Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

vrijdag 20 februari 2015

Community AG


Het beloofde nieuwe beeld vanuit Edinburgh. Uitzicht in de richting van Holyrood Palace.

Het is niet dat ik het niet heb opgemerkt, maar ik had geen tijd genoeg om het hier te presenteren. En nu moet het er toch eens van komen. Te meer er nu een derde nieuwsbrief is uitgekomen. Ik heb het over de ‘NVAZ Nieuwsbrieven’:
Ik begin maar gewoon bij het begin, hoewel het daardoor wel een lang verhaal wordt. Het meest recente komt hierdoor achteraan. Even voor de duidelijkheid: NVAZ staat voor de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders. De ‘Nieuwsbrief NVAZ uitgave 1 zomer 2014’ had als thema ‘Bruggen bouwen’:
‘Een nieuwe nieuwsbrief van de brancheorganisatie van antroposofische zorgaanbieders is geboren! Wij hebben haar de naam COMMUNITY AG gegeven. Omdat in een community mensen met een gezamenlijk doel, interesse of ideeën verbonden zijn. En omdat zij met elkaar communiceren en werken om samen meer te weten of te kunnen dan ieder afzonderlijk. Community is de essentie van onze brancheorganisatie. Dat betekent overigens niet dat we ons hierin tot onze eigen “familie” beperken. Bruggen bouwen naar anderen is het motto!

De nieuwsbrief heeft als één van de doelen, om u verder te vertellen over de wijze waarop er binnen de AG nieuwe wegen worden gezocht om zaken te realiseren. En hoe men hierbij schijnbare tegenstellingen overbrugt.

Doelstelling nieuwsbrief

– Belichten van maatschappelijk relevante bijdragen van antroposofische zorg
– Korte impressies geven van antroposofie- gerelateerde onderwerpen in de maatschappij
– Onderwerpen bieden op het snijvlak van antroposofische zorg en samenleving
– Uitwisseling op gang brengen tussen medewerkers in de antroposofische zorg: hun vragen, discussies en oplossingen
– In beeld brengen van best practices in de antroposofische zorg die aansluiten bij de tijdgeest
– “Sense of coherence” bevorderen in het AG-veld (community)
– Communiceren van visie en ontwikkelingen binnen NVAZ’
En hoe deed men dat, die eerste keer? Het eerste artikel is getiteld ‘Waar staat de NVAZ?’
‘John Benjamin is programmacoördinator van de NVAZ en van hem komt het idee om in relatie tot de herpositionering van de NVAZ, de nieuwsbrief nieuw leven te blazen. Hoe kijkt hij naar de rol van de NVAZ in deze tijd, wat zijn voor hem de zaken waar hij werk van wil maken?

In dialoog treden met de tijdgeest

John Benjamin is in eerste instantie verrast dat hij zelf ook geïnterviewd wordt. Maar als dit moet, dan gaat hij er eens even goed voor zitten. Hij is een mens met een missie die niet voor niets op de stoel van programmacoördinator van de NVAZ terecht is gekomen.

Jarenlang heeft hij in de 2e lijnszorg van binnenuit het krachtenveld ervaren van het geheel van antroposofische zorgorganisaties. Nu tracht hij een bijdrage te lever en door vanuit de zijlijn samenhang en gezamenlijkheid te stimuleren in het veld. Hij predikt niet – daar is hij geen type voor – maar hamert desondanks in verschillende bewoordingen op de noodzaak tot samenwerken met niet-antroposofen zoals dat bijvoorbeeld gebeurt met Integrative Medicine.

Invloed en bekendheid vergroten

Benjamin: “Wij zijn een kleine niche-speler. We moeten pro-actief naar bondgenoten zoeken. We moeten coalitiepartners met overeenkomende principes aan ons binden, professionals met een regulier erkende basis en een complementaire plus...

Geen kwakzalvers dus. Maar collega’s met een overeenkomend waardesysteem. Zo kunnen we meer invloed uitoefenen en meer stem laten horen in de maatschappij. We hebben als antroposofische zorg jarenlang een overwegend naar binnen gericht bestaan geleid. Nu is het de hoogste tijd dat we meer naar buiten treden. De antroposofische zorg heeft veel te brengen! Hoe zoek je een weg om dat bij meer mensen bekend te maken? We willen al dat moois graag aan de man brengen, maar weten nog onvoldoende hoe.”

Volgende stap

Benjamin is door zijn ervaringen in het veld overtuigd geraakt van het feit, dat een omvorming nodig is. Iedere antroposofische zorgverlener heeft, zo vindt hij, een aandeel in dit omvormingsproces. Het gaat erom dat ieder hierin zijn eigen verantwoordelijkheid neemt. “Kijk,” zegt Benjamin, op gedecideerde toon, “de antroposofie is met haar werkgebieden tot nu toe een heel eind gekomen. Zij heeft een positie bereikt, en een maatschappelijke vanzelfsprekendheid, mede door de grote hoeveelheid vrije scholen en zorginitiatieven. De oudere generaties hebben veel werk verricht. Nu is heel nadrukkelijk een volgende stap nodig; we kunnen niet op onze lauwer en gaan rusten.”

Missie NVAZ

John Benjamin: “De NVAZ is er niet om de antroposofische zorg als niche in stand te houden. De NVAZ is het vehikel om een brug te vormen naar de samenleving en de tijdgeest. Het gaat over de toegevoegde waarde die de antroposofische zorg kan bieden in vraagstukken en thema’s die nu en in de nabije toekomst in de samenleving aan de orde zijn. Vraagstukken waarin de antroposofische visie vaak met node gemist wordt.”

Handelen

De NVAZ kan slechts in haar missie slagen als zoveel mogelijk mensen mee willen bouwen aan deze brug. John Benjamin zegt: “Je opdracht als bewust mens die zich verbonden weet met de antroposofische grondbeginselen is meerwaarde toevoegen aan de manier waar op mensen in deze tijd denken of handelen. Dat betekent: Doen! Sta op en ga! Doe de deur open! Ga onbekende oorden verkennen! Handel zonder dat er een weg is uitgestippeld en zonder dat je weet wat de uit komst van jouw weg zal zijn.”

– Danja van der Meer’
Dit was de zomereditie van vorig jaar. Dat verklaart ook het volgende enigszins onbekommerde interview (in de derde editie komt de instelling opnieuw aan bod, maar dan gespannener), ‘Lievegoed GGZ creëert kansen uit beperkingen’:
‘Age van der Veer (1955), sinds 2008 werkzaam als directeur GGZ bij Lievegoed, heeft van de nood een deugd gemaakt. Hij wist samen met therapeutica in Nederland goede invulling te geven aan de grote veranderingen die de overheid doorvoerde in de GGZ. Wat in eerste instantie als een experiment begon, blijkt nu een veelvoud aan gunstige effecten met zich mee te brengen. Wat heeft hij precies gedaan? En vooral ook: Hoe heeft hij dat gedaan?

Age van der Veer zit ontspannen aan de tafel van zijn werkkamer in Berg en Bosch (Bilthoven). Een kleurrijke bos tuinbloemen, nog net niet uitgebloeid, staat op tafel te pronken. We zijn al in gesprek voordat ik goed en wel ben aangeschoven. Over verzekeraars gaat het. En over diagnose-behandelcombinaties. Maar daarna: ter zake.

Wat was de aanleiding voor de nieuwe koers bij Lievegoed GGZ?

“Het ministerie van VWS heeft samen met verzekeraars en de koepel van GGZ-organisaties een bestuurlijk akkoord getekend over de toekomst van de GGZ tot het jaar 2020. Het belangrijkste uitgangspunt in dit akkoord is dat de zorg meer rondom de patiënt georganiseerd dient te worden en niet de patiënt rond de zorg. Zoveel mogelijk dienen patiënten ambulant behandeld te worden in hun eigen woonomgeving. Opname werkt de hospitalisatie in de hand en het is natuurlijk veel duurder. Daarom moet elke GGZ-instelling in Nederland ca. 30% van de beddencapaciteit in een aantal jaren afbouwen, en omzetten in ambulante zorg.”

Hoe wordt de ambulante zorg georganiseerd?

“De huisarts is de poortwachter tot de GGZ behandeling. Stel, je gaat naar je huisarts omdat je je de laatste tijd wat lusteloos en depressief voelt. De huisarts stelt vast dat het om een milde depressie gaat, dan kom je terecht in de Basis GGZ. Als het om een (zeer) complexe aandoening gaat heb je gespecialiseerde GGZ nodig. De huisarts krijgt van de verzekeraars een budget om een zgn. POH GGZ (praktijkondersteuner huisarts) aan te stellen, die kennis en ervaring heeft met GGZ-ondersteuning en de huisarts ondersteunt bij zijn GGZ werkzaamheden. De basis GGZ kan door Lievegoed worden geleverd in het Therapeuticum. De gespecialiseerde GGZ zal veelal worden aangeboden op één van de locaties van Lievegoed zelf omdat meer behandeldisciplines zijn betrokken.”

Hoe realiseer je de gewenste toename van ambulante zorg?

