Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

dinsdag 31 augustus 2010

Filosofie

Ik moet hoognodig weer eens over het Bernard Lievegoed Fonds berichten. Het is alweer een tijdje geleden dat ik het daarover en haar meest aan de weg timmerende loot, de Netwerkuniversiteit, heb gehad. Namelijk op 11 maart in ‘Hersens’, waarin het ging om de 17e Nieuwsbrief en het VU-symposium ‘Brein of Bewustzijn’ op 12 maart. Sindsdien zijn de nieuwsbrieven een beetje blijven steken en daarmee de informatievoorziening. Maar dat is deze zomermaanden weer voor een groot deel ingehaald. Alleen zijn er een paar nieuwsbrieven overgeslagen; men is verder gegaan met nr. 21. Dit staat er op de website nu vermeld onder het hoofdstuk ‘Nieuwsbrieven’:

‘Onderstaande – voor u nog relevante – nieuwsbrieven bevatten soms verwijzingen naar verslagen of bijlagen. Voorzover niet opgenomen onder Presentaties/NU verslagen zijn deze onder de betreffende nieuwsbrief opgenomen. Alle nieuwsbrieven en de genoemde toegevoegde bijlagen zijn als PDF te lezen of te downloaden.

Nieuwsbrief NU 24 - 12 juli 2010
Nieuwsbrief NU 23 - 28 mei 2010
Nieuwsbrief NU 22 - 12 mei 2010
Nieuwsbrief NU 21 - 7 april 2010

In die van 7 april staat onder meer (waarbij NU staat voor Netwerkuniversiteit):

‘Werkbijeenkomsten over “Filosofie van de Vrijheid” met Prof. Jaap Sijmons

Onze stelling is dat de filosofie van Rudolf Steiner voor de dagelijkse praktijk van zowel wetenschappers als leidinggevenden of beleidsmakers van grote waarde is. Vragen die zich daarbij opdringen: heeft de Filosofie van de Vrijheid een “wetenschappelijk” methodische aanpak? Zijn we met de Filosofie van de Vrijheid nog tijdgenoten?

Omdat deze vragen relevant zijn voor wie zich in zijn dagelijks leven door Rudolf Steiners antroposofie laat inspireren en de behoefte voelt om vanuit heldere grondslagen te werken, organiseert de Netwerkuniversiteit twee hieraan gewijde werkbijeenkomsten met NU-lid Jaap Sijmons. Jaap promoveerde kort na elkaar tweemaal: in 2006 op een onderwerp in het gezondheidsrecht (waarin hij ook een buitengewoon hoogleraarschap bekleedt) en in 2005 op de structuur en methode van de filosofie van Rudolf Steiner. Zijn dissertatie is uitgegeven onder de titel “Phänomenologie und Idealismus”.

Vrijdag 9 april is de eerste werkbijeenkomst in het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht, 19 november de tweede. Daaraan nemen 57 personen deel, onder wie 29 leden van de Netwerkuniversiteit. Een verheugend grote belangstelling!

De Werkbijeenkomsten zijn een coproductie van de NU en de Iona Stichting, die hiertoe het initiatief nam.’

Over Jaap Sijmons schreef ik op 15 december 2009 in ‘Zorgbouw’; een andere conferentie over Steiners boek ‘De filosofie van de vrijheid’ (op 13 november) waaraan ook Jaap Sijmons meedoet, stelde ik voor helemaal aan het einde van ‘Wet’ op 22 juli. Ga ik nu naar de pagina met ‘Presentaties en NU-verslagen’, vind ik daar ook dit:

‘Netwerkuniversiteit 9 april en 19 november 2010
“Werkbijeenkomsten met Jaap Sijmons over de Filosofie van de Vrijheid van Rudolf Steiner aan de hand van zijn dissertatie ‘Phänomenologie und Idealismus’”
Inleiding Jaap Sijmons “Methode en systeem in de filosofie van Rudolf Steiner?”’

Die inleiding bevat onder meer deze ‘Biografische opmerkingen’ (die in de eerste plaats Jaap Sijmons zelf betreffen, maar later ook Steiner):

‘Als student op de VH in Driebergen gekozen voor filosofie dankzij de inspirerende voordrachten van prof. Bernard Lievegoed. Helaas maakte Rudolf Steiner geen deel uit van het curriculum op de filosofische faculteit en waren zijn boeken niet/nauwelijks te vinden in de universiteitsbibliotheek. Waarom niet? Geen academisch respectabel filosoof? Deze vraag heeft Jaap Sijmons lang bezig gehouden en wordt uiteindelijk beantwoord in zijn dissertatie (2004).

Hoewel zijn filosofisch werk niet erg omvangrijk is (zeker in vergelijking tot het antroposofische werk), kunnen Rudolf Steiners filosofische publicaties geplaatst worden tegen de achtergrond van zijn tijd en het academisch milieu van het einde van de 19de eeuw. Niet alleen verdiende Rudolf Steiner er met reden de doctorstitel mee (aangevend dat zij op niveau waren; dissertatie paragraaf 2.10), meer nog, beargumenteerd kan worden dat hij ca 20 jaar op de discussie vooruitgreep (zie dissertatie, paragraaf 12.4). Daarvoor is wel nodig de methode en systematiek van het werk te bekijken en wel voorbij de eerste indrukken en de standpunten zoals die zich aanbieden. Vandaar de ondertitel van de dissertatie: een onderzoek naar structuur en methode in de filosofie van Rudolf Steiner.

Jaap Sijmons trof in zijn filosofiestudie twee leermeesters: prof. Karl Schuhmann, een uitstekende “scolar” in de geschiedenis van de moderne wijsbegeerte en fenomenoloog, en prof. Wim van Dooren, die zich men name had toegelegd op de geschiedenis en betekenis van de “dialectiek”. Het is wel “schicksalshaft” van beide ter voorbereiding te hebben geleerd over de beide stromingen: de The Phenomenological Mouvement (titel monografisch handboek van Herbert Spiegelberg, waaraan Karl Schuhmann had meegewerkt) en de dialectische beweging (zie Wim van Doorens, Dialectiek. Een historische en systematische inleiding). Zij vertegenwoordigen de twee basispolen van fenomenologie en idealisme (dialectiek) die in het werk van Rudolf Steiner terug te vinden zijn. Aan de dissertatie ging een gerichte studie van de filosofie van Kant tot in de 20ste eeuw vooraf als voorwaarde om academisch over het onderwerp te kunnen schrijven.

Systematiek en methode

Is er een canon aan filosofische methoden, waaraan die van Rudolf Steiner kan worden gemeten? Zo eenduidig is het beeld niet. Niet alleen wat betreft de filosofische methodiek in de 19de eeuw (en nog steeds niet, overigens), maar ook wat betreft de methodische opbouw van de filosofische teksten van Rudolf Steiner. De methode van wetenschap wordt door hem gedifferentieerd voor de vier natuurrijken (GA 2: Grundlinien einer Erkenntnistheorie der Goetheschen Weltanschauung, hoofdstukken E en F), die tenminste vier verschillende wetenschappelijke methoden vragen. De filosofische methode zit daar niet bij en blijft dan buiten beschouwing. Daarom is in de dissertatie de ontwikkeling van Rudolf Steiners filosofie historisch aangepakt. Gaandeweg ontvouwt zich hoe de filosofische methode een synthese is van de vier wetenschappelijke methoden, als de meest omvattende en meest intensieve denkwijze. Kenmerkend zijn daarmee de betrokkenheid op de “fenomenen” (van de kennis of het ethische/bewuste menselijke handelen) en de gedachtevorming in dialectische stappen naar een gestructureerd samenhangend inzicht.

Vandaar de karakteristiek van de fenomenologie en dialectiek als de twee pijlers in de methodiek: “Phänomenologie und Idealismus”.’

Hierna komt Rudolf Steiners filosofische biografie aan bod, maar dat kunt u ter plekke nalezen. – De nieuwsbrief van 12 mei heeft een aankondiging van een ander interessant NU-symposium, dat als een invitational conference binnen twee weken zal plaatsvinden. Het is altijd goed om hiervan te weten:

Symposium “Impulsen voor een toekomstige gezondheidszorg” vrijdag 10 september

Tweemaal per jaar organiseert de Netwerkuniversiteit bijeenkomsten waar ook anderen dan alleen leden deelnemen. Na het drukbezochte symposium, in maart bij de VU in Amsterdam, wordt op vrijdag 10 september a.s. (14.30-20.30 in Zeist) de conferentie “Impulsen voor een toekomstige gezondheidszorg” gehouden.

Het symposium wordt georganiseerd door de Netwerkuniversiteit samen met de Iona Stichting en Weleda Nederland BV. De opzet van dit symposium is om op basis van wetenschappelijke gezichtspunten het debat over de toekomst van de gezondheidszorg in Nederland in een breed en duurzamer kader te plaatsen. Naast korte voordrachten uitmondend in vijf concrete actiepunten van een aantal deskundigen, wordt veel ruimte gegeven aan discussie met de zaal. Voorjaar 2011 zal dan, bij gelegenheid van een groter symposium over integratieve geneeskunde, een bundel verschijnen waarin de bijdragen van de sprekers en de gezichtspunten vanuit de discussie zijn opgenomen. Ook anderen dan de leden en belangstellenden van de NU worden uitgenodigd. Op die wijze kan het symposium een ontmoeting worden van vertegenwoordigers van antroposofische geneeskunde met die uit de bredere stroom van de integratieve geneeskunde.

Medewerking hebben toegezegd: Erik Baars, arts-epidemioloog, lector antroposofische gezondheidszorg Hogeschool Leiden (invloed wetenschap op gezondheidszorg); Jaap Sijmons, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht UU (invloed gezondheidsrecht op de gezondheidszorg); Pim Blomaard, onderzoeker VU (integriteit in de zorg); Guus van der Bie, arts en Docent Complementaire Geneeskunde en Medical Humanities aan de RUteU (de invloed van onderwijs op de inrichting van de gezondheidszorg); Arie Bos, huisarts, onderzoeker, en huisartsopleider VU (de invloed van onderwijs op de inrichting van de gezondheidszorg); Peter Kooreman, hoogleraar gezondheidseconomie U Tilburg (de kosten van de gezondheidszorg); Jan van der Greef, hoogleraar analytische chemie U Leiden/TNO (de brug van de systeembiologie naar complementaire geneeswijzen); Albert Peters, longarts Tergooiziekenhuizen (zelfsturing patiënt vanuit multidisciplinaire aanpak); gevraagd: Kim Putters, hoogleraar management van instellingen in de gezondheidszorg Erasmus Universiteit, en lid 1e Kamer voor de PvdA (politiek en de zorg); vertegenwoordiger Big Move (van voorlichting naar realisatie).

Eind juni volgt de definitieve uitnodiging, waarin ook de aanmeldingsprocedure te vinden is.’

Tsjonge, daar zullen veel bekenden, ook die hier al dikwijls ter sprake zijn geweest, tegen zijn te komen! Op de pagina met ‘Netwerkuniversiteit’ wordt dan ook nog dit overzicht gegeven:

‘Momenteel zijn ruim 100 wetenschappers lid van de Netwerkuniversiteit, terwijl daarnaast ± 300 personen als belangstellenden te boek staan.

Wat sinds de start in 2008 gerealiseerd is:
– een eerste conferentie over de antroposofische onderzoeksmethode (30 mei 2008)
– een tweede conferenties over de antroposofische onderzoeksmethode (16 januari 2009)
– invitational conference voor wetenschappers, beleidsmakers en leidinggevenden uit het maatschappelijke veld n.a.v. de studie Gaia Logica van Prof.Dr. Kees Zoeteman (19 juni 2009)
– conferentie over de invloed van het darwinistische denken op de geneeskunde, biologie, economie en pedagogie (11 september 2009)
– twee boekpresentaties: “Dwarskijken op Darwin” van Jan Diek van Mansvelt op 9 oktober en “de Kunst van het Zorgen” van Karen Wuertz en Hans Reinders op 19 oktober 2009
– openbare conferentie “Brein & Bewustzijn” in samenwerking met VUconnected (12 maart 2010)
– werkbijeenkomsten met Prof.Dr. Jaap Sijmons op basis van zijn dissertatie Phänomenologie und Idealismus in het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht (9 april en 19 november 2010)
– maart en juni 2010: werkgroep vervolgonderzoeken op basis van de studie Gaia Logica van Prof.Dr. Kees Zoeteman
– invitational conference “Impulsen voor een toekomstige gezondheidszorg” (op vrijdag 10 september)
– behalve met Triodos Bank werd samenwerking opgebouwd met VUconnected, Iona Stichting, Weleda Nederland BV en met Antropia Cultuur- en Congrescentrum.’

maandag 30 augustus 2010

Schoolbegin

De scholen zijn weer begonnen! Nou ja, de meeste. De vakanties worden immers gespreid gehouden, ook in de zomer. Alleen de regio Zuid mag er nu nog een weekje van genieten. Hoe dan ook, de Vereniging van vrijescholen heeft de draad intussen alweer opgepakt. En hoe! Klaagde ik vroeger weleens over een gebrek aan informatie, heeft men dat op woensdag 18 augustus in één klap goedgemaakt. Op de nieuwspagina staat sindsdien namelijk ‘Het bestuur praat u even bij’:

‘In de eerste notitie waarin we schreven over de toekomst van de Vereniging van vrijescholen
(Vereniging), hebben we een perspectief voor de lange termijn geschetst. We zijn nu na drie jaar op het punt gekomen van keuzes. Keuzes over de plaats van de Vereniging tussen de scholen en samenhang met de organisaties voor kinderopvang. Keuzes over de positie tussen de andere organisaties rond de vrijescholen, zoals Hogeschool Helicon, Begeleidingsdienst voor vrijescholen, Antroposofische Vereniging in Nederland en de Pedagogische sectie, maar ook tussen organisaties buiten het vrijeschoolveld. Over die keuzes gaan we de komende periode met de leden spreken. Lees verder...’

