Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

maandag 31 augustus 2009

Stunt

Jan Willem Nienhuys heeft weer eens lol. En dat is geen wonder, want hij heeft iets geks ontdekt. Halverwege deze maand, op 15 augustus, maakte ik in ‘Referendum’ dankbaar gebruik van zijn arbeid. Ook al is hij van de Vereniging tegen de Kwakzalverij en is dat niet de meest vriendelijke club jegens bijvoorbeeld antroposofische zorg, om het zo maar eens uit te drukken.

Al op 19 augustus gaf Nienhuys uiting aan zijn leedvermaak op zijn verenigingswebsite, in een bericht met de olijke kop ‘Homeopaten in het ootje genomen’. De volgende dag deed Mark Traa van HP/De Tijd hier verslag van in een bericht getiteld ‘Homeopaten willen te graag’. Ik zou graag hier weergeven wat hij schrijft, omdat het zo duidelijk is, maar dat mag natuurlijk weer niet:

‘Het is niet toegestaan om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever, door HP/De Tijd gepubliceerde artikelen, onderzoeken of gedeelten daarvan over te nemen, te (doen) publiceren of anderzins openbaar te maken of te verveelvoudigen.’

En om nu eerst om toestemming te vragen... dan krijg ik dit bericht niet op tijd af. Dus moet ik hier de grap gewoon verklappen, helaas. De Koninklijke Vereniging Homeopathie Nederland (KVHN) verstuurde op 18 augustus een persbericht (dit is het origineel, later werd het aangepast) waarin trots werd vermeld dat de deuren voor homeopathie wijd open waren gezet, notabene op de Universiteit van Amsterdam (UvA). Ja, dat is natuurlijk wel nieuws. En waaruit bleek dat? Het bewijs werd meegeleverd: een foto met studenten in oranje shirts, waarop gebroederlijk naast elkaar de logo’s van de KVHN en de UvA waren afgebeeld. Mooier kan niet: op gelijke hoogte.

Er was echter een probleem: men had niet in de gaten gehad dat de eerstejaarsbegeleiders van de medische faculteit niet van de UvA waren, maar van de Vrije Universiteit (VU), ook in Amsterdam. Ai, pijnlijk. En iets voor Jan Willem Nienhuys om zich vrolijk over te maken, uiteraard. Hij kwam helemaal niet meer bij van het lachen, toen bij nader inzien het logo op de shirts van de studenten ook niet van de VU bleek te zijn. Maar, notabene, van twee kroegen in de buurt van de universiteit die als shirtsponsor optraden. Op gelijke hoogte, jaja...

Mark Traa besluit zijn bericht dan ook met de snedige slotzin:

‘En laten we voor de studenten maar hopen dat het bier in de genoemde kroegen niet verdund is.’

Nu is het toch wel een probleem, ook onafhankelijk van deze ‘canard’ (eend in het Frans; in het Nederlands zeg je bok), die sponsoring of financiering van medische zaken. Zo bericht Joop Bouma vandaag nog in Trouw (op de voorpagina van de papieren editie) in een mooi artikel dat ‘Websites over ziekten vaak onwettig’ zijn:

‘Websites waarop de farmaceutische industrie “reclame” maakt voor ziekten en aandoeningen, zijn vaak in strijd met de Geneesmiddelenwet of met de gedragsregels die de branche zelf opstelde. Dat zegt GezondeScepsis, onderdeel van het Utrechtse Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik, na onderzoek.’

In een begeleidend artikel ‘“Radar” zet nepziekte in de markt’ doet Joop Bouma verslag van een stunt van het TROS programma Radar, dat daarmee de volgzaamheid en goedgelovigheid van mensen en organisaties (en zelfs de pers, die toch juist kritisch zou moeten zijn! – die heet toch niet voor niets ‘pers’) wilde testen. Met schrikbarende gevolgen. De uitzending is vanavond, dus u kunt nog gaan kijken. Op de website van dit programma staat alvast te lezen hoe dit in zijn werk ging, onder de titel ‘Hoe medicijnfabrikanten de media manipuleren’:

‘Medicijnfabrikanten spannen de media voor hun karretje om zoveel mogelijk pillen te verkopen. Journalisten prikken te weinig door hun campagnes heen en werken zo (onbedoeld) aan de praktijken mee. Dat tonen wij aan in de uitzending van vanavond.

Farmaceuten mogen geen reclame maken voor geneesmiddelen die alleen op doktersrecept verkrijgbaar zijn. Ze lanceren daarom regelmatig campagnes die gericht zijn op de medische kwaal zelf, bijvoorbeeld erectieproblemen, schimmelnagels en maagzuur. In de campagnes zit vaak het advies verstopt om met dergelijke klachten naar de huisarts te gaan. Die kan dan specifieke medicijnen voorschrijven.

TROS Radar heeft zelf een campagne verzonnen over winderigheid om aan te tonen hoe gemakkelijk de media persberichten overnemen. Onderdeel van de campagne waren de resultaten van een onderzoek dat daadwerkelijk is uitgevoerd door onderzoeksbureau TNS NIPO. Het bureau concludeerde dat één op de vier Nederlanders last had van winderigheid. Veel media, waaronder het ANP, namen de conclusies over.

Op een speciaal hiervoor in het leven geroepen website, www.hetluchtop.nl, konden mensen terecht voor meer informatie. De site is nog steeds in de lucht.

Vanavond in Radar ziet u het volledige verhaal in een speciale uitzending over symptoomreclame en hypeziektes.’

Manipulatie hier, manipulatie daar. Je weet dat het gebeurt en dat je je ertegen moet wapenen. Je wilt immers niet instrumenteel gebruikt worden voor andermans gewin. Maar als het dan zó onverbloemd naar voren treedt, sta je toch altijd weer verbaasd. Is dan álles gemanipuleerd? Je zou het bijna gaan denken.

Ik keer weer terug naar de Vereniging tegen de Kwakzalverij. De dag voor bovenstaande misser gemeld werd, kondigde men het jaarlijkse symposium van deze vereniging aan, ‘Registreren van alternatieve behandelaars: wenselijk of schadelijk?’:

‘Is het verstandig om over te gaan tot een landelijke registratie van alle alternatieve behandelaars? Deze vraag staat centraal op een symposium dat op zaterdag 10 oktober 2009 door de Vereniging tegen de Kwakzalverij wordt georganiseerd. Door Tweede Kamerleden van de drie grootste partijen, een vertegenwoordiger van de CAM-artsen en een spreker namens de VtdK zullen de voor- en nadelen van landelijke registratie besproken worden aan de hand van een drietal stellingen. Het symposium staat onder leiding van Els Borst-Eilers, oud-minister van VWS.

Wat je hiervan moet denken, laat Iocob, de stichting voor Innovatief Onderzoek en Onderwijs van Complementaire Behandelwijzen, vandaag weten in een opinieartikel – want zo mag je het wel noemen, en lang is het ook – op haar website, met de opruiende titel De VtdK-maskerades op haar a.s. symposium’. Het is echter interessant genoeg om het hier over te nemen; dat mag nu weer wel, want Iocob is vast blij als haar opinie verder wordt verkondigd:

‘Op het door de VtdK op 10 oktober 2009 georganiseerde symposium is de centrale vraag aan de orde of een landelijke registratie van alternatieve behandelaars, arts of geen arts, verstandig is. Rien Vermeulen, bestuurslid van de VtdK en een notoir antikwakker, vertolkt aan de hand van een drietal stellingen – zie het bericht dd 18 augustus 2009 op www.antikwak.nl – het (voorspelbaar afwijzende) standpunt van de VtdK, terwijl een drietal uitgenodigde politici (van het CDA, PvdA en SP) daarover eveneens zijn licht laat schijnen. Els Borst-Eilers, oud-minister van VWS en een fervent tegenstandster van CAM-geneeswijzen, is dagvoorzitter.

Standpunt van de VtdK

Van oudsher verkondigt de VtdK – een kleine splintergroep die volstrekt niet representatief is voor de Nederlandse artsenstand als geheel – luidruchtig en met ongekend fanatisme in woord en geschrift de boodschap dat alternatieve/complementaire geneeskunde in al haar verschijningsvormen onbewezen en daarom volslagen onzin is. De patiënt heet daarbij door zijn CAM-behandelaar notoir te worden misleid, ook in financieel opzicht, waaruit voor hem tevens ernstige gezondheidsschade kan voortvloeien.

De beoefening van CAM-geneeskunde ervaart de VtdK als een ware gruwel, en dit in het bijzonder wanneer artsen zich daaraan “schuldig” maken. De VtdK is dan ook voorstander van een “Berufsverbot” voor CAM-artsen die volgens haar gevaarlijke kwakzalvers en “struikrovers” zijn (voorzitter Renckens op de laatste jaarvergadering en in Medisch Contact van 26 juni 2008: “Op naar een volledig verbod”). De VtdK vindt de Wet BIG bovendien een monstrum en betoont zich vurig pleitbezorgster van restauratie van de “oude” toestand (de voor-Wet BIG-periode) waarin uitsluitend artsen bevoegd waren om de geneeskunde uit te oefenen.

BTW-voorstellen door de VtdK warm onthaald

De recente voorstellen van de bewindslieden van Financiën en VWS om BTW te gaan heffen over de gezondheidskundige verrichtingen van CAM-artsen (welke plannen voorlopig zijn uitgesteld) zijn door de VtdK van meet af aan met grote geestdrift en onverholen leedvermaak begroet. Eindelijk worden de CAM-artsen door de Staat hun plaats in de hoek gewezen. Luid applaus.

Per brief van 9 april 2009 heeft de voorzitter van de VtdK zich nog tot de minister van VWS gewend met het dringende verzoek geen afzonderlijk CAM-register voor artsen in te stellen en tevens om de voorgenomen BTW-heffing, tegen de druk van de Tweede Kamer in, gewoon in te voeren omdat er geen verschil in effectiviteit zou bestaan tussen hun interventies en die van alternatieve niet-artsen (“allemaal flauwekul” en op zijn best placebo).

Maar ook reeds op 4 december 2007 richtte de onstuitbare voorzitter, toen de BTW-plannen nog maar net bekend werden, zich in een hijgerig getoonzette brief van gelijke strekking tot de Vaste Kamercommissie van VWS, ondermeer met het argument “dat het niet valt uit te leggen waarom kermisexploitanten wel BTW moeten betalen, maar aanbieders van ‘kermisgeneeskunde’ niet”... Zo ziet men dat bij de VtdK.

De VtdK in de valse gedaante van “redelijke gesprekspartner”

De openingsboodschap van het symposium door de webredactie van de VtdK dd 18 augustus 2009 is echter volkomen anders getoonzet en wekt dan ook grote verbazing. Daarin wordt namelijk plotsklaps en in verrassend genuanceerd woordgebruik te kennen gegeven dat “bescherming van de consument een belangrijk argument is om over te gaan tot registratie van alle alternatieve behandelaars, arts of niet”.

Na het bekomen van de eerste verbazing daaromtrent dringt echter alras het besef door dat deze verbale demarche van de VtdK niets anders dan een schijnmanoeuvre is. Geen voortschrijdend inzicht bij de VtdK maar pure misleiding. Het ten tonele gevoerde argument inzake de bescherming van het consumentenbelang is namelijk volstrekt vals, niet alleen gelet op de andersluidende reputatie van de VtdK op dit punt, maar bovenal omdat registratie van CAM-behandelvormen immers een erkenning van overheidswege impliceert van alles wat de VtdK als kwakzalverij ziet en met alle middelen wenst te bestrijden.