“Vanaf januari 2013 ben ik op ronde gegaan door het land. Ik heb met veel Therapeutica gesproken. Ik heb hen de situatie uitgelegd en gevraagd: kunnen we hierin samenwerken? En als jullie hier positief tegenover staan, wat zouden jullie dan willen? Het blijkt dat deze ‘antroposofische 1e lijn gezondheidscentra’ diverse redenen hadden om een samenwerking te zoeken. Sommigen hadden behoefte aan een psychiater of psycholoog. Anderen misten bepaalde kunstzinnige therapeutische specialismen. Uiteindelijk is er nu met 16 Therapeutica in Nederland een samenwerkingsverband aangegaan. Lievegoed levert de behandelaren die aanvullende waarde hebben voor het Therapeuticum. Daarnaast voegt zij aan alle Therapeutica een hoofdbehandelaar toe conform de regels van de verzekeraars en VWS. In de meeste situaties is dit een GZ psycholoog. Deze deskundigen blijven in dienst van Lievegoed. Zo hebben we in aansluiting op een bestaande infrastructuur tot op heden bij 16 therapeutica een ambulant behandelaanbod gecreëerd die ook aan de eisen van de zorgverzekeraar voldoen. Lievegoed en Therapeutica hebben de inspanningsverplichting om te zorgen dat de behandeling in deze opzet binnen de productieafspraken die Lievegoed met de verzekeraars heeft gemaakt, valt.”

Wat levert het allemaal op?

“Als eerste wil ik noemen het versterken van het antroposofisch behandelaanbod. Hier is echt sprake van 1 + 1 = 3. Het is ook heel fantastisch dat we door samen te werken, antroposofische therapieën in de Basis GGZ kunnen toepassen. We kunnen samen met Therapeutica naar buiten treden en ons nog meer op de kaart zetten en aan onderlinge kennisoverdracht en deskundigheidsbevordering doen.

En voor Lievegoed is het heel goed om zich op deze wijze met d e samenleving te verbinden. Dat we een vorm hebben waarin cliënten inderdaad zo dicht mogelijk bij hun huis behandeld worden, zonder dat we de verbinding verliezen.”

“Last but not least: binnen de Therapeutica zit over de hele linie een hoog gehalte aan antroposofische kennis. Wij hebben er als Lievegoed voor gekozen om serieus werk te make n van onze antroposofische identiteit. We kunnen hierin veel van de Therapeutica leren. En ook andersom kan de expertise van Lievegoed een toegevoegde waarde hebben voor de Therapeutica. Het lijkt me mooi om bijeenkomsten te gaan organiseren waar ‘binnen’ en ‘buiten’ samen uitwisselen en el kaar als één ‘familie’ ontmoeten.”

– Danja van der Meer’
Dan is er nog deze ‘Column’ van Albert de Vries, ‘Eigen regie’:
‘Eén van de speerpunten van de overheid bij de ontwikkeling van de gezondheidszorg is het stimuleren van de eigen regie van de cliënt/patiënt. Je denkt dan in eerste instant ie aan een gesprek met de cliënt over wat hij zelf wil, wat hij zelf gaat doen en wie hij erbij ingeschakeld wil hebben om te help en. Maar leidt dat tot eigen regie?

Een ervaring: Een deelneemster vertel t op de cliëntenraad van de landgoed-zorgboerderij: “Ik ben blij met het initiatief dat we af en toe gezamenlijk rondlopen over het landgoed en kijken wat er nodig is. Dat we dat opschrijven op het whiteboard, waarop we elke ochtend kijken naar welke klussen er vandaag gedaan moeten worden. En dat wij zelf ook in de loop van de week zaken er bij mogen schrijven van wat wij zien. Dat is beter dan wanneer alleen de begeleiding vertelt wat wij moeten doen. Ik voel me nu ook verantwoordelijk voor het werk en het landgoed.”

Verrassend; dus niet vragen wat de cliënt zelf wil, maar de cliënt zelf laten kijken naar wat er in zijn/haar omgeving nodig is. Dat motiveert om zelf een klus beet te pakken. Dat bewerkstelligt een beleven van eigen regie. Eigen regie ontstaat via een activiteit en niet door iets te bedenken. Dat geldt dan zeker alleen voor zaken waar het eigen gedrag aan de orde is. Geldt dit ook voor lichamelijke ziektes? Of is die scheidslijn tussen gedrag en lichamelijke ziekte niet zo scherp? Laten we eens naar iemand met hooikoorts kijken. Wanneer hij kijkt naar zijn omgeving met de vraag wat daar nodig is en dus aan het werk is, dan treedt er doorgaans geen hooikoorts op. In het weekend of ’s avonds bij het inslapen overvalt hem opeens de hooikoorts tot hij lam geslagen zich aan hogere machten overgeeft en in slaap valt.

Eigen regie is een vraag van “overkomen mij de dingen, of kan ik een eigen antwoord geven op wat zich aandient.” Dit speerpunt van de overheid kan een afwijzende allergische reactie oproepen: “Dit is een dekmantel voor de zoveelste bezuinigingsoperatie in de zorg.” Of juist: “Ja, deze noodzaak om efficiënter en effectiever te zijn nodigt uit om nog meer de wezenlijke kern te pakken. Daarmee komen we in onze ontwikkeling verder!”

Ook de NVAZ wil een stap naar meer eigen regie. In plaats van door het bestuur of een ALV bepaalde programma’s uit te laten voeren, beschrijven leden wat zij zien dat nu aan de orde is. Leden organiseren zich om een klus op de bij hen passende manier, geven hier vorm aan en berichten daarvan aan het bestuur en de ander e leden. Eventueel vragen ze hulp voor ondersteuning in menskracht of financiën.

albertdevries@academievoorervarendleren.nl’
We gaan meteen door naar de ‘Nieuwsbrief NVAZ uitgave 2 herfst 2014’ met als thema ‘Werk aan de winkel’. De eerste tekst gaat over ‘Transitie in de zorg’:
‘De NVAZ en de sector Beroepsverenigingen organiseerden op 27 september j.l. een werkconferentie onder de titel: Transitie in de zorg – consequenties en strategie antroposofische gezondheidszorg.

Doelstelling van deze conferentie:
– meer inzicht te krijgen in de transitie in de zorg (met name de WMO)
– de mogelijkheden te onderzoeken om hier als individuele professional en antroposofische gezondheidszorg ondernemend op in te spelen
– de kansen die er liggen volop te gaan benutten.

Andreas Reigersman (foto) is er heel helder over, over de redenen van de transitie. Hij zegt: “Ons zorgstelsel is onbetaalbaar geworden (€ 84.000.000.000 per jaar). We moeten de zorg beter organiseren. De zorg moet dichterbij de mens komen (maatwerk ter plekke). We moeten meer beroep doen op zelfredzaamheid. De traditionele visie is onomstotelijk failliet.”

De sfeer, inhoud en gebeurtenissen evenals de sprekers en inleiders op de conferentie staan goed en uitgebreid beschreven in de eerste editie van de digitale krant over de transitie, die speciaal aan de conferentie is gewijd. Interesse? Klik op onderstaande link om toegang te krijgen tot deze speciale “conferentienieuwsbrief”. Link naar de conferentienieuwsbrief

In deze Community AG trachten we aan de hand van een aantal kernvragen de inhoud en betekenis van de “centrale conferentie-items” zonder naam en toenaam samen te vatten in een verslag op hoofdpunten.

Wat gaat er precies veranderen?

Onderstaande link naar de infographic van Vilans (kenniscentrum voor de langdurige zorg) geeft aan wat de verschillende herzieningen in het zorgstelsel en de gevolgen daarvan zijn. Link naar de infographic

Welke veranderingen bedreigen de AG?

– Antroposofie niet in WLZ vergoeding
– Dekking bij verzekeraars voor alternatieve zorg brokkelt af
– Gemeentes bezuinigen 35% op dagbestedingsgelden
– 400 gemeenten hanteren ieder eigen wijze van aanbesteding en selectie
– Als eenling kom je niet aan tafel bij een gemeente, zo leg je geen gewicht in de schaal
– Te aanbod gericht offreren brengt niet over welke vraag je kunt bedienen

Conclusie: Het veld van keuzes wordt voor je bepaald. Je eigen keuze wordt steeds belangrijker. Er wordt je de ruimte geboden om te ondernemen. Je kan die ruimte groter maken als je zelf kiest en regie neemt. Als je dat niet doet kom je in de wachtstand.

Welke kansen liggen er voor de AG?

– Diverse zorgprogramma’s die onder een voor gemeente herkenbare noemer van ketenzorg worden aangeboden voor totale pakket WMO
– Therapeuten zijn onderdeel van diverse zorgprogramma’s die regionaal en /of landelijk worden samengesteld en regionaal worden gecontracteerd
– Jeugdhulp: wat doen we op het vlak van preventie en hulpverlening?
– Zorgprogramma ouderenzorg waarin ook: activeren ouderen, preventie dementie
– Mantelzorg: gemeenten hebben er geld voor over
– Groepsconsulten
– Aanvullende verzekeringen

Hoe zijn deze kansen te verzilveren?
1 Er kan heel veel worden gedaan. Het vraagt allereerst om samenwerking. Als je de kansen wilt benutten die er in grote getale zijn, is het nodig dat mensen zich verenigen. Het is nodig dat er groepen ontstaan rondom zorgprogramma’s. Dat er hoofdaannemers komen. Dat samenwerking gezocht wordt met lokale reguliere aanbieders, met wijkteams, “zorgopnemers”. Dwarsverbanden, treintjes, kringen, ketens van zorgprofessionals; het zijn de nieuwe samenwerkingsvormen die het verschil zullen gaan maken.

