Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

zondag 31 juli 2011

Julioogst


De laatste dag van juli vandaag: tijd voor de julioogst. De afgelopen weken heb ik al aardig wat kunnen oogsten, tegen de afspraak in van 1 mei om me sindsdien op mijn eigen Spinoza-thema te concentreren. Maar dat komt door de vakantietijd, dan is er nu eenmaal meer mogelijk. Wat is er buiten het reeds gemelde deze maand nog meer te berichten? Eerst dacht ik dat ik vooral Duitstalige berichten vanuit de Antroposofische Vereniging zou hebben, maar er blijkt toch meer te zijn. Ik begin met de vrijescholen; overigens zal ik een dezer dagen komen met een uitgebreider bericht over de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) van de vrijscholen Zutphen en Groningen. Dus dat houdt u nog tegoed. Op het eind vindt u dan die Duitse berichten, waarvan een aantal toch maar, vanwege hun grotere informatiewaarde, integraal overgenomen.


Vrijescholen

Onder de kop “Geert Groote 2 geslaagd” berichtte Het Parool over de erkenning door de Onderwijsinspectie van de Geert Groote School 2 als goede school! Lees het artikel door op de link hieronder te klikken: Het Parool 25 mei 2011

Op het Novalis College in Eindhoven zijn alle eindexamenkandidaten voor havo en vwo geslaagd. Het gaat in totaal om 29 leerlingen.
De score van honderd procent voor deze vrije school is opmerkelijk. De inspectie voor het onderwijs tikte de school twee jaar geleden nog op de vingers. “We zijn euforisch. Dit is bij ons nog nooit gebeurd. We bewijzen nu dat we de zaken anders en beter aanpakken”, zegt directeur Marion Beijer.

9°architecture heeft het ontwerp gemaakt voor Vrije School de Vuurvogel in Zoetermeer, waarvan de oudbouw op 28 december 2007 afbrandde. Het ontwerp won de ontwerpwedstrijd voor de Vrije School die door de gemeente was uitgeschreven.

Ministerpräsident von Norwegen
aus Wikipedia, der freien Enzyklopädie
(* 16. März 1959 in Oslo) ist ein norwegischer Politiker der sozialdemokratischen Arbeiterpartei und der amtierende Ministerpräsident des Königreiches Norwegen. Er führt das Kabinett Stoltenberg II.
Er ist Sohn der norwegischen Politiker Thorvald Stoltenberg und Karin Stoltenberg (geb. Heiberg). Seine Familie stammt ursprünglich aus Norddeutschland (wahrscheinlich Stoltenberg in Holstein) und ist im 17. Jahrhundert nach Norwegen ausgewandert. Stoltenberg ist mit Ingrid Schulerud verheiratet und hat zwei Kinder.


Landbouw en voeding

Gesprek over het thema ‘anderen deelgenoot maken van wat ik zelf ervaar’
Michiel Damen licht het door hem ingebrachte punt toe: Producten uit de Biologisch-Dynamische Landbouw zijn nauwelijks in de winkels te vinden. Informatie over wat Biologisch-Dynamische Landbouw onderscheidt van ekologisch of allen biologisch ontbreekt. Na een kort gesprek over wat het eigene van BD is – de verbinding met de kosmos, de landbouwcursus – wijst Albert de Vries op een artikel uit NRC over een persoonlijk onderzoek van een journalist naar volledig duurzaam eten. Hij haalt enkel punten aan: het heeft een meerwaarde te beseffen waar je eten vandaan komt, deze zoektocht gaat niet over voedsel maar over mensen, de herkenbaarheid van voedsel is belangrijk. Ruud Hendriks vult aan met de verwijzing naar het ontwikkelen van het collegiale gesprek als waarborg voor Biologisch-Dynamische Landbouw ten opzichte van externe regels en normen. Daarop nodigt de voorzitter de aanwezigen uit in drie of viertallen in gesprek te gaan.

Een paar weken geleden schreven wij een verhaal over het Ei van Columbus voor groei van duurzame voeding. Zoals financiële stimulering van energiezuinige auto’s tot een explosie van de verkoop van energiezuinige auto’s heeft geleid, zo zou BTW-vrijstelling op duurzame en biologische voeding tot een verdubbeling of verdrievoudiging kunnen leiden. Dat velen van u echt geïnteresseerd zijn in lekkere en gezonde voeding dat wordt steeds duidelijker. Inmiddels mag 5% van alle voeding zich duurzaam noemen en de helft daarvan is biologisch. Vorige week werd het groeicijfer van biologische voeding bekend gemaakt en die is spectaculair te noemen: maar liefst 32%! Het goede nieuws is dat die groei zich in alle productgroepen voordoet: vlees, brood, kruidenierswaren zitten rond de 30%, groenten en fruit op 15% en zuivel zit het snelst in de lift met bijna 50% groei.

Het Faunafonds moet de volhardende biologisch dynamische fruitteler L. Ruissen in Varik meer schadevergoeding betalen dan het fonds wil. Dit bleek deze week bij de Raad van State in Den Haag waar de Varikse fruitteler een rechtszaak voert.
Het Faunafonds begon in 2006 na een schade door beschermde woelratten in 2004 en 2005 op de kwekerij van Ruissen aan de Achterstraat met 77.000 euro schadevergoeding.
Dit bedrag werd later 82.000 euro maar na een rechtszaak van de agrariër bij de Arnhemse bestuursrechter moest het Faunafonds het schadebedrag tegen haar zin verhogen tot 200.000 euro.
Donderdag bij de Raad van State in Den Haag eiste de fruitteler een bedrag van 800.000 euro van het Faunafonds wegens aantasting van zijn appel- en perenbomen. Het kost volgens de Varikse biologisch dynamische teler namelijk vele jaren om zijn boomgaard te herstellen.
De uitspraak van ’s lands hoogste bestuursrechtbank volgt binnen zes weken.

Gebaseerd op: Vlees Magazine (juli 2011)
De Groene Weg slagerijen groeien tussen de 5% en 20% en dat is tegen de trend in. De keten omvat momenteel dertien biologische slagerijen. Franchisemanager Jan van Diepen streeft ernaar om jaarlijks twee of drie slagerijen aan de keten toe te voegen.

De komende weken heeft Odin nieuwe oogst Zeeuwse aardappels met Demeter-keurmerk voor u: aardappels van het ras Biogold en geteeld door Leo en Mieke de Visser van bd-bedrijf Eindelienge in Ritthem, op de boerderij per 2 kilo verpakt in een stevige bruine kraftpapieren zak. De Biogold-aardappel is een vrij vastkokende aardappel. Het vroege ras is zeer geschikt voor de biologische en biologisch-dynamische landbouw. Dit jaar zijn de Biogolds van Leo en Mieke de Visser flink aan de maat. Hieronder vertellen we hoe dat komt.

Het jarenlange overheidsbeleid om biologische landbouw en voeding te stimuleren werpt steeds meer vruchten af. Terwijl dit voorjaar de biologische verkopen met meer dan 30% groeiden, meldt Gronings onderzoek dat de consument gemiddeld 6% meer geld over heeft voor bio producten. Dat is heel goed nieuws, zeker omdat de consument niet meer geld over heeft voor zogenaamde duurzame producten of voedingsmiddelen met nutriëntenclaims. Biologisch komt uit dit onderzoek te voorschijn als het favoriete, echte gezonde & duurzame product, waar de consument wel meer voor over heeft. De 30% groei van de biologische verkopen bevestigt het consumentenonderzoek; steeds meer consumenten kiezen bewust voor bio.


Zorg

Dr Schoorel, kinderarts, heeft een hartoperatie ondergaan. Hij maakt het goed, maar heeft naar verwachting enige maanden nodig voor zijn herstel. In die tijd worden de kindergeneeskundige taken door de overige twee medisch specialisten en door Nicolo de Cono, kinderarts uit Gent die één dag per week invalt. Alle vragen lopen via de praktijkassistentes.
Nieuwsbrief 28 - juni 2011: Edmond Schoorel is vanaf 1/6/2011 een aantal maanden uit de roulatie. Hij is met hartklachten opgenomen en heeft een bypass operatie ondergaan. Hij wordt deels waargenomen door Nicola de Cono, kinderarts uit Gent, die al een jaar af en toe met hem meeliep. Verder nemen de psychiaters een aantal taken over.

Connie Oterdoom rondde in 1980 de HBO-opleiding euritmie af, een bewegingskunst. Ze werkte vele jaren op verscheidene basisscholen als pedagogisch euritmiste. Daarnaast gaf ze vaak cursussen met euritmie. In 2008 studeerde zij af als euritmietherapeut en sindsdien heeft zij een eigen praktijk in Groningen, Assen en Zwolle. Als bewegingstherapeut werkt zij met kinderen, volwassenen en ouderen.
Connie heeft vanuit haar antroposofische levensvisie en haar werk een eigen kijk op healthy ageing: verzorg de vitaliteit van lichaam, ziel (gevoel) en het eigen ‘ik’ in harmonie met de buitenwereld. Wie uit balans is, voelt zich niet vitaal. Vitaal ouder worden betekent: in balans zijn en blijven.

