Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

vrijdag 24 september 2010

Bijbedoeling


Het lijkt wel of vrijdag de vaste dag voor de landbouw wordt. De biologische landbouw welteverstaan, of de biologisch-dynamische. Want dan komen zowel Odin met zijn Odinieuws als Proef met zijn Vitatas Wetenswaardigheden. Beide ook als papieren bijlage bij hun respectievelijke groente- en fruittassen. Biofood Online komt eveneens vandaag met veel nieuws. En dan heb ik het nog niet over die andere landbouw- en voedingssites, die regelmatig nieuws leveren. Waar te beginnen? Bij Demeter dan maar. Op de nieuwspagina wordt melding gemaakt van ‘Fokken op hoornloosheid’. Misschien herinnert u zich zaterdag 24 juli nog, waarop ‘Onthoornen’ centraal stond. Nu, dit is het vervolg:
‘Demeter-koeien hebben horens, toch? Dat staat momenteel ter discussie. Jan Duijndam is sinds begin 2010 Demeter-gecertificeerd. En hij fokt met een genetisch hoornloze stier. Daarmee voldoet hij aan de regel dat hij geen kalveren mag onthoornen. Ze worden namelijk zonder horens geboren.

De Demeter Voorwaarden Commissie heeft zich gebogen over de vraag of dat zomaar kan, of niet. En die vraag is niet zo eenvoudig te beantwoorden. Er is veel bekend over verschillen in gedrag van koeien die zijn onthoornd en koeien met horens. Daarover is iedereen het eens: onthoornen is niet toegestaan bij Demeter. De koe wordt in haar wezen aangetast. De houderij en de stal dienen te worden aangepast en niet de koe.

Maar is een genetisch hoornloze koe nu te vergelijken met een onthoornde koe? Of juist met een gehoornde koe?

Op die vraag kon ook Ton Baars nog geen antwoord geven. Hij verzorgde een inleiding op de bijeenkomst over dit thema op 17 september op Warmonderhof. Er waren ruim 90 bezoekers. Demeter-boeren, consumenten, onderzoekers, studenten en verwerkers. Ton ging in op de achtergronden van horens en geweien en op onderzoek naar de kwaliteit van de melk. Invloeden van bemesting, voerkwaliteit en andere bedrijfsomstandigheden hebben de grootste invloed op de kwaliteit van de melk, volgens Ton. Onderzoek naar bedrijven met genetisch hoornloze koeien is pas net begonnen en over gedrag en kwaliteit van de koe en van de melk kunnen nog geen uitspraken worden gedaan.

In de discussie werd vooral duidelijk dat er heel veel verschillende meningen zijn. Variërend van “Hoe kun je genetisch hoornloze koeien toestaan bij Demeter? Dat is het begin van het einde” tot “Hoe kun je genetisch hoornloze koeien verbieden op basis van wat Steiner ooit heeft gezegd. Dat is dogmatiek ten top.”

De Demeter Voorwaarden Commissie heeft een voorstel gedaan om fokken met genetisch hoornloze stieren vooralsnog niet te verbieden. Maar dan wel eisen te stellen aan de huisvesting. De stal dient dan geschikt te zijn voor het houden van koeien met horens. De commissie zal op basis van de reacties op korte termijn een besluit nemen.
De tweede link leidt naar dezelfde tekst die wij hier op 24 juli ook al hadden, maar de eerste tekst is de ‘Nederlandse vertaling van “Das Wesen der Kuh” van Dr. Volker Seelbach, uitgavenserie dierwetenschappen, deel 1’. Jammer genoeg staat er niet bij welke uitgavenserie dit is, waar, wanneer en door wie uitgegeven.

Dan het Odinieuws van vandaag. Dat gaat over ‘Verander de wereld, begin in de keuken’. Ook dat is een heel directe terugkoppeling, zoals uit het vervolg blijkt:
‘Onderzoek
In het voorjaar van 2009 hebben wij een oproep gedaan aan u om mee te doen met een onderzoek naar gezondheidseffecten door biologisch te eten. U als Odin-abonnee en andere consumenten van biologische voeding zijn benaderd. 565 respondenten hebben gehoor gegeven aan de oproep. Wij informeren u in dit Odinieuws over de resultaten van het onderzoek, uitgevoerd door het Louis Bolk Instituut (LBI) in Driebergen.

Goed voor lijf en geest
In het kwalitatieve onderzoek konden de deelnemers uitgebreid hun ervaringen weergeven. Van de 565 respondenten gaf een kwart aan geen duidelijk effect op de gezondheid te hebben bemerkt. De overige deelnemers beschreven 1 of meerdere effecten op de gezondheid en ook op de psyche. Een aantal resultaten: de helft van de mensen geeft aan een betere algemene gezondheid te hebben. Mensen zijn minder vaak ziek en als ze ziek zijn, is dat korter. Ruim een kwart van de mensen voelt zich fitter en energieker. Interessant is dat ruim 20% van de mensen aangeeft zich positief gestemd te voelen omdat ze het gevoel hebben bij te dragen aan een betere wereld door biologisch te eten (verander de wereld, begin in de keuken!).

Door de open vragen kwamen ook verrassende effecten boven water: zo geven mensen aan dat door het biologische menu de conditie van de huid, haren en nagels is verbeterd. Verbetering van het maag-darm systeem zoals een betere stoelgang en minder darmklachten is ook regelmatig genoemd. Wat van te voren werd verwacht maar minder vaak is genoemd is het effect op allergieën: slechts 10% geeft aan een positief effect op dit gebied te hebben bemerkt.

Langzaam opstarten met bio
Voor welke producten kiezen de respondenten de biologische variant? Biologische aardappelen, groenten, fruit en zuivel en brood vinden het vaakst de weg via het winkelwagentje naar de consument. De meer bewerkte producten en kant-en-klaar maaltijden passen niet in het menu van de respondenten; die worden niet of nauwelijks gekocht. Wat ook duidelijk werd uit het onderzoek is dat de consument dikwijls begint met een paar biologische producten te nuttigen. Langzaamaan komt er steeds meer 'bio' in de keuken en op tafel. Dikwijls gaat deze keuze gepaard met nog meer keuzes die de persoon maakt voor een meer bewuste levensstijl. Daar hoort bijvoorbeeld ook bij de keuze om meer te gaan bewegen, bewuster consumeren en daarmee willen bijdragen aan een betere wereld.

Conclusie
Kunnen we nu aan de hand van dit ervaringenonderzoek met stelligheid zeggen dat biologisch eten gezonder is? Nee, dat niet. Wat wel uit het onderzoek naar voren komt is dat respondenten positieve gezondheidseffecten ervaren, maar dat dit dikwijls te maken heeft met een combinatie van verschillende keuzes in het leven. Men kiest voor biologisch eten als onderdeel van een keuze voor een andere levensstijl. De resultaten van dit onderzoek leveren voldoende aanknopingspunten voor vervolgonderzoek. In de toekomst leest of hoort u vast meer van het Louis Bolk Instituut. Alle deelnemers willen we mede namens de onderzoekers langs deze weg hartelijk bedanken voor deelname aan het onderzoek.’
Maar ook de Vitatas Wetenswaardigheden had twee weken terug een onderzoekende houding; dezelfde overigens die ik op 13 september in ‘Verruiming’ meldde. ‘Demeter kwaliteit, wat is dat precies?’ luidt de titel:
‘Normaal gesproken geven we in het Proef Vita-nieuws maar wat graag antwoord op zo’n vraag. Deze week is alles anders. Van de Stichting Demeter en de Universiteit Wageningen hebben we het verzoek gekregen u te vragen of u bekend bent met Demeter, wat uw associaties zijn en welke aspecten van Demeter landbouw en producten u in het bijzonder aanspreken? Als we eerst zouden uitleggen waar Demeter voor staat en u vult vervolgens de digitale enquête op internet in (link, zie onderaan), dan zijn de antwoorden niet meer zo objectief als gewenst is.

Daarom vandaag het verhaal van de Griekse mythe over Demeter, de godin van de landbouw en haar dochter Persephone, ook wel Kore genoemd. Op een dag wordt haar dochter geschaakt door Hades, God van de onderwereld. Haar moeder komt op het geschreeuw van haar dochter af, maar ze is te laat: Persephone is verdwenen en ze weet niet waarheen. Lange tijd dwaalt Demeter over de aarde. Ze is enige tijd te gast bij koning Eleusis en ze leert zijn zoon de geheimen van het zaaien en het ploegen. Uiteindelijk hoort ze van de alziende God Helios dat Hades haar dochter meegevoerd heeft naar het schimmenrijk. Het verdriet van Demeter wordt alleen maar groter, want nu kan ze haar dochter niet bereiken. Door haar verdriet verdort de aarde; er wordt niet meer geboren, er wil niets meer groeien. Dan grijpt Zeus in en stuurt Hermes naar de onderwereld om Persephone op te halen. Ze komt weer naar boven en de aarde bloeit dankzij de vreugde van Demeter weer op. Voor het vertrek heeft Hades haar zoete granaatappelpitten aangeboden, die ze opgegeten heeft. Een slimme zet van Hades, want daardoor moet ze vier maanden van het jaar terug naar de onderwereld. Dat is de periode dat Demeter treurt en de natuur treurt met haar mee tijdens deze wintermaanden.

Waar het keurmerk Demeter vandaag de dag voor staat, dat wil Stichting Demeter graag van u weten. Als u wilt deelnemen aan de enquête surf dan naar: www.stichtingdemeter.nl/enquete.asp.’
De link is niet adequaat, die is hier te vinden. Er is overigens nog geen nieuwe wetenswaardigheid van vandaag op de website, maar we kunnen net zo goed die van vorige week nemen, ‘Proef de smaak van onze nieuwe oogst’:
‘De herfst is vroeg ingevallen dit jaar, maar dankzij het warme voorjaar zijn de meeste teelten toch goed gerijpt en smaakvol. De eerste nieuwe oogstproducten van het najaar zijn in de Proef Vitatas en de natuurvoedingswinkels verschenen. Reden voor veel winkels om als onderdeel van Week van de Smaak vanaf 20 september de Oogstweken te vieren. Ondermeer pruimen, appels, peren, pompoenen en maïskolven van Hollandse bodem zijn de komende weken in allerlei soorten en maten beschikbaar.

Het biologisch fruit staat tijdens de Week van de Smaak in het zonnetje. In maar liefst zeven van de twaalf provincies zijn biologische en biologisch-dynamische telers gekozen tot regioheld, die meedingen naar de landelijke titel Held van de Smaak. De biologische teelt van fruit is dan ook een wereld van verschil. De telers gaan slim om met wat alles wat er leeft. De planten krijgen de tijd om te groeien en de bodem raakt niet uitgeput. Onkruid wordt niet platgespoten, maar mechanisch aangepakt. De fruitteler werkt samen met koolmezen die rupsen eten, zweefvliegen die bladluizen eten, enzovoort. Met nestkastjes en bloembedden worden deze helpers gelokt. Omdat het biologische fruit de tijd krijgt natuurlijk te rijpen, is de smaak heel goed en bevat het fruit extra veel gezonde voedingsstoffen.

Alleen natuurlijke middelen, zoals zwavel, mogen worden gebruikt in de biologische fruitteelt. Om ook die stoffen zo min mogelijk te gebruiken wordt steeds meer overgeschakeld op weerbare rassen, zoals Santana en Topaz. Uit een onderzoek uit 2000 is al gebleken dat biologische fruitteelt 25 keer milieuvriendelijker is dan gangbare teelt. Andere pluspunten zijn meer biodiversiteit (meer dieren, insecten en planten), mooier landschap, minder afval en minder cadmium in het milieu. En misschien wel het belangrijkst van alles: biologisch fruit smaakt gewoon het lekkerst omdat het puur natuur is.

Wie gedurende de Week van de Smaak en de Oogstweken (20 september t/m 15 oktober) biologisch fruit koopt in de biologische speciaalzaak (de Vitatas telt natuurlijke mee!), maakt kans op € 50 gratis boodschappen. Deelname is eenvoudig: Maak de slagzin “De smaak van biologisch fruit...” af en stuur deze uiterlijk 15 oktober met uw kassabon naar Promotiebureau Biologische Speciaalzaak, Celsiusstraat 68, 3817 XH Amersfoort.’
Een bewijs eens te meer van de vervlochtenheid tussen Udea en PBS, zoals ik op 6 augustus in ‘Stijl’ al aankaartte. – Nu nog iets anders. Op 11 september kwam ik hier op deze weblog met ‘Believers’, naar aanleiding van wat Foodlog aanhaalde van ‘Antroposofie in de pers’. In de discussie daar op Foodlog maakte ik tevens melding van de teloorgang van Biologica als nieuwsmedium, zoals ik ook hier had gedaan op 2 maart in ‘Oprukken’. Ik constateerde toen dat Alexis van Erp niet meer bij Biologica voor het nieuws zorgde, terwijl hij juist altijd voor die spannende nieuwsfeiten zorgde en interessante verslagen maakte van evenementen. Nu is het dus Week van de Smaak en wat al niet meer, om biologische voeding te promoten. Dat doet Biologica nog volop. Maar dat is allemaal overduidelijk promotie, met een uitgesproken bijbedoeling dus. Tot mijn verrassing kom ik nu op Foodlog de verslagen tegen die ik op de website van Biologica mis. Maar ik kan ook deze samenvatting geven die woensdag op Biofood Online verscheen, onder de titel ‘Geslaagde openingsavond debatreeks De prijs van ons voedsel’:
‘Deze week is de tweede debatreeks over “De toekomst van de landbouw en ons voedsel” van start gegaan. Maandagavond was de opening. De enigszins ludieke openingsavond had als thema “De Hollandse maaltijd: vroeger, nu en straks”. In totaal zijn 283 bezoekers op de debatavond afgekomen.