2 Je zult aan de bak moeten om de toegevoegde waarde naar buiten te dragen. Altijd eerst langs de lijntjes die je kent. Contact maken, laten zien (film, foto’s?) wat je doet. Vertellen wat je doet en wat de toegevoegde waarde is. Mensen er iets van laten meemaken als dat kan. De elevator pitch. Niet makkelijk maar wel belangrijk. Het is de kern van de zaak.

3 Ook de inkopers en financiers van de zorg zijn uitermate belangrijk als het gaat om verzilver en van kansen. Kent iedereen zijn zorgfinanciers? Wie heeft er al een contract met een gemeente? Wat is het zorginkoopbeleid van de verzekeraars? Biedt dit mogelijkheden? In hoeverre ga je achter onverwachte kansen aan? (Philadelphia red.)

De NVAZ is op dit moment druk bezig om de uitkomsten van deze conferentiedag uit te werken in een vervolgprogramma “Transitie in de zorg”. In de speciale nieuwsbrieven die nog zullen volgen en in deze Community AG nieuwsbrief houden we u op de hoogte van de voortgang in dit project.’
Er staat nog meer in deze herfsteditie, maar wij gaan gauw door naar de conferentienieuwsbrief ‘Transitie in de zorg. Consequenties en strategie Antroposofische Gezondheidszorg. Verslag werkconferentie 27 september 2014’. Voorwoord en programma kan ik hier helaas niet weergeven, maar wel een aantal teksten dat daarna komt:
‘Even leek het alsof hogere machten de werkconferentie van de NVAZ in Zeist niet welgezind waren, want nadat dagcoördinator John Benjamin met moeite een werkzame verbinding tot stand had gebracht tussen laptop en beamer, bleken de draadloze microfoons van de zaalversterking met geen mogelijkheid aan de praat te krijgen. Terwijl de ruim honderd deelnemers hun plekje in de zaal opzochten, luidde de berustende conclusie: “Dan maar zo!” Transities bieden ook kansen.

Nadat Peter Staal de ruim honderd aanwezigen welkom had geheten en bestuursvoorzitter Pim Blomaard de positie en rol van de NVAZ als koepelvereniging had toegelicht, was het aan Andreas Reigersman om uiteen te zetten wat er op 1 januari precies gaat veranderen voor zorgverleners in ons land. Hoe actueel de problematiek is, illustreerde hij door te vragen wie van de aanwezigen al een contract met zijn of haar gemeente had afgesloten. Van de ruim honderd aanwezigen staken er slechts drie een hand op! Terwijl hij punt voor punt de belangrijkste wijzigingen doornam, benadrukte Andreas bij herhaling dat de werkelijkheid complexer was dan hij in kort tijdbestek kon behandelen. Enerzijds onderstreepte hij de negatieve gevolgen van de transities en wees daarbij op enkele nog nauwelijks benoemde verslechteringen waarmee die gepaard gaan – bij de AWBZ had je nog het recht om aanspraak te maken op de regeling; bij de Wmo 2015 niet meer – maar hij benadrukte toch vooral dat de transities ook kansen bieden. Als voorbeeld gaf hij de strategische keuze om bij onderhandelingen met de gemeente in te zetten op het contracteren van zorgprogramma’s inclusief therapeut, zodat je als zorgverlenende zzp’er niet in je eentje staat. Bij grotere gemeenten kom je als eenling sowieso niet aan tafel om mee te dingen naar zorgcontracten. Verder moeten antroposofische zorgverleners volgens Andreas beter beseffen en vervolgens duidelijker aangeven wat hun meerwaarde is en wat zij exclusief in de aanbieding hebben. Zij onderscheiden zich immers van zowel reguliere als alternatieve zorgverleners, aangezien ze naast hun reguliere opleiding extra geschoold zijn. Dus niet “alternatief” maar “regulier-plus”. Ook de kosteneffectiviteit van zorg op antroposofische grondslag en de hoge CQ-index (patiënttevredenheid) komen volgens Reigersman nog altijd onvoldoende in beeld. Besef je waarde en draag die uit!

Christof Zwart, zelf huisarts te Haarlem, hamerde vervolgens nog eens stevig op de “unique selling points” van antroposofische zorg met betrekking tot specifieke doelgroepen als demente ouderen en kinderen. “Niemand anders heeft zo veel nonverbale therapievormen in de aanbieding als wij!” “Zijn kinderen praters? Nee? Juist. Wat heeft het dan voor zin om met gesprekstherapie aan te komen?” Verder wees hij op de opvallend positieve resultaten die bij dementerende ouderen worden behaald met creatieve en muzikale werkvormen.’
Ik ga door naar pagina 9:
‘Andreas Reigersman is werkzaam als adviseur en interim manager in de gezondheidszorg en het sociale domein. Dit doet hij als partner bij hict daadkracht. Naast zijn werkzaamheden is hij toezichthouder bij ondermeer DeSeizoenen BV en Stichting Boogh en lid van het bestuur van Antroposana. Tot enige jaren geleden was hij in verschillende directiefuncties werkzaam in het bank- en verzekeringswezen, ondermeer bij Triodos en Van Lanschot. Bij de NVAZ maakt hij deel uit van de commissie zorgverzekeringen.

Zorgverzekering: aanvullend of integratief vergoedingssysteem? De aanvullende verzekering biedt in afnemende mate dekking voor antroposofische medicijnen en therapieën. Men zegt dat dit komt door:
– Antroposofie hoort bij “alternatief” en is niet wetenschappelijk bewezen
– Mensen die zo met hun gezondheid bezig zijn duurder zijn omdat zij meer zorgmiddelen gebruiken
– Dat mensen alleen nog maar kleine modules willen kunnen kiezen van een paar euro
– Het schot tussen basisverzekering waar de overheid de dekking voor bepaalt en de aanvullende kan antroposofische zorg niet tot wasdom komen.

Waarom lijkt de (vergoedings) ruimte voor de antroposofische geneeskunde kleiner te worden, kloppen deze argumenten, maar vooral: wat willen, kunnen en gaan we hier aan doen?

“We bieden straks geen therapie maar een product!”


Ik ben Christof Zwart, huisarts in Haarlem en lid van het bestuur van de NVAA en van de zorgverzekeringswerkgroep van de NVAZ. Als ik kijk naar wat de lijn is van alle ontwikkelingen in de zorg dan vallen een paar punten op: zorg wordt steeds meer in ketens georganiseerd, er worden vaker vragen gesteld over effectiviteit en patiënttevredenheid en vooral ook naar de kosten van een behandeling. Tegelijkertijd komen er veel kansen voor de antroposofische zorg. In de gemeentes door bijvoorbeeld zorg te bieden aan mantelzorgers, in de jeugdzorg door samenwerking met psychologen en orthopedagogen non verbale therapieen aan te bieden, in de palliatieve zorg door zorg te bieden rondom zingeving en spiritualiteit, in de ketenzorg door onze eigen ketens te promoten.

Het wordt dus in toenemende mate belangrijk dat we expliciet maken wat we te bieden hebben. Dat je nadenkt over wat je in de praktijk doet en wat dat oplevert. Dat je werkt met doelen: als ik iemand 7 keer behandeld heb, dan is hij daarna in staat om... Dat je ook weet wat zo’n behandeling dan kost. Dan kan je met een concreet project “de boer op”. Dan vraag je niet te verwijzen naar de kunstzinnige therapie, maar om te verwijzen voor jouw behandeling voor bedplassen waarbij kinderen in 10 bijeenkomsten zindelijk worden. Van therapie naar product!’
Dan de tekst vanaf pagina 11, beginnend bij ‘Het verhaal van een patiënt’:
‘Mijn naam is Inica Loe en ik ben al meer dan 33 jaar tevreden “klant” bij de antroposofische gezondheidszorg (AG). Sinds begin 2011 werk ik op het secretariaat van patiëntenvereniging Antroposana; daarnaast schrijf ik artikelen voor ons tijdschrift Stroom. Ik ben dus op meerdere manieren betrokken bij de AG. Mijn verhaal van vanochtend doe ik als gebruikster van de AG, maar ik kan en wil mijn werkervaring bij Antroposana niet erbuiten laten. Interessant is dat het merendeel van de bezoekers aan een therapeuticum niet van oorsprong “antroposofisch” is. Ze komen omdat ze baat hebben bij AG, niet omdat je als soof nu eenmaal naar een antroposofische huisarts of therapeut gaat. De verzuiling wordt waarschijnlijk ook in Antroland minder, net als in de rest van de maatschappij. Die grotere vrijheid biedt kansen maar die moet je dan wel pakken. Zoals mijn zangjuf ooit zei: de appelmoes komt maar één keer voorbij. Te laat is te laat. Dat brengt mij bij mijn stelling van vanochtend: antroposofische zorgaanbieders moeten hun paarse bril afzetten. Niet werken “vanuit de antroposofie”. Wordt mens! Rietje, Pietje en Klaas die bij de bakker een praatje maken over het weer.


