Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

donderdag 20 augustus 2009

Basisinkomen

De idee van een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen is niet nieuw (google maar eens op ‘basisinkomen voor iedereen’). Wel duikt die steeds weer opnieuw op. Zo besteedde ik er hier ook aandacht aan op 18 september 2008 in ‘Geen armoe’. Dat deed ik aan de hand van een interview met Michael Opielka op een Duitse website (uit een Duits tijdschrift), maar ook van een Nederlands artikel van Pieter Meester op de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland. Maar verder ben ik er op deze weblog niet op ingegaan. Terwijl er momenteel in Duitsland, en dan nog wel vanuit antroposofen, bijzonder veel opwinding is ontstaan over het thema ‘ein bedingungsloses Grundeinkommen für alle’. Dus daar moet ik hoognodig eens over berichten. Temeer daar een van de initiatiefnemers (overigens geen antroposofe), Susanne Wiest, zich nu verkiesbaar heeft gesteld als partijloze kandidaat voor de Duitse parlementsverkiezingen op 27 september. Zij wist vanuit het niets en in no time een online petitie door vijftigduizend sympathisanten ondertekend te krijgen, waardoor de Bondsdag zich verplicht ziet dit onderwerp op de agenda te plaatsen. Medeplichtig aan dit succes zijn twee mensen uit Bazel, kunstenaar Enno Schmidt und ondernemer Daniel Häni, die sinds januari 2006 actief zijn met deze idee van een basisinkomen, en vooral furore maken met een film-essay hierover, dat tot ieders verbazing veel bekijks trekt.

Juist vandaag hebben zij op hun weblog ‘grundeinkommen.tv’ een bijna twaalf minuten durende film geplaatst, waarin Susanne Wiest wordt geportretteerd. Maar daarover straks meer. Nu eerst de inhoud van het artikel van vorig jaar van Pieter Meester, op de website in het kader van

‘actuele thema’s vanuit een antroposofisch perspectief belicht. De teksten zijn op persoonlijke titel geschreven door auteurs die deskundig zijn op het gebied van het betreffende thema.’

De tekst maakt de materie voor Nederlanders bijzonder inzichtelijk:

‘Maatschappelijke discussie over het basisinkomen in Duitsland
In Duitsland staat het “Grundeinkommen” (www.grundeinkommen.info), het basisinkomen, sinds enige tijd weer volop in de belangstelling. Het basisinkomen is een inkomen dat los gemaakt is van verrichte arbeid, zoals bij de AOW.

De “driegeleders” onder de lezers herkennen de gedachte aan loskoppelen van arbeid en inkomen al uit de suggesties voor de drieledige inrichting van de maatschappij die Rudolf Steiner rond 1920 in Duitsland en Oostenrijk deed ter leniging van de geweldige sociale nood in Duitsland en Oostenrijk na de Eerste Wereldoorlog (zie o.a. GA 34).

De discussie in Duitsland wordt tot op hoog niveau gevoerd en prof. Götz Werner, antroposoof en de grote baas van de drogisterijketen DM, neemt daarin een belangrijke plaats in. Door de ontwikkelingen in Duitsland sinds 1989 is daar de werkloosheid, m.n. in het oosten, zeer hoog en hardnekkig. Daar zou iets als een basisinkomen de koopkracht verhogen en daarmee de economie een impuls geven.

Nederland
In Nederland kwam het basisinkomen in kielzog van de kabouterbeweging in de belangstelling te staan, denk aan de “homo ludens”, de spelende mens die door de automatisering nog maar heel weinig zou hoeven te werken. In de tachtiger jaren kreeg de discussie een nieuwe impuls doordat de toen hoge werkloosheid een structureel karakter leek te krijgen. Er is toen door de Voedingsbond FNV, het CNV en de Politieke Partij Radicalen (PPR) een Stichting Werkplaats Basisinkomen opgericht om het idee concreet uit te werken.

In 1991 is uit deze stichting de Vereniging Basisinkomen (VBI), www.basisinkomen.nl ontstaan. Doordat Nederland nu weinig werkloosheid heeft is de politieke belangstelling voor het basisinkomen in Nederland op dit moment vrijwel verdwenen.

Paul Mackay, de vorige AViN-voorzitter, heeft midden jaren negentig in de Sociaal Wetenschappelijke Sectie geprobeerd om een werkgroep Basisinkomen op te zetten, maar dat kreeg geen vervolg. Hij werkt er nu in Dornach aan en heeft in Götz Werner een invloedrijke bondgenoot gevonden.

Wat is het basisinkomen?
Het is een inkomen als de AOW, dat zonder voorwaarden aan iedere inwoner van een land wordt verstrekt. Arbeid en inkomen worden hiermee dus ontkoppeld.

In veel landen van de EU bestaat een sociaal stelsel dat wel wordt gekwalificeerd als het Rijnlandse model, d.w.z. sociale zekerheid voor alle burgers, een verworvenheid van het naoorlogse Europa onder invloed van het socialistische gedachtegoed. Dit stelsel waarborgt dat niemand in extreme armoede hoeft te geraken waarbij de kosten ervan worden opgebracht door hen die het dragen kunnen.