Mede-organisator Bert van Ruitenbeek van Ecominds: “We zijn de eerste avond van onze debatserie in de Rode Hoed via Linda Roodenburg vooral ingegaan op de sociaal-culturele geschiedenis van ons voedsel. Opvallend is de enorme invloed van immigranten op ons voedsel, al in de gouden eeuw. Volgens Linda verloopt culinaire integratie nu deels via ‘streetfood’.”

Niet alleen Linda Roodenburg kwam aan het woord. “Bioloog en schrijver Midas Dekkers schetste in een humoristisch maar interessant betoog dat bacteriën en schimmels in een fabriek voor ons eten moeten gaan zorgen. Dan ontstaat er ruimte voor echt extensieve landbouw en natuur. Hij sprak verder uitvoerig over de belangrijke rol van de honingbij die door de moderne landbouw in de verdrukking is gekomen.”

De volgende debatten gaan in op het thema “de echte prijs van ons voedsel” en de dilemma’s tussen economie en duurzaamheid zoals over voedselproductie en volksgezondheid, de gevolgen van schaalvergroting en machtmonopolies voor ons landschap, biodiversiteit en dierenwelzijn. Het volgende debat vindt plaats op 5 oktober, met onder andere Roel Coutinho. Zie ook: www.foodlog.nl en www.biojournaal.nl
Ook deze beide links werken niet. Het is treurig. Maar het maakt niet uit, ik weet de weg. Op Foodlog vind ik inderdaad onder ‘Rode Hoed 2010-I: Midas Dekkers heeft het antwoord’ dit bericht van dinsdag 21 september:
‘Na de succesvolle serie van 2009, opende Felix Rottenberg in de Rode Hoed gisteravond een nieuwe serie debatten over voedsel. Hij noemde deze avond een amuse bij de rest van de serie die over de prijs van ons voedsel zal gaan. Wat de redactie van dit blad betreft was het meteen een hoogtepunt door de bijdragen van Linda Roodenburg, speurder naar eetgewoonten van vroeger en nu, en meester verhalenverteller en bioloog Midas Dekkers. Beiden gaven stof tot denken.

Roodenburg vertelde dat we in de Gouden Eeuw ons eten al overal vandaan haalden. Niet zo regionaal dus; dat is een trend onder de hippe bovenlaag van de bevolking. Dekkers maakt duidelijk dat de natuur het zelf allemaal prima regelt. Stoppen dus met ons eten in de natuur te verbouwen. Dat geeft veel te veel zorgen, want we maken er een puinhoop van. Het moet heel anders, zei Dekkers. “Ik weet het antwoord wel, maar jullie willen het toch niet horen. Maar het is echt waar.” Eten, zei hij, “maak je in een fabriek”, als een soort analoge natuur naast de echte. Eens in de maand een lammetje op zondag, ook dat moet kunnen want dat gras moet ook weg en de plantjes hebben stront nodig. Eindelijk weer eens verfrissende blik op het concept van een “natuurlijke landbouw”.

Voor de verslaglegging van de serie zorgt dit jaar Alexis van Erp. Hij legde de avond in de volgende woorden vast (...)’
Kijk eens aan! Dus daar is hij nu gebleven. In ieder geval is hij niet voor ons en de biologische landbouw verloren gegaan. Gelukkig maar. Zulke mensen moet je koesteren. En of het vaste publiek van Foodlog nu zo veel heil ziet in de visie van Midas Dekkers kunt u zelf ter plekke nalezen. Overigens is er ook nog een tweede bericht, van een dag later, over deze lezing, met een videoverslag van ‘Midas Dekkers’ visie op landbouw’. – Zo, nu bent u weer een beetje bijgepraat over de nieuwste ontwikkelingen. Met of zonder bijbedoeling.
.

donderdag 23 september 2010

Koningsdrama

Loverendale is een hier regelmatig terugkerend onderwerp (zie bijvoorbeeld Lo-ve-ren-da-le’ op 6 mei 2009 en Teruggeven’ drie dagen daarna). Nu is veertien dagen geleden de website van dit bedrijf geheel vernieuwd. Dat is te lezen onder het bericht ‘Nieuwe site’ van 8 september:
‘Verjaardag in ons nieuwe huis
Op haar 84e verjaardag lanceert de Loverendale-organisatie haar nieuwe site. Hierop kun je voortaan je favoriete boerderij of product volgen. Vandaag verschijnt in de P+ een artikel over Loverendale. Hierdoor verwachten we veel bezoekers op de site, en die ontvangen we liever op de nieuwe site.

Zoekt en gij zult vinden.
De inhoud van de oude site is in eerste instantie ongewijzigd overgezet naar de nieuwe, en wordt geleidelijk aangepast en verbeterd. Er is voor grotere foto’s gekozen, omdat een beeld vaak meer zegt dan... In de linkerkolom staat een sitemap, waarop alle pagina’s zijn te vinden. Deze zijn ook via de menubalk te vinden. Onderaan elke pagina staat een zoekvak. Hiermee vind je zeker wat je zoekt.

Nog even geduld a.u.b.
De individuele producten worden ingrijpend aangepast en uitgebreid. Dit laat nog een weekje op zich wachten.

Volgen
Op de site kun je je aanmelden voor een nieuwsbrief. Deze geeft periodiek (maandelijks) informatie over de ontwikkelingen. Nieuwsberichten die op deze site geplaatst worden gaan ook naar Facebook en Twitter. Je kunt dus ook kiezen om daar volger van Loverendale te worden.

Reageren?
Direct reageren op enkele pagina’s van de site is ook mogelijk. Om ongewenste stijl en taal enigszins te filteren, worden deze wel door de webmaster geaccordeerd. Hierdoor zit er een vertraging tussen plaatsen en werkelijk zien op de site.

’t mag wat kosten
Loverendale ontwikkelt biologisch-dynamische landbouw. Wil je deze ontwikkeling verder steunen bezoek dan nog even onze schenkingspagina. Hier kun je online doneren.
Veel plezier’
Van twee eerdere berichten meldt ‘Nu nog meer Vijfsprong-zuivel’ (op 1 september):
‘Afgelopen weken is er een nieuwe lijn zuivelproducten op de Vijfsprong ontwikkeld. Zo kun je nu ook halfvolle melk, karnemelk en magere yoghurt in de fles kopen. Heerlijk prikkelend is de Acidophilusmelk, een hele mond vol, maar zo smaakt ie ook. Het vet dat door het afromen van de melk “overblijft”, wordt gebruikt om slagroom en creme fraiche mee te maken.’
En een maand daarvoor ook ‘Kaasmarkt bij De Vijfsprong’ (op 1 augustus):
‘De laatste twee zaterdagen van augustus is er een informatie- en kaasmarkt op het terrein van Urtica-De Vijfsprong in Vorden.’
Maar waar ik naartoe wil, is het vierde bericht, van 16 september, ‘Triodos en P+’:
‘Onlangs was Triodos-directeur Matthijs Bierman bij Loverendale op bezoek. Het blad P+(PeoplePlanetProfit) deed verslag van het gesprek over eigendom en opvolging op het boerenbedrijf. Lees meer over de achtergronden van Loverendale in dit interview (pdf)’
En inderdaad, dat levert een zeer interessant artikel op, geschreven door Jan Bom. Het staat op bladzijde 50 en 51 van het september-oktobernummer van P+ en draagt de titel ‘Koningsdrama’s’:
‘In “Boer zoekt Vrouw” komen de grote koningsdrama’s van Nederlandse boeren nooit aan de orde. Hoe regel ik de bedrijfsopvolging? Landbouwgrond in Nederland is heel erg duur geworden. Daardoor moeten broers en zussen afstand doen van hun erfdeel, om de uitverkoren boerenzoon of -dochter een kans te geven. De biologisch-dynamische boeren van Loverendale op Walcheren hebben dit dilemma opgelost. Het land is eigendom van een stichting. De boer is alleen gebruiker.’
Na een algemene schets van de situatie in Nederland, komt het artikel uit bij Loverendale. Daar steek ik in:
‘In goedmoedige buien willen “reguliere” boeren soms bekennen dat ze van hun biologische collega’s nog best het een en ander kunnen opsteken. Klaver als stikstof in grasland inzaaien, dat is een slimme. Scheelt de kosten van kunstmest. Maar dat uitgerekend in de biologisch-dynamische landbouw het opvolgingsprobleem is opgelost? Dat is zelfs in vakbladen als De Boerderij nog steeds niet doorgedrongen. Het vooroordeel is dat er door de boeren van Loverendale aan een soort hocus pocus wordt gedaan, met het mengen van preparaten van valeriaan en eikenschors in afgevallen koeienhoorns, als de sterren goed staan. De werkelijkheid in het jaar 2010 is dat het proefondervindelijk tot een juridische constructie is gekomen waardoor de bedrijfsopvolging geen probleem meer is. “Je hebt alleen het besef nodig dat de aarde niet een privébezit is, maar een gemeenschappelijk goed, dat wij als mens tijdelijk mogen beheren. Je hebt hoge idealen nodig”, zegt veehouder en kaasmaker Jos Pelgröm van Ter Linde, een van de twee boerderijen van Loverendale. Het is het oudste bedrijf in Nederland dat is geïnspireerd op de leer van antroposoof Rudolf Steiner. Er wordt al sinds 1926 biologisch-dynamische landbouw bedreven.

Dat het altijd makkelijk gaat, dat zal op Loverendale niemand beweren. De opbrengst van het biologisch-dynamische bedrijf is lager dan van de landbouwbedrijven die meegingen in de overbemesting en alle kleuren en geuren gif spoten die de chemie hen aanleverde. En die verdienden vorig jaar gemiddeld zelfs niet meer dan 5.500 euro, volgens het Landbouw Economisch Bericht. Vooral de boeren met melkvee draaiden beroerd. Zelfs een bijstandsmoeder had een hoger jaarinkomen.

Zeker, er waren jaren van grote successen, na de Tweede Wereldoorlog. Het Loverendale-brood ging heel Nederland door en vond gretig aftrek in natuurvoedingswinkels en reformzaken, tot in Maastricht en Leeuwarden toe. In de analen staan de productieaantallen geschreven, met een record van 832 duizend broden per jaar. De afkeer tegen het “fabrieksbrood” uit die tijd was zelfs zo groot, dat overal nieuwe lokale ecologische bakkerijtjes begonnen. Ze namen de markt van de Zeeuwse bakkers over. Die klap kwam hard aan. De boerderijen van Loverendale dreigden rond 1991 op de fles te gaan. De van oorsprong ook op antroposofische beginselen gestoelde Triodos Bank bracht redding. Eerst door de grond van Loverendale in het nieuwe beleggingsfonds Biogrond te stoppen, dat later opging in het Triodos Groenfonds. Omdat de erfpacht door het boerenbedrijf niet meer konden worden opgebracht, kocht de Stichting Loverendale de grond terug met een lening van dezelfde Triodos Bank. De stichtingsvorm bestaat sinds 1964; daarvoor was er een NV Cultuur Maatschappij, een rechtsvorm uit de tijd van “Nederlands-Indië”. Hoe pakt de juridische constructie uit voor de betrokkenen? Neem de eerder genoemde Jos Pelgröm, eigenaar van onder andere de koe Cato die in haar vijftienjarig leven niet minder dan honderdduizend liter melk gaf. Zelfs nu nog, op haar oude dag, levert ze 29 liter per dag. Pelgröm maakt er heerlijke rauwmelkse kazen van, ook met brandnetels er in. Maar grond bezit hij niet. “In mijn eigendom zijn de nieuwe kaasmachine, de inrichtingen en het rollend materiaal, de installaties om te melken, de zestig koeien. Wanneer ik wil stoppen, verkoop ik dus alleen apparatuur. Dat is voor een opvolger wel op te brengen.”

Hoe verdient hij dan de kost? “Mijn inkomen moet ik verwerven uit de omzet van de kaas. Ik boer als beherend vennoot van de Commanditaire Vennootschap (CV) Ter Linde en maak daarbij gebruik van de weide voor de koeien en de gebouwen: de stallen, de kaasmakerij. Die hangen onder Loverendale BV: dat is het uitvoerende bedrijf. De 170 hectare grond zelf is in bezit van de stichting Loverendale, net als de opstallen. Ik lever een winstaandeel aan de BV, afhankelijk van mijn bedrijfsresultaat.”

