en wonen. “De meesten hebben geen agrarische achtergrond,” vertelt Ruud Hendriks. Hij is ruim 25 jaar docent Bodemkunde en teamleider. “Ze komen hier in een andere wereld terecht. Landbouw is geen 9-tot-5-baan. Je gewas en je dieren vragen voortdurende je aandacht. Op de Warmonderhof krijgen ze boerenbloed.” De voltijdstudenten beginnen na hun opleiding in de regel als medewerker op een BD- bedrijf, een deel wordt – later – zelf ondernemer in binnen of buitenland. “In de tweejarige deeltijd ligt dat anders. Dat zijn vaak mensen die op latere leeftijd uit interesse de BD-opleiding naast hun bestaande werkzaamheden doen.” Opvallend vindt Ruud dat vooral veel jongeren naar de menskant van de biologisch-dynamische landbouw trekken. “Zoals het samenwerken met deelnemers op een zorgboerderij. Of werken in de stadslandbouw waar het niet alleen gaat over verbouwen, maar ook over cursussen, rondleidingen en lezingen.”
Warmonderhof.nl

Ongebonden grond

“Wat is er mooier dan met plezier je werk doen”, stelt Gerlof Pronk, vennoot op de Naoberhoeve in Echten. Hij betaalt zichzelf uit met arbeidsvreugde. “Als ik twee ringslangen op mijn land tegenkom, is dat puur goud.” Hij studeerde 15 jaar geleden af op de Warmonderhof. Samen met zijn vrouw en twee andere stellen runt hij een zorgboerderij met vee, tuinbouw en melkverzuiveling. Ook verkopen ze producten in hun boerderijwinkel en via de Naoberkrat-abonnementen, en staan ze op de markt in Enschede. De Naoberhoeve verdient de helft met de landbouw en de andere helft met de zorgboerderij. “Het is hard werken, maar het is de moeite waard.”

De vennoten willen ook meer ruimte gaan bieden aan mensen die zichzelf willen ontwikkelen in de BD-landbouw of aan de zogenoemde ‘ongebonden grond’ landbouw. “Van de komende generaties kunnen we niet meer verwachten dat ze zich dertig jaar binden aan een plek. Vrijheid en persoonlijke ontwikkeling horen immers ook bij de BD-landbouw. De Naoberhoeve kan een vehikel zijn waarin mensen land kunnen pachten, een tijdje kunnen boeren en dan weer weggaan. De grond is dan van niemand en van iedereen. De Naoberhoeve zorgt voor een bedrijfsmodel en voor een soort van kwaliteitsgarantie. Iets dergelijks gebeurt nu al op de Zonnehorst in Punthorst.”
Naoberhoeve.nl

Bedrijfsovername

In een yurt op de Zonnehorst wonen Max van den Dool en Elsa met hun baby en een tweede op komst. Max (21) studeerde dit jaar af van de voltijdopleiding en Elsa van de deeltijd. Ze wonen en werken op de Zonnehorst om te ontdekken of zij het bedrijf over willen nemen van de huidige tuinder en zijn vrouw: Henk en Hillie Bunskoek. Max ging op z’n zestiende naar Warmonderhof. “Ik had geen landbouw of BD-achtergrond, maar heb wel op de vrijeschool gezeten. Op Warmonderhof voelde ik me thuis, het herinnerde me aan mijn basisschooltijd. Ik wil nu graag zelf ondernemen. Ik koos voor de Zonnehorst omdat het een bedrijf is dat overname aantrekkelijk probeert te maken, ook voor starters, doordat we de grond niet hoeven over te nemen. Onze droom is een gemengd bedrijf, dat divers maar overzichtelijk en behapbaar is. Een plek waar alle facetten van de BD-landbouw een verdiende plek krijgen: de composthoop, preparaten, gewassen, kas, vee en mens. Omdat we nu nog onze handen vol hebben aan ons gezin willen we ons in eerste instantie alleen richten op de tuinbouw. De groentetas van de Zonnehorst heeft wekelijks zo’n 250 abonnees. We willen onze producten lokaal nog meer aan de man brengen. Deze winter gaan we bedenken hoe we dat gaan aanpakken.”

Woningbouwgrond voor bioboeren

Kleine dromen kunnen groot uitpakken. Vastgoedontwikkelaar Jos van Leussen (43) koos ooit voor groen en studeerde op de landbouwuniversiteit in Wageningen. Maar 15 jaar later was in zijn werkzame leven weinig groens meer te bespeuren. Hij besloot om de deeltijdopleiding aan Warmonderhof te doen en voelde daar zijn oude passie weer. “Ik wilde boer worden. Ik besloot daarom minder te gaan werken en vertelde in mijn netwerk waar ik mee bezig was. Zo ontstond het idee om mijn ervaring als projectontwikkelaar te combineren met mijn opleiding op Warmonderhof. Rondom Zwolle liggen honderden hectaren grond die in de speculatietijd zijn aangekocht voor woningbouw. Maar veel van die projecten zijn uitgesteld en afgesteld. De eigenaren laten het land liggen en verpachten het met losse eenjarige pachtcontracten, zodat boeren daar niet duurzaam kunnen boeren. Maar zou het geen goed idee zijn om die stukken in te zetten voor biologische stadslandbouw?” Ja dus. “Vastgoedontwikkelaar BPD heeft ondertussen 32 hectare ingebracht, ik heb al vier biologische boeren gecontracteerd, en Rabobank, BPD en het Overijssels Landschap investeren mee. De producten gaan we onder naam De Zwolse Stadslanderijen aanbieden, dit jaar komen we met de eerste producten. Het is de bedoeling dat de inwoners ook zelf over de gronden kunnen wandelen en zo in contact komen met duurzame landbouw. Het eerste struinpad is 28 juni jl. officieel geopend. Het is een verrijking voor Zwolle. Projectontwikkelaars hebben hier ook zelf baat bij omdat dit past binnen duurzame doelstellingen en omdat de gronden er aantrekkelijker uit komen te zien.” Dit jaar en komend jaar heeft Jos nog nodig om plannen uit te werken. “Maar het ziet er goed uit en in dat geval kan ik uit dit project een inkomen genereren.”
Facebook.com/dezwolsestadslanderijen/

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in AM nummer 3 van september 2016. Ook iedere maand dit magazine thuis ontvangen? Neem dan nu een abonnement voor slechts € 29,95 per jaar en ontvang er een leuk cadeautje bij.
19 juni was ‘SEKEM: De kunst van het dromen’ aan de beurt:
Bodemvruchtbaarheid als basis voor een vruchtbare ontwikkeling in Egypte

Ibrahim Abouleish woonde twintig jaar in Oostenrijk, toen hij in 1975 een bezoek bracht aan zijn Egypte en besloot zich in te gaan zetten voor zijn vaderland. Zijn droom: nieuwe ontwikkelingen op gang brengen op sociaal, cultureel en economisch gebied. Biodynamische landbouw – het opbouwen van een vruchtbare bodem – vormt hiervoor de basis.

Tekst: Ellen Winkel
Foto's: Gerda Peters en Ellen Winkel

Een zoete geur van bloemen. Dat is het eerste wat opvalt als ik ’s avonds laat in het donker uit de bus stap bij het gastenverblijf van SEKEM. Samen met vijftien anderen neem ik deel aan een reis die de Nederlandse Vriendenkring SEKEM heeft georganiseerd in de lente van 2016. Dat we in een bloeiende oase terecht zijn gekomen, blijkt pas de volgende ochtend. We zien bloeiende sierheesters rond de gebouwen, bloemenmengsels langs de paden en bloeiende akkers met calendula, kamille en gele toorts. Ook in de dadelpalmen langs de randen van de akkers hangen grote, witte bloementrossen.

Veertig koeien én een stier

Ibrahim Abouleish begon in 1977 met het slaan van waterputten en het planten van bomen in een kale zandvlakte in de woestijn bij Belbes, zestig kilometer ten noordoosten van Caïro. Hij bouwde aan het visioen dat hij voor zich had gezien. Het water, de bomen, de planten en de bloemen zouden insecten, dieren en mensen aantrekken. Deze plek zou voor de bewoners in de omgeving gezonde voeding gaan bieden; en werk, medische zorg en onderwijs.

Hij wist zijn toekomstbeeld met zo veel kracht aan anderen over te brengen, dat SEKEM precies die mensen aantrok die nodig waren om zijn droom te verwezenlijken. Zo kwam in 1981 de Duitse Angela Hofmann op bezoek. Om de woestijnbodem vruchtbaar te maken was veel behoefte aan goede compost van koeienmest. De Egyptische koeien bleken echter weinig productief. Ze regelde daarom samen met een andere Duitse vrouw de komst van veertig drachtige Braunvieh-koeien én een stier. De vrouwen regelden ook een lening bij de Duitse GLS-gemeinschaftsbank voor de aanschaf en het transport van de alpenkoeien. Angela reisde in februari 1982 naar de haven van Alexandrië, waar de koeien van een schip werden overgeladen in vier vrachtwagens. Ze reed mee met het transport naar SEKEM en is daar sindsdien gebleven.

“Om de bodem vruchtbaar te maken zijn koeien onovertroffen,” vertelt Angela ons. Op SEKEM zijn op dit moment 150 koeien, deels nakomelingen van de eerste groep, deels zwart-witte Holstein Friesian. Een dak van palmbladeren biedt bescherming tegen de hitte. Hiernaast zijn er schapen, kippen, duiven en bijen. Er is een grote variëteit aan gewassen, waarvan een aanzienlijk deel bestemd is voor kruidenthee. Angela: “Doordat we de verwerking en de handel zelf organiseren, kunnen we een grotere meerwaarde realiseren.”