Dit model heeft door de jaren heen geleid tot een ongelofelijk ingewikkeld stelsel van regelingen dat nauwelijks meer te beheersen is en gigantische administratieve kosten met zich mee brengt. De laatste jaren hebben de verschillende kabinetten Balkenende geprobeerd dit te saneren. Afgezien van een aantal nieuwe onrechtvaardigheden in de ogen van velen, zoals de beperking van de WAO, heeft dit weinig vermindering van maatschappelijke kosten opgeleverd.

De praktijk van alledag is wel dat iedereen op de een of andere manier een inkomen heeft, beroep of niet. Er wordt heel veel vrijwilligerswerk verricht door mensen die hun inkomen uit andere bronnen genieten. Deze situatie roept de vraag op of de loskoppeling van arbeid en inkomen niet veel meer zou helpen het bureaucratisch “infarct” van de samenleving op te lossen. Als de AOW voor 65+ zou worden uitgebreid tot een basisinkomen voor iedereen ontstaat qua inkomen een situatie die vergelijkbaar is met de huidige toestand maar wordt het hele circus van sociale regelingen overbodig en wordt geweldig bespaard op administratieve processen en bijbehorende automatisering.

Werken zonder dwang?
Een oud argument tegen het basisinkomen is dat men zonder inkomen weinig geneigd zal zijn te werken. De praktijk is echter dat maar zeer weinigen de situatie van “achter de geraniums zitten” verdragen. Mensen die dit tegenargument naar voren brengen denken daarbij doorgaans niet aan zichzelf; zelf zouden ze zeker wat om handen willen hebben; het is de ander die zal gaan “klaplopen”. Het grote aantal vrijwilligers bijvoorbeeld wijst er echter op dat geld verdienen lang niet de enige reden is om te werken; het is vaak ook een kwestie van zingeving. Daarnaast is het hebben van een taak voor de meeste mensen een hulp structuur te geven aan hun bestaan. Zo is het niet alleen de vrees voor verlies van inkomen die tot acties leidt bij dreigende ontslagen, het is ook de vrees voor het nutteloos thuiszitten.

Wie zal dat betalen?
Als we zien dat met het huidige sociale stelsel, of het nu AOW, WW, WIA, IOAW en welke regelingen nog meer, iedereen ruim € 800 per volwassene per maand ontvangt betekent dat er in de samenleving voldoende geld is om iedereen van zo’n bedrag te voorzien. Het verschil tussen wat men nu verdient en deze € 800 per maand wordt dan betaald door werkgevers of de eigen onderneming. De kosten van het basisinkomen worden vooral bestreden uit hogere belasting op consumptieve bestedingen.

Als uitsluitend nog belasting op consumptie zou worden geheven kan ook de omvang van de belastingdienst worden teruggebracht omdat deze vorm van belastinginning relatief weinig administratie en controle vergt. Daarbij zet een hogere belasting op consumptieve bestedingen een rem op de uitputting van natuurlijke hulpbronnen waar we als samenleving in toenemende mate mee te maken zullen krijgen.

Door de lagere loonkosten – het basisinkomen hoeft immers niet door werkgevers te worden betaald – wordt veel niet-commerciële arbeid weer betaalbaar zoals de zorg, het onderwijs, cultuur, de arbeidsintensievere verantwoorde (BD) productie van voedsel en verzorging van de fysieke omgeving maar ook de conducteur terug op de tram. Bovendien komt een behoorlijk arbeidspotentieel beschikbaar door wegvallen van bureaucratie.

De sociale bureaucratie is nu in feite een geheel van activiteiten dat niet bijdraagt aan welvaart en welbevinden van de maatschappij als geheel. Het doet wel een flink beroep op de middelen in de vorm van lonen, automatiseringskosten, huisvesting en reiskosten en al het intellect en vaardigheden die eraan besteed worden, maar geeft geen toegevoegde waarde aan de maatschappij. In de natuur zou dat gekwalificeerd worden als parasitair. Hiermee wil overigens geen afbreuk gedaan worden aan de integriteit en te waarderen inzet van allen die individueel bijdragen aan het zo goed mogelijk laten functioneren van het bestaande systeem; het gaat om het macroaspect ervan.

Het basisinkomen verdient ook in Nederland opnieuw overwogen te worden als alternatief voor de vastlopende bureaucratische karikatuur van broederschap in het economisch bestel.

Internationaal
Er is een internationaal netwerk waarbij de Vereniging Basisinkomen is aangesloten. Het heette Basic Income European Network (BIEN), inmiddels omgedoopt tot Basic Income Earth Network, omdat er ook niet-Europese landen bij zijn aangesloten. Die website is vermeld op de VBI website. BIEN geeft ervaringen door en organiseert jaarlijks een congres.

Meer informatie over dit onderwerp
www.basisinkomen.nl
www.basicincome.org
www.grundeinkommen.de
www.archiv-grundeinkommen.de
www.unternimm-die-zukunft.de
www.freiheitstattvollbeschaeftigung.de
www.hardorp-schriften.de
www.aktiongrundeinkommen.de

Pieter Meester, secretaris AViN
Met dank aan Paul Mackay en Rob Steinbuch’

De door Pieter Meester genoemde Vereniging Basisinkomen meldt op haar website ook een bijeenkomst met

‘Antroposofen over het basisinkomen
Op dinsdagavond 12 mei 2009 vindt in het Antroposofisch Centrum een bijeenkomst plaats over het basisinkomen. Aanvang 20.15 uur. Locatie: Riouwstraat 1, 2585 GP Den Haag. Organisatie: Pieter Meester.’

