Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

zondag 8 december 2013

Op leeftijd

Al het nieuws is gewoon niet bij te benen. Hoe lang ik mijn berichten ook maak. Ik meldde dinsdag 3 december in ‘Soildiers’ compact en kort over de voortgang in Zutphen, of liever het ontbreken ervan. Niettemin zou er morgen een ouderavond plaatsvinden op initiatief van de verschillende oudergroeperingen:
‘Op maandag 9 december organiseren we van 20:00 tot 22:00 in de grote zaal van de IJssel een informatieavond. Op deze avond, waarvoor we je bij deze van harte uitnodigen, zullen we onze bevindingen presenteren van de afgelopen maanden. Belangrijk onderwerp zal onze alternatieve begroting zijn, waarmee we laten zien dat het openhouden van drie basisscholen in onze visie goed mogelijk is. Na onze presentatie krijgt het bestuur de gelegenheid te reageren.

Nadrukkelijk vermelden we dat dit een algemene avond is. We nodigen daarom ook de leerkrachten, het bestuur, het managementteam, de medezeggenschapsraden en verder iedereen die interesse heeft van harte uit om te komen.’
Pikant was dan het weekbericht van vrijeschool De Zwaan van donderdag 5 december met onder meer dit bericht, ‘Vanuit de kerngroep Bouw’:
‘Achter de schermen is de kerngroep bouw druk aan de slag geweest met het ruimtelijk programma van eisen. Hierin wordt aangegeven hoeveel m² per leerling we nodig hebben en wat de vertaling hiervan is naar het aantal lokalen. Dat lijkt eenvoudig maar de wettelijke bepalingen liggen anders dan de m² die wij graag willen hebben om tegemoet te komen aan ons vrijeschoolonderwijs. Een hele puzzel omdat we het hier hebben over de Bovenbouw, de locatie aan de Henri Dunantweg en de locatie aan de Valckstraat. Op 12 november jl. is er een informatieavond geweest met de medezeggenschapsraden waarbij het ruimtelijk programma van eisen is toegelicht.

Het ruimtelijk programma van eisen ligt nu bij de gemeente en we hopen hier uiterlijk eind januari een definitieve goedkeuring voor te krijgen. Wanneer de goedkeuring is ontvangen, kan er een start worden gemaakt om het programma van eisen voor alle locaties op te stellen. Om de voortgang in het proces vast te houden, hebben we daarom al afspraken gepland met de werkgroep duurzaamheid, de kinderopvang en de BSO.

Namens de kerngroep bouw, Lizzy Plaschek’
Dat er absoluut geen pas op de plaats wordt gemaakt, blijkt ook uit het nieuws op dezelfde website van 4 december met als geheimzinnige titel ‘brief LP aan ouders mbt infoavond initiatiefgroep 9-12-13’:
‘Geplaatst op: 4 december 2013
brief LP aan ouders mbt infoavond initiatiefgroep 9-12-13
Daarin staat dit te lezen:
‘Zutphen, 5 december 2013

Geachte ouders, leerkrachten en medewerkers,

Het zal u bekend zijn dat de initiatiefgroepen van Berkel, IJssel en Zwaan een eigen informatieavond organiseren op 9 december a.s. in de IJssel school.

De schoolleiding heeft de ruimte beschikbaar gesteld op basis van de verwachting van een respectvolle houding jegens elkaar. Helaas is in de laatste weken meerdere malen duidelijk geworden, dat de communicatie door of vanuit de initiatiefgroepen niet altijd wordt gevoerd op basis van gedeelde normen en waarden.

Mails met dwingend karakter en dreigementen; vergaderingen die door intimiderend gedrag worden verstoord en personen die zodanig zijn benaderd dat zij zich terugtrekken uit medezeggenschapsorganen. Dit zijn recente voorbeelden van optredens waarin het respect voor elkaar verloren is gegaan. Wij realiseren ons dat deze toon door enkele personen wordt gezet en waarschijnlijk ook niet door iedereen wordt gesteund. Ze wordt echter wel zo gevoerd namens de initiatiefgroepen.

Om deze reden heb ik samen met mijn managementteam besloten om initiatiefgroepen die niet willen bijdragen aan het vastgestelde beleid en daarmee samenhangende proces binnen onze scholen, ook niet meer te faciliteren. Voorts gaan wij op dit moment niet meer in op volgende acties en correspondentie.

Op de uitnodiging van de initiatiefgroepen voor hun informatieavond op 9 december zullen wij (bestuurder en managementteam) ook niet ingaan. Het besluit om van 3 naar 2 PO locaties te gaan is inmiddels een jaar geleden langs democratische weg tot stand gekomen en vastgesteld.

Binnenkort stel ik u, via een eigen communicatietraject, op de hoogte van de laatste stand van zaken met betrekking tot de financiële situatie en mijn reactie op de voorgestelde tegenbegroting. Dat dit nog niet is gebeurd, is gelegen in het feit dat het voor mij en mijn managementteam nog inspanning vergt om de meerjarenbegroting voor 2014-2016 sluitend te krijgen. Naar verwachting wordt dit proces deze week afgerond, waarna ik u op zo kort mogelijke termijn verder zal informeren. Ik hoop dat u hiervan kennis wilt nemen.

Rekenend op uw begrip,
Met vriendelijke groet,
mede namens het managementteam,

Lizzy Plaschek,
bestuurder’
Direct boven dit nieuws is ‘GMR-Primair Onderwijs VSNON – nieuws’ te vinden:
‘Geplaatst op: 4 december 2013
GMR-Vergadering 26 november 2013

Dit betrof een gezamenlijke vergadering van GMR-primair onderwijs (PO) en GMR-voortgezet onderwijs (VO). Onder meer de volgende onderwerpen kwamen aan de orde (binnenkort is een uitgebreider verslag van de vergadering beschikbaar):
Lees hier verder...’
We lezen daar onder meer het volgende:
‘GMR-Vergadering 26 november 2013

Dit betrof een gezamenlijke vergadering van GMR-primair onderwijs (PO) en GMR-voortgezet onderwijs (VO). Onder meer de volgende onderwerpen kwamen aan de orde (binnenkort is een uitgebreider verslag van de vergadering beschikbaar):
– Ed Vervloet zal vanuit de Henri Dunantweg (leraren) deel uitmaken van de GMR-PO
– Met de bestuurder van de Stichting VSNON werd onder meer gesproken over de financiële prognose 2013. De GMR werd verder geïnformeerd over de stand van zaken rond de begroting 2014. Die zal tijdens de GMR-vergadering van 21 januari 2014 op de agenda staan.
– De initiatiefgroep van ouders die een tegenbegroting voor VSNON heeft opgesteld, was uitgenodigd om die toe te lichten.

Bericht van terugtredende co-voorzitter GMR-PO Tobias Reijngoud

Ik ben tot mijn spijt per 27 november 2013 teruggetreden als co-voorzitter van GMR-PO. De heftigheid en emotionele intensiteit van het proces waarin we als stichting zitten, en de impact die dit op mij persoonlijk heeft, heb ik onderschat. Ik hoop in de toekomst als “gewoon” GMR-lid – dus niet als voorzitter of secretaris – een bijdrage te blijven leveren aan goed en stevig vrijeschoolonderwijs in Zutphen. Mijn taken worden voorlopig waargenomen door co-voorzitter Cees de Wit en secretaris Antoine van der Helm.
Tobias Reijngoud’
Wat was op dit alles de reactie van de drie oudergroepen? Bij ‘vooronzevrijescholen’ vinden we deze ‘Update informatieavond’:
‘Op donderdag 5 december verzond de bestuurder een brief naar alle ouders, leerkrachten en medewerkers. Zij maakt daarin duidelijk niet naar de algemene informatieavond te zullen komen. Wij betreuren het dat de bestuurder opnieuw niet bereid is het besluit met inhoudelijke argumenten te verdedigen.

De avond gaat verder door zoals aangekondigd.

Wij zijn ontdaan door de ongefundeerde beschuldigingen die de bestuurder in onze richting uit en die zij nu via de officiële kanalen verspreidt. Wij zullen ons de komende week beraden op vervolgstappen.

Kernpunten

Informatieavond: Lees de nieuwsbrief of kijk voor de praktische details op de nieuwspagina

Lees de FACTSHEET voor een overzicht van wie wij zijn, wat onze bevindingen zijn en wat wij willen. Zie ook de samenvatting van onze alternatieve begroting.’
In de nieuwsbrief van 6 december, ‘Over de brief van de bestuurder’, schrijven deze drie groepen gezamenlijk:
‘Beste lezer,

Gisteren ontvingen we, net als alle andere ouders en leerkrachten van de Zwaan, de Berkel en de IJssel, een brief van de bestuurder. Hierin schrijft ze dat ze vindt dat de initiatiefgroepen zich niet respectvol gedragen. Ze noemt ook een aantal voorbeelden van wangedrag.

We herkennen onszelf volstrekt niet in het beeld dat geschetst wordt, en de genoemde voorbeelden kunnen we niet plaatsen. Wij zijn geschrokken van de ongefundeerde beschuldigingen die de bestuurder in onze richting uit, en die zij nu via de officiële kanalen verspreidt.

Eerder heeft de bestuurder ons verteld dat er ruimte was voor nieuwe inzichten. Die nieuwe inzichten hebben we naar onze mening gevonden – meerdere zelfs. Toch hebben we van het bestuur op geen enkel punt een inhoudelijke reactie gehad. Wel al een paar keer negatieve opmerkingen, en nu deze brief.

Op dit moment weten we nog niet hoe we moeten reageren. We zullen ons de komende week beraden op vervolgstappen.

Informatieavond gaat door

Uit de brief van de bestuurder wordt duidelijk dat bestuur en managementteam niet aanwezig zullen zijn. Wij betreuren het dat de bestuurder opnieuw niet bereid is het besluit met inhoudelijke argumenten te verdedigen. Niettemin verwachten wij een flinke opkomst. Het wordt namelijk een interessante avond, waarin we in vogelvlucht laten zien wat er in de afgelopen twee jaar met de scholengemeenschap is gebeurd. En natuurlijk vertellen we over onze laatste bevindingen, waarbij de alternatieve begroting – waarin we laten zien dat drie scholen openhouden wel degelijk mogelijk is – een belangrijke rol speelt.

Het is aanstaande maandag, om 20:00 uur in de grote zaal van de IJssel. We zien je graag!

Met vriendelijke groet,
namens de initiatiefnemers van de Zwaan, de Berkel en de IJssel,

Barend Gerretsen, Fred Leffers, Koen van der Hauw, Ronald van ’t Hul, Stijn van der Ree’
Vrolijker vrijeschoolnieuws verspreidde Stichting Vrijescholen Athena op 6 december op Facebook:
‘Start Vrijeschool Voortgezet Onderwijs in Twente!

In augustus 2014 start er een Middenbouw vrijeschool (klas 7, 1e klas voortgezet onderwijs) op het Twickel College in Borne. De middenbouw vrijeschool klas zal zich aansluiten bij een bestaande reguliere “moederschool”, maar haar eigen onderwijsprogramma volgen en ook haar eigen herkenbare omgeving creëren.

Zo zal er in de ochtend periodeonderwijs worden gegeven door de eigen mentor van de klas en daarna zal de dag bestaan uit kernvakken zoals wiskunde, Nederlands, Engels etc. gegeven door vakleerkrachten. In de middag zullen er praktische en/of kunstzinnige lessen worden gegeven, waar eventueel samenwerking met andere groepen van het Twickel mogelijk zal zijn.

Na klas 7 en 8 wordt er een doorstroom gegarandeerd naar zowel het derde leerjaar van VMBO-t/ Havo/ VWO (afhankelijk van het instroomadvies) als wel de Vrije Bovenbouw Zutphen.

Er is een informatieavond over de middenbouw Twente op dinsdag 10 december om 20.00 uur aan de Woolderweg 108 in Borne.’
Op 5 december kwam ‘dichtbij-meeschrijver Ringenaldus’ met ‘Basisschool de Meiboom officieel heropend’:
‘Hoofddorp – De enige vrijeschool van de gemeente Haarlemmermeer neemt maandag 9 december haar gebouw opnieuw in gebruik na een grondige verbouwing. De afgelopen weken is er hard gewerkt om het vooraanzicht, de entree en de inrichting een kwaliteitsimpuls te geven. Wethouder Nederstigt brengt de school voor deze gelegenheid een bezoek en zal de school officieel heropenen.

Ouders, leerkrachten en directie van de school sloegen voorjaar 2013 de handen ineen om de school een nieuwe impuls te geven. Zo is er een aantrekkelijke nieuwe website voor de school ontwikkeld, is er een nieuw schoollied geschreven en krijgt de school een nieuwe naam: De Meiboom. De gemeente droeg haar steentje bij en maakte de verbouwing mogelijk.

De Meiboom is in januari 2013 samen met negen andere vrijescholen in de regio onderdeel geworden van de Stichting Vrijescholen Ithaka. Ithaka geeft De Meiboom de noodzakelijke ondersteuning bij de kwaliteitsimpuls die nu wordt gerealiseerd. Alle reden om 9 december te vieren wat er dit jaar al bereikt is.

Terwijl het leerlingenaantal op scholen in Nederland afneemt, groeien vrijescholen. Dat is ook de verwachting voor De Meiboom, de kleine klassen bieden daar voldoende ruimte voor. De Meiboom is gelegen aan de Hammarskjöldstraat 230a in Hoofddorp, in de wijk Pax.

U bent van harte welkom de officiële opening bij te wonen, zie uitnodiging. Wij stellen het op prijs als u even laten weten dat u komt middels een mailtje aan info@demeiboom.nu.

De website wordt maandag 9 december gepubliceerd op www.demeiboom.nu.

Dit artikel is voor het laatst aangepast op: 05 december 2013’
6 december verscheen van Ruud Thelosen een opinieartikel in het ‘Eindhovens Dagblad’, ‘Geef vrije school weer de ruimte’:
‘De auteur Ruud Thelosen woont in Waalre en werkt als docent aan het Fontys. Zijn kinderen hebben op het Novaliscollege gezeten.

Onlangs zijn de jaarlijkse cijfers bekendgemaakt van het landelijke middelbare schoolonderzoek van prof. dr. Jaap Dronkers van de universiteit van Maastricht. Gemiddeld genomen scoort het Novaliscollege (vwo, havo en vmbo g/l) in Eindhoven het beste van alle scholen in de regio. Vorig jaar was dat ook al zo. Een goede reden om eens wat beter naar het bijzondere van het vrijeschoolonderwijs te kijken. Wat is er anders?’
We herkennen wat we in ‘Soildiers’ al op zijn weblog hadden vernomen, maar nu in zijn essentie voor deze krant weergegeven. – Nu een ander onderwerp. Op 3 december verscheen er een opmerkelijk artikel in ‘De Nieuwsbode Heuvelrug’ door René Borkent, ‘Opnieuw bankier op De Reehorst’:
‘Vlakbij station Driebergen-Zeist, op het terrein van landgoed De Reehorst, gaat de Triodos Bank een kantoor bouwen. Er is veel commotie over geweest, maar Matthijs Bierman, directeur van Triodos Bank Nederland, verdedigt het plan.

Bierman zegt: “De opwinding ontstond onder meer omdat De Reehorst niet meer onder de groene zone valt. Met toestemming van de provincie heeft de gemeente de zonegrens ten behoeve van alle bouwplannen rondom het station een flink aantal meters in de richting van de A12 opgeschoven. In de vorig plannen was Triodos Bank bereid om bij te dragen aan een grote parkeergarage, die bedacht was voor de P+R invulling vanuit de NS en de bezoekers van Antropia. Die grote parkeergarage komt er nu niet, de parkeergarage met 400 plekken voor eigen gebruik die de bank nu wil bouwen komt ter plekke van een schuur, die behoort tot de boerderij.”

Nog maar kort geleden hadden allerlei belangengroepen gebrainstormd over mogelijke gebruiksmogelijkheden daarvan. Omdat Triodos Bank en de gemeente nu praten over deze mogelijke nieuwe parkeergarage, zijn de plannen van tien overgebleven bedrijven die voor de ontwikkeling van het boerderijgebied hadden ingeschreven, in de ijskast gezet.

Succes

Bierman legt uit: “Door het succes van Triodos Bank hebben we behoefte aan meer kantoorruimte. Dat kantoor moet goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Dat zijn de twee belangrijkste redenen voor een verhuizing. We hebben maar 1 vestiging in Nederland, in Zeist. Daar was de ov-bereikbaarheid al niet zo best en nu is ook nog de bushalte voor de deur opgeheven. Onze voorkeur ging al snel uit naar een plek in de omgeving van station Driebergen-Zeist. Nu stopt de intercity er nog en mocht daar een eind aan komen, dan komt er in ieder geval een spoorboekloze snelle verbinding met Utrecht CS voor terug.”

In eerste instantie dacht de bank aan een kantoor op de grond van Abbing, vertelt Bierman. “En toen kwam De Reehorst naar ons toe. Die hebben het economisch lastig. En zij dachten dat het wel een goed idee was dat Triodos Bank op hún grond een kantoor ontwikkelt.” Door de belangstelling van Triodos Bank kwam de planvorming in een stroomversnelling.

Bierman: “En zo kwam het tot gesprekken met diverse partijen: de 2 betrokken gemeentes: Utrechtse Heuvelrug en Zeist, Pro Rail, de provincie Utrecht. En overal kregen we enthousiaste reacties. Ook is er regelmatig overleg met de groene groepen over de te nemen ecologische maatregelen. Uit die gesprekken kwamen 2 hete hangijzers naar voren: de ontsluiting van De Reehorst, als straks het stationsplein en die diepe tunnel er ligt. En ten tweede: het parkeren.

