Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

maandag 4 mei 2009

Belgische grond

Toch weer België hè. Nee, ik heb het nu even niet over Steinerscholen, die de afgelopen dagen een paar keer ter sprake kwamen. Het gaat om biologisch-dynamische (bd-)landbouw, naar aanleiding van wat ik hierover op 28 april schreef in ‘Richtlijnen’. U weet misschien nog wel (zo lang is het nog niet geleden), over het op termijn vervangen door de bd-vereniging van Demeter-normen. Revolutionair betitelde ik dat toen. Maar voordat ik hierop inga vanuit Belgische optiek, eerst ter inleiding deze aankondiging op AntroVista over een cursus van Frans Romeijn over ‘Het “Dynamische” van de Biologisch-Dynamische landbouw’, vanaf vrijdag 8 mei in Den Haag:

‘In 1924 hield Rudolf Steiner de “landbouwcursus” voor een groep boeren, die zich toen al zorgen maakte over de afnemende vitaliteit en vruchtbaarheid van de aarde. Dit werd de grondslag voor de Biologisch-Dynamische landbouwmethode. Waarom is het “Dynamische” van de bd-landbouw zo belangrijk?

Bekend is dat planten (en dieren) gevoelig zin voor muziek en de stemming van de mens die voor ze zorgt. Ze gedijen het beste als we met liefde en respect voor ze zorgen. In deze tijd noemen we dat: het energie-niveau wordt hoger. Daarmee stijgt de voedingswaarde, want we eten niet alleen de fysieke stof, maar ook het ether- of levenskrachtenlichaam van de plant.

De bd-landbouw gaat er vanuit dat ik de plant en dier pas werkelijk in hun wezen kan zien als ik me bewust wordt hoe zij ingebed zijn in het grote geheel van krachten van de sterren, planeten, zon, maan en aarde. Rudolf Steiner heeft in de Landbouwcursus een scala aan aanwijzingen gegeven hoe we hier bewust mee kunnen werken.

In Nederland is deze cursus verkrijgbaar in boekvorm onder de titel: “Vruchtbare landbouw op biologisch-dynamische grondslag”. Als je dit boek leest, kom je begrippen tegen die voor het gewone denken moeilijk te vatten zijn: Kosmische krachten, planetenwerkingen, etherkrachten e.d.

In deze cursus gaan we ons hiermee bezighouden. Er wordt uitleg gegeven, maar vooral is het de bedoeling om door middel van waarneming en gerichte meditatie tot levend(ig)e ervaringen en inzichten te komen.

Frans Romeijn geeft sinds 1985 lessen Intuïtieve Ontwikkeling, en werkt op individuele basis met mensen in een combinatie van gesprek, meditatie, healing, reading en Gestalt. Sinds 2004 schoolt hij zich in Duitsland bij Dorian Schmidt, om de etherkrachten te leren waarnemen. Een belangrijke inspiratiebron is de Anthroposofie van Rudolf Steiner.’

Tussen twee haakjes: Dorian Schmidt kwamen we ook tegen op 27 april in ‘Tegenruimte’, in het verslag over een bijeenkomst van de natuurwetenschappelijke sectie: mensen die met hem weg liepen of juist niets van hem moesten hebben.

Goed, nu naar België. Gauw zal duidelijk worden waarom. Ik kwam namelijk terecht op de website van Landwijzer, ‘gespecialiseerd vormingscentrum’ in de opleiding voor biologische en biologisch-dynamische landbouw. Ik zag dat daar op 19 februari een ‘Vlaamse bd-winterconferentie’ was gehouden. Mijn oog viel op het programma van de namiddag, waar twee werkgroepen plaatsvonden. De eerste werd geleid door bd-bedrijfscoach Geert Iserbyt (hij is een van de drie medewerkers van Landwijzer): ‘Nieuwe wegen voor bd-bedrijfsontwikkeling en bd-certificering’:

