Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

maandag 23 februari 2009

Carnavalesk

Het is me wat allemaal. Het was al een gebeurtenis, een hype mag je zelfs wel zeggen. Maar door het onvermoeibare strijden van Hugo Verbrugh wordt het ‘Eindeloos bewustzijn’ van Pim van Lommel een zelfs nog grotere hype. Anders was diens bestseller misschien wel ergens bij de honderdduizend verkochte exemplaren blijven steken. Maar nu met het symposium in Amsterdam aanstaande, ‘Bewustzijn voorbij de grenzen’, worden de degens gekruist en klinkt er alom wapengekletter. Doorn in het oog en steen des aanstoots: de Antroposofische Vereniging laat zich hiermee in, waarmee antroposofen om de tuin worden geleid en antroposofie al evenmin een dienst wordt bewezen.

Wat kondigde de Antroposofische Vereniging ook alweer op 8 juli 2008 aan?

‘Cardioloog Pim van Lommel zal op de conferentie “Bewustzijn voorbij de grenzen” een lezing geven over zijn onderzoekingen op het terrein van het eindeloos bewustzijn.

De conferentie vindt plaats op zaterdag 28 februari 2009 en is een vervolg op de conferentie “Ervaringen met onze pre- en postexistentie” die plaatsvond in november 2006. De Antroposofische Vereniging organiseert de conferentie samen met het VU-Podium, een platform voor activiteiten namens organisaties binnen de Vrije Universiteit. In samenwerking met Stichting Merkawah, de Christengemeenschap, de Kübler Ross Stichting en vertegenwoordigers van onder andere de Soefibeweging is het voorlopige programma opgesteld.’

Al eerder maakte ik op deze weblog hiervan melding, laatst nog op 16 januari in ‘Heraarding’. Maar bijvoorbeeld ook op 2 november 2008 in ‘Alle zielen’. De reacties waren veelzeggend. Ramon De Jonghe vroeg zich toen af:

‘Van Lommels conclusie over de dood zou zijn gebaseerd op jarenlang empirisch onderzoek naar bijna-dood-ervaringen. Maar zijn dat geen twee verschillende zaken; dood of bijna dood? Zou de onderzoeker zijn conclusie niet beter beperken tot het onderzoeksgebied, de bijna-dood-ervaring?’

En Jan Cornelissen verwees maar liefst naar:

‘alle bijdragen van Gert Korthof op zijn blog: “Fouten in het boek van Pim van Lommel”: Deel 1, Deel 2, Deel 3, Deel 4, Deel 5, en daarnaast nog: Pim van Lommel en kwantummechanica, Pim van Lommel over hersenen en bewustzijn en Pim van Lommel interview in NRC.’

Zo, dan wist je meteen uit welke hoek de wind waaide. Maar nu dan Hugo Verbrugh. Hij is in februari op het toneel verschenen, waarbij hij zich onverbiddelijk in het koor der critici heeft geplaatst. Begonnen met een bespreking in Motief nr. 126 van februari, onder de titel ‘Eindeloos bewustzijn of ander bewustzijn?’ Maar sindsdien vraagt hij vrijwel dagelijks aandacht hiervoor op zijn eigen weblog. En alsof dat nog niet genoeg is, biedt hij ook nog een essay van 48 bladzijden aan, gedateerd 14 februari, waarin hij al zijn bezwaren uitstalt. (Trouwens, wat hij op zijn weblog schrijft, komt gedeeltelijk hieruit.) Dit essay gaat

‘over de zogenaamde BijnaDood Ervaring, “Eindeloos Bewustzijn”, wetenschap en filosofie, antroposofie en het paradigma van de wezensleden’.

Het is dus een beetje veel om hier goed te kunnen resumeren. Hoewel, de bijgeleverde samenvatting op pagina 2 kan een handje helpen.

‘Het wordt niet duidelijk op grond waarvan antroposofen zo een sterke waardering hebben voor het actuele BDE-discours. (...) de zogenaamde BDE [is] in feite een artefact.’

Verbrugh signaleert bij Van Lommel een opzienbarende onkunde om een wetenschappelijke verklaring voor BDE te kunnen geven. En een onwil om hierbij van antroposofie gebruik te maken. Terwijl dat volgens Verbrugh juist het ei van Columbus is.

