Antroposofie in de pers

Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de verdrukking. Want antroposofie is niet eenvoudig te grijpen en te begrijpen. Dat geeft snel een vertekend beeld. In deze weblog wil ik ruimte geven om antroposofie, zoals zij in de media verschijnt, op haar merites te beoordelen. Vanuit een positieve instelling. Maar niet kritiekloos.

zondag 7 juni 2015

Tussenjaar

Zal ik maar gewoon weer beginnen met wat Motief te bieden heeft? Het nieuwsbericht op donderdag 4 juni ging over het ‘Eerste antroposofische e-book’:
‘“Ieder inzicht dat je zoekt enkel om je kennis te verrijken, enkel om schatten in je op te stapelen, leidt je van je weg af; ieder inzicht dat je echter zoekt om rijper te worden op de weg naar vervolmaking van de mensheid en ontwikkeling van de wereld, brengt je een stap verder.” Deze woorden staan in De weg tot inzicht in hogere werelden, het all time best verkopende boek van Rudolf Steiner. Ze brengen de bedoeling ervan waarschijnlijk beter tot uiting dan de titel alleen dat kan. Dit boek is nu ook verkrijgbaar als e-book, te lezen op alle vormen van digitale apparatuur.

De vertaling is van Marijke Buursink, de nawoorden zijn geschreven door Leo de la Houssaye en Roel Munniks. Zij gaan in op de opbouw van dit scholingsboek en leggen de structuur van voorbereiding, verlichting en inwijding bloot. De oefeningen zijn in principe eenvoudig en leiden de beoefenaar op een zekere en veilige manier op zijn innerlijke ontwikkelingsweg. Dit antroposofische basisboek is hiermee het eerste e-book van Steiner in het Nederlands.’
Op dezelfde website staat ook ‘Bekijk de laatste editie: Motief #193’. Dit geldt het juninummer:
‘Kees Veenman over kleurmeditatie

Kleurenonderzoek leent zich goed voor het ontwikkelen van de imaginatieve waarneming. Door je te verdiepen in de dynamiek van licht en donker van waaruit kleuren ontstaan, kun je hun karakter en hun helende kwaliteiten ervaren. Kees Veenman biedt in zijn nieuwe boek “Kleurmeditatie” handreikingen aan om dit proces op gang te brengen.

Nieuws

Jaap Sijmons staat in zijn column stil bij de problematiek van bootvluchtelingen. Het eerste Nederlandstalige antroposofische e-book is verschenen, Hogeschool Leiden en AViN slaan de handen ineen voor een Michaëlweek voor jongeren, Janine Verdonk promoveert op individualisme, gemeenschapsleven en maatschappelijke participatie in de antroposofische beweging en er is weer een goedgevulde agenda.

Antroposofen op vakantie

Hoe brengen mensen die een verbinding hebben met de antroposofie hun vakantie door? Welke plekken bezoeken ze en wat zoeken ze daar? Zwemmen in een bosmeertje, opladen door etherkrachten in een ongerept natuurlandschap of saamhorig afwassen met gelijkgestemden: een scala van bijzondere vakantieplekken en -ervaringen komt voorbij.

Online scholingsweg

Het wordt steeds duidelijker dat traditionele strategieën niet langer toereikend zijn om de wereldwijde uitdagingen van deze tijd aan te gaan. Met een internetworkshop brengt Otto Scharmer (bekend van Theorie U) duizenden mensen uit verschillende maatschappelijke gebieden bij elkaar om daar een oplossing voor te vinden. Scharmers online cursus vertoont veel parallellen met scholingsaanwijzingen van Rudolf Steiner.

Wedergeboorte van de Vrije Hogeschool

“Een zwarte zwaan is nooit de laatste die voorbij komt, er komt altijd nog een witte,” zei Jeroen Lutters in het aprilnummer van Motief. Die witte zwaan kwam er. De Bernard Lievegoed University stopt, maar de stichting Vrije Hogeschool is opgericht. Vanuit een nieuwe locatie in hartje Utrecht biedt de Vrije Hogeschool studenten het stuurmanschap waarmee ze richting kunnen geven aan hun toekomst.

Spelen met de tussenruimten

Christian Morgenstern (1871-1914) schreef zowel humoristische, cabareteske teksten en gedichten als verinnerlijkte verzen en onnadrukkelijke verzen voor meditatieve scholing. Hierbij verzweeg hij zijn verbinding met Rudolf Steiner en de antroposofie niet. Door de “Zwischenraum”, de tussenruimten in zijn werk, laat Morgenstern de lezer een nieuwe wereld betreden.’
Wat die genoemde Michaëlweek aangaat, daarvan is een aparte website:
‘Wat vraag jij aan de wereld? Wat vraagt de wereld aan jou?

Wat gebeurt er met de mens en de wereld waarin we leven? Wat willen we als jonge generatie en hoe kunnen we verbindingen leggen met onze herinneringen van verleden en dromen voor de toekomst, om in het heden constructief te kunnen zijn?

In de week van maandag 28 september tot vrijdag 2 oktober zal een afspiegeling van de jeugd die in het begin van de 21e eeuw leeft samenkomen! Met 400+ jongeren zullen we de vragen vanuit onszelf en de tijd waarin we leven aangaan en met elkaar verbinden.

Via actieve werkgroepen, voordrachten, samen eten, zwemmen, dans, muziek, filosofie, theater, beeldende kunst, meditatie, schrijven, in stilte zijn en vuur, zullen we deze vragen aftasten en zichtbaar maken.

Je kunt hier meer lezen over de inspiratie achter dit initiatief. Aanmelden kan vanaf 15 juni 2015 via deze website!

De Michaëlweek is een gezamenlijk initiatief van: [logo’s van Antroposofische Vereniging in Nederland, Vrije Hogeschool, Hogeschool Leiden, Raphaëlstichting]
Boslaan 15, 3701 CH Zeist, T: (030) 691 82 16, E-mail: info@michaelweek.nl, KvK: 40476182’
Over die inspiratie valt er te lezen:
‘Meestal verblijven de tijdsgeest en het eigen motief in het onzichtbare en kunnen onze zintuigen hen niet ontdekken. Zo nu en dan echter, lichten ze beide tegelijk op; de tijdsgeest én het persoonlijke motief vallen samen, twee seconden is alles met elkaar verbonden. De harmonie die dan zegeviert is schaars, uniek in haar soort. Rust bereikt je bestaan en ineens is het duidelijk wat er gedaan moet worden. Of het nu groots en ruig, of klein en kwetsbaar is. Echter, zo plots als deze helderheid zich vertoont, kan deze ook weer verdwijnen.

Iets wil zich manifesteren in de tijd waarin we leven, het lijkt om aandacht te vragen, veel aandacht. Via allerlei kanalen roept het onze namen. Het individu staat temidden van een bruisende samenleving, een bruisende wereld. Wat vraag jij aan deze wereld? En wat vraagt deze wereld aan jou? Wat doet er nu echt toe? Voor jou én de tijd waarin je leeft?

Het gebruis lijkt steeds vaker om te slaan in ruis, het geroep in geschreeuw. Wat ervaar jij als tegenkracht, iets wat je van je daadwerkelijke pad af probeert te houden? Hoe te ontsnappen aan de druk van buitenaf, van de verwachtingen, zonder de verbinding met het geheel te verliezen? Hoe uit te zoomen in een wereld waarin detail steeds belangrijker lijkt te worden? De adelaar weet het, zonder meer. Of is het de Feniks? Die de kracht van het herrijzen beheerst, maar het steeds opnieuw moet leren.

Laten we proberen om de tijdsgeest te duiden, door licht op haar schaduw te werpen. Laten we proberen de rust en harmonie te vinden, waarbinnen we onszelf kunnen waarnemen. Laten we proberen om wat de tijd waarin wij leven vraagt, te verbinden met onze eigen vragen. Laten we de moed verzamelen om wegen te gaan, die misschien niet voor de hand liggend of uiterlijk groots zijn, maar ons als mens met elkaar én de tijd waarin we leven verbinden!’
Wat die Vrije Hogeschool aangaat, ook daar is nu een nieuwe website van, of eigenlijk een Wordpress-achtige omgeving. Op 31 mei schreef men (er staat geen enkele naam bij) dit ‘Bericht aan de oud studenten’:
‘Terugblik

Terugkijkend op ons gezamenlijke gesprek 21 mei op de zolder van de nieuwe Villa zijn we dankbaar dat jullie er waren en kritisch en opbouwend konden meeleven met de start van de nieuwe Vrije Hogeschool. Het was erg spijtig dat er tevoren geen helderheid was over het feit dat we geen informatie konden geven over de zaken die de BLU betreffen. Maar jullie hebben ons geholpen ons bewust te worden wat de essentie is, de “as” van de VH cultuur, die als basis moet gaan dienen voor de nieuwe VH. Jullie hebben ons opgeroepen de aandacht voor het hoogste in de VH cultuur nooit te laten verslappen, te vertrouwen in plaats van ons in te dekken en volledig verantwoordelijk te worden voor alles wat wij met elkaar willen bouwen. Jullie hebben helder onder woorden gebracht waarom het eigenlijk gaat. Je hebt geluisterd naar argumenten, tegenargumenten opgeworpen en problemen benoemd. Jullie hebben ons eraan herinnerd wat ons te doen staat, wat de roeping van de VH moet zijn, hoe we ervoor staan. Jullie hebben ons de ogen geopend voor het wezenlijke van de Vrije Hogeschool. Je hebt helderheid gebracht. Daarvoor onze grote dank! Het mooiste moment was toch wel, dat we de zware deur openden om naar huis te gaan, en dat jullie daar nog stonden, met zijn allen, bij die deur, zoals het altijd was na Studium generale avonden; de avond al afgelopen, maar voor de deur staat een groep discussiërende studenten, op een kluitje, niet naar huis te krijgen. Omdat de poort van de VH nu eenmaal van ouds de beste plek is om na te praten, te flirten, te roken, samen te zijn. Alsof het universum haar vaste loop alweer hernomen had.

Oude zaken

We zijn verwikkeld geweest in een situatie die ondoorzichtig was. We gaan ervan uit dat degenen die opriepen tot helderheid over het reilen en zeilen van het afgelopen jaar, in gesprek gaan met de rector en de Raad van Toezicht van de BLU. Oud-studenten Mira Krozer en Claudia Brand en hebben aangeboden dit gesprek te faciliteren, onder leiding van een externe gespreksleider. Het gesprek zal voor 1 juli moeten plaatsvinden, omdat het bestuur van de BLU na 1 juli uit haar taak ontheven is. Laat Mira graag voor 5 juni weten als hiertoe behoefte is. Contactadres: Mira Krozer:mirakrozer@gmail.com

Afscheid nemen

Daarnaast is de wens uitgesproken graag dat er nog een bijeenkomst komt, waarbij we écht afscheid kunnen nemen en dankbaarheid betonen aan het verleden, de Villa, het landgoed en alles wat we daar met elkaar hebben beleefd en tot stand hebben gebracht. Anne van Barneveld heeft de vraag gesteld of er mensen onder jullie zijn die willen meedenken over een bijeenkomst waarbij we “terugkijken op wat het verleden heeft gebracht en waar het ieder van ons (ook samen) toe oproept”?

Toekomst

Vorige week werd ook duidelijk dat een aantal van jullie zich, wil inzetten voor het nieuwe initiatief van de nieuwe Vrije Hogeschool. Dat ervaren wij als grote steun.

Kritisch meedenken

Een paar mensen hebben aangegeven kritisch te willen meedenken over hoe in het verleden gemaakte fouten nu voorkomen kunnen worden. Zij worden graag uitgenodigd voor een eerste gesprek om mee te denken over onderwerpen als transparantie en sociale hygiëne, het opzetten van een Alumninetwerk, dat als studentmentor wordt betrokken bij studenten van de nieuwe Vrije Hogeschool, en het Studium Generale. Igno Notermans (oud student Internationaal jaar) heeft zich opgeworpen dit initiatief te vertegenwoordigen. Wij willen hen graag op 11 juni, voorafgaand aan de informatieavond uitnodigen voor een eerste gesprek van 16.00 tot 17.30 uur.

Opbouw

Ook waren er mensen die willen helpen met het opbouwen van de nieuwe Vrije Hogeschool. In de komende maanden is daarbij de werving van belang. Wie wil helpen op de informatieavond van: 11 juni, 8 juli of 26 augustus (van 19.00 tot 22.00u)?

En wie zouden een workshopmiddag willen organiseren op 21 juni voor aankomende studenten en oud-studenten waar docenten en ook oud-studenten die dat willen, door workshops (kunst, gesprek, projectthema’s) iets kunnen laten ervaren van de nieuwe VH?

Het zou geweldig zijn als je tijd hebt om deze feestelijke ervaringsmiddag te organiseren op de langste dag van het jaar!’
Bezoeken we de website van de Bernard Lievegoed University, dan lezen we:
‘De Bernard Lievegoed University is met haar programma’s actief tot en met 30 juni 2015. Daarna eindigt haar bestaan.