SEKEM Development Foundation

Op het terrein van de boerderij bij Belbes zijn vier verwerkende bedrijven gevestigd: Lotus (in- en verkoop van kruiden), ISIS Organic (thee, sap en levensmiddelen), ATOS Pharma (kruidengeneesmiddelen) en NatureTex (biologisch katoenen kinderkleding en popjes). Van de winst die de bedrijven gezamenlijk realiseren, vloeit tien procent naar de SEKEM Development Foundation. Deze stichting financiert nieuwe ontwikkelingen op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, kunsten, duurzaamheid en maatschappelijke projecten, ook buiten de grenzen van SEKEM. Zo is er in de 13 dorpen in de regio, waar ongeveer 30.000 mensen wonen, gezondheidsvoorlichting en een afvalophaaldienst opgezet. Voor kleine ondernemers is er de mogelijkheid een lening aan te vragen via het microkredietprogramma, inclusief begeleiding bij het maken van een bedrijfsplan. Vanuit heel Egypte leveren 140 boerderijen biodynamische producten aan SEKEM, zoals groente, granen, kruiden, katoen en veevoer. Zij worden begeleid door landbouwingenieurs die door SEKEM zijn opgeleid in het toepassen van de biodynamische landbouwmethodes.

Onderwijs en zorg

Als we op een ochtend de dagopening van de SEKEM-basisschool bijwonen, zien we dat Angela zich niet alleen voor de landbouw inzet. Op haar accordeon begeleidt ze het zingen van het Egyptische volkslied – dat is op alle scholen in Egypte verplicht. Daarna mogen we kijken bij een bamboefluitles die Angela geeft aan de eerste klas van de middelbare school. Onder de indruk van het bezoek uit Nederland doen de kinderen erg hun best en weten ze de liedjes aardig mee te fluiten.

Op het terrein van SEKEM gaan 650 kinderen naar school: de kleuter-, basis-, middelbare school of de beroepsopleiding. Ook zijn er een gehandicaptengroep en sinds kort een kinderdagverblijf. Een bijzondere groep vormen de ‘kamillekinderen’, kansarme kinderen die al moeten werken, iets wat veel voorkomt in Egypte. Bij SEKEM verdienen ze een dagloon met een halve dag licht werk (ze danken hun naam aan het plukken van kamillebloemen). De andere helft van de dag gaan ze gratis naar school.

We brengen ook een bezoek aan het medisch centrum op het terrein, dat 40.000 patiënten per jaar behandelt. Naast een prachtig bloeiende binnentuin staan bankjes, waar mensen geduldig op hun beurt wachten. “Dr Ibrahim Abouleish en Dr Hans Werner hebben dit medisch centrum samen gedroomd,” vertelt Yvonne Floride die ons hier rondleidt.

Nieuwe woestijnboerderijen

Het valt me op dat ze op SEKEM de kunst verstaan om dromen uit te laten komen. Elders in een interview zegt Abouleish: “Dromen is denken met je hart.” En hij droomt ervan om die kunst – het realiseren van dromen – aan anderen over te brengen. Daarom – en voor de persoonlijke ontwikkeling in het algemeen – is er veel aandacht voor creativiteit. Niet alleen op de scholen zijn er veel creatieve lessen voor zowel leerlingen als leraren, maar alle 1200 SEKEM-medewerkers krijgen binnen werktijd les in muziek, toneel, beeldende kunst, euritmie en vaardigheden die voor het werk van belang zijn.

Een droom is om op drie andere plekken in de Egyptische woestijn vergelijkbare ‘oases van ontwikkeling’ te realiseren. In maart 2008 vierden SEKEM-medewerkers en -vrienden de start door gezamenlijk bomen te planten in een geïrrigeerde geul op een winderige kale vlakte in de Sinaï. Met een jaarlijkse regenval van 25 mm (bij ons is dat 800 mm) is Egypte volledig afhankelijk van irrigatie.

Angela toont dia’s van de drie nieuwe woestijnboerderijen, die voor ons te ver zijn om te bezoeken. “Het begint met water. We leggen rondom druppelirrigatie aan en planten snelgroeiende eucalyptus- en casuarinabomen. Die breken de vele zandstormen. En het is een verademing als je na een paar jaar eindelijk in de schaduw kunt staan.” We zien een konvooi vrachtwagens dat compost aanvoert. En we zien een dia van een ander openingsfeestje: in maart 2015 wordt een groot zonnepanelenproject in gebruik genomen bij de boerderij in El Bahareya. De pomp die 25 hectare dadelpalmen bevloeit, loopt nu op zonne-energie.

Het mooie van de Sinaï

Op 24 maart wonen we het jaarlijkse lentefeest bij in het grote, lemen amfitheater op SEKEM. Een groep bedoeïenen uit de Sinaï sluit het feest af met traditionele volksdansen en muziek. Ze oogsten enthousiast gejuich en applaus van het 2000-koppige publiek. De keus om hen uit te nodigen is heel bewust, horen we later van Ibrahim Abouleish. Om een stabiele sociale samenhang tot ontwikkeling te brengen rond de boerderij, is meer nodig dan water, bomen en compost. “In de Sinaï is veel strijd en er zijn veel spanningen. Wij willen hun ziel omhoogtillen. Daarom laten wij iets van de mooie cultuur uit de Sinaï laten zien.”

Vriendenkring SEKEM

De Nederlandse Vriendenkring SEKEM ondersteunt, samen met vier andere Europese vriendenkringen, de SEKEM Development Foundation. De vriendenkring is van plan om in het voorjaar van 2017 opnieuw een reis naar SEKEM te organiseren, zie sekemvrienden.nl.
Op sekem.com is meer informatie te vinden over dit veelzijdige initiatief, onder andere over de ‘Heliopolis Universiteit voor duurzame ontwikkeling’, die in 2012 bij Caïro van start is gegaan. Informatief is ook het SEKEM Sustainability Report 2015 en SEKEM Insight, de maandelijkse nieuwsbrief waar je je gratis op kunt abonneren.
SEKEM is op zoek naar allerhande vakmensen en vakdocenten en iemand die de landbouwopleiding wil opzetten, zie sekemvrienden.nl/vacatures.
Sekem.com
Sekemvrienden.nl

Dit artikel is gepubliceerd in AM03 van september 2016. Ook ieder kwartaal dit informatieve en inspirerende magazine thuis ontvangen? Neem een abonnement voor slechts € 29,95 per jaar (vier nummers).
We eindigen dus in de woestijn. Met dit alles zijn we hopelijk weer een beetje bijgepraat. Al heb ik slechts op twee plekken kersen geplukt: Motief en Antroposofie Magazine. Maar wel over een langere periode.
.

woensdag 21 juni 2017

Synthese

Vandaag begint de zomer. En vandaag ook een nieuwe aflevering van deze kroniek. Antroposofie Magazine had twee dagen geleden het nieuws ‘Oprichter Sekem overleden’:
Op donderdag 15 juni 2017 overleed op tachtigjarige leeftijd prof. dr. Ibrahim Abouleish, oprichter van het op duurzame ontwikkeling gerichte SEKEM-initiatief in Egypte. Na een geslaagde carrière als farmacoloog in Oostenrijk, besloot de geboren Egyptenaar veertig jaar geleden terug te keren naar zijn vaderland om iets te doen aan de sociale en economische achteruitgang van zijn vaderland. In de woestijn kocht hij een stuk land, waar hij tegen alle logica in begon met het ontwikkelen van een landbouwproject dat de woestijn vruchtbaar moest maken en werkgelegenheid en opleidingskansen moest scheppen voor het grote leger werkloze en (semi-)analfabete Egyptenaren in de omgeving van Belbeis, 60 km noordoostelijk van Cairo.

Vandaag de dag biedt het project werk aan ruim 1.500 mensen en profiteren ruim 20.000 mensen van voorzieningen als het medisch centrum, de SEKEM-school en vakopleiding en de inzet van sociaal werkers in de dorpen rond de SEKEM-farm. Maar daar bleef het niet bij. Sinds 2008 zijn drie grote landbouwlocaties van in totaal 3.000 ha in ontwikkeling in de Sinaï-woestijn, bij Bahareya in de westelijke woestijn en bij Minya in het zuiden. In 2012 opende Abouleish in Cairo de Heliopolis Universiteit voor Duurzame Ontwikkeling. In 2003 ontving hij de Right Livelyhood Award, beter bekend als de Alternatieve Nobelprijs, en trad hij toe tot de Wereldtoekomstraad. Tal van universiteiten verleenden hem eredoctoraten, waaronder de Technische Universiteit Graz waar Abouleish in 1965 zijn diploma behaalde. In Nederland kreeg SEKEM bekendheid door de Tegenlichtdocumentaire Groen Goud 2, die de VPRO in oktober 2014 uitzond.

Foto: Ibrahim Abouleish (rechts) leidt de Duitse ambassadeur rond (Sekem, 2016)

In Antroposofie Magazine publiceerden we in september 2016 een artikel over dit antroposofisch geïnspireerde initiatief in Egypte. Klik HIER om het artikel te lezen.
News Network Anthroposophy Limited (NNA) had meteen de dag na zijn overlijden al een uitvoerige necrologie:
“Ich wollte, dass sich die ganze Welt entwickelt”

Von NNA-Korrespondentin Cornelie Unger-Leistner

Der SEKEM-Gründer und Sozialpionier Ibrahim Abouleish ist im Alter von 80 Jahren verstorben. Mit seiner Vision und seinem Mut hat er viele Menschen inspiriert.

KAIRO/STUTTGART (NNA) – Einer der großen Sozialpioniere unserer Zeit, Dr. Ibrahim Abouleish, ist tot. Wie seine Familie mitteilte, starb der Gründer des ägyptischen SEKEM-Projekts und Träger des alternativen Nobelpreises am 15. Juni im Alter von 80 Jahren.

Sein Bestreben war stets, ein Beitrag zum Wohl der Gemeinschaft SEKEM, zum Wohl Ägyptens und der Welt durch das Vorantreiben nachhaltiger Entwicklung zu leisten, heißt es in der Mitteilung zu seinem Tod. Mit seiner Vision und seinem unglaublichen Mut habe er viele Menschen inspiriert: “Heute beten wir für ihn und wir sind ihm dankbar für all das, was er für und mit uns geleistet hat”. Nach islamischem Brauch wird Abouleish unmittelbar am Tag nach seinem Tod beigesetzt.

