Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

zondag 5 juni 2016

Overslaan


Ik blijk de maand mei te hebben overgeslagen. En het is nog wel de jubileummaand van deze weblog! Sinds 1 mei bestaat die namelijk alweer acht jaar. De al eerder genoemde aanstaande miljoenste pageview komt nog immer dichter bij. Vandaag zitten we op 965.289, en die telling begon pas ruim een jaar na de start in mei 2008. In het begin waren er echter nog niet zo veel bezoekers. Nu is het trouwens ook minder, omdat ik hier weinig activiteit ontplooi. Toch is een stabiel huidig aantal van circa driehonderd pageviews per dag helemaal niet verkeerd. Wat uiteraard ook te maken heeft met de archieffunctie die deze weblog vervult.

Alles goed en wel, wat te doen om de schade van een maand in te halen? Simpel, wat ik altijd doe: bericht na bericht dat van belang is hier opvoeren. En ja, die vind ik tegenwoordig dus vaak bij Motief en Antroposofie Magazine. Daarbij past een full disclaimer, omdat ik van beide zelf deel van uitmaak. De laatste keer kon ik een nieuwe landingspagina voor antroposofie.nl introduceren, namelijk in ‘Landing’ op 27 april. Wat is er sindsdien gebeurd? Laat ik het maar een beetje chronologisch aanpakken. Ik begin bij motief.online. Op 11 mei werd daar ‘Stichting Grondbeheer redt Hondspol en zoekt schenkers’ gemeld:
‘Berichtten we op 28 oktober van het afgelopen jaar al een “Succesvolle crowdfunding voor de Hondspol”, waarbij in ruim twee weken het streefbedrag van 250.000 euro werd gehaald voor de roerende goederen van deze geplaagde zorgboerderij in Driebergen, is hier op 29 april definitief het onroerend goed van 30 hectare biologisch-dynamische landbouwgrond bijgekomen, zoals Antroposofie Magazine bericht. Het is Stichting Grondbeheer die, volgens haar eigen doelstellingen, “met schenkgelden van donateurs landbouwgrond aankoopt en tegen rechtvaardige prijzen verpacht aan biologisch-dynamische boeren en tuinders. Hiermee wil Grondbeheer het biodynamische landbouwareaal uitbreiden en continueren voor huidige en toekomstige generaties.”

We volgen verder het bericht van Grondbeheer, die in juni een campagne begint om op haar beurt weer schenkers te werven: “De grond wordt tegen een pachtprijs – waarbinnen duurzame en diervriendelijke bedrijfsvoering mogelijk blijft – verpacht aan de huidige boeren en tuinders. Met de aankoop is het voortbestaan van De Hondspol gered.

De Hondspol was in zwaar weer gekomen, mede door de financiële gevolgen van nieuwe wet- en regelgeving. Voorheen was de boerderij het eigendom van Stichting Lievegoed, een antroposofische zorginstelling voor mensen met een lichamelijke en/of psychische beperking. Door de financiële problemen heeft Lievegoed, ondanks de goede resultaten van De Hondspol, moeten besluiten om de boerderij te verkopen. De boeren, tuinders en zuivelverwerkers zetten toen direct een actie op touw om de boerderij te redden. Dankzij een geslaagde crowdfundingsactie konden de roerende goederen, zoals de koeien en machines, overgenomen worden. Met de hulp van Stichting Grondbeheer is nu ook de landbouwgrond veiliggesteld. Om de 30 hectare te kunnen kopen, heeft Grondbeheer een lening bij Triodos Bank afgesloten. Nu is het zaak om de lening snel af te lossen. Als de grond vrij is van lastendruk kan de pachtprijs voor de boeren en tuinders omlaag. Op 24 juni zal Stichting Grondbeheer een campagne aftrappen om periodieke schenkers, sponsors en obligatiehouders te werven. Het doel is om binnen 7 jaar de grond vrij te maken.

De aflossing van de lening heeft maatschappelijke urgentie: Stichting Grondbeheer heeft financiële ruimte nodig om meer biodynamische landbouwgrond te kunnen aankopen. Op korte termijn zal er namelijk een groot aantal biodynamische boeren en tuinders, die geen bedrijfsopvolging binnen de eigen familie hebben, met pensioen gaan. Wanneer Stichting Grondbeheer deze grond aankoopt, kan zij jonge boeren en tuinders in de gelegenheid stellen een eigen biologisch-dynamisch bedrijf te starten. Hiermee kan de vitale landbouwgrond, het levenswerk van de gepensioneerde bd-boeren, worden doorgegeven aan een nieuwe generatie.”’
Dezelfde 11 mei bracht ook ‘Jeugdzorginstelling Intermetzo in de problemen’:
‘Intermetzo is bijna failliet, wist NRC Handelsblad op 28 april te melden:

“Intermetzo, een van de grootste jeugdzorginstellingen van het land, staat op de rand van faillissement. Dat zeggen bronnen binnen jeugdzorg en gemeenten tegen NRC. De organisatie, die hulp biedt aan 4.500 kinderen, kampt met betalingsachterstanden: gemeenten moeten naar verluidt nog ‘miljoenen euro’s’ aan Intermetzo betalen. De organisatie is in gesprek met onder meer ambtenaren van het ministerie van VWS om een bankroet te voorkomen. Intermetzo wil de berichten ‘bevestigen noch ontkennen’ en weigert verder commentaar.”

Dit is ook opmerkelijk in het licht van de geschiedenis van deze organisatie. De landelijke antroposofische zorginstelling De Zonnehuizen ging eind 2011 failliet, wat tot grote onrust leidde en breed in het nieuws kwam. Hierna werd Zonnehuizen overgenomen door LSG-Rentray, die in 2013 voor de hele organisatie de nieuwe naam Intermetzo aannam.

“Bij Intermetzo Zonnehuizen is antroposofie een inspiratiebron. Ieder kind is uniek in wie hij is, hoe hij is, wat hij meemaakt en wat hij wil. Wij baseren ons werk op deze eenheid. In ons handelen staat de ontmoeting centraal. Ouders en kind zijn onlosmakelijk verbonden. Samen doen wij wat nodig is om ontwikkelingen te bevorderen in een omgeving die aandacht een betrokkenheid uitstraalt. Met het gewone leven als referentiekader kiezen wij voor positieve benadering en begeleiding met een duurzaam effect.”

Eind 2013 moest Intermetzo de Michaelshoeve in Brummen sluiten, omdat het pand financieel onmogelijk was te onderhouden. Dit was overigens ook al een probleem toen de Michaelshoeve nog zelfstandig was. De oorzaak van het recentelijk bijna omvallen van Intermetzo ligt niet direct bij mismanagement, maar eerder bij het nieuwe zorgsysteem, de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning), waarbij zorgorganisaties met onbeheersbaar veel gemeenten te maken krijgen die bovendien de rekening veel te laat betalen. Zoals de NOS dezelfde dag berichtte:

“Intermetzo dreigt ten onder te gaan aan grote betalingsachterstanden, schrijft de krant. De instelling heeft naar verluidt nog miljoenen euro’s tegoed van gemeenten. Sinds jeugdzorg vorig jaar een gemeentetaak werd, kampen veel jeugdzorginstellingen met betalingsachterstanden. Ze hebben met elke gemeente een eigen contract en iedere gemeente gebruikt zijn eigen productcodes om de behandelingen te beschrijven. In totaal zijn er 113.000 codes in omloop en als op een factuur niet de juiste code staat, blijft betaling uit.”

