Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

donderdag 2 september 2010

Minderheidskabinet

Weinig aandacht heb ik hier besteed aan de politieke ontwikkelingen van dit moment. Daar wordt elders al heel veel over gezegd en geschreven. Soms gaat dat van dik hout zaagt men planken, hoewel daar ook wel aanleiding toe is. Zo blijft er op de ‘Middernachtszon’ van Hugo Verbrugh niks heel van Geert Wilders, zie bijvoorbeeld ‘Wilders is voortzetting van de politiek met andere middelen – het Führerprinzip wordt salonfähig’ op zaterdag 28 augustus. Verbrugh besluit die bijdrage met:

‘Wat kunnen wij anders doen dan afwachten en intussen in onze blog ons commentaar geven? “VVD en CDA zullen vaak de gevangene van de PVV zijn”, noteerde Jan Vis op 3 augustus op de Opiniepagina. De werkelijkheid is net omgekeerd als ze ons wordt voorgespiegeld. Niet Wilders gaat de minderheidsregering gedogen, maar CDA en VVD zullen alles moeten gedogen wat Wilders “niets doende” doet.’

Ik heb de ironie al vaker gememoreerd: ‘op de Opiniepagina’ zonder nadere bronvermelding betekent bij Verbrugh altijd die van NRC Handelsblad (zijn lijfblad zo’n beetje), terwijl hij nu al bijna twee jaren een Vkblog hanteert, dus eentje gratis door de Volkskrant beschikbaar gesteld... Maar om wie het me hier nu gaat, is genoemde Jan Vis. Zijn opinieartikel van vorige maand viel op, omdat het concreet en ter zake kundig was, met de juiste vragen. Onder het artikel stond vermeld:

‘Mr. J.J. Vis is oud-hoogleraar staatsrecht en oud-senator voor D66.’

Op Wikipedia lezen we meer:

‘Hij is een aanhanger van de antroposofie.’

Zijn biografie wordt ook beschreven op de website van het Montesquieu Instituut, het multidisciplinair onderzoeks- en onderwijsinstituut voor vergelijkende parlementaire geschiedenis en constitutionele ontwikkeling in de Europese Unie:

‘Staatsrechtgeleerde die lange tijd een vooraanstaande D66-senator was. Aanvankelijk parlementair journalist bij onder meer NRC Handelsblad en later hoogleraar staatsrecht in Groningen. Als Eerste Kamerlid mede-initiatiefnemer van een voorstel voor een enquête en mede-interpellant toen minister Deetman buiten de vergadering met aftreden had gedreigd om zo de CDA-fractie onder druk te zetten. Heldere, zakelijke betoogtrant en daardoor met gezag sprekend. Had in 1994 als informateur een belangrijk aandeel in het totstandkomen van het eerste paarse kabinet. Sloot zijn loopbaan af als staatsraad.’

Bij de personalia in het begin staat meteen aangegeven:

‘geboorteplaats en -datum
Wormerveer, 30 oktober 1933
niet-kerkelijke levensbeschouwing
antroposofisch

Terwijl als ‘lager onderwijs’ wordt vermeld:

‘vrije school “Berger Schoolvereniging” te Bergen (N.H.), van 1 september 1940 tot 1 juli 1945’

en als ‘huidige nevenfuncties’ onder andere (ik pik de antroposofische er uit):

‘lid Raad van Commissarissen Triodos Bank N.V.
lid Raad van Toezicht Stichting Arta-Lievegoedgroep’

en als ‘vorige’ onder andere:

‘voorzitter Vereniging Vrije School te Groningen tot 1994
lid Curatorium Vrije Hogeschool te Driebergen tot 1991’.

Nu denk ik eerlijk gezegd dat hij tegenwoordig al lang geen Raad van Toezicht meer is van de Lievegoed Zorggroep (dat weet ik wel zeker trouwens) en ook zijn commissarisschap bij Triodos Bank lijkt me al geruime tijd beëindigd. Dus dat roept de vraag op hoe goed deze gegevens worden bijgehouden.

