Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

zaterdag 8 augustus 2009

Opera

Van het inmiddels ter ziele gegane tijdschrift van het Origenes-Instituut (dat ook al een hele tijd niets meer van zich heeft laten horen), met de fraaie titel ‘Hegemonikón’, verscheen in juli 2006 het veertiende nummer. Er zouden er nog maar twee volgen. Die bijzondere Griekse naam, ‘Hegemonikón’, kent ook een bijzondere geschiedenis. Daarover vertelt recensent Han van Gessel het een en ander in de Volkskrant van 21 januari 1995 in een bespreking van twee boeken van en over de Romeinse keizer Marcus Aurelius, getiteld ‘De Voorzienigheid onder de mensen’. De oorsprong ligt bij de Griekse filosofische stroming van de Stoa, zo schrijft hij:

‘De Stoa vormde voor Marcus Aurelius – anders dan voor vele anderen – geen sluitend filosofisch stelsel dat op alle vragen een antwoord bood. De stoïsche leer was voor hem, schrijft Mooij-Valk in haar inleiding op Persoonlijke notities, “een manier van denken waarin hij houvast zocht en vond, die hem praktische richtlijnen gaf en tegemoetkwam aan zijn religieuze verlangens”. De ethiek, en vooral de praktische toepassing ervan, nam daarbij de voornaamste plaats in, veel meer dan de logica en de fysica, de andere onderdelen van de filosofie.

Het belangrijkste kenmerk van Marcus’ filosofie was dat hij de stoïsche denkrichting op een voor vele Romeinen aansprekende manier verbond met het traditionele Romeinse stelsel van normen en waarden, gevat onder de noemer van de mos maiorum, met zijn nadruk op rechtvaardigheid, soberheid en een strikte moraal. De Stoa leerde hem dat er een vaste ordening heerst in de kosmos, waarbij het lagere bestaat ter wille van het hogere. Leven volgens de natuur, dat wil zeggen: deugdzaam leven, is een grondbeginsel. Het leidend principe daarbij is het redelijk deel van de ziel, of – zoals Mooij-Valk hegemonikon fraai vertaalt – het innerlijk kompas.’

In het tijdschrift Hegemonikón zelf wordt de naam geduid als ‘leidend principe in de ziel waar men Christus kan ontmoeten’. Goed, terug naar het veertiende nummer van drie jaar geleden. Dat was gewijd aan ‘Kunst en religie’, en wel op zodanige wijze, zo liet de redactie weten in haar ‘Aan de lezer’:

‘Kunst en religie, het thema van dit Hegemonikón, is een zo uitgebreid onderwerp dat de redactie besloten heeft ook het volgende Hegemonikón hieraan te wijden. In dit nummer ligt de nadruk op twintigste-eeuwse kunst en komen muziek, dichtkunst en schilderkunst in samenhang met religie aan bod.’

Ik had de eer voor dit nummer ook een artikel te mogen aanleveren, over populaire muziek. Dat is wel zo’n beetje het moeilijkste wat je kunt bedenken om over te schrijven. Toch wilde ik het proberen, omdat deze me na aan het hart gaat. Ik meende rekening te moeten houden met een lezerspubliek dat de muziek waar ik het over zou hebben waarschijnlijk helemaal niet zou kennen. Dat leverde het volgende wat omstandige artikel op, dat ik graag vanwege de inhoud speciaal op deze dag op deze weblog opneem. De titel luidt ‘Religie in de popmuziek’:

Is er in de popmuziek ook sprake van religie? Jazeker, zou mijn antwoord zijn. Is het dan zo eenduidig? Nee, dat niet. Het is maar wat je erin hoort, of horen wilt. Ik zal een aantal voorbeelden geven die volgens mij religieuze betekenis hebben, of ze door de popmusici nu zo bedoeld zijn of niet. Ze zijn puur ingegeven door mijn eigen muzikale smaak, ik heb er geen andere pretentie bij. Ik moet me behelpen met teksten en context, want op papier is maar zeer beperkt op de muziek zelf in te gaan, nog afgezien van mijn eigen gebrekkige muzikale vorming en dus ondeskundigheid op dit gebied.

Nederlandstalig opstandingsthema

Ik begin in deze tijd na Pasen en Pinksteren met een opstandingsthema, bezongen in het Nederlands. De popmuziek zoals wij die nu kennen is pas vijftig jaar oud. Het begin van de populaire muziek, vooral onder jongeren, kun je leggen rond het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw. Die was altijd in het Engels. Sinds een kleine twintig jaar is ook popmuziek in het Nederlands in zwang gekomen, die zich sindsdien heeft ontwikkeld tot een algemeen geaccepteerde muziekstroming. Is het niet allemaal commercieel, zult u zich afvragen. Ja, een groot deel is commercieel. Maar niet alles. Er zijn muzikanten die andere dan alleen commerciële motieven hebben. Kijkt u hier maar eens naar.