Televisieprogramma EenVandaag wist interne documenten in handen te krijgen waaruit de problemen heel duidelijk bleken. Zodat de zorginstelling zich 28 april toch genoopt zag te reageren op al het nieuws over haar financiële situatie:

“Intermetzo betreurt de berichtgeving in de media over haar financiële positie. Dit temeer omdat alle betrokken partijen zich tot het uiterste inspannen om de continuïteit van zorg aan jeugdigen bij Intermetzo te garanderen. Zo is er constructief overleg met gemeenten over het betalingsverkeer en wordt er overleg gevoerd met een mogelijke samenwerkingspartner en met het departement van VWS en de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ). Intermetzo gaat er op basis van de lopende gesprekken met alle betrokken partijen van uit dat er een goede oplossing komt, waarbij de zorg voor kinderen ook voor de lange termijn wordt geborgd.”

Twee dagen later, op 30 april, reageerde de zorginstelling opnieuw op berichtgeving in de media:

“De media beweren dat de aanvraag van Intermetzo voor subsidie van de Transitie Autoriteit Jeugd is afgewezen, en dat Intermetzo failliet zou zijn. Dit is feitelijk onjuist. De Transitie Autoriteit Jeugd heeft nog geen besluit genomen over de subsidieaanvraag. Intermetzo heeft vertrouwen in een goede afloop. Op positieve en constructieve wijze is overleg met de gemeenten, VNG, de Transitie Autoriteit Jeugd en het ministerie van VWS. Alle gesprekspartners zijn ervan doordrongen dat Intermetzo voorziet in essentiële zorg. Intermetzo heeft dan ook het vertrouwen dat een structurele oplossing gevonden wordt. De continuïteit van zorg is geborgd: kinderen en jongeren die bij Intermetzo zorg ontvangen, kunnen onverminderd op onze inzet blijven rekenen.”’
Het derde bericht op deze meidag was ‘De mens tussen onder- en bovennatuur’:
‘Artikelen naar aanleiding van de Dag van de Hogeschool op 9 april 2016

Op 9 april vond voor de tweede keer de Dag van de Hogeschool plaats. Zo’n 120 deelnemers kwamen naar het Geert Groote College in Amsterdam om deze dag, die geheel in het teken stond van ‘De mens tussen onder- en bovennatuur’, mee te maken.

Rik ten Cate maakte beleefbaar hoe mensen met de moderne techniek een krachtige nieuwe wereld scheppen, die “onder” de normaal ervaarbare wereld ligt. Door een aantal radio’s tegelijk aan te zetten, die alle op een andere zender stonden afgesteld, werd heel merkbaar wat er voortdurend allemaal aan straling om de deelnemers in de atmosfeer is. En in hen doorwerkt.

Derk Klein Bramel bracht de bovennatuur nabij aan de hand van de levensprocessen die de boer in de biologisch-dynamische landbouw verzorgt. Is bijvoorbeeld de mest in de gangbare landbouw een lastig bijproduct geworden, weggestopt in de gierkelder, op de biologisch-dynamische boerderij is de mest boven de grond en zichtbaar; de “ervaringen van het bedrijf” worden er in verteerd en vruchtbaar gemaakt voor de toekomst.

Albert Vlug liet de deelnemers een korte meditatie doen, en liet zien, door bij enkele aanwezigen een druppeltje bloed af te tappen, welke harmoniserende werking daarvan uitging op het bloed. Alle aanwezigen beleefden het belang van zich te verbinden met de bovennatuur in hen en hoe die verbinding doorwerkt in de processen in het lichaam. Ook in de euritmie die zij met Irene Pouwelse deden, werd dat duidelijk.

Een belangrijk onderdeel waren de twaalf themagroepen, waarin inleiders vanuit hun specifieke deskundigheid het thema van de mens tussen onder- en bovennatuur belichtten.

Artikelen
De deelnemers kregen een bundel artikelen mee, waaraan een aantal medewerkers aan deze dag bijdroeg. Via deze link is een digitale versie van die bundel te downloaden: Brochure-Hogeschool.

Namens de medewerkers van de hogeschool,
Auke van der Meij’
Dan komen we bij afgelopen donderdag 2 juni, waarop ‘Wat zou je doen zonder de zorg voor een inkomen’ werd geplaatst:
‘Zondag 29 mei werd in Berlijn het grootste spandoek ooit op straat ontrold, vierhonderd meter lang. Met de tekst “What would you do if your income were taken care of?” Wat zou je doen als je niet voor een inkomen zou hoeven te zorgen?

Met deze publiciteitsstunt was het vraagstuk van een onvoorwaardelijk basisinkomen ook in Duitsland aangekomen. In Zwitserland wordt namelijk op zondag 5 juni een nationaal referendum gehouden over de vraag of iedere inwoner van het land zo’n universeel inkomen hoort te krijgen. Het is de eerste keer dat op zo’n grote schaal de inwoners gevraagd wordt zich hierover uit te spreken.

Aan dit vraagstuk zit van alles vast en de stemmen voor en tegen worden dan ook luidkeels geuit. Het is nog maar de vraag of het voorstel voor een gegarandeerd inkomen zonder dat daar eisen aan worden gesteld, het zal halen. Bovendien is het een raadgevend referendum; het is niet bindend.

De campagne begon in maart. De gevestigde partijen, federale regering en parlement hebben al laten weten tegen te zijn. Een van de initiatiefnemers is Daniel Häni, bekend van “Unternehmen Mitte”, het ontmoetingscentrum dat hij in Bazel oprichtte. In zijn publieksacties laat hij zijn vertrouwdheid met Rudolf Steiner en diens maatschappelijke driegeleding niet altijd gelden. Een andere bekende voorvechter van het basisinkomen is Götz Werner in Duitsland, oprichter van de drogisterijketen dm, die zijn antroposofische wortels niet onder stoelen of banken steekt.

Hoe dat ook zij, publiciteit weten ze te maken. Het gaat hen er vooral om het idee van een basisinkomen bespreekbaar te maken en op de agenda te zetten. Dat lukt goed. Een week voor de actie in Berlijn werd een groot plein in Geneve bedekt met een reuzenposter, met daarop dezelfde vraag. Deze haalde het Guinness Book of Records.

Bij een peiling in mei was in Zwitserland maar dertig procent het met de voorstanders eens, in heel Europa bleek dat twee keer zo veel.’
Overigens bracht nu.nl vanmiddag dit nieuws, op basis van het anp, ‘Zwitsers stemmen massaal tegen basisinkomen voor elke burger’:
‘De Zwitsers hebben zondag in een referendum massaal tegen een voorstel gestemd om een basisinkomen voor iedere Zwitser in te voeren. Volgens Reuters blijkt uit exitpolls dat 78 procent van de Zwitsers tegen het voorstel heeft gestemd. De stembussen in Zwitserland sloten om 12.00 uur. Voorstanders van het basisinkomen hadden meer dan 100.000 handtekeningen verzameld om het referendum mogelijk te maken. Een actiecomité pleit voor een basisinkomen van omgerekend zo’n 2.200 euro per maand in de vorm van een soort uitkering, zonder dat daar een tegenactie voor geleverd hoeft te worden.

De afwijzing van het basisinkomen komt niet als een verrassing. Voorstanders betoogden dat een basisinkomen de menselijke waardigheid beter zou waarborgen, nu die onder druk staat door automatisering en het banenverlies dat daarmee gepaard gaat. Maar volgens de regering is het plan veel te duur en bevat het niet de juiste prikkels voor de arbeidsmarkt.