Maar hoe dan ook, zijn betrokkenheid bij de antroposofie steekt Jan Vis niet onder stoelen of banken. Nu weer terug naar zijn artikel in NRC Handelsblad. De dag voordat in de Tweede Kamer (op 4 augustus) gedebatteerd zou worden, zonder iemand ter verantwoording te kunnen roepen, over het eindverslag van informateur Lubbers, schreef Jan Vis (ik geef alleen de eerste helft ervan weer):

‘Terecht betoogde politicoloog Rinus van Schendelen gisteren op deze pagina dat een kabinet met een vaste meerderheid niet per se stabieler is dan een minderheidskabinet dat het moet hebben van wisselende meerderheden. Er zijn zelfs factoren die de stabiliteit van een minderheidskabinet wat groter kunnen maken dan die van een meerderheidskabinet. Maar het Nederlandse stelsel heeft geen enkele ervaring met minderheidskabinetten en het Deense voorbeeld zegt weinig omdat de Deense cultuur anders is dan de Nederlandse. De politieke verschillen zijn er kleiner en daarom is er een lange traditie van minderheidskabinetten.

Mijn punt is dat deze kabinetsformatie waarschijnlijk gaat uitlopen op iets wat geen echt minderheidskabinet is (want het gaat van start met de steun van drie fracties die samen een meerderheid hebben) maar ook geen echt meerderheidskabinet (want de twee partijen die de ministers leveren hebben samen geen meerderheid).

Dit “minderheidskabinet met gedoogsteun” zal zich baseren op twee akkoorden. Het ene is een akkoord tussen VVD en CDA over beleidsonderwerpen waarover beide fracties het eens zijn geworden, maar waar de PVV zich niet aan heeft willen binden. Het andere akkoord gaat over beleidsvoornemens die onderschreven worden door VVD, CDA en ook de PVV. Over welke onderwerpen denkt de PVV anders dan CDA en VVD? Dat kan geen indrukwekkende lijst zijn als de drie het eens zijn geworden over de omvangrijke bezuinigingen en over de harde punten van de PVV (immigratie, veiligheid, zorg). Misschien zie ik wat over het hoofd maar voorlopig kom ik niet verder dan “Europa” en ontwikkelingssamenwerking. Is dat voldoende voor het ontbreken van PVV-ministers?

Dat ontbreken levert Wilders een belangrijk voordeel op. Hij behoudt de vrijheid om zijn anti-islamopvattingen luidruchtig kenbaar te maken. En dat zijn opvattingen die voor alle andere partijen fundamenteel onaanvaardbaar zijn, ook voor CDA en VVD.

In hoeverre zullen VVD en vooral CDA straks anti-islam-uitingen van de PVV kritiekloos aanhoren en aanvaarden? Hoe lang zullen zij doof blijven voor bijvoorbeeld moties van de oppositie waarin om maatregelen wordt gevraagd? Hoeveel zal het kabinet over zijn kant laten gaan om de steun van de PVV te behouden? Het zal veel moeten gedogen – om dat woord maar eens te gebruiken – en vaak de gevangene van de PVV zijn. Hoe bezwaarlijk die gevangenschap is, ligt vooral aan de PVV. Als die zich gematigd opstelt, zal het wel loslopen maar als het om onacceptabele uitingen gaat, wat dan? Nog steeds niets doen uit lijfsbehoud?’

Het lijkt erop dat Jan Vis een vooruitziende blik heeft gehad. Want dit is precies wat er momenteel, een maand later, aan het gebeuren is. Het zijn bijna wildwest-taferelen bij het CDA, met een soort revolvergevecht tussen Ab Klink en Maxime Verhagen. Wat zegt Jan Vis hier vandaag over? Trouw meldt:

‘Nu CDA-minister Piet Hein Donner als een soort stukadoor de scheur in het CDA heeft dichtgesmeerd, is het de vraag wanneer de verborgen breuk dusdanig zichtbaar wordt dat de afloop fataal zal zijn. Dat zegt oud-informateur (paars I in 1994) en emeritus hoogleraar Jan Vis vandaag op Radio 1.’

Hier is het ‘audiofragment Radio 1’ te beluisteren, maar we kunnen ook gewoon verder lezen:

‘Volgens de oud-D66-senator zal het akkoord er wel komen. Ook het CDA-congres zal naar zijn verwachting in meerderheid positief reageren. Na het congres is het oordeel aan de fractie. Die beslist bij meerderheid zodat eventuele tegenstemmen van Ab Klink, Ad Koppejan en Kathleen Ferrier geen stok in de wielen steken. De fractievoorzitter van het CDA kan dan zeggen dat zijn fractie akkoord gaat. “Daarmee ligt het probleem bij informateur Opstelten”, zegt Vis. “Want hij moet uitzoeken of er een basis is voor een kabinet met vruchtbare samenwerking met de Staten Generaal.

Als zowel Verhagen als Rutte en Wilders ja zeggen tegen het minderheidskabinet, zal Opstelten een keuze moeten maken. “Durft hij ja of nee te zeggen op basis van wat de fractievoorzitters zeggen? Zoiets als dit hebben we nog nooit gehad. Dit is een unieke gebeurtenis.”

