Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

vrijdag 29 mei 2009

Fokkerij

Direct na Pinksteren is de grote dag voor Wytze Nauta, zo meldt het Louis Bolk Instituut. In een afgelopen maandag gepubliceerd persbericht maakte het namelijk het promotieonderzoek van Wytze Nauta, ‘Biologische fokkerij in de biologische melkveehouderij’, bekend:

‘Op dinsdag 2 juni 2009 om 13.30 verdedigt Wytze Nauta zijn proefschrift getiteld Selective Breeding in Organic Dairy Production aan de Wageningen Universiteit. Dit proefschrift behandelt de mogelijkheden voor biologische fokkerij in de biologische melkveehouderij. Het is het resultaat van een samenwerking tussen het Louis Bolk Instituut, de vakgroepen Fokkerij en Genomics en Rurale Sociologie van Wageningen Universiteit. Het onderzoek is gefinancierd door het Ministerie van LNV, Wageningen Universiteit en het Louis Bolk Instituut.

Eigen fokkerij
Binnen de biologische landbouw bestaan geen duidelijke randvoorwaarden over fokkerij. Dit resulteert in een grote variatie in aanpak van de fokkerij op biologische melkveebedrijven. Zo houden een groeiend aantal veehouders een eigen stier op het bedrijf voor natuurlijke dekking terwijl andere veehouders gebruik maken van fokstieren uit de gangbare fokprogramma’s via KI.

Hierover ontstonden 10 jaar geleden steeds meer vragen omdat de biologische sector kringlopen wil sluiten en zijn methoden steeds meer wil afstemmen op de uitgangspunten van de biologische sector. Ten behoeve van de gangbare melkveehouderij zijn dieren geselecteerd voor een intensief productiesysteem en vaak gefokt met behulp van moderne onnatuurlijke voortplantingstechnieken zoals KI, superovulatie en embryotransplantatie (ET). Deze praktijken passen niet bij de uitgangspunten van de biologische landbouw en veel betrokkenen zijn dan ook van mening dat de biologische veehouderij meer zijn eigen fokkerij zou moeten opzetten zonder gebruik van dergelijke technieken.

Systeeminnovatie
Resultaten in dit proefschrift laten zien dat het vraagstuk rondom fokkerij in de melkveehouderij zeer complex is. Hoe natuurlijk kun je de fokkerij maken en hoe zou je de gangbare fokkerij aan de eisen van de biologische landbouw kunnen aanpassen of juist een geheel apart biologisch fokprogramma kunnen opzetten? Verschillende mensen uit verschillende disciplines hebben hier een eigen mening over. Er zijn verschillende scenario’s mogelijk.

In het proefschrift wordt geconcludeerd dat er een zogenaamde “systeeminnovatie” nodig is op verschillende niveaus (bedrijf, institutioneel en maatschappelijk). Dit betekent volgens Nauta en mede-auteurs dat de biologische veehouders en wetenschappers/adviseurs gezamenlijk een leerproces moeten aangaan. Door de inzet van “pilots” zoals het selecteren van de juiste koeien en stieren en het uitwerken van de bedrijfseigen fokkerij kan een nieuwe praktijk voor biologische fokkerij worden ontwikkeld. Belangrijk hierbij is dat er niét wordt gezocht naar een uniforme oplossing voor de gehele sector maar dat verschillende mogelijkheden flexibel kunnen worden toegepast. De biologische landbouw streeft immers naar robuuste systemen en daarvoor is agro-biodiversiteit van groot belang.’

Op de homepage van het Louis Bolk Instituut wordt dit onder ‘Agenda’ gemeld:

‘2 juni: Promotieonderzoek Wytze Nauta: Biologische fokkerij in de biologische melkveehouderij (persbericht; proefschrift; nederlandstalig rapport - pdf)’

Hier is dus het proefschrift te downloaden. Maar ook een Nederlandse versie ervan. In het voorwoord op blz. 4 schrijft Wytze Nauta (er is nogal wat misgegaan met de correctie ervan, er staan allerlei foutjes in, die heb ik stilzwijgend verbeterd):

‘Dit rapport is samengesteld naar aanleiding van mijn proefschrift “Selective breeding in Organic Dairy Production”.

