Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

dinsdag 7 januari 2014

Sponsoren


Het venijn zit hem in de staart. Ik zeg het maar alvast, bent u gewaarschuwd. Om te beginnen dit bericht in ‘West Twente’ gisteren, ‘Uitleg slimme kinderen’:
‘Welke middelbare school kies je als je kind zeer goed presteert, eigenlijk vorig jaar al klaar was met de lesstof en misschien ook nog muzikale, sportieve of creatieve talenten heeft? Hierover houdt de ouderwerkgroep Hoogbegaafden Onderwijs Regio Deventer (HORDe) donderdag 9 januari vanaf 19.30 uur een voorlichtingsavond in Vrije School De kleine Johannes aan de Oosterstraat 3 in Deventer.

Zeven scholen voor voortgezet onderwijs in de regio geven informatie die zich specifiek richt op getalenteerde leerlingen uit de basisschoolgroepen 7 en 8 met een VWO- dan wel gymnasiumadvies. Deze scholen nemen ook leerlingen mee die het zullen hebben over uitdagingen aangaan en leren leren.

De deelnemende scholen zijn: De Boerhaave uit Deventer; Gymnasium Apeldoorn; De Waerdenborch uit Holten; Het Stedelijk Lyceum uit Zutphen; De Vrije School uit Zutphen; Het Isendoorn College uit Warnsveld; Het Greijdanus uit Zwolle.

Aanmelden voor de gratis toegankelijke bijeenkomst kan – maar hoeft niet – via info@horde-deventer.nl.’
Vandaag voegde de Vereniging van vrijescholen hier ‘Ook in Delft nieuwe vrijeschool voor voortgezet onderwijs’ aan toe:
‘Vanaf 1 september 2014 kunnen leerlingen in het voortgezet onderwijs ook in Delft terecht op een vrijeschool. Delft kent momenteel relatief veel “bijzondere” basisscholen, maar nog geen vernieuwend middelbaar onderwijs.

De initiatiefnemers van de nieuwe vrijeschool willen, met steun van de Vrije Scholen VO in Den Haag en Rotterdam, in het nieuwe schooljaar starten met twee klassen. Op 1 februari is er een open dag voor belangstellende ouders en leerlingen.

Bijlages:
Lees hierover meer in de Delftse Post
Website van de Vrije School VO Delft
Zie ook: initiatieven Amsterdam-Noord, Roermond, Zwolle, Rotterdam e.o.’
AntroVista kwam met dit bericht al op zaterdag 4 januari. Een dag eerder had namelijk de ‘Delftse Post’ dit bericht ‘Delft krijgt Vrije School voor voortgezet onderwijs’ gepubliceerd:
‘Het Delfts onderwijs is vanaf 1 september 2014 een nieuwe schoolsoort rijker: de Vrije School VO Delft. De vernieuwende, kleinschalige middelbare school wil in het nieuwe schooljaar starten met twee klassen.

Nog geen middelbaar onderwijs

Delft kent momenteel relatief veel “bijzondere” basisscholen (Vrije school Widar, Freinet-scholen, Dalton, Jenaplan en Montessori), maar nog geen vernieuwend middelbaar onderwijs. Een initiatiefgroep wil daar verandering in brengen, ook omdat de belangstelling voor vrije scholen snel groeit. Het leerlingenaantal op vrije scholen (basis- en voortgezet onderwijs) steeg in Nederland afgelopen jaar met vijf procent. Opmerkelijk, omdat landelijk gezien het totale aantal leerlingen juist terugloopt.

Talenten

Op vrije scholen wordt, naast aandacht voor kennis, heel nadrukkelijk gewerkt aan de artistieke, fysieke en sociale talenten van leerlingen. Volgens Nelleke Guequierre en Albert Vlug, leden van de initiatiefgroep en ouders van drie kinderen op Vrije School Widar, zijn er verschillende succesfactoren voor de stijgende populariteit van vrije scholen. De kleinschaligheid is er daar één van. Vlug: “Ook helpt het enorm dat onderzoeken laten zien dat gemiddelde examencijfers van vrije scholen en de rapportages van de Onderwijsinspectie prima zijn. Voorheen werd er namelijk wel eens getwijfeld aan het niveau. Dat beeld is dus achterhaald; vrije scholen scoren bovengemiddeld.”

Hoofd, hart en handen

Bovendien weet een groeiend aantal ouders inmiddels dat “vrije school” niet betekent dat kinderen extra veel vrij gelaten worden. Wel richt vrijeschools onderwijs, met een klein, hecht team van docenten, zich sterk op hoofd, hart en handen: naast de leervakken krijgen leerlingen bijvoorbeeld vier uur per week kunst en leren ze veel praktische vaardigheden. Voor steeds meer ouders is dat reden om hun kinderen over te laten stappen van het traditionele onderwijs naar een vrije school.

Pionieren

Voordat de nieuwe Delftse Vrije School VO kan starten, moet er komende maanden veel gebeuren. Met steun van de Vrije Scholen VO in Den Haag en Rotterdam wil de nieuwe Delftse Vrije School VO aansluiten bij een al bestaande middelbare school in Delft. Daarbij kan de pionierende initiatiefgroep veel hulp van ondernemende ouders gebruiken.

De gemeente Delft staat neutraal tegenover het nieuwe initiatief, waaraan achter de schermen al maandenlang is gewerkt. Een eerste informatieavond bij Vrije School Widar leverde al veel positieve reacties op van ouders die het waarderen dat er straks meer te kiezen valt in Delft én het geloof dat het mogelijk is om op 1 september te starten. Ook al omdat dit schooljaar vergelijkbare Vrije Scholen VO, met slechts enkele maanden voorbereidingstijd, met succes zijn gestart in Roermond en Zwolle.

Open dag 1 februari

Op 1 februari is er een open dag voor belangstellende ouders en leerlingen. Meer informatie: www.vrijeschoolvodelft.nl’
Van het onderwijs naar de landbouw. Op 2 januari stelde Bionext de vraag ‘Komt er een nieuwe biologische wetgeving?’
‘Na een evaluatieproces van de bestaande biologische wetgeving door de Europese Commissie, ondermeer via een EU-enquête, is nu het wachten op het voorstel van de Commissie in februari of maart. Het verhaal wil dat EU Commissaris Ciolos vlak voor de parlementsverkiezingen een voorstel voor een geheel nieuwe biowetgeving goedgekeurd wil krijgen. Volgens de Commissie is de biologische wetgeving in de afgelopen jaren verwaterd en is het tijd om de wetgeving naar de biologische principes op te hogen. Ondermeer door alle ontheffingen stop te zetten, bijvoorbeeld voor veevoer en zaadgoed.

Bionext heeft de afgelopen twee jaar nauw samengewerkt met IFOAM EU, de Europese koepel voor de biologische sector waar alle landen in vertegenwoordigd zijn. De IFOAM EU en Bionext zijn tot de conclusie gekomen dat een verdere versterking van de huidige biologische wetgeving, die in 2007 en 2008 is aangenomen, de beste route is om de biologische principes te versterken, in combinatie met een versterking van de controle en internationale samenwerking tussen certificerings- en controle-instanties. De procesgang rond een volledig nieuwe biologische wetgeving daarentegen zal de ontwikkeling van de biologische sector afremmen. Immers, bij onzekerheid over de uiteindelijke invulling van de wetgeving, zullen telers en verwerkers afwachten en dat schaadt de groei.

IFOAM EU heeft voor Oudjaar een brief gestuurd naar de Commissie met aanbevelingen om de bestaande wetgeving te versterken. Een belangrijk element daarin zijn aanbevelingen om het doel van 100% biologische productsamenstelling te bereiken, ondermeer door ook additieven en hulpstoffen in de biologische calculatie op te nemen, zoals bij gist en rozemarijn extract inmiddels het geval is. Daarnaast heeft IFOAM EU gedetailleerde adviezen uitgebracht namens de hele biologische sector in de EU welke derogaties stop gezet kunnen worden en welke derogaties omgezet zouden moeten worden naar permanente regels.

Ook staatssecretaris Dijksma heeft in een Algemeen Overleg haar zorgen geuit over de ambitie van de Commissie om voor een volledig nieuw bio wetgevingsvoorstel. Ook overheden in veel andere EU landen delen de zorgen van de biologische sector. Bionext zal in samenwerking met IFOAM EU en de Nederlandse overheid alles in het werk stellen om de Commissie te overtuigen dat de gewenste verbeteringen het best binnen de bestaande biowetgeving doorgevoerd kunnen worden.’
‘Biologisch-dynamische melkveehouders Jan en Connie Rutte schrijven regelmatig een blog voor de website van Zuiver Zuivel. Dit keer gaat de blog over de collegiale toetsing:

Collegiale Toetsing – 17 december 2013

Voor BD-boeren zijn er bepaalde regels om gecertificeerd te worden. De certificering regelt Stichting Demeter. Daarvoor wordt je als bedrijf jaarlijks gecontroleerd door Skal. Dat is het orgaan wat de controles regelt. Er komt dan een controleur die alles op jouw bedrijf bekijkt, voornamelijk de administratie. Daar ben je dan meestal wel een paar uurtjes zoet mee. Nieuw was een paar jaar geleden de Collegiale Toetsing. Tot nu toe was dat vrijblijvend. In de toekomst wordt dat waarschijnlijk ook gebruikt bij de certificering. De Collegiale Toetsing is, ons inziens, een soort studiegroep. Er komen een paar boeren bij elkaar en er is iemand die dat begeleid. Wij doen daar dus ook al een paar jaar, zolang het er al is, aan mee. Afgelopen week startte ons groepje. Drie boeren dus en een begeleider. Deze eerste keer kwamen ze bij ons.

Een boer kwam uit de Flevopolder van de Zonnehoeve en de ander kwam uit Sijbekarspel. Degene van de Zonnehoeve was daar verantwoordelijk voor de tuinderij. De ander had een zorgboerderij met zorgcliënten die daar 24 uur per dag, 7 dagen per week verblijven. Zij hebben een tuinderij met klein fruit zoals aardbeien, frambozen en allerlei soorten bessen. Dus wij waren de enige melkveehouders.

We begonnen met kennismaken bij een bakkie koffie. Daarna ging Jan met hen het landbouwpad af. Bedoeling is dat je dan de plekken laat zien die voor jou speciaal zijn. Het land met alles wat daarbij hoort is voor ons bedrijf heel belangrijk en dat willen we dan ook graag laten zien.

Juist ook in de derde polder zitten op dit moment, eigenlijk de hele winter door, ontzettend veel smienten, kievieten en ja ook ganzen. Er zitten wel groepen van enkele honderden smienten daar in het land en ook vooral in de sloot. En ook van de andere vogels zijn het grote groepen, als ze dan opvliegen is dat een heel mooi gezicht. Het is dus niet alleen in het voorjaar dat er veel vogels zijn, in de winter zijn er ook veel, alleen andere soorten.

Terug op de boerderij liet hij de potstal zien waar de melkkoeien staan en daarna de schuur met de kalfjes. Bedoeling is dat de anderen zich een beeld vormen over jouw bedrijf en over jou als boer. Toen was het zo'n beetje etenstijd en gingen ze naar binnen. Bij een broodje en een glas van onze overheerlijke biologisch-dynamische melk werd er verder gepraat. Dat ging dan voornamelijk over hoe de anderen ons bedrijf zien en naar wat er in hun ogen anders of beter zou kunnen. Ze vonden bijvoorbeeld dat we meer moeten laten zien wat we doen. Door bijvoorbeeld een bord aan de weg te zetten of een kunstzinnig object. Ook meer gebruik maken van organisch materiaal was een idee en ja, daarover zijn we al in gesprek met organisaties. Maar dat gaat allemaal erg langzaam. Verder vonden ze wel dat wij ons bedrijf op een bijzondere wijze voeren. Jan zegt altijd, ik ben gewoon boer, maar volgens deze andere boeren is dat echt BD.

Bij de Collegiale Toetsing horen ook zelfevaluatieformulieren. Gezamenlijk hebben we die doorgenomen en al deze voorgaande punten kwamen aan bod. Deze formulieren worden dan weer opgestuurd naar Stichting Demeter. Al met al is het leerzaam om hier aan mee te doen. Andere mensen hebben namelijk toch een andere kijk op jou bedrijf, juist als ze zelf in een andere tak van het boerenbedrijf bezig zijn. De volgende keer is de bijeenkomst bij de boer in Sijbekarspel, we zijn benieuwd.

Voor meer informatie: www.zuiverzuivel.nl’
Gisteren maakte het ‘Demeter Journal’ op Facebook dit statement over ‘Die Demeter-Gemeinschaft feiert Jubiläum: 90 Jahre biodynamisch – der Kurs in die Zukunft’:
‘Rudolf Steiners Impuls von 1924 zum Gedeihen der Landwirtschaft fiel auf fruchtbaren Boden. Seitdem arbeitet eine starke Demeter-Gemeinschaft daran, dass eine gesunde Erde das trägt, wovon der Mensch leben kann. Heute und in Zukunft. Mit allen Kräften.’
We kunnen dit jaar dus nog meer jubilea van antroposofische initiatieven die negentig jaar worden verwachten. Maar eerst gaan we naar de politiek. Of is het de economie? In ieder geval kunnen we terecht bij Ruud Thelosen, die zich 3 januari op zijn weblog ‘Maatschappelijke Driegeleding’ afvroeg: ‘Socialist of Kapitalist?’
‘Rudolf Steiner een Socialist?

In het omvangrijke werk van Steiner zul je allerlei uitspraken vinden die deze vraag bevestigend maar ook ontkennend beantwoorden. Het is een complex vraagstuk mede ook door de vraag hoe je socialisme definieert. Is socialisme een allesomvattende maatschappijvorm? Is het socialisme gelijk aan het marxisme dat stelt dat de economische verhoudingen de basisverhoudingen van de totale maatschappij bepalen (onderbouw) en waarbij het geestelijke culturele leven (bovenbouw) bepaald wordt door de economie. Hoe de mensen denken hangt af van wat ze te eten krijgen!

Naar mijn mening en voor zover ik het begrijp is Steiner een socialist en dan met name voor het economisch gebied. In zijn maatschappijvisie die ook wel sociale driegeleding wordt genoemd onderscheidt hij drie maatschappelijke gebieden van overheids-/rechtsleven, economisch leven en geestesleven. In ieder van die drie gebieden horen verschillende kernwaarden. In het rechtsleven (democratie) de gelijkheid, in het geestesleven, dat wetenschap, onderwijs en cultuur omvat hoort vrijheid te zijn en in de economie zou de broederschap of solidariteit het leidende beginsel moeten zijn. Het zijn inderdaad de drie basisprincipes van de Franse revolutie die hiermee hun eigenlijke bestemming krijgen.

Steiner was dus een socialist voor zover het de economie betreft, maar tegelijkertijd zou je hem ook een liberaal kunnen noemen omdat hij vrijheid in het geestesleven een absolute noodzaak vond. De wetenschap, het onderwijs en ook de kunst en cultuur kan alleen gezond gedijen bij vrijheid. Anders wordt het staatsgodsdienst, staatsopvoedkunst of staatswetenschap. Een alles overheersend dogma dat ziekmakend werkt. Steiner heeft het in een van zijn lezingen ook wel over “kazernes van wetenschap” als hij het heeft over universiteiten, waar met ijzeren discipline iedereen getraind en gedrild wordt in gangbare “opvattingen”. Afwijkende meningen en visies worden niet gewaardeerd en dus kan Schumpeters’ wetmatigheid van creatieve destructie zijn gezonde werk niet doen.