Ende Mai beging das SEKEM-Projekt in Stuttgart sein 40jähriges Jubiläum in Kreis seiner fördernden Freunde, dort hatte der Sohn Helmy Abouleish – im Projekt die rechte Hand des Vaters – diesen bereits bei den Feierlichkeiten vertreten. Wie wichtig die SEKEM Freunde Deutschland im internationalen Netzwerk der Unterstützer sind, wurde bei der Feierlichkeit hervorgehoben.

Das SEKEM-Projekt steht weltweit als Vorbild für nachhaltige Entwicklung, die gleichermaßen Mensch und Natur gerecht wird. Abouleish, der auch dem Weltzukunftsrat angehörte, war dafür 2003 mit dem alternativen Nobelpreis ausgezeichnet worden mit der Begründung, sein Projekt vereine in vorbildlicher Weise kulturelle, soziale und wirtschaftliche Zielsetzungen in einer “Ökonomie der Liebe”.

SEKEM – altägyptisch für “Kraft der Sonne” – begann 1977 auf einem unwirtlichen Wüstengelände 60 Kilometer nordöstlich von Kairo, das Abouleish mithilfe der Methoden der biodynamischen Landwirtschaft in eine grüne Oase verwandelte.

Im Laufe der Jahre entstand eine Gruppe von Unternehmen und Einrichtungen, darunter auch Schulen und ein medizinisches Zentrum. Die Mittel, die durch Heilpflanzenanbau und den Export von biologisch erzeugter Baumwolle nach Europa erwirtschaftet werden, investiert SEKEM im kulturellen Bereich, als jüngstes Projekt entstand die Heliopolis Universität in Kairo. Insgesamt beschäftigt SEKEM 2.000 Menschen.

Pioniertätigkeit

Schon früh kündigte sich sein späterer Pioniergeist im Lebenslauf von Abouleish an. 1937 im Dorf Mashkul im Nildelta geboren, verließ er Ägypten nach seiner Schulzeit in eigener Regie und ohne den Segen seiner Familie. Im Abschiedsbrief an seinen Vater zeichnete er bereits eine Vision der Schaffung von Arbeitsplätzen, von Infrastruktur und kulturellen Einrichtungen in seiner Heimat, so stellte er sich seine Rückkehr nach Ägypten vor. Mit diesem Brief wollte er Verständnis bei seinem Vater wecken, der den Sohn eigentlich für die Übernahme seiner beiden Firmen in Kairo vorgesehen hatte und ein Studium in Europa als überflüssig ansah.

Aber den jungen Ibrahim zog es mit Macht nach Europa, schon in der Schulzeit hatte die Lektüre von Goethe-Texten in ihm die Sehnsucht nach dem anderen Kontinent und seinem kulturellen Leben geweckt, wie er in der autographisch angelegten Schilderung des SEKEM-Projekts, dem Buch Die SEKEM-Symphonie beschreibt.

Durch persönliche Kontakte verschlug es ihn nach Österreich, in Graz begann er ein Studium der Chemie, das er mit der Promotion abschloss. Er heiratete dort noch als Student seine österreichische Frau Gudrun und gründete in jungen Jahren eine Familie. Die Enteignung der Firmen seines Vaters durch das Nasser-Regime, das eine sozialistische Gesellschaftsordnung in Ägypten anstrebte, durchkreuzte die Pläne des Vaters, der seinen Sohn immer noch lieber in der eigenen Firma gesehen hätte. So blieb Ibrahim Abouleish in Österreich und machte dort Karriere. Bis zu seinem 40. Lebensjahr war er an leitender Stelle im Forschungsbereich der pharmazeutischen Industrie tätig.

Seinem Heimatland Ägypten und dessen wechselvollem Schicksal fühlte sich Abouleish jedoch immer verbunden. Kontakte zu führenden Politikern brachten ihn schließlich dazu, doch wieder zurückzukehren – mit eigenen Zielen, die der Vision aus seiner Jugendzeit entsprachen. Vor allem der nicht endende Krieg in Nahen Osten veranlasste ihn schließlich zu handeln: “Eine nachhaltige Lösung würde jedoch darin bestehen, den Menschen Bildung und Arbeit zu geben. Hier lag ein starkes Motiv für meine Rückkehr nach Ägypten”, schreibt er in seinem Buch.

Synthese

Abouleish brachte zukunftsweisende Ideen mit zurück an den Nil, denn in Österreich war er auf das Werk von Rudolf Steiner aufmerksam geworden. Beeindruckt hatten ihn vor allem Steiners Philosophie der Freiheit, die biodynamische Landwirtschaft und die Idee des freien Schulwesens. Außerdem berichtet er in seiner Lebensschilderung, wie für ihn der geistige Strom des Orients, in dem er aufgewachsen war, in seinen Jahren in Österreich mit der europäischen Kultur zu einer Synthese verschmolzen war: “Nun erlebte ich zunehmend Augenblicke, in denen sich diese zwei Strömungen in meiner Seele verbanden und in denen ich weder Europäer, noch Ägypter war.” Händels Messias zum Beispiel habe er “mit muslimischen Ohren” als Lob Allahs gehört. Die Vereinigung der beiden Kulturströme habe er als “herrliches Freiheitsgefühl” , als “höchstes Glück” und “höchste Freude” erlebt.

Überall in der europäischen Kultur habe er Elemente entdeckt, die ihm wie die Verwirklichung der islamischen Ideale erschienen seien. Die Moralität, die ihm sein islamischer Glaube mitgegeben habe, habe ihn auch vor vielen widrigen Einflüssen beschützt, betont Abouleish, der sich auch zeitlebens für eine Verständigung zwischen den Religionen eingesetzt hat. Den Anfang hatte er mit seiner eigenen Ehe gemacht, bei der er als Moslem eine katholische Trauung akzeptiert hatte. Seminare im SEKEM-Projekt sollten ebenfalls zum gegenseitigen Verständnis der Religionen beitragen.

Abouleish sieht im Islam Entwicklungsbedarf, obwohl seit Jahrhunderten z.B. an der Al Azhar Universität in Kairo zu religionsphilosophischen Fragen geforscht werde, fehlten die Auswirkungen dieser geistigen Bemühungen auf das praktische Leben. Dieses sei im Islam “stark konservativ”. Immer noch werde in vielen Lebensbereichen als Orientierung das angeführt, was der Prophet im 7. Jahrhundert angegeben habe, einer Zeit ohne Industrie, Wirtschaftsleben und Technisierung. Als Konsequenz sieht Abouleish eine mangelnde Innovation im Rechts- und Wirtschaftsleben und auch ein Widerstreit in der Seele des einzelnen Moslem.

“Doch ich stand immer wieder erschüttert vor der Spaltung des inneren, religiös empfindenden Menschen einerseits, der aus sich und seiner Religion heraus nie dem Boden, den Pflanzen, den Tieren oder seinem Mitmenschen schaden würde – und dem anderen Menschen andererseits, der in der Arbeitswelt steht.” Dort habe er seine muslimischen Glaubensbrüder “nicht wahrhaftig an die Inhalte ihre Religion anknüpfend” erlebt. Mit Boden, Geld – ja mit den eigenen Kindern – würde so umgegangen, wie wenn sie einem für alle Ewigkeiten gehörten, mahnt Abouleish in seinem Buch. (S.49/50).

Entscheidender Beitrag

Durch die Beschäftigung mit der Geisteswissenschaft Rudolf Steiners machte Abouleish die Entdeckung, dass geistige Inhalte sehr wohl in praktische Arbeitsfelder einfließen und dort äußerst nachhaltig wirken können. Bei seinen Reisen nach Ägypten empfand Abouleish jedesmal den Entwicklungsbedarf und litt unter der tiefen Hoffnungslosigkeit, die er bei der Bevölkerung erlebte. “Durch die Beschäftigung mit der Geisteswissenschaft ahnte ich einen Weg, der sie aus ihrem Elend herausführen könnte”.

Leicht ist dem in Europa wirtschaftlich erfolgreichen Chemiker Abouleish der Abschied dann doch nicht gefallen, als er sich entschieden hatte, nach Ägypten zurückzukehren. “Auf dem Schiff zerriss mein Herz...” Wie sehr würde er die Kultur vermissen, die Gespräche mit den europäischen Freunden und die philosophischen Lesungen! Auf der anderen Seite habe er jedoch gefühlt, dass er aufgrund seiner Lernfähigkeit, seiner Schaffenskraft und seinem sozialen Können in der Lage sein würde, in Ägypten Entscheidendes beizutragen. Diese Begabungen, so schreibt er, wollten “wie Samen in die Erde Ägyptens versenkte werden, um dort zu neuem Keimen, Wachsen und Gestalten zu verhelfen”.

40 Jahre später ist aus dem Wüstensand ein vorbildliches Projekt hervorgegangen – für Ibrahim Abouleish ein Beispiel für Entwicklung auch an anderen Orten: “Dieses Bild einer Oase inmitten einer lebensfeindlichen Umgebung ist für mich wie ein Auferstehungsmotiv in der Frühe nach einer langen Wanderung durch die nächtliche Wüste. Es stand modellhaft vor mir, noch bevor die konkrete Arbeit in Ägypten begann. Und doch wollte ich eigentlich mehr: Ich wollte, dass sich die ganze Welt entwickelt”.

Abouleish ist im Fastenmonat Ramadan verstorben. Seine muslimische Religion war für ihn eine entscheidende Kraftquelle, wie auch aus einem Spruch hervorgeht, den er auf die Mauer seiner Grabstätte in SEKEM hat schreiben lassen. Er hatte sie schon zu Lebzeiten errichten lassen und auf der östlichen Mauer ist dort zu lesen:

“Wenn ich sterbe, oh Herr,
werde ich zu Dir zurückkehren.
Ich säte die Samen in Deinem Namen,
und von Dir kommt die Ernte.
Ich entzündete diese Kerze,
oh Herr, bewahre ihr Licht vor den Finsternissen der Welt.”

