Antroposofie in de pers

Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

dinsdag 16 augustus 2016

Miljonair

Het is onvermijdelijk dat deze weblog morgen miljonair wordt. Dat wil zeggen: morgen zal iemand de miljoenste pageview op zijn of haar naam zetten. Tenminste, in de telling die Blogger zelf verricht, bij mij vanaf juni 2009. Dus ruim een jaar na het begin van ‘Antroposofie in de pers’. Om maar enige betrekkelijkheid aan te geven. Niettemin blijft het totaalaantal ongelooflijk voor zo’n weblog als deze met specifieke thematiek. Hoewel, hij fungeert ook als openbaar digitaal archief, dus zo onlogisch is het dan ook weer niet.

Overigens brengt het acht-jaar-en-enkele-maanden-bestaan van deze weblog ook problemen met zich mee. Hij heeft zogezegd last van zijn ouderdom. Want niet meegegaan met zijn tijd. Enerzijds bewust, ik heb in die tijd nauwelijks iets veranderd, ook niet iets willen veranderen. Anderzijds onbewust, de verdere technische ontwikkelingen zijn voor een flink deel aan hem voorbijgegaan. Met als gevolg dat allerlei functies niet meer optimaal zijn, zoals helemaal onderaan aan de uitval flink te merken is. Ook nieuwe berichten maken gaat niet zo makkelijk meer als voorheen, een van de redenen dat het tegenwoordig maar mondjesmaat gebeurt. Het is bijna handwerk geworden. De links in overgenomen teksten die dienen als verwijzingen naar bronmateriaal breng ik bijna niet meer aan, die moet de geïnteresseerde dan maar in het originele bericht opzoeken. Waarbij een van de unieke kenmerken van ‘Antroposofie in de pers’ helaas in het slop is geraakt.

Alles goed en wel, maar hoe zit het met het nieuws? Ik maak het mezelf maar gemakkelijk door eerst naar Motief te kijken. Sinds de vorige keer in ‘Zwarte lijst’, op 6 juli, zijn er daar drie nieuwsberichten bijgekomen. Te beginnen ‘Inspectie maakt Antroz excuses’ op 30 juli:
“‘De Inspectie voor de Gezondheidszorg, vertegenwoordigd door mevrouw Jonkers en mevrouw Vos, is maandag 25 juli langs geweest voor een gesprek. Tijdens dit gesprek hebben zij hun excuses aangeboden voor de gang van zaken rondom de publicatie van de lijst zorginstellingen. Ook hebben zij toegezegd dat Antroz deze week een brief ontvangt met uitleg over het verloop.’

Zo schrijft Warande op haar website. We berichtten op 5 juli dat Antroz onterecht op de lijst van de Inspectie met slechte verpleeghuizen was terechtgekomen. Dat is nu rechtgezet. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) wilde dit echter niet meteen doen na publicatie, zo schreef het Algemeen Dagblad op 7 juli. De IGZ antwoordde toen alleen in algemene zin.

Drie weken later was dat anders. Warande schrijft namelijk verder in haar persbericht:

‘In deze brief gaan zij toelichten dat er zeker geen twijfels zijn over de kwaliteit van de zorg bij de vestigingen van voormalig Antroz. Plaatsing in categorie 1 is het gevolg van de peildatum vanuit de Inspectie (15 maart 2016) in combinatie met de datum, 26 mei 2016, waarop het laatste bezoek administratief is afgehandeld.

De inspectie geeft aan dat bij nader inzien plaatsing in categorie 2, vervolgtoezicht, voor Antroz aan de orde is. Deze categorie is het gevolg van het verscherpte toezicht dat bij Antroz was ingesteld en al medio 2015 is opgeheven. De Inspectie heeft daarbij het vertrouwen uitgesproken dat de organisatie zich blijft inzetten voor goede zorg. Het is voor de inspectie gebruikelijk om organisaties, na het opheffen van verscherpt toezicht, voor een langere tijd te volgen. Dat verklaart plaatsing in categorie 2.

Het was een prettig gesprek, waarin wij hebben aangegeven wat ons standpunt is. Wij betreuren het dat Antroz abusievelijk in categorie 1 is vermeld. Alle collega’s hebben hard gewerkt om de kwaliteit van zorg aan onze bewoners te verbeteren en doen dat nu nog steeds.’”
Op 11 augustus was het ‘Demeter aardappeltelers gebruiken geen koper’:
“‘Aardappelboeren gebruiken koper als bestrijdingsmiddel op biologische aardappelen. Dat bevestigt controle-organisatie Skal, die toeziet op biologische teelt in Nederland, na berichtgeving van vakblad Boerderij.’

Zo schreef De Telegraaf dinsdag 9 augustus op zijn website. ‘Boeren hebben dit jaar buitengewoon veel last van aardappelziekte phytophthora.’ Het Algemeen Dagblad dook er ook bovenop en wist te melden dat Albert Heijn strenger gaat controleren. Er zijn kamervragen over gesteld.

Voor Demeter genoeg reden om gisteren op haar website stelling te nemen. Onder de kop ‘Verbod op koper geniet groot draagvlak onder Demeter aardappeltelers’ schrijft zij:

‘Voor Demetertelers is het gebruik van koper in aardappelen totaal verboden. Er is de afgelopen weken extra gecontroleerd, hierbij zijn geen overtredingen aangetroffen. Het draagvlak om geen koper te gebruiken onder Demeter aardappeltelers blijkt groot en het afzien van koper is een bewuste keuze, ongeacht raskeuze.’

Ter verduidelijking legt men uit wat phytophtera is: ‘Een schimmelziekte die zich vooral bij warm en vochtig weer snel kan verspreiden. Hoewel de biologische EU-verordening kopergebruik toestaat, is dit middel koperoxichloride sinds 2000 in Nederland als bestrijdingsmiddel verboden vanwege de schadelijkheid op bodem- en waterleven. Het mag alleen als bladbemester in zeer lage doseringen worden toegepast.’

Het middel zou volgens Demeter zelfs totaal verboden moeten worden. De aardappelziekte legt een groter probleem bloot:

‘Voor het imago van de biologische sector is het belangrijk dat de hele bio-sector het gebruik van koper als bestrijdingsmiddel afzweert. Dat kan alleen als er meer samenwerking komt in de keten. Albert Heijn heeft inmiddels aangegeven bio-aardappels te laten onderzoeken op koperresiduen en de aardappelen waarbij koper is ingezet te weren uit de schappen. Een begrijpelijke respons, maar belangrijker is dat handel en retailers met de boeren meewerken om nieuwe resistente rassen te introduceren. Er zijn al phytopthora resistente rassen beschikbaar die dit jaar het verschil laten zien. Een seizoen als dit is een signaal aan de markt om nieuwe rassen te durven introduceren met een goed verhaal naar de consument. Demeteraardappelen worden – zover ze niet worden geëxporteerd – tot dusver alleen via de schappen van biologische speciaalzaken, biologische abonnementsystemen en huisverkoop verkocht.’

Alternatieven worden bijvoorbeeld bij het Louis Bolk Instituut ontwikkeld.”
Gisteren gevolgd door ‘Bio-succes in Rio’:
‘Dorian van Rijsselberghe won zondag 14 augustus als plankzeiler opnieuw goud bij de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Dat was voor de tweede keer op rij, een unieke prestatie. “Na Weymouth 2012 was de surfdude van Texel in Rio (2016) opnieuw de allerallerbeste. Als een sporter superlatieven verdient, dan zijn die deze vrijdag voor de 27-jarige Nederlander die tegenwoordig in Californië leeft”, schreef de Volkskrant op het moment dat hij al van de overwinning verzekerd was. Die moest alleen nog bevestigd worden in de ‘medalrace’ op zondag.

Daar had hij hooggeëerde toeschouwers: de complete koninklijke familie. Die hem na afloop uitnodigden op hun eigen jacht, de koning voorop, en hem uitgebreid fêteerden.

Website AGF onthulde het geheim achter het succes van Dorian: “Dorian is opgegroeid op een biologisch-dynamische boerderij op Texel.” Zijn vader Marc van Rijsselberghe is onder meer bekend van de Zilte Aardappels van Marc, een biologische aardappel geteeld op zilte grond. Dit alles was vier jaar geleden al bekend geworden.

Maar nu blijkt dat het totale zeilteam al acht jaar biologisch eet. Vader Marc legt uit: “Wij hebben hier overleg over gehad met het watersportverbond. Hierin hebben we gezegd dat als ze willen dat Dorian in het programma meegaat, we willen dat hij biologisch eten krijgt. De koks bij de Olympische Spelen in Londen en Rio hebben uiteindelijk de opdracht gekregen om biologisch te koken. We zijn hartstikke blij dat Dorian gesponsord is door Ekoplaza. Volgens mij zijn beide partijen er blij mee. Hij maakt gewoon waar wat er in hem zit.”’
Ook Antroposofie Magazine heeft allerlei nieuwe berichten. Zoals ‘De complete wortel van Joris Kollewijn’, geplaatst op 8 augustus:
‘Als je het puur fysiek bekijkt, heeft een wortel maar tien mineralen nodig om te kunnen groeien. Het lukt een gangbare boer dan ook prima om met kunstmest een grote opbrengst te genereren. Op De Lepelaar in het Noord-Hollandse Sint Maarten – waar Joris Kollewijn één van de drie ondernemers is – denken ze daar heel anders over. “Een wortel neemt veel meer mineralen uit de bodem op dan strikt noodzakelijk is voor zijn groei,” aldus Joris. “Waar de wortel die stoffen voor nodig heeft, weet ik niet. Ik ben theoretisch niet zo onderlegd maar ik heb er wel een gevoel bij. En dat gevoel vertelt mij dat ik die wortel wil stimuleren om zich zo compleet mogelijk te kunnen ontwikkelen.”

Joris is ervan overtuigd dat de gewassen net zoveel invloeden vanonder als vanboven de grond in zich opnemen. “Als ik naar mijn zoontje van drie jaar kijk, zie ik dat buitenlucht hem goed doet. Na tien minuten heeft hij al een blos op zijn wangen en krijgt hij de leukste ideeën voor een spel,” legt Joris uit. “Ik denk dat voor planten hetzelfde geldt.”

Onze reporter Annelijn Steenbruggen ging bij Joris Kollewijn op bezoek. Lees het hele interview met Joris in Antroposofie Magazine nummer 3, dat 2 september as. verschijnt.’
Van dezelfde datum is ‘SEKEM: De kunst van het dromen’:
‘Ibrahim Abouleish (79) woonde twintig jaar in Oostenrijk, toen hij in 1975 een bezoek bracht aan zijn Egypte en besloot zich in te gaan zetten voor zijn vaderland. Zijn droom: nieuwe ontwikkelingen op gang brengen op sociaal, cultureel en economisch gebied. Biodynamische landbouw – het opbouwen van een vruchtbare bodem – vormt hiervoor de basis.

In 1977 begon hij met het slaan van waterputten en het planten van bomen in een kale zandvlakte in de woestijn bij Belbes, zestig kilometer ten noordoosten van Caïro. Hij bouwde aan het visioen dat hij voor zich had gezien. Het water, de bomen, de planten en de bloemen zouden insecten, dieren en mensen aantrekken. Deze plek zou voor de bewoners in de omgeving gezonde voeding gaan bieden; en werk, medische zorg en onderwijs. Hij wist zijn toekomstbeeld met zo veel kracht aan anderen over te brengen, dat SEKEM precies die mensen aantrok die nodig waren om zijn droom te verwezenlijken.

Lees het hele artikel over SEKEM in het derde nummer van Antroposofie Magazine, dat op 2 september verschijnt.’
Onder ‘Actualiteiten’ vind ik, met als datum 15 augustus, ten eerste ‘Onze facebookpagina’:
‘Onze facebookpagina wordt door steeds meer mensen ontdekt. In een half jaar tijd hebben we al 750 “likes” ontvangen. Dat vinden we leuk! Ga ook eens kijken op onze facebookpagina. We posten elke dag een weer interessant bericht. Van onszelf, maar we signaleren ook berichten van “onze vrienden”. Deze week bijvoorbeeld een leuk zomerknutselidee: vlinders met gedroogde zomerbloemetjes!

facebook.com/antroposofiemagazine
En ten tweede ‘Nieuwe AM verschijnt 2 september’:
‘Op vrijdag 2 september as. verschijnt het derde nummer van Antroposofie Magazine. Deze keer besteden we aandacht aan het thema ‘Levende Aarde’. Onze stelling is: Biologische voeding is niet te duur, gangbare producten zijn te goedkoop. Wij weten ons geïnspireerd door Volkert Engelsman van Eosta die in dit nummer stelt dat bedrijven eigenlijk ook de gezondheids-, ecologische en sociale kosten in hun productprijs moeten doorberekenen. Jij ook? Lees dan het hele interview met hem in AM. Verder gingen we op bezoek bij biologisch dynamische ondernemers. Wat drijft jonge mensen om hier hun vak van te maken? Natuurlijk het ondernemerschap zelf, maar vooral ook een andere kwaliteit van leven. Allemaal volgden ze de opleiding hij Warmonderhof in Dronten, hét opleidingsinstituut voor BD- landbouw in Nederland

Levensverhaal van Saskia Mees

Arianne Collee interviewde theatermaakster, actrice en papierkunstenaar Saskia Mees. Over de relatie met haar moeder en haar maatschappelijk engagement. “Mijn moeder vond dat kunst helend moest zijn, zocht altijd naar harmonie. In het theater gaat het juist over conflict en drama. Bij mij mag kunst bij wijze van spreken over poep gaan. Het gaat erom dat het mensen aanraakt, dat ze bewogen worden, dat het hen in beweging zet. Ik wil de ziel verheffen, de geest aanwakkeren.”

Medemenselijkheid bij de presidentsverkiezingen in VS

Actueel deze keer is ook een artikel over de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten. Hoe zou Rudolf Steiner hier vandaag de dag tegenaan kijken? Ooit hoopt hij dat Amerika ruimte zou bieden aan een meer spirituele cultuur. Hij was wars van politiek. Steiner verafschuwde alles wat naar groepsbelangen zweemde, maar zag wel kansen voor een andere samenleving, gebaseerd op solidariteit en medemenselijkheid. De Democraten en de Republikeinen zijn zo omvangrijk dat bijna het gehele spectrum aan politieke meningen en ideeën erin gehuisvest kan worden. Kan de komende president er een van het midden worden?

Duurzame verkleedkleding die de fantasie stimuleert van Madam Petit

Haar jongste zoon is op Michaëlsdag geboren. Speciaal voor hem ontwierp de veelzijdige Doortje Bruin een drakenpak. Waar ze spontaan voor haar eigen kinderen mee begon, is uitgegroeid tot een duurzame verkledinglijn onder de naam Madam Petit. Ze heeft met haar werk een missie: “Ik vind het heel fijn als kinderen met behulp van kleine dingen, zoals mijn verkleding, kunnen spelen en leren spelen. Ik hoop dat het hun fantasiespel stimuleert.”

En verder onder andere:
– Feest: het verhaal achter Sint Maarten die zijn mantel deelde met de bedelaar
– Binnenkijken bij zanger en gitarist Camiel Meiresonne van Son Mieux
– Joris Kollewijn van De Lepelaar over zijn ‘complete wortelen’
– Eet van álle levensprocessen: de schijf van zes

Geen abonnement? Vraag ernaar bij je boekhandel. Deze kan de uitgave bestellen via VMBpress.’
Op 8 augustus was in dezelfde rubriek al ‘Leerzame sinaasappelwikkel’ te lezen:
“Om kinderen insecten te leren waarderen ontwikkelde Eosta Nature & More een grappige en leerzame sinaasappelwikkel. De wikkel heeft twee oogjes. Als je de vier hoekjes van het papiertje opdraait tot pootjes, en hem over een sinaasappel drapeert, lijkt het een kevertje. Geef je hem dan voorzichtig een duwtje, dan gaat hij op een eigenwijze, grappige manier over de tafel ‘lopen’.

Eosta Nature & More wil op deze wijze kinderen meer kennis bijbrengen over de nuttige rol van insecten en andere beestjes in de biologische landbouw. In de bio-landbouw worden immers zoveel mogelijk natuurlijke vijanden ingezet om plagen te bestrijden, in plaats van giftige pesticiden. Ook het bodemleven is voor de biologische boer van cruciaal belang om de grond vruchtbaar te houden. Samenwerken met de natuur dus.

De bio-sinaasappels van de Zuid-Afrikaanse teler Blackie Swart zijn daarom deze nazomer gekleed in nieuwe wikkels met een soort lieveheersbeestje erop. In de stippen is de Duurzaamheidsbloem van Nature & More te herkennen. Op het wikkel staat het adres van een webpagina waar meer informatie is te vinden over de rol van insecten en andere kleine beestjes in de landbouw.

En dit is de website die er bij hoort”
Bij ‘Artikelen – helemaal te lezen’ staat sinds gisteren ‘Wijnranken liever niet snoeien’:
‘Kaarsrecht en kronkelloos groeien de twijgen aan een biodynamische wingerd. Ondersteuning van paal of draad is in de regel voldoende. Gewone wijnranken hebben de neiging om na de bloei in juni, uit het gareel te lopen en alle kanten op te groeien, daarom worden ze traditioneel gesnoeid. Dit hoeft in de regel bij biodynamische wijnranken niet. Hoe kan dat?

