Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

woensdag 23 februari 2011

Tendentieus


Lieven Debrouwere kwam gisteravond laat, 22 februari 2011 23:32, met deze reactie op mijn bericht van gisteren, ‘Vertaling’:
‘Ik volg het werk van Jos Verhulst al geruime tijd en ik heb bij hem nog nooit een spoor van negationisme of Holocaust-ontkenning – in de letterlijke zin dan – gevonden. Wel is het zo dat hij de repressie tegen deze fenomenen aanklaagt als een aanval op de vrije meningsuiting. En die vrije meningsuiting verdedigt hij hartstochtelijk omdat ze voorwaarde is voor waarheidsvinding. Wat dat betreft is hij een volgeling van Voltaire, die bereid was zijn leven te geven voor de vrije uiting van meningen die hij zelf verafschuwde. Jos Verhulst verdedigt niet de mening van negationisten, hij verdedigt hun recht om die mening te uiten. Dat is een essentieel onderscheid, en het is niet Jos Verhulst die negationistische opvattingen in relatie brengt met de antroposofie, maar degenen die dit onderscheid niet maken – uit kwade wil, uit geestelijke luiheid of om welke reden dan ook. En dat is inderdaad stuitend. Van antroposofen zou je toch wel iets meer mogen verwachten.’
Als dat zo was, zou ik hier niet veel tegenin te brengen hebben. En ik weet ook wel dat Jos Verhulst (overigens niet te verwarren met de Jos Verhulst uit Gouda, of degene die de naam ‘Jos Verhulst’ als pseudoniem gebruikt – zie de discussie onderaan dit weblogbericht van 10 maart 2010) graag de grenzen van de vrije meningsuiting opzoekt, scherp debatteert en controverses niet schuwt. Hij is zeer belezen en heeft jarenlang politieke en maatschappelijke ontwikkelingen op de voet gevolgd en van commentaar voorzien. Daarvan getuigen zeer veel bijdragen van hem op internet. Maar juist daarom verwacht ik van hem iets anders dan wat ik met enige regelmaat van hem tegenkom uit de hoek van het negationisme. Ga ik naar zijn website ‘Vrij Geestesleven’ en van daaruit rechtstreeks ‘naar de map “directe democratie”’, vind ik helemaal onderaan bijvoorbeeld dit ‘Dossier: Vrijheid van Meningsuiting’. Ga ik ook in dit dossier naar beneden, staat er ‘juli 2000 – Het offensief tegen het Vrije Woord (met o.m. Chomsky over Faurisson) WW0-6’. Het betreft een paar artikelen ‘Uit de Witte Werf van juni 2000’. Het laatste deel bestaat uit ‘Enkele elementaire bemerkingen bij het recht op vrije meningsuiting’ en heeft deze inleiding:
‘Chomsky schreef de onderstaande tekst na de storm van kritiek, die in Frankrijk opstak nadat hij een petitie had getekend ten voordele van het vrije spreekrecht voor de revisionist Robert Faurisson. Na twintig jaar is de tekst actueler dan ooit. Men ziet dat Chomsky Australië en Groot-Brittannië, naast de USA, als bolwerken van vrije meningsuiting beschouwt. Ondertussen is in beide eerstgenoemde landen een duidelijk offensief aan de gang om de vrije meningsuiting wettelijk te beperken. In Frankrijk werden zeer strenge censuurwetten ingevoerd, waarvan ondermeer Garaudy het slachtoffer werd. Daarnaast is ook een klimaat van fysieke terreur ontstaan. Faurisson werd bijvoorbeeld enkele keren zwaar aangepakt door zionistische knokploegen. – JV’
Volgt de tekst van Noam Chomsky uit 1980, zonder nader commentaar. Relevant commentaar vind ik echter wel bij Gie van den Berghe terug, in zijn boek ‘De uitbuiting van de holocaust’ uit 1990 (tweede druk 2001), dat in zijn geheel ook op internet staat, op zijn eigen website. In het eerste hoofdstuk schrijft hij meteen onder ‘d. Vrijheid van meningsuiting’:
‘Toen Faurisson omwille van zijn negationistische stellingen uit zijn academisch ambt werd geschorst, ondertekende een vijfhonderdtal intellectuelen een petitie daartegen. Onder hen niemand minder dan Noam Chomsky, de befaamde Amerikaanse taalkundige en radicale criticus van het Amerikaanse beleid. De affaire rees de pan uit. De petitie werd in Frankrijk veroordeeld als een pleidooi voor het negationisme. Op verzoek van zijn linkse Franse vrienden zette Chomsky een aantal beschouwingen op papier over het recht op vrije meningsuiting. Die tekst werd zonder Chomsky’s expliciete toelating gebruikt als woord vooraf in een boek van Faurisson (1980).
In voornoemde beschouwingen gaat Chomsky niet in op de inhoudelijke discussie (gaskamers, jodenuitroeiing) omdat hij oordeelt daar te weinig over te weten. Chomsky maakt duidelijk dat het recht op vrije meningsuiting zinledig is als dat recht alleen geldt of alleen verdedigd wordt voor meningen waar men achter staat. Het recht op vrije meningsuiting moet natuurlijk het vurigst verdedigd worden als het om schokkende meningen gaat, meningen die lijnrecht indruisen tegen de eigen overtuiging. Chomsky benadrukt ook het evidente verschil tussen het verdedigen van de vrijheid van meningsuiting en het verdedigen van de geuite meningen. Maar daar voegt hij, jammer genoeg, aan toe dat Faurisson in zijn ogen een tamelijk a-politieke liberaal lijkt en dat niets bij hem op antisemitisme wijst. Chomsky had er goed aan gedaan zijn eerder geuite standpunt, dat met negationisten niet gediscussieerd hoeft te worden, even te herhalen. De ontkenners zouden zijn tekst dan zeker niet als legitimatie gebruikt hebben.’
Kijk, dat had ik natuurlijk wel graag even bij Jos Verhulst tegen willen komen. Maar niets daarvan. In hoofdstuk ‘6. De negationistische methode’ komt Van den Berghe nog uitgebreid op Faurisson te spreken, achtereenvolgens in ‘h. De “geleerde” Faurisson’, ‘i. De demagoog Faurisson’ en ‘j. Uitbuiting’, waarbij er geen spaan van zijn opvattingen heel blijft. Waarom lezen we hierover niets bij Jos Verhulst? – Volgend voorbeeld, twee regels boven voorgaand artikel: ‘januari 2001 – Revisionisme mag niet van het kapitalisme ww1-1’. Blijkbaar weer een artikel uit ‘De Witte Werf’, met als titel ‘Verdere aanvallen tegen burgerlijke vrijheden’. Daarin onder meer dit:
‘In België heeft het “Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding” een nieuwe klacht ingediend tegen revisionisten. De “misdaad” van deze laatsten is, dat ze in enkele Brusselse gemeenten een pamflet hadden verspreid waarin sprake is van de “mythe van de holocaust”. Het Anti-fascistisch Front en het coördinatiecomité van joodse organisaties heeft zich bij de klacht aangesloten (De Morgen en De Standaard, 20-1-2001). Ondertussen hebben drie Franstalige kamerleden de eis geformuleerd, dat de deportatie van homosexuelen door het nazi-regime verplicht wordt vermeld in de geschiedenislessen en de schoolboeken (De Morgen 12-1-2001). Een nieuwe onderwijs-eindterm dus. In Frankrijk is opnieuw een overheidsrapport verschenen waarin het bestaansrecht van Steinerscholen in vraag wordt gesteld. Onder de bezwarende feiten: in een bepaalde school had de inspectie vastgesteld, dat de leraren voor de lessen gezamenlijk een ochtendspreuk zegden. In Duitsland heeft de weldenkende pers een gemeenschappelijk front gevormd “tegen rechts” (www.netzgegenrechts.de). Verscheidene belangrijke kranten en tijdschriften bundelen in dit front hun media-inspanningen om de bevolking te winnen voor de multiculturele samenleving, om een algemeen verbod op rechtse of nationalistische publicaties, partijen en verenigingen te promoten, om de burgers te overtuigen van de juistheid van de wettelijk opgelegde holocaustversie enz. Zoals uit een bezoek aan de website blijkt, werken media , vakbonden en patronale organisaties hiertoe structureel samen. De versmelting van de “vrije” pers en van de economische macht neemt dus een wel zeer openlijke verschijningsvorm aan.’
Is het nodig om de vrijheid van meningsuiting te illustreren met de verspreiding van een pamflet ‘waarin sprake is van de “mythe van de holocaust”’ en dit als een ‘misdaad’ tussen opzichtige aanhalingstekens te plaatsen, en vervolgens in één adem door te laten zien dat vrijescholen aan eenzelfde soort ‘onrecht’ (hier zijn het mijn aanhalingstekens) worden onderworpen? Ik mis hier wat Van den Berghe aanvoert in hoofdstuk ‘6. De negationistische methode’, waarin hij na demagogie te spreken komt op ‘b. Propaganda’:
‘In dezelfde ideologische sfeer passen hun grootscheepse propagandacampagnes, een tweede opvallende kenmerk van de negationistische methode. Ze voeren propaganda per ton. De media worden systematisch bekogeld met lezersbrieven en verklaringen. Hun eigen uitgeverijen en boekverzenddiensten verspreiden op grote schaal reclamefolders, brochures, tijdschriften, video- en geluidsbanden. Dat alles komt ongevraagd terecht in brievenbussen van journalisten, schrijvers, parlementsleden, bibliotheken, professoren, leerkrachten, historici... Talloze kopies van niet zelden ronduit antisemitische tijdschriften worden systematisch verstuurd naar joodse gemeenschappen en mensen met een joods klinkende naam. Lezers worden aangemaand om de brochures te verspreiden, om geld te storten voor het bekostigen van video-opnames, vertaling, druk en massale verzending van artikels. In vijf jaar tijd werden in een veertigtal landen (onder meer Zuid-Afrika) meer dan een miljoen kopieën verspreid van de brochure opgesteld door Richard Verrall, leider van het Britse rechts radicale National Front (Stierven er werkelijk zes miljoen?, in 1974 uitgegeven onder het pseudoniem Richard Harwood). Toen het drukken en verspreiden van dit soort literatuur in een aantal landen aan banden werd gelegd, groeide Canada uit tot een belangrijk verspreidingscentrum met Ernst Zundel aan het hoofd. Midden jaren tachtig werd daar in vijftien talen gedrukt en naar minstens vijftig landen verzonden.’
De holocaust-mythe komt bij Verhulst weer terug in een artikel uit 2005 naar aanleiding van het proces tegen Ernst Zundel in Duitsland: ‘maart 2005 – The Zundel case is about human freedom. Period.’ Maar eerst wordt er een artikel van een zekere Matt Hutaff weergegeven, met de titel ‘Ernst Zundel: Modern-Day Galileo’:
‘Ernst Zundel believes that the Holocaust is not as it has been presented. He has written and spoken out about this. For this, he has been hounded by some Jews, the way Galileo was hounded by some Catholics.

