Antroposofie in de pers

Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de verdrukking. Want antroposofie is niet eenvoudig te grijpen en te begrijpen. Dat geeft snel een vertekend beeld. In deze weblog wil ik ruimte geven om antroposofie, zoals zij in de media verschijnt, op haar merites te beoordelen. Vanuit een positieve instelling. Maar niet kritiekloos.

dinsdag 9 februari 2010

Dapperen

Vandaag meldt de website van Demeter onder de titel Krijgen Oormerkweigeraars erkenning?’ het volgende nieuws:

‘Op het Demeter-bedrijf van Bram Borst hebben een biologische boer en vier Demeter-boeren aan ambtenaren van LNV uitgelegd waarom ze weigeren hun koeien oormerken in te doen. Op een Demeter-bedrijf zijn de koeien wakker. Met hun oren volgen ze je als je door de stal loopt. En in die oren horen dan geen grote gele flappen. Die scheuren in de praktijk regelmatig uit, met alle gevolgen van dien. Wie ooit een net geboren kalf heeft zien staan met oren die helemaal naar beneden hangen weet genoeg. Dat hoort niet. Net zomin als het onthoornen van koeien.

Toch krijgen deze Demeter-bedrijven geen steun van de overheid. Ze voldoen weliswaar aan alle doelstellingen van LNV op gebied van duurzaamheid, natuurbeheer, dierwelzijn en diergezondheid. Maar soms net op een andere manier. Alle koeien zijn geregistreerd op basis van haarmonsters. Deze regeling wordt door het ministerie erkend. Toch worden nu alle overheidstoeslagen ingetrokken. Dat vinden wij niet terecht.

Op de volgende locatie kan een petitie worden ondertekend om de “Oormerkweigeraars” te ondersteunen.’

Komt u dit bekend voor? Dat kan kloppen, want op woensdag 9 december 2009 meldde ik in ‘Ongemerkt’ over hetzelfde initiatief. Dat bericht ging over boerderij ‘Koldaard’ van Thom de Groot in Grou, over wie de Achterpagina van NRC Handelsblad van die dag schreef in ‘Oormerkweigeraar redt stier’:

‘Hij raakte zo verknocht aan zijn stier Ysbrand dat biologische boer en oormerkweigeraar Thom de Groot uit Grou het dier wilde laten leven. Dat is gelukt, met steun van het publiek.’

Ik had het volgende opgezocht:

‘De Groot neemt met een klein aantal andere boeren met gewetensbezwaren tegen oormerken deel aan de website “Koeien zonder oormerken”.

Daarvan citeerde ik de tekst ‘Koeien zonder oormerken op monumentenlijst’ en ook de petitie die kan worden ondertekend. – En nu is daar dus een vervolg op gekomen. Zo staat onder ‘Ervaringen’ in het menu rechts te lezen:

‘Brief aan LNV van Sake Gerritsen

Echten 3-1-2010

Dienst Regelingen
Postbus 322
9400AH Assen
Betreft: Bezwaar oormerkregeling

Beste lezer,

Op 9-12 kreeg ik van u een brief, met kenmerk 332015, waarin aangekondigd wordt dat ik voor 20% gekort ga worden op mijn toeslagrechten, dit omdat ik behoor tot de groep boeren die de runderen niet voorziet van een oormerk zolang ze op het eigen bedrijf zijn.

Waarom ben ik het niet met deze korting eens:

In overeenstemming met uw ministerie hebben wij jaren de regeling gebruikt voor de gewetensbezwaarden, dit heeft ons een heleboel geld gekost, zowel direct, in de zin van de controles en de dna-onderzoeken, als ook indirect in de zin van het mislopen van de slachtpremie voor runderen.

In uw brief zegt u dat: “het niet naleven van de verplichtingen inzake de identificatie en registratie vanaf 2008 wordt beschouwd als een opzettelijke niet naleving”.

Ik ben met uw ministerie een overeenkomst aangegaan die ik naar behoren naleef!

Dit wordt ieder jaar gecontroleerd en u kunt navragen bij de AID of deze controles goed zijn verlopen.

Als ik de strekking van uw brief zo op moet vatten dat de overeenkomst die ik met uw ministerie heb niet meer van kracht is, dan moet de boodschap zijn dat u terug wil komen op de overeenkomst die wij hebben gesloten en bent u als overheid de onbetrouwbare partner in deze overeenkomst.

Natuurlijk zal diegene die een overeenkomst opzegt daarvoor ook de schade moeten dragen en zal de rekening dus bij uw ministerie op zijn plaats zijn. Hierbij is het duidelijk dat ik als boer natuurlijk aan het kortste eind trek, want geld “terugvorderen” wat je niet krijgt is een lastige zaak.

Met vriendelijke groet,
Sake Gerritsen
Echten’

Dat was dus op 3 januari van dit jaar. Op de homepage staat dan ook de volgende ‘Oproep aan boeren’:

‘Wij willen de boeren oproepen die geen oormerken in hun dieren willen doen.

Als u liever dit registratiesysteem niet wilt gebruiken, of als u een nieuw bedrijf wilt opstarten met koeien zonder oormerken hopen wij dat u zich meldt via de e-mail: info@koeienzonderoormerken.nl. Als u anoniem wilt blijven moet u dit erbij vermelden.

Binnenkort hopen wij dat er een eerste gesprek plaatsvindt met ambtenaren van het LNV over de oormerkenkwestie. In dit gesprek willen wij de belangen behartigen van de boeren die nu weigeren, maar ook van de boeren, die ooit geweigerd hebben, ze veel liever niet hebben of een nieuw bedrijf willen gaan opstarten. Door u aan te melden krijgen wij een indruk om hoeveel bedrijven het gaat.’

Eronder geeft de teller aan:

‘Artikelen bekeken hits: 4685’

Weer terug naar de pagina met ‘Ervaringen’ is het vervolg erop van 20 januari te lezen, dat de titel ‘Verontrustend nieuws’ draagt:

‘Op 20 januari kreeg Thom de Groot een antwoord van het LNV op zijn bezwaarschrift tegen het ontnemen van de melktoeslag. De beslissing van het LNV is: “Ik verklaar uw bezwaren ongegrond.”

Voor Thom de Groot betekent dit dat hij geen melktoeslag meer krijgt, wat neerkomt op een verkapte boete van tussen de € 5.000 en € 9.000. Het enige wat hij kan doen is beroep aantekenen tegen deze beslissing.

Met deze beslissing van het LNV wordt het aankomende gesprek met ambtenaren van hetzelfde LNV wel heel vreemd. Aan de ene kant is het LNV genegen om tot een gesprek te komen met de boeren over de oormerken en aan de andere kant worden de boeren tegelijkertijd financieel fors onder druk gezet.

Anders gezegd: “Een open en eerlijk gesprek met een mes in je rug”.

Wij hopen dat het LNV deze beslissing terugdraait zolang er nog gesprekken en onderhandelingen met de gewetensbezwaarden plaatsvinden.’

En wat kwam er uit dat gesprek, dat dus ook de website van Demeter vermeldt? Thom de Groot en Herman Kok schrijven onder de titel ‘Gesprek met ambtenaren van LNV op 26-Januari 2010’:

‘Na aankomst op het bedrijf van Bram Borst in een sprookjesachtige omgeving bedekt met een laag sneeuw was de stemming in eerste instantie optimistisch om het overleg aan te gaan.

Al gauw bleek dat er op het ministerie van LNV veel grote woorden worden verkondigd over de positieve bijdrage van de biologische landbouw voor ons land, maar als puntje bij paaltje komt, is het nog steeds een ondergeschoven kindje.

Er wordt graag goede sier gemaakt over het imago, maar uiteindelijk draait alles om de gangbare landbouw, daar gaan de meeste en hoogste subsidies heen en de regelgeving is daar ook geheel op gebaseerd. Dit is jammer te moeten constateren in de wetenschap dat juist bij biologische veehouderijen burgers vaak een kijkje in de stal komen nemen en genieten van
de koeien die nog hoorns hebben en waar niet de oormerken inzitten. Een koe is daar nog geen nummer maar heeft een naam en het contact tussen boer en dier is warm en intens.

Het gesprek over de toeslagrechten (subsidie) die alle oormerkweigeraars dreigen kwijt te raken, omdat ze daarmee niet aan de EU voorwaarden zouden voldoen, heeft nog geen opening geboden. Gekoppeld daaraan is het agrarisch natuurbeheer waar veel biologische boeren aan meedoen door hun wijze van boeren. Daar willen ze ons ook een korting opleggen. Door hun uitgelegd als niet voldoen aan de randvoorwaarden. Zo wordt door de overheid de gewetensbezwaarde/ biologische boer volledig uitgekleed en de armoede ingejaagd!

Nadat we onze verontrusting hierover hadden uitgesproken bleek toch wel dat de verantwoordelijke ambtenaar van het LNV met ons meevoelt en dat er misschien nog een sprankje hoop is koeien zonder oormerken te kunnen vinden in ons mooie Hollandse landschap.

Ook over de mestwetgeving is van mening gewisseld. De aanwezige mestdeskundige van het LNV houdt echter nog steeds vast aan de wellicht al achterhaalde verplichte mestinjecties. LNV heeft er blijkbaar geen moeite mee dat daarmee op onze biologische bedrijven alle bodemleven kapot gemaakt wordt en er dus in het voorjaar geen voedsel meer is voor de weidevogels, die zo nodig reserves moeten opbouwen om straks hun eieren uit te broeden.

In Duitsland is het verboden de mest in de grond te stoppen, waar is de eenheid in Europa?

Wij als biologische boeren moeten nog steeds net als de gangbare boer de drijfmest onder de grond drukken, dit is om ammoniak uitstoot te verminderen.

Beste mensen uw steun is nog heel hard nodig, laat uw stem horen!!!!

Thom de Groot en Herman Kok’

Op de homepage schrijven ze tevens:

‘De afgelopen periode vroegen veel mensen ons of ze deze actie op financiële wijze kunnen ondersteunen. We hebben hiervoor speciaal een rekeningnummer geopend. Wilt u een financiële bijdrage leveren aan onze actie en daarmee aan de boeren, dan kunt u de bijdrage overmaken op:

Bankrekeningnummer: 52.25.48.490
t.n.v. H. Schoonhoven te Amersfoort
o.v.v. Actie Koeien zonder Oormerken
Hiervoor onze dank’

Dappere boeren denk ik dan. Burgerlijke ongehoorzamen die best wat steun kunnen gebruiken.

maandag 8 februari 2010

Infrastructuur

Er gebeurt veel op webloggebied momenteel; alsof er voorjaar in de lucht zit. Het is bijna niet bij te benen. Moest ik zo’n anderhalf jaar geleden, kort nadat ik hier begonnen was, nog constateren dat er weinig viel te beleven, tegenwoordig is dat wel anders. Er wordt echt hard gewerkt, zeg maar aan het opbouwen van een antroposofische weblog-infrastructuur. Dat wil ik staven, niet uitputtend, want dat zal niet lukken, maar wel met een aantal concrete voorbeelden.

Een bekende en heel mooie, zijn de aforismen van Rudolf Steiner die Ridzerd van Dijk bijeen vergaart op zijn ‘Grote Rudolf Steiner Citatensite’. Gisteren had hij een paar treffende onder de kop ‘Goethe kon vóór zijn negende jaar lezen noch schrijven’, zoals deze:

‘Er zouden artikelen moeten verschijnen vanuit de meest verschillende standpunten, dat het eenvoudigweg van grote betekenis is voor het kind wanneer het pas tussen het achtste en negende levensjaar echt leert lezen. Men kan daar als voorbeeld aanhalen dat Goethe vóór zijn negende jaar niet kon lezen of schrijven ... en dat daartegenover mensen die uiteindelijk zwakzinnig zijn geworden al op hun vierde, vijfde jaar konden lezen en schrijven.

Bron: GA 200 – Dornach 15 maart 1922’

Ik vraag me af hoe hij er steeds aan komt. Misschien is hij een van de weinige mensen die nog gewoon Steiner lezen. Maar vertaalt hij dan zelf die passages in het Nederlands? Dat moet haast wel.

Dan gaan we naar de tweede. Dat is Frans Wuijts, een vaste contribuant aan de weblog van Hugo Verbrugh. Maar hij heeft ook een eigen weblog. Eerst was deze ‘Humaan ontslaan, een ontwikkelingsgerichte kijk op ontslag’. Maar tegenwoordig is hij vaker te vinden op ook weer een Volkskrant-weblog, getiteld ‘Een stem uit Friesland met een eigen geluid’. Vandaag heeft hij een mooie bijdrage over ‘Ontslag en taalgebruik’ (u ziet het al, hetzelfde thema komt ook hier langs). Hij onderzoekt welke specifieke woorden en begrippen in organisaties bij ontslag worden gebruikt, en vooral door wie, en wat daar dan uit spreekt:

‘Er is ten behoeve van “afvloeiing” van personeel zelfs een (oneerbiedig uitgedrukte) “lozingsindustrie” op gang gekomen en uitgegroeid “tot een geolied netwerk van kleine bureaus en bedrijven die onderling samenwerken”. Met een omzet in outplacement van naar schatting al een 160 miljoen euro per jaar.

Deze begrippen [hij noemde eerder onder meer: ‘kostenaanpassing’, ‘herstelplan’, ‘afvloeien’, ‘personeelsreductie’, ‘ontslagvergoeding’ en ‘inkrimping’, MG] roepen een karakteristiek beeld op van een arbeidsorganisatie als een fysiek-ruimtelijke vorm of constructie, die kan worden verkleind, vergroot of gewijzigd, als ware een organisatie slechts een “lay-out”. Een vorm met een inhoud die kan worden gevuld of geleegd. Maakbaar, bruikbaar en hanteerbaar als een constructie. Instrumenteel. Een “constructie” die blijkbaar slechts zou kunnen worden omgevormd met technische of bedrijfseconomische ingenieursingrepen.

Er zijn echter ook auteurs van managementliteratuur die de arbeidsorganisatie typeren als een sociaal organisme, een spirituele entiteit, een werkgemeenschap of vereniging van mensen. Als je een andere bril opzet of anders kijkt, zie je ook een andere werkelijkheid en stel je je anders op. En als je andere begrippen niet kent of daaraan geen belang hecht, dan zie je de daarbij behorende werkelijkheid eigenlijk niet.’

Hij eindigt zijn bijdrage met de treffende woorden van Henry Mintzberg:

‘Ik ben geen voorstander van de term human resources. Ik ben geen human resource, ik ben een human being. De term human resource werd geïntroduceerd toen er veel ontslagen begonnen te vallen. Resources kan je namelijk weggooien, mensen niet.’

Dan is er natuurlijk de prachtige weblog van Hugo Verbrugh zelf. Hij laat niet af, en komt de laatste dagen met opmerkelijke stukken. Je moet je weliswaar vaak door een brij van woorden heenwerken – hij is nogal op woorden, waarover hij trouwens vaak gekapitteld wordt; maar ja, een vogeltje zingt zoals het gebekt is – maar dan opeens komen er weer juweeltjes tevoorschijn. Zo eentje was er naar mijn smaak afgelopen donderdag. De titel (Verbrugh heeft altijd krankzinnig lange titels – maar daarmee onderscheidt hij zich weer duidelijk van anderen): ‘De wetenschap ontdekt opnieuw de hoeksteen van het mensbeeld van de antroposofie, nu in de dyslexie’. Die gaat zo:

‘Toekomstige geschiedschrijvers zullen onderkennen hoe in deze tijd telkens weer motieven die in de antroposofie al ongeveer een eeuw bekend zijn als wielen die opnieuw worden uitgevonden door reguliere wetenschappers ontdekt worden. Dezer dagen heeft een Amerikaanse psychologe ontdekt hoe dyslexie verholpen kan worden als je het drieledig mensbeeld in zijn manifestatie van motorische intelligentie doorziet.

Op de voorpagina van de NRC Handelsblad 30-01-2010 stond een plaatje met curieuze letters van grafisch ontwerper Renee Seward van de Universiteit van Connecticut. Binnenin staat de volgende korte toelichting:

“Een extra associatielaag in het hoofd van de dyslecticus. Dat is het doel van deze curieuze letters van grafisch ontwerper Renee Seward van de Universiteit van Connecticut. Ze werkte nauw samen met psychologen en pedagogen. Het idee is dat een kind met dyslexie op een scherm een tekst leest in gewone letters, maar dat de hier afgebeelde speciale letters of lettergroepen (zoals de ch) zichtbaar worden als het kind de letters met de muis aanraakt. De visuele associatie (zoals ch->chair, p-> peppermint of peach) moet helpen om bij een letter sneller de bijbehorende klank op te roepen. Want dat is de kern van dyslexie. De voor andere lezers vanzelfsprekende klankassociatie is bij dyslectici problematisch. Het ‘erin hameren’ van klankassociaties is dan ook de standaardtherapie: oefenen, oefenen, oefenen. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of dit ontwerp beter werkt dan gebruikelijke technieken. [HS]”

Wat hier staat, heeft alles te maken met motorische intelligentie. Dat is sinds enkele jaren een thema in de neurowetenschappen. Ik vat in mijn eigen woorden samen wat daarover in het boek “Motorische Intelligentie: tussen muziek en natuurwetenschap” (2007) van György Ligeti en Gerhard Neuweiler staat.

Een klein kind dat leert lopen, maakt zo doende het essentiële verschil zichtbaar tussen mens en dier. Dat essentiële verschil is de motorische intelligentie van de mens.

Motorische intelligentie is de vaardigheid om tegelijkertijd intelligent te bewegen en te handelen en bewegelijk waar te nemen en te denken. Om het een beetje poëtisch te zeggen: het is de kunst om overal en altijd hoofd en hand mooi te laten samenwerken. “Goed, dat is dan duidelijk”, hoor ik de lezer zeggen, “maar je zegt terecht dat ook dieren over die vaardigheid beschikken – en is niet juist die vaardigheid bij dieren veel sterker ontwikkeld? Kijk naar hoe dieren zich bewegen – kijk, als je een tuin hebt, hoe een poes op een vogel jaagt of een muis vangt, kijk in het Kralingse Bos hoe paarden daar draven of galopperen, kijk aan de Kralingse Plas hoe meeuwen stukjes brood die je in de lucht gooit oppikken – dat zijn toch allemaal bewegingen die minstens zo intelligent zijn als die van mensen?” Ja, zo lijkt het, en op zichzelf zijn het ook allemaal bewonderenswaardig mooie en effectieve bewegingen, maar als je nauwkeurig kijkt en goed doordenkt, zijn er toch essentiële verschillen. Om te beginnen hebben dieren altijd een beperkt repertoire. Het ene dier kan heel goed dit, het andere dier blinkt uit in dàt. En weliswaar heeft ieder individueel mens ook een beperkt repertoire, maar “de” mens als zodanig heeft een schier oneindig repertoire aan intelligente bewegingen. Het menselijk repertoire van motorische intelligentie is ook oneindig veelzijdiger is dan dat van enige diersoort. Denk aan muziek maken en de bijbehorende vingervaardigheid, het vermogen tot spreken en schrijven. En dan hebben we het nog niet eens over de bewegingen die we vanuit onze vrije wil uitvoeren. En het motto “erin hameren” en “oefenen, oefenen, oefenen” in het eerste citaat accentueert dit. Geen enkel dier doet dat zo expliciet, bewust, met feedback via verbale en lichaamstaal van ouders en opvoeders.

Omdat dit alles in de antroposofie al bijna een eeuw bekend is, leren kleine kinderen op de vrije school eerst schrijven, dan pas lezen. En de letters die ze leren schrijven, worden aangeboden op een manier die sterk lijkt op wat Renee Seward nu doet. Ruim veertig jaar geleden verscheen in Nederland een vertaling van voordrachten van Rudolf Steiner waarin hij dit uiteenzette. Ik citeer uit een bespreking uit 1967 [ruim veertig jaar geleden!]:

“De Vrije School, waar de leerlingen onderwezen, opgevoed en anderszins benaderd worden vanuit Rudolf Steiners ‘antroposofie’, heeft de laatste twintig jaar in Nederland een onstuimige groei vertoond (die overigens de laatste jaren tot stilstand is gekomen). De eerste Vrije School werd in 1919 opgericht in Stuttgart en bij die gelegenheid heeft Steiner intensief gewerkt met de nieuwe leerkrachten van deze school, o.a. via verschillende series voordrachten. Dit boek is de schriftelijke – door Steiner zelf niet gecorrigeerde – versie van een van deze series. Hij bespreekt een groot aantal principes, ideeën en inzichten in verband met het Vrije School-onderwijs, en omdat de hele situatie voor veel van de toehoorders destijds nieuw was, doet hij dit zonder bij zijn publiek veel voorkennis van de algemene antroposofie te vooronderstellen. Daardoor geeft dit boek een geschikte documentatie van waarom, bij voorbeeld, Vrije School kinderen eerst leren schrijven, waarom ze de letters ‘design’-achtig leren schrijven, bij voorbeeld de letter ‘B’ als ‘Beertjes-letter’, en pas daarna leren lezen.”

“Lopen, spreken, denken”: eerst de motoriek, dan het ritme van de ademhaling en de eerste zintuigelijkheid, dan het zuivere innerlijke leven, en dan weer opnieuw “lopen, spreken denken”. Zo hoort het. Nu zegt de reguliere wetenschap het. Hoe lang moet het nog duren voordat deze wijsheid eindelijk mainstream in de Nederlandse wetenschap en cultuur wordt?’

Ik vraag me af welk boek van Steiner er dan 43 jaar geleden werd besproken. Wat zou er in 1967 zijn uitgekomen? Voordrachten voor leerkrachten, toen al? En waarin stond die bespreking? – Het leuke bij Verbrugh is dat hij vaak schrijft: ‘in de krant van dan en dan las ik’, waarmee hij ontegenzeggelijke NRC Handelsblad bedoelt; en dat op een weblog van de Volkskrant! Maar de Volkskrant scoort toch mooi met deze dienst: we hebben nu al drie wakkere en actieve antroposofen daar aan het werk. Zolang als het duurt, want er heerst ook vrees dat als de Volkskrant moet gaan bezuinigen, de weblogs in deze vorm niet langer kunnen blijven bestaan. Ze zijn zo mooi, dat ik die eerste twee eigenlijk ook op mijn blogroll hier helemaal onderaan moet opnemen. Ik heb tot nu toe even gewacht om te zien of ze wel frequent genoeg verschijnen, voldoende kwaliteit leveren én uiteraard over antroposofie gaan. Hetzelfde geldt trouwens voor een vierde weblog: de Haagboekblog. Die is al een paar keer hier ter sprake gekomen. Maar zou ook zo’n vermelding moeten krijgen. Nu weer met een mooie tip, onder de titel ‘Signalering: Cisterciënsers’. Daarin schrijft Herman Boswijk:

‘Ekkehard Meffert, Die Zisterzienser und Bernhard von Clairvaux: Ihre spirituellen Impulse und die Verchristlichung der Erde. Verlag Engel, 2010. 360 p.
ISBN 978-3-927118-21-8; € 59,50

Ekkehard Meffert (1940) schreef eerder interessante monografieën over Nicolaus Cusanus (filosoof/theoloog, 1401-1464), Carl Gustav Carus (arts en natuuronderzoeker, 1789-1869) en Mathilde Scholl (grande dame uit de begintijd van de antroposofie, 1868-1941).

In dit nieuwe boek beschrijft hij hoe hij, 18 jaar oud en werkend op een schapenfarm in Yorkshire, tijdens een wandeling stuit op de ruïnes van de cisterciënzer abdij Fountains Abbey. De betovering die hij hier ervoer leidde tot een levenslange belangstelling, die uiteindelijk tot dit boek heeft geleid.