Tekst: Tjitske Brouwer MV

Snoeien wordt zo lang mogelijk uitgesteld en liever helemaal niet gedaan. Men gaat ervan uit dat de plant groeikracht en energie uit de bodem én de lucht haalt. Daarbij speelt niet alleen de fotosynthese een rol, maar ook kosmische energie. De verschillende planetenstanden hebben invloed op groeiprocessen. Het zou zonde zijn deze verbinding te verbreken. Elisabetta Foradori, wijnboerin in de Dolomieten: “Aftoppen is alsof je iemand zijn vingers eraf zou halen”.

Opmerkelijk is dat zo de groei juist minder uitbundig wordt. Een afgetopte twijg maakt in de bladoksel nieuwe twijgen aan en zo groeit nieuw blad. Dit jonge blad is rijk aan suiker, nodig voor zijn eigen groei, trekt hierdoor insecten aan, en is door zijn fragiele structuur ontvankelijk voor schimmelziektes. Wanneer de top van de wijnstok, de apex, niet gesnoeid wordt, worden er minder zijloten aangemaakt. Zo reguleert de wijnstok zelf zijn groei.

Koehoorn

Biodynamische preparaten kunnen de natuur hierbij helpen. Met name het koemest- en kwartspreparaat. Beide worden in een koehoorn bereid. Deze wordt met koemest of kwarts gevuld en rijpt een halfjaar onder de grond. Hierna wordt de hoorn opgegraven en de inhoud bewaard. Voor gebruik wordt het preparaat doorgeroerd in water waarna het wordt verneveld over land of gewas.

Het mestpreparaat stimuleert bodemleven en vruchtbaarheid en zorgt dat de hoofdwortel recht naar beneden groeit. Het kwartspreparaat harmoniseert de groei van twijgen en blad en opname van zonlicht. Het maakt de plant gevoeliger voor kosmische invloeden en weerbaarder tegen schimmelziektes. Het geeft vormende kracht waardoor de wijnstokken in de lente en vroege zomer fier en met een rechte rug staan. Na de zonnewende (21 juni) keert de kracht zich naar beneden en hebben de twijgen de neiging te buigen. Sommige wijnboeren kiezen er dan toch voor om te snoeien. Andere vlechten ze samen met het blad in zodat er bovenaan de wijnstok een dikke lange krans ontstaat.

Fruit- en bloemenaroma’s

De werking van het kwartspreparaat kun je makkelijk constateren maar is moeilijk te verklaren. Je gebruikt slechts zeven gram voor één hectare. Als je te veel gebruikt, verbrandt het blad door het zonlicht. Bij de juiste dosering heeft het niet alleen een positieve invloed op de groei van de wingerd, maar ook op de kwaliteit van de druiven en de aroma’s in de wijn. Het maakt de wijn fris, elegant en energiek en geeft meer fruit- en bloemenaroma’s. Men vermoedt dat de plant gevoeliger wordt voor pollen en geuren uit de omgeving. Zo kun je in een wijn de bloemen, kruiden en het fruit uit de omgeving ruiken die zo bijdragen aan zijn identiteit.

Magister Vini Tjitske Brouwer van Vinoblesse, Chevalier dans l’Ordre du Mérite Agricole, importeert samen met haar partner Marc Collard wijnen van individuele boeren en kleine coöperaties uit ‘klassiek Europa’. De wijnen zijn vrijwel allemaal biologisch of biodynamisch gecertificeerd.’
Bij ‘Blog. Inspiratie voor dagelijkse beslommeringen’ vinden we ook sinds gisteren ‘Kunstmatige intelligentie – door Jesse Mulder’:
‘Gedachten organiseren onze menselijke leefwereld. Maar het ene denken is het andere niet. Het soort denken dat onze menselijke leefwereld meer en meer begint te organiseren is het kunstmatige denken, artificial intelligence. Die intelligentie verschilt buitengewoon van ‘echt’ denken. Maar dat is de meeste mensen niet zo duidelijk. Je hoort vaak redenaties als de volgende: “Computers worden steeds slimmer, ze winnen het al van ons mensen met schaken (recenter ook al met Go). Straks worden computers net zo slim als mensen, dat is slechts een kwestie van tijd. En daarna komen er misschien wel supercomputers die nog veel slimmer zijn.” De meer gestudeerde versies van deze redenatie voegen dan nog getallen toe over de miezerige rekencapaciteit van de menselijke hersenen in vergelijking met die van de voorspelde supercomputer. – Maar wie zo denkt, heeft niet in de gaten dat hij daarmee iets denkt wat zo’n supercomputer nooit zal kunnen denken. En het is eigenlijk helemaal niet moeilijk om dat in te zien. Denk maar eens mee.

Stel, je programmeert een eenvoudige rekenmachine: je zorgt dat als iemand “2 + 2 =“ intoetst, er “4” op het schermpje verschijnt. Maar dat hoeft natuurlijk niet. Je kunt ‘m ook zo programmeren dat het resultaat “5” is. En nu komt het: het maakt voor de rekenmachine niets uit of er een zinnige samenhang is tussen de input en de output of niet. Terwijl dat juist de essentie is van het ‘echte’ denken waartoe wij als mensen in staat zijn. Stel, je bent al een tijdje op reis. Je weet dat je kamerplant het niet lang overleeft zonder water, en er is niemand die je plant verzorgt in jouw afwezigheid. Dus: je kamerplant is reddeloos verloren. Je kunt die conclusie trekken omdat je inziet hoe die samenhangt met de genoemde situatie.

Kunstmatige intelligentie berust daarentegen op het blind toepassen van regels – of die nou zinnig zijn of niet. We kunnen die regels nog zo vernuftig maken, meta-regels toevoegen die de regels kunnen aanpassen enz. – het blijft meer van hetzelfde. Net zoals je geen brood kunt maken van meel door er nog meer meel bij te doen, kun je van het blinde toepassen van regels geen op inzicht gebaseerd denken maken door te versnellen of er meer regels aan toe te voegen. Het krijgt hoogstens de schijn van ‘echte’ intelligentie.

Jesse Mulder is universitair docent bij de vakgroep Filosofie en Religiewetenschap. Hij promoveerde in 2014 cum laude op het thema Conceptual Realism, over de structuur van metafysisch denken. Sindsdien werkt hij als postdoc bij Informatica op project Responsible Intelligent Systems. Jesse is vader van twee dochters.’
Dat is allemaal al een heleboel. Maar daarmee is het natuurlijk niet gedaan. Wat zal ik hier nu nog aan toevoegen? In de eerste plaats het werk van Ridzerd van Dijk, dat kan niet genoeg geroemd worden. En hij doet dit wel dagelijks. Vandaag plaatste hij op zijn roemruchte weblog dit citaat van Rudolf Steiner, ‘Geestelijke invloeden’:
‘Men gelooft tegenwoordig dat geestelijke wezens en hun werkingen geen aandeel hebben in het menselijk bestel. Men houdt er niet van om van spirituele oorzaken in onze mensheidsgebeurtenissen te spreken. Wie echter bekend is met de echte gebeurtenissen die zich tegenwoordig afspelen, die weet dat psychische invloeden, geestelijke, spirituele inwerkingen vanuit de geestelijke wereld op de mens hier op het fysieke plan vandaag de dag eigenlijk in bijzonder sterke omvang uitgeoefend worden.

De mensen zijn tegenwoordig helemaal niet zeldzaam, die u kunnen vertellen – ze begrijpen alleen meestal de voorvallen in kwestie niet –, dat ze door een droom of iets op een droom gelijkend – het is echter altijd een geestelijke verschijning – tot een of andere activiteit, tot een of ander voorval gedreven zijn. Veel meer dan de materialistische mening gelooft, worden de mensen tegenwoordig door zulke psychische inwerkingen gedreven. Wie de mogelijkheid heeft deze dingen na te gaan, vindt overal zulke dingen.

Als u de literatuur van de betere dichters tegenwoordig zou nemen en een statistiek zou opstellen hoeveel gedichten ontstaan zijn op rationalistische manier, op een wijze die rationalistisch te verklaren is, en hoeveel gedichten ontstaan zijn door een ingeving, door een duidelijke spirituele invloed vanuit de geestelijke wereld, die de persoon in kwestie als een droom of iets soortgelijks heeft ervaren – dan zou u versteld staan, wat een groot percentage u zou vinden als een directe invloed uit de geestelijke wereld. Veel meer dan de mensen heden ten dage toegeven, staan ze namelijk onder de invloed van de spirituele wereld. En juist belangrijke gebeurtenissen, die door mensen voltrokken worden, gebeuren onder invloed van de geestelijke wereld.

Bron: Rudolf Steiner – GA 177 – Die spirituellen Hintergründe der äußeren Welt – Dornach, 14 oktober 1917 (bladzijde 168)

Eerder geplaatst op 13 juni 2014’
Maar er valt natuurlijk nog zo veel meer te noemen. Zoals de Leeuwarder Courant die bij monde van Wieberen Elverdink op 9 juni schreef dat ‘Kliniek voor verslaafden weg uit Ravenswoud’ gaat:
‘Nog geen drie jaar nadat Stichting Lievegoed een behandelcentrum voor verslaafden opzette in Ravenswoud, trekt die organisatie zich alweer terug.’
Behalve Lievegoed is Intermetzo nog zo’n geplaagde instelling, over beide heb ik hier eerder bericht. Een maand later, op 8 juli, schreef Tubantia namelijk ‘Intermetzo sluit locatie Rekken’:
‘Jeugdzorginstelling Intermetzo vertrekt uit Rekken. De voortzetting van het vroegere LSG-Rentray trekt zich voor het einde van het jaar geheel terug van de verschillende locaties binnen de grenzen van de vroegere Rekkense Inrichtingen.’
Als reden zou gelden:
‘Intermetzo is van plan te fuseren met collega-instelling Pluryn en bereidt zich daar op voor wat de situering van behandelcentra betreft.’
Op 18 juli meldde Skipr het vervolg hiervan in ‘Pluryn wil Intermetzo overnemen’:
‘Stichting Pluryn Hoenderloo Groep wil Stichting Intermetzo Zorg, Stichting Intermetzo tot Steun, Stichting Pro Intermetzo, LSG-Rentray Intermetzo en Stichting Zonnehuizen Onderwijs (‘Intermetzo’) overnemen. Dat meldt de Autoriteit Consument en Markt (ACM)’
Op 22 juli gevolgd door ‘Pluryn mag noodlijdend Intermetzo versneld overnemen’:
‘Pluryn mag jeugdzorgorganisatie Intermetzo overnemen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft hiervoor per spoedbesluit toestemming gegeven, omdat faillissement voor Intermetzo dreigde.’
Op 6 augustus plaatste het weekblad ‘Das Goetheanum‘ op Facebook ‘Meilensteine zum Wegman-Film’:
‘Naturnahe Lebensweise, ökologische Landwirtschaft, Vegetarismus und Naturheilkunde sind keine Erfindung neuzeitlicher Hipster. Ita Wegman, geboren und aufgewachsen auf Java, kommt 1900 in ein Europa im technologischen Fortschrittsrausch. Sie erkennt wie viele Künstler und Intellektuelle ihrer Zeit die Schattenseiten des maschinellen Aufschwungs. In der Zeit der Lebensreformbewegungen entwickelt sie mit Rudolf Steiner die Anthroposophische Medizin.... Dem ‹höher, schneller, weiter› stellen sie die Frage nach dem Menschen in seiner Ganzheit entgegen. – Die Vorbereitungen für das Filmprojekt mit dem vorläufigen Titel ‹Heute fing damals an – Ita Wegman der Film› ist ziemlich abgeschlossen. Ende August wird ein branchenübliches Exposé versendet, bis Ende 2016 sollen der Filmstab und ein Drehplan stehen. Anfang 2017 kann hoffentlich die Finanzierung abgeschlossen werden, dazu gehören neben dem Sponsoring auch klassische Filmförderung und Senderbeteiligung.
Ruth Bamberg’
Ik geloof dat ik dit initiatief hier nog nooit heb genoemd en dat is natuurlijk een niet goed te praten omissie:
‘Das Projekt ITA WEGMAN – Der Film, Portrait einer aussergewöhnlichen Ärztin in bewegten Bildern – stellt sich auf dieser Website vor. Es bietet work-in-progress an – wie Ausblicke in Inhalte, Anliegen und Vorgehen.’
Hoewel, er vallen nu pas heel concrete dingen te melden:
‘Stand der Dinge

Im November 2013 habe ich das erste Exposé verfasst und es Filmschaffenden vorgelegt. Ganz einfach wird es nicht einen TV-Sender für Ita Wegman zu finden, völlig aussichtslos ist es aber nicht, so war die Bewertung. Ich war auf Spurensuche in Arlesheim, Ascona und Basel.

Die Raunächte 2014/15 verbrachte ich in der Casa Andrea Cristoforo am Lago Maggiore, der letzten Wirkungsstätte Ita Wegmans. Meine Recherchen gingen weiter. Gespräche mit Therapeuten, Ärzten und Eurythmisten wurden geführt, erstes Material ist entstanden.

Es folgte eine Forschungsreise in die Niederlande. Die ersten Tage des neuen Jahres 2016 waren dem Thema Ita Wegman in Zürich gewidmet.

Eine “Erfolgsstrategie” wurde entwickelt, qualitative wie quantitative Erhebungen gemacht. Die Relevanz unseres Themas abgefragt. Die Finanzierung für das Projekt ist noch nicht geschlossen, allerdings – ohne zuviel zu verraten – es kann gelingen! Wir haben verbindliche Gespräche mit Produzenten und großen Sponsoren geführt.

“Die Zahnpasta von Weleda, die Nagelpflege von Wala, der Saft von einem Demeterberieb – Produkte anthroposophisch inspirierter Unternehmen werden im Grünnahem Milieu gerne verwendet und gelten als Ausdruck eines gesellschaftlichen Bewusstseins, dass Lebensqualität mit Ressourcenschonung und ganz allgemein mit Nachhaltigkeit verbindet. … Immer mehr Menschen in meinem Umfeld interessieren sich für die Ursprünge Grüner Ideen, die ganz sicher auch in der Lebensreformbewegung liegen. Ein Film über Ita Wegmann,… könnte einen Beitrag zum besseren Verständnis dieser Ursprünge leisten.”
Olaf Möller, Staatssekretär Thüringer Ministerium für Umwelt Energie und Naturschutz

Seit dem Frühjahr 2016 schreibe ich an einem Treatment, nun sieht es so aus, als könnten die Drehvorlage noch 2016 fertiggestellt sein. Dann können Dreharbeiten beginnen.

Ruth Bamberg im Juli 2016’
Onder ‘Synopsis’ staat het volgende:
‘Heute fing damals an – Ita Wegman der Film (Arbeitstitel)

Naturnahe Lebensweise, ökologische Landwirtschaft, Vegetarismus und die Naturheilkunde sind keine Erfindung neuzeitlicher Hipster. Ita Wegman, geboren und aufgewachsen auf Java, kommt 1900 in ein Europa im technologischen Fortschrittsrausch. Sie erkennt wie viele Künstler und Intellektuelle ihrer Zeit die Schattenseiten des maschinellen Aufschwungs, ahnt und erfährt dessen mörderische Entwicklung. In der Zeit der Lebensreformbewegungen, entwickelt sie mit Rudolf Steiner die Anthroposophische Medizin. Dem “Höher, schneller, weiter” ihrer Zeit stellen sie die Frage nach dem Menschen in seiner Ganzheit entgegen: Was vermag er?

Es existieren keine Filmaufnahmen und nur wenige Fotos von Ita Wegman. Der Film inszeniert stattdessen ihre Briefe, die wie ein roter Faden durch die Ideengeschichte des 20. Jahrhunderts führen. Archivbilder zeigen das Neue vom Anfang des 20. Jahrhunderts: Naturtherapien, Genossenschaftssiedlungen, Reformschulen, Künstlergemeinschaften, Gartenstädte, biologisch wirtschaftende Höfe. Parallel dazu Bilder und Motive der Spiritualität, von der Menschwerdung im Christentum, von der Götter- und Dämonenwelt Javas und der beseelten Natur, von den heiligen, mythischen Orten der Welt.

Und: Vom Hier und Jetzt. Ita Wegmans Werk wird fortgesetzt. Schulen, Bibliotheken, Krankenhäuser fühlen sich der Anthroposophie verpflichtet. Menschen suchen vermehrt nach komplementärer Behandlung. Ita Wegman bleibt ein Beispiel für selbstbestimmte Frauen. Es führt ein Weg von ihr zu den alternativen sozialen Bewegungen seit 1960, zu den Grünen, zu Occupy Wall Street, zu den LOHAS. Zu Ibrahim Abouleish, der 1977 in seine Heimat Ägypten zurückkehrt und mit der Sekem Farm den größten Markt für biologisch-dynamische Lebensmittel außerhalb Europas aufbaut. Zur Baseler Initiative “Für ein bedingungsloses Grundeinkommen”. Deren Mitinitiator Daniel Häni sagt: “Was berechnet werden kann, wird künftig von Computern und Robotern erledigt. Für Menschen bleiben nur noch wenige traditionelle Arbeitsplätze. Wir täten gut daran, das jetzt schon zu antizipieren.”

Wir tun gut daran, den von Ita Wegman eingeschlagenen Weg weiterzugehen.

