Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

vrijdag 20 december 2013

Verziekt


Het laatste nieuws is wat gisteravond in De Stentor verscheen, ‘Verziekte sfeer op vrije scholen Zutphen’. AntroVista berichtte er vandaag al over, in ‘Schoolstrijd in Zutphen’. De Stentor schreef:
‘De vrije scholen in Zutphen verkeren in een diepe crisis. Het ouderprotest is tot het kookpunt gekomen en bestuurder Lizzy Plaschek staat met de rug tegen de muur. Dat blijkt uit gesprekken die deze krant met de betrokkenen voerde. Plaschek spreekt van een “volledig verziekt klimaat”. “Het hele conflict is verworden tot een machtsstrijd.”’
We weten dat, want ik heb er op zaterdag 14 december in ‘Engelhiërarchieën’ nog uitvoerig over bericht.
‘Lees een uitgebreid achtergrondverhaal over de hoog opgelopen kwestie in de Stentor van donderdag 19 december.’
Die krant heb ik niet, dus daar kan ik niet uit berichten. Maar wel uit wat op de website van de twee oudergroeperingen, ‘Vrije School Nu’ en ‘vooronzevrijescholen’, wordt geplaatst. Zoals deze nieuwsbrief van 15 december: ‘Wat je zelf nog kunt doen’ (waarvan de inhoud gedeeltelijk overeenkomt met mijn bericht van 14 december):
‘Wat je zelf nog kunt doen n.a.v. de informatieavond

Op maandag 9 december hebben we in de grote zaal van de IJssel onze bevindingen gepresenteerd van de afgelopen maanden. De zaal was goed gevuld en de sfeer was respectvol. We begonnen de avond met een korte verklaring waarin de samenwerkende initiatiefnemers zich distantiëren van de ongefundeerde beschuldigingen die de bestuurder op 5 december, zonder hoor en wederhoor, via de officiële kanalen heeft verspreid.

Vervolgens presenteerden we aan de hand van een diapresentatie onze bevindingen. Met als terugkerende constatering dat er geen goede onderbouwing is voor het besluit om een school te sluiten en dat de bezwaren van grote groepen ouders niet serieus zijn genomen. Zelfs nu er een alternatieve begroting ligt die laat zien dat er voldoende mogelijkheden zijn om drie scholen open te houden, wil het bestuur niet in gesprek. Dit versterkt de overtuiging dat ons verhaal klopt. Een uitgebreider verslag van de avond is te vinden op onze nieuwspagina.

Wat kun je zelf nog doen?

De teneur aan het eind van de avond was dat het inhoudelijke verhaal overtuigend was overgekomen en dat het positief is dat ouders van de drie scholen met elkaar samenwerken. Toch was er ook een gevoel van onmacht omdat het bestuur heeft aangegeven niet in gesprek te willen met diegenen die het besluit ter discussie stellen. Uit de zaal kwam nadrukkelijk de vraag: wij voelen ons vertegenwoordigd door jullie en ondersteunen jullie constructieve aanpak, maar wat kunnen wij als ouders zelf nog doen richting inspectie, stichting VSNON, medezeggenschap of anderszins?

We hebben op de site een pagina gemaakt waar we antwoord proberen te geven op deze vraag. Mocht je zelf nog iets willen doen, dan kun je daar enkele mogelijkheden vinden. Heb je nog vragen of opmerkingen? We horen het graag. Check www.vooronzevrijescholen.nl of neem contact op door deze e-mail te beantwoorden. Je hoort zo snel mogelijk van ons. 
Met vriendelijke groet, 
Namens de samenwerkende groepen initiatiefnemers van de Zwaan, de Berkel en de IJssel,
Barend Gerretsen, Fred Leffers, Koen van der Hauw, Ronald van ’t Hul, Stijn van der Ree’
Niet alleen in een nieuwsbrief, maar ook rechtstreeks op de website is hier het nodige over te vinden. Eveneens onder de titel ‘Wat kan ik doen?’
‘Op 9 december organiseerden we een algemene informatieavond. Uit de zaal kwam nadrukkelijk de vraag: wij voelen ons vertegenwoordigd door jullie en ondersteunen jullie constructieve aanpak, maar wat kunnen wij als ouders zelf nog doen richting inspectie, stichting VSNON, medezeggenschap of anderszins?

Om antwoord te geven op deze expliciet aan ons gestelde vraag en omdat wij merken dat het voor ouders onduidelijk is tot wie ze zich kunnen wenden als ze willen reageren of een signaal willen afgeven, beschrijven we hieronder enkele mogelijkheden die je als ouder hebt. We zullen onderstaande informatie bijwerken zodra daar aanleiding voor is.

Meedoen in onze werkgroepen

We zijn op zoek naar nieuwe mensen die actief mee willen denken en doen. Je kunt hierbij onder meer denken aan het als toehoorder bezoeken van (G)MR vergaderingen, het verkennen van de mogelijkheden voor bemiddeling of – zoals gevraagd op de informatieavond – het voorbereiden van juridische stappen. Daarnaast staan we natuurlijk open voor out-of-the-box suggesties voor verdere stappen/mogelijkheden. Je kunt contact met ons opnemen via info@vooronzevrijescholen.nl.

Landelijke klachtencommissie

Het is mogelijk een klacht in te dienen bij de Landelijke Klachtencommissie voor het Algemeen Bijzonder Onderwijs. Zij kunnen een vergaand advies geven waarmee zo nodig naar de rechter kan worden gegaan. In de meeste gevallen wordt zo’n rechtszaak – ondersteund door dit advies – gewonnen. Mocht je een klacht willen indienen, geef dan vooral een feitelijke weergave van wat er speelt. De onderwijsinspectie ontvangt graag een kopie voor hun dossier van de school.

Onderwijsinspectie

Van verschillende ouders hebben wij vernomen dat zij melding hebben gedaan bij de onderwijsinspectie van de zaken die zij signaleren. Hoe meer meldingen er zijn, hoe groter de kans dat de inspectie in actie komt. Mocht je melding willen doen van de wijze waarop bestuur en MT met ouders (al dan niet actief in initiatiefgroepen) omgaan, dan kun je contact opnemen met de vertrouwensinpecteurs. De inspectie is te bereiken via 088 669 60 60.

MR benaderen

De oudergeleding van de medezeggenschapsraad (MR) van jouw school heeft de wettelijke taak om jou als ouder te vertegenwoordigen. Je kan de MR op de hoogte stellen van je ervaringen en meningen over het handelen van het MT en het bestuur van de stichting. Ook zou je ze kunnen mailen wat jij van ze verwacht en wat jij zou willen dat de MR gaat doen. Voor de MR is de schooldirecteur (tevens MT-lid) de gesprekspartner.

Je zou de MR kunnen vragen of er al een goed antwoord is op de brief van de MR Zwaan aan het MT d.d. 30 oktober 2013, waarin men aandringt op helderheid en inzage in het gelopen proces van drie naar twee en waarin men antwoord vraagt op een elftal concrete vragen. Je zou de MR ook kunnen vragen zich uit te spreken over de brief van de bestuurder van 5 december. Je zou ze kunnen vragen om bij de bestuurder en het MT aan te dringen op rectificatie van de beschuldigingen dan wel deze concreet te maken. Je zou ze kunnen vragen om te pleiten voor een bemiddelaar tussen het bestuur en de initiatiefnemers als vertegenwoordiging van de meerderheid van de basisschoolouders.

Het bovenstaande is alleen bedoeld ter inspiratie. Als je de MR mailt, maak er dan vooral je eigen verhaal van waar je 100% achter staat. Je kunt de e-mailadressen van de MR-en hieronder opvragen. We willen je vragen er zorgvuldig mee om te gaan.

GMR benaderen

Je zou ook de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) kunnen benaderen. De samenwerkende initiatiefnemers van de drie scholen worden immers als schooloverstijgende groep beschuldigd door bestuur en MT. Bovendien is de zaak waar het om gaat een zaak van de stichting en niet van een afzonderlijke school. Voor de GMR is de bestuurder de gesprekspartner.

Als je de GMR mailt, dan zou je vergelijkbare zaken kunnen vragen als hierboven genoemd bij de MR. Daarnaast zou je ze kunnen vragen om niet akkoord te gaan met de begroting van 2014 zolang de bestuurder er niet een alternatieve begroting naast legt op basis van 3 scholen open. Ook zou je ervoor kunnen pleiten dat enkele financiële mensen uit de initiatiefgroepen (eventueel vertrouwelijk) inzage krijgen in de begroting 2014 zodat zij input kunnen leveren aan de GMR als het gaat om het beoordelen ervan.

Nogmaals: het bovenstaande is alleen bedoeld ter inspiratie. Als je de GMR mailt, maak er dan vooral je eigen verhaal van waar je 100% achter staat. Je kunt het e-mailadres van de GMR hieronder opvragen. We willen je vragen er zorgvuldig mee om te gaan.

Aanschrijven MT/bestuur

Je zou bestuur en managementteam (MT) kunnen laten weten wat je vindt van de brief die de bestuurder op 5 december mede namens het MT heeft verzonden naar alle ouders, leerkrachten en medewerkers die betrokken zijn bij de drie basisscholen. Je zou de leden van het MT kunnen vragen of zij werkelijk achter de inhoud van de brief staan en zo nee, of zij zich er van willen distantiëren en willen aandringen op rectificatie. Je zou het MT ook kunnen vragen om een aanvullende inhoudelijke onderbouwing van de besluiten van het MT of de bestuurder.

Als je mailt, maak er dan je eigen verhaal van waar je 100% achter staat. Zorg er wel voor dat je toon respectvol is en niet te emotioneel. Het is aan te raden om je mail voor verzending nog even aan iemand anders te laten lezen om na te gaan hoe het overkomt. Je kunt de e-mailadressen van MT en bestuur hieronder opvragen. We willen je vragen er uiterst zorgvuldig mee om te gaan en ze na gebruik direct te verwijderen.

Aanschrijven RvT

Je zou de Raad van Toezicht (RvT) er op kunnen wijzen dat de bestuurder onder hun toezicht ongefundeerde beschuldigingen, zonder hoor en wederhoor, via de officiële kanalen verspreidt aan drie complete scholengemeenschappen. Je zou kunnen vragen om rectificatie. Ook kun je de RvT melden dat de bestuurder in dezelfde brief aangeeft niet meer te willen communiceren met leden van de gemeenschap die het niet eens zijn met haar beleid. Je zou de RvT er op kunnen wijzen dat een bestuurder niet op deze wijze kan functioneren en hen vragen actie te ondernemen.

Nogmaals: als je mailt, maak er dan je eigen verhaal van waar je 100% achter staat. Zorg er wel voor dat je toon respectvol is en niet te emotioneel. Het is aan te raden om je mail voor verzending nog even aan iemand anders te laten lezen om na te gaan hoe het overkomt. Je kunt hieronder informatie opvragen over hoe je de RvT kunt mailen. We willen je vragen er uiterst zorgvuldig mee om te gaan.

Vertrouwenspersoon

De stichting VSNON heeft een externe vertrouwenspersoon waarmee je contact zou kunnen opnemen.’
Kortom, alles wordt uit de kast gehaald om het bevoegd gezag van de drie scholen op andere gedachten te brengen en vooral tot andere daden te bewegen. Vandaag nog voegt ‘Vrije School Nu’ hieraan toe, onder ‘Laatste wijzigingen website’:
‘20-12 Links (IJssel): Brieven aan het managementteam, de Raad van Toezicht en aan de (G)MR leden, over de brief van de bestuurder van 5 december.’
Men heeft blijkbaar zelf de daad bij het woord gevoegd. Ik geef alleen de eerste brief weer, want net als hierboven zijn ze qua inhoud vrijwel gelijk:
‘Zutphen, 18 december 2013

Geachte leden van het managementteam,

Op donderdag 5 december jl. verzond de bestuurder mede namens u een brief naar alle ouders, leerkrachten en medewerkers die betrokken zijn bij de drie vrije basisscholen. In deze brief beschuldigt zij de gezamenlijke initiatiefgroepen – die een meerderheid van de basisschoolouders vertegenwoordigen – van een aantal kwalijke zaken en kondigt zij aan niet meer te willen communiceren met groepen die haar beleid niet ondersteunen.

Wij zijn geschrokken van de ongefundeerde beschuldigingen die de bestuurder mede namens u via de officiële kanalen verspreidt aan drie complete scholengemeenschappen. Wij herkennen onszelf niet in het beeld dat geschetst wordt, de genoemde voorbeelden kunnen we niet plaatsen en we distantiëren ons van alle vormen van wangedrag die de bestuurder noemt. Dat de bestuurder groepen ouders zonder hoor en wederhoor publiekelijk beschuldigt van ernstige zaken, vinden wij onbegrijpelijk en onacceptabel.

Als gevolg van deze brief voelen ouders zich niet meer veilig binnen de gemeenschap waar zij hun kinderen dagelijks toevertrouwen aan de goede zorg van betrokken leerkrachten. Hoe moeten degenen die beschuldigd worden zich hiertegen verweren? Wat moeten ouders en leerkrachten die hen niet goed kennen wel van hen denken? En wie beschuldigt de bestuurder nu eigenlijk? Zijn de beschuldigingen gericht aan de actieve kern van de initiatiefgroepen of aan alle ouders die deze groepen steunen? Of gaat het om bepaalde personen?Waarom worden die dan niet rechtstreeks aangesproken? En hoe zit het met andere leden van de gemeenschap, zoals de medezeggenschapsraden? Mogen die nog wel kritisch zijn op haar beleid of wil de bestuurder daar dan ook niet meer mee communiceren? Het zijn allemaal vragen die bij ons opkomen als we de brief van 5 december op ons laten inwerken.

Wij zijn van mening dat de bestuurder met haar brief de schoolgemeenschappen en zichzelf – wij drukken ons voorzichtig uit – geen goede dienst bewijst. Ons verzoek aan u als lid van het managementteam is om opnieuw een oordeel te vormen over deze brief die mede in uw naam geschreven is. En die ook nog eens verscheen uitgerekend op het moment dat de initiatiefgroepen met een overduidelijk nieuw inzicht zijn gekomen, namelijk een goed onderbouwde alternatieve begroting waaruit blijkt dat het mogelijk is om drie scholen open te houden. Met alle voordelen van dien voor al die leerkrachten, ouders en kinderen die de vrije school een warm hart toedragen. Wij betreuren het dat de bestuurder een inhoudelijke discussie hierover uit de weg gaat. In haar brief van 9 december gaat ze weliswaar kort in op de alternatieve begroting, maar legt deze vervolgens terzijde zonder met wezenlijke kritiek te komen.

Wij verzoeken u afstand te nemen van de brief van de bestuurder dan wel er op toe te zien dat zij de door haar mede in uw naam genoemde kwalijke zaken op korte termijn specificeert door middel van een gedetailleerde beschrijving met naam, situatie, datum en plaats. Doet zij dit niet en blijft een reactie achterwege, dan zullen wij de brief van 5 december opvatten als een daad van laster. In die situatie is een spoedige rectificatie op zijn plaats. Gebeurt dit niet, dan overwegen wij onder meer aangifte te doen.

