Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

zondag 31 mei 2009

Het Vrije Woord

Het was me een hete week, en dan heb ik het niet over het weer, dat werkelijk heerlijk was en nog steeds is, maar over de opschudding in de media, over Het Vrije Woord. Met hoofdletters mag je wel zeggen. Dinsdag kwam VVD-leider Rutte met een nieuw wetsvoorstel om de vrijheid van meningsuiting te verruimen. Onvermijdelijke vraag van het journaille bij dit soort gelegenheden, of het ontkennen van het stelselmatig vermoorden van de joden in de Tweede Wereldoorlog dan ook tot de vrijheid van meningsuiting behoort. In NRC Handelsblad van afgelopen vrijdag legde Mark Rutte dit als volgt nader uit:

‘“Als een studeerkamergeleerde die van de weg is geraakt dat zegt, zonder enige bijbedoeling, terwijl bibliotheken vol staan met boeken die bewijzen dat het wel heeft plaatsgevonden, dan mag hij dat zeggen”, aldus Rutte vanmorgen. Maar omdat Holocaust-ontkenning volgens Rutte “bijna altijd plaatsvindt in de context van het aanzetten tot geweld”, zal het ook onder de door hem gewenste wetswijziging gewoon strafbaar blijven. De VVD wil de vrijheid van meningsuiting verruimen en het zogenaamde “haatzaai-artikel” uit het Wetboek van strafrecht schrappen. Ook wil de VVD dat er strafvermeerdering komt voor hen die het vrije woord bedreigen.’

Naast de hitte (zeg maar gerust stoom) die vrijkwam, waren er ook veel verstandige reacties. Zo was er diezelfde dag in diezelfde krant een opinieartikel van historicus Frank Ankersmit, die principieel overtuigd is van het liberale gedachtegoed (helaas is dit artikel niet op de website van de krant geplaatst). Zich baserend op John Locke betoogde hij dat de strafrechter zich met dit soort kwesties nooit moet inlaten en nooit de stap moet zetten om overtuigingen te willen bestraffen, hoe abject ook:

‘Maar wij hebben de laatste tijd een soort van civiele religie opgebouwd, die van ons vereist om overtuigd te zijn van een aantal zaken, zoals dat de Holocaust plaatsvond en dat Hitlers Mein Kampf een abject boek is. Ieder verstandig mens zal die overtuigingen onmiddellijk onderschrijven. Daarover geen enkel misverstand. Maar men zondigt tegen de mogelijkheden en de aard van het strafrecht door die overtuigingen ook bij wet afdwingbaar te maken. (...)

Er zit ook deze kant aan. Men moet niet proberen te onderdrukken wat men niet kán onderdrukken. Veel beter is dat zich dat openlijk toont. Laat degenen die menen dat de Holocaust niet plaatsvond hun abjecte standpunt maar openlijk verkondigen, zodat wij weten wie zij zijn en wat we aan ze hebben. Geef die mensen niet de kans om met hun overtuigingen ondergronds te gaan. Zodat we niet meer zouden weten wat voor verwerpelijke opvattingen soms onder de mensen leven. De strafrechtelijke vervolging van Holocaustontkenners maakt ons daarom blind voor wat sommige mensen denken. Laat die mensen vooral zeggen wat ze denken.’

Bij het dagelijkse commentaar op de website van Elsevier, ook sterk aan het liberale gedachtegoed gehecht, vond Arendo Joustra op vrijdag deze argumenten:

‘Als iemand de Holocaust bewust of onbewust bagatelliseert, biedt dat de mogelijkheid een discussie aan te gaan en met feiten en argumenten te komen. Maak je van het ontkennen een taboe, dan blijven de ontkenners in duisternis ronddolen en krijgen ze geen weerwoord. Daarbij heeft de samenleving het antigif van de ontkenners nodig, om zelf weerbaar te blijven. Zonder antigif worden argumenten en feiten naar de achtergrond gedrongen.’

Medeopsteller van het wetsvoorstel is Atze Nicolaï. Columnist Hans Goslinga uitte gisteren in Trouw daarentegen kritiek op hem en Rutte:

‘Rutte en Nicolaï doen hun best het voorstel in de liberale beginselen in te bedden. Zo menen zij dat het een kwestie van beschaving en verantwoordelijkheid van de individuele burgers is hoe het vrije woord wordt gebruikt. In hun ogen is het niet langer nodig dat de overheid bevolkingsgroepen tegen belediging beschermt. De strafbaarheid van de groepsbelediging en het aanzetten tot haat of discriminatie kan dus worden opgeheven. Met deze bijna absolute benadering zoeken de liberalen aansluiting bij de Amerikaanse traditie van “more speech”, dat wil zeggen dat het woord, zelfs als dat racistisch of kwetsend is, moet worden beantwoord met het woord.

De vraag is of ze daarmee niet lichtvaardig voorbijgaan aan de Europese geschiedenis, die een geheel andere is dan de Amerikaanse. In de afgelopen dagen bleek vooral bij de oudere generaties een groot onbegrip, soms zelfs ontzetting over het gemak waarmee de liberalen voorbijgaan aan het feit dat aan de Holocaust jaren van stelselmatig haatzaaien voorafgingen. Rutte en Nicolaï leggen dat verband niet. Als het zaaien van haat niet direct aanzet tot discriminatie of geweld, zeggen ze in hun toelichting, “is het beter dit vrij te laten binnen de context van het maatschappelijk debat”.’

Scheidslijnen voor Het Vrije Woord dus. Nu is dit Vrije Woord een geliefd onderwerp bij antroposofen. Maar wat te denken van antroposofen die bovenstaande verstandige argumenten met voeten treden en Hun Vrije Woord willen optuigen met klassieke ontkenners van de judeocide? (Ik geef de voorkeur aan deze term die Gie van den Berghe goed beredeneerd hanteert in zijn ‘De uitbuiting van de Holocaust’, waarvan het eerste deel uitsluitend gaat over de ‘Ontkenning van de jodenuitroeiing’.) Dan is er toch wel iets heel erg mis. Ik doel nu vooral op het Belgische internettijdschrift ‘De Brug’ en zijn omgeving, waarin dit veelvuldig gebeurt.

‘...keer op keer wordt er, onder het motto vrijheid van meningsuiting, verwezen naar holocaustontkenners als David Irving, Ernst Zündel en Robert Faurisson, worden er links naar neo-nazi sites geplaatst en staat er, in de Brug althans, ook een flinke portie antisemitisme van eigen makelij, de verhalen dat Rudolf Steiner juist geen antisemiet was ten spijt.’

Dit schrijft Floris Schreve. Hem heb ik op 6 september 2008 geïntroduceerd in ‘Heikel’:

‘Dankzij het weblog van Ramon De Jonghe, die hier al verschillende keren commentaar heeft geleverd, ben ik vandaag gestuit op het weblog van Floris Schreve uit Amsterdam. Een weblog bijhouden doet hij nog niet zo lang, sinds 11 mei van dit jaar, dus is hij bijna op hetzelfde moment gestart als ik. In een van zijn eerste pennenvruchten, en een heel lange ook (met een absurd lange titel trouwens), gaat hij uitgebreid in op een thema dat hier onlangs aan bod kwam, op donderdag 28 augustus 2008 in de bijdrage ‘Verwerking’, namelijk antroposofie en racisme. Dit is een eeuwig actueel thema, en dat blijft het ook, vooral als het niet goed benaderd wordt (door antroposofen bedoel ik). Dan worden altijd dezelfde bezwaren tegen antroposofie van stal gehaald, want als die niet afdoende weerlegd kunnen worden, dan blijven ze uiteraard geldig.’

Vijf dagen later kwam ik hierop terug in ‘Lading’. Ik moest de krenten een beetje uit de pap vissen, want Floris Schreve heeft een nogal chaotische en vermoeiende werkwijze. Maar dat doet niets af aan zijn standpunten en oordelen. Sinds die tijd heeft hij zich laten kennen als een scherpe criticaster van in ieder geval bepaalde onderdelen van de antroposofie, maar wel als een faire criticus met wie je in discussie kunt treden. Mogelijk gaat hij voor velen in zijn vuur te ver, maar over het hoofd zien kun je hem niet. Vooral op de website van Ramon De Jonghe (die trouwens ook helemaal niet kinderachtig is ten aanzien van antroposofie) heeft hij een bijzonder grote activiteit ontplooid, eerst een half jaar lang over racisme, en nu sinds een maand dus ook over antisemitisme en negationisme.

Al in zijn eerste artikel dat ik hierboven aanhaalde, kwam dit tweede thema even ter sprake:

‘De auteurs van de vele artikelen van de Brug (het gaat zeker om een paar honderd) schieten zich in hun blinde fanatisme wel erg in de eigen voet. Zij zien overal samenzweringen tegen die prachtige antroposofie en zijn volgens mij doodsbang. Ook zoeken ze de meest vreemde bondgenoten, zoals de Britse Holocaust ontkenner David Irving, die meermalen instemmend wordt aangehaald, bijvoorbeeld in de beschouwing ‘De Ahrimanische maatschappijvorm; Ahriman heeft zijn eigen religie in Staat, Multi-cultuur en Holocaust’, waarin de auteur verder ‘woordgrapjes’ uithaalt met de begrippen ‘Holy-Ghost’ en ‘Holocaust’ (te vinden onder ‘A’ van ‘Ahriman’, directe link http://users.pandora.be/antroposofie/vanaf40/b46met/b46.htm). Hier wordt ook verwezen naar de website van David Irving, die de waarheid zou onthullen over de Holocaust. Dit alles uit naam van de antroposofie.’

Recentelijk voegde hij hier aan toe:

‘En het gaat mij hier echt niet om het feit dat die uitlatingen verboden zijn. Persoonlijk heb ik daar ook enigszins mijn vraagtekens bij, al valt er wel iets voor te zeggen. Waar het mij om gaat is dat de Brug, zogenaamd om het op te nemen voor de vrijheid van meningsuiting, stelselmatig holocaustontkenners en neonazi’s aanprijst. Bovendien worden deze lieden meer dan eens instemmend aangehaald.’

Zodat je de vreemde figuur krijgt dat juist hij degene is die Steiner moet gaan verdedigen:

‘Dit is geen antroposofie, althans geen Rudolf Steiner, dit is neonazi praat. Bovendien waarom zou je de antroposofie ook nog hiermee belasten? Hiermee wordt Steiner met iets belast, dat je hem onmogelijk kunt aanrekenen.’

Het blijkt ook geen geïsoleerd fenomeen te zijn, helaas.