Vis verwacht dat de informateur uiteindelijk een positief advies uitbrengt aan de koningin. “Laten we aannemen dat er een kabinet komt en dat zij een regeerverklaring in de Tweede Kamer aflegt, dan zal de oppositie met een motie van wantrouwen komen waarin ze zeggen dit kabinet niet is gevormd in het landsbelang. Zo’n motie is zeldzaam maar is al eens eerder voorgekomen. Bij die motie is het de vraag of de drie CDA-dissidenten met de oppositie mee durven te stemmen.”

Vis noemde zowel Verhagen als Klink verliezers. “Het CDA verkeert in een crisis. Het is bij een partij in crisis altijd zo dat niet alleen de leiding van de partij, maar ook zijn tegenstander sneuvelt.”’

Jan Vis is een interessante man. In november 2005 verscheen in Motief nr. 90 een interview met hem over ‘Nederland en Europa. Het aanpassingsvermogen van Nederland’, dat ik hem mocht afnemen naar aanleiding van een conferentie destijds over ‘De ziel van Europa’. Dat laat ik hier integraal volgen, voorafgegaan door twee teksten in een kader bij dit artikel:

‘Er moet een Nationale Europa Discussie komen, zo besloten kabinet en Tweede Kamer op 2 juni. De Nederlandse bevolking wees bij het referendum de dag ervoor het grondwettelijk verdrag voor de Europese Unie af, net als de Fransen drie dagen eerder.
De gezamenlijke Europese regeringsleiders lasten hierop een periode van bezinning en discussie in, tot de zomer van 2006.
Nederland vraagt vanaf november tot juni volgend jaar aan haar burgers welke relatie zij nu wél wensen tussen Nederland en Europa.
De resultaten hiervan zal de Nederlandse regering inbrengen op de Europese top halverwege volgend jaar, waarop men wil besluiten hoe het verder moet met Europa.
De Antroposofische Vereniging houdt aan het begin van de Nederlandse bezinningsperiode, op 19 november in Amsterdam, het congres “De ziel van Europa”.

Sekem op Europaconferentie
Ook Helmy Abouleish, directeur van de Sekem Groep in Egypte, komt naar Nederland om een themagroep te leiden tijdens de internationale conferentie van de Antroposofische Vereniging, De ziel van Europa, op zaterdag 19 november in Amsterdam. De titel van zijn themagroep is: “Sekem, idealen vanuit een Egyptisch perspectief”.
Dertig jaar geleden stichtte dr. Ibrahim Abouleish een project in de Nijldelta om een gezonde landbouw en werkgelegenheid te stimuleren. Inmiddels bestaat dit project (Sekem) onder andere uit 150 biologisch-dynamische boerderijen en 2000 medewerkers. Abouleish ontving hiervoor de Alternatieve Nobelprijs. Hoe beleeft Helmy Abouleish, zoon van de stichter, “Europa” vanuit zijn positie, economisch, sociaal en cultureel? Wat kunnen mensen in Egypte verwachten van Europa en wat kan Europa betekenen voor de wereld?
Voor aanmelding voor de conferentie (uiterlijk 7 november), zie het oktobernummer van Motief.
Namens het organisatiecomité van de Sectie voor Sociale Wetenschappen van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap, Peter Blom, Marijke Steenbruggen, Bert Vroon, Boudewijn Wilmar en ondergetekende,
Ron Dunselman

In Europa heeft de verwarring toegeslagen. Door het Franse en Nederlandse “nee” eerder dit jaar is de Europese grondwet van de baan. Hoe nu verder? Juist op dit moment vraagt de Antroposofische Vereniging in Nederland aandacht voor “De ziel van Europa”. Over het thema Nederland en Europa spreekt Motief met oud-politicus Jan Vis.

“Een duidelijke visie op Europa ontbreekt”, stelt oud-politicus Jan Vis (72), sinds vele jaren lid van de Antroposofische Vereniging. Vis (D66) was lid van de Eerste Kamer van 1980 tot 1995, lid van de Raad van State van 1995 tot 2003 en een van de drie informateurs die in 1994 het eerste Paarse kabinet voorbereidden. Het gebrek aan visie geldt niet alleen Europa, Nederland worstelt met hetzelfde probleem. “De politiek lijkt sleets geworden, zij biedt geen inspiratie voor een nieuwe ontwikkeling”, constateert Jan Vis. “Met een oerhollands beeld: er heerst nu vooral een kruideniersmentaliteit”.