Op zich oude koek dus. Maar wilt u toch zoiets bijwonen, heeft u nog twee kansen. Een in Nederland en een in België. De eerste is bij het Studiecentrum voor Antroposofie in Eindhoven. Het betreft een

‘Michaëlviering: “Basisinkomen en belasting op consumptie
Het stelsel van sociale zekerheid in het naoorlogse Europa, opgebouwd onder invloed van het socialisme, waarborgt dat niemand in extreme armoede hoeft te leven.
Het is echter een heel ingewikkeld stelsel van regelingen dat nauwelijks meer beheerst wordt.
In Oost-Duitsland is veel werkloosheid.
Daar is nu een brede maatschappelijke discussie gaande over de vraag of dat ingewikkelde stelsel niet zou moeten worden vervangen door een basisinkomen voor elke volwassene.
Tot nu is de discussie in Nederland beperkt tot een kleine kring, maar door de gevolgen van de kredietcrisis kan dat veranderen.
Daarnaast is er het maatschappelijk probleem dat arbeid duur is omdat er veel belasting over wordt geheven. Het milieu zou er bij gebaat zijn als de belastingdruk verschoof van arbeid naar consumptie.
Pieter Meester, secretaris van het AVIN, wil deze problematiek graag nader met ons bespreken.

Maandag 29 september 2009
Aanvang 20.00 uur
Novaliscollege, Sterrenlaan 16, 5631 KA Eindhoven
Kosten € 6,00
Spreker: Pieter Meester’

De bijeenkomst in België wordt georganiseerd door ‘Vzw Via Libra (voorheen: Rudolf Steineracademie)’, zoals zij zelf vermelden, deze ‘is voortdurend op zoek naar nieuwe initiatieven en samenwerkingsverbanden.’

Dat blijkt ook al uit een bericht in hun e-zine van 27 februari 2009 over ‘Het onvoorwaardelijk basisinkomen’:

‘In tegenstelling tot België, waar de idee van het onvoorwaardelijk basisinkomen in de jaren 90 door Vivant en Roland Duchâtelet op de politieke agenda terechtkwam, blijft het thema in Duitsland veel langere tijd actueel. De grote promotoren van deze idee – zowel Daniel Häni en Enno Schmidt, alsook Götz Werner – hebben van bij het begin steeds beklemtoond hoe belangrijk het is dat deze idee überhaupt eens gedacht wordt, geheel onafhankelijk van de vraag of het basisinkomen er uiteindelijk ook zal komen of niet.

Denken en spreken over een basisinkomen betekent namelijk ook dat we met zijn allen over geld beginnen praten. En praten over geld betekent tegelijk praten over angst, over trots, over mislukken, over schaamte. Voor wie de idee echt ten gronde doordenkt, betekent praten over een basisinkomen ook praten over het moderne mensbeeld. Precies daar doen de Duitse antroposofen hun duit in het zakje, hoewel het onvoorwaardelijk basisinkomen géén antroposofisch initiatief is. Zij hebben de kracht, de energie en de kennis gevonden om aan dit maatschappelijk debat een extra dimensie toe te voegen.’

In dit kader moet ook een bijeenkomst in oktober gezien worden, over ‘Geld en de waardigheid van de mens’:

‘Op 3 oktober 2009 organiseren de Antroposofische Vereniging (ledengroep Antwerpen), de Universiteit voor het Algemeen Belang en Via Libra een ontmoetingsdag met als thema “geld en de waardigheid van de mens”.

Naar aanleiding van de actuele financiële en economische crisis geven een zestal experten hun visie op de feiten, maar vooral op de toekomst. De bedoeling is niet om technische oplossingen uit te werken voor de kredietcrisis, maar wel om te reflecteren over hoe mensen individueel en collectief weer meester worden over het geld. Met andere woorden, over hoe geld weer ten dienste kan komen van de mens in plaats van omgekeerd.

Volgende experten hebben beloofde een bijdrage te leveren:
– Pierre Aeby, Triodos Bank Nederland
– Jan Saal, Stichting Sleipnir
– Luuk Humblet, Vereniging voor Associatieve Economie
Chris Maryns, Mercurius
– Riccardo Petrella en/of Noortje Wiesbauer, Universiteit voor het Algemeen Belang
– moderatie: Werner Govaerts

Dagorde:
In de voormiddag geven de experten een toelichting én een extra stelling bij hun voorbereidende tekst – van de deelnemers wordt verondersteld dat zij de voorbereidende teksten hebben gelezen, zodat op de dag zelf meteen in de diepte kan worden gegaan, en een reëel gesprek en ontmoeting mogelijk worden.

Plaats: Steinerschool Antwerpen, Volkstraat 40, 2000 Antwerpen.
Aankomst en koffie vanaf 9.00u – dagopening om 9.30u en afsluiting om 16.00u. Lunchpakket meebrengen aub.
Vooraf inschrijven verplicht via vzw Via Libra, Gitschotellei 188, 2140 Antwerpen, 03/237 87 10, info@via-libra.be.
Ingeschreven deelnemers ontvangen via e-mail de voorbereidende teksten van de sprekers.
Een vrije bijdrage in de kosten wordt gevraagd.’