This past week, Zundel was deported from Canada to his native Germany where he was promptly arrested for the crime of “Holocaust denial.” That's his crime: Holocaust denial. (...)

Zundel did nothing but use his inalienable human right to speak out on his belief that the Holocaust couldn’t have happened as we're all supposed to believe. He didn’t deny that Jews died. Lots did. There was a war going on. He didn't deny that there were concentration camps. There were plenty. In fact, and as an aside, we even had some in the U.S., but instead of Jews, we put Japanese Americans in ours. War is hell.’
Jos Verhulst laat dit gewoon staan en gaat verder met ‘Steunen op materiële gegevens en op documenten’:
‘Eind januari kregen we via de media een dagenlang durend tapijt-bombardement aan Auschwitz-herdenkingsmateriaal te verwerken. De eindeloze stroom van reportages en verslagen over de jodenvervolging kontrasteert schril met de stilte rond andere gebeurtenissen die tussen 1925 en 1950 in Centraal Europa plaatsvonden, en doet bijna vergeten dat al deze berichten toegeleverd worden binnen het kader van een censuurregime. Een vrijheidslievende pers zou consequent moeten zwijgen over aangelegenheden, waaromtrent de politieke kaste censuurwetten heeft uitgevaardigd. Maar onze media zijn natuurlijk niet vrijheidslievend.

Ieder rationeel en onafhankelijk denkend mens dient zich in eer en geweten af te vragen, wat hij nu eigenlijk écht weet over een onderwerp waaromtrent tegelijk zo’n uitzonderlijke censuur wordt opgelegd en zo buitensporig veel “berichtgeving” wordt gepleegd.

Kennis omtrent de gebeurtenissen in de Auschwitz-kampen steunt op twee soorten bronnen. Enerzijds hebben we de klassieke historische bronnen: archieven, gedocumenteerd fotomateriaal en materiële resten van het kamp. Anderzijds beschikken we ook over een massa getuigenverklaringen. Getuigenissen worden in de pers veel aangehaald, en regelmatig duiken nog nieuwe verklaringen op die dus meer dan een halve eeuw na de feiten voor het eerst worden geformuleerd.

