Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

zaterdag 14 augustus 2010

Betere tijden

Antroposofie in de pers. Welke pers krijgt antroposofie eigenlijk? Dat kan nogal verschillen. Soms afhankelijk van subjectieve voorkeuren of juist afkeer. Daarbij vaak vanuit een bepaalde theoretische instelling. Maar meestal toch op basis van concrete ervaringen in de praktijk. Die lijken me ook het meest waardevol.

Ik weet niet welke concrete ervaringen de dagelijkse columnist van NRC Handelsblad, Frits Abrahams, heeft opgedaan. Maar meestal is hij niet te spreken over wat antroposofie vermag. (Ik moet eigenlijk schrijven: wat antroposofen vermogen, maar dat klinkt zo gek.) Zo citeerde ik hem op 13 oktober 2009 in ‘Overtreding’, naar aanleiding van het jaarlijks congres van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK), waarop prijzen aan de grootste kwakzalvers – naar haar mening tenminste – worden toegekend:

‘Gisteren nog was de dagelijkse column van Frits Abrahams in NRC Handelsblad aan hetzelfde evenement gewijd. “Tegen kritische prikkers” heette die. (U weet vast nog wel, de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken (NVKP) sleepte de hoofdprijs in de wacht en was daarmee gelijk de grootste verliezer.) Waarom heeft men het toch zo moeilijk met een kritische instelling?

“In de Koepelkerk in Amsterdam werden de kritische prikkers zaterdag tot ‘onbetwiste winnaar’ van het jaar uitgeroepen. De NVKP is opgericht door homeopaten en antroposofen, twee menssoorten die bij de VtdK louter gevoelens van diepe minachting opwekken. Daar ziet men de kritische prikkers als levensgevaarlijke bestrijders van vaccinaties.”’

Hier lijkt het nog op een objectieve vaststelling. In eerdere columns was Frits Abrahams minder flatteus. Op 19 mei 2009, na de aanslag door Karst T. op Koninginnedag, had hij het over ‘Dankzij Maria Magdalena’:

‘Een natuurgenezeres die de aanslag van Karst T. op de koninklijke familie bejubelt omdat er een hoger doel mee gediend is – het is weer eens wat anders dan Jomanda die borstkanker met ingestraald leidingwater probeert te bestrijden.

Het dagblad Trouw berichtte vanmorgen uitvoerig over deze genezeres, Gabriela Gaastra geheten. Als medium krijgt zij nu al acht jaar lang openbaringen ingefluisterd van Maria Magdalena. Haar man Reint tekent de teksten op voor hun boekprojecten. (...)

Op zaterdag 2 mei ontving Gabriela een nieuwe openbaring van Maria Magdelena die inging op de tragedie van koninginnedag. De daad van Karst T. wordt door Gabriela wel kwalijk genoemd, maar er was een hoger doel mee gediend: het ontwaken van het Christusbewustzijn van het Nederlandse volk.’

Om eindelijk hier uit te komen:

‘Trouw meldt dat Gabriela als nascholer van andere spirituele genezers erkend wordt door de Vereniging van Natuurgeneeskundig Therapeuten (VNT). Op grond daarvan wordt haar werk en dat van die andere therapeuten ook erkend en vergoed door een aantal grote zorgverzekeraars als CZ, Aegon, Achmea, Menzis en Ohra.

Omdat mijn verzekeraar ook in dat rijtje staat, begin ik eindelijk te begrijpen waarom die premies altijd zo verdomd hoog zijn. Ik heb het op zijn website nog even nagekeken en, inderdaad, mijn verzekeraar vergoedt de hele zwik, van antroposofie tot de Moerman-therapie: 100 procent, maximum 46 euro per dag. Enige voorwaarde: “Therapeut dient arts of lid van beroepsvereniging te zijn.”’

En daarmee ben je weer mooi weggezet: ‘de hele zwik, van antroposofie tot de Moerman-therapie’. Dat dit niet uit de lucht komt vallen, bewijst de column van 18 februari 2004, ‘Doodziek’. Ik kan die eigenlijk niet gedeeltelijk citeren, want dan komt de portee niet goed over. Dus vooruit dan maar, in zijn geheel:

‘“Nederland is doodziek”, schreef de alternatieve genezeres Jomanda voor het NOS-Journaal op een velletje papier. Praten doet ze steeds minder sinds haar bedrijf bij media en massa niet meer zo in de mode is. Het nieuws dat zij kankerpatiënt Sylvia Millecam op “levensgevaarlijke” wijze heeft behandeld, kon ze alleen in passende, dodelijke stilte verwerken.

