Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

dinsdag 21 september 2010

Elfder ure

Er valt veel te melden. Maar ik wil toch niet veel meer dan één onderwerp per dag aansnijden. Anders kan ik wel aan de gang blijven. Daarom vandaag een van mijn favoriete onderwerpen: de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Wat zullen ze nu weer bedacht hebben? Het gaat over hun jaarlijkse congres en de uitreiking van de Mr. Kackadorisprijs. Dat is altijd een plezier om te lezen. Omdat de jury zich altijd zo ongelooflijk opwindt over zaken die volgens haar het daglicht niet kunnen verdragen. En soms heeft ze daar ook gewoon gelijk in. Maar in haar ijver nomineert ze ook organisaties die wél bonafide zijn, waarmee het onderscheid tussen goede en slechte geneeskunde – waar het haar uiteindelijk toch om moet gaan – door haar kortzichtigheid volledig wegvalt.

Ik beleefde vandaag weer veel plezier aan de ‘Genomineerden Meester Kackadorisprijs 2010’, een bericht dat op zaterdag 18 september op de website werd geplaatst, en gisteren alweer aangepast:
‘Uit een niet zo groot aantal aanmeldingen heeft de jury van de Meester Kackadorisprijs 2010 de volgende lijst van acht kandidaten vastgesteld, die in alfabetische volgorde hieronder kort worden geïntroduceerd.’
De belachelijkheid blijkt meteen al uit het rijtje van eerdere winnaars, die vermeld staan onder het kopje ‘Genomineerd’:
‘Zoals bekend is de prijs bestemd voor “instellingen, personen of ondernemingen die in belangrijke mate hebben bijgedragen aan de verspreiding in daad, woord of geschrift van de kwakzalverij in Nederland” (voor het complete reglement zie NTtdK, juni 2003, pag 1-2). Alle genomineerden zijn inmiddels per brief op de hoogte gesteld van hun kandidatuur. De winnaar zal op zaterdag 2 oktober zal voorafgaand aan het middagsymposium worden bekend gemaakt, waarna deze – mits aanwezig – in de gelegenheid zal worden gesteld een korte apologie uit te spreken. De jury en het bestuur danken de leden die kandidaten voor de Meester Kackadorisprijs 2010 hebben voorgedragen.
Eerdere winnaars sinds de instelling van de prijs:
2003 Zilveren Kruis Achmea
2004 Paul van Dijk, huisarts te Zaltbommel
2005 René Steenhorst, Telegraafjournalist
2006 Henk Smid, directeur ZonMW
2007 GroenLinks
2008 NCRV
2009 Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken’
Ik heb het al vaker geschreven: het is bijna een aanbeveling om in dit rijtje te worden opgenomen. Het is eerder de Vereniging tegen de Kwakzalverij zelf die zich belachelijk maakt door steeds te fulmineren tegen mensen en organisaties als bovengenoemde. Dat weet men zelf natuurlijk ook wel; het zal haar vooral gaan om het publicitair effect en om het bevestigen van het eigen enge denken.

‘De lijst voor 2010’ bevat in dit opzicht zeer interessante nominaties, bijvoorbeeld ‘EPN, uitgever van vwo-leerboek Chemie Overal’. Aan te bevelen om de bijbehorende motivatie te lezen; zo leer je nog eens wat. Tot dezelfde categorie behoort ook ‘Saxion Next, de particuliere tak van de Saxion Hogeschool’. Je komt dan in de buurt van de studie medicijnen, en daar mag vooral niet aangezeten worden. Ik zal daar straks nog op terugkomen: op een groot gevaar voor de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Maar om me een beetje te beperken zal ik van de acht genomineerden nu alleen degene noemen die hier op deze weblog bekend zijn en op enigerlei wijze met antroposofie in verband staan.