‘Het paradigma van de wezensleden volgens het vierledig mensbeeld van de antroposofie geeft een naadloos sluitende verklaring van de zogenaamde BDE en van het probleem om er goed over te spreken.’

En dan gaat het vervolgens 46 bladzijden los. Maar is het niet een beetje laat, vraag ik me af. Het boek verscheen eind 2007 en werd al gauw een bestseller; het bewuste symposium is aanstaande zaterdag. Of is het gewoon een gewiekste publiciteitscampagne, opgezet door de Antroposofische Vereniging, om extra aandacht te trekken, waarbij Verbrugh een heldenrol mag vervullen? Tenslotte is het carnavalstijd, dus ondenkbaar is dit niet.

John Wervenbos wees op verschillende plekken op internet (waaronder de discussiepagina van de Antroposofische Vereniging, Antroposofie Forum) op het tijdschrift van de Stichting Merkawah, Terugkeer, en speciaal op nr. 17 van zomer 2006. Daarin begint een aantal artikelen over wetenschap en BDE. Ruud van Wees, een van de mensen die samen met Van Lommel het bewuste artikel in The Lancet publiceerde, schrijft inleidend:

‘In 1988 werd de stichting Merkawah opgericht met als hoofddoel om een wetenschappelijk onderzoek naar frequentie, mogelijke verklaringen en gevolgen van BDE’s op te zetten onder met succes gereanimeerde hartpatiënten in Nederlandse ziekenhuizen. Het verslag is uiteindelijk als hoofdartikel in het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift The Lancet (dec. 2001) verschenen, waarmee een onbezoldigde krachtsinspanning van opgeteld vele mensjaren en geleverd door zo’n 25 mensen, ten einde kwam. Tijdens het onderzoek en ook na de publicatie werden de (tussentijdse) resultaten uitgedragen in lezingen en artikelen. Dit verhaal is de meeste lezers wel bekend.

Maar betekende de onderzoeksdoelstelling dat Merkawah in het begin een wetenschappelijke organisatie was? Neen, mijn eigen ervaring als oprichter is dat we vanaf het begin een dienstverlenende organisatie zijn waar naast onderzoek – wel het eerstgenoemde doel in onze folders en brochures van toen – ook voorlichting, ontmoeting en begeleiding hoog in het vaandel staan. (...)

Aan de attitude van vooral medici en psychologen schort het in mijn oordeel nog steeds en dat heeft alles te maken met een bekrompen werkelijkheids- en wetenschapsopvatting onder wetenschappers en wetenschappelijk opgeleide zorgverleners, die ertoe leidt dat de BDE meestal als hallucinatie en dus als pathologisch verschijnsel wordt ingedeeld. Wat dit betreft zit de taak van Merkawah er nog niet op en we zullen dus stof moeten blijven leveren die deze collega-wetenschappers op andere gedachten kan brengen.

Deze attitude onder wetenschappers en zorgverleners zou voor Merkawah volgens mij al voldoende reden moeten vormen om een wetenschappelijke doelstelling te handhaven, al is het op een vierde plaats, achter ontmoeting, voorlichting en begeleiding (zie de binnenkant van de voorpagina). Men staat sterker in de benadering van deze groepen wanneer men de informatie die in de voorlichting wordt gebruikt kan ondersteunen met informatie uit wetenschappelijk onderzoek.

Er gebeurt binnen Merkawah en in Terugkeer mijn inziens nog steeds voldoende om handhaving van het wetenschappelijke doel te kunnen rechtvaardigen. Toch moet ook worden geconstateerd dat door de jaren het accent minder op wetenschap is komen te liggen waardoor een andere, de esoterische, component wat meer in het licht is komen te staan. Dat zou geen probleem vormen indien de BDE algemeen aanvaard en erkend zou zijn, maar nu brengt dit het gevaar met zich mee dat hierdoor het serieus nemen van de BDE(-er) wordt geschaad. Het terugbrengen van wat meer nadruk op wetenschap is dus – zoals gezegd – ook van tactisch belang in de benadering van de buitenwereld, met name wetenschappers en zorgverleners, maar ook van de media.’