In zijn economische hoofdwerk “Kernpunten van het sociale vraagstuk” geeft Steiner een uitgebreide beschrijving van zijn ideale visie op de economie. Hij pleit voor een nieuwe organisatievorm die hij associaties noemt en enigszins verwant is aan wat wij kennen als coöperaties. In de economie draait het om schaarse goederen en diensten en dus moeten we heel zorgvuldig omgaan met alle energiebronnen, hulpstoffen, halffabricaten die we nodig hebben om bruikbare producten te maken voor consumenten. De productie en distributie moet dus efficiënt en effectief worden georganiseerd . Dat betekent zonder onnodige verspilling en met minimale verliezen (= efficiënt) en alleen die goederen of diensten op de markt brengen waar mensen ook behoefte aan hebben (= effectief of doelgericht) en tegen een prijs die mensen ook bereid zijn om te betalen. Dit is in essentie de kern van de economie. Om dat ook te kunnen realiseren zijn associaties nodig waarin alle economische partijen/belangen vertegenwoordigd zijn dus producenten, handelaren én consumenten. Alleen zij samen kunnen voor een bepaald gebied bepalen wat er nodig is en wanneer en van welke kwaliteit, functionaliteit en prijs. Samen kunnen zij eerlijk en rechtvaardig ervoor zorgen dat iedereen het beste krijgt onder de gegeven omstandigheden en dat is waar het in een sociale of solidaire economie om draait. In het staatssocialisme of communisme ten tijde van Mao in China en Stalin in Rusland bepaalde de staat/overheid door middel van jaarplannen wat en hoe de productie en handel georganiseerd moest worden met alle gevolgen van dien. Zo moest iedereen in China dezelfde kleding dragen en kreeg men de beschikking over dezelfde voedingsmiddelen. Deze uniformiteit of gelijkheids-dwang heeft tot geweldige tekorten en grote rampen geleid. Zo moet het dus zeker niet.

Steiner is net zo min voor een vorm van staatssocialisme als voor het moderne partijsocialisme, zoals dat tot nu toe in de sociaaldemocratie is ontwikkeld. Dat laatste noemt hij vaak dogmatisch en rigide. Sociaaldemocraten hebben namelijk de neiging de vrijheid en dus het vrije geestes- en maatschappelijke leven aan banden te willen leggen. Zij zien conservatieve en liberale partijen veelal als hun opponenten.

Wij in Europa en het westen zijn geneigd te denken dat het vrije markt kapitalisme het in alle opzichten beter doet. Vrijheid in de economie heeft ons inderdaad vele producten en innovaties opgeleverd. Er is “voor elk wat wils”, als je er tenminste het geld voor hebt. Toch leidt deze economische ordening tot enorme verspillingen, uitputting van grondstoffen en energiebronnen alsook grote aantasting van natuur en milieu. De economische vrijheid leidt vaak tot economische machtsvorming (monopolies of oligopolies) en machtsmisbruik (woekerprijzen) en uitbuiting(factor arbeid).

Steiner zocht naar een nieuw midden tussen staatssocialisme en vrije marktkapitalisme waarbij enerzijds alle creativiteit en innovatie moet kunnen leiden tot maximaal voordeel voor de samenleving (en economie). Hij was dus een fel tegenstander van patenten, octrooien en andere juridische beschermingsmethoden van ideeën. Daarnaast moet er tegelijkertijd heel sober en doelgericht geproduceerd en gedistribueerd worden. Gesloten economische kringlopen zijn daarvoor nodig. De samenleving (lees economie) is pas sociaal, als iedereen steeds over voldoende en de beste producten kan beschikken!

Anderzijds was Steiner ook een overtuigd socialist omdat hij net als Marx en andere socialisten vond dat de productiemiddelen (grond, gebouwen en machines) geen economische goederen mogen zijn die vrij verhandeld kunnen worden. Ze mogen ook niet in handen zijn van privépersonen. Ze behoren namelijk de hele samenleving toe. De beste oplossing is dan ook niet onteigening en nationalisatie zoals bij marxisten en communisten maar neutralisering, waarmee je ze onttrekt aan het economisch verkeer. Het eigendom en de zeggenschap over de productiemiddelen ligt dan bij organisaties in het geestesleven zoals stichtingen of coöperatieve verenigingen. Tijdelijk worden die in bruikleen (of pacht) gegeven aan de beste meest geschikte ondernemers en agrariërs die deze productief maken.

In een lezing op 3 november 1918 (GA 185) laat Steiner er ook geen misverstand over bestaan. Hij beschrijft daar letterlijk dat het socialisme de belangrijkste missie is voor de moderne mensheid ten tijde van het 5e na-Atlantische tijdperk van de bewustzijnsziel en pas tegen het jaar 4000 (na Christus) tot een vorm van afronding zal komen. We hebben gelukkig nog ruim de tijd maar de richting staat wel vast, namelijk socialistisch!’
Nu heb ik nog een aantal Duitstalige berichten. Zoals deze van Wolfgang Vögele bij ‘News Network Anthroposophy Limited (NNA)’, getiteld ‘Futurum Verlag wird unabhängig’:
‘Der Futurum Verlag, der seit Januar 2011 als Label-Verlag des Rudolf Steiner Verlags Basel geführt wird, soll aus diesem ausgegliedert und als GmbH neu gegründet werden.

Das dazu nötige Kapital sei vorhanden, erklärten Claudia Zangger und Jonathan Stauffer, die den Verlag übernehmen werden: “Der Verwaltungsrat der Rudolf Steiner Verlag AG unterstützt eine selbständige Weiterführung des Futurum Verlags durch eine faire und kooperative Gestaltung des Verkaufs.”

Beabsichtigt sind deshalb auch neue Formen der Zusammenarbeit mit den Autorinnen und Autoren, mit denen im November 2013 ein erstes orientierendes Gespräch stattfand. Sie sollen künftig stärker in die Verlagsentwicklung einbezogen werden, beispielsweise auch in die Entscheidung, ob ein Buchprojekt umgesetzt werden soll und kann. Beabsichtigt ist auch eine stärkere informelle Vernetzung der Autoren untereinander.

Futurum verlegt Bücher zu aktuellen Zeitfragen, Kunst- und Kulturgeschichte sowie Anthroposophie. Die unabhängige Internet-Enzyklopädie Wikipedia beschreibt den Anspruch des Futurum Verlags wie folgt: Er möchte mit seinen Publikationen nicht “fertige Rezepte und Scheinlösungen” anbieten, sondern “Keime für Zukunftsgestaltung setzen” und “ohne Belehrung anregende Diskurse ermöglichen”.’
Als dat maar goed gaat. Dezelfde dag kwam Wolfgang Vögele op dezelfde plek ook met ‘Steiner Archiv jetzt mit öffentlichem Lesesaal’:
‘Das Rudolf Steiner Archiv will seine Bestände stärker als bisher der Forschung zugänglich machen. Zu diesem Zweck wurde jetzt auch ein Lesesaal eingerichtet. Dies geht aus dem zweiten “Archivmagazin” hervor, das das Archiv im Dezember 2013 herausgegeben hat. Es verdeutlicht damit die seit dem Amtsantritt des neuen Archivleiters David Marc Hoffmann eingeleitete Neuausrichtung des Archivs hin zu mehr Transparenz und Öffentlichkeit.

Die neue Ausgabe des “Archivmagazins” steht im Zeichen der Grundsteinlegung des Ersten Goetheanums vor 100 Jahren. Die Grundsteinlegung am 20. September 1913 im schweizerischen Dornach – der Bau hätte ursprünglich in München errichtet werden sollen – gilt als wichtiges Ereignis im Leben Rudolf Steiners und der anthroposophischen Bewegung. Der Kunsthistoriker Roland Halfen hat auf 48 Seiten teilweise unbekannte Dokumente, Erinnerungen von Teilnehmern und mehrere auf das Thema bezügliche Ansprachen Steiners zusammengestellt.

Seit der Errichtung des monumentalen Doppelkuppelbaus auf dem Dornacher Hügel zogen die Aktivitäten der Anthroposophen vermehrt das Interesse der Zeitgenossen auf sich. Die Reaktionen reichten von Neugier bis zu offener Anfeindung. Nach fast zehnjähriger Tätigkeit dieser “Freien Hochschule für Geisteswissenschaft” fiel der künstlerisch wertvolle Bau einer Brandstiftung zum Opfer, dessen Urheber nie ermittelt werden konnte.

Der Inbetriebnahme des öffentlichen Lesesaals im Erdgeschoss des Hauses Duldeck ist ein eigener Bericht im Archivmagazin gewidmet. Dieser enthält eine umfangreiche Handbibliothek, die jetzt Forschenden und allen Interessenten zur Verfügung steht.

Das Archivmagazin gibt außerdem Auskunft zu den Editionsplänen des Steiner-Archivs.

Mit der Publikation von bisher 350 Bänden der Steiner-Gesamtausgabe hat das Steiner Archiv noch längst nicht den gesamten Nachlass veröffentlicht. Eine Hauptaufgabe bleibt die Gesamtedition von Steiners Korrespondenz (1800 Briefe von und an Rudolf Steiner), die noch viele Jahre in Anspruch nehmen wird. Auch Hunderte von Notizbüchern und Tausende von Notizzetteln Steiners harren noch der Erschließung.

Zwei Beiträge diskutieren die aktuelle Zusammenarbeit des Rudolf Steiner Verlages mit dem Stuttgarter Frommann Holzboog Verlag bei der Herausgabe der ersten kritischen Ausgabe von Steiners Schriften. Ferner enthält das Archivmagazin Berichte zu bevorstehenden Neuerscheinungen der Gesamtausgabe – beispielsweise zu den Bänden “Arbeiterräte und Sozialisierung” (GA 331a) und “Kulturräte und Sozialisierung” (GA 331b), zu Neuauflagen, Neuerwerbungen und Ausstellungen.

Mit seiner Neuausrichtung möchte das Steiner Archiv eigenen Angaben zufolge eine vermehrte Akzeptanz als öffentliche Forschungsstätte erzielen.’
Een derde bericht uit dezelfde hoek verscheen op 31 december van 2013 onder de titel ‘Steiner-Biographie von Prof. Helmut Zander wird kritisch durchleuchet’, waar ook nog een Nederlands tintje aan zit:
‘Eine kritische Durchleuchtung der 2011 erschienene Steiner-Biographie von Religionswissenschaftler Prof. Helmut Zander ist jetzt im niederländischen Occident Verlag erschienen. NNA-Korrespondent Wolfgang G. Voegele hat sie sich angeschaut.

BAARLE NASSAU/NL (NNA) – Das Werk des Biologen und Waldorflehrers Holger Niederhausen ist die erste Auseinandersetzung mit Zanders Werk in Buchform. Niederhausen engagiert sich schon seit längerem im Internet als Kritiker von Zanders Veröffentlichungen, der im akademischen Mainstream als Steiner-Kenner gilt (siehe Link).

Wie schon Karen Swassjan, Lorenzo Ravagli, und Rahel Uhlenhoff in ihren Repliken auf Zanders Publikationen will auch Niederhausen nachweisen, dass Zanders historisch-kritische Methode Einseitigkeiten produziert, die das Bild von Steiner in der Öffentlichkeit verzerren. In den Beispielen, die Niederhausen anführt, geht es nicht nur um einzelne Irrtümer, sondern Niederhausen wirft Zander vor, Quellen im Sinn seiner Hypothesen zu manipulieren.

Mit seiner Zander-Kritik in Buchform möchte Niederhausen außerdem “etwas von der wahren Gestalt der Anthroposophie sichtbar machen.” Zu diesem Zweck stellt er Zanders Ausführungen meist ein Zitat von Rudolf Steiner gegenüber, damit möchte er dokumentieren, dass Zander Wortlaute Steiners unterschlagen, “weil aus ihnen die Wahrheit sofort hervorginge.” (29) Niederhausen unterstellt dem Religionswissenschaftler Absicht, ja einen regelrechten Hass auf die Anthroposophie, die seiner Auffassung nach in einer unbewussten “Furcht vor der geistigen Welt” begründet sei. Hier bezieht sich Niederhausen auf Steiner selbst, der zu seiner Zeit die Gehässigkeit mancher Kritiker auf deren unbewusste Furcht vor dem Übersinnlichen zurückgeführt hatte.

Niederhausens Feststellung, fast alle Zanderschen Deutungen hätten mehr oder weniger den Charakter einer Anschuldigung und Steiner werde als “ein machtorientierter, autoritärer Plagiator und Scharlatan” (404) dargestellt, ist nicht neu. Schon David Marc Hoffmann sprach von einer “Verdachtshermeneutik” in den Schriften von Helmut Zander. (Uhlenhoff, 2011, S. 91)

Bereits mit den ersten Worten des Buches unterstelle Zander Steiner eine bewusste Lüge, nämlich in Bezug auf sein Geburtsdatum (18). Damit erzeuge Zander beim Leser von vornherein Misstrauen gegenüber Steiners Charakter. Dieser aber sei von tiefster Wahrhaftigkeit gewesen, betont Niederhausen (21).

Zander bescheinige Rudolf Steiner außerdem nicht nur intellektuelle Inkompetenz, sondern stellt ihn immer wieder als innerlich zerrissene, haltlose Persönlichkeit dar: “Er ist unfähig, seine Aufgaben zu organisieren, und er hat sein Leben immer weniger im Griff.” (Zander, S. 59) Zanders “nonchalanter, jovialer Ton” (391) gleite allzu oft in Menschenverachtung ab, etwa wenn er Steiners gesundheitlichen Zusammenbruch 1924 mit den Worten beschreibt: “Aber Ende September war seine Batterie leer.” (Zander, S. 460 f.). Durchgehend äußert Niederhausen seine Betroffenheit, die er über Zanders Darstellungsweise empfindet und sieht dessen Werk im Kontext eines “Vernichtungsfeldzugs” gegen Rudolf Steiner und die Anthroposophie.

Akribisch setzt sich Niedernhausen auch mit bekannten Vorwürfen gegen Rudolf Steiner auseinander, z.B. hinsichtlich Steiners akademischem Abschluss. Zander vermittele den Eindruck, Anthroposophen hätten das Ergebnis von Steiners Promotion bisher ängstlich verschwiegen. In Wahrheit hatten diese schon vor 20 Jahren eine gründliche Dokumentation über Steiners Dissertation veröffentlicht (Rudolf Steiner Studien, Band V, 1991, S. 202). Dabei geht es um das Wort “rite” als Kennzeichnung von Steiners Dissertation, das Kritiker wie Zander als notenmäßige Bewertung deuten und daraus Steiners intellektuelle Unzulänglichkeit ableiteten. Obwohl im Protokoll des Promotionsverfahren stehe “Ein Praedicat wurde nicht beantragt”, sei für Zander klar: “Er bestand das Rigorosum (...), allerdings nur äußerst knapp mit der Bewertung ‘rite’.” (Zander, S. 504) Niederhausen verweist demgegenüber auf eine Einschätzung von Ludger Jansen vom Institut für Philosophie der Universität Rostock, der erläutert: “Es ist wahrscheinlich, dass es bei externen Prüfungen nur um die Feststellung genügend (rite) oder ungenügend ging.” Ein Werturteil sei damit nicht verbunden gewesen.