Stand Juni 2016

Eine kurze Zusammenfassung auf Englisch:’
Die samenvatting kunt u daar ter plekke vinden. En tot slot dan nog dit, als mooie uitsmijter:
‘Ita Wegman und die geistige Erneuerung der Medizin

ein Geleitwort von Prof. Peter Heusser

Ita Wegman gehört zu den bedeutendsten Ärztinnen der ersten Hälfte des 20. Jahrhunderts und ist unter diesen zweifellos die Pionierin einer geistigen Erneuerung der Medizin bezeichnet. Die Medizin hatte sich im Verlauf des 19. Jahrhunderts zunehmend auf eine fast ausschließlich naturwissenschaftliche Basis gestellt und war darin auch äußerst erfolgreich. Diese Entwicklung hat sich im 20. Jahrhundert fortgesetzt und zu den enormen technischen und pharmakologischen Errungenschaften der modernen Medizin geführt.

Die Kehrseite davon ist die Entwicklung einer materialistischen Weltanschauung in der Wissenschaft und in allen praktischen Lebensbereichen, wozu insbesondere Mediziner mit ihrem naturalistischen Menschen- und Weltbild maßgeblich beigetragen haben. Der Mensch sei nichts anderes als das Produkt physikalisch-chemischer Prozesse. “Leben” sei nichts anderes als die Folge genetisch determinierter molekularbiologischer Prozesse, “Seele” und “Geist” sei nichts reales, sondern ein Resultat neurobiologischer Mechanismen im Gehirn. Eine geistige Existenz außerhalb der physischen Lebensspanne zwischen Konzeption bzw. Geburt und Tod und sei ein Ammenmärchen.

Die Folgen dieser Auffassung für die medizinische Praxis, das Gesundheitswesen und die medizinische und gesellschaftlich relevante Ethik waren und sind enorm. Am gravierendsten waren zur Zeit Ita Wegmans die akademischen Diskussionen um die Legalisierung der Euthanasie zur Elimination des sog. “lebensunwerten Lebens”, was von der nationalsozialistisch gewordenen Medizin dann zu einer furchtbaren Kulmination getrieben wurde. Trotz dieser zur Genüge bekannten Entwicklung wird die heute aktuelle Diskussion um die medizin-ethischen Probleme an den Grenzen zwischen Leben und Tod z.T. immer noch nach denselben Denkmustern geführt, die damals prägend waren, so z.B. zur Befürwortung des ärztlich assistierten Suizids oder medizinische Nutzung von “überzähligen” menschlichen Embryonen.

Aber auch abgesehen von solchen Problemen ist die zunehmende Belastung aller Akteure des Gesundheitswesens durch die Unterordnung der medizinischen Versorgung unter rein pharmakologischen, mechanistisch-technologischen und ökonomischen Prinzipien unter Vernachlässigung der humanistischen Aspekte unübersehbar. Die Patienten fühlen sich abgesehen von der Diagnose- und Körper-bezogenen Behandlung nicht mehr umfassend wahrgenommen, und die Ärzte haben für die persönlichen psychosozialen und existenziellen Probleme ihrer Patienten kaum Zeit und sind dafür nur ungenügend ausgebildet. Die Folge ist, dass Patienten zunehmend komplementär- und alternativmedizinische Therapieformen suchen, durch die sie sich umfassender betreut fühlen. Die akademische Medizin hat das bemerkt und mit dem Konzept der “integrativen Medizin” beantwortet, welches im Einschluss wissenschaftlich untersuchter komplementärmedizinischer Verfahren in die schulmedizinischen Therapiekonzepte besteht.

Aber damit ist das Problem nicht gelöst, denn das einseitig mechanistische Denken ist dadurch noch nicht überwunden, und die komplementären oder naturheilkundlichen Verfahren werden nach wie vor unter Maßgabe dieses Denkens interpretiert. Was also wirklich nottut, ist eine fundamentale geistige Erneuerung des medizinischen Denkens und Handelns überhaupt. Es geht darum, das Leben, das Seelische und das Geistige ebenso wie die Materie als Realität ernst zu nehmen, in der Wissenschaft seinen spezifischen Gesetzen und Wirkprinzipien nach zu erforschen und in die Resultate dieser Forschung in der Praxis anzuwenden. Das war das, wofür Rudolf Steiner durch die von ihm gegründeten Geisteswissenschaft oder Anthroposophie umfassend kulturerneuernd zu wirken versuchte.

Diesem Erneuerungswerk hat Ita Wegman ihr Leben als Ärztin gewidmet und darin einen hervorragenden Platz eingenommen. Wegman ging es nicht um das, was heute “Integrative Medizin” genannt wird, obwohl sie in ihrem 1921 gegründeten Klinisch-Therapeutischen Institut in Arlesheim in der Nähe von Basel wohl als Erste pionierhaft eine Körper, Seele und Geist umfassende klinische Medizin entwickelt hat, die heute auch “integrativ” genannt wird. So hat sie schon damals auf der Grundlage der naturwissenschaftlichen Medizin gehandelt, aber neu künstlerische Therapien, Bäder und äußere Anwendungen eingeführt, eine rhythmische Massagetechnik entwickelt, sich für die Herstellung von damals z.T. neuartigen Medikamenten aus Mineralien, Pflanzen und Tiersubstanzen eingesetzt, die Patienten umfassend nach leiblichen, seelischen, geistigen, spirituellen und sozialen Gesichtspunkten untersucht und behandelt, eine Ärzte- und Pflegeausbildung ins Leben gerufen, eine medizinische Zeitschrift gegründet und ihre ärztlichen Mitarbeiter dazu angehalten, darin praktische und wissenschaftliche Artikel zu publizieren.

Ferner hat sie sich für gesunde Ernährung, die Gründung entsprechender Gaststätten und biologisch-dynamische Landwirtschaft eingesetzt sowie für eine weltweit agierende heilpädagogische Bewegung zur “Seelenpflege” geistig und körperlich behinderter Menschen, diametral entgegengesetzt dem zu Eugenik und Euthanasie neigenden akademischen Zeitgeist. Die vom Nationalsozialismus ausgehende Gefahr hat sie frühzeitig erkannt und versucht, gefährdete Menschen jüdischer oder anderer Herkunft von der Schweiz aus zu retten. So hat sie sich bis zu ihrem Tod 1943 eminent und mutig gegen die Europa beherrschenden Niedergangskräfte eingesetzt, Niedergangskräfte, die in teilweise verwandelter Form auch heute noch oder wieder neu am Werk sind. Leitend war für Ita Wegman die geisteswissenschaftliche Erweiterung der einseitig naturwissenschaftlich dominierten Lebensgebiete durch die Anthroposophie Rudolf Steiners, unter dessen Leitung damals das Goetheanum als Freie Hochschule für Geisteswissenschaft und als internationale Zentrum der anthroposophischen Bewegung in Dornach, der Nachbargemeinde von Arlesheim, aufgebaut wurde.

Steiner hat eng mit Wegman zusammengearbeitet, sie in vielen Einzelheiten beraten, mit ihr das erste Buch über geisteswissenschaftlich erweiterte Medizin geschrieben, sie 1923 zur Leiterin der Medizinischen Sektion am Goetheanum ernannt und mit ihr die erste Abteilung der Hochschule für Geisteswissenschaft geleitet. Es ist an der Zeit, dass diese hervorragende und in ihren Leistungen und Lebensimpulsen immer noch vorbildliche und aktuelle Arztpersönlichkeit einem breiten Publikum bekannt wird.

Das geplante Filmporträt von Ruth Bamberg kann meines Erachtens einen wertvollen Beitrag dazu leisten. Der Film möchte einen Bogen von den Anfängen der anthroposophisch-medizinischen Bewegung bis zur Gegenwart schlagen. Das gewählte Medium (Film Festivals, Internetportale, DVDs) kann auch die jüngere Generation erreichen. Wenn es Ruth Bamberg gelingt, eine einfühlsame wie gut recherchierte Arbeit zu Ita Wegman vorzulegen und die zentralen Impulse dieser bedeutenden Ärztin deutlich zu machen, dann wird ihr Film im Sinne, auch im Geist, von Wegmans Impulsen selbst wirken können. Denn am Beispiel dieser selbständigen Mitarbeiterin Rudolf Steiners wird dann deutlich werden, welche kulturerneuernde Kraft in der Anthroposophie enthalten ist und Anregungen dafür wecken können, wie diese Kraft von mutigen und selbständigen Persönlichkeiten zur kreativen und geistvollen Bewältigung auch neuer und zukünftiger Zivilisationsprobleme weiter entwickelt werden kann.

Prof. Dr. med. Peter Heusser Universität Witten/Herdecke’

woensdag 6 juli 2016

Zwarte lijst


Het meest dramatische nieuws de afgelopen week kwam uit Zutphen. Motief.online berichtte op 30 juni ‘Vrijeschool De Berkel in Zutphen door brand verwoest’:
‘Verschillende media maakten melding van een grote uitslaande brand die de vrijeschool onderbouw aan de Weerslag (“De Berkel”) op donderdagochtend 30 juni heeft getroffen. Het hele gebouw moet als verloren worden beschouwd, liet de brandweer weten. De brand ontstond in een cv-ruimte op zolder. De eerste melding was om 9.10 uur ’s ochtends.

De middelbare vrijeschool ernaast kwam niet in gevaar. Wel werden alle leerlingen van beide scholen naar huis gestuurd. Niemand raakte gewond. De brandweer complimenteerde de school dat het zo snel alle kinderen heeft kunnen evacueren. Zij verwachtte dat de rookontwikkeling tot vier uur in de middag aanhoudt en adviseerde alle deuren en ramen in de omgeving dicht te houden. Om half twee gaf de brandweer het sein brand meester. Er werd nageblust.

Er zou nog een week les worden gegeven in het gebouw voordat de zomervakantie aanbreekt. Op de website van de school worden gebouw en tuin als volgt omschreven:

“Vrijeschool de Berkel ligt in de Zuidwijken, een kindvriendelijke buurt met veel groen, speelruimte en voorzieningen. De school is gesitueerd in een woonwijk, waar enkele bejaardenflats staan, en verder eengezinswoningen. Vlak ernaast staat het moderne gebouw van de Zutphense bovenbouw, het middelbaar vrijeschoolonderwijs.

Het schoolgebouw stamt uit het jaar 1981. In de loop van de jaren zijn er verschillende aanpassingen uitgevoerd. We beschikken over een prachtige zaal, die gebruikt wordt voor onder andere toneel- en muzieklessen. Er is een centrale hal, een multifunctionele ruimte die bijvoorbeeld gebruikt wordt om in groepjes te kunnen werken. Daar staan ook de leerling PC’s, waar de hogere klassen mee werken. De school telt twee kleuterklassen, zes onderbouwklassen, een lokaal voor RT en verschillende kleinere ruimtes. Tevens is er een ruimte voor de buitenschoolse opvang (BSO).

Het speelplein en de tuin zijn ruim bemeten. Daardoor kunnen kleuters, klas 1, 2, 3 en klas 4, 5, 6 ieder in hun eigen gebied spelen. Er zijn drie zandbakken en twee klimrekken. ‘s Zomers gaat geregeld de pomp aan, zodat de kinderen ook met water kunnen spelen. Het is een groot voorrecht dat er zoveel ruimte is om de spelen, rennen, bouwen en klimmen en wij hechten daar grote waarde aan. De hogere klassen gaan geregeld naar het veldje vlak naast de school om te voetballen of een ander spel te doen. Eens in het jaar is er een tuinweek, waarin de klassen ook helpen bij het verzorgen van de tuin.”

Vrijeschool De Berkel maakt deel uit van Stichting De Vrije School Noord en Oost Nederland (VS-NON). Behalve de vrijeschool bovenbouw behoort nog een tweede vrije basisschool tot deze stichting, vrijeschool ‘De Zonnewende’. Deze school zit tijdelijk op de Henri Dunantweg en zal begin volgend jaar verhuizen naar een verbouwd en gerenoveerd pand aan de Valckstraat, waar vroeger vrijeschool De Zwaan in zat. Dit is onderdeel van een omvangrijke operatie van VS-NON om de huisvesting van haar verschillende vrijescholen aan de huidige eisen aan te passen. De bedoeling is dat de leerlingen van De Berkel naar het pand gaan dat De Zonnewende achterlaat. Het pand van De Berkel zal dan beschikbaar komen voor het voortgezet vrijeschoolonderwijs en als extra pand worden betrokken door de uitdijende middelbare school ernaast.’
Met veel kunst- en vliegwerk, en vele helpende handen, maakt men het schooljaar deze week af: morgen en overmorgen zijn de laatste schooldagen. Wat daarna komt, moet de toekomst nog uitwijzen.

Op een heel andere manier dramatisch was het nieuws dat gisteravond naar buiten kwam. Motief was er wederom als de kippen bij en schreef ‘Antroz onterecht op lijst slechte verpleeghuizen’:
‘Zoals staatssecretaris Van Rijn al dagen aankondigde, publiceerde hij dinsdagavond 5 juli een lijst met 150 verpleeghuizen waar de zorg niet in orde is. En dat niet alleen. De NOS schreef op haar website: “Bij elf instellingen vindt de inspectie de risico’s zo groot dat ze onder intensief toezicht zijn gesteld.” Hierbij voerde zij ook op: “Stichting Antroz antroposofische woonzorggroep”. Ook andere landelijke media, zoals de Volkskrant, NRC Handelsblad en Nu.nl, noemden Antroz met naam en toenaam.

Antroz zelf reageerde dezelfde dag op de website van Warande, waar het deel van uitmaakt, dat dit volkomen onterecht is:

“Van de Inspectie Gezondheidszorg is bericht ontvangen dat Huize Valckenbosch en Leendert Meeshuis vermeld worden op het overzicht van de 150 verpleeghuiszorginstellingen waarover zorgen bestaan. Uit het contact met de inspectie van februari van dit jaar hebben wij niet kunnen opmaken dat de IGZ nog zorgen had over deze twee vestigingen. De feitelijke informatie is:

In de zomer van 2014 zijn de vestigingen van (toen nog) Antroz, i.c. Huize Valckenbosch en Leendert Meeshuis, door de Inspectie Gezondheidszorg onder verscherpt toezicht geplaatst. Door middel van een krachtig verbeterplan is hard gewerkt aan verbetering van de kwaliteit en verdere professionalisering van de zorg. Dit wordt door management en bestuur nauwgezet gemonitord aan de hand van een uitgebreide kwaliteitskaart.

Op 27 mei 2015 heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg het verscherpte toezicht voor Huize Valckenbosch opgeheven. De inspectie gaf daarbij aan er vertrouwen in te hebben dat de behaalde resultaten in voldoende mate geborgd worden.

Op 8 juli 2015 heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg het verscherpt toezicht bij Leendert Meeshuis opgeheven. De inspectie concludeerde dat er bij Leendert Meeshuis geen structurele tekortkomingen meer waren en dat er goed is gestuurd op verbetering. De inspectie gaf daarbij aan de vorderingen te blijven volgen en nog een vervolgbezoek aan één afdeling te zullen brengen.

Dit vervolgbezoek heeft op 24 februari 2016 plaats gevonden en de inspectie heeft daarbij geconstateerd dat de geboden zorg voldoet aan bijna alle normen en dat de Inspectie Gezondheidszorg het inspectiebezoek afsluit.

De medewerkers van de beide verpleeghuizen werken dagelijks met hart en ziel aan goede zorg voor de bewoners.”’
Via de landelijke media ging een flink aantal van de elf gebrandmerkte zorginstellingen vandaag in de tegenaanval en liet weten dat ook zij onterecht op het beklaagdenbankje zijn gezet. Het zal vast nog wel een staartje krijgen. Ik noem hier alleen ‘Onbegrip en woede in sector om “zwarte lijst” van verpleeghuizen’ op de website van NRC Handelsblad, dat als groot en enig artikel vandaag op de voorpagina van de papieren editie stond. Daarin ook de volgende zinsnede (alleen met de schrijffout ‘een antoposofische zorginstelling’):
‘Stichting Antroz, een antoposofische zorginstelling, erkent dat twee locaties onder verscherpt toezicht stonden, maar kreeg vorig jaar zomer al te horen dat dit werd opgeheven. De inspectie liet Antroz toen weten dat er “geen structurele tekortkomingen” meer waren op de locaties, meldt de instelling in een verklaring van het bestuur.’
Motief meldt deze week ook editie ‘#204’ van juli-augustus, onder de titel “Jheronimus Bosch, ‘die maelre’...”:
“Na de grote tentoonstelling over de late Rembrandt was de tentoonstelling in de eerste helft van dit jaar over het werk van Jeroen Bosch in het Brabants Museum een ware must have seen. Meer dan 400.000 bezoekers gingen langs de nog geen twintig schilderijen van de 500 jaar geleden overleden schilder. Wat boeit zo aan deze bizarre wereld die Jeroen Bosch ons met duiveltjes, monsters, exotische planten en helletafrelen voortovert? Is hij een excentrieke outsider in de kunst, wiens werk door een merkwaardig toeval de muren van paleizen en kerken tooide? Wie zich er enigszins in verdiept komt tot het tegengestelde oordeel. Jeroen Bosch was eerder gevestigde orde. Maar zijn werk vraagt er wel om begrepen te worden.

