Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

dinsdag 26 januari 2016

Blendle

Die voorspelling vorige keer kwam wel érg snel uit. De 900.000 pageviews zijn we nu al lang gepasseerd. Dus dan maar weer gauw door, om de lezers niet te hoeven teleurstellen. Inmiddels traditie, begint de ronde bij Motief op de website van de Antroposofische Vereniging. Dat is alleen maar, begrijpt u wel, omdat ik daar werk. Donderdag 14 januari ging het om een ‘Euritmie onderzoeksgroep terug naar de bron’:
“Begin twintigste eeuw werd naar vernieuwing gezocht in de bewegingskunst, zoals in expressieve dans of in de door Rudolf Steiner ontwikkelde euritmie. De afgelopen oktober opgerichte ‘euritmie onderzoeksgroep’ gaat terug naar de bron en legt de fundamenten uit de begintijd opnieuw bloot.

Euritmie ontstond door middel van demonstraties, onderwijs en opvoeringen, alsmede de euritmievoordrachten en cursussen van Rudolf Steiner. De ‘tooneuritmiecursus’ (‘Eurythmie als sichtbarer Gesang. Ton-Eurythmie-Kurs’, GA 278, 6. neu überarbeitete Auflage 2015), opnieuw doorgewerkt en uitgegeven door Stefan Hasler, Felix Lindenmaier en Martina Maria Sam, laat zien hoe gevarieerd Steiner daarbij methodisch te werk ging. Zo bleek dat ook het verdere materiaal over euritmie hierbij betrokken moest worden.

De ‘euritmie onderzoeksgroep’ wordt geleid door Stefan Hasler en Martina Maria Sam, zo beschrijft Sebastian Jüngel op de website van het Goetheanum. Hasler werd in 2003 als eerste euritmieprofessor benoemd, bouwde aan de Alanus Hochschule het vakgebied euritmie uit en werkte aan onderzoeksprojecten. Sinds 2015 staat hij aan het hoofd van de ‘Sektion für Redende und Musizierende Künste’ aan het Goetheanum. Martina Maria Sam is ook euritmiste, zij is gepromoveerd als filologe, heeft ervaring als uitgever en schreef een geschiedenis van de euritmie. Medewerkers worden aangetrokken naar gelang hun vakgebied.

De onderzoeksgroep zal het historisch overgeleverde materiaal uit de periode 1912-1925 doornemen en in het kader van de Rudolf Steiner Gesamtausgabe publiceren. “We mikken op gebruik in de praktijk, waarbij tegelijk aan de huidige wetenschappelijke behoeften wordt voldaan”, zegt Stefan Hasler. “We zullen”, voegt Martina Maria Sam toe, “de fundamenten van de euritmie en de werkwijze in de beginjaren zo authentiek en compleet mogelijk documenteren”.

De ‘euritmie onderzoeksgroep’ is een gezamenlijke instelling van de Alanaus Hochschule in Alfter en de ‘Sektion für Redende und Musizierende Künste’ aan het Goetheanum. De groep werkt samen met het Rudolf Steiner Archiv, de Goetheanum-Dokumentation en andere archieven. Naast publicaties zullen de resultaten in de vorm van demonstraties op conferenties voor professionele euritmisten, als ook van cursussen en voordrachten worden gepresenteerd.

In het Nederlands verscheen inzake euritmie twee jaar geleden het 480 pagina’s tellende standaardwerk ‘100 jaar euritmie in Nederland’, geschreven door Imke Jelle van Dam van het Euritmie Impresariaat Nederland. Het is verkrijgbaar voor € 39.

‘Het is de schrijver verrassend goed gelukt de ontwikkeling van de euritmie in Nederland vanaf het begin als een boeiend proces in beeld te brengen. Door de levendige beschrijvingen van de biografieën van vele betrokkenen creëert hij een kleurrijke indruk van deze steeds weer opnieuw spannende honderd jaar.’ (Werner Barfod)”
Maandag 18 januari volgde ‘Biodynamisch op Biobeurs: herstel van verbindingen’. Met deze tekst:
‘“Biodynamische landbouw en voeding zoekt overal de ruimte voor herstel van verbindingen: tussen mens en bodem, plant en dier, maar ook met de omgeving en de lokale cultuur. En tussen jong en oud: de enthousiaste starter en de ervaren ondernemer.”

Op woensdag en donderdag 20 en 21 januari vindt in de IJsselhallen te Zwolle de jaarlijkse Biobeurs plaats. “De Biobeurs is de belangrijkste nationale trade fair voor wie serieus zaken doet op de biologische markt. Hier komt iedereen samen om te inspireren, delen en ontmoeten.”

Want: “Biologisch is razend populair. In Nederland groeit de verkoop van biologische producten in 2015 naar verwachting met meer dan 15% en ook wereldwijd stijgt de vraag.”

Net als voorgaande jaren is er ook dit keer weer een Demeterplein. “Terwijl de samenleving piept en kraakt in z’n voegen vanwege een teveel aan niet duurzame materiële groei, agendeert de biodynamische landbouw het thema ‘ruimte’ voor haar presentatie op het Demeterplein tijdens de BioBeurs.”

Demeter is het keurmerk van de biologisch-dynamische landbouw en staat voor meer dan alleen biologisch.

“Spirituele ruimte is gelukkig oneindig. De mogelijkheden om elkaar ruimte te bieden zijn groot als we ons denken in beperkingen overboord zetten. Het leven zelf biedt keer op keer overvloed. We kijken naar ruimte voor biodynamische landbouw en voeding, op je bord, in de winkel, op de boerderij via de smaaktuin, de grondplaats, de winkelvloer, het voedselbos en de leergang.”

Wat het meer is dan biologisch? “Daar werken we in verbondenheid met onszelf, onze omgeving en de natuurlijke ritmes van het leven. Ruimte om te ontwikkelen in elke fase, van eenduidig en pril tot veelvormige differentiatie. Waar zit jouw ruimte om het leven verder te laten stromen?”

Veel organisaties zijn bij het plein betrokken. “Het Demeterplein is een gezamenlijk initiatief van Stichting Demeter, de BD vereniging, Warmonderhof, Kraaybeekerhof Academie en Stichting Grondbeheer, ondersteund door de Vereniging van Natuurvoedingskundigen, Landgilde en de Van Akker naar Bos beweging. Het Demeterplein wordt gesponsord door Green organics, Odin en Udea. Naast het Demeterplein worden er vanuit deze organisaties diverse workshops aangeboden zoals ‘doorschakelen naar Demeter’ voor biologische boeren en workshops over bedrijfsopvolging en scholing.”’
De nieuwste aanwinst is die van donderdag 21 januari, ‘Ontwikkeling bij antroposofische ouderenzorg’:
‘Met ingang van het nieuwe jaar 2016 zijn Antroz en Warande definitief gefuseerd. Een bestuurlijke fusie was al in juli 2014 ontstaan. Antroz biedt antroposofische ouderenzorg, Warande is een innoverende organisatie voor ouderenzorg, allebei in het midden van het land.

Op zijn website schrijft Warande: “De locaties van Antroz gaan verder onder de naam Warande. Het gaat om de volgende locaties: Leendert Meeshuis (verpleeghuis) in Bilthoven en Zeist, Huize Valckenbosch (verzorgingshuis) in Zeist. In deze vestigingen wordt zorg in een antroposofisch leefklimaat geboden. Daarnaast gaat het om de volgende huurwoningen/-appartementen: Valckenhof (huurwoningen) in Zeist en Woonoord Kraaijbeek (huurappartementen in Driebergen.”

Verderop is te lezen: “Huize Valckbosch in Zeist is een verzorgingshuis met een landelijke erkenning en een capaciteit van 80 plaatsen. Huize Valkenbosch richt zich op de huisvesting en verzorging van ouderen die een binding hebben met De Christengemeenschap en/of de antroposofie en van ouderen die daar vanuit algemene levensbeschouwelijke oriëntatie affiniteit mee hebben. Het opnamebeleid is dus ruimer. Belangrijk is dat de bewoner in deze omgeving en sfeer de ontwikkeling in deze levensfase wil doormaken.”

En het over het Leendert Meeshuis schrijft Warande: “Leendert Meeshuis te Bilthoven is een verpleeghuis met een landelijke erkenning en een capaciteit van 110 plaatsen. Leendert Meeshuis verleent psychogeriatrische en somatische verpleeghuiszorg en behandeling en vult deze aan met therapieën die gebaseerd zijn op het antroposofisch mensbeeld.”

Het is een verrijking voor Warande. “Met de samenvoeging bestaat Warande uit 8 vestigingen in Zeist, Bilthoven, Houten en Driebergen. Warande biedt een breed scala aan seniorenvoorzieningen: van seniorenfitness, dagopvang, wijkservicepunten en revalidatie tot verzorgd wonen, intensieve verpleging en hospice. Warande biedt ook ondersteuning aan ouderen om langer thuis te kunnen blijven wonen.”