Aan de Drift 17 in Utrecht in een initiatief gestart onder de naam Vrije Hogeschool, waarin onder andere een oriëntatiejaar wordt aangeboden. Zie: www.vrijehogeschool.nl.’
Daar aangekomen, staat er:
‘Welkom! Aan de inhoud van deze website wordt hard gewerkt, het kan zijn dat informatie nog niet juist of volledig is. Kijk gerust rond en blijf dat in de (recente) toekomst ook zeker doen! Neem voor vragen contact met ons op.’
Ik ben speciaal benieuwd naar wie er de organisatie verzorgt. In het menu vind ik bij ‘Over ons’:
Ik kies er dus ‘Organisatie’ uit:
‘Hoger onderwijs dat heel de mens aanspreekt

Wij geloven dat ieder mens een onuitputtelijke hoeveelheid talenten heeft. Die talenten verdienen het ontwikkeld te worden in de context van heel de mens. Waar het hoger onderwijs zich steeds meer is gaan specialiseren, kiest de Vrije Hogeschool voor verbreding en verdieping. Inspiratie als bron van ontwikkeling.

Directeur: Drs. Gerrie Strik

Wetenschap

Cultuurwetenschap: Drs. Gerrie Strik
Sociale wetenschap: Etrona van der Heijden BA

Kunst

Beeldend: Jurrian van den Haak
Theater & Drama: Koen Jantzen
Theater & Schrijven: Sebastian Verstegen
Muziek: Imre Ploeg
Fotografie: Sander Heezen

Ondernemen

Leiderschap & Organisatie: Drs. Clarine Campagne’
Onder ‘Medewerkers’ staan vermeld:
Clarine Campagne staat er dus twee keer in. Maar goed, de website is in aanbouw. Misschien is het nog wel goed ter vergelijking even te kijken naar de oude website van de Bernard Lievegoed University, naar wie er daar de ‘Organisatie’ uitmaakte.
‘Hoger onderwijs dat heel de mens aanspreekt

Wij geloven dat ieder mens een onuitputtelijke hoeveelheid talenten heeft. Die talenten verdienen het ontwikkeld te worden in de context van heel de mens. Waar het hoger onderwijs zich steeds meer is gaan specialiseren, kiest de Bernard Lievegoed University voor verbreding en verdieping. Inspiratie als bron van ontwikkeling.

Rector: Dr. Jeroen Lutters
Directeur: Drs. Gerrie Strik

Wetenschap

Algemene wetenschap
Cultuurwetenschap
Sociale wetenschap

Kunst

Beeldend
Theater & Film
Dans
Fotografie

Ondernemen

Leiderschap & Organisatie
Markt & Ondernemen
Decanaat

Raad van Toezicht

Voorzitter: Dr. Adriaan Bekman
Lid: Prof. dr. Marcelo da Veiga
Lid: Prof. dr. Arjo Klamer
Lid: Drs. Jose Teunissen
Lid: Drs. Harry Starren

Wetenschappelijke Raad

Prof. Dr. Cees Zwart
Prof. Dr. Arjo Klamer
Prof. Dr. Klaas van Egmond
Dr. Adriaan Bekman
Frank Willems (Hanzehogeschool)

Raad van de Kunsten

Gijs Frieling
Herman Bartelds
Selma Susanna
Jos Groenier
Rik ten Cate

Vriendenkring

Jan Tulner
Henk Olyrhook
Cock van Woersem-Kortz
Betsie Govers
Claartje Rols
Marrigje Nieuwenstein

Comité van Aanbeveling

Voorzitter: Drs. Emilie Randoe
Prof. Dr. Arjo Klamer (Erasmus Universiteit)
Prof. Dr. Cees Zwart (Erasmus Universiteit)
Prof. Dr. Klaas van Egmond (Universiteit Utrecht)
Prof. Dr. Klaas IJkema (Lonnrot University)
Prof. Dr. Jan Willem Erisman (Bolk instituut)
Prof. Dr. Gert Biesta (University of Stirling)
Prof. Dr. Rosi Braidotti (Universiteit Utrecht)
Prof. Dr. Arthur Zajonc (Anherst College)
Lector Dr. Adriaan Bekman (Hanzehogeschool)
Lector Dr. Cees Sprenger (Politieacademie)
Lector Dr. Anke Coumans (Hanzehogeschool/HKU)
Lector Drs. Jose Teunissen (ARTEZ)
Lector Mr. Eric van de Luytgaarden (Hogeschool Zuyd)
Lector Frank Willems (Hanzehogeschool)
Onderzoeker Dr. Cees Leijenhorst (Radboud Universiteit)
Onderzoeker Dr. Bibi Straatman (ARTEZ)
Onderzoeker Drs. Hanke Drop (Hogeschool Utrecht)
Kunstenaar Herman van Veen (Podiumkunstenaar)
Kunstenaar Koen Jantzen (De Noorderlingen)
Kunstenaar Gijs Frieling
Kunstenaar Herman Bartelds
Kunstenaar Selma Susanna
Kunstenaar Jos Groenier
Kunstenaar Rosalind Veltman (Bureau Kelpie)
Kunstenaar Drs. Stijn Schreurs
Ondernemer Lideweij Edelkoort (Trend forecaster)
Ondernemer Drs. Harry Starren (Dutch Creative Industries)
Ondernemer Drs. Peter Blom (CEO Triodosbank)
Ondernemer Drs. Happy Megally (IMO)
Ondernemer Drs. Rogier Boon (Fonk)
Ondernemer Mr. Floris Lambrechtsen (Double Dividend)
Ondernemer Drs. Merlijn Trouw (CEO OlmenEs)
Ondernemer Drs. Dave Jongeneelen (Better Future)
Ondernemer Drs. Bernhard Kloke (IMO)
Ondernemer Thomas Vaasen Msc. (The Hub/ Blik-opener)
Ondernemer Frans de Lange (Vrij ondernemer)
Ondernemer Engbert Breuker (Blue Economy)
Ondernemer Adriaan de Man (Blue Economy)
Ondernemer Daphne Mol (Nederlands Watermuseum)
Ondernemer Anne Mieke Eggenkamp (Topteam Creative Industrie)
Docent Drs. Jan Ewout Ruiter (Leren Filosoferen)
Docent Drs. Frans Lutters (Stichtse Vrije School)
Docent Drs. Erno Eskens (ISVW)
Docent Frans van de Goorbergh (Hogeschool van Hall Larenstein)

Examencommissie

Eric van de Luijtgaarden
Hanke Drop’
Dat is dus wel enigszins anders geworden. Bij ‘Kalender’ zien we staan:
‘Op woensdag 10 juni 2015 vindt de afronding van de Minor II plaats. Vanaf 19.00 is iedereen welkom, om 19.30 begint de officiële uitreiking van de certificaten. We eindigen met een afsluitende borrel en rond 21.30 uur verwachten we klaar te zijn. Je bent van harte uitgenodigd.

Op 19 juni 2015 vindt de afronding van het Tussenjaar plaats. De hele week eraan voorafgaand is de slotweek.’
We gaan door naar de Vereniging van vrijescholen. Op 5 mei meldde deze dat de ‘Algemene Ledenvergadering op 1 juli 2015’ plaatsvindt:
‘De Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van vrijescholen wordt gehouden op 1 juli aanstaande in Studio Dudok in Den Haag. Voorafgaand aan het huishoudelijk gedeelte van de ALV organiseert de Vereniging een inhoudelijk programma met een politieke onderwijstafel.

Tijdens de bijeenkomst wordt onder meer de uitkomst van een landelijk onderzoek naar de keuze voor de vrijeschool gepresenteerd. Ook wordt een gesprek gevoerd naar aanleiding van de maatschappelijke dialoog over het toekomstgericht curriculum: Onderwijs 2032. Hierin komen vertegenwoordigers aan het woord uit de politiek, de onderwijssector, de wetenschap en het vrijeschoolonderwijs. Monique Volman, wetenschappelijk directeur bij het Centrum voor Nascholing en hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam, verzorgt een inleiding op de onderwijstafel.

Meer informatie vindt u op de pagina van de Onderwijstafel.’
Daar staat de volgende informatie, ‘Programma Politieke Onderwijstafel & ALV’:
‘De Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van vrijescholen wordt gehouden op 1 juli aanstaande in Studio Dudok in Den Haag. Voorafgaand aan het huishoudelijk gedeelte van de ALV organiseert de Vereniging een inhoudelijk programma met een politieke onderwijstafel.

Tijdens de bijeenkomst wordt onder meer de uitkomst van een landelijk onderzoek naar de keuze voor de vrijeschool gepresenteerd. Ook wordt een gesprek gevoerd over het toekomstgericht curriculum: Onderwijs 2032. Hierin komen vertegenwoordigers aan het woord uit de politiek, de onderwijssector, de wetenschap.

Programma

14.30-15.30 uur: Rondleiding Binnenhof & Tweede Kamer
15.30-16.00 uur: Ontvangst leden en deelnemers
16.00-17.30 uur: Inhoudelijk programma met Politieke Onderwijstafel

– Presentatie resultaten van een landelijk onderzoek naar de schoolkeuze van leerlingen en ouders die voor de vrijeschool hebben gekozen, door Drs. Vincent van Grinsven, onderzoeker en directeur DUO Onderwijsonderzoek

– Wetenschappelijke visie op de brede persoonlijkheidsontwikkeling van kinderen in het kader van #onderwijs2032, door Monique Volman, wetenschappelijk directeur bij het Centrum voor Nascholing en hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam.

– Politieke onderwijstafel onder leiding van Rian van Dam, voorzitter van de Vereniging van vrijescholen. Aan de onderwijstafel nemen plaats:

Simone Walvisch, vicevoorzitter van de PO-Raad
Tanja Jadnanansing, Tweede Kamerlid, PvdA
Tjitske Siderius, Tweede Kamerlid, SP
Michel Rog, Tweede Kamerlid, CDA
Roelof Bisschop, Tweede Kamerlid, SGP
Jeroen Gommers, bestuurslid Vereniging van vrijescholen

17.30-18.15 uur: Netwerkborrel (met broodjes)
18.15-19.15 uur: Algemene Ledenvergadering (besloten voor leden)

– Jaarbericht Vereniging van vrijescholen

– Inleiding door Frans Ebskamp, voorzitter van de nieuwe Internationale Werkgroep van de Vereniging van vrijescholen

– Huishoudelijk programma ALV

Aanmelden

Het programma is bedoeld voor schoolleiders van vrijescholen en leden en relaties van de Vereniging van vrijescholen. Voorafgaand aan de bijeenkomst is er de mogelijkheid om deel te nemen aan een rondleiding door het Binnenhof en de Tweede Kamer. U kunt zich aanmelden via vereniging@vrijescholen.nl. Geeft u daarbij aan of u naast het programma ook deelneemt aan de rondleiding.’
Op de website van vrijeschoolbeweging.nl vind ik onder de datum van 1 juni, ‘Datum bekend van de Landelijke pedagogische vergadering in 2016’:
‘Om er in uw planning vast rekening mee te kunnen houden, zijn hier de data van de twee identieke landelijke pedagogische vergaderingen, georganiseerd door de pedagogische sectie van de Antroposofische Vereniging in Nederland, in het schooljaar 2015-2016:

7 april op het “Karel de Grote College” te Nijmegen
14 april in De Vrije School Den Haag

van 17.00 uur tot 21.00 uur. Beide bijeenkomsten hebben hetzelfde thema, dat in het najaar bekend zal worden gemaakt. Zet de data a.u.b. vast in uw agenda en jaarplanner.

Namens de organisatie,
Lot Hooghiemstra, Frans Lutters en Annemiek Geertsma
pedagogische.sectie@gmail.com’
AntroVista meldde op 28 mei het overlijden van Edy de Munck:
‘Op 93-jarige leeftijd is op 25 mei j.l. Edy de Munck overleden.
Edy was een warm, origineel en initiatiefrijk mens die tot op hoge leeftijd, tot aan haar overlijden samen met zijn vrouw Margreet, de wereld bereisde. De zeventig al ruim gepasseerd reed hij nog door de woestijn in Lybië en fotografeerde er rotstekeningen die nog nagenoeg onbekend waren of bezocht Scythengraven in Gorny Altaï. Altijd beleefde hij onverwachte avonturen en ontmoette hij bijzondere mensen – waarover hij dan naderhand levendig kon vertellen.’
Gisteren werden opnieuw ‘Open avonden tussen bestuur en leden’ van de Antroposofische Vereniging aangekondigd:
‘Dit jaar werden al enkele Open avond-gesprekken gevoerd over initiatieven en vragen die er in de vereniging en beweging leven. De avonden zijn bedoeld om met elkaar te spreken over belangrijke thema’s en initiatieven. Waar voel je je verantwoordelijk voor? Waar heb je vragen bij? Waar kunnen we elkaar steunen en van elkaar leren? Daarbij willen bestuursleden graag luisteren naar wat bij leden leeft en ook over eigen initiatieven vertellen en bevraagd worden.

De volgende open avond is op 10 juni op Boslaan 15 in Zeist met om 19.15u koffie en om 19.30u openingsronde en gesprek. De eindtijd is 21.45 uur. Het thema voor deze avond is zeer ruim gekozen “Antroposofie in deze tijd” zodat er gelegenheid is om verder te spreken over wat op wat de jaarvergadering naar voren komt en over de initiatieven en vragen die ieder wil inbrengen. Ook suggesties voor te bespreken thema’s voor volgende open avonden, zoals een gesprek over Motief, zijn welkom.