Als eerste is daar ‘Menzis Verzekeringen’. Dat hoeft ons niet te verbazen, die is hier al vaker ter sprake geweest. Ik citeer van de website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij:
‘“Menzis maakt therapeutische zorg voor meer mensen toegankelijk. Tegelijk worden de administratieve lasten voor zowel therapeut als voor Menzis verlaagd. Op dit moment kunnen Menzis-klanten al terecht bij eerstelijnscentra op antroposofische basis (therapeutica) in Groningen, Doetinchem en Zutphen. Dit aantal wordt de komende tijd verder uitgebreid. Bas Leerink, lid van de Raad van Bestuur van Menzis, maakte dit bekend tijdens het symposium Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg aan de Hogeschool Leiden op 18 december 2009. (...) Therapievormen die de therapeutica aanbieden zijn bijvoorbeeld euritmietherapie, kunstzinnige therapie en psychosociale hulp. Menzis heeft afspraken gemaakt met verschillende therapeutica. De centra ontvangen per ingeschreven Menzis-verzekerde een op maat gesneden en vast bedrag. De aanvullende verzekering van Menzis vergoedt alle therapeutische zorg van deze zorgverleners”. Aldus een persbericht van een der grootste ziektekostenverzekeraars van ons land.
De antroposofen worden nu even extra verwend. Erg verrassend is dat misschien niet, want Menzis vergoedde in zijn aanvullingsfondsen al geruime tijd een groot scala aan kwakzalverij, oplopend tot € 1000,- per jaar voor zorg en eenzelfde bedrag voor alternatieve middelen. Natuurlijk moet de hulp worden geboden door “beroepsverenigingen” die door Menzis zijn erkend. Daarbij kijkt Menzis niet zo nauw, want daaronder vallen wel 5 acupunctuurclubs, 24 alternatief-psychologische clubs, 7 antroposofische clubs, 3 homeopathische verenigingen, 30 clubs van natuurgenezers en 9 verenigingen van “krakers”. Tot de meer curieuze erkende beroepsverenigingen behoren de malvatherapeuten, de marcos-therapeuten en de genezers van de bio-energetische analyse. Vlak ook de antroposofen van de meridiaan-kleurentherapie, de mesologen, de reflexzonetherapeuten en de paranormale praktizijns niet uit: alle erkend door Menzis. Als klap op de vuurpijl zien we 2 clubs van craniosacraaltherapeuten en orthomanuele genezers: ook zij zijn erkend. Kennelijk wordt er bij Menzis geen krant gelezen of speelt – waarschijnlijker – bij het binnenhalen van klanten cynisme de hoofdrol, ondanks alle mooie woorden van directeur Roger van Boxtel in de folders. Geld stinkt immers niet.’
In de volgende nominatie is die link met antroposofie veel minder duidelijk te leggen. Eigenlijk blijkt die alleen uit het noemen van het Louis Bolk Instituut. Maar wie hier het bericht ‘Biologische diergeneeskunde’ op 13 augustus 2009 gelezen heeft, weet beter. Daarom wordt nu ook de ‘Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit’ genomineerd:
‘De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bevordert de kwakzalverij in de diergeneeskunde door:
1. niet in te grijpen bij wettelijk onbevoegde uitoefening van de diergeneeskunde door alternatieve behandelaars;
2. stimulering van de toepassing van niet-effectieve behandelwijzen.
Ad 1) Reeds in 2003 heeft de VtdK er bij de hoogste veterinaire ambtenaar (Chief Veterinary Officer-CVO) vergeefs op aangedrongen om actie te ondernemen tegen de onbevoegde uitoefening van de diergeneeskunde door op hbo-niveau opgeleide behandelaars. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde heeft bij het Ministerie van LNV ook bot gevangen ten aanzien van de onbevoegde uitoefening van de diergeneeskunde door niet-dierenartsen. Evenmin bij het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap is gehoor gevonden.
De opleiding van behandelaars van dieren volgens zogenoemde natuurgeneeskundige beginselen omvat onder meer homeopathie, fytotherapie, Bach-bloesemtherapie en aromatherapie. Deze behandelingen zijn niet gebaseerd op hedendaagse wetenschappelijke inzichten. De natuurbehandelaars hebben onvoldoende kennis van de diergeneeskunde om verantwoord te kunnen diagnosticeren en behandelen. Bovendien zijn behandelingen van dieren volgens de Wet op de Uitoefening van de Diergeneeskunde (WUD) voorbehouden aan dierenartsen. Het antwoord van de CVO was dat het iedereen vrij staat een opleiding aan te bieden, maar dat het onbevoegd uitoefenen van de diergeneeskunde streng aangepakt zou worden. Tot op heden is dat niet gebeurd.
