Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

vrijdag 3 juli 2009

Downloaden

Uit betrouwbare bron bereikte mij gisteren het bericht dat Hans Peter van Manen afgelopen woensdag is overleden. Ik heb tot nog toe geen bevestiging hiervan elders kunnen vinden; geen overlijdensadvertentie in de krant of iets dergelijks. Dus is het een lastige beslissing of ik dit nu als aanleiding voor mijn bijdrage van vandaag zal maken. Omdat het bericht echter een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid heeft, doe ik dat wel. Ik heb op internet bijzonderheden over Hans Peter van Manen gezocht, maar nauwelijks iets kunnen vinden. Geboren in 1931 in Den Haag, dat is het wel zo’n beetje. Waarbij een Italiaanse website meer bijzonderheden geeft, dan onze eigen Koninklijke Bibliotheek. En deze laatste bij de opgegeven literatuur zelfs een fout maakt: de daar genoemde ‘Grondslagen van de anthroposofie; nader uitgewerkt’ is niet vertaald door Hans Peter van Manen, maar door zijn vader Hugo van Manen, zoals blijkt uit de herdruk dit jaar van ‘Antroposofie – Een nieuwe benadering’, wat in esssentie hetzelfde boek is (helaas staat op de website nog altijd de oude eerste druk, terwijl de herdruk een prachtige nieuwe afbeelding op de omslag heeft van een schilderij van Benno Sloots – die trouwens nergens op internet te vinden is).

Een nette literatuurlijst van publicaties van Van Manen zie ik ook nergens. Hij heeft een groot aantal artikelen geschreven; her en der verspreid vermoed ik (maar het meeste waarschijnlijk destijds voor de ‘Mededelingen van de Antroposofische Vereniging in Nederland’, de voorloper van Motief, maandblad voor antroposofie, en in Duitstalige antroposofische vakbladen). En een veel geringer aantal boeken, waarvan het merendeel op schrift gestelde voordrachten zijn. Maar een overzicht hiervan, nee, dat zie ik niet. De Koninklijke Bibliotheek noemt ‘Komst en wederkomst: over de wederkomst van Christus en de komst van de antichrist’, een monografie uit 1999, uitgegeven bij Christofoor (maar daar op de website niet te vinden; volgens mij is dit boek verramsjt). Een oudere uitgave is ‘Kaspar Hauser. Zijn leven en zijn plaats in de geschiedenis’ uit 1985 (bij Bol.com staat het verkeerde jaartal van 1995; ik neem tenminste niet aan dat er een tweede druk is verschenen), een monografie bij Uitgeverij Vrij Geestesleven, alleen nog tweedehands te krijgen. Over dit thema is trouwens wel een artikel in Motief verschenen, dat nog altijd op de website van de Antroposofische Vereniging is te vinden (alleen momenteel niet, omdat die website naar een andere server wordt overgezet, wat voor 10 juli gebeurd moet zijn). Het artikel, met de titel ‘Nieuwe beweging rond Kaspar Hauser’, over een jongen uit het begin van de negentiende eeuw met een bijzondere geschiedenis, stamt uit nr. 63 van mei 2003.

‘Het tragische leven van Kaspar Hauser lijkt niet meer dan een onvolledig gebleven misdaadroman met politieke vertakkingen tot in de toenmalige vorstenhuizen toe. Een juiste kennis over dit leven is volgens Hans Peter van Manen echter van groot belang. Het lot is immers geesteswetenschappelijk gezien het allerconcreetste in een menselijke levensloop. Dus ook de genetische identiteit van Kaspar Hauser, die al honderdvijftig jaar studie en strijd kent. Onlangs kwamen feiten aan het licht die het onderzoek weer opnieuw openen.’

