Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

vrijdag 14 augustus 2009

Dynamische voeding

Biologische diergeneeskunde’ was het thema gisteren, naar aanleiding van het nieuws van Biologica over ‘Minder antibioticaresistentie in de biologische veehouderij’. Een van de zinnen in dat nieuws was:

‘In het recente rapport (aug 2009) “Voedselkwaliteit, veiligheid en gezondheid van biologische producten” van het Louis Bolk Instituut en RIKILT wordt op basis van diverse onderzoeken geconcludeerd dat het niveau van antibiotica-resistente bacteriën bij biologisch gehouden pluimvee en varkens lager ligt dan in de gangbare veehouderij.’

Dit vijftig pagina’s tellende rapport werd op 11 augustus op de website van het Louis Bolk Instituut geplaatst. Auteurs zijn Lucy van de Vijver, Ron Hoogenboom en Machteld Huber. Zij geven daarin een ‘Update van de literatuur’.

Zoals gisteren bij de werkzaamheid van de homeopathische behandeling van vee bleek, zo is ook het gezondheidsaspect van biologische producten nog altijd niet ondubbelzinnig aan te tonen. In de samenvatting van het rapport schrijven de auteurs op bladzijde 8 en 9:

‘Alhoewel er verschillen gevonden worden in biologische producten op het gebied van vitamines, mineralen, andere nutriënten en contaminanten, zijn deze verschillen niet direct door te vertalen naar effecten op gezondheid. Recent zijn een aantal studies uitgevoerd waarbij het effect van biologische voeding op gezondheid is onderzocht. Mogelijke gezondheidseffecten die in verband worden gebracht met biologische voeding zijn: effect op het immuunsysteem, waaronder allergische klachten, vruchtbaarheid, overgewicht, en als afgeleide hiervan een lager risico op hart- en vaatziekten en kanker. Echter, het aantal studies dat gezondheidseffecten heeft onderzocht is gering. Er zijn enkele studies bij mensen uitgevoerd en daarnaast bestaan er een aantal studies met dieren of in vitro modellen. Het is daarom voorbarig om nu conclusies te trekken op het gebied van gezondheid.’

Even genuanceerd worden resultaten beschreven in het ‘bioKennis bericht Zuivel & Rundvlees # 11’ van juli 2009 (‘bioKennis bericht is een uitgave van Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut’ staat eronder), met de titel ‘Geen antibiotica meer nodig’:

‘Wie gewend is antibiotica te geven, gaat vaak eerst op zoek naar alternatieve middelen. Is een koe ziek, dan wil de melkveehouder graag een middel geven om haar beter te maken. Zo begon ook de Themawerkgroep in 2007. Ze inventariseerden wat er allemaal op de markt was. Van homeopathische middelen tot kruidenmengsels. Ook gingen ze na wat voor resultaten deze middelen gaven. Liefst zochten ze nog verder, naar hoe pluimvee- en varkenshouders omgaan met ziektes en of er nog meer middelen te verzinnen waren. Maar tegelijk begon het te knagen. Finke: “Je kan wel veertig potjes op je bedrijf hebben staan om elke zieke koe te genezen, maar het geeft uiteindelijk geen bevrediging. Je wilt gewoon geen zieke dieren op je bedrijf. Het werkt niet om het ene middel door het andere te vervangen.”

Op zoek naar de oorzaak
Antibioticavrij produceren is meer dan het weglaten van antibiotica, bedachten de deelnemers. Net zoals biologische landbouw meer is dan het weglaten van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Daarop kwam de focus van de Themawerkgroep op het totale bedrijfssysteem te liggen, op de kringloopgedachte. Die begint bij aandacht voor de bodem. Daar moet goede mest op, zodat er een volwaardig en gezond gewas op groeit. Dat dient als voer voor een gezond dier, die weer gezonde mest oplevert. Loopt die kringloop goed, dan zijn er minder problemen met ziektes, zo is de gedachte. De deelnemers gingen op bedrijfsbezoek bij bedrijven die de kringloopgedachte al onder de knie hadden en vrijwel geen antibiotica gebruikten.’