Niederhausens Buch ist eine emotionale Verteidigungschrift, er stellt sich vor Rudolf Steiner wie vor einen guten Freund, der von einem “Chefankläger” Zander vor Gericht gezerrt wird. Immer wieder appelliert der Autor an Moral und Wahrheitsliebe des Lesers, die er bei Zander offensichtlich vermisst: “Die Wirkung [von Zanders Steinerbiographie] auf den Wahrheitssinn eines Menschen, der diesen Sinn ausgebildet hat und die Wahrheit liebt (...) ist nahezu unbeschreiblich. Es ist wie ein Schlag ins Gesicht.” (16). Bei Zander verbinde sich der Autoritätsanspruch der Wissenschaft mit dem der katholischen Kirche (390).

Prof. Zander repräsentiert eine hegemoniale konservative Kultur, der alles Neue schon verdächtig oder gefährlich erscheint. Von dieser sicheren Position aus ist es nicht schwer, weltanschauliche Minderheiten als Forschungsobjekte zu sezieren und sich damit im akademischen Kontext zu profilieren. Mit dem Mut der Verzweiflung wehrt sich Niederhausen gegen diese autoritäre Deutungshoheit des Schweizer Religionswissenschaftlers. Selbst wenn sein Engagement an Don Quichottes Kampf gegen die Windmühlen erinnert oder wie ein persönlicher Befreiungsschlag aussieht, verdient er doch Respekt. Niederhausens Ausdrucksweise ist unakademisch und leicht verständlich, seine Argumentation durchaus logisch und gewissenhaft. Auch wer schon frühere Widerlegungen der Zanderschen Arbeit durch andere Autoren kennt, wird in Niederhausens kritischer Studie manches Bedenkenswerte entdecken.

Holger Niederhausen, Unwahrheit und Wissenschaft. Helmut Zander und Rudolf Steiner. Occident Verlag Baarle Nassau (Niederlande) 2013.’
Dan vond ik gisteren op Facebook bij weekblad ‹Das Goetheanum› het volgende kleine berichtje, ‘Pauls treasures translated’:
‘Pauls Schätze sind noch immer ungehoben. Damit sich dies nach und nach ändert, hat die Paul-Schatz-Stiftung nun das Werk ‹Die Welt ist umstülpbar – Rhythmusforschung und Technik› in englischer Sprache publiziert. Das Buch führt durch den Lebensgang des Künstlers und Technikers und es veranschaulicht die Genese seiner zentralen Entdeckungen und Erfindungen, die auf der Umstülpbarkeit des Raumes basieren.’
Bij Google+ schreef hetzelfde weekblad daarentegen over een ‘Mysterienroman’:
‘Vor wenigen Wochen erschien der Roman ‹Hieronymus – über Kino und Liebe in Zeiten der Reinkarnation› von Andrea Salvodelli. Der Zürcher Tagesanzeiger widmete dem Buch eine umfangreiche Rezension, in der auch die Lebensgeschichte des Autors erzählt wird. Salvodelli habe in den Siebzigerjahren als große Filmhoffnung gegolten, sei darauf hin jedoch für vierzig Jahre von der Bildfläche verschwunden, um sich in Steiners Werk zu vertiefen. Die Frucht dieser Zeit sei ein Roman, der dem Anspruch gerecht werden soll, dass «ein richtig verfasstes anthroposophisches Buch ein Aufwecker des Geisteslebens im Leser sein soll», wie es in ‹Mein Lebensgang› heißt: http://buff.ly/1d5zr5f CC’
Eergisteren plaatste ‹Das Goetheanum› op Facebook dit redactionele woord van Wolfgang Held, ‘Das Unfassbare’:
‘Vor hundert Jahren brach er aus, der Erste Weltkrieg, der ‹Große Krieg›. Er stellte alles in den Schatten, was in den Geschichtsbüchern über Kriege zu lesen war. Es war der erste Krieg, in dem Mensch gegen Maschine kämpfte, in dem Giftgas mit dem Wind zum Gegner getrieben wurde, in dem man im Geratter der Salven den Schuss nicht mehr hören konnte. Es war der erste Krieg, der aus der Luft, der unter Wasser geführt wurde. «Der Tod schlug zu wie eine Fliegenklatsche» heisst es in einer Feldpost über die Unbarmherzigkeit und Belanglosigkeit dieses technisierten Schlachtens.

Seine Schatten warf er voraus, so notierte bereits 1887 Friedrich Engels, dass die Verwüstungen des Dreißigjährigen Krieges auf drei bis vier Jahre gedrängt den ganzen Kontinent erfassen werden und Helmuth v. Moltke prophezeite einen «dreißigjährigen Volkskrieg», als hätte er die Zeit von 1914 bis1945 vor Augen. So unfassbar dieser Krieg ist, so unfassbar ist die Begeisterung in den Städten Europas zu Kriegbeginn, besonders der gebildeten Bevölkerung. «Endlich Krieg!» schreibt August Macke – welch ein Zeugnis aus einer sinnentleerten Zeit.

«Nie wieder Krieg!» war weltweit der Ruf, das Credo, das jede Nachkriegsgeneration für sich neu formulierte. Doch Frieden ist mehr als die Abwesenheit von Krieg. Heutige Kinder haben keine Grosseltern mehr, die Zeugen dieses Grauens waren. Sie sind immer weniger eine Nachkriegsgeneration. Herausforderungen wie der Welthunger, wie das Unrecht zwischen Nord und Süd, wie die Verständigung der Religionen könnten sie zur ersten Friedensgeneration werden lassen.

Wolfgang Held

Das Goetheanum abonnieren: http://buff.ly/1dtkGr6’
En als we over oorlogen beginnen, kan deze er ook nog wel bij. Vandaag kwam ‘Rudolf Steiner: Schriften – Kritische Ausgabe. SKA’ op Facebook met dit bericht:
‘Gern weisen wir hiermit auf das neue Buchprojekt von Ansgar Martins und Info 3 hin:

Hans Büchenbacher. Erinnerungen 1933-1949

“Hans Büchenbacher sah als Vorstandsmitglied der Anthroposophischen Gesellschaft in Deutschland bewusster als die meisten anderen Anthroposophen die Machtergreifung Hitlers schon früh als Weg in den Untergang.

In seinen nach dem Krieg verfassten ‘Erinnerungen’ kommentiert Büchenbacher schonungslos seine Beobachtungen und auch das Versagen der Anthroposophischen Gesellschaft einschließlich Teilen des Dornacher Vorstands angesichts des Nationalsozialismus.

Hans Büchenbacher, Offizier im Ersten Weltkrieg, von Rudolf Steiner zum Redner berufen, war Philosoph, Buchautor, Lehrer für Anthroposophie und u.a. Freund des in Auschwitz ermordeten Komponisten Viktor Ullmann. Er starb 1977 in der Schweiz.

Mit der wissenschaftlich edierten und ausführlich kommentierten Ausgabe macht der Mayer Info3 Verlag seine Erinnerungen fast 70 Jahre nach dem Ende des NS-Regimes erstmals öffentlich zugänglich.

Für die Herausgabe wurde der junge Religionswissenschaftler, Waldorf-Blogger und Info3-Autor Ansgar Martins gewonnen, der in ausführlichen Anhängen zu Büchenbachers Erinnerungen die Situation der Anthroposophie zwischen 1933 und 1945 in größere kultur- und gesellschaftspolitische Zusammenhänge einbettet.

Als Zeitdokument und kritische Hintergrundanalyse bildet das Buch eine wesentliche Ergänzung bisheriger Arbeiten über Anthroposophen in der Zeit des Nationalsozialismus.

Vor allem aber zeichnet diese Herausgabe das liebevolle Porträt eines vergessenen, feinsinnigen anthroposophischen Denkers und ist in Teilen auch eine Rehabilitierung dieses für seine weltanschaulichen Freunde oft unbequemen Zeitgenossen.

Unsere Bitte an Sie:
Das Erscheinen des Buches ist für Frühjahr 2014 geplant. Für die Finanzierung der wissenschaftlich-archivarischen Arbeiten sowie für den Druck des Buches bitten wir nun um Ihre Unterstützung: Die Deckung der Kosten in Höhe von ca. 7.000 Euro ist angesichts des speziellen Themas allein durch den Verkauf des Buches nicht zu erwarten.

Helfen Sie deshalb durch Ihre Schenkung mit, dieses einzigartige Dokument in die Welt zu bringen! Eine Unterstützung ist in Beträgen zwischen 100,- und 1000,- Euro möglich. Jeder Schenkende wird im Anhang des Buches mit Dank erwähnt werden und erhält selbstverständlich ein Exemplar des Werkes.”

Wenn Sie das Projekt unterstützen möchten, setzen Sie sich mit dem Verlag in Verbindung: http://www.info3-magazin.de/buechenbacher/’
Op de weblog van Ansgar Martins zelf, ‘Waldorfblog’, vinden we vandaag meer bijzonderheden, onder de titel ‘Neues Buch. Hans Büchenbacher: Erinnerungen 1933-1949’:
‘“Die Goetheanumleitung wird sich doch immer mehr und mehr identisch erklären mit dem Nationalsozialismus... Der Dr. Rascher, der gute Beziehungen hat zu dieser Richtung, wird jetzt funktionieren als derjenige, der nun in Deutschland die Dinge zu tun hat... Da geht schon die Richtung der Machthaber in Deutschland und der Leitung hier in der gleichen Linie. Das sind schwerwiegende Dinge.” 
– Ita Wegman an Fried Greuter und Michael Wilson, 14. Oktober 1933

Der Anthroposoph Hans Büchenbacher (1887-1977) hat an seinem Lebensabend “Erinnerungen” verfasst, die eine immer wieder hysterisch erwähnte, aber erst anfänglich aufgearbeitete Beziehungsgeschichte thematisieren: Die Beziehung von Anthroposophie und Nationalsozialismus. Mit großer Verbitterung beschrieb der promovierte Philosoph und glühende Steiner-Anhänger, was er als ideologischen (Selbst-)“Verrat” seiner geliebten Anthroposophischen Gesellschaft im nationalsozialistischen Deutschland erlebte. Der als “Halbjude” ab 1933 sukzessive aus dem Vorstand der deutschen Anthroposophen Gedrängte hatte ironischerweise bereits im Mai 1922 einen deutschnational motivierten Anschlag auf Rudolf vereiteln können.

Seine bewegte Biographie führt tief in den Untergrund des alternativkulturell-okkultistischen Labyrinths von Kaiserreich und Weimarer Republik – und in die abgründigen Positionen deutscher Anthroposophen im Hitler-Fieber, von denen manche gar das Verbot der Anthroposophischen Gesellschaft durch die Nazis 1935 begrüßten, so Büchenbacher: “Dass die Anthroposophische Gesellschaft in Deutschland verboten worden sei, wäre ja schliesslich nicht schade, denn sie sei doch imgrunde nur ein Verein von alten Tanten gewesen. Aber jetzt würde eben eine richtige Anthroposophische Gesellschaft entstehen.” Aber Büchenbacher berichtet auch von antinazistischen Steiner-Schülern wie Johannes Hohlenberg, die sich, wie er selbst, 1933 oft nicht nur im Fadenkreuz des Judenhasses, sondern auch zunehmend im Konflikt mit ihren Glaubensgenossen wiederfanden. Schließlich warf Büchenbacher seinen Mitbrüdern Versagen vor dubiosen “okkulten Mächten” im Nazismus vor, die die kosmische Mission der Anthroposophischen Gesellschaft unheilbar aus der Bahn geworfen hätten. Die Erkenntnis sei nach 1945 Verdrängung gewichen – “Sie müssen das doch nicht mehr wissen”, hatte ihm 1946 Ernst Aisenprais offiziös verlauten lassen.

Büchenbachers Anschuldigungen und esoterische Spekulationen fordern eine historische und ideologiekritische Klärung heraus. Im Frankfurter Info3-Verlag werden 2014 Büchenbachers “Erinnerungen 1933-1949” veröffentlicht (hier zum Spendenaufruf). In fünf umfangreichen Anhängen habe ich die Ehre und das Vergnügen, eine weitere historische Einordnung vorzunehmen – zunächst wird das Buch auch eine erste Biographie dieses wendigen Denkers enthalten. Sein Weg führte vom freistudentischen Kreis um Philipp Berlin und Karl Korsch ins Zentrum der “Dreigliederungsbewegung”, vom scharfen binnenanthroposophischen Kritiker zum Vorsitzenden der Dornach-treuen Anthroposophen 1931, von der psychologischen Ästhetik Theodor Lipps’ zum Bemühen um eine philosophische Anthroposophie, die auch zu Schmuel Hugo Bergman, Herbert Witzenmann und Heinz Zimmermann ausstrahlte.

Büchenbachers Kontakte, etwa zu dem Mediziner und Nazi Hanns Rascher (Vater des berüchtigten KZ-Arztes Sigmund Rascher) werfen weiter die Frage nach Kontakt und Vernetzung zwischen anthroposophischen und völkisch-theosophischen Gruppen vor 1933 auf, die in einem weiteren Anhang angerissen werden. Anhang 3 und 4 gehen schließlich der anthroposophischen Geschichte in Deutschland und der Schweiz 1933-1945 nach. Büchenbachers Kommentare zu den sog. “nazistischen Sünden der Dornacher” erweisen sich dabei großenteils als belastbare Hinweise auf die Dynamiken der Anthroposophen im Schatten des Nationalsozialismus.

Hierzu liegen bereits fundierte Publikationen (vor allem Arfst Wagner 1991ff., Uwe Werner 1999, Peter Bierl 2005, Ida Oberman 2008 und Peter Staudenmaier 2010) vor. Diese scheinen aber zumindest in zweierlei grundsätzlicher Hinsicht ergänzt werden zu müssen: Im Hinblick auf die faktische Vielfalt der anthroposophischen Positionen zum deutschen Faschismus und unter Beachtung der personellen und Machtstrukturen, die sich 1933 in der Anthroposophie etablierten. Hierbei kommt dem erwähnten Rascher sowie Roman Boos (1889-1952), manischer Fan der “deutschen Erneuerung” in der Dornacher Zentrale, mehr als nur eine Schlüsselrolle im Herzen der organisierten Anthroposophie zu. Last but not least ist die Geschichte jüdischer Anthroposophen ungeschrieben: von kulturzionistischen Zirkeln und den kabbalistischen Interessen eines Albrecht Sellin, Adolf Arenson oder Ernst Müller (der im Sohar das “Geistige und Geistigste der Anthroposophie” sah) über zerrissene Figuren jüdischen Selbsthasses wie Ludwig Thieben, Norbert Glas oder Karl König zu Flucht, Emigration und Ermordung jüdischer Mitglieder der Anthroposophischen Gesellschaft.

An und mit Büchenbacher lässt sich über ein halbes Jahrhundert anthroposophischer und eben auch: deutscher Geistesgeschichte schreiben. An Einzelbiographien und in der historischen Analyse zeigt sich, dass sicher geglaubte Fronten von rechts und links, von Wissenschaft und religiöser Inbrunst, von bürgerlicher Sicherheit und okkultistischer Avantgarde, Politik und Geisterseherei und schließlich von Mystik und Massenmord weit weniger aufrecht erhalten lassen, als uns das allen lieb wäre.