Literaturhinweis:
Abouleish, Ibrahim, Die SEKEM-Symphonie: Nachhaltige Entwicklung für Ägypten in weltweiter Vernetzung. Überarbeitete und stark erweiterte Neuauflage, Info3-Verlag, Frankfurt 2015, ISBN 978- 3 – 95779-027-9

Links:
www.sekem.com
www.youtube.com/watch
www.youtube.com/watch (Englisch)
Jens Heisterkamp van Info3 schreef 19 juni ‘Trauer in Ägypten und weltweit. Sekem-Gründer Ibrahim Abouleish gestorben’:
Am 15. Juni ist in Ägypten der Vater der Sekem-Initiative, Dr. Ibrahim Abouleish, nach längerer Krankheit gestorben. Seinen 80. Geburtstag und das 40. Jubiläum der SEKEM-Gründung hatte Abouleish im März noch im Kreise zahlreicher Freunde und Weggefährten begehen können.

Abouleish, der aus einer tiefen Liebe zur deutschen und europäischen Kultur als junger Mann seine Heimat verlassen hatte und lange in Österreich lebte, kehrte nach dem Kontakt mit der Anthroposophie nach Ägypten zurück und begann auf einem unwirtlichen Gelände außerhalb von Kairo mit biologisch-dynamischem Landbau. Trotz vieler klimatischer ebenso wie kultureller Herausforderungen kamen im Laufe der Zeit verarbeitende Betriebe, Waldorfkindergarten und -schule für Mitarbeiter, berufliche Ausbildungen und medizinische Versorgung hinzu. Das Sekem-Gelände wurde zu einem einzigartigen blühenden Garten und international frequentierten Begegnungsort. Sekem veränderte nicht nur die Landwirtschaft und Umweltpolitik in Ägypten, sondern erregte weltweit Aufmerksamkeit als Beispiel für nachhaltige Entwicklung, unter anderem im Rahmen des Weltzukunftsrats und des Weltwirtschaftsforums in Davos. Im Jahr 2003 wurde Ibrahim Abouleish mit dem Alternativen Nobelpreis ausgezeichnet.

Begleitend zu seiner sozialen Pioniertätigkeit bildete für Ibrahim Abouleish der Brückenbau zwischen dem islamischen Orient und der westlichen Welt sowie ein modernes Verständnis des Koran ein Herzensanliegen. Bis zuletzt widmete er sich dem Ausbau von Sekem und insbesondere der Heliopolis Universität, als deren krönendes Vermächtnis er das noch zu errichtende “Haus der Kulturen” vorgesehen hat, ein Ort der friedlichen Begegnung der Religionen, Weltanschauungen und Wissenschaften.

“Wir gehören Gott und zu ihm werden wir zurückkehren”, sagt der Koran. Am 16. Juni wurde Dr. Ibrahim Abouleish nach muslimischem Brauch auf dem Gelände der Sekem-Farm beigesetzt. Neben seiner Familie, seinen Mitarbeitern und Weggefährten und den fast 2000 Sekem-Angestellten trauert auch der Info3-Verlag um einen langjährigen Freund und angesehenen Buchautor.
Op 8 juni had Antroposofie Magazine ‘Weekspreuken in nieuwe vertaling’:
De Stichting Rudolf Steiner Vertalingen heeft een nieuwe vertaling van de Antroposofische weekspreuken van Rudolf Steiner uitgebracht. Het is een prachtig, compact boekje geworden, dat voor iedere week van het jaar een meditatiespreuk bevat. De cyclus begint in de week van Pasen en door het jaar heen geven de spreuken de veranderende stemming weer die de mens kan beleven in zijn verhouding tot de natuur gedurende de 52 weken van het jaar. Een belangrijk verschil met de vorige uitgave (de vertaling van Wijnand Mees en Doorlie Gerdes) is dat vertaler Roel Munniks zich erop heeft toegelegd om het metrum van de spreuken zo veel mogelijk intact te laten.

Door iedere week de spreuk te lezen en op je te laten inwerken, ontstaat bewustzijn voor de verbinding tussen de menselijke ziel en de bovenzinnelijke wereld waarin die ziel is opgenomen.

In het zomernummer van AM besteden we aandacht aan de Sint-Jansspreuk, het hoogtepunt van de weekspreukencyclus.
Op 16 juni meldde AntroVista ‘VOK 1936-1991’:
Tijdschrift Vrije Opvoedkunst publiceert sinds 1933 boeiende en tijdloze artikelen over vrijeschoolpedagogie. Vrijwel alle antroposofische auteurs van de 20ste eeuw hebben voor het tijdschrift geschreven.

Het meeste hiervan is nadien niet opnieuw in druk verschenen. Daarom is zes jaar geleden een begin gemaakt met een online-archief, waarin alle uitgaven worden opgenomen. Wekelijks werd een tijdschrift toegevoegd; begonnen werd met het januarinummer van 1936.

De eerste fase van het project is vandaag afgerond met het plaatsen van het juninummer van 1991. Daarmee zijn alle tijdschriften op A5-formaat gepubliceerd: 317 afleveringen met samen 1631 artikelen. In een later stadium volgen nog de eerste drie en de recente jaargangen, die op groter formaat zijn uitgegeven.

De komende tijd zal eerst de site van het archief vernieuwd worden. Die gaan we optimaliseren voor alle soorten apparaten en browsers. We ontvangen daarvoor graag uw respons! Heeft u vragen of wensen, mist u bepaalde dingen, kan er wel wat verbeterd worden? Mail het naar info@antrovista.com

http://vok.antrovista.com
Op 1 juni schreef de Middelburgse interbode ‘Hans le Duc neemt afscheid van Vrije School’:
Hans le Duc (65) heeft veertig jaar voor de klas gestaan en zich geen moment verveeld. Met passie en toewijding begeleidde de Middelburger menig leerling in het ontdekken van zichzelf door antroposofisch onderwijs. Dit schooljaar neemt hij afscheid van de Vrije School Zeeland. (…)

In 1975 kwam Le Duc van de Mulo en begon als invaller op verschillende christelijke scholen. In 1977 kwamen er extra klassen bij op de Vrije School Zeeland. Hans le Duc werd voor een van die klassen aangenomen. “Het was zwaar, maar zo leuk. Er waren nog geen lesmethodeboeken, alles moesten we zelf ontwikkelen. Maar met de ‘instructie’-boeken van grondlegger van Rudolf Steiner als leidraad kwamen we al een heel eind.”
Ook De Faam maakte op 7 juni melding van ‘Veertig jaar topsport op de Vrije School’:
Hans werkt al 40 jaar als leerkracht op de Vrije School in Middelburg. Elke dag begroet hij de leerlingen bij binnenkomst. Hans: In het begin nam ik de leerlingen zes jaar lang mee. Maar met een nieuwe regel is dit nu vier jaar. Persoonlijk vind ik dat je dit moet laten afhangen van de klas, de ouders en de leerkracht.
‘Groene Prijs 2017 voor groen schoolplein Vrije School Michaël’ schreef Nieuws Overijssel:
Maandag, 5 juni, Wereldmilieudag, maakt GroenLinks de winnaar van de Groene Prijs 2017 bekend. De onderscheiding gaat dit jaar naar de Vrije School Michaël voor hun groene schoolplein. (…)

De Groene Prijs is een onderscheiding voor mensen of organisaties die zich bijzonder inzetten voor groen en duurzaamheid in Zwolle. Zwollenaren konden de afgelopen tijd kandidaten nomineren voor de prijs. Uit de vele inzendingen heeft de fractie van GroenLinks Zwolle de prijs toegekend aan het groene schoolplein van de Vrije School.
‘Vereniging van vrijescholen steunt oproep #POinactie’ maakte deze organisatie bekend op 9 juni:
De Vereniging van vrijescholen onderschrijft de doelen van #POinactie en steunt de oproep voor betere arbeidsvoorwaarden voor leraren. De leraar heeft een sleutelrol op de vrijeschool en moet in staat worden gesteld om goed onderwijs te geven. Er moet meer waardering en ruimte komen voor leraren. In tijd én in geld.

#POinactie

In het onderwijs is de afgelopen periode een publiek debat ontstaan over het schrijnende (toekomstige) lerarentekort én de scheefgroei van lerarensalarissen in het primair onderwijs ten opzichte van het voortgezet onderwijs. Een actiegroep van leraren, #POinactie, doet daarom een dringend beroep op de politiek en de samenleving voor:

1. Een eerlijk salaris; het primair onderwijs wordt structureel onderbetaald.
2. Een investering in het onderwijs voor minder werkdruk.

Lerarentekort

Het lerarentekort loopt de komende jaren schrikbarend op. In 2020 zijn er ruim 6.000 leerkrachten te weinig en in de vijf jaar die daarop volgt loopt dat op naar 16.000. Ook vrijescholen, die vanwege de landelijke groei juist meer leraren nodig hebben, wordt dit een enorme uitdaging. Daarom is het van groot belang dat het onderwijs voor huidige en nieuwe leerkrachten aantrekkelijker wordt: minder werkdruk, meer salaris.
In NRC Handelsblad verscheen op 8 juni een artikel van onderwijsredacteur Maarten Huygen onder de titel ‘Vmbo laag? Je leert er tenminste wel een vak’:
Leerlingen zijn er niet trots op, als ze op het vmbo een praktijkopleiding volgen. Maar wat is er eigenlijk mis mee? “Ik heb hier zoveel geleerd.”
Daarin kwamen ook vrijescholen ter sprake:
In de vrije school, die antroposofische methoden gebruikt voor vorming van lichaam en geest, vinden veel hoogopgeleide ouders een uitweg als hun kind te laag scoort voor vwo/havo. Die ouders worden aangesproken door de gezamenlijke brugklassen, het accent op creatieve en ambachtelijke vakken en geestelijke vorming.