Opstaan was gewoon opstaan
En weggaan was gewoon weggaan
Weggaan en weer terugkomen
Vroeg of laat weer terugkomen

Stilstaan was gewoon stilstaan
En doodgaan was gewoon doodgaan
Doodgaan en weer opleven
Vroeg of laat weer opleven

Zoals dat gaat
Maar niet voor altijd
Want dat weggaan van jou
Doet veel te veel pijn

Moet het zo zijn
Of valt het ons toe
Valt het ons toe
Dat weggaan van jou

Met een beetje goede wil zou je kunnen denken dat hier de tijd tussen Pasen en Pinksteren wordt bezongen. Christus is gestorven aan het kruis, zijn leerlingen die hij ‘vrienden’ noemde, zijn ontheemd. Dan verschijnt hij aan hen na zijn dood, gedurende veertig dagen, en staat hen bij. Bij de Hemelvaart neemt hij opnieuw afscheid, om na tien dagen, met Pinksteren, de Trooster te zenden. Sindsdien kan het voor iedereen duidelijk zijn dat dood niet gewoon dood is en dat iedereen aan het nieuwe leven deel kan hebben. Betrek je de reïncarnatiegedachte erbij, dan groeit het bewustzijn dat je weer op aarde zult terugkomen. Het is dan niet zomaar toeval wat er in het leven gebeurt.

Welk lied is dit, zult u zich afvragen. Het is Opstaan, het openingsnummer van de cd Blauwe ruis van de gevierde Zeeuwse groep Bløf, de beroemdste Nederlandse band. Hun drummer Chris Götte was kort hiervoor door een motorongeluk om het leven gekomen. De viermansformatie besloot toch door te gaan en met een nieuwe drummer werd in 2002 een cd uitgebracht die onuitgesproken bijna geheel in het teken staat van deze tragische gebeurtenis.

Ik wil niet beweren dat dit nummer over Christus gaat, zeker niet. Ik wil al helemaal geen toespeling maken op de naam van de verongelukte drummer. Maar de tekstschrijver van dit lied heeft waarschijnlijk wel de bezongen thema’s bewust zo algemeen gehouden dat die multi-interpretabel worden. Zodat veel mensen zich, iedereen op zijn eigen manier, erin kunnen herkennen. Je kunt het immers ook zo horen dat het verlies van een goede vriend, een bandlid, intens wordt betreurd.

Gevecht om de ziel

Volgend voorbeeld. Het zo’n beetje beroemdste nummer in de popmuziek, Bohemian Rhapsody van Queen, dat jarenlang de Top 2000 aanvoert, een zesdaags radioprogramma tussen Kerstmis en Oud en Nieuw met een miljoenenpubliek. Dit nummer is afkomstig van de langspeelplaat A Night At The Opera uit 1975 (in die tijd nog een langspeelplaat op vinyl: LP of elpee; tegenwoordig verschijnt alles op cd). Een vreselijk theatrale band, zodat de associatie met de opera inderdaad niet vreemd is; hun succesnummer wordt een mini-opera genoemd, waarvan bijna niemand weet waar die eigenlijk over gaat. Een sleutel vormt het openingsnummer van die elpee, Death On Two Legs: het doet denken aan de Dood die in de middeleeuwen langskomt om de mensen te halen. Het is alleen een moderne Dood, want het is nu de mens zelf geworden die dood en verderf zaait; wat mensen elkaar aan kunnen doen. Het laatste nummer, Bohemian Rhapsody, neemt dit thema weer op. Weer gaan de gedachten naar de middeleeuwen, maar nu naar die wonderschone timpanen boven de toegangsdeuren van romaanse kerken en gotische kathedralen. In gebeeldhouwde reliëfvorm zie je daar het laatste oordeel, Michaël met de weegschaal die de zielen weegt na de dood, waarbij de godvruchtigen naar links, naar het paradijs gaan, terwijl de zondaren en verdoemden naar rechts, naar de hel gaan.