De eerder genoemde Italiaanse website noemt twee Duitstalige titels van Hans Peter van Manen: ‘Christussucher und Michaeldiener. Die karmischen Strömungen der anthroposophischen Bewegung’ en ‘Marie Steiner. Über ihre Stellung im Weltenkarma’. De eerste kwam in 1980 uit bij het Philosophisch-Antroposophischer Verlag, de tweede in 1994 bij het Verlag am Goetheanum (wat allebei dezelfde uitgeverij is, alleen met een andere naam; ik had het hier eergisteren nog over in ‘Uitgeefproblemen’). Dat ‘Christussucher und Michaeldiener’ is een fenomenaal boek, ik geloof ook het eerste van Van Manen (hij was toen 49 jaar oud), waarmee hij zichzelf meteen heeft overtroffen. Dat zou hij later niet meer kunnen verbeteren. (Hoewel Malte Diekmann dat nog wel in 2005 heeft geprobeerd met zijn ‘Der Kreis der Mysterienströmungen: Karmische Gruppen in der Anthroposophischen Gesellschaft und Bewegung’.) Helaas is dit boek in het Duits geschreven (hoewel voor een Nederlander heel gemakkelijk Duits) en nooit in het Nederlands vertaald. In september 2008 schreef Lieven Debrouwere echter in het Belgische tijdschrift Brug nr. 61 over

‘het standaardwerk van Hans Peter van Manen “Christussucher und Michaeldiener”, aan de vertaling waarvan ik momenteel de laatste hand leg’.

Maar meer weet ik hier niet van.

Het boekje over Marie Steiner is ook een heel typisch Hans Peter van Manen-onderwerp. Het is een van de vier voordrachten die van hem bij Verlag am Goetheanum te boek zijn gesteld. Het begon in 1989 met ‘Sophia und Perspehone. Anthroposophische Impulse in der Umweltschutzbewegung’, gevolgd in 1990 door ‘Versuch zum Geist-Besinnen. Der 33-Jahre-Rhythmus in der Geschichte der Anthroposophischen Gesellschaft’, in 1994 dus door Marie Steiner en uiteindelijk in 1997 door ‘Das vierte Geheimnis. Das Grundmotiv von Goethes Märchen und die Tempellegende im Lebenswerk Rudolf Steiners’. Ik noem het allemaal maar, dan worden de thema’s waarmee hij zich bezighield meteen duidelijk. Ik kan trouwens nog één Nederlandstalige titel noemen, meteen zijn laatste (uit 2007), met de onheilspellende titel ‘Wanneer verwachtte Rudolf Steiner de incarnatie van Ahriman?’

Goed, wie tot hier heeft volgehouden, krijgt nu de beloning voor zijn volharding. Want, en nu komt het (daarvoor had ik al het voorgaande nodig), Hans Peter van Manen heeft ook viermaal een nawoord geschreven bij de uitgaven van de Rudolf Steiner Vertalingen (zelfs vijfmaal, maar die vijfde valt er een beetje buiten); en die nawoorden vormen een staalkaart van zijn kennen en kunnen. Alle thema’s die er bij hem toe doen, komen langs, in een prachtige vorm. Want dat is ook een kenmerk van hem: zijn stilistische kwaliteit. Bovendien zijn deze nawoorden in het Nederlands, en: op internet! (Te downloaden namelijk.)

Het gaat achtereenvolgens om ‘Werkingen van het karma’ uit 1994 (herdrukt in 2004, met een nieuwe voorkant):

‘Een veelomvattend panorama van de werkelijkheid van reïncarnatie en karma, met oefeningen voor karmische bewustwording. De historicus Hans Peter van Manen schetst in zijn nawoord de betekenis en de ontwikkeling van Steiners reïncarmatie- en karma-opvatting.’

Om ‘Karmaonderzoek 1’ uit 1995:

‘Steiners voordrachten over karma vormen een hoogtepunt in zijn werk. In dit deel wordt eerst de algemene wetmatigheid van reïncarnatie en karma belicht. Vervolgens komen de levens van enkele historische personen ter sprake.’