We moeten ons durven afvragen in hoeverre zo’n getuigenissen de feiten weergeven. Getuigenverklaringen zijn in principe zeer kwetsbaar. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt, dat herinneringen snel kunnen besmet worden door suggesties. We moeten ons dus een beeld kunnen vormen omtrent de betrouwbaarheid van de getuigenissen.’
Volgen vier criteria waaraan getuigenverklaringen zouden moeten voldoen. Daarop schrijft Verhulst:
‘Er zijn slechts weinig elementen die aan deze vier criteria beantwoorden. Eén element dat in aanmerking zou kunnen komen, zijn de getuigenissen over de schoorstenen van de crematoria, die overvloedig rook en vuur uitbraakten en blijkens talrijke getuigenissen niet enkel vanuit het kamp, maar ook ver daarbuiten konden waargenomen worden. We behandelen hier echter een tweede element dat we konden identificeren en dat gemakkelijk kwantitatief kan worden geanalyseerd, namelijk het totaal aantal slachtoffers dat in het kamp te betreuren vielen. Diverse getuigen hebben zich hierover uitgesproken, en hebben daarbij ook vaak de grond vermeld waarop hun verklaring steunde. Bovendien heeft het staatsmuseum te Auschwitz een boek uitgegeven, waarin een inventaris is opgenomen van alle getuigenverklaringen omtrent het totaal aantal slachtoffers in het kamp (Franciszek Piper “Die Zahl der Opfer von Auschwitz, aufgrund der Quellen und der Erträge der Forschung 1945 bis 1990” Verlag staatliches Museum in Oswiecim, 1993). Doordat deze inventaris reeds voorhanden is, lopen we niet het risico om ons onderzoek op eenzijdig geselecteerde gegevens te baseren.’
Volgt een lang gedeelte met als hoofdvraag: ‘Hoeveel doden vielen werkelijk in Auschwitz?’ Om na vele schattingen en berekeningen uit te komen op:
‘Als “officieel” cijfer kan men het getal van 1,1 mliljoen weerhouden, dat door het Auschwitz-museum wordt vooropgesteld en ook door Raul Hilberg (“Die Vernichtung der europäischen Juden” Frankfurt am Main: Fischer 1961, 1982, 1999) wordt opgegeven. Een alternatief is het getal van 1,5 miljoen, dat op de gedenkstenen in Auschwitz-Birkenau is aangebracht in 1995. Deze gedenkstenen kwamen in de plaats van de oude, onder het communistisch regime aangebrachte stenen, waarop sprake was van 4 miljoen slachtoffers. Het Europees parlement verklaart ook dat er 1,5 miljoen slachtoffers vielen.’
Verhulsts conclusie is:
‘De getuigen, zowel gedetineerden als kampbewakers, geven aantallen op die wel verenigbaar zijn met het communistisch propagandacijfer van 4 miljoen, maar die uit statistisch oogpunt niet in overeenstemming kunnen gebracht worden met een cijfer van 1,1 of 1,5 miljoen. (...)

De meest eenvoudige verklaring lijkt te zijn, dat het getal van 4 miljoen doden een propagandacijfer is dat door de getuigen werd geïnterioriseerd. In elk geval suggereert onze vaststelling, dat men bij de reconstructie van de gebeurtenissen in de kampen dient te steunen op materiële vaststellingen en betrouwbare documenten, en niet op getuigenissen. Het feit dat een reeks getuigen relatief kort na de gebeurtenissen eensluidende verklaringen afleggen op basis van (naar eigen verklaring) onafhankelijke waarnemingsmethoden, is blijkbaar geen garantie voor het waarheidsgehalte van de verklaringen.

Materieel onderzoek betreffende massamoorden kan in bepaalde kampen op een eenvoudige manier gebeuren. Met name in Treblinka en Belzec moeten volgens de verklaringen enorme massagraven voorhanden zijn waarvan de preciese localisatie en omvang met moderne middelen op een niet-invasieve wijze (met behulp van GPR) in kaart kan worden gebracht. Het feit dat dit eenvoudige onderzoek nog niet officieel heeft plaatsgevonden (revisionisten claimen wel een onderzoek) is een ongelofelijke lacune. Censuur kan nooit de waarheid dienen. Een in volstrekte openbaarheid, onder het oog van de camera’s uitgevoerd bodemradar-onderzoek zou daarentegen wel van wil tot waarheidsvinding getuigen.’
Dit zou je natuurlijk best nog als een rationele en wetenschappelijke benadering kunnen beschouwen. Of lijkt het alleen maar op een rationeel onderzoek naar de waarheid en schuilt er meer achter? Waarom zou je dit zo willen uitzoeken, welk doel dient het? We kunnen inzake de bewijsvoering weer te rade gaan bij Gie van den Berghe, die in hoofdstuk ‘5. Overweldigende bewijzen van de jodenuitroeiing’ onder meer ook gebruik maakt van ‘b. Nazi-bronnen’ en ‘c. Andere bronnen’. En die zouden volgens Verhulst allemaal niet gelden? Maar laten we dit dossier ‘vrijheid van meningsuiting’ weer verlaten en terugkeren naar de webpagina over ‘Directe democratie’. Daar zien we ‘Helden van onze tijd’ vermeld staan, met eromheen drie fotootjes. Het onderste wordt begeleid door de tekst: ‘Stop the Secret Trials! Free Ernst Zundel. Political Prisoner’. De lettertjes daar nog onder zijn te klein om te lezen. Erop klikken leidt naar ‘Pressemeldung der Mannheimer Staatsanwaltschaft. Holocaust-Leugner vor Gericht’, met daaraan toegevoegd onder meer een verslag van ‘Day 1 of the Zundel Trial’. Wie het wil lezen, moet het vooral doen. Maar de man lijkt mij nou niet een schoolvoorbeeld van ‘Helden van onze tijd’; het zou me een raadsel moeten zijn waarom Verhulst hem als zodanig opvoert. Maar met alle voorgaande voorbeelden is het me niet zo’n heel groot raadsel meer. Het gebeurt teveel, te eenzijdig, en te gretig. Als laatste voorbeeld klik ik op het fotootje linksboven, de eerste ‘Held’, en blijk dan uit te komen bij ‘Siegfried Verbeke riskeert zeer lange gevangenisstraf’, een bericht uit ‘De Morgen van 26 oktober 2005’:
‘De internationale rechtshulpkamer van de Amsterdamse rechtbank heeft gisteren beslist om Siegfried Verbeke, de extreem-rechtse peetvader van de holocaustontkenners in Vlaanderen, uit te leveren aan Duitsland. Verbeke werd begin augustus opgepakt op de luchthaven van Schiphol op basis van een Europees aanhoudingsbevel dat vorig jaar werd uitgeschreven door de procureur van Mannheim in Baden-Württemberg. Hij verbleef sindsdien in een gevangenis in Alphen aan de Rijn. Het Duitse gerecht wil Verbeke vervolgen voor overtredingen van de wet op het negationisme en revisionisme. In Mannheim, waar het parket zich specialiseert in de bestrijding van negationisten, riskeert hij een effectieve celstraf van vijf tot tien jaar. In Antwerpen werd Verbeke voor soortgelijke feiten veroordeeld tot de maximumstraf van een jaar.