‘Je zou misschien kunnen zeggen dat de Brug het initiatief is van twee, wat mij betreft volledig ontspoorde antroposofen, maar als je de onderlinge verbanden bekijkt heeft het er alle schijn van dat dit geluid breder gedragen wordt. Dat lijkt mij dus een te gemakkelijk antwoord. Bovendien duiken dezelfde namen van “wetenschappers”/holocaust revisionisten/ regelrechte neonazi’s ook op in de bijdragen van Jos Verhulst op http://www.vrijgeestesleven.be. Het probleem heeft dus echt wel wat meer uitzaaiingen. Het lijkt mij dus dat het een groot probleem is voor de antroposofie in het Nederlandse taalgebied (ook Nederlandse antroposofische instellingen hebben geen enkel probleem met deze uitwassen, althans die schijn heeft het wel). En nogmaals, hoewel in sommige opzichten zeker problematisch, bulkt Steiners werk niet van:

– antisemitisme
– historisch revisionisme (kan ook niet, dus dat is louter de verantwoordelijkheid van de hedendaagse antroposofen die daar hun vingers aan branden)
– homohaat
– de eis op het recht van het beledigen van allerlei minderheden (allemaal “vrijheid van meningsuiting”, ongetwijfeld)
– apocalyptisch cultuurpessimisme’

Ten overvloede misschien, maar Floris Schreve voegt er deze oproep aan toe:

‘Maar voordat er misverstanden ontstaan, ik ben zeker niet voor verbieden, censureren, etc. Bovendien is het wel een hele mooie en toegankelijke bron op internet. Maar afstand nemen, of duidelijk maken dat dit niet de opinies zijn waar je als beweging of vereniging achter staat lijkt me toch niet te veel gevraagd. “De antroposofie staat niet voor het promoten van het gedachtegoed van David Irving of Ernst Zündel” lijkt mij een niet al te moeilijk statement.’

Helemaal mee eens. En ik verwijs graag naar de genoemde publicatie van Gie van den Berghe, die dit allemaal bijzonder helder onderbouwt. Gif en tegengif uit België (of moet ik Vlaanderen zeggen?).

zaterdag 30 mei 2009

Licenties

Met Pinksteren 1924 werden door Rudolf Steiner de voordrachten voor boeren gehouden, waarmee de biologisch-dynamische landbouwbeweging zijn aanvang nam. Morgen is het Pinksteren. Vandaag nog een tweede bijdrage, vanuit dezelfde bron als ik vanochtend al putte in ‘Demeter-helden’. Want er is nog een artikel van Rienk ter Braake, waarin hij nog verder ingaat op de verstrekking van licenties. Bovendien wordt daarin een probleemgebied omschreven, waar Barbara al verschillende malen naar heeft gevraagd. Namelijk hoe het zit met de naleving van de internationale Demeter-normen in Nederland. Nou, dat wordt hierin mooi beschreven en zodoende biedt dit artikel een helder inzicht in de zaak. De titel ervan is niet voor niets ‘Partner evaluatie door Demeter Duitsland’. Leest u maar; tussen de regels zult u zeker al een aantal wrijfpunten kunnen ontdekken.

‘Stichting Demeter controleert en certificeert biologisch-dynamische boeren, biologisch-dynamische verwerkers en Demeter-producten. De producten blijven niet allemaal in Nederland. Stichting Demeter is dan ook aangesloten bij Demeter Internationaal. Alle 18 zusterorganisaties gaan uit van dezelfde wereldwijd gehanteerde minimale Demeter-normen. Ook aan de manier waarop de certificaten worden toegekend stelt Demeter Internationaal eisen. Om dat allemaal zeker te stellen worden partner evaluatie georganiseerd. Dat noemen we het interne accreditatie programma. Zo zijn Nederlandse leden van de DVC en DLC vorig jaar naar Frankrijk geweest. En in maart van dit jaar zijn Duitse collega’s bij ons op bezoek geweest. Deze bezoeken hebben natuurlijk het karakter van een controle. Maar dienen ook om elkaar als collega-certificeerders te leren kennen en kennis en ervaring uit te wisselen.

Het Duitse team
De partner evaluatie is door een stevig team uitgevoerd. Twee personen zijn vier dagen lang bezig geweest met het doornemen van procedures, documenten en dossiers. Van ’s morgens vroeg, tot in de avond. We hebben zes Demeter-bedrijven bezocht.

Duitsland is bijna tien keer zo groot als Nederland. En dat geldt ook voor de Demeter-certificering. De certificering is daar wel anders georganiseerd. Een deel van de administratie wordt in de verschillende Bundesländer gedaan. De toekenning van certificaten gebeurt vanuit het centrale Demeter-verband in Darmstadt. Daarvoor is Ute Rebensburg verantwoordelijk. Zij heeft de volledige vier dagen aan de partner evaluatie meegedaan. De eerste twee dagen was ze samen met Martin Rombach. Martin is directeur van de Prüfverein. Dat is één van de controle-organisaties voor biologische verwerking. De Prüfverein voert veertig procent van de Demeter-verwerkingscontroles uit. Alle verwerkingscontroles worden daar verzameld. De laatste twee dagen lag de nadruk op de landbouw. Daarvoor is Hans-Josef Kremer overgekomen. Hans-Josef is voorzitter van de Demeter-certificerings commissie voor de landbouw. Met 1350 Demeter-landbouwbedrijven en ruim 250 Demeter-handelaren en -verwerkers zijn er twee aparte commissies voor de certificering.

Naast de Demeter-organisatie zijn er in Duitsland tien Regionale Werk Groepen (LAG’s). Dat komt ongeveer neer op BD-Verenigingen in de verschillende regio’s van Duitsland. Deze LAG’s zijn vooral gericht op de boeren en ze hebben bd-voorlichters in dienst.

Terugbik op de vorige evaluatie
De partner evaluaties worden ongeveer eens per vier tot vijf jaar gedaan. Daarna worden de verbeterpunten schriftelijk verantwoord naar Demeter Internationaal. De vorige evaluatie heeft in 2002 plaatsgevonden, door een team uit Zwitserland. Destijds waren veel punten in de Demeter-certificering in Nederland nog niet helemaal, zoals Demeter Internationaal het proces voor ogen had. De nieuwe Demeter-normen waren vertaald, maar nog niet geïmplementeerd. De verwerkte producten waren niet geregistreerd en er was nog geen controle op additieven en proceshulpstoffen. Het gebruik van de bd-prepaaten was vrijwillig en niet verplicht. Mede naar aanleiding van de eerste partner evaluatie zijn een aantal zaken die in voorbereiding waren versneld ingevoerd.

Het mooie van zo’n terugblik is dat je je dan weer even realiseert wat er allemaal verbeterd is. De kwaliteit van de controles is verbeterd. De Demeter-voorwaarden, reglementen en documenten vormen een samenhangend geheel. Alle verwerkte processen en producten zijn geregistreerd. We kunnen er trots op zijn dat Stichting Demeter een efficiënt en doordacht certificeringssysteem heeft opgebouwd. Alle afwijkingen uit 20023 zijn hersteld! We krijgen complimenten voor de geboekte resultaten.

De Demeter-voorwaarden
We hebben de Internationale Demeter-normen in Nederland geïmplementeerd. Inclusief de preparaatverplichting. Dat heeft veel discussies opgeleverd met licentiehouders. Een deel van de boeren heeft onder meer vanwege de preparaatverplichting de Demeter-licentie opgezegd. We schatten dit aantal op ongeveer twintig boeren. In totaal is het aantal licentiehouders met ongeveer vijfenzeventig boeren gedaald. De strengere normen, strengere handhaving en moeilijke economische situatie in de landbouw hebben daarbij een rol gespeeld. In Nederland zijn we er inmiddels van overtuigd dat we met de Demeter-certificering niet steeds verder moeten gaan met het vastleggen van de normen. En het afstraffen van alle grotere of kleinere afwijkingen. We kiezen liever voor vrijere richtlijnen met meer individuele ruimte. Maar wel met duidelijke afspraken. Kortom de Mansveltscore met daaraan gekoppelde Mansveltgesprekken.

Bij de evaluatie werd duidelijk dat er nog wat hobbels zijn te nemen om onze visie internationaal geaccepteerd te krijgen. In theorie is er veel waardering voor onze ideeën. Maar als het aankomt op de concrete manier waarop wij in Nederland werken levert dat veel discussie op.

Het belangrijkste gespreksthema met de evaluatoren was dan ook het gebruik van de bd-preparaten. In de certificering gaan we uit van de minimale eisen die Demeter Internationaal heeft vastgesteld. Er zijn geen eisen gesteld aan de manier waarop de preparaten worden gemaakt. Als een boer kiest voor een bedrijfseigen blaas van een koe in plaats van een bedrijfsvreemde blaas van een hert is dat voor de DLC akkoord. Er zijn ook geen eisen gesteld aan de manier waarop preparaten worden bewaard. We vragen wel naar de bewaring, maar laten de controleur niet beoordelen of de preparaatbewaring voldoet aan wat Rudolf Steiner daarover heeft gezegd. In potjes, omsloten door een laag turfmolm. Demeter Internationaal zal een uitspraak moeten doen of dit soort zaken wordt opgenomen in de voorwaarden, of niet.

Verder is intensief gesproken over het houden van biologisch vee op een Demeter-bedrijf. In de Nederlanse visie liever een Demeter-bedrijf met meerdere veehouderijtakken. Al krijgen de kippen, of de varkens dan geen 100% biologisch voer. De producten worden immers als gangbaar of biologisch verkocht. Als er al producten verkocht worden.

We zijn benieuwd hoe Demeter Internationaal op deze bevindingen van de Duitse collega’s gaat reageren!

De bedrijfsbezoeken

De Hondspol
Op De Hondspol in Driebergen is voornamelijk gekeken naar de boerderijverwerking. Recepturen, etiketten, ingrediënten. Ook de boerderijwinkel werd nauwkeurig geïnspecteerd. De aanduidingen met biologische en Demeter-etiketten werden bestudeerd. Andreas Daldorf, de kaasmaker van De Hondspol, heeft het evaluatiebezoek sterk als een controle-bezoek ervaren, gaf hij achteraf aan. Er is vooral gekeken naar de feiten en niet zozeer naar de grote lijnen en naar wat er vooboeren speelt. Daarna heeft Andreas een rondleiding gegeven over de rest van de boerderij. Daarbij werd vooral stilgestaan bij de biologische, niet-Demeter-varkens. In vergelijking met Duitsland is het Demeter-merk in Nederland niet zo bekend. Extra betalen voor Demeter-producten is al helemaal niet zo gewoon.

Natudis
Bij Natudis in Harderwijk zijn we ontvangen door Redmer Oostland en Jo Descendre. De evaluatoren hebben gekeken naar de afgelopen Demeter-controles en naar wat met de afwijkingen is gedaan. De recepturen en het logboek van de insectenbestrijding zijn doorgenomen en er is uitgebreid gekeken naar de loonverwerking. We hadden vanuit Nederland graag nog op de rol van Demeter in het merkenbeleid van Natudis willen ingaan. Dat was naar de zin van Martin niet zozeer de bedoeling van de evaluatie. Ook hier had de audit meer weg van een gewone controle. Na het neuzen in de boeken zijn we door het bedrijf gelopen. Daar oogsten we als Nederlanders, met onze handelgeest, toch weer veel bewondering. Groot en efficiënt. En dan wat zuinigjes de vraag naar de relatie met de bd-landbouw. Hoe verhoudt dat zich tot een zo grote firma. Of is dat een klein beetje afgunst?