‘Wereldgeschiedenis in het licht van de antroposofie’ uit 1996:

‘In negen voordrachten, gehouden tijdens de “Kerstbijeenkomst van 1923”, spreekt Steiner over de bewustzijnsgeschiedenis van de mensheid en de plaats van de antroposofie daarin.’

En ‘Karmaonderzoek 3’ uit 1998:

‘Over de verschillende niveaus waarop het karma speelt: het persoonlijk karma, het karma van de groep waar wij bij horen en het karma van de samenleving en de tijd waarin we leven.’

Het buitenbeentje is ‘Uit de schoot der goden. De binnenkant van de evolutie’, uitgekomen in 2002:

‘Aan het begin van onze kosmische evolutie staat geen Big Bang, maar een door goddelijke wezens uit liefde gebracht offer. Alle materie, alle daarin en daarmee levende schepselen danken hun bestaan aan dit offer. De materie maakt een verdichting door van warmte tot vaste stof, de schepselen die daarbij betrokken zijn, de mensen, raken daardoor gaandeweg los van hun Schepper. Ze worden vrij, dat wil zeggen, ze kunnen zich tegenover hun Schepper opstellen, ze kunnen in Hem geloven, ze kunnen hem ontkennen, ze kunnen zichzelf als het middelpunt van de schepping gaan beleven. De wereld waarvan ze deel uitmaken is weliswaar een afspiegeling van de goddelijke wereld waaruit zij zijn ontstaan, maar is in zijn minerale toestand van de Schepper afgesnoerd. Alles op aarde vervalt aan de dood, de enige werkelijkheid op aarde. Dan daalt echter Christus, het hoge zonnewezen, af, maakt door zijn opstanding uit de dood de afsnoering ongedaan en geeft de mens de mogelijkheid de verbinding met zijn goddelijke oorsprong te herstellen. Met een nawoord van Hans Peter van Manen. Speciale uitgave ter gelegenheid van het afscheid van Wijnand Mees van de redactie van de reeks Werken en Voordrachten van Rudolf Steiner.’

Van deze laatste uitgave is het nawoord niet te downloaden; dit boek staat ook buiten de reeks. Nog even iets over de volgorde: ik heb ze chronologisch opgevoerd in jaar van de Nederlandse uitgave. Zo zijn ze als achtereenvolgende publicaties van Hans Peter van Manen ook het beste te lezen, in chronologie van ontstaan. Maar het gaat in feite allemaal om voordrachten van Steiner die als voordrachten oorspronkelijk in verschillende jaren en dus in verschillende perioden werden gehouden. ‘Werkingen van het karma’ zijn namelijk uit 1910 en 1912 (vroeger uitgegeven als afzonderlijke publicaties, respectievelijk ‘Openbaringen van het karma’ en ‘Karma en reïncarnatie’), ‘Uit de schoot der goden’ zijn uit 1911, ‘Wereldgeschiedenis in het licht van de antroposofie’ zijn de avondvoordrachten tijdens de Kerstconferentie van 1923, terwijl ‘Karmaonderzoek 1’ van februari tot en met maart 1924 en ‘Karmaonderzoek 3’ in juni en juli 1924 werden gehouden. Wie de moeite wil doen, kan de nawoorden en inhoudsopgaves dus downloaden.

Om iets te laten proeven van Hans Peter van Manen zelf, laat ik hier een deel volgen uit het nawoord bij ‘Werkingen van het karma’, dat een mooi beeld biedt zowel qua inhoud als qua stijl. Hij snijdt bovendien een kwestie aan waar vaak overheen wordt gekeken bij deze problematiek. Dit onderdeel heeft als opschrift ‘Concrete voorbeelden: moeilijkheden en mogelijkheden’.

