Antroposofie in de pers

Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de verdrukking. Want antroposofie is niet eenvoudig te grijpen en te begrijpen. Dat geeft snel een vertekend beeld. In deze weblog wil ik ruimte geven om antroposofie, zoals zij in de media verschijnt, op haar merites te beoordelen. Vanuit een positieve instelling. Maar niet kritiekloos.

vrijdag 20 november 2009

Gewaarschuwd

Het is vandaag vrijdag 20 november; dat is geen nieuws. Ook niet dat ik op maandag 9 november in ‘Development’ schreef:

‘Ik wilde vandaag wel eens weten hoe het met het NPI is. Toevallig stuitte ik op een tekst die ik verrassend helder en duidelijk vond, met veel details, over de geschiedenis van deze instelling voor organisatieontwikkeling. Te vinden op een blijkbaar verlaten website van de “Association for Social Development”.

In zijn commentaar op 11 november reageerde Ad van der Hulst:

‘Dag Michel,
ik lees je blog zo dat het net lijkt of NPI en ASD hetzelfde zijn. Dat is niet zo. De ASD is een internationaal gezelschap van professionals die zich laten inspireren door Steiner en Lievegoed.’

Die suggestie had ik natuurlijk niet willen wekken. Maar ja, het kan zo overkomen. En wat het NPI betrof was ik echter niets wijzer geworden, zoals ik berichtte:

‘Dan maar snel naar de website van het NPI zelf. Maar helaas, daar is niets meer. “Diese Domain ist konnektiert. Es sind jedoch keine Inhalte hinterlegt.”’

Op 12 november 2009 19:02 wist Ad van der Hulst dit met het volgende aan te vullen:

‘In 2005 was er ook nog aanbod vanuit het NPI via folder en website. Daarna heb ik het NPI vooral beleefd als een naam-netwerk van een aantal mensen dat voor eigen last en rekening werkte. Het naam-netwerk kwam tot uitdrukking in een npi-mailadres of een npi visitekaartje. Meer kan ik je er niet van melden.
Groet Ad’

Eerder had Adri Benschop in de eerste reactie op 9 november 2009 22:04 geschreven:

‘Ik ben benieuwd hoe dit wordt vervolgd. Overigens sta ik weer versteld van je bronnenonderzoek.’

Ja, benieuwd was ik ook. Intussen heb ik meer bronnenonderzoek gepleegd en ben ik heel wat te weten gekomen. Dus daar ga ik vandaag over schrijven. Ik heb al een bericht gemaakt vandaag, maar deze kan er nog wel bij; dat was niet zo’n vrolijk bericht, onder de titel ‘Geschorst’ – dit nieuwe bericht is net zo min vrolijk. U bent vast gewaarschuwd.

Zoekend naar meer informatie op het wereld wijde web over het NPI, kwam ik terecht op deze ‘NPI-Impuls’ (de oorspronkelijke toegang tot deze website is trouwens hier):

‘NPI-impuls beoogt:
– het denken over mens, economie en samenleving te stimuleren.
– de vitaliteit van de samenleving te bevorderen met ideeën en projecten.
– een impuls te geven tegen onverschilligheid.

NPI-impuls is een initiatief van:
– NPI instituut voor organisatieontwikkeling
– Stichting Klaverblad – Fonds voor Maatschappij Ontwikkeling.

Beide organisaties zijn geworteld in de wijsheidstraditie van de antroposofie, waarin mens-zijn en humaniteit centraal staan. Zij benaderen de werkelijkheid op niet-instrumentele wijze.

De activiteiten van NPI-impuls in 2006:
Een reeks thema-bijeenkomsten met inspirerende sprekers, waarbij de nadruk ligt op ontmoeting, uitwisseling en dialoog.
Het organiseren en wereldkundig maken van de Klaverbladprijs 2007. Een prijs van 10.000 euro voor een maatschappij-vernieuwend project.’

Merkwaardig dat er meteen onder staat:

‘NPI-impuls 2006 is geïnspireed op het werk van Richard Sennett. Richard Sennett is professor aan de London School of Economics. Volgens ons geeft hij een scherpe en treffende analyse van deze tijd. De cultuur van het nieuwe kapitalisme, met zijn nadruk of flexibiliteit en het korte-termijn-denken, verwaarloost de mens. Sennett zwemt tegen de stroom in, met zijn bespiegelingen op de mens in de huidige constellatie.

De uitdaging van onze eeuw ligt volgens hem in het accepteren van het feit dat de mens een sociaal wezen is.’

Zou Richard Sennett een antroposoof zijn? Ik ken hem niet. Lievegoed wordt in ieder geval niet genoemd. Vervolgens worden op dezelfde webpagina drie mensen voorgesteld. De eerste, ‘Thieu Besselink M.Sc (1977) – Researcher European University Institute’, blijkt een groot aanhanger van deze Sennett te zijn, want hij:

‘is verbonden aan het Europees Universitair Instituut in Florence en schrijft zijn proefschrift bij Richard Sennett over het karakter van autoriteit in onze samenleving.’

De website is bijna vergeven met deze Sennett; kijk alleen maar naar ‘Wie is Richard Sennett’ en ‘Publicaties’. De andere twee mensen die hier voorgesteld worden, zijn ‘Sido van der Meulen – Voorzitter Stichting Klaverblad’ en ‘Frank Verborg (1956) – Bestuur NPI’. Zij stellen zich achtereenvolgens zo aan de lezer/bezoeker voor:

‘Sido van der Meulen – Voorzitter Stichting Klaverblad

Studeerde bedrijfseconomie in combinatie met wijsbegeerte en psychologie om beter te begrijpen waarom mensen in organisaties veelal maar een fractie van hun potentieel realiseren. Met deze vraag in het achterhoofd ontdekt hij dat er iets grondig mis is met gebruikelijke problem-solving aanpak van consultants als hij wordt gevraagd om als adviseur/oplieder/coach bij te dragen aan innovatieprocessen. Hoe het ook kan ontdekt hij in de jazzband waarin hij met collega’s speelt. Spelenderwijs creëren en dialoog voeren is een kunst die geleerd moet worden. Ook in bedrijven kun je heel goed jamsessie organiseren als je kunt werken met de paradox dat je zowel discipline nodig hebt als de vrij vloeiende creativiteit van het individu. Zo stuur je jezelf en elkaar naar de grootst mogelijke eenheid in verscheidenheid. Zijn jongste initiatief www.4perspectives.nl laat zien hoe op deze manier ontdekkingsreizen georganiseerd kunnen worden naar de nog relatief onontgonnen grensgebieden tussen enerzijds organisatie en individu en anderzijds organisatie en omgeving. Zeer lucratieve en spannende tochten die en passant duidelijke maken hoe universeel moderne organisatie-vraagstukken zijn en hoe individueel hun oplossing.

Als voorzitter van Stichting Klaverblad gaat zijn belangstelling uit naar initiatieven waarin indidividuen zich verenigen om iets te bereiken zonder in te leveren op hun individu-zijn. Zijn devies is: één perspectief is geen perspectief. Twee perspectieven vormen een polariteit. Drie perspectieven maken beweging mogelijk en met vier perspectieven in wisselwerking kom je tot de kwintessens.’

Frank Verborg (1956) – Bestuur NPI

is sinds 1991 adviseur bij het NPI. Daarvoor studeerde hij filosofie en theologie in Utrecht en was een aantal jaren directiesecretaris in de gezondheidszorg. Als adviseur werkt hij in Nederland, Duitsland en Oostenrijk. Hij studeerde af op het waarheidsbegrip bij Heidegger en Levinas en is lid van de International Society for the Psychoanalytic Study of Organizations (ISPSO). Hij begeleidt leidinggevenden bij veranderingsprocessen in organisaties en bij het ontwikkelen van hun stuurkracht. In zijn adviespraktijk combineert hij aandacht met directheid. Zijn motto: “zonder standpunt kun je niet sturen” en “zaken veranderen alleen als er iemand is, die zich er druk om maakt”. Frank is een hartstochtelijk lezer en onderzoekt de psychologie van leiderschap.’

Deze website ‘NPI-Impuls for innovation of society’ gaat ongeveer tot 2006. Zo staat bij ‘Programma’ de datum van:

‘Vrijdag 29 september 2006
Leiderschap met een gezicht
verslag van de dag >>>

En het forum kent maar vier onderwerpen, met in totaal zes reacties. Dat is dus ook geen groot succes geworden. Ga ik naar de pagina met ‘Links & Partners’, staan daar bovenaan als ‘Initiatiefnemers’:

NPI, Intituut voor organisatie-ontwikkeling
Stichting Klaverblad’

Maar geen van beide websites werken nog. Niet alleen die van het NPI niet, netzomin die van Klaverblad. Dan maar naar de genoemde personen gezocht. Sido van der Meulen heb ik terug kunnen vinden bij ‘4Perspectives’ te Hilversum:

‘4Perspectives is een bureau voor marktgerichte organisatieontwikkeling. Het is onze kracht én onze passie om organisaties op organische wijze te helpen transformeren naar een nieuwe tijd.’

Sido van der Meulen staat hierbij vermeld:

‘Vijf adviseurs die vanuit verschillende disciplines en ervaringsachtergronden, samenwerken om hun gezamenlijke droom te realiseren om wezenlijke groei en vernieuwing te helpen ontvouwen’.

En hier stelt hij zichzelf voor:

‘Sido van der Meulen
Jazz-improvisator, Puntig, Econoom

Ik studeerde bedrijfseconomie in combinatie met wijsbegeerte en psychologie om beter te kunnen begrijpen waarom mensen in organisaties veelal maar een fractie van hun potentieel realiseren. In de 25 jaar die ik werkzaam ben geweest als bedrijfseconoom, organisatieadviseur, opleider, trainer en coach in veranderingsprocessen ben ik altijd een pionier geweest op het gebied van zelfsturing, authenticiteit en leiderschap binnen organisaties. Organisatieontwikkeling gaat bij mij hand in hand met persoonlijke ontwikkeling.

Mijn kracht is vraagstukken van mensen doorzichtig en hanteerbaar te maken zonder deze van hen af te nemen. “Begeef jezelf vrijwillig in het wespennest om ter plekke jouw authentieke antwoord te vinden aan de hand van wat de situatie vraagt.” Het co-creëren van gezamenlijke ontdekkingsreizen binnen organisaties is helemaal mijn “ding”. Dit betekent mensen uitdagen zich toe te leggen op wat zij duurzaam het beste kunnen en waar zij energie van krijgen. Dan ontstaan “dancing companies”!

“Wat mij opvalt is je bevlogenheid en je onnavolgbare creatieve talent om netelige kwesties in een groter perspectief te plaatsen.”’

Bij het ‘Spiritueel Ondernemers Netwerk’ schrijft hij onder zijn ‘Profielgegevens’:

‘Heb veel geleerd bij/van Steiner, Krishnamurti, Lievegoed, Hans Knibbe, Niek Brouw, mijn dierbaren, klanten en collega'’s.’

En ook dit:

‘Wat is je website?
http://www.4perspectives.nl
extra website
http://www.joinup.nl

Bij deze tweede organisatie staat hij inderdaad ook vermeld. Weer zo’n adviesbureau. Nu ook met Manfred van Doorn, om maar iemand te noemen die in antroposofische kringen niet onbekend is. Onder ‘Publicaties’ worden nog twee artikelen van Sido van der Meulen opgevoerd.

Maar dan nu Frank Verborg. Die stond vermeld als bestuurslid van het NPI. Het meest recente wat ik van hem heb kunnen vinden is zijn bijdrage aan het IPMA-NL jaarcongres op 17 november 2009 ‘Complexiteit in de greep’, afgelopen dinsdag dus. ‘Congres met een feestelijk tintje’ heet het ook op de website. Hij was daar een van de sprekers.

‘“De mens is de meest complexe factor in het project”, zo betogen Frank Verborg en Sven Withofs in hun bijdrage aan het congresnummer van Projectie. “Hoe beheers je die als projectleider? Te vaak verschuilen we ons daarbij achter systemen en procedures, waardoor we het contact verliezen met elkaar en met de realiteit. Anders dan technische systemen die binair (aan/uit) zijn, beschikken mensen nu eenmaal over vele gedragsvariaties.” In ontspoorde projecten zoals de Amsterdamse Noord-Zuidlijn wordt volgens hen terecht gewezen op de samenwerkingsproblemen tussen projectpartijen. “Maar de oplossing daarvoor richt zich nog steeds eenzijdig op systeemingrepen; vaak beperkt tot het opnieuw beleggen, benoemen en beschrijven van verantwoordelijkheden en taken. Ze gaan voorbij aan de complexiteit die ontstaat doordat mensen niet binair reageren (aan/uit; ja/nee). Wat ontbreekt, is een concrete gedragsanalyse van de individuen die in of rondom de projectorganisatie zorgden voor vertraging, budgetoverschrijdingen en missers. De systeemaanpak schiet altijd te kort zolang het gedrag van mensen ‘in de systemen’ buiten beschouwing blijft. Effectieve sturing van projecten vraagt echter om projectleiders en opdrachtgevers met een postinstrumentele mindset; mensen die niet alleen de vraag stellen wat gaat er mis, maar vooral: bij wie?”’

Over hemzelf staat er dit:

‘Frank Verborg is sinds 1992 adviseur en partner bij NPI instituut voor Organisatieontwikkeling. Vanaf 1996 is hij voorzitter van het bestuur van NPI. Frank studeerde Filosofie en Theologie en specialiseerde zich daarna in de psychologie van leiderschap en gedragsverandering in organisaties.

“Als organisaties of projecten in de knel komen ontbreekt het aan adequate sturing. De vis stinkt vanaf de kop.”

Frank adviseert topmanagers in Nederland, Duitsland en Oostenrijk. Hij is als docent verbonden aan een privé-universiteit in Wenen.’

Gek genoeg vond ik op internet nog een ‘Sponsorbrochure’ (zie onder Archief in het menu links) van Driekant Ambachtscentrum in Zutphen (‘De tweede ronde’; er staat niet bij uit welk jaar, het zou zelfs uit de jaren negentig kunnen zijn), waar bijna helemaal achteraan als een van de ‘Aandeelhouders’ wordt genoemd:

‘Stichting Klaverblad,
Frank Verborg’

Ik kwam een opmerkelijk artikel tegen van Elma Drayer in Trouw, over en met hem, ‘Het christelijk geloof is een goudmijntje’, van 25 augustus 2005:

‘Ze studeerden ooit theologie, maar wat hebben zij eraan in hun huidige bestaan, vlak bij of ver van de kansel? Vandaag: Frank Verborg (1956), organisatieadviseur.’

‘Mijn priesterwens ging op de middelbare school verloren. Het celibaat stond in de weg. Later ben ik toch theologie gaan studeren. Vooral de filosofische kant trok me aan. Levinas en Heidegger werden grote inspiratiebronnen. Veel theologiestudenten maakten een geloofscrisis door. Heb ik nooit gehad. Bij mij gaan veranderingen geleidelijk. Op de universiteit heb ik geleerd de godsdienst van mijn jeugd bij de tijd te brengen. Op een moderne manier de oude beelden en waarheden te beleven. Daar heb ik de waarde van traditie pas goed begrepen.

Aanvankelijk wilde ik pastoraal werker worden. Maar ik besefte gaandeweg dat ik niet in een kerk wilde werken waarin ik geen bisschop kon worden. Niet dat ik dat ambieerde, maar het onderscheid tussen gewijde en niet-gewijde geestelijken beviel me steeds minder. Ik wilde geen tweede garnituur zijn. Dat bleek een gelukkige gedachte. Medestudenten die wél pastoraal werker werden, liepen daar inderdaad tegenaan.

Bijna was ik aangenomen als volwassenencatecheet. Op het allerlaatste moment hield de bisschop mijn benoeming tegen. Omdat ik samenwoonde met mijn hervormde vriendin. Ik weet nog hoe woedend ik was, hoe teleurgesteld. Jammer dat kerkmensen die het voor het zeggen hebben, zich op zulke bijkomstigheden profileren. En niet op de essentie.

Uiteindelijk kwam ik bij een adviesbureau terecht. Ik begeleid leidinggevenden als hun organisatie moet veranderen. Nee, ik zou niet zeggen dat ik nu toch een soort pastor ben. Daar hoort voor mij verkondiging bij. Advieswerk is wel een vorm van hulpverlening.

Mijn bureau schrijft geen dikke rapporten. Wij gaan met de opdrachtgever op de bok zitten. Ik heb daarbij veel aan mijn studie. Als je bijbelexegese doet, moet je je openstellen voor het onbekende. Dat doe je bij een organisatie ook. In mijn studie heb ik geleerd vragen te stellen, te luisteren met een derde oor. Ik vraag me altijd af: wat is de geest, de spirit van dit bedrijf? Die drukt zich uit in heel concrete zaken.

Het is een antroposofisch adviesbureau. Of ik antroposoof ben? Ik zeg altijd: ik ben al katholiek. Ik bid, ga soms naar de kerk. Aan mijn kinderen merk ik dat ze moeite hebben om ernaartoe te gaan. De liturgie spreekt ze niet aan. Ze vervelen zich. Ik verveelde mij nooit.’

En ten slotte dit, op de website van het eerder al genoemde ISPSO:

‘Frank Verborg – From 1991 till now I am at NPI. In my work as consultant I am talking with people encouraging them the right thing to do, strengthening their capacity to change the organizational environment, to interact with others, by developing themselves. I do this in al kinds of organizations; profit and non-profit. NPI instituut voor Organisatieontwikkeling is an consultancy firm with an developmental approach. We do not write big reports, but help people to catch the fishes by themselves. We were founded in 1954. From 1996 till 2003 I was managing partner and chairman of NPI. I got my professional training as consultant in the NPI.

At ISPSO I hope to get in contact with people with whom I can explore and share knowledge in psychoanalysis and organizational development.

The last four years I am reflecting and writing on the following themes.’

En dan volgen onder andere enkele auteurs. – Goed, dit zijn lange uitstapjes. Maar ze gaan straks veel zeggen. Eerst nog deze vondst. Bij deze website van het NPI vond ik dus niets meer, schreef ik op 9 november. Maar wel op deze, met de extensie .eu, en als grote kop ‘NPI Consultancy’:

‘Vanaf 1 december 2009 kunt u hier de nieuwe website van NPI vinden
NPI instituut voor organisatieontwikkeling
Valckenboschlaan 8
3707 CR Zeist
Tel: +31-30-6920044
Fax: +31-30-6912770
info@npi.eu

Dus slechts een tijdelijke dip van het NPI? Dat is de vraag. Want nu komt het. Op internet vond ik dit dossier BH1943’:

‘LJN BH1943

GERECHTSHOF AMSTERDAM, Sector civiel recht, Nevenzittingsplaats Arnhem, zaaknummer 200.004.046, arrest van de vijfde civiele kamer van 26 augustus 2008 inzake

de stichting Stichting Klaverblad, Fonds tot Bevordering van Maatschappij Ontwikkeling, gevestigd te Zeist, appellante, procureur: mr. G.M. van Voorst Sr,

tegen: de stichting Stichting tot Bevordering der Sociale Pedagogie, gevestigd te Zeist, geïntimeerde, procureur: mr. W.H. Rypkema.

1. Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 27 februari 2008 dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht tussen appellante (hierna ook te noemen: Klaverblad) als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie en geïntimeerde (hierna ook te noemen: NPI) als eiseres in conventie, gedaagde in reconventie heeft gewezen; van dat vonnis is een fotokopie aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Klaverblad heeft bij exploot van 18 maart 2008, hersteld bij exploot van 31 maart 2008, NPI aangezegd van voornoemd vonnis van 27 februari 2008 in hoger beroep te komen met gelijktijdige dagvaarding van NPI voor dit hof.’

Vervolgens krijg je een heleboel juridisch jargon, dat moeilijk zomaar te begrijpen is. Verderop, onder 2.4, wordt het al iets duidelijker. Daar gaat het om een eerdere zitting op 4 juli 2008:

‘Daarbij heeft Klaverblad akte verzocht van het feit dat zij haar eis in reconventie in eerste aanleg aldus wil aanvullen dat zij vordert dat NPI wordt veroordeeld om binnen twee weken na betekening van het te wijzen arrest, subsidiair nadat het arrest onherroepelijk is geworden, mee te werken aan het ongedaan maken van de eigendomsoverdracht d.d. 29 april 2008 van het pand aan de Valckenboschlaan 8 te Zeist met aanhorigheden tegen restitutie van de betaalde koopsom en tot oplevering aan Klaverblad in de staat waarin het zich ten tijde van de eigendomsoverdracht op 29 april 2008 bevond, vrij van huren, lasten en bezwaren (behoudens haar eigen huurovereenkomst), met veroordeling van NPI om alle daaraan verbonden kosten en belastingen voor haar rekening te nemen, alles op straffe van een dwangsom van € 25.000,-- per dag voor elke dag dat NPI in verzuim is om aan die veroordeling te voldoen.’

Onder 3.2 gaat het verder:

‘NPI heeft voornoemd vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht op 27 februari 2008 laten betekenen met sommatie van Klaverblad om binnen twee weken aan het vonnis te voldoen. Bij dit vonnis, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, is Klaverblad in conventie veroordeeld om een deskundige aan te wijzen als bedoeld in artikel 3 van de tussen partijen opgemaakte akte van juni 1995 met opdracht om mee te werken aan een waardebepaling van het pand aan de Valckenboschlaan 8 te Zeist, op straffe van een dwangsom van € 600.000,--. Klaverblad heeft hieraan voldaan, waarop de aangestelde deskundigen bij taxatierapport van 28 maart 2008 de bedoelde waarde hebben vastgesteld op € 1.150.000,--.

3.3 Vervolgens heeft NPI Klaverblad gesommeerd om op straffe van de contractueel bepaalde boete (30 % van de waarde van het pand aan de Valckenboschlaan 8) mee te werken aan de eigendomsoverdracht van het pand. Klaverblad heeft onder protest van gehoudenheid en onder voorbehoud van alle rechten aan deze sommatie voldaan en meegewerkt aan de eigendomsoverdracht van het pand op 29 april 2008. De op het pand ten gunste van NPI rustende hypotheek is vervallen en de hypothecaire inschrijving terzake is doorgehaald.

3.4 Klaverblad heeft daarop bij exploit van 21 mei 2008 een bodemprocedure tegen NPI aangespannen tot ongedaanmaking van de eigendomsoverdracht van voornoemd pand.’

Hoe het ook precies zit: het gaat om de verkoop van het pand in Zeist en twee partijen die daar in alle hevigheid om strijden: het NPI en Klaverblad. De details laat ik voor wat ze zijn, en ga over naar de uitspraak van de rechter op 26 augustus 2008, onder ‘6. De beslissing’:

‘Het hof, recht doende in hoger beroep: vernietigt het tussen partijen in conventie gewezen vonnis van de rechtbank Utrecht van 27 februari 2008 en doet opnieuw recht; wijst de vorderingen in conventie van NPI alsnog af; veroordeelt NPI in de kosten van de eerste aanleg in conventie en van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Klaverblad voor wat betreft de eerste aanleg begroot op € 1.162,94 en voor wat betreft het hoger beroep begroot op € 2682,-- voor salaris van de procureur en op € 251 voor griffierecht; bekrachtigt het tussen partijen in reconventie gewezen vonnis van de rechtbank Utrecht van 27 februari 2008.’

Het gaat om bedragen en belangen van formaat. En eindeloze juridische procedures. Hoe verhoudt zich dit tot wat de betrokkenen aan eerlijke en integere intenties eerder in deze bijdrage ventileerden? Kennen antroposofen dan geen andere oplossingen?

Geschorst

De Telegraaf meldde vanmorgen in Geschorst schoolhoofd verbolgen’:

‘Directeur Wilfred Postma van de Vrije School Raphaël in Almere is door het bestuur van de school, bestaande uit vier ouders, met onmiddellijke ingang geschorst. “Ondanks het feit dat 19 van de 22 leerkrachten mij onvoorwaardelijk steunen. Ik moest mijn sleutels en mijn laptop inleveren en kon gaan. Het bestuur wil me kapot maken”, zegt Postma.’

In het artikel, dat niet ondertekend is, worden meer gegevens vermeld. Wie het bestuur is, staat op de website van deze vrijeschool:

‘Bestuursleden schooljaar 2008-2009
Dionne Hogen, voorzitter
Marco van Laerhoven, penningmeester
Leonieke de Wildt, secretaris
Lars Jonk, beheer’

Meteen daaronder geeft deze website het ‘Laatste nieuws vanuit het bestuur’. Merkwaardig genoeg blijkt men sinds kort twee nieuwe bestuursleden te zoeken:

‘Op de algemene ouderavond van 29 oktober jl heeft u het voltallige bestuur kunnen ontmoeten. Alle informatie die op deze avond is gepasseerd over o.a. nieuwbouw, personeel, bestuurlijke samenwerking en de nieuwe bestuursleden van de Stichting tot Steun, zal in een apart bulletin worden verzameld en verspreid onder alle ouders.

Voor de verlichting van taken in het schoolbestuur en continuïteit in de toekomst zijn we op dit moment op zoek naar 2 nieuwe bestuursleden.

Gezocht:
2 betrokken bestuursleden m/v

die mede eindverantwoordelijk zijn voor de onderwijskwaliteit op onze school. De bestuursleden zijn verantwoordelijk voor het mede ontwikkelen en vaststellen van beleid op de terreinen personeel, financiën, materiële zaken en strategisch beleid.

Wie zoeken wij?
Een ouder of betrokkene bij onze school die:
– ervaring heeft op het gebied van bestuur en organisatie (personeel en financiën);en/of
– bereid is op korte termijn de functie van secretaris op zich te nemen;
– uiteraard de doelstellingen en het karakter van het vrijeschoolonderwijs onderschrijft;
– communicatief vaardig is en goed kan samenwerken;
– bereid is en de mogelijkheid heeft om gemiddeld 4 uur per week te investeren in het bestuurswerk.

Wij bieden:
– de uitdaging om onze schoolorganisatie zo optimaal mogelijk te laten verlopen in een voortdurend streven naar kwaliteit en een goede leeromgeving voor onze leerlingen;
– meewerken aan de totstandkoming van de prachtige uitbreiding van ons schoolgebouw;
– mogelijkheid tot het volgen van cursussen op het gebied van o.a. personeel, financiën en beheer.

Reageren
Wilt u meer informatie en/of zich aanmelden, dan kunt u met ons contact opnemen door één van de bestuursleden aan te spreken of via het mailadres bestuur.vsraphael@gmail.com.’

Aangezien er iemand wordt gezocht die op korte termijn de functie van secretaris op zich wil nemen, is het de vraag of secretaris Leonieke de Wildt nu wil aftreden. – Onder de titel ‘Wat is een vrijeschool?’ meldt de website:

‘De Vrijeschool Raphaël is één van de ruim 80 Vrije Scholen in Nederland. Hoewel deze scholen onderling sterk kunnen verschillen, hebben ze ook een aantal belangrijke zaken met elkaar gemeen. Alle Vrije Scholen werken volgens de pedagogische en methodische aanwijzingen van dr. Rudolf Steiner. Steiner (1861-1925) is de grondlegger van de antroposofie, een geesteswetenschap waarin een diepgaand inzicht wordt ontwikkeld in de mens en zijn levensfasen, en in zijn totaliteit als denkend, voelend en handelend wezen.

Het vrijeschoolonderwijs is in feite religieus, waarmee we bedoelen dat we een nauwe verbondenheid ervaren van de mens met zijn medemens en de natuur. Dit beleven we sterk in de vieringen van de verschillende jaarfeesten, zoals Pasen in de lente, Sint-Jan in de zomer, Sint Michaël in de herfst en Kerstmis in de winter. Ook in de vertelstof die we door het jaar heen in de klassen hanteren komt dit sterk tot uiting.’

Op dezelfde webpagina worden verdere achtergronden beschreven:

‘In Almere zijn gevestigd de Vrije Peuterspeelzalen “Christoffeltje” –gelegen in stedenwijk-, “Catrijntje” – gelegen naast de Vrije School in Muziekwijk – en de Vrije School Raphaël in de muziekwijk. Vrije School Raphaël heeft een kleuterafdeling en een onderbouw bestaande uit zes leerjaren.

De kinderen worden onderwezen volgens een samenhangend leerplan, dat twaalf leerjaren omvat. Dit leerplan sluit aan bij de ontwikkeling van kinderen van het 7e tot en met het 18e levensjaar. De eerste zes leerjaren vormen de Onderbouw, de 7e tot en met de 12e klas de Bovenbouw.

Voortgezet Vrije-Schoolonderwijs kan worden gevolgd aan de Vrije Scholengemeenschap “Geert Groote” in Amsterdam. Naar keuze is doorstroming naar andere vormen van voortgezet onderwijs eveneens mogelijk.

Tevens is in Amsterdam gevestigd een zgn. “Tobias-School”, bestemd voor moeilijk lerende kinderen. Op de Tobias-School wordt gewerkt volgens het Vrije School-leerplan, maar aangepast aan de bijzondere omstandigheden van de kinderen.

Ons schoolgebouw

Veel Vrije Scholen zijn gesticht vanuit een impuls van een groepje ouders die vrijeschoolonderwijs wensen voor hun kinderen. Zo is ook de Vrije School Raphaël van start gegaan. Een groepje pioniers is rond 1979 gestart met een Vrije School, die ruimte aangeboden kreeg in de Prot. Chr. basisschool “de Regenboog”. Later kreeg de school een beter onderkomen in een noodgebouw aan de Heerlenstraat. Na enige jaren werd de wens een eigen schoolgebouw te hebben duidelijk. De school moest de Heerlenstraat vroegtijdig verlaten vanwege brand. Kinderen en leerkrachten vonden onderdak bij 3 andere scholen zodat het onderwijs door kon gaan. Door deze situatie raakte het proces dat moest leiden tot een eigen schoolgebouw in een stroomversnelling. Intensief overleg tussen bestuur, college en ouders leidde tot een plan dat dan ook dankzij grote inzet van allen een succes werd. Het schoolgebouw dat door de schoolgemeenschap gewenst werd, was niet geheel te financieren uit het overheidsbudget vanwege allerlei extra wensen. Voor aanvullende financiering moest dan ook een beroep gedaan worden op de ouders. Veel ouders hebben de school financieel gesteund met leningen, schenkingen en borgstellingen. Deze ruggesteun was voor de Triodosbank voldoende garantie om de school geld te lenen. In 1992 werd met de bouw begonnen.

