Antroposofie in de pers

Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

woensdag 27 april 2016

Landing

Op deze koude Koningsdag, waarop de regen gelukkig niet zo erg huishield als gevreesd, heb ik een aantal nieuwswaardige berichten. Om te beginnen wat op 25 april op motief.online werd gemeld. Dat waren drie berichten, met bovenaan ‘Website antroposofie.nl volledig vernieuwd’:
‘Sinds maandag 25 april is de website antroposofie.nl volledig vernieuwd. Tot dan toe huisde op dit domein de website van de Antroposofische Vereniging, inclusief Motief.

Die opzet is veranderd. Het is nu een landingspagina geworden, met een drieledig doel. Om te beginnen centraal korte algemene informatie over wat antroposofie is:

“Antroposofie is een moderne maatschappelijke stroming, geïnspireerd op het werk van Rudolf Steiner. Een oefenweg die het geestelijke in ieder mens wil verbinden met het geestelijke in de wereld. De antroposofie komt tegemoet aan concrete vragen die het leven ons kan stellen en probeert die te beantwoorden door een innerlijke, meditatief-kunstzinnige verdieping.

De maatschappelijke impact van antroposofie is op veel gebieden herkenbaar. Tot de bekendste behoren het vrijeschoolonderwijs, de biologisch-dynamische landbouw en de antroposofische gezondheidszorg in al zijn facetten.”

Verder is er aan de linkerkant Antroposofie Magazine, het nieuwe publiekstijdschrift over antroposofie, en rechts de Antroposofische Vereniging. Via deze weg kan men bij beide met een simpele klik direct belanden.

Wie op Antroposofische Vereniging klikt, vindt daar uiteraard de nodige informatie over deze vereniging. Maar naar beneden scrollend komen ook Motief, de Bibliotheek en de Hogeschool tevoorschijn.

Er net boven worden “Ledenactiviteiten” vermeld:

“Informatie over de activiteiten georganiseerd door en voor leden, zoals vanuit de diverse ledengroepen, is te vinden op de website van Motief: de actuele landelijke evenementen en een overzicht van de lokale ledenbijeenkomsten door het gehele land.”’
Hieronder staat ‘Nieuwe bestemming Helicongebouw Zeist’:
‘Op 5 maart was de feestelijke opening van het Helicongebouw in Zeist. De naam Helicon stamt uit de tijd dat de lerarenopleiding voor vrijescholen nog Hogeschool Helicon heette. Want die was gehuisvest in dit gebouw sinds medio jaren tachtig, toen de nieuwbouw aan Socrateslaan 22A werd betrokken. Na het vertrek van de lerarenopleiding zomer 2013 om verder door het leven te gaan als Vrijeschool Pabo aan Hogeschool Leiden was het de vraag wat er met het pand ging gebeuren.

Eerst werd het pand beneden verbouwd, om onderdak te kunnen bieden aan kinderopvang ’t Kleine Volkje. Die trok er twee jaar geleden al in. Daarna hebben ook andere vaste gebruikers hun intrek genomen in het gebouw. Een nieuwe samenhang van gebruikers zorgt voor een nieuwe levendigheid in een omgeving die bij velen bekend is als conferentieruimte voor tal van antroposofische evenementen.

Helicon is een karakteristiek organisch vorm gegeven gebouw met twee verdiepingen en meer dan twintig ruimtes, met ieder hun eigen sfeer. Het heeft een mooie tuin met vijver en werkplaats rondom. De in het oog springende architectuur biedt drie aan elkaar gekoppelde zevenhoeken met taps toelopende daken. Ook is er een volwaardige theaterzaal aanwezig, voor podiumkunsten, zoals toneelkunst, kooroptredens, concerten en dergelijke.

Het gebouw is volop in ontwikkeling. Diverse bedrijven huren een vaste ruimte in het gebouw. Daarnaast zijn er incidentele huurders voor een dag of dagdeel, met de mogelijkheid om zelf voor koffie en thee te zorgen in de aanwezige keukens of de catering te laten verzorgen.

Op de eerste zaterdagmiddag in maart werd het Helicongebouw aan de Socrateslaan feestelijk geopend door Zeister wethouder Marcel Fluitman. Hij verzorgde de officiële opening met een toespraak en onthulling van het naambord met het nieuwe logo van dit karakteristieke gebouw. Docent Frans Lutters van de Stichtse Vrije School vertelde een inspirerend verhaal over de berg Helicon in de Griekse mythologie, compleet met de negen kunstmuzen en de zonnegod Apollo (de zon scheen inderdaad). Vervolgens waren er mooie optredens van het Socrateskoor en werd de middag afgesloten door cabaretière Dorine Wiersma met snedige, scherpzinnige en hilarische liedjes.

Talrijke bezoekers kwamen een kijkje nemen, behalve direct omwonenden, die uit Zeist en omstreken, maar ook uit heel het land. Ze volgden een lesje pilates, kwamen te weten wat homeopathie nou eigenlijk is, werden geïnspireerd door mooie kunst en architectuur, kortom: maakten kennis met de vele organisaties in het gebouw, van coaches tot en met acupuncturisten en een veelzijdige verloskundige. In de hal was een markt met kramen van lokale winkeliers en bedrijven: van boeken tot en met stenen, van schilderijen tot biologische groente.’
Als derde en laatste die dag het hier vorige keer in ‘Ornitosofen’ al genoemde bericht dat ‘Filosoof en Mani-kenner Roland van Vliet overleden’ is:
‘Op maandag 18 april is Roland van Vliet op 55-jarige leeftijd overleden, nadat hij afgelopen winter ernstig ziek was geworden.

“De filosoof Roland van Vliet (38) bestudeerde de manicheïsche teksten die deze eeuw uit het woestijnzand zijn opgegraven. Zijn doel: een filosofische reconstructie van de inhoud van de leer van Mani. Hij kwam tot de conclusie dat het manicheïsme opvallend modern is. Deze maand verschijnt bij Uitgeverij Kok-Kampen een boek waarin Roland van Vliet zijn bevindingen heeft opgetekend. “Rudolf Steiner kon zich inderdaad een manicheeër noemen.”

Zo begon in maart 1999 “Opstaan uit het hersenzand”, een interview door Jelle van der Meulen met Roland van Vliet in Motief nummer 17.

Triodos Bank vermeldt over hem: “Onderwijs (Cultuur en welzijn)

Roland van Vliet runt het Filosofisch Instituut voor Persoonlijk Meesterschap en Ethische Communicatie Manisola. Manisola is werkzaam op verschillende locaties in Nederland. De praktijk geeft advies in onder meer spiritueel leiderschap en ethische communicatie. Daarnaast geeft Roland van Vliet filosofisch consult, trainingen en seminars voor organisaties, voordrachten, loopbaanbegeleiding, socratisch gesprek, mediation en organiseert reizen. Bovendien treedt Van Vliet op als Stand Up Filosoof, waarbij hij uitdagende vragen van het publiek beantwoordt door ze mee te nemen op een filosofische ontdekkingsreis.”

In dagblad Trouw verscheen op 23 oktober 2012 een kort interview door Wilfred van de Poll, waarin Roland van Vliet vertelt “Je innerlijke ik vind je al na tien minuten”:

“Al heel vroeg leerde ik de ongedeelde aandacht kennen. Dat was mijn eigen ontdekkingstocht, niemand wees me erop. Ik kwam uit een gezin van zes kinderen, er waren veel spanningen thuis. We woonden in de buurt van Eindhoven, er is daar veel natuur. Ik ontvluchtte de spanningen door in het bos te lopen. Dat doe ik nu trouwens ook, lopen in het bos, terwijl u met me belt. Heel mooi. Ik zie overal herfstbladeren...”

“Een aandachtskracht werd in mij wakker. Ik ervoer verbondenheid met alles. Als er niets is tussen jou en de zon, tussen jou en de bomen, dan dringt de mysterieuze schoonheid van de wereld pas echt tot je door. Op een keer, ik moet 18 zijn geweest, fietste ik ’s ochtends vroeg door het bos. Toen werd ik vervuld van een onmetelijke liefde.”

“Ik had er toen de woorden niet voor. Later ben ik die ervaring Christus gaan noemen. Ik ontleende daar zoveel vreugde aan dat ik mij de hele tijd ben gaan oefenen in ongedeelde aandacht. Dan voel je: ik ben zelf heer over mijn bewustzijn. Ik kan niemand ergens de schuld van geven. Dan kun je aan je vrijheid werken.”

Maarten Muns schreef op 18 november 2013 op Nemo Kennislink in “Manicheïsme was ‘christelijker’ dan gedacht”:

“Het Manicheïsme was een belangrijke stroming binnen het christendom die tot in de Middeleeuwen veel aanhangers had. Wat we ervan weten was altijd grotendeels gebaseerd op het werk van christelijke kerkvaders. Onderzoek van VU-promovendus Roland van Vliet geeft nieuwe inzichten in deze eeuwenoude religie.”

Toon Schmeink maakte een kort verslag van het “Promotieonderzoek van Roland van Vliet. ‘Manicheïsme is tot in het hart christendom’” voor Motief 179 van februari 2014. Dat is hier te lezen: Promotie.

Op zondag 29 mei zal in Driebergen een herdenkingsbijeenkomst voor Roland van Vliet worden gehouden.

Roland van Vliet (geboren 1960) studeerde af aan de Pedagogische Academie in Eindhoven. In 1994 werd hij aan de Vrije Universiteit in Amsterdam doctorandus in de filosofie. Hij was mede-oprichter van het Origenes-Instituut in 1994. In 2014 promoveerde hij tot doctor in de wijsbegeerte aan de VU op het onderwerp “gnostisch adoptionisme in de manicheïsche christologie”. Van Vliet publiceerde diverse boeken, zoals Het Manicheïsme als het christendom van vrijheid en liefde (Kok, Kampen 1999), Wie denken de mensen dat Ik Ben? – Christologie van de liefde (Christofoor, Zeist 2005) en recent De filosofie van het Ik (ASP, Brussel 2015).’
Op 25 april publiceerde Ruud Thelosen op zijn weblog ‘Solidaire economie’ een verslag van ‘Een andere economie is mogelijk!’ Hij schreef:
‘Ter gelegenheid van de nieuwe uitgave van de “Ökonomischer Kurs” van Rudolf Steiner die nu verschenen is onder de titel “Economie. De wereld als één economie” heeft uitgever en publicist John Hogervorst dit voorjaar een twintigtal bijeenkomsten georganiseerd door heel Nederland.

Op 19 april verzorgde hij in dat kader ook een lezing op het Novaliscollege in Eindhoven. In aanwezigheid van zo’n 40 belangstellenden heeft John een uiteenzetting gegeven van de visie van Rudolf Steiner op de economie, zoals die ook in de voordrachten en vragenbeantwoording in het boek naar voren komt. Steiner kiest voor een fenomenologische aanpak van economische verschijnselen omdat de economie volledig het resultaat is van menselijk handelen. In de economie gaat het om de productie en verspreiding van goederen en diensten voor de hele mensheid. Hoe we dat doen en met welke grondstoffen en hulpmiddelen is ook mensenwerk.

John maakt een terugblik om op een concrete en objectieve manier een product zoals een pot pindakaas te vervolgen vanaf je bord tijdens het ontbijt bij de consument tot en met de winning van grondstoffen (noten) in de natuur door boeren ergens ver weg op aarde. Alles overziende realiseer je je dan pas hoeveel mensen en middelen er wereldwijd bij betrokken zijn, om ervoor te zorgen dat dagelijks in onze behoeften wordt voorzien. Het is daadwerkelijk een wereldomvattend proces en we kunnen in onze tijd daarom ook terecht spreken van een wereldeconomie. Op een andere manier zou je kunnen zeggen dat je tegenwoordig in de economie altijd voor een ander werkt. Dat schept verbindingen en is dus een sociale bezigheid, we zijn daarin ook solidair met elkaar. Dat moet dus ook het uitgangspunt zijn in de economie. Hoe organiseren we het economische proces zodat we niemand op aarde tekort doen en zonder de natuur en de aarde te schaden? Het doel is dus een duurzame en solidaire economie te realiseren, voor de mensen nu én toekomstige generaties. De moderne visies zoals een circulaire economie of Cradle tot Cradle benadering streven hetzelfde na.

Rudolf Steiner constateerde ook al in zijn tijd (rond 1920) dat het kapitalistische systeem al grote nadelen had. Hij zag al hoe in de natuur roofbouw gepleegd werd op landbouwgrond, bossen en mijnen ter verkrijging van grondstoffen en hoe mensen onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden ingezet werden in fabrieken en bedrijven. In de geest van zijn tijd pleitte hij ook voor een soort socialistische benadering van de economie waarbij de grond en kapitaalgoederen niet in privébezit mochten zijn maar geneutraliseerd en in handen van de gemeenschap of samenleving. Hij was geen voorstander van staatseigendom zoals de marxisten en communisten. Het huidige eigendomsrecht is eigenlijk een heel oud (en achterhaald?) principe dat we te danken hebben aan de Romeinse tijd zo’n tweeduizend jaar geleden. Daar ontstond in het recht het eigenbelang en particulier eigendom. Dit rechtsprincipe is aan vernieuwing onderhevig en moet aangepast worden aan de huidige nieuwe tijd. Wel particulier bezit van privéspullen, maar niet meer van collectieve goederen zoals landbouwgrond, bossen en weiden en kapitaalgoederen. Zo kenden we in Europa lange tijd de Commons als gemeenschappelijke weidegronden, waar de gemeenschap zorgde voor beheer en onderhoud. Wetenschapper Elinor Ostrom kreeg in 2009 als eerste vrouw de Nobelprijs voor de economie voor haar grondige studie van het beheer van deze Commons.

Anders dan in de huidige economie waar het uitgangspunt de concurrentie is, pleitte Steiner juist voor samenwerking en overleg tussen alle economische partijen. Concurrentie kan ertoe leiden dat het recht van de grootste en sterkste gaat overheersen. Je kunt minder draagkrachtige bedrijven het faillissement in duwen of door de mogelijkheid van een financiële overname kun je je opponenten overnemen en zo onschadelijk maken. Uiteindelijk zien we in veel branches en sectoren een beperkt aantal ondernemingen die door hun omvang en macht de markten/consumenten domineren. In wat Steiner een associatieve economie noemde moet er gelegenheid zijn om in verschillende overlegorganen de belangen en kennis van producenten, handelaren en consumenten samen te brengen, af te wegen en besluiten te nemen over kwaliteit , hoeveelheden en prijzen van producten. John geeft als voorbeeld het huidige Japan waar als zo’n 25 procent van de producten gemaakt wordt in opdracht van consumentenkringen. Dat is dus vraag- en juist niet aanbodgestuurd. Onze westerse economie is juist sterk aanbodgestuurd en wordt door middel van enorme reclame- en marketinginspanningen geprobeerd consumenten te verleiden deze producten aan te schaffen. Bij een mismatch tussen vraag en aanbod leidt dat echter tot grote verspillingen. In de economie gaat het om schaarse goederen en dus is zorgvuldigheid (lees efficiency en effectiviteit) noodzakelijk. Bij vraag-gestuurde productie is dat veel vanzelfsprekender.

Overleg en uitwisseling in grote diverse groepen mensen blijkt wel degelijk interessante resultaten op te leveren. In het boek The Wisdom of Crowds wordt aangetoond dat een heterogene groep tot betere oordelen en schattingen komt dan een homogene groep deskundigen. De Amerikaanse economisch journalist en onderzoeker James Surowiecki heeft daar vele voorbeelden van beschreven. http://bedrijfskunde-economie.blogspot.nl/2014/12/wisdom-of-crowd.html

Voor wie zou kunnen denken dat een overlegeconomie ouderwets en achterhaald gezien het falen van alle historische communistische voorbeelden kan toch verwezen worden naar twee moderne wetenschappers Michael Albert en Robin Hahnel, die in hun theorie van Parecon (samentrekking van participatieve economie) ook uitgaan van economische overlegkringen. http://solidaire-economie.blogspot.nl/2015/05/parecon-is-het-alternatief-voor.html

In de Nederlandse biologische dynamische Landbouw en dankzij de inspanningen van o.a. Odin/Estafette worden ook voedingsmiddelen geleverd via zogenaamde groenteabonnementen. Daarbij kunnen consumenten vooraf aangeven wat hun behoefte aan etenswaar zal zijn. Een toezegging vooraf om bepaalde producten in de nabije toekomst af te gaan nemen.