In Steiners hele oeuvre vanaf 1902 zijn beschouwingen en opmerkingen te vinden over karma en reïncarnatie. Eigenlijk had hij dit gebied al in het begin tot uitgangspunt van het antroposofische werk willen maken. Zoals wij zagen lukte dat niet. In de jaren 1910-1912 verdichten zijn inspanningen zich opnieuw in deze richting. In deze jaren werkt hij de christelijke kern van de antroposofie nader uit: Christus als centrale stuwende kracht in de wereldontwikkeling en als actuele factor in onze tijd op de grens van het zichtbare en het onzienlijke. Tegelijk maakt hij aanstalten om reïncarnatie en karma als een tweede hoofdthema daarnaast te zetten. In 1910 houdt hij in Hamburg de voordrachtenreeks Openbaringen van het karma (opgenomen in dit boek). Hierin komen de wetten van het karma ter sprake, vooral in verband met ziekte en gezondheid. Zij lopen in zekere zin vooruit op de karmavoordrachten van 1924. In 1912 vinden in Stuttgart en Berlijn de in de vorige paragraaf behandelde voordrachten over een praktisch oefenende benadering van het karma plaats. Toch verdween het karmathema daarna weer naar de achtergrond, om pas in 1924 het allesoverheersende hoofdthema te worden (zie Karmaonderzoek 1).

Wat altijd vrij gemakkelijk levendige belangstelling opriep, waren Steiners onthullingen over opeenvolgende incarnaties van bepaalde individualiteiten. Minder bekend is dat hij daar tot 1924 zeer terughoudend mee was. Er zijn slechts enkele belangrijke uitzonderingen te noemen. In de winter van 1910-1911 nam hij in zekere zin een proef in Stuttgart door een reeks van zes voordrachten, Okkulte Geschichte. Daarin kwam een aantal historische persoonlijkheden ter sprake, waarvan sommige door enkele incarnaties heen werden gevolgd. In het al vaker genoemde jaar 1912 komt bij herhaling een welhaast klassiek geworden voorbeeld ter sprake. Het is de reeks Elias, de grote profeet van het oude joodse volk – Johannes de Doper – de renaissanceschilder Rafaël – de dichter Novalis, een der pioniers van de Duitse romantiek.

Zulke mededelingen uit het occulte weten van een ingewijde roepen direct de vraag op welk oordeelsvermogen hij bij zijn toehoorders aanspreekt. Hoe moeten zulke connecties tussen levenslopen, die alleen via de hoogste trap van hoger bewustzijn, de intuïtie, opgespoord kunnen worden, door gewoon denkende mensen worden opgenomen? Idealiter kan iedereen de scholingsweg gaan tot en met het intuïtieve bewustzijn om de geestelijke onderzoeksresultaten soeverein te kunnen toetsen. Wij zagen al dat deze mogelijkheid voor de meeste mensen op korte termijn puur theoretisch is. Moeten zulke beweringen dan op goed geloof worden aangenomen? Dit principiële en praktische punt is Steiner allerminst ontgaan. Hij wordt namelijk niet moe één bepaalde opmerking steeds weer te herhalen. Men vindt die al in Theosofie, ettelijke keren in De wetenschap van de geheimen der ziel en op vele andere plaatsen in voordrachten en cursussen. Via geesteswetenschappelijk onderzoek occulte feiten aan het licht te brengen, daartoe is alleen een ingewijde in staat. Maar tot het beoordelen van zulke mededelingen is iedereen in staat die het gewone gezonde verstand inschakelt – en bereid is dat niet te onderschatten. Want wanneer het denken door theorieën over de begrensdheid van het kenvermogen aan onbevangenheid heeft ingeboet, wordt het meteen beneveld en gedeeltelijk verlamd.