Het begint met zijn geboorte in een familie van schilders. Hij leerde het vak van zijn vader. Een van de weinige dingen die we weten over zijn leven is, dat hij huwde met de rijke koopmansdochter Aleid van de Meervenne. Daardoor behoorde Jeroen Bosch tot de meest welgestelde burgers van de stad en kon hij zich een groot huis met personeel aan de Markt van Den Bosch veroorloven, waarin tevens zijn atelier was. Daardoor kon hij het zich ook permitteren toe te treden tot de gezworen broeders van de Broederschap van Onze Lieve Vrouwe. De broeders hadden religieuze plichten en vaak een (lagere) kerkelijke functie. Daardoor was Jeroen Bosch waarschijnlijk behoorlijk theologisch onderlegd. De rijkdom aan motieven en voorstellingen – die hij met een zeer eigen kunstenaarsfantasie weergaf – waren vermoedelijk goed in hun betekenis te ‘lezen’ voor de broeders en de contacten uit kerkelijke, adellijke en bestuurlijke kringen, die hij via de broederschap opdeed en die zijn opdrachtgevers waren. Die wereld van christelijke symboliek is niet meer zo de onze en moeten we geduldig ontcijferen. De schilderijen waren vroeger ook al kostbaar en lieten zich lezen als een boek dat men vaker ter hand kon nemen. Jeroen Bosch’ voorstellingen zijn daarbij in alle rust geschilderd. Hij hoefde immers geen grote productie te leveren, omdat hij van het schilderen voor zijn levensonderhoud niet afhankelijk was.

Wij willen met de leden in die wereld op 9 september onderduiken. Wij zijn in de gelegenheid daarvoor in het huis van de broederschap te Den Bosch samen te komen. Dat mag aanleiding zijn ons niet alleen in de algemene christelijke beeldtaal te begeven, maar ook in die van de onderliggende geestelijke stroming die in het teken staat van de ‘zwaan’. Onder de broeders waren sommige ‘zwanenbroeders’ en hier ligt een verband met de stroming van de ‘Zwanenridders’ die als Lohengrin verbonden is met het rivierenland van Schelde en Rijn, met Antwerpen, Kleef en Nijmegen. Tegenover de stroming van de Moderne Devotie (langs de IJssel) staat de meer zuidelijke stroming van de zwaan (Schelde en Rijn). Wat kunnen wij beter doen dan, nadat we eerder dit jaar in ons ‘time slot’ zwijgend langs de beelden zijn gegaan, ons op die historische plek te bezinnen op de onderliggende geestelijke impuls, die in gemetamorfoseerde vorm ons in nieuwe imaginaties kan bezielen?

Jaap Sijmons”
Dan een ander bericht, uit een andere hoek, over landbouw namelijk. ‘Jaarcongres 5 oktober op de “Zonnehoeve”’ meldt Demeter op haar website:
‘LandbouwCULTUUR van de toekomst

Biodynamische landbouw is gericht op een verdere ontwikkeling van de aarde, op het bevorderen van haar vruchtbaarheid, vitaliteit en veerkracht. Daarmee wordt landbouw een culturele aangelegenheid die vraagt om verbinding en instrumenten die deze ontwikkeling kunnen bevorderen.

Het jaarlijkse congres van de BD Vereniging, de sectie landbouw van de Antroposofische vereniging en Stichting Demeter gaat over het gezamenlijk vormgeven van een levende landbouw- en voedselcultuur en de rol en functie van het keurmerk Demeter om deze ontwikkeling te faciliteren en meerwaarde te creëren.

Aanmelden klik hier. Overzicht van het programma kunt u hier downloaden.’
Op dezelfde website is in aanvulling hierop ook ‘Demeter Internationaal zet in missie landbouwCULTUUR voorop’ te lezen:
‘Met de goedkeuring van een nieuwe missie en visiedocument heeft de jaarvergadering van Demeter Internationaal die onlangs in Finland bijeen kwam een nieuwe stap gezet om de oplossing voor urgente vraagstukken rondom landbouw en voedsel in een bredere culturele context te plaatsen, waar het ook gaat om een sociaal-economisch duurzame ontwikkeling die ten goed komt aan de boeren en tuinders en de omgeving waarin ze werken. Tijdens deze Members Assembly is Petra Derkzen, coördinator certificering met unanieme stemmen gekozen tot bestuurslid van Demeter Internationaal. Voor het persbericht klik hier’.
De tekst van dat persbericht is als volgt:
‘Demeter International Press Release
20th June 2016

A look toward Agri-Culture of the Future
Demeter International Members’ Assembly held in Finland adopts mission paper


In the face of current challenges in food and farming – devastating milk prices for conventional dairy farms, extreme weather events as a consequence of climate change, financial speculation on farm land – the urgent need for a paradigm change in food and farming systems becomes more and more obvious. Biodynamic farming provides holistic models for societal change. Representatives of Demeter and Biodynamic associations from 23 different countries on five continents have met for their annual assembly in Finland from 13th to 18th June to discuss and adopt strategies for the further development of food and farming.

While Demeter together with the organic and environmental movements stands for farm systems that help to tackle environmental challenges, respect ecological systems and practice careful use of natural resources, Demeter also fosters cultural change. This includes a change of mind-sets along with new forms of social and economic cooperation which can lead to a truly sustainable agri-Culture that serves human society. As a common basis for these efforts, the Demeter International Members’ Assembly has ratified a Vision, Mission and Principles paper that describes the common mission to come to an “agri-Culture that impels and enables people to unfold their individual potential and develop their full consciousness”.

Demeter International members also agreed on a position regarding new gene technologies such as CRISPR-Cas, Cisgenetics or TALEN. Those technologies are technical interventions into the cell and the genome, under investigation in recent years by companies and scientists in plant and animal breeding, with some plant varieties now ready to be launched in the market. These techniques have to be regulated just as the older GMOs are: They must be subject to risk assessment and labelling, also the possibility of retrieving them must be ensured by lawmakers. Biodynamic and organic agriculture in connection with Biodynamic breeding have a holistic view of agri-Culture and therefore provide better approaches to solve complex future challenges than single sided technological approaches. Those technologies lead into further intensification of farming systems based on large inputs of chemicals and energy. Therefore, Biodynamic organisations call on policy makers to support research in holistic, sustainable approaches to farming and to stand up for the expansion of Biodynamic and organic farming.

Biodynamic approaches in Finland have been excellently demonstrated by the people that were visited on the Members’ Assembly excursion day. Ari and Ira Hellstén, founders of the ecovillage Kurjentila, presented their growing project where working together, international relations, urban-rural exchange and education for ecological consciousness are living practice. Also the Biodynamic farm Rekola, which Kalervo Rekola converted to Biodynamic methods already in the 1970s, was an impressive showcase of the successful implementation of Biodynamic principles. Nowadays, Joona Rekola takes care of arable farming as well as the herd of Limousin cattle that spends summertime in the forest and on the pastures. His companion Henri Murto grows a large variety of vegetables and aims to establish the Rekola garden also as a place for meetings, exchange, education and inspiration.

Demeter International looks optimistically to the future with increasing areas being farmed Biodynamically. Presently 164,000 hectares are Demeter certified in 52 countries. The positive consequences for the earth, for global climate and for the nutrition of mankind are significant and offer encouraging perspectives.’
Een Nederlandse vertaling heb ik niet, wel een Duitse. Die verscheen op 26 juni als ‘Mitgliederversammlung in Finnland verabschiedet Leitmotiv für zukünftige Arbeit’:
‘Existenzbedrohende Milchpreise in der konventionellen Landwirtschaft, extreme Wetterverhältnissen als Folge des Klimawandels, landwirtschaftliche Flächen als finanzielles Spekulationsobjekt: Angesichts der Herausforderungen unserer Zeit wird es immer offensichtlicher, dass in der Landwirtschaft ein Paradigmenwechsel gebraucht wird. Darüber bestand in der Mitgliederversammlung von Demeter International in Finnland Einigkeit. Und gleichzeitig sehen die Demeter-Akteure aus allen Regionen der Welt in der Biodynamischen Wirtschaftsweise das ganzheitliche Modell für gesellschaftlichen Wandel. Vertreter*innen von Demeter und biodynamischen Verbänden aus 23 Ländern auf fünf Kontinenten haben sich vom 13. bis zum 18. Juni in Finnland getroffen, um Strategien für die Weiterentwicklung der Land- und Lebensmittelwirtschaft zu diskutieren und zu verabschieden.

Demeter steht gemeinsam mit den Ökolandbau- und Umweltbewegungen für landwirtschaftliche Prinzipien, die Lösungen für die heutigen Umweltprobleme bieten, Ökosysteme respektieren und natürliche Ressourcen nachhaltig nutzen. Demeter engagiert sich zudem für einen kulturellen Wandel. Dazu gehört ein Bewusstseinswandel, verbunden mit neuen Formen sozialer und wirtschaftlicher Kooperationen, die zu einer wirklich nachhaltigen Agrarkultur führen können, die der Menschheit dient. Als gemeinsame Basis für diese Aufgabe hat die Mitgliederversammlung ihre “Vision, Mission und Prinzipien” verabschiedet. Das Papier beschreibt, wie Demeter-Akteure zu einer Agrarkultur beitragen wollen, die die Menschen dazu befähigt, ihr persönliches Potential und Bewusstsein voll zu entwickeln.

Die Mitglieder von Demeter International fanden zudem übereinstimmend, dass neue Gentechnologien wie CRISPR-Cas, Cisgenetics oder TALEN als Gentechnik reguliert werden müssen, da sie technische Eingriffe in Zelle und Genom sind. Diese Techniken werden seit wenigen Jahren in Bereichen der Tier- und Pflanzenzüchtung erforscht. Züchtungskonzerne wollen nun einige damit erstellte Pflanzensorten auf den Markt bringen. Organismen, die mit diesen Techniken hergestellt wurden, müssen - wie im EU-Gentechnikrecht festgelegt - einer Risikoabschätzung, Risikomanagement und Kennzeichnungspflicht unterliegen, fordert Demeter International. Auch die Rückholbarkeit aus der Umwelt müsse durch den Gesetzgeber geregelt sein. Im biologischen Anbau sind diese gentechnisch veränderten Organismen damit ausgeschlossen.

Technologien wie die neuen Gentechnikverfahren führten zu einer weiteren Intensivierung der Landwirtschaft auf Grundlage von hohem Aufwand an Chemie und Energie. Die biodynamische und ökologische Landwirtschaft und die biodynamische Pflanzenzüchtung hingegen zeichnen sich durch eine ganzheitliche Sicht auf Landwirtschaft und ihren kulturellen Kontext aus. Sie sind also wahre “Agrarkultur” im besten Sinne des Worten. Sie bieten demnach bessere Antworten auf die komplexen Herausforderungen der Zukunft als vereinfachte Modelle und rein technische Ansätze. Deshalb rufen die Biodynamiker die Politiker auf, sich für Forschung und Züchtung an ganzheitlichen, nachhaltigen Agrarsystemen einzusetzen, in ökologische Pflanzenzüchtung sowie eine Ausweitung des Ökolandbaus zu investieren.

Die finnischen Kolleg*innen haben den Besucher*innen aus aller Welt bei Exkursionen vorbildliche Beispiele für biodynamische Agrarkultur präsentiert. Ari und Ira Hellstén, Gründer des Ökodorfs Kurjentila, erklärten zwischen traditionellen finnischen Rindern und jungen Gemüsepflanzen, wie ihr wachsendes Projekt Zusammenarbeit, internationalen Austausch, Stadt-Land-Beziehungen und Umweltbewusstsein in der Praxis fördert. Auch der Demeter-Hof Rekola, der bereits in den 70er Jahren von Kalervo Rekola auf biologisch-dynamische Landwirtschaft umgestellt wurde, war ein beeindruckendes Beispiel für die erfolgreiche Umsetzung biodynamischer Prinzipien. Heutzutage kümmert sich Joona Rekola um Ackerbau und Mutterkühe, die den Sommer auf Weide und teilweise im schattigen Wald verbringen. Sein Kompagnon Henri Murto bewirtschaftet und gestaltet zwei Hektar Garten – für ihn ein Platz, um nicht nur eine breite Gemüsevielfalt anzubauen, sondern auch einen Raum für Austausch, Inspiration und Bildung zu schaffen.

Demeter International sieht optimistisch in die Zukunft. Die biodynamisch bewirtschaftete Fläche wächst weltweit. Zurzeit sind 164.000 Hektar in 52 Ländern durch Demeter zertifiziert. Die positiven Auswirkungen für die Erde, das Klima und die Ernährung der Menschheit ermutigen, weiter auf eine dynamische Entwicklung zu setzen.’
In het Nederlands heb ik wel een tekst van Demeter-directeur Bert van Ruitenbeek, die op 28 juni op Facebook werd geplaatst, onder de titel ‘Demeter als statige eik in het “woud” van keurmerken’:
“Keurmerken in de landbouw zijn veelal ontstaan vanuit groepen kritische boeren en burgers die vonden dat bedrijven meer aandacht moesten besteden aan ecologische en sociale voorwaarden. Goed voorbeeld is het EKO keurmerk wat eind vorige eeuw zelfs een wettelijke basis kreeg en het fair trade keurmerk. Beide keurmerken hebben een hele lange weg moeten afleggen om een plek in de winkelschappen te veroveren. Maar met de opmars van het consumenten bewustzijn startte veel bedrijven ook met tal van eigen logo’s. En nu staat er op vrijwel elke verpakking wel een groen label.

Begrijpelijk dat er in de Tweede Kamer een motie is aangenomen om het voor het winkelend publiek wat overzichtelijker te maken. Dat kan eigenlijk heel eenvoudig. Alleen transparante en onafhankelijk gecontroleerde keurmerken met duidelijke normen die open staan voor iedereen die zich hieraan willen verbinden verdienen aandacht. Mits ze natuurlijk ook daadwerkelijk zorgen voor meerwaarde op duurzaamheid en/of dierenwelzijn en/of de sociale omstandigheden waaronder productie heeft plaatsgevonden.

Er is geen ‘oerwoud’ aan keurmerken. Er zijn er maar een beperkt aantal. Daarvoor staat struikgewas wat ons het zicht beneemt en daar mag best wat worden gesnoeid. Zeker waar het om pure green washing gaat. Neem logo’s met ‘bewuste keuze’ waarbij een pak roomijs met wat minder zout en suiker zich zo’n logo kan aanmeten. Er zijn genoeg consumenten die daardoor denken dat je een verantwoorde keuze maakt. Natuurlijk prima om af en toe ijs te eten, maar ga niet de suggestie wekken dat het ‘gezond’ is. En natuurlijk staat het bedrijven vrij om zelf met logo’s te komen, maar vanuit de overheid mag wel worden verwacht dat zij zorgen dat de consument toegang heeft tot heldere info waarbij het kaf van het koren wordt gescheiden. Dat mag wel eens wat scherper op worden gestuurd ,gezien het toenemende probleem met overgewicht en tekorten aan goede bouwstoffen. Maar 2% van alle Nederlanders eet volgens de richtlijnen Gezonde voeding van de Gezondheidsraad.

Demeter is een van de oudste keurmerken. Al dekt het woord keurmerk niet helemaal de lading. Demeter is meer de vlag van een beweging begonnen bij boeren die zich hebben laten inspireren door de landbouwcursus van Rudolf Steiner in 1924 vanuit de zorg van de opkomst van kunstmest in de landbouw. In 1928 kwam het logo Demeter en inmiddels laten boeren en tuinders zich in 50 landen certificeren. Demeter gaat verder als biologisch in het sluiten van kringlopen van mest en voer, dierenwelzijn en ook in de verwerking van producten waarbij we het ‘levende’ zoveel mogelijk willen behouden. Daarmee is Demeter een van de statige bomen in het ‘woud van keurmerken’.

Ons voedselsysteem moet veranderen. Keurmerken spelen daarin een rol, maar mogen geen keurslijf worden. Ze horen onderdeel te zijn van een maatschappelijke beweging die vanuit consumenten en milieubelangen strijden voor meer ruimte in de winkelschappen van producten die hier extra zorg voor bieden. Nog veel beter is natuurlijk dat maatschappelijke kosten bij de productie echt worden doorberekend bij de vervuiler. Maar tot we dat hebben bereikt zijn keurmerken instrumenten om de juiste richting te wijzen.

Bert van Ruitenbeek, directeur stichting Demeter”
Ik moet al een hele tijd hier het ‘Jahresbericht 2015’ van de ‘Stiftung Rudolf Steiner Nachlassverwaltung’ eens aan bod laten komen. Dat kwam al in april uit, maar het is nogal een werk. Ik grijp er gewoon een paar dingen uit. Zoals dit ‘Editorial’:
‘Liebe Leserinnen und Leser

Sie halten den ersten Jahresbericht der im April 2015 gegründeten Stiftung Rudolf Steiner Nachlassverwaltung in den Händen. Rudolf Steiner (1861–1925) hatte sein nachgelassenes Werk testamentarisch Marie Steiner (1867–1948) anvertraut, die den Nachlass mit allen Rechten und Pflichten dem von ihr 1943 gegründeten Verein Rudolf Steiner Nachlassverwaltung übertrug. Hierbei hatte schon Marie Steiner die Form einer Stiftung erwogen. Um seine Aufgaben in der Zukunft in bestmöglicher Form erfüllen zu können, hat der Verein einstimmig die Überführung in eine Stiftung mit identischem Zweck unter eidgenössischer Aufsicht beschlossen.

Seit 1961, dem 100. Geburtsjahr Rudolf Steiners, gibt die Nachlassverwaltung mit den Herausgebern im Archiv die Rudolf Steiner Gesamtausgabe heraus, die inzwischen auf mehr als 350 Bände angewachsen ist. Rudolf Steiners staunenswertes schriftliches, mündliches, künstlerisches und soziales Wirken hat im 20. und 21. Jahrhundert weltweit zu zahllosen geistigen Initiativen und Einrichtungen geführt. Trotz der Fülle der spirituellen Impulse, die weit in eine kaum absehbare Zukunft reichen, ist heute die Frage, ob Rudolf Steiners Werk in angemessener Form erhalten und zugänglich gemacht werden kann. Dem Rudolf Steiner Archiv stehen zu geringe Mittel zur Verfügung, um seine Aufgaben zu erfüllen. Wird eine vollständige Gesamtausgabe herausgegeben werden können? Oder wird die Edition von Steiners Werk – wie dasjenige so vieler anderer Autoren Europas – ein eigentümliches Bruchstück der Kultur bleiben, von dem wesentliche Teile der Vergessenheit anheimfallen?