De Cisterciënzer orde werd gesticht in 1098 in Citeaux/Bourgondië maar werd vooral bekend door de invloed van Bernard van Clairvaux (1090-1153). De stichting was een reactie op de vervlakking van het kloosterleven de Franse Benedictijner kloosters, m.n. Cluny. Binnen een halve eeuw had de orde zich middels honderden kloosters verspreid over heel Europa, van Polen tot Ierland en van Zweden tot Zuid-Spanje. De nadruk in het werk (labora, naast het gebed, ora) lag vooral in het bewerken van de aarde.

Uit het voorwoord: “Der Zisterzienser-Orden ist zweifellos derjenige Orden, der die stärkste Erd- und Raumverbundenheit aufweist. Das gilt nicht nur für seinen räumlichen Ausbreitungsprozess, nicht nur für seine sorgfältig ausgewählten, spezifischen Klosterstandorte, nicht nur für die innere Raumorientierung der Klosteranlagen, sondern vor allem auch für seinen kolonisatorischen Umgang mit der Erde und ihren Lebenskräften.
An den von den Zisterziensern geschaffenen Standorten und Kulturlandschaften haben durch Jahrhunderte hindurch Mönche an der Erde gearbeitet, diese verwandelt, und sie haben dort gebetet. Es sind ‘sakrale Orte’ geworden. [...]

Ein übergeordnetes Motiv ist das Aufzeigen der besonderen Beziehung des Zisterzienser-Ordens zur elementarischen Welt, d.h. zur Erde, Wasser, Licht und Leben sowie deren Ordnungszusammenhänge wie z.B. Klang und Raumproportionen. Diese sind Ausdruck der Lebenskräfte der Erde selbst, denen die Zisterzienser durch ihre christliche Spiritualität verbunden sind.”

Meffert concentreert zich op de eerste anderhalve eeuw, de bloeitijd, waarin de oorspronkelijke impulsen nog duidelijk zijn. Naast de historische aspecten en de gestalten van de grondleggers Stephan Harding en Bernard van Clairvaux, gaat hij ook uitgebreid in op de verschillende aspecten van de kloosterbouw. Het boek is verder rijk geïllustreerd met fraaie kleurenfoto’s. Alleen een register ontbreekt helaas.’

Dit boek is niet bij een van de grotere en bekende antroposofische uitgeverijen verschenen, maar bij ‘Buchhandlung, Verlag, Antiquariat, Engel’ uit Stuttgart. Daar lezen we over dit boek ook:

‘Kein anderer Orden hat sich so rasch ausgebreitet, und keiner hat die Kulturlandschaften Europas so nachhaltig geprägt, wie es die Zisterzienser im Mittelalter getan haben. Ihre Arbeitsethik, d.h. ihr Gebot, vom Ertrag der eigenen Hände Arbeit zu leben, hebt sie sowohl von der antiken Sklavenhaltergesellschaft als auch vom mittelalterlichen Lehenswesen und Pfründenwesen scharf ab. Ein wichtiges Motiv ist das Aufzeigen der besonderen Beziehung der Zisterzienser zu den Elementen, d.h. zu Erde, Wasser, Licht und Wachstum. Diese sind Ausdruck der Lebenskräfte der Erde selbst, denen die Zisterzienser durch ihre christliche Spiritualität verbunden sind. Sie kannten und handhabten die Geheimnisse von Proportion, Maß und Zahl, Klang und Licht.’

Zij werkten met recht aan een christelijke infrastructuur. Dat was trouwens een centraal begrip van Bernard Lievegoed: het ontwikkelen van een christelijke infrastructuur.

Wie ik in dit rijtje ook beslist moet noemen, is Ad van der Hulst met zijn ‘Adjustintime blog. Allerlei over P&O, Lean, GTD en Sociale kunst’. Hij staat al geruime tijd op mijn blogroll. Hij heeft het niet direct over antroposofie, maar ondertussen levert hij de een na de andere mooie bijdrage waar je veel antroposofie aan af kunt lezen. Vandaag nog over ‘Meer waarde toevoegen dus meer verdienen’. Altijd de moeite waard om te lezen wat hij nu weer heeft gevonden of onder handen heeft.

Tot slot van deze weblog-rondgang, toch nog een keertje Hugo Verbrugh. Hij heeft vandaag iets bij de kop gevat dat ook hier niet misstaat, ‘Een discutabel boek met sensationele speculaties over Rudolf Steiner: voer voor antroposofen?’ Daarin schrijft hij:

‘Onlangs verscheen een boek waarin actuele gebeurtenissen en vorige levens en karma van belangrijke “spelers” op het politieke wereldtoneel op een zeldzaam concrete manier in verband worden gebracht met historische persoonlijkheden uit de antroposofische beweging. (...) Het boek heet “De verborgen waarheid achter drie Amerikaanse presidenten”, en is geschreven door Wilma ter Mull.’

Verbrugh maakt zich zorgen over zo’n boek, omdat:

‘Een eerste oordeel gebaseerd op eerste kennisname is verontrusting over het contrast tussen (1) enerzijds de draagwijdte van de mededelingen over vermeend-feitelijke karmisch-historische oorzakelijke samenhangen en anderzijds de slordigheid en onvolledigheid van de documentatie, en (2) enerzijds de indruk van kwantitatieve precisie en wetenschappelijke onderbouwing van de astronomische gegevens die het boek geeft en anderzijds het speculatieve karakter van de mededelingen over daarmee samenhangende niet controleerbare karmisch-historische relaties tussen personen en gebeurtenissen.’

Hij vraagt zich af wat hij er mee moet. Nee, wat antroposofen ermee moeten. Moeten die er iets mee? Dat lijkt mij ook een infrastructurele vraag te zijn.

zondag 7 februari 2010

Moskou

Afgelopen donderdag stond er in NRC Handelsblad een reportage van Rusland-correspondent Michel Krielaars, ‘“Besmettelijk” en in gestichten weggestopt’, met als algemene strekking ‘Het Sovjetverleden drukt nog altijd zijn stempel op gehandicaptenbeleid van Kremlin’ (staat niet op de website). Hij beschrijft de binnenkomst van de 26-jarige Misja Kiseljov aan de hand van zijn moeder, ’s ochtends om tien uur in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. En dan staat er zomaar zonder waarschuwing:

‘Achter moeder en zoon aan drentelen vijf andere verstandelijk gehandicapten door de provisorische gangen van de voormalige supermarkt waarin antroposofisch dagverblijf Toermalijn is gehuisvest. Het is koud, de elektriciteit is weer eens uitgevallen. “Nu kunnen we geen eten klaarmaken en thee zetten”, zegt directeur Remco van der Plaats, een Nederlander die met zijn Russische vrouw Toermalijn heeft opgericht.’

Afgezien van het gegeven dat het Remco van der Plaat (zonder s) moet zijn, is dit toch wel een opzienbarend fenomeen. Trouwens, ook het feit dat zijn initiatief hier nog nooit ter sprake is gekomen. Terwijl er best veel over te berichten zou zijn. Ik kan weer putten, net als eerder bij Casa de Santa Isabel in Portugal (zie Companheiros’ op 3 februari 2010), uit De Verbinding, het periodiek van het voormalig Heilpedagogisch Verbond. Eind 2003 had nr. 72 van dit maandblad als thema ‘Rusland’ (zie: ‘Verbinding december 2003’). Hierin ook veel aandacht voor de initiatieven waar Remco van der Plaat bij betrokken is. In ‘Activiteiten in Rusland op een rij’ op bladzijde 1 valt bijvoorbeeld te lezen:

‘De overkoepelende organisatie in Moskou is de Lemniscaat stichting. Hieronder valt Toermalijn, een dagcentrum voor twintig jongeren met vier werkplaatsen. Twee maal per week draait er ook een schoolgroep met kinderen van zeven tot negen jaar.

Het tweede project is de Ita Wegman Opleiding, voor heilpedagogie en sociaaltherapie. Deze opleiding werkt nauw samen met de Moskou Stad Pedagogische Universiteit. Daardoor ontvangen de studenten een erkend diploma dat hen recht geeft om te werken met verstandelijk gehandicapte kinderen en volwassenen.

Er zijn momenteel zeventien studenten. Het aantal studenten neemt ieder jaar toe. Vier jaar geleden begon de opleiding met vier personen. De Russen houden van studeren, merkt studiebegeleider Remco van der Plaat op. “Het risico is dat de studenten na de opleiding niet in de antroposofische zorg terecht komen. Dat voorkomen we door ze ook in de praktijk te laten werken.” Met resultaat. Bijna alle studenten gaan na hun afstuderen in de heilpedagogie of sociaaltherapie aan de slag.

Een andere activiteit van Lemniscaat is het project Tsjistije Kljoetsji, gebaseerd op de principes van Camphill. (zie pagina 2, interview Remco van der Plaat)

Naast de activiteiten van de Lemniscaat Stichting,Toermalijn en de Ita Wegman Opleiding, is er de St. George school. Deze school heeft twee klassen en een aantal therapieën. Verder is er nog de St. George de Overwinnaar school met kinderen met een lichte verstandelijke handicap en/of gedragsproblemen.

Ook bestaat er nog de Raphael school met een klas; de school Nash Dom (Ons Huis). Bij de Nash Dom zijn enkele klassen antroposofisch. Veel studenten van de Ita Wegman Opleiding werken er. Bij kinderclub Krug, waar enkele keren per week activiteiten worden aangeboden, en in de meeste Waldorfscholen werkt een heilpedagoog, omdat in deze scholen vaak licht verstandelijk gehandicapte kinderen met leer- en gedragsproblemen onderwijs ontvangen.

Rusland kent naast de activiteiten in Moskou ook nog opleidingen in St. Petersburg, Tsjeboksari, Jekatarinaburg, Irkutsk; dorpsgemeenschap Svetlana bij St. Petersburg en twee gemeenschappen bij Irkoetsk: Talisman en Semeine. En er zijn twee heilpedagogische scholen en groepen in een aantal steden, zoals Petersburg, Tsjeboksari, Jekatarinaburg, Irkutsk, Rostov.’

Het genoemde interview met Remco van der Plaat door Mark van Seggelen is getiteld ‘Wensen die in Rusland realiteiten werden. Toermalijn en Ita Wegman Opleiding zijn verankerd in Moskou’. Bedenk wel dat dit van ruim zes jaar geleden is:

‘Niet praten, maar beginnen. Als je begint, dan is er iets. Dan besta je. En dat wekt vertrouwen, waardoor mensen iets voor je willen doen. Deze redenering komt van Remco van der Plaat. Mede door zijn inzet bestaat er in Moskou Toermalijn, dagverblijf voor kinderen en volwassen met een verstandelijke handicap, en de Ita Wegman Opleiding.

De verzorgingsstaat in Rusland staat in kleine kinderschoenen. Al begint president Poetin met betere voorzieningen te treffen voor ouderen. “Zij hebben het land opgebouwd en verdienen betere zorg” is zijn redenatie. De mensen met een verstandelijke handicap kunnen nog nauwelijks profiteren van deze ingeslagen weg. Ook de antroposofische gezondheidszorg niet.

Toch kent de antroposofie in Moskou een lange geschiedenis die teruggaat naar de het begin van de twintigste eeuw. Echter lange tijd was de antroposofie in de Sovjet-Unie periode ondergronds en kwam pas met de Perestroika weer boven drijven. Het eerste wapenfeit was de heilpedagogische school Rodnik (1991). Een jaar later kwam de Raphael-school daaruit voort en weer een jaar later begon de Ita Wegman Opleiding en de “klas van Valera”.

Waarderen

Aan de basis van deze twee laatste initiatieven stonden Zina Levina en Remco van der Plaat. De “Klas van Valera” draagt nu de naam Toermalijn. Het dagverblijf heeft een kleine kinderafdeling, een jongerengroepje en een volwassenenafdeling. De kinderafdeling richt zich op onderwijs en ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen met een ernstige verstandelijke handicap. Er werken vijftien medewerkers (doorgaans parttime), waarvan het grootste deel de Ita Wegman Opleiding heeft gedaan of daar nu student is. “De ouders kiezen in veel gevallen niet speciaal voor de heilpedagogie. Een enkeling kiest wel bewust. Ze waarderen de wijze waarop we kinderen benaderen, en kunnen dat vergelijken met wat ze elders hebben ervaren. Hun voorkeur gaat dan uit naar de heilpedagogie,” zegt Remco van der Plaat (46).

Remco, “voor mijn geboorte was ik al antroposoof”, werd in 1980 lid van de antroposofische beweging. In zijn eerste baan – hij studeerde rechten – kwam hij in aanraking met mensen met een lichamelijke en verstandelijke handicap. Na uitstapjes als directiesecretaris van een waterleidingsbedrijf en personeel- en organisatie-adviseur koos hij voor een nieuwe invulling van zijn werkleven. Dat werd Camphill Cairnlee House in Aberdeen. Daar ontmoette hij de Russische Zina en daar werd de wens geboren om in Moskou de heilpedagogie op poten te zetten. Een wens die met Toermalijn en de Ita Wegman Opleiding is vervuld. Een wens die dankzij de inzet van Remco tot stand is gekomen. Bij de opzet van de IWO stak hij veel eigen geld in de opleiding. Later heeft hij een jaar in ons land gewerkt om het verdiende geld in de opleiding te stoppen.

Weerloos

Een Nederlander in Rusland. Er zijn meer verschillen dan overeenkomsten tussen beide landen. Een overeenkomst is dat kinderen met een verstandelijke beperking naar een gewone school gaan. Echter voorzieningen voor mensen met een ernstige verstandelijke handicap zijn er nauwelijks, geeft Remco aan. “Er zijn geen scholen en geen ideeën hoe ze deze groep moeten onderwijzen. Ook brengen ze deze kinderen als ze volwassen zijn bij bejaarden onder, waar ze vaak weerloos zijn. Voor deze volwassens is er geen werk.”

Het werken met mensen met een verstandelijke beperking staat niet in hoog aanzien in de Russische samenleving. De salarissen zijn laag, zo’n 100 euro per maand. “De laagst betaalde medewerkers van de metro, als schoonmakers en toezichthouders bij de roltrap, verdienen meer.” Het zijn idealisten, meent Remco. Ondanks de lage betalingen hebben de antroposofische gehandicaptenorganisaties geen problemen om aan medewerkers te komen vanwege het bestaan van de Ita Wegman Opleiding (IWO). “Van degenen die in Moskou in de heilpedagogie werken, volgden ongeveer tachtig procent geheel of gedeeltelijk deze opleiding. Het is de basis voor de ontwikkeling van het heilpedagogisch werk in Moskou en ook in andere plaatsen in Rusland.” Zonder opgeleide medewerkers, geen hoogwaardig heilpedagogisch werk, dat gezien mag worden en zichzelf kan verdedigen als dat nodig is, vindt Remco. “Door de samenwerking van de IWO met de universiteit, krijgen de studenten ook de reguliere vakken. Ze zijn zich veel bewuster van de plaats van de heilpedagogie in het hele veld. Bovendien kunnen ze als volwaardige en professionele gesprekspartner optreden in het contact met de overheid en andere instellingen.”

Erkenning

De heilpedagogie in Moskou krijgt steeds meer erkenning van ouders, overheid en de universiteit. “De regering kijkt naar de resultaten en naar de onderbouwing van wat we doen en die wekken kennelijk vertrouwen.” De overheid waardeert met name het werk met de mensen met een ernstige verstandelijke handicap. De universiteit erkent de samenhangende onderbouwing, de eenheid van visie en praktische handelingen, vindt Remco. “Het ontbreekt in de zorg voor deze mensen aan een samenhangend systeem of geheel. De antroposofie is samenhangend door een eenduidig mensbeeld.”

De ouders van kinderen met een verstandelijke handicap komen uit alle lagen van de bevolking. Vroeger werd druk op de moeder uitgeoefend om na de geboorte afstand te doen van het kind dat mogelijk gehandicapt is. Dat komt nu soms ook nog wel voor. De kinderen waarvan de ouders afstand hebben gedaan, leven in Moskouse weeshuizen. In Moskou kijken veel mensen nog vreemd naar iemand met een verstandelijke handicap, vaak ook met angst, meent Remco. “En bij een deel van de overheidsambtenaren leeft het idee dat het zinloos is om je met kinderen met een ernstige handicap bezig te houden, omdat ze toch nooit een ontwikkeling tonen naar volledige normaliteit”, merkt Remco op. “Ze noemen ze soms ‘plant’. De kinderlijke benadering, kom je ook bij veel ouders tegen. Bij deze groep stuit de benadering van Toermalijn op onbegrip.”

Regels komen in Rusland niet op de eerste plaats. “Het is belangrijker of iemand iets ziet zitten en iets voor je wil doen. Dat gaat zover dat een contract soms helemaal niet wordt nagekomen, omdat de wederpartij niet meer wil. Je kunt dus echt alleen op het menselijk contact bouwen.”

Tsjistije Kljoetsji

Achterover leunen wil Remco niet. De wens van hem en Zina is om een heilpedagogische dorpsgemeenschap op te richten. Vorig jaar werd de gemeenschap Tsjistije Kljoetsji – Heldere Bronnen – haast werkelijkheid. Onverwacht haakte de hoofdsponsor af. Een aantal ouders heeft nu de draad opgepakt.

“Ze zijn zeer actief en gaan er voor. Al beginnen we met drie of vier kinderen in een huis. Dat maakt niets uit. Er moet een begin zijn en dan kun je de boer op. Dan besta je.” In zijn stem klinkt geen twijfel door, of Tsjistije Kljoetsji er komt. Dat komt er.’

En in een kader staat er bij dit interview:

‘Functies
De functies van Remco van der Plaat zijn: voorzitter van de Lemniscaat Stichting, werkplaatsleider van de kaarsenwerkplaats in Toermalijn, organisator en studiebegeleider in de Ita Wegman Opleiding en organisator van Tsjistije Kljoetsjie.

Financiën
Gezondheidszorg en Rusland. In dit rijtje hoort geldgebrek. “Er is altijd meer geld nodig, en als we meer geld hadden konden we meer doen. Maar aan de andere kant ben ik heel tevreden met de reacties die we krijgen op ons werk, ook financieel. De Stichting Helias is voor ons een heel belangrijke ondersteuning.”

Volgens Remco van der Plaat is het steeds belangrijker om van de Russische overheid geld te krijgen. Gesprekken zijn gaande met een fondswerver en met Sociale Zaken van Moskou over de financiering voor Toermalijn. Dit is te meer belangrijk, vanwege de komst van de euro, waardoor de prijzen in Rusland sterk zijn gestegen. “Onze projecten zijn in de toekomst zeker niet meer te financieren vanuit kleine buitenlandse schenkingen. Op dit moment kan dat gelukkig nog wel, en zijn die kleine schenkingen ook hard nodig.”

Als de Russische overheid geld geeft aan een instelling of organisatie dan kan het ministerie invloed uitoefenen. “De overheid kan dan bijvoorbeeld bepalen wat de populatie is van Toermalijn. Langzamerhand is er een kentering gaande. De autoriteiten nemen steeds meer het Westers model over. Subsidie verstrekken zonder daadwerkelijk een vinger in de pap te willen hebben.”

Toermalijn is te ondersteunen via: rekeningnummer 7727098 t.n.v. Stichting Helias, De Bilt, onder vermelding van Toermalijn.’

Stichting Helias heeft geen eigen website. Maar op de website van het Internationaal Hulpfonds is wel dit reisverslag te lezen, ‘Bezoek aan Moskou, door Gooyke van der Schoot’. Dat is van veel recenter, namelijk maart 2009:

‘Reisverslag van mijn bezoek aan Moskou

Door Gooyke van der Schoot

In Moskou staat het dagcentrum voor heilpedagogie en sociaaltherapie Tourmalijn. Zie www.turmaline.ru. Remco van der Plaat, een Nederlandse heilpedagoog, is getrouwd met Zinaida Levina. Samen met een kleine groep hebben ze de Stichting Lemniscaat opgericht. Deze stichting behartigt onder andere de belangen van het dagcentrum en van het Ita Wegman Opleidingscentrum dat opleidingen realiseert voor heilpedagogie en muziektherapeuten.

Samen met mijn collega op het Heilpedagogisch Kinderdagcentrum Ilmarinen, Albina, bracht ik een bezoek van 21 tot 29 maart 2009 aan Tourmalijn en het opleidingscentrum. Albina doet ritmische massage op Ilmarinen en is twintig jaar werkzaam geweest als kinderarts in Kazachstan.

De opleiding muziektherapie van het Ita Wegman Opleidingscentrum.

De opleiding voor muziektherapie begon in juni 2008 met een introductiecursus en in november met een eerste blokcursus. De deelnemers worden opgeleid voor het werk met personen met een beperking, voor therapeutische hulp aan kinderen in het gewone onderwijs en bij medische problemen van kinderen en volwassenen.

In schoolvakanties wordt gedurende drie jaar in blokken les gegeven. Daarna volgt een stageperiode. De studenten kwamen behalve uit Moskou, Smolensk en Sint-Petersburg, ook uit Siberiё, Wit-Rusland en Armeniё. Hun instapniveau was verschillend, voor sommigen was dit het eerste blok, voor anderen het tweede. Maar allen waren ze zeer geïnteresseerd.

Van de heilpedagogische opleiding zijn er al afgestudeerden. Verschillende vrouwen werken in reguliere organisaties, soms in leidende posities. Een aantal probeert in deze situaties het heilpedagogische onderwijs te introduceren en te realiseren. Soms moet dit met enige aanpassing in de terminologie. De studenten uit Wit-Rusland wilden graag met de kinderen, hoofdzakelijk in de kleuterleeftijd, de adventspiraal doen. Maar binnen hun instelling is verwijzing naar religie niet toegestaan. Daarom noemden ze het een lichtfeest, in afwachting van de terugkerende zon in deze donkere dagen. Ze waren daarna genoodzaakt het adventstuintje zeven keer te herhalen, omdat veel medewerkers het voor de groep kinderen waarmee zij werkten, ook wilden.

Een student uit Komi, in het noorden van Rusland, kreeg bezoek van een regionale minister van sociale zaken. Deze was zeer enthousiast over haar werk en kon er maar niet toe komen om weg te gaan. Twee andere studentes gaven hun baan in een reguliere instelling op om een eigen initiatief in Tjseboksari op te zetten. Inmiddels hebben ze een pand gevonden waarin dit plaats kan vinden. In afwachting hiervan werken ze met kinderen aan huis.

Gedurende vier dagen gaf ik twee lessen van anderhalf uur op deze opleiding en hoop zo deze zeer gemotiveerde mensen een stapje verder te brengen.

Toermalijn, het dagcentrum voor heilpedagogische kinderen en sociaaltherapie.

In 2003 is Tourmalijn opgericht. Momenteel vinden zo’n 45 kinderen en volwassenen er een toevlucht. Voor velen is het de enige plek in deze gigantische miljoenenstad waar ze met hun problemen terecht kunnen en een menselijke benadering ontmoeten. Officieel staan ruim tien miljoen inwoners geregistreerd, maar de schatting is dat het er wel achttien miljoen kunnen zijn.

De huisvesting is op de begane grond van een flat met een kelder waar geen daglicht komt. De ruimtes zijn ongeschikt, maar iets geschikts vinden in deze stad is heel moeilijk. Dus men was blij dat deze ruimte gratis ter beschikking werd gesteld enige jaren geleden. De schrik was groot toen begin 2007 aangezegd werd dat deze ruimte aan het eind van dat jaar ontruimd moest zijn. Dankzij een invloedrijke relatie bij de overheid zitten ze er nog, maar dat ze hier niet kunnen blijven is duidelijk.

De meest ideale situatie is als de stichting over een groot gebouw zou kunnen beschikken, waarvan een derde deel commercieel verhuurd kan worden. Dit geeft een financieel stabiele basis en een zekere huisvesting voor het dagcentrum en de opleidingen. Er wordt actie ondernomen om dit te realiseren.