Zonder tegenbericht gaan wij er vanuit dat u de inhoud van de brief van de bestuurder onderschrijft, wat betekent dat wij ook u daarop kunnen en zullen aanspreken.

Met vriendelijke groet,

Namens de samenwerkende groepen initiatiefnemers van de Zwaan, de Berkel en de IJssel,

Annemarie Vergunst, Arthur Aalsma, Barend Gerretsen, Corrie Zwarts, Fred Leffers, Koen van der Hauw, Marc van Lier, Marieke Stork, Renate van der Ree, Rob Gort, Ronald van ’t Hul, Stijn van der Ree

P.S. Brieven met vergelijkbare strekking zijn verzonden aan de Raad van Toezicht en de (G)MR. Alle brieven zijn tevens ter kennisgeving verzonden aan de bestuurder.’
Behalve deze complicaties heb ik op zondag 20 oktober in ‘Beeldmerk’ ook melding gemaakt van een ander ‘Initiatief vanuit antroposofische beweging voor de Vrije Scholen in Zutphen’. Op het Forum van ‘Vrije School Nu’ plaatste ‘ingrid busink’ op 16 december ‘Een zinvol gesprek over wat er echt aan de hand is’:
‘Zutphense vrije scholen in de wilsstroom

Verslag van het gesprek op de bijeenkomst van 10 december 2013

Dit is een verslag van een gesprek met ouders, leerkracht, oud-bestuurder en initiatiefkring dat we n.a.v. de inleiding van Jan Saal met elkaar hadden over de situatie op de scholen. Het geheel vond vanuit een onderzoekende houding, en onderlinge verbinding in dit onderzoek, plaats. Het onderstaande verslag moet ook in die zin worden opgevat, en eventuele conclusies die erin staan, als voorlopige conclusies worden gelezen. Het onderzoek gaat nog voort in het nieuwe jaar. Wie zich aan wil sluiten is welkom!

We constateren dat we in de opvoeding steeds bezig zijn met de wil van het kind (zie het verslag van de inleiding van deze avond, in de bijlage of via ingrid@bouwenmetmensen.nl). Het kind moet alles leren, vanuit de eigen wil. Soms wordt wel gezegd dat kinderen met bepaalde diagnoses hinder ondervinden van de drukke omgeving, niet stil kunnen staan, maar in feite kun je ook zeggen dat er sprake is van wilsverzwakking.

Jan Saal: De wil heeft geen inhoud, wel een eigen levenskracht die geëerbiedigd moet worden. Er is een geest mee verbonden. In het spreken gebeurt er dan al iets mee. De nuancering van het willen komt dan vanuit het denken, van daaruit komt vormgeving.

Denken, voelen en willen in de school

Jan Saal merkt op dat met de school als organisatie is ook een wezen verbonden. De wil van dat wezen manifesteert zich in de daden van alle mensen in die organisatie. Als mens ben je ook in de wil van dat wezen actief. In algemene zin gesteld kun je dan zien dat vanuit het leidinggevende dan de principes komen, hoe we erover denken, de vormgeving. Daar is het de vraag, in hoeverre die vormgeving recht doet aan die wil, of misschien de wil juist lam legt. Vanuit andere geledingen komen vooral de wilsimpulsen. Die kunnen vernieuwing en leven brengen, maar ook op tilt slaan. Het is de vraag hoe de zaak in een gezond evenwicht komt. Daarbij is het ook belangrijk te onderzoeken waar in je wil iets leeft dat eigenlijk gaat over wat je persoonlijk wilt, en waar de wil iets betreft dat vanuit de aard van de zaak naar voren komt.

Wat je wilt, word je je geleidelijk aan pas bewust. Eerst handel je wilsmatig, pas met 35 jaar begint daar steeds meer bewustzijn bij te komen.

Als we naar de situatie op de school kijken, komen we tot de conclusie dat de vraag is: Hoe krijg je de wilskant in een goede verhouding tot de vorm? De uitdaging is dat de wilskant de vormkant niet mag overrulen, en tegelijkertijd de denkkant de wil niet mag dooddrukken.
De rol van het gemoed bemiddelt hier. Als dat niet goed wordt ingezet, dan ontwikkelen zich daar gemoedsuitspattingen, zoals nu soms lijkt door te klinken in de verhoudingen. Het is belangrijk dat het gemoed in een andere rol komt, zoals in de fase van 28-35 jaar, als de verstands-gemoedsziel wordt ontwikkeld, om oordeelsvermogen te ontwikkelen over waarheid, en zingeving.

Vanuit de kant van de leerkrachten klinkt hierover ook de ervaring, dat de verhouding tussen de wilskant en de denkkant heel erg heen en weer kan bewegen. “Er zijn tijden geweest ‘dat we maar wat deden’, in bepaalde tijden van zelfbestuur. Toen dat bestuur niet meer door leerkrachten kon worden bemand, vanwege de hoeveelheid werk, en er meer management kwam, sloeg het vaak weer door naar de vormkant. Die vormkant voorkwam overigens wel dat we blunders maakten. Zonder management gingen allerlei mensen kapot.”

Gesprek, denkbeelden over het geheel, reflectie vanuit en hoger standpunt

We constateren dat er ruimte en tijd nodig is, om een goede verhouding te vinden tussen de wilskant en de vormkant. En dat er gesprek nodig is, en denkbeelden over hoe de gehelen waar we ons in bevinden (b.v. goed vrije school onderwijs, de wil van het kind, verhouding willen-voelen-denken, besturen, leraar en ouder etc.) in elkaar zitten.

Een oud-bestuurder van de school merkt op dat als hij de huidige situatie beziet, en de tijd waarin hij bestuurder was, dat hij wakker wordt voor het feit “dat er (ook) toen eigenlijk veel te weinig reflectie was, op waar we mee bezig waren. We onderzochten te weinig: hebben we nu bereikt wat we wilden? Vanuit dat gebrek aan reflectie, kan zich een voortdurende pendelbeweging tussen wil en vorm zich voordoen.”

Aangevuld wordt door één van de leerkrachten dat ook een egoprobleem vaak een rol speelde in die tijd. Er zijn processen geweest waarin onderzocht werd of de Zutphense Vrije Scholen zich zouden kunnen aansluiten bij anderen, b.v. bij Athena. Er werd dan echter heel veel waarde gehecht aan het eigene, het Zutphense. Bij de wisseling van besturen was er vaak een machtstrijd. De oud-bestuurder geeft aan dat bij het niet aansluiten bij Athena indertijd ook angst een rol speelde, omdat Athena geen ervaring had met bovenbouw, en de Zutphense bovenbouw ook toen al groot was.

We constateren dat “ego” daar ontstaan kan en werkzaam kan worden, waar te weinig bewustzijn is, over het geheel. Zoals in de biografie, als de mens zich wel ontwikkelt, maar niet het bewustzijn. Egocentrisme is gezond in de leeftijd tot 28 jaar, daarna is het noodzakelijk langzaamaan meer bewustzijn te ontwikkelen over de wereld waar je instaat, met de noden die daar leven.

Eén van de ouders merkt op dat het helemaal ingewikkeld wordt als er een soort bundeling of opéenstapeling van “ego-stukken”, wilsimpulsen en boosheid ontstaat. Dan gaat het zich vermenigvuldigen, elkaar versterken. Dan wordt het heel lastig om te beoordelen en te besturen. Het is nodig dat iedereen een hoger standpunt inneemt, om daar uit te komen. Dat is eigenlijk een oproep aan iedereen.

Een andere ouder merkt op, dat wat hier op school leeft, symptomatisch is voor de tijd waarin we leven. Je merkt in andere werkgebieden dat protocollen, vanuit de vorm, zo strijdig zijn met de wil, en dat mensen zich indekken in hun posities.

Het is moeilijk in de ontwikkelingen nu op school een standpunt te vinden. “Ik zie wel dat er nu veel buiten ons als ouders om gebeurt. Wat moeten we doen om het niet buiten ons om te laten gaan? Ik weet niet waar ik moet gaan staan, waarbij ik me kan aansluiten. Ik merk ook dat het een enorme krachtsinspanning is om al het kleinste gesprekje voor elkaar te krijgen, om iets van een intieme ontmoeting mogelijk te maken”.

Terugblik op de avond

We verwachten dat het feit dat wij proberen het geheel van de situatie nu vanuit ons gesprek te doordenken, kracht van werking heeft. Terugblikkend op de avond klinkt er: verrassend, verhelderend; ik besef dat we met de school in een midlifecrisis zitten, dat geeft ruimte; het is fijn om zo in een keer in een kring met elkaar hierover in gesprek te zijn; raampjes gaan open; ingewikkeld.

De initiatiefkring “Zutphense Vrije Scholen in de wilsstroom” zal in het voorjaar nog één avond organiseren, en dan in mei een grotere bijeenkomst in de vorm van een Festival met inhoud. Twee mensen hebben zich inmiddels bij onze kring aangesloten om hieraan verder te werken. Wil je ook meedoen, in gesprek, of in praktische zin? Laat het ons weten via: ingrid@bouwenmetmensen.nl.

Ingrid Busink

Verslag bijeenkomst 10 december 2013.pdf (163.65 kB - gedownload 3 keer.)’
Er is natuurlijk wel meer nieuws te melden dan alleen uit Zutphen. Dat schreef ik gisteren al in ‘Programmacoördinator’. Daar kom ik nu eindelijk aan toe. Zo bracht het Louis Bolk Instituut eergisteren dit persbericht uit ‘Publicatie “Kip, het meest complexe stukje vlees”’:
‘Op 18 december presenteert de RIDLV de publicatie “Kipfilet, het meest complexe stukje vlees”. Mede-auteur is Jan-Paul Wagenaar van het Louis Bolk Instituut.

Marktwerking staat duurzame kipfilet in de weg

Kip is gezond, goedkoop en relatief duurzaam vlees. Dat is het gevolg van marktwerking, “superspecialisatie” en innovaties. Maar diezelfde marktwerking belemmert een nieuwe innovatiesprong die hard nodig is, gericht op minder antibiotica, beter dierenwelzijn en een kleinere footprint. Dat stelt de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding (RIDLV) in de nieuwe publicatie “Kipfilet: het meest complexe stukje vlees”.

Kipfilet, specialisatie en marktwerking

Kipfilet lijkt een simpel product, maar is in feite uiterst complex. De productieketen is verregaand opgesplitst in minstens 40 gespecialiseerde en innovatieve schakels. Die variëren van pluimveehouders, topfokbedrijven, vangploegen en transporteurs tot slachterijen; van sojatelers in Brazilië tot mengvoerbedrijven in Nederland; en van stallenbouwers, dierenartsen, farmaceutische bedrijven en mestverbranding tot fabrikanten van slachtmachines. Binnen elk van die schakels wordt scherp geconcurreerd, waardoor de marges ondanks alle innovaties flinterdun zijn. Dit benadert een markt zoals Adam Smith, de grondlegger van de economische wetenschap, die heeft bedoeld. Belangrijkste resultaat is een laag voerverbruik en daardoor een kleine carbon footprint en een lage kostprijs, die vrijwel geheel ten goede is gekomen aan de consument. Kipfilet is veel goedkoper en voor vrijwel iedereen betaalbaar geworden. De jaarlijkse consumptie per persoon in Nederland is sinds 1960 meer dan vertienvoudigd: van 2,1 kg naar 22,4 kg per persoon in 2011.

Keerzijde van de efficiency

Na de kostprijsverlaging is een nieuwe innovatiesprong nodig, gericht op minder antibioticagebruik, beter dierenwelzijn en minder gebruik van soja uit Zuid-Amerika. Die veranderingen zijn moeilijk in te passen zolang de concurrentie draait om efficiëntie en laagste kostprijs. Eén van de nadelen van concurrentie is dat wantrouwen tussen bedrijven in de keten is geïnstitutionaliseerd en partijen daarom informatie voor elkaar achterhouden. Dat werkt belemmerend voor integrale duurzaamheid. Regie ontbreekt.

Vervreemding

Ook sociaal is er iets misgegaan. Producent en consument van kippenvlees zijn van elkaar vervreemd. Kipfilet is zorgvuldig ontdaan van alles wat herinnert aan een dier. De consument vindt dat prettig, er is sprake van “eten maar niet willen weten”. Maar dezelfde consument levert wel kritiek op de plofkip. Van de weeromstuit hebben veel pluimveehouders een defensieve houding aangenomen en hun rug naar de samenleving gekeerd.

Patstelling doorbreken

Het is mogelijk deze patstelling te doorbreken, maar dat vergt samenwerking, regie en communicatie. Integrale duurzaamheid wordt pas mogelijk als bedrijven door de hele keten kennis gaan delen. Er is dan nog wel concurrentie tussen ketens, maar binnen elke keten staat samenwerking centraal. Om ook het vertrouwen van de samenleving te winnen, moeten pluimveehouders en andere spelers intensief gaan communiceren met burgers en consumenten.

Kees-Jaap Hin, eerste auteur van het rapport: “Voor de volgende innovatiesprong is een nieuw business model noodzakelijk. Investeringen van ketenschakels moeten in verhouding worden gebracht met het rendement en het risico van de schakels. Als bijvoorbeeld pluimveehouders de duurste investeringen moeten doen, moeten ook andere schakels mee investeren. De pluimveesector kan daarbij een voorbeeld nemen aan chipmachinefabrikant ASML, die bij dure innovaties nauw samenwerkt met toeleveranciers en recent zelfs grote afnemers in het bedrijf laat investeren.” Jan-Paul Wagenaar van het Louis Bolk Instituut is medeauteur van deze publicatie.

RIDLV

Het essay is geschreven in opdracht van de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding. De Raad beoogt vanuit wetenschap en samenleving oplossingsrichtingen aan te dragen waarin verloren gegane relaties in de keten worden hersteld en waarin ook producent en consument weer rechtstreeks met elkaar communiceren. De Raad wil duurzaamheid en gezonde voeding niet apart benaderen maar in samenhang. Zij geeft daar onder meer invulling aan door casussen uit te werken voor specifieke sectoren. De pluimveevleessector is de tweede casus. Zie ook: www.ridlv.nl.

De Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding is een interdisciplinaire en onafhankelijke denktank. Twee leden zijn aan het Louis Bolk Instituut verbonden: Edith Lammerts van Bueren (voorzitter) en Machteld Huber (lid). De overige leden zijn Peter Blom (Triodos Bank), Theo Jetten (secretaris, Wagingen UR), Ludwig Lauwers (Universiteit van Gent), Jaap Seidell (VU), Anton van Vilsteren (Nautilus), Wouter van der Weijden (CLM), Herman Wijffels (Universiteit van Utrecht) en Akke van der Zijpp (Wageningen UR).

Nadere informatie Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Theo Jetten, secretaris van de Raad, tel: 0317- 483687.

Publicatie K.J. Hin, J.-P. Wagenaar, A. van der Zijpp en W.J. van der Weijden, 2013. Kip: het meest complexe stukje vlees – Marktmechanismen, ketenrelaties en integrale duurzaamheid. 34 pagina’s.

