Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

Posts tonen met het label inenten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label inenten. Alle posts tonen

woensdag 20 april 2016

Ornitosofen


AntroVista maakte het al op de dag zelf bekend. Intussen is het bericht ook op zijn eigen website Manisola verschenen:
‘18 april om 5.15 uur is Roland van Vliet (1960) door de poort van de dood gegaan. Hij was sinds eind vorig jaar ziek.

Roland van Vliet gaf cursussen en lezingen over Persoonlijk Meesterschap en Sociale Kunst, over het Manicheïsme en het oer-christendom. Ook schreef hij vele boeken over deze thema’s en begeleidde hij studiereizen.

Woensdag t/m vrijdag is er gelegenheid afscheid van Roland te nemen bij een gesloten kist in Crematorium “Walpot”, Pisartlaan 8 in Eijsden. De tijden zijn van 17.30 tot 19.30 uur.

De crematie vindt plaats in besloten kring, met uitsluitend familie en zijn meest intieme vrienden. Een herdenkingsbijeenkomst is in voorbereiding, waarover hier later bericht zal worden gegeven.’
Meteen eronder staat dit:
‘FILOSOFIE VAN HET IK, nu verkrijgbaar!
Het vierde boek van Dr. Roland van Vliet: “De filosofie van het Ik” is in december 2015 uitgekomen bij Academic and Scientific Publishers, Brussel (Zie samenvatting in artikel: Filosofie van het Ik).
Het is verkrijgbaar via de boekhandel of rechtstreeks via Manisola te bestellen.’
Ik schreef hierover al op zaterdag 2 april 2011 in ‘Trilogie’. De achterkant van dit boek vermeldt:
‘FILOSOFIE VAN HET IK
Het drievoudige Ik als filosofie van de vrijheid
Roland van Vliet

Preliminaire beschouwingen voor een filosofie van de liefde

In onze tijd worden de menselijke geest, het bewustzijn en het Ik geïdentificeerd met het brein. De filosoof Roland van Vliet beschrijft in een cultuurkritische analyse de drievoudige reductie van de mens in de geschiedenis van het menselijke denken; hoe de intuïtieve geest, de ziel en zelfs in het digitale tijdperk het lichaam (dat is zerotomie) door de “moniterisering van het bewustzijn” uit het mensbeeld geschrapt zijn of dreigen te worden.

Daarom beschrijft Roland van Vliet de noodzaak om de mens terug te winnen en komt hij in een bewustzijns-fenomenologisch onderzoek tot drie brandpunten van identiteitsbepaling of tot het geheel nieuwe concept van drie Ikken die de menselijke vrijheid kunnen constitueren. In het middelpunt staat het Filosofische Ik, verbonden met de zelfreflectie om onvrije motieven van het handelen te onderkennen en vrije motieven te ontwerpen. In deze activiteit kan het Filosofische Ik geïnspireerd worden door het Pneumatische Ik, dat zowel een Dieper Zelf als een Hoger Zelf omvat. Dat vrije ontwerp van motieven, waarden en idealen kan verwerkelijkt worden in het Empirische Ik of de persoonlijkheid. Het laatste is veel meer dan het ego; het is het domein van zelfontplooiing of van de schepping van zichzelf. In het werken met leiders noemt Roland van Vliet het Filosofische Ik de levenskunstenaar; het Pneumatische Ik de inspiratie en het Empirische Ik het kunstwerk.

De tragiek van onze tijd is dat de vrijheid van het Filosofische Ik door twee krachten wordt aangevallen. In de eerste kracht wordt het Pneumatische Ik geloochend en het Filosofische Ik geassimileerd door het Empirische Ik (het Ik is het product van het verleden en de genen); dit is materialistisch determinisme. De tweede kracht is een geestelijk dualisme, waarbij het Empirische Ik teruggebracht is tot louter het ego. Het Filosofische Ik identificeert zich met het Pneumatische Ik (dat kan ook de Godheid zijn) en wordt zonder enige kritische reflectie onwerkzaam. Dit is het spiritualistisch determinisme. Alleen door het idee van het drievoudige Ik, waarbij het Filosofische Ik zijn waarden stelt; deze contemplatief verdiepen kan in relatie tot het Pneumatische Ik en deze tot handeling voeren kan in het Empirische Ik, heeft de filosoof Roland van Vliet de menselijke vrijheid willen redden.

In zijn uitvoerige en ook praktische beschrijving van de ongedeelde aandacht is het mogelijk dat het Filosofische Ik in vrijheid de eenheid van het Pneumatische Ik kan beleven en door de ongedeelde wil in het Empirische Ik tot de handeling van de levenskunst of de liefde kan brengen.

Roland van Vliet (1960) heeft filosofie gestudeerd van de Vrije Universiteit in Amsterdam en is gepromoveerd op het Manicheïsme, tweede hoofdstroom van het oerchristendom. Hij is oprichter van de Academie voor Persoonlijk Meesterschap en Sociale Kunst (www.manisola.nl). Hij ontwikkelde filosofie voor leiders en leraren, houdt internationaal voordrachten en organiseert filosofische reizen. Ook staat hij op de bühne als stand-upfilosoof.’
Onder de datum van 18 april lezen we op motief.online een ander overlijdensbericht:
‘Overlijden van sectiecoördinator Koop Daniëls

Volkomen onverwacht is Koop Daniëls op 10 april op 67-jarige leeftijd overleden. Drie dagen ervoor werd hij thuis in Brummen door een zware hersenbloeding getroffen, waarvan hij niet meer herstelde.

Koop Daniëls was sinds 2009 sectiecoördinator van de Medische Sectie binnen de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap van de Antroposofische Vereniging, nadat hij al jaren deel uitmaakte van de Medische Sectie Raad. Van het begin in 1994 tot 2008 was hij directeur geweest van OlmenEs, een gemeenschap voor volwassenen met een verstandelijke beperking in Appelscha, Friesland. Hij was als initiatiefnemer ook betrokken bij de voorafgaande, voorbereidende fase van drie jaar.

Daarvóór werkte hij jarenlang als opleidingscoördinator op de Zonnehuizen Veldheim en Stenia in Zeist. Het was na een studie economie en wiskunde dat hij het roer had omgegooid en in 1977 was begonnen als groepsleider op de Michaelshoeve in Brummen. Daar werd hij al gauw teamleider, van het nieuwe huis Blancefloer, dat in 1978 werd opgeleverd. De Michaelshoeve bestaat intussen niet meer, opgeheven drie jaar na het faillissement van de Zonnehuizen in 2011, waar het kort tevoren deel van was gaan uitmaken.

Vele bekenden uit deze tijd waren aanwezig op de begrafenis van Koop Daniëls die op zaterdag 16 april 2016 plaatsvond op OlmenEs. In de grote zaal van deze instelling was amper plaats genoeg voor de ruim driehonderd belangstellenden. Na de herdenkingsplechtigheid werd Koop begraven op de natuurbegraafplaats van OlmenEs.

Op de pagina van de Medische Sectie heeft Koop Daniëls beschreven hoe hij zelf bij deze sectie kwam:

“Al jaren werkte ik in de heilpedagogie en sociaaltherapie en nam deel aan conferenties die in Nederland georganiseerd werden door het Heilpedagogisch Verbond, en in Zwitserland door de Medizinische Sektion am Goetheanum. Het was me bekend dat de heilpedagogie deel uitmaakte van de sectie gezondheidszorg, maar hoewel ik al jarenlang lid van de Antroposofische Vereniging was, was het niet tot me doorgedrongen dat we als Antroposofische Vereniging in Nederland een vergelijkbare sectie hebben. Tijdens een boswandeling in de buurt van het Goetheanum, vroeg Truida de Raaf mij of ik lid wilde worden van de medische sectieraad. Toen pas kwam ik erachter hoe de sectie gezondheidszorg in Nederland werkt en hoe groot het werkveld is dat ze bestrijkt.”

“Wat de sectie gezondheidszorg van de Hogeschool voor Geesteswetenschap beoogt is de individuele scholingsweg van de betrokkenen te ondersteunen, zodat zij hun beroep vanuit een diepere laag kunnen uitoefenen. Niet alleen het inzicht dat er meer is in de geneeskunde dan alleen kennis van het antroposofisch mens- en wereldbeeld is belangrijk, het gaat er juist ook om dat de therapeut zichzelf zo schoolt hij of zij zichzelf als instrument tot genezing kan inzetten.”

De foto toont de zomermarkt op OlmenEs.’
Op dezelfde datum van 18 april werd op motief.online dit bericht geplaatst:
‘Peter Blom, bankdirecteur met vrije wil

Eind maart verscheen in Vrij Nederland een interview met Peter Blom, “de anarchist die bankdirecteur werd”, zoals de titel van het artikel van zes pagina’s luidde. Peter Blom is vanaf het begin in 1980 betrokken bij Triodos Bank en nu al vele jaren de internationale directeur ervan. De bank staat voor volledige duurzaamheid en transparantie, maar dat is in de huidige situatie best lastig. “We worden steeds meer in een systeem geduwd.”

In het begin dachten ze bij de andere banken dat Triodos het niet langer dan vijf jaar zou volhouden. “Maatschappelijk verantwoorde kredieten verstrekken, daar geloofden ze absoluut niet in.” Dat is tegenwoordig wel anders. De bank brak onlangs zijn eigen record met een winststijging van vijfendertig procent tot meer dan veertig miljoen euro. Het aantal rekeninghouders is in vier jaar tijd bijna verdubbeld tot zeshonderdduizend.

In het interview komen ook de wortels van de Triodos Bank ter sprake, die bij de antroposofische beweging liggen. “De oprichters lieten zich inspireren door de grondlegger en filosoof Rudolf Steiner. Nog steeds mag de alternatieve geneeskunde bij de bank aankloppen voor kredieten.”

Peter Blom zegt hierover: “We komen nou eenmaal voort uit die beweging en daar schaam ik me ook helemaal niet voor. Vooral in het begin financierden we veel antroposofische projecten, tegenwoordig is dat minder dan 1 procent van ons kapitaal.”

Zelf voelde hij zich al vroeg aangetrokken tot de antroposofie. Zijn moeder hielp mee aan de opbouw van de vrijeschool, waar hij ook terechtkwam. “Ik las er veel over en sprak met allerlei mensen.” Hem sprak vooral het idee aan dat mensen een vrije wil hebben. Uiteindelijk leerde hij het anarchisme kennen en kwam door een boek van provo-oprichter Roel van Duijn op Peter Kropotkin, de Russische anarchist uit de negentiende eeuw. Die werd Bloms inspirator. Want volgens hem dragen niet strijd, maar wederzijdse hulp en solidariteit bij aan een succesvolle evolutie.

Foto van Peter Blom uit het artikel door Adrie Mouthaan.’
Antroposofie Magazine heeft trouwens op 18 april het artikel ‘Vaccineren, ja of nee?’, afkomstig uit het eerste nummer, online gezet.
‘Antroposofisch arts Loes Klinge: “Angst is geen goede raadgever”

Een groeiend aantal ouders is kritisch op het vaccinatieprogramma van het RIVM. Is het wel nodig allemaal? Tegelijk ligt de mazelenepidemie van 2013-2014 nog vers in het geheugen. Waar doe je als ouder nu goed aan wat vaccineren betreft? Antroposofisch jeugdarts Loes Klinge vertelt hoe zij hier in haar praktijk mee omgaat.’
Wat ik nog niet gemeld had, is dit artikel uit het Warnsveld Contact op 10 maart, door Meike Wesselink, ‘Karel Post Uiterweer is zijn pioniersgeest nog steeds niet kwijt’:
‘Hopeloos ouderwets vindt Karel Post Uiterweer de nieuwe naam van Vrije School De IJssel en De Zwaan. “De Zonnewende. Ik houd van oude taal, maar ik ben er geen voorstander van om die aan te wenden voor een nieuwe school.” De moeder van Karel stond in de jaren vijftig aan de basis van de vrije school in Zutphen. Zelf richtte de oud-docent de bovenbouw van de Vrije School in Groningen op. En nam daar weer afstand van. Bijna twintig jaar wonen Karel en zijn vrouw José in Warnsveld, waar Karel een groot deel van zijn jeugd opgroeide. Aan veel aspecten ziet hij dat de stad doorspekt is van de antroposofie. Dat is te lezen in het boekje dat hij onlangs uitgaf: Zutphen, Bolwerk van de antroposofie.’
Het artikel vermeldt meer bijzonderheden, maar daarvoor zult u moeten doorklikken. Op 13 april publiceerde website Themen der Zeit het verslag ‘Rudolf Steiner. Einmal anders’ van Fred Stepputat:
‘Lesung aus “Der andere Rudolf Steiner” und “Sie Mensch von einem Menschen!” Ein kurzweiliger Abend im Hamborner Schloss.

Der Kulturkreis Schloss Hamborn hatte zu einer Lesung der besonderen Art in den Hamborner Schloss-Saal eingeladen. Aus Lörrach war der Autor und Journalist Wolfgang G. Vögele angereist, der einige Jahre im Archiv der Rudolf Steiner Nachlassverwaltung mitgearbeitet hatte. Er ist einer der deutschen Korrespondenten der anthroposophischen Nachrichtenagentur NNA. Gemeinsam mit Michael Mentzel (dem Sprecher der Rudolf Steiner Hörbuch-Edition) las er aus seinen beiden Büchern “Der andere Rudolf Steiner” und dem Anekdotenbüchlein “Sie Mensch von einem Menschen”. Etwa 60 Zuhörer erlebten im Saal des Schlosses zwei gut aufgelegte ältere Herren, deren Vortrag so frisch und locker herüberkam, dass es eine Freude war. Das Publikum hatte sichtlich Spass an dieser Veranstaltung. Es waren aber beileibe nicht nur die lustigen oder “steinerfreundlichen” Geschichten oder Anekdoten, die an diesem Abend zu Gehör kamen. Karl Kraus, der scharfzüngige Satiriker aus dem Wien der 20er Jahre eröffnete den Reigen - mit einer Szene aus dem Drama “Wolkenkuckucksheim”, in der er sich über die Dreigliederung, die Eurythmie und natürlich auch die “Ornitosophen”, gemeint sind die Anthroposophen, lustig machte.

“Der andere Rudolf Steiner” beinhaltet eine Sammlung von Stimmen damaliger Zeitgenossen von Rudolf Steiner, die sich je nach Couleur des jeweiligen Autoren kritisch-satirisch oder wohlwollend mit Rudolf Steiner beschäftigt haben. Da gab es zum Beispiel auch den Bericht eines Journalisten, der schilderte, wie ein Vortragsabend mit Rudolf Steiner in Hannover abgelaufen war. Er monierte nicht nur, dass Steiner viel zu spät erschienen war, er hätte er auch keinerlei Anstalten gemacht, zu beginnen und sich stattdessen mit Briefelesen und anderen Dingen beschäftigt. Am Ende war dem Rezensenten dann der Kragen geplatzt und so schrieb er: “Da ich das Benehmen dieses Herrn Dr. Steiner - aus Berlin - als eine im höchsten Maße provokatorische Rücksichtslosigkeit empfand, verließ ich unter Protest den Saal.” Ob der Vortrag dann überhaupt stattgefunden hatte, war dem Zeitungsbericht nicht zu entnehmen. Dieses sei leider auch nicht überliefert, erklärte Vögele auf Nachfrage aus dem Publikum.

Es waren dann aber doch die kleinen Geschichten aus dem Anekdotenbüchlein von und über Steiner, die das Publikum zum Schmunzeln brachten. So berichtete Steiner einmal von einem fünfjährigen Jungen, der so eine Kraft gehabt hätte, dass er “gar nicht wusste wohin damit, so dass er immer schimpfte” und der zu ihm gesagt hätte: “Du bist so dumm wie drei Esel!”. Das spielte sich in der Wiener Kaufmannsfamilie Specht ab, in der sich Steiner einige Jahre als Hauslehrer betätigte. Der Charme der österreichischen Mundart kam auch bei anderen Episoden reichlich zur Geltung. Auch für Steiners Umgang mit etwas skurrilen “Anthropotanten” und für seine legendäre Schlagfertigkeit wurden köstliche Beispiele vorgetragen. So wurde auch von einer Begebenheit anlässlich einer Zugfahrt berichtet, dass einem Kind, welches Hunger bekommen hatte und ein paar Würstel wollte, dieses von der Mutter verweigert wurde, vermutlich, weil es ihr in Gegenwart des großen Rudolf Steiner unschicklich erschien. Steiner allerdings sei plötzlich verschwunden und nach einer Weile mit einem Paar Würstel zurückgekehrt, das er dem Kind dann geschenkt habe.

Rund 90 Minuten vermochten es Voegele und Mentzel im stimmungsvollen Ambiente des Saales, die Zuhörer mit ihrer Lesung zu erfreuen, wobei deutlich wurde, dass Steiners Zeitgenossen, die auf je andere Weise mit ihm zu tun hatten, stets auf eine besondere Weise beeindruckt waren. Ob es nun Ablehnung, Zustimmung oder gar Verehrung war, immer brachten die kleinen Anekdoten und Geschichten den Menschen Rudolf Steiner mit seinen Eigenarten, aber auch seiner Liebenswürdigkeit, seinem Humor und stets respektvollen Umgang mit anderen Menschen zum Vorschein. Rudolf Steiner einmal von einer anderen Seite zu betrachten, anstatt ihn nur auf ein Podest zu heben, ist ein löbliches Unterfangen. Den beiden Herren sei an dieser Stelle gedankt und es ist zu wünschen, dass weitere Vortragsabende folgen mögen.’
Gisteren was er weer eens een lovend artikel over biologisch-dynamische wijn, dit keer op de website van het vermaarde wijntijdschrift Sommelier India.
‘The exclusive publication for Indians around the world who enjoy wine and the wine lifestyle.’

‘It is India’s first and premier magazine dedicated to wine and wine lovers.’
Het artikel begint als volgt, maar is vele malen langer:
‘Biodynamics in winemaking, A Global Trend

Stephen Quinn spoke to winemakers in France, Chile, Italy, Australia and New Zealand to find out why they believe that biodynamics makes for better wine – and happier workers.

Monty Waldin, a world authority on biodynamic winemaking, believes it is possible to make a good business case for this process. He maintains that the ability to grow quality fruit to make quality wine is the main reason for choosing this approach, and further maintains that it does not need to be expensive.

Some of the world’s most famous wine estates such as Domaine de la Romanée-Conti in Burgundy and Château Pétrus in Bordeaux are biodynamic. Why would they risk their reputations by embracing biodynamics? Because it improves the quality of the wine, Waldin said. “They have better acidity, [are] more digestible and easier to drink because of lower alcohol, more refreshing. Ultimately people feel enlivened by it and continue to pay their high prices.”’

dinsdag 3 maart 2015

Hoofdschudden

Er is nieuws, zo meldt de website van Antroposofische Vereniging, verzorgd door Motief, het maandblad voor antroposofie. Vandaag werd een ‘Tijdelijk onderkomen Lievegoed University’ bekend:
‘Na de verwoestende brand in de Witte Villa van enkele weken geleden, is er nu een tijdelijk onderkomen gevonden voor de Bernard Lievegoed University (de voormalige Vrije Hogeschool). De studenten van de Lievegoed University volgen hun lessen voorlopig in het voormalige gebouw van de Hogeschool Helicon aan de Socrateslaan in Zeist. Tot 2013 werd hier de opleiding tot leraar basisonderwijs voor vrijescholen aangeboden, die inmiddels bij de Hogeschool Leiden is ondergebracht (net als de andere opleidingen van Hogeschool Helicon).

Frappant is dat Helicon in het verleden ook enkele semesters een oriëntatiecursus in hetzelfde pand aanbood, die vergelijkbaar was met het oriëntatiejaar van de toenmalige Vrije Hogeschool. Het ging daarbij echter niet om een cursus van een jaar, maar van drie maanden. Behalve vakken die concreet gericht waren op het kiezen van de juiste studie, werden daar ook uiteenlopende kunstzinnige vakken in het curriculum aangeboden.

De studenten van de Lievegoed University kunnen de rest van het schooljaar aan de Socrateslaan terecht. De opleiding deelt het pand met Het Kleine Volkje, een organisatie voor kinderopvang die hier sinds 2014 gehuisvest is.’
Een ander nieuwsbericht aldaar van vandaag is ‘Samenwerking Weleda en Natuurmonumenten’:
‘Biodiversiteit is een hot item en terecht, want veel planten- en diersoorten worden bedreigd.

Zo zijn er bijvoorbeeld door bebouwing, versnippering van natuurgebieden en intensieve veeteelt nog maar weinig wilde bloemen en kruiden in de Nederlandse graslanden te vinden. Dat leidt er weer toe dat bepaalde planten, zoals Arnica en het driekleurig viooltje steeds minder voorkomen. Ook veel diersoorten hebben het moeilijk, zoals vlinders, de kiekendief en de spreeuw.