Als de Zwitsers voor hadden gestemd, moesten er wetswijzigingen doorgevoerd worden. Een plan om de asielprocedure te versnellen kreeg wel de steun van de meerderheid van de Zwitserse kiezers. Zij gaven ook groen licht voor genetisch onderzoek op eicellen en embryo's, zij het onder strenge voorwaarden.’
Het meest recente bericht op motief.online, van diezelfde donderdag 2 juni, repte van ‘Negentig jaar antroposofisch ondernemen in Amerika’:
‘Maatschappelijke driegeleding, de ideeën van Rudolf Steiner over de inrichting van de maatschappij, maakte al snel na de introductie in 1919 school in Amerika. Dit was te danken aan Ralph Courtney, die Steiner ontmoette omdat hij in Europa werkte voor de New York Herald Tribune. Kort daarop keerde hij terug naar de Verenigde Staten, waar hij belangstelling voor Steiners ideeën probeerde te wekken. Het werd zijn levenswerk, waarbij hij begon met het oprichten van de Threefold Group en de diverse bijbehorende ondernemingen in New York City.

In 1926 verwierf de groep een kleine boerderij op Hungry Hollow Road in wat toen nog South Spring Valley was, bij New York. Het doel was een congrescentrum op te richten, een zomerverblijf en een biodynamische boerderij om het restaurant in New York City te beleveren.

Biologisch-dynamische landbouw begon aldus vrijwel direct. De Threefold Farm praktiseerde de biodynamische methode die kort tevoren door Steiner was ontworpen. Deze bd-boerderij was de eerste in Noord-Amerika en liep met een biologische en duurzame manier van werken decennia vooruit op de chemische benadering van de Silent Spring, waarvoor het bewustzijn pas in de jaren zestig ontwaakte.

Negentig jaar zijn intussen verstreken, een onverwacht lange tijd van een combinatie die misschien niet direct voor de hand ligt, maar dus toch realiteit is: antroposofisch ondernemen in Amerika.’
Motief #202 van mei kreeg de tekst ‘De polsslag van de tijd in 33 jaar’ mee:
‘Afgelopen jaren en toewerkend naar honderd jaar na de Kerstconferentie van 1923 zijn er steeds momenten waarbij werd stilgestaan bij “100 jaar na...” Of het nu ging om het verschijnen van de werken van Rudolf Steiner als de Anthroposophische Seelenkalender (1912), Die Rätsel der Philosophie (1914), dit jaar Vom Menschenrätsel en volgend jaar Von Seelenrätseln, of de geboorte van de euritmie en de mysteriedrama’s. Dat roept uiteraard de vraag op wat daarbij de bedoeling is. Gaat het om “herdenken” na 100 jaar? Vanuit het Goetheanum en vanuit ons bestuur is dat niet het belangrijkste. Het is natuurlijk mooi om je te realiseren dat na 100 jaar er zoveel belangstelling is voor deze boeken en nieuwe zaken, die echt heel klein zijn begonnen. De boeken waren meestal geen bestsellers en de euritmie begint in 1911 met één euritmiste, Lory Maier-Smits (die een jaar lang niet veel meer dan euritmisch lopen moest leren).

Wezenlijker is het volgen van een aanwijzing van Rudolf Steiner om oplettend te zijn hoe na ongeveer een generatie (ruim 33 jaar) een culturele-sociale impuls een volledige ontwikkeling heeft doorgemaakt en een “opstanding” kan beleven (voordracht 23 december 1917, in GA 180). Voorwaarde is dan wel dat er ook begrip is voor de impuls van ruim 33 jaar geleden om te zien wat in de tegenwoordige tijd de volgende te zetten stappen zijn. Een voorbeeld daarvan is, dat het geen toeval is dat de eerste voorzitter van de Nederlandse Antroposofische Vereniging, Willem Zeylmans van Emmichoven, in de jaren vijftig zich intensief ging bezighouden met de Grondsteen van de vereniging, gegeven in de Kerstbijeenkomst van 1923, en in 1956 zijn samenvattende boekje Der Grundstein verscheen. Het sterkte de impuls om de splitsing die in 1935 opgetreden was in de Algemene Antroposofische Vereniging ongedaan te maken, wat overigens pas in 1960 daadwerkelijk gerealiseerd werd.

Weer 33 jaar verder zien we hoe na de val van de Muur in Berlijn in 1989 een stroomversnelling optreedt op tal van gebieden. De antroposofie verbindt zich – ook vanuit Nederland – actief met Oost-Europa. De jonge Rus Sergej Prokofieff had hiervoor in de jaren tachtig met zijn werk aan de Kerstconferentie 1923 en de Grondsteen veel gedaan. Veel initiatieven werden echter in Nederland de erop volgende decennia op de proef gesteld wat betreft hun houdbaarheid in de reguliere spelregels en marktwerking. De algemene vereniging wordt zelfs inzet van strijd of de fysieke juridische inrichting (tot en met haar inschrijving in het Handelsregister in 1924) wel correct is verlopen. Een omvattende toets van de antroposofie aan de werkelijkheid. Nu deze periode van 33 jaar haar laatste fase ingaat, is het tijd om ons te bezinnen en om ons bewust te maken hoe de impuls voor de volgende generatie betekenis krijgt. Worden de noden van de praktijk begrepen en wordt de geestelijke impuls gezien? Daarover gaat niet alleen de Wereldconferentie van Michaël 2016, maar ook het werk in Nederland.

Jaap Sijmons’
Bij Motief #203 van juni had dezelfde Jaap Sijmons, huidig voorzitter van de Antroposofische Vereniging, het over ‘Een filosofie van het Ik’:
‘Op 18 april ging Roland van Vliet (geboren 1960) over de drempel. Roland was bekend als onderzoeker op het gebied van het manicheïsme en het vroege christendom. In 2014 promoveerde hij na een levenslange zoektocht en academische worsteling op een schitterend proefschrift, waarin hij het manicheïsme kon ontdoen van allerlei verkeerde latere interpretaties over een dualisme en docetisme in de leer van Mani. De misrepresentatie ontstond overigens al vroeg in de Oudheid, toen het manicheïsme zich tot een van de hoofdstomen van het vroege christendom had ontwikkeld. Augustinus, die zich tot het manicheïsme aangetrokken had gevoeld, keerde zich af van hun leider Faustus en van de idee van “karma en reïncarnatie”, die in de platoonse Oudheid nog opgeld deed. Het katholieke en protestantse christendom werden vele eeuwen gedomineerd door de leer van Augustinus over de erfzonde. Niet alleen door dit historische promotieonderzoek nam Roland van Vliet daartegen stelling. Hij was door en door een filosoof en werkte als zodanig. De filosofie van de vrijheid en van de geestelijke liefde was zijn hoofdthema. Zijn laatste boek De filosofie van het Ik getuigt ervan.

Hij betitelde dit boek als een “preliminaire beschouwing”, een inleiding op een groter werk. In zichzelf is het echter een prachtig slotakkoord van een aan de filosofie, de antroposofie en het oorspronkelijke christendom gewijd leven. Het boek spreidt een grote belezenheid ten toon, maar vooral ook het talent om de wereld van de filosofie te doorleven en een menselijke, ervaarbare maat te geven. Als stand-up filosoof kon Roland van Vliet goed het gesprek met zijn publiek aangaan, omdat hij eerder die filosofie niet alleen had doordacht, maar ook doorleefd. De hoogst abstracte, maar nog altijd actuele filosofie van het Ik van J.G. Fichte (1762-1814) krijgt in zijn handen een heel concrete gestalte in directe aansprekende zinnen.

Liefde kent geen plicht, maar volle betrokkenheid van de mens en daarom zijn vrijheid: de eerste voorwaarde voor liefde. Afstand, door het denken tot stand gebracht in een subject-object-verhouding, is de tweede. Hij beschouwde het als een “koan” dat de splitsing, door het denken teweeg gebracht, door datzelfde denkende bewustzijn moet worden opgeheven. Het lukt hem door in het Ik de onverdeelde aandacht te vinden, die ook nog het denken waarneemt. Van deze onverdeelde aandacht gaf hij blijk. Met name de manier waarop hij de filosofie en antroposofie tot persoonlijke kunst verhief, blijft als voorbeeld staan.