Het schoolgebouw heeft een bijzondere architectuur. In samenwerking met het ORTA-atelier is uiteindelijk, na een zeer creatief ontwerpproces waarin met het beperkte budget toch aan zoveel mogelijk wensen voldaan moest worden, voor deze vorm gekozen. Deze bouwvorm staat bekend als organische bouw. De organische architectuur is geënt op het principe dat de uiteindelijke vormgeving ontstaat uit een intensieve betrokkenheid en inbreng van de gebruikers van een gebouw. Materiaalkeuze en afwerking zijn zoveel mogelijk van natuurlijke materialen. Een grote wens was om een mooie toneelzaal te hebben. De zaal die we nu hebben vormt als het ware het hart van de school. Om de inrichtingskosten van het gebouw zo laag mogelijk te houden werd een beroep gedaan op de zelfwerkzaamheid van de ouders. Er is wekenlang getimmerd, geschilderd, schoon gemaakt enz. De inzet was fantastisch!

Een mooi schoolgebouw hebben is één ding, het zo mooi houden hoort er natuurlijk ook bij. Het onderhoud en verdere verfraaiing van de school is dan ook een zaak van constante zorg. Het overheidsbudget voor onderhoud is niet toereikend voor de werkelijke onderhoudskosten. Om die reden zal er altijd een beroep gedaan moeten worden op de zelfwerkzaamheid en inzet van de ouders.

De naam van de school

Op 26 mei 2000 bestond de school 20 jaar en kreeg de Vrije School Almere haar naam: Raphaël. Raphaël is, met Gabriël, Michaël en Uriël, één van de bekendste engelen die in onze joods/christelijke tradities wordt beschreven. In de joodse traditie komt de naam Raphaël voor in 1 Kronieken 26:7 als naam voor een mens (Kronieken is een der boeken van het Oude Testament). Pas in de apocriefe boeken (niet opgenomen in de officiële canon) van het Oude Testament komt Raphaël meer naar voren: Tobit 12:15 en 1 Henoch 20:3. De naam Raphaël is wel verstaan vanuit het werkwoord “Rafa” (= genezen).

Het meest bekende verhaal is dat van Tobias (in het boek Tobit), die door zijn vader op reis wordt gezonden en dan een reisgezel moet uitkiezen. Deze dient zich aan en maakt zich pas aan het einde van de reis bekend als de engel Raphaël. Als genezende engel wordt hij vaak geassocieerd met het beeld van de slang. Hij staat bekend als de belangrijkste vorst in de tweede hemel, de leider van de orde der krachten, de bewaker van de Boom des Levens in Eden (paradijs) en naar hij zelf toegeeft een der zeven engelen voor Gods Troon. Dit onthult hij aan Tobias. Hij toont Tobias die een enorme vis heeft gevangen, hoe hij elk deel van het schepsel kan gebruiken: “het hart, de gal en de lever ... zij zijn nodig voor nuttige medicijnen ... en de gal is goed voor het oliën van de ogen, als zich daarin een stofje bevindt, en zij zullen genezing vinden.”

Hij wordt uitgeroepen tot “een van de vier gestalten die gesteld worden boven alle ziekten en wonden van de mensenkinderen” en is belast “met het helen der aarde ... de aarde die plaatsbiedt aan de mens, die hij ook van zijn ziekten geneest”. Raphaël is naar verluidt de gezelligste en grappigste van de gehele engelenschare en wordt vaak vrolijk pratend met een nietsvermoedende sterveling afgebeeld. Zijn opgeruimde aard is mogelijk toe te schrijven aan zijn positie als regent, of zonne-engel.

Dit alle overwegende: kunnen wij ons een mooier wezen voorstellen als beschermer van onze school en onze kinderen; de engel van genezing en van kennis en wetenschap?’

In De Telegraaf gaat het bericht op een veel minder vrolijke manier verder:

‘Na zeven jaar schoolleider te zijn geweest, mocht Postma zijn spullen pakken. “Vanwege het feit dat ik niet zou voldoen aan de competenties waarover een directeur moet voldoen. Maar verder moest ik mijn mond houden en wordt ouders alleen gezegd dat er een conflict is. Terwijl ik van niets weet. En wat gebeurt er vervolgens? Er komen speculaties op gang over zedendelicten, misdrijven en fraude. Dat vind ik heel erg,” zegt Postma. Ook bij De Telegraaf zijn meldingen binnengekomen van ouders die vinden dat ze onvoldoende geïnformeerd worden.

De schoolleider geeft aan de gang van zaken onbehoorlijk te vinden en vecht zijn schorsing, die een aanloop is voor ontslag, aan. Volgende week donderdag dient een kort geding.’

Van de 22 leerkrachten zouden er 19 Postma onvoorwaardelijk steunen. De website ‘Almere Sport’ berichtte op 5 juni ‘Vrije School Raphael loopt Trailwalker 2009’:

‘De Almeerse basisschool Raphael doet mee aan de Trailwalker 2009, de grootste teamuitdaging ooit. De Trailwalker is een sponsorloop, initiatief van Oxfam/Novib met als doel 18.000 kinderen naar school te laten gaan en daarmee een bijdrage te leveren aan de armoedebestrijding wereldwijd. Teams van vier personen leggen tijdens de Trailwalker een afstand af van 100 kilometer in dertig uur tijd. Er wordt dus ook ’s nachts gelopen. De loop vindt plaats op 20 en 21 juni aanstaande in Ede en omgeving.

Het onderwijzersteam van basisschool Raphael laat vier afgevaardigden deel nemen aan dit evenement. Zij staan ingeschreven onder de teamnaam “Onderwijzers voor onderwijs”. Het startbedrag van drieduizend euro is inmiddels door leerlingen, ouders en de school bijeengebracht. Wie dit initiatief ook wil steunen, kan via de site www.2009.trailwalker.nl zoeken op “Onderwijzers voor Onderwijs” en sponsoren.

Een dergelijke uitdaging is deze school op het lijf geschreven. Raphael is een bruisende school met zeer actieve leerkrachten en betrokken ouders. Zij werken vanuit van de Vrije School onderwijsmethode.

Kinderen op deze scholen krijgen naast de algemene leerdoelen veel extra’s aangeboden, waarmee een kind zich kan ontwikkelen tot een evenwichtig, bewust individu. Leren met hoofd, hart en handen is de algemene slogan van het Vrije School onderwijs, waarmee zij niet alleen kennis trachten mee te geven aan het kind, maar ook andere kwaliteiten die nodig zijn voor later.

Meer weten? Neem contact op met 036-536 31 47, vragen naar Wilfred Postma (directeur).’

De lotgevallen zijn inderdaad na te lezen op ‘Onderwijzers voor Onderwijs’. – In de Telegraaf spreekt het bestuur over een arbeidsconflict:

‘Het bestuur van de Vrije School is bij monde van Marco van Laerhoven uitermate terughoudend: “Er is een arbeidsconflict. De man wil zichzelf verdedigen in een rechtszaak voordat een commissie van beroep zich buigt over de ontslagprocedure. We willen hem geen schade berokkenen door dingen te zeggen waardoor hij straks niet meer aan de bak kan komen.”

Postma is woedend: “Weer aan de bak komen? Waar lopen ze op vooruit? Ik wil gewoon terug naar mijn oude school. Ik heb deze school van zwak naar goed weten te begeleiden in de afgelopen jaren. Het is te gek voor woorden dat slechts vier ouders van een school kunnen bepalen dat een directeur ontslagen wordt.”

De onderwijsinspectie geeft aan dat het inderdaad een goede school is, maar zegt ook op de hoogte te zijn van wrijvingen tussen het bestuur en de directeur. Bijna het voltallige lerarenteam heeft het bestuur twee keer aangeschreven dat ze niet willen dat de directeur ontslagen wordt. Ook de medezeggenschapsraad zegt in een brief aan het bestuur grote moeite te hebben met de gang van zaken.’

donderdag 19 november 2009

Klein

Vandaag wat kleiner nieuws. ‘Biebje voor peuters’ schreef de Provinciale Zeeuwse Courant vanochtend. Vanuit Middelburg werd bericht:

‘Bibliotheken zijn basisscholen niet vreemd, maar peuterspeelzalen wel. Daarom zijn de kindjes van peuterspeelzaal Madelief, die hoort bij de Vrije School in Middelburg, ook zo ingenomen met hun verrijdbare verzameling prentenboeken.

Op de foto leest juf Bonnie Jansen voor uit één van de nieuwe boeken. Tweehonderd in totaal heeft juf Margie er bijeen laten sponsoren. Een paar pedagogische, voor de ouders, maar vooral prentenboeken voor de kleintjes.

Nijntje staat er niet tussen. “Dat is een karikatuur”, vindt juf Margie. “En die prikkelen de fantasie van de kinderen niet. We hebben liever plaatjes waar ze bij kunnen wegdromen.” Zoals Kabouter Thijm en zijn rode, zoete bosaardbei. Een “puur” prentenboek, zonder tekst. “En één van de weinige échte peuterboeken. De meeste peuterboeken zijn toch gewoon kleuterboeken, waarbij de peuters hun aandacht niet vast kunnen houden. Het is geen knus moment. Met deze verzameling ondersteunen we ouders die nauwelijks iets kunnen vinden in de gewone bieb.” Zij mogen boeken gratis lenen.’

Nog meer Zeeuws nieuws, ‘Vrije school begint weer Speelgoedbank’, dit keer uit Terneuzen:

‘De Vrije School begint, na het succes van de voorgaande jaren, ook nu weer een “Speelgoedbank voor de Voedselbank”. Mensen die speelgoed over hebben, kunnen dit doordeweeks tussen 08.30 en 15.00 uur naar de Zonneschool aan de Händellaan in Terneuzen brengen.

Het ingezamelde speelgoed wordt op 2 december meegegeven met de voedselpakketten van de voedselbank. De inzamelingsactie duurt tot 1 december. Alle Zeeuws-Vlaamse kinderen kunnen meedoen.’

Dan Jitske Bokhoven van ‘Almere Vandaag’ met Biologische markt viert tienjarig bestaan op De Kemphaan’:

‘De biologische boerenmarkt in Almere viert haar jubileum. Al tien jaar lang gaan Almeerders naar de Kemphaan voor biologische producten. Volgens Anneke Hanewinkel, medewerkster van de broodkraam, bezoeken zo’n driehonderd mensen regelmatig de markt, die er elke zaterdag van 9.30 tot 13.00 uur staat. “Het bezoekersaantal groeit met de jaren. Ik schat dat zo’n vijftien procent van de Almeerders biologisch inkoopt.”’

De Kemphaan werd eind juli nog bezocht door culinair journalist Jeroen Thijssen van Trouw. Ik heb bericht hoe hij Landgoed Kraaybeek in Driebergen en boerderij Ter Linde in Zeeland beoordeelde. Maar de Kemphaan niet. Ik vond er geen eenduidige bd-vermelding in. Maar dat doet Jitske Bokhoven vandaag wel:

‘Hanewinkel ziet in supermarkten niet echt concurrentie. “Verser dan de producten van de biologische markt kan niet. Groenten worden 's ochtends nog geplukt. De producten zijn ook niet te vergelijken. Wij verkopen bijvoorbeeld biologisch dynamisch brood, deze broodvorm kennen ze in de winkel niet.”

De meest bezochte kramen zijn die van de ondernemers die er al tien jaar staan, zo zegt Hanewinkel. “Mensen komen speciaal voor de Italiaanse pasta’s, groenten en het vlees.” Dit vlees is afkomstig van Tineke van der Berg van de Stadsboerderij. In de tien jaar tijd is zij de markt steeds leuker gaan vinden. “In het begin was het noodzaak. Het vlees aan winkels verkopen was geen optie, daar verdiende je weinig mee. Wat begon met het meenemen van eigen klanten, is uitgegroeid tot een echte gezellige markt.” Zaterdag geldt een speciale jubileumactie. Voor vijf euro is een tas te koop met producten van alle ondernemers waarmee een soepmaaltijd kan worden bereid.’

Op 30 mei gaf ik op gezag van de Demeter Licentie Commissie in ‘Licenties’ nog een internationaal bezoek aan De Stadsboerderij in Almere weer. Meteen na De Zonnehoeve, die op 10 november ook in ‘Miscalleneous’ figureerde. Dus dat zit wel snor.

Als we nu toch met cadeautjes en zo bezig zijn, kan deze er ook nog wel bij. Bovendien zit er een bekend onderwerp bij, een bepaalde kalender, die juist eergisteren in ‘Gevieren’ ook al aan bod kwam. ‘Dit is het nieuws van deze week’ staat er boven:

‘Op zoek naar een cadeautje?

Bij Estafette kunt u de komende weken ook terecht voor leuke cadeautjes! Twee weken geleden schreven we al over de Odin Geschenkpakketten, vier verschillende pakketten met biologische en/of biologisch-dynamische inhoud. Verder hebben we bijvoorbeeld ook adoptiekip-cadeaubonnen, verzorgingsproducten van Weleda en Dr. Hauschka, mooie wijnen, pure bijenwaskaarsen of eerlijke chocolade. Vanaf volgende week, dus ook nog op tijd voor Sinterklaas, hebben we daarnaast ook een paar mooie kalenders waar u of iemand anders een jaar lang plezier van kunt hebben: de Sterren- en Planetenkalender 2010 en de Salamita-kalender 2010.

Vooraankondiging: een jaar lang plezier

Het voordeel van de winterperiode is, dat de nachten langer zijn en er dus (tenzij er bewolking is natuurlijk) meer tijd is om eens uitgebreid omhoog te kijken. Met de Sterren- en Planetenkalender 2010 kunt u op ontdekkingstocht langs de avondhemel. En het bijzondere is, dat door de draaiing van de aarde de sterrenhemel er geen nacht hetzelfde uitziet. Er is altijd iets nieuws te zien! Een tweede, heel speciale kalender is de Salamita-kalender 2010. Door de warme kleuren en de heerlijke groenten en fruit op de foto's waant u zich in Italiaanse sferen!

Demeter-bospeen van Agrilatina

Deze week kunnen we u versgeoogste Demeter-bospeen aanbieden, afkomstig van biologisch-dynamische boerderij Agrilatina in Sabaudia. Dit gemengde bedrijf van ca. 180 hectare ligt aan de Italiaanse westkust, zo’n 60 kilometer ten zuidoosten van Rome.

Omdat het weer in deze streek niet altijd makkelijk is, worden meer kwetsbare gewassen als salades, radijsjes en bosui in moderne kassen geteeld. Meer robuuste gewassen als wortels en zoete bataat worden buiten op de akkers geteeld. Met de mest van de eigen Fiorentina-vleeskoeien wordt al jaren compost gemaakt. Deze compost heeft samen met de afwisseling van teelten, het zaaien en onderspitten van groenbemesters en het gebruik van de bd-praparaten bijgedragen aan een enorme verbetering van de bodemvruchtbaarheid op het bedrijf. En dat proef je terug in de gewassen die van het land komen. Met name de salades van Agrilatina worden geroemd, maar het bedrijf biedt nog veel meer mooie producten. Zoals de bospeen. Ter inspiratie vindt u bij de “recepten” een lekker bospeenrecept met een Italiaans tintje.’

Hé, recepten, die zijn altijd handig. Bovendien krijgen die vandaag op AntroVista speciale vermelding. Wilfried Nauta laat daar namelijk weten, onder de titel ‘Al 157’:

‘Al meer dan drie jaar lang, 157 weken om precies te zijn, verzorgt voedingsdeskundige Ilse van den Bosch het “Recept van de Week” op AntroVista.

Iedere week verschijnt van haar hand een fijne pagina met informatie en een lekker en gezond recept.

Door de grote hoeveelheid recepten werd de indexpagina langzamerhand onoverzichtelijk. Maar dat is nu opgelost: alle recepten staan in een nieuwe database, die u kunt doorzoeken met namen van ingrediënten, op jaargetijde en op soort.

U kunt de recepten afdrukken (alleen de tekst komt op papier), en sinds vandaag ook versturen per e-mail.

Klik op de banner hiernaast voor het laatste recept, of op onderstaande link voor de nieuwe indexpagina met alle recepten: www.antrovista.com/voeding/recepten.

Smakelijk eten!’

Is het dan toeval dat vandaag (of een dezer dagen, dat kan ook) de website van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten werkzaam vanuit de Antroposofie (NVDA) online is gegaan? Denk het haast niet. Daar staat:

‘Zij hebben een opleiding HBO Voeding en Diëtetiek en zijn geregistreerd in het Kwaliteitsregister Paramedici. Daarnaast hebben ze zich gespecialiseerd in de antroposofische geesteswetenschap, waardoor een eigentijdse spirituele benadering van gezondheid, ziekte en voeding wordt ontwikkeld.

De NVDA ondersteunt haar leden door middel van gezamenlijke studie, visitaties en intercollegiale toetsing. De NVDA is een erkend netwerk binnen de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD).

De NVDA is lid van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) en nemen deel aan het gezamenlijke overleg met de andere antroposofische beroepsverenigingen en aan de Interdisciplinaire Klachten en bemiddelingscommissie voor de antroposofische zorgaanbieders.

Bent u op zoek naar een antroposofisch werkende diëtiste?
Kijk dan bij de rubriek “wie zijn wij/diëtisten”.

Waar vind ik een antroposofisch werkend diëtist?
De meeste diëtisten zijn werkzaam binnen een therapeuticum of gezondheidscentrum. Sommigen hebben een zelfstandige vestiging. Namen en adressen zijn te vinden onder het kopje “wie zijn wij”.’

Verder wordt er op het logo ingegaan:

‘Ons logo is een kristallisatiebeeld, wat is dat?
Levenskrachtige voeding is te meten!!
Ons logo is een afbeelding van een ontkiemende graankorrel. Hoe zijn we hiertoe gekomen?

Graan is basisvoedsel en daarom erg belangrijk in de voeding. De afbeelding is een kristallisatiebeeld, dat wil zeggen dat het levenskrachtenveld van de graankorrel zichtbaar gemaakt is. Kristalbeelden kunnen o.a. worden beoordeeld op vitaliteit en structuur. De kristallisatiemethode is een beeldvormende methode die ons meer zegt over de kwaliteit van een levensmiddel en is een aanvulling op het onderzoek naar de inhoudsstoffen (bijv. vitamines en mineralen) wat je kwantiteit kunt noemen.’

Er is veel meer uitleg op de website te vinden. Mijn aandacht gaat nu vooral uit naar ‘Brochures en publicaties’:

warmte en voeding.pdf
Honing bezien vanuit de 4 elementen.pdf
Korte inleiding over de zintuigen vanuit antroposofisch gezichtspunt.pdf
Rabarber.pdf
Lever en gal.pdf
Brochure baby- en peutervoeding.pdf
Doe je het goed of doet het je goed.pdf
van appel tot mens.pdf
Voeding leren ontmoeten.pdf
interview Rya Ypma Smaakmakend.pdf

Verderop blijkt het maar om een heel kleine vereniging te gaan:

‘De leden van onze vereniging
Djoeke Snijder te Zutphen en Doetinchem
Judy van den Berg te Leiden
Martje Geels te Haarlem en Amsterdam
Annemarije de Jong te Zoetermeer, Delft, Den Haag
Carine de Nijs te Hoorn
Rya Ypma te Nijmegen
Marion Pluimes te Breda, Oosterhout en Tilburg
Rosalie van Katijk te Zeist
Annemieke Zijlstra te Amersfoort

Maar dan is het weer des te bewonderenswaardiger wat ze met elkaar allemaal presteren. Bijvoorbeeld ‘cursussen en lezingen’:

‘Voor diëtisten: 2 daagse oriëntatiecursus Voeding en Antroposofie

Voorjaar 2010 wordt de 2-daagse oriëntatiecursus Voeding en Antroposofie opnieuw aangeboden. Deze cursus is bedoeld voor diëtisten die kennis willen maken met antroposofische gezichtspunten wat betreft mensbeeld en voeding.

Hierbij wordt o.a. aandacht geschonken aan de betekenis van granen, de rol van de zintuigen, de driegelede plant, mens en levensprocessen, onderzoek en samenwerking. E.e.a. zowel theoretisch als praktisch, de lunches zijn een wezenlijk onderdeel van deze dagen.

Accreditatie wordt aangevraagd bij stADAP en is tot nu toe altijd toegekend.

De juiste data en inhoud zijn nog niet bekend maar mocht je op de hoogte gehouden willen worden stuur dan een mail naar dssnijder@hotmail.com.’

Als afsluiter dan nog dit; hoe kan het ook anders, onontbeerlijk in dit jaargetij: ‘Recepten’!

‘Wij verwijzen u graag naar de website van Odin voor een keur aan smakelijke recepten.

Verder qua kookboeken de boeken van Vreni de Jong “Gezond Lekker Eten”, kookboek voor volwaardige voeding, en “Wat eten we vandaag”, lekker en gezond eten met kinderen van twee tot zestien jaar (en net zo goed voor volwassenen te gebruiken).

www.odin.nl

woensdag 18 november 2009

Oprichting

Het is op de dag af een jaar geleden dat ik in ‘Plato’ schreef:

‘Vandaag precies 85 jaar geleden werd in Den Haag de Antroposofische Vereniging in Nederland opgericht. In het bijzijn van Rudolf Steiner werd toen als voorzitter de bijna dertigjarige Willem Zeylmans van Emmichoven gekozen.’

Maar verder heb ik dit thema toen niet beroerd. Ook niet vermeld dat dezelfde 18 november ook de sterfdatum van deze Willem Zeylmans van Emmichoven is. Werd in 1923 de Antroposofische Vereniging in Nederland opgericht, exact 38 jaar later overleed Willem Zeylmans op reis in Zuid-Afrika, in 1961. Dat is nu dus 48 jaar geleden. Vijf dagen later, op donderdag 23 november, zijn 68e verjaardag, vond de crematie plaats in Kaapstad. – Reden genoeg om vandaag aan hem aandacht te besteden. Dat gaat vrij gemakkelijk met een boekje dat de Antroposofische Vereniging in Nederland in 2002 uitbracht. ‘Herinneringen aan Willem Zeylmans van Emmichoven’, samengesteld door Herman Boswijk, tweede herziene druk december 2002. In het ‘Ten geleide’ staat:

‘De hier gebundelde herinneringen aan en beschouwingen over Willem Zeylmans van Emmichoven verschenen eerder in de Mededelingen van de Antroposofische Vereniging in Nederland tussen 1961 en 1991. (...)

Samengesteld ter gelegenheid van de presentatie van de Engelse vertaling van de door zijn zoon geschreven biografie, op 17 november 2002 in Den Haag, 41 jaar na zijn heengaan op 18 november 1961 en 79 jaar na de oprichting van Antroposofische Vereniging in Nederland op 18 november 1923.’

Zijn zoon was Emanuel Zeylmans van Emmichoven, die vorig jaar op 19 juli overleed (zie ook Overlijden Emanuel Zeylmans van Emmichoven’ op 16 juli 2008). Het eerste waar ik een lang fragment uit overneem, is een herdenkingsartikel van Max Stibbe, Dr. F. W. Zeylmans van Emmichoven, gepubliceerd in ‘Mededelingen van de Antroposofische Vereniging in Nederland’ van 1961, nr. 12:

‘Na de dood van Rudolf Steiner begonnen de grote moeilijkheden in de Vereniging. Wij kunnen er niet aan voorbijgaan, want in het leven en in de geestelijke wording van Willem Zeylmans heeft deze tijd een grote rol gespeeld. Na de onbegrijpelijkheid van het begin in februari 1926 ging Willem Zeylmans ons voor in twee opzichten: ondanks alle problemen, ondanks kwetsende en schokkende ervaringen, beoefende hij de grootst mogelijke positiviteit. Strijd was niet onze taak, maar werk, werk naar binnen ter verdieping van het geestelijke leven, werk naar buiten opdat de wereld met antroposofie in aanraking zou komen. Daarom ontwikkelde hij in die jaren talloze initiatieven (men denke aan het kamp op de Stakenberg) en naar binnen toe stond hij pal voor de autonomie van de Landesgesellschaften, zoals Rudolf Steiner dat had vastgesteld bij de Weihnachtstagung en de vrijheid van werken. Het tweede punt, waarin hij ons voorging, was de aanvaarding van het karma. Dat was vaak onmogelijk moeilijk, maar het was nodig, om de problemen met innerlijke rust en menselijke waardigheid onder de ogen te zien. Dit handhaven van de menselijke waardigheid was voor Willem Zeylmans een vanzelfsprekend gebod. Hij deed dit ook in de leiding van de vaak uiterst moeilijke vergaderingen in de Vereniging, waarin hij zich een meester toonde. Hij voorkwam steeds iedere chaos en liet iedere mening tot zijn recht komen.

Het was een tijdperk van veel en bitter leed, onzegbaar moeilijk om te verwerken. Het eindigde met de uitsluiting in 1935, toen Willem Zeylmans met lta Wegman, Elisabeth Vreede, Pieter de Haan, Walter Johannes Stein, Eugen Kolisko en anderen uit de Vereniging werden gezet. De Antroposofische Vereniging in Nederland beschouwde zich eveneens als uitgesloten. Zo ook de Anthroposophical Society in Great-Britain. Hoe vaak heeft Willem Zeylmans in die sombere jaren voor de tweede wereldoorlog niet gezegd: in uiterlijke zin kan men ons uitsluiten. In werkelijkheid blijven wij in de Allgemeine Anthroposophische Gesellschaft, want die vindt zijn wezen als steeds bij Rudolf Steiner. In werkelijkheid zijn wij steeds in het Goetheanum, want dat is overal, waar men leeft en werkt in de geest van de Weihnachtstagung. Maar wij waren toen een afgehakt lid van een organisme.

De oorlog kwam met de opheffing van de Antroposofische Vereniging in Nederland, het waren jaren van verborgen werk en bovenal van verinnerlijking. Toen zij voorbij waren, werd de Vereniging in Nederland weer opgericht, maar nu in een geheel nieuwe vorm. Dat was de vrucht van de nieuwe verbinding, die Willem Zeylmans in die jaren had opgebouwd. Rudolf Steiner werkte na zijn dood niet meer vanuit het centrum, hij werkte vanuit de periferie, wereldomvattend. Zijn inspiraties zouden het best opgenomen kunnen worden, wanneer niet meer zoals vroeger één persoon de verantwoording voor het geestelijke leven zou dragen, maar een kring. Willem Zeylmans deed afstand van het General-Sekretariat, werd functioneel voorzitter van de Vereniging en gaf de geestelijke leiding over aan de zo breed mogelijke kring van medewerkers, die vertegenwoordigd werden voor de lopende gang van zaken door het dagelijks bestuur met de kern. Leidende principes voor het verenigingswerk werden sindsdien door de medewerkers bepaald. Zij behoefden daarvoor slechts in gevallen van noodzaak bijeen te komen. Zij zijn de schutswal, die voorkomen moet dat principiële kwesties onmiddellijk in een algemene ledenvergadering worden behandeld, waar toch vele mensen kunnen zijn, die nog niet de wil hebben om zich volledig voor alles wat leeft in deze vereniging verantwoordelijk te maken. Men kan toch reeds lid worden, omdat men interesse heeft voor antroposofie.

Deze impuls van Willem Zeylmans bleek vruchtbaar te zijn. Men kan hem in deze jaren na de oorlog niet denken in het werk voor de Vereniging zonder dat men daarbij tegelijk denkt aan zijn vrouw, die een levendig aandeel in deze opbouw had. Inhoud kreeg de Vereniging door de nieuwe idee, die vanaf 1949 uitging van de samenwerking met een aantal vrienden in Arlesheim, waar de gedachte van “das Fortwirkende der Weihnachtstagung” rijpte. Geformuleerd werd deze gedachte door Werner Pache, na een bespreking met Willem Zeylmans. Zo werkten wij sindsdien aan deze idee, ook in de Antroposofische Vereniging in Nederland.

Voor Willem Zeylmans werd het een tijd van enorme uitbreiding van zijn werksfeer. Hij trok nu door vele landen in Europa, hij trok naar Amerika, maakte zijn wereldreis en hij werd in deze jaren meer dan alleen een leraar van de Weihnachtstagung. Reeds vroeger had zijn woord die verdere werking al gehad, die ik nu bedoel; maar nu konden door zijn werk steeds meer mensen beleven, dat ook in hun hart de grondsteen werd gelegd en er zijn er velen onder ons, die Rudolf Steiner niet gekend hebben op aarde, maar in wier hart de grondsteen gelegd kon worden, vooral door de wijze waarop Willem Zeylmans over de Weihnachtstagung sprak. (...)

Vanaf 1955 voegde zich bij het vele dat genoemd werd een nieuw en wezenlijk facet: Willem Zeylmans wijdde zich ongeveer vanaf die tijd aan de samenvoeging der verschillende karmastromingen in de Vereniging. Het initiatief daartoe was bepaald niet van hem uitgegaan Aan de ene kant waren het in Nederland vrienden van de toenmalige Nederlandse afdeling, die bespreken wilden in hoever een samenwerking van de beide Verenigingen vruchtbaar zou kunnen zijn en van de andere zijde waren het Duitse vrienden, die samen met enkele Hollanders en een Noor het initiatief namen om een zodanige samenwerking in internationaal opzicht te zoeken. Willem Zeylmans stond oorspronkelijk tegenover deze bedoelingen nog enigszins sceptisch. Nog werkte het bittere leed uit de jaren tot 1935 na. Maar hij deed mee. Toen kwam het ogenblik, dat hij ervaren had, dat de bedoelingen der vrienden geheel in overeenstemming waren met de opzet van de Weihnachtstagung, waar toch Rudolf Steiner de poging had gedaan om de meest uiteenlopende karmische stromingen tot een geheel samen te smeden. In een vrij geestesleven had dit moeten uitgroeien tot nieuwe glans van de antroposofische beweging.

Welnu, deze opzet werd door Willem Zeylmans met hart en ziel opgenomen en hij wijdde er de laatste jaren van zijn leven aan. Het werd het grote tijdperk der samenwerking. Hij die oorspronkelijk een eenling was, die zich moeilijk kon wennen aan een vereniging, werd nu de voorman in alle vormen van samenwerking, zelfs met alle stromingen in de Vereniging.

Als basis was daar zijn samenwerking met lngeborg Zeylmans, dan met het dagelijks bestuur en de kern in de Nederlandse Vereniging en met de hele Vereniging, verder die met de Arlesheimgroep. Daar kwamen nu bij de vrienden van de Nederlandse Afdeling, die van de Allgemeine Anthroposophische Gesellschaft in alle schakeringen, zowel die uit de kring van de Nachlassverwaltung als die van Dornach. Willem Zeylmans was wijd uitgegroeid boven de sfeer van de bewustzijnszielmens, die genoeg heeft aan zichzelf en een intieme kring, hij was geworden een mens onder mensen. Men kon aan hem in deze latere jaren beleven, wat de “hiërarchie mens” is, die in de mensengemeenschap zo leeft, dat de hogere wereld er steeds bij is.’