Helfen Sie mit, dieses Buchprojekts zu realisieren! Für die Drucklegung des Manuskripts bitten wir noch um Spenden.’

woensdag 1 januari 2014

Brand

Het is nieuwjaarsdag. Oud en Nieuw hebben we overleefd. En zoals u uit ‘Phoenix’ op dinsdag 11 augustus 2009 kunt weten, schuilt in die jaarwisseling gevaar voor vrijescholen. Zo ook vandaag. Op Facebook vind ik dit urgente nieuws bij Vrijeschool Meander - Nijmegen:
‘Het gebouw naast school staat in brand. De school is veilig.’
Op basis van het ANP meldde de website nu.nl vanmiddag, voordat dit bericht werd ge-update, onder de kop ‘Grote brand in voormalig klooster Nijmegen’:
‘In een voormalig kloostergebouw aan de Groesbeekseweg in Nijmegen is woensdag een grote brand uitgebroken. In het gebouw, dat eerder als een school diende, wonen volgens regionale media rond de vijftig mensen, voornamelijk studenten.

Over de oorzaak van de brand is nog niets bekend. De bewoners worden opgevangen in een sporthal. De politie was nog niet bereikbaar voor nadere informatie.

Volgens Omroep Gelderland is zeker een derde van het gebouw getroffen door de brand. Ook omliggende gebouwen zijn ontruimd.’
Deze omroep schreef op dat moment over een ‘Grote brand in studentencomplex Nijmegen’:
‘De grote brand in een voormalig schoolgebouw met studentenwoningen in Nijmegen lijkt onder controle. Een derde van het monumentale pand aan de Groesbeekseweg is door de brand getroffen. 
Rookmelder

De brand werd rond 10.20 uur gemeld, nadat een rookmelder was afgegaan. De vlammen sloegen uit het dak en het vuur breidde zich daarna snel uit. Dikke rookwolken trokken richting het centrum van Nijmegen.

Bewoners opgevangen

Volgens de politie zijn alle bewoners uit het pand. Het gaat om 20 tot 30 mensen. Ze zijn tijdelijk opgevangen in een gymzaal in de directe omgeving en worden later overgebracht naar wijkcentrum Daalsehof. Ook omliggende panden zijn ontruimd. Het is nog niet bekend hoe het vuur is ontstaan.

De brand trekt veel bekijks. Ook burgemeester Bruls is ter plaatse.’
Erbij staat het adres: Groesbeekseweg 152, Nijmegen. Op de website van vrijeschool Meander lezen we onder ‘Contactgegevens’: ‘Meander Vrijeschool voor basisonderwijs, Groesbeekseweg 146’. Dit is dus het heel actuele nieuws in het nieuwe jaar, waar ook de NOS over heeft bericht in ‘Brand in studentenhuis Nijmegen’. Ik heb nog meer en ander nieuws. Waar zal ik beginnen? Met iets nieuwjaarsachtigs natuurlijk. Gistermiddag verscheen dit bericht op Facebook bij Estafette de biologische eetwinkel:
‘Lieve vind-ik-leukers,

Onze Estafette-facebookpagina is vandaag jarig. Het is namelijk precies een jaar geleden dat we ermee begonnen! En er bleek genoeg te delen.

Terug scrollend door onze berichten leest de pagina zich bijna als een dagboek. Seizoensgroenten, nieuws van leveranciers, winkelverbouwingen, de 10e verjaardag van Estafette Maastricht, de start met het ledenvoordeelsysteem, Estafette op Lowlands, de komst van Gaia bij Estafette, de geslaagde bijenspaaractie, toekomst zaaien bij GAOS, de bloemkoolproef met zaadvaste rassen, allerlei appelcidermomentjes... Wat was 2013 een dynamisch jaar!

We hopen dat 2014 weer net zo veel mooie momenten en fijne verrassingen zal brengen om samen met jullie te delen. Zoals we ook in de winkels wensen dat we nog veel mooie biologische en biodynamische producten aan jullie kunnen en mogen doorgeven.

En dat er ook in 2014 maar weer veel aanleidingen mogen komen om samen met een glas appelcider in de hand te proosten. Laten we beginnen met een virtuele toost op een goed en gezond begin van het nieuwe jaar. Voor jullie allemaal. Tot in het nieuwe jaar. Proost!

Namens Estafette,
Merle Koomans’
Gisteren liet Werner Govaerts op Facebook weten:
‘De nieuwsbrief van Via Libra, op oudjaar!
e-zine van Via Libra, nr. 114 - 31 december 2013’
‘Via Libra’ te Antwerpen schrijft op zijn website over zichzelf:
‘Via Libra is een kleine uitgeverij die 3 à 4 titels per jaar uitbrengt. Enerzijds gaat het om publicaties die de antroposofie of een aspect van de antroposofie op een laagdrempelige manier bekend willen maken. Anderzijds gaat het om boeken of onderzoeksrapporten over gespecialiseerde thema’s van algemeen cultureel belang. Al deze uitgaven worden op de markt gebracht zonder winstoogmerk. Om de boeken voor een betaalbare prijs te kunnen aanbieden, kiest de uitgeverij ervoor om de hele productie (uitgezonderd het drukken) binnenshuis te houden en uitsluitend zelf voor de verdeling in te staan, voornamelijk met vrijwilligers.

De vzw beheert tevens de R. Steinerbibliotheek van Antwerpen, gevestigd in de Gitschotellei 188, te Borgerhout, boven boekhandel De Kleine Prins. De bibliotheek is open op donderdag, vrijdag en zaterdag.’
In de nieuwsbrief staan verschillende interessante onderwerpen. Ik doe een greep:
‘Graag wensen we alle lezers van onze nieuwsbrief het allerbeste toe voor 2014. Oudjaarsdag leek ons een geschikt ogenblik om nog even aandacht te vragen voor wat er in de eerste weken en maanden van 2014 allemaal op het programma staat...

Opstaan uit de onmacht: geen uitweg maar een in-weg

voordracht door Christine Gruwez, auteur van het boek Meditaties over onmacht (Via Libra, 2013)

Het valt ieder van ons te beurt: de onmacht die we voelen bij het volgen van het nieuws, de ellende in de wereld. Rudolf Steiner zei dat de hedendaagse mens Christus in en door de onmacht ontmoet (Zürich, 16-10-1918). In de voordracht vraagt Christine Gruwez zich af hoe we hiermee kunnen omgaan. Is er een uitweg? Of nemen we beter een in-weg? En wat betekent dat dan: in de onmacht gaan staan?

datum: vrijdag 7 februari 2014 om 20u
bijdrage: 8 euro
plaats: boekhandel De Kleine Prins, Gitschotellei 188, 2140 Borgerhout (Antwerpen)

Boekhandel De Kleine Prins sluit en opent...

Boekhandel De Kleine Prins is gestart in 1977, op vraag van een aantal mensen naar boeken en werken over antroposofie. Irène Mans-Rechtschaffen (links op de foto) heeft dat 17 jaar op zich genomen. In 1994 heeft Marie Boseret (midden op de foto) de fakkel overgenomen. Kris De Wit is al vele jaren een trouwe medewerkster.

Naast een algemeen assortiment heeft De Kleine Prins zich gespecialiseerd in antroposofie, spiritualiteit, ecologie, rouwverwerking en heeft de winkel een ruime keuze aan kinder- en jeugdboeken. Van wijd en zijd komen hier ook mensen voor de kunstkaarten en de mineralen.

Vanaf 1 januari 2014 gaat Marie Boseret met pensioen. De winkel zal dan gesloten zijn tot en met 10 januari. Op 11 januari reeds opent overnemer Kristel Hectors (rechts op de foto) de winkel opnieuw. Kris De Wit blijft als medewerkster een vertrouwd gezicht in de winkel.

Vorig weekend organiseerde de winkel een “afscheidsfeestje”. Ter gelegenheid daarvan kon deze unieke foto worden genomen: van links naar rechts de drie eigenaressen-zaakvoersters!

Hebben christendom en islam elkaar (niet) iets te vertellen?

Drie avonden rond de verhouding tussen christendom en islam

Donderdag 6 februari: Religie in het spanningsveld tussen openbaring en instelling, door Christine Gruwez

Donderdag 20 februari: Op zoek naar het wezenlijke in de islam, door Luc Vandecasteele

Donderdag 27 februari: Panelgesprek, met Myriam Driesens (geestelijke in de Christengemeenschap, gemeente Eindhoven), Christine Gruwez & Luc Vandecasteele
Er leven heel wat vragen omtrent zowel de islam als het christendom. O.a. aan de hand van de vragen die bij de vorige avonden door de toehoorders werden gesteld, gaan de sprekers met elkaar en met het publiek in gesprek.

– 6, 20 en 27 februari 2014, telkens om 20.00 uur (koffie en thee vanaf 19.30 uur)
– plaats: Michaëlkerk, Dorpstraat 122, 5504 HL Veldhoven
– bijdrage: 20 euro voor de drie avonden, 10 euro voor een afzonderlijke avond

Nieuw nummer van Antroposofie Vandaag

Antroposofie Vandaag is het kwartaalblad, uitgegeven door de Antroposofische Vereniging en Via Libra.
Het jongste nummer is extra dik en bevat o.a. volgende artikels:

– De permanente conferentie (Wilbert Lambrechts)
– Antroposofie & public relations (Werner Govaerts)
– De Eerste Wereldoorlog en het lot van Midden-Europa (Imel De Boeck)
– Homeopathiebashing (Marnix Schaubroeck)
– ICT en de lagere school: een uitnodiging (Luc Vandecasteele)
– Wat is dat toch met ICT? (Vera Steculorum)
– Boekbesprekingen
– Berichten

Via dit mail-adres (info@via-libra.be) kunt u een proefnummer aanvragen. Een jaarabonnement kost 50 euro.

Nieuwjaarsreceptie van de Antroposofische Vereniging

Naar jaarlijkse gewoonte organiseert de Antroposofische Vereniging een voor alle belangstellenden toegankelijke nieuwjaarsreceptie. Dit jaar is de vereniging te gast in de school “Ecole de la Providence” te Templeuve, gelegen in “le plat pays” tussen Doornik en Rijsel. Het bijzondere aan deze school in volle ontwikkeling, waarvan de grondsteenlegging op Michaëlsdag 2013 heeft plaatsgevonden, is dat ze is gehuisvest in een voormalig klooster. Het initiatief, dat in 1997 met een kinderopvang en drie kleuterklassen van start ging, telt op dit ogenblik twee kleuterklassen en de zes klassen van de benedenbouw.

De receptie start om 17u30. Er zullen kunstzinnige intermezzi zijn met onder andere een harpconcert door Anne Lavoisier.

Aan wie behoort het zaaigoed?

Op 22 januari 2014 organiseert Demeter in Brussel een internationale conferentie in verband met de nieuwe EU-maatregelen inzake het zaaigoed.

EU Seed policy and législation: Challenges for Producers, Consumers and Citizens – “Who will own the seeds?”

Sinds een aantal jaren is in de EU een herziening in voorbereiding inzake de zaaigoedwetgeving (“seed législation”). Op 6 mei 2013 diende de bevoegde commissie een aantal voorstellen in waarbij het duidelijk wordt dat de politiek betreffende het zaaigoed steeds meer een aangelegenheid van vermarkting wordt. Dit is niet alleen alarmerend maar regelrecht dramatisch, zowel voor Europa als daarbuiten. Het zelf produceren en uitwisselen van zaaigoed wordt zo mogelijk nog strikter aan banden gelegd. Administratieve en financiële maatregelen zullen het quasi onmogelijk maken om een variëteit aan lokaal gecultiveerde soorten groenten, fruit en granen, vaak ook oude, zeldzame soorten, nog verder te cultiveren. De zo levensnoodzakelijke biodiversiteit komt hiermee in het gedrang.

De conferentie richt zich naar politici, in het bijzonder op Europees niveau, maar ook naar burgers en ngo’s die een breed draagvlak willen creëren voor een “Citizens’ seed movement”.

Meer informatie kan verkregen worden bij Demeter International, via dhr. Andréas Biesantz (Troonstraat 194,1050 Brussel), tel. 02/646 2117 fax: 02/ 647 70 47 email: demeter.eu@gmail.com

Steinerschoolbijdrage in boek De Leraarskamer

In het boek “De leraarskamer – Verhalen uit 75 jaar middelbaar onderwijs in Vlaanderen” staan enkele anekdotes verteld door Marcus van Besouw, leerkracht en BSO-coördinator in de Lierse Middelbare Steinerschool. Marcus is de jongste mannelijke leerkracht die aan het woord is.

Zoals met deze anekdote: “In een steinerschool is er een fundamenteel principe: de leerstof is een middel. Om het heel cru te zeggen: als je lichamelijke opvoeding geeft en ze kunnen goed voetballen, dan is dat mooi meegenomen. Maar het gaat niet om het voetbal, het gaat om de algemene ontwikkeling. Waarom ga je handbal spelen? Niet om handballers te kweken, maar omdat daar het samenspel en de oog-handcoördinatie ontwikkeld worden. En Frans leren is gewoon een manier om de wereld te leren kennen, om je te oefenen in taalvaardigheid in het algemeen en om kennis te maken met andere culturen. De algemene doelstelling is persoonlijkheidsontwikkeling. Met de leraren onderling hadden we een grapje: het echte aso zit bij ons. En wat aso genoemd wordt, is eigenlijk hso: alleen je hoofd wordt ontwikkeld.” (Uit Peter Vandekerckhove, De Leraarskamer, Manteau/Canvas, 2013)

Zomeruniversiteit antroposofie, editie 2014

De succesvolle zomeruniversiteit antroposofie is aan haar volgende editie toe. Deze zomer staan op het programma:
– Antroposofische menskunde (door Jos Verhulst)
– De vierde dimensie (door Marc Schepens)
– Hersenen en bewustzijn (door Luc Vandecasteele)
Verder een excursie naar Le Grand Hornu en talrijke namiddag- en avondactiviteiten die (deels) door de cursisten zelf verzorgd (kunnen) worden.

– data: van 25 juli (20u) tot 1 augustus (10u) 2014
– plaats: Château Ferme de Macon, Place Yvon Paul 9, 6591 Macon

De folder zal half januari beschikbaar zijn. U kunt hem aanvragen via mail: mattias.goderis@hotmail.com. Vanaf dan zal ook op de website de recentste informatie verschijnen.’
In de ‘Kalender: overzicht van activiteiten’ vinden we vervolgens de datum van die genoemde receptie:
‘25 januari – Templeuve (Doornik) – Nieuwjaarsreceptie van de Antroposofische Vereniging in België, om 17u30, Ecole de la Providence, Rue de Roubaix 64, 7520 Templeuve’
Al op 3 december werd de ‘Toekomst voor Urtica De Vijfsprong 2014-2018’ op de website van deze gemeenschap in Vorden (Gld.) uit de doeken gedaan:
‘In de afgelopen anderhalf jaar hebben wij in onze leefwerkgemeenschap gezocht naar vernieuwing en verandering. Dat was mede ingegeven door de op stapel staande veranderingen in de bekostiging, maar ook doordat we een andere kijk op zorg aan het ontwikkelen zijn. Het werken aan die vernieuwing heeft eerst een streefrichting voor Urtica De Vijfsprong opgeleverd en vervolgens is in drie werkgroepen gewerkt aan het aanreiken van adviezen om de streefrichting te gaan realiseren. Die adviezen zijn verwerkt in een plan van aanpak.