Het rapport is op woensdagochtend 18 december 2013 tijdens een persconferentie in Utrecht gepresenteerd aan de media.’
Diezelfde 18 december vond ik bij Biojournaal ‘Ruime variatie aan BD-sappen bij Ecoville’:
‘Ecoville in Barendrecht vond het vanmorgen tijd om de biologisch-dynamische sappen die bij hen verkrijgbaar zijn eens extra in het zonnetje te zetten. Onderstaande foto werd daarom op hun twitterpagina geplaatst. Ecoville, groothandel in biologische groenten, fruit en verse kruiden, levert zo’n 20 tot 30 verschillende soorten BD-sappen, voornamelijk aan de horeca. “We staan echt bekend om onze groentesappen, zo worden de wortelsap, bietensap en tomatensap veel gebruikt op culinair gebied. Daarnaast hebben we ook exclusieve sappen in ons assortiment, zoals cranberry-limoen en rabarbersap”, zo licht Robbin van Die van Ecoville toe. Opvallende verschijning op de onderstaande foto is de zuurkoolsap. “Deze is erg gezond en helpt mensen om hun darmflora te optimaliseren.”

Voor meer informatie: info@ecoville.nl en www.ecoville.nl’
Op de website van tijdschrift ‘Driegonaal’ verscheen op 16 december van John Hogervorst ‘Ander geld, andere mogelijkheden?’
‘Dat wat nu complementair geld genoemd wordt, was in het verleden heel gewoon “geld”: eeuwenlang hadden steden of regio’s hun eigen munt waarmee binnen de “eigen economie” betaald kon worden. Daarnaast was er ook ander geld, dat vooral gebruikt werd om te handelen met goederen van buiten de eigen economie. Pas in de afgelopen eeuwen is dit regionale geld verdwenen en maakte plaats voor de nationale munt. Een volgende stap in dit proces wordt gevormd door de euro: een munt die in verschillende staten de wettelijk erkende “nationale munt” is.

Altijd echter, werd hier of daar geprobeerd naast het nationale geld “complementaire geldsystemen” op te zetten. Complementair geld, ook wel “community currency” genoemd (gemeenschapsgeld) kan om verschillende redenen interessant zijn; het kan bijvoorbeeld worden ingezet om de economische ontwikkeling in een regio te versterken, om ombenutte capaciteit van bedrijven in beweging te brengen of om het sociale klimaat te versterken.

Sinds de financiële en economische crisis worden op tientallen plaatsen interessante ervaringen met complementaire geldsystemen opgedaan. In de afgelopen week bezochten we, in het kader van de Summer Foundation, verschillende van deze geldsystemen.

Sinds afgelopen zomer is in Rotterdam de Rotter-DAM gestart, een complementair geldsysteem waarbinnen (kleine) bedrijven en ZZP-ers elkaar wederzijds krediet verlenen en elkaar zo in staat stellen zonder euro’s toch over en weer goederen te leveren of diensten af te nemen.

In Leuven bezochten we de RES, waar we enkele uren met oprichter Walther Smets keken naar de bedoeling, de opzet en de praktijk van zijn complementaire geldsysteem. De RES is in de loop van ruim 15 jaar uitgegroeid tot een munt die door 3.500 ondernemingen wordt gebruikt (alle kleinere, zelfstandige ondernemingen, landelijke of internationaal werkende ondernemingen kunnen niet aan het systeem deelnemen).

In de Londense wijk Brixton, waar ca 60.000 mensen net op of onder de armoedegrens leven, gingen we een dagje op stap met Nehul Damani, die ons liet zien hoe de Brixton Pound ter plekke functioneert. De Brixton Pound is er in de vorm van bankbiljetten maar wordt voornamelijk elektronisch gebruikt (betalen met een sms-je) en wil enerzijds de plaatselijke ondernemers een steuntje in de rug bieden maar vervult ook een rol in het versterken van de sociale identiteit van de wijk Brixton.

Een indrukwekkend voorbeeld van echt “gemeenschapsgeld” vonden we in Blaengarw, een voormalig mijnwerkersdorpje in Wales. Na de sociale en economische kaalslag die daar in de jaren ’80 door het beleid van Margareth Thatcher werd aangericht brengt het Blaengarw Time Centre op ongebruikelijke weg weer een sociaal leven op gang. Mensen die zich in het kader van een bonte reeks van door het Time Centre ondersteunde gemeenschapsprojecten inzetten, krijgen voor ieder uur vrijwilligerswerk een “time credit”. Deze time credits kunnen worden gebruikt om toegangskaartjes voor toneel- en muziekuitvoeringen te bezoeken, om deel te nemen aan een veelheid van creatieve of andere cursussen, of geven recht op korting in het plaatselijke gemeenschapscafé, in een nieuw opgericht winkeltje enzovoort.

Via de links hierboven in de tekst kunt u de meer uitgebreide beschrijvingen van de genoemde complementaire geldsystemen vinden op de website van de Summer Foundation.’
Dezelfde auteur waarschijnlijk (hij is immers ook uitgever bij Nearchus) stelde gisteren deze intrigerende vraag, ‘Gebeurt er nog wat bij Nearchus?’ Het antwoord luidde geruststellend:
‘Ja hoor, er gebeurt heel wat bij Nearchus.

Maar het uitgeven heeft iets weg van een “elastiek-proces-in-de-tijd”. Bij het voorbereiden van een uitgave komen altijd verschillende “schakels” aan de beurt: de auteur, de redacteur, de auteur, nog een keer de redacteur, een meelezer, een corrector, een vormgever en dan weer de auteur en dan... Soms maak je het mee dat een uitgave in voorbereiding heerlijk soepel langs alle schakels schuift, soms is dat ook anders (meestal eigenlijk).

Hoe dan ook, er zijn verschillende nieuwe uitgaven in verschillende stadia van voorbereiding. Héél misschien komt er in de laatste werkdagen van dit jaar nog wel iets van de drukker, anders wordt het begin januari. We laten u hier alvast het omslagje zien. Het gaat om het eerste deeltje in een nieuwe brochurereeks, de serie ABC Doen!

Jawel, we hebben en houden hier een optimistische natuur en naast de bestaande brochurereeksen, de ABC Wegwijzers, de ABC Opvoedwijzers en de serie ABC Jaarfeesten, brengen we onder de vlag ABC Doen frisse brochures uit waarin de lezer wordt uitgenodigd zelf aan de slag te gaan. Het eerste deeltje, van Dick Bruin, gaat over kleuren en leidt de lezer al oefenend de wereld van de kleuren binnen.’
Over boeken uitgeven gesproken. Op 16 december kwam in Rotterdam dit persbericht over een boek van Yvonne Peschier uit, getiteld ‘Voor even weer gezond, gedichten en verhalen geïnspireerd op ontmoetingen met patiënten met kanker’:
‘In dit boek weet Yvonne Peschier, kunstzinnig therapeute Erasmus MC Kanker Instituut, de verbinding te maken tussen beelden en teksten als poëtische brug tussen ratio en emoties. Het geeft een letterlijk en een figuurlijk beeld van wat patiënten doormaken en hoe ze nieuwe krachten en mogelijkheden weten te ontdekken. Een dergelijk bijzonder inzicht in de emotionele leefwereld van patiënten is voor medepatiënten, familie, vrienden én hulpverleners een verrijkende ervaring.

De schrijfster vertelt: “In dit boek schets ik een beeld van de ontmoetingen die ik heb met patiënten die zijn opgenomen in het Erasmus MC Kanker Instituut in Rotterdam. Ontmoetingen die me zijn bijgebleven omdat ze bijzonder waren: van waardevolle levenslessen tot prachtige ontdekkingen door het kunstzinnig werken. ... Ik hoop dat u de gedichten en verhalen in ‘Voor even weer gezond’ als lichtpuntjes zult ontvangen. Lichtpuntjes waarbij de ziekte even naar de achtergrond verdwijnt en de patiënt weer even gewoon mens mag zijn.”

Peter Swart, GZ-psycholoog: “Mooi om te lezen hoe Yvonne haar eigen creativiteit weet in te zetten om die van de patiënt aan te boren of te versterken. Kunstzinnige therapie benadert en raakt de ernstig zieke patiënt op een andere wijze dan gesprekstherapie doet. Yvonne toont op meeslepende wijze aan hoe waardevol deze aanpak kan zijn. Dit boek is daarmee een pleidooi voor de integratie van kunstzinnige therapie met het traditionele zorgaanbod.”

Yvonne Peschier (1981) is sinds 2010 kunstzinnig therapeute in Erasmus MC Kanker Instituut (voorheen Erasmus MC – Daniel den Hoed oncologisch centrum). Al tijdens haar stageperiode merkte Yvonne dat het werken met patiënten die kanker hebben heel bijzonder is en dat dit ook een speciale aanpak vraagt. “Het is dankbaar werk om mensen die zich op zo’n cruciaal moment in hun biografie bevinden een stapje verder te mogen helpen. Ik houd de therapiedoelen klein en kijk per keer wat nodig is en waar ik op aan kan sluiten. Een glimlach of twinkeling in de ogen van een patiënt is soms al genoeg.” Inmiddels in kunstzinnige therapie niet meer weg te denken uit het zorgaanbod en zijn de aanvragen nog steeds groeiende.

De gedichten, verhalen en afbeeldingen zijn van Yvonne Peschier, kunstzinnig therapeute Erasmus MC Kanker Instituut. Voorwoord van dr. Marjolein Bannink, psychiater en medisch coördinator Unit Psychosociale Zorg & Consultatieve Psychiatrie Erasmus MC. Nawoord van professor Pieter Sonneveld, voorzitter Oncologisch Beraad Erasmus MC Kanker Instituut.

Bekijk en bestel het boek online op www.voorevenweergezond.nl. Prijs: €14,99. Op de website worden ook winkels genoemd waar het boek verkrijgbaar is, zoals de Albronwinkels in het ziekenhuis.’
Voordat ik nu naar onze oosterburen en het Duits overschakel, eerst nog drie seizoensgebonden berichten. In Het Kanton van 18 december was te lezen over ‘Kerstspel op de Vrije school’:
‘Leerkrachten van de Vrije School in Oosterhout houden op zaterdag 21 december om 19.00 uur in de Mariakerk het traditionele kerstspel. De kerstspelen van de Vrije School hebben een lange traditie. Aan het begin van de vorige eeuw werden in de grensstreek van Tsjechië, Oostenrijk en Hongarije een serie hele oude kerstpelen ontdekt, die elke jaar door de boeren bevolking werden opgevoerd. Sinds de 16e eeuw is er aan die kerstspelen nauwelijks iets veranderd. Deze oude spelen waar ook het Herdersspel deel van uitmaakt, hebben door hun eenvoud en puurheid in al die jaren niets aan kracht ingeboet. Ze worden elk jaar ook nu nog gespeeld door de leerkrachten en ouders van de Vrije School in Oosterhout.’
‘In de Lochemse Gudulakerk wordt zaterdag 21 december een “uniek” kerstspel opgevoerd door de “kompany” van vrije school De Berkel te Zutphen. Het gaat om een middeleeuws spel waarin met veel muziek en geschikt voor jong en oud de geboorte van het kerstkind centraal staat. Cultuurmakelaar Gerthe Lamers van de gemeente Lochem reageert verheugd op het bericht dat de eenmalige uitvoering naar Lochem kon worden gehaald en daadwerkelijk doorgaat. “Dit is een droom die uitkomt, hier hoop ik al twintig jaar op”, meldt ze. Organisator Rogier Brouwer is eveneens blij: “Een uniek spel opgevoerd op een zeker zo unieke lokatie, daar gaan we absoluut van genieten.” De voorstelling begint om 19 uur en de toegang is gratis. Na afloop krijgen kinderen chocolademelk geserveerd.’
Vanuit Brasschaat in België berichtte volgens ‘Het Nieuwsblad’ Nicole Verstrepen vandaag ‘Steinerschool De Wingerd viert 30 jaar met winterspel’:
‘Steinerschool De Wingerd viert dit jaar zijn 30-jarig bestaan en last doorheen het schooljaar verschillende feestelijke activiteiten in. Na de herfstopening en de reünie werd donderdagavond een winterspel opgevoerd door de leerlingen, gebaseerd op een middeleeuws kersttoneel.

“Leerkrachten juf Kim Vermeulen en juf Wibrigje Jordan hebben de leerlingen uit de verschillende leerjaren begeleid en het toneelstuk geregisseerd. Muziekleerkracht Juf Anja van Reeth heeft met leerlingen gewerkt rond de muzikale omkadering”, vertelt Sarah Buchmann, administratief medewerker van de school.

Steineronderwijs is kunstzinnig onderwijs en op De Wingerd wordt dan ook in bijna elk leerjaar toneel gespeeld. “Enerzijds is dit verstandelijk leren in een ruim kader, maar anderzijds is er ook een sterk sociaal aspect waaraan gewerkt wordt”, vertelt Sarah Buchmann nog.’
Ik heb in ‘Engelhiërarchieën’ op 14 december uitgebreid bericht over het onderzoek dat aan het Goetheanum wordt gedaan in het kader van ‘Freie Hochschule für Geisteswissenschaft’ aldaar. Op de website van Antromedia.net werd op 16 december door Christiane Haid bericht over ‘Neue Sektionsleiter am Goetheanum’:
‘Stefan Hasler ist Musiker und Eurythmist. Zusätzlich zu seiner künstlerischen Bühnentätigkeit ist er seit 2003 Professor für Eurythmie an der Alanus-Hochschule. Als Leiter der Sektion für Redende und Musizierende Künste wird er auch in Projekten der Goetheanum-Eurythmie-Bühne mitwirken, und Margrethe Solstad wird weiterhin in der Sektion mitarbeiten. Margrethe Solstads Hauptaufgabe wird die Leitung der Goetheanum-Eurythmie-Bühne sein, zumal sie bei der Inszenierung von Goethes “Faust I und II” 2016 die künstlerische Verantwortung für die Eurythmie innehat. Durch die Zusammenarbeit von Stefan Hasler und Margrethe Solstad wird die Verbindung von Bühne und Sektion für Redende und Musizierende Künste fortgeführt.

Im März 2014 übernimmt die Architektin und Landschaftsgestalterin Marianne Schubert die Leitung der Sektion für Bildende Künste am Goetheanum. Die Sektion für Bildende Künste wurde zuletzt von Rik ten Cate koordiniert. Er gestaltete die Neufindungsphase der Sektion nach Ursula Gruber. Mit der Berufung von Marianne Schubert durch die Goetheanum-Leitung wird diese Übergangszeit abgeschlossen. Marianne Schubert kennt das Goetheanum-Gelände als Beraterin und hat es mit dem Bildhauer Hansjörg Palm Mitte der 1990er-Jahre mitgestaltet. Auch war sie als Mitarbeiterin der Bauadministration tätig. Die Architektin und Landschaftsgestalterin plant und betreut seit 1995 Bauvorhaben anthroposophischer und anderer Einrichtungen; als Mitglied des Vorstands des internationalen Forums Mensch und Architektur (IFMA) schuf sie mit an einem Netzwerk organisch bauender Architekten.