Vrije scholen hebben minder te maken met de problemen van achterstandswijken. Vooral in de grote steden en in het basisonderwijs zijn ze in opmars, en ze zijn allang niet meer exclusief antroposofisch. Van de 93 vrije scholen bieden er achttien middelbaar onderwijs, inclusief vmbo. In de Rotterdamse wijk Katendrecht is zelfs een vrijeschoolafdeling in oprichting voor alleen vmbo basis- en kaderberoeps, de eerste in het land. Dit najaar beginnen er twee klassen.
Huijgen liet oprichters Michael Zoutendijk en Rinske Kreukniet aan het woord, verbonden aan het Rudolf Steinercollege in Rotterdam, die op deze nieuwe afdeling gaan werken.

Voetbaljournalist Willem Vissers heeft een wekelijkse column in de Volkskrant over zijn gehandicapte zoon Samuel. Op 7 juni schreef hij ‘Samuel gaat naar de antroposofische dagopvang, een liefdevol nest’:
Welk schooltje zou passen bij Samuel, vroegen wij ons af nadat we hadden ontdekt dat zelfs onderwijs voor kinderen met een meervoudige beperking op een tyltyl- of mytylschool voor hem te hoog gegrepen was. (…)

We vonden Rozemarijn, op antroposofische basis. Veel meditatie dus, geestelijke kracht, innerlijkheid. De eerste locatie was op het terrein van Sein in Heemstede, bij de polikliniek voor epilepsie. Ze hadden nog maar twee groepjes en ze verontschuldigden zich voor een lekkage, maar het gevoel was meteen warm en hartelijk.
Op 8 juni berichtte de NVAZ in ‘Vandaag is de samenwerkingsovereenkomst met het VU voor het Bernard Lievegoed Onderzoekscentrum getekend’:
Vanmiddag is op de Vrije Universiteit de samenwerkingsovereenkomst tussen de faculteit voor Godgeleerdheid en de NVAZ getekend. Met deze formele ondertekening wordt het Bernard Lievegoed Onderzoekscentrum ingebed binnen deze faculteit. Namens de VU ondertekende de decaan Ruard Ganzevoort en voor de NVAZ Ted van Schie.
DeSeizoenen maakte melding van een ‘Brand bij Atelier van Verdandi’:
Op maandagmiddag 12 juni is er een flinke brand geweest in een werkgebouw van Verdandi in Loenen. Het gaat hier niet om onze locatie de Grootte Modderkolk, maar om een gedeelte van een leegstaande school dat we huren voor creatief werk door onze cliënten (creatieve werkplaats het Atelier). Gelukkig hebben zich geen persoonlijke ongelukken voorgedaan. De vier cliënten en twee begeleiders zijn op tijd en rustig naar buiten gegaan. Nadat bleek dat de brand niet zelf geblust kon worden is snel de brandweer gebeld. Helaas lijkt het erop dat het hele gebouw in vlammen is opgegaan en onze inventaris en werkstukken verloren zijn gegaan.

We zijn vooral opgelucht dat er geen mensen gewond zijn geraakt. Er wordt natuurlijk gekeken welke nazorg nodig is voor cliënten en medewerkers. Uiteraard wordt onderzocht hoe de brand heeft kunnen ontstaan.
Omroep Gelderland schreef die dag ‘Brand verwoest kunstwerken van gehandicapten: ‘Gelukkig is iedereen oké’:
Mooie kunstwerken gemaakt door de gehandicapten, weefgetouwen en hulpmiddelen. Het is allemaal weg. Door een grote brand in Loenen maandagmiddag is het atelier van zorginstelling Groote Modderkolk volledig verwoest. ‘De werken zijn we kwijt, maar gelukkig is iedereen er goed uitgekomen’, laat algemeen directeur Merlijn Trouw opgelucht weten.

Het atelier was volop in gebruik door de Woon- en Werkgemeenschap Verdandi waar Groote Modderkolk deel van uitmaakt. Dagelijks kwamen er (meervoudig) gehandicapten voor dagbesteding naar het oude schoolgebouw.

Op zoek naar andere locatie

Volgens Trouw is er voor de komende dagen een oplossing. ‘We kunnen cliënten tijdelijk thuis dagbesteding geven, maar we moeten natuurlijk zo snel mogelijk op zoek naar een andere, geschikte locatie.’ Per dag maken zo’n zes tot acht cliënten gebruik van het atelier waar voorheen de school Wonderwijs was gehuisvest.

‘Ik wil precies weten wat er is gebeurd

Trouw is blij dat zowel de medewerkers als de cliënten op tijd uit het schoolgebouw konden komen. ‘Hoe de ontruiming precies is gegaan, daar heb ik nog geen beeld van. We zullen een incidentenonderzoek instellen. Ik wil precies weten op welk moment er wat is gebeurd en of we juist hebben gehandeld. Met als doel: leren van dit incident.’

Zie ook:
• Grote brand legt dagbesteding Loenen in de as
• ‘Toen ik om de hoek keek, sloegen de vlammen uit het gebouw’
Ander nieuws kwam er gisteren vandaan in ‘Nieuw Magazine DeSeizoenen: Vier’.
We presenteren graag het nieuwe magazine van DeSeizoenen aan jullie! Het magazine heet ‘Vier’, wat verwijst naar de vier seizoenen, maar ook naar ‘vier het leven’. Het magazine komt vier keer per jaar uit: in de zomer, herfst, winter en lente! Veel leesplezier in deze eerste Zomereditie!
Streekblad Zoetermeer had op 8 juni nieuws over ‘Biologisch boeren in de Meerpolder’:
Gerard en Mariëtte de Groot geloven er in dat dingen een natuurlijke loop hebben. Gerard besloot biologisch te gaan boeren en Mariëtte heeft al jaren een levenswijze gericht op ontwikkeling met affiniteit voor de antroposofie en de vrije school. Het komt samen op het gezellig, kleurrijk en vrolijk ingerichte erf van de boerderij aan de Meerpolder.
Op 29 mei was er deze melding ‘anthromedia.net zieht um’:
Liebe Leserschaft, wie bereits an verschiedenen Orten angekündigt, stehen wir vor einem grossen Wandel: Vier Publikationen, die bisher getrennt im Netz existierten aber ein ähnliches Ziel verfolgten, werden in nur wenigen Tagen mit einer gemeinsamen Webseite online gehen: anthromedia.net, die Anthroposophische Gesellschaft der Schweiz, FondsGoetheanum und die Schweizer Mitteilungen werden ihre Kompetenzen bündeln und künftig mit starker Stimme gemeinsam im Netz aufzutreten.

anthromedia.net wird heute von Usern weltweit wegen seiner Informationsbreite und -tiefe geschätzt. Ein Wandel wird sein, dass sich der Inhalt der neuen Seite mehr als zentrale Anlaufstelle für Informationen zur Anthroposophie in der Schweiz konzentrieren wird.

Trotz der Fülle an Informationen werden die Inhalte in leicht verständlicher Form und modernem Design präsentiert. Unabhängig davon, ob Sie uns über Smartphone, Tablet, Laptop oder PC besuchen. Die neue Website ist vollständig responsiv. Nebst einer modernen, übersichtlichen und benutzerfreundlichen Gestaltung bietet die neue Seite eine einfache und klare Navigation. Wir haben Wert gelegt auf ein klares Layout, eine angenehm zu lesende Schriftart und -größe sowie ausreichend Platz zwischen den Text- und Bildelementen.

Wir freuen uns Ihnen in nur wenigen Tagen die neue Webseite unter anthroposophie.ch zu präsentieren. Mit arbeitsintensiven Grüssen Ihre Nadine Aeberhard
Op 6 juni kwam dan het vervolgbericht ‘anthroposophie.ch ist online’:
anthromedia.net wurde von Usern weltweit wegen seiner Informationsbreite und -tiefe geschätzt. Ein Wandel ist nun, dass sich der Inhalt der neuen Seite mehr als Anlaufstelle für Informationen zur Anthroposophie in der Schweiz konzentrieren wird.

anthromedia.net wird auf der neuen Seite weiterhin täglich aktuelle Meldungen bringen und die Veranstaltungen ausbauen.

An dieser Stelle sei erwähnt, dass die Initiativen mit einem individuellen Login Ihre Termine selber einpflegen werden können. Bitte nehmen Sie dahingehend mit uns Kontakt auf: presse@anthroposophie.ch. Ihre Ansprechpartnerin ist Nadine Aeberhard, die für das Tagesgeschäft verantwortlich ist.

anthroposophie.ch wird wird es bald in vier Sprachen geben: Deutsch, Französisch, Italienisch und Englisch. Derzeit werden die Sprachen überarbeitet und ausgebaut. Bis dahin wird anthromedia.net noch online und anthropoosphie.ch nur in deutscher Sprache verfügbar sein!

Wir freuen uns auf Ihren Besuch !!!

www.anthroposophie.ch

Mit weiterhin arbeitintensiven Grüssen
Nadine Aeberhard
Op 26 mei verscheen bij News Network Anthroposophy Limited:
Waldorf education on the move in Asia

By NNA correspondent Anne Hu

More than 900 people attended the recent Asian Waldorf Teachers’ Conference in China. Among other things, the conference discussed issues facing Waldorf establishments, including their legal status and cultural adaptation.

In 2019, Waldorf education will celebrate its 100th anniversary since the founding of the first Waldorf School in 1919 in the German city of Stuttgart. With this anniversary fast approaching, the international Waldorf movement gathered further momentum with a major meeting in China. From 28 April to 5 May more than 900 participants from Asian countries and regions including mainland China, Hong Kong, India, Japan, Laos, Malaysia, Nepal, Singapore, South Korea, Taiwan, Thailand, the Philippines and Vietnam gathered at the foot of one of China’s most famous Buddhist mountains – Emei Mountain – to attend the 7th Asian Waldorf Teachers’ Conference in Chengdu to discuss “Cultural Identity and Individualisation in Educational Practice”. NNA China correspondent Anne Hu also attended.
Hiervan is ook een Duitse versie onder de titel:
Die Waldorfpädagogik erobert Asien

Mi, 07 Jun 2017 | Von NNA-Korrespondentin Anne Hu

Mehr als 900 Personen trafen sich zur jüngsten Asiatischen Waldorflehrer-Tagung in China. Thema war unter anderem der rechtliche Status der Waldorf-Einrichtungen und die kulturelle Anpassung der Waldorfpädagogik. (...)