In werkelijkheid is de VtdK dan ook mordicus tegenstandster van de instelling van een CAM-register en wenst zij het “consumentenbelang” uitsluitend te dienen door middel van de totale eliminatie van alle beoefenaren van CAM-geneeskunde, zowel artsen als niet-artsen. De geproclameerde ommezwaai van de VtdK in de openingsboodschap heeft dan ook geen ander doel dan om bij de argeloze buitenstaanders, maar blijkbaar ook bij de drie politieke sprekers op dit symposium, de indruk te wekken dat de VtdK een “redelijk gesprekspartner” is die open zou staan voor nadere argumentatie en nuancering. Dat zal een illusie blijken te zijn. Het aannemen van deze valse gedaante door de VtdK is echter vooralsnog niet zonder resultaat gebleven nu de drie politici voor de verlokking zijn bezweken om op het aanstaande symposium als sprekers op te treden.

De registratie-maskerade van de VtdK

Nadat de VtdK de drie politieke sprekers aldus in de waan tracht te brengen dat haar boodschap inzake de wenselijkheid van een CAM-register niet bij voorbaat zal afstuiten op haar granieten ideologie, zal op het symposium onmiskenbaar blijken dat de Vtdk er slechts op uit is om de CAM-geneeskunde in Nederland volledig de nek om te draaien. Rien Vermeulen zal de drie door de VtdK geformuleerde symposium-stellingen – zie www.antikwak.nl 18 augustus 2009 t.a.p. – ongetwijfeld zonder blikken of blozen volmondig beamen waartegen andersdenkenden tevergeefs te hoop zullen lopen.

De in het symposiumpaper uitgesproken wenselijkheid van de instelling van een CAM-register is dan ook voorgewend en is niets anders dan een sluwe maskerade om de ware bedoelingen van de VtdK aan het publieke en politieke zicht te onttrekken. Overigens is er niets op tegen dat CAM-artsen bij een eventuele instelling van een afzonderlijk register hun specialisatie daarin vermelden, uiteraard onder handhaving van hun inschrijving in het BIG-register. Ook huisartsengeneeskunde is immers een vergelijkbaar specialisme.

De fiscale maskerade van de VtdK

Ook de “bekering” van de VtdK tot het nieuwe argument dat voor de instelling van een CAM-register “om belastingtechnische redenen” wat valt te zeggen, is vals. Het gaat de VtdK hier in het geheel niet om het stellen van kwaliteitseisen aan alternatieve behandelaars/niet-artsen ten einde hen de medische vrijstelling van de Wet op de Omzetbelasting deelachtig te laten worden maar, integendeel, om aan de CAM-artsen hun BTW-vrijstelling te ontnemen door middel van hun roemloze deportatie naar de belaste sector.

Het ware gezicht van de VtdK wordt dan ook treffend aan den volke getoond door een lid van de VtdK, een zekere A. L. Ternee, die in een bijdrage, getiteld “Grove rechterlijke dwaling inzake BTW op kwakzalverij in Haarlem” (*1) een uitspraak van de bestuursrechter aldaar dd 18 maart 2009 op de korrel neemt. In die zaak werd beslist dat een acupuncturist die niet voldeed aan tenminste een HBO-opleidingsniveau, geen beroep kon doen op de medische BTW-vrijstelling. Ternee roept moord en brand over deze “schandelijke uitspraak” en argumenteert dat “waar het nut van Chinese acupunctuur nooit is bewezen men dus moeiijk kan volhouden dat de ene nutteloze acupunctuur beter of slechter is dan de andere nutteloze acupunctuur”.

Treffender dan Ternee doet kan de primitieve ideologie van de VtdK niet onder woorden worden gebracht: alle CAM-geneeskunde is flauwekul, ongeacht door wie deze wordt beoefend. En dus moeten volgens de VtdK voortaan ook CAM-artsen, gelijk alle andere kwakzalvers, BTW over hun medische diensten gaan betalen welke belastingdruk uiteindelijk door hun patiënten (in de VtdK-terminologie dus “kermisgangers”) zal moeten worden opgebracht.

Het demasqué

De symposiumgangers weten nu waar de VtdK werkelijk voor staat. Door middel van dit demasqué is het ware gezicht van deze fundamentalistische splintergroep thans opnieuw onthuld. Het valt daarom te hopen dat de politieke sprekers duidelijk afstand zullen nemen van het verwerpelijke gedachtengoed van de VtdK dat al zo lang een hinderlijk obstakel is om tot een waarlijk eigentijdse en geïntegreerde geneeskunde te komen waarin het beste uit de gangbare geneeskunde en de CAM-behandelvormen wordt samengebracht. En wenselijk is ook dat de journalisten zich niet langer op sleeptouw laten nemen door het dissonerende getrompetter van de VtdK dat het noodzakelijke geluid uit het complementaire veld al zo lang overstemt.

Daarbij wordt de politieke sprekers vanuit deze plaats nog eens met nadruk voorgehouden dat voor het merendeel van de reguliere behandelmethoden het wetenschappelijke bewijs ontbreekt – een actuele reminder is in dit verband de dubieuze positie van Tamiflu – en voorts dat, anders dan de VtdK-adepten ons steeds weer willen doen geloven (*2), wel degelijk wetenschappelijk bewijs voorhanden is voor een scala van complementaire behandelvormen, die bovendien veilig en kostenbesparend zijn. IOCOB wordt graag in staat gesteld iedereen, maar in het bijzonder onze volksvertegenwoordigers, van dit laatste blijvend te overtuigen.

Noten
*1 Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij, 2009.2, bladzijde 10.
*2 Zie laatstelijk Piet Borst, Irrationaliteit, Katern Wetenschap NRC 29 augustus 2009, die in alle ernst een beroep doet op prof. Ernst (“the importance of being Earnest”).’

Ja, dat is een lang opinieartikel. Alleen is de laatste noot weer niet de sterkste. Want wat Piet Borst zaterdag in NRC Handelsblad schreef, vond ik wel boeiend. Dat staat inmiddels ook op internet, ‘Irrationaliteit’ heet deze column op de website van NRC Handelsblad, maar die mag ik vast weer niet overnemen, hoewel ik ook dat graag zou doen. Dus moet ik volstaan met een link; dan kan de liefhebber zijn hart ophalen aan de schermutselingen tussen CAM en regulier over hun respectievelijke visies. Maar bovenstaand Iocob-artikel geeft wel het omvattende perspectief weer waarbinnen je dit zou moeten zien.

zondag 30 augustus 2009

Overlevende

Onverdroten gaat hij voort met zijn dagelijkse weblogarbeid. Ik heb het natuurlijk over Hugo Verbrugh (hier helemaal onderaan goed te volgen via mijn ‘blogroll’). En dat doet hij dan met zijn bekende sceptische instelling. Oók als het over karma en reïncarnatie gaat, zoals de laatste tijd weer in verhevigde mate het geval is. Want die moeten daar maar tegen kunnen, is zijn opvatting. Hugo’s podium is de Volkskrantblog, zoals hier vaker ter sprake is gekomen. Dat is een statement, want de Volkskrant is nu niet bepaald het toonbeeld van een spirituele krant.

Ook NRC Handelsblad staat niet bekend als bijster geïnteresseerd in spiritualiteit, integendeel zelfs. Daarom was het des te merkwaardiger dat gisteren op de achterpagina van de krant een artikel verscheen met de titel ‘Peuter: Ik was ooit piloot’. Ik vraag me af wat Hugo Verbrugh hiervan zou vinden. Hoewel verwoed NRC Handelsblad-lezer, heeft hij hierover nog niet geschreven. Er is een foto bij afgebeeld, met daarop een jongetje en naast hem een mevrouw die zijn grootmoeder zou kunnen zijn, maar het niet is. Wie wel, blijkt uit het artikel. Het fotobijschrift luidt:

‘James Leininger die zegt dat hij de gereïncarneerde neergeschoten Amerikaanse oorlogspiloot James Huston is, met Hustons zus Anne Barron, in 2004. Foto uit besproken boek “Soul Survivor”’

Het artikel wordt ingeleid met deze drie kernachtige zinnen:

‘Een elfjarige jongen uit de VS beweert dat hij in een vorig leven oorlogspiloot was. Zijn verhaal is nu in boekvorm verschenen. Reïncarnatieaanhangers zijn blij met hem en alle media-aandacht, maar anderen proberen zijn verhaal te kraken.’

De schrijver van dit bericht op de achterpagina is Michiel Hegener. Op hem kom ik zo terug. Om duidelijk te maken waar het over gaat, volgt hier eerst het begin van zijn artikel:

‘Sceptici hebben nooit rust. Amerikaanse bestrijders van het idee dat er meer is tussen hemel en aarde zijn dezer dagen druk met Soul Survivor – The Reincarnation of a World War II Fighter Pilot, dat in juni verscheen.

Het boek gaat over James Leininger (1998-) die als tweejarige keer op keer dezelfde nachtmerrie had: hij zat in een neerstortend, brandend vliegtuig. Op rustiger momenten gaf hij zijn ouders Bruce en Andrea details.

Zijn vliegtuig was opgestegen “from a boat.” Hoe heette die boot? “Natoma.” Waarom crashte je vliegtuig? “It got shot.” Door wie? “The Japanese!” Hoe heette je? “James.” Had je vrienden? “Jack. Jack Larsen. He was a pilot too.”’

Nu is dit artikel niet op de website van NRC Handelsblad te vinden. Het staat alleen in de papieren editie. Maar er is nog een mogelijkheid om het in te zien. Namelijk de website van Michiel Hegener. Hij schrijft daar:

‘Welkom op mijn thuispagina! Deze site is nog in ontwikkeling, maar toch staat er wat op. Ik ben werkzaam als free-lance journalist en fotograaf, sinds kort ook als kartograaf. In juli 2009 is het precies een kwart eeuw geleden dat mijn eerste stuk verscheen, op de Achterpagina van NRC Handelsblad, de krant waarvoor ik nog steeds werk, naast andere opdrachtgevers. Voor ik journalist werd studeerde ik geografie en kartografie in Utrecht.’

Linksboven staat de titel van het artikel ‘Peuter: Ik was ooit piloot’, met daaronder ‘NRC Handelsblad 29 augustus 2009’. Klik je hierop, krijg je de pdf-versie ervan uit de digitale krant voorgeschoteld. Dus zo kunt u het artikel alsnog in zijn geheel lezen. In hetzelfde vakje worden ook ‘Meer links’ beloofd. Klik je hierop, vind je deze kop:

‘Twee links die erop lijken te wijzen dat de paradigma’s van de westerse menswetenschappen niet kloppen:

1.

Reportage van Discovery Channel, in vijf delen op You Tube, over Ram Bomjon, een Nepalese jongen, geboren in 1990, die in 2005 voor zes jaar in meditatie ging zonder eten en drinken. Discovery Channel mocht in januari 2006 een camera bij hem opstellen die vier dagen en nachten onafgebroken bleef opnemen. Gedurende die tijdsspanne veranderde Ram niet van positie en at en dronk hij niet. Die passage zit in deel vier van de reportage en in het begin van deel vijf, maar de hele reportage is interessant. Ook met een yogi uit India, Prahlad Jani, die tien dagen niet at of dronk, aan alle kanten permanent gecontroleerd door camera’s. http://www.youtube.com/watch?v=v29clGMWU84

Ram, ook bekend als Palden Dorje, heeft nu zesmiljoen volgelingen, al spreekt hij maar een keer of twee per jaar kort in het openbaar – verder is hij permanent in meditatie. Zie ook: www.paldendorje.com

Het Wikipedia artikel over hem biedt veel links. http://en.wikipedia.org/wiki/Ram_Bahadur_Bomjon

In 2011 of 2012 zal hij in de openbaarheid treden, heeft hij aangekondigd, als zijn zesjarige meditatie voltooid is.