De vraag bij dit soort maatschappelijke thema’s is altijd of het lukt een breder publiek te bereiken en aan te spreken en op die manier de publieke opinie te beïnvloeden. Dat was in Steiners tijd al zo, en nu is het niet anders. Het (vertaalde) verslag van Ralph Boes in de laatste ‘Email Nieuwsbrief 3 Mei 2009’ van de Vereniging Basisinkomen geeft een aardig inkijkje van hoe dat dan gaat. Het gaat om een ‘Verslag van de 1 mei demonstratie in Berlijn’:

‘Er zijn momenten dat de tijd zijn adem inhoudt.

Eigenlijk wilden wij alleen maar als het “Bundesagentur für Einkommen” (zinspeling op het Duitse arbeidsbureau: “Bundesagentur für Arbeit”) de grote vakbonddemonstratie op 1 mei een beetje tegendraads borstelen. Terwijl zij op weg naar het Brandenburger Tor “Arbeit für Alle” propageerden wilden wij vanuit de top van de demonstratie naar achteren onze “Aufruf zum 1.Mai” en onze “Antrag für bedingungsloses Grundeinkommen” (aanvraagformulier voor een onvoorwaardelijk basisinkomen) verdelen.

We konden pas later dan de grote stoet van start omdat Andreas met de muziekwagen te laat kwam. Gelukkig werkte dit uiteindelijk in ons voordeel hoewel het eerst balen voor ons was.

Het was van achteren komend niet eenvoudig de hele stoet te passeren tot we aan de kop waren aangekomen. Maar dan ontstond dit ongelooflijk moment: de eerste van ons was helemaal vooraan toen de stoet ineens stopte. De politie moest blijkbaar nog de verdere route waarborgen. Aan de kop van de stoet droegen de vakbondsafgevaardigden een groot spandoek met het opschrift “Arbeit für alle bei fairem Lohn” (werk voor iedereen tegen eerlijk loon).

Op dit moment stormden Diana, Thomas en Marion in de vrije ruimte tussen de demonstranten en de politie – en ontvouwden ons nieuwe goudgele spandoek “Bundesagentur für Einkommen” tegenover dat van de vakbond – allemaal door topfunctionarissen gedragen.

De politie werd uiteraard niet blij van onze actie met als gevolg een korte woordentwist. “Over drie minuten zijn jullie hier weg” dreigde tenslotte een politieagent.

Binnen drie minuten? Dat was het trefwoord voor Diana. Zij vatte de “drie minuten” niet als dreiging maar als kans op: “Drie minuten, dat is gaaf” – met deze woorden vroeg ze meteen naar onze megafoon. En toen gebeurde het ongehoorde: voor een enorme als van hoger hand tot stilstand gekomen demonstratiestoet in absolute stilte – achter ons de verblufte politie, voor ons de vakbondtop, die achter hun spandoek “Arbeit für alle zu fairen Löhnen” stonden, stond Diana geflankeerd van onze goudgele banier “Bundesagentur für Einkommen”. Erboven pronkten nog meer uitspraken als: “Machines nemen ons het werk uit handen – eindelijk!” en “Nooit meer volledige werkgelegenheid – We hebben wel wat beters te doen”. Diana hield een korte toespraak over het Grundeinkommen. Ze vertelde dat arbeid op zich geen waarde heeft en hoe het basisinkomen een stap naar een betere toekomst kan zijn. En de enige interrupties kwamen van politieagenten die op de achtergrond de drie minuten aftelden – het was ongelooflijk.

En juist nu ik er ook was benutte ik op mijn beurt de gelegenheid om de oudgedienden van de vakbond persoonlijk ons vrij provocerend “Aufruf zum 1. Mai“ en “Anträge für bedingungsloses Grundeinkommen“ te overhandigen.

Een deels onzekere, en deels verbaasde glimlach ontstond op de gezichten van de vakbondsleden; sommigen hebben bij Diana’s woorden echter waarderend geknikt en bijna allen hebben onze oproep vriendelijkst aangenomen – vervolgens stapten wij opzij en de stoet ging verder.

Vrienden, was dit een ongelooflijk moment – het is niet makkelijk om erover te praten, want het hart is zo vol en de sentimenten zijn zo diep...

Oproepen en aanvraagformulieren hebben wij vervolgens met genot van voren naar achteren aan de hele stoet verdeeld. Zij werden als het ware uit onze handen gerukt – met name in de “schwarze Block “ (anarchisten) nadat ik “Wij plagen het Duitse arbeidsbureau” had geroepen.

En toen de stoet voorbij was stonden wij bezield, eveneens verbaasd en betrokken met elkaar en we hadden het gevoel dat daarnet hogere machten aan het werk waren. (Het moment aan de kop van de demonstratie werd trouwens gefilmd.)

Wij zijn vervolgens naar het trefpunt met Susanne Wiest gegaan. Naar de overwinningszuil, deze met symboliek beladen door Susanne bewust gekozen plek.

Hoe mooi werden wij bij ontvangst bekroond. Het weer was prachtig en een groter aantal vrienden kwam er samen. Ook andere leden van ons burgerinitiatief die de “Anträge” in duizenden brievenbussen hadden gegooid vergezelden ons daar. Er viel veel te vertellen. Opeens had Georg een idee: hoe zou het zijn om ons spandoek boven op de “Siegessäule” op te hangen. Pas gedacht waren wij al op weg naar boven. En dan pronkte het er, op de overwinningszuil, midden in Berlijn, aangedreven door de overwinningsengel, die onze tijd in een hoger zin zo nodig heeft.