Het tweede fragment is van Bernard Lievegoed en ontstond drie jaar later. De titel is F. W. Zeylmans van Emmichoven, en stond in de ‘Mededelingen van de Antroposofische Vereniging in Nederland’ van 1964, nr. 11:

‘In 1930 wilde Zeylmans door een groots opgezette internationale jeugdbijeenkomst op de Stakenberg een oproep tot het beleven van de geest in de duistere tijdsomstandigheden laten klinken. Als jong arts heb ik daaraan meegewerkt en ik moest beleven, hoe deze impuls juist in antroposofische verenigingskringen veel onbegrip ontmoette. 1200 jonge mensen van meer dan twintig verschillende nationaliteiten vonden de weg tot de Stakenberg; voor de meesten werd het een lichtende gebeurtenis, die menigeen door zware lotsbeproevingen heen geholpen heeft. Een half jaar later werd het steeds duidelijker dat deze positieve impuls zich voor Zeylmans door wanbegrip negatief ging uitwerken; hij werd gedwongen deze in zich terug te nemen en in het verborgene verder te leven. Het lot legde hem deze beproeving op en hij vond de kracht de tweede graad van de “occulte”, de verborgene, te doorlijden. Het woord dat vrij in de wereld had kunnen stromen, werd naar binnen genomen en daardoor werden innerlijke krachten verzameld.

De volgende trappen, als ook de levenssituaties van Zeylmans, die daarbij lijken te behoren, zou ik niet zo scherp willen karakteriseren, maar slechts willen aanduiden. Wij, vrienden, zagen in 1935 en de jaren daarna zijn leed en leefden dit met hem mee, maar wij zagen ook de menselijke verdieping, die dit leed in hem, evenals in andere vrienden, teweeg bracht. Hoewel hij zich met een aantal andere vrienden buiten de Allgemeine Anthroposophische Gesellschaft geplaatst zag, bleef zijn verhouding tot de antroposofie vanzelfsprekend onveranderd, werd eerder nog verdiept, maar ook zijn positie in Nederland bleef onaangetast. Hij stond weliswaar binnen de beperking van een landelijke vereniging, maar zijn voordrachten en gesprekken lieten een nieuwe klank en diepte horen.

In 1940 brak de oorlog met de invasie en overweldiging over Holland los. Zeylmans richtte tot ons allen een oproep deze beproeving diep innerlijk te doorstaan. Tegenover mij sprak hij uit, hoe hij zich tot in de levensfuncties van zijn lichaam door deze gebeurtenissen gekwetst en verwond gevoelde. (...)

Ook uit deze oorlogservaringen, met alles wat deze aan uiterlijke en innerlijke noden met zich brachten, trad onze vriend tot een hogere trap bevrijd en opgestegen tevoorschijn. Na de tot dusver steeds toenemende beperkingen openden zich nu nieuwe mogelijkheden met nieuwe opgaven voor hem.

Zeylmans had, naar eigen zeggen, door het meemaken van de Weihnachtstagung zijn geestelijke geboorte beleefd. Nu ontstond in hem de machtige impuls, de in zijn hart levende grondsteen over de hele aarde uit te dragen. Dit betekende een nieuwe trap op de ontwikkelingsweg van onze vriend; hij steeg hier van de verbinding met het eigen volk tot die met de hele mensheid op. Zo kwamen in de vijftiger jaren zijn grote wereldreizen tot stand, naar Amerika, Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland, India. Voor grote, soms voor zeer kleine groepen van mensen sprak hij over het “Fortwirken der Weihnachtstagung”, dat wil dus zeggen over haar werking in de mensen van nu. Vol verwondering kon men hem na zijn terugkeer horen vertellen, hoe hij voor mensen van andere rassen over Rudolf Steiner en over wat hem in de antroposofie het naast aan het hart lag gesproken had; de mensheidsverbindende kracht van de geestelijke geboorte, zoals hij die zelf in 1923 ervaren had.

In Nederland vonden in die jaren een reeks conferenties in Zeist en Den Haag plaats, waar een geheel nieuwe vorm van gesprekken beoefend werd; voor vele honderden uit heel Europa werd dit de kiem van een nieuw beleven van de antroposofie.’

Het derde en laatste fragment is van Tom Jurriaanse en komt uit De gave om de weg te wijzen, dat een kleine dertig jaar later ontstond. Het verscheen in de ‘Mededelingen van de Antroposofische Vereniging in Nederland’ van 1992, nr. 12:

‘In de oorlog ontstonden bij Willem Zeylmans de ideeën voor een nieuw op te bouwen Nederlandse vereniging, die hij wilde realiseren als de oorlog afgelopen was. Hij werd daartoe geïnspireerd door een wenk van Rudolf Steiner, die hem uit de geestelijke wereld zei: “Nicht aus alten Einsetzungen”. De gedachte die bij Zeylmans opkwam, was: een bestuur dat uitvoerend orgaan zou zijn met een groep medewerkers daaromheen, die ideeën zouden hebben en initiatieven zouden ontplooien voor het werk. De medewerkers werden vertegenwoordigd door een kleine groep van vijftien “kernleden”, die maandelijks met het bestuur vergaderden. Om het geheel heen stonden de leden. Dus een perifeer element (de medewerkers) dat drager zou zijn van de vereniging, in samenwerking met het centrale element, het uitvoerende bestuur. Na de oorlog wilde ik voor die vereniging werken en zo werd ik secretaris. In die functie had ik bijna dagelijks contact met Willem Zeylmans en zijn vrouw Ingeborg. In hun huis ging de telefoon bijna de hele dag, want zij waren een spiritueel middelpunt. Niet alleen Zeylmans, ook Ingeborg was raadgeefster voor mensen die met problemen zaten. En die raadgeefster was zij ook voor hem. (...)

De ideeën met betrekking tot de vorm van de nieuwe vereniging werden uitgewerkt in internationale bijeenkomsten, die werden gehouden onder de titel “Das Fortwirkende der Weihnachtstagung”. Deze titel stamt van Werner Pache, een van de leiders van het instituut voor heilpedagogische kinderen “Sonnenhof” in Arlesheim. Deze bijeenkomsten vonden plaats in een kleine, later groeiende groep in Arlesheim, en na enige tijd in Den Haag in de school aan de Waalsdorperweg en enkele malen in Zeist in het Zonnehuis. Men wilde iets doen waardoor er genezing zou kunnen plaatsvinden van de Allgemeine Gesellschaft. De grondgedachte van “Das Fortwirkende der Weihnachtstagung” werd onder andere gezocht in een vorm waarin, net zoals in de nieuwe vereniging in Nederland, een verweven van het perifere en het centrale element kon plaatsvinden. Er werd bij voorbeeld op avonden begonnen met een inleidende voordracht met daaraan aansluitend een plenair gesprek. Dat was nieuw in die tijd, vooral in een gezelschap van twee- tot driehonderd deelnemers. Jarenlang heeft dit goed gewerkt.’

dinsdag 17 november 2009

Gevieren

Soms moet ik nog wel eens denken aan die opmerking die iemand maakte, toen ik anderhalf jaar geleden vertelde dat ik een weblog wilde beginnen: ‘Maar er is toch niet genoeg nieuws om elke dag over te berichten?’

O nee? Meer dan genoeg! Regelmatig moet ik de moeilijke afweging maken waar ik nu weer voor zal kiezen. Vandaag is het net zo. Het nieuws vliegt me links en rechts om de oren. Wilt u weten wat dan? Okee, ik zal u eens van mijn zorgen deelgenoot maken. Daarbij moet ik wel bedenken dat het gaat om direct, kant-en-klaar nieuws dat voor het oplepelen ligt. Ik heb het nog niet over thema’s waar ik achterheen zou willen, die ik verder zou willen uitzoeken, om er vervolgens over te schrijven. Daarvan heb ik een heel verlanglijstje. Die zaken komen meestal dan pas aan bod, wanneer zich iets actueels aandient dat daarmee in verband staat. Op die wijze combineer ik het een met het ander.

Goed, dan nu eerst deze. Ik zou ze allemaal wel in de vorm van een paar korte nieuwsflitsen willen melden, maar daar ben ik niet zo goed in. Daarvoor is het mij allemaal te interessant. Van Paul Wormer is zijn nieuwe boek verschenen, ‘Vitaal werken, vitaal leven’. Op zijn eigen website staat:

‘Van de hand van Paul Wormer verschijnt in oktober bij Uitgeverij Spectrum het boek Vitaal werken, vitaal leven. Deze handzame vitaliteitgids behandelt alle relevante thema’s op het gebied van werk, privé en vitaliteit. De flyer geeft meer informatie over het boek.
Flyer_boek_vitaal_werken_vitaal_leven.pdf

Maar de website van zijn uitgever (dat wil zeggen van de Standaard Uitgeverij, de overkoepelende organisatie) meldt een andere datum:

‘ISBN: 9789049103194
Door: Paul Wormer
Verschijningsdatum: 18/11/2009
Uitgegeven door: Het Spectrum
Paperback
Adviesprijs: € 17,95’

Feit is, zo heb ik uit betrouwbare bron vernomen, dat het gisteren is verschenen. – Nu valt er over Paul Wormer wel iets meer te vertellen. En dit is een mooie aanleiding daarvoor. De flyer vermeldt:

‘Paul Wormer was tien jaar huisarts en stapte daarna over naar het bedrijfsleven. Hij werkt sinds een aantal jaren als zelfstandig consultant, trainer en vitaliteitscoach en adviseert grotere en kleinere organisaties, in binnen- en buitenland over werk en vitaliteit.’

Zijn eigen website vermeldt meer:

‘Paul Wormer Consultancy heeft bij verschillende bedrijven projecten uitgevoerd die door vergroting van de individuele- en teamperformance bijdroegen aan het bedrijfsresultaat. Omdat elk bedrijf weer anders is (bedrijven zijn net mensen) worden projecten steeds weer op maat gesneden. Bovendien werken algemene oplossingen en adviezen doorgaans niet.

Weleda Duitsland heeft een begin gemaakt met een Integraal Gezondheid Management, op de niveaus van organisatie, afdeling en individu. Het plan omvat de bedrijfscultuur inzake gezondheid en vitaliteit, de financiering van de interventies, en de communicatie. Analyse van de belastingsfactoren, vitaliteitschecks, groepsinterventies en individuele vitaliteitscoaching maken deel uit van het aanbod. Het management ontvangt rapportages.

Corus Staal NV wil dat zijn medewerkers gezond blijven, ook bij het zware ploegendienst-werk. Hier deden we onderzoek naar de kwaliteit van de slaap en andere herstelmomenten, als basis voor de performance. Kennismedewerkers hebben behoefte aan vaardigheden om ook onder stress overeind te blijven.

Triodus Kinderopvang in Den Haag biedt haar veelal jonge pedagogisch medewerksters hulp hun Work Life Balance te verbeteren om het veeleisende werk beter te kunnen combineren met het veelal drukke bestaan als moeder van jonge kinderen. Voor oudere medewerksters is behoefte aan een leeftijdsbewust loopbaanbeleid (age-management).

– In de AGF (aardappelen, groente, fruit) sector waar de lange werkdagen buitengewoon hectisch zijn. Bij Eosta, internationaal handelsbedrijf in biologische en fair trade producten, willen de enthousiaste medewerkers gezond blijven en effectief blijven werken, en elkaar daarbij ook nog in hun effectiviteit ondersteunen.

Solutions Addiction Treatment, een particuliere kliniek voor mensen met verslavingsproblemen, biedt hulp aan de cliënten bij hun genezing, maar wil daarnaast ook haar medewerkers een actief aanbod doen om vitaal te blijven (immers een vitale medewerker heeft een goede uitstraling naar cliënten). Ook de vraag wat nodig is voor een vitale kliniek wordt opgepakt.

– In het Gemeinschaftskrankenhaus Herdecke (Roergebied, 1200 medewerkers) voeren we een analyse naar de belastingfactoren bij de medewerkers door.’

Bijna nog interessanter zijn de onder de titel ‘Artikelen’ verzamelde teksten:

‘Van de hand van Paul Wormer verschijnen in de loop van 2009 vier columns in Weleda Berichten, het magazine van Weleda Nederland. De artikelen zijn hieronder te bekijken / downloaden.
200901_vitaal_op_je_eigen_spoor.jpg
200902_vitaliteit_in_beweging.jpg
200903_ontspanning_door_inspanning.jpg

Een boek uit een heel andere hoek, dat onlangs verschenen moet zijn, want ik zie het alleen nog maar op de eigen website van Uitgeverij Kamerling vermeld staan, is dit:

‘LOGOS Jaarboek 2010
Redactie: Inge Delfin, Steven Dijkstra en Maurits In ’t Veld
Voor wie diepere vragen heeft over mens en wereld

– Inge Delfin, “Barack Obama. Voorvechter van een broederschapscultuur”
– Christine Gruwez, “Tegenwoordigheid is een daad. Otto Scharmer, Mahdi Yazdi en Rudolf Steiner”
– Wolf-Ulrich Klünker, “Vrij van het lichaam. Op zoek naar de ik-dimensie van het organisme”
– Samuel Jonas van der Sloot, “De glasvensters van het eerste Goetheanum. Het menselijk bewustzijn en de geestelijke wereld”
– Mario Domen, “‘Aan den zoom van wind en wereld’. Psychiatrie, antroposofie en verantwoordelijkheid”
– Jan Saal, “Samenwerken in de nieuwe tijd”
– Mieke Mosmuller, “Spiritualisering van het denken”
– Bart Keer, “De weg door het midden. Midden-Europese bronnen voor een spirituele cultuur”
– Frans Lutters, “9/11 en de missie van Abraham in de 21e eeuw”
– Maurits In ’t Veld, “Had Jezus Christus een filosofie?”
– Inge Delfin en Cees Leijenhorst, “Orifiël en de Verenigde Staten. De noodzaak van een verlossende benadering”

€ 19,-
230 bladzijden
ISBN 97894 90115 11 1’

Ik meld het maar; meer weet ik er op dit ogenblik nog niet van (ook de drie dingen die eronder vermeld worden, zie de link, maken me niet wijzer). Het ziet er interessant genoeg uit. Dat geldt ook de namen van verschillende auteurs. Kamerling is een beetje een tegendraadse uitgeverij, dus ik ben benieuwd wat die nu weer geleverd heeft.

Dan heb ik hier de nieuwe ‘Sterren- en planetenkalender 2010’ van Liesbeth Bisterbosch. Op 18 april had ik het in De hemel’ nog over haar en haar werk. Ik citeerde toen onder meer:

‘De hemelkaarten, de verjaardagskalender, de inhoud van de teksten en de website (hemelkaarten, teksten) zijn auteursrechtelijk beschermd. Je mag voor eigen gebruik afdrukken maken van de afbeeldingen en de tekst.

Voor toestemming tot gebruik dat niet strikt persoonlijk is, bent U verplicht eerst contact op te nemen met de Stichting “Een Klaar Zicht”. Dat geldt ook voor ideële doeleinden zoals schoolkranten, rondbrieven, cursussen en niet-commerciële websites. Er zal altijd een duidelijke bronvermelding worden verlangd.

Wat niet toegestaan is:
– De tekst (gedeeltelijk) overnemen in een andere publicatie.
– Hemelkaarten en andere afbeeldingen gebruiken voor drukwerk of een website.
– Hemelkaarten publiceren, verkopen of ruilen.
– De lay-out overnemen in een andere publicatie.’

Maar ja, als ik een beetje reclame voor haar werk wil maken (en dat wil ik graag), zal ik toch even het een en ander van haar website moeten tonen. Zo meldt zij onder ‘Sterren- en Planetenkalender 2010’:

‘De nieuwe kalender geeft extra aandacht aan de dierenriem. Voor elk sterrenbeeld van de dierenriem is een unieke kaart gemaakt. De Ram, de Stier, de Tweelingen en vooral de Leeuw zien er bij het opkomen heel anders eruit dan bij het ondergaan! Zegswijzen zoals “Ik ben een Ram”, “We leven in het Vissentijdperk” worden toegelicht. De mensen die zich afvragen wat de samenhangen en de verschillen zijn tussen de dierenriemtekens en de sterrenbeelden aan de hemel komen in 2010 aan hun trekken.

Dankzij de twaalf nieuwe Dierenriemkaarten is een originele kijk mogelijk. De planeten, die opvallende heldere lichten aan de hemel, bevinden zich altijd in een sterrenbeeld van de dierenriem. In 2010 krijgen de Vissen en de Maagd extra aandacht. De heldere planeet Jupiter bevindt zich het grootste deel van het jaar in het sterrenbeeld de Vissen, de gelige planeet Saturnus bevindt zich steeds bij de sterren van het hoofd en de borst van de Maagd. Jupiter staat van april 2010 tot april 2011 ongeveer tegenover Saturnus. Deze planeten komen drie keer in oppositie met elkaar (23 mei, 16 augustus en 11 maart 2011).

De Sterren- en Planetenkalender 2010 heeft 28 pagina’s. De kalender is op milieuvriendelijk papier in full colour gedrukt. De kalender is verpakt in een kartonnen doos met een uitnodigende kleurrijke sticker. De doos is praktisch bij vervoer en ideaal voor een geschenk.

De prijs is Euro 19,50 ( inclusief 19% BTW).

Binnenshuis zijn de kaarten een sieraad aan de wand, uitnodigend om het hele jaar door steeds opnieuw naar de hemel te kijken. Buiten in het donker heb je maar een zwak (rood) lampje nodig om de sterrenbeelden te herkennen.

Sinds 1996 verschijnt de Sterren- en Planetenkalender voor de mensen die graag naar de sterrenhemel en de planeten kijken. Deze waarnemingsgids is een initiatief van Liesbeth Bisterbosch en de Stichting “Een Klaar Zicht”. De Stichting bevordert het waarnemen van de natuurschoonheid aan de nachtelijke hemel en het spannende bewegingssamenspel van de planeten.’

De website vermeldt nog een heleboel meer, zoals ‘De drie hemelkaarten’:

‘De maandkaarten van de Sterren- en Planetenkalender 2010 tonen de posities van de sterrenbeelden, de maan en de planeten zoals ze in Nederland boven de horizon verschijnen.’

En ‘De maand januari’:

‘De kalenderkaart van januari 2010. De drie hemelkaarten tonen de stand van de sterrenbeelden en de planeten in de nacht van 15 op 16 januari tijdens de avondschemering, te middernacht en tijdens de ochtendschemering. Samen tonen ze de gang van de sterren en planeten van oost naar west.’

Of ‘De twaalf sterrenbeelden van de Dierenriem’:

‘Vooral de beginnende sterrenkijkers zullen de twaalf nieuwe Dierenriemkaarten met plezier bekijken. Je ziet dat het sterrenbeeld bij zijn opkomst er anders eruit ziet dan hoog aan de hemel en bij het dalen. Deze twaalf kaarten zijn een grote hulp bij het leren herkennen van de sterrenbeelden.’

En wat dacht u van ‘De Dierenriemkaart “Tweelingen”’?

‘De Tweelingen schijnt in januari de hele nacht. Tijdens de avondschemering verschijnen Castor en Pollux in het noordoosten in een liggende houding.

In de loop van de avond stijgen ze hoger en hoger. Te middernacht staan ze zo hoog als de zon in de langste tijd van het jaar.’

Dan hebben we nog ‘Saturnus en Jupiter, drievoudige oppositie’. Zo boeiend, dat ik die tekst in zijn geheel laat volgen:

‘De planeten, die opvallende heldere lichten aan de hemel, bevinden zich altijd in een sterrenbeeld van de Dierenriem. In 2010 krijgen de Vissen en de Maagd extra aandacht. De heldere planeet Jupiter bevindt zich het grootste deel van het jaar in het sterrenbeeld de Vissen, de gelige planeet Saturnus verschijnt steeds bij de sterren van het hoofd en de borst van de Maagd. Gezien vanuit onze positie staan de Vissen en de Maagd tegenover elkaar. Wanneer de één opkomt, gaat de ander onder.

Saturnus schijnt in maart de hele nacht. Hij gaat samen met de sterren van het hoofd van de Maagd op en onder. Saturnus staat op 22 maart 2010 precies tegenover de zon (oppositie). Jupiter schijnt in september de hele nacht. Hij beweegt samen met de sterren van de rechter Vis (de westelijke Vis) van oost naar west. Jupiter staat op 21 september 2010 in oppositie met de zon.

Jupiter staat van april 2010 tot april 2011 ongeveer tegenover Saturnus. Deze planeten komen drie keer in oppositie met elkaar (23 mei, 16 augustus en 11 maart 2011). In 2010 is er een zogenaamde drievoudige oppositie van Jupiter en Saturnus.’

Als vierde en laatste onderwerp van vandaag, de nieuwe website van ‘Stichting Heemhuys’:

‘Heemhuys is een landelijke franchiseorganisatie voor kleinschalige kinderopvang. Onze activiteit is het bieden van een integraal concept waarin het pedagogisch beleid en ouderbeleid als ook de organisatie van het maatschappelijk ondernemerschap wordt vormgegeven vanuit de antroposofische visie.

Wij bieden kinderen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar een pedagogisch rijk leefklimaat. Onze ondernemingen functioneren volgens een hoge standaard en onze ondernemers zijn creatief ingesteld.

Onder het kopje Heemhuysen vindt u de specifieke lokale informatie die u zoekt wanneer u zich oriënteert op dagopvang of buitenschoolse opvang. Heemhuys biedt formele kinderopvang en voldoet ruim aan de wettelijke eisen.’

Dat is dus duidelijk wat anders dan ik eerder op 18 september meldde over de kinderopvang in het Haagse, onder de overkoepelende benaming ‘Dak’:

‘Maar nergens wordt er expliciet bij gezegd dat het antroposofisch zou zijn. Het lijkt er echter bar veel op. Alleen bij het gedeelte over Lisa Dak zelf gebeurt dit wel’

(de laatste link heb ik net stiekem vernieuwd, die is nu niet meer van 18, maar van 28 september en doet meteen kort verslag van de opening), maar dat had waarschijnlijk meer met vrijeschool Wonnebald aldaar te maken. – De website van Heemhuys is erg goed en duidelijk; er staat ook veel informatie op.

‘Met een nieuw fris gezicht presenteren wij u onze diensten op een site, die overzichtelijker is dan voorheen. Zo vindt u nog makkelijker uitgebreide informatie over onze kinderopvang en over het zelf ondernemen en realiseren van een Heemhuys.

Vanaf nu is er speciaal voor onze ondernemers en de Centrale Oudercommissie een afgesloten gedeelte, waar men alleen met behulp van naam en wachtwoord toegang heeft.

De nieuwe website is tot stand gekomen door een intensieve samenwerking met STiP die tevens de ontwerper is van onze huisstijl.’

Ik zou graag ook een afsteker maken naar deze ‘Stip’, die heeft immers ook een belangrijk aandeel in de Sterren- en planetenkalender van Liesbeth Bisterbosch. Maar die verleiding weersta ik vandaag maar; later misschien een keer. – Interessant is verder deze oproep:

‘Wie wil ondernemen in een Heemhuys? In Rotterdam Noord, Amsterdam en Utrecht zijn ouders naarstig op zoek naar Heemhuysen!
Onderneem een Heemhuys in Appelscha!
In een prachtig buitengebied van Appelscha in Noord Nederland ligt OlmenEs. Een gemeenschap voor mensen met een verstandelijke beperking. Een Heemhuys wordt daar zeer gewenst.
Voor meer informatie kun je contact opnemen met Heemhuys.’

En dan dit, onder de kop Lovend inspectierapport!’:

‘De kwaliteit van de kinderopvang wordt niet alleen door onszelf maar ook door de GGD-inspecteur beoordeeld. Heemhuys is in staat gebleken om aan alle voorwaarden van de 90 inspectiedomeinen te voldoen. Wij zijn fier op dit rapport!
In week 49 wordt het inspectierapport openbaar gemaakt en kunt u het vinden in de bibliotheek.’

Maar er is nog veel meer. U kunt er rustig rondkijken. Wellicht kom ik daar in een later stadium nog eens op terug. Voor nu, voor vandaag dus, vind ik deze vier berichten wel even weer genoeg...

maandag 16 november 2009

Waardering

En weer is het de nieuwssite van de Antroposofische Vereniging gelukt om het nieuws als eerste te brengen, namelijk ‘Woonwerkproject van Raphaëlstichting e.a. genomineerd’:

‘Uit 112 inzendingen is het woonwerkproject Oosterdel, ontworpen door 9°architecture, één van de zes genomineerde voor de Hedy d’Ancona Prijs 2010.’

Die architectengroep zijn we al eens eerder tegengekomen, en wel op 11 augustus in ‘Phoenix’, dat over de nieuwbouw van de Zoetermeerse vrijeschool ging:

‘De Vrije School wordt herbouwd op de plek aan het Schansbos waar het iets meer dan een jaar geleden afbrandde. Yaike Dunselman van 9 Graden Architecture ontwierp een opvallend gebouw: “Het is modern, maar de inhoud van de Vrije School wordt niet overboord gegooid.”’

Inderdaad, zoon van. Maar dat bleek geen rol te spelen. Ook nu niet. Maar eerst dat bericht bij de Antroposofische Vereniging:

‘De Hedy d’Ancona Prijs is een prijs voor excellente zorgarchitectuur en wordt tweejaarlijks uitgereikt. De prijs richt zich specifiek op gebouwen in de zorgsector waarbij stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur, architectuur en/of interieurarchitectuur het zorgconcept ondersteunen. De genomineerde projecten worden vanaf begin januari door de jury bezocht. Tijdens deze bezoeken zal op elke locatie een expertmeeting plaatsvinden, zodat de gebruikservaringen van de vele in de zorg betrokken partijen worden meegenomen in de uiteindelijke keuze. Woonwerkproject Oosterdel is gebouwd in opdracht van Stichting Veldzorg, de Raphaëlstichting en Bouwcompagnie. Het project bestaat uit twee gebouwen: het werkgebouw en het woonzorghuis aan de rand van het Oosterdelgebied. Het Oosterdel is een zeer lang geleden in cultuur gebracht gebied, gelegen ten oosten van het dorp Broek op Langedijk. De bewoners van het woonzorghuis van de Raphaëlstichting verbouwen groenten en kruiden op de eilanden in het Oosterdelgebied. Deze eilanden zijn met bootjes te bereiken vanaf de kade bij het werkgebouw. In het werkgebouw kunnen de landbouwproducten worden verwerkt en opgeslagen.
Zie: www.hedydanconaprijs.nl/nominaties. Meer info ook op www.9graden.net (projecten 03 en 05).’

Nu wil het toeval dat afgelopen vrijdag De Digitale Verbreding nr. 12 is uitgekomen. Dat feit staat vermeld op de website van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ). Onder ‘Actueel’ wordt ‘De Digitale Verbreding, uitgave 12 van 13 november’ aangeprezen:

‘De novemberuitgave van De Digitale Verbreding is verschenen. Met een keur aan artikelen, berichten en beschouwingen. Klik voor het maandelijkse nieuws op de link hiernaast of hier. In het online tijdschrift De Digitale Verbreding is ook een samenvatting van het strategisch nieuws van de afgelopen periode opgenomen.’

Op 14 oktober maakte ik in ‘Opheffingen’ melding van het verschijnen van nummer 11. Nu is er dus nummer 12. Dit keer zal ik ook de inhoudsopgave er eens bij doen, dan heeft u alles meteen bij de hand. Een en ander is hier al eerder voorbij gekomen, maar dat hindert niet, u hoeft niet op alles te klikken:

‘Aankondigingen NVAZ
Algemene Ledenvergadering NVAZ op 24 november 2009
Instellen Platform Onderzoek NVAZ

Actuele inhoudelijke berichten
Mexicaanse griep, Nieuwe Influenza A (H1N1) en vaccineren
Vaccineren of niet? Antroposofische gezichtspunten, door Madeleen Winkler

Symposium 2009 Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg: professionele individugeoriënteerde gezondheidszorg
Welke vaardigheden en innovaties moeten ontwikkeld worden? Praktijkonderzoek in de antroposofische gezondheidszorg 2009

Individuele bijdragen
Column ‘Wat kunnen “calculerende ouders” voor de instelling betekenen?’, door Huib van den Doel
Herfstconferentie ‘Fakkeldragers in de 21 eeuw’, door Stasja van Suchtelen
Recensie ‘De kunst van het zorgen’, door Huib van den Doel
Recensie ‘Nieuwe idealist v/m’, door Huib van den Doel

Berichten uit het veld
Afscheid van Yvon ten Brummelhuis als bestuurder van Zonnehuizen
BTW-heffing op CAM-geneeswijzen van de baan
Pleidooien voor antroposofica
Werk werkt bij de Raphaëlstichting
Buitenprojecten van de Raphaëlstichting

Nieuwe en vernieuwde publicaties
Nieuw boek met uitgebreide informatie over uitwendige therapieën
Drie interviews met antroposofische medici
Nieuwe vijfde herziene druk ‘Ontwikkelingsstoornissen bij kinderen’

Door NVAZ geselecteerd strategisch nieuws, periode 3 oktober – 4 november 2009
Antroposofische (en complementaire) zorg
Algemeen nieuws
Preventie / epidemiologie
Eerstelijnszorg
Instellingen
Ouderenzorg, verpleeg- en verzorgingshuizen
Gehandicaptenzorg en GGZ
Internationaal
Ter lering en vermaak

Ja, het is een hele lijst. Maar er gebeurt ook heel wat, in de antroposofische gezondheidszorg. Nu zouden de Vereniging van vrijescholen en de bd-vereniging ook eens moeten overgaan tot het bijeenbrengen van zulk soort actuele berichtgeving, zou ik denken. Overigens, mocht u een opvallende gelijkenis zien in een groot deel van de in nr. 12 gebruikte illustraties met het onderwerp van gisteren, geboekstaafd in ‘Overpeinzing’, dan is dat bepaald géén toeval: ik vrees dat dat met mijn persoontje heeft te maken... – Maar waar het mij nu om gaat, is het bericht ‘Buitenprojecten van de Raphaëlstichting’. Daar staat onder meer, onder de kop ‘Nieuwe bewoning voor eerste bewoners van Oosterheem’:

‘In oktober volgde het bericht dat zorgtuinderij Oosterheem van start is gegaan:

Op 1 oktober betrokken de eerste bewoners van Oosterheem hun nieuwe bewoning aan de Dorpsstraat in Broek op Langedijk. Zorgtuinderij Oosterheem is een woon-werkgemeenschap voor 12 mensen met een verstandelijke beperking. Aan het woonhuis grenzen twee medewerkersappartementen.

