Antroposofie in de pers

Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

dinsdag 26 januari 2016

Blendle

Die voorspelling vorige keer kwam wel érg snel uit. De 900.000 pageviews zijn we nu al lang gepasseerd. Dus dan maar weer gauw door, om de lezers niet te hoeven teleurstellen. Inmiddels traditie, begint de ronde bij Motief op de website van de Antroposofische Vereniging. Dat is alleen maar, begrijpt u wel, omdat ik daar werk. Donderdag 14 januari ging het om een ‘Euritmie onderzoeksgroep terug naar de bron’:
“Begin twintigste eeuw werd naar vernieuwing gezocht in de bewegingskunst, zoals in expressieve dans of in de door Rudolf Steiner ontwikkelde euritmie. De afgelopen oktober opgerichte ‘euritmie onderzoeksgroep’ gaat terug naar de bron en legt de fundamenten uit de begintijd opnieuw bloot.

Euritmie ontstond door middel van demonstraties, onderwijs en opvoeringen, alsmede de euritmievoordrachten en cursussen van Rudolf Steiner. De ‘tooneuritmiecursus’ (‘Eurythmie als sichtbarer Gesang. Ton-Eurythmie-Kurs’, GA 278, 6. neu überarbeitete Auflage 2015), opnieuw doorgewerkt en uitgegeven door Stefan Hasler, Felix Lindenmaier en Martina Maria Sam, laat zien hoe gevarieerd Steiner daarbij methodisch te werk ging. Zo bleek dat ook het verdere materiaal over euritmie hierbij betrokken moest worden.

De ‘euritmie onderzoeksgroep’ wordt geleid door Stefan Hasler en Martina Maria Sam, zo beschrijft Sebastian Jüngel op de website van het Goetheanum. Hasler werd in 2003 als eerste euritmieprofessor benoemd, bouwde aan de Alanus Hochschule het vakgebied euritmie uit en werkte aan onderzoeksprojecten. Sinds 2015 staat hij aan het hoofd van de ‘Sektion für Redende und Musizierende Künste’ aan het Goetheanum. Martina Maria Sam is ook euritmiste, zij is gepromoveerd als filologe, heeft ervaring als uitgever en schreef een geschiedenis van de euritmie. Medewerkers worden aangetrokken naar gelang hun vakgebied.

De onderzoeksgroep zal het historisch overgeleverde materiaal uit de periode 1912-1925 doornemen en in het kader van de Rudolf Steiner Gesamtausgabe publiceren. “We mikken op gebruik in de praktijk, waarbij tegelijk aan de huidige wetenschappelijke behoeften wordt voldaan”, zegt Stefan Hasler. “We zullen”, voegt Martina Maria Sam toe, “de fundamenten van de euritmie en de werkwijze in de beginjaren zo authentiek en compleet mogelijk documenteren”.

De ‘euritmie onderzoeksgroep’ is een gezamenlijke instelling van de Alanaus Hochschule in Alfter en de ‘Sektion für Redende und Musizierende Künste’ aan het Goetheanum. De groep werkt samen met het Rudolf Steiner Archiv, de Goetheanum-Dokumentation en andere archieven. Naast publicaties zullen de resultaten in de vorm van demonstraties op conferenties voor professionele euritmisten, als ook van cursussen en voordrachten worden gepresenteerd.

In het Nederlands verscheen inzake euritmie twee jaar geleden het 480 pagina’s tellende standaardwerk ‘100 jaar euritmie in Nederland’, geschreven door Imke Jelle van Dam van het Euritmie Impresariaat Nederland. Het is verkrijgbaar voor € 39.

‘Het is de schrijver verrassend goed gelukt de ontwikkeling van de euritmie in Nederland vanaf het begin als een boeiend proces in beeld te brengen. Door de levendige beschrijvingen van de biografieën van vele betrokkenen creëert hij een kleurrijke indruk van deze steeds weer opnieuw spannende honderd jaar.’ (Werner Barfod)”
Maandag 18 januari volgde ‘Biodynamisch op Biobeurs: herstel van verbindingen’. Met deze tekst:
‘“Biodynamische landbouw en voeding zoekt overal de ruimte voor herstel van verbindingen: tussen mens en bodem, plant en dier, maar ook met de omgeving en de lokale cultuur. En tussen jong en oud: de enthousiaste starter en de ervaren ondernemer.”

Op woensdag en donderdag 20 en 21 januari vindt in de IJsselhallen te Zwolle de jaarlijkse Biobeurs plaats. “De Biobeurs is de belangrijkste nationale trade fair voor wie serieus zaken doet op de biologische markt. Hier komt iedereen samen om te inspireren, delen en ontmoeten.”

Want: “Biologisch is razend populair. In Nederland groeit de verkoop van biologische producten in 2015 naar verwachting met meer dan 15% en ook wereldwijd stijgt de vraag.”

Net als voorgaande jaren is er ook dit keer weer een Demeterplein. “Terwijl de samenleving piept en kraakt in z’n voegen vanwege een teveel aan niet duurzame materiële groei, agendeert de biodynamische landbouw het thema ‘ruimte’ voor haar presentatie op het Demeterplein tijdens de BioBeurs.”

Demeter is het keurmerk van de biologisch-dynamische landbouw en staat voor meer dan alleen biologisch.

“Spirituele ruimte is gelukkig oneindig. De mogelijkheden om elkaar ruimte te bieden zijn groot als we ons denken in beperkingen overboord zetten. Het leven zelf biedt keer op keer overvloed. We kijken naar ruimte voor biodynamische landbouw en voeding, op je bord, in de winkel, op de boerderij via de smaaktuin, de grondplaats, de winkelvloer, het voedselbos en de leergang.”

Wat het meer is dan biologisch? “Daar werken we in verbondenheid met onszelf, onze omgeving en de natuurlijke ritmes van het leven. Ruimte om te ontwikkelen in elke fase, van eenduidig en pril tot veelvormige differentiatie. Waar zit jouw ruimte om het leven verder te laten stromen?”

Veel organisaties zijn bij het plein betrokken. “Het Demeterplein is een gezamenlijk initiatief van Stichting Demeter, de BD vereniging, Warmonderhof, Kraaybeekerhof Academie en Stichting Grondbeheer, ondersteund door de Vereniging van Natuurvoedingskundigen, Landgilde en de Van Akker naar Bos beweging. Het Demeterplein wordt gesponsord door Green organics, Odin en Udea. Naast het Demeterplein worden er vanuit deze organisaties diverse workshops aangeboden zoals ‘doorschakelen naar Demeter’ voor biologische boeren en workshops over bedrijfsopvolging en scholing.”’
De nieuwste aanwinst is die van donderdag 21 januari, ‘Ontwikkeling bij antroposofische ouderenzorg’:
‘Met ingang van het nieuwe jaar 2016 zijn Antroz en Warande definitief gefuseerd. Een bestuurlijke fusie was al in juli 2014 ontstaan. Antroz biedt antroposofische ouderenzorg, Warande is een innoverende organisatie voor ouderenzorg, allebei in het midden van het land.

Op zijn website schrijft Warande: “De locaties van Antroz gaan verder onder de naam Warande. Het gaat om de volgende locaties: Leendert Meeshuis (verpleeghuis) in Bilthoven en Zeist, Huize Valckenbosch (verzorgingshuis) in Zeist. In deze vestigingen wordt zorg in een antroposofisch leefklimaat geboden. Daarnaast gaat het om de volgende huurwoningen/-appartementen: Valckenhof (huurwoningen) in Zeist en Woonoord Kraaijbeek (huurappartementen in Driebergen.”

Verderop is te lezen: “Huize Valckbosch in Zeist is een verzorgingshuis met een landelijke erkenning en een capaciteit van 80 plaatsen. Huize Valkenbosch richt zich op de huisvesting en verzorging van ouderen die een binding hebben met De Christengemeenschap en/of de antroposofie en van ouderen die daar vanuit algemene levensbeschouwelijke oriëntatie affiniteit mee hebben. Het opnamebeleid is dus ruimer. Belangrijk is dat de bewoner in deze omgeving en sfeer de ontwikkeling in deze levensfase wil doormaken.”

En het over het Leendert Meeshuis schrijft Warande: “Leendert Meeshuis te Bilthoven is een verpleeghuis met een landelijke erkenning en een capaciteit van 110 plaatsen. Leendert Meeshuis verleent psychogeriatrische en somatische verpleeghuiszorg en behandeling en vult deze aan met therapieën die gebaseerd zijn op het antroposofisch mensbeeld.”

Het is een verrijking voor Warande. “Met de samenvoeging bestaat Warande uit 8 vestigingen in Zeist, Bilthoven, Houten en Driebergen. Warande biedt een breed scala aan seniorenvoorzieningen: van seniorenfitness, dagopvang, wijkservicepunten en revalidatie tot verzorgd wonen, intensieve verpleging en hospice. Warande biedt ook ondersteuning aan ouderen om langer thuis te kunnen blijven wonen.”

“Bewoners van de Warande verzorgings- en verpleeghuizen worden zoveel mogelijk ondersteund om de dingen te blijven doen die ze belangrijk vinden: aangenaam actief blijven. De fusie met Antroz biedt een waardevolle aanvulling voor ouderen met (affiniteit met) een antroposofische levensvisie. Individuele aandacht en zorgvuldige bejegening zijn belangrijke kernwaarden van Antroz.”’
De Hondspol meldt in de laatste Nieuwsbrief, voor zover ik weet gisteren uitgebracht (er staat geen datum bij):
‘Afgelopen week was het een spannend moment, omdat we een bod op de boerderij en de landerijen hebben uitgebracht. Het goede nieuws is dat ons bod is geaccepteerd door stichting Lievegoed, onder voorbehoud van financiering. Dit betekent dat we weer een stap verder zijn. Tot 15 maart hebben we de tijd om de financiering rond te krijgen. Het ondernemersplan is bij de bank ingediend en we hopen op een positieve reactie!

Vanaf nu is het mogelijk dat cliënten die bij ons willen komen wonen en/of werken zich kunnen aanmelden bij Linda Koot: 06 222 913 39.

Vlak voor het nieuwe jaar zijn er weer 80 biggen op de boerderij gekomen, echt te gek hoe hard ze nu al groeien. En het is een mooi gezicht om het knorrend leven in de varkensstal waar te nemen. De veearts heeft alle schapen en geiten gescand en ze zijn allemaal drachtig. In de eerste week van maart zullen de eerste lammetjes worden geboren. Daar kijken wij naar uit.

Voor de tuin zijn de eerste planten al weer besteld. Allerlei voorbereidingen worden op het land en in de kas langzaamaan in gang gezet. Vrijwilliger Frank is nieuw en heeft de tuin van de Linde op zich genomen. De tuin knapt aanzienlijk op en er wordt volop gesnoeid. Op zaterdag hebben we een nieuw gezicht in de winkel, Sara is super enthousiast. Anne-Marit en Sara staan om de week in de winkel samen met Hanneke.

Iedereen is van harte welkom in de winkel op woensdag en vrijdag van 10:30 tot16:00 uur. Op zaterdag van 9:30 tot 13:30 uur.

Een hartelijke groet, Marcel, Hanneke, Linda, Ruud, Margot en Huig’
Overmorgen, 28 januari, is er een algemene ouderavond in Zutphen, over de verbouw Valckstraat. Dat zag ik in het ‘Weekbericht van 7 januari 2016’ van vrijeschool De Zonnewende:
‘Uitnodiging ouderavond bouw Valckstraat 30 en herinrichting schoolplein

In het weekbericht van 17 december 2015 meldden wij druk in gesprek te zijn met de gemeente Zutphen over de verbouw aan de Valckstraat 30. Op 28 januari 2016 organiseren wij een ouderavond om u bij te praten over de ontwikkelingen en stand van zaken. Wij nodigen u hiervoor graag om 20.00 uur uit in onze school aan de Henri Dunantweg.

Tijdens deze bijeenkomst geven de architect en de aannemer uitleg over het bouwproces en de planning. Onze bestuurder, Lizzy Plaschek, is eveneens aanwezig. De bouwadviseur, Jan van Heiningen, sluit aan om toelichting te geven over de bouwkosten. Karsten Orth geeft uitleg over het proces en visie ten aanzien van de buitenruimte en het schoolplein. Daarbij hopen we ook van u goede ideeën en input te ontvangen.

Het programma:
20.00 uur Welkom door Ceciel
20.05 uur Uitleg vernieuwbouw en planning door Ilse Klein Brinke (architect) en Jan van Heiningen (bouwadviseur)
20.35 uur Voorstellen aannemer
20.40 uur Uitleg proces en visie op buitenruimte/schoolplein door Karsten Orth
21.15 uur Gelegenheid om koffie/ thee te pakken en naar informatiestand te gaan
21.20 uur Informatietafels:
Tafel 1 Architect en aannemer (Voor vragen over bouw)
Tafel 2 Karsten Orth (Voor vragen over herinrichting schoolplein)
Tafel 3 Merinke en Petra - Inspiratiemateriaal, intekenlijst hulp bij ontwerp schoolplein
22.00 uur Afronding

Graag tot 28 januari.
Ceciel Wolfkamp’
Op woensdag 13 januari meldde De Stentor echter met ‘Verbouwing vrije school Zutphen vertraagd’ dat er een kink in de kabel was gekomen.
‘Het zal nog even duren voordat bouwvakkers beginnen aan de geplande verbouwing en uitbreiding van de vrije school aan de Valckstraat in Zutphen. Het schoolbestuur en de gemeente Zutphen staan lijnrecht tegenover elkaar in een oplopend geschil over het bouwbudget.’
In het ‘Weekbericht van 14 januari 2016’ was dan ook ‘Bericht van de MR: Uitstel van de Verbouwing’ te lezen:
‘Ook de MR heeft de brief van 12 januari 2016 afkomstig van de bestuurder gelezen. De eerste reactie was een volle verbazing over de stop van de bouw.

Zoals gemeld in de nieuwsbrief van 3 dec. jl. waren we ons al bewust van onvoldoende bouwbudget. In overleg met de bestuurder in de week erna is in grote lijnen het tekort toegelicht en er is laten weten dat er alternatieven onderzocht werden zodat in januari de bouw kon starten. Een gehele stop van het bouwproces is dus een nieuwe wending.

Onze dringende vraag aan ouders en leraren is om hun vragen en zorgen naar aanleiding van dit bericht en voorgaande berichten naar de MR te sturen. Alle reacties zijn welkom omdat we een duidelijk beeld willen scheppen hoe we hier als gemeenschap in staan. Wij willen dit bundelen en vanuit de MR richting directie een duidelijk signaal geven hoe dit proces ervaren wordt door de ouders en hun kinderen en verzoeken om een antwoord op de belangrijkste vragen vanuit de gemeenschap. Dit signaal zullen we via de GMR ook richting Stichtingsbestuur communiceren.