Wilt u meer weten over de streefrichting en het plan van aanpak voor de komende jaren? U kunt hier daarover lezen.’
Sinds 18 december is er ook dit ‘Jaarplan 2014’ te vinden:
‘Het heeft wel even geduurd, maar nu is het jaarplan voor 2014 klaar. Het komend jaar staat vooral in het teken van de komende veranderingen, waarover u meer hier kunt lezen. Daarnaast zijn in het jaarplan de advioezen verwerkt die de cliëntenraad heeft gegeven naar aanleiding van de tevredenheidsmeting. En tenslotte is er nog business as usual. Wilt u ons jaarplan lezen? Dat kan hier.’
‘We zijn blij dat we kunnen melden dat wij het komend jaar een nieuwe boer & boerin hebben gevonden en ook een “duizendpoot” die de afzet voor haar rekening gaat nemen. Zij beginnen het werk natuurlijk al op 1 januari aanstaande. Peter, de zuivelaar, gaat ons dan verlaten, boer Willem blijft nog één maand langer om te zorgen voor een goede overdracht en om de zuivel onder zijn verantwoordelijkheid gedurende die maand te laten draaien. Daarmee weten we zeker dat de overgang in ieder geval geborgd is.

Voor het vee en de zuivel worden Guus en Brigitta Imhoff verantwoordelijk. Na hun Warmonderhofopleiding hebben zij op verschillende plekken in Europa gezuiveld en met de koeien gewerkt. Het laatste jaar waren zij de boeren op het project Keizersrande in de uiterwaarden van Deventer (http://www.keizersrande.nl/) en hadden daar de zorg voor de koeien. Wij zijn aan het onderzoeken of Guus en Brigitta, samen met hun pasgeboren zoon, voorlopig in een caravan op het erf kunnen komen wonen, zodat zij dichtbij de koeien zijn.

De duizendpoot die wij hebben gevonden, is Ines Scheffer. Zij heeft zich de laatste jaren sterk gemaakt voor het opzetten van een buitenschoolse opvang voor de kinderen van de vrijescholen De Berkel, De Zwaan en De IJssel in Zutphen. Inmiddels bestaat dat project al weer enkele jaren en leidt een gezond leven. Tijd voor iets nieuws, zo vond zij. Zij wil graag bij ons komen om de afzet te verbeteren, te vergroten en te optimaliseren en wordt daarmee ons visitekaartje naar de buitenwereld.

Daarmee is het nieuwe “team” voor de Vijfsprong compleet: Ria Klein Bramel blijft onze heerlijke kaas maken, Marijn den Herder staat de veeboer terzijde, Herbert Wennekes is de tuinder, Ester overweegt of zij de zorg voor de pakketten kan en wil blijven doen en Frans blijft de financiën administreren.

Wij hopen van harte dat we op korte termijn de nieuwe wind door het bedrijf zien waaien! We wensen alle mensen van de Boerderij De Vijfsprong veel succes. Op support en de helpende handen van de bewoners en medewerkers van Urtica De Vijfsprong kunnen zij zeker rekenen.’
Wat is er nog meer te melden? Genoeg. Het nieuwste nummer van Antroposofie Vandaag vermeldde ‘Homeopathiebashing (Marnix Schaubroeck)’. Nu wil het toeval dat Lieven Debrouwere op zijn weblog, dat ik op vrijdag 27 december 2013 in ‘Vijgen na Kerstmis’ voorstelde, diezelfde dag kwam met ‘Homeopathie-bashing’ (de afkorting ‘DM’ staat voor de Belgische krant ‘De Morgen’):
‘Onderstaande tekst is van Marnix Schaubroeck, huisarts in het Gentse therapeuticum. Ik zou zeggen, Marnix: méér van dat!

Op 15 nov 2012 verscheen op de Knack-website een artikel van Brecht Decoene, moraalfilosoof, onder de titel: “Homeopathie, nogal dunnetjes”.

Het artikel lijkt mij een typisch voorbeeld van de soort “kritiek” die sceptici plegen te publiceren tegen homeopathie of andere vormen van CAM (complementaire en alternatieve geneeskunde) en was voor mij de aanleiding om onderstaande tekst te schrijven. Ook in de medische pers (Artsenkrant e.a.) verschijnen met de regelmaat van een klok gelijkaardige denigrerende artikels – sinds eind 2012 vnl. naar aanleiding van de behandeling en uitwerking van de wet Colla. Het is deze zomer gelukt om onderstaande tekst op enkele van de nieuwsbrieven die bijna dagelijks in de virtuele inbox van de Vlaamse artsen verschijnen te publiceren.

Homeopathie-bashing

Waar ik het nog het meeste moeite mee heb is de agressiviteit waarmee de schrijvers nagenoeg altijd hun mening over CAM en CAM-beoefenaars ventileren. Zij lijken te vergeten dat zij het over (mede)mensen hebben, wanneer zij zowel de gebruikers (patiënten) als de voorschrijvers (of het nu artsen zijn of niet) neersabelen als uitbuiters, onverantwoordelijken, dommeriken, kwakzalvers... Zij lijken te vergeten dat ook die medemens recht heeft op zijn eigen visie op mens, wereld, geneeskunde, levensinvulling. De (pers)wereld zou op zijn kop staan mocht op dezelfde manier geschreven worden over holebi’s, allochtonen, andere minderheden. Zij lijken te vergeten dat veel van de CAM-voorschrijvers, en dan in het bijzonder de artsen die met CAM werken, evengoed wetenschappelijk opgeleid zijn en in de overgrote meerderheid van de gevallen in eer en geweten vanuit hun wetenschappelijk denken met CAM werken. Anderzijds: met de termen die zij in hun argumentatie gebruiken om de “believers” belachelijk te maken, maken zij eigenlijk zichzelf belachelijk.

Het grote tegenargument dat dan telkens weer naar voor wordt geschoven is inderdaad dat van de “vermeende wetenschappelijkheid” van de CAM; of omgekeerd gezegd: over het zogezegd gebrek aan wetenschappelijk bewijs van de werkzaamheid van de CAM.

De eerste vraag die hierbij dan moet gesteld worden is deze: “Wat is wetenschap? Wanneer is iets wetenschappelijk te noemen?” Voor het doorsnee publiek lijkt het simpel: wat door bekende figuren in de media wordt getoond, “zal wel juist zijn”. Voor wie verder denkt (“Durf denken”, met deze slogan maakt de Universiteit Gent reclame voor zichzelf) ligt het toch anders.

Aan de basis van echte wetenschap ligt in de eerste plaats: verwondering, nieuwsgierigheid, het verlangen om meer te weten over hoe mens en wereld in elkaar zitten; openheid naar wat nog niet bekend is, naar wat zou kunnen zijn. Verder: onderzoek natuurlijk, en daarbij ook dialoog met collega-wetenschappers die elk op hun manier proberen om het zijn, de werkelijkheid te benaderen.

Historisch gezien heeft hier een grote ontwikkeling plaatsgevonden, vnl sinds de 17de eeuw.

In vogelvlucht:
1. Francis Bacon, 17de eeuw: fundeert de experimentele methode als grondslag van de natuurwetenschap.
2. David Hume, 18de eeuw: stelt dat het onderkennen van causale samenhangen enkel bij herhaalde of bij grote aantallen (waarnemingen) mogelijk is.
3. John Stewart Mill, 19de eeuw: stelt dat het onderkennen van causale samenhangen enkel mogelijk is bij het vergelijken van een specifiek behandeld met een niet behandeld object (vb: groep): de methode van het vergelijkend controleren.
4. Ronald Fisher, 30er jaren vd 20ste eeuw: samenvoeging van de drie hoger gestelde voorwaarden, en toevoeging van een nieuwe voorwaarde: de randomisatie.
5. Austin Bradford Hill, 1946: de eerste wereldwijd erkende gerandomiseerde studie.
6. Henry Beecher en de Cornell Conference on Therapy, 50er jaren: voorwaarde van het blinderen.
7. 60er jaren: de gerandomiseerde dubbelblindstudie vindt ingang in de geneesmiddelenwetgeving van de Verenigde Staten, en in de jaren 70 ook in Europa.
8. 1993: de Cochrane Collaboration wordt opgericht, genoemd naar Archie Cochrane.

Tegelijkertijd nam het onderzoek in de biologie een grote vlucht, tot en met de huidige moleculaire biologie; uiteindelijk kent de medische wetenschap de mens enkel en alleen nog als een ‘zak’ water met daarin een aantal moleculen die met elkaar allerlei interacties aangaan, wat dan zou moeten volstaan om het wezen “mens” in zijn geheel te kunnen begrijpen; en bij ziekte dus op passende “moleculaire” wijze te behandelen.

De grote kritiek die men hierop kan geven is dat met de actuele methodologie de hele mens en zijn wereld gereduceerd wordt tot een (weliswaar ingewikkeld) geheel van fysica en scheikunde. Al het andere wat een mens tot mens maakt (gedachten, gevoelens, wilsimpulsen...) zijn een soort “afscheiding” van deze scheikundige processen.

Voor het grote publiek lijkt het zo alsof hiermee de kous af is; in de pers wordt dit materialistische, mechanistische mensbeeld immers dagelijks breed uitgesmeerd. Het publiek krijgt veel minder de kans om ook meer genuanceerde of “alternatieve” visies op de mens te leren kennen. En het beseft niet dat deze genuanceerde of “alternatieve” visies vaak ook binnen de reguliere wetenschap bestaan en verdedigd worden, zij het door een minderheid van wetenschappers, waardoor de populaire pers er geen aandacht aan besteedt. Het publiek, en daarbij horen evengoed de studenten aan onze universiteiten, wordt een belangrijk stuk wetenschap onthouden!

Lees bvb eens de titels van de laatste paar jaren ivm neurobiologie (hersen-wetenschappen): “Wij zijn ons brein” (Dick Swaab), “De vrije wil is een illusie” (idem, in DM), “De ziel is een prachtige illusie” (Nicholas Humphrey, in Knack), “Beter hersentjes dan hartjes op Valentijnsdag” (Steven Laureys, in DM), “De vrije wil bestaat niet” (Jan Verplaetse, in DM)... Duidelijk, toch? Het zijn deze slogans die blijven hangen. Ook al zijn er andere titels, zoals: “Geen vrije wil? Wat een denkfout!” (Daniel Dennett, in DM), “Wij zijn méér dan 1.400 gram eiwitten en vet” (Jan Derksen, in DM), “We moeten nadenken over onze emoties” (Antonio Damasio, in DM). Minder vaak, en al wat moeilijker te begrijpen, want genuanceerder, voor de doorsnee-lezer.

Er wordt daarbij veel te weinig, of zelfs geen, aandacht besteed aan het feit dat wat historisch als wetenschap gegroeid is, in feite gebaseerd is op vóór-wetenschappelijke veronderstellingen; op veronderstellingen, oordelen die in het denken van de betreffende wetenschappers aanwezig waren/zijn, en waarop zij dan verder hun wetenschappelijk onderzoek gebaseerd hebben. We zouden het gerust vooroordelen kunnen noemen, Thomas Kuhn (wetenschapsfilosoof) noemt het paradigma’s (“De structuur van wetenschappelijke revoluties”, 1962).

De dialoog tussen believers en non-believers van CAM zou al veel verder staan wanneer beide groepen ten minste dit stuk werkelijkheid in het achterhoofd zouden (willen) houden, en zich zouden bewust zijn dat ELKE toegepaste wetenschap uitgaat van een bepaald paradigma.

Het gaat inderdaad ook om willen, om de wil hebben zich in het denken van de ander te verplaatsen, in openheid, en in respect en aanvaarding van het anders-denken van de andere. In de huidige discussie (of eerder, gevecht) is deze wil ver te zoeken. Het is dan ook een grote fout van de decanen van de Belgische medische faculteiten dat zij zich blijkbaar zonder meer afzetten tegen de CAM in België. Het is een vergissing van de studenten geneeskunde dat zij zich niet kritischer opstellen tegenover het eenzijdige mensbeeld dat zij in hun opleiding voorgeschoteld krijgen.

In andere landen zijn nochtans voorbeelden genoeg van universiteiten en instellingen die zich toeleggen op kritisch maar open onderzoek naar CAM, en naar de mogelijkheden van “integrale”, “integratieve”, “geïntegreerde”... geneeskunde (1). Het is merkwaardig hoe krampachtig de Belgische universiteiten zich hier tegen blijven verzetten.

Een gelijkluidende kritiek kan gelden voor het eenzijdig vasthouden aan de zogenoemde “evidence based medicine”, of tenminste aan een enge interpretatie van wat deze EBM moet inhouden. In de oorspronkelijke definitie van EBM (David Sackett, 1996) is EBM gebaseerd op: -1) externe evidentie (in casu RCTs), -2) interne evidentie (zijnde de ervaring van de clinicus), en -3) de wensen en voorkeuren van de patiënt. In de concrete praktijk van wat van de (huis)artsen als EBM wordt vereist dreigen de laatste twee items verloren te gaan; in zijn dagelijkse werk zal de (huis)arts de drie items weliswaar (willens nillens) nog integreren, maar wanneer het over CAM gaat kennen de critici enkel nog de RCTs als alleenzaligmakend.

In 2006 schreven Dave Holmes e.a. van de Faculty of Health Sciences aan de University of Ottawa een mogelijks ietwat vlammend betoog over EBM (Int J Evid Based Healthc 2006; 4; 180-186) . Uitgaand van ideeën van filosofen als G. Deleuze, F. Guattari, M. Foucault en H. Arendt noemen ze de “kolonisatie” van de medische wetenschappen door het EBM-denken een totalitaire ideologie, beheerst door een post-positivistisch paradigma. Hierin wordt het menselijke subject, voor wie deze wereld in de eerste plaats een vitale en existentiële betekenis heeft, ontkend. Het “regime van de waarheid” dat door het EBM-denken is gaan overheersen, sluit elke andere manier van wetenschaps-beoefening of onderzoek uit. Op deze manier versterkt het ook voortdurend zijn eigen ideologie en zaait het intolerantie tegenover andere manieren van denken.

In eigen land poneert Ignaas Devisch, professor ethiek en medische filosofie aan de UGent, op basis van de deconstructietheorie (Derrida) dat de EBM zelf niet voldoet aan haar eigen claims. “EBM beweert zich te baseren op ‘evidentie’, eerder dan op ‘intuïtie’. Het fundamentele onderscheid dat EBM maakt tussen kwantitatieve ‘evidentie’ en kwalitatieve ‘intuïtie’ is evenwel niet vanzelfsprekend (“self-evident”). De betekenis van ‘evidentie’ is onduidelijk en er zijn geen kwaliteitsvolle studies die de superioriteit van EBM in de gezondheidszorg aantonen. Deze paper (*) toont aan dat EBM, ondanks zichzelf, alleen maar de illusie hoog houdt van conclusieve wetenschappelijke rigueur in het maken van klinische beslissingen, en uiteindelijk niet in staat is haar eigen structurele criteria voor ‘evidentie’ waar te maken”... “Uiteindelijk, om dit fundamentele onderscheid te behouden moet EBM steun zoeken in (bio)politieke ideologie en in epistemologie die gelijkt op geloof”. (vertaling van ondergetekende)

De mechanistische visie op de mens en de beperkende werking vanwege de EBM-eis versterken mekaar in het maatschappelijke veld. De toenemende intolerantie zien we niet alleen in de politieke sfeer of in het dagelijkse sociale gebeuren, maar blijkbaar ook en vooral aan onze universiteiten – die nochtans vrijplaatsen van vrij denken en onderzoek (“Durf denken”!) zouden moeten zijn. Zou een gebrek aan creativiteit, ook al aan onze middelbare scholen – waar leerlingen misschien eerder in het mechanistische denken geconditioneerd worden dan dat ze er creatieve vaardigheden aankweken –, hier mee aan de basis kunnen liggen?