Oosterheem is een samenwerkingsproject tussen Scorlewald en Stichting Veldzorg. Veldzorg heeft direct aangrenzend aan het woonhuis een groot gebouw in eigendom. Scorlewald huurt in dit gebouw een ruimte die als werkplaats voor de tuin dient. Vanuit de werkplaats gaan de bewoners iedere dag met de schuit naar een van de eilanden in het natuurgebied Oosterdel om groenten te verbouwen of onderhoud te plegen. Een tweede werkgebied bestaat uit onderhoudswerkzaamheden in het natuurgebied Oosterdel. Dit gebied is ca. 80 hectare groot en bestaat uit tientallen eilandjes en zeer veel vaarten en sloten. Klik hier voor de folder.

Oosterheem, Dorpsstraat 96 B, 1721 BM Broek op Langedijk, tel. 0226 34 50 79.’

Maar dat is nog niet alles. Ga je naar de website van Raphaëlstichting zelf, dan vind je onder 25 september 2008, dus van ruim een jaar geleden, dit bericht met de titel ‘Eerste Paal Oosterheem. Scorlewald bouwt aan uniek woon-werkinitiatief’:

‘Donderdag 25 september is de eerste paal geslagen van het woon-werkinitiatief Oosterheem in Broek op Langedijk. Op de foto is te zien hoe zes mannen waaronder de Hans Lap (directeur van Scorlewald) en Koos Oud (eerste bewoner van het nieuwe project) met grote inspanning en op “Oud-Hollandse wijze” de paal heien. Zij werden geholpen door de Burgemeester van Langedijk, de directeuren van de Wooncompagnie en het bouwbedrijf en door de voorzitter van stichting Veldzorg, waarmee Scorlewald in het Oosterdel-gebied gaat samenwerken.

De bouw van de woningen gaat ongeveer een jaar duren. Het gebouw is ontworpen door Yaike Dunselman, die ook al tekende voor Lohengrin (Scorlewald) en de grootscheepse renovatie van het centraal bureau van de Raphaëlstichting in Schoorl.

In Oosterheem is plaats voor twaalf bewoners. Ook zullen er twee appartementen voor medewerkers van Scorlewald in worden ondergebracht. In het nieuwe initiatief zal worden gewoond en gewerkt. Er komt een tuinderij voor vruchten en fijne groenten en er zullen onderhoudswerkzaamheden worden verricht aan het Oosterdelgebied zelf.

Stichting Veldzorg stelt de materialen voor het onderhoud van de eilandjes in het 80 hectare tellende gebied ter beschikking. Het geteelde fruit uit de tuinderij gaat naar lunchroom/bakkerij Fermento in Alkmaar, waar het zal worden verwerkt in het gebak. De groenten zullen worden geleverd aan de keukens van Scorlewald en Midgard.

Rob Hardewijn, coördinator van Oosterheem, is nog druk op zoek naar sponsors voor het tuindersproject. “De Stichting Noordhollanse van 1816 is al over de brug gekomen met een aanzienlijke bijdrage voor een grote schuit, daar zijn we echt ontzettend blij mee.”’

En weer komt Yaike Dunselman van 9°architecture (oftewel 9 Graden Architecture) voorbij. En niet met één, maar met liefst drie gebouwen bij de Raphaëlstichting. Kijk, dan wordt het interessant. Hoog tijd om eens op zijn website te kijken (het is zo’n vervelende flash-website, zodat ik niet kan dieplinken, ook niet bij de downloads, want die werken niet; dus zelf erheen surfen a.u.b., op ‘Nederlands’ klikken en dan gaat het vanzelf verder). Onder ‘Bureau’ staat dit:

‘9°architecture werd door de architecten Yaike Dunselman, Inken Feddersen en Lars Frerichs in januari 2003 opgericht en werkt vanuit haar twee kantoren: Amersfoort/Nederland en Oldenburg/Duitsland.’

Onder ‘Actueel’ staat het nodige al vermeld, maar ik kies voor ‘Projecten’. Daar vind ik, behalve in het bericht van de Antroposofische Vereniging al genoemde ‘Meer info ook op www.9graden.net (projecten 03 en 05)’, dit:

‘03 nieuwbouw Werkgebouw Oosterdel / Broek op Langedijk/ NL/ 2005-2008
Het Oosterdel is een zeer lang geleden in cultuur gebracht gebied. Stichting Veldzorg wil met haar inzet de natuurlijke waarden in het Oosterdel behouden en zelfs verbeteren.
Het werkgebouw Oosterdel is verbouw en nieuwbouw van de werkgebouwen die de Stichting Oosterdel benodigt. De nieuwbouw probeert aansluiting te zoeken bij de bestaande (historische) bebouwing, maar neemt tegelijkertijd ook een eigentijdse en passende verschijningsvorm aan.
>> Download PDF Projectdocumentatie (NL, 0,9 MB) [deze link blijkt niet te werken, MG]

05 nieuwbouw Woonzorghuis Oosterdel / Broek op Langedijk/ NL / 2005-09
Deze nieuwbouw voor de Raphaëlstichting ontstaat in het dorpscentrum, aan het Oosterdelgebied, ook bekend als het gebied van de 1000 eilanden. Vier aan elkaar geschakelde kappen grijpen terug op de traditionele kleinschaligheid van de omgeving. Met een vrije en zorgvuldige vertaling integreert deze nieuwbouw met respect in de bestaande historische omgeving. De verticale houten gevelbeschieting is uitgevoerd in van breedte verschillende delen, en maakt daarmee een abstracte knipoog naar de kenmerkende eilandenstructuur van het Oosterdelgebied.
›› Download PDF Projectdocumentatie (NL, 1,3 MB) [deze link werkt gelukkig weer wel; een mooi plaatje ervan is al op de nieuwssite van de Antroposofische Vereniging gezet, MG]

08 Woonzorghuizen Scorlewald, Schoorl / NL/ 2005-2009
Het voormalige gemeentehuis van de gemeente Schoorl wordt omgebouwd tot Centraal Bureau van de Raphaëlstichting. Op het terrein ontstaan tevens 2 woonzorghuizen voor 16 bewoners en 2 medewerkerwoningen. Uitgangspunt is dat de nieuwbouw aansluit bij de bestaande bebouwing, ruimtelijke- en natuurlijke kwaliteiten. De dominantie van het bos wordt behouden door het ontwerp van sculpturale bouwmassa’s, lichten elegant van vorm, zonder dakoverstekken. Het terrein- en landschapsplan wordt gemaakt door Copijn Tuin- en Landschapsarchitecten te Utrecht.
›› Download PDF Projectdocumentatie (730 kb)

10 Woonzorghuis Scorlewald, Schoorl/ NL/ 2003-2007 / gewonnen ontwerpwedstrijd
Het bewustzijn voor de gemeenschap Scorlewald als een organisch en samenhangend geheel is het ontwerpmotief voor de nieuwbouw van het woonzorghuis voor 16 bewoners en 2 medewerkerswoningen. De nieuwbouw reageert op de openheid van het polderlandschap en sluit met haar bouwmassa aan bij de bestaande bebouwing. In de vormentaal ontstaan ronde, aan de natuur ontleende vormen. Zij vormen de overgang tussen binnen- en buitenruimte en definiëren voor de bewoners een »warme« plek van geborgenheid.

13 Woonzorghuis 't Zeepaard Schoorl/ NL / 2008-09 / nieuwbouw
Aan de rand van het dorp Schoorl waar het duinlandschap overgaat in het polderlanschap is dit kleine woonzorghuis ontworpen. Het woonzorghuis bestaat uit 4 appartementen en een gemeenschappelijke woonkeuken. Met eenvoudige middelen en natuurlijke materialen is een “warme” leefruimte voor de bewoners gecreëerd.

15 Verbouw kantoorgebouw Raphaëlstichting, Schoorl / NL / 2005-2007
Het voormalige gemeentehuis van de gemeente Schoorl is omgebouwd tot Centraal Bureau van de Raphaëlstichting- een netwerkorganisatie die zorg verleent aan mensen met een verstandelijke- of lichamelijke handicap.
Op het terrein ontstaan tevens 2 woonzorghuizen voor 16 bewoners en 2 medewerkerwoningen. Het terrein- en landschapsplan wordt gemaakt door Copijn Tuin- en Landschapsarchitecten te Utrecht.’

Het is me allemaal nog niet wat. Heel veel Schoorl en Raphaëlstichting dus. Hij moet daar kind aan huis zijn. Maar opvallend is ook het grote aantal nominaties en prijzen. Het valt in de smaak blijkbaar, deze ontwerpstijl. Wat nog wel grappig is, is deze nummer 12:

‘12 Trein- en busstation Zuiderzeelijn / Emmeloord/ NL / 1999 / Afstudeerproject
Het station brengt in haar vormgeving het proces van de trein tot uiting, hoe ze vanuit een lineaire beweging tot stilstand komt, aansluitend weer in beweging komt om in de periferie te verdwijnen. De dynamiek van de hogesnelheidstechniek aan de ene kant en de behoefte naar rust, verticaliteit en menselijke maat aan de andere kant vormen hier een consequent uitgewerkt vormgevingsmotief.’

En onder nummer 2 vinden we de bekende:

‘02 nieuwbouw Vrije School / Zoetermeer / NL / 2008-2010 / winnend ontwerp prijsvraag
Met het winnende ontwerp voor de nieuwbouw van de Vrije School is 9°architecture als architect door de Gemeente Zoetermeer benoemd. Het winnende ontwerp wil recht doen aan de inhoudelijke behoefte van het Vrije School onderwijs om kinderen authentiek en vrij vanuit de eigen kern te laten leven; vrij te zijn.’

Mooi dat het allemaal zo gewaardeerd wordt. Het is nog een jong bureau, maar het kan zo nog heel wat worden.

zondag 15 november 2009

Overpeinzing

Bij deze zondag een mooi geschikt onderwerp: bordtekeningen van Steiner. Het schijnt werkelijk zo te zijn dat ik daar al die tijd op deze weblog nog niet over geschreven heb. Ik kan het me nauwelijks voorstellen, maar ik vind het onderwerp ook niet terug, dus zal het wel zo zijn. Daar komt dus nu verandering in. – Er is een mooie aanbieding bij de Rudolf Steiner Verlag van al Steiners bordtekeningen (in wel dertig deeltjes van tussen de 40 en 96 bladzijden) voor slechts 660 euro. Ze kunnen trouwens ook los als kunstkaarten of grote reproducties worden gekocht. Zoals deze poster van negen euro met de fraaie titel ‘Die visuelle Poetik der Entwicklung’:

‘Aus den rund 1100 Wandtafelzeichnungen, die aus der Vortragstätigkeit Rudolf Steiners erhalten sind, wurden hier 28 ausgewählt, die um das Thema der Entwicklung kreisen.’

Nu is er ook een website met ‘Wandtafelzeichnungen’:

‘Die Wandtafelzeichnungen Rudolf Steiners
In vielen seiner Vorträge pflegte Rudolf Steiner während des Sprechens an die Tafel zu zeichnen oder zu schreiben, entweder um einen Begriff, einen Namen, eine Jahreszahl hervorzuheben, oder um einen komplexen Sachverhalt anhand eines Schemas aufzuschlüsseln oder auch nur, um einen Gedanken wie durch eine Geste zu beleben. Die Rudolf Steiner-Nachlassverwaltung hat sich entschlossen ausgewählte Wandtafelzeichnungen so reproduzieren zu lassen, dass sie dem Original sehr nahe kommen. Im Gegensatz zu normalen Drucken werden sie jetzt als hochwertige Leinwanddrucke reproduziert. Eine Auswahl dieser Wandtafelzeichnungen können Sie auf dieser Seite erwerben.’

Wat hier wordt tentoongesteld, zijn bordtekeningen uit de jaren 1919, 1922, 1923 en 1924. Maar eerst nog even iets anders, omdat het mij nu om een combinatie van twee dingen gaat. Bij dezelfde Rudolf Steiner verlag is een klein boekje van 103 bladzijden verschenen, ‘Ausgewählt und zusammengestellt von Daniel Baumgartner’, getiteld ‘Perlen des Denkens. Eine Auslese’:

‘Dieses Bändchen präsentiert eine Auslese von aphoristisch anmutenden Sätzen aus dem geschriebenen Werk Rudolf Steiners. Obwohl alle in einem ganz bestimmten Zusammenhang formuliert wurden, tragen sie etwas so fein Geschliffenes und Abgerundetes an sich, daß man sich gerne zum Weiterdenken anregen läßt.’

Kijk, als je die twee dingen met elkaar combineert, dan krijg je wat op die website ‘Wandtafelzeichnungen’ gebeurt. Daarop zijn namelijk niet alleen die bordtekeningen fraai zichtbaar gemaakt, maar ook de desbetreffende passages uit de voordrachten weergegeven. En dat levert een fascinerend beeld op. Aangezien ik hier geen andere beelden toon dan elke dag een van mijn eigen foto’s, zult u daarvoor naar die website moeten klikken. Maar de teksten zullen, zo lang deze een duidelijk leesweblog is, hier beslist niet misstaan. Daarom volgen ze hier ter overpeinzing en overdenking. Drie uit 1922, zeven uit 1923 (waarvan eentje met twee afbeeldingen) en vijf uit 1924:

‘5 mei 1922
Wo die Seele nicht hinein kann
Bedenken Sie: Da stehen Sie als Mensch. Da haben Sie in Ihrem Organismus die Wärme, das Gasförmige, das Flüssige. Da kann ihr Seelisches überall hinein. Aber da ist noch etwas in Ihrem Organismus, in das Ihr Seelisches nicht hinein kann. Das ist so, wie wenn Sie hier allerlei Gegenstände haben, die vom Licht bestrahlt werden, die das Licht wieder zurückwerfen. Sie haben eine Art Spiegelfläche. Da kann das Licht nicht durch, es wird zurückgestrahlt. So haben Sie in sich Ihren festen Salzorganismus. In den kann das Seelische nicht herein. Von ihm wird das Seelische fortwährend zurückgestrahlt. Wenn Sie diesen Salzorganismus nicht hätten, so würden Sie zunächst überhaupt gar kein Bewußtsein haben können, denn das, was Sie in sich als Bewußtsein haben, das sind die von Ihrem Salzorganismus zurückgestrahlten Seelenerlebnisse.

26 mei 1922
Die ätherische Welt
Bevor sich der Mensch mit der physischen Welt durch das Embryo verbindet, zieht er die Kräfte der ätherischen Welt zu sich heran. Wir leben hier auf der Erde in der physischen Welt, also in derjenigen Welt, die wir durch unsere Sinne erfahren und durch unseren irdischen Verstand begreifen. Aber in dieser Welt gibt es nichts, was nicht durchsetzt ist von der ätherischen Welt.

29 september 1922
Himmel und Erde
Wenn wir uns das als Erde vorstellen, hier den Mond kreisend um die Erde, so können wir uns die Bahn vorstellen, in der sich der Mond herumbewegt um die Erde, und wir können dann das, was sich zwischen der Erde und der Mondesbahn befindet, etwa mit dieser roten Fläche bezeichnen. Wer nun richtig die Erscheinungen zu deuten versteht, die ihm da entgegentreten, wenn er in die Erde hineingräbt, der muß in der Tat sich sagen: Das, was da in der Umgebung ist, findet sich abgespiegelt, aber nur verdichtet, in einer äußeren Schicht der Erde selbst.

18 maart 1923
Geister der Form
Geister der Persönlichkeit
Aber nehmen Sie nun diesen Gedanken völlig ernst! Denken Sie daran, daß wir in das Zeitalter eingetreten sind, in dem der Mensch aus seinem eigenen Inneren heraus beschäftigt ist, seine Gedanken sich zu erarbeiten, seine Gedanken zu formen. Er steht aber nun auch als einzelner in der Welt da. Diese Gedanken würden gewissermaßen isoliert in der Welt dastehen, keine Bedeutung für den Kosmos haben, wenn nicht geistige Wesenheiten da wären, welche den Gedanken, den sich der Mensch in seiner Freiheit erarbeitet, nun in der rechten Weise als Kraft und Impuls dem Kosmos einfügten. Und so haben wir den Fortschritt, der gegeben ist von der Gedankenverwaltung durch die Geister der Form zu jener durch die Geister der Persönlichkeit.

20 april 1923
Was ist Denken?
Denken heißt: Geradeso innerlich etwas tun, wie man äußerlich etwas tut, also wenn man zum Beispiel seinen Arm oder seine Hand gebraucht. Wenn Sie Ihre Arme gebrauchen und spüren, so erleben Sie Ihren physischen Leib. Wen Sie sich also nur noch einen Ruck zu geben brauchen, um überzugehen vom Spüren der Arm- oder Beinbewegungen zum Spüren der inneren Denkkräfte, in diesem Augenblick spüren Sie Ihren zweiten Menschen, Ihren Äther-Menschen, Ihren Bildekräfte-Menschen. Sie erleben ihn dann so, daß er ganz aus Gedanken gewoben ist. Und in diesem Augenblick wird Ihnen zugleich Ihr ganzes Erdenleben wie gegenwärtig.

20 april 1923
Je weiter sich der Mensch von der Erde entfernt
Die Naturwissenschaft geht von der folgenden Annahme aus: Wenn man in einem Labor etwas erforscht hat und auf dem fernsten Stern des Weltalles die gleichen Bedingungen wie im Labor hergestellt werden können, so würden auf diesem Stern die gleichen Naturgesetze gelten. So ist es aber nicht. Wenn hier eine Lichtquelle ist, so leuchtet sie in der nächsten Umgebung stark, und je weiter man sich von ihr entfernt, desto schwächer wird sie. Und so verhält es sich auch mit den Naturgesetzen. Was der Mensch auf der Erde als Naturgesetze konstatiert, das verliert immer mehr an Gültigkeit, je weiter es sich von der Erde entfernt.

20 juli 1923
Kosmische Atmung
Was beim Menschen kosmische Atmung ist, was beim Menschen durch die Befruchtung eingepflanzt wird, das wird bei der Pflanze jedes Jahr herangetragen durch das Licht, so daß die Pflanze von der Schwere zum Licht und dadurch zur Befruchtung wächst. – Wenn das Wasser, das hier in Form des Nebels aufsteigt, zu einer bestimmten Stelle kommt, dann wird es aus dem Weltenall befruchtet. Und was geschieht? Dann blitzt es!

7 oktober 1923
Frühling
Wenn im Frühling die Pflanzen zu sprießen beginnen, so ziehen sie Kohlensäure ein, assimilieren sie Kohlensäure. Die Kohlensäure wirkt im Frühling in einer höheren Region als im Winter, nämlich in der Region der Pflanzen. Wenn im Frühling die Pflanzen zu sprießen beginnen, dann wird die Kohlensäure angezogen von den luziferischen Wesenheiten. Und während die ahrimanischen Wesenheiten eine Art astralischen Regen anstreben, um den lebendigen Kalk auch zu beseelen, erstreben die luziferischen Wesenheiten eine Art Kohlensäureverdunstung von der Erde aus nach oben hin.

28 december 1923
Ein geistiges Ephesus
Alexander wollte, da Ephesus physisch an seinem Geburtstage zugrunde gegangen war, ein geistiges Ephesus, das seine Sonnenstrahlen über Orient und Okzident ausstrahlen sollte, begründen.

30 december 1923
Physischer Leib – Ätherleib
Was ist der physische Leib des Menschen? Er ist der Leib, der den Kräften unterworfen ist, die zum Mittelpunkt der Erde hinführen. Was ist der Ätherleib des Menschen? Er ist dasjenige im Menschen, was den Kräften unterworfen ist, die von überall her aus der Peripherie des Universums hereinkommen. Dies kann man aus der Form des Menschen unmittelbar ablesen. So haben die Beine ihre Form deshalb, weil sie den Erdenkräften mehr angepaßt sind, während der Kopf mehr den peripheren Kräften angepaßt ist.

19 april 1924
Golgatha: Vom Raum in die Zeit

Wenn das die Erde ist (weiße Linie), so sah man aus einer alten Einweihungsstätte herauf (rechts: rot) zur Sonne und wurde durch die Initiation den Christus in der Sonne gewahr. Man sah in den Raum hinaus, um an den Christus heranzutreten...
Ein Mensch, der, sagen wir im 8. Jahrhundert lebt, schaut, um zum Christus zu kommen, jetzt auf die Zeitenwende bis zum Beginn der christlichen Zeitrechnung, schaut in der Zeit hin nach dem Mysterium von Golgatha (gelber Pfeil)... Was früher räumliche Anschauung war, sollte durch das Mysterium von Golgatha zeitliche Anschauung werden.

4 juni 1924
Die Sterne sind Ausdruck der Liebe
Denken Sie doch nur einmal, wie tot der Kosmos ist, wenn man da hinausschaut und nur brennende Gaskörper sieht, die leuchten! Denken Sie sich, wie lebendig das alles wird, wenn man weiß: Diese Sterne sind der Ausdruck der Liebe, mit der der astralische Kosmos auf den ätherischen Kosmos wirkt!

5 juli 1924
Andacht zum Kleinsten
Es darf das Meditieren nicht die Stimmung haben: Ich will mich innerlich in ein warmes Nest legen, es soll mir immer wärmer und wärmer werden, sondern es muß die Stimmung vorliegen, daß man in die Wirklichkeit eintaucht, daß man die Wirklichkeit ergreift. Andacht zum Kleinen, ja zum Kleinsten, das ist es, worauf es ankommt.

3 augustus 1924
Das Reich der Angeloi
Es ist jetzt so, daß aus einem verhältnismäßig einheitlichen Reich der Angeloi ein zweigeteiltes Reich der Angeloi entsteht, ein Reich der Angeloi mit einem Zug hinauf in höhere Welten (gelb) und mit einem Zug hinunter in tiefere Welten.

30 juni 1924
Am Anfang war die Wärme
Was ursprünglich allem zugrunde lag, ist die Wärme oder das Feuer... nicht ein Urnebel war ursprünglich da, ein toter Urnebel, sondern lebendige Wärme war ursprünglich da.’

zaterdag 14 november 2009

Omraming

Behalve het bericht ‘Bloggen en antroposofie’ waarover ik gisteren in ‘Omkoperij’ berichtte, behoorde tot het nieuws afgelopen donderdag op antroposofie.nl ook ‘Triodosman Peter Blom over het nieuwe bankieren’:

‘Terwijl de financiële wereld eind 2008 volledig in elkaar stortte, bleef Triodos Bank stevig overeind staan. Directievoorzitter Peter Blom doet in het pas verschenen boek “Het nieuwe bankieren” uit de doeken wat de aanpak van de bank is. De kredietcrisis heeft ons met de neus op de feiten gedrukt: ons financiële stelsel deugt niet. Het bankmodel dat Triodos Bank al bijna 30 jaar hanteert, blijkt wél bestand tegen financiële turbulentie. Peter Blom geeft in Het nieuwe bankieren zijn analyse en legt uit waarom Triodos Bank zich niet uitsluitend ten doel stelt om maximaal financieel resultaat te halen. Blom biedt een frisse kijk op de samenhang tussen kapitaal, arbeid en natuur. Hij ziet voor banken een grote maatschappelijke rol weggelegd. In dit boek – dat journalist Tobias Reijngoud na vele gesprekken met Blom schreef – daagt de directievoorzitter van Triodos Bank een ieder uit hardop de vraag te stellen wat de rol van een bank in de maatschappij eigenlijk zou moeten zijn.’

Peter Blom en zijn Triodos Bank hebben op deze weblog al vele keren gefigureerd. Maar nog niet met de laatste ontwikkelingen, zoals sinds 4 november te vinden op de homepage van de bank, onder de titel ‘Groot succes aanleiding tot vervroegd sluiten aandelenemissie Triodos Bank’:

‘Er is voor EUR 102 miljoen nieuw kapitaal ingeschreven. Dit is ruim boven de oorspronkelijke doelstelling van EUR 90 miljoen. De emissie zou lopen tot 17 november a.s.’

Dat valt nou even tegen voor wie nog dacht mee te kunnen doen. Klikkend op de link lezen we verder:

‘Triodos Bank heeft haar internationale uitgifte van certificaten van aandelen vandaag vervroegd en met succes afgerond. Er is voor EUR 102 miljoen nieuw kapitaal ingeschreven. Dit is ruim boven de oorspronkelijke doelstelling van EUR 90 miljoen. De emissie zou lopen tot 17 november a.s.

Directe aanleiding voor de emissie is de sterke groei van de activiteiten van deze duurzame bank. Triodos Bank verwacht de komende drie tot vier jaar te verdubbelen in balanstotaal, in aantal klanten en financieringen aan duurzame bedrijven. Mede als gevolg van de financiële crisis is de belangstelling voor duurzaam bankieren krachtig toegenomen. De emissie vond plaats in Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Duitsland.

Directievoorzitter Peter Blom: “Het nieuwe kapitaal legt een stevig fundament voor de verdere groei van al onze activiteiten. Wij zijn positief verrast door het feit dat de combinatie van duurzaam en transparant bankieren het publiek zo aanspreekt. Het succes van deze emissie toont aan dat steeds meer mensen kiezen voor duurzaamheid omdat het loont.”

Van de EUR 102 miljoen nieuw kapitaal is 40% ingebracht door grote institutionele beleggers. Nieuwe institutionele belegger is het Pensioenfonds voor de Grafische Bedrijven (PGB) met een belang van 5,4%. Bestaande institutionele beleggers met een belang van meer dan 5% die meegaan in de emissie zijn verzekeraar Delta Lloyd, Friesland Bank, Rabobank en het pensioenfonds ABP.

Omdat de emissie is overtekend, kunnen niet alle inschrijvingen op certificaten van aandelen worden gehonoreerd. Inschrijvingen die op 31 oktober jl. nog niet waren verwerkt, worden vanaf nu in volgorde van binnenkomst toegewezen. Inschrijvingen die ontvangen zijn na 4 november 2009 worden niet meer in behandeling genomen.

De certificaten Triodos Bank zijn niet beursgenoteerd, maar wel verhandelbaar via Triodos Bank zelf. Bij de oprichting van Triodos Bank is bewust gekozen voor certificering van de aandelen om zo de onafhankelijkheid en de missie van de bank te waarborgen.’

Weer even terug naar het boek ‘Het nieuwe bankieren – de duurzame oplossingen van bankier Peter Blom’. Auteur is Tobias Reijngoud. Op zijn website schrijft hij over zichzelf:

‘Tobias Reijngoud (1970) is freelance journalist en schrijft voor NRC Handelsblad, nrc-next, De Groene Amsterdammer, FEM Business, Africa Magazine, Sp!ts en uitgeverij Kosmos. Hij publiceert onder andere over ontwikkelingshulp, Afrika, China, klimaatvraagstukken en economie. Tobias geeft aan de Hogeschool Utrecht les in wetenschappelijk schrijven.

Tobias volgde de opleiding Journalistiek voor Academici aan de School voor Journalistiek in Utrecht. Hij werkte als projectleider bij Rijkswaterstaat. In de jaren negentig studeerde hij af als geograaf aan de Universiteit Utrecht.’

Behalve ‘Het nieuwe bankieren’ publiceerde hij dit jaar ook ‘Ontwikkelingshulp in 2 uur en 53 minuten’:

‘Er zijn maar weinig onderwerpen die de gemoederen zó kunnen bezighouden als de eenvoudige vraag: helpt hulp? In de media buitelen voor- en tegenstanders over elkaar heen met felle en soms emotionele betogen. Maar wie heeft er nou eigenlijk gelijk? Voor de gemiddelde krantenlezer of journaalkijker is dat moeilijk uit te maken. Dit toegankelijke boek zet alle argumenten op een rijtje en wapent de lezer met achterinformatie en historische perspectieven over ontwikkelingshulp. Het ideale boek voor mensen die meer willen weten over hulp maar er niet al te veel tijd aan kunnen besteden. Niet méér dan 2 uur en 53 minuten.’

De website van Tobias Reijngoud bevat een grote hoeveelheid interessante artikelen die onder andere over deze onderwerpen gaan. – Op dezelfde donderdag 12 november kwam Biologica met het bericht ‘80.000 handtekeningen voor “bio BTW-vrij”’:

‘Op Biologica’s webpagina over petities om te tekenen vragen we al een tijdje aandacht voor de burgerpetitie “Biologisch BTW-vrij”. Inmiddels heeft deze petitie meer dan 80.000 handtekeningen verzameld, in principe genoeg om het onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer te zetten. NRC Handelsblad wijdde vorige week een blog aan de kwestie, met een aantal interessante reacties.

Iets anders: de petitie “Stop de bijensterfte” heeft ook al meer dan 35.739 handtekeningen. Nog maar 4261 nodig voor behandeling in de Tweede Kamer. Teken hem hier.’

De dag ervoor had Biologica het bericht ‘10 miljoen voor groene veredeling’:

‘Minister Gerda Verburg van LNV stelt 10 miljoen euro beschikbaar voor innovatieve projecten op het gebied van klassieke plantenveredeling. De resultaten moeten zowel voor de biologische als de gangbare landbouw bruikbaar zijn.

In de klassieke plantenveredeling worden verschillende rassen of variëteiten van één ras met elkaar gekruisd om zo betere opbrengsten of meer robuuste planten te krijgen.

De regeling geldt voor veredelingsprojecten waarin wordt gewerkt aan rassen die minder inputs nodig hebben, d.z.w. minder afhankelijk zijn van een hoge mestgift of gewasbeschermingsmiddelen en rassen die beter omgaan met veranderende klimaatomstandigheden. Het programma heeft een looptijd van 10 jaar met een tussentijdse evaluatie na 4 jaar. Ondernemers kunnen tot 10 januari 2010 een onderzoeksvoorstel indienen.

Biologica is verheugd over deze stimulerende maatregel van het ministerie van LNV. De overheid investeert al jaren fors in veredeling met behulp van biotechnologie. Biologica heeft hard gelobbyd voor meer aandacht voor klassieke veredeling om te zorgen dat er ook de toekomst voldoende aanbod is van GGO-vrije robuuste rassen.

De themawerkgroep Uitgangsmateriaal en Veredeling, van kennisnetwerk Bioconnect, droeg bij aan het tot stand komen van dit programma door het opstellen van een visie op veredeling voor de biologische landbouw.’