Wij liepen vervolgens gemoedelijk naar een rustig hoekje van de “Tierpark” om met elkaar nog een tijdje gezellig te zitten nagenieten. Moe en blij gingen wij later naar huis.

Er was nog een derde voor ons belangrijke gebeurtenis – maar om daarover al in het openbaar te praten is nu niet de tijd.

Met onnoemelijke gevoelens,
Ralph Boes

Vertaling: Astrid Hendriksen en Iris Broska.

Bewegende beelden van een interview met Susanne Wiest, plus foto’s zijn achter de volgende link te vinden: http://www.archiv-grundeinkommen.de/20090501-bedingungsloses-kaffeetrinken/

Meer informatie over activieiten binnen het Duitse taalgebied: www.archiv-grundeinkommen.de.’

Nu wordt het tijd om het portret van Susanne Wiest door Enno Schmidt und Daniel Häni te laten zien. ‘Wir machen Demokratie – Grundeinkommen im Bundestag’ is deze film betiteld (die op de gelinkte locatie trouwens groter is en duidelijker dan op hun eigen grundeinkommen.tv). Zij schrijven hierover:

‘Susanne Wiest, Direktkandidatin für den Bundestag im Wahlkreis 16
(Greifswald, Demmin, Ostvorpommern)

Als wir Mitte 2008 im Film Grundeinkommen - ein Kulturimpuls (DVD 100 min) an den Szenen zur möglichen Einführung eines bedingungslosen Grundeinkommens arbeiteten, kannten wir Susanne Wiest noch nicht. Es kam uns einfach mal in den Sinn, dass man in Mecklenburg-Vorpommern beginnen könnte, dort wo es an Einkommen fehlt, in einer Stadt, z.B. in Greifswald. Damit lagen wir anscheinend goldrichtig.

Zur Überraschung aller kam Anfang 2009 eine Petition an den Deutschen Bundestag für ein bedingungsloses Grundeinkommen – aus Greifswald. Von einer Tagesmutter, Susanne Wiest. Obwohl über 50.000 Menschen ihre Petition unterstützen, wurde die Behandlung des Anliegens auf die nächste Legislatur verschoben – auf nach der Wahl. Logisch, tritt diese Frau nun selbst als Direktkandidatin für den Bundestag an. Parteifrei und unabhängig. Das gefällt uns.

Im Frühjahr trafen wir Susanne Wiest in Berlin, reisten an die Ostsee, dorthin wo sie mit ihrer Familie lebt und wo sie arbeitet. Eine schöne Begegnung. Am Schauspiel Frankfurt bestritten wir zusammen eine vielbeachtete Veranstaltung und Ende Juli besuchte uns die Direktkandidatin mit ihrem Mann im unternehmen mitte in Basel. Aus den dabei entstanden Filmaufnahmen haben wir den nun vorliegende Filmbeitrag gestaltet.

Wir wünschen der Kandidatur von Susanne Wiest viel Aufmerksamkeit und Erfolg!
Enno Schmidt und Daniel Häni

Der Film kann einfach in jede Webseite eingebaut (EMBED) oder verlinkt (SHARE) werden. Wer eine Filmvorführung organisieren will, kann bei uns eine DVD bestellen: (info@initiative-grundeinkommen.ch)
Den Verlauf der Kandidatur können sie auf der Webseite von Susanne Wiest mitverfolgen: www.grundeinkommen-bundestag.de
Es gibt auch in anderen Wahlkreisen Direktkandidaten für das Grundeinkommen, z.B. in Berlin Mitte, Ralph Boes: Wähl gut – wähl Boes.
Ein Liste weiterer Kandidaten finden sie hier: www.du-kannst-grundeinkommen-waehlen.de und hier: www.grundeinkommen-ist-waehlbar.de

Van hun eigen film is er ook een trailer, die staat er meteen onder. Deze duurt maar zes minuten en geeft een aardige indruk (ook hiervan is een grotere en duidelijkere versie op internet te vinden).

‘Grundeinkommen – der Trailer zum Film
Der erste Film zu dem Zukunftsthema, das keinen kalt lässt: Ein bedingungsloses Grundeinkommen für alle.

Das löst Emotionen aus und Fragen: Mehr Möglichkeiten zur eigenen Initiative? Oder der Untergang der Leistungsgesellschaft? Und wie soll es bezahlt werden? Der Film mischt Festgefahrenes auf, zeigt Überraschendes, lässt mit- und weiterdenken. Nehmen wir das Ganze einmal persönlich.

Das bedingungslose Grundeinkommen bringt neue Energien in alle gesellschaftlichen Bereiche. Und überraschend wird es gerade da, wo man Trockenheit erwartet: Tabuthemen sind nicht ausgespart.