Die Stiftung legt im Jahr 2016 eine Editionsplanung zur Vollendung der Gesamtausgabe bis zum 100. Todesjahr Rudolf Steiners im Jahr 2025 vor. Eine Übersicht über die noch herauszugebenden ca. 50 Bände erscheint zum ersten Mal in Kurzform in diesem Jahresbericht und wird ausführlich im Sommer 2016 im nächsten Archivmagazin veröffentlicht. Der Stiftungsrat ist überzeugt, dass die Erhaltung und Edition des Werks von Rudolf Steiner eine notwendige Aufgabe des Kulturlebens ist, die Aufmerksamkeit, Unterstützung und Förderung verdient.

Cornelius Bohlen’
Dan gaat het verder met het ‘Jahresbericht 2015’, nog steeds geschreven door dezelfde Cornelius Bohlen:
‘Stiftungsgründung

Im Vordergrund des Jahres 2015 stand die Überführung des Vereins Rudolf Steiner Nachlassverwaltung in eine Stiftung unter eidgenössischer Aufsicht. Nach mehrjährigen Vorarbeiten hatte die Mitgliederversammlung des Vereins im September 2014 einstimmig den Rechtsformwechsel zu einer Stiftung beschlossen. Der Vereinszweck, die Erhaltung und Veröffentlichung des Werkes von Rudolf Steiner sollte für die Zukunft dauerhaft gewährleistet und in der Rechtsform einer Stiftung verankert werden. Der Verein verabschiedete die Statuten der Stiftung. Die fünf Mitglieder des Vorstands und zwei weitere Vereinsmitglieder wurden zum ersten Stiftungsrat gewählt. Am 22. April 2015 wurden die Stiftungsstatuten beurkundet, im Mai 2015 folgte die Übertragung des Vereinsvermögens auf die Stiftung. Die Stiftung hat bei unverändertem Zweck die Aufgaben des Vereins übernommen: Sie verwaltet den Nachlass Rudolf Steiners, Marie Steiners und des weiteren Archivguts, sie betreibt das Rudolf Steiner Archiv und gibt die Rudolf Steiner Gesamtausgabe heraus. Der bisherige Verein hat sich durch eine Änderung seiner Statuten in den «Verein zur Förderung der Stiftung Rudolf Steiner Nachlassverwaltung» umgewandelt. Alle Vereinsmitglieder hatten das Recht, freiwillig dem neuen Kuratorium der Stiftung beizutreten (siehe S. 20), das anlässlich der Jahresversammlung 2016 erstmals zusammenkommen wird.

Tätigkeit

Der Stiftungsrat hatte im ersten Jahr des Aufbaus drei mindestens halbtägige Sitzungen, dazu die Sitzungen des Stiftungsratsausschusses und weiterer Ausschüsse (Editionsrat, Finanzausschuss).
Am 4. März 2015 wurde in der Rudolf Steiner Halde, der Stätte ihres jahrzehntelangen Wirkens als Herausgeberin der Gesamtausgabe und als Vorstandsmitglied der Nachlassverwaltung, die Gedenkfeier für Hella Wiesberger (1920–2014) veranstaltet.
Die Tätigkeit des Stiftungsrats verfolgte den personellen und organisatorischen Aufbau der Stiftung und ihrer Organe, die Spenden- und Mittelgewinnung und insbesondere die langfristige Ausrichtung der Archiv- und Editionstätigkeit. Als Hauptergebnis wurde die Editionsplanung zur Vollendung der Gesamtausgabe in den kommenden zehn Jahren beschlossen.

Finanzielle Situation

Die Stiftung hat die prekäre finanzielle Situation des Rudolf Steiner Archivs übernommen. Wie schon in den letzten Jahren bekannt gemacht wurde, sind das Archiv und seine Editionstätigkeit für die Herausgabe der Gesamtausgabe chronisch unterfinanziert. Das Ziel der vollen Deckung des wiederkehrenden, regulären Grundbedarfs des Archivs wird noch immer nicht erreicht, obwohl die Spenden gestiegen sind und sich seit 2013 die Partner im «Fonds Kulturerbe Rudolf Steiner» – die Allgemeine Anthroposophische Gesellschaft, die deutsche und die schweizerische Landesgesellschaft – mit jährlichen Beiträgen beteiligen. Wie der Jahresabschluss 2015 (siehe S. 14) deutlich zeigt, sind insbesondere die Mittel für die Herausgabe der Gesamtausgabe markant zu niedrig, von sachlich dringend nötigen Investitionen in eine moderne Archiv-Software sowie die Online-Publikation der Gesamtausgabe und von Archivalien ganz zu schweigen. Die Stiftung steht damit heute vor der ernsten Weichenstellung, den Betrieb des Archivs und der Edition entweder durch vermehrte Spenden- und Mittelgewinnung in angemessener Weise fortzuführen oder den öffentlichen Zugang zum Werk Rudolf Steiners und die Edition der Gesamtausgabe den zu niedrigen Mitteln anzupassen und in der Zukunft erheblich einzuschränken.

Editionsplanung «Gesamtausgabe 2025»

Um den Arbeits- und Finanzbedarf zur Vollendung der Gesamtausgabe abzuschätzen, haben der Stiftungsrat und die Archivleitung im Sommer 2015 entschieden, als oberste Priorität eine 10-Jahres-Editionsplanung zum Abschluss der Gesamtausgabe bis zur Wiederkehr des 100. Todesjahres Rudolf Steiners im Jahr 2025 anzugehen. Diese umfassende Editionsplanung wurde unter der Leitung von David Marc Hoffmann von den Herausgebenden in vielen Zusatzstunden geleistet und wird im Sommer 2016 im Archivmagazin Nr. 5 mit Erläuterungen zu den Inhalten der noch herauszugebenden Bände veröffentlicht werden. In diesem Jahresbericht erscheint erstmals eine kurze Übersicht (siehe S. 10–12).

Cornelius Bohlen, Präsident des Stiftungsrat’
De rest, met de details van de plannen, zou ik hier graag laten volgen, maar ik schreef het al, dat is een beetje veel werk. Dus dat moet u zelf maar ter plekke bekijken. Ik heb nog een omvangrijk artikel op de website van Info3, een echte ‘longread’, maar die ga ik hier niet overnemen, alleen kort noemen. Het verscheen vandaag onder de titel ‘Eine Studie zur Genese der Waldorfpädagogik. “Es handelt sich darum, das Gute überall zu finden”’:
‘Die Gründung der Waldorfpädagogik wird oft der alleinigen Intuitionskraft Rudolf Steiners zugeschrieben. Neu gesichtetes Archivmaterial belegt nun, dass wichtige Bestandteile der Waldorfpädagogik nicht von Rudolf Steiner aus dem Nichts geschöpft wurden, sondern mit seiner Billigung gezielt aus bereits bekannten reformpädagogischen Ansätzen übernommen wurden. Eine neue Sicht auf die Genese der Waldorfpädagogik.’
Het is geschreven door Dr. Matthias Fechner. Eronder staat:
‘Eine gekürzte Version dieses Textes erschien in der Ausgabe 6/2016 der Zeitschrift Info3 – Anthroposophie im Dialog’
Ook vandaag plaatste Info3 deze ‘Debattenbeitrag. Die sozialste Frage der Welt’:
‘Vor kurzem ist in der Schweiz die Einführung des Bedingungslosen Grundeinkommens bei einer Volksabstimmung mit großer Mehrheit abgelehnt worden. In der aktuellen Ausgabe von Info3 stellt nun Christian Grauer einige unbequeme Fragen an das Konzept. Wir dokumentieren Auszüge aus seinem Text. Das Heft mit dem kompletten Artikel können Sie kostenlos weiter unten bestellen.’
Die ga ik wel helemaal overnemen:
‘Die Befürworter des Grundeinkommens werben mit Umfragen, in denen Menschen konstatieren, dass sie auch dann noch arbeiten würden, wenn sie ein Grundeinkommen bekämen. Dass sie sogar noch viel sinnvollere Dinge tun könnten und ihre Potentiale mehr entfalten könnten. Das mag zutreffen und wir müssen überhaupt nicht annehmen, dass die Menschen faul seien. Aber: Was sind “sinnvollere” Dinge? Werden die Grundeinkommens-Bezieher ihr Potenzial auch dahingehend entfalten, genau das zu produzieren, was die anderen Menschen brauchen? Woher überhaupt werden sie wissen, was andere Menschen brauchen, wenn sie nicht mehr auf den Markt hören müssen, um ihr Einkommen zu sichern? Welches selbstregulative System wird dafür sorgen, dass die richtigen Waren produziert und richtig verteilt werden, wenn die Sorge um das eigene Einkommen entfällt?

Auf diese kardinale Frage findet sich in den vielen Selbstdarstellungen zum Grundeinkommen keine Antwort. Die Argumentation nimmt immer nur die individuelle Perspektive ein, aus der heraus es zweifellos richtig ist, dass ein Bedingungsloses Grundeinkommen zu mehr Freiheit, zur Entfaltung individuellen Potenzials und zu mehr Kreativität führt. Nicht zufällig finden sich in der Grundeinkommensbewegung in überwältigender Mehrheit Menschen aus kreativen Berufen, die ohnehin schon eine an ihren Neigungen und Fähigkeiten ausgerichtete Arbeit höher bewerten als ein hohes Einkommen. Doch wie sieht die gesellschaftliche Seite aus? Was ist mit der Herstellung der lebensnotwendigen Waren und Dienstleistungen, der Bedürfnisdeckung der Konsumenten? Wer wird dafür sorgen, dass die dem Grundeinkommen gegenüberstehende Grundproduktion gewährleistet ist? Und zwar nicht von Dingen, die den Neigungen der Produzenten entsprechen, sondern jenen Dinge, die tatsächlich gebraucht werden? Sicherlich ist die Bindung von Einkommen an Arbeit nicht die einzige denkbare Möglichkeit, diese Selbstorganisation zu leisten, doch es ist vorläufig keine andere in Sicht.

Nicht absehbare Effekte

Doch das ist nur die grundlegendste der Fragen, die das Grundeinkommen angesichts der Dynamik makroökonomischer Prozesse aufwirft. Wie können wir wissen, ob es über kurz oder lang nicht zu einer Inflation des Grundeinkommens durch die sinkenden Produktionsanreize kommt, die durch eine notwendige Erhöhung der einzuziehenden Steuern in einen Teufelskreis gerät? Oder wird die Zunahme von Arbeit aus Neigung zur Folge haben, dass geeignete Waren zunehmend importiert werden müssen und sich unser Außenhandelsüberschuss in ein Defizit verwandelt? Welche Auswirkungen würde das haben?

Wir verstehen zwar die Mechanismen der Wirtschaft, aber wir können kaum Voraussagen über die tatsächlichen Entwicklungen machen, weil das Einsetzen dieser Mechanismen vom Verhalten der Menschen abhängt. Das Grundeinkommen stellt einen so großen ökonomischen Eingriff dar, dass seine Effekte nicht abzusehen sind. Auch hier werden konstruktive Diskussionen oft durch optimistische Heilsversprechen ersetzt. Es sollte zumindest einen Plan geben, um eine eventuell negative Dynamik abzufangen, ohne unsere Lebensgrundlage leichtfertig aufs Spiel zu setzen. Eine weitere Frage: Welche Auswirkungen hätte es, wenn ein Land im Alleingang ein solches Sozialsystem einführt?

Steiner und das Grundeinkommen

Nicht wenige sehen im Grundeinkommen auch eine Verwirklichung der Dreigliederungsgedanken von Rudolf Steiner. In der Tat plädierte er ebenfalls für eine Trennung von Arbeit und Einkommen und schlug zur Lösung der Verteilungsfrage freiwillige Assoziationen zwischen Produzenten, Konsumenten und Händlern vor. Sie sollen innerhalb jeweiliger ökonomischer Einheiten dafür sorgen, dass die Produktion den Bedürfnissen der Konsumenten entspricht, ohne den Umweg über das gewinnbasierte Anreizsystem des Marktes zu gehen. Es ist nicht ganz klar, wie Steiner sich die Assoziation konkret vorstellt, aber er macht deutlich, dass dieses Prinzip nicht auf ein Modell staatlicher Planwirtschaft zielt, sondern auf freiwillige, sich selbst regulierende Zusammenschlüsse. Die Idee vereinigt die auf Moral und Verstand basierten Prinzipien der Solidarität mit dem auf Individualität und Freiheit basierten, dezentralen Selbstorganisationsprinzip der Marktwirtschaft. Ob und wie diese Idee umsetzbar ist, bleibt vorläufig offen, doch das Grundeinkommen läuft gezielt an ihr vorbei, indem es auf eine zentrale und staatliche Lösung baut und indem es für den Grundkonsum ein Element der Planwirtschaft nutzt: die zentrale Verteilung des Konsums bzw. der Gutscheine für Konsum (Geld). Die andere Seite aber, die Steuerung der Produktion der benötigten Waren, überlässt sie weiter der Marktwirtschaft. Gleichzeitig entzieht sie der Marktwirtschaft einen großen Teil des Geldflusses und lähmt damit den Mechanismus, der für die richtige Warenverteilung sorgt. Wie sich diese Diskrepanz schließen soll, bleibt unbeantwortet.

Noch mehr Staat?

Das Grundeinkommen verschiebt die soziale Verantwortung weiter in Richtung Staat. Die Aussicht darauf, dass durch das Grundeinkommen sämtliche anderen staatlichen Umverteilungseinrichtungen einschließlich der nicht selten entwürdigenden Prüfung der Einkommensverhältnisse entfallen könnten, ist zwar durchaus ein liberales Element und scheint dem Staat einiges an Zuständigkeit zu nehmen. Zugleich würde durch die Existenzsicherung die Marktwirtschaft von dieser Verantwortung befreit und wir könnten so die effizienten Marktmechanismen intensiver nutzen, weil eine existenzielle Notlage durch das Grundeinkommen ausgeschlossen ist. Auf der anderen Seite bindet das Grundeinkommen aber uns Bürger in noch weit stärkerem Maße als bisher an den Staat und macht uns an empfindlicher Stelle abhängig. Wir sind dann zwar nicht mehr gezwungen zu arbeiten, doch mit unserem Einkommen hängen wir umso mehr vom Wohlmeinen des Staates und seiner Bürokratie ab. Er wird nicht nur entscheiden, wie hoch ein “Grund”-Einkommen sein soll, er soll auch die Verteilung vornehmen und bekommt so ein Machtinstrument in die Hand, das in gewisser Hinsicht noch weit effektiver und leichter zu missbrauchen sein dürfte als jede Sanktionierung.

Es überrascht nicht, dass die Idee des Grundeinkommens bisher eher von Vertretern eines starken Staates und einer vom Kollektiv aus gedachten Gesellschaftsform unterstützt wird, während individualistische und liberale Positionen eher ablehnend reagieren. Grundeinkommen heißt ja nicht nur, dass jeder einen ordentlichen Betrag “geschenkt” bekommt, es heißt auch, dass jedem, der trotzdem noch einer Erwerbsarbeit nachgeht, ein ordentlicher Teil (manche Modelle rechnen mit ca. 50 Prozent!) seines Einkommens gleich wieder per Steuer abgenommen wird.

Was ist sozial?

Ich war früher glühender Anhänger des Bedingungslosen Grundeinkommens, und ich kann mich auch heute noch dafür begeistern. Ich würde auch zu denjenigen Menschen gehören, die durch ihren Beruf und ihre Lebensweise wahrscheinlich am stärksten vom Grundeinkommen profitieren würden. Dass ich mittlerweile auch viel Skepsis gegen dieses Modell entwickelt habe liegt vor allem an der kollektivistischen Ideenwelt, die das Grundeinkommen umgibt. Der liberale Pragmatismus, den ich vor allem Unternehmern wie Götz Werner abgekauft habe, wird zunehmend von einem quasi-sozialistischen Geist der Bewegung erstickt, der auch vor Kontakten zu fragwürdigen Figuren der Verschwörungsszene nicht Halt macht. Und diese Kontakte laufen insbesondere über die anthroposophische Schiene, was mich persönlich besonders irritiert. Denn ich bin der Ansicht, dass Steiners Ideen zur Lösung der Sozialen Frage wie etwa das Modell der Assoziativ-Wirtschaft bei allem Kontrast zu etablierten marktwirtschaftlichen Ideen zwei ganz wesentliche Merkmale zeigt, die sie von planwirtschaftlichen Modellen unterscheidet: die Freiheit des Individuums und die Zuständigkeit dessen, was er innerhalb des Dreigliederungsmodells als Wirtschafts-Sphäre bezeichnet, für die soziale und solidarische Bedürfnisdeckung durch Arbeitsteilung und Handel. Eine staatliche Einmischung in diese Prozesse weist Steiner kategorisch zurück.