Aan welke kant van deze missie zou Verbrugh zich bevinden: de wetenschappelijke of de esoterische? Hij toont zich sceptisch genoeg om zich in het eerste kamp te scharen. Op 9 februari schrijft hij in zijn weblog:

‘Ik heb het boek gelezen, en sluit me aan bij het oordeel van skepticus Jan Willem Nienhuys. Na een grondige analyse kwalificeert hij het als een “hallucinatoire rijstebrijberg van opeengestapelde onzin”, en concludeert hij “Ik ben veel onzin tegengekomen, maar de meeste onzin heeft toch nog een soort innerlijke samenhang een beetje als fantasieverhalen waar ook dingen in voorkomen die niet kunnen maar die binnen het verhaal toch weer aanvaardbaar zijn. ... Maar zo een pretentieus iemand die van zoveel klokken de klepels volkomen bijster is als van Lommel en die zo volledig de kluts kwijt is, dat is toch tamelijk uniek.”’

Een dag later heeft Verbrugh het over

‘het wanstaltige succes van “Eindeloos bewustzijn”, het pseudo-wetenschappelijke boek van Pim van Lommel over de bijna dood ervaring. Jan Willem Nienhuys heeft het boek in Skepter met recht en reden gekarakteriseerd als een “hallucinatoire rijstebrijberg van opeengestapelde onzin”. Maar onzin waar je van gaat hallucineren is voor de tallozen die verblind zijn door angst voor echte kennis over de dood het perfecte verdovende middel.’

En op 15 februari begint Verbrugh er weer over:

‘Pim van Lommel ... – ik kan me niet herinneren dat in Nederland ooit in zulke termen is gereageerd op een betoog dat de auteur als “wetenschappelijke visie” presenteerde als in de afgelopen maanden is gereageerd. In mijn blog van 10 februari citeerde ik hier “hallucinatoire rijstebrijberg van opeengestapelde onzin” als samenvatting van deze kritiek. Het woord “hallucinatoir” vindt intussen een lugubere echo in de reactie van de organisatoren van de conferentie en van andere fans van Van Lommel. Al die kritiek is volgens hen alleen maar een bewijs dat Van Lommel inderdaad een grensoverschrijdende wetenschappelijke ontdekking heeft gedaan. Die toestand vreet op zodanige wijze aan mijn gemoed, dat ik er de komende dagen hier iets aan ga doen.’

Enzovoort. – Op 17 februari citeert Verbrugh

‘een stukje met “simpele vragen” in de Margriet (14 08): “Is bewustzijn het zelfde als een ziel?” Antwoord van Van Lommel: “Antroposofen hebben het over een astraal lichaam. De woordkeus wordt bepaald door je cultuur en religieuze achtergrond en omgeving. Ik gebruik die termen bewust niet omdat het verwarrend werkt. Maar in principe is het allemaal hetzelfde”. Bewustzijn, ziel, astraal lichaam – het werkt verwarrend. Maar in principe is het allemaal hetzelfde. Zo wordt wetenschap inderdaad voor velen toegankelijk en aantrekkelijk.’

Bij de commentaren hoopt Verbrugh op:

‘het bewustzijn dat we in de komende tijd echt iets te weten kunnen komen over het hierna. De rumpus die Van Lommel en zijn fans teweeg brengen, werkt hier alleen verstorend en verwarrend.’

Op 19 februari geeft hij als reactie op een van de commentaren, namelijk:

‘“... Die van Lommel kennen we nu wel.” Dat waag ik te betwijfelen. Met name vrees ik dat we zijn invloed en de nefaste werking daarvan nog onvoldoende onderkennen. Daarom ga ik nog even door.’

Op 21 februari heet het:

‘De redenatie van Van Lommel is wartaal’ en ‘De primitieve vergelijking die Van Lommel maakt documenteert alleen dat hij totaal niets begrijpt van wetenschapsfilosofie en geschiedenis.’

En even later:

‘De BIJNA dood ervaring, en zeker de weergave ervan in de pseudo-wetenschappelijke visie van Van Lommel is volgens mij iets zó totaal anders dan de HELEMAAL dood ervaring, dat de mensen die tijdens hun leven hun oren hebben laten hangen naar wat Van Lommel debiteert voornamelijk in de war zullen raken als ze echt helemaal dood zijn.’