De eerst geplande parkeergarage voor 1000 auto’s is inmiddels behoorlijk in omvang geslonken, tot 600. Voor ons stond wel vast dat we ons eigen parkeerprobleem moesten oplossen. Een eerste plan: een ontsluiting vanaf de Odijkerweg in Zeist, bij het politiegebouw stuitte op veel verzet. Onder de grond gaan op de Reehorst was ook geen optie, vanwege de ecologische en grondwaterverbindingen. De enige optie die toen overbleef was dat de automobilisten dwars over het landgoed moesten rijden. Niet aantrekkelijk.”

En toen kwam de gemeente Utrechtse Heuvelrug met het voorstel om het parkeren mogelijk te maken op Hoofdstraat 26 in Driebergen. Bierman: “Onder voorwaarden wilden wij daar wel over praten. We wilden zelf eigenaar zijn van het parkeerterrein op Hoofdstraat 26. En we willen meepraten over wat er verder gebeurt op Hoofdstraat 26.”

Voordat Triodos in beeld was, hadden allerlei partijen al tal van ideeën ontwikkeld voor een deel van het gebied Hoofdstraat 26. Bierman zegt: “We willen er als Triodos Bank invloed op uitoefenen dat er op Hoofdstraat 26 iets ontstaat, wat goed is voor het gebied en wat wij als buurman willen. Zelf gebruiken we maar 1 hectare voor het parkeren. Er blijft 6 hectare over. Daar moeten wat ons betreft dingen gebeuren die passen bij de uitstraling van de directe omgeving, bijvoorbeeld een biologische boer die daar ook zijn koeienvlees verkoopt.”

Duurzaam

Op de website van de bank staat: “Triodos Bank NV, opgericht in 1980, is een onafhankelijke bank die staat voor duurzaam en transparant bankieren. Triodos Bank financiert bedrijven, instellingen en projecten met een meerwaarde op sociaal, milieu en cultureel gebied, daartoe in staat gesteld door spaarders en beleggers die kiezen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en een duurzame samenleving. Triodos Bank lanceerde het eerste groenfonds en cultuurfonds van Nederland.”’
Op woensdag 4 december voegde ‘Nieuwspost Heuvelrug’ hier ‘Heuvelrug matig tevreden met NS-parkeergarage’ aan toe:
‘De bouw van een grote parkeergarage bij NS-station Driebergen-Zeist betekent vooruitgang. Maar is ook een tegenvaller, omdat lang uitzicht was op een veel mooiere, en grotere oplossing. Misschien komt er toch nog een parkeerplaats bij.

De garage – vijflaags, met de oppervlakte van een voetbalveld en plaats voor zeshonderd auto’s – komt achter de kantoren van Vierdaelen, aan de Driebergse kant van het station. De stationsweg, die nu nog langs het spoor loopt, komt achter de garage te liggen. De garage zelf moet een passende, landelijke uitstraling krijgen, “als een parkeerstal, parkeerschuur, of parkeerkoetshuis”, aldus de plannen. Volgens diezelfde plannen zal de vierkante, betonnen bak daarom bekleed worden met groene gevels, en een groen dak.

NS gaat de garage bouwen, volgens wethouder Homan voor een slordige tien miljoen euro. Om die investering terug te verdienen zal een parkeerkaartje €3 kosten, met kortingen voor abonnementshouders. Volgens onderzoekers levert die prijs een regionale parkeerbehoefte op van rond de vijfhonderd auto’s. Zou een kaartje €4 kosten, dan zakt die behoefte naar een kleine vierhonderd. Met gratis parkeren daarentegen verdubbelt de behoefte juist, naar wel negenhonderd plaatsen.

Want dat de parkeernood hoog is, dat is al jaren goed zichtbaar rond het Driebergse NS-station. Alle bestaande parkeerplaatsen zijn bezet, en onder de ruitenwissers van auto’s die op groenstrookjes en trottoirs-parkeren wapperen steevast parkeerbonnen. Toch toonde de gemeenteraad van de Utrechste heuvelrug zich maar matig verheugd met de nieuwe garage. Of zoals wethouder Homan het noemde: “De omstandigheden nopen ons dit zo te doen.”

Wat die omstandigheden precies zijn is niet helemaal duidelijk. Wel grepen verscheiden raadsleden terug op oudere plannen, waarin een veel grotere garage netjes onder de grond verstopt zou worden. Provincie, gemeenten, NS, Prorail en Triodos hebben vorig jaar zelfs gesprekken gevoerd over een gecombineerde garage, voor wel elfhonderd auto’s. Maar door voortschrijdend inzicht over grondwaterstromen in het kwetsbare natuurgebied en een hortende economie liepen die plannen schipbreuk. “We zagen lange tijd de bomen tot in de hemel groeien, maar langzaam zien we alles afbrokkelen,” verzuchtte raadslid Van Spaandonk (Groen Links) bedroefd.

Wethouder Homan beloofde zijn gemeenteraad nog wel te gaan speuren naar mogelijkheden voor tweehonderd extra parkeerplaatsen, liefst ondergronds. Mogelijk wordt dat een stukje van een verdiepte parkeergarage op Hoofdstraat 26, een stuk gemeentegrond naast de A12. Homan heeft daarover in februari al een overeenkomst gesloten met Triodosbank, tot onvrede van de gemeenteraad, die het perceel juist wilde invullen met veel inspraak van de eigen inwoners, die zich nu bedonderd zouden voelen. Mocht dat plan niet doorgaan, dan valt Triodos terug op een eigen parkeerplaats, gelijkvloers en vlak naast de betonnen bak van de NS.’
Dan heb ik nog het bericht van Arie Pieters uit ‘Het Kompas’ van 3 december, ‘Fruitbomen-walhalla aan de Gatsedijk’:
‘Aan de Gatsedijk, even buiten Maasdam ligt een oude, biologisch dynamische boomgaard met rond de 150, merendeels oude appelbomen. “Biologische dynamisch” wil zeggen dat de boomgaard volgens bepaalde richtlijnen wordt onderhouden en uiteraard zijn de appels uit zo’n boomgaard 100 procent biologisch (compleet met keurmerk).

Het Hoeksche Waards Landschap doet momenteel onderzoek naar de verschillende, deels oude fruitrassen in de boomgaard. De boomgaard is eigendom van de heer Noordermeer, die inmiddels de tachtig is gepasseerd en dus al aardig “op leeftijd is”. Het HWL heeft dan ook geholpen met de oogst van een deel van het fruit en dat was voor de eigenaar erg welkom.

Van de appels is inmiddels ook al 100 procent biologisch appelsap gemaakt. Maar inmiddels is gebleken dat een deel van de boomgaard van voor de oorlog dateert en dat er circa twintig verschillende appelrassen aanwezig zijn. “Ik kwam hier 43 jaar geleden wonen en toen was een gedeelte van de boomgaard er al. De rest van de bomen heb ik later zelf aangeplant”, aldus Mels Noordermeer. De boomgaard blijkt een waar walhalla voor de liefhebber van oude en bijzondere appelrassen. De oude laagstam appelbomen staan elk jaar nog vol met appels, maar de boomgaard blijkt ook hoge natuurwaarden te hebben. Een deel wordt afgeschermd door een rij imposante oude Italiaanse populieren, die waarschijnlijk een thuis zijn voor uilen. Er zijn al diverse braakballen gevonden. Korstmossen en mossen hebben bezit genomen van de takken van sommige appelbomen, her en der worden holen gemaakt door spechten ontdekt. Die vormen nu weer een prima onderkomen voor kleine zangvogels, zoals de winterkoning en verschillende mezensoorten.

Alles aan de oude boomgaard is imposant. Het aantal bomen, de verschillende appelrassen, de oude populieren, die de boomgaard afschermen. Dick van Houwelingen van het HWL raapt enkele appels op. Het indrukwekkende formaat valt op: “Moet je eens kijken naar de grootte van deze appels. Je hoort wel eens vertellen dat biologisch fruit soms klein blijft, maar deze appels zijn echt enorm.” Inmiddels heeft het HWL, met behulp van de eigenaar al een groot deel van de appelrassen (o.a. Ananas Reinette, Sterappel, Groninger kroon, Santana) vast weten te stellen, maar omdat dit nog niet bij alle appels is gelukt doet men nader onderzoek.’
Hier vandaan kunnen we bijna automatisch naar de ‘Kerstactie 2013: de rol van bijen in de landbouw en het sociale leven’:
‘De Kerstactie van de Antroposofische Vereniging staat dit jaar in het teken van samenwerking: “Bij, boer en burger” – de rol van bijen in de landbouw en het sociale leven.

Bijen spelen van oudsher een belangrijke rol binnen BD-landbouwbedrijven. Door veranderingen in de landbouw verdwijnen echter steeds meer bijenvolken en worden ze nauwelijks meer beheerd door de boer, maar door imkers. Het project “Bij, boer en burger” maakt zich sterk om deze tendens te keren en de bij weer haar oorspronkelijke rol binnen de BD-landbouw te geven. Doordat het project een samenwerkingsverband is van meerdere partijen, wordt de gehele keten bereikt: van boer tot burger.

Het doel van het project is niet alleen het stimuleren en bevorderen van de bijenhouderij, maar ook het zichtbaar maken van de invloed van de bij op het BD-landbouwbedrijf. Daarnaast is het ontwikkelen van kennis over de bij en specifiek over het sociale aspect van bijenvolken een belangrijk element.

Vanuit een wetenschappelijke benadering wordt kennis en ervaring verzameld. Aan de hand van alle waarnemingen en interviews ontstaat een goed beeld van de bijen in de BD-cultuur. De resultaten van dit project worden gepresenteerd in een conferentie en in publicaties. Met uw steun kunnen BD-boeren geïnspireerd door meer kennis en kunde actief met bijen aan de slag op hun bedrijf. Burgers krijgen tips om in hun eigen omgeving de aanwezigheid van bijen te bevorderen. Daartoe staat ook het ontwikkelen van een heuse “app” op het programma.

Het project “Bij, boer en burger” is opgezet door het Louis Bolk Instituut, Stichting Demeter, BD Vereniging en Odin-Estafette. Bijdragen aan het project zullen onder meer Edith Lammerts van Bueren, Leen Janmaat en Chris Koopmans.

Wij verwijzen u graag naar de website van het Louis Bolk Instituut. Ook is er een digitale flyer beschikbaar.’
We lezen in die flyer over dit ‘Projectvoorstel Bij, Boer en Burger’:
‘De rol van de bijen voor de landbouw en het sociale leven

De Iona Stichting heeft – in het kader van de Kerstactie onder de leden van de Antroposofische Vereniging – aan het Louis Bolk Instituut gevraagd een projectvoorstel te formuleren waarin de biologisch-dynamische landbouw versterkt wordt. Graag presenteren wij het project Bij, Boer en Burger – De rol van bijen voor de landbouw en het sociale leven.

Samenwerking

– Louis Bolk Instituut, onderzoek, training en begeleiding, projectleiding
– Stichting Demeter, communicatie
– BD Vereniging, communicatie
– Odin-Estafette, verbinding in de voedselketen naar consumenten.

Inleiding

BD-boeren vormen het hart van de biologische landbouw. BD-bedrijven zijn verbonden met landbouwcultuur en tonen dit door hun eigenheid en bedrijfsindividualiteit. Een BD-boer verzorgt méér dan alleen zijn gewassen of vee. Oorspronkelijk speelden bijen een belangrijke rol binnen het landbouwbedrijf. Door veranderingen in de landbouw zijn de bijenvolken echter langzaamaan verdwenen, en worden ze voornamelijk beheerd door imkers. Mede dankzij initiatieven vanuit marktpartij Odin-Estafette keren bijenvolken terug op het BD-landbouwbedrijf. Dat leidt op verschillende niveaus tot veranderingen binnen het bedrijf, en beïnvloedt ook het functioneren van mensen die er wonen en werken. Wat deze veranderingen precies behelzen en hoe die doorwerken in sociale en bedrijfsmatige processen is echter onduidelijk. In dit project gaan we op zoek naar het wezen - en specifiek naar de sociale organisatie van bijenvolken - en de betekenis hiervan voor de landbouwcultuur en het bedrijfsorganisme. Door onze participatieve onderzoeksaanpak brengen we de rol van bijen helder in beeld, en kan hun belang voor boeren en burgers aan betekenis winnen. Afhankelijk van de mogelijkheden zien wij het volgende doel en resultaten:

Doel

– Stimuleren en bevorderen van bijenhouderij op het landbouwbedrijf
– Kennis ontwikkelen over het wezen van de bij en specifiek over het sociale leven van bijenvolken
– De invloed van bijen op het landbouwbedrijf en de betekenis voor het sociale leven zichtbaar maken.

Methode

Door onderzoek & monitoring op te zetten en kennis en ervaringen te verzamelen over bijen en deze vanuit een wetenschappelijke benadering te ordenen en bundelen.. Een deel van de dataverzameling gebeurt met behulp van uitgebreide vragenlijsten. Naast het nut van de bij voor de landbouw gaat de aandacht vooral uit naar de invloed van bijen op mensen.

Resultaten

– Brochure “De rol en betekenis van bijen voor het landbouwbedrijf en mens” (werktitel)
– Winterconferentie over de sociale aspecten van bijen en hun betekenis voor het landbouwbedrijf
– Publieksuitgave of App “De BijenWijzer” waarbij burgers heldere en relevante informatie op consumentenniveau aangereikt krijgen om o.m. met bijen aan de slag te gaan in hun eigen omgeving.

Plan van Aanpak

– Ter voorbereiding worden bronnen over de rol van bijen in de natuur specifiek voor de landbouw en voor de maatschappij geraadpleegd;
– Bedrijven die bijen houden en verzorgen op het bedrijf worden bezocht en ondervraagd over de betekenis van bijenvolken op het bedrijf: Wat verandert er na de komst van bijenvolken?
– Imkers en deskundigen worden ook bevraagd over hun kennis over en ervaringen met bijen;
– Via de bijen gaan we in op de processen van bestuiving en daaraan gekoppeld de zaaizaadveredeling en -vermeerdering.

Door alle waarnemingen en interviews te bundelen ontstaat een levend beeld van de bijen in onze BD- landbouwcultuur. In de brochure “De rol en betekenis van bijen voor het landbouwbedrijf” verspreiden we naast kennis ook inspiratie voor boeren en burgers. De uitgave van de brochure wordt mede gedragen door stichting Demeter. Bij de uitingen kunnen evt. bijkomende sponsoren gezocht worden.

Budget (indicatief)

– Kennisverzameling, verwerken en bundelen, 150 uur € 15.000
– Onderzoek en monitoring, 200 uur € 20.000
– Uitgave brochure (opmaak en drukkosten) € 3.000
– Publieksuitgave / App De BijenWijzer € 5.000
– Conferentie over betekenis van bijen € 3.500

Totaal € 46.500

Contact

Wij danken u van harte voor uw verzoek. Wij hopen dat dit voorstel u aanspreekt en dat bijdragen vanuit de Kerstactie de uitvoering van dit project mogelijk maken. Voor vragen of bijkomende informatie kunt u contact opnemen met Chris Koopmans, per mail c.koopmans@louisbolk.nl of telefonisch via 0343-523.860.’
Wat rest ons nog? Eigenlijk dit berichtje van weekblad ‹Das Goetheanum› op 29 november op Facebook, ‘Schluss mit dem Wanderzirkus – EU-Parlament stellt sich quer’:
‘Alle Monate wieder müssen Europas Volksvertreter zwischen Brüssel und Straßburg hin- und herpendeln. Dieses Ritual kostet Tausende Arbeitstage, 15000 Tonnen CO werden dabei pro Jahr in die Atmosphäre geblasen, rund 180 Millionen Euro Steuergelder werden so verbrannt. Die meisten Abgeordneten haben keine Lust mehr, Wanderzirkus zu spielen. Vor wenigen Tagen stimmten sie mit großer Mehrheit für einen Antrag des Grünen-Abgeordneten Gerald Häfner, künftig selbst den Sitz ihrer Institution wählen zu dürfen. «Hier geht es um die Frage: Wollen wir weiter als Marionetten in den Händen anderer gelten – oder nimmt sich dieses Haus selbst ernst?», so Häfner. – Spiegel online/CC’
Dat kennen we uit het gewone nieuws. Alleen niet dat Gerald Häfner daar achter zat. John Wervenbos hielp me dit Nederlandstalige bericht erover te vinden, van rond 20 november op de website van het Europees Parlement, ‘Discussie over de vestigingsplaats van het Europees Parlement’:
‘Het Europees Parlement (EP) is gevestigd in twee steden, Brussel en Straatsburg. De dagelijkse gang van zaken van het EP wordt afgehandeld in Brussel. Daar zitten naast andere Europese instellingen zoals de Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie ook alle diplomatieke vertegenwoordigingen, lobbygroepen, journalisten en meer.

Iedere maand worden er plenaire sessies gehouden in Straatsburg, waardoor het voltallige Europese Parlement plus gevolg maandelijks de grens over moet. Deze verplichte verhuizing is door de lidstaten vastgelegd in het verdrag van Amsterdam in 1997. Omdat deze verplaatsing jaarlijks € 103 miljoen kost, tijd kost én slecht is voor het milieu vanwege de CO2 uitstoot, woedt er een discussie over een eventuele afschaffing van deze maandelijkse reis.

In 2011 werd een onderzoek gedaan door de vicevoorzitter van het EP, Edward MacMillan-Scott. Daarin hield hij een enquête onder de meer dan 700 Europarlementariërs waaruit bleek dat 88% van hen het liefst Straatsburg als vergaderplaats geschrapt ziet. Ook een aantal lidstaten pleiten voor het afschaffen van de maandelijkse verhuizing.

De officiële zetel van het EP, Straatsburg, is echter vastgelegd in een protocol bij het Europees Verdrag. Om een wijziging te maken in dit protocol moeten alle 28 regeringen van de EU-lidstaten hiermee instemmen. Het EP kan hierbij alleen een adviserende rol spelen.