Wat blijkt? Men heeft gewoon de informatievoorziening aan het bestuur en de schoolleiding van de vrijescholen openbaar gemaakt; dit is de achtste, gedateerd 27 juli:

‘De berichten van “Het bestuur praat U even bij...” behoren in een serie die we als bestuur schrijven vanaf onze benoeming, maart 2007.’

Een uitstekende zet! En waarom ook niet? Er staan toch geen dingen in die men in het algemeen niet zou mogen weten?

‘Onderstaande informatie geven we om u te laten zien wat vanuit onze bestuursvisie is en wordt gerealiseerd.’

Daarom geneer ik me ook niet om een groot deel van deze brief van zes kantjes over te nemen. Ik steek halverwege in, na het noemen van de voortgang van verschillende groepen, en ga door tot het einde. Bent u ook op de hoogte van allerlei zaken die hier al eerder op verschillende manieren aan de orde kwamen.

‘Algemene Ledenvergadering

Op 24 maart vond te Driebergen de eerste Algemene Ledenvergadering (ALV) van 2010 plaats. Van de 42 leden waren 17 aanwezig, zij vertegenwoordigden 156 van het totaal van 219 stemmen.

Deze ALV stond in het teken van de advies van de kristallisatiegroep, ingesteld in de ALV van december 2009, aan de Vereniging en de gevolgen van dit advies voor de regionalisering/bestuurlijke samenwerking, project identiteit en PR/communicatie. De kristallisatiegroep heeft een analyse gemaakt van de processen en projecten die door het bestuur de afgelopen jaren in gang zijn gezet, van de resultaten die zijn bereikt en van de processen en projecten die niet tot resultaat willen komen. Zij heeft in het licht van de continuering van het vrijeschoolonderwijs aangegeven voor welke keuzes de Vereniging nu staat. De Vereniging dient zich te richten op twee kerntaken, kwaliteit van scholen en dienend leiderschap op inspiratie, welke zijn uitgewerkt in adviezen op gebied van positionering, prioritering en structurering. De vergadering heeft het advies uitgebreid besproken, van kanttekeningen voorzien en aanvullingen gegeven. Het bestuur heeft van de leden instemming gekregen om op basis van dit advies te gaan handelen. Regionalisering, identiteit en PR/communicatie worden verderop in dit bericht besproken. Op de agenda stond ook de herverkiezing van het bestuur. Het bestuur is voor een tweede termijn van drie jaar verkozen. Voor uitgebreide informatie zie het verslag van deze ALV.

Bureau van de Vereniging

De personeelssamenstelling van het bureau van de Vereniging heeft inmiddels een aantal wijzigingen ondergaan. Per 1 juni heeft Pieter Verhage, coördinator ict-projecten, het bureau verlaten. Hij heeft aangegeven zijn bedrijf verder te willen ontwikkelen. Hij zal de Vereniging nog enige tijd ondersteunen tot dit gebied is ingevuld. Melania Korver is per 1 juli het bureau komen versterken in de functie van office manager. Tot haar taken hoort het secretariaat, op gebied van planning, structuur en vorm, tot een eenheid te brengen. Gerda van Heijst gaat de functie van ambtelijk secretaris vervullen, zij blijft de dagelijks verantwoordelijke voor het bureau.

Nog in te vullen blijft de functie pr/communicatie/website. We overwegen een proefproject te doorlopen waarbij we vanuit de praktijk de website laten beoordelen en ook kritisch kijken waar onze kansen in communicatie toenemen.

PR/communicatie en website/extranet

In de ALV van december 2009 is de besluitvorming om een nieuwe website in te richten uitgesteld en afhankelijk gemaakt van het advies van de werkgroep PR en communicatie. Deze werkgroep heeft in de ALV van maart 2010 haar advies gepresenteerd. Zij heeft allereerst een positioneringsstatement geformuleerd, waarin staat wat we bij de klanten over vrijescholen over het voetlicht willen brengen. Daaropvolgend zijn doel van de communicatie en doelgroepen vastgesteld en instrumenten benoemd. Op basis hiervan kan de website opnieuw worden ingericht en de functie communicatiemedewerker worden opgesteld. Het bestuur gaat dit nu uitwerken en komt in september met verdere invulling. Niet onvermeld mag blijven dat de werkgroep de Vereniging adviseert een naamsverandering van vrijescholen te overwegen.

Taskforce Zwakke Scholen

Schreven we in het vorige bericht nog over 12 zwakke vrijescholen. Inmiddels is dat aantal teruggebracht tot 3. Dat alles in een tijdbestek van een half jaar. De verwachting is dat in de tweede helft van het jaar alle zwakke scholen van de lijst gaat en dat ook het aantal zeer zwakke scholen, nu nog twee scholen, nogmaals halveert. Daarmee hebben de vrijescholen een niet geringe prestatie geleverd, waarvan melding wordt gedaan in het onderwijsverslag van het ministerie van OCW, De staat van het onderwijs, Onderwijsverslag 2008/2009 .

MichaëlConferentie

De MichaëlConferentie op 5 oktober a.s. wordt een bijzondere conferentie die afwijkt van de conferenties van afgelopen jaren. Bij de nieuwe opzet heeft het bestuur van de Vereniging van vrijescholen gekozen voor een nieuwe wijze van uitnodigen. De schoolleiders en leiding kinderopvang spelen straks een cruciale rol bij het tot stand komen van het deelnemersveld.

Op 5 oktober willen we de voortrekkers in het vrijeschoolonderwijs op de conferentie verenigen. De MichaëlConferentie wordt een ontmoetingsplatform voor maximaal 250 mensen. De dag moet eindigen met thema’s die door deelnemers aan de conferentie worden opgepakt, toegeëigend en in de loop van de tijd uitgewerkt. De MichaëlConferentie van 2010 is de opmaat van een ontwikkelingsproces met een spanningsboog van 10 jaar. We willen dan een grote conferentie voor 1000 mensen uit diverse maatschappelijke gebieden organiseren, waar het vrijeschoolonderwijs zich presenteert als een maatschappelijke factor van betekenis en waarbij het onderscheid t.o.v. het reguliere/overige onderwijs in al haar facetten zichtbaar wordt.

De uitnodigingsbrief is inmiddels aan de scholleiders en de leiding van deelnemers aan het platform kinderopvang verstuurd.

Project Kenniscentrum

Het positioneren van een kenniscentrum voor vrijeschoolonderwijs is een ingewikkelde vraagstelling. De kristallisatiegroep en het bestuur hebben geen eerste prioriteit toegekend aan dit project. Nodig voor verdere ontwikkeling van dit kenniscentrum zijn een nadrukkelijke saamhorigheid tussen de scholen, beeldvorming op de achtergrond en inhoud van het vrijschoolonderwijs en meer toegang tot het primair onderwijs en kinderopvang. Intussen wordt er gewerkt aan het verhelderen van voorwaarden om een kenniscentrum toekomstig te positioneren. Het APS is gevraagd haar visie in dezen te geven. Op verzoek van het bestuur heeft Tamara Čop een beperkt onderzoek op bestaande stukken uitgevoerd, wat geleid heeft tot een kort advies aan het bestuur. Ook is het kenniscentrum thema van overleg bij Helicon en de Begeleidingsdienst. In toenemende mate wordt zichtbaar dat in een samenhang van dusdanig kleine organisaties op antroposofische (educatieve) inspiratie samenwerking noodzakelijk is. Met onze internationale relatie, de European Council for Steiner Waldorf Education (ECSWE), wordt onderzocht waar samenwerkingsvormen mogelijk zijn en waar eventueel versnelde aansluiting gevonden kan worden.

Project Identiteit

In maart heeft Jan Alfrink, projectcoördinator Identiteit van vrijescholen fase 2, zijn conclusies en aanbevelingen gepresenteerd aan het bestuur. Het bestuur heeft deze overgenomen en voorgelegd aan de ALV van maart. De beschrijving van Wat is een vrijeschool, de opdracht voor fase 2, is niet tot stand gekomen. De projectcoördinator heeft in zijn gesprekken met belanghebbenden en in de regionale bijeenkomsten opnieuw kritiek ontmoet over procedure, afstemming en de vraag Wie is eigenaar? Hij heeft gezocht naar aanknopingspunten in de omgeving van scholen die het proces belemmeren. Zijn belangrijkste conclusie is dat borging, draagkracht en verantwoordelijkheid van scholen een belangrijke voorwaarden zijn voor afstemming en instemming over identiteit. Een goede schoolorganisatie is de basis voor het kunnen gaan werken aan identiteit, daar geeft hij aanbevelingen voor. In de ALV was begrip voor de conclusies en aanbevelingen maar ook ongeduld met name van VO-scholen die met ongeduld op dit op dit stuk zitten te wachten. Het moet toch mogelijk zijn dat in 2 A4tjes de identiteit wordt beschreven? klonk in de vergadering. Waarop is voorgesteld dat de platforms KO, PO en VO dit dan op korte termijn gaan uitwerken. Zij zijn deze uitdaging inmiddels aangegaan. De vragen, zie projectbeschrijving, voor te leggen aan de colleges en NOP, ouders/MR, schoolleiding, besturen van vrijescholen, en organisaties voor kinderopvang worden voorbereid en in fase drie rondgestuurd en om antwoord gevraagd.

Project 2010 (VO)

Project 2010 gaat haar laatste fase in. Het is in 2008 als een driejarig project gestart als vervolg op Project 2000. Project 2000 heeft zich vooral gericht op de omvorming naar scholengemeenschappen met vwo-havo-vmbo-t licentie. Bij Project 2010 gaat het om een kwaliteitsslag, om vernieuwing van leerplaninhouden en van onderwijskundige samenwerkingsvormen (met behoud van de nu gerealiseerde omvorming). Waarmee we een antwoord willen formuleren op de vragen van leerlingen in deze tijd.

In maart heeft een tweede bijeenkomst plaats gevonden met de projectleiders, het was een werkmiddag waar de nadruk lag op de afronding van het project. Centraal stonden de vragen: Wat waren de sterke en zwakke kanten in je project op school? Is het overdraagbaar? Hoe gaat het eindrapport eruit zien? Door elkaar kritische vragen te stellen over wat we in het eindrapport graag zouden willen lezen, ontstond er een open en werkzame sfeer. De middag heeft opgeleverd dat duidelijker is wat er in de eindrapportage moet komen te staan, ook om de projecten overdraagbaar te maken, één van de doelstellingen van het project. De eindrapportage zal in december worden afgerond.

Taskforce regionalisering/bestuurlijke samenwerking

In de ALV van maart is het advies van Ewout Cassee aan het bestuur over de volgende fase in de bestuurlijke samenwerking besproken. Daarin staat een stappenplan om het proces van samenwerking dat steeds stokt een juiste impuls te geven. Het uitgangspunt is van onderop te beginnen, vanuit de idee van samenwerking en niet met fusie als vertrekpunt. De Vereniging heeft in dit proces een stimulerende en faciliterende rol. De inbreng van Begeleidingsdienst van vrijescholen en Centrale Administratie wordt tot nu toe gemist. Het bestuur is na instemming in de ALV aan de slag gegaan met de uitwerking. De scholen zijn ingedeeld in vijf regio’s, per regio is geïnventariseerd welke clusters dan wel eenpitters er zijn, waar welke processen lopen, en waar de eerste stappen nog moeten worden gezet. Om het proces de nodige snelheid te geven komt er voor iedere regio een coördinator met opdracht die afgestemd is op de stand van zaken. Het beleid is dat in iedere regio binnen een tijdsbestek van een jaar samenwerking tot stand is gekomen. In Midden Nederland en Haarlem e.o. heeft dit inmiddels tot eerste afstemming geleid. In Midden Nederland zal begin september de coördinator aan het werk gaan. (...)

Ten slotte

Het bovenstaande laat zien dat de Vereniging op vele gebieden aan het werk is, dat veel personen, bestuur, coördinatoren, bestuursleden van scholen, schoolleiders, leraren en externen een groot aantal thema’s hebben opgepakt. De Vereniging heeft zich de afgelopen jaren ontworsteld aan het beeld van een organisatie waarin een duidelijke afstand beleefbaar werd tussen leden en bestuur, zeker in de ALV. We groeien naar een organisatie waar mensen die op allerlei niveaus in en rondom het vrijeschoolonderwijs en de pedagogiek vanuit de antroposofie werkzaam zijn, weer betekenis aan het verenigen willen geven. We willen in gesprek blijven, werken aan kwaliteit van scholen en identiteit van het onderwijs, aan de twee kerntaken die de Vereniging zich heeft gesteld.

Vooral samenwerken in regio’s, tussen alle werkgebieden vraagt om een gemeenschappelijke inspanning. We roepen een ieder op te ondersteunen in het perspectief van inhoud en strategie om te komen tot goed georganiseerd en sterk vrijeschoolonderwijs en kinderopvang.

Het bestuur van de Vereniging van vrijescholen
Christianne Verbraeken
Frans Ebskamp
Leo Stronks’

zondag 29 augustus 2010

Kinderbehandelcentrum

Het wordt hoog tijd weer eens aandacht aan het Kindertherapeuticum in Zeist te besteden. Want tsjonge, wat is dat lang geleden dat dat hier voor het laatst expliciet gebeurde: op 27 november 2008 in ‘Kinderen’. Nu staat sinds enkele weken op de website van het Kindertherapeuticum de laatste nieuwsbrief, van augustus 2010, dus dat is een mooie aanleiding:

‘Met deze 26ste Nieuwsbrief willen we onze verwijzers, Vrienden en andere betrokkenen bij het Kindertherapeuticum op de hoogte houden van ons wel en wee. Twee nieuwe medewerkers worden geïntroduceerd. We laten u iets horen over het Jaarverslag 2009, de verschillende cursussen en over onze Vrienden. Vrijdag 17 september 2010 wordt een bijzondere dag. U kunt verderop lezen waarom. U kunt besluiten om erbij te zijn!’