Waldorfpädagogik gibt es in Asien seit 21 Jahren und wie im menschlichen Leben das 21.Lebensjahr den Beginn des Erwachsenseins bedeutet, so habe die Waldorfschulbewegung in Asien jetzt einen Reifegrad erreicht, der Veränderungen für die Zukunft erfordere. Darauf wies Nana Göbel, Vertreterin der Freunde der Erziehungskunst Rudolf Steiners – eine der Koordinatorinnen der Konferenz – in ihrer Einführungsrede hin. Ein Rückblick auf das Erreichte und die Vorausschau auf die notwendigen nächsten Schritte seien erforderlich.
Begin juni was er een grote Pinksterconferentie in Berlijn over het thema ‘conflict en gemeenschap’ met Friedrich Glasl. ‘Themen der Zeit’ nam op 25 april een interview over uit het kwartaalblad ‘mittendrin’ van het Arbeitszentrum:
Friedrich Glasl, geboren 1941 in Wien, ist Entwicklungsbegleiter, Coach, Supervisor und vor allem Mediator. Er entwickelte ein neunstufiges Eskalationsmodell, an dem sich die Härte von Konflikten ablesen lässt: von der “Debatte” bis zu “gemeinsam in den Abgrund”. Erst nachdem er dieses Modell entwickelt hatte, wurde er darauf aufmerksam, dass es sich als eine Umkehrung der neun Engel-Hierachien (nach Dionysios Areopagita und Rudolf Steiner) lesen lässt. Mit Modell der Konflikt-Eskalation gehört Friedrich Glasl zu den wenigen zeitgenössischen Autoren, denen es gelang, trotz eindeutiger anthroposophischer Begriffsbildung, Eingang in den wissenschaftlichen Diskurs zu finden. Seine Bücher gehören zu den Standardwerken moderner Mediation. Glasls Begriff der “dämonisierten Zone”, die zwischen Menschen in einem Konflikt entsteht, bezieht die Existenz geistiger Wesen mit ein: Ahriman, Luzifer, die Asuras und einige Arten von Elementarwesen. Diese Wesen werden spürbar, wenn der Mensch nicht mehr über die Kraft des klaren Ich-Bewusstseins verfügt. Der Mensch steht in Konflikten in einem Feld, in dem er sich entwickeln und andere Wesen erlösen kann.

Literatur (in Auswahl): Konfliktfähigkeit statt Streitlust oder Konfliktscheu. Dornach, 2015 (Verlag am Goetheanum, 2. Auflage)

Selbsthilfe in Konflikten. Stuttgart 2010 (Verlag Freies Geistesleben, 5. Auflage)

Konflikt, Krise, Katharsis und die Verwandlung des Doppelgängers. Stuttgart 2007, Verlag Freies Geistesleben)

www.trigon.at


Üben wir doch, in aller Bescheidenheit, den Dialog!

25.04.2017

Dieses Interview, das Angelika Oldenburg mit dem Konfliktforscher Friedrich Glasl führte, erschien zuerst in der Zeitschrift “mittendrin”, einer Publikation des Arbeitszentrums Berlin der Anthroposophischen Gesellschaft in Deutschland e.V. (AGiD)

Herr Glasl, wo immer man in den letzten Wochen irgendeinen Fernseher anmachte, eine Zeitung aufschlug, im Internet surfte, auf allen Kanälen gab es ein Thema: die große Trump-Schelte. Noch nie ist, meiner Erfahrung nach, ein westlicher Politiker so sehr von allen Seiten angegriffen worden. Wie erklären Sie sich das?

Ich meine, das ist eine Retourkutsche. Auch er hat ja im Wahlkampf die Medien im großen Stil angegriffen. Und bei sehr vielen Menschen hat die Art, wie er diesen Wahlkampf geführt hat, das Empfinden ausgelöst: Das gehört sich so nicht, das ist kein anständiger Umgangston. Und dann wird alles, was er tut und sagt, sehr kritisch beäugt.

Man kann ja den Eindruck haben, dass insgesamt der Tonfall der politischen Diskurse in letzter Zeit ungezügelter geworden ist. Woran, meinen Sie, liegt das?

Ich konstatiere das auch, dass nach einigen Jahrzehnten der Hoffnung – der Kalte Krieg ist vorbei, es gibt Kooperationen, wir gehen gemeinsam Probleme des globalen Überlebens an, ob das nun das Klima ist oder die Rüstungsspirale – nun eine Weltbewegung in die andere Richtung geht. Krieg ist wieder ein zulässiges Mittel der Politik, obwohl er ja eigentlich eine Bankrotterklärung der Politik ist. Zu beobachten ist, dass sich einige Länder in eine Sackgasse manövriert haben, was die Muskelprotzerei betrifft. Nach dem Motto: Ich zeig meine Stärke, du zeigst deine Stärke…

Dass Gewalt hoffähig wird, das finde ich erschreckend, aber es ist jetzt schon einige Zeit im Gange. Das hat wohl damit zu tun, dass nach dem Ende des Kalten Krieges am Anfang der NATO ein Feindbild abhandengekommen war, und dass dann erst einmal der Islam und bestimmte Despoten wie Saddam Hussein ganz willkommen waren, um zu rechtfertigen, dass die NATO eine Daseinsberechtigung hat, dass aufgerüstet werden muss usw. Das ist natürlich nur ein Aspekt der politischen Lage.

Eigentlich besteht doch, zumindest im Privaten, immer noch die Idee, man könnte Konflikte rational lösen, mit der Überschrift: Lasst uns doch vernünftig sein. Was halten Sie davon?

Wenn Menschen das sagen, die an ihrem Bewusstsein gearbeitet haben und die sich bewusst sind, was in ihrem Denken, ihrem Fühlen und ihrem Wollen lebt, dann ist es möglich, dass wirklich das Rationale, das Denken sich diese Freiheit errungen hat und nicht affektgesteuert, triebgesteuert, die Konflikte nur rationalisiert. Aber oft ist es doch so, dass eine “Affektlogik” besteht (der Begriff kommt von Luc Ciompi, mit dem ich das Glück hatte, zusammenzuarbeiten), dass ich mir für das, was mir meine Affekte, meine Triebe eingeben, eine Erklärung zusammenbastele, eine Rechtfertigung, die durchaus in sich eine gewisse logische, rationale Stimmigkeit hat. Die Quelle ist aber eigentlich nicht die Ratio, sondern die Emotion.

Die Verstricktheit von Denken, Fühlen und Wollen ist dann noch nicht entflochten, so dass ich wirklich in der Lage wäre zu sagen: Moment noch mal, ich spüre zwar, was mir meine Triebnatur, was mir meine Emotionen einflüstern, aber ich halte dem etwas aus der Ideensphäre, aus dem Denken entgegen.

Sie meinen also, wenn ich gewisse Entwicklungsschritte getan habe, dann kann ich Konflikte auch für mich allein lösen?

Ich kann dann eine Haltung finden, die eine Lösbarkeit begünstigt. Aber ich brauche selbst dann den anderen dazu. Denn wenn die andere Partei nach wie vor feindselig auf das reagiert, was ich tue, dann muss ich sehr, sehr stabil sein, beinahe übermenschlich stabil, um mich nicht zu einer feindlichen Reaktion hinreißen zu lassen.

Aber gibt es nicht häufig in anthroposophischen Zusammenhängen die Meinung, man sei “übermenschlich stabil” und würde über diese Selbstbeherrschung verfügen?

Da kann ich nur von manchen Menschen ausgehen, die ich kenne. Und muss konstatieren, dass sie zwar kopfig etwas über Gefühle sagen, aber eigentlich kein Bewusstsein dafür haben, was jetzt wirklich in ihrer Seele lebt.

Was geschieht denn typischerweise in einem Konflikt in der menschlichen Seele? Welche Auswirkungen hat er auf Denken, Fühlen und Wollen?

Wenn Menschen seelisch unter Druck geraten, wenn sich Spannungen bilden – und das hat ja auch die moderne Stressforschung gezeigt –, dann wird die Selbststeuerung beeinträchtig oder geht sogar ganz verloren. Das eigene Ich durchdringt dann nicht mehr, was sich da im Wollen, im Fühlen, im Denken, im Wahrnehmen und schlussendlich im Handeln alles abspielt. Das Bewusstsein, die geistige Präsenz trüben sich. Und dann entsteht die Frage: Wenn mein Ich nicht mehr steuert, was steuert dann? Dann sind es Mechanismen, Automatismen, die mich steuern. Die haben eine Eigendynamik, die sich unterhalb der Ich-Bewusstheit vollzieht. Dann werden Kräfte im Menschen wirksam, die alles färben und bestimmen, was der Mensch wahrnimmt.

Wo setzt denn ein Konflikt an? Wo ist der Übergang von einer sachlichen Differenz zu einem persönlichen Konflikt?

Das beginnt schon in den ersten der neun Eskalationsstufen, wo schleichend die seelischen Fähigkeiten, das Wahrnehmen, das Denken, das Fühlen, das Wollen und schließlich das Handeln mehr und mehr getrübt, beeinträchtigt, verzerrt werden. Der Grad der Beeinträchtigung wird dann, je nach Eskalationsstufe, schwerer und schwerer. Generell kann ich sagen: Da, wo nicht mehr das Ich Herr im Hause ist, sondern mehr und mehr Platz macht für anderes, da wird der Weg in die Unterwelt, in die Unternatur, in die Regression eröffnet. Und es wird zunehmend schwerer, dieser Sogwirkung, die da entsteht, standzuhalten.

Jetzt tauchte spontan in mir der Einwand auf: Mein Gott, so schlimm kann das doch alles nicht sein, wir sind doch vernünftige Wesen, wir müssen doch in der Lage sein, vernünftig Differenzen auf sachlichem Gebiet auszutragen. Warum sollte das so schwer sein?