Men merkt namelijk bij het bestuderen van geesteswetenschappelijke inhouden al gauw twee dingen. In de eerste plaats komen veel bekende maar op zichzelf moeilijk verklaarbare feiten in een zinvol perspectief te staan. Doorslaggevender is de tweede ervaring: het denken merkt dat het met deze inhouden verwant is en dat het door het opnemen ervan op een heel nieuwe manier tot leven komt. In een beeld gebracht: het gedachtenleven reageert op geesteswetenschappelijke inhouden als een boom op het vroege voorjaar. Het netwerk van kale takken raakt doorstroomd, knoppen zwellen onder de invloed van het mildere klimaat. Wel is het zo dat deze opmerking over de toegankelijkheid van geesteswetenschappelijke mededelingen voor het denkende voorstellingsvermogen in de eerste plaats geldt voor de beschrijving van zaken als de bovenzinnelijke aspecten van het mensenwezen, de stadia van het leven na de dood en de grotendeels in het bovennatuurlijke verlopen evolutie van mens en wereld. In hoeverre nu geldt deze fundamentele opmerking ook ten aanzien van mededelingen over reeksen incarnaties?

Daar liggen positieve mogelijkheden en bepaalde risico’s. Het gaat soms te makkelijk, in die zin dat bepaalde verwantschappen tussen levenslopen uit verschillende tijden in het oog kunnen springen. Nu weet elke ook maar enigszins antroposofisch geschoolde lezer, dat volgens Steiner gelijkenissen tussen verschillende incarnaties van een en dezelfde individualiteit eerder uitzondering dan regel zijn. Maar verwante trekken spreken vaak uit zulke vergelijkingen. Om het al genoemde ‘klassieke’ voorbeeld erin te betrekken, de karakterverwantschap van de beide profeten, Elia en Johannes de Doper, ligt voor de hand – afgezien nog van het eerder genoemde feit dat de identiteit van de Doper en Elia in het Mattheüs-evangelie bij herhaling door Christus wordt uitgesproken. Tussen de schilder Rafaël en de dichter Novalis bestaan ook opvallende overeenkomsten, die in de vriendenkring van de laatste voor een deel zijn opgemerkt: het jongelingsachtige, het geïnspireerd geniale, de affiniteit met het madonnamotief en met de persoonlijke verschijning van Christus; verder waren beide levenslopen ‘vroeg voltooid’. Genoeg redenen dus die een identiteit aannemelijk maken.

Maar ook hier geldt dat het beleven van een zinvolle aannemelijkheid nog niet gelijkwaardig is met een werkelijk eigen inzicht in de waarheid. Er doemen bij nadere studie genoeg raadsels op, die de samenhang compliceren. De tijdsruimte tussen Johannes de Doper en Rafaël is wel uitzonderlijk lang, bijna vijftienhonderd jaar. Was deze individualiteit in die tussentijd niet één keer geïncarneerd? Leefde hij nooit als vrouw?

Een ander probleem is het volgende. Wie in het licht van de antroposofie historische persoonlijkheden bestudeert, beleeft soms in zijn voorstelling dat een bepaalde verwantschap tussen twee figuren uit verschillende eeuwen oplicht. Zo’n associatie kan puur speculatief zijn, maar kan ook een spontane kwaliteit hebben. In het laatste geval kan sprake zijn van een reële imaginatieve ingeving, met andere woorden van een echte verwantschap. Dat heeft echter volgens Steiner in veel gevallen niet te maken met reïncarnatie. In een aantal voordrachten in het jaar 1909 belicht hij voor toehoorders, die vertrouwd zijn met het in Theosofie opgebouwde mensbeeld, het principe van de ‘spirituele economie’. De hogere machten werken populair gezegd op een doeltreffend zuinige manier. In onze ziel leeft als geestelijke kern ons ‘ik’. (Het ik of hogere zelf is de veroorzaker van het ik-bewustzijn, maar het is daarmee niet identiek.) Dit ik schrijdt, via lange tussenstadia in hogere werelden, van aardeleven tot aardeleven. Bij het incarnatieproces omkleedt het zich weer met een zielegestalte of astraallichaam en met een levenskrachtenlichaam of etherlichaam. Na de dood, dat wil zeggen na het sterven van het fysieke lichaam, worden deze omhullingen weer afgelegd. Bij het etherlichaam gebeurt dat heel snel, bij het astrale lichaam gaat het heel geleidelijk. Bij beide kan van een oplossingsproces worden gesproken: het etherlichaam lost op in de etherische wereld, het astrale lichaam vergroeit met de zielewereld. Er komen echter veel uitzonderingen voor op deze regel. Bijzondere ether- of astrale lichamen, bijvoorbeeld van uitzonderlijk begaafde mensen, kunnen als model bewaard blijven en als het ware in gekopieerde vorm worden meegegeven aan mensenzielen die zich incarneren. Daardoor kan een grote mate van verwantschap optreden van een later levende met een historische persoonlijkheid, een verwantschap die heel goed als affiniteit in het bewustzijn van de later geborene kan opleven. Deze neigt er dan soms toe deze affiniteit te zien als een identiteit via reïncarnatie. Dat laatste hoeft niet per se uitgesloten te zijn. Maar volgens Steiner gaat het in de meeste van zulke gevallen niet om een reïncarnatie – van hetzelfde ‘ik’ – maar om een reële etherische of astrale verwantschap op grond van de hier geschetste spirituele economie der hogere machten.