Odin – Estafette
Jeroen Moolenaar heeft Martin en Ute ingelicht over de doelstellingen en werkwijzen binnen Odin – Estafette. Tijdens de rondgang door het bedrijf kwamen we te spreken over import en export van private labelproducten. Soms nog weer in een derde land geproduceerd. Wie bijvoorbeeld verantwoordelijk voor een Loverendale etiket, geproduceerd door een op het etiket vermeld Duits Demeter-bedrijf? Dit wordt bij Demeter Internationaal aangekaart. Het is goed als daar duidelijke afspraken over worden gemaakt. Die dan ook in de verschillende landen gelijk worden gehandhaafd. De bd-spirit hier, was voor Ute en Martin wat meer herkenbaar.

Van Scheijndel Ice Cream Factory
We werden ontvangen door de kwaliteitsmanager Elke Dahles en de general manager Stephan Blommendaal. Stephan werkt nog niet zo lang bij de ijsfabriek in Huissen. Hij is hard bezig met een reorganisatie. Meer efficiëntie en meer duidelijkheid in de organisatie. Daarbij is op vele gebied hoofdzakelijk opgeruimd. Er is in de documenten gekeken naar de afgelopen Demeter-controles en de opvolging daarvan. Enkele Demeter-producten zijn gesaneerd. En er zijn nieuwe ijssmaken onder het Demeter-merk ontwikkeld. Die konden we meteen proeven. Heel goed! De registraties waren in gang gezet, de etiketten goedgekeurd, dus alles onder controle. Toch kreeg Elke bij de bedrijfsbezichtiging nog even de schrik toen Martin haar wees op het vanillepoeder in het magazijn. Er was toch vanille extract vermeld in de receptuur? Alles bleek in orde. Het voor de Demeter-receptuur gebruikte extract stond keurig in de koelcel.

De Zonnehoeve
Bij de landbouwbezoeken is wel veel meer gesproken over de manier waarop normen in Nederland worden geïnterpreteerd. Dat begon vrijwel direct in het gesprek met Teka Kappers, de bedrijfsleider van De Zonnehoeve in Zeewolde. Teka sprak heel duidelijk uit dat hij zich intensief heeft verdiept in de Landbouwcursus van Steiner. De nadruk en de uitdaging liggen voor hem in het doorzien van het systeem en de ideeën over het ontwikkelen en verzorgen van het bedrijfsorganisme. Vanuit dat overzicht wil hij dan graag heel gericht met de bd-preparaten werken. Maar dan alleen als daar vanuit inzicht behoefte aan is. En niet als een standaard recept. Hans-Josef en Ute waren onder de indruk van het enthousiasme en de bezieling waarmee op De Zonnehoeve aan de bd-aspecten wordt gewerkt. Het vooroordeel van die Nederlandse Demeter-boeren die er met de pet naar gooien wat bd betreft moest worden bijgesteld. Maar echt begrip... of zelfs waardering, is wellicht een stap te ver.

De Stadsboerderij
Na het vuur van Teka had het bezoek aan Tom Saat en Tineke van den Berg op De Stadsboerderij in Almere eerder het karakter van serene rust. Het hart van het bedrijf: de Marchigiana-koeien en dan weer vooral hun mest. We zijn dieper ingegaan op wat voor Tom en Tineke nu precies biologisch-dynamisch is. Ook hier weer staan de samenhangen centraal. Voor Tom staat dynamisch voor kracht, zoals de vertaling uit het Grieks luidt. De kracht vanuit de mest. De mest die de bodem voedt. En vanuit die gevoede, levende bodem worden op hun beurt de planten weer gevoed. En de planten voeden zowel de mens, alsook de mest producerende koeien. En zo wordt de hele samenhang gevuld met kracht.

Ook hier weer ging de discussie snel over de bd-preparaten. Dat Tom en Tineke liever uitgaan van bedrijfseigen materialen dan zich de adviezen van Steiner ter harte te nemen wekt verwondering. In het nagesprek met vooral Hans-Josef lijkt de nadruk te worden gelegd op de bewijsbaarheid. Hoe kun je nu bewijzen dat het door Tom en Tineke gemaakte preparaat dezelfde werking heeft als en klassiek bd-preparaat? Dat Steiner op vele punten uitdaagt om te experimenteren wordt onderschreven. Maar kun je experimenten als Demeter aanmerken?

De resultaten
De Duitse collega’s zijn zonder meer onder de indruk van de Nederlandse Demeter-certificering. In structuur en vorm zijn we niet meer het zwarte schaap, maar voorloper geworden. Ook is men blij verrast over de bedrijven. Goed georganiseerd, efficiënt en goed doordacht. Geïnspireerde bd-boeren die het beste maken van hun Demeter-bedrijf in een hele strakke markt met weinig specifieke waardering voor hun merk. Over de inhoud van de biologisch-dynamische landbouw in Nederland zijn de evaluatoren niet zo zeker.

Ik ben benieuwd naar de reactie van de Raad van Accreditatie van Demeter Internationaal.’

Rienk ter Braake

Demeter-helden

Het is wel zielig voor Hugo Verbrugh. Hij kan sinds afgelopen dinsdag niet meer zijn dagelijkse weblog schrijven. Hij heeft voor de website van de Volkskrant gekozen, voor hosting van zijn weblog ‘Middernachtszon’. Maar dat medium ondervindt grote problemen bij de aangekondigde noodzakelijke verbouwingswerkzaamheden. Eerst zou het een dag duren, maar inmiddels staat er dit bericht:
‘Tijdelijk offline
Update vrijdag 29 mei. Inmiddels hebben de beste consultants van Nederland zich over het performance-probleem van het nieuwe vkblog gebogen. Zij zijn met ons tot de conclusie gekomen dat er niet een simpele oplossing bestaat. De nieuwe verwachte datum van livegang is donderdag 4 of vrijdag 5 juni. We bieden nogmaals onze excuses aan en hopen van harte dat u bereid bent om eind van de week terug te keren.’
Dat is dus zeer ernstig voor al die mensen die een weblog bij de Volkskrant hebben. En ook voor degenen die deze webloggen willen volgen. Dat dagelijks schrijven van Hugo Verbrugh is trouwens een bijzonderheid die weinigen hem nadoen, in ieder geval in antroposofische settingen. Nu heeft zijn weblog niet direct een antroposofische doelstelling, zoals eerder in de commentaren hier is opgemerkt. Maar hij stopt dat er natuurlijk wel met gemak in. Dat kan ik nu alleen niet laten zien...

Wat ook zielig is, is dat de vernieuwing van de website van Demeter, dus van de biologisch-dynamische landbouw en van de bd-vereniging, nog steeds niet klaar is. En dat terwijl volgende week het weekend van ‘Lekker naar de boer’ is. Dan zou je daar toch op willen inhaken en breed uitpakken. Men is nog niet verder gekomen dan de aanpassing van een paar uiterlijke elementen op de website. Vorig jaar was dat ook al zo’n probleem, lees ‘Echt geld’ van 22 juni 2008, Boergondisch’ van 24 juni en Zien’ van 3 juli.