Een ander belangrijk punt is de totstandkoming van prijzen en de zoektocht naar de juiste en transparante prijs. In de definitie van Steiner (29 juli 1922): “Een prijs is de juiste prijs wanneer iemand voor een product dat hij vervaardigd heeft, zoveel als tegenwaarde ontvangt dat hij al zijn behoeften (en die van zijn naasten) kan bevredigen totdat hij opnieuw een product zal hebben vervaardigd”.

Dus niet terugkijkend hoelang het geduurd heeft en naar alle productiekosten, maar hoelang er nodig is voor het volgende exemplaar. Deze definitie is echter niet erg praktisch als we bedenken hoeveel mensen en middelen bij ieder product betrokken zijn. Je kunt echter geen scherpe grenzen trekken en dus worden het oneindige rekensommetjes. De juiste prijs is daarmee feitelijk een onmogelijke opgave. Openheid en transparantie met betrekking tot prijzen is echter wel haalbaar en wenselijk. Daar moeten en kunnen we mee beginnen zodat alle economische partijen voortdurend streven naar verdere efficiency (minimale verspilling) en effectiviteit (schaalvergroting en innovatie) zonder afbreuk te doen aan mens en natuur.

Na een korte koffiepauze was er gelegenheid om vragen te stellen. Het aanwezige publiek maakte daar dankbaar gebruik van. Vragen als:

“Is de mensheid als het gaat om bewustzijnsontwikkeling al toe aan een associatieve economie”?
“Hoe berekent John als uitgever (Nearchus) zelf de juiste prijs van een nieuw uitgegeven boek”?
“Wat vind je van het nieuwe boek van Joris Luyendijk en het boek Kapitaal van Thomas Piketty”?
“Is er in de visie van Steiner ook een belangrijke plaats voor regionale en lokale producten”?

Dankzij John werd het een boeiende avond, die de mensen hopelijk weer wat houvast heeft gegeven.’
Op de website van de NVAZ (Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders) vond ik in de kolom rechtsonder bij ‘Nieuws’ een paar interessante zaken. Om te beginnen deze ‘Algemene Ledenvergadering NVAZ’:
‘Zeist, 22 april 2016

VOORAANKONDIGING Algemene Leden Vergadering NVAZ

Geachte leden van de NVAZ,
Op dinsdag 14 juni 2016 houdt de NVAZ de ALGEMENE LEDENVERGADERING.
Aanvang: 19.00 uur; vooraf (18.15 uur) is een lichte maaltijd beschikbaar.
Locatie: Helicongebouw, Socrateslaan 22a 3707 GL Zeist

• Graag aanmelden (!) via secretariaat@nvaz.nl . Wilt u dan ook laten weten of u gebruik maakt van de maaltijd om 18.30 uur?

Zoals gebruikelijk zal de ALV bestaan uit twee delen, een inhoudelijk deel en een formeel deel.

In het eerste inhoudelijke deel willen wij de ruimte geven aan de werkgroep die met de directie van Weleda de afgelopen maanden gewerkt heeft aan de profilering Antroposofische Gezondheidszorg. Dit is een vervolg geweest op het project dat in 2014 vanuit de Sector Beroepsverenigingen gestart is onder de naam “Transitie in de zorg”. Het belangrijkste onderwerp was en is het profileren van de AG door middel van gerichte PR producten en activiteiten. In 2015 is bij twee gerenommeerde reclamebureaus over dit onderwerp gesproken en dit heeft geresulteerd in een tweetal offertes. De directie van Weleda in de personen Marc van Boven en Richard van der Hoek hebben vervolgens aangeboden om hun kennis en ervaringen in te zetten om ons verder te brengen en de nodige, hoge aanloopkosten te besparen. Vanaf november heeft een NVAZ brede werkgroep met vertegenwoordigers uit alle sectoren gewerkt aan de profilering. Deze werkgroep met Marc en Richard zal op de ALV verslag doen aan de leden van het resultaat en er zal ruimte zijn om vragen te stellen en in gesprek te gaan over het vervolg.

In het tweede formele deel zal in ieder geval het jaarverslag 2015 en de jaarrekening 2015 aan de leden worden voorgelegd.

Een nadere AGENDA volgt met als bijlagen een verslag van de werkgroep Profilering Antroposofische Gezondheidszorg, de jaarrekening en het concept jaarverslag.

Tot slot willen wij u al attent maken dat de tweede ALV dit jaar plaats zal vinden op dinsdag 13 december.

Met hartelijke groet, namens het NVAZ-bestuur,
Ted van Schie,
voorzitter.’
Bij de nieuwsfeiten is ook ‘Opleiding Antroposofische Geneeskunde voor artsen en tandartsen’:
‘Download bijlagen: Opleiding_Antroposofische_Geneeskunde_voor_artsen_en_tandartsen__2016-2017.pdf’
Mij verbaast vooral dat deze opleiding ook expliciet bedoeld is voor tandartsen. Dat heb ik nooit eerder gelezen.
‘De Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen en de Academie Antroposofische Gezondheidszorg organiseren in 2016/2017 de

Interdisciplinaire Basismodule
Antroposofische Gezondheidszorg

De Interdisciplinaire Basismodule is het eerste onderdeel van de

Opleiding Antroposofische Geneeskunde voor artsen en tandartsen

De Academie start weer met een interdisciplinaire basismodule van twee dagen per maand in de periode september 2016 tot en met juni 2017. De Opleiding Antroposofische Geneeskunde duurt in totaal vier jaar. Het voltooien van de Basisopleiding is een voorwaarde om deel te kunnen nemen aan de driejarige Vervolgopleiding.

Data: tien tweedaagse bijeenkomsten van september 2016 tot en met juni 2017; exacte data vindt u op de website van de Academie: www.academieag.nl
Locatie: Kraaybekerhof, Driebergen-Rijssenburg
Kosten: € 2.990,= incl. koffie, thee en lunch
Leiding: Guus van der Bie, arts; Hannie Bakker, fysiotherapeut, biografisch coach
Info & aanmelding: George Maissan, arts; tel. 06 – 53830140
E-mail: opleiding@nvaa.nl’
Ik vind die tandartsen niet terug op de website van zowel NVAA (Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen) als AAG (Academie Antroposofische Gezondheidszorg). Ze worden daar zelfs niet eens genoemd... dus wat is er aan de hand? Nog meer nieuws bij de NVAZ, namelijk ‘Conferentie Natuurlijke Geboorte Zorg 31 mei 2016 http://natuurlijkegeboortezorg.nl/.’ Daar lezen we:
‘Conferentie natuurlijke geboortezorg
31 mei 2016 Weleda, Zoetermeer

Keuzes rondom zwangerschap en geboorte
Hoe verhoudt spiritualiteit zich tot de technische mogelijkheden?

Doel conferentie: Conferentie wil zicht bieden op keuzes die ouders kunnen maken rondom de zwangerschap en geboorte. De invloed van processen in de natuur en de technieken die de cultuur met zich meebrengt. Tevens zorgt de conferentie voor ontmoeting over de beroepsgrenzen heen, geeft inhoudelijke inspiratie en gelegenheid verder te bouwen aan Natuurlijke Geboortezorg vanuit antroposofische gezichtspunten.

Organisatie: Werkgroep Natuurlijke Geboortezorg. Deze werkgroep biedt scholing voor aandachtige geboortezorg met oog voor de wereld van geborenen en ongeborenen en baseert zich op antroposofische mensvisie.

Programma:
14.30 inloop met koffie en thee
15.00 Lezing Bart Maris, gynaecoloog
16.00 1e Workshopronde: 2 workshops + 2 rondleidingen
17.00 Soep met brood
18.00 2e workshopronde: 2 workshops + 2 rondleidingen
19.15 2e Lezing Bart Maris
19.45 Plenaire afsluiting
20.00 naar huis (met verrassing)

Workshops:
1. Verdieping van de lezing, met Bart Maris, gynaecoloog
In deze workshop wordt gelegenheid geboden thema’s uit de lezing te verdiepen. Welke vragen kan men zich stellen bij zaken als ivf, echogebruik of abortus.

2. Hoe kom je tot evenwichtige oordeelsvorming? Met Marja Brakman, senior verloskundige
Ouders moeten heel veel keuzes maken. Hoe kunnen wij hen daar bij helpen om tot een evenwichtig oordeel te komen? We gaan proberen door middel van oefeningen een verbinding te krijgen tussen verstand en gevoel, tussen hoofd en hart. Welke waarden hebben deze en hoe komen we tot een wel overwogen beslissing.

3. Rondleiding tuin, met de tuinman van Weleda
Rondom het gebouw van Weleda liggen de tuinen waar medicinale kruiden en planten groeien. De tuinman zal u rondleiden en extra stilstaan bij planten die in de geboortezorg een speciale plaats innemen. Zoals Goudsbloem (calendula) voor babyhuidverzorging, wildemanskruid (pulsatilla) en citroenmelisse (melissa), tegen zwangerschapsmisselijkheid.

4. Rondleiding bereidingsapotheek, apotheker Weleda
Nadat Calendula geoogst is, wordt zij op geheimzinnige wijze gepotentieerd. U krijgt een klein inkijkje in dit proces en mag aansluitend uw eigen calendula zalf maken, handig voor kleine (schaaf)wondjes.

5. “Ik kies voor blijde verwachting”, met Maria Bom
Blij verwachten, vol enthousiasme afwachten wie er gaat komen en hoe dat zal zijn. Met de verwachtingsvolle blik als van een kind op Sinterklaas, en even goed voorbereid (met lied en schoen en wortel), zo zou Maria het iedereen gunnen. Wat is daar voor nodig? En wat kunnen wij daar aan bijdragen voor het kraambed? Hoe versterken wij de verwachtingsvolheid en waar doen we hem misschien de das om?

6. Werken met pastel, met Elzelien Jansen
Om dichter bij de beleving te komen van het tere pasgeborene, het onverdichtte misschien nog ongeborene, gaan we tastend (eerste zintuigervaring op aarde) op weg met softpastel krijt. Elzelien geeft concrete aanwijzingen waarmee het innerlijk beleven eerst opgeroepen wordt waarna het al werkend vrij naar voorbeeld steeds meer een innerlijk weten wordt.

Sprekersoverzicht

Bart Maris: 1956 in Wageningen geboren, na het eindexamen (Arnhem) volgde het propedeutische jaar op de Vrije Hogeschool in Driebergen (Prof. Lievegoed). Een jaar praktikum in de verpleging in het Gemeinschaftskrankenhaus Herdecke (D), daarna geneeskundestudie in Utrecht. Specialisatie gynaecologie in Herdecke en Hagen, onderbroken door 2x ½ jaar werken met het Duitse Notärztekomitee in Namibia en Irak. Gepromoveerd over ritmen en chaos in de fetale hartfrequentie. Sinds 1992 vrij gevestigt als gynecoloog eerst in Osnabrück, en vanaf 1997 in een antroposofisch therapeutikum in Krefeld. Getrouwd, vier kinderen. Meerdere boeken geschreven, zie op www.fels-maris.de. Meer lezen van dr. Maris

Maria Bom: 1957 geboren, MBO sociale dienstverlening, Kraamzorg 2003, Voortgezette Opleiding antroposofische verpleegkunde (2008), Module antroposofische ouder- en kindzorg (2009). Werkzaam als zzp-er Kraamzorg Geborgen Verzorgen 2005 – heden) in Rotterdam. Directeur Opleiding Natuurlijke Kraamzorg (2010-heden). www.geborgenverzorgen.nl www.natuurlijkekraamzorg.eu

Marja Brakman
Meer informatie volgt

Elzelien Jansen
Meer informatie volgt

Inschrijven
Klik hier
Deze conferentie wordt mogelijk gemaakt door: Weleda Benelux’
Ander nieuws op het gebied van de gezondheidszorg vind ik bij Antroposana. De website meldde een maand geleden ‘Vertrek bestuurslid Andreas Reigersman’:
‘Vrijdag 25 maart – Na acht-en-een-half jaar zal Andreas Reigersman afscheid nemen.

“Ik ben destijds ingestapt om vooral te zorgen voor een zo goed mogelijke dekking voor de antroposofische en kwalitatief goede complementaire geneeskunde op Nederlandse zorgverzekeringen.”

Hier ging een forse inspanning in zitten en ondanks een klimaat van tegenwind is het tot noch toe gelukt de eigen Antroposanapolis met een passende dekking te realiseren. Dit kwam niet in de laatste plaats door zijn verzekerings- en bankachtergrond.

In de laatste jaren is er veel veranderd. Antroposana kreeg geen subsidie meer, maar redde zich prima door een beperkt aantal speerpunten te formuleren waar vooral de leden iets aan hebben: nieuw elan voor Stroom, een eigentijdse website en de Antroposanapolis.

Natuurlijk is hier nog meer in te ontwikkelen en zijn er nog veel ambities. Maar er is nu ook een volgende professionaliseringsfase bereikt en daarmee kan er ook weer ruimte gemaakt worden voor nieuwe bestuurskracht. Een nieuw bestuurslid is dan ook van harte welkom.

Andreas zal zich gezien zijn kennis en ervaring wel blijven inspannen voor de toekomst van de Antroposanapolis. Op de ledenraadsvergadering van 2 juli 2016 zal Andreas aftreden.’
Tot slot, het is tenslotte Koningsdag, deze melding gistermiddag in de Zutphense Koerier onder de titel ‘Viertal Zutphenaren krijgt koninklijk lintje uitgereikt’:
‘Burgemeester Carry Abbenhues reikte afgelopen dinsdagochtend in de Burgerzaal een Koninklijke Onderscheiding uit aan vier inwoners van de gemeente Zutphen. Koning Willem-Alexander heeft hen benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.’
Het gaat ons hier om de laatste in de rij:
‘Last but not least kreeg Jonno van der Werf een koninklijke onderscheiding. De 62-jarige Zutphenaar is sinds 1993 werkzaam in de Antroposofische bibliotheek. Thans draagt hij als beheerder onder meer zorg voor de collectievorming, correspondentie en financiën. Daarnaast organiseert hij er allerlei activiteiten. Volgens ingewijden draagt Van der Werf “de bibliotheek in hoofd en hart”.’

woensdag 20 april 2016

Ornitosofen


AntroVista maakte het al op de dag zelf bekend. Intussen is het bericht ook op zijn eigen website Manisola verschenen:
‘18 april om 5.15 uur is Roland van Vliet (1960) door de poort van de dood gegaan. Hij was sinds eind vorig jaar ziek.

Roland van Vliet gaf cursussen en lezingen over Persoonlijk Meesterschap en Sociale Kunst, over het Manicheïsme en het oer-christendom. Ook schreef hij vele boeken over deze thema’s en begeleidde hij studiereizen.

Woensdag t/m vrijdag is er gelegenheid afscheid van Roland te nemen bij een gesloten kist in Crematorium “Walpot”, Pisartlaan 8 in Eijsden. De tijden zijn van 17.30 tot 19.30 uur.

De crematie vindt plaats in besloten kring, met uitsluitend familie en zijn meest intieme vrienden. Een herdenkingsbijeenkomst is in voorbereiding, waarover hier later bericht zal worden gegeven.’
Meteen eronder staat dit:
‘FILOSOFIE VAN HET IK, nu verkrijgbaar!
Het vierde boek van Dr. Roland van Vliet: “De filosofie van het Ik” is in december 2015 uitgekomen bij Academic and Scientific Publishers, Brussel (Zie samenvatting in artikel: Filosofie van het Ik).
Het is verkrijgbaar via de boekhandel of rechtstreeks via Manisola te bestellen.’
Ik schreef hierover al op zaterdag 2 april 2011 in ‘Trilogie’. De achterkant van dit boek vermeldt:
‘FILOSOFIE VAN HET IK
Het drievoudige Ik als filosofie van de vrijheid
Roland van Vliet

Preliminaire beschouwingen voor een filosofie van de liefde

In onze tijd worden de menselijke geest, het bewustzijn en het Ik geïdentificeerd met het brein. De filosoof Roland van Vliet beschrijft in een cultuurkritische analyse de drievoudige reductie van de mens in de geschiedenis van het menselijke denken; hoe de intuïtieve geest, de ziel en zelfs in het digitale tijdperk het lichaam (dat is zerotomie) door de “moniterisering van het bewustzijn” uit het mensbeeld geschrapt zijn of dreigen te worden.