Naam: Erik Baars

Werkervaring:

2011 - heden: Wetenschappelijk co-directeur ESCAMP
2007 - heden: Lector Antroposofische Gezondheidszorg, Hogeschool Leiden
2000 - heden: Senior onderzoeker afdeling Voeding & Gezondheid, Louis Bolk Instituut
2000 - 2007: Afdelingsdirecteur/sectieleider Louis Bolk Instituut
1997 - 2002: Coördinator en onderzoeker, Cats-Polm Instituut (onderzoeksinstituut op het terrein van chronische traumatisering)
1994 - 2000: Bureaumedewerker/coördinator, Stichting Antroposofisch Medisch Onderzoek
1993 - 2007: Arts-assistent, Bernard Lievegoed Kliniek
1991 - 1993: Arts-assistent Interne Geneeskunde, Willem Zeylmans van Emmichovenkliniek

Publicaties: meer dan 190 publicaties

Opleiding:

2011: Proefschrift “Health Promotion” (Universiteit Wageningen)
2001: MSc Epidemiologie (Vrije Universiteit, Amsterdam)
1991: Geneeskunde (Universiteit van Amsterdam)

Vraag: Welke onderzoeksresultaten en innovaties heeft jouw discipline/organisatie nodig om goed of misschien zelf beter uit de transities in de zorg te komen?


Tafeldame Cocky van der Linden

Vraag niet wat de NVAZ voor u kan doen, maar wat kunt u doen voor de NVAZ. Praat met ons mee over de toekomst van ons vakgebied binnen de WMO van de gemeente. Wie zijn wij, wat doen wij, hoe doen wij het en wat zijn de resultaten. Eigen regie? Samen sterk? Ja graag, dus hoe gaan we dat aanpakken?

Zijn wij bereid:
– tot samenwerking als therapeuten binnen de specifeke beroepsgroepen of gezamenlijk NVAZ-breed?
– om best practice of product uit ons beroep te presenteren?
– om meer aan onderzoek te doen?
– ons te onderscheiden als antroposofische zorg van de alternatieve collegae?

Mijn naam is Cocky van der Linden. Ik kom uit een Haagse familie waar het motto was: Wil je wat van je leven maken, dan moet je er keihard voor werken. Na de middelbare school, altijd gekozen voor een combinatie van werken en leren. Ik heb onder andere gewerkt bij de Shell en later voor een ander Internationaal bedrijf als verkoopleider. Na een verhuizing naar Zeist, mijn huwelijk en het krijgen van kinderen heb ik tuinarchitectuur gestudeerd en een tuinontwerpbureau opgezet. Na een periode van ziekte heb ik kennis gemaakt met kunstzinnige therapie, waarvan ik mijn beroep heb gemaakt.

Vanuit mijn stage heb ik 5 jaar gewerkt bij GGz Altrecht, psychosomatiek. Bij mijn huis heb ik een eigen praktijkruimte, met een goed lopende praktijk. Daarnaast heb ik als ervaringsdeskundige een inloophuis voor mensen met kanker opgezet.

Om ook maatschappelijk wat voor de vereniging NVKToag te kunnen betekenen, ben ik jaren geleden in het bestuur gekomen, waar ik alweer een tijdje voorzitter ben. Mijn streven is om de beroepsvereniging naar binnen en naar buiten een meer eigentijds gezicht te geven, met behoud van eigen identiteit vanuit de antroposofie.


Tafeldame Lilian Dijkema

Wat valt onder een goede productbeschrijving?

Als je effectieve en betaalbare zorg in wil kopen moet je goed weten met wie je in zee gaat. Aan ons de taak om helder te beschrijven welk product we in de aanbieding hebben. Wat valt allemaal onder een goede productbeschrijving? Sluit je aan bij de tafel om mee te denken en goede ideeën te lanceren.

Lilian Dijkema is werkzaam als kunstzinnig therapeut (beeldend) bij Therapeuticum Calendula te Gouda. Daarnaast is zij bestuurslid van de NVKToag en redactielid van het vakblad Reliëf. Vanuit het bestuur richt zij zich voornamelijk op de transitie in de zorg. Lilian geeft in Gouda therapieën en cursussen die gericht zijn op het ervaren van het leven door middel van kunst.


Peter Staal (1959) is huisarts en antroposofisch arts in Tilburg. Hij studeerde in Amsterdam, waar zijn doctoraalscriptie over de werking van antroposofische geneesmiddelen gingen. Die middelen hebben altijd zijn interesse gehouden. Hij deed zijn huisartsenopleiding in Gent (België) en was vanaf de vestiging in Tilburg jarenlang betrokken bij het bestuur en de certificatencommissie van de NVAA. Tegenwoordig is hij bestuurslid van de NVAZ (Ned. Ver. Antroposofische Zorgaanbieders).

Hij schrijft columns in meerdere bladen over antroposofische geneeskunde en aanverwante zaken zoals de opvoedkunst. Als huisarts ligt zijn interesse bij de kindergeneeskunde en in de samenwerking met collega’s hoe een gezonde sociale verhouding (artsen, therapeuten, patiënten) tot een gezondere samenwerking en dus betere geneeskunde kan leiden. Naast zijn vak is hij getrouwd, heeft kinderen en speelt gitaar.

Voor de World Café heeft Peter de vraag “Kun je sommige dingen niet beter alleen doen dan in een groep?”


Mariel Carré, geb. 22 juli 1951, sinds december 2009 werkzaam als ondernemer in de thuiszorg.

Tot mijn 40e had ik alleen nog maar gelezen en geschreven, eerst als biebjuf in de jeugdbibliotheek, aansluitend, na een studie Engels, als vertaler van jeugdboeken. Tegelijk met het oppakken van een nieuwe studie, theologie (Judaïca), ging ik echter aan de slag als vrijwilliger voor de badbeurten in een verzorgingstehuis. Ik genoot ervan, het was geweldig leuk werk. Ik leerde wat in het contact van mens tot mens altijd het beste werkt: ongedeelde aandacht, warmte, vertrouwen.

Na een jaar werd ik als verzorgende aangenomen in de avond- en weekenddienst van een grote thuiszorgorganisatie, een echte baan-in-de-zorg, met collega’s die van jongs af aan niets anders hadden gedaan. Tot hun grote verbazing ging het me goed af, maar toen ik na zeven jaar geen zorgdiploma's bleek te hebben, vroeg men mij of ik niet als coördinator wilde gaan werken. Dat wilde ik wel.

Het werd een sport om voor cliënten en collega’s lastige praktijksituaties te helpen oplossen. Ik genoot, ook daar, een zekere mate van vrijheid en kon mij inmiddels in bijna iedere zorgsituatie verplaatsen. Zo maakte ik kennis met hele verschillende manieren van werken en ook met de daarbij behorende opvattingen, ideeën en visies. Waar het botste ging ik vriendelijk maar vasthoudend de strijd aan: in mijn werk vertaalde ik de richtlijnen van de organisatie meestal in oproepen tot empathie, tot praktisch samenwerken en flexibele inzet. Mijn mensbeeld, gevoed vanuit de antroposofie, was en bleef daarbij een ankerpunt. De kritiek, die mijn nogal vrije manier van werken wel eens opriep in de organisatie, nam ik voor lief. Met wat humor en geluk liep het vrijwel altijd goed af.

Mijn hele leven veranderde toen ik in 2009 voor het eerst professionele mantelzorg organiseerde voor een goede kennis, die terminaal ziek was. Hij was zich ervan bewust dat een reguliere vorm van thuiszorg niet bij hem paste: “je begrijpt toch wel dat ik mijn eigen dood niet wil missen!” Hij vroeg mij om het voor hem heel anders te regelen. Dat bleek, met behulp van een persoonsgebonden budget ook best te kunnen.

Door zijn zorgvraag, hij was een kunstenaar, ontstond in januari 2010 Pallium Portam: voor warme zorg. Het sprak zich rond, het werd veel werk. Pallium groeide en groeit nog steeds. Tegen de trend in koos ik voor zorg door kleine kringen van vaste mensen, soms anders-opgeleid, maar altijd gemotiveerd tot aandachtigheid en horizontaal samenwerken. Een keer per maand verdiepen zij zich gezamenlijk in de antroposofische achtergronden van de geneeskunst. Dat werkt verbindend. Mensen willen weer een naam hebben, ook en juist als ze zorg nodig hebben of die aan hun medemensen willen geven. Het is bepaald niet toevallig dat bepaalde mensen, door hun zorgvraag, bepaalde zorgverleners nader leren kennen. Warme zorg ontstaat uit ontmoeting en verbinding: het bewustzijn van die wisselwerking tussen mensen kan de zorg verwarmen en verlichten. Zij kan als een helende olie doorwerken in de samenleving, als desem in het brood.


Liesbeth Vree

Met het zoeken naar nieuwe wegen en de kans die me hierin geboden werd ben ik op weg gegaan om preventie en zelfmanagement tot een product te vormen. De vraag naar een benadering waarbij de mens zich gezien weet en waarbij het vermogen zich aan te passen en regie te voeren op functioneren en welbevinden van zichzelf of anderen, is actueel. Antroposofische gezondheidszorg en de theoretische basis hiervan, biedt een kader waaruit men inspiratie kan putten.