Ad 2) Ondanks afwezigheid van bewijs voor effectiviteit heeft de Minister van LNV toegezegd de regelgeving voor alternatieve vormen van diergeneeskunde te willen versoepelen en alternatieve behandelmethoden te zullen stimuleren door het financieren van onderzoek ernaar.
Dit voornemen van de Minister is gebaseerd op het eindrapport van het Fyto-V project (RIKILT Rapport 2008.10; http://library.wur.nl/WebQuery/edepot/3489; http://www.rikilt.wur.nl/NL/publicaties/Rapporten/Fyto+V/ ). Dit is een rapport van een op verzoek van het kennisnetwerk Bioconnect en de deelnemende biologische ondernemers door het ministerie van LNV geïnitieerd onderzoek. Het project is uitgevoerd door het RIKILT (onderdeel van de Animal Science Group van Wageningen Universiteit) in een samenwerkingsverband met de afdeling farmacologie van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, het Instituut voor Etnobotanie en Zoöfarmacognosie, het Louis Bolk Instituut en de Hogere Agrarische School (HAS) in Den Bosch. De voornaamste doelstelling was verwerving van kennis van werkzame kruidenpreparaten.
In het onderzoek is voor geen van de gebruikte kruidenpreparaten en bij geen van de onderzochte diergroepen (rund, varken, kip) een statistisch significant effect gezien.
Ondanks het ontbreken van bewijs voor effectiviteit heeft de Minister al vervolgstappen gezet om “onnodige juridische belemmeringen [sic] weg te nemen (bedoeld wordt: om de verdere toepassing van kruidenpreparaten mogelijk te maken)” en het onderwijs over het gebruik van kruidenpreparaten te stimuleren. Een van de nevenresultaten van de studie is een onderwijsmodule over kruidengeneeskunde voor de Hogere Agrarische School te ’s-Hertogenbosch. Bij lezing van de inhoud van deze onderwijsmodule blijkt het te gaan om de vierelementenleer en om bijgelovige opvattingen uit lang vervlogen tijden. Met de verspreiding van dergelijke folklore wordt ernstig afbreuk gedaan aan de ministeriële geloofwaardigheid en wordt de reputatie van de onderzoeksinstituten geschaad.’
Ik sla twee genomineerden over en kom dan uit bij ‘Triodos Bank’:
‘Vaak is de werkelijkheid bij nadere beschouwing anders dan gedacht. Het lijkt allemaal zo sympathiek: Triodos Bank heeft bij haar oprichting in 1980 gekozen voor een transparant, eenduidig bankmodel waarbij spaargeld wordt ingezet voor kredietverlening aan duurzame ondernemingen. Met vestigingen in Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en een agentschap in Duitsland heeft Triodos Bank 200.000 klanten en 9.500 kredieten in portefeuille. Triodos bank is onlangs verkozen tot de duurzaamste bank ter wereld tijdens de jaarlijkse International Sustainable Banking Conference in Londen. Wie kan daar nu tegen zijn?
De sympathie verdwijnt echter geheel als duidelijk wordt welke investeringen met het ingelegde spaargeld worden gedaan in de gezondheidszorg. De antroposofie blijkt sterk oververtegenwoordigd. Geïnvesteerd wordt onder meer in Weleda (producent van antroposofische en homeopathische geneesmiddelen), in diverse antroposofische gezondheidscentra (therapeutica), in het Rudolf Steiner verpleeghuis in Den Haag, in Stichting Widar Beheer (beheert onroerend goed voor antroposofische huisartsen en therapeuten), in zorggroep Chiara Sofia (... “een harmonieuze verbinding van inzichten van zowel Oosterse en Westerse wijsheden en psychologische modellen”...) en zo kunnen we nog even verder gaan. Op agrarisch gebied heeft de Triodos Bank nauwe banden met het Louis Bolk Instituut. Dit houdt zich bezig met onderzoek op het terrein van de (biologische) landbouw, geneeskunde en voeding op antroposofische grondslag.