“Bewoners van de Warande verzorgings- en verpleeghuizen worden zoveel mogelijk ondersteund om de dingen te blijven doen die ze belangrijk vinden: aangenaam actief blijven. De fusie met Antroz biedt een waardevolle aanvulling voor ouderen met (affiniteit met) een antroposofische levensvisie. Individuele aandacht en zorgvuldige bejegening zijn belangrijke kernwaarden van Antroz.”’
De Hondspol meldt in de laatste Nieuwsbrief, voor zover ik weet gisteren uitgebracht (er staat geen datum bij):
‘Afgelopen week was het een spannend moment, omdat we een bod op de boerderij en de landerijen hebben uitgebracht. Het goede nieuws is dat ons bod is geaccepteerd door stichting Lievegoed, onder voorbehoud van financiering. Dit betekent dat we weer een stap verder zijn. Tot 15 maart hebben we de tijd om de financiering rond te krijgen. Het ondernemersplan is bij de bank ingediend en we hopen op een positieve reactie!

Vanaf nu is het mogelijk dat cliënten die bij ons willen komen wonen en/of werken zich kunnen aanmelden bij Linda Koot: 06 222 913 39.

Vlak voor het nieuwe jaar zijn er weer 80 biggen op de boerderij gekomen, echt te gek hoe hard ze nu al groeien. En het is een mooi gezicht om het knorrend leven in de varkensstal waar te nemen. De veearts heeft alle schapen en geiten gescand en ze zijn allemaal drachtig. In de eerste week van maart zullen de eerste lammetjes worden geboren. Daar kijken wij naar uit.

Voor de tuin zijn de eerste planten al weer besteld. Allerlei voorbereidingen worden op het land en in de kas langzaamaan in gang gezet. Vrijwilliger Frank is nieuw en heeft de tuin van de Linde op zich genomen. De tuin knapt aanzienlijk op en er wordt volop gesnoeid. Op zaterdag hebben we een nieuw gezicht in de winkel, Sara is super enthousiast. Anne-Marit en Sara staan om de week in de winkel samen met Hanneke.

Iedereen is van harte welkom in de winkel op woensdag en vrijdag van 10:30 tot16:00 uur. Op zaterdag van 9:30 tot 13:30 uur.

Een hartelijke groet, Marcel, Hanneke, Linda, Ruud, Margot en Huig’
Overmorgen, 28 januari, is er een algemene ouderavond in Zutphen, over de verbouw Valckstraat. Dat zag ik in het ‘Weekbericht van 7 januari 2016’ van vrijeschool De Zonnewende:
‘Uitnodiging ouderavond bouw Valckstraat 30 en herinrichting schoolplein

In het weekbericht van 17 december 2015 meldden wij druk in gesprek te zijn met de gemeente Zutphen over de verbouw aan de Valckstraat 30. Op 28 januari 2016 organiseren wij een ouderavond om u bij te praten over de ontwikkelingen en stand van zaken. Wij nodigen u hiervoor graag om 20.00 uur uit in onze school aan de Henri Dunantweg.

Tijdens deze bijeenkomst geven de architect en de aannemer uitleg over het bouwproces en de planning. Onze bestuurder, Lizzy Plaschek, is eveneens aanwezig. De bouwadviseur, Jan van Heiningen, sluit aan om toelichting te geven over de bouwkosten. Karsten Orth geeft uitleg over het proces en visie ten aanzien van de buitenruimte en het schoolplein. Daarbij hopen we ook van u goede ideeën en input te ontvangen.

Het programma:
20.00 uur Welkom door Ceciel
20.05 uur Uitleg vernieuwbouw en planning door Ilse Klein Brinke (architect) en Jan van Heiningen (bouwadviseur)
20.35 uur Voorstellen aannemer
20.40 uur Uitleg proces en visie op buitenruimte/schoolplein door Karsten Orth
21.15 uur Gelegenheid om koffie/ thee te pakken en naar informatiestand te gaan
21.20 uur Informatietafels:
Tafel 1 Architect en aannemer (Voor vragen over bouw)
Tafel 2 Karsten Orth (Voor vragen over herinrichting schoolplein)
Tafel 3 Merinke en Petra - Inspiratiemateriaal, intekenlijst hulp bij ontwerp schoolplein
22.00 uur Afronding

Graag tot 28 januari.
Ceciel Wolfkamp’
Op woensdag 13 januari meldde De Stentor echter met ‘Verbouwing vrije school Zutphen vertraagd’ dat er een kink in de kabel was gekomen.
‘Het zal nog even duren voordat bouwvakkers beginnen aan de geplande verbouwing en uitbreiding van de vrije school aan de Valckstraat in Zutphen. Het schoolbestuur en de gemeente Zutphen staan lijnrecht tegenover elkaar in een oplopend geschil over het bouwbudget.’
In het ‘Weekbericht van 14 januari 2016’ was dan ook ‘Bericht van de MR: Uitstel van de Verbouwing’ te lezen:
‘Ook de MR heeft de brief van 12 januari 2016 afkomstig van de bestuurder gelezen. De eerste reactie was een volle verbazing over de stop van de bouw.

Zoals gemeld in de nieuwsbrief van 3 dec. jl. waren we ons al bewust van onvoldoende bouwbudget. In overleg met de bestuurder in de week erna is in grote lijnen het tekort toegelicht en er is laten weten dat er alternatieven onderzocht werden zodat in januari de bouw kon starten. Een gehele stop van het bouwproces is dus een nieuwe wending.

Onze dringende vraag aan ouders en leraren is om hun vragen en zorgen naar aanleiding van dit bericht en voorgaande berichten naar de MR te sturen. Alle reacties zijn welkom omdat we een duidelijk beeld willen scheppen hoe we hier als gemeenschap in staan. Wij willen dit bundelen en vanuit de MR richting directie een duidelijk signaal geven hoe dit proces ervaren wordt door de ouders en hun kinderen en verzoeken om een antwoord op de belangrijkste vragen vanuit de gemeenschap. Dit signaal zullen we via de GMR ook richting Stichtingsbestuur communiceren.

Je kunt ons bereiken via mr@mr-zonnewende.nl of schrijf het kort op en geef het aan een van de MR leden. Schriftelijk heeft de voorkeur omdat we dan reacties makkelijker kunnen verwerken. Het kan zijn dat we voor het verwerken van de reacties en het uitwerken hiervan de hulp nodig hebben van ouders. Mocht je hiervoor beschikbaar zijn, laat het dan ook even weten in je reactie.

Vriendelijke groet, Arthur Aalsma, Patrick Lenaers, Barbara de Goede, Els Godefroy, Annemieke Stout, Joan Plooyer’
Op de website verscheen vervolgens die brief in deze ‘Update Nieuwbouw. Geplaatst op: 17 januari 2016’:
‘Beste ouders, gewaardeerde collega’s,

Afgelopen vrijdag heeft een afvaardiging van bestuur en directie van de vrijescholen in Zutphen een gesprek gehad met wethouder Patricia Withagen. De wethouder heeft aangegeven dat ze vooralsnog geen ruimte heeft om de geraamde meerkosten van de nieuwbouw te dekken. Deze uitkomst heeft geleid tot het besluit om de start van de bouwactiviteiten tot nader order uit te stellen; een moeilijk, maar noodzakelijk besluit. We ervaren onvoldoende steun van de gemeente om nu te bouwen.

Verzoek gemeente

De gemeente verlangt een onderbouwing van de overschrijding en een overzicht van de mogelijkheden om de kosten te drukken en het plan te realiseren, met behoud van het aantal vierkante meters. Anders komt ook het toegezegde budget wellicht onder druk te staan.

Kostenbesparing met behoud vierkante meters

Huisvesting van de leerlingen is een gemeentelijke taak, maar uiteraard voelt ook de stichting hierin een belangrijke verantwoordelijkheid. Op dit moment werken we samen met de architect en de aannemer aan een alternatief “uitgekleed” plan waarbinnen de overschrijding wordt teruggebracht. Dat willen we bereiken door o.a. concessies te doen op materiaalkeuze en door gebruik te maken van een enkele financiële regeling. De nieuwe plannen willen we begin februari bespreken met de wethouder. Afhankelijk van de uitkomsten van dit gesprek, willen we zo snel mogelijk opdracht geven voor de start van de bouw.

Hoe nu verder?

Het uitstel van de bouw is een hele nare tegenvaller voor iedereen. De vergunning was al verstrekt, de aannemer stond in de startblokken en medewerkers en ouders zagen uit naar start bouw. Als bestuur en directie hebben we hiervoor aandacht. Daarom ontvangen jullie nu deze brief om jullie op hoofdlijnen te informeren. Op de ouderavond van donderdag 28 januari 2016 lichten wij onze stappen uitgebreider toe en nemen daarin de eventuele gevolgen voor leerlingen ouders en medewerkers mee. We zullen dan ook vragen beantwoorden. Over het verloop van de gesprekken met de gemeente zullen we naar verwachting eind februari, of zoveel eerder of later als er meer duidelijkheid is, communiceren.