Met een multidisciplinaire projectgroep regio Bergen/ Alkmaar is een aanzet gedaan om in de nulde lijn een project neer te zetten voor zorgvragers en zorgondersteuners (ouders, mantelzorgers). Door middel van workshops worden mensen ondersteund, geïnformeerd en vaardigheden geleerd voor praktisch handelen. Tevens worden er sociale netwerken gevormd ter ondersteuning van elkaar. Dit is op zich niet nieuw. Het bewust zoeken naar inbedding in nieuwe regelgeving en samenwerking met gemeenten en organisaties mogelijk wel. Dit is op dit moment in ontwikkeling. Het is nog geen succesverhaal. Het is wel een interessante zoektocht.

Zichtbaarheid vergroten, aansluiten bij nieuwe mogelijkheden en loslaten van oude niet werkzame structuren is een uitdaging. Elkaar zoeken en behulpzaam zijn werkt enthousiasmerend. In een landelijke samenvoeging op dit gebied zie ik een mogelijkheid om dat waar wij goed in zijn, breed en duidelijk zichtbaar, professioneel neer te zetten. Gemeenten kunnen er mogelijk van overtuigd worden dat een duurzaam en degelijk preventiebeleid kostenbesparing oplevert en eigen kracht en regie en zelfverantwoording versterkt.

Mijn vraag als tafeldame voor het World Café is: Zichtbaar worden en aansluiten bij nieuwe ontwikkelingen! Wat zijn de valkuilen en mogelijkheden?


Vraag voor werkconferentie NVAZ 27-09 2014
Een vuist of een wenk..?
Wat te doen met mijn unique selling point?

Erik Beemster (’59) is directeur van Queeste en Midgard, twee instellingen van de Raphaëlstichting in Noord Holland. Queeste biedt diagnostiek, behandeling, begeleiding en verblijf voor GGZ en VGZ. Midgard is een woon-werk-gemeenschap voor ruim 100 mensen met een (ernstig) verstandelijke beperking. Hij is als opgeleid in de systeemtherapie alsmede in de individuele psychotherapie. In 2012 heeft hij de bedrijfsopleiding MBA in de gezondheidszorg afgerond. Naast zijn leidinggevende taak voert hij een eigen (zeer kleine) praktijk voor gesprekstherapie.

In mijzelf weet ik dat ik een idealist ben. Ik voel mij hierin geïnspireerd door de antroposofie. Ik leef met een aantal kernthema's (die tegelijk lastig zijn om te verwezenlijken): oordeelsvrij waarnemen, verantwoording nemen voor samenhang/ecologie/coherentie, salutogenese. Bij de huidige herverdeling van collectieve middelen naar wat nu zorg heet, ligt een enorme uitdaging om met elkaar aan een nieuwe ecologie (gemeenschap in brede zin, incl. omgeving, cultuur etc) te werken. Mensen die zich laten inspireren door de antroposofie (o.a. verenigd in de NVAZ) kunnen hieraan een belangrijke bijdrage leveren. De vraag is hoe.


Derk Klein Bramel

Sinds april 2014 werkzaam als zelfstandig ondernemer met als specialisatie: intervisie, coaching, interim management en les geven in gezondheidszorg en landbouw En dan vooral daar waar er raakvlak is met antroposofie. (Kraaybeekerhof, Warmonderhof, Estafette academie, EMC, AAG, Lievegoed)

Opgeleid als boer en als maatschappelijk werker met als specialisatie groepstherapie. Bijna 40 jaar ervaring in de antroposofische zorg bij achtereenvolgens: Bronlaak, Urtica de Vijfsprong en Lievegoed. Lid van de participatie raad van de gemeente Bronckhorst. Deze raad adviseert B&W van deze gemeente bij de transitie van jeugdzorg, WMO en langdurige zorg (awbz).

Mijn vraag: De gemeenten in Nederland krijgen een hele grote taak en verantwoordelijkheid met betrekking tot het welzijn en de gezondheid van haar inwoners. Hoe kunnen “wij” de gemeente helpen met deze enorme opgave?


Korte impressie van de tafelronde: “Een vuist of een wenk...? Wat te doen met mijn unique selling point...?”

Het is goed om te bedenken wat de dynamiek is achter de drie decentralisaties (WMO, Jeugdhulp en participatiewet), hoewel de bezuiniging die hiermee gepaard gaat dit erg op de achtergrond plaatst. We zien dan ook helaas dat de meeste gemeenten zich nu richten op de transitie (doorschuiven van gelden van de landelijke overheid naar de gemeenten) en minder op de transformatie. Dit laatste betreft namelijk een kanteling van het paradigma van “ziekte en zorg naar gedrag en gezondheid” of “van zorgen voor ... naar zorgen dat...”

We staan voor de opgaven anders om te gaan met collectieve middelen en een herordening/herinrichting van de samenleving. We willen het individu meer ondersteunen in de eigen regie/kracht en het eigen netwerk betrekken bij ondersteuning (mantelzorg). Door deze nieuwe ordening zal de samenleving vitaler en meer coherent (het integratieve vermogen) kunnen worden. Wat goed werkt wordt benut voor daar waar het nog niet goed werkt. Allemaal concepten die we in de antroposofische gezondheidszorg ook kennen. Wordt het daarom niet tijd om de schouders onder déze trend te zetten?

Wat we vandaag horen is vooral de vraag hoe men zich kan positioneren en profileren als therapeut in het veranderende veld. In marketing, maar ook moreel, sla je dan een fase over. De eerste stap is namelijk de legitimeringsvraag. Wie zit er op jou dienst te wachten? Op welke urgentie ga jij in? Wat is jouw meerwaarde en bestaansrecht? Het lijkt erop dat de therapeuten vanuit een zendingsdrift, wel of niet gepaard gaande met een portie eigenbelang, snel willen over gaan naar het smeden van businessplan.

Stel nou dat Minister Schippers gelijk heeft als ze zegt dat als de 0de en 1ste lijn optimaal georganiseerd zijn, dat dan 80% van de gespecialiseerde zorg niet meer nodig is? Stel nou dat met een “civil society” de vraag naar zorg beduidend afneemt? Gemeenten willen ook helemaal niet praten over zorg, ze willen vanuit de WMO mensen ondersteunen in het meedoen (participeren) aan de samenleving. En de versnipperde jeugdzorg wordt “één gezin-één plan” en dat heet geen zorg meer maar gewoon “hulp”. Dan kan de helft van ons een andere baan zoeken...

Maar er is hoop... want ons sociaal kapitaal kan heel goed ingezet worden in die andere samenleving waar aandacht voor elkaar gevraagd wordt, en daar zijn wij heel goed in! AANDACHT GEVEN, maar dan onbaatzuchtig... en wat aandacht krijgt dat groeit. Dan doemt het onderwerp “basisinkomen” ook weer op. Gaan we dan die kant op? Oei... dat is spannend... hoe moet het dan met mijn praktijk? Vandaar de vraag: “een vuist of een wenk...?”

Het zal wel ergens in het midden zitten, soms meer het een, soms meer het ander. Maar durft “over je eigen schaduw te springen” of “out of the box” te denken, een open ruimte in te gaan met alle belanghebbende om te onderzoeken wat de samenleving werkelijk nodig heeft. Wees bezig met de urgentievraag en als je dan met elkaar iets hebt gevonden legitimeert dit je gedrag. En echt, het antroposofisch gedachtegoed biedt vele richtingen, maar stem eerst af waar men op deze inzichten zit te wachten. Zet dan iets in, soms met een vuist, soms wenkend...

Erik Beemster’
Zo, dat was deze speciale uitgave, hoewel er gewoon ‘Editie 1’ boven staat. Dan komen we eindelijk bij ‘Nieuwsbrief NVAZ uitgave 3 winter 2015’, met als ‘Thema Wintereditie 2015 Beweging’:
‘Het is januari 2015. De wereld beweegt aan alle kanten. Ook in de AG is het nodige in beweging. Community AG schenkt er aandacht aan. Zij richt haar focus op wat er plaatsvindt in het veld. Zij vertelt over mensen die in de AG werken. Over ontwikkelingen waar de zorgorganisaties mee te maken hebben. Over wat er gewild en niet gewild wordt. En wat er gedaan wordt, en niet gedaan. En waarom. Zodat iedereen even “bijgepraat” is over wat er gaande is bij collega’s in de Community. En mogelijk – hopelijk – daaruit inspiratie of ideeën opdoet om in het eigen werk mee aan de slag te gaan.’
Het artikel ‘Het openen van de ruimte begint bij de zorgrelatie’ bestaat uit een interview met twee personen:
‘Het meerjarenbeleidsplan 2014-2016 van de Raphaëlstichting heet “Open de ruimte”. Een intrigerende titel die vragen oproept. Community AG sprak met Pim Blomaard (bestuurder Raphaëlstichting) en Astrid van Zon (directeur Rozemarijn). Zij vertellen waarom en waarmee de Raphaëlstichting de ruimte wil openen.

Pim Blomaard: “OPEN DE RUIMTE is niet iets wat bedacht is. Het werd in ons MT geboren: we hebben het gedáán: we hebben een ruimte geopend met elkaar. Als uitvloeisel van deze daad die aanvankelijk had plaatsgevonden hebben we vervolgens een jaar met mensen zitten oefenen. We hadden er geen taal of vorm voor, de woorden zijn pas later verschenen, die zijn in de loop van de tijd naar voren gekomen. Hoe gaat het? Je zoekt naar een kapstok, zet in een ringbandje wat je hebt gedaan, dat kan je veranderen. Het gaat om ervaring en beweging. Uiteindelijk krijg je vormen, maar vormen zijn ook een valkuil. Het klinkt tegenstrijdig wellicht, maar je zoekt vormen die je daarna weer los moet laten. Anders wordt het weer een patroon uit het verleden. Er kan uit iets nieuws zomaar weer een nieuw patroon ontstaan...”