Nee, neem dan Trouw. Die doet vandaag bij haar zaterdageditie een speciale bijlage ‘Lekker groen’. Natuurlijk met het oog op volgende week. Maar er is meer bijzonders mee. Hoofdredacteur Willem Schoonen schrijft inleidend elders op de website:
‘De bijlage is het resultaat van twee maanden werk van Trouwredacteur Kees de Vré. Kees schrijft al jaren over voedingsindustrie en biotechnologie. Hij kreeg, met steun van onze aandeelhouder (de stichting ter bevordering van de christelijke pers), de kans zich te verdiepen in de voedselproductie van de toekomst. Het resultaat is fascinerend.’
Tegenwoordig voert Trouw een streng beleid inzake auteursrechten. Daarom mag ik lang niet zoveel aanhalen als ik zou willen en hier ook gewoon ben te doen. Dat is een belangrijk thema; redacteur Gerbert van Loenen heeft er zelfs een eigen weblog over ingericht. Geldt het aloude copyright ook in het internettijdperk, vraagt hij zich af. Zijn antwoord is duidelijk:
‘Of we nu papier of internet als medium gebruiken, feit blijft dat creativiteit gedijt als degene die iets maakt er ook iets aan heeft. Er zijn landen waar auteursrechten niet of nauwelijks worden beschermd. (...) Creativiteit en vernieuwing hebben bescherming nodig, in de zin dat degene die iets maakt daar de rechten over moet krijgen en die rechten moet kunnen beschermen.’
Ja, dat probleem ken ik natuurlijk ook. Mijn weblog is een totaal vrije onderneming die geen cent oplevert. Ik doe het alleen omdat ik me er lekker bij voel. Of het creatief en vernieuwend is, en dus een eigen waarde vertegenwoordigt: ik heb het gevoel van wel. Ik bied iets wat je elders niet vindt. Maar ik maak voornamelijk gebruik van het werk van anderen dat ik overal en nergens vind. Dus schend ik in feite het auteursrecht van jan en alleman. Een dilemma. Want hoe moet je dit dan blijven doen in lengte van dagen? Gerbert van Loenen schrijft:
‘De site van Trouw leeft van inkomsten uit advertenties op de site. Als onze productie wordt overgenomen op andere sites, hebben we daar weinig aan. (...) Wat wel goed werkt en altijd mag, is linken. Kopieer niet iets van een andere site, maar neem een alinea over en plaats dan een link.’
Elders is hij nog explicieter (in 41 woorden, om een idee te krijgen hoeveel dat is) in wat wel en niet mag:
‘Neem bijvoorbeeld de kop en eerste alinea, tot maximaal 50 woorden, over van een Trouw-artikel, en zet daaronder een link naar de site van Trouw voor wie het hele artikel wil lezen. Op die manier hebben beide partijen er wat aan.’
Terwijl ik het altijd prettig vind de oorspronkelijke tekst te kunnen lezen, in de originele context. Het is zelfs bijna zo, dat ik alleen dingen aanhaal als ik er direct een link naar kan geven. Dat is bij het ‘Vooraf’ dat Kees de Vré zelf schrijft in zijn bijlage niet het geval (ik kan het nergens op de site vinden; alleen in de papieren editie). En dat zou voor mij nu juist een reden zijn om het wél volledig weer te geven, maar dat kan en mag dus niet. Naast het feit dat hij in Trouw vaak ook over bd-landbouw heeft geschreven en dat altijd op een zeer prettige manier deed. Dan wil je iets meer weten over zijn beweegredenen, ook al gaat het hier niet direct over bd. Hij blijkt vooral geïnspireerd te zijn door de boeken van de Amerikaanse wetenschapsjournalist Michael Pollan:
Zijn uitgebreide analyse van de huidige voedselketen maakte me duidelijk dat deze ketens er vooral zijn om geld te verdienen en niet waarom ze er eigenlijk zijn: de mens te voorzien van vers en gezond voedsel. 
(...) Pollan is overigens niet de eerste met zijn felle aanklacht. De reuring die hij veroorzaakte met zijn beschrijving van de gevolgen van dit systeem – milieuvervuiling, gezondheidsproblemen bij mens en dier, snel afnemende biodiversiteit – was meer een kwestie van de juiste man op het juiste moment. Pollans pleidooi voor een andere mentaliteit in de voedselketen deed me langzaamaan realiseren dat die aanhangers van lokaal eten een groeiende onderstroom vertegenwoordigen van mensen die af willen van fabriekseten dat van over de hele wereld komt.
Michael Pollan is een tijdje geleden op deze weblog ook uitvoerig aan bod geweest, evenals Louise Fresco als zijn opponent. Dat was op 12 februari in ‘Een Groot Idee’ en op 10 april in ‘Vruchtbaar’. Zij keren in deze bijlage allebei prominent terug. Nog een keer hoofdredacteur Willem Schoonen:
‘In de bijlage “Lekker groen” komt Louise Fresco aan het woord, een vermaard kenner van landbouw en voedselproductie. Fresco maakt gehakt van Pollan. Zij deelt zijn zorg over de verwaterde band tussen de mens en zijn eten. Maar de oplossingen die Pollan aandraagt, noemt ze romantisch. Volgens Fresco hebben we een duurzame maar hoogtechnologische landbouw nodig om de wereldbevolking te voeden. 
Het is een mooi debat tussen hemelbestorming en aardse nuchterheid. En terwijl Pollan en Fresco verder strijden, gaat Kees op zoek naar voorbeelden van die nieuwe kleinschalige voedselproductie. (...) Kees de Vré kan het als geen ander. Hij is een econoom die al te mooie praatjes doorprikt, maar hij is ook een verdienstelijk kok die zijn ingrediënten met smaak kiest. Kees maakt deel uit van de redactie Groen die we onlangs hebben geformeerd.’
Dit citaat is weer wat te lang volgens de eigen criteria van Trouw. Maar ik heb het nodig, onder meer om op de kortste manier te wijzen op de inhoud van de bijlage; de artikelen van Kees de Vré zijn namelijk allemaal op de website van Trouw te vinden. Ik ben er trouwens dit keer geen directe verwijzingen naar biologisch-dynamische landbouw tegengekomen, alleen enkele advertenties hebben die herkomst: Kraaybeekerhof, De Nieuwe Band, Zuiver Zuivel, Estafettewinkels en Odin groentetassen. En dan op de middenpagina’s een grote spread over ‘Lekker naar de boer’, en daarbij ook de ‘Verkiezing Regionale Helden van de Natuurvoedingswinkels’. Hier staat het Demeterlogo en deze tekst:
‘Een kwartet Demeter-helden...
Tussen de twaalf uitverkorenen bevinden zich vier biologisch-dynamisch werkende Demeter-boeren: Piet van IJzendoorn van De Zonnehoeve (Flevoland), Isabel Duinisveld van De Eemstuin (Groningen), Joris Kollewijn van De Lepelaar (Noord-Holland) en Piet Korstanje van Boomgaard Ter Linde (Zeeland). Voor Demeter-boeren vormen de bodem, de planten, de dieren die naar hun aard worden gehouden één geheel. Op de bedrijven wordt dan ook met liefde en zorg voor mensen, dieren, planten en aarde gewerkt. De bezieling van de boeren kun je niet controleren. Wel ervaren op de boerderijen of proeven aan de producten. In de winkel zijn de pure en ambachtelijke producten van deze en andere biologisch-dynamische helden herkenbaar aan het Demeter-keurmerk.’
Dat is mooi, dat dat daar in die bijlage zo duidelijk staat (al is het wel klein naast al het andere dat ook op die twee advertentiepagina’s is geperst). Ik had het net over de eigen website van Demeter en dat daar zo weinig gebeurt. Eén ding staat daar nu wel op, en dat is een mooi artikel van Rienk ter Braake. Hij is daar momenteel interimdirecteur, ik schreef hier over op 28 april in ‘Richtlijnen’. Op 4 mei kwam ik te spreken in ‘Belgische grond’ over de problemen bij de certificering. Daarover gaat nu net dit artikel, met als titel ‘De DLC gaat de boer op’. Het gaat over het werk van de licentiecommissie en geeft een prima beeld van de praktijk. Het is goed geschreven en heel verhelderend. Daarom laat ik het hier graag integraal volgen. Dan bent u toch een beetje Demeter-geïnfecteerd en Demeter-voorgelicht voor het volgende weekend.
‘De Demeter Licentie Commissie. Het klinkt zo gewichtig. En commissie van wijze mannen en vrouwen die besluiten nemen over licenties, certificaten, ontheffingen. En sancties. En toch zijn het net mensen. Mensen die in hun vrije tijd hele stapels vergaderstukken doornemen om tijdens de vergaderingen passende besluiten te nemen. Gebaseerd op de Demeter-voorwaarden. En volgens de menselijke maat. Want daar draait het voor de commissieleden om. 
Al een paar jaar gaat de DLC ieder jaar om die reden bij licentiehouders langs. Om kennis te maken met de boeren en de verwerkers achter de dossiers. En andersom; om de bd-ers kennis te laten maken met de mensen in de commissie. Hieronder een verslag van de bedrijfsbezoeken op 13 mei 2009. 
De doelstellingen
Dit jaar hebben verschillende gecompliceerde kwesties gespeeld in de Demeter-pluimveehouderij. Het beeld van een ideaal bd-bedrijf gaat toch richting gemengde bedrijfsvoering. De landbouw in Nederland vraagt veel van de ondernemer. Hier vinden we dan ook veel gespecialiseerde bedrijven. Ook in de bd-landbouw. En zeker in de pluimveehouderij. Er zijn een paar Demeter-bedrijven met een kleine leghennentak. Tussen de 50 en 250 leghennen. Als dat aantal groter wordt, worden direct ook heel hoge eisen gesteld. Wettelijke regelingen, milieu-regelingen. Maar ook in de huisvesting en verzorging van de kippen. De commissie wil zelf eens gaan kijken hoe het op de pluimveebedrijven gaat. De basis voor de leghen wordt (net als bij mensen) gelegd bij de opvoeding van de kuikens. Dus is ook een Demeter-bedrijf in Duitsland bezocht met eigen ouderdieren, waar kuikens worden opgefokt. Om het beeld complet te maken zijn we ook naar een gemengd tuinbouwbedrijf gegaan in Twente, waar de vijftien kippetjes gewoon helemaal los over het bedrijf lopen. 
Het Groene Spoor
Het gemengde tuinbouwbedrijf, met zoogkoeien, een boerderijwinkel en 250 abonnementen van Jan en Hannie Nijmeijer is gevestigd in Rossum, noord van Oldenzaal. Prachtig gelegen in het typische coulissen landschap, met esgronden, houtwallen en elzenhagen. Een deel van de groenten worden in boogkassen geteeld, een deel op een esgrond een stukje verder weg. Daar is een schoolklas kinderen aan het planten, als wij kunnen aanschuiven voor koffie met warme melk en ovenwarm gebak. Ware Oosterse gastvrijheid. Het lijkt voor Jan in het begin even onwennig. Het is natuurlijk geen controlebezoek, maar toch... 
We staan verbaasd stil bij de compostbanen. Prachtige rillen mooi verteerde compost. Jan heeft een composteermachine die in zes weken tijd zorgt dat de mest is vercomposteerd. Dat is de basis voor gezonde gewassen en gezond voer voor de koeien. 
Jan is al jaren geleden gestopt met het melken van zijn koeien. Toch is daarmee een deel van het hart uit het bedrijf gegaan voor hem. Het is veel werk, er moest geïnvesteerd in de melkverwerking, maar het is wel zulk mooi werk... Je ziet Jan genieten van het contact met zijn koeien. Nu zijn het zoogkoeien met de kalveren erbij. De producten gaan grotendeels in de groentetassen en worden verkocht in de eigen boerderijwinkel. Het vlees wordt direct verkocht en afgeleverd als een koe is geslacht. Allemaal aan de eigen klanten. 
In het oosten van Nederland werken een groep biologische en bd-boeren nauw met elkaar samen. Producten worden uitgewisseld, teelten worden bij of voor elkaar gedaan. En ook worden gezamenlijk preparaten gemaakt, of worden ervaringen uitgewisseld rond het werken met de zaaikalender. 
En de kippetjes? De scharrelen hun kostje bij elkaar in de bongerd, rond de composthopen en in het weiland. 
Het valt niet mee hier te vertrekken. Jan wil en kan goed vertellen. De commissieleden willen graag horen. We zetten Jan af bij de plantende schoolkinderen en rijden richting Duitsland. 
Geflügelhof Norbert Südbrock
Het is een aardig eindje rijden naar het pluimveebedrijf van Beate en Norbert Südbrock in Wiesenbrück, een uur rijden zuidoost van Osnabrück. Norbert en Beate zijn negen jaar geleden met hun gangbare leghennen-ouderdier bedrijf, met kuikenopfok omgeschakeld naar biologisch. Het laatste jaar zijn ze doorgeschakeld naar Demeter. Op veel terreinen waren ze als gangbaar bedrijf al niet zo intensief. Toch zijn de stappen groot geweest. Nu pas begint Norbert het gevoel te krijgen dat zaken op hun plek vallen. Of het ook economisch allemaal zo verstandig is geweest weet hij ook niet zo goed. Maar hij zou niet anders meer willen en kunnen. 
Het begint al bij de rassen van de ouderdieren. Het liefst zouden ze specifieke rassen houden voor de biologische bedrijven. Dubbeldoelrassen. Geen hybrides. Rassen die redelijk eieren leggen, maar ook en goede vleesaanzet hebben. Die kippen zijn meer solide; die kunnen tegen een stootje. En je zou de haantjes kunnen afmesten in plaats van vergassen. Daar hebben ze mee geëxperimenteerd, maar consumenten zijn niet gewend aan donkerder kippenvlees. Maar als dat toch eens zou lukken... 
Ze houden dus 1000 hanen en hennen van gangbare teeltlijnen. Dat zijn de ouderdieren. Die zijn al gewend aan buiten scharrelen. Ze krijgen granen in de uitloop om vooral veel naar buiten te gaan. De eieren worden verzameld en in groepen uitgebroed bij een broederij in de buurt. De hennetjes komen als eendagskuikens terug op het bedrijf. En voor Demeter-bedrijven mag een deel van de haantjes er bij blijven. Er zijn trouwens ook enkele Duitse Bioland bedrijven die graag hanen erbij houden. De hennen zijn rustiger, is hun ervaring. 
En wordt meteen duidelijk hoe groot het verschil is tussen opfokken en opvoeden. Dat begint al bij dag één. De kuikens hebben verhoogde platformpjes in de schuur waar ze al op kunnen lopen of springen. Later worden die steeds hoger, zodat ze als leghen gewend zijn aan de mestbuin waar ze op moeten springen. Ze krijgen voer in voergoten in de scharrelruimte. Doordat er altijd voer gemorst wordt leren ze als piepkuiken al dat scharrelen altijd wel wat oplevert. Er zijn immers geen moeders die het voordoen! De stallen zijn licht en ruim. Precies zoals de leghennen bedrijven het ook graag zien. Maar als kuikens daar niet aan gewend zijn, geeft dat veel te veel stress. De kuikens kunnen nu al naar een overkapte uitloop. Dit jaar worden de grote uitlopen zo ingericht dat ook de kuikens daar in hun eigen groep vrij in kunnen rondlopen. 
Op een leeftijd van achttien weken gaan de kuikens naar het leghennen bedrijf. En dat is weer typisch. Het is voor Norbert heel vanzelfsprekend dat je kuikens ’s morgens om acht uur aflevert op hun nieuwe plek. Dan hebben ze de hele dag om te wennen. En hebben ze de eerste dag al voldoende rust gevonden om ’s nachts goed te kunnen slapen. Dat betekent wel dat Norbert de vrachtauto om twaalf uur ’s nacht geladen moet hebben om zelf naar Beieren te rijden bijvoorbeeld. 
Gerjan Slingenbergh
En toen kwamen we bij Gerjan. Waar Norbert van het begin tot het einde van het bezoek zijn verhaal vertelt, laaiend enthousiast over zijn kippen, maar op bepaalde thema’s niet voor iedereen even goed te begrijpen, blijft Gerjan de rust zelve. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Isa Brown, een legkip die snel teveel stress heeft, het bij Gerjan zo goed doet. De kippen lopen in de prachtige uitloop die op het eerste gezicht niet zozeer is ingericht, maar heel veel afwisseling en schuilmogelijkheden heeft. Boompjes, struikjes, heuveltjes, stapels stenen, takken, dikke pollen beemdgras; van elk wat wils. De kippen komen tot ver achterin de uitloop. Eén koppel is vier maanden aan de leg. Die zitten nog prachtig in de veren. Bij deze koppel is het goed gegaan bij de opfokker. Het is aan de kippen duidelijk zichtbaar hoe groot het belang van de opfok is. Deze kippen kunnen waarschijnlijk een keer door de rui heen en voor een tweede productieronde bij Gerjan blijven. De andere koppel is een jaar oud en die doen het wat minder volgens Gerjan. Ze kwamen vorig jaar al aan met aangepikte veren. En dat komt niet meer goed. Dat komt door stress en eiwitgebrek. De kippen gaan veren pikken voor extra eiwit en uit verveling. En als ze dat trucje eenmaal kennen kun je het ze niet meer afleren. 
Gerjan doet alles om zijn kippen op een goede manier te voeren. Hij teelt ruim de helft van het kippenvoer op zijn eigen bedrijf. Mengteelten van granen, veldbonen en lupine. Door ervaring heeft Gerjan zijn eigen systeem opgebouwd, waarbij hij zo min mogelijk afhankelijk is van anderen. De granen worden gecombined als het eerste graan rijp is. Het mengsel wordt zonodig extra gedroogd voor een goede conservering. Een deel van de granen is onrijp geoogst en wordt met zuren ingekuild. Gerjan wil al het voer op zijn eigen bedrijf in opslag hebben, zodat hij zelf steeds kan bepalen hoe de samenstelling is. De rest van het voer wordt aangekocht en is qua samenstelling precies afgestemd op het eigen voer. 
Wanneer we beginnen over het zoeken naar een voor de bd-pluimveehouderij geschikter kippenras wordt Gerjan echt enthousiast. Hij heeft het al helemaal uitgedacht. Hij kan direct van start met kleine hokjes voor koppeltjes kippen van een dubbeldoel landras. Het zal een paar jaar selectie en onderzoek vragen, maar daar ligt de toekomst. Gerjan zou liever vandaag beginnen dan morgen. Maar het is beter om zo’n proef gezamenlijk te doen met meer betrokken pluimveehouders. Dus nog even geduld oefenen. 
De resultaten
En dan? Als commissie kun je terugkijken op een leuke, inspirerende dag. Maar zoals je van een commissie in een kwaliteitszorgsysteem mag verwachten wordt natuurlijk ook teruggekeken. Hebben we de doelstellingen van de dag gerealiseerd? Wat heeft het verder opgeleverd?