Hoe kan de idee van Europa tot leven komen? Of moet je constateren dat Europa te groot en te ingewikkeld is om nieuw élan te kunnen opwekken? Aan het programma van het congres “De ziel van Europa” lijkt dit inderdaad af te lezen. In drie lezingen en een groot aantal workshops worden heel uiteenlopende thema’s aangeroerd. Het samenbindend element, de gezamenlijke rode lijn, ook het doel waar Europa naartoe zou kunnen werken, zijn minder duidelijk.

Het lijkt eenvoudiger te beginnen aan de andere kant, bij een afzonderlijk land, als een van de bouwstenen van Europa. Wat is het eigene van Nederland?

Een belangrijk element voor de eigenheid van een land is de taal. Het Nederlands is in Europa de zevende taal, na Duits, Engels, Frans, Spaans, Pools en Portugees. Behalve door zestien miljoen Nederlanders, wordt deze taal ook nog eens gesproken door vier tot vijf miljoen Vlamingen. Jan Vis: “Het is iets uitzonderlijks dat een kwart van de mensen die dezelfde taal spreken, buiten de landsgrenzen woont”. Dat aantal is bij geen enkele andere taal ter wereld zo hoog. Bovendien tonen deze twee grote bevolkingsgroepen geen enkele bereidheid om bij elkaar te komen. De Nederlandse taal is in dit geval niet zo erg identiteitsbepalend.

“Apart is ook dat Nederland het enige land ter wereld is waar de regering niet in de hoofdstad zetelt”, voegt hij eraan toe. Londen, Parijs, Rome en Washington zijn allemaal hoofdsteden waar vanuit het hele land geregeerd wordt. Zo echter niet Amsterdam; het is Den Haag dat kabinet en Tweede Kamer huisvest. “We hebben daardoor ook niet zo’n duidelijk staatsbestel.”

Talent

Welke identiteit heeft Nederland in de loop der eeuwen dan wel opgebouwd? Jan Vis: “Nederlanders zijn in de eerste plaats kooplieden, en dan vooral handelaren. Die hebben een groot sociaal aanpassingsvermogen, om met hun klant tot overeenstemming te komen. Om geen tegenstand te wekken, benadrukken ze hun eigen identiteit juist niet”. Nederlanders slaan zich dan ook niet graag openlijk op de borst.

Identiteit laat zich trouwens juridisch moeilijk omschrijven. Opvallend is bijvoorbeeld dat de Nederlandse grondwet niet met zo veel woorden zegt dat Nederland een koninkrijk is. Pas in artikel 24 wordt meegedeeld aan wie het koningschap is opgedragen. Vis: “De grondwet speelt in het Nederlandse publieke leven geen belangrijke rol. Het is dan ook geen wonder dat de Nederlandse kiezer nogal schrok van de Europese grondwet, die vol staat met allemaal toeters en bellen. Zoiets hebben wij niet”. De Europese grondwet begint met veel pathos. Fransen vinden dat heel normaal, hij werd dan ook door een Fransman gemaakt. “Wij hebben geen nationale feestdag, zoals Fransen die kennen op hun quatorze juillet, 14 juli. Wij vieren alleen de verjaardag van een vorige koningin. En bevrijdingsdag 5 mei is in Nederland geen vrije dag. Buitenlanders begrijpen overigens niet dat wij er zo mee omgaan.”

Waar Nederland goed in is, is logistiek. Het is hem opgevallen dat je de Nederlandse vrachtwagens in Europa het meeste tegenkomt. Nederlanders zijn bedreven in het organiseren van transport: zowel goederenverkeer, als opslag en financiële zaken. Het Nederlandse bankgirosysteem is het beste ter wereld. “Overal kun je pinnen, alle banken werken samen. Dat is elders weleens anders. In Frankrijk bijvoorbeeld betaal je op veel plaatsen nog met cheques.” Aan de andere kant zijn Nederlanders handelaren, geen uitvinders, geen constructeurs. Nederland is geen industrienatie, zoals Duitsland bijvoorbeeld.

Dynamiek

Politieke daadkracht toonde Nederland in het verleden op vervoersgebied. Met enorme kracht werden rond 1870 in Nederland spoorwegen aangelegd, maar liefst 120 kilometer spoor per jaar, en dat tien jaar lang. In totaal meer dan twaalfhonderd kilometer. “Dat had een geweldige dynamiek”, zegt Vis. “Kom daar maar eens om met de huidige Betuwelijn: er is alleen al tien jaar nodig om daar een besluit over te nemen”.