De parlementaire Commissie van Constitutionele Zaken boog zich over de zaak. In juni 2013 hebben rapporteurs Gerald Häfner (Groenen, Duitsland) en Ashley Fox (ECR, Verenigd Koninkrijk) een ontwerpresolutie opgesteld, die op 14 oktober 2013 is aangenomen door de parlementaire commissie. De tekst las: “Het Europese Parlement zou effectiever, zuiniger en milieuvriendelijker zijn als het op één enkele plaats gevestigd was.” En verder: “De aanhoudende maandelijkse migratie tussen Brussel en Straatsburg is een symbolisch negatieve zaak geworden.”

Op 20 november 2013 heeft het voltallige EP de resolutie aangenomen. Dit was een unicum, want het is de eerste keer dat het onderwerp in het Parlement besproken werd. De resolutie zal nu aan de lidstaten voorgelegd worden.

In de resolutie staat er dat: “Het Europees Parlement zou efficiënter, goedkoper en milieuvriendelijker zijn als het op één plek gevestigd is”.

Het Parlement wil een verdragswijziging om veranderingen door te voeren die nodig zijn om het “Parlement zelf te laten beslissen waar en wanneer het bijeenkomt en zodat het zelf over zijn interne organisatie kan besluiten”. Sinds het Verdrag van Lissabon kan het Parlement zelf voorstellen bij de Raad indienen voor verdragsaanpassingen.

Lees meer over de stemming van 20 november 2013
Aangenomen tekst 20/11/2013 (doc 2786KB)
Persbericht over de stemming van 14 oktober 2013

Links

Brussels Strasbourg study (EN) http://www.brusselsstrasbourgstudy.eu/
Het rapport over de locatie van het EP http://www.europarl.europa.eu/meetdocs/2009_2014/documents/afco/pr/938/938995/938995en.pdf
Europa nu http://www.europa-nu.nl/id/vh8ml7j9izug/vestigingsplaatsen_europees_parlement
Website van de Commissie Constitutionele Zaken http://www.europarl.europa.eu/committees/en/afco/home.html
Protocol 6 van het Europees verdrag http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:C:2010:083:0201:0328:EN:PDF
Nu kan ik het toch niet laten om kort (nou ja, kort...) terug te komen op een controverse die hier voor het laatst uitgebreid ter sprake kwam op 10 november in ‘Wiel’. En dan bedoel ik de ‘Rudolf Steiner: Schriften – Kritische Ausgabe (SKA), Band 5, Schriften über Mystik, Mysterienwesen und Religionsgeschichte, erschienen in einer Koproduktion zwischen dem frommann-holzboog und dem Rudolf Steiner Verlag im September 2013.’ Toen ging het over de correspondentie daarover tussen uitgever en bezorger Christian Clement en critica Irene Diet. Ik stelde ook nog andere correspondentie, met andere van zulke critici, in het vooruitzicht, maar ben daar tot nu toe niet aan toegekomen. Intussen is er natuurlijk veel meer gebeurd. Twee dingen wil ik u op dit moment niet onthouden. Ten eerste deze humoristische ‘Inmedia+ // Bewegungsmelder-Kolumne von Ramon Brüll’ van 5 december, ‘Von der geistigen Armut’:
‘Zur Anwendung der Kulturtechnik der Schriftsprache gehören erstens das Schriftstück, zum Beispiel in Form eines Buches, und zweitens die Fähigkeiten des Lesens und Verstehens, die man in zivilisierten Ländern gemeinhin schon in den ersten Schuljahren erwirbt. Sowohl der materielle Notstand, ein Buch nicht verstehen zu können, als auch der Bildungsnotstand, die Zeichenfolge nicht erkennen (und verstehen!) zu können, führen zur geistigen Armut, wenn nicht zur Verblödung. – Das ist eine Binsenweisheit, die ich hier nur deshalb kolportiere, weil mir kürzlich die Folgen in erschreckender Klarheit wieder vor Augen geführt wurden. Und zwar beim Durchblättern einer Zeitschrift, die in manchen anthroposophischen Kreisen gerne gelesen wird, nicht etwa beim Spaziergang in einem der von den sogenannten bildungsfernen Bevölkerungsschichten bevorzugten Stadtvierteln hier in Frankfurt. Es handelt sich um eine Ausgabe des von Thomas Meyer herausgegebenen schweizerischen Magazins Der Europäer.

In dessen Redaktionsstuben muss tatsächlich der geistige Notstand ausgebrochen sein. Ob sich die Kollegen in Basel kein Deutschlexikon leisten können oder nicht das Buch, welches sie besprechen, ist mir ebenso unbekannt wie die Antwort auf die Frage, ob die Damen und Herren Redakteure, Rezensenten und Leserbriefschreiber, die im besagten Blatt eine wichtige Neuerscheinung durch den Kakao ziehen, diese nicht gelesen oder sie nicht verstanden haben. Das ist mir, mit einem guten alten Berliner Spruch, eigentlich auch Pomade. Aber beschämend ist der Umstand allemal.

Das Buch, auf das die publizierende Zunft sich da stürzt, ist der erste erschienene Band der vergleichenden und von Christian Clement kommentierten Ausgabe der schriftlichen Werke Rudolf Steiners. Im wissenschaftlichen Kontext nennt man eine solche Edition eine “kritische Ausgabe”, was nichts anderes heißen will, als dass alle vom Autor selbst seit der Erstveröffentlichung veranlassten Veränderungen, Korrekturen, Ergänzungen und Streichungen bis hin zur sogenannten “Ausgabe letzter Hand” akribisch dokumentiert sind. Sie ermöglicht somit allen, die es interessiert, die Werkentwicklung zu verfolgen. “Kritisch” ist die Ausgabe insofern, als die Herausgeber “gewissenhaft, nach präzisen Maßstäben prüfend” (Duden) dokumentieren, wie der Autor, in diesem Fall Steiner, gearbeitet hat.

Futter für Steiner-Adepten, würde man meinen! Was macht aber der Europäer? Er behandelt die Schriften Kritische Ausgabe (SKA) aus dem Frommann-Holzboog und dem Rudolf Steiner Verlag so, als ob es sich nicht um Steiner-Texte im Original, sondern um übelste Gegnerliteratur handelt. Der Schluss liegt nahe, dass die empörten Publizisten am Rheinknie weder den Titel verstanden noch das Buch jemals zur Hand genommen, geschweige denn gelesen haben. Das könnte noch wirtschaftliche Gründe haben, siehe oben, denn das Buch ist mit 110 Schweizer Franken nicht ganz billig. Wenn aber eine Rezensentin im Europäer allen Ernstes behauptet, Clement würde in seiner Einleitung Steiner des Plagiats bezichtigen, während dort in Wirklichkeit haarfein dargestellt und nachgewiesen wird, dass Steiner auf die Klassiker der Philosophie und der Mystik aufbaut, nicht aber von ihnen abschreibt, und damit Steiner gegen eine neuerliche Mode des Herunterspielens der eigenständigen Leistung verteidigt, dann gibt es dafür nur eine mögliche Erklärung: Die eifrige Rezensentin hat den besprochenen Text schlicht nicht verstanden. Das mag ja bei anspruchsvollen Texten, gelesen von minderbegabten Kritikern vorkommen, aber einer Redaktion sollte das auffallen. Hallo Thomas, bitte merken: Eine kritische Ausgabe hat mit Kritik im Sinne von abwertendem Urteil nichts zu tun! (Zum Weiterlesen: Kommentar meines Kollegen Jens Heisterkamp zum Thema)

Liebe Leserinnen und Leser! Ich stelle den sofortigen Start einer Nothilfeaktion zur Linderung geistiger Armut bei unseren Basler Kollegen anheim. Bis zur Einrichtung eines gemeinnützigen Spendenkontos biete ich an, Ihre Spenden (auch kleine Beiträge helfen!), auf dem Konto des Info3-Verlages zu sammeln:
Kontonummer 15367215, BLZ 430 609 67
Bitte mit Vermerk: Nothilfe gegen geistige Armut.

Sobald die erforderliche Summe erreicht ist, werden wir der Redaktion des Europäer den genannten Band in diskreter Verpackung zukommen lassen. Beim Eingang eines genügend großen Betrages geben wir noch einen Gutschein für einen Volkshochschulkurs “Deutsche Schriftsprache verstehen” hinzu. – Darf ich mit Ihrer solidarischen Hilfsbereitschaft rechnen?’
Het tweede is niet zo hilarisch. Maar wel een uitstekende bespreking, die echt op de inhoud ingaat, zoals de bedoeling is. En niet kort is. Om dieper over na te denken; gaat u er maar eens lekker voor zitten. Hij is van Lorenzo Ravagli op zijn ‘Anthroblog’ op 22 november, en draagt de brisante titel ‘Dynamit, das dogmatische Bastionen sprengt’:
‘Wer sich für die Entwicklung von Rudolf Steiners Denken interessiert, soweit diese an den Überarbeitungen seiner Schriften ablesbar ist, hat es schon immer als Mangel empfunden, dass die Befriedigung dieses Interesses aufgrund der Nichtexistenz einer historisch-kritischen Ausgabe unnötig erschwert wurde. Mühsam musste man in Antiquariaten oder Bibliotheken nach den verschiedenen Auflagen suchen (eine Arbeit, die das Internet inzwischen etwas erleichtert) und wenn man sie erst in seinen Besitz gebracht hatte, Satz für Satz miteinander vergleichen.

Einen Schritt, um diesen Beschwernissen abzuhelfen, stellt das verdienstvolle Unternehmen Christian Clements dar, der an der Brigham University in Utah Deutsche Sprache und Kultur lehrt, die wichtigsten Schriften Steiners, mit einem synoptischen Lesartenverzeichnis versehen, herauszugeben.

So gering ausgeprägt das Bedürfnis nach einer vergleichenden Textarbeit bei den verbliebenen dogmatischen Steinerjüngern auch sein mag, so groß dürfte das Entzücken über dieses Unternehmen bei denjenigen sein, die schon immer in der Wandlungsfähigkeit eine der Stärken dieses Geistes sahen, der wohl kaum seinesgleichen im 20. Jahrhundert hat. Dass Wandlungsfähigkeit Treue zu sich selbst nicht aus-, sondern im Falle Rudolf Steiners einschließt, zeigt der Herausgeber eindrucksvoll in seiner Einleitung zum ersten Band der »Kritischen Ausgabe« (dem 5. Band der SKA).

Dieser Band, der Steiners Schriften über Mystik, Mysterienwesen und Religionsgeschichte enthält (die »Mystik im Aufgang...« und das »Christentum als mystische Tatsache...«), besticht durch seine handwerkliche und editorische Sorgfalt, sein Schriftbild ebenso wie seinen umfangreichen Quellen- und Zitatennachweis. Die Bedeutung des Vorhabens unterstreicht die Tatsache, dass der Rudolf Steiner Verlag, der bisherige Herausgeber der Rudolf Steiner Gesamtausgabe, sich zum frommann-holzboog Verlag hinzugesellt hat, der mit seiner Bereitschaft zur Herausgabe bekundet, dass Rudolf Steiner als Gegenstand der wissenschaftlichen Forschung vollends in den ehrwürdigen Hallen der Akademie angekommen ist. Was ihm Zeit seines Lebens nicht gelang: Anerkennung von Seiten des wissenschaftlichen Establishments zu erhalten, gelingt ihm nun post mortem zumindest als Objekt der Forschung.

Man sollte diese Entwicklung nicht unterschätzen, denn bislang schien genau dies, dass die Anthroposophie als Gegenstand wissenschaftlicher Forschung Ernst genommen wird, ein Ding der Unmöglichkeit. Dass die Anthroposophie zu lange ein akademisch tabuisiertes Gelände war, ist nicht allein ihren Vertretern anzulasten, sondern auch den Vertretern einer Wissenschaft, deren Denken von Paradigmen beherrscht war, die sich unter der konsequenten Kritik ihrer Voraussetzungen als wenig konsistent erwiesen haben. Inzwischen hat die Wissenschaftsgeschichte nicht nur jegliche Form des Reduktionismus als selbstverschuldete Befangenheit entlarvt, sondern auch dazu geführt, dass ein begrenztes rationalistisches oder positivistisches Wissenschaftsverständnis endgültig der Vergangenheit angehört.

Wenn die Anthroposophie als legitimer Gegenstand wissenschaftlicher Forschung Ernst genommen wird, kann dies nur zur Folge haben, dass sich die Wissenschaft durch diesen ihren Gegenstand verändert. Denn Erkenntnisgewinn lässt sich – was Helmut Zanders gescheitertes monumentales Experiment eindrücklich gezeigt hat – nicht erzielen, wenn ein reduktionistischer Rationalismus oder Historismus versucht, Methoden auf einen Gegenstand anzuwenden, die diesem nicht konform sind. Gegenstandskonformität ist Bedingung jeder wirklichen Erkenntnis – gleichgültig ob in den Natur- oder Geisteswissenschaften – , die originäre geistige Gestalt der Mystik oder einer aus religiöser Erfahrung entsprungenen Christologie lässt sich nur verstehen, wenn sich die Hermeneutik von ihrem Objekt leiten und belehren lässt. In gewissem Sinne und bis zu einem gewissen Grad muss daher tatsächlich – nach einem zutreffenden Hinweis des Esoterikforschers Arthur Versluis – der Wissenschaftler, der die Mystik oder Esoterik erforschen will, zum Mystiker oder Esoteriker werden. Für ein Verständnis der spezifischen mystischen Erfahrung der Gottinnigkeit oder der esoterischen Denkformen ist wenig bis nichts gewonnen, wenn soziologische oder medizinische Kategorien auf sie angewendet werden. Wer über Erfahrungen spricht, die er selbst nicht wenigstens im Ansatz nachvollzogen hat, spricht wie der Blinde von den Farben; er ist bestenfalls ein Langweiler, schlimmstenfalls ein Schwätzer.

Dass die Publikation der »Kritischen Ausgabe« in den Reihen derer, die sich als die legitimen Erben des esoterischen Charismas betrachten, für hysterische Reaktionen sorgt, war zu erwarten. Denn sie haben einen nicht geringen Teil ihres Sendungsbewusstseins aus dem Anspruch geschöpft, das Deutungsmonopol über die »Geisteswissenschaft« zu besitzen. Indem die Akademie ihnen dieses Monopol entwindet, stellt sie zugleich ihre bisherige soziale Funktion in Frage. Rudolf Steiners Werk ist noch heute Dynamit. Es vermag jegliche Art von dogmatischen Bastionen zu sprengen, hüben wie drüben.

Christian Clement hat diesen Band der »Kritischen Ausgabe« mit einer geistreichen Einleitung versehen, die den prozessualen, lebendigen Charakter von Steiners Denken betont. Wer sich mit der Textentwicklung seiner Schriften befasst, begegnet laut Clement einem »in ständigem Fluss befindlichen, auf immer neue Weise mit der sprachlichen Form ringenden, auch inhaltlich sich revidierenden Denken«. Die Entscheidung, die in diesem Band enthaltenen Schriften entgegen der chronologischen Ordnung als erste herauszugeben, begründet Clement mit ihrer Schlüsselstellung für das Verständnis der spirituellen Entwicklung Steiners und ihrer Bedeutung für die aktuellen Debatten über den kontinuierlichen oder diskontinuierlichen Charakter dieser Entwicklung. In welchem Maß setzen sie die zentralen ideellen Motive des Frühwerks fort und in welchem Maß wurzeln sie in den spirituellen und intellektuellen Traditionen des Abendlandes – oder stellen sie möglicherweise nur den dürftig kaschierten Reflex karrierepolitischer Entscheidungen dar, wie Zander vermeinte?

Für Clement besteht kein Zweifel, dass sich in diesen beiden Werken, die eine Morphologie des europäischen Bewusstseins von der Antike bis zur Neuzeit skizzieren, bereits deutlich die Umrisse der »später ausgebildeten Anthroposophie« abzeichnen. Steiner wendet in ihnen die morphologische Methode Goethes auf seelische und geistige Phänomene an und versucht, die unterschiedlichsten Gestalten des Bewusstseins auf eine Grundform zurückzuführen. Diese Grundform ist die Selbsterfahrung des Geistes im Denken.

Clement sieht in der Anwendung dieses morphologischen Grundgedankens auf die abendländische Bewusstseinsgeschichte so etwas wie einen »Geburtsakt der Anthroposophie«, dem man durch das Fenster dieser beiden Werke gleichsam zuschauen kann. Freilich setzt ein Geburtsakt eine Empfängnis und eine Zeit der Inkubation voraus und insofern weisen diese Werke auf die philosophischen Schriften Steiners vor der Jahrhundertwende zurück, die folglich ebenso zur Geschichte der »später ausgebildeten« Anthroposophie gehören.

Eine besondere, ja zentrale Eigentümlichkeit der beiden Werke sieht Clement in ebendieser – bis heute leider weitgehend übersehenen – bewusstseinsphilosophischen Dimension. Steiner sei weniger an einer historisch und philologisch abgesicherten Darstellung der verschiedenen Strömungen der Mystik interessiert gewesen (zu der ihm auch das Handwerkszeug gefehlt habe), als daran, aufzuzeigen, wie die Grunderfahrung des menschlichen Geistes, die Selbsterkenntnis, in diesen unterschiedlichen Strömungen und ihren Autoren Gestalt angenommen habe.

In diesem Kontext formuliert Clement das erste Mal seine These, Steiners Methode der Interpretation sei die »Selbstprojektion«. Wer wie Steiner der Auffassung sei, im menschlichen Inneren offenbare sich das Wesen aller Dinge, sei nur konsequent, wenn er die Manifestationen dieses Wesens, die sich in seinem eigenen Ich zeigten, auch im Denken anderer Persönlichkeiten aufzuweisen versuche.