Das Goetheanum ist Zentrum eines weltweit tätigen Netzwerks spirituell engagierter Menschen. Als Sitz der Freien Hochschule für Geisteswissenschaft und der Allgemeinen Anthroposophischen Gesellschaft dient es dem Austausch über spirituelle Fragen und der Fortbildung auf künstlerischem und wissenschaftlichem Feld.’
Een dag eerder werd daar door Nils Frischknecht ‘Goetheanum-Bühne: 2016 kommt der Gesamt-”Faust”’ gemeld:
‘Erste Aufführungen von “Faust I” sind schon 2015 geplant.

Die künstlerische Leitung übernehmen Margrethe Solstad (Eurythmie) und Christian Peter (Schauspiel), für das Bühnenbild zeichnet Roy Spahn verantwortlich, Martina Maria Sam ist die Dramaturgin. Mit rund sieben Millionen Franken ist das Projekt – im Verhältnis zu vergleichbaren Vorhaben – sparsam budgetiert. Die Inszenierung wird von der Konferenz der Generalsekretäre der Anthroposophischen Gesellschaft unterstützt: Sie sehen im “Faust” nicht nur ein Kulturerbe deutscher Sprache, sondern ein Werk zu aktuellen Fragen wie der Geldschöpfung, dem künstlichen Menschen und vor allem der Auseinandersetzung mit dem Wesen des Bösen. Vorabdruck aus: “Goetheanum” Nr. 51-52/2013

Faust in seiner Ganzheit

“Faust”, das zeitlose Theaterwerk von J. W. von Goethe, gehört bis heute zum Repertoire der Goetheanum-Bühne. Im Jahr 1937 reiste das Ensemble mit “Faust I” als offiziellen Beitrag der Schweiz zur 19. Weltausstellung nach Paris. Seitdem dieser Klassiker der Weltliteratur in Dornach erstmals 1938 in beiden Teilen aufgeführt wurde, kommt er in periodischen Abständen ungekürzt und textgetreu auf die Bühne. In den Jahren 1938, 1939, 1947, 1949, 1952, 1956, 1959, 1963, 1967, 1970, 1974, 1978, 1981, 1982, 1986, 1987, 1991 und 2004 kam Goethes Faust ungekürzt zur Aufführung. Auf der Grundlage der Inszenierungsangaben von Marie Steiner kam es 2004 zu einer Neuinszenierung unter der Regie von Wilfried Hammacher.

Über 11.000 Besucher, darunter 1.500 Schüler und Jugendliche, haben Faust am Goetheanum 2004 gesehen und sich auf unterschiedlichste Weise mit diesem Klassiker der deutschen Literatur auseinandergesetzt. Knapp ein Viertel der Besucher wohnten zum ersten Mal einer Veranstaltung der Goetheanum-Bühne bei. Daran möchten wir anknüpfen und freuen uns, dass Faust 2016 als neue Produktion an der Goetheanum-Bühne startet.

Die Proben beginnen im September 2014.

Dieses neue Projekt schliesst an die rege Spieltradition des Hauses an und versucht Inszenierungs- und Bühnenbildfragen aus der Tradition mit in ein heutiges Verständnis zu bringen. Der Mensch in seiner Entwicklung ist immer in Bewegung und setzt sich mit der Welt und sich selbst auseinander.

Das ist der Weisheit letzter Schluss: Nur der verdient sich Freiheit wie das Leben, der täglich sie erobern muss.
Johann Wolfgang von Goethe

Wenn Sie sich über Faust am Goetheanum in der Vergangenheit weiter informieren möchten, klicken Sie bitte hier.’
‘Die beiden anthroposophischen Kliniken in Arlesheim (Schweiz), die Ita Wegman Klinik und die Lukas Klinik, fusionieren. Neben den bereits bestehenden, sich ergänzenden Angeboten beider Häuser wollen sie gemeinsam eine onkologische Rehabilitation entwickeln.

Die Ita Wegman Klinik bietet neben dem stationären Angebot mit Innerer Medizin, Psychiatrie und Psychosomatik auch einen internistischen 24-Stunden Notfall-Dienst sowie eine breit gefächerte ambulante Versorgung. Die Lukas Klinik hat sich in 50 Jahren im Bereich der stationären und ambulanten anthroposophischen Onkologie profiliert.

Hintergrund für die Fusion ist wohl vor allem die wirtschaftliche Schieflage der Lukas Klinik. Medienberichten zufolge schreibt die Klinik seit Jahren rote Zahlen, 2013 soll das Defizit 4,5 Mio. Franken betragen – “Ita Wegman rettet Lukas vor dem Aus” titelte die Basellandschaftliche Zeitung nach der Pressekonferenz am 13. Dezember. Im Zusammenschluss ihrer Häuser sehen die Verantwortlichen laut einer gemeinsamen Pressemitteilung einen Weg, die Anthroposophische Medizin am Standort Arlesheim zu stärken. Alle stationären Angebote sollen in Zukunft unter dem Dach der Ita Wegmann Klinik versammelt sein, die Lukas Klinik wird den Bereich der ambulanten onkologischen Rehabilitation auf- und ausbauen. Auch das bisherige Grundversorgerangebot der Ita Wegman Klinik soll weiterentwickelt werden.

Vor der für Anfang April 2014 geplanten Zusammenführung stehen allerdings für die Mitarbeiter der Lukas Klinik noch schmerzhafte Entlassungen an – bis zu 50 Angestellte könnten Kündigungen erhalten.’
Vandaag kwam Felix Hau van Info3 met deze opmerkelijke noodkreet, ‘Eine Kleinanzeige und ihre Geschichte. Hilfe für zwangsgeräumte Eurythmistingesucht!’, die laat zien dat het ook niet allemaal pais en vree is aan en rond het Goetheanum:
‘Ein zunächst unauffälliger Kleinanzeigenauftrag enthüllt die erschütternde Geschichte einer 77-jährigen Eurythmistin in Dornach.

Gerade erreichte uns ein Kleinanzeigen-Auftrag für unsere Januar-Ausgabe. Wir haben uns spontan entschlossen, die Geschichte der Inserentin hier zu erzählen und um dringende Hilfe für sie zu bitten.

Frau B. ist 77 Jahre alt, ehemalige Eurythmistin, gehbehindert, lebt in Dornach und ist dem Goetheanum bis heute sehr verbunden. Bis vor Kurzem wohnte sie in einem Haus, das 1928 von Architekt Otto Moser u.a. aus dem noch vorhandenen restlichen Schalholz des zweiten Goetheanums gebaut worden ist. Dieses Haus soll nun, zusammen mit einem anderen, verkauft werden und Frau B. erhielt zunächst eine Kündigung. Da sie in der eingeräumten Frist keine bezahlbare neue Wohnung finden konnte, wurde sie inzwischen zwangsgeräumt.

Die Organisation Pro Senectute, die sich in der Schweiz um die Belange älterer Menschen kümmert, hat Frau B. nun übergangs- und dankenswerterweise im Klosterhotel in Dornach untergebracht, was zwar durchaus kommod, aber natürlich kein Dauerzustand ist, zumal Frau B. nur auf sehr komplizierten Wegen an ihre eingelagerten Kartons mit den persönlichen Dingen usw. kommt.

In ihrer Kleinanzeige sucht Frau B. einen Investor, der die beiden Häuser evtl. kaufen möchte.
Wir suchen jetzt zusätzlich und möglichst schnell eine bezahlbare Wohnung für Frau B. Es sollten etwa 65qm im Erdgeschoss sein, wenn möglich mit einem Austritt in Garten/auf Terrasse im Rahmen von 1500 Schweizer Franken/Monat und im Umkreis Dornachs.

Wer etwas weiß, wende sich bitte über die E-Mail-Adresse kleinanzeigen@info3.de oder per Fax an 05751-7053044 an uns; wir leiten die Zuschriften dann an Frau B. weiter bzw. vermitteln den Kontakt. Vielen Dank für eure und Ihre Mithilfe!’
Eerder, op 2 december, schreef Info3-hoofdredacteur Jens Heisterkamp over een ons niet onbekende geschiedenis, die tot in het oneindige uitgebreid zou kunnen worden. Iets soortgelijks kwam ook al op zondag 8 december in ‘Op leeftijd’ ter sprake in het commentaar van zijn collega Ramon Brüll in diens column. Vandaag beperk ik me tot ‘Ein “Immunsystem” gerät ins schwitzen’:
‘Warum führt das Erscheinen einer wissenschaftlich edierten Werkausgabe Rudolf Steiners in Teilen der anthroposophischen Szene zu hysterischen Reaktionen? Was ist eigentlich von einer geistigen Bewegung zu halten, die derart leicht zu verunsichern ist? Und was hat das mit medizinischer Metaphorik zu tun? Nachfragen zu einem Phänomen.

Es ist wieder einmal das Bild eines aufgeschreckten Hühnerhaufens, das Teile der anthroposophischen Szene derzeit bieten. Erregte Artikel im Internet, verunsicherte Anfragen an “Vorstände”, provokative Anrufe und Briefe. Erinnerungen an das Steiner-Geburtstags-Jahr 2011 werden wach, als das Werk des Anthroposophie-Gründers unerwartet in großen Ausstellungen und in Gestalt auflagenstarker Biographien präsentiert wurde: Eigentlich erfreulich, allerdings nicht für manche Anthroposophen, da Steiner hier nicht von “ihren” gewohnten Vortragsrednern und Autoren dargestellt wurde, sondern von Kunstfachleuten, Historikern und Journalisten der großen Medien. Dass diese “unseren” Steiner anders als “wir” angingen, sorgte für Irritationen – und manche peinliche Szene.

Das gleiche Bild zeigt sich nun, seit der angesehene philosophische Fachverlag frommann-holzboog daran geht, eine achtbändige Werkausgabe von Steiner herauszugeben. Während man noch vereinzelt Mühe damit hat zu begreifen, was überhaupt eine historisch-kritische Ausgabe ist (“Kritisch? Da wird wohl Kritik an Steiner geübt!”), wird so manches Fassungsvermögen inzwischen vollends von dem Faktum überfordert, dass der verantwortliche Wissenschaftler für diese achtbändige “Schriften Kritische Ausgabe” (abgekürzt SKA) nicht nur kein Anthroposoph ist, sondern Germanist an einer US-amerikanischen Universität, die dazu noch in Trägerschaft der mormonischen Kirche liegt. Das muss doch ein Komplott gegen die Anthroposophie sein! – selbst wenn die Mormonen im verschwörungstheoretischen Repertoire der Anthroposophie bisher gar nicht vorkamen.

Nun aber ernsthaft: Die Aufregung wäre verständlich, wenn es an der in Rede stehenden Ausgabe, die zwei wichtige Werke Steiners minuziös in ihrer Textgenese transparent macht und ausführlich kommentiert, sachlich etwas auszusetzen gäbe, wenn Verzerrungen an Wortlauten oder Fehler in der Darstellung des Textgehalts aufgetreten wären. Das aber behaupten nicht einmal die schärfsten Kritiker dieses Projekts (anthroposophische Rezensenten, die etwas von einer solchen Arbeit verstehen, haben sie ohnehin – bis hin zum Leiter des Steiner-Archivs! – differenziert und mit Zustimmung begrüßt); die Kritiker finden also keine Fehler in der Edition selbst, sondern schießen sich auf die Tatsache der Herausgabe als solche und den Herausgeber Christian Clement persönlich ein. Angeführt wird dieser Windmühlenkampf von Thomas Meyer, Herausgeber der in Basel erscheinenden Zeitschrift “Der Europäer”. Mit geradezu diebischer Freude tat Meyer in der vorletzten Ausgabe seines Blattes die Entdeckung kund, dass Clement in seiner Einleitung offenbar ein Detail übersehen hat: Steiner habe zwar kein – wie für Fachleute der antiken Philosophie üblich – akademisches Griechisch-Studium absolviert (das hatte Clement angemerkt), sich aber immerhin das Griechische im Selbststudium angeeignet, wie Steiner in seiner Autobiographie schreibt. Diese Unstimmigkeit, die weiterer Diskussion bedürfte, genügt Thomas Meyer, über das gesamte Herausgeberwerk von Clement den Stab zu brechen und ihm vollmundig das nötige “Rüstzeug” für “normal-wissenschaftliches Arbeiten” (!) abzusprechen.

Noch einfacher machte es sich jüngst eine andere Publikation aus der Schweiz: In der anthroposophischen Programmzeitung “Agora” wird zum Projekt dieser wissenschaftlich edierten Steiner-Ausgabe schlicht konstatiert, eine solche Ausgabe sei gänzlich unnötig, da Steiner schließlich “die Wissenschaft” als solche “überwunden” habe.

Wer geglaubt hat, solcher Hochmut sei nicht zu überbieten, weiß nicht, wozu Anthroposophen in der Lage sind. Er wird eines Besseren belehrt durch den Arzt und Medizin-Autor Olaf Koob, der in einem Leserbrief des besagten “Europäers” Thomas Meyer für seine Aufklärungsarbeit in Sachen SKA dankt (das Buch selbst scheint er, soviel Wissenschaft muss sein, nicht zu lesen für nötig befunden zu haben) und dann noch eins drauf setzt: Die Tatsache, dass ein nicht-anthroposophischer, “verlogener” Wissenschaftler wie Clement daran gehe, Steiners Werk herauszugeben, sei ein Angriff auf das “Immunsystem” der Anthroposophie. “Erreger können nur dann in einen Organismus eindringen und ihn zerstören, wenn sie sich tarnen, um das ohnehin schon geschwächte Immunsystem zu umgehen”, so Koob wörtlich über den für ihn “skandalösen” Vorgang, da das Steiner Archiv durch seine positive Beurteilung der SKA noch helfe, “die Waffen zu schmieden”, die sich gegen Steiner richteten.

Man muss Koob eigentlich dankbar sein für diese symptomatische Formulierung: Denn kaum ein Bild könnte mehr die Neigung zu Isolation, zu Abgeschlossenheit und Gruppengeist zum Ausdruck bringen als jenes, das den anthroposophischen Impuls mit etwas vergleicht, was durch ein Immunsystem vor schädlichen Einflüssen geschützt werden müsste. Exakt so hat sich die anthroposophische Bewegung und die gleichnamige Gesellschaft nur allzu lange dargelebt: als abgeschottete Insel gegenüber einer als “Außenwelt” definierten, bedrohlichen und stets nur zum Untergang führen könnenden Kultur.

Menschen, die in dieser Weise glauben, “ihre” Anthroposophie “immunisiert” halten zu müssen, haben Anthroposophie offensichtlich nie als lebendiges Wesen, nie als metamorphosenfähige Kraft erlebt und selbst gelebt. Sie wollen nicht, dass Steiners Werk und die Anthroposophie sich anders entwickeln könnten – unbekannter, neuartiger, weiter als sie es gewohnt sind. In Wirklichkeit geht es ihnen in ihrer Angst vor “Gegnerschaft” gar nicht um Steiner und sein Werk, sondern um den Verlust einer Anthroposophie-Identität, in der sie sich sicher fühlen. Es handelt sich dabei im übrigen um die gleichen Anthroposophen, die gleichzeitig stets darüber klagen, dass die “Außenwelt” Rudolf Steiner nicht verstehe, ihn nicht ernst nähme und sich nicht mit ihm beschäftige. Sie wollen aber in Wirklichkeit gar nicht, dass man sich mit Steiner beschäftigt, sondern mit ihnen, da sie es ja sind, die jene Vorträge oder Texte über Medizin, Kunst, Kultur, Christus, die Geschichte usw. liefern können, die den Untergang aufhalten sollen.