Dat er ook naar andere, nieuwe vormen van evidentieonderzoek wordt gezocht kan geïllustreerd worden aan het werk van het Duitse IFAEMM (Institut für angewandte Erkenntnistheorie und medizinische Methodologie e.V. – Institute for Applied Epistemology and Medical Methodology) aan de Universiteit van Witten/Herdecke. Daar is men bvb bezig met het ontwikkelen van het concept CBM, Cognition Based Medicine. (http://www.ifaemm.de/index.html)

Zo zou men ook op zoek kunnen gaan naar een ander mensbeeld dan het reductionistisch-materialistische, naar een ander paradigma. Ik laat hier de lezer zelf op onderzoek gaan, er is genoeg te vinden in de literatuur en via internet. Om aan te sluiten bij mijn voorbeeld uit de neurobiologie: men kan evengoed een theorie formuleren waar de “geest” een op zichzelf staand “wezen” is, in plaats van het product van de hersenen. Men kan zich voorstellen dat de geest de hersenen als instrument gebruikt. Wanneer men dan de oefening doet om alle als bewijs van de huidige theorie aangevoerde experimenten te kaderen binnen die “nieuwe” theorie, merkt men dat dit absoluut mogelijk is! Het is met andere woorden een denkfout om deze experimenten te poneren als bewijs van de actueel aanvaarde theorie! Ze kunnen evengoed als bewijs voor de “geesttheorie” gelden.

Naar mijn mening zit hier het probleem: wie vanuit zijn materialistische mensvisie het concept “geest” niet kan aanvaarden, kan ook met de CAM niet om. Wie er zich wel voor openstelt, kan gedachten ontwikkelen over de werking en werkzaamheid van CAM (bvb homeopathie). Dergelijke gedachten zijn trouwens al ontwikkeld en neergeschreven door meerdere denkers – wie zoekt, kan ze vinden. Maar wie er mee aan de slag wil gaan, riskeert agressieve kritiek van de (politiek en in de media vaak invloedrijke) “non-believers”. In onze materialistisch ingestelde maatschappij heeft het reductionistische mensbeeld zich diep gesetteld. Het ligt aan de basis van (en is voorwaarde voor) het ongebreidelde consumptiegedrag, en dus ook aan de basis van de (economische en politieke) macht van (oa farmaceutische) firma’s en beleggers die er goed geld aan verdienen. Én het heeft zich meester gemaakt van het reguliere wetenschappelijk bedrijf, waaraan het zijn arrogantie verleent om andersdenkenden te denigreren. Terwijl het toch maar een “geloof, ideologie, paradigma...” (maak zelf maar de keuze!) als een ander is!

Om een wetenschapper te citeren, ook al is hij niet-medicus (Paul De Grauwe op 23 mei 2013 in Knack):

“Als wetenschapper moet je elke hypothese zo formuleren dat het mogelijk is om die te verwerpen. Een theorie die niet verworpen kan worden is geen wetenschap... Dat sommigen van mijn collega-economen zich nog altijd aan hun oude stellingen blijven vastklampen vind ik soms bevreemdend. Wellicht lijden die aan een soort van cognitieve dissonantie: ze hebben een idee en als de feiten dat tegenspreken, verwerpen ze die feiten gewoon. Blijkbaar kunnen ze maar niet aanvaarden dat er iets niet klopt aan hun theorie.’Dat moet zo zijn. Dat is gewoon zo’, zeggen ze dan. Dan wordt het haast religie, hé... Wie tegen een heersende overtuiging ingaat, wie populaire modellen loslaat, heeft weinig hoop om daar op korte termijn over te kunnen publiceren. Dus kiezen veel academici ervoor om zich te conformeren, en dat komt het wetenschappelijk onderzoek echt niet ten goede.”

Moeten we niet eerder nederig zijn, luisteren naar elkaar, de waarde van elkaars denkbeelden schatten, in plaats van elkaar wederzijds af te maken als kwakzalvers? Zelf ben ik geen filosoof en trouwens ook geen homeopaat maar gewoon huisarts; ik heb gewoon in mijn praktijk gedurende 35 jaar een “geïntegreerde” invulling van de huisartsgeneeskunde leren beoefenen: een integratie van reguliere en antroposofische geneeskunde, en met frequente doorverwijzing naar bvb osteopathie, waar ik dan ook de mogelijkheden (en, inderdaad, ook de beperkingen) van heb leren kennen.

(*) ‘We hold these thruths to be self-evident’: deconstructing ‘evidence-based’ medical practice – Journal of Evaluation in Clinical Practice 15 (2009) 950-954.

Marnix Schaubroeck, Gent.

Enkele voorbeelden:
CAM-conferentie, Brussel 9 okt 2012. http://www.homeopathyeurope.org/media/political-activities/cam-conference-9-october-2012/cam-conference-presentations

Duitsland:
http://www.uni-wh.de/gesundheit/forschung-gesundheit/forschungsschwerpunkt/
http://www.uni-wh.de/gesundheit/lehrstuhl-medizintheorie/
http://www.ecim-congress.org
http://www.brustkrebs-integrativ.de/

Zweden:
Integrative Care Science Center (met oa medewerkers vh Karolinska Institutet): http://www.integrativecare.se/en/

Zwitserland:
Symposium Integreative Onkologie, St. Gallen http://www.integrative-oncology.ch/’
Hier zou ik nog wel het nodige aan toe kunnen voegen. Zoals dit bericht van Broer Scholtens eergisteren op de website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij ‘Vereniging ageert tegen proefschrift van complementair psychiater Hoenders’, dat er weliswaar slechts indirect mee te maken heeft, maar toch exemplarisch laat zien hoe die dingen gaan (en je weet nooit of dat niet toch terecht is):
‘Het bestuur van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) heeft in een brief aan de rector-magnificus van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) ernstig bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen promotie van psychiater Rogier Hoenders op 13 januari 2014, vanwege de abominabele kwaliteit van zijn proefschrift over “integratieve geneeskunde”.

“Stel de promotie uit en laat het proefschrift nogmaals, door een andere promotiecommissie, beoordelen”, vragen vier bestuursleden van de vereniging in een brief aan rector-magnificus Elmer Sterken van de RUG.

De vier bestuursleden – emeriti-hoogleraren – waren door J.T.V.M. de Jong, één van de promotoren en emeritus-hoogleraar transculturele psychiatrie bij de Vrije Universiteit, gevraagd te opponeren tijdens de verdediging van het proefschrift half januari in de Groningse universiteitsaula. Na bestudering ervan hebben de vier emeriti besloten dit niet te doen omdat zij vinden dat “de heer Hoenders op grond van dit manuscript niet tot de openbare verdediging van het proefschrift had mogen worden toegelaten”, schrijven Michiel Hengeveld (psychiatrie), Rien Vermeulen (neurologie), Frits van Dam (psychologie) en Henk Timmerman (farmacochemie) in hun brief aan de Groningse rector.

De vier noemen twee belangrijke redenen voor hun bezwaar: het proefschrift voldoet niet aan de eisen die tegenwoordig door een universiteit worden gesteld. Bovendien is de samenstelling van de beoordelingscommissie twijfelachtig. In hun brief (bijgevoegd) onderbouwen de hoogleraren puntsgewijs waarom het proefschrift onvoldoende van kwaliteit is.

Ze schrijven: “Bij medische proefschriften is tegenwoordig usance dat tenminste vier hoofdstukken gepubliceerd worden of zijn in peer-reviewed, erkende internationale medische tijdschriften. In dit proefschrift komt slechts één artikel voor in een voor medici bekend tijdschrift. Het proefschrift bevat slechts een kleine, ongecontroleerde effectstudie van Hoenders zelf. Zoiets telt meestal niet als volwaardig mee bij de beoordeling van een proefschrift.”

Hoenders’ proefschrift is grotendeels gebaseerd op drie artikelen die eerder zijn gepubliceerd in de Journal of Alternative and Complementary Medicine. “Dit is een clubblad van niet-reguliere behandelaars waaronder vele notoire alternatievelingen”, betoogt VdtK-bestuurslid Michiel Hengeveld in een brief die hij separaat heeft gestuurd aan zijn psychiatrie-collega J.T.V.M. de Jong van de VU, één van Hoenders-promotoren. “Peer review heeft bij dit blad geen enkele betekenis”, stelt Hengeveld. “Na ampel beraad met de andere drie emeriti-hoogleraren in het bestuur van de vereniging hebben we besloten niet op deze uitnodiging in te gaan. Het opponeren in dit stadium van een promotietraject betekent immers dat we hoogstens als ‘excuus-truus’ enige detailkritiek op het proefschrift kunnen uiten, maar dat daarmee de toekenning van de doctorstitel aan Hoenders niet meer kan worden voorkomen.”

De vier emeriti-hoogleraren vinden de samenstelling van de beoordelingscommissie opmerkelijk en discutabel. “Twee van de drie leden zijn buitenlanders die als pseudowetenschappers bekend staan en daarom niet geschikt zijn voor een kritische beoordeling van een proefschrift. Het derde lid van de commissie is een hoogleraar geriatrie wat de vraag oproept wat zijn deskundigheid is bij het beoordelen van dit proefschrift. Beter zou zijn geweest als er een psychiater van buiten Groningen zou zijn toegevoegd zonder affiniteit met alternatieve of pseudowetenschappelijke opvattingen. Ook had een ervaren Groningse medische hoogleraar zijn nut kunnen bewijzen omdat die goed in staat is de standaard van Groningse proefschriften te vergelijken met deze proeve van bekwaamheid.” De vier schrijven: “Bovendien hebben promotor prof. dr P de Jonge en beide co-promotors, gezien hun publicaties, een vergelijkbare expertise waardoor de vraag rijst waarom niet met één van hen kon worden volstaan. De tweede promotor, prof. dr J.T.V.M. de Jong, emeritus hoogleraar transculturele psychiatrie, is geen onbekende van de Vereniging tegen de Kwakzalverij.”

Hoenders is werkzaam bij het door hem opgerichte Centrum Integrale Psychiatrie (CIP) van GGZ Lentis in Groningen. Het centrum heeft zijn promotieonderzoek gesubsidieerd. Daar wordt kwakzalverij in de vorm van tantric healing, acupunctuur, Chinese kruiden en voedingssupplementen binnengesmokkeld onder de dubieuze vlag van “integrative medicine”, vindt de VtdK, die de Groningse psychiater in 2012 nomineerde voor haar Meester Kackadorisprijs die bestemd is voor personen en instellingen die kwakzalverij bedrijven of bevorderen.’
Hugo Verbrugh schreef eergisteren op zijn weblog bij ‘De Ster’ van Kralingen op zijn beurt over ‘Fraude in het universitaire onderzoek en onderwijs’:
‘Overmorgen begint weer een nieuw jaar. We kijken terug op het oude. Een van de gedenkwaardigste dingen die we zien, is de eindaflevering van de zaak Stapelgate. De Nederlandse psycholoog Diederik Stapel heeft zijn naam gegeven aan een originele variant van de onvoorstelbare oplichterij die de Amerikaanse president Richard Nixon in de jaren zeventig van de vorige eeuw georganiseerd had door handlangers te laten inbreken in het hoofdkwartier van zijn tegenstanders genaamd Watergate. In september 2011 kwam aan het licht dat Diederik Stapel iets vergelijkbaars had gedaan in de wetenschap. In november 2012 publiceerde hij zijn autobiografie “Ontsporing”, afgelopen jaar pletterde een creatieve anarchist de tekst daarvan op internet, en sindsdien kan iedereen zich daar vrolijk over maken en zoekt Stapel ander emplooi. Ik durf te stellen dat de affaire Stapel de geschiedenis zal ingaan als de grootste grootschalige wetenschappelijke fraude ooit. Waar een klein land groot in kan zijn!

Sindsdien likt de Alma Mater [symbolische aanduiding voor de universiteit. HV] haar wonden en wordt inderdaad gewerkt aan veranderingen ten goede. Maar wat echt nodig is, is natuurlijk een cultuuromslag. Dat is pas echt moeilijk. Tik dat woord maar eens in op Google, en je weet niet wat je ziet. Alleen al Fokke en Sukke hebben meer dan een dozijn grollen daarover.

Hoe echt moeilijk een cultuuromslag aan de universiteit zal zijn, leren we als we even kijken naar wat van oorsprong de eerste taak van de universiteit is: onderwijs.

Vooral één onderdeel van het universitaire onderwijs biedt rijke mogelijkheden om te gaan werken aan een cultuuromslag: het examenbeleid. Lang geleden, toen ik nog jong was, was dat geen probleem. Examens waren mondeling, de examinator begon met de vraag “Meneer, waar wilt u het over hebben?” Het examen werd een creatief gesprek en als je na afloop te horen kreeg dat je gezakt was, wist je precies waardoor dat gekomen was.

De omslag kwam begin jaren 70. De politiek had bedacht dat iedereen recht had op universitaire studie, en om al die nieuwkomers te kunnen geven waar ze op af kwamen, bedacht iemand het meerkeuze-vragen-examen, in de eigentijdse universitaire taal aangeduid als multiple choice. Ik herinner me nog goed hoe dat bedenksel destijds in de universiteit ontvangen werd. Een groot aantal oudere docenten meenden in all ernst dat de mafkees die dat bedacht had een flauwe eenapril-grap met ons wilde uithalen. There is always the unexpected, zeg ik maar.

Intussen zijn fraude bij examens en de bestrijding daarvan een bloeiende bedrijfstak geworden. NRC Handelsblad van 18 december had er een huiveringwekkend artikel over: “Het nieuwe spieken: een telefoon in je schoen”. Ik citeer: “Spieken gaat allang verder dan afkijken, spiekbriefjes in je sok en stiekem fluisteren. Studenten... mogen sinds dit studiejaar geen horloges meer dragen tijdens tentamens. Want bij de uurwerken kunnen ook te misbruiken smartwatches zitten... WC-bezoek is tijdens tentamens alleen in noodgevallen toegestaan.”

Het plaatje bij dit stukje licht het probleem nader toe. In het kielzog van de hoofddoekjes-discussie kan studenten niet het recht ontzegd worden het hoofd te bedekken; onder die hoofdbedekking kan electronica verborgen zitten die het de drager mogelijk maakt met anderen te communiceren.