Weleda, producent van antroposofische geneesmiddelen en verzorgingsproducten, erkent dit probleem en slaat de handen ineen met Natuurmonumenten om een bijdrage te leveren aan het herstel van de biodiversiteit in Nederland. De beide organisaties zijn een partnership aangegaan en de eerste stap hiervan is een actie rondom de verkoop van Weledaproducten, waarmee Natuurmonumenten in staat gesteld wordt om gebieden aan te kopen en om te vormen tot bloemrijke weides. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld voormalige landbouwgebieden die middenin een natuurgebied liggen of daaraan grenzen.

Voor elk verkocht product in de periode van 2 tot en met 20 maart, doneert Weleda een bedrag waardoor Natuurmonumenten in staat is om 1 vierkante meter bloemrijke natuur te ontwikkelen. Het doel is om hiermee in totaal 100.000 m² bloemrijke natuur te realiseren. Voor consumenten die ook in hun eigen tuin aan de slag willen om de biodiversiteit te vergroten, heeft Weleda een lijstje met handige tuiniertips opgesteld.’
Dezelfde website bracht een week geleden, op 25 februari, het bericht een ‘Nieuw concept van gezondheid’:
‘Een nieuw concept van gezondheid en hoe dat kan werken in de praktijk werd door Dr. Machteld Huber, arts en senior-onderzoeker van het Louis Bolk Instituut in Driebergen, voorgesteld op de conferentie “Jij maakt het uit”. Deze vond plaats op zaterdag 14 februari 2015 te Amsterdam en had als thema: “Professionele authenticiteit in de gezondheidszorg”. Met als bijbehorende vragen: “Hoe verbind jij jouw eigenheid en identiteit aan je professionele inzet?” en “Welke inspiratie en handvatten biedt antroposofie?” De conferentie werd georganiseerd door de medische sectie van de Antroposofische Vereniging.

Dat nieuwe gezondheidsconcept, voortgekomen uit recent en breed gewaardeerd onderzoek van Machteld Huber, luidt: “Gezondheid als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven.”

Het verslag van haar lezing is als PowerPoint-presentatie na te lezen op de website van de conferentie.
Het februarinummer van Motief, met als thema “Meer zingeving in de spreekkamer”, opent met een interview met Machteld Huber onder deze titel. Dit nummer is breed verspreid en te vinden op diverse plekken in wachtkamers, therapeutica en instellingen in de antroposofische gezondheidszorg.’
Vandaag kwam ook het ‘Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg’ met zijn ‘Nieuwsbrief – maart 2015’, ‘Bekijk de nieuwsbrief online’. Op de website van het lectoraat is de ‘Nieuwsbrief lectoraat’ ook te vinden, namelijk als ‘03-2015 nr 18 Met o.a. Promotieonderzoek Wil Uitgeest, Netwerk Oncologie en onderzoek Beeldvormende bespreking’:
‘Van onze onderzoeker(s)

Bang voor kleur?!
Hoe pas je verantwoord een kleur toe die ook nog gezond makend is? Onderzoeker Wil Uitgeest vertelt hierover in het kader van haar promotieonderzoek.

Congres

Terugblik 14 februari 2015: Conferentie ‘Jij maakt het uit’
Op zaterdag 14 februari 2015 organiseerde een groep van samenwerkende organisaties (NVAZ, AViN, EMC, AAG en het lectoraat) een conferentie als een festival over professionele authenticiteit in de gezondheidszorg. Het was een inspirerende dag.

Medewerkers

Personele wijzigingen
– Nieuwe medewerkers: Carolien Huizinga en Lisanne Visser.
– Vertrek Pamela Browne
– Esther Kok naar Bristol
– Verschillende studenten komen stage lopen bij het lectoraat
Lees meer over onze personele wijzigingen.

Onderzoek

Lectoraat en NVAA dragen bij aan internationale standaard
Het “Netzwerk Onkologie“ (Forschungsinstitut Havelhöhe, Berlijn) ontwikkelde een documentatiesysteem voor de internationale registratie van antroposofische zorg aan patiënten met kanker. Het lectoraat en de NVAA sluiten zich hierbij aan. Lees meer

Onderzoek Beeldvormende bespreking
In opdracht van Lievegoed startte het lectoraat eind 2014 met een onderzoek naar patiëntervaringen met de beeldvormende bespreking (in de GGZ). Lees meer

Overig kort nieuws

Lees meer over de actuele stand van zaken van onderstaande projecten:
– Samenwerking met Weleda en lectoraat Biodiversiteit
– Heeft u ook hooikoorts voor graspollen? We zoeken nog mensen voor ons onderzoek.
– Club van 100

Nieuwe publicaties

– Zelfevaluatierapport 2014
– Rapport “Complementaire zorg in ziekenhuizen, verpleeghuizen en GGZ-instellingen, Eerste Nederlandse inventarisatie” verschenen
Meer weten?’
De NVAZ, die hier op 20 februari uitgebreid aan bod kwam in ‘Community AG’, meldt ‘Therapeuticumdag 2015’:
‘Op zaterdag 28 maart wordt voor het eerst in jaren weer door de NVAZ een Therapeuticumdag georganiseerd. Alle medewerkers van de Therapeutica zijn hiervoor van harte uitgenodigd.

Datum: Zaterdag 28 maart 2015.
Locatie: Therapeuticum Utrecht, Dekhuyzenstraat 60 te Utrecht.
10.30: Inloop met koffie en thee.
11.00: Start Programma.

Programma:

11.00 uur: Aanvang met een opmaat

11.15-13.00 uur: Ochtendprogramma: uitleg over de zorgprogramma’s van de Hogeschool Leiden door o.a. Erik Baars en medewerkers en praktijkbesprekingen door o.a. Marijke van der Veen (huisarts Therapeuticum Haarlem) en Marco Ephraïm (huisarts Therapeuticum Aurum te Zoetermeer)

13.00 uur: De lunch wordt verzorgd door de NVAZ (voor aanmelden zie nadere informatie pagina 2).

14.00-15.30 uur: Workshops van 2 x drie kwartier, waarvan u er twee kunt volgen, de workshops worden verzorgd door:
– Paul Schmitz, verpleeghuisarts: Ouderdom en Dementie en de vraag hoe je zelf oud wilt worden.
– Edmond Schoorel, kinderarts  en Heleen Heringa, GZ-psycholoog: Omgaan met Wet Jeugdzorg, hoe blijf je geïnspireerd?
– Christina van Tellingen, consultatief arts: De patiëntenbespreking.
– Madeleen Winkler, huisarts: De fondsen in Therapeutica. Hoe ondersteunen we patiënten in niet vergoede therapieën?

Tips and Tricks voor elkaar.

– Erik Baars c.s Hogeschool Leiden: Zorgprogramma’s nader uitgewerkt, voorbeelden, opstapjes, onderzoek.

15.30: Plenaire afsluiting: discussie en take home messages.
16.00: Afsluiting.

Wij hopen op deze dag deelnemers vanuit de verschillende Therapeutica te mogen begroeten,

Namens de NVAZ,
Ted van Schie, Age van der Veer, Madeleen Winkler, John Benjamin, Peter Staal

Nadere informatie

Adres: Dekhuyzenstraat 60, 3572 WN Utrecht, betaald parkeren in de buurt!

Aanmelden: I.v.m. catering graag voor 20 maart opgeven bij het secretariaat NVAZ, via mailadres secretariaat@nvaz.nl. Graag aantal/na(a)m(en) deelnemers vermelden.

Kosten: De kosten betreffen organisatiekosten en zijn inclusief biologische maaltijd. De NVAZ heeft besloten in verband met haar financiële situatie dat projecten ‘selfsupporting’ moeten zijn. Therapeuticum Utrecht stelt de ruimte ter beschikking.

Betaling: Graag 25 euro per persoon overmaken naar NVAZ rekeningnummer: NL24TRIO 0212193120 onder vermelding van: naam deelnemer(s) en naam Therapeuticum.’
‘Dinsdag 24 februari – Berlijn kampt met een mazelenepidemie. Er zijn de afgelopen maanden net zoveel mensen besmet als vorig jaar in heel Duitsland. De Duitse minister van volksgezondheid Hermann Gröhe constateert dat het niet is gelukt om de ziekte uit te roeien, zoals het plan was. Vermoedelijk hebben immigranten uit het voormalige Joegoslavië het virus meegenomen naar de Duitse hoofdstad.

Tijdens de Balkanoorlog werden veel mensen niet ingeënt en daar ondervindt Berlijn nu de gevolgen van. Nu steeds meer mensen de mazelen hebben, laait de discussie op over verplicht inenten. Gröhe noemt het niet langer een taboe om over een verplichte inenting na te denken. Vorige week is een jongetje van anderhalf in een Berlijns ziekenhuis aan de mazelen overleden. De lokale gezondheidsautoriteiten adviseren met nadruk alle kinderen in te enten. Veel Berlijners zijn daar tegen. Het druist in tegen de vrije wilsbeschikking, vinden ze. Vijf procent van de Duitsers weigert daarom kinderen in te enten. De tegenstanders van de vaccinatie denken dat er schadelijke stoffen in de vaccinatie zitten. Met een gezonde leefstijl zou je ook kunnen voorkomen dat je ziek wordt, denken ze. En er zijn mensen die het idee hebben dat vooral de mensen en bedrijven achter de medicijnen er beter van worden.
NOS 23-2-2015’
Dat bracht het ‘Dachverband Anthroposophische Medizin in Deutschland’ ertoe op 26 februari te schrijven over ‘Beratung und Aufklärung statt Impfzwang’:
‘Anthroposophische Medizin setzt auch bei den Masern auf einen individuellen Impfentscheid

Seit einigen Monaten treten in Berlin verstärkt Masernfälle auf. Seitdem hat sich eine lebhafte Debatte um eine mögliche verpflichtende Masern-Impfung für Kleinkinder entwickelt. Inzwischen hat das Bundesgesundheitsministerium aber auch klargestellt, dass es keine konkreten Pläne zu einer Masern-Impfpflicht gebe.

Die Anthroposophische Medizin vertritt zum Thema Schutzimpfungen eine differenzierte Position, die auch für die Masern-Impfung gilt: Impfungen stellen eine freiwillige Form der Krankheitsprophylaxe dar, über die – zu Recht – individuell entschieden werden sollte. Anthroposophische Ärzte/Ärztinnen beraten die Eltern unabhängig und ausführlich und beziehen alle Erkenntnisse, die über Impfungen bei Kinderkrankheiten vorliegen, mit ein. Auch Fragen nach den langfristigen (immunologischen) Auswirkungen einer Impfung werden in Ruhe besprochen – und zwar im jeweiligen Einzelfall. Eine generelle Impfpflicht lässt sich mit dieser Perspektive nicht vereinbaren. Anthroposophische Ärzte/Ärztinnen sind deshalb für die Respektierung der individuellen elterlichen Impfentscheidung nach ausführlicher ärztlicher Aufklärung. Diese Position steht auch im Einklang mit dem Grundgesetz der Bundesrepublik Deutschland, das der Einführung einer Impfpflicht hohe Hürden entgegenstellen würde.

Im internationalen Vergleich zeigt sich Folgendes: Masern treten weiterhin in ganz Europa auf, dabei sind zunehmend Erwachsene betroffen. Heute weisen in Deutschland viele Erwachsene zwischen 18 und 45 Jahren keine verlässliche Masernimmunität auf.  Masern traten und treten entgegen anderslautenden Pressemitteilungen auch kontinuierlich weiter in den USA auf. Daran haben auch verpflichtende Impfnachweise an US-amerikanischen Schulen nichts geändert.

Beratung statt Verpflichtung

Statt Pflichtimpfungen zu diskutieren, setzt die Anthroposophische Medizin vor allem auf den Ausbau einer ausführlichen und unabhängigen Beratung und Aufklärung. “Nur eine differenzierte ärztliche Aufklärung über das jeweilige Krankheitsbild einschließlich der möglichen Nebenwirkungen kann den Eltern bei einer verantwortlichen Entscheidungsfindung helfen”, sagt der Münchner Facharzt für Kinder- und Jugendmedizin Georg Soldner von der Gesellschaft Anthroposophischer Ärzte in Deutschland (GAÄD). In diese Richtung zielt ja auch der Vorstoß der Bundesregierung, die in ihren Entwurf zum Präventionsgesetz eine verpflichtende Beratung zum Impfen aufgenommen hat. Wie ausführlich und differenziert diese Beratung in der Praxis dann aussehen wird, bleibt abzuwarten – der Vorschlag selbst geht aber in die richtige Richtung. “Die Eltern können nur dann eigenverantwortlich entscheiden, wenn offen und ehrlich über Vorteile und Risiken von Schutzimpfungen informiert wird”, so Soldner weiter.

Individuell beraten und entscheiden

Die Anthroposophische Medizin nimmt die individuelle Aufklärung – vor allem auch zu einem sinnvollen Zeitpunkt einer Impfung – aus gutem Grund sehr ernst: Eine Impfung stellt immer einen Eingriff in das kindliche Immunsystem dar. Gerade bei einem Baby, bei dem das Immunsystem noch nicht ausgereift ist, kann nach dem jetzigen Wissensstand aber noch nicht abschließend definiert werden, welche Konsequenzen dieser Eingriff langfristig für das Immunsystem haben kann. Studien konnten zudem zeigen, dass ein sehr früher Impfzeitpunkt zu einem nachhaltig schwächeren Impfschutz führen kann. Mittlerweile mehren sich die Verdachtsmomente, dass gerade der häufige Einsatz von Antipyretika und Antibiotika sowie die Dichte der Schutzimpfungen im frühen Kindesalter die Entwicklung und Individuation des Immunsystems auch negativ beeinflussen können.’
Nog meer medisch nieuws vinden we in de rubriek ‘Aus dem Leben am Goetheanum’ op 19 februari op de gelijknamige website van de Algemene Antroposofische Vereniging, geschreven door Sebastian Jüngel, ‘Medizinische Sektion: Vorschlag für Leitungsnachfolge’:
‘Michaela Glöckler wird anlässlich ihres 70. Geburtstags im Herbst 2016 die Leitung der Medizinischen Sektion in jüngere Hände übergeben. Das Kollegium der Medizinischen Sektion, die Internationale Koordination Anthroposophische Medizin, hat die Ärzte Matthias Girke als Leiter und Georg Soldner als Stellvertreter vorgeschlagen.

Seit 2010 befasst sich die Internationale Koordination Anthroposophische Medizin (IKAM) mit der Frage einer Nachfolge für Michaela Glöckler. Im Herbst 2014 bat Michaela Glöckler die Mitarbeiterschaft der anthroposophisch-medizinischen Bewegung, mögliche Kandidatinnen und Kandidaten zu benennen. In der Klausur vom 30. Januar bis 1. Februar schlugen die Mitglieder von IKAM einmütig Matthias Girke als Sektionsleiter und Georg Soldner als stellvertretenden Sektionsleiter vor. Matthias Girke ist Leitender Arzt am Gemeinschaftskrankenhaus Havelhöhe in Berlin, Georg Soldner ist Kinderarzt aus München und ehemaliges Vorstandsmitglied der Gesellschaft Anthroposophischer Ärzte in Deutschland.

In einem Brief an die Mitarbeitenden der anthroposophisch-medizinischen Bewegung laden die Mitglieder von IKAM dazu ein, “diesen Vorschlag zu überdenken”, und Michaela Glöckler fordert dazu auf, gegebenenfalls “Gesichtspunkte oder Alternativen” zu benennen, “die wir berücksichtigen sollten, bevor die Entscheidung fällt”. Bei positiver Resonanz wird die IKAM Matthias Girke für die Sektionsleitung und Georg Soldner als Stellvertreter dem Hochschulkollegium und der Goetheanum-Leitung zur Berufung vorschlagen.

Michaela Glöckler leitet seit 1988 die Medizinische Sektion. Sie hat die Sektionstätigkeit sowohl international als auch hinsichtlich der Berufsfelder weiterentwickelt. Außerdem sorgte sie seit 2002 für eine internationale postgraduierte Weiterbildung zum Anthroposophischen Arzt; 2015 findet das International Postgraduate Medical Training (IPMT) in 19 Ländern statt. Darüber hinaus ist Michaela Glöckler der Aufbau einer gesunden Sozialstruktur innerhalb der anthroposophischen Bewegung ein großes Anliegen.’
Terug naar Nederland. Boekhandel ‘De Nieuwe Boekerij’ in Zeist heeft vandaag ‘3 maart boekpresentatie E. Schoorel’:
‘Boekpresentatie en lezing Edmond Schoorel
Beeldschermbeelden, opvoeden in het digitale tijdperk.

Televisies, computers, laptops, tablets en smartphones! Beeldschermen zijn overal en hebben enorme aantrekkingskracht op onze kinderen. Wat te doen? Hoe ga je hiermee om?

Ben je wel eens bezorgd over de avonturen van (je) kinderen of leerlingen op het internet? Vraag je je wel eens af of je nog wel een geschikte opvoeder bent in deze snelle digitale wereld? Probeer je ook een evenwicht te vinden tussen modern en kritisch? Heb je wel eens gehoord dat tv kijken en op de computer spelen niet gezond is voor kinderen, maar weet je niet waarom? Kinderen groeien tegenwoordig op in een wereld waar veel gebruik wordt gemaakt van digitale communicatie. Overal om hen heen zijn televisies, computers, laptops, tablets en smartphones.

Edmond Schoorel, antroposofisch kinderarts en verbonden aan het Kindertherapeuticum in Zeist, geeft in zijn nieuwe boek Beeldschermbeelden, opvoeden in het digitale tijdperk een rondleiding langs de achtergronden, werkingen en bijwerkingen van de moderne media. Als je vindt dat je tegenwicht moet geven, geeft hij daarvoor richtingaanwijzers. Als je de moderne media omarmt, laat hij je meedenken over de gevolgen voor de opvoeding.

Dinsdagavond 3 maart presenteert Edmond Schoorel zijn nieuwe boek in onze winkel en zal hij een inleiding geven over dit onderwerp.

Aanvang: 20.00 uur
Toegang: gratis. Wel graag aanmelden via info@denieuweboekerij.nl of 030-6923250
Plaats: De Nieuwe Boekerij, Voorheuvel 76, Zeist’
Een week later is er daar alweer iets nieuws, ‘11 maart Lezing over Mondriaan’:
‘Woensdag 11 maart Lezing Piet Mondriaan

Léon Hanssen schreef De schepping van een aards paradijs, over het leven en werk van Piet Mondriaan in de periode 1919-1933. Het zijn de jaren van zijn klassieke abstracte schilderstijl, gekenmerkt door zwarte verticale en horizontale lijnen en rechthoekige vlakken in de primaire kleuren of in zwart, wit of grijs.

Het boek levert behalve de biografie van Mondriaan een treffend beeld van een turbulent tijdvak: de jaren tussen het eind van de Eerste Wereldoorlog en de machtsovername van Adolf Hitler in januari 1933. Plaats van handeling is de stad die Mondriaans hart had gestolen: Parijs!

Léon Hanssen is als cultuurhistoricus verbonden aan de universiteit van Tilburg als hoogleraar Life Writing & Cultural Memory. Op woensdag 11 maart komt hij bij ons spreken over zijn Mondriaan biografie.

Datum: 11 maart 2015
Locatie: De Nieuwe Boekerij, Voorheuvel 76 Zeist
Aanvang: 20.00 uur (winkel open 19.30 uur)
Toegang: € 7,50
Reserveren: info@denieuweboekerij.nl / t 030 6923250’
Een maand geleden, op 4 februari, schreef ik in ‘Beïnvloedbaar’:
‘Juist vandaag verscheen op de website van “News Network Anthroposophy Limited (NNA)” “Im Innern ein Feuer der Begeisterung für die Waldorfschule: Autobiografie zeigt Verdienste von Stefan Leber auf”, geschreven door NNA-Korrespondent Wolfgang G. Vögele’.
Twee weken later, op donderdag 19 februari was daar een nieuw bericht te vinden, ‘Waldorfschulbewegung trauert um einen ihrer bedeutendsten Pioniere’, ditmaal geschreven door Cornelie Unger-Leistner:
‘Stefan Leber, einer der bedeutendsten Pioniere der deutschen Waldorfschulbewegung in der neueren Zeit, ist am 18. Februar im Alter von 78 Jahren verstorben. Dies teile der Bund der Freien Waldorfschulen (BdFWS) in Stuttgart mit. “Stefan Leber prägte die Waldorfschulbewegung wie kaum ein zweiter”, betont der BdFWS.

Leber, 1937 in Stuttgart geboren, war Schüler der Freien Waldorfschule Uhlandshöhe. Mit sechzehn Jahren verließ er die Schule und machte eine Lehre als Klischeeätzer. Die Prägung durch einfache Lebensverhältnisse und das proletarische Umfeld auf der einen und die Begegnungen mit Anthroposophen, Wirtschaftsleuten und Priestern der Christengemeinschaft auf der anderen Seite sei ihm ein Leben lang erhalten geblieben, heißt es in der Erklärung des BdFWs. Diese beiden Strömungen in seinem Leben erklären auch sein Interesse für neue Welt-, Gesellschafts- und Wirtschaftsordnungen.