Wij waarderen het zeer als je vragen en initiatieven wil inbrengen in het open-avond gesprek! Geef je graag tijdig op secretariaat@antroposofie.nl. We denken aan een maximum van 20 mensen.’
Op 25 mei publiceerde Ridzerd van Dijk op zijn onvolprezen Steiner-weblog een Steinercitaat onder de titel ‘Baat het niet, het schaadt ook niet’:
‘Wat u in De weg tot inzicht in hogere werelden vindt, onderscheidt zich van veel andere regels en oefeningen door de eigenschap dat ze onschadelijk zijn. Alleen zulke dingen zijn meegedeeld, welke – ook als ze niet met geduld en standvastigheid worden uitgevoerd – de mensen geen schade kunnen brengen. Ook als ze niet met standvastigheid worden doorgevoerd, kunnen ze geen kwaad. Niemand kan schade door ze lijden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 53 – Ursprung und Ziel des Menschen – Berlijn, 15 december 1904 (bladzijde 198-199)’
Nu is mijn voorraadje in het Nederlands zo’n beetje op en ga ik door in het Duits. Te beginnen met een bericht gisteren bij Anthromedia.net van het ‘Rudolf Steiner Archiv’, ‘Rudolf Steiner Nachlassverwaltung in Stiftung überführt’:
‘Der bisherige Verein Rudolf Steiner Nachlassverwaltung wurde im Mai 2015 in die Form einer Stiftung überführt.

Die Stiftung plant mit der «Gesamtausgabe 2025» den Abschluss der Edition der Rudolf Steiner Gesamtausgabe bis zum Jahr 2025.

Gemäss einmütigen Beschlüssen der Mitgliederversammlung des Vereins wurde die Rudolf Steiner Nachlassverwaltung im Mai 2015 in die Rechtsform einer Stiftung mit unveränderter Zweckbestimmung und unter eidgenössischer Aufsicht überführt. Die Form der Stiftung mit ihrem dauerhaftem Schutz des Zwecks ist am besten geeignet, die auf Marie Steiner zurückgehenden Aufgaben der unabhängigen Erhaltung und Herausgabe des Werks von Rudolf Steiner in der Zukunft langfristig zu gewährleisten. Marie Steiner hatte den Verein, dem sie als testamentarische Erbin Rudolf Steiners den gesamten Nachlass und die Rechte am Werk Rudolf Steiners übertrug, 1943 gegründet und dabei selber bereits die Form einer Stiftung erwogen.

Der erste Stiftungsrat wurde vom Verein gewählt und wird bis Frühjahr 2016 mit interessierten Partnern ein Kuratorium als Stiftungsorgan zur Vernetzung nach aussen bilden. Der bisherige Verein wandelt sich in einen Förderverein um. Die Stiftung wird die Anstrengungen um die Finanzierung des Grundbedarfs ihres Rudolf Steiner Archivs als öffentlich zugänglicher kultureller Einrichtung fortsetzen. Der Stiftungsrat bestätigte einstimmig Dr. David M. Hoffmann als Leiter des Rudolf Steiner Archivs und der Edition der Rudolf Steiner Gesamtausgabe.

Als erste grössere Aufgabe hat die Stiftung eine 10-Jahres-Editionsplanung zum Abschluss der Rudolf Steiner Gesamtausgabe bis zum 100. Todesjahr Rudolf Steiners 2025 aufgenommen. Die Einzelheiten der Planung für die «Gesamtausgabe 2025», die etwa 60 weitere Bände und zusätzlich ein Programm digital zugänglicher Veröffentlichungen umfasst, werden bis Ende des Jahres 2015 vorliegen.

Der Stiftungsrat: Cornelius Bohlen (Präsident), Eva-Gabriele Streit (Vizepräsidentin), Stefan Brotbeck, Martin Frei, Niklaus Schär, Marc C. Theurillat, Renatus Ziegler’
In het meinummer van Erziehungskunst stond een artikel dat ook op de website te vinden is onder de titel ‘Hochschule und Anthroposophie’, dat een antwoord vormt op wat hier in ‘Geestverwanten’ op 24 april aan bod kwam:
‘Von Peter Loebell, Tomás Zdrazil, Mai 2015

Die Frage, ob es eine staatlich anerkannte Hochschule geben kann, die zugleich anthroposophisch ist, wurde in der Märzausgabe an die Alanus Hochschule gestellt. In diesem Heft beantworten sie zwei Dozenten der Stuttgarter Freien Hochschule.

Die – staatlich anerkannte – Freie Hochschule Stuttgart, deren einzige Aufgabe die Ausbildung von Waldorflehrern ist, pflegt naturgemäß eine besondere Beziehung zur Anthroposophie. Diese stellt – neben den aktuellen Bildungswissenschaften – einen wesentlichen Gegenstand von Forschung und Lehre dar.

Es gehört selbstverständlich zu den Aufgaben einer Hochschule, den Studierenden umfangreiche Kenntnisse der Erziehungswissenschaft, Entwicklungspsychologie, Anthropologie sowie Grundlagen der Unterrichtsfächer und Fachdidaktik zu vermitteln. Im Sinne eines freien Geisteslebens werden verschiedene wissenschaftliche Paradigmen vorgetragen und offen diskutiert. Dabei wird die Anthroposophie nicht als Lehre vermittelt, sondern als Angebot für die reflexive Suchbewegung im individuellen Erkenntnisstreben. Durch diese Art der Vermittlung eröffnet sich die Perspektive auf innere geistige Erfahrungen, die im Vollzug des eigenständigen, kritischen Denkens entstehen. Diese wiederum können dazu führen, dass die allein an naturwissenschaftlichen Maximen orientierte Weltanschauung ergänzt wird.

Anthroposophie ist eine Methode des Hochschulstudiums

Anthroposophie ist nicht nur Erkenntnisgegenstand und keinesfalls ein Bekenntnis, sondern weit eher eine Methode des Hochschulstudiums. Rudolf Steiner und in seiner Nachfolge eine große Anzahl von Wissenschaftlern wiesen auf Möglichkeiten einer vertieften Menschenerkenntnis hin, die die Grundlage für eine innovative pädagogische Praxis bildet. In einem umfassenden Sinne erscheinen die Anregungen als eine Heuristik, die den Blick des Pädagogen auf mögliche Zusammenhänge in der leiblichen, seelischen und geistigen Entwicklung von Heranwachsenden lenkt. Erkenntnistheoretisch handelt es sich um den Vorgang der Abduktion im Sinne des amerikanischen Philosophen Charles S. Peirce. Es ist nicht der induktive Schluss von einem Einzelfall auf ein allgemeines Gesetz, auch nicht die deduktive Ableitung des Besonderen aus dem Allgemeinen, sondern der Schluss von zusammenhängenden Phänomenen auf die bestmögliche Erklärung.

So lassen sich viele Erscheinungen in der kindlichen Entwicklung verstehen, wenn man etwa Steiners Lehre von den vier Wesensgliedern als Denkmöglichkeit  in Betracht zieht. Es ist ein Zugang zu augenscheinlich rätselhaften Phänomenen, der beständig kritisch reflektiert und ggf. verändert werden muss.

Übungsweg und Fähigkeitsbildung

Die Anthroposophie begründet einen vielseitigen Entwicklungsweg mit dem Ziel der Fähigkeitsbildung künftiger Lehrpersonen. Gemeint sind künstlerische Betätigungen im Malen und Zeichnen, Plastizieren, in Musik, Sprachgestaltung und Eurythmie.

Kontinuierliche Übungen in diesen Künsten sollen sowohl die Selbstwahrnehmung der Studierenden als auch ihre Sensibilisierung für Entwicklungs- und Lernvorgänge bei Kindern und Jugendlichen fördern. Diese Form der Fähigkeitsbildung fördert die Freiheit und Kritikfähigkeit der künftigen Waldorflehrer.

In diesem Sinne kann man durchaus von einer »anthroposophischen Hochschule« sprechen. Auch die Waldorfschule ist eine »anthroposophische Schule«, insofern in ihr anthroposophische Pädagogik praktiziert wird, jedoch keine Schule, in der die Anthroposophie den Schülern als Lehre vermittelt wird.

Die Freie Hochschule Stuttgart ist den allgemeinen Anforderungen an die erkenntnistheoretische Pluralität wissenschaftlicher Hochschulen verpflichtet und bietet die international anerkannten Hochschulgrade eines »Bachelor of Arts« und eines »Master of Arts« an. Gleichzeitig hat sie gegenüber dem staatlichen Lehramtsstudium durch den starken Akzent der Persönlichkeitsbildung künftiger Pädagogen ein besonderes Profil.

Zu den Autoren: Dr. Peter Loebell ist Professor an der Freien Hochschule Stuttgart; Dr. Tomás Zdrazil war Klassen- und Oberstufenlehrer in Tschechien und ist Junior-Professor an der Freien Hochschule Stuttgart.’
Over de Alanus Hochschule gesproken. Op 2 juni meldde Alanus Hochschule für Kunst und Gesellschaft op Anthromedia.net ‘Wie die Waldorfschule zukunftsfähig bleibt’:
‘Neue Studie der Alanus Hochschule erschienen

Eine gute Konfliktkultur, eine konkretere Ausgestaltung der Eltern-Mitarbeit und eine institutionell verankerte Gruppe von Lehrern und Eltern für die Organisationsentwicklung – dies sind nur einige der entscheidenden Punkte, die zu einer erfolgreichen Gestaltung der Zukunft von Waldorfschulen aus organisationstheoretischer Perspektive beitragen können. Zu diesen Ergebnissen kommt die Studie “Zukunftsgestaltung Waldorfschule” des Instituts für Bildungsökonomie der Alanus Hochschule für Kunst und Gesellschaft in Alfter bei Bonn.

Steffen Koolmann, Inhaber des Lehrstuhls für Ökonomie und Gesellschaft und Leiter des Instituts, und sein wissenschaftlicher Mitarbeiter Joseph Nörling haben dazu Daten aus der Befragung von Geschäftsführern von Waldorfschulen ausgewertet, die zum Zeitpunkt der Befragung Mitglied im Bund der Freien Waldorfschulen e.V. waren. Die Daten wurden von Dirk Randoll, Professor für Empirische Bildungswissenschaft an der Alanus Hochschule und seinem Team im Rahmen der von ihm 2013 publizierten Studie “Ich bin Waldorflehrer” erhoben, die eine umfangreiche Betrachtung der Situation der Waldorflehrer beinhaltet. Die aktuelle Untersuchung schließt eine Lücke, die über die Analyse der Pädagogik der Waldorfschule hinausgeht und die Waldorfschule auch als wirtschaftlich agierende Institution versteht.

Die Studie der Alanus Hochschule untersucht die Zukunftsfähigkeit der Waldorfschule aus einem organisationstheoretischen Blickwinkel “Wenn wir in unserer Gesellschaft davon ausgehen, dass Bildung Zukunft ist, dann muss auch eine Institution, die sich der Bildung verschrieben hat, eine Einrichtung mit Zukunftsimpuls sein”, erklärt Steffen Koolmann, selbst langjähriger Geschäftsführer an Waldorfschulen, den Anlass der Studie. Der Bund der freien Waldorfschulen begrüßt das zunehmende Interesse der Forschung für die Waldorfschulen “Die Studie bietet den Waldorfschulen eine Fülle von interessanten Informationen und Anregungen zu ihrer Weiterentwicklung”, erklärt Henning Kullak-Ublick, Mitglied im Bundesvorstand des Bundes der Freien Waldorfschulen. Die Frage nach der Zukunftsfähigkeit der “Organisation Waldorfschule” untersuchten die Forscher anhand der drei Schwerpunkte “Organisationskultur und Werte”, “Führung und Management” sowie “Lernen und Organisationsentwicklung”.

Im Bereich “Kultur und Werte” betrachteten die Forscher unter anderem die Streit- und Konfliktkultur. Nach Einschätzung der befragten Geschäftsführer gibt es nur an etwas weniger als der Hälfte der Schulen eine gut funktionierende Streitkultur. Gleichzeitig wird deutlich, dass eine gut ausgestaltete Konfliktkultur oftmals mit einer gut funktionierenden Selbstverwaltung einhergeht. Wo es eine gute Streitkultur gibt, beurteilen die Geschäftsführer in 85 Prozent der Fälle auch die Selbstverwaltung als gut. Diese Befunde machen deutlich, wie wichtig eine gute Streit- und Konfliktkultur für den zukünftigen Erfolg der Waldorfschulen ist. Als Ausdruck einer guten Unternehmenskultur gilt ferner eine geringe Fluktuation bei den Mitarbeitern. Es zeigt sich, dass die Fluktuationsrate der Lehrer an denjenigen Waldorfschulen niedrig war, an denen viele von dem Prinzip der Waldorfschule überzeugte Mitarbeiter arbeiten. Hier empfehlen die Forscher einen weiteren Ausbau solcher kultureller Werte. Als weitere entscheidende Faktoren für die Zukunftsfähigkeit der Waldorfschule im Hinblick auf die Unternehmenskultur identifizieren die Forscher den Ausbau von Kooperationen, eine verstärkte Leitbildarbeit und eine Entwicklung neuer Formen der Entlohnung.

Überraschend für die Forscher bezüglich der Perspektive “Führung und Management” ist, dass aus der Sicht der Geschäftsführer die Wahl der Führungsstruktur keine erkennbaren positiven oder negativen Auswirkungen auf das Prinzip der Selbstverwaltung einer Waldorfschule haben. “Das ist aus unserer Sicht ein eher überraschendes Ergebnis, da in der Praxis auftretende Probleme bei der Selbstverwaltung oftmals mit der kollegialen Führungsstruktur in Verbindung gebracht werden”, erklärt Koolmann. Die vielfach zitierte Mit-Trägerschaft einer Waldorfschule durch Eltern findet in der Studie Bestätigung. Die Zahl der Eltern im Vorstand ist deutlich höher als die Zahl der Lehrer. “Die Elternmitarbeit an Waldorfschulen ist zukunftsweisend”, sagt Koolmann und ergänzt: “Die Aufgabe für Waldorfschulen besteht darin, diesbezüglich die konkrete Ausgestaltung zu verbessern. Dazu gehört auch eine eindeutigere Aufgaben- und Funktionsteilung.”