Voor kinderen en jongeren tot achttien jaar biedt Toermalijn een schoolprogramma. Voor kinderen met een meervoudige handicap is geen plaats in de gespecialiseerde zorg in Rusland, waar men zich bij voorkeur op één probleem tegelijk concentreert.

Men beschikt over één klaslokaal dat intensief wordt gebruikt. Twee keer per week zit er de oudste klas, de pubers en drie keer per week komen de kinderen uit de middengroep. Van tien tot drie uur zijn ze aanwezig. De jongste groep komt twee keer per week van vijf tot zeven uur. Zelf voor deze zwakke groep loont het om voor zo’n beperkte tijd een uur of langer door de spits heen te reizen en weer terug.

Tourmalijn wordt gedragen door twintig gemotiveerde en enthousiaste medewerkers. Vijftien werken er fulltime. Iedereen krijgt hetzelfde inkomen, afhankelijk van het aantal gewerkte dagen. Dit blijkt goed te werken: velen zijn vanaf het begin bij het initiatief betrokken. Helaas zijn de inkomens te laag: € 330 per maand. Dat is te weinig voor een gezin met kinderen. Het leven in Moskou is bijna even duur als in Nederland...

Als portefeuillehouder “Oost-Europa”, waaronder dit project valt, van het Internationaal Hulpfonds, wil ik deze Stichting Lemniscaat graag onder uw aandacht brengen. Het vormt de kern van de Russische helipedagogie. De studenten, die een van staatswege erkend diploma krijgen dragen er zorg voor dat antroposofie in de zorg voor het curatieve kind zichtbaar wordt. Zo kunnen steeds meer kinderen een menswaardige vorm van begeleiding krijgen. Dat dit vrijeschoolonderwijs op maat heet, is bijzaak.

Als u hier een bijdrage aan wilt leveren, stort dan op nummer 212195050 van het Internationaal Hulpfonds tav Moskou, code 9334.’

Nog recenter is het bericht in De Digitale Verbreding nr. 13 van 16 december 2009, ‘Bezoek aan Moskou’:

‘De website Antrovista publiceerde in december een reisverslag van Nelly en Nico Engelaer. Zij reisden naar Moskou en maakten kennis met Russische heilpedagogische initiatieven. Zoals Toermalijn in Moskou en Chistye Klyutchi. Zij schreven onder meer:

“Al een aantal jaren hebben we, mijn vrouw Nellie en ik, aan Remco van der Plaat en Zina Levina beloofd om eens naar Moskou te komen. Wanneer zij in Nederland zijn, hebben we altijd contact en ze logeren regelmatig bij ons. Bovendien zit ik samen met Barbara Berns in de Werkgroep Moskou, die valt onder Stichting Helias. Helias ondersteunt de heilpedagogische en sociaaltherapeutisch initiatieven in oost Europa. Voor Moskou is dat de Stichting Lemniscaat, die de heilpedagogische opleiding verzorgt en Toermalijn heeft opgericht, een dagverblijf voor mensen met een verstandelijke handicap. Verder zijn Remco en Zina de grondleggers van de nieuwe Camphillgemeenschap Chistye Klyutchi, die in Peresvetovo, 30 km oostelijk van Smolensk zal verrijzen. Het eerste woonhuis van waaruit vervolgens de bouw verder zal worden georganiseerd is momenteel in aanbouw. (...)

Remco en Zina hebben een heel programma voor ons bezoek aan Moskou van 17 tot en met 25 oktober 2009 gemaakt. Remco zelf, de directeur Rudolf Grigoryan en de boekhoudster Katya Baitsur hebben ons elk een dag door Moskou rondgeleid. Een dankbare ervaring.”

Via deze link leest u hun reisverslag, en ook hoe u het werk in Rusland kunt steunen via stichting Helias: reis_naar_moskou.pdf

Nu heeft zich dus ook NRC Handelsblad in deze berichtgeving geschaard. En kijken we niet vreemd op als we daar het volgende lezen:

‘“Meestal zijn er in gewone internaten maar twee verzorgsters en twee verpleegsters op zeventig patiënten”, zegt Van der Plaats. “Met zo’n kleine bezetting kunnen die begeleiders weinig voor die gehandicapten doen. Bij ons is dat anders. Wij hebben dagelijks plek voor achttien gehandicapten, terwijl de begeleiding één op één is. En anders dan Russische instellingen waar de neiging bestaat gehandicapten in hokjes te stoppen, integreren wij mensen met verschillende handicaps, zoals autisme, epilepsie en Downsyndroom.”

Inmiddels heeft Toermalijn ook een opleiding tot sociaal therapeut opgezet aan de Moskouse Pedagogische Universiteit en bouwt ze samen met andere particuliere instellingen een speciaal dorp in de buurt van Smolensk, Schone Bronnen genaamd. “Daar kunnen volwassen verstandelijke gehandicapten onder begeleiding gaan wonen als hun ouders zijn overleden en er niemand meer is om voor ze te zorgen”, zegt Van der Plaats. “Hun verblijf kan worden gefinancierd met de 234 euro die ze per maand als invaliditeitsuitkering krijgen.”

In de zaal staan de gehandicapten en hun begeleiders intussen in een kring. “Ik zie de zon, de zon ziet mij, zeggen ze in koor. Ik zie de lucht, de lucht ziet mij. Ik zie de aarde, de aarde ziet mij. Goedemorgen.” De kleine Kristina begint hard te klappen, waarop de 25-jarige Valeri, die net zijn kniebroek heeft aangetrokken, zijn ogen dichtknijpt en zijn handen om zijn oren slaat. “Hij is heel gevoelig voor geluid”, zegt begeleidster Olga.

Hierna zwermt iedereen uit naar de kaarsen-, keramiek-, vilt- of houtwerkplaats. En in het leslokaal krijgen de spastische Zjenja en Sasja in hun rolstoeltjes taal- en muziektherapie.

In een belendend hokje zit directeur Rudolf Grigorjan, een voormalig chemicus, over de verbouwingsplannen van het dagverblijf gebogen. “Het schiet niet op”, zegt hij. “Want het gemeentebestuur wil ook andere instellingen op de ruimte laten intekenen en een competitie uitschrijven, terwijl de wet dat verbiedt. Als we pech hebben, moeten we straks nog plaatsmaken voor een sportorganisatie.”’

Zo zijn we helemaal bij wat betreft de ontwikkelingen in Moskou op het gebied van heilpedagogie en sociaaltherapie.

zaterdag 6 februari 2010

Onthulling

Motief komt vandaag met een onthulling. Het februarinummer (nr. 137) staat met zijn inhoud op de website. Daarbij wordt niet het nieuws op bladzijde 8 vermeld, ‘Directeur Bolk Instituut ontslag aangezegd’. Daarin staat:

‘De Raad van Toezicht van het Bolk Instituut te Zeist [moet natuurlijk Driebergen zijn, MG] heeft directeur/bestuurder Vincent Blok medio december ontslag aangezegd. Tussen de Raad en de directeur is een onoverbrugbaar verschil van mening ontstaan over de koers van het Bolk Instituut in de toekomst. Met name heeft de sinds een jaar bestaande intensieve samenwerking met het instituut AgroEco niet aan de verwachtingen voldaan van betere financiële perspectieven voor beide instituten. De financiële positie van het Bolk Instituut zou hierdoor juist aanzienlijk zijn verslechterd. Voorts geeft de langzaam verdwijnende antroposofische achtergrond van het instituut bij een deel van het personeel veel zorg en onrust. Voor de ondernemingsraad van het Bolk Instituut zou vooral het gebrek aan communicatieve vaardigheden van de directeur aanleiding zijn om bij de Raad van Toezicht op diens vertrek aan te dringen.’

Op 6 augustus 2009 in ‘Kosmos’ had ik het voor het laatst over de fusie tussen het Louis Bolk Instituut en AgroEco, die op 1 december 2008 zijn beslag kreeg. Het is dus niet zomaar een ‘intensieve samenwerking’, het is veel meer dan dat. Ik citeerde het jaarverslag 2008, waarin Vincent Blok in het voorwoord zijn toekomstverwachtingen uitsprak. Hij zag het zonnig in. Net zo trouwens Bram van de Klundert, de voorzitter van de Raad van Toezicht. Nu blijken er toch donkere wolken boven het Louis Bolk Instituut te hangen. En niet zo’n klein beetje ook. In het nieuwsbericht in Motief is verder sprake van het reduceren van de werkzaamheden door Machteld Huber, ‘een van de bekendste onderzoekers van het instituut’. Haar kristallisatieproeven zouden volgens de directeur te weinig financieel rendement opleveren. Guus van der Bie, welbekend van zijn ‘Bolk’s Companions’, heeft zich voorlopig uit het Bolk Instituut teruggetrokken. Tom Peetoom, lid van de Raad van Toezicht, wil op dit moment geen commentaar geven, nu de onderhandelingen over het vertrek van Vincent Blok nog lopen, aldus Motief.

In deze Motief nog meer onthullend nieuws. Dat is te vinden in brievenrubriek. Daarin reageert Michiel Rietveld op een eerder nieuwsbericht, dat ik hier ook aanhaalde op de eerste dag van het nieuwe jaar, op 1 januari in ‘Lustwarande’. Dat ging uiteraard over Landgoed Kraaybeekerhof in Drie­bergen:

‘Alle activiteiten op het landgoed, waaronder restaurant, zalenver­huur, bloemen- , kruiden- en moes­tuinen, de winkel en ook het Studiecentrum dat nu is omgedoopt tot “Academie Kraaybeekerhof”, werden per 1 april ondergebracht in één Landgoed BV. Eric van Veluwen, die zijn sporen verdiend heeft als horecaondernemer, heeft er de leiding. Is Michiel Rietveld, de pionier wiens naam onverbrekelijk is verbonden aan de BD en Kraaybeekerhof, dan niet langer betrokken bij het land­goed? Van Veluwen: “Michiel blijft als docent betrokken bij de Academie”.’

Verder was er sprake van

‘(...) de vraag of er meer “stenen” komen op het landgoed Kraaybeekerhof. Ook op de aan­grenzende landgoederen Beuken­stein (verzorgingshuis) en Woon­oord Kraaybeek (seniorenhuisves­ting) is er sprake van vergevorderde plannen tot nieuwbouw c.q. onder­zoek naar wat gewenst en haalbaar is. De directies van de drie instellin­gen “Beukenstein-Kraaybeekerhof-Kraaybeek” hebben de koppen bij elkaar gestoken (...)’

Van dit laatste weten wij meer, want dat is hier verschillende keren aan bod gekomen, maar dan vanuit de optiek van Antroz. Zoals op 29 november 2009 in ‘Buitenzorg’. Nu schrijft Michiel Rietveld in Motief het volgende:

‘De exploitatie van het gehele landgoed is onder druk komen te staan door de investering van 1,2 miljoen euro in 2004 om een stuk grond te kopen met bouwbestemming dat centraal op het landgoed lag. Zonder die aankoop hadden er op Kraaybeekerhof inmiddels 40 seniorenwoningen gestaan in het hart van het landgoed. Kraaybeekerhof had haar opgaven dan niet meer kunnen realiseren. Toegewijde mensen en renteschenkingen hielden de druk op de exploitatie dragelijk. De verkoop van een stuk grond met daarop enkele villa’s aan de rand van het landgoed moest de aankoop financieel neutraliseren. Zelf beoogde Kraaybeekerhof ook te bouwen ten behoeve van toenemende activiteiten. Door bestuurlijke traagheid en tegenwerking, zowel bij de lokale overheid als intern, is tot nu toe niets van dat alles gerealiseerd. De Academie Kraaybee­kerhof valt niet onder de Landgoed Kraaybeekerhof BV van de heer Eric van Veluwen. Dit is een zelfstandige stichting met een eigen bestuur. Dat bestuur is ook eigenaar van de BV waarvan Van Veluwen directeur is. Voor de duidelijkheid: de verzorging van het landgoed zelf, met Ervaringspark, BD-groente, bloementeelt en winkel is door de bestuursleden van de eigenaarstichting ondergebracht in een nieuwe BV, waarin ook de horeca is onderge­bracht. Zij hebben Eric van Veluwen, die zijn sporen als kok zeker verdiend heeft, tot hoofd aangesteld. In die functie is hij sinds 1 april ook directeur van de Landgoedverzorging. Daarbij bleken de Stichting BD Landbouw (als instrument voor de Landgoedontwikkeling) en Michiel Rietveld niet meer gewenst.’

Het lijkt wel een labyrint van organisaties, van stichtingen en BV’s, met bijna allemaal Kraaybeekerhof in de naam: ‘Stichting studiecentrum Kraaybee­kerhof’, ‘Stichting onroerend goed Kraaybeekerhof’, ‘Landgoed Kraaybeekerhof BV’, ‘Stichting BD Landbouw’, ‘Landgoedverzorging’ en ‘Landgoedontwikkeling’. Straks komt er ook nog een ‘Landgoedonderhoud’ voorbij. Wie is wie en verantwoordelijk waarvoor? In ieder geval blijkt er geruime tijd een tweespalt op Kraaybeekerhof te heersen. Zoals ook de voorafgaande openingszin van Michiel Rietveld nogal onheilspellend is:

‘Dat de veranderingen in april 2009 dramatisch en onorganisch verliepen had meer met bestuurlijke keuzes en een nieuw management van buiten te maken dan met exploitatieverliezen uit het verleden.’

Hij besluit zijn ingezonden brief met een verslag van hoe het met de winkel staat:

‘Het nieuwsbericht suggereert dat de winkel dramatische verliezen leed. De werkelijkheid is dat de winkelomzetten sinds april 2004 met 10 tot 30% per jaar zijn gestegen en dat begroot was dat een break even punt in 2010 bereikt zou worden. Met deze omzet kon de basisvoorziening van Landgoedonderhoud en -ontwikkeling bekostigd worden. De genoemde cijfers slaan dan ook op de periode na 1 april 2009. Het zal nog enige tijd duren voor de winkel weer open kan gaan.’

Kortom, het gaat niet goed in Driebergen. Niet op het Louis Bolk Instituut en niet op Kraaybeekerhof. In ieder geval niet zoals je het zou wensen.

vrijdag 5 februari 2010

Praktijkervaringen

Gisteren was gewijd aan afgelaste bijeenkomsten, vandaag gaat het over wat wél doorgaat. Morgen is er, behalve alle vrijescholen die een Open Dag houden, ook een presentatie in Antropia van twee nieuwe boeken van Christofoor. Het ene heeft hier al aandacht gehad, op 4 november 2009 in ‘Huismiddelen’, het andere is tot nu toe buiten de boot gevallen. En dat is zonde. Dus ga ik het eerst daarover hebben. Op de website van de NVAZ staat de bijeenkomst zo aangekondigd:

‘Boekpresentaties Dementie en Uitwendige therapieën op zaterdag 6 februari

Op 6 februari 2010, 13.30-14.45 uur, vindt in Antropia te Driebergen de presentatie plaats van het boek Dementie, Achtergronden en praktijkervaringen. Dit boek is door sociaal geriater Jan-Pieter van der Steen en drie co-auteurs geschreven. Van der Steen zal ter plekke een lezing geven over dementie, de antroposofische achtergronden (nieuwe visie op het ouder worden) en de mogelijke therapeutische benaderingen.

Vervolgens zal vanaf 14.45 tot 16.30 het boek Uitwendige therapieën gepresenteerd worden, geschreven door Ina Emous-van der Kooij, Sonja van Hees, Katie Willink-Maendel en Mirjam Zonneveld. Zie ook de Agenda.

Ook de website van Uitgeverij Christofoor meldt uiteraard deze boekpresentatie.

‘Jan Pieter van der Steen, Dementie
Achtergronden en praktijkervaringen
Dit boek behandelt de belangrijkste vormen van dementie. Het gaat in op de diagnostiek, begeleiding en omgang van mensen met dementie en beschrijft de oorzaken die tot dementie leiden.

Ina Emous-van der Kooij e.a., Uitwendige therapieën
Wikkels, kompressen en baden
Dit boek geeft concrete richtlijnen voor het uitvoeren van de verschillende uitwendige therapieën in de vorm van wikkels, kompressen en baden. Uitwendige therapieën hebben tot doel de eigen herstelkrachten van de patiënt te ondersteunen en te versterken. Door de grote toegankelijkheid kan iedereen met de inhoud van dit praktische boek aan de slag.

Programma
13.30 – Ontvangst en welkom in de Iona-zaal van Antropia
14.00 – Lezing Dementie door Jan Pieter van der Steen
14.45 – Introductie Uitwendige therapieën
15.00 – Indeling workshops / pauze met koffie/thee / boekverkoop
15.30 – Workshops
16.30 – Afsluiting
Gelieve uw komst vóór 3 februari te melden’

Dit laatste kan nu natuurlijk niet meer. Maar hopelijk is er ook plaats voor onaangekondigde bezoekers. – Ga ik naar de link van ‘Dementie’, dan lees ik:

‘Dit boek behandelt de belangrijkste vormen van dementie: de ziekte van Alzheimer, Vasculaire dementie, Frontotemporale dementie (ziekte van Pick) en de Lewy Body dementie. Het gaat in op de diagnostiek, begeleiding en omgang van mensen met dementie en beschrijft de oorzaken die tot dementie leiden. Bij dementie is verlies van het geheugen een kernsymptoom. Met het verlies van het geheugen verdwijnen de herinneringen, de biografie en daarmee de basis van het ik. Voor sommigen wordt dit verlies van het “zelf” als een ondraaglijk geestelijk lijden gezien. De vraag om euthanasie klinkt dan ook steeds vaker. Om dementie beter te kunnen begrijpen wordt in het boek de lichamelijke ontwikkeling van het geheugen beschreven. Het wordt duidelijk dat het geheugen eerder een lichaamsgebonden en kosmisch geheugen is dan een hersengeheugen. Door ons niet alleen te fixeren op het ouder wordende fysieke lichaam maar ook te kijken naar de ontwikkeling van de vrijkomende levenskrachten in de ouderdom kan er op een andere manier naar dementie gekeken worden en ontstaat er een nieuw perspectief voor degenen die lijden aan dementie.’

Zoals gebruikelijk bij Christofoor, staat eronder een link naar Bol.com om het boek online te bestellen. Die link leert dat het boek al november 2009 uitgekomen moet zijn. Maar nog interessanter is het advies ‘Klik hier om het boek in te kijken’. Vervolgens kun je de inhoudsopgave inzien, maar ook de inleiding. En die laatste is interessant. Ik laat hem hier volgen:

‘In het begin van mijn loopbaan als sociaal geriater ontmoet ik mevrouw De Jong. Zij is een 72-jarige alleenstaande vrouw die vanwege angstklachten en verwardheid bij de GGZ aangemeld wordt. Ze woont in een aanleunwoning. Door de verzorgsters van het be­lendende verzorgingshuis wordt gerapporteerd dat zij vaak belt en claimend is. Als ik mevrouw bezoek zie ik een zeer net verzorgde mevrouw, zittend in een woonkamer waar alles precies op zijn plaats ligt en waar van de vloer kan worden gegeten. Mevrouw vertelt dat ze angstig is, geheugenproblemen heeft en soms niet meer weet waar ze is. Het lopen gaat moeizaam en ze wordt steeds afhankelijker van anderen. Huilend vertelt ze dat ze geen lichamelijk en geestelijke wrak wil worden en of ik tegemoet wil komen aan haar wens tot euthanasie.

Bij haar wordt de diagnose vasculaire dementie met een aan­passingsstoornis en depressie gesteld. Op de ingestelde medicatie reageert ze matig. Het claimende gedrag neemt wel iets af, maar de stijfheid in de benen neemt toe. Het ziekte-inzicht en ziektebesef zijn wisselend aanwezig en juist op die momenten dat het inzicht in haar situatie helder is, is ze volhardend in haar wens tot euthanasie. Tijdens deze heldere momenten is mevrouw absoluut wils- en oordee1sbekwaam.

Het verdriet van mevrouw De Jong is goed invoelbaar. Ze voelt dat ze de controle en regie over haar geordende leven verliest en dat zorgt voor angst.

ln de gesprekken met de familie, de huisarts en mevrouw De Jong wordt vastgesteld dat zij niet consequent in haar wens tot euthanasie is. Er zijn momenten dat ze helemaal niet dood wil en andere momenten waarop ze weer heel duidelijk is in haar doods­wens. Lastig is het dat ze op bepaalde momenten ook niet meer weet dat ze de euthanasie wil.

Een half jaar later verhuist mevrouw De Jong naar het verzor­gingshuis. Door de afleiding en regelmatige gesprekjes met de verzorging is ze niet meer alleen met haar angst. Ze doet mee met de verschillende activiteiten en tijdens deze momenten lijkt ze ook te kunnen genieten. De angst is niet weg, maar wel meer beheersbaar geworden.

We leven in een tijd waarin gezondheid, autonomie, onafhanke­lijk zijn van de hulp van anderen en intacte geestelijke functies de kostbaarste goederen van de huidige westerse mens zijn. De agrarische cultuur van burenhulp en families die elkaar generaties lang kennen is ingeruild voor een cultuur van individualisme: het op zichzelf zijn, eigen keuzes willen maken, de ander niet lastig willen vallen en niet leunen op een autoriteit van buiten.

Dementie is in alles een tegenbeeld van de huidige westerse mens. De dementerende verliest op den duur zijn geheugen, oriëntatie, herkenning van mensen en voorwerpen, het kunnen benoemen en het praktisch handelen. Hij is niet meer die autonome mens die van niemand afhankelijk is. De instrumenten van het denken functioneren niet meer, waardoor de dementerende hulp moet vragen. Voor veel mensen ligt de waardigheid van het mens zijn besloten in het zelfstandig kunnen sturen van het eigen leven.

Geen wonder dat mevrouw De Jong euthanasie wil. Zij vindt zichzelf geen volledig mens meer en heeft besloten dat ze het laatste stuk van haar leven – waarin ze afhankelijk wordt van ande­ren, haar waardigheid verliest en haar autonomie moet inleveren – niet door wil maken.

Dementie betekent dat de instrumenten van het denken de mens langzaam in de steek laten. Wat er over blijft is een mens die “te­ruggeworpen” wordt in andere delen van de ziel zoals het gemoed, het voelen en het willen. Juist deze delen lenen zich goed voor een kunstzinnige ontwikkeling. Dementie betekent op deze wijze dat de ontwikkeling van de mens zich voorzet in andere delen van de ziel.

Het doel van dit boek is de oudere mens weer moed te geven om juist wél de laatste levensfase met dementie te willen doorma­ken. Daarbij wordt gekeken naar de betekenis van het ouder worden, naar de plaats waar onze herinneringen opgeslagen worden en naar de zin van de ziekte dementie.

Ik maak mij zorgen over feit dat dementie gezien wordt als een geestelijke dood, waardoor de dementerende zijn situatie als een “uitzichtloos psychisch lijden” ziel. De vraag naar euthanasie ligt dan voor de hand. Dit is de reden dat het boek start met een hoofdstuk over dementie en euthanasie.’