2.

Sommige kenners hebben het geval James Leininger al aangemerkt als het beste bewijs voor reïncarnatie ooit. Hier de link naar deel één van een tweedelige reportage over James Leininger van ABC TV in Amerika. Het interessantste materiaal zit in deel twee van de reportage. http://www.youtube.com/watch?v=_EWwzFwUOxA

Een artikel over hem: http://supingkalad.com/nong/JamesLein.pdf

En het boek dat in juni verschijnt: http://www.amazon.com/Soul-Survivor-Reincarnation-World-Fighter/dp/0446509337

Om het boek te schrijven werd door de uitgever een skepticus ingehuurd, Ken Gross. Hier een kort verslag van hem over het schrijven van Soul Survivor: http://soulsurvivorbook.wordpress.com/2009/04/17/confessions-of-a-skeptic/

Stuk over James Leininger in NRC Handelsblad van 29 augustus 2009: Klik hier

Stuk over James Leininger in The Daily Mail van 29 augustus 2009: http://www.dailymail.co.uk/femail/article-1209795/Reincarnated-Our-son-World-War-II-pilot-come-life.html

Zoals gezegd, ik ben zeer benieuwd wat Hugo Verbrugh hiervan vindt, allergisch als hij is voor alle bovennatuurlijke zaken. Dit is misschien wel net zoiets als Pim van Lommel, vanuit zijn optiek, en daar moet hij ook niets van hebben. Trouwens, Michiel Hegener geeft op dezelfde pagina, onder het bovenstaande, nog ‘Zes links naar de beste muziek aller tijden’. Ik denk dat John Wervenbos dit heel goed zal kunnen waarderen!

zaterdag 29 augustus 2009

Conferentie

Op de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland werd het al langere tijd aangekondigd, maar nu is het zover dat zij ook werkelijk plaatsvindt: een ‘Conferentie voor klassenleden: De weg door de eerste zeven klassenuren’. Gisteren begonnen, morgen weer ten einde, zoals nu nog op de website te lezen valt:

‘Van vrijdagavond 28 tot zondagmiddag 30 augustus 2009 vindt in Antropia in Driebergen een conferentie plaats voor klassenleden over de weg door de eerste zeven klassenuren. Deze bijeenkomst komt tegemoet aan de veel gehoorde vraag naar de samenhang tussen de verschillende klassenuren en de weg die we door de uren gaan. Het programma omvat vrij gehouden klassenuren, beschouwingen over de eerste zeven klassenuren en euritmische presentaties van die uren. Daarnaast zijn er werkgroepen met kunstzinnige verwerking en is er de mogelijkheid uit te wisselen over de betekenis van het lidmaatschap van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap.’

Er staat nog steeds een ‘voorlopig programma’ bij vermeld, maar ik neem aan dat dit inmiddels wel definitief is:

Vrijdag 28 augustus
20.00 uur Opening van de conferentie.
Inleiding op de euritmiepresentaties
Matthijs Chavannes: het eerste klassenuur
Euritmiepresentatie: het eerste klassenuur

Zaterdag 29 augustus
10.00 uur Euritmiepresentatie: het tweede klassenuur
Hilda Boersma: het tweede en derde klassenuur
11.15 uur Pauze
11.45 uur Kunstzinnige verwerking: euritmie, schilderen, boetseren, vormtekenen.
14.15 uur Euritmiepresentatie: het derde klassenuur
Ron Dunselman: de weg naar “broeders en zusters”
15.30 uur Pauze
16.15 uur Gespreksgroepen: hoe geef ik uitdrukking aan mijn klassenlidmaatschap
19.30 uur Euritmiepresentatie: het vierde klassenuur
Rob Otte: het vierde en vijfde klassenuur
Euritmiepresentatie: het vijfde klassenuur

Zondag 30 augustus
10.00 uur Euritmiepresentatie: het zesde klassenuur
Madeleen Winkler: het zesde en zevende klassenuur
Euritmiepresentatie: het zevende klassenuur
11.15 uur Pauze
11.45 uur Kunstzinnige verwerking: euritmie, schilderen, boetseren, vormtekenen.
14.15 uur Euritmiepresentatie: het eerste klassenuur
Roel Munniks: de weg door de eerste zeven klassenuren
Euritmiepresentatie: het zevende klassenuur
Afsluiting
16.00 uur Einde.’

Dat ziet er mooi uit. Er staat wel onder: ‘Alleen voor leden’. Dat betreft dan het lidmaatschap van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap, zoals dat ook in de tekst hierboven impliciet is aangegeven (het is wel gek dat dat niet wat duidelijker is gebeurd en deze eigenlijke context van de ‘klassenuren’ ontbreekt). Over die speciale Hogeschool voor Geesteswetenschap heb ik hier vaker geschreven, bijvoorbeeld op 1 december 2008 in ‘Tweehonderd’. Wil je echter over het hier en nu ervan in het Nederlands meer lezen, is er vrij weinig over beschikbaar helaas. Er is nog niet zo’n mooie uitgave als onlangs verscheen bij de Rozekruis Pers, ‘Geroepen door het Wereldhart’:

‘In Geroepen door het wereldhart geeft Peter Huijs een verslag van de ontwikkeling van het geestelijk streven van de afgelopen anderhalve eeuw. In dit complexe esoterische veld hervinden de gebroeders Leene in 1935 de zeventiende-eeuwse manifesten van de rozenkruisers. Huijs schetst de geschiedenis van het Rozekruisers Genootschap, het latere Lectorium Rosicrucianum. Deze moderne inwijdingsschool staat geheel in het teken van de bevrijding van het hogere leven in de menselijke ziel. Als in een bloemlezing laat de auteur aan de hand van uitgebreide citaten de spirituele én literaire ontwikkeling van J. van Rijckenborgh en Catharose de Petri zien. Tevens schetst de schrijver in een vooruitblik de ontwikkeling tot 2024, waarin de geestelijke ontwikkeling van de afgelopen periode binnen een brede laag van de samenleving herkenbaar en werkzaam kan worden.’

Nee, voor de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap moet worden uitgeweken naar de Freie Hochschule für Geisteswissenschaft, met haar zetel in het Goetheanum te Dornach, Zwitserland. De website van de Allgemeine Anthroposophische Gesellschaft aldaar biedt meer op dit gebied. De ‘Hochschule’ heeft hier een uitgebreid eigen menu. Ik kies voor ‘Allgemeine Anthroposophische Sektion’, en vervolgens voor ‘Einführende Texte’. Dan kom ik bij ‘Einführende Texte als Download’. Daar wordt dit mooie rijtje opgevoerd:

‘1. Geisteswissenschaftliches Studium und meditative Praxis
Jörgen Smit, Der Beginn eines Erkenntnisweges
Heinz Zimmermann, Das Studium der Geisteswissenschaft als Voraussetzung für Forschung auf geistigem Felde
Bodo von Plato, Von der Selbsterziehung
Rudolf Steiner, Nebenübungen
Rudolf Steiner, Von dem Vertrauen, das man zu dem Denken haben kann, und von dem Wesen der denkenden Seele vom Meditieren

2. Geisteswissenschaftliche Menschenkunde

Rudolf Steiner, Das Wesen des Menschen

3. Reinkarnation und Karma

Martin Basfeld, Karma-Erkenntnis und Karma-Gestaltung
Rudolf Steiner, Wiederverkörperung des Geistes und Schicksal

4. Christologie und Hierarchienlehre

Rudolf Steiner, Die geistige Führung des Menschen und der Menschheit

6. Entwicklungs- und Zeitfragen

Bodo von Plato, Von der Kraft freier Verhältnissetzung

(Nummer 5 ontbreekt hier klaarblijkelijk.) Dit is niet alleen een mooi rijtje, dit zijn ook mooie teksten. Nederlands is het niet, hoewel alle hier opgevoerde bijdragen van Rudolf Steiner ook in het Nederlands zijn vertaald. En als ik me niet vergis, is dat ook het geval met die ene van Jörgen Smit. Het begin van de zijne wil ik hier graag laten volgen, want dat is echt erg goed. Het heet ‘1. Der Beginn eines Erkenntnisweges’ en komt uit ‘Meditation und Christuserfahrung’, van Jörgen Smit dus:

‘Wenn Menschen heute nach meditativen Wegen suchen, um ihr Bewußtsein zu erweitern, so richtet sich der Blick sehr schnell weg von dem alltäglichen, durch das naturwissenschaftliche Weltbild geprägten Denken hin auf andere Bewußtseinsformen, die mit diesem Denken dann oft in keinerlei Beziehung mehr stehen. Der meditative Erkenntnisweg der Anthroposophie geht dagegen ganz bewußt von diesem Alltagsbewußtsein aus und versucht zunächst, dessen Grenzen erfahrbar zu machen. Es geht auf diesem Erkenntnisweg nicht darum, etwas Altes zugunsten eines Neuen einfach aufzugeben, sondern es wird dieses durch das naturwissenschaftliche Weltverständnis geprägte Bewußtsein selbst erweitert. Diese Erweiterung geschieht nun aber nicht durch Spekulationen oder Hypothesen, sondern durch die Ausbildung neuer Fähigkeiten, die eigentlich in jedem Menschen vorhanden sind, aber - sie schlafen.

Es geht also darum, Entwicklungsmöglichkeiten und Fähigkeiten zu erwecken, zur Entfaltung zu bringen, und nicht darum, etwas Fremdes in unser Bewußtsein hineinzusetzen oder ihm überzustülpen. Wir müssen lernen wahrzunehmen, wo Entwicklungsmöglichkeiten liegen, Keime, die schon da sind und die dann weitergeführt werden können über die Grenzen unseres Bewußtscins hinaus.

Diese Bewußtseinserweiterung dürfen wir uns nicht zu gering vorstellen, im Gegenteil, sie kann der Möglichkeit nach gewaltig groß sein, nur müssen wir eben ganz klein anfangen. Um diese Stufen der Bewußtseinserweiterung zu verstehen, können wir einen Vergleich wählen:

Höheres Bewußtsein - Alltägliches Bewußtsein - Schlafbewußtsein

In der Skizze haben wir in der Mitte unser alltägliches Bewußtsein. Darunter liegt das Schlafbewußtsein (das Traumbewußtsein bleibt bei diesem Vergleich außer acht). Schlafbewußtsein heißt hier Tiefschlaf ohne Träume, wo das Bewußtsein so dunkel ist, daß keine Inhalte da sind. Es gibt allerdings den Schlafwandler, der auch in diesem Bewußtsein etwas tun kann, aber er weiß dann nichts davon. Es herrscht hier also tiefe, dunkle Finsternis. Wir brauchen dieses Bewußtsein jede Nacht für die Gesundheit unseres wachen Tagesbewußtseins, aber wir können im Tiefschlaf eben nicht ausführen, was wir im Wachen tun können.

Über diesem Wachen liegt nun jenes höhere Bewußtsein, und zwar genau um so viel höher, wie das Schlafbewußtsein darunter liegt. Und so wie wir vom Wachbewußtsein aus auf das Schlafbewußtsein herunterschauen, in dem wir nichts wissen von dem, was wir tun und was um uns herum vorgeht, so können wir, wenn wir jenes höhere Bewußtsein in seiner vollen Stärke erlangt haben, herunterschauen auf unser alltägliches Bewußtsein; das verliert dadurch seine Bedeutung nicht, so wie das Schlafbewußtsein seine Bedeutung nicht verliert dadurch, daß das Wachbewußtsein da ist.