Dieses epistemische, gedankenmystische Grundpostulat findet sich laut Clement bereits in Steiners philosophischen Schriften. Auf dialektische Weise verschränkt sich also in der entstehenden Anthroposophie das erkennende Bewusstsein Steiners mit dem Wesen der Welt, das sich in der Bewusstseinsgeschichte des Abendlandes zur denkenden Selbsterkenntnis im Wesen des Menschen hindurchringt. Die Metamorphosen des abendländischen Bewusstseins vom Platonismus über den Neuplatonismus, die mittelalterliche Mystik bis hin zu Goethe und dem deutschen Idealismus erweisen sich im Bewusstsein Steiners als innere Erfahrungen eines erkennenden Subjekts, in dem sich das geistige Wesen der Welt ausspricht.

Wenn sich aber dieses Wesen der Welt im erkennenden Bewusstsein des Menschen ausspricht, dann ist dieses Bewusstsein ein Teil der Selbstentwicklung dieses Wesens. Der Urgrund der Welt, der Gott der Religionen, kommt im sich selbst erkennenden Denken des Menschen zu einem individuellen Selbstbewusstsein. Die objektive Entwicklung des Geistes in der Geschichte spiegelt sich im Bewusstsein, das diese Entwicklung betrachtet, der subjektive Geist, der sich entwickelt, spiegelt sich in der Geschichte der Geister. Wie in einer Versuchsreihe, so Clement, ordne Steiner die ideellen Phänomene der Geistesgeschichte an, um durch deren Betrachtung das Urphänomen aller menschlichen Vorstellungsbildung, die Selbsterkenntnis des Weltgrundes im Menschen, sichtbar werden zu lassen.

Insofern das Wesen der Welt und das Wesen des Menschen im Erkennen immer schon dialektisch ineinander verschränkt sind, erweisen sich Wissenschaft und Mystik als untrennbar aufeinander bezogen, und die Synthese beider, wie die Anthroposophie sie anstrebt, nicht nur – wie Clement meint – als natürliches telos der abendländischen Geistesentwicklung, sondern auch als deren typos. Die Weisheit Gottes faltet sich in der Geistesgeschichte auseinander, um sich im Bewusstsein, das seine Entfaltung in dieser erkennt, wieder zur Weisheit des Menschen zusammenzufalten.

Auch wenn Steiner sich rhetorisch bis in die neunziger Jahre hinein eher von der Mystik distanzierte, war ihm diese als Erkenntniserfahrung von Anfang an präsent. Dies zeigt deutlich sein berühmter Brief an Josef Köck aus dem Jahr 1881, in dem er davon spricht, in sich das von Schelling erwähnte Vermögen entdeckt zu haben, das Ewige in unwandelbarer Gestalt anzuschauen. Auch Clement bezeichnet das von Steiner angedeutete Erlebnis als »mystische« Erfahrung, spricht aber gleichzeitig davon, dieser habe gezögert, es als »mystisch« zu identifizieren, da für ihn dieser Begriff »negativ besetzt« gewesen sei. Dafür habe Steiner später bei Fichte, Hegel und Goethe Formulierungen gefunden, in die er seine eigenen Erkenntniserlebnisse »hineinprojizieren« konnte. Zum zweiten Mal taucht hier der Begriff der »Projektion« auf, über den gleich im Zusammenhang mit dem von Clement postulierten ideogenetischen Gesetz noch zu sprechen sein wird.

Allerdings lässt gerade Steiners Brief an Josef Köck daran zweifeln, dass die von Clement genannten Autoren für ihn lediglich Fundstätten für Formulierungen waren, in die er seine Erlebnisse hineinprojizieren konnte. Spricht Steiner doch davon, er habe ein Jahr lang erforscht, ob Schellings Behauptung, es gebe ein solches Vermögen, das Ewige im Selbst anzuschauen, wahr sei. Seine Entdeckung eben dieses Vermögens erweist sich also als Ergebnis einer ausgedehnten, langwierigen Prüfung des Idealismus und dieser steht nun, nach dieser Entdeckung, »in einer wesentlich modifizierten Gestalt« vor ihm. Leider lässt sich Steiner über diese »wesentliche Modifikation« nicht näher aus, sie muss aber wohl mit der Verifikation von Schellings Behauptung zusammenhängen, die seine »Entdeckung« offenbar für ihn darstellte. Zweifellos war Steiner der Überzeugung, er habe eben jenes Organ oder Vermögen in sich entdeckt, von dem Schelling gesprochen hatte – und diese Entdeckung war – wie gesagt – das Ergebnis einer Selbsterforschung, die ein Jahr dauerte. Hätte Steiner lediglich nach Formulierungen gesucht, in die er seine eigenen wie auch immer gearteten Erlebnisse hineinprojizieren konnte, hätte er dazu wohl kaum einer so lange andauernden Selbsterforschung bedurft.

Ob sich nun Steiner von der Mystik distanzierte, weil deren Begriff für ihn negativ besetzt war, oder weil er bei den anderen, für die er schrieb, negativ besetzt war, was immerhin auch eine mögliche Lesart ist, sei dahingestellt.

Gegen Ende des 19. Jahrhunderts jedoch, in den Jahren 1898/99 lässt sich, wie Clement feststellt, eine deutliche Identifikation Steiners mit der Mystik konstatieren, wenn auch nur mit einer »richtig verstandenen« Mystik. Es wäre durchaus denkbar, dass Steiner nun, da er sich intensiv mit Autoren wie Heraklit, Platon, Plotin, der Theologia Teutsch, Jakob Böhme und Angelus Silesius beschäftigte, erstmals eine historische Gestalt der Mystik vor Augen trat, die philosophisch begründet und begründbar war. Wenn er sich nun explizit mit der »richtig verstandenen Mystik« identifizierte, könnte es sich um jene Mystik handeln, deren Vorhandensein er »schon längst ahnte«, wie es im Brief an Josef Köck heißt, mit der sich zu identifizieren er aber aufgrund möglicher Missverständnisse zögerte. Bemerkenswert ist, dass nun, wie Clement schön herausarbeitet, Steiner eben jene dialektische Verschränkung zweier polarer Geisteshaltungen beschreibt, die bereits weiter oben als zentrales Motiv seiner philosophischen Werke und der abendländischen Geistesgeschichte erwähnt wurde. Der Mystiker wendet sich seinen Innenerlebnissen zu und verliert darob das Interesse an der Außenwelt, der Naturwissenschaftler beschäftigt sich nur mit dieser Außenwelt und verliert darob seine Innenwelt aus den Augen. Laut Steiner kommt es jedoch darauf an, zu erkennen, dass die Außenwelt dasselbe Wesen manifestiert, das der Mystiker in seinem Inneren sucht und dass das Wesen der Außenwelt eben in diesem Inneren zu finden ist, vor dem der Naturwissenschaftler seine Augen verschließt. Wendet der Naturwissenschaftler seine empirischen Methoden auf die Innenwelt an und der Mystiker seine vertiefte Erlebnisfähigkeit auf die Außenwelt, dann werden ihre Erkenntniswege in einer mystisch vertieften Naturwissenschaft oder einer wissenschaftlich fundierten Mystik konvergieren.

Ebendiese dialektische Auffassung der beiden Erkenntniswege findet in der Mystik ihre ausführliche Darstellung, die sich bekanntlich nicht nur mit der Mystik, sondern auch der Naturwissenschaft befasst. Dass beide Erkenntnisformen Abwandlungen eines ihnen zugrunde liegenden Gesetzes des Erkennens sind, genau dies versucht Steiners Schrift über die Mystik aufzuzeigen. Sie versucht dies aber nicht mehr, wie Steiners philosophische Schriften vor der Jahrhundertwende, anhand einer Untersuchung der Grundstruktur des menschlichen Erkennens, sondern indem sie konkrete Vorstellungen und Denkformen, die im Lauf der Bewusstseinsgeschichte entstanden sind, rekonstruiert. Was Steiner laut Clement herauszuarbeiten versucht, ist »das Gesetz von der Entstehung der menschlichen Gottes-, Jenseits- und Naturvorstellungen als verdinglichenden Projektionen der Selbst-Erfahrung«, das Clement als »ideogenetisches Gesetz« bezeichnet.

Was genau versteht Clement unter diesem »ideogenetischen Gesetz«, das Steiner seiner Auffassung nach in Analogie zum biogenetischen Gesetz (der Rekapitulation der Phylogenese in der Ontogenese) seiner geistesgeschichtlichen Untersuchung zugrunde gelegt hat? Kurz gesagt behauptet es, dass alle mystischen und naturwissenschaftlichen Vorstellungen (Mystik-Schrift), sowie alle mythischen, religiösen, künstlerischen und philosophischen Anschauungen (Christentums-Schrift) ihren Ursprung in einer Urtatsache des Innenlebens haben, in der »mystischen Selbsterfahrung des Geistes im Menschen« nämlich. Da alle Gestalten des Geistes letztlich Selbstentäußerungen dieses Geistes sind, müssen all diese Gestalten, die im Lauf der Geschichte des Abendlandes in Erscheinung getreten sind, seien sie nun mythischer, philosophischer, religiöser, mystischer oder naturwissenschaftlicher Art, letztlich Projektionen des Ich in ein wie auch immer ausgestaltetes Nicht-Ich sein. Der Mensch, so Clement, habe »das Wissen von seinem eigensten, innersten Wesen als Wissen von einer Transzendenz aufgefasst«, »als Wissen von ›Gott«, der ›Idee‹ oder der ›Natur‹«, und dabei die tiefere Natur dieses Wissens, Selbsterkenntnis und Selbstentäußerung zu sein, verkannt. Das ideogenetische Gesetz besagt demnach laut Clement – wenn wir es richtig verstehen –, dass alle objektiven Gestalten des Geistes unbewusste Objektivierungen und Projektionen des erkennenden Subjektes sind, dass sie Selbstentäußerungen des menschlichen Ich darstellen, die es nicht als solche erkennt. Im Folgenden erklärt Clement dieses Gesetz zur »grundlegenden Leitidee der Anthroposophie«, insofern diese sich selbst als Versuch einer umfassenden Dokumentation der Selbst-Erfahrung des Seinsgrundes im menschlichen (bzw. steinerschen) Bewusstsein darstellt.« Hier fassen wir ein zentrales Motiv von Clements Deutung der Anthroposophie, eine Denkform, die abgewandelt auch in späteren Teilen der Einleitung wiederkehrt. Die etwas umständliche Formulierung des ideogenetischen Gesetzes fasst der Begriff der »Projektion« offenbar zusammen, dem Clement wenig später den Begriff der Imagination zur Seite stellt, den er offensichtlich für gleichbedeutend hält.

Wie man vielleicht bemerkt, hebt diese von Clement formulierte These in gewisser Weise sich selbst auf. Denn wenn alle objektiven Gestalten des Geistes nur Projektionen des subjektiven Geistes sind, was bleibt da als objektiver Seinsgrund übrig, der sich im menschlichen Bewusstsein erfahren könnte? Entweder der Seinsgrund existiert nur im Menschen und projiziert sich unbewusst in die Gestalt unterschiedlichster Erkenntnisgegenstände, um sich im nachhinein in diesen wieder zu erkennen, oder er existiert unabhängig vom menschlichen Bewusstsein, um erst dieses hervorzubringen, und sich hernach in diesem als sein eigener Schöpfer und Ursprung zu erkennen. Im ersteren Fall ist das Subjekt das erste und letzte Prinzip seines Seins und seiner Erkenntnis, im letzteren Fall geht das Subjekt aus einem von ihm unabhängigen Seinsgrund hervor, der es mit der Fähigkeit ausstattet, sich selbst und das ihm vorauslaufende Seinsgeschehen zu erkennen. Ich denke, die Alternative ist deutlich. Haben wir es aber auch tatsächlich mit einer Auffassung Steiners zu tun? Ich denke nicht.

Clement führt seine These vom ideogenetischen Gesetz, das angeblich die Leitidee der gesamten Anthroposophie ist, als Analogie zum biogenetischen Gesetz ein, das bekanntlich Haeckel formuliert hat. Das biogenetische Gesetz besagt, dass die Individualentwicklung des Embryos eine zeitlich geraffte Wiederholung der Artentwicklung ist. Was aber soll das Individuum in seiner Entwicklung wiederholen, wenn gar keine Art vorausgesetzt werden kann, die sich entwickelt? Könnte der Embryo überhaupt existieren, wenn er nicht zuvor gezeugt würde? Wer ist denn der Erzeuger des erkennenden Subjektes – zwar nicht seiner Erkenntnisakte, aber der Bedingungen der Möglichkeit dieser Akte und seines vorauslaufenden Seins, das diese Akte erst ins Dasein ruft? Neigt das ideogenetische Gesetz, so wie Clement es formuliert, nicht bedenklich zum Solipsismus? Vielleicht verstehen wir ja nur falsch, was Clement eigentlich sagen will. Betrachten wir daher einige weitere Ausführungen, die sich auf dieses Gesetz beziehen.

Clement wendet den Begriff der »Projektion« auch an, um Steiners methodisches Vorgehen, seine Erkenntnisweise zu charakterisieren. So schreibt er etwa, Steiner habe zu den von ihm behandelten Mystikern dadurch einen Zugang gesucht, dass er die in seinen philosophischen Frühschriften skizzierte Innenerfahrung in diese »hinein imaginiert« habe. In einer Anmerkung fügt er präzisierend hinzu, er verwende den Begriff der »Imagination« oder »Ein-Bildung« – hier können wir wohl ergänzen, auch den der »Projektion« – in einem positiven Sinn, so wie ihn die abendländische Mystik benutzt habe: der Mensch bilde sich nicht bloß etwas ein, und erschaffe so eine subjektive Fiktion, sondern »der Grund des Seins selbst« bilde sich »im Menschen einen Spiegel seines eigenen Wesens«. In diesem Sinne habe Böhme davon gesprochen, die Seele des Menschen erhalte ihr Wesen in der Imagination jeweils von der Welt in die sie sich eineigne und ergebe. Steiners Versuch, sich selbst in die Äußerungen der jeweiligen Denker hinein zu imaginieren, könne man im Sinne dieser Auffassung als Versuch verstehen, das Wesen dieser Denker, »genauer, das in seinem und ihrem Denken vorstellungsbildend wirkende Wesen überhaupt zur Erscheinung zu bringen.«

Dem aufmerksamen Leser dürfte nicht entgehen, dass Clement hier unsere weiter oben formulierten Einwände hinsichtlich eines möglichen Solipsismus aufgreift. Hier spricht er offenbar von jenem vorauslaufenden Sein, das sich dem Menschen einbildet, um sich in ihm zu spiegeln. Ergänzt werden müsste hier allerdings, dass das Spiegelbild ein selbstständiges Sein erlangt und seinen Inhalt nicht nur aus dem sich spiegelnden Wesen empfängt. Während weiter oben die objektive Seite des geistigen Weltprozesses unerwähnt blieb, besteht hier die Gefahr, dass das Umgekehrte geschieht: das eigenständige Erkenntnissubjekt verschwindet im objektiv ontologischen Vorgang der Spiegelung. Sehr schön beschreibt diese Seite des doppelseitigen Erkenntnisprozesses ein Absatz der »Grundlinien einer Erkenntnistheorie...«, auf dessen Kommentierung durch Clement wir gespannt sein dürfen: »Wenn der eine, der ein reiches Seelenleben hat, tausend Dinge sieht, die für den geistig Armen eine Null sind, so beweist das sonnenklar, dass der Inhalt der Wirklichkeit nur das Spiegelbild des Inhaltes unseres Geistes ist und dass wir von außen nur die leere Form empfangen. Freilich müssen wir die Kraft in uns haben, uns als die Erzeuger dieses Inhaltes zu erkennen, sonst sehen wir ewig nur das Spiegelbild, nie unseren Geist, der sich spiegelt. Auch der sich in einem faktischen Spiegel sieht, muss sich ja selbst als Persönlichkeit erkennen, um sich im Bilde wieder zu erkennen.« Allerdings muss dieser Absatz durch einen anderen ergänzt werden, der sich auf die gegenüberliegende Seite dieses Vorganges bezieht: »Der Gedankeninhalt ist ein solcher, dass nur überhaupt ein geistiges Organ notwendig ist zu seiner Erscheinung, dass aber die Zahl der mit diesem Organe begabten Wesen gleichgültig ist. Es können also unbestimmt viele geistbegabte Individuen dem einen Gedankeninhalte gegenübertreten. Der Geist nimmt also den Gedankengehalt der Welt wahr, wie ein Auffassungsorgan. Es gibt nur einen Gedankengehalt der Welt. Unser Bewusstsein ist nicht die Fähigkeit, Gedanken zu erzeugen und aufzubewahren, wie man so vielfach glaubt, sondern die Gedanken (Ideen) wahrzunehmen.« Der »Gedankengehalt der Welt«, so Steiner, erscheint das eine Mal »als Tätigkeit unseres Bewusstseins, das andere Mal als unmittelbare Erscheinung einer in sich vollendeten Gesetzmäßigkeit, ein in sich bestimmter Inhalt.«