Dat is boeiend en nodigt uit om meer te gaan lezen. – Dezelfde exercitie kunnen we ook uitvoeren bij het andere boek, ‘Uitwendige therapieën’. Een en ander had ik al op 4 november weergegeven. Maar ga ik naar Bol.com, vind ik ook daar bijzonderheden die ik nog niet kende. Allereerst valt op dat als maand van verschijning augustus 2009 wordt opgegeven, en dat er hier een totaal andere omslag wordt getoond. Dan is er een ‘NBD|Biblion recensie’ door Dr. H.S. Verbrugh:

‘De eerste editie van dit boek kwam in 2005 tot stand door de inspanningen van de vier auteurs en hun achterban, de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Verpleegkundigen, en werd mede mogelijk gemaakt door financiële ondersteuning door enkele sponsors. Deze tweede editie is aanzienlijk uitgebreid en is nu door een erkende uitgever gepubliceerd. Het is een waardevol boek over een aspect van de verpleegkunde dat enerzijds bij uitstek binnen de zogeheten antroposofische gezondheidszorg actueel is, maar anderzijds documenteert dat de “aura” van alternativiteit of zelfs vreemdheid die voor sommigen nog om “antroposofie” en “antroposofische verpleegkunde” heen hangt, niet (meer) terecht is. Dit is een rechttoe-rechtaan boek dat in bewoordingen die iedereen kan volgen en begrijpen theorie en praktijk geeft van wikkels, kompressen, baden en aanverwante manieren om via uitwendige (be)handelingen therapie te geven. Met foto’s en tekeningen in zwart-wit, literatuurverwijzingen, adressen en register.’

Ook hier een link ‘Klik hier om het boek in te kijken’, die, naast de uitgebreide inhoudsopgave, de twee voorwoorden zichtbaar maakt. Aan het ‘Voorwoord bij de eerste druk’ ontleen ik het volgende:

‘Het ontbreken van richtlijnen voor uitwendige therapieën in het Nederlandse taalgebied was voor enkele leden van de Nederlandse Vereniging voor Antroposofisch Verpleegkundigen (NVAV), die ook de belangen van verzorgenden behartigt, aanleiding om dit boek te schrijven.

Uiteindelijk ontstond er een werkgroep van vijf personen. We bestudeerden literatuur, deden onderzoek en stelden conceptrichtlijnen op. Deze concepten zijn door een groep collega’s van commentaar voorzien. Hun reacties hebben wij dankbaar verwerkt.

We hebben ernaar gestreefd een toegankelijk boek te schrijven voor zowel verpleegkundigen als verzorgenden die onbekend zijn met uitwendige therapieën en hiervan kennis willen nemen, als voor ervaren collega’s die zich op dit vakgebied verder willen verdiepen. Het is een werkboek geworden: een praktisch boek met richtlijnen voor de applicaties, én met relevante achtergrondinformatie om de werkzaamheid van deze therapieën beter te kunnen begrijpen en verder uit te diepen.

Ook is het boek interessant voor artsen en therapeuten die vanuit de antroposofie werken, zij hebben immers te maken met patiënten die deze behandelingen ondergaan.

Woord van dank

De vele mensen die aan dit boek hebben bijgedragen, willen wij op deze plaats graag van harte bedanken.

In de eerste plaats geldt dit onze collega’s van de NVAV die de conceptrichtlijnen hebben gelezen en van commentaar hebben voorzien:

Joke Barends, Cokkie Barth, Marja van Boeschoten, José Boksebeld, Anne Riek Coppelmans, Petra Cost Budde, José Davina, Pauli van Engelen, Mieke Horsman, Arieanne van Kalsbeek, Trudie Koenis, Edith Minnaar, Neeltje Neeft, Petra van Rooyen, Doris Tobias en Toke Bezuijen.

Verder gaat onze dank uit naar twee collega’s van de NVAV die in Deel vier een onderwerp voor hun rekening hebben genomen: Ermengarde de la Houssaye-Lievegoed en Arieanne van Kalsbeek.

Joop van Dam, antroposofisch arts, stond ons met zijn adviezen ter zijde over indicaties, contra-indicaties en ritme, aspecten die in de richtlijnen beschreven staan. Joop heeft ook in Deel vier een deel van de inhoud verzorgd.

Diet van Beek heeft pro deo de prachtige illustraties bij de richtlijnen verzorgd.

De plantenillustraties zijn gedeeltelijk door Wala Nederland BV en Weleda Nederland NV ter beschikking gesteld.

Guusje Chabot-Slavenburg, Jan van Delft, Aart Eliens, Karin Vlug en Maurits in ’t Veld zijn mensen die we tijdens het wordingsproces leerden kennen, en die ons richting hebben gegeven.

Tijdens de laatste fase van het maken van dit boek geldt dit ook voor Nard Besseling en Tineke Croese, die de teksten redigeerden, en voor Kjeld de Ruijter, die het boek heeft vormgegeven.

Onze dank gaat natuurlijk ook uit naar de mensen en organisaties die dit boek financieel mogelijk hebben gemaakt: het Johan Borgmanfonds, Iona Stichting, Stichting Vrienden van het Rudolf Steiner Verpleeghuis, Stichting Vrienden van het Leendert Meeshuis, Stichting Plegan, Nederlandse Vereniging voor Antroposofisch Verpleegkundigen, Wala Nederland BV en Firma Indruk.

lente 2005
Ina Emous-van der Kooij, Sonja van Hees, Gonnie van den Hurk-Wels, Katie Willink-Maendel en Mirjam Zonneveld’

Zoiets kent een hele ontstaangeschiedenis, die laat zien hoe bijzonder dit boek eigenlijk is. Daarvan getuigt ook het volgende gedeelte uit het ‘Voorwoord bij de tweede druk’:

‘Voor je ligt de tweede uitgave van dit boek: een herziene uitgave, uitgebreid met de baden, een uitwendige therapiemogelijkheid die we nog niet uitwerkten in de eerste druk. Deze waardevolle behandeling voor veel patiënten, zeker ook in de thuissituatie, hebben we dan ook graag uitgewerkt. Diet van Beek heeft dit weer met tekeningen ondersteund.

Van enkele substanties hebben we beschrijvingen toegevoegd in het hoofdstuk “Overige substanties” (blz. 230). En uiteraard hebben we de opmerkingen van onze collega’s verwerkt. Zo zijn bijvoorbeeld aan het register de planten, metalen en inhoudelijke begrippen toegevoegd, om het gebruiksgemak van het boek te vergroten.

Wij zijn verpleegkundigen en ervaren de uitwendige therapieën als een verrijking van ons beroep in alle sectoren van de gezondheidszorg. Dit doordat ze een bijdrage leveren aan de activering van de zelfgenezende krachten die in ieder mens aanwezig zijn. Stichting Plegan opleidingen biedt opleidingsmogelijkheden voor de professionele vaardigheden van de verschillende therapiemogelijkheden aan verpleegkundigen en verzorgenden ig (individuele gezondheidszorg). Het adres staat achterin het boek. Zo kunnen steeds meer collega’s deze bijzonder waardevolle mogelijkheden toepassen en in specifieke situaties aan mantelzorgers en zelfzorgers aanreiken. Via de V&VN afdeling Antroposofische Zorg, een afdeling van de overkoepelende landelijke organisatie Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland, kun je vragen naar een antroposofisch verpleegkundige in de regio die je kan ondersteunen bij het toepassen van deze uitwendige therapieën. Ook dit adres vind je achterin het boek.

Zomer 2009
Ina Emous-van der Kooij, Sonja van Hees, Katie Willink-Maendel en Mirjam Zonneveld’

‘V&VN afdeling Antroposofische Zorg, een afdeling van de overkoepelende landelijke organisatie Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland’: ja, zo en niet anders hoort het eigenlijk!

donderdag 4 februari 2010

Afgelast

Het zijn drukke tijden voor congresgangers. Het voorjaar is in aantocht, en dus ook de symposia en congressen nemen in frequentie toe. Dat daarbij ook wel eens iets sneuvelt, mag niet verwonderlijk zijn. Neem nou een prachtsymposium zoals ‘Waardig oud worden’, op 8 maart in Antropia te houden. ‘Vereniging Het Zonnehuis, inzet voor waardige zorg’ staat er met zijn logo prominent bij als een van de organisatoren. Op de website van dit Zonnehuis (dat niet de Zonnehuizen in Zeist is, maar een zorggemeenschap voor wonen, verplegen en verzorgen) is een ‘Aanmeldingskaart Zeylmans Symposium/Waardig oud worden’ te vinden, en deze tekst:

‘Dit symposium is verschoven van 5 november 2009 naar 8 maart 2010 en wordt gehouden in Antropia te Driebergen. De organisatie is in handen van Raphaëlstichting, Rudolf Steiner Verpleeghuis en Vereniging Het Zonnehuis. Via de antwoordkaart of email kunt u zich aanmelden. Klik hier voor het programma.

Op de website van Antropia staat het als volgt onder Agenda:

‘Hoeveel ruimte is er om onze laatste levensfase zelf in te richten? Welke keuzes moeten er persoonlijk, organisatorisch en maatschappelijk genomen worden om zoveel mogelijk mensen ook in hun laatste levensfase een menswaardig bestaan te garanderen? Is er in de maatschappij wel voldoende oog voor de menselijke ontwikkeling, ook in de afsluitende fase van het leven?

In onze tijd lijken euthanasie en zware medicatie te prefereren boven aandacht, verpleging en de mogelijkheid om ook in de laatste levensfase bewust met het leven om te gaan. Zijn we nog in staat om de mens in zijn laatste levensfase te zien als iemand die zich ontwikkelt? Welke keuzen horen daarbij?

Iedereen die beroepsmatig of uit maatschappelijke betrokkenheid antwoord zoekt op bovenstaande vragen is uitgenodigd het symposium op 8 maart 2010 van 10.00 tot 16.30 uur bij Antropia, Cultuur- en Congrescentrum bij te wonen. De workshops vinden plaatsen tussen 14.00 en 15.30 uur en zijn gegroepeerd rond drie thema’s:

– De zinvolle betekenis van het bestaan
– Waarden die blijven en komen
– Rituelen en ethiek bij levenseinde

U kunt zich aanmelden voor 15 januari 2010 per e-mail (info@vereniginghetzonnehuis.nl) of per post door een brief met uw naw-gegevens te sturen naar Antwoordnummer 73, 3720 VB Bilthoven. Gelieve bij aanmelding uw eerste en twee keus aangeven voor de workshops. De kosten voor deelname bedragen 95 euro per persoon. Na opgave ontvangt u een bevestiging, factuur en routebeschrijving.
Meer informatie vindt u hier

Maar dit symposium is afgelast, het gaat niet door! Dat is te lezen op de website van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders, de NVAZ: ‘Waardig oud worden - afgelast’. Verder vind je die wetenschap nog nergens. – Er gaat wel eens meer wat mis. Aanstaande zaterdag is er een bijeenkomst van de ‘Magneetgroep’. De website van de Antroposofische Vereniging in Nederland maakt er op zijn Agenda melding van, onder het logo van ‘jeugdsectie’. Die sectie was hier laatst nog in het nieuws, op 15 januari in ‘Herkansing’. Nu staat er, onder het opschrift ‘Magneetgroep: The rythm of life...’:

Een groep jongeren organiseert activiteiten om andere jongeren met elkaar in contact te brengen. Op zaterdag 6 februari en 20 maart 2010 kan je aan verschillende werkgroepen deelnemen.

Plaats: Landgoed de Reehorst in Driebergen.
Kosten: € 25,- per dag.
Meer informatie: www.magneetgroep.com

Volg je nu die laatste link, lees je:

‘The rhythm of life
9 januari 2010
AFGELAST’

Blijkbaar een eerdere bijeenkomst in deze reeks, die het niet gehaald heeft, want er staat onderaan:

‘Anders dan de voorgaande jaren zullen we nu in vier keer een losse dag aanbieden om op zo’n manier het hele jaar door van Magneet te kunnen genieten.
De eerste dag is zaterdag 26 september, hierna volgen er nog drie (9 januari, 6 februari en 20 maart 2010). Je kunt er voor kiezen om losse dagen te komen à 25 euro per dag, maar natuurlijk ben je ook op alle vier meer dan welkom en dan geldt een totaalprijs van 80 euro (mits vooraf opgegeven).
Locatie: De Reehorst te Driebergen (zie Routebeschrijving)’

Dan is het te hopen dat de bijeenkomst zaterdag wél doorgaat. Of zou er soms iets met die locatie zijn? Neem nou het Origenes-Instituut. Die kondigt op zijn website al een hele tijd ‘Studiedagen op zaterdag’ aan, met als thema ‘Christus: de geest der aarde’.

‘– Hoe de Logos vlees werd: 6 februari
De kosmos als levend organisme: 17 april
Christus, verzoener van mens en kosmos: 12 juni
Voor meer informatie kunt u hier de folder downloaden’

Een prachtprogramma, zoals in die folder beschreven:

‘Wie gelooft er nog in de verzoeningsleer van de traditie? Dat wij door het kruis verzoend zouden zijn! Dat Christus voor onze zonden gestorven zou zijn! (1.Kor.15:3) Dat gaat er bij ons moderne mensen bijna niet meer in. Paulus heeft het echter niet alleen over het opstandingslichaam van de mens, maar de gehele kosmos is in Christus verzoend (Ef.1:10-11). Het (Griekse) kosmologische denken van Paulus is in de christelijke traditie echter op de achtergrond geraakt. De Griekse filosofen en ingewijde zagen in de kosmos de Logos, de eerstgeborene en de Zoon van God. De kosmos is een tweede God, zeggen de Griekse filosofen en ingewijden. Voor Paulus is het dan geen grote stap om te zeggen: dat is Christus (Kol.1:15-20). Paulus is ook een joodse apocalypticus. En dus ziet hij uit naar de komst van de Messias als de Mensenzoon. Jezus noemt zichzelf de Mensenzoon. De Mensenzoon – die volgens joodse esoterische geschriften – door God “bewaard wordt” tot het einde der tijden. Dan zal de Messias verschijnen.

De Messiasverwachting is in de eerste eeuwen voor en na Christus zo sterk omdat men beleeft dat het goddelijke niet meer doorstroomt naar de aarde. De Grieken beleven de breuk tussen geest en stof; de joden zeggen dat het Aangezicht van JHWH niet meer in zijn tempel is en de gnostieken beweren dat de Allerhoogste goede God een andere is dan de boze Scheppergod. En dus is de verwachting alom dat er iets of iemand moet komen om de breuk te herstellen. Dat kan alleen wanneer geest (Christus) stof (Jezus) wordt en de stof overwonnen wordt door de kruisdood en opstanding. Met de kruisdood verbindt Christus zich met de aarde. Door de opstanding wordt een begin gemaakt met het herstel van de mens en de kosmos en kan de mens mede herschepper worden. Dan kan men spreken van verzoening tussen hemel en aarde.’

Als programma voor zaterdag 6 februari wordt aangekondigd:

‘Hoe de Logos vlees werd
1 Over de breuk: De Allerhoogste God en/of JHWH – drs. Jacob Slavenburg
2 De Logos en Christus volgens Rudolf Steiner – drs. Jan Tushuizen
3 Wie is de Mensenzoon? – Margriet Gastkemper
4 Wie is Jezus? – dr. John van Schaik’

Hoe mooi en prachtig ook, het gaat niet door! Afgelast, heb ik uit betrouwbare bron vernomen. Het is treurig, maar het is niet anders. Ik neem hier trouwens aan dat het ook voor de andere twee studiedagen geldt. – In dit derde geval, van het Origenes-Instituut, heb ik nog wel een pijnverzachter: op de website is ook twee maal een ‘Origenes-Bulletin’ te vinden, waarin op verschillende christologische aspecten nader wordt ingegaan, die vast ook op de studiedagen aan bod zouden zijn gekomen. Ook is er vorige week een nieuwe Bres uitgekomen, nr. 260, waarvan John van Schaik hoofdredacteur is, met als thema ‘Religie en wetenschap’. Op de website is er nog geen inhoudsopgave verschenen, maar in de winkel is deze nieuwste uitgave ongetwijfeld te vinden.

En als we het over John van Schaik hebben, kunnen we meteen het boek ‘Antroposofie en gnostiek’ noemen, dat recent bij Christofoor verschenen is. De ondertitel luidt ‘Geesteswetenschap en gnosis’:

‘Nogal eens wordt gezegd dat de antroposofie een moderne vorm van gnostiek is. Maar is dat ook waar? Rudolf Steiner is erg enthousiast over de gnosis en de gnostische geschriften die in zijn tijd bekend zijn, zoals de Pistis Sophia. De Pistis Sophia is echter wel een gnostisch geschrift maar geen gnostiek geschrift! Is gnosis dan iets anders dan gnostiek? Gnostiek is één van de leerstellige uitkomsten van de gnosis. De laat-antieke gnostiek is een zeer bepaald stelsel aan (geloofs)opvattingen waarin de kruisdood en opstanding ontkend worden. In de antroposofie (als stelsel van opvattingen) staan de kruisdood en opstanding daarentegen centraal. Kan er dan wel sprake zijn van een verwantschap tussen de gnostiek en de antroposofie? In dit boek maakt de auteur een verhelderend onderscheid tussen gnosis en gnostiek én tussen geesteswetenschap en antroposofie. Daardoor kan een onderbouwd antwoord worden gegeven op de vraag of de antroposofie een moderne vorm van gnostiek is. Dit boek is het eerste deel in een reeks boeken over de relatie van de antroposofie tot verschillende spirituele en religieuze stromingen. Het volgende deel in deze reeks is Antroposofie en manicheïsme, geschreven door Christine Gruwez.’

Kortom, er is genoeg te lezen en te studeren, ook zonder studieweekend.

woensdag 3 februari 2010

Companheiros

Zoals Wilfried Nauta gisteravond op AntroVista al meldde, is het tij bij Casa de Santa Isabel gekeerd. De dreiging die ik ook hier noemde, op 28 januari in ‘Santa Isabel’, is geweken. Christane Gerretsen liet gisteren namelijk onder de titel ‘Goed nieuws voor Casa de Santa Isabel...!’ weten:

‘Vorige week bereikte ons het verontrustende nieuws dat de plaatselijke en regionale Portugese overheden verregaande plannen hadden om een nieuwe (hoofd) weg aan te leggen die het terrein van de Casa de Santa Isabel in tweeën zou delen en het voortbestaan van de (biologisch-dynamische) boerderij ernstig zou bedreigen. Medewerkers van “de Casa” kwamen daar “toevallig” achter door een artikel in dat in de plaatselijke krant stond...

Er werd direct actie ondernomen: d.m.v. gesprekken met de overheid en het opstellen van een petitie die zowel in binnen- en buitenland ondertekend werd (vandaag stond de teller op 3520). Ook een papieren versie circuleerde onder de plaatselijke bevolking.

Medio februari zou weer een volgende belangrijke vergadering plaatsvinden tussen gemeente en rijksoverheid. Gisteren bleek dat die vergadering inmiddels afgelopen vrijdag onaangekondigd had plaatsgevonden. ’s Middags kwam de districtambtenaar op bezoek, om zich persoonlijk op de hoogte te stellen van de situatie, en was erg onder de indruk van wat er in de afgelopen jaren tot stand is gebracht.

Vanmorgen kwam de burgemeester langs met het verlossende woord. De plannen zijn gewijzigd ten gunste van de Casa de Santa Isabel: er komt wel een weg, maar die zal niet over het terrein lopen! Hij bleek overigens niet bepaald gecharmeerd van de aandacht die zij voor hun “zaak” hadden gevraagd, mede door het opstellen van de petitie en daarmee het vragen van de publieke aandacht, en gaf aan dat dit toch allemaal niet nodig was geweest... Of dat echt zo is, zullen we nooit weten.

Feit is dat sinds het ruchtbaarheid geven aan deze zaak in binnen en buitenland, de ambtenarij versneld in beweging is gekomen. En dat mag toch wel gezien worden als een overwinning. Overigens waren ook de medewerkers en bewoners van de Casa de Santa Isabel onder de indruk van de vele steunbetuigingen die van over de hele wereld kwamen. Hartelijk dank!’

Ik schreef op 28 januari dat het moeilijk was om nadere informatie te vinden vanwege de taalbarrière: het Portugees lees ik niet zo makkelijk. Daarom is het bericht van Christane Gerretsen bijzonder welkom. Ondertussen heb ik meer kunnen vinden over Casa de Santa Isabel. Eerst maar het meest recente uit de Portugese regionale pers. ‘Jornal Nova Guarda’ meldde op 27 januari, bij monde van José Paiva, Casa Santa Isabel contra possível traçado da Variante a Seia. Petição na internet já reuniu perto de 2500 assinaturas’. De dag daarop kwam Sandra Invêncio in ‘Jornal O Interior’ met ‘Casa de Santa Isabel contesta traçado da variante de Seia. Instituição teme que a estrada venha a dividir a quinta terapêutica, acabando com o projecto social’. In deze twee artikelen zijn veel bijzonderheden te vinden. Maar voor de Nederlandse lezers heb ik nog een andere bron:De Verbinding nr. 63 van januari 2006’, met als thema: Casa de Santa Isabel! Deze periodieke uitgave van het toenmalige Heilpedagogisch Verbond is nog altijd te vinden op de website van het Edith Maryon College, helemaal onderaan de pagina met ‘Publicaties’. In dit themanummer onder meer een uitgebreid artikel door Bernard Heldt en Philipp Steinmetz, ‘25 Jaar Casa de Santa Isabel. Een bijzonder initiatief’:

‘In mei 2006 bestaat Casa de Santa Isabel in Portugal 25 jaar. Eind jaren ’70 en begin jaren ’80 van de vorige eeuw was de heilpedagogische beweging in Nederland zelf nog volop in ontwikkeling en besloeg 1/3 van wat het nu is. Het nemen van initiatieven was in die tijd cultuur en de daadwerkelijke betrokkenheid met ontwikkelingswerk was groot. Overal werden projecten opgezet of ondersteund met mensen en middelen; in vergaderingen van het Heilpedagogisch Verbond werd ook melding gemaakt van ontwikkelingen van dergelijke projecten in het buitenland.

Een belangrijk project waar Nederlanders zich mee verbonden hadden was Casa de Santa Isabel, waarvan de eerste financiële ondersteuning ook door de Nederlandse instellingen werd verzorgd. Inmiddels is “de Casa” uitgegroeid tot een mooie, moderne en gerespecteerde instelling waar we trots op mogen zijn. Nog steeds zijn er Nederlanders van het eerste uur met hart en ziel verbonden met “de Casa”.

Het initiatief

De geschiedenis van de Casa de Santa Isabel begint bij een echtpaar met een gehandicapt kind in Lissabon. De moeder was met haar zoon in de Camphillgemeenschap Brachenreuthe (Duitsland) geweest en zocht behandeling voor haar kind in Portugal. Ze werd in contact gebracht met Walter Junge, die een heilpedagogische gemeenschap in Portugal wilde oprichten. Een Portugese antroposofische vriend van Junge kende een echtpaar die 12 ha. van hun grondbezit aan een sociaal initiatief wilde schenken. In 1975 werd door hen de Vereniging Casa de Santa Isabel opgericht, met de toezegging van schenking van het grondstuk als het sociale werk daadwerkelijk zou beginnen.

Rondom Walter Junge ontstond in 1978 een uiteindelijke initiatiefgroep van 4 heilpedagogen, die in Nederland en in Zweden in instellingen en in Camphillgemeenschappen waren opgeleid. Het werk startte in mei 1981 met het gezin van de Nederlandse Anneke de Pagter en de Portugees Taciano Zuzarte (gestorven in september 2005) en 11 kinderen, jongeren en 1 volwassene. De andere initiatiefnemers, waaronder Philipp Steinmetz, volgden een maand later, na het beëindigen van het 4e en laatste jaar van hun opleiding.

Camphill cultuur

Omdat drie van de vier mensen uit de initiatiefgroep o.a. in Camphillgemeenschappen waren opgeleid, heeft het initiatief nog steeds culturele kenmerken van een Camphillgemeenschap. Men zou kunnen zeggen dat de spirituele overwegingen van Bernard Lievegoed over sociale vormgeving in de heilpedagogie én een deel van het erfgoed van Camphill tot een synthese zijn gebracht.