Wir können aber vom höheren Bewußtsein aus auf das Wachbewußtsein herunterschauen, und alles, was wir da tun, erscheint jetzt wie die Schlafwandlertätigkeit vom Wachen aus gesehen. Im Wachen wissen wir, vom höheren Bewußtsein aus betrachtet, noch gar nicht, worum es eigentlich geht. Die sonderbarsten Dinge werden da gemacht, wo derjenige, der da handelt, nicht einmal weiß, was er eigentlich tut.

Wenn wir jetzt das alltägliche Bewußtsein mit dem Schlafbewußtsein vergleichen, dann sehen wir das Charakteristische dieses Tagesbewußtseins: Wir stützen uns bei dessen Inhalten immer ab auf Wahrnehmungsinhalte, auf alles das, was wir sehen, hören, tasten, schmecken, riechen, und dann bilden wir Vorstellungen und schließlich Erinnerungen. Dieses Bewußtsein hat zunächst keine anderen Inhalte als die auf Wahrnehmungen oder Erinnerung an Wahrnehmungen zurückzuführenden. Nur während des Schlafes sind alle diese Sinneseindrücke weg, wir haben auch keine Erinnerungsvorstellungen im Schlaf.

Nun kann man sich fragen: Gibt es eine Möglichkeit, über dieses Wachbewußtsein hinaufzusteigen, so daß man nicht mehr angewiesen ist auf die Inhalte der Sinneswahrnehmungen, Vorstellungen und Erinnerungen und trotzdem dabei wach bleiben kann? Läßt sich in der Seele eine Kraft erwecken, die so stark ist in ihrer eigenständigen Tätigkeit, daß sie sich selbst trägt bei wachem, hellem Bewußtsein und nicht sich abstützen muß auf die Sinneswahrnehmung?

Das ist zunächst eine offene Frage, denn es könnte ja sein, daß es nicht möglich wäre. Ob es eine solche Kraft oder wenigstens den Keim dazu wirklich gibt, das ist nur empirisch festzustellen.

Ich möchte einen solchen Keim beschreiben, den jeder Mensch in sich selbst auffinden kann. Es ist dies noch nicht das höhere Bewußtsein selbst, noch nicht diese höhere Kraft, aber es ist verwandt mit ihr: Es ist etwas, das man den «inneren Beobachter» nennen kann. Jeder erwachsene Mensch, von Ausnahmen abgesehen, hat diesen inneren Beobachter, eine Instanz, die alles, was man tut, was man denkt, fühlt oder will, gleichzeitig beobachtet und fragt: Was machst du da, was geht da vor sich?

Diesen Beobachter in dieser ersten Phase, wo er nur punktuell ist, in sich zu erfahren, kann sehr frustrierend sein. Ja, es gibt sicher auch Menschen, die meinen, daß es diesen Beobachter eigentlich nicht geben sollte. Denn wenn der innere Beobachter ständig anwesend ist, dann kann man sich nicht mehr spontan entfalten. Wenn man sich in der Begegnung mit anderen Menschen spontan entfalten will, dann kann man doch diesen inneren Beobachter nicht brauchen, der einfach nur daneben steht und das Ganze wie ein Theaterstück betrachtet, es mit guten oder schlechten Bemerkungen kommentiert.

Aber dieser Punkt des Selbstbeobachtens, der, solange er nur unser spontanes Handeln stört, sehr frustrierend wirken kann, der trägt eine Entwicklungsmöglichkeit in sich, wo er dann nicht im geringsten stört. Man kann sich ganz in diesen Punkt hineinversetzen und läßt die sonst übliche Haltung einfach ruhen, nicht den ganzen Tag, aber vielleicht fünf bis zehn Minuten lang.

Dieser Keim, der im alltäglichen Bewußtsein schon vorhanden ist, kann nun beginnen zu wachsen - dann aber wirkt er ganz anders. Eine neue Blüte kann da beginnen, sich zu entfalten: Ruhe - ohne eine Störung durch das alltägliche Leben. Das ist etwas, das völlig neu entsteht; eine neue Welt kann da beginnen aufzublühen. - Wo sich diese innere Entfaltungsmöglichkeit auftut, kann der meditative anthroposophische Erkenntnisweg ansetzen.

Es sollen im Folgenden verschiedene Elemente dieses Vorganges beschrieben werden.’

Dat kunt u zelf daar verder lezen. Een tweede tekst (een paar gedeelten maar) verdient het ook hier aangehaald te worden, namelijk die van Martin Basfeld. Het heet ‘Karma-Erkenntnis und Karma-Gestaltung’ en komt uit ‘Einsicht in Wiederverkörperung und Schicksal’. Ik begin met wat onder het kopje ‘Erinnerung an frühere Leben?’ vermeld staat:

‘Die in der gegenwärtigen Literatur beschriebenen Erlebnisse früherer Erdenleben treten, abgesehen von den unterschiedlichen Entstehungsbedingungen, in Form von inneren Bildern auf, ähnlich den Erinnerungen an Ereignisse des gegenwärtigen Lebens. Die Beurteilung dieser Bilder ist letztlich sehr schwierig. Davon soll im dritten Teil des Buches die Rede sein. Hier soll zunächst davon ausgegangen werden, daß es anscheinend Erlebnisse gibt, die auf wirkliche Ereignisse in einer vor diesem Leben liegenden Vergangenheit zurückweisen. Solchen Erlebnissen gegenüber stellt sich vor allem die Frage nach ihrer Bedeutung für die gegenwärtige Persönlichkeit. (...)

Nehmen wir nun an, wir würden der Gefahr der Selbstbespiegelung nicht erliegen, würden auch dem Menschen die Entwicklungsmöglichkeit zur Freiheit zugestehen und dennoch davon ausgehen, daß ein realer Zusammenhang zwischen aufeinanderfolgenden Erdenleben eines Menschen besteht, der sich mitunter in Form von Erinnerungsbildern manifestiert; dann bleibt immer noch eine entscheidende Frage offen: Woher kommt die Sicherheit, daß diese Bilder von selbsterlebten Ereignissen stammen?

Jeder weiß, wie leicht sich in die Erinnerung an weit zurückliegende Vorgänge Fehler einschleichen. Dennoch zweifelt niemand an der Möglichkeit und der Lernbarkeit einer exakten Erinnerungsfähigkeit. Will man sie aber auf frühere Erdenleben anwenden, muß man bedenken, daß die physische Kontinuität der eigenen Person unterbrochen ist. Der Zusammenhang zweier Erdenleben kann nur übersinnlich hergestellt werden. Das Bewußtsein muß also in eine wie auch immer geartete übersinnliche Welt eintreten. Wie kommt man dort zur gleichen Urteilssicherheit wie in der Sinneswelt, in der Wirklichkeit von Täuschung unterscheidbar ist und in der sich unsere eigene Persönlichkeit entfaltet? Im Übersinnlichen kann die auf die Sinneswelt gerichtete und gestützte Urteilskraft nicht wirksam werden. Woher weiß ich, daß das Bild von einem Ereignis, das mir nur durch Verlassen der physischen Kontinuität meiner Persönlichkeit zugänglich ist, wirklich eine Erinnerung ist und nicht eine Folge von übersinnlichen Einwirkungen, die ich nicht durchschaue? Bin ich von diesen Einwirkungen besetzt, dann halte ich alles für selbsterlebt, was durch sie in mein Bewußtsein eintritt.’

Na een schildering hoe dit mogelijk is, het actief werken aan je herinnering en aan je oordeelsvermogen, wordt de tekst met de volgende passage afgesloten:

‘Wenn also schon die vollständige Erinnerung innerhalb eines Lebens so schwierig ist, ist es nicht verwunderlich, daß sich die Menschen an frühere Erdenleben nicht ohne weiteres erinnern. Es müßte dazu nämlich innerhalb der selbstbewußten Persönlichkeit der vergangenen Inkarnation auch das Ich als solches zur Erfahrung geworden sein. Denn nur an Momente, in denen das Ich mit seiner ganzen Intentionalität anwesend war, wird man sich heute so erinnern, daß sie mit absoluter Sicherheit als selbsterlebt gelten dürfen. Eine Persönlichkeit aus dem Mittelalter kann mit einer gegenwärtigen Persönlichkeit äußerlich nichts gemein haben, da beide ihren Inhalt aus völlig verschiedenen Lebensbedingungen innerhalb der Sinneswelt entnommen haben. Nur wenn es in der Erinnerung nachvollziehbar wird, daß sowohl in der Gegenwart als auch in der Vergangenheit dasselbe nicht im Bilde vorzustellende, sondern durch seine lntentionalität erlebbare Ich innerhalb der beiden zeitlich voneinander getrennten Persönlichkeiten wirksam erscheint, kann der Zusammenhang von Inkarnationen bewußt werden. Rudolf Steiner hat dies oft zum Ausdruck gebracht:

«Man muß in der vorhergehenden Inkarnation dafür sorgen, daß ein in sich geschlossenes Ich da war. Darauf kommt es an! [...] Es kann also bei jemandem das Hellsehen noch so sehr ausgebildet werden – wenn er nicht in früheren Inkarnationen gearbeitet hat mit den Mitteln des Unterscheidungsvermögens, des logischen Denkens, dann kann er sich an eine frühere Inkarnation nicht erinnern. Damals hat er nicht hingesetzt die Marke, an die er sich erinnern soll.»

Die Beobachtung der gewöhnlichen Erinnerungstätigkeit macht deutlich, daß es nicht genügt, nur Erinnerungsbilder zu haben, wenn man in der Welt der Selbsterkenntnis die eigene Vergangenheit erforschen will. Es kommt zusätzlich darauf an, den Zugang zu dem wirklichen Ich zu finden, das sich in der äußeren, im Leibe erscheinenden Persönlichkeit normalerweise verbirgt, aber darin wirksam ist. Aus dem obigen Zitat Rudolf Steiners geht hervor, daß dieser Zugang im Denken und seiner Beziehung zum Leben gesucht werden kann.

Es wird sich aus den folgenden Betrachtungen ergeben, daß durch das Denken jedem Menschen die Möglichkeit des Erlebens seines Karmas offensteht und zugleich der Zusammenhang von Karma und Freiheit durchschaubar wird. Dabei kommt es in erster Linie gar nicht darauf an, sich seine vergangenen Erdenleben vorstellen zu können, sondern sein Karma mit dem Willen zu ergreifen.’

vrijdag 28 augustus 2009

Duinbrand

Het is even nodig: breaking news. Op alle media wordt nu een grote brand in de duinen bij Schoorl gemeld. De NOS schreef om 16.51 uur op haar website (is inmiddels geactualiseerd; dit geldt overigens ook voor het merendeel van de overige nieuwsberichten hier):

‘In de buurt van Schoorl staat een stuk van de hei in brand. Door een harde zuidwestelijke wind verspreidt het vuur zich snel en zijn er inmiddels vier brandhaarden. De brandhaarden liggen een paar honderd meter van elkaar.

Volgens de brandweer is er voorlopig geen gevaar dat de brand de bebouwde kom van Schoorl bereikt. De gemeente Bergen zegt dat omwonenden last hebben van rookoverlast. Drie vakantiehuisjes, een restaurant en een verzorgingshuis zijn ontruimd.

Stoplijn
Omdat het met windkracht 7 erg hard waait, wordt door de brandweer een zogeheten stoplijn gemaakt. Daarbij wordt een strook heide kaal gemaakt en nat gehouden om het vuur te stoppen.

De brandweer heeft drie blushelikopters ingezet om de heidebrand bij Schoorl te bestrijden.’

