Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

maandag 16 februari 2009

Geesteshouding

‘Jelle van der Meulen op beleidsmiddag “Over de redding van de ziel” van Bernard Lievegoed: “Aanwezigheid, presentie, dat zijn in de heilpedagogie begrippen die een eigen waarde hebben waarin anderen kunnen gedijen. Uiterlijk gebeurt er misschien weinig, innerlijk des te meer.”’

Zo luidt deze maand in het tijdschrift ‘De Veerman’ van de Raphaëlstichting de lange kop boven een verslag, dat helemaal niet toevallig van mijn hand is. De laatste keer dat Jelle van der Meulen in deze weblog met een verhaal figureerde (hij komt wel vaker voor, zoals hij met zijn eigen weblog ook op de blogroll hier helemaal onderaan staat) was op 26 januari in ‘Functionaris’. De thema’s die hij eind november in Maastricht aansneed (in het verslag van de Bernard Lievegoed School, en ook op mijn weblog overgenomen, staat 31 november, maar die datum kan natuurlijk helemaal niet) waren ook in Noord-Holland niet afwezig.

‘De heilpedagogie vormt een broedplaats voor de “cultuur van het hart”. Daar oefenen we in de begeleiding van onze cliënten het “sprakeloos-zijn”. In de terughouding wordt de gevoeligheid ontwikkeld voor het wonder dat de mens is.

In plaats van dat we de neiging hebben elkaar “klein” te maken, is het de opgave elkaar juist “groot” te zien. Weg met oordelen en voorstellingen! Oordelen maken altijd “klein”.’

Ik laat hier het verslag in zijn geheel volgen. De erin genoemde Marinus van der Meulen is bestuurder van de Raphaëlstichting. En Rozemarijn is een van de bloeiende instellingen binnen deze organisatie, waarover ik overigens op 16 september 2008 in ‘Kunstenaarsbende’ nog heb geschreven. (De daarin genoemde kunstenar Harm van der Meulen is wél familie, een broer namelijk.) Goed, genoeg familiezaken, nu naar de beleidsmiddag.

‘Vlak voor het einde van het jaar, op vrijdagmiddag 12 december, had Rozemarijn alle collega-medewerkers van de Raphaëlstichting uitgenodigd voor een themamiddag. Erg druk werd het echter niet, vele stoelen in de grote zaal in Heemstede bleven onbezet. Lag het aan het thema, het programma, de spreker, of toch de grote afstand en de drukke adventstijd?

Het is niet nader onderzocht. Maar duidelijk is wel dat wie er niet was iets bijzonders heeft gemist. Dat was vooraf al op te maken uit de uitnodiging in De Veerman van november. Die vermeldde: “Het duister, het kwade, in onszelf en om ons heen, loert overal en kan overal tevoorschijn komen. Hoe kun je daarmee omgaan?”
Het thema werd heel mooi tot uitdrukking gebracht in een gedicht van Rainer Maria Rilke:

Wellicht
zijn alle draken
in ons leven
uiteindelijk wel prinsessen
die er in angst en beven
slechts naar haken
ons eenmaal
dapper en schoon
te zien ontwaken.
Wellicht is alles wat
er aan verschrikking leeft
in diepste wezen
wel niets anders
dan iets
dat onze liefde
nodig heeft.

Het was niet het licht, maar dit keer het duister dat centraal werd gesteld. Maar het duister op een andere manier bekeken. Misschien wel des te toepasselijker in de donkere adventstijd. Als spreker voor de middag was Jelle van der Meulen (overigens geen familie van Marinus van der Meulen) bereid gevonden. Hij kampte meteen met een opmerkelijk probleem. De toehoorders zaten met hun rug naar de grote ramen van de zaal. Maar daar doorheen scheen nu precies de late decemberzon met verblindende stralen, recht in het gezicht van de spreker. Om hem toch in staat te stellen het noodzakelijke contact met de zaal te leggen, moesten eerst de gordijnen voor een flink deel dicht.

De uitnodiging vermeldde tevens: “Hoe houd je het juiste midden tussen zorg voor de ander en zorg voor jezelf, tussen het wij-met-elkaar en het ik-voor-mezelf?” Een lastig thema. Wat kun je daar nog meer verstandigs over zeggen, dan dat je maat moet houden en steeds het juiste evenwicht zoeken? Hier wist Jelle van der Meulen echter wel raad mee, indachtig het gezegde “Al het goede komt in drieën”. Wie of wat is hier het derde?