Nicht zuletzt verdeutlichen die Ergebnisse im Bereich “Lernen und Entwicklung” die Relevanz eines institutionalisierten Organs für die Organisationsentwicklung. Das Vorhandensein einer speziell für die Entwicklung der Organisation zuständige Gruppe trägt zur Durchschaubarkeit der schulischen Strukturen für die Eltern, einer guten Verteilung der Arbeitsbelastung innerhalb der Schulführung und einer gut funktionierenden Selbstverwaltung bei. Weiterhin ergab sich ein Zusammenhang zwischen dem Vorhandensein eines Organs für die Organisationsentwicklung und dem Vorhandensein von Strategien für die Personalentwicklung.

Ziel der Studie ist es, Anregungen und Aufforderungen zu einem stetigen Austausch zwischen den pädagogischen Idealen einer Waldorfschule und ihren organisationsstrukturellen Gegebenheiten und Erfordernissen zu geben. “Uns geht es nicht um Patentlösungen, sondern um individuelle Lösungen, die vor Ort richtig sind – im Sinne der Waldorfschule als lokale, eigenständige, selbstbewusste und zukunftsorientierte Organisation”, verdeutlichen die Autoren in ihrem Fazit.

“Grundsätzlich zeigt sich die Struktur der Selbstverwaltung der Waldorfschulen in der Studie als Modell der Zukunft, auch wenn in einigen Punkten noch Handlungsbedarf festgestellt worden ist”, sagt Kullak-Ublick und ergänzt: “Eine lebendige Entwicklung verläuft niemals linear. Das gilt für die Biografien von Menschen ebenso wie die von Institutionen, in denen schließlich Menschen tätig sind. Waldorfschulen haben flache Hierarchien; sie setzen auf die persönliche Initiative einerseits, auf konsensual getroffene Entscheidungen andererseits. Krisen und Konflikte bleiben dabei nicht aus. Wenn sie richtig genutzt werden, sind sie oft Auslöser für positive Entwicklungen. Dafür braucht es klare Strukturen als Voraussetzung für eine transparente Konfliktbearbeitung. Ich bin mir sicher, dass wir als Vorstand des Bundes der freien Waldorfschulendie Ergebnisse der Organisationsstudie fruchtbar für unsere Arbeit nutzen werden.”

Das Buch richtet sich an Dozenten und Studenten der Pädagogik, des Kulturmanagements und der Betriebswirtschaftslehre sowie an Geschäftsführer, Vorstände und Schulleiter von Waldorf- und Privatschulen sowie Manager von NPOs. Die Studie wurde von der Damus Donata e.V. finanziell unterstützt. Die Erhebung der Gesamtdaten im Rahmen der Lehrerstudie wurde von den Hannoverschen Kassen und der Software AG – Stiftung gefördert.

Die Studie:
Koolmann, Steffen / Nörling, Joseph E.: Zukunftsgestaltung Waldorfschule. Ergebnisse einer empirischen Untersuchung zu Kultur, Management und Entwicklung. Springer-VS Wiesbaden 2015, 261 S., ISBN 978-3-658-08983-2’
Nog meer studiemateriaal werd op 13 mei in de rubriek ‘Aus dem Leben am Goetheanum’ door Sebastian Jüngel gemeld in ‘Verlag am Goetheanum: Michael Kurtz über “Rudolf Steiner und die Musik”’:
‘Nach zehnjähriger Recherche dokumentiert Michael Kurtz erstmals umfassend das Thema “Rudolf Steiner und die Musik”. Dabei erschloss er verschiedene neue Quellen.

Mit seinem über 600-seitigem Werk legt Michael Kurtz ein umfassendes Kompendium vor. Es enthält ausführliche Darstellungen rund um Rudolf Steiners Musikerlebnisse, seine Beziehungen zu zeitgenössischen Komponisten, seine geisteswissenschaftlichen Forschungen und Anregungen für die Weiterentwicklung des Musikalischen.

In Wien, Weimar und Berlin begegnet Rudolf Steiner Komponisten wie Anton Bruckner, Gustav Mahler, Hugo Wolf, Richard Strauss und Hans Pfitzner, er äußert sich zu Claude Débussy und befasst sich vielschichtig mit Richard Wagner. Seine Ausführungen zur Musik werden in den Jahren der frühen Moderne wenig wahrgenommen. Aber es bestehen Parallelen zu Arnold Schönberg, Alexander Skrjabin und Charles Ives sowie aus neuerer Zeit zu Giacinto Scelsi und Wolfgang von Schweinitz. Die Quelle des essenziell Musikalischen sieht Rudolf Steiner im Innerseelischen des Menschen. Aus ihm könne eine neue Musik entstehen, als Beitrag einer künftigen Kultur, die den Menschen humanisiert und eine Brücke zur geistigen Welt schlägt, wenn der Schulungsweg fruchtbar gemacht wird.

Rudolf Steiner gibt Anregungen zum Gesang, zum Streichinstrumentenbau, zum Komponieren aus der “Melodie im Einzelton” und damit zur Erweiterung der Tonalität. Er lässt Vorbereitungen für einen Gesangskurs, einen Spezialkurs für ausgebildete Musiker und für fünf weitere Toneurythmiekurse treffen, die aber durch seinen Tod 1925 nicht mehr zustande kommen.

Der Anhang umfasst Dokumente und aktuelle Texte, darunter Beiträge von Musikern zu Gesang, Instrumenten, Musikpädagogik sowie persönliche Voten von sieben Komponistinnen und Komponisten aus verschiedenen Kontinenten.

Michael Kurtz: Rudolf Steiner und die Musik. Biografisches, Geisteswissenschaftliche Forschung, Zukunftsimpulse, 160 s/w-Abbildungen, 8 Farbtafeln, Verlag am Goetheanum, Dornach 2015, 608 Seiten, 69 Euro/75 Franken’
Op 22 mei door dezelfde auteur Sebastian Jüngel in dezelfde rubriek gevolgd met ‘Sektion für Redende und Musizierende Künste: Neuherausgabe des Toneurythmiekurses (GA 278)’:
‘Im Rahmen der Rudolf-Steiner-Gesamtausgabe wurde der Band “Eurythmie als sichtbarer Gesang” (GA 278) überarbeitet und erweitert. Die Auflage ist nach zwei Monaten bereits fast vergriffen, die nächste ist in Vorbereitung.

Für den jetzigen Leiter der Sektion für Redende und Musizierende Künste Stefan Hasler ist es ein wichtiges Anliegen, die Quellen und den Kontext der Toneurythmie so vollständig wie möglich zugänglich zu machen. Noch vor seiner Berufung als neuer Sektionsleiter hat der Musiker und Eurythmist mit Martina Maria Sam (Eurythmistin und Philologin) und Felix Lindenmaier (Musiker und Musiktheoretiker) an der Neuherausgabe des Toneurythmiekurses gearbeitet.

Der Band vereint erstmals alle Angaben Rudolf Steiners zur Toneurythmie von den Anfängen 1915 über die Vorträge “Das Tonerlebnis im Menschen” von 1923 bis zum Toneurythmiekurs 1924. Die Herausgeber berücksichtigen Mitschriften, sämtliche Notizbucheintragungen Rudolf Steiners zum Thema und gehen auf die ursprünglichen Ausschriften der Stenogramme zurück. Dadurch lassen sich bislang unverständliche Textstellen klären, etwa der rätselhafte Satz: “Darinnen ist also dieses kundgegeben.” Der erneute Blick ins Stenogramm machte deutlich, was gemeint war: “Darinnen ist die Sekund gegeben.” Die Herausgeber sichteten verschiedene bisher unberücksichtigte Quellen, unter anderem alle musiktheoretischen Bücher aus Rudolf Steiners Bibliothek und entdeckten dadurch, dass er sich in Vorbereitung der Vorträge in den Notizbüchern einiges daraus exzerpiert hatte. Im Anhang finden sich Darstellungen über die Entwicklung der Toneurythmie zur eigenständigen Bewegungskunst und zur damaligen Bedeutung von musiktheoretischen Fachbegriffen wie “Skala”, “Melos”, “Dur und Moll”, wodurch das Verständnis vieler Textstellen erleichtert wird.

Rudolf Steiner: Eurythmie als sichtbarer Gesang (GA 278), herausgegeben von Martina Maria Sam, Stefan Hasler und Felix Lindenmaier, Rudolf-Steiner-Verlag, Basel 2015, 459 Seiten zuzüglich Bildtafeln, 88 Franken’
Tot slot nogmaals Gerhard Wehr, tweemaal zelfs. Al op 30 april hadden we hier in ‘Werkelijkheid’ een korte necrologie van hem, door Rüdiger Sünner bij Info3. Op 3 juni verscheen er op News Network Anthroposophy Limited (NNA) ‘Von den NNA-Korrespondenten Cornelie Unger-Leistner und Wolfgang G. Vögele’ ‘Ein Leben im Dienst des Nicht-Sichtbaren’:
‘Der renommierte Autor und international bekannte Esoterikforscher Gerhard Wehr ist Ende April im Alter von 83 Jahren gestorben. Seine lebenslange Arbeit über die Erfahrung des Nicht-Sichtbaren gründete in einem eigenen Erlebnis.

Wehr hat sein Thema über alle Grenzen von Wissenschaft und Theologie hinweg in beispielloser Weise behandelt – unter Einbeziehung von sowohl östlicher als auch westlicher Spiritualität. Mehr als 60 Bücher sind entstanden, die Bandbreite reicht von deutschen Mystikern des Mittelalters wie Jakob Böhme bis hin zum zeitgenössischen amerikanischen Bewusstseinsforscher Ken Wilber. Eine nicht geringe Anzahl seiner Titel befassen sich mit der Anthroposophie Rudolf Steiners. Wie kam der evangelische Diakon Wehr zu diesem ungewöhnlichen Ansatz?

Die Erfahrung des “Urgrund allen Seins” machte Gerhard Wehr im Alter von 20 Jahren, als er mit dem Fahrrad bei Bayreuth unterwegs war. Erst viele Jahre später fand er für dieses Erlebnis eine Erklärung im Werk des mittelalterlichen Mystikers Jakob Böhme. Auf Böhme war Wehr schon im Deutschunterricht in der Schule aufmerksam geworden und er hatte den Gedanken, dessen Werk unbedingt kennenlernen zu wollen.

Als 17jähriger versucht er 1948 gleich nach dem Krieg, das Hauptwerk Böhmes zu erwerben, wie er in einem Interview schildert: “Ich verkaufte mein Akkordeon, bekam dafür vierzig Deutsche Mark – das war gerade nach der Währungsreform – und fuhr in meine Geburtsstadt Schweinfurt am Main, in die Rückert-Buchhandlung. Schweinfurt war damals noch total zerstört und der Buchhändler seufzte: ‘Ob wir jemals wieder solche Bücher haben werden?’ – Statt der ‘Aurora’ bekam ich zwei Bände Novalis und ein Bändchen Hölderlin”.

Transparenzerlebnis

So dauert es noch weitere Jahre, bis Wehr in der Stadtbibliothek in Nürnberg endlich auf das Hauptwerk Böhmes stößt. Dort liest er dann über das Erlebnis des schlesischen Schusters, der beim Schein einer Lampe plötzlich “durch alles hindurchsieht”, ein “Transparenzerlebnis” hat, wie Böhme es bezeichnet. So findet Wehr einen Begriff für das, was er selbst damals in der Nähe von Bayreuth erlebt hat. “Das war der Anfang. Und dann hat mich das Thema nicht mehr losgelassen”, schildert er im Interview mit dem evangelischen Portal “Zeitzeichen”.

Wehr wird Diakon der bayerischen Landeskirche und unterrichtet knapp zwanzig Jahre lang an der Diakonenschule Rummelsberg, einer Fachakademie für Sozialpädagogik. Seine auch weiterhin aus eigener Initiative betriebenen Forschungen führen ihn dann weit über Jakob Böhme hinaus, er wird zum Verfasser zahlreicher Studien zur neueren Religions- und Geistesgeschichte. Seine Biographien über C.G.Jung, Martin Buber, Jean Gebser u.a. sind in zahlreichen europäischen und asiatischen Sprachen verbreitet.

Durch seinen Hintergrund in der evangelisch-lutherischen Kirche bringt Wehr seine Forschungen auch in diesem Kontext ein – ungeachtet der Tatsache, dass die Kirchen des 20.Jahrhunderts mit spirituellen Erfahrungen eher nichts zu tun haben wollen. Mystik – wie Wehr alle Erfahrungen bezeichnet, die sich nicht auf Objekte der Sinneserfahrung richten – werde mit dem Hoch- oder Spätmittelalter oder mit der fernöstlichen Religiosität in Verbindung gebracht, kaum jedoch mit der eigenen protestantischen Tradition, schreibt die protestantisch-theologische Augustana-Hochschule in ihrem Nachruf auf Wehr. Hier habe Wehrs schriftstellerische Arbeit “ihren höchst verdienstvollen Platz”.