Nach der Lehre folgte ein Studium der Politologie, Soziologie und Philosophie in Berlin. Dort traf er mit vielen Persönlichkeiten zusammen, die – wie er selbst – die Waldorfschulbewegung später entscheidend prägen sollten, z.B. mit Manfred von Mackensen und Christoph Gögelein. Nach dem Studium besuchte Stefan Leber das Lehrerseminar in Dornach, danach arbeitete er von 1962 bis 1973 an der Pforzheimer Waldorfschule.

“Lex Waldorf”

Noch während der Pforzheimer Zeit wurde Leber verstärkt in Stuttgart beim BdFWS tätig, 1971 wurde er Mitglied im Vorstand. 1973 zog er mit seiner Familie nach Stuttgart und wurde Dozent am Lehrerseminar, wo er mit Ernst-Michael Kranich, Olaf Oltmann und Wolfgang Schad zusammenarbeitete.

In den 1970er Jahren gelang Leber zusammen mit Günter Altehage und Manfred Leist in Baden-Württemberg ein bildungspolitischer Durchbruch: Die “Lex Waldorf” hat bis heute Bestand und regelt die Gleichstellung der Waldorfschulen als sogenannte Ersatzschulen mit eigener pädagogischer Prägung.

Leber publizierte über zwanzig Titel zu vielen gesellschaftlich relevanten Themen wie Pädagogik und Menschenkunde, zur Sozialgestalt der Waldorfschule, zu Fragen der Staats- und Wirtschaftsordnung oder auch zu Reinkarnation und Karma. Seine Kurse im Seminar für Waldorflehrerbildung seien “unverwechselbar” gewesen, seine Vorträge und Beiträge auf den Tagungen der Waldorfschulbewegung “humorvoll, anekdotisch, weltoffen”, heißt es in der Mitteilung des BdFWS weiter.’
Op 24 februari schreef Jostein Saether op zijn weblog over ‘Der lange Schatten der anthroposophischen Bewegung’:
‘In einem lange ersehnten Austausch mit meinem ehemaligen Verleger ist mir überaschenderweise klar geworden, dass mein drittes Buch Ganz Auge und Ohr nur 75 Exemplare verkauft hat. So wurde mir bestätigt, dass ich einer am wenigsten gelesenen Autoren in der anthroposophischen Szene bin. Mittlerweile bin ich aber auch einer der meistumstrittenen und meistdiskutierten lebenden Anthroposophen. In diesem aussagekräftigen Wiederspruch darf es deshalb erlaubt sein, nach 4 Jahren der Erscheinung (das Buch wurde im Frühjahr 2011 publiziert) ein wenig Werbung für diese schriftstellerische Rarität zu machen. Ich tue es mit einer Rezension von Rainer Herzog, der für einige bewanderte Online-Leser bekannt ist als ein im sogenannten Egoistenblog von Michael Eggert engagierter Debattierer.

Eine Buchbesprechung
von Rainer Herzog

In dem 3. Buch des norwegischen Autors Jostein Sæther geht es vor allem um die unterschiedlichen “Lager” und Strömungen der gegenwärtigen anthroposophischen Bewegung sowie den damit verbundenen Konflikten. Das Buch ist eine Zusammenstellung aus Blog- und Zeitschriftenartikeln Sæthers aus den Jahren 2006-2009 –, dadurch, dass viele Kapitel (JS nennt sie “Sequenzen”) recht kurz sind, lässt es sich gut auch “so nebenbei” lesen.

Das Buch beschreibt u.a. die Texte, Bücher und gedanklichen Haltungen von anderen, teilweise “umstrittenen” (aber was heißt das heute schon...?) anthroposophischen Autoren, wie Sebastian Gronbach, Mieke Mosmuller, Holger Niederhausen, Judith von Halle, u.a.

Sæther gelingt es in den, wie ich finde, besten Stellen des Buches, kenntnisreich die besondere Eigenart dieser Autoren aufzuzeigen, er lässt den Leser teilhaben an einem inneren Ringen mit der Gedankenwelt des Anderen. Hierbei erlebe ich den Autor einerseits als offen und neugierig andererseits auch als sehr klar und direkt in seiner eigenen, häufig kritischen Positionierung. Man lernt durch seine Essays andere Bücher und Autoren kennen und kann sich selbst entscheiden, ob oder welche Richtung man selbst weiterverfolgen will.

Sehr überzeugend und interessant (da ich persönlich z.Zt. intensiv mit ähnlichen Fragestellungen lebe) habe ich die Kritik an dem “integralen” Info3-Autor Sebastian Gronbach erlebt, der nach seinem “Erleuchtungserlebnis” die realen geistigen Wesen und Welten der Anthroposophie als bloße “poetische Beschreibungen spezifischer Formen und Zustände der menschlichen Innenwelt” klassifiziert.

An einigen Stellen im Buch zeigt sich immer mal wieder eine melancholische oder resignative Seite des Autors, vor allem wenn es um die Nichtanerkennung seiner Karmaarbeit geht. Die Stärke des Buches liegt für mich auch darin, dass Jostein Sæther “allgemeine Geisterkenntnisse” immer wieder auf ihre konkrete Erlebbarkeit hinterfragt: Wenn z.B. Andreas Neider von dem “realen geistigen Dialog” mit Steiner spricht (ähnlich wie M. Mosmuller) und über einen gutgemeinten, aber eben nur allgemeinen Appell nicht hinauskommt, findet Jostein Sæther m.E. exakt den richtigen Ton, die richtige Schärfe:

“Solche allgemeinen Anspielungen sind im privaten Bereich schon in Ordnung, aber heute taugen sie zu nichts mehr, falls man mit der Anthroposophie etwas öffentlich erreichen möchte. Hier muss man konkret und ichbezogen sein! Das ist ein Problem der anthroposophischen Gesellschaft mit deren Hochschule, dass sie nur einen – gestorbenen – Geistesforscher ‘hat’ (S.139).”

Jostein Sæther appelliert in seinem Buch an eine individualisierte, eigene und experimentelle Anthroposophie, an ein eigenes Forschen anstelle eines sich-berufen auf Tradition und GA. Dennoch ist er von einer relativierenden Haltung etwa eines Gronbach weit entfernt, man kann seine tiefe Verbundenheit zum anthroposophischen Schulungsweg und zu Steiner eindeutig erkennen.

Was mich manchmal an der Lektüre etwas “gestört” hat, war der irritierende Eindruck, dass Jostein Sæther sich trotz seiner eigenen geistigen Erfahrungen so sehr auf, wie ich finde, allzu offensichtliche Oberflächlichkeiten und den damit verbundenen Debatten überhaupt einlässt, manchmal etwas zu gründlich: Warum muss man etwa, wie in diesem Buch, einem H. Niederhausen mehr als 25 Seiten Aufmerksamkeit geben?

Egal, “Ganz Auge und Ohr” ist m.E. ein lesenswertes, toll geschriebenes und sehr persönliches Buch eines hochinteressanten und sehr sympathischen anthroposophischen Geistesforschers.

Dieser Aufsatz erschien als Kundenrezension beim Online-Shop Amazon am 22. November 2013.’
Tot slot vandaag een fel bericht van Michael Eggert op zijn website, getiteld ‘Die Dornacher “Lügenpresse”-Kampagne’. Het gaat niet om een officieel orgaan van de Algemene Antroposofische Vereniging, maar om een particulier initiatief, dat een oude titel opnieuw gebruikt:
‘Auch im Blatt “Nachrichten für Mitglieder” (4/2015), herausgegeben von Roland Tüscher und Kirsten Juel spiegeln sich inner-anthroposophische Trends. Weite Teile davon betreffen die typischen internen Auseinandersetzungen, die sich wie eine Perlenkette durch die gesamte, hundertjährige Geschichte dieses Vereins ziehen – denkbar irrelevant für den Rest der Welt, aber symptomatisch für eine Mitgliedschaft, die sich leidenschaftlich und irrational vor allem mit sich selbst beschäftigt. Die Folge dieser ewigen Querelen ist die Abkopplung selbst von den tätigen, in der Gesellschaft und Öffentlichkeit stehenden Tochter-Unternehmen – seien es Firmen, Schulen, Heilpädagogik, Landwirtschaft oder Medizin. Offenbar benötigen größere Teile der Mitgliedschaft diese emotional geführten Kämpfe für ihr Selbstverständnis. Daher werden sie nicht selten mit einer bizarren Inbrunst geführt.

Auch die seriösen anthroposophischen Zeitschriften wie Info3, Die Drei und Das Goetheanum verweigern sich meist auch nur der Wahrnehmung dieser Selbstzerfleischungen – geschweige denn dass sie dergleichen intensiver thematisieren wollten. So nimmt es nicht wunder, dass eine auf Attacke getrimmte Autorin wie Irene Diet bei diesen Zeitschriften mit neuen, wirren Angriffen auf die Herausgabe text-kritischer Schriften Rudolf Steiners durch Christian Clement (SKA) abgeblitzt ist. In den “Nachrichten” dagegen hat sie in oben genannter Ausgabe erneut Gehör gefunden.

Diet kritisiert eine Besprechung Johannes Kierschs in “Das Goetheanum”, in der dieser die intellektuelle Redlichkeit auch von Anthroposophen gefordert hatte, das Selbstverständnis Rudolf Steiners in seinen Schriften und Vorträgen mit in die Betrachtung einzubeziehen: “Dann werden wir, wie es die kritische philologische Forschung heute verlangt, die Äußerungen eines Autors nicht vorschnell auf der Basis seines Selbstverständnisses interpretieren, so, wie die ältere anthroposophische Forschung das Werk Rudolf Steiners aufgrund von dessen Darstellung in der Autobiographie ‘Mein Lebensgang’ beleuchtet, sondern so, wie sie sich in den Stufen ihrer Entfaltung im historischen Kontext zeigen. Wir werden dabei traditionelle Vorstellungen, die wir lieb gewonnen haben, der kühlen Ernüchterung zu opfern haben, die im Prozess der distanzierten Beschreibung durch den geschulten historischen Beobachter eintreten kann. Was dabei übrig bleibt, wird womöglich emotional weit weniger befriedigend sein als das Althergebrachte.”

Dagegen läuft Diet, wie es der Konsens der kultischen Verehrung Steiners erfordert, Sturm. Sie behauptet, eine textkritische Betrachtung habe keinen wissenschaftlichen Charakter, sei “Willkür”, Clement habe vor, “Rudolf Steiner zu relativieren und über weite Strecken in Frage zu stellen”, ja die “Denkbarkeit” von dessen Schriften werde durch die Reflexion über diese Texte “aufgelöst”: “Anstatt die Texte zu denken, wird der Leser auf eine historische Quell-Textsuche abgelenkt.” Dass das Denken über das Denken Steiners Denken verhindere, ist tatsächlich ein bizarrer Vorwurf, auf den man wenig entgegnen kann, solange man über einen Rest von Logik verfügt.

Aber es geht noch weiter. Arnold Sandhaus baut in einem Beitrag ein paranoides Schema auf, in dem er eine “Vereinheitlichung” der gesamten anthroposophischen Presse durch den lange verstorbenen Vorsitzenden Manfred Schmidt-Brabant (dem seinerzeit aus Verschwörungs-Theoretiker-Kreisen Mitgliedschaft in einer Loge vorgeworfen wurde) behauptet – daher würden solche Pamphlete wie der von Diet nicht gedruckt: “Wie erschreckend weit diese Vereinheitlichung seitdem fortgeschritten ist, zeigen die Zeitschriften Das Goetheanum, Die Drei, Anthroposophie und Info3 im Moment durch ihren Umgang mit der Initiative Christian Clements. Während es doch wirklich genug Anhaltspunkte gibt, die eine kritische Auseinandersetzung mit der SKA rechtfertigen, ja, mehr als notwendig machen, sind die Reihen im inzwischen entstandenen anthroposophischen Mainstream fest geschlossen.” Woher der Wind bei Sandhaus weht, erkennt man in seinem Resümee: “Erstaunlich in dieser Hinsicht ist die immer stärker zu Tage tretende Mentalitätsparallele zwischen der ‘grossen’ Presse und der kleinen, anthroposophischen” auch an seiner irrationalen Vermengung mit einem angeblichen “Amerikanismus” des behaupteten “Mainstreams”. Das Ganze ist natürlich ein Versuch, die “Lügenpresse”-Kampagne der Pegida, Dügida, Kögida, usw.-Rechten auf die anthroposophische Bewegung zu übertragen. Die seltsame In-Verbindung-Setzung von aufklärerischen, textkritischen Steinertexten mit einem populistischen Anti-Amerikanismus, dazu die alten Kampflinien von verschwörungs-theoretischen Vorstellungen einer Unterwanderung und Gleichschaltung der Anthroposophischen Gesellschaft deutet darauf hin, dass sich hier die reaktionären Kreise artikulieren, die Anthroposophie als Kult huldigen und sie als solchen bewahren wollen.

Diesen kultischen, rein selbstbezüglichen Charakter der so verstandenen Anthroposophie betont und behauptet auch der Herausgeber des Blattes, Roland Tüscher in einem weiteren Beitrag, indem er ausführt, die Erkenntnis-Voraussetzungen von Anthroposophie entzögen sich dem Denken: “Die Anthroposophie vertritt eine wissenschaftliche Methode, die sich aus einem Kern bzw. Ausgangspunkt ableitet, der in sich selbst begründet ist, und hierbei seine geistige Natur offenbart. Diese Voraussetzungslosigkeit des Ausgangspunktes jeglicher Erkenntnis ist in Steiners erkenntnistheoretischen Grundwerken Wahrheit und Wissenschaft, sowie Philosophie der Freiheit nachgewiesen. Diese wissenschaftliche Methode nimmt daher für sich in Anspruch, sichere Erkenntnis ermöglichen zu können.” Eine so verstandene “Erkenntnis”, die nur in sich “selbst begründet” ist – somit denkend nicht erkennbar – hat dann aber Glaubens-Charakter und wäre die Begründung einer Sekte.

Das populistische Anhängen an die “Lügenpressen”-Kampagnen der Ewiggestrigen und der Versuch, Anthroposophie als kultische Geistseher-Gemeinschaft zu interpretieren, zusätzlich politisch in einem politischen Anti-Amerikanismus verschwörungs-theoretischer Art zu verankern, kann man nur kopfschüttelnd zur Kenntnis nehmen.’

zaterdag 7 februari 2015

Mismatch

Vanochtend schreef Eva de Valk op de website van NRC Handelsblad ‘Griepprik beschermt dit jaar slecht’:
‘De griepprik is dit jaar weinig effectief. Van de bijna drie miljoen Nederlanders die het vaccin hebben gekregen, is “een groot deel” voor hooguit 10 tot 20 procent beschermd tegen het circulerende griepvirus. Dat schrijft De Telegraaf. Met name ouderen lopen daardoor extra gezondheidsrisico’s. Viroloog Ab Osterhaus van de Universiteit Utrecht zegt tegen de Telegraaf dat de griepprik zeker 70 tot 80 procent bescherming had moeten bieden. Hij spreekt van een “mismatch”. Het vaccin, waarin drie virusstammen zitten (A-H1N1, A-H3N2 en B-influenza), sluit niet goed aan bij de huidige griepepidemie, die wordt gedomineerd door een andere variant van het A-H3N2-influenzavirus.

Mogelijk verband toename longontsteking bij 65-plussers

NRC Handelsblad schreef al eerder dat de griepprik dit jaar minder bescherming biedt. Er zijn meer 65-plussers met een longontsteking dan in andere jaren – dat is een beruchte griepcomplicatie. “De samenhang tussen ernstigere ziekten bij ouderen en het veranderde virus is nog niet bewezen, maar het lijkt allemaal bij elkaar te passen”, aldus Gé Donker, epidemioloog aan het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL), tegenover de krant.’
René Steenhorst in De Telegraaf maakte er vanochtend nog iets veel mooiers van, ‘Griepprik werkt nauwelijks’:
‘De griepprik werkt dit jaar amper. Een groot deel van de bijna drie miljoen Nederlanders die het vaccin hebben gekregen, is voor hooguit 10 tot 20 procent beschermd tegen het circulerende griepvirus. Honderdduizenden met hart- en vaatziekten, diabetes, vormen van kanker of longziekten, vooral ouderen, lopen nu extra gezondheidsrisico’s. Dit, terwijl de griepinjectie hen juist had moeten vrijwaren.

Virologen erkennen de dramatisch slechte effectiviteit van het griepvaccin van dit jaar. RIVM-viroloog dr. Adam Meijer noemt de situatie zorgwekkend. Prof. dr. Ab Osterhaus van de Universiteit van Utrecht betitelt het vaccin als een “mismatch”. “De bescherming had zeker 70 tot 80 procent moeten zijn.”

Het huidige vaccin sluit vrijwel niet aan bij de werkelijkheid. Lees meer in De Telegraaf van vandaag’
Twee dagen eerder waren de mazelen in het nieuws. In de Volkskrant schreef Arie Elshout ‘In VS zijn zelfs de mazelen politiek’:
‘Er is een uitbraak van mazelen in Amerika. Woensdag waren er 102 gevallen. Dat zijn er weleens meer geweest de afgelopen jaren. Maar de presidentsverkiezingen van 2016 komen eraan en dan wordt alles al gauw politiek, ook de mazelen.’
Ook Trouw liet zich die dag niet onbetuigd, maar gaf er een andere draai aan. En hengelde daarmee naar de prijs voor het grootste mismatch-artikel. Jan Kruidhof schreef eergisteren namelijk een artikel met de titel ‘Vaccinaties vooral impopulair bij rijken en antroposofen’. Hij constateerde:
‘Bij een uitbraak van mazelen wordt in Nederland al snel naar de biblebelt gekeken.’
Om vervolgens te concluderen:
‘Toch vormen reformatorische christenen niet de grootste groep anti-inenters. Want dat, meldde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) eerder al, zijn antroposofen.’
De link leidt naar een artikel van Emiel Hakkenes op 3 augustus 2013, ‘Vooral antroposofen enten kinderen niet in’, dat als bron fungeert. Hij schreef daarin onder meer:
‘De grootste groep niet-inenters bestaat volgens het RIVM uit antroposofen.’
Maar dit is onzin, gewoon niet waar en allang weerlegd, notabene door het RIVM zelf. Trouw blijft het echter maar herhalen. Ik heb dit aangetoond op dezelfde 3 augustus 2013 in ‘Koeienletters’ met behulp van scepticus Jan Willem Nienhuys en ben er op 3 mei 2014 teruggekomen in ‘Wereldbeelden’. Maar dat helpt allemaal niets. Daarom hier nog een keer wat het ‘Rijksvaccinatieprogramma (RVP)’ op 5 augustus 2013 schreef op Facebook:
‘Uit een artikel in Trouw van afgelopen zaterdag is abusievelijk het beeld ontstaan dat RIVM heeft gezegd dat de grootste groep mensen die niet willen vaccineren, antroposofen zijn. Dat is een verkeerde uitleg van wat het RIVM (Roel Coutinho) heeft gezegd. Antroposofen vormen één van de groepen mensen die om wat voor reden dan ook, geen vaccinatie tegen bijvoorbeeld mazelen nemen. Hoe groot die groep is, weten we niet precies. De reden waarom mensen hun kinderen niet laten vaccineren, registreren we niet. In Nederland kiest 4 tot 5% van de mensen ervoor om hun kinderen niet te laten vaccineren. Die groep bestaat uit bevindelijk gereformeerden (naar schatting zo’n 1 tot 1,5%), antroposofen, mensen die vertrouwen op homeopathie, mensen die bang zijn voor bijwerkingen en mensen die om welke andere reden dan ook niet laten vaccineren. Of een combinatie daarvan. Harde cijfers hierover hebben we dus niet. Het interview in Trouw is niet vooraf door het RIVM gezien, dus we hebben de feiten niet vooraf kunnen checken.’
Kun je zo’n krant nog serieus nemen? Misschien wel de beste krant van Nederland? Op deze manier zeker niet! Juist vandaag is het februarinummer van Motief verschenen, over antroposofische gezondheidszorg. Dat is blijkbaar hard nodig. Inhoud van de nieuwe editie nummer 189:
‘Meer zingeving in de spreekkamer

Dr. Machteld Huber promoveerde onlangs op het concept “positieve gezondheid”. Zingeving en spiritualiteit vormen een belangrijk onderdeel van deze visie. Uit haar onderzoek bleek onder meer dat wanneer een patiënt ontdekt wat zijn of haar drijfveren zijn, je echt een stap verder in het helingsproces komt.

Nieuws

Een nieuwe column en wel van voorzitter Jaap Sijmons. Deze maand over de exposities rond Rothko en Steiner. Verder een proefschrift over Marie Steiner-von Sivers, een prijs voor het warmte-onderzoek van Astrid van Zon en aandacht voor jongerenscholing, de Antroposanapolis en een broodfonds voor antroposofische zzp’ers. Natuurlijk treft u ook weer een goedgevulde agenda.

Zuigelingenzorg: welkom in je lichaam

Als antroposoof realiseer je je, misschien meer dan veel andere ouders, dat een kindje ergens vandaan komt. In de natuurlijke kraamzorg en op het antroposofisch consultatiebureau speelt een goede begeleiding van het incarnatieproces een belangrijke rol, hoewel de basis van deze zuigelingenzorg hetzelfde is als bij de reguliere variant.