Hoe zal ik dit uitleggen, dit waarom
wat wij vinden niet is
wat wij zoeken?

Laten we de tijd laten gaan
waarheen hij wil,
en zie dan hoe weiden hun vee vinden,
wouden hun wild, luchten hun vogels
uitzichten onze ogen

en ach, hoe eenvoud zijn raadsels vindt.

Zo andersom is alles, misschien.
Ik zal dit uitleggen.

Rutger Kopland

Het A3 formaat beleidsplan OPEN DE RUIMTE opent haar ruimte met een gedicht van Rutger Kopland. Dit trefzeker gekozen gedicht geeft de sfeer aan, waarbinnen de Raphaëlstichting haar koers naar de toekomst wil zoeken. Het geeft een aanwijzing naar het antwoord, dat de Raphaëlstichting op de ontwikkelingen die er in zorg en maatschappij gaande zijn, wil geven.

Hoe wil de Raphaëlstichting deze uitdagingen tegemoet treden?

Niet door de koers wat betreft de zorg 180 graden om te gooien. Maar door trouw te blijven aan de kernkwaliteit van de Raphaëlstichting. Ook, of juist, in deze tijd. Waar hebben we het dan over? Over het bijzondere van ‘gewone’ thema’s als het verzorgen van een helende omgeving, de aandachtige sfeer, de gerichtheid op individuele mogelijkheden, het gemeenschapsleven, de cultuur, de visie op werken.

OPEN DE RUIMTE is een appèl aan alle betrokkenen, niemand uitgezonderd, om de houding en vaardigheden verder te ontwikkelen om die bijzondere kwaliteit steeds opnieuw te kunnen laten ontstaan. En, zegt Pim hierbij: “Het openen van de ruimte begint bij de zorgrelatie: door gedrag bijvoorbeeld te zien als boodschap die jou wekt om iets te onderzoeken.”

“We gaan deze kwaliteit, in antwoord op alle ontwikkelingen (in zorg, maatschappij, tijdsbeeld red.) versterken. Vanuit een onderzoekende houding, open, luisterend en vragend. We voelen ons onderdeel van een beweging die leert om te gaan met de onzekerheid en het niet-weten, die leert te zoeken naar nieuwe vormen, niet eerder gebaande wegen. OPEN DE RUIMTE pag.4-6

“Wij versterken onze kwaliteit aan de hand van vier werkwoorden: wekken, onderzoeken, ondervinden en ondernemen. Zij dienen als baken om te werken aan sociale vaardigheden, aan het creëren van nieuwe vormen en perspectieven.” OPEN DE RUIMTE pag.6

Wekken

Wekken betekent dat je de ander nodig hebt, om iets in jezelf naar boven te halen. En de ander heeft jou hiervoor nodig. Zo kan je tot nieuwe perspectieven komen. Zo kan je iets nieuws gaan doen.

Astrid van Zon: “Dit betekent dat je anderen gaat activeren en stimuleren om hun eigen bron in te zetten. Voor de meeste leidinggevenden is dat een hele omslag. Zij moeten zich bezinnen op de vraag: wat betekent het dat je leidinggevend bent? Om anderen te kunnen wekken moet een leidinggevende zijn statusgevoel loslaten.”

Pim Blomaard: “Het zo doen dat het je energie geeft, nieuwe energie. Het vraagt moed, kunst, en creativiteit om iets anders in te brengen.”

Astrid van Zon benadrukt in dit verband dat kunstzinnige ervaringen enorm ondersteunend zijn om op een andere laag te komen. Schilderen, beeldhouwen, literatuur, dat is allemaal heel helpend, zegt ze.

Onderzoeken

Onderzoeken gaat over het echt goed met elkaar bespreken van lastige situaties, waarin ieder inbrengt wat hij echt vindt en voelt.

Pim Blomaard: ”We merken dat het durven zeggen het moeilijkst is.”

Astrid van Zon: “Natuurlijk kan je weerstand voelen om iets bespreekbaar te maken. Het is dan makkelijk om je af te sluiten, maar in de samenwerking kom je daar niet verder mee. Als je je afsluit ga je uit contact. Hoe zorg ik ervoor dat ik open blijf, dat ik blijf voelen? Dat is de kwestie. Durf je te vertellen wat je op je hart hebt?En kan je horen wat de ander op zijn hart heeft? Als iedereen dit doet is het een gemeenschappelijk proces waar iedereen enorm van groeit.”

Ondervinden

Ondervinden heeft te maken met tot je door laten dringen wat je meemaakt. Invoelen en navoelen in jezelf hoe iets voor je is. Om dat te kunnen moet je even stilstaan, rust inbouwen, een paar minuten vertragen. Zo kan je jezelf leeg maken en “innerlijk tijd creëren” zoals Astrid zegt. Zo kan je merken wat er van binnen met je gebeurt en kan je de stille krachten die je willen helpen beter voelen.

Pim Blomaard: “Met de stilte werken: in de hele organisatie gebeurt dat op veel plekken. Je kan ook een meditatieve oefening doen op het congres gezonde zorg of een oefening, een eenvoudig spelletje. Alles is goed als we hierdoor even uit de woorden weggaan.”

Ondernemen

Ondernemen gaat over het zelf ruimte nemen om initiatieven te ontplooien. Maar ook over ruimte krijgen van anderen om dit te doen. Het vraagt van je, dat je je eigen voorstelling van hoe het moet loslaat. Dat je je meer door je intuïtie laat leiden, en ernaar handelt.

Astrid van Zon: “Ons doel is om de werkvloer veel meer mee te laten participeren. We vragen woonhuizen en werkplaatsen om zelf initiatieven te nemen. Mensen moeten er aan wennen om deze ruimte te nemen. Leidinggevenden moeten wennen om deze ruimte te geven. Ons doel is werkelijke participatie van de werkvloer.”

De Raphaëlstichting wil zich de komende jaren organisatiebreed richten op de verdere ontwikkeling van de gebieden die met deze vier werkwoorden gekenschetst worden. Zij ziet het totaal van deze vaardigheden als de basis voor Goede Zorg.

“Goede Zorg vereist het vermogen om de ruimte tussen mensen zo vrij en open te maken dat ze kunnen stralen, hun betekenis ervaren, hun kracht ervaren. De sociale inzet in de komende jaren heeft ten doel dit sociale vermogen bij elkaar te wekken en versterken. Uiteindelijk gaat het om liefde.” OPEN DE RUIMTE pag. 3

Pim Blomaard: “Het gaat de hele organisatie aan. Alle processen. Ook de ondersteunende processen. Maar het gaat verder dan dat. Het betreft evenzeer cliënten, verwanten en partners. Zelfs het zorgkantoor. Overal vindt participatie plaats in verschillende vormen. Iedereen moet zich oefenen om in verschillende situaties het verleden terug te houden en de toekomst wakker te maken. Dat is de essentie.”

– Danja van der Meer’
De volgende tekst pakt eveneens een belangrijk thema op, ‘Antroposofische identiteit ook in ambulant zorgpakket’:
‘Op 1 januari 2015 zal Lievegoed 34 klinische plaatsen sluiten. Met de ombuiging gaan ook 27 fte arbeidsplaatsen verloren. Bron: Communicatieafdeling Lievegoed

Op 21 oktober j.l kwam Lievegoed met dit persbericht dat veel stof deed opwaaien, naar buiten. Een goede reden om eens te gaan praten met de bestuurder van Lievegoed, de heer Mark Reitsma.

Op een grijze, waterkoude dag in december heb ik een afspraak met Mark Reitsma. Hij ontvangt mij aan zijn grote tafel in zijn Lievegoedkantoor in Bilthoven en licht toe wat er gaande is.

Hoe stond Lievegoed in eerste instantie t.o.v. de “ambulantisering”?

“We waren niet meteen enthousiast. Gemeenschapszin is een belangrijke pijler van onze zorg. Het is een stuk van onze unieke identiteit. In een woonsetting is de ontwikkeling van de gemeenschapszin een vanzelfsprekend onderdeel. Hoe zal dat er uit zien in een ambulante setting? Maar verblijfsplaatsen zijn duur, de beoogde vermindering ervan is onontkoombaar.”

Kan Lievegoed zijn identiteit behouden in een ambulante zorgmarkt?

“Ja... goede vraag’’ zegt hij, wendt zijn blik af en kijkt even rustig de ruimte in. “We gaan er van uit dat het kan met een ambulant zorgpakket. Deeltijdbehandelingen, groepsbehandelingen, dagbehandeling, een combinatie van dagbehandeling en dagbesteding; het zijn allemaal varianten waarbinnen we andere manieren zoeken om het collectief te verzorgen. Dit is precies de discussie die we nu voeren met medewerkers: hoe creëren we die unieke verbinding en gemeenschapszin in een ambulante setting?”