Het is een bijzondere dag op Loverendale, als Matthijs Bierman een visite brengt. Het nieuwe restaurant is net gereed. Koe Cato krijgt een toespraak van maar liefst vijf minuten, voor haar gigantische bijdrage aan het bedrijfsresultaat. Uit de gesprekken tijdens de lunch blijkt dat er binnen de biologische landbouw de nodige verschillen zijn. De donkergroene sector vindt het maar niks, die lentegroene nieuwkomers die ineens opduiken nu de omzet in het biologische marktaandeel groeit. Nu er eindelijk meer te verdienen valt, snoepen de biologische gelukszoekers mee van de oogst waar pioniers als Loverendale al bijna een eeuw voor hebben gesappeld. Aan de lunchtafel klinkt: “Toeristen komen hier kijken en zijn gecharmeerd. Kijk eens hoe goed ze met de dieren omgaan. En: de koeien hebben nog hoorns die niet zijn afgezaagd. Daarna gaan ze naar hun eigen supermarkt, of de natuurvoedingswinkel en kopen een pak biologische melk. Ze kijken dan niet of er het logo van Demeter op staat. Maar dat wij de koeien in de wei hebben lopen, wil niet zeggen dat alle biologische melk van koeien komt die ook buiten komen, beschut worden door hagen en in een veelzijdige weide grazen met bloemen en kruiden.”

Bierman: “Wat is dan de meerwaarde van biologisch-dynamisch boven gewoon biologisch?”

Loverendale: “Om niet meteen in uitleg over sterren, planeten en preparaten te vervallen: producten van eigen bedrijf, mest van eigen bedrijf, voer van eigen bedrijf. Minder veebezetting in het weiland. Het bemestingsniveau is veel meer gelimiteerd. Dat beperkt het productievermogen per hectare. Wij werken heel strikt. We maken binnen het eigen bedrijf de kringloop compleet. Wij putten de aarde niet uit, maar onderhouden de grond.”

Bierman: “Mag ik een domme vraag stellen? Als je nu producten verkoopt aan consumenten, haal je toch ook nutriënten weg van de boerderij? Dan zul je toch ook iets van buiten naar binnen moeten halen? Anders verdwijnen er toch voedingsstoffen van het erf?”

Loverendale: “Dat is in principe ook zo. Op den lage duur moet je aanvullen. We gebruiken materiaal als natuurterreinen die worden afgeplagd, we strooien mestcompost. Met preparaten maken we in de minerale ondergrond voedingsstoffen vrij. Zo zouden we eigenlijk ook de uitwerpselen moeten hebben van de consumenten die onze zuurkool kopen. En ongevraagd valt er ook wel eens iets uit de lucht. Zonlicht. Sterrenstof. Hagelstenen en onweer met stikstof. We hebben ons ook afgevraagd of die vulkaanas uit IJsland kwalijk zou zijn.”

Bierman: “Bij ons op de bank noemden we de vulkaanstof uit IJsland: ‘bankroet’, haha. Ach. Flauwe bankiersgrappen.”

Het gesprek komt op de eigendomsverhoudingen. Het idee om het bewerken van de grond los te koppelen van het bezit ervan is al oud en bedacht door de oprichtster Maria Tak van Poortvliet (1871-1936). Het was een bijzondere dame waar de schilder Mondriaan op visite ging. Het team vertelt: “De structuur van het persoonlijke eigendom in Nederland is zo dat het in de erfstroom terecht komt. Naarmate haar leeftijd vorderde en de dood dichterbij kwam, zag Maria Tak haar ideaal versnipperen naar haar erfgenamen. Dat wilde ze niet. Daarom is gezegd: er wordt een Cultuur Maatschappij Loverendale opgericht en daar worden alle aandelen in ondergebracht. Dan zijn ze neutraal.”

Bierman: “Dat zijn vrij aardse en praktische redenen om het anders te doen. Ik heb altijd gedacht dat er ook meer spirituele gedachten waren waarom je individuen of een groepje mensen niet de waardestijging van de grond zou moeten doen toekomen.”

Loverendale: “Dan kom je op de indianenfilosofie uit: grond is van niemand. Dat zou achteraf naar een conclusie toe redeneren zijn. Zo is het niet gegaan.”

Bierman: “Jullie zijn passanten.”

Loverendale: “In het leven wel, ja, haha. Op de boerderij zijn we meer gastheer.”

Bierman: En jullie kunnen er nu allemaal van leven?

Loverendale: “De een wat beter dan de ander. Maar we leven nog, ook al komt er van pensioenopbouw niet veel terecht.”

Maar wat nu als Loverendale wil uitbreiden? Daarover voert directeur Frank Loef van de BV gesprekken met de bank. Die situatie is actueel, nu een biologisch-dynamische buurman op Walcheren een lapje landbouwgrond van dertien hectare te koop is aangeboden. Hij kan zelf de gevraagde 600 duizend euro niet opbrengen. De Stichting Loverendale ook niet. Daarom ontmoeten Loef en Bierman elkaar vrij snel na de excursie in Zeeland weer, ditmaal op het hoofdkantoor Nederland in Zeist. Ditmaal stelt Loef de vragen.

Loef: Zijn er beleggers te vinden die genoegen willen nemen met alleen maatschappelijke winst, omdat de boerderijen niet goed genoeg winst draaien om een vast jaarlijks financieel rendement van een paar procenten op te brengen?

Bierman: “Misschien, dat willen we voor je uitzoeken. Het is niet makkelijk, want wat je vraagt is voor een investeerder nog ongunstiger dan een oude sok. Dat geld, daar kun je elke dag nog bij. Maar wie weet. Dan zou je wel naar een apart fonds toe moeten, een nieuw Biogrond-fonds. Het verschil met vroeger is dat je nu kunt profiteren van de fiscale groenregeling, die de belegger een belastingvoordeel tot 2,5 procent biedt. Maar wij moeten ook nog kosten maken: administratie, rentmeesterschap. Om zo’n fonds voor onze bank niet verliesgevend te maken, zal er meer nodig zijn dan dertien hectare biologische landbouwgrond.”

Loef: “Ik ken persoonlijk aardig wat oudere biologische boeren van rond de vijftig, soms al zestig jaar, die geen opvolger hebben. Er komen heel wat biologische landbouwgronden vrij, de komende jaren. Dat is toch zonde, om die aan een reguliere boer te verkopen die denkt: wat een mooie organische stof en er meteen de gifspuit op zet?”

Bierman: “Wil je er de beheerskosten van 1 tot 2 procent uit kunnen halen, dan moet je aan grondbezit ter waarde van tientallen miljoenen euro’s denken, misschien zelfs wel vijftig miljoen. Ik ga het voor je navragen.”’

Psychogeriatrie


Het nieuws voor vandaag is eigenlijk van vorige week. Op 16 september plaatste Antroz, antroposofische ouderenzorg, een nieuw bericht op haar website. Ik heb aan deze zorginstelling al heel wat berichten gewijd. Bijvoorbeeld Wonderwall’ op 29 januari; ook Toelating’ op 7 november 2008 is in dit verband relevant. Dit nieuwe bericht draagt de titel ‘Leendert Meeshuis gaat zorg bieden aan 36 extra bewoners’:
‘Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft op 7 september 2010 ingestemd met een uitbreiding van het Leendert Meeshuis met 36 plaatsen. Door deze uitbreiding kan het Leendert Meeshuis zorg gaan bieden aan, in totaal, 110 bewoners. Antroz ziet in deze beslissing van het Ministerie de erkenning dat het Leendert Meeshuis een toekomstbestendige organisatie is, met een zorgvisie die aansluit bij de wensen in de maatschappij en met een zorgaanbod waar ook in de toekomst een grote vraag naar zal blijven bestaan.
Mevrouw J. van Leeuwen, voorzitter van de cliëntenraad van het Leendert Meeshuis, is verheugd met deze uitbreiding. “Door deze uitbreiding kunnen wij bewoners opnemen die al lange tijd op de wachtlijst staan om in het Leendert Meeshuis te kunnen wonen. Vanwege de identiteit van het verpleeghuis en de nadruk op kleinschaligheid en kwalitatief goede zorg geworteld in de antroposofie, zijn er mensen die met een CIZ indicatie de voorkeur geven aan wonen in het Leendert Meeshuis. De cliëntenraad is blij dat we deze mensen en hun familie, nu kunnen helpen.” Ook de heer Pluijter, Raad van Bestuur van Stichting Antroz waar het Leendert Meeshuis onderdeel van uitmaakt, bevestigt dat meer mensen die voorkeur geven aan een verpleeghuisopname in het Leendert Meeshuis nu geholpen kunnen worden. Het Leendert Meeshuis hoopt op korte termijn, binnen enkele maanden, de deuren te openen voor nieuwe bewoners. Op dit moment wordt met de eigenaar van het Berg en Bosch terrein een oplossing gezocht om tijdelijk, extra huisvesting te realiseren. Antroz heeft de heer Jos van Baarsen benoemd tot projectleider van de capaciteitsuitbreiding.
In 2008 heeft het Ministerie van VWS toelating verleend voor vervangende nieuwbouw van het Leendert Meeshuis in de gemeente De Bilt. Sindsdien is Stichting Antroz op zoek naar een locatie voor vervangende nieuwbouw van het zorgcentrum. Deze uitbreiding met 36 plaatsen ligt in het verlengde van de wens om kleinschalige verpleeghuiszorg in vervangende nieuwbouw te realiseren, aldus de heer Pluijter. “Met vervangende nieuwbouw ontstaat een woon- en leefklimaat dat nog meer aansluit bij de woonwensen van de bewoners, met nadruk op de kwaliteitswaarden waar wij als zorginstelling voor staan.”’
Het behoeft eigenlijk geen commentaar. Maar nu blijkt dat in dagblad Trouw morgenochtend toch te gebeuren. In de beroemde rubriek ‘Klein verslag’ van Wim Boevink (op bladzijde 2 van deze krant), waarin deze verslaggever elke dag op meesterlijke wijze de praktijk van het dagelijks leven beschrijft, is voor de datum van 23 september de beurt aan ‘Als een pop kind wordt’. Het lukt mij niet anders dan de tekst in zijn geheel over te nemen, anders gaat de portee verloren. En snap je ook niet hoe het een met het ander verband houdt. Overigens is lang niet zeker dat het hier om dezelfde instelling gaat; dat vermoed ik alleen maar.
‘Voor ze de afdelingsdeur opende zei ze: “Voor het geval je weg wilt vluchten geef ik je de cijfercode voor deze deur – dan kun je er altijd uit.” Oké, zei ik, met een vraagteken, want ik schrok er een beetje van. “En o ja”, zei ze, “ik waarschuw je ook voor de stank.”
Toen opende ze de deur naar de PG-afdeling – de afdeling psychogeriatrie van het verpleeghuis voor Alzheimerpatiënten.
Een weeïge lucht sloeg ons tegemoet. Ergens gilde een vrouw. Brede gangen, brede deuren met namen en soms een foto van de bewoner, overal vaste vloerbedekking. Die was de boosdoener, zei een medewerkster van het tehuis – er waren patiënten die gewoon op de gang plasten – “of erger”.
Ze kregen die geur niet meer weg.
De gillende vrouw zat op een toilet. Een verzorger was onderweg.
Ik zei tegen de medewerkster dat ik voor het eerst op een afdeling als deze was. “O, dan heb je meteen de heftigste”, zei ze met een lachje. Naast ons stond toen een oude dame. Ze leunde op haar rollator, die bepakt was met poppen. Een bijna iconografisch beeld: Alzheimerpatiënt met poppen. De dame pakte een van de poppen, zei er iets tegen. “Ze heeft uw ogen”, zei de medewerkster tegen haar – en zich tot mij wendend: “Ze weet heel goed het verschil tussen een pop en een kind. Tegen een kind spreekt ze anders.”
Het was avond, een uur of acht, en we betraden de huiskamer. Er zaten vijftien mensen aan tafels, men zei niet veel. “Geen tv?”, vroeg ik. “Nee, dit is een antroposofisch huis”, zei de medewerkster en begon een tafereel van elders te schilderen, van een academicus die men voortdurend ‘Goede tijden, slechte tijden’ liet kijken. Waar de tv de hele dag aanstond.
Een oudere heer zong een kinderliedje. Een vrouw zei: “Morgen is toch zondag?” “Vandaag is dinsdag”, zei de medewerkster, terwijl ze een dame naast haar yoghurt voerde. Een man kwam op me toe en hield, vlakbij mijn gezicht en me strak in de ogen kijkend, een lange, onverstaanbare monoloog. De taal glibberde over zijn tong, als water over een bed met kiezels, ruisende zinnen met afgegladde woorden.
Hersens in nevelen, of eigenlijk – zo zegt recent onderzoek – in eiwitafzettingen in de vorm van plaque. Maar over de oorzaak van Alzheimer tast men nog in het duister. De patiëntenaantallen zijn, ook in Nederland, stijgende, tot een half miljoen in 2040, een verdubbeling. En nu al moeten op de afdeling waar ik was 34 mensen door vijf verzorgers elke ochtend worden gewassen en aangekleed – als ze alle vijf al aanwezig zijn. De gillende vrouw werkt andere patiënten op de zenuwen, er vallen soms klappen, die niet gezien worden, tot een bezoekend familielid de blauwe plekken ziet. Zulke verhalen hoorde ik, bij alle toewijding van de verzorgers, ook. Er wordt in de nevelen, in die tot stilstand gekomen binnenwereld, ook pijn geleden.
Ze zitten daar bij elkaar, om acht uur ’s avonds, met zijn vijftienen, de anderen liggen al in bed. Eenzame opsluiting, kindertijd, een sluipend uitwissen van wie je was.’
Nu moet u niet meteen denken dat een antroposofische zorginstelling hiermee wordt afgekraakt. Dat lijkt mij niet het geval te zijn. Er wordt gewoon een ander stukje werkelijkheid geschetst. Nee, dan denk ik meer aan de rubriek ‘Bladen’ op maandagochtend, op de afdeling Religie & Filosofie van dezelfde krant (niet op de website, alleen in de papieren versie), waarin Emiel Hakkenes op 20 september berichtte over ‘Wie de Koran serieus neemt eet biologisch-dynamisch’. De eerste helft van die rubriek was voor het eerst in lange tijd weer eens gewijd aan Motief:
‘In een ingezonden brief in Motief, maandblad voor antroposofie, hekelt een lezeres voetbal als sport. Zij signaleert, “puur uit de waarneming”: “Allereerst het trappen en wegschoppen van een bal. Hebt u zich wel eens afgevraagd waarom in bijna alle vechtsporten schoppen verboden is? Wanneer schopt een mens? Uit woede, agressie, vernietigingsdrang of minachting. Niet bepaald een positief gebaar. Persoonlijk zou ik een kind liever elke andere sport laten doen dan voetballen.”
Eerder in Motief komt Hendrik Jan Bakker aan het woord. Hij doorliep de vrije school, bezocht als kind diensten van de Christengemeenschap, zong in een Gregoriaans koor en deed wel eens wat met zenboeddhisme. Ook bestudeerde hij geruime tijd de antroposofie. Hij had sterk het gevoel dat hetgeen Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, schreef, waar was. Maar, zo vertelt hij, hij vond de weg van de antroposofie “weinig houvast” bieden. Maar toen ontmoette hij zijn vrouw, een Indonesische moslima.
“Omdat een moslimvrouw alleen met een moslimman mag trouwen, vroeg ze mij moslim te worden”, vertelt Bakker. “Ik heb me een jaar op haar vraag beraden, ben boeken over de islam gaan lezen en moslims gaan ontmoeten. In tegenstelling tot wat je in de krant leest, waren het allemaal aardige mensen.”
In de Koran vond Bakker op zeker moment ook teksten die met natuur en milieu te maken hebben. “Tegelijk ontdekte ik Ibrahim Abouleish, die al dertig jaar de islam met antroposofie en biologisch-dynamische landbouw verbindt. Wie de Koran serieus neemt, zou biologisch-dynamisch moeten eten.” Hoe Bakker zichzelf noemt, hoeft niet te verrassen: “groene moslim”.’
Wie zei dat ook alweer: Het maakt niet uit wat ze over je schrijven, maar dat ze over je schrijven? Dat is hiermee dan opnieuw gelukt.
.