In ‘Voedselkwaliteit, veiligheid en gezondheid van biologische producten’ begint hoofdstuk 4, ‘Gezondheidseffecten van biologische voeding’, op bladzijde 29 als volgt:

‘Een belangrijke meerwaarde van biologische producten voor de consument is het idee dat deze gezonder zijn. Wanneer inhoudsstoffen worden vergeleken kan men op basis van hogere gehaltes aan vitamines tot de conclusie komen dat het product “dus wel gezonder zal zijn”. Dit is echter een “kort door de bocht” redenering die geen rekening houdt met de complexiteit van de voeding en van de mens. Voor een groot aantal stoffen geldt dat er een optimale inneming is. Het is niet per definitie zo dat meer altijd beter is. Indien de inname van een stof via de voeding al voldoende is, levert een extra inname niet altijd gezondheidswinst. Zo kunnen antioxidanten in hoge hoeveelheden soms als pro-oxidant werken en daarmee alle potentiële gezondheidsvoordelen teniet doen of zelfs een gezondheidsrisico opleveren. Daarnaast eet de mens ook niet één individueel product of één inhoudsstof. Daarom dienen inhoudstoffen in de context van het voedingsmiddel en het voedingsmiddel in de context van het volledige voedingspatroon, te worden geplaatst om een effect op de gezondheid te kunnen vinden. Evenzo zullen residuen van contaminanten en agrarische hulpstoffen niet automatisch tot nadelige effecten leiden. Voor de meeste stoffen moet eerst een bepaalde drempelwaarde worden overschreden. Hoe hoog deze voor de mens is, is meestal niet bekend en daarom wordt veelvuldig teruggevallen op effecten bij proefdieren.’

Er zijn ook ‘Kennishiaten’. De samenvatting wordt op bladzijde 9 en 10 hiermee besloten:

‘Naar aanleiding van de resultaten van de literatuurstudie zijn een aantal kennishiaten gedefinieerd. Op het gebied van vergelijkende studies met biologische en gangbare primaire producten is ondertussen al veel onderzocht. Er zijn naar ons oordeel geen specifiek nieuwe onderzoeksgebieden te benoemen op het gebied van kwaliteit. Het is vooral van belang dat resultaten van onderzoeken ook daadwerkelijk wordt gepubliceerd in internationale tijdschriften, zodat de informatie breed toegankelijk en wetenschappelijk geaccepteerd wordt. Waar echter nog weinig informatie over is, is het effect van bewerking van het primaire product. In hoeverre wordt de beginkwaliteit van het rauwe product behouden tijdens processing. Indien dit onvoldoende is, bestaan er dan mogelijkheden om het bewerkingsproces zo aan te passen dat het eindproduct een goede kwaliteit blijft houden?

Op het gebied van voedselveiligheid is antibioticaresistentie een belangrijk aandachtspunt. In de biologische sector wordt minder antibioticum gebruikt en uit een Nederlands onderzoek blijkt dat resistentie tegen bacteriën hier ook minder voorkomt. Bevestiging van deze resultaten en inzicht in de hiermee samenhangende managementfactoren kunnen zowel voor de biologische landbouw, maar zeker ook voor de gangbare landbouw belangrijke informatie bieden om antibioticaresistentie te verminderen. De meerwaarde voor biologische productie kan hiermee worden onderstreept en de biologische sector kan hier een voorbeeldrol voor de gangbare landbouw vervullen. Dit speelt ook t.a.v. de mogelijk lagere prevalentie van Salmonella bij biologische varkens. Op het gebied van dioxines speelt de vraag of de huidige beheersmaatregelen voldoende aansluiten bij de biologische principes, of dat er ook andere oplossingen zijn voor deze problematiek. Bij nitraat moet worden gewaakt voor toenemende gehaltes in biologische producten.

Om een uitspraak te kunnen doen over een eventueel effect van biologische voeding op gezondheid is het vooral van belang studies uit te voeren bij dieren of mensen. Inzetten op epidemiologische studies zoals KOALA of dierstudies zoals “Biologisch, gezonder?”, waarbij gezondheidseffecten bij de “consument” wordt onderzocht zijn hier van belang. Daarnaast kan door middel van experimentele studies bij kleine organismen of in vitro modellen inzicht worden verkregen in het werkingsmechanisme. Met name het aspect van complexe mengsels, dus het totaal aan stoffen in een product, kan op die manier beter bestudeerd worden. Deze informatie samen kan de hypothese onderbouwen dat biologische producten een positieve bijdrage aan de gezondheid van de mens leveren.’

Mede-auteur van het rapport is Machteld Huber. Blijkens een vijf pagina’s tellende brochure, onder de titel ‘Nieuwe projecten Louis Bolk Instituut, voorjaar 2009 (lees verder - pdf)’, te downloaden vanaf de homepage van het Louis Bolk Instituut, is ‘Machteld Huber coördinator in Europees overlegorgaan’:

‘Het Europese Technology Platform Organics (TP Organics) is opgericht in 2007 vanuit IFOAM en zet zich in om op Europees niveau doelgericht en samenhangend onderzoek op de agenda te krijgen ten behoeve van de biologische landbouw. De behoeften vanuit de maatschappij en de biologische sector zijn een belangrijk vertrekpunt.