School en werkplaatsen hebben hun eigen weekopening. De jaarfeesten worden gezamenlijk gevierd. Iedere zondagochtend houdt de gemeenschap een eigen bescheiden viering, met muziek of zingen, het lezen van de (Camphill)perikopen en een medewerker/ster die een passend verhaal vertelt. Maandelijks komt er een antroposofisch arts uit Lissabon (de énige in het land) of uit Duitsland op bezoek en dan is er ook een kinderbespreking.

‘Warm geld’

Het eerste woonhuis werd gefinancierd met een lening van de Iona Stichting, die door alle bij het Heilpedagogisch Verbond in Nederland aangesloten instellingen werd terugbetaald. Het tweede huis werd vanuit Portugal en Duitsland gefinancierd.

Tot op heden heeft de vereniging steeds met succes gezocht naar ‘warm’ geld voor investeringen. De Casa de Santa Isabel is vrij van financiële lasten; zo werd een omringend gebied van 24 ha. aangekocht.

De eerste tijd was er nog niet voldoende geld, zodat bepaalde dingen slechts konden doordat de pioniers afzagen van enige luxe. Bij gebrek aan verwarming lagen de medewerkers en kinderen bijvoorbeeld ’s winters met truien aan in bed. Ook deelde men in het karige bestaan van de bewoners van de streek (zie kader).

Huidige situatie

Er zijn momenteel (2005) 6 huizen, een school en verschillende werkplaatsen.

Medewerkers, ook met hun eigen gezin, wonen onder één dak met 7 tot 8 (jong)volwassenen met een handicap. Er werken nu 50 in- en externe medewerkers. Daaronder zijn vrijwilligers die er een jaar of soms langer wonen en werken.

Er zijn momenteel 40 inwonende kinderen, jongeren en volwassen companheiros (Portugees voor metgezellen, zoals de bewoners met een handicap worden genoemd) en 29 dagbestedingplaatsen. Deze plaatsen worden vooral ingenomen door (jong)volwassenen met een handicap, die een opleiding in de werkplaatsen volgen.

Deze werkplaatsen zijn: een bakkerij, naaiatelier, keuken, wasserij, weverij, timmerwerkplaats, bouwwerkplaats, land- en bosbouw, papierwerkplaats en er zijn 2 klassen in de school. Op school loopt het aantal leerlingen terug, die blijven steeds vaker op de openbare school. Vooral gehandicapte mensen uit de regio worden opgenomen, en wel met een medische indicatie, vaak gecombineerd met een sociale indicatie. De medewerkers worden, naast het klassieke heilpedagogische en sociaaltherapeutische werk, vaak geconfronteerd met de gevolgen van armoede, alcohol, veel geweld en soms ook seksueel misbruik. Doorstroming is er niet tot nauwelijks. Er is dan ook behoefte aan nieuwe initiatieven.

Integratie in de samenleving

De Casa de Santa Isabel is goed in de Portugese samenleving geïntegreerd. De samenwerking met de regionale vertegenwoordigingen van het Ministerie Van Onderwijs en het Ministerie van Arbeidsvoorziening is goed. De gemeenschap maakt deel uit van de ‘Rede Social’, een samenwerkingsverband van soortgelijke instellingen, sociale werkers, scholen en de gemeente. Medewerkers nemen deel aan rondetafelgesprekken over opvoeding, geven euritmie en soms voordrachten over heilpedagogie en sociaaltherapie in instituten voor Voortgezet Onderwijs. Jaarlijks komen er een flink aantal werkbezoeken van studenten.

Waar komen de medewerkers vandaan en wat trekt ze?

Vanaf het begin werd er gestreefd naar een internationale gemeenschap. Toen het werk begon zijn er meteen 8 mensen uit het dorp komen werken omdat ze humanitair werk zochten. Ondanks de negatieve beeldvorming die zich had gevormd als zou het een spiritistische of een communistische sekte zijn. De meesten van de eerste externe medewerkers werken er nog. Van de 50 medewerkers is de helft Portugees en de helft buitenlander; er zijn nu 7 verschillende nationaliteiten. De kritische grens is bereikt dat medewerkers elkaar persoonlijk kennen. Veel van de vaste externe medewerkers kwamen niet direct om de antroposofie, maar ze komen het in ‘de Casa’ wel tegen.

Er is een groep interne medewerkers die dit erfgoed, samen met de collega’s probeert door te dragen. En dan komen er jaarlijks 8-10 vrijwilligers, vooral uit Duitsland en Brazilië. Die krijgen heel wat voor hun kiezen, zijn in een vreemde omgeving, maken lange dagen, moeten de taal leren en vragen keer op keer om weer uit te leggen waarom men de dingen doet, zoals men ze doet. Maar dat houdt de gemeenschap fris. Vaste medewerkers en vrijwilligers uit het buitenland komen vanwege het land, de taal, de ontevredenstellende institutionele ‘zorg’ in eigen land, de esoterische geschiedenis van Portugal, het klimaat en het (regelmatig met vrijwilligers) surfen. Daarbij blijken de grensverleggende ervaring, de sociale processen in horizontaal georganiseerde werkgebieden in ‘de Casa’, de mogelijkheid tot het nemen van initiatieven, de confrontatie met beperkingen in het dagelijkse heilpedagogische of sociaaltherapeutische werk en het actief bezig zijn met de eigen biografie, belangrijke motieven.

Andere initiatieven in Portugal en Spanje

Ten Zuiden van Coimbra en nabij Guarda, zijn nog 2 initiatieven. In de Quinta das Pontes werken Iris Haegeli en Michael Exner (ex Camphill), beide sociaaltherapeuten, met 4 mensen met een handicap, die allen uit psychiatrische inrichtingen komen. In een mooie omgeving wordt daar vooral land- en tuinbouw bedreven. Maria José Diniz (ex Camphill) richtte ASTA op, dat nu een sociaaltherapeutische gemeenschap met zo’n 20 companheiros en enkele werkplaatsen is. Het ligt bij de Spaanse grens, in een kale en arme landstreek, op anderhalf uur rijden van de Casa de Santa Isabel. Deze instellingen zijn geen formele Camphillgemeenschappen, maar dragen er wel culturele kenmerken van.

In Spanje zijn drie initiatieven: Taller Rafael en Casa Hogar Tobias (in Madrid) en de Asociación San Juan op Tenerife.

Er is een plan voor het oprichten van een Iberische Confederatie, waarin alle kleine initiatieven in Portugal, Spanje en op Tenerife zich zullen bundelen. De samenwerking tussen de vertegenwoordigers van de Spaanse instellingen is moeizaam. In 2001 was er in Madrid een eerste bijeenkomst met dit doel. In São Romão en op Tenerife waren er daarna nog drie bijeenkomsten. Er is grote interesse en wil tot samenwerking op het gebied van een opleiding. Er worden sinds 2 jaar door medewerkers van de instellingen over en weer cursussen gegeven. Maar ook het lidmaatschap van het ECCE (Europese NGO voor heilpedagogie en sociaaltherapie) wordt belangrijk gevonden.

Momenteel staat het proces even stil, in afwachting van het advies van een advocaat over wellicht noodzakelijke gelijkvormige statuten. Waar mag en kan het landen? Het is een proces dat tijd nodig heeft, maar het zal zeker lukken.

Als dit idealistische plan té lang duurt, zal er in Portugal waarschijnlijk een eigen federatie worden opgericht, die op een later tijdstip met die van de Spaanse instellingen wordt samengevoegd.’

In kaders bij het artikel worden nog bijzonderheden gegeven, zoals over ‘Ligging en achtergrond’:

‘In het midden van Portugal onderaan de hellingen van de Serra da Estrela (hoogste bergtop (1991 m) ligt Casa de Santa Isabel aan de rand van het dorp São Romão, gemeente Seia. Het hele gebied is nationaal park, waardoor er sprake is van een ongerepte en afwisselende natuur. Scherpe kale bergen worden afgewisseld met bossen en lieflijke groene dalen. In de zomer liggen de temperaturen rond de 24-34 graden. ’s Winters kan het wat vriezen en wordt er geskied. São Romão ligt in het district Guarda, en maakt deel uit van de Beira Alta. Soms zie je zelfs nog mensen blootsvoets lopen en voor velen is er weinig te eten. De mensen met een handicap werden soms in de samenleving geïntegreerd, maar vaak ook opgesloten en mishandeld; dat verbetert nu wel.

De regio heeft een rijke historie. Talrijk zijn de sporen van de invasies van Romeinen, Moren, Spanjaarden en Fransen en ook burchten van de Tempelieren, prachtige kapellen en kerken. Na de moord op de koning en de troonopvolger werd in 1910 de 1e republiek uitgeroepen. Een lange militaire dictatuur volgde en daarna was de dictator António de Oliveira Salazar van 1933-1968 aan de macht. Het was toen nog een land met grote koloniën waarvan alle rijkdom naar het moederland ging, een rijke centrale bank, een heel sterke munteenheid, een beperkt aantal schatrijke en invloedrijke handeldrijvende families, een machtige roomskatholieke kerk, een kleine middenstand, sinds 1945 een geheime politie, politieke gevangenen en een grote ,arme, ongeschoolde en veelal agrarische bevolking. Heel veel Portugezen emigreerden (b.v.: alléén in Frankrijk leven nu ong. 1 miljoen Portugezen als buitenlandse werknemer). Salazar stierf voordat op 25 april 1974 de Anjer Revolutie uitbrak.

Portugal is een mooi land met een jonge democratische geschiedenis. Het is nu het armste land van West Europa, met een groeiende “brain-drain” van universitair geschoolden en veel jonge mensen die betere levensvoorwaarden in het buitenland zoeken.’

Ook mooi is de tekst over ‘De naam Santa Isabel’:

‘De naam Santa Isabel staat in Portugal vooral voor wat je met een groot woord “naastenliefde”, of zorg voor de minder bedeelden zou kunnen noemen. Er zijn tal van katholieke instellingen en zelfs een religieuze boekwinkel in Coimbra die zo heten. De heilige Isabel (1271-1336) is ook een heel bekende figuur in de Portugese literatuur. Isabella van Aragón was een kleindochter van keizer Friedrich II uit het geslacht Hohenstaufen en van de koning van Silezië. Zij was een achternicht van Elisabeth van Thüringen (waarnaar ze genoemd is en waarvan het lot veel op de hare leek; Isabella is de Spaanse vorm van Elisabeth) en de dochter van Pedro III, koning van Aragón.

Op 12-jarige leeftijd werd ze uitgehuwelijkt aan Koning Dionysius van Portugal, waarvan zij ook de buitenechtelijke kinderen onder haar hoede nam. De ziekelijk wantrouwige koning, die bang was dat de vrome en in deemoed levende Isabella met zijn zoon Alfons IV tegen hem samenspande, liet haar verbannen en trok in 1323 tegen zijn zoon ten oorlog. Isabella vluchtte uit haar verbanning, reed onbewapend tussen de strijdende legers door en bewerkstelligde de verzoening.

Ze ging een steeds dieper religieus leven leiden, ondersteunde kloosters en richtte het Clarissenklooster in Coimbra en veel ziekenhuizen op en bekommerde zich om de armen en zieken. Vooral haar inzet tijdens een grote hongersnood heeft haar geliefd gemaakt. Toen er in 1336 een oorlog uitbrak tussen haar zoon Alfons IV en zijn schoonvader, de koning van Castilië, reed zij ondanks haar hoge leeftijd en zwakke gezondheid naar Estremoz, stelde zich tussen de beide legers op en verhinderde opnieuw een oorlog. Spoedig daarop stierf ze van uitputting en ziekte en werd in Coimbra bijgezet. Bij haar graf vonden al spoedig vele wonderen plaats. Haar sterfdag, op 4 juli, wordt in Portugal herdacht. Isabella werd in 1625 door Paus Urban VIII heilig verklaard. Zij is o.a. schutspatrones van Portugal en van de stad Coimbra.

Als kenmerk wordt de heilige Isabel afgebeeld met rozen, het symbool van de Portugese koningen.’

In dit nummer van De Verbinding is ook een interview door Alexandra Buijsman met Bert ten Brinke over heilpedagogie en sociaaltherapie in Portugal, onder de titel ‘Grootschaligheid, magische momenten en gelijkwaardigheid zijn bevrijdend in een leefgemeenschap!’ Als motto dient deze uitspraak van Bert ten Brinke: ‘Het is de geheime taak van de companheiros, dingen mogelijk te maken die hard nodig zijn en die anders niet gebeuren.’ Ter verklaring staat in een voetnoot:

‘Het Portugese woord Companheiro wordt gebruikt voor mensen met een ontwikkelingsstoornis die in een sociaaltherapeutisch werkgebied werken of in een instelling wonen. Het betekent metgezel. Het drukt volgens de redactie van de Verbinding goed uit dat begeleiders en companheiros een deel van hun leven samen optrekken, een uitgangspunt van de sociaaltherapie.’

De openingsvraag van Alexandra Buijsman aan Bert ten Brinke is:

‘Hoe ben je in Portugal terechtgekomen?

Ik had vanuit mijzelf geen affiniteit met de zuidelijke landen. Wel interesseerde ik mij in de geschiedenis en toen ik in 1982 over de revolutie in 1974 in Portugal las, vroeg ik mij af hoe het zou zijn in een land waar zo recent nog geschiedenis is geschreven? In Nederland werkte ik na vele omzwervingen op de Dijckhof in Driebergen. Daar vond ik het bevrijdend dat je niet goed zag, wie de begeleider of de persoon met de handicap was. En de grootsheid van de leefgemeenschap sprak mij aan, dat er geen 7 maar 70 kopjes in de kast staan.

Daar ik bosbouw gestudeerd had, wilde ik zorgverlening met bosbouw combineren. Om dit ideaal te verwezenlijken stapte ik in 1983 met mijn vrouw Maddie in de “Dennenburg initiatiefgroep” samen met Henk Jan en Anneke Meyer, Karel en Joy Gouwenberg, Ulrike en Paul Mackay, Jan en Greet Vervoort, Ton en Janny Ponten en mijn vriend Jan Waardenburg. Deze bijzondere groep mensen wilde op Dennenburg een therapeutische leefgemeenschap beginnen rond bos- en landbouw. Er kwam toenadering vanuit de Zonnehuizen. Zij wilden helpen het landgoed te verwerven en wij zouden er gaan werken. Maar we wilden liever een vrij en onafhankelijke initiatief. Via via hoorden we toen over Casa de Santa Isabel in Portugal en dat ze daar mensen zochten.

Maddie en ik zijn gaan kijken, maar ik had niets met de taal en de cultuur. Het terrein sprak wel aan, vooral de grond “beneden aan de overzijde”. Er waren daar mensen nodig voor de start van een kleine boerderij met jong volwassenen. Daar voelden we ons direct thuis, maar er waren nog twijfels over de grond, het zou wellicht aan de kerk toegewezen worden! Op de middag dat we een besluit over Dennenburg zouden nemen, heb ik impulsief naar Portugal gebeld en hoorde toen dat de notaris zojuist de grond had toegewezen aan de Casa! Toen is ons besluit genomen! Het was niet gemakkelijk vrienden en familie op 2000 km achter te laten. We vroegen ons wel af hoe het zou gaan, maar de drijfveer was sterker en in 1984 gingen we gewoon. Ik merkte dat ik meegroeide op de plaats waar ik leefde. Er werden drie kinderen geboren en het leven leefde zich.

Wat doe je voor werk?

Na lange tijd in de landbouw gewerkt te hebben, doe ik sinds 9 jaar de bosbouwgroep en het beheer van het terrein. Beheer en brandveiligheid zijn belangrijke taken in een gebied waar bosbranden ieder jaar weer tot aan ons terrein oprukken. Verder zorg ik met de bosbouwgroep voor brandhout en hout voor bouwmaterialen en de timmerwerkplaats. Verder zit ik al jaren in de directiegroep. De vergaderingen hiervoor zijn goed met mijn andere werkzaamheden te combineren.

Je kwam met een ideaal, heb je dat kunnen verwezenlijken?

Wat mij aansprak was het ideaal van de horizontale structuur. Dat er een medewerkersraad is en een sociaal fonds, op individuele behoeften gericht, waren belangrijke redenen hier te komen. Het sociale fonds is er overigens in gewijzigde vorm nog steeds. Mijn doel was om in de bosbouw met mensen te werken. Daar ben ik aan toe gekomen nadat wij eerst een verwaarloosde boerderij hadden opgeknapt.

Wat doen jullie voor projecten?

Sinds kort nemen we ook werk aan in de omgeving van de Casa. Dan gaan we erop uit om bijvoorbeeld een terrein schoon te maken of gevaarlijke bomen te verwijderen. Dit is een goede leerervaring voor de companheiros en zorgt voor enige inkomsten. Momenteel zijn we ook bezig in het aangrenzende natuurpark en planten we eikels en andere bomen op plekken waar de bosbranden gewoed hebben. We zijn een actie aan het voorbereiden in samenwerking met de gemeente en enkele scholen. Dat zijn bijzondere initiatieven van hier. Dan voel ik, dat we, zoals Ita Wegman het beschreef, “Kultur Inseln” kunnen zijn met een uitstraling naar de omgeving. Het is de geheime taak van companheiros, dingen mogelijk te maken die hard nodig zijn en anders niet gebeuren. Als zij in hun werk gezien worden door de buitenwereld geeft ze dat een enorme stimulans. Onze taak als begeleiders is dit goed te stroomlijnen. Zonder companheiros zou er hier geen BD landbouw en bosbouw zijn. Zij zijn zeer gemotiveerd de natuur te verzorgen en ze zijn enthousiast voor wat er hier gebeurt. Voor een bosbouwer is 35 hectare grond maar weinig, maar we proberen de dingen groots te zien. En zoals moeder Theresa al zei, kan iets een druppel in de oceaan lijken, maar zonder die ene druppel zou toch de hele oceaan anders zijn. Ik zie het als een kwestie van lange adem en willen zaaien, zonder dat je direct de oogst zal zien. We leven hier onder de continue dreiging van de bosbranden. Vorig jaar kwam de brand tot 150 meter van onze grond. Daar draaide de wind en toen doofde het vuur. Dankbaar en opgelucht haalden we adem. De mensen uit ons huis waren al geëvacueerd. Dan kun je je afvragen, heeft het zin? Maar voor de companheiros én voor de natuur hier heeft het zin. Wat je vandaag doet, dat is het en daar gaat het om. Het wezenlijke is in het nu te zijn en te leven en dat te doen wat goed is.

Hoe is het met de contacten in Nederland en je gezin?

Het is boven verwachting goed gegaan. In deze mobiele tijd is het natuurlijk veel gemakkelijker geworden. Vrienden bezoeken ons hier en omdat je je realiseert dat je niet veel tijd hebt, ga je in het contact direct de diepte in. Daarnaast gaan we eens in de twee jaar naar Nederland. Bij ziekte of sterfgevallen is het soms wel ingewikkeld. Het was jammer dat we voor de companheiros vrijeschool pedagogiek organiseerden, maar voor onze eigen kinderen niet. Het staatsonderwijs was vooral de eerste jaren hard en kaal in vergelijking, maar we hebben in het gezin een aanvulling gegeven met muziek, verhalen, toneelstukken en de jaarfeesten natuurlijk. In ons sabbatjaar in Nederland, bezochten de kinderen de vrijeschool, maar na enkele maanden kregen ze toch heimwee naar Portugal, ze zijn daar geboren en getogen. Hoewel tweetalig opgevoed, voelen ze zich hier in Portugal thuis. Voor studie gaan ze nu wel naar Nederland, omdat er daar meer mogelijkheden zijn. Sinds enige jaren woont ons gezin in een nieuw huis, Casa Uriël, samen met 7 companheiros, een vaste medewerker en 2 vrijwilligers. Als huisgemeenschap zijn we met ongeveer 15 mensen, maar regelmatig eten er ook anderen mee.

Heeft je vrouw Maddie haar plek gevonden op de Casa?

Maddie hield zich de eerste jaren vooral bezig met het opvoeden van de kinderen en het huishouden. Ze rolde het groepswerk in. Later is ze kruiden gaan verbouwen voor theemengsels voor dagelijks en medicinaal gebruik. Ook maakt ze oliën, zalven en oude medicijnrecepten. Ieder jaar komt er een nieuw product bij, in eerste instantie voor eigen gebruik op de Casa, maar de producten worden ook verkocht in onze winkel in het dorp. Maddie is vaak in de tuin te vinden met 4 à 5 companheiros die haar helpen. Dit is belangrijk, omdat zij aandacht meebrengen die belangrijk is voor de tuin. Mensen met een klompvoet of een zwak hart hebben ogenschijnlijk niet het profiel voor tuinwerk, maar juist zij blijken in staat met plezier de “eindeloze” werkjes te doen, zoals berkenblaadjes ritsen of tijm schonen. En iemand die geen verschil ziet tussen gewenste en ongewenste kiemplanten, kan kruiwagens vol stenen “oogsten”, werk dat anders niet gedaan zou worden, omdat wieden prioriteit heeft. In de wintermaanden geeft Maddie therapeutische baden, wikkels en inwrijvingen aan companheiros. Zo heeft zij haar eigen interessegebieden kunnen ontwikkelen, zoals ik dat in de bosbouw heb gevonden.

Wat spreekt je aan in de gemeenschap van Casa de Santa Isabel?

Op schaarse momenten, bijv. tijdens jaarfeesten, ervaar je dat je in een gemeenschap leeft. Op die dag komt iedereen van overal (werkplaats, buiten, huis of school) samen. We doen iets wat er anders niet geweest zou zijn. We zijn even anders, creëren sfeer op een ander niveau, zingen, bespelen instrumenten en luisteren naar verhalen met oerbeeldkarakter. Dit beleef ik als magische momenten, even uit de dagelijkse beslommeringen en bij elkaar zijn om een ritueel te volbrengen. Ook vieren we verjaardagen op bijzondere wijze. Met de volwassen companheiros blikken we terug op het afgelopen jaar en kijken vooruit naar het komende jaar. Ogenschijnlijk zijn zij de hulpvragers, maar dat is slechts de buitenkant. Als je daar als begeleider wakker voor bent, liggen er vele mogelijkheden om je te scholen. De confrontatie met bijvoorbeeld je irritatie over een tic van een companheiro biedt je kansen je los te weken uit je eigen patronen en je te schaven aan het gedrag van die ander. Dan is het geen werk meer, maar leven. Mensen die dit niet pakken, gaan binnen de kortste keren weg, omdat ze gefrustreerd raken. Je gaat bewust of onbewust die weg. Tijdens studiedagen of reflectiemomenten proberen we elkaar daarop te wijzen. Dat is wat de antroposofie als meerwaarde brengt.

Wat vind je van de oprichtingsimpuls terug in het 25 jarig bestaan van de Casa?

We hadden in 1990 een biografiecursus van Ursula Burkhardt. Daarin spraken we over de begintijd van de Casa. Er kwam ter sprake dat het initiatief vanuit een Michaëlimpuls ontstaan is, dat wil zeggen vanuit een dienende houding en het besef dat er een geestelijke wereld is, die de ontwikkeling van de mensheid en ieder individu wil steunen, maar daarin afhankelijk is van of de mensen dat ook willen en daaraan actief meewerken. Toen de eerste spade de grond inging, verdampte dit besef uit het bewustzijn. Bij het stilstaan bij onze eerste maanknoop, enkele jaren geleden, kwam dit weer ter sprake en zochten we naar een manier om onze gemeenschappelijke inspiratie vorm te geven. Sindsdien wordt er iedere zondagmorgen, door mensen die dat willen, een spreuk gezegd. Met dit spreukritueel proberen we het uitzicht, het bewustzijn voor de geestelijke wereld, te verruimen, dat door de beslommeringen van alledag versluierd raakt. Ik ga er niet altijd heen, maar zeg deze spreuk daar waar ik ben, omdat ik weet dat de kracht van het ritme werkt. Er is hierdoor een nieuwe gemeenschappelijkheid ontstaan, die de impuls opnieuw in het bewustzijn bracht.