Het Nederlandse spoor werd in belangrijke mate mogelijk door de band met Nederlands-Indië. “Maar liefst de helft van de toenmalige rijksbegroting werd gefinancierd door de koloniale opbrengst. Daar hebben wij bijvoorbeeld onze spoorwegen mee betaald. De conclusie is dan ook dat een belangrijk deel van onze infrastructuur mogelijk is geworden door koloniale uitbuiting.” Dat werpt een speciaal licht op Nederland. De beschermgod van kooplieden en handelaren is Mercurius. Maar Mercurius is tevens de god van de dieven. Nederlanders traden ook op als zeerovers en slavenhandelaren. “Daarmee waren ze niet veel slechter dan andere Europeanen in die tijd. Maar wel slimmer, ze pakten het handiger aan en maakten grote winsten.”

Europa heeft de historische taak om de instroom van nieuwe mensen in goede banen te leiden. Nederland heeft ervaring met de komst van velen van buiten de Europese grenzen. En ook met hoe je als christelijk Europa ruimte biedt aan de islam. Er zijn nu al een miljoen moslims in Nederland. Jan Vis noemt verdraagzaamheid en tolerantie nog altijd de sleutelwoorden voor Nederland. “Nederland is het eerste land dat godsdienstvrijheid formeel accepteerde. Dat was voornamelijk het werk van Willem de Zwijger die dit deed uit politiek-bestuurlijke overwegingen. Hij was de eerste die begreep dat tolerantie het enige middel was om de samenleving te behouden en een burgeroorlog te voorkomen.”

Vis ziet de echte verantwoordelijkheid van Europa in Afrika liggen. Waarom juist in Afrika? “Azië heeft ons niet nodig, dat werelddeel kan zichzelf wel redden, terwijl ik Zuid-Amerika beschouw als de verantwoordelijkheid van Noord-Amerika”, antwoordt hij. “Noord-Afrikanen komen naar Europa. Dat is niet tegen te houden, dit zal decennialang doorgaan. Dat moet aandacht krijgen, meer dan nu. Het zou de nieuwe politieke boodschap moeten zijn: een goede relatie verzorgen met de zuidkant van de Middellandse Zee. Wat momenteel echter regeert, is vooral de angst. Men wordt bang gemaakt, vooral voor terrorisme. Dat heeft repressie tot gevolg, maatregelen tegen bedreigingen. Het besef moet echter groeien dat naast ons broeders en zusters wonen”.

Versleten

De traditionele politieke manier van doen bevindt zich volgens Jan Vis vlakbij een eindpunt. Niet alleen in Nederland, maar ook in Europa. Ook daar worden geen vergezichten meer ontworpen. Bovendien zijn er onvoldoende democratische instrumenten. “Het Europarlement bijvoorbeeld is niet serieus te nemen. Zoals er nu steeds heen en weer wordt getrokken tussen Brussel en Straatsburg als standplaats. Het parlement kiest geen eigen plek”. En zolang er geen enkele politieke partij is die daar verandering in brengt, blijft alles bij het oude. Bovendien ligt Brussel in de Europese Unie langzamerhand nogal excentrisch. “Praag zou het Europarlement bijvoorbeeld tegenwoordig een prachtige zetel kunnen bieden.”

Na de afwijzing van de Europese grondwet voorziet hij Europa twintig jaar tobben. Een historisch perspectief helpt dit in het juiste licht te zien. Vanaf de Renaissance trad een culturele en politieke elite op. Deze democratiseerde eind achttiende eeuw, begin negentiende door verschillende sociale revoluties. Dat gebeurde via een aantal voorlieden die ideologieën ontwikkelden als socialisme, liberalisme en christen-democratie. Maar er trad ook misbruik op, met geperverteerde ideologieën als nationaal-socialisme, fascisme en communisme.

Aan het eind van de Koude Oorlog verloren ideologieën hun betekenis. Na het instorten van het Sovjet-imperium in 1989 ontstond er een grote mate van onzekerheid. De Koude Oorlog werkte nog disciplinerend, men wilde immers geen Derde Wereldoorlog laten ontstaan. Toen zakte de Sovjet-Unie in elkaar. Jan Vis: “Maar aan de andere kant, in het Westen, gebeurde iets vergelijkbaars. Ook de traditionele agenda van Europa eindigde. Wat is nu nog het doel? Het is niet gek dat het lang kan duren voordat dit duidelijk wordt. Een echte verandering is pas te verwachten van een nieuwe generatie die na 1990 is geboren. Wanneer die volwassen is geworden, zullen ze hun wereld op hun eigen manier vormgeven. En dat duurt nog even, nieuwe impulsen komen over een jaar of tien. Mensen uit de twintigste eeuw komen er niet mee aanzetten. Dat zie je nu bijvoorbeeld in Duitsland, met de verkiezingen daar”.