Deze gedachtengang mag misschien op deze of gene in het laat twintigste-eeuwse Nederland een geconstrueerde indruk maken. Toch levert juist onze recente literatuurgeschiedenis voorbeelden die deze spirituele economie als reële denkmogelijkhheid een stuk dichterbij brengen. De dichter Slauerhoff (1898-1936) voelde zich meer dan verwant – zie zijn roman Het verboden rijk waarin hij serieus met de reïncarnatiegedachte speelt – met Camoens (1524-1580), de Portugese zwerver en dichter uit de nadagen der ontdekkingsreizen. Van Godfried Bomans is bekend dat hij zich tot in allerlei leefgewoonten toe spiegelde aan Charles Dickens (1812-1870). Een illustratief symptoom is dat Bomans evenals Dickens onverwacht op 58-jarige leeftijd stierf. Beide voorbeelden, maar vooral het laatste, zouden op een etherische verwantschap in de hier besproken zin kunnen wijzen.

16 opmerkingen:

Herman Boswijk zei

Michel, weet je al iets meer?
Zover ik weet verbleef hij op het moment in Griekenland.

Er wordt inderdaad vanuit Vlaanderen gewerkt aan een Nederlandse uitgave van "Christussucher und Michaeldiener", dat klopt. Die zal naar ik aanneem verschijnen bij de Rudolf Steiner Academie, tegenwoordig Via Libra geheten.

Verder staat er ook nog een Duitstalig boek van hem over Rudolf Steiner en Nietzsche op stapel.

Voor een overzicht van zijn publikaties: ga naar de catalogus van de bibliotheek v.d. AViN, http://hogeschoolhelicon.adlibsoft.com/search.aspx, 'uitgebreid zoeken', Bibliotheek AViN, auteur: manen, h

Ramon DJV zei

Ook Antrovista meldt dat Van Manen woensdag 1 juli is overleden.
Of de site van de AViN het overlijden meldt, weet ik niet, want ik heb geen toegang meer tot die site.

Michel Gastkemper zei

Inderdaad, in NRC Handelsblad staan vandaag drie overlijdensadvertenties. Hij was twee dagen ervoor 78 jaar oud geworden.

barbara2 zei

also nun vermute ich, dass overleden gestorben heisst?
das ist schade! sein buch michaelsdiener und christussucher habe ich vor kurzem gelesen. der schluss ist etwas pompös aber die ersten 2/3 geben eine wunderbare übersicht incl begründung aus dem werk steiners incl eigener interpretationen, wie es mit den 2 strömungen in der anthroposophischen gesellschaft geht und: es gibt offenbar nur die zwei udn beide haben einen, wenn auch anderen bezug zum christentum.
es muss sein thema gewesen sein.
herzlich
barbara