En vandaag nog tekent hij in dit kader op:

‘Wat sommige mensen meemaken als ze bijna dood zijn is in genen dele bovennatuurlijk. En ook wat we allemaal zullen meemaken als we helemaal dood zijn, is onversneden natuurlijk. Het paradigma van de wezensleden van het antroposofisch mensbeeld geeft daarvoor een adequate wetenschappelijke verklaring. “Bovennatuurlijk” is in dit verband hoogstens dat zoveel antroposofen zelf dat niet willen inzien, en hun oren laten hangen naar de pseudo-wetenschappelijke flierefluiterij van Van Lommel. Dat zouden ze toch, aangezien ze, naar we ogen aannemen, veel van Rudolf Steiner hebben gelezen en hebben begrepen, zelf moeten inzien?’

In de commentaren laat hij vanochtend weten:

‘wat mijn antroposofische vrienden, met wie ik mij zeer verbonden weet, met Van Lommel doen is erger dan laakbaar stom. Ik begrijp niet wat hen bezielt.’

Vanavond nog reageerde Ad Petersen met:

‘Uh ... deze weblog heeft veel weg van “Eindeloos Gezwam”. Maar oké ik houd het ook bij deze “korte woordenwisseling”. Succes met de schrijverij meneer Verbrugh.’

22 opmerkingen:

René zei

Ik vind het interessant dat van Lommel daar vanuit zijn optiek een boek over heeft geschreven. Dat aan die man ruimte wordt geboden op een conferentie waaraan de AViN meewerkt is een uitstekend idee. Na afloop kunnen er dan, indien gewenst, conclusies worden getrokken.

John Wervenbos zei

Ook in deze zaak, juist ook in een zaak als deze, is het natuurlijk kunst en opgave om natuurwetenschap en esoterie met elkaar in overeenstemming te brengen. De geesteswetenschap zoals Rudolf Steiner die inaugureerde vormt hiertoe een passend en handzaam instrument; ook als onderwerpen als atomen, subatomaire deeltjes en andere dimensies door partijen worden ingebracht. Daar valt in dit verband veel meer over te zeggen, maar dat een andere keer. Voor ik het weet ben ik weer met een opstel bezig tot in de kleine uurtjes; alles leuk en aardig, maar carnaval is aan deze man onder de Maas niet besteed. En nu een Bavaria.

En een muziekje: Age of Aquarius.

René zei

"Proost" .... Inmiddels vind ik het wel jammer dat ik geen kaartje heb voor deze conferentie.

John Wervenbos zei

Ja, ik had er nu toch ook wel heen gewild. Aan de andere kant: zit heel krap in mijn tijd deze maand. Aanstaande maandag zal iemand op de verenigingsavond van de afdeling Rotterdam van AViN kort verslag doen over de conferentie, want zij gaat wel. Ben benieuwd. Hoop in ieder geval dat het voor iedereen, voor zoveel mogelijk mensen, een vruchtbare bijeenkomst worden zal.

Op een aankondigingwebpagina van VU is er de afgelopen tijd een interessant serie van commentaren door geïnteresseerden geplaatst. Zie: VU Podium - Bewustzijn over de grenzen.

Wat me niet verbaast, maar wel goed doet, is het feit dat er in de Angelsaksische wereld al een antroposofisch geesteswetenschappelijk georiënteerd onderzoek naar BDE is verricht. Zie het boek van Calvert Roszell met een voorwoord van George Ritchie (himself) Near Death Experiences: In the Light of Scientific Research and the Spiritual Science of Rudolf Steiner, gepubliceerd door SteinerBooks in 1992. Voorzover ik kan nagaan is dit boek nauwelijks tot niet in Nederland verkrijgbaar. Denk dat uitgeweken moet worden naar zorgdiensten van het bibliotheekwezen om het hier in Nederland in handen te krijgen (en vervolgens te kopiëren). Over de kwaliteit en betekenis van het werk kan ik nog niet oordelen, heb het immers nog niet gelezen, maar via de webpagina waarnaar verwezen is, kan een eerste indruk worden opgedaan.

Ben blij dat het Discussieplein AViN een beetje begint te lopen nu. Daar zijn weer nieuwe reacties geplaatst in de topic over orgaandonatie. Zelf opende ik daar deze week inderdaad de topic: Gedachtewisseling over de conferentie Bewustzijn voorbij de grenzen.

John Wervenbos zei

Barbara, hoe staan wat dit betreft de ontwikkelingen in Duitsland? Hoe worden BDE (bijna-dood ervaringen) en BLE (buiten lichaam ervaringen) daar genoemd? Wie zijn daar voortrekkers of baanbrekende onderzoekers op dit gebied? Geniet van Lommel ook bekendheid in Duitsland en hoe wordt daar tegen zijn activiteiten en boek 'Eindeloos bewustzijn' aangekeken?