Dass besonders der lutherische Protestantismus einen “großen Schatz von Schriften” besitze, die aus eigener, tiefer religiöser Erfahrung schöpfen, sei den Theologiestudierenden heute fast unbekannt. Die Hochschule nennt als Beispiele neben Böhme Valentin Weigel, Johann Arndt und die Schlesier Daniel Czepko und Johannes Scheffler (Angelus Silesius). Im Jahr 2002 verleiht die Hochschule Gerhard Wehr den Ehrendoktortitel im Fach Theologie für seine Forschungen und Studien zur neueren Religions- und Geistesgeschichte, insbesondere für seine Beiträge zu Jakob Böhme und zur christlichen Mystik.

“Spirituelles Defizit”

Wehr ist seinem Thema über Jahrzehnte hinweg treu geblieben, erlebt er doch die westliche Zivilisation nach dem zweiten Weltkrieg als “betont extravertiert, nach außen gerichtet und in betont einseitiger Weise auf materielle Werte ausgerichtet”, wie er in einem seiner neueren Bücher betont, in dem er Lebensbilder der Mystik im 20. Jahrhundert zusammengestellt hat. Ein “spirituelles Defizit” zeichne sich ab, denn die Menschen beginnen, sich zunehmend für Theorien und Lebensmöglichkeiten zu interessieren, die einen “Zugang zu einer anderen Wirklichkeit verheißen”. Ursache seien ein Sinnverlust zivilisatorischen Fortschritts, ein Überdruck an technologischer Rationalität sowie die “schal gewordenen Verheißungen utopischer Gesellschaftsdoktrinen”.

In diesen steigenden “Erfahrungshunger in geistig-religiöser Hinsicht” unserer Zeit hat Wehr hineingeschrieben, weil er erkannte, dass dieses Bedürfnis der Menschen in den Grenzen herkömmlicher Religionsformen nicht mehr oder nicht mehr allein befriedigt werden kann. Hinzukomme, dass immer mehr Zeitgenossen von Erlebnissen berichten, wie er es als junger Mensch in der Nähe von Bayreuth gehabt hat.

Auf vielfältige Art kommen sie dabei mit jener Dimension der Wirklichkeit in Berührung, für die die spirituellen Traditionen in Ost und West verschiedene Begriffe gefunden haben: die “Seinsfühlung”, die “Große Erfahrung” oder auch wie im Zen und bei dem amerikanischen Bewussteinsforscher Ken Wilber bezeichnet der “Eine Geschmack.” Auch Wilber zitiert Wehr in seinem Werk. Der enorme inhaltliche Bogen, den Wehr mit seiner Forschung umfasst, reicht so von den alten spirituellen Traditionen des Ostens über die vergessenen europäischen Mystiker wie Meister Eckhardt bis hin zu den Bewusstseinsforschern der Postmoderne wie Ken Wilber oder Jean Gebser.

Breite Palette and Werken

Wehrs Beitrag zur eigenständigen Profilierung der akademischen Esoterikforschung ist auch von Pionieren dieser Forschung wie Antoine Faivre explizit anerkannt worden. Wehrs Bemühen um Dialog über alle Grenzen und Richtungen hinweg spiegelt sich auch darin, dass er seine Werke zum einen sowohl in anthroposophischen Verlagen wie Novalis, Urachhaus oder Pforte (Futurum), als auch dem Hausverlag des Deutschen Kollegiums für transpersonale Psychologie, Via Nova, veröffentlichte.

Zum anderen wahrte er den Kontakt zu den tradierten christlichen Konfessionen und seine Bücher wurden von evangelisch-lutherisch orientierten Verlagen wie Claudius, aber auch vom römisch-katholisch begründeten Verlag Herder herausgegeben. Auch für die ökumenisch ausgerichtete linkskatholische Zeitschrift Publik-Forum verfasste er Beiträge. Er schrieb auch für die anthroposophischen Zeitschriften Die Kommenden, Die Drei (1960-2010), Das Goetheanum, Gegenwart, Mensch und Welt und für die Zeitschriften zur Esoterikforschung Gnostika und Aries.

Hohe Auflagen erzielten Wehrs Rowohlt-Monographien über Paul Tillich, Martin Buber, Jakob Böhme, Meister Eckhart, C.G. Jung und Thomas Müntzer. Er gab eine sechsbändige Jakob Böhme-Ausgabe heraus, aber auch 1980 die Manifeste der Rosenkreuzer. (Siehe auch in Verbindung stehende News unten.)

Für den Sammelband “Anthroposophie im 20. Jahrhundert” verfasste Wehr mehrere Kurzbiographien. Mit seinem bereits 1972 im Stuttgarter Klett-Verlag erschienenen Buch “C.G. Jung und Rudolf Steiner. Konfrontation und Synopse” ermöglichte er erstmals einen tiefgründigen Vergleich beider Erkenntniswege. Seine Biographie über C.G. Jung (erstmals erschienen 1985, erweiterte Neuausgabe Verlag Opus Magnum 2014) gilt als Standardwerk und wurde in mehrere Sprachen übersetzt. “Es ist das Beste, was je über meinen Vater C.G. Jung geschrieben wurde”, schrieb Jungs Sohn Franz Jung an Wehr. Keinen derartigen Beifall erntete Wehr mit einer 1987 erschienenen Steiner-Biografie, die in der anthroposophischen Bewegung teilweise einer harschen Kritik unterzogen wurde.

Unbequemer Geist

Gerhard Wehr hinterlässt mit scheinen Schriften ein alles andere als bequemes Vermächtnis, denn er hat sich bei aller Positivität nie gescheut, überall dort zu kritisieren, wo er Anmaßung und Monopolansprüche auf Wahrheit oder Christlichkeit zu sehen meinte. Davon nahm er auch die organisierte Anthroposophie nicht aus. Er benannte als profunder Kenner der Mystik aller Zeiten und Weltzonen auch manche missverständliche (und daher missverstandene) Darstellung im Werk von Rudolf Steiner.

Für Wehr gehört Rudolf Steiner zu den großen spirituellen Lehrern einer westlichen Esoterik. Er nahm Steiners Meditationsmethode gegen Vorurteile und Fehldeutungen vor allem durch Theologen wie Friso Melzer oder Helmut Zander in Schutz. Steiner sei im Gefolge einer Persönlichkeitskrise zur Zeit der Lebensmitte durch eine mystische Christuserfahrung hindurchgegangen, ist Wehr überzeugt. Er habe an die von der kirchlichen Theologie lange vernachlässigte kosmische Christologie der Paulusbriefe angeknüpft.

Wehrs Hinweise auf andere spirituelle Meister und die Vielfalt der Erfahrungswege waren de facto auch eine Einladung an die anthroposophische Bewegung, über den eigenen Tellerrand hinauszuschauen. Dem NNA-Autor gegenüber äußerte er bei einem Besuch den Wunsch nach einem intensiveren Dialog. Eine Einladung ans Goetheanum in diesem Sommer, über die er sich laut der gleichnamigen Wochenschrift sehr gefreut hat, wird nun durch seinen Tod nicht mehr zustande kommen.

Durch seine Steiner-Biografie wurde Wehr auch zum Pionier einer kritischen Steinerforschung. Ihr galt auch einer seiner letzten Texte: Er verfasste ein Nachwort zum zuletzt erschienenen zweiten Band der kritischen Steiner-Ausgabe von Wolfgang Clement im Stuttgarter Frommann-Holzboog-Verlag.

In seinem Schaffen sah Wehr eine menschheitsgeschichtliche Notwendigkeit. Zu den bedeutsamen Veränderungen des 20.Jahrhunderts gehört aus seiner Sicht die “auf unterschiedlichen Ebenen zu beobachtende Bewusstseinswandlung”. Veränderungen des Weltbildes, der Welt- und Gottesanschauungen stellten immer auch Wandlungen im menschlichen Bewusstsein dar, auch wenn daran nicht alle Zeitgenossen zeitgleich teilhaben, betont er in einem Exkurs in den “Lebensbildern” zum Thema Quantenphysik.

Verfälschte Spiritualität

Die Gefahren, die mit dem Thema Spiritualität verbunden sind, hat Wehr dabei auch zur Sprache gebracht: Mystik als unkontrollierte High-Zustände wie z.B. durch Drogen oder auch Esoterik als modische Wellnessverheißung, die lediglich der Erfüllung sublimer egoistischer Sehnsüchte dient, werden genannt.

Ganz am Ende der “Lebensbilder” geht Wehr in einem eigenen Kapitel außerdem auf die Vermengung des Spirituellen, Religiösen sowie des Mystischen mit politischen Ideologien ein, die es vom Anfang des 20.Jahrhunderts an stets gegeben habe z.B. durch nationalistische Kreise, die eine “weihevolle Verbrämung” des eigenen Volks und dessen “Sendung” gegenüber anderen Nationen zugrunde legten. Der Begriff “deutsche Mystik” bringe lediglich zum Ausdruck, betont Wehr, dass die ursprünglich lateinischen Texte der Mystiker im ausgehenden Mittelalter durch volkssprachliche Texte ersetzt worden seien.

In national ausgerichteten Kreisen habe sich eine zweite, ideologisch befrachtete Lesart schon lange vor Ausbruch des Dritten Reichs eingebürgert, die “deutsch” mit völkischen und rassischen Eigentümlichkeiten versehen habe. Durch Missdeutung und Verfälschung seien so auch Jakob Böhme und Meister Eckhardt von den Nationalsozialisten für ihre Zwecke vereinnahmt worden. Wehr schließt dieses Kapitel – es ist das letzte in seinem Buch – mit einem Gebot zur Unterscheidung der Geister von Jakob Böhme, das die Eigenverantwortlichkeit des Menschen betont: “Ein jeder Mensch träget in dieser Welt Himmel und Hölle in sich. Welche Eigenschaft er erwecket, dieselbe brennet in ihm”.

Quellen:
Alle Zitate aus: Wehr, Gerhard (2011): “Nirgends, Geliebte, wird Welt sein als innen” – Lebensbilder der Mystik im 20.Jahrhundert. Gütersloh

In Verbindung stehende News:
Lesen im Buch der Welt – Schriften der Rosenkreuzer vor 400 Jahren in Kassel erstmals gedruckt – 12.03.2015 21:09’
Twee dagen later plaatste Michael Mentzel op ‘Themen der Zeit’ ‘Im Zeichen des Dialogs – Zum Tod von Gerhard Wehr’:
‘Dieser Text ist eine von Wolfgang Vögele vorgelegte Langfassung des vor einigen Tagen bei NNA erschienenen Beitrags über den lutherischen Theologen und Mystikforscher Gerhard Wehr, der am 22. April 2015 in seinem 84. Lebensjahr verstarb.

von Wolfgang G. Vögele

Nach kurzer, schwerer Krankheit verstarb am 22. April 2015 der lutherische Theologe und Mystikforscher Gerhard Wehr im 84. Lebensjahr. Mit seinen Studien zur Tiefenpsychologie und esoterischen Themen und als Autor zahlreicher Biografien – u.a. über Jakob Böhme, Martin Buber, C.G. Jung und Rudolf Steiner – wurde der Autodidakt international bekannt. Neben einer spirituellen Interpretation der Bibel sah er in der Förderung des Dialogs zwischen den verschiedenen Disziplinen, Konfessionen und Weltanschauungsrichtungen letztlich seine wichtigste schriftstellerische Aufgabe.

Nicht immer konnten Kirchenvertreter Wehrs Interesse an “Esoterik” teilen. Gleichwohl verlieh ihm die evangelisch-lutherische Augustana-Hochschule Neuendettelsau in Würdigung seiner theologischen Arbeiten 2002 den theologischen Ehrendoktortitel.

Wehrs geistige Heimat war die Brudergemeinschaft der Rummelsberger Diakonie, in der er jahrelang als Dozent arbeitete. Den protestantischen Theologen rief er wieder ins Bewusstsein, dass sie eine eigene mystische Tradition besaßen. Andererseits öffnete er auch manchen Anthroposophen die Augen darüber, dass es neben Steiner auch andere bedeutende Denker und spirituelle Lehrer gab. Von Fachleuten wurde sein Beitrag zur eigenständigen Profilierung der akademischen Esoterikforschung sehr geschätzt.[1] Auch Journalisten haben ihn als “empathischen Kenner der esoterischen Welt” anerkannt.[2]

Wehrs Werke

Die Sachbücher Gerhard Wehrs erschienen in vielen Auflagen und wurden in zahlreiche Sprachen übersetzt. Sein Bemühen um Dialog spiegelt sich unter anderem darin, dass er seine Werke sowohl in anthroposophischen Verlagen wie Novalis, Urachhaus oder Pforte, als auch bei Via Nova, dem Hausverlag des Deutschen Kollegiums für transpersonale Psychologie, veröffentlichte. Gleichwohl wahrte er immer den Kontakt zu den tradierten christlichen Konfessionen, und seine Bücher wurden von evangelisch-lutherisch orientierten Verlagen wie Claudius, aber auch vom römisch-katholisch begründeten Verlag Herder herausgegeben. Auch für die ökumenisch ausgerichtete linkskatholische Zeitschrift Publik-Forum sowie für die Hauszeitschrift der Swedenborgianer in Deutschland, Offene Tore, verfasste er Beiträge.

Er schrieb auch für die anthroposophischen Zeitschriften Die Kommenden, Die Drei (1960-2010), Das Goetheanum, Gegenwart, Mensch und Welt und für die Zeitschriften zur Esoterikforschung Gnostika und Aries. Neben Einführungen in die Anthroposophie und Waldorfpädagogik legte Wehr Handbücher zur Esoterik und Spiritualität vor, so z.B. das im Herder-Verlag erschiene “Wörterbuch der Esoterik”, das “Lexikon der Spiritualität”, “Esoterisches Christentum”, erschienen bei Klett, “Spirituelle Meister des Westens” und “Die sieben Weltreligionen” bei Diederich oder “Die großen Psychoanalytiker” aus dem Patmos-Verlag.