In Schoorl bevindt zich Scorlewald (Antroposofische zorg):

‘Scorlewald is een zorginstelling in Schoorl (NH) waar ruim 130 bewoners wonen en werken. De instelling is te vergelijken met een dorpsgemeenschap waar gemeenschapsvorming hoog in het vaandel staat.

De bewoners wonen in elf woonhuizen die voor het merendeel op het terrein van de instelling gevestigd zijn.’

Dan wil je natuurlijk weten of deze instelling gevaar loopt. Om daarachter te komen, is aanvullende informatie nodig. Die is rijkelijk voorhanden. De website ‘Blik op nieuws’ weet om 14.20 uur te melden:

‘De branden zouden aanvankelijk op drie plaatsen rond 13.00 uur zijn ontstaan aan de Hereweg op de heide maar sloegen door de krachtige wind al snel over naar het naastgelegen bos. Mensen die zich in het gebied waar de branden woeden bevinden worden geëvacueerd.’

Een andere nieuwssite, ‘Nieuws.nl’, meldt op gezag van persbureau Novum om 16.47:

‘Het vuur woedde aanvankelijk op de heide bij het Vogelmeer, maar sloeg later over op het bos, ten noorden van de Schoorlse Zeeweg en ten oosten van de Nieuwe Weg. Inwoners aan de rand van de duinen melden dat het er grijs van de rook ziet. Uit voorzorg spuiten ze de daken van hun huizen nat.’

Scorlewald ligt iets ten zuiden van Schoorl, zoals zichtbaar is op de routebeschrijving, terwijl de brand nu ten noorden van dit plaatsje woedt. Als u ‘Schoorl’ intypt op de kaart van Google Maps, ziet u de Schoorlse Duinen groen aangegeven, met net daarbuiten het Vogelmeer als blauw vlekje (nog beter te zien door het trefwoord ‘Schoorlse Duinen’ in te vullen). Dat is dus op enige afstand van elkaar. ‘Blik op nieuws’ meldt echter in een ‘Update 17.00 uur’:

‘De brand die sinds vrijdagmiddag in de bossen van Schoorl woedt dreigt, door de harde wind aangewakkerd, woningen in Schoorl die aan de rand van het bos gelegen zijn te bereiken. Daarom zal er worden gestart met het ontruimen van het bedreigde gebied. Dit heeft een woordvoerder van de politie Noord-Holland Noord vrijdagmiddag laten weten.’

Inmiddels heeft ook de NOS haar bericht ge-update. Het heeft om 17.07 uur de titel ‘Grote natuurbrand bij Schoorl’ gekregen. Het nieuws is nu, onder het kopje ‘Verkeerschaos’:

‘Door de brand is er een verkeerschaos ontstaan rond Schoorl. Wegen zijn afgezet waardoor het verkeer moet omrijden. Bovendien zijn er veel nieuwsgierigen die met de auto naar de brand komen kijken. De politie vraagt mensen dringend om dat niet te doen.’

De Telegraaf meldde al om 15.21 uur in een nieuwsbericht getiteld ‘Grote brand in duinen Schoorl’:

‘De brandweer heeft 200 woningen in Schoorl ontruimd wegens de vuurzee. De huizen liggen rond de Bobelseweg, de Heereweg en de Koningsweg en het Achterpad. Ook zijn de 59 bewoners van verzorgingshuis Hoge Duinen geëvacueerd. Zij zijn ondergebracht in de plaatselijke Rabobank.’

De vraag is of ook Scorlewald ontruimd moet worden, of dat het dit lot bespaard blijft. Op diverse websites schrijven mensen in hun reacties dat de rook in de wijde omgeving is te zien, tot Den Helder toe.

Ik kan hier aan toevoegen (update om 18.30 uur) dat Schoorl nog zeer recent door brand is geteisterd. Een kleine drie weken geleden, op 9 augustus, liep een kantoor van Staatsbosbeheer aan de Schoorlsezeeweg zeer zware schade door brand op. En op 22 april van dit jaar werd het Schoorlse dorpcentrum De Blinkerd grotendeels door brand verwoest. Aanstaande dinsdag 1 september opent het pas weer zijn deuren.

RTV Noord-Holland wordt ingezet als lokale rampenzender. Die meldt om 18.22 uur dat de Provinciale weg N9 tussen Schoorldam en Burgervlotbrug is afgesloten. Ook het Noordhollandskanaal op hetzelfde traject is afgesloten. Scorlewald bevindt zich daar vlakbij in de buurt.

Update om 21.00 uur:

RTV Noord-Holland meldde om 19.35 uur dat er nog meer woningen zijn ontruimd: Koningsweg, Egbertslaan, Jan van Scorelpark en Bullepad. Deze bevinden zich noordoostelijk van het Vogelmeer; de wind staat die kant op. Dat betekent dat Scorlewald geen direct gevaar loopt. De windkracht is inmiddels wat teruggenomen, tot 5 à 6. Er is een persconferentie gehouden, waarop brandweercommandant Burgering vertelde dat het lijkt alsof het risico dat het vuur naar woningen overslaat is geweken.

Blik op nieuws berichtte om 19.40 uur dat er 550 bewoners zijn geëvacueerd. NRC Handelsblad meldt (om 20.33 uur) dat volgens een woordvoerder van de veiligheidsregio Noord-Holland Noord het vuur zich nog om 19.45 uur uitbreidde.

Update 21.25 uur:

RTV Noord-Holland meldt om 21.00 uur dat de brand onder controle is, volgens politiewoordvoerder Petri Koenen (de lokale rampenzender ligt er momenteel uit, maar dit bericht stond er inderdaad net op). Hoewel er nog wel veel vuur en rook is, bestaat er geen gevaar meer voor het dorp.

Update 21.50 uur:

Brandweercommandant Burgering bevestigt op RTV Noord-Holland het bericht dat het vuur onder controle is. Burgermeester Hafkamp hoopt om half elf te kunnen zeggen of alle 550 mensen weer naar huis kunnen en vannacht in hun eigen bed slapen.

Uitbreiding

Op zondag 7 juni was ik weer eens aan het mopperen, dit keer over zorginstelling OlmenEs in Appelscha (zie ‘Verschil’). Er was geen enkele actuele informatie op de website te vinden. Dat is inmiddels dubbel en dwars goedgemaakt. Dus dat ga ik vandaag melden. Onder ‘Actuele situatie’ vind ik onder meer een persbericht van gisteren 27 augustus, ‘Nieuwbouw woon- en werkgemeenschap OlmenEs van start’:

‘Deze week start OlmenEs – woon- en werkgemeenschap op antroposofische grondslag voor volwassenen met een verstandelijke beperking – de bouw van twee nieuwe woonhuizen en werkplaatsen op haar terrein in Appelscha.

Met de nieuwbouw ontstaan er meer woonmogelijkheden voor de ruim honderd huidige bewoners en kunnen er 28 nieuwe bewoners worden opgenomen. De twee nieuwe woonhuizen richten zich specifiek op de oudere bewoner en bewoners met een grotere lichamelijke verzorgingsvraag, bewoners die behoefte hebben aan een kleine woongroep en bewoners die redelijk zelfstandig kunnen wonen.

De nieuwe werkplaatsen voor de bewoners vervangen deels de huidige werkgebouwen. Alle buitenwerkplaatsen (tuin-, bos-, en plantsoengroepen) krijgen een prachtig onderkomen en er komt een groot werkgebouw voor de textiel- en kunstwerkplaatsen en de wasserij.

Door het gebruik van een sedumdak en houtvergassingskachels wordt er energiezuinig gebouwd. Bovendien worden in alle gebouwen duurzame materialen gebruikt. De gebouwen zijn zo vormgegeven dat zij passen in de prachtige natuurlijke omgeving van OlmenEs. Met de nieuwbouw wil OlmenEs bijdragen aan voldoende woon- en werkvoorzieningen voor volwassenen met een verstandelijke beperking in Noord-Nederland. Juist in deze tijd waarin nieuwbouwprojecten in de zorg worden afgelast of uitgesteld.

Tijdens de Open Dag op 26 september aanstaande kunnen potentiële bewoners en hun familie, potentiële medewerkers en overige geïnteresseerden meer informatie krijgen over de uitbreiding en over het wonen en werken in OlmenEs.’

Hier direct boven staat over die Open Dag vermeld, onder de titel ‘OlmenEs bestaat 15 jaar!’:

‘En we zijn trots op wat er in die jaren is gegroeid. We willen graag laten zien hoe de woon- en werkgemeenschap zich heeft ontwikkeld en wat de nieuwste plannen zijn. We nodigen iedereen van harte uit voor onze Open Dag op zaterdag 26 september van 13.00 tot 16.00 uur.

Wij organiseren een vrolijke markt waarop je je bij tal van kramen kunt laten informeren over het wonen in een gemeenschap, het werken waarbij je een ambacht leert, waar je in de avonduren onder andere aan toneel kunt doen of in een gespreksgroep kunt praten over wat je bezig houdt. En hoe je daar als begeleidend medewerker aan kunt bijdragen. Ook wordt gepresenteerd hoe de plannen er uitzien voor de bouw van twee nieuwe woonhuizen voor 28 bewoners en enkele werkplaatsgebouwen. Langs een bewegwijzerde rondwandeling kun je kennis maken met een deel van het grote terrein en daarbij een bezoek brengen aan alle werkplaatsen en aan één van de woonhuizen.’

Al deze openheid staat niet op zich. OlmenEs maakt een metamorfose door (hoewel de website nog altijd even oubollig toont; de inhoud is weer helemaal up-to-date). Onder het hierboven weergegeven persbericht staat nog een tweede, gedateerd maart 2009, getiteld ‘OlmenEs behaalt HKZ-certificaat’:

‘OlmenEs, sociaal-therapeutische woon- en werkgemeenschap voor volwassenen met een verstandelijke beperking in Appelscha, kan zich scharen in de rij gecertificeerde instellingen binnen de gehandicaptenzorg. Na anderhalf jaar van voorbereiding heeft OlmenEs het HKZ-ISO 9001-certificaat bemachtigd. Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg is positief over de ontwikkeling van de kwaliteit van OlmenEs.

Met het HKZ-certificaat toont de instelling aan dat zij de organisatie op orde heeft en in staat is om goede zorg te verlenen. OlmenEs heeft een kwaliteitsmanagementsysteem ingevoerd dat een juiste uitvoering van de werkprocessen borgt. Met regelmaat wordt getoetst of de inspanningen voldoende opleveren; onder andere door tevredenheidsonderzoeken onder bewoners, hun ouders of vertegenwoordigers, medewerkers en externe relaties.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg constateerde vorig jaar al dat een flinke stap voorwaarts is gezet in het kwaliteitsbeleid, met name op het gebied van de “vrijheidsbeperkende maatregelen”. De Inspectie heeft waargenomen dat medewerkers zich meer bewust zijn geworden van de effecten van vrijheidsbeperking en dat zij zich hiervoor verantwoordelijk voelen. Door dat resultaat scoort OlmenEs nu op alle beoordelingsaspecten van de Inspectie een gering tot matig risico voor de gezondheid en het welzijn van haar bewoners.

Twee ontwikkelingen waar OlmenEs trots op is. De instelling viert dit jaar haar 15-jarig bestaan. Zij heeft in de afgelopen jaren door de combinatie van wonen en werken in een hechte gemeenschap op een prachtige locatie een bijzondere positie verworven in het aanbod van goede zorg voor mensen met een ontwikkelingsproblematiek. Door uitbreiding zal OlmenEs volgend jaar 28 nieuwe bewoners kunnen opnemen. OlmenEs voldoet aan de eisen van deze tijd, waarbij zij zich onderscheidt door te werken vanuit de antroposofische zorgvisie.