Wilt u geld schenken aan duurzame initiatieven op het gebied van biologische landbouw, dierenwelzijn, ontwikkelingssamenwerking of duurzame energie? Dan is er gelukkig de Triodos Foundation. Deze stichting, onder toezicht van de bank, beheert schenkingen en verricht donaties aan duurzame initiatieven. Haar doel is bij te dragen aan maatschappelijke vernieuwing door bewuste omgang met geld. Verdrietig genoeg komt uw geld onder meer terecht bij het valideringsonderzoek voor antroposofische gezondheidszorg (Hogeschool Leiden, lectoraat antroposofische gezondheidszorg), het Heilpedagogisch Centrum Matoekoe in Suriname (jawel, met therapeuticum volgens Steiner) of bij de Europese Alliantie voor Toegepaste Antroposofie. Ronduit schrijnend zijn de donaties van de Triodos Foundation die alternatieve geneeswijzen in arme landen bevorderen. Zo is in 2008 geld gegeven aan Homeopaten zonder Grenzen, voor een opleiding homeopathie in Kenia. Bonneux sprak in Medisch Contact van 8 april 2009 terecht van “Misdadige hulp” en wees erop dat een aanval van malaria tropica een kans van 1% op overlijden met zich meebrengt. Dit percentage is nog hoger bij zwangeren en kinderen. Toch werden 150 geslaagde cursisten letterlijk en figuurlijk het bos in gestuurd met hun doosje homeopathische medicijnen om ‘ongevallen, brandwonden, hersenvliesontsteking en koortsen' te behandelen (jaarverslag HzG). De duurzaamheid van mensenlevens in Afrika staat kennelijk niet hoog in het vaandel bij Triodos Bank. In 2009 is de herbouw van een acupunctuurkliniek in Indonesië door de Triodos Foundation financieel ondersteund.
Triodos gebruikt in de communicatie met potentiële en bestaande klanten het woord duurzaam. Dat doen ze goed, blijkens de finaleplaats van de Marketing Excellence Award 09 in de categorie maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat doen ze zó goed dat met het geld van vele argeloze spaarders onder meer alternatieve geneeswijzen en met name het antroposofische gedachtegoed worden bevorderd. Er zijn organisaties die om minder goede redenen de Kackadorisprijs hebben gekregen.’
De volgende nominatie is weer minder duidelijk qua link, en vertoont grote gelijkenis met die voor de minister van LNV hierboven. Het gaat om het ‘Wageningen Universiteit en Research Centrum’, waarbij de homeopathie de doorn in het oog is:
‘In 2003 is in Wageningen de leerstoel biologische landbouw opgeheven. Vanwege de hardnekkigheid waarmee sommige onderzoekers van Wageningen Universiteit en Research Centrum onderzoek blijven doen naar homeopathische behandelingen wordt de WUR wederom genomineerd voor de Meester Kackadorisprijs. In 2006 werd deze instelling al genomineerd vanwege een onderzoek naar homeopathie bij kalverdiarree, dat werd uitgevoerd in het Bioveem samenwerkingsproject van 17 biologische melkveehouders, het Louis Bolk Instituut, de Animal Sciences Group/Veehouderij en DLV adviesgroep n.v. De in 2010 verschenen publicatie van o.a. Camerlingh en Lantinga van de leerstoelgroep biologische landbouwsystemen van WUR over homeopathische middelen als vervanging van antibiotica bij varkens is aanleiding WUR wederom te nomineren (Camerlink I, Ellinger L, and Lantinga EA. Homeopathy as replacement to antibiotics in the case of Escherichia coli diarrhoea in neonatal pigs. Homeopathy (2010) 99,57-62).
Het mag opmerkelijk heten dat deze twee rapportages als lofzangen op de homeopathie zijn geschreven, in een tijd dat wereldwijd ook in de diergeneeskunde het besef is doorgedrongen dat homeopathische behandelingen niet werkzaam zijn. Bovendien is de toepassing van homeopathische middelen strijdig met de diergeneeskundige ethiek en de wetenschap. De ogenschijnlijk positieve resultaten uit beide onderzoeken moeten worden toegeschreven aan kwalitatief slecht onderzoek.