Zorginstellingen in zwaar weer

Omdat de zorg goedkoper moet, is de structuur ervan op ongekende schaal op de schop gegaan. Zorg in instellingen is te duur en dus moet er steeds meer ambulant gewerkt worden. Hoe raken de veranderingen antroposofische zorginstellingen en wat is hun antwoord hierop? Samenwerking en behoud van antroposofische waarden blijken hierbij sleutelbegrippen.

Is antroposofische zorg nog betaalbaar

Hoe goed wordt antroposofische zorg door de zorgverzekeringen gedekt? Het is helemaal niet eenvoudig deze door zorgverzekeraars te laten vergoeden, zo vertellen zowel John Benjamin van de NVAZ als Andreas Reigersman van Antroposana. Er is nog veel te winnen wat betreft onderzoek naar en positionering van antroposofische therapieën.

Slaap er eens een nachtje over

In de antroposofische literatuur is bekend dat innerlijke scholing bevorderend werkt op de gezondheid. Kun je dat menskundig doorzien? Joop van Dam legt uit hoe je zowel in de nacht als overdag kunt werken aan de opbouw van levenskrachten. Hij ziet de scholingsweg als het lopen van een nieuw pad.’
Een voorspelling die uit gaat komen deed ik twee jaar geleden. Op 9 april 2013 schreef ik in ‘Kleuters’:
‘Het is lang geleden, op 22 juli 2012 in “Nacht”, dat ik het over de aanstaande biografie van Andreas Burnier door Elisabeth Lockhorn had. Volgens mijn gissing had die afgelopen najaar moeten uitkomen. Nu vond ik een tweet van 29 maart van Tilly Hermans van Uitgeverij Augustus, waarin zij schrijft: 
“Tilly Hermans ‏@TillyHermans 29 maart
Goed volk op Goede Vrijdag. Elisabeth Lockhorn is druk bezig aan levensverhaal v Andreas Burnier. Fascinerend! pic.twitter.com/j4FXYxcNmX” 
Dat belooft wat. Maar dan zal het wel 2014 of zelfs 2015 worden, vermoed ik...’
Op 5 september 2014 in ‘Veertienhonderdenéén’ presenteerde ik:
‘De stichting Andreas Burnier is opgericht om het litteraire en wetenschappelijke werk te beheren van Andreas Burnier (pseudoniem van C.I. Dessaur, 1931-2002), de herinnering aan haar persoon levend te houden en projecten die hiertoe bijdragen financieel te ondersteunen. De stichting heeft geen eigen kapitaal en is afhankelijk van subsidies en sponsoren.’
Met even verderop de vermelding, op ‘Nieuws & Blog’:
‘Biografie Andreas Burnier
17-12-2013
In het najaar 2014 verschijnt een biografie van Andreas Burnier (C.I. Dessaur), geschreven door publiciste Elisabeth Lockhorn.’
Die had er dus allang moeten zijn. Op Eerste Kerstdag jongstleden speurde ik hiernaar en vond het volgende bij Bruna:
‘Andreas Burnier, metselaar van de wereld

Paperback
Elisabeth Lockhorn
Dit product is beschikbaar vanaf 1 mei 2015

Samenvatting

Schrijver en criminoloog Andreas Burnier / Ronnie Dessaur (1931-2002) was een leven lang ontheemd, hetgeen zijn weerslag vond in indringende romans als Een tevreden lach, De litteraire salon, Het jongensuur en in talrijke essays en lezingen. Als Joods kind werd zij in de oorlog in zestien verschillende onderduikgezinnen geplaatst. Als “transgender avant la lettre” worstelde zij met haar identiteit. Als feministe weigerde zij mannenhaat en gebrek aan ambitie als deugden te aanvaarden. Als wetenschapper waagde ze het te vloeken in de Kerk der Rede. Wat Reve betekende voor de mannelijke homoseksueel, betekende Andreas Burnier voor de vrouwelijke. Toen de euthanasiewet in de maak was, die door heel vooruitstrevend Nederland werd omhelsd, wees zij in een fel pamflet op de gevaren ervan en bepleitte zij andere vormen van omgang met stervenden. In een tijd dat de ziel werd afgeschaft had zij de euvele moed het over de ziel te hebben.

Productinformatie

Auteur: Elisabeth Lockhorn
Taal: Nederlands
Uitgever: Atlas Contact, Uitgeverij
ISBN: 9789045028644
Productsoort: Boek
Categorie: Biografie van schrijvers
Leeftijd: Volwassenen
Verschenen: mei 2015
Pagina’s: 480
Formaat’
Een heel ander bericht vond ik vandaag op de website van het Goetheanum in Zwitserland, het thuis van de Algemene Antroposofische Vereniging. Onder de rubriek ‘Aus dem Leben am Goetheanum’ is daar te lezen ‘Euroabwertung erfordert einen Einkommensverzicht der Goetheanum-Mitarbeitenden’:
‘Durch einen Verzicht auf 7,7% des Einkommens aller Mitarbeitenden will das Goetheanum die Verluste aus der Euroabwertung abfangen und dadurch Entlassungen vermeiden sowie die aktuellen Projekte aufrechterhalten.

Durch den Entschluss der Schweizerischen Nationalbank, ab dem 15. Januar 2015 den Mindestkurs des Schweizer Franken gegenüber dem Euro von CHF 1,20 zu € 1,00 nicht mehr zu sichern, werden im Jahr 2015 dem Goetheanum nur aus diesem Währungsgefälle voraussichtlich 1,2 Mio CHF im Haushalt fehlen, denn 80% der Spenden und 90% der Mitgliederbeiträge kommen aus dem Euroraum. Dieser Verlust entspricht 8% des Gesamtbudgets. Die Verantwortlichen des Goetheanum möchten diese Herausforderung auf dreifache Weise beantworten:

1. Nach den Renovationen des Bühnenraumes und der Hülle des Goetheanum und vielfältigem personellen Umbaus befindet sich das Goetheanum auf einem dynamischen Kurs, der mit der Faustinszenierung 2015/16 besonderen Ausdruck bekommt. An dieser Dynamik möchte die Goetheanum-Leitung trotz der Währungseinbussen festhalten. Für den geplanten Umbau des Erdgeschosses setzt sie nur zweckgebundene Rücklagen und Spenden ein sowie bestimmte Erbschaften. Durch diese Investitionen hofft Justus Wittich, Finanzchef des Goetheanum, schon 2016 ein positiveres Ergebnis erzeugen zu können.

2. Diese Gesamtleistung möchte die Goetheanum-Leitung in den nächsten beiden Jahren mit der bestehenden Mitarbeiterschaft trotz der knappen Mittel stemmen und dabei möglichst ohne Entlassungen auskommen.

3. Dies wird erreicht, wenn durch Verzicht aller Mitarbeitenden auf das 13. Monatseinkommen und durch weitere Sparanstrengungen bei den Sachausgaben es gelingt, die zu erwartenden Einnahmeverluste weitgehend auszugleichen.

Der solidarische Lohnverzicht des 13. Monatseinkommens entspricht einer Reduktion des Einkommens von 7,7% und entlastet den Haushalt des Goetheanum um 700.000 CHF.’
Eerder had de website van een Zwitsers televisieprogramma, dat neem ik tenminste aan maar weet ik niet zeker, hier op 3 februari ook al aandacht aan besteed, in ‘Anthroposophen kürzen Mitarbeitern die Löhne’:
‘Der starke Franken fordert erneut einen Tribut: Die Mitarbeiter der Allgemeinen Anthroposophischen Gesellschaft müssen auf den 13. Monatslohn verzichten.’
Daarin wordt het sterker (en slechter) voorgesteld:
‘Wer die Lohnkürzung nicht akzeptiert, dem wird eine Änderungskündigung aufgezwungen. Er erhält ein Angebot zur Wiedereinstellung zu schlechteren Bedingungen. Der neue Lohn dürfte so viel tiefer ausfallen, dass die Gesamtsumme einer Streichung des 13. Monatslohns entspricht.’
En:
‘Nächste Woche würden die rund 180 Mitarbeiter des Goetheanums einen Brief erhalten, bestätigt Mediensprecher Wolfgang Held.’

zaterdag 3 mei 2014

Wereldbeelden


Op gezag van persbureau Novum schrijft NRC Handelsblad vanavond ‘Crèches willen niet-ingeënte kinderen kunnen weigeren’:
‘Zeker 118 kinderdagverblijven willen kinderen die niet ingeënt zijn kunnen weigeren. Ten minste vijf doen het al of voeren een ontmoedigingsbeleid. Dat blijkt uit een rondgang van RTL Nieuws.

De crèches vinden dat de gezondheid van andere kinderen en medewerkers boven het recht van ouders gaat om hun kind niet in te enten. Een van die kinderdagverblijven is Tijd voor Kinderen in Sint Willebrord. “Ik ben van mening dat als ouders de keuze maken om hun kinderen niet te laten inenten, wij de keuze mogen hebben om deze ouders te weigeren”, zegt eigenaar Petra den Braber.

Uit het onderzoek blijkt verder dat 156 kinderdagverblijven de afgelopen jaren niet-ingeënte kinderen hebben opgevangen. Op zeventig van deze crèches hebben kinderen ook daadwerkelijk een ziekte gehad waartegen ingeënt kan worden. Het ging om kinkhoest, mazelen, bof of rodehond.

Veel kinderdagverblijven negeren het advies van de GGD om te screenen of kinderen wel zijn ingeënt. Vijftien procent weet niet of alle kinderen alle vaccinaties hebben gehad. De meeste andere crèches vragen het bij inschrijving, maar controleren niet of het ook daadwerkelijk is gebeurd.

Branchevereniging wijst naar wetgever

De branchevereniging vindt dat het niet aan kinderdagverblijven is om niet-ingeënte kinderen te weigeren, maar aan de wetgever. Verantwoordelijk minister van Volksgezondheid Edith Schippers (VVD) zei eerder echter al dat weigering juridisch gezien niet mogelijk is, omdat het discriminatie op grond van geloofsovertuiging zou betekenen. De minister kon vanwege het reces niet op de bevindingen van RTL Nieuws reageren.

RTL Nieuws benaderde voor het onderzoek alle 3193 kinderdagverblijforganisaties in Nederland. Daarvan reageerden er 560. (Novum)’
U herinnert zich misschien wel dat ik drie weken geleden, op zaterdag 12 april in ‘Terugkeer’, nog geruststellend kon schrijven:
‘Inmiddels berichtte Trouw gisteren op geleide van het ANP “Crèche kan niet zomaar kind weigeren dat niet is ingeënt”.’
Voor meer over inenten, en dan vooral bij mazelen, kan ik verwijzen naar eerdere bijdragen hier, zoals op 8 en 12 augustus 2013 in ‘Beweegredenen’ en ‘Uitgangspunten’, en op 1 en 4 september 2013 in ‘Wol’ en ‘Tegengeluiden’. Overigens is het interessant dat de ‘canard van Trouw’ die notabene scepticus Jan Willem Nienhuys constateerde inzake mazelen en antroposofen bij de berichtgeving van Emiel Hakkenes op de voorpagina van Trouw op 3 augustus (zie ‘Beweegredenen’) vandaag een herhaling lijkt te krijgen, maar dan met het begrip christelijk ‘neofundamentalisme’, zoals Pieter Smit beschrijft in de Volkskrant in ‘Lopend Vuur: hoe de media aan de haal gingen met “neofundamentalisme”’. We zijn exact negen maanden verder, en wie heeft hierin een sleutelrol? Jawel, Emiel Hakkenes, chef religie en filosofie van Trouw. Is dit nog toeval? Maar het is ook best moeilijk om aan zuivere berichtgeving te doen (zo komt ombudsman Sjoerd de Jong van NRC Handelsblad vandaag heel geestrijk terug op het woord- en praktijkgebruik in ‘NRC en het fanatisme van de christenjeugd: een exegese’). Lees bijvoorbeeld vandaag van Ellen de Visser in de Volkskrant over ‘Medicijnen werken bij veel patiënten niet goed’. Er zijn zoveel parameters, factoren die een rol spelen. Dat benadrukte ook hoofdredacteur Bart Hommersen op zijn ‘Blog van Vruchtbare Aarde’ op 9 april, in ‘Arts moet alternatieve geneeskunde benutten’:
‘Met enige opwinding las ik vanochtend een bericht in Trouw over de alternatieve geneeswijzen. Geen wereldschokkend bericht. Maar door de huidige benauwde omgang van beleidsmakers met alternatieve geneeswijzen en de doorverwijsangst bij artsen toch een interessante stap.

“Artsen moeten gaan onderzoeken of alternatieve geneeswijzen zoals bijvoorbeeld vitaminepreparaten, meditatie, acupunctuur of yoga de ‘traditionele’ behandelingen kunnen aanvullen en versterken.” Dat maakte onderzoeksbureau ZonMw vandaag bekend.

Trouw schrijft op basis van het rapport – waaraan verscheidene medici en ziekenhuisbestuurders hebben meegewerkt – dat Nederlandse artsen “alternatieve zorg waarvan de effectiviteit is bewezen” vaker moeten toepassen. Als voorbeelden van werkzame zorg worden genoemd: chiropractie (behandeling van gewrichten), voedingssupplementen bij het voorkomen van veroudering en allerlei therapieën gericht op lichaam en psyche die pijn en stress verminderen. Naast acupunctuur wordt ook muziektherapie specifiek genoemd.

Hoogleraar chirurgie Hans Jeekel stelt voor bewezen effectieve zorg te vergoeden via de zorgverzekering. “Ook omdat het om een relatief goedkope variant gaat – er komen geen dure medicijnen aan te pas – waarmee je juist op andere zorg kunt besparen.” 
Als chirurg en hoogleraar chirurgie deed Hans Jeekel zelf trouwens uitgebreid onderzoek naar “muziek als medicijn”. Patiënten die tijdens een operatie onder narcose naar klassieke muziek luisteren, zouden na afloop sneller herstellen en minder pijnbehandeling nodig hebben. Ook onderzoek met te vroeg geboren kinderen en klassieke muziek leidde tot verrassende resultaten; hun groei bleek te kunnen worden bevorderd door ze in een couveuse naar klassieke muziek te laten luisteren.

Het nieuws van vandaag sluit aan bij het openingsinterview in de aankomende “Vruchtbare Aarde” (die sinds maandag j.l. bij de drukker ligt). Daarin komt ook oud-chirurg Piet Leguit aan het woord. Voormalig voorzitter van de beroepsvereniging van chirurgen. Hij houdt een gloedvol pleidooi voor een meer bezielde vorm van geneeskunde.

We kunnen nu eenmaal, zegt hij, niet zonder compassie en gevoel. Als mens niet; als patiënt niet en als dokter niet. “Er is meer dan alleen het lichaam repareren.” In het interview gaat hij uitgebreid in op zijn eigen ervaringen met meditatie, ademhalingstechnieken en ontspanningsoefeningen. En vertelt over de omslag in zijn denken toen hij de waarde van deze aanvulling op de reguliere zorg begon in te zien. “Aandacht voor het innerlijk van de mens in de geneeskunde is minstens zo belangrijk.”

En wat betreft de huidige krampachtige reactie op alternatieve geneeswijzen... die is volgens hem niet meer van deze tijd.

De voorjaarseditie van “Vruchtbare Aarde” wordt medio volgende week verwacht.

Bericht NU.nl
Bericht Trouw’
Inmiddels is op de website van dit blad te lezen:
‘De nieuwe lente-editie 1-2014 van Vruchtbare Aarde is zaterdag 19 april verschenen (gedrukt op 100% wit recycled FSCpapier): Piet Leguit blikt terug op zijn loopbaan als chirurg en vertelt over zijn ervaringen met meditatie en ontspanningsoefeningen en houdt een hartstochtelijk pleidooi voor meer compassie in de gezondheidszorg | In het honderdste geboortejaar van Etty Hillesum een interview met actrice Julika Marijn die tien jaar lang solovoorstellingen op Hillesums dagboeken baseerde | Een nieuwe ontmoeting met de Duitse meesterfilmer Edgar Reitz | Kunstenaar Bruno van den Elshout vertelt over zijn fascinatie voor de oneindigheid van de horizon | H.C. Moolenburgh schreef de nieuwe Spock. Meer info over deze editie » en klik hier voor de nieuwsbrief ».En klik hier voor VA’s filmwebwinkel ». En klik hier voor VA’s eigen Facebook pagina».

Welkom bij VA-Magazine / Vruchtbare Aarde. Een driemaandelijkse uitnodiging tot blikverruiming. Misschien willen we het onmogelijke en misschien lukt het ons niet altijd, maar we streven ernaar, elke drie maanden weer: op een leesbare wijze door proberen te dringen tot de binnenkant der dingen.’
Ben je bereid dieper te kijken, kun je ook uitkomen op de magistrale weblog van Ridzerd van Dijk, die het presteert om ‘gewoon’ elke dag een citaat te plaatsen op ‘De grote Rudolf Steiner Citatensite. Meer dan 1000 citaten en fragmenten uit het werk van de grote ziener in het land der blinden, Rudolf Steiner.’ Eergisteren, de dag waarop ‘Antroposofie in de pers’ precies zes jaar bestond, zodat we inmiddels het zevende jaar zijn ingegaan, kwam hij met dit cadeautje aanzetten, zo beschouw ik het tenminste, getiteld ‘Waardeloos woordgekraam’:
‘Het gaat erom dat abstracte logica vandaag de dag niet meer voldoende is, wat men zegt moet realiteit hebben. Want tegenwoordig zijn we reeds aanbeland in een stadium van de mensheidsontwikkeling dat een journalist de mooiste dingen kan neerpennen, en de mensen staan in bewondering, en ze zeggen; “Ja, als ik dat lees, dat is zuivere geesteswetenschap!” – maar daarom gaat het helemaal niet. Het gaat vandaag niet meer om hoe de woorden klinken, maar wel: wat is de zielebodem van waaruit iets dergelijks gesproken wordt; het gaat om de substantie die men als mens in zich heeft! Of, om een vergelijking te gebruiken die ik al vaker aangehaald heb: Er zijn vandaag de dag dichters, die dichten ongemeen moeiteloos, ze maken mooie verzen die men kan bewonderen. Maar toch geldt: er wordt tegenwoordig 99 % te veel gedicht. Er zijn er echter, en die hun verzen klinken als een gestamel, maar deze verzen die een gestamel zijn, kunnen uit een echte menselijke diepte, dus een geestelijke diepte stammen, terwijl de verzen die bewonderd worden waardeloos woordgekraam kunnen zijn omdat de talen nu zover geëvolueerd zijn dat iedere onnozele hals vanuit de taal iets bewonderenswaardig kan maken. Wat vandaag dringend noodzakelijk is, is dat men van de klank van de woorden overgaat naar het motief, dus dat men niet bij het abstracte blijft, dat men niet letterlijk leest, maar dat men zich ten volle in het leven stelt en vanuit het leven de verschijnselen beoordeelt. Aldus gaat het erom dat geesteswetenschap zoals ze hier bedoeld wordt, vooral bevruchtend moet werken op de verschillende geledingen van het leven, anders zal er niet komen wat er moet komen.

Overgenomen uit Tijdschrift De Brug – Trefwoord Ahriman – 24 (Bron: GA 235)’
Vandaag voegde Ridzerd van Dijk – het is net of hij aanvoelt wat er speelt en daar het treffende citaat bij plaatst; let wel, altijd ’s ochtends vroeg, wanneer niemand nog weet wat het thema van de dag zal worden – hier een nog lastiger tekst aan toe, waarin het thema oneindig verdiept wordt, namelijk ‘Men zal zeggen: het is toch een ziekte bij de mens wanneer hij aan geest en ziel denkt’:
‘De tijd zal komen, misschien zelfs in een niet zo verre toekomst, dat men zal zeggen: het is toch een ziekte bij de mens wanneer hij aan geest en ziel denkt. Gezonde mensen, die spreken alleen van het lichaam. – Men zal het als een symptoom van een ziekte beschouwen wanneer de mens zich dusdanig ontwikkelt dat hij tot het begrip kan komen: er is een geest of een ziel. Die zal men als een ziek mens beschouwen. En men zal het gepaste geneesmiddel vinden – daar kunt u heel zeker van zijn – waardoor men kan ingrijpen. Toentertijd (op het Concilie van Constantinopel in 869 – fdw) heeft men de geest afgeschaft. De ziel zal men afschaffen door een farmaceutisch product. Vanuit een “gezonde” levensbeschouwing zal men een vaccin vinden waardoor in het organisme dusdanig ingegrepen wordt, liefst zo jong mogelijk, als het kan na de geboorte, zodat dit menselijk lichaam niet tot de gedachte kan komen: er is een ziel en een geest.

Zo scherp zullen de twee wereldbeschouwingen tegenover elkaar komen te staan. De ene zal erover nadenken hoe begrippen en voorstellingen moeten gevormd worden om bruikbaar te zijn in de reële werkelijkheid, de geestelijke en de zielewerkelijkheid.