Dauer: 6 Minuten

Film im Internet schauen und herunterladen
Original-DVD mit Heft zum Film bestellen – D
Original-DVD mit Heft zum Film bestellen – CH
Medienecho
Zur Liste aller Vorführungen
Das Heft zum Film als PDF
Film Synopsis
Trailer und Film mit Untertiteln in verschiedenen Sprachen
Kontakt

Maar nu moet u niet denken dat een onvoorwaardelijk basisinkomen onder antroposofen onomstreden is. Want dat is niet zo. Op deze weblog probeer ik zo veel mogelijk Nederlands(talig) materiaal te vinden, maar dat is niet altijd eenvoudig, zeker niet met deze materie. Duitsers kunnen inhoudelijk discussiëren alsof hun leven ervan afhangt, tot vervelens toe. Waar gáát het helemaal over, vraagt een Nederlander zich al gauw af. Nu vond ik dan toch een duidelijke tegenstem, door de mannen van het Belgische tijdschrift De Brug in het Nederlands vertaald. Dat zijn Francois De Wit en Jan Vermeir. Zij schrijven in nr. 63 van maart 2009:

‘Volgens Sylvain Coiplet (op www.dreigliederung.de/essays/2007-04-1000.html) kan men een pleidooi voor dit basisinkomen niet afleiden uit de driegeledingsinzichten van Rudolf Steiner. We vonden de tekst interessant genoeg om te vertalen.’

Het is afkomstig van de uitgebreide website van het ‘Institut für soziale Dreigliederung’. Daar schrijft Sylvain Coiplet in 2007 onder ‘Rudolf Steiner zum Grundeinkommen’:

‘Nach vielen Zuschriften habe ich mich endlich entschieden, meine Ablehnung eines bedingungslosen Grundeinkommens ausführlicher zu begründen. Dies geschieht in der Form einer Einleitung zu einer Zitatensammlung von Rudolf Steiner zum Grundeinkommen. Der Text ist noch nicht fertig. Aber schon jetzt zeigt er, daß die Idee eines bedingungslosen Grundeinkommen für alle eine Pervertierung des sozialen Hauptgesetzes darstellt, wie ihn Rudolf Steiner 1905 formuliert hat.’

Hier volgt dat lange verhaal in vertaling onder de titel ‘Het onsociale bij het onvoorwaardelijk basisinkomen’. Wie zin heeft, leze het helemaal uit:

‘Van de weinige antroposofen die sociaal geïnteresseerd zijn, zijn er dan nog een groot deel die het onvoorwaardelijk basisinkomen beschouwen als de realisering van de sociale hoofdwet die Rudolf Steiner in 1905 formuleerde:

“Het welzijn van een geheel van samenwerkende mensen is des te groter naarmate de enkeling minder aanspraak maakt op het resultaat van zijn prestaties, dat wil zeggen, naarmate hij meer daarvan aan zijn medewerkers afstaat en naarmate meer van zijn behoeften niet uit eigen prestaties maar door de prestaties van de anderen worden bevredigd. Alle inrichtingen binnen een geheel van mensen die in strijd zijn met deze wet, gaan na verloop van tijd ergens ellende en nood veroorzaken. (...) Waar het dus op aan komt is dat werken voor de medemens en een bepaald inkomen bemachtigen twee totaal van elkaar gescheiden zaken worden.”

Zo klinkt het bij Rudolf Steiner in 1905. Hij spreekt enerzijds van een scheiding van arbeid en inkomen maar hij spreekt zich zeker niet uit voor een onvoorwaardelijk basisinkomen.

“Het komt er dus op aan dat men het begrip arbeid op geen enkele manier in samenhang brengt met het begrip inkomen. Zijn inkomen krijgt de mens niet zomaar omdat hij eet en drinkt en nog andere lichamelijke en geestelijke behoeften bevredigt, maar ook omdat hij voor andere mensen werkt.”

En ook nog op een andere plaats:

“Natuurlijk maken de sociale verhoudingen dat iedereen genoodzaakt is om te werken en men heeft slechts de keuze om te verhongeren of te werken. Een andere arbeidsdwang als deze, die gewoon uit de sociale verhoudingen voortkomt, kan er niet zijn in een sociale orde waar de vrijheid van het menselijk wezen een basisvereiste is.”

Deze en andere verduidelijkingen uit het jaar 1919 worden graag genegeerd door hen die Rudolf Steiner en zijn sociale hoofdwet voor hun kar van het onvoorwaardelijk basisinkomen willen spannen. Ze zien niet dat Rudolf Steiner het inkomen toch aan een voorwaarde wil koppelen. Wie de sociale hoofdwet goed begrijpt, die ijvert voor een sociale orde waar arbeid iemand een inkomen bezorgt, alleen als die werkelijk voor het welzijn van de andere mensen is verricht.

Wie in massa begint te produceren en dan met grootschalige publiciteit zijn producten op de markt wil kwijt geraken, die heeft eigenlijk niet voor zijn medemensen, maar in eerste instantie voor zichzelf gewerkt. Hij heeft alleen zijn eigen inkomen op het oog gehad. Wanneer de sociale orde zoiets toelaat, dan leidt dat onvermijdelijk tot minder welstand voor de anderen.

Hetzelfde geldt ook wanneer iedereen een onvoorwaardelijk basisinkomen zou krijgen en er niet meer zou moeten mee inzitten wat zijn medemensen nodig hebben. Mensen kunnen dan even goed als nu voor zichzelf in plaats van voor de anderen werken.

Volgt men de sociale hoofdwet, dan moet dat onvermijdelijk tot ellende en nood leiden, zowel voor diegenen die dan wel het onvoorwaardelijk basisinkomen hebben maar er niet kunnen mee kopen wat ze nodig hebben omdat niemand het produceert, als voor de anderen die niet het geluk hebben om dit onvoorwaardelijk basisinkomen te genieten.