Je kunt ons bereiken via mr@mr-zonnewende.nl of schrijf het kort op en geef het aan een van de MR leden. Schriftelijk heeft de voorkeur omdat we dan reacties makkelijker kunnen verwerken. Het kan zijn dat we voor het verwerken van de reacties en het uitwerken hiervan de hulp nodig hebben van ouders. Mocht je hiervoor beschikbaar zijn, laat het dan ook even weten in je reactie.

Vriendelijke groet, Arthur Aalsma, Patrick Lenaers, Barbara de Goede, Els Godefroy, Annemieke Stout, Joan Plooyer’
Op de website verscheen vervolgens die brief in deze ‘Update Nieuwbouw. Geplaatst op: 17 januari 2016’:
‘Beste ouders, gewaardeerde collega’s,

Afgelopen vrijdag heeft een afvaardiging van bestuur en directie van de vrijescholen in Zutphen een gesprek gehad met wethouder Patricia Withagen. De wethouder heeft aangegeven dat ze vooralsnog geen ruimte heeft om de geraamde meerkosten van de nieuwbouw te dekken. Deze uitkomst heeft geleid tot het besluit om de start van de bouwactiviteiten tot nader order uit te stellen; een moeilijk, maar noodzakelijk besluit. We ervaren onvoldoende steun van de gemeente om nu te bouwen.

Verzoek gemeente

De gemeente verlangt een onderbouwing van de overschrijding en een overzicht van de mogelijkheden om de kosten te drukken en het plan te realiseren, met behoud van het aantal vierkante meters. Anders komt ook het toegezegde budget wellicht onder druk te staan.

Kostenbesparing met behoud vierkante meters

Huisvesting van de leerlingen is een gemeentelijke taak, maar uiteraard voelt ook de stichting hierin een belangrijke verantwoordelijkheid. Op dit moment werken we samen met de architect en de aannemer aan een alternatief “uitgekleed” plan waarbinnen de overschrijding wordt teruggebracht. Dat willen we bereiken door o.a. concessies te doen op materiaalkeuze en door gebruik te maken van een enkele financiële regeling. De nieuwe plannen willen we begin februari bespreken met de wethouder. Afhankelijk van de uitkomsten van dit gesprek, willen we zo snel mogelijk opdracht geven voor de start van de bouw.

Hoe nu verder?

Het uitstel van de bouw is een hele nare tegenvaller voor iedereen. De vergunning was al verstrekt, de aannemer stond in de startblokken en medewerkers en ouders zagen uit naar start bouw. Als bestuur en directie hebben we hiervoor aandacht. Daarom ontvangen jullie nu deze brief om jullie op hoofdlijnen te informeren. Op de ouderavond van donderdag 28 januari 2016 lichten wij onze stappen uitgebreider toe en nemen daarin de eventuele gevolgen voor leerlingen ouders en medewerkers mee. We zullen dan ook vragen beantwoorden. Over het verloop van de gesprekken met de gemeente zullen we naar verwachting eind februari, of zoveel eerder of later als er meer duidelijkheid is, communiceren.

Tenslotte

Wij willen namens ons allen de gemeente aanspreken op haar verantwoordelijkheden op het gebied van huisvesting, koersen op een spoedige start bouw met een aangepast maar nog steeds volwaardig plan. We hopen daarbij te mogen rekenen op jullie steun en medewerking.

Mocht deze brief nog aanleiding geven tot vragen, dan verzoeken wij per e-mail contact met Ceciel Wolfkamp op te nemen via c.wolfkamp@vrijeschoolzutphen.nl.

Met vriendelijke groet, Lizzy Plaschek, Bestuurder’
Dat is natuurlijk een enorme domper, na alle eerdere moeilijkheden die er zijn geweest om tot hier te komen. Op de website van de Belgische Federatie van Steinerscholen verscheen op 18 januari het bericht ‘Wetenschappelijk onderzoek naar de vruchten van de steinerpedagogie’:
“In een onderzoek in de schoot van de Hogeschool in Leiden, buigen Akke Faling en Arnout De Meyere zich over een boeiende onderzoeksvraag: op welke wijze en in welke mate ondersteunt de steinerschool de ontwikkeling van kinderen en jongeren om volwassen in de wereld te (komen) staan?

Afgelopen tijd is er geregeld positieve belangstelling voor de steinerpedagogie. Het besef groeit dat onderwijs niet alleen om cognitieve ontwikkeling draait. De steinerschool draagt ‘brede persoonlijkheidsvorming’ hoog in het vaandel. Dit roept de vraag op wat het steineronderwijs te bieden heeft en hoe dit zijn weg vindt in de volwassen levens van oud-leerlingen.

Hoe staan zij in het leven, in de wereld? Op welk ‘innerlijk kompas’ richten zij hun biografische keuzes? Hoe vindt hun creativiteit een weg? Kunnen zij als vrije volwassenen vanuit hun morele waarden handelen en hun idealen realiseren in de maatschappij? Op welke wijze geven zij zelf uitdrukking aan hun overtuigingen en levensvragen? Zien deze oud-leerlingen enig verband tussen hoe zij in het leven staan en de ervaringen die zij op de vrije school (Nederland) – steinerschool (België) hebben beleefd?

Wat zijn de oorspronkelijk bedoelingen van de steinerpedagogie? Wat zijn de bedoelingen binnen de huidige steinerschoolbeweging en van de huidige leerkrachten? Wat zijn hun pedagogische bedoelingen in dit verband en uit welke concrete handelingen binnen de onderwijspraktijk blijkt dit?

Akke Faling en Arnout De Meyere ontwerpen een onderzoek in dit veld vol boeiende vragen. Zij zijn beiden verbonden aan de Hogeschool in Leiden, als lid van de kenniskring rond het lectoraat ‘Waarde(n) van het vrijeschoolonderwijs’ onder leiding van dr. Aziza Mayo. Zij bestuderen o.m. de voordrachten rond de oprichting van de eerste vrijeschool in 1919 en documenten van de huidige vrijeschoolbeweging in Nederland en Vlaanderen. Aan de hand daarvan, en door gesprekken in focusgroepen en interviews met leerkrachten en (oud)leerlingen, gaan zij op zoek naar de antwoorden van deze actoren op de bovengenoemde vragen.

Het kader voor het onderzoek wordt gevormd door actuele pedagogische en psychologische inzichten. De drie doeldomeinen van onderwijs van pedagoog Gert Biesta spelen daarbij een belangrijke rol. Onderwijs heeft volgens hem het doel te kwalificeren, te socialiseren maar ook bij te dragen aan persoonsvorming.

Ook de ontwikkelings- en motivatiepsychologie wordt bij het onderzoek betrokken: hoe bouwt een jonge mens aan zijn innerlijk kompas? Kan de leerling bij dit ‘bouwproject’ voldoende ‘bouwmateriaal’ vinden in de interactie met de leraren die in hun woorden en daden een voorbeeldfunctie willen vervullen? Zijn de componenten van psychisch welzijn (een beleving van autonomie, competentie én sociale verbinding) voldoende verzorgd opdat de leerling de voorgeleefde waarden als deel van de eigen identiteit kan opnemen? Of blijven deze voorbeelden verbonden met een innerlijk onvrij gevoel van onderdanigheid of dwang?

Akke en Arnout zien uit op een boeiende samenwerking. Zij hopen de vrijeschool-/steinerschoolbeweging via de resultaten van dit onderzoek een spiegel voor te houden, waardoor bewustzijn kan ontstaan omtrent nieuwe groeikansen.”
Achter een betaalmuur, niettemin is de kern van het nieuws zichtbaar, vinden we bij Hillridge/Nieuwspost Heuvelrug op 16 januari het artikel ‘Witte Villa behoudt monumentaal gezicht, maar krijgt nieuwe ingewanden’:
‘Elf maanden geleden brandde de Witte Villa op het Driebergse landgoed de Reehorst voor een groot deel af. De sloop van de verwoeste delen is al begonnen, de rest van de villa zal in oude luister hersteld worden, met instemming van toekomstig eigenaar Triodosbank. Begin volgend jaar moet de restauratie voltooid zijn.

Tientjesleden en abonnees van Hillridge lezen (1288 woorden, acht beelden) gratis verder. Anderen kunnen tientjeslid worden of verder lezen op Blendle’
Op 14 januari postte de Vereniging van vrijescholen ‘Méér ruimte voor vrijescholen centraal tijdens onderwijscafé’:
“Groeicijfers die er niet om liegen, een wetsvoorstel dat de stichting van nieuwe scholen vergemakkelijkt en de Nationale DenkTank die aansluit bij vrijeschoolse ideeën. Op landelijk niveau lijken politiek-maatschappelijke ontwikkelingen te wijzen op ‘méér ruimte voor vrijescholen’. Toch blijkt de dagelijkse praktijk nog weerbarstig. Dit zijn de uitkomsten van het onderwijscafé van de Vereniging van vrijescholen dat werd gehouden op woensdag 9 december 2015 in Molen de Ster in Utrecht.

‘We blijven maar groeien’, constateerde voorzitter Rian van Dam bij de opening van de bijeenkomst. Zij wees de leden en partners van de Vereniging op de 6% groei van vrijeschoolleerlingen dit jaar en de 24% groei in de laatste vijf jaar: ‘Er is sprake van een trend.’ Op deze constatering volgde de vraag of er voor vrijescholen wel voldoende ruimte is om te groeien en hoe daarbij de kwaliteit van het eigen onderwijs moet worden vastgehouden. Rian van Dam signaleerde dat er grote belangstelling is voor persoonsvorming en socialisering binnen het onderwijs en voor vernieuwende initiatieven. De wetgeving lijkt zich daarop aan te passen. Reden voor de Vereniging om twee sprekers uit te nodigen: Gijsbert Werner, voormalig vrijeschoolleerling en lid van de Nationale DenkTank 2015 en Simone de Bakker, beleidsmedewerker bij het Ministerie van Onderwijs en programmamanager van het wetsvoorstel ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’.

DenkTank ideeën

Geflankeerd door de elektrische zaag en de nog werkende windzaag van de oude molen, stond Gijsbert Werner als eerste in de spotlights. Hij gaf een overzicht van wat de DenkTank 2015 (24 jonge academici) had beziggehouden: het leren van de toekomst.

Meer specifiek luidde de opdracht: ‘Hoe kan het leren in Nederland beter worden georganiseerd, zodat het talent van de individuele leerling tot bloei komt en het leren beter aansluit bij een veranderende omgeving?’ De DenkTank had dit grondig onderzocht en opmerkelijke oplossingen gevonden. Zoals een ‘Schijf van vijf’ voor het opvoeden, voor ouders die zich niet zo bewust zijn van het belang van de eerste levensfase; een ‘Make & Meet Challenge’ om kinderen met verschillende achtergronden aan te zetten tot samenwerking; een ‘Lerarenbrigade’ die kan worden ingezet op zwakke scholen; een ‘Brugklasbonus’ om brede brugklassen te stimuleren; een ‘Flipfilm’ om meer tijd te maken voor persoonlijke aandacht in de klas; ‘Docenten-coschap’ als verbetering van eerstegraads opleidingen; ‘Vrijheid van bestuur’, bedoeld om de onderhandelingspositie van schoolleiders te verstevigen en de ‘Coalitie Lerenderwijs’: een groepering in oprichting die actie gaat ondernemen om op scholen en in het curriculum van de lerarenopleidingen meer aandacht te geven aan persoonsvorming (wie ben je nu eigenlijk en wat wil je?) en socialisatie (hoe ga je om met de maatschappij?). Er komt een lesprogramma, een bewustwordingscampagne en een tour langs scholen. Maatschappelijke partners als scholen en lerarenopleidingen werken daar nu al aan mee en het kan ook voor vrijescholen interessant zijn om zich hierbij aan te sluiten. In januari 2016 wordt ermee gestart.

Het Eindrapport Leerwijzer is als pdf te downloaden via de website van de Nationale DenkTank.

Oprichten van scholen verandert

Simone Bakker, die vervolgens het podium betrad, had haar blik ook op de toekomst gericht. Zij gaf een toelichting op het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen van staatssecretaris Sander Dekker. Het doel van dit voorstel is om onderwijs beter aan te laten sluiten op de wensen en behoeften van ouders. En om het starten van een nieuwe school weer goed mogelijk te maken, want in de praktijk lukt het haast niet meer om een school op te richten.

‘Die ervaring hebben vrijescholen ook’, zei Simone, ‘En dat komt omdat het stichten van scholen gebaseerd is op de prognosesystematiek’. Een systematiek die zijn wortels nog heeft in de verzuilde samenleving. Bij het toekennen van een nieuwe school wordt dan gekeken naar de levensbeschouwing (bijvoorbeeld katholiek of protestant) van inwoners van een dorp of stad en naar aantallen leerlingen. En niet naar de daadwerkelijke belangstelling voor een school. Terwijl de meeste ouders inmiddels niet meer op een traditionele manier kiezen: zij kijken naar de kwaliteit en de bereikbaarheid. En of de leerkracht en het onderwijsconcept van de school passen bij hun kind.

Een andere verandering in het op handen zijnde wetsvoorstel betreft de stichtingsnormen. Voor het primair onderwijs zijn die momenteel erg hoog. Maar in het nieuwe voorstel gaat het Ministerie er vanuit dat zulke hoge aantallen niet meer nodig zijn.

Van Onderwijscafé naar Kenniscafé

Het Onderwijscafé kreeg meer het karakter van een Kenniscafé toen Simone, in overzichtelijke stappen, de nieuwe procedure om een school te stichten uiteenzette. Belangrijke onderdelen daarvan zijn: ‘de belangstellingsmeter’, die de werkelijke belangstelling van ouders moet aantonen op basis van ouderverklaringen en ‘het startdocument’, een doordacht en realistisch plan over kwaliteitszorg dat een school zelf opstelt en dat de Inspectie beoordeelt.

Panel: ruimte en beperkingen

Simone de Bakker, Gijsbert Werner, Esther Klaassen (initiatiefnemer voortgezet onderwijs Deventer) en Artho Jansen (bestuurslid Vereniging), vormden hierna een discussiepanel.

Esther zag in het idee ‘Docenten-coschap’ van de DenkTank een kans voor de nieuwe vrijeschool initiatieven onder regulier bestuur, die vaak putten uit het bestaande docentenbestand: ‘Nu er nog geen vrijeschool lerarenopleiding is voor het voortgezet onderwijs, kan dit een antwoord zijn op de vraag “Hoe kun je ervoor zorgen dat leraren op een goede manier voor de klas staan?”’