Tenslotte

Wij willen namens ons allen de gemeente aanspreken op haar verantwoordelijkheden op het gebied van huisvesting, koersen op een spoedige start bouw met een aangepast maar nog steeds volwaardig plan. We hopen daarbij te mogen rekenen op jullie steun en medewerking.

Mocht deze brief nog aanleiding geven tot vragen, dan verzoeken wij per e-mail contact met Ceciel Wolfkamp op te nemen via c.wolfkamp@vrijeschoolzutphen.nl.

Met vriendelijke groet, Lizzy Plaschek, Bestuurder’
Dat is natuurlijk een enorme domper, na alle eerdere moeilijkheden die er zijn geweest om tot hier te komen. Op de website van de Belgische Federatie van Steinerscholen verscheen op 18 januari het bericht ‘Wetenschappelijk onderzoek naar de vruchten van de steinerpedagogie’:
“In een onderzoek in de schoot van de Hogeschool in Leiden, buigen Akke Faling en Arnout De Meyere zich over een boeiende onderzoeksvraag: op welke wijze en in welke mate ondersteunt de steinerschool de ontwikkeling van kinderen en jongeren om volwassen in de wereld te (komen) staan?

Afgelopen tijd is er geregeld positieve belangstelling voor de steinerpedagogie. Het besef groeit dat onderwijs niet alleen om cognitieve ontwikkeling draait. De steinerschool draagt ‘brede persoonlijkheidsvorming’ hoog in het vaandel. Dit roept de vraag op wat het steineronderwijs te bieden heeft en hoe dit zijn weg vindt in de volwassen levens van oud-leerlingen.

Hoe staan zij in het leven, in de wereld? Op welk ‘innerlijk kompas’ richten zij hun biografische keuzes? Hoe vindt hun creativiteit een weg? Kunnen zij als vrije volwassenen vanuit hun morele waarden handelen en hun idealen realiseren in de maatschappij? Op welke wijze geven zij zelf uitdrukking aan hun overtuigingen en levensvragen? Zien deze oud-leerlingen enig verband tussen hoe zij in het leven staan en de ervaringen die zij op de vrije school (Nederland) – steinerschool (België) hebben beleefd?

Wat zijn de oorspronkelijk bedoelingen van de steinerpedagogie? Wat zijn de bedoelingen binnen de huidige steinerschoolbeweging en van de huidige leerkrachten? Wat zijn hun pedagogische bedoelingen in dit verband en uit welke concrete handelingen binnen de onderwijspraktijk blijkt dit?

Akke Faling en Arnout De Meyere ontwerpen een onderzoek in dit veld vol boeiende vragen. Zij zijn beiden verbonden aan de Hogeschool in Leiden, als lid van de kenniskring rond het lectoraat ‘Waarde(n) van het vrijeschoolonderwijs’ onder leiding van dr. Aziza Mayo. Zij bestuderen o.m. de voordrachten rond de oprichting van de eerste vrijeschool in 1919 en documenten van de huidige vrijeschoolbeweging in Nederland en Vlaanderen. Aan de hand daarvan, en door gesprekken in focusgroepen en interviews met leerkrachten en (oud)leerlingen, gaan zij op zoek naar de antwoorden van deze actoren op de bovengenoemde vragen.

Het kader voor het onderzoek wordt gevormd door actuele pedagogische en psychologische inzichten. De drie doeldomeinen van onderwijs van pedagoog Gert Biesta spelen daarbij een belangrijke rol. Onderwijs heeft volgens hem het doel te kwalificeren, te socialiseren maar ook bij te dragen aan persoonsvorming.

Ook de ontwikkelings- en motivatiepsychologie wordt bij het onderzoek betrokken: hoe bouwt een jonge mens aan zijn innerlijk kompas? Kan de leerling bij dit ‘bouwproject’ voldoende ‘bouwmateriaal’ vinden in de interactie met de leraren die in hun woorden en daden een voorbeeldfunctie willen vervullen? Zijn de componenten van psychisch welzijn (een beleving van autonomie, competentie én sociale verbinding) voldoende verzorgd opdat de leerling de voorgeleefde waarden als deel van de eigen identiteit kan opnemen? Of blijven deze voorbeelden verbonden met een innerlijk onvrij gevoel van onderdanigheid of dwang?

Akke en Arnout zien uit op een boeiende samenwerking. Zij hopen de vrijeschool-/steinerschoolbeweging via de resultaten van dit onderzoek een spiegel voor te houden, waardoor bewustzijn kan ontstaan omtrent nieuwe groeikansen.”
Achter een betaalmuur, niettemin is de kern van het nieuws zichtbaar, vinden we bij Hillridge/Nieuwspost Heuvelrug op 16 januari het artikel ‘Witte Villa behoudt monumentaal gezicht, maar krijgt nieuwe ingewanden’:
‘Elf maanden geleden brandde de Witte Villa op het Driebergse landgoed de Reehorst voor een groot deel af. De sloop van de verwoeste delen is al begonnen, de rest van de villa zal in oude luister hersteld worden, met instemming van toekomstig eigenaar Triodosbank. Begin volgend jaar moet de restauratie voltooid zijn.

Tientjesleden en abonnees van Hillridge lezen (1288 woorden, acht beelden) gratis verder. Anderen kunnen tientjeslid worden of verder lezen op Blendle’
Op 14 januari postte de Vereniging van vrijescholen ‘Méér ruimte voor vrijescholen centraal tijdens onderwijscafé’:
“Groeicijfers die er niet om liegen, een wetsvoorstel dat de stichting van nieuwe scholen vergemakkelijkt en de Nationale DenkTank die aansluit bij vrijeschoolse ideeën. Op landelijk niveau lijken politiek-maatschappelijke ontwikkelingen te wijzen op ‘méér ruimte voor vrijescholen’. Toch blijkt de dagelijkse praktijk nog weerbarstig. Dit zijn de uitkomsten van het onderwijscafé van de Vereniging van vrijescholen dat werd gehouden op woensdag 9 december 2015 in Molen de Ster in Utrecht.

‘We blijven maar groeien’, constateerde voorzitter Rian van Dam bij de opening van de bijeenkomst. Zij wees de leden en partners van de Vereniging op de 6% groei van vrijeschoolleerlingen dit jaar en de 24% groei in de laatste vijf jaar: ‘Er is sprake van een trend.’ Op deze constatering volgde de vraag of er voor vrijescholen wel voldoende ruimte is om te groeien en hoe daarbij de kwaliteit van het eigen onderwijs moet worden vastgehouden. Rian van Dam signaleerde dat er grote belangstelling is voor persoonsvorming en socialisering binnen het onderwijs en voor vernieuwende initiatieven. De wetgeving lijkt zich daarop aan te passen. Reden voor de Vereniging om twee sprekers uit te nodigen: Gijsbert Werner, voormalig vrijeschoolleerling en lid van de Nationale DenkTank 2015 en Simone de Bakker, beleidsmedewerker bij het Ministerie van Onderwijs en programmamanager van het wetsvoorstel ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’.

DenkTank ideeën

Geflankeerd door de elektrische zaag en de nog werkende windzaag van de oude molen, stond Gijsbert Werner als eerste in de spotlights. Hij gaf een overzicht van wat de DenkTank 2015 (24 jonge academici) had beziggehouden: het leren van de toekomst.

Meer specifiek luidde de opdracht: ‘Hoe kan het leren in Nederland beter worden georganiseerd, zodat het talent van de individuele leerling tot bloei komt en het leren beter aansluit bij een veranderende omgeving?’ De DenkTank had dit grondig onderzocht en opmerkelijke oplossingen gevonden. Zoals een ‘Schijf van vijf’ voor het opvoeden, voor ouders die zich niet zo bewust zijn van het belang van de eerste levensfase; een ‘Make & Meet Challenge’ om kinderen met verschillende achtergronden aan te zetten tot samenwerking; een ‘Lerarenbrigade’ die kan worden ingezet op zwakke scholen; een ‘Brugklasbonus’ om brede brugklassen te stimuleren; een ‘Flipfilm’ om meer tijd te maken voor persoonlijke aandacht in de klas; ‘Docenten-coschap’ als verbetering van eerstegraads opleidingen; ‘Vrijheid van bestuur’, bedoeld om de onderhandelingspositie van schoolleiders te verstevigen en de ‘Coalitie Lerenderwijs’: een groepering in oprichting die actie gaat ondernemen om op scholen en in het curriculum van de lerarenopleidingen meer aandacht te geven aan persoonsvorming (wie ben je nu eigenlijk en wat wil je?) en socialisatie (hoe ga je om met de maatschappij?). Er komt een lesprogramma, een bewustwordingscampagne en een tour langs scholen. Maatschappelijke partners als scholen en lerarenopleidingen werken daar nu al aan mee en het kan ook voor vrijescholen interessant zijn om zich hierbij aan te sluiten. In januari 2016 wordt ermee gestart.