De uitnodiging lichtte al een tipje op van deze sluier: “De ziel tussen geest en lichaam is de plaats van het goede midden. ‘Over de redding van de ziel’ heette de allerlaatste publicatie van Bernard Lievegoed. Dat ging over deze vragen. Waar haal je je inspiratie vandaan om je eigen weg te vinden? En hoe krijgt die concreet gestalte in je dagelijks werk? Jelle van der Meulen tekende het laatste boek van Lievegoed op vlak voor diens sterven in 1992.”

Waarmee meteen ook het motief voor hem als spreker was gegeven. En zoals Astrid van Zon van Rozemarijn uitlegde, kwam daar nog een onverwacht element bij. Dat deze datum van 12 december nu ook precies de sterfdag van Lievegoed was, was niet gepland, maar bleek pas later, toen de afspraak al gemaakt was. Zestien jaren waren intussen verstreken.

Ontwikkelingskansen
Wie was Bernard Lievegoed eigenlijk? Een jongere generatie medewerkers zal zijn naam niet erg bekend in de oren klinken. Hij was de pionier die de heilpedagogie naar Nederland haalde en als eerste in 1931 begon met deze manier van benaderen van kinderen met een beperking. Het Zonnehuis in Zeist is in 77 jaar een begrip geworden en heeft dat in hoge mate aan hem te danken. Net als al het overige dat hieruit is voortgekomen: de heilpedagogie en sociaaltherapie in Nederland.

Lievegoed heeft nog meer wapenfeiten op zijn naam staan: hij introduceerde de organisatieontwikkeling in Nederland (in de jaren vijftig), evenals het tussenjaar tussen middelbare school en universitair onderwijs: de Vrije Hogeschool (in de jaren zeventig). Ontwikkeling in de meest ruime zin was zijn levensthema.
Aan het einde van zijn leven maakte hij de balans op. Daaruit kwam “Over de redding van de ziel” voort.

Jelle van der Meulen vertelde dat Lievegoed oorspronkelijk musicus had willen worden, cellist. Muziek was zijn lust en zijn leven, hij kon niet zonder. Maar toen hij merkte dat hij daarin nooit de top zou kunnen bereiken, zag hij ervan af. Hij liet bewust een opvallend talent schieten, waarvoor in de plaats echter andere, onvermoede vermogens tevoorschijn kwamen. Hij kreeg oog voor ontwikkelingskansen in andere situaties, bij andere mensen.

Niet normaal
In het grote gezin waarin Jelle van der Meulen opgroeide, werden als laatste twee broertjes geboren, allebei kinderen met een beperking. De een met een verlamming door een hersenbeschadiging, de ander met het syndroom van Down. Hij wist werkelijk niet wat hij meemaakte; dit had hij nog nooit gezien. Alleen al dat vreemde lamme handje van zijn ene broertje: dat was gewoon niet in orde. En de opmerkingen van familieleden die op bezoek kwamen, maakten duidelijk dat dit “niet normaal” was. Maar waarom eigenlijk niet? Wie bepaalde wat normaal en abnormaal was, waarop werd dat eigenlijk gebaseerd?

Als je in staat was werkelijk met hen in contact te treden, merkte je iets heel anders. Zij beschikten over vermogens die hij zelf niet of nauwelijks bezat, die bij hen beter ontwikkeld waren. Zij konden bijvoorbeeld de wereld, maar vooral ook de mensen, onvoorwaardelijk nemen zoals zij waren. Een oordeel hoe iemand behoorde te zijn ontbrak. Er zat geen voorstelling tussen, die dit of dat van een ander vond. Dat zweeg, en naar voren trad het vermogen iedere keer weer als nieuw en heel hartelijk ingaan op de ander.

Niet dat zij zonder problemen waren, ander gedrag van hen kon grote moeilijkheden opleveren. Maar dit was een heel bepaalde kwaliteit. Eentje die je ook bij peuters en kleuters kunt terugvinden. Als je als volwassene een peuterklas binnenstapt, dan weet je meteen alle ogen op je gericht. Niet zomaar ogen, maar grote, verwachtingsvolle ogen. Die zien nog iets heel anders in je dan andere volwassenen in je zien. En als je dit in jezelf toelaat, dan ga je daardoor ook iets anders handelen. Je stelt je anders op, je probeert aan die onuitgesproken verwachtingen te voldoen. Het roept een nieuwe kracht in je op.

Geesteshouding
Dit is een bijzonder fenomeen. Eigenlijk gaat “Over de redding van de ziel” over dit fenomeen. Dit probeert het boek in je op te roepen, in je wakker te maken. Lievegoed spreekt over mensen die niet alleen exemplarisch zijn wat zulke kwaliteiten betreft, die deze niet alleen in zichzelf hebben ontwikkeld, maar die in staat zijn die op anderen over te dragen, wanneer andere mensen zich daarvoor openstellen. Hij heeft het over drie van zulke mensen, die ieder een andere kwaliteit vertegenwoordigen. Die kwaliteit gaf Jelle van der Meulen nu liever de naam “geesteshouding”.