– Het was buitengewoon zinvol om een beeld te krijgen van de samenhang tussen opfok en leghennenbedrijf. De beide boeren en de kippen spraken duidelijke taal.
– Deze ervaring, die je op papier nooit zo helder krijgt, leidt er wellicht toe dat een excursie naar de Duitse opfokker wordt georganiseerd voor de Demeter-pluimveehouders.
– Het is voor de commissieleden leuk en belangrijk om enkele Demeter-boeren en hun bedrijven zo in de praktijk te zien en te ervaren.
– Ook voor de boeren is het leuk om de mensen te ontmoeten die achter “die commissie daar op het bureau” zitten. 
De leden van de Demeter Licentie Commissie zijn: 
Peter Nieuwenhuijse – Voorzitter
Peter is opgegroeid op een gemengd melkveebedrijf in Zeeland. Na de middelbare school heeft hij een oriëntatiejaar gedaan op de Vrije Hogeschool in Driebergen, waarna hij Fysische Geografie is gaan studeren. Peter werkt momenteel bij EnergieNed, de federatie van energiebedrijven. 
Servan Strijtveen
Servan is opgegroeid op een melkveehouderijbedrijf in Heino. Na de middelbare landbouwopleiding heeft hij bij de AID en vervolgens bij Skal gewerkt in de controle. Daarna een carrière-switch naar de jeugdzorg. Werkzaam voor Christophorus als groepsleider en ondertussen de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk afgerond. 
Agnes Jansen
Agnes heeft na de Landbouwuniversiteit Wageningen verschillende werkzaamheden gedaan op en biologische en bd-bedrijven in binnen- en buitenland. Inmiddels heeft ze een eigen reisorganisatie, gespecialiseerd in reizen naar Roemenië. 
Frank Loef
Frank is na de Warmonderhof opleiding natuurvoedingswinkelier geworden. Dat is uitgegroeid naar meer begeleidende taken op gebied van planning en automatisering. Frank is tevens directeur van Loverendale BV waarin de exploitatie van het Loverendale-merken en contacten met betrokken boeren en verwerkers zijn ondergebracht. 
Yvo de Mul
Yvo is jurist bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw. Niet zozeer goed bekend met de landbouw en veehouderij. Wel met de antroposofie. Yvo is vaste klant bij Land en Boschzight in ’s Graveland. Yvo heeft professioneel viool gespeeld en doet dat nog steeds op “amateurniveau”. 
Marcel Schoenmakers
Marcel is van oorsprong meubelmaker van beroep. Na enkele jaren is hij de bd-cursus op Kraaybeekerhof gaan volgen, omdat hij boer wilde worden. En dat is hij nu. Melkveehouder op De Hondspol, zorgboerderij in Driebergen.’

Update 15.55 uur:
Ik kreeg per mail een reactie van Frans Wuijts, omdat hij er om mij onbekende redenen niet in slaagde zijn commentaar via het reactiescherm te plaatsen. Dan maar zo, rechtstreeks onder mijn bijdrage:

Ik heb jouw – zoals altijd boeiende – bijdrage van vandaag 30 mei 2009 ook eens doorgelezen vanuit het oogpunt van (de betrokkenheid en behoefte van) consumenten) dan wel in het algemeen op het aantal verwijzingen naar consumenten en op ideeën en ervaringen die gaan over (pogingen tot) associatieve samenwerking met consumenten. Deze kom ik hierin vrijwel niet tegen. (Dit is geen kritiek op wie dan ook. Alleen een constatering.)

Het zijn er slechts enkele en dan op een indirecte manier:
  • Kees de Vré: ‘We praten niet meer over tomaten en sla, maar over anti-oxidanten, bio-flavonoïden en cholesterolarm. Geen wonder dat de consument er geen raad mee weet. Dat zegt de Amerikaanse wetenschapsjournalist en tuinier Michael Pollan... Zijn uitgebreide analyse van de huidige voedselketen maakte me duidelijk dat deze ketens er vooral zijn om geld te verdienen en niet waarom ze er eigenlijk zijn: de mens te voorzien van vers en gezond voedsel.’
  • Hoofdredacteur Willem Schoonen: ‘En terwijl Pollan en Fresco verder strijden, gaat Kees op zoek naar voorbeelden van die nieuwe kleinschalige voedselproductie. Hij vindt er vele. Chef-koks die zich hebben gestort op traditionele streekgerechten. Boeren die het roer hebben omgegooid en zijn gaan samenwerken met het restaurant om de hoek. Stadslandbouw in Toronto. Het barst van de kleine initiatieven.’
In deze citaten staat de ‘kleinschaligheid’ centraal. Tijdens ons wat late ontbijt vanmorgen was dit onderwerp van gesprek. Ik koppelde aan bovenstaande citaten de opmerkingen van de scheidende CEO van Shell Jeroen van der Veer in de Volkskrant online van vanmorgen:
‘AMSTERDAM – Volgens de hoogste baas van Shell, die op 1 juli vertrekt, heeft de kredietcrisis bewezen dat de vrije markt niet werkt. Staatssturing en communisme werken volgens hem evenmin. “We moeten naar een meer hybride model.”’
Wikipedia geeft enkele voorbeelden in verband met het begrip ‘hybride’. Daarin wordt gesproken over: ‘kruising tussen twee soorten, een combinatie van twee bronnen of eigenschappen, een tussenvorm’. Van der Veer denkt wellicht aan een iets minder vrije markt en iets meer (overheids)regulering, zonder dat opnieuw kan worden vervallen in een crisis, ofwel veroorzaakt door het neoliberale kapitalisme, ofwel veroorzaakt door een centrale communistische planeconomie. Deze benadering duidt op ‘grootschaligheid’ op maatschappijniveau.

In beide zienswijzen komt dus samenwerking met consumenten niet in beeld. Ik denk dat we hier te maken hebben met een taboe. Opnieuw Wikipedia geciteerd:
‘Een taboe is iets dat wordt beschouwd als ongepast om te gebruiken, te doen of over te spreken... Het schenden van een taboe in een bepaalde cultuur kan leiden tot reputatieschade, sociale uitsluiting of andere vormen van repercussie’.
Ik denk dat het voor ondernemingsleiders van grote ondernemingen, voor landelijke en internationale politici en vooraanstaande wetenschappers tijd wordt dit taboe te doorbreken en de rol van de consument in het economisch leven te herijken. Wie heeft hiertoe de moed?
Even nog Kees de Vré:
‘Maar lokaal eten voor veel mensen, hoe organiseer je dat? Wordt daar al over nagedacht? Ja, absoluut. En niet alleen aan universiteiten. Consumenten, boeren en restaurantkoks zoeken hun weg om lekker lokaal eten te regelen. Ook steden zijn in de weer hun voedseleconomie op een andere meer duurzamer leest te schoeien.’
Een prangende vraag is (ook voor Jeroen van der Veer): ‘HOE ORGANISEER JE DAT?’ En een vraag die daaraan nog voorafgaat, is: ‘Waar vinden we de vruchtbare ideeën voor dit “associatieve ontwikkelingsproces?”’ Is het denkbaar dat ook op mesoniveau, bijvoorbeeld door een internationale onderneming als Shell, zo’n proces in gang kan worden gezet? Misschien door ergens kleinschalig in de richting van consumenten te beginnen? Via de stappen ‘informatie en verantwoording’, ‘overleg’ en dan ‘samenwerking’? Dat vraagt dan ook van consumenten van Shell dat zij dit de moeite waard vinden en zich op de één of andere manier gaan organiseren. Dat zie ik overigens nog niet zo snel gebeuren.