Kijken we op de website van Bioconnect wie tot deze themawerkgroep behoren, zien we onder andere het Louis Bolk Instituut goed vertegenwoordigd, met bekende namen:

‘Stikstofplasticiteit bio-aardappel
Ontwikkeling van selectiecriteria voor veredeling op stikstofplasticiteit bij aardappel. (informatie: m.tiemens@louisbolk.nl)

Selectiemilieu ui
Levert selectie onder biologische omstandigheden beter aangepaste rassen dan selectie onder gangbare omstandigheden? (informatie: e.lammerts@louisbolk.nl)

Opstart biologisch aardappelveredelingsprogramma
i.s.m. kweekbedrijven en hobbykwekers.(informatie: e.lammerts@louisbolk.nl)

Ketengestuurde selectie van biologische baktarwerassen
Geschiktheid van nieuwe veredelingslijnen voor biologische teelt en bakkwaliteit. (informatie: a.osman@louisbolk.nl)’

Maar niet alleen hen, ook deze organisatie:

‘Stichting Zaadgoed
Stichting Zaadgoed stimuleert biologische vermeerdering en veredeling door en voor de biologische sector. Dit doet ze onder andere door het ondersteunen van praktijkonderzoek, het organiseren van de cursus selectie in eigen boerenhand en het geven van voorlichting aan boeren en consumenten. Biologica neemt deel aan het bestuur van de stichting en is betrokken bij de uitvoering van diverse projecten. Kijk voor meer informatie op http://www.zaadgoed.nl/

Zo, nu heb ik de meest interessante dingen van afgelopen donderdag wel gemeld. Op één na. Ik ontdekte puur per toeval dit:

‘Carolien Visser 90 Jaar!
Alle bewoners en medewerkers zijn op donderdag 12 november van 16.00-17.00 uur uitgenodigd om gezamenlijk in de Halde de 90ste verjaardag van Carolien te vieren.’

Over Carolien Visser heb ik nog nooit hier geschreven. Dat ga ik nu ook niet doen, want dat zou te veel omvatten. Zij was samen met haar echtgenoot Norbert Visser (beiden waren musici) mede oprichter van sociaaltherapeutische instelling Scorlewald in Schoorl (N-H), die aan de wieg heeft gestaan van de Raphaëlstichting, een van de grootste antroposofische zorgaanbieders in Nederland (daar heb ik wel vaker over geschreven). Carolien Visser is kortom een pionier. ‘De Halde’ is trouwens het centrale zaalgebouw van Scorlewald. Ik moet meteen ook denken aan Nel Lievegoed-Schatborn van Zonnehuizen, die in juli honderd jaar is geworden (ik schreef het laatst over haar op 19 september in ‘Zelfzin’).

Nu is het bijzondere ook nog dat dit bericht dat Carolien Visser negentig is geworden stond in het weekbericht van Scorlewald, waarop ik, zoals ik al schreef, puur per toeval de hand wist te leggen (het is niet op internet op de website van Scorlewald te vinden). En laat dit weekbericht van 11 november nou net precies de vierhonderdste te zijn! Dat is minstens een vermelding en eigenlijk ook wel een feestje waard. Er staat dan ook in dit weekbericht, omraamd met feestelijke kleuren:

‘Het 400ste Weekbericht!!!!
Op 6 september 2000 verscheen het eerste weekbericht! Weekbericht nr. 1 t/m nr. 320 werd door Hanneke Wiegers samengesteld. Vanaf 1 januari 2008 ben ik Hanneke opgevolgd en met heel veel plezier stel ik het weekbericht samen. Doel van het weekbericht is om o.a. een communicatiemiddel te zijn door het publiceren van o.a. notulen van b.v. middengroep, cliëntenraad, bewonersvergadering e.d. Zo wordt duidelijk wat er leeft en gaande is, de agenda wordt gepubliceerd en verder kan een ieder met al zijn vragen en mededelingen, kopij inleveren bij de receptie. Anonieme stukken worden niet geaccepteerd.

Het weekbericht ontstond o.a. door een in die tijd veranderde stijl van werken. Bij de receptie zijn een 3-tal mappen waarin alle 400 weekberichten zitten. Wil je eens door de geschiedenis van Scorlewald in de afgelopen negen jaar wandelen en de ontwikkeling van het weekbericht inzien, dan kun je altijd terecht bij de receptie, daar staan de mappen.

Ik hoop het weekbericht in de toekomst met veel plezier te blijven en vooral mogen maken.
receptie Anneke van Lingen’

Kijk, op zulk soort inzet wordt heilpedagogie en sociaaltherapie gebouwd.

vrijdag 13 november 2009

Omkoperij

Nou, het wonder is geschied. De website van de Antroposofische Vereniging in Nederland (met ‘Berichten en aankondigingen vanuit en over de antroposofische vereniging en beweging in Nederland’) is gisteren iets nieuws opgevallen, ‘Bloggen en antroposofie’ namelijk:

‘Het bijhouden van een weblog wordt ook in antroposofische kringen populair. Was het bloggen in Duitse antroposofische kringen al een veel langer bestaand fenomeen, in Nederland komen er langzaamaan ook steeds meer bloggers. Op tenminste twee van die weblogs komen ook “antroposofische” onderwerpen aan bod. Michel Gastkemper schrijft (bijna) elke dag (http://antroposofieindepers.blogspot.com/) over antroposofie in de media. In zijn weblog wil hij “ruimte geven om antroposofie, zoals zij in de media verschijnt, op haar merites te beoordelen. Vanuit een positieve instelling. Maar niet kritiekloos”. Hugo Verbrugh (http://www.vkblog.nl/blog/85252/Middernachtszon ), schrijft over vele onderwerpen. Hij reflecteert onder meer op “het verschijnsel Van Lommel in het algemeen” en “Van Lommel en de antroposofen” in het bijzonder. Zijn blog roept veel op. Op zijn bijdrage “Waarom doen antroposofen nooit mee in het publieke debat over, bij voorbeeld, de Vrije School?” kreeg hij maar liefst 144 reacties.’

Het was op zondag 1 november dat Hugo Verbrugh op zijn eigen weblog in een van de commentaren (een van die 144 hierboven genoemde, nr. 136, als ik goed geteld heb) schreef:

‘Zou er in Motief plaats zijn voor de mededeling dat er verschillende blogs zijn die al geruime tijd als min of meer “duidelijk lichaam” functioneren om te doen wat Besseling voorstelt? Ik denk natuurlijk in de eerste plaats aan die van verschillende “reageerders” op deze blog en deze “Middernachtszon” zelf, en er zijn er vast nog wel meer.

Het – nee, slechts één – probleem is dat ik zelf eigenlijk niet weet of en zo ja in hoeverre ik deze vraag retorisch bedoel, en zo ja met welk stilzwijgend voorondersteld antwoord.

Een ander probleem is: stel dat ik de vraag niet retorisch bedoel en er in Motief niet alleen plaats is maar dat deze mededeling die plaats ook krijgt – zou het verschil gaan maken? Ik ben onder de indruk gekomen van de hoeveelheid en de kwaliteit van alle reacties tot nu toe hierboven – maar gaat dat allemaal enig effect sorteren? En is deze vraag wel of niet retorisch?

“Never take ‘no’ for an answer”, leerde het Italiaanse jongetje van de Amerikaanse soldaat in “The Small Miracle” van Paul Gallico.

Ik stuur in elk geval een copie van deze opmerkingen naar Motief – wait and see...’

Nou, zijn gebed is verhoord; hij wordt op zijn wenken bediend, in nauwelijks twee weken tijd. – Echt belangrijk nieuws van vandaag is echter heel wat anders. Het stond vandaag op de nieuwspagina van Stichting Demeter, onder de titel ‘Demeter-boeren rond tafel voor eerlijke melkprijs’:

‘Het mag bijna geen nieuws meer heten: Melkveehouders werken beneden de kostprijs. Kan het de bedoeling zijn dat melk, de witte motor van Joris Driepinter, wordt gebruikt als meststof? Enkel en alleen omdat melk in de markt minder opbrengt dan menig fles mineraalwater?

De Demeter-melkveehouders zijn in gesprek met verwerkers, handel en winkeliers om duurzame afspraken te maken. Lees verder

Lees je verder, dan vind je een tekst met ‘Persbericht’ erboven. Na de hierboven al geciteerde inleiding volgt dit:

‘Afgelopen week hebben de Demeter-melkveehouders op Warmonderhof in Dronten een eerste ronde tafelgesprek georganiseerd met hun melkverwerkers, handelaren en winkeliers. Onderwerp van gesprek was de melkprijs in de keten van biologisch-dynamische boer tot consument. De Demeter-melkprijs is namelijk gekoppeld aan de gangbare melkprijs. De Demeter-boeren ontvangen bovenop de gangbare melkprijs een vergoeding voor de extra kosten die ze maken. Als de melkprijs voor gangbare boeren zoals nu te laag is, dan krijgt de biologisch-dynamische boer automatisch ook te weinig voor zijn duurzaam geproduceerd product. Maar de prijzen van de Demeter-zuivel in de winkel zijn niet navenant gedaald. Terwijl mensen die kiezen voor een Demeter-product er vanuit gaan dat de boer een eerlijke prijs ontvangt voor zijn of haar werk. Ook veel natuurvoedingswinkeliers en -handelaren hebben hun vraagtekens bij de prijzenoorlog die vanuit supermarkten lijkt te worden aangejaagd.

Omdat Demeter-melkveehouders door de prijzenslag in problemen dreigen te komen, hebben zij de verwerkers en handel uitgenodigd om mee te denken over eerlijke en duurzame afspraken over hun eerlijke en duurzame product. Tijdens de bijeenkomst is onder andere gesproken over de mogelijkheden van kostenbesparing door efficiënter werken en over een transparanter en eerlijker prijsopbouw. Het eerste gesprek heeft direct opgeleverd dat samengewerkt gaat worden in transport en verwerking.

Biologisch-dynamische boeren vertellen graag hun prachtig verhaal. Over koeien met horens, die buiten grazen in kruidenrijk grasland. Of ’s winters in het stro op stal. Omdat dat voor die koe zo lekker ligt en om die vaste mest. Dat is namelijk andere mest dan drijfmest. Pioniers zijn het altijd al geweest, die bd-ers. Die het net wat anders doen. De koeien geven minder melk, maar wel vol en romig. Vol gezondheid, liefde en levenskracht. Nu gaan de pioniers van de biologische landbouw rond de tafel om ook op sociaal economisch vlak hun pionierswerk te doen. Er is draagvlak in de keten voor een vervolg.’

Het Agrarisch Dagblad sprong er vandaag meteen op, met het bericht ‘Biologisch dynamische melkveehouder krijgt zicht op hogere melkprijs’:

‘De biologisch-dynamische melkveehouders die zijn aangesloten bij de stichting Demeter krijgen in de toekomst mogelijk een hogere melkprijs die is losgekoppeld van de prijs voor gangbare melk. De boeren werken aan de opzet van een eigen afzetcoöperatie. Momenteel krijgen boeren met een biologisch-dynamisch melkveebedrijf circa 3,5 cent meer voor de melk die zij leveren dan een biologische melkveehouder. Bij de huidige uitbetaling krijgen de boeren hun kosten echter bij lange na niet gedekt.

Er zijn circa 30 biologisch dynamische melkveebedrijven in Nederland die samen circa 9 miljoen liter melk leveren. Van de productie wordt 1,5 miljoen liter gebruikt om boerderijzuivel te maken. De rest wordt afgeleverd aan een grote verwerker. De biologisch-dynamische producten worden afgezet via natuurvoedingswinkels.’

Wil je meer weten over deze uitgangspunten, helpt John Hogervorst van tijdschrift ‘Driegonaal’, onder de titel ‘Het stokje doorgeven’, je op zijn website verder op weg:

‘De manier waarop we de economie vormgeven, of beter gezegd: dat wij in de economie de boel de boel gelaten hebben op basis van de illusie dat alles het best voor elkaar komt als ieder voor zichzelf zorgt, heeft van de moderne economie een strijd op leven en dood, vriendelijke gezegd een wedloop gemaakt.

Vals spelen, dopinggebruik, omkoperij, de tegenstander beentje lichten, in de wereld van de sport gaat niet alles volgens de regels. Een moeilijk klimaat voor de sporter die “clean” is en zich aan de regels houdt. Zo is het ook in de economie.

En toch, juist omdat de economie in onze tijd zo’n nadrukkelijk stempel op het hele menselijk leven drukt, is het van groot belang dat er bedrijven zijn die het anders proberen, die op een “gezonde manier” in de economie actief willen zijn.

De Estafette Associatie is een van de “witte raven” in de economie. De Associatie, actief op het gebied van (BD en biologische) voeding, bestaat uit de groothandel Odin, de activiteiten op het gebied van groenten- en fruitabonnementen van Odin en de, inmiddels tien, Estafette biologische winkels. Het bedrijf is zo vormgegeven dat het eigendom geneutraliseerd is: het geheel of delen van het bedrijf kunnen niet verkocht worden. De Associatie streeft naar evenwichtige verhoudingen en bij voorkeur een sterke wederzijdse betrokkenheid, met zowel consumenten als producenten. Met de groenten- en fruitabonnementen, met een sinds enkele maanden gestart systeem van spaarzegels en met de mogelijkheid om financieel aan het bedrijf deel te nemen in de vorm van participaties, wordt de consument op verschillende manieren uitgenodigd om zijn betrokkenheid te tonen.

Die extra betrokkenheid van de consument geeft hem/haar een concrete mogelijkheid de verantwoordelijkheid die elke consumentendaad “aankleeft” op zich te nemen. En in de context van de moderne economie is die betrokkenheid voor het bedrijf zelf ook meer dan wenselijk. Waar anderen “leunen” op dopinggebruik, overtreding van de regels e.d., kan een economische witte raaf alleen “leunen” op de consument, wiens behoefte immers het fundament van alle economische activiteit is.

De consument die zich meer dan vrijblijvend wil verbinden met een bedrijf, wil natuurlijk wel weten waarméé hij zich dan verbindt. Met andere woorden, geen gezonde economie zonder transparantie. De consument moet zich een inzicht kunnen vormen in de bedrijfsvoering, in de kwaliteit van de producten, in de prijsvorming, in de opbouw van de organisatie, de samenwerking (onderling en met leveranciers e.d.).

Vanuit dit gezichtspunt is kort geleden een eerste brochure verschenen waarin de Estafette Associatie inzicht geeft in de uitgangspunten waarnaar het bedrijf zich richt. Deze brochure, geschreven door Jan Saal, handelt over de rol van het geld in de voedselketen die loopt van boer naar consument. In de brochure worden o.a. de verschillende geldkwaliteiten (koopgeld, leengeld, schenkgeld) behandelt en de situatie van onderlinge wederkerigheid die in de geldstroom wordt uitgedrukt. Relaties en participanten van de Associatie ontvangen deze brochure, samen met een Bericht waarin concreet wordt getoond hoever het bedrijf is met het thema dat in de brochure is behandeld. Zo geven brochure en bericht samen een beeld van inhoudelijke uitgangspunten enerzijds en concrete stappen en voornemens anderzijds.

Wie neemt het stokje aan?

Meer informatie over de Estafette Associatie: www.estafette.org.

De brochure is voor € 2,50 ook los verkrijgbaar, via de boekhandel of www.abc-antroposofie.nl.

Naschrift:
Inmiddels verschenen een tweede en een derde brochure:
2. De moderne consument in een associatieve economie (John Hogervorst)
3. Waardering maakt een mens schepper op aarde (Jan Saal)’

Estafette en Odin kennen we hier, omdat we het er al vaker over gehad hebben, bijvoorbeeld op 2 september in ‘Kersvers’. Dat is dus inmiddels alweer twee maanden geleden... Eens gauw kijken. En ja hoor, de website van de Estafettewinkels is nu echt helemaal up-to-date. ‘Welkom bij Estafette de biologische eetwinkel’ staat erboven:

‘Estafette de biologische eetwinkel is een groeiende keten van biologische winkels. Inmiddels zijn er 14 Estafette-winkels in Nederland, van Alkmaar tot Maastricht en van Zutphen tot Delft. Bij Estafette de biologische eetwinkel vindt u een uitgebreid assortiment dagelijkse boodschappen, met de prettige zekerheid dat alle producten afkomstig zijn uit de biologische en biologisch-dynamische landbouw: van koffie en thee tot rijst en pasta, van broodbeleg en vruchtensap tot noten en zuidvruchten en van zuivel tot brood. Maar ook voor verse groenten en fruit van het seizoen, ambachtelijke boerenkazen, natuurlijk vlees en mooie wijnen bent u bij ons aan het goede adres.

Op onze site kunt de weekaanbiedingen bekijken en het laatste nieuws lezen. Wilt u ons Estafette Weeknieuws per email ontvangen, dan kan dat vanaf nu ook. En misschien wordt u geïnspireerd door het recept van de week: elke week een andere seizoensrecept, met een link naar de website van Odin voor nog meer kookinspiratie.

“Duurzame voeding voor de geest” met lezingen Estafette Academie in Alkmaar

Eind september opende van Estafette de biologische eetwinkel van Alkmaar haar deuren in winkelcentrum De Mare. Om de opening te vieren organiseert de winkel in samenwerking met Estafette Academie drie avonden met “duurzame voeding voor de geest”:

– Op maandagavond 2 november: “Wat betekent de biologisch-dynamische landbouw voor onze voeding en gezondheid?” met een proeverij van verse biologisch-dynamische producten

– Op maandagavond 23 november: “Wat hebben voeding en opvoeding met elkaar te maken?” met een proeverij van hapjes en snoeperijen voor Sinterklaas

– Op maandagavond 14 december: “Wat is een eerlijke economie voor gezonde voeding?” met een proeverij van fairtrade producten voor de kerst, van ver weg en dichtbij

De avonden vinden plaats van 19.45-22.00 uur in bibliotheek De Mare op de Laan van Straatsburg 2 in Alkmaar. Geïnteresseerden kunnen zich melden aan de ingang aan de achterkant van de bibliotheek. De toegang is gratis.’

donderdag 12 november 2009

Pompoen

FOK! is nu niet bepaald de website die ik regelmatig bezoek. Ook niet voor het FOK! Nieuws. Maar soms is er aanleiding om het wel te doen. Zoals vandaag. Op de frontpage stond namelijk de hele ochtend dit, onder de aanduiding ‘column’:

Een pompoen in je reet - culicolumn
door: bazbo (bazbo)
In de verre groentela van de koelkast ligt een pompoen. Zon oranje. Te klein om een Halloweenmasker van te maken; te groot om te negeren. Hoe kom ik aan een pompoen? Nou, dat komt zo. Ik heb een abonnement op een biologisch groentepakket.’

Maar voordat ik daarnaar overschakel, eerst nog wat gegevens over deze FOK! website. Over ‘De geschiedenis van FOK!’ vermeldt:

‘Wat is FOK!?
FOK! is ooit begonnen als jongerensite, met als doel de grootste van Nederland te worden. Groot zijn we geworden, maar FOK! is allang niet meer voor jongeren alleen. Tegenwoordig noemen we onszelf graag “de grootste online community van Nederland”. Verderop in deze FAQ kun je zien uit welke onderdelen FOK! tegenwoordig bestaat.

Hoelang bestaat FOK! al?
Alhoewel FOK! pas officieel zijn deuren opende op 1 oktober 1999, is het FOK!forum al sinds juli 1999 actief. FOK! bestaat dus eigenlijk sinds de zomer van ’99, maar officieel is het 1 oktober 1999. Meer over het ontstaan van FOK! kun je hier vinden.

Wat is dat nou met Big Brother?
Enkele weken voor de start van FOK! begon in Nederland de eerste editie van het reality-programma Big Brother. De oprichter van FOK!, Danny, volgde dat en begon met zijn bandrecorder wat gesprekken op te nemen. Die gesprekken werden vervolgens gepubliceerd op de plek waar FOK! enkele dagen later zou gaan starten, en mede door die opnames, samen met de discussies op het forum werd FOK! dé plek om over Big Brother te lullen. Je kunt wel zeggen dat dit alles FOK! een enorme kickstart heeft gegeven, en de groei is nooit meer afgenomen.’

Weten we dat ook weer. Zijn we een beetje op de hoogte van de Nederlandse jongerencultuur van dit moment. – Nu naar die culinaire column. Die is namelijk best curieus (alleen die titel al). Maar ook leuk. Hij gaat zo:

‘Column - door bazbo op 12-11-2009 06:00

Het is weer hoog tijd voor een culicolumn. Nietwaar, beste lezers? Een ware bazbo let altijd goed op wat de wensen en behoeften van zijn lezende publiek zijn. Hoeveel vragen kreeg ik al niet naar een culicolumn? Niet zo veel, maar altijd nog meer dan vragen naar een column over mijn nieuwe werkplek, mijn zwakke darmen of de leuke meisjes die ik tegenkom. Ik bedank dan ook die ene FOK!ker die tijden geleden wél eens vroeg naar een culicolumn. Ik heb een selecte lezersgroep, waar ik heel blij mee ben. Als ik nu in de ether zou zijn, zou ik jullie allemaal de groeten doen, hoor!

Potdomme, wat ligt hier nu nog in een verre groentela in de koelkast? Het is niet onze reguliere koelkast in de keuken. Nee zeg, anders had ik het wel eerder zien liggen. Ik sta hier in mijn schuurtje. Naast de vijf fietsen en een antieke kinderwagen uit de jaren twintig van de vorige eeuw, staan er wat kasten, onze bungalowtent en verdomd, we vonden nog plek voor onze oude koelkast. Daar bewaren we spullen die we niet direct nodig hebben. De vriezer puilt weer uit. Het is een oud apparaat dat ermee uitscheidt als de omgevingstemperatuur lager is dan acht graden Celcius. De winter komt er weer aan; alert zijn, dus.

In de verre groentela van de koelkast ligt een pompoen. Zo’n oranje. Te klein om een Halloweenmasker van te maken; te groot om te negeren. Hoe kom ik aan een pompoen? Nou, dat komt zo.

Ik heb een abonnement op een biologisch groentepakket. Iedere vrijdagmorgen komt hier een vrachtwagen voorrijden. De bestuurder is een medewerker van een biologisch-dynamische boerderij. Hij zet een hele stapel kratten onder mijn carport. Die kratten zitten boordevol vers geoogste groenten en fruit, zo biologisch en dynamisch als de pest.

Terzijde:
Achteraf gezien was de pest een biologisch fenomeen dat de bevolkingsaantallen flink wist te reduceren. De ziekte verspreidde zich razendsnel en was daarmee dus bijzonder dynamisch.
Einde terzijde.

Op vrijdagmiddag komen dan mensen uit de buurt, die een abonnement hebben, hun groentepakket ophalen. De geitenwollensokken laten zakken met bonen, allerlei kolen, bossen prei en wortelen in hun fietstassen verdwijnen. Maar niet voordat ikzelf het mooiste pakket eruit heb gehaald. Wat snel op moet, neem ik gelijk mee naar de keuken, maar wat nog even kan blijven liggen leg ik in de koelkast in de schuur. Zoals die pompoen. Daar ging het om.

Leuk, dat ding. Maar wat doe je ermee? Halloween is al geweest. Bovendien is hij te klein voor een masker. Door een ruig leven vol verkeerd eten en alcohol heb ik een dikke kop gekregen, die wel vier keer zo groot is als deze pompoen. Decoratief naast de voordeur leggen? Bovenop de stapel van de pompoenen van de afgelopen twee maanden? Verzin eens wat nieuws. Zou je een pompoen ook kunnen eten? Het antwoord is eenvoudig en toch simpel: ja, een pompoen kun je ook eten.

Je kunt hem eten, maar hij smaakt eigenlijk nergens naar. Nogal weeïg. Toch kun je er in de keuken leuke dingen mee doen. Nee, niet in je kont stoppen, hoor! Voordat je dat ding voorbij je tweede sluitspier hebt, ben je doodop. Voor dat soort doeleinden kun je beter een prei of peen gebruiken.

Hoe krijg je voor elkaar dat er aan pompoen wél een beetje smaak komt? Over het algemeen is mijn tip: gooi er kaas overheen. Kaas moet je overal overheen gooien. Ooit schrijf ik de allesverklarende column over kaas. Help me onthouden.

Graskaas bijvoorbeeld is goddelijk. Vooral die uit de Beemster. Graskaas is alleen verkrijgbaar in het voorjaar en de vroege zomer. Graskaas? hoor ik u vragen. Ja, dat is een heel zachte, jonge kaas van koeien die de hele dag in het gras hebben gelopen. Dus niet in een hok binnen. Brandnetelkaas, is dat dan kaas van koeien die de hele dag in de brandnetels hebben gelopen? Hoe zit het dan met peperkaas? En smeerkaas? Gadverdamme!

Kaas moet je overal overheen gooien. Maar niet over de pompoen. Ik ga een geheim verklappen: pompoen smaakt retegoed in combinatie met kaneel. Zo maak ik iedere winter wel een keer de vegetarische erwtensoep met pompoen en kaneel. De bereidingswijze is geheim, dus daar kunt u naar fluiten. Wél geef ik hieronder het recept van een fenomenale stoofpot van kalfsvlees met pompoen. Én kaneel. Zonder kaas.

Om die stoofpot klaar te maken heb je ikweetniet-hoeveel gram kalfsvlees nodig. Nu ligt er zelden kalfsvlees bij de supermarkt. Dus heb ik als alternatief runderbraadlappen meegenomen. Dat is een heel gedoe. Vlees wordt namelijk verpakt per twee of vijf stuks. Zéker de aanbiedingen. Deze week zijn de runderlappen weer in de reclame.

Het grote probleem met aanbiedingen en speciale kortingen in het algemeen is dat je thuiskomt met producten die je eigenlijk helemaal niet nodig hebt. Je denkt dat je goedkoop uit bent met “Tijdelijk: vijf roomschnitzels halen, vier betalen!” Maar wat moeten wij met vijf roomschnitzels? Wij hebben er maar drie nodig. Of zes, als we grote trek hebben. Als ik er vijf koop, hou ik er twee over of kom ik er eentje tekort. Voor deze aanbieding moet het gezin dus altijd bestaan uit vijf personen. Of tien, dan koop je gewoon twee pakketten. Of een veelvoud van vijf. Maar wij, wij zijn thuis met zijn drieën. Wat moeten wij met vijf roomschnitzels? Hoe verdeel je die over drie mensen? Ik vind dat de winkel op deze manier stookt in een goed huwelijk en een harmonieus gezin.

Kalfsvlees of runderlappen, wat doet het er eigenlijk toe? Ga vooral af op je eigen smaak. Gebruik desnoods cordon bleus of kaasschnitzels, wat kan mij het ook eigenlijk schelen.
Een oranje pompoen hoef je niet te schillen. Wél is het slim om hem een kwartiertje in heet water te leggen; dan wordt het vlees zacht en kun je het makkelijker snijden. Verwijder de pitten (Bewaren! Begin je eigen pompoenplantage!) en snijd hem in kleine blokjes. Allahmachtig, wat een takkewerk. Maar het uiteindelijke resultaat is verbluffend. Zeg dat ik het gezegd heb. De rest van de aanwijzingen staat verderop.

Volgende keer een culicolumn over hoe je klonten in de kots kunt voorkomen. Door goed te kauwen. Of heb ik nu alles al verraden?

Apeldoorn, november 2009

= = =

Recept voor de stoofpot met pompoen!

Benodigdheden: (voor vier personen):
600 gram magere runderlappen – kaneel – paprikapoeder – peper – zout – 2 uien – 1 grote rode paprika – 2 teentjes knoflook – (olijf)olie – oregano – 200 ml bouillon – 1 kleine pompoen

Snijd de runderlappen in kleine stukken. Meng ze met kaneel, paprikapoeder, peper en zout.

Snijd de uien en de paprika in kleine stukken.

Verhit de olijfolie in een braadpan en bak het rundvlees op hoog vuur bruin.

Doe dan de uien, paprika en oregano erbij. Als er veel vocht van het vlees afkomt, giet dat dan af. Laat de groente zachtjes meebakken.

Voeg de bouillon toe. Laat alles afgedekt ruim een uur pruttelen.

Maak ondertussen de pompoen schoon. Verwijder de pitten en snijd de pompoen in blokjes.

Als het vlees een uur heeft geprutteld, doe dan de pompoen erbij. Laat dit in nog ruim een half uur gaar worden. De pompoen moet net niet uit elkaar vallen.

Eet smakelijk!

Apeldoorn, november 2009’

Halloween? Dat is alweer twee weken geleden. Gisteren was het Sint Maarten! Daarop kun je ook met leeggeschraapte pompoenen met een kaarsje erin rondlopen... en dan ’s avonds pompoenensoep eten. Ook dat is biologisch-dynamisch.

woensdag 11 november 2009

Pauper

Gisteren meldde ik nog dat op de weblog van de Vereniging van vrijescholen wel een reportage in beelden werd beloofd, maar dat die merkwaardig genoeg ontbrak. Dat is vandaag dan hersteld. Nu staat zelfs op de welkomstpagina van de Vereniging van vrijescholen dit, onder de titel ‘Samenvatting MichaëlConferentie 2009 online’:

‘Op de MichaëlConferentie 2009 zijn videoopnamengemaakt. Op ons weblog is een samenvatting van de dag te zien. De komende tijd zullen er veel meer video-, geluids- en beeldmateriaal gepost worden. Klik hier om naar het weblog te gaan.’

Om 10.45 uur werd daar ‘Samenvatting MichaëlConferentie 2009 nu online’ geplaatst:

‘Tijdens de MichaëlConferentie 2009 zijn beeldopnamen gemaakt. In deze post een samenvatting. Houdt ons weblog in de gaten voor meer video-posts.’

Dat was niet aan dovemansoren gericht. Want al om 12.09 uur werd daaraan toegevoegd ‘Op veler verzoek: Rede en presentatie prof. dr. Gert Biesta’:

‘Op 5 oktober 2009 hield prof. dr. Gert Biesta, The Stirling Institute of Education, University of Stirling, Scotland, UK, een rede tijdens de MichaëlConferentie 2009. In een eerdere post publiceerden we de rede van Biesta. Nu op veler verzoek ook de bijbehorende diapresentatie. Wij zijn prof. dr Biesta zeer erkentelijk voor het vrijgeven van zijn rede en presentatie. Klik hier voor de presentatie.’

Onder de link is een fraaie, vijftien pagina’s tellende Power Point Presentatie te vinden. – Dat doet me meteen denken aan de wekelijkse bijdrage die Joris Luyendijk publiceert op zijn weblog bij NRC Handelsblad. Op vrijdag 9 oktober 2009 was dat de ‘Webversie voor NRC Weekblad 17 oktober’, met als titel ‘Powerless pointless Presentatie’ (in het een week later uitgekomen Weekblad was die titel omgevormd tot het nog veel fraaiere ‘Pauper Point Presentatie’). Hij schreef daarin onder meer:

‘Vandaag richt ik mij tot al diegenen onder u die bij congressen of presentaties worden onderworpen aan Power Point Presentaties. Uw correspondent werkt soms als dagvoorzitter, en dan zijn er vaak sprekers, meestal de onzekere, verlegene en incompetente onder hen, die hun verhaal gieten in wat dan in het draaiboek PPP heet.