Het Eindrapport Leerwijzer is als pdf te downloaden via de website van de Nationale DenkTank.

Oprichten van scholen verandert

Simone Bakker, die vervolgens het podium betrad, had haar blik ook op de toekomst gericht. Zij gaf een toelichting op het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen van staatssecretaris Sander Dekker. Het doel van dit voorstel is om onderwijs beter aan te laten sluiten op de wensen en behoeften van ouders. En om het starten van een nieuwe school weer goed mogelijk te maken, want in de praktijk lukt het haast niet meer om een school op te richten.

‘Die ervaring hebben vrijescholen ook’, zei Simone, ‘En dat komt omdat het stichten van scholen gebaseerd is op de prognosesystematiek’. Een systematiek die zijn wortels nog heeft in de verzuilde samenleving. Bij het toekennen van een nieuwe school wordt dan gekeken naar de levensbeschouwing (bijvoorbeeld katholiek of protestant) van inwoners van een dorp of stad en naar aantallen leerlingen. En niet naar de daadwerkelijke belangstelling voor een school. Terwijl de meeste ouders inmiddels niet meer op een traditionele manier kiezen: zij kijken naar de kwaliteit en de bereikbaarheid. En of de leerkracht en het onderwijsconcept van de school passen bij hun kind.

Een andere verandering in het op handen zijnde wetsvoorstel betreft de stichtingsnormen. Voor het primair onderwijs zijn die momenteel erg hoog. Maar in het nieuwe voorstel gaat het Ministerie er vanuit dat zulke hoge aantallen niet meer nodig zijn.

Van Onderwijscafé naar Kenniscafé

Het Onderwijscafé kreeg meer het karakter van een Kenniscafé toen Simone, in overzichtelijke stappen, de nieuwe procedure om een school te stichten uiteenzette. Belangrijke onderdelen daarvan zijn: ‘de belangstellingsmeter’, die de werkelijke belangstelling van ouders moet aantonen op basis van ouderverklaringen en ‘het startdocument’, een doordacht en realistisch plan over kwaliteitszorg dat een school zelf opstelt en dat de Inspectie beoordeelt.

Panel: ruimte en beperkingen

Simone de Bakker, Gijsbert Werner, Esther Klaassen (initiatiefnemer voortgezet onderwijs Deventer) en Artho Jansen (bestuurslid Vereniging), vormden hierna een discussiepanel.

Esther zag in het idee ‘Docenten-coschap’ van de DenkTank een kans voor de nieuwe vrijeschool initiatieven onder regulier bestuur, die vaak putten uit het bestaande docentenbestand: ‘Nu er nog geen vrijeschool lerarenopleiding is voor het voortgezet onderwijs, kan dit een antwoord zijn op de vraag “Hoe kun je ervoor zorgen dat leraren op een goede manier voor de klas staan?”’

Over het verhaal van de DenkTank, waarin Artho veel ‘vrijeschoolgeluiden’ herkende was hij positief. Tegelijkertijd wees hij op de praktijk van alledag, die nog niet meevalt. ‘Het perspectief is lonkend, maar er zijn nog veel hobbels op de weg.’ Over het wetsvoorstel toonde het bestuurslid van de Vereniging zich eveneens enthousiast. Hij zag er mogelijkheden in voor vrijescholen: ‘Voor mijn gevoel krijgen we het op een presenteerblaadje, ook al hebben we er achter de schermen wel aan bijgedragen.’ In de zaal werd opgemerkt dat ‘het kind niet met het badwater moet worden weggegooid. Als de nieuwe wet ervoor bedoeld is dat ouders wat te kiezen hebben, dan zal die diversiteit ook zijn uitwerking moeten hebben in krimpregio’s. Als de opheffingsnorm niet meer aan een denominatie gekoppeld is dan zal de beoogde wet op een andere wijze een divers onderwijsaanbod mogelijk moeten maken, óók in de krimpregio’s.

De dagelijkse werkelijkheid bleek voor meer aanwezigen een hard gelag te zijn. Een initiatiefnemer van een bovenbouw klaagde over de gang van zaken in het RPO, ‘waar directeuren in zitten die je het licht in de ogen niet gunnen.’ Simone bevestigde dat dit inderdaad voorkomt: ‘Je kunt als klein schoolbestuur in een ware slangenkuil terecht komen, terwijl bestaande schoolbesturen juridisch gezien geen invloed hebben op nieuwe scholen.’ Vanuit de zaal werd haar toen gevraagd om het huisvestingsbeleid voor scholen in het nieuwe wetsvoorstel toch vooral niet te laten voor wat het is.

Wetsvoorstel online voor consultatie!

Hierna Simone attendeerde Simone de aanwezigen erop dat het voorstel vanaf half januari zes weken lang online komt voor openbare internetconsultatie en dat er dan ook inspraakbijeenkomsten worden georganiseerd. Op een vraag uit de zaal ‘hoe politiek gevoelig’ het wetsvoorstel is, antwoordde ze dat politieke gevoeligheid natuurlijk speelt bij kwesties als denominatie en richting. Maar dat als een voorstel voldoende draagvlak heeft in het onderwijsveld, de politiek er niet meer omheen kan.

Kwaliteitseisen inspectie

De discussie richtte zich daarna op een ander aspect van het wetsvoorstel: de koppeling tussen verruimde stichtingsmogelijkheden en kwaliteitseisen van de Inspectie. Wat betekent dat voor vrijescholen? Een bestuurder meende dat vrijescholen een balans moeten vinden tussen een veilige omgeving (met een systeem dat gewoon werkt) die tegelijkertijd uitdaagt tot individuele, unieke ontwikkeling. Gijsbert Werner wees op de perceptie van regelgeving: ‘Er kan veel meer dan scholen en ouders zich realiseren.’ Artho Jansen noemde de nadelige gevolgen voor een aantal scholen toen zij geconfronteerd werden met een digitale vertaling van de Inspectie die berustte op een verkeerde interpretatie. Waarop Simone de Bakker aangaf dat met het nieuwe toetsingskader van de Inspectie er geen lijstjes meer afgevinkt worden en dat scholen daar positief over zijn. Een beleidsmedewerker van een vrijeschool, die het nieuwe inspectiekader gebruikte ter verantwoording, zei daarbij echt te zien ‘dat we de vrijheid hebben om onze lessen te geven en de kinderen aan te reiken wat ze nodig hebben.’ Zij kreeg bijval van andere scholen die ook ervaring hadden met het nieuwe kader. Maar een aantal scholen bleef toch op het standpunt staan dat de persoon van de inspecteur de oorzaak was van hun slechte ervaringen.

De bijeenkomst werd afgesloten door Rian van Dam met een uitnodiging aan Simone de Bakker en Gijsbert Werner om de onderwijscafés van de Vereniging te blijven volgen.’
De Vereniging van vrijescholen meldt verder ‘Kom naar de open dagen!’
‘In het hele land organiseren vrijescholen in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs open dagen en informatiebijeenkomsten voor ouders en aanstaande vrijeschoolleerlingen. Zoek op de scholenkaart naar vrijescholen om te ontdekken wanneer er een open dag is bij u in de buurt. Of bekijk het overzicht van alle open dagen en informatiebijeenkomsten in 2016.

Ontdek de vrijeschool bij u in de buurt!

Het kan voorkomen dat de betreffende data van een school nog niet bij ons bekend zijn. Staat bij de school van uw keuze geen open dag of informatiebijeenkomst vermeld, kijk dan op de website van de vrijeschool. Wanneer u een open dag of informatiebijeenkomst wil bijwonen, kijk dan voor de zekerheid ook even op de website van de vrijeschool zelf voor de actuele informatie.

Hieronder kunt u een overzicht downloaden van de open dagen en informatiebijeenkomsten van vrijescholen in 2016. In deze lijst staan zowel scholen in het primair onderwijs (basisonderwijs) als in het voortgezet onderwijs.

U kunt ook op de scholenkaart zoeken naar een vrijeschool in de buurt. In de informatieballon staat de open dag of informatiebijeenkomst vermeld wanneer deze bekend is bij de Vereniging van vrijescholen.