Ja, das wäre ja auch Sinn und Zweck von Konfliktfähigkeit, dass wir Differenzen nicht zu Konflikten werden lassen. Bleiben wir doch bei der Anthroposophie: Das würde bedeuten, dass wir kein Problem damit haben, dass bestimmte Vorträge Steiners, bestimmte Übungsanweisungen unterschiedlich interpretiert, unterschiedlich angewandt werden. Jetzt kann man natürlich sagen: Mein Verständnis ist richtig, dein Verständnis ist falsch, eine Haltung, die die Unterschiedlichkeit der Auffassung nicht als Ressource versteht, sondern als Problem. Und dann geht es nicht mehr um die Unterschiedlichkeit der Auffassung, sondern dann wird plötzlich die Person mit der unterschiedlichen Auffassung zum Problem, und ich frage nicht mehr: Wie komme ich denn eigentlich zu meiner Auffassung? Diese Frage kann ich mit den Methoden des Dialogs, nach David Bohm und Martin Buber, professionell stellen: Hinterfragen, in der Schwebe halten, fragen: aus welcher Lebenserfahrung kommst du zu diesem Verständnis usw. Das wäre dann ein dialogisches Gespräch. So könnte ich erfahren: Hej, ich habe etwas übersehen, etwas überhört, was der Kollege sehr wohl gesehen, gehört, verstanden hat. Dann wäre das eine Bereicherung.

Der verhängnisvolle Sprung geschieht da, wo ich nicht mehr von der Tat ausgehe, sondern von dem Täter, der das Problem ist, den ich bekämpfen muss.

Eine Art der Prävention von Konflikten wäre also, dass man die Unterschiede schätzt und miteinander ins Gespräch kommt. Wahrscheinlich ist das die wichtigste Art der Prävention. Gibt es noch andere? Was zum Beispiel würden Sie einer anthroposophischen Leitungsgruppe empfehlen, um zu verhindern, dass Unterschiede zu Konflikten werden?

Dass wir verschiedene Werte, Ideale haben, dass ist noch kein Konflikt, nur, wie wir mit diesen Unterschieden umgehen. Das kann Konflikte entstehen lassen. Da kann man doch sagen: Üben wir doch, in aller Bescheidenheit, diese Dialogtechniken. Sich als Übende zu verstehen heißt ja, die Möglichkeit einzuräumen, dass man Fehler machen könnte und aus den Fehlern lernt. Das ist das eine. Gehen wir doch einmal wirklich so vor, entschleunigend, hinterfragend, den Kontext erklärend.

Das andere, genau so Wichtige ist, zu wissen, was passiert, wenn doch die Konfliktmechanismen beherrschend werden. Sich selbst zu beobachten, zu bemerken: O, jetzt komme ich in ein Schwarz-Weiß-Denken herein, ich will recht haben, dieser Widerspruch eines Kollegen hat mich in meinem Selbstwert ein wenig angekratzt. Das sind alles Dinge, die in der Konflikt-Psychologie schon sehr gut untersucht und beschrieben worden sind und die man kennen sollte.

Dann müsste in der Gruppe die Möglichkeit bestehen, um frühzeitig anzusprechen: Das, was du gesagt hast, das hat mich jetzt aber verletzt. Erst einmal ist wichtig, dass ich das in mir selbst konstatiere, dass ich nicht sage: Ach, ich bin ja hart im Nehmen, mich bringt das nicht aus der Ruhe, und in Wirklichkeit bin ich schon angekratzt. Da gibt es die Möglichkeit, sich selbst etwas vorzulügen, weil man sich für so entwickelt hält. Und das andere ist, es zu thematisieren, eine Metareflexion zu eröffnen, zu zweit oder in der Gruppe: Mir hat das jetzt wirklich Schwierigkeiten bereitet.

Ich kann das auch sehr schnell auf die andere Seite projizieren und sagen: So, wie der sich benimmt, ist es ganz klar, dass ich verletzt bin, da ist ja klar, wer schuld hat.

Die Projektions-Problematik fängt im Konflikt auch schon sehr früh an, diese Abspalten, Übertragen, Projizieren…

Dann kann ich sehr leicht auf die Ebene des Kalten Konfliktes geraten, in dem ich dem anderen ausweiche und sage: Mit jemandem, der sich so verhält wie du, will ich nichts zu tun haben.Ich glaube, dass es sehr, sehr viele Orte gibt, wo diese kalten Konflikte stattfinden. Und man könnte ja sagen: Na, dann ist wenigstens Ruhe im Karton. Dann geht man sich aus dem Weg.

Na, ob da dann Ruhe ist, das ist die Frage. Denn die negativen Kräfte in den Menschen sind doch schon da. Die Frage ist: Wie suchen die einen Ausweg? Kann ich die in mir bearbeiten und transformieren? Gelingt mir das? Kann ich meinen eigenen Doppelgänger erkennen und mit ihm arbeiten? Dann alle Achtung! Wenn das nicht so gut gelingt, dann drängen diese Kräfte nach außen. Und auch der kalte Konflikt führt zu Konfliktverhalten. Dann kommt es eben doch zu den abwertenden, ironischen, sarkastischen Äußerungen über Abwesende zu Dritten. Die ganze Sprache einer Gruppe ändert sich.

Und wenn ich einfach beschließe, ich gehe dem anderen aus dem Weg und reduziere den Kontakt auf das Nötige und halte das Ganze unter der Decke?

Wenn ich mich auf eine Insel zurückziehe und keinem anderen Menschen begegne, bin ich nur mit mir selber konfrontiert. Aber wenn ich in einer Organisation mit diesem Kollegen arbeite und ich habe andere Kollegen, dann stellt sich die Frage: Wie äußern sich meine Abneigungen, wenn ich mit den anderen Kollegen spreche? Indem ich Unterstützung suche, indem ich mein Bild, das ich von dieser Person habe, meinen Kollegen auf subtile Art zu verstehen gebe, damit die auch einsehen, dass das wirklich eine schwierige Person ist, der man aus dem Weg gehen sollte… Das führt dann zu isolierendem Verhalten, zu Boykott, zu Mobbing. Ich will damit sagen: Was an Kräften da ist – wenn es nicht transformiert wird, dann geht es irgendwohin. Das ist ja das Auffällige an kalten Konflikten: Wohin kriecht die negative Energie?

In sozialmedizinischen Untersuchungen hat sich gezeigt, dass das oft zu Somatisierungen führt. Das, was ich seelisch nicht bewältige, führt dann zu Asthma, zu Migräne, zu Stoffwechselerkrankungen, wozu auch immer. Wenn ich diese zerstörerischen Kräfte nicht nach außen richte oder sie nicht transformiere, dann sind sie trotzdem da. Ich habe da neulich wieder ein drastisches Erlebnis gehabt. In einer Gemeinschaft, wo kalte Konflikte seit drei Jahren, seit vier Jahren gelebt haben, hatten von vierzehn Kollegen elf enorme körperliche Probleme, Rückenschmerzen, Bandscheibenvorfälle usw. Der Mediationsprozess hat dann zu einer Trennung in zwei Gruppen geführt. Sobald diese Regelung beschlossen war, verschwanden alle möglichen Symptome.

Noch einmal nachgefragt: Warum tun Konflikte denn weh? Weil sie das Selbstwertgefühl beschädigen, weil sie ein Gefühl der Ohnmacht auslösen – müsste man da nicht als “Schulungsweg-erfahrener Mensch” darüber erhaben sein?

Ja, wenn die Entwicklung wirklich gegriffen hat. Aber wenn ich mir nur einbilde, mir luziferisch einbilde, über dies und das sei ich hinweg, dann ist die Gefahr noch größer, dass man sich in etwas verstrickt, weil da das illusorische Selbstbild hinzukommt. Und an diesem Selbstbild kratzt die Seite, mit der ich einen Konflikt habe, natürlich und gibt mir zu verstehen, dass ich doch sehr weit von einer gewissen Erhabenheit entfernt bin. Und dann wird desto emotionaler reagiert.

Das ist interessant, weil dann ja die Frage: Wie weit bist du eigentlich? noch eine weitere Konfliktebene aufmacht. Das heißt, dass in spirituellen Kreisen durch diese luziferische Überhöhung das Konfliktpotenzial noch einmal höher ist als bei “normalen” Menschen, die nicht meinen, sie seien besonders weit.

In den fünfzig Jahren, in denen ich jetzt wirklich berufsmäßig mit Konflikten beschäftigt bin, in den allermeisten Fällen in nicht-anthroposophischen Gemeinschaften, fällt mir auf, dass die Konfliktfähigkeit, also die Fähigkeit, konstruktiv mit Konflikten umzugehen, in anthroposophischen Gemeinschaften geringer ist als in anderen. Wir sollten uns nicht einbilden, da in der sozialen Entwicklung besonders weit vorangekommen zu sein.

Vorhin sagten Sie, wenn das Ich nicht mehr führt, dann tauchen andere Kräfte auf. Wie würden Sie denn diese Kräfte benennen?

Man ist mehr und mehr fremdgesteuert und nicht selbstgesteuert. Da tauchen dann luziferische, erdflüchtige und ahrimanische, an die Erde fesselnde und immer mehr auch asurische Kräfte auf, die uns immer begleiten und im Konflikt geweckt werden. Ahriman bekommt dann eine Chance, wenn vorher Luzifer auf unseren Astralleib, unser Seelenleben eingewirkt hat und bei uns gewisse Begehrlichkeiten geweckt hat. Durch Luzifer wurde erst der Blick auf unser eigenes Innenleben beeinträchtig und illusorisch, und dann trübt Ahriman unseren Blick auf die Außenwelt, so dass wir nicht mehr richtig wahrnehmen, was wir bei anderen auslösen. Wenn dann das Ich des Menschen durch Luzifer und Ahriman ausgehöhlt wurde, so dass da ein Vakuum entsteht, dann können die asurischen Kräfte wirksam werden, die grundsätzlich alles zerstören wollen, was Ich-Entwicklung sein könnte, auch in den nächsten Inkarnationen. Und dadurch wird das menschliche Zusammenleben ähnlich wie in einem Termitenstaat zu einem seelenlosen, mechanistischen Gebilde gemacht. Was das asurische Wirken möglich macht, das ist dieser unglaubliche Fanatismus, dieses Stiften von völlig sinnlosen Zerstörungen, wo es nur geht. Es geht gar nicht um Machtgewinn, es geht um Chaos an sich, es geht um eine Zerstörung all der Ordnungen, die eine Ich-Steuerung zur Grundlage haben.