Volgens advocaat Piet Noë, de raadsman van Verbeke, zal de uitlevering binnen tien dagen plaatsvinden. Tegen het vonnis van de Amsterdamse rechtbank is geen beroep mogelijk. Verbeke, die tijdens vorige zittingen in een glazen hok plaats moest nemen om hem te beschermen tegen eventuele agressie van het publiek, was gisteren niet aanwezig in de rechtszaal. Uit telefonische contacten met zijn cliënt vernam zijn advocaat dat Verbeke “erg geschrokken” is van het vonnis. De verdediging had de voorbije maanden allerlei procedurekwesties opgeworpen, in de hoop dat de maximumtermijn van drie maanden waarover het Nederlandse gerecht beschikte om Verbeke vast te houden zou worden overschreden. In dat geval zou Verbeke automatisch vrijgekomen zijn.’
Over deze ‘held’ lees ik in een naschrift bij een artikel van Gie van Berghe uit 1995, ‘Huiswerk voor holocaustontkenners’, waarin hij stelt:
‘In plaats van historische bronnen verdacht te maken moeten ze maar eens op zoek gaan naar de bronnen die hun tegenverhaal kunnen bekrachtigen. Laten we ze aan het werk zetten met de volgende geschiedkundig verantwoorde opdracht.’
In zijn naschrift schrijft hij vervolgens:
‘Dit huiswerk verscheen eerder in enkele dagbladen. Dat was meteen raak: negationist Siegfried Verbeke klom in zijn venijnige pen en stuurde een schotschrift van drie bladzijden naar zijn adressenbestand. Het huiswerk zit hem duidelijk hoog. Zijn reactie is zoals gebruikelijk persoonsgericht, platvloers, tegenstrijdig en zonder niveau. Zo beweert hij enerzijds dat het huiswerk al lang gemaakt is en anderzijds dat men de negationisten belet het te maken.

De werking van dit huiswerk staat, zoals gezegd, los van reacties van ontkenners, het is een verweermiddel voor hun tegenstanders. Dat ontkenners de taak niet op zich zouden nemen was voorspeld. De drogredenen die ze aanvoeren om er zich aan te onttrekken doen er in feite niet toe. Maar de publikatie van het huiswerk in dit blad biedt toch de kans om hun sluwste argumenten te weerleggen.

(...) het huiswerk bestaat uit het aantonen van de leugen waarin ontkenners geloven. Als de gedeporteerden niet vermoord werden, moeten ze in 1945 nog geleefd hebben of een natuurlijke dood gestorven zijn. Daarvan moeten de voor alle burgers gebruikelijke bronnen bestaan. Het huiswerk begint in België, in de vele archieven die bewaard gebleven zijn: Jodenregister, deportatielijsten en naoorlogs opsporingsmateriaal. Werk dat moet worden voortgezet in gemeentelijke en politionele archieven in landen waar de slachtoffers volgens de ontkenners verder geleefd hebben. Iedereen die zich inspant kan deze bronnen vinden en raadplegen. Maar het kost wel inspanning én geschiedkundige kennis.

Het huiswerk zou ook waardeloos zijn omdat ik geen historicus ben. Behalve een diploma is geschiedkundige ook een beroep. Het is in de eerste plaats een wetenschappelijke methode. Zoals gebruikelijk in de wetenschap beslist de gemeenschap van wetenschappers over die methode en over haar correcte toepassing (een diploma is geen absolute waarborg). Die erkenning heeft het werk dat ik in hoofde van mijn beroep aflever al lang gekregen. Ik ben dus een historicus. Overigens, zelfs als dat niet het geval zou zijn, waarom zou het huiswerk dan niet geldig zijn?

De bewijslast ligt volgens Verbeke niet bij ontkenners, wie aanklaagt moet de schuld bewijzen. Niet gehinderd door enige kennis of methode haalt Verbeke rechtspraak en geschiedschrijving door elkaar. Daarenboven zijn het de ontkenners die een historisch aangetoonde volkenmoord ontkennen. Uit alle beschikbare bronnen, gegevens en kennis volgt dat het grootste aantal van de uit België gedeporteerde joden en zigeuners zijn omgebracht. Wie het tegendeel beweert moet dat met constructieve, wetenschappelijke argumenten aantonen. Wat is er nu logischer en eenvoudiger dan de miljoenen opsporen die volgens de ontkenners geen slachtoffers zijn?’
Waarom is deze Verbeke nu een van de drie helden van Jos Verhulst? Er zijn toch andere helden genoeg die de grenzen van de vrije meningsuiting opzoeken, scherp debatteren en controverses niet schuwen. Het moge duidelijk zijn dat ik in deze zaak eerder Gie van den Berghe voordraag dan Jos Verhulst. Die vind ik ronduit selectief, eenzijdig en tendentieus en daarmee niet navolgenswaardig, hoezeer hij ook zijn meningsvrijheid uitleeft.
.

20 opmerkingen:

Lieven Debrouwere zei

Beste Michel,



Bedankt voor deze bijdrage. Ze is al een heel stuk genuanceerder dan 'denkt er nu niemand na, daar in België?' Toch een opmerking. De website 'directe democratie' die je aanhaalt, is niet van de hand van Jos Verhulst. Dat bepaalde negationisten daar 'helden van onze tijd' worden genoemd, kun je dus niet op zijn conto schrijven.



Lieven

John Wervenbos zei

Hoe is de website vrijgeestesleven.be georganiseerd? Onder andere(?) de webpagina directe democratie, onderdeel van vrijgeestesleven.be wordt geredigeerd door een zekere Democratos(?), is er een meerkoppige redactie aan dit geheel gekoppeld?

Citaat:
De webstek is aan revisie toe, maar omdat Democratos niet meer zoveel tijd heeft als vroeger, zal het wat langer duren. Een aantal links werken niet meer, maar dat wordt mettertijd in orde gebracht.

Op website vrijgeestesleven.be staat digitaal tijdschrift De Brug met een snelkoppeling in een map, Antroposofie geheten, gesorteerd. Zijn website vrijgeestesleven.be en digitaal tijdschrift De Brug nauw aan elkaar verbonden?


@ Michel

Dank je voor je waardevolle research en wakkere commentaar. Zeker relevant.

Lieven Debrouwere zei

John,


De website vrijgeestesleven.be en het tijdschrift De Brug zijn inderdaad nauw met elkaar verbonden. Voor zover ik weet, hebben beide dezelfde (éénkoppige) redactie.