Als start heeft TP Organics vorig jaar de Vision for an Organic Food and Farming Research Agenda to 2025 opgesteld, waarin drie aandachtsgebieden worden onderscheiden: Versterking van de economie van landbouwgebieden, verduurzaming van de landbouw, en voedselkwaliteit en gezondheid. In vervolg hierop wordt dit jaar een Strategic Research Agenda (SRA) ontwikkeld.

Onderzoeker Machteld Huber (arts) is in dit proces coördinator voor het aandachtsgebied “Food for health and well-being”. Zij zal dit jaar aan de hand van een aantal geformuleerde “Key Challenges” onder andere wetenschappers, producenten en consumentenorganisaties in heel Europa consulteren en bijeenbrengen in workshops om tot concrete onderzoeksvoorstellen te komen. Deze voorstellen worden eind dit jaar aan de Europese Commissie gepresenteerd. In 2010 wordt vervolgens een Research Action Plan opgesteld.’

Over Machteld Huber (1951) is meer te vinden in ‘Motief, maandblad voor antroposofie’ nr. 62 van april 2003, in een uitvoerig interview met haar door Toon Schmeink, gepubliceerd onder de titel ‘Begrijpen en begrepen worden’. Daaraan ontleen ik de volgende passages:

‘In 1970 kwam ik aan in Utrecht en de studiekeuze ging tussen biologie en psychologie. Ten slotte koos ik biologie, maar na een week had ik al het gevoel dat het niet klopte, ik was daar niet op mijn plaats. Toen ben ik naar een bevriende biochemicus gegaan. Hij luisterde, stelde een paar vragen en zei ten slotte: “Waarom studeer je geen medicijnen?” Zaterdags heb ik erover lopen nadenken en op zondag werd ik wakker en dacht: dit wil ik echt. Maar helaas kon dat niet zomaar, want er was een numerus fixus en je had dus een plaatsingsbewijs nodig.Die zondag hing ik over het balkon van mijn studentenhuis een kopje thee te drinken en daar kwam een meisje aangefietst dat ik van de studentenvereniging kende. Zij vertelde dat zij wilde omzwaaien van medicijnen naar pedagogie. Ik vroeg natuurlijk meteen of ik haar plaatsingsbewijs mocht overnemen en ja hoor, de volgende dag kon ik mij inschrijven voor medicijnen. Dat soort dingen hebben mij veel vertrouwen in het leven gegeven. Soortgelijke ervaringen heb ik sindsdien nog een paar keer mogen beleven, wanneer het mij lukte bij mijn diepste wilsimpulsen te komen. De studie beviel goed en op een geven moment was er tegen kerst een studentenborrel met veel lawaai en veel bier. Plotseling stond er een zekere Guus van der Bie voor mijn neus die bij wijze van vervangende dienstplicht colleges embryologie gaf. Hij zegt: “Zit jij niet in mijn college embryologie?” En direct daarna: “Wat is eigenlijk jouw mensbeeld?” Moet je je voorstellen! Wist ik veel wat een mensbeeld was. Wat bedoelt die man in ’s hemelsnaam? Maar het enige wat hij kennelijk wilde was het uitleggen van zijn mensbeeld. “Je hebt de aardewereld, je hebt de plantenwereld en de dierenwereld en dan heb je de mens. En de mens verenigt dat allemaal in zich.” Ik kreeg ter plekke een compleet visioen en dacht: dit is het, dit is wat ik altijd in de natuur heb beleefd. Maar nu werd dat allemaal voor het eerst met de mens in verbinding gebracht. Het was een echte lichtbeleving. Plotseling besefte ik wat voor consequenties die gedachte had voor alles in de wereld. Meteen wist ik ook: daarom studeer ik medicijnen en zo ga ik ooit werken. Dit klopt! Maar voorlopig kan ik het niet verbinden met mijn studie.’