Download: overzicht open dagen en informatiebijeenkomsten vrijescholen in 2016 (excel)’
En dan is er ook nog dit, ‘Conferentie vrijescholen VO’:
‘Op dinsdag 8 maart 2016 vindt de zevende editie plaats van de landelijke conferentie voor leerkrachten in het voortgezet vrijeschoolonderwijs. Met deze keer het thema: “worden wie we zijn óf worden wie je bent”. Het belooft een inspirerende dag te worden met bevlogen sprekers. Nieuw dit jaar is een ruim aanbod van thematische en vakoverstijgende werkgroepen. Aanmelden kan t/m 21 februari!

Worden wie we zijn of worden wie je bent?
Een conferentie over leeftijdsfasen en gepersonaliseerd leren

Een groeiend aantal ouders en leerlingen kiest voor vrijeschoolonderwijs. Belangrijkste reden hiervoor is ‘de aandacht voor de brede persoonsvorming en talentontwikkeling van leerlingen’. Het vrijeschoolonderwijs geeft de persoonlijkheidsontwikkeling onder meer gestalte door in het onderwijs aan te sluiten bij de specifieke leeftijdsfasen van de leerlingen. In vaste leeftijdsgroepen wordt de leerstof zo ontwikkelingsstof.

De vrijeschool is uniek in haar aanpak, maar niet in haar streven. Het belang van persoonsvorming en talentontwikkeling wordt breed, en steeds breder, ondersteund. Hoe streven andere scholen hiernaar? Een relatief nieuw onderwijsinitiatief is het gepersonaliseerd leren, waarbij maatwerk en differentiatie zorgen dat iedere leerling zoveel mogelijk zijn eigen ontwikkelingsweg kan volgen, met behulp van moderne technologie.

Hoe verhoudt het vrijeschoolonderwijs zich tot dit initiatief? Hoe kunnen groep en individu hand in hand gaan binnen het vrijeschoolonderwijs? Kan er eigenlijk wel goed gedifferentieerd worden binnen leeftijdsgericht onderwijs? En hoe gaan vrijescholen om met zittenblijvers of excellerende leerlingen? Kortom: Wanneer staat de klas centraal en wanneer de leerling? Of impliceert het één het ander? En hoe dan?

Deze en aanverwante discussievragen staan centraal op de aankomende Conferentie vrijescholen VO, op 8 maart in Zeist. Komt allen en praat mee!’
Veel vrijeschoolnieuws vandaag dus. Weinig biologisch-dynamische landbouw of antroposofische gezondheidszorg, in ieder geval vanuit antroposofische bron. Maar er is meer natuurlijk. Eerst echter twee leuke berichten van Bionext en dat heeft uiteraard wel met landbouw en voeding te maken. Op 22 januari kwam de website daarvan met ‘Arnica Massageolie van Weleda favoriet bioproduct 2016’:
‘De Arnica Massageolie van Weleda is door het publiek uitgeroep tot favoriet bioproduct 2016. De massageolie was veruit favoriet: 61 procent van alle stemmen ging naar Weleda. Er deden 12 producten mee. De Verkiezing van Mijn favoriete Bioproduct is een initiatief van de VBP en Bionext. De prijsuitreiking vond plaats op de Bio-beurs op donderdagavond 20 januari.

Arnica Massageolie

Arnica Massageolie stimuleert de natuurlijke regeneratie van de huid, waardoor deze gezond en elastisch blijft. Ook bij stijfheid in nek en schouders brengt Arnica Massageolie verlichting. Na lichamelijke inspanning zorgt het verwarmende effect van de olie ervoor dat de spieren goed ontspannen.

Alle genomineerde producten bij elkaar

Op de beursvloer zijn de genomineerde producten te vinden in de Meerhal. Het winnende product is te vinden in stand 327, bij het foodplein. Iedere bezoeker van de Bio-beurs kan zo kennis maken met de genomineerde producten. De meeste producten zijn dit jaar nieuw op de markt gekomen.

De volgende producten deden mee:

– 3-mix notenpasta van TerraSana
– Arnica Massageolie van Weleda
– Bee natural cosmetics MEN van de Traay
– Demeter rode bieten van Estafette Odin
– Ekoland chocopasta van Natudis
– Havergrutten van de Halm
– Mureda Drágora Rood van Natrada
– Natural Temptation – Lots of love thee van Organic Flavour Company
– Rozenspray Conditioner van Urtekram
– Spelt pizza van Albert Heijn
– Tomatensaus passata rustica van de Nieuwe Band
– Your Organic Nature rode linzen pasta van Udea

Verkiezingsprocedure

De winnaar is gekozen door het publiek. Weleda heeft de meeste stemmen behaald. De prijsuitreiking vond plaats op de Bio-beurs in de IJsselhallen in Zwolle. Deze biologische vakbeurs is een initiatief van Bionext en Libéma.’
Vandaag volgde ‘Vrij Nederland eet biologisch’:
‘Zo nu en dan wordt oud nieuws ineens weer actueel. Zo ook het artikel van Vrij Nederland over de mythes over biologisch eten. Het item uit werd gepubliceerd in 2012 maar de argumenten uit dit artikel worden ook nu nog regelmatig gebruikt.

Het artikel van Van Nieuwenhuis over de mythen van biologisch bevat in ieder geval een heuglijk feit: de redactie eet veel biologisch. Dat is mooi. Verder bevat het veel vooral storende fouten, of benoemt het juist uitzonderingen die de regel bevestigen.

1. Ja, er mogen een beperkt aantal natuurlijke bestrijdingsmiddelen gebruikt worden in de biologische teelt, maar het middel rotenon behoort daar nou net NIET toe. Het is in de hele EU verboden, ook voor gangbare teelten. De toegestane natuurlijke middelen hebben als eigenschap dat ze bijzonder snel afbreekbaar zijn en geen schade toebrengen aan het milieu. Bovendien is de bioboer sowieso zeer terughoudend met deze toegestane middelen, omdat hij/zij in principe werkt met het natuurlijke evenwicht en dus de natuurlijke vijanden van de plaag stimuleert. In vergelijk met wat gangbaar toegestaan is, dankt bio hieraan zijn predicaat onbespoten.

2. Bij hoge doses, wat in voeding niet voorkomt, kunnen ook natuurlijke middelen een negatieve effect hebben op de gezondheid. Maar die hoge doses worden niet toegepast en door de snelle afbreekbaarheid worden er niet of nauwelijks residuen van aangetroffen. Dat valt in het niet bij de schadelijkheid van veel chemisch-synthetische middelen. Tel daarbij ook nog eens de eindeloze reeks chemische e-nummers die niet gebruikt mogen worden in bio en het gezondheidsargument weegt nog zwaarder. Overigens wordt dit gezondheidsargument zelden gebruikt. Als bio het over gezondheid heeft, dan altijd vanuit de holistische visie dat gezondheid begint bij gezonde bodems, gezonde planten en gezonde dieren. Het resultaat is voeding die ook voor mensen gezond is.

3. Er zijn natuurlijk producten te vinden die ver weg geproduceerd toch minder milieubelasting hebben dan lokaal geproduceerd. Over het algemeen geldt; hoe minder vervoerskilometers des te beter. Niet alleen voor de CO2 uitstoot, maar ook voor het duurzame uitgangspunt om zoveel mogelijk met de seizoenen mee te eten. Een grotere reductie van CO2 levert de biologische boer overigens door geen gebruik te maken van kunstmest en door een hoog percentage koolstof in de bodem te binden.

4. Biologisch en de wereldbevolking voeden, dat kan heel goed. Als we overschakelen op een systeem van true pricing, waarbij de vervuiler betaalt en gebrek aan dierenwelzijn ook wordt doorbelast, dan is biologisch niet duurder dan gangbaar.

Als wij ons werkelijk druk maken om de 800 miljoen mensen met honger, dan verlagen we de consumptie van vlees. Dan houden we 5x meer plantaardige eiwitten over. Terugdringing van de overconsumptie en voedselverspilling in het Westen zal de 600 miljoen mensen met obesitas ten goede komen en de torenhoge kosten voor de gezondheidskosten verlagen. Steeds meer blijkt overigens dat agro-ecologische landbouw bijdraagt aan voedselzekerheid op lange termijn door het vruchtbaar houden van de bodem. Afbraak van vruchtbare bodems is een van de grootste knelpunten van de intensieve landbouw.

5. En over smaak valt te twisten. Er zijn veel mensen die McDonalds frites en cola heel lekker vinden. Maar de keuze van talloze koks en restaurants als La Place voor biologische en ambachtelijke producten spreekt anderen meer aan. Zelfs McDonalds heeft de biologische hamburger geïntroduceerd in Duitsland, en met succes.

Een mythe betekent een zinrijk verhaal met een kern van waarheid. Het is Van Nieuwenhuis van VN onbedoeld gelukt het ware verhaal van bio nog een keer te benadrukken.