Praktisch ideaal

“Het zal eerst erger moeten worden voordat iemand zegt: ik heb een volkomen nieuw idee”, meent Jan Vis. Hij beschouwt op dit moment de houding van de Amsterdamse burgemeester Job Cohen, om de boel bij elkaar te houden, als het meest passend. “Daarmee voorkom je paniek. Het is geen tijd voor grote veranderingen of vergezichten. Het belangrijkste is om integer met elkaar om te gaan en vrienden te maken.” Een praktisch ideaal voor nu is om zachte sectoren, zoals zorg en verzorging, aandacht te geven.

Het is verstandig om op de lokale politiek te letten. Lokale bestuurders komen de echte problemen tegen: zij zijn het die werkelijk te maken hebben met uitgeprocedeerde asielzoekers. Gewetensvragen spelen tussen concrete mensen, vaak op lokaal niveau. Buurten en scholen komen daarbij in beweging. Het is geen besturen vanuit een politiek ideaal, maar vanuit wat er te doen is. Jan Vis noemt wethouder Aboutaleb in Amsterdam en burgemeester Deetman van Den Haag hier een goed voorbeeld van.

De vertegenwoordigende democratie beschouwt hij als de vorm die bij Nederland hoort. Referenda zijn daarbij niet per se in strijd. Zo is het in de Verenigde Staten heel gebruikelijk om bij gemeenteraadsverkiezingen concrete vragen te stellen, als een soort lokale opiniepeiling. Bijvoorbeeld over snelheidsbeperking op een bepaalde weg, of over de toestemming voor een plaatselijke drankwinkel met of zonder met overheidstoezicht. Maar het kan ook in het groot. Stellig: “Een referendum over de euro was absoluut nodig geweest”. Of neem een ander heet hangijzer: Turkije. Een grote groep Europeanen vindt dat dat land geen Europa is. Nu starten er na veertig jaar dan eindelijk onderhandelingen met Turkije over hun toetreding. Die gaan minstens tien jaar duren. Aan het eind van de rit zou je een bindend referendum in heel Europa moeten houden over de vraag of Turkije erbij kan komen. “De politici hebben dan hun werk gedaan en de bevolking kan zich hierover uitspreken.”’

Ook in 1998 mocht ik Jan Vis interviewen, destijds voor de Vrije Opvoedkunst Jubileumuitgave, jaargang 61, nummer 6, september 1998. De titel luidde: ‘Waarom zou je het onderwijs niet privatiseren?’ Rond het artikel waren prominent drie quotes uit het interview geplaatst:

‘Ik zou de Vrije Scholen graag ineen groter, maatschappelijk kader geplaatst zien.’
‘Stel nu dat ouders, in plaats van belasting te betalen voor onderwijs, het geld rechtstreeks zouden overmaken naar de school van hun keuze!
Een interessante gedachte, want de gewenste “vrijheid van onderwijs” komt op deze manier een stuk dichterbij. Bovendien is het een vorm van cultureel ondernemerschap, waar de Nederlander over tien jaar absoluut voor open zal staan.’
‘Het is belangrijk dat de ouders meer serieus worden genomen. Want dat zij hun kinderen naar de Vrije School brengen, betekent dat ze vertrouwen hebben in het onderwijs dat daar gegeven wordt.’

De tekst van dit artikel van twaalf jaar geleden is als volgt:

‘Jan Vis (64), hoogleraar staatsrecht en oud Vrije Schoolouder, staat midden in het politiek-maatschappelijke leven. Jarenlang zat hij voor D66 in de Eerste en de Tweede Kamer, tegenwoordig is hij lid van de Raad van State. In plaats van terug te kijken op de afgelopen 75 jaar, vraag ik hem naar zijn gedachten over de toekomst. Hoe moet het verder met de Vrije School?

Geringe betekenis

Jan: “De vraag is: wat wil de Vrije School zijn? Wil zij haar eigen culturele bijdrage aan de maatschappij leveren of wil zij slechts één van de vele factoren in de marge van de Nederlandse samenleving blijven? Vanuit mijn invalshoek gezien is de betekenis van de Vrije School voor het Nederlandse onderwijs, met uitzondering van de betekenis voor de leerlingen, betrekkelijk gering. Ik zou de Vrije School graag in een groter, maatschappelijk kader geplaatst zien.