Hoe zie je jouw toekomst?

Er liggen nog genoeg uitdagingen. Allereerst de bosbouw buiten de instelling verder ontwikkelen en verzorgen samen met de companheiros, als antwoord op die catastrofale branden. En daarnaast zet ik me in voor de gezamenlijke opleiding van Spaanse en Portugese instellingen. Voor dit laatste hebben we een bijeenkomst gehad met vertegenwoordigers uit 7 instellingen uit Spanje en Portugal en daar bleek dat we samen nog geen 10 opgeleide medewerkers hebben. Er is een enorme behoefte aan scholing. De meeste mensen rollen in het werk zonder diploma’s. Ik zie een soort rondreizende opleiding voor me, van een groepje ervaren medewerkers die de instellingen afgaan en overal een weekend les geven. Samen met mijn collega Barbara doe ik mee aan de traineropleiding van de internationale opleidingskring (Leonardo da Vinci programma). We hopen daar voldoende bagage mee te krijgen om onze eigen triale opleiding vorm te geven door kennis aan kunst en ervaring te koppelen. In Madrid is een vrije pedagogische academie en daar ligt het plan een aparte poot op te zetten voor het therapeutisch onderwijs aan kinderen met een handicap. Het zou fantastisch zijn als dat allemaal zou lukken.’

In een apart kader wordt ook nog verhaald over ‘Bosbeheer Casa de Santa Isabel’:

‘In de afgelopen jaren is er veel bosgrond rond de Casa bijgekocht om de druk van bebouwing tegen te gaan. De 35 hectare is heel bewerkelijk, omdat het een bergachtig terrein is wat niet met grote machines bewerkt kan worden. Het levert prachtig handwerk op met de companheiros. Dagelijks trekt een groep van 5-7 companheiros en 2 begeleiders het bos in met zagen, bijlen en sikkels. Hun taken zijn nieuwe bomen aanplanten, jonge bomen verzorgen, bomen water geven in de lange droge zomermaanden, vrijstellen van onkruid, uitdunnen of vellen. Nadat een boom geveld is, moeten de takken verwijderd worden, de stukken hout opgeladen op de aanhanger, getransporteerd, gekloofd, gedroogd en gestapeld. De companheiros kunnen daarbij hun talenten kwijt. De één begiet met liefde de bomen, de ander maakt een keurige kaarsrecht gestapelde houtvoorraad en een ander leert met een kleine machine te werken. Sinds enkele jaren is er een eigen boomkwekerij waar vooral loofbomen gekweekt worden om monotonie van de naaldbomen te doorbreken: berken, eiken, tamme kastanjes en esdoorns.’

Zo zijn we weer aardig bijgepraat over heilpedagogie en sociaaltherapie in Portugal.

dinsdag 2 februari 2010

Beurs

Ik ging vandaag eens buurten bij het Ita Wegman Verlag van Peter Selg. Die website is nu weer helemaal bijgewerkt. Tot mijn verrassing stonden alle nieuwe boeken van hem vermeld met een informatieve tekst. Uiteraard allemaal in het Duits. Maar de thema’s zijn zo interessant, en een flink aantal is hier al eerder ter sprake gekomen, dat ik die informatie voor het gemak maar gewoon kopieer. Heeft u alles bij de hand. En als u in een boekwinkel komt die deze boeken heeft, wordt het wel even dubben welke u het eerst meeneemt. Ik vrees dat de beurs getrokken zal moeten worden...

‘Im Verlag des Ita Wegman Instituts sind erschienen:

ELISABETH VREEDE – 1879-1943
von Peter Selg

Zum 33. Todestag Elisabeth Vreedes veröffentlichte Madeleine van Deventer 1976 in Arlesheim eine erste Buchmonographie zum Wesen und Wirken der bedeutenden holländischen Astronomin, die Rudolf Steiner in den esoterischen Vorstand am Goetheanum berufen und der er die mathematisch-astronomische Hochschulabteilung übergeben hatte. Van Deventers Schrift, die sie gemeinsam mit Elisabeth Knottenbelt herausgab, verdankte ihre Entstehung “der Erwägung, dass Elisabeth Vreede heute wie zu ihren Lebzeiten den meisten Menschen unbekannt geblieben ist” (Vorwort). Zum 66. Todestag Elisabeth Vreedes am 31.8.2009 wurde van Deventers Impuls aufgegriffen und in Arlesheim erneut über Dr. Vreede geschrieben, unter Berücksichtigung vieler unveröffentlichter Dokumente und im Bewusstsein der hohen Wertschätzung, die Rudolf Steiner seiner Mitarbeitern zeitlebens entgegengebrachte: “Frl. Vreede ist eine von denjenigen, die am besten meine Vorträge verstehen.” Der Band ist mit Dokumenten aus dem Nachlass Elisabeth Vreedes in Den Haag versehen und umfasst auch die Mitschrift zweier eindrucksvoller Vorträge, die sie 1926 und 1928 über die “dreifache Sonne” und den “Weihnachts- und Michaelimpuls” hielt. “Das Wesen Anthroposophie – ich selber habe es immer empfunden als ein von Dr. Steiner neu geschaffenes geistiges Wesen, gleichsam das erste, von Menschen erzeugte hierarchische Wesen, ganz jung und noch unvollkommen entwickelt, wie bei einem Kinde eben, - ein Wesen, das jetzt durch unsere gemeinsame Arbeit als “Erkenntnisgemeinschaft” und unter Mitwirkung seines Schöpfers aus der geistigen Welt, sich erst weiter entwickeln muss.” (Elisabeth Vreede)
2009, 341 Seiten, Leinen mit Schutzumschlag, ISBN 978-3-905919-14-1, Verkaufspreis: 59 CHF / 39 €

DIE ERKRAFTUNG DES HERZENS
Eine Mysterienschulung der Gegenwart. Rudolf Steiners Anleitungen für Ita Wegman.
von J. Emanuel Zeylmans van Emichoven

Die esoterische Schulung Ita Wegmans durch Rudolf Steiner wurde 1976, im 33. Todesjahr Dr. Wegmans, durch die Veröffentlichung von Margarete Kirchner-Bockholt und Erich Kirchner: “Die Menschheitsaufgabe Rudolf Steiners und Ita Wegman” erstmals in einigen Umrissen ahnbar – einzelne Sprüche und Meditationen, die Ita Wegman von Rudolf Steiner erhalten hatte, wurden bekannt. 1990 eröffnete Emanuel Zeylmans van Emmichoven im ersten Band seiner Biographie Ita Wegmans dann weitere Perspektiven und umriss den Kontext dieses geistigen Weges. Nach Abschluss seiner dreibändigen Dokumentation Wer war Ita Wegman arbeitete er ausschliesslich an ihrem esoterischen Nachlass – mit den Originalhandschriften Rudolf Steiners. Über 100 Texte von Rudolf Steiner für Ita Wegman umfasst diese Sammlung, die ein einzigartiges Dokument einer modernen Mysterienschulung darstellt und in ihrem Umfang wie ihrer Tiefe bis heute unbekannt geblieben ist – unter den Freunden wie Feinden jener Ärztin, die Rudolf Steiner nahe stand. Nach langjähriger Arbeit entschied sich Zeylmans – mit Einverständnis der Ita Wegman Nachlassverwaltung – für die Herausgabe des gesamten, von ihm erschlossenen und durchdrungenen Materials. Bis zu seinem Tod am 9.7.2008 schrieb er an kommentierenden Erläuterungen und hinterliess ein Werk, dessen Veröffentlichung er bereits vor vielen Jahren für den Herbst 2009 vorgesehen hatte, im 66. Todesjahr Ita Wegmans. “Beschäftigt man sich mit Rudolf Steiners Sprüchen und Übungen für Ita Wegman, die hier alle gesammelt und in ihrem Zusammenhang gezeigt werden, so wünscht man sich, dass sie bei vielen Menschen wieder zum Leben erwachen. Es sind Worte, die mit dem Licht-Ätherleib einer Mysterienschülerin der Anthroposophie verbunden sind.” (Emanuel Zeylmans van Emmichoven)
2009, 514 Seiten, Leinen mit Schutzumschlag, ISBN 978-3-905919-13-4, Verkaufspreis: 74 CHF / 49 €

DAS ERSTE GOETHEANUM UND SEINE CHRISTOLOGISCHEN GRUNDLAGEN
von Sergej O. Prokofieff / Peter Selg

Mit dem Johannes-Bau, der später den Namen Goetheanum erhielt, trat die ganze Anthroposophie in die sichtbare Erscheinung. Nicht in symbolischen Formen, sondern rein künstlerisch gestaltet, konnte dieser Bau von Rudolf Steiner selbst konzipiert und gemeinsam mit einer großen Anzahl helfender Hände – Künstler und Laien – als einmaliges Gesamtkunstwerk verwirklicht werden. Wie in alten Zeiten der Baumeister Hiram die Menschen zum Errichten des großen Mysterientempels zusammengerufen hatte, so versammelte auch Rudolf Steiner Menschen aus siebzehn, während des Ersten Weltkriegs verfeindeten Nationen, in Dornach, um in schicksalsträchtiger Zeit aus Freiheit und Liebe gemeinsam einen Bau für das Geistesleben der Zukunft zu errichten, in dem aus dem Quell des esoterischen Christentums heraus gearbeitet werden konnte. Als “Haus des Wortes” war das Erste Goetheanum die gegenwärtige Offenbarung der schöpferischen Logos-Kräfte, die durch seine Formen und Farben hindurch wirkten. Er sollte zu einem Ort werden, wo im Sinne der neuen christlichen Mysterien der Mensch sich selbst in seinem Zusammenhang mit dem geistigen Kosmos erkennen und erleben durfte. Auf die Frage nach dem wahren Wesen des Menschen sollte der Bau selbst die Antwort geben.

Die in diesem Buch vereinten Beiträge von Peter Selg und Sergej O. Prokofieff wurden zu einer christologischen Tagung am Goetheanum zur Himmelfahrtszeit des Jahres 2009 ausgearbeitet.
2009, 100 Seiten, Broschur, ISBN 978-3-905919-12-7, Verkaufspreis: 27 CHF / 18 €

DIE WÜRDE DES MENSCHEN UND DIE HUMANISIERUNG DER MEDIZIN
Aufsätze und Vorträge von Gerhard Kienle
Herausgegeben von Peter Selg

Gerhard Kienle (1923-1983), der Begründer des Gemeinschaftskrankenhauses Herdecke und der Universität Witten-Herdecke, war nicht nur eine zentrale Gestalt der anthroposophischen Medizin nach dem zweiten Weltkrieg, sondern ermöglichte eine Vielzahl von Entwicklungen, die der Humanisierung der Medizin zugute kamen. Er sah frühzeitig die Gefahren, die der Heilkunst von formalistischen und administrativen Zwängen drohen, die Ausschaltung der individuellen Urteilskraft und die Schwächung ganzer Berufszweige, wie der Krankenpflege. Kienle versuchte, im öffentlichen Raum ein Bewusstsein von der Gefährdung der Medizin zu schaffen und war erfolgreich auf den verschiedensten Ebenen tätig; zugleich schuf er gemeinsam mit seinen Freunden und Mitarbeitern das Gemeinschaftskrankenhaus Herdecke als Vorbild und Gegenmodell. In Herdecke sollte gezeigt werden, dass die Zukunft der Medizin als individualisierte Hilfeleistung für den Einzelnen möglich ist – in Witten-Herdecke die akademische Auseinandersetzung geführt werden. Zum 40. Geburtstag des Gemeinschaftskrankenhauses Herdecke veröffentlicht Peter Selg Aufsätze und Vorträge Gerhard Kienles, die der Humanisierung der Medizin und der Herdecker Initiative gewidmet und seit langem vergriffen sind – darunter Kienles Kölner Vortrag über die “Würde des Menschen”, seine Darstellungen über “Christentum und Medizin” und seine Schrift “Herdecke – Werdegang eines medizinischen Impulses”.
2009, 152 Seiten, Broschur, ISBN 978-3-905919-11-0, Verkaufspreis: 33 CHF / 22 €


RUDOLF STEINER UND FELIX KOGUZKI
Der Beitrag des Kräutersammlers zur Anthroposophie
von Peter Selg

Die Studie beleuchtet Rudolf Steiners Begegnung mit dem “Dürrkräutler” Felix Koguzki, die sich zu Beginn von Steiners Hochschulstudium zutrug und eine entscheidende Bedeutung für seinen weiteren Lebensweg hatte. Mit Koguzki lernte Rudolf Steiner nicht nur einen Menschen kennen, der kundig in den Kräften und Wesenheiten der Natur lebte und über ein großes Heilpflanzenwissen verfügte; er hatte darüber hinaus Erfahrung in der geistigen Welt und wurde für Rudolf Steiner ein Geleiter auf seinem Weg der Initiation. In seinen Mysteriendramen, die in den Jahren nach dem Tod des Kräutersammlers entstanden, nahm Steiner Koguzkis Geistgestalt auf; er blieb ihm lebenslang verbunden und deutete während und nach der Weihnachtstagung manche Aspekte seiner okkulten Persönlichkeit und Bedeutung an, im Hinblick auf das Rosenkreuzertum und den Anbruch des Michael-Zeitalters.
2009, 134 Seiten, Leinen mit Schutzumschlag, ISBN 978-3-905919-10-3, Verkaufspreis: 36 CHF / 24 €


ANDREJ TARKOVSKIJ UND DIE GEGENWART DER ALTEN MEISTER
Kunst und Kultus im Film «Nostalghia»
von Julia Selg

Sieben außergewöhnliche Filme schuf der russische Regisseur Andrej Tarkovskij (1932 – 1986). «Nostalghia», sein vorletztes Werk, entstand 1982/83 in Italien. Der Protagonist des Films, Gorcakov, ein russischer Italienreisender, besucht Piero della Francescas «Madonna del Parto»; aber dann schaut er sie doch nicht an. Mehr Kunst, so scheint es, ist im Film nicht zu sehen.

Das vorliegende Buch ist eine Seh-Hilfe, die zeigt, dass die großen Meister der Kunst auf unerwartete Weise doch in den Filmbildern präsent sind. Die Ikone der Muttergottes von Vladimir und Schlüsselgestalten der italienischen Renaissance, Grünewalds Isenheimer Altar, Bilder Caspar David Friedrichs, aber auch Giorgio de Chiricos, etruskische Grabskulpturen sowie die Christusplastik Rudolf Steiners treten unter der Hand Tarkovskijs in ein existentielles Gespräch; die bildlichen Erinnerungskräfte des Betrachters beginnen zu arbeiten, und nur so erschließen sich die Spuren einer Suche nach Kunst und Kultus.
2009, 360 Seiten, gebunden, 627 SW- und 85 Farb-Abb., ISBN 978-3-9523425-9-6, Verkaufspreis 66 CHF / 44 €


UNGEBORENHEIT
Die Präexistenz des Menschen und der Weg zur Geburt
von Peter Selg

In vielen Vorträgen legte Rudolf Steiner großen Wert darauf, dass der Begriff der «Ungeborenheit» Eingang in die Kultur der Gegenwart und Zukunft findet. Es gehe darum, so Steiner, nicht nur die Perspektive des nachtodlichen, sondern auch des vorgeburtlichen, ja präkonzeptionellen Daseins der menschlichen Individualität in den Blick zu nehmen. In einem Vortrag für das Geburtshaus an der Ita Wegman Klinik Arlesheim, auf Einladung der Hebammen, sprach Peter Selg über die von Rudolf Steiner eröffneten Gesichtspunkte der «Ungeborenheit» und ihre Relevanz für die Medizin und Pädagogik, auch für das menschliche Selbstverständnis; das Taschenbuch beinhaltet die schriftlich ausgearbeitete Fassung dieses Beitrages.
2009, 96 Seiten, Broschur, 5 Abb., ISBN 978-3-9523425-8-9, Verkaufspreis 22 CHF / 15 €


DIE WIEDERKUNFT DES CHRISTUS IM ÄTHERISCHEN
Zum Fünften Evangelium
Sergej O. Prokofieff / Peter Selg

Das «Fünfte Evangelium» gehört zum Herzbereich der anthroposophischen Christologie und des Werkes Rudolf Steiners. Die Darstellungen von Sergej O. Prokofieff und Peter Selg, die innerhalb der Ostertagung am Goetheanum 2009 entfaltet wurden, bringen die Relevanz des «Fünften Evangelium» für ein tieferes Verständnis des Golgatha-Mysteriums zum Vorschein; sie eröffnen zugleich Einblicke in die Werdensgestalt von Rudolf Steiners Geisteswissenschaft, die im Dienst der «Wiederkunft Christi im Ätherischen» stand und steht.
2009, 80 Seiten, 1 Abb., Broschur, ISBN 978-3-9523425-7-2, Verkaufspreis 22 CHF / 15 €


DER GEISTIGE KERN DER WALDORFSCHULE
von Peter Selg

Der von Peter Selg in der Waldorfschule Lübeck gehaltene und aufgezeichnete Vortrag thematisiert zentrale Intentionen der Waldorfschule, ihre Beziehung zu Rudolf Steiner und ihre therapeutischen, heilenden Akzente – nicht nur im Hinblick auf die körperliche wie seelische Gesundheit der Kinder und Jugendlichen, sondern auch für den Erwerb von Sozial- und Friedensfähigkeiten, für die Menschenbildung im humanistischen Sinne.

Nicht zuletzt die Ereignisse von Winnenden zeigen die absolute Relevanz dieser pädagogischen Zielsetzungen erneut auf, damit auch die Aktualität der Waldorfschulen, ihrer Gegenwarts- und Zukunftsaufgaben.
2009, 72 Seiten, Broschur, ISBN 978-3-9523425-6-5, Verkaufspreis 18 CHF / 12 €


WILLEM ZEYLMANS VAN EMMICHOVEN
Anthroposophie und Anthroposophische Gesellschaft im 20. Jahrhundert
von Peter Selg

Mit dem vorliegenden Band eröffnet das Ita Wegman Institut eine Editionsreihe zum Werk Willem Zeylmans van Emmichovens (1893 – 1961), einem der hervorragendsten Mitarbeiter Rudolf Steiners. Zeylmans war Psychiater, leitete eine grosse anthroposophische Klinik in Holland (ab 1928) und wirkte weltweit für die anthroposophische Geisteswissenschaft, im öffentlichen Maßstab und mit vielseitiger Anerkennung.

Der erste Band der Editionsreihe des Ita Wegman Instituts beinhaltet drei kleinere Arbeiten von Zeylmans, die seine Beziehung zur Anthroposophie und zu Rudolf Steiner betreffen, sowie eine werkbiographische Einführung von Peter Selg, die das markante Profil eines modernen Humanisten ansichtig werden lässt.
2009, 260 Seiten, zahlreiche Abbildungen, Broschur, ISBN 978-3-9523425-4-1, Verkaufspreis 40 CHF / 26 €


CHRISTUS UND DIE JÜNGER
von Peter Selg

Die Studie beleuchtet die Beziehung des Christus Jesus zu seinen Jüngern, zum inneren Kreis seiner Schüler in den drei Erdenjahren zwischen der Jordantaufe und dem Golgatha-Tod sowie der nachfolgenden Zeit bis zum Himmelfahrts- und Pfingstereignis.

Unter Zugrundelegung der Evangelienzeugnisse sowie Rudolf Steiners geisteswissenschaftlicher Forschung, insbesondere zum sogenannten Fünften Evangelium, zeichnet die Arbeit die Entwicklungsgestalt der Christus-Jünger- Gemeinschaft nach, als einem «esoterischen Kreis mit exoterischem Wirkensauftrag».
2009, 168 Seiten, Leinen mit Schutzumschlag, ISBN: 978-3-9523425-5-8, Verkaufspreis: 40 CHF / 26 €


Ita Wegman
ERINNERUNG AN RUDOLF STEINER
Herausgegeben von Peter Selg

So sagte der Doktor sehr oft: «Das Rosenkreuzertum muss immer innerhalb der Anthroposophie gelehrt werden. Christian Rosenkreuz ist inspirierend stets neben einem, den er auserwählt hat; das Goetheanum werden wir niemals halten können, wenn nicht eine rosenkreuzerische Strömung, wenn auch verborgen, mit unserer anthroposophischen Bewegung zusammen geht.» (Ita Wegman, Notizbucheintragung 1927)
2009, 136 Seiten, 6 Abbildungen, Broschur, ISBN 978-3-9523425-3-4, Verkaufspreis: 30 CHF / 20 €


RUDOLF STEINERS TOTENGEDENKEN
Die Verstorbenen, der Dornacher Bau und die Anthroposophische Gesellschaft
von Peter Selg

«Die Aufgabe der Anthroposophie wird begriffen werden, wenn wir verstehen, dass wir den Abgrund wegschaffen müssen, der uns von den Toten trennt.» (Rudolf Steiner)

Die Studie thematisiert Rudolf Steiners Umgang mit dem Tod – seine Gedenkansprachen für verstorbene Mitarbeiter und Freunde und die Gestalt seines weiterwirksamen Bezuges. Rudolf Steiner sprach in seinen anthroposophischen Vorträgen oft und detailliert über das nachtodliche Leben der Menschenseele; auch beriet er viele Menschen im Umgang mit dem Tod, gab ihnen Meditationen für ihre Verstorbenen und eröffnete Wege der inneren Begleitung. Darüber hinaus gestaltete Rudolf Steiner die Toten-Feier für verstorbene Mitglieder häufig mit – unter obligater Einbeziehung des christlichen Kultus sowie in Form einer Ansprache, die das Wesensbild des Verstorbenen zum Vorschein brachte und Teil von Rudolf Steiners innerer Begleitung war. Wie konkret diese Beziehungsaufnahme gesehen werden muss und welche Hinwendung zu dem nachtodlichen Weg des Verstorbenen ihr eigen war, zeigt die Arbeit von Peter Selg.
2008, 192 Seiten, Leinen mit Schutzumschlag, ISBN: 978-3-9523425-2-7, Verkaufspreis: 40 CHF / 26 €


RUDOLF STEINER UND DIE FREIE HOCHSCHULE FÜR GEISTESWISSENSCHAFT
Die Begründung der «Ersten Klasse»
von Peter Selg

«Dieser michaelische Impuls hat einen Zukunftskeim in sich und ist das Letzte, was Rudolf Steiner Erdenmenschen anvertraut hat.» (Ita Wegman)

Die Studie von Peter Selg beleuchtet den geistesgeschichtlichen Umraum und die Intention der Dornacher Hochschulgründung Rudolf Steiners 1923/24, die «Esoterische Schule des Goetheanums» und ihre «Erste Klasse», die Rudolf Steiner noch in den letzten Arbeitsmonaten vor Anbruch seines Krankenlagers entfalten konnte. Beschrieben wird in diesem Zusammenhang auch die Mitwirkung Ita Wegmans, Rudolf Steiners «Gehilfin» im Aufbau der Michaelschule (Polzer-Hoditz) – sowie Ita Wegmans innere Haltung zu den Klassenstunden nach Rudolf Steiners Tod, ihr wortgetreues «Lesen der Stunden», an dem sie bis zuletzt festhielt. Insgesamt entsteht ein eindrückliches Bild vom Wesen der durch Rudolf Steiner begonnenen geistigen Initiative, des «esoterischen Wirkens der Freien Hochschule» (Steiner) – und der Notwendigkeit, sie mit dem Geisteslehrer in innerer Verbindung zu halten.
2008, ISBN: 978-3-9523425-1-0, Verkaufspreis: 40 CHF / 26 €


DIE GESTALT CHRISTI
Rudolf Steiner und die geistige Intention des zentralen Goetheanum-Kunstwerkes
von Peter Selg

«In Ephesus die Götterstatue; hier im Goetheanum die Menschenstatue, die Statue des Menschheits-Repräsentanten, des Christus Jesus, in dem wir gedachten uns mit ihm identifizierend, in aller Demut so in der Erkenntnis aufzugehen, wie einstmals in ihrer Art, auf eine heute der Menschheit nicht mehr völlig verständlichen Weise, die Schüler von Ephesus in der Diana von Ephesus aufgingen.»