In Bohemian Rhapsody is sprake van een arme ziel die een moord heeft gepleegd en daarvoor ter dood wordt veroordeeld. Wat staat hem na de dood te wachten? Is het fantasie of werkelijkheid waarin hij terechtkomt? Hij probeert te ontsnappen aan de duivels die hem opwachten. Hij roept om genade, maar het helpt niet, want in het geweldige middengedeelte van dit nummer, in koorvorm geheel a capella gezongen, wordt er uit alle macht om zijn ziel gevochten: ‘Bismillah! No – we will not let you go’ (bismillah betekent notabene ‘God wil het’) wordt er aan de ene kant gezongen, terwijl de andere kant zingt: ‘Spare him his life from this monstrosity’. Het is alsof je een kijkje wordt gegund in wat in het Sanskriet het Kamaloka wordt genoemd en de christelijke terminologie het louteringsvuur, de tijd die volgt op de dood, waarin je moet doormaken wat er in werkelijkheid achter al je handelingen steekt. Iedereen zal eraan moeten geloven, geen wonder dat dit nummer zo veel mensen onbewust zo sterk aanspreekt.

Avondmaal en apocalypse

Opvallend in dit religieuze kader is een andere Britse groep uit dezelfde tijd. Opvallend is niet zozeer de naam van de groep, Genesis, of zelfs van de toenmalige zanger en mede-oprichter, Peter Gabriel. Dat heeft op zich weinig te betekenen en is puur toeval, zou je kunnen zeggen. Net als Queen op zijn eerste elpee zonder enige verklaring of context een nummer met als titel Jesus had – ook zonder enige ironie, onder andere over de drie wijzen die optrekken naar Bethlehem – zo had Genesis op zijn eerste echte LP nummers staan als Visions of Angels. Zulk soort teksten kunnen echter meer gekoppeld worden aan een sterk religieus natuurbeleven en aan zulke typisch Britse verschijnselen als fairy’s en elfen, dus op zichzelf wat minder bijzonder. Dat kwam in de jaren zeventig wel meer voor. Opmerkelijk wordt het twee LP’s daarna, met een in hoge mate experimenteel nummer, dat een hele plaatkant van twintig minuten vult. Weliswaar in de beste Britse traditie van gortdroge humor met knotsgekke invallen, een beetje à la Monty Python, want helemaal serieus opdienen kan natuurlijk niet, maar ondertussen met een krachtige religieuze ondertoon. Ik doel op het nummer Supper’s Ready, waarbij het supper wel degelijk slaat op The Last Supper (Het laatste Avondmaal), dit wordt echter sterk gekoppeld aan de Apocalyps, de Openbaring van Johannes.

De vijf groepsleden van Genesis waren er zelf het meest verbaasd over hoe dit complexe muzikale nummer zich voor hun eigen ogen en oren ontvouwde. Niet alleen vanwege het bijzondere muzikale karakter dat hoge eisen stelde aan hun technisch kunnen, maar meer nog vanwege de wending die de inhoudelijke thematiek nam. Je kunt de sensatie van de groep tijdens het creatieve proces navoelen, over de ongekend rijke afwisseling van stemmingen, zowel muzikaal als tekstueel contrastrijk, over de ene gewaarwording die overgaat in de andere, met een voorlopige apotheose in het deel Apocalypse in 9/8 dat inderdaad inventief in een negen achtste maat wordt gespeeld. Uiteindelijk komt men volkomen overtuigend, ook hier zonder enige ironie, uit bij:

There’s is an angel standing in the sun, and he’s crying with a loud voice,
‘This is the supper of the mighty one’.
Lord of Lords,
King of Kings,
Has returned to lead his children home,
To take them to the new Jerusalem.

Dit was in 1973, de beginjaren van Genesis, waarin de groep een cultstatus bezat bij een kleine groep liefhebbers, en nog niet de populariteit die het in later jaren zou verwerven, ook na verschillende wisselingen in de bezetting. Maar uit hun werk nadien blijkt altijd waardering voor wat zij hier hebben gepresteerd, het vormt een basis waarop men vervolgens is doorgegaan.

Religieuze opstuwing

Wie in dit artikel over religie en popmuziek zeker niet mag ontbreken, is U2. Als het over populariteit gaat, wat immers een essentieel criterium is bij popmuziek, staat U2 van alle groepen bovenaan. Al een jaar of twintig bevindt deze groep zich in het middelpunt van de belangstelling, hogelijk gewaardeerd zowel bij muziekcritici als bij het grote publiek. Hun religieuze achtergrond, als vrijgevochten Ierse katholieken, is vrij bekend. Die godsdienstige belangstelling is er van meet af aan geweest. Ze begonnen letterlijk met de bijbel in de hand, met zijn vieren vormden ze eigenlijk een bijbelstudiegroepje. Dat werd later allemaal minder, maar de intentie is niet zwakker geworden, eerder sterker. Zanger Bono is degene van de vier die het meest heeft van een soort apostel, in uiterlijk en gedrag. Hij stelt zich tevens op als een politiek activist, begaan met het milieu en de arme landen. Hij is inmiddels zo’n publiek figuur geworden, ook buiten de muziekwereld, dat weinigen zijn naam niet zullen kennen. Over populariteit gesproken!