Daarom beschrijft Roland van Vliet de noodzaak om de mens terug te winnen en komt hij in een bewustzijns-fenomenologisch onderzoek tot drie brandpunten van identiteitsbepaling of tot het geheel nieuwe concept van drie Ikken die de menselijke vrijheid kunnen constitueren. In het middelpunt staat het Filosofische Ik, verbonden met de zelfreflectie om onvrije motieven van het handelen te onderkennen en vrije motieven te ontwerpen. In deze activiteit kan het Filosofische Ik geïnspireerd worden door het Pneumatische Ik, dat zowel een Dieper Zelf als een Hoger Zelf omvat. Dat vrije ontwerp van motieven, waarden en idealen kan verwerkelijkt worden in het Empirische Ik of de persoonlijkheid. Het laatste is veel meer dan het ego; het is het domein van zelfontplooiing of van de schepping van zichzelf. In het werken met leiders noemt Roland van Vliet het Filosofische Ik de levenskunstenaar; het Pneumatische Ik de inspiratie en het Empirische Ik het kunstwerk.

De tragiek van onze tijd is dat de vrijheid van het Filosofische Ik door twee krachten wordt aangevallen. In de eerste kracht wordt het Pneumatische Ik geloochend en het Filosofische Ik geassimileerd door het Empirische Ik (het Ik is het product van het verleden en de genen); dit is materialistisch determinisme. De tweede kracht is een geestelijk dualisme, waarbij het Empirische Ik teruggebracht is tot louter het ego. Het Filosofische Ik identificeert zich met het Pneumatische Ik (dat kan ook de Godheid zijn) en wordt zonder enige kritische reflectie onwerkzaam. Dit is het spiritualistisch determinisme. Alleen door het idee van het drievoudige Ik, waarbij het Filosofische Ik zijn waarden stelt; deze contemplatief verdiepen kan in relatie tot het Pneumatische Ik en deze tot handeling voeren kan in het Empirische Ik, heeft de filosoof Roland van Vliet de menselijke vrijheid willen redden.

In zijn uitvoerige en ook praktische beschrijving van de ongedeelde aandacht is het mogelijk dat het Filosofische Ik in vrijheid de eenheid van het Pneumatische Ik kan beleven en door de ongedeelde wil in het Empirische Ik tot de handeling van de levenskunst of de liefde kan brengen.

Roland van Vliet (1960) heeft filosofie gestudeerd van de Vrije Universiteit in Amsterdam en is gepromoveerd op het Manicheïsme, tweede hoofdstroom van het oerchristendom. Hij is oprichter van de Academie voor Persoonlijk Meesterschap en Sociale Kunst (www.manisola.nl). Hij ontwikkelde filosofie voor leiders en leraren, houdt internationaal voordrachten en organiseert filosofische reizen. Ook staat hij op de bühne als stand-upfilosoof.’
Onder de datum van 18 april lezen we op motief.online een ander overlijdensbericht:
‘Overlijden van sectiecoördinator Koop Daniëls

Volkomen onverwacht is Koop Daniëls op 10 april op 67-jarige leeftijd overleden. Drie dagen ervoor werd hij thuis in Brummen door een zware hersenbloeding getroffen, waarvan hij niet meer herstelde.

Koop Daniëls was sinds 2009 sectiecoördinator van de Medische Sectie binnen de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap van de Antroposofische Vereniging, nadat hij al jaren deel uitmaakte van de Medische Sectie Raad. Van het begin in 1994 tot 2008 was hij directeur geweest van OlmenEs, een gemeenschap voor volwassenen met een verstandelijke beperking in Appelscha, Friesland. Hij was als initiatiefnemer ook betrokken bij de voorafgaande, voorbereidende fase van drie jaar.

Daarvóór werkte hij jarenlang als opleidingscoördinator op de Zonnehuizen Veldheim en Stenia in Zeist. Het was na een studie economie en wiskunde dat hij het roer had omgegooid en in 1977 was begonnen als groepsleider op de Michaelshoeve in Brummen. Daar werd hij al gauw teamleider, van het nieuwe huis Blancefloer, dat in 1978 werd opgeleverd. De Michaelshoeve bestaat intussen niet meer, opgeheven drie jaar na het faillissement van de Zonnehuizen in 2011, waar het kort tevoren deel van was gaan uitmaken.

Vele bekenden uit deze tijd waren aanwezig op de begrafenis van Koop Daniëls die op zaterdag 16 april 2016 plaatsvond op OlmenEs. In de grote zaal van deze instelling was amper plaats genoeg voor de ruim driehonderd belangstellenden. Na de herdenkingsplechtigheid werd Koop begraven op de natuurbegraafplaats van OlmenEs.

Op de pagina van de Medische Sectie heeft Koop Daniëls beschreven hoe hij zelf bij deze sectie kwam:

“Al jaren werkte ik in de heilpedagogie en sociaaltherapie en nam deel aan conferenties die in Nederland georganiseerd werden door het Heilpedagogisch Verbond, en in Zwitserland door de Medizinische Sektion am Goetheanum. Het was me bekend dat de heilpedagogie deel uitmaakte van de sectie gezondheidszorg, maar hoewel ik al jarenlang lid van de Antroposofische Vereniging was, was het niet tot me doorgedrongen dat we als Antroposofische Vereniging in Nederland een vergelijkbare sectie hebben. Tijdens een boswandeling in de buurt van het Goetheanum, vroeg Truida de Raaf mij of ik lid wilde worden van de medische sectieraad. Toen pas kwam ik erachter hoe de sectie gezondheidszorg in Nederland werkt en hoe groot het werkveld is dat ze bestrijkt.”

“Wat de sectie gezondheidszorg van de Hogeschool voor Geesteswetenschap beoogt is de individuele scholingsweg van de betrokkenen te ondersteunen, zodat zij hun beroep vanuit een diepere laag kunnen uitoefenen. Niet alleen het inzicht dat er meer is in de geneeskunde dan alleen kennis van het antroposofisch mens- en wereldbeeld is belangrijk, het gaat er juist ook om dat de therapeut zichzelf zo schoolt hij of zij zichzelf als instrument tot genezing kan inzetten.”

De foto toont de zomermarkt op OlmenEs.’
Op dezelfde datum van 18 april werd op motief.online dit bericht geplaatst:
‘Peter Blom, bankdirecteur met vrije wil

Eind maart verscheen in Vrij Nederland een interview met Peter Blom, “de anarchist die bankdirecteur werd”, zoals de titel van het artikel van zes pagina’s luidde. Peter Blom is vanaf het begin in 1980 betrokken bij Triodos Bank en nu al vele jaren de internationale directeur ervan. De bank staat voor volledige duurzaamheid en transparantie, maar dat is in de huidige situatie best lastig. “We worden steeds meer in een systeem geduwd.”

In het begin dachten ze bij de andere banken dat Triodos het niet langer dan vijf jaar zou volhouden. “Maatschappelijk verantwoorde kredieten verstrekken, daar geloofden ze absoluut niet in.” Dat is tegenwoordig wel anders. De bank brak onlangs zijn eigen record met een winststijging van vijfendertig procent tot meer dan veertig miljoen euro. Het aantal rekeninghouders is in vier jaar tijd bijna verdubbeld tot zeshonderdduizend.

In het interview komen ook de wortels van de Triodos Bank ter sprake, die bij de antroposofische beweging liggen. “De oprichters lieten zich inspireren door de grondlegger en filosoof Rudolf Steiner. Nog steeds mag de alternatieve geneeskunde bij de bank aankloppen voor kredieten.”

Peter Blom zegt hierover: “We komen nou eenmaal voort uit die beweging en daar schaam ik me ook helemaal niet voor. Vooral in het begin financierden we veel antroposofische projecten, tegenwoordig is dat minder dan 1 procent van ons kapitaal.”

Zelf voelde hij zich al vroeg aangetrokken tot de antroposofie. Zijn moeder hielp mee aan de opbouw van de vrijeschool, waar hij ook terechtkwam. “Ik las er veel over en sprak met allerlei mensen.” Hem sprak vooral het idee aan dat mensen een vrije wil hebben. Uiteindelijk leerde hij het anarchisme kennen en kwam door een boek van provo-oprichter Roel van Duijn op Peter Kropotkin, de Russische anarchist uit de negentiende eeuw. Die werd Bloms inspirator. Want volgens hem dragen niet strijd, maar wederzijdse hulp en solidariteit bij aan een succesvolle evolutie.

Foto van Peter Blom uit het artikel door Adrie Mouthaan.’
Antroposofie Magazine heeft trouwens op 18 april het artikel ‘Vaccineren, ja of nee?’, afkomstig uit het eerste nummer, online gezet.
‘Antroposofisch arts Loes Klinge: “Angst is geen goede raadgever”

Een groeiend aantal ouders is kritisch op het vaccinatieprogramma van het RIVM. Is het wel nodig allemaal? Tegelijk ligt de mazelenepidemie van 2013-2014 nog vers in het geheugen. Waar doe je als ouder nu goed aan wat vaccineren betreft? Antroposofisch jeugdarts Loes Klinge vertelt hoe zij hier in haar praktijk mee omgaat.’
Wat ik nog niet gemeld had, is dit artikel uit het Warnsveld Contact op 10 maart, door Meike Wesselink, ‘Karel Post Uiterweer is zijn pioniersgeest nog steeds niet kwijt’:
‘Hopeloos ouderwets vindt Karel Post Uiterweer de nieuwe naam van Vrije School De IJssel en De Zwaan. “De Zonnewende. Ik houd van oude taal, maar ik ben er geen voorstander van om die aan te wenden voor een nieuwe school.” De moeder van Karel stond in de jaren vijftig aan de basis van de vrije school in Zutphen. Zelf richtte de oud-docent de bovenbouw van de Vrije School in Groningen op. En nam daar weer afstand van. Bijna twintig jaar wonen Karel en zijn vrouw José in Warnsveld, waar Karel een groot deel van zijn jeugd opgroeide. Aan veel aspecten ziet hij dat de stad doorspekt is van de antroposofie. Dat is te lezen in het boekje dat hij onlangs uitgaf: Zutphen, Bolwerk van de antroposofie.’
Het artikel vermeldt meer bijzonderheden, maar daarvoor zult u moeten doorklikken. Op 13 april publiceerde website Themen der Zeit het verslag ‘Rudolf Steiner. Einmal anders’ van Fred Stepputat:
‘Lesung aus “Der andere Rudolf Steiner” und “Sie Mensch von einem Menschen!” Ein kurzweiliger Abend im Hamborner Schloss.

Der Kulturkreis Schloss Hamborn hatte zu einer Lesung der besonderen Art in den Hamborner Schloss-Saal eingeladen. Aus Lörrach war der Autor und Journalist Wolfgang G. Vögele angereist, der einige Jahre im Archiv der Rudolf Steiner Nachlassverwaltung mitgearbeitet hatte. Er ist einer der deutschen Korrespondenten der anthroposophischen Nachrichtenagentur NNA. Gemeinsam mit Michael Mentzel (dem Sprecher der Rudolf Steiner Hörbuch-Edition) las er aus seinen beiden Büchern “Der andere Rudolf Steiner” und dem Anekdotenbüchlein “Sie Mensch von einem Menschen”. Etwa 60 Zuhörer erlebten im Saal des Schlosses zwei gut aufgelegte ältere Herren, deren Vortrag so frisch und locker herüberkam, dass es eine Freude war. Das Publikum hatte sichtlich Spass an dieser Veranstaltung. Es waren aber beileibe nicht nur die lustigen oder “steinerfreundlichen” Geschichten oder Anekdoten, die an diesem Abend zu Gehör kamen. Karl Kraus, der scharfzüngige Satiriker aus dem Wien der 20er Jahre eröffnete den Reigen - mit einer Szene aus dem Drama “Wolkenkuckucksheim”, in der er sich über die Dreigliederung, die Eurythmie und natürlich auch die “Ornitosophen”, gemeint sind die Anthroposophen, lustig machte.

“Der andere Rudolf Steiner” beinhaltet eine Sammlung von Stimmen damaliger Zeitgenossen von Rudolf Steiner, die sich je nach Couleur des jeweiligen Autoren kritisch-satirisch oder wohlwollend mit Rudolf Steiner beschäftigt haben. Da gab es zum Beispiel auch den Bericht eines Journalisten, der schilderte, wie ein Vortragsabend mit Rudolf Steiner in Hannover abgelaufen war. Er monierte nicht nur, dass Steiner viel zu spät erschienen war, er hätte er auch keinerlei Anstalten gemacht, zu beginnen und sich stattdessen mit Briefelesen und anderen Dingen beschäftigt. Am Ende war dem Rezensenten dann der Kragen geplatzt und so schrieb er: “Da ich das Benehmen dieses Herrn Dr. Steiner - aus Berlin - als eine im höchsten Maße provokatorische Rücksichtslosigkeit empfand, verließ ich unter Protest den Saal.” Ob der Vortrag dann überhaupt stattgefunden hatte, war dem Zeitungsbericht nicht zu entnehmen. Dieses sei leider auch nicht überliefert, erklärte Vögele auf Nachfrage aus dem Publikum.

Es waren dann aber doch die kleinen Geschichten aus dem Anekdotenbüchlein von und über Steiner, die das Publikum zum Schmunzeln brachten. So berichtete Steiner einmal von einem fünfjährigen Jungen, der so eine Kraft gehabt hätte, dass er “gar nicht wusste wohin damit, so dass er immer schimpfte” und der zu ihm gesagt hätte: “Du bist so dumm wie drei Esel!”. Das spielte sich in der Wiener Kaufmannsfamilie Specht ab, in der sich Steiner einige Jahre als Hauslehrer betätigte. Der Charme der österreichischen Mundart kam auch bei anderen Episoden reichlich zur Geltung. Auch für Steiners Umgang mit etwas skurrilen “Anthropotanten” und für seine legendäre Schlagfertigkeit wurden köstliche Beispiele vorgetragen. So wurde auch von einer Begebenheit anlässlich einer Zugfahrt berichtet, dass einem Kind, welches Hunger bekommen hatte und ein paar Würstel wollte, dieses von der Mutter verweigert wurde, vermutlich, weil es ihr in Gegenwart des großen Rudolf Steiner unschicklich erschien. Steiner allerdings sei plötzlich verschwunden und nach einer Weile mit einem Paar Würstel zurückgekehrt, das er dem Kind dann geschenkt habe.

Rund 90 Minuten vermochten es Voegele und Mentzel im stimmungsvollen Ambiente des Saales, die Zuhörer mit ihrer Lesung zu erfreuen, wobei deutlich wurde, dass Steiners Zeitgenossen, die auf je andere Weise mit ihm zu tun hatten, stets auf eine besondere Weise beeindruckt waren. Ob es nun Ablehnung, Zustimmung oder gar Verehrung war, immer brachten die kleinen Anekdoten und Geschichten den Menschen Rudolf Steiner mit seinen Eigenarten, aber auch seiner Liebenswürdigkeit, seinem Humor und stets respektvollen Umgang mit anderen Menschen zum Vorschein. Rudolf Steiner einmal von einer anderen Seite zu betrachten, anstatt ihn nur auf ein Podest zu heben, ist ein löbliches Unterfangen. Den beiden Herren sei an dieser Stelle gedankt und es ist zu wünschen, dass weitere Vortragsabende folgen mögen.’
Gisteren was er weer eens een lovend artikel over biologisch-dynamische wijn, dit keer op de website van het vermaarde wijntijdschrift Sommelier India.
‘The exclusive publication for Indians around the world who enjoy wine and the wine lifestyle.’

‘It is India’s first and premier magazine dedicated to wine and wine lovers.’
Het artikel begint als volgt, maar is vele malen langer:
‘Biodynamics in winemaking, A Global Trend

Stephen Quinn spoke to winemakers in France, Chile, Italy, Australia and New Zealand to find out why they believe that biodynamics makes for better wine – and happier workers.

Monty Waldin, a world authority on biodynamic winemaking, believes it is possible to make a good business case for this process. He maintains that the ability to grow quality fruit to make quality wine is the main reason for choosing this approach, and further maintains that it does not need to be expensive.