Het volledige rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg kunt u lezen door op “Publicatie” te klikken.’

Meteen daarna volgt ‘Mei 2009 – Jaarverantwoording Maatschappelijk verslag 2008’:

‘Omwille van de vergelijkbaarheid zijn de richtlijnen voor verslaglegging gevolgd, zoals die zijn vastgelegd in de regeling Jaarverantwoording Zorginstellingen van het Ministerie van VWS. Het jaardocument is tot stand gekomen met medewerking van diverse managers en medewerkers intern, de Cliëntenraad, de Bewonerscliëntenraad, de Ondernemingsraad en de Raad van Toezicht.

Klik op “Document” om het volledige verslag te lezen.’

Alles waarover ik eerder mopperde is hiermee ter zijde geschoven. In het jaarverslag kunnen alle details worden nagelezen. Dat overigens uitstekend leesbaar is, net als deze geciteerde heldere teksten. Hier heb je wat aan!

donderdag 27 augustus 2009

Georgië

Eerst een stukje de grens over geweest vandaag, en meteen daarna een héééél eind erover. Virtueel natuurlijk, anders lukt dat niet. Ik bezocht namelijk Widar, een Belgische heilpedagogische instelling. Twee jaar geleden, op 3 september, vierde deze gemeenschap zijn 25e verjaardag. Op 27 augustus dat jaar werd er bericht:

‘Op 3 september is het 25 jaar geleden dat de eerste bewoners werden opgenomen. Yvonne, onze nestor, woont al 25 jaar in hetzelfde gezin sinds 3 september 1982.

Grote feestelijkheden hebben we niet gepland. Maar aan Yvonne zullen we wel speciale aandacht schenken. Een kwart eeuw Widar. Wie had dat ooit gedacht.’

Widar is wat je noemt een ‘dorpsgemeenschap’:

‘In het landschap van de opvang voor personen met een handicap neemt Widar een aparte plaats in. Medewerkers met hun families wonen in de voorziening en vormen samen met de opgenomen personen met een handicap een woongemeenschap. Zeer veel aandacht wordt besteed aan de werkplaatsen. Daar vinden de bewoners overdag een zinvolle activiteit. Het geheel noemen wij een “Dorpsgemeenschap”.’

Even verderop wordt gemeld:

‘Widar VZW [dat betekent: Vereniging Zonder Winstoogmerk, MG] is door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap erkend als een “Tehuis voor Niet Werkende” volwassen personen met een matige tot zware verstandelijke handicap. (...)

Momenteel beschikt VZW Widar over 40 hectaren grond. Hierop staan zes huizen waarin in totaal 40 bewoners, 14 intern wonende medewerkers en 15 medewerkerskinderen wonen. De huizen staan in Merksplas, in het gehucht Zondereigen en in Hoogstraten in Wortel Kolonie.

VZW Widar heeft het beheer over twee Dorpsgemeenschappen. Dorpsgemeenschap Widar in Merksplas heeft min of meer zijn definitieve vorm aangenomen. Grote uitbreidingen of infrastructuurwerken worden hier niet meer gepland. Dorpsgemeenschap Balder in Hoogstraten (Wortel) is in oprichting. De oprichting van een eerste huis is voorzien voor 2008. Werkplaatsen zijn er al: de boerderij en een cafetaria/feestzaal.’

Over Balder is een apart stukje tekst geplaatst:

‘Twee werkplaatsen werden intussen al opgestart: de boerderij en Café Den Bayerd in het Casino. Dat gebeurt voorlopig nog onder de vleugels van dorpsgemeenschap Widar. Een eerste woonhuis voor de opvang van zeven personen met een handicap hopen we in 2009 in gebruik te kunnen nemen.’

Het nieuwsbericht van 30 januari 2008 laat weten dat het Huize Ekkehart, Wortel Kolonie nummers 28/30, al in de steigers staat. Maar klaar is het nog niet:

‘Het zal dan toch nog tot 2010 duren eer het gebouw kan worden opgeleverd. Een medewerkersgezin en zeven mensen met een handicap zullen dan hun nieuwe thuis kunnen “maken” in huize Ekkehart. Op dat moment zal Widar een erkenning hebben voor de opvang van 45 mensen. Vijf nieuwe bewoners zullen op het einde van 2009 al opgenomen worden.’

Kort na de viering van het jubileum, namelijk op 20 november 2007, werd er een nieuw bericht op de website geplaatst, niet over Widar zelf, maar over ‘Khedeli: zusterinstelling van Widar in Georgië’:

‘Al zeven jaren heeft Widar een goede band met Khedeli, een initiatief in het Oosten van Georgië. Daar worden op dit moment 10 personen met een handicap opgevangen. Het initiatief ligt in de bergen, vlak bij Sighnaghi, een middeleeuws stadje. Vanuit de bergen heeft men een prachtig zicht op de besneeuwde toppen van de Kaukasus. Aserbaidjan ligt vlakbij.

Het uitzicht en de ligging zijn fabelachtig mooi. De omstandigheden waarin gewerkt wordt zijn het andere uiterste. Nauwelijks ondersteuning door de overheid, een absoluut ontoereikende infrastructuur en personeel met veel idealisme maar weinig kennis en ervaring.

Ieder jaar schenkt Widar een som geld aan het initiatief, voldoende om 2 voltijdse medewerkers een normaal loon te kunnen geven. Af en toe komt er iemend van Khedeli om een ervaringsstage te volgen in Widar. En elk jaar werkt een medewerker van Widar mee aan de opleiding van de medewerkers ter plekke. Op deze wijze is er een intensieve band ontstaan tussen beide plekken. Een heuvel, aangrenzend aan één van de huizen, werd met een schenking van Widar gekocht om een waterreservoir te bouwen. Deze heuvel heet nu “Widar”.

Medewerkers en ouders helpen mee aan het verzamelen van schenkgelden. Zo bestaat er een 3-euro-actie: Per maand schenken nu veertien personen € 3 op de hieronder vermelde rekening. Dat geld gaat integraal, zonder enige aftrek van “administratieve kosten”, naar Khedeli. Daar wordt het gebruikt voor lonen van medewerkers en voor het verbeteren van de accomodatie. Volgend jaar zal men overgaan tot de bouw van een tweede huis. Dan kunnen 10 extra mensen met een handicap geholpen worden. En, via de salarissen van de medewerkers, kunnen dan nogmaals 5 gezinnen een menswaardiger bestaan opbouwen.

Wilt u meedoen aan de actie? Dan kunt u dat doen op rekeningnummer 523-0450160-58 van Widar. Voor uitgebreide informatie over Khedeli: kijk naar www.khedeli.nl

U begrijpt het al: vervolgens ben ik daarheen gevlogen, over het net natuurlijk. Meteen op de homepage staat te lezen ‘Hoe de Khedeli gemeenschap begon...’

‘Lali Khandolishvili ging na haar muzikale opleiding wonen in Sighnagi, waar Gela, haar man, vandaan komt. Naast haar woonde een verstandelijk gehandicapte vrouw die de hele dag op bed lag. Lali begon muziek te maken voor deze vrouw en leerde haar weven. Zij zag hoe deze vrouw opleefde toen ze zelf merkte dat ze in staat was tot iets zinvols. Lali begon daarna meerdere mensen met een handicap op te zoeken in het dorp. Uit deze eerste therapeutische ervaringen is uiteindelijk de Khedeli gemeenschap geboren.’

Over locatie en doel van de ‘Khedeli-gemeenschap Georgië’ wordt vermeld:

‘Khedeli is een gehucht in de heuvels boven het dorp Sighnagi, 140 km. ten noordoosten van Tbilisi, de hoofdstad van Georgië. Het gehucht bestaat uit tien huizen die verlaten en verwaarloosd waren. Twee van deze huizen werden het eigendom van de Union for Social Therapy toen het werd opgericht. Sindsdien zijn er nog drie huizen aangekocht.

Khedeli is een woon-werkgemeenschap of “dorpsgemeenschap” voor volwassenen met een handicap, waarin medewerkers en gehandicapten samen als gelijkwaardigen een zinvol bestaan opbouwen. Zij leveren elk hun eigen bijdrage aan de gemeenschap door het verrichten van dat werk waartoe ieder in staat is. Het doel van de gemeenschap is niet alleen om in huisvesting, eten, en werk te voorzien, maar ook om een therapeutische omgeving te zijn waar mensen met een handicap hun vaardigheden kunnen ontwikkelen en zelfrespect kunnen verwerven in een zinvol bestaan.’

Er staat bijzonder veel informatie op deze website, tot namen en foto’s van bewoners en medewerkers aan toe. Over de geschiedenis is meer te vinden onder het kopje ‘Kosten’ bij ‘Financieel’:

‘De Khedeli Gemeenschap in Georgië heeft in 2000 haar eerste stappen gezet met behulp van het geld van een vriend uit Duitsland. Deze man was zeer onder de indruk van het ideaal van Lali en schonk haar, terwijl hij zelf geen rijkdom kende, van zijn spaargeld, een heel aantal jaren achtereen. Het ideaal was groot, het geld was weinig en onzeker, maar toch werd moedig de sprong in het diepe gewaagd. Zo konden zij beginnen.

Hun moed en enthousiasme hadden een uitstraling die meer hulp bracht: al snel volgden vrienden uit België en Nederland. Spoedig volgde de verbouwing van het eerste huis met behulp van gelden van fondsen in Nederland, België en Duitsland. Langzamerhand breidde het aantal bewoners zich uit en moesten er officiële begrotingen gemaakt en verantwoording afgelegd worden.

In 2005 werd de Stichting Khedeli Nederland opgericht, die zich met zeven mensen ging inspannen om zoveel mogelijk de lopende kosten te waarborgen. Onze stichting vraagt financiële ondersteuning aan bij fondsen en stichtingen en probeert ook individuele donateurs enthousiast te maken om het instituut Khedeli blijvend te ondersteunen. Een groep van ongeveer 50 donateurs draagt nu bij aan de lopende kosten van het instituut in Georgië.’

Een voortdurende zorg is dat er in Georgië zelf voldoende inkomsten zullen worden gevonden om de zaak draaiende te houden. Het land wordt een ‘ontwikkelingsland’ genoemd. Over de politieke en sociale context schrijft men:

‘Met het verdwijnen van het communisme is ook de economische stabiliteit verdwenen. De infrastructuur is uitermate verwaarloosd door gebrek aan geld en door corruptie. De wederopbouw zal lang duren, omdat er zoveel geld nodig is om de primaire voorzieningen op peil te brengen en te houden. Bovendien, maar misschien nog belangrijker, zal het jaren vergen om de ingesleten mentaliteit dat je als individu geen verantwoordelijkheid hebt in het maatschappelijk bestel, te veranderen.

De gevolgen van deze economische en mentale gesteldheid in een land als Georgië zullen nog heel lang de oorzaak ervan zijn, dat er voor die initiatieven die er zijn, in dit geval de Khedeli Gemeenschap, deskundigheid en financiële hulp uit het buitenland zullen moeten blijven komen. De belangrijkste vraag is of er vooruitgang geboekt is en wordt in de richting van groter self-support.’

Men heeft zijn hoop onder meer gevestigd op buitengewone contacten:

‘Het is uitermate verheugend dat er nu zes volwassenen met een handicap in de Khedeli Gemeenschap wonen die afkomstig zijn uit een staatsinternaat waar zeer slechte levensomstandigheden de boventoon voeren. Zij zijn hier geplaatst door tussenkomst van de vrouw van een voormalig minister en door de uit Nederland afkomstige echtgenote van de Georgische president, mevrouw Sandra Roelofs.’