De ontwikkelingen in het afgelopen jaar hebben wat dit betreft een interessante wapenstilstand met het ministerie opgeleverd. Neem het akkoord dat de Bond van Vrije Scholen vorig jaar met het ministerie van Onderwijs sloot, in het kader van het nieuwe ‘Wetsvoorstel Primair Onderwijs’. Hoewel je naar dat resultaat ver­schillend kunt kijken, moet je volgens mij niet denken in termen van voor- en tegenstanders. Zwart-wit denken roept bij de buitenwacht niets dan wantrouwen op. Als er tot in de volgende eeuw ook zo wordt gedacht, zullen de Vrije Scholen weinig betekenis krijgen.”

Rol van ouders

“Ik hoop dat het ook anders kan. Daarbij hoort dat je ouders heel serieus neemt. Je zult meer naar hen moeten luisteren, in plaats van hen toe te spreken. Het zijn de ouders die de directe relatie met de samenleving vormen, niet de leerkrachten en nog minder de organisatie. De ouders besluiten tenslotte hun kinderen naar de Vrije School te brengen. Dat is een besluit dat je absoluut seri­eus moet nemen, ouders moet je daarin nooit wantrouwen. Dus kun je hen ook zoveel moge­lijk de school laten besturen. Je hoeft echt niet bang te zijn voor verlies van je identiteit.

Mijn vrouw en ik zijn wat dat aangaat behoor­lijk deskundig. We hebben als ouders de Vrije School in Groningen mee helpen oprichten en gedurende vele jaren in stand gehouden. Dat kwam tot in de organisatievorm tot uitdruk­king. Ouders speelden een belangrijke rol bij het besturen van de school.

Het is voor mij dan ook een hele vooruitgang dat veel Vrije Scholen een vereniging vormen en geen stichting. Een stichting is namelijk een veel geïsoleerder rechtsvorm. Zo’n organisatie­vorm toont wantrouwen, ze wil de identiteit in juridische voorschriften vergrendelen, maar daarmee heeft identiteit niets te maken. Voor mij wordt identiteit juist zichtbaar in de wisselwerking tussen ouders, leerkrachten, leerlingen en oud-leerlingen.”

Zonder angst

“Wat houdt dat eigenlijk in, dat vaak gebruikte woord ‘Vrije School-iden­titeit?’ Dat zul je eerst moeten bepalen. Natuurlijk is het leerplan iets elementair eigens van de Vrije School. Maar voor mij is de school in de eerste plaats een gemeenschap van leer­lingen en leraren, met op enige afstand de ouders. En geen dogmatische instelling, die zegt hoe het zit of hoe het moet.

Vroeger hadden scholen vooral een conserve­rende functie. Traditioneel van aard, vormden ze in de maatschappij altijd het laatste station dat veranderde. Tegenwoordig is dat wel anders. Het zijn de pubers die voorgaan in de maat­schappelijke veranderingen. Je moet als school dan ook uitgaan van de huidige concrete situ­atie en niet van die in 1926. Dat hoeft niet identiteitsbedreigend te zijn voor de Vrije School. Tenminste, wanneer je niet met angst reageert, maar je afvraagt: wat komen deze kin­deren hier op aarde doen?”

Onderwijs als investering

“Ik heb een zeker egoïsme beleefd achter de roep om ‘vrijheid van onderwijs’. Want het engagement van Vrije Scholen bij onderwijsontwikkelingen is de afgelopen decennia juist heel gering gebleken. Het Nederlandse onderwijs als zoda­nig beoordeel ik niet negatief. Het is het aardigste in heel Europa, het kent veel vrijhe­den en er zijn veel verschillende scholen. Dat zegt al veel. Om dan toch absolute vrijheid van onderwijs te eisen, staat eigenlijk buiten de wer­kelijkheid.

Wat mij wel belangrijk lijkt, ligt op een ander vlak. Het betreft ook een vrijmaken van het onderwijs, maar dan vanuit een heel andere invalshoek. Volgens mij zou het het mooiste zijn wanneer ouders in de volgende eeuw het Vrije Schoolonderwijs uit eigen zak zouden betalen. Nu gebeurt dat via het betalen van belasting én in de vorm van schoolgeld.

Hoe reëel is die gedachte? Reken maar mee. Wat betaalt een ouder nu voor het onderwijs gedu­rende zijn gehele leven? Tien jaar geleden heb ik dat eens met een paar vrienden uitgerekend. Stel de totale kosten van een Vrije Schoolklas op 100.000 gulden per jaar. Dat is inclusief perso­nele en materiële kosten. Bij een gemiddeld aantal van 20 leerlingen per klas, betekent dat 5.000 gulden per leerling per jaar. De Vrije School duurt 12 jaar, dus heb je 12 x 5.000, is 60.000 gulden nodig per leerling voor zijn of haar onderwijs.