Overigens heeft de journalist bij het artikel ook een Naschrift Euritmiecursussen en valpreventie opgenomen, met opnieuw deze foutieve gegevens:
Zwitserse onderzoekers hebben op 22 november 2010 een onderzoek gepubliceerd in Archives of International Medicine, met als conclusie dat euritmie helpt als valpreventie bij 65-plussers. De NRC bericht daarover op 23 november 2011: “De euritmie-onderzoekers beredeneren dat ouderen extra gevaar lopen als ze tijdens het lopen ook iets anders doen: praten, kijken of iets doen. En ‘twee dingen tegelijk doen’ kan bij euritmie goed worden geoefend.” [het gaat namelijk niet over antroposofische euritmie, zie ‘Foppen’ op 28 november 2010, MG]

Boeken en tijdschriften

Het idee voor de Harry Potter-boeken ontstond in de trein. Joanne Rowling zegt dat niet zij zich heeft gericht op de toverkunst en magie, maar dat toverkunst en magie háár uitkozen. In Harry’s avonturen is door Joanne Rowling, ook tussen de regels, enorm veel informatie over hem en zijn wereld te vinden. Wat is de werkelijkheid àchter het verhaal? Frans Lutters werpt licht op de beelden van deze toverwereld.
1. De strijd op Zweinstein
2. Het verhaal speelt in onze tijd
3. Wie is Harry Potter?
4. Op bezoek bij een moedige professor
5. Het leven van Mani
6. Harry en Mani
7. Drie maal 666
8. Zarathoestra en Perkamentus
9. Vier mensheidsleiders
10. Harry Potter en Parcival
11. Harry Potter in 2011

Der vierte Band bietet zum ersten Mal eine ausführliche, sowohl ideen- als auch personenorientierte Darstellung der aus der Kathedralschule hervorgegangenen Strömung der »Schule von Chartres«, die zu den wesentlichen Quellen einer einzigartigen kulturellen Hochblüte des europäischen Mittelalters gehört.
Ausgangspunkt hierfür ist die geistesgeschichtliche Sonderstellung von Chartres, die sich bis in vorchristliche Zeiten zurückverfolgen lässt und sich unter Bischof Fulbert um die Jahrtausendwende in einem folgenreichen Zusammenfluss mehrerer kultureller Strömungen bekundet: der Begegnung arabischer Naturwissenschaft mit ursprünglich keltischer Naturverehrung vor dem Hintergrund eines spirituell motivierten Christentums.
Aus dem Inhalt
– Zur Geistesgeschichte von Chartres
– Erste Blüte um die Jahrtausendwende: Fulbert von Chartres
– Bernhard von Chartres und die Schule im 12. Jahrhundert
– Platon und die Genesis: Wilhelm von Conches
– Hohe Zeit der Logik
– Gilbert de la Porée
– Kompendium der Wissenschaft: Thierry von Chartres
– Natur und das Leben in Bildern: Bernardus Silvestris
– Johannes von Salisbury, Bischof von Chartres
– Vom Platonismus zum Aristotelismus: Alanus ab Insulis
– Weitere Gestalten im Umkreis der Schule

Duitstalige titels
– Lang verwacht, eindelijk verschenen: Roland Halfen: Chartres Bd. 4: Die Kathedralschule und ihr Umkreis
– Johannes Kühl: Höfe, Regenbögen, Dämmerung: Die atmosphärischen Farben und Goethes Farbenlehre
– Judith von Halle: Rudolf Steiner, Meister der Weissen Loge: Zur okkulten Biographie
– Sergej O. Prokofieff: Die Skulpturgruppe Rudolf Steiners: Eine Offenbarung des geistigen Zieles der Menschheit und der Erde
– Ruth Ewertowski: Und wenn dir ein Ziegelstein auf den Kopf fällt : Rudolf Steiner lesen
– Jostein Saether: Ganz Auge und Ohr: Wortgefechte in der Ermittlung nach Anthroposophie
– Wolfgang Held: Alles ist Zahl: Was uns die Zahlen 1 bis 31 erzählen
– Wolf-Ulrich Klünker: Die Empfindung des Schicksals: Biografie und Karma im 21. Jahrhundert
– Mieke Mosmuller: Das menschliche Mysterium: Lebenskräfte, Bildekräfte, Gestaltung des menschlichen Leibes
– Peter Selg update
Die Grundstein-Meditation Rudolf Steiners und die Zerstörung des 20. Jahrhunderts
Der Vorstand, die Sektionen und die Gesellschaft: Welche Hochschule wollte Rudolf Steiner?
Der Wille zur Zukunft
Das Leib-Seele-Problem: Zur Entwicklung eines geistgemäßen Menschenbildes in der Medizin des 20. Jahrhunderts (met Peter Heusser)
– En dit najaar verschijnt:
Rudolf Steiner 1861 – 1925: Aspekte einer inneren Biographie

Die Erstausgabe von WIR liegt druckfrisch vor uns. Das komplette Heft kann man >>hier herunterladen – oder gleich >>hier abonnieren.


Antroposofische Vereniging


‹Goetheanum› Nr. 8/2011 – 150 Jahre Rudolf Steiner
Sechs Wandtafelzeichnungen Rudolf Steiners, weil nichts anderes so unmittelbar von der Geburt seiner Ideen, von der Übersetzungsarbeit seiner Schau erzählt – 24 seiner Gedanken aus der Feder von ebenso vielen anthroposophischen Kulturschaffenden, weil nichts anderes die Größe Rudolf Steiners so ahnen lässt, als wenn sich 150 Jahre nach seiner Geburt und beinahe 100 Jahre nach dem Zenit seines Schaffens in 24 Pinselstrichen zeigt, dass diese Gedanken von ihrer Keimkraft nichts verloren haben. ‹Das Goetheanum› als Geburtstagsheft – als ein Stein, vorausgeworfen. Hier anschauen!

‹Goetheanum› Nr. 17-18/2011 – Zukunftswerkstatt Landwirtschaft: Von Brennpunkten zu Leuchtpunkten!
So lautete die Jahrestagung der Landwirtschaftlichen Sektion im Februar 2011 am Goetheanum. Diese Ausgabe berichtet ausführlich von der wegweisenden Konferenz, in der neue Formen der Erkenntnissuche und Mobilisierung des Willens entwickelt wurden. Das Heft tritt an die Stelle der Tagungsbände der Landwirtschaftlichen Sektion. Die Leserinnen und Leser des Goetheanums haben mit dem vorliegenden Heft die Möglichkeit, in ein vitales Arbeitsfeld der Anthroposophie und ihren Zeitfragen einzutauchen. Hier anschauen! Weitere Bilder und Links: www.sektion-landwirtschaft.org

‹Goetheanum› Nr. 21/2011 – Ausstellungsprojekt Goetheanum Einszueins
Goetheanum sehen: Vor hundert Jahren fiel der Entschluss, der Anthroposophie einen Bau zu errichten. Es ist an der Zeit, das Goetheanum neu zu sehen – eins zu eins. In diesem Heft finden sich Gespräche, Bilder und Texte als ein erster Beitrag zu einem Ausstellungsprojekt. Hier anschauen!

‹Goetheanum› Nr. 25/2011 – Grundeinkommen: Eine Vision rückt näher
Das Bedingungslose Grundeinkommen bleibt Thema. Auch für das ‹Goetheanum›. Ein Streifzug durch den aktuellen Stand von Ideen, Entwicklungen und Diskussionen. Hier anschauen!

‹Goetheanum› Nr. 26/2011 – Veranstaltungen und Studium am Goetheanum
Bisher gab es ein Heft mit Studienmöglichkeiten, ein zweites Heft mit Tagungen und Kolloquien und es gab eine wöchentliche Zeitung, in der die ersten beiden Hefte beigelegt wurden. Es ist kein Zufall, dass alle drei den gleichen Namen tragen: Goetheanum. Fortbildungen, Studienformen und Meditationsworkshops dienen dem Goetheanumgedanken, das heißt, der Leibbildung der Anthroposophie. Auch die breit aufgestellte Initiative für Meditationswerkstätten wurde ‹Goetheanum-Initiative› getauft. Die Tagungen und Kolloquien sind im Bau des Goetheanum beheimatet, bilden das Leben des Goetheanum. Und die ‹Wochenschrift› schließlich verbindet jede Woche das weltweite Goetheanum-Projekt. So ist dieses Heft, ein Vorblick auf die Veranstaltungen und Studienmöglichkeiten am Goetheanum, ein Versuch, diese drei Felder, drei Leiber des Goetheanum in einem gemeinsamem Heft zu verbinden. Wir hoffen, dass dieses ‹drei in eins› für Sie ein Gewinn ist. Hier anschauen!

für Download des Magazin auf das Bild klicken (3 MB)
WOLFGANG HELD, editorial
In einer der wöchentlichen Versammlungen aller Mitarbeitenden am Goetheanum zog Bodo v. Plato kürzlich ein Resumme der großen Resonanz zum Jubiläumsjahr Rudolf Steiners. Vielleicht mit etwas zu spitzer Feder, aber außerordentlich erhellend und nachdenklich stimmend kam er zu folgender Dreigliederung der medialen Urteilsbildung über Anthroposophie.

Erstens: ihre Produkte sind großartig: Waldorfschulen, Kliniken, Heilpädagogische Heime, Pharmaunternehmen oder Banken sind auf ihrem Feld vorbildlich, und selbst unter dem heute steigenden ökonomischen Druck behalten sie ihre Vitalität und hohen Ideale. Selbst kritisch gestimmte Organe können nicht anders, als in diesen Applaus einzustimmen.

Zweitens: Ihre Vertreter sind merkwürdig. Die Religiosität, der Idealismus, die Liebe zu einer verstorbenen Persönlichkeit, es gibt viele Vorstellungen, die herangezogen werden, wenn erklärt werden soll, warum Anthroposophen solchen Argwohn hervorrufen. Obwohl der Erfolg der Einrichtungen ihnen zu verdanken ist, erreicht der Glanz nicht die Menschen, die diese Einrichtungen ausmachen.

Drittens: Ihr Schöpfer ist unverständlich. Die vermeintlich objektiven Biografen versuchen Rudolf Steiner auf ihre Augenhöhe zu zerren, wollen so das Unverständliche verständlich machen. Die Literaturkritikerin Iris Radisch, sicher eine der seriösesten Schreibenden über Rudolf Steiner, nennt ihn «die große Ausnahme», «der einzige Sohn des deutschen Idealismus, der den Praxistest überlebt habt», und ein weiterer Widerspruch: Sein Leben verlaufe im Takt des Maschinenzeitalters, dessen größter Widersacher er sei. Mit den Biografen Helmut Zander und Heiner Ulrich befand ich mich im Frühjahr gemeinsam im Radiogespräch. Auch dort zog sich diese komplementäre Beurteilung von Schöpfung und Schöpfer durch das Gespräch. Es mag ein wenig naiv sein, und dennoch: Die tägliche Erfahrung zeigt genau das Gegegenteil dieses Musters. Ob in der Selbstbeobachtung oder mit dem Blick in den persönlichen Umkreis: eigentlich gilt immer, dass die Schöpfung hinter dem Schöpfer zurückbleibt.

«Da wäre mehr drin gewesen», schreiben dann die Dozenten. Der Widerstand des Materiellen und die Unwägbarkeiten führen dazu, dass man hinter seinen Möglichkeiten zurückbleibt. Das macht uns Menschen so liebenswert, dass wir eigentlich unsere Schöpfungen überragen, mehr versprechen, als schließlich in Erscheinung tritt. Nicht anders ist es bei Anthroposophen und nicht anders ist es bei Rudolf Steiner. Auch sie sind größer, farbiger, nachhaltiger als ihre Produkte.