René zei

Interessant die links John. Het forum van de AViN loopt? Zal er weer eens gaan kijken. Het onderzoek naar BDE is en blijft interessant. Vanuit de antroposofie moet dat toch ook wat opleveren.

barbara2 zei

hallo john,
da musste ich erst mal die kommentare lesen und deinen entdecken und dann brauchte ich ein bischen länger, um das niederländische zu verstehen.
bde (beinahe tod erlebnisse) und ble vermutlich obe out of body experience? der stand in deutschland? hm keine ahnung, ich selber habe mich literaturmässig mal eine zeitlang damit befasst, moody, kübler-ross, da waren noch mehr, habe ich vergessen. forschung dazu gibt es glaube ich nicht. wir haben eine parapsychologische beratungsstelle in freiburg, die jagd geister;-)
über pit van lommel hatte ich glaube ich in der info 3 gelesn und hier rigendwo vor zeiten kommentiert, ob michel dazu etwas bringen will, oder ihn kennt oder..
ich kenne von ihm nichts. für mich ist das thema der nahtodes erfahrung und karma und reinkarnation durch. das einzige was mich noch am rande interessiert, ist das sog. einheitsbewusstsein, aber inzwischen eher im erleben als um darüber zu schreiben;-))
oder, was willst du genau wissen?
herzlich
barbara

John Wervenbos zei

Hallo Barabara,

Danke. Meine Fragen sind hinreichend beantwort. Hier die Website Parapsychologischen Beratungsstelle in Freiburg.

herzlich,
John

Petra zei

Wat is hier aan de hand? Van Lommel beweert in zijn boek op wetenschappelijke wijze bijna-dood-ervaringen te verklaren. Dat maakt hij duidelijk niet waar: wetenschappers op de gebieden waar hij zich begeeft, ondersteunen zijn beweringen niet, integendeel. Van Lommel meent steun te vinden in de antroposofie, maar zegt in een interview dat bewustzijn, ziel en astraal lichaam zo ongeveer hetzelfde zijn. En dan is er een antroposoof en wetenschapsfilosoof die de moeite neemt zijn boek te bestuderen en becommentariëren, en via zijn blog aandacht voor het onzinnige van Van Lommels boek wekt. Weet Michel Gastkemper daar vervolgens niets anders mee te doen dan te proberen Verbrugh belachelijk te maken? Ik heb niet de indruk dat hij het essay van Verbrugh ook daadwerkelijk gelezen heeft, hij citeert niet meer dan een zinnetje uit de samenvatting ervan. Maar wel rijgt hij wat citaten uit de blog op aan elkaar zonder zelf het achterste van zijn tong te laten zien.
Geen beste beurt, meneer Gastkemper.

John Wervenbos zei

Ik moet eerlijk zeggen dat ik de satirische lading van dit weblogbericht van Michel niet goed begreep en ook niet verwacht had. Het doet tamelijk onzakelijk aan. Aanvankelijk wou ik er aan voorbij gaan, en zelf afdoen met een grapje, omdat ik doorgaans op inhoud gericht ben en gericht blijf. (Vanuit die optiek, inhoud en actuele communicatie, wees ik ook een aantal mensen gisteren per e-mail op dit weblogbericht.) Kan me echter goed voorstellen dat dit blogbericht kwetsend is voor Hugo Verbrugh. Petra heeft hier zeker een punt.

Natuurlijk hoeft berichtgeving niet altijd (helemaal) zakelijk te zijn, ruimte voor humor is een goede zaak, maar ik denk dat er hier in dat opzicht toch wat mis is gegaan.

Over de keuze van zijn stijlmiddelen kunnen de meningen verschillen, maar buiten kijf staat uiteraard dat Hugo Verbrugh alle recht heeft op uitgesproken opvattingen over dit onderwerp en die ook uitdragen mag. Tevens is het goede zaak dat zijn beargumenteerde opvattingenen in kwestie in overweging worden genomen; zeker ook door antroposofen.

John Wervenbos zei

Aanvulling: opvattingen en bevindingen.

Hugo Verbrugh zei

Ik zou graag een inhoudelijke reactie geven als Gastkemper precies zou aangeven wat zijn boodschap is. Op wat er nu staat kan 'technisch' niet adequaat gereageerd worden.