Könnte man sagen, dass die letzten Stufen des neunstufigen Eskalationsmodells, das Sie gefunden haben – von der Debatte zu der völligen Zerstörung –, heute immer schneller erreicht werden?

Ja, da gibt es eine Beschleunigung. Das Ur-Böse wird schneller erreicht. Von diesem Ur-Bösen hat Steiner in seinen letzten Lebensjahren öfter gesprochen, von der Zersplitterung, von Wesen, die alles vernichten wollen, was in Jahrtausenden an Ich-Entwicklung erreicht worden ist und vielleicht noch erreicht werden kann.

Mit diesen Kräften setzten wir uns auseinander, wenn wir an unserer Konfliktfähigkeit arbeiten. In der Tagung im Mai werden wir darüber ins Gespräch kommen.

____________________________________________

Vom 2.Juni bis zum 4. Juni findet im Rudolf Steiner Haus eine Pfingsttagung zum Thema “Konflikt und Gemeinschaft” statt. Neben mehreren Vorträgen von Friedrich Glasl wird es auch eine Demonstration zu einem Fallbeispiel und verschiedene Arbeitsgruppen geben. Die Tagung ist eine gemeinsame Veranstaltung des Arbeitszentrums Berlin der Anthroposophischen Gesellschaft und der Freien Hochschule für Geisteswissenschaft. Sie ist öffentlich und nicht an eine Mitgliedschaft gebunden.

Weitere Informationen und den Flyer zum Download finden Sie hier>
Tot slot drie berichten van Christian Clement van de Rudolf Steiner Schriften – Kritische Ausgabe (SKA). Op 9 juni stond er op zijn website onder ‘Aktuelles. Neue Bände, aktuelle Rezensionen, Veranstaltungshinweise’:
Kritische Steiner-Zeitschrift anvisiert

Im Rahmen der SKA-Edition sind derzeit Bestrebungen im Gange, eine akademische Fachzeitschrift für die kritische Forschung zu Werk und Person Rudolf Steiners sowie die damit zusammenhängenden Themengebiete ins Leben zu rufen.

Träger dieser internationalen open-access online Zeitschrift wird der frommann-holzboog Verlag in Stuttgart sein; als Gründungsmitglieder und Hauptherausgeber zeichnen Dr. David Wood und Dr. Christian Clement. Die auf Grundlage des peer review Verfahrens herauskommende Zeitschrift wird ferner durch die Mitarbeit eines etwa zwölfköpfigen wissenschaftlichen Beirats unterstützt.

Derzeitiger Arbeitstitel der Zeitschrift: “INTUITION. International Journal of Rudolf Steiner Studies”
Op 19 juni gevolgd door ‘Facelift für SKA Webseite’:
Zur Feier der Fertigstellung des achten Bandes der Kritischen Ausgabe – und zum vierjährigen Jubiläum des Editionsstarts – wurde die SKA Webseite einer Erneuerung unterzogen: im bekannten schlichten Design, aber mit neuem Schick und mit neuen Funktionen. Neue “Leseproben” aus allen Bänden sind zugänglich, PDF Dateien können jetzt direkt auf der Seite gelesen werden und es gibt ein Forum für Neuigkeiten und Diskussionen. Für Liebhaber des Esoterischen gibt es ausserdem jetzt einen Arkan-Bereich mit Geheimwissen zur SKA, nur für angemeldete Mitglieder. – Viel Spaß beim Erkunden und Kommentieren.
In het onderdeel ‘Diskussionen. Meinungen und Kommentare zur Kritischen Ausgabe’ kwam er vandaag dit bij:
Hanegraaffs Vorwort zu SKA 8

Liebe Forum-Teilnehmer, da von Euch bisher keine Diskussion angestoßen wurde, kann es ja vielleicht mit einer Debatte über Wouter Hanegraaffs Vorwort zu SKA 8 anfangen. Es war ja schon ein Coup, dass wir diese Galionsfigur der Esoterikforschung für die Edition gewinnen konnten. Was er geschrieben hat, wird in anthroposophischen Kreisen sicher auf Widerspruch und Protest stoßen. Was meinen die Forum-Mitglieder etwa zu Aussagen wie diesen:

“[...] Ich habe versucht darzustellen, dass Steiners Verständnis des Hellsehens auf einer positiven Interpretation der Einbildungskraft beruhte, die ihrerseits auf kantische und nachkantische Argumentationsstrukturen zurückgeht. Diese Interpretation verstand die Einbildungskraft als wichtige, ja zentrale Erkenntnisfähigkeit. Dies war nicht die romantische Theorie der Imagination, wie sie bei Dichtern wie Coleridge zu finden ist, sondern eine philosophische Erkenntnistheorie, die ihre Wurzeln im britischen Empirismus und in der deutschen Aufklärungsphilosophie hat – ungeachtet der Tatsache, dass Kant selbst besorgt war, dass er der Irrationalität eine Tür geöffnet haben könnte und deshalb seinen Schritt 1787 wieder rückgängig zu machen suchte. Steiner wandte diese Vorstellungen auf die gängigen okkultistischen Techniken des trancelosen Hellsehens an, die von Autoren wie Leadbeater, Besant oder Scott-Elliot praktiziert wurde und allgemein als Psychometrie bekannt waren. Wie sie, lehnte er das ursprünglich egalitäre Argument Buchanans und der Dentons ab, dass jeder Mensch mit entsprechendem Talent verlässliche hellseherische Beobachtungen machen kann, sogar über solche Gegenstände wie vorgeschichtliche Zivilisationen oder frühe Phasen der menschlichen Evolution. Er argumentierte stattdessen, dass die Verlässlichkeit hellsichtiger Imagination wesentlich von der Stufe der spirituellen Entwicklung des Menschen abhänge. Nur einer angemessen geschulten Imagination war es zuzutrauen, nicht in eine Welt des Wahns zu führen, sondern den Zugang zu realen aber normalerweise unzugänglichen Bereichen des Bewusstseins (und damit der Wirklichkeit) wie der ›Akasha-Chronik‹ zu eröffnen – Bereichen also, deren Beschaffenheit wir uns mit Hilfe der Mittel des rationalen Bewusstseins und der Sinneserfahrung nicht vorstellen, ja nicht einmal uns einbilden (!) können.

In einem Wort: Steiners Ziel war, die theosophische Praxis der Psychometrie mit Hilfe der Philosophie des deutschen Idealismus auf eine solide epistemologische Grundlage zu stellen.

Durch diesen besonderen Beitrag – durch den die Anthroposophie in der Geschichte des Okkultismus eine Sonderstellung einnimmt und sich deutlich von anderen Strömungen unterscheidet – schuf Steiner zugleich eine solide Grundlage für seinen eigenen Anspruch auf charismatische Autorität. Im Hinblick auf die detaillierten und ausführlichen Schilderungen in seiner Chronik und seiner Geheimwissenschaft besagt dieser Anspruch, dass deren Wahrheit oder Korrektheit per definitionem von jemandem, der den entsprechenden Grad innerer Entwicklung noch nicht erreicht hat, grundsätzlich nicht festgestellt oder beurteilt werden kann. Logisch betrachtet muss dann aber auch der Umkehrschluss wahr sein: Das Nichteintreten von Verständnis oder von Akzeptanz dieser Lehren als wahrheitsgemäß kann dann als verlässliches Zeichen dafür gedeutet werden, dass der Kandidat Steiners eigenen Grad von Einsicht noch nicht erreicht hat. Wir sehen uns hier jener klassischen Logik gegenüber, welche den Kern nicht nur des steinerschen, sondern jedes hierarchischen Systems spiritueller Einweihung ausmacht:

»Wenn du verstündest, dann würdest du zustimmen – wenn du also nicht zustimmst, ist somit klar, dass du noch nicht verstehst«.[1]

Aus diesem Dilemma gibt es keinen anderen Ausweg als denjenigen, der als argumentum ad verecundiam oder ›Berufung auf Autorität‹ bekannt ist.[2] Die Implikationen für den Anspruch auf Wissenschaftlichkeit, den Steiner für seine Geisteswissenschaft erhebt, stellen eine zentrale Frage dar, der letztlich kein Leser dieser Bände wird ausweichen können.”

[1] Cf. Bowman (1990), 12.

[2] Steiner war sich dieses Problems sehr wohl bewusst, wie aus verschiedenen seiner Äußerungen hervorgeht; vgl. etwa GU, 16 (Fußnote) und GU, XXX. Liest man diese Formulierungen aufmerksam, dann wird deutlich, dass er Wert darauf legte, zwischen zwei Dingen klar zu unterscheiden: nämlich zwischen der unmittelbaren hellsichtigen Schau auf der einen Seite und andererseits der Fähigkeit, die in gewöhnlicher diskursiver Sprache mitgeteilten Ergebnisse solcher Schau zu verstehen (und davon überzeugt zu werden). Letzteres erfordert vom Leser, in Steiners Worten, »das Mitgeteilte an den Erkenntnissen der eigenen Seele und an den Erfahrungen des eigenen Lebens zu prüfen«. Dabei hängt natürlich der Grad, in dem solche Erkenntnisse und Erfahrungen als verlässliche Erkenntnis gelten können, wiederum vom jeweiligen Stand der inneren spirituellen Entwicklung ab.
En hiermee kunnen we voorlopig wel weer vooruit!
.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code