Naast het feit dat beide onderzoeken methodologische tekortkomingen hebben is de belangrijkste kritiek dat er publieke middelen worden verkwanseld met onderzoek naar wetenschappelijk gezien niet plausibele behandelmethoden. Vanwege de lage a priori waarschijnlijkheid van de effectiviteit van homeopathie zal zelfs bij significante resultaten van een methodologisch goed uitgevoerde studie de a posteriori waarschijnlijkheid van een positief effect laag zijn.
Het kan voorkomen dat individuele onderzoekers het spoor bijster raken, maar dat een onderzoeksinstelling als de WUR zich anno 2010 nog bezighoudt met onzinnig onderzoek naar het effect van homeopathisch verdunde middelen is onbegrijpelijk. Het vertrouwen in de wetenschap en haar instituties wordt op deze manier sterk aangetast.
Onderzoeksbeoordelingscommissies zouden kritischer moeten kijken naar de aard van het onderzoek dat onder hun verantwoordelijkheid wordt uitgevoerd.
Het zou goed zijn als de WUR met betrekking tot onderzoek naar homeopathische behandelingen – evenals de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde en de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht dat hebben gedaan – een aan de huidige inzichten aangepast standpunt innam en dit aan haar medewerkers zou meedelen.’
We zullen nog even tot 2 oktober moeten wachten om te weten te komen wie de absolute winnaar gaat worden. Het melden waard is nog wel dat bij de nominatie van de website www.therapeutvinden.nl ook dit genoemd wordt:
‘Er is een boekenrubriek waar boekwerken zoals Het Helend Hart en Om Gegronde Redenen: Antroposofie Hier en Nu worden aangeprezen.’
Ja, dat tweede boek vooral is zéér ernstig! – Maar nu af van de luim, en terug naar de echte ernst. Want wat meldt Iocob sinds kort? In het bericht met de titel ‘Grote CAM-enquete medische studenten’ wordt dit geschreven:
‘In 2008 heeft een medisch studente een enquete gehouden onder 10.532 medische studenten (die lid zijn van de KNMG) over complementaire en alternatieve behandelwijzen, waarvan een deel van de resultaten begin september 2010 zijn gepubliceerd. In totaal hebben 2004 medische studenten – dat is 19% van de ondervraagden – gereageerd. 83% van henvond dat eenarts objectieve informatie moet kunnen verschaffen over deze behandelwijzen.
Ook andere opzienbarende feiten kwamen naar voren over de positie van CAM:
“Meer dan twee derde van de studenten (69.9%) is van mening dat er meer onderzoek moet komen naar de werkzaamheid en effectiviteit van CAM. Geneeskundestudenten vinden autonomie van de patiënt belangrijk. Dit bleek uit het feit dat 81.6% vindt dat de keuze van de patiënt gerespecteerd dient te worden indien de patiënt gebruik wil maken van een CAM-therapie.”
Het merendeel van de responderende studenten vindt voorts dat CAM onderwezen dient te worden in het medische curriculum.
In het persbericht wordt geconcludeerd:
“Uit dit onderzoek kunnen we concluderen dat de medische student in Nederland, hier vertegenwoordigd door KNMG-leden, positief is ten aanzien van CAM in het medische curriculum. Indien de acht medische faculteiten in Nederland zich willen houden aan hun eigen opleidingseisen, vastgelegd in het Raamplan 2009, dienen er structurele veranderingen in het onderwijs plaats te vinden om aan de vraag naar CAM-onderwijs in het medisch curriculum van geneeskundestudenten in Nederland te kunnen/willen beantwoorden. Daarom zal nader onderzoek gedaan moeten worden hoe CAM-onderwijs gestructureerd en meer inhoudelijk vorm kan krijgen in het medisch basisonderwijs in Nederland.”’
We herkennen hierin het bericht Student’ van 5 november 2008, waarin al melding van deze enquête werd gemaakt, zoals uit deze zinsnede blijkt:
‘Onlangs is er een enquête verstuurd naar alle studentleden van de KNMG waarin hun mening over niet-reguliere behandelingen is gevraagd. Daarnaast is in het septembernummer van het Tijdschrift voor Medisch Onderwijs een uitgebreid pleidooi te lezen voor onderwijs over niet-reguliere behandelwijzen in de basisopleiding.’