Some of the world’s most famous wine estates such as Domaine de la Romanée-Conti in Burgundy and Château Pétrus in Bordeaux are biodynamic. Why would they risk their reputations by embracing biodynamics? Because it improves the quality of the wine, Waldin said. “They have better acidity, [are] more digestible and easier to drink because of lower alcohol, more refreshing. Ultimately people feel enlivened by it and continue to pay their high prices.”’

maandag 11 april 2016

Stemmen

Een dag nadat ik mijn vorige bericht had gemaakt, ‘Het ei’ op 29 maart, kwam AntroVista met het bericht ‘Sjoemelende meester ontslagen’:
‘Vrije School Michaël in Zwolle heeft een leerkracht van de vijfde klas op staande voet ontslagen, wegens sjoemelen met Cito-toetsen. Volgens de schoolleiding liet hij leerlingen de toetsen thuis maken of gaf hij kans ze over te maken.
www.destentor.nl/~michael-ontslagen’
Er was in de pers veel over te doen. Die avond kwam de school zelf met deze ‘Reactie berichtgeving in de media op ontslag leerkracht’:
‘Helaas is de media op de hoogte gesteld van het ontslag van één van onze leerkrachten. Een journalist van de Stentor heeft inzicht gekregen in berichtgeving aan ouders over de precaire interne situatie rondom het afnemen van de Cito toetsen in één van de klassen op onze school. De wijze waarop deze toetsen zijn afgenomen is volstrekt ontoelaatbaar. Uiteraard is dit gemeld bij de onderwijsinspectie. Zij staat volledig achter het handelen van de school.

De school is verantwoordelijk voor goede kwaliteit van onderwijs en daar hoort het op een juiste wijze afnemen van de toetsen bij om vast te kunnen stellen waar de kinderen staan en wat ze nodig hebben in hun ontwikkeling. De Vrije School Michaël heeft kwalitatief goed onderwijs en een veilige leeromgeving voor al onze leerlingen hoog in het vaandel staan. De wijze waarop het onderwijs en in het bijzonder onze school nu in de media komt betreuren wij dan ook zeer.’
Gelukkig had AntroVista twee dagen later, op 2 april, een feestelijker bericht, ‘Financiering Hondspol is rond’:
‘Voor BD-zorgboerderij de Hondspol dreigde vorig jaar sluiting, door financiële problemen bij zorginstelling Lievegoed. Een crowdfundingsactie leverde echter binnen 2½ week zoveel respons op, dat een zelfstandige doorstart mogelijk werd.

De Hondspol meldt nu dat de financiering van de Hondspol rond is en ook de overheid haar toestemming heeft gegeven.
www.dehondspol.nl/laatste-nieuwsbrief
eerdere berichten over de Hondspol’
Zelf schreven de initiatiefnemers op hun website in hun nieuwsbrief blij:
‘We hebben ontzettend goed nieuws: de financiering van de Hondspol is rond! De afgelopen maanden zijn zenuwslopend geweest. De overheid heeft toestemming gegeven. Er is alleen nog een wettelijk termijn, van vijf weken, voor publicatie. De Triodosbank zal de aankoop van de boerderij en de gronden gaan financieren.

Hoe bijzonder is het dat we samen met alle klanten, mensen die de Hondspol een warm hart toedragen, vrienden en familie deze pittige tijd hebben doorstaan. Want zonder jullie hadden we het niet gered!

We zijn trots dat we de Hondspol als BD-zorgboerderij zo goed als zeker kunnen laten voortbestaan. De Hondspol bestaat al ruim 30 jaar en behoort tot één van de eerste zorgboerderijen in Nederland. De naam Hondspol betekent letterlijk een hogere gelegen veilige plek in zijn omgeving.’
Op de website motief.online werd op 31 maart de komst van ‘Motief #201’ gemeld. Daarbij werd deze tekst geplaatst over ‘Antroposofie Magazine van start’:
‘Graag sta ik hier nog even stil bij de openbare doop van Antroposofie Magazine in een zaaltje van het trendy grandcafé De Jaren aan de Amstel in Amsterdam op 3 maart. Een persbericht ging uit en daar was – dat moet gezegd – niet veel schrijvende pers op afgekomen, maar de aansluitende bijeenkomst voor vrienden en leden was goed bezocht. We kwamen stoelen tekort.

Onze uitgever Stephan Jordan heette iedereen welkom, modereerde de bijeenkomst en zette aan het eind hoofdredacteur Heleen Hupkens, maar ook Michel Gastkemper en Cisly Burcksen, in de bloemen. Welverdiend, want het eerste nummer ziet er goed uit. De fraaie vormgeving van het bureau Stip uit Driebergen geeft het blad een goede “feel”. Een mooie “glossy” zonder dat het allemaal te “glad” wordt. Ook zij oogsten aan het einde applaus en bloemen. De presentatie van het nieuwe blad door Heleen Hupkens, het belangrijkste deel van de bijeenkomst, ging gepaard met een kleine digitale tour door de website van Antroposofie Magazine. Wij hopen dat dit medium veel mensen zal bereiken.

Uit de inhoud van het blad stapte Damaris Matthijsen life naar voren en vertelde open over de aarzeling in Antroposofie Magazine te verschijnen. Toch eerde ze graag de bron waaruit ze had geput, de sociale driegeledingsgedachte van Rudolf Steiner. Haar biografische schets voerde van het diepe enthousiasme bij de kennismaking, via een plaats in de wereld veroveren en ervaring opdoen, tot toch iets met de opgedane inspiratie willen en ten slotte ook kunnen doen, op het moment dat de tijd rijp was. Zij zette toen Economy Transformers op. Over dit bijzondere initiatief kunt u lezen in het eerste nummer van AM.

Ik sta echter even stil bij haar eerste punt. Wil de inspiratie wel in beeld zijn? De opdracht van Antroposofie Magazine is precies om die antroposofische inspiratie in de wereld zichtbaar te maken voor leden, doch vooral voor mensen die niet de neiging zouden hebben in een verenigingsverband te stappen, maar er wel belangstelling voor hebben. Antroposofie is vaak ten onrechte erg onzichtbaar en bescheiden, terwijl ze een grote actieradius heeft in de samenleving. Er zijn bijna honderd vrijescholen, vele zorginstellingen en antroposofische artsen, therapeuten, consulenten en kunstenaars, en talloze BD-bedrijven. Een eye opener was het onverwacht hoge aantal van 125.000 bezoekers in 2014 bij de tentoonstelling over Rudolf Steiner in de Kunsthal te Rotterdam.

Als de belangstelling er kennelijk is, maar niet aansluit op het medium, is het tijd voor verandering. Antroposofie Magazine is een experiment van een nieuw zelfbewustzijn. Antroposofie is deel van de cultuur geworden en ondergaat daardoor een ontwikkeling.

Voor die lotgevallen mag de redactie in grote zelfstandigheid op onderzoek uit. Met een socratische houding. Was het immers niet Socrates die, naar eigen zeggen in zijn apologie, zich toelegde op een “anthropine sophia” (ten onderscheid van de “theo-sofia”) en daarmee als eerste precies die spirituele praktijk een naam gaf die wij na 2500 jaar “antroposofie” noemen? Alle mensen onbevangen bevragen vanuit een spirituele houding, dan worden mensen voor elkaar op een andere manier zichtbaar: dat is de opdracht.

Jaap Sijmons, voorzitter’
Woensdag 6 april was de dag van het landelijk referendum over het associatieverdrag met Oekraïne. Hugo Verbrugh schreef de dag ervoor in zijn column voor De Ster over ‘Oekraïne: dialectiek van de vooruitgang’:
‘Morgen is het referendum-dag. We zijn allemaal uitgenodigd om te gaan stemmen. De feiten zijn geheel bekend en worden niet betwist.

Tussen de Europese Unie en Oekraïne is in juni 2014 een associatieverdrag gesloten. Het bewerkstelligt verregaande politieke en economische samenwerking tussen de EU en Oekraïne. Het verdrag is op 1 januari 2016 gedeeltelijk voorlopig in werking getreden. Over het associatieverdrag wordt al lange tijd gediscussieerd. Voorstanders wijzen vooral op de economische voordelen. Ook zou het verdrag de rechtsstaat en democratie in de Oekraïne bevorderen. Tegenstanders geven aan dat Oekraïne een instabiel land is. Zij wijzen op de economische en politieke problemen die Oekraïne heeft. Het is de laatste jaren steeds verder gestegen op de lijst van de meest corrupte landen. Ook zou het verdrag leiden tot een slechtere relatie tussen de EU en Rusland. In september 2015 werd het associatieverdrag opnieuw actueel in Nederland. Het actiecomité GeenPeil riep de Nederlandse burgers op om verzoeken in te dienen om een raadgevend referendum te houden over dit verdrag. Op 14 oktober waren er genoeg geldige verzoeken ingediend om in Nederland een referendum te houden over het associatieverdrag met Oekraïne. Morgen mogen 12.838.934 Nederlanders hun stem uitbrengen, “voor” of “tegen”. De regering en het parlement zijn niet verplicht om de uitslag van het referendum te volgen. Volgens een recente peiling van Maurice de Hond zullen de meeste stemgerechtigden pas op 6 april een besluit nemen of ze gaan stemmen of niet. 24 procent zegt zeker de gang naar de stembus te maken. Voor het referendum is een minimale opkomst van 30 procent noodzakelijk om het geldig te laten worden.

In hoge mate onbekend en in nog veel hogere mate wel betwist zijn achtergronden, argumenten en hun zeggingskracht en andere imponderabele (= onweegbare, niet te taxeren op hun waarheidsgehalte en geldigheid) overwegingen die meespelen, en al helemaal niet vast te stellen is hoe al die imponderabilia in wisselwerking met elkaar het uiteindelijke resultaat zullen beïnvloeden.

Een veel gehoorde redenering is: “Ik kan het niet beoordelen, ik laat het dus aan de regering over; die is voor het verdrag en ik kan de autonomie van de regering dus bevorderen door niet te gaan stemmen.” Als 71% van de stemgerechtigden zo redeneert, treedt dit scenario inderdaad in werking.

Het probleem is alleen dat het onwaarschijnlijk is dat dit gebeurt. De actieve tegenstanders doen op grond van deze redenatie wat ze kunnen om hun argumenten aan de nog aarzelende stemgerechtigden duidelijk te maken. “Internationale vrijhandel is roof” is zo’n argument. “De praktijk van vrijhandel tussen ongelijkwaardige staten blijkt al decennia te staan voor roofkapitalisme door multinationals, voor uitbuiting en land grabbing. Multinationals die thuis hun activiteiten beknot zien door sociale en milieuregelgeving, gaan dan daar ongebreideld hun zakken vullen. Wie begaan is met het lot van Oekraïne zou ze dat lot willen besparen en de weg willen wijzen naar een onafhankelijke (handels)positie tussen Rusland en de EU” (brief in NRC Handelsblad).

Wat dat in de praktijk zal kunnen betekenen lazen we eerder in NRC Handelsblad. In Oekraïne staat de grootste kippenfabriek [het woord alleen al...] van Europa. Het bedrijf slacht jaarlijks zeker 332 miljoen kippen en het bedrijf wil de productie de komende jaren met 40 procent verhogen. Dan worden daar bijna evenveel kippen geslacht als in heel Nederland (573 miljoen per jaar). Het bedrijf is in handen van een van de rijkste Oekraïners, een politiek bondgenoot van de president. Hij bouwde de fabrieken met 0,5 miljard euro aan leningen van de ING, de Rabobank en internationale ontwikkelingsbanken, waarin Nederland ook deelneemt. Bij de bouw maakte het bedrijf gebruik van vele Nederlandse toeleveranciers.

Kortom, tel uit je winst. Dit wordt het einde van onze scharrelkip. “Dialectiek van de vooruitgang” heet dit in de filosofie. Ik ga morgen stemmen.

Hugo Verbrugh

PS: Dit stukje is begin vorige week geschreven. Intussen is het onderwerp om twee redenen super-actueel geworden: ten eerste, omdat eind vorige week bekend geworden is dat het initiatief voor het referendum een stiekeme opzet was om Nederland uit de EU los te weken en ten tweede werd gisterochtend bekend dat de zogenoemde Panama Papers een wereldwijd corruptie-netwerk lijken te onthullen waarin onder andere Oekraïne en Nederland ook een plaats hebben. Waarvan bij dezen acte.’
Weer terug naar motief.online. Daar stond op 8 april dit bericht over een ‘Nieuwe vertaling van het Nieuwe Testament’:
‘Geestelijke in De Christengemeenschap Ton Besterveld heeft een nieuwe vertaling gemaakt van het Nieuwe Testament. De eerste Nederlandstalige uitgave van het Nieuwe Testament vanuit De Christengemeenschap verscheen in 1968, verzorgd door geestelijke Heinrich Ogilvie. In 1992 werd deze vertaling grondig herzien door zijn collega Elisabeth Lantsheer. Vierentwintig jaar later is er dus een volledig vernieuwde vertaling gemaakt.

Deze nieuwe Nederlandse vertaling van het eeuwenoude boek is zeer aantrekkelijk en leesbaar vormgegeven. Het is geschreven in een toegankelijke taal, die zowel recht doet aan de directe stijl als aan de spirituele inhoud van het Griekse origineel. Het geheel is geïllustreerd door de Nederlandse kunstenares Sonia van der Klift.

Vertaler Ton Besterveld over de taal van Het Nieuwe Testament: “Soms word je als mens getroffen doordat in de dagelijkse werkelijkheid plotseling een andere werkelijkheid oplicht, ermee samenvalt. Daarover gaat dit boek. Het bevat berichten over hoe een grotere werkelijkheid de onze doordringt en omvormt.”

Ton Besterveld (1950) studeerde economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en was daarna een lange periode werkzaam aan de Vrije Hogeschool in Driebergen. Na deze tijd volgde hij de priesteropleiding aan het seminarie van De Christengemeenschap in Stuttgart (Duitsland), waar hij in 1995 de priesterwijding ontving. Hij is getrouwd, heeft twee volwassen kinderen en werkt als priester in Zutphen.

Uitgave van De Christengemeenschap, 544 pagina’s, keuze uit twee verschillende stofomslagen, prijs € 25,00

Mini-symposium ter gelegenheid van recente uitgave Nieuwe Testament op 21 mei in Amsterdam

Ter gelegenheid van de herziene vertaling van het Nieuwe Testament, 500 jaar nadat Erasmus de eerste gedrukte uitgave van het Griekse Nieuwe Testament uitbracht, organiseren Landelijk Bestuur en Synode van De Christengemeenschap een mini-symposium op zaterdag 21 mei, 14.00-18.00 uur, De Nieuwe Liefde, Da Costakade 102, Amsterdam. Sprekers: Ton Besterveld (geestelijke, de vertaler), Guus van der Bie (arts) en Désanne van Brederode (schrijfster en filosoof). Er is muziek en boekverkoop.

Toegang € 7,50. Aanmelding (wegens beperkte zaalruimte) bij het landelijk secretariaat: secretariaat@christengemeenschap.nl, of (070) 345 15 06.’
Dezelfde dag bracht ook het bericht ‘Première van theatermarathon Faust enthousiast ontvangen’:
‘Met Pasen is aan het Goetheanum in Zwitserland een nieuwe uitvoering van de complete Faust van Goethe in première gegaan. Deze is bij publiek en pers enthousiast ontvangen. Het is, sinds de eerste complete uitvoering door Marie Steiner in 1938, de 75e keer dat de Faust aan het Goetheanum wordt opgevoerd. De volledige speelduur is zeventien uur.

Regisseur Christian Peter slaat een nieuwe weg in, schreef recensent Michael Hug. Hij noemde de uitvoering een “fascinerende belevenis”. Thomas Brunnschweiler op zijn beurt beoordeelde de nieuwe enscenering als gelukt. De theatermarathon oogstte bij het internationale publiek op het einde bravo’s en staande ovaties.

Naast Christian Peter treedt Andrea Pfaehler op als coregisseur, terwijl Margrethe Solstad voor de euritmie tekent en Alexander Höhne als dramaturgisch expert fungeert.

In mei zijn er twee conferenties rond Hemelvaart en Pinksteren waarop de gehele Faust I en II wordt gespeeld, evenals in juli een zomerconferentie en een jongerenconferentie. Naast Duitstalig zijn bepaalde conferenties ook in het Engels, Frans en Spaans.

Op een speciale website wordt alles rond deze uitvoering gedocumenteerd: opvoeringen, conferenties, historie en achtergronden, persstemmen.’
Ten derde werd het nieuws over ‘Machteld Huber Meest Invloedrijke Persoon Publieke Gezondheid 2015’ geplaatst:
‘Machteld Huber is uitgeroepen tot de meest invloedrijke persoon in de publieke gezondheid van 2015. Huber won de verkiezing die georganiseerd is door de NPHF Federatie voor Gezondheid en GGD GHOR Nederland.