Over het jaarverslag wordt verderop vermeld:

‘Het jaarverslag 2009 is klaar. U kunt het op de website inzien. We hebben een goed jaar gehad. We noemen het een consolidatiejaar. Na de verhuizing in 2008 hadden we even een dip in de aanmeldingen, we denken doordat mensen uit Utrecht slecht naar Zeist kwamen. Intussen is die dip helemaal voorbij. Niet alleen komen er aanmeldingen uit Zeist en uit Amersfoort en omgeving, ook Utrecht “trekt weer aan”. Het blijkt dat we in het verslagjaar evenveel nieuwe patiënten/cliënten hebben gezien, als in 2008. Het aantal behandelingen is flink toegenomen.’

Het jaarverslag is makkelijk op de website bereikbaar: ‘Download Jaarverslag (pdf-bestand)’. Dan kom je meteen als inleiding dit te weten:

‘Het Kindertherapeuticum is een tweedelijns-instelling in de gezondheidszorg, waar reguliere kindergeneeskunde, kinder- en jeugdpsychiatrie en orthopedagogie samengaan met antroposofische kindergeneeskunde, kinder- en jeugdpsychiatrie, orthopedagogie en meerdere antroposofische therapierichtingen. Dit maakt integratie van zowel diagnostiek als behandeling mogelijk van problemen op het gebied van ziekte, constitutie en ontwikkeling.

Het Kindertherapeuticum is ontstaan uit de ervaring dat de antroposofische kijk op kinderen een goed uitgangspunt is voor alle aspecten van cure en care. Het mensbeeld van de antroposofie geeft de achtergrond om kinderen met een ziekte en/of een vraag over hun ontwikkeling en gedrag geïntegreerd te onderzoeken en te behandelen. Deze vorm van holistische kindergeneeskunde is uniek in Nederland en is in het Kindertherapeuticum ontwikkeld.

In oktober 1996 is het Kindertherapeuticum van start gegaan. We begonnen als voornamelijk kindergeneeskundig georiënteerde instelling. Door de komst van de pedagogische stroom in 2001 en de psychiatrische stroom in 2003 zijn de mogelijkheden van het Kindertherapeuticum verder uitgebreid.

De multidisciplinaire diagnostiek en behandeling van het kind zijn het kenmerk van het Kindertherapeuticum. We streven ernaar om de wachttijd kort te houden: maximaal vier weken. In de meerderheid van de gevallen lukt het om diagnostiek en advies af te ronden binnen acht weken na de schriftelijke aanmelding.

Het streven van het Kindertherapeuticum is erop gericht geweest om aansluiting te zoeken bij een bestaand ziekenhuis. Het zou de mogelijkheid geven om kinderen ook in acute situaties te behandelen. In 2002 is duidelijk geworden dat deze optie vooralsnog vervalt. Daarop is gekozen voor het verkrijgen van de status van een Zelfstandig Behandel Centrum (ZBC). Die is eind 2003 verworven, in 2005 geëffectueerd, maar nooit feitelijk gebruikt. Vanaf 2006 zijn vrij gevestigde specialisten voor de wet gelijkgesteld met de ZBC’s en privé klinieken. Een aparte vergunning als ZBC was voor de medisch specialisten niet meer nodig. In 2006 hebben de medewerkers van het Kindertherapeuticum besloten om de exploitatie voor gezamenlijke rekening te nemen. Daartoe hebben ze een kostenmaatschap opgericht. Deze heeft in 2007 proefgedraaid en werd in 2008 effectief. De kinderartsenpraktijk als beheerder en financierder van het initiatief is geleidelijk aan vervangen door een gemeenschappelijke financiële verantwoordelijkheid.’

In dit jaarverslag van twintig bladzijden wordt bijzonder helder en duidelijk beschreven hoe het er met het Kindertherapeuticum voorstaat. Een aanrader om te lezen!

Overigens wordt er nog altijd een tweede kinderarts gezocht. De vacature van najaar 2009 staat er nog steeds:

‘Het Kindertherapeuticum in Zeist zoekt een tweede kinderarts voor twee-drie dagen per week.

Als je jong genoeg bent om je ideeën te verruimen of oud genoeg om de relativiteit van je ideeën in te zien.

Als je behoefte hebt om je werk te verbreden en te verdiepen, als je van mening bent dat Practice Based Evidence onderdeel is van Evidence Based Medicine.

Als je wilt werken vanuit een holistische visie, voor cliënten die in het reguliere circuit niet verder komen of kiezen voor een bredere aanpak.

Neem contact op met kinderarts Edmond Schoorel van het Kindertherapeuticum.’

Waarvan akte!

zaterdag 28 augustus 2010

Biogold

Het Odinieuws van gisteren had ‘Demeter-aardappels van eigen bodem’:

‘De komende weken heeft Odin voor u in de aanbieding: nieuwe oogst aardappels van eigen bodem met Demeter-keurmerk! De aardappels zijn verpakt per 2 kilo. Leo en Mieke de Visser leveren voor deze aanbieding aardappels van het ras Biogold. Deze smaakvolle, bijna ronde aardappel met een gladde huid is een kruimig kokende aardappel en speciaal ontwikkeld voor de biologische en biologisch-dynamische landbouw.

Aardappelziekte

Ruim 30 jaar geleden zijn Leo en Mieke hun bedrijf opgestart. Destijds begonnen vanuit idealen en stevige principes: voor een gezonde manier van land bewerken en tegen het gebruik van gif en kunstmest.

Leo en Mieke zijn gevestigd met het gemengde bedrijf in Ritthem, het westelijke puntje van het eiland Walcheren. Dit deel van Nederland heeft de afgelopen weken de meeste zonuren van het land gehad. Met dit droge weer, aldus Leo, is het niet moeilijk om met aardappels te werken! Op zijn tijd hebben ze een Hollandse bui wel nodig, dat zeker. Maar droogte voorkomt dat de Phytophthora infestans ofwel de aardappelziekte kans ziet toe te slaan. Deze beruchte aardappelziekte, die het beste gedijt in vochtige aarde of een vochtige plant, heeft bij de Biogold aardappel nog minder kans zich te ontwikkelen door het staande loof. Misschien denkt u nu van “?????”, maar het nut van staand loof is eenvoudig uit te leggen: staand loof droogt na een regenbui sneller op en omdat het loof niet op de aarde ligt, droogt de aarde ook sneller. Door het sneller drogen van de plant en de aarde is de kans op de aardappelziekte ook weer kleiner. Ook hier geldt dat voorkomen beter is dan genezen en dat is nog belangrijker voor de biologische en biologisch-dynamische landbouw, aangezien daar geen bestrijdingsmiddelen bij worden gebruikt.

Werken met trekpaarden

12 Hectare beslaat het bedrijf. Een “klein” bedrijf in vergelijking met vele andere landbouwbedrijven maar, aldus Leo, groot genoeg voor ons. Naast de smaakvolle aardappels leveren Leo en Mieke ook pompoen, groene kool, pastinaak en knolselderij aan Odin. Deze producten worden voor 80% bemest met “de productie” van het eigen vee: paarden, koeien en kippen. De rest van de benodigde biologische mest kopen zij elders.

Een bijzonder punt waar het bedrijf zich mee onderscheidt, is het werken met trekpaarden, maar liefst 6 van deze stevige dieren zijn “in dienst”. Het poten van de aardappels gebeurt met de trekker, maar alle overige werkzaamheden rondom de aardappels gebeurt met de paarden: de grond bewerken, het ploegen, mesten, het vrijhouden van onkruid etc. Naar de overtuiging van Leo en Mieke past het werken met paarden bij de biologische en bd-landbouw. De grond wordt niet voortdurend in verdrukking gebracht door zware werktuigen. Juist het werken met de paarden komt de vitaliteit en kwaliteit van de grond ten goede.

Gaat u komende tijd nog naar het “zonovergoten eiland” Walcheren? Op vrijdag kunt u terecht in de boerderijwinkel van Leo en Mieke. De winkel is open van 10 tot 12 uur en van 13.30 tot 17.30 uur en te vinden aan de Zandweg 54A in Ritthem.’

Vorige week had het Odinieuws ook een mooie bijdrage, over de Open-doe-dag op Warmonderhof’, over twee weken, op zaterdag 12 september van 11.00 tot 16.00 uur:

‘Op zaterdag 12 september a.s. bent u van harte welkom op de jaarlijkse open-doe-dag van de vier biologisch-dynamische bedrijven van de Warmonderhof Opleiding in Dronten. Een mooie gelegenheid om een kijkje te nemen op deze vier mooie bedrijven, maar ook om de sfeer van deze bijzondere opleiding voor biologisch-dynamische land- en tuinbouw goed te ervaren. Warmonderhof is namelijk niet zomaar een opleiding. Bij Warmonderhof is alles te vinden. Door de opleiding van jonge mensen tot bd-boer, is het noodzakelijk dat de studenten ervaring opdoen met alles wat er op een modern bd-landbouwbedrijf aan de orde is. Dat is nogal veel, omdat een volwaardig bd-bedrijf een gemengd bedrijf voert. Op de open-doe-dag kunt u daarmee kennismaken. Akkerbouw, tuinbouw, veeteelt en fruitteelt vormen een samenhangend geheel van het bedrijfsorganisme. Toch is het niet zoals het vroeger was, maar meer zoals het later worden moet. Moderne landbouw, die juist als geen andere landbouwmethode in staat is om de wereld te voeden.

Koeien aaien en trekker rijden

De open-doe-dag biedt voor elk wat wils. U kunt ronddwalen op het bedrijf, dat in totaal 85ha groot is, maar u kunt ook een kijkje nemen in het nieuwe schoolgebouw, in de kas of in de koeienstal. U kunt koeien aaien en met kalveren stoeien. Maar ook pompoenen en wortelen oogsten, meerijden op de paardenkar of zelf rijden op de trekker. U kunt een rondrit maken over het bedrijf, aardappelen, groente en fruit kopen voor thuis en luisteren naar muziek. Maar uiteraard kunt u de goede smaak van de producten ook proeven. En misschien vindt u het wel leuk om met mensen in gesprek te komen over de bd-landbouw of over de mogelijkheden die de opleiding te bieden heeft.

Bent u nieuwsgierig geworden en heeft u zin om te gaan? Via www.warmonderhof.com vindt u meer informatie over de dag, de opleiding en de route om er te komen. Zaterdag 12 september van 11.00-16.00 uur, Wisentweg 12, 8251PC Dronten. Zet het alvast in uw agenda!’

Er is in het Odinieuws een mooie foto bijgevoegd, die ook via de link is te zien. Dan volgt nog een aankondiging van weer een week later:

‘Wie wordt de Held van de Smaak 2010?

Van 19 tot en 26 september is het weer de Week van de Smaak. Elk jaar wordt er dan ook een Held van de Smaak gekozen. Dat is iemand die zich bijzonder verdienstelijk maakt voor de ontwikkeling of het behoud van lekkere, ambachtelijke, natuurzuivere en streekgebonden producten. Een voorloper op zijn of haar vakgebied, een pionier in de sector. Vaak treden de helden op de voorgrond, maar even zo vaak werken ze achter de schermen aan mooie en smaakvolle producten; bij voorkeur seizoensgebonden en in ieder geval verantwoord geproduceerd. Dit jaar gaat het bij de nationale smaakheldenverkiezing om fruittelers of fruitverwerkers. In juni zijn de provinciale winaars gekozen die doorgaan naar de landelijke finale. Onder hen onder andere Wil Sturkenboom van de Warmonderhofboomgaard in Dronten. Op www.weekvandesmaak.nl vindt u meer informatie over hem en de andere 11 interessante provinciale Helden. Op de site kunt u bovendien tot 15 september uw stem uitbrengen op uw eigen favoriet voor de publieksprijs 2010.’

vrijdag 27 augustus 2010

Esoterie anders

Ik heb weer eens wat. Het heeft te maken met enerzijds Lorenzo Ravagli (die ik op 26 juli nader voorstelde in ‘Uitgeven’) en anderzijds Robin Schmidt (wiens boek over Steiner en de theosofen op 3 augustus in ‘Theosofie’ aan bod kwam). U merkt het al, dit wordt weer een heel Duitse aangelegenheid. Het kwam zo: ik stuitte eerst op de website van Lorenzo Ravagli op een bijdrage van hem van vorige week woensdag, dat was 18 augustus, met de titel ‘Von der gnostischen Philosophie zur christlichen Mystik – Über die Ursprünge der Anthroposophie. Geschrieben von Lorenzo Ravagli in Esoterikforschung’. Dit laatste is het label waaronder hij deze tekst schaart.

Trouwens, nu dit begrip ‘Esoterikforschung’ toch langs komt zetten, even een zijpad. Ik kom er ook op, omdat John Wervenbos vannacht een reactie plaatste op ‘Riemeck’ van gisteren, waarin hij schrijft, zich tot mij richtend:

‘Zie dat er ook van jou een stuk op de site van Michael Eggert is geplaatst: Anmerkungen zur Rudolf Steiners Gottesbegriff.’

Ja, er zijn er twee. Er is er ook nog eentje naar aanleiding van het verschijnen van ‘Esoterische scholing’ in het Nederlands, geplaatst op 7 december 2008, ‘Neue Ausgabe über Rudolf Steiners esoterische Schulung in niederländischer Sprache’. Daarin probeer ik aan een Duits lezerspubliek uit te leggen wat er zo bijzonder aan deze uitgave is. De tekst echter die John Wervenbos noemt is ontstaan uit een correspondentie eerder met Michael Eggert, die deze tot een artikel had samengesteld en op 18 augustus 2007 publiceerde onder de titel ‘Ist Gott ein Konstrukt?’ Hij schreef daarbij toelichtend:

‘Einige Anmerkungen zu Rudolf Steiners Gottesbegriff von Michel Gastkemper. Es geht dabei um die Entwicklung von Steiners Vorstellungen in einigen Textvergleichen von frühen und späteren Ausgaben aus “Das Christentum als mystische Tatsache”. Der Artikel versteht sich als eine Arbeit zu dem Thema “Gott als menschliches Konstrukt”, das in letzter Zeit in anthroposophischen Blogs aufkam.’