Voorlopig zal daar niets tegen te doen zijn. “Fouilleren mag niet. Oortjes kunnen verborgen zitten onder hoofddoeken”, citeer ik uit het genoemde NRC Handelsblad artikel. “Universiteiten lopen per definitie achter de feiten aan. Wettelijk worden we ook nog eens beperkt in onze mogelijkheden. Het meest ideale zou zijn om een hele tentamenruimte te jammen, te storen, zodat er geen dataverkeer meer mogelijk is. Maar dat is in Nederland alleen toegestaan in gevangenissen.”’
Vandaag had Ridzerd van Dijk op zijn onvolprezen ‘De grote Rudolf Steiner Citatensite’ deze tekst, ‘Angst en antipathie voor de bovenzinnelijke werelden’:
‘Omdat menigeen de grond onder de voeten gelooft te verliezen, wanneer hij doordringt in de geestelijke werelden, daarom komt er angst over hem. Maar deze angst wil hij overstemmen – veelal uit angst voor de ernstige en waardige kracht die hij moet gebruiken om in de geestelijke werelden te komen. Men heeft al menigeen gezien, die geloofde binnen vier weken in de geestelijke wereld te zijn, maar dan blijkt, o aller-verschrikkelijkste der verschrikkingen, dat men in deze incarnatie op basis van de spirituele kennis niet meer kan worden, wat men zo graag zou willen, namelijk een beroemd man! Dan verliest menigeen de vreugde, daarvoor heeft menigeen angst en voor deze angst wil hij zich verdoven, en daarom verzint hij de van haat en ijdelheid doordrongen antipathie tegen deze geesteswetenschap.

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte Untersuchungen über das Leben zwischen Tod und neuer Geburt – Stuttgart, 20 februari 1913 (bladzijde 224-225)’
Ik keer weer terug naar Lieven Debrouwere, die op 22 november 2013 schreef over iets dat ik op donderdag 21 november 2013 in ‘Weren of accepteren’ al aanhaalde (misschien wel naar aanleiding daarvan). Hij noemde het ‘Jip en Janneke in antroposofenland’:
‘John Hogervorst, antroposoof en uitgever, vertelt op de website van Nearchus dat hij onlangs in Amsterdam was en een grote boekhandel binnenliep om eens te kijken naar het aanbod van antroposofische boeken, want tenslotte betekent de antroposofie iets in Nederland.
Hij vond welgeteld 8 titels.
Maar wel 50 meter kookboeken...
Blijkbaar is het in Nederland al niet veel beter dan hier in Vlaanderen.
Afgezien van de laatste boeken van Bruno Skerath (die je in iedere boekhandel aantreft) vind je in Gent zo goed als niks meer.
In Brugge idem dito.
In Antwerpen is De Kleine Prins op het nippertje gered, maar voor zo’n stad stelt dat ook niet veel voor.
In Leuven heb je Johannes, waarschijnlijk de grootste alternatieve boekhandel van het land. Maar de laatste keer dat ik er was, en dat is al jaren geleden, was het antroposofische aanbod reeds fel geslonken.
En Brussel? Het zou me sterk verwonderen als je daar antroposofische boeken zou vinden. Vind je daar überhaupt trouwens nog Nederlandstalige boeken?

Commentaar van John Hogervorst: “Heel voorzichtig mogen we concluderen dat er voor de antroposofie nog veel groeikansen liggen.”
Haha, die John!

Op dezelfde website vind ik zowaar een interview met Rob Gruben, waar ik het op 12 november nog over had.
Aan zelfvertrouwen ontbreekt het deze man alleszins niet.
Hij heeft net een werk in vier delen vertaald van de Duitse antroposoof Werner Bohm.
“Ik heb me zozeer met dit boek verbonden dat ik denk dat Werner Bohm dit boek geschreven heeft zodat ik het kon vertalen!”
Kijk eens aan, precies datzelfde gevoel had ik ook toen ik “Oude en Jonge zielen” vertaalde: Hans heeft dit boek speciaal voor mij geschreven!
Voor wie zou hij het anders geschreven hebben, nietwaar?
Rubens heeft zijn schilderijen ook maar geschilderd om de weg te banen voor Jan Fabre. Toch?

Als de interviewer Rob Gruben vervolgens vraagt of hij zijn “Grondwaarheden uit de Geesteswetenschap” niet wat verteerbaarder had kunnen formuleren, antwoordt deze:
“Het is een stijl die helemaal bij mij hoort, die uit het diepste van mijzelf komt. Op de momenten dat ik schrijf komt er een verbinding tot stand met de geestelijke wereld en vloeien de letters zonder haperen vanuit mijn hogere zelf op papier.”
Ik vraag me af vanuit welk zelf de woorden van Steiner kwamen. Waarschijnlijk niet zo’n hoog zelf als dat van Rob Gruben want bij Steiner klinkt antroposofie een stuk verteerbaarder.

Voor Rob is het “zonneklaar dat de lezer flink z’n best moet doen om alles te begrijpen”.
Maar hij maakt er zich “totaal niet druk om” dat zijn boek zo zwaar verteerbaar is.
Immers: “Wil je iets bereiken dan zul je je er voor moeten inspannen.”

Waar heb ik dat nog gehoord?
O ja, bij Jan Fabre en co.
Wil je hun duizelingwekkende esoterische diepten leren kennen, dan zul je moeite moeten doen, en nog geen klein beetje, want zij werken niet voor Jan met de Pet.
Kijkers die deze inspanning niet kunnen opbrengen, hebben pech.
Maar ze kunnen zich altijd nog vergapen aan de borsten en billen van Rubens of andere licht verteerbare kost.
Esoterie is niet voor iedereen weggelegd.

Rob Gruben wil daarmee echter niet zeggen dat de zaken in zijn boek niet anders verwoord zouden kunnen worden.
“Dat is zeker mogelijk en er zijn voorbeelden van mensen die zonder problemen de moeilijkste onderwerpen in Jip-en-Janneke taal aan de lezer kunnen verduidelijken. Maar de verdieping die de lezer zelf moet voltrekken kan nooit door een eenvoudige tekst worden bereikt. Mijn boek verschilt slechts daarin van een makkelijker verteerbaar boek dat de verdieping al tijdens het lezen moet worden voltrokken, terwijl dat bij dat makkelijk verteerbare boek nadien aan de lezer zelf wordt overgelaten.”

Dat laatste zinnetje zegt het duidelijk.
Er zijn twee soorten boeken:
Serieuze boeken waarin de lezer zich moet verdiepen.
En lichte kost waarbij de verdieping aan de lezer wordt overgelaten.

Moeten en overlaten: daar komt het op neer.

Ik vermoed dat Rob Gruben tot het soort antroposofen behoort dat vindt dat mijn soort niet serieus met antroposofie bezig is, want te veel vanuit het lager Jip-en-Janneke-zelf werkend.
Al een geluk dat ik die twee soorten antroposofen ken, anders zou ik Robs hoger zelf eens goed de lagere waarheid zeggen.

Duizend bommen en granaten nog aan toe!’
Bij die laatste krachtterm is een afbeelding gevoegd van een bekende kapitein; Haddock is zijn naam (en wie dat niet mocht weten, hij is afkomstig uit de avonturen van een heerschap met de naam Kuifje, getekend door die andere Belg, Hergé). Het bovenstaande brengt me bij een andere bijdrage van Lieven Debrouwere, een memorabele bespreking op 21 augustus 2013, getiteld ‘Bruno Skerath (2)’, van wie het overlijden hier op dinsdag 16 april 2013 ter sprake kwam in ‘Probleemgeval’. Daarmee ga ik nu sluiten, want dit wordt weer allemaal al veel te lang (maar wel interessant!):
‘Het was in een Brugse boekhandel dat ik voor het eerst het boek “De aardse en de kosmische mens” van Bruno Skerath aantrof, een turf van meer dan 500 bladzijden.
Kijk eens aan, dacht ik.
Op het ogenblik dat je bijna nergens nog een antroposofisch boek vindt, gaat Bruno Skerath scheep met de jonge Vlaamse uitgeverij Kramat die ervoor zorgt dat zijn boek in zowat iedere boekhandel ligt.

Toch had ik geen zin om het boek te kopen.
Wat moest ik met een zoveelste overzicht van de antroposofie?
Wat moest ik met zo’n dik boek?
Ik wantrouw dikke boeken.
Iedereen schrijft tegenwoordig dikke boeken.
Alsof het niks is.
En vaak is het dat ook.
Bovendien was Skeraths boek gedrukt op goedkoop papier dat al vergeeld leek nog voor het gelezen was.
Nee, het zei me niks.
Telkens ik de boekhandel binnenliep, bladerde ik er even in, maar ik kon mezelf er niet toe brengen het te kopen.

Toen kreeg ik een mail van Francois De Wit, uitgever van De Brug, het enige antroposofische tijdschrift dat Vlaanderen rijk is.
Of ik het boek van Skerath al gelezen had?
Hij namelijk zelf een mail gekregen van een verontruste lezer die zich afvroeg of het hoofdstuk over het Radicaal Boze nog wel antroposofie was.

Het Radicaal Boze?

Om te beginnen moet ik altijd een beetje lachen als antroposofen het hebben over “het Boze”. Niet alleen klinkt het me in de oren als één van hun vele germanismen, maar het heeft ook iets kinderachtigs, alsof duivels en demonen boos zijn op de mens omdat die iets mispeuterd heeft. Zo van:
Klein, klein kleutertje, wat doe jij in mijn hof?
Je plukt er alle bloempjes af en maakt het veel te grof!

En uitgerekend dit eufemisme gebruikte Skerath om een kwaad aan te duiden dat ons bevattingsvermogen te boven gaat:
“Het radicaal Boze pijnigt omwille van de pijn en omwille van de voldoening die het daarbij ondervindt. Niet om ons vooruit te helpen, integendeel! Dit is een belangrijk onderscheid dat we niet uit het oog mogen verliezen.”
Aldus Skerath op pagina 382.

Volgens Rudolf Steiner is “het Boze” er om de mens weerstand te bieden, zodat hij krachten ontwikkelt die hij anders nooit zou kunnen ontwikkelen. Daarom wordt er in de antroposofie ook gesproken over de “tegenmachten”. Deze tegenmachten hebben dus hun functie in de schepping, ze maken er deel van uit. Het zijn “gevallen engelen” die zichzelf geofferd hebben om de mens weerwerk te kunnen bieden. Anders gezegd: ze passen in Gods plan.

Skeraths Radicaal Boze doet dat niet. Het behoort niet tot onze schepping, maar bezit een geheel eigen schepping: de wereld van het Absolute Kwaad.
Een van de schepselen van deze puur kwaadaardige wereld is... de mens.
Gelukkig heeft de Goede God medelijden gekregen met dit volstrekt kwaadaardige wezen en heeft Hij het geadopteerd. Hij heeft er zelfs een hele wereld voor geschapen: de Schepping van het Goede, als alternatief voor het oorspronkelijke vaderland van de mens, de Schepping van het Kwaad.
Mensen zijn dus een soort allochtonen.
Ze komen van elders, van buiten de Schepping van het Goede.
Daarom hebben ze een dubbele identiteit: een goede en een kwade.

Nou moe!
Daar was ik even... niet goed van.
Ik had altijd in de mening verkeerd dat ik weliswaar een slecht karakter had en behept was met een hele resem ondeugden, maar dat ik het diep van binnen toch wel goed meende.
Dat bleek nu een misvatting te zijn.
Volgens Skerath was het net omgekeerd:
Aan de buitenkant was ik goed, maar van binnen was ik slecht.
Ik zag er misschien wel menselijk en beschaafd uit, maar in wezen was ik door en door kwaadaardig.
Net als iedereen.

Ik mailde terug naar Francois en vertelde hem dat ik minder dan ooit zin had om dit boek te lezen.
Waarom zou ik dingen lezen waar ik niet goed van werd?
Omdat ze waar waren?
Dat viel nog te bezien.
Ik kende van Steiner heel wat uitspraken die haaks stonden op deze “ontnuchterende” visie.
Bovendien vond ik Skeraths argumenten niet bijster overtuigend.
Ik kreeg de indruk dat het voor hem om een persoonlijke kwestie ging.

Hij worstelde duidelijk met het probleem van het lijden.
De manier waarop hij in zijn boek, tot tweemaal toe, in geuren en kleuren de gruwelen van de Romeinse keizers beschrijft, laat daarover geen twijfel bestaan.
De (klassieke) vraag die hem kwelde was: hoe kan een God van liefde zoiets toelaten?
Hij kon niet begrijpen waarom een God van liefde überhaupt een wezen zou scheppen dat veroordeeld is tot eindeloos veel levens vol eindeloos veel ellende.

“De Aardse en de Kosmische Mens” is duidelijk geschreven door een hartstochtelijk worstelend mens, iemand die zich vragen stelt en naar antwoorden zoekt.
In de antroposofie is dat zeer uitzonderlijk, want de meeste antroposofische boeken zijn in omgekeerde zin geschreven: ze gaan niet uit van vragen maar van – aan Steiner ontleende – antwoorden.
Skeraths boek kwam me dus echt wel voor als een nieuw geluid.
Alsof de man aan het eind van zijn leven een stap naar de toekomst had gezet.

Het is een feit dat antroposofen hun persoonlijke leven voor zich houden.
Ze willen namelijk aan wetenschap doen, geesteswetenschap.
Maar ze doen dat op de manier van de oude, materialistische wetenschap, dat wil zeggen door al het subjectieve buiten te sluiten.
Ze houden zichzelf voor dat ze boven het persoonlijke staan, maar ze staan er gewoon buiten.
De antroposofie die ze bedrijven is vaak een mengeling van materialisme en spiritualisme.
Ze willen de toekomst wel omarmen, maar ze kunnen het verleden niet loslaten.
Ze raken met andere woorden niet over de drempel.

Misschien is dát wel de reden waarom hun boeken uit de boekhandels verdwijnen.
Ze zijn al behept met de autistische wereldvreemdheid van de oude wetenschap, en als daar ook nog eens een flinke schep spiritualiteit bovenop komt, raken ze helemáál van de wereld los.
En daar heeft de moderne mens geen behoefte aan.
Hij wil juist weer verbonden raken met de aarde, hij wil verlost worden uit zijn autistische isolement.
Hij heeft behoefte aan intellectuelen van vlees en bloed, denkers die niet ergens in een baan om de aarde draaien, maar die spreken vanuit de noden en behoeften van de moderne mens.

En zo’n intellectueel probeert Bruno Skerath in dit boek te zijn.
Ik ontmoet hier een heel ander mens dan tijdens zijn voordrachten.
Er is nog altijd de nuchtere, betrouwbare denker die stap voor stap zijn redeneringen ontvouwt.
Maar er is nu ook de hartstochtelijk zoekende mens, die net als iedereen, met tal van vragen leeft.
Die mens was er vroeger ongetwijfeld ook al, maar hij bleef onzichtbaar.
Nu betreedt hij het toneel.

Dat is inderdaad de indruk die ik krijg: Bruno Skerath overschrijdt een grens.
Aan het eind van zijn leven doet hij iets nieuws:
Hij zet een stap van oud naar nieuw,
van hoofd naar hart.
Hij wordt, om het antroposofisch uit te drukken, michaëlisch.
Want is dat niet de grondopdracht van de Michaëldienaar:
het denken nieuw leven inblazen,
het bevrijden uit het intellectualisme,
opnieuw leren denken met het hart?

Mijn eerste oordeel over Bruno Skerath luidde: een oude krokodil.
Je kon er maar beter niet te dichtbij komen.
In “De Aardse en de Kosmische Mens” krijg ik echter een heel wat jongere indruk van hem.
Alsof de krokodil zijn huid afstroopt.
Alsof er een nieuwe Bruno Skerath tevoorschijn komt,
een Bruno Skerath die er al was, maar die nu pas geboren wordt.