Wat een ramp. Het komt er bijna altijd op neer dat de spreker staccato voorleest wat op het scherm al te lezen is: “Ja, u ziet het hier, situatie tot 2020, 80 procent nog steeds op benzine, maar 20 procent op alternatieve brandstoffen en als je die dan opsplitst, eens kijken, ja, daar is de volgende slide, oh nee, even terug, wacht ja, dat is de goede haha, dan zie je zes procent bio en drie procent elektrisch, gaan we dan naar 2025 dan ziet het plaatje er zo uit, benzine in procenten...” Vaak schiet uw dagvoorzitter na zo’n presentatie iemand op de eerste rij dood, om de overige aanwezigen weer wakker te krijgen.’

Hij vertelt vervolgens een eigen ervaring, namelijk dat hij voor communicatiestudenten een verhaal moest houden over elektrische auto’s, waar zij dan een flitsend filmpje van zouden moeten maken. Niet het meest spannende dus. Dat was ook aan de studenten te merken.

‘Ik stond daar dus voor die studenten die voor hun minor zo’n filmpje gaan maken, met door mij aangeleverde informatie over de kansen en voordelen, respectievelijk nadelen en risico’s van de elektrische auto.

Het bijzondere was nu dat mij al pratend eindelijk de metafoor voor “onzeker risico” te binnen schoot waar ik, werkend op mijn computertje, al maanden naar zocht. Even later legde ik na een hele goede vraag spontaan iets uit op een manier waarvan ik meteen wist: ja, zo wilde ik dat al heel formuleren. Maar het kwam maar niet, eenzaam prutsend aan mijn toetsenbord.

Fluitend ging ik even later op mijn OV-fiets terug naar het station, mij wel een enorme ouwe zak voelend, maar denkend: dat loop je mis met die PPP’s: je maakt nauwelijks contact met de zaal, en zo loop je al die non-verbale feedback mis. Toen ik uit mijn hoofd stond te vertellen, wist ik al voor ik me er bewust van was of een informatie-element bij de studenten was binnengekomen of niet. De confrontatie met hun scepsis bracht het beste in mijn hersens boven.’

Maar met deze Power Point Presentatie van Gert Biesta is het vandaag nog niet gedaan. Want om 14.54 uur kwam er een derde element op de weblog bij, ‘Rede Biesta – volledige versie’. Hierin is een venster waarop geklikt kan worden, en dan begint het filmpje. Maar er is ook een aparte link die naar hetzelfde filmpje elders op internet wijst:

‘In deze post de volledige rede van prof. dr. Gert Biesta, The Stirling Institute of Education, University of Stirling, Scotland, UK in beeld. Het beeldformaat zal binnenkort worden aangepast.

more about “Michaelconferentie 2009”, posted with vodpod

Denkt u er wel om als u het filmpje wilt bekijken, dat dat ongeveer 43 minuten duurt. Dezelfde tekst lezen die Gert Biesta op schrift heeft gesteld, gaat waarschijnlijk sneller.

dinsdag 10 november 2009

Miscalleneous

Zoals iedereen kan weten die deze weblog wat vaker bezoekt, probeer ik hier naar goed journalistiek gebruik de macht een beetje te controleren. Bij deze weblog geldt dat dan vooral de spirituele macht die vanuit centrale plekken met een bepaalde invloed wordt uitgeoefend. Of is het een mengsel van spirituele met wereldlijke, om niet te zeggen seculiere macht? Hoe dat ook zij, naast de gezondheidszorg naar antroposofisch model, zijn dat vooral ook het onderwijs en de landbouw, zoals deze gemodelleerd worden naar al dan niet antroposofische principes, die mijn bijzondere belangstelling hebben. Daarmee treedt antroposofie immers in de Nederlandse samenleving duidelijk naar voren, in de schijnwerpers.

Die twee laatste gebieden komen vandaag weer eens aan bod. Niet samen, maar achter elkaar. Ik begin met de pedagogie, en wel met het ongelooflijke feit dat ik hier vier maanden geleden ook al aan de orde stelde. Ik schreef toen (dat was op 9 juli in ‘Negatieve invloed’):

‘Het is natuurlijk zomer. Dus je kunt niet verwachten dat alles en iedereen up-to-date is. Maar op sommige plekken ziet het er wel erg dol uit.’

Dat sloeg toen op de pedagogische sectie van de Antroposofische Vereniging in Nederland, in feite van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap. Bij die gelegenheid had

‘ik weer eens een kijkje genomen op de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland. Dat stemt niet vrolijk, tot mijn spijt. Wat is dat toch, dat er zo met de pet naar wordt gegooid? Waarom lukt het maar niet om er iets serieus van te maken?’

Wat bleek: er stonden vreselijk gedateerde teksten (aankondigingen van 23 april en van 9 en 10 mei) op de website, bovendien in tenenkrommend Nederlands, om over de inhoud van het gebodene maar te zwijgen. – En kijk ik nu, vandaag, nogmaals naar diezelfde pagina op internet, dan zie ik nog steeds exact hetzelfde, ik herhaal: exact hetzelfde daar staan. Als ik het niet met eigen ogen zou aanschouwen, zou ik het niet kunnen geloven. Op 9 juli riep ik al uit:

‘Dit is toch verschrikkelijk? Zet dan nog liever niets op de website. (...) Leert men het dan nooit?’

De wereld kan wel vergaan, maar de pedagogische sectie van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap blijft eeuwig bestaan.

Goed, hier gebeurt het dus niet. Een andere centrale organisatie dan maar bezocht. De Vereniging van vrijescholen. Die heeft een eigen weblog, waar ik op 3 november in ‘Rede’ nog over te spreken kwam. Gisteren werd daar het volgende aan toegevoegd, ‘Samenvatting MichaëlConferentie 2009 in beeld’:

‘Op 5 oktober 2009 werd de jaarlijkse MichaëlConferentie van de Vereniging van vrijescholen in Nijmegen georganiseerd. Hieronder een impressie in beeld. Klik in het venster om af te spelen.’

Goed bedoeld. Maar helaas, er is geen enkel (ik neem aan: YouTube) venster verschenen om ook maar iets af te kunnen spelen. Gek dat niemand dat vandaag gemerkt en hersteld heeft. Of krijgen ze het gewoon niet voor elkaar? Het is in ieder geval wel een beetje knullig. Maar we wachten af.

Dan de veelgeplaagde Geert Groote School II te Amsterdam. Ik had het daar op 28 oktober in ‘Opschorting’ en op 29 oktober in ‘Verbeteraanpak’ over. Die tweede dag verscheen een bericht op de website van deze school, ‘Het verbetertraject op de Geert Groote School 2’:

‘Het bestuur van onze school reageert op berichten in de media over het verbetertraject op de Geert Groote School 2. Klik hier om deze reactie te lezen.’

Op 5 november stond hier een nieuw bericht op, ‘Brief aan Het Parool’:

‘Het bestuur van onze school heeft een brief aan de redactie van Het Parool als reactie op een artikel in deze krant over onze school. Klik hier om deze brief te lezen.’

Aan dat artikel heb ik niet kunnen komen. Maar de inhoud van de brief van het bestuur is als volgt:

‘Met verbazing lazen wij afgelopen donderdag in Het Parool een artikel over de Geert Groote School II, met als kop “Old-school kliek heeft gewonnen”. Er staat een aantal onjuistheden in, die wij middels deze ingezonden brief graag recht willen zetten.

Het belangrijkste punt is dat in het artikel wordt ontkend dat de Onderwijsinspectie vertrouwen heeft in de ontwikkelingen op de school. Dit klopt niet. Zo schreef de inspectie op 27 oktober jl. over de Geert Groote School II: “vanaf het aantreden van het nieuwe bestuur in april 2009 en de komst van de nieuwe directeur in juni 2009 is er echter sprake van een nieuw elan bij de leraren en de ouders. Ook de leerlingen maken melding van positieve veranderingen”.

Overigens heeft de inspectie wel aangegeven dat de Geert Groote School II nog steeds onder verscherpt toezicht staat. Dit was gezien het feit dat de inspectie in juni heeft vastgesteld dat er na januari geen vooruitgang was geboekt, onvermijdelijk.

Over de stand van zaken op de school op dit moment stelt het artikel in het Parool dat het huidige bestuur niet heeft kunnen aantonen dat het verbetertraject ergens toe zal leiden”. Ook dit is onjuist. Er is de afgelopen maanden een duidelijke positieve kentering zichtbaar binnen alle geledingen van de school.

Als bestuur van de Geert Groote School zijn wij sinds het moment dat wij zijn aangetreden (eind maart 2009) hard bezig de kwaliteit van het onderwijs op de Geert Groote School II te verbeteren, zodat het goede van de vrijeschoolmethodiek krachtig wordt verenigd met de huidige onderwijseisen. Wij maken heldere afspraken met de inspectie over de uitvoering van ons verbeterplan. De uitkomst zal zijn dat de Geert Groote School II aan het eind van dit schooljaar geen zeer zwakke school meer is.

Tot slot: in het artikel wordt over twee interim-managers die op de school hebben gewerkt, beweerd dat zij nooit voor hun diensten zijn betaald. Ook deze bewering is aantoonbaar onjuist.

Met vriendelijke groeten,
Ewout Cassee
Saskia Bruines
Herman van Tongeren
Gudo Nollen
Bestuur Geert Groote School’

Het belangrijkste nieuws hiervan is, denk ik, deze uitspraak over de uitvoering van het verbeterplan: ‘De uitkomst zal zijn dat de Geert Groote School II aan het eind van dit schooljaar geen zeer zwakke school meer is.’

Dan heb ik hier een bericht dat vandaag op de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland op de nieuwspagina werd geplaatst. Titel: ‘Hogeschool Helicon beste pabo van Nederland’.

‘Pabo Hogeschool Helicon, met vrijeschoolonderwijs als specialisatie, is door studenten uitgeroepen tot de beste pabo van Nederland. Dit is de uitkomst van een onderzoek dat Elsevier recent in het themanummer “Studeren” publiceerde. De ondervraagde studenten gaven de pabo van Hogeschool Helicon gemiddeld een 8,3. Dit cijfer is samengesteld op basis van beoordelingen van onderdelen zoals de kwaliteit van het onderwijs en de docenten, de voorbereiding op de beroepspraktijk en de aanwezigheid van keuzemogelijkheden. Opleidingsdirecteur Marije van den Broek is zeer tevreden over de uitkomst van het onderzoek: “Deze score is een mooie opsteker voor onze pabo. Een positieve beoordeling van de mensen die we opleiden is zeer waardevol.” Pabo Hogeschool Helicon behoort al langer tot de top in het Nederlandse hoger onderwijs. Dit jaar stond de opleiding ook in de top op “Ranking the Pabo’s”, een onderzoek op vijf kwaliteitsindicatoren van het Onderwijsblad.’

Op 5 november had ik in ‘Bruggendans’ nog ‘breaking news’ over Hogeschool Helicon. Dat wil zeggen over de Masteropleiding, die in gevaar leek te komen door sterke vermindering van overheidssubsidie in Engeland (Helicon is hierbij namelijk strak gelieerd aan de University of Plymouth). Hiervan heb ik nog geen bevestiging gevonden. Opvallend was wel dat de volgende dag de website van Helicon totaal vernieuwd bleek. Al mijn links die ik in mijn bericht donderdag had gegeven werkten prompt niet meer. Of ook de inhoud van het geschrevene is veranderd, had ik nog niet kunnen uitzoeken. Dat blijkt wel het geval te zijn. Dus hierbij de nieuwe tekst:

‘Hogeschool Helicon heeft als enige hogeschool een universitair Masterprogramma waarin op basis van de lespraktijk onderzoek gedaan kan
worden. MEER

Bij dat ‘Meer’ gaat het over het ‘Masterprogramma – Beroepsperspectief’:

‘Voor ervaren leraren die hun rol willen verdiepen en verrijken, biedt Hogeschool Helicon het Internationaal Master Programma (IMP). Met hun praktijkonderzoek leveren Masterstudenten een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van het vrijeschoolonderwijs. Binnen het IMP doen studenten twee tot vijf jaar onderzoek in een klas, school of op meerdere scholen. Het Masterprogramma ondersteunt het onderzoek met colleges, discussiegroepen en posterpresentaties op collegedagen. Download hier de brochure.’

Over het programma schrijft men nu:

‘Antroposofie, wetenschap en vrijeschoolpedagogie staan centraal in dit Masterprogramma. De colleges richten zich op onderzoeksmethodes, antroposofie en onderwerpen die direct voortkomen uit de onderzoeken van de studenten. De onderzoeksmethoden die in het Masterprogramma aan bod komen zijn:

– A critical review of a body of knowledge (een beoordeling van wetenschappelijke literatuur)
– Developing Practice through a project (een project uitvoeren in de klas of in de school)
– Understanding the use of data (data verzameling)
– Reflection on practice (reflecteren op eigen handelen in praktijksituaties)
– Making an argument (een stelling verdedigen)

Het onderzoek binnen het Masterprogramma wordt gedaan vanuit de dagelijkse lespraktijk (Practice based Research). Om een Universitaire Master Education (Ed) of Special Educational Needs (SEN) titel te behalen doet de student vier kleinere onderzoeken en een groot afstudeeronderzoek. Het is ook mogelijk om een enkel onderzoek te doen.’

Voor de rest is wat er staat hetzelfde als ik donderdag citeerde. Ik had toen alleen niet het onderdeel ‘financiën’ vermeld:

‘Inschrijven en betalen geschiedt per onderzoek. Een Masteronderzoek kost € 2.075,-. De Master Dissertation kost € 4.150,-. Er kan in termijnen betaald worden.’

Dat is een bom duiten. Wie kan dat betalen? Zijn vrijeschoolleerkrachten zo rijk? Uit The Guardian citeerde ik donderdag dit nieuws:

‘The only dedicated university course for Steiner school teachers is to close after struggling to recruit new students since the government cut funding for people to do second degrees. (...) The university’s decision is being blamed on the government’s withdrawal of funding for second degrees. As many people begin the course later in life after a change in career, they faced charges upward of £8,000 a year instead of the standard £3,225.’

Ik weet niet hoe dit zich verhoudt tot de kosten voor de Nederlandse studenten. – Dan nog als laatste over de pedagogie vandaag, een bericht van Jan Vloet in De Stentor van vanochtend, Dalton en Vrije School koploper’:

‘Het Stedelijk Daltoncollege en de Vrije School (beiden in Zutphen) hebben in deze regio de meeste onbevoegde leerkrachten in dienst. Dat blijkt uit de site www.bevoegd.nl.

Op die site van het ministerie van onderwijs kunnen leerlingen en ouders van iedere school voor voortgezet onderwijs bekijken hoeveel docenten per vak de juiste papieren op zak hebben.

Het Stedelijk Dalton zit op 27 procent aan onbevoegde leerkrachten. Het voortgezet onderwijs van de Vrije School (Berkel en IJssel samen) scoort met 32,5 procent nog hoger. Het gaat hier om cijfers van vorig jaar. De andere middelbare scholen, zoals het Staring college in Lochem hebben 8,9 procent, het Baudartius 8,2 procent en het Isendoorn 10.4 procent aan onbevoegde leerkrachten in dienst.

Co Huisman, rector ad interim van de Vrije School De Berkel bovenbouw snapt niets van het hoge percentage. “De enige verklaring die ik kan bedenken is het feit dat jaren geleden onze zevende klas (vrije scholen werken met klassen en niet met groepen) is weggehaald bij de lagere school en ondergebracht bij de bovenbouw. Daarbij zijn destijds, met toestemming van de onderwijs-inspectie overigens, diverse onderwijzers meegegaan naar de middelbare school. Die hebben officieel dispensatie gekregen en horen dus niet meegeteld te worden. Dat is kennelijk wel gebeurd. Een andere verklaring heb ik niet, want momenteel hebben wij slechts één zij-instromer in dienst die nog niet in opleiding is. Jammer dat zulke ongenuanceerde cijfers gepubliceerd worden.”’

Ook Harry Leenen, afdelingsleider van het Stedelijk Daltoncollege in Zutphen, blijkt een plausibele verklaring te hebben voor het hoge percentage onbevoegde leerkrachten. Maar dat kunt u in De Stentor nalezen. – Het is in ieder geval wel duidelijk, als vrijeschool moet je je eigen zaakjes opknappen en er als de kippen bij zijn om het beeld in de media te herstellen.

Dan nu de beloofde landbouw. Dat is iets makkelijker, wat minder verbrokkeld. Diezelfde donderdag 5 november had ik in ‘Doe mee, steun de...!’ een bericht over de volledig vernieuwde website van de bd-vereniging. Op de aanpalende website van Demeter (maar nu dus eigenlijk niet meer aanpalend zoals vroeger) verscheen onder ‘Nieuws’ dit bericht, ‘Preparatenwerkdag op Warmonderhof’:

‘Moderne BD in optima forma! Op 1 oktober 2009 was het bureau van Stichting Demeter op Warmonderhof. Met tweehonderd studenten, docenten, boeren en geïnteresseerden bd-preparaten maken. Een hele belevenis. Meer lezen.’

Wie het heeft geschreven, staat er niet bij. Het ‘Verslag preparatenwerkdag Warmonderhof 1 oktober’ heeft in ieder geval deze inhoud:

‘Samen BD-preparaten maken, dat mochten we komen doen op 1 oktober op de Warmonderhof, voltijdsopleiding (wereldwijd een unicum) voor biologisch dynamische boeren in Dronten. Door studenten en docenten werden wij uitgenodigd om deze dag met hun te beleven.

Een goed uitgewerkt en uitstekend voorbereid programma is de garantie gebleken voor deze succesvolle dag. Dat moest ook wel want niet alleen collega’s uit het veld waren uitgenodigd ook studenten van Helicon (pabo voor vrije school onderwijs) bevolkten het erf van de Warmonderhof om zich te wagen aan de niet alledaagse receptuur van de preparaten.

Na een poëtische inleiding op de 8 bd-preparaten en een preparaat van verbrande onkruidzaden, werd het gezelschap ingedeeld in 9 groepen om ieder een preparaat te gaan bereiden. Genadig kwam je er van af als je het kiezelzuur- of onkruidpreparaat te maken had.

Wandelend naar de plek waar we alles zouden gaan bereiden, vertelde een vierdejaars vol trots dat de koeienschedels en darmschellen verser waren dan ze hadden durven dromen. Ik ben benieuwd wat dat inhoudt.

Zintuiglijk geweld, dat is het voor een leek in eerste instantie. De weeïge geur van het slachtafval vermengd met de lucht van mest, gier en darminhoud tezamen met de beelden van vetrestjes van verse darmen, resten koeienhersenen in een emmer en het ruwe gevoel aan je vinger als je het gehemelte van de koe durft aan te raken.

Weinig aantrekkelijk zijn deze beschrijvingen gekozen, maar dat is juist de opzet. Het is juist de gruwel van het eerste ogenblik die op wonderlijk wijze plaatsmaakt voor ontzag en verwondering als je al die jonge mensen hun mannetje ziet staan bij het uitvoeren van hun opdracht.

Met precieze nauwkeurigheid wordt de schedel van de koe zo schoongemaakt dat het vlies nog geheel intact blijft. Het intacte hersenvlies met daaromheen de harde schedel wordt opgevuld met heel fijngemalen eikenschors. Een winter lang wordt de schedel aan drassige aarde toevertrouwd. In het vroege voorjaar zal na opgraving het poeder worden vermengd en verdund met water om daarna over de akkers te worden uitgesproeid. Helicon-studenten willen het wel vergelijken met voodoo of homeopathie en dat op de zware klei in de Hollandse polder. En toch wint uiteindelijk de nieuwsgierigheid en interesse het van de argwaan en terughoudendheid.

Aan het einde van de middag wil vooral iedereen toch iets gedaan hebben. Aanvankelijke afkeer is overwonnen en langs de zijlijn meekijken is er niet bij: de koeienhorens worden door velen gevuld met koeienmest. De geur aan de handen is een welriekend souvenir dat nog drie dagen mee zal gaan.

Actie en contemplatie wisselden elkaar gedurende rest van de dag prachtig af. Na het maken van de preparaten hebben we in de kas gezamenlijk gezongen. Samen en in harmonie. Net als met de preparaten. Met daarna een boeiende en beeldende lezing van Ron Dunselman (psycholoog en als staflid verbonden geweest aan Arta-verslavingszorg op antroposofische grondslag) over hoe michaëlische krachten in zijn leven stuwen en sturen op weg naar werkelijke zingeving.

Met een warm gevoel en een open-mind neem ik na een overvloedige maaltijd in een van de studentenhuiskamers afscheid van deze mooie en inspirerende plek.’

En dan de rubriek ‘Mensen’ op dezelfde website. Op 20 september in ‘Smaak’ en 21 september in ‘Melk’ had ik al geput uit de interviews die van Annelijn Steenbruggen hier werden gepubliceerd. Inmiddels weet ik (sinds donderdag in ‘Doe mee, steun de...!’) dat deze allemaal afkomstig zijn uit recente nummers van Dynamisch Perspectief. ‘Mensen met verhalen’ heten ze. En deze gaat over ‘Piet van IJzendoorn van De Zonnehoeve. Dynamisch graan. Dynamisch brood. Door Annelijn Steenbrugge’ (haar naam staat nog steeds onjuist geschreven):

‘De Zonnehoeve heeft bedrijfseigen tarwerassen geselecteerd. De eigen molenaar heeft de graankorrels gemalen. Van het meel heeft de eigen bakker brood gebakken. De zemelen uit de bakkerij vormen voedsel voor de koeien. De koeien lopen op het graanstro. Hun mest voedt de akker. Op de akker groeit graan. Een biologisch-dynamische boer is een dirigent die de tonen die in de natuur en op zijn bedrijf aanwezig zijn harmonieus kan laten samenklinken. Meer lezen.’

Gelukkig wordt de auteur in het artikel zelf wel correct genoemd:

‘Zonnehoeve en Zonnelied creëren een positieve spiraal
Dynamisch graan. Dynamisch brood.

Een boer is een dirigent die de tonen die in de natuur en op zijn bedrijf aanwezig zijn harmonieus kan laten samenklinken

Tekst & foto’s: Annelijn Steenbruggen namens Stichting Demeter

De Zonnehoeve heeft bedrijfseigen tarwerassen geselecteerd. De eigen molenaar heeft de graankorrels gemalen. Van het meel heeft de eigen bakker brood gebakken. De zemelen uit de bakkerij vormen voedsel voor de koeien. De koeien lopen op het graanstro. Hun mest voedt de akker. Op de akker groeit graan.

Het is zeven uur ’s avonds. Het is een hete zomerdag geweest en de laagstaande zon kleurt het graanveld goudgeel. Het tropische zomerweer is ideaal voor de tarweoogst en Piet van IJzendoorn, oprichter van Zonnehoeve, zit al vanaf het begin van de middag op de combine. De reusachtige machine slokt de ranke aren aan de voorkant naar binnen: de tarwekorrels komen in de laadbak terecht en achter de machine wordt het stro in keurige rijtjes uitgespuugd. Piet zit van top tot teen onder een dikke laag bruin stof. Het combinen produceert niet alleen veel herrie maar ook enorme stofwolken. Het binnenhalen van de rijpe graankorrels doet Piet graag zelf. De rest van de tijd houdt hij zich voornamelijk bezig met de zorgtak en het managen van het bedrijf. Met 15 medewerkers en 18 zorgvragers heeft hij daar zijn handen aan vol.

15 duizend broden

“Mooi stro”, zegt Teka enthousiast. Hij is de melkveehouder op Zonnehoeve en zal het stro de komende winter gaan gebruiken in de potstal. Teka komt even kijken hoe het met de tarweoogst gaat. Opeens zet Piet de machine stil. Teka schiet hem te hulp en trekt een stokje voor de combine weg. Teka: “Dit is een markering. De halve hectare tarwe tussen de stokjes is een ander ras en dat gaan we morgen apart oogsten. Dat wordt het zaaizaad voor volgend jaar.” Met de oogst van deze halve hectare zaaizaad wordt in de lente weer 13 hectare ingezaaid. Een hectare (10.000 vierkante meter) heeft 200 kilo zaad nodig en levert 6.000 kilo baktarwe op. Bakkerij Het Zonnelied kan daar 15 duizend broden (1,5 brood per vierkante meter graanteelt) mee bakken. De bakkerij en veehouderij kunnen voor een kwart op de eigen oogst draaien. De overige driekwart van het tarwe en stro wordt bij boeren uit de buurt aangekocht. In ruil daarvoor ontvangen deze boeren potstalmest van Zonnehoeve zodat de totale kringloop zo goed mogelijk gesloten blijft.

Zon

Piet spreekt liever van een “positieve spiraal” dan van een kringloop. “Want als we de zon via de planten goed benutten, kunnen we de aarde rijker maken”, aldus Piet. “Als we de aarde voeden, zal er meer dan voldoende voedsel zijn voor de mens. Voor onze akkers is graanteelt samen met grasklaver en koeienmest de motor voor bodemvruchtbaarheid. Boven de grond zijn de tarwe-aren 1,30 meter hoog maar onder de grond groeit er net zoveel. Het intensieve wortelstelsel zorgt voor een goede bodemstructuur en het stro is de basis voor vaste potstalmest. Grasklaver – het basisvoedsel voor de koeien – bindt stikstof uit de lucht in de bodem; stikstof is een essentiële voedingsstof voor planten. Zo ontwikkelen we een rijke bodem waar we uien, bieten, aardappels en alle andere gewassen op kunnen verbouwen. Het brood, vlees en de melk krijgen we eigenlijk cadeau.”

20 luizen

Sinds de oprichting – nu 27 jaar geleden – is Zonnehoeve uitgegroeid van een kale poldervlakte tot een bruisend bedrijf met veeteelt, akkerbouw, een graanmolen, een bakkerij op eigen erf (Het Zonnelied), jeugdzorg en een paardenpension. Het meel wordt gemalen op windenergie van de eigen molen. Alle bedrijfsonderdelen grijpen als schakels in elkaar. Zelfs de zemelen, een bijproduct van het lemairemeel, gaan naar de koeien en paarden. “Dat is voor mij Demeter”, zegt Piet. “De bedrijfsonderdelen vormen samen een autonoom systeem, dat zichzelf verbetert en gezond houdt. Problemen zijn nodig om het systeem sterk te houden. In de graanteelt bijvoorbeeld zijn er altijd luizen in de aren aanwezig. Dat moet ook. Daardoor staan de natuurlijke vijanden paraat en zullen ze een luizenexplosie voorkomen. In de gangbare landbouw is 20 luizen per aar de tolerantie-grens: daarboven ga je spuiten. Bij ons zorgt het natuurlijke systeem ervoor dat het er nooit 20 worden.”

Dirigent

De bd-preparaten zijn voor Zonnehoeve hulpmiddelen om het bedrijfssysteem te ondersteunen. “Als je geen aandacht aan de eigenheid van je bedrijf besteedt, zijn preparaten onzin,” aldus Piet. “Landbouw is geen recept. Het vraagt om creativiteit en vertrouwen om te voelen, te horen, te ruiken en te zien wat je bedrijf nodig heeft. De boeken en literatuur – de intellectuele bagage – kunnen je waarnemingen ondersteunen. Ik heb het vertrouwen dat in de natuur altijd de oplossing te vinden is. Met creativiteit bedoel ik ook tegen de stroom in durven gaan, zoals kalfjes bij de koe laten. Daardoor wordt de melkopbrengst misschien lager, maar kalfjes en koeien vormen de natuurlijke kudde, en dat versterkt het systeem. Een biologisch-dynamische boer denkt vanuit levensprocessen en niet vanuit kilo’s opbrengst. Hij is een dirigent, die de tonen die in de natuur en op zijn bedrijf aanwezig zijn harmonieus kan laten samenklinken.

Stro & brood
Zonnehoeve heeft een eigen tarweras ontwikkeld dat in elk opzicht bij het bedrijf past. De kwaliteit van het stro is dan ook net zo belangrijk als de kwaliteit van het baktarwe. Van het graan moet brood zonder hulpmiddelen gebakken kunnen worden. Voor de potstal moet het stro lang en veerkrachtig zijn. Het gewas moet resistent zijn tegen ziektes en de opbrengst moet voldoende zijn. Zonnehoeve werkt nu met een mengsel van twee Duitse tarwerassen en heeft ook altijd proefveldjes waarop ze elk jaar nieuwe tarwerassen uitprobeert.

40 versus 4
“Goed voedsel komt van landerijen dichtbij huis en niet uit een pakje, of van de andere kant van de wereld”, aldus de Amerikaanse onderzoeksjournalist Michael Pollan. In zijn boek Een pleidooi voor echt eten somt hij een rijtje op van veertig – vaak onherkenbare – ingrediënten. Een ingewikkeld product, vraagt hij zich af? Nee, het zijn de ingrediënten van een brood. Brood dat door de Amerikaanse multinational Sara Lee wordt geproduceerd. Bakkerij Het Zonnelied bakt zijn brood met 4 ingrediënten: meel, gist, zout en water. Brood zoals het al duizenden jaren gebakken wordt.

Internationaal meel
In meelfabrieken wordt de tarwekorrel uit elkaar gehaald in ongeveer acht fracties. De kiem – het leven in de graankorrel – is geld waard en wordt apart verkocht voor de productie van tarwekiemolie. Met de overige fracties worden door de computer standaardmelen samengesteld: bloem, half volkoren, extra volkoren, enzovoort. Het kan zijn dat de zemelen in Nederlands volkorenmeel uit Frans graan komen en een ander bestanddeel uit bijvoorbeeld Russisch graan. In de broodfabrieken kunnen ze zo met gestandaardiseerde bakprocessen standaardbroden bakken. Als de bakker een bakprobleem heeft, belt hij de meelfabriek voor een aanpassing in het meel.

Bakkerij Het Zonnelied gebruikt graan dat is gemalen door de eigen molenaar. Daar zit de tarwekiem gewoon nog in. Precies daar bevindt zich de levenskracht Het graan is ieder jaar weer anders. Het is het ambacht van de bakker om van het volwaardige meel een goed en lekker brood te bakken.’

maandag 9 november 2009

Development

Het komt door het bericht gisteren over Leo de la Houssaye, dat hij twintig jaar gewerkt heeft als medewerker van het NPI. Ik wilde vandaag wel eens weten hoe het met het NPI is. Toevallig stuitte ik op een tekst die ik verrassend helder en duidelijk vond, met veel details, over de geschiedenis van deze instelling voor organisatieontwikkeling. Te vinden op een blijkbaar verlaten website van de ‘Association for Social Development’. Joost mag weten wie die geschreven heeft. Namen worden vrijwel niet vermeld. Of komt het alleen doordat het publieke gedeelte klein is, en het ledengedeelte volledig wordt afgeschermd? Die indruk krijg ik echter niet, eerder het tegendeel.