Hebben jullie al ergens ervaringen opgedaan met gemeenschapsvorming in een ambulante setting?

“We hebben het al eerder gedaan bij onze behandelboerderij Nieuw-Rijsenburg in Driebergen, daar werken ze sinds het afgelopen jaar ambulant. De gemeenschapszin onder de jongeren is niet verloren gegaan, maar heeft andere vormen gekregen. Ook via sociale media.”

Hoe kijk je er nu tegenaan?

“Het is beweging. Een sprong voorwaarts. Breken uit bestaande patronen; daar komt altijd lucht en zonneschijn door. Ik geloof erin”, zegt hij eenvoudig, en hij recht zijn rug. “De urgentie wordt ons van buiten aangereikt, zo kunnen we een nieuwe weg in slaan.”

Welke nieuwe weg is er nodig voor Lievegoed?

“We zijn een eiland met de brug omhoog. We zoeken bescherming bij elkaar en in de gemeenschap. We zijn vergeten dat we onderdeel zijn van een groter geheel. We hebben ons teveel afgesloten van onze omgeving. We hebben teveel onze eigen werkelijkheid gecreëerd, los van de buitenwereld. We zijn te weinig bekend, te weinig mensen weten wat we doen. We moeten meebewegen om te kunnen samenwerken met de wereld om ons heen. Interactie met de buitenwereld is de grote uitdaging.”

Hoe zie je in dit verband de antroposofische waarden?

“Dat meebewegen met de wereld om ons heen kan heel goed met behoud van antroposofische waarden, die op zichzelf heel waardevol zijn, en die overigens heel goed aansluiten bij de spirituele tijdgeest waar we deel van zijn. In onze bijzondere wijze van zorgverlening zie ik een goed antwoord op maatschappelijke vragen die leven. Denk bijvoorbeeld aan individualisering, eenzaamheid en vervreemding.”

Zijn deze antroposofische waarden waardevol voor jou?

“Als ik zelf in een situatie van psychische nood terecht zou komen zou ik voor een antroposofische zorgorganisatie kiezen, er van uitgaande dat ik dan wel zelf mijn behandelaar zou mogen uitzoeken. Maar naast antroposofische waarden zijn ook meer generieke waar den zoals service en leveringsvoorwaarden van belang. We kunnen heel veel winnen op het gebied van Hospitality.”

Wat betekent de aangekondigde vermindering van 34 klinische plaatsen voor Lievegoed?

“Het betekent voor de mensen en de organisatie een groot veranderingsproces waarin vele zaken opnieuw of anders moeten worden ingericht. Dit heeft als treurige consequentie dat een aantal goede medewerkers onze organisatie moeten verlaten, omdat hun expertise niet meer aansluit bij ons aanbod. Daarnaast zijn we samen met medewerkers bezig met het verder inrichten van ambulante processen, en het vernieuwen van het zorgaanbod. De druk tot verandering komt van buitenaf maar de ideeën voor verandering komen van binnen uit. Ook in de voorbereiding van medewerkers op nieuwe taken en werkwijzen valt nog het nodige te doen.”

Wat zou je de medewerkers die nu niet langer bij Lievegoed kunnen blijven adviseren?

“Zij zijn heel waardevol voor heel veel mooie banen. Ze nemen “de plus” van hun antroposofische achtergrond mee.”

Wat is dat, de plus van een antroposofische achtergrond?

“Dat is de wijze waarop je naar mensen kijkt. Je hebt dan respect voor het ‘mens zijn’. Dat is veel beter ontwikkeld dan in het reguliere veld.”’
Een kleiner berichtje is ‘Het project ouderenzorg’:
‘Naast de twee projecten “Transitie in de zorg” en “Werkplaats voor methodiekontwikkeling”, zal in 2015 een derde project van start gaan. Vanuit verschillende kanten wordt aangegeven dat de AG bij kan dragen aan het komen tot passende antwoorden op tal van vragen die leven binnen de zorg voor ouderen. Deze vragen doen zich zowel voor in de eerste als tweede lijn zorg en kan dit project tot een samenwerking leiden tussen de leden van de sector beroepsverenigingen en de sector instellingen. Op de Algemene Ledenvergadering van 16 december is in het eerste deel aandacht besteed aan dit onderwerp. Paul Schmitz, als arts werkzaam in het Leendert Meeshuis en Hester Buijs, werkzaam als locatiemanager bij DeSeizoenen, een voordracht gehouden over respectievelijk dementie en het inrichten van zorg voor ouderen met een verstandelijke beperking. Vervolgens is er in kleine groepen verder gesproken over de ouderenzorg. Om een start te maken met dit project zal vanuit de NVAZ een invitational conference worden georganiseerd.’
En dan is er aandacht voor ‘Het secretariaat van de NVAZ’:
‘Eens even kennismaken met Marga Prent en Annemieke Hald. Zij runnen het secretariaat van de NVAZ in de laatste kamer van de lange gang op de tweede verdieping van Lenteleven in Zeist. Zij waren een paar jaar in dienst, toen het antroposofisch zorgveld in 2012 terecht kwam in zeer woelige baren. Veel nieuwe ontwikkelingen waren er in de zorgwetgeving, en forse perikelen bij leden. Ook binnen de NVAZ en haar bestuur veranderde het nodige. Ondanks al deze bewegingen hielden Marga en Annemieke (“een geluk bij een ongeluk, dat wij het zo goed met elkaar kunnen vinden”) het roer recht en hielden vele ballen in de lucht.

Voor wie werken jullie als secretariaat?

Annemieke Hald: “We werken voor de leden, voor het bestuur van de NVAZ en we doen ook werk voor John (Benjamin red) die nu onze programmacoördinator is geworden. Daarnaast doen we het secretariaat voor twee beroepsverenigingen: de artsen en de kunstzinnig therapeuten.”

Wat doet het secretariaat voor de leden van de NVAZ?

Marga Prent: “We zorgen ervoor, dat de leden informatie krijgen over allerlei zaken die vanuit de buitenwereld op hen afkomen. Je kan hierbij denken aan de transitie in de zorg. Aan veranderende wetgeving en bekostiging, informatie van verzekeraars e.d. We krijgen veel mails en telefoontjes van leden die hier vragen over hebben. Dat moet je niet onderschatten, als iemand je hierover belt ben je zo een half uur verder! Andersom zorgen wij er ook voor, dat zaken die in het veld gebeuren (het antroposofisch zorgveld, red.) onder de aandacht komen van collega’s. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ontwikkelingen in onderzoek, informatie over congressen en symposia, e.d.”

Annemieke Hald vult aan: “We zorgen ervoor dat leden zich niet hoeven te bekommeren om alles wat erbij komt kijken om een vergadering te laten plaatsvinden. Maar ook het bijhouden van ledenadministraties, het regelen van 1001 dingen... we doen zoveel! Het is elke dag een strijd om de mail box en de to do lijst weer leeg te krijgen!”

Hebben jullie ook nog een functie naar de buitenwereld?

Marga Prent: “Jazeker! We hebben een loketfunctie voor mensen die iets willen weten van antroposofische zorg. Dat kan gaan over locaties die voor een bepaalde doelgroep zorg leveren, over antroposofische behandelwijzen en medicijnen, over vergoeding van antroposofische zorg. Laatst belde er iemand met de vraag van welke arts hij Iscador kon krijgen. Het gebeurt ook regelmatig, dat we vragen krijgen van mensen die onbekend zijn met de antroposofische zorg, en die willen weten wat het precies inhoudt. Eigenlijk hebben we meer informatie nodig om al deze mensen goed door te kunnen verwijzen.”

– Danja van der Meer’
Ik schreef al, het wordt lang vandaag. Ik heb nog twee artikelen uit deze derde nieuwsbrief op het oog. ‘Een jongetje met een eigenwijs karakter’ is dit getiteld:
‘Rob de Breij is na een kleine uitstap in de reguliere ouderenzorg, weer terug op vertrouwd terrein. Sinds september 2014 is hij de nieuwe bestuurder van OlmenEs. Wat deed hem ertoe besluiten “back to basics” te gaan?

We hebben afgesproken in Valk Zwolle. Rob de Breij zit ontspannen achter zijn kopje kof fie, aan een tafel in het midden van het restaurant. Hij is zichtbaar in zijn element. Ik vraag hoe het met hem gaat. “Prima!” zegt hij. “Ik heb het ontzettend naar mijn zin op OlmenEs.”

Je merkt pas wat je mist als het er niet meer is

“Ja, waarom weer terug?” zegt Rob glimlachend; “zeker omdat je weet dat ik niet echt bekend sta als antroposoof. Weet je, het was geen bewuste keuze om uit de antroposofie te gaan. Ik vond het voor mijn werkbiografie best een mooie stap. Ik werd divisiemanager verpleeghuiszorg van 5 locaties en dagbehandeling in de reguliere ouderenzorg. Maar toen ik daar werkte, ontdekte ik meer en meer hoe ik bepaalde dingen ging missen. De visie op de mens, de gerichtheid op ontwikkeling, op dat wat iemand wèl kan. Ik miste ook het met elkaar samenwerken in een gemeenschap. Ik miste het contact met de cliënten, met de werkvloer. Ik stond te ver van het primaire proces af.