Lieven

Michel Gastkemper zei

Beste Lieven Debrouwere,
Dank voor deze uitleg. Dat maakt uiteraard wel enig verschil ten aanzien van Jos Verhulst. Mijn eerdere veronderstelling op dinsdag dat de link, genaamd ‘negationisten’, die direct naar de VHO leidt, aan Jos Verhulst gekoppeld is, trek ik hierbij in.
Maar ik vrees wel dat Floris Schreve meer gelijk heeft dan ik. Hij liet duidelijk merken dat De Brug sterk gekleurd wordt door dit soort gedachtengoed. Dat bevestigt u hiermee dus in feite ook en dat het zich uitbreidt naar andere fora waar het om antroposofie gaat. Ook wil ik aannemen dat Jos Verhulst niet direct verantwoordelijk is voor de vermelding van Ernst Zundel en Siegfried Verbeke als ‘Helden van onze tijd’.
Dit alles roept echter wel andere vragen op. Die gaan van: Keurt Jos Verhulst het niet ondubbelzinnig af dat hij door derden hiermee in verband wordt gebracht, tot: Zijn er, ondanks het vrije geestesleven, geen antroposofen in België die duidelijk kenbaar maken dat hier een grens wordt overschreden?
Deze websites zijn niet van de Antroposofische Vereniging in België maar particulier. Van Francois De Wit weet ik dat hij contactpersoon is in Aalst. Zijn die twee gegevens verenigbaar, zou mijn vraag zijn.

Lieven Debrouwere zei

Michel,

Sta me toe zelf ook enkele vragen te stellen. Je zegt te vrezen dat Floris Schreve meer gelijk heeft dan jij. Mag ik daaruit opmaken dat je het met hem eens bent als hij de antroposofie racistisch noemt? Want dat blijft hij maar herhalen op tal van fora. Deel je zijn streven om de antroposofie te zuiveren van ‘vreemde elementen’? Zie je er geen graten in dat hij de antroposofie en antroposofen overlaadt met bijtende spot? Vind je het goed dat hij de uitgevers van De Brug blijft bestempelen als neonazi’s, alsof ze tijdens ledenbijeenkomsten de Hitlergroet brengen? Komt het niet in je op om eens duidelijk kenbaar te maken dat hier een grens wordt overschreden?

Lieven

Michel Gastkemper zei

Beste Lieven Debrouwere,
Waar Floris Schreve meer de nadruk op heeft gelegd dan ik, is dat De Brug duidelijke tendensen vertoont om de volkerenmoord op joden te bagatelliseren en dat dit niet alleen daar gebeurt, maar ook in de omgeving van die website op internet. Daarnaast neemt hij verschillende andere laakbare elementen waar: antisemitisme, historisch revisionisme, homohaat, de eis op het recht van het beledigen van allerlei minderheden en wat hij ‘apocalyptisch cultuurpessimisme’ noemt. Ik haalde dit al aan op 31 mei 2009 in mijn bericht ’Het Vrije Woord’.
Nu kunnen we het wel over Floris Schreve hebben en in hoeverre zijn oordelen over antroposofie terecht zijn, maar dat is niet waar het hier over gaat. Mij verontrust dat er, bijna twee jaar nadat dit allemaal zo duidelijk gesignaleerd is, niets veranderd lijkt te zijn en alles er nog precies zo bij staat als destijds. Dat doet mij uitroepen ‘denkt er nu niemand na, daar in België?’ Daarmee bedoel ik natuurlijk antroposofisch België, of beter: antroposofen in België. Moet ik nu aannemen dat men met schouderophalen van het bovenstaande kennis heeft genomen en verder alles bij het oude laat?
U kunt natuurlijk vragen: wat moet er dan gebeuren? De Brug is niet zomaar anders te maken; wie zou dat ook moeten doen? Misschien is het zelfs wel zo dat sindsdien in De Brug dit soort zaken niet meer aan de orde komen. Maar toch, op zijn plaats zou die minimale verklaring zijn die Floris Schreve adviseert:
‘duidelijk maken dat dit niet de opinies zijn waar je als beweging of vereniging achter staat lijkt me toch niet te veel gevraagd. “De antroposofie staat niet voor het promoten van het gedachtegoed van David Irving of Ernst Zündel” lijkt mij een niet al te moeilijk statement.’
Dit oordeel van Floris Schreve vind ik heel gezond; soms denk ik dat hij beter begrijpt waar het om gaat dan bepaalde antroposofen. Je mag hopen dat enkele jaren vrijeschoolervaring bij hem daaraan hebben meegeholpen.

Lieven Debrouwere zei

Michel,



Het is tegenwoordig héél gemakkelijk om iemand te beschuldigen van antisemitisme, negationisme, homohaat, islamofobie, hate speech, 'apocalyptisch cultuurpessimisme' en noem maar op. Ik zou je bijvoorbeeld kunnen beschuldigen van Belgenhaat, want suggereren dat Belgen niet nadenken en dat ze allemaal sympathiseren met neonazi's getuigt toch wel van diepe minachting voor een ander volk en een andere cultuur. Gelukkig voor jou staan de Belgen niet op het lijstje van officieel erkende minderheden, anders had je nu misschien een klacht wegens antibelgicisme aan je broek. Ik wil maar zeggen: hoe kun je in een dergelijke sfeer nog met elkaar spreken? Zou jij nog kunnen/willen spreken met mensen die geen gelegenheid laten voorbijgaan om jou af te schilderen als een rabiate Belgenhater? En wat zou je ervan vinden als die mensen van je eisten dat je duidelijk kenbaar maakt géén Belgenhater te zijn? Die ontkenning zou je trouwens niet veel opleveren, want natùùrlijk zullen Belgenhaters ontkennen dat ze Belgen haten. Ontkennen staat gelijk met bevestigen. Wat zou het effect zijn als de Antroposofische Vereniging in België zich duidelijk zou distantiëren van neonazi-gedachtengoed? Reken maar dat ze dan pas goed de aandacht op zich vestigt. En denk je dat zelfverklaarde aanklagers zoals Floris Schreve tevreden zouden zijn met zo'n openbare verklaring? Als ik in hun plaats was zou ik zeggen: wie A zegt moet ook B zeggen! Als je je kunt distantiëren van het 'neonazisme' in De Brug, dan kun je je ook wel distantiëren van het racisme, de homohaat, het antisemitisme, de islamofobie en het 'apocalyptisch cultuurpessimisme' bij Rudolf Steiner! En wat ga je dan doen als antroposoof? Ga je dan zeggen: ik ken deze man niet! Ga je de antroposofie dan zuiveren van alle niet politiek-correcte elementen? Ga je je dan gewoon neerleggen bij het 'verbod op het denken'? Of leg je integendeel dat verbod naast je neer, ook al word je beschimpt en verguisd, niet alleen door racismejagers maar ook door andere antroposofen? Mensen als Jos Verhulst en François De Wit hebben ervoor gekozen om het vrije denken en de vrije meningsuiting te verdedigen. Niet iedereen is het met hen eens. Er zijn ook antroposofen die vinden dat we maar beter een 'low profile' kunnen houden en ons zo nodig aanpassen aan de politiek-correcte normen. Blijkbaar kiezen we hier in België (of in Vlaanderen, want er zijn nauwelijks Franstalige antroposofen) voor de eerste houding: we verdedigen het recht op vrije meningsuiting. En als sommigen het nodig vinden om ons daarvoor de meest groteske beschuldigingen naar het hoofd te slingeren, dan moeten ze dat vooral doen. We zijn hier wel meer gewoon.