Maar waar het om gaat, is uiteindelijk de muziek. In het oeuvre van U2 zijn ontelbare nummers die religieus geïnspireerd zijn, te veel om op te noemen. Toch keert het grote publiek zich er niet van af, integendeel, de groep lijkt alleen maar populairder te worden. Zeer illustratief in dit verband zijn diverse dvd’s waarop een volledige liveshow van U2 is vastgelegd, concerten gegeven op verschillende plaatsen in de wereld en op verschillende momenten. Steevast valt op hoe de band het klaarspeelt om samen met het hele publiek door middel van de muziek toe te werken naar wat je toch echt een religieuze climax kunt noemen. Een formidabele lichtshow helpt om tot een bepaald soort eenheidservaring te komen. Zelfs de kijker in zijn huiskamerstoel kan deelnemen aan deze religieuze beleving. Dat lijkt mij typisch een kwaliteit van U2. Je moet dit een keer gezien hebben om te weten wat er in de wereld gaande is.

Ik zou nog meer voorbeelden kunnen noemen en meer in dit opzicht opmerkelijke details, maar ik denk dat deze vier gevallen volstaan om de uitgangsvraag in principe bevestigend te beantwoorden, namelijk of er een relatie is tussen religie en popmuziek. Mocht het zelfs zo zijn dat u geïnteresseerd bent geraakt en zelf wel eens zou willen proberen datgene erin te zien en horen wat ik hier heb beschreven, dan wil ik eerst nog even waarschuwen. Het gaat in veel gevallen namelijk om stevige muziek waaraan je oren wel gewend moeten zijn, anders hoor je om te beginnen vooral een hoop kabaal. De wereld is nu eenmaal een beetje ruw tegenwoordig. Maar daar doorheen klinken voor mijn gevoel wel degelijk dieper liggende, religieuze tonen.

2 opmerkingen:

John Wervenbos zei

Interessant weblogartikel Michel. Om te beginnen even ingaan op de laatste alinea: popmuziek, populaire muziek, is allerlei kanten opgestoven. Vandaag de dag bestaan er heel veel genres en stromingen. Alles lijkt mogelijk. Neem bijvoorbeeld een recent nummer van Radiohead Harry Patch (in memory of), dat pop met klassiek combineert en als eerbetoon is gemaakt voor de 111 jaar oud geworden voormalig soldaat Harry Patch. Niet alleen voor hem, maar ook voor zijn lotgenoten toen, nu en in de toekomst. Harry Patch scheen de laatste nog levende veteraan in de wereld die gestreden had in de loopgraven van de eerste wereldoorlog. Een monument dus, zeker ook gezien de (zelf)reflecties van de man. Op een webpagina van de website van Radiohead valt ook de zangtekst van het nummer te horen, inclusief wat achtergrondinformatie: Nieuwspagina Motorhead.

Om een ander beeld te krijgen van de muziek van Radiohead hier een oude hit van ze: Street Spirit.
Hier de zangtekst: Street Spirit (Fade Out).

Later ga ik op een aantal andere punten van je artikel in.

John Wervenbos zei

De eerste zangtekst (Nederlandstalig) die Michel Gastkemper in zijn artikel aanhaalt is een fragment van een nummer van Bløf: Weggaan. Het lijkt aannemelijk dat dit muzieknummer geschreven en gecomponeerd is voor hun overleden collega/vriend drummer Chris Götte; in ieder geval mede geïnspireerd op zijn overlijden.
Hier de complete zangtekst: Weggaan - Bløf.
Op het aangegeven YouTube-kanaal worden als ik het wel heb negen nummers van Bløf afgespeeld, in ieder geval beginnend met 'Weggaan'.

Fijn dat je op de muziek van deze muziekartiesten gewezen hebt Michel. Voorts wil ik wijzen op de muziek van een Nederlander die hier op 'Antroposofie in de Pers' het afgelopen jaar regelmatig op artikelen reageerde René Clemens. Kan ook zijn muziek zeker waarderen. Petje af!

Had nog willen ingaan op de opmerkingen over het stoïcisme, maar de tijd ontbreekt me nu. Dat komt misschien een andere keer bij een andere gelegenheid en bij een ander artikel.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)