Helemaal up-to-date is de website niet, want er is sprake van een begroting voor 2008 die nog opgesteld moet worden. Samenvattend kan wel worden gesteld:

‘De Khedeli Gemeenschap heeft na vijf jaar vooruitgang geboekt in het verkrijgen van inkomsten uit Georgië. Twee inkomstenbronnen, nl. staatsubsidie en opbrengst van eigen werk, zijn verdrievoudigd in het laatste jaar. In absolute cijfers zijn het kleine bedragen, maar als indicatie van groei in de richting van de visie die aan het werk ten grondslag ligt zijn ze hoogst belangrijk.’

Even verderop worden de ambities geformuleerd:

‘Het uiteindelijke doel van de Khedeli Gemeenschap is de realisatie van een woon-werkgemeenschap met vijf huizen, waarin 45 volwassenen met een handicap leven en waar zij zinvol werk kunnen doen.

Tot nu toe is een eerste huis gerealiseerd door verbouwing en uitbreiding. Dit huis is berekend op zeven volwassenen met een handicap en twee medewerkers. Momenteel wonen er echter tien bewoners en twee medewerkers.

Het huis dat oorspronkelijk bedoeld was als tweede huis is in een zeer slechte toestand en kan niet rendabel gerestaureerd worden. Een tweede huis moet van de grond af opgebouwd worden. Het ontwerp voor een tweede huis is klaar.

Wij bepleiten een stap-voor-stap ontwikkeling, waarbij na elke stap tijd genomen wordt om het nieuwe te integreren. Een te snelle groei garandeert niet bij voorbaat succes en kan tot mislukking leiden.

De lopende kosten zullen in verhouding hoger worden naarmate er meer huizen en dus meer bewoners komen. Uitbreiding moet dus gepaard gaan met het vinden van nieuwe inkomstengaranties voor de lopende kosten.’

Over het land zelf schrijft men:

‘Georgië heeft een geschiedenis van vele duizenden jaren. Het werd in 337 n. Chr. het tweede land (na Armenië) dat gekerstend werd (door St. Nino).

De Georgische Gouden Eeuw begon in 1008 onder Koning David de Bouwer en bereikte zijn hoogtepunt onder een vrouw – koningin Tamar (+1213).

In de 15e eeuw viel Georgië uiteen in een aantal kleinere rijkjes. In 1783 sloot de koning van het grootste van deze, Kartli-Kachetië, een verdrag met Rusland. Enkele jaren later annexeerde Rusland Georgië als een provincie.

De Eerste Republiek was een kortstondige onderbreking in de Russische overheersing: drie jaar (1918-1921). Daarna werd Georgië deel van de Sovjet-Unie. (Stalin was een Georgiër en wordt nog steeds vereerd in zijn geboorteplaats Gori.)

De Tweede Republiek begon in 1991. Na de Rozenrevolutie in 2004 is Georgië bezig met het uitroeien van corruptie en de heropbouw van een land dat eigenlijk voor het eerst in bijna twee eeuwen onafhankelijkheid kent – een monumentale opgave!’

Het is al een heleboel. Maar als je in Georgië geïnteresseerd bent, moet je eigenlijk ook nog even doorvliegen naar het Internationaal Hulpfonds. Dat heeft op zijn website een aparte pagina gewijd aan Georgië, waar buitengewoon keurig, ook in een grotere context, de vrijeschool-initiatieven vermeld worden waar men in Nederland mee te maken heeft:

‘Het Internationaal Hulpfonds heeft drie projecten in Georgië:
– De Vrije School in Tbilisi
– De Vrije Kleuterschool in Tbilisi
– De heilpedagogische school Michael in Tbilisi

Naast deze drie scholen zijn er andere antroposofische initiatieven in Georgië zoals de Antroposofische Vereniging, het sociaal-therapeutisch dagverblijf voor volwassenen (Tagesheim of Dayhome genoemd) en twee therapeutica. Er bestaat bovendien een overkoepelende organisatie voor de heilpedagogische school en het sociaal-therapeutische dagverblijf, die opleidingen en cursussen organiseert. In Kachetië, in het Oosten van Georgië, is een klein instituut voor jong volwassenen met een beperking, de woon-werkgemeenschap Khedeli. Ook groeit de Christengemeenschap in Tbilisi langzaam maar zeker. Sinds twee jaar heeft de gemeente een eigen vrouwelijke priester en is de tekst van de cultus geheel in het Georgisch vertaald.

Toen Georgië nog bij de Sovjet Republiek hoorde, kwamen velen, gegrepen door de antroposofie, in het geheim bij elkaar, studeerden samen en beoefenden euritmie. In de jaren negentig werd Georgië zelfstandig en mocht antroposofie in het openbaar komen. Toen gingen velen naar Europa, vooral naar Duitsland, om daar een opleiding te volgen, b.v. voor leraar Vrije School, euritmist of heilpedagoog. In die tijd ontstonden dan ook de initiatieven: de pioniers konden hun ideaal vorm geven.

Georgië doorloopt een moeilijke ontwikkeling, al eeuwen trouwens, maar na de afscheiding van de Sovjet-Unie werd het land arm, instabiel en corruptie en werkeloosheid vierden hoogtij. De Rozenrevolutie bracht een charismatische president, de berichten over corruptie bleven echter aanhouden en de werkeloosheid is nog heel groot. Er waren zeker ontwikkelingen in de goede richting, de infrastructuur werd verbeterd, maar het fenomeen dat de rijken steeds rijker en de armen steeds armer worden is duidelijk waarneembaar.

De dramatische oorlog met Rusland in augustus 2008 over de afvallige provincies heeft een grote economische terugval en stress onder de bevolking ten gevolge gehad, maar ook een groot aantal vluchtelingen. Over de oorlog bestaan vele meningen, maar een feit is dat Georgië een land is, dat strategisch ligt ten opzichte van de grootmachten en dat olie daarbij een belangrijke rol speelt.’

Wat mij speciaal bevalt, is dat het beeld dat hier van het huidige Georgië wordt gegeven beduidend genuanceerder is. Meer details over de drie projecten kunt u op deze webpagina zelf rustig nalezen. – Zo hebben we vandaag, al is het virtueel, al met al een flinke reis gemaakt. De banden van Nederland (en ook van België niet te vergeten) met Georgië zijn hecht, dat blijkt.

woensdag 26 augustus 2009

Rondtoeren

Vandaag heeft culinair journalist Jeroen Thijssen in Trouw zijn bezoeken aan bijzondere buitenplaatsen afgerond. Dit is het zesde en laatste bezoek; was het drie weken geleden, op 5 augustus gemeld in ‘Gastronomie’, nog Landgoed Kraaybeek in Driebergen, vandaag is dat Historisch stukje landbouwgrond’:

‘Boerderij Ter Linde, één van de eerste plekken in Nederland waar biodynamische landbouw werd bedreven.’

Het hele verhaal van Marie Tak van Poortvliet en Loverendale uit de jaren twintig komt langszetten. Evenals ‘het biodynamische keurmerk Demeter’.

‘Deze buitenplaats heeft geschiedenis gemaakt. Dit is één van de eerste plekken in Nederland waar biodynamische landbouw werd bedreven.’

Maar waar het om gaat, is natuurlijk het proeven. Ook dat voldoet aan de verwachtingen, net als eerder bij Kraaybeek:

‘En hoe smaakt het nu allemaal? Ach, de aardappels, de tomaatjes, vooral de radijsjes en ook de wortels, ze hebben allemaal net dat extra beetje smaak dat biologische producten altijd hebben, en zeker biodynamische.’

Het mooie is dat nu alle zes artikelen op de website staan (dat was drie weken geleden nog niet het geval). Dus ook het eerder geroemde verhaal Iedereen is kalm op Kraayenbeek kan nu iedereen lezen.

Minder mooi nieuws meldt Biologica vandaag: ‘Boeren in problemen ondanks stijgende bio omzet’. Biologica verzorgt daarmee een stukje eigen nieuws dat nog nergens elders is te vinden:

‘Hoewel de biologische omzet in supermarkten in de eerste helft van 2009 met 10% steeg, voelen veel boeren de crisis wel degelijk. Biologica krijgt hierover signalen vanuit de primaire sector. Kees van Zelderen, vice-voorzitter van de Vakgroep Biologische Landbouw, meldt dat akkerbouwers momenteel hun bloemkolen onderploegen. De prijs van wortels, vorig jaar nog 55 cent, is gedaald tot 15 cent. In de werkgroep Glasgroente van Bioconnect melden kastelers dat ze paprika’s en andere groente onder de kostprijs moeten afzetten. Datzelfde geldt momenteel in de melkveehouderij. In de werkgroep Akkerbouw meldden boeren dat de handel zich terughoudend opstelt. De afzet van gewassen die op het veld staan, is in veel gevallen nog niet zeker, terwijl vorig jaar van te voren contracten konden worden afgesloten.

Hoewel de situatie tussen sectoren (en ook binnen sectoren) verschilt, kan een tendens van dalende grondstofprijzen geconstateerd worden. “Toch is er, gelet op de omzetcijfers, geen sprake van vraaguitval of gedaalde winkelprijzen”, constateert Kees van Zelderen. Buitenlandse handel speelt waarschijnlijk een rol. Veel boeren produceren voor de export, en omgekeerd worden in de Nederlandse detailhandel veel geïmporteerde producten verkocht. In exportland Engeland is, in tegenstelling tot Nederland, wel sprake van vraaguitval. Door de lage marge komt het voortbestaan van sommige biologische bedrijven mogelijk in gevaar, anderen noopt het tot versnelde opschaling.

De Nederlandse overheidsdoelstellingen voor biologische landbouw zijn bij het laatste regeerakkoord gesteld in euro’s retailomzet. Biologica wijst erop dat hiermee de waardeverdeling uit beeld kan raken. Peter Jens, directeur van Biologica: “Omzetcijfers hebben een beperkte betekenis. Ik wil ook meer hectares, kilo’s en liters zien, zodat zeker de primaire producenten een robuuste bedrijfsvoering, gericht op innovatie en arbeidsvreugde, kunnen handhaven. De areaalgroei met ruim 7% over 2008 blijft natuurlijk een goed teken. Maar er kan een tandje bij. Nog meer schapruimte voor biologisch heeft telkens direct tot meer verkoop geleid.”’

Van het Demeter-front zelf nog altijd geen nieuws...

dinsdag 25 augustus 2009

Follow-up

Op 6 juli kwam ik in ‘Afkeer’ weer eens te spreken (schrijven) over de Volkskrantblog van Hugo Verbrugh, waarin deze herhaaldelijk kond deed van zijn hevige afkeer van Pim van Lommel en diens BDE-opvatting. In een van de reacties werden door John Wervenbos aan Verbrugh enkele vragen omtrent Arie Bos en Pim van Lommel gesteld (dat was op 8 april). Ik memoreerde dat er dat er op dat moment al

‘in Motief een reactie van Arie Bos zelf op de vraag van John Wervenbos’

stond, waarin deze niet erg complimenteus was ten aanzien van Hugo Verbrughs opvatting over Pim van Lommel.

Een tegenreactie van Verbrugh kon natuurlijk niet uitblijven. In de vakantieperiode volgde die, waar ik tot nu toe nog geen aandacht aan heb besteed: op dinsdag 21 juli, onder de wijdlopige titel ‘Arie Bos, “Hoe de stof de geest kreeg”, het vierledig mensbeeld van de antroposofie en de BDE’. Net zo wijdlopig was ook de tekst zelf. Niet bepaald Hugo’s sterkste, terwijl hij toch eerder met veel bombarie zijn mening had verkondigd. (Hij bleek het boek van Arie Bos nog te moeten gaan lezen. Hij was nog niet verder gekomen dan dat van Van Lommel.)