Auch in seiner Behandlung des »Christentums als mystische Tatsache...« greift Clement auf die Begriffe der »Imagination« und »Projektion« zurück. Hier fasst er Ausführungen Steiners über den antiken Mythos dahingehend zusammen, dieser sei der Auffassung, Mythen seien letztlich »nichts anderes als aus dem naiven Volksbewusstsein heraus spontan entstandene, gewissermaßen wild gewachsene bildhafte Objektivierungen derjenigen seelischen und geistigen Gesetzmäßigkeiten, nach deren Bewusstmachung man in den Mysterien systematisch gestrebt« habe. Auch die Mysterien hätten diese Einsicht in ihren Schülern hervorrufen wollen: »Der Schüler habe einsehen sollen, dass die ›Götter‹, wie sie sich in Volksreligion und Mythos darstellen, letztlich Schöpfungen und Spiegelbilder des menschlichen Bewusstseins sind, Projektionen von Aspekten und Gesetzmäßigkeiten des Seelischen und Geistigen im Menschen.« Die Assoziation zu Feuerbach liegt nahe, und so verwundert es nicht, wenn Clement fortfährt: »Aus Steiners Sicht begann somit die traditionelle Einweihung mit einem Akt radikaler Religionskritik, wie sie sich philosophisch schon bei Xenophanes und Feuerbach findet.« Die mit diesen Einsichten verbundene Gefahr habe darin bestanden, dass der Myste nun in Gott oder dem Geist nichts anderes mehr zu sehen vermochte, als subjektive Vorstellungen und Illusionen und somit in Atheismus und Materialismus zu verfallen. Diese Gefahr sei dadurch umschifft worden, dass der Myste den Blick von den »selbstgeschaffenen Göttern« auf die »götterschaffende Tätigkeit des eigenen Bewusstseins« habe lenken müssen. »Der Mysterienschüler habe erfahren sollen«, so Clement weiter, »dass in dieser nicht nur er selbst als ›Subjekt‹, sondern vielmehr der Subjekt und Objekt umfassende Grund des Seins als solcher am Werk ist.« In einer Anmerkung potenziert Clement noch einmal die mit diesen Sätzen angesprochene Erkenntnisproblematik, wenn er schreibt: »In diesem ›Anschauen der götterschaffenden Tätigkeit‹ liegt unzweifelhaft eine ideelle Metamorphose des in der Philosophie der Freiheit an zentraler Stelle auftauchenden Theorems von der ›Beobachtung des Denkens‹ vor. Somit wird deutlich, dass Steiner, wie schon zuvor in die mittelalterlichen Mystiker, so auch hier in die antiken Mysterien letztlich seine eigenen mystisch-philosophischen Vorstellungen bzw. Erfahrungen hinein projiziert. (Dass dieses Projizieren bzw. Imaginieren durchaus nicht nur negativ gesehen werden muss, ...wurde bereits angedeutet.) Im Lichte dieser Beobachtung erscheint, zumindest im Nachhinein, schon Steiners philosophisches Hauptwerk von 1894 als im Geiste der antiken Mysterienidee gestaltet, wie Steiner sie ab 1901 imaginierte.  Sein späteres Insistieren, dass die Philosophie der Freiheit als ein ›anthroposophisches Buch‹ zu lesen sei, erscheint insofern nicht ganz ungerechtfertigt.«

Clement findet hier die bisher klarste Umschreibung des doppelseitigen Prozesses der pneumatischen Selbstentfaltung, spricht er doch von einem »Subjekt und Objekt umfassenden Grund des Seins«, der sich durch die götterschaffende Tätigkeit des Subjektes manifestiere. Der Vorgang der Projektion oder des Imaginierens ist demnach nicht bloß subjektiv epistemisch, sondern auch objektiv ontologisch aufzufassen. In den »wild gewachsenen bildhaften Objektivierungen« geistiger Gesetzmäßigkeiten – den Mythen – und den Projektionen von Gesetzmäßigkeiten des Geistigen im Menschen – den Göttern – haben wir es folglich nicht nur mit subjektiven Artefakten zu tun, sondern zugleich auch mit Offenbarungen und Epiphanien eines objektiven Seinsgrundes: in den Mythen verschaffen sich die schöpferischen Urbilder der Welt durch die Seele des Menschen Ausdruck, in den Göttern offenbaren sich die schöpferischen Numina von Raum und Zeit in kulturell gefärbter Gestalt. Die Frage erhebt sich nur: welchen Status haben wir den »Imaginationen« und »Projektionen« Steiners zuzusprechen? Offenbart sich in ihnen ebenfalls der »Subjekt und Objekt umgreifende Seinsgrund«, kommt in ihnen also etwas vom objektiven Geist der Mythen und Mysterien, vom Geist des Christentums zum Ausdruck – oder drückt sich in ihnen nur Steiners eigener Geist aus? Spiegelt sich in Steiners Schriften also der ontologische Prozess der Selbstentfaltung des Weltgeistes, oder nur die subjektive Entfaltung seines eigenen Geistes?

Ein weiterer Hinweis auf das hier erörterte Problem findet sich in Clements Ausführungen über Steiners Deutung der theogonischen und kosmogonischen Vorstellungen des Altertums. Die Mysterienschüler, fasst er Steiner zusammen, hätten im mentalen Nachvollzug des Schöpfungsprozesses diesen als eigenes seelisches Schicksal erleben und auf diesem Wege zur Erkenntnis oder zum Erlebnis der Einheit ihres »individuellen Geistes mit dem im Schöpfungsprozess wirksamen universellen Geistigen« gelangen sollen. Dadurch sei die Kosmogonie (bzw. Theogonie) »individualisiert« und die in dieser Kosmogonie auflebende Seele zugleich zur Erfahrung des schöpferischen Geistes geführt worden. Hier scheint Clement also von der tatsächlichen Existenz eines schöpferischen Geistes auszugehen, der im Werden der Welt (der Kosmogonie) wirkt und der nicht lediglich eine Projektion des menschlichen Geistes darstellt. Nebenbei gesagt, entdeckt er hier die Keime der »Geheimwissenschaft im Umriss«, die genau dies zu leisten versucht habe: den Leser durch »imaginativen« Nachvollzug der Kosmogonie in das schöpferische Wirken des Weltgeistes einzuweihen.

Erneut thematisiert Clement die Ideogenese bei seinen Ausführungen über den Geist-Begriff in der »Mystik im Aufgang...«. Er stellt fest, Steiner habe diesen Begriff in den unterschiedlichen Phasen seiner geistigen Entwicklung doch unterschiedlich gefasst. Für den frühen Steiner sei Geist vor allem menschlicher Geist, »Innenleben«, der späte hingegen spreche vom Geist in der Natur und im Kosmos und verstehe darunter etwas Universelles, das nur im menschlichen Bewusstsein in Subjekt und Objekt auseinanderfalle. (Man halte aber die weiter oben zitierten Passagen aus den »Grundlinien einer Erkenntnistheorie...« dieser These entgegen). Diese Metamorphose sei mit der seines Christus-Bildes vergleichbar: von einem immanenten Prinzip zu einem transzendenten Prinzip, – das aber seinen Bezug auf die Immanenz nicht verliert, sondern als wesentlich beibehält: beim späten Steiner inkarniere sich »der Logos« in Jesus, der Geist manifestiere sich objektiv in der Natur. Und hier nun die änigmatische Bemerkung: »Die steinersche Esoterik kann als eine zum Zweck der Anschaulichkeit vorgenommene ideelle Umstülpung seiner Philosophie verstanden werden, in welcher dasjenige, was zuvor Inneres war, als Äußeres angeschaut wird, und umgekehrt.« – Als mehr nicht? Die Steinersche Esoterik nichts als eine Allegorie zur besseren Veranschaulichung seiner schwer begreiflichen Philosophie? Der in der Natur sich manifestierende Geist, der Logos, der sich in Jesus inkarniert, der schöpferische Geist, der sich in der Kosmogonie entäußert und verleiblicht – nichts als eine zum Zwecke der Veranschaulichung geschaffene Allegorie? Anthroposophische Hermeneutik demnach Allegorese und nicht Wandlung des Erkenntnissubjekts und der ihm zugänglichen Wirklichkeit?

Am Ende seiner Einleitung hebt Clement noch einmal hervor, dass die in diesem Band enthaltenen Schriften sich vordergründig zwar mit Mystik, Mysterienwesen und Christentum befassten, im Grunde aber Fallstudien darstellten, die der Illustration des »viel weiter ausgreifenden und viel tiefer reichenden ideogenetischen Grundkonzeptes dienen«, nach dem die Anthroposophie für Steiner nicht nur der legitime Erbe der europäischen Mystik und des deutschen Idealismus sei, sondern auch eine der modernen Naturwissenschaft gleichberechtigte Geisteswissenschaft. Eine gründliche kritische Auseinandersetzung mit dieser programmatischen Dimension der beiden Schriften und dem damit verbundenen philosophischen Selbstverständnis der Anthroposophie stehe aber noch aus.

Wie man sieht, ist Clements Einleitung, von der hier nur einige wenige Ausschnitte berührt worden sind – im Gegensatz zum Vorwort des Mystikforschers Alois Maria Haas, auf das hier nicht weiter eingegangen werden muss – außerordentlich gedankenreich. Man fasse die hier vorgebrachten Überlegungen nicht als Versuch auf, ihre Bedeutung zu schmälern oder ihren Wert zu mindern, sondern als ernsthafte Erkenntnisfragen, die durch diese Einleitung angeregt worden sind. Es wäre ohne Zweifel außerordentlich fruchtbar, die hier begonnene Diskussion weiterzuführen. Von einer solchen Weiterführung darf man sich die schönsten Früchte versprechen, zumal Clement einen Standard gesetzt hat, der in der akademischen Welt seinesgleichen sucht. Sollte sich die wissenschaftliche Auseinandersetzung mit der Anthroposophie weiterhin auf diesem Niveau bewegen, dann wird sich dies nicht nur für die Anthroposophie, sondern auch für die Wissenschaft als folgenreich erweisen.

dinsdag 3 december 2013

Soildiers


Hier ziet u hem dus in vol ornaat, waarover ik het al op donderdag 28 november in ‘Commissaris’ en op woensdag 27 november in ‘Lichtapostel’ had. Een kleine toelichting is wel op zijn plaats. Dit vond ik op de website van Columbus Magazine:
‘Een heel bijzonder gebouw in Edinburgh vond ik toch wel het nieuwe Schotse parlementsgebouw. Het is een extravagant gebouw naar een ontwerp van de Spaanse Architect Enric Miralles. Hij maakt altijd gewaagde ontwerpen waarin kunst en natuur een grote rol spelen. Het parlementsgebouw heeft een nautisch thema. De torens zijn gebouwd in de vorm van boten. Het ongewone ontwerp bleek erg complex om uit te voeren. De kosten bleken ook veel hoger dan geschat en brachten nogal wat tumult te weeg. Zelf heeft Enric Miralles het eindresultaat niet meer kunnen zien. Hij stierf op 45-jarige leeftijd, voor de voltooiing van het gebouw, aan een hersentumor.’
En meer op de website ‘Take a trip’:
‘Na bijna 3 eeuwen afwezigheid werd in 1998 het Schotse Parlement opnieuw ingevoerd. Om deze heuglijke gebeurtenis de nodige luister bij te zetten, besloot men een nieuw parlementsgebouw op te richten, pal tegenover het Holyroodhouse Palace. Het ontwerp van het gebouw is van de Catalaanse architect Enric Miralles, die kort na de aanvang van de werkzaamheden in 2000 overleed. Miralles liet zich inspireren door de groene Schotse heuvels. Het parlementsgebouw vormt een organisch geheel met het omringende landschap. Bij zijn oprichting zorgde het gebouw voor heel wat controverse; politici, de media en ook de gewone Schotten hadden heel wat kritiek op de locatie, het ontwerp en de bouw van deze opmerkelijke constructie. Architecturale academici en critici daarentegen roemen Miralles om zijn geslaagd ontwerp. Wij dagen je uit de nabijgelegen Salisbury Crags te beklimmen voor een totaaloverzicht en zelf een oordeel te vellen over dit unieke gebouw.

Adres: The Scottish Parliament, Edinburgh (EH99 1SP)
Eigenaardige titel, ja. Hij is afkomstig uit Biojournaal vandaag. Die spant de kroon, zoals zo vaak, wat interessante berichtgeving betreft die een relatie heeft biologisch-dynamische landbouw en voeding. Van de website van Demeter moet je het wat dit aangaat niet hebben. Biojournaal heeft daarover alleen vandaag al drie berichten. En ik heb ook nog een paar oudere. Maar eerst Triodos Bank in Biojournaal, met ‘Korte film vanavond na NOS Achtuurjournaal op tv. Triodos Bank: Nederland groeit als nooit tevoren’:
‘Nederland groeit als nooit tevoren. Deze tegendraadse constatering is de kern van een publiekscampagne die alle Nederlanders aan het denken moet zetten over het begrip “groei”. De campagne is een initiatief van Triodos Bank, die er het vastgeroeste denken over economische groei en onze welvaart mee wil losmaken. Het gaat daarbij immers over meer dan een toe- of afname van het bruto nationaal product. De campagne gaat dinsdag 3 december 2013 van start met het uitzenden van de korte film na het NOS Achtuurjournaal op Ned1. De komende weken zullen varianten op deze film op tv, radio, online en in bioscopen door heel Nederland worden herhaald.

Groei is het gesprek van de dag en wordt gezien als dé voorwaarde om uit de recessie te komen. Maar wat zeggen groeicijfers eigenlijk? Zijn we als het bruto nationaal product met 0,1% stijgt, opeens 0,1% gelukkiger? Moeten we eigenlijk wel groeien, of heeft dit streven nu juist veel problemen veroorzaakt? Directeur Matthijs Bierman van Triodos Bank Nederland: “We zitten vast in het heilige geloof in economische groei. Maar louter meer consumptie kan ons niet redden uit de crisis.”

Volgens Triodos Bank ligt de sleutel in het besef dat financieel en maatschappelijk rendement niet tegenover elkaar staan, maar elkaar juist kunnen versterken. De bank wil met de campagne laten zien dat als je anders naar groei kijkt, ziet dat groei over veel meer gaat dan cijfers. En dat het met Nederland eigenlijk best goed gaat. Bierman: “Je kunt geluk laten groeien. Gezonder voedsel. De hoeveelheid schone energie. Zelfvertrouwen. Je kunt iets groot laten worden, door het juist klein te houden. Je kunt groeien door te delen. En zelfs door minder geld uit te geven. Groei is dan niet abstract meer, maar heel dichtbij.”

Als je anders naar groei kijkt, kun je stellen dat Nederland groeit als nooit tevoren. Bierman: “Steeds meer mensen en bedrijven kiezen voor kwalitatieve groei. Overal om je heen zie je maatschappelijke groei. Groei die niet gaat over meer spullen produceren en kopen. Mensen en bedrijven nemen daarin zelf het voortouw. Denk aan gezinnen die hun eigen energiemaatschappij beginnen. Slagers die plantaardig vlees maken. Instellingen die menswaardige en aandachtige zorg bieden. En ondernemers die producten maken die minder schadelijk zijn voor mens en milieu.”

Het hart van de campagne is een korte film (120 seconden). Daarin wordt het begrip groei telkens vanuit een ander gezichtspunt in een nieuw perspectief geplaatst. Groeien door niet te groeien. Bijvoorbeeld door consumptiegoederen zoals auto’s of muziek te delen, in plaats van zelf te bezitten. Groeien door de natuur zelf haar werk te laten doen, en gewassen te beschermen zonder chemische bestrijdingsmiddelen. Groeien door circulair in plaats van lineair te denken en doen. Groeien met financieringsbesluiten die zijn gericht op de lange termijn, en niet louter op snelle winst. Door het energiezuinig maken van scholen en verpleeghuizen, waardoor er geld overblijft voor kwaliteit van onderwijs, of handen aan het bed.

De campagne “Groei is meer dan een cijfer” is in opdracht van Triodos Bank tot stand gekomen. Bijzonder is dat er weloverwogen geen producten of diensten van de bank onder de aandacht worden gebracht; Triodos Bank wordt slechts heel kort aan het einde bij naam genoemd. De campagne is een logisch vervolg op “Klein. Het nieuwe groot”. Deze campagne maakte een ongekende stroom aan reacties los bij opinieleiders, politiek en duizenden Nederlanders. Velen herkenden zich in de onderstroom, de maatschappelijke trend waar deze campagne aandacht voor vroeg. Er wordt tot op de dag van vandaag regelmatig aan gerefereerd en dagelijks wordt de film onder andere via YouTube bekeken en gedeeld.

Voor meer informatie: www.triodos.nl
‘Op Wereldbodemdag, 5 december 2013, viert Save Our Soils haar eerste verjaardag met een bijzondere video release. De campagne werd in 2012 gelanceerd door Nature & More en zal doorlopen tot 2015, het Internationale Jaar van de Bodem. De korte film die wordt uitgebracht is de winnende inzender van een videowedstrijd rond het thema guerilla farming. Initiator Volkert Engelsman kijkt terug op een succesvol campagnejaar. Met meer dan 50 prominente partners en – sinds kort – Vandana Shiva als internationale ambassadeur, verklaart hij: “We beginnen nog maar. Bodems zijn geen sexy onderwerp, maar deze video gaat helpen om dat te veranderen. Iedereen die het belang van bodems doorziet, roep ik op om de video te delen. We hebben meer ‘soildiers’ nodig!”

De Save Our Soils-campagne maakt consumenten bewust van het wereldwijde probleem van bodemverlies en wil wijzen op mogelijke oplossingen (“soilutions”). Meer dan 50 internationale partners hebben zich inmiddels aangesloten bij de actie, waaronder prominente bedrijven en NGO’s zoals Bionext, het Duitse Alnatura, de VN Wereldvoedselorganisatie en de Youth Food Movement. Initiator Volkert Engelsman, directeur van Nature & More: “Het is ons doel om miljoenen mensen over dit thema te bereiken voor 2015. Met Vandana Shiva als internationale ambassadeur, een stijgend aantal winkelpartners en een virale video groeit onze impact. Het mooiste moet nog komen!”