Michel Gastkemper zei

Liebe Barbara,
Ja, stimmt, er ist am Mittwoch gestorben.
Herzlich,
Michel

Anoniem zei

Geachte meneer Gastkemper,

Nog zelden heb ik zo'n ongelofelijke gotspe gelezen vanuit het land der anthroposofie. Dat u de Hermes hiervan denkt te moeten zijn is bepaald geen pree! Hoe haalt u het in uw hoofd om zo onbeschoft te schrijven over Hans Peter van Manen?
Zijn bij u misschien alle stoppen der beschaving doorgeslagen?
Hebt u hem alle jaren gekend, bent u ueberhaubt vertrouwd met zijn gedachtengoed en wat hij hierin nalaat?
Nee, u bent een schrijvertje, maar danwel een heel slechte!

Als u ook maar iets van Anthroposofie had begrepen dan had u zich gehouden aan een gepaste houding in uw schrijven.
Houding, ooit van gehoord? Nee, blijkbaar maar u hebt duidelijk ook geen lessen mogen genieten van Hans Peter van Manen.

Misschien is de laatste les die hij u wel kan geven op zijn crematie. als u ervoor openstaat natuurlijk.
U draagt met uw schrijven bij aan de vervuiling waar de anthroposofie aan ten onder gaat.

Dat u zelf niets heeft gepresteerd hoeft de rest van de wereld niet te bereiken over hoofde van Hans Peter van Manen.

Als u werkelijk denkt te spreken vanuit de anthroposofie dan heeft u nog een lange weg af te leggen.
Dat is heel mooi maar schoffeer geen anderen waar u niets van schijnt te weten.
Houdt je bij je ding en houdt anders je brutale mond.

Kleuter, die jij blijkbaar nog schijnt te zijn.


Doe daar iets mee en alle succes hiermee gewenst.

Met vriendelijke groet,
Ruth Mac Neill

Ramon DJV zei

'Als u ook maar iets van Anthroposofie had begrepen dan had u zich gehouden aan een gepaste houding in uw schrijven.'

Interessante theorie!!! Een concreet voorbeeld zou ook niet slecht zijn geweest.

Anoniem zei

Crematie Hans Peter van Manen:
dinsdag 7 juli 2009 14.15 uur in de grote aula van het crematorium Ockenburgh, Den Haag.

Anoniem zei

Ik ben zo benieuwd naar wie Ruth Mac Neill is! Wat heeft ZIJ in haar leven 'bereikt'? Ze zou een milieuactiviste kunnen zijn die ten strijde trekt tegen 'vervuiling' en 'ondergang'? Zolang zij zelf maar 'clean' in haar zelfbeeld kan blijven handhaven. Ik kan me niet veel medestanders voorstellen op haar eiland. Een echt vreemde reactie op een gewoon informatief stukje.

Anoniem zei

Anoniem zei....

U hoeft niet benieuwd te zijn naar de persoon Ruth Mac Neill en zij is ook geen milieuactiviste.
Nee ik bestrijd echter wel iets en dat is het gemak waarmee leugens worden verkondigd. Meneer Gastkemper was onzorgvuldig in zijn schrijven en verwees naar niet meer bestaande site's. Dat noem ik niet ''een gewoon informatief stukje''. Het was ten delen zeer non-informatief. Daarnaast was de toon negatief en neerbuigend. En dat vind ik kwalijk ja. En verder kan ik u uit uw droom helpen dat weldegenlijk meerdere medestanders mijn ''eiland'' bevolken.
''Een nette literatuurlijst...zie ik ook nergens....(over artikelen her en der verspreid)...Maar een overzicht hiervan, nee,dat zie ik niet''. Wat een respect!
Echt een gewoon informatief stukje in uw ogen maar niet die van mij.

Met groeten van een dichtbevolkt eiland en in de hoop dat u daar ook nog eens zal aanspoelen maar dan niet anoniem.