Veel interessanter dan zijn bijdrage van die dag, is de (verlate) reactie van Arie Bos die het opriep. Dit gebeurde pas gisteren. Ik laat haar in haar geheel volgen:

‘Beste Hugo,

Dank voor je uitgebreide reactie. Ik ben blij (en vereerd) dat je mijn boek nu gaat lezen. Je hebt er al een voorlopig oordeel over, dat is je vergeven. Maar dat geeft mij een reden om wat over de achtergrond van het boek aan je mee te geven. Het boek is eigenlijk niet voor antroposofen geschreven. Oorspronkelijk wilde ik een boek schrijven over de antroposofische geneeskunde, maar dan voor, zoals jij ze noemt, de nominalisten. (Zeker, ik ken de kwestie van de universaliënstrijd. Maar in de indeling in mijn boek: realisme, instrumentalisme, relativisme, betekent realisme iets heel anders, meer zoals het in het dagelijkse taalgebruik bestaat. ) Onze vriend Renckens, om er eens een te noemen, heeft, zoals je weet, als belangrijkste argument tegen de antroposofische geneeskunde (jij houdt niet van deze term, ik weet het, maar zo heet het nu eenmaal), dat hij, en “een normaal mens”, er niets van snapt.

Ik ging van de gedachte uit dat, als de antroposofie de werkelijkheid beschrijft, deze met de gewone natuurwetenschap te rijmen moet zijn. Ik begon dus aan het karwei de vierledigheid natuurwetenschappelijk te benaderen. Daar moest ik me toe beperken. Met dit, waarschijnlijk te dikke, boek als resultaat. Ik heb het aan allerlei uitgevers aangeboden, want het leek me om genoemde reden niet verstandig een antroposofische uitgever in de arm te nemen. Niemand wou eraan. Lemniscaat heeft nog een half jaar geaarzeld en het toch niet gedaan. Ik ben Christofoor erg dankbaar dat ze geen moment hebben geaarzeld.

En het heeft gewerkt. Dat bewijst de nominatie van het NWO voor de Eurekaprijs. Een jurylid vertelde me dat hij het verschillende malen gelezen had en dat nog vaker zou gaan doen. Hij vroeg me wat Christofoor eigenlijk voor een uitgever was. Ik vertelde hem dat het een antroposofische uitgever was. Hij reageerde geschokt: “Als ik dat had geweten...” Ik denk niet dat Renckens dit boek leest. Hij zou er alweer niets van snappen. Hij heeft immers zijn onbegrip tot onderwerp van een dissertatie gepromoveerd.

Van veel “nominalisten” heb ik enthousiaste reacties gekregen. Dat zou niet het geval zijn geweest als ik esoterie in het verhaal had toegelaten. Ik heb me in het boek beperkt tot gegevens die uit “peer reviewd” wetenschappelijke tijdschriften kwamen en boeken van bekende “nominalistische” wetenschappers. Daarom kwam het artikel van Pim van Lommel in The Lancet als geroepen. Nu kon ik dat onderwerp “met goed fatsoen” aansnijden. Want BDE’s vormen nu eenmaal een anomalie in de levens- en neurowetenschappen. En met de vierledigheid valt deze anomalie te verklaren.

Een van de sponsors die de uitgave mogelijk hebben gemaakt stelde als voorwaarde dat er een voorwoord van een bekende wetenschapper in moest. Ik kende Pim en zijn artikel (zijn boek was toen nog niet verschenen) en hij wilde het doen. Ook hem ben ik dus dankbaar, ook al is achteraf zijn naam misschien juist geen aanbeveling voor nominalisten om het boek serieus te nemen. Gelukkig merk ik daar weinig van, behalve in een weblog van een wetenschapsjournalist van de Volkskrant die zich afvroeg of de jury van de Eurekaprijs het boek wel had gelezen want er zou zoveel onzin in staan. De voorbeelden van onzin die hij noemt bewijzen overigens dat hij het alleen heeft doorgebladerd (waarschijnlijk in de boekhandel zodat hij het niet hoefde te kopen).

Zoals je zult zien geef ik geen kwantum-mechanische verklaringen in het boek. Dat zal je goeddoen, denk ik. Al roep ik een belangrijke kwantumfysicus, Schrödinger, tot getuige van het feit dat een organisme anders met de natuurwetten omgaat dan de levenloze natuur.

Ik ben benieuwd wat je ervan vindt. Neem de tijd. Ik ga eind van de week 3 weken met vakantie.

Hartelijke groet,
Arie’

Om er even later aan toe te voegen:

‘Voor de goede orde. Enkele (neuro)wetenschappers die de kwantumfysische verklaring aannemelijk proberen te maken: Roger Penrose en Stuart Hameroff. De uiterst interessante Stuart Kauffman, de man van de biocomplexiteit, wijdt er in zijn boek “Reinventing the sacred” een lezenswaardig hoofdstuk aan. Hij denkt zelf ook in die richting.’

Ik ben benieuwd hoe de dialoog tussen beide heren verder gaat...

Ondertussen heb ik nog een andere follow-up, namelijk op mijn bericht van gisteren, ‘Fotocollage’, over de onderzoeks-zorgboerderij De Hoge Born van de Lievegoed Zorggroep. Want eind juni verscheen er op de website van het Louis Bolk Instituut ‘Zorglandbouw moet professionaliseren (persbericht – pdf)’. De inhoud van dit persbericht van 26 juni is als volgt:

‘Met de resultaten van drie onderzoeken van Wageningen Universiteit en Researchcentrum kan de zorglandbouw beginnen aan de professionaliseringsslag van deze sterk groeiende sector. Dit is de algemene conclusie tijdens de opening van Zorglandgoed De Hoge Born in Wageningen. Uit onderzoek van de Wetenschapswinkel van Wageningen Universiteit en Researchcentrum blijkt dat de combinatie van landbouw en zorg aanpassing van de boer(in) vraagt in werkwijze en bedrijfsvoering.

Voor de ontwikkeling van de sector moeten de zorgboeren bovendien de kwaliteiten van hun zorgboerderij eenduidig onder woorden brengen en meer aandacht besteden aan kennisuitwisseling. Onderzoekers van Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut ontwikkelden een monitoringsinstrument dat de ontwikkeling van cliënten meet. Hiermee werden bij de zorgvragers op de Hoge Born betrouwbare, positieve veranderingen vastgesteld.

Het aantal zorgboerderijen steeg de afgelopen tien jaar naar meer dan 1000. Wekelijks bezoeken zo’n 10.000 zorgvragers de zorgboerderijen en dit aantal neemt nog steeds toe. Deze groei geeft aan dat de zorgboerderij voorziet in een behoefte vanuit de maatschappij en dat de verleende zorg een heilzame werking heeft voor zeer uiteenlopende doelgroepen. Zo begint de zorglandbouwsector een volwassen sector te worden, die een zichtbare plaats inneemt binnen de zorgsector. Om deze positie te versterken is verdere professionalisering van de sector nodig.

Van boerderij naar zorgboerderij

Het eerste onderzoek brengt de aanpassingen op landbouwtechnisch en bedrijfsmanagementniveau in kaart voor kinderen met Autisme Spectrum Stoornissen (ASS), zorgvragers met een verstandelijke beperking en zorgvragers voor re-integratie. Landbouwtechnische aanpassingen betreffen veelal het bedrijfspand en erf, zoals het realiseren van een kantine en sanitaire voorzieningen, maar ook het logischer indelen en het veiliger en/of rolstoelvriendelijker maken van het erf. Ook wordt het gereedschap vaak aangepast, zodat het beter hanteerbaar is. Veel zorgboeren gebruiken pictogrammen of kleurcoderingen om de zorgvragers te ondersteunen in hun werkzaamheden. Daarnaast worden de keuze voor diersoorten en de vormgeving en inrichting van dierverblijven in veel gevallen aangepast. Managementgerelateerde aanpassingen zijn het wijzigen van dagindelingen voor de structuur en regelmaat, en het veranderen of verschuiven van bepaalde activiteiten richting de behoeften en capaciteiten van de zorgvragers. Zorgboeren hebben inmiddels een schat aan ervaringskennis opgebouwd over hun bedrijfsaanpassingen en de invulling van hun zorgverlening. Kennisuitwisseling is echter weinig gestructureerd. Een platform op internet kan hieraan tegemoetkomen.

De resultaten zijn beschreven in wetenschapswinkelrapport nr. 254 “Van boerderij naar zorgboerderij; Van bedrijfsaanpassing tot systeeminnovatie”. Voor praktisch gebruik is een brochure beschikbaar getiteld “Van boerderij naar zorgboerderij; Met welke aanpassingen krijg je als boer te maken? Praktijkervaringen en tips”.

Profileren met kernkwaliteiten

Een belangrijk aspect bij het profileren van de zorgboerderijen blijkt het “expliciet maken van het eigen handelen”. Hoewel de kernkwaliteiten zelf tussen agrarische productiebedrijven en bedrijven van een zorginstelling niet verschillen, verschilt de manier waarop die worden uitgedragen wel. Zorgboeren met een agogische achtergrond zijn gewend op hun handelen te reflecteren en kunnen daardoor hun praktische kennis goed expliciteren. Zorgboeren van agrarische bedrijven noemen vaak de kenmerken van de zorgboerderij in plaats van de kwaliteiten. Voor de ontwikkeling en het voortbestaan van de sector is het is van belang dat praktische kennis over de kernkwaliteiten expliciet gemaakt wordt. Wanneer de kwaliteiten van de zorgboerderij door zorgboeren goed en eenduidig onder woorden worden gebracht, krijgen stakeholders duidelijke informatie over de kernkwaliteiten van de zorgboerderij. Dit leidt tot een betere profilering van de zorglandbouw, het verbeteren van de discussie over de verschillen in bedrijfsopzet tussen bedrijven en het verbeteren van de communicatie met externe betrokkenen. De resultaten zijn beschreven in wetenschapswinkelrapport nr. 244 “Boer-en-Zorg; Onderzoek naar de kernkwaliteit van de zorgboerderij”.

Effectieve zorgverlening

Uit onderzoek van Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut blijkt dat het door hen ontwikkelde monitoringsinstrument goed aansluit bij de leef- en werksituatie van de zorgvragers. Het volgt op verschillende gebieden, waaronder kosteneffectiviteit, kwaliteit van leven en psychisch functioneren de ontwikkeling van zorgvragers en daarmee de effectiviteit van de geleverde zorg. De Hoge Born blijkt voor zorgvragers een plek te zijn “waar je mag zijn wie je bent”, waar “je jezelf met je problemen leert accepteren” en “zelfvertrouwen en eigenwaarde ontwikkelt”. Dit legt een basis voor hun verdere ontwikkeling. Bij de meeste zorgvragers die langere tijd zijn gevolgd met het monitoringsinstrument werden betrouwbare positieve veranderingen vastgesteld. De resultaten van het onderzoek staan beschreven in de publicatie “De Hoge Born verbindt: kwaliteiten en effecten van zorgboerderij De Hoge Born”.

Wetenschapswinkelrapport nr. 254: http://documents.plant.wur.nl/wewi/254.pdf
De brochure met praktijkervaringen en tips: http://edepot.wur.nl/8291
Wetenschapswinkelrapport nr. 244: http://documents.plant.wur.nl/wewi/244.pdf
Publicatie “De Hoge Born verbindt”: http://edepot.wur.nl/8277’

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)