Lieven

Ramon DJV zei

Lieven,

Bedankt om nog een keer het belang van vrijheid van meningsuiting te onderstrepen. De volgende keer dat ik vanwege mijn mening geïntimideerd of bedreigd wordt door een of andere ontspoorde antroposoof zal ik aangeven dat jij vindt dat ik de vrijheid heb om mijn mening te verkondigen.

Kan jij er ook voor zorgen dat het toegangsverbod dat het schoolbestuur van de Leuvense steinerschool tegen mij uitvaardigde wordt ingetrokken? En dat de directie ermee ophoudt mensen (waaronder buren)) af te raden met mij te praten?

En als je dan toch bezig bent, kan je ook vragen aan de autoriteiten binnen de Belgische antroposofische beweging of ze mensen die met mij willen praten daar in alle vrijheid de kans toe geven zonder dat ze angst voor represailles hoeven te hebben?

En kan je ineens ook vragen of het klopt dat de Federatie van Steinerscholen in Vlaanderen een raadsman in de arm heeft genomen om mij monddood te maken?

Ik zie plots door jou weer een sprankeltje hoop dat de antroposofische beweging onder vrijheid van meningsuiting niet alleen de vrijheid van antroposofen, maar ook die van mij bedoelt.

Kunnen jij en je vrienden van De Brug geen lans voor me breken? Als dat voor neo-nazi's en holocaustontkenners kan, moet dat voor mij toch ook kunnen?

Of is kritiek leveren op de steinerschool voor jullie erger dan bijvoorbeeld de slachtoffers van de Holocausten en hun nabestaanden te miskennen?

Michel Gastkemper zei

Beste Lieven Debrouwere,
De discussie eerst maar eens recapituleren, voordat ik verder ga. Die begon dinsdag in ‘Vertaling’, waarin ik de Belgische antroposoof Jos Verhulst zich zag scharen in het rijtje van Holocaust-ontkenners en negationisten, in navolging van eerder berichtgeving in 2009. De eerste reactie kwam van u, waarin u dit laster, kwaadaardige roddels en kwaadsprekerij noemde. Het was geen neonazisme, maar slechts politieke incorrectheid van Jos Verhulst en dat onderscheid moest ik wel kunnen maken.
In mijn reactie die dag wees ik als bewijs op de directe link naar de website van ‘Historical Revisionism by Vrij Historisch Onderzoek’ vanaf de website vrijgeestesleven.be. Hier tegenover zette ik de website van Holocaust-onderzoeker Gie van den Berghe, als een voorbeeld van moderne wetenschappelijke geschiedschrijving die tot een tegenovergestelde opvatting leidt.
Daar bracht u tegenin dat u bij Jos Verhulst nog nooit negationisme of Holocaust-ontkenning in de letterlijke zin had kunnen bespeuren, en u kent hem toch persoonlijk. Wat hij wel doet is de repressie tegen zulke opvattingen aanklagen als een aanval op de vrije meningsuiting. Hij verdedigt niet de in het geding zijnde mening, hij verdedigt alleen het recht om die mening te uiten.
De volgende dag kwam ik in ‘Tendentieus’ op deze laatste reactie terug. Ik haalde daarin drie keer Jos Verhulst aan, over artikelen uit 2000, 2001 en 2005 waar hij de hand in had en die te bereiken waren via de webpagina ‘Directe democratie’ van ‘Vrij Geestesleven’. Het eerste over Robert Faurisson, het tweede over de verspreiding in Brussel en omgeving van een pamflet over de ‘mythe van de holocaust’ en het derde over Ernst Zundel. Ik voerde de zienswijze van Gie van den Berghe aan over deze drie zaken, waaruit minstens bleek dat Verhulst een wel heel eenzijdige voorstelling van zaken had gegeven. Wil je hierover een echte wetenschappelijke discussie voeren, dan kun je niet om het werk van Van den Berghe heen. Hij wordt door Verhulst niet een keer genoemd, laat staan dat Verhulst de onderzoeksresultaten van Van den Berghe ter discussie stelt.
Ik gaf nog twee voorbeelden, namelijk Ernst Zundel en Siegfried Verbeke, die op de webpagina ‘Directe democratie’ als ‘Helden van onze tijd’ worden aangemerkt. Dat was volgens mij genoeg concreet materiaal bij elkaar om mijn bestempeling als Holocaust-ontkenner en negationist kracht bij te zetten.
Vervolgens liet u in uw reactie weten dat de website ‘Directe democratie’ niet van Jos Verhulst is. In uw volgende reactie stelde u dat deze nauw gelieerd is aan die van tijdschrift De Brug.
Mijn vraag was of, ondanks dat feit, Jos Verhulst zich niet duidelijker zou moeten afzetten tegen degenen die zo onaanvaardbaar dicht tegen verklaarde Holocaust-ontkenners en negationisten aanschurken, als hij wetenschappelijk serieus genomen wil worden. En zouden antroposofen in België niet stelling moeten nemen tegen de verantwoordelijken die hiermee een zeer misvormend beeld van antroposofie neerzetten. Vanuit de gedachte dat je elkaar in de Antroposofische Vereniging ook aan moet kunnen spreken op wat als laakbaar gedrag valt te beschouwen.