Rudolf Steiner, 31.12.1923

Die Studie von Peter Selg beschreibt die christologischen Hintergründe der von Rudolf Steiner (mit Unterstützung Edith Maryons) geschaffenen Statue des “Menschheitsrepräsentanten” in Dornach. Sie erläutert ihre Bedeutung für den Hochschul-Bau Rudolf Steiners inmitten der abgründigen Entwicklung des 20. Jahrhunderts und führt in die Sphäre der “Wiederkunft Christi” ein, deren Vorbereitung nach Rudolf Steiner die zentrale Aufgabe der anthroposophischen Geisteswissenschaft ist. Ein knappes, konzentriertes Buch zu einer wichtigen Gegenwarts- und Zukunftsfrage!
2008, ISBN: 978-3-9523425-0-3, Verkaufspreis: 20 CHF / 12 €’

maandag 1 februari 2010

Optreden

Jeroen Lutters meldde gisteren op zijn weblog dat hij met ingang van vandaag rector (in deeltijd) van het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts is geworden:

‘In 1991 begon ik als docent/mentor op de toenmalige Vrije Hogeschool. Dat was ook het laatste jaar dat Bernard Lievegoed er zijn prachtige reeks colleges “ontwikkelingspsychologie” gaf. In 1996 werd ik directeur van de instelling. In 2005 voorzitter van het bestuur. We veranderden de naam van de Vrije Hogeschool in het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts om duidelijk te maken waar we voor staan : het Liberal Arts onderwijs/onderzoek vormgeven vanuit het gedachtengoed van de oprichter Bernard Lievegoed. Intussen bleef ik ook werkzaam aan de Hogeschool Utrecht. De verbinding met het initiatief heeft er inmiddels toe bijgedragen dat ik vanaf 2010 (1 februari), part time, aan het werk zal gaan als rector van het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts. Ik hoop daarmee de lijn voort te kunnen zetten van mijn twee grote voorgangers Bernard Lievegoed en Cees Zwart.’

Op de website van dit BLCLA (Bernard Lievegoed College for Liberal Arts) is er achter ‘Nieuws’ een afdeling met ‘Gelezen in de media’, ‘Lees de artikelen in de pers over de Vrije hogeschool’.

Daar staat dan, geflankeerd door fraaie foto’s:

‘Femke Halsema deed het Vrije Jaar
“In de brugklas kwam Femke Halsema een tiende punt te kort voor het atheneum. In 4-havo bleef ze zitten met vijf enen. En ze werd afgewezen voor de toneelschool. Lange tijd wist ze naar eigen zeggen niet wat ze aan moest met haar leven. (...) De wederopstanding kwam op de Vrije Hogeschool in Driebergen.”
(NRC Handelsblad, 17 november 2008)

Inez van Oord (hoofdredacteur van Happinezz) deed het Vrije Jaar
“Ik was en ben nog steeds zeer enthousiast over de Vrije Hogeschool. Het was een geweldig jaar in mijn leven, het heeft me geholpen om te doen wat ik nu kan doen. Ik heb daar zoveel geleerd, nieuwe manier van denken en kijken, het was dus zeker een bepalend jaar voor me.”’

Nu we ons toch bevinden in de categorie kunst en media, kan ik ook mooi dit aan u kwijt, ‘Nijmeegse singer/songwriter Imre Griffioen presenteert debuut album. Gratis download van de song “Hij vertrok”’:

‘Op 2 februari 2010 komt het debuut album van de Nijmeegse singer/songwriter Imre Griffioen (19) uit. Op dezelfde datum zal ’s avonds om 20.30 uur in het Kolpinghuis de release party plaatsvinden.

Het album “Contact” gaat over contact in de breedste zin van het woord: contact met zijn vader die hij door de scheiding van zijn ouders een tijd niet gezien heeft, contact met zijn ouders maar ook contact in de liefde. Zijn liedjes zijn een mix van jazzy popsongs met een theatraal thema.

Op MusicFromNL is een gratis download van de song “Hij vertrok” verkrijgbaar: www.musicfrom.nl/artiesten/14953/imre-griffioen.html

Het debuut album is op deze site overigens goed ontvangen, Imre Griffioen staat momenteel op nummer 2 in de Top40 van deze site (www.musicfrom.nl/top40/)

Imre is opgegroeid rond en in Nijmegen en is al van jongs af aan geïnteresseerd geweest in muziek. Toen hij naar de vrije school ging in Nijmegen kreeg hij veel te maken met kunstvormen zoals muziek en euritmie. Op zesjarige leeftijd ging hij op pianoles.

Imre hield vanaf zijn kindertijd ook veel van dans. Hij begon met Zarowé, een Bulgaars folklore/theater ensemble. Daarnaast nam hij tapdanslessen en zou later nog klassiek ballet gaan doen. Momenteel volgt hij in Arnhem de opleiding MBO Dance.

Met zijn band, die hij aanvankelijk speciaal voor de CD opname had opgericht, treedt hij op rondom Nijmegen en daarbuiten. Ze speelden onder andere op de Vierdaagse Feesten in Nijmegen en tijdens het In-Motion Festival.

Voor meer informatie: www.imregriffioen.nl

Ja, en dan kunnen we natuurlijk niet om ‘All Missing Pieces’ heen. Ik had het daar op 13 januari in ‘Verloren stukken’ al over. Woensdag 27 januari waren ze te gast bij Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door:

All Missing Pieces is een Nederlandse band van drie jonge broers. De Hagenezen zijn pas 13, 15 en 17 jaar oud, maar zijn al sinds 2007 aan de weg aan het timmeren. De broers Quinten, Camiel en Wrister hebben het publiek even laten wachten, maar het debutalbum van All Missing Pieces komt uit in maart en gaat “Virtue.Mine.Honour” heten. Onlangs speelde ze nog op het Eurosonic (en Noorderslag) festival in Groningen, maar vanavond spelen zij hier samen met hun vriend Thomas hun nieuwste single “Infinity”.’

Hun optreden die avond is hier te bekijken. – Dan heb ik nog voor u ‘BSO Vrije School Zaanstreek ontmoet Prinses Máxima’.

‘We zijn er best trots op: onze coördinator van de spiksplinternieuwe Buitenschoolse Opvang Vrije School Zaanstreek (die start op 1 maart) mag vrijdag a.s. in Hoorn aan Prinses Máxima vertellen over de totstandkoming van deze unieke BSO!

Vanaf maart 2010 biedt BSO Vrije School Zaanstreek kleinschalige buitenschoolse opvang in een sfeervolle, huiselijke omgeving. Persoonlijke aandacht en betrokkenheid bij het kind staan centraal, met veel aandacht voor het vrije spel, de natuur en creatieve en inspirerende activiteiten. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het aangrenzende park, de kinderboerderij, het Natuurmuseum en de speeltuinen.

Met de komst van de BSO biedt de Vrije School een unieke plek in de Zaanstreek waar uw kinderen een compleet programma kunnen volgen met ontwikkelingsgericht onderwijs en buitenschoolse opvang binnen hetzelfde gebouw.

Op de Open Dag, zaterdag 6 februari van 10.00-13.00 uur vertellen wij u graag wat het Vrije School onderwijs inhoudt. Want één keer per jaar is er op de Vrije School op zaterdag les. Een mooie kans voor u om gedurende slechts drie uur alle klassen van de basisschool te doorlopen. Diverse leerkrachten vertellen met verve over hun klas en u kunt diverse werkstukken bewonderen, evenals de nieuwe BSO.

Op http://www.vrijeschoolzaanstreek.nl vindt u het volledige programma van de Open Dag. Of u bezoekt onze Inloopochtend op woensdag 10 februari (9.00-11.00 uur). Welkom!

Vrije School Zaanstreek, Galjoenstraat 111-B, 1503 AR Zaandam, (075) 617 40 47.’

zondag 31 januari 2010

Paspoort

Februari 2010 breekt net aan, en hier hebben ze het al over februari 2011. Dat wil zeggen, 27 februari 2011. Want dan is de honderdvijftigste geboortedag van Rudolf Steiner. Op 27 februari van dit jaar, dus over vier weken, zal dan een website speciaal hiervoor actief zijn, zo meldt de website van het Rudolf Steiner Archiv in ‘150 Jahre Rudolf Steiner’:

‘Aufspringen! Rudolf Steiner Express 2011

Zahlreiche Organisationen und Initiativen in ganz Europa bereiten sich zurzeit auf das große Jubiläumsjahr 2011 vor.

Um die Kommunikation aller Mitwirkenden untereinander zu vereinfachen und eine optimale Koordination sämtlicher Veranstaltungsvorhaben, sowie einen einheitlichen und aufeinander abgestimmten Auftritt in der Öffentlichkeit zu ermöglichen, wird das Rudolf Steiner Archiv ab dem 27. Februar 2010 eine gemeinsame Plattform / Website anbieten.’

Naast deze tekst is in het klein een paspoort afgebeeld. Klik je erop, wordt zichtbaar dat dit de eerste bladzijde van het paspoort van Rudolf Steiner is, als staatsburger van Oostenrijk. Maar ook de tweede en derde bladzijde (inclusief pasfoto) zijn op internet te vinden, maar op een ander adres, namelijk bij Anthromedia.

Terug naar de link die hierboven wordt aangegeven, komt een pdf-document tevoorschijn met dezelfde informatie als bij Anthromedia, ondertekend door Vera Koppehel van het Rudolf Steiner Archiv:

‘Zahlreiche Organisationen und Initiativen in ganz Europa bereiten sich zurzeit auf das große Jubiläumsjahr 2011 vor, in dem sich der Geburtstag Rudolf Steiners zum 150. Mal jährt. Um die Kommunikation aller Mitwirkenden untereinander zu vereinfachen und eine optimale Koordination sämtlicher Veranstaltungsvorhaben, sowie einen einheitlichen und aufeinander abgestimmten Auftritt in der Öffentlichkeit zu ermöglichen, wird das Rudolf Steiner Archiv in Dornach ab dem 27. Februar 2010 eine gemeinsame Plattform anbieten:

Über diese unter www.rudolf-steiner-2011.com abrufbare Website werden neben den großen Kongressen, Tagungen, Ausstellungen und Aufführungen auch kleinere Veranstaltungen zu finden sein, die einen konkreten Bezug zu dem Festjahr haben. Um dem Anwender eine möglichst rasche Orientierung zu ermöglichen, werden sämtliche Veranstaltungen abrufbar sein, sortiert sowohl nach geografischen und kalendarischen wie auch thematischen Gesichtspunkten. Ausserdem bietet die Website in Zusammenarbeit mit www.anthromedia.net grundlegende Informationen zur Biografie Rudolf Steiners sowie Basisinformationen zu allen anthroposophischen Lebensfeldern an. Unter dem Stichwort ‹Reisebegleiter› können zudem alle Kooperationspartner und Sponsoren aufgeführt und Spenden über ein Onlinekonto überwiesen werden. Aufgrund der internationalen Ausrichtung des Projektes wird die Website zweisprachig in deutsch und englisch verfügbar sein.’

Eronder staan nog de volgende bijzonderheden:

‘Rudolf Steiner ist in einer Bahnstation geboren und in zwei weiteren aufgewachsen; auch später verbrachte er viele Stunden seines Lebens in Zügen und Wartesälen, las Dutzende von Büchern auf Reisen, schrieb in wakkelnden Waggons Briefe und bereitete sich, zwischen anderen Passagieren sitzend, auf Vorträge und Besprechungen vor. Später gab es viele Arbeitsstunden im Auto, zwischen Dornach und Stuttgart pendelnd, und so ist auch manchem Dokument das ‹Leben auf Reisen› deutlich abzulesen.

Sich innerlich wie äußerlich in Bewegung zu versetzen möge eine Möglichkeit sein, diesem Geburtstagsjahr gerecht zu werden. Das Initiativteam des Rudolf Steiner Archivs in Kooperation mit der Österreichischen Landesgesellschaft bereitet als verbindende Idee der vielfältigen Aktionen einen Rudolf Steiner Sonderzug durch Europa vor; wenn irgend möglich von und zu Rudolf Steiners Wohn- und Wirkstätten, z.B. von Kraljevec bis Koberwitz und/ oder von Wien über Prag und Weimar nach Berlin. Ob es diesen Zug im Jahr 2011 wirklich geben kann, hängt von vielen Faktoren ab. Wir freuen uns sehr über Ihre Rückmeldungen, ob Sie nun gerne als Passagier, Sponsor, Gestalter oder in anderer Funktion mit einsteigen möchten. Nutzen Sie bis dahin die virtuellen Reisemöglichkeiten auf: www.rudolf-steiner-2011.com

Dat duurt dus nog vier weken voordat die speciale website actief wordt. Het klinkt allemaal veelbelovend.

zaterdag 30 januari 2010

Literprijs

Om te beginnen eerst dit nieuws van de ‘Haagboekblog’, de weblog van de Haagse Boekerij, dat gisteren hoogstwaarschijnlijk door Herman Boswijk werd geplaatst met de titel ‘Biografische schets Rein van Mansvelt herdrukt’. Het gaat over de publicatie ‘Reinier Carel van Mansvelt, een biografie’, door Jan Diek van Mansvelt e.a.:

‘Maart 2009 verscheen in kleine oplage een biografische schets van Rein van Mansvelt, samengesteld door zijn zoon Jan Diek, die daaraan in 2007 was begonnen, 33 jaar na Rein’s overlijden. Het boekje van zo’n kleine 100 pagina’s bevatte, naast een biografie, herinneringen van kinderen, vrienden en bekenden. Rein van Mansvelt was jarenlang arts in Rotterdam en, naast pionier van de antroposofische geneeskunde, ook actief betrokken bij vele aspecten van het antroposofische leven in Rotterdam en ver daarbuiten. Wegens aanhoudende navraag is eind 2009, opnieuw in beperkte oplage, een herdruk verschenen. Deze is verkrijgbaar bij de ons, en vanaf komende week bij de Nieuwe Boekerij (030-6923250, www.denieuweboekerij.nl) en de Zaailing (020-6793817, www.zaailing.nl) voor € 15,00.’

Dan heb ik een vervolg op mijn bericht van gisteren ‘Wonderwall’, waarin ik de laatste ontwikkelingen van de nieuwbouw voor het Leendert Meeshuis in Bilthoven volgde. Daarbij maakte ik gebruik van het nieuws op de website van Antroz, Leendert Meeshuis verzoekt verhuizing naar De Leijen-Zuid in de gemeente De Bilt’. Daarin stond onder meer:

‘Stichting Antroz heeft een verhuizing van het verpleeghuis op het Berg & Bosch terrein naar De Leijen-Zuid verzocht aan Gemeente De Bilt. Wij denken aan een woonzorgcentrum van maximaal 2 1/2 verdiepingen, passend en aansluitend bij de groene en laagbouw woonomgeving die thans aanwezig is. (...) In de nieuwbouwwensen worden wij gesteund door het Zorgkantoor, die met ons de visie deelt dat op termijn een nieuwe locatie voor het Leendert Meeshuis gewenst is. (...)

Uitgangspunt voor ons is, dat op korte termijn helderheid komt welke nieuwe locatie aan het Leendert Meeshuis geboden wordt voor vervangende nieuwbouw.’

Gisteren bleek er op ‘Nieuwsover.nl/debilt’ meer informatie over deze ontwikkeling gemeld te worden. ‘Nieuwsover.nl’?, zult u zeggen. Ja, die kende ik inderdaad ook nog niet. Weer een regionale nieuwsvoorziening. Men schrijft over zichzelf:

‘Nieuwsover.nl/debilt is een informatieve en journalistieke webportal die zich uitsluitend richt op informatie, activiteiten en nieuws uit de gemeente De Bilt, inclusief de woonkernen Bilthoven, Maartensdijk, Groenekan en Hollandse Rading. Er zijn uitsluitend journalistieke artikelen te lezen over en uit de gemeente De Bilt.

Door de onafhankelijke status, de journalistieke insteek en door zich uitsluitend te richten op de informatie binnen één gemeente, onderscheidt iedere Nieuwsover.nl portal zich van alle andere nieuwssites.

De website staat onder redactie van Jolanda Brokking-Chevalier. Zij is samen met haar echtgenoot Eddy Chevalier initiatiefnemer van Nieuwsover.nl. Jolanda is freelance journalist en tevens correspondent voor de gemeente De Bilt bij het AD/UN.’

Op 29 januari meldde deze website in ‘Extra onderzoek naar woonzorgcentrum op maïsveld De Leijen’:

‘De mogelijkheid om een woon-zorgcentrum te realiseren op het op het maïsveld achter het J.J.P. Oudkwartier in de wijk De Leijen, is niet definitief van tafel. Het college van b en w gaat een extra onderzoek doen naar deze optie. Gekeken wordt of dit toch financieel haalbaar is. Vanwege de extra tijd die dit onderzoek kost, zal de bespreking van het voorstel tot woningbouw zeer waarschijnlijk niet op 18 februari door de gemeenteraad worden besproken.

Eerder besloot het college om circa 40 huizen te bouwen op het maïsveld. Omwonenden van het veldje kregen vorige week een brief van de gemeente waarin ze zijn uitgenodigd voor een inloopavond om kennis te nemen van dit woningbouwplan. Deze brief overviel de omwonenden, de klankbordgroep, maar ook gemeenteraadsleden. Zij wisten niets van deze gewijzigde plannen. De Wijkraad De Leijen heeft aangegeven dat ze tegen woningbouw op deze plek is.

In december 2008 besloot de gemeenteraad dat deze plek de alternatieve locatie voor een woon-zorgcentrum zou zijn. Projectontwikkelaar Burgland wilde zo’n complex op landgoed Beukenburg in Groenekan bouwen, maar dat ging uiteindelijk niet door. Volgens het college was het veld aan de rand van de wijk De Leijen het meest geschikte alternatief hiervoor.

De inloopavond is op 2 februari, van 19.30 tot 21.00 uur in het WVT gebouw aan de Talinglaan 10 in Bilthoven. Lees meer: Geen woonzorgcentrum maar 40 woningen op maïsveld.’

In dit laatstgenoemde bericht, dat van 27 januari is, wordt de hele geschiedenis van het maïsveld De Leijen uit de doeken gedaan. Oorspronkelijk ging het helemaal niet om het Leendert Meeshuis, maar om een woonzorgcentrum waarvan de naam niet genoemd wordt. De gemeente De Bilt blijkt te zwalken tussen verschillende mogelijkheden. Zo staat onder het opschrift ‘Twee opties’:

‘Naar nu blijkt, is de klankbordgroep bij haar laatste bijeenkomst, afgelopen september, door de gemeente geïnformeerd dat de zorginstelling die het woon-zorgcentrum zou exploiteren, begin 2009 aan projectontwikkelaar Burgland heeft laten weten niet meer geïnteresseerd te zijn in het maïsveld. De plek was bij nader inzien niet geschikt en er speelden financiële problemen. Zorginstelling Antroz (Leendert Meeshuis) was vervolgens geïnteresseerd, maar zou er een groter verpleegcomplex met circa 100 kamers willen bouwen.

Om er financieel neutraal uit te komen waren er volgens de gemeente twee opties: een woon-zorgcomplex op het maïsveld en een paar woningen op locatie Beukenburg of woningbouw op het maïsveld en geen bebouwing op Beukenburg. De provincie Utrecht heeft ondertussen besloten dat op Beukenburg geen bebouwing mag komen. Ook zou zijn gebleken dat met het plan van Antroz de gemeente met een financieel gat van 900.000 euro zou blijven zitten.
Het college heeft vervolgens besloten tot de bouw van circa 42 woningen op het maïsveld.

Inloop en bezwaren
Dit besluit wordt 18 februari in de raad besproken. Omwonenden kunnen tot 4 februari bezwaren indienen. De inloopavond is op 2 februari van 19.30 tot 21.00 uur in het WVT gebouw aan de Talinglaan 10 in Bilthoven.’

Maar de gemeente doet nu toch nog eerst een extra onderzoek, blijkt twee dagen later. De deur is niet dichtgeslagen, een woon-zorgcentrum op die plek behoort wel degelijk nog steeds tot de mogelijkheden. Ik zal de ontwikkelingen in gemeente De Bilt inzake het Leendert Meeshuis met veel belangstelling hier blijven volgen. – Dan het derde onderwerp van vandaag. Dat is een vervolg op het bericht Omkoperij’ van 13 november 2009, waarin ik melding maakte van de kwestie melkprijzen in de bd-landbouw, naar aanleiding van een persbericht op de Demeter-website met de titel Demeter-boeren rond tafel voor eerlijke melkprijs’:

‘Afgelopen week hebben de Demeter-melkveehouders op Warmonderhof in Dronten een eerste ronde tafelgesprek georganiseerd met hun melkverwerkers, handelaren en winkeliers. Onderwerp van gesprek was de melkprijs in de keten van biologisch-dynamische boer tot consument. De Demeter-melkprijs is namelijk gekoppeld aan de gangbare melkprijs. De Demeter-boeren ontvangen bovenop de gangbare melkprijs een vergoeding voor de extra kosten die ze maken. Als de melkprijs voor gangbare boeren zoals nu te laag is, dan krijgt de biologisch-dynamische boer automatisch ook te weinig voor zijn duurzaam geproduceerd product. Maar de prijzen van de Demeter-zuivel in de winkel zijn niet navenant gedaald. Terwijl mensen die kiezen voor een Demeter-product er vanuit gaan dat de boer een eerlijke prijs ontvangt voor zijn of haar werk. Ook veel natuurvoedingswinkeliers en -handelaren hebben hun vraagtekens bij de prijzenoorlog die vanuit supermarkten lijkt te worden aangejaagd.

Omdat Demeter-melkveehouders door de prijzenslag in problemen dreigen te komen, hebben zij de verwerkers en handel uitgenodigd om mee te denken over eerlijke en duurzame afspraken over hun eerlijke en duurzame product. Tijdens de bijeenkomst is onder andere gesproken over de mogelijkheden van kostenbesparing door efficiënter werken en over een transparanter en eerlijker prijsopbouw. Het eerste gesprek heeft direct opgeleverd dat samengewerkt gaat worden in transport en verwerking.’

We zijn nu twee en halve maand verder, maar ik heb hier niets meer over vernomen. Op de website van het Duitse Demetermerk echter werd afgelopen woensdag het volgende bericht met de titel ‘Demeter-Bauern brauchen nachhaltige Bezahlung als Existenzsicherung: Höchste Milchqualität muss sich im Preis widerspiegeln’ geplaatst. – Sorry, maar het is in het Duits. Er staat dat er een rondetafelgesprek is geweest in de vakcommissie voor melk, waarin dezelfde problematiek werd besproken. Klemens Fischer, uit het bestuur van de Demeter-marketing, laat weten dat een melkprijs van minstens € 1,35 per liter voor de boeren noodzakelijk is om te kunnen blijven voortbestaan en dezelfde kwaliteit te leveren. Terwijl de prijs voor een liter Demeter volle melk in Duitsland momenteel tussen de € 0,89 en € 1,29 ligt. Hij haalt een professor aan de universiteit van Kassel aan, volgens wie bewuste consumenten bereid zijn zo’n hogere prijs voor duurzaam geproduceerde en kwalitatief hoogstaande melk te betalen. Die zijn echt niet op het allergoedkoopste uit. Dat dit werkelijk gebeurt is hoognodig, want vooral de kleine boerderijen lijden onder de te lage melkprijs en worden er rechtstreeks door in hun bestaan bedreigd:

‘Die Milchpreise beschäftigen immer wieder nicht nur Politik und Öffentlichkeit, sondern vor allem die betroffenen Bauern. Im Fachbeirat Milch, dem Runden Tisch von Demeter-Erzeugern und -Molkereien, wurde gemeinsam die Notwendigkeit einer wirklich nachhaltigen Bezahlung der Milchbauern diskutiert. “Nur wenn Demeter-Bauern dauerhaft und abgesichert den Auszahlungspreis für ihre Milch bekommen, den sie für die Zukunftssicherung ihrer Höfe benötigen, können Verbraucher auch in Zukunft die höchste biodynamische Milchqualität erhalten”, unterstreicht Demeter-Marketingvorstand Klemens Fischer.