Ungewollt wohl hat Koob den Nagel auf den Kopf getroffen: Genau diese Art von Isolation wird in Zukunft immer weniger werden. Viele Anthroposophen haben den Panzer der Selbstimmunisierung gegen Kritik und Befruchtung durch außer-anthroposophische Impulse inzwischen abgelegt und beginnen ihr Denken dialogisch auszurichten. Anthroposophische Veranstaltungen und anthroposophisch geprägte Medien zeigen immer öfter einen Charakter von Integration statt Polarisierung. Die Zeichen stehen in Richtung eines offenen Austauschs mit der Welt. Und am Ende wird das auch den aufgeschreckten Hühnerhof beruhigen.’
Nog meer pittigs, nu zelfs over Steiner zelf en de zijnen, en waarschijnlijk niet helemaal toevallig over het pionieren bij de eerste vrijeschool, kwam gisteren uit de pen van genoemde Ramon Brüll, die dit keer in zijn wekelijkse ‘Inmedia+ // Bewegungsmelder-Kolumne’ schreef ‘Von der Schuld der Anderen’:
‘Vor mir liegt die Molt-Biographie von Dietrich Esterl, 2012 erschienen im Mayer-Verlag. Molt, Gründer, Inhaber, Aktionär, später Geschäftsführer der Waldorf-Astoria Zigarettenfabrik in Stuttgart und der eigentliche Gründer, weil Initiator und Financier der ersten Waldorfschule. Sie war bekanntlich zunächst für die Kinder “seiner” Arbeiter gedacht und sollte bald als Modell für ein vom Staat unabhängiges Bildungswesen stehen. Das Buch ist erschütternd. Dietrich Esterl schafft es mit Feingefühl und Respekt für die Vaterfigur Molt (1876-1936) doch, deren ganze Dramatik und auch Scheitern zu schildern.

Man stellt sich das gemeinhin so romantisch vor: der große Mäzen, das Lehrerkollegium um Rudolf Steiner, die alle dankbar, motiviert, mit Pioniergeist und Gemeinsinn nur für das Eine, für ihre Schule stehen. Esterl beschreibt nun eindringlich eine Realität, die nicht nur etwas anders war. Schon im ersten Jahr des Schulbetriebes gab es heftigen Streit zwischen dem Kollegium und dem Gründervater, der sich bei aller Opferbereitschaft für “seine” Schule als autoritärer Alleinherrscher entpuppt. Auch Steiner vermochte in diesem Konflikt nicht wirklich zu vermitteln. Molt aber hing mit grenzenloser Verehrung an Steiners Lippen und schien unter Einfluss von dessen Ratschlägen mitunter das eigene Denken weitgehend einzustellen, was nun so gar nicht zu der fürsorglichen aber autoritären Art passte, wie er die Zigarettenfabrik führte.

Das machte sich dann bei einer anderen Gründung noch fataler bemerkbar: beim “Kommenden Tag”. Der “Komtag” war gedacht als Zusammenschluss von größeren und kleineren Unternehmen, die in der Zeitspanne nach dem Ersten Weltkrieg versuchen wollten, neue Wirtschaftsformen im Sinne von Steiners Sozialideen zu realisieren. Nun hatte Steiner in seinem Buch Die Kernpunkte der sozialen Frage, erschienen 1919, ausführlich dargestellt, welche gesellschaftlichen Schäden mit der Käuflichkeit von Unternehmen und Unternehmerkapital verbunden sind. Und was macht der “Komtag”, auf Anregung von Steiner: Er schmiedet einen Zusammenschluss von Unternehmen, indem er auf Teufel komm’ raus deren Aktien kauft! Offenbar, das wird aus den zitierten Unterlagen von Molt deutlich, war auch “Komtag”-Direktor Emil Leinhas mit seiner Aufgabe hoffnungslos überfordert. Der Geistesforscher Steiner wird Aufsichtsratsvorsitzender eines Firmenkonsortiums. Die große Wirtschaftskrise kommt, das Unternehmen geht den Bach runter. Man versucht der Lage Herr zu werden, indem ausgerechnet die Aktien der Zigarettenfabrik wieder veräußert werden. Sie sollten letztlich über Umwege in die Hände der Konkurrenz (Reemtsma!) fallen, wonach der Laden geschlossen wurde und Molt faktisch enteignet war. Steiner erwies sich in dem Drama nun nicht gerade als Wirtschaftsexperte, was angesichts seiner anderweitigen Stärken nicht weiter verwunderlich und auch entschuldbar ist. Verwunderlich ist aber, dass seine Anhänger oder “Schüler”, wie sich diese gerne nannten, ihn für einen solchen hielten. Verehrung statt Sachverstand...

In der bisherigen Literatur zu dieser Episode wird grosso modo die Wirtschaftskrise als Ursache für das Scheitern des “Kommenden Tages” genannt. Schuld waren, nach dieser Lesart, also die anderen. Nach der Lektüre der Molt-Biographie von Dietrich Esterl ist aber sonnenklar, dass die Wirtschaftslage zwar die Arbeit erheblich behindert hat, das Scheitern des “Komtag” aber in einem nicht zu Ende gedachten Konzept und in der Unfähigkeit der Akteure, einschließlich Rudolf Steiners, lag. Emil Molt hat das Ganze durchlitten und wohl auch durchschaut. Ändern konnte er es leider nicht.

Molt verstarb 1936, nachdem er, bereits schwer krank, einer starken nationalsozialistisch gesinnten Fraktion in der Eltern- und Lehrerschaft der Stuttgarter Waldorfschule die Stirn geboten und sich damit erneut unbeliebt gemacht hatte. Für den 60-Jährigen kam eine Kooperation mit dem neuen Regime nicht in Frage. Der Mann hatte Weitsicht. Danke Herr Esterl, dass wir heute davon Zeuge sein können!

Dietrich Esterl: Emil Molt 1876-1936. Tun, was gefordert ist
344 Seiten, 118. z.T. farbige Abb., gebunden
EUR 24,80 (D) – EUR 25,50 (A) – sFr 33,50
ISBN: 978-3-86783-026-3
Erhältlich im Buchhandel oder über den Online-Shop des Verlages’
Na dit alles verbaas ik me ook niet meer dat Michael Eggert ‘um Dienstag, Dezember 17, 2013’ het volgende van ‘Rudolf Steiner: Der Mensch muss als ein Ungeheuer sich kennen lernen’ presenteerde:
‘Esoterische Stunde Köln, 31. Januar 1911

Die Meditation zerfällt in zwei Teile:

1. in den technischen Teil und
2. in den ins Leben übertragenen Teil, das heißt wie die Art zu denken und zu fühlen und zu handeln sich durch richtige Meditation beim Menschen verändert.

Geduld und Gewissenhaftigkeit ist bei der Ausübung der Meditation nötig. Was tut der Mensch, wenn er meditiert?

Er ahmt nach, was die göttlich-geistigen Wesenheiten der hohen Hierarchien vor Jahrmillionen und Jahrmillionen getan haben, und woraus unsere Erde entstanden ist. Verdichteter göttlicher Gedanke ist alles um uns her! – Sie haben gedacht, die göttlich-geistigen Wesenheiten, und zwar rhythmisch in Zyklen haben sie gedacht, nach dem Motiv: Steter Tropfen höhlt den Stein!

Das, woran sie öfter und in kürzeren Zwischenräumen gedacht haben, das ist härtere Erdensubstanz geworden, zum Beispiel der Diamant. Dinge sich vorstellen, die es nicht in der physischen Welt gibt, das wirkt schöpferisch, nicht das Nachgedachte über Vorhandenes.

Ich bin ein Egoist, ich bin kein Christ. Das sind zwei sehr fruchtbare Sätze zum Meditieren. Der Mensch muß als ein Ungeheuer sich kennen lernen.

Die Begegnung mit dem Hüter der Schwelle ist für jeden etwas Furchtbares. Dem Esoteriker darf dieses gesagt werden. Das Sehen schöner Dinge und Gestalten ist astraIische Maja, ist Luzifer.

Das Hören der Meister und Ähnliches ist ätherische Maja, ist Ahriman. Man muß untersuchen das, was man da sieht und hört, dann wird die wahre Gestalt zum Vorschein kommen.’
Dit riep gisteren bij Jostein Saether als commentaar op zijn weblog ‘Die Ungeheuerlichkeit des Menschen’ op:
‘In diesem (wahrscheinlich von den Verlegern redigierte) Teilnehmerreferat einer esoterischen Stunde Rudolf Steiners in der Zeit der Mysteriendramen, als Meditation, ihre Auswirkungen auf das persönliche und das soziale Leben und esoterische Themen wie der Hüter der Schwelle sehr relevant waren in der anthroposophischen Bewegung, wird sowohl die Chancen als auch die Tragödie in der anthroposophischen Entwicklung betont: Mit radikaler und transformativer Selbsterkenntnis zu prüfen, was ich in meiner meditativen Tätigkeit tatsächlich “sehe” und “höre”.

Es ist mit Betonung auf dies, dass ich selbst meditiere, und, was ich damit tue, was Steiners Referenz so inspirierend macht, als er das Motto wiedergibt, dass der stete Tropfen den Stein höhlt, was ein Symbol ist vom Denken in rhythmischen Zyklen der göttlich-geistigen Wesen, und, dass diese andauernde Geschäft unsere Welt hervorbrachte.

Aufgrund unseres zusammengesetzten Wesens hat die Schwellenproblematik immer mehrere Seiten und Schichten. Eine fortgeführte Aktivität gegen das Geistige hin wird immer Begegnungen herstellen, die luziferische und ahrimanische Aspekte, Charaktere und illusorische Verzerrungen aufzeigen. Dies kann ich aus eigener Erfahrung sagen, und ich habe Beispiele davon in meinen Büchern beschrieben (ich entschuldige mich wieder, solch ein Hinweis zu machen – es geht mir nicht darum, dafür Reklame zu betreiben). Wenn wir solche ätherische und astrale Formationen und Bilder in den imaginativen und inspirativen Feldern ausweichen oder versuchen würden, sie zu vermeiden, so würde es nicht dazu führen, dass wir schneller zur Intuition und dem reinen Denken über die Beschaffenheit des Geistigen kämen.

Steiner verwendete anscheinend nicht oft den Nomen “Ungeheuer”, aber sehr oft das Adjektiv “ungeheuer”, aber wenn er es benutzte, so war es immer im Kontext des so genannten “kleinen Hüters der Schwelle”. Einmal verwies er auf den “schlimmen Fährmann” im Totenbuch der Ägypter (vgl. GA 94, Seite 56f): “Der Mensch muss ihn besiegen, um sein höheres Ich zu finden.” Der Hüter der Schwelle ist ein Phänomen des Hellsehertums seit den frühesten Zeiten und ist die eigentliche Quelle aller Mythen über den Kampf der Helden mit einem Monster oder Ungeheuer – des Perseus und des Herakles mit der Hydra, des heiligen Georg und des Siegfried mit dem Drachen.

Schwellenerfahrungen haben in der Regel einen tragischen Aspekt, weil man danach nicht mehr der gleiche sein wird als zuvor, sodass sich auch das tägliche Leben und die Beziehungen zu anderen Menschen verändern werden. Man muss einen Erkenntniskampf betreiben an mehreren Fronten gleichzeitig im Verhältnis zu Luzifer und Ahriman und den Tendenzen in beider Richtungen, die in der eigenen Seele sind. Die Ungeheuerlichkeit liegt einfach darin, dass man mit seinen schlimmsten Neigungen konfrontiert wird, die aus der Tiefe der Seele aufsteigen wie ein “Bodensatz”, der sich dort seit Urzeiten abgelagert hat. Gleichzeitig oder danach wird man damit konfrontiert, wie wenig man in der Lage gewesen ist, das menschliche Potenzial zu entwickeln in Bezug auf die Zukunftsperspektive, die möglich sein wird. Dies ist die Begegnung mit dem so genannten “großen Hüter der Schwelle”.

Nach der Weihnachtstagung 1923-24 nahm Steiner in den Klassenstunden diese Themen wieder auf mit einprägsamer Brillanz in den Beschreibungen der Schwellensituationen, der Tätigkeit der Hierarchien und der meditativen Hilfestellung darüber, wie die Hochschulmitglieder sich in Bezug auf diese Ungeheuerlichkeit einstellen können. Das Tragische in der anthroposophischen Geschichte seit dieser Zeit ist wohl nicht so sehr, dass viele Anthroposophen sich ihren einzelnen Schwellensituationen gestellt und dort ihre jeweilige Tragödie erlebt haben, sondern eher in der Tendenz, dass man sich zu viel ihnen entzogen haben und statt dem versuchte, “schöne Dinge und Gestalten” in sichtbaren, ästhetisierenden Aktivitäten hervorzubringen, und zu viel und unkritisch auf Pioniere und “Meister” unter den eigenen prominenten Funktionären hörte. Die Zukunft wird davon bestimmt sein, wer den Mut hat, sich mit seinem monströsen Ungeheuer zu konfrontieren und gleichzeitig in der Welt wirkt, ohne den Menschen von sich weg zu erschrecken, weil man als “Scheinriese” (der Ausdruck ist von Michael Ende) erscheint oder sie bindet, weil man versucht, zu verbergen, dass man nicht mehr perfekt ist als andere.’
Ik zal het nalaten hier een toespeling te maken op het verziekte van sommige situaties. Dat lijkt me niet nodig en daarmee als toevoeging overbodig.
.

donderdag 19 december 2013

Programmacoördinator

Ik heb al een hele tijd weinig tot geen nieuws kunnen melden in verband met de antroposofische gezondheidszorg. Daar kan vandaag eindelijk verandering in komen. Met een beetje goed zoeken, heb ik nu zelfs heel veel nieuws. Maar er zijn ook nog berichten uit andere sectoren. Dus kan het vandaag wel weer eens lang worden... Ik begin gewoon. Met deze brief op de website van de NVAZ, de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders, getiteld ‘aanstelling programmacoördinator NVAZ’:
‘Aan de leden en relaties van de NVAZ
Zeist, 10 december 2013
Betreft: aanstelling programmacoördinator NVAZ

Beste mensen,

Hierbij kan ik – namens het bestuur van de NVAZ – u meedelen dat het ons gelukt is een programmacoördinator te vinden. Wij hebben John Benjamin bereid gevonden ons te versterken. Hij is per heden in functie en voor 8 uur per week beschikbaar.

In de Algemene Ledenvergadering van 19 november jongstleden is de herziene koers van de NVAZ vastgesteld. Daarin is opgenomen dat wij met een programmacoördinator willen werken. Deze heeft drie hoofdtaken: het aansturen van het secretariaat, het ondersteunen van het bestuur voor verenigingszaken en het coördineren van projecten.