Het was een povere poging van mij om te laten zien dat Steiner nog meer heeft veranderd in de oorspronkelijke uitgave van ‘De christelijke inwijding en de mysteriën van de oudheid’ uit 1902 dan Christoph Lindenberg al aangeeft in zijn geruchtmakende boek ‘Individualismus und offenbare Religion. Rudolf Steiners Zugang zum Christentum’ uit 1970, waarvan een ‘erweiterte Neuausgabe’ verscheen in 1995 bij Verlag Freies Geistesleben in Stuttgart. Lindenberg vergeleek namelijk alleen de uitgaven van 1902 en 1910 met elkaar en wat Steiner daarin veranderd had, maar niet deze met de opnieuw herziene herdruk uit 1921. Alsof hij helemaal niet in de gaten heeft gehad dat Steiner daar nogmaals met zijn tekst bezig is geweest. Weliswaar in geringere mate, maar niettemin essentieel naar mijn idee. Meer heb ik daarna echter niet meer met dit onderwerp gedaan.

In die tijd was ik dus nogal actief op de ‘Egoisten’ van Michael Eggert, daarbij in mijn beste Duits proberend een steentje aan diverse discussies bij te dragen (vooral die over Friedrich Benesch). Dat was voordat ik mijn eigen weblog begon, in mei 2008. Die heeft de plaats van mijn deelname daar volledig ingenomen.

Een bijzonderheid is nog mijn actieve participatie aan een door Michael Eggert opgezette en als gezamenlijk project bedoelde website, mogelijk geworden dankzij een nieuw dienst, Google Communities: ‘Egocomm’. Die is maar kort actief in de lucht (op internet) geweest, want bijna de enigen die er iets mee probeerden, waren Michael en ik. Terwijl ik natuurlijk de handicap had in het Duits te moeten schrijven – wat ik eigenlijk een crime vind, want niet in je moedertaal schrijven is echt een onding voor mij. Maar ja, ik moest wel, en dan probeer je dat gewoon, rekenend op de welwillendheid van de lezer.

Het is wel leuk om daar nog eens op terug te kijken. Ook in verband met het thema van vandaag, waar Lorenzo Ravagli en Robin Schmidt exponenten van zijn. Egocomm was gewoon een experiment, een en ander proberend, dat snel daarna weer verlaten werd. Maar het staat nog steeds op internet. Zo had ik daar ook een soort eigen pagina. Met daarop deze ‘Untergeordnete Seiten (4)’, die ik als volgt aanduidde:

‘Ich habe neue Subpages kreiert mit folgenden Themen:
Esoterikforschung, geschrieben am 11. August 2008,
Esoterische Hinweise, geschrieben am 17. August 2008,
Esoterische Religiosität, geschrieben am 30. August 2008, und
Antoine Faivre und Esoterikforschung, geschrieben am 7. September 2008.’

Het stelt allemaal niet zo bijster veel voor, het ging voornamelijk om Duitstalige literatuur die mij interesseerde in verband met de voorbereiding van het boek ‘Esoterische scholing’, waar ik het in het begin over had. Overigens literatuur waar ik in dat verband en op dat moment concreet nog niet veel mee kon doen, helaas. Maar deze thematiek van vrijwel exact twee jaar geleden komt vandaag weer terug. Let maar eens op.

Daarvoor keer ik weer terug naar ‘Von der gnostischen Philosophie zur christlichen Mystik – Über die Ursprünge der Anthroposophie’ van Lorenzo Ravagli van 18 augustus:

‘The following investigation is methodologically based upon what Arthur Versluis calls »empathical empiricism« (Versluis, 2002). The hermeneutic of esotericism – as any hermeneutic worth its name – requests a kind of participatory scientific research which, though avoiding unmitigated identification with the subject, has to walk with it as far as possible. To understand doesn’t mean to identify, but without at least an experimental identification, understanding is severely limited or even impossible. Read from this point of view, the work of Rudolf Steiner proves itself deeply rooted in a christian gnostic theosophy, represented by such esotericists like Eckhart, Tauler and Boehme. This is true not only of the »theosophical« writings of Steiner in a narrower sense, but, as the author emphasizes, also of his »philosophical« writings. The latter, published before 1900, lay the gnoseological foundation of the so called Anthroposophy, which emerged under the »schechina« of Adyar-Theosophy in the first decade of the 20th century.

Rudolf Steiner, der spätere Theosoph und Begründer der Anthroposophie, stand vor 1900, als er sich der Adyar-Theosophie zuzuwenden begann, in einer gnostisch-theosophischen Denkströmung, die ihre Wurzeln in der christlichen Theosophie Jakob Boehmes hatte und über die Philosophen des deutschen Idealismus und das Werk Goethes zu seiner Kenntnis gelangte. Nicht weniger bedeutsam dürfte der Einfluss der paracelsischen Naturphilosophie mit ihrer Signaturenlehre auf ihn gewesen sein, der er in Gestalt des »Dürrkräutlers« Felix Kogutzki in persona begegnete.

In seinem frühesten bekannten Brief bezieht sich der 19jährige auf F.W.J. Schellings »intellektuelle Anschauung« und spricht dem Menschen die Fähigkeit zu, das »im reinen Selbst das Ewige anzuschauen«. Man kann diesen Brief vom 13. Januar 1881 als das biografische Zeugnis einer mystischen Erfahrung betrachten. Diese Briefstelle ist ein Hinweis auf jene Quellen der späteren Anthroposophie, die bereits für die Entfaltung des philosophischen Weltbildes des jungen Steiner eine Rolle spielen. Steiner beschreibt sein »nächtliches Erlebnis«, in der klassischen Form einer Illumination.

Bereits 1879 hatte er versucht, Fichtes Wissenschaftslehre im Hinblick auf seine spirituellen Erfahrungen umzuschreiben. In dieser Zeit begegnete er nach eigener Aussage seinem spirituellen »Meister«. Der »Meister« habe damals an Steiners Beschäftigung mit Fichte angeknüpft, um »methodische Fragen« der spirituellen Erkenntnis zu erörtern. In den Gesprächen mit diesem unbekannten »Meister«, bei dem es sich nicht zwingend um eine physische Person handeln muss, wurde, wie er später berichtete, vieles von dem veranlagt, was 1910 in seiner Geheimwissenschaft im Umriß, dem Entwurf einer »Anthroposophie als eines Ganzen« seinen Ausdruck fand. Fichtes »Wissenschaftslehre«, die die geistige Essenz der Welt – ebenso wie die Natur oder das »Nicht-Ich« –, aus »Thathandlungen« des (transzendentalen) »Ich« hervorgehen lässt, trägt Spuren kabbalistischen Denkens in sich. Sie enthält sowohl eine kosmologisch-schöpfungstheoretische, als auch eine gnoseologisch-epistemologische Dimension. Die Gnoseologie ist die wahre Ontologie. Aber nicht nur das Sein des Seienden, sondern auch sein Werden ist in den Strukturen der »Thathandlungen« des absoluten Ich enthalten. Wenn das Ich im Ich sich selbst ein Nicht-Ich entgegensetzt, dann lebt in Fichtes Philosophie eine abstrakte Erinnerung an das »Zimzum« fort. Die Schöpfungslehre der Geheimwissenschaft im Umriß ist in Reflexionen über gnostisches Wissen verankert, das dem Menschen aufgrund eines Initiationsweges zugänglich ist, der zur Transformation seiner Seele, zur »geistigen Wiedergeburt« führt. Der Gnostiker findet »in sich« den gesamten Schöpfungsprozess: Da der Mensch ein Bild Gottes ist, trägt er die geistigen Bilder des Schöpfungshandelns in sich. Die Hierarchienwelt als »causa instrumentalis« des trinitarischen Zeugens durch das Wort (»Logos«), liegt nicht außerhalb des Menschen, sondern wird von seinem erweiterten Bewusstsein umfasst, in dem das Wort ebenfalls ertönt. Zugleich aber ist sich der Gnostiker der Tatsache bewusst, dass sein eigenes erkennendes Bewusstsein von dem umfasst wird, was es erkennt.

Der erste Teil dieses Essays ist im August 2010 in der Zeitschrift GNOSTIKA erschienen.’

We gaan meteen door naar ‘Philosophische Esoterik’ dat Lorenzo Ravagli gisteren op zijn website en weblog plaatste (die twee zijn direct aan elkaar gekoppeld); een recensie van Robin Schmidts nieuwste boek:

‘Ein verbreitetes Vorurteil über Rudolf Steiner und die »Theosophie« räumt Robin Schmidt in einer kleinen, aber inhaltsreichen Studie beiseite. Das Vorurteil besteht in der Annahme, Steiner habe vor 1900 weder mit »Theosophie« noch mit Esoterik etwas anfangen können und kaum mehr als oberflächliche Kenntnisse beider besessen.

Dass das Gegenteil der Fall war, zeigt der Autor in seiner quellengesättigten Studie, die sich mit der Geschichte der »Theosophie« (gemeint ist die von H.P. Blavatsky ausgegangene spirituelle Bewegung) im deutschen Sprachraum und Rudolf Steiners Auseinandersetzung mit dieser Bewegung vor 1900 beschäftigt. Die Studie ist Teil einer umfassenderen Untersuchung zur Geschichte der Anthroposophie. Sie wurde aber aufgrund der Veröffentlichung von Helmut Zanders Zettelkästen vorab publiziert, – nicht zuletzt, um dessen gravierenden Fehlurteilen die historischen Tatsachen entgegenzusetzen. Sie befasst sich mit der Entstehung der Blavatsky-Theosophie aus der Abgrenzung gegen den Spiritismus, der Ende des 19. Jahrhunderts Züge einer Volksreligion angenommen hatte, mit der Geschichte der Theosophischen Gesellschaft und den in ihr geführten Richtungskämpfen, den Auseinandersetzungen und Spaltungen nach dem Tod der überragenden Gründerin und den verschiedenen theosophischen Gruppierungen nach 1900, in deren Dickicht sie etwas Licht bringt. Sie befasst sich auch mit Steiners Zugang zur Theosophie in der Zeit zwischen 1885 und 1890, seinem Begriff der Esoterik, der bereits in den 1890er Jahren deutlich ausgebildet war und schließlich mit den langwierigen Auseinandersetzungen um die Gründung einer Deutschen Sektion und die Wahl Rudolf Steiners zum Generalsekretär. Damit umfasst sie einen Zeitrahmen von nahezu 60 Jahren, der souverän auf einige Kernmotive reduziert wird.

Schmidt gelingt es nicht nur, einige Hauptfiguren des geistesgeschichtlichen Dramas, das den Titel »Theosophie« trägt, mit wenigen Pinselstrichen zu porträtieren, er arbeitet auch, im wohl spannendsten Kapitel, den Begriff der Esoterik heraus, den Steiner bereits vor 1900 entwickelt hatte. Der Boden, auf dem dieser Begriff stand, war philosophischer Natur. Bereits Hegel hatte von einer philosophischen Esoterik gesprochen: »Philosophie ist die esoterische Betrachtung Gottes und der Wahrheit.« Damit meinte er eine voraussetzungslose Entwicklung von Begriffen, durch die sich die dem bloßen Verstand verschleierte Wahrheit von selbst enthüllen sollte. In diesem Sinne entwickelte auch Steiner einen voraussetzungslosen Esoterikbegriff, der allerdings – im Gegensatz zur esoterischen Philosophie Hegels – das erkennende Subjekt in den Mittelpunkt stellte. Nach Schmidts Auffassung enthielt Steiners Esoterikbegriff fünf Kernelemente: der Überzeugung, eine wissenschaftliche Erkenntnis des Geistes sei möglich, einer hierfür eigens entwickelten Methode, die an Fichtes Philosophie der ideellen »Thathandlung« anknüpfte, der Auffassung, Esoterik bringe die gewonnene Erkenntnis in bildlicher Form zum Ausdruck, der Anerkennung kulturell unterschiedlicher Wege zur Wahrheit und der Einsicht in die transformierende Wirkung esoterischen Wissens. Dieser Begriff von Esoterik wurde sowohl den wissenschaftlichen Standards der Zeit gerecht als auch ihren religiösen Bedürfnissen, da er die unbefriedigten Sehnsüchte »heimatloser Seelen« mit dem empiristischen Objektivitätsideal versöhnte. Die Kluft zwischen Glauben und Wissen besteht auch noch heute in der exoterischen Kultur und insofern ist diese Auffassung von Esoterik so aktuell wie vor hundert Jahren. Mehr noch: sie stellt gegenüber dem Schwall spiritistischer Auffassungen des Geistigen, der aus den Massenmedien quillt, ein notwendiges Korrektiv dar. Auch die gegenwärtige Esoterikforschung hat mit genau diesem Problem zu kämpfen: ihre Methodendiskussionen zeigen, dass die Dualität von Glauben und Wissen, Wissenschaft und Offenbarung nach wie vor nicht überwunden ist. Dass es eine wissenschaftliche Esoterik bzw. eine esoterische Wissenschaft gibt, diese Einsicht beginnt sich erst allmählich durchzusetzen. Steiner war auch in dieser Hinsicht seiner Zeit um ein gutes Jahrhundert voraus.

Hervorgehoben sei, dass sich Schmidts Studie insofern wohltuend von manchen anderen Werken abhebt, als sie nicht in das antitheosophische Narrativ verfällt, sondern ihrem Gegenstand mit Empathie begegnet. Solche Empathie ist einem der führenden amerikanischen Esoterikforscher, Arthur Versluis, zufolge eine unabdingbare Voraussetzung dafür, dass sich der Gegenstand dem Wissenschaftler überhaupt erschließt. Auf Schmidt »eigenständige Geschichte der Anthroposophie«, die sich hoffentlich bis in die Gegenwart erstrecken und die vielfältigen Konflikte nicht aussparen wird, darf man gespannt sein.