Einen Forschungsschwerpunkt Wehrs bildete die Mystik im Protestantismus. Hier ist vor allem Jakob Böhme zu nennen. Dass besonders der lutherische Protestantismus im konfessionellen Zeitalter einen großen Schatz von Schriften besitzt, die aus eigener, tiefer religiöser Erfahrung schöpfen, ist vielen Theologen und Theologinnen sowie den Theologiestudierenden heute fast unbekannt. Hier hat Gerhard Wehr fundierte Editionen und Darstellungen beigesteuert, etwa eine sechsbändige Jakob Böhme-Ausgabe, aber auch eine – 1980 erschienene – Ausgabe der Manifeste der Rosenkreuzer. Hohe Auflagen erzielten seine Rowohlt-Monographien über Paul Tillich, Martin Buber, Jakob Böhme, Meister Eckhart, C.G. Jung und Thomas Müntzer.

Für den Sammelband “Anthroposophie im 20. Jahrhundert”[3] verfasste Wehr mehrere Kurzbiographien. Die von ihm Dargestellten waren in mehrfacher Hinsicht Außenseiter oder Grenzgänger, zu denen er eine Seelenverwandtschaft gefühlt haben dürfte. So schrieb er über den Zionisten und Steinerschüler Hugo S. Bergman, dieser habe die seltene Fähigkeit gehabt, verschiedene, oft weit auseinanderliegende geistige Strömungen zusammenzuschauen. In diese Reihe gehört auch der eigenständige Homöopath Herbert Fritsche, den die Autoritätsgläubigkeit der Anthroposophen abstieß, was seine Hochachtung für Steiner aber nicht minderte. Fritsche, von Anthroposophen als Gegner behandelt, nannte sich daher einen “erbitterten Getreuen”. Wehr zitiert dies ausdrücklich, weil er sich vermutlich in einer ähnlichen Rolle sah.

Sein Wunsch nach einer umfassenden Biographie Friedrich Rittelmeyers, des von der evangelischen Kirche vergessenen Kanzelredners und ersten Erzoberlenkers der Christengemeinschaft, blieb unerfüllt. Als Vorarbeit zu diesem Ziel legte er 1985 zunächst ein Lebensbild Rittelmeyers vor, dem 1998 beim Verlag Urachhaus eine wesentlich erweiterte Fassung folgte.

Tiefschürfend sind seine Bücher zur analytischen Psychologie, vor allem über Leben und Werk von C.G. Jung. Mit seinem 1972 bei Klett erschienenen Buch “C.G. Jung und Rudolf Steiner. Konfrontation und Synopse” hat er als erster beide Erkenntniswege verglichen. Später hat Wehr immer wieder betont, dass das tiefenpsychologische “Unbewusste” nicht mit dem “Unterbewussten” gleichgesetzt werden dürfe, was Anthroposophen leider oft getan hätten. Seine Biographie über C.G. Jung (erstmals erschienen 1985, erweiterte Neuausgabe Verlag Opus Magnum 2014) gilt als Standardwerk und wurde in mehrere Sprachen übersetzt. “Es ist das Beste, was je über meinen Vater C.G. Jung geschrieben wurde”, schrieb Franz Jung an den Autor.

Zu erwähnen sind noch seine bei Futurum in Dornach erschienene Monographie über die Theosophie-Gründerin H.P. Blavatsky und sein Nachwort zum 7. Band der ersten kritischen Ausgabe der Steiner-Schriften[4], herausgegeben von Christian Clement bei Fromann-Holzboog. Dies war vermutlich sein letztes Statement zu Rudolf Steiner. Dessen Empfehlungen zur meditativen Vergegenwärtigung von Naturvorgängen stünden in der Nachfolge Jakob Böhmes, so Wehr. Allerdings seien kritische Rückfragen zu Steiners Schulungsweg angebracht: Manche Formulierung Steiners, etwa zu Vorgaben, welche “geistige und seelische Farben” man zu sehen habe, enthalte eine dogmatische Note und könne suggestiv wirken, was nicht zu Steiners Forderung nach einem “freien Geistesleben” passe. Schon der Buchtitel “Wie erlangt man...” weise keineswegs auf die für einen spirituellen Weg erforderliche Absichtslosigkeit hin. Solche Wege bedürften auch keiner Bestätigung durch bestimmte sinnlich-geistige Merkzeichen. Steiners Schriften zur Erkenntnisschulung böten nicht nur eine Anleitung zur Erlangung übersinnlicher Erkenntnisse, sondern – ebenso wichtig – einen Weg zur Selbsterkenntnis. Damit beherzigt Wehr die Worte Steiners: “Auch solche Leser, welche den Weg, der vorgezeichnet ist, nicht zu gehen beabsichtigen, werden in der Schrift manches Brauchbare für das innere Leben finden [...]”[5]

Die freieste Form des Christentums

Wehr war nie ein Steiner-Apologet, wohl aber aber ein “Steiner-Versteher”, wie man ihn auf evangelischer Seite selten findet. Deren tonangebende Theologen verharren größtenteils noch immer in der Verketzerung der Anthroposophie als einer neognostischen Irrlehre, die mit dem Bibelglauben nicht vereinbar sei. Daher gibt Wehr seinen evangelischen Glaubensgenossen zu bedenken: “Wann ist je in der Neuzeit eine auf christlicher Grundhaltung basierender Erkenntnisweg gezeigt worden, dem gleichzeitig Elemente zu einer umfassenden kulturellen Erneuerung innewohnen?”[6] Dass Erkenntnis höherer Welten nicht Selbsterlösung, sondern Gnadengabe sei, belegt Wehr mit Steinerzitaten. Auch den von theologischer Seite immer wieder gegen Steiner erhobenen Gnosisverdacht entkräftet Wehr mit starken Argumenten.[7] Entgegen mancher Theologen-Meinung versuchte er zu zeigen, dass Steiners Weltanschauung nicht eine bloße Variante der anglo-indischen Theosophie der H.P. Blavatsky ist, sondern in der Tradition des Rosenkreuzertums steht. “Der christliche Kern der Anthroposophie ist unverkennbar” – mit diesem Fazit vertrat Wehr eine Minderheitenposition innerhalb der evangelischen Theologie. Mit Hellmut Haug hat er die Anthroposophie sogar als “die freieste Form des Christentums” anerkannt.[8]

Bei aller Positivität hat er sich jedoch nie gescheut, auch überall dort zu kritisieren, wo er Heuchelei, Anmaßung und Monopolansprüche auf Wahrheit oder Christlichkeit zu sehen meinte. Er sparte auch die organisierte Anthroposophie nicht aus, oftmals nahm er Steiner vor seinen geistigen Erben in Schutz. So vertrat er aufgrund seiner historischen Recherchen die Ansicht, die Neubegründung der Anthroposophischen Gesellschaft 1923 sei letztlich gescheitert. Damit widersprach er der Meinung orthodoxer Anthroposophen, die ihre esoterische Hochschule bis heute unter Steiners geistiger Leitung sehen. Weit entfernt von einer generellen Ablehnung der Steinerschen Esoterik erkannte Wehr als profunder Kenner der Mystik aller Zeiten und Zonen doch auch manche missverständliche (und daher missverstandene) Behauptungen und Forderungen Steiners. Wehrs Hinweise auf andere spirituelle Meister und Wege können auch als eine Einladung an Anthroposophen gesehen werden, über den eigenen Tellerrand hinauszuschauen. Er sah klar die Gefahren einer “verkopften” Anthroposophie.

Das Phänomen Rudolf Steiner

Rudolf Steiner gehörte für Wehr zu den großen spirituellen Lehrern der westlichen Esoterik. Er nahm Steiners Meditationsmethode gegen Vorurteile und Fehldeutungen vor allem durch Theologen wie Friso Melzer oder Helmut Zander in Schutz. Zanders Studie “Anthroposophie in Deutschland” (2007) würdigte er wegen ihrer “wohltuenden Sachlichkeit”, wenngleich er darin die Theosophie des deutschen Idealismus und der christlichen Theosophie als Einflussfaktoren unterbelichtet sah.[9] Die Adyar-Theosophie habe für die innere Ausgestaltung der Anthroposophie keine wesentliche Rolle gespielt. Überzeugt war er davon, dass Steiner “im Gefolge einer Persönlichkeitskrise zur Zeit der Lebensmitte durch eine mystische Christuserfahrung hindurchgegangen[ist].”[10] Er habe an die von der kirchlichen Theologie lange vernachlässigte kosmische Christologie der Paulusbriefe angeknüpft.

Mit seiner spannend geschriebenen Biographie über Rudolf Steiner (München, 1987) zeigte Wehr, wie man Steiners Leistungen anerkennen kann, ohne gleich einen unfehlbaren Propheten aus ihm zu machen. Er sparte auch Steiners “problematische” Seiten (im Sinne des tiefenpsychologischen “Schattens”) und Lebenskrisen nicht aus und stellte einige anthroposophische Mythen in Frage, wie etwa die Überzeugung, die Neubegründung der Anthroposophischen Gesellschaft 1923 sei Steiners wichtigstes Werk gewesen. Ein Funktionär des Goetheanum schrieb in einer Rezension, das Buch hinterlasse “einen bitteren Nachgeschmack” und meinte, ein Außenstehender wie Wehr könne eben Steiners innerstes Anliegen nur missverstehen.[11]

Mit dieser Biographie wurde Wehr zum Pionier einer kritischen Steinerforschung, aus der Binnensicht vieler Anthroposophen allerdings zum Verräter.[12]

Anthroposophische Pfarrer

Aufgrund seiner religiösen Herkunft und seiner umfassenden Kenntnis der neueren Kirchengeschichte war Gerhard Wehr dazu prädestiniert, die evangelische Theologen an vergessene Strömungen innerhalb des neueren Protestantismus zu erinnern. Verständlich, dass er auch auf jene vergessenen evangelischen Pfarrer hinwies, die Anregungen aus der Anthroposophie für ihren Beruf fruchtbar zu machen suchten.

So standen, lange vor Begründung der Christengemeinschaft, eine Reihe protestantischer Pfarrer Steiners Christologie aufgeschlossen gegenüber und schöpften aus anthroposophischer Meditationspraxis Kraft für ihren Pfarrerberuf. Wehr nennt beispielsweise Friedrich Rittelmeyer (Berlin), Paul Klein (Mannheim) und Christian Geyer (Nürnberg). Kaum erforscht ist auch der 1929 im thüringischen Friedrichsroda gegründete “Bund anthroposophischer Pfarrer” (BaPf), der eine eigene Zeitschrift herausgab, bevor er durch die Nazis verboten wurde.

Für eine spirituelle Ökumene

Auf die komplizierte Beziehungsgeschichte zwischen Theologie und Anthroposophie hat Wehr in seinem Buch “Kontrapunkt Anthroposophie” hingewiesen. Er glaubt eine Entwicklung von Polemik hin zu ernsthaften Gesprächen zu erkennen, welche allerdings nie zwischen den Institutionen, sondern auf Grund von Einzelinitiativen stattfinden. Wehrs Zukunftsvision war eine “spirituelle Ökumene” ohne konfessionelle Abgrenzungen.

Gespräche zwischen Vertretern der evangelischen Kirche und Anthroposophen haben zwar immer wieder stattgefunden, werden jedoch bis heute überschattet von dem altbekannten Gnostizismus-Vorwurf. Demnach sei in Rudolf Steiner eine neue (gnostizistische) Offenbarungsquelle neben die Bibel getreten. Die Anthroposophie sei daher mit dem christlichen Glauben unvereinbar. Richtigstellungen von protestantischer (Ernst, Buser, Binder, Haug usw.) und von anthroposophische Seite (Frieling, Schühle usw.) haben daran kaum etwas geändert.

Bis heute besteht innerhalb der evangelischen Christenheit ein kaum gestilltes Bedürfnis nach einer spirituellen Bibelinterpretation. Hierfür bieten gerade die Schriften Gerhard Wehrs manche Anregungen. Was den genannten Dialog betrifft, so erhoffte sich Wehr von den Gesprächspartnern immer wieder “kritische Solidarität”. Denn er war aus seiner Lebenserfahrung heraus überzeugt: “Es gibt Solidarität auch auf getrennten Wegen!”.[13] Ein Gedanke, der sicher für eine interkonfessionelle Gesprächskultur von zunehmender Bedeutung sein wird.

Anmerkungen:

1. Antoine Faivre: Esoterik im Überblick, Freiburg im Breisgau 2001, S. 153
2. Lorenz Jäger, FAZ vom 2.5.2005
3. Bodo von Plato (Hg.): Anthroposophie im 20. Jahrhundert. Ein Kulturimpuls in biographischen Porträts. Dornach 2003
4. Rudolf Steiner: Schriften – Kritische Ausgabe (SKA). Band 7. Schriften zur Erkenntnisschulung. Hrsg. Und kommentiert von Christian Clement. Mit einem Vorwort von Gerhard Wehr. Stuttgart 2014
5. Rudolf Steiner: Wie erlangt man Erkenntnisse der höheren Welten? Vorrede zur ersten Buchausgabe (1909). GA 10, Dornach 1972, S. 9 f.
6. Wehr: Kontrapunkt Anthroposophie, München 1993, S. 104
7. Wehr, Gnosis und Gnostizismus, Freiburg 1977
8. G. Wehr: Kontrapunkt Anthroposophie, S. 128
9. Gerhard Wehr: Rezension in Gnostika 38, März 2008, S. 66-69
10. Wehr, Spirituelle Meister des Westens, München 1995, S. 83
11. Kurt Franz David: Gerhard Wehrs Biographie über Rudolf Steiner. Goetheanum 1983, S. 36 f.
12. Bei meinem Besuch in Schwarzenbruck am 19.3.1992 beklagte Wehr, dass er nach seinen Steiner-kritischen Äußerungen in anthroposophischen Kreisen als “Judas” galt
13. Gerhard Wehr: Kontrapunkt Anthroposophie, S. 101, 104’

woensdag 27 mei 2015

Participatieproces


De camera blijft de boel een beetje scheef bekijken...