Eine der Herausforderungen nach den großen Feiern zu Rudolf Steiners Geburtstag lautet deshalb, davon bin ich überzeugt, dass nach dem «erfolgreichen Praxistest der Institutionen», wie es Iris Radisch beschrieb, nun die Vertreter der Anthroposophie im Fokus stehen, so selbstbewusst und selbstkritisch, so reif und zugleich unvoreingenommen in die Welt zu treten, dass diese Welt lernt, anthroposophisch Interessierte ebenso ernst zu nehmen, wie deren Geschöpfe, die Schulen, Banken und Therapeutika.

Es ist schön, dass sich, angefangen mit der Tagung der Medizinischen Sektion über eine Familienkulturtagung, ein Wirtschaftsforum bis zu einem pädagogischen Wochenende und der Tagung zur Sterbekultur eine Fülle von Veranstaltungen zeigt, die die Steigerung der Begegnungsfähigkeit zum Ziel haben.
DAS GOETHEANUM 26 | 2011
u.a. mit folgenden Beiträgen:
– Weimar – Ort des Keimhaften. Ein Rückblick auf den Weimarer Kongress von Andreas Neider
– Ein Pfingstgeschenk. Die große Dornacher Tagung zum ‘Seelenkalender’ von Andreas Neider
– Auseinandersetzung kennzeichnet Weleda-Zusammenkunft am Goetheanum von Christian von Arnim
Warum nicht Weimar?
(an) Beim Gang durch die Gassen Weimars unmittelbar vor der Mitgliederversammlung, bei der Besichtigung der Stätten des Bauhauses, des Goethehauses, des Parks an der Ilm, stand einem immer wieder Rudolf Steiners Lebensgang vor Augen. Was hätte alles werden können, wenn er hier in Weimar Fuß gefasst, in Jena eine akademische Karriere begonnen und so direkt im Herzen Mitteleuropas an Goethe hätte anknüpfen können?

Er musste nach Berlin, zur «Prüfung», denn die mystische Erfahrung des Christentums konnte sich nicht hier, in beschaulicher Idylle, sie konnte sich nur in den Abgründen der Großstadt Berlin vollziehen. In Weimar aber entstand eine Parallelwelt, ein Bauhaus, in dem der Mensch Bau werden sollte und der Bau Mensch, von dem aber dann doch nur der rationale Bereich sichtbar wurde, und anschließend der Weg in den Abgrund Buchenwalds.

1919 am Beginn der Weimarer Republik war es noch nicht zu spät, und doch wandte sich Deutschland ab von Weimar, hinab in den Abgrund Buchenwalds. Warum konnte sich Rudolf Steiners mystische Erfahrung nicht hier ereignen, warum blieben seine späteren Mahnrufe, vor dem, was kommen musste, ungehört? Im Untergrund der großen Jahrestagung in Weimar bewegte sich auch diese Frage, denn sie hängt nicht nur mit der Geschichte, sondern auch mit der Zukunft der Anthroposophie zusammen.

Andreas Neider: Ein Pfingstgeschenk. Die große Dornacher Tagung zum «Seelenkalender»

Es war ein glücklicher Einfall von Martina-Maria Sam, eine große Tagung zum Anthroposophischen Seelenkalender just zu Pfingsten 2011 zu veranstalten. Nicht nur dass seine Entstehungszeit sich nun auch zum 100. Mal jährt, vor allem der pfingstliche Charakter des Seelenkalenders, seine Beziehung zum vom Menschen hervorzubringenden Heiligen Geist, ließen den Zeitpunkt als außerordentlich glücklich gewählt erscheinen.
Schon die breit gefächerte Auswahl der Dozenten war eine Wohltat, hatte die Leiterin der Sektion für Schöne Wissenschaften bei ihrer zehnten und leider letzten Pfingsttagung doch alle Sektionsleiter um Hinweise auf an der Thematik arbeitende Redner gebeten. Das schönste Geschenk aber, und zwar im wahrsten Sinne des Wortes, war die Gesamtaufführung des Seelenkalenders mit allen 52 Wochensprüchen durch ein frei assoziiertes Eurythmieensemble von etwa 40 Eurythmisten unter der Leitung von Margrethe Solstad und Ursula Zimmermann. Die zweimalige Aufführung am Freitag und am Pfingstsonntag von jeweils 90 Minuten unter Mitwirkung von sechs (!) Sprachgestaltern war nicht nur eine überzeugende Ensembleleistung und in Hinsicht von Einheitlichkeit und Stil eine Überraschung,. Sie war tatsächlich ein Geschenk der Beteiligten, die aufgrund des hohen Aufwandes auf eine entsprechende Honorierung verzichteten. Zusätzlich aber erfreute dieses Ensemble die Besucher auch noch mit einer 90minütigen Pfingstmatinee und mit mehreren künstlerischen Auf- und Nachtakten.

Begleitet wurde die Fülle der Darstellungen und Aufführungen von einer umfangreichen Ausstellung zum Seelenkalender. Der Kurator Richard Steel vom Karl-König-Archiv zeigte die 52 Bilder Karl Königs zum Seelenkalender, das Rudolf-Steiner-Archiv die Originale des Kalenders 1912/13, die Waldorf-Astoria-Fassung des Seelenkalenders und Original Eurythmieformen mit Notizen Steiners. Martin Barkhoff präsentierte einige Proben seiner Ausarbeitung der Eurythmieformen zum Seelenkalender und Ursula Zimmermann die von ihr farbig gezeichneten Formen, die durch ihre Prägnanz auch den Laien stark ansprechen. Christine Cologna schließlich stellte die von ihr weiter entwickelten zwölf Tierkreiszeichen Imme von Eckartsteins und davon inspirierte plastische Formen aus. Versammelt waren etwa 250 Besucher aus aller Welt, darunter erstaunlich wenige deutsche Besucher, die offensichtlich der zunehmende Verfall des Euro aus der teuren Schweiz fern hält.

«In den Weltenrhythmen seelenbegnadend», der Titel wies bereits auf eines der zentralen Motive der Tagung hin, den Zusammenhang mit dem Christus-Impuls. Ihm ging der Eröffnungsvortrag von Michael Debus nach, der auf das Grenzerleben zwischen Astralleib und Ätherleib hinwies, das zugleich ein Christuserleben ist. Er stellte dann auch den biographischen Zugang Rudolf Steiners zum Christentum und dessen Erfüllung in der Verbindung des mystischen mit dem kosmischen Christentum dar.

Martina-Maria Sam wies in ihrem Vortrag darauf hin, dass Rudolf Steiner Pfingsten einmal als das Fest der Auferstehung des Ätherleibes bezeichnet hat. Durch die meditative Arbeit mit dem Seelenkalender und die Verbindung mit dem Jahreslauf kann diese Auferstehung der Ätherleiber eingeleitet werden, wobei ein Spruch jeweils den kosmischen Aspekt, der Spiegelspruch den irdischen Aspekt wiedergibt. Die Idee zu dieser Tagung war ihr übrigens auf einer ihrer Reisen auf die Südhalbkugel gekommen, wo sie bemerkte, an wie vielen Orten auf der Welt am Seelenkalender wirklich gearbeitet wird. – Zahlreiche Gesprächs- und künstlerische Arbeitsgruppen boten zwischen den Vorträgen die Möglichkeit zum Austausch und eigenen künstlerischen Tun.

Neue Entdeckungen zum Seelenkalender

Sven Baumann, Mitarbeiter im Verlag am Goetheanum, sprach über den Kalenderimpuls von 1912/13 und ein neues Erleben der Zeit. Er wies darauf hin, dass Rudolf Steiner schon 1882 eine Korrektur des Zeitbegriffs gefordert hatte und nun durch den Kalender 1912/13 zu einem qualitativ neuen Zeiterleben hinführen wollte. Auch machte er darauf aufmerksam, dass die mit dem Kalender 1912/13 in Beziehung stehende Stiftung für theosophische Art und Kunst am selben Tag inauguriert wurde wie die Eurythmie. Denn am 15. Dezember 1911 fand das erste Gespräch Rudolf Steiners mit der Mutter von Lory Maier-Smits in Berlin statt.

Anschließend sprach Christine Cologna über das Verhältnis von Tierkreiserleben im Kalender 1912/13 und dem Seelenkalender. Sie setzte beides in eine Beziehung, die sie mit dem Verhältnis der kleinen zur großen Kuppel der ersten Goetheanums verglich. Und sie wies auf eine Vertiefung des Tierkreiserlebens durch die Betrachtung der Lichtverhältnisse zu allen Jahreszeiten jeweils vor Sonnenaufgang hin.

Martin Barkhoff wies in seiner wie gewohnt begeisternden Art auf das Prinzip der Umstülpung im Werk Rudolf Steiners hin, das sich wie zusammen gefasst im Rosenkreuzerspruch wiederfindet. Aus dem Göttlichen ist der Mensch entstanden, er muss durch einen Todespunkt hindurch und kann dann im Geiste wieder auferstehen und das, was er empfangen hat, verwandelt zurück geben.

Dieses Prinzip findet sich im Goetheanumbau auf Schritt und Tritt, es liegt aber auch dem Seelenkalender zugrunde, wo nicht nur die Spiegelsprüche eine Inversion darstellen, auch die ganze obere Hälfte des Seelenkalenders stellt eine Inversion der unteren Hälfte dar, ja eine Inversion ist sogar im einzelnen Spruch nachweisbar. Anschließend brachte er den Seelenkalender in Beziehung zur Stiftung für theosophische Art und Kunst von 1911 und führte das Schweigen Rudolf Steiners im Hinblick auf den meditativen Umgang mit den Mantren des Seelenkalenders auf das Scheitern der Stiftung zurück.

Rudolf Steiner habe mit dem Jahrezeitenrhythmus eine dritte Stufe innerhalb der Esoterischen Schule der Theosophischen Gesellschaft begründen wollen. Im Jahr 1923 vor der Weihnachtstagung sei er deshalb auch auf den Jahreslauf wieder zurück gekommen.

Am Pfingstmorgen stellte dann Heinz Zimmermann den Bezug des Seelenkalenders zum Pfingstfest her. Pfingsten als die Schwelle zur Geistwelt ruft im Menschen das Streben nach geistiger Erkenntnis wach. Und so führt der Seelenkalender im Anschluss an den Jahreslauf heraus aus einer an die Sinne angelehnten Naturlyrik hin zu einer an das Geistige anknüpfenden mantrischen Dichtung.