Omdat het proefschrift zelf op de samenvatting na helemaal in het Engels is geschreven, heb ik met dit rapport een verkorte Nederlandse versie van het proefschrift gemaakt. De inleiding, discussie en samenvatting zijn integraal overgenomen uit het proefschrift. De vier hoofdstukken in het proefschrift die de basis vormen van het onderzoek en zijn gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften, heb ik voor u kort samengevat.

Het doctoraal onderzoek heeft totaal 10 jaar in beslag genomen. Dit was een onderzoekprogramma van de onderzoekscholen Wageningen Institute of Animal Science (WIAS) en Mansholt Graduate School (MGS) en het Louis Bolk Instituut. Mijn promotoren hierbij waren Prof. dr. ir. E.W. Brascamp, Hoogleraar Fokkerij en Toegepaste Genetica, en Prof. dr. ir. J.D. van der Ploeg, Hoogleraar Transitieprocessen in Europa, Wageningen Universiteit. Voor de dagelijkse begeleiding had ik twee co-promotoren: Dr. ir. H. Bovenhuis, Universitair docent, leerstoelgroep Fokkerij en Genomics, Wageningen Universiteit en Dr. ing. D. Roep, Universitair docent, leerstoelgroep Rurale Sociologie, Wageningen Universiteit.

De promotiecommissie bestaat uit Prof. Dr. ir. E.A. Goewie, Wageningen Universiteit, Prof. Dr. ir. E.T. Lammerts van Bueren, Wageningen Universiteit, Prof. Dr. J. Sölkner van de University of Natural Resources in Applied Life Sciences, Boku, Austria en Prof. Dr. ir. A.J. van der Zijpp van Wageningen Universiteit.’

De samenvatting is dus wel in het Nederlands. Deze ‘abstract’ staat ook op de website van het Louis Bolk Instituut:

‘Biologische landbouw ontwikkelt nog steeds richting haar doelen. Fokkerij verdient in deze ontwikkeling meer aandacht. Tot nu toe zijn alleen nog maar een aantal kleine incidentele stappen gezet richting biologische fokkerij.

De meeste van de huidige biologische melkveehouders (80%) zijn eind jaren ’90 omgeschakeld naar biologische productie. De meeste van deze veehouders bleven koeien melken van het Holstein Friesian ras en maakten met deze koeien een duidelijke daling in melkproductie mee. De koeien kregen tevens problemen met de vruchtbaarheid en gezondheid en hierdoor rezen vragen over wat gegeven de van de gangbare landbouw afwijkende bedrijfsvoering, een geschikt koetype zou zijn voor de biologische landbouw.

Tegelijk rezen ook vragen over moderne voortplantingstechnieken die worden gebruikt in de gangbare fokprogramma’s en via het inzetten van de KI-fokstieren uit deze fokprogramma’s ook direct en indirect in de biologische landbouw worden gebruikt. De regelgeving voor biologische productie is voor de fokkerij beperkt en vaag. KI wordt toegestaan maar embryotransplantatie niet. Echter, door het gebruik van stieren die uit ET komen gebruikt de biologische landbouw deze techniek indirect. Het onnatuurlijke karakter van zulke technieken strookt niet met de uitgangspunten van de biologische landbouw. Verder kunnen deze technieken ook bijdragen aan het verlies van genetische variatie. Dit laatste past ook niet bij het streven naar biodiversiteit in de biologische landbouw. Het vraagstuk omtrent het koetype dat past bij de biologische melkveehouderij en het gebruik van de moderne voortplantingstechnieken vormden de basis voor dit proefschrift.’