Jaap Sijmons’
Goed, dat was dus Motief. En bij Antroposofie Magazine dan?, hoor ik u vragen. Daar is ook het nodig te vinden. In ‘Het ei’ op dinsdag 29 maart haalde ik verschillende artikelen uit het eerste nummer aan. Inmiddels is op vrijdag 3 juni het tweede nummer verschenen (het is een kwartaaltijdschrift, in tegenstelling tot Motief die tien keer per jaar uitkomt). In ‘Uitgelicht’ vinden we daar enkele proeven van. Zoals ‘De Tuinen van Hartstocht’, al op 26 april geplaatst:
‘Een ideaal omzetten in realiteit, betekent voor sommigen piekeren, afwegingen maken en dan mogelijk een knoop doorhakken. Voor anderen is het vooral doen! Hester Anschutz ging voor het tweede nummer van Antroposofie Magazine op bezoek bij De Tuinen van Hartstocht, waar Marieke Kitzen (36) en Sam Batink (27) vorig jaar onder de rook van Amsterdam Zelfpluk- en proeftuin de Tuinen van Hartstocht startten. “Wij doen dit omdat we geloven in een wereld waar wij samen bepalen wat er op ons bord ligt. Dat vraagt om ‘anders’, om ‘nieuw’, om ‘betrokkenheid met elkaar’,” vertelt Marieke Kitzen. “Duurzaamheid gaat niet alleen over biologisch, met respect voor mens, dier en milieu, maar vooral om te kunnen overleven op lange termijn. Dat betekent dat dit rendabel moet worden, vandaar onze overwegingen en keuzes.”

Dit jaar moet uitwijzen of ze het voor elkaar krijgen, want op dit moment is de tuin nog een echte proeftuin letterlijk en figuurlijk – en proberen de jonge tuinders van alles uit.

Lees het hele artikel in het tweede nummer van Antroposofie Magazine dat 3 juni verschijnt.’
Overigens verscheen eerder op 7 april in deze rubriek ‘Helena Maryns: vooral huisarts’:
‘Waarom kiest een arts voor antroposofische geneeskunde?

“Ik noem mij niet specifiek antroposofisch arts. Als mensen ernaar vragen, benoem ik het wel, maar ik profileer me niet als zodanig. Ik vind dat ik mijn patiënten vooral moet garanderen dat ik goede geneeskunde verzorg. Ik voel me vooral een huisarts.”

Maryns, sinds haar afstuderen in 2006 huisarts in Gent (België) vindt dat de antroposofie een heel handig kader geeft om als arts mee te werken. “Antroposofie weerlegt niets van de klassieke geneeskunde, maar neemt een breder referentiekader, waardoor je een ziekte meer procesmatig kunt bekijken. Ik vind dat het werk daardoor levendiger wordt, niet meer zo droog en koud, maar echt niet minder exact dan de klassieke geneeskunde. Vanuit het referentiekader van het vierledige mensbeeld kun je heel exact werken, dat is geen onzin.”

Meer weten over de motieven van artsen om de antroposofische geneeswijze te omarmen? Lees de interviews met huisartsen Thomas Garbe, Maud de Bruijn en Helena Maryns in Antroposofie Magazine nummer 1, maart 2016’
In de rubriek ‘Actualiteiten’ werd op 9 mei melding gemaakt van ‘Faustreis voor jongeren’:
‘Hoewel het volksverhaal over doctor Faust al zo’n 500 jaar oud is, is het nog altijd actueel. In februari verscheen een herdruk van de Nederlandse vertaling van Goethes meesterwerk en in het Goetheanum in het Zwitserse Dornach is deze zomer een prachtige opvoering van de complete Faust (deel 1 en 2) te zien. Faust verkoopt zijn ziel aan de duivel in ruil voor meer kennis. Hij wil de essentie van het leven doorzien, maar zoekt ook telkens nieuwe kicks en deinst er niet voor terug om over grenzen heen te gaan. “Ik denk dat dit verhaal raakt aan de kernthema’s van onze cultuur,” stelt filosoof Ad Verbrugge in het tweede nummer van Antroposofie Magazine, dat op 3 juni verschijnt.

Ook de jongeren van de Antroposofische Vereniging in Nederland gaan met het verhaal aan de slag. Van 25 t/m 29 juli is er in het Goetheanum een jongerenconferentie, getiteld ‘Am I Faust’. Tijdens deze conferentie wordt de hele Faust van Goethe opgevoerd, zijn er lezingen en workshops en natuurlijk ook veel gezelligheid. De jongeren van de AViN organiseren een all inclusive reis vanuit Nederland naar deze conferentie; treinreis, voorstelling, lezingen, workshops, slaapplaats en maaltijden zijn bij de prijs inbegrepen. Mede dankzij een bijdrage van de IONA Stichting kunnen jongeren voor nog geen € 100,- zich een week lang onderdompelen in het Faustverhaal. Er zijn onder meer lezingen van Constanza Kaliks en Bodo von Plato. Het volledige programma van de jongerenconferentie is hier te vinden. Als opstapje naar de conferentie zal er eind juni een oriëntatiedag plaatsvinden om de reisgenoten wegwijs te maken in de thema’s van het verhaal. Wil je mee met de Faustreis? Meld je dan aan voor 15 juni door een mailtje te sturen.’
Op 2 junki werd daar de ‘De Bewuste Leesmap’ aan toegevoegd:
‘In de eerste week van juni verschijnt het tweede nummer van Antroposofie Magazine. Niet alleen valt het blad op de mat bij onze abonnees en is het verkrijgbaar in een groeiend aantal boekhandels, het zal ook te vinden zijn op een aantal leestafels van bijvoorbeeld grand cafés, spirituele ontmoetingsplekken, wellnesscentra en in wachtkamers van therapeutica. Dat komt omdat Antroposofie Magazine vanaf nu is opgenomen in de Bewuste Leesmap. Op de meeste leestafels vind je geen diepgaande tijdschriften, maar in dit bijzondere pakket voor bedrijven en instellingen zitten tijdschriften over bewustwording, duurzaamheid, persoonlijke ontwikkeling, opvoeding & onderwijs, milieu & natuur, (grens)wetenschap, religie & spiritualiteit, optimisme, reizen, inspiratie en gezondheid.

Bij de introductie van de leesmap in 2012 vertelde oprichter Onno van Lith aan The Optimist, dat ook in het assortiment is opgenomen: “Ik ben de leesmap begonnen als uitgever van het tijdschrift BewustZijn magazine om ‘onze bladen’ via leestafels en wachtkamers zichtbaarder te maken voor een groter publiek. Want, is het niet gek om in bijvoorbeeld een sauna of wellnesscentrum je lichaam te reinigen en ondertussen in de ontspanningsruimte je geest weer te vervuilen met pulpblaadjes? En geldt dit ook niet voor therapeutische centra, ziekenhuizen, spirituele centra?”’
‘Blog’ is een rubriek met ‘Inspiratie voor dagelijkse beslommeringen’. Mijn directe collega in de redactie schreef op 10 mei ‘Verwondering delen – door Cisly Burcksen’:
‘Op kantoor kregen we een nieuwjaarskaart met een spreuk van Rudolf Steiner.

“Liefdevol naar mensen kunnen kijken,
interesse opbrengen voor de eigenheid van mensen,
dat is wat over de mensheid moet komen.”