dinsdag 21 september 2010

Elfder ure

Er valt veel te melden. Maar ik wil toch niet veel meer dan één onderwerp per dag aansnijden. Anders kan ik wel aan de gang blijven. Daarom vandaag een van mijn favoriete onderwerpen: de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Wat zullen ze nu weer bedacht hebben? Het gaat over hun jaarlijkse congres en de uitreiking van de Mr. Kackadorisprijs. Dat is altijd een plezier om te lezen. Omdat de jury zich altijd zo ongelooflijk opwindt over zaken die volgens haar het daglicht niet kunnen verdragen. En soms heeft ze daar ook gewoon gelijk in. Maar in haar ijver nomineert ze ook organisaties die wél bonafide zijn, waarmee het onderscheid tussen goede en slechte geneeskunde – waar het haar uiteindelijk toch om moet gaan – door haar kortzichtigheid volledig wegvalt.

Ik beleefde vandaag weer veel plezier aan de ‘Genomineerden Meester Kackadorisprijs 2010’, een bericht dat op zaterdag 18 september op de website werd geplaatst, en gisteren alweer aangepast:
‘Uit een niet zo groot aantal aanmeldingen heeft de jury van de Meester Kackadorisprijs 2010 de volgende lijst van acht kandidaten vastgesteld, die in alfabetische volgorde hieronder kort worden geïntroduceerd.’
De belachelijkheid blijkt meteen al uit het rijtje van eerdere winnaars, die vermeld staan onder het kopje ‘Genomineerd’:
‘Zoals bekend is de prijs bestemd voor “instellingen, personen of ondernemingen die in belangrijke mate hebben bijgedragen aan de verspreiding in daad, woord of geschrift van de kwakzalverij in Nederland” (voor het complete reglement zie NTtdK, juni 2003, pag 1-2). Alle genomineerden zijn inmiddels per brief op de hoogte gesteld van hun kandidatuur. De winnaar zal op zaterdag 2 oktober zal voorafgaand aan het middagsymposium worden bekend gemaakt, waarna deze – mits aanwezig – in de gelegenheid zal worden gesteld een korte apologie uit te spreken. De jury en het bestuur danken de leden die kandidaten voor de Meester Kackadorisprijs 2010 hebben voorgedragen.
Eerdere winnaars sinds de instelling van de prijs:
2003 Zilveren Kruis Achmea
2004 Paul van Dijk, huisarts te Zaltbommel
2005 René Steenhorst, Telegraafjournalist
2006 Henk Smid, directeur ZonMW
2007 GroenLinks
2008 NCRV
2009 Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken’
Ik heb het al vaker geschreven: het is bijna een aanbeveling om in dit rijtje te worden opgenomen. Het is eerder de Vereniging tegen de Kwakzalverij zelf die zich belachelijk maakt door steeds te fulmineren tegen mensen en organisaties als bovengenoemde. Dat weet men zelf natuurlijk ook wel; het zal haar vooral gaan om het publicitair effect en om het bevestigen van het eigen enge denken.

‘De lijst voor 2010’ bevat in dit opzicht zeer interessante nominaties, bijvoorbeeld ‘EPN, uitgever van vwo-leerboek Chemie Overal’. Aan te bevelen om de bijbehorende motivatie te lezen; zo leer je nog eens wat. Tot dezelfde categorie behoort ook ‘Saxion Next, de particuliere tak van de Saxion Hogeschool’. Je komt dan in de buurt van de studie medicijnen, en daar mag vooral niet aangezeten worden. Ik zal daar straks nog op terugkomen: op een groot gevaar voor de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Maar om me een beetje te beperken zal ik van de acht genomineerden nu alleen degene noemen die hier op deze weblog bekend zijn en op enigerlei wijze met antroposofie in verband staan.