Ja, en dan wil je natuurlijk nog weten wie Wytze Nauta eigenlijk is (hier op de website van het Louis Bolk Instituut staan al zijn publicaties). Hij heeft een pracht ontwikkeling doorgemaakt. Dat wordt zichtbaar op het eind van de Nederlandse samenvatting, op blz. 61, waar hij zijn eigen ‘Curriculum Vitae’ geeft:

‘Wytze Jan Nauta werd in maart 1964 geboren op een melkveebedrijf in de Friese Zuid-Westhoek en groeide op tussen de melkkoeien. Na MAVO- en HAVO-onderwijs vervolgde hij zijn studie aan de toenmalige Bijzonder Hogere Landbouw School te Leeuwarden alwaar hij in 1986 afstudeerde als Zoöloog veehouderij en fokkerij.

Gedurende deze studietijd werd het duidelijk dat het ouderlijke bedrijf te klein was voor opvolging. De interesse naar de wetenschappelijke achtergrond van de fokkerij leidde er toe te kiezen voor een vervolgstudie aan de Universiteit Wageningen. Deze studie was in eerste instantie gericht op de kwantitatieve fokkerij. Al gauw bleek echter de interesse voor (ontwikkelings) biologie en “genomics” ook aanwezig. Er werd als afstudeervak een onderzoek naar genen gedaan die betrekking hebben op de eiwitproductie in de melk. Het volgende afstudeervak betrof een studie aan de Colorado State University in de Verenigde Staten van Amerika naar de mogelijkheden van in vitro kweek van runder-embryo’s. De studie in Wageningen werd afgesloten in 1991 met als hoofdvakken: Fokkerij, Veehouderij en Biotechnologie.

Na deze studie werkte hij anderhalf jaar voor het toenmalig IVO te Zeist aan een haalbaarheidsstudie voor het gebruik van klonen in de veehouderij. Vervolgens startte hij met de kennis uit Colorado in Dronten een commercieel laboratorium op voor de in vitro kweek van runderembryo’s. In deze periode werd het hem echter steeds meer duidelijk dat de gangbare melkveehouderij door het streven naar hoge melkproducties per koe, veel gezondheids- en vruchtbaarheidsproblemen veroorzaakt bij melkkoeien. Het in vitro kweken van embryo’s uit topkoeien die werden geslacht ontwikkelde zich niet tot een bloeiende business en de kweek van embryo’s uit eicellen afkomstig van ovum pick up (OPU) paste niet bij de bedrijfsfilosofie vanwege het welzijn en integriteit van de donorkoeien. Het laboratorium werd daarom verkocht. Bij toeval kwam hij toen in contact met Ton Baars van het Louis Bolk Instituut, die o.a. werkte aan onderzoek naar fokkerijsystemen voor de biologische melkveehouderij.

Vanaf 1998 is hij voor het LBI gaan werken, eerst aan een project “Koppelbedrijven” met als doel het koppelen van akkerbouw en melkveebedrijven om te komen tot gemengde bedrijfssystemen en gesloten kringlopen in de biologische landbouw. Dit werk is nog steeds een belangrijk onderwerp voor hem. Daarnaast werkte hij bij het LBI aan een project “Visie op Fokkerij” met als doel de visie van biologische melkveehouders en de maatschappij op de fokkerij in de biologische landbouw vast te leggen. Uit dat project ontstond in samenwerking met de vakgroepen Fokkerij en Genetica en Rurale Sociologie, beiden onderdeel van Wageningen Universiteit, dit promotieproject over de mogelijkheden voor biologische fokkerij.’

Okee, hij is dus geen (typische) antroposoof. Maar wel iemand die werkt met de principes ook van de biologisch-dynamische landbouw. Bovendien werkt hij aan een belangrijk speerpunt van het Louis Bolk Instituut. Dus mag zo’n buitengewone gebeurtenis als het verdedigen van een proefschrift over dit onderwerp hier best uitgebreid vermeld worden.

Geen opmerkingen:

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)