Over het verhaal van de DenkTank, waarin Artho veel ‘vrijeschoolgeluiden’ herkende was hij positief. Tegelijkertijd wees hij op de praktijk van alledag, die nog niet meevalt. ‘Het perspectief is lonkend, maar er zijn nog veel hobbels op de weg.’ Over het wetsvoorstel toonde het bestuurslid van de Vereniging zich eveneens enthousiast. Hij zag er mogelijkheden in voor vrijescholen: ‘Voor mijn gevoel krijgen we het op een presenteerblaadje, ook al hebben we er achter de schermen wel aan bijgedragen.’ In de zaal werd opgemerkt dat ‘het kind niet met het badwater moet worden weggegooid. Als de nieuwe wet ervoor bedoeld is dat ouders wat te kiezen hebben, dan zal die diversiteit ook zijn uitwerking moeten hebben in krimpregio’s. Als de opheffingsnorm niet meer aan een denominatie gekoppeld is dan zal de beoogde wet op een andere wijze een divers onderwijsaanbod mogelijk moeten maken, óók in de krimpregio’s.

De dagelijkse werkelijkheid bleek voor meer aanwezigen een hard gelag te zijn. Een initiatiefnemer van een bovenbouw klaagde over de gang van zaken in het RPO, ‘waar directeuren in zitten die je het licht in de ogen niet gunnen.’ Simone bevestigde dat dit inderdaad voorkomt: ‘Je kunt als klein schoolbestuur in een ware slangenkuil terecht komen, terwijl bestaande schoolbesturen juridisch gezien geen invloed hebben op nieuwe scholen.’ Vanuit de zaal werd haar toen gevraagd om het huisvestingsbeleid voor scholen in het nieuwe wetsvoorstel toch vooral niet te laten voor wat het is.

Wetsvoorstel online voor consultatie!

Hierna Simone attendeerde Simone de aanwezigen erop dat het voorstel vanaf half januari zes weken lang online komt voor openbare internetconsultatie en dat er dan ook inspraakbijeenkomsten worden georganiseerd. Op een vraag uit de zaal ‘hoe politiek gevoelig’ het wetsvoorstel is, antwoordde ze dat politieke gevoeligheid natuurlijk speelt bij kwesties als denominatie en richting. Maar dat als een voorstel voldoende draagvlak heeft in het onderwijsveld, de politiek er niet meer omheen kan.

Kwaliteitseisen inspectie

De discussie richtte zich daarna op een ander aspect van het wetsvoorstel: de koppeling tussen verruimde stichtingsmogelijkheden en kwaliteitseisen van de Inspectie. Wat betekent dat voor vrijescholen? Een bestuurder meende dat vrijescholen een balans moeten vinden tussen een veilige omgeving (met een systeem dat gewoon werkt) die tegelijkertijd uitdaagt tot individuele, unieke ontwikkeling. Gijsbert Werner wees op de perceptie van regelgeving: ‘Er kan veel meer dan scholen en ouders zich realiseren.’ Artho Jansen noemde de nadelige gevolgen voor een aantal scholen toen zij geconfronteerd werden met een digitale vertaling van de Inspectie die berustte op een verkeerde interpretatie. Waarop Simone de Bakker aangaf dat met het nieuwe toetsingskader van de Inspectie er geen lijstjes meer afgevinkt worden en dat scholen daar positief over zijn. Een beleidsmedewerker van een vrijeschool, die het nieuwe inspectiekader gebruikte ter verantwoording, zei daarbij echt te zien ‘dat we de vrijheid hebben om onze lessen te geven en de kinderen aan te reiken wat ze nodig hebben.’ Zij kreeg bijval van andere scholen die ook ervaring hadden met het nieuwe kader. Maar een aantal scholen bleef toch op het standpunt staan dat de persoon van de inspecteur de oorzaak was van hun slechte ervaringen.

De bijeenkomst werd afgesloten door Rian van Dam met een uitnodiging aan Simone de Bakker en Gijsbert Werner om de onderwijscafés van de Vereniging te blijven volgen.’
De Vereniging van vrijescholen meldt verder ‘Kom naar de open dagen!’
‘In het hele land organiseren vrijescholen in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs open dagen en informatiebijeenkomsten voor ouders en aanstaande vrijeschoolleerlingen. Zoek op de scholenkaart naar vrijescholen om te ontdekken wanneer er een open dag is bij u in de buurt. Of bekijk het overzicht van alle open dagen en informatiebijeenkomsten in 2016.

Ontdek de vrijeschool bij u in de buurt!

Het kan voorkomen dat de betreffende data van een school nog niet bij ons bekend zijn. Staat bij de school van uw keuze geen open dag of informatiebijeenkomst vermeld, kijk dan op de website van de vrijeschool. Wanneer u een open dag of informatiebijeenkomst wil bijwonen, kijk dan voor de zekerheid ook even op de website van de vrijeschool zelf voor de actuele informatie.

Hieronder kunt u een overzicht downloaden van de open dagen en informatiebijeenkomsten van vrijescholen in 2016. In deze lijst staan zowel scholen in het primair onderwijs (basisonderwijs) als in het voortgezet onderwijs.

U kunt ook op de scholenkaart zoeken naar een vrijeschool in de buurt. In de informatieballon staat de open dag of informatiebijeenkomst vermeld wanneer deze bekend is bij de Vereniging van vrijescholen.

Download: overzicht open dagen en informatiebijeenkomsten vrijescholen in 2016 (excel)’
En dan is er ook nog dit, ‘Conferentie vrijescholen VO’:
‘Op dinsdag 8 maart 2016 vindt de zevende editie plaats van de landelijke conferentie voor leerkrachten in het voortgezet vrijeschoolonderwijs. Met deze keer het thema: “worden wie we zijn óf worden wie je bent”. Het belooft een inspirerende dag te worden met bevlogen sprekers. Nieuw dit jaar is een ruim aanbod van thematische en vakoverstijgende werkgroepen. Aanmelden kan t/m 21 februari!

Worden wie we zijn of worden wie je bent?
Een conferentie over leeftijdsfasen en gepersonaliseerd leren

Een groeiend aantal ouders en leerlingen kiest voor vrijeschoolonderwijs. Belangrijkste reden hiervoor is ‘de aandacht voor de brede persoonsvorming en talentontwikkeling van leerlingen’. Het vrijeschoolonderwijs geeft de persoonlijkheidsontwikkeling onder meer gestalte door in het onderwijs aan te sluiten bij de specifieke leeftijdsfasen van de leerlingen. In vaste leeftijdsgroepen wordt de leerstof zo ontwikkelingsstof.

De vrijeschool is uniek in haar aanpak, maar niet in haar streven. Het belang van persoonsvorming en talentontwikkeling wordt breed, en steeds breder, ondersteund. Hoe streven andere scholen hiernaar? Een relatief nieuw onderwijsinitiatief is het gepersonaliseerd leren, waarbij maatwerk en differentiatie zorgen dat iedere leerling zoveel mogelijk zijn eigen ontwikkelingsweg kan volgen, met behulp van moderne technologie.

Hoe verhoudt het vrijeschoolonderwijs zich tot dit initiatief? Hoe kunnen groep en individu hand in hand gaan binnen het vrijeschoolonderwijs? Kan er eigenlijk wel goed gedifferentieerd worden binnen leeftijdsgericht onderwijs? En hoe gaan vrijescholen om met zittenblijvers of excellerende leerlingen? Kortom: Wanneer staat de klas centraal en wanneer de leerling? Of impliceert het één het ander? En hoe dan?

Deze en aanverwante discussievragen staan centraal op de aankomende Conferentie vrijescholen VO, op 8 maart in Zeist. Komt allen en praat mee!’
Veel vrijeschoolnieuws vandaag dus. Weinig biologisch-dynamische landbouw of antroposofische gezondheidszorg, in ieder geval vanuit antroposofische bron. Maar er is meer natuurlijk. Eerst echter twee leuke berichten van Bionext en dat heeft uiteraard wel met landbouw en voeding te maken. Op 22 januari kwam de website daarvan met ‘Arnica Massageolie van Weleda favoriet bioproduct 2016’:
‘De Arnica Massageolie van Weleda is door het publiek uitgeroep tot favoriet bioproduct 2016. De massageolie was veruit favoriet: 61 procent van alle stemmen ging naar Weleda. Er deden 12 producten mee. De Verkiezing van Mijn favoriete Bioproduct is een initiatief van de VBP en Bionext. De prijsuitreiking vond plaats op de Bio-beurs op donderdagavond 20 januari.

Arnica Massageolie

Arnica Massageolie stimuleert de natuurlijke regeneratie van de huid, waardoor deze gezond en elastisch blijft. Ook bij stijfheid in nek en schouders brengt Arnica Massageolie verlichting. Na lichamelijke inspanning zorgt het verwarmende effect van de olie ervoor dat de spieren goed ontspannen.

Alle genomineerde producten bij elkaar

Op de beursvloer zijn de genomineerde producten te vinden in de Meerhal. Het winnende product is te vinden in stand 327, bij het foodplein. Iedere bezoeker van de Bio-beurs kan zo kennis maken met de genomineerde producten. De meeste producten zijn dit jaar nieuw op de markt gekomen.

De volgende producten deden mee:

– 3-mix notenpasta van TerraSana
– Arnica Massageolie van Weleda
– Bee natural cosmetics MEN van de Traay
– Demeter rode bieten van Estafette Odin
– Ekoland chocopasta van Natudis
– Havergrutten van de Halm
– Mureda Drágora Rood van Natrada
– Natural Temptation – Lots of love thee van Organic Flavour Company
– Rozenspray Conditioner van Urtekram
– Spelt pizza van Albert Heijn
– Tomatensaus passata rustica van de Nieuwe Band
– Your Organic Nature rode linzen pasta van Udea

Verkiezingsprocedure

De winnaar is gekozen door het publiek. Weleda heeft de meeste stemmen behaald. De prijsuitreiking vond plaats op de Bio-beurs in de IJsselhallen in Zwolle. Deze biologische vakbeurs is een initiatief van Bionext en Libéma.’
Vandaag volgde ‘Vrij Nederland eet biologisch’:
‘Zo nu en dan wordt oud nieuws ineens weer actueel. Zo ook het artikel van Vrij Nederland over de mythes over biologisch eten. Het item uit werd gepubliceerd in 2012 maar de argumenten uit dit artikel worden ook nu nog regelmatig gebruikt.

Het artikel van Van Nieuwenhuis over de mythen van biologisch bevat in ieder geval een heuglijk feit: de redactie eet veel biologisch. Dat is mooi. Verder bevat het veel vooral storende fouten, of benoemt het juist uitzonderingen die de regel bevestigen.

1. Ja, er mogen een beperkt aantal natuurlijke bestrijdingsmiddelen gebruikt worden in de biologische teelt, maar het middel rotenon behoort daar nou net NIET toe. Het is in de hele EU verboden, ook voor gangbare teelten. De toegestane natuurlijke middelen hebben als eigenschap dat ze bijzonder snel afbreekbaar zijn en geen schade toebrengen aan het milieu. Bovendien is de bioboer sowieso zeer terughoudend met deze toegestane middelen, omdat hij/zij in principe werkt met het natuurlijke evenwicht en dus de natuurlijke vijanden van de plaag stimuleert. In vergelijk met wat gangbaar toegestaan is, dankt bio hieraan zijn predicaat onbespoten.

2. Bij hoge doses, wat in voeding niet voorkomt, kunnen ook natuurlijke middelen een negatieve effect hebben op de gezondheid. Maar die hoge doses worden niet toegepast en door de snelle afbreekbaarheid worden er niet of nauwelijks residuen van aangetroffen. Dat valt in het niet bij de schadelijkheid van veel chemisch-synthetische middelen. Tel daarbij ook nog eens de eindeloze reeks chemische e-nummers die niet gebruikt mogen worden in bio en het gezondheidsargument weegt nog zwaarder. Overigens wordt dit gezondheidsargument zelden gebruikt. Als bio het over gezondheid heeft, dan altijd vanuit de holistische visie dat gezondheid begint bij gezonde bodems, gezonde planten en gezonde dieren. Het resultaat is voeding die ook voor mensen gezond is.

3. Er zijn natuurlijk producten te vinden die ver weg geproduceerd toch minder milieubelasting hebben dan lokaal geproduceerd. Over het algemeen geldt; hoe minder vervoerskilometers des te beter. Niet alleen voor de CO2 uitstoot, maar ook voor het duurzame uitgangspunt om zoveel mogelijk met de seizoenen mee te eten. Een grotere reductie van CO2 levert de biologische boer overigens door geen gebruik te maken van kunstmest en door een hoog percentage koolstof in de bodem te binden.

4. Biologisch en de wereldbevolking voeden, dat kan heel goed. Als we overschakelen op een systeem van true pricing, waarbij de vervuiler betaalt en gebrek aan dierenwelzijn ook wordt doorbelast, dan is biologisch niet duurder dan gangbaar.

Als wij ons werkelijk druk maken om de 800 miljoen mensen met honger, dan verlagen we de consumptie van vlees. Dan houden we 5x meer plantaardige eiwitten over. Terugdringing van de overconsumptie en voedselverspilling in het Westen zal de 600 miljoen mensen met obesitas ten goede komen en de torenhoge kosten voor de gezondheidskosten verlagen. Steeds meer blijkt overigens dat agro-ecologische landbouw bijdraagt aan voedselzekerheid op lange termijn door het vruchtbaar houden van de bodem. Afbraak van vruchtbare bodems is een van de grootste knelpunten van de intensieve landbouw.

5. En over smaak valt te twisten. Er zijn veel mensen die McDonalds frites en cola heel lekker vinden. Maar de keuze van talloze koks en restaurants als La Place voor biologische en ambachtelijke producten spreekt anderen meer aan. Zelfs McDonalds heeft de biologische hamburger geïntroduceerd in Duitsland, en met succes.

Een mythe betekent een zinrijk verhaal met een kern van waarheid. Het is Van Nieuwenhuis van VN onbedoeld gelukt het ware verhaal van bio nog een keer te benadrukken.

Lees hier het artikel uit Vrij Nederland’
Er was meer, zei ik. Bijvoorbeeld de biografie van Andreas Burnier. Ik heb die al vaak aangekondigd. Intussen is die werkelijk verschenen, in november al. Er zijn verschillende recensies te vinden, zoals deze parel van Carel Peeters bij Vrij Nederland op 28 december afgelopen jaar, ‘Het hoge voltage van Andreas Burnier’. (Ik begin er maar niet over hoe erg Peeters tijdens haar leven Burnier af heeft gebrand. Daarmee wordt dit wel nog meer bijzonder.) De website ‘biografieportaal.nl’ publiceerde 19 november 2015 deze mooie van Eric Palmen:
‘In de eerste chaotische maanden na de bevrijding, toen anderhalf miljoen Nederlanders op drift waren (hongervluchtelingen, evacués, gerepatrieerden) kwam Ronnie Dessaur tot de conclusie dat ze in een verkeerd lichaam geboren was. Ze was dertien, had via zestien onderduikadressen de oorlog overleefd en zag in Eindhoven, waar haar moeder als vrijwilliger werkte voor het Rode Kruis, de enkele overlevenden van de Shoah terugkeren. Haar poging om bij de jongens binnen te dringen in het Sportfondsenbad aan de Stratumsedijk stuitte op het veto van de badmeester, de gebeden om een geslachtstransformatie werden niet verhoord. Vijfentwintig jaar later verwerkte ze die ervaringen in Het jongensuur, haar tweede roman na Een tevreden lach. Met het pseudoniem Andreas Burnier had ze zich eindelijk een mannelijke identiteit aangemeten waarmee te leven viel.