Haar vaststelling dat Nederland doodziek is, is nog niet eens zo gek. Want als het om Jomanda en haar alternatieve collega’s gaat, heeft half Nederland kilo’s boter op het hoofd. Bezoekjes aan de alternatieve arts, de homeopaat, de iriscopist, de manueel-therapeut, de natuurgenezer, de knijper, de strijker, de kraker en het kruidenvrouwtje zijn heel gewoon geworden. Sceptici worden meewarig aangekeken: die reguliere geneeskunde is toch ook niet alles?

De Vereniging tegen de Kwakzalverij heeft al vaker gewaarschuwd voor de steun, die de alternatieve geneeswijzen uit erkende medische kringen krijgen. Deze vereniging gaf haar Kackadorisprijs voor bevordering van de kwakzalverij aan Zilveren Kruis Achmea (2,7 miljoen verzekerden). Achmea heeft in zijn vergoedingenpakket allerlei alternatieve flauwekul – van antroposofische geneeskunde tot haptotherapie – opgenomen. Dit was het verweer van Achmea: “Zilveren Kruis Achmea zet in zijn beleid de vragen en behoeften van de mens centraal. Wij zijn van mening dat de klant/patiënt zelf verantwoordelijk is voor zijn gezondheid en daarin zijn eigen keuzen moet kunnen maken. In onze dienstverlening en producten komen wij de klant daarin zoveel mogelijk tegemoet. Deze visie ligt ook ten grondslag aan onze slogan: eerst mensen, dan regels.” Het zou een slogan van Jomanda kunnen zijn.

Toen het nieuws over Jomanda en Millecam gisteren bekend werd, moest ik meteen denken aan de arts Cees Renckens, voorzitter van die onvolprezen Vereniging tegen de Kwakzalverij. Hij wordt vaak als een soort zonderling weggezet – daar heb je die zeurpiet weer die blijft fulmineren tegen de wonderdoeners. In zijn boekje Genezen is het woord niet beschrijft Renckens Jomanda als een van de twintig meest notoire genezers van de twintigste eeuw (naast lieden als Moerman, Houtsmuller, Polderman, Neelissen, Van der Schaar en Greet Hofmans). Renckens laat in een ander boek, Kwakzalvers op kaliloog, zien hoe ambivalent bijvoorbeeld de rooms-katholieke wereld tegenover Jomanda staat.

Op een Studium Generale in 1995 aan de Nijmeegse universiteit moest hij zijn stelling verdedigen dat Jomanda een kwakzalver is. Jomanda werd verdedigd door Aleid Schilder, klinisch psycholoog en New Age-adept. Renckens beschrijft dat hij geen poot aan de grond kreeg, de uitverkochte zaal geloofde hem niet. “Zelfs het opnoemen van de mogelijkheid dat hier boerenbedrog in het spel zou kunnen zijn, werd als voorbeeld van buitengewone vooringenomenheid beschouwd (...) Tijdens de Nijmeegse avond werd mij weer eens duidelijk hoe onoverbrugbaar de kloof is tussen mensen met enige gezonde scepsis en de ‘gelovigen’ van de Nieuwe Tijd.”

Gelukkig is Renckens er niet doodziek van geworden, hij blijft doorgaan met de strijd.’

Hier ook al weinig fraais, en dat is nog zacht uitgedrukt: ‘allerlei alternatieve flauwekul – van antroposofische geneeskunde tot haptotherapie’. Inmiddels is deze column dus alweer van zes en half jaar geleden. Nu is Frits Abrahams deze week na een welverdiende zomervakantie weer begonnen aan zijn dagelijkse column. Hij put hierbij vooral uit zijn ervaringen tegen het eind van zijn vakantie die hij, of all places, blijkt te hebben doorgebracht in Bergen, Noord-Holland. Ojee, denk je als lezer, daar is toch een antroposofen-enclave? Bergen, Schoorl, en wat je daar nog meer hebt, is vergeven van de antroposofische initiatieven, praktijken, organisaties en instellingen. Moet hij nu net daarheen op vakantie? Dat moet schieten op open doel zijn. Wie schetst echter mijn verbazing bij het lezen van de aflevering van gisteren. ‘Bij de Ursulinen’ heet die. Een mooi en heel leesbaar stukje, zoals altijd zeer ambachtelijk vervaardigd door Frits Abrahams. Met een verrassend slot, waar opeens een antroposofische aangelegenheid opduikt, echter zonder sneer of wat dan ook. Ook nu kan ik niet beter doen dan de hele column integraal overnemen, zodat u ziet hoe hij daar uitkomt en welke plek het in het geheel inneeemt:

‘Bergen heeft iets met mijn moeder te maken. Altijd als ik in Bergen ben, moet ik aan haar denken. Ze heeft er een belangrijke periode van haar leven doorgebracht. Geen periode waaraan ze prettige herinneringen bewaarde. Misschien dat ze zich er daarom weinig over uitte. Ze was zo iemand die traumatische ervaringen liever toedekte dan openlijk besprak.