Daarom ter afsluiting maar nog even een citaat van Rudolf Steiner in dit verband. Het is te vinden in de 10e voordracht van ‘Westliche und östliche Weltgegensätzlichkeit’, in Wenen op 11 juni 1922:
‘Solche Assoziationen werden sich zusammenfügen. Das wird schon entstehen, ich habe keine Sorge. Wer mir sagt, das ist Utopie, dem sage ich: “Ich weiss, dass diese Assoziationen entstehen einfach aus den unterbewussten Kräften im Menschen. Wir können aber diesen Assoziationen fördern durch die Vernunft, wir können sie schneller entstehen lassen oder aber warten, bis sie sich aus der Not heraus entwickeln”.’
Frans Wuijts

vrijdag 29 mei 2009

Fokkerij

Direct na Pinksteren is de grote dag voor Wytze Nauta, zo meldt het Louis Bolk Instituut. In een afgelopen maandag gepubliceerd persbericht maakte het namelijk het promotieonderzoek van Wytze Nauta, ‘Biologische fokkerij in de biologische melkveehouderij’, bekend:

‘Op dinsdag 2 juni 2009 om 13.30 verdedigt Wytze Nauta zijn proefschrift getiteld Selective Breeding in Organic Dairy Production aan de Wageningen Universiteit. Dit proefschrift behandelt de mogelijkheden voor biologische fokkerij in de biologische melkveehouderij. Het is het resultaat van een samenwerking tussen het Louis Bolk Instituut, de vakgroepen Fokkerij en Genomics en Rurale Sociologie van Wageningen Universiteit. Het onderzoek is gefinancierd door het Ministerie van LNV, Wageningen Universiteit en het Louis Bolk Instituut.

Eigen fokkerij
Binnen de biologische landbouw bestaan geen duidelijke randvoorwaarden over fokkerij. Dit resulteert in een grote variatie in aanpak van de fokkerij op biologische melkveebedrijven. Zo houden een groeiend aantal veehouders een eigen stier op het bedrijf voor natuurlijke dekking terwijl andere veehouders gebruik maken van fokstieren uit de gangbare fokprogramma’s via KI.

Hierover ontstonden 10 jaar geleden steeds meer vragen omdat de biologische sector kringlopen wil sluiten en zijn methoden steeds meer wil afstemmen op de uitgangspunten van de biologische sector. Ten behoeve van de gangbare melkveehouderij zijn dieren geselecteerd voor een intensief productiesysteem en vaak gefokt met behulp van moderne onnatuurlijke voortplantingstechnieken zoals KI, superovulatie en embryotransplantatie (ET). Deze praktijken passen niet bij de uitgangspunten van de biologische landbouw en veel betrokkenen zijn dan ook van mening dat de biologische veehouderij meer zijn eigen fokkerij zou moeten opzetten zonder gebruik van dergelijke technieken.

Systeeminnovatie
Resultaten in dit proefschrift laten zien dat het vraagstuk rondom fokkerij in de melkveehouderij zeer complex is. Hoe natuurlijk kun je de fokkerij maken en hoe zou je de gangbare fokkerij aan de eisen van de biologische landbouw kunnen aanpassen of juist een geheel apart biologisch fokprogramma kunnen opzetten? Verschillende mensen uit verschillende disciplines hebben hier een eigen mening over. Er zijn verschillende scenario’s mogelijk.

In het proefschrift wordt geconcludeerd dat er een zogenaamde “systeeminnovatie” nodig is op verschillende niveaus (bedrijf, institutioneel en maatschappelijk). Dit betekent volgens Nauta en mede-auteurs dat de biologische veehouders en wetenschappers/adviseurs gezamenlijk een leerproces moeten aangaan. Door de inzet van “pilots” zoals het selecteren van de juiste koeien en stieren en het uitwerken van de bedrijfseigen fokkerij kan een nieuwe praktijk voor biologische fokkerij worden ontwikkeld. Belangrijk hierbij is dat er niét wordt gezocht naar een uniforme oplossing voor de gehele sector maar dat verschillende mogelijkheden flexibel kunnen worden toegepast. De biologische landbouw streeft immers naar robuuste systemen en daarvoor is agro-biodiversiteit van groot belang.’

Op de homepage van het Louis Bolk Instituut wordt dit onder ‘Agenda’ gemeld:

‘2 juni: Promotieonderzoek Wytze Nauta: Biologische fokkerij in de biologische melkveehouderij (persbericht; proefschrift; nederlandstalig rapport - pdf)’

Hier is dus het proefschrift te downloaden. Maar ook een Nederlandse versie ervan. In het voorwoord op blz. 4 schrijft Wytze Nauta (er is nogal wat misgegaan met de correctie ervan, er staan allerlei foutjes in, die heb ik stilzwijgend verbeterd):

‘Dit rapport is samengesteld naar aanleiding van mijn proefschrift “Selective breeding in Organic Dairy Production”.

Omdat het proefschrift zelf op de samenvatting na helemaal in het Engels is geschreven, heb ik met dit rapport een verkorte Nederlandse versie van het proefschrift gemaakt. De inleiding, discussie en samenvatting zijn integraal overgenomen uit het proefschrift. De vier hoofdstukken in het proefschrift die de basis vormen van het onderzoek en zijn gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften, heb ik voor u kort samengevat.

Het doctoraal onderzoek heeft totaal 10 jaar in beslag genomen. Dit was een onderzoekprogramma van de onderzoekscholen Wageningen Institute of Animal Science (WIAS) en Mansholt Graduate School (MGS) en het Louis Bolk Instituut. Mijn promotoren hierbij waren Prof. dr. ir. E.W. Brascamp, Hoogleraar Fokkerij en Toegepaste Genetica, en Prof. dr. ir. J.D. van der Ploeg, Hoogleraar Transitieprocessen in Europa, Wageningen Universiteit. Voor de dagelijkse begeleiding had ik twee co-promotoren: Dr. ir. H. Bovenhuis, Universitair docent, leerstoelgroep Fokkerij en Genomics, Wageningen Universiteit en Dr. ing. D. Roep, Universitair docent, leerstoelgroep Rurale Sociologie, Wageningen Universiteit.

De promotiecommissie bestaat uit Prof. Dr. ir. E.A. Goewie, Wageningen Universiteit, Prof. Dr. ir. E.T. Lammerts van Bueren, Wageningen Universiteit, Prof. Dr. J. Sölkner van de University of Natural Resources in Applied Life Sciences, Boku, Austria en Prof. Dr. ir. A.J. van der Zijpp van Wageningen Universiteit.’

De samenvatting is dus wel in het Nederlands. Deze ‘abstract’ staat ook op de website van het Louis Bolk Instituut:

‘Biologische landbouw ontwikkelt nog steeds richting haar doelen. Fokkerij verdient in deze ontwikkeling meer aandacht. Tot nu toe zijn alleen nog maar een aantal kleine incidentele stappen gezet richting biologische fokkerij.

De meeste van de huidige biologische melkveehouders (80%) zijn eind jaren ’90 omgeschakeld naar biologische productie. De meeste van deze veehouders bleven koeien melken van het Holstein Friesian ras en maakten met deze koeien een duidelijke daling in melkproductie mee. De koeien kregen tevens problemen met de vruchtbaarheid en gezondheid en hierdoor rezen vragen over wat gegeven de van de gangbare landbouw afwijkende bedrijfsvoering, een geschikt koetype zou zijn voor de biologische landbouw.

Tegelijk rezen ook vragen over moderne voortplantingstechnieken die worden gebruikt in de gangbare fokprogramma’s en via het inzetten van de KI-fokstieren uit deze fokprogramma’s ook direct en indirect in de biologische landbouw worden gebruikt. De regelgeving voor biologische productie is voor de fokkerij beperkt en vaag. KI wordt toegestaan maar embryotransplantatie niet. Echter, door het gebruik van stieren die uit ET komen gebruikt de biologische landbouw deze techniek indirect. Het onnatuurlijke karakter van zulke technieken strookt niet met de uitgangspunten van de biologische landbouw. Verder kunnen deze technieken ook bijdragen aan het verlies van genetische variatie. Dit laatste past ook niet bij het streven naar biodiversiteit in de biologische landbouw. Het vraagstuk omtrent het koetype dat past bij de biologische melkveehouderij en het gebruik van de moderne voortplantingstechnieken vormden de basis voor dit proefschrift.’

Ja, en dan wil je natuurlijk nog weten wie Wytze Nauta eigenlijk is (hier op de website van het Louis Bolk Instituut staan al zijn publicaties). Hij heeft een pracht ontwikkeling doorgemaakt. Dat wordt zichtbaar op het eind van de Nederlandse samenvatting, op blz. 61, waar hij zijn eigen ‘Curriculum Vitae’ geeft:

‘Wytze Jan Nauta werd in maart 1964 geboren op een melkveebedrijf in de Friese Zuid-Westhoek en groeide op tussen de melkkoeien. Na MAVO- en HAVO-onderwijs vervolgde hij zijn studie aan de toenmalige Bijzonder Hogere Landbouw School te Leeuwarden alwaar hij in 1986 afstudeerde als Zoöloog veehouderij en fokkerij.

Gedurende deze studietijd werd het duidelijk dat het ouderlijke bedrijf te klein was voor opvolging. De interesse naar de wetenschappelijke achtergrond van de fokkerij leidde er toe te kiezen voor een vervolgstudie aan de Universiteit Wageningen. Deze studie was in eerste instantie gericht op de kwantitatieve fokkerij. Al gauw bleek echter de interesse voor (ontwikkelings) biologie en “genomics” ook aanwezig. Er werd als afstudeervak een onderzoek naar genen gedaan die betrekking hebben op de eiwitproductie in de melk. Het volgende afstudeervak betrof een studie aan de Colorado State University in de Verenigde Staten van Amerika naar de mogelijkheden van in vitro kweek van runder-embryo’s. De studie in Wageningen werd afgesloten in 1991 met als hoofdvakken: Fokkerij, Veehouderij en Biotechnologie.

Na deze studie werkte hij anderhalf jaar voor het toenmalig IVO te Zeist aan een haalbaarheidsstudie voor het gebruik van klonen in de veehouderij. Vervolgens startte hij met de kennis uit Colorado in Dronten een commercieel laboratorium op voor de in vitro kweek van runderembryo’s. In deze periode werd het hem echter steeds meer duidelijk dat de gangbare melkveehouderij door het streven naar hoge melkproducties per koe, veel gezondheids- en vruchtbaarheidsproblemen veroorzaakt bij melkkoeien. Het in vitro kweken van embryo’s uit topkoeien die werden geslacht ontwikkelde zich niet tot een bloeiende business en de kweek van embryo’s uit eicellen afkomstig van ovum pick up (OPU) paste niet bij de bedrijfsfilosofie vanwege het welzijn en integriteit van de donorkoeien. Het laboratorium werd daarom verkocht. Bij toeval kwam hij toen in contact met Ton Baars van het Louis Bolk Instituut, die o.a. werkte aan onderzoek naar fokkerijsystemen voor de biologische melkveehouderij.