Die Argumentation für das Grundeinkommen läuft zu oft nur auf die Möglichkeiten der Selbstverwirklichung hinaus, die ein gesichertes Einkommen bieten. So stellt auch die “Weltrekord-Frage”, die im Rahmen der Schweizer Abstimmungskampagne auf den Boden gepostet wurde – “Was würdest Du arbeiten, wenn für Dein Einkommen gesorgt wäre?” – einen aus individueller Perspektive durchaus interessanten Gesichtspunkt ins Zentrum. Doch ist diese Frage sozial? Ist die soziale Haltung tatsächlich die, meine Mitmenschen durch den Staat zu zwingen, für mein Einkommen aufzukommen, damit ich mich selbst verwirklichen kann? Lautet nicht die eigentliche soziale Frage: “Was kann ich tun, damit es meinen Mitmenschen gut geht”? Unser ganz biederer Kapitalismus, soweit er vom realen Regulierungs- und Sozialstaat zugelassen wird, sorgt dafür, dass ich meine Produktivität an den Bedürfnissen meiner Mitmenschen ausrichte, weil ich sonst kein Einkommen habe. Ist das nicht eigentlich eine wesentlich sozialere Grundhaltung?

Ich würde mich freuen, die Diskussion über das Grundeinkommen würde nach dem Referendum nicht einschlafen, sondern noch intensiver, aber auch offener, kritischer und vielleicht mit weniger kreativer Euphorie und mehr pragmatischer Sachlichkeit fortgeführt, damit eines Tages daraus ein lebensfähiges politisches Instrument wird, das Freiheit und Solidarität in unserer Gesellschaft gleichermaßen befördert. ///

Der volle Text erschien in der Juli-/August-Nummer von Info3 – Anthroposophie im Dialog. Hier kostenloses und unverbindliches Heft mit dem Artikel bestellen (keine automatische Verlängerung oder ähnliches).

Christian Grauer ist selbständiger IT-Dienstleister und Philosoph. Von ihm erschien das Buch Am Anfang war die Unterscheidung. Der ontologische Monismus, 120 Seiten € 13,60.’
En dat is het dan weer voor vandaag!
.

woensdag 29 juni 2016

Levenskunst

Het laatste nieuws verscheen eergisteren, maandag 27 juni, op de website van Antroposofie Magazine, ‘Vrije Hogeschool verhuist naar Zeist’:
‘De Vrije Hogeschool gaat verhuizen. Studenten die het komend studiejaar aan het Liberal Arts tussenjaar beginnen, zullen dat echter niet doen op de locatie in de bruisende Utrechtse binnenstad, maar in een monumentale villa in Zeist.

Het centrum van Utrecht bleek te veel afleiding te bieden voor de studenten: ze konden wel heel makkelijk uit het programma lopen. Hun doorzettingsvermogen werd minder aangesproken. Je hoefde er minder bij te blijven als het even pijn deed of iets een beproeving bleek. Ook waren de nieuwe studenten niet meer ingebed in een gemeenschap waarvan de Vrije Hogeschool al 45 jaar een vanzelfsprekend onderdeel was. Bovendien was in hartje Utrecht de voeling met de natuur veel moeilijker te realiseren dan op het landgoed in Driebergen. Het beleven van de seizoenen en het zien van de sterrenhemel is immers een stuk lastiger in de hectiek van de binnenstad.

Daarom verhuist de school vanaf half augustus naar de villa Beek en Rooyen in Zeist. Op deze plek zal ruimte zijn voor bezinning, stilte en binding met de natuur, maar ook voor rumoer en de connectie met de buitenwereld. Bioscoop en terrasjes zijn om de hoek, maar ook het bos is vlakbij en binnen tien minuten zijn de studenten in het bruisende leven van universiteitsstad Utrecht.

Met deze nieuwe locatie heeft de Vrije Hogeschool een plek en een huis gevonden waar men verder kan met alle mogelijkheden die binnen het initiatief op uitwerking wachten. Behalve aan het Liberal Arts tussenjaar, zal de villa ook onderdak bieden aan het Studie Intermezzo, Studium Generale, labs, ateliers en openbare hoorcolleges van de Vrije Hogeschool.

https://www.vrijehogeschool.nl/blog/de-vrije-hogeschool-verhuist-richting-oorsprong/’
Verwant hieraan is het artikel ‘Zin in bildung?’ van Nard Besseling dat op 23 juni op de website van Antroposofie Magazine werd geplaatst:
‘Bildung is “hot”. Zelfs minister Bussemaker vindt dat het hoger onderwijs te eenzijdig is gericht op resultaten. We moeten meer aandacht geven aan zelfontplooiing, idealisme en moraliteit. Rudolf Steiner zou het huidige debat met genoegen aangehoord hebben, maar meteen ook een verdieping aanbrengen. Bildung gaat over meer dan onderwijs geven.

Wat is bildung eigenlijk? Als onderwijsideaal is het afkomstig van de Duitse filosoof en minister van onderwijs Wilhelm von Humboldt (1767-1835). Hij vond het belangrijk dat jonge mensen een brede algemene ontwikkeling kregen, waardoor ieders unieke individuele eigenschappen tot ontplooiing konden komen. Het richtte daarvoor het gymnasium op, een schooltype waarmee iemand direct toegang kreeg tot de universiteit.

Vandaag is hoger onderwijs voor vrijwel iedereen toegankelijk. De bezetting van het Maagdenhuis van vorig jaar liet echter zien dat studenten ontevreden zijn over het onderwijs en de beperkte invloed die zij erop hebben. Is ons hoger onderwijs niet te ver doorgeschoten in het rendementsdenken, waarbij het vooral draait om direct maatschappelijk nut en economisch voordeel. Kan bildung bijdragen aan een verbetering van ons hoger onderwijs? Ja, denk ik.

Academisch speerpunt

Dat vindt ook een team van gedreven studenten en docenten van de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit die vorig jaar het initiatief namen om de Bildung Academie op te richten. Het werd op 28 juni 2015 aangekondigd tijdens een aflevering van het programma Het Filosofisch Kwintet en opende in augustus haar poorten. Het onderwijs richt zich niet alleen op de persoonlijke vorming van studenten, maar focust ook op academische ontwikkeling en maatschappelijke betrokkenheid. Of zoals ze het zelf op hun website omschrijven: “Het onderwijs richt zich op de mens als geheel – niet alleen op het aanscherpen van het denkvermogen, maar ook op de ontwikkeling van inlevingsvermogen, daadkracht en expressiviteit. Wie ben ik en hoe kan en wil ik me verhouden tot de ander? Wat zijn mijn talenten en welke plaats wil ik innemen in deze tijd vol transities?” Studenten doen maatschappelijke projecten in bedrijven, buurthuizen, scholen en theaters.

Minister Bussemaker liet in diezelfde periode weten ook af te willen van het rendementsdenken. De universiteit zou meer dan een leerfabriek moeten zijn. In de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek, waar ze haar plannen voor de komende tien jaar ontvouwt, schrijft ze: “Kwaliteit van onderwijs is niet alleen kennis of vakmanschap, maar is ook een brede ontwikkeling van iedere student. In de 21ste eeuw staat bildung voor meer begrip van de wereld, een sterk moreel kompas en empathie, grensverleggend denken en doen, en zelfontplooiing gedreven door nieuwsgierigheid en kritisch denkvermogen.” Ook de minister is dus een voorstander van meer maatschappelijke betrokkenheid, bijvoorbeeld door stages in te voeren voor universitaire studenten. Bildung gaat volgens Bussemaker niet alleen over kennis en persoonlijke vorming, maar ook over idealisme, moraliteit en ethiek.

Bildung een rem?

Er klinken ook tegengeluiden. Marli Huijer, onze huidige Denker des Vaderlands, is voorstander van onderwijs dat studenten opleidt tot mensen met een grote maatschappelijke betrokkenheid, maar bildung vindt ze eerder een rem dan een hulp. Ze denkt dat bildung het onderwijs niet meer democratie en minder managers schenkt, maar de zo wenselijke politieke betrokkenheid juist verkleint. Zo betoogde ze althans op 1 oktober 2015 tijdens haar toespraak op de landelijke bildungsconferentie van de Internationale School voor Wijsbegeerte. Moderne bildung vraagt volgens Huijer om politisering: dat studenten leren hoe ze netwerken kunnen aanspreken, politieke organisaties en media gebruiken en anderen mobiliseren.

Ze stelt dat het bildungsideaal in het negentiende-eeuwse Duitsland van Von Humboldt werd toegepast om van mensen brave, volgzame burgers te maken. Ik zet daar graag mijn vraagtekens bij. Bildung zorgt juist voor een gezonde ontplooiing van onze veelzijdige menselijke mogelijkheden, wat die ook zijn. Bildung zorgt voor pluriformiteit. Juist het gebrek aan bildung heeft ons in het nauwe utiliteitsdenken gebracht, waar we nu mee te kampen hebben.

Vrije Hogeschool

Het debat over de noodzaak van bildung is niet nieuw. Bernard Lievegoed (1905-1992), een van de oprichters van wat nu University of Twente heet, was een van de eerste academici die vond dat studenten een bredere oriëntering op leven, werken en persoonlijke ontwikkeling nodig hadden dan het onderwijs hun bood. Hij richtte daarom in de jaren zeventig de Vrije Hogeschool op, om jonge mensen na hun eindexamen van de middelbare school een oriëntatiejaar te bieden, om meer over zichzelf en de wereld te ontdekken. De Vrije Hogeschool is inmiddels uitgegroeid tot een instituut waarin een breed aanbod aan vakken op het gebied van wetenschap en kunst wordt aangeboden. De verwantschap met De Bildung Academie is duidelijk. Ook op de Vrije Hogeschool is het uitgangspunt dat ieder mens uniek is en over onvervangbare persoonlijke mogelijkheden beschikt. De mens is geen onbeschreven blad dat naar believen kan worden ingevuld.

Mensbeeld

Het zou Rudolf Steiner (1861-1925) goed gedaan hebben dat het debat over bildung vandaag de dag zo actueel is. Hij zou er alleen aan toevoegen dat bildung niet (alleen) uit persoonlijke vorming bestaat die van buitenaf wordt aangebracht. Hij zou erop aandringen ook rekening te houden met het belang van de diepste kern in ieder mens. Ontwikkeling is niet alleen een kwestie van mensen voeden met kennis en cultuur, maar ook ervoor zorgen dat wat vanaf de geboorte in iemand leeft tot ontplooiing kan komen.

De kernvraag in het debat over bildung zou dan ook moeten zijn: zien we de mens als een onbeschreven blad, iemand die op basis van maatschappelijke behoeften nog in alle richtingen maakbaar en nuttig te maken is, of leeft in de mens een onvervangbare, spirituele kern, het ik, met eigenschappen en mogelijkheden die we ten volle moeten respecteren, en op basis waarvan we ons onderwijs zouden moeten inrichten? Steiner was een onvermoeibaar pleitbezorger voor het laatste en bracht waar hij maar kon naar voren hoe essentieel het is om te blijven nadenken over het mensbeeld.

De intenties van De Bildung Academie, de Vrije Hogeschool en Bussemakers plannen lijken te wijzen op een maatschappelijke klimaatverandering ten gunste van een meer spiritueel mensbeeld. Het zou mooi zijn als wetenschappers en beleidsmakers zich realiseren hoe belangrijk het is om je bewust te zijn van het mensbeeld dat je hanteert bij keuzes over maatschappelijke vragen. Laten we dit thema erbij zetten op de agenda!

Links

– Het filosofisch Kwintet van 28 juni 2015 over het thema bildung met Maarten Doorman, schrijver en filosoof aan de Universiteiten van Maastricht en Amsterdam en Liesbeth Noordegraaf-Eelens, filosoof en econoom, verbonden aan de Erasmus Universiteit.

– Buitenhof van 17 mei 2015, minister Bussemaker over het rendementsdenken in het hoger onderwijs, de voors en tegens en de ideale universitaire wereld.

– Op de Landelijke bildungsconferentie die op 1 oktober 2015 op de Internationale School voor Wijsbegeerte werd georganiseerd, plaatste Denker des Vaderlands Marli Huijer een paar kritische noten bij het begrip bildung.

– De Bildung Academie is een aanvullende academisch platform dat invulling geeft aan datgene waar universiteiten niet aan toekomen: gericht aandacht besteden aan persoonlijke ontplooiing van de student en aan de bevordering van zijn maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef. De Bildung Academie biedt studenten een fulltime, interdisciplinair en diepgaand opleidingsprogramma van een half jaar aan in Amsterdam.

– De Vrije Hogeschool in Utrecht biedt een tussenjaar voor schoolverlaters die op zoek willen gaan naar hun (verborgen) talenten en wat ze kunnen en willen betekenen in de wereld. Uitgangspunt is Be yourself. Dat is het vermogen om vrij te zijn van onnodige conditionering en de moed te hebben de complexe werkelijkheid waarin wij leven tegemoet te treden.’
Het staat er niet bij, maar dit artikel is afkomstig uit het tweede nummer van Antroposofie Magazine van juni 2016. Ook mooi is de blogbijdrage van Cisly Burcksen die eveneens op 23 juni werd geplaatst, ‘Levenskunst’:
‘Er is een gezegde dat luidt: “Als je dood gaat, flitst je leven als een film aan je voorbij. Zorg ervoor dat het een goede film is.” Mijn eigen film wordt steeds interessanter, het is een verhaal aan het worden dat echt past bij mij. Een levenskunstwerk. Maar zorg ik daar doelbewust voor met mijn daden of heb ik gewoon heel veel geluk?

Laatst sprak ik iemand die zijn baan had opgezegd om fulltime muziek te gaan maken. Hij was in eerste instantie in geldproblemen gekomen, maar speelt nu in uitverkochte clubs en op steeds grotere festivals. Ook wordt zijn muziek inmiddels door de radio opgepikt. Hij stelde dat hij door die bewuste keuze in staat is om steeds meer keuzes te maken die goed bij hem passen. Maar is dat waar? Hoeveel muzikanten zijn er niet die tijdenlang op een houtje bijten en uiteindelijk noodgedwongen in een callcenter moeten gaan werken of iets dergelijks? Is levenskunst uitsluitend een kwestie van keuzes maken en doorzetten?

Ik waag het te betwijfelen. Als kind van kunstenaars zag ik om me heen mensen die prachtige dingen konden maken, maar daar nauwelijks van konden leven. Toch bleven deze mensen doorploeteren in de marge. Ja, ook dat is een bewuste keuze die bij deze mensen past.

Zo ken ik ook iemand die dag in dag uit bezig is met muziek maken, maar daar volgens mij geen cent mee verdient. Ik ken hem van vrijwilligerswerk, het zou me niets verbazen als hij een uitkering heeft. Naar mijn idee heeft zijn muziek ook niet het niveau dat geschikt is om door radiozenders opgepikt te worden. Voor hem gaat dat succesverhaal dus niet op, hoewel hij er al zijn tijd en energie in steekt. Maar ook hij werkt aan het maken van zijn eigen mooie film. Hij heeft in zijn jeugd veel problemen gehad, heeft in de gevangenis gezeten en is verstoten door zijn moeder. Wie zijn vader is weet hij niet. Voor deze jongen is het al heel wat dat hij een passie heeft gevonden en fijne mensen om zich heen heeft verzameld waaraan hij zich kan optrekken. Leven van de muziek is een stap die misschien nog ver weg is, maar wellicht niet onmogelijk.

Levenskunst is ook roeien met de riemen die je hebt. Misschien kun je niet een verhaal maken dat helemaal bij jezelf past, door allerlei tegenslagen. Maar het kan ook een kunst zijn als je die tegenslagen weet om te vormen. Wat een interessante film heb je dan om aan het einde van je leven terug te kijken!

Cisly Burcksen is neerlandicus en werkt als redacteur bij Antroposofie Magazine.’
Op deze website worden nog meer opleidingen in het zonnetje gezet. Op 13 juni was het de ‘Basiscursus Tijd voor antroposofie in de zorg’:
‘Ik wist al wel een en ander van antroposofie, maar hoe actueel is die kennis en hoe hangt het met elkaar samen? Ik wilde een completer beeld kunnen vormen van wat de antroposofische benadering in 21e eeuw heeft te bieden en hoe ze zich verantwoordt. Het was een verrijking en een genoegen om aan deel te nemen. Ik kon de cursus ook laten accrediteren voor mijn beroepsregistratie als geestelijk verzorger.

Anne Veenstra, voorzitter van Stichting Therapeuticum Aquamarijn in Arnhem

In acht middagen en avonden gaven inspirerende docenten hun kennis en ervaring door. De groep van tien mensen kwam uit alle windstreken en ieder was door zijn werkplek erg gemotiveerd. De docenten brachten jarenlange ervaring mee, maar ook de taal van nu om begrippen toe te lichten.

Theorie en praktijk

Met arts Guus van der Bie rammelden we aan een skelet om de driegeleding te zien. Met Paul van Dijk beleefden we de vorm en energie van een boomblad. Alle vragen werden gehoord en beantwoord. Driegeleding, viergeleding, organisatieontwikkeling, innerlijke scholing, wetenschappelijk onderzoek. Naast meer theoretische kennis, maakten we aan den lijve kennis met verschillende therapieën als euritmie, muziektherapie, kunstzinnige therapie en meer. Ik weet nu ook beter wat ons therapeuticum te bieden heeft.

Heerlijke brede cursus, overal aan mogen proeven. Door de bijeenkomsten heen nam je je eigen vraag mee, vanuit je eigen werkpraktijk. De cursus is zo ook heel toegesneden op jouw situatie. We hebben in het bestuur nog een speciale studieavond gehouden naar aanleiding daarvan. En ik leer nog steeds door hierin. Je krijgt door de mededeelnemers ook een kijkje in de keuken van andere antroposofische instellingen en een leuk netwerk.