Belangrijke successen in eerste campagnejaar waren guerrilla farming acties in Berlijn en Keulen, waaraan behalve Vandana Shiva ook prominente Duitsers meededen, zoals tv-kok Sarah Wiener en de bekende ex-politici Renate Künast een Klaus Töpfer. De acties bereikten prime time televisie en kregen brede media-aandacht. Een andere mijlpaal was de introductie van het eerste campagneproduct, de Soilmate. Deze paarse doe-het-zelf kweekset met biologische tomaten, compost, basilicumzaadjes en informatie over het bodemthema werd ontwikkeld door Nature & more en succesvol geïntroduceerd in de Europese markt.

De onderstaande winnende guerrilla farming video werd ingezonden door Tom Boyden, een jonge Amerikaan die 5000 kilometer door Europa fietste en guerrilla farming acties deed op bijzondere locaties zoals de Eiffeltoren en Buckingham Palace. Volkert Engelsman: “De video overdonderde ons volledig. We hopen dat hij vele anderen zal inspireren om zelf actief te worden rond het thema van de vruchtbare bodem.”

De Save Our Soils-campagne werd opgezet door Nature & More binnen het Global Soil Partnership van Wereldvoedselorganisatie FAO. Nature & More is het internationale “trace & tell” merk voor biologische groente en fruit en is gevestigd in Nederland. Nature & More producten dragen een “postzegel” met een portret van de teler en een code waarmee je de duurzame inspanningen van deze teler online kunt bekijken. Nature & More won vele prijzen waaronder de Ecocare Award 2012 in Duitsland en de Sustainable Entrepreneurship Award 2013 in Oostenrijk.

Kijk voor meer informatie op www.natureandmore.com.’
Die datum doet me denken aan dit bericht vandaag van Estafette de biologische eetwinkel op Facebook:
‘Tot morgenavond 4 december kunnen kinderen nog een bio-bootje voor de Sint zetten in de Estafette-winkel. Gemaakt van de bouwplaat die je in de winkel mee kunt nemen en naar eigen inzicht mooi gekleurd en versierd. Tot nu toe brengt Sint elk jaar in de nacht van 5 december een bezoekje aan onze winkels om een leuk cadeautje achter te laten voor de makers van de vrolijke bouwseltjes. In de wandelgangen hebben we vernomen dat dat ook dit jaar weer gaat gebeuren... Dus is het bio-bootje nog in de steigers: snel afmaken, morgen nog even in de winkel zetten en donderdag 5 december kijken of het een pakjesboot is geworden!’
Nog meer seizoensgebonden nieuws in Biojournaal vandaag met ‘Adopteer een kerstboom 2013 bij Landgoed Kraaybeekerhof’:
‘Landgoed Kraaybeekerhof doet ook dit jaar weer mee aan Adopteer een kerstboom. ’s Winters haal je je eigen boom op, en ’s zomers groeit hij lekker door op het landgoed. Daar wordt hij verzorgd zonder kunstmest of chemische gewasbeschermingsmiddelen. Bovendien krijgt elke boom een nummer, zodat iedereen “zijn” boom het jaar erop weer kan reserveren. Een adoptiekerstboom kan tot wel vijf keer worden hergebruikt. En zo zie je je eigen boom jaar na jaar groeien. Je moet hem thuis wel goed verzorgen, anders overleeft hij het niet. Uiteraard krijg je bij de adoptie de nodige verzorgingstips mee naar huis.

Desgewenst kun je gedurende het jaar je eigen boom een bezoek brengen op landgoed Kraaybeekerhof aan de Diederichslaan 25A in Driebergen. De biologische werkwijze zorgt voor sterke bomen, schoner oppervlaktewater en een rijk bodemleven op het landgoed. Naast kerstbomen heeft Kraaybeekerhof ook een biologisch–dynamische groente – bloemen en kruidentuin. En niet te vergeten de mooie bijenstal met bijenwaardplantentuin. Dit alles als ondersteuning voor de Academie Kraaybeekerhof en het biologische restaurant op het landgoed.

Kerstbomen adopteren kan van 7 tot en met vrijdag 20 december, dagelijks tussen 10:00 uur en 15:30 uur. Reserveren is vooraf wel mogelijk (dit geldt alleen voor de mensen die vorig jaar al een boom hebben geadopteerd). Begin januari worden de bomen terugverwacht. Kijk op de website voor details: www.adopteereenkerstboom.nl.

Voor meer informatie: landgoedkraaybeekerhof@live.nl of bel 06 42372626 (Theo Engbers).’
Dan weer terug naar de televisie. Gisteravond kwam RTL4 in EditieNL met ‘Lang leve de vrije school, maar leer je er ook wat?’
‘Vrije scholen zijn hot. Het is populairder om kinderen op een andere manier te laten leren. Maar léren ze dan ook echt wat, of is het vooral leve de lol?

Op vrije scholen hebben kinderen drie leerblokken van zeven jaar. In het eerste deel staat het lichaam centraal. Tijdens het tweede deel gaat het vooral om emotionele vaardigheden, met een nadruk op kunst en expressie. In het laatste deel gaat het meer om leren. Dan worden analytische vaardigheden en abstract denken bijgebracht.

Geschikt/ongeschikt

“Niet ieder kind is geschikt voor het vrije schoolonderwijs”, zegt directeur Harry Gubbels van de Vrijeschool Meander in Nijmegen. “Kinderen leren dezelfde dingen als op klassieke scholen, alleen het moment waarop ze het leren verschilt.”

De populariteit zit er volgens Gubbels in dat de lesstof gebasseerd is op de dagelijkse praktijk. “Dat begint bijvoorbeeld al bij de lunch. Ze schuiven niet zomaar een boterham naar binnen, maar ze eten in alle rust en weten ook waar het eten vandaan komt.”

Ander tempo

Volgens onderwijspsycholoog Rob Martens kiezen veel ouders voor een vrije school, omdat andere scholen meer op prestatie en toetsen gericht zijn. “Veel ouders voelen zich daar niet prettig bij”, vertelt hij. “Scholen lijken tegenwoordig zoveel op elkaar, dat er nauwelijks iets te kiezen valt. De vrije school is dan een positieve ontwikkeling.”

En de kinderen op de vrije school zijn niet dommer, blijkt uit onderzoek. Onderwijssocioloog Jaap Dronkers vergeleek samen met RTL Nieuws de uitslagen van de CITO-toetsen. Daaruit bleek dat vrije scholen het net iets bovengemiddeld deden.

Volgens Dronkers weten leerlingen in groep acht minder dan op klassieke scholen, “maar dat hebben ze aan het eind van de rit wel ingehaald. Ze halen hun achterstand dus op de middelbare school weer in.”’
Het bijbehorende nieuwsitem is hier te zien, ‘Vrijeschool iets voor uw kind?’
‘De Vrije School wordt alsmaar populairder. Dat blijkt uit het stijgende aantal leerlingen dat zich aanmeldt. En die stijging is opvallend omdat op andere scholen in ons land, het aantal aanmeldingen daalt.’
Dit was natuurlijke een reactie op weer een succesvol persbericht van de Vereniging van vrijescholen. Men heeft daar nu eindelijk door hoe je dit moet doen. En ik zou zeggen: goed voorbeeld doet goed volgen! Allemaal in de leer bij de Vereniging van vrijescholen... Dit was van donderdag 28 november, ‘Leerlingaantallen vrijescholen blijven stijgen’:
‘Het afgelopen jaar is het aantal vrijeschoolleerlingen in Nederland wederom flink gestegen. Met een toename van meer dan 1000 leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs gaat het gemiddeld om een landelijke stijging van ruim 5%.

Tegen de landelijke trend in stijgt het leerlingenaantal op vrijescholen in het primair onderwijs met 3,1%. Uit voorlopige cijfers die DUO onlangs presenteerde blijkt dat het primair onderwijs landelijk juist te maken heeft met een daling van 24.000 leerlingen, een krimp van 1,5%. Ook vrijescholen in het voortgezet onderwijs maakten het afgelopen jaar gemiddeld een forse groei door van ruim 8%.

Duurzaamheid en groei

Vrijescholen in het primair onderwijs laten daarmee uitstekende groeicijfers zien. Zo steeg het leerlingenaantal van de scholen van Stichting Pallas, 14 vrijescholen voor primair onderwijs in Midden en Zuid Nederland, de afgelopen twee jaar met ruim 6%. Volgens Allert de Geus, bestuurder van de stichting, komt de groei van de scholen niet onverwacht. “De verbeteringsslag die wij de afgelopen jaren maken heeft effect. Onze scholen voldoen aan de actuele kwaliteits- en resultaatseisen van de overheid.”

“Maar duurzaamheid is minsten zo belangrijk als groei. Het gaat ons niet alleen om een mooi cijfer van de inspectie. Meer nog zetten wij sterk in op onze identiteit en visie. We leren kinderen bewust in het leven te staan en daar zelf betekenis en richting aan te geven. Steeds meer ouders beseffen dat de ontwikkeling van hun kinderen kan lijden onder prestatiedwang, te eenzijdige onderwijsvernieuwing en uniformering van het onderwijs. De zekerheid van ‘hoge cijfers betekent later een goede baan’ is verdwenen.”

Aandacht voor brede ontwikkeling leerling

Ook Artho Jansen, bestuurder van Stichting Vrijescholen Zuidwest Nederland, ziet zijn leerlingaantallen in het voortgezet onderwijs stijgen. Ouders en leerlingen geven volgens hem verschillende redenen voor de groei van de scholen. “Naast belangrijke aspecten als warmte, geborgenheid en veiligheid zijn er juist veel signalen waarbij de eigenheid en de onderwijsfilosofie van vrijescholen een nadrukkelijke rol spelen. Ouders zien vaak de meerwaarde van vrijescholen vanwege de aandacht voor de brede ontwikkeling van de leerling.”

Behoefte aan onderwijsperspectief

Juist de brede ontwikkeling van het kind is volgens Rian van Dam, voorzitter van de Vereniging van vrijescholen, een van de belangrijkste uitgangspunten in het vrijeschoolonderwijs. “Het onderwijs is veel rijker dan de huidige ‘toetscultuur’ in Nederland doet vermoeden. Inzicht in de cognitieve ontwikkeling van een kind is een belangrijk onderdeel van het totaalbeeld. Maar dat moet wel passen binnen een breder kleurenpalet, waarin gelijkwaardige aandacht is voor de sociale, emotionele en motorische talentontwikkeling van het kind.” Van Dam ziet in Nederland steeds vaker signalen voor de behoefte aan een breder onderwijsperspectief. “De afschaffing van de kleutertoets door de Tweede Kamer is daar een goed voorbeeld van. Ook de uitkomsten van het onlangs verschenen rapport van de Onderwijsraad, ‘Een smalle kijk op onderwijskwaliteit’ onderstrepen deze signalen.”

Eindresultaten vrijescholen goed

Vanzelfsprekend zetten vrijescholen in op onderwijskwaliteit die ook spreekt uit de eindresultaten van scholen. En die eindresultaten zijn goed te noemen. In het verleden werd daar weleens aan getwijfeld. Nu steken vrijescholen vaak boven andere scholen uit. Dat blijkt onder meer uit de Dronkers-lijst van Schoolprestaties 2013 voor scholen in het voortgezet onderwijs, die afgelopen zaterdag werd gepubliceerd in de Volkskrant. Vrijescholen presteren gemiddeld goed op deze lijst.’
Ook Ruud Thelosen ging hier donderdag 28 november op zijn weblog Vrije Scholen op in, met ‘Novaliscollege beste vrijeschool van Eindhoven’:
‘Landelijk onderzoek onderwijskwaliteit prof.Dronkers.

Afgelopen dinsdag zijn in de Volkskrant de jaarlijkse cijfers bekendgemaakt van het landelijke middelbare schoolonderzoek van prof. Dr. Jaap Dronkers van de universiteit van Maastricht. Via de website van de Volkskrant heb je toegang tot alle cijfers en de berekeningswijze. Daarbij is het mogelijk om per woonplaats of postcodegebied de scholen te rangschikken. Bovendien is het mogelijk om per schooltype te kijken.

Zo heeft het Novaliscollege als middelbare vrijeschool drie schooltypen in huis van vwo, havo en vmbo g/l (gemengde leerweg). Voor het vmbo g/l heeft deze school een 9,5 gekregen net als voor de havo-stroom, het hoogste cijfer dat in Eindhoven gegeven is. Voor de vwo-stroom heeft het Novalis een 8,5 gekregen en neemt na het Eckartcollege en het lyceum Bisschop Bekkers met beide het cijfer 9,0 de 3e plaats in. Gemiddeld genomen scoort het middelbare vrijeschool onderwijs dus het beste in Eindhoven.

Natuurlijk is er altijd de inhoudelijke discussie welke kwaliteitsnormen je voor het onderwijs neemt. Is scoringspercentage van eindexamenkandidaten voldoende? Is het gemiddelde examencijfer van alle vakken een goede indicator? Zegt het onderscheid tussen school- en centraal schriftelijke examens iets? Neem je ook het instapniveau van de kinderen mee of het sociale milieu waaruit zij komen?

Het goede van het onderzoek van Dronkers is dat hij dit allemaal meeneemt via een gewogen formule. Bij de huidige meting hebben de centraal schriftelijke examencijfers van 2012 een belangrijke rol gespeeld maar ook het instapniveau. Stel dat een kind aan het einde van de basisschool een vbmo advies heeft gekregen maar toch aan het einde van de middelbare school een havo-examen heeft gehaald dan krijgt een school hiervoor pluspunten want dan heeft het een duidelijke toegevoegde waarde gehad. Het omgekeerde kan natuurlijk ook. Ook de sociaal-economische samenstelling van de leerling-populatie speelt mee dus scholen in achterstands(Vogelaar-)wijken met goede resultaten krijgen ook pluspunten.

Het Novaliscollege scoorde vooraf jaar ook al als beste dus dat is een reden om eens wat beter naar het bijzondere van het vrijeschool onderwijs te kijken. Wat is er anders?

Het vrijeschoolonderwijs is ontstaan in Duitsland aan het begin van de vorige eeuw onder de naam Waldorfschule en opgericht door de Oostenrijkse filosoof en grondlegger van de antroposofie Rudolf Steiner (1861-1925). De antroposofie is een geesteswetenschap die stelt dat de mens een geestelijk, spiritueel wezen is die meerdere levens doorloopt. Daarom is ieder mens uniek maar zijn er tegelijkertijd te onderscheiden levensfasen, waar het onderwijs zich op moet richten. Ook in Nederland ontstond al heel vroeg een vergelijkbare school in Den Haag onder de naam vrijeschool.

Deze typering als soortnaam is gekozen omdat het onderwijs kinderen wil begeleiden tot vrije, verantwoordelijke en zelfbewuste volwassenen.

In Eindhoven is de middelbare school als Vrije School Brabant ontstaan begin jaren 70, toen nog als school van basis en middelbare school samen. Het aantal vrijescholen is in Nederland uitgegroeid tot een landelijk netwerk van basisscholen en middelbare scholen. Momenteel zijn er 70 basis vrijescholen en 14 middelbare vrijescholen.

Als voormalig ouder van drie kinderen die de hele vrije school vanaf peuterklas tot en met eind middelbare school heeft kunnen ervaren zijn een aantal kenmerken bijzonder gebleken.

Allereerst is het onderwijs integraal en samenhangend. Het onderwijsprogramma is ontwikkeld vanaf peuterleeftijd tot en met einde middelbare school als een volledige cyclus. Het onderwijs is daarnaast heel breed doordat het niet alleen cognitieve, maar vooral ook kunstzinnige, sociale en fysieke kwaliteiten in kinderen wil ontwikkelen. Een evenwichtig opgebouwd lesprogramma moet voorzien in voldoende afwisseling tussen hoofd, hart en handen. Muzikale vorming door middel van koorzang en schoolorkest waren net zo belangrijk als toneeluitvoeringen en schoolkampen (landmeten, landbouwkamp, culturele eindreis). Verder ook euritmie als een bijzondere woordgebaar- en bewegingskunst. Periodeonderwijs is ook een terugkerende vertrouwde vorm waarbij een onderwerp gedurende een periode van 7 weken werd gegeven tijdens de eerste twee lesuren. Het kind werd vooral ook individueel aangesproken en begeleidt. In getuigschriften en rapporten werd in beelden vooral het ontwikkelings-(of worstelings-)proces van een kind weergegeven. Dat vergt dat een leerkracht zich wel moet verdiepen in de individualiteit van een kind en daarom in het ideale geval ook meerdere jaren in de basisschool bij dezelfde klas en dus kinderen blijft.

Het afgelopen decennium is er echter veel veranderd op vrijescholen door de steeds hogere schooleisen van de onderwijsinspectie. Er is meer nadruk komen te liggen op de cognitieve meetbare vakken van taal, rekenen, en meetbare zaken als leerlingendossiers, toetsen & examens ten koste van de meer praktische en kunstzinnige vakken. Juist het eigene van het vrijeschool onderwijs is deels verloren gegaan. Dat is een groot gemis. Het accent ligt nu teveel op scholing in plaats van op vorming. Zo is gelukkig het onzalige regeringsvoorstel voor invoering van een kleutertoets in de Tweede Kamer verworpen. We zouden echter nog veel verder kunnen gaan in vrijheid voor het onderwijs zoals in Finland. Daar zijn geen centraal schriftelijke examens, geen eindtermen en is er geen controle van de onderwijsinspectie.

Als ouder ben ik dankbaar dat mijn kinderen dit onderwijs hebben kunnen volgen en ben ik dus niet verbaasd over het zeer hoge cijfer voor het Novaliscollege. De overheid zou daarom vrijescholen weer meer vrijheid moeten geven om het onderwijs naar eigen inzicht en in samenspraak met ouders vorm te geven.

bron: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2664/schoolcijfers/integration/nmc/frameset/schoolcijfers_2013/schoolcijfers.dhtml’
Op 29 november schreef De Vijfster – Vrije School Apeldoorn op Facebook:
‘In januari 2014 openen wij de deuren van een tweede kleuterklas! Het aantal aanmeldingen voor de kleuterklas steeg de laatste maanden fors. Hierdoor konden wij tot het besluit van de tweede kleuterklas komen. Steeds meer ouders met jonge kinderen weten de weg naar De Vijfster te vinden. Het vrijeschoolonderwijs staat in de belangstelling. Dat zien we niet alleen in Apeldooorn, dat is een landelijke trend.