Einen gewissen Höhepunkt bildete der in sich komplexe Vortrag von Gudrun Merker, die eine erstaunliche Entdeckung präsentierte: Die 52 Wochensprüche des Seelenkalenders können in einer kreuzförmigen Weise so angeordnet werden, dass sich daraus eine Siebengliederung ergibt als Abbild der sieben Lebensstufen des Ätherleibes. Sie leitete diese Anordnung aus Darstellungen Rudolf Steiners über den Menschen als Abbild des Makrokosmos ab, in denen die sieben Lebensstufen den sieben Planetenprozessen entsprechen. Hier liegen nun noch zukünftige Aufgaben der Vertiefung vor, denn wie auch die anderen Darstellungen, so wies besonders dieser Vortrag auf die noch lange nicht erschlossenen Tiefendimensionen des Seelenkalenders hin.

Der abschließende Vortrag Friedwart Husemanns stellte in skizzenhafter Form das Miterleben des Jahreslaufs im Seelenkalender als einen umgekehrten Kultus dar, dessen Stufen sich zum Teil bis in die Wortlaute des Seelenkalenders im Kultus der Christengemeinschaft wiederfinden lassen. So entspricht das Frühjahr der Kommunion, der Sommer der Wandlung, der Herbst dem Opfer und der Winter der Verkündigung.

Die Tagung als Ganze war eine einzige Hymne, eine Feier des Seelenkalenders, und sie hinterlässt die deutliche Aufforderung, dieses mantrische Kernstück der Anthroposophie tatsächlich als Mantram, das heißt als «Fahrzeug» der inneren Entwicklung wirksam werden zu lassen.

donderdag 28 juli 2011

Trouwerij

Het is mooi, die zomertijd. Dan heb je wat meer tijd voor andere dingen. We schakelen vandaag voor de verandering eens over naar India. Dankzij ‘The Hindu’:
‘The Hindu, started in 1878 as a weekly, became a daily in 1889 and from then on has been steadily growing to the circulation of 14,66,304 copies (ABC: July-December 2009) and a readership of about 4.06 million.

The Hindu’s independent editorial stand and its reliable and balanced presentation of the news have over the years, won for it the serious attention and regard of the people who matter in India and abroad.’
Hoe dat precies zit, met ruim 14 miljoen exemplaren, maar toch een lezerspubliek van 4 miljoen, begrijp ik niet. Het zijn er in ieder geval héél veel. Maar India is dan ook een groot land. Harsh Mander, een bekende mensenrechtenactivist in India, schrijft op de opiniepagina van ‘The Hindu’ onder de overkoepelende titel ‘Barefoot’ regelmatig over sociale kwesties. Op 21 mei publiceerde hij het wonderbaarlijke artikel ‘Another miracle of love’. Op de bijgevoegde foto zien we een gelukkig bruidspaar op de trap van het gemeentehuis in Driebergen, met het volgende onderschrift:
‘Finding each other: Raphaele with Bart after the wedding.’
De tekst van het artikel is als volgt:
‘A real life story that proves yet again that in the midst of all the suffering and pain, there is still space for love and kindness.

In the soft afternoon light which filtered through the stained glass windows of a modest church in a village in Holland, we were witness to a miracle of love.

It all began 24 years earlier, in an orphanage in Karachi, Pakistan. An abandoned, severely malnourished baby girl was rescued by workers of an austere orphanage, run valiantly by a formidable but compassionate Dutch nun. They named her Raphaele. The doctors found that she had a hole in her heart, and needed early surgery and sophisticated healthcare if she was to survive. But this was beyond the resources of the orphanage. An appeal was circulated across Holland for parents who may wish to adopt the infant, who would otherwise die.

In Holland, a Dutch business consultant, Ferdinand van Koolwijk, and his wife Loes, a nurse, decided spontaneously to adopt the baby. They were on a plane to Karachi a few days later. They found a sickly thin baby, but she seemed immediately at peace in Loes' arms. It was love at first sight.

Unexpected saviour

They had only a week to conclude the legal formalities to adopt Raphaele. She needed urgent medical attention to survive. But Pakistan's bureaucracy is no less daunting than in any other nation. People suggested they hire the services of a leading Parsi lawyer Rustam Kaikobad. The eccentric and somewhat dry attorney quizzed the Dutch couple, and then agreed to take up the case. He himself typed reams of paper on his noisy manual typewriter, took the couple to a whirlwind of court-rooms and peeling government offices, and finally even managed to persuade the authorities to let the baby travel without a passport. All in a week, and when they departed, he refused to accept even one rupee as fee.

In Holland, with love, good food and medical attention, Raphaele quickly healed, and blossomed. Before long, she was indistinguishable from other Dutch children, except for the colour of her skin and hair. She was spirited, ebullient and affectionate, and her parents were very proud of her.

Another blow

Disaster hit them unexpectedly when she was twelve. She crashed her cycle into a tree, the first indication that she was losing her vision. The doctors discovered a large malignant tumour in her brain. In her six weeks in hospital, her mother never left her even for an hour. The operation took 10 hours. For her parents, it was the hardest vigil of their lives. The doctors had warned that they could not guarantee she would survive, and if she did, in what shape she would be. The surgeons saved her life, but she lost most of her eyesight and hearing.

The family was devastated. They begged her school to let her at least sit in her old class. But the teacher was crabby, and Raphaele was relegated to the back of the class, unable to see or hear. This left her even more dispirited. It was difficult for all three to finally accept that her best chances were in a blind school. Her parents shopped desperately for therapies across Europe, and located a neuro-stimulating therapy in Germany. Raphaele persevered with her strict schedule of tedious eye exercises, with a resolve well beyond her years, contributing to slowly improving her vision. The child rebelled against holding a stick, or adopting any symbol of being “disabled”.

She became lonelier and lonelier, as her childhood friends gradually slipped out of her life. She was angry with God, and refused to pray. But her blind school did teach her skills to handle life with greater autonomy. At 16, she slipped further into depression, and would speak to her parents about how life would pass her by. Her parents fiercely contradicted her. She was in no way less than anyone else. And she should not feel sorry for herself.

Gradually her natural optimism and resilience resurfaced. She returned to church, and to going out again, meeting other young people. She even insisted on cycling once more, despite her severely limited vision. She chose a vocation for herself: a nurse like her mother, specialising in the care of old persons. She completed her training, and was employed in a geriatric hospital. She took fine care of her often cantankerous clients, but never let them get out of hand. She developed a reputation as an efficient and caring but feisty and firm hospital attendant. She now owns a small company from which she provides services to the elderly who wish to stay in their residences as long as possible.

Three years after she lost her eyesight and hearing, in 2002, even as he suffered each day with his daughter, her father Ferdinand took a momentous decision, to establish a social enterprise called Partnership Foundation. It would raise money in Holland to establish 50 homes for 10,000 homeless girls like his daughter had been. Since it was difficult to work in Pakistan, he would establish these homes in India.

Around that time, in distant Kolkata, a four-year-old street girl was raped just outside the gates of the most elite girls' school in the city, Loreto Sealdah. The Principal of the school, a charismatic Irish nun, Sister Cyril, agonised why she ran a school for the city's elite, and not for children who were most in need. Like Ferdinand, she too took a decision that would change many lives. She would open the doors of her school also to homeless street girls. There was uproar and outrage, among the parents and the church establishment. But the redoubtable Sister held her ground, and admitted the first street girls.

Ferdinand was in search for a partner in India, and heard of Sister Cyril’s audacious initiative. He flew to India, and offered to help. Together they constructed an additional floor to her school, where the “rainbow children”, as they called them, would live. The children of the regular school would teach the rainbow girls. In a few months, they would be ready to join the regular school. Loreto today houses 700 street girls, and Sister Cyril was awarded a Padma Shri.

Helping hand

Ferdinand then searched for a new partnership in India. With some young friends, I had resolved to start residential schools for street children in Delhi and Hyderabad. Ferdinand found me, and in three years, together we established two girls’ homes in Delhi and 14 in Hyderabad. For our boys, we have to look for money elsewhere. But for every street girl we take care of, Ferdinand’s Foundation promises to provide until they grow into adults. Today the Foundation supports 1,700 girls in 22 homes.

Meanwhile, back in Holland, one day Raphaele announced to her delighted parents that she had found a boy-friend. They could not believe when she brought Bart home — tall, handsome blond, a medical technician. They took a liking to the quiet young man immediately. The couple had met at a gathering of young people, and he felt immediately drawn to Raphaele. Her impaired vision mattered little to him. A year later, they decided to move out and live together. In another two years, they resolved to marry.

It was the miracle of their union that we witnessed that spring afternoon on April 16, 2011, in the church in the Dutch village Driebergen. As Ferdinand proudly walked down the aisle of the church, his arm locked in Raphaele’s, his daughter resplendent in her white gown and trail, there were lumps in many throats. The priest described Bart as deep and still waters, and Raphaele the manifest joy of his life. The young couple kept turning to each other throughout the service, each deeply dependent on and fulfilled by the other.

I am agnostic, so I could not at that moment thank God. But I felt profoundly grateful to humanity — that in our world, even amidst incredible suffering, there is love, and kindness, and goodness, and hope.’
Heeft u hem herkend, Ferd van Koolwijk? Hij figureerde hier op 6 oktober 2009 in ‘Idealisten’. Dat ging over het boek ‘Nieuwe idealist (V/M)’ van Ferd van Koolwijk en Bob Pluijter. Maar op het einde vermeldde ik ook dit:
‘Ferd van Koolwijk is niet alleen oprichter van Van Koolwijk & Partners voor integrale organisatie ontwikkeling, maar ook van de Partnership Foundation, “ondernemen voor straatkinderen”. Deze stichting richt zich op
“het verbeteren van de levensomstandigheden en toekomstmogelijkheden van straatkinderen in India. Doelstelling is het ontwikkelen van een keten van 50 ‘Rainbow Homes’ in 2018 waar 10.000 straatkinderen worden begeleid naar volwassenheid.”’
En daarover gaat uiteraard het artikel van Harsh Mander in ‘The Hindu’. Toch valt ook iets te melden over dat boek ‘Nieuwe idealist (V/M)’, want daarvan is vorig jaar september een Duitse uitgave verschenen, als bewerking van het Nederlandse origineel. Nu niet geschreven met co-auteur Bob Pluijter, maar met Christian Lucke, net als Van Koolwijk een oud-NPI’er:
‘Ferdinand van Koolwijk arbeitet als Berater und Managementtrainer in den Niederlanden und in Deutschland. Christian Lucke arbeitet als Berater, Managementtrainer und Coach sowohl in Deutschland als auch in den Niederlanden.’
‘Die Wirtschaftskrise der Gegenwart führt zu einer breiten Diskussion über gesellschaftliche Werte. Das geschieht nicht zum ersten Mal. In den 60er und 70er Jahren des vorigen Jahrhunderts sind ethische Fragen, wie Menschenrechte, Abrüstung, Armutsbekämpfung und Umweltschutz, erfolgreich auf der politischen Agenda platziert worden. Amnesty International, Ärzte ohne Grenzen, Greenpeace und zahlreiche andere ideelle Organisationen wurden in dieser Periode gegründet.