Overigens gaf Frida van Dam (géén familie van Frits van Dam, de secretaris van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, neem ik aan), bestuurslid van de landelijke studentenvereniging Granulla, ‘die de (geneeskunde)student probeert de kans te geven kennis te maken met complementaire behandelwijzen’, op dit bericht een reactie waarin zij een eigen verslag in het vooruitzicht stelde van deze bijeenkomst op 30 oktober 2008:
‘Het KNMG Studentenplatform heeft dit onderwerp daarom ook hoog op haar agenda staan en wil geneeskundestudenten graag de mogelijkheid bieden om mee te denken over niet-reguliere behandelwijzen.’
Helaas vertoont de website van Granulla, zie www.granulla.nl, heel weinig actueels. Het laatste stamt van juni 2009, en ook verder valt er bijzonder weinig te lezen, helaas. – Maar dan is Iocob er nog; die vat de recente enquête mooi kort samen. Ik ben echter toch wel benieuwd naar de link die erbij wordt gegeven. Daar vind ik dit hele verhaal, van Elon Kolkman op donderdag 9 september 2010, onder de titel ‘Een enquête, gehouden onder medische studenten aan alle acht medische faculteiten in Nederland ten aanzien van CAM’:
‘Tijdens de KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst)-discussiebijeenkomst van 29 november 2007 werden de enquêteresultaten van mei 2007 over “alternatieve geneeswijzen” gepresenteerd. Ik heb mij destijds afgevraagd waarom de elektronische vragenlijst over de stellingnamen en het KNMG-standpunt over “alternatieve geneeswijzen” niet is voorgelegd aan KNMG-studenten. Het lijkt mij belangrijk om te weten hoe toekomstige artsen over ‘complementaire en alternatieve geneeswijzen’ (CAM) denken. Vinden zij het bijvoorbeeld belangrijk om tijdens hun opleiding geïnformeerd te worden over CAM?
De discussie over inhoud en structuur van de medische basisopleiding is onder andere in een stroomversnelling geraakt door ontwikkelingen in de medische wetenschap en door maatschappelijke veranderingen en opvattingen over mogelijkheden en wenselijkheden in de Nederlandse gezondheidszorg. Ook het toenemend aantal wetenschappelijke studies naar en over CAM-onderwerpen, de steeds groter wordende vraag van patiënten naar CAM en de zoektocht van artsen om patiënten op een andere manier te benaderen hebben hierbij een rol gespeeld. Omdat over de visie en houding van medische studenten ten opzichte van CAM weinig tot niets bekend is, ben ik een onderzoek gestart in het kader van mijn wetenschappelijke stage tijdens de klinische fase van mijn studie geneeskunde. Hierin onderzocht ik de houding, kennis en ervaring met CAM en de visie op CAM in het medisch onderwijs onder geneeskunde- studenten die lid zijn van de KNMG.
Opzet
In september 2008 is een anonieme, digitale enquête verstuurd naar 10.532 KNMG medische studenten van alle acht medische faculteiten in Nederland. Medische studenten werd gevraagd hun mening en kennis te geven over CAM en over de rol van CAM in het medische basis curriculum.
Het eerste deel bestond uit 12 vragen over het informatiezoekende gedrag van studenten, opgedane ervaring met CAM in het medisch onderwijs, persoonlijk gebruik van CAM, hun attitude en mening over CAM en hun interesse voor CAM. Al deze vragen moesten worden beantwoord met ja of nee. Het tweede deel bestond uit zes vragen over de negen meest gebruikte CAM-therapieën in Nederland, te weten: acupunctuur, homeopathie, antroposofische geneeskunde, natuurgeneeskunde, paranormale geneeswijze, orthomanuele geneeskunde, fytotherapie, orthomoleculaire geneeskunde en mindfulness. Deze 54 vragen moesten beantwoord worden met “ja” of “nee”.