Als eerste is daar ‘Menzis Verzekeringen’. Dat hoeft ons niet te verbazen, die is hier al vaker ter sprake geweest. Ik citeer van de website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij:
‘“Menzis maakt therapeutische zorg voor meer mensen toegankelijk. Tegelijk worden de administratieve lasten voor zowel therapeut als voor Menzis verlaagd. Op dit moment kunnen Menzis-klanten al terecht bij eerstelijnscentra op antroposofische basis (therapeutica) in Groningen, Doetinchem en Zutphen. Dit aantal wordt de komende tijd verder uitgebreid. Bas Leerink, lid van de Raad van Bestuur van Menzis, maakte dit bekend tijdens het symposium Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg aan de Hogeschool Leiden op 18 december 2009. (...) Therapievormen die de therapeutica aanbieden zijn bijvoorbeeld euritmietherapie, kunstzinnige therapie en psychosociale hulp. Menzis heeft afspraken gemaakt met verschillende therapeutica. De centra ontvangen per ingeschreven Menzis-verzekerde een op maat gesneden en vast bedrag. De aanvullende verzekering van Menzis vergoedt alle therapeutische zorg van deze zorgverleners”. Aldus een persbericht van een der grootste ziektekostenverzekeraars van ons land.
De antroposofen worden nu even extra verwend. Erg verrassend is dat misschien niet, want Menzis vergoedde in zijn aanvullingsfondsen al geruime tijd een groot scala aan kwakzalverij, oplopend tot € 1000,- per jaar voor zorg en eenzelfde bedrag voor alternatieve middelen. Natuurlijk moet de hulp worden geboden door “beroepsverenigingen” die door Menzis zijn erkend. Daarbij kijkt Menzis niet zo nauw, want daaronder vallen wel 5 acupunctuurclubs, 24 alternatief-psychologische clubs, 7 antroposofische clubs, 3 homeopathische verenigingen, 30 clubs van natuurgenezers en 9 verenigingen van “krakers”. Tot de meer curieuze erkende beroepsverenigingen behoren de malvatherapeuten, de marcos-therapeuten en de genezers van de bio-energetische analyse. Vlak ook de antroposofen van de meridiaan-kleurentherapie, de mesologen, de reflexzonetherapeuten en de paranormale praktizijns niet uit: alle erkend door Menzis. Als klap op de vuurpijl zien we 2 clubs van craniosacraaltherapeuten en orthomanuele genezers: ook zij zijn erkend. Kennelijk wordt er bij Menzis geen krant gelezen of speelt – waarschijnlijker – bij het binnenhalen van klanten cynisme de hoofdrol, ondanks alle mooie woorden van directeur Roger van Boxtel in de folders. Geld stinkt immers niet.’
In de volgende nominatie is die link met antroposofie veel minder duidelijk te leggen. Eigenlijk blijkt die alleen uit het noemen van het Louis Bolk Instituut. Maar wie hier het bericht ‘Biologische diergeneeskunde’ op 13 augustus 2009 gelezen heeft, weet beter. Daarom wordt nu ook de ‘Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit’ genomineerd:
‘De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bevordert de kwakzalverij in de diergeneeskunde door:
1. niet in te grijpen bij wettelijk onbevoegde uitoefening van de diergeneeskunde door alternatieve behandelaars;
2. stimulering van de toepassing van niet-effectieve behandelwijzen.
Ad 1) Reeds in 2003 heeft de VtdK er bij de hoogste veterinaire ambtenaar (Chief Veterinary Officer-CVO) vergeefs op aangedrongen om actie te ondernemen tegen de onbevoegde uitoefening van de diergeneeskunde door op hbo-niveau opgeleide behandelaars. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde heeft bij het Ministerie van LNV ook bot gevangen ten aanzien van de onbevoegde uitoefening van de diergeneeskunde door niet-dierenartsen. Evenmin bij het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap is gehoor gevonden.
De opleiding van behandelaars van dieren volgens zogenoemde natuurgeneeskundige beginselen omvat onder meer homeopathie, fytotherapie, Bach-bloesemtherapie en aromatherapie. Deze behandelingen zijn niet gebaseerd op hedendaagse wetenschappelijke inzichten. De natuurbehandelaars hebben onvoldoende kennis van de diergeneeskunde om verantwoord te kunnen diagnosticeren en behandelen. Bovendien zijn behandelingen van dieren volgens de Wet op de Uitoefening van de Diergeneeskunde (WUD) voorbehouden aan dierenartsen. Het antwoord van de CVO was dat het iedereen vrij staat een opleiding aan te bieden, maar dat het onbevoegd uitoefenen van de diergeneeskunde streng aangepakt zou worden. Tot op heden is dat niet gebeurd.
Ad 2) Ondanks afwezigheid van bewijs voor effectiviteit heeft de Minister van LNV toegezegd de regelgeving voor alternatieve vormen van diergeneeskunde te willen versoepelen en alternatieve behandelmethoden te zullen stimuleren door het financieren van onderzoek ernaar.
Dit voornemen van de Minister is gebaseerd op het eindrapport van het Fyto-V project (RIKILT Rapport 2008.10; http://library.wur.nl/WebQuery/edepot/3489; http://www.rikilt.wur.nl/NL/publicaties/Rapporten/Fyto+V/ ). Dit is een rapport van een op verzoek van het kennisnetwerk Bioconnect en de deelnemende biologische ondernemers door het ministerie van LNV geïnitieerd onderzoek. Het project is uitgevoerd door het RIKILT (onderdeel van de Animal Science Group van Wageningen Universiteit) in een samenwerkingsverband met de afdeling farmacologie van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, het Instituut voor Etnobotanie en Zoöfarmacognosie, het Louis Bolk Instituut en de Hogere Agrarische School (HAS) in Den Bosch. De voornaamste doelstelling was verwerving van kennis van werkzame kruidenpreparaten.
In het onderzoek is voor geen van de gebruikte kruidenpreparaten en bij geen van de onderzochte diergroepen (rund, varken, kip) een statistisch significant effect gezien.
Ondanks het ontbreken van bewijs voor effectiviteit heeft de Minister al vervolgstappen gezet om “onnodige juridische belemmeringen [sic] weg te nemen (bedoeld wordt: om de verdere toepassing van kruidenpreparaten mogelijk te maken)” en het onderwijs over het gebruik van kruidenpreparaten te stimuleren. Een van de nevenresultaten van de studie is een onderwijsmodule over kruidengeneeskunde voor de Hogere Agrarische School te ’s-Hertogenbosch. Bij lezing van de inhoud van deze onderwijsmodule blijkt het te gaan om de vierelementenleer en om bijgelovige opvattingen uit lang vervlogen tijden. Met de verspreiding van dergelijke folklore wordt ernstig afbreuk gedaan aan de ministeriële geloofwaardigheid en wordt de reputatie van de onderzoeksinstituten geschaad.’
Ik sla twee genomineerden over en kom dan uit bij ‘Triodos Bank’:
‘Vaak is de werkelijkheid bij nadere beschouwing anders dan gedacht. Het lijkt allemaal zo sympathiek: Triodos Bank heeft bij haar oprichting in 1980 gekozen voor een transparant, eenduidig bankmodel waarbij spaargeld wordt ingezet voor kredietverlening aan duurzame ondernemingen. Met vestigingen in Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en een agentschap in Duitsland heeft Triodos Bank 200.000 klanten en 9.500 kredieten in portefeuille. Triodos bank is onlangs verkozen tot de duurzaamste bank ter wereld tijdens de jaarlijkse International Sustainable Banking Conference in Londen. Wie kan daar nu tegen zijn?
De sympathie verdwijnt echter geheel als duidelijk wordt welke investeringen met het ingelegde spaargeld worden gedaan in de gezondheidszorg. De antroposofie blijkt sterk oververtegenwoordigd. Geïnvesteerd wordt onder meer in Weleda (producent van antroposofische en homeopathische geneesmiddelen), in diverse antroposofische gezondheidscentra (therapeutica), in het Rudolf Steiner verpleeghuis in Den Haag, in Stichting Widar Beheer (beheert onroerend goed voor antroposofische huisartsen en therapeuten), in zorggroep Chiara Sofia (... “een harmonieuze verbinding van inzichten van zowel Oosterse en Westerse wijsheden en psychologische modellen”...) en zo kunnen we nog even verder gaan. Op agrarisch gebied heeft de Triodos Bank nauwe banden met het Louis Bolk Instituut. Dit houdt zich bezig met onderzoek op het terrein van de (biologische) landbouw, geneeskunde en voeding op antroposofische grondslag.
Wilt u geld schenken aan duurzame initiatieven op het gebied van biologische landbouw, dierenwelzijn, ontwikkelingssamenwerking of duurzame energie? Dan is er gelukkig de Triodos Foundation. Deze stichting, onder toezicht van de bank, beheert schenkingen en verricht donaties aan duurzame initiatieven. Haar doel is bij te dragen aan maatschappelijke vernieuwing door bewuste omgang met geld. Verdrietig genoeg komt uw geld onder meer terecht bij het valideringsonderzoek voor antroposofische gezondheidszorg (Hogeschool Leiden, lectoraat antroposofische gezondheidszorg), het Heilpedagogisch Centrum Matoekoe in Suriname (jawel, met therapeuticum volgens Steiner) of bij de Europese Alliantie voor Toegepaste Antroposofie. Ronduit schrijnend zijn de donaties van de Triodos Foundation die alternatieve geneeswijzen in arme landen bevorderen. Zo is in 2008 geld gegeven aan Homeopaten zonder Grenzen, voor een opleiding homeopathie in Kenia. Bonneux sprak in Medisch Contact van 8 april 2009 terecht van “Misdadige hulp” en wees erop dat een aanval van malaria tropica een kans van 1% op overlijden met zich meebrengt. Dit percentage is nog hoger bij zwangeren en kinderen. Toch werden 150 geslaagde cursisten letterlijk en figuurlijk het bos in gestuurd met hun doosje homeopathische medicijnen om ‘ongevallen, brandwonden, hersenvliesontsteking en koortsen' te behandelen (jaarverslag HzG). De duurzaamheid van mensenlevens in Afrika staat kennelijk niet hoog in het vaandel bij Triodos Bank. In 2009 is de herbouw van een acupunctuurkliniek in Indonesië door de Triodos Foundation financieel ondersteund.
Triodos gebruikt in de communicatie met potentiële en bestaande klanten het woord duurzaam. Dat doen ze goed, blijkens de finaleplaats van de Marketing Excellence Award 09 in de categorie maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat doen ze zó goed dat met het geld van vele argeloze spaarders onder meer alternatieve geneeswijzen en met name het antroposofische gedachtegoed worden bevorderd. Er zijn organisaties die om minder goede redenen de Kackadorisprijs hebben gekregen.’
De volgende nominatie is weer minder duidelijk qua link, en vertoont grote gelijkenis met die voor de minister van LNV hierboven. Het gaat om het ‘Wageningen Universiteit en Research Centrum’, waarbij de homeopathie de doorn in het oog is:
‘In 2003 is in Wageningen de leerstoel biologische landbouw opgeheven. Vanwege de hardnekkigheid waarmee sommige onderzoekers van Wageningen Universiteit en Research Centrum onderzoek blijven doen naar homeopathische behandelingen wordt de WUR wederom genomineerd voor de Meester Kackadorisprijs. In 2006 werd deze instelling al genomineerd vanwege een onderzoek naar homeopathie bij kalverdiarree, dat werd uitgevoerd in het Bioveem samenwerkingsproject van 17 biologische melkveehouders, het Louis Bolk Instituut, de Animal Sciences Group/Veehouderij en DLV adviesgroep n.v. De in 2010 verschenen publicatie van o.a. Camerlingh en Lantinga van de leerstoelgroep biologische landbouwsystemen van WUR over homeopathische middelen als vervanging van antibiotica bij varkens is aanleiding WUR wederom te nomineren (Camerlink I, Ellinger L, and Lantinga EA. Homeopathy as replacement to antibiotics in the case of Escherichia coli diarrhoea in neonatal pigs. Homeopathy (2010) 99,57-62).
Het mag opmerkelijk heten dat deze twee rapportages als lofzangen op de homeopathie zijn geschreven, in een tijd dat wereldwijd ook in de diergeneeskunde het besef is doorgedrongen dat homeopathische behandelingen niet werkzaam zijn. Bovendien is de toepassing van homeopathische middelen strijdig met de diergeneeskundige ethiek en de wetenschap. De ogenschijnlijk positieve resultaten uit beide onderzoeken moeten worden toegeschreven aan kwalitatief slecht onderzoek.
Naast het feit dat beide onderzoeken methodologische tekortkomingen hebben is de belangrijkste kritiek dat er publieke middelen worden verkwanseld met onderzoek naar wetenschappelijk gezien niet plausibele behandelmethoden. Vanwege de lage a priori waarschijnlijkheid van de effectiviteit van homeopathie zal zelfs bij significante resultaten van een methodologisch goed uitgevoerde studie de a posteriori waarschijnlijkheid van een positief effect laag zijn.
Het kan voorkomen dat individuele onderzoekers het spoor bijster raken, maar dat een onderzoeksinstelling als de WUR zich anno 2010 nog bezighoudt met onzinnig onderzoek naar het effect van homeopathisch verdunde middelen is onbegrijpelijk. Het vertrouwen in de wetenschap en haar instituties wordt op deze manier sterk aangetast.
Onderzoeksbeoordelingscommissies zouden kritischer moeten kijken naar de aard van het onderzoek dat onder hun verantwoordelijkheid wordt uitgevoerd.
Het zou goed zijn als de WUR met betrekking tot onderzoek naar homeopathische behandelingen – evenals de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde en de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht dat hebben gedaan – een aan de huidige inzichten aangepast standpunt innam en dit aan haar medewerkers zou meedelen.’
We zullen nog even tot 2 oktober moeten wachten om te weten te komen wie de absolute winnaar gaat worden. Het melden waard is nog wel dat bij de nominatie van de website www.therapeutvinden.nl ook dit genoemd wordt:
‘Er is een boekenrubriek waar boekwerken zoals Het Helend Hart en Om Gegronde Redenen: Antroposofie Hier en Nu worden aangeprezen.’
Ja, dat tweede boek vooral is zéér ernstig! – Maar nu af van de luim, en terug naar de echte ernst. Want wat meldt Iocob sinds kort? In het bericht met de titel ‘Grote CAM-enquete medische studenten’ wordt dit geschreven:
‘In 2008 heeft een medisch studente een enquete gehouden onder 10.532 medische studenten (die lid zijn van de KNMG) over complementaire en alternatieve behandelwijzen, waarvan een deel van de resultaten begin september 2010 zijn gepubliceerd. In totaal hebben 2004 medische studenten – dat is 19% van de ondervraagden – gereageerd. 83% van henvond dat eenarts objectieve informatie moet kunnen verschaffen over deze behandelwijzen.
Ook andere opzienbarende feiten kwamen naar voren over de positie van CAM:
“Meer dan twee derde van de studenten (69.9%) is van mening dat er meer onderzoek moet komen naar de werkzaamheid en effectiviteit van CAM. Geneeskundestudenten vinden autonomie van de patiënt belangrijk. Dit bleek uit het feit dat 81.6% vindt dat de keuze van de patiënt gerespecteerd dient te worden indien de patiënt gebruik wil maken van een CAM-therapie.”
Het merendeel van de responderende studenten vindt voorts dat CAM onderwezen dient te worden in het medische curriculum.
In het persbericht wordt geconcludeerd:
“Uit dit onderzoek kunnen we concluderen dat de medische student in Nederland, hier vertegenwoordigd door KNMG-leden, positief is ten aanzien van CAM in het medische curriculum. Indien de acht medische faculteiten in Nederland zich willen houden aan hun eigen opleidingseisen, vastgelegd in het Raamplan 2009, dienen er structurele veranderingen in het onderwijs plaats te vinden om aan de vraag naar CAM-onderwijs in het medisch curriculum van geneeskundestudenten in Nederland te kunnen/willen beantwoorden. Daarom zal nader onderzoek gedaan moeten worden hoe CAM-onderwijs gestructureerd en meer inhoudelijk vorm kan krijgen in het medisch basisonderwijs in Nederland.”’
We herkennen hierin het bericht Student’ van 5 november 2008, waarin al melding van deze enquête werd gemaakt, zoals uit deze zinsnede blijkt:
‘Onlangs is er een enquête verstuurd naar alle studentleden van de KNMG waarin hun mening over niet-reguliere behandelingen is gevraagd. Daarnaast is in het septembernummer van het Tijdschrift voor Medisch Onderwijs een uitgebreid pleidooi te lezen voor onderwijs over niet-reguliere behandelwijzen in de basisopleiding.’
Overigens gaf Frida van Dam (géén familie van Frits van Dam, de secretaris van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, neem ik aan), bestuurslid van de landelijke studentenvereniging Granulla, ‘die de (geneeskunde)student probeert de kans te geven kennis te maken met complementaire behandelwijzen’, op dit bericht een reactie waarin zij een eigen verslag in het vooruitzicht stelde van deze bijeenkomst op 30 oktober 2008:
‘Het KNMG Studentenplatform heeft dit onderwerp daarom ook hoog op haar agenda staan en wil geneeskundestudenten graag de mogelijkheid bieden om mee te denken over niet-reguliere behandelwijzen.’
Helaas vertoont de website van Granulla, zie www.granulla.nl, heel weinig actueels. Het laatste stamt van juni 2009, en ook verder valt er bijzonder weinig te lezen, helaas. – Maar dan is Iocob er nog; die vat de recente enquête mooi kort samen. Ik ben echter toch wel benieuwd naar de link die erbij wordt gegeven. Daar vind ik dit hele verhaal, van Elon Kolkman op donderdag 9 september 2010, onder de titel ‘Een enquête, gehouden onder medische studenten aan alle acht medische faculteiten in Nederland ten aanzien van CAM’:
‘Tijdens de KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst)-discussiebijeenkomst van 29 november 2007 werden de enquêteresultaten van mei 2007 over “alternatieve geneeswijzen” gepresenteerd. Ik heb mij destijds afgevraagd waarom de elektronische vragenlijst over de stellingnamen en het KNMG-standpunt over “alternatieve geneeswijzen” niet is voorgelegd aan KNMG-studenten. Het lijkt mij belangrijk om te weten hoe toekomstige artsen over ‘complementaire en alternatieve geneeswijzen’ (CAM) denken. Vinden zij het bijvoorbeeld belangrijk om tijdens hun opleiding geïnformeerd te worden over CAM?
De discussie over inhoud en structuur van de medische basisopleiding is onder andere in een stroomversnelling geraakt door ontwikkelingen in de medische wetenschap en door maatschappelijke veranderingen en opvattingen over mogelijkheden en wenselijkheden in de Nederlandse gezondheidszorg. Ook het toenemend aantal wetenschappelijke studies naar en over CAM-onderwerpen, de steeds groter wordende vraag van patiënten naar CAM en de zoektocht van artsen om patiënten op een andere manier te benaderen hebben hierbij een rol gespeeld. Omdat over de visie en houding van medische studenten ten opzichte van CAM weinig tot niets bekend is, ben ik een onderzoek gestart in het kader van mijn wetenschappelijke stage tijdens de klinische fase van mijn studie geneeskunde. Hierin onderzocht ik de houding, kennis en ervaring met CAM en de visie op CAM in het medisch onderwijs onder geneeskunde- studenten die lid zijn van de KNMG.
Opzet
In september 2008 is een anonieme, digitale enquête verstuurd naar 10.532 KNMG medische studenten van alle acht medische faculteiten in Nederland. Medische studenten werd gevraagd hun mening en kennis te geven over CAM en over de rol van CAM in het medische basis curriculum.
Het eerste deel bestond uit 12 vragen over het informatiezoekende gedrag van studenten, opgedane ervaring met CAM in het medisch onderwijs, persoonlijk gebruik van CAM, hun attitude en mening over CAM en hun interesse voor CAM. Al deze vragen moesten worden beantwoord met ja of nee. Het tweede deel bestond uit zes vragen over de negen meest gebruikte CAM-therapieën in Nederland, te weten: acupunctuur, homeopathie, antroposofische geneeskunde, natuurgeneeskunde, paranormale geneeswijze, orthomanuele geneeskunde, fytotherapie, orthomoleculaire geneeskunde en mindfulness. Deze 54 vragen moesten beantwoord worden met “ja” of “nee”.
Het laatste deel bestond uit 30 stellingen over de onderwerpen: evidence-based medicine (EBM) van CAM, houding ten opzichte van bijwerkingen en veiligheid van CAM, de plaats van CAM in de Nederlandse gezondheidszorg, CAM in het medische onderwijs, CAM en de visie op de medische beroepshouding, redenen voor gebruik van CAM, visie op CAM en de rol en invloed van de KNMG. De antwoorden op deze vragen werden gegeven aan de hand van een 5-punts Likert schaal.
In totaal hebben 2004 studenten (19%), gelijkmatig verdeeld over alle acht medische faculteiten, gereageerd. De gemiddelde leeftijd van de studenten was 22.7 jaar (SD: 3,9) en 71.9% was vrouw. Iets meer dan 10% van de studenten (13.4%) had persoonlijke ervaring met een CAM-therapie in de afgelopen drie jaar. Daarnaast geeft 45.7% aan, op eigen initiatief, dus zonder recept, gebruik te maken van niet-reguliere geneesmiddelen.
Resultaten
– Houding ten opzichte van CAM
De meerderheid van de geneeskundestudenten in Nederland (83.0%) gaf aan het belangrijk te vinden dat artsen patiënten objectieve voorlichting kunnen geven over CAM. Een meerderheid (60.1%) vindt dat artsen CAM mogen toepassen als er wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid is.
Meer dan twee derde van de studenten (69.9%) is van mening dat er meer onderzoek moet komen naar de werkzaamheid en effectiviteit van CAM.
Geneeskundestudenten vinden autonomie van de patiënt belangrijk. Dit bleek uit het feit dat 81.6% vindt dat de keuze van de patiënt gerespecteerd dient te worden indien de patiënt gebruik wil maken van een CAM-therapie.
– Kennis over CAM
Studenten gaven te kennen dat ze de meeste kennis hebben over acupunctuur (95.7%), homeopathie (93.2%) en het minst over orthomoleculaire geneeskunde (15.8%).
Bijna driekwart van de medische studenten (74.2%) gaf aan te weinig kennis te bezitten over CAM. Meer dan driekwart (76.9%) gaf aan dat het van belang is dat artsen kennis over CAM bezitten.
– Interesse in CAM-onderwijs
Meer dan 6 op de 10 studenten (62.0%) vinden dat er meer aandacht besteed moet worden aan CAM in het medische curriculum. Op de vraag in welke vorm dit dient te zijn, antwoordde 43.6% het niet als verplicht kernblok te willen, terwijl 35.7% van de studenten hier wel positief over was. De overige studenten gaven een neutraal antwoord.
Conclusie
Uit dit onderzoek kunnen we concluderen dat de medische student in Nederland, hier vertegenwoordigd door KNMG-leden, positief is ten aanzien van CAM in het medische curriculum. Indien de acht medische faculteiten in Nederland zich willen houden aan hun eigen opleidingseisen, vastgelegd in het Raamplan 2009, dienen er structurele veranderingen in het onderwijs plaats te vinden om aan de vraag naar CAM-onderwijs in het medisch curriculum van geneeskundestudenten in Nederland te kunnen/willen beantwoorden. Daarom zal nader onderzoek gedaan moeten worden hoe CAM-onderwijs gestructureerd en meer inhoudelijk vorm kan krijgen in het medisch basisonderwijs in Nederland.
Elon kolkman is Bachelor Dierenarts, medisch student 6e jaar aan St. Radboud Universiteit te Nijmegen.
Abstract
CAM education in the medical curriculum: Vision of medical students, European Journal of Integrative Medicine, Volume 1, Issue 4, p 195 (December 2009).
Ik kan me voorstellen dat de Vereniging tegen de Kwakzalverij hier supernerveus van wordt. Wat moet dat worden, als de studenten nu al zo ver heen zijn? Misschien helpt een nieuwe nominatie, te elfder ure, nog. Zo’n aanpassing kan toch niet zo’n groot probleem zijn.
.