Ze won vanwege haar inspanningen om een nieuwe definitie van gezondheid nationaal en internationaal op de kaart te zetten. Zij heeft met de introductie van het nieuwe concept “positieve gezondheid” veel losgemaakt in de gezondheidszorg, aldus de organisatoren. Ze heeft de nieuwe definitie van gezondheid die de Wereld Gezondheid Organisatie (WHO) heeft geformuleerd op zijn kop gezet door niet de nadruk te leggen op “ziek zijn”, maar op “gezond”. Deze nieuwe definitie gaat uit van eigen kracht en meer hulp uit de wijk.

Het concept positieve gezondheid sluit volgens de initiatiefnemers “prachtig” aan bij de ontwikkeling naar meer zelfregie en zelfredzaamheid, en naar waarde toekennen aan kracht van personen met minder goede gezondheid of omstandigheden. Huber legt daarmee volgens hen een sterke verbinding van de publieke gezondheid met het sociaal domein én met de eerstelijns zorg. Prijsuitreiker Jolande Sap: “Als je in staat bent om de gezondheidsdefinitie van de WHO ter discussie te stellen en hier nationaal en internationaal aandacht voor weet te krijgen; dan ben je een invloedrijk persoon.”

Machteld Huber richtte in 2015 het Institute for Positive Health op en is als freelance onderzoeker werkzaam bij het Louis Bolk Instituut. Zie ook het interview met Machteld Huber in Motief 198 van februari 2015.’
Drie dagen later, op 11 april, en dat is vandaag, werd hier het bericht ‘Relatie biowinkels versterken en jongeren interesseren voor BD’ aan toegevoegd:
‘In april werd Demeter-directeur Bert van Ruitenbeek geïnterviewd door website Biojournaal.nl. Hoe doet de BD-voeding van Demeter het in verhouding tot de huidige opmars van de biologische markt? “Biodynamische voeding zal waarschijnlijk nooit de helft van de biomarkt gaan invullen. Het draait bij ons niet primair om een jaarlijkse omzetverdubbeling, maar vooral om ontwikkeling. Het belangrijkste is dat we de hele voedselketen blijven uitdagen door de uitkomsten van onze holistische denkwijze.”

Niettemin wil Demeter groeien, maar dan organisch. Van Ruitenbeek: “Het belangrijkste is om hierin gelijke tred te houden met je ontwikkeling.” Hij vertelt dat boeren en tuinders het lastig hebben als zij uit opportunistische redenen kiezen voor omschakeling naar biodynamisch. “BD’ers werken bijvoorbeeld met heel lage bemestingsniveaus, daar moet je goed mee om kunnen gaan. Verder moeten ze leren hoe ze zich verhouden tot het gebruik van preparaten. Het is geen ‘truc’, het is een proces.”

Waarom zouden bedrijven ervoor kiezen om naar biodynamisch om te schakelen? “Enerzijds omdat de vraag toeneemt, vooral door aanhoudende groei in Duitsland en anderzijds omdat bioboeren zich verder willen ontwikkelen. Dat kan met de werkwijze van Collegiale Toetsing waarin BD-boeren met elkaar zoeken naar optimalisering van hun bedrijf en elkaar inspireren.”

Van Ruitenbeek ziet toekomst van BD op dit moment vooral in jongeren en in versterking van de biowinkels: “We zijn nu met een project bezig met de Youth Food Movement Academie om te kijken hoe we ook jonge bewuste consumenten kunnen verleiden om in de speciaalzaken vaker voor producten met Demeterkeurmerk te kiezen. Verder zijn we aan het kijken hoe we onze samenwerking met nieuwe handel en retail zo kunnen vormgeven dat het niet alleen over normen gaat, maar ook over gedeelde waarden.”

Dat leidt al tot concrete stappen: “Daarvoor zijn we in samenwerking met Leen Janmaat van het Louis Bolk Instituut ook een cursus over voedingskwaliteit gestart voor handel, verwerkers en winkeliers.”’
Om nog even bij Biojournaal te blijven: Lenneke Pors-Schot schreef daar op 24 maart ‘Vanaf deze week veranderingen rond Zuiver Zuivel en Weerribben Zuivel’:
‘Weerribben Zuivel heeft het merk Zuiver Zuivel gekocht. Vanaf volgende week gaat Weerribben Zuivel ook Zuiver Zuivel producten produceren. Daarmee vinden er een aantal veranderingen plaats in het assortiment van de merken Zuiver Zuivel en Weerribben Zuivel. “We hebben er voor gekozen om de merken Zuiver Zuivel en Weerribben Zuivel duidelijk van elkaar te gaan onderscheiden. Zuiver Zuivel wordt een merk met uitsluitend producten van Demeter kwaliteit, geleverd door 20 unieke bio-dynamische familiebedrijven die continu in ontwikkeling zijn. Weerribben Zuivel is het biologische merk uit natuurgebied Weerribben-Wieden, rechtstreeks van de boerderij”, vertelt Klaas de Lange van Weerribben Zuivel.

Klaas vervolgt: “Op deze wijze levert Weerribben Zuivel twee mooie merken, waarmee de bio-speciaalzaak zich duidelijk kan onderscheiden van de supermarkt, en waarmee de consument een heldere keuze kan maken. De biologische lijn van Zuiver Zuivel verdwijnt en het merk Weerribben Zuivel biedt hiervoor een goed alternatief product. Het merk Weerribben Zuivel zal haar assortiment dan ook uitbreiden met roomproducten, grasboter, geraspte kaas en Goudse kaas. De kwaliteit van de Zuiver Zuivel producten zal behouden blijven, en ook de kwaliteit van de kaas zal gelijk blijven.”

Specifieke wijzigingen in assortiment

Er zullen per week 12 een aantal specifieke wijzigingen in het assortiment plaatsvinden. Zo zal de biologische vla van Weerribben Zuivel vanaf nu een alternatief zijn voor de Demeter vanillevla en chocoladevla van Zuiver Zuivel. Die verdwijnen namelijk uit het assortiment. Het merk Weerribben Zuivel komt in deze periode ook met geraspte kaas en roomproducten. Deze producten zullen namelijk verdwijnen uit het Zuiver Zuivel assortiment. De biologische milde yoghurts van Zuiver Zuivel worden samengevoegd met de Zuiver Zuivel Yomio's tot Zuiver Zuivel Yomio – milde yoghurt.

Per week 19 en week 23 zullen nog wat wijzigingen doorgevoerd worden, daarover volgt tegen die tijd meer informatie in Biojournaal. Winkeliers en groothandels krijgen ondersteuning bij het bekend maken van de veranderingen bij de consument/winkels.

Nieuwe Zuiver Zuivel-verpakking

Klaas geeft aan dat vanaf volgende week de eerste nieuwe yoghurt-pakken van Zuiver Zuivel in de winkels te vinden zullen zijn. “De verpakkingen van Zuiver Zuivel Demeter zullen een nieuwe moderne en rustige uitstraling krijgen. De boeren blijven op de verpakking een hoofdrol spelen. Ze vertellen op de verpakkingen het Demeter verhaal. Op iedere verpakking staat een letter afgebeeld, de eerste letter van een Demeterthema dat op de zijkant door de boer wordt uitgelegd.”

Wijzigingen in productlocatie

De Zuiver Zuivel-fabriek in Limmen wordt per eind juni gesloten en de melk van de biologisch-dynamische boeren gaat dan naar de fabriek van Weerribben Zuivel om er Zuiver Zuivel-producten van te maken. In de periode april tot eind juni wordt de productie overgezet naar Weerribben Zuivel. Om het nieuwe volume goed aan te kunnen, ook in de toekomst is Weerribben Zuivel bezig met het bouwen van een nieuwe fabriek.

Voor meer informatie: Myrthe Bijl, Myrthe@weerribbenzuivel.nl, www.weerribbenzuivel.nl, www.zuiverzuivel.nl

dinsdag 29 maart 2016

Het ei


Het is na Pasen. Ruim een week geleden, aan het begin van de lente op 21 maart, verscheen op de website van Antroposofie Magazine in de rubriek ‘Uitgelicht’ het bericht ‘0 NL 42806/2 Demeter. Het ei ontcijferd’:
‘Op elk ei dat je in de winkel koopt, staat een rood stempeltje met een code. Hoe lager het eerste cijfer des te hoger het welzijn van de kip. Een 0 in combinatie met het woord Demeter is het hoogst haalbare qua dierenwelzijn. NL staat voor de Nederlandse herkomst. De unieke code 42806/2 vertelt waar dit ei gelegd is: op het bedrijf van Gerjan en Carolien Slingenbergh uit het Overijsselse Ane.

Annelijn Steenbruggen ging op verzoek van de redactie op bezoek bij boer Gerjan en beschrijft in haar artikel hoe deze bijzondere boer met zijn kippen omgaat. Ze krijgen gevarieerd voer en bezigheidstherapie. Hierdoor gedragen de kippen zich over het algemeen als gezellige tantes!

Voor Gerjan is het de kunst om zijn kippen in een zo natuurlijk mogelijke omgeving te laten leven. “Een kip is van oorsprong een bosdier. Voor de bosrijke omgeving heb ik appel- en perenbomen in de buitenuitloop aangeplant. Ik heb voor oud-Hollandse fruitrassen gekozen waar ik in het najaar sap van laat persen. Het valfruit is voor de kippen.”

Gepubliceerd in Antroposofie Magazine nummer 1, maart 2016.’
In de rubriek daaronder, ‘Actueel’, vind ik onder meer het bericht ‘“Nieuw en Oud” tussen oud en nieuw’ onder de datum van 17 maart, met een mooi filmpje:
‘Eind december organiseerden de jongeren van de Antroposofische Vereniging in Nederland een driedaagse bijeenkomst op de Kraaybeekerhof in Driebergen, met als thema “Nieuw en Oud, alles wat we wilden willen”. Dit filmpje geeft een mooie terugblik op die inspirerende driedaagse vol bijzondere ontmoetingen, waar onder meer onze columnist Jesse Mulder een lezing gaf en in antroposofie geïnteresseerde jongeren konden deelnemen aan workshops als biografiek, yoga en storytelling. Momenteel bereidt de organisatie een vervolgbijeenkomst voor: een kamp dat rond midzomer zal plaatsvinden.’
Gaan we terug op de homepage verder naar beneden, komen we bij ‘Blog. Inspiratie voor dagelijkse beslommeringen’ dezelfde columnist tegen. Op 24 maart is daar ‘Je bent meer dan metadata – door Jesse Mulder’ geplaatst:
‘Bij een Studium Generale-lezing afgelopen woensdag (23 maart) zette Dimitri Tokmetzis, datajournalist van De Correspondent, een krachtig betoog neer: We hoeven ons geen illusies te maken, ons leven is tot op angstwekkend gedetailleerd niveau te reconstrueren uit alle data die we creëren en achterlaten. We zijn natuurlijk wel bekend met dat fenomeen: bedrijven als Google en Facebook verdienen niet direct aan hun producten (die zijn immers gratis) maar wel aan advertenties. En dat kunnen ze omdat ze zo veel data over hun gebruikers verzamelen. Die data maakt het mogelijk om gericht te adverteren.

Zodra je op de een of andere manier met internet verbonden bent, wordt er data verzameld. En dat zijn we nu eenmaal op steeds grotere schaal – de smartphone levert wat dat betreft natuurlijk een enorme bijdrage. Maar neem zoiets ogenschijnlijk onschuldigs als een e-book lezen op je Kindle. Jij leest ineens niet alleen het boek, maar het boek leest ook jou: waar en wanneer ben je aan het lezen, bij welke passages lees je langer door, welke boeken lees je wel of niet uit, in welke volgorde lees je welke boeken – dat soort informatie wordt verzameld, geanalyseerd, en verkocht aan uitgevers. Data is goud waard.

Metadata

Het hoeft hier trouwens niet eens te gaan om de inhoud van, bijvoorbeeld, je e-mails, je Facebookposts, je digitale foto’s, je WhatsAppjes etc. Eigenlijk is de zogeheten metadata veel belangrijker: informatie die niet veel meer zegt dan dat je een e-mail of berichtje hebt verstuurd (op welk tijdstip, vanaf waar, naar wie, met welke titel) of dat je een foto hebt gepost (bij wie, op welk tijdstip, welke locatie, met wat voor camera). Tokmetzis liet overtuigend zien dat je op basis van dat soort metadata al snel een zeer gedetailleerd profiel kunt maken van iemand.

Niets te verbergen

Maar hoe erg is dat nu eigenlijk? We hebben toch niets te verbergen in onze vrije westerse maatschappij? Volgens Tokmetzis moeten we de impact van dit fenomeen echter niet onderschatten. Want wat gebeurt er nu feitelijk? Op basis van dit soort data worden we massaal, en op steeds specifieker niveau, sociaal gecategoriseerd. Neem zorgverzekeraars: als die door analyse van allerlei soorten data (en die kan heel diverse bronnen hebben!) kunnen gaan differentiëren tussen mensen met hoger en lager risico op diverse soorten prijzige aandoeningen (diabetes, hartklachten etc.) dan is de verleiding groot om klanten met zo’n hoger risico óf eruit te werken, óf meer premie te laten betalen. Promovendum, “de zorgverzekering voor hoger opgeleiden”, is een voorbeeld: hoger opgeleiden blijken grosso modo goedkoper, dus is het voordelig om je daarop te richten. Maar het is natuurlijk duidelijk dat dit uiteindelijk het hele idee van een verzekering – we betalen allemaal een beetje om de klappen voor de onfortuinlijken onder ons gezamenlijk op te vangen – onder druk zet. Waar blijft dan de solidariteit?

Digitaal masker

Vanuit antroposofisch gezichtspunt heeft deze sociale categorisering nog een diepere lading. Tokmetzis duidde die al aan met een frappante opmerking: “Je bent niet je data, je bent geen model.” Als je voortdurend op basis van dat model, die ‘digitale tegenhanger’, wordt benaderd, grotendeels buiten je bewustzijn om, dan is het niet ondenkbaar dat je daardoor steeds meer op die digitale tegenhanger gaat lijken. Je Ik, je unieke menselijke individualiteit, komt ongemerkt in de verdrukking, omdat je leven zich steeds meer richt naar dat model. Terwijl je de indruk hebt dat je juist heel individueel wordt benaderd, exact afgestemd op jouw gewoontes, behoeftes, interesses, etc. De mens wordt gereduceerd tot een berekenbaar sjabloon, een digitaal masker.

Bewustwording

Wat te doen? Tokmetzis wilde duidelijk geen doemprediker zijn – maar zijn luisteraars wel wakker schudden. Bewustwording is een eerste stap: data, ook als die geanonimiseerd is, bestaat nog steeds uit intieme gedragsgegevens. Zo beschouwd missen we dus een belangrijk stuk wettelijke bescherming daarvan. Verder is het cruciaal dat we de “monopolies” (Google, Facebook etc.) doorbreken, dat we gaan onderzoeken hoe er meer controle bij de eindgebruiker kan komen te liggen, en hoe we de verdienmodellen kunnen ondermijnen die de uitbuiting van data momenteel zo’n sterke boost geven. Er zijn op dit vlak nog belangrijke stappen te zetten in de nabije toekomst!

Jesse Mulder is universitair docent bij de vakgroep Filosofie en religiewetenschap aan de Universiteit Utrecht.

De lezing van Dimitri Tokmetzis vond plaats in het kader van een universiteitsbrede cursus wetenschapsfilosofie, die Jesse samen met andere docenten van de Universiteit Utrecht verzorgt. Die cursus bestaat uit een veelzijdige reeks Studium Generale-lezingen, dit jaar met als overkoepelend thema “Machtige geheimen”. Het gaat over wetenschappers die, gewild of niet, geheimen hebben, geheimen onderzoeken, op gevoelige resultaten stuiten, onderzoeken wat het is om geheimen te hebben – en ook over de vraag of we tegenwoordig nog wel geheimen kunnen hebben. Tokmetzis sprak in het kader van die laatste vraag. Zijn lezing is terug te kijken op de website van Studium Generale.’
Daar weer boven, bij ‘Artikelen. Helemaal te lezen’, staat ‘Van Odin-groentetas naar coöperatie’, gedateerd 20 maart:
‘Al meer dan twintig jaar vult Odin wekelijks duizenden tassen met groenten en fruit van het seizoen, alles biologisch of biologisch-dynamisch. Toch is er veel veranderd, vertelt Merle Koomans, manager Marketing & Communicatie bij Estafette Odin BV. “De ‘Odin-tas’ was destijds heel innovatief om vraag en aanbod samen te brengen. Tegenwoordig richten we onze energie vooral op de coöperatiewinkels.”