Elisabeth Lockhorn schreef met Metselaar van de wereld een meesterlijke biografie van Andreas Burnier. Meeslepend, erudiet en aangrijpend – alles klopt aan dit boek. Zoals het een goed biograaf betaamt, slaagt Lockhorn erin het leven van Andreas Burnier in een historische context te plaatsen – die van de oorlog, de wederopbouw, de jaren zestig en zeventig met de Tweede feministische golf en homo-emancipatie. In menig opzicht nam Burnier het voortouw in die ontwikkelingen, maar ze bleef haar leven lang ook een buitenstaander.

Burnier koesterde die positie. Ze verafschuwde de terreur van, wat Lockhorn noemt, de whole package deal. Een lesbische feministe moest ook voor dit of tegen dat zijn, maar Burnier liet zich niet de wet voorschrijven. Weinig intellectuelen in de tweede helft van de twintigste eeuw verdienen zo het predicaat “onafhankelijke geest” als Andreas Burnier. Ze volgde de radicalisering binnen de vrouwenbeweging kritisch, getuigde van haar spiritualiteit toen dat niet bon ton was en nam in het euthanasiedebat een eigenzinnig standpunt in hetgeen haar op de hoon kwam te staan van progressief Nederland. (Op Koot en Bie na. Die waren het, tot haar grote ontroering, volkomen met haar eens). Politiek engagement was niet aan haar besteed. “Ik heb er gewoon geen tijd voor,” zei ze in een interview voor het Utrechtse studentenblad Ignis: “Er zijn duizenden mensen die goed politiek kunnen bedrijven, maar niet kunnen schrijven. Je moet soms keuzes maken in het leven.”

Was de rol van buitenstaander een erfenis van de oorlog of van eerdere datum? Jeugdvriend Nol van Dijk herinnert zich “een bang, verlegen meisje met vlechtjes” dat liever kapitein op een schip was en in bomen klom dan dat ze zich naar de poppenhoek liet verwijzen. Ongetwijfeld versterkte de onderduik het isolement. Ze zag alle levensovertuigingen de revue passeren, van socialisme tot zwaar gereformeerd, uitgedragen door aardige en minder aardige mensen. Ze leerde haar gastgezin te lezen. Hoe hing de vlag erbij, wat werd haar van haar verwacht? “Heel lang ben ik een meester geweest in het aannemen van de schutkleur van mijn omgeving,” zei ze in een interview met Vrij Nederland. In Het jongensuur schrijft ze onomwonden over de ambivalentie van de dankbaarheid. Ze nam antisemitisme waar bij sommige helpers, en hun geestelijke en fysieke armoede. “Mijn begrip en dankbaarheid, voor zover aanwezig, was gemengd met verachting en afschuw.” Toen ze in het najaar van 1945 herenigd werd met haar ouders, herkende haar moeder haar niet meer. “Wie is die jongen?” De vervreemding was permanent. De bezetting had een desastreuse impact op de verhouding tussen ouders en kinderen. In Erkenning duidt Jolande Withuis de psychische schade van het ondergedoken oorlogskind. “Niet alleen waren de ouders niet in staat geweest hun kinderen veiligheid en steun te bieden, bovendien hadden de kinderen de neiging hun ouders de erkenning te geven die de samenleving de slachtoffers niet gunde.” Het gezin Dessaur keerde terug naar het Belgische Park in Scheveningen. De Joodse gemeenschap waarin Ronnie was opgegroeid, bestond niet meer.

De studententijd was een ontdekkingstocht langs de kroegen van Amsterdam, die van Bet van Beeren op de Zeedijk voorop. In ’t Mandje kwam ze de gelijkgestemden tegen waar ze zo naar hunkerde. Rond het Leidseplein leerde ze de Vijftigers kennen – Hans Andreus, Lucebert, Remco Campert. Haar studie medicijnen en filosofie werd een mislukking, door de alcohol en de tegenwerking van het mannenbolwerk aan de, toen nog, Gemeente Universiteit Amsterdam. Na haar huwelijk met Emanuel Zeylmans van Emmichoven ondernam ze een tweede poging, onder auspiciën van Willem Nagel dit keer. Ze ontwikkelde zich tot een vooraanstaand criminologe die haar studenten op de noodzaak van een positivistische benadering van het vak wees. Na een studiereis door de Verenigde Staten kwam er ook ruimte voor de spirituele kant van het bestaan.

De standplaats van haar hoogleraarschap werd Nijmegen. Stuitend is de benepen sfeer die aan de katholieke universiteit heerste. Rector magnificus Wim van der Grinten verzette zich tegen haar komst, verschillende hoogleraren en hun vrouwen boycotten de openbare bijeenkomsten waar Dessaur met haar vriendin verscheen. We spreken dan over 1973. De homo-emancipatie, die zo’n tien jaar eerder is ingezet met het verschijnen van Op weg naar het einde van Gerard Reve, het aantreden van Benno Premsela als voorzitter van het COC en het debuut van Andreas Burnier, was nog nauwelijks neergedaald in de katholieke enclave. Ze trok ook gekken aan. Tot drie keer toe probeerde een psychotische bewonderaarster bij haar binnen te dringen, een traumatische ervaring voor een vrouw die gebonk op de deur op de eerste plaats associeerde met een overval van de Gestapo.

Aan het einde van haar leven keerde Ronnie Dessaur terug naar het jodendom, op haar voorwaarden uiteraard. Ze deelt rabbi David Lilienthal van de Liberaal Joodse Gemeente mee dat ze altijd gevochten heeft tegen seksediscriminatie, en dat ze open blijft staan voor andere esoterische stromingen. Uiteindelijk gaat het erom “het onzegbare aan te duiden en het onbereikbare enigszins te benaderen.” Lockhorn heeft die zoektocht op een buitengewoon kundige wijze in kaart gebracht. Andreas Burnier. Metselaar van de wereld behoort tot de beste biografieën die ik de afgelopen tijd gelezen heb.

Het literaire en wetenschappelijke werk van Andreas Burnier wordt beheerd door de Stichting Andreas Burnier. De website, www.andreasburnier.nl, is een bron van informatie en inspiratie. De stichting heeft geen eigen kapitaal en is afhankelijk van subsidies en sponsoren. Het beeldmateriaal bij dit artikel is welwillend ter beschikking gesteld door de stichting.’
Afgelopen zaterdag 23 januari sprak Kenneth van Zijl in zijn programma ‘Letteren &cetera’ op NPO Cultura onder meer Elisabeth Lockhorn, als laatste in een rij van drie. Vanaf 31:20 is zij te zien en te horen over haar biografie van schrijfster en criminologe Andreas Burnier (1931-2002), waar zij ruim zeven jaar aan werkte. Daarin komt een aantal belangrijke thema’s aan de orde, die veel verhelderen over deze biografie.


Ook Hugo Verbrugh had het twee keer over haar. Op 1 december in ‘Tijdgeest’ en op 22 december in ‘Andreas Burnier: over euthanasie en antroposofie’. Over weer heel andere boeken, namelijk die van Uitgeverij Nearchus, ging het op 4 januari in ‘Duurzaam toekomstbestendig’:
“Uit onze in 1989 opgerichte uitgeverij kwam in 2001 onze internetwinkel ABC Antroposofie voort. De winkel heeft zich sinds die tijd ontwikkeld tot wat ons voor ogen stond: een fijne plek op het web om ‘het antroposofische boek’ toegankelijk te maken voor al degenen die geen boekwinkel-om-de-hoek hebben, óf die in die boekwinkel dat antroposofische boek niet aantreffen.

Onze tweede doelstelling met de webwinkel was het inrichten van een mooie etalage waarin ook onze eigen uitgaven in het zonnetje gezet kunnen worden. Want in de stroom van zo’n 60 nieuwe antroposofische titels die destijds per jaar verschenen, vielen de twee of drie titels die wij per jaar maakten nauwelijks op.

Het winkelen via internet heeft sindsdien een enorme vlucht genomen en wat ons betreft is dat juist voor een product als het boek een mooi iets: via internet kunnen ook heel specialistische of bijzondere boeken aangeboden, en dus gevonden worden. Dat is een gelukkige omstandigheid: het maakt het mede mogelijk dat dergelijke bijzondere of specialistische uitgaven gemaakt kunnen worden.

Rondom het uitgeven van antroposofische literatuur is er ook van alles veranderd. Verschillende uitgevers (het gaat in de branche vaak om ‘een-persoons-bedrijfjes’) hielden er mee op, bij anderen is het zo dat er minder antroposofische titels (kunnen) verschijnen. Want vergis u niet: het uitgeven van antroposofische boeken is een marginale aangelegenheid want de doelgroep is te klein.

In 2015 verschenen in Nederland bijna 40 antroposofische titels, elf daarvan werden uitgegeven door onze ‘huisuitgeverij’. Is dat mooi? Ja en nee. Wij zijn erg blij dat we in 2015 meer nieuwe titels dan ooit tevoren hebben kunnen uitgeven. Tegelijkertijd is de krimp van het aantal antroposofische titels onmiskenbaar en ligt, vooruitkijkend naar de komende jaren, een toename van het aantal nieuwe titels niet voor de hand.

Voor ons zit er dus maar één ding op: gestaag doorgaan met het uitgeven van antroposofische titels, want het boek vervult nog altijd een onmisbare rol in het kennismaken met de antroposofie, in het bestuderen en in het verdiepen van de antroposofie.

Dat wij in 2015 elf nieuwe titels (en ook nog twee herdrukken) konden realiseren, betekent eigenlijk dat er elf kleine wonderen zijn gebeurd. Wij geloven ook daadwerkelijk in wonderen, we hebben er al heel wat meegemaakt en we zijn er van overtuigd dat we er nog meer zullen mogen meemaken.

Wat wij doen om deze kleine wonderen mogelijk te maken is: hard werken, goed op de kosten letten, tevreden zijn met wat er is en niet wakker liggen van wat er niet is, in verbinding blijven met de betekenis van de antroposofie.

Door de opzet van ons bedrijf (geneutraliseerd: ons bedrijf is geen privé-eigendom en kan niet ge- of verkocht worden; het wordt steeds ter beschikking gesteld van de mens of mensen die de vaardigheden en de wil hebben om het verder te ontwikkelen in overeenstemming met de doelstelling) hopen wij ‘duurzaam toekomstbestendig’ te zijn. Uiteindelijk zal dat afhankelijk zijn van de vraag of datgene dat wij hier ondernemen aan uw behoeften voldoet.

Waar wordt op het moment in de uitgeverij aan gewerkt? Onder andere aan:

Rudolf Steiner, Economie – de wereld als één economie
Margarete van den Brink, Verkwikkender dan licht
Thomas Mayer, Red de elementenwezens
Rudolf Steiner, Individu en gemeenschap
Ruud Thelosen, Solidaire economie
Rudolf Steiner, Het Manicheïsme

Met uw aankopen in onze webwinkel, met uw aanschaf van onze eigen uitgaven, met uw deelname aan de Nearchus Consumenten Kring en met uw eventuele bijdrage aan het Marie Steiner Fonds helpt u mee aan toekomstige kleine wonderen. We zijn u er dankbaar voor! En wensen u graag een goed en gezond nieuw jaar!

PS. in onze webwinkel wordt tot en met 8 januari a.s. een kleine actie gevoerd: voor al onze nieuwe uitgaven van 2015 geldt dat u ze zonder verzendkosten (binnen NL) thuisgestuurd krijgt. Lees hier meer over deze actie.”
Op de website van Christofoor verscheen in januari dit bericht naar aanleiding van het vieren van het veertigjarig bestaan in november vorig jaar:
‘In het vakblad voor de boekenbranche heeft een interview met ons gestaan. De aanleiding was ons 40-jarig jubileum. Het is een heel leuk interview geworden, al zeggen we het zelf. Wij willen u dit niet onthouden!’
Momenteel staat er ‘Interview in “Seizoener”: “Wij doen antroposofie”’:
‘Seizoener is een onafhankelijk kwartaaltijdschrift voor vrije scholen. In het winternummer van 2015 stond een interview met onze uitgever, Femke de Wolff. Via de link hieronder kunt u het interview lezen. Interview Seizoener.pdf’
Nog twee dingen. Ten eerste Lieven Debrouwere die op zijn weblog ‘Vijgen na Pasen’ vandaag schreef over ‘Antroposofie en sexualiteit’:
“Het is bekend dat Rudolf Steiner heel weinig gezegd heeft over de menselijke sexualiteit. Nogal wat antroposofen lijken dat op te vatten als een spirituele richtlijn: wie aan zijn geestelijke ontwikkeling werkt, kan maar beter zo weinig mogelijk aandacht besteden aan dit zeer lichamelijke onderwerp. Bernard Lievegoed, die toch niet bekend stond als een conservatief man, wist over sexualiteit niet meer te zeggen dan dat het nu eenmaal bestond en dat we er moesten mee leven. Zijn geringschattende houding kan model staan voor die van de doorsnee antroposoof: sex is iets waar je beter zo weinig mogelijk over spreekt.

De antroposofische beweging verraadt daarmee een ‘kathaarse’ inslag: alles wat werelds, aards en zinnelijk is, wordt met onverholen wantrouwen bekeken en strijdig geacht met een spiritueel leven. Antroposofen zoeken de geest liefst van al in ‘hogere’ sferen. Iemand als Sergej Prokofieff is daar een sprekend voorbeeld van: in zijn (dikke) boeken wordt met geen woord gerept over wereld waarin we vandaag leven. Alles speelt zich af in abstracte hoogten waarvan men zich geen voorstelling meer kan maken. Hoe spiritueler een mens wil zijn, des te meer afstand moet hij nemen van het aardse, zo lijkt het wel.