donderdag 16 september 2010

Thomisme

Ja, en dit is dan de eerste nieuwe foto. De Wereldhavendagen in Rotterdam, op 5 september. Ik heb er maar zeven van (mijn batterij bleek leeg; weg het idee van een uitgebreide serie met mooie foto’s...), dus daarna zal ik nog met iets anders moeten komen. Overigens is vandaag bezoeker nummer 95.000 op deze weblog gearriveerd; met het gemiddelde hoge tempo van tweehonderd per dag zijn we straks in een wip ook al bij de honderdduizend...

Op 18 juni, vlak voor het zomerreces, kwam ik in ‘Klassieker’ aanzetten met een aantal tijdloze boeken. Daaronder ook De filosofie van Thomas van Aquino. De weg van het denken naar de realiteit. Toenmaals was er op de website van Uitgeverij Pentagon nog niets over te vinden. Intussen is dat allang verholpen, alleen was ik er nog niet op teruggekomen. Zodat we het volgende te weten komen (ter informatie: Thomas leefde van 1225 tot 1274):

‘Hoe ontwikkelde zich het denken van Thomas van Aquino? Hoe werd het door zijn tijd ontvangen? Wat was Thomas’ taak in de ontwikkeling van het denken? En wat betekent zijn gedachtengoed voor onze tijd? Deze en andere vraagstukken worden hier in deze drie voordrachten op heldere wijze behandeld.

Rudolf Steiner (1861-1925) heeft zich vanaf zijn jeugd geïnteresseerd voor filosofie. Zo bestudeerde hij al gedurende zijn middelbare schooltijd de werken van Fichte en Kant. Eén van zijn belangrijkste werken, De filosofie van de vrijheid, zag het licht in 1894. Op latere leeftijd kon Steiner zich – bij zijn kunstbeschouwing – “ook verdiepen in de geweldige geestesstrijd die Thomas van Aquino in de bloeitijd van de scholastiek tegen het arabisme heeft gevoerd” (Mijn levensweg, blz. 365).

bekijk de inhoudsopgave ->
Prijs: € 25,-
156 pagina’s,
ISBN 978-94-90455-01-9’

Op de binnenflap van het boek wordt aan het bovenstaande nog dit toegevoegd:

‘Steiners diepe inzichten in de filosofie mogen ook blijken uit zijn werk Die Rätsel der Philosophie (1914), waarin de bewustzijnsontwikkeling in het denken van de vroege griekse filosofen tot die van de 20ste eeuw treffend worden beschreven.’

De uitgever heeft een ‘Aan de lezer’ aan de voordrachten in het boek laten voorafgaan, waarin hij ter verduidelijking schrijft:

‘Voor u liggen drie in het openbaar gehouden voordrachten in het Goetheanum te Dornach, getiteld De filosofie van Thomas van Aquino.

Over de filosofie van Thomas van Aquino is in het werk van Rudolf Steiner slechts in bescheiden mate iets te vinden. Toen hij de onderhavige voordrachten aankondigde, benadrukte hij dat hij “vanuit een bepaalde impuls” met Pinksteren zou spreken over de filosofie van Thomas van Aquino, en dat men maar moest afwachten of hem bij deze serieuze beschouwingen over het thomisme zou worden verweten dat hij onterechte propaganda zou maken. De situatie toen was er een van strijd; het laatste fragment van de derde voordracht geeft daar blijk van.

De vraag naar het levend maken van het denken, die het hoofdthema van deze drie voordrachten is, is vandaag de dag relevanter dan ooit. Steiner beschouwde de antroposofie als de voor de huidige tijd geldige metamorfose van de filosofie van Thomas van Aquino. In zeker opzicht kan hij zelf worden beschouwd als de voltrekker van Thomas’ testament.

“Met het oog op de talrijke aanvallen vooral uit het katholieke kamp koos Rudolf Steiner dit thema om te laten zien dat de antroposofische geesteswetenschap het thomisme, dat door paus Leo XIII in de encykliek ‘Aeterni Patris’ [1879] tot de bindende filosofie van de katholieke kerk was verklaard, positief kan waarderen. Het hoofdthema is het op levendige wijze voortzetten van het thomisme in de huidige tijd, en gaat uit van de vraag: hoe wordt het denken christelijk gemaakt? Hoe kan ook het denken aan de verlossing deelachtig worden?” aldus Christoph Lindenberg [in: “Rudolf Steiner: eine Chronik”, Dornach 1988; staat er in een voetnoot, maar dat klopt niet, want dit boek was uitgekomen bij Freies Geiestesleben in Stuttgart, MG].

Dat het denken van Thomas van Aquino voor onze tijd van grote betekenis is zal na het lezen van deze voordrachten duidelijk zijn.
Maurits In ’t Veld schreef voor deze uitgave een gedegen nawoord.’

Dat nawoord is inderdaad bijzonder goed geworden. Maurits In ’t Veld heeft zichzelf overtroffen. Een genot om te lezen! De link naar de inhoudsopgave op de website laat nog meer zien waar het hier over gaat (maar let u verder niet teveel op de spelling die bij Uitgeverij Pentagon wordt gehanteerd. Die is, uhh, bewust nogal afwijkend...):

‘Eerste voordracht in Dornach, 22 mei 1920: Thomas en Augustinus

Augustinus als voorganger van het thomisme. De twee vragen van Augustinus: naar het wezen van de waarheid en naar het kwaad. Zijn weg van het manicheïsme via het skepticisme naar het neoplatonisme, vervolgens naar het christendom. Over het wezen van het manicheïsme. Het zoeken van Augustinus naar het zintuigvrije geestelijke. Zijn daaruit voortkomende skepticisme in de zin van Plotinus. Zijn begrip van het christendom en zijn omvormen van de visie van Plotinus tot christelijke begrippen. Het probleem mensheid/individualiteit als grondslag van zijn predestinatieleer. – Het rijzen van de vraag naar de verhouding van de individueel verkregen begrippen voor de wereld in Thomas van Aquino en Albertus Magnus.

Tweede voordracht in Dornach, 23 mei 1920 – pinksterzondag: Het wezen van het thomisme

Het individueel-worden van het bewustzijn van europese mensen sinds de laatste voorchristelijke eeuwen tot aan de scholastiek. Augustinus tussen de idee van het algemeen menselijke en de individualiteit. Pelagius als vertegenwoordiger van het individualisme. De twee wegen van de mens naar het goddelijke bij Dionysius de Areopagiet. De verdere ontwikkeling van deze idee door Scotus Eriugena. Het inspelen van oeroude tradities van Plato, Aristoteles tot en met Plotinus in de scholastiek in de idee van de universalia ante res, in rebus en post res. Het worstelen in de scholastiek om de verhouding van de denkinhoud tot de geloofsinhoud. De leer van Averroës over de universaliteit van het verstand zonder de post-existentie van de mens. De onopgeloste vraag naar het doorchristelijken van het denken als het belangrijkste resultaat van de hoogscholastiek.

Derde voordracht in Dornach, 24 mei 1920 – pinkstermaandag:

De betekenis van het thomisme voor onze tijd. Het terugvallen van de mensheid na het realisme van Thomas van Aquino en Albertus Magnus in het nominalisme. Duns Scotus. Voortzetting van het worstelen om de vraag van de werkelijkheid van het bestaan in de geestesgeschiedenis. Leibnitz, Descartes. Het beleven van Christus in het denken bij Spinoza. Zijn uitwerking op Goethe. Het helemaal opgaan in de subjektiviteit bij Locke en het bouwen op zintuiglijke waarneming bij Baco van Verulam. Hume. De grenzen van de kennis tegenover de spirituele wereld (geloofswaarheden) bij Thomas en Albertus, en de grenzen van de kennis tegenover de materiële wereld in de 19de eeuw. Du Bois-Reymond. De uiterste konsekwentie van het nominalisme in Kant. Zijn abstrakte geloofsinhouden. Fichte als zijn tegenstander. Het opkomen van het materialisme. Goethes oppakken van het thomisme met de wending naar de natuurwetenschap. Het vervolgen van deze weg door de geesteswetenschap, haar kontroverse met het kantianisme. De vervulling van de menselijke ziel ook in het denken met de Christus-impuls.’