Wij zijn verheugd dat John Benjamin deze taken op zich wil nemen. John is thuis in de antroposofische gezondheidszorg waarin hij vele jaren gewerkt heeft en nog steeds werkzaam is, met name in de tweede lijnszorg. Hij is thans directeur van het opleidingsinstituut Edith Maryon College (EMC) en onderhoudt in die hoedanigheid ook met velen van u contact. Wij zien veel mogelijkheden tot synergie, alleen al omdat de secretariaten van NVAZ en EMC in hetzelfde gebouw zitten.

Wij wensen hem een goede start in het nieuwe jaar.
Ook u wensen wij een goede kersttijd en een voorspoedig nieuw jaar waarin wij gezamenlijk enkele krachtige initiatieven zullen nemen,

Met vriendelijke groet,
Pim Blomaard
voorzitter a.i. NVAZ’
Inderdaad, u leest het goed. Pim Blomaard, lid van de Raad van Bestuur van de Raphaëlstichting, is als tijdelijke voorzitter Bert Vroon opgevolgd, die vanaf het begin zeven jaar geleden voorzitter van de NVAZ is geweest. Op donderdag 28 november meldde ik in een uitgebreid bericht, ‘Commissaris’ getiteld, het overlijden van Tineke Schilthuis. Een dag later verscheen op de website van Antroz ‘In dankbare herinnering: Tineke Schilthuis’:
‘Op 26 november jl. is mevrouw Tineke Schilthuis op 92- jarige leeftijd overleden. Mevrouw Schilthuis heeft mede aan de wieg gestaan van het Leendert Meeshuis.

Ze was bestuurslid van De Maretak, het antroposofische verpleeg- en therapiehuis in Driebergen. In 1988 sloot De Maretak weliswaar haar deuren, maar de formele erkenning van dit huis bleef bestaan. Het is mede aan de niet aflatende inspanningen van mevrouw Schilthuis te danken, dat uiteindelijk in 1998 het Leendert Meeshuis haar deuren kon openen, als voorzetting van De Maretak. Het was dan ook mevrouw Schilthuis die met de toenmalige gedeputeerde mevrouw T. Poortenaar-Sikkema, de grondsteen van het Leendert Meeshuis in de aarde legde.

De grondsteen – een koperen ketting met twaalf schakels – ligt onder de blauwmarmeren plaat bij de ingang van het Leendert Meeshuis en verwijst naar het gegeven dat de geest, het onsterfelijke deel van de mens, na dit aardeleven verder gaat in de geestelijke wereld. Dit gedachtegoed heeft mevrouw Schilthuis altijd geïnspireerd en het bestaan van het Leendert Meeshuis is hier een concrete uiting van.

Wij herdenken haar in grote dankbaarheid.
Els Koster, Raad van Bestuur’
Ook op 29 november twitterde Erik Baars‏@Lectoraat_AG:
‘Artikel “Anthroposophic Medicine: An Integrative Medical System Originating in Europe” gepubliceerd in GAHMJ http://www.gahmj.com/’
De link leidt naar:
‘Global Advances in Health and Medicine (GAHMJ), an international, peer reviewed, scholarly medical journal, launched in March 2012, has three areas of primary focus: (1) global convergences in health and medicine, (2) whole systems approaches in healthcare, and (3) high quality case reports.
GAHMJ has an international editorial team, including Jason Jishun Hao, DOM, MTCM, MBA; Helmut Kiene, Dr med; Gunver Kienle, Dr med; Michele Mittelman, MPH, RN; Gregory Plotnikoff, MD, MTS, FACP; and David Riley, MD.
GAHMJ is published in digital and print formats, with abstracts in Chinese, English, and Spanish.’
In ‘November 2013, Volume 2, Number 6’ staat het genoemde artikel, ‘Anthroposophic Medicine: An Integrative Medical System Originating in Europe’, door:
‘Gunver S. Kienle, Dr med, Germany; Hans-Ulrich Albonico, Dr med, PhD, Switzerland; Erik Baars, Dr med, MSc, PhD, The Netherlands; Harald J. Hamre, Dr med, Germany, Norway; Peter Zimmermann, Dr med, PhD, Finland; Helmut Kiene, Dr med, Germany’
En dit is de ‘Abstract’:
‘Anthroposophic medicine is an integrative multimodal treatment system based on a holistic understanding of man and nature and of disease and treatment. It builds on a concept of four levels of formative forces and on the model of a three-fold human constitution. Anthroposophic medicine is integrated with conventional medicine in large hospitals and medical practices. It applies medicines derived from plants, minerals, and animals; art therapy, eurythmy therapy, and rhythmical massage; counseling; psychotherapy; and specific nursing techniques such as external embrocation. Anthroposophic healthcare is provided by medical doctors, therapists, and nurses. A Health-Technology Assessment Report and its recent update identified 265 clinical studies on the efficacy and effectiveness of anthroposophic medicine. The outcomes were described as predominantly positive. These studies as well as a variety of specific safety studies found no major risk but good tolerability. Economic analyses found a favorable cost structure. Patients report high satisfaction with anthroposophic healthcare.’
Over de auteurs wordt dit nog gezegd, in ‘Affiliations’:
‘Institute for Applied Epistemology and Medical Methodology at the University of Witten/Herdecke, Germany (Dr Kienle).
European Scientific Cooperative on Anthroposophic Medicinal Products (ESCAMP), Freiburg, Germany (Dr Kienle).
Clinic for Family and Complementary Medicine, Langnau im Emmental, Switzerland (Dr Albonico).
European Scientific Cooperative on Anthroposophic Medicinal Products (ESCAMP), Freiburg, Germany (Dr Baars).
University of Applied Sciences Leiden, The Netherlands; Louis Bolk Institute, Driebergen, The Netherlands (Dr Baars).
Institute for Applied Epistemology and Medical Methodology at the University of Witten/Herdecke, Germany (Dr Hamre).
European Scientific Cooperative on Anthroposophic Medicinal Products (ESCAMP), Freiburg, Germany (Dr Hamre).
Department of Gynecology, Plusterveys, Nastola Medical Center, Finland (Dr Zimmermann).
Institute for Applied Epistemology and Medical Methodology at the University of Witten/Herdecke, Germany (Dr Kiene).’
Dan heb ik hier nadere informatie over de zorgverzekering van Antroposana. ‘Polis’ staat erboven:
‘Zorgverzekeringen 2014

Hier vindt u informatie over de collectieve zorgverzekeringen via Antroposana, die we voor onze leden bij zorgverzekeraar De Amersfoortse hebben afgesloten.

De belangrijkste voordelen van de Antroposanapolis

– Onderzoek en behandeling uitgevoerd door een arts, mits aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen (NVAA) of de Vereniging Homeopathische Artsen Nederland (VHAN).
– Antroposofische therapieën op doorverwijzing van een antroposofisch of homeopathisch (huis)arts of specialist, mits de therapeut lid is van een beroepsvereniging die aangesloten is bij de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders.
– Antroposofische en homeopathische geneesmiddelen op voorschrift van een antroposofisch (huis)arts, homeopathisch (huis)arts of specialist en geleverd door een apotheek of apotheekhoudend huisarts en waarvoor een vergunning in Nederland of Duitsland voor is afgegeven. Hieronder vallen tevens de magistrale of antroposofische apotheekbereidingen. Antroposofische geneesmiddelen van Wala en Weleda kunnen ook via Duitse apotheken worden geleverd.
– Onderzoek en behandeling uitgevoerd in 5 antroposofische klinieken in Duitsland en Zwitserland, na toestemming van De Amersfoortse Verzekeringen en tot de in de polisvoorwaarden gestelde maxima.
– Dieetadvies wordt voor drie uur vergoed in de basisverzekering; de Antroposanapolis biedt 100% vergoeding in de aanvullende verzekeringen, met een maximum van vier uur in totaal in de Antroposana AV Budget en Antroposana AV Basis en 100% in de Antroposana AV Uitgebreid en Antroposana AV Optimaal.
– Uitgebreide dekking fysiotherapie.
– De premies zijn gunstig.

De belangrijkste voordelen van de reguliere aanvullende polis

– Onder de noemer “alternatieve geneeswijzen en – geneesmiddelen” voorziet deze verzekering in de regel in een goede dekking voor alternatieve geneeswijze en alternatieve geneesmiddelen (echter géén dekking voor antroposofische geneesmiddelen uit Duitsland en voor behandelingen bij een antroposofisch therapeut).
– Uitgebreide dekking fysiotherapie.
– De premies zijn gunstig.

Voor vragen over uw declaraties bij De Amersfoortse kunt u terecht bij onze intermediair. Flexis Groep, tel. 020 62 60 628. Vraag naar Marlies of René. Of mail naar antroposanapolis@flexisgroep.nl

Downloads over de zorgverzekering 2014

Klik hier... voor FAQ / de veel gestelde vragen polis 2014 – download volgt
Aanvraagformulier zorgverzekering Antroposana 2014
Antroposana Premietabel 2014.pdf
Dekkingsoverzicht Antroposana zorgverzekeringen 2014
Dekkingsoverzicht algemeen 2014
Beroepsverenigingen aangesloten bij de NVAZ
Behandelingen in buitenlandse antroposofische kliniek
Vergelijkend dekkingsoverzicht zorgverzekeraars 2014

Polisvoorwaarden

Hieronder kunt u de polisvoorwaarden in PDF-formaat lezen en/of downloaden.
Polisvoorwaarden Basisverzekering Flexibel 2014
Polisvoorwaarden Antroposana Aanvulling Budget 2014
Polisvoorwaarden Aanvulling Budget 2014
Polisvoorwaarden Antroposana Aanvulling Basis 2014
Polisvoorwaarden Aanvulling Basis 2014
Polisvoorwaarden Antroposana Aanvulling Uitgebreid 2014
Polisvoorwaarden Aanvulling Uitgebreid 2014
Polisvoorwaarden Antroposana Aanvulling Optimaal 2014
Polisvoorwaarden Aanvulling Optimaal 2014
Polisvoorwaarden Tandarts Basis 2014
Polisvoorwaarden Tandarts Uitgebreid 2014
Polisvoorwaarden Tandarts Optimaal 2014
Polisvoorwaarden Comfort Module 2014

Als u de PDF-bestanden op deze pagina niet kunt openen, klik dan hier voor de gratis reader. Lees de polisvoorwaarden voor de exacte vergoedingen, voorafgaand aan de behandeling of bestelling van uw geneesmiddelen, goed door!’
Het was op donderdag 25 juli in ‘Tekenen’ dat ik voor het laatst melding maakte van een Nieuwsbrief van het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden dat onder leiding staat van lector Erik Baars. Intussen is in november verschenen:
‘11-2013 nr. 13 Met o.a. onderzoek naar mazelen, een terugblik op de werkconferentie en het imago van AG.’
Over dat mazelenonderzoek heb ik wel bericht, namelijk op donderdag 31 oktober in ‘Deelname’ (waarom die berichten steeds op donderdag zijn, weet ik ook niet; het heeft geloof ik geen reden). Men geeft nu aan:
‘Dit is de dertiende Nieuwsbrief van het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg.’
Ook hier vinden we dit terug, in ‘Onderzoek naar mazelen bij “antroposofische kinderen”’:
 ‘Het lectoraat AG gaat op verzoek van de NVAA, in samenwerking met kinderarts E. Schoorel onderzoek doen naar de ervaringen met het doormaken van de mazelen en de vaccinatiegraad bij kinderen die Vrijeschool onderwijs volgen en/of een antroposofisch huisarts hebben. Voor dit onderzoek is extra financiering nodig. Lees verder’
We lezen hier onder meer:
‘Voor dit onderzoek is minimaal 7.500 Euro nodig. We kunnen dit belangrijke onderzoek al goed uitvoeren als bijvoorbeeld 2.500 mensen slechts 3 Euro overmaken.
Uw bijdrage komt volledig ten goede aan het mazelenonderzoek van het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg.
Op dit moment staat de teller op € 1.055,02. We hebben nog € 6.444,98 nodig.’
Dan is er deze ‘Terugblik werkconferentie 7 juni’:
‘Op 7 juni organiseerde het lectoraat de werkconferentie “Met meer bewustzijn van onze AG identiteit gezamenlijk de toekomst in!” De conferentie werd met ongeveer 120 aanwezigen goed bezocht en is positief geëvalueerd. Lees verder’
Daar staat vervolgens:
‘Op 7 juni 2013 organiseerde het lectoraat AG een conferentie waarvoor het gehele AG zorgveld uitgenodigd was om gezamenlijk te werken aan transparantie, versterking en verzorging van de identiteit in de praktijk. Inleidingen en gesprekken zijn gevoerd rondom zes thema’s. Enkele bijdragen worden hieronder samengevat weergegeven:

1. Zorgkwaliteit: Diverse kenmerken van AG kwaliteit worden genoemd. De AG heeft waardevolle bijdragen aan de gezondheidszorg, die echter veelal onzichtbaar zijn. Er is daarom een noodzaak tot planmatig en transparant zichtbaar maken en goed verwoorden.

2. Samenwerking en organisatie van zorginstellingen: De mens als een biografisch, zich ontwikkelend wezen in een gemeenschap beschouwen. In de samenwerking horizontaal leiderschap inzetten. Beter samenwerken, organiseren, ondernemen en verbinding maken met tijdsvragen. Hierbij AG steeds opnieuw laten ontstaan.

3. Positionering & communicatie over AG: Het imago van AG is vaak slecht, onzichtbaar en onhelder. Er is een grote noodzaak tot profileren. Hierbij begrijpelijke, hedendaagse taal gebruiken en laten ervaren. Met name vanuit patiëntbehoeften communiceren en gebruik maken van nieuwe media.

4. Ondernemerschap om AG in de wereld te zetten: De huidige zorg met marktwerking vraagt om een nieuw soort ondernemerschap, waar de AG niet goed in is. We moeten expliciteren wat onze meerwaarde en onze innovaties zijn. Strategische marketing.

5. Verzorgen van de bron/scholing: Er is meer samenwerking nodig. De jongere generatie moet aangesproken en geïnspireerd worden; vanuit eigen persoonlijke bron; levend en ervaringsgericht.

6. Onderzoek dat in dit geheel (verder) kan ontwikkelen, ondersteunen en verantwoorden: Evidence-based medicine (EBM) is een uitdrukking van de zich ontwikkelende bewustzijnsziel. De zich verder ontwikkelende EBM zal, naar verwachting, acceptatie van AG en integratie met reguliere gezondheidszorg mogelijk maken. Er moet binnen de AG meer overeenstemming komen over de rol en het belang van onderzoek.