De anderen, de opvolgers van de materialisten van nu, zullen een vaccin zoeken dat het lichaam “gezond” maakt, t.t.z. dat het lichaam zo verandert dat het door zijn constitutie niet meer van zo’n dwaze dingen praat als “ziel” en “geest”, maar op een “gezonde” manier praat over de krachten die in machines en in de scheikunde leven, die in het heelal planeten en zonnen doen ontstaan. Dat gaat men door lichamelijke procedures bewerkstelligen. Men zal het aan de materialistische geneeskunde overlaten om de zielen uit de mensheid uit te drijven.

Overgenomen uit Tijdschrift De Brug – Trefwoord Ahriman – 27 (Bron: GA 177 – 7 oktober 1917)’
Nog meer weblogwerk. Dat vinden we op de website van de ‘Summer Foundation’. Ik besteedde er al eens aandacht aan in ‘Observaties’ op 6 augustus 2013 en in ‘Tellingen’ op 8 november 2013. Vanaf 1 tot en met 30 april vinden we daar een serie van acht bijdragen over geld door John  Hogervorst. Ik laat ze hier graag allemaal volgen, te beginnen met ‘1. De functies van geld’:
‘Geld is en blijft een van de belangrijkste thema’s als we proberen zicht te krijgen op een wereld met meer vrijheid en gelijkheid en waarin mensen meer en beter samen werken en delen. Begrijpen wat geld is, hoe het werkt en hoe het beter zou kunnen werken is misschien wel een hele belangrijke stap op weg naar die wereld. In een reeks van korte blogs staan we stil bij een aantal belangrijke aspecten van geld. Je reactie is meer dan welkom!

Geld is misschien wel de grootste uitvinding die de mens ooit gedaan heeft. Stel je eens voor dat het niet zou bestaan: de samenleving zoals we die kennen, zou direct vastlopen. De economische activiteit zou stilvallen, mensen zouden ophouden naar hun werk te gaan, in winkels zou je niet meer met geld kunnen betalen.

Geld als ruilmiddel maakt economische productiviteit mogelijk, dient als tegenprestatie voor het resultaat van het werken van mensen en is praktisch onmisbaar bij het verkopen of aankopen van producten of spullen.

Daarnaast kunnen we met behulp van geld de dingen (producten uit de economie) een waarde toekennen en daarmee bepalen we ook de waardeverhoudingen van producten ten opzichte van elkaar. Het geld vormt de rekeneenheid waarin we waarde uitdrukken.

Een derde functie van geld is, dat dankzij geld waarde kan worden opgeslagen. De oogst die de boer van het land haalt, is bederfelijk en zal vroeg of laat verrotten en zonder waarde zijn. Indien hij zijn oogst verkoopt, ruilt tegen geld, blijft de waarde in stand en kan worden “opgeslagen” totdat hij de waarde gebruikt om er iets mee te kopen.

Geld functioneert als ruilmiddel, als rekeneenheid en als middel om waarde te bewaren. Deze functies zijn noodzakelijk: er moet iets zijn waarmee we kunnen ruilen, rekenen en bewaren. In die zin is geld misschien wel de grootste uitvinding die de mens ooit deed en zouden we niet zonder kunnen.

Maar weten we daarmee ook werkelijk wat geld is???

John Hogervorst, 1 april 2014

2. Geld als afspraak

In het voorgaande blog “De functies van geld“ zijn drie functies van geld beschreven. Maar weten we daarmee wat geld is? Wie met een rubberbootje beladen met koffers vol geld op een onbewoond eilandje aanspoelt, zal merken dat zijn geld niets waard is. Mijn pinpas zal me weinig baten als ik langs de Amazonerivier in westelijke richting diep het regenwoud intrek. Met mijn Eurobiljetten kom ik niet ver als ik wil betalen in een tankstation in het onbevolkte zuiden van de Verenigde Staten.

Geld zelf – de munten, bankbiljetten, pasjes, afschriften – is niets waard. Geld wordt pas geld wanneer mensen afspreken er waarde aan toe te kennen en wanneer zij die afspraak nakomen.

Een groep mensen kan onderling afspreken schelpen, munten, bankbiljetten of wat dan ook als geld te beschouwen. In de moderne samenleving is geld steeds minder gebonden aan een materieel voorwerp, bijvoorbeeld een munt of bankbiljet, maar heeft het een “virtueel” karakter aangenomen: geld is een getal op je beeldscherm, door delen van dat getal aan anderen over te schrijven, betaal je.

Lang geleden was de waarde van geld verbonden met het object dat als geld diende, bijvoorbeeld in de vorm van een gouden munt. Nu heeft geld meer het karakter van een afspraak en behoudt het zijn waarde zolang die afspraak wordt nageleefd.

Geld kan zijn functies vervullen wanneer we hebben afgesproken dat geld geld is. Je zou dus kunnen zeggen: geld heeft heel veel te maken met het vertrouwen dat mensen hebben in de afspraak die ze met elkaar gemaakt hebben. Geld en vertrouwen hebben veel met elkaar te maken, ze zijn als de twee kanten van een munt. Maar door vertrouwen alleen verkrijgt het geld nog geen waarde en alleen op basis van vertrouwen kan het geld de drie beschreven functies niet uitoefenen. Daar is nog iets anders voor nodig en dat heeft te maken met de vraag: hoe krijgt geld zijn waarde?

John Hogervorst, 2 april 2014

3. Het fundament van vertrouwen

Geld op zichzelf is waardeloos. Krijgt en behoudt geld zijn waarde wanneer mensen erop vertrouwen dat ze de afspraken om geld als middel om te ruilen, te rekenen en te bewaren nakomen?

Nee, vertrouwen alleen is niet voldoende om tot een goed functionerend geldsysteem te komen. Zonder vertrouwen krijg je nooit een goed functionerend geldsysteem, maar vertrouwen alleen is niet voldoende.

Waarde kan worden uitgedrukt in geld en kan worden opgeslagen in geld. Maar het geld zelf zorgt niet voor het ontstaan van waarde: geld schept geen waarde. De waarde van het geld berust niet op het geld zelf en ook niet op de afspraken die mensen rond het gebruik van geld maken. De waarde van geld berust op economische activiteit.

In de economie wordt waarde geschapen en dat gebeurt feitelijk op twee manieren. De mens bewerkt de natuur. Hij bewerkt het land, zaait en oogst en verwerkt de oogst tot producten. Of hij delft grondstoffen die hij bewerkt tot bruikbare waren. Menselijke arbeid die wordt toegepast op wat de natuur ons aan grondstoffen of als mogelijkheden biedt, dat is de ene weg waarlangs waarde wordt geschapen.

De andere manier van waarde-schepping vindt plaats door menselijke arbeid zó te verrichten, te organiseren en te faciliteren dat de productiviteit toeneemt. Met minder arbeid meer maken (en dat gebeurt bijvoorbeeld door het toepassen van apparaten, machines en technologie of door het inrichten en stroomlijnen van productieprocessen), dat is de tweede weg waarlangs waarde wordt geschapen.

Wanneer er in de economie geen waarde wordt geschapen, op basis van de natuur die bewerkt wordt en op basis van arbeid die productief wordt gemaakt, is geld een overbodig iets: dan is er niets om te ruilen, niets waarvan de waarde door middel van geld kan worden uitgedrukt en niets dat kan worden opgeslagen.

Zonder economische productiviteit geen waarde, zonder waarde geen geld.

John Hogervorst, 9 april 2014

4. Met geld geld verdienen?

Maar is het niet zo dat er nog op een andere manier waarde wordt geschapen, bijvoorbeeld in de financiële wereld? Nee, dat is niet zo. Geld verdienen is niet hetzelfde als waarde scheppen.

Het is wel zo dat mensen geld verdienen door te handelen in aandelen, in opties, beleggingen en al het andere dat in de financiële wereld wordt uitgedacht. Met dit soort activiteiten wordt geld verdiend maar wordt geen waarde geschapen. Het geld dat in de financiële wereld wordt verdiend, wordt altijd van elders “weggenomen”. Een financiële transactie gaat niet gepaard met een waardescheppend proces. Anders gezegd: door financiële transacties wordt geen waarde geschapen, er wordt niets geproduceerd. Een financiële transactie voegt niets toe aan wat al bestaat en is feitelijk slechts een herverdeling (of heen en weer schuiven) van geld.

Voor de financiële sector geldt hetzelfde als voor bijvoorbeeld het onderwijs, de wetenschap, de kunst: mensen kunnen er slechts werkzaam zijn, omdat er andere mensen zijn die in de “real economy” werkzaam zijn en waarde scheppen. Het is de concrete economische productie die de basis legt voor de waarde van het geld.

John Hogervorst, 11 april 2014

5. De drie geldkwaliteiten

Laten we nog eens op een andere manier naar geld kijken en ons de vraag stellen: wat kun je er eigenlijk mee doen?

In het dagelijks leven gebruiken we geld in de eerste plaats om er dingen mee te kopen; we hebben immers voedsel nodig, kleding, een dak boven ons hoofd enzovoort. Met geld kopen we de zaken die we nodig hebben om te leven. Wanneer je zou vervolgen wat dit geld in de samenleving voor effect heeft, kun je zien dat dit geld de economische productie mogelijk maakt. Dankzij het feit dat mensen dagelijks allerlei zaken kopen die ze nodig hebben (en niet nodig hebben), is het mogelijk (en nodig!) dat de economische productie in gang blijft. Met dit geld, we kunnen het koopgeld noemen, maken we het dus mogelijk dat er geproduceerd wordt wat wij nodig hebben.

Wanneer ik meer geld heb dan ik nodig heb om spullen van te kopen, of wanneer ik er vanaf zie om bepaalde spullen te kopen, ontstaat er een “spaarpotje”: geld dat ik zelf niet (direct) gebruik of nodig heb. Ik kan dit geld “naar de bank brengen”, het op een spaarrekening zetten. Wat gebeurt er vervolgens met dit geld? De bank leent het direct uit (en in werkelijkheid zelfs meer, namelijk circa 14 keer meer dan ik spaar). Dit geld, we noemen het “leengeld”, wordt uitgeleend aan ondernemers die er hun investeringen mee kunnen betalen: een uitbreiding, een nieuwe vestiging, een nieuwe productielijn of wat dan ook. Leengeld maakt investeringen in de economie mogelijk en zorgt er daarmee voor dat de economie zich voortdurend kan vernieuwen en ontwikkelen – want dat is wat er feitelijk gebeurt wanneer er in de economie geïnvesteerd wordt. Wanneer de economie werkelijk gericht is (gericht zou zijn) op het vervullen van de behoeften van de mens, is het voor ieder van belang dat er steeds in de economie geïnvesteerd kan worden.

En dan is er nog iets anders dat we met geld kunnen doen: we kunnen het besteden aan iets waar we in eerste instantie niets van terugzien, oftewel we kunnen het wegschenken. We schenken het aan een leraar, een arts, een priester, een kunstenaar of een wetenschapper, opdat zij kunnen doen waar ze goed in zijn. Voor dit geld, dat we “schenkgeld” noemen, krijgen we niets tastbaars terug. We ruilen het niet tegen een economische waarde. Toch kan dit geld heel goed besteed zijn: dit geld, schenkgeld, maakt het namelijk mogelijk dat mensen zich ontwikkelen, dat wetenschap, kunst of onderwijs bloeien en daarmee de mens in zijn ontwikkeling stimuleren en de samenleving in zijn geheel bevruchten.

Koopgeld maakt het mogelijk dat het economisch proces voortgaat.
Leengeld maakt het mogelijk dat de economie zich vernieuwt en uitbreidt.
Schenkgeld maakt ontwikkeling mogelijk.

Dit zijn de drie ‘kwaliteiten’ van geld.

John Hogervorst, 16 april 2014

6. De geldhoeveelheid

Hoeveel geld is er eigenlijk nodig? Dat is natuurlijk deels een onmogelijke vraag. Maar deels ook niet: ieder mens zou over zoveel geld moeten beschikken dat hij op een menswaardige manier in zijn behoeften kan voorzien. Als er minder geld zou zijn dan vanuit dit gezichtspunt nodig is, dan moet er meer geld komen. Als er meer geld is, zou die extra hoeveelheid geld in zekere zin “onschadelijk” moeten worden gemaakt.

Dit “onschadelijk” maken is eigenlijk hetzelfde als wat er in blog 5 “De drie kwaliteiten van geld” over het “schenkgeld” is gezegd: dat is het geld waarmee alle sectoren in de samenleving die niet tot de werkelijke economie behoren, moet worden bekostigd. Die sectoren – denk aan onderwijs, wetenschap, kunst, religie, rechtspraak, gezondheidszorg – zijn bepaald niet overbodig. Het zijn sectoren waarbinnen geen concrete waarde wordt geschapen en die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van deze “derde geldstroom”: het schenkgeld, het geld dat onschadelijk wordt gemaakt door het te besteden zonder er een waarde voor terug te krijgen.

We hebben eerder gezien dat de waarde van het geld berust op de productiviteit van de economie: in de economie wordt, in de vorm van producten, waarde geschapen en om die waarde uit te drukken is geld nodig. Bij wijze van spreken zouden we kunnen zeggen: parallel aan het scheppen van waarde in de economie, kan ook geld worden geschapen waarmee die waarde wordt uitgedrukt. Zo is er een relatie tussen de economische productiviteit en de hoeveelheid geld.

Maar... alles dat in de economie wordt geproduceerd, wordt geconsumeerd en verliest daarmee zijn waarde. Een liter melk wordt laten we zeggen binnen tien dagen verbruikt. Een kledingstuk gaat mogelijk een paar jaar mee maar is daarna versleten. Een auto is misschien een jaar of tien, vijftien te gebruiken maar is daarna op: niets meer waard. En zo is het met alles dat de economie aan productie voortbrengt: na verloop van tijd is het zonder waarde.

Wat betekent dat voor de waarde van het geld? Om het geld zijn waarde te laten behouden, kan het niet zo zijn dat de waarde van de economische productie – waarvan het geld uitdrukking is – uiteindelijk altijd tot nul daalt, terwijl het geld zijn waarde behoudt en de geldhoeveelheid ook alsmaar toeneemt.

Het geld zou dus een leeftijd moeten krijgen: een uiterste houdbaarheidsdatum. Als die datum verstreken is, is het geld niets meer waard. Zo kunnen we een balans scheppen tussen de waarde van de economische productie en de hoeveelheid geld.

John Hogervorst, 23 april 2014

7. De geldkringloop

Geld dat van hand tot hand gaat, doet wat geld eigenlijk “moet” doen: het maakt transacties mogelijk; het maakt investeringen mogelijk en het maakt ontwikkeling mogelijk. Geld in beweging is “geld in optima forma”. Geld dat “stilstaat” bewerkt niet veel: het maakt geen productie mogelijk, het draagt niet bij aan investeringen in de economie en het stimuleert ook geen ontwikkeling.

Daarom is het goed om geld een leeftijd mee te geven. Hoe zou dat eruit kunnen zien? Allereerst hoeven we ons werkelijk geen zorgen te maken over de uitvoeringstechnische kant van de zaak: met de moderne IT-technologie ligt daar geen werkelijk probleem. Het is belangrijker om op de eerste plaats in te zien dat geld op een gegeven moment zijn waarde moet verliezen en vervolgens helder te krijgen hoe we het geld een uiterste houdbaarheidsdatum kunnen geven.

Dat kan als volgt: 
– het geld dat mensen krijgen als tegenprestatie voor hun werk in de economie (dus voor hun bijdrage aan het scheppen van waarde) is “nieuw” geld; 
– dit nieuwe geld krijgt, fysiek of virtueel, een uiterste houdbaarheidsdatum mee, bijvoorbeeld 30 jaar; 
– wanneer er met dit geld een product wordt gekocht, is dit geld direct “ont-waard”: het is teruggevloeid naar de economie en maakt weer nieuwe productie, nieuwe waardeschepping mogelijk – die vervolgens weer tot “nieuw” geld leidt; 
– wanneer geld wordt gespaard, en bijvoorbeeld via een bank, wordt uitgeleend, zal de lening vóór het verstrijken van de uiterste houdbaarheidsdatum van dit geld moeten worden afgelost. Nadat het is afgelost, kan het alsnog worden gebruikt om producten mee te kopen, dan vloeit ook dit geld terug naar de economie, wordt “ont-waard” en maakt weer nieuwe productie, nieuwe waardeschepping en nieuw geld mogelijk; 
– wanneer geld zijn uiterste houdbaarheidsdatum nadert en niet wordt gebruikt om producten aan te schaffen en ook niet (meer) wordt gebruikt om uit te lenen, dan zit er nog maar een ding op (tenzij de eigenaar van dit geld ervoor kiest om het letterlijk waardeloos te laten worden), namelijk om het te besteden aan onderwijs, kunst, wetenschap, religie, rechtspraak of gezondheidszorg: aan zaken die geen directe waarde vertegenwoordigen maar wel ontwikkeling stimuleren. Degenen die in deze sectoren werkzaam zijn en die geld, dat vlak voor zijn uiterste houdbaarheidsdatum zit, ontvangen, zullen het heel snel “ont-waarden”: zij kopen er producten voor – en zo vloeit ook dit geld terug naar de economie, maakt nieuwe productie en waardeschepping en nieuw geld mogelijk...

Daarmee is de geldkringloop “rond” en door de uiterste houdbaarheidsdatum blijft het geld binnen de kringloop in beweging.

John Hogervorst, 28 april 2014

8. Geen geld buiten de kringloop

Geld dat zich in de geschetste geldkringloop bevindt zoals beschreven in mijn vorige blog: “De geldkringloop“, is geld dat in sociaal opzicht een nuttige, wenselijke functie vervult. Geld dat zich buiten deze kringloop bevindt, vervult geen sociaal wenselijke functie of, sterker nog, werkt in sociaal opzicht schadelijk. Dit gaat op voor veel activiteiten in de financiële wereld.

Al het geld zou in de geldkringloop opgenomen moeten zijn. Niet alleen het geld dat nu in de financiële wereld circuleert, maar ook het geld dat nu wordt gebruikt om land, grond, onroerend goed of productiemiddelen mee te kopen. Deze “middelen” zouden niet overdraagbaar moeten zijn.

Land, grond, onroerend goed of productiemiddelen zijn namelijk de middelen waarover een ondernemer moet kunnen beschikken om zijn onderneming te “runnen”. Een boer heeft land nodig om het boerenbedrijf te kunnen uitoefenen. Een bakker heeft een pand en een oven nodig om brood te kunnen bakken. Een transporteur heeft een vrachtwagen nodig, een winkelier een winkelpand.

Ondernemers kunnen, afhankelijk van de aard van hun onderneming, niet zonder deze “middelen”. Maar wanneer deze middelen niet verhandelbaar zijn, wanneer ze geen privé-eigendom zijn, kunnen we ze gewoon inzetten als middelen die gebruikt mogen worden door de ondernemer die bekwaam is om ze te gebruiken, voor de duur dat hij daartoe bekwaam is en zolang datgene wat zijn onderneming voortbrengt ook daadwerkelijk in een behoefte voorziet.

Geld zou niet mogen worden gebruikt om land, grond, onroerend goed of productiemiddelen mee te kopen. Geld moet binnen de geldkringloop stromen en zich niet “vastzetten” in het eigendom van deze middelen. Dat werkt namelijk schadelijk op de economische productiviteit, op de waarde van het geld en op het welzijn van een samenleving. Klik hier voor meer “Ideeën voor de samenleving van de toekomst”.

John Hogervorst, 30 april 2014’
Een buitengewoon heldere uiteenzetting. Hier kun je mee thuiskomen. Op dezelfde website van de Summer Foundation stond op 28 april ‘Inkomensongelijkheid belemmert economische groei’:
‘Het World Economic Forum gaf in januari 2014 aan dat de kloof tussen arm en rijk het grootste probleem van de komende jaren wordt. Het IMF (Internationaal Monetair Fonds), een van de meest invloedrijke instanties als het gaat om economisch beleid, stelt dat de groeiende ongelijkheid economische groei in de weg staat.

Uit de berekeningen van het IMF komt naar voren, dat het bevorderen van gelijkheid in de inkomensverdeling een gunstige invloed heeft op de groei van de economie. In landen met meer gelijkheid groeit de economie niet alleen sneller maar ook langduriger. Ook blijkt dat de herverdeling van rijkdom door geld over te hevelen van de rijken naar de armen, geen negatief effect heeft op de groei, tenzij dat in zeer extreme mate gebeurt.

Volgens Jonathan Ostry, adjunct-directeur van de afdeling Onderzoek bij het IMF, heeft de groeiende kloof tussen arm en rijk een ongunstig effect op de economische ontwikkeling en vormt deze bovendien een serieuze bedreiging voor de democratie: “Als er binnen een samenleving een hoge economische ongelijkheid is, kom je onherroepelijk in een situatie terecht waarin je moet kiezen tussen een democratische en een kapitalistische maatschappij. Democratisch bestuur wordt steeds moeilijker als de rijkdom ongelijk verdeeld wordt. De rijken zullen dan het politieke proces gaan bepalen, ook in een democratie en dat maakt het zeer ingewikkeld om een democratie naar behoren te laten functioneren.”