Het laatste deel bestond uit 30 stellingen over de onderwerpen: evidence-based medicine (EBM) van CAM, houding ten opzichte van bijwerkingen en veiligheid van CAM, de plaats van CAM in de Nederlandse gezondheidszorg, CAM in het medische onderwijs, CAM en de visie op de medische beroepshouding, redenen voor gebruik van CAM, visie op CAM en de rol en invloed van de KNMG. De antwoorden op deze vragen werden gegeven aan de hand van een 5-punts Likert schaal.
In totaal hebben 2004 studenten (19%), gelijkmatig verdeeld over alle acht medische faculteiten, gereageerd. De gemiddelde leeftijd van de studenten was 22.7 jaar (SD: 3,9) en 71.9% was vrouw. Iets meer dan 10% van de studenten (13.4%) had persoonlijke ervaring met een CAM-therapie in de afgelopen drie jaar. Daarnaast geeft 45.7% aan, op eigen initiatief, dus zonder recept, gebruik te maken van niet-reguliere geneesmiddelen.
Resultaten
– Houding ten opzichte van CAM
De meerderheid van de geneeskundestudenten in Nederland (83.0%) gaf aan het belangrijk te vinden dat artsen patiënten objectieve voorlichting kunnen geven over CAM. Een meerderheid (60.1%) vindt dat artsen CAM mogen toepassen als er wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid is.
Meer dan twee derde van de studenten (69.9%) is van mening dat er meer onderzoek moet komen naar de werkzaamheid en effectiviteit van CAM.
Geneeskundestudenten vinden autonomie van de patiënt belangrijk. Dit bleek uit het feit dat 81.6% vindt dat de keuze van de patiënt gerespecteerd dient te worden indien de patiënt gebruik wil maken van een CAM-therapie.
– Kennis over CAM
Studenten gaven te kennen dat ze de meeste kennis hebben over acupunctuur (95.7%), homeopathie (93.2%) en het minst over orthomoleculaire geneeskunde (15.8%).
Bijna driekwart van de medische studenten (74.2%) gaf aan te weinig kennis te bezitten over CAM. Meer dan driekwart (76.9%) gaf aan dat het van belang is dat artsen kennis over CAM bezitten.
– Interesse in CAM-onderwijs
Meer dan 6 op de 10 studenten (62.0%) vinden dat er meer aandacht besteed moet worden aan CAM in het medische curriculum. Op de vraag in welke vorm dit dient te zijn, antwoordde 43.6% het niet als verplicht kernblok te willen, terwijl 35.7% van de studenten hier wel positief over was. De overige studenten gaven een neutraal antwoord.
Conclusie
Uit dit onderzoek kunnen we concluderen dat de medische student in Nederland, hier vertegenwoordigd door KNMG-leden, positief is ten aanzien van CAM in het medische curriculum. Indien de acht medische faculteiten in Nederland zich willen houden aan hun eigen opleidingseisen, vastgelegd in het Raamplan 2009, dienen er structurele veranderingen in het onderwijs plaats te vinden om aan de vraag naar CAM-onderwijs in het medisch curriculum van geneeskundestudenten in Nederland te kunnen/willen beantwoorden. Daarom zal nader onderzoek gedaan moeten worden hoe CAM-onderwijs gestructureerd en meer inhoudelijk vorm kan krijgen in het medisch basisonderwijs in Nederland.
Elon kolkman is Bachelor Dierenarts, medisch student 6e jaar aan St. Radboud Universiteit te Nijmegen.
Abstract
CAM education in the medical curriculum: Vision of medical students, European Journal of Integrative Medicine, Volume 1, Issue 4, p 195 (December 2009).
Ik kan me voorstellen dat de Vereniging tegen de Kwakzalverij hier supernerveus van wordt. Wat moet dat worden, als de studenten nu al zo ver heen zijn? Misschien helpt een nieuwe nominatie, te elfder ure, nog. Zo’n aanpassing kan toch niet zo’n groot probleem zijn.
.

1 opmerking:

John Wervenbos zei

Prima nieuwsgaring. Stevig ingezet. De scherpe column van epidemioloog Luc Bonneux valt me extra in het oog: Misdadige hulp (8-4-2010).

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)