Gelukkig is dat niet de antroposofische theorie. Rudolf Steiner heeft zich altijd duidelijk uitgesproken tegen het oude ascetische ideaal. De geest dient niet in luciferische hoogten gezocht te worden, maar hier beneden op aarde. Steiner heeft dan ook veel gesproken over de actualiteit van zijn dagen. Hij negeerde geenszins de wereldoorlog die aan de gang was, hij beschreef zelfs nauwkeurig de oorzaken ervan. Hij was allesbehalve de ‘zwever’ waarvoor hij vaak gehouden wordt. Hij was juist een mens die buitengewoon veel aandacht had voor het concrete aardse bestaan en zeer goed op de hoogte was van wat daar omging.

Waarom heeft Rudolf Steiner dan zo weinig gesproken over de sexualiteit van de mens? Hij moet toch voorzien hebben welke prominente rol ze in onze tijd zou gaan spelen! Het antwoord op die vraag is eigenlijk heel eenvoudig: zijn publiek wilde het niet horen. Steiner heeft in zijn leven slechts twee keer een voordracht moeten afbreken. De ene keer was tijdens zijn allerlaatste optreden – die letzte Ansprache – toen zijn fysieke krachten het begaven, de andere keer was toen hij sprak over … de menselijke sexualiteit. Toen waren het de weerstanden bij zijn toehoorders die het onmogelijk maakten om verder te gaan. Ze waren er gewoon niet klaar voor.

Dat is vandaag wel even anders. Er is op sexueel gebied niks meer dat niet besproken kan worden en dat ook besproken wordt. Helaas is de benadering zo materialistisch dat ze in hoge mate onbevredigend (sic) is. Dat komt misschien nog het best tot uiting in de manier waarop de geslachtsorganen benoemd worden. Dat gebeurt ofwel door latijnse namen die een klinische afstandelijkheid betrachten – penis, vagina, vulva – ofwel door scheldwoorden die een diepe afkeer verraden: kut, lul, neuken. Van een positieve, liefdevolle benadering is geen sprake en binnen de materialistische context van onze tijd is ze ook niet mogelijk.

Een spirituele benadering van de menselijke sexualiteit kan alleen maar kunstzinnig zijn. Dat werd door Middeleeuwse mens veel beter begrepen. Hij benoemde (tenminste in zijn literatuur) alles wat tot de sexuele sfeer behoorde door middel van metaforen: hij ‘neukte’ zijn vrouw niet, hij ‘plantte een boompje in haar hofje’. Alleen zo’n kunstzinnig-metaforische benadering, die Alles Vergängliche als ein Gleichnis ziet, doet recht aan het dubbele karakter van de sexualiteit, die tegelijk zeer materieel en zeer geestelijk is. Dat geldt trouwens voor de hele zintuiglijke werkelijkheid: zij is een materieel beeld van de geest.

De sexuele natuur van de mens wordt beschouwd als zijn lagere natuur. De geslachtsorganen wekken afkeer en schaamte op omdat ze de mens herinneren aan de zondeval. Maar ze herinneren de mens ook aan datgene wat ‘gevallen’ is: vandaar de eindeloze fascinatie en aantrekkingskracht die ervan uitgaat. Juist in deze sexuele organen, aldus Rudolf Steiner, is de mens het evenbeeld van de goden. Maar dat evenbeeld is verdorven, het is in de greep van Lucifer geraakt. Wat oorspronkelijk de hogere natuur van de mens was, is zijn lagere natuur geworden. En die is ertoe bestemd om weer zijn hogere, geestelijke natuur te worden.

Rudolf Steiner heeft het telkens weer beklemtoond: de geestelijke wereld is niet ergens anders, hij is hier, in de concrete, zintuiglijke werkelijkheid waarin we leven. Hij heeft echter een andere, in eerste instantie onherkenbare vorm aangenomen. In de materie is de geest als het ware verstard, versteend, bevroren, net als de natuur in de winter. Maar verborgen in die grauwe, winterse wereld liggen de zaadjes en kiemen van de kleurrijke geest te wachten op de terugkeer van het licht. Dat licht is ons eigen denkende bewustzijn dat de (vooralsnog onzichtbare) geest weer tot bloei moet brengen en bevrijden uit zijn materiële keurslijf.

Dat moet de richtlijn zijn voor de antroposoof: hij moet het licht van zijn denken versterken in de confrontatie met de duisternis van de materie. De worsteling met de materie – die eigenlijk een worsteling is met ‘gevallen engelen’ – moet de mens zo sterk maken dat hij als een vrij wezen stand kan houden tegenover de ‘goden’. Nergens is deze worsteling zo intens als in de confrontatie met de sexualiteit, waar de grootste geestelijke kiem gevangen wordt gehouden door de grootste materiële krachten. Nergens ook is deze worsteling zo dringend als juist op dit ‘laagste’ gebied waar de mens vandaag steeds dieper naar beneden wordt gesleurd.”
Tot slot iets dat mezelf betreft en niet helemaal hier thuishoort. Maar toch te leuk is om niet te vermelden. Namelijk dit over ‘De Nederlandse Boekengids’ op 5 januari, waarmee ik mijn debuut maakte op de website sargasso.nl (en dat eerlijk gezegd was voorafgegaan door hetzelfde debuut op de onvolprezen weblog van oudheidkundige Jona Lendering, ‘Mainzer Beobachter’):
‘Nieuw is De Nederlandse Boekengids voor non-fictie, vanaf 2016 elke twee maanden verkrijgbaar. Die moet een breed, algemeen publiek de laatste wetenschappelijke en culturele inzichten bieden. Bij zo’n eminente brugfunctie kunnen grote woorden niet ontbreken.

Het boek vermag meer, op een andere manier, dan andere media. Als lezer zou je je daarvan wel bewust moeten zijn. Want dan kan DNBg zijn functie vervullen. Deze scheelt de lezer uren leestijd, want die is in staat een betere keuze uit het aanbod te maken. Hij hoeft zich niet langer door meters weerspannige academische schrifturen heen te worstelen. Hij heeft immers zijn gids bij de hand.

Als proeve is er een nulnummer uitgebracht. Daarin bij uitzondering ook twee interviews, afgenomen door de twee initiatiefnemers Merlijn Olnon en Esther Willis; gewoonlijk blijft het bij essayistische besprekingen, boekrubrieken en signalementen. Robbert Dijkgraaf geeft een aantal van zijn favoriete titels op. Hij maakt een kosmische vergelijking: van het universum kennen we 95 procent niet. Maar van de wereld direct om ons heen kennen we de werkelijke eigenschappen waarschijnlijk ook slechts voor 5 procent. Diepe vragen stellen over heel simpele dingen, dat is de kunst. “Wij stellen nog altijd dezelfde vragen”, concludeert hij dan ook.

De tweede geïnterviewde is Hans Goedkoop die een andere nationale feestdag voorstelt, namelijk Oudjaar. Want daarop werd in Nederland ooit de kiem voor alle burgerlijke vrijheden gelegd. Waaruit de hedendaagse rechtspraak niet alleen in Nederland, maar ook in Europa en de Verenigde Staten is ontstaan. Volgens hem beter dan het huidige gemakzuchtige genieten van Bevrijdingsdag.

René van Stipriaan constateert in zijn beschouwing op het boekenbedrijf dat ook uitgevers op verkeerde paarden wedden. Gaat het om lezen of om schrijven? Dat lijkt de hamvraag te zijn. De e-books en e-readers hebben nog steeds geen hoge vlucht genomen. Maar wel Twitter, Facebook, weblogs en aanverwante zaken. Mensen willen emanciperen en zelf schrijven. Ze willen hun eigen gedachten denken en die niet voorgeschreven krijgen, zeg ik er maar even bij. Stipriaan ziet een toekomst voor een Spotify for Books, uitgevers zouden het initiatief moeten nemen. Dan wordt delen ook bij boeken het nieuwe hebben. Wat het altijd al geweest is, de eigen natuur van boeken als ideedragers en ideeoverbrengers. Waar de grootst mogelijke besmetting juist gewenst is.

Als De Nederlandse Boekengids die functie wil en kan vervullen, “die verder gaat dan journalistiek en opinie”, dan is die mij lief. Ik moet denken aan wat Xandra Schutte, hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer, in De Volkskrant zei bij het bekend worden van de noodgedwongen devaluatie van Vrij Nederland van weekblad tot maandblad. Dat overkwam eerder ook HP/De Tijd. Je kunt niet langer als traditioneel opinietijdschrift een breed publiek bedienen. Daartoe zijn tegenwoordig ook de kranten met hun weekendbijlages in staat. Al onze verworvenheden, zo zei zij, hebben die uit onze hand geslagen en overgenomen: diepgravende reportages, essays en analyses. Dus zul je het moeten durven zoeken in de niches. Het hagel schieten in de fictiebranche met het oog op bestsellers is funest voor het boekenbedrijf: dat leidt in den brede tot oppervlakkigheid. Kwaliteit en niche, dat zijn sleutelwoorden.

Nogmaals: als De Nederlandse Boekengids die op non-fictiegebied voor mij zichtbaar kan maken, dan is die mij een abonnement waard.

Michel Gastkemper houdt al vijftig jaar van strips (vooral avonturen), al bijna veertig jaar van Rush en is verder vooral thuis in de antroposofie (als redacteur en blogger).

Dit artikel verscheen eerder op Mainzer Beobachter’
Op zijn eigen weblog schreef Jona Lendering er deze mooie inleiding bij:
‘Kort geleden verscheen het nul-nummer van De Nederlandse Boekengids, die ik waarschijnlijk het makkelijkste aan u kan voorstellen door te zeggen dat die voor het Nederlandse taalgebied wil zijn wat de Times Literary Supplement en de New York Review of Books zijn voor het Engelse taalgebied. Ik vind het een sympathiek initiatief. Morgen zal ik er zelf over schrijven, vandaag geef ik het woord aan Michel Gastkemper.’
Waarmee hij mij zomaar gekatapuleerd heeft in het Nederlandse non-fictielandschap. Dat is toch wel het vermelden waard...
.

woensdag 13 januari 2016

Antroposofie Magazine


Het komt er maar niet van, van weblogberichten maken. We zijn nu alweer anderhalve maand verder en behoorlijk het nieuwe jaar in gedoken. Op Facebook gaat het bijhouden allemaal een stuk makkelijker... Kerstmis is voorbijgegaan, Oud en Nieuw, de heilige nachten-tijd. Maar niet getreurd, we beginnen gewoon weer opnieuw. Ondanks de stilstand der berichten gaat het toch heel hard naar de negenhonderdduizend pageviews, dat is niet niks. De teller staat namelijk niet stil, gemiddeld vijfhonderd per dag. Met zo’n snelheid zullen we nog dit jaar op een miljoen uitkomen, onvoorstelbaar.

Ik begin met de berichten die Motief op de website van de Antroposofische Vereniging heeft gezet. Op donderdag 3 december was dat ‘Vergelijk verzekeringen antroposofische zorg’:
“Het is weer tijd voor de jaarlijkse vergelijking van zorgverzekeringen. Wie wil overstappen naar een andere zorgverzekeraar, heeft tot eind december de tijd om zijn huidige verzekering op te zeggen en moet zich voor 1 februari bij een nieuwe verzekeraar aanmelden. Wellicht een goed moment om eens te kijken hoe dat zit met vergoedingen voor antroposofische gezondheidszorg.

Antroposofische gezondheidszorg valt onder ‘alternatieve geneeswijzen’ en wordt niet vergoed door de basisverzekering. In feite is ‘alternatief’ niet de juiste benaming, want antroposofische geneeskunde is een vorm van integratieve geneeskunde, waarbij reguliere geneeskunde samengaat met complementaire behandelmethoden en een belangrijke rol is weggelegd voor de preventie van ziekten. Meer informatie daarover vindt u op site van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ). Wie het belangrijk vindt om ook antroposofische therapieën, geneesmiddelen e.d. vergoed te krijgen, kan een aanvullende zorgverzekering afsluiten.

Maar welke verzekering past dan het beste bij uw wensen? Dat kunt u nagaan in het overzicht van Zorgwijzer.nl, waar bovendien een beknopte uitleg over de uitgangspunten van de antroposofische geneeskunst te vinden is.

Wie meer wil weten, kan zich wenden tot Antroposana, de patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg. Leden van deze vereniging kunnen gebruikmaken van de Antroposanapolis en dragen bij aan de beschikbaarheid en groei van antroposofische geneeskunde.”
Op donderdag 10 december volgde ‘Astrid van Zon nieuwe directeur De Vijfsprong’:
‘Op 1 januari 2016 zal mevrouw Astrid van Zon de nieuwe directeur-bestuurder worden van Stichting Urtica en Stichting De Vijfsprong. De afgelopen jaren was zij directeur van Rozemarijn in Haarlem, een multifunctioneel centrum voor antroposofische zorg, dat deel uitmaakt van de Raphaëlstichting. Deze instelling heeft Van Zon samen met ouders opgezet en verder ontwikkeld.

“Ik ga weg bij Rozemarijn omdat ik mijn functie overbodig heb gemaakt,” legt ze uit. Naar aanleiding van de veranderingen in de zorg zette zij samen met de medewerkers binnen Rozemarijn zo’n drie jaar geleden een veranderingsproces in gang, dat aansluit bij de ontwikkeling naar een participatiesamenleving. “De verandering ging ook gepaard met bezuinigingen, maar is in mijn optiek geen bezuinigingsmaatregel,” zegt Van Zon. “Het is een verandering in het denken die met de tijdgeest te maken heeft. Het zorgen voor mensen door medewerkers is in beweging, namelijk naar zorgen dat mensen zelf meer regie houden. Die beweging voor mensen met beperkingen en ouderen deed bij mij de vraag rijzen hoe we dan binnen de organisatie met medewerkers omgaan. Participeren zij ook of voeren zij alleen maar uit?” Ze realiseerde zich dat deze veranderingen ook voor de functie van de medewerkers gevolgen heeft.

Dat was voor haar aanleiding om de medewerkers de vrijheid te geven om in teams, in overeenstemming met de maatschappelijke ontwikkelingen, zelf onderzoekend en zelf ondernemend te worden. “Dat betekent dat iedere medewerker naast een zorgrelatie tot de ander, de relatie met het eigene verzorgt, zodat men de eigen onmacht en motieven leert kennen, die leert te aanvaarden en ermee om te gaan,“ legt ze uit. “Dat alles om vanuit de eigen kracht en creativiteit zichzelf in een nieuwe relatie te brengen tot de vragen van mensen met beperkingen, van collega’s, de organisatie en de samenleving. Mijn motief hiervoor is het vertrouwen dat ieder mens het vermogen in zich draagt om te vernieuwen.” Doordat alle betrokkenen bij dit proces meer in hun eigen kracht worden aangesproken, ontstaat er volgens Van Zon meer gelijkwaardigheid in de zorgverlening. Deze ontwikkeling leidde tot het ontstaan van zelfondernemende teams, met een eigen opgave en perspectief binnen het geheel. Hierdoor is binnen de organisatie ook meer diversiteit ontstaan.