Nijmegen, ook zoiets. Ze was er met haar gezin in de oorlogsjaren uit haar huis geëvacueerd. Toen ze eenmaal definitief verhuisd was, wilde ze nooit meer naar die straat in Nijmegen terug. Aan slechte herinneringen kon je immers toch niets meer veranderen.

Veertig jaar geleden logeerden we met mijn ouders in een gehuurde, kleine villa in Bergen, om precies te zijn in Bergen Binnen, het dorp zelf. Een dezer dagen ontdekte mijn vrouw als eerste (helaas) dat ons huidige hotel in dezelfde straat staat, slechts twee huizen er vandaan. Ze wees op enkele bijzonderheden en inderdaad, het kon niet missen, dit was het huis waarin we toen die vakantie hadden doorgebracht.

Hadden we destijds ook met mijn moeder de plek opgezocht waar ze een deel van haar jeugd had verbleven?

Vermoedelijk niet. Ze zou er wel weer weinig behoefte aan hebben gehad. Als Haarlems meisje van een jaar of vijftien werd ze door haar ouders in de jaren dertig naar het internaat in Bergen van de zusters Ursulinen gestuurd.

Het was een nare tijd voor haar, ze kon er niet aarden. Dat ze later als volwassene nog maar weinig aan het katholieke geloof hechtte, had zeker met die periode te maken.

Ze vond de sfeer in het internaat benepen en overdreven streng. Die eeuwige argwaan! De meisjes mochten er nooit getweeën wandelen, er moest altijd een toeziende non mee. Niet iedereen zal het zo ervaren hebben. Toevallig sprak ik deze week een vrouw die in de jaren vijftig – twintig jaar later dus – ook in dat internaat had gewoond. Haar herinneringen waren positiever.

Maar de indrukken van de dichteres Neeltje Maria Min, die in de jaren vijftig de lagere school van de Ursulinen bezocht, komen overeen met die van mijn moeder. “Altijd met grote weerzin naar de nonnen gegaan”, zei ze tegen Adriaan van Dis in het boek Hier scheen ’t geluk bereikbaar (over schrijvers in Bergen). “Vreselijk, vond ik het. Veel naar buiten gekeken en naar het kruis en de klok boven de deur en verder niet zo opgelet.”

Ik vroeg me af wat er nog van dat internaat was overgebleven. Vrijwel alle gebouwen waren omstreeks 1990 gesloopt, hoorde ik. Het was een gigantisch complex geweest, een dorpje in het dorp: een klooster, een kapel, scholen, een park (voor die wandelingen met z’n drieën) en een boomgaard. Er woonden 150 zusters, samen met 350 meisjes, in het internaat.

Het waren nog de rijke Roomse jaren geweest – zo rijk zouden ze nooit meer worden.

Aan de Loudelsweg kon ik nog maar één groot gebouw uit die periode vinden. Het was de landbouwhuishoudschool van de Ursulinen, waar nu het Roland Holst College, een Vrije School, in is gevestigd. De luister die het pand vroeger moet hebben bezeten, is verdwenen. Het ziet er onderkomen uit. Alleen een aardig torentje op het dak herinnert aan betere tijden.

Betere tijden? Ik hoor mijn moeder zuchten.’

Nou ja, misschien had hij dit keer geen ruimte voor zo’n sneer en paste die ook niet bij de persoonlijke toets van deze column. En komt hij er volgende week op terug... Maar nu ben ik aan het invullen, en dan nog wel in negatieve zin. Het moet natuurlijk geen self-fulfilling prophecy worden. We zullen zien en laten het open.

1 opmerking:

R. van Dijk zei

Het valt me een beetje tegen van Frits Abrahams. Ik heb kort geleden nog een heel boek met columns van hem gelezen en ook op internet lees ik zijn NRC-columns soms. In de regel is hij heel mild en gematigd in zijn oordeel. Ik had daarom niet verwacht dat hij antroposofie zou afdoen als 'alternatieve flauwekul'.
Het verbaast mij altijd weer dat zo veel mensen een bord voor hun kop hebben als het om antroposofie gaat.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)