Lees ook het laatste nieuwe op www.vrijescholen.nl: leerlingaantallen vrijescholen blijven stijgen’
Nu is het niet overal op de vrijeschool koek en ei. Wij weten dat het in Zutphen rommelt. Het lukt mij momenteel helaas niet de berichtgeving daarover ononderbroken te verzorgen. De vorige keer is alweer lang geleden, op vrijdag 8 november in ‘Tellingen’. Sindsdien is het nodige gebeurd. Ik kan u echter het simpelst bijpraten door de twee laatste nieuwsbrieven op de website van ‘Vooronzevrijescholen’ weer te geven. Maar ook door dit nieuws van 17 november, ‘Bestuur neemt de tijd voor bestuderen tegenbegroting’:
‘Op 6 november kregen we een reactie van het bestuur op onze tegenbegroting. Wij citeren: “We waarderen de tijd en energie die u daarin hebt gestoken. We buigen ons momenteel over het stuk en de vragen en stellingen die erin staan. Ook laten we zowel uw stuk als onze eerste reactie door een onafhankelijk derde beoordelen.”

Twee dagen later hebben wij in een uitgebreide reactie laten weten dat wij de tijd die het bestuur neemt voor het (laten) nagaan van onze goed gedocumenteerde tegenbegroting veel te lang vinden. Het gaat hier immers om een belangrijk nieuw inzicht waarover snel duidelijkheid moet komen. Te meer daar men intussen doorgaat met de voorbereidingen voor het sluiten van een school. Daarnaast lijkt het inschakelen van een onafhankelijke deskundige (zoals het bestuur wil) ons alleen zinvol als blijkt dat we geen overeenstemming kunnen bereiken. Het inschakelen van zo’n deskundige leidt immers al snel tot verdere vertraging. Bovendien mogen we toch verwachten dat het bestuur goed bekend is met de financiën en begroting van de vrije school.

Mocht er toch een onafhankelijke deskundige nodig blijken, dan is het voor een goede en integere afwikkeling van dit onderwerp essentieel dat ook de initiatiefgroep vertrouwen heeft in de werkwijze en in het oordeel van die onafhankelijke derde. Dit betekent vanzelfsprekend dat wij meedenken in de keuze van deze persoon. Wij hopen echter dat het bestuur prioriteit geeft aan de tegenbegroting en snel zelf met een inhoudelijke reactie zal komen.’
De nieuwsbrief van 18 november repte ‘Over het falen van dit bestuur’:
‘Op 14 november verscheen een brief van de bestuurder waarin zij ouders bijpraat over de herhuisvesting van de basisschoolkinderen. Op vriendelijke toon zet de bestuurder het beeld neer dat zij druk bezig is en dat het besluit misschien zelfs wel mee gaat vallen. Met als grijsgedraaide onderliggende boodschap dat er geen weg terug meer is.

Maar natuurlijk is er een weg terug. Er zijn omvangrijker besluiten teruggedraaid... Voor ons is de brief het zoveelste voorbeeld van het falen van dit bestuur. Aan de hand van enkele citaten willen we dit toelichten.

“We hebben in kaart gebracht wat de ruimtebehoeftes zijn van de 1100 leerlingen van de bovenbouw.”
Onze reactie: Is dat niet rijkelijk laat? Had dit niet allang uitgezocht moeten worden voordat het besluit werd genomen?

“Gaandeweg dit proces werd duidelijk dat het bestemmingsplan veel meer toelaat op de locatie Valckstraat dan we dit voorjaar wisten.”
Onze reactie: Hoe kan dit? Als je scholen wilt verbouwen en sluiten is dit toch het eerste dat je uitzoekt? Het is onbegrijpelijk dat het bestuur in dit stadium van het proces ineens ontdekt dat het bestemmingsplan veel meer toelaat dan gedacht. Dat men zo makkelijk tegen verrassingen aanloopt, geeft weinig vertrouwen voor het vervolg. Wat was er gebeurd als het bestemmingsplan veel minder toe zou laten dan gedacht? Dan had het hele besluit in de prullenbak gekund.

“Verder is gaande het onderzoek gebleken dat uitbreiding van de school aan de Henri Dunantweg onmogelijk is. De gemeente staat daar geen enkele uitbreiding toe.”
Onze reactie: Hoe kan het dat dit nog niet bekend was? Een bestuur dat voor dit soort verrassingen komt te staan maakt op ons geen capabele indruk.

“Op korte termijn onderzoek ik samen met de schoolleiding en teams de mogelijkheden.”
Onze reactie: Betekent dit dat de herverdeling die in april bekend werd gemaakt weer op losse schroeven staat? Welke veranderingen staan ons nog te wachten? Wie gaan er opgezadeld worden met het maken van nieuwe pijnlijke keuzes?

“Tot onze vreugde blijkt dat er letterlijk meer ruimte te maken is waardoor we de mogelijkheid open houden voor eventuele groei.”
Onze reactie: Waar komt dit nu ineens vandaan? De bestuurder heeft er telkens op gehamerd dat we onvermijdelijk te maken krijgen met krimp. Houdt zij inmiddels rekening met een ander scenario? Hebben de groeicijfers van Athena en onze inhoudelijke argumenten haar overtuigd? Dat zou mooi zijn, maar erken dan dat er nieuwe inzichten zijn en kies gewoon voor drie scholen open.

We vragen ons af of een bestuurder die dergelijke berichten in dit stadium verspreidt wel in staat is een goede toekomst voor de vrije scholen te bewerkstelligen.

Heb je vragen of opmerkingen? Neem dan contact op door deze e-mail te beantwoorden. Je hoort dan zo snel mogelijk van ons.

Met vriendelijke groet,
Namens de samenwerkende groepen initiatiefnemers van de Zwaan, de Berkel en de IJssel,
Barend Gerretsen, Koen van der Hauw, Ronald van ’t Hul, Stijn van der Ree

PS: Wist je dat...

Onze tegenbegroting laat zien dat het sluiten van een school en alle daarmee gepaard gaande problemen te voorkomen zijn;
– Wij het bestuur hebben gevraagd om binnen twee weken te komen met een eerste inhoudelijke reactie op onze tegenbegroting;
– Het bestuur een week later aangaf nog vier weken nodig te hebben alvorens met een reactie te komen;
– Het voor een deskundig bestuur geen enkel probleem zou moeten zijn om binnen twee weken onze goed gedocumenteerde tegenbegroting na te (laten) gaan;
– Wij het bestuur hebben aangeboden hierbij te helpen;
– Het bestuur daar tot op heden niet op heeft gereageerd;
– Men intussen doorgaat met de plannen om een school te sluiten;
– Wij dit opvatten als het onvoldoende prioriteit geven aan cruciale nieuwe inzichten en het frustreren van de mogelijkheid om alsnog drie basisscholen open te houden;
– Het besluit nog altijd teruggedraaid kan worden.’
De nieuwsbrief van 30 november was getiteld ‘Informatieavond op 9 december’:
‘Op maandag 9 december organiseren we van 20:00 tot 22:00 in de grote zaal van de IJssel een informatieavond. Op deze avond, waarvoor we je bij deze van harte uitnodigen, zullen we onze bevindingen presenteren van de afgelopen maanden. Belangrijk onderwerp zal onze alternatieve begroting zijn, waarmee we laten zien dat het openhouden van drie basisscholen in onze visie goed mogelijk is. Na onze presentatie krijgt het bestuur de gelegenheid te reageren.

Nadrukkelijk vermelden we dat dit een algemene avond is. We nodigen daarom ook de leerkrachten, het bestuur, het managementteam, de medezeggenschapsraden en verder iedereen die interesse heeft van harte uit om te komen.

GMR Vergadering

Op dinsdag 26 november hebben we aan de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad al een toelichting gegeven op onze alternatieve begroting. Tijdens het eerste deel van deze vergadering was ook een afvaardiging van het bestuurskantoor aanwezig (waaronder de bestuurder). In de vergadering ervoeren wij een kloof tussen de benadering van het bestuur en onze benadering. Het betoog van de bestuurder gaf ons het gevoel dat de situatie erg ingewikkeld is, dat de druk hoog is, dat er weinig mogelijk is, dat er veel gevaren op de loer liggen en dat het te danken is aan het harde werken van het bestuur dat de situatie heel langzaam verbetert. Wat daarbij opviel was dat de bestuurder weinig concreet werd en geen inhoudelijke voorbeelden gaf.

Wij denken dat het niet nodig is om bang te zijn. Wij zijn voor een positieve benadering en zien daar alle reden toe. Zo bereikte ons vandaag het bericht dat de leerlingaantallen van de vrije scholen landelijk gezien opnieuw zijn gestegen (ook in het basisonderwijs). Wij zijn voor het benutten van de kracht van de scholen die er nu zijn. Die houding is niet naïef maar gebaseerd op grondig onderzoek. Er hoeft geen school gesloten te worden. We staan niet op de rand van de afgrond. Integendeel, het is onze overtuiging dat ook onze scholen kunnen groeien wanneer het verhaal van de vrije school goed wordt gebracht.

Nieuw elan

Wat nodig is, is nieuw elan vanuit een erkenning van wat in het verleden niet goed is gegaan. Wij geloven in de helende werking van openheid en zelfreflectie. Laten we met de huidige kennis en met een open geest opnieuw met elkaar kijken naar wat het beste is voor onze scholen. Met de algemene informatieavond op maandag 9 december hopen we daar een bijdrage aan te leveren.

Mocht je mensen kennen die mogelijk geïnteresseerd zijn (b.v. andere ouders of de leerkracht van je kind), zou je hen dan op de bijeenkomst willen attenderen?

Heb je vragen of opmerkingen? Check www.vooronzevrijescholen.nl of neem contact op door deze e-mail te beantwoorden. Je hoort zo snel mogelijk van ons.

Met vriendelijke groet,
Namens de samenwerkende groepen initiatiefnemers van de Zwaan, de Berkel en de IJssel,
Barend Gerretsen, Fred Leffers, Koen van der Hauw, Ronald van ’t Hul, Stijn van der Ree

P.S. Wist je dat...

– Het bestuur op 6 november heeft gereageerd op onze tegenbegroting;
– Wij twee dagen later in een uitgebreide reactie hebben laten weten dat wij de tijd die het bestuur neemt voor het (laten) nagaan van onze goed gedocumenteerde tegenbegroting veel te lang vinden;
– Er twee weken later een nogal heftige reactie van de bestuurder kwam;
– Wij in ons antwoord hebben aangegeven wat in onze ogen de oorzaken van de onrust zijn en de bestuurder hebben uitgenodigd voor de informatieavond.’
U heeft van mij nog het derde bericht vandaag in Biojournaal tegoed over biologisch-dynamische landbouw en voeding. Daartoe reken ik ‘Vernieuwde en vergrootte EkoPlaza Texel heropend’:
‘Op vrijdag 29 november heropende in Den Burg op Texel een volledig vernieuwde en vergrootte EkoPlaza, voor iedereen die hier nog eens op vakantie gaat met recht een winkel om samen trots op te zijn.

Op Texel hadden Peter en Hannie te maken met een door de gemeente opgelegde verordering dat hun verhuurder het volledig pand brandwerend moest bekleden. Dit vanwege de brand die in het naastgelegen pand in het verleden ook bij de EkoPlaza schade had aangericht. Deze aanschrijving heeft EkoPlaza vanuit de gemeente in overleg met de verhuurder kunnen gebruiken om de hele winkel te verbouwen, uit te breiden naar 200 vierkante meter en volledig opnieuw in te richten.

In minder dan drie weken heeft het volledige project zich voltrokken. Terwijl de winkel gesloten was hadden klanten de mogelijkheid om hun bestelling via de webshop te bestellen.

Voor meer informatie: www.ekoplaza.nl
En een wat ouder bericht, van vorige week in Biojournaal, is dit van 28 november, ‘Bedrijfsleiders Estafette bezoeken Zonnemaire en Boomgaard Ter Linde’:
‘Woensdag 27 november zijn de Estafette-bedrijfsleiders op excursie geweest. De reis begon bij biologische bakkerij Zonnemaire. Ze kregen onder meer uitgelegd hoe bladerdeeg gemaakt wordt. Dit is te zien op deze foto die op de Facebook-pagina van Estafette geplaatst is.

De bedrijfsleidersdag eindigde bij bio-dynamisch fruitteeltbedrijf Boomgaard Ter Linde in Zeeland. De bedrijfsleiders kregen uitleg over hoe de appelen gesorteerd worden voordat ze naar onder andere naar de Estafette-winkels gaan. Alleen de mooiste mogen door. De appelen met schade worden verwerkt tot bijvoorbeeld sap en de echt lelijke appelen gaan naar de koeien.

Voor meer informatie: www.zonnemaire.nl en www.boomgaardterlinde.nl
Van dezelfde dag in hetzelfde medium is dit mooie verhaal ‘BD-melkveehouders Jan en Connie Rutte lichten koeienmelkproces toe in blog’:
‘Biologisch-dynamische melkveehouders Jan en Connie Rutte schrijven regelmatig een blog voor de website van Zuiver Zuivel. Op hun bedrijf in Zaandam houden ze ongeveer 75 melkkoeien met bijbehorend jongvee en stieren. Dit keer gaat de blog over het melken van de koeien:

Koeien melken

Eén van de dingen die dagelijks terugkomen op een melkveehouderij is natuurlijk het melken. ’s Morgens en 's avonds moet dat gebeuren, 7 dagen per week en 365 dagen per jaar.

Het wordt nog wel eens gevraagd of we dat met de hand doen. Nou, dat tijdperk is wel voorbij. Hoewel het nog geen 50 jaar geleden is dat het nog werd gedaan. Zowel mijn vader als mijn schoonvader molken vroeger met de hand, gezeten op een melkkrukje. Toen molken ze natuurlijk geen 60 koeien maar het was wel hard werken. Alles werd met de hand gedaan op de boerderij. En het landwerk werd met paard en wagen en met de plat gedaan. Een plat is het Westzaanse woord voor praam. In dit waterrijke gebied werd die ook heel veel gebruikt.

Wat het melken betreft, nu doet de melkmachine dat. Wat niet betekent dat je er niks meer voor hoeft te doen, integendeel. Op de oude boerderij stonden de koeien in een grupstal. Als er gemolken moest worden moest je van koe naar koe met het melkstel. En bij elke koe door de knieën, je bleef er wel lenig bij.

Negen jaar geleden zijn we hier komen wonen. Toen is alles nieuw gebouwd, het huis, de schuur en de stal. Om te melken staat Jan nu in een melkput. Die is precies op zijn werkhoogte gebouwd, zodat hij goed bij de uiers van de koeien kan om te melken.

De koeien komen aan een kant binnen en staan dan aan elke kant van de put op een rij. Er kunnen aan beide kanten 6 staan. Het is een zogenaamde visgraatmelkstal. De koeien staan een beetje schuin met hun koppen naar de muur. Daardoor kun je makkelijk bij het uier om het melkstel eronder te hangen. Dat gaat allemaal vrij snel. En als een koe “uit” is, als er geen melk meer uit komt, dan gaat het melkstel er vanzelf af. Dat is de automatische afname. Dat was er vroeger ook niet, dan moest men zelf aanvoelen wanneer een koe uit was. Wat melken betreft zijn we er hier wel op vooruit gegaan. Er is in de loop der jaren wat automatisering betreft, ook in de melkveehouderij, heel veel veranderd. Er zijn zelfs, al jaren, melkrobots. Mijn broer heeft vorig jaar een melkrobot aangeschaft. Het is indrukwekkend om te zien hoe zo’n robot werkt.

Een vooruitgang bij ons is dat we een paar jaar geleden een krachtvoerdoseersysteem in de melkstal hebben. Daarmee worden de koeien in de melkstal biks gevoerd. Daarmee worden ze dan als het ware de melkstal ingelokt, ze vinden biks namelijk erg lekker, daar willen ze wel voor komen. Voordat we dit systeem hadden moesten we de koeien elke keer de melkstal in jagen. Bij de eerste rondjes kwamen ze nog wel vanzelf binnen maar daarna was dat wel over. Ze moesten dan even geholpen worden. Dat kostte heel veel tijd. Nu is dat gelukkig anders en duurt het melken niet meer zo lang als voorheen. Zo'n melkinstallatie vergt ook het nodige onderhoud. Daarvoor hebben we een onderhoudsabonnement afgesloten met de dealer van de melkinstallatie. Dan komt er eens per jaar een monteur voor een rigoureuze onderhoudsbeurt. Alles wordt uit elkaar gehaald, nagekeken en gekeurd. Wat niet meer goed is wordt vervangen. Dit wordt allemaal grondig gedaan en dat moet ook. Je moet namelijk geen problemen krijgen als je aan het melken bent. Als dat wel gebeurt is het meestal op een dag dat het net niet goed uitkomt, zoals met kerst of iets dergelijks. Dan kun je gelukkig wel de dealer bellen die dan de monteur stuurt die dan dienst heeft. Gelukkig gebeurt het niet zo vaak, juist vanwege het goede onderhoud en kunnen we gewoon lekker blijven melken.

Voor meer informatie: www.zuiverzuivel.nl
Gisteren berichtte Biojournaal over ‘Biologische garantieprijs december: 51,50 euro’:
‘De FrieslandCampina biologische garantieprijs van december 2013 bedraagt 51,50 per 100 kilo melk. De biologische garantieprijs ligt hiermee 2,00 euro boven het niveau van november 2013 (49,50 euro).