Lees hier het artikel uit Vrij Nederland’
Er was meer, zei ik. Bijvoorbeeld de biografie van Andreas Burnier. Ik heb die al vaak aangekondigd. Intussen is die werkelijk verschenen, in november al. Er zijn verschillende recensies te vinden, zoals deze parel van Carel Peeters bij Vrij Nederland op 28 december afgelopen jaar, ‘Het hoge voltage van Andreas Burnier’. (Ik begin er maar niet over hoe erg Peeters tijdens haar leven Burnier af heeft gebrand. Daarmee wordt dit wel nog meer bijzonder.) De website ‘biografieportaal.nl’ publiceerde 19 november 2015 deze mooie van Eric Palmen:
‘In de eerste chaotische maanden na de bevrijding, toen anderhalf miljoen Nederlanders op drift waren (hongervluchtelingen, evacués, gerepatrieerden) kwam Ronnie Dessaur tot de conclusie dat ze in een verkeerd lichaam geboren was. Ze was dertien, had via zestien onderduikadressen de oorlog overleefd en zag in Eindhoven, waar haar moeder als vrijwilliger werkte voor het Rode Kruis, de enkele overlevenden van de Shoah terugkeren. Haar poging om bij de jongens binnen te dringen in het Sportfondsenbad aan de Stratumsedijk stuitte op het veto van de badmeester, de gebeden om een geslachtstransformatie werden niet verhoord. Vijfentwintig jaar later verwerkte ze die ervaringen in Het jongensuur, haar tweede roman na Een tevreden lach. Met het pseudoniem Andreas Burnier had ze zich eindelijk een mannelijke identiteit aangemeten waarmee te leven viel.

Elisabeth Lockhorn schreef met Metselaar van de wereld een meesterlijke biografie van Andreas Burnier. Meeslepend, erudiet en aangrijpend – alles klopt aan dit boek. Zoals het een goed biograaf betaamt, slaagt Lockhorn erin het leven van Andreas Burnier in een historische context te plaatsen – die van de oorlog, de wederopbouw, de jaren zestig en zeventig met de Tweede feministische golf en homo-emancipatie. In menig opzicht nam Burnier het voortouw in die ontwikkelingen, maar ze bleef haar leven lang ook een buitenstaander.

Burnier koesterde die positie. Ze verafschuwde de terreur van, wat Lockhorn noemt, de whole package deal. Een lesbische feministe moest ook voor dit of tegen dat zijn, maar Burnier liet zich niet de wet voorschrijven. Weinig intellectuelen in de tweede helft van de twintigste eeuw verdienen zo het predicaat “onafhankelijke geest” als Andreas Burnier. Ze volgde de radicalisering binnen de vrouwenbeweging kritisch, getuigde van haar spiritualiteit toen dat niet bon ton was en nam in het euthanasiedebat een eigenzinnig standpunt in hetgeen haar op de hoon kwam te staan van progressief Nederland. (Op Koot en Bie na. Die waren het, tot haar grote ontroering, volkomen met haar eens). Politiek engagement was niet aan haar besteed. “Ik heb er gewoon geen tijd voor,” zei ze in een interview voor het Utrechtse studentenblad Ignis: “Er zijn duizenden mensen die goed politiek kunnen bedrijven, maar niet kunnen schrijven. Je moet soms keuzes maken in het leven.”

Was de rol van buitenstaander een erfenis van de oorlog of van eerdere datum? Jeugdvriend Nol van Dijk herinnert zich “een bang, verlegen meisje met vlechtjes” dat liever kapitein op een schip was en in bomen klom dan dat ze zich naar de poppenhoek liet verwijzen. Ongetwijfeld versterkte de onderduik het isolement. Ze zag alle levensovertuigingen de revue passeren, van socialisme tot zwaar gereformeerd, uitgedragen door aardige en minder aardige mensen. Ze leerde haar gastgezin te lezen. Hoe hing de vlag erbij, wat werd haar van haar verwacht? “Heel lang ben ik een meester geweest in het aannemen van de schutkleur van mijn omgeving,” zei ze in een interview met Vrij Nederland. In Het jongensuur schrijft ze onomwonden over de ambivalentie van de dankbaarheid. Ze nam antisemitisme waar bij sommige helpers, en hun geestelijke en fysieke armoede. “Mijn begrip en dankbaarheid, voor zover aanwezig, was gemengd met verachting en afschuw.” Toen ze in het najaar van 1945 herenigd werd met haar ouders, herkende haar moeder haar niet meer. “Wie is die jongen?” De vervreemding was permanent. De bezetting had een desastreuse impact op de verhouding tussen ouders en kinderen. In Erkenning duidt Jolande Withuis de psychische schade van het ondergedoken oorlogskind. “Niet alleen waren de ouders niet in staat geweest hun kinderen veiligheid en steun te bieden, bovendien hadden de kinderen de neiging hun ouders de erkenning te geven die de samenleving de slachtoffers niet gunde.” Het gezin Dessaur keerde terug naar het Belgische Park in Scheveningen. De Joodse gemeenschap waarin Ronnie was opgegroeid, bestond niet meer.

De studententijd was een ontdekkingstocht langs de kroegen van Amsterdam, die van Bet van Beeren op de Zeedijk voorop. In ’t Mandje kwam ze de gelijkgestemden tegen waar ze zo naar hunkerde. Rond het Leidseplein leerde ze de Vijftigers kennen – Hans Andreus, Lucebert, Remco Campert. Haar studie medicijnen en filosofie werd een mislukking, door de alcohol en de tegenwerking van het mannenbolwerk aan de, toen nog, Gemeente Universiteit Amsterdam. Na haar huwelijk met Emanuel Zeylmans van Emmichoven ondernam ze een tweede poging, onder auspiciën van Willem Nagel dit keer. Ze ontwikkelde zich tot een vooraanstaand criminologe die haar studenten op de noodzaak van een positivistische benadering van het vak wees. Na een studiereis door de Verenigde Staten kwam er ook ruimte voor de spirituele kant van het bestaan.

De standplaats van haar hoogleraarschap werd Nijmegen. Stuitend is de benepen sfeer die aan de katholieke universiteit heerste. Rector magnificus Wim van der Grinten verzette zich tegen haar komst, verschillende hoogleraren en hun vrouwen boycotten de openbare bijeenkomsten waar Dessaur met haar vriendin verscheen. We spreken dan over 1973. De homo-emancipatie, die zo’n tien jaar eerder is ingezet met het verschijnen van Op weg naar het einde van Gerard Reve, het aantreden van Benno Premsela als voorzitter van het COC en het debuut van Andreas Burnier, was nog nauwelijks neergedaald in de katholieke enclave. Ze trok ook gekken aan. Tot drie keer toe probeerde een psychotische bewonderaarster bij haar binnen te dringen, een traumatische ervaring voor een vrouw die gebonk op de deur op de eerste plaats associeerde met een overval van de Gestapo.

Aan het einde van haar leven keerde Ronnie Dessaur terug naar het jodendom, op haar voorwaarden uiteraard. Ze deelt rabbi David Lilienthal van de Liberaal Joodse Gemeente mee dat ze altijd gevochten heeft tegen seksediscriminatie, en dat ze open blijft staan voor andere esoterische stromingen. Uiteindelijk gaat het erom “het onzegbare aan te duiden en het onbereikbare enigszins te benaderen.” Lockhorn heeft die zoektocht op een buitengewoon kundige wijze in kaart gebracht. Andreas Burnier. Metselaar van de wereld behoort tot de beste biografieën die ik de afgelopen tijd gelezen heb.

Het literaire en wetenschappelijke werk van Andreas Burnier wordt beheerd door de Stichting Andreas Burnier. De website, www.andreasburnier.nl, is een bron van informatie en inspiratie. De stichting heeft geen eigen kapitaal en is afhankelijk van subsidies en sponsoren. Het beeldmateriaal bij dit artikel is welwillend ter beschikking gesteld door de stichting.’
Afgelopen zaterdag 23 januari sprak Kenneth van Zijl in zijn programma ‘Letteren &cetera’ op NPO Cultura onder meer Elisabeth Lockhorn, als laatste in een rij van drie. Vanaf 31:20 is zij te zien en te horen over haar biografie van schrijfster en criminologe Andreas Burnier (1931-2002), waar zij ruim zeven jaar aan werkte. Daarin komt een aantal belangrijke thema’s aan de orde, die veel verhelderen over deze biografie.


Ook Hugo Verbrugh had het twee keer over haar. Op 1 december in ‘Tijdgeest’ en op 22 december in ‘Andreas Burnier: over euthanasie en antroposofie’. Over weer heel andere boeken, namelijk die van Uitgeverij Nearchus, ging het op 4 januari in ‘Duurzaam toekomstbestendig’:
“Uit onze in 1989 opgerichte uitgeverij kwam in 2001 onze internetwinkel ABC Antroposofie voort. De winkel heeft zich sinds die tijd ontwikkeld tot wat ons voor ogen stond: een fijne plek op het web om ‘het antroposofische boek’ toegankelijk te maken voor al degenen die geen boekwinkel-om-de-hoek hebben, óf die in die boekwinkel dat antroposofische boek niet aantreffen.