Hoe dan ook, in ‘What is the Association for Social Development about?’, gesierd met een pontificaal portret van Bernard Lievegoed, wordt eerst verteld wat deze groepering inhoudt.

‘Introduction

The Association for Social Development was founded in 1987. The members of the Association consult professionally to organisations in a world-wide context. We have different approaches and different inspirations, but what we share are inspirations out of the spiritual scientific work of Rudolf Steiner, and an intention to link ourselves to the social development impulse initiated by Bernard Lievegoed. The emphasis of our work lies in consultancy, training and research relating to all aspects of organisation development, group development, and individual development.

We work with – and between – organisations and communities, groups and individuals, primarily within working life. Our attempt is always to stimulate healing forces in people and organisations, so that both can develop further. We strive towards a healthy interrelationship between the spiritual, human and material aspects of social organisms.

Members of the Association are developmentally orientated professionals who commit themselves to work towards its aims, recognise each other as professionally competent, and strive to develop this competence further. Where possible, members connect themselves with a group of colleagues who are committed to further each other's development. To work with a group of colleagues working out of the same spiritual background is an important aspect of our social impulse. The members of the group also support each other in their development as human beings.

Aims of the Association

a. To promote the exchange of research findings and experiences, towards the further development of our profession.
b. To allow members to support and co-operate with each other in working with clients.
c. To strengthen the spiritual and ethical bases of our work.
d. To connect the regional orientation of members based in different parts of the world, with a global consciousness

How we function

Our Association is not a multi-national with headquarters or working capital, nor does it aim to make a profit. Everything depends on the goodwill of members. We only have a bank account for operational expenses, and a travel fund to assist members in attending our conferences, if required. We have a Facilitating Group of four members, who prepare and organise the general meetings. They also compile a report of these meetings, and write two or three letters each year. “The Facilitating Group should facilitate more and do less”, as a member once said. It operates as the heart of our Association, and keeps everyone fully aware.

Every year we have a conference, during which we exchange experiences from our working lives, study questions and evaluate themes relating to our profession in depth, and meet each other through artistic activities, group discussions and personal contacts. During the year some cooperation also takes place between members of different regions, at seminars or in projects.’

Na deze eenvoudige introductie volgt nu het uitvoerige historische verhaal, onder de titel History of the Association:

First period (1954-1971)

The social impulse underlying the Association for Social Development was initiated by Bernard Lievegoed. As early as 1948 he was asked by an anthroposophist to give a lecture at a national conference on the human and social consequences of industrialisation. In this way, managers got to know him. At that time the Netherlands was still an agricultural nation, and Lievegoed was a psychiatrist and director of a curative home.

Another root was an anthroposophical group studying social questions: The “sociaal pedagogische studiegroep” in Amsterdam. Coen van Houten, Jack Moens, Lex Bos, Koos Kraak and Hans von Sassen were members. They invited Lievegoed to share his thoughts with them, and in this way he met the first members of his institute. At the first meeting of this new institute on 21 January 1953, before the legal foundation in 1954, he spoke about his social-pedagogical orientation.

In the beginning, the NPI (Netherlands Pedagogical Institute) members did not make a distinction between their work in the Netherlands and abroad. Bernard Lievegoed, Koos Kraak, Gert-Jan Avelingh, Lex Bos, Coen van Houten, Jack Moens, Erwin van Asbeck and later, Hellmuth ten Siethoff had biographical backgrounds which were globally oriented. Hans von Sassen, Wil Brokerhof and later Marjo van Boeschoten were Europe-orientated. Others did not stay long. Beside that, the Second World War had just ended. There was a growing awareness of wider horizons. The first NPI-members were convinced of the fact that they represented a world-wide impulse and that the mercurial element of the Dutch culture was an excellent means to get this impulse off the ground.

The work of the NPI was financed considerably under the Marshall Plan. Two main projects were financed by the Marshall Plan: A new Dutch management centre (“de Baak”), and a national project by which the old handicraft schools had to be transformed into modern technical schools. Lievegoed and Kraak went to the USA in search of new ideas and methods of management development. In formulating their own approach, they were inspired by the ideas of Peter Drucker and the methods of Group Dynamics.

The NPI soon became well known in the Netherlands, and also abroad. Towards the end of the 1950’s and early 1960’s the first international movement got underway. Again this happened in two ways. People connected with Anthroposophy in West Germany, Switzerland, England, and even South Africa and Brazil, invited or visited the NPI. With the help of Marshall Plan funds, seminars on the principles of modern management were given in Lauf, West Germany. Here managers from all over Europe got to know NPI concepts and methods. Later seminars were given in Wuppertal, West Germany and in Seelischberg, Switzerland.

The NPI was internationally oriented. During 1961 all the study weeks were focused on world questions, and particular individuals undertook tasks related to different parts of the world: Koos Kraak in Asia, Coen van Houten in Africa, and Lex Bos in South America. It was a very expansive period – humanly, conceptually, methodologically and with regard to projects.

Second period (1971-1979)

In 1971 Bernard Lievegoed left the NPI and started his third initiative : the Vrije Hogeschool in Driebergen, the Netherlands. However, he remained involved in the further development of the NPI. His departure was not the only reason for the NPI to re-consider its identity. For a number of years the foreigners such as Rolf Lausberg, Claudius Drewes, Bernd Kloke, Fritz Glasl and David Scott had been joining the NPI to learn the job through practical work. They were later succeeded by Jean Jacques Sick, Daniel Burkhard, Chris Schaefer and Albrecht Hemming. Many of them had the intention of starting their own institutes in their own country. At the same time, new Dutch members were more oriented towards their own country. This led to the discussion: “Why are we international? What does it mean? Is there not enough to do in the Netherlands itself?”

But the work abroad increased, as it did in the Netherlands. The NPI opted for growth. “NPI International” and “globalisation” were concepts at the beginning of this period. The main language was Dutch, but German and English were also used. French and Portuguese were sometimes also used for the verse of Lievegoed at international meetings.

To become a member of the NPI International one had to live in Zeist in order to learn Dutch and to work with Dutch colleagues. At the end of the period of one or two years, all the senior members decided whether the newcomer could faithfully represent the NPI impulse. The decision had to be unanimous. The social impulse initiated by Lievegoed was in this way identified with NPI International.

At the beginning of this period, the members were concerned about questions regarding quality and organisation. What type of organisation is needed in our times? They foresaw the development of independent institutes in various countries. As a result, the idea was born of having our own educational Centre for Social Development. Many discussions and meetings focused on these questions. And it all took place during the internal study weeks at NPI Zeist. All foreign seniors could attend these weeks automatically, even if they had been absent for months.

During this second period, the members of NPI Zeist were involved in two other developments: The use of mandate groups, and an income policy based on personal needs. This brought about an inwardly focused awareness. In the course of this second period, the members from abroad were increasingly confronted with a closed shop when they visited NPI Zeist. Thus NPI Zeist and NPI International separated, also as a result of the influence of the foundation of the Centre for Social Development in 1975 and Social Ecology Associates (SEA) in England. They established their own network. Through them, Graeme Harvey, Hans Brodal, Malcolm Leary, and others, became representatives of the NPI impulse. Consultancies were founded in England, France, Sweden, Australia, South Africa and Brazil.

In 1979, a new association of independent, institutes / consultancies was founded. The empathy with the social impulse of Lievegoed, first given expression in NPI Zeist, was still maintained and expressed in the name “NPI Association”.

Third period (1979-1987)

The process of emancipation went on, and also the discussion about questions like : When are you a true representative of our social impulse? When are you an institute? When there is one member, as reality often illustrates, or with two, as was our principle? Or with three, which adds another dimension? Does NPI Zeist have to be the model for the new institutes? What is our profession – consultancy or community development? Can an educational centre be a member of our Association? What does association mean? All these points related to the question of our identity.

The general meetings were mostly focused on issues concerning the spiritual background of our profession. But we also tried to carry in our consciousness the development of all old and new initiatives, and of the colleagues who were involved.

But the tension grew between the ideal of an association of institutes and the reality. Many members in the world were alone. They were unable to create institutes of two or more members. Other institutes broke down after a couple of years. And in NPI Zeist, many members did not experience any inner empathy with the international movement. The ideal became a hindrance.

A number of other developments have to be mentioned in addition:

– The third generation in NPI Zeist increasingly took the lead. They also emancipated themselves, searching for new methods and concepts. Some had joined the NPI Association to look for colleagues, for an exchange of skills and knowledge on an equal level, in contrast to the role of the old “masters”.

– Around 1985, the general meetings of the NPI Association were separated from the study weeks of NPI Zeist. Also, the locations of the meetings started to move around: Woudschoten (Zeist), The Centre for Social Development (England), Sweden, Land en Bosch (Netherlands), Frankfurt (West Germany).

–The discussion about the name NPI came to a head. NPI Zeist claimed it for their institute rather than as the name for the broader social impulse.

During this period new initiatives were started in West Germany, Austria, Denmark, the USA and New Zealand. Besides this, several consultancy groups, rooted in Anthroposophy, were founded in the Netherlands. A number of former colleagues from NPI Zeist joined these institutes. Old mother NPI Zeist, long the heart of the international movement, was transformed into just another member.

Fourth period (1987-1996)

In 1987, at the meeting in Frankfurt, a fundamental transition (the seeds of which had already been sown in Sweden in 1985) took place. The old NPI Association, which was always an association of institutes / consultancies was transformed into an association of individuals, and the Association for Social Development was born. Bernard Lievegoed was invited, and gave an inspiring talk. He was made an Honorary Life Member of the new Association, and remained so until his death.

In 1988 at Hawkwood College, England, the members again assembled out of personal interest, an interest in the international development of our profession and in the development of colleagues elsewhere in the world. The substance of the Association had to be re-created at each general meeting. Hawkwood was a success, and after that, Denmark, Yugoslavia (Slovenia) and Weimar, Germany, too. Once again, the spiritual background of our profession, our experiences in our working lives and our encounters with other human beings came to the fore, as well as “free initiatives” that explored a wide variety of topics.

Subsequent meetings took place in Finland (Helsinki, 1992), England (Sheffield, 1993), Austria (Werfenweng, 1994), Denmark (Vejlefjord, 1995), and Germany (Staufen, 1996).

Fifth period (1997-2001)

The fifth period, while still in a formative stage, is characterised by a number of trends:

– Already in 1995, the theme of “dialogue” started to emerge, and members began to explore ways of relating that would open up new possibilities and potentials. This theme was developed in subsequent years, and many dialogues began to open up, particularly with regard to the Association, its role and function and relationship to the outside world.

– The Association has entered a growth phase. At some meetings it seemed almost as if there were more guests than members, and new members join in increasing numbers each year.

– At the 1997 conference in Spring Valley, USA, a further trend in the Association started to become more tangible. This was the first conference to be held outside of Europe, and brought a sense that the Association, with its influx of members from countries like Brazil, and growing interest from the U.S.A., Canada, and former Eastern Bloc countries, was beginning to transcend its Eurocentrism, and to become truly global in its membership, consciousness and impulse.

– In 1998, the conference returned to its roots in the Netherlands. Hans von Sassen made the observation that had become apparent to most members, viz. that there was a new spirit of openness, co-operation and exploration in the Association. Old conflicts and difficulties had, by and large, dissolved, and there was a possibility for new steps to be taken in the development of the Association.

– Period of reflection about the future and nature of the ASD. This was begun in Spring Valley with questions that were asked about how the ASD could respond more effectively to its tasks. The process of research, conversation and dialogue about the future of the ASD continued in Holland (Hoendeloo, 1998), Brazil (Salvadore, 1999) and UK (Evesham, 2000) before it culminated in South Africa in 2001. There it was agreed that the ASD needs to remain a lean association focused on its Conference for individual members while continuing to develop a global consciousness. A longer-term vision for our working together was also encouraged. Alongside this, it was hoped that initiatives of various sorts would be undertaken by members in other spheres of activity outside the ASD itself, such as co-operation between members’ consulting practices.

Sixth period (2001-)

We now see ourselves beginning a new phase of development and we will need to observe how this is fulfilled. The South African conference ended a period of reflection during which we looked at how we want to be as an Association. The spirit of harmony that developed during the previous period enabled us to become more spiritually intimate. Now, hopefully, the energy exists to be and become even better as a venue for those belonging to this stream.

However we also notice an emerging theme that already came to the fore in England in 2000. There we worked intensively with various spiritual archetypes that inspire our consulting and professional practices. Our aim was to relate the weaving of the Inner & Outer, the spiritual and practical. In South Africa this continued with the theme of Karma as a factor in our relationships and professional work. In 2002, the theme is Observation, taking into account methods of observing our own inner workings, organisations, relationships between people and beings of the spiritual world. The ongoing theme is development of the inner path and spiritual craft.’

Wie de schrijver ook is, hij is duidelijk een goed ingevoerde persoon, die van de hoed en de rand weet. Met ook oog voor alle problemen, conflictstof en narigheid van dien, terwijl die toch niet de boventoon voeren. Blijkbaar is de tekst in 2002 geschreven, want verder dan dat jaar gaat deze niet.

Verderop op de website wordt verteld hoe je lid kunt worden en aan welke voorwaarden je daarbij moet voldoen. In ‘Becoming a Member of ASD’ wordt dit als volgt beschreven:

‘Members of the Association are developmentally orientated consultants who commit themselves to work towards its aims, recognize each other as professionally competent, and strive to develop this competence further. Where possible, members connect themselves with a group of colleagues who are committed to further each other's development. To work with a group of colleagues working out of the same spiritual background is an important aspect of our social impulse. The members of the group also support each other in their development as human beings.

The intentions behind our membership process are first that the individual gets an opportunity to decide if the ASD impulse represents the stream to which they are connected; secondly, that members accept the individual through the acknowledgement and recommendations of a few sponsoring members who get to know him or her professionally. The feeling of the individual that he/she is connected to the ASD is a primary criterion of membership.

The first step for a prospective member is to attend the annual conference as our guest, hosted by a member. If he or she decides that they wish to join they become an applicant and then a member. This is normally a 3-conference process: Guest, Applicant, and Member. However, what matters is that this process is tailored to the individual circumstances while allowing for mutual recognition and acknowledgement.

The applicant selects three members of the Association as sponsors (totalling at least 7 years of ASD membership), who together with the applicant decide on an appropriate process for becoming a member. At the end of the process, the three sponsors, having dealt with any questions or objections raised by members, take a decision, which must be unanimous, on the applicant's suitability for admission. Should the person be accepted as a member, he/she is introduced as a member at the subsequent general meeting.

If you would like to join ASD or find out more about what's involved in becoming a member, please contact someone you know as a possible host or contact one of the facilitating group. For German speakers: Ute Buchele (ute.buechele@gab-muenchen.de), and for English: Herbert Wolpert (MIRA.H.Wolpert@gmx.de).’

Dit komt al verschrikkelijk omslachtig over. En wat krijg je ervoor terug? Vrijwel niets. In ieder geval niet via deze website. Er is nog wel een forum te vinden, maar de laatste berichten stammen van twee jaar geleden. En dan gaat het nog maar om twee mensen die als enigen hun website daar vermelden: Kathelijne Drenth met http://www.thetwelve.eu en Tom Boydell met http://www.inter-logics.net, ‘Website of UK-based member Tom Boydell’s company’. Dat houdt niet over.

Dan maar snel naar de website van het NPI zelf. Maar helaas, daar is niets meer. ‘Diese Domain ist konnektiert. Es sind jedoch keine Inhalte hinterlegt.’ Alleen het cache-geheugen van Google kan me nog iets tonen. Bijvoorbeeld dit:

‘Dit is Google’s cachegeheugen van http://www.npi-academie.nl/academie_seminar_info.php?event_id=&course_id=19. Dit is een momentopname van hoe de pagina eruitzag op 2 okt 2009 06:03:49 GMT. De huidige pagina kan in de tussentijd veranderd zijn.

NPI Workshops

Ondernemen in de levensloop

Voor wie
De workshops zijn bedoeld voor mensen die een barrière in hun werk of leven ervaren, die beter inzicht willen verkrijgen in zichzelf, een volgende stap willen zetten in hun loopbaan of leven en die zelf regie willen (leren) voeren over hun (loopbaan)ontwikkeling. De workshop wordt ook in-company aangeboden en aan HR-professionals in een coach de coach variant.

Wat neemt u mee
Met deze workshop versterkt u:
– Uw vermogen om ondernemend te zijn in uw levensloop
– Uw vermogen om uw werkleven te sturen en vorm te geven
– De vaardigheid om te gaan met belangrijke vragen ten aanzien van werk
– Uw zelfkennis

Programma
De volgende activiteiten maken deel uit van het leertraject:
– onderzoeken van verleden en toekomst
– leren uit oude en nieuwe ervaringen
– ontwerpen van een persoonlijk ondernemingsplan
– ondernemen en zelfsturen
– leren om met vragen te leven

De workshop begint met een individueel startgesprek vooraf, waarin de vraag van de betrokkene en zijn situatie besproken worden.

Structuur
Het traject bestaat uit 4 dagdelen en 3 individuele sessies van ongeveer 1,5 uur. De doorlooptijd bedraagt ongeveer 3 maanden.

Data:
najaar 2009, data volgen
De individuele sessies worden in overleg gepland.

Informatie
Voor alle informatie over deze workshop Ondernemen in de Levensloop kunt u contact opnemen met Brigitte Schouten +31 (0)6 21 87 19 30 email: schouten@npi-zeist.nl

Uw investering
€ 2.500,- per deelnemer

“De wereld wordt dan wel verdomde klein, maar voor de meeste mensen is hij nog steeds te groot.”’

Zo zijn er meer oude pagina’s bij Google te vinden. Maar misschien is dit alleen een tijdelijk euvel? En komt het NPI binnen afzienbare tijd terug met een nieuwe flitsende website? Bij de bd-vereniging duurde het immers ook even eer het zover was: development muss sein...

zondag 8 november 2009

Sterrenwijsheid

Op dinsdag 3 november overleed Leo de la Houssaye. Hij was 81 jaar oud. Gisteren was de crematieplechtigheid in Leusden.

Een van de publicaties waar Leo de la Houssaye bekend door is geworden, is ‘Sozial-Kunst und ihre Quellen’ uit 1983. Dit boekje van tachtig bladzijden verscheen bij Verlag Freies Geistesleben in de serie ‘Anregungen zur anthroposophischen Arbeit, Nr. 12’. Het is niet in het Nederlands vertaald. In de inleiding schrijft de auteur:

‘Während seiner mehr als zwanigjährigen Tätigkeit als Mitarbeiter des Nederland Pedagogisch Instituut (NPI), Institut für Organisationsentwicklung, Zeist/Holland, ist die wachsende Problematik im sozialen Leben dem Autor recht nahegetreten. Mit jedem Jahr nimmt sie in der Welt eine immer bedrohlichere Gestalt an. Immer klarer wird es, daß Lösungen der Vergangenheit keinen Fortschritt hervorbringen können. Neue Wege müssen gegangen werden.’

Die nieuwe wegen toont Leo de la Houssaye vervolgens bijzonder duidelijk, uitgaande van de zevenheid der kunstvormen. Hij is op zoek naar de kunst van het sociale handelen. Bescheiden schrijft hij:

‘Aus der Intention, zu diesen Fragen einen anfangsetzenden Beitrag zu leisten, ist die vorliegende Schrift entstanden. Sie ist eine Überarbeitung eines während der internationalen Tagung für Mitglieder der Allgemeinen Anthroposophischen Gesellschaft, August 1981, in Driebergen/Holland gehaltenen Vortrages. Gesamtthema dieser Tagung war: “Die Weihnachtstagung – Quell einer künftigen Gesellschaftsbildung”. Der Inhalt dieser Schrift setzt die Bekanntschaft mit dem Werke Rudolf Steiners voraus.’

Op de website van Verlag Freies Geistesleben is het nog te vinden (maar gek genoeg staat erboven ‘Verlag Urachhaus’), compleet met inhoudsopgave, hoewel het niet meer leverbaar is. Die inhoudsopgave is interessant genoeg om hier weer te geven (temeer ik er nog geen recensie van op internet heb kunnen vinden; die moeten er wel zijn, maar dan in tijdschriften uit die tijd:

‘I. – Die Gründung der Allgemeinen Anthroposophischen Gesellschaft
– Grundsteinlegung 1923
Die herannahende Erfahrung des Geistselbst

II. – Die soziale Frage im Zeitalter der Bewußtseinsseele
– Aufgaben auf dem Wege zum Geistselbst
– Heilung: Aufgebe der Mitte

III. – Die Suche nach einer Sozial-Kunst
– Die Wirklichkeit des sozialen Lebens
– Realitätsstrom der Nachwelt

IV. – Der übersinnliche Ursprung des Künstlerischen
– Ausgangspunkte Rudolf Steiners
– Die bildenden Künste
– Die musischen Künste
– Die Malerei
– Die Eurythmie

V. – Quellen einer keimenden Sozial-Kunst
– Sozial-Kunst im Medium der Malerei
– Sozial-Kunst im Medium der bildenden Kunst
– Sozial-Kunst im Medium der musischen Künste
– Sozial-Kunst im Medium der Eurythmie

VI. – Schlußbetrachtung’

Leo de la Houssaye was ook degene die als een der eersten een toelichting of nawoord schreef bij een uitgave van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen. Dat was bij de in 1991 verschenen nieuwe vertaling van ‘De weg tot inzicht in hogere werelden’. Deze was een van de drie boeken die in deze reeks als eerste uitkwamen. De vierde, herziene druk hiervan verscheen in 2007.

In datzelfde jaar publiceerde hijzelf een nieuw boek. In zijn commentaar bij het bericht De hemel’ op 18 april van dit jaar wees John Wervenbos hier al op. Het ging om het boek ‘Auf dem Weg zu einer neuen Sternenweisheit’, dat door Verlag am Goetheanum werd uitgegeven. Op 18 oktober wees ik in ‘PR-functionarissen’ erop dat de website van het Verlag am Goetheanum nog altijd in de steigers staat en daarom geen boekinformatie levert. Nu is daar als enige wel de catalogus 2010/2011 bijgekomen – die overigens op tachtig bladzijden een overstelpende hoeveelheid boeken toont. Op zich interessant, hoe men nu veel duidelijker uitgaat van wat de secties van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap aan literatuur hebben opgeleverd. Zo schrijft Christiane Haid, het nieuwe hoofd van deze uitgeverij, in het voorwoord van deze catalogus:

‘Liebe Leserin, lieber Leser, was macht einen Verlag aus, dessen Autorinnen und Autoren – durch die Anthroposophie inspiriert – zu denken, zu empfinden und zu leben versuchen? Man könnte es die Suche nach dem Menschen, im tiefsten und weitesten Sinne, nennen. Eine Suche nach dem Menschen als einem kosmisch-geistigen Wesen – über alle ethnischen, religiösen und gesellschaftlichen Grenzen hinweg –, das sich auf der Erde findet und sein Leben mit anderen Menschen im Zusammenhang mit Natur und Kosmos zu gestalten sucht.

Vor 101 Jahren wurde der Verlag am Goetheanum unter dem Namen «Philosophisch-Theosophischer Verlag» durch Marie von Sivers und Johanna Mücke in Berlin gegründet. Als ältester anthroposophischer Verlag steht er seit 1924 – wie der Name schon sagt – der von Rudolf Steiner gegründeten Freien Hochschule für Geisteswissenschaft Goetheanum, besonders nahe. Zu Beginn stellen wir Ihnen daher die Sektionen der Hochschule kurz vor. Viele unserer Publikationen – teilweise durch die Sektionen selbst verantwortet – zeugen von der weltweiten Forschung, die durch die Freie Hochschule für Geisteswissenschaft angeregt und gefördert wird.

Über die Jahre hat der Verlag ein vielfältiges Spektrum entwickelt, das von qualifizierter Fachliteratur über fundierte Forschungs- und Studienarbeiten zu beinahe allen Themen der Anthroposophie, Anregungen für das meditative Leben bis hin zu Erzählstoff für Schule und Familie – und mit dem Sternenkalender zu einem Blick in die Sternenwelt reicht.

Möge für Sie in diesem vielfältigen Kosmos der Bücher der eine oder andere Stern aufgehen und Ihr Leben bereichern.

Es grüßt Sie herzlich vom Goetheanum
Christiane Haid
Leiterin des Verlags’

Het nieuwe boek van Leo de la Houssaye wordt vermeld op bladzijde 54, onder ‘Astrologie’. Dientengevolge wordt zijn boek hier niet geschaard onder ‘Sektion für Sozialwissenschaften’, maar onder ‘Mathematisch-Astronomische Sektion’. Daarover wordt op bladzijde 6 gemeld:

‘Die Arbeit in der Mathematisch-Astronomischen Sektion entfaltet sich im Spannungsfeld zwischen den mathematischen und astronomischen Anschauungen unserer Gegenwart und der anthroposophischen Geisteswissenschaft. Können geometrische Vorstellungen und algebraische Strukturen (Zahlen) so weiterentwickelt werden, dass sie nicht bloß der physisch-sinnlichen Welt angepasst sind, sondern auch Gesichtspunkte liefern, die dem Verhältnis von lebloser Natur zum Lebendigen entsprechen? Kann ich das reichhaltige astronomische Wissen unserer Zeit mit dem, was ich tatsächlich am Himmel sehe, verbinden? Welche Bedeutung haben kosmische Vorgänge für das Pflanzenwachstum? Aus solchen und weiteren Fragestellungen sind in der Mathematisch-Astronomischen Sektion viele Bücher entstanden. Darüber hinaus gibt die Sektion einen jährlich erscheinenden Sternkalender und die Zeitschrift JUPITER heraus.’

Over ‘Auf dem Wege zu einer neuen Sternenweisheit’ staat in deze catalogus helaas alleen maar dit:

‘Nach einer fundierten Schilderung der Entwicklung der Sternenweisheit wird dargestellt, was die Anthroposophie zur Befruchtung der Astrologie beiträgt. Der moderne Mensch trägt die Früchte seines freien Handelns in die Sternenwelt hinein. Die Interpretation von Todeshoroskopen wird anhand von Beispielen erläutert.’

Dat is wel erg weinig. Gelukkig is elders op internet over dit boek wel meer te vinden. Op de webwinkel ‘Astronova’ vind ik deze ‘Leseprobe’ uit het boek, met als titel ‘Was können wir tun?’

‘Was können wir für die Entwicklung einer neuen Sternenweisheit tun? Als ersten Schritt müssen wir uns unsere eigene Position innerhalb der Entwicklungsgeschichte der Sternenweisheit klarmachen: Wo stehen wir im Entwicklungsprozess, den das Erleben des Zusammenhanges von Mensch und Sternenwelt durchgemacht hat?

Wir leben im Zeitalter der Raumfahrt. Diese suggeriert nicht nur, dass der Kosmos ein Gebiet ist, das mit Raumschiffen durchquert werden kann, sondern auch, dass dies die einzige Wahrheit sei. Wir betrachten den Himmel als einen physischen Raum, der nur physischen Gesetzen unterliegt. Diese Wissenschaft des räumlichen Weltbildes wird in populärer Form verbreitet. Jeder gebildete Mensch weiß heutzutage: die Sterne sind weit weg. Ihre Entfernungen werden nach Lichtjahren gemessen. Man fragt sich also: wie viel Jahre ist das Licht eines Sternes unterwegs (mit einer Geschwindigkeit von 300.000 km pro Sekunde), bis es unser Auge trifft? Raumsonden wurden nach Jupiter und Venus geschickt. Große Entdeckungen wurden gemacht, z. B.: es gibt Krater auf Venus, mit der Schlussfolgerung: Venus ist vulkanisch. Diese wissenschaftlichen Vorstellungen – mit Hilfe moderner Messverfahren entstanden – werden den Menschen heute in einfacher Form zugänglich gemacht. Und diese Vorstellungen sind sehr wirksam. Ihre Wirkung ist zweifacher Art.

Erstens wirken sie so, dass der Himmel für uns nicht mehr wahrhaft «Himmel» ist, d. h. ein Geistgebiet, wo tatsächlich Geistwesen existieren, wo Ungeborene und Verstorbene verweilen. Vor einigen Jahrhunderten war der Himmel noch der Wohnsitz der Götter, nicht ein Gebiet, wo man die chemische Zusammensetzung der Sterne untersuchen und ihre Entfernungen nach Lichtjahren messen kann. Im Laufe weniger Jahrhunderte ist der Kosmos für unsere Anschauung physisch-materiell geworden. Das Verständnis für den Geistkosmos ist dahingeschwunden.

Eine zweite Folge ist die Entfremdung des modernen Menschen von der reinen Himmelsbeobachtung. Wie schwer ist es, den Himmel nur als Bild, nicht räumlich zu sehen. Wenn wir den Sternenhimmel anschauen, schieben sich sofort wissenschaftliche Vorstellungen zwischen uns und die Phänomene: «Oh, wie sind die Sterne unendlich weit weg!» Wir vergessen völlig, dass der Himmel sich uns zunächst als Bild offenbart. Für unsere Beobachtung ist er nur Bild, hat Bildcharakter. Wir sehen keine Tiefe. Wer sich mit den Phänomenen des Sternenhimmels beschäftigt, entdeckt, dass es eine Kluft zwischen den wissenschaftlichen Vorstellungen und dem, was rein beobachtet wird, gibt.

Ein modernes Astronomiebuch macht uns klar: das Auf- und Untergehen der Sonne und der Planeten ist nur Schein. «In Wirklichkeit» dreht sich die Erde um ihre Achse. Machen die Planeten Schleifenbewegungen am Himmel? Das sieht nur so aus! Denn das kopernikanische Weltbild zeigt klar, dass die Planeten sich in kreisförmigen Bahnen um die Sonne drehen. Die Schleifenbewegung ist eine optische Illusion, keine Realität! Sternbilder? Sterne in Bildzusammenhängen? Der Schein trügt. Denn die einzelnen Sterne eines «Sternbildes» haben nichts miteinander zu tun. Ihre Entfernungen von uns sind ja ganz unterschiedlich. Sie haben keine Gemeinsamkeit miteinander. Daher ist das moderne Credo: Was wir mit dem bloßen Auge sehen können, ist keine Wirklichkeit, ist nur Schein. Die reine Sinneswahrnehmung hat für die heutige Wissenschaft keine Bedeutung. Nur was mittels Instrumenten gemessen und registriert werden kann, hat Gültigkeit. Das heutige astronomische Weltbild beschreibt deshalb nicht, was Menschen sehen können, sondern dasjenige, was Instrumente registrieren.