Vanaf 1998 is hij voor het LBI gaan werken, eerst aan een project “Koppelbedrijven” met als doel het koppelen van akkerbouw en melkveebedrijven om te komen tot gemengde bedrijfssystemen en gesloten kringlopen in de biologische landbouw. Dit werk is nog steeds een belangrijk onderwerp voor hem. Daarnaast werkte hij bij het LBI aan een project “Visie op Fokkerij” met als doel de visie van biologische melkveehouders en de maatschappij op de fokkerij in de biologische landbouw vast te leggen. Uit dat project ontstond in samenwerking met de vakgroepen Fokkerij en Genetica en Rurale Sociologie, beiden onderdeel van Wageningen Universiteit, dit promotieproject over de mogelijkheden voor biologische fokkerij.’

Okee, hij is dus geen (typische) antroposoof. Maar wel iemand die werkt met de principes ook van de biologisch-dynamische landbouw. Bovendien werkt hij aan een belangrijk speerpunt van het Louis Bolk Instituut. Dus mag zo’n buitengewone gebeurtenis als het verdedigen van een proefschrift over dit onderwerp hier best uitgebreid vermeld worden.

donderdag 28 mei 2009

Beoordelingen

‘Naar aanleiding van het verschijnen van het jaarverslag 2008 vond op 20 maart 2009 de jaarvergadering/symposium van de Iona Stichting plaats. Dit jaar stonden we stil bij de kracht die samenhang in alles mogelijk maakt: Vertrouwen.’

Zo begint op de website van de Iona Stichting uit Amsterdam, onder ‘Actueel’, de pagina met de titel ‘Jaarvergadering’. We zijn nu al ruim twee maanden verder. Waar het mij vandaag om gaat, is dat genoemde jaarverslag. Want daarin staat een heleboel dat interessant is om kennis van te nemen. Zo worden door het bestuur op bladzijde 8 de ‘Beleidspunten’ genoemd:

‘De Iona Stichting opereert op het snijvlak van antroposofie en samenleving. Haar focus willen wij algemeen zien te houden, overeenkomstig de statuten. Wij stelden ons dit jaar de vraag: kunnen wij een nieuwe methode van evalueren ontwikkelen, waarbij de persoonlijkheid van de initiatiefnemer in beeld blijft en niet verdwijnt achter de gebruikelijke evaluatieformulieren? Een concreet voorbeeld is de Iona-bijdrage aan de kosten van de leerstoel van Mag.Dr.Dr.Dr. Roland Benedikter aan de universiteit van Georgetown, in Cultural and Social Sciences (gespecialiseerd in Antroposofie), in samenwerking met onze Duitse collega’s GLS Treuhandstelle, Software AG Stiftung en de Zwitserse Evidenz Gesellschaft. Een dergelijke benoeming houdt een zekere mate van risico in. Hoe beoordelen wij of dit de juiste man op de juiste plek gaat worden? Wij willen onze aanvragers uitnodigen zelf een eigen evaluatievorm te kiezen, liefst in samenspraak met de doelgroep van het project, waardoor zij en wij kunnen afleiden wat wezenlijk is. Met een standaard formulier is dat naar onze mening niet te bereiken.’

Wie de bestuursleden zijn, staat vermeld op bladzijde 3. Meteen na het vorige bericht, volgt dit hierover:

‘Merlijn Trouw werd benoemd als directeur van de zorginstelling OlmenEs in Appelscha, waardoor hij zich als lid van ons Dagelijks Bestuur moest terugtrekken. Gelukkig blijft hij lid van het Algemeen Bestuur en kon Lili Chavannes zijn plaats in het Dagelijks Bestuur innemen.’

Voorzitter daarvan is Michiel ter Horst, vicevoorzitter Eisso Roest Crollius, secretaris Clarine van Lookeren Campagne en penningmeester Jan Huisman. Dan gaat het meteen verder met ‘Iona initiatieven’:

‘Onze bijdrage aan de civil society spreekt het krachtigst uit onze eigen initiatieven. Dit jaar is het volgende tot stand gekomen vanuit Iona initiatieven.’

Er volgt een hele opsomming, waarvan het eerste het Congres Ruimte voor Ouderschap is. Op deze weblog besteedde ik hier op 7 juli 2008 aan, in ‘Ouderschap’. We kijken nu even met de Iona Stichting mee terug:

‘Op initiatief van Lili Chavannes en voorbereid door expertgesprekken vanaf 2006 werd dit congres gerealiseerd op 25 juni in het ruime en lichte Muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam. Circa 470 ouders en opvoeders leefden mee met de knellende problematiek, waarvan de kern niet zit in kinderopvang, meer of minder ouderschapsverlof of flexibele werktijden, maar in bewustzijn voor kwaliteit van leven en opvoeding. Kinderen hebben meer nodig dan verzorging en een dak boven hun hoofd. Ouders – moeders, en ook steeds meer vaders – willen dat “meer” geven en komen in de knel; kinderen ontberen het en komen in de knel. De portee is: hoe duurzaam is een samenleving die voor kinderen niet echt geschikt is?

Werd het een loodzware dag? Nee! Vertelster Anne van Delft zette de toon met een prachtig verhaal, cabaretière Hester Macrander liet de zaal regelmatig lachen, Paul van Vliet ontroerde met z’n liedje “Meisjes van dertig”, Desanne van Brederode sloeg de spijker op z’n kop in haar gesproken column en debatleider Congres Ruimte voor Ouderschap Yoeri Albrecht loodste ons helder door de drie aspecten van de thematiek heen in zijn gesprekken met in totaal 25 ter zake kundigen. Wat is, wetenschappelijk onderbouwd, goed voor het kind? Hoe kan werklust van mannen en vrouwen worden gecombineerd met ouderlijke zorglust? Wat heeft de maatschappij nodig en met welke concrete maatregelen waardeert zij ouderschap? We kijken terug op een levendige en motiverende dag.

Hoe nu verder? Ouderschap staat maatschappelijk op de agenda. De Iona Stichting wil er bescheiden aan blijven bijdragen, met als invalshoek: kwaliteit van leven voor het kind. Op dit moment wordt er gewerkt aan een publicatie die voortbouwt op wat het congres aan deskundigheid heeft aangedragen. Met steeds in het vaandel de uitspraak van een kinderforum van de VN: “A world fit for children is a world fit for everyone.”’

Maar nu ruim baan voor de andere Iona initiatieven (let wel, het gaat allemaal over activiteiten in 2008). Die zijn wat korter van stof. Hoewel, dat geldt niet helemaal voor deze:

‘Antroposofie en Samenleving. In de werkgebieden, ontstaan vanuit een antroposofische achtergrond, ervaren velen een problematiek tussen de antroposofie en de eisen van het moderne management. Hierin zoeken wij een organische ontwikkelingsweg, waarbij we uitgaan van de persoonlijke dynamiek van denken, voelen en willen van de leidinggevende. Dit in relatie tot het krachtenveld binnen de organisatie, zoals dat beschreven is door Bureau Hasper en van der Torn. In gesprek over antroposofie, leiderschap, bestuursvraagstukken en persoonlijke scholing met de betreffende leidinggevenden worden onze ideeën ontwikkeld. Zij komen vrij ter beschikking van iedereen die zich inzet voor de ontwikkeling en de werkzaamheid van antroposofie in de samenleving. Deze vrijheid is essentieel; het gaat om een “open source”. In dit kader kwamen wij bijeen met verschillende groepen directeuren van instellingen met een antroposofische achtergrond. De uitkomsten van deze verkenningen zijn verwerkt in een nieuwe versie van het artikel Leiderschap en spirituele ontwikkeling in organisaties met een antroposofische achtergrond, van de hand van Michiel ter Horst, dat als uitgangspunt bij deze besprekingen dient.

Iona Awards. Maandelijks werden er vijf aanvragen voor persoonlijke scholing door medewerkers, in organisaties geïnspireerd door de antroposofie, gehonoreerd. Wij raken hierdoor in gesprek met zeer gemotiveerde en capabele mensen, die iets waardevols in hun leven verder willen ontwikkelen.

Minor. Vorig jaar werd gemeld dat in samenwerking met de Vrije Hogeschool en de Hogeschool Utrecht een keuzevak, een zgn. minor werd voorbereid. Dit functioneert inmiddels met financiële steun van de Iona Stichting. Het initiatief is volledig in handen van HU en VH (tegenwoordig Bernard Lievegoed College for Liberal Arts genaamd).

Vriendenkring Christine Gruwez. In goede samenwerking met Margriet en Peter Idenburg en Tettje van Wageningen, reisgenoten van Christine Gruwez, kon op 6 april in het Nutshuis in Den Haag met ruim honderd belangstellenden de Vriendenkring “Onderweg met Christine Gruwez” worden opgericht. De leden ontvangen ieder jaar twee Nieuwsbrieven met een nieuwe tekst van Christine en jaarlijks is er een vriendendag en een “vriendenuitstap” naar een culturele bestemming. Financieel levert de vriendenkring inmiddels een belangrijk deel van het draagvlak voor Christines onderzoek naar Mani en het Manicheïsme.

Leerstoel in Oxford. Na jarenlang aandringen en met een financieringstoezegging van de Iona Stichting kon Walter Kugler, directeur van het Rudolf Steiner Archiv in Dornach, op 5 september geïnstalleerd worden als deeltijdhoogleraar aan de Brookes University in Oxford, zodanig dat zijn wetenschappelijk werk in Dornach wordt erkend als onderzoek aan deze universiteit.

Iona symposium voor promovendi. Op 5 april werd in het gebouw van de Iona Stichting een intern symposium gehouden, waarbij acht door de stichting gefinancierde promovendi aan elkaar hun werk presenteerden en gemeenschappelijke werkvragen bespraken. Een boeiende dag.

Iona tentoonstelling organische architectuur. Deze door Dolf van Aalderen en Pieter van der Ree geproduceerde tentoonstelling werd dit jaar van 1 maart tot 12 mei in het voormalige klooster en glasmuseum in Hoogeveen getoond onder de titel: “Organische architectuur, mens en natuur als inspiratie voor het bouwen”.

Initiatiefkring Goetheanum Meditation Worldwide Initiative met o.a. Arthur Zajonc, Heinz Zimmermann, Bodo von Plato en Ron Dunselman. Op basis van persoonlijk ontwikkelde meditatiecursussen heeft een drietal stichtingen de stimulans uitgesproken tot meer uitwisseling van het werk van bovengenoemde personen. In januari 2008 is het initiatief bij ons in Amsterdam van start gegaan. Gedurende het jaar zijn er wereldwijd zoveel vragen gesteld dat de groep inmiddels is aangevuld tot 12 personen. Concrete initiatieven leven wereldwijd in 16 landen en een netwerkconferentie is in voorbereiding. Voor de ontwikkeling van dit alles is een fonds ingericht binnen de Iona Stichting waar de Evidenz Stiftung uit Zwitserland, de Vidar Stiftelsen uit Zweden en wijzelf de basis voor hebben gevormd.’