Op donderdag 30 april had ik het in ‘Werkelijkheid’ voor het laatst over Landgoed De Reehorst in Driebergen. Gisteren liet Gemeente Utrechtse Heuvelrug het volgende weten, ‘College wil Hoofdstraat 26 aan Stichting de Reehorst verkopen’:
‘Ontwikkeling alleen mogelijk onder vastgestelde randvoorwaarden

Het college van de gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft het voornemen om het perceel Hoofdstraat 26 in Driebergen-Rijsenburg te verkopen aan Stichting de Reehorst. Aldus het collegebesluit van dinsdag 26 mei. Dit is een belangrijke stap in de ontwikkeling van het perceel, dat grenst aan het stationsgebied, de Hoofdstraat en de A12. De belangrijkste overweging bij de verkoop aan Stichting de Reehorst is dat daarmee zeker gesteld wordt dat het nieuwe stationsgebied volgens planning kan worden gebouwd. Daarnaast heeft de gemeente met deze verkoop financiële zekerheid over de opbrengst van het terrein.

Als Stichting de Reehorst het terrein na aankoop gaat ontwikkelen, moet zij zich houden aan de randvoorwaarden die de gemeente samen met inwoners en belangenorganisaties heeft opgesteld. Verantwoordelijk wethouder Henk Veldhuizen: “Door dit op te nemen in de koopovereenkomst wordt recht gedaan aan de uitkomsten van het participatieproces dat de afgelopen twee jaar is gevoerd en waar veel mensen tijd en energie in hebben gestoken. Inwoners en belangenorganisaties hebben in deze periode meegedacht over de randvoorwaarden voor de toekomstige ontwikkeling van het terrein. In grote lijnen houdt dit in dat er beperkt ruimte is voor een ontwikkeling, die dan voornamelijk kleinschalig (en duurzaam) van aard moet zijn.”

Werkterrein voor ProRail

Ook de afspraak dat ProRail (delen van) het perceel tot en met 2020 kan gebruiken als werkterrein, is onderdeel van de randvoorwaarden. Hierdoor kan ProRail het werk voor het nieuwe stationsgebied op korte termijn aanbesteden, waarmee het risico op vertraging (en daarmee extra kosten) sterk daalt. Een andere randvoorwaarde is dat de compensatie van ingrepen in de Ecologische Hoofdstructuur in het stationsgebied – als gevolg van het Railinfraproject – op een deel van Hoofdstraat 26 moet worden gerealiseerd. Dit kan in de vorm van een ecologische verbindingszone, met onder andere aanplant van bomen.

De Reehorst aan zet

Met de koop van het terrein kan Stichting de Reehorst een goede verkeersontsluiting naar de Hoofdstraat bewerkstelligen én het landgoed op langere termijn verder versterken. Partijen die menen dat hun initiatief voldoet aan de randvoorwaarden kunnen – nadat de koopovereenkomst is gesloten – hierover in gesprek met Stichting de Reehorst. Die is dan verantwoordelijk voor eventuele verdere ontwikkeling van het terrein. Kort na het besluit van het college zijn bovengenoemde uitkomsten dinsdagavond met initiatiefnemers en participanten besproken.’
Zoals ‘Nieuwspost Heuvelrug’ (of ook wel ‘Hillridge’) vandaag in ‘Heuvelrug verkoopt H26 aan Triodos’ schreef, is Triodos Bank met de koop de lachende winnaar. Verliezers zijn er ook:
‘Met de verkoop van snelwegboerderij H26 haalt de gemeente wel de beoogde verkoopprijs van een kleine € 2 miljoen binnen, maar heeft het niet de last van grote partijen als BurgerKing en Intratuin. Die boden aanzienlijk meer miljoenen voor de grond, maar zouden de gemeente ook opzadelen met een niet te verkopen verhaal aan haar inwoners, die in 2012 een inspraaktraject is voorgeschoteld over de toekomst van het terrein.’
Vandaag plaatste Motief op de website van de Antroposofische Vereniging het nieuwsbericht ‘Verscherpt toezicht Huize Valckenbosch opgeheven, nieuwe afdeling “Eva Mees”’:
‘Huize Valckenbosch en het Leendert Meeshuis, onderdeel van de antroposofische woonzorggroep Antroz, werden juli 2014 door de Inspectie voor de Gezondheidszorg onder verscherpt toezicht gesteld. Het afgelopen jaar is er per vestiging een gericht programma van verbeteringen uitgevoerd. Dat heeft succes gehad. De Inspectie heeft het verscherpt toezicht op Huize Valckenbosch opgeheven. Huize Valckenbosch heeft de afgelopen periode een aanzienlijke verbeterslag gemaakt in haar zorg- en kwaliteitsbeleid.

De beide vestigingen zijn vorig jaar september aangehaakt bij het project Zorgzaam Warande, waarmee de vestigingen van Warande in 2012 begonnen zijn. Het doel is de zorg verder te professionaliseren. De laatste jaren is de zorgzwaarte van bewoners sterk gestegen en dit vraagt om een methodische aanpak van de zorg, het vastleggen van gegevens, het duidelijk afbakenen van verantwoordelijkheden en het nauwkeurig en gedisciplineerd opvolgen van afspraken en protocollen.

Warande en Antroz zijn sinds 1 juli vorig jaar bestuurlijk gefuseerd. Antroz biedt wonen en menslievende zorg in een antroposofisch leefklimaat. Tot Antroz behoren het Leendert Meeshuis in Bilthoven (verpleeghuis), Huize Valckenbosch in Zeist (verzorgingshuis), Valckenhof in Zeist (huurwoningen) en Woonoord Kraaijbeek in Driebergen (huurappartementen met services). De locaties liggen centraal in Midden-Nederland.

In juli van dit jaar zal de Inspectie beoordelen of het verscherpte toezicht van Antroz-vestiging Leendert Meeshuis ook kan worden opgeheven. Op 15 april is de somatische afdeling van Leendert Meeshuis verhuisd naar Bovenwegen in Zeist. Daar is een volledig opnieuw ingerichte afdeling betrokken die de naam “Eva Mees” heeft gekregen. Eva Mees (1925-2011) was de grondlegster van de kunstzinnige therapie in Nederland.

Afdeling Eva Mees is ingebed in de somatische verpleeghuiszorg die Verpleeghotel Bovenwegen biedt. Dit is mogelijk dankzij de verregaande samenwerking tussen de stichtingen Antroz en Warande. De antroposofische gezichtspunten en de vertaling ervan in onder andere therapieën en activiteiten, zijn gecontinueerd vanuit de directe verbinding met Leendert Meeshuis. Alle bewoners van afdeling Eva Mees hebben nu een eigen kamer. De eigen kamer zal nu op korte termijn ook voor alle andere bewoners in Leendert Meeshuis worden gerealiseerd.’
Ook bij de Vereniging van vrijescholen staan weer nieuwe berichten. Zoals op 14 mei ‘Leerlingen vrijeschool schitteren in Koninklijk Concertgebouw’:
‘Dat kunstzinnige vorming een belangrijk onderdeel is van de brede persoonsvorming op de vrijeschool, bleek weer eens op 30 april 2015, toen leerlingen van de Stichtse Vrije School uit Zeist het Requiem van Mozart ten gehore brachten in het Koninklijk Concertgebouw van Amsterdam. Een prachtig kooroptreden, illustratief voor de vrijschool en de aandacht voor de passie en de talenten van leerlingen.

Hoofd, hart en handen

Of zoals een ouder van drie vrijeschoolleerlingen enthousiast vertelt: “De kunstvakken, niet als droge, dode museuminhoud, maar als levende bodem waar wij op staan, het beste wat voorgaande generaties ons nagelaten hebben, krijgen de kinderen op deze manier mee en kunnen ze ooit weer uit hun rugzak halen. Deze ervaringen gun ik ieder kind. Hoofd hart en handen zoals de slogan luidt. Op alle gebied ontwikkelen en zo volledig mens worden. Ik ben erg idealistisch, ja, maar het koorconcert is steeds weer het moment waarop ik deze resultaten ervaar en kern van het vrijeschoolonderwijs gestalte zie krijgen.”

Het concert was last-minute verplaatst van TivoliVredenburg naar Het Concertgebouw. Dit vanwege de herstelwerkzaamheden aan het plafond van de Grote Zaal van TivoliVredenburg. Het concert was al uitverkocht.

Lacrimosa

Onderstaand fragment is het zesde deel van het Requiem van Mozart, Lacrimosa. Als toegift werd het nogmaals gezongen. Volgens één van de leerlingen was het een “fenomenale avond”.’
‘Sinds dit jaar is de Vereniging van vrijescholen van start gegaan met een reeks bijeenkomsten langs de vrijeschoolregio’s in Nederland om lokaal in gesprek te gaan met ouders, leerkrachten en schoolleiders. Een paar keer per jaar zal een nieuwe regio bezocht worden. Het bestuur van de Vereniging zoekt daarmee de komende jaren bewust naar contact met het lokale onderwijsveld van de vrijescholen.

De aftrap vond plaats op 22 april in regio Zuid, in Eindhoven. Het bestuur van de Vereniging ging in gesprek met ouders en leerkrachten uit Nijmegen, Den Bosch, Eindhoven, Breda en Maastricht. In het najaar wordt een volgende bijeenkomst gehouden in regio West.

Doel van de bijeenkomst

Het doel van de bijeenkomsten is om met een afvaardiging van voornamelijk leerkrachten en ouders in gesprek komen over beleidsontwikkelingen binnen de regio’s en binnen de Vereniging. Het gesprek heeft de functie van een dialoog; in gesprek gaan om elkaar te begrijpen, kennis te delen, elkaar te bevragen, zorgen te delen en kansen te benoemen. Het bestuur kan vanuit de deelnemers punten aangereikt krijgen waar beleidsmatig iets mee moet of kan gebeuren.’
Het nieuwste bericht verscheen hier op 20 mei, ‘Zorg om breed gedifferentieerd toezicht’:
‘Vrijescholen maken zich zorgen over het bredere, gedifferentieerde toezicht van de Onderwijsinspectie. Dat stelt Artho Jansen, bestuurslid van de Vereniging van vrijescholen, in een interview op Didactief online. In het artikel wordt gepleit voor meer vrijheid van onderwijs.

Artho Jansen, die ook bestuurder is van Stichting Vrijescholen Zuidwest Nederland, vindt dat de inspectie op een eendimensionale manier kijkt naar wat een school doet, met een fors accent op het cognitieve. “De andere aspecten, waar wij aan hechten, zoals creativiteit en mensvorming, ziet de inspectie wel, maar het kader is en blijft gericht op cognitie. En dat is niet ons gedroomde kader”, aldus Jansen.

De inspectie lijkt zich in het toezicht steeds meer te richten op “hoe” het onderwijs moet worden ingevuld, terwijl dit het domein van de leraren is. Artho Jansen heeft zijn bezwaren: “dit kan niet de bedoeling zijn”. Een belangrijke vraag is: wie bepaalt wat onderwijskwaliteit is? Jansen geeft aan dat het belangrijk is te werken vanuit vertrouwen in plaats van wantrouwen. “Als je de professionals serieus neemt, moet je de leraar en directeur vragen wat zij onder kwaliteit verstaan”. Deze gedachte is ook terug te vinden in het aangepaste wetsvoorstel.
Lees het hele artikel over Toezicht in transitie op Didactief Online’.
Er is ook nieuws op landbouwgebied. Bionext publiceerde op 18 mei ‘Slag om bio-wetgeving in Brussel’:
‘In Brussel heeft een hevige slag plaatsgevonden over de toekomstige wetgeving voor biologische landbouw en voeding. De landbouwministers werden door het Letse voorzitterschap en de Europese Commissie apart genomen tijdens een ministeriële lunch op 11 mei, om een besluit te forceren. Zover is het niet gekomen, dankzij een stevige coalitie van ontevreden landen, waaronder Nederland, Duitsland, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken.

Een ruime meerderheid was tegen het voorstel om een afkeuringsgrens voor residuen in de wet op te nemen. Over het wel of niet handhaven van de jaarlijkse controle is geen overeenstemming en een minderheid is tegen compliance (nakoming) in plaats van equivalentie (gelijkwaardigheid) bij de regels voor de import. Ook maken veel landen nog steeds bezwaar tegen het grote aantal “delegated acts”, waarmee de Commissie veel macht naar zich toe zou trekken om de wetgeving verder in te vullen.