Dat is niet niks.
Het is een stap over de drempel.
En dat is altijd een waagstuk.

Rudolf Steiner zei ooit dat de antroposofie een zeer gevaarlijke zaak was.
Hij doelde daarmee ongetwijfeld op de “drempeloverschrijding” waar de antroposofie zo vaak over spreekt, over het reële contact met de geestelijke wereld.
Want de antroposofie zoals we die (meestal) kennen is enerzijds een spirituele theorie (in de talloze boeken) en anderzijds een aardse praktijk (in de toepassingsgebieden).
Tussen die twee gaapt echter nog een diepe kloof, een kloof die overbrugd dient te worden.
En dat is niet alleen ontzettend moeilijk, het is ook gevaarlijk.
Het is de geboorte van een nieuwe wereld, van een nieuwe mens.
En bij een geboorte kan er van alles verkeerd gaan.
Dat lezen we iedere dag in de krant.

Volgens Rudolf Steiner gaat de hele mensheid vandaag “over de drempel”.
De moderne mens komt weer in contact met de geestelijke wereld.
Door dat contact wordt hij opnieuw geboren.
Hij komt in een nieuwe wereld terecht.
En dat gaat gepaard met hevige weeën.
Mens en aarde kraken in al hun voegen.
Dat is volkomen normaal.
Wat echter niét normaal is, is dat de moderne mens daar geen flauw benul van heeft.
Hij weet helemaal niet dat er een geboorte plaatsvindt.
Hij is als een moeder die onverwacht overvallen wordt door hevige pijnen en denkt dat ze ziek is: in plaats van mee te werken en zich te verheugen op het kind, bestrijdt ze de ziekte met alle mogelijke middelen en is doodsbang voor het einde.

De materialistische mens (mater = moeder) verzet zich uit alle macht tegen de overal opdringende “spiritualiteit”. Hij ziet deze als de grootste bedreiging voor de toekomst. Religie stelt hij verantwoordelijk voor alle kwaad in de wereld.
Daardoor vindt er een vreselijke omkering plaats:
het nieuwe wordt beschouwd als het oude en met alle mogelijke middelen bestreden, terwijl men zich vastklampt aan het oude en het uiteenvallen ervan als het nieuwe ziet.
Het resultaat is chaos, perversie en geweld alom.

Anders dan de meeste mensen – materialistische of spirituele – zijn antroposofen zich wél bewust van deze geboorte.
Ze weten dat ze plaatsvindt op de grens tussen geest en materie, en dat het dus een grensgebeuren is, een drempeloverschrijding.
De hele antroposofie is in feite één grote beschrijving van deze drempeloverschrijding.
Ze is het wetenschappelijk verslag van iemand die het allemaal zelf heeft meegemaakt.
Het was de opgave van Rudolf Steiner om de mensheid voor te bereiden op de drempel die ze moest overschrijden, op de geboorte die nakend was.

Maar wat voor Steiner praktijk was, is voor de antroposoof theorie.

Hij is als een zwangere vrouw die in de boeken gelezen heeft wat er allemaal gaat gebeuren. Maar er is natuurlijk een wereld van verschil tussen boekenwijsheid en the real thing.
Bovendien beschikt de antroposoof niet over een gynaecoloog of een vroedvrouw aan wie hij zich kan toevertrouwen.
Daarin ligt het grote verschil tussen de nieuwe en de oude drempeloverschrijding.
Mensen zijn altijd “over de drempel” gegaan. Maar dat gebeurde in de veilige omgeving van de mysterietempels, onder leiding van een ingewijde.
Het waren deze ingewijden die de geschikte kandidaten uit het volk kozen en hen na een grondige voorbereiding over de drempel hielpen, zodat ze “opnieuw geboren” werden.
Vandaag is de hele mensheid “uitverkoren”.
Het wordt aan de vrijheid van ieder individueel mens overgelaten of hij die “uitverkiezing” beantwoordt. En als hij dat doet, moet hij – zoals Rudolf Steiner – op eigen kracht over de drempel zien te geraken. Hij kan weliswaar hulp krijgen, maar die moet hij vragen.
Een moderne ingewijde, zoals Rudolf Steiner er een was, heeft niet langer het recht om in te grijpen in de wil van de mens. De vrije wil van de mens is hem heilig.

Maar juist door dit vrijheidskarakter kan er van alles verkeerd gaan tijdens die drempeloverschrijding.
Daarom waarschuwde Steiner ervoor, en hij deed dat ongetwijfeld vanuit de eigen ervaring.
Zolang een antroposoof het bij de theorie houdt, bij de “voorbereiding” dus, kan er hem niet veel gebeuren. Er zijn weliswaar de gebruikelijke kwalen van hoogmoed, eigendunk, zelfverheffing, wereldvreemdheid, zweverigheid, sektarisme enzovoort, maar die stellen niet zoveel voor vergeleken bij wat er kan gebeuren als de antroposoof (of gelijk wie) de stap zet van theorie naar praktijk. En dan bedoel ik niet de stap naar de aardse praktijk van bijvoorbeeld het onderwijs of de landbouw of de geneeskunde. Daar wordt de mens immers in toom gehouden door de normale aardse verhoudingen.
Nee, ik heb het over de praktijk van de drempeloverschrijding zelf.
Die vindt namelijk plaats in een grensgebied tussen geest en materie, een gebied waar elementen uit beide werelden door elkaar lopen en de mens dus geen houvast bieden.

Het is van het allergrootste belang dat de mens die dit gebied betreedt, een scherp onderscheid maakt tussen geest en materie, anders kan hij op een vreselijke manier om de tuin worden geleid.
De tegenmachten doen er namelijk alles aan om de moderne mens over de drempel te doen “struikelen”. Want wie hier valt, valt diep.

Daarom zei Steiner dat antroposofie een zeer gevaarlijke zaak was.
Men kan heel diep vallen wanneer men over de drempel gaat en daarbij zijn tegenwoordigheid van geest verliest.
Een geboorte kan zo zwaar zijn dat de moeder buiten zinnen raakt en niet meer weet wat ze doet. Als ze op dat moment niet deskundig wordt opgevangen, is haar leven én dat van haar kind in gevaar.

Zo. Na deze lange omleiding kom ik weer terug bij Bruno Skerath en het Radicaal Boze.
Ik kan er eigenlijk niet over oordelen of dit toch wel vreemde en bizarre hoofdstuk uit De Aardse en de Kosmische Mens werkelijk een “struikeling” is van iemand die bij het overschrijden van de drempel (even) het evenwicht verliest en een aantal zaken door elkaar husselt.
Daarvoor zou ik een grondige studie moeten maken van wat Rudolf Steiner zegt over het kwaad en dat zie ik niet zitten. Ik hoop dat anderen dat zullen doen, maar zelf voel ik me daar niet toe geroepen.
Ik kan dus geen uitsluitsel geven over de ware aard van die toch wel choquerende gedachten over het Absolute Kwaad.
Maar ik heb wel mijn vermoedens.
En die vermoedens zijn gebaseerd op een onderwerp dat ik wél grondig bestudeerd heb.

In mijn eerdere blogbericht over Bruno Skerath (17 juli 2013) heb ik verslag gedaan van de vreemde voordracht die Skerath ooit in Gent hield over “Oude en Jonge Zielen”.
En daar deed hij eveneens iets heel vreemds en bizars: hij ging dwars in tegen Rudolf Steiner.
Dat is iets wat je zelden tegenkomt in de antroposofische wereld en dat alleen al maakte het zo opmerkelijk.
Nog veel opmerkelijker was echter dat er... geen enkele reactie op kwam.
Dat kon nog verklaard worden door de onbekendheid van het publiek met het onderwerp.
Maar toen ik er achteraf een opmerking over maakte, werd er verontwaardigd gereageerd, alsof ik een vooraanstaand antroposoof door het slijk wilde sleuren.
Dat vond ik echt wel de omgekeerde wereld.
Men was niet verontwaardigd omdat iemand Steiner tegensprak, men was verontwaardigd omdat iemand Steiner... verdedigde.
Zeer bizar.

Het is, tussen haakjes, een voorbeeld van wat er zoal kan gebeuren wanneer iemand over de drempel “struikelt”. Want dat Skerath hier struikelde, leed geen twijfel.
Ik baseer me voor die overtuiging niet alleen op een grondige studie van Steiner (want die kon zich tenslotte ook wel eens vergissen) maar ook op een 25-jarige ervaring met het onderwerp. En op grond van die ervaring kan ik met grote stelligheid zeggen dat Steiner het hier bij het rechte eind had.
Volgens Bruno Skerath echter zag hij het helemaal verkeerd.
En... daarover kon niet worden gediscussieerd.
Skerath baseerde zich nauwelijks op argumenten, laat staan op ervaring. Hij sprak vanuit zijn gezag als antroposoof, en dat gezag plaatste hij niet tegenover het gezag van Rudolf Steiner, wat op zich al tamelijk belachelijk was. Hij zei dus niet openlijk dat hijzelf gelijk had en Steiner ongelijk, nee, hij deed alsof hij in naam van Steiner sprak. Hij stelde zijn persoonlijke gezag dus in de plaats van dat van Steiner.

Ik vlooi dit voorval niet uit om Bruno Skerath in een kwaad daglicht te stellen.
Ik doe het om aan te tonen dat antroposofen kunnen struikelen, zeker wanneer zij een stap over de drempel zetten, een stap van oud naar nieuw.
Ik doe het ook om aan te tonen welk effect zo’n struikeling heeft.
Men doet namelijk alsof er niets gebeurd is, men maakt zich zelfs kwaad als iemand zegt dat er wél iets gebeurd is.
De misstap van Skerath werd zonder meer ontkend.
Rudolf Steiner kon zich wel vergissen, maar Bruno Skerath niet.
Anders gezegd: de misstap van Skerath (die op zich niet zo groot was: iedereen zegt wel eens stommiteiten) werd vermenigvuldigd. Hij breidde zich als het ware uit tot alle aanwezige antroposofen en misschien zelfs verder. Als een steen die in het water wordt gegooid en rimpelingen veroorzaken die zich steeds verder uitbreiden.

Ik wil voorzichtig blijven, maar ik vermoed dat dit het effect is wanneer iemand struikelt op de drempel: het tast alle mensen aan die er getuige van zijn.

Het klopt ook met het beeld van de geboorte.
Zoals ik al zei: de moderne mens die over de drempel gaat, staat geen professionele staf van gynaecologen en verpleegsters ter beschikking. Ook als antroposoof kan hij zich niet overleveren aan Rudolf Steiner, want de man is dood. Er is alleen nog zijn “stoffelijk overschot” in de vorm van 500 boeken. En daar heb je niet veel aan als je in de draaikolk van de moderne realiteit geworpen wordt. Je bent dan aangewezen op je medemensen, in het geval van de antroposoof: op je mede-antroposofen. Zij moeten je helpen wanneer je struikelt, zij moeten je corrigeren wanneer je een stommiteit begaat.

Ik heb het de vorige keer al gezegd: ik heb Bruno Skerath niet durven corrigeren toen hij zo uit de bocht ging.
Ik voelde me geïntimideerd door zijn persoon, door zijn gezag.
Ik gehoorzaamde braaf toen er gezegd werd dat er niet kon gediscussieerd worden.
Ik stelde de vraag niet die zich opdrong:
Bruno Skerath, wat is er met u aan de hand?
Wat bezielt u?

Die vraag stel ik nu dus wel.
Beter laat dan nooit.
En mijn antwoord is: Bruno struikelde.
Hij struikelde omdat hij een stap over de drempel zette, een stap van oud naar nieuw.
Voor iemand die, althans in mijn ogen, zo sterk de oude wereld vertegenwoordigde, was dat een grote stap, een moedige stap ook.
Het was de stap van een oude ziel naar de wereld van de jonge zielen.

Het blijft merkwaardig dat Bruno Skerath, die in alles de officiële antroposofie vertegenwoordigde, aan het eind van zijn leven scheep ging met een niet-antroposofische uitgeverij, een zeer jonge uitgeverij, die zijn boeken bracht op plaatsen waar antroposofische boeken anders nooit komen.
Zijn boeken hadden ook “jonge”, zelfs ietwat kinderlijke titels: “De Aardse en de Kosmische Mens” en “Waar komen we vandaan? Waar willen we naartoe?”
Dat is heel wat anders dan: “De Grondsteenmeditatie in het Licht van het Mysterie van Golgotha”.

Opvallend is ook dat Skerath aan het eind van zijn leven niet één maar twee boeken schreef, zeer verschillende boeken.

“De Aardse en de Kosmische Mens” is onmiskenbaar een oude-zielenboek.
Het bekijkt de wereld van op grote hoogte.
“Waar komen we vandaan? Waar willen we naartoe?” daarentegen is een jonge-zielenboek.
Het bekijkt de wereld heel concreet en van dichtbij.

Het eerste boek heb ik met grote tegenzin gelezen, en de volgende dag was ik alweer vergeten wat erin stond. Het enige wat me bijbleef, was natuurlijk dat bizarre hoofdstuk over het Radicaal Boze. En dat had ik liefst van al ook vergeten.
Het tweede boek daarentegen heb ik, ondanks mijn slechte ervaringen met het eerste, meteen gekocht en met grote belangstelling gelezen.
Het is heel anders dan het vorige, vol leven en kleur.

Het is alsof Bruno Skerath met deze twee boeken een beeld heeft opgehangen van zijn eigen ziel die over de drempel ging, die zichzelf verjongde, die op weg was van de oude-zielenwereld naar de jonge.
En dat is toch wel zeer merkwaardig.
Want met dit beeld bevestigde hij wat hij als voordrachtgever, als vertegenwoordiger van het woord dus, ontkende: de realiteit van oude en jonge zielen.

In dit verband wil ik besluiten met een ander beeld van Bruno Skerath.
De laatste keer dat ik hem gezien heb, was een half jaar voor zijn dood.
Hij gaf toen – alweer in de kersttijd – een voordracht met als titel: ‘Wat vieren we precies op 25 december?’
Hij steunde daarbij op de ontdekkingen die een uitgesproken jonge ziel, de aristotelicus Jos Verhulst, gedaan had aan de hand van (onder meer) de schilderkunst van Rubens.
Dat was allemaal tamelijk zware kost.
Maar op een gegeven moment illustreerde Bruno Skerath zijn woorden op een wel zeer onverwachte wijze.
Hij haalde namelijk een schilderij tevoorschijn dat hij zelf had gemaakt en stak het hoog boven zijn hoofd opdat iedereen het zou kunnen zien (Bruno was niet van de grootste).
Het schilderij stelde een landschap voor waarin twee mensen aan de rand van een water stonden te kijken naar de hemel waarin zich twee zonnen bevonden.
Het was geen gefantaseerd tafereel, verzekerde Skerath ons, hij had het zelf meegemaakt.
Ik zal u niet lastigvallen met de uitleg die hij eraan gaf, ik wil alleen wijzen op het veelzeggende beeld van een man die op het eind van zijn leven, in wat misschien zijn allerlaatste voordracht was, een schilderij boven zijn hoofd steekt.

Zo heeft Bruno Skerath afscheid genomen van het leven:
met twee boeken en met één schilderij, een schilderij waarop twee mensen en twee zonnen stonden.’

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code