Onze tweede doelstelling met de webwinkel was het inrichten van een mooie etalage waarin ook onze eigen uitgaven in het zonnetje gezet kunnen worden. Want in de stroom van zo’n 60 nieuwe antroposofische titels die destijds per jaar verschenen, vielen de twee of drie titels die wij per jaar maakten nauwelijks op.

Het winkelen via internet heeft sindsdien een enorme vlucht genomen en wat ons betreft is dat juist voor een product als het boek een mooi iets: via internet kunnen ook heel specialistische of bijzondere boeken aangeboden, en dus gevonden worden. Dat is een gelukkige omstandigheid: het maakt het mede mogelijk dat dergelijke bijzondere of specialistische uitgaven gemaakt kunnen worden.

Rondom het uitgeven van antroposofische literatuur is er ook van alles veranderd. Verschillende uitgevers (het gaat in de branche vaak om ‘een-persoons-bedrijfjes’) hielden er mee op, bij anderen is het zo dat er minder antroposofische titels (kunnen) verschijnen. Want vergis u niet: het uitgeven van antroposofische boeken is een marginale aangelegenheid want de doelgroep is te klein.

In 2015 verschenen in Nederland bijna 40 antroposofische titels, elf daarvan werden uitgegeven door onze ‘huisuitgeverij’. Is dat mooi? Ja en nee. Wij zijn erg blij dat we in 2015 meer nieuwe titels dan ooit tevoren hebben kunnen uitgeven. Tegelijkertijd is de krimp van het aantal antroposofische titels onmiskenbaar en ligt, vooruitkijkend naar de komende jaren, een toename van het aantal nieuwe titels niet voor de hand.

Voor ons zit er dus maar één ding op: gestaag doorgaan met het uitgeven van antroposofische titels, want het boek vervult nog altijd een onmisbare rol in het kennismaken met de antroposofie, in het bestuderen en in het verdiepen van de antroposofie.

Dat wij in 2015 elf nieuwe titels (en ook nog twee herdrukken) konden realiseren, betekent eigenlijk dat er elf kleine wonderen zijn gebeurd. Wij geloven ook daadwerkelijk in wonderen, we hebben er al heel wat meegemaakt en we zijn er van overtuigd dat we er nog meer zullen mogen meemaken.

Wat wij doen om deze kleine wonderen mogelijk te maken is: hard werken, goed op de kosten letten, tevreden zijn met wat er is en niet wakker liggen van wat er niet is, in verbinding blijven met de betekenis van de antroposofie.

Door de opzet van ons bedrijf (geneutraliseerd: ons bedrijf is geen privé-eigendom en kan niet ge- of verkocht worden; het wordt steeds ter beschikking gesteld van de mens of mensen die de vaardigheden en de wil hebben om het verder te ontwikkelen in overeenstemming met de doelstelling) hopen wij ‘duurzaam toekomstbestendig’ te zijn. Uiteindelijk zal dat afhankelijk zijn van de vraag of datgene dat wij hier ondernemen aan uw behoeften voldoet.

Waar wordt op het moment in de uitgeverij aan gewerkt? Onder andere aan:

Rudolf Steiner, Economie – de wereld als één economie
Margarete van den Brink, Verkwikkender dan licht
Thomas Mayer, Red de elementenwezens
Rudolf Steiner, Individu en gemeenschap
Ruud Thelosen, Solidaire economie
Rudolf Steiner, Het Manicheïsme

Met uw aankopen in onze webwinkel, met uw aanschaf van onze eigen uitgaven, met uw deelname aan de Nearchus Consumenten Kring en met uw eventuele bijdrage aan het Marie Steiner Fonds helpt u mee aan toekomstige kleine wonderen. We zijn u er dankbaar voor! En wensen u graag een goed en gezond nieuw jaar!

PS. in onze webwinkel wordt tot en met 8 januari a.s. een kleine actie gevoerd: voor al onze nieuwe uitgaven van 2015 geldt dat u ze zonder verzendkosten (binnen NL) thuisgestuurd krijgt. Lees hier meer over deze actie.”
Op de website van Christofoor verscheen in januari dit bericht naar aanleiding van het vieren van het veertigjarig bestaan in november vorig jaar:
‘In het vakblad voor de boekenbranche heeft een interview met ons gestaan. De aanleiding was ons 40-jarig jubileum. Het is een heel leuk interview geworden, al zeggen we het zelf. Wij willen u dit niet onthouden!’
Momenteel staat er ‘Interview in “Seizoener”: “Wij doen antroposofie”’:
‘Seizoener is een onafhankelijk kwartaaltijdschrift voor vrije scholen. In het winternummer van 2015 stond een interview met onze uitgever, Femke de Wolff. Via de link hieronder kunt u het interview lezen. Interview Seizoener.pdf’
Nog twee dingen. Ten eerste Lieven Debrouwere die op zijn weblog ‘Vijgen na Pasen’ vandaag schreef over ‘Antroposofie en sexualiteit’:
“Het is bekend dat Rudolf Steiner heel weinig gezegd heeft over de menselijke sexualiteit. Nogal wat antroposofen lijken dat op te vatten als een spirituele richtlijn: wie aan zijn geestelijke ontwikkeling werkt, kan maar beter zo weinig mogelijk aandacht besteden aan dit zeer lichamelijke onderwerp. Bernard Lievegoed, die toch niet bekend stond als een conservatief man, wist over sexualiteit niet meer te zeggen dan dat het nu eenmaal bestond en dat we er moesten mee leven. Zijn geringschattende houding kan model staan voor die van de doorsnee antroposoof: sex is iets waar je beter zo weinig mogelijk over spreekt.

De antroposofische beweging verraadt daarmee een ‘kathaarse’ inslag: alles wat werelds, aards en zinnelijk is, wordt met onverholen wantrouwen bekeken en strijdig geacht met een spiritueel leven. Antroposofen zoeken de geest liefst van al in ‘hogere’ sferen. Iemand als Sergej Prokofieff is daar een sprekend voorbeeld van: in zijn (dikke) boeken wordt met geen woord gerept over wereld waarin we vandaag leven. Alles speelt zich af in abstracte hoogten waarvan men zich geen voorstelling meer kan maken. Hoe spiritueler een mens wil zijn, des te meer afstand moet hij nemen van het aardse, zo lijkt het wel.

Gelukkig is dat niet de antroposofische theorie. Rudolf Steiner heeft zich altijd duidelijk uitgesproken tegen het oude ascetische ideaal. De geest dient niet in luciferische hoogten gezocht te worden, maar hier beneden op aarde. Steiner heeft dan ook veel gesproken over de actualiteit van zijn dagen. Hij negeerde geenszins de wereldoorlog die aan de gang was, hij beschreef zelfs nauwkeurig de oorzaken ervan. Hij was allesbehalve de ‘zwever’ waarvoor hij vaak gehouden wordt. Hij was juist een mens die buitengewoon veel aandacht had voor het concrete aardse bestaan en zeer goed op de hoogte was van wat daar omging.

Waarom heeft Rudolf Steiner dan zo weinig gesproken over de sexualiteit van de mens? Hij moet toch voorzien hebben welke prominente rol ze in onze tijd zou gaan spelen! Het antwoord op die vraag is eigenlijk heel eenvoudig: zijn publiek wilde het niet horen. Steiner heeft in zijn leven slechts twee keer een voordracht moeten afbreken. De ene keer was tijdens zijn allerlaatste optreden – die letzte Ansprache – toen zijn fysieke krachten het begaven, de andere keer was toen hij sprak over … de menselijke sexualiteit. Toen waren het de weerstanden bij zijn toehoorders die het onmogelijk maakten om verder te gaan. Ze waren er gewoon niet klaar voor.

Dat is vandaag wel even anders. Er is op sexueel gebied niks meer dat niet besproken kan worden en dat ook besproken wordt. Helaas is de benadering zo materialistisch dat ze in hoge mate onbevredigend (sic) is. Dat komt misschien nog het best tot uiting in de manier waarop de geslachtsorganen benoemd worden. Dat gebeurt ofwel door latijnse namen die een klinische afstandelijkheid betrachten – penis, vagina, vulva – ofwel door scheldwoorden die een diepe afkeer verraden: kut, lul, neuken. Van een positieve, liefdevolle benadering is geen sprake en binnen de materialistische context van onze tijd is ze ook niet mogelijk.