Er is een ander interessant boek met voordrachten van Rudolf Steiner, maar dat is nog in aantocht. Dat vind ik op de website van Uitgeverij Vrij Geestesleven, een imprint van Christofoor. Het heet Antroposofie voor jonge mensen, voordrachten uit oktober 1922 gehouden te Stuttgart, en verschijnt volgens de website in november:

‘Tegenstellingen tussen de oude en jonge generatie zijn van alle tijden. Maar aan het begin van de twintigste eeuw groeit een jeugd op met een spirituele honger die radicaal verschilt van alle vorige generaties. Na de eerste wereldoorlog stroomt die jeugd ook de antroposofische beweging binnen. Als zij om een speciale voordrachtenreeks voor jonge mensen vragen, geeft Steiner hun in eerste instantie de opdracht voldoende mensen bijeen te zoeken en concreet onder woorden te brengen wat ze eigenlijk van de antroposofie verwachten. Steiner laat in deze voordrachten zien waar de jeugd in wezen naar op zoek is in een wereld die beheerst wordt door frase, conventie en routine. Steiner behandelt in Antroposofie voor jonge mensen een aantal essentiële “jeugdige” idealen in de antroposofie die vandaag de dag nog steeds actueel zijn. Met nawoorden van Christiane Haid en Sigurd Borghs.’

Hier moeten we dus nog even op wachten. Maar we hebben wel iets om naar uit te zien! Onderwijl houd ik even een paar dagen pauze.

woensdag 15 september 2010

Door het dal

Dit is nu werkelijk de laatste foto van de serie. Hierna komt echt wat anders. Deze vissen kijken er zo te zien al nieuwsgierig naar uit...