Voor het volledige IMF rapport klik hier
Bron: Tegenlicht (VPRO) en www.imf.org’
‘Waarom laten sommige mensen hun hamburger staan om het klimaat te helpen, terwijl voor anderen het recyclen van het oude papier nog te veel moeite is? Onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam onder ruim duizend Nederlanders toont aan dat het wereldbeeld van mensen van grote invloed is op in hoeverre ze een duurzame levensstijl hebben. Met name mensen met een wereldbeeld gericht op innerlijke groei blijken geneigd te zijn tot het maken van duurzamere gedragskeuzes. Zij eten bijvoorbeeld minder vlees, stemmen vaker groen, en geven meer aan natuur- en milieuorganisaties. Deze inzichten bieden aanknopingspunten voor het duurzaamheidsbeleid van organisaties en overheden. De resultaten zijn verschenen in the Journal of Environmental Psychology.

Mensen met postmodern wereldbeeld geneigd tot duurzamere levensstijlen

In de steekproef troffen de onderzoekers drie typen wereldbeelden aan:
– Traditioneel religieus (14% van de steekproef),
– Modern, onder te verdelen in “Focus op geld” en “Seculier materialisme” (27%),
– Postmodern, onder te verdelen in “Innerlijke groei” en “Hedendaagse spiritualiteit” (21%).
Uit het onderzoek blijkt dat mensen met de postmoderne wereldbeelden – met name “Innerlijke groei” – vaak een “verbondenheid met de natuur” ervaren en een “bereidheid te veranderen” hebben, wat resulteert in meer duurzame levensstijlen. Mensen met de moderne wereldbeelden, waarin materialistische en individualistische waarden en opvattingen dominant zijn, zien de natuur vooral als gebruiksobject voor de mens. Zij vertonen minder duurzame leefstijlen en zien oplossingen van milieuproblemen in technologische ontwikkelingen en marktwerking, zoals het duurder worden van olie. Mensen met een “traditioneel religieus” wereldbeeld zijn minder uitgesproken en scoren qua milieuhouding en gedrag tussen de twee andere typen wereldbeelden in. Een grote groep (ongeveer 38%) is niet goed in te delen qua wereldbeeld, en kenmerkt zich door het afwijzen van innerlijke groei. Opvallend is dat deze minder “reflectieve” groep het slechtst scoort qua milieugedragingen.

Duurzaamheidsbeleid moet aansluiten op wereldbeelden

Omdat er een diversiteit aan wereldbeelden bestaat binnen de Nederlandse samenleving, zullen overheden en organisaties ook gebruik moeten maken van een diversiteit aan beleidsstrategieën. VU-wetenschapper Annick Hedlund-de Witt: “Mensen met de meer postmoderne wereldbeeld krijgen een goed gevoel als ze producten kopen die beter zijn voor het milieu, zelfs als deze duurder zijn. Voor hen is duurzaam gedrag een intrinsiek bevredigende manier van leven; ze voelen zich er simpelweg beter bij. Ze verlangen ernaar hun eigen, unieke bijdrage aan de samenleving te leveren, en geloven dat hun gedrag er toe doet. Er is momenteel een maatschappelijke trend zichtbaar van het streven naar bewustwording, persoonlijke groei, zingeving, en hedendaagse spiritualiteit. Nu duidelijk is hoe belangrijk innerlijke bewustwording is bij het ontwikkelen van milieuvriendelijke levensstijlen, is het voor het duurzaamheidsbeleid zinvol daar actief bij aan te sluiten. Op deze manier kunnen mensen die zich aangetrokken voelen tot deze waarden, maar nog niet heel duurzaam leven, verleid worden ook deze stap te gaan maken. Mensen met de meer moderne wereldbeelden moeten juist via extrinsieke prikkels gestimuleerd worden om duurzaam te leven, zoals economische voordelen en regelgeving.”

Voor meer informatie: www.vu.nl’
Over wereldbeelden gesproken. Dat doet me denken aan ‘Alchemie van het alledaagse’. In ‘Roof’ en in ‘Ananassen’ op 17 en 20 juli 2013 had ik het voor het laatst over deze tentoonstelling (even afgezien van ‘Proactief’ op 27 maart, waarin ik die alleen maar noemde als mogelijk onderwerp). Dus wordt het hoog tijd er eens naar terug te keren en te kijken wat de Kunsthal in Rotterdam nu hierover meldt. Dat is het volgende:
‘Rudolf Steiner, Alchemie van het alledaagse
13 september 2014 t/m 11 januari 2015

Voor het eerst in Nederland presenteert de Kunsthal een overzicht van het veelomvattende oeuvre van Rudolf Steiner (1861-1925). Steiner is één van de meest invloedrijke en veelzijdige hervormers van de twintigste eeuw. Zijn gedachtegoed is nog springlevend. Steiner was een inspiratie bron voor vele kunstenaars zoals Piet Mondriaan, Wassily Kandinsky en Joseph Beuys en is dat nog steeds voor hedendaagse kunstenaars en designers als Olafur Eliasson en Konstantin Grcic. De tentoonstelling laat een rijke verzameling van meubels, maquettes, sculpturen en “blackboard” tekeningen zien en biedt een fascinerend inzicht in zijn leven, werk en wijdverbreide gedachtegoed. Een aantrekkelijk activiteitenprogramma op het gebied van voeding, architectuur, dans en sociaal ondernemen, met een Steinerdag en symposium, plaatst Steiners gedachtegoed in het licht van de actualiteit.

De tentoonstelling “Alchemie van het alledaagse” wordt mogelijk gemaakt door alle deelnemers van de BankGiro Loterij, de cultuurloterij van Nederland.

Activiteiten

Bij deze tentoonstelling wordt educatief materiaal ontwikkeld voor het basis- en voortgezet onderwijs. In de schoolvakanties zijn er activiteiten voor families.

In het SteinerLAB in de tentoonstelling zijn er doorlopende activiteiten, waar iedereen aan mee kan doen, zoals het bouwen van een huis volgens de uitgangspunten van de organische architectuur. De organische bouwwerken kunnen worden meegenomen naar huis of direct worden tentoongesteld in de Kunsthal. Daarnaast kunnen families op de wanden een eigen “blackboard tekening” maken. Voor de allerkleinsten zijn er spelletjes met als thema kleur en vorm.’
De vorige keer, op zaterdag 26 april, schreef ik in ‘Koningsdag’ dat Initiatiefgroep Vrijeschool in Amsterdam-Noord op 19 april een ‘Teleurstellend bericht’ had. Een dag later, op 27 april, meldde men ‘Nieuwe stappen’:
‘De initiatiefgroep heeft deze week een aantal stappen gezet om op korte termijn tot een oplossing te komen voor de stagnatie waarin we verkeren. Dit heeft geleid tot de volgende acties:
– Vragen in de gemeenteraad
– Juridisch
– Advies en ondersteuning door Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO)
– Oudervereniging
– Mogelijkheid huisvesting
– Bijeenkomst

Vragen in de gemeenteraad

Afgelopen woensdag (23 april) hebben raadsleden van de SP en D66 tijdens het mondelinge vragenuur van de gemeenteraadsvergadering aan demissionair Wethouder van Onderwijs Freek Ossel vragen gesteld over de gang van zaken rond het intrekken van de toezegging voor het schoolgebouw . Zij hebben de heer Ossel flink aan de tand gevoeld. De wethouder legde uit dat er sprake is van een uniek situatie en dat dat de reden is dat de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling pas in dit late stadium terugkomt op eerdere besluiten.

De zaak rondom het al dan niet kunnen toekennen van een schoolpand voor de dependance is inmiddels naar zijn zeggen goed uitgezocht. Het zou wettelijk onmogelijk zijn om de school op deze wijze huisvesting te bieden. De wethouder gaf aan dat er voor de huisvesting een privaatrechtelijk aanbod is gedaan, terwijl dat eigenlijk via het publieke domein had gemoeten (dus via een volkshuisvestelijk plan).

Maureen v/d Pligt (SP) stelde dat deze gang van zaken onbehoorlijk bestuur is en eiste de garantie dat de school op 1 september van start kan gaan. Ook Zoe Kwint(D66) vroeg de wethouder huisvesting te garanderen. Dit kon de wethouder niet toezeggen, wel dat er op korte termijn inzage komt in de juridische onderbouwing van het besluit.

Daarnaast gaf de wethouder aan dat hij het oprichtingsproces absoluut steunt en in overleg wil gaan met andere partners, met name de ouders.

De vergadering kunt u hier terugzien: http://amsterdam.raadsinformatie.nl/notucast/gemeenteraad_23-04-2014 vanaf 41:30 tot 51:20

Juridisch

Op korte termijn moet de wethouder inzicht geven in de juridische gronden waarop het intrekken van de toezegging voor een eigen pand (Klimopweg 150) gebaseerd was. Op basis van deze informatie kunnen we verdere concrete acties plannen en eventuele juridische stappen nemen.

Advies en ondersteuning door Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO)

De initiatiefgroep wordt zeer actief bijgestaan door een medewerker van OCO. OCO ziet dat we een sterk burgerinitiatief zijn, dat niet weggewimpeld kan worden. Zeker niet nu we zo ver zijn in het oprichtingsproces van de school.

Oudervereniging

Er wordt gewerkt aan het oprichten van een oudervereniging vanuit de initiatiefgroep. Als vereniging hebben we als ouders meer slagkracht, ook in juridische processen. Begin mei hoort u hier meer over.

Mogelijkheid huisvesting

Op 1 mei verwacht bestuurder Ruud van Velthoven duidelijkheid te kunnen geven over de mogelijkheden om de school per augustus te starten in een gebouw van een (openbare) school met leegstaande lokalen. We zien dit als een tijdelijke oplossing en blijven ondertussen werken aan een zelfstandig pand.

Bijeenkomst

Wij krijgen veel vragen en reacties en ook voorstellen van mensen die graag meedenken of meehelpen. Dit is zeer welkom. We willen daarom op korte termijn een bijeenkomst organiseren waarin we de mogelijke verdere stappen verder bespreken. U ontvangt hiervoor snel een uitnodiging.’
In het meinummer van het Duitse maandblad ‘Erziehungskunst’ staat een artikel van Henning Kullak-Ublick, bestuurslid van de Duitse Bond van vrijescholen, met als titel ‘Der gesellschaftliche Auftrag der Waldorfschulen’:
‘Deutschland erlebt einen Privatschulboom. Während das Vertrauen der Eltern in das staatliche Schulwesen sinkt, steuern wir geradewegs auf ein Zwei-Klassen-System mit Privatschulen für die Wohlhabenden und staatlichen Schulen für alle anderen zu. In den angelsächsischen Ländern mit ihrer großen Kluft zwischen Arm und Reich hat dieses Modell schon eine lange Tradition.

Wo stehen die Waldorfschulen inmitten unserer gesellschaftlichen Entwicklung?

Sind sie einfach einer von vielen Anbietern im Privatschulsektor? Bieten sie für die alternativ angehauchte Mittelschicht eine pädagogische Spielwiese mit »Lernen light«, ohne allzu viele Ecken und Kanten? Kann man hier seine Kinder vor den brennenden sozialen Fragen unserer Zeit in Sicherheit bringen?

Perspektivwechsel I: 1995 herrschte in Sierra Leone Bürgerkrieg. Unzählige Kinder wurden, oft unter Drogeneinfluss, zu den furchtbarsten Gräueltaten gezwungen. Damals begann Shannoh Kandoh in Freetown, wenigstens einige von ihnen aufzusammeln und zu unterrichten. 2000 durfte er eine Schule gründen, musste aber wegen steigender Mietpreise mehrmals umziehen, bis er 2009 in Rokel die Goderich Waldorf School gründen konnte, in der mit Hilfe von Alfred Barlatt seither immer ungefähr 60 Kinder kostenlos, also durch Spenden finanziert, unterrichtet werden.

Perspektivwechsel II: 1999 nahm im taiwanischen Lo Tung auf Initiative von Chuen Sue Chang die erste Waldorfschulklasse ihre Arbeit auf und wuchs bis heute mit 600 Kindern zur größten Waldorfschule Ostasiens heran. 2004 wurde der erste Waldorfkindergarten im chinesischen Cheng Du eröffnet. Zehn Jahre später gibt es in China 172 Kindergartengruppen, eine wachsende Anzahl von Schulen und vier mehrjährige Ausbildungskurse, Tendenz rapide steigend.

Perspektivwechsel III: In der malerischen Mittelmeerstadt Alanya begann 2013 die erste türkische Waldorfschulklasse mit dem Unterricht. Die Gründungsinitiative des Unternehmers Orhan Demirtas wird von der intellektuellen Elite der Stadt intensiv beobachtet, ein eigener Ausbildungsgang zum Waldorflehrer ist über die Kooperation einer ortsansässigen Hochschule mit dem Berliner Waldorflehrerseminar im Gespräch. Obwohl noch nichts gesichert ist, ist der starke Wille spürbar, hier eine zivilgesellschaftlich organisierte, pädagogische Entwicklung in Gang zu setzen.

Verschiedener können die politischen, ökonomischen und kulturellen Bedingungen kaum sein, unter denen sich die beteiligten Eltern und Lehrer entschließen, eine pädagogische Arbeit zu initiieren, die in krassem Gegensatz zu der existierenden Schulwirklichkeit ihrer Heimatländer steht. Weltweit gibt es heute weit über tausend Waldorfschulen und fast dreimal so viele Waldorfkindergärten, die immer aus solchen Initiativen einzelner Menschen hervorgegangen sind. Was ist das für ein Impuls, für dessen Verwirklichung die Menschen oft große Opfer bringen?

Das Beispiel Sierra Leones steht für viele Initiativen in Lateinamerika, Afrika oder Asien und zeigt, was dieser Impuls ganz sicher nicht ist, nämlich ein Rückzugsraum für sozial Privilegierte. »Privare« ist das lateinische Wort für rauben. Die Waldorfinitiativen in den Townships, Favelas oder Bürgerkriegsgebieten versuchen dagegen, den Kindern etwas zurückzugeben: ihre geraubte Kindheit. Sie stehen für gelebte Brüderlichkeit, genauer für Geschwisterlichkeit. Die rapide Ausbreitung der Waldorfpädagogik in vielen ostasiatischen Staaten, in denen die Kindheit nicht durch Hunger oder Gewaltexzesse, sondern durch rigorose Unterordnung, endlose Paukerei und die immer präsente Gefahr der Aussonderung bedroht wird, lässt einen zweiten Impuls sichtbar werden: die freie Persönlichkeitsentwicklung der Kinder und die Sehnsucht nach Unabhängigkeit von staatlich oder ökonomisch induzierten Zwängen. Es geht um die Freiheit des Individuums. Blickt man schließlich auf eine zentrale Frage vieler Eltern in Deutschland, so ist es die nach echter Partizipation und Begegnung auf Augenhöhe in der Gestaltung des Schullebens.

Freiheit, Gleichheit, Brüderlichkeit

Was hier beispielhaft nebeneinander gestellt wurde, sind drei Grundimpulse, die sich in der Neuzeit mit der Entdeckung der Menschenrechte immer wieder neu Bahn zu brechen versuchen. Nicht ohne Grund findet man über dem Portal jedes französischen Rathauses bis heute die Losungsworte der französischen Revolution »Liberté, Égalité, Fraternité«. Dass es sich bei diesen Begriffen nicht um bloße Floskeln, sondern um konkrete Gestaltungsideen handelt, wird sofort sichtbar, wenn man sie auf die gesellschaftliche Wirklichkeit bezieht:

– Freiheit ist die Voraussetzung für jede individuelle Entwicklung und damit zugleich der Quellort für jeglichen gesellschaftlichen Fortschritt.
– Gleichheit ist die Grundsignatur einer auf Partizipation gegründeten Zivilgesellschaft, in der nicht mehr die »Obrigkeit« die Richtung vorgibt, sondern die betroffenen Menschen selbst.
– Brüderlichkeit – oder etwas nüchterner: assoziative Zusammenarbeit – ist die Voraussetzung für ein an den Bedürfnissen der Menschen orientiertes Wirtschaftsleben, in dem sich unternehmerische Initiative und soziale Verantwortung nicht ausschließen, sondern wechselseitig befruchten.

Wozu die Ignoranz gegenüber diesen Idealen führt, zeigt sich an den globalen Krankheitssymptomen unserer Gesellschaften, mit denen die heranwachsenden Generationen zurecht kommen müssen: Sie reichen von dem rapide wachsenden Sucht- und Konsumverhalten in den »zivilisierten« Gesellschaften – dem Zerrbild der »Freiheit« – über die fundamentalistischen oder totalitären Gesellschaftsordnungen – dem Zerrbild der »Gleichheit« – bis zu der Ausbeutung der Bevölkerung und der Natur durch die »Zwänge« global agierender Finanzjongleure – dem Zerrbild der »Brüderlichkeit«. Rudolf Steiner betrachtete die Ideale der Französischen Revolution nicht als Leerformeln, sondern als Ordnungsprinzipien des gesellschaftlichen Lebens: Die Freiheit gehöre ebenso notwendig dem geistigen oder kulturellen Leben an, wie sich das Rechts- oder politische Leben auf die Gleichheit aller Menschen gründe. Die Brüderlichkeit wiederum sei längst Teil des arbeitsteiligen Wirtschafts­lebens, das nur noch assoziativ funktioniere, aber immer noch wie eine Tauschwirtschaft behandelt werde.

Die Schattenseite der Intelligenz

Die erste Waldorfschule ging folgerichtig aus einer Kampagne für die »Dreigliederung des sozialen Organismus« hervor, bei der Steiner unter anderem die Unabhängigkeit des Bildungswesens von staatlichen oder ökonomischen Interessen forderte. An Stelle einer auf gesellschaftlichen Konventionen basierenden Erziehung setzte er die Erneuerungskraft, die dieser Gesellschaft durch frei sich entwickelnde Individualitäten zufließt. Die Schule sollte zu einem Ort werden, an dem junge Menschen sich ebenso lebenspraktisch wie phantasievoll entwickeln können.

Unmittelbar vor Beginn seines berühmten Kurses für das erste Lehrerkollegium hielt Steiner im August 1919 eine Vortragsreihe mit dem Titel »Die Erziehungsfrage als soziale Frage«. Darin schilderte er, welche Fähigkeiten Menschen brauchen, um überhaupt aktiv an der gesellschaftlichen Wirklichkeit teilnehmen zu können. Vor dem Hintergrund der historischen Erfahrungen, die die Menschheit seit damals durchgemacht hat, und im Wissen um die ungelösten Probleme unserer Zeit erscheinen diese Vorträge aktueller denn je. Aus dem riesigen Bogen, den Steiner damals spannte, möchte ich ein Motiv herausgreifen: Die Entwicklung der Intelligenz von der Antike bis zur Neuzeit.

Während die Menschen in vorgeschichtlicher Zeit eine unmittelbare Beziehung zum Lebendigen hatten, das sich ihnen in einem mit den Erscheinungen verwobenen bildhaften Bewusstsein offenbarte, entstand in der griechischen Antike das gegenständliche Denken, mit dem sich der Mensch der Natur und den »Göttern« gegenüberstellte. In der Neuzeit entwickelte sich die Intelligenz bis zum operativen Erfassen des Toten, das einerseits den enormen Fortschritt in der technischen Beherrschung der Welt bewirkte, andererseits die Trennung von Kunst, Wissenschaft und Religion in voneinander unabhängige Regionen. Damit ist die Entwicklung der »Intelligenz« aber noch nicht zu Ende. Im 20. Jahrhundert wird sie laut Steiner allmählich zum zweischneidigen Schwert: Sie kann entweder durch aktive seelische Arbeit zum erneuten Erfassen lebendiger Zusammenhänge erzogen werden oder die Neigung zum »Bösen« entwickeln. Ich möchte es jedem selbst überlassen, manche Entwicklungen in unserer Zeit daraufhin zu überprüfen.

Die soziale Bedeutung von Autorität und Liebe

Statt nun allerdings moralische Grundsätze für die Lehrer oder Schüler aufzustellen, ging Steiner nüchtern auf die Frage ein, welche Kräfte ein junger Mensch ausbilden muss, um als Erwachsener seine Entwicklung selbst in die Hand nehmen zu können.

Während sich die Kinder in den ersten Lebensjahren durch angeborene Hingabekräfte unmittelbar mit der Welt verbinden, bereiten sie sich darauf vor, als Jugendliche mit ihrem denkenden Bewusstsein in die Welt einzudringen und selbstständig Zusammenhänge herzustellen. Deshalb empfahl Steiner den Eltern und Erziehern dringend, eine Umgebung für die Kinder zu schaffen, in der alles nachahmenswert ist, und zwar nicht nur in der äußeren Umgebung, sondern auch in den Gedanken, Gewohnheiten und Gefühlen der Erwachsenen, welche die Kinder umgeben. Der Mangel an nachahmenswerter Kultur in diesem Alter führe zu einer »Animalisierung der Leiber«, die sich auf das gesamte weitere Leben auswirke.