Michel Gastkemper zei

Daarop kreeg ik van u enkele vragen teruggekaatst: keurde ik dan de misplaatste oordelen over antroposofie goed die overal door derden werden verkondigd?
Ik gaf daarentegen uiting aan mijn verontrusting dat er, bijna twee jaar nadat dit allemaal zo duidelijk gesignaleerd is, niets veranderd lijkt te zijn en alles er nog precies zo bij staat als destijds. Laat men bewust alles bij het oude? Dat zou namelijk ook een antwoord zijn.
In uw laatste bijdrage nam u het opnieuw op voor de vrijheid van denken en discussiëren, dat was de grond onder al het overige. Als de Belgische Antroposofische Vereniging zich afkeurend zou uitspreken over neonazi-gedachtengoed, dan heb je pas echt de poppen aan het dansen. Daarna zou zij zich er moeilijk aan kunnen onttrekken zich over nog veel meer zaken afkeurend uit te laten. Uiteindelijk zou het ook leiden tot het moeten afkeuren van alles wat mensen niet bevalt bij Rudolf Steiner. En dat alles vanuit een politiek correcte houding. Eigenlijk ben je dan al bezig met het effectueren van wat Steiner zelf heeft voorspeld dat er zou komen: een ‘verbod op het denken’.
Ik heb de hele discussie nu even zo samengevat; er zitten nog meer aspecten onder, maar dit is wel een lijn die er redelijkerwijs uit te halen valt. Mij gaat het in het bovenstaande steeds om het wetenschappelijk gehalte van de beweringen van Holocaust-ontkenners en negationisten of beter: het gebrek daaraan. Die zijn gewoon niet houdbaar voor het forum van de wetenschap. Aangezien antroposofie een geesteswetenschap wil zijn, zul je daar rekening mee moeten houden. Je kunt dan niet zomaar instemmen met ontkenners en negationisten. Dat heeft niets te maken met vrijheid van meningsuiting, maar is gewoon een kwestie van je verstand gebruiken. Ik heb het niet over taboes of publieke verontwaardiging inzake onderwerpen die niet ter discussie gebracht mogen worden. Ze moeten juist wel ter discussie gebracht worden! Maar dan wel goed en zo volledig mogelijk. Dat ben je aan je stand en aan de wetenschappelijke grondhouding van de antroposofie verplicht. En dan zal blijken dat je niet op de aangehaalde manier kunt omgaan met de voorbeelden die ik genoemd heb.
Doe je dat willens en wetens wel, om maar te kunnen blijven hameren op de vrijheid van meningsuiting, dan, ja dan ben je volgens mij – en dat zal u ongetwijfeld verbazen – juist op politiek correcte wijze bezig. Met je eigen politiek correcte houding die voorschrijft dat je antroposofie en hoe ermee wordt omgegaan niet kritisch en met een zelfstandig oordeel mag benaderen, want dat zou de dood van de antroposofie kunnen betekenen. Integendeel, zou ik zeggen! Antroposofie komt pas tot leven wanneer het met hart en verstand wordt benaderd. En door duidelijk stelling te nemen en af te wijzen wat er niet toe behoort.

Lieven Debrouwere zei

Michel,


Het verbaast me helemaal niet je te horen beweren dat ik zelf politiek-correct bezig zou zijn. Dat argument duikt vroeg of laat altijd op. Discussies eindigen tegenwoordig steeds vaker in vicieuze cirkels waarbij de twee partijen elkaar precies hetzelfde verwijten. Er valt ook moeilijk aan te ontsnappen, want als ik bijvoorbeeld beweer dat de antroposofie de vrijheid van meningsuiting zou moeten behartigen, dan poneer ik wat volgens mij de correcte houding is. Jij poneert als ‘correcte’ antroposofie dan weer de wetenschappelijke houding. We zijn dus allebei politiek-correct of antroposofisch-correct bezig. Mijn punt is nu dat we het met elkaar eens zijn. Wetenschap veronderstelt namelijk vrijheid van meningsuiting. Je kunt niet aan wetenschap doen als niet iedereen het recht heeft kritiek te uiten op wat iemand beweert. Ik snap dan ook niet waar je het haalt dat ik zou vinden dat de antroposofie niet kritisch mag benaderd worden. Dat is volkomen in strijd met wat ik al de hele tijd beweer. Floris Schreve heeft het volste recht om kritiek te hebben op de manier waarop De Brug sympathiseert met bepaalde negationisten. Maar hij heeft niet het recht om de mensen van De Brug neonazi’s te noemen, want dat is laster. Mensen mogen van mij gerust ook kritiek uitoefenen op de manier waarop steinerscholen met kinderen omgaan, maar als ze gaan suggereren dat sexueel misbruik van kinderen een normale zaak is in de steinerpedagogie, dan is dat opnieuw geen vrije meningsuiting meer maar laster, en dat maak ik dan ook duidelijk kenbaar. Niet dat het veel helpt overigens, het heeft alleen maar tot gevolg dat ik er zelf van verdacht word kindermisbruik goed te keuren. Net zoals ik er nu ook weer van verdacht wordt negationisme en Holocaust-ontkenning goed te keuren, gewoon omdat ik opkom voor eenieders recht op vrije meningsuiting. Dus voor alle duidelijkheid: nee, ik keur Holocaust-ontkenning niet goed, en ja, ik vind dat mensen het recht moeten hebben om de Holocaust te ontkennen. Onlangs vernam ik nog van iemand die ontkent dat de Middeleeuwen ooit bestaan hebben. Moet die man daarom opgesloten worden? Is dàt een ‘wetenschappelijke’ houding? Alles verbieden wat niet overeenkomt met de wetenschappelijke consensus? Dan kan de antroposofie maar beter de boeken toedoen, want haar beweringen zijn vaker niet dan wel ‘houdbaar voor het forum van de wetenschap’. De hele antroposofie kan gewoon niet bestaan zonder vrijheid van meningsuiting. Er zijn genoeg mensen die het een schande vinden dat een dergelijke sekte haar verderfelijke gedachtengoed zomaar kan verspreiden. Dàt is de reden waarom Verhulst & co de vrije meningsuiting zo krachtig verdedigen: in naam van de wetenschap, de geesteswetenschap incluis. Zij pleiten voor le choc des idées en tegen het opleggen van een officiële waarheid, wetenschappelijk of geesteswetenschappelijk. Het is de taak van de wetenschap om de waarheid te zoeken, niet om ze aan anderen op te leggen. De negationisten en revisionisten beweren ook naar de waarheid te zoeken, maar hun bevindingen komen niet overeen met de huidige stand van zaken in de wetenschap. So what? Is dat een reden om die mensen te intimideren, te brutaliseren en op te sluiten? Op die manier maakt men er martelaars van en brengt men hun zaak juist voor het voetlicht. Zonder dat demoniseren zou ik vandaag waarschijnlijk nog nooit van die mensen gehoord hebben. Maar als gevolg van dat demoniseren stel ik me vandaag wel ernstig vragen bij de wetenschappelijkheid van de moderne wetenschap. Ik geloof niet in een wetenschap die geen kritiek kan verdragen. Ik geloof niet in een wetenschap die haar toevlucht neemt tot intimidatie, uitsluiting en geweld. Ook al gebeurt dat in naam van de menselijkheid of de verdraagzaamheid.


Lieven

Ramon DJV zei

Lieven,

Je schrijft: 'Mensen mogen van mij gerust ook kritiek uitoefenen op de manier waarop steinerscholen met kinderen omgaan, maar als ze gaan suggereren dat sexueel misbruik van kinderen een normale zaak is in de steinerpedagogie, dan is dat opnieuw geen vrije meningsuiting meer maar laster, en dat maak ik dan ook duidelijk kenbaar.'