‘Na mijn studietijd ben ik op de Vrije Hogeschool in Driebergen de scholingscursus van drie maanden gaan doen. Ik vond het heerlijk en zoog het allemaal op als een spons. Er was een week antroposofische geneeskunde bij, gegeven door, jazeker, diezelfde Guus van der Bie. Maar die week was een ramp. Ik vond dat werkelijk vreselijk, compleet onwetenschappelijk. Hoe durfde hij die onzin over ons heen te laten komen? Zeven jaar daarvoor gingen zijn woorden over het mensbeeld regelrecht mijn hart in, maar nu kon ik alleen maar reageren met: “dit is absolute bloody nonsens.” Ik was in die zeven jaar zo gevormd en ook misvormd, dat er als het ware een kaasstolp over mij heen was gezet. En ik realiseerde me wat de studie met mij had gedaan. De kiem was gelegd om een andere soort medische studie te ontwikkelen, ooit... Hoe dan ook wilde ik die kaasstolp kwijt om weer een heel mens te worden. Ik meende dat werk in de tropen me zou “genezen” en werkte een aantal jaren in een ziekenhuis om het vak eerst goed te leren. Kort voordat ik naar de tropen zou gaan hoorde ik een lezing van Hugo Verbrugh over medische filosofie. Weer een eye-opener. Het inspireerde me om niet naar de tropen te gaan, maar in Utrecht het kandidaatsexamen filosofie te halen. Uiteindelijk wilde ik “ontwikkelingswerk” hier in het westen gaan doen en niet zozeer in de tropen. Die filosofiestudie was geweldig, vreselijk leuk. Geschiedenis van de filosofie, stromingen in het denken, wetenschapsfilosofie, het ging erin als koek. Ik leerde weer zelfstandig denken. En het gaf mij het zekere gevoel dat antroposofie wetenschap kan zijn en geen geloof, zoals mij vaak door mijn bazen specialisten was voorgehouden. Na die intense filosofische periode voelde ik me “vrij” genoeg om de antroposofische artsenopleiding en de reguliere huisartsenopleiding te gaan doen. Ik kon bij Bob Witsenburg en Joop van Dam terecht in hun Haarlemse huisartsen praktijk. Zeer leerzaam!’

‘In die tijd, rond mijn drieëndertigste, zijn de antroposofische geneeskunde en het antroposofisch mensbeeld werkelijkheid voor me geworden. Omdat ik begrippen als etherlichaam en astraallichaam aan mezélf kon beleven. Ik kon ook beleven wat een mens nodig heeft om gezond te worden en het belang van de eigen invloed op het genezingsproces. Daarna wilde ik mijn ervaringen benutten om te bouwen aan een brug tussen de gangbare en de antroposofische geneeskunde. Ik wilde naast medisch werk onderzoek gaan doen naar de grondslagen van de antroposofische geneeskunde. Het werd een deeltijdbaan bij Arta, een antroposofisch georiënteerd instituut voor verslavingszorg, en daarnaast een baan bij het Louis Bolk Instituut voor fenomenologische natuurwetenschap om fundamenteel onderzoek te doen. Daar vertrok Peter Goedings, die bij het kennismakingsgesprek meteen vroeg of ik in het kristallisatiewerk wilde stappen. Ik was erg verbaasd, maar voelde dat het klopte! Bij het kristallisatieonderzoek gaat het om een methode van diagnostiek van ziekten. Die methode is gebaseerd op de interpretatie van beelden, vormen en patronen die uitgekristalliseerd bloed van patiënten onder bepaalde omstandigheden laat zien. Ferdie Amons, Ate Koopmans en Guus van de Bie waren mijn leermeesters. Dat werd een vruchtbare samenwerking in een onderzoek naar een verruimde diagnose van patiënten, die uiteindelijk de basis legde voor een nieuwe antroposofische artsenopleiding. De kristallisatiemethode was de inspiratiebron hiervoor.

Na drie jaar ben ik bij Arta gestopt en vrijwel direct daarna kwam de vraag van Bart Jan Krouwel en Lize Baarspul om een voedingsinstituut op te zetten. Daar was ik werkelijk stomverbaasd over. Wat wist ik van voeding? Maar tegelijk ben ik een echte pionier en ik voelde: dit heeft met preventieve gezondheidszorg te maken, dit wil ik! Het leek me goed om eerst een voedingswerkgroep in het leven te roepen om op die manier een deskundig en sociaal draagvlak te krijgen voor zo’n instituut. Voeding heeft sterk met het sociale te maken. En van daaruit is Dúnamis ontstaan. Het heeft bijna tien jaar bestaan en het is in 2001 opgeheven. (...) Ik wilde na tien jaar de directie van Dúnamis overdragen, omdat ik meende dat het instituut op eigen benen verder kon en ik mij op het werk op het Bolk Instituut wilde concentreren. Ik wilde graag weer meer tijd besteden aan het onderzoek naar de vraag of biologische en biologisch-dynamische voeding gezonder is dan gangbare voeding. Dat is zo’n dringend en actueel vraagstuk en daar wordt nog door zo weinigen aan gewerkt.’

1 opmerking:

John Wervenbos zei

Mooie levensbeschrijving (studie- en beroepsleven) van Machteld Huber. Zo gaat de mens achter een Senior Onderzoeker Voedingskwaliteit & Gezondheid meer leven, wat het huidige Louis Bolk instituut herbergt en draagt komt daarmee ook nader in beeld.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)