Trotz dieser Erfolge hat der Idealismus in den letzten 20 Jahren stetig an Einfluss und Glanz verloren. Das Buch untersucht die Ursachen dessen, beschreibt die Quellen des Idealismus und formuliert erfolgversprechende Strategien anhand zahlreicher Praxisbeispiele. Die Autoren geben konkrete Hinweise, wie eine neue Blütezeit des Idealismus aktiv und praktisch gefördert werden kann.’
Blijkens de twee recensies op amazon.de valt het boek zeer in de smaak. Zo schrijft M. Lehmann-Pape:
‘Idealisten werden manches Mal bewundert für ihre fast unbeugsame Haltung und ihre hohen Werte, doch oft genauso im Stillen belächelt und als untauglich für das “praktische Leben” vor allem in der Wirtschaftswelt angesehen. Wer zu deutlich seine Werte voranträgt, gerät gar in die Gefahr, als “Störenfried” angesehen zu werden.

Andererseits zeigen eine ganze Reihe von Erfolgsgeschichten gerade der jüngeren bis mittleren Vergangenheit, welche Kraft gerade “ideelle Organisationen” wie “Greenpeace” oder “Ärzte ohne Grenzen” in sich tragen und in welch weiter Form solche auf Idealismus beruhenden Ansätze einen hohen gesellschaftlichen Wert austragen. Was von der rein pragmatischen Haltung (übrigens auch eine Ideologie) gerade im wirtschaftlichen Bereich an allgemeiner eher negativer Wertschöpfung letztlich zu erwarten ist, zeigt gerade die jüngste Vergangenheit bis auf den heutigen Tag.

Gibt es eine Möglichkeit, zu erfassen, was solche Unternehmen damals in solch erfolgreicher Weise ermöglicht hat und in welchem Umfang können heute Idealisten ihre Überzeugungen in gesellschaftlich relevante Formen gießen?

Dies sind die Leitfragen, zu deren Beantwortung sich die Autoren im Buch aufmachen. Hierzu wenden sie sich in den ersten zwei Dritteln des Buches einer fundierten, gut recherchierten und verständlichen Spurensuche zu.

Wie haben sich Persönlichkeiten und Erscheinungsformen von Idealisten und Idealismus im Lauf der Zeit verändert, was haben Idealisten früherer Tage hinterlassen? Ebenso werden Quellen des Idealismus wie Wahrheit, Schönheit, Güte benannt und betrachtet, idealistische Irrwege nicht ausgeklammert (das Kapitel über die Schattenseiten des Idealismus und des Idealisten zeigt gekonnt auf, wie notwendig eine beständige Reflektion der eigenen Ergebnisse letztlich ist, eine Reflektion, die gerade idealistisch orientierten Menschen nicht leicht fällt im eingefahrenen Schwarz-Weiß Denken). Bevor, diesen eher Grundlagen setzenden Teil abschließend, die ideelle Organisation in Ihrer Entwicklungs- und Krisenphase untersucht wird.

Nach vorne gewandt sind dann die letzten beiden Betrachtungen des Buches über den erfolgreichen Idealisten mit einer Betonung der beiden notwendigsten Ressourcen, der Selbstinnovation und der Innovation in der Vernetzung und Zusammenarbeit, beides oft die entscheidenden Punkte für den Erfolg einer idealistischen Idee und deren dauerhaft gelungener Umsetzung, bevor dann im letzten Kapitel sehr deutlich in den Raum tritt, wie notwendig gerade für eine alternde, postmoderne Gesellschaft die idealistische Grundhaltung auf allen Ebenen des Staates, der Wirtschaft und des einzelnen ist.

Ein hervorragendes und zum Nachdenken anregendes Buch, ein Loblied auf den konstruktiven Idealismus, das genau zur richtigen Zeit erscheint. Dass Menschen vermehrt Orientierung suchen, das die zunehmende Auflösung sozialer Werte ein gefährliches Vakuum hinterlässt und dass all dies nicht im Rahmen von Verordnungen einfach gelöst werden kann, sondern dass es Vorbilder und Beispiele innerer Werthaltung geben muss, um der sozial orientierten Gesellschaft noch eine Chance zu eröffnen liegt seit einiger Zeit deutlich auf der Hand.

Der “erfolgreiche Idealist” gibt grundlegende Impulse in den Raum, die jedem, der bereit ist, den eigenen und den Weg der Gemeinschaft ein stückweit anders und idealistischer zu gestalten, ein notweniges Rüstzeug für Versuche der Umsetzung an die Hand geben. Der Schwerpunkt liegt allerdings, das sollte im Vorfeld einer Beschäftigung mit dem Buch deutlich sein, auf der “ideellen Organisation” und den Erfolgsfaktoren für eine solche.’
Op zijn beurt schrijft Peter Kensok:
‘Ich habe “Der erfolgreiche Idealist” gelesen. Zunächst vorsichtig und zögerlich, dann begeistert. In den 60er und 70er Jahren des 20. Jahrhunderts wurden Menschenrechte, Abrüstung, Armutsbekämpfung und Umweltschutz erfolgreich in die Öffentlichkeit getragen und auf der politischen Agenda etabliert. Amnesty International, Médecins Sans Frontières (Ärzte ohne Grenzen) und Greenpeace wurden in dieser Zeit gegründet.

Dagegen sind die vielen namenlosen Idealisten in unserer unmittelbaren Umgebung nur winzige Rädchen, die trotzdem das Getriebe dieser Welt mit in Bewegung halten. Sei es in irgendwelchen Ehrenämtern, als Elternvertreter oder Demonstranten für eine gute Sache. In den letzten 20 Jahren hat jedoch auch die “ideelle Organisation” als solche an Einfluss und Glanz verloren. Das interessiert die Idealisten allerdings nicht. Sie machen weiter. Warum das so ist und wie sie trotzdem erfolgreich sein können, darum kümmern sich Franz Christian Lucke und Ferdinand van Koolwijk in ihrem Buch.

Die beiden Autoren haben mich angenehm überrascht mit einem übersichtlichen Werk und mit Einsichten in Prozesse idealistischer Strukturen und Projekte, von denen manche trotz hehrer Ziele an den beteiligten Persönlichkeiten gescheitert sind.

Alle Idealisten haben zumindest die gute Absicht, dass das Leben auf diesem Planeten durch das, was sie antreibt, ein bisschen schöner wird. Franz Christian Lucke und Ferdinand von Koolwijk sind überzeugt, dass der Erfolg ideeller Initiativen kein Zufall ist, sondern sogar aktiv gefördert werden kann. Das finde ich nach der Analyse der beiden Autoren erfreulich. Denn von anderen Idealisten in der Familie, in Unternehmen oder in der großen Öffentlichkeit weiß ich, dass viele Erfahrung mit der (vergeblichen) Hoffnung auf Wahrgenommenwerden und Unterstützung haben. Warum machen sie trotzdem weiter? Sich nicht zu verleugnen und an den eigenen Idealen festzuhalten, das eben ist nach Lucke/Koolwijk das Wesen des Idealisten. – Ein gutes und ermutigendes Buch!’
En wij kunnen eraan toevoegen: hier wordt bovendien een theorie in praktijk gebracht. Of misschien was het wel andersom: de praktijk heeft nu ook een theorie voortgebracht. Hoe dan ook, een gelukkig huwelijk.
.

woensdag 27 juli 2011

Pieperkunde


Toch weer een blikje naar binnen in de Saint-Denis, vanuit het zuidportaal, met oog op het rosetvenster in het noorden.

Ik moet nog melding maken van de ‘Zeeuwse held’, over wie Frank Loef afgelopen vrijdag schreef op zijn Loverendale-website:
‘Melkveehouder en kaasmaker Tim Moerman van Loverendale uit Oostkapelle is bekroond met de titel “Zeeuwse Held van de Smaak 2011”. Hij is door een vakjury gekozen uit vijf genomineerden: Kaasboerderij Schellach uit Middelburg, Zuivelboerderij Hoogelande uit Grijpskerke, Schapenhouderij Breel uit Veere, Kaasboerderij De Vos uit Biervliet en IJsboerderij De Koehoorn uit Meliskerke. Juryvoorzitter Betsy Booij, van de Bond van Boerderij Zuivelbereiders, reikte op donderdagmiddag 21 juli in het Zeeuws Museum in Middelburg de Zeeuwse smaaktrofee uit. “De Held van de Smaak”-verkiezing is onderdeel van de Week van de Smaak die van 1 t/m 9 oktober plaatsvindt.

De Week van de Smaak wordt in Zeeland georganiseerd door de ZMf. Met de Week van de Smaak wil de ZMf aandacht vragen voor smaakvolle producten uit de regio, die een duurzaam en energievriendelijk alternatief zijn voor voeding dat heel de wereld wordt over gesleept.

Verantwoording keuze

“Het was een zeer spannende race”, aldus de jury. “We hebben hier te maken met 5 helden”. Maar de echte winnaar is Tim Moerman van biologisch-dynamisch bedrijf Loverendale. Zijn wijze van kaas maken sluit het beste aan op de kernwaarden van de Week van de Smaak: ambachtelijk, natuurzuiver, streekgebonden en duurzaam. Ofwel hij is een echte Zeeuwse Held van de Smaak als het gaat om ambachtelijk zuivel en kaas. Tim Moerman is van alle markten thuis: hij is verantwoordelijk voor de koeien en stuurt het hele proces van kaasbereiding aan en bewaakt de kwaliteit. De aandacht voor smaak begint al bij het voer van de koeien: eigen geteelde gras/klaver en pulp van suikerbieten. Hierdoor krijgt de melk een erg zachte smaak die in de kaasmakerij wordt omgezet tot rauwmelkse kaas door er enkel zuursel en stremsel aan toe te voegen. Er worden dus geen hulpstoffen als salpeter, lysozyn en calciumchloride gebruikt. Bijzonder smaakvol zijn de kruidenkazen die ontwikkeld zijn en die gretig aftrek vinden bij de klanten, zoals fenegriekkaas en basilicum-knoflookkaas!

Stem op Tim Moerman

Tim Moerman gaat door naar de landelijke finale. Op 1 oktober a.s. zal in de Hoofdstad van de Smaak, Groningen, bekend worden wie de landelijke held is in het thema “Ambachtelijke Zuivel en Kaas”. De Zeeuwse jury en de ZMf wensen hem veel succes en nodigen iedere zuivelliefhebber uit om tussen 15 augustus en 1 oktober op hun zuivelheld te stemmen via weekvandesmaak.nl.