Een verslag van de dag is recent verstuurd naar de deelnemers.’
Het volgende item in de nieuwsbrief is ‘Imago-onderzoek’:
‘Studente Communicatie Irene de Graaff deed onderzoek naar het imago van het lectoraat AG onder haar stakeholders en ontving voor haar scriptie van Hogeschool Leiden de derde prijs! Lees hier de belangrijkste conclusies’
Dat gaan we natuurlijk doen:
‘Inleiding

Van februari t/m mei heeft Irene de Graaff, communicatiestudent aan Hogeschool Leiden, een afstudeeronderzoek uitgevoerd voor het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg (AG). Het onderzoek stond in het teken van de organisatieidentiteit en het organisatie-imago. Het merendeel van de medewerkers en 146 klanten namen deel aan het onderzoek. Irene stelde hun vragen over hoe men tegen het lectoraat aankijkt en of men nog verbeterpunten ziet. Door de verkregen informatie kon er een duidelijk beeld geschetst worden van het lectoraat. Deze kennis is weer meegenomen in het advies dat zij voor het lectoraat heeft geschreven. Namens Irene nogmaals dank voor de interesse en de medewerking aan dit onderzoek. Ze heeft het onderzoek met veel plezier uitgevoerd.

Aanleiding onderzoek

Het lectoraat AG onderneemt al jaren verschillende activiteiten op het gebied van communicatie om zijn doelgroep te informeren over actualiteiten en recent onderzoek rondom de AG. Aangezien het lectoraat AG veel waarde hecht aan klanttevredenheid en men de klantenkring bovendien graag wil uitbreiden, is er behoefte aan inzicht in deze groep. Ook op het gebied van communicatie vraagt men zich het een en ander af: worden de juiste communicatiemiddelen ingezet? En dragen de communicatie activiteiten bij aan het imago van het lectoraat? Een positief organisatie-imago en identiteit zijn van groot belang aangezien het lectoraat indirect weer bijdraagt aan het imago van de AG in zijn geheel. De centrale onderzoeksvraag was: op welke wijze verhouden de identiteit en het imago van het lectoraat AG zich ten opzichte van elkaar?

Methode van onderzoek

Het onderzoek omvatte drie verschillende onderzoeksgroepen: de leiding van het lectoraat AG, de medewerkers en de huidige klantenkring. In totaal zijn vijf fasen doorlopen die uiteindelijk de organisatie-identiteit en het organisatie-imago in kaart brachten. De verschillen en de overeenkomsten tussen de gewenste situatie en de werkelijke situatie stonden hierbij centraal.

– Organisatie-identiteit
Na het vooronderzoek in februari ging in april het hoofdonderzoek van start met het in beeld brengen van de organisatie-identiteit. Als eerste is de “gewenste identiteit” vastgesteld door middel van een interview met de lector Erik Baars. Hierbij zijn de kernwaarden/gemeenschappelijke vertrekpunten (GVP’S) van de organisatie achterhaald. Tijdens de tweede fase van het onderzoek: het vaststellen van de “werkelijke identiteit” zijn er tien medewerkers geïnterviewd en is in kaart gebracht in welke mate men zich identificeert met de gemeenschappelijke vertrekpunten. Ook hun visie op communicatie is tijdens dit onderdeel uitgebreid aan bod gekomen. Tijdens de derde fase is de “fysieke identiteit” onderzocht op basis van vijf verschillende categorieën: producten/diensten, informatie, symboliek, omgeving en gedrag.

– Organisatie-imago
Tijdens de vierde fase van het onderzoek is de externe omgeving onderzocht. Naast de kwalitatieve onderzoeksmethode is er gekozen voor kwantitatief onderzoek in de vorm van een surveyonderzoek. In totaal hebben 1517 klanten een uitnodiging ontvangen om deel te nemen aan een online enquête. 146 klanten hebben uiteindelijk deelgenomen aan de enquête, waarvan 134 personen de gehele vragenlijst hebben ingevuld. In de enquête kwamen verschillende aspecten aan bod wat uiteindelijk resulteerde in het organisatie-imago. Ook hierbij stonden de GVP’S centraal.

Belangrijkste resultaten

Uit de onderzoeksbevindingen kwam naar voren dat er zich zowel overeenkomsten als kleine kloofjes tussen de gewenste situatie en de werkelijke situatie bevinden.

– Gewenste identiteit
De kernwaarden van het lectoraat die zijn vastgesteld zijn: “staan voor en werken vanuit een spirituele mens- en wereldvisie”, “wetenschappelijk”, “eerlijk” en “maatschappelijk betrokken”.

– Werkelijke identiteit
De medewerkers voelen zich verbonden en betrokken bij het lectoraat. Dit uit zich in het feit dat het grootste gedeelte van de medewerkers zich identificeert met de GVP’S. Een klein aandachtspunt voor het lectoraat is de communicatie in het algemeen. Medewerkers geven aan behoefte te hebben aan consistentie, duidelijkheid en een hogere frequentie van communiceren.

– Fysieke identiteit
De GVP’S zijn voornamelijk zichtbaar in de producten/diensten en in de informatie. De kernwaarden van de organisatie zijn het minst zichtbaar in de symboliek en in de omgeving. Dit komt voornamelijk omdat het lectoraat visueel geheel afgestemd is op Hogeschool Leiden en dit heeft tot gevolg dat het “verdwijnt” in een groter geheel.

– Imago
De klanten die deelnamen aan de enquête hebben veel waardering voor het lectoraat en het merendeel wist de GVP’S te benoemen. 74% van de ondervraagden gaf aan dat het lectoraat een duidelijke identiteit heeft. Het lectoraat werd bovendien meerdere keren gecomplimenteerd voor het werk dat verricht wordt.

Figuur 1: Weergave interesse in voorlichting per vakgebied.

Wat betreft de communicatie: de digitale nieuwsbrieven, het symposium en publicaties zijn methoden waarop de onderzoeksgroep het liefst contact heeft met het lectoraat. Facebook wordt echter het minst gewaardeerd. Uit het kwantitatieve onderzoek kwam verder naar voren dat men hoopt op meer betrokkenheid en samenwerking vanuit het lectoraat met het (reguliere) werkveld. De communicatie werd daarnaast door een kleine groep respondenten eveneens als inconsistent ervaren en 40% van de ondervraagden gaf overigens aan dat er te weinig over de AG gecommuniceerd wordt.

Conclusie

Op een aantal kleine punten na kan gezegd worden dat de organisatie-identiteit en het organisatie-imago goed zijn en in grote lijnen overeenkomen met de gewenste situatie. Voorop staat dat de medewerkers en de klanten die deelnamen aan de enquête zich identificeren met de GVP’S en zich verbonden voelen met de organisatie. Ook zijn de kernwaarden grotendeels zichtbaar in de meeste fysieke contactelementen. Tussen de gewenste situatie en de werkelijke situatie bevindt de grootste “gap” zich op het gebieden van communicatie en betrokkenheid. Men hoopt op meer betrokkenheid/samenwerking vanuit het lectoraat AG met het gezondheidswerkveld. Door daarnaast nog duidelijker en meer te communiceren over de AG zal de waardering voor het lectoraat nog groter worden.

Aanbevelingen

Om de (kleine) verschillen, die zich bevinden tussen de gewenste situatie en de werkelijke situatie, te verkleinen heeft de onderzoeker een aantal aanbevelingen gedaan. Dit zijn de belangrijkste aanbevelingen:

– Op dezelfde voet verder gaan met de “bruisende” energie die men in het werk stopt.
– In het algemeen meer structuur en duidelijkheid aanbrengen. Specifiek op het gebied van communicatie. Dit geldt zowel voor de interne omgeving als de externe omgeving. Door maandelijks een teamvergadering in te plannen kan intern het gat van informatieachterstanden gedicht worden en de betrokkenheid onder de medewerkers worden vergroot.
– Gehoor geven aan de behoefte om meer betrokkenheid te tonen met het (reguliere)zorgwerkveld. Dit kan door een panelgroep samen te stellen en twee keer per jaar een bijeenkomst te organiseren onder het mom “werken aan praktijkproblemen in de antroposofische gezondheidszorg”.
– Helder communicatiebeleid opstellen met een handleiding zodat de communicatie naar de klanten duidelijker wordt.
– Een brand identity creëren zodat de organisatie visueel meer tot zijn recht komt.’
Het volgende item in de nieuwsbrief is ‘Platformbijeenkomst onderzoek’:
‘Op woensdag 30 oktober werd de tweede Platformbijeenkomst Onderzoek in 2013 gehouden. Het lectoraat had het AG veld uitgenodigd om de wensen en behoeften van het werkveld t.a.v. onderzoek in kaart te brengen. Lees verder’
We vinden daar:
‘Op woensdag 30 oktober werd de halfjaarlijkse Platformbijeenkomst Onderzoek gehouden. Deze bijeenkomst is in algemene zin ingericht om een platform te creëren waar op een open wijze uitgewisseld kan worden over alle aspecten van onderzoek in het AG veld. Met 31 deelnemers vanuit vrijwel alle besturen van de AG beroepsgroepen, zorginstellingen (therapeutica en grote zorginstellingen), onderwijsinstellingen en onderzoekers, is op een zeer constructieve wijze met elkaar gewerkt aan het bespreken van wensen en behoeften t.a.v. onderzoek, ingrediënten van en bijbehorende voorwaarden van een samenwerkingsovereenkomst tussen AG veld, financiers en lectoraat voor een mogelijke derde projectperiode (2015-2018). De vruchten van deze bijeenkomst zullen worden meegenomen in het traject, waarin met de verschillende stakeholders van het lectoraat verder gesproken zal worden.’
Dan is er dit over ‘Medewerkers’:
‘Het lectoraat heeft afscheid genomen van associate lector Joop Hoekman. Esther Kok (onderzoeker) is in juni in dienst gekomen van het lectoraat. Lees verder’
Men schrijft:
‘Associate lector Joop Hoekman heeft per 1 september afscheid van het lectoraat genomen. De afgelopen twee jaar heeft hij bijgedragen aan diverse projecten en onder meer een belangrijke rol gespeeld in de optimalisering van de samenwerking tussen de opleiding Kunstzinnige Therapie en het lectoraat. Joop blijft nog wel betrokken bij de Hogeschool Leiden en heeft daarnaast een nieuwe baan gevonden als Senior Onderzoekscoördinator / Kwartiermaker bij het Landelijk Kenniscentrum Lichte Verstandelijke Beperking in Utrecht. Wij zijn Joop dankbaar voor zijn inzet, expertise en collegialiteit en wensen hem veel succes bij zijn nieuwe werkzaamheden.

Per 15 juni is Dr. Esther Kok werkzaam bij het lectoraat. Zij is een gepromoveerd epidemioloog en heeft o.a. gewerkt als epidemioloog/ onderzoeksmanager aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Esther zal een belangrijke rol gaan spelen in het opzetten en uitvoeren van klinische studies en het coachen van onderzoekers bij het lectoraat. De onderzoeken die zij momenteel onder haar hoede heeft zijn: complementaire en alternatieve gezondheidszorg bij infectieziekten (CAMBI), uitwendige therapie en artrose, hooikoortsonderzoek (Citrus/Cydonia comp. en euritmietherapie), fysiotherapie en vermoeidheid bij borstkanker, en het mazelenonderzoek.’
Tot het ‘Overig kort nieuws’ behoort:
‘CAMBI Lees verder
Scholingsbijeenkomsten Academie Antroposofische Gezondheidszorg (AAG) Lees verder
Presentaties ECIM 2013 in Berlijn Lees verder
Europese parlement Brussel Lees verder
Richtlijn voor case-studies Lees verder’
We lezen natuurlijk overal achtereenvolgens verder:
‘Het probleem van antimicrobiële resistentie (AMR) is groot. Mondiaal is er sprake van gestaag toenemende resistentie tegen gangbare antibiotica en antimycotica. Deze tendens is ook in Nederland waarneembaar, zowel in ziekenhuizen, verpleeghuizen als in de eerstelijnsgezondheidszorg. Het thema AMR staat in Nederland en internationaal op de onderzoeks- en beleidsagenda, hetgeen ertoe heeft geleid dat in de zorgpraktijk de nadruk gelegd moet worden op preventie van resistentie o.a. door beperking van antibioticagebruik in de gezondheidszorg, door middel van goed antibioticagebruik (terughoudend voorschrijven), monitoren van gebruik en resistentie en het geven van voorlichting aan professionals en patiënten.

In sommige “complementary and alternative medicine” (CAM) stromingen, waaronder de antroposofische gezondheidszorg (AG), worden alternatieve, aanvullende behandelingen bij infecties aangeboden, die klinisch werkzaam lijken te zijn, aldus het oordeel van voorschrijvende en behandelende artsen, therapeuten en verpleegkundigen. Er zijn tevens aanwijzingen dat deze CAM therapieën geen resistentie bewerkstelligen en minder negatieve bijwerkingen geven in vergelijking met antibioticagebruik. Het grote probleem van deze aanvullende behandelingen is echter dat er nog te weinig goede wetenschappelijke bewijzen van veiligheid en effectiviteit zijn, zodat brede inzet in de klinische praktijk nog onvoldoende mogelijk is.

In de huisartspraktijken (eerste lijn) zijn met name luchtweginfecties, urineweginfecties en huidinfecties veelvoorkomende infectieziekten waarbij antimicrobiële resistentie een toenemend probleem vormt. Het lectoraat zal in samenwerking met de lectoraten Biodiversiteit en Innovatieve Moleculaire diagnostiek (Hogeschool Leiden), en het Louis Bolk Instituut enkele CAM behandelwijzen (verder) ontwikkelen en in in-vitro en klinisch onderzoek testen voor deze infectieziekten. Voor een eerste onderzoek, dat door lector Barbara Gravendeel (Lectoraat Biodiversiteit) is opgezet, is reeds financiering verworven.

Tijdens het 6de European Congress for Integrative Medicine (ECIM 2013) te Berlijn, op 4 oktober jl. presenteerde onderzoeker Evi Koster de eerste resultaten van kwalitatief onderzoek naar klantervaringen met antroposofische gezondheidszorg (AG) in Nederland. In een grootschalige survey bij patiënten van antroposofische huisartsen in 2011 is gevraagd of en zo ja, op welke manier de behandeling heeft bijgedragen aan de kwaliteit van leven. Ongeveer 1000 mensen hebben hierop geantwoord. Hieruit zijn de volgende (aan kwaliteit van leven gerelateerde) thema’s naar voren gekomen: (1) positieve arts-patiëntrelatie, (2) op een natuurlijke wijze beter worden, (3) rust en ontspanning, (4) zingeving, (5) actieve bijdrage aan de eigen genezing, (6) beter voelen en vermindering van klachten, (7) kennis en inzicht met betrekking tot gezondheid en ziekte, (8) bewustere en positievere houding ten opzichte van het probleem, (9) een persoonlijke op maat gemaakte behandeling, (10) gezonde leefstijl, (11) beter functioneren, (12) meer kracht en energie, en (13) een verbrede holistische visie. De resultaten geven een eerste inzicht in de ervaring met de antroposofische zorg vanuit patiënten perspectief.

Tijdens het ECIM congres verzorgde Erik Baars samen met drie sprekers een symposium van ESCAMP over wetenschappelijke en regulatoire aspecten van “Whole medical systems” zoals de AG.

Ook was er een posterpresentatie van een onderzoek van Annemarie Abbing en Erik Baars, met de titel Routine Outcome Monitoring in anthroposophic art therapy: results from a Dutch pilot study.