Hoe Steiner dat precies bedoeld heeft, weet ik niet. Maar bij mij sloeg het in als een bom. Dàt is waarom ik doe wat ik doe! Eén van de inspirerende kanten aan mijn werk is dat ik de kans krijg om mooie mensen te laten zien. Mensen die je misschien niet zouden opvallen als je ze op straat zag lopen. Door mijn redactiewerk bij Antroposofie Magazine ontmoet ik zulke uiteenlopende mensen: de kunstzinnig therapeute in haar kleurrijke gewaad, met gesluierde schilderijen en abgeëckte meubels in haar huis, maar ook de handelaar in biodynamische groenten die graag aan zijn motor knutselt en zijn woonkamer vol motoronderdelen heeft liggen als ik langskom. Ik verwonder me over deze mensen, over hun eigenheid en levenswijsheid. Allemaal hebben ze een inspirerend verhaal. Ik mag dat op papier zetten en daarmee toegankelijk maken voor de lezers.

Bij de bushalte

Ik kom er steeds meer achter dat iedereen wel een mooi verhaal in zich heeft. Als je het maar wilt zien. Als je er maar naar vraagt. Het geweldige aan interviewen is dat je mensen naar heel wezenlijke dingen mag vragen: wat drijft je, wat betekent spiritualiteit voor je, hoe ga je met tegenslagen om? De dingen die je bespreekt, doen er echt toe. Ik wil eigenlijk altijd wel zulke gesprekken hebben, ook gewoon bij de bushalte. Maar omdat dat niet de gewoonte is, vervalt men daar helaas al gauw in geklaag over het weer of gezeur over politieke misstanden. ‘Negativiteit verbroedert,’ zeggen ze dan. Klagen over het weer is als het hebben van een gezamenlijke vijand. Maar als je bedenkt dat alles wat je aandacht geeft groeit, dan is al dat geklaag eigenlijk niet zo gezond.

Dalende criminaliteitscijfers

Ik kan goed nieuws brengen door die mooie mensen en hun verhalen te laten zien. En zo de wereld een stukje beter maken. Enkele dagen geleden stond in Trouw dat het CBS zelfs suggereert dat goed nieuws de criminaliteitscijfers in ons land kan laten dalen. Dat zou natuurlijk helemaal prachtig zijn, maar met gewoon mooie verhalen delen ben ik ook al heel tevreden. Door een blad te maken met inspirerende artikelen verleg je even de focus van de lezer, al is het maar een paar minuten. De lezer neemt kennis van nieuwe initiatieven, een mooi levensverhaal met ups en downs en genuanceerde informatie over boeiende vraagstukken. Idealiter biedt dat nieuwe inzichten die doorklinken in het leven van alledag en ervaart de lezer dezelfde verwondering als ik. Als die dan weer iemand ontmoet, en hem tegemoet treedt met hernieuwde verwondering en inzicht, kan die ontmoeting dit weer verder verspreiden. Als een positief domino-effect.

Cisly Burcksen is neerlandicus en werkt als redacteur bij Antroposofie Magazine.’
Op 2 juni was de beurt aan degene die ook al op 29 maart in ‘Het ei’ aan het woord kwam, ‘Geheimen en transparantie – door Jesse Mulder’:
‘Laatst werd ik opmerkzaam gemaakt op een boek van Paul Frissen – een eigenzinnig denker – over transparantie. Zoals ik uit deze recensie opmaak bevat het ten eerste een kritische bezinning op het hele idee van transparantie, en ten tweede een betoog over de noodzaak van staatsgeheimen. En dan volgt er nog iets wonderlijks over dat we beter af zijn zonder verzorgingsstaat – maar daar wil ik hier niet op ingaan. Wat mij intrigeerde was namelijk die transparantie.

Eilandje

Frissen vindt het ideaal van transparantie maar niks. Volledige transparantie is volgens hem als een zwijgend stel in een restaurant: beide partners hebben niets meer te zeggen omdat ze alles al van elkaar weten (zie genoemde recensie). Mensen zijn dus alleen interessant, kunnen alleen levensinhoud vinden, als ze zich kunnen terugtrekken op een soort “eigen eilandje” waar niemand anders welkom is. Wat daar is, is geheim, en als je dus transparantie gaat eisen, dan hef je die plek in feite op. Antroposofisch beschouwd gaat het hier om de bewustzijnsziel: de plek in je zielenwezen waar je echt volledig individueel bent, volledig afgescheiden van de buitenwereld en de andere mensen. Een tijdsfenomeen bij uitstek.

Keerzijde

Maar de bewustzijnsziel heeft nog een keerzijde: ze kan de brug van de ziel naar de geest vormen. Dat wil zeggen: uit de volledige afzondering kan een eigen, vrije stap gezet worden naar een wezenlijke verbinding met het grotere geheel. Als we de afscheiding, het individualisme, de “negatieve” kant van de bewustzijnsziel noemen, dan is deze vrije verbinding de “positieve” kant. Natuurlijk moet je dan wel dat “grotere geheel”, de geest, kunnen beleven. En dat is niet eenvoudig.

Troosteloos

Hoe hangt dit nu samen met geheimen en transparantie? Als volgt: het standpunt van Frissen ontspruit uit een beleving van de negatieve bewustzijnsziel. De positieve kant blijft zo buiten beeld. Een student van mij formuleerde deze houding erg mooi in een column-opdracht over geheimen: “Als ik 0 geheimen zou hebben en als iedereen alles over mij zou weten, zou ik mezelf niet meer zijn. Als iedereen alles van elkaar zou weten, zou de wereld er maar troosteloos uitzien. Vriendschappen zouden niet meer echt en hecht zijn, mensen zouden dan een soort lege omhulsels worden.” Als er geen individuele, afgezonderde eilandjes meer zijn dan zijn er geen echte mensen meer – zo voelt het. Ook hier: een sterke belevenis van de negatieve bewustzijnsziel.

Nooit uitgepraat

Dat beeld is op zich niet fout, maar wel de halve waarheid. Als we de individuele eilandjes-mensen wegdenken dan blijft er inderdaad niets over. Maar dat is niet de enige manier waarop je je van de negatieve bewustzijnsziel weg zou kunnen bewegen. De andere manier gaat uit van de ontwikkeling naar de positieve bewustzijnsziel toe. Daaruit kunnen we ons het beeld vormen van individuele wezens in ontwikkeling die volledig transparant zijn voor elkaar – en daardoor juist tot een ongekende interesse in elkaar, in elkaars ontwikkeling, kunnen komen. Een stel in het restaurant dat op deze manier alles van elkaar weet raakt nooit uitgepraat. Dat is liefde in hogere zin, en dat is de uiteindelijke zin van die isolatie, die afzondering, die we in onze bewustzijnszielentijd moeten doormaken.

Jesse Mulder is universitair docent bij de vakgroep Filosofie en religiewetenschap aan de Universiteit Utrecht.’
Vrijwel tot slot van deze rondgang op de website van Antroposofie Magazine wil ik wijzen op de rubriek ‘Artikelen – Helemaal te lezen’. Op 2 juni werd daarin dit drie jaar oude artikel over ‘Scorlewald’ geplaatst:
‘Ons cadeautje bij een abonnement op AM komt deze keer van Scorlewald, een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking die werkt vanuit een antroposofische visie. Scorlewald is onderdeel van de Raphaëlstichting. Deze stichting is al meer dan veertig jaar behoorlijk succesvol op verschillende locaties in Noord- en Zuid-Holland. We interviewden Pim Blomaard, die al zo’n kleine 20 jaar deel uitmaakt van de raad van bestuur.