Begin jaren negentig kon je nog maar op weinig plaatsen bio-producten kopen. Biologische telers konden hun producten dus slecht kwijt. Tegelijkertijd bleven groente en fruit te lang in de schappen liggen, waardoor de kwaliteit van de producten achteruitging. Met de groente- en fruittas legde groothandel Odin een directe relatie tussen producenten en consumenten, waarmee de telers hun producten konden verkopen en de klanten gegarandeerd verse groente en fruit inkochten.

“Een heel innovatief concept eigenlijk, ook in het hele ‘foodwaste-verhaal’,” zegt Merle Koomans met enige trots. “In hoogtijdagen verspreidde Odin 25.000 tassen per week, nu zijn dat er zo’n 10.000. Tegenwoordig kun je biologische basisspullen immers overal kopen.” Voor de komst van de groentetassen was Odin alleen groothandel. De tassen betekenden een kantelpunt in de wijze van werken. “We gingen nu ook nadenken over wat er bij de consument op tafel kwam, deden er recepten bij en zorgden voor steeds meer variatie in het aanbod.”

18 Estafettewinkels

In die lijn heeft het bedrijf zich de afgelopen jaren verder ontwikkeld. Estafette Odin BV kent nu 18 eigen Estafette-winkels en een online winkel. “Vanuit onze missie investeren we in zaken als bodemvruchtbaarheid, bijen, zaadgoed en een andere economie,” benadrukt Koomans. “Natuurlijk is onze eerste opdracht de dagelijkse boodschappen te verzorgen. Ik denk dat veel van onze klanten nog niet altijd doorhebben dat ze met het doen van hun boodschappen bij Estafette ook bijdragen aan een hogere doelstelling.”

Belangrijk voor Estafette Odin is dat de eigen activiteiten versterkend zijn voor de hele keten. Om dit te bekrachtigen heeft de organisatie zich in 2012 omgevormd in een coöperatie waarin ondernemers, kapitaalverschaffers, consumenten, medewerkers, leveranciers, producenten en andere belanghebbenden zijn verenigd om de voedselvoorziening en voedselproductie langs gezonde weg tot stand te laten komen.

Coöperatie

Coöperatie Odin kent inmiddels ruim 2500 participerende leden; klanten, medewerkers, leveranciers of andere geïnteresseerden die de coöperatie willen ondersteunen. Dat kan al voor honderd euro per participatie. “Deze leden kunnen weer gebruikmaken van ons ledenvoordeelsysteem,” vertelt Merle Koomans. “Door maandelijks vooraf een bepaalde bijdrage in de kosten van de winkel te betalen, gemiddeld 20 euro per huishouden, betaal je aan de kassa een lagere prijs voor de producten. In feite is het geen korting, we halen zelf een stuk uit onze margeopbouw. Zo maken we biologisch boodschappen doen financieel aantrekkelijk, zonder dat iemand anders in de keten ervoor opdraait.”

Op de website van Estafette Odin BV vind je meer informatie over de uitgangspunten, doelstellingen en activiteiten van de ketenorganisatie voor biologische en biologisch-dynamische voeding: www.estafette.org’
Hiermee hebben we voorlopig de website Antroposofie Magazine wel afgestruind. Voordat ik overga naar een verwante website die voor deze weblog van belang is, in het verlengde van het voorgaande eerst dit. Namelijk dat Biojournaal een paar dagen eerder ‘Odin-tassen ook steeds vaker naar kinderdagverblijven. Theo Boon: “Willen in totaal 40 Estafette-winkels”’ publiceerde (op 17 maart):
‘Op de website Veld.nl staat een uitgebreid interview met Theo Boon, directeur van Estafette Odin. Hij vertelt hierin over de ontwikkeling die het bedrijf heeft doorgemaakt sinds het begin. Zo komt onder meer het Odin groente- en fruitabonnement aan bod, waarmee ze ook nieuwe doelgroepen zoals kinderdagverblijven mee bereiken. En hij vertelt over de groeiplannen voor de Estafette-winkels.

Estafette Odin: een vooruitziende biologische blik

In 1983 begon Odin als import-/exportbedrijf van biologische producten. Dat was in die tijd nog heel bijzonder, het bedrijf had een vooruitziende blik. Het uitgangspunt van toen is nog steeds actueel: het aanbod verzorgen van kwalitatief hoogwaardige voeding uit een gezonde landbouw en een eerlijke economie. Om een betere afstemming van vraag en aanbod en daarmee snellere doorloop van versproducten te realiseren, ging Odin rechtstreeks aan de consument leveren. Directeur Theo Boon vertelt over de ontwikkeling die het bedrijf heeft doorgemaakt sinds het begin.

Abonnementen op groente en fruit

Het bedrijf is groot geworden met het Odin groente- en fruitabonnement. Daarmee kunnen consumenten een abonnement nemen op een tas met verse groente en fruit, vertelt Theo: “Ze betalen een week vooruit en kunnen op de afgesproken dag hun tas ophalen. In 1994 zijn we ermee begonnen. Na twee jaar hadden we 400 abonnementen, maar dat was in 2001 al opgelopen tot 30.000 abonnementen. Met de verdiensten daarvan hebben we eigenlijk onze 18 eigen Estafette-winkels op kunnen zetten. In 2004 hebben we de export helemaal afgestoten en zijn we ons puur op de Nederlandse consument gaan richten. Toch blijken we nog steeds een heel interessante partner te zijn voor groothandels dankzij onze logistieke performance.”

Abonnement

Lekker koken met verse groenten en fruit van gezonde, levende bodem. Odin vult wekelijks duizenden tassen met smaakvolle biologische en biologisch-dynamische groenten en fruit van het seizoen. Naast de groenten en fruit vindt u in de tas iedere week interessante informatie over de telers, groenten en fruit en actualiteiten en passende en verrassende recepten. Met het Odin-abonnement hebben telers meer zekerheid over hun afzet. Zo maken 50 Odin-abonnees het al mogelijk om een stuk landbouwgrond van 1 hectare (10.000 m²) biologisch of biologisch-dynamisch te bewerken.

Afhalen en thuis bezorgen

Tegenwoordig is het heel normaal dat we via internet boodschappen bestellen die we vers op kunnen halen of laten bezorgen. Maar in 1994 was het bestellen via internet nog revolutionair, aldus Theo: “Wij zeggen wel eens heel stoer dat wij eigenlijk het idee achter initiatieven als HelloFresh hebben bedacht. HelloFresh bezorgt complete maaltijdboxen en aan huis. Ons hele distributiemodel werkt via 350 afhaalpunten in heel Nederland. Wij kiezen voor 100% biodynamische en biologische producten, zoveel mogelijk ingekocht bij boeren, tuinders en andere leveranciers waar Estafette Odin een duurzame relatie mee heeft.”

Grootste biologische voedselcoöperatie van Nederland

De 18 biologische eetwinkels van Estafette zijn allemaal in eigendom van de Coöperatie Odin UA, een biologische voedsel coöperatie met al ruim 3.000 leden. Klanten kunnen lid worden van hun favoriete winkel. In ruil voor het vooruitbetalen van een stukje van vaste kosten van Estafette betalen ze vervolgens een lagere prijs voor hun boodschappen. Dit levert voordeel op voor de klant en stabiliteit voor Estafette en daarmee zekerheid voor de leveranciers. Zij gaan dus echt een commitment aan met het bedrijf en krijgen daar iets voor terug.

Leden kunnen voor nog meer financiële zekerheid zorgen via het Odin Voorraadfonds. Hier kunnen leden hun spaargeld inleggen, met als doel om er oogst en productiekosten mee vooruit te betalen. De leden krijgen hier vervolgens rente over die hoger is dan bij de bank.

Foodcommunity uitbreiden

Het toekomstplan voor Estafette Odin is helder volgens Theo: “We willen in totaal 40 Estafette-winkels in Nederland hebben waarmee we de grote steden afdekken, aangevuld met een sterke online bezorgdienst met een landelijke dekking. Natuurlijk is dat afhankelijk van de beschikbare investeringsmogelijkheden, maar gemiddeld willen we groeien met twee winkels per jaar. Daarnaast willen we de foodcommunity van onze coöperatie verder uitbouwen. We hebben nu 3.000 leden en ons doel is om 1.000 leden per jaar te werven daarvoor. Als we over 10 jaar 13.000 leden hebben, willen we ook andere activiteiten organiseren rond biologisch eten en koken. Denk daarbij aan reizen organiseren naar producenten, kookcursussen en lezingen geven. Wij denken dat er in Nederland een doelgroep is die zich erg aangesproken voelt en lid wil worden. Mensen die kiezen voor kwalitatief hoogwaardige voeding uit een in alle opzichten duurzame productieketen. Mensen die net als wij vinden dat je goed moet zorgen voor de aarde en dat iedereen in de keten meewerkt een rechtvaardige vergoeding moet krijgen voor zijn bijdrage. Het doel is natuurlijk dat zij enthousiaste ambassadeurs worden en nieuwe leden voor ons werven. Mensen vinden biologisch eten ook echt lekkerder. Uit blinde tests komen onze producten eigenlijk altijd als winnaar uit de bus. Vooral aan biologische tomaten, komkommers en vlees proef je het goed.”

Nieuwe doelgroepen

De voorlopersfunctie van Estafette Odin met het Odin groente- en fruitabonnement werd al even genoemd, maar hier zijn ook ontwikkelingen in te melden. Ten eerste wil Theo het assortiment zodanig uitbreiden dat er voor elk wat wils te vinden is. Ten tweede wil hij ervoor zorgen dat er bijzondere biologische producten te verkrijgen zijn die alleen bij Odin beschikbaar zijn. Het uitbreiden van de doelgroep is een ander doel, aldus Theo: “Naast de consumenten die al een abonnement hebben afgesloten, krijgen wij ook heel veel aanvragen van bijvoorbeeld kinderdagverblijven. De besturen daarvan en de ouders van de kinderen vinden dat er biologisch gegeten moet worden en dus komen ze bij ons.”

Steeds belangrijker in de toekomst

Over de hele biologische sector heeft hij ook een duidelijke visie: “Als ik naar de toekomst kijk, worden levensmiddelen steeds belangrijker voor onze gezondheid. Wetenschappelijk krijgt het onderwerp ook steeds meer aandacht. Ik denk dat het een belangrijk maatschappelijk issue gaat worden, bijvoorbeeld in relatie met de kosten van onze gezondheidszorg. Mensen gezond houden kost geld. Dus dan verschuift de aandacht naar de bron, namelijk wat we eten en drinken. Aan de andere kant heb ik een gevoel van ‘mission completed’, want de grote supermarktformules hebben nu biologische producten in hun assortiment. Dat was precies wat wij als idealisten wilden. We moeten alleen met zijn allen oppassen dat de kwaliteit van de producten niet gaat lijden onder de prijsdruk die geldt in de retail. Er zal een bepaalde prijsgarantie afgegeven moeten worden.”

Voor meer informatie: www.estafette.org, www.estafettewinkel.nl

Bron: Veld.nl’
Een dag later, 18 maart, berichtte Biojournaal over ‘Alnatura opent honderdste vestiging’:
‘Op donderdag 17 maart is in Berlijn het honderdste Alnatura-filiaal in Duitsland geopend. Het nieuwe filiaal van de biologische supermarktketen is gevestigd in de Friedrichstraße. De nieuwe vestiging met een verkoopoppervlak van circa 490 vierkante meter is het veertiende filiaal in de Duitse hoofdstad. Alnatura blijft in 2016 verder op expansiekoers en opent naast het nieuwe filiaal in Berlijn volgens planning nog 13 andere filialen - waaronder het eerste filiaal in Dresden.

De eerste bio-supermarkt in Duitsland

Met het eerste filiaal, dat op 1 oktober 1987 in Mannheim geopend werd – destijds de eerste biologische supermarkt van Duitsland –, begon het nu al bijna 30-jarige succesverhaal van de Alnatura-supermarkten. Reeds een jaar eerder stonden in de filialen van Tegut en DM de eerste biologische producten van het merk Alnatura in de schappen. Het destijds nog nieuwe concept van een biologische supermarkt werd goed ontvangen bij de klanten: al korte tijd na de opening in Mannheim volgden verdere filialen in Karlsruhe, Kassel, Darmstadt en Freiburg. Rond de eeuwwisseling expandeerde Alnatura vervolgens ook naar de grote steden die tegenwoordig een dicht filialennetwerk tellen: Keulen (2001), Frankfurt (2003), Hamburg (2005) en München (2008). In Berlijn werd het eerste Alnatura-filiaal in 2007 in Charlottenburg geopend.’
Ik had het over een andere website die voor deze weblog van belang is, waarmee ik motief.online bedoelde. Daar vinden we onder de datum van 21 maart het bericht ‘Campagne “Eén wereld, één economie” gestart’:
‘De campagne “Eén wereld, één economie” is uit de startblokken. Vorige week vonden in Oldeberkoop (17 maart) en in Emmen (19 maart) de eerste twee bijeenkomsten plaats.

In Oldeberkoop hielden Frans Wuijts (die “Economie – de wereld als één economie” vertaalde) en John Hogervorst beiden een korte inleiding, gevolgd door vragen en gesprek. In de onverwacht grote kring van 20 mensen bleef donderdag de aandacht goed geconcentreerd. Vanuit het basisgegeven dat een gezonde economie gebaseerd is op het belang van het geheel, en niet dat van de enkeling, passeerden thema’s als de juiste prijs, arbeidsdeling en eigendom de revue.

“Het maakt uiteindelijk niet uit of het door Rudolf Steiner of door iemand anders beschreven of uitgedacht is: het gaat erom of het waar is – dan kan uiteindelijk iedereen het zien.” – Een mooi inzicht!

En op zaterdagmiddag 19 maart was er op ’t Leeuweriksveld, de BD-boerderij van Wouter en Kathinka Kamphuis, een bijeenkomst waarin het thema “eigendom” centraal stond. Een zeer divers gezelschap hoorde meer over de wijze waarop ’t Leeuweriksveld, in samenwerking met de Stichting Mensen voor de Aarde, aan het “vrijmaken” van de grond werkt. Uit een enkele zin kan de goede verstaander al heel veel opmaken: “Het eigendomsrecht zoals we dat hanteren berust op ideeën en wetgeving van vóór Christus...” (Zodoende laat zich de vraag stellen: wat moeten we er anno 2016 nog mee?)

Het onderzoeken van de wijze waarop het eigendomsrecht in onze tijd doorwerkt, leidde ertoe dat ook andere thema’s zaterdagmiddag nader bekeken werden, zoals het vraagstuk van de arbeidsdeling, het scheppen van waarde en de eerlijke prijs.

Bericht overgenomen van Driegonaal’
Dezelfde datum van 21 maart bracht ook ‘Certificaat antroposofisch arts’:
‘De Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen (NVAA) is een vereniging van artsen die zich na hun universitaire studie geneeskunde verder hebben verdiept in de antroposofische geneeskunde. Hun website geeft informatie over antroposofische geneeskunde, over de achtergronden ervan en over de behandelingen die mogelijk zijn.

Op 12 maart presenteerde de NVAA een herkenbaar logo voor alle door de NVAA gecertificeerde artsen. Aan dit logo kunt u de gecertificeerde arts herkennen.

Het certificaat betekent:
1. Dat dit een BIG-geregistreerde is
2. Dat deze arts deelneemt aan visitatie
3. Zich houdt aan de nascholingseisen
4. Is aangesloten bij een klachtencommissie
5. Zich toetsbaar opstelt.

Een NVAA certificaat betekent dat u kunt rekenen op een kwalitatief goede complementair werkende arts en dat geeft vertrouwen.’
Tevens werd die dag ‘Michiel Rietveld neemt afscheid van Kraaybeekerhof’ geplaatst:
‘Een dag na zijn zeventigste verjaardag neemt Michiel Rietveld, op 29 en 30 april, afscheid van Kraaybeekerhof te Driebergen. In vele hoedanigheden heeft hij 40 jaar onafgebroken initiatiefkracht en bezieling betoond voor de toekomstgerichte landbouw en voeding.