Michel Gastkemper zei

Grutjes, wat een drukte hier opeens. En tegelijk commotie. Alsof ik Hugo Verbrugh niet serieus zou nemen. Ik respecteer hem welzeker, zoals blijkt uit eerdere bijdragen over hem op deze weblog. Het kenmerkt hem dat hij zeer gepassioneerd met zijn thema’s bezig is. De manier waarop hij zo’n thema voordraagt, dient echter de zaak naar mijn smaak niet altijd helemaal. Het roept iets anders op dan bedoeld, gaat daar soms zelfs tegenin. Ik geef toe, dat is iets om op terug te komen.

René zei

Hugo Verbrugh slaat een wonderlijke toon aan in zijn weblogberichten. Daar zet ik vraagtekens bij. Samenwerking, je open stellen voor ideeën van anderen, vind ik in het huidige tijdsgewricht buitengewoon belangrijk. Van Lommel komt op mij over als een integer mens. Iemand die jarenlang heeft geleefd en gewerkt met het thema dat hij nu te boek heeft gesteld. Om dat nu te 'torpederen' vind ik veel te ver gaan. Boeiender en vruchtbaarder lijkt het mij om je open te stellen voor een ontmoeting met deze man.

Petra zei

Tot nu toe gaat noch Michel Gastkemper, noch René in op de inhoudelijke argumenten van Hugo Verbrugh tegen het boek van Van Lommel.

René zei

Petra: 'vóór of tegen' ... dat soort tegenstellingen laat ik, indien mogelijk, achter me. Ik ben geïnteresseerd in het overstijgende, verbindende element. Daarvoor zijn ontmoetingen 'in real life' gewenst. Internet is daarvoor een veel te smal medium.

Hugo Verbrugh zei

De inhoudelijke discussie begint serieus te worden. Over de integriteit van Van Lommel als mens heb ik geen oordeel. Zijn werk acht ik wetenschappelijk, esoterisch, journalistiek en anderszins misleidend en schadelijk. Ik zie ook geen 'verbindend element'. Mijn argumenten zijn tot in vergaande details te vinden op www.kairos-kr.nl. Klik op die site 'publikaties' aan en je vindt 'Bij elke ademtoch daalt de Dood in onze longen neer ... '. Daar staat het allemaal in. Er is niets op tegen, integendeel, dit essay ook op deze site te plaatsen.

John Wervenbos zei

Ik ben zelf ook niet de makkelijkste. Nog menig botsing opgedaan of zelf veroorzaakt in het verleden op allerlei leeftijden en in allerlei levenssituaties staat me zogezegd op het netvlies gebrand en ik moet bekennen dat ik zeker niet zeggen mag dat ik altijd gelijk had of ‘zelf niet debet was aan‘. En dan het heden en de toekomst nog… (Zink maar depressief naar de grond John – bij wijze van spreken.) Maar ja botsingen, het is van belang hoe ze tot stand komen en wat betrokkenen er (nog of juist) mee kunnen en/of willen. Pleit niet voor een enkel conflict- of harmoniemodel, maar wijs op wat er in het leven op dit vlak nu eenmaal gegeven is of voor ons, de meeste mensen, in petto heeft.

Jaren geleden schreef ik hieromtrent een korte spreuk, maar zes regels lang. De daarin gebruikte term 'waren', op zichzelf genomen al een woord met mooie dubbele lagen, vormt in deze (paradoxale) spreuk niet alleen een tijdsaanduiding (en persoonsvorm), maar is tevens als werkwoord bedoeld in de zin van (rond)waren. Nou ja sterker nog, er kunnen in werkwoordelijke zin ook nog andere betekenissen aan dit woord in de zes regels worden toegedicht.
Zie: Rozenkruis. (Niet gerelateerd aan een rozenskruiserdom dat bijvoorbeeld iemand als Max Heindel mensen voorspiegelde.) Niet bepaald kunstzinning om een spreuk voor een lezer vooraf al een beetje nader te duiden, maar goed bij deze gelegenheid sla ik graag wat directer spijkers op de kop.