Es darf uns nicht wundern, dass die elementarsten, einfachsten Kenntnisse der Himmelserscheinungen aus dem Bewusstsein der Menschen verschwunden sind. Viele Menschen sind völlig hilflos, wenn sie sich abends in den Himmelserscheinungen zurechtfinden wollen.

Die Geburt einer neuen Sternenweisheit wird damit verbunden sein müssen, dass erstens der Himmel wieder Himmel wird und zweitens die Himmelsbeobachtung praktiziert wird. Auf diese beiden Aufgaben werden wir im Nachfolgenden eingehen.’

Ook wordt hier een inhoudsopgave bijgeleverd:

‘Aus dem Inhalt:
– Anfänge einer Sternenweisheit
– Anschauungen der christlichen Kirche
– Blüte und Verfall der Astrologie
– Erkenntnisgrenzen
– Astrologie im Zeitalter der Naturwissenschaft
– Astrologie und Anthroposophie
– Eine neue Beziehung zwischen dem Menschen und der Sternenwelt
– Grundlagen einer geisteswissenschaftlichen Sternenweisheit
– Die Sternkonstellation der Geistgeburt
– Die Tierkreisregionen
– Geisteswissenschaftliche Arbeitsergebnisse
– Henry Dunant
– Saturn im Stier
– Spenden an den Kosmos
– Die Sternenweisheit in apokalyptischer Perspektive
– Sternenreligion in Ägypten
– Sternenreligion in Mesopotamien
– Das finstere Zeitalter
– Das Schicksal der Sternenmysterien
– Das hebräische Volk: Vorbereitung auf die Zeitenwende
– Die Entstehung der Geburtshoroskope
– Weltanschauungsgegensätze
– Ratgeber der Cäsaren in Rom
– Der Mithraskult, eine astrologische Religion’

Dat geeft in ieder geval een idee wat er in dit boek te vinden is. Maar nog beter is een beschrijving op de Ierse weblog van Finbarr Murphy. Hij schrijft over zichzelf:

‘In 2002, I retired after 37 years managing the Weleda, Inc, the US subsidiary of a small multi-national company making medicines and personal care products. These products were developed in accordance with the principles of Rudolf Steiner’s anthroposophy. My wife, Sophia Christine and I moved to beautiful Dingle/An Daingean in the south-west of Ireland. She is still involved in various projects (see link to her blog.) I wanted a complete change so I took up the concertina and renewed a long-term interest in harmonica so that I could play traditional Irish music in the pub sessions. I am studying to breathe new life into my long-forgotten Irish language that I learned where I grew up in Cork City.’

Zijn echtgenote blijkt de weblog ‘Anthroposophy in Ireland’ bij te houden:

‘Our aim is to provide a forum and means of communication for friends of anthroposophy. News, notices and pictures are welcome from people living in Ireland and in some way involved in anthroposophy.’

In ‘Reworking Retirement: A Practical Guide for Seniors Returning to the Workplace’ uit 2007 door Allyn I. Freeman en Robert E. Gorman vind ik op bladzijde 226 deze mooie beschrijving van zijn beroepsleven:

‘Finbarr Murphy was born in Ireland and met his American wife, Christina, in Basel, Switzerland, more than forty years ago. At home, she was involved in running the USA Weleda, her family’s old-world pharmacy in New York City, which sold European natural body-care products and anthroposophical medicines.

Murphy realized that the health-food business in the United States was starting to grow and moved the Manhattan pharmacy to Rockland County, where he started to manufacture more of the natural baby products, shampoos, soaps and body lotions. Murphy became president and witnessed the company’s growth from a small pharmacy into a multi-million-dollar entity. Under his leadership Weleda USA expandend into quality health-food stores throughout the United States.

In 2002, Weleda, Europe, the parent company, bought out the shares of the U.S. subsidiary. The Murphys decided to retire to Dingle, Ireland, on the west coast, where the movie Ryan’s daughter was filmed.

He made an important financial decision to take his retirement package from Weleda, Europe, in euros and not in dollars even though it was one-to-one ratio at the time. He had greater confidence in the stability of the euro than the dollar.

In Dingle, he encouraged his two Irish-American sons to open the first premium American ice cream company, beginning with a retail store in downtown Dingle. The company has expandend in supermarkets throughout Ireland and has also opened a second retail store in Killarney.

Murphy is fully retired, spending time learning Gaelic and acting as a financial and marketing consultant to his sons.’

Na deze interessante uitweiding weer terug naar het boek van Leo de la Houssaye. Wat weet Finbarr Murphy hierover te schrijven? Nou, dit. Hij schreef het op 15 mei 2008 onder de titel Death Horoscope-New Star Wisdom’:

‘I have just read a very interesting book in German called Auf dem Wege zu einer neuen Sternen-Weisheit (On the Way to a New Star Wisdom) by Leo de la Houssaye published by Verlag am Goetheanum, Dornach, Switzerland. The first half of the book gives an overview of how star wisdom changed in relation to changing human consciousness, from Egyptian times up to the present day. The second part of the book on “New Star Wisdom” has to do with the study of the death chart. This is not intended to be a book review but I will share some thoughts since the book is not available in English.

The birth chart can be considered as an image of what the human being brings into this life from the spiritual worlds. The chart is an indication of the sum-total of past experiences that had been gathered up and then worked through in the spiritual world. The death chart or, as Leo de la Houssaye calls it, the spirit birth chart, is an image of the fruits of the life just past. It is what the individual brings to the spiritual world.

Spiritual science views the cosmos as a living spiritual organism that needs nourishment. What the human being brings to the spiritual world at death is the nourishment that the Spiritual World needs. Death can be viewed as a spiritual birth.

People have been studying the effect of the stars on worldly events for over 5,000 years that is, since the time of ancient Egypt and Chaldea. However, the first proper horoscope for an individual person, with place and time of birth, was recorded in 70 BC. in Greece. Houssaye finds it astonishing then how quickly the Greeks developed a system of interpretation for the horoscope. Already by 150 AD the basic elements that are still used today were worked out:

1. The calculation of the birth constellation worked out for place and time.

2. The separation of the 12 houses based on the horizon with each house referring to a different area of life

3. The aspect study, the angle relationships between the planet positions in the horoscope (conjunction, square, triune and opposition)

4. Working with the 12 zodiac signs of 300 calculated from the Spring equinox instead of constellations’

Vervolgens geeft hij een paar voorbeelden uit het boek weer, met bijbehorende horoscoop-afbeeldingen (overigens kan de vermelding van The Last Supper – het Laatste Avondmaal – bij Michelangelo niet kloppen; mogelijk bedoelt hij The Last Judgement – het Laatste Oordeel – op de altaarwand van de Sixtijnse Kapel):

‘Chart #1: Pascal Death Horoscope

Although the basic approach did not change much, many astrologers have made refinements to the chart interpretation throughout 2 millenia since then. Today voluminous materials are available so that we are very well informed on the subject of the horoscope-birth chart. We now have to learn how to read the heavens at the time of death-the spirit birth chart.

Chart #2:Michelangelo Death Horoscope

Houssaye gives some indications of how to do this. He shows the spirit birth chart of Pascal, who spent his life on an inner path; the chart shows all of the planets to be below the horizon (see chart#1.) This is contrasted with the spirit birth chart of Michelangelo, who led a very public life and his chart shows all of the planets to be above the horizon (see chart #2.)

Another very interesting idea is to view the past life in relation to the spirit birth chart by tracing the path of Saturn backwards through the constellations from the moment of death. Significant times of the person’s life are shown to coincide with the conjunction of Saturn and planets of the spirit birth chart. Steiner has described Saturn as a planet that has no interest in the present or in the future; it is however passionately interested in the past.

Chart#3: Saturn transit to Pascal Death Chart

Numerous examples are given of the transits of Saturn in relation to the spirit birth chart for various individuals. I will show here Saturn transits for Pascal and for Michelangelo (see Chart#3 and #4)

At age 34 Pascal worked on his theory for the roulette wheel which caused fights among the mathematicians of Europe. Also he published his Provincial Letters, a series of eighteen letters that attacked Jesuit doctrines. AT this time the planet Saturn was in the position of Mars at the time of death.

Chart #4: Saturn transit to Michelangelo Death Horoscope

Michelangelo at the time he was called to Rome and began his huge project of the Last Supper. Chart shows transiting Saturn to be conjunct both Jupiter and Saturn.

Please note! For the purpose of the spirit birth chart, only the classical planets are shown. Also, the zodiac constellations are used and not the signs that are generally used in Western astrology.’

Finbarr Murphy heeft nog een aantal interessante bijdragen op zijn weblog staan, waarvan ik alleen deze wil noemen, omdat die volgens mij ook zo duidelijk in de geest van Leo de la Houssaye is, en om hem was deze bijdrage van vandaag toch begonnen. Hij is gerubriceerd onder ‘Astrology and Anthroposophy’ en dateert van 23 december 2008, onder de titel ‘Planetary Birthdays’:

‘Sun

Almost everyone is aware of their birthday and most people seem to enjoy the day. On our birthday the Sun returns to the position it was in the heavens when we were born. Viewed from the earth (geocentric view) we can say the Sun has gone a full revolution through the twelve signs of the zodiac. Instead of just our birthday, we could call this our Sun birthday or Sun return.

Moon

We also have a Moon birthday, the day on which the Moon returns to the position in the zodiac it was in at our birth. This occurs once a month. Feelings of contentment, stable emotions, good mood and receptivity often accompany this return.

Mercury

The planet Mercury never wanders far from the Sun when viewed from Earth. Our Mercury birthday occurs therefore not too far from our Sun birthday. It can be before or after but can not vary more than a month and a bit. It encourages effective communication.

Venus

The planet Venus also stays close to the Sun but not quite as close as Mercury. Our Venus birthday or the return of Venus to its position at birth can be before or after our birthday but not much more than three months. Harmonious interactions with others, a state of cooperation, agreemen, friendship, participation and aesthetic judgments are its signatures.

Mars

The planet Mars takes about 2 years, a little bit less, to complete its cycle. So about every two years we have a Mars birthday. The effects of this are most noticeable on the first Mars Return. The young child begins at this time to exert its will by saying “no” and even taking a step backwards for the first time. The drive to assert oneself, to survive, the desire to make things happen can manifest on this return.

Jupiter

The planet Jupiter takes a little less than 12 years to complete its cycle. Jupiter has to do with thinking especially in a philosophical or religious way. It was at age twelve that Jesus went through a huge transformation and was then able to teach in the temple. A Jupiter birthday or Jupiter return is generally experienced as a good and beneficial time and can be quite expansive for the person.

Saturn

The planet Saturn takes about 29.5 years to complete its cycle. It could be considered the most important of the planetary birthdays and has a special connection to karma and destiny. A Saturn return is a time for us to realign ourselves with our pre-birth intentions. Life circumstances can change quite substantially at this time. See my previous blog post about Saturn return.

Moon Node

The Moon Node is the point where the Moon intersects the path of the Sun. Every month the Moon crosses the path of the Sun once on the way up-North Node and once on the way down-South Node. It takes about 18½ years for the Moon Node to return to its birth position. Rudolf Steiner stated that the days and especially the nights around the Moon Node return are the most important ones of our life and that at this time there is a thinning of the vale between the physical and spiritual world.

It is interesting and really worth while to look back over our lives, to pick out the significant events and see how they relate to the various planetary birthdays. To look up a previous or a future planetary birthday, you would need to have a computer program or you can purchase a booklet, called an ephemeris, that lists the position of the planets at various times. The computer program that I use is called Solar Fire.’

zaterdag 7 november 2009

Liquidatie

Als je ooit ergens eens iets over schrijft, leg je de verplichting op je schouders om bij nieuwe ontwikkelingen daarop terug te komen. Dat is een idee dat ik altijd heb en dat kan ik nu mooi in praktijk gaan brengen. Juist nu omroep Llink het genadeschot krijgt. Op 29 maart schreef ik in ‘Omroep’ hoe deze ‘zendgemachtigde’ in een doodsstrijd spartelde om honderdvijftigduizend handtekeningen; nee, niet alleen maar handtekeningen, maar regelrechte leden (al hoefden die dan niet veel lidmaatschapsgeld te betalen). Er bleek een zeker belang te zijn van antroposofische organisaties:

‘Nu is er al meer dan een maand een actie gaande op antroposofische websites om Llink aan voldoende nieuwe leden te helpen.’

Ik noemde Antroposana, de Antroposofische Vereniging in Nederland, de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen en de Nederlandse Vereniging voor Euritmietherapie.

Op 12 mei kwam ik er in ‘Opstappen’ op terug. Wegens het overhaaste vertrek van directeur Tanja Lubbers, mede vanwege het bekend worden van de financiële wanorde die bij Llink bleek te heersen. Zo kwam voormalig directeur Anna Visser in goed gezelschap te verkeren, want die was niet lang daarvoor om soortgelijke redenen voortijdig vertrokken. In de reacties wist John Wervenbos die dag nog een interview met haar in de Volkskrant op te diepen: ‘Llink-directeur Anna Visser: ‘Ik moest ooit op mijn bek gaan’. (VKbanen.nl, 13-6-2006)’

Afgelopen woensdag kwam het onvermijdelijke en allang aangekondigde vervolg. Zoals verslaggever Bart Dirks de volgende ochtend in de Volkskrant meldde, onder de titel ‘Omroep Llink boos over “politiek spel”’:

‘Slecht nieuws woensdag voor Llink. Minister Plasterk (Cultuur) vindt dat de de “groene” publieke omroep de eigen verwachtingen niet heeft ingelost. Na vijf jaar proefdraaien in Hilversum kreeg Llink een negatieve beoordelingen van de Raad voor Cultuur, het Commissariaat voor de Media en de raad van bestuur van de Nederlandse Publieke Omroep.

Plasterk neemt die adviezen over en dus verdwijnt de omroep in september 2010 van de buis. “Llink is een buitengewoon sympathieke organisatie, maar het is ze niet gelukt om hun eigen criteria te halen”, zei de minister woensdag bij de beoordeling van alle publieke omroepen. “Programmatisch heeft het niet de voorgenomen vernieuwing gebracht. De ambitie om internet anders te gebruiken, is niet gehaald.”

Bovendien zit Llink financieel in grote problemen. De omroep presenteerde Plasterk nog alternatieven voor de toekomst, maar de minister is onverbiddelijk: “Je kunt maar één keer aspirant-lid zijn.”’

Plasterk deed dus de deur dicht voor Llink (en liet omroep Max definitief toe tot het bestel), maar zette de deuren open voor twee nieuwe gegadigden, PowNed en WNL:

‘PowNed wil jongeren aanspreken die nu weinig naar de de publieke zenders kijken. “Ze willen de grens opzoeken en die zullen die vast ook wel eens overschrijden”, aldus Plasterk. “Daar mag iedereen dan het zijne over zeggen. Na vijf jaar kijken we of PowNed de hoge verwachtingen heeft waargemaakt.”

Dat geldt ook voor WNL, die “maatschappelijk teleurgestelden” en “ondernemend Nederland” wil bedienen. De naam stond aanvankelijk voor “Wakker Nederland”, maar die term wordt niet meer gebezigd. Het is immers ook de slogan van De Telegraaf en de publieke omroepen mogen geen commerciële mediabedrijven als koepel boven zich hebben.’

Ook NRC Handelsblad besteedde aandacht aan dit nieuws, in PowNed en WNL in bestel, Llink eruit’:

‘Het is nog niet eerder voorgekomen dat een aspirant-omroep het bestel moest verlaten. Llink heeft volgens Plasterk de afgelopen vijf jaar niet bewezen dat de omroep programma’s maakt die er nog niet zijn. “Vooral de ambitie om met internet het publiek te betrekken bij nieuwe thema’s kwam niet uit de verf”, zei Plasterk. Hij wees er ook op dat de omroep veel organisatorische problemen kende, en in geldnood kwam door slecht management.

Llink, dat 153.000 leden telt, vindt dat “het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen” en eist een onafhankelijk onderzoek. Directeur Carlien de Ruyter voelt zich “geslachtofferd”. Op vele fronten hebben we verbeteringen aangebracht, zegt ze, “maar geen adviescommissie heeft daarnaar of naar ons nieuwe beleidsplan gevraagd. We zijn afgerekend om wat er is mis gegaan om een daad te stellen.”’

Trouw bracht op gezag van het ANP zelfs een ‘Geschiedenis van Llink in vogelvlucht’:

‘Oktober 2004
Toenmalig staatssecretaris Medy van der Laan (Media) besluit DeNieuwe Omroep Nútopia samen met ouderenomroep Max toe te laten toe te laten tot het publieke bestel. DeNieuwe Omroep werd al in 2000 opgericht door Aad van den Heuvel en Walter Etty. Eind 2003 ontstond omroepvereniging Nútopia.

September 2005
Onder de nieuwe naam Llink beginnen de uitzendingen. Francisco van Jole bijt het spits af met de Geitenwollensokkenshow op Radio 1. Daarna volgen tv-programma's als De Milieuridders en MoveYourAss.

Januari 2006
Llink-directeur Anna Visser wordt uit haar functie gezet, omdat ze haar vaders bedrijf had ingeschakeld voor de productie van een tv-programma. Ook zou ze te weinig aandacht hebben voor dieren en zich te veel focussen op mondiale kwesties. Na een kort geding kan Visser haar werk weer hervatten.

Juli 2007
Floortje Dessing verbindt zich aan Llink, nadat ze twaalf jaar reisprogramma’s maakte voor RTL. Ook voor de ideële omroep blijft ze de wereld rondreizen en zet ze zich in voor de ledenwerfcampagne.

November 2007
Oprichtster Anna Visser kondigt haar vertrek aan. Trots constateert ze dat aan Llink niet langer een geitenwollensokkenimago kleeft, maar dat de omroep inmiddels trendsetter is op het gebied van natuur en milieu, klimaat, duurzaamheid en eerlijke handel.

Januari 2008
Tanja Lubbers wordt de nieuwe directeur. Haar taak wordt het werven van nieuwe leden, zodat Llink in september 2010 kan blijven uitzenden.

April 2008
Tv-presentator Sebastiaan Labrie treedt in dienst. Samen met Floortje Dessing en Froukje Jansen presenteert hij voortaan 3 Op Reis.

Februari 2009
Llink raakt in financiële problemen, vraagt surseance van betaling aan en stelt in opdracht van de geldschieter Nederlandse Publieke Omroep een bezuinigingsplan op.

Maart 2009
Als gevolg van de financiële nood ontslaat Llink de presentatrices Floortje Dessing en Froukje Jansen. Aan het einde van de maand haalt de omroep op de valreep het benodigde aantal van 150.000 leden.

April 2009
Een nieuwe tegenslag. Llink is niet onderscheidend genoeg en kan worden opgeheven, oordeelt een visitatiecommissie onder leiding van Annie Brouwer-Korf.

Mei 2009
Directeur Tanja Lubbers stapt op, zodat Llink met een schone lei verder kan.

September 2009
Nog meer kritiek. Het Commissariaat voor de Media vindt dat de omroepvereniging onder de maat heeft gepresteerd. De Raad van Cultuur stelt dat Llink er niet in slaagt scherpe en sterke journalistiek te maken over de thema’s milieu en duurzaamheid.

Oktober 2009
Actievoerende omroepmedewerkers overhandigen minister Ronald Plasterk (Media) een petitie en een koffertje met Llinkprogramma’s in de hoop dat Llink mag blijven.

November 2009
Minister Ronald Plasterk maakt bekend dat de omroep vanaf september 2010 uit het publieke bestel moet verdwijnen.’

Ik kwam in een oude uitgave van Motief, maandblad voor antroposofie, nog een nieuwsbericht tegen dat sterk aan dit onderwerp raakt. Het werd geschreven door toenmalig redactielid Nard Besseling en gepubliceerd in nr. 29 van april 2000 onder de titel ‘DeNíeuwe Oroep: interactieve televisie en referendum radio’:

‘Begin januari werd een opmerkelijk initiatief bekend­gemaakt. Aad van den Heu­vel, bekend KRO-programma­maker, wil een eigen omroep starten: DeNieuwe Omroep (DNO). Mede-initiatiefne­mers zijn onder anderen Walter Etty (voorzitter Consu­mentenbond, inmiddels lid van de Raad van Toezicht van DNO) en Thijs Chanows­ki (hoogleraar multimedia aan de Universiteit van Amsterdam, bedenker van de Fabeltjeskrant en intemet­enthousiast).

De pers was in januari maar matig positief over de plan­nen van Van den Heuvel c.s. Die komen er in het kort op neer dat DNO programma’s wil gaan maken die aandacht besteden aan ecologie, ont­wikkelingssamenwerking, milieu, mensenrechten, kort­om aan “het goede doel”. De eerste kritiek was niet mals: in het huidige bestel wordt al veel aandacht besteed aan maatschappelijke vraagstuk­ken. Kan DNO de program­ma’s die bij veel omroepen vooraan in de lijst “schrap­pen bij lage kijkcijfers” staan, garanderen? Ja, want, zo betoogt Van den Heuvel, wij vinden dat “aids en mensen­rechten niet meteen een bak vol ellende hoeft te zijn. Je kunt het ook leuk aanpak­ken. Drie mensen in een huis opsluiten bijvoorbeeld en ze een oplossing laten beden­ken.”

Inmiddels is er heel wat con­creters bekend over de pro­grammering, en worden er frisse ideeën verwoord. Over hoe je kijkers meer kunt betrekken bij de programme­ring. Dat doe je bijvoorbeeld door “de kijker de omroep te laten zijn”, zoals Ivo Went­holt, manager bij Lost Boys, Neerlands grootste multime­diabedrijf, het formuleert. “Je kunt televisie en internet combineren door televisie interactief te maken. Bedenk een manier waarbij de kijker door internet een onderdeel wordt van programma’s.” Ook de radio wordt niet vergeten. Een verrassend initiatief: Referendum Radio, directe inspraak van luisteraars. Die kunnen ideeën aandragen, maar ook hun mening geven, per fax, telefoon of e-mail. Aan het eind van de dag wordt de uitslag van het refe­rendum bekendgemaakt.

Een overzicht van de tv-pro­gramma’s. Er komt een apart journaal dat zich speciaal richt op de ontwikkelingen binnen de informatietechno­logie. Een nieuwsitem over Europees bestuur (Brussel) en kort, flitsend “goede doe­len-nieuws”. Er staan docu­mentaires gepland over het “Erfgoed van de Mensheid” (Blij Te Zien Dat Niet Alleen Antroposofen Van Hoofdlet­ters Houden Als Ze Over “Het Hoogste” Schrijven), over niet-westerse culturen. Reportages over de Derde Wereld, ecologisch bouwen, gewone mensen in een gewone straat, kunst(roof), boeken (“een eigenzinnige kijk op fictie en non-fictie”), economische activiteiten in ontwikkelingslanden. Voor kinderen: een programma over gezondheid voor tien tot twaalfjarigen en een dis­cussieprogramma met kinde­ren over wereldproblemen.

Op mij maakt het de indruk van: we willen graag “verant­woorde” programma’s maken, maar weten niet zeker of we de kijker echt mogen behagen. Goede ideeën, zoals luisteraars en kijkers direct invloed geven. Prima, maar hoever wordt dit straks echt doorgevoerd? Ik mis ook nog wat: film en sport. Vooral dat laatste ver­baast me. In veel Derde­Wereldlanden is sport een enorme uitlaatklep en ont­spanningsmogelijkheid voor mensen. Juist binnen de plannen van DNO zou het niet misstaan aandacht aan sporters en sport te geven, anders dan in de commer­cieel verziekte vorm waarin wij die consumeren. Wat betekent sport, deze ultieme combinatie van westerse commercie en universele individuele geldingsdrang voor de gemiddelde sloppen­bewoner van Rio? Juist deze vraag, waarbij je in het hart komt van de problematiek die DNO wil belichten, lijkt me een uitdaging. Want we leven toch met een groot dilemma: wat doen we wan­neer we anderen (individuen, volken) in aanraking brengen met “onze waarden”: is dat hulp of ontkenning van het bestaansrecht van het andere? Ik zat laatst in de trein tegen­over een erg donkere man, een Afrikaan. Hij las in een boek. De titel laat me niet meer los: Et quand l’Afrique refusait l’aide? (En wanneer Afrika de hulp weigert?) Hopelijk komen er program­ma’s die hier iets over gaan zeggen. (NB)

Bronnen: NRC Handelsblad, De Volkskrant en actiekranten DeNíeuwe Omroep’

Vandaag heeft Hugo Verbrugh het er in zijn ‘Middernachtszon’ (die trouwens eergisteren zijn eerste verjaardag vierde – niet Hugo, maar zijn weblog; bij deze nog mijn hartelijke felicitaties) over, getuige alleen al de opmerkelijke titel ‘Omroep Llink is geliquideerd. Het wordt tijd voor een anti-democratische politieke partij’. Hij schrijft onder meer:

‘Toen Llink begon, in 2005, werd ik meteen lid. Ik kende Anna Visser al vele jaren, we waren (en zijn nog steeds) goed bevriend, ze leek me een prima persoon om met de allure waarmee wij in Rotterdam de dingen doen dit nieuwe initiatief in omroepland stevig neer te zetten.

Het is anders gelopen, en ik ben gaandeweg misschien iets gaan begrijpen van de verschillende redenen waarom het misschien niet anders had kunnen lopen. Na een paar aanvangsperikelen ging het goed, maar echt enthousiast kon ik niet worden. Ik keek soms, maar als ik keek, was ik bijna altijd heel gauw uitgekeken.

Ruim twee jaar na de start van de uitzendingen trok Anna Visser zich om persoonlijke redenen terug, en kort daarna moest Llink onder leiding van Tanja Lubbers alle zeilen bijzetten om de 150.000 leden te krijgen die nodig waren om te kunnen doorgaan.

Dat lukte uiteindelijk, maar vraag niet hoe. En vraag nog minder hoe de relatie van al die leden met elkaar en met het management was. Vier maal heb ik de afgelopen maanden in deze blog over Llink geschreven: 5 maart (Doe iets voor de wereld, word lid van de duurzame omroep Llink), 24 april (Omroep Llink in de problemen (1): kun je via de televisie je idealen uitdragen en zodoende...?), 25 april (Llink in de problemen (2): zou het helpen als ze dichter zouden aanschurken tegen de antroposofie?), en 7 oktober (Omroep Llink: wie zijn tijd vooruit is, vist achter het net. Eénoog, drieoog in het land der blinden). Alle keren had ik bij zoveel mogelijk leden erop aangedrongen in onze Mz blog [Middernachtszon, MG] te reageren om zodoende onder het motto zwaan-kleef-aan meer mensen bij Llink te betrekken (dat je zoiets zou kunnen doen, had ik niet zelf bedacht. De laatste maanden kregen we als leden van de directie van Llink af en toe brandbrieven of we vooral toch met alle ons ten dienste staande middelen wilden bevorderen dat Llink in de bekendheid kwam en zo voort).

En kwamen er reacties vanuit de leden of het management of de directie? Totaal niets, nihil, nope, nada, ничего ( = nietsjewòh).

Dat is niet de manier “to make friends and relations”, om het te zeggen in termen van een Amerikaans boek over management uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Je hoeft als omroep misschien niet meteen een tros-achtige familie willen worden, laat staan de grootste van Nederland, maar je kunt ook naar de andere kant overdrijven.’

Hugo Verbrugh heeft ook een idee waarom Llink niet voldoende aansloeg:

‘Wat ontbroken heeft was een Visie. Uit minstens één bron hadden ze die kunnen putten. Een aantal antroposofen, en niet de eerste de besten, onder meer niemand minder dan Ron Dunselman, voorzitter van de Antroposofische Vereniging in Nederland, hebben zich actief sterk gemaakt voor Llink. Op de fameuze BijnaDood Conferentie met Van Lommel eind februari in de Vrije Universiteit, waarover ik in februari ongeveer een dozijn keer hier schreef, stonden zeloten van Llink in een stand en deelden duizenden flyers uit met de opwekking om lid te worden. Weliswaar zou je, als folders tomatenschijfjes waren, nu allemaal tomatenplantjes in die omgeving vinden, maar dit terzijde.

Het blijkt allemaal, om Faust te citeren (en ’sofen kennen hun Goethe, dus een citaat uit een tekst van hem is hier functioneel), “Schall und Rauch” te zijn geweest. In rond en duidelijk Nederlands: al dat gekoer tussen Llink en de ’sofen blijkt louter prietpraat en geneuzel te zijn geweest.

Llink is geliquideerd, in de plaats daarvan krijgen we “...de populistische rebellen van PowNed, ontsproten uit weblog GeenStijl”, zoals het staat in NRC Handelsblad van 5 november: “...PowNed (gaat) bezorgde burger en internetgeneratie vertegenwoordigen in het publieke bestel (met een) dosis brutaliteit voor ‘zouteloos’ Hilversum”.

Wat we daarvan kunnen verwachten wordt in de krant rond en duidelijk verwoord door voorzitter Dominique Weesie. Hij kan niet “wachten om met een gestrekt been dat zouteloze Hilversum te treffen.”

In nog iets ronder en duidelijker Nederlands: jullie fatsoenrakkerende burgers die zo nodig allerlei zogenaamd moois willen dat niemand anders wil, krijgen van mij zo gauw mogelijk een trap onder je reet.

Dat worden de stijl, de terminologie, de omgangsvormen in Hilversum.

Maar wat wilt u? Zo werkt de democratie – de meerderheid van het volk wil het zo, dus tel uit je winst.’

Zoeken in deze blog

Wordt geladen...

Over mij

Mijn foto
Michel Gastkemper
Redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – Redacteur van de Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – Voormalig redacteur van het inmiddels ter ziele gegane ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ , uitgegeven door een onafhankelijke stichting en niet meer verschenen sinds september 2006 – – Voormalig eindredacteur van ‘Motief, maandblad voor antroposofie’, uitgegeven door de Antroposofische Vereniging in Nederland – – Voormalig redacteur van ‘de Sampo’, het in 2001 opgeheven tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het eind 2006 in een fusie opgegane Heilpedagogisch Verbond (HPV)
Mijn volledige profiel weergeven

Google Translate

You only have to choose your own language, and automatically the text will be translated. The translator can only translate one report at the same time (and at this blog they are long!), so first you must click on the report you want to read and then push the Translate-button.

Aanverwante en aan te raden blogs

Volgers