“Zur Zeit kostet ein Liter Demeter-Vollmilch zwischen 89 Cent und 1,29 €. Wir brauchen aber mindestens einen Preis von 1,35 €. Erst dann wird die Arbeit der Landwirte und Hersteller ausreichend honoriert. Nur bei einem höheren Verkaufspreis gibt es am Ende auch mehr zu verteilen”, rechnet Fischer vor. Dafür würden Kunden dann auch die bestmögliche Qualität bekommen. Die Mehrarbeit des Landwirts und die besonders schonende Verarbeitung garantieren dafür. “Wir verzichten beispielsweise auf das schmerzhafte Enthornen der Kühe. Tiere mit Hörnern brauchen aber mehr Platz im Stall. Ebenso führen regelmäßiger Weidegang und eine möglichst naturnahe Fütterung dazu, dass die Kuh durchschnittlich weniger Milch gibt und dadurch die Kosten pro Liter Milch steigen. Bei uns zählt Qualität, nicht Quantität”, erklärt Rolf Holzapfel, Demeter-Landwirt vom Hofgut Voggenreute in der Nähe von Ulm. “Wir möchten keine Gnaden-Pfennige nach dem Motto ‘1 Cent mehr für den Bauern’”, ist ihm und seinen Kollegen wichtig. Längst sei der Milchmarkt ein globaler Markt geworden, bei dem der Weltmarktpreis eine große Rolle spiele. “Der ruinöse Wettbewerb im Handel führt dazu, dass die Milch billiger verkauft wird als angemessen. Oft wird gerade Milch als Instrument dafür verwendet, um Marktanteile gegenüber dem Wettbewerber zu generieren”, sagt Klemens Fischer. Er verweist auf Professor Ulrich Hamm von der Uni Kassel, der herausgefunden hat, dass Verbraucher gar nicht so sensibel auf Preise reagierten wie oft behauptet wird. Sie überschätzten in einer repräsentativen Umfrage die Preise derjenigen Produkte, die sie vorhatten zu kaufen, um durchschnittlich 20 Prozent. Und ihre Zahlungsbereitschaft für Produkte, die authentisch und sinnhaft sind, sei noch weitaus höher. Regionalität, Tierschutz und Gerechtes Wirtschaften nannten Verbraucher als wichtigste Aspekte ihrer Kaufentscheidung. “In allen diesen Bereichen sind wir die Besten”, nimmt Klemens Fischer für Demeter in Anspruch. Forscher geben ihm Recht. Sie haben ermittelt, dass Demeter-Milch mehr bietet als konventionelle: Reichlich gesundheitsfördernde Omega-Fettsäuren, antioxidatives Vitamin E, Beta-Carotin und konjugierte Linolsäuren (CLA). Fast genau so wichtig: Gentechnik bleibt außen vor. Die Milchqualität wird überdies entscheidend durch die Verarbeitung beeinflusst. Herkömmliche Verfahren wie Homogenisierung verändern die Strukturen der Milch und können deshalb Allergien provozieren. Demeter-Milch wird nicht homogenisiert.

Bei Demeter treffen sich die Landwirte regelmäßig mit den Vertretern der Molkereien. “Wir haben uns viel vorgenommen”, sagt Gyso von Bonin, Landwirt aus Ostwestfalen, “Wichtigstes Ziel ist nun, den Auszahlungspreis für Landwirte wieder Existenz sichernd zu machen. Bei den derzeitigen Milchauszahlungspreisen können kleine bäuerliche Betriebe mittelfristig nicht weiterarbeiten und das trifft viele Demeter-Höfe. Deshalb müssen wir gemeinsam mit den Molkereien gegenüber dem Handel zusammenstehen. Wenn der Verbraucher die Vorteile der Demeter-Milch kennt und schätzt, weiß er wofür er sein Geld ausgibt.”’

vrijdag 29 januari 2010

Wonderwall

Op het rode fietsverkeersbord staat Reeuwijkse plassen aangegeven met - (dus nul) kilometer, en daaronder Reeuwijk met 4 en met Gouda met 7 kilometer. Het groene zeshoekige bord vooraan wijst de richting voor de Reeuwijkse route van de ANWB voor fietsers. Nu nog met behulp van Google Maps uitvogelen welke T-splitsing dit is...

In De Stentor, regio Zutphen, een reportage van Rudi Hofman, getiteld ‘Huiskamersfeer bij “te snel” Opium TV’. Hij doet eerst verslag van een busreis woensdag van Zutphen naar Amsterdam met chauffeur Hermie:

‘Reisdoel is de Escape aan het Rembrandtplein. Hier gaan de bijna vijftig passagiers opnames en een live-uitzending bijwonen van het culturele AVRO-programma Opium TV.

Het gezelschap is gemêleerd. In het voorste deel van de bus zitten nagenoeg alleen vijftigplussers, terwijl achterin zo’n tien leerlingen van vrije school De IJssel voor sfeer zorgen. Zo zetten zij spontaan Oasis’ Wonderwall in.

Van die andere vrije school in Zutphen, De Berkel, is een handvol CKV (culturele en kunstzinnige vorming)-docenten ingestapt, onder wie Rik de Ridder: “We kregen een mailtje over dit reisje. Ik zie het als een kans om een kijkje in de keuken te nemen. Als ik kan, kijk ik altijd naar Opium TV. Er zijn vaak leuke gasten en presentator Cornald Maas doet het goed.” Collega Marcel van der Weide sluit zich hierbij aan: “Het gaat ergens over, de mensen hebben echt iets te vertellen. Maas is zorgvuldig en betrokken, hij heeft een hart voor de kunst.”’

Eenmaal in Amsterdam, in de Escape, blijken de scholieren bijzonder gemotiveerd:

‘In de twee uur durende pauze tot aan de live-uitzending kan iedereen in het restaurant een – zeer pittig – soepje nuttigen. Voor de leerlingen van De IJssel is de soep onvoldoende. Zij gaan voor een snack bij de “Mac”. Havo-leerlingen Marthe van Otterloo en Roos Marijn Peperkamp benadrukken dat zij en hun klasgenoten niet, zoals Alberto in de bus had gezegd, voor de studiepunten zijn meegekomen. “We zijn hier voor onszelf, in onze vrije tijd. Dit is toch veel leuker dan een saaie schooldag?”’

Na de opnamen volgt een intensief verwerkingsproces:

‘De terugreis naar Zutphen kenmerkt zich door een file op de A1 (gekantelde vrachtwagen) en een overdosis aan “hoogtepunten” uit Op zoek naar Joseph. Alle passagiers hebben zich, zo blijkt, prima vermaakt. Maar Opium TV heeft op niemand een verslavende uitwerking gehad. CKV-docent Marcel van der Weijde verwoordt het treffend: “Ik vond het leuk om mee te maken en de sfeer was goed. Het programma was best boeiend, maar te kort. Daardoor ontbrak het aan diepgang.”

Buschauffeur Hermie zet om half één zijn bus stil aan de achterzijde van het station in Zutphen. Het TV-uitje heeft bijna negen uur geduurd. Niet slecht voor vijf euro.’

Ander nieuws is te vinden op de website van Antroz. Nou ja, het stond er maandag al op, maar ik zie het pas vandaag. De titel luidt Leendert Meeshuis verzoekt verhuizing naar De Leijen-Zuid in de gemeente De Bilt’ (vier weken geleden, op de eerste dag van het nieuwe jaar, had ik het hier ook over in Lustwarande’; mijn eerste bericht over dit onderwerp verscheen op 7 november 2008 in ‘Toelating’):

‘Stichting Antroz heeft een verhuizing van het verpleeghuis op het Berg & Bosch terrein naar De Leijen-Zuid verzocht aan Gemeente De Bilt. Wij denken aan een woonzorgcentrum van maximaal 2 1/2 verdiepingen, passend en aansluiting bij de groene en laagbouw woonomgeving die thans aanwezig is.

Met deze nieuwbouw wordt afscheid genomen van de tweepersoonskamers en van de afdelingsgerichte huisvesting. Zo kan nog beter aangesloten worden bij de eisen van deze tijd voor residentiële zorg. Meer privacy voor de bewoners, enkele logeerfaciliteiten voor familieleden, winkeltje en restauratieve functies zullen met nieuwbouw gerealiseerd kunnen worden. In de nieuwbouwwensen worden wij gesteund door het Zorgkantoor, die met ons de visie deelt dat op termijn een nieuwe locatie voor het Leendert Meeshuis gewenst is. Wij streven naar een maatschappelijke en duurzame oplossing voor deze kwetsbare groep in onze samenleving.

De reden dat wij opteren voor de locatie De Leijen-Zuid is:
– de locatie bevindt zich binnen de Gemeente;
– past programmatisch bij onze organisatie (ecologie, vorm, maat, samenhang Utrechts Landschap);
– versterkt de wijk en de omgeving en sluit hierbij aan;
– past fysiek en stedenbouwkundig in de wijk;
– biedt mogelijkheid aan éénpersoonskamers en kleinschalig wonen;
– past binnen de financiële mogelijkheden van een AWBZ organisatie;
– is van voldoende omvang voor 110 verpleeghuisplaatsen;
– heeft of wordt getransformeerd met een passend bestemmingsplan;
– biedt afronding van de zoektocht naar een nieuwe locatie (met voordelen t.a.v. kosten en risico’s en op langere termijn voor de continuïteit).

Een nieuwe locatie voor vervangende nieuwbouw is belangrijk en daarom is Antroz nu bijna een jaar in gesprek met de gemeente over de locatie De Leijen-Zuid. Stichting Antroz presenteert behalve een maatschappelijke missie ook een financieel raamwerk. Daarbij brengt Antroz ook eigen geld in. Maar op dit moment is het nog onduidelijk welke kant het op gaat.

Uitgangspunt voor ons is, dat op korte termijn helderheid komt welke nieuwe locatie aan het Leendert Meeshuis geboden wordt voor vervangende nieuwbouw. Wij vertrouwen er op dat de Gemeenteraad in de komende periode alle maatschappelijke, financiële en andere belangen overziende, een integraal besluit gaat nemen waarin duidelijk aangegeven wordt op welke toekomstige locatie in de Gemeente De Bilt het Leendert Meeshuis haar vervangende nieuwbouw kan en mag realiseren.

Voor vragen en informatie is een apart e-mail adres beschikbaar: info.bouw@antroz.nl

Nu ik toch bezig ben over Antroz, kan dit nieuwsbericht dat gisteren op de website verscheen, er wel meteen bij. Het draagt de titel ‘19 maart 2010: 3e landelijke studiebijeenkomst voor initiatiefnemers in de antroposofische ouderenzorg’:

‘Op 19 maart 2010 is de 3e landelijke studiebijeenkomst voor initiatiefnemers in de antroposofische ouderenzorg. Deze bijeenkomst is een vervolg op de ontmoetingsdagen in maart 2008 en maart 2009 en wordt opnieuw gehouden in Woonoord Kraaybeek, Kraaybeek 41, 3791 LH Driebergen, van 9.30-16.00 uur.

Doel van de netwerkbijeenkomst op 19 maart is:
– ervaring uitwisselen t.a.v. woon/zorginitiatieven voor ouderen
– elkaar ontmoeten en inspireren
– voorbeelden uitwisselen van prille of rijpe initiatieven
– eigen expertise opbouwen om uw initiatief van de grond te krijgen

Op de vorige bijeenkomst stond het ondernemersplan centraal. Met een inleiding van Anita Lahuis van USUS werden de deelnemers geholpen met de opzet van een ondernemersplan, ook wel businessplan genoemd. Dit is immers een essentiële stap in het proces van realiseren van initiatieven in de woon/zorgsector.

Aanstaande bijeenkomst 19 maart wordt de focus gelegd op het programma van eisen en met name op al die aspecten en onderdelen die vanuit de identiteit (antroposofie) belangrijk zijn voor huisvesting. Hoe vertalen we het antroposofisch mensbeeld naar vormen en inrichtingen, de menselijke maat, kleinschaligheid, relatie met de natuur en de omgeving, en hoe geeft ieder van ons in den lande, met verschillende initiatieven en met verschillende doelgroepen/zorgvragen, daar tòch invulling aan.

De initiatiefnemers hebben de heer Yaike Dunselman, architect bij 9º Architectuur in Amersfoort, bereid gevonden om 19 maart a.s. zijn deskundigheid met ons te delen. De heer Yaike Dunselman heeft met zijn collega’s veel ervaring met het opzetten van initiatieven in de woon/zorgsector.

Deelname aan de studiebijeenkomst is gratis. Wel wordt een actieve inbreng van de deelnemers gevraagd en een bereidheid tot een openhartige uitwisseling van relevante informatie en ervaring.

Aanmelden kan uitsluitend schriftelijk via secretariaat Raad van Bestuur Antroz, t.a.v. mevrouw E. Boon, Van Tetslaan 2, 3707 VD Zeist, of per e-mail.’

Over Yaike Dunselman en zijn architectenbureau heb ik het op 16 november 2009 uitgebreid gehad in ‘Waardering’. Zo bent u weer op de hoogte van het laatste nieuws.

donderdag 28 januari 2010

Santa Isabel

Dit is uiteraard geen Casa de Santa Isabel, mocht u dat soms denken. Dit huis staat gewoon ergens bij de Reeuwijkse Plassen.

Wilfried Nauta kwam gisteren op AntroVista (dat wil zeggen, op de afdeling ‘Ziekte en gezondheid’, klik daarvoor in het menu rechts) met een noodkreet, ‘Snelweg door Portugees instituut’. Hij meldt daarin dat Casa de Santa Isabel in Portugal, een instelling voor kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking die bijna dertig jaar geleden mede door Nederlanders werd opgezet, sinds kort in zijn ongestoorde bestaan bedreigd wordt. Zijn bron heeft hij erbij geplaatst, een brief van Christane Gerretsen, werkzaam aan de Christophorusschool te Bosch en Duin, een afdeling van de Lieflandschool in Zeist.

Zij doet een oproep, waarin zij onder de titel ‘Casa de santa Isabel luidt de noodklok!’ schrijft:

‘Casa de Santa Isabel in Sao Romao/Seia is een heilpedagogisch instituut voor kinderen en (jong)volwassenen gelegen aan de rand van een beschermd natuurgebied in de Serra de Estrela in Portugal. In 1981 werd het eerste huis geopend, nu is het een bloeiende leefgemeenschap waar inmiddels 80 mensen met ontwikkelingsproblemen en hun begeleiders wonen, werken en leren van en met elkaar.

Met vereende krachten is in de afgelopen 30 jaar veel van de grond gekomen: een aantal woonhuizen, werkplaatsen, een school en de biologisch/ dynamische boerderij. Medewerkers uit Portugal en ook uit het buitenland (waaronder velen uit Nederland) droegen en dragen hier aan bij. Ook veel gulle schenkingen uit binnen en buitenland hebben destijds geholpen bij het tot stand komen van dit kleine paradijs. Inmiddels is Casa de Santa Isabel niet meer afhankelijk van schenkingen en is een stabiel geheel.

Niet alleen voor de bewoners van de Casa de Santa Isabel, maar ook voor de omgeving heeft deze gemeenschap veel goeds gebracht: werkgelegenheid, onderwijs voor extern wonende leerlingen, maar ook een aanzienlijke verandering in de bebossing op en rond het terrein: waar eerst voornamelijk uiterst bosbrand gevoelige eucalyptus- en dennenbossen waren, is veel loofbos aangeplant, wat een verrijking van flora en fauna tot gevolg heeft gehad.

Rond de boerderij (de “Quinta do Formigo”) liggen een olijfboomgaard, een notenboomgaard en is na jaren hard werken tuinbouw mogelijk op de oorspronkelijk arme bodem van geërodeerd graniet. Het terrein is toegankelijk voor iedereen uit de omgeving als wandelgebied, maar ook kunnen scholen uit de omgeving er terecht voor educatieve projecten.

Als (oud) medewerker van het eerste uur kreeg ik deze week het bericht dat de gemeenteraad van Seia en de Portugese overheid verregaande plannen hebben om een nieuwe hoofdweg aan te leggen die over het terrein van Casa de Santa Isabel zal lopen en de boerderij af zal snijden van de andere woonhuizen, werkplaatsen en de school. Dit levert niet allen veel onrust en onveiligheid op voor deze uiterst kwetsbare doelgroep, maar zal ook de grond rond de boerderij opslokken.

Casa Santa Isabel gaat de strijd met de overheden aan: binnenkort komt er (weer) een delegatie kijken, en zal er een petitie overhandigd worden, die inmiddels door velen uit binnen- en buitenland is ondertekend. Ook u kunt uw steun betuigen door deze petitie te ondertekenen. Dat kan via de link: http://www.PetitionOnline.com/formigo/ Er wordt dan gevraagd om naam, nummer van paspoort/ ID kaart, woonplaats en land. De petitie is opgesteld in het Portugees, maar iedereen die meer wil weten over de Casa de Santa Isabel, kan terecht op de (ook Engelstalige) website www.casa-santaisabel.org.

Ook de Antroposofische Vereniging in Portugal heeft geschokt gereageerd op de dreigende situatie en schrijft haar leden aan hun steun te betuigen.

Destijds, in de moeilijke beginfase, is er veel steun geweest vanuit Nederland, zowel in materiële zin alsook door werkende handen. We zijn nu 30 jaar verder en hopen opnieuw te kunnen rekenen op uw steun, dit keer om het veilig stellen van het voortbestaan van deze woon/werkgemeenschap die voor een groot aantal bewoners het enige thuis is dat zij kennen.

Christane Gerretsen
christanegerretsen@lieflandschoolzeist.nl’

Ik heb hier verder niets over kunnen vinden, behalve de petitie-website. Daar zijn inmiddels 3045 handtekeningen geplaatst. Portugees lezen kan ik niet, dus ik weet ook niet of er in die petitie meer bijzonderheden staan dan wat al in het bovenstaande wordt gemeld.

woensdag 27 januari 2010

Eenvoudig

Ach, laat ik het vandaag eens eenvoudig houden. Sinds hedenmiddag is online aflevering 14 van De Digitale Verbreding, het online tijdschrift van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ). Vermeldenswaard is vooral het verslag van het symposium van het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden op 18 december 2009. Aangezien ik dat lectoraat op deze weblog steeds gevolgd heb, kan het geen kwaad daar op te wijzen. Op de laatste dag van het afgelopen jaar, op donderdag 31 december 2009, lichtte ik in ‘Hoopvol’ al een eerste tipje van de sluier op. Ik maakte toen gewag van ‘Publicaties Praktijkonderzoek beschikbaar als download’, zoals te lezen was op de nieuwspagina van het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg van Hogeschool Leiden:

‘Op het symposium van 18 december jl. is “Praktijkonderzoek 2009: Op weg naar een professionele individugeoriënteerde gezondheidszorg! Welke vaardigheden en innovaties moeten ontwikkeld worden?” gepresenteerd en uitgereikt aan de bezoekers. Deze publicatie is nu ook beschikbaar als gratis download en staat bij Publicaties. Mocht u interesse hebben in een papieren versie van het boek dan kunt u deze vanaf 4 januari 2010 kopen in HL Bookshop. De bookshop is gevestigd in Hogeschool Leiden, op de Zernikedreef 11 in Leiden.’

Ik constateerde verheugd dat onder die betreffende link niet alleen het boek van 2009, maar ook dat van 2008 is te downloaden:

‘De volgende publicaties zijn ook beschikbaar als gratis download. Indien u een exemplaar wilt kopen dan kan dat via HL Bookshop, deze is gevestigd in Hogeschool Leiden.
Praktijkonderzoek in de antroposofische gezondheidszorg 2008
Praktijkonderzoek in de antroposofische gezondheidszorg 2009

Eerder, op 20 december 2009, had ik in ‘Hoop en vrees’ de bijdrage van Bas Leerink, lid van de Raad van Bestuur van zorgverzekeraar Menzis, aan het symposium gememoreerd. Daarvan werd namelijk meteen op 18 december door deze zorgverzekeraar een persbericht met de titel ‘Menzis maakt therapeutische zorg toegankelijker’ naar buiten gebracht. Maar verder ben ik hier op dat symposium zelf niet concreet ingegaan, ook niet als aankondiging. – Dus nu valt er in De Digitale Verbreding nr. 14 uitvoerig over te lezen. En het mooie is, dat er ook al op de website van het lectoraat een impressie van te vinden is, namelijk in het menu links onder ‘Symposium’. Daar staat:

‘Het tweede symposium was, ondanks de hevige sneeuwval en de daarmee gepaard gaande ontregeling van het verkeer, opnieuw een succes. In de ochtend en middag werd het thema “Op weg naar een professionele individugeoriënteerde gezondheidszorg” vanuit verschillende perspectieven belicht. In de middag kwamen in workshops de resultaten van praktijkonderzoek in de antroposofische gezondheidszorg aan bod. Tevens werden er twee nieuwe publicaties gepresenteerd.
Een terugblik in woord en beeld

Die terugblik biedt de powerpoint-presentaties van de acht personen die in de ochtend aan het woord kwamen: Joop Hoekman, Herman van Kampen, Bas Leerink, Atie Schipaanboord, Jan van der Greef, Hans Reinders, Guus van der Bie en Erik Baars. (Ik laat de titulatuur hier maar even weg; maar mocht u geïnteresseerd zijn, het betreft een behoorlijk aantal prof., dr. en drs., ook met gecombineerde titels.) In De Digitale Verbreding leest u een korte inhoudelijke impressie van wat zij te berde brachten. Aangevuld met de bijdrage van Gunver Kienle, die in de middag een lezing hield.

Op het eind van de dag werd het al genoemde boek ‘Praktijkonderzoek in de antroposofische gezondheidszorg 2009’ gepresenteerd. Het verslag eindigt met de verheugende constatering dat dit

‘boek kan dienen als “symposiumbundel”, want daarin staat een groot deel van de bijdrages die in de ochtend werden gegeven.’

Alles is gewoon direct aanwezig en beschikbaar. Mooier kun je het toch niet wensen!

Zoeken in deze blog

Wordt geladen...

Over mij

Mijn foto
Michel Gastkemper
Redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – Redacteur van de Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – Voormalig redacteur van het inmiddels ter ziele gegane ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ , uitgegeven door een onafhankelijke stichting en niet meer verschenen sinds september 2006 – – Voormalig eindredacteur van ‘Motief, maandblad voor antroposofie’, uitgegeven door de Antroposofische Vereniging in Nederland – – Voormalig redacteur van ‘de Sampo’, het in 2001 opgeheven tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het eind 2006 in een fusie opgegane Heilpedagogisch Verbond (HPV)
Mijn volledige profiel weergeven

Google Translate

You only have to choose your own language, and automatically the text will be translated. The translator can only translate one report at the same time (and at this blog they are long!), so first you must click on the report you want to read and then push the Translate-button.

Volgers

Aanverwante en aan te raden blogs

Recente commentaren