Später entsteht das Bedürfnis, die Welt in Anlehnung an Menschen zu erfahren, denen die Kinder vertrauen und zu denen sie wegen ihrer Urteilsreife und seelischen Beweglichkeit aufblicken können. Aus diesem Aufblicken – Goethe sprach im »Wilhelm Meister« von den »drei Ehrfurchten«, die gegenüber dem, was über uns, neben uns und unter uns ist, entwickelt werden sollten – entsteht der Blick für die Würde jedes einzelnen Menschen, die notwendige Voraussetzung dazu, Gleichheit überhaupt denken zu können. Die Sehnsucht nach einer »geliebten«, weil dieser Liebe würdigen, Autorität ist die Grundlage des Rechtsempfindens und einer demokratischen Kultur. Das negative Gegenbild ist eine allgemeine Kulturschläfrigkeit, eine »Vegetabilisierung der Seelen«.

Die Zeit zwischen Pubertät und Mündigkeit beschrieb Steiner als Lebensalter, in dem sich das Interesse an der Welt und an den anderen Menschen aus der allgemeinen Menschenliebe herausentwickelt. Deshalb kommt in diesem Alter alles darauf an, dass die jungen Menschen in der Schule und ihrer Umgebung diese »umfassendste Liebe zur äußeren Welt« entwickeln können, also ein tiefes, individuell errungenes Interesse am anderen Menschen und an der Zeit, in der sie leben. Nur aus solchen Erfahrungen können die jungen Menschen einen Sinn für Brüderlichkeit im Umgang miteinander entwickeln. Allgemeine Menschenliebe wird zum Impuls der Brüderlichkeit. Kurz gesagt:

– Echte Nachahmung in der frühen Kindheit wird zur erkennenden Grundlage der Freiheit.
– Die Erfahrung berechtigter Autorität im zweiten Jahrsiebt führt zum Verständnis der Würde jedes einzelnen Menschen.
– Die umfassende Liebe zur Welt im dritten Jahrsiebt führt durch das Erlebnis sozialer Verantwortung zum Verstehen wirtschaftlicher Prozesse.

Krisen sind Entwicklungschancen

Die eingangs gestellten kritischen Fragen spiegeln einiges von dem wider, was heute oft mit Waldorfschulen assoziiert wird, jedenfalls in Deutschland. Wer die Waldorfschulen besser kennt, weiß, dass es darum nicht geht und noch nie gegangen ist.

Trotzdem müssen sie sich die Frage stellen, warum sie in dieser Ecke gelandet sind und ob sie sich dort vielleicht wohler fühlen, als es ihrem Anspruch entspricht.

Eigentlich sind die Waldorfschulen ein groß angelegter Versuch, die Ideale der Freiheit, Gleichheit und Brüderlichkeit im Zusammenwirken von Eltern, Lehrern und Schülern zu verwirklichen. Das können wir allesamt noch nicht besonders gut. Deshalb entstehen immer wieder Krisen und in ihrem Gefolge Sehnsüchte nach einer autoritären Schulführung oder nach verbindlichen Standards. Wie in jeder Krise liegt darin aber auch die Chance zur Entwicklung. Als Zeitgenossen kommen wir nicht umhin, an der Entwicklung der Kräfte zu arbeiten, die die Kinder und Jugendlichen zunächst an uns erleben müssen, um sie im späteren Leben aus eigener Kraft zur Verfügung zu haben.

Freiheit, Gleichheit und Brüderlichkeit sind keine verstaubten Ideale aus vergangenen Epochen, sondern Gestaltungsideen für die globalen Aufgaben unserer Zeit. Sie müssen im Kleinen geübt werden, um im Großen zu funktionieren.

Deshalb sind Waldorfschulen keine Privatschulen.

Der Abgeordnete Pauer aus Neiße rief während der Paulskirchenversammlung im Jahr 1848 den Parlamentariern zu: »Wenn Sie die Freiheit des Volkes wollen, dann gründen Sie freie Schulen!« Es wird Zeit, wieder auf ihn zu hören. Bündnispartner gibt es auf der ganzen Welt.

Zum Autor: Henning Kullak-Ublick ist Leiter der Öffentlichkeitsarbeit im Bund der Freien Waldorfschulen und Mitglied des Bundesvorstandes. Im März erschien sein Buch Jedes Kind ein Könner. Fragen und Antworten zur Waldorfpädagogik.
Link: www.freunde-waldorf.de
Hierna kunnen we moeiteloos overschakelen naar Biojournaal, waar men op 30 april berichtte over ‘Nieuwe VOF bij Warmonderhof. Johan Verheye en Paul Fischer’:
‘Vanaf 1 juli zal de Warmonderhofstede VOF, onderdeel van Warmonderhof, een nieuwe start maken als volwaardig gemengd bedrijf. Het VOF-contract is afgelopen vrijdag 25 april getekend. Johan Verheye is als ondernemer in 2010 op Warmonderhof gekomen. Paul Fischer start vanaf juli 2014. Johan en Paul zijn beiden oud-student van Warmonderhof. Zij staan voor de mooie uitdaging het gemengde BD-bedrijf verder te ontwikkelen, waarbij Paul primair verantwoordelijk zal zijn voor de akkerbouw en Johan voor de melkveehouderij.

Paul heeft na zijn opleiding gewerkt als akkerbouwer/groenteteler in de polder. Hij is werkzaam geweest in de biologische retail en heeft in de afgelopen jaren de biologische tak van Vroegop-Windig opgezet. De passie voor het primaire productieproces is gebleven. Ondernemer worden in een gemengd bio-dynamisch bedrijf als onderdeel van het grotere geheel met collega’s en leerlingen, past bij de ambitie van Paul.

Beide ondernemers zien er naar uit om gezamenlijk een gedegen bijdrage te leveren aan de vakbekwaamheid en ontwikkeling van de leerlingen op Warmonderhof.

De ondernemers zijn te bereiken op:
Johan Verheye, jverheye@online.nl, 06 51311365.
Paul Fischer, paulfischer@hetnet.nl, 06 21204213.’
‘Eind februari 2013 heeft Strategie Architecten de opdracht gekregen voor het maken van een ontwerp voor de uitbreiding van de biologisch-dynamische boerderij Veld en Beek in Doorwerth. De opdrachtgevers hadden ambitieuze plannen en vroegen om een duurzame en fraaie oplossing voor de nieuwbouw van een foliestal met werkgebouw en woonhuis. Een belangrijk aspect hierbij betrof de planning; de bedrijfsvoering van de boerderij moest namelijk doorgaan en er was de nadrukkelijke wens dat de koeien voor de volgende winter de nieuwe foliestal in konden. Deze doelstelling is inmiddels gehaald en april 2014 is het gehele project opgeleverd.

Boerderij Veld en Beek heeft zogenaamde dubbelkoeien, die melk én vlees produceren. Bijzonder is dat de producten direct verkocht worden aan de klant. Omdat Veld en Beek graag aan haar klanten wil laten zien hoe er gewerkt wordt op de boerderij is er in het ontwerp rekening gehouden met de ontvangst van klanten en andere geïnteresseerden. Bij aankomst op het erf sta je meteen oog in oog met de koeien die staan te eten bij het voerhek. Ook het melken en kaasmaken is zichtbaar gemaakt, speciaal voor de gasten is een skybox gemaakt van waaruit je in de stal kan kijken en zicht hebt op het melken van de koeien.

De koeien staan in de stal op een bed van houtsnippers, door toevoeging van de stikstofrijke mest van de koeien en een geavanceerd ventilatiesysteem ontstaat compost. Op deze manier wordt een groot deel van de mest omgezet in een bruikbare voedingstof die Veld en Beek zelf weer kan gebruiken voor het telen van gewassen.

Bij de duurzame bedrijfsvoering van de boerderij hoort ook een duurzaam gebouw, vandaar dat er gekozen is voor een materiaalgebruik met een minimale milieubelasting. De gevels van het woon-werkgebouw zijn bekleedt met verduurzaamd vurenhout en het dak is begroeid met sedum. De binnenwanden zijn afgewerkt met leemstuc en op de vloer ligt bamboe. Uiteraard is er ook gekeken naar materialen die qua eigenschappen goed passen bij de functie van een boerderij. De wanden en vloeren van de melkstal en het tanklokaal moeten bijvoorbeeld eenvoudig en goed te reinigen zijn en bestand tegen mest en urine. De foliestal is een standaard product waar we houten kolommen aan hebben toegevoegd zodat het een vriendelijker uitstraling krijgt en beter past bij het woon-werkgebouw. Het boerenbedrijf voorziet grotendeels in hun eigen energie, op het dak van een bestaande stal zijn zonnepanelen gelegd en er zijn bronnen geboord waarmee met behulp van een warmtepomp kan worden voorzien in warmte voor het woonhuis.

Al tijdens de bouw is een deel van de nieuwbouw in bedrijf genomen, de koeien stonden al in de stal terwijl de bouwvakkers nog op de steiger stonden bij het woon-werkgebouw. Door een goede planning en veel overleg met alle partijen is het gelukt om een bijzonder project te realiseren zonder dat het boerenbedrijf daar teveel last van had. Er staat nu een bijzonder fraaie en duurzame boerderij die klaar is voor de toekomst.

Contactgegevens architect: Jeroen ter Maat, Strategie Architecten, Cornelis Koningstraat 3a, 6862 CK Oosterbeek, 026 3337555, jeroen@strategie-arch.nl, www.strategie-arch.nl
Projectgegevens: Veld en Beek, Fonteinallee 33, 6865 ND Doorwerth, www.veldenbeek.nl’
Op 24 april berichtte Bionext over ‘Onderzoek: alle gentech-soja Monsanto bevat glyphosaat’:
‘Uit een nieuw Noors onderzoek dat is gepubliceerd door Food Chemistry blijkt dat de gentech-soja van Monsanto nog schadelijker is dan tot nu toe werd verondersteld. Consumenten komen vaak niet rechtstreeks met de gentech bulksoja in aanraking, maar worden er wel aan blootgesteld via bijvoorbeeld plantaardige oliën. De rest van de gentechsoja wordt gevoerd aan dieren in de vee-industrie en komt via de koeien en varkens bij de consument terecht.

Wat blijkt uit het onderzoek? De sojabonen van Monsanto die bestand zijn tegen het bijbehorende Roundup, bevatten meer resten van bestrijdingsmiddelen dan de niet-gemanipuleerde sojabonen. In alle 10 monsters van gentech-soja bonen werd het schadelijke middel glyphosaat aangetroffen. De waarden waren soms nog hoger dan wat Monsanto zelf als “extreem” aanmerkt. Eet smakelijk.

Verder kwam uit het onderzoek naar voren dat de gentech-soja een lagere voedingswaarde heeft dan gangbare en biologische soja. De studie verwerpt daarom de opvatting dat gentech-soja een gelijkwaardig alternatief zou zijn voor gangbare en biologische soja.

Soja heeft een centrale plek gekregen in het huidige voedsel- en landbouwsysteem: Op een kwart van alle landbouwgrond in de VS wordt soja geteeld. Daarvan is 90% genetisch gemanipuleerd, 9% is gangbaar zonder gentech en 1% is biologisch.

Wie liever gezond wil blijven en niet mee wil werken aan de vervuilende gentech-sojateelt van firma's als Monsanto, kan het best kiezen voor biologische producten. Biologische boeren en tuinders werken gegarandeerd gentechvrij, dieren in de biologische veehouderij krijgen de gentech-soja dus niet binnen.

Het hele onderzoek naar de sojabonen is hier te bekijken. Zie ook dit artikel van Tom Philpott: “Monsanto GM Soy Is Scarier Than You Think”’
Op 1 mei gevolgd door dit persbericht op de website van Bionext, ‘Biologische sector wijst voorstel volledig nieuwe Europese wetgeving af’:
‘De Nederlandse biologische sector verzet zich tegen het voorstel van de Europese Commissie om medio 2017 volledig nieuwe wetgeving in te voeren voor biologische landbouw en voeding. De nieuwe wetgeving zou moeten zorgen voor behoud van het consumentenvertrouwen, ondersteuning van de ontwikkeling van de snel groeiende biologische sector en eerlijke competitie in Europa. Volgens ketenorganisatie Bionext zijn die doelen sneller te halen door de huidige wetgeving stapsgewijs aan te scherpen.

Bavo van den Idsert, directeur Bionext: “Het invoeren van volledig nieuwe wetgeving leidt tot een lange periode van onzekerheid bij ondernemers en remt de marktontwikkeling. Wij kiezen voor evolutie in plaats van revolutie. Je kunt bijvoorbeeld extra duurzaamheidseisen voor verwerkingsbedrijven opnemen en geleidelijk meer biologisch zaadgoed en jongvee verplicht stellen. Zo steun je de ontwikkelingen in de sector en haal je niet alles overhoop.”

Op het vlak van certificering en controle ziet de biologische sector ook mogelijkheden om de huidige wetgeving aan te scherpen. Bionext pleit in Brussel voor verplichte internationale samenwerking tussen certificeerders en wil dat risicomanagement voor biologische handel en verwerking verplicht wordt gesteld.

De opvatting van Bionext over de stapsgewijze aanpassing van de huidige wetgeving wordt gedragen door alle ketenpartijen in de biologische sector: Biohuis (biologische boeren en tuinders), VBP (handel en verwerking) en de Biowinkelvereniging. De ketenpartijen verwachten dat het invoeren van volledig nieuwe wetgeving leidt tot een afwachtende houding bij omschakelaars en investeerders. Van den Idsert: “Wij voorzien dat de marktontwikkeling van biologisch hierdoor sterk wordt afgeremd. Je krijgt precies het omgekeerde effect van wat de Europese Commissie met de nieuwe wetgeving wil bereiken: de ontwikkelingen in de sector ondersteunen.”

IFOAM EU wijst voorstel ook af

De Europese koepelorganisatie voor de biologische sector, IFOAM EU, wijst het nieuwe wetgevingsvoorstel eveneens af. Op dinsdag 29 april kwamen de vertegenwoordigers van de biologische sector uit de lidstaten in Brussel unaniem tot het standpunt dat het nieuwe wetgevingsvoorstel in zijn huidige vorm onacceptabel is. De Europese biologische sector, inclusief koplopers als Duitsland en Oostenrijk, is voorstander van geleidelijke verbeteringen in de bestaande biologische wetgeving. Deze wetgeving is pas sinds 2009 van kracht.

In de komende maanden zullen de Raad van Europese Landbouwministers en het Europese Parlement een oordeel vellen over het voorstel van de Commissie.’
Ik ontdekte dat op 23 april dit boek is uitgekomen van Hans Reinders, ‘hoogleraar ethiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, waar hij ook de Bernard Lievegoed leerstoel bekleedt’, ‘De andere mogelijkheid. Beelden van kwaliteit voor mensen met een beperking’:
‘Wat is de kwaliteit van zorg en ondersteuning die door zorginstellingen aan mensen met een verstandelijke beperking wordt geboden? En, hoe komen we aan een antwoord op deze vraag? Het gangbare antwoord luidt: door het meten van prestatie-indicatoren. In dit boek bewandelt de auteur een andere weg: op locatie gaan kijken en met mensen praten.

De uitkomst van dit kwaliteitsonderzoek bestaat uit observaties van de dagelijkse zorgpraktijk die een beeld geven van hoe het leven van mensen met een beperking eruitziet. Vandaar Beelden van Kwaliteit. De auteur heeft een aantal van deze beelden verzameld en geeft er zijn commentaar bij. Belangrijke vragen die aan bod komen, zijn: wat zegt de tevredenheid van cliënten over de kwaliteit van de zorg? Wat is de relatie tussen kwaliteit en veiligheid? Wat is de betekenis van werk voor mensen met een beperking?

Uit zijn bespreking komt naar voren dat de kunst om goed naar cliënten te kijken, laat zien hoe het anders en beter kan. Het boek maakt duidelijk dat een vermogen om goed waar te nemen een andere mogelijkheid zichtbaar maakt.

Uit de inhoud:
Inhoudsopgave
Inleiding

ISBN: 9789044131628
Aantal Pagina’s: 93
Status: Verschenen – bestelbaar – leverbaar
Prijs: € 14,00
Uitgever : Garant Uitgevers nv’
‘Dit jaar vieren wij een jubileum. Het dertig jarig bestaan wordt op 27 juni ’s middags en ’s avonds gevierd. En de dag erna is de open dag, mede in het teken van de Hart & Hoofdprijs van de Triodosbank, maar ook in het teken van ons jubileumfeest. Het programma krijgt al contouren.

Het ziet ernaar uit dat wij in de middag van de 27e ons vooral bezighouden met de komende dertig jaar! En ook op de open dag van 28 juni is er ruim baan voor de komende generatie: speciaal met het oog op de cliënten van ons boerenbedrijf én van onze leefwerkgemeenschap zijn er tal van activiteiten voor kinderen. Maar ook de volwassenen worden uiteraard niet vergeten.

Nieuwsgierig? Op onze website worden langzaam maar zeker tipjes van de sluier opgelicht. En het is natuurlijk al vast goed om deze twee dagen in de agenda te blokken!’
Ook gisteren kwam Anthromedia.net met ‘Komplementärmedizin soll anderen Fachrichtungen gleichgestellt werden’, een bericht van ‘Die Bundesbehörden der Schweizerischen Eidgenossenschaft’:
‘Die Leistungen der anthroposophischen Medizin, der traditionellen chinesischen Medizin, der Homöopathie und der Phytotherapie sollen grundsätzlich von der obligatorischen Krankenpflegeversicherung übernommen werden.

Dabei sollen umstrittene Leistungen gezielt daraufhin überprüft werden, ob sie wirksam, zweckmässig und wirtschaftlich sind. Mit diesem Vorgehen möchte das Eidgenössische Departement des Innern (EDI) einem Verfassungsauftrag nachkommen.

Im Mai 2009 haben Volk und Stände den neuen Verfassungsartikel zur Besserstellung der Komplementärmedizin deutlich angenommen. Seit 2012 übernimmt die obligatorische Krankenpflegeversicherung (OKP) provisorisch bis 2017 ärztliche Leistungen der anthroposophischen Medizin, der traditionellen chinesischen Medizin, der ärztlichen Homöopathie sowie der Phytotherapie.

Die Vergütung ist provisorisch und befristet, weil der Nachweis aussteht, dass die Leistungen der vier komplementärmedizinischen Fachrichtungen wirksam, zweckmässig und wirtschaftlich sind. Nach zwei Jahren zeichnet sich nun ab, dass dieser Nachweis für die Fachrichtungen als Ganzes nicht möglich sein wird.

Deshalb schlägt das Eidgenössische Departement des Innern (EDI) vor, diese Fachrichtungen den anderen von der OKP vergüteten medizinischen Fachrichtungen gleichzustellen. Damit gälte auch für sie das Vertrauensprinzip und die Leistungen würden grundsätzlich von der OKP vergütet. Analog zu den anderen medizinischen Fachrichtungen sollen lediglich einzelne, umstrittene Leistungen daraus überprüft werden. Wie die Kriterien der Wirksamkeit, Zweckmässigkeit und Wirtschaftlichkeit angewendet werden, muss dabei für die Komplementärmedizin noch präzisiert werden.

Das EDI und das Bundesamt für Gesundheit (BAG) haben die betroffenen Kreise über das geplante Vorgehen informiert und sie eingeladen, bei der Erarbeitung der Kriterien und Prozesse mitzuwirken.

Um dem Verfassungsauftrag auf diese Weise nachzukommen, müssen die Verordnung über die Krankenversicherung sowie die Verordnung des EDI über Leistungen in der obligatorischen Krankenpflegeversicherung angepasst werden. Diese können der Bundesrat beziehungsweise das EDI in eigener Kompetenz beschliessen.

Herausgeber: Der Bundesrat. Internet: http://www.bundesrat.admin.ch/
Bundesamt für Gesundheit. Internet: http://www.bag.admin.ch
Links: https://www.news.admin.ch/message/index.html?lang=de&msg-id=52855’
Ik moet hier zeker ook melden dat tijdschrift ‘Die Drei’ zijn website inmiddels helemaal up-to-date heeft gemaakt. Ik kwam er al mee op 8 april in ‘Aart-zijn’. Maar nu is de operatie voltooid. En het is echt buitengewoon goed gedaan! Een voorbeeld voor anderen. En ingesteld op de toekomst. Waarbij op de website bijvoorbeeld ook per artikel kan worden betaald. Bij ‘Heft 5, 2014’ staat ‘Schwerpunkt: Soziale Landwirtschaft’:
‘Landwirtschaftsbetriebe werden zu Trägern von Aufgaben im ländlichen Raum, schaffen Arbeit und Beschäftigung für sozial Benachteiligte und Menschen mit Behinderung und übernehmen Bildungsaufgaben ... Soziale Landwirtschaft ist mehr: Zusätzlich zu den bei Green Care im Vordergrund stehenden Aspekten von Therapie, Pflege und »grüner Umgebung« besteht ein Fokus auf Sozialer Arbeit, die zudem meist den Anspruch erhebt, sinnerfüllt und produktiv zu sein.’
Onder ‘AKTUELL’ vinden we bijvoorbeeld ‘Aktuelle Ausgabe: Heft 5, 2014’:
‘Nationalökonomischer Kurs

Die Ruhefaktoren Arbeit, Kapital und Boden im volkswirtschaftlichen Prozess.
Zur Komposition des »Nationalökonomischen Kurses«

Im äußeren Leben stoßen die Menschen mit ihren Interessen oft aneinander. Dabei setzt sich auch im heutigen demokratischen Rechtsstaat zumeist der Stärkere gegen den Schwächeren durch. Stephan Eisenhut zeigt in seiner Betrachtung zum siebten Vortrag des Nationalökonomischen Kurses von Rudolf Steiner, wie dies eine Folge davon ist, dass ein egoistisches Geistesleben sich des staatlichen Machtmonopols bemächtigen konnte, um das Recht nach seinen Interessen zu gestalten. Ein Geistesleben, welches sich bloß den äußeren Erscheinungen zuwendet, kann weder den Egoismus überwinden noch Begriffe bilden, durch die sich die sozialen Verhältnisse sinnvoll gestalten lassen.