‘De internationale Demeter-normen – mét preparaatverplichting – hebben ertoe geleid dat diverse bd-bedrijven die zich nochtans sterk met de bd-beweging verbonden voelen, het Demeter-label niet meer kunnen of willen gebruiken. Er is ook onvoldoende ruimte voor regionale differentiatie in de normen. Met de zogenaamde “Mansvelt-score” en “Mansvelt-gesprekken” zijn de voorbije jaren instrumenten ontwikkeld waarmee men de individuele ontwikkeling van een bd-bedrijf in beeld kan brengen. Opent dit perspectieven voor een meer regionaal afgestemde, participatieve en ontwikkelingsgerichte certificering van de bd-landbouw? Na een inleiding voeren we met 3 boeren een deel van zo’n “Mansvelt-gesprek”; vervolgens verkennen we met alle deelnemers de mogelijkheden van deze werkwijze.’

Kijk, dat herkennen wij nu natuurlijk meteen, na het eerdere bericht op 28 april. Maar ook de tweede werkgroep staat in dit teken. Deze werd geleid door de nieuwe voorzitter van de Nederlandse bd-vereniging, Albert De Vries, en droeg de titel ‘Geïnspireerde landbouw en de bd-beweging’:

‘Bd-landbouw is landbouw vanuit een spirituele houding ten opzichte van het leven en met een sterke impuls tot blijvende ontwikkeling van boer en boerin, het bedrijf en het hele netwerk erom heen. De oorsprong ligt onmiskenbaar in het werk van Steiner en de antroposofie, maar hedendaagse bd-boeren halen hun inspiratie niet enkel uit de landbouwcursus of de antroposofische ontwikkelingsweg. Ook andere oude en hedendaagse spirituele ontwikkelingswegen en inspiratiebronnen sluiten aan bij de intenties van de bd-beweging. Kunnen deze inspiraties elkaar versterken en bevruchten? Kan de bd-beweging haar deuren hiervoor openen zonder haar eigenheid te verliezen? Welke spiritualiteit is wél en niet “compatibel” met de bd-beweging? We starten met een inlevende waarnemingsoefening en gaan daarna verder in gesprek hierover.’

Laat dit de verstokte antroposoof of bd-boer maar niet horen. Nochtans (om maar eens zo’n mooi ‘Belgisch klinkend’ woord te gebruiken) is het de bd-voorzitter zelf die hierover in gesprek ging. Nu was dit op 19 februari, alweer bijna drie maanden geleden. Maar het past wel in de berichtgeving die wij hier gepleegd hebben. Nog meer past hierin het verslag op dezelfde website van de ‘bd-voorjaarsconferentie Vlaanderen’, gehouden op 7 maart 2007 op ‘De Wassende Maan’ in Astene:

‘Met ruim 20 deelnemers lag de opkomst voor deze eerste Vlaamse bd-conferentie hoger dan verwacht; een goede start.’

Zo begint dit bijzonder heldere en leesbare verslag. Kom daar maar eens om, lang niet iedereen is daartoe in staat, hebben we eerder al kunnen merken.

‘Geert Iserbyt (Landwijzer) heette iedereen welkom, zowel de Demeter-licentiehouders als de andere bd-geïnteresseerden, die deze keer ook aanwezig waren. Jos Pelgröm (Stichting Demeter) verontschuldigde Rienk ter Brake (Stichting Demeter) die er deze keer niet bij was en toonde zich benieuwd om kennis te maken met de Vlaamse bd-boeren en geïnteresseerden.

Hoe geef jij vorm aan de bd-landbouwvisie en hoe draag je die uit in je omgeving? Drie boeren waren vooraf gevraagd om vanuit hun bedrijf een beeld hiervan te schetsen.’

Ik zou met gemak de verhalen van die drie boeren hier kunnen weergeven. Je krijgt er een goed beeld door van de situatie in Vlaanderen. Aan de hand van Dirk Govaerts van Widar in Merksplas, Luc Bloemen van de Gastvrije Aarde in St-Kornelis-Horebeke en Walter Coens van De Vroente, samenwerkingsverband van drie Oost-Vlaamse bedrijven, word je meegenomen naar de mogelijkheden en de problemen waarmee zij zich in de praktijk geconfronteerd zien. Interessant is in ieder geval de verhouding van elk tot de bd-licentie:

‘Dirk vermeldde (...) zijn huidige functie als voorzitter van Landwijzer als wegen om de bd-visie te helpen uitdragen. Widar doorloopt momenteel de aanvraagprocedure voor de toekenning van de Demeter-licentie.’