Vervolgens vraag je je af hoeveel jaar een mens gedurende zijn leven werkt. Dat is al gauw 40 jaar. Nu reken je uit: 60.000 gulden gedeeld door 40 jaar. Dus kost het Vrije Schoolonderwijs je als ouder per arbeidsjaar 1.500 gulden. Hoeveel kost nu een auto per jaar, hoeveel de vakantie? Meer toch?

Nu heb je natuurlijk per gezin wel meer dan met één kind te maken. Dat levert dan weer een probleem op, maar ook dat is op te lossen. Het gaat om het principe en dat moet haalbaar zijn. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor de Vrije School, maar voor ieder onderwijs in Nederland. Hiermee kun je een onderwijsrevo­lutie ontketenen! Als je je dit bewust maakt, heb je het begin van de werking van een vliegwiel in handen. Je moet naar financiële vormen zoe­ken en iemand dit serieus uit laten rekenen. Ouders moeten bijvoorbeeld een obligatiele­ning durven af te sluiten.

Dat is een vorm van cultureel ondernemerschap dat me zeer aanstaat. De 'ondernemerszin' van de individuele Nederlander is immers groeiende en dat is belangrijk voor de volgende eeuw. Daar kun je bij aanhaken. Het financieren van het onderwijs vormt ook geen groot risico, want er zullen altijd scholen, leerlingen en leer­krachten zijn. Dat is een vast gegeven waar je op kunt rekenen. Bovendien, kun je het onder­wijs zelf bekostigen, dan ben je verder volkomen onafhankelijk van wie dan ook. Dan wordt het pas echt vrij onderwijs!”

Meer openheid gewenst

“Om de­ze gedachte te realiseren, zul je oud-leerlingen moeten verzamelen en het draagvlak moeten onderzoeken. Het wordt tijd voor zo’n initiatief, zeker gezien de huidige welvaart. Privatisering van overheidstaken is aan de orde van de dag. Waarom zou je niet ook het onderwijs privatise­ren? Dan ontlast je de staat van een zware belasting: al die voorschriften, dat hele over­heidsapparaat. In de politiek is men ondertussen rijp voor deze gedachte. De politie­ke agenda is momenteel ook aan het verschuiven: het is niet meer onderwijs dat op de eerste plaats staat, maar veiligheid, gezond­heidszorg en oude mensen.

Om nog even terug te komen op Groningen: in die tijd was de bovenbouw nog ongesubsidieerd, maar we brachten met elkaar 1,2 miljoen gul­den bijeen. Dat lukt alleen als je van mens tot mens de betekenis duidelijk maakt en niet via reclamespotjes. Er is serieuze voorbereiding nodig, je moet commitment genereren. We hielden in Groningen open bestuursvergaderin­gen, elke twee weken op zaterdagochtend. Die waren open voor iedereen, daarmee creëer je een heel andere cultuur. Angst en wantrouwen nemen af, openheid en communicatie komen ervoor in de plaats. En daar zijn we in de Vrije School echt aan toe.”’

1 opmerking:

John Wervenbos zei

Goed artikel. Met interesse gelezen. Wist niet dat Jan Vis antroposoof is, lid zelfs van AViN. Misschien wel goed dat op Antroposofie in de pers niet vaak aandacht wordt besteed aan politiek. Politieke commentaren en analyses op het web dragen dikwijls een hoog roeptoeter gehalte met tersluikse of onverbloemde boodschappen als 'ik weet het wel', 'ik weet het naadje van de kous', 'hier het verlossende woord' enzovoort. Digitale marskramerij.


Terzijde. Kwestie Hauffe, Steiner, Lindenberg, Gut, Meyer (en ongetwijfeld anderen) toegespitst op begrip metempsychose. Goethe in zijn Maximen und Reflektionen over dit begrip:


13. "Die schönste Metempsychose ist die, wenn wir uns im andern wieder auftreten sehn."


Zo sec bezien kan wat Goethe met zijn ruime geest daarbij (zoal?) voor ogen heeft gestaan verschillend worden opgevat. In ieder geval genoteerd als extra punt van onderzoek en overdenking. Over hoe Steiner zijn recensie van het boek van Gustav Hauff (GA 32) bedoeld heeft, bedoeld kan hebben, is me een idee opgegaan, welke ik echter ook rustig de tijd geef om na te lopen.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)