Week van de Smaak

Van 1 tot en met 9 oktober 2011 viert Nederland voor de vijfde keer de Week van de Smaak. Acht dagen lang bruist en borrelt het in ons land van de activiteiten rondom streekproducten, authentieke smaken, koken met de seizoenen en culinaire tradities. Ook een tongstrelende smaakactiviteit organiseren? Meldt u dan voor 1 september aan op weekvandesmaak.nl.
Biologisch-dynamische landbouw in Zeeland was eerder in het nieuws. Kees de Vré van dagblad Trouw schreef op 13 juli over ‘Schone piepers’ in het kader van een serie over het ‘pieperpad’:
‘Biologische aardappelboeren zijn vaak brede boeren. Ze telen niet alleen schone aardappels maar zoeken ook afnemers in de buurt of dienen hun producten op in eigen restaurant. Een korte zomerserie langs het Pieperpad. Vandaag deel 1: Boerderij Ter Linde op Walcheren.’
Wat dat pieperpad inhoudt, wordt in een apart kader over het ‘Pieperfietspad’ uitgelegd:
‘Het Pieperpad begint in het Friese Munnekezijl en loopt naar het Zeeuws-Vlaamse Hengstdijk. Over bijna duizend kilometer slingert deze fietsroute langs tientallen biologische aardappelboeren met elk hun eigen verhaal. De route is opgedeeld in veertien trajecten, maar afwijken is simpel, omdat gebruik wordt gemaakt van bestaande fietsroutenetwerken. Alleen Flevoland heeft geen fietsroutenetwerk.

De meeste boeren langs de route bedrijven brede landbouw. Dat wil zeggen dat er naast het boerenbedrijf andere activiteiten worden ondernomen, zoals een camping, een kaasmakerij, een winkel met eigen en andere biologische producten, natuurbeheer en zorg.

Het Pieperpad is een initiatief van Greenpeace en Bionext, de ketenorganisatie voor biologische landbouw en voeding. De route met alle te bezoeken boerderijen is terug te vinden op de speciale website www.pieperpad.nl. Ook is er voor € 9,95 bij de ANWB een boekje te koop met daarin kaarten van de veertien trajecten, informatie over de boerenbedrijven en hun adressen en telefoonnummers.’
‘Bionext’ is de nieuwe naam van ‘Biologica’, sinds twee maanden. Bijna ongemerkt heeft die verandering zich voltrokken, de website heeft als adres nog steeds biologica.nl. We lezen elders echter (op 25 mei) dat ‘Bionext gaat bijdrage leveren aan biologische sector’:
‘De nieuwe ketenorganisatie Bionext gaat een bijdrage leveren aan de biologische sector. Het streven is om een bijdrage te leveren aan de toekomstige kwantitatieve en kwalitatieve groei van de biologische sector door belangenbehartiging, ketensamenwerking en communicatieprojecten in samenwerking met het bedrijfsleven.

Binnen Bionext hebben zich biologische boeren, verwerkers, handelsbedrijven en retailers verenigd. Bionext moet daarbij gelden als aanspreekpunt voor partijen met interesse in biologische landbouw en voeding. Daarbij is er nadrukkelijk de ambitie om op onderdelen waar biologische regelgeving ontbreekt versneld te werken aan verduurzaming. Daarbij betreft het onderwerpen zoals energie en CO2, verpakkingen, fairtrade en logistiek.

Via Bionext zal er ook samenwerking zijn met het wetenschappelijk onderzoek. Via het kennisnetwerk Bioconnect is hier al aan gewerkt in de afgelopen jaren. Binnen Bionext zal ook de expertise van Biologica en de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw worden ingebracht. Met Bionext is het doel om een volgende stap te zetten in de verduurzaming van de sector.’
Maar goed, weer terug naar de ‘Schone piepers’ van Kees de Vré in Trouw, nu twee weken geleden:
‘Fietsend over het Zeeuwse deel van het Pieperpad blaast de wind voortdurend door de haren. Zilte geuren prikkelen de neus. De rijkelijk aanwezige velden met witte en blauwe bloemetjes kondigen de nieuwe aardappeloogst aan. Ook de ietwat blauw oplichtende roggevelden zijn er in overvloed. Zeeland is onmiskenbaar een akkerbouwland.

In de noordwestelijke hoek van Walcheren, op anderhalve kilometer van de kust tussen Oostkapelle en Vrouwenpolder, ligt boerderij Ter Linde. Deze biologisch-dynamische boerderij – de eerste in Nederland, sinds 1926 – is een van de haltes op het Pieperpad, een 1000 kilometer lang fietspad dat zich van oostelijk Friesland dwars door Nederland naar Zeeuws-Vlaanderen slingert.

Op Ter Linde komt boer Maarten Guepin al meteen met een kistje met drie soorten piepers aanzetten. “Net geoogst, ben benieuwd hoe ze smaken.” Guepin snijdt met zijn zakmes de kleinste van de drie soorten aan, de bionica. Hij oogst ze dit jaar voor het eerst. De binnenkant is wit. “Dat is wel een nadeel”, zegt Guepin. “De Nederlandse consument wil een gele aardappel. Voor mij is deze aardappel een zegen. Hij is namelijk resistent tegen de gevreesde aardappelziekte fytoftora. Met name voor biologische boeren is dat een probleem omdat wij niet met chemie mogen spuiten. Daarnaast geeft de bionica veel aardappels aan een plant. Wel tien. Bij andere soorten is dat zo’n vijf, maar die zijn dan wel wat groter.”

Ter Linde heeft een eigen winkel en zelfs een restaurant. Martine Wensink zwaait daar de scepter. Ze laat het veertig stoelen tellende eethuis zien. “Hier kan mooi worden uitgeprobeerd hoe de consument reageert op de bionica. We kunnen daar het verhaal erachter vertellen om zo ook het vooroordeel tegen witvlezige aardappels weg te halen. Engelsen houden juist van witte aardappels. Het is maar waar je aan gewend bent.”

De aardappelteelt in Zeeland is al eeuwenoud. “En hier aan de kust is ze extra goed”, zegt Guepin. “De zee houdt de warmte lang vast, waardoor in de winter de vorst minder kans krijgt en ik in het voorjaar eerder kan poten. Er is ook een nadeel. De zee koelt in het voorjaar en de zomer het land hier meer af dan in het binnenland en door de lagere temperaturen groeien de piepers langzamer.”

Ook de grondsoort heeft invloed op de aardappelgroei. Guepin: “Ik heb hier lichte klei en zandgrond. Dat is goede grond voor de ontwikkeling van het wortelstel en geeft vaak een goede oogst. Op zware zeeklei duurt het langer voordat het wortelstel zich heeft ontwikkeld. Als dat er eenmaal is, heeft zeeklei het voordeel dat de aardappel minder regen nodig heeft, omdat de grond het water lang vasthoudt.”

Guepin snijdt de volgende aardappel door, de sarpomira. Die heeft een rossige schil en is ook fytoftora-resistent. Van binnen is deze Hongaarse soort iets minder wit dan de bionica. “Ik heb de sarpomira nu een paar jaar. Als consumptie-aardappel is ze minder mooi. Daarom gaat deze soort naar de frietindustrie. In Duitsland wordt de sarpomira verwerkt in babyvoeding.”

Guepins voorkeur gaat echter uit naar de agria, een soort die veel biologische akkerbouwers in de grond hebben. “Die aardappel combineert een fijne structuur met een mooie, volle smaak. Ik probeer hem zo lang mogelijk in de grond te laten staan, want dat komt de smaak ten goede.” De agria is een allround aardappel. “Je kunt hem gekookt eten, maar ook als frites, chips of gepureerd. Alleen als saladeaardappel is ie niet geschikt. Daar is de agria net iets te kruimig voor. Duitsers die zweren bij hun Kartoffelsalat, willen daarom vastkokers.”

Ondanks zijn aardappelverhalen heeft Guepin zo zijn twijfels over zijn aardappelteelt. “Ik zou graag volop pastinaak willen telen. Dat product bevat ook veel zetmeel, maar is veel minder ziektegevoelig. Maar ja, aardappels zijn zeer gewild, dus heeft bijna elke akkerbouwer ze op zijn velden staan. Het verhaal dat de aardappel een gemakkelijk product is, wil ik echter tegenspreken. Voor biologisch-dynamische boeren is de teelt in een zeeklimaat niet ideaal. Omdat we geen bestrijdingsmiddelen gebruiken, is de opbrengst niet erg hoog. De aardappel heeft haar eisen qua grond, mest en beregening. Ik vind het best een juffertje.”’
De serie in Trouw verschijnt elke woensdag. Vorige week ging het over biologische boerderij Doelwyck van Matthijs en Shaula Tak in de Hoeksche Waard, in ‘Piepers met smaak’. Daarin komt de volgende alinea voor:
‘Aardappelen blijven het belangrijkste product. Tak doet daarom graag mee met de zoektocht naar nieuwe en betere soorten. Met name aan nieuwe biologische is veel behoefte. In haar omvangrijke voortuin heeft ze een proefveldje met veertien biologische rassen staan die op allerlei eigenschappen worden getest. “Dat is een project dat we samen doen met het ministerie en met wetenschappers van Wageningen Universiteit en het Louis Bolk Instituut voor biologische landbouw. Van elk van de veertien rassen hebben we acht ruggen gepoot.”’
En vandaag, in aflevering drie, gaat het over ‘Boeren in vruchtbaar Flevoland’, met opnieuw een biologisch-dynamisch bedrijf:
‘Het droge voorjaar heeft een vroege aardappeloogst opgeleverd. “Je hebt geluk als je morgen komt, want we gaan rooien”, laat Monique Schieman ’s avonds nog door de telefoon weten.

Op boerderij De Zonneboog, iets ten zuiden van Lelystad, maakt akkerbouwer Martijn Schieman de dag erop zijn rooimachine klaar. Even later rijden hij en zijn vijf medewerkers naar het te bewerken perceel. Als rooimachine en tractor met laadbak in slagorde staan opgesteld, geeft Schieman het sein om te vertrekken. Het gaat best snel. Lopend in het spoor van de trekker langs de gerooide aardappelruggen zijn de machines amper bij te houden. Af en toe stuurt Schieman een van zijn mannen weer het veld in om de grotere achtergebleven exemplaren alsnog met de hand op te pikken. Een stofdouche is niet te vermijden.