Wat had ik hier naar uit gekeken, de basiscursus “Tijd voor Antroposofie in de integratieve gezondheidszorg” voor iedereen werkzaam in de gezondheidszorg, maar niet direct therapeutisch of diagnostisch werkend met de cliënt. En wat is het me goed bevallen. Ik ben de Stichting Urtica dankbaar dat ze me de gelegenheid boden de cursus te volgen en alle betrokkenen dankbaar voor de mooie reis samen tijdens de cursus.

Breed palet en bevlogen docenten
Debby Broersma

De bijeenkomsten waren georganiseerd rond verschillende thema’s van het drie- en vierledig mensbeeld in de zorg en de scholingsweg, via salutogenese en levenslooppsychologie, tot de relatie van antroposofie en wetenschapsontwikkeling en organisatieontwikkeling. Het palet aan onderwerpen was breed en het was een kennismaking met antroposofie.

Hoewel... de bevlogen docenten probeerden ons zo veel mogelijk mee te geven van hun vakgebied maar vooral ook te laten ervaren. Ik heb genoten van de diverse therapievormen: euritmie, kunstzinnig en beeldend, muziek, uitwendig en verplegend.

Nog steeds komt het voorbij

Nog steeds, een paar maanden na de opleiding komen onderwerpen en termen in mijn dagelijkse leven voorbij. Nog steeds denk ik bij darmkrampen aan onze les salutogenese en probeer ik op mijn manier een kamille buikkompres te maken. Nog steeds komt af en toe de les levenslooppsychologie naar boven als ik me realiseer dat mijn reis om passend werk te vinden waarin ik mijn kwaliteiten kwijt kan, goed past bij de fase in mijn leven. Nog steeds houdt het me bezig hoe we in ons team samen tot besluitvorming komen en vooral van waaruit mensen tot een oordeel komen. TheoryU en dynamische oordeelsvorming blijven me inspireren en binnenkort volg ik een workshop bij de Nederlandse Vereniging voor Toezichthouders (NVTZ) over dynamische oordeelsvorming. Leren is immers iets wat je continue doet en blijft doen. Het houdt me alert en geïnspireerd en het brengt me waar ik wil zijn.

Hanteren van een mensbeeld zorgt voor verdieping

De cursus heeft mij gebracht dat ik me meer verbonden voel met antroposofische uitgangspunten. Ik ben fan (geworden) van het mensbeeld dat wordt gehanteerd. Het zorgt voor enorme verdieping bij (be)handelingen in de reis tussen gezondheid en ziek zijn maar ook bijvoorbeeld bij het bewust begeleiden/opvoeden van mijn dochter. Ik heb aan veel thema’s mogen ruiken en weet zeker dat als er zich wat voordoet in privé of werk dat ze weer naar boven komen drijven. Het is dan een stuk makkelijker me er verder in te verdiepen. Ook het opbouwen van een portfolio tijdens de cursus vond ik leuk en nuttig en een eye opener om je nog meer te verbinden met de materie.

Basiscursus Tijd voor antroposofie in de zorg’
En op 23 juni de ‘Mbo-opleiding Biologisch-dynamische landbouw’:
‘Warmonderhof is een mbo voor biologisch-dynamische landbouw, waar zowel jongeren als volwassenen studeren, in voltijd en in deeltijd. De school staat middenop drie boerderijen en de jongeren wonen er ook. ’s Morgens zitten ze in de klas en ’s middags staan ze op het land of in de stallen. Studenten vertellen waarom ze voor deze opleiding kozen en wat ze er hebben gevonden.

Inge Kuper (20), net afgestudeerd

“Ik ben net afgestudeerd aan Warmonderhof en heb nu een zomerbaantje tot september bij de veehouder van Warmonderhof. Ik had nooit gedacht, boer te worden. Ik woon in Dronten, het dorp waar ook de school staat, en ik werkte tijdens mijn middelbare schooltijd in de vakantie in de fruittuin van Wil Sturkenboom, de Warmonderhof Boomgaard. Hij heeft mij eigenlijk overgehaald, eens te gaan kijken op de school. Ik ben echt overstag gegaan door de goede sfeer hier en de leuke mensen die er wonen en werken! Ik had gedacht, een opleiding te gaan doen in de richting van de zorg, met verstandelijk gehandicapten. Het werd uiteindelijk veehouderij. Misschien ga ik in de toekomst wel op een zorgboerderij werken. Dan combineer ik die twee liefdes. Ik vind het geweldig om met dieren te werken en ik hou erg van het ritme van het twee keer per dag melken.”

Owen Seijler (19), eerstejaars

“Ik heb een mbo-opleiding ICT afgerond. Tijdens mijn stage zat ik van negen tot zes op kantoor. Dat was een heel slechte ervaring. Ik wilde buiten werken. Toen ontdekte ik Warmonderhof. Deze school heeft mij veel meer gebracht dan ik had kunnen hopen. Ik heb altijd goed met dieren om kunnen gaan en ik ben vooral gevallen voor de melkveehouderij. Tuinbouw vind ik ook mooi maar de dieren winnen het. Daarnaast heeft de Warmonderhof veel gebracht op het sociale vlak. Het wonen hier, het samenleven. Dat was wel even schakelen. Ik ging voor het eerst uit huis. En ik maakte mijn keuze vlak voor aanvang van het nieuwe schooljaar. Maar ik heb het heel erg naar mijn zin, heb veel nieuwe vrienden gemaakt, en we hebben ontzettend veel lol. Juist die combinatie van wonen, werken en leren maakt Warmonderhof tot wat het is.”

Mark Diepenbrock (28), eerstejaars

“Ik ben een relatief oude student voor de voltijdopleiding. Ik heb dan ook eerst een opleiding hotelmanagement afgerond en ik heb ook in dat beroep gewerkt. Ik was daar niet op mijn plek. Ik wilde iets met natuur, biologische landbouw en het gemengde bedrijf. Daarom ben ik eerst een poos gaan werken op boerderijen in Italië, Engeland en Zwitserland. Toen wist ik het zeker. Warmonderhof was de plek waar ik moest zijn. Met deze opleiding leg je een goede basis. Hier leer je veel. Ik moet nog kiezen tussen land- en tuinbouw of veehouderij, maar ik vind dieren wel heel erg leuk. Na mijn opleiding kan ik als zelfstandig loonwerker bij allerlei boerderijen aan de slag. En misschien is het leuk om uiteindelijk met een aantal andere mensen iets voor onszelf te beginnen. Maar dat is een verre toekomstdroom.” Warmonderhof.nl’
Genoeg gekeken bij Antroposofie Magazine. Door naar Motief op motief.online. Op 23 juni verschenen daar twee nieuwsberichten. Het eerste is ‘Promotie fenomenologisch kleurenonderzoek in de praktijk’:
‘Wil Uitgeest promoveerde op woensdag 22 juni aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze verdedigde aan de Faculteit der Godgeleerdheid met succes haar proefschrift over haar fenomenologische kleurenonderzoek in de praktijk in het kader van de ideeën van Goethe en Merleau-Ponty.

Naast het praktische en concrete karakter ervan, is Uitgeests onderzoek wijsgerig esthetisch van aard en maakt onder meer gebruik van kunsthistorisch, cultuurhistorisch en kleurpsychologisch onderzoek. Een voorstudie voor dit proefschrift is haar boek De binnenkant van blauw – Onderzoek naar de dynamiek van blauw en de toepassing hiervan in de kunstzinnige therapie (2010). Dit was als studieboek geschreven voor de opleiding kunstzinnige therapie beeldend aan de Hogeschool Leiden. Het onderzoek naar de dynamiek van blauw dat in het proefschrift wordt uitgevoerd, is te beschouwen als uitwerking van één van de kleurgebieden (blauw) die in Goethes kleurenleer worden besproken. De kleur blauw dient hierbij als voorbeeld; het had ook een andere kleur kunnen zijn.

Uitgeest stelt vast dat er een grote “geheimzinnigheid” bestaat “rond de mogelijkheden en de werkingen van kleur”. Zij overweegt dat deze “wellicht samenhangt met de aard van kleur zelf. Want de mogelijkheden en werkingen van kleur zijn zowel contextgebonden als wetmatig: binnen een bepaalde context voorspelbaar. Op het moment echter dat je meent in het algemeen een wetmatigheid te kunnen vaststellen, ontdek je zoveel uitzonderingen dat er weinig van de gevonden wetmatigheid overblijft. Dit paradoxale gegeven leidt er in de praktijk wellicht toe dat in de geschriften over kleur óf het aspect van de contextgebondenheid (ervaring), óf het aspect van de wetmatigheden (begrip) eenzijdig wordt benadrukt. En beide hebben iets wat de ander eigenlijk nodig heeft om ‘waar’ te worden.”

Zij komt tot de conclusie dat het hierdoor moeilijk is “om onder meer in de kunstzinnige therapie het inzetten van de gezond makende werking van kleur theoretisch te funderen en methodisch te onderbouwen. En toch weet ik uit ervaring dat kleur in de kunstzinnige therapie een grote kracht bezit. Kleur kan de fysieke en psychische gezondheid van cliënten sterk beïnvloeden, en heeft ook antwoorden in petto op de ontwikkelingsvragen die zij stellen. Maar kleur in dergelijke gevallen ‘blind’ toepassen alsof hiervoor recepten zouden bestaan, heeft weinig effect. En soms zelfs een averechts effect, bijvoorbeeld als een rustgevend bedoeld blauw door iemand als deprimerend wordt ervaren. Van degene die de kracht van kleur in praktijksituaties wil benutten, lijkt te worden gevraagd om ‘ziend’ te worden voor de kwaliteiten die de kleur in verschillende contexten tegenwoordig kan stellen, en op grond daarvan binnen die context de juiste keuzes te maken.”

Dit zich bewust worden van de kwaliteiten van kleur is hetgeen zij met haar onderzoek heeft willen en kunnen bereiken. Titel van het proefschrift: Bang voor rood, geel en… blauw? Goethe, Merleau-Ponty en fenomenologisch kleuronderzoek.

Wil Uitgeest MSc was lid van de kenniskring van het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg en verbonden aan de opleiding Kunstzinnige therapie, onder meer als docent, beide onderdeel van Hogeschool Leiden.’
En het tweede bericht die dag was getiteld ‘Vrijescholen rijzen de pan uit’:
‘Aan alle kanten groeien vrijescholen. Het is bijna niet meer bij te benen, zo schrijft de Vereniging van vrijescholen: “In steeds meer plaatsen in Nederland richten ouders initiatiefgroepen op om nieuwe vrijescholen te starten. De afgelopen vier jaar groeide het aantal leerlingen op de vrijescholen in Nederland met bijna 25%.”

Zij meldde op 10 juni op haar website: “De afgelopen jaren startten nieuwe vrijescholen in het basisonderwijs in onder meer Amsterdam-Noord en Rotterdam-West. Ook in het voortgezet onderwijs werden op verschillende plaatsen nieuwe vrijeschoolafdelingen opgericht. Bijvoorbeeld in Delft, Zwolle en Heerlen.”

Maar ook: “Op dit moment wordt er hard gewerkt aan nieuwe vrijescholen in onder andere Utrecht-West (PO), Culemborg (VO) en Deventer (VO).”

Drijvende kracht achter deze initiatieven zijn ouders die een geschikt schooltype voor hun kinderen zoeken. “De berichtgevingen over nieuwe scholen en scholen die de groei amper kunnen bijbenen volgen elkaar snel op.” Genoemd worden een mogelijke nieuwe vrijeschool in Oosterbeek of Arnhem-Noord en Castricum, terwijl vrijeschool Zeeland (PO) een leerlingenstop moet invoeren.

De nieuwsbrief van de vereniging van juni meldt nog meer initiatieven:

“Derde vrijeschool Utrecht gaat zeker
Vijfde vrijeschool Haarlem is een feit!
Het ziet er goed uit voor ’t Kleurenbos in Oss
B&W positief over nieuwe vrijeschool in Castricum
Komt er een vrijeschool in het Groene Hart?
Veel belangstelling voor initiatief in R’dam Nesselande“

Ook website AntroVista houdt de vrijeschoolontwikkelingen nauwgezet bij. Hier wordt weer een aantal andere initiatieven genoemd.

Al deze verheugende ontwikkelingen baren ook zorgen. Het duidelijkst worden die onder woorden gebracht door de beweging van ouders en leerkrachten, vrijonderwijs.nl: “Samen willen we ervoor zorgen dat de vrijeschool zich vanuit haar eigen kracht blijft ontwikkelen voor de kinderen en de samenleving van de van de 21e eeuw.”

Want: “De schoolbeweging heeft zich de afgelopen jaren succesvol aangepast aan de eisen van het systeem. Sommige dingen zijn beter geworden, maar er is of dreigt ook veel verloren te gaan. (…) In de vrijeschoolbeweging zelf blijkt ontwikkeling soms moeilijk door de vele tradities en vaste vormen.”

Een van de initiatiefnemers, Marije Ehrlich, schreef in april 2015: “De reactie op de toenemende regeldruk en eisen uit Den Haag heeft niet geleid tot vrijeschoolonderwijs dat aan alle eisen voldoet, maar aan onderwijs dat aan de eisen voldoet met zoveel mogelijk behoud van vrijeschoolonderwijs. Dus veel werk erbij, waardoor je blij mag zijn als je nog voldoende aan vrijeschooldingen toekomt.”

Kortom, er dreigt gevaar van implosie. De Vereniging van vrijescholen doet wat zij kan, maar het succes van de vrijeschoolbeweging is afhankelijk van de inzet van betrokkenen ter plekke.’
Donderdag 23 juni was ook een vruchtbare dag voor nieuws uit het Duitstalige gebied, getuige ‘Rudolf Steiner als Berater’ op de website van News Network Anthroposophy Limited (NNA):
‘Das neues Buch von Wolfgang Gädeke beleuchtet Rudolf Steiners unbekannte Seite als Lebensberater und Seelsorger, wie NNA-Korrespondent Wolfgang G. Vögele in seiner Rezension entdeckt.

In einer Zeit, in der Coaching in aller Munde ist, erscheint ein neuer Sammelband zu Rudolf Steiner sehr aktuell: Wolfgang Gädeke hat eine Sammlung von Gesprächen – darunter auch viele bisher unveröffentlichte – herausgebracht, in denen Steiner als Lebensberater und Seelsorger tätig wurde.

Der Sammelband Viel mehr als nur die Antwort auf meine Frage. Rudolf Steiner als Seelsorger (Stuttgart 2016) eröffnet einen neuen Zugang zu einer unbekannten Seite Rudolf Steiners. So erinnert Gädeke daran, wie groß rein quantitativ dieser Teil von Steiners Wirksamkeit war. Zur Zeit seiner größten Popularität (z.B. während des Wiener Anthroposophenkongress 1922) bildeten sich lange Warteschlangen von der Eingangshalle des Hotels bis hinauf zu seinem Zimmer. Helfer mussten eingreifen, um den Besucherstrom zu regeln. Man suchte seinen Rat in Lebenskrisen, für Beruf und Studium, für die Kindererziehung, für Gesundheit und Ernährung.

Auch Nichtmitgliedern, die sich in ausweglos scheinenden Situationen oder Lebenskrisen befanden, wurde immer wieder empfohlen, sich persönlich an Steiner zu wenden. Diesen Rat befolgte bekanntlich auch Franz Kafka, dem Gädeke ein eigenes Kapitel widmet.

Es war der Theologe Friedrich Rittelmeyer, der auf die Schattenseite dieser von Steiner immer wieder gern übernommenen Aufgabe hingewiesen hat: Er war überzeugt, dass ihn die Menschen für ihre persönlichen Angelegenheiten “rücksichtslos ausnützten” (Friedrich Rittelmeyer: Meine Lebensbegegnung mit Rudolf Steiner. Stuttgart 1953, S. 145). Auch Rittelmeyer hat in seinem Buch seine privaten Unterredungen mit dem Geistesforscher publiziert. Rittelmeyer rechnete auch mit dem “Missbrauch, der mit solchen Erzählungen von Gegnern getrieben wird.” Durch die Memoirenliteratur der folgenden Jahrzehnte wurden zahlreiche weitere Privatgespräche mit Steiner bekannt.

Steiner selbst hatte bereits in einem Vortrag am 19. Mai 1917 darauf reagiert, dass ehemalige Anhänger in verleumderischer Absicht die Inhalte vertraulicher Gespräche in entstellter Form veröffentlichten. “Von mir aus kann jeder, so viel er will, mitteilen von dem, was ich mit irgend jemand gesprochen habe, denn ich habe nichts zu verbergen. Wer will, kann jedem alles mitteilen. Auch das Vergangene kann in das volle Licht der Öffentlichkeit gestellt werden.” (In GA 174a.)

Seelsorge

Gädecke ordnet Steiners Beratungstätigkeit von Anfang an in den Kontext der Seelsorge ein, indem er die Angaben Steiners für die angehenden Priester der Christengemeinschaft zur Seelsorgetätigkeit an den Anfang seines Buches stellt.

Daran schließt sich eine lange Reihe von Erlebnissen, die Gesprächspartner Steiners notiert oder in Briefen mittgeteilt haben. Vieles davon fand sich in Archiven, vor allem im Zentralarchiv der Christengemeinschaft in Berlin. Gädeke fügt jedem Bericht eine kurze biographische Skizze (mit einer kleinen Fotografie) bei und informiert über die Anlässe und, soweit bekannt, die konkreten Nachwirkungen der jeweiligen Unterredung. In manchen Fällen muss von einer Langzeitwirkung gesprochen werden.