De stijging van de biologische garantieprijs wordt veroorzaakt door te verwachten hogere biologische melkprijzen van de referentiebedrijven door prijsstijgingen in Nederland, Duitsland en Engeland en een correctie op de te lage inschatting van de biologische garantieprijs in november. De vetprijs bedraagt in december 5,32 euro per kilo (november 2013: 5,36). De eiwitprijs bedraagt 8,97 euro per kilo (november 2013: 8,35).

De biologische garantieprijs over geheel 2013 bedraagt 46,58 euro.’
Het is een hele ontwikkeling, gezien ook ‘Melk’ op 21 september 2009... Nog even wat anders, namelijk ‘De kracht van de geefsector’, in dit artikel ‘Niet economisch denken, maar ecologisch doen’:
‘De crisis is geweldig. Althans, voor de fondsenwereld. Dat stelt Ignaz Anderson, directeur van de filantropische stichting Iona. “Mensen ontdekken dat ze altijd uit zijn geweest op zoveel mogelijk rendement. Nu gaan ze steeds meer met elkaar ondernemen. Hun insteek is niet alleen meer financieel, maar vooral ook sociaalmaatschappelijk.”

Anderson juicht deze ontwikkeling toe. Hij ziet dat de economische crisis de ethische, sociaalmaatschappelijke en duurzame concepten versterkt die al vanaf de jaren tachtig in opkomst zijn. Iona stimuleert deze integrale ontwikkeling. De stichting financiert maatschappelijke initiatieven van derden en zet eigen projecten op.

Verantwoordelijkheid door vermogen

Binnen de thema’s waarop Iona actief is, van landbouw en onderwijs tot gezondheidszorg en architectuur, gaat gemeenschapsdenken een steeds grotere rol spelen. Dat is hard nodig, vindt Anderson. “Onze noodzakelijke transitie gaat van economisch risicodenken in een zorgsamenleving naar ecologisch verantwoordelijkheid nemen in een participatiesamenleving. Mensen nemen geen verantwoordelijkheid meer omdat ze een bepaald rendement verwachten, nee: ze nemen verantwoordelijkheid om de zaak zelf. Pas in tweede instantie kijken ze naar het financiële rendement.” Verantwoordelijkheid nemen kan op verschillende manieren en met verschillende vormen van kapitaal. Anderson spreekt van kapitaal of “vermogen”. “Kapitaal is meer dan alleen geld: het gaat ook om betrokkenheid, om potentie, om dingen die uiteindelijk op wat voor manier dan ook van waarde kunnen zijn. Dat kun je uitdrukken in geld, maar ook in bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Je hebt zulke vermogens nodig om te kunnen vernieuwen. Dát is geven. Hoewel geefgeld natuurlijk niet overbodig is. De culturele sector heeft het bijvoorbeeld vaak nodig voor start-ups. Door te geven draag je verantwoordelijkheid voor al die dingen die anders niet tot stand zouden komen.”

Publiek-private samenwerking

Daarvoor zijn ooit de vermogensfondsen ontstaan, vervolgt de Ionadirecteur. “Stichtingen zijn nodig om thema’s op de publieke agenda te zetten waaraan nog niet voldoende aandacht wordt besteed. De overheid kan aan die initiatieven bijvoorbeeld subsidie verstrekken of ze op een andere manier ondersteunen. Publiek en privaat versterken elkaar, elk vanuit zijn eigen handelingskader. De overheid moet zich bijvoorbeeld houden aan het gelijkheidsbeginsel en ieders stem horen, terwijl fondsen vanuit het vrijheidsbeginsel risico’s kunnen nemen en vrij zijn in hun keuze voor een bepaalde doelgroep. Het publieke is absoluut een kracht, zeker in het vergroten en versterken van initiatieven, maar het private vangt de veelkleurigheid in de samenleving. – Uit het convenant ‘Ruimte voor geven’, in 2011 door de overheid en filantropische sector ondertekend, blijkt dat het “geefveld” de vele mogelijkheden voor publiek-private samenwerking herkent en erkent.”

Sociaal rendement

Platforms als dat van Kracht in NL brengen alle stakeholders van maatschappelijke initiatieven samen, van overheid tot fonds en van kennisinstelling tot ondernemer. “Als succesvolle ondernemers iets willen terugdoen voor de samenleving kunnen ze dat doen in de vorm van een fonds, bijvoorbeeld op naam van de Ionastichting. Het rendement van geef geld wordt pas op langere termijn zichtbaar, maar het gaat in de geefwereld niet primair om financieel rendement: sociaal rendement is waar het om draait. Initiatiefnemers moeten schenkers in een vroeg stadium bij hun initiatief betrekken en verbindingen leggen. En schenkers hoeven hun investeringen niet terug te verdienen, omdat dat afbreuk doet aan hun eigenlijke doel: het maatschappelijke veld verrijken.”

Lees ook “Ruimte voor geven”, het convenant tussen het kabinet en de sector filantropie.’
Een ander geluid komt van de Antroposofische Vereniging, blijkens ‘Over de stand van de contributies in november 2013’ op de website van deze vereniging:
‘Een vereniging is voor haar voortbestaan afhankelijk van de contributies van haar leden. Dit geldt uiteraard ook voor de Antroposofische Vereniging. Over het algemeen zijn haar leden heel gemotiveerd om bij te dragen, omdat het belang van deze vereniging vaak de reden is om lid te worden en te blijven.

Penningmeester Rodim van Es kon in oktober berichten dat meer leden dit jaar al (een deel van) hun contributie hadden betaald dan vorig jaar, toen 800 leden op 1 oktober nog niets hadden overgemaakt. Dit jaar was de stand “al” per 1 september “slechts” 700 leden die nog niet betaald hadden.

Echter, het totaal ontvangen bedrag was tot dan toe lager dan voorgaande jaren. Het verschil was de maanden ervoor toegenomen en per 1 september opgelopen tot bijna € 60.000. Vorig jaar was het bedrag aan ontvangen ledenbijdragen op dat moment € 568.774. De voorgaande jaren waren daarmee vergelijkbaar, maar dit jaar was het bedrag € 508.843. De penningmeester vroeg zich af hoe dit verschil te verklaren zou zijn. En ook of dit goed of slecht nieuws was.

Inmiddels is hier meer over bekend, mede dankzij de reactie van enkele leden. Ook is de achterstand in de contributies minder geworden. Er is nog wel een verschil ten opzichte van vorig jaar: per 1 november was het € 589.649 ten opzichte van € 626.518 in 2012.

Voor de vermindering en het uitstellen van de bijdragen is nog geen sluitende verklaring. De reacties spraken van een slechtere financiële positie en van een andere verdeling van het schenkingsbudget. Daarnaast ook van het verlagen van de gebruikelijke steunbijdrage naar de normbijdrage. Met onder meer als reden irritatie over het “steeds weer met een steunbijdrage moeten helpen oplossen van het probleem, dat ontstaat als andere leden niet hun verantwoordelijkheid nemen en te weinig bijdragen (uitgezonderd de mensen, die het echt niet kunnen betalen).”

Hetzelfde lid gaf ook aan niet te kunnen instemmen met het (financiële) beleid van het hoofdbestuur van de internationale Algemene Antroposofische Vereniging in Zwitserland, wat eveneens aanleiding was om de bijdrage te verminderen. De penningmeester kan hier niet ingaan op de toelichting die het betreffende lid hierbij gaf. Hij komt echter in de toekomst graag een keer terug op de (financiële) verhouding tussen de Antroposofische Vereniging in Nederland en de Algemene Antroposofische Vereniging.

Penningmeester Rodim van Es wil de leden bedanken die de moeite namen om te reageren. Zij krijgen van hem nog persoonlijk bericht. Hij wenst alle leden toe dat zij de vereniging kunnen blijven steunen.’
Maar men doet daar ook andere dingen, zoals het bericht ‘Grondsteenconferentie AViN in januari 2014 met thema “Ken jezelf”’ vermeldt:
‘De Grondsteen is het geestelijke fundament van de antroposofische vereniging. Steiner spreekt over “de vaste bodem” waarop we kunnen staan, en een “licht” waarmee we ons handelen richting kunnen geven. Gezamenlijk aan de Grondsteen werken is gezamenlijk de bodem waarop we geestelijk staan, verstevigen en begaanbaar maken.

Natuurlijk kunt u ook zonder zo’n eigen inbreng gewoon deelnemen aan een van de groepen die zich aan het begin van de conferentie vormen.

Ken jezelf

Toen Rudolf Steiner tijdens de Kerstbijeenkomst van 1923 de Grondsteen gaf, sprak hij over het vernieuwen van het oude mysteriewoord Ken jezelf. De vernieuwing van dit woord lichtte hij toe door het korte Ken jezelf te differentiëren en het uit te breiden tot: “O mens, ken jezelf in het weven van je wezen in geest, ziel en lichaam.” Dit is in de Grondsteen verder uitgewerkt in het verschijnen van de drieledige mens. Drie maalklinkt in de spreuk “Mensenziel!” Vervolgens klinkt hoe de mensenziel drievoudig in het lichaam leeft, welke drie oefeningen daarmee samenhangen en wat door het oefenen de toekomst van de mens kan zijn. Zo wordt het oude mysteriewoord Ken jezelf door de Grondsteen vernieuwd. Eenieder kan op basis van eigen inzicht ermee aan het werk.

De vormgeving van de Grondsteen is zo dat we niet alleen de drieledige mens kunnen denken, maar ook, door verdieping en meditatie, de werkelijke mens kunnen gaan ervaren of waarnemen. Dat is een subtiel en zoekend proces, waarin steeds meer licht valt op de werkelijkheid waarin we leven. Het is de bodem van de antroposofische beweging, die voortdurend in wording is. Daarbij kan de Grondsteenspreuk helpen: “De juiste bodem, waarin we de huidige grondsteen moeten leggen, de juiste bodem, dat zijn onze harten in hun harmonisch samenwerken, in hun goede, met liefde doordringen wil om samen het antroposofische streven door de wereld te dragen.”

Hieraan kan ieder van ons een eigen bijdrage leveren. Ieder verenigingslid dat deze spreuk een warm hart toedraagt of er meer over wil weten, is van harte welkom.

Programma vrijdag 10 januari

19.00 – Ontvangst met koffie
19.45 – Welkom door Auke van der Meij
19.50 – De Grondsteenspreuk klinkt
20.00 – Bezinning en uitwisseling “Welke vraag leeft nu in jou m.b.t. de grondsteenspreuk?”
20.15 – Open ruimte en vorming van de verschillende werkgroepen
20.40 – Eerste bijeenkomst in de werkgroepen en de “open ruimte”
21.20 – De Grondsteenspreuk in euritmie
21.40 – Einde van avondprogramma

Programma zaterdag 11 januari

09.30 – Ontvangst met koffie
10.00 – Voordracht door Frans Lutters, “Ken jezelf”
10.30 – Samenspraak o.l.v. Frank Oele
10.45 – Werkgroepen
12.30 – Lunchpauze
13.45 – Werkgroepen
15.00 – Theepauze
15.30 – Samenspraak o.l.v. Frank Oele
15.45 – De Grondsteenspreuk in euritmie
16.00 – Afsluiting

Werkgroepbegleiders: Hilda Boersma, Ghiti Brinkman, Rik ten Cate, Lili Chavannes, Koop Daniëls, Janneke Doeksen, Clarine Campagne, Anneke Kraakman, Hanneke de Leeuw, Hans Lap, Jana Loose, Frans Lutters, Ineke Lutters, Marleen Matthijsen, Mario Matthijsen, Auke van der Meij, Hugo Pronk, Jaap van de Weg en Madeleen Winkler
Spraak: Frank Oele en Manjo Joosten
Euritmisten: Theo Ruys, Saskia Doekes, Maria Pedro, Ondine Gordijn, Christa Koelman en Annet Cranendonk

Andere locatie, minder kosten

De Grondsteenconferentie vindt plaats in het gebouw van de Stichtse Vrijeschool in Zeist, Socrateslaan 24. De aanmerkelijk lagere kosten maakt het hopelijk voor zoveel mogelijk leden mogelijk om deel te nemen.

Aanmelden

Aanmelden kan via het onderstaande formulier of schriftelijk:AViN, Boslaan 15, 3701 CH Zeist, uiterlijk 18 december o.v.v. Grondsteenconferentie 2014, plus uw naam en adres.
Plaats: Stichtse Vrije School, Socrateslaan 24, Zeist.
Deelnemersbijdrage: €65,- (inclusief lunch). Hogere bijdragen zijn welkom. Betaling na ontvangst van deelnamebevestiging.
Als de prijs een onoverkomelijk bezwaar is, kunt u contact opnemen met het secretariaat.’
Tot slot dit bericht van Robertine Romeny op de website van ‘Het Boekblad’ op 14 november, ‘Lemniscaat-oprichter Marijke Boele van Hensbroek overleden’:
‘Op 93-jarige leeftijd is vorige week Marijke Boele van Hensbroek-Reesink overleden. Samen met haar man, Jean Louis Boele van Hensbroek, richtte zij vijftig jaar geleden uitgeverij Lemniscaat op.

“Mijn moeder was 44 jaar, toen zij met mijn vader uitgeverij Lemniscaat oprichtte”, vertelt Jean Christophe Boele van Hensbroek, huidige uitgever van Lemniscaat. Ze hadden samen negen kinderen. “We hadden de doelgroep in huis.” Zijn vader was 53 jaar en had een goede baan bij Unilever, maar hij wilde iets moois in de wereld zetten. Ze hadden een passie voor het mooie boek.

Lemniscaat was een van de eerste uitgeverijen die mooie prentenboeken uitgaf, voor 7,90 gulden per stuk. Hun leus was: “Het mooiste maak je voor kinderen”. Ze brachten kinderboeken met een sterke kunstzinnige en een literaire kant. Dat was in 1963 vernieuwend, want de algemene houding was toen “ach het is maar voor kinderen”. Na prentenboeken volgden boeken met verhalen, jeugdboeken en daarnaast filosofie en psychologie.

Marijke Boele van Hensbroek, die economie had gestudeerd, deed de redactionele kant van de uitgeverij. “Mijn moeder werkte als redacteur vanuit huis. Ze deed de kinderboeken en de psychologie. Mijn ouders waren allebei sterk geëngageerd. Het waren de jaren zestig. Mijn ouders wilden geen toeschouwers zijn, maar spelers. We discussieerden over van alles en nog wat. Vaak zaten we met veel mensen om de grote tafel te praten: illustratoren, schrijvers, vrienden en wij kinderen.”

Hoe zou Jean Christophe haar karakteriseren? “Wat mij bijblijft is haar bevlogenheid en de open gastvrije sfeer bij ons thuis. Iedereen was welkom. Ze inspireerde schrijvers en illustratoren. Het ging informeel toe. Ze tekenaars legden hun originelen bij ons op grote tafel. En ze dronken er als het even kon graag een wijntje bij.”

Marijke Boele van Hensbroek (26 november 1919 - 6 november 2013) is gisteren in Brummen gecremeerd.’
Bij Uitgeverij Lemniscaat verscheen van Bernard Lievegoed in 1969 ‘Organisaties in ontwikkeling’ en in 1976 ‘De levensloop van de mens’, die bijna wel als bestsellers mogen worden betiteld. Hij was bevriend met Jean Louis Boele van Hensbroek (en misschien ook wel betrokken bij de oprichting van Lemniscaat). ‘Boele van Hensbroek, J. L. (01.01.1911 - 26.12.1999 Rotterdam)’ staat in ieder geval vermeld in de ‘Personenliste – Forschungsstelle Kulturimpuls’ op de website hiervan met:
‘Biographien Dokumentation der Forschungsstelle Kulturimpuls. Hier finden Sie Biographien, Bilder, biographische Daten, Bibliographien zu über 1300 Personen, die die Geschichte der Anthroposophie im 20. Jahrhundert geprägt haben.’
Afgelopen zaterdag schreef Thomas de Veen in NRC Handelsblad (niet online) in ‘Ze vond dat kinderen de mooiste boeken verdienen’ een necrologie van Marijke Boele van Hensbroek:
‘Op de uitgeverij liet Marijke zich zelden zien. Ze was geen kantoormens, maar werkte altijd. De villa aan de lommerrijke Rotterdamse Vijverlaan was het terrein van haar man Jean Louis, medeoprichter van uitgeverij Lemniscaat. Hij leidde de uitgeverij op zakelijk gebied, terwijl Marijke vanuit huis werkte aan de redactie en begeleiding van de boeken. Aan de keukentafel ontving ze schrijvers en illustratoren, denkers en vrienden. Daar voerden ze politieke, maatschappelijke en literaire discussies, terwijl de negen kinderen zorgden dat het er nooit stil was.’
Ook hier wordt zoon Jean Christophe aan het woord gelaten oer zijn ouders en de uitgeverij:
‘Het was de overtuiging van Jean Louis en Marijke dat kinderen de allermooiste boeken verdienden, met aandacht en zorg gemaakt. “Dus prentenboeken niet met één steunkleurtje, maar volledig in kleur.” En ze hadden de overtuiging dat de boekenmakers geen toeschouwers van de samenleving moesten zijn, maar deelnemers. Lemniscaats interesse voor de antroposofie – die de uitgeverij nog steeds hardnekkig aankleeft – was maar van korte duur, benadrukt Jean Christophe. “Mijn moeder is misschien beïnvloed door het ontwikkelingsgerichte mensbeeld, maar bij de antroposofen voelde ze zich niet thuis. Engagement stond centraal, maar niet vanuit één overtuiging. We maken geen boeken voor één club of religie.”’
Ook ‘soildiers’ dus eigenlijk.
.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code