“Het gaat er niet om de organisatie Rozemarijn overeind te houden, maar om dienstbaar te zijn aan de ontwikkeling van eigen kracht en creativiteit bij een ieder. Het ‘Rozemarijnen’ moet doorgaan,” stelt Van Zon. “De diverse teams zijn hier al langer mee bezig; ze zijn niet allemaal even ver. Maar op 1 januari wordt dit proces gemarkeerd en is voor mij de tijd aangebroken om afscheid te nemen.” Er zal voor Rozemarijn geen nieuwe directeur worden gezocht; de in totaal ruim honderd medewerkers zelf zullen in teams het werk leiden.

Astrid van Zon volgt Ed Taylor op, die de afgelopen elf jaar aan het roer stond van Urtica De Vijfsprong en afscheid neemt, nu hij met pensioen gaat. In die elf jaar kende de leef-werkgemeenschap een stevige groei. Er wonen en werken nu een kleine vijftig mensen met een verstandelijke handicap, mensen met autisme en kinderen en jeugdigen. Ook biedt deze organisatie behandeling aan mensen met een psychiatrische hulpvraag en aan dagbesteders. Daarnaast is De Vijfsprong een bloeiend agrarisch bedrijf met zo’n vijftig melkkoeien, ca. 250.000 liter melk die op de boerderij verzuiveld wordt, een gezonde tuinderij en een druk bezochte boerderijwinkel. Van Zon begint met veel plezier aan haar nieuwe baan, maar heeft nog geen vooropgezette plannen: “Ik ga de mensen eerst ontmoeten en onderzoeken wat er leeft. Daar wil ik bij aansluiten en dat altijd weer iets anders betekenen. Maar de enthousiaste ervaring neem ik mee.”’
Het bericht ‘Nieuw tijdschrift Antroposofie Magazine’ verscheen op maandag 14 december 2015:
‘Steeds meer mensen hechten waarde aan duurzaamheid en kwaliteit. Een groeiend aantal consumenten kiest daarom voor biologische of biodynamische voeding, de vrijescholen groeien en op tal van plaatsen praat men over economische verandering. Echter relatief weinig mensen zijn bekend met het antroposofisch gedachtengoed, waar deze trends gewoon gemeengoed zijn. De Antroposofische Vereniging in Nederland (AViN) wil hier met Antroposofie Magazine meer vorm en inhoud aan geven. In maart staat de lancering van Antroposofie Magazine gepland. “Het wordt een driemaandelijks tijdschrift dat ingaat op levens- en zingevingsvragen. Over opvoeding, gezondheid, zelfontwikkeling, economie, natuur, kunst en cultuur, religie en de maatschappij waarin wij samen leven,” vertelt hoofdredacteur Heleen Hupkens. “Het reikt vanuit de antroposofie bouwstenen aan om antwoorden te vinden. We hopen dat mensen zo meer bewust eigen keuzen kunnen maken voor de waarden waarmee ze zich als mens willen verbinden. We willen ze de wereld laten zien achter de biologisch-dynamische tomaten en wijn die vandaag de dag zo populair zijn, ze bijvoorbeeld vertellen wat de jaarfeesten in het vrijeschoolonderwijs en de zorg in essentie betekenen en wat euritmie kan doen met mensen die lijden aan Alzheimer.” Stephan Jordan, uitgever namens het AViN-bestuur, vult aan: “Het wordt een uniek, heel eigen blad met een natuurlijke, maar ook kunstzinnige uitstraling. We hebben heel bewust gekozen voor de titel Antroposofie Magazine. Zo maken we direct duidelijk vanuit welke gedachtengoed de inhoud wordt gevoed.”

Welke consequenties heeft dit voor het tijdschrift Motief, dat al jarenlang door de AViN wordt uitgegeven? “In het afgelopen jaar hebben we geprobeerd de inhoud van Motief meer toegankelijk te maken voor niet-antroposofisch onderlegde lezers. Dat werd gewaardeerd, merkten we. We kregen iedere maand weer een behoorlijke aantal aanvragen voor een proefabonnement. Tegelijkertijd moesten we soms mensen teleurstellen die op eigen initiatief ons artikelen toestuurden met het verzoek deze te publiceren,” vertelt Heleen Hupkens. “Deze artikelen waren vaak het resultaat van eigen studie, maar sloten onzes inziens niet aan bij de informatiebehoefte van veel lezers. We kunnen nu met Motief inhoudelijk echt een mooi ledenblad maken, onder de eigen vertrouwde titel.” In Motief wordt meer het accent gelegd op ledennieuws en ledenactiviteiten. En hogeschool en leden krijgen de gelegenheid artikelen te publiceren in het blad en op de website. “Motief is vanaf volgend jaar ook alleen nog maar voor leden van de vereniging,” zegt Stephan Jordan. Alle leden zullen het nieuwe magazine ontvangen, samen met het ledenblad Motief. Alle losse abonnees op Motief krijgen een aanbod om hun abonnement voor te zetten op Antroposofie Magazine.’
‘Spirituele zorg aan ouderen’ was op maandag 21 december het laatste bericht van 2015:
“‘Spirituele zorg aan het einde van het leven? Dat kan veel beter!’ luidt de titel van de bijdrage van specialist ouderengeneeskunde Marie-José Gijsberts aan de conferentie op 13 februari 2016 in het Geert Groote College in Amsterdam. Gijsberts promoveerde november 2015 aan de Vrije Universiteit in Amsterdam op het thema Spiritual care at the end of life in Dutch nursing homes. A mixed method study. Zij is als consulent verbonden aan het Palliatief Team Midden-Nederland. Haar proefschrift is te downloaden via de website van VUmc.

“Ongeveer een kwart van de Nederlanders overlijdt in een verpleeghuis. Zij zijn opgenomen met aandoeningen die niet te genezen zijn, zowel lichamelijke aandoeningen als dementie. Deze patiënten hebben recht op goede zorg die gericht is op de kwaliteit van leven in de laatste levensfase en een waardige afronding van hun leven. Dit houdt in dat er aandacht wordt besteed aan lichamelijke, psychosociale en spirituele problemen. Gijsberts besloot om spirituele zorg aan het einde van het leven te onderzoeken, omdat dit tot op heden nog weinig is gebeurd.”

Het bleek haar dat het “lastig is voor verschillende professionele disciplines, zoals artsen, fysiotherapeuten, psychologen en logopedisten om samen te werken op het gebied van spirituele vragen. Scholing voor specialisten ouderengeneeskunde in het bespreken van spiritualiteit kan bijdragen aan de kwaliteit van leven van patiënten aan het einde van hun leven.”

De conferentie op 13 februari, ‘De kracht van het ouder worden. Maatwerk en wederkerigheid’, georganiseerd door de Medische Sectie van de Antroposofische Vereniging, samen met de NVAZ, het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg, de Academie Antroposofische Gezondheidszorg en het Edith Maryon College, wordt met dit doel gehouden voor mensen die in de gezondheidszorg werken.’
Het eerste bericht in het nieuwe jaar luidde op donderdag 7 januari ‘Nieuwe start opleiding tot euritmietherapeut’:
‘De Alanus Hochschule start in augustus 2016 met een ‘Nederlandse’ masteropleiding euritmietherapie. De opleiding zal deels in Nederland (Den Haag), deels aan de Alanus Hochschule bij Bonn plaatsvinden en deels Nederlandstalig, deels Duitstalig zijn.

Sinds de laatste opleiding tot euritmietherapeut in Nederland plaatsvond, van 2005 tot 2008 onder leiding van Gertrud Mau en Boudewijn Fehres, is er vanuit de NVET (Nederlandse Vereniging voor Euritmietherapie) gezocht naar mogelijkheden om de opleiding in de huidige Bachelor/Masterstructuur onder te brengen. Aanvankelijk zou een master aan Hogeschool Helicon ontwikkeld worden, maar bij de verhuizing naar Leiden bleek het niet mogelijk dat Hogeschool Leiden de voorbereidingen van een master euritmietherapie zou voortzetten.

In een samenwerkingsverband van NVET, Alanus Hochschule, Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg en Academie Antroposofische Gezondheidszorg is nu deze route voor Nederlandstaligen binnen de Alanus Hochschule mogelijk. Aankomende studenten (in het bezit van een Bachelor docent dans/euritmie diploma) beginnen in januari 2016 met de vooropleiding medische basiskennis. Tien studenten hebben zich aangemeld. De inschrijving sloot 18 december 2015.

Het opleidingstraject zal tot een intensief samenwerkingsproces leiden tussen euritmietherapeuten en antroposofisch artsen en onderzoekers. Hiermee kan een nieuwe impuls worden gegeven aan de verankering van de euritmietherapie in de Nederlandse samenleving en de antroposofische geneeskunde.

Hoofddocenten Esther de Gans en Renée Reder-Gruijters hebben hun leven lang als euritmietherapeut gewerkt. Renée is sinds 1990 docent geweest aan verschillende opleidingen (Järna, Unterlengenhard, Alanus). Christina van Tellingen zal de coördinatie van de medische vakken op zich nemen. Veel euritmietherapeuten en antroposofisch artsen hebben hun medewerking voor verschillende modules al toegezegd. Naast genoemde docenten bestaat het voorbereidingsteam nog uit Manja Wodowoz-de Boon, Daniela Oele, Els Wabeke en Renata de Zwaan (coördinator). Informatie (070) 364 56 07, www.euritmietherapie.nl.’
AntroVista had in de tussentijd ook verschillende mooie berichten. Zoals ‘Wonen in antroposofisch zandkasteel’ op 21 december 2015:
‘De NMB-Bank (nu ING) liet 30 jaar geleden in Amsterdam Zuidoost een prestigieus hoofdkantoor van 65.000 m2 bouwen. Het was ontworpen door Ton Alberts en geheel in antroposofisch-organische vormgeving. ING maakt inmiddels gebruik van een ander hoofdkantoor en sinds 2010 staat het organische bouwwerk leeg. Het Duitse fonds dat eigenaar van het pand is, maakt plannen om er 300 à 400 appartementen te realiseren, waarbij het oorspronkelijk karakter van het gebouw behouden moet blijven. Het Financieele Dagblad wijdde er een artikel aan’.
Nog meer FD-nieuws bij AntroVista op 29 december in ‘Nasleep’:
‘De problemen bij zorgaanbieder Lievegoed hebben een lange nasleep. Ook zorgboerderij Hoeve Kraaiveld in Noord-Brabant moest eraan geloven. Het Financieel Dagblad publiceerde een uitvoerig artikel onder de titel “Zorgaanbieder ruw wakker geschud uit antroposofische droom”’.
Op 5 januari 2016 volgde ‘Antroz gefuseerd’:
‘De antroposofische ouderenzorg-organisatie Antroz is gefuseerd met Stichting Warande. Warande richt zich op zorg, welzijn en ondersteuning aan ouderen met een brede maatschappelijke en culturele belangstelling. Beide organisaties werkten al bestuurlijk samen en gaan nu samen verder onder de naam Warande. Voor Antroz betreft het de instellingen Huize Valckenbosch, Leendert Meeshuis, Woonoord Kraaijbeek en Valckenhof (Zeist, Bilthoven en Driebergen). Ook Warande brengt vier instellingen in het samenwerkingsverband.’
Het bericht op 7 januari was ‘Vrijer onderwijs’:
‘Naast de positieve geluiden over de groei van de vrijescholen in Nederland, bestaat er ook zorg over de wijze waarop vrijescholen zich de laatste jaren ontwikkelen. VrijOnderwijs.nl maakt zich zorgen over de kloof tussen visie en praktijk waarin de scholen terecht komen, en heeft daarom een verklaring opgesteld, die inmiddels door meer dan 1300 mensen ondertekend is.’
Op 11 januari betrof het bericht het eigen huis, namelijk ‘Nieuwe adressengids’:
‘De verbouwing van AntroVista gaat achter de schermen gestaag verder. Per afdeling wordt de site volledig vernieuwd; over enkele maanden moet alles klaar zijn. Na de spreuken, de agenda en het prikbord is nu ook de antroposofische adressengids vernieuwd. Overzichtelijker, meer mogelijkheden en nog weer makkelijker in gebruik’.
Op de website van de Iona Stichting vinden we een bericht over ‘Dionysius Symposium: Valt over God niets te zeggen?’
“Op 12 december 2015 heeft de Iona Stichting in de Rode Hoed in Amsterdam het ‘Dionysius Symposium: Valt over God niets te zeggen?’ ter gelegenheid van de verschijning van Dionysius de Areopagiet – Verzamelde Werken, welke voor het eerst volledig uit het Grieks in het Nederlands zijn vertaald door Michiel ter Horst georganiseerd.

Aan het eind van de 5de eeuw smeedde de geheimzinnige en fascinerende theoloog (of filosoof?) Dionysius de Areopagiet het beste uit de Neoplatoonse filosofie en de vroege Christelijke theologie aaneen. Hij zocht naar een nadering tot het goddelijke vanuit de bijzondere veelkleurige en gelaagde werkelijkheid. Daarbij maakte hij zich los van alle kerkelijke controverses en ging hij op een verrassend moderne filosofische wijze te werk. Dionysius toont een ontwikkelingsweg van symbolische theologie via ontkennende of ‘negatieve’ theologie naar de mystieke theologie van de ervaring van god (of...?). Hij biedt inspiratie voor een hedendaagse persoonlijke zoektocht naar het wezenlijke in de open ruimte tussen theologie en filosofie.

Sprekers op deze dag waren:
Antoine Bodar, priester, kunsthistoricus, auteur, televisiejournalist, hoogleraar – Dionysius en het mysterie van de liturgie
Ben Schomakers, filosoof, auteur en vertaler van antieke Griekse teksten – Pseudo-Dionysius: een ongeneeslijk filosoof
Carlos Steel, emeritus hoogleraar antieke en middeleeuwse wijsbegeerte – ‘Dionysius dronken van Dionysische wijn’ (Ficino)
Désanne van Brederode, filosoof, literair auteur – Dionysius, Paulus en Gods onbekendheid
Juut Meijer, theoloog, pastor in de Dominicusgemeente – Dionysius en het goddelijke licht waarin wij staan
Michiel ter Horst, vertaler van Dionysius Areopagiet Verzamelde Werken – Waarom een vertaling van het Corpus Dionysiacum?
Paul van Geest, hoogleraar Kerkgeschiedenis en geschiedenis van de theologie – Dionysius en Augustinus als grondleggers van de negatieve theologie
Rudi te Velde, hoogleraar filosofie, betrekkingen tussen Christendom en Wijsbegeerte – Is zwijgen wel beter? De Mystieke Theologie in de visie van Thomas van Aquino.”
De Vereniging van vrijescholen kwam op 27 november 2015 met het bericht ‘Onderwijscafé: méér ruimte voor vrijescholen’.
‘Op 9 december aanstaande houdt de Vereniging van vrijescholen in Stadsmolen de Ster in Utrecht het onderwijscafé: méér ruimte voor vrijescholen. Schoolleiders, bestuurders en initiatiefnemers van vrijescholen gaan in gesprek met elkaar en de panelleden over de ruimte voor vrijescholen, de gevolgen van de beoogde richtingvrije planning, over onderwijskwaliteit en de borging van vrijeschoolonderwijs én over innovaties en het huidige onderwijssysteem.