In de nieuwe polders is het goed boeren. De kavels zijn een stuk groter dan in de oude akkerbouwgebieden van Nederland. Het landschap is wel wat eentoniger. De grillige dijkjes van in de loop der eeuwen aan elkaar geplakte polders ontbreken.

Het drooggelegde land in de voormalige Zuiderzee is erg vruchtbaar, weet Schieman. “We hebben een keer ons land diepgeploegd, tot wel anderhalve meter. Daardoor komt een humeuze kleilaag omhoog die barst van de groeikracht. Die grond bevat veel organische stof. Dat is goed voor alle gewassen, niet alleen voor aardappels.”

Samen met zijn vrouw en het echtpaar Kruit vormt Schieman een maatschap die op 70 hectare uien, granen, bloemkolen, boerenkool, kruiden, maar vooral aardappels teelt. Ook hebben ze wat koeien voor de mest, want de maatschap beheert een biologisch-dynamisch bedrijf. “De aardappel is niet alleen rendabel, ik vind het ook een uitdagend product. Veel meer dan bijvoorbeeld graan”, vertelt Monique Schieman in haar achtertuin.

“Je begint al met selecteren van het pootgoed en na het rooien volgt het opslaan. Dat is een proces dat nauw luistert, niet te warm, niet te koud. Het is een vak apart. Vervolgens krijg je te maken met allerlei soorten verpakkingen. En dan komt er ook nog een keurmeester. Die let vooral op de ziekten in de diverse partijen. Ontdekt hij iets dan krijgt zo’n partij gelijk een lagere kwaliteit mee en dat scheelt ons in de opbrengst. Als een partij goed is, maken we de piepers ‘dood’. Dan gaan we er met een brander overheen. Het loof van de plant sterft af en stopt de groei van de knol. Daarna komt de keurmeester weer om te kijken of het branden goed is gegaan.”

Op de Zonneboog worden de rassen Agria, Ditta en Frieslander verbouwd. “De Agria is een allround ras. Die doet het altijd goed en is ook altijd uitverkocht. Iedereen vindt hem lekker”, zegt Martijn. “De Frieslander vind ik niet zo uitgesproken, ik ga voor de Ditta”, vult Monique aan. “Dat is zo’n smakelijke pieper. Lekker in de oven, als friet en ook als salatkartoffel. Het is een echte vastkoker, niet te prakken.”

De keuze voor deze drie soorten hebben ze niet in eigen hand. Handelaar Agrico bepaalt elk jaar weer wat er verbouwd wordt bij de boeren. Monique: “Die weet wat de markt vraagt en verdeelt vervolgens de rassen onder de aangesloten boeren. Het is elk jaar weer spannend welke soorten we te telen krijgen. Dat vergt wel wat overleg, maar daar komen we steeds goed uit.”

Ook de afzet is voor een groot deel al geregeld. Martijn: “De biologische aardappeloogst is voor 70 procent verkocht voordat die van het land komt. De oogst wisselt. Geen jaar is hetzelfde. Dit jaar is uitstekend, maar neem de Agria. Die groeit nu snel, maar het aantal aardappels per plant is lager. De opbrengst blijft daardoor redelijk stabiel.”

Zin om zelf afnemers te zoeken voor hun producten hebben de Schiemannen wel. Monique: “We leveren al aan een paar natuurvoedingswinkels in de regio. Soms hebben we een geïmproviseerd winkeltje aan de weg. Dat contact met de klant geeft me veel plezier. Ik ga zoeken naar meer mogelijkheden, maar het vergt veel energie en het kost nogal wat tijd. Eerst moeten de kinderen wat groter zijn.”’
Het lijkt wel hogere pieperkunde. Maar mooi is dat Trouw deze zomer zo veel aandacht besteedt aan biologische en biologisch-dynamische landbouw.
.

maandag 25 juli 2011

Gewetensbezwaarden

Vandaag kom ik een bericht tegen in ‘AgriHolland’ waarvan ik me afvraag hoe actueel het is. Het draagt de titel ‘Biologisch dynamische melkveehouders verenigen zich in coöperatie Hermes’. Op 4 september 2010 berichtte ik hier in ‘Natuurweide’ voor het laatst over. Daarvoor kwam het onder andere in ‘Coöperatie Hermes’ op 14 mei 2010 en in ‘Omkoperij’ op 13 november 2009 ter sprake. Als bron geeft ‘AgriHolland’ de Natuurweidekrant van juli 2011 aan. Die heb ik niet tot mijn beschikking; op de website van ‘Vereniging de Natuurweide’ is als meest recente die van vorig jaar juli te vinden:
‘Leden krijgen de Natuurweidekrant, die 4 x per jaar verschijnt, gratis. Niet leden kunnen een abonnement nemen op de Natuurweide krant.
Een abonnement kost € 15,- voor 4 nummers. Stuur een e-mail naar info@denatuurweide.nl of neem contact op met het secretariaat.
Hoe het ook zij, actueel of niet, het bericht van vandaag luidt aldus:
‘De biologisch dynamische melkveehouders van Nederland gaan zich verenigen onder de naam Hermes, de griekse god van de handel. Hermes heeft een voorlopig bestuur van waaruit Anne Koekoek en Max van Tilburg, samen met Rienk ter Braake van stichting Demeter, de kar trekken. Nederland telt in totaal ruim veertig biologisch dynamische melkveehouders, waarvan er zo’n 26 een grotere hoeveelheid leveren aan een verwerker. Na een aantal bijeenkomsten met de boeren is besloten om de krachten te bundelen in een coöperatie om zodoende een vuist te kunnen maken voor een rechtvaardige melkprijs.

In gesprekken met groothandelaren is gebleken dat zij in een eerlijke melkprijs voor de producenten een kans zien om zich te onderscheiden van eko zuivel in het supermarktkanaal. De prijs die de natuurvoedingswinkeliers nu voor biologisch dynamisch geproduceerde melk betalen zou al voldoende moeten zijn voor een boerenmelkprijs van 50 cent per liter. De prijs die de veehouders op dit moment ontvangen ligt aanmerkelijk lager.

Eén pool voor alle biologisch dynamisch geproduceerde melk zou een mogelijkheid kunnen zijn om een eerlijke, onafhankelijke, melkprijs te realiseren. Daar zetten de melkveehouders van de coöperatie voorlopig op in. De bestaande verwerkers kunnen daarbij gewoon melk blijven afnemen, maar dan vanuit de pool en voor een eerlijke prijs. Een andere mogelijkheid die wordt onderzocht is het opnemen van criteria voor een eerlijke prijsvorming in de Demeter-voowaarden. Deze mogelijkheden zullen de komende maanden met de leden worden besproken.’
Ik heb nog meer nieuws uit de Demeter-hoek. Iets ouder, want De Telegraaf meldde al op 6 juli ‘Geen straf oormerkweigeraars’:
‘Het Openbaar Ministerie (OM) in Leeuwarden heeft woensdag het hof in Leeuwarden gevraagd twee Friese boeren die om principiële redenen weigeren hun schapen te oormerken, geen straf op te leggen. Wel vindt het OM dat het duo schuldig moet worden verklaard.

De twee biologische boeren uit Bolsward en Grouw voeren al jaren strijd tegen het gebruik van oormerken. Ze noemen de gele flappen een kwelling en verminking van dieren. Het oormerken van schapen is inmiddels niet meer verplicht. Maar het OM vindt dat beide boeren een economisch delict hebben gepleegd toen dat nog wel het geval was.

Voor koeien staat het Rijk al 13 jaar toe dat de twee Friese veehouders samen met nog 30 oormerkweigeraars andere registratiemethoden mogen gebruiken. Volgens het tweetal zouden bij schapen dezelfde gewetensbezwaren moeten gelden.

De weerstand tegen oormerken was bij de invoering in de jaren ’90 groot. Duizenden boeren verzetten zich ertegen. Ook veel hobbyveehouders weigerden hun dieren van een gele flap te voorzien.

Het gerechtshof doet 20 juli uitspraak.’
De Partij voor de Dieren onthulde op 29 juni in ‘Oormerken is dierenleed’ dat het om twee bd-boeren gaat:
‘In Leeuwarden dient woensdag 6 juli om 13.40 uur in het Gerechtshof aan het Wilhelminaplein nr. 1 een rechtszaak in hoger beroep. De oormerkweigeraars Thom de Groot en Henk Brandsma tekenen beroep aan tegen hun veroordeling door de rechter. Ze zijn veroordeeld voor het feit dat ze weigeren hun schapen van gele nummerborden te voorzien. Deze nummerborden zijn een Europese verplichting als identificatie van vee. De Groot en Brandsma, allebei biologisch-dynamische boeren, vinden dat zij met het oormerken dierenleed toebrengen en weigeren al 20 jaar dit hun koeien en schapen aan te doen.

Deze principiële opstelling is de Haagse en Europese beleidsmakers een doorn in het oog. De oormerkweigeraars voeren hun strijd met wisselend succes. In de jaren 90 wisten zij een regeling te treffen voor het niet oormerken van hun koeien. Deze regeling kwam nadat de rechter had bepaald dat zij erkend moesten worden als gewetensbezwaarden. Maar volgens de advocaat-generaal die namens de Nederlandse Staat het proces tegen de oormerkweigeraars voert, is een erkende gewetensbezwaarde voor een koe niet automatisch een erkende gewetensbezwaarde voor een schaap of een geit. Boeren krijgen Europese subsidies. Bijvoorbeeld toeslagrechten of geld voor agrarisch natuurbeheer. Een boer krijgt die subsidie alleen als hij zich houdt aan de Europese regels. De oormerkweigeraars hadden in ieder geval voor hun koeien een uitzondering weten te regelen. Maar sinds kort heeft het Ministerie van ELI een nieuwe list bedacht. Een boer moet zich als hij in aanmerking wil komen voor subsidies houden aan Goede Landbouwpraktijk. Wat dat precies is weet niemand, maar in Den Haag beweren ze bij hoog en bij laag dat een boer die zijn vee niet oormerkt, zich niet houdt aan de Goede Landbouwpraktijk. De Goede Landbouwpraktijk van het oormerken van schapen ziet er zo uit: [foto in het originele bericht, MG]

En Goede Landbouwpraktijk van geiten ziet er dan zo uit: [foto in het originele bericht, MG]

Boeren die hun geiten en schapen niet aan deze vorm van het toebrengen van dierenleed willen blootstellen worden gekort op hun inkomenssteun en natuursubsidies omdat dat in strijd zou zijn met de Goede Landbouwpraktijk. Over deze omgekeerde wereld hoort de rechter op 6 juli de partijen en zal 14 dagen later uitspraak doen.’
Het radioprogramma ‘Vroege Vogels’ besteedde er op 6 maart al aandacht aan in ‘Overheid pest oormerkweigeraars’:
‘Thom de Groot is het Friese Grouw is één van de boeren die al 20 jaar lang weigert om zijn koeien gele oormerken in te doen. Veel van de oormerkweigeraars kregen tot nu toe een vergoeding voor agrarisch natuurbeheer, maar sinds vorig jaar worden ze 20% gekort op die vergoeding. “Da’s gewoon pesterij”, vindt de Groot.