Het mislukken van een compromis is een stevige nederlaag voor Commissaris Hogan. In zijn slotwoord zette hij de belangrijkste landen die tegen een afkeuringsgrens voor residuen zijn, zoals Duitsland en Nederland, in de hoek. Zij zouden volgens hem moeten inzien dat dit noodzakelijk is voor het consumentenvertrouwen en hun bezwaren moeten inslikken. Bavo van den Idsert, directeur Bionext: “Een drogredenering, die de proces gedreven biologische wetgeving in een klap zou reduceren tot een productcertificering. Biologisch zou min of meer synoniem worden met de aan- of afwezigheid van residuen, terwijl er veel meer aspecten zijn die bepalen of een product biologisch genoemd mag worden.” Voor de biologische boeren geldt dat zij, als de afkeuringsgrens voor residuen er komt, juridisch verantwoordelijk gesteld worden voor contaminaties met bestrijdingsmiddelen die zij zelf niet gebruiken.

IFOAM EU vertegenwoordigers uit verschillende landen, waaronder Bionext, stonden gedurende de dag continu in contact met hun delegaties en met elkaar om de coalitie van landen te ondersteunen die weigeren te bezwijken onder de druk van de Commissie. IFOAM EU maakt zich op voor de volgende bijeenkomst van de landbouwministers op 16 juni.

Voor de internationale biologische sector is een nieuwe wetgeving met de volgende onderdelen onacceptabel:
1. Een afkeuringsgrens voor residuen (schuld voor contaminaties bij biologische boer),
2. Compliance in plaats van equivalence en daarmee verminderde markttoegang voor ontwikkelingslanden,
3. Afstappen van jaarlijkse controle
4. Een groot aantal belangrijke witte vlekken die via “delegated acts” worden toevertrouwd aan de Commissie.

Voor Bionext is alleen punt 3 niet heilig, de jaarlijkse controle, maar alles zal in het werk gesteld worden om de drie overige punten te bereiken. Het staken van stemmen tussen twee kampen is voor Bionext een reële strategie, omdat daarmee de tijdslimiet van een half jaar die Timmermans gesteld heeft aan een compromis over de biologische wetgeving wordt overschreden. Dit zou de beste oplossing zijn omdat er dan gewerkt kan worden aan een verbetervoorstel van de bestaande wetgeving, wat de voorkeur heeft van de biologische sector en veel landen.’
‘Op dinsdag 26 mei overhandigt Bionext de petitie “Hart voor biodiversiteit, geen octrooi op leven” aan de Nederlandse Europarlementariërs in Brussel. Dit gebeurt tijdens de maandelijkse landbouwborrel, waar het thema “kwekersrecht versus octrooirecht” centraal staat. Ruim 17 duizend mensen ondersteunen de oproep van Bionext om de Europese octrooiwetgeving aan te passen, zodat veredelaars en boeren weer vrij kunnen beschikken over erfelijke eigenschappen van planten en dieren voor de ontwikkeling van nieuwe rassen. Nu kunnen deze eigenschappen via een octrooi geclaimd worden.

Een internationale coalitie van maatschappelijke organisaties en brancheorganisaties, waar Bionext deel van uitmaakt, vindt dat octrooien op planten en dieren de innovatie in de veredeling beperken. Maaike Raaijmakers, Bionext: “Door de octrooien zal de diversiteit aan rassen voor de voedselproductie afnemen en dat leidt tot minder keuze voor veredelaars, boeren en consumenten. Op termijn komt hierdoor de voedselzekerheid en biodiversiteit in gevaar.”

De actie van Bionext, tegen het octrooi van Syngenta op de rode paprika, heeft in een jaar tijd ruim 17 duizend handtekeningen en 500 giften opgeleverd. Raaijmakers: “Dit onderstreept dat veel mensen vinden dat er iets moet veranderen. Planten en diereneigenschappen moeten principieel niet octrooieerbaar zijn.”

De noodzaak om de Europese wetgeving aan te passen, is nog groter geworden door een recente uitspraak van de Hoge Kamer van Beroep van het Europees Octrooi Bureau. Volgens de Hoge Kamer is het verbod op het octrooieren van essentieel biologische processen (klassieke veredeling) in het Europees Octrooi Verdrag niet van toepassing op de producten die daaruit voortkomen, zoals zaden, planten en vruchten. Bionext vindt deze uitspraak onbegrijpelijk en pleit voor snelle politieke actie. Inmiddels zijn er al 900 octrooien op dieren en 1.800 octrooien op planten verleend en zijn er duizenden in voorbereiding.’
Op 22 mei werden ‘Demonstraties tegen Monsanto’ aangekondigd:
‘Zaterdag 23 mei wordt wereldwijd gedemonstreerd tegen Monsanto, het grootste zadenbedrijf ter wereld. Monsanto produceert o.a. genetisch gemanipuleerde zaden en het beruchte landbouwgif RoundUp. In Den Haag, Zwolle, Groningen en Amsterdam vindt ook een “March against Monsanto” plaats. Duizenden mensen doen hier elk jaar aan mee, omdat ze geen genetisch gemanipuleerd voedsel op hun bord willen. Paul van Dijk, initiatiefnemer in Amsterdam: “Het hoofdthema is dit jaar ‘Stop TTIP’, omdat dit handelsverdrag enorme negatieve gevolgen heeft.” Het nieuwe handelsverdrag zou de handel tussen Europa en de VS makkelijker moeten gaan maken. De kans is reëel dat bedrijven als Monsanto door dit verdrag makkelijker voet aan de grond kunnen krijgen in Europa. Voor je het weet groeien er gentech-gewassen in de Flevopolder...

Op dit moment is commerciële teelt van gentech-gewassen niet toegestaan in Nederland. De meeste boeren in de biologische én reguliere landbouw willen dat graag zo houden. Want als er eenmaal genetisch gemanipuleerde organismen in het milieu terecht komen, dan is dat onomkeerbaar. Stuifmeel verspreid zich door de wind kan zo maar op een andere akker terecht komen. Op die manier is in de Verenigde Staten een keer een biologische boer aangeklaagd door Monsanto, omdat hij zonder vergunning gewassen van Monsanto op zijn land had staan. De wereld op zijn kop!

Wat op de lange termijn de gevolgen zijn van gentech-teelt, is niet precies bekend. Gentech bestaat immers nog maar kort. Wat wel vaststaat, is dat de grootschalige teelt van bijvoorbeeld gentech-soja in Zuid-Amerika zeer schadelijk is voor de mens, de biodiversiteit en het milieu. De teelt is alleen mogelijk met het landbouwgif RoundUp en dat is inmiddels overal in het milieu aanwezig. Mensen die in de stad wonen krijgen het middel binnen via het voedsel dat ze eten. Geen prettig idee en slecht voor je gezondheid.

De Zweedse supermarktketen Coop heeft onlangs een YouTube-filmpje gemaakt over resten van landbouwgif in voedsel. Zie: “The organic effect”. Bij een gezin dat nooit biologisch at, hebben ze urinemonsters genomen. Er werden allerlei resten van bestrijdingsmiddelen aangetroffen. Vervolgens lieten ze het gezin twee weken 100% biologisch eten en namen ze nieuwe urinemonsters. Wat bleek? Al heel snel verdween het landbouwgif uit hun lichaam. Let’s go bio!’
Het nieuwste bericht is van vandaag, ‘Nederlandse Europarlementariers willen aanpassing octrooiwetgeving’:
‘Europarlementariërs Bas Belder van de SGP, Annie Schreijer (CDA), Jan Huitema (VVD) en Anja Hazekamp (Partij van de Dieren) hebben toegezegd zich in te gaan zetten om de Europese wetgeving rondom octrooien aangepast te krijgen. Inzet is dat het aanvragen van een octrooi op eigenschappen die in de natuur voorkomen, niet meer mogelijk is. Deze toezegging deden ze na de overhandiging van de petitie “Hart voor Biodiversiteit, geen octrooi op leven” door Bionext tijdens de Landbouwborrel in Brussel op 26 mei.

In de petitie riep Bionext en de ruim 17.000 ondertekenaars de Europarlementariërs op om de Europese octrooiwetgeving aan te passen zodat veredelaars en boeren weer vrij kunnen beschikken over alle erfelijke eigenschappen van planten en dieren voor de ontwikkeling van nieuwe rassen. Om de oproep kracht bij te zetten ontvingen ze een doos met heerlijke octrooi-vrije paprika’s. Bij het overhandigen van de petitie benadrukte Miriam van Bree van Bionext dat de onrust nog verder gaat dan alleen bij de (biologische) boeren en de veredelaars: ook consumenten en burgers maken zich zorgen. Ruim 17.000 mensen hebben zich verdiept in dit toch redelijk ingewikkelde onderwerp en de petitie ondertekend. Ook op facebook lieten veel mensen van zich horen. Allemaal maken ze zich zorgen: van docent tot directeur van een groothandel, van student tot aan onderzoeker. Aan de Europarlementariërs is de taak om deze zorgen weg te nemen.

De aanbieding werd vooraf gegaan door een aantal korte presentaties. Maaike Raaijmakers, projectleider bij Bionext vertelde dat verandering van de Europese octrooiwetgeving de enige weg is die nog open staat om octrooien op planten tegen te gaan. Het Europees Octrooi Bureau heeft namelijk onlangs duidelijk uitgesproken dat de huidige wetgeving (waarin staat dat een octrooi op klassieke veredeling niet is toegestaan), toch ruimte biedt voor octrooien op natuurlijke eigenschappen. Het proces is niet octrooieerbaar, maar het eindproduct wel. Voor de biologische sector zijn de risico’s van octrooien nog groter dan bij de gangbare sector. Er zijn veel kleine(re) bedrijven actief in de biologische veredeling. Zij zijn bijzonder goed in veredelen, maar hebben niet de juridische deskundigheid om alles uit te zoeken rondom de octrooien. Tot nu toe was dat ook niet nodig. Met de juridisering zijn het vooral de grotere bedrijven die daar voldoende tijd en geld voor hebben.

Nico van Ruiten, voorzitter LTO Glaskracht gaf kort en helder zijn standpunt: Boeren en tuinders kunnen het rooien zonder octrooien. Peter van de Pol, Schoneveld Breeding, een MKB-veredelingsbedrijf gaf namens brancheorganisatie Plantum aan dat innovatie tot stand komt daar waar veel mogelijkheden liggen. Octrooien op plantaardig materiaal maakt het aantal mogelijkheden kleiner. Hij vergeleek veredeling het met een legodoos, vol met allerlei steentjes. Innovatie is die zo stapelen dat er iets nieuws ontstaat. Maar als een hoeksteentje ontbreekt, haal je het gewenste eindresultaat niet meer.’
Het zal weinigen zijn ontgaan dat op 12 mei ‘Jesse Klaver, jongste fractievoorzitter ooit’ werd. De NOS meldde op het einde van het bericht ook zijn jeugd als vrijescholier:
‘Jesse Klaver werd al langer gezien als de mogelijke nieuwe leider van GroenLinks. De parlementaire pers nomineerde hem drie jaar geleden als Politiek Talent van 2012. Klaver was campagneleider tijdens de Tweede Kamerverkiezingen, die voor GroenLinks desastreus verliepen en leidden tot het vertrek van Jolande Sap. Maar niemand rekende Klaver de terugval van tien naar vier zetels aan.

Klaver werd in 2010 door Femke Halsema naar Den Haag gehaald en profileerde zich eerst op het terrein van onderwijs. Hij onderhandelde met het kabinet over de nieuwe studiebeurs, die plaats moest maken voor de basisbeurs. Hij haalde de populaire Franse econoom Piketty naar Nederland en steunde onlangs de bezetting door studenten van het Maagdenhuis in Amsterdam.

Onderhandelingstafel

De 29-jarige politicus heeft behalve onderwijs, Europa en landbouw, ook financiën in zijn portefeuille. Hij onderhandelde met minister Dijsselbloem over een nieuwe begroting. Samen met Van Ojik liep hij uiteindelijk weg van de onderhandelingstafel, omdat het kabinet te weinig wilde doen voor het milieu en duurzaamheid.

Met zijn woedende aanval op de ABN-Amro-top, die geen moeite had met een forse salarisverhoging, haalde Klaver uitgebreid het nieuws. “Stuitend”, brieste Klaver. Brandpunt-journalist De Poel noemde Klaver een “snotneus” en in de ophef die volgde moest de presentator het veld ruimen.

Klaver is met zijn 29 jaar de jongste fractievoorzitter in de parlementaire geschiedenis. Hij verslaat Hans Wiegel, die in 1971 vier dagen na zijn dertigste verjaardag fractieleider van de VVD werd.

Sociale huurwoning

Klaver deed vmbo op de Vrije School in het Brabantse Roosendaal. Zijn moeder is van Nederlands-Indische afkomst, zijn vader is Marokkaans. Hij groeide op, zonder zijn vader, in een sociale huurwoning in de wijk Westrand, schrijft de partij in een persbericht.

Na een hbo-opleiding studeerde Klaver politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werd daar voorzitter van de jongerenafdeling DWARS en vervolgens voorzitter van de vakbond CNV Jongeren.

Klaver is getrouwd en heeft een zoontje.’
En dan hebben we ook nog dit bericht van Stichting Grondbeheer op 13 mei, ‘Opinieverhaal in Trouw’:
‘Met trots willen wij u attenderen op het opinieverhaal in Trouw, geschreven door onze bestuurder en penningmeester Severijn Velmans. Hierin kunt u de visie van De Nieuwe Rentmeester lezen. De Nieuwe Rentmeester is opgericht vanuit Stichting Grondbeheer om het vrij maken van landbouwgrond via beleggen in grond te versnellen.

Download hier het opinieverhaal.’

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – Vanaf 2014 redacteur van ‘Motief, maandblad voor antroposofie’, uitgegeven door de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Laatste reacties

Recent Comments Widget

Zoeken in deze weblog

Wordt geladen...

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)