De sociale hoofdwet zoals ze in 1905 geformuleerd werd, is vervat in een paar aforismen en is daarom gemakkelijk verkeerd te interpreteren. Dat gaat van diegenen die vinden dat de tegenwoordige wereldwijde arbeidsdeling al genoeg onzelfzuchtigheid inhoudt, tot diegenen die vinden dat het egoïsme moet bestreden worden door een gemeenschappelijke kassa. Ook het onvoorwaardelijk basisinkomen is één van de vele verkeerde interpretaties. Van de ene kant heeft dat het voordeel dat men niet alles bij het oude wil laten en het (in feite verkeerde) inzicht op grote schaal wil verspreiden. Deze houding is ook al zeldzaam genoeg. En zo kan men gaan voor het onvoorwaardelijk basisinkomen hoewel men weet dat het niet gefundeerd is. Maar er zijn echt eerlijke aanhangers van het onvoorwaardelijk basisinkomen die het werkelijk voor een essentieel bestanddeel van de sociale driegeleding houden. Ze merken niet dat het hen niet te doen is om de sociale hoofdwet maar om de eigen gemakzucht.

Wie de sociale hoofdwet au sérieux neemt, die zal zich liever de moeite getroosten om uit te vissen hoe Rudolf Steiner daar in 1919 over gedacht heeft. In dat jaar namelijk neemt hij zijn ideeën van 1905 terug op en plaatst ze in de totale context van de sociale driegeleding. Daardoor worden ze niet alleen duidelijker maar ook praktischer.

Zo wordt in 1919 duidelijk hoe Rudolf Steiner zich de werking van de economie voorstelt in de zin van de sociale hoofdwet. Hij spreekt niet alleen van broederlijkheid in het economische leven, maar trekt daar de conclusies uit. Hij toont hoe we tot een economie moeten komen die op de behoefte georiënteerd is.

Dat betekent niet alleen
– het omleiden van de reclamebudgetten van de grote bedrijven naar de consumentenverenigingen;
– volledig afzien van stakingen als economisch drukkingsmiddel ten voordele van boycots (omdat dit laatste niet gaat ten koste van de consument).

Rudolf Steiner beperkt zich namelijk niet tot de vraag hoe men producenten ertoe kan brengen werkelijk voor anderen in plaats van voor zichzelf te werken. Hij gaat in op de vraag hoe de producent daarbij van de anderen kan verkrijgen wat hij nodig heeft om te leven.

Hoe kan men door de arbeid van zijn medemensen onderhouden worden? Rudolf Steiner spreekt daar niet van een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen dat via belastingen moet gefinancierd worden, maar van een indirecte beïnvloeding van de prijszetting door bedrijfsoverschrijdende vergaderingen die ervoor zorgen dat productietakken noch te veel noch te weinig medewerkers hebben. Alleen zo kan men bereiken dat hun inkomen noch te krap noch schaamteloos hoog wordt. Rudolf Steiner spreekt van een economische oercel.

“(Een gezonde prijsverhouding van de geproduceerde goederen) moet dusdanig zijn dat iedere arbeider van zijn product zoveel aan tegenwaarde krijgt als dat nodig is om al zijn behoeften en die van zijn familie te bevredigen tot hij terug eenzelfde product afgeleverd heeft. Een dergelijke prijsverhouding kan niet ambtshalve vastgesteld worden, maar moet het resultaat zijn van een levend samenwerken van de associaties die in het sociale organisme actief zijn.”

Deze economische oercel gaat niet alleen uit van het overwinnen van het individuele egoïsme maar ook van het overwinnen van het bedrijfsegoïsme. Vandaag de dag zijn kapitaalverstrekkers blij wanneer er een hoog dividend wordt uitgekeerd en de waarde van hun aandelen stijgt als gevolg van de gestegen vraag naar producten van hun bedrijf. En ook de medewerkers zouden geen loonsverhoging afslaan, als men hen dit tenminste zou aanbieden. Men neemt eenvoudigweg wat men kan krijgen, zonder erbij stil te staan dat dit op kosten is van consumenten en producenten uit andere bedrijven.

Een gezonde prijsverhouding wil dat deze overschotten volledig naar het uitbouwen van de productiecapaciteit gaat. En daar zitten ook de kosten voor de omscholing in, die nu zo graag afgewenteld worden op de staat. Dat zou in feite pas solidariteit zijn in de praktijk! Daar waar het begint pijn te doen!

Het moet ons dan ook niet verwonderen wanneer voorstanders van een onvoorwaardelijk basisinkomen een dergelijke heroriëntering van de economie voor onrealistisch houden of zelfs uitdrukkelijk afwijzen. Dat geldt spijtig genoeg niet alleen voor openlijke tegenstanders van de sociale driegeleding. Ook vele sympathisanten van de sociale driegeleding verwisselen liever sociale hoofdwet en onvoorwaardelijk basisinkomen dan dat ze zouden wagen in het publiek van associaties te spreken en de bestaande economische orde aan te pakken: die mag rustig blijven wat ze is... en de staat zal ons wel tegen de excessen van dat economisch systeem beschermen!

Het onvoorwaardelijk basisinkomen als gevoelloosheid

Rudolf Steiner afwijzing van het onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen wordt door zijn aanhangers dikwijls gerelativeerd met het argument dat hij het vandaag, nu de productiviteit zo hoog is geworden, anders zou bekeken hebben.