Tekst: Arianne Collee en Ingrid Gouda Quint

Het begon allemaal veertig jaar geleden in een eenvoudig huis tegen de duinen van het Noord-Hollandse Schoorl. Het violistenechtpaar Visser legde de grondsteen voor Scorlewald door in hun huis gespecialiseerde zorg te realiseren voor hun autistische zoon en tien andere jongens. Rond dezelfde tijd stichtte Lies van Rijsselberghe op Texel een kinderhuis. Mooie antroposofische initiatieven, die wilden groeien. Nog mooier was dat de overheid hierbij financieel best een handje wilde helpen. Maar op één voorwaarde: dat de twee antroposofische instellingen onder dezelfde stichting zouden vallen. Dat werd de Raphaëlstichting.

Kleinschaligheid en nabijheid

“Veertig jaar geleden werd de Raphaël Stichting geboren. Dáár.” Pim Blomaard, die 19 jaar geleden bij de Raphaëlstichting kwam en inmiddels alweer 16 jaar lid is van de raad van bestuur, wijst op het houten huis aan de overkant – Scorlewald. “Familie Visser streefde naar kleinschaligheid en nabijheid. Die keuze voor kleinschaligheid is nog altijd een van de belangrijke kenmerken van de Raphaëlstichting. In plaats van één grote mega-instelling te zijn, bestaan we uit een veelheid van kleine instellingen. Veel organisaties groeien door fusies, maar de Raphaëlstichting is in haar hele geschiedenis maar één keer gefuseerd. Op verzoek van de overheid ontstond in 1973 de Raphaëlstichting zelf als fusie-organisatie en in 2011 fuseerde zij, na vijf jaar voorbereiding, met het Rudolf Steiner Verpleeghuis in Den Haag.

Wij hebben altijd bewust gekozen voor een intramurale setting van zo’n honderd mensen in plaats van voor een mega-instelling. Het kijken naar het individu, de persoon zichtbaar helpen maken, staat bij ons hoog in het vaandel; en wij zijn minder etikettenplakkerig dan reguliere instellingen. Daar worden we door ouders en mensen van buiten ook in gezien.”

Naast voornoemde kleinschaligheid is ‘nabijheid’ de tweede belangrijke pijler onder de Raphaëlstichting. Blomaard: “We zoeken telkens naar mogelijkheden om medewerkers, of het nou (therapeutische) zorgverleners zijn of boeren, bij de instelling of op de boerderij te laten wonen. Zo kunnen zij de cultuur en ook de inbedding in de omgeving verzorgen. Denk maar aan het contact houden met buren, samen een feest organiseren, dat soort dingen.”

Het zijn vooral deze twee pijlers, deze twee idealen, die de uitingsvorm zijn van de antroposofische inspiratie die aan de Raphaëlstichting ten grondslag ligt. “Maar,” haast Pim Blomaard zich te zeggen, “die inspiratie blijkt natuurlijk ook uit de cultuur in de verschillende instellingen: de jaarfeestvieringen, het religieuze leven, de stilteplekken, de verbinding met het kunstzinnige, het eten – als het kan biologisch-dynamisch, anders biologisch.”

Op Scorlewald klinkt ’s ochtends de weekspreuk

Waar veel van oorsprong antroposofische instellingen zich kenmerken door een – laten we zeggen – “verdunning” van het antroposofische gehalte, lijkt zich dat bij de Raphaëlstichting anders te ontwikkelen. Zonder dat er sprake is van zendingsdrift, is hier geen gêne om zich te afficheren als antroposofische instelling. “Veel leidinggevenden voelen zich verbonden met de antroposofische visie, maar dat het nu overal heel bewust en gericht is, nee,” zegt Blomaard. “Toch leeft de antroposofie bij ons vrij sterk. Niet dat het vanzelf gaat, hoor. Antroposofie is een worsteling, je krijgt het niet cadeau. Het is zaak elkaar wakker te maken, maar ook wakker te houden. De medewerkers die er weinig tot niets van afweten, hebben toch een zekere nieuwsgierigheid naar het gedachtegoed en zij gaan vanzelf mee in de instellingscultuur. Die openheid verwachten we overigens wel van de mensen die we aannemen. We vragen niet dat ze zich erachter stellen, maar wel dat ze openstaan. Soms lopen ze eerst een week mee voordat we hen aannemen. Ik zeg erbij dat er door de groei van de Raphaëlstichting wel een zekere verdunning ontstaat. Ook ik heb mijn zorg. Niet voor niets zetten we veel in op scholing en teamdagen. Voorbeelden? We reiken medewerkers van alles aan. Er zijn introductiedagen en -cursussen, nieuwe medewerkers krijgen inwerkprogramma’s en soms krijgen ze begeleiding van een mentor. We hebben een opleiding met eigen docenten, er zijn continu vijftig medewerkers in de vakopleiding en dit jaar hebben we ook een jongerenconferentie georganiseerd voor medewerkers onder de 35 jaar. We stimuleren medewerkers om meer verbinding te krijgen met de antroposofie, maar deelname aan dit soort initiatieven is altijd vrij. Onze insteek is vooral: enthousiasmeren en voorleven.”

Het is duidelijk dat je antroposofie niet meer op de oude manier kunt doorgeven. Frontaal werken sorteert geen effect. Aansluiten bij de ervaring van medewerkers en de antroposofie zoveel mogelijk praktisch en naar de werkplek vertalen, daar gaat het om.

Op Rozemarijn bijvoorbeeld gaan ze met het team in gesprek over wat mensen ervaren bij de lente, de herfst of het kerstfeest. Ter illustratie: Astrid van Zon, de directeur van Rozemarijn, sprak met het kantoorpersoneel over Pasen. Daarbij kwamen thema’s aan bod als ‘Wat voor kwaliteit ervaar je in de lente?’ en ‘Als iets geboren wordt, sterft er iets anders’. “Het kerstfeest is niet alleen het verhaal van Jezus, nee, het gaat ook over de duisternis waar je doorheen moet. Op die manier kan er een verbinding met de jaarfeesten ontstaan en krijgen ze betekenis voor de medewerkers. De ervaring leert dat de medewerkers dat hele waardevolle bijeenkomsten vinden.”

Hoe de antroposofie vorm krijgt, is bij alle onderdelen van de Raphaëlstichting verschillend. Op Scorlewald klinkt elke ochtend nog altijd de weekspreuk, bij de Novalishoeve heeft de ochtendopening weer een ander karakter. “Daar staat zo’n hele groep jongens stil te wachten tot de laatste binnenkomt,” vertelt Blomaard. “En bij Breidablick beginnen ze met muziek en spreken ze de eigen grondsteenspreuk. Iedere instelling kiest de vorm die bij haar past.”

Leerkringen

Sinds een aantal jaar werkt de Raphaëlstichting instellingsbreed met leerkringen, waarin alle lagen van de organisatie zijn vertegenwoordigd – soms ook de cliënten. “We gebruiken de U-theorie van Otto Scharmer om de gesprekskwaliteit te verdiepen,” licht Pim Blomaard toe. “Uiteindelijk gaat het om de vraag: hoe zorg je dat de geestelijke wereld meedoet? Ik ben ervan overtuigd dat vanuit de spiritualisering van het gesprek het nieuwe tot stand zal komen. Diepgang in het gesprek, openheid, onbevangenheid, verruiming van het perspectief, en zo meer bij jezelf komen, dat wordt het voertuig van de vernieuwing – let maar op.”