‘Luc stelde als Demeter-licentiehouder de vraag wat momenteel het verschil uitmaakt tussen bedrijven die een Demeter-licentie voeren en bedrijven die zich biologisch-dynamisch noemen, maar geen Demeter-licentie (meer) voeren. Hij ervaart deze situatie als mogelijke oneerlijke concurrentie door de extra kosten en bijzondere inspanningen die het volgen van de Demeter-normen met zich meebrengt.’

‘Sinds enkele jaren werken De Zonnekouter (Machelen), De Kollebloem (St-Lievens-Esse) en Ourobouros (Dikkele) samen, ondermeer op het vlak van teeltplanning, productuitwisseling en afzet. Walter Coens (De Zonnekouter) schetste de drijfveren en concrete vormgeving van deze samenwerking; zijn verhaal werd aangevuld door Antoine De Paepe en Leen Verwimp (De Kollebloem) en Marleen Meganck (Ourobouros). De drie bedrijven weten zich geïnspireerd door de bd-landbouwvisie maar voeren geen Demeter-licentie. Vooral de visies op de associatieve economie en nieuwe sociale vormen, die nauw verbonden zijn met de bd-beweging, inspireren hen om samen te werken.’

Vervolgens is er een ‘ronde tafelgesprek’, waarbij ook de andere aanwezige boeren/bedrijven hun ervaringen konden inbrengen. Hier is veel van hetzelfde laken een pak:

‘Pieter Lutin, “De Jaargetijden”, Moerkerke: Na 22 jaar Biodyn- en Demeter-licentiehouder te zijn geweest, heeft Pieter vanaf dit jaar z’n licentie opgezegd. Het niet langer kunnen voldoen aan de bemestings- en preparaatnorm lag aan de basis hiervan. Toch ervaart Pieter het bedrijf als dynamischer dan ooit.’

‘Johan D’hulster, “Akelei”, Schriek: Ook Johan heeft na 25 jaar onder Biodyn- / Demeter-licentie te hebben gewerkt, vorig jaar z’n licentie stopgezet. Niet zozeer de overschrijding van concrete normen, maar vooral het botsen van persoonlijke spirituele drijfveren met het normatief karakter van het Demeter-beleid was de aanleiding. Johan merkt op dat de spirituele bronnen waaruit we kunnen putten voor de invulling van de bd-landbouw veel ruimer zijn dan enkel de antroposofie. De rijkdom op dit vlak is groot.’

‘Luc De Coster, “Thylbert”, Oedelem (productie gefermenteerde dranken): Luc vertelde over zijn ervaringen als verwerker die zoveel mogelijk met bd-grondstoffen wil werken. Het is moeilijk te vatten voor hem waarom Demeter International enerzijds zo streng is op het gebruik van de preparaten terwijl anderzijds in de verwerking van bd-voedingsmiddelen soms grondstoffen of bewerkingen zijn toegestaan die volgens hem niet in de bd-visie passen.’

‘Erik Krosenbrink, “Iona-Hoeve”, Kessel: (...) De hoeve is in zekere zin het visitekaartje van het Iona-instituut: ze vormt een groene gordel en een mooi kader voor dit pioniersinstituut in de sociaaltherapie in Vlaanderen. Door de biologisch-dynamische bedrijfsvoering, heeft de boerderij een voorbeeldfunctie in z’n omgeving. (...) De Iona-hoeve heeft drie jaar geleden de Demeter-licentie opgezegd.’

‘Bert Dhondt, “Christophorus”, Munte: Christophorus is een kleine sociaal-therapeutische gemeenschap. Bert is er nog niet zo lang tuinman en staat er binnen het team grotendeels alleen voor om het beleid in de tuin vorm te geven. De Demeter-licentie werd een tijd geleden opgezegd wegens onnodig; er wordt immers quasi niets verkocht. Bert is wel op zoek naar uitwisseling, ook op spiritueel vlak, en sloot recent aan bij de bd-intervisiegroep in Oost- en West-Vlaanderen. (...) Ze gaan ook met de bd-preparaten werken in de tuin.’