Voordat ik nog even nader op Christine Gruwez inga, blz. 11 met ‘Financiën’ opengeslagen. Die zijn natuurlijk erg belangrijk bij zo’n groot fonds als de Iona Stichting is:

‘Na jaren van grote boekwinsten op ons vermogen kregen wij nu een forse tegenslag van ca. 30% te verwerken. Gelukkig was tijdig een groot bedrag liquide gemaakt, zodat wij zonder moeilijkheden de financiële crisis kunnen overleven. Wij mochten naast vele kleinere schenkingen ook een grotere schenking van ruim € 700.000 ontvangen waarmee een fonds op naam werd ingericht.’

Elders op de website van de Iona Stichting wordt geschreven over de ‘Vriendenkring Christine Gruwez’:

‘De Vriendenkring “Onderweg met Christine Gruwez” verenigt allen die van mening zijn dat wat Christine inzake onderzoek en inzicht met anderen wil delen, niet alleen voor hen zelf, maar ook voor velen in de wereld van groot belang is.

Christine Gruwez wil graag ruimte krijgen om haar studie over het Manicheïsme te voltooien. Vervolgens wil zij zich onder meer inzetten voor verdere stappen in de dialoog tussen Christendom en Islam.

De Vriendenkring is aangewezen op kleine en grote giften.’

Hier wordt ook de mogelijkheid gegeven om de Nieuwsbrief voorjaar 2009 (pdf) te downloaden. Daarin vallen me twee dingen op, allebei op bladzijde 3. Ten eerste de vermelding van de ‘Rede over de menselijke waardigheid’ van Pico della Mirandola. Kort geleden nog stond deze renaissancefiguur centraal op deze weblog, op 15 april in ‘Dichtbij’. Nu duikt hij weer op, naar aanleiding van de:

‘Nieuwe vertaling van de Oratio de hominis dignitate van Pico della Mirandola, inspirator en bondgenoot van Christine Gruwez

Phoenix van het intellect, licht van alle kennis, wonder van de natuur, komeet van zijn tijd, symbool van de Renaissance... Zie hier enkele benamingen van Giovanni Pico della Mirandola (1463-1494) die tijdens zijn leven al als een nooit eerder voorgekomen wonder van geleerdheid werd beschouwd. Zijn Oratio de hominis dignitate, de Rede over de menselijke waardigheid zou verheven worden tot het manifest van de Renaissance.

In klinkende bewoordingen wordt hier het bevrijdende inzicht van een nieuw tijdperk geformuleerd: hoe de mens, zelf het middelpunt van het heelal, tot de vrijheid is geroepen een leven lang de beeldhouwer van zijn eigen lot te zijn, om diegene te worden die hij verkiest te zijn.’

Toe maar, inspirator en bondgenoot van Christine Gruwez. En waartoe hij inspireert staat daarnaast:

‘Voortgangsbericht proefschrift
Eind november 2008 is het eerste hoofdstuk van het proefschrift in een eerste versie afgerond geworden. Daarin wordt het vraagstuk van de oorspronkelijkeid van het dualisme in het Manicheïsme nagegaan aan de hand van tekstfragmenten. Centraal staat de Middel-Iraanse tekst, een leerschrift, dat Mani schreef in opdracht van Shapur I, de zogeheten Shabuhragan. De andere tekst is de Keulse Mani-Codex (CmC). Deze laatste is geen leerschrift, maar een apologetisch schrift, een “Vita”. De schaarse leerstellige passages in de CmC winnen daardoor extra aan belang.

Op dit ogenblik is in opdracht van Prof. J. Van Oort het gedeelte dat betrekking heeft op de CmC herwerkt tot een essay in artikelvorm. In afwachting dat Hans van Oort einde maart terug is uit Zuid-Afrika, wordt nu ook het Shabuhragan gedeelte herschreven als essay. Daardoor wordt de betooglijn strakker en de argumentatie kan met meer overzicht stap voor stap worden uitgewerkt.
Christine Gruwez, Februari 2009’

Op zaterdag 26 juli 2008 schreef ik dit nog in ‘De eerste new age-beweging’ over Johannes van Oort, verwijzend naar een eerder artikel van 4 oktober 2006, met als titel ‘Judas en antroposofen’ (naar aanleiding van een themanummer van Bres over deze apostel):

‘Prof.dr. Hans van Oort (met wie ook een interview is opgenomen) verzorgde de wetenschappelijke Nederlandse vertaling met toelichting van het evangelie van Judas, verschenen bij Uitgeverij Ten Have. Deze werd op 16 september gepresenteerd tijdens een symposium in Driebergen. De genoemde auteurs leverden een bijdrage aan dit symposium, die nu hun plek in deze Bres-uitgave hebben gevonden.’

Zo heeft u alles weer op een rijtje.

woensdag 27 mei 2009

Spetterend

Allemaal kijken naar Jetix vanmiddag hoor! (Jetix is een kinderzender ergens op de kabel.) Om vijf uur is het programma Jetix Mega Talent (de herhaling is zondag om vijf uur). Op de website staat het hele uitzendschema:

‘Vanaf 4 maart kun je elke woensdag genieten van de allerleukste talentenjacht van Nederland. In Jetix Mega Talent zijn we op zoek naar een nieuwe JETIX popgroep, JETIX dansgroep en een JETIX talent in de categorie divers. De winnaars mogen optreden op een JETIX evenement, krijgen een heuse fotoshoot in het Jetix Magazine of Meiden Magazine en ook nog eens een outfit van VINGINO en een Batavus fiets.’

De Stentor deed al verslag op dinsdag 12 mei:

‘Ze is dertien, woont in Steenderen en ze is leerling van vrije school De Berkel in Zutphen. Woensdagmiddag staat de energieke Nikki Scholten om 17.25 uur in de halve finale van de talentenjacht op kinderzender Jetix.

Nadat ze met haar band More strandde in de halve finale, bleef ze in de categorie solozangeres wel in de race. Na verschillende voorrondes bleef ze over met tien concurrenten en is ze ook al verzekerd van een plaats in de finale (de hele klas gaat 24 mei mee naar de opnames in het Eftelingtheater).

De andere finalekandidaten zijn behoorlijk ervaren, weet ze. Als deelnemers van Kinderen voor Kinderen en verschillende musicals. Nikki: “Zij zijn gewend op tv te zijn, voor mij is het heel speciaal. Ik ga er lekker van genieten.”’

Op de website van Jetix Mega Talent kun je, om het feest compleet te maken, stemmen op de kandidaten:

‘Alle halve finales zijn voorbij en de finalisten zijn bekend! Nu gaat de grote strijd losbarsten! Alle kandidaten zijn aan het oefenen voor de grote finale in het Efteling Theater. Ben je ook zo benieuwd wie er JETIX Mega Talent gaat winnen?
Kijk dan ook op woensdag 27 mei om 17:25 uur!

(Dat kan niet helemaal kloppen: 17.25 uur is de oude tijd, waarop alle vorige afleveringen zijn uitgezonden. Deze finale duurt waarschijnlijk langer en begint daarom in werkelijkheid om vijf uur. Dat is tenminste wat ik ervan begrijp.) Bij Zang groep 1 staat als eerste inderdaad Nikki Scholten. Met het obligate interview:

‘Favoriete TV-programma: Goede Tijden, Slechte Tijden
Favoriete Muziek: Popmuziek, R&B
Lievelingseten: Pannenkoeken

Nikki Scholten was nog maar 8 jaar oud toen ze voor het eerst meedeed aan een talentenjacht! Sinds 1 jaar heeft ze ook professionele zanglessen. Voor de auditie heeft ze heel veel geoefend voor de spiegel. Zo kon ze doen wat ze deed en hoe dat er uit zag. Ze was eigenlijk niet heel erg zenuwachtig voor haar auditie, maar toen ze eenmaal aan de beurt was kreeg ze toch de kriebels! Het eerste wat ze dacht toen ze voor de jury stond was: “Hier hoor ik thuis”. Ze voelde zich volledig op haar gemak. Nikki is enorm fan van Beyoncé. Ooit zou ze graag net zo goed als haar willen zijn. Mocht ze ooit naar een onbewoond eiland moeten. Dan neemt ze haar akoestische gitaar mee. Dan kan ze in ieder geval muziek blijven maken.

Is Nikki jouw favoriet? Stem dan snel! Met zoveel talent in de finale kunnen de kandidaten alle hulp van de kijkers thuis gebruiken!’

De opnamen waren op 24 mei. Dat betekent dat de uitslag nu al bekend moet zijn aan ingewijden. (Als ik die niet wist, zou ik dit alles natuurlijk niet melden.) De Stentor was vanochtend bij monde van Mieke Kleinleugenmors de eerste die de winnaar bekend maakte: inderdaad Nikki Scholten met haar zanggroep. ‘Nikki in roes van de overwinnning’ (welzeker, met drie n’en, van de schrik en verbazing waarschijnlijk).

‘Normaal gesproken staat Nikki Scholten (13) uit Steenderen niet zo gauw met de mond vol tanden. Maar dat ze met vier andere meiden elders uit het land de talentenjacht van kinderzender Jetix heeft gewonnen maakt haar sprakeloos.

Verpletterend, qua energie en uitstraling, noemde de jury het optreden van de zangeressen. Nikki: “Wat er allemaal gebeurd is, is gewoon onbeschrijfelijk. Ik weet niet wat ik moet zeggen, het was zo wow!” Haar halve klas (Nikki zit in klas 8LOO van vrije school De Berkel in Zutphen) was er maandagmiddag in het Eftelingtheater bij, maar ook een heleboel vrienden en familie waren als fanatieke supporters present. “Toen ik tijdens ons optreden recht vooruit keek, zag ik al die bekende gezichten. Dat was zo super. Ik schat dat er zo’n duizend mensen in de zaal zaten. Maar het gekke is dat mij dat niets uitmaakt. Of er nu veel of weinig mensen zijn, ik ga er gewoon voor.”

Die gepassioneerde inzet moet de meiden de hoofdprijs opgeleverd hebben voor hun vertolking van “Best of both worlds” van Hannah Montana. De concurrenten deden het ook wel leuk, zegt Nikki: “Maar het was allemaal zo netjes. Ze waren echt met de pasjes bezig en de tekst. Dat van ons knalde van het podium af, we stonden er als de winnaars.”’

En dit is de uitsmijter van het enthousiaste artikel:

‘De zoete smaak van een juichend slotakkoord, dat tijdens het Songfestival aan de neus van de Toppers voorbij ging, heeft Nikki wel mogen proeven. “Je kunt het best vergelijken met het Songfestival. Er waren confettikanonnen en alles was zo spetterend!” Vandaag krijgt ze nog een uitbundige uitsmijter. Om half een rijdt ze door Hilversum in een limo richting VIP-Party “Lekker Beroemd”. “Daar zijn allemaal BN’ers, mensen van het Jeugdjournaal, Shownieuws en TMF. En het mooiste is dat we er met ons groepje ook nog gaan optreden.” Ienieminie minpuntje is, dat ze de talentenjacht (vanmiddag op tv) moet zien via “Uitzending gemist”. Maar dat heeft ze er graag voor over.’

Dus vanmiddag op Jetix kijken naar deze nieuwe ster in de dop. Typisch vrijeschool (net als een aantal andere mediasterren) zou ik eraan toe willen voegen.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)