Mar ondanks de productiviteitsstijging hebben de mensen, 100 jaar later, ook nog altijd gevoelens. En daar komt het ook op aan : op gevoelens die gekwetst worden als iemand zich kan onttrekken aan arbeid en anderen voor hem moeten werken. Zelfs wanneer het een kleine minderheid betreft en de winkel ook zonder hen blijft draaien.

De realiteit van deze menselijke gevoelens heeft Rudolf Steiner ertoe gebracht de arbeidstijd te beschouwen als een kwestie die democratisch moet vastgelegd worden. Antroposofen als Werner Götz zijn blind voor deze gevoelens en willen iedereen zelf laten uitmaken hoeveel hij wil werken. Daarmee tonen ze enkel maar op welke on-sociale ideeën antroposofen kunnen komen wanneer ze zich de moeite niet getroosten om zich meer dan oppervlakkig in de inzichten van de sociale driegeleding te verdiepen.

Voor Rudolf Steiner daarentegen is het duidelijk dat bij deze arbeidskwestie de gevoelens moeten afgevlakt worden door de democratie. Door de democratie komt er rationaliteit in de gevoelens, meer bepaald door het kunnen stemmen over deze kwestie. Rudolf Steiner laat dat gelden hoewel hij ervan uitgaat dat de sociale driegeleding tot een drastische vermindering van de arbeidstijd zou leiden. De paar uur per dag dat er dan nog zou moeten gewerkt worden moeten dan rechtvaardig verdeeld worden (let wel: het gaat hier om arbeid in de economische betekenis. Wat de mens daarbuiten presteert of niet presteert speelt economisch gezien een ondergeschikte rol – fdw).

Democratisch vastgelegde arbeidstijd is geen arbeidsplicht!

Toen Rudolf Steiner in 1919 over dat democratisch vastleggen van de arbeidstijd sprak, stond hij voor een publiek van min of meer marxistisch geïndoctrineerde arbeiders en het was gemakkelijk om verkeerd begrepen te worden. Want op dat ogenblik probeerden de Russische socialisten namelijk een arbeidsplicht in te voeren. Rudolf Steiner distantieert zich daarvan uitdrukkelijk en benadrukt dat een dergelijke arbeidsplicht niet door te voeren is, tenzij men de mensen in kazernes wil onderbrengen. Want men zou nogal opkijken wat de mensen allemaal niet zouden uitvinden om te ontsnappen aan een dergelijke arbeidsplicht.

Maar wat is nu het grote verschil tussen democratisch vastgelegde arbeidstijd en arbeidsplicht ? Doorslaggevend voor Rudolf Steiner is dat het inkomen zich richt naar de arbeidstijd en niet omgekeerd de arbeidstijd naar het inkomen. Arbeid is geen waar die men in willekeurige hoeveelheden kan produceren. Wie medewerkers nodig heeft, moet zien dat binnen de arbeidstijd die democratisch is vastgelegd voor het betreffende productiegebied een gepast inkomen kan verworven worden door de betrokken arbeiders. Kan dat niet, dan gaat de winkel dicht, tenzij andere bedrijven inspringen en depanneren. Maar er is geen wet die hen dat oplegt. De wet zegt alleen dat het inkomen zodanig moet zijn dat niemand gedwongen is om meer dan de vastgestelde arbeidstijd te werken.

Een plicht om te arbeiden is er dus niet. Of de enkeling werkt of liever honger lijdt, dat is namelijk zijn eigen zaak. Misschien vindt hij ook goedgelovige filantropen die hem voor een genie houden en hem een deel van hun eigen inkomen afstaan. De geest mag zich rustig boven de democratie verheffen. Alleen moet hij er dan zelf voor betalen en er niet de staat laten voor opdraaien.’

3 opmerkingen:

John Wervenbos zei

Prima nieuwsgaring Michel. Dank je wel.

Ook bij mij ambivalentie bij een een basisinkomen. Eerlijk gezegd ben ik sceptisch gestemd. Zal het schrijven van Sylvain Coiplet nauwkeurig gaan bestuderen. Maar moet natuurlijk ook de andere kant horen.

Ruim drie jaar geleden sneed ik het punt van een basisinkomen reeds aan op een politiek discussieforum: Basisinkomen versus biologisch minimum

Net terug van een bestuursvergadering van een belangenvereniging verbonden met sociaal-economische problematiek. Pijnlijk concreet.

Sylvain Coiplet zei

Lieber Michel Gastkemper,

Darf ich deine Übersetzung meines Textes zum bedingungslosen Grundeinkommen auf www.driegeleding.org veröffentlichen?
Die Version, die du übersetzt hast, ist zwar nicht mehr ganz aktuell, aber das ist besser als nichts.
Vielen Dank jedenfalls für den Hinweis!

Sylvain Coiplet

Michel Gastkemper zei

Lieber Sylvain Coplet,
Das ist nicht meine Übersetzung, sondern die Übersetzung von zwei Belgiern, Francois De Wit en Jan Vermeir. Sie haben in ihre online Zeitschrift ‘De Brug’ Nr. 63 von März 2009 diese Übertsetzung publiziert, und ich habe sie nur übernommen. Sie können also besser bei ihnen nachfragen. (Aber ich habe sie ohne Rücksprache übernommen und nur den Verweis und Link gegeben.)
Mit herzlichem Gruss,
Michel Gastkemper

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)