Koeien zonder oormerken en met hoorns zijn zeldzaam geworden in Nederland en behoren tot ons agrarisch erfgoed. Er zijn nog maar enkele tientallen (melk)veehouders die al 17 jaar weigeren de gele flappen in de oren van hun koeien te doen. Ze vinden het toebrengen van oormerken een verminking van het dier, wat onnodig is, omdat het ook anders kan.

Minister Verburg van Landbouw heeft in 2009 in Nederland de oormerkweigeraars een korting van 20 % opgelegd omdat ze de oormerken in een doos bewaren en niet in de oren van de koeien hebben. Het landbouwbeleid is zo veranderd dat alle boeren in de EU een inkomensondersteuning krijgen als compensatie voor de gedaalde melkprijs.

De minister verschuilt zich achter de Brusselse regelgeving en bureaucratie en zegt niet uit te kunnen betalen. Ze gebruikt een oneigenlijk middel om de oormerkweigeraars uit te roeien. Ze wil een einde maken aan de weigering door in de toekomst deze oormerkweigeraars zwaar te beboeten. Ze wil nu in 2010 helemaal stoppen met de inkomensondersteuning. Afhankelijk van de grootte van het bedrijf kan de boete oplopen tot € 10.000. Dat is 3,5 ct. per kg melk.

Als dit zo doorgaat zal in de toekomst een koe of stier zonder oormerken alleen nog maar in een museum of prentenboek te bewonderen zijn.
Op 9 december 2009 kwam ik in ‘Ongemerkt’ op deze thematiek te spreken, met dezelfde hoofdrolspelers, evenals op 9 februari 2010 in ‘Dapperen’, en beide keren heb ik daarbij hun website ‘Koeien zonder oormerken’ met de petitie eveneens vermeld. Op 29 juni schreef Bert van Ruitenbeek als directeur van Stichting Demeter een brief over deze zaak aan de rechtbank om begrip te kweken voor zijn twee zondigende boeren:
‘Ik schrijf u aan als directeur van Stichting Demeter Nederland, deel uitmakend van het internationale keurmerk Demeter zoals ingesteld in 1928. De biologisch-dynamische landbouwbeweging is opgericht en bestaat nog steeds uit voortrekkers die soms dwars tegen de tijdsgeest in zochten en zoeken naar een zo natuurlijk mogelijke vorm van landbouw die uitgaat van samenhang tussen bodem, planten, dieren en de kracht van de natuur.

De biologische sector zoals nu bij grote groepen bekend en Europees in een verordening is verankerd, is uit deze biologisch-dynamische beweging voortgekomen. Boeren die werken zonder kunstmest, zonder chemie, met de hoogste eisen voor dierenwelzijn.

Een aantal boeren gaan nog verder dan de wettelijke verplichting met extra normen onder Demeter-keurmerk of werken zelfs geheel antibiotica vrij, zoeken naar nieuwe economische verbindingen, blijven dynamisch. De zoektocht en de achterliggende principes om naar een zo natuurlijk mogelijke landbouwproductie te streven, gaan verder dan de regels.

De conventionele landbouw is schatplichtig aan de pioniers in deze beweging. Dankzij de kennis en kunde van deze boeren wordt gekeken naar minder gebruik van kunstmest, biologische bestrijdingsmethoden, vermindering gebruik antibiotica in de dierhouderij etc.

Ondanks deze grote maatschappelijke verdiensten worden deze boeren in plaats van gestimuleerd en geholpen nog op veel gebieden geblokkeerd in regelgeving met hoge kosten tot gevolg die zij voor hun principes moeten betalen.

Dat brengt mij op de oormerken. Oormerken vormen geen onderdeel van het Demeter keurmerk, maar er bestaat wel een breed gedeeld verzet bij boeren in de biologisch-dynamische beweging tegen deze identificatiemethode. Op de reclamespotjes van Campina worden de oormerken weggeretoucheerd. De burger wil ze niet zien. Er zijn andere methoden op de markt beschikbaar voor een veilige en zelfs veiliger identificatie. Daar willen deze boeren ook aan meewerken.

Juist deze ondernemers die 100% gaan voor dierenwelzijn, streven naar eigenheid en heelheid van de natuur, integriteit van dieren, zouden hiertoe ruimte moeten worden geboden.

Deze brief is geen juridisch pleidooi in klassieke zin. Het is een verzoek om deze pioniers – die telkens hebben laten zien te knokken voor idealen die onze samenleving veel hebben gebracht – niet zodanig te bestraffen en korten dat hun bedrijfsvoering op het spel komt te staan.

Ik verzoek u vriendelijk doch dringend bovenstaande in uw overwegingen mee te nemen.’
Aan Lenneke Schot van het ‘Biojournaal’ vertelde Thom de Groot nog op 8 juli dat Algeheel verbod op oormerken is ons grotere doel’. Dit alles in het kader van ‘Oormerkweigerende boeren wel schuldig, maar niet bestraft’:
‘Het Openbaar Ministerie in Leeuwarden heeft gisteren het hof in Leeuwarden gevraagd om twee Friese biologische boeren geen straf op te leggen. Zij voeren al jaren strijd tegen het gebruik van oormerken. Dit is volgens hen een kwelling en verminking van de dieren. Wel zijn de boeren schuldig bevonden, omdat ze weigerden de schapen van een oormerk te voorzien toen dit nog wel verplicht was.

“Het OM is van mening dat we niet gestraft hoeven te worden. Voor ons is dit echter nog niet voldoende: het gaat erom dat we sowieso niet meer strafbaar willen zijn wanneer we de dieren niet meer van een oormerk voorzien. Dat is het grotere doel, maar we moeten het besluit van 20 juli afwachten”, reageert Thom de Groot, één van de betrokken boeren.

Voor hem zou de mooiste oplossing zijn dat juist het gebruik van oormerken strafbaar wordt. Thom is verbolgen over het feit dat de boeren juist met het ministerie in overleg was om een oplossing te vinden. “We hadden al een vrijstelling voor de koeien, er waren namelijk al diervriendelijke registratiesystemen beschikbaar, maar waren nog in gesprek over de schapen. Toen stond opeens de AID op de stoep. Zij besloten ons toch een straf op te leggen voor de weigering van de oormerken bij onze schapen. Toen was het overleg wat ons betreft ook meteen klaar.”’
En wat was dan uiteindelijk het oordeel van de rechter? De Partij voor de Dieren meldde afgelopen vrijdag 22 juli in ‘Geen straf, maar wel “schuldig”’:
‘Op 20 juli kregen de twee biologische veehouders Thom de Groot (en de afwezige) Henk Brandsma de uitspraak van het gerechtshof in Leeuwarden over hun principiële weigering hun schapen van oormerken te voorzien voor identificatie en registratie te horen: Wel schuldig, maar ze krijgen geen straf opgelegd. De boeren zijn erkend gewetensbezwaarden voor het oormerken van runderen en trachten al lang bij landelijke en Europese instanties te bewerkstelligen dat ook voor het oormerken van schapen en geiten een gewetensbezwaardenregeling in het leven wordt geroepen.

Het hof zei ervan overtuigd te zijn dat de verdachten op gewetensvolle wijze met hun dieren omgaan en de strafzaak voeren om hun principes door de rechter te laten toetsen. Het hof acht de verdachten wel strafbaar, maar ziet aanleiding tot het toepassen van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en verklaarde de verdachten schuldig zonder oplegging van een straf of een maatregel. Daarbij speelt mee dat verdachten niet eerder voor een soortgelijk feit zijn veroordeeld.’
‘Jinke’ op de website ‘Levende have. Kennisnetwerk voor hobbydierhouders’ wist er diezelfde vrijdag meer over te vertellen in ‘Schapen zonder oormerken: fout, maar geen straf’:
‘De rechtspraak over schapen zonder oormerken vertoont een constante lijn: dierhouders die de regels voor identificatie en registratie overtreden, zijn wel schuldig, maar krijgen geen straf. Dat oordeel velde ook het Gerechtshof in Leeuwarden in de zaak van twee biologische boeren.

In eerdere zaken werkten een gewetensvolle uitleg van de bestaande regels in het voordeel van de wetsovertreders. Wie de regels moedwillig overtreedt, zonder begrip te hebben voor de noodzaak van identificatie en registratie, kan rekenen op een harder oordeel van de rechter. Maar de twee biologische boeren hadden wel opzettelijk gehandeld in strijd met de wet, maar deden dat niet uit ongemotiveerde onwil.

De zaak speelt al een aantal jaren en dateert uit de tijd dat schapen en geiten nog twee oormerken in moesten. Nu mag een dierhouder volstaan met bijvoorbeeld een maagbolus en een oormerk, maar destijds golden er andere, wettelijke verplichtingen.

Gewetensbezwaarde oormerken

De biologische boeren zijn tegen oormerken. Ze doen ook hun koeien geen oormerken in en zijn daarvoor als gewetensbezwaarde geregistreerd. Aan deze status kunnen ze echter geen rechten ontlenen voor hun schapen, vindt de rechter. Daarom volgde er geen vrijspraak in deze zaak.

De in totaal 58 schapen en 1 geit hadden officieel volgens de regels voor Identificatie en Registratie oormerken moeten dragen. De boeren hebben de regels opzettelijk overtreden. Maar: “Het hof is ervan overtuigd dat verdachte op gewetensvolle wijze met zijn dieren omgaat en deze strafzaak ook voert om zijn principes door de rechter te laten toetsen. Het hof acht verdachte wel strafbaar, maar ziet in de genoemde overweging aanleiding tot toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en zal verdachte schuldig verklaren zonder oplegging van straf of maatregel”, aldus rechter J.J. Beswerda in een zeer uitvoerige uitspraak (zie bijlage).

Deze uitspraak is in lijn met eerdere uitspraken over dierhouders die weigerden hun schapen, geiten, varkens of koeien oormerken in te doen en daar zelf een alternatief voor hadden bedacht.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)