Kraaybeekerhof biedt hem – samen met de mensen die hem en elkaar daar graag weer ontmoeten – een mooi programma aan. Er zijn gastsprekers, Michiel houdt zelf een boeiend afscheidsreferaat en er is een informatiemarkt. Natuurlijk is de verzorging van de inwendige mens in de vertrouwde handen van het restaurant. Wilt u daar ook bij zijn, kijk dan voor het gehele programma en de mogelijkheid tot inschrijving op www.kraaybeekerhof.nl/salut. De inschrijving is verlengd tot vrijdag 8 april.’
Verder zijn er in de Agenda stapels nieuwe aankondigingen geplaatst. Maar nog niet dit ‘Congres Leefstijlgeneeskunde’:
‘Zaterdag 16 April, 9.30-17.00 uur
Domus Medica, Utrecht

Gezondheid bevorderen

Tot voor kort richtte de aandacht van de geneeskunde zich vooral op het bestrijden van ziekte. Hoe belangrijk het ondersteunen en stimuleren van het zelfgenezend vermogen is, met name door leefstijl, wordt echter steeds duidelijker. Er zijn aanwijzingen dat 70-90% van chronische aandoeningen zoals diabetes, reuma en kanker te voorkomen is met een gezonde leefstijl, waarbij goede voeding, voldoende beweging en regelmatige ontspanning essentieel zijn. Leefstijlgeneeskunde stelt de autonomie, de eigen kracht en het zelfgenezend vermogen van de patiënt centraal.

De sprekers op het congres leiden het onderwerp leefstijlgeneeskunde in aan de hand van theorie, onderzoek en praktijkervaringen van zowel patiënten/cliënten als zorgverleners.

Tevens worden de deelnemers aan dit congres uitgenodigd om hun eigen visie en ervaringen met elkaar te delen, zodat wij aan het einde van de dag gezamenlijk tot aanbevelingen en actie komen voor een volgende stap op weg naar een duurzame gezondheidszorg.

Sprekers en lezingen

Dagvoorzitter is Guus van der Bie, oud-huisarts en docent aan diverse instituten, zoals de Academy for Integrative Medicine (AIM) en aan de universiteit van Witten/Herdecke (D).

Dr. Remko Kuipers, cardioloog in opleiding, gezondheidscoach en onderzoeker, is gepromoveerd op het onderwerp “Evolutionaire Geneeskunde”. In zijn lezing legt hij uit hoe de toename van de welvaartsziekten evolutionair te verklaren is en hoe deze ziekten met leefstijl te voorkomen zijn.

Prof. dr. Dirkjan van Schaardenburg, hoogleraar reumatologie in het AMC, bespreekt de relatie tussen voeding, roken, bewegen en het ontstaan en beloop van reumatoïde artritis.

Drs. Carl Verheijen was topschaatser en studeerde geneeskunde. Momenteel is hij directeur van een groot gezondheidscentrum in Nijkerk waar preventie door leefstijlaanpassingen in praktijk wordt gebracht.

Dr. Hiske van Ravesteijn heeft o.a. onderzoek gedaan naar Mindfulness bij co-assistenten en AIOS en doet nu onderzoek bij medisch specialisten. Zij zal aandacht besteden aan het hoge percentage burn-out onder artsen en de eventuele voordelen van het gebruik van Mindfulness.

Martijn Kole is ervaringsdeskundige, richtte het Enik Recovery College op en is adviseur van de Raad van Bestuur van Lister (zie www.lister.nl). Verder is hij betrokken bij een wijkgerichte proeftuin. Hij zal spreken over de nieuwe GGZ, waarbij empowerment, herstel en het versterken van de autonomie centraal staan.

Dr. Erik Baars, lector aan de Hogeschool van Leiden en onderzoeker aan het Louis Bolkinstituut in Zeist, zal een wetenschappelijk kader aangeven hoe verbetering in gezondheid door leefstijlgeneeskunde gemeten kan worden.

Accreditatie
Accreditatie KNMG: is aangevraagd.
Accreditatie AVIG: 6 punten Algemeen Medisch.’
Dezelfde Guus van der Bie komen we ook tegen op de website van de Stichting voor Rudolf Steiner Pedagogie die schenkgeld verzamelt om vrije initiatieven in en om vrijescholen te ondersteunen. Namelijk als mede-auteur bij het ‘Project “Fenomenologie naar de schoolbanken”’:
‘Het boek “Inwendige orgaanstelsels fenomenologisch benaderd” is het eerste resultaat van het project Fenomenologie naar de Schoolbanken. Met dit boek maak je opnieuw kennis met de inwendige organen en worden de voorstellingen die je ervan hebt verlevendigd. De fenomenologische benadering leidt tot dynamisch inzicht in de gedaante-ontwikkeling, de levenskracht en in de betekenis van de orgaanstelsels voor de hele mens. Gedetailleerde beschrijvingen en kleurrijke illustraties zijn een inspiratiebron voor de lespraktijk.

Gert Adema, Guus van der Bie en Willem de Vletter: Inwendige organen fenomenologisch benaderd. 17x24,5cm, FS 2016, 85 blz. €19,99 te bestellen via fenomenologie@parcivalcollege.nl.

Download hier de digitale versie van het boek.

Het project Fenomenologie naar de Schoolbanken wil leerkrachten inspireren en ondersteunen bij het fenomenologisch benaderen van het lesgeven en de lesstof. Zo kun je leerlingen nog intenser laten ervaren wat ze van de natuur kunnen leren. Je oefent hen de blik te openen op verschijnselen die anders wellicht verborgen blijven. De leerlingen ontwikkelen daarmee een “levend denken”.

Een volgende uitgave, over evolutie, is reeds in embryonaal stadium.

Ondersteund in 2014
De Stichting voor Rudolf Steiner Pedagogie heeft met € 1.000 de start van dit project mede mogelijk gemaakt en voor de drukkosten van het eerste boekje nog eens € 500 bijgedragen.’
Zijn we eenmaal begonnen met de vrijeschool, kunnen we meteen door naar de website van VrijOnderwijs.nl. Daar werd op 17 maart dit ‘Verslag Informatiebijeenkomst Anders Verantwoorden 20 januari 2016 door Yvonne van Oorsouw en Saar Frieling’ geplaatst:
‘Op zoek naar de brug die het onderwijs van de vrijeschool en de eisen van het systeem vanuit eigenaarschap aan elkaar weet te verbinden, heeft Annemieke Zwart (o.a. auteur van “ik zie rond in de wereld”) in nauwe samenspraak met het werk van Gert Biesta een methode ontwikkeld om onderwijs te verantwoorden. Tri-band verantwoorden is een manier om trouw te blijven aan een onderwijsconcept zonder daarmee onbegrijpelijk te worden voor het systeem. Leren werken met deze manier van verantwoorden is onderdeel van de Masterclass Pedagogisch Meesterschap voor docenten en de Collegereeks Pedagogisch Meesterschap voor schoolleiders van het Centrum Onderwijs & Innovatie van de Hogeschool Leiden. Ze zijn ontwikkeld voor scholen die na periodes van inspectiestress hun eigen concept willen terugveroveren door na te denken over concept-specifiek verantwoorden.

Saar Frieling (onderzoeksbegeleider van de Masterclass Pedagogisch Meesterschap) gaf samen met Yvonne van Buggenum (leraar vrijeschool Hillegom, deelnemer Masterclass Pedagogisch Meesterschap 2014/2015) op 20 januari jongstleden een presentatie over Anders (Tri-band) verantwoorden en over de mogelijkheden die dat biedt voor de vrijeschool. Dit is het verslag van een geslaagde bijeenkomst waarin niet alleen ruimte was voor informatie en inspiratie maar ook voor ieders eigen beginvraag rond deze thematiek.

Spagaat

Frieling start de presentatie met haar verhaal: “Het begrip spagaat in de context van het verantwoorden van onderwijs hoorde ik voor het eerst bij een oprichtingsbijeenkomst van het platform VrijOnderwijs. De aanwezigen spraken over de spagaat die zij ervoeren tussen de praktijk van de vrijeschool en de eisen van de onderwijsinspectie. Later hoorde ik dit gebruik van het begrip spagaat opnieuw, dit keer uit de mond van docenten op Montessorischolen. Ook zij spraken van een spagaat tussen het eigen onderwijsconcept en de eisen van de samenleving.

In beide gevallen leek het woord spagaat iets uit te drukken van een onmogelijke keuze tussen twee kwaden. In beide gevallen was er woede over waarop waarden uit het eigen onderwijsconcept leken te hebben plaatsgemaakt voor eisen van buiten. En inderdaad lijkt de schijnbare tegenstelling tussen conceptuele onderwijsvrijheid en collectieve middelen en verantwoording soms onoverbrugbaar. Maar het is misschien goed om ons af en toe te realiseren dat ook onze wet deze spagaat maakt, en dat onze onderwijswet – waarmee bijzondere scholen gelijk gefinancierd worden aan openbare scholen – een bijzondere wet is die in veel andere landen niet bestaat. En dat wij als bijzondere scholen dus ook de taak hebben zodanig te oefenen dat we deze spagaat kunnen maken: onze conceptuele vrijheid behouden en toch voldoen aan collectieve eisen van verantwoording.”

Schoolvoorbeeld

Frieling geeft vervolgens een voorbeeld uit haar vroegere werk als decaan aan de Vrije Hogeschool in Driebergen, waar voor adolescenten een tussenjaar wordt geboden tussen middelbare school en hoger onderwijs. Veel studenten ervoeren het spanningsveld tussen vrijheid en onderwijssysteem. Sommigen waren bang dat zij hun pasverworven vrijheid niet konden vasthouden in het “reguliere” hoger onderwijs. Anderen voelden zich door die spagaat juist uitgedaagd. Volgens Frieling waren de twee belangrijkste aspecten van de vrijheid die de tweede groep ondervond:

1) gemak met het voldoen aan eisen van anderen en;
2) goed geankerd zijn in wat je zelf wilt.

Het eerste punt is niet voor alle individuele studenten zomaar op te lossen. De verankering met wat je zelf wilt is waar het zowel op de Vrije Hogeschool als bij de Masterclass en de Collegereeks om draait. En natuurlijk hangen de twee ook samen. “Een intern begeleider van een vrijeschool deed in het kader van onze Masterclass onderzoek naar groepsplannen, handelingsplannen en andere energievreters waar docenten bij haar op school over klaagden. Haar vraag was: wat is het doel van al die instrumenten, welke energie kosten ze om in te vullen en wat leveren ze in ruil daarvoor op? Dit alles zodat de school zelf een keuze zou kunnen maken over welke van deze instrumenten te gebruiken, voor welke doelen en op welke manier. Niet lang na het onderzoek had de IB-er een inspecteur op bezoek in haar school, die zei: “het doel van al die plannen is natuurlijk hoge citoscores.” De IB-er liet zich hierdoor niet van de wijs brengen, en hield vol dat de uitdaging is om de scores omhoog te brengen, maar dat ze daarmee nooit het doel worden. Het doel blijft om kinderen zo goed mogelijk voor te bereiden op hun latere leven. De citoscores zijn een middel om de voortgang van kinderen op een paar onderdelen te meten en voor de school om te zien of het geboden onderwijs het gewenste effect heeft of dat er moet worden bijgesteld.

Starten met het steentje in je schoen

Voor deze IB-er waren klachten van docenten over instrumenten waar zij als kwaliteitsbewaker verantwoordelijkheid voor had datgene wat haar in haar dagelijkse praktijk het meest voor de voeten liep. Het was the pebble in her shoe; het onderdeel van je werk dat je het aller lastigst vindt of waaraan je je het meest ergert. Dat “steentje” is onderdeel van de Masterclass Pedagogisch Meesterschap. Docenten gaan aan de slag in hun eigen klas met een onderwerp dat hen na aan het hart ligt. Dat kan zo klein zijn als de ontwikkeling van een enkel kind, maar het kan ook gaan om een andere aanpak van het periodeonderwijs, het invoeren van een nieuw leerlingvolgsysteem of het verantwoorden van een buitenles. In de Masterclass begint het met een experimenteel project, om daarna uit te monden in “onderzoek in eigen werk”. Iedere deelnemer ontwikkelt nieuw handelingsrepertoire voor zichzelf maar door middel van het onderzoek ook nieuwe kennis die bijdraagt aan de ontwikkeling van de school. Voor de eerdergenoemde IB-er betekende het onderzoek en de daarmee verworven kennis dat ze meer ruimte voelde en steviger stond in relatie tot de inspectie.

Voor Yvonne van Buggenum van de vrijeschool in Hillegom die er tijdens de bijeenkomst van 20 januari bij was om haar ervaringen te delen, was haar pebble het periodeonderwijs en de volte in het kopieerhok rond periodetijd. Zij realiseerde zich dat ze maar al te vaak, net als haar collega’s op het laatste nippertje nog snel even een werk- of ander blad moest kopiëren voor de les. Van Buggenum legt uit wat dat betekende voor de schoolpraktijk en dus uiteindelijk voor de kinderen: “je gaat niet in eerste instantie van de kinderen uit maar van de inhoud en de stress van jezelf om het goed te doen voor het leerlingenvolgsysteem. Je kunt je ‘vinkje’ weer zetten. Mijn onderzoeksvraag was ook: hoe krijg ik het weer bruisend voor de kinderen?” Via deze link is het verslag te lezen wat Van Buggenum maakte naar aanleiding van haar onderzoek over haar steentje.

Van Buggenum denkt met veel plezier terug aan de periode die ze deed tijdens de Masterclass: de Grieken. “Ik begon ermee door mezelf voor te houden: dit wordt een periode voor ons allemaal. Dat is gelukt! De kinderen stapten ‘bam’, meteen in de periode. We hebben erg genoten van alles wat gemaakt werd, ook de ouders want we hebben de periode afgesloten met de ouders samen.” Inmiddels geeft Van Buggenum al haar periodes vorm op de in de Masterclass ontwikkelde manier. “Het mooiste is hoezeer de betrokkenheid van de ouders veranderd is door deze aanpak. We sluiten nu altijd met ouders af, soms aan het begin van de dag, soms aan het eind van de dag en soms ’s avonds, zodat alle ouders de gelegenheid krijgen om de presentaties mee te maken. En het is altijd vol.”

Irritaties

De verschillende deelnemers hadden weinig moeite met het benoemen van hun eigen steentje in hun schoen. Ze blijken ook vaak aan te sluiten bij het thema “verantwoorden”:

– Veel tijd kwijt zijn met vastleggen (dat is (nog) niet zinvol bezig zijn)
– Veel bezig zijn met organiseren
– Je slachtoffer voelen van de keuzes die gemaakt zijn (op een ander niveau: overheid, bestuur, schoolleiding)
– Nadruk komt te veel op de vorm te liggen niet op de inhoud

Van Buggenum zegt dat door haar manier van werken de kinderen meer eigenaar worden van hun leerproces. En dat leerkrachten onderling ook veel meer uitwisseling hebben over het “waartoe” van wat ze doen. Bij de opmerking van iemand uit de zaal dat je toch niet te veel de verantwoordelijkheid bij de kinderen wilt leggen, wordt instemmend geknikt. “Hoe doe je dat dan? En hoe zorg je ervoor dat je de beelden laat meedragen? Je bent als leerkracht toch ook de liefdevolle autoriteit. Niet alleen een coach.” Dat deze vraag niet tijdens de avond kan worden beantwoord is duidelijk. En ook is duidelijk dat dit een waardevolle onderzoeksvraag zou kunnen zijn voor een vrijeschoolleerkracht tijdens een Masterclass. Hier wordt ook het punt van kennis delen met elkaar (over scholen heen) aangestipt. “Het zou handig zijn als we die verslagen zouden kunnen bekijken. Alleen al voor de inspiratie.”

Dan komt het gesprek op een volgend punt: verantwoorden. Gezegd wordt dat verantwoorden ook een vorm van angst is en niet constructief. De aanwezigen zijn het er wel over eens dat je ruimte voor jezelf in de klas niet bij een ander kunt zoeken. Toch denken we bij heel veel dingen dat het “moet van de overheid” in plaats van dat we het als keuze ervaren dat we aan die eisen willen voldoen. In feite is verantwoorden niets anders dan het verzamelen, ordenen en zichtbaar maken van datgene wat je aan het doen bent of hebt gedaan.