Als het laster zou zijn, zou dat dan al niet lang door de steinerschool zijn aangeklaagd?

Vrienden van me zijn door de steinerschool voor minder aangeklaagd wegens laster en eerroof. Zonder succes overigens.

Voor elk geschreven woord aantoonbare bronnen, luidt mijn devies.

Weet je dat nu nog niet? ;-)

Anoniem zei

Ik vermoed dat Verhulst hier misdaad tussen aanhalingstekens plaatst omdat een woord geen daad is. Tussen woord en daad staat de mens met zijn eigen oordeelsvermogen. Ik denk dat Verhulst ervan uitgaat dat een opinie nooit een misdaad kan zijn omdat het zich niet in de materiele doch in de geestelijke sfeer bevindt.

Floris Schreve zei

Betse Michel,

Een kleine zoektocht in een van de bkendste archieven van Nederland heeft tot de volgende verontrustende resultaten geleid. Zie http://fhs1973.files.wordpress.com/2008/09/neonazisme-in-driegonaal-eerste-lichting.pdf . In deze zaak overigens wel alle waardering van mijn kant voor Paul Heldens. Maar dit is nog maar het topje van de ijsberg. Niet best, deze trend in driegonaal. De rest volgt in een nog te verschijnen bijdrage op mijn blog (mijn deel 6 over antroposofie en racisme). Ik wilde je dit toch alvast laten zien,

groet,
Floris

Michel Gastkemper zei

Dank je, Floris. Ik heb het gelezen. Inderdaad heel interessant. Wat mij nu opvalt, is dat Jos Verhulst op het einde van zijn weerwoord opeens vanuit het niets over ‘implantaten’ begint. Heel merkwaardig. Zou er iets weggevallen zijn? Of speelt hier iets anders?
Overigens, wat is ‘een van de bekendste archieven van Nederland’? Je hebt dit toch niet uit de Koninklijke Bibliotheek...

Floris Schreve zei

Je zegt het. Daar is het allemaal terug te vinden. Volkomen openbaar voor iedereen die een beetje zoekt.
Overigens is dat niet zo gek. Zo wat alles wat in drukwerk verschijnt wordt daar gearchieveerd. Ik ben daar weleens vaker op onverwachte dingen gestuit die ik niet verwacht had (ook weleens iets van mezelf over een hele kleinschalige tentoonstelling waar geen breed publiek op af kwam, dat bleek er tot mijn verbazing ook te liggen). Ze houden alle mogelijke media, over hele verschillende onderwerpen heel precies bij. Maar het is gewoon het nationale archief, waar alles wel een keer opduikt.

Floris Schreve zei

Ik heb verder gekeken, maar er is niets weggevallen van het betoog van Jos Verhulst. Met 'implantaten' bedoelt hij natuurlijk het 'politiek correcte denken', of de 'Holocaustreligie', waar hij het vaak over heeft. Hij vindt waarschijnlijk dat deze zaken als een 'implantaat' (overdrachtelijk dan) zijn aangebracht in ons denken, zonder dat iemand dit ter discussie stelt. Ik denk dat hij dat bedoelt.

Floris Schreve zei

Maar ik vind het niet zo verrassend allemaal. Buiten de antroposofische media is Jos Verhulst ook zeer actief. Hij is ook een van de oprichters van The Brussels Journal; the European voice of conservatism', samen met Paul Belien (berucht om zijn homofobe opvattingen en in Nederland even in het nieuws toen bekend werd dat hij naaste adviseur was van Geert Wilders) en zijn echtgenote Alexandra Coolen, parlementslid voor het Vlaams Belang.
Met een heel ander onderwerp kwam ik The Brussels Journal weer tegen. Dat bleek ook de standplaats te zijn van de Noorse extreemrechtse anti-islamblogger blogger Fjordman (pseudoniem van Peder Jensen). Fjordman kwam uitgebreid in het nieuws na de aanslagen in Noorwegen. Aanvankelijk dacht men zelfs dat Breivik Fjordman was, omdat er hele lappen tekst, die overigens ook op de Brussels Journal waren verschenen, integraal waren opgenomen in het 1500 pagina's tellende manifest van Breivik. Peder Jensen heeft zich toen bekend gemaakt en verklaard dat hij niets met de krankzinnigheid van Breivik te maken wilde hebben.
Dus ook buiten de antroposofie bevindt Verhulst zich vaak in dit soort vaarwater

Floris Schreve zei

Dag Michel,

Ik heb hier nog twee lange bijdragen van Jos Verhulst uit het Driegonaal -themaboekje 'Het verbod op denken', zie http://fhs1973.files.wordpress.com/2008/09/jos-verhulst-in-het-verbod-op-denken-driegonaal-2001.pdf
Ik heb hier ook de nodige vragen bij. Zeker ook bij zijn bespreking van Finlesteins The Holocaust Industry, dat vaak wordt misbruikt door neo-nazi's (Finkelstein hoort wat mij betreft zeker niet in die hoek thuis). En volgens mij legt hij Finkelstein ook dingen inm de mond, die niet kloppen. Maar ik ga nog een keertje Finkelsteins boek lezen, om dat precies na te gaan

Floris Schreve zei

Dag Michel,

Nog een keertje. Inmiddels heb ik ook het beruchte werk van Gennady Bondarew 'Anthroposophie auf der Kreuzung der okkult-politischen Bewegungen der Gegenwart' (Moskou-Basel Verlag, 1996) kunnen aanschaffen. Eeerste indruk: de parallelen met de Brug en Verhulst zijn opmerkelijk. Dezelfde ook voor de antroposofie wat buitenproportionele obsessie met Ahriman en dezelfde soort suggestieve opmerkingen over de Holocaust. Het getheoretiseer over de mogelijkheid dat de gaskamers niet zouden heben bestaan is bijna hetzelfde als als in Jos Verhulsts bijdrage in de Driegonaal thema-bijdrage 'Het verbod op denken'. Ook in andere opzichten zijn de overeenkomsten met de Brug groot, inclusief het geklaag over België (een 'gebied tussen Nederland en Frankrijk', waar het allemaal niet zo pluis zou zijn). Interessant overigens dat Lieven zich beklaagt dat er hier Belgen gestigmatiseerd zouden worden; dat doet de Brug namelijk vooral zelf (en Bondarew dus ook).
Maar goed, wellicht dat ik dit werk van Bondarew ergens in deze zomer wat preciezer ga bestuderen (al kan ik me iets opwekkenders voorstellen ;)). Maar er komt zeker nog iets van mij over deze kwestie. De overeenkomsten tussen de brug, Verhulst en Bondarew zijn nl. bijzonder groot. Wordt vervolgd...

groet,
Floris

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)