Robin Schmidt, Rudolf Steiner und die Anfänge der Theosophie, Rudolf Steiner Verlag 2010, 207 S.’

Hierin herken ik in hoge mate wat ik op 3 augustus in ‘Theosofie’ ook al beschreef. – Een mooie aanvulling op dit alles vormt wat Ravagli op zijn website onder ‘Erweiterungen’ heeft opgenomen:

‘Im Verlauf des 20. Jahrhunderts hat sich das Projekt Anthroposophie permanent weiter entwickelt. Bedingt durch die allgemeine geschichtliche Entwicklung wurde es von Befürwortern wie Kritikern in immer neuem Licht gesehen und neu formuliert. Auch heute findet diese permanente Neukonzeption von Anthroposophie statt. Das Hauptgebiet, auf dem diese Veränderungen heute stattfinden, ist das Gebiet der Esoterikforschung. Diese Forschung stellt die geistige Avantgarde der westlichen Gesellschaften dar.

Esoterikforschung - Institutionen, Ressourcen
Beiträge zur Esoterikforschung
Grundbegriffe der Esoterikforschung
Quellen der Esoterik

De verschillende links leiden naar bijzonder interessante doorkijkjes. De eerste over ‘Esoterikforschung’ bijvoorbeeld laat dit zien:

‘Esoterikforschung findet heute an einer Reihe von Universitäten bzw. Hochschulen, aber auch in institutionell unabhängigen Arbeitsgemeinschaften statt. Hier finden Sie auch Publikationen und andere Ressourcen.’

De tweede, ‘Beiträge zur Esoterikforschung’, bevat op zijn beurt artikelen van Ravagli over exponenten van de moderne esoterie-onderzoeksstroming:

Esoterik als Denkform. Antoine Faivres Beitrag zur Methodik
Verbotenes Wissen. Wouter J. Hanegraaff und die Geschichte der Esoterik
Über die Konstruktion esoterischer Traditionen. Zu einer Untersuchung Wouter J. Hanegraaffs
Die neue Inquisition. Arthur Versluis über die geistigen Ursprünge des Totalitarismus
Esoterik als Erscheinungsform der Moderne. Zu einer Studie der Historikerin Corinna Treitel
Einfühlsamer Empirismus. Der Beitrag von Arthur Versluis zur Methodologie der Esoterikforschung
Die Antisektenbewegungen in den Vereinigten Staaten und Frankreich: Ähnlichkeiten und Unterschiede. Von Massimo Introvigne
Nicholas Goodrick-Clarke über die Geschichte der westlichen Esoterik

De derde is ook heel boeiend, ‘Grundbegriffe der Esoterikforschung’, met artikelen over ‘Gnosis’ en ‘Theosophie’. Ik zal er hier niet uit citeren, de ductus zal uit het voorgaande al duidelijk zijn. Liefhebbers gaan hun gang maar: volg deze links! En de vierde en laatste verwijzing uit de rij ten slotte betreft ‘Quellen der Esoterik’, met onder meer het ‘Corpus Hermeticum’ en de ‘Tabula Smaragdina Hermetis’.

Dat is een heleboel allemaal. En roept natuurlijk ook de vraag op naar Lorenzo Ravagli zelf. Wat beweegt hem, wat is zijn insteek eigenlijk? Een mooie blik hierop levert Roland Benedikter met zijn recensie van een publicatie van Lorenzo Ravagli uit 1993 (herziene herdruk in 2000), dat op 25 mei van dit jaar ook op deze website is gezet, onder de titel ‘Meditationsphilosophie’, die tegelijk de titel van Ravagli’s boek is:

‘Die Meditationsphilosophie des Münchner Philosophen Lorenzo Ravagli ist vor einigen Jahren in zweiter Auflage verbessert und mit neuem Vorwort erschienen. Die Rezeption in fachphilosophischen Kreisen beginnt aber erst heute. Es hat seine Gründe, daß sich das Interesse an diesem Werk zwar langsam, aber stetig steigert. Die Meditationsphilosophie ist ein in vielerlei Hinsicht spannendes und vor allem herausforderndes Werk. Herausfordernd für die akademische Philosophie der Gegenwart, aber herausfordernd auch für den Leser.

Schon der Titel weist darauf hin, daß es sich hier um ein außergewöhnliches Buch handelt. Außergewöhnlich ist sowohl die Andersheit der Anregung – wie auch der Mut des Autors, in empirische Tiefen der individuellen philosophischen Erfahrung hinabzusteigen und diese konsequent für den Versuch einer Neubegründung der Philosophie als zeitgemäßer »Substanzwissenschaft« zu nutzen. Die Frage lautet: Wohin muß sich die Philosophie in einer Zeit, in der ihr von verschiedenen Seiten ein oberflächlich-intellektualistisch bleibendes Worte-Denken, ein nachhaltiger Verlust des Bezugs zum Begriff des Geistes, aber auch eine diskursive Hilflosigkeit gegenüber den realen Themen der Zeit vorgeworfen wird, bewegen, wenn sie wieder von Belang für das geistige Geschehen der Zeit sein will?

Ravagli geht es in seiner Antwort auf diese Fragen um keine Philosophie der Meditation. Sondern es geht ihm um die methodische Selbstüberschreitung der gewöhnlich verstandeshaft und diskursiv verfaßten philosophischen Reflexion der Gegenwart zu einer meditierenden Philosophie. Die Gegenwartsphilosophie stößt von sich aus in verschiedensten Manifestationen an die Schwelle dieses Übergangs – so etwa in den Begriffen des »Ereignisses« oder des »Erhabenen« Lyotards oder in der Rede vom »weißen Raum des Menschen« Foucaults.

Aber der unterbewußt immer wieder angepeilte Schwellenübertritt hin zu einer »anderen« Denkerfahrung der Wirklichkeit des Ideellen wird von der Postmoderne entweder nur negativ – in Aussparungen – vollzogen oder – aus Angst vor einer möglichen neuen Manipulation des eben genau auf der Schwelle des Übergangs sich aufhaltenden »substantiell« Menschlichen – als solcher nicht positiv und vor allem nicht methodisch genauer in den Blick genommen. Dabei würde gerade heute Philosophie durch systematische Schulung bestimmter geistiger Fähigkeiten, die in jedem Menschen schlummern, dazu fähig werden, die höheren Bewußtseinszustände der Imagination, der Inspiration und der Intuition systematisch zugänglich zu machen, in actu über sich selbst aufzuklären, bewußt in das allgemeinmenschliche Erkenntnisbemühen einzugliedern und damit auf methodische Weise eine tiefer zugrundeliegende Wirklichkeit der geistigen Verfaßtheit der Welt zu erschließen. Die Philosophie der Gegenwart wäre jedenfalls ihrer ganzen phänomenalen Grundtendenz nach für diesen Qualitätssprung prädestiniert.

Dieser Grundtendenz folgend, sucht das Buch den konsequenten und zugleich der Zeit angemessenen Durchbruch des philosophischen Denkens zur einer höheren Bewußtseinshaltung, die, so der Autor, mit einer »Erweiterung des Bewußtseins« einhergeht. Denn »eine wirkliche Moderne muß sich der Notwendigkeit der Bewußtseinserweiterung stellen. Die Frage der Erweiterung des menschlichen Bewußtseins ist die Entscheidungsfrage des neuen Jahrtausends.«

In diesem Sinn versucht die Meditationsphilosophie zu zeigen, »daß Philosophie, wenn sie sich selbst ernst nimmt, zur Selbsttranszendierung des philosophierenden Bewußtseins führen muß. Die Philosophie ist ein Weg zur Initiation, fern von New-Age, Guruismus und bewusstseinsverdunkelnder Ekstatik. Insbesondere der bis in die Gegenwart lebendige Platonismus hat das Wissen von der initiatorischen Aufgabe der Philosophie seit ihrem Ursprung lebendig erhalten.«

Die höhere Form der Philosophie, die der Neoplatonismus der Gegenwart sein will, nennt Ravagli in Fortbildung und zugleich Überwindung der traditionellen Schulphilosophie »Anthroposophie«. Diese überwindet die Grenzen des herkömmlichen Philosophierens und führt systematisch und transparent zur geordneten geistigen Erfahrung.

Um diese »andere« Form der Philosophie methodisch und inhaltlich genauer zu umreißen, greift Ravagli auf das Frühwerk des österreichischen Philosophen, Goethe-Forschers und Sozialreformers Rudolf Steiner (1861-1925) zurück. Steiner hat 1894 im Alter von 33 Jahren sein philosophisches Hauptwerk »Die Philosophie der Freiheit« erscheinen lassen. »In seiner Philosophie der Freiheit hat Rudolf Steiner den Initiationsweg des philosophischen Denkens paradigmatisch für die Moderne dargestellt. Er steht damit als Philosoph in der Tradition eines lebendigen Platonismus«, so Ravagli.

Vom »weiten Horizont des Platonismus« ausgehend, entwirft Ravagli nun in Anknüpfung an Steiner eine ebenso anregende wie originelle Auseinandersetzung mit »Wegen und Irrwegen der Moderne«, wozu für ihn auch die »Postmoderne« gehört. Dies geschieht nicht im luftleeren Raum, sondern im Rahmen eines Gesamtbildes der abendländischen Philosophie, das den vollständigen Bogen vom mythischen Zeitalter des Denkens über Aristoteles und Platon, den Realismus-Nominalismus-Streit der Scholastik und den deutschen Idealismus bis in die Gegenwart hinein spannt.

Das Zentrum des Buches bildet dann Ravaglis Interpretation von »Rudolf Steiners Abriß einer fundamentalontologischen Erkenntniswissenschaft«. Diese wird als neuer, zeitgemäßer Ideenrealismus für die Gegenwart gedeutet. Ravagli weist dabei darauf hin, daß Rudolf Steiner als Philosoph (bis etwa zur Jahrhundertwende) aufgrund seiner folgenden sozialreformerischen und esoterischen Tätigkeit zu Unrecht verdrängt wird. Man mag von seiner Periode ab etwa 1900 halten, was man mag: die Philosophie des jungen Steiner war vermutlich neben der Nietzsches (über den Steiner übrigens das erste Buch schrieb) die zukunftsweisendste ihrer Zeit. Ihr wohne, so Ravagli, aufgrund ihrer Emphase von Individualität und Freiheit gerade unter den heutigen »postmodernen« Bedingungen eine besondere Aktualität inne, weil sie zum Einstieg in andere, »höhere« und zugleich erlebbare Dimensionen auch noch des zeitgenössischen Denk- und Wirklichkeitserlebens verhilft.

Zweifellos kann man die Skepsis vieler Zeitgenossen gegenüber dem Werk Rudolf Steiners in mancherlei Hinsicht gut verstehen. Ravaglis Interesse auf dem Weg zu einer neuen »rationalen Mystik« für die Postmoderne gilt nicht so sehr dem »Seher«, als der Steiner später mancherorts stilisiert wurde, sondern dem Denker, der mehrere eindrucksvolle Werke zu einer Goetheanistischen Erkenntnistheorie und ein Werk über Goethes Weltanschauung, aber auch eine außerordentlich wirkungsreiche Kritik Kants schrieb (in seinem Buch »Die Rätsel der Philosophie«). Ravagli sieht in Steiner daher einen in vielen Aspekten wichtigen Bezugspunkt, was die Selbstüberprüfung auch noch der gegenwärtigen akademischen Philosophie und die »Metamorphose des erkennenden Bewußtseins« betrifft. Die filigrane erkenntniswissenschaftliche Auseinandersetzung mit Steiner eröffnet für Ravagli »Wege zur Befreiung des Geistes«.

Lorenzo Ravagli: Meditationsphilosophie. Untersuchungen zum Verhältnis von Philosophie und Anthroposophie. 2. Auflage München, Trithemius Verlag 2000. 392 S. Bestellung

donderdag 26 augustus 2010

Riemeck

Vorig jaar schreef ik op 9 juni 2009 in ‘Trias Triodos’ al een keer over Ruud Thelosen en het negental webloggen dat hij onderhoudt. Vandaag heeft hij op zijn weblog over ‘Vrije Scholen’ een interessant bericht geplaatst, ‘Renate Riemeck in opspraak’. Renate Riemeck kennen wij wel als gevierd antroposofisch auteur van historische boeken. Bijvoorbeeld ‘Midden-Europa, balans van onze eeuw’ en ‘Verguisd, vervolgd, verbrand. Ketterlevens uit acht eeuwen’. Maar ook ‘Op zoek naar Midden-Europa’, of haar niet in het Nederlands vertaalde boek ‘Glaube, Dogma, Macht. Geschichte der Konzilien’.

Ruud Thelosen schrijft het volgende over ‘Renate Riemeck en Ulrike Meinhof: een complexe geschiedenis.’

‘Iedereen kent natuurlijk Ulrike Meinhof (1934-1976) van de Baader-Meinhofgruppe die ook bekend als Rote Armee Fraktion (RAF) terroristische aanslagen pleegde in Duitsland in de jaren 70 van de vorige eeuw. Zij werd later opgepakt, kreeg een lange gevangenisstraf en pleegde officieel zelfmoord. Een tragische geschiedenis ook al omdat zij een Waldorfscholiere was, een uitstekende studente en een kritisch journaliste.

Renate Riemeck (overleden in 2003) geniet geen landelijke bekendheid. Zij was antroposofisch geïnteresseerd en lid van de Christengemeenschap vanaf 1941, toen deze nog officieel verboden was. Zij werd de jongste vrouwelijke hoogleraar Geschiedenis aan de Pädagogische Hochschule Wuppertal in Duitsland en vooral bekend door haar boek Midden europa balans van onze eeuw (2004) en een kleiner boekje Op zoek naar Midden europa”.