Tri-band verantwoorden en de inhoud van Masterclass en Collegereeks

“Het leren zichtbaar maken van wat er op een school gebeurd is verantwoorden,” dat gaat veel verder dan een toets die wordt ingevuld. Een belangrijk onderdeel in de Masterclass en de collegereeks voor bestuurders is dan ook het Tri-band verantwoorden en de “matrix van het waartoe”:

In deze matrix wordt zichtbaar dat verantwoorden over meer gaat dan alleen het vakje linksboven, waar de citotoetsen onder vallen. De inspectie stelt eisen over de helft van het rekenonderwijs en tweevijfde van het taalonderwijs. Al het onderwijs daarnaast en daaromheen is een zaak van de school zelf, en ook over die onderdelen wil een school verantwoording afleggen: naar ouders (golflengte 2) en naar kinderen zelf (golflengte 3). De drie kolommen komen voort uit het werk van Gert Biesta als de drie gebieden waar onderwijs over gaat, en dus de drie gebieden waarop je verantwoording zou kunnen willen afleggen: kwalificatie, socialisatie, persoonsvorming (subjectivatie in termen van Biesta).

Een ander element van de Masterclass en de collegereeks is onderwijstypologie. Wat voor onderwijs wil je kinderen eigenlijk bieden? Individueel of groepsgericht, lineair of concentrisch? Idee is dat je als school eerst goed moet weten wat voor type school je eigenlijk bent en wilt zijn om te kunnen weten welke vormen van verantwoording daarbij passen. Vervolgens komen er alternatieve manieren aan bod om onderwijs te verantwoorden en te evalueren: het Kindwerkdossier, U-gesprekken met kinderen en andere assessmentvormen. Aan bod komt ook het plannen van de verantwoording met behulp van de “verantwoordingskalender”.

De essentie van Masterclass en Collegereeks is het volgende: vrijheid en onvrijheid hangen samen met de richting van waaruit de motivatie of druk komt om iets te doen. Als de druk van boven komt krimpt de vrijheid: de inspectie zit op de nek van de besturen, de besturen zitten op de nek van de directies, de directies zitten op de nek van de docenten en de docenten zitten op de nek van de kinderen. In deze keten ervaart iedereen eisen en druk van boven en is iedereen aan het spartelen om aan die eisen te voldoen. Vrijheid groeit als de motivatie een beweging van binnenuit is: kinderen willen dingen weten en leren, docenten willen kinderen daarbij zo goed mogelijk helpen, scholen willen het moois wat zij doen verantwoorden. Met de inspectie is de school in gesprek over het verantwoorden van het onderwijs, zoals zij dat in hun concept hebben staan, en waarvoor de ouders hebben gekozen. Inclusief de onderdelen die daarvan op dit moment vanuit de overheid zijn vastgelegd: een leerlingenvolgsysteem en de eindtoets. Er blijft misschien spanning maar je staat steviger in je schoenen omdat je weet waarvoor je staat. inspectie is tevreden.

Slotvragen

Aan het slot van de bijeenkomst klinken vragen en opmerkingen die zinvol zouden zijn om in een Masterclass of collegereeks te gaan te vertalen naar een onderzoeksvraag. Zoals:
– Eigenaarschap van leerkrachten. Hoe doe je dat? Hoe wordt je samen sterk?
– Leraren uitdagen te zoeken wat ze willen en ze meer vertrouwen en loslaten!
– Uit alles klinkt dat de kinderen een andere rol krijgen bij de verantwoording van het onderwijs, dat er meer aan hen gevraagd wordt. Wat betekent dat voor de dynamiek in de klas?
– Verandering komt altijd van de werkvloer. Vragen op dat niveau maken onderzoek mogelijk.

Frieling benadrukt dat het belangrijk is je eigen onderzoeksvraag te formuleren die aansluit bij je eigen praktijkervaring. Antwoorden van anderen sluiten niet vanzelf aan bij je eigen vragen. Dus het invoeren van een portfolio zonder dat daar van binnenuit een vraag naar is is niet zinnig. Veel weerstand gaat over het gevoel dat er iets op een bepaalde manier zou moeten, terwijl het er juist om gaat dat je het zelf vormgeeft. Weerstand tegen verantwoorden is eigenlijk jammer, want door het zichtbaar maken van het leerproces krijgen de leerling, de leerkracht en de school veel positiefs terug. De aanwezigen beamen dat je eigen mening loslaten en samen een teamgeest scheppen om dialoog vraagt. Daarin moet je willen investeren, het voorbereiden van een gesprek met de inspectie is basis en geeft vrijheid om te spelen met de eisen.

Vervolgstappen

Bij de afsluiting verzuchtte een deelnemer ook nog de vraag die op ieders lippen bleek te liggen, zowel in de dag en dagelijkse praktijk als op deze specifieke avond, maar die kennelijk te lastig is om gewoon te stellen: “Maar wat wil de inspectie nu eigenlijk zien? Ik heb behoefte aan een vertaalslag van deze eisen! Wat zegt de wet, hoe vult de inspectie die wet in en welke ruimte heb je als school om je eigen koers te varen?” VrijOnderwijs.nl gaat met deze prangende vraag verder en zal een onderwijsjurist vragen hoe we het wettelijk kader kunnen zien en waar dan de ruimte zit voor de leerkracht, schoolleider en voor besturen. Met in het achterhoofd, zoals aan het begin al werd gezegd, ook de verantwoordelijkheid die hoort bij het veroveren en innemen van je ruimte ten opzichte van de ‘regels’. Want dat zul je echt zelf moeten doen!

Ervaringen oud-deelnemers

Naar aanleiding van deze avond bleken aanwezigen belangstelling te hebben voor ervaringen van oud-deelnemers. Er zijn op papier artikelenbundels verschenen, die men kan bestellen door te mailen naar Info@vrijonderwijs.nl. De prijs is: 16 Euro inclusief verzendkosten. Op den duur komen de bundels ook digitaal beschikbaar, maar vooralsnog bestaan ze alleen op papier.

Op 28 mei 2016 zal VrijOnderwijs een nieuw groot symposium organiseren waarbij ook ruimte gemaakt wordt voor de vraag “wat moet en wat mag”. In aanloop naar die bijeenkomst die we organiseren over het wettelijk kader, hier een link naar een globaal overzicht van wat de inspectie wel, en wat de inspectie niet kan vragen.

Op deze website staat ook een interview met Paul Zachos, over geschikte toetsen voor de vrijeschool’
De Vereniging van vrijescholen had een week later een verslag over ‘Worden wie we zijn of worden wie je bent?’ Dat was op 23 maart:
‘De 7e editie van de Conferentie vrijescholen VO was drukker bezocht dan ooit. Met bijna 700 deelnemers was de aula van de Stichtse Vrije School te klein om iedereen te huisvesten en moest er gedeeltelijk worden uitgeweken naar de theaterzaal. Na het ochtendprogramma waren de school en het nabij gelegen Helicongebouw tot de nok gevuld met een grote verscheidenheid aan vak- en werkgroepen.

Over leeftijdsfasen en gepersonaliseerd leren

Voor het eerst was er, naast de vertrouwde vakgroepen, een ruim aanbod van thematische en vakoverstijgende werkgroepen, gerelateerd aan de kracht van de vrijeschool en aan actuele veranderingen en uitdagingen. Planetentypen, klassenbesprekingen, kinderbesprekingen, menskunde, alternatieven voor het periodeschrift, de biografie van de leraar, periodeonderwijs, de grandioze metamorfose van leerlingen in de hoogste klassen, het motiveren van leerlingen, audiovisuele vorming, passend onderwijs, gepersonaliseerd leren en nog veel meer passeerde de revue.

Daarnaast waren er plenaire gedeeltes met lezingen over leeftijdsfasen en gepersonaliseerd leren, ritmes en zang, mededelingen over de vrijeschoolwiki en over het Internationaal Hulpfonds voor Vrijeschoolpedagogie. Lunch en logistiek waren andermaal in goede handen van de dames van HenS en vele hulpvaardige leerlingen en medewerkers van de Stichtse Vrije School. De dag werd afgesloten op poëtische wijze door Esther Porcelijn.

De grote toestroom van leraren naar deze conferentie zegt iets over de huidige stand van zaken in het vrijeschoolonderwijs. Het gaat goed. Scholen groeien en op veel plekken zijn er nieuwe initiatieven. Steeds meer leerlingen en ouders kiezen voor vrijeschoolonderwijs.

Maar waarom gaat het zo goed? Blijkens onderzoek uit 2015, in opdracht van de Vereniging van vrijescholen (DUO, 2015, Kiezen voor vrijeschoolonderwijs), kiezen leerlingen en ouders voor vrijeschoolonderwijs vanwege “de aandacht voor de brede persoonsvorming en talentontwikkeling van leerlingen”. De vrijeschool doet dat onder meer door een unieke aanpak, waarin de ontwikkeling van de leerling centraal wordt gesteld, o.b.v. leeftijdsfasen gericht onderwijs en een antroposofisch mensbeeld. In haar lezing bevestigde Merel Boon de kracht van deze uitgangspunten. Daarbij is een goede intermenselijke relatie tussen leraar en leerling cruciaal voor het welslagen van deze aanpak.

Het spanningsveld tussen de ontwikkeling van de groep (leeftijdsfasen) en de ontwikkeling van het individu (geïndividualiseerd leren), zoals verscholen in de conferentietitel (‘Worden wie we zijn of worden wie je bent’) bleek overigens bij nader inzien overkomelijk. Want in het individu spiegelt zich immers de gemeenschap en vice versa. Natuurlijk vraagt een dergelijke dubbele differentiatiemethode kennis, kunde en ervaring, die lang niet altijd goed beheerst worden, maar beide hoeven elkaar zeker niet uit te sluiten.

Het feit dat leerlingen en ouders kernwaarden van vrijeschoolonderwijs herkennen is iets om trots op te zijn. Anderzijds impliceert een goede onderwijsaanpak, zeker vanuit antroposofisch oogpunt, voortdurend beweging en zelfreflectie, waarbij verbinding en dialoog met de wereld om ons heen, het bredere onderwijsveld en de maatschappij in het algemeen, heel belangrijk zijn.

De tweede spreker, Jan Fasen, medeoprichter en bedenker van het Agora College, belichaamde op de conferentie deze buitenwereld. Zijn verhaal over het Agora College klonk zowel exotisch als vertrouwd in de oren. Duidelijk is dat de vrijeschool in een deel van haar streven niet uniek is, maar idealen deelt met andere actoren in het onderwijsveld. Een school zonder roosters, boeken of klassen klinkt in eerste instantie misschien wat vreemd, maar er bleken raakvlakken te over. Wat willen we met leerlingen? We willen dat leerlingen zich als mensen breed ontwikkelen en klaar zijn om autonoom en in verbinding met de wereld hun levensweg vinden. Niet alleen op cognitief vlak, maar ook als sociaal, kunstzinnig, ethisch en spiritueel handelende mensen.

Het Agora College beoogt een holistische aanpak, waarin leerlingen hun eigen weg vinden in heterogene leergroepen en waar de docent hen begeleidt als autonome professional, niet gebonden aan voorschriften van uitgevers of onderwijsinspecteurs. Natuurlijk zijn er verschillen, maar vooral ook veel overeenkomsten. Wat met name inspireerde in het verhaal van Jan Fasen was de moed om het anders te durven doen, idealist te durven zijn en het gesprek daarover aan te gaan.

En daar ligt precies ook de uitdaging voor vrijescholen. Om trots te zijn op de eigen identiteit en te staan voor ons onderwijs, maar ook voortdurend in beweging en dialoog te blijven. Wij, vrijescholen, hebben veel te bieden aan het onderwijsveld, en ook veel te leren van anderen. Beide zijn van belang en hebben alleen succes als er een voortdurende dialoog plaatsvindt. Wij gunnen ons allen een open en autonome houding, waarin onze scholen, en vooral ook onze leerlingen, kunnen groeien tot wie zij werkelijk zijn.

Voor nu dank aan allen. Het werd wat ons betreft de inspirerende dag waar we op hoopten. Tot volgend jaar!

Namens de voorbereidingsgroep,
Elard Pijnaken, Marijke Vermeer, Thijs Jan van Schie’
Vandaag bracht de Vereniging van vrijescholen het bericht ‘Meer inzicht in onderwijstoezicht inspectie’ naar buiten:
‘Het initiatiefvoorstel van het Tweede Kamerlid Bisschop, dat een verbetering moet opleveren van het wettelijk kader voor het onderwijstoezicht, is op dinsdag 8 maart aangenomen in de Eerste Kamer. De nieuwe wet moet ervoor zorgen dat scholen meer duidelijkheid krijgen over de onderdelen waarop de Inspectie van het Onderwijs hen beoordeelt.

De Vereniging van vrijescholen is enthousiast over deze nieuwe koers in het onderwijstoezicht en stelt dat de invoering van de wet slagvaardig ter hand genomen kan worden. Het belangrijkste daarbij is dat het oordeel van de inspectie zich uitsluitend nog richt op de zogenaamd deugdelijkheidseisen. De scholen zijn zelf aan zet als het gaat om onderwijskwaliteit. Zij kunnen dat inzichtelijk maken in het schoolplan of bijvoorbeeld door middel van een eigen pedagogisch kompas.

Duidelijke deugdelijkheidseisen

In de praktijk bestaat er nog veel verwarring over het verschil tussen een valide inspectie-oordeel en “stimulerende woorden” van de toezichthouder; de dialoog met de school. Dit goedbedoelde advies heeft in het officieel oordeel niets te maken met de 45 wettelijk vastgestelde deugdelijkheidseisen, die de minimumkwaliteit van een school vormen. Stimuleren, blijft haar taak, maar de wet schrijft nu expliciet voor dat de Inspectie haar oordeel enkel en alleen nog mag baseren op de deugdelijkheidseisen.

Ruimte voor onderwijsprofessionals

Tweede Kamerlid Bisschop is blij met het brede draagvlak van het tweesporenbeleid dat in deze wet is verwoord. “De eerste lijn, die van de deugdelijkheidseisen, leidt tot controle, tot een beoordeling. In deze wet zijn er drie oordelen mogelijk: voldoet, voldoet niet, zeer zwak. Meer smaken biedt dit wetsvoorstel niet. Daarnaast gaat het om de dialoog, het stimulerende gesprek. Dat moet niet leiden tot een toename van rapportageverplichtingen, tot meer documenten, tot nog een map erbij in het rijtje. Het gaat om het stimulerende gesprek. Dat kritische vraaggesprek, leidt niet tot een oordeel, want dat kan niet. Dat leidt tot bevindingen. Zo noemen wij het in het wetsvoorstel. Die bevindingen kunnen mogelijk een vervolg krijgen in aanbevelingen, maar het is aan de school om daar op basis van een eigen visie, verwoord in het schoolplan, mee aan de slag te gaan.”

Op deze wijze laat je de ruimte aan de professionals, de schoolleiding en de docenten om ermee aan de slag kunnen. Zij krijgen vanuit hun gedrevenheid de gelegenheid om jonge mensen te begeleiden op hun weg naar een baan of op hun weg van de groei naar volwassenheid.’
Tot slot van deze keer, want het wordt allemaal weer een beetje lang, een klein berichtje van ‘Das Goetheanum’ op Facebook op 22 maart. In het Duits natuurlijk, ‘Waldorfhype in China’:
‘Das hohe Ansehen Deutschlands in China treibt mitunter seltsame Blüten. Eine davon ist der Hype um die Waldorfschule. Zweihundert soll es derer inzwischen geben. – So schreibt die ‹Deutsche Welle›. Eines muss man dem chinesischen Übersetzer des Wortes ‹Waldorf› – trotz einer gewissen Skepsis – jedoch lassen. Die drei Zeichen ‹hua›, ‹de› und ‹fu› haben zwar phonetisch nicht viel mit ‹Waldorf› zu tun, semantisch ergeben sie aber einen tieferen Sinn: ‹China, Deutschland, Glück›. Dass die Schulform aus Deutschland stammt, sei für einige chinesische Eltern schon Grund genug, um ihr Kind dorthin zu schicken. Die Deutschen bauten die besten Autos, brauten das leckerste Bier und haben viele Nobelpreisträger hervorgebracht, also müsse auch ihre Schule unschlagbar sein.’

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Laatste reacties

Recent Comments Widget

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)