Ohne dem Leser seine Deutung aufzudrängen, interpretiert Gädeke die Berichte in knappen Worten. Es gelingt ihm, deren qualitative Aspekte herauszustellen. Er macht darauf aufmerksam, wie feinfühlig und individuell abgestimmt Rudolf Steiners auf die Sorgen und Nöte seiner Besucher einging, ja wie er in bestimmten Fällen sogar die verschiedenen Temperamente seiner Gesprächspartner berücksichtigte.

Die Kapitelüberschriften (hier eine Auswahl) lassen die unterschiedlichen Methoden und Qualitäten des Steinerschen Gesprächs erahnen: Der Zuhörende und Fragende/Der Antwortende/Der Ermutigende/Der Ratende/Der Freilassende/Der Ablenkende/Der Tröstende/Der Provozierende/Der aktiv Eingreifende/Der persönliche esoterische Lehrer/Der Heilende/Der Wegweisende usw.

Vorbildliche Art

Gädeke räumt ein, dass Steiner bei den Beratungen vieles aus nicht-sinnlicher Erkenntnis geschöpft hat z.B. hinsichtlich Gesundheits- und Schicksalsfragen der Ratsuchenden, doch die Art seiner Beratung sei auch heute noch vorbildlich und lehrreich. Er habe “durch seine Art des Zuhörens und Sprechens und durch den Inhalt seines Rates entscheidend in die Schicksale seiner Gesprächspartner eingewirkt”. Er sei ein “Meister der Seelsorge” gewesen, so das Fazit Gädekes, der selbst Priester der Christengemeinschaft ist.

Bekanntlich waren es nicht die vielen von ihm abgehaltenen Vortragsreihen, die Steiner zuletzt gesundheitlich überforderten, sondern “die Anforderungen, welche die Menschen daneben stellen.” Er meinte damit die zahlreichen ungeplanten Audienzen.

Gädeke tritt hier dem manchmal erhobenen Vorwurf entgegen, die Priester der Christengemeinschaft treffe eine Schuld an Steiners Zusammenbruch, weil sie den gesundheitlich schon schwer Angeschlagenen nach Beendigung der Herbstkurse 1924 mit zahlreichen Einzelgesprächen belastet hätten. Gädeke weist nach, dass es nicht nur Priester waren, die damals quasi “in letzter Minute” noch eine Audienz begehrten und bringt Beispiele, wie manche auf ihr Gespräch verzichteten, als sie erfuhren, wie schlimm es um Steiner stand.

Im letzten Kapitel wird eine Geschichte wiedergegeben, die romanhaft und phantastisch klingt. Eine Dame, die Steiner nie physisch begegnet war, erkannte erst viele Jahre später, nachdem sie zur anthroposophischen Bewegung gefunden hatte, dass der unbekannte Herr, der sie eine Zeitlang begleitet und beraten hatte, Rudolf Steiner gewesen sein müsse. Sie hatte ihn nach dem zweiten Weltkrieg zeitweise wie leibhaftig vor sich gesehen. So legt Gädeke den Gedanken nahe, “dass Rudolf Steiner auch nach seinem Tode Menschen geholfen hat, ihr Schicksal zu meistern.”

Anregung

Das historische Interesse gebietet heute, auch einstmals vertraulich geführte Gespräche Steiners zu veröffentlichen, so weit es davon Aufzeichnungen gibt. Wolfgang Gädekes in langer Recherche entstandenen Sammlung tut dieser Forderung Genüge. Sie bietet reiche Anregungen für alle, die beratend und seelsorgerisch tätig sind. Auch künftige Steiner-Biographen dürften von dem Buch profitieren.

Literaturhinweis:

Wolfgang Gädeke: Viel mehr als nur die Antwort auf meine Frage. Rudolf Steiner als Seelsorger. Stuttgart (Verlag Urachhaus) 2016. 159 Seiten, € 17, 90, ISBN 987-3-8251-7956-4, auch als eBook erhältlich.’
Een dag later had ook ‘Themen der Zeit’ van Michael Mentzel een bijdrage van Wolfgang G. Vögele, ‘Spurensuche I. “Beinahe ein echter Wiener”’:
‘Die letzte große öffentliche Kundgebung der Anthroposophen zu Lebzeiten Steiners war der so genannte “West-Ost-Kongress”, der unter dem Zeichen der Völkerverständigung in Wien zu Pfingsten 1922 stattfand. Rudolf Steiner gab damals eine Reihe von Interviews, die heute auch in anthroposophischen Kreisen nahezu vergessen sind. [1] Dazu gehört auch das folgende Gespräch mit einem Mitarbeiter der “Neuen Freien Presse”, das am 1. Juni 1922 in Wien erschien. [2]

In diesem Gespräch bestätigt Steiner hier etwas, was er andernorts dezidiert verneinte: dass es nämlich die weltanschauliche “Sinnkrise” nach dem Weltkrieg gewesen sein soll, die der anthroposophische Bewegung den starken Zulauf beschert habe. Bemerkenswert auch seine Aussage, dass seine übersinnlichen Forschungsergebnisse weniger wichtig seien als der dorthin führende Weg und seine Behauptung, dass Anthroposophie auch den “interkonfessionell-religiösen Bedürfnissen” entgegenkomme. Auch betont er das Zeitgemäß-Moderne der Anthroposophie (in ihrer wissenschaftlichen Methodik) im Gegensatz zur theosophischen Bewegung. Steiner war in diesem Gespräch sichtlich bemüht, sich als international anerkannter Wissenschaftler darzustellen. Denn seine deutschen Kritiker sprachen ihm sowohl Wissenschaftlichkeit als auch Christlichkeit weitgehend ab. Auch seine persönliche Sicherheit in Deutschland war nach einem politischen Attentatsversuch von rechten Kreisen nicht mehr gegeben. Um so mehr dürfte es ihn befriedigt haben, im “Ausland” noch auf offene Ohren zu stoßen. Das “Gespräch mit Dr. Rudolf Steiner” wurde unterschrieben von Dr. Kurt Sonnenfeld [3]

Gespräch mit Dr. Rudolf Steiner

“Dr. Rudolf S t e i n e r ist vom Auftakt des Anthroposophenkongresses durchaus befriedigt: ‘Die anthroposophische Bewegung hat in Wien sowohl bei den Laien als auch beim wissenschaftlichen Publikum eine starke Anhängerschaft gefunden,’ äußert er sich im Gespräch mit einem unserer Mitarbeiter. ‘Es sind eben infolge des Weltkrieges viele Menschen an den alten Kulturströmungen irre geworden und suchen nach neuen Impulsen und nach einer neuen Sicherheit für das Leben. Ich fasse meine Lehre keineswegs als ein System, sondern als eine Art Forschungsmethode auf. Das Ergebnis ist mir vorläufig weit weniger wichtig als die Betrachtungsweise, der Weg . . . Es liegt mir aber vollständig ferne, eine neue religiöse Sekte zu begründen. Ich taste keine bestehende Religion an, glaube aber, daß in der wissenschaftlichen Erkenntnis übersinnlicher Vorgänge auch das tiefste interkonfessionell-religiöse Bedürfnis der Menschen seine Befriedigung finden wird.

Meine Weltanschauung hat sich aus einer Synthese meiner Goethestudien und meiner naturwissenschaftlichen Forschungen entwickelt. Ich sah mich veranlaßt, statt der rein mechanischen eine seelisch-geistige Forschungsmethode zu wählen, die aber dennoch durchaus objektiv bleibt und sich vor den Naturwissenschaften sehen lassen kann. Ich bin nicht durch äußere, sondern durch innere Erlebnisse zur Anthroposophie geführt worden — ich möchte sagen: die Naturwissenschaften haben Fragen an mich gerichtet, die ich beantworten mußte . . . Daß sich viele Wissenschaftler skeptisch verhalten, begreife ich ganz gut, da ich ja selbst Wissenschaftler bin und sehr genau weiß, welche inneren Hemmungen man überwinden muß, bevor man in der Anthroposophie Antwort auf seine Fragen findet. Dennoch baue ich darauf, daß diese Lehre einmal so felsenfest begründet sein wird, wie das kopernikanische System. Es handelt sich mir um eine exakte Formulierung übersinnlicher Probleme und nebuloser Mystizismus liegt mir gänzlich fern. Wir forschen im Geiste des Neuen, während die Theosophie nur eine Aufwärmung alter Wahrheiten ist.’

Dr. Steiner war jetzt in England: ‘Am 23. April habe ich in Stratford beim Shakespeare-Fest in deutscher Sprache eine Rede über Shakespeare und die neuen Ideale gehalten. Meines Wissens war ich außer Einstein der einzige, der seit dem Kriege in England öffentlich Deutsch gesprochen hat. Auch in London, wo ich über anthroposophische Probleme sprach, wurde ich sehr herzlich aufgenommen.

Wie sehr ich mich über mein Wiedersehen mit Wien freue, brauche ich wohl nicht erst zu sagen, da ich ja ein Niederösterreicher bin. Daß ich vor sechzig Jahren in einem ungarischen Städtchen zur Welt gekommen bin, ist ein reiner Zufall, da mein Vater als Südbahnbeamter dort stationiert war. Aber meiner Abstammung nach bin ich ein echtes Waldviertler Kind, also beinahe ein Wiener.’

Dr. Kurt Sonnenfeld”

1. Wolfgang G. Voegeles Sammelband “Der andere Rudolf Steiner” (Dornach 2005) enthält nur einen Teil dieser Interviews.

2. Neue Freie Presse, Wien, Nr. 20745, Wien, Donnerstag, 1. Juni 1922, S.2-3

3. Der bekannte Schriftsteller, Journalist und Kritiker Dr. phil. Kurt Sonnenfeld (1893-1938), der sich in seinen literarischen Arbeiten u.a. mit der jüdischen Identität und seiner Bedrohung durch den Nationalsozialismus beschäftigt hatte, nahm sich wenige Tage nach dem Einmarsch Hitlers in Österreich mit seiner Frau und seinem Vater das Leben.’
Op 25 juni volgde heel toepasselijk ‘Spurensuche II. Ein vergessenes Interview’:
‘von Wolfgang G. Voegele

Zu den größten äußeren Erfolgen der anthroposophischen Bewegung gehörte der zu Pfingsten 1922 in Wien abgehaltene “West-Ost-Kongress”. Er wurde fast täglich von den großen Tageszeitungen kommentiert und war sozusagen Stadtgespräch. Rudolf Steiner gab damals auch einige Interviews, von denen eines (mit dem “neuen Wiener Tagblatt”) in dem Sammelband “Der andere Rudolf Steiner” abgedruckt ist. Ganz vergessen ist dagegen ein Gespräch, das damals ein junger, aus Ungarn stammender Journalist mit Steiner führte. Desiderius Papp (1995-1993) war auch Buchautor und hat zahlreiche Prominente interviewt. 1938 floh er vor den Nazimachthabern zunächst in die Schweiz, dann nach Frankreich, Argentinien und andere südamerikanische Staaten, wo er Lehrstühle für Wissenschaftsgeschichte leitete. Seine Artikel beschäftigen sich auffallend häufig mit kosmischen und futurologischen Themen: Weltraumfahrt, Leben auf fernen Planeten, aber auch mit Psychologie und spirituellen Wegen. Ein großes Rätsel war ihm auch der Zusammenhang von Erotik und Spiritualität. 1929 gab er vorübergehend ein eigenes Erotikmagazin (“Die Schlange”) heraus.

Der nachfolgende Text von Desiderius Papp unter dem Titel: “Bei Rudolf Steiner”, wurde am Freitag, den 2. Juni 1922 in der Zeitung “Neues Wiener Journal” abgedruckt:

Bei Rudolf Steiner

“Man braucht kein Anthroposoph zu sein, um in Rudolf Steiner den ungewöhnlichen Menschen zu erraten. Sein durchgeistigtes Gesicht, sein unheimlich scharfer Blick läßt einen großen Kampf mit großen Problemen ahnen. Sein Äußeres ließe in ihm eher einen Schauspieler oder einen Geistlichen denn einen Philosophen vermuten.

Es ist keine leichte Aufgabe, beantwortet er meine Frage, das Wesen der Anthroposophie in einigen Sätzen zusammenzufassen. Denn in ihr laufen die Fäden der verschiedensten geistigen Probleme zusammen, und sie durchdringt befruchtend und belebend fast jeden Zweig des menschlichen Geisteslebens. Immerhin ließe sie sich in ihrem wesentlichsten Inhalt als eine Bestrebung bezeichnen, die mit der vollen Bejahung, ja mit der Verwendung der Resultate der exakten Naturwissenschaften eine religiöse Weltanschauung dem modernen Menschen schenken will. Anthroposophie ist also Wissenschaft und Religion zugleich. Sie ist Wissenschaft, weil sie mit exakten Methoden arbeitet, und dennoch ist sie Religion, nicht nur weil sie Weltanschauung gibt, sondern weil sie sich nicht lehren läßt. Sie muß innerlich erlebt werden. Wem die Anthroposophie nicht zu einem persönlichsten Erlebnis geworden ist, dem werden sich ihre großen Wahrheiten nie offenbaren. Die anthroposophische Lehre geht von der Erkenntnis aus, daß ein unmittelbares Schauen der übersinnlichen Welt möglich ist. Die Mittel dazu sind in unserem Bewußtsein gegeben, dessen schlummernde Kräfte geweckt und – bildlich gesprochen – zu einem metaphysischen Organ gesteigert werden können. Dem Anthroposophen ist die Möglichkeit eines geistigen Schauens und eines geistigen Hörens gegeben.

Das intuitive Schauen hat seine Wunder bei manchen Geistesgrößen der Vergangenheit, vor allem in Goethes Werden und Wirken geoffenbart. Nach der anthroposophischen Lehre ist aber dieses geistige Schauen nicht mehr das Privilegium der Auserwählten, jeder Mensch, der von vornherein die übersinnliche Welt nicht ablehnt, kann es erlangen.

Freilich ist die metaphysische Erkenntnis nur ein Gesicht der anthroposophischen Lehre. Sie hat eine eigene schon ausgebaute Soziologie und eine Naturwissenschaft, die in Entfaltung begriffen ist. Die anthroposophische Soziologie verkündet die bekannte Dreigliederung des sozialen Organismus, die die Organe der Wirtschaft und des Geisteslebens aus dem an Hypertrophie erkrankten Staatsmechanismus herauslösen will. Die Wirtschaft soll im brüderlichen Bündnis der Konsumenten und Produzenten eine neue Grundlage erhalten und das Geistesleben – Universitäten und Schulen – soll von der lästigen und entwürdigenden Bevormundung des juristischen Staates befreit werden. Es ist unsere tiefe Überzeugung, daß eine derartige Reform des Staatswesens das Elend auf Erden vermindern und den Fortschritt der Menschheit verbürgen würde. Wir sind auch überzeugt, daß eine Reform in diesem Sinne sich unbedingt vollziehen wird, wenn nicht Vernunftgründe, so wird die eiserne Notwendigkeit das Reich der Dreigliederung herbeiführen. Im großen Kriege haben die Staaten, wenn auch unbewußt, wirtschaftliche Maßnahmen eingeführt, die entfernt an die Dreigliederung erinnern. Damals waren wir der Ansicht, daß sie höchstens drei Jahrzehnte auf sich warten lassen wird, jetzt scheint aber der Zeitpunkt der großen Umgestaltung ferner gerückt zu sein. Die anthroposophische Wissenschaft sucht durch das geistige Schauen mit Wahrung der exakten Wissenschaften Resultate auf das Gebiet der Naturwissenschaft zu übertragen. Was die Anthroposophie auf diesem Gebiet vermag, zeigen die schönen Erfolge anthroposophischer Diagnostik und Therapie, die in Stuttgart von hervorragenden ärztlichen Fachleuten erzielt werden.

Sie wollen etwas über das Verhältnis der Anthroposophie zum Christentum und Buddhismus erfahren? Die Anthroposophie lehnt das biblische Christentum nicht ab. Sie glaubt im Gegenteil gewissermaßen sein Erbe zu sein. Die Mysterien sind für uns Halbwahrheiten. In jedem Mysterium steckt eine geistig geschaute Wahrheit. Diese Wahrheit ist aber von der Kirche nicht erkannt worden und läßt sich nur mit dem gesteigerten Gefühlsbewußtsein des Anthroposophen erkennen. Freilich hat die Anthroposophie mit der klerikalen Kirche nichts zu tun und sie wurde von ihr stets auf das schärfste bekämpft. Mit dem Buddhismus hat die Anthroposophie nichts Bedeutendes gemein, obgleich sich in der anthroposophischen Seelenkunde Anklänge an den buddhistischen Kreislauf der Wiedergeburten finden. Die Unsterblichkeitslehre der Religionen ist einseitig. Sie untersucht nur das Schicksal unserer geistigen Wesenheit nach dem Tode und vergißt auf sie vor der Geburt. Die Vorexistenz der Seele ist ebenso wichtig als die Nachexistenz.

Wie ich über Spenglers Lehre vom Untergang des Abendlandes denke? Diese Frage wird oft an mich gerichtet. Ich glaube, der Untergang des Abendlandes ist kein Problem der Wissenschaft, wohl aber das der Willenschaft. Wenn sich in der allernächsten Zeit einige Dutzend Männer finden werden, die die richtige Erkenntnis der trostlosen Lage Europas mit tatkräftiger Energie verbinden, so ist dieser Untergang hintanzuhalten. Wenn aber Konferenzen nur dazu da sind, um Zeit und Ort neuer Konferenzen anzuberaumen, so wird sich Europas Schicksal im Sinne der Spenglerschen Lehre erfüllen.”’

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)