Beide boekjes worden veel gelezen door geïnteresseerden in de Sociale Driegeleding. Een bijzonder lot heeft deze mensen bij elkaar gebracht.

Pas vrij recent (zie *1) is in bredere kring bekend geworden dat Renate Riemeck een hartsvriendin van de moeder van Ulrike en haar zus Wienke is geweest. Na de dood van Ulrike’s moeder in 1949 werd zij voogd en stiefmoeder en vormden gezamenlijk een huishouding. Ulrike was toen een 15-jarige puber voor wie het verlies van haar moeder groot geweest moet zijn, zeker omdat negen jaar daarvoor ook al haar vader Werner Meinhof was overleden. De schok moet ook zeer groot zijn geweest toen ze op latere leeftijd te horen kregen wat het ideëengoed van haar vader was geweest.

Haar vader Werner Meinhof was een kunsthistoricus, maar ook omstreden omdat hij lid was van de nazipartij NSDAP. Behalve prominent lid was hij ook een van de nazi-ideologen omdat hij lezingen gaf ter bevordering van alle soorten kunst van het Duitse ras”.

In 1936 werd hij museumdirecteur in Jena en werkte mee aan de zuivering door kunstwerken in het kader van Entartete Kunst te overhandigen aan een commissie ingesteld door Goebbels.

Riemeck studeerde Geschiedenis en Kunstgeschiedenis en promoveerde op een dissertatie over middeleeuwse Ketterbewegingen.

Renate Riemeck was tijdens WOII professor aan de Universiteit van Jena en assistent, net als de moeder van Ulrike Meinhof, van professor Johann von Leers.

Von Leers was een uitgesproken antisemiet en bekleedde een hoge SS functie. Hij schreef boeken als Die Verbrechernatur der Juden en Odal: Das Lebensgesetz eines ewigen Deutschlands”. Na de oorlog vluchtte hij naar Egypte en overleed in 1965.

Van Riemeck is ook bekend geworden dat zij lid is geweest van de NSDAP, vanaf oktober 1941, hoewel ze zelf altijd heeft aangegeven dat zij in het ondergrondse verzet zat.

Kort voor het einde van de oorlog vluchtte Riemeck en de twee meisjes Meinhof uit Jena naar Oldenburg. Daar werd zij docente aan de Lerarenopleiding. Na de oorlog werd ze lid van de Socialistische Partei Deutschland (SPD) en in 1955 hoogleraar geschiedenis en politicologie. Riemeck werd actief pacifiste als medeoprichter van de Duitse Vredesbeweging, voerde strijd tegen atoomwapens en streed tegen militaire dienstplicht.

In 1960 raakte zij in opspraak vanwege haar sympathieën en contacten met verdachte organisaties uit de toenmalige DDR en werd haar universitaire bevoegdheid afgenomen op gezag van de minister van Cultuur, waarna zij zelf ontslag nam.

In 1971 heeft Riemeck in een publicatie haar stiefdochter Ulrike opgeroepen om de gewapende strijd tegen de samenleving en overheid op te geven. De relatie met Ulrike was al sinds eind 1962 beëindigd nadat Ulrike het contact had verbroken.

Een soort professionele rehabilitatie kwam in 1979 toen ze opnieuw een leeropdracht kreeg in de Pedagogiek aan de Universiteit Marburg.

Men verwijt Riemeck dat ze het foute oorlogsverleden van de hele familie Meinhof en van zichzelf heeft herschreven. Dat neemt niet weg dat iedereen zelf moeten oordelen over het geschreven werk van Riemeck.

Ulrike Meinhof werd in navolging van haar stiefmoeder ook lid van de SPD maar schoof later op naar links door in 1959 illegaal lid te worden van de toen verboden Communistische Partij (KPD). Kort daarna leerde ze Klaus Röhl kennen die werkte voor het linkse blad Konkret. Meinhof ging als journaliste schrijven voor dit blad en werd later hoofdredacteur. In 1961 trouwde Ulrike met Röhl en beviel ruim een jaar later van een tweeling Regine en Bettina. In de 7e maand van de zwangerschap werd een gezwel in haar hersenen geconstateerd, dat later wel goedaardig bleek te zijn maar waarvoor toch een zware operatie nodig was. Haar dochter Bettina (*2) heeft later geschreven dat deze operatie er mogelijk voor gezorgd heeft dat haar moeder hierdoor een volledige persoonlijkheidsverandering onderging.

Velen hebben zich afgevraagd hoe een intelligente vrouw en succesvolle journaliste evolueert tot een terroriste. Met Meinhof als hoofdredacteur werd het tijdschrift Konkret een succesnummer met een oplage van 250.000 exemplaren Zij was jaren lid van de SPD, een partij die als antimilitaristisch en antifascistisch werd beschouwd. Ze raakte teleurgesteld in die partij omdat Duitsland toch weer een leger kreeg en de communistische partij verbood en zelfs contacten met de DDR al verdacht waren.

Ze voerde daarom meer buitenparlementaire oppositie en stond aan de basis van “nieuw Links”. In 1968 werd een groot Vietnamcongres gehouden waar haar goede vriend Rudi Dutschke een voordracht had gehouden. Deze overleed korte tijd later na een aanslag. In dat jaar gingen Ulrike Meinhof en Röhl ook uit elkaar.

Nadat Ulrike in 1970 op spectaculaire wijze Andreas Baader uit gevangenschap had weten te bevrijden, moest ze onderduiken. Baader zat een gevangenisstraf uit vanwege brandstichting in twee warenhuizen. Meinhof leefde twee jaar in de illegaliteit en radicaliseerde steeds meer, mogelijk door dit isolement. In die tijd nam Meinhof ook actief deel aan een aanslag op het hoofdkwartier van Uitgeversbedrijf Axel Springer, dat een bolwerk was van conservatisme. De telefonische bommelding vooraf deed Ulrike zelf, maar werd niet serieus genomen. Het gevolg was 17 gewonden. In juni 1972 werd Meinhof opgepakt en geplaatst in een onderzoeksprogramma van de universiteitskliniek van Homburg, waar ze als proefkonijn diende. Zo werd ze langdurig opgesloten in een donkere en geluidsgeïsoleerde ruimte. Vier jaar later werd ze dood aangetroffen in haar cel in de gevangenis van Stuttgart. De diagnose was zelfmoord door ophanging al wordt door sommigen beweerd dat ze mogelijk daarbij geholpen is. Haar linkervoet stond namelijk nog op de stoel, die normaal gesproken juist weggeschopt wordt.

Een bewogen leven dat historici nog lang zal blijven boeien.

*1. Jutta Ditfurth: Ulrike Meinhof (zie ook NRC 13 augustus 2019, boekbespreking door Elsbeth Etty)
*2. Bettina Röhl (dochter van Ulrike Meinhof) met het boek So macht Kommunismus Spass 2006
*3. Renate Riemeck: Ich bin ein Mensch für mich: Aus einem unbequemen Leben 1992’

Bij zo’n bericht als dit mag natuurlijk niet onvermeld blijven dat biografe Jutta Ditfurth in Duitsland berucht is om haar onbesuisde aanvallen op de antroposofie. En lees bijvoorbeeld dit artikel ‘Renate Riemeck – ein weiterer “Fall”?’ uit januari 2008 van Hans-Jürgen Bracker op de website van Michael Eggert. Opvallend is verder ook dat op het ogenblik geen enkele antroposofische uitgeverij meer boeken van Riemeck levert. Nou ja, op die ene bij Nearchus na dan. Hoe dan ook, het is goed dat Ruud Thelosen deze zaak nu ook voor het Nederlandse taalgebied eens toegankelijk maakt.

woensdag 25 augustus 2010

Kastanjes

Twee mooie verhalen vandaag in relatie tot het vrijeschoolonderwijs. Nou ja, in relatie tot... de vrijeschool wordt erin genoemd als een vanzelfsprekend iets. Niet echt iets om te melden dus. Maar de verhalen zijn zo leuk! Dus vooruit dan maar. We beginnen in Harderwijk, waar de vrijeschool Valentijn staat (zie ook Ingeschreven’ op 8 augustus). Op zaterdag 21 augustus schreef Inge Blankvoort van De Stentor over de familie Stronkhorst in ‘Koffers gepakt voor Jeltes lange reis’:

‘Een dag voor het vertrek is het alsof er een bom is ontploft in huize Stronkhorst. Overal liggen spullen, klaar voor de reis. Maar omdat er te weinig koffers in huis zijn, moeten er op het laatste nippertje nog een paar worden bijgehaald.

Vandaag begint de lange reis naar de Verenigde Staten waar Jelte Stronkhorst een zuurstoftherapie ondergaat die hem een beter leven moet geven. De hele familie gaat mee. Vandaag stapt het gezin uit Biddinghuizen aan boord van een schip voor een reis van twee weken naar Amerika.

Op de laatste dag voor de reis regelt vader Jan Stronkhorst nog wat zaken in de tuin van hun boerderij in het buitengebied van Biddinghuizen. Drie weken vergezelt hij zijn gezin om daarna terug te gaan naar Nederland. “Er moet toch geld verdiend worden”, zegt zijn vrouw Cindy van het Ende, moeder van Jelte. Zelf was ze free lance fotograaf, maar dat werk doet ze nauwelijks nog sinds haar zoon vorig jaar hersenletsel opliep na mishandeling door een paar tieners in Elburg.

Jan Stronkhorst heeft een eigen bedrijf. Eigenlijk kan hij niet weg, zegt hij. “Maar het moet, ik ga gewoon. Ik weet nog eigenlijk niet hoe ik het allemaal ga doen.”

De oudere zus en jongere broer van Jelte gaan ook mee naar de andere kant van de oceaan. Geen start dit schooljaar op de Vrije School in Harderwijk, maar lessen via de Wereldschool. Ze zijn daar al mee begonnen onder leiding van een pabo-stagiaire die de kinderen ook in Amerika onderwijs geeft. “Als wij aankomen, is zij ook in Fort Lauderdale.” De kinderen zitten er niet mee dat ze de eerste helft van het schooljaar missen, ziet hun moeder. “Vrij van school is altijd leuk.”

Ze reizen per boot naar Jacksonville en gaan over land verder Fort Lauderdale waar Jelte zijn therapie ondergaat. “Het is wel heel spannend allemaal. Voor ons, maar ook voor Jelte. Je merkt aan hem dat ook hij wat gespannen is.”

Cindy Stronkhorst en haar kinderen blijven in principe tot januari in Amerika, voor het eerste deel van de therapie. Als die aanslaat, komt er mogelijk een vervolg. “Dan blijven we langer weg.”

De afgelopen maanden is er via de stichting Jelte geld ingezameld voor reis, verblijf en therapie. De comfortabele bootreis had heel wat voeten in de aarde, een visum voor Jelte was niet zo eenvoudig. Nu al die hobbels zijn genomen, is het hopen dat de therapie aanslaat. “Het blijft spannend”, zegt Cindy van het Ende. “Maar wij zijn in elk geval vol goede moed.”’

Het tweede artikel is van Nicole Andries in BN/De Stem van vandaag, over de regio Oosterhout, daar waar vrijeschool De Strijene staat (zie ook ‘Plaquette’ op 30 mei). Het artikel is getiteld ‘Een bouwsteentje van de geschiedenis’:

‘Al vóór de zomervakantie schreef de 10-jarige Sara een werkstuk over Anne Frank.

In de vakantie las ze haar dagboek. Daarom trok ze samen met haar moeder Elsbeth Kuysters naar Amsterdam om het Anne Frankhuis en de Anne Frankboom met eigen ogen te zien. Dat lukte, maar niet helemaal zoals verwacht. Sara heeft een kastanje van de boom meegenomen naar huis als aandenken aan een bijzondere maar vreemde dag.

Juist op de dag dat Sara met haar moeder de plek bezocht waar ze zo veel over gelezen had, waaide de Anne Frankboom om. “We zaten op een terrasje te wachten tot we naar het Anne Frankhuis konden”, zegt Sara, “toen we ineens gekraak hoorden, of eigenlijk meer een hard geruis.”

Pas in het Achterhuis hoorden de Oosterhoutse moeder en dochter dat het geruis het geluid was geweest van de Anne Frankboom, die onder stevige windvlagen was bezweken.

De witte paardenkastanje komt drie keer voor in het dagboek van Anne Frank. Die zag de enorme boom vanuit haar schuilplek in het Achterhuis staan.

Het einde van de boom, die langzaam wegteerde door een bomenziekte, dreigde al langer. Maar dat hij precies bezweek op de dag dat Sara en Elsbeth Kuysters hem wilden bekijken, vindt Sara toch “een beetje jammer”. “Ik had hem zo graag staand gezien. Van de andere kant: het is ook wel bijzonder dat je erbij bent als zo’n beroemde boom omvalt.”

En ach, zegt moeder Elsbeth, laten we het niet belangrijker maken dan het is. “Het is een boom, er zijn ergere dingen. Maar deze boom was wel een symbool voor hoop en leven, een symbool dat de onderduikers vanuit hun schuilplaats zagen.”

Moeder en dochter vroegen bij het makelaarskantoor, waar de boom in de tuin viel, of zij de kastanje van dichtbij mochten bekijken. Dat mocht. Dus stonden ze daar als enige toeristen tussen de politie, pers en mensen van de Anne Frank Stichting. Ze kwamen ’s avonds zelfs op televisie, bij het nieuws.

Een van de werknemers van het makelaarskantoor drukte Sara een kastanje van de boom in haar hand. Die kastanje ligt nu groen en stekelig op tafel in de Oosterhoutse woonkamer.

“Papa (Frans Brekelmans, red.) zei dat ik hem misschien moet planten”, zegt Sara. “Dat er dan een boom uit groeit. Maar dan ben ik bang dat ie gewoon vergaat in de grond. Al kan dat ook gebeuren als we er helemaal niks mee doen. Misschien plant ik hem wel in de tuin van opa, waar veel meer ruimte is.” Of op het nieuwe schoolplein van de Vrije School, oppert haar moeder.