Aanleiding

Uit de telgegevens van vrijescholen blijkt dat steeds meer ouders en leerlingen kiezen voor de vrijeschool. De laatste vijf jaar is het aantal leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs aanzienlijk gegroeid. Om inzicht te krijgen in deze groei heeft de Vereniging van vrijescholen een onderzoek laten uitvoeren naar de keuzemotieven. Daaruit komt naar voren dat ouders en leerlingen vooral kiezen voor de vrijeschool vanwege de aandacht voor de brede persoonsvorming en talentontwikkeling van leerlingen. Hierin zit de onderscheidende kwaliteit van de vrijeschool.

Tegelijkertijd hebben vrijescholen te maken met wachtlijsten en is er lokaal steeds meer animo voor nieuwe vrijescholen. Op verschillende plaatsen in het land richten ouders initiatiefgroepen voor nieuwe vrijescholen. In oktober organiseerde de Vereniging een bijeenkomst voor circa 20 initiatiefgroepen waar zo’n 50 deelnemers bij aanwezig waren. Bestaande vrijescholen en initiatiegroepen ondervinden bij uitbreiding en oprichting te vaak knelpunten als gevolg van wettelijke kaders en lokale regelgeving. Dat betekent in de praktijk dat met enige regelmaat vrijeschool afdelingen worden opgericht onder een regulier onderwijsbestuur, waarbij het van belang is dat het vrijeschoolonderwijs geborgd kan worden.

Meer ruimte voor scholen

Staatssecretaris Sander Dekker wil meer ruimte creëren voor het stichten van nieuwe scholen door de zogenoemde ‘richtingvrije planning’. Op dit moment zijn de mogelijkheden om nieuwe scholen te stichten te beperkt, waardoor er te weinig ruimte is voor dynamiek en innovatie. Er wordt momenteel gewerkt aan een wetsvoorstel waarmee er meer ruimte komt voor het stichten van nieuwe scholen.

Onderwijskwaliteit

Daarnaast heeft de Tweede Kamer recent ingestemd met het initiatiefwetsvoorstel ‘naar een doeltreffend onderwijstoezicht’. Het wetsvoorstel dat werd ingediend maakt een einde aan de overvloed van regels die de inspectie oplegt aan scholen en stelt een duidelijk onderscheid tussen de toezichtstaak en de ‘adviserende’ taak van de Inspectie. De Vereniging van vrijescholen vindt het belangrijk dat vrijescholen zelf verantwoordelijk zijn voor de inhoud van het onderwijs. Deze ontwikkeling betekent ook iets voor de borging van de onderwijskwaliteit, de inbedding in het schoolplan en de vertaalslag naar de praktijk in de klas.

Kijk voor meer informatie over programma en aanmelden in de agenda op deze website.’
Op 30 november 2015 volgde ‘Aziza Mayo pleit voor “autonomie in verbondenheid” in lectorale rede’:
‘Het vrijeschoolonderwijs moet bijdragen aan de ontwikkeling van leerlingen tot authentiek, oordeelkundige en vrij denkende, voelende en handelende mensen. Mensen die zich in alles verbonden weten met de wereld om hen heen. Mensen die vanuit de wil en niet alleen ingegeven door externe wensen of consequenties, bereid zijn om verantwoordelijkheid te dragen voor zichzelf, voor anderen en voor de wereld. Dat is ‘autonomie in verbondenheid’ en daarvoor pleit Aziza Mayo, lector Waarde(n) van Vrijeschool Onderwijs van Hogeschool Leiden, woensdag 18 november in haar lectorale rede.

De lectorale rede is terug te kijken via de website van het lectoraat.

“Autonomie in verbondenheid geeft voor mij ook weer hoe we beogen dat onze studenten aan de lerarenopleidingen van Hogeschool Leiden als leerkrachten, uiteindelijk in hun werk en in de wereld kunnen staan. Als competente en zelfstandig denkende, voelende en handelende professionals, die zich steeds bewust zijn dat het in het onderwijs uiteindelijk altijd draait om de kwaliteit van de relaties tussen mensen”, aldus Aziza Mayo in haar lectorale rede.

Kern van goed onderwijs

Voor Mayo is ‘autonomie in verbondenheid’ de kern van het waartoe van het Vrijeschoolonderwijs, vroeger en nu. Hiermee is het Vrijeschoolonderwijs duidelijk gepositioneerd in de brede maatschappelijke discussie die in deze tijd gevoerd wordt over wat goed onderwijs is. Maar dit waartoe roept ook vragen op over het hoe en wat van het huidige vrijeschoolonderwijs. Biedt het de leerlingen van nu voldoende ruimte om hun autonomie te vormen? Hoe zorg dragen dat leerlingen, binnen sterk groeiende onderwijsgemeenschappen waarin steeds vroeger en breder gedifferentieerd wordt naar onderwijsniveau, de waarde van verbondenheid met anderen en het andere blijven ervaren? Op welke wijze maken scholen zichtbaar en inzichtelijk hoe, en in welke mate, hun onderwijs bijdraagt aan de vorming van de leerling naar dit beeld van volwassenheid in de wereld? De komende jaren gaat Mayo, vanuit het lectoraat Waarde(n) van Vrijeschoolonderwijs samen met (oud-)leerlingen, studenten, leerkrachten, docenten en bestuurders dit soort vragen onderzoeken.

Lectoraat Waarde(n) van Vrijeschool Onderwijs

Het lectoraat Waarde(n) van Vrijeschool Onderwijs van Hogeschool Leiden gaat aan de slag met de bredere discussie over onderwijs. Het gedachtengoed van Steiner (onderwijzen is ook opvoeden) is de basis, maar waar een interessante vraag is: waar willen we vernieuwen en waar willen we vasthouden? Het lectoraat werkt aan het onderzoeken, zichtbaar maken/expliciteren en verifiëren van de waarde(n) van vrijeschoolonderwijs. Maar ook aan onderzoek en innovatie van – onderdelen van – de vrijeschoolpraktijk(en), en het vertalen van nieuwe praktijken naar de competenties van vrijeschoolleraren; ook het toegankelijk maken van goede praktijken voor geïnteresseerde leraren van reguliere scholen.

De Vereniging van vrijescholen volgt het onderzoek van het lectoraat met belangstelling en zal met enige regelmaat aandacht geven aan de ontwikkelingen en publicaties die volgen.’
Op 7 december 2015 werd verslag gedaan van een ‘Regiobijeenkomst Zuid-west: in gesprek met ouders en leerkrachten’:
‘Op 9 november werd de tweede regiobijeenkomst van dit jaar gehouden. Deze keer werd een gesprek gevoerd in Zoetermeer met een afvaardiging van voornamelijk leerkrachten en ouders uit onder meer Den Haag, Leiden, Delft, Zoetermeer en Rotterdam. Tijdens de regiobijeenkomsten gaan deelnemers in gesprek met het bestuur van de Vereniging van vrijescholen over beleidsontwikkelingen in het onderwijs, lokaal en landelijk, over onderwijskwaliteit, de ruimte voor de vrijeschool en de uitdagingen in de praktijk.

Regiobijeenkomst in Zoetermeer

Zo werd tijdens de bijeenkomst in Zoetermeer, regio Zuid-west, onder andere gesproken over de rol van de inspectie, het rendementsdenken waarmee teveel en te vaak gezocht wordt naar de meetbaarheid van onderwijs en prestaties van leerlingen en hoe zich dat verhoudt tot de pedagogische visie van de vrijescholen. Het accent lag daarbij vooral op de ruimte die vrijescholen moeten hebben om hun onderwijs zelf vorm te geven, waarbij zij in staat moeten zijn om eigen kennis en kwaliteit vast te leggen. De centrale rol van de leerkracht kreeg daarin veel aandacht. Die moet in staat worden gesteld om zich door te ontwikkelen en onderwijs te innoveren. Via de leerkracht kan de vrijeschool onderwijskwaliteit borgen en keuzes maken vanuit het mensbeeld.

Ouders kiezen voor brede ontwikkeling

Recent publiceerde de Vereniging van vrijescholen de resultaten van een landelijk onderzoek naar de keuzemotivatie van ouders en leerlingen, waaruit naar voren kwam dat zij in de eerste plaats kiezen voor de vrijeschool vanwege de brede aandacht voor de persoonsvorming van kinderen. De keuze van ouders werd nog eens bevestigd tijdens de bijeenkomst: de vrijeschool is gericht op de brede ontwikkeling van een individu, er is veel aandacht voor muziek en creativiteit en op de vrijeschool kan het jonge kind nog echt ‘kleuteren’. Deze geluiden klonken tijdens de bijeenkomst.

De dialoog is essentieel

De Vereniging organiseert sinds 2015 jaarlijks twee regiobijeenkomsten; elkaar begrijpen, kennis delen, elkaar bevragen, het delen van zorgen delen en het benoemen van kansen zijn daarbij uitgangspunten. Tijdens de bijeenkomsten licht de Vereniging van vrijescholen toe hoe zij werkt aan de ruimte voor vrijescholen op landelijk en politiek niveau en deelnemers kunnen het bestuur punten aanreiken waar beleidsmatig iets mee kan of moet gebeuren. De volgende regiobijeenkomst staat gepland in april 2016 in de regio Noord-oost.’
Het ging verder op 9 december 2015 met ‘Groei vrijescholen landelijke trend’:
‘Het aantal ouders en leerlingen dat kiest voor de vrijeschool blijft toenemen. Dat blijkt uit de telgegevens die de Vereniging van vrijescholen op 9 december presenteerde tijdens een onderwijscafé in Utrecht. Het totaal aantal vrijeschoolleerlingen in Nederland steeg het afgelopen jaar met 6%. In het primair onderwijs groeiden de vrijescholen, tegen de landelijke krimp in, met 4,6% en in het voortgezet vrijeschoolonderwijs groeide het aantal leerlingen met 8,2%.

In een breder perspectief laat de groei van de afgelopen jaren een trend zien met een aantal jaren op rij vergelijkbare groeicijfers. De laatste vijf jaar groeide het aantal leerlingen op vrijescholen met bijna 24%. Met de toename van ruim 4.750 leerlingen volgen nu 24.770 kinderen in Nederland vrijeschoolonderwijs op 74 scholen in het primair onderwijs en 20 scholen en vrijeschoolafdelingen in het voortgezet onderwijs.

Initiatiefkracht van ouders

Een deel van de groei is afkomstig van initiatieven voor nieuwe vrijescholen. Ouders en leerlingen die bewust kiezen voor de onderwijsvisie van de vrijeschool kunnen niet altijd in de buurt terecht op een vrijeschool. Zij krijgen te maken met wachtlijsten en uitlotingen of er is simpelweg nog geen vrijeschool in de nabije omgeving. In reactie daarop startten ouders in het hele land de laatste jaren met enige regelmaat initiatiefgroepen voor nieuwe vrijescholen. In oktober organiseerde de Vereniging van vrijescholen een netwerkbijeenkomst waar zo’n 50 enthousiaste deelnemers van 20 initiatiefgroepen bij elkaar kwamen.

Onderwijscafé: méér ruimte voor vrijescholen

Bestaande vrijescholen en initiatiefgroepen voor nieuwe vrijescholen ondervinden bij uitbreiding en oprichting te vaak knelpunten die in de praktijk de vrijheid van onderwijs belemmeren, terwijl dat grondwettelijk is vastgelegd (artikel 23). Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs wil meer ruimte creëren voor het stichten van nieuwe scholen door de zogenoemde ‘richtingvrije planning’. Hij stelt: “Op dit moment zijn de mogelijkheden om nieuwe scholen te stichten te beperkt, waardoor er te weinig ruimte is voor dynamiek en innovatie.” Er wordt momenteel gewerkt aan een wetsvoorstel waarmee er meer ruimte moet komen voor het stichten van nieuwe scholen.

Deze ontwikkelingen waren aanleiding voor een onderwijscafé over de ruimte voor vrijescholen. Daarin spraken leden en initiatiefnemers onder meer met Simone de Bakker, die voor het ministerie van Onderwijs als programmaleider werkt aan de voorbereidingen van het wetsvoorstel.

Kiezen voor de vrijeschool

Het afgelopen jaar onderzocht DUO Onderwijsonderzoek in opdracht van de Vereniging van vrijescholen de oorzaken van de groeitrend in het vrijeschoolonderwijs. Daaruit kwam naar voren dat ouders en leerlingen met name kiezen voor de vrijeschool vanwege de ruime aandacht voor de persoonsvorming en talentontwikkeling van leerlingen. Daarin zit de onderscheidende kwaliteit van de pedagogische aanpak op de vrijeschool, die door steeds meer ouders en onderwijsorganisaties onderschreven wordt.

Zo ziet de Vereniging van vrijescholen belangrijke componenten van de vrijeschoolse visie op onderwijskwaliteit terug in de eerste aanbevelingen van het Platform Onderwijs 2032. Dit platform faciliteert sinds 2014 een nationale dialoog over de toekomst van het funderend onderwijs en brengt binnenkort een advies uit aan het ministerie van Onderwijs.’
Op 18 december volgde als laatste bericht in 2015 ‘Visie op onderwijs 2032’:
‘In februari 2015 startte het Platform Onderwijs2032 een maatschappelijke dialoog over het onderwijs van de toekomst. In oktober 2015 presenteerde het platform de eerste bevindingen in een advies op hoofdlijnen. Na deze publicatie zijn de platformleden opnieuw in gesprek gegaan met het onderwijsveld en ontvingen veel inhoudelijke reacties. Op basis van al deze input werken de Platformleden de hoofdlijnen nu verder uit tot een gedragen eindadvies. Dat wordt in januari 2016 aan staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) overhandigd.

Vrijeschoolse visie op onderwijs 2032

De Vereniging van vrijescholen kan zich in grote lijnen vinden in het eerste adviesrapport. Echter, op een aantal punten dient een aanscherping gemaakt te worden. Hieronder staan de belangrijkste punten genoemd.