Evenveel waarde hecht hij aan het sociale proces. Blomaard vermoedt dat hier weleens de toekomst van de Raphaëlstichting van zou kunnen afhangen. “We moeten met elkaar proberen een andere aandacht te creëren,” zegt hij. “Als je bijvoorbeeld als managementteam bij elkaar zit, is er zoveel geestelijke rijkdom, maar hoe maak je die samen vruchtbaar? Daartoe moeten we samen experimenteren, gedachten en ervaringen uitwisselen, nieuwe rituelen bedenken. Het gaat om de verbinding, om het individueel creëren van gezamenlijke aandacht. Schep maar een ritueel – ook al is het eenmalig. Je kunt tijdens een vergadering beter een half uur samen stil zijn, dan die tijd vol kletsen en horen wat je al wist. Hoe maak je een gesprek wezenlijker? We experimenteren daar mee, bekijken het per situatie. We zijn eens allemaal gaan staan toen we een besluit moesten nemen. Maar je kunt ook afspreken dat je met elkaar in gesprek gaat met de ruggen naar elkaar toe, of je organiseert een Aziatische theeceremonie. Je bent al gauw geneigd te denken dat mensen zulke dingen raar vinden, maar dat valt reuze mee. Met de directie van een woningbouwcorporatie hebben we een tekst van Heidegger over wonen besproken: wat is wonen eigenlijk als mens tussen hemel en aarde? Men was enthousiast, het werkte bezielend.”

Toekomst en kwaliteit

De zorginstellingen staan voor grote veranderingen. “Dat wordt nog heel spannend,” zegt Pim Blomaard. “De toekomst is onzeker. Zeker is dat het van ons een ondernemende kwaliteit zal vragen. De tendens is dat wat mensen zelf kunnen ook zelf moeten doen. Dat betekent voor ons dat we, meer dan voorheen, met andere partijen moeten gaan samenwerken – buren, burgerinitiatieven, noem maar op. Vanuit een gelijkwaardig partnerschap moet elke partij de eigen kwaliteit inbrengen.” Door haar inspanningen rond Dijkgatshoeve heeft de Raphaëlstichting met een dergelijke werkwijze inmiddels ervaring opgedaan. “Deze zorgboerderij,” illustreert Pim Blomaard niet zonder trots, “is anderhalf jaar geleden gestart in samenwerking met Staatsbosbeheer en een woningbouwcorporatie die een CO2-neutrale pilot wilde. Staatsbosbeheer zocht een partij voor landschapsbeheer en kwam met de vraag of wij de grond biologisch konden verzorgen. Uiteindelijk staat er nu een boerderij met een groentetuin, twintig melkkoeien, een kaasmakerij, een bescheiden horeca-afdeling waar onder andere vogelaars koffie drinken, en een vergaderruimte. En afgelopen jaar kon je er in het bos zelf je kerstboom uitzoeken. Zo’n kerstboomactie levert dan weinig geld op, maar veel sociale warmte. Mensen komen er op af als je kwaliteit neerzet.”

Aandacht en luisteren

Niet alle antroposofische instellingen gaat het voor de wind. Denk aan bijvoorbeeld de Zonnehuizen. Pim Blomaard meent dat veel ellende voorkomen had kunnen worden door aandacht, gezond verstand en luisteren. “Als je voldoende aandacht hebt voor wat er speelt,” stelt hij, “kun je problemen tijdig zien aankomen. De Raphaëlstichting luistert heel goed naar de accountant, we hebben onze managementinformatie op orde en onze interne controle is geprofessionaliseerd. Dat wil niet zeggen dat wij geen lastige situaties kennen. Maar als je mensen inzicht geeft in wat er niet goed gaat, als je je medewerkers kunt bereiken, dan blijkt er altijd voldoende motivatie te zijn om te werken aan verbeteringen. Nog een tip? Blijf als organisatie bij je eigen kracht en ga geen avonturen aan die niet passen bij wie je bent.”

Scorlewald.nl

Dit artikel werd in 2013 gepubliceerd in Motief’
Eerder, op 13 mei, had deze rubriek het artikel, geschreven door Heleen Hupkens, ‘De bedoeling van onderwijs’:
‘Gert Biesta is sinds enige tijd een veelgevraagd en geliefd spreker in vele onderwijskringen. Zijn zoektocht naar de bedoeling van onderwijs raakt ‘de onderbuik’ van velen. Waarom slaat zijn verhaal zo aan? “Iemand zei me dat ik woorden gaf aan wat ze voelden, maar niet onder woorden konden brengen.”

Al vaker benadrukte Gert Biesta in zijn werk dat we een bredere kijk zouden moeten hebben op de doelen van ons onderwijs. Het gaat niet alleen om kwalificatie, stelt hij. Het onderwijs moet ook aandacht besteden aan socialisering en persoonsvorming (subjectificatie). Zijn boodschap werd gehoord, maar de discussie richtte zich al snel weer op de vraag naar de opbrengsten in deze domeinen. Biesta: “Deels in reactie hierop ben ik dan ook meer recent over de bedoeling van het onderwijs gaan spreken, om nog een diepere laag zichtbaar te maken en de discussie weg te houden van puur instrumentele visies op onderwijs.”

Goed onderwijs

“Goed onderwijs vraagt om een brede visie op de vorming van een persoon. Dit beeld is bij mij deels geïnspireerd door de vrijeschool,” vertelt Biesta. Zijn vier kinderen, inmiddels volwassen, bezochten de vrijeschool in Nederland en Engeland, waar hij in 1999 met zijn gezin naartoe verhuisde. “We hadden aanvankelijk geen ervaring met de vrijeschool, maar hadden wel het idee dat dit de vorm van onderwijs was die goed zou kunnen zijn voor onze kinderen. Voor sommige van onze kinderen bleek dat inderdaad zo te zijn.” Ondertussen is hij goed bekend geraakt met het vrijeschoolonderwijs.

Zijn verhaal is echter geen “vrijeschoolverhaal”. Het is een brede visie op waar het onderwijs aandacht aan zou moeten besteden. “In veel landen volgen ze beleidsmatig een smal spoor met veel prioriteit voor taal en rekenen. Veel van de mensen die in het onderwijs werken weten echter dat het daar niet alleen om gaat. Docenten zeggen me: ‘We worden afgerekend op examencijfers, maar we doen zoveel meer!’. En terecht. Ik doe wel eens een gedachte-experiment: wat zou er gebeuren als alle docenten daadwerkelijk eens een dag alleen zouden doen waar ze op afgerekend worden en niets anders dan dat? Ik denk dat het hele onderwijs uit elkaar zou vallen!”

Pedagogiek

Biesta constateert dat de pedagogiek in de Nederlandse wetenschappelijke wereld sterk is gemarginaliseerd. “De vragen rondom opvoeding en onderwijs zijn deels overgenomen door de ontwikkelingspsychologie die onderwijs en opvoeding vooral als een begeleiding van de kinderlijke ontwikkeling ziet, en deels door de onderwijskunde, die vooral naar de technische kant van het onderwijs kijkt, bijvoorbeeld naar de effectiviteit van interventies. De normatieve vraag over wat goed onderwijs is of zou moeten zijn, wordt daarbij niet vaak meer gesteld. Dat heeft iets te maken met de idee dat wetenschap niets met normativiteit van doen zou mogen hebben. Maar ook met een visie op wetenschap die dingen vooral in cijfers wil uitdrukken. Vragen over waarden hebben daar geen plek in.” Dit laatste is vooral kenmerkend voor de situatie in Nederland, volgens Biesta. In Engeland trof hij een hele andere academische cultuur aan, waar dit soort onderscheidingen niet op deze manier aan de orde zijn. “Normatieve vragen worden er gezien als legitieme vragen in onderwijsonderzoek.” En lachend: “Soms zeg ik wel eens dat er te weinig cijfers zijn in het onderwijsonderzoek in Groot-Brittannië!”