Sara denkt er nog even over na. Over een mooi plekje voor een klein bouwsteentje van de geschiedenis, dat door het toeval ineens in haar smalle hand ligt – en misschien nog een bescheiden rol kan spelen in de toekomst van Oosterhout.’

En als extraatje dan ook nog dit van Peter ten Cate in De Stentor van afgelopen maandag, vanuit de regio Zutphen/Lochem. Als u de titel leest, ‘Isendoorn is grootste stijger in 2010/2011’, heeft u nog geen idee waar het over gaat. Het betreft leerlingenaantallen van middelbare scholen:

‘Grootste stijger in de regio is het Isendoorn College in Warnsveld. Die groeit van 1670 leerlingen in het afgelopen seizoen naar 1740 in het nieuwe schooljaar. Onder hen 330 brugklassers. (...)

Bij het Staring College in Lochem/Borculo is sprake van een lichte daling: een kleine 1800 leerlingen in het nieuwe seizoen, tegenover 1829 het afgelopen schoolseizoen. (...)

Opmerkelijk is dat bij Vrije School Zutphen (begin deze maand ontstaan uit een fusie van De IJssel en De Berkel, PtC.) het aantal leerlingen in het nieuwe seizoen hetzelfde is als vorig seizoen: 1036. Onder hen 179 nieuwkomers. “Bij de vrije scholen is vaak sprake van een vaste instroom. Tot onze vreugde zien we echter dat de aanmeldingen vanuit het reguliere basisonderwijs de laatste jaren toenemen. Dat is nu al dik 40 procent”, aldus de zegsvrouwe van Vrije School Zutphen.

’t Beeckland in Vorden (christelijke school voor vmbo) behoort tot de weinige scholen in deze regio, die in de plus zitten. “We hebben een lichte groei: van 370 leerlingen in het afgelopen seizoen tot 385 in het nieuwe seizoen. Onder hen zitten 98 eersteklassers; ongeveer evenveel als vorig seizoen”, meldt de woordvoerster opgetogen.

Het Baudartius College in Zutphen ziet het nieuwe schoolseizoen eveneens vol vertrouwen tegemoet. “We beginnen het seizoen 2010/2011 met 1493 leerlingen. Onder hen 341 eerstejaars, verdeeld over dertien klassen”, aldus een woordvoerster. Het Baudartius telt 35 leerlingen meer dan bij de start van het seizoen 2009/2010, toen de teller op 1458 stond. Het aantal eerstejaars is ook fors gestegen: van 270 vorig seizoen naar nu 341. De school schrijft de goede cijfers onder meer toe aan de speciale sportlijn, de kunst- en cultuurlijn en de wetenschapslijn, die zijn ingevoerd.

Het Stedelijk Daltoncollege Zutphen (openbare scholengemeenschap) begint het nieuwe schoolseizoen met 1150 leerlingen. Onder hen zijn 193 brugklassers. De school begint in het nieuwe seizoen met een musicalstroom.’

dinsdag 24 augustus 2010

Volkeren

De Duitse Antroposofische Vereniging organiseert van 24 tot en met 26 september een ‘Michaelitagung’ in Neurenberg, met als thema ‘Die Volksseelen Europas und das Ich des Menschen’. Die conferentie wordt als volgt op de website van deze landelijke vereniging aangekondigd:

‘“Die fortschreitenden Volksgeister sind immer die Lenker der Gesamtkultur der Menschheit in ihrem Fortschritt. Aus dieser Kultur haben sich die verschiedensten Volksseelen und Volksgeister befruchten können und haben immer das Ich in andere Lagen gebracht, um es zu erziehen, das Ich, das sich herauswühlte aus dem Untergrunde dessen, was unter dem Ich des Menschen liegt.”

Diese Worte Rudolf Steiners aus der 1910 von ihm in Oslo gehaltenen Vortragsreihe “Die Mission einzelner Volksseelen im Zusammenhange mit der germanisch-nordischen Mythologie” weisen auf eine Völkerpsychologie hin, die “verschiedene Seelenstrukturen” mit den unterschiedlichen Aspekten der europäischen Menschheit erschließt.

2010 erscheint dieser Volksselenzyklus neu und in kommentierter Fassung. Dies ist Anlass genug, um mit einer von der Deutschen Landesgesellschaft und dem Arbeitszentrum Nürnberg gemeinsam veranstalteten Tagung neu auf diese für das Werden und das tiefere Verständnis der europäischen Entwicklung so wichtigen Motive zu schauen.

Die Zusammenarbeit von Referenten aus verschiedenen Ländern Europas ermöglicht eine authentische Annäherung an dieses hoch aktuelle Thema.’

Kijk, dat is nieuws, dat deze voordrachtenserie herdrukt wordt en vooral dat dit becommentarieerd gebeurt. Als ik naar de website van het Rudolf Steiner Verlag ga, zie ik inderdaad dat dit boek uitverkocht is:

‘Rudolf Steiner, Die Mission einzelner Volksseelen im Zusammenhange mit der germanisch-nordischen Mythologie

Vergriffen. Termin Neuauflage Frühjahr 2010
11 Vorträge, Kristiania (Oslo) 1910

Rudolf Steiner Gesamtausgabe
GA 121, Seiten: 214, Leinen
978-3-7274-1210-3
Rudolf Steiner Verlag

Preis: CHF 52.00 / EUR 32.00’

In het Nederlands zijn deze voordrachten nog niet zo heel lang geleden uitgebracht door Uitgeverij Pentagon onder de titel ‘De volkeren van Europa. De opdracht van de afzonderlijke volkszielen en de samenhang met de germaans-noordse mythologie’:

‘In deze voordrachten geeft Rudolf Steiner ons handvatten voor een psychologie van de volkeren vanuit de wetenschap van de geest, en hij roept ons op begrip te krijgen voor onze volksaard. Wat is hierbij de rol van de germaans-noordse mythologie? De voordrachten hadden o.a. tot doel de vrede te bevorderen. Ze zijn aktueler dan ooit!
Nawoord van Frans Lutters.

bekijk de inhoudsopgave ->
Prijs: € 32,-
320 pagina's, Gebonden, met stofomslag, geïllustreerd.
GA 121
ISBN 90-72052-64-1’

De uitgebreide inhoudsopgave maakt meteen al duidelijk waar hem bij deze voordrachten de kneep zit. De derde voordracht op 9 juni 1910 in Oslo (op bladzijde 71) had als thema ‘Het innerlijk leven van de volksgeesten. De vorming van de rassen’, terwijl de vierde voordracht de dag daarop (op bladzijde 97) ‘De ontwikkeling van de rassen en van de kulturen’ tot thema had. Alleen nog maar naar die voordrachtstitels kijkend, hebben we dan ook nog de zesde voordracht op 12 juni 1910 ’s morgens (bladzijde 145) met ‘De vijf oorspronkelijke rassen van de mensheid’.

Op vrijdag 23 juli had ik het in ‘Beladen’ over een opmerkelijke weblogbijdrage van Hugo Verburgh, waarin hij in herinnering bracht dat er ‘in Nederland in februari 1996 een immense rassenrel in verband met de antroposofie’ was. Die noopte het bestuur van de Antroposofische Vereniging in Nederland (AViN) tot het instellen van een commissie om deze zaak tot op de bodem uit te zoeken.

‘Vier jaar later kwam deze commissie met een van de meest gedegen werkstukken die ik ooit over een moeilijk onderwerp onder ogen heb gekregen: “Antroposofie en het vraagstuk van de rassen” (2000, ISBN 9080559318; 720 bladzijden, relatief klein lettertype). Het is het perfecte voorbeeld hoe je vanuit de antroposofie en het werk van Steiner een actueel onderwerp in de publiciteit moet brengen.

Met recht en reden kregen de commissie en het bestuur van de AViN waardering voor dit werk. Het voordien vaak gehoorde verwijt van racisme wordt nu alleen nog vernomen van de kant van het soort kritikasters die als antwoord op de vraag waar de grootste frietenkraam ter wereld is zeggen “op de grens van Nederland en Frankrijk”, ha ha.

Maar intussen zijn we tien jaar verder. Het vraagstuk van de rassen is niet alleen een zaak voor de antroposofie. Er wordt anders over gedacht, gesproken (en gezwegen), geschreven, gepubliceerd, gedebatteerd dan tien jaar geleden. De antroposofie duikt in dit debat eigenlijk nooit meer op. Dat is jammer.’

Waarbij hij tot deze slotsom komt:

‘...het zou overweging verdienen dat het bestuur van de AViN opnieuw een commissie instelt om het vraagstuk van de rassen te bespreken en het resultaat in het publiek debat te brengen’.

Hugo Verbrugh schreef dit ruim een week voordat hij welverdiende met vakantie ging en zijn weblog aan zijn lot moest overlaten, overigens niet zonder een mooie regeling te treffen (zie ook mijn bericht ‘Feuilleton’ van afgelopen donderdag). Maar het wonder geschiedde: tijdens zijn afwezigheid groeide zijn bericht in twee weken tijd uit tot het meest bezochte en becommentarieerde van allemaal, namelijk met in totaal het ongelooflijke aantal van 324 reacties. Zoals je bij zoiets verwachten kunt, ging de discussie alle kanten op, maar de hoofdlijn werd gevormd door de volharding van de twee belangrijkste discussianten, Frans Wuijts en Floris Schreve, die ons hier ook niet onbekend zijn. Hardnekkig poogden ze elkaar te bestoken met een spervuur aan argumenten, de een deed daarbij niet onder voor de ander, om na een dag of veertien de strijdbijl voorlopig te begraven en een gewapende vrede te tekenen. Het meest interessante was het respect dat er bij hen in de loop van de discussie voor elkaar groeide, terwijl dat helemaal niet voor de hand lag, gezien de uiteenlopende posities die zij innamen.

Ik zou eigenlijk hun discussie hier moeten samenvatten, maar dat is niet zo eenvoudig, je moet behoorlijk wat tijd hebben om dat goed te doen. Om nog maar te zwijgen over het waarderen van hun bijdragen. Des te verheugender dat het Rudolf Steiner Verlag zover is dat het een becommentarieerde herdruk van de voordrachten uit 1910 gaat uitbrengen, die zo’n belangrijke rol in de discussie spelen. En dat de Antroposofische Vereniging in Duitsland daar meteen een hele conferentie aan wijdt. In dat opzicht is ook het bericht interessant dat de ‘General-Sekretär’ (ik heb begrepen dat je dit woord niet adequaat vertaald met ‘voorzitter’) van de Duitse vereniging, Hartwig Schiller, op 5 augustus op de website liet plaatsen onder de titel ‘Iceland revisited’:

‘Über 60 Menschen aus drei Kontinenten fanden diesen Sommer im isländischen Ort Solheimar zusammen, um sich im Rahmen einer Wander- und Arbeitstagung eingehend mit Rudolf Steiners “Volksseelenzyklus” zu beschäftigen.

Darunter auch Hartwig Schiller, Generalsekretär der Anthroposophischen Gesellschaft in Deutschland, der mit seinem Bericht “Iceland revisited” sowohl zentrale Motive des Tagungsgeschehens, als auch fotografische Impressionen einer eindrücklichen Landschaft vor Augen führt.’

Klik je op de link, krijg je een pdf-document van negen pagina’s met dezelfde titel voorgeschoteld, geïllustreerd met een groot aantal mooie foto’s. Hier laat ik alleen de tekst in zijn geheel volgen:

‘“Karmaerkenntnis durch Gedankenübungen” beschreibt Rudolf Steiner in einem Vortrag vom 20. Februar 1912. Eher beiläufig und leicht zu übersehen erwähnt er dabei einen Hinweis, der zu tiefgreifenden Erfahrungen führen kann. Er geht von einem Landschaftserlebnis aus, das einen Blick in eine vergangene Inkarnation gewährt.

“Ich habe einmal eine Landschaft gesehen, ich habe vergessen, wie sie aussieht, sie hat mir aber gefallen! – Nun wird, wenn es in diesem Leben war, die Landschaft keinen sehr lebendigen Eindruck mehr machen; aber wenn der Eindruck aus einer vorhergehenden Inkarnation stammte, so wird er einen besonders lebendigen Gefühlseindruck machen. Wir können uns so einen besonders lebendigen Eindruck als Gefühlseindruck von unserer früheren Inkarnation machen. Und wenn wir dann objektiv die geschilderten Eindrücke beobachten, werden wir zuweilen etwas wie ein bitteres oder ein bittersüßes oder ein saures Gefühl haben aus dem, was sich ergibt als Umwandlung des Gedankenmenschen. Dieses sauersüße oder sonstige Gefühl ist der Eindruck, den unsere frühere Inkarnation auf uns macht; es ist eine Art von Gefuhls- oder Gemütseindruck.”

Mit diesem Hinweis wird eine bestimmte, vorangehend geschilderte Übung erweitert. Gleichzeitig wird aber auch direkt auf Gefühlswahrnehmungen in Bezug auf bestimmte Landschaften in ihrem Verhältnis zu einst Erlebtem hingewiesen.

Jeder Reisende, der zum ersten Mal nach Island kommt, ist höchstwahrscheinlich mit gespannten Erwartungen erfüllt. Völlig vorstellungsfrei wird er sich kaum nähern. Allein durch den jüngsten Ausbruchs des Vulkans Eyjafjallajökull ahnt er das gewisse Risiko einer ungewissen Rückkehr und kennt er alle möglichen spektakulären Bilder der Feuer speienden Insel im Nordatlantik. Da bleibt der Wirklichkeit in der Regel nur noch eine geringe Entfaltungsmöglichkeit. Den Erwartungen will entsprochen, die Tyrannis der mitgebrachten Vorstellungen durchlebt werden.