In het verleden, bij het uitkomen van het boek zestien jaar geleden, was dit een aspect dat vaak verkeerd werd begrepen. Dat is ook lastig: “ziel” of “geest” zijn geen alledaagse begrippen. Wat is bijvoorbeeld het verschil? We zijn daar niet erg vertrouwd mee en gebruiken ze daarom snel onjuist, zodat er allerlei misvattingen ontstaan.

Een van die drie geesteshoudingen is nu juist om ook op het gebied van ziel en geest de dingen goed te kunnen onderscheiden, om ze in hun juiste licht te zien. Als je bijvoorbeeld wilt weten hoe een ander mens werkelijk is, dat wil dus zeggen ook naar ziel en geest (want een mens is niet alleen een lichaam), dan heb je deze geesteshouding nodig. Om een ander werkelijk te leren kennen kun je niet zonder. Deze geesteshouding wordt vertegenwoordigd door Rudolf Steiner. Zijn antroposofie biedt hulpmiddelen, gereedschap, om een ander ten volle te gaan begrijpen.

De tweede geesteshouding is van een heel andere orde. Deze wordt vertegenwoordigd door Christiaan Rozenkruis, voor velen een mythische, middeleeuwse figuur. Hij staat voor de kwaliteit van transformatie, van omvorming van de ene toestand, de ene situatie, in de andere. Hij is als een alchemist die een onaanzienlijk stukje aarde kan omvormen tot iets bijzonder waardevols, kostbaars, tot iets wat je daarvoor niet voor mogelijk had gehouden.

En de derde geesteshouding roept weer een heel andere kwaliteit op. Vertegenwoordigd wordt deze door de persoon van Parcival. Ook hij wordt als een legendarisch persoon beschouwd, als iemand die niet werkelijk is. Hoe dat ook zij, met deze geesteshouding is een bijzondere kracht verbonden. Namelijk de kracht om in het hier en nu er gewoon te zijn. Het “zijn” is werkelijk een toestand die de wereld kan veranderen. Dat is heel moeilijk uit te leggen. Eigenlijk kun je dit alleen ervaren.

Lievegoed kwam dit bijvoorbeeld heel sterk in de heilpedagogie en sociaaltherapie tegen. Hier wordt een kwaliteit van “zijn” gerealiseerd die, weliswaar in alle rust, maar niettemin, werelden in beweging kan brengen. Aanwezigheid, presentie, dat zijn hier nieuwe begrippen voor die een eigen waarde hebben, waarin anderen kunnen gedijen. Uiterlijk gebeurt er misschien weinig, innerlijk des te meer.

Het is stamelen als het erom gaat die drie geesteshoudingen te pakken te krijgen. We hebben er eigenlijk geen woorden voor. Toch is het belangrijk om ermee bezig te zijn. Want we kunnen niet zonder bij het werken aan ontwikkeling en aan een nieuwe toekomst.’

3 opmerkingen:

John Wervenbos zei

Een mooi gedicht van Rilke.

De inwerking van Christiaan Rozenkruis is naar mijn overtuiging zeer krachtig vandaag de dag. Ingewijden en initiators als Skythianos en Zarathustra zijn, naast nog anderen, natuurlijk ook van belang.

John Wervenbos zei

Ramon de Jonghe heeft Redding van de ziel van Bernard Lievegoed integraal op het internet geplaatst als ik het wel heb.

Het gaat natuurlijk om een buitengewoon moeilijk onderwerp. Want de grote ingewijden kunnen in hun incarnatiereeks, al gelang naar actualisering van hun missie, met een andere naam worden aangeduid. Zo kun je bijvoorbeeld afvragen hoe mede in dat verband Skythianos en Christiaan Rozenkruis zich tot elkaar verhouden. Het is duidelijk dat Lievegoed ook met dit soort levensvragen geworsteld heeft.

Mooi bruggetje voor het Witte Huis, de Oude Haven en wat er omheen staat vormt echt een apart stukje Rotterdam.

René zei

Buitengewoon mens Bernard Lievegoed. Ik heb het voorrecht gehad om hem persoonlijk te ontmoeten. Nooit zal ik vergeten hoe ik samen met Bernard Lievegoed in zijn tuin zat op zijn vijenzeventigste verjaardag. Hij sprak toen vrijelijk over de inwerking van de geestelijke wereld op de natuur. Prachtig was dat.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)