Ook de TD beseft het belang van steeds dezelfde deurknop repareren

“En je volgende vraag is natuurlijk: waarom gekozen voor OlmenEs?” zegt hij. “Het beeld van de organisatie die ik aantrof was een beeld van heelheid en rust. De omgeving klopt aan alle kanten. Er is ruimte en voldoende beschutting, het is goed onderhouden. Je merkt en je voelt dat het een gemeenschap is. We vormen die met elkaar. Zo zijn alle diensten vertegenwoordigd in de dagopening of bij jaarfeesten. Zowel primair proces als de ondersteunende diensten handelen in de geest van de visie van OlmenEs.”

Je hoort recht te doen aan het wezen van de identiteit van een locatie

“Ik heb OlmenEs eerder wel eens vergeleken met een jongetje. Een jongetje dat een eigenwijs karakter heeft. Een karakter kun je moeilijk veranderen En dat moet je ook niet willen. Je moet werken met het karakter dat bij je instelling hoort. Je kunt niet het wezen van de identiteit van een locatie veranderen. Als je haar aard respecteert en erkent in wie zij is, krijg je een mooie organisatie. Daarom is onze gemeenschap zo hecht, omdat de kern van het wezenlijke van OlmenEs erkend is.”

De voordelen van fusies en schaalvergroting zijn mij nooit duidelijk geworden

De Breij gelooft er niet in dat je het wezenlijke karakter van een locatie centraal kan regelen. “Je kan niet een gemeenschappelijke jus over locaties gieten die qua omgeving, historie, context en geaardheid hemelsbreed van elkaar verschillen. Organisaties zijn aparte identiteiten. Ik geloof in kleinschaligheid.” Hij geeft hierbij wel aan, dat dit niet betekent dat je niet slim in je eigen regio tot afspraken met andere zorgaanbieders kan komen. Of dat je gezamenlijk met anderen bepaalde diensten of producten kan inkopen. Dit alles is volgens hem prima mogelijk, maar wel met behoud van eigen regie.

Antroposofische instellingen hebben contact met elkaar nodig

De NVAZ zou wat Rob betreft veel meer een rol kunnen spelen in vragen die spelen t.a.v antroposofische visie en identiteit. Het is belangrijk om over de identiteit uit te wisselen, vragen te kunnen stellen aan elkaar, elkaar te inspireren. Maar, zegt hij erbij: “In alle eerlijkheid; ook al hebben we de NVAZ, het lukt ons toch bijzonder moeilijk als antroposofische instellingen om met elkaar in contact te zijn. Op 29 september
2014 vierde OlmenEs haar 20- jarig bestaan. De meeste collega-instellingen waren hierbij niet vertegenwoordigd.”

Nu verder aan de slag met de veranderende wereld om ons heen

Rob de Breij: “OlmenEs heeft het goed gedaan. Zorginhoudelijk en financieel is het goed voor el kaar. Nu moeten we ons verder voorbereiden op de wereld om ons heen die in rap tempo aan het veranderen is en andere dingen van ons vraagt. OlmenEs moet toekomstbestendig worden. Hierbij is “behoud van antroposofische identiteit zonder dogma’s” ons motto.”

Als ik in mijn auto stap denk ik aan de eigen, praktische wijsheid die doorklinkt in de wijze waarop Rob de thema’s van dit gesprek benadert. En ik denk aan het eigenwijze jongetje. Ik denk dat dat jongetje bij hem goed op zijn plek zit.

– Danja van der Meer


Nieuwe leden

In deze organisatie staat de directeur gewoon met overall en laarzen aan in de tuin te spitten

Ooit werkte hij bij de Raphaëlstichting, maar dat “dat was in een ander leven”. Hij wilde zelf iets opstarten in de zorg, en heeft dat ook gedaan. In Waarland – een dorp in de gemeente Schagen – is Cees Schellekens 7 jaar geleden zijn Zorgtuinderij “Het Groene Erf” gestart. Zijn kleinschalig initiatief biedt zorg en begeleiding aan kinderen en (jong)volwassenen met een speciale zorgvraag. De doelgroep kan er wonen, werken en stage lopen (13). Er wordt ook logeer- (6) en dagopvang (8) aangeboden.

Op de website staat op eenvoudige, kernachtige wijze beschreven hoe de zorg voor de natuur en de zorg voor mensen in de visie van 'Het Groene Erf' samenkomen:

“Het werken in de wereld van de planten en de dieren is op zichzelf al een zorgactiviteit. Het verzorgen van elkaar is het leren waarnemen wat die ander nodig heeft. Het maakt daarin niet uit of dat je aarde, plant, dier of mens bent. Hier komen zorg en tuinbouw dicht bij elkaar. Zorgen is de omgeving zo laten zijn, dat het een kunstwerk is en het levenskrachten brengt. Zorgen is aandacht besteden aan het kleine.”

Als antwoord op de transitie in de zorg heeft “Het Groene Erf” ervoor gekozen om zich te ontwikkelen van zorgboerderij naar instelling.

Wat betekent dat precies voor jullie?

Cees Schellekens: “Door ons nu op zorgcategorieën van 4 en hoger te richten moeten we voldoen aan de eisen die aan een instelling worden gesteld . Die liggen een stuk hoger dan de HKZ voor zorgboerderijen. Het betekent dat we veel meer schrijfwerk hebben gekregen, daar moet weer extra personeel op in worden gezet. Ook wij komen er nu niet om heen, om te gaan werken met zorgcoördinatoren. Dat was voorheen allemaal niet nodig. Hierin is klein zijn in het nadeel, we moeten aan dezelfde eisen voldoen als een grote instelling.”

Zijn jullie in dit verband bezig om samenwerking te zoeken met anderen?

“Dat willen we wel doen, maar er zijn nu (nog) teveel verschillen met grote instellingen, wij willen ons eerst zelf op eigen kracht hier dichter naartoe ontwikkelen. We zijn nu een hele platte organisatie, met een grote collegialiteit. In deze organisatie staat de directeur gewoon met overall en laarzen aan in de tuin te spitten.”

Zijn jullie ook bezig je te richten op nieuwe doelgroepen?

“Wonen geeft continuïteit, op dagbesteding alleen kan je niet bouwen. Ik voorzie naar de toekomst dat we wonen steeds meer als uitgangspunt nemen, en onderzoeken welke doelgroepen er in ons concept van wonen + zinvolle dagbesteding passen. Dat kunnen ook ouderen zijn.”

Hoe ziet jullie concept van dagbesteding eruit?

“We hebben 6 werkplaatsen (pottenbakkerij, houtwerkplaats, restaurant, winkeltje, bakkerij en moestuin/kas.) De meeste cliënten werken in een aantal verschil lende werkplaatsen. Dat zien wij als een groot voordeel t.o.v. de grote instellingen: je zit hier niet vast aan een werkplaats. Naast het werk vult iedereen dagdelen met sport en hobby’s. De werkplaatsleider is het ene moment tuinman en het andere moment chauffeur.”

Hoe ervaren jullie cliënten en medewerkers deze werkwijze?

“Zij, en ook hun ouders, zijn hier zeer tevreden mee. We maken met ieder een maatwerkprogramma dat een mooie balans geeft tussen werken en vrije tijd. Al werkende onderzoeken we wat hun vraag is in het werken. De medewerkers vinden de afwisseling heel plezierig. Ze vinden het ook fijn dat per situatie bekeken kan worden wie meer of minder cliënten meeneemt naar zijn werkplaats. Vooral op drukke momenten in de tuin werkt dat heel goed. Het vraag wel veel wendbaarheid en flexibiliteit van medewerkers. Zij moeten zich steeds op verschillende dingen kunnen richten.”

Je hebt je aangemeld als lid van de NVAZ, waarom?

“De antroposofie is de visie in onze vlag. Je moet dat ergens verankeren. We willen de antroposofie meer uitstralen en neerzetten naar ouders. We zijn erg bezig met de frisse vertaalslag van de antroposofische uitgangspunten. Een lidmaatschap ondersteunt het gezicht van onze antroposofische kleur. Die kleur moet je bekennen. Half kan niet! Het is fijn om inzicht te hebben in hoe 'ander en' het doen. Hoe zij bezig zijn met hun visie. En hoe zij de vertaalslag maken naar de begeleiders om het extra van antroposofische zorg merkbaar en voelbaar te maken.”

– Danja van der Meer’
Wie alles schrijft, is inmiddels wel duidelijk... Dan is er nog deze ‘Disclaimer’:
‘Dit is een e-mail van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ). Mail ons op info@nvaz.nl. U ontvangt deze nieuwsbrief omdat u bij ons in het adressenbestand staat. Uw e-mailadres is bij ons veilig. We verkopen het niet door en lenen het niet uit, ook niet voor heel even. U kunt zich HIER aanmelden voor deze nieuwsbrief.
Eindredactie: Danja van der Meer, meer@verbindingskunst.nl
Vormgeving: Mischa Appel’
Zo was het wel weer genoeg!
.

1 opmerking:

Anoniem zei

jullie kunnen wel ambulant wonen maar dan moet iedere cliënt/bewoner pgb-uitkeringen hebben want pgb-geld is voor begeleiding en werkbegeleiders en hoe veel je nodig hebt aan begeleiding hangt van de cliënt/bewoner af. en ambulante woningen moet en eten moet cliënten/bewoners van hun eigen uitkeringen betalen.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)