Twee weken terug kwam ik, zoals ik op woensdag 1 september in Steractrice’ beschreef, op
‘een speciale website van en voor de leerlingen van de vrijeschool te Den Haag, toepasselijk “onder de 18” geheten.’
Nu staat daar op de afdeling ‘Ouders’ iets interessants, dat hier al eerder ter sprake is geweest, namelijk ook op een woensdag, op 5 mei, in In the air’:
‘Theorie U – een op de antroposofie geïnspireerde theorie over verandering(smanagement). Zie de reflectie op dit vuistdikke recent in het Nederlands vertaalde boek door Froukje Wirtz in O&O van april 2010.’
Over Froukje Wirtz is hier meer te lezen. Er wordt ook het boek ‘Hestia’s haardvuur’ vermeld, dat in maart 2009 is besproken op de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland (er staat niet bij door wie, ik neem aan toenmalig bibliothecaresse Jeannette Boertien; zie ook ‘Elementair’ op 24 februari):
‘Hestia’s haardvuur is een serie vrouwenportretten waarin de ontwikkeling en de invloed van negen vrouwen uit de geschiedenis worden beschreven. Het centrale thema is ontwikkeling en leiderschap. Ter introductie op het thema wordt een begripsomschrijving gegeven van persoonlijke ontwikkeling en organisatieontwikkeling, van Hestia (de Griekse godin van tempel en haard) en van leiderschap.
De in dit boek geportretteerde vrouwen hebben met vuur en passie bijgedragen aan de ontwikkeling van de wereld waarin zij leefden. De negen vrouwen worden beschreven door acht verschillende auteurs. In de bijzondere levensverhalen blijken universele en actuele thema’s te spelen die de rol van vrouwen in het management in een nieuw licht plaatsen. Onverstoorbaar zetten zij hun talenten in ter vervulling van hun levensbestemming:
– Farao Hatsjepsoet; visie als geschenk uit de geestelijke wereld.
– De Pythia, het orakel van Delphi; visie als hedendaagse kernkwaliteit.
– Hypatia van Alexandrië; beweeglijkheid tussen rationele zelfbeheersing en overmoed.
– Hildegard von Bingen; mystiek – muziek – natuurwetenschap een leven tussen actie en contemplatie.
– Mme de Rambouillet ; vernieuwing ven verzoening, de macht van vriendelijke conversatie.
– Mary Parker Filet: innerlijke kracht en wederzijdsheid in de roaring twenties, de macht van partnerschap.
– Lise Meitner, een natuurkundige. Omgaan met vooroordelen – rationeel versus irrationeel. Vooroordelen en hun omvorming tot oordelen.
– Melanie Klein: Delen en helen: Van verandering naar ontwikkeling. De rol van de begeleider bij organisatie-ontwikkeling.
– Ruth Cohn: nooit opgeven! Dynamisch balanceren met vier factoren – TGI en het verwerven van zelfinzicht en emotionele intelligentie.
– Patricia Shaw: Organiseren gebeurt in het hier en nu van gesprekken.
Bij elk hoofdstuk is praktijkmateriaal en een bibliografie. Het laatste hoofdstuk is een interessante epiloog van Wessel Ganzevoort, waarin hij benadrukt dat mannen en vrouwen gelijk zijn, maar... vooral verschillend.
Ganzevoort concludeert dat wij ons steeds meer realiseren dat een organisatie een levend organisme is, met een ziel en met vormen waarin de ziel tot uitdrukking komt. Dit boek maakt duidelijk dat vrouwelijk leiderschap een van de belangrijkste kwaliteiten is die de organisatieziel en de vormen waarin deze zich manifesteert tot ontwikkeling kan brengen.
Hestia’s haardvuur. Negen vrouwenportretten als inspiratie voor (organisatie) ontwikkeling en leiderschap.
Onder redactie van Froukje D. Wirtz en Annelies Idenburg-van Ieperen.
Scriptum Management, 2004.
142 blz.’
Froukje Wirtz schreef nog in april 2008, in Motief 117, over ‘Managers over innerlijke scholingsweg’, zoals op de website van dit maandblad te lezen is:
‘Hoe om te gaan met de “ongemakkelijke waarheid” van een wereldwijde crisis van de mens? Doorgewinterde managers schreven er een boek over: Presence. Froukje Wirtz herkende de innerlijke scholingsweg die Christine Gruwez beschreef in Tijdgenoten onderweg.’
Maar nu heeft zij het dus over het boek van Otto Scharmer, in een zeer goed artikel, zoals gezegd te vinden bij ‘onder de 18’, dat ik hier graag laat volgen. Het heet ‘Leren door het dal heen. Bespiegeling bij de Nederlandse vertaling van een radicaal vernieuwend boek’.
‘“Theorie U. Leiding vanuit de toekomst die zich aandient.” Zo luidt de titel van het in het Nederlands vertaalde boek van C. Otto Scharmer. Froukje Wirtz bespreekt het.
Op een dag werd de zestienjarige Otto Scharmer door zijn lerares uit het schoollokaal geroepen. Hij moest onmiddellijk naar huis. Daar aangekomen zag hij hoe de 350 jaar oude boerderij van de familie in vlammen opging. Terwijl zijn grootvader en Otto ernaar keken zei Opa: “Kopf hoch, mein Junge, blick nach vorn.” Voor Otto was deze ervaring een keerpunt in zijn leven en het startpunt voor zijn levenslange belangstelling voor transformatie – zelfoverstijging met het oog op de toekomst. Een schokervaring zet de wereld tot dan toe op zijn kop. Het is onmogelijk op oude voet met de levensgewoonten door te gaan. Het is, kortom, crisis. Na de vernietigende brand begon Scharmer zichzelf anders te zien. “Nu alles verloren was, weg, was ik lichter en vrij ... mijn toekomst trok, in een wereld die op me wachtte, een wereld die ik misschien zou kunnen verwezenlijken met mijn reis voorwaarts” (p. 56). Via zijn leeropdrachten bij het Massachusetts Institute of Technology en de School of Economics in Helsinki werkt Scharmer nu aan transformaties van “de crisis van onze tijd” en de rol van leiderschap daarin. Mijlpaal in 2007 is zijn “Theory U”, dat nu in het Nederlands is vertaald.
Door het dal heen de toekomst verwelkomen
De huidige realiteit van organisaties is er een van onzekerheid, onvoorspelbaarheid, grilligheid en desintegratie. We beseffen dat deze crisis niet vanzelf overwaait en ook niet kan worden gesust of geblust met het downloaden van de traditionele kennis. Dit laatste doen we echter wel voortdurend; het is ons “ingebakken”. Downloaden omschrijft Scharmer als het oproepen van bestaande ordeningen, van voorgeprogrammeerde oordelen en mentale modellen. De clou van het U-model is de gewenste toekomst geboren te laten worden. Hiervoor moeten mens en team een drievoudige beweging maken: de diepte in, de overgave doormaken en de opgaande beweging. De neerwaartse beweging is voor het “opschonen” van onze geest, het hart en de wil, welke drie vermogens ook in de opgaande beweging vrijgehouden dienen te worden van drie op de loer liggende vijanden. Tussen de neerwaartse en de opgaande beweging moet het co-presencing worden doorgemaakt, een omslagpunt van gezamenlijk op de drempel verkeren en eroverheen gaan. Op de bodem van de put kunnen we de puinhopen en de kaalslag bewust ervaren en deze vervolgens loslaten. Pas dan kan een heilzame levensveranderende beweging stroomopwaarts worden verwezenlijkt. Nieuw leven is dus afhankelijk van “mourir un peu”.
In de hoofdstukken 1 t/m 7 zet Scharmer de verschillende uitgangspunten van de U-theorie uiteen. Drie ervan illustreer ik hierna: wending naar het eigen innerlijk; een andere wetenschapsopvatting dan wij gewend zijn en; de gezamenlijkheid van de U-beweging. Vervolgens ga ik in op de fasen in het U-proces.
Wending naar het eigen innerlijk als bron van co-creatie
Het succes van het met de U-beweging beoogde leerproces hangt af van onze eigen innerlijke gesteldheid en van onze vaardigheden om op dit leerproces te reflecteren. Scharmer stelt de vraag: “Wat inspireert een schilder om de eerste streek op een blanco doek te zetten? Welke bron of welk innerlijk vermogen zet hem of haar daartoe aan?” Dat is een “blinde vlek”. De blinde vlek betreft dat deel van ons zien dat we gewoonlijk juist niet zien. Het is de innerlijke plek of bron van waaruit een persoon of een sociaal systeem pleegt te handelen. Scharmer stelt zich in dit boek de opgave te tonen dat het onze taak, als leiders en medescheppers, is die blinde vlek zichtbaar te maken. Als wij onze blinde vlek in ons bewustzijn kunnen krijgen wordt zij ons authentiek innerlijk vermogen en onze leermeester.
Een radicale wending in de wetenschap
Met zo’n innerlijke reflectietocht zetten we de objectiverende, analyserende wetenschap op afstand. We stappen een nieuw paradigma binnen dat onze authentieke geest, hart en wil centraal stelt. Scharmer spreekt van een Copernicaanse wetenschapsomwenteling naar gegevens en ervaringen van binnenuit. Dat is geen geesteswetenschap van de studeerkamer, maar een ons begeven in de opgaven van het praktische leven. Scharmer draait de slogan, dat wij van het verleden leren om en zegt: “Laten we leren vanuit de toekomst, zoals die op ons af komt”. Deze gedachte neemt twee nieuwe leerbronnen serieus: de toekomst die zich aandient (emerging future) en onszelf. Door innerlijke ervaringen ernstig te nemen, erbij stil te staan, erop te reflecteren en ze collectief aandacht te geven, kunnen we verbonden raken met ons beste toekomstpotentieel.
De U-beweging maak je samen
Voor de auteur staat vast dat we over onze innerlijke gesteldheid het meeste aan de weet kunnen komen door contact met anderen. Als je samen kijkt zie je meer. Daarom beginnen alle kernwerkwoorden in dit boek met co-, hoewel dat niet in alle schema’s tot uitdrukking komt. De verschillende activiteiten die in het boek worden besproken betreffen: samen initiatieven ontplooien; “co-sensing”, dat is: samen met wijd open geest, hart en ziel aftasten wat er werkelijk gaande is, samen het werk doen van het “presencen”, “co-creating” en gemeenschappelijk evalueren om maatschappelijke vernieuwing te verwezenlijken (zie Figuur 1. De complete U: zes buigpunten, Scharmer, 2010: p. 71).
Het U-veld binnengaan
In de hoofdstukken 8 t/m 14 (pp. 157-278) wordt het U-model in fasen beschreven.
De neerwaartse beweging
Stap 1 in het U-proces is dus: stoppen met downloaden, wakker worden en echt zien. Het kernproces is het zichtbaar maken van de blinde vlek, inclusief de daarin smeulende oordelen, cynismen en angsten. Ook blijven achterhaalde verlangens sluimeren, zodat we niet doen wat we echt willen. In de plaats van deze leerblokkades stelt Scharmer het “generatieve luisteren” voor. Dat is met mijn hele wezen aandachtig zijn en voeling krijgen met een diepere laag, die groter is dan ikzelf. Zo kunnen we iets gewaarworden van onze diepste bron voor (toekomst)creatie.
Als we stoppen met automatisch downloaden gaan we zien. Dit zien heeft betrekking op de werkelijkheid waarmee we van doen hebben. Er komt ruimte voor goede vragen en voor het terughouden van ons eigen oordeel. Een dialoog (de kunst van het samen “door-zien”) wordt mogelijk. Ieder kan naar voren brengen waar het hem of haar echt om gaat. Dan kan een verbinding ontstaan met het wonder dat in het U-proces ontkiemt. Scharmer illustreert dit met een voorbeeld over het “patiënt-arts dialoog forum”, een project met een regionaal artsennetwerk in Duitsland.
Sensing duidt op het aanvoelen van het gehele veld. Er vindt een verschuiving plaats van de beleving van de werkelijkheid als iets buiten ons (“kijk wat het systeem met mij doet”), naar een gevoel van participatie in het geheel van de ervaringscyclus (“mijn hemel, kijk eens waar we mee bezig zijn, wat we onszelf aandoen”). In het voorbeeld van het “patiënt-arts dialoog forum” werd duidelijk dat de patiënten vaak iets wezenlijks, transformerends verwachtten en de artsen een mechanische oplossing leverden. Sensing overstijgt cynisme en richt de aandacht op de vraag hoe we het geheel in ons hart kunnen opnemen en als een netwerk samen kunnen gewaarworden waar het echt om gaat. Welke gewenste toekomst willen wij met elkaar dienen? Menig organisatieontwikkelaar zal zich de ogen uitwrijven (precies de bedoeling van dit boek), want Scharmer heeft het hier over een route van: stiltes, yoga en meditatie om de wijze intelligentie van het hart te openen. Daartegen hebben we doorgaans weerstand en daarom hebben we een uitdaging of goede vraag nodig. Een patiënt in het “patiënt-arts dialoog forum” draaide het vanzelfsprekende om en stelde uiteindelijk de vraag: “dokter, wat mankeert u?” Scharmer merkt hier op dat de meeste veranderprocessen mislukken omdat ze niet vanaf het begin co-sensen over de eigen grenzen heen (een suggestie aan HRD?).
Het omslagpunt
De volgende stap in de neerwaartse beweging betreft het omslagpunt: presencing. Presencing, qua woord een mix van sensing (aanvoelen) en presence (tegenwoordig zijn), betekent: je verbinden met de bron van de ultieme toekomstmogelijkheid om deze in het hier en nu te ervaren en te verwezenlijken. De auteur beschrijft hoe de “Circle of seven” hieraan werkt. Dit is een kring (een soort intervisiegroep) van goede vriendinnen, die een aantal keren per jaar voor drie dagen bijeenkomen om elkaar in hun levensreis te steunen. Soms is dat zwaar en “hard tegen hard”. Dan plotseling kan er een “hart tot hart” verbinding ontstaan. Hier verwoordt Scharmer presencing als: de connectie van hart tot hart waarin meerdere zielen één gedachte hebben. Ook citeert hij dagboekfragmenten van Steven, een talentvolle leider bij een van de grootste autofabrieken ter wereld. Steven hikte enorm aan tegen een “onmogelijke opdracht” en gaat door alle dalen van ellende. Hij ziet geen uitweg, geen vooruitgang. “De derde dag staat hij tegenover 260 mensen, de afdelingshoofden. Hij voelt zijn knieën knikken en denkt “ik stort in elkaar. Ik ga dood” (p. 215). Hij moet door het oog van de naald (de loutering, de overgave, de omslag) en vindt de essentie: zijn authentieke Zelf dat binnenin hem wacht om geboren te kunnen worden, ontwaakt. Plotseling staat hem “helder voor de geest” wat hij moet zeggen.
De opgaande beweging
Dit moment vormt het begin van de opwaartse U-beweging. De momenten van waarheid, schoonheid en goedheid moeten vaste vorm aannemen: uitkristalliseren. Gezamenlijk willen we iets moois verwezenlijken. Tot kristal laten schieten gebeurt als combinatie van intentiekracht, ons openstellen voor de stroomversnelling van het nieuwe en voor deze “bestemming” onze “grote wil” inschakelen.
Prototyperen is de eerste stap in het al doende en al experimenterend onderzoeken van de toekomst. De term prototyperen is ontleend aan de ontwerpindustrie. Het op kleine schaal uitzetten van proeftuintjes van de gewenste toekomst maakt snelle feedback en aanpassing mogelijk. Scharmer geeft verschillende voorbeelden van “living labs”. Nodig is dat je in contact blijft met de vonk die je inspireerde.
In het eindproduct zijn de essentiële en beste elementen van eerdere vormen van de creatie geïntegreerd. Nu komt het uitvoeren in beeld: het neerzetten van het uiteindelijke product of systeem. Ook hier geeft Scharmer een uitgewerkt voorbeeld: een evolutionaire kijk op een gezondheidszorgsysteem, met ontwikkelingsstadia en acht aandachtspunten rond leergemeenschappen.
Sociale technologie voor diepgaande innovatie en verandering
Deel III (bladzijden 279-495) heeft twee hoofdaccenten: een grammatica om het sociale veranderingsproces te verwoorden en de hiervoor benodigde leiderschapsprincipes en -praktijken. Samen vormen ze een sociale technologie voor het verwezenlijken van diepgaande innovatie en verandering.
Over de grammatica merkt Scharmer het volgende op. Als mensen een werkelijke transformatie doormaken, merken ze een ingrijpende verandering in zichzelf en hun context. Maar als ze die verandering willen uitleggen, kunnen ze niet anders dan terugvallen op vage taal. De auteur probeert taal te vinden om transformaties betreffende vier soorten handelingspraktijken te verwoorden: voor individuen, in gesprekken, voor de organisatie als geheel (incl. het thema institutionele hoogmoed) en voor wereldwijd handelen, m.n. in ecosystemen.
Leiderschap is in de eerste plaats de reis die ieder persoonlijk door het U-proces aflegt. Zodra we de complete praktijk van presencing kunnen doormaken zien we hoe “het anders kan” en hoe we de toekomst alternatief kunnen vormgeven. Samen met anderen kunnen we de “mind-set” van slachtofferschap achter ons laten en onze toekomst vormgeven. De verschillende principes en praktijken die daarvoor nodig zijn worden uiteengezet in een mini-instructieboek van 24 stellingen, compleet met oefeningen en voorbeelden.
Ter illustratie drie voorbeelden:
Een gespreksoefening voor belangrijke “stakeholders” die elkaar vier vragen stellen:
1. Wat is jouw meest belangrijke doelstelling en hoe kan ik je helpen deze te verwezenlijken?
2. Welke criteria ga je gebruiken om te beoordelen of mijn bijdrage aan je werk succesvol is geweest?
3. Als ik in staat zou zijn de komende zes maanden twee dingen, behorend tot het gebied van mijn verantwoordelijkheid, te veranderen, welke twee dingen zouden voor jou het meest waardevol en voldoening/winst gevend zijn?
4. Welke eventuele spanningen uit het verleden en/of conflicterende eisen hebben het – voor mensen in mijn rol of functie – moeilijk gemaakt aan jouw eisen en verwachtingen tegemoet te komen? (p. 449).
Om tot co-presencing te komen heeft Scharmer een uitgewerkte meditatieoefening opgenomen (p. 452).Wat dit betreft verwijs ik ook naar “Meditatie” van Arthur Zajonc (2010), dat een afzonderlijke bespreking waard is.
Scharmer beveelt ook aan met “intervisiegroepen” te werken, zoals de door hem genoemde “Circle of Seven”. Het zijn kringen waar je elkaars toekomstintentie scherp houdt, met de kwaliteit van aandacht als richtsnoer.
Missie voor een betere wereld: een investering in ons Zelf
Wat kan/moet HRD met “Scharmer”? Ik maak hierover enkele opmerkingen.
Als ergens in de vakliteratuur de menselijke bron (HR) in het geding is, dan is het in dit boek. Het Zelf (hoofdletter) is hier uitdrukkelijk de bron van co-creatie. Mensen, dus ook individuele HRD’ers, krijgen impulsen voor persoonlijk generatief leiderschap aangereikt en kunnen de transitiesprong verkennen. Een generatief leider is vanuit eigen verantwoordelijkheid medeschepper aan de wereld. De verdiepende ontwikkelingsweg rond de vragen “wie ben ik in essentie en wat kom ik hier bijdragen?” is een individuele. Individuele ondernemingen kunnen daarvan het gevolg zijn (voorbeeld: Koornstra, 2009). HRD kàn zich daarbij afzijdig opstellen, maar een stimulerend, inviterend organisatieklimaat ondersteunt de roep van de tijd. Daarom is het aan HRD om deze mensen te “spotten” en aan directies om het goede voorbeeld te geven. Dus HRD’ers: lees dit boek eerst zelf en praat erover binnen de eigen afdeling. Geef het vervolgens als alternatieve bonus aan alle mensen in de organisatie. Is er na het lezen voldoende enthousiasme, bestel dan een gastdocent die ook de dialoog aangaat.
Op organisatieniveau kan HRD niet blind blijven voor de geloofwaardigheidscrisis die het “gewoon doorgaan alsof er niets aan de hand is” tot een gepasseerd station maakt. Met analyseren, bezuinigen, berusten, kibbelen, bestraffen en herstructureren komen we niet verder. Dat geeft frustratie en negatieve vrijheid. De paradigmatische revolutie mikt op positieve vrijheid, gericht op een gezamenlijk gekozen wenselijke wereld. Ook hier zullen de juiste vragen gesteld moeten worden en zal “met nieuwe oren” moeten worden geluisterd naar de antwoorden. Voor HRD betekent dit het investeren in collectieve ambities, door het faciliteren van leergemeenschappen. Lezen dus en samen doen. Dit gebeurt al. Bijvoorbeeld: Scharmer en ook Zajonc adviseren Triodos. Verder kan worden gelezen hoe de U-theorie met het goede leven wordt gecombineerd in Karssiens e.a. (2009). Ten slotte vermeld ik een initiatief van Nyenrode: “Touching the community soul”. Dit is een scholingsproject van negen maanden (!), waaraan 15 organisaties met teams van 3 of 4 personen meedoen.
Ook op macroniveau dient zich de noodzaak van paradigmaverschuiving aan. Scharmer beschrijft hoe door innerlijk werk de huidige louter economische context opschuift naar economisch, politiek, cultureel en spiritueel. Scharmer ziet Zweden en Nederland als landen met een voorbeeldfunctie.
Het is verleidelijk in Theorie U met het mini-instructieboek te beginnen. Het is verstandiger en meer inspirerend om bij het begin te beginnen en de mooie en systematische opbouw van ervaringen en argumenten op de voet te volgen.
Het gedeelte “principes en praktijken voor het leiden van grondige innovatie” in Theorie U benadrukt persoonlijk leiderschap in collectieve processen. Leiders zijn partners en reisgenoten. Ook Scharmer stelt zich zo op en niet als een te volgen goeroe. “Theorie U” toont een levensbeschouwelijke inslag, vanuit de overtuiging dat deze tijd een morele grondslag en betrokkenheid nodig heeft. De auteur werd en wordt geïnspireerd door antroposofisch gedachtegoed en baseert zich daarnaast op een systemische benadering (Varela, Senge).
Zal dit boek aanslaan als tegenwicht tegen de dikke ego’s (Kunneman, 2009) die desintegrerende effecten op organisaties hebben? Scharmer lijkt te zeggen: “Daarmee houd ik mij niet bezig. Wie gemotiveerd is gaat – net als ik – zijn eigen – innerlijke en uiterlijke – scholingsweg.” “Lascia la spina, cogli la rosa”: let niet op de doornen, maar verwelkom de rozen. Zelf lezen en tuinieren dus; je kunt dit niet door Fleurop laten bezorgen.
Literatuur
– Karssiens, A.E.A., C.S. van der Linden, C.P.M. Wilderom & J.W. Ganzevoort (2009). Leidinggeven vanuit verbeelding en overvloed. M & O; 63 nr. 5 sept./okt. pp. 58-76.
– Koornstra, R. (2009). Wat led je? Met een lampje de wereld redden. Amsterdam: Nieuw Amsterdam.
– Kunneman, H. (2009). Voorbij het dikke-ik; bouwstenen voor een kritisch humanisme. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
– Zajonc, A. (2010). Meditatie. Zeist: Christofoor.
Dr. Froukje D. Wirtz is psycholoog, publicist en coach. Een recente publicatie is Achter het masker van de persoonlijkheid; gids tot zelfkennis voor individu en coach (2006). E-mail: f.d.wirtz@introweb.nl’

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code