Op 27 juni en 18 september jl heeft lector Erik Baars op uitnodiging presentaties verzorgd in het Europese Parlement in Brussel. De bijdrage aan de eerste bijeenkomst “An investment in health” was de presentatie “Cost-effectiveness and efficiency of CAM”. De bijdrage aan de tweede bijeenkomst “Workshop on Effectiveness of Medicines and Therapies” was de presentatie “The position and role of complementary and alternative medicines”.

David Riley, MD, hoofdredacteur van het wetenschappelijke tijdschrift Global Advances in Health and Medicine, presenteerde op het International Congress on Peer Review and Biomedical Publication in Chicago, gesponsord door de BMJ en JAMA, de CARE (Case Report) richtlijnen. Deze richtlijnen zijn gelijktijdig in zeven medische tijdschriften gepubliceerd. De CARE richtlijnen, die in ontwikkeling zijn sinds 2011, leiden tot een verbetering van de transparantie en nauwkeurigheid van gepubliceerde case reports en bieden de mogelijkheid dat in de klinische praktijk en het onderzoek vroege signalen van effectiviteit, bijwerkingen en kosten kunnen worden. De richtlijnen zijn beschikbaar op www.care-statement.org. Het lectoraat AG zal binnenkort in samenwerking met het lectoraat Eigen Regie cursussen op het gebied van het schrijven van case-studies ontwikkelen.’
Tot slot zijn er deze ‘Nieuwe publicaties’:
‘Er zijn weer een aantal nieuwe publicaties bij het lectoraat verschenen. Lees verder’
Opgesomd worden:
‘– Abbing, A.C., Baars, E.W. (2013). Routine Outcome Monitoring in anthroposophic art therapy: results from a Dutch pilot study. Forschende Komplementarmedizin 20(3):27 (abstract poster).
– Baars, E.W. (2013). Het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg, Prakijkonderzoek en kennisoverdracht. Supplement 3: 20-21.
– Baars, E.W., Kienle, G.S., Heusser, P., Hamre, H.J. (2013). Is anthroposophic medicine a scientific research field? Forschende Komplementarmedizin 8th Annual International Congress of Complementary Medicine Research, ICCMR 2013 London, 11-13 April, 2013. ABSTRACTS. 20(3):15.
– Baars, E.W. (2013). The benefit/risk balance of subcutaneous injections as used in homeopathy and anthroposophic medicine. Forschende Komplementarmedizin 8th Annual International Congress of Complementary Medicine Research, ICCMR 2013 London, 11-13 April, 2013. ABSTRACTS. 20(3):52.
– Koster, E., Raaphorst, N., Baars, E., Delnoij, D. (2013). Client experiences with anthroposophic healthcare. Forschende Komplementarmedizin 20(3):5 (abstract oral presentation).’
Goed, dit was de Nederlandse nieuwbrief. Maar er is ook nog een internationale Engelstalige, de ‘International Research Newsletter on Anthroposophic Medicine’. De negende is blijkbaar deze maand uitgekomen:
‘12-2013 nr. 9 Met o.a. collaboration and competition in research, and the International Eurythmy Forum.’
We lezen daar onder ‘News’ bijvoorbeeld over een ‘International Scientific Congresses on AM’:
‘Preliminary information on both congresses that will take place at the University of Applied Sciences Leiden, the Netherlands, in June 2014, organized by the Professorship Anthroposophic Healthcare. > Read more...’
We komen dan terecht bij ‘2014 International Scientific Congress on Anthroposophic Medicine in Leiden’:
‘The Professorship Anthroposophic Healthcare of the University of Applied Sciences Leiden, the Netherlands invites you to two scientific congresses on Anthroposophic Medicine (AM). Below you will find a preliminary description. Further information on registration, abstract submission, program, speakers, workshops, and more will be available at the website: www.hsleiden.nl/amcongress2014

Scientific Congress “The Contribution of Anthroposophic Medicine to the Development of Integrative Medicine”
Thursday June 26, 2014 – 10:00 am-5:30 pm (open congress)

Integrative Medicine (IM) is an increasing worldwide movement that is also expanding in the Netherlands. Anthroposophic Medicine (AM) is clearly willing and able to contribute to this movement. IM is essentially based on four pillars: (1) the horizontal doctor/therapist-patient relationship or partnership, (2) the active role of the individual (patient) in preventing disease, wellbeing and their own healing process, (3) the use of evidence-based safe and effective complementary and alternative therapies in combination with conventional therapies, and (4) working in a “healing environment”.

Since 2000, in the United States, the Consortium of Academic Health Centers for Integrative Medicine (IM) is working on the development, scientific justification and implementation of IM in healthcare. Meanwhile, the consortium encompasses 57 academic medical centers including, for example, Harvard Medical School and Johns Hopkins University. In other parts of the world, Europe and the Netherlands, there is increasing interest in IM among policy makers, scientists, healthcare professionals and patients. For example, in 2011, the Dutch governmental healthcare fund ZonMW published the document “Effectiveness of complementary care interventions” in which more research on complementary therapies is called for.

The contribution of Anthroposophic Medicine

Throughout the more than 90 years of existence of AM, IM principles have been a natural aspect of AM practices. AM has rapidly developed in this period, both quantitatively and qualitatively. Within AM, the knowledge and practice of conventional medicine and the knowledge of anthroposophic science are integrated in healthcare practice. Both the treatment approach and the use and selection of medicinal products and other therapies are highly individualized and intend to bring about a “process of development” within the patient, reinforcing the patient’s natural self-healing ability. Originated in Central Europe, AM is currently practiced, studied and taught in most European countries and in more than 80 countries around the world.

The congress

The aim of the first congress is to demonstrate some of the important developments of Integrative Medicine (IM), to demonstrate AM and its contribution to the development of IM. Moreover it will provide a dialogue platform to discuss these topics with scientists and policy makers from conventional medicine, IM and AM. During the workshops AM and IM science can be discussed and AM and IM practices can be experienced. The lectures will focus in particular on scientific and policy issues. The workshops also focus on IM and AM in healthcare practice.

4th International Scientific Congress on Anthroposophic Medicine
Thursday June 26 (8:00 am)-Saturday June 28, 2014 (2:00 pm) (open only for AM researchers and AM healthcare professionals)

The aim of this congress is to provide an international platform for AM scientists and AM healthcare professionals where scientific projects and policy issues will be presented and discussed in order to strengthen the scientific work and the social coherence of the AM (scientific) community.

In order to better help fulfilling the needs of researchers and help them come further in their own work, and also try to tackle research-related needs of anthroposophic health professionals we kindly ask your opinion about program, speakers, workshops, discussions. Please refer to another article at this edition for more information.

Registration
From mid-January please register on the website of the congress for one (or both) of the congresses.

Congress The contribution of AM to the development of IM (Thursday)
– Professionals: 125 euro
– Students: 75 euro

Congress 4th International Scientific Congress on AM (Thursday evening, Friday and Saturday morning)
– Professionals: 125 euro
– Students: 60 euro

Dinner 4th International Scientific Congress on AM:
Thursday: We provide a dinner at the congress; the price is included in the Congress Fee.
Friday: We can provide a reservation at a restaurant nearby (Restaurant Top Level). The restaurants in Leiden are most of the time booked at Thursdays and Fridays. This dinner is not included in the congress fee; costs € 32,50, organic food.

Both congresses (Thursday, Friday and Saturday morning)
– Professionals: 250 euro
– Student: 135 euro

If conference is full booked, there is a possibility to ask to be put on “stand by” and notified in case of cancellations.
The conference Fee includes documentation and lunch.

Deadline for registration
June 1st, 2014

Cancellation
A cancellation of your registration must be received by the Congress Secretariat in written notice before June 1st, 2014. Otherwise you will be liable for payment for the full conference fee.

Organisation
University of Applied Sciences Leiden
Professorship Antroposophic Healthcare
If you have any question(s) or remarks please contact Rachel Heybroek-Bellwinkel at: Email: heybroek.r@hsleiden.nl, Phone: 0031 (0)71 5188 715

Please feel free to send this information further to others you think might be interested.

On behalf of the Professorship Anthroposophic Healthcare at the University of Applied Sciences Leiden,
Prof. Dr. Erik W. Baars’
Het volgende nieuws in de nieuwsbrief is dit:
‘Your opinion is very important to build the 4th International Scientific Congress on Anthroposophic Medicine in Leiden, The Netherlands!

Please send us your opinion and help us make the 4thInternational Scientific Congress on Anthroposophic Medicine meet your needs! > Read more...’
Daar lezen we:
‘Besides strengthening the scientific work and the social coherence of the AM (scientific) community, the 4th International Scientific Congress on Anthroposophic Medicine wants to better help fulfilling the needs of researchers, as well as the research-related needs of anthroposophic health care professionals.

Therefore, we kindly ask you to send your opinion on (some of) the following topics to Rachel Heybroek-Bellwinkel at: heybroek.r@hsleiden.nl

– Which topics/issues related to AM research will be important for your work in the next 5-10 years?
– Which topics/issues related to AM research would you like to have a lecture on by an expert in the field?
– Which topics would you like to see addressed in the form of a workshop?
– Which topics would you like to see addressed in the form of a round table discussion?
– Which topics related to AM research would you like to be regularly informed about? By what form?
– Which questions do you have for the Steering committee of the Research Council?
– What other suggestions or requests/ questions do you have regarding the content of the congress?
– What other suggestions or requests/questions do you have regarding research in anthroposophic medicine?

Thank you in advance for your cooperation!

On behalf of the Professorship Anthroposophic Healthcare at the University of Applied Sciences Leiden,
Prof. Dr. Erik W. Baars’
Dan hebben we ook nog ‘Collaboration and competition in research’:
‘Collaboration in research is viewed by some research communities as the only way of meeting their objectives. How is this related to research in anthroposophic healthcare? > Read more...’
En hier staat dan:
‘The annual meeting of the COR-NTD (Coalition for Operational Research on Neglected Tropical Diseases) took place in Washington, last November 17-18. Several key health, research, and funding organizations participated, such as the World Health Organization (WHO), the US Agency for International Development (USAID), UK Department for International Development (DfID), the Bill and Melinda Gates Foundation (BMGF), as well as many program managers from several countries.

The NTD community is interested in bringing better health, quality of life, more equity/equality, to more than a billion people affected with NTDs worldwide, mostly poor.

Since NTD research and funding is not a global priority – for many different reasons – and also because funding is (as everywhere else) limited, many discussions are taking place on how to optimize the multiple efforts, in order to achieve the best possible results.

Several suggestions were discussed at the COR-NTD meeting:

– The need to link the investigators to the health programs, protocols, practitioners in each country
– The creation of “research yellow pages”, where researchers and health professionals can find “who is researching what and where”
– The need of a systematic way of sharing and showing results
– The necessity of a more bottom-up approach towards research, where the discussions with health professionals, patients, program managers, policy makers and other stakeholders from many countries would establish which questions are eventually common to all or to many, their needs and consequently the research priorities and funding allocation (instead of the current way of researchers establishing priorities that are not related to practice)
– The need of a systematic way of transforming research results into public policies and assessing if results are really being used in practice, by whom, and which ones turned into best practices
– The creation of a research consortium, to combine expertise, collaboration, efforts and minimize the waste of time and funding
– The need for more transparency in setting research priorities and for criteria in funding allocation
– Coordination of the funding allocation between the major funding agencies, to ensure that funding will be awarded to all established priorities, instead of some being over and others being underfunded
– The collaboration between partners with overlapping or related research lines, so that their joint effort could result in a better use of financial resources
– The need of more research quality assessment and standardized data collection (to enable data to be used also at other projects)
– Allocation of funding for short term answers/unexpected questions/issues

The COR-NTD group is a very “conventional” research community, that aims at billions of people, speaks of funding optimization – despite the substantial amounts provided by major funding organizations – and follows guidelines set by democratic world assemblies and meetings with global representatives of their stakeholders. This might seem a very different scenario than the one faced by anthroposophic research.

Since many difficulties of the COR-NTD group are similar to the anthroposophic health care research environment, and the assumption is that anthroposophic research and anthroposophic health care has the purpose of helping as many people as possible worldwide, perhaps the topics above could serve as an inspiration and maybe be discussed with the broad anthroposophic research community.

How about the next international scientific congress on anthroposophic medicine?’
Goed, tot zover deze internationale nieuwsbrief. Het overige nieuws bestaat vooral uit vertalingen van wat we al in de Nederlandse nieuwsbrief hebben kunnen lezen. Dan heb ik nog deze cursussen zoals aangekondigd op de website van de ‘Academie Antroposofische Gezondheidszorg’:
‘Nieuw: Basiscursus “Tijd voor antroposofie in de zorg”

Naast de interdisciplinaire basismodule voor professionals die in de directe zorgverlening werken, is een cursus ontwikkeld vooronderzoekers, beleidsfunctionarissen, managers, coördinatoren en staffunctionarissen in de zorg.
Een cursusdag heeft als opbouw:
– Een centraal thema uit de antroposofische gezondheidszorg
– Een kunstzinnige activiteit
– Reflectie en betekenis van de behandelde stof voor de eigen werksituatie
De thema’s en kunstzinnige activiteiten worden door verschillende docenten verzorgd. Moduleleider is Martin Niemeijer, arts en onderzoeker o.a. voor het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg.
De cursus omvat 8 bijeenkomsten op donderdagen van 14.00 tot 20.00 uur. Cursusdata: 30-1, 13-2,13-3, 3-4, 25-4, 15-5, 12-6 en 19-6. Meer informatie: klik hier Programma: klik hier Aanmelding: klik hier

Interdisciplinaire nascholing in samenwerking met het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg. Dit betreft o.a. de zorgprogramma’s die samen met het veld ontwikkeld zijn: hechtingsstoornissen, hooikoorts, kanker en depressie

* Vrijdag 17 januari: “Kwaliteitsverbetering van het professionele handelen” Het Lectoraat heeft een visie ontwikkeld op de manier waarop cliëntendossiers kunnen worden bijgehouden ter verbetering van de zorg en verdere beroepsontwikkeling. Programma: klik hier Aanmelding: klik hier

* Vrijdag 31 januari “Hechtingsproblematiek, begeleiding en behandeling in de tweede lijn” Informatie: klik hier Aanmelding: klik hier

* Vrijdag 14 februari: “Ademhalingsproblematiek” Interdisciplinaire nascholing voor artsen, therapeuten, verpleegkundigen, pedagogen/psychologen e.a. met Christina van Tellingen. Er vindt een presentatie van een patiënt plaats met een beeldvormende patiëntbespreking. Programma: klik hier Aanmelding: klik hier

* Vrijdag 14 maart: “Behandeling van depressieve klachten, een antroposofische benadering” Interdisciplinaire nascholing in samenwerking met het lectoraat met Anne Ponstein, Marko van Gerven en Christof Zwart.  Informatie: klik hier Aanmelding: klik hier

Plaats van de scholingen: Lenteleven, Utrechtseweg 62 te Zeist.’
Zo, dat is voorlopig wel weer even genoeg over antroposofische gezondheidszorg. Maar er moest dan ook een inhaalslag gemaakt worden. Nu heb ik nog een hele berg ander nieuws... Misschien moet ik dat voor een ander, nieuw bericht bewaren. En dit hier eerst afsluiten.
.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code