Persoonsvorming van leerlingen is hét centrale uitgangspunt

De persoonsvorming van leerlingen staat centraal in het vrijeschoolonderwijs: waarde gedreven onderwijs. Voor vrijescholen is dat een essentieel uitgangspunt in de pedagogische visie en bij de invulling van het onderwijs. Ruimte en brede aandacht voor de persoonsvorming van leerlingen zou ook in het betreffende rapport hét belangrijke vertrekpunt moeten zijn. In de uitvoering van het advies komt dit nog te weinig aan de orde.

Leerkracht als professional

Er moet meer aandacht komen voor de rol van de leerkracht, als professional en als onderwijsarchitect. Bevoegd, maar vooral bekwaam. Lesgeven moet méér zijn dan slechts het toepassen van methodieken en het volgen van procesmatigheden. Het aantal verplichtingen dat op scholen en leerkrachten afkomt en dat afhoudt van de onderwijstaak moet sterk gereduceerd worden.

Onderwijskwaliteit wordt vormgegeven door de scholen

Scholen moeten de ruimte hebben hun eigen onderwijskwaliteit vorm te geven en moeten meer beoordeeld worden op DIE onderwijskwaliteit die zij ZELF relevant vinden en gekozen hebben. Zij kunnen dat zelf inzichtelijk maken, dragen daar verantwoordelijkheid over en kunnen daarop worden getoetst.

Samenhang in onderwijs en curriculum

Leerstof en vakken moeten niet op zichzelf staan. In de verdieping van de lesstof, het leren en het toepassen van kennis en vaardigheden dient een onderlinge samenhang te bestaan, zoals dat bijvoorbeeld is vormgegeven in het vrijeschoolse periodeonderwijs.

Leren door te spelen en te ervaren

Leerlingen moeten de ruimte hebben om te leren door te spelen, te doen en te ervaren. Vooral kleuters leren spelenderwijs. Dat geldt, in reflectie op het advies, voor de accenten die worden gelegd op de vakken Engels en mediawijsheid. Leer kinderen niet een kunstje, maar zorg voor begrip, aansluiting en verbinding met de wereld om hen heen.

Toekomstgericht onderwijs

In het onderwijs moet er aandacht zijn voor de unieke kwaliteiten van iedere leerling. Dat vraagt iets van de leerkracht én dat vraagt iets van het onderwijssysteem en de examinering. Om deze talenten op het juiste niveau aan te spreken moet het mogelijk zijn gedifferentieerd te kunnen werken op school, zodat aansluiting wordt gezocht bij de mogelijkheden en talenten van de individuele leerling.

Ouders hebben keuzevrijheid van onderwijs

Ouders moeten terecht kunnen op de school van hun keuze. Het moet eenvoudiger worden om nieuwe (kleinschalige) vrijescholen te starten die lokaal voorzien in een serieuze behoefte aan vrijeschoolonderwijs. Er moet meer ruimte komen binnen landelijke en lokale kaders. Ook moet het moet mogelijk worden voor vrijescholen om kleinschalige vmbo-kader of basisscholen op te richten.

De hele tekst van de vrijeschoolse visie op onderwijs 2032 is te downloaden (pdf)’
Op de website vrijeschoolbeweging.nl vinden we naast al het andere ook een artikel over ‘Wonen in het organisch gebouwde ING-hoofdkantoor in de Bijlmer? Het kan over een jaar of vijf!’ op 9 december:
‘Het Financieel Dagblad meldt: “Het kolossale hoofdkantoor van ING in Amsterdam-Zuidoost, beter bekend als het ‘Zandkasteel’ of de ‘Apenrots’, gaat een toekomst tegemoet als appartementencomplex. In het antroposofische gebouw komen 500 woningen en verschillende voorzieningen. Een consortium van G&S Vastgoed, VolkerWessels en OVG Real Estate heeft het pand gekocht en gaat het transformeren. De koopprijs is niet bekendgemaakt.”

ING gaat een veel kleiner hoofdkantoor bouwen aan de Zuidas. Een ander kantoor daar is al afgestoten. In totaal heeft de bank ca. 50.000 m3 minder ruimte nodig vanwege automatisering, flexwerken, het afstoten van bedrijfsonderdelen en het verplaatsen van werk naar lagelonenlanden.

Beschrijving door ING

Het gebouw Amsterdamse Poort ligt in het hart van het gelijknamige winkelcentrum in Amsterdam-Zuidoost en werd ontworpen door het Amsterdamse Architectenbureau Alberts en Van Huut. De natuur die verbonden is met de organische architectuur was de inspiratiebron voor architect Ton Alberts. Een belangrijke eis voor het definitieve ontwerp was dat het gebouw de medewerkers een prettige werkomgeving moest bieden. Binnen de opdracht om een in technisch en organisatorisch opzicht doelmatig gebouw te ontwikkelen, stond daarom de menselijke maat centraal. Door de unieke vormgeving maakt het gebouw, ondanks het grote aantal mensen dat er werkt, geen massale indruk.

De tien torens zijn, in twee series van elk vijf, verbonden door een interne straat met een lengte van 350 meter. De torens variëren in hoogte van drie tot maximaal zes verdiepingen. De hellende wanden van de torens zijn karakteristiek voor het gebouw. Om deze te realiseren, werden – naast 2 miljoen normale – ook 600.000 bakstenen van 54 afwijkende formaten gefabriceerd. Diverse kleuren steen zijn in het gebouw verwerkt.

Water, planten en natuurlijke materialen spelen een belangrijke rol in het gebouw. De interne straat biedt door zijn lengte en lichtinval een mooie plaats aan veel schilderijen en beelden uit ING’s kunstcollectie en aan geïntegreerde kunst, zoals kunst in glas. De Engelse, Finse en Japanse tuinen maken onderdeel uit van de geïntegreerde kunst.

Bekend voorbeeld van organische architectuur

Met het hoofdkantoor van de NMB-bank in Amsterdam Zuidoost (1987) ontwikkelde het jonge architectenbureau Alberts & Van Huut, geïnspireerd door de antroposofie, haar kenmerkende organische stijl. Voor het kleine kantoor van architect Ton Alberts was dit gebouw de eerste grote opdracht. Met een extravagant ontwerp voor woningbouwcomplex de Kiphof, dat uiteindelijk niet gerealiseerd is, wisten Ton Alberts de directie van de NMB te interesseren. Omdat het bureau op het moment van het verkrijgen van de opdracht slechts uit zeven mensen bestond, werden vele externe adviseurs ingeschakeld. Tijdens het ontwerpproces werd Max van Huut partner, en ging het bureau verder onder de naam Alberts en van Huut.

Ontwerp

Hoofdkantoor NMB AmsterdamTijdens het ontwerp is de vorm van het gebouw vaak veranderd: Aanvankelijk bestond het ontwerp uit een langgerekt gebouw, later veranderde dat in een T-vormig ontwerp en uiteindelijk de vorm van een S kreeg. Ook ontstond gaandeweg het idee om het gebouw schuine wanden te geven; eerst vanuit esthetisch oogpunt, later bleek dit ook gunstig te zijn voor de akoestische eigenschappen. Bovendien vergemakkelijkt het de daglichttoetreding. De schuine kolomstructuur ontstond toen bleek dat dit bij een schuine gevel goedkoper was dan traditionele rechte kolommen. De constructie van het gebouw werd begin jaren tachtig al volledig met de computer doorgerekend. Vanwege de grillige vorm zijn voor de buitenkant van het gebouw bakstenen in allerlei niet-standaard afmetingen gebruikt.

Gebouw

Het uiteindelijke ontwerp bestaat uit tien torens van zes tot acht verdiepingen die door een S-vormige binnenstraat verbonden worden. Het gebouw bevat 50.000 m2 kantoorruimte en 28.000 m2 parkeerruimte en is tussen een winkelcentrum en een vierbaansweg gelegen. Iedere toren heeft een atrium waardoor licht naar binnen valt. Een wandelroute doorsnijdt het langgerekte complex.

In de centrale hal bevindt zich een groot trappenhuis, wat we in veel gebouwen van Alberts en Van Huut terugzien. Het gebruik van de trap in plaats van de lift werd niet alleen als gezonder gezien, het zou ook beter zijn voor de communicatie tussen de medewerkers.

Gesamtkunstwerk

Hoofdkantoor NMB AmsterdamDoor de schuine wanden en de weinig rechte hoeken heeft het gebouw een grillige, sprookjesachtige vorm gekregen en staat hiermee in groot contrast tot de omliggende Bijlmer. Volgens Alberts is deze organische vorm de meest rationele oplossing voor de gestelde eisen. Het gebouw is te zien als een Gesamtkunstwerk, waarbij het exterieur, het interieur en de omgeving op elkaar aansluiten en gezamenlijk een geheel vormen. Het interieur is dan ook door Alberts en van Huut zelf ontworpen. Licht speelt een grote rol in het ontwerp. Het interieur kent grote kristalvormige lichtelementen en in elk van de atria is een lichtkunstwerk van Joost van Santen en Judith Gor aangebracht. Elk van de torens heeft een andere oriëntatie en daardoor een andere lichtinval. Goudkleurige reflecterende reliëfs moeten in combinatie met het zonlicht en sculpturen versmelten tot een kunstwerk. Het gebouw moet harmonie en verbondenheid met de natuur uitdrukken. Een directe relatie met de natuur heeft gestalte gekregen in de vorm van een wilde daktuin die op de laagbouw is aangelegd.

Tegenwoordig

Voortbouwend op het NMB-gebouw heeft Alberts en van Huut vele gebouwen ontworpen met een vergelijkbaar karakter, waaronder de het Gasuniegebouw in Groningen en het KPMG-gebouw in Amstelveen. Tegenwoordig staat het gebouw bekend als het hoofdgebouw van de ING.
Bron: Architectenweb

Organische architectuur

Organische architectuur is een stroming in de architectuur die rond 1900 opkwam. De stroming komt voort uit een zoektocht naar een nieuwe ‘stijl’ die moest passen bij de eigen tijd, zonder dat werd teruggegrepen op stijlkenmerken uit het verleden. Daarnaast probeert de organische architectuur een oplossing te bieden voor de sterke industrialisering en het gebruik van nieuwe materialen. Al sinds de zeventiger jaren is er vanuit de organische architectuur veel aandacht voor duurzaamheid en leefbaarheid.

Belangrijke grondleggers van de organische architectuur zijn Antoni Gaudí, Friedensreich Hundertwasser, Rudolf Steiner, Frank Lloyd Wright, Imre Makovecz en Louis Sullivan.

Organische architectuur heeft geen gemeenschappelijke uiterlijke kenmerken, omdat het in organische architectuur gaat om een werkwijze en achterliggende principes, in plaats van een vooraf bepaald beeld. Organische architectuur wordt om die reden bijna nooit als samenhangende stijl beschreven.

Een van de uitgangspunten is dat de functie de vorm bepaalt, ook wel het principe Form Follows Function (FFF) geheten.

Voorbeelden van organische architectuur:

Fallingwater in Mill Runn, Pennsylvania
De Sagrada Família in Barcelona (Spanje)
Het Goetheanum in Dornach (Zwitserland)
Het Gasuniegebouw in Groningen
Het hoofdkantoor van ING Bank in Amsterdam
Het Museum De Buitenplaats in Eelde
De woonwijk Waterakkers-Lunetten in Heemskerk
Bron: Wikipedia’
Bij de agenda van de Vereniging voor Biologisch-Dynamische Landbouw en Voeding vind ik het volgende, hetzelfde vermeldt ook Demeter Nederland:
‘20, 21 jan 2016
Demeterplein op BioBeurs
Zwolle

Er is ruimte voor iedereen! Het Demeterthema voor de BioBeurs 2016
Smaaktuin, grondplaats, winkelvoer, voedselbos en leergang op Demeterplein BioBeurs

Tijdens de BioBeurs presenteert de BD-Vereniging in samenwerking met Toekomstboeren het project LAND: ruimte voor nieuwe boeren. In een speciale publicatie wordt de weg gewezen naar nieuwe vormen van samenwerking waar oude en nieuwe boeren werken aan de start van nieuwe bedrijven. Met de presentatie en de publicatie wordt ook de voorbereiding voor de winterconferentie 2016 gestart.

Terwijl de samenleving piept en kraakt in z’n voegen vanwege een teveel aan niet duurzame materiele groei, agendeert de biodynamische landbouw het thema ‘ruimte’ voor haar presentatie op het Demeterplein tijdens de BioBeurs, 20 en 21 januari in de IJsselhallen in Zwolle. Biodynamische landbouw en voeding zoekt overal de ruimte voor herstel van verbindingen: tussen mens en bodem, plant en dier, maar ook met de omgeving en de lokale cultuur. En tussen jong en oud: de enthousiaste starter en de ervaren ondernemer.

Spirituele ruimte is gelukkig oneindig. De mogelijkheden om elkaar ruimte te bieden zijn groot als we ons denken in beperkingen overboord zetten. Het leven zelf biedt keer op keer overvloed. We kijken naar ruimte voor biodynamische landbouw en voeding, op je bord, in de winkel, op de boerderij via de smaaktuin, de grondplaats, de winkelvloer, het voedselbos en de leergang. Daar werken we in verbondenheid met onszelf, onze omgeving en de natuurlijke ritmes van het leven. Ruimte om te ontwikkelen in elke fase, van eenduidig en pril tot veelvormige differentiatie. Waar zit jouw ruimte om het leven verder te laten stromen?

We nodigen je uit voor een eerste oriëntatie in onze ‘uitkijktoren’ in het midden op ons plein. Wat zijn je vragen waar je over verder wilt leren en denken terwijl je een landschap overziet? Een landschap met een smaaktuin, waar je kunt proeven, leren en discussiëren over biodynamische voedselkwaliteit. Met een grondplaats waar je zittend rondom een paar vierkante meter landbouwgrond met deskundigen en collega’s ontdekt hoe grondzoekers en grondbeheerders elkaar ruimte bieden. Met de winkelvloer waar je in gesprek kunt over welke Demeter producten we inmiddels hebben en wat ontbreekt om te zorgen dat er meer ruimte komt voor biodynamische landbouw. Nieuwe opkomende geïntegreerde vormen van landbouw en natuur zijn te bespreken rond het voedselbos. De leergang biedt een kennismaking met alle soorten aan biodynamische landbouw en voeding gekoppelde opleidingsmogelijkheden.

Het Demeter plein is een gezamenlijk initiatief van Stichting Demeter, de BD vereniging, Warmonderhof, Kraaybeekerhof Academie en Stichting Grondbeheer, ondersteund door de Vereniging van Natuurvoedingskundigen en Landgilde. Naast het Demeterplein worden er vanuit deze organisaties diverse workshops aangeboden zoals ‘doorschakelen naar Demeter’ voor biologische boeren en workshops over bedrijfsopvolging en scholing.’

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – Vanaf 2014 redacteur van ‘Motief, maandblad voor antroposofie’, uitgegeven door de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Laatste reacties

Recent Comments Widget

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)