Diesen Artikel können Sie sowohl kostenlos lesen als auch kaufen. Mit letzterem unterstützen Sie unsere Arbeit. Vielen Dank!

Stephan Eisenhut / Heft 5, 2014 / Seite: 21 / Serie Nationalökonomischer Kurs (10. Betrachtung – 7. Vortrag) Artikel lesen / Artikel kaufen

Soziale Landwirtschaft

Ökologische Inklusion
Soziale Landwirtschaft für Mensch und Natur

Die biologisch-dynamische Landwirtschaft feiert 2014 ihr 90-jähriges Bestehen. Kurz nach dem Landwirtschaftlichen Kurs zu Pfingsten 1924 hielt Rudolf Steiner seinen Heilpädagogischen Kurs und viele biologisch-dynamisch wirtschaftende Höfe bezogen von Anfang an in ihre Landbewirtschaftung soziale und pädagogische Arbeit mit ein. Inzwischen werden europaweit »Soziale Landwirtschaft« und Green Care als Potenziale einer multifunktionalen Landwirtschaft entdeckt. Darin ist mehr veranlagt als neue Einkommensmöglichkeiten für Bauernhöfe oder die Nutzung der Landwirtschaft als »Setting« für Soziale Arbeit. Parallel zur Inklusion von Menschen mit Hilfebedarf ergibt sich die Perspektive einer »sozialeren« Landwirtschaft, die die Naturgrundlage nicht nur zu therapeutischen Zwecken nutzt, sondern bewusst die Frage nach Entwicklungsperspektiven der Naturreiche stellt. Ihnen verdankt der Mensch seine Entwicklungsmöglichkeiten auf der Erde. Was ansteht ist eine Umkehr der Blickrichtung vom Nutzen, Benutzen und Ausnutzen, vom Nehmen zum Geben: Wie kann die Natur auf einen Entwicklungsweg mitgenommen werden?

Thomas van Elsen / Heft 5, 2014 / Seite: 7 Artikel kaufen’
En zo gaat het verder. In ‘ÜBER UNS’ vinden we ‘Geschichte’:
‘Die Zeitschrift die Drei hat eine lange Tradition: Das Eröffnungsheft erschien am 27. Februar 1921 aus Anlass des 60. Geburtstag des Begründers der Anthroposophie, Rudolf Steiner. Der ursprüngliche Untertitel »Monatsschrift für Anthroposophie und Dreigliederung« wurde im darauf folgenden Jahr um den Begriff »Goetheanismus« ergänzt. Mit diesen drei Begriffen sollte gekennzeichnet werden, worum es in der anthroposophischen Bewegung geht:

Eine Geisteswissenschaft, die den Geist ernst nimmt und diesen im einzelnen Menschen ebenso wie als Grundlage der Welterscheinungen aufsucht (Anthroposophie im engeren Sinne, von Steiner (1861-1925) systematisch entwickelt und nach seinem Tod durch viele seiner Schüler fortgebildet).

Eine am Menschen orientierte Gestaltung des sozialen Lebens: freie, selbstverantwortete und -verwaltete Einrichtungen des kulturellen und geistigen Lebens; ein Rechtsleben, in dem die Menschen auf der Grundlage der Gleichheit ihr Zusammenleben regeln; ein bedürfnisorientiertes Wirtschaftsleben, in dem sich Assoziationen von Produzenten, Händlern und Verbrauchern bilden.

Eine Natur- und Weltanschauung, die dien Bereiche des Sinnlichen und des Ideellen gleichermaßen zu Ausgangspunkten ihrer Wahrnehmungsbemühungen macht. Die Gesichtspunkte, unter denen sie die verschiedenen Seinsbereiche betrachtet, sucht sie aus dem Wesen der Dinge selbst zu gewinnen, um darauf aufbauend den Zusammenhang zwischen den Welterscheinungen aufzuzeigen. Ein wesentliches Element hierbei ist der Entwicklungsgedanke, wie er der Goetheschen Metamorphosenlehre zugrunde liegt. Rudolf Steiner hat der Goetheschen Anschauungsweise ein erkenntnistheoretisches Fundament gegeben, indem er sie auf das Denken selbst anwendet und so die Voraussetzungen dafür schafft, den Subjekt-Objekt-Dualismus zu überwinden.

Aus der Anthroposophie heraus sind zahlreiche praktische Initiativen hervorgegangen, die z.T. seit Jahrzehnten mit großem Erfolg arbeiten: Kindergärten und Schulen auf Grundlage der Waldorfpädagogik; die biologisch-dynamische Landwirtschaft (»Demeter«), Kliniken, Altenheime, Bankeinrichtungen, Forschungsinstitute – um nur einige zu nennen.’
En als ‘Ziele’ wordt beschreven:
‘Heute, nach über 90 Jahren, ist der Kulturimpuls der Drei ungebrochen aktuell:
Eine Durchdringung der verschiedenen Wissensgebiete mit einer konkreten Anschauung des Geistes, die im Denken des Menschen ihren Ausgangspunkt nimmt und das bloße Wissen über die Dinge um ein Erleben von Qualitäten und die Erfahrung von Entwicklung erweitert.

Ideen für eine Gestaltung des sozialen Lebens, das den Menschen im Zeitalter der Technisierung und Globalisierung Mensch sein lässt und den Gedanken der »Geschwisterlichkeit« auch im Umgang mit Natur und Umwelt realisiert.

Die Pflege eines künstlerischen Schaffens, das eine gesättigte sinnliche Erfahrung ermöglicht und dadurch eine Kreativität freisetzt, aus der heraus Lebens- und Weltgestaltung zum schöpferischen Ereignis wird.

Galt es in der Anfangszeit der Drei die Anthroposophie mit ihren Ideen, Impulsen und Möglichkeiten in der Welt bekannt zu machen und sie auf die Erscheinungen der Welt anzuwenden, so steht heute im Vordergrund, über alle Grenzen hinweg das Gespräch über den Geist zu suchen, Fähigkeitsbildungen anzuregen sowie Menschen und Situationen aufzusuchen, durch die und in denen der Geist eine konkrete Wirksamkeit in der Welt entfaltet.

»Was ich als Redakteur vermitteln möchte, sind individuelle Erfahrungen und Sichtweisen, die den Menschen berühren: selbst Erarbeitetes, selbst Erübtes – reflektierte eigene Erfahrungen im Umgang mit einem Gegenstand, einem Thema oder Arbeitsfeld. Daran können andere auf eine gleichberechtigte Weise anknüpfen; es entsteht ein Dialog, in dem sich die Rollen von LeserInnen und AutorInnen vertauschen können. Auf dieser elementaren Ebene spielt es keine Rolle, ob man einer bestimmten Institution angehört oder nicht, ob man die Welt von rechts oder links, von oben oder unten anschaut. Daher verstehe ich die Drei als eine Zeitschrift aus Anthroposophie, in der man einen Kulturbegriff vorfindet, der den Menschen als eine freie geistige Individualität ernst nimmt. Aus dieser Haltung heraus möchte ich kulturrelevante Entwicklungen in Wissenschaft, Kunst und sozialem Leben begleiten sowie ›Zeichen der Bewusstseinseele‹ aufspüren und setzen.«

Stephan Stockmar, Redakteur’
Als laatste nog twee dingen in het Duits. Twee heel verschillende bijdragen. Twee heel verschillende wereldbeelden ook. Maar dat kan allemaal bij antroposofie. Het eerste is afkomstig van het ‘Atelier für Worte’ van Sophie Pannitschka. Op 17 april schreef zij ‘Ostern und der Gral. Zwischen Erinnerung und Gewissen’:
‘In den Vorträgen von Karl König, die jüngst unter dem Titel: “Paulus und der Gral. Der Weg des Gewissens” herausgegeben wurden, findet sich im 5. Vortrag: “Der Weg der Weisheit durch die Geschichte” ein Bild, dass das Osterfest mit bestimmten Persönlichkeiten, die in der Geistesgeschichte bekannt sind, verbindet. Die vier Ostertage, von Gründonnerstag bis Ostersonntag, werden mit Eingeweihten und Protagonisten aus dem “Parzival” von Wolfram von Eschenbach verbunden. Das Bild hat eine unmittelbar elektrisierende Wirkung auf mich.

Ich “verstehe” es (noch) nicht, kann es also nicht “erklären” – möchte es aber darstellen und dadurch in Bewegung bringen. Vielleicht laden die Ostertage von Gründonnerstag bis Ostersonntag dazu ein, sich in das vierfach lemniskatische Bild zu vertiefen und regen dazu an, Ahnungen, Gedanken und Erlebnisse damit auf diesem Blog zu teilen.

Karl König macht folgende Zuordnungen: Gründonnerstag – Titurel – Skythianos // Karfreitag – Trevrizent – Buddha // Ostersamstag – Anfortas – Zarathustra // Ostersonntag – Parzival – Manes. Über die jeweils letztgenannten Eingeweihten kann ich keine Aussagen machen, möchte sie aber, der Vollständigkeit halber, nennen. König schreibt über sie, “...die vier, die an jener Versammlung teilnahmen, die zur Offenbarung des Grals führte”. Innerhalb der Grals-Geschichte nehmen sie dann die genannten Namen der Gralsfamilie an.

Gründonnerstag und Titurel

Gründonnerstag ist der erste Feiertag vor Ostern, der auch der Weiße Donnerstag genannt wird, an dem still und leise geklagt wird. Er ist der Vorbote des österlichen Geschehens, das am Karfreitag zum Drama wird. Gründonnerstag ist der Tag des (unbewussten) Abschieds, an diesem Tag öffnet sich die Tür für den letzten Gang. Titurel ist der erste Gralskönig auf Erden, der den Gral hütet und beschützt. Titurel ist uralt, als Parzival ihn in der Gralsburg bei seinem ersten Aufenthalt sieht.

König schreibt: “Titurel ist der Hüter der Urweisheit, er ist derjenige, der das Grals-Schloss in 30 Jahren erbaut hat und der in diesem Schloss die gesamte Urweltweisheit der Menschheit wie in einem Schrein eingeschlossen hat. Titurel hat den Kelch vorbereitet.” Aber Titurel darf erst dann sterben, die Erde verlassen, wenn ein würdiger Nachfolger als Hüter des Grals gefunden ist. Titurel ist also ein Wartender, der darauf angewiesen ist, dass sein Urenkel Parzival “die” Frage stellt und somit sein Erbe antritt, das Sohn und Enkel nicht angemessen konnten.Titurel übt sich in Geduld.

Karfreitag und Trevrizent

Aber Parzival weiß nicht, wer er ist und was er zu tun hat. Am Karfreitag öffnet sich der Abgrund in zwei Richtungen. Auf der einen Seite stirbt Jesus am Kreuz. Auf der anderen Seite hat Titurel die Gralsherrschaft einst an seinen Sohn Frimutel abgegeben. Aber Frimutel ist zu früh verstorben und so musste einer von Frimutels fünf Kindern: Trevrizent, Herzeloyde, Schoysiane, Repanse de Schoye und Anfortas, die Gralsträgerschaft übernehmen. Anfortas wurde erwählt. Da er jedoch dem Minne-Gebot des Grals nicht gefolgt ist, ist er zum leidenden, siechenden, darniederliegenden König geworden, der unendliche Schmerzen erträgt und sein Gralsamt nicht ausführen kann.

Sein Bruder Trevrizent hat sich daraufhin entschlossen, Buße für ihn zu tun. Er hat sich in seine Klause zurückgezogen und lebt als Eremit im Wald. Und es ist ein Karfreitag, an dem Parzival nach viereinhalb Jahren des Umherirrens Trevrizent vor seiner Klause trifft. Trevrizent, der Wissende, “...ist derjenige, der weiß, dass die Erde zum Leib Christi geworden war; dass das Blut Christi die ganze Erde verwandelt hat” schreibt König. Trevrizent hat sein Leben dem Gralsgeschehen geopfert und belehrt Parzival über das, was er nicht weiß. Allerdings geht er nicht davon aus, dass Parzival Anfortas noch erlösen kann.Trevrizent übt sich in Treue.

Ostersamstag und Anfortas

Am Karsamstag oder am “Stillen Samstag”, wie es in Holland heißt, bleibt das Weltgeschehen einen Augenblick lang stehen, bereit, dem Ende entgegen zu gehen. Ostersamstag ist ein Tag der Einkehr vor der Wende, dem Schnittpunkt zur Auferstehung. Der Abgrund hat sich geöffnet und scheidet die christliche Welt von der nicht-christlichen. Wie weit reicht der Glaube, wird das Wunder der Auferstehung geschehen? Anfortas leidet an seiner Verletzung, aber er kann sein Amt nicht abgeben. Er hatte sich in den Minne-Dienst Orgeluses begeben, die ihm nicht bestimmt war, auf dem Gral war noch kein Name für Anfortas erschienen.

Der Schmerz ist unendlich, die Reue groß, aber nicht rückgängig zu machen, das Leid kann nur von einem anderen erlöst werden, auch Anfortas ist ein Wartender, Hoffender. Erst Parzival kann ihn erlösen. Anfortas weiß “dass die Macht des Blutes in ihrer alten Form sterben muss, und dass Krankheit und Tod die Erfahrungen sind, welche die Möglichkeit der Erneuerung schaffen”, sagt König. Anfortas übt sich in der Reue.

Ostersonntag und Parzival

Das Wunder geschieht, die Auferstehung findet statt – Christus überwindet den Tod! - die Fastenzeit wird beendet. Der höchste christliche Feiertag beginnt mit dem Friedenskuss. Die Menschen wenden sich einander zu, der Tod ist besiegt. Das Osterlicht erleuchtet schon in den frühen Morgenstunden die Welt, in die der Frieden einzieht. Parzival hat einen langen Weg hinter sich. Zweifel, Schuld und Gram haben ihn begleitet. Aber auch die Hinweise derjenigen, denen er begegnet ist.

“Parzival ist derjenige, der weiß, dass der Stein, der aus Luzifers Krone fiel, das Ich des Menschen ist – und er versucht zu vollenden, was Paulus gewusst hat: «Nicht ich, sondern der Christus in mir»“ schreibt König. Parzival überwindet nicht den Tod, sondern den Zweifel, die Verwirrung, die Unwissenheit. Parzival erringt sich sein Selbstverständnis aus der Erfahrung seines Weges, indem er Anfortas erlöst, kommt er bei sich selber an (und Sigune darf sterben) – er ist reif für die Krone, er ist geworden, was er werden konnte. Parzival übt sich in der Liebe.

Er wird der neue Hüter des Grals. Anfortas gesundet augenblicklich und zieht mit Feirefiz (der sich taufen lässt) und Repanse de Schoye, der Gralsträgerin, in den Osten nach Indien. Trevrizent staunt still ob des unbegreiflichen Geschehens und Titurel darf endlich, endlich sterben. König schreibt über die Wirklichkeit des Grals: “...es ist etwas, das im unserem Blut pulsiert und in unserem Herzen schlägt – zumindest wenn wir es wagen, Ostern als eines der Mysterien der gesamten Menschheit zu erleben.”

In den anderen Vorträgen schildert König die inneren Zusammenhänge zwischen Paulus und Parzival, die sich u.a. darin äußern, dass der Vergangenheitsstrom mit dem Mittel der Erinnerung und der Zukunftsstrom mit dem Mittel des Gewissens in Parzival aufeinandertreffen und ihn zu einem Vorreiter des modernen Menschen machen, der im Zeitalter der Bewusstseinsseele einen Weg zwischen Gut und Böse, zwischen Leben und Tod sucht und findet. Möge sich langsam verwirklichen: “Denn sie wissen, was sie tun”. In den nächsten Tagen wird nachzuspüren sein, was sich über die Ostertage diesbezüglich erahnen lässt.

Alle Zitate entstammen dem 5. Vortrag: “Der Weg der Weisheit durch die Geschichte”, 12. April 1962, S. 94-106, in: Karl König: Paulus und der Gral. Der Weg des Gewissens. Verlag Freies Geistesleben, 2014.’
Ik besluit met een thema waar ik de vorige keer in ‘Koningsdag’ op 26 april ook mee sloot: de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). En wel met dit boek, op 29 april gemeld op de website van Verlag Freies Geistesleben, van Markus Osterrieder, ‘Welt im Umbruch. Nationalitätenfrage, Ordnungspläne und Rudolf Steiners Haltung im Ersten Weltkrieg’, ‘Beschreibung’:
‘Nach 14-jähriger Forschungsarbeit vermittelt Osterrieder hier ein umfassendes Verständnis des Ersten Weltkriegs. Es ergeben sich ganz neue Zusammenhänge und Erkenntnisse zur Politik der beteiligten Kriegsmächte, zu ihren Motiven und geheimen Zielen. Ergänzt durch die scharfsichtigen Analysen Rudolf Steiners, zeigen sich die tieferen Ursachen des Ersten Weltkriegs in ihren tragischen und weitreichenden Konsequenzen.

Zu Recht gilt der Erste Weltkrieg als Urkatastrophe des 20. Jahrhunderts. In den Folgen der von ihm eingeleiteten Umbrüche lebt die Menschheit noch heute. Rudolf Steiner verglich diese Zäsur mit dem Untergang des Römischen Reiches; er wies darauf hin, dass durch den Krieg eine vollständige Zertrümmerung der menschheitlichen Vorstellungen und aller Kultur erfolgt sei, aber auch etwas ganz Neues seinen Anfang genommen habe. In der internationalen historischen Debatte sind in den letzten Jahren wichtige Neuinterpretationen erfolgt (etwa von Christopher Clark), die zeigen, dass die Verantwortlichkeit für den Ausbruch des Krieges nicht ohne starke Vereinfachungen und Verzerrungen auf ein einziges Land abgewälzt werden kann. Rudolf Steiner konstatierte bereits als Zeitgenosse ein viel umfassenderes Ursachengeflecht: von spirituellem und politischem Imperialismus über die Krisen im wissenschaftlichen Weltbild, die vorherrschende Wirtschaftsideologie, die ungelösten sozialen und nationalen Fragen bis hin zur grassierenden Neurasthenie, der Bewusstseinstrübung führender Persönlichkeiten, aber auch geistige Schicksalsfragen.

Zwei Themenbereiche werden anhand der Haltung Rudolf Steiners besonders erörtert: das ungelöste mitteleuropäische Nationalitätenproblem sowie die Weltordnungsvorstellungen, die z.T. kriegsauslösend waren oder erst während des Weltkriegs heraufzogen: Wie sollte die nächste Zukunft nicht nur der europäischen Menschheit gestaltet werden? In diesem Buch erschließen sich viele Hintergrundmotive der einzelnen Weltmächte, und es entsteht ein detailliertes Gesamtbild dieser dramatischen Zeit des Umbruchs.

► LESEPROBE:

(29.04.2014)

Produktinformation

ISBN-13: 978-3-7725-2600-8
Erscheinungsjahr: 2014
Auflage: 1
Extras: mit Schutzumschlag / mit 32-seitigem Bildteil
Einband: Gebunden
Seiten: 1754
Verlag: Freies Geistesleben

Inhaltsverzeichnis

1. Die Nationalitätenfrage in Mitteleuropa:

Vielvölkertum und Heimatlosigkeit
Von der Humanität zur Nationalität
Der Völkerfrühling in der Habsburgermonarchie
Im politischen Untergrund
Der Weg nach Sarajevo
Allianzen auf dem Weg in den Krieg

2. Das Ringen um eine Neue Weltordnung:

The English-speaking Idea
Das Ringen um Mitteleuropa
Rudolf Steiner zum Kriegsausbruch
Die Revolutionierung der Nationalitäten
Das Jahr 1917 und der Beginn der bipolaren Weltordnung
Der unvollendete Umbruch

Schluss:

Der Ruf nach der versunkenen Mitte.’
En vooral die ‘Leseprobe’ (ter plekke op de website in te zien) is natuurlijk uiterst interessant! En de prijs? Die is € 79.
.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code