Een spirituele benadering van de menselijke sexualiteit kan alleen maar kunstzinnig zijn. Dat werd door Middeleeuwse mens veel beter begrepen. Hij benoemde (tenminste in zijn literatuur) alles wat tot de sexuele sfeer behoorde door middel van metaforen: hij ‘neukte’ zijn vrouw niet, hij ‘plantte een boompje in haar hofje’. Alleen zo’n kunstzinnig-metaforische benadering, die Alles Vergängliche als ein Gleichnis ziet, doet recht aan het dubbele karakter van de sexualiteit, die tegelijk zeer materieel en zeer geestelijk is. Dat geldt trouwens voor de hele zintuiglijke werkelijkheid: zij is een materieel beeld van de geest.

De sexuele natuur van de mens wordt beschouwd als zijn lagere natuur. De geslachtsorganen wekken afkeer en schaamte op omdat ze de mens herinneren aan de zondeval. Maar ze herinneren de mens ook aan datgene wat ‘gevallen’ is: vandaar de eindeloze fascinatie en aantrekkingskracht die ervan uitgaat. Juist in deze sexuele organen, aldus Rudolf Steiner, is de mens het evenbeeld van de goden. Maar dat evenbeeld is verdorven, het is in de greep van Lucifer geraakt. Wat oorspronkelijk de hogere natuur van de mens was, is zijn lagere natuur geworden. En die is ertoe bestemd om weer zijn hogere, geestelijke natuur te worden.

Rudolf Steiner heeft het telkens weer beklemtoond: de geestelijke wereld is niet ergens anders, hij is hier, in de concrete, zintuiglijke werkelijkheid waarin we leven. Hij heeft echter een andere, in eerste instantie onherkenbare vorm aangenomen. In de materie is de geest als het ware verstard, versteend, bevroren, net als de natuur in de winter. Maar verborgen in die grauwe, winterse wereld liggen de zaadjes en kiemen van de kleurrijke geest te wachten op de terugkeer van het licht. Dat licht is ons eigen denkende bewustzijn dat de (vooralsnog onzichtbare) geest weer tot bloei moet brengen en bevrijden uit zijn materiële keurslijf.

Dat moet de richtlijn zijn voor de antroposoof: hij moet het licht van zijn denken versterken in de confrontatie met de duisternis van de materie. De worsteling met de materie – die eigenlijk een worsteling is met ‘gevallen engelen’ – moet de mens zo sterk maken dat hij als een vrij wezen stand kan houden tegenover de ‘goden’. Nergens is deze worsteling zo intens als in de confrontatie met de sexualiteit, waar de grootste geestelijke kiem gevangen wordt gehouden door de grootste materiële krachten. Nergens ook is deze worsteling zo dringend als juist op dit ‘laagste’ gebied waar de mens vandaag steeds dieper naar beneden wordt gesleurd.”
Tot slot iets dat mezelf betreft en niet helemaal hier thuishoort. Maar toch te leuk is om niet te vermelden. Namelijk dit over ‘De Nederlandse Boekengids’ op 5 januari, waarmee ik mijn debuut maakte op de website sargasso.nl (en dat eerlijk gezegd was voorafgegaan door hetzelfde debuut op de onvolprezen weblog van oudheidkundige Jona Lendering, ‘Mainzer Beobachter’):
‘Nieuw is De Nederlandse Boekengids voor non-fictie, vanaf 2016 elke twee maanden verkrijgbaar. Die moet een breed, algemeen publiek de laatste wetenschappelijke en culturele inzichten bieden. Bij zo’n eminente brugfunctie kunnen grote woorden niet ontbreken.

Het boek vermag meer, op een andere manier, dan andere media. Als lezer zou je je daarvan wel bewust moeten zijn. Want dan kan DNBg zijn functie vervullen. Deze scheelt de lezer uren leestijd, want die is in staat een betere keuze uit het aanbod te maken. Hij hoeft zich niet langer door meters weerspannige academische schrifturen heen te worstelen. Hij heeft immers zijn gids bij de hand.

Als proeve is er een nulnummer uitgebracht. Daarin bij uitzondering ook twee interviews, afgenomen door de twee initiatiefnemers Merlijn Olnon en Esther Willis; gewoonlijk blijft het bij essayistische besprekingen, boekrubrieken en signalementen. Robbert Dijkgraaf geeft een aantal van zijn favoriete titels op. Hij maakt een kosmische vergelijking: van het universum kennen we 95 procent niet. Maar van de wereld direct om ons heen kennen we de werkelijke eigenschappen waarschijnlijk ook slechts voor 5 procent. Diepe vragen stellen over heel simpele dingen, dat is de kunst. “Wij stellen nog altijd dezelfde vragen”, concludeert hij dan ook.

De tweede geïnterviewde is Hans Goedkoop die een andere nationale feestdag voorstelt, namelijk Oudjaar. Want daarop werd in Nederland ooit de kiem voor alle burgerlijke vrijheden gelegd. Waaruit de hedendaagse rechtspraak niet alleen in Nederland, maar ook in Europa en de Verenigde Staten is ontstaan. Volgens hem beter dan het huidige gemakzuchtige genieten van Bevrijdingsdag.

René van Stipriaan constateert in zijn beschouwing op het boekenbedrijf dat ook uitgevers op verkeerde paarden wedden. Gaat het om lezen of om schrijven? Dat lijkt de hamvraag te zijn. De e-books en e-readers hebben nog steeds geen hoge vlucht genomen. Maar wel Twitter, Facebook, weblogs en aanverwante zaken. Mensen willen emanciperen en zelf schrijven. Ze willen hun eigen gedachten denken en die niet voorgeschreven krijgen, zeg ik er maar even bij. Stipriaan ziet een toekomst voor een Spotify for Books, uitgevers zouden het initiatief moeten nemen. Dan wordt delen ook bij boeken het nieuwe hebben. Wat het altijd al geweest is, de eigen natuur van boeken als ideedragers en ideeoverbrengers. Waar de grootst mogelijke besmetting juist gewenst is.

Als De Nederlandse Boekengids die functie wil en kan vervullen, “die verder gaat dan journalistiek en opinie”, dan is die mij lief. Ik moet denken aan wat Xandra Schutte, hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer, in De Volkskrant zei bij het bekend worden van de noodgedwongen devaluatie van Vrij Nederland van weekblad tot maandblad. Dat overkwam eerder ook HP/De Tijd. Je kunt niet langer als traditioneel opinietijdschrift een breed publiek bedienen. Daartoe zijn tegenwoordig ook de kranten met hun weekendbijlages in staat. Al onze verworvenheden, zo zei zij, hebben die uit onze hand geslagen en overgenomen: diepgravende reportages, essays en analyses. Dus zul je het moeten durven zoeken in de niches. Het hagel schieten in de fictiebranche met het oog op bestsellers is funest voor het boekenbedrijf: dat leidt in den brede tot oppervlakkigheid. Kwaliteit en niche, dat zijn sleutelwoorden.

Nogmaals: als De Nederlandse Boekengids die op non-fictiegebied voor mij zichtbaar kan maken, dan is die mij een abonnement waard.

Michel Gastkemper houdt al vijftig jaar van strips (vooral avonturen), al bijna veertig jaar van Rush en is verder vooral thuis in de antroposofie (als redacteur en blogger).

Dit artikel verscheen eerder op Mainzer Beobachter’
Op zijn eigen weblog schreef Jona Lendering er deze mooie inleiding bij:
‘Kort geleden verscheen het nul-nummer van De Nederlandse Boekengids, die ik waarschijnlijk het makkelijkste aan u kan voorstellen door te zeggen dat die voor het Nederlandse taalgebied wil zijn wat de Times Literary Supplement en de New York Review of Books zijn voor het Engelse taalgebied. Ik vind het een sympathiek initiatief. Morgen zal ik er zelf over schrijven, vandaag geef ik het woord aan Michel Gastkemper.’
Waarmee hij mij zomaar gekatapuleerd heeft in het Nederlandse non-fictielandschap. Dat is toch wel het vermelden waard...
.

3 opmerkingen:

Office Manager zei

Waar seksualiteit (of erover praten) een soort taboe is, vind je doorgaans het meeste misbruik. Studies hebben dit al lang uitgewezen. Ik heb in het begin dat ik betrokken was bij de antroposofische beweging een stukje over dit onderwerp geschreven dat men niet onder ogen wilde zien. Ik zal eens kijken of ik het nog vind.
Het plaatst mijn commentaar op de misbruikzaken binnen de antroposofische instituten ook in een ander licht, want ik maakte al melding van een verstoorde beleving van seksualiteit binnen de antroposofische beweging voor ik met kritiek in de media kwam.

Michel Gastkemper zei

Ik neem aan dat achter deze 'Office Manager' de ons bekende Ramon De Jonghe schuilgaat? Want dat zou de zinsnede over 'mijn commentaar' enigszins verhelderen.

Office Manager zei

Ik ben op weblogs van Google meestal ingelogd met mijn Google-account en die draagt de naam Office Manager, Michel.

Zal mijn best doen om in de toekomst ook nog mijn naam eronder te zetten.

Groeten,
Ramon

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)