Helaas is dat niet direct van invloed op de onderwijspraktijk. Het onderwijs in Engeland wordt gestuurd door een conservatieve onderwijspolitiek, die sterk gericht is op afrekenen en presteren. Hoe verhoudt zich dat elkaar? Biesta: “De wetenschap bedient vooral docenten in dat systeem die weten dat er meer is. Die volgen een master om hun horizon te verbreden en in het systeem te overleven.” Hij ziet dat veel leraren teleurgesteld raken en na een aantal jaar het onderwijs verlaten, maar er zijn er ook die in staat zijn binnen het systeem te navigeren. “Er zijn leraren die ‘tweetalig’ worden, die hebben geleerd de taal te spreken van de politici en de inspectie, maar beschikken daarnaast over een taal die gaat over wat écht belangrijk is in het onderwijs.”

Volwassen willen zijn

Zijn favoriete formulering van de bedoeling van onderwijs en opvoeding is ‘kinderen te helpen om op een volwassen manier in de wereld te willen zijn’. Hij neemt onderwijs en opvoeding samen. “Het is verleidelijk om opvoeding in het gezin te plaatsen en onderwijs in de school. Ik gebruik liever de term ‘onderwijspedagogiek’ om het onderwijskundige en pedagogische bij elkaar te houden en daarmee uit te drukken dat de normatieve vragen altijd eerst komen.”

Volwassen zijn is volgens hem niet de uitkomst van een ontwikkelingsproces, maar een kwaliteit van hoe we in en met de wereld zijn. “Voor mij is het een existentiële kwaliteit die te maken heeft met de manier waarop we omgaan met onze wensen en verlangens. Als we echt in de wereld willen zijn, dus niet alleen ‘dikke ik’ willen blijven, moeten we iets met de ‘andersheid’ van de wereld. Daar opent zich een perspectief op volwassen in de wereld zijn, gebaseerd op de vraag of wat ik wens of verlang ook inderdaad wenselijk of verlangbaar is. Of het goed is, voor mijn eigen leven, mijn leven met anderen en mijn leven op deze planeet.” Hij ziet opvoeding en onderwijs vooral als plekken waar we met deze vraag zouden moeten kunnen oefenen. “Het is aan de leraren en ouders om hiervoor de mogelijkheden aan te bieden.”

Biesta spreekt in dit kader liever niet over verantwoordelijkheid. “Dat is voor mij iets als ‘je moet’, wat het snel in de sfeer van morele instructie brengt. Ik heb geprobeerd naar taal te zoeken die de dynamiek weergeeft.” Voor hem is het willen cruciaal, ook omdat onderwijs uiteindelijk gericht moet zijn op de vrijheid van kind en jongeren. “Het gaat er niet om kinderen en jongeren zo te trainen dat ze volwassen in de wereld gaan zijn - dan blijft het een trucje dat op korte termijn wel kan werken, maar op lange termijn vermoedelijk niet - maar om een verlangen te wekken om op die manier in de wereld te willen zijn.” De vorming van de wil is voor Biesta een super belangrijk vraagstuk. “Ik zie de wil als een kracht die zowel positief als negatief ingezet kan worden. Wat betekent het om mens te zijn in deze wereld? Dat is niet hetzelfde als motivatie, dat vanuit meer het ‘ik’ gedreven wordt. Juist op het gebied van de wil ligt een belangrijke opdracht voor het onderwijs en de opvoeding. Volgens mij heeft het vrijeschoolonderwijs hier als een van de weinige onderwijssoorten nog expliciet aandacht voor. Het zou mooi en belangrijk zijn als deze expertise zichtbaar en deelbaar gemaakt zou worden!”

Infantiliserend onderwijs

Dat veel ouders, als tegenreactie op de prestatiegerichte cultuur op scholen, steeds vaker kiezen voor scholen die de persoonlijke ontwikkeling van kinderen hoog in het vaandel hebben, is volgens Biesta te begrijpen. “Maar,” waarschuwt hij, “kindvriendelijkheid kan snel omslaan in infantiliserend onderwijs. Onderwijs moet ook lastig zijn, confronterend, onderbrekend, zoals ik het wel noem. Niet om daarmee kinderen te onderdrukken of te beperken, maar vooral om ze te bevrijden uit een gevangen zijn in hun eigen wensen en verlangens.”

De gedachte dat we in de samenleving plekken moeten hebben om volwassenheid te oefenen, is vooral van belang wanneer die samenleving zelf infantiliserende trekken vertoont en ons niet voortdurend aanspreekt op onze volwassenheid. “Dat wordt zichtbaar in onze kapitalistische maatschappij, die er uiteindelijk op gericht is dat we meer spullen kopen door voortdurend nieuwe behoeften te creëren. Mode is hier het duidelijkste voorbeeld van. Het is interessant om te zien hoe bedrijven als IKEA en Apple de logica van de mode naar het domein van meubels en computers en telefoons hebben weten te verplaatsen, zodat we ook daar steeds maar nieuwe en andere dingen willen. In zo’n samenleving, die voortdurend tegen ons zegt dat we meer dingen zouden moeten willen, in plaats van ons de vraag stellen of dat wel goed voor ons is, is het belangrijk een vrijplaats te hebben waar een ander geluid gehoord kan worden. Daar ligt een belangrijke taak voor de school.”

Opdracht

Veel vrijescholen communiceren met de slogan “worden wie je bent”. Een aantrekkelijke slogan, vindt Biesta, maar voor hem bevat deze nog niet de juiste boodschap. Hij geeft de voorkeur aan “worden wie je moet zijn”. “Voor mij is het een soort opdracht. De wereld is geen winkel waar we even naar binnen lopen om te kiezen wie we willen zijn. Menszijn heeft alles te maken met de manier waarop we omgaan met hetgeen we op ons levenspad tegenkomen. Daar hebben we niet altijd in te kiezen. En we moeten ook niet de ambitie hebben om alles terug te willen brengen tot een keuze. Niet alles wat we in ons leven tegenkomen zal even prettig zijn of goed passen, maar zo blijft hetgeen dat écht iets van je vraagt niet buiten beeld. En het is in de manier waarop we die vragen op ons nemen, dat we iets realiseren van wat het betekent om mens te zijn.”

Gert Biesta is hoogleraar pedagogiek en onderwijskunde aan de Brunel Universiteit Londen en gasthoogleraar (kunst- en cultuureducatie) bij ArtEZ, Hogeschool voor de Kunsten, in Arnhem. Hiervoor werkte hij bij universiteiten in Luxemburg, Schotland (Universiteit van Stirling), Engeland (Universiteit van Exeter) en Nederland (Leiden, Utrecht en Groningen). Sinds begin 2015 is hij geassocieerd lid van de Onderwijsraad. Ook is hij een van de coördinatoren van SIG 25 van EARLI, de Europese vereniging voor onderzoek en leren en onderwijzen. Biesta studeerde pedagogiek en filosofie. Daarvoor was hij tien jaar natuurkundeleraar in het gezondheidszorgonderwijs.’
Het staat er niet bij, maar dit artikel verscheen eerder in Motief nummer 196 van oktober 2015. Dat u het maar weet.

Waarmee deze aflevering van Antroposofie in de pers helemaal gevuld is met wat er in Motief en Antroposofie Magazine staat, en dan nog alleen wat op beider websites is te vinden. Dat zegt toch heel wat, zou ik zeggen.
.

2 opmerkingen:

barbara2 zei

das blog hat das kritische 7. Jahr gut überstanden ;-) herzlichen Glückwunsch zum übersprungenen Jubiläum smonat

Michel Gastkemper zei

Vielen Dank, Barbara! Du bist eine sehr treue Besucher, seit dem Anfang. Leider ist ein Blog heute nicht mehr den adäquatesten Medium für publizistische Aktivitäten…

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)