Für die eingangs erwähnte Übung fand meine Anreise nach Island insofern unter günstigen Umständen statt, als sie erst nach 16 Stunden und zermürbender zehnstündiger Verspätung ihr Ziel erreichte. Von der Warterei zerschlissen und einem gewissen Überdruss beseelt, waren als das Flugzeug zur Landung ansetzte keine fixen Vorstellungen mehr vorhanden, die in neugieriger Aufdringlichkeit den Vergleich mit vorher verfertigten Bildern gesucht hätten.

Und so stiegen, unerwartet und ungefragt Eindrücke aus der Tiefe der Seele auf, die von jenem untergründigen Empfindungsleben künden, auf das Rudolf Steiner mit seiner Bemerkung hinweist. Sie stammten aus dem Bereich jenes unmittelbar Wirksamen eines Warm-Kalten, Hell-Dunklen, Ernst-Heiteren, Hüllend-Preisgebenden, der neben unzähligen anderen Möglichkeiten solche deutlich wahrnehmbaren Qualitäten hervorbringt. In diesem Fall waren die Empfindungen ganz andere als Erwartungen sie vorausgesehen hätten. Dafür waren sie von einer unbedingten Gewissheit und erhellenden Deutlichkeit und begleiteten die Erlebnisse, die die Tagung bereit hielt.

Die Einladung nach Island war durch ein gemeinsames Komitee der isländischen und norwegischen Landesgesellschaft zustande gekommen, das sich die Erarbeitung des Volksseelenzyklus vorgenommen hatte und dies in einer internationalen Zusammenkunft versuchen wollte. Fortgesetzt wird diese Arbeit im Herbst in Nürnberg, wenn Frode Barkved als Generalsekretär der norwegischen Landesgesellschaft den Baldurmythos in seiner ganz eigenen Weise darstellen und dabei von einer Reihe weiterer Freunde des europäischen Westens, Südens und Ostens begleitet sein wird. Mehr als 60 Menschen von drei Kontinenten (Europa, Amerika, Australien) und zwölf Ländern waren zusammengekommen, um sich der genannten Thematik zu widmen.

Zu den zentralen Personen, die in der Vorbereitung mitgewirkt hatten, gehörten Gudjon Arnason, seine Frau Kerstin Andersson und Sigrun Gunnarsdottir aus Island, sowie Frode Barkved und Harald Haakstad aus Norwegen. Desweiteren arbeiteten mit: Nick Thomas (GB), Henk-Jan Meyer (NL), Hannes Weigert (NO), Fritz Burger (NL) und Oskar Borgman Hansen (DK).

Zu der besonderen Tagungsgestalt gehörte es, dass zunächst für diejenigen, die es sich einrichten konnten, landeskundliche Exkursionen durchgeführt wurden, sich dann der geisteswissenschaftliche Teil anschloss und zuletzt wiederum ein landeskundlicher Teil folgte. Eine Teilnehmerin bemerkte: “Am Anfang während der ersten Ausflüge wurden wir stark zu einem Gruppengebilde. Darauf folgten die Tage anthroposophischer Arbeit, und zuletzt bei den abschließenden Ausflügen waren wir viel stärker individuelle TeilnehmerInnen.” Kein schlechtes Fazit für eine Unternehmung, die sich als Titel einen Vers aus der Grogaldur Edda: “sjalfr leið þú sjalfan þik” (Selbst, leite du dich selbst!) gewählt hatte.

Die Arbeitstage begannen jeweils um 7 Uhr 30 mit einem halbstündigen Motivbogen, der durch Nick Thomas gespannt wurde. Am ersten Tag standen dabei die Wesen der höheren Hierarchien im Mittelpunkt, im weiteren Verlauf wurden die jeweils vorangehenden oder folgenden Vorträge umspielt.

Anschließend folgte ein gemeinsames Frühstück, Singen mit Magne Skrede, dem Musiklehrer der Waldorfschule in Bergen (NO), und dann die jeweils einstündigen Vorträge über “Die nördlichen und südlichen Mysterien in ihrer Bedeutung für die Entwicklung Europas” (Schiller), “Der Hammer des Ich und die Aufgabe Thors” (Haakstad), “Die Aktualität des Baldur-Mythos für die Gegenwart” (Barkved), “Der Sprachgeist des Nordens” (Burger) und “Die Bedeutung des Volksseelenzyklus heute” (Hansen).

Dem schlossen sich zahlreiche Workshops mit Eurythmie (Marianne Tvedt), künstlerischer Wahrnehmungsschulung (Hannes Weigert), Malen (Henk-Jan Meyer mit Sigfús Gudfinson und Gudjon Arnason), Clowning (Dawn Nilo) und Ponyreiten (Martin Aeschliman) an. Der übende Charakter der Tagung wurde hier durch Wiederholungen und Fortsetzungen in der Nachmittagszeit enorm verstärkt. Am Abend war dann immer noch Zeit für Konzerte, Aufführungen aus den Arbeitsgruppen und Ausflüge, insgesamt ein reiches und volles Programm.

Der Tagungsort war das 1930 von der Anthroposophin Sesselja Sigmundsdottir (1902-1974) gegründete heilpädagogische Heim “Solheimar”. Solheimar ist heute eine selbstverwaltete, nach ökologischen Grundsätzen aufgebaute Siedlungsgemeinschaft, in der etwa 100 Menschen zusammen leben und arbeiten. Es gibt Werkstätten, Geschäfte und verschiedene Galerien. Die Gärtnerei erwirtschaftet einen jährlichen Ertrag von 18 Tonnen, die Forstwirtschaft setzt p.a. 400.000 Bäume um. Das Café Graena Kannan ist ein beliebtes Ausflugsziel und Aushängeschild für die bestens renomierte Bäckerei. Im 2002 eröffneten Oko-Center Sesseljuhus werden regelmäßig Tagungen, Konferenzen und Veranstaltungen für die Bewohner von Solheimar als auch von auswärtigen Initiativen veranstaltet.

Die Tagungsthematik fand an diesem Ort und in dem hier einmalig versammelten Menschenkreis eine eindrucksvolle Voraussetzung. Völkeridentitäten, Völkerschicksale und Kulturidentitäten sind bis auf den heutigen Tag so wirksame Wirklichkeiten, dass sie zunächst kaum konfliktfrei besprochen werden können. Immer wieder will etwas gruppenhaft Dumpfes sich über die selbstverantwortliche Individualität des einzelnen Menschen legen. Dabei erweisen sich Bewusstsein und Verständnis für das Volkstum des anderen in der Lebenspraxis häufig noch als unzureichend. Will man über eine nichtssagend indifferente Toleranz hinauskommen, erfordert das einen enormen Aufwand. Interesse, Kenntnis und Einfühlungsvermögen sind erforderlich um Verständnis für die konkrete Würde des anderen Menschen aufzubringen.

Denn tatsächlich erweisen sich Geschichte, kulturelle Gewordenheit und persönliche Sozialisation als so mächtige Faktoren, dass flinke Kommentare oder gutmeinende Kurzschlüssigkeiten an die wirksamen Untergründe des Gemeinschaftslebens nicht heranragen.

Das wunderbare Erlebnis der hier versammelten Studiengemeinschaft war die Verstandnisbereitschaft, die unter den Mitwirkenden waltete. Die konnte auch durch eine jäh und kontrovers aufflammende Rassismusdebatte nicht gefährdet werden. Eindrucksvoll blieb das von dem 85-jährigen Oskar Borgman Hansen, dem langjährigen Generalsekretär von Dänemark, immer wieder und wieder betonte: “Jedem von uns steht es frei, sich zu engagieren!” Damit war er bemüht, den Hauptduktus in Rudolf Steiners Werk zu unterstreichen, den ethischen Individualismus als eine praktische Philosophie der Freiheit. Keine Gruppengeistigkeit, echte Individualisierung ist das Entwicklungsziel des Menschen. Und der Volksseelenzyklus stellt den Versuch Rudolf Steiners dar, den 1910 in blindem Nationalismus auf die Katastrophe zueilenden Völkern ein Verständnis für die unterschiedlichen Ebenen individuellen, persönlichen, egoistischen und gruppenhaften Daseins zu vermitteln. “Nur der sittlich Unfreie, der dem Naturtrieb oder einem angenommenen Pflichtgebot folgt, stößt den Nebenmenschen zurück, wenn er nicht dem gleichen Instinkt und dem gleichen Gebot folgt. Leben in der Liebe zum Handeln und Lebenlassen im Verständnisse des fremden Wollens ist die Grundmaxime der freien Menschen.” (Philosophie der Freiheit, GA 4, S.166)

Der Seminarzeit folgten zwei Tage in Þórsmörk (Thorsmörk), einem zwischen den Gletschern Tindfjallajökull, Eyjafjallajökull und Mýrdalsjökull zerklüftet aufragenden Bergrücken. Ungewöhnlich ist hier der dichte Birkenwald, der dem Platz seinen Namen gegeben hat, denn Island zeigt sich ansonsten überwiegend unbewaldet. Eindrucksvoll ist auch die seit dem Ausbruch des Vulkans unter dem Eyja^allajökull von dichter schwarzer Vulkanasche überzogenne Landschaft. Im Schwemmsand der Krossá, dem zentralen Gletscherfluss dieses Gebietes, sprießen hier und da einzelne Pflanzen.

Die Felsen ringsherum zeigen das erstarrte Bild kochenden Magmas, das riesige Blasen als Höhlen ausgebildet hat. Hier wandern wir aufwärts in eine leerer und leerer sich dehnende Steinwüste.

Der Abstieg führt zuletzt durch ein schmales Seitental, dessen Grund dem überraschten Wanderer einen lieblich murmelnden Bach und blühende Auen zeigt. Der unerwartete Kontrast erinnert an den Zauber Klingsors in Caltabellotta auf Sizilien, wo gleichfalls leblose Wüste und grünendes Leben unvermittelt nebeneinander erscheinen.

Die Gesellschaft übernachtet in der Wanderhütte Skag^ordsskall, die nur durch Überquerung des Krossá an einer der häufig sich verändernden Furten erreichbar ist.

Die Hütte ist unbewohnt und steht zur Eigennutzung offen. Wie von Zauberhand zubereitet, steht hier ebenso rasch und unauffällig eine komplette warme Mahlzeit auf dem Tisch wie an allen anderen Tagen dieser Unternehmung. Ein erstaunlicher Vorgang, der Tacitus’ Schilderungen aus seiner Germania in Erinnerung ruft.

Die Männer seien durchaus tapfere Naturen, dort im Norden. Gegen sie zu kämpfen sei furchtbar, ihre Tapferkeit sprichwörtlich und ihre Wucht furchteinflößend. Eine der schrecklichsten Tatsachen aber sei, dass sie immer in Begleitung ihrer Frauen und Kinder in den Krieg zögen. Würden die Männer in der Schlacht einmal zurückgedrängt, dann warteten auf sie im Hintergrund die Ochsenkarren mit den Familien und allem Hab und Gut. Und wehe die Helden zeigten Verzagtheit. Dann reckten ihnen die Frauen ihre Kinder entgegen, entblößten ihre Brüste und fragten ihre Männer anklagend, ob sie sie der Gewalt ihrer Feinde ausliefern wollten. Durch solchen Apell frisch gestärkt, wandten sich die Männer dann zurück in die Schlacht und trugen in der Regel den Sieg davon.

Die eigentlichen Helden waren aber natürlich die Frauen. Die Germania ist voll des Lobes über die tugendsamen, treuen und schönen Frauen der Germanen. Insofern erwies Island sich als der letzte Hort germanischer Tugend, denn auch hinter dem tapferen Heerführer Gudjon Arnason und seinem tapferen Mitstreiter Sigfús Gudfinson wartete eine Großfamilie tüchtiger Frauen und Kinder, verstärkt durch Bundesgenossen aus Norwegen, die das Unternehmen mit der nötigen Moral begabten und halfen, die Organisation zu bewältigen.

Wie anders als die Ankunft verlief der Abschied. Da war niemand, der nicht dem Rätsel des Zusammenhanges von Land und Mensch nachhing, der eigentümlichen Präsenz von Gletschereis und Vulkanfeuer, Nifelheim und Muspelheim, den elementarischen Repräsentanten von Nerv und Blut, menschlich-konstitutioneller Wirklichkeit.

Niemand, der nicht berührt gewesen wäre von der Liebe der Menschen zu ihrem Land, ihrem unschuldigen Stolz, sich in einer so großartigen, reichen und abweisenden Natur zugleich, zurechtzufinden.

Und immer wieder war zuruckzukommen zu jenem leidenschaftlichen Apell Gudjon Arnesons, nicht zu leichtfertig mit dem Begriff “atavistisch” für bestimmte elementarisch hellfühlende Seelenfahigkeiten umzugehen. Die seien auch im heutigen Island vertrauter als mancher Besucher sich denken könne. Und die Menschen auf Island wollten sich nicht als abnorme Repräsentanten alter Fähigkeiten verstanden wissen.

Er hat alles Recht für diesen Apell. Denn er war es, der den Grundstein zur Gründung der ersten Waldorfschule Lækjarbotnum auf Island legte. Er war es, der einen ersten ökologischen Verkaufsladen in Reykjavik eröffnete. Er ist es, der sich für die anthroposophische Gesellschaft in Island einsetzt und für keine Arbeit in diesem Zusammenhang zu Schade ist.

Es war ein Abschied unter Freunden. Die Freundschaft entstand in der arbeitenden Begegnung an einem Inhalt, der vor 100 Jahren eine Sisyphosarbeit begann, – der Befriedung und Befreundung von Völkern durch spirituelle Differenzierung. Inzwischen glauben wir eher an das Kleine, Echte als das Große, Gigantische. Aus dem Kleinen aber kann hervorgehen, was dem Großen seine Lebensmöglichkeit gibt. Island war 2010 mit seinem Motto: “sjalfr leið þú sjalfan þik” ein hoffnungsvoller Beginn.

Hartwig Schiller, 20. Juli 2010’

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)