Anoniem zei

Geachte mevrouw Mac Neill,

Ja, u bent duidelijk een (be)strijdster en u bent duidelijk boos en geirriteerd!

Wat verwondert is uw ontbrekende zakelijkheid.'Leugens' transformeren in 'onzorgvuldigheid' bijvoorbeeld en waarschijnlijk visa versa.

Mij dunkt dat u in eerste instantie gewoon een hekel heeft aan de heer Gastkemper, en dat hij tegenover u in een no-win situatie staat.

Ik denk dat hij dat kan accepteren.

En wie de lessen van Hans Peter van Manen begrepen heeft laten we maar even in het midden. Mag dat?

Anoniem zei

Anoniem...

Tsja, lessen die u blijkbaar niet heeft gevolgd.

Dat is dan een gemis.

Anoniem zei

De eerste zin berust op een onjuiste vaststelling, mevrouw Mac Neill, en daaruit volgend de tweede dus ook.

Ramon DJV zei

Ik volg de blog van Michel Gastkemper nu al meer dan een jaar en als 'abonnee' kan ik aan de hand van wat ik lees alleen maar vaststellen dat Michel op een heel integere manier met zijn informatie omgaat. Zelfs in zijn meest scherpe kritieken zie ik geen aanvallende houding of een gebrek aan respect. De schaarse onzorgvuldigheden doen op geen enkele manier afbreuk aan het opzet van deze site, die als ik het goed heb begrepen een vrijetijdsbesteding is van Michel. (trouwens, wie is zonder fout?)Ik ben allang blij dat er sowieso iemand transparante informatie over het reilen en zeilen van de antroposofische beweging in kaart brengt. En als dat iemand is die kan schrijven, is het dubbel zo aangenaam om lezen. Misschien dat de auteur van onderstaande vijf zinnen (uit één reactie) gebaat is bij enige zelfreflectie.

(...)
1)Nee, u bent een schrijvertje, maar danwel een heel slechte!

2) U draagt met uw schrijven bij aan de vervuiling waar de anthroposofie aan ten onder gaat.

3) Dat u zelf niets heeft gepresteerd hoeft de rest van de wereld niet te bereiken over hoofde van Hans Peter van Manen.

4) Houdt je bij je ding en houdt anders je brutale mond.

5) Kleuter, die jij blijkbaar nog schijnt te zijn.(...)

Ik betwijfel of de vervuiling waarover sprake is door zo'n uitspraken zal verdwijnen.

Anoniem zei

Beste Ramon,

Bedankt voor uw bijdrage! Ik ben 'anoniem' en ik heb ook geprobeerd mevrouw Mac Neill haar grenzen te wijzen. Maar deze poging zowel als uw wens tot zelfreflectie bij de betreffende persoon zal mijns inziens weinig resultaat opleveren.

Het levert haar slechts stof voor nog meer projectieve identificaties zoals dat gebruikelijk is bij borderliners. Zal wel in de hulpverlening zitten, wanneer ze geen milieuactiviste is.

Laten we het rusten.

Michel Gastkemper zei

Beste Herman,
Bedankt voor je verwijzing vorige week naar de bibliotheek in Den Haag. Dat is geen slechte tip. Alleen: waarom staat hetzelfde er soms tweemaal in? En die allereerste artikelen: zijn die wel van Hans Peter van Manen? (In 1938 was hij zeven jaar. Lijkt me sterk.) Of speelt hier ook die verwisseling met zijn vader Hugo van Manen?
Maar nu mijn volgende vraag: is er ook ergens zo’n lijst te vinden van zijn Duitse artikelen? Want volgens mij publiceerde Hans Peter van Manen liever in het Duits. Misschien zijn er daar wel meer van. Ik kan natuurlijk ook zelf op zoek gaan. Maar het is altijd makkelijker als iemand dat werk al eens gedaan heeft.
Met hartelijke groet,
Michel

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)