Wat computergebruik en internetdiscussies betreft: inderdaad René, internetdiscussies en aanverwante zaken kunnen de waarde van echte ontmoetingen nooit vervangen en het belang van uitwisselingen op het web wordt vaak ook overschat. Zeker. Maar de toepassingsmogelijkheden van internet kunnen uiteraard ook worden onderschat. Op zich vormt het een reuzehandig hulpmiddel om elkaar te kunnen wijzen op relevante teksten, afbeeldingen, filmpjes enzovoort; maar ook voor het maken van afspraken; ruggespraak op afstand enzovoort. (Inclusief e-mailverkeer.)

Op het Volkskrantblog van Hugo Verbrugh van vandaag wordt ingegegaan op de relatie tussen Rudolf Steiner en Max Heindel (de plagiaat kwestie) en het artikel van Rob Gruben over BDE, geplaatst in het tijdschrift Terugkeer, herfst 2008.
Zie: Pim van Lommel, de zgn BDE en de VU (10): Rudolf Steiner en Max Heindel, antroposofie en Merkawah.

(In mijn bijdrage aldaar zijn helaas weer wat storende type- en taalfouten geslopen, die ik technisch gesproken) niet meer corrigeren kan.)

John Wervenbos zei

Correctie alinea 1, zin 2: ...of soms 'zelf niet debet was aan'.

René zei

John, ik ben goed thuis op het vlak van de mogelijkheden en onmogelijkheden van het Internet. Maar ik weet uit ervaring dat echte meningsverschillen slechts bij hoge uitzondering via de digitale weg worden opgelost. Ik kies zelf bij voorkeur de 'real life methode'.
Verder is Internet uiteraard buitengewoon interessant, van onderschatting is bij mij geen sprake. Boeiend is bijvoorbeeld inderdaad de Steiner-Heindel-kwestie. Ik ben van beide goed op de hoogte. Steiner bestudeer ik al een leven lang en van Heindel heb ik de hoofdwerken gelezen. Ook de biografie over Heindel, die geschreven is door Ger Westenberg heb ik tot me genomen. Over het plagiaat kan ik niets definitiefs zeggen. Zowel Steiners als Heindels ontmoetingen met 'de meesters' zijn niet te controleren. Bij Heindel kom je het nodige tegen wat ook bij Steiner te vinden is. Maar dat geldt ook voor Steiner in relatie tot Blavatsky. Ik zeg altijd maar zo: 'spirituele wetenschap is geen voetbalwedstrijd'. Het gaat niet om winnaars en verliezers. Ik doe daar in elk geval niet aan mee.

John Wervenbos zei

René, het gaat mij er niet om om meningsverschillen via het internet op te lossen (dat is inderdaad een illussie), maar wel om onder andere meningsverschillen en onderzoeksprojecten, naast andere in te zetten middelen, ook via het internet aan te kaarten en ook langs die weg een aantal relevante zaken, waar mogelijk, voor een belangrijk deel in het openbaar vast te leggen.

Natuurlijk is spirituele wetenschap geen voetbalwedstrijd en uiteraard zou het niet goed zijn om zaken of kwesties enkel te verengen tot winnaars of verliezers. Dat is niet waar het om gaat. Wel is ook bij het beoefenen van spirituele wetenschap, diverse bewegingen en bronnen aftastend, onderscheidingszin en historisch besef van geesteswetenschappers van belang aangaande zaken als: ontwikkelingstaken; tijdsgeest; broederschap en vijandschap; gerichtheid; aanvulling of uitsluiting; verleiding en/of misleiding; dwaling of bedrog enzovoort.

Iets dergelijks treffen we in de 'gewone wetenschap' natuurlijk ook aan, ook daar kom je altijd weer drie belangrijke wetenschappelijk relevante componenten tegen aangaande visies en wetenschapsopvattingen, wetenschappelijke stellingen en wetenschappelijke posities:
a. het bevindingsverslag;
b. de ethische gezindheid (of ander gezegd: het ethische gehalte);
c. de kennistheorie.

Daarover schreef ik al eens iets in een oud opstel van me: Visie.

De wereld, de wetenschap en de mens zijn in voortdurende ontwikkeling. Dat komt ook tot uitdrukking in oude en nieuwe verschijnselen die onderzocht moeten worden en paradigmaverschuivingen die zich in de loop van de tijd voordoen. Ook in dat licht vormen BDE en BDL ervaringen waarover kond wordt gedaan belangrijke onderzoeksobjecten.

René zei

Dank John, voor je reactie waarin ik me geheel kan vinden.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)