‘Stefan Derdelinckx, “De Wassende Maan”, Astene-Deinze: Stefan schetste hoe de handelsactiviteiten op het bedrijf de voorbije jaren sterk uitgegroeid zijn via de pakketten en de hoevewinkel. (...) Momenteel leeft de vraag wat De Wassende Maan verder wil met bd en de Demeter-licentie.’

Vervolgens geeft het verslag weer wat over het Demeterbeleid naar voren werd gebracht. Dat is behoorlijk onthullend:

‘De getuigenissen vanuit de bedrijven hielden al heel wat verwijzingen in naar het Demeter-beleid. Het was dan ook niet moeilijk voor Jos om hier op in te pikken. Hij herinnerde eerst aan de historiek van de preparatennorm en vertelde hoe hij enkele jaren geleden als kersverse directeur voor Demeter-NL op de vergadering van Demeter International in Järna in Zweden een motie verdedigde om internationaal het preparaatgebruik binnen de Demeter-normen niet langer verplicht te stellen. De reacties daarop vanuit de verzamelde nationale Demeter-organisaties waren zeer afwijzend. Er was totaal geen gehoor voor. Voor velen was dit absoluut onbespreekbaar, ook al is in Nederland het vermoeden groot dat ook in andere landen bd-boeren worstelen met het gebruik van de preparaten en er eveneens andere wegen verkennen. Jos schetste vervolgens hoe men sindsdien binnen de Stichting Demeter gekozen heeft voor een pragmatische aanpak: “Verzet tegen de internationale beslissing in verband met verplicht preparatengebruik heeft geen zin. Dus stellen we de preparaten ook in Nederland en Vlaanderen verplicht, maar ondertussen werken we ook aan nieuwe vormen van certifiëring en ondersteuning van de bd-beroepsontwikkeling in samenwerking met de bd-vereniging.”

Een nieuw initiatief in dat verband is de uitbreiding van het systeem van de zogeheten “Mansvelt-score” naar “Mansvelt-gesprekken”; dat zijn bijeenkomsten van enkele bd-boeren die regionaal aan de hand van de ingevulde Mansvelt-lijsten met elkaar in gesprek gaan over de bd-ontwikkeling van hun bedrijfsvoering. Zo kunnen stimulerende en evaluerende gesprekken ontstaan over de bedrijfspraktijk onder collega’s. Misschien zou dit soort participatieve evaluatie in de toekomst zelfs deel kunnen uitmaken van de certifiëringsprocedure. De ervaring die op dit vlak reeds is opgedaan met de gespreksmethodiek in de intervisiegroepen, kan hier ook nuttig zijn.

Jos gaf ook aan dat in Nederland de Demeter-licentie steeds meer in hoofdzaak gebruikt wordt door boeren die dit label nodig hebben voor hun afzet aan handelaars of verwerkers die daarom vragen. Bij directe afzet speelt dit vaak minder een rol. Zo doken opnieuw de vragen op “Hoe moet het dan verder met de bd-beweging als steeds meer bedrijven géén Demeter-licentie voeren, maar wel biologisch-dynamisch blijven werken en zich ook als dusdanig profileren? Krijgt de term “biologisch-dynamisch” dan niet in zekere zin de betekenis van een label? Hoe gaan we daar dan mee om?” Volgens Jos wordt wel internationaal onderzocht of men de term “biologisch-dynamisch” alsnog juridisch kan beschermen, maar zelf gelooft hij niet dat dit nog mogelijk zal zijn. Ook in Vlaanderen is bijvoorbeeld al lang een bedrijf actief in voedingssupplementen onder de naam Biodynamics. Met deze open vragen werd dit gesprek afgerond.’

1 opmerking:

barbara2 zei

das ist ja interessant, dass dorian schmidta arbeit auch bis zu euch ausstrahlt. ich dachte, der sei ein rein deutsches phänomen.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)