Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de verdrukking. Want antroposofie is niet eenvoudig te grijpen en te begrijpen. Dat geeft snel een vertekend beeld. In deze weblog wil ik ruimte geven om antroposofie, zoals zij in de media verschijnt, op haar merites te beoordelen. Vanuit een positieve instelling. Maar niet kritiekloos.

zondag 5 augustus 2012

Demonen


Voordat ik aan de demonen begin, moet ik eerst terugkomen op onze ‘Olympiër’ Dorian van Rijsselberghe. Op dinsdag 31 juli vermoedde ik een familiaire verwantschap met Lies van Rijsselberghe van Radio Modern in Rotterdam. En dus ook van de heilpedagogie in de vorm van Huize Thomas aldaar en Het Maartenhuis (het oude weliswaar) op Texel. Ik schreef toen nog dat ik geen idee had welke familiaire banden dat waren. (Ik had ook niet zo veel zin om daarnaar op zoek te gaan. Ik ben de Story niet.) Maar ik had beter kunnen weten. Op 12 juli 2009 had ik in ‘Bliksem’ immers zelf al het een en ander aangehaald over de boerderij Sint Donatus op Texel, die in 1975 werd verkocht
‘aan de Johan Adriaan Stichting waarvan Lies van Rijsselberghe-Verboom (1908-2003) (zie ook: Maartenhuis en Windy Ridge) de voorzitter was. (...)

De Johan Adriaan Stichting verhuurde de boerderij aan de Werkgemeenschap Sint Donatus waarin de zoon van Lies, Marc van Rijsselberghe, kwam werken.

De boerderij beschikt over 60 ha. grond. Op de ene helft lopen 50 koeien die jaarlijks 320.000 l. melk produceren, basisproduct voor melk, kaas, kwark, ijs en yoghurt. De andere helft van het land is bestemd voor biologische akkerbouw wat producten oplevert als aardappelen en tarwe, maar ook zeekraal. De boerderij, waarbij een winkel is gevestigd die al deze producten verkoopt, is ook bijna dagelijks geopend voor rondleidingen.’
Over dezelfde Marc van Rijsselberghe had ik het volgende gevonden, om te beginnen onder boerderij ‘Windy Ridge’:
‘“Windy Ridge verloor de boerderijbestemming en werd woonhuis, eerst voor medewerkers van Sint Donatus, later van zoon Marc en zijn gezin. Het land bij de voormalige boerderij werd en wordt gebruikt voor het telen van de biologisch-dynamische producten van Sint Donatus.”
Deze zoon Marc is tegenwoordig “Projectleider Zilte Landbouw”:
“Marc van Rijsselberghe is begonnen als zeehondenverzorger en vogelwachter op Texel. In Engeland volgde hij een biologisch-dynamische landbouwopleiding. Met drie maatschapleden heeft hij op Texel vier nieuwe mogelijkheden ontwikkeld om diversificatie in de landbouw mogelijk te maken. Dat gebeurt in de Stichting Donatus. Daarnaast heeft hij de Texelse milieuvriendelijke Natuurproducten BV opgericht. Deze BV heeft wel 160 regionale producten ontwikkeld in de waddenregio.”
Hij zal tegenwoordig niet meer betrokken zijn bij de oorspronkelijke boerderij, sinds deze een andere naam en een andere bestemming heeft gekregen. [Namelijk als Novalishoeve van de Raphaëlstichting, zoals ik in genoemd bericht uit 2009 uit de doeken doe, MG.] De naam Sint Donatus kan heel goed nog wel bestaan, alleen met een ander doel. Het eerdergenoemde zeekraal speelt hierin blijkbaar een belangrijke rol. Maar op deze website, gewijd aan “Zilte zeekool”, wordt het eigendom niet helemaal duidelijk, want hier staat nog gewoon:
“Stichting Sint Donatus, eigenaar van de voormalige zuivelboerderij Sint Donatus aan de Hoornderweg in het Texelse Den Hoorn, houdt zich op dit moment voornamelijk bezig met ontwikkeling van en onderzoek naar de (ecologische) teelt van gewassen op zilte gronden. De teelt van zilte zeekool is daarvan een voorbeeld (zie Onderzoeken naar zilte gewassen). Daarnaast experimenteert Stichting Sint Donatus met kleinschalige verduurzamingstechnieken – drogen, vriesdrogen – om zilte gewassen, zoals zeekraal, zeeaster en zeekool, gebruiksklaar te maken als kruid of smaakversterker in de keuken. Stichting Sint Donatus werkt in deze projecten nauw samen met onder meer de Vrije Universiteit van Amsterdam, Universiteit van Wageningen en de Provincie Noord-Holland. 
Gelieerd aan Stichting Sint Donatus is Texelse Milieuvriendelijke Natuurproducten B.V. Dit bedrijf produceert onder meer biologische cosmetica en voedingsmiddelen met ingrediënten (onder meer zeekool) uit het Waddengebied. Een deel van deze producten is via deze website te bestellen.”’
Toch wel handig, dat ik dit destijds allemaal uitgezocht heb. Want nu kan ik eenvoudig overschakelen naar recentere berichten. Zoals dit van het ANP, gevonden op de website van het Algemeen Dagblad van vorige week vrijdag 27 juli, ‘Van Rijsselberghe: Ik heb heel goede kans op goud’:
‘Of het de juiste route was, moet blijken. De weg naar Londen die Dorian van Rijsselberghe koos, is in elk geval om jaloers van te worden. De windsurfer die vanavond trots de Nederlandse vlag draagt in het Olympisch Stadion heeft zich niet in muffe fitnesszaaltjes afgemat. Hij surfte langs de mooiste stranden en ging met zijn mountainbike over adembenemende paden.

Van Rijsselberghe is bloedfanatiek. Als hij ergens zijn zinnen op heeft gezet dan moet en zal hij het krijgen. “Dat is heel zijn leven zo geweest”, vertelt zijn vader Mark van Rijsselberghe aan het AD. “Dorian moet een jaar of elf geweest zijn toen hij in Ter Aar meedeed aan een surfwedstrijd om de ijspegeltrofee. Het was hartje winter, ijskoud en als Dorian ergens een pesthekel aan heeft dan is het wel kou. Maar hij zag die trofee staan, draaide zich om en zei: ‘die ga ik winnen’. En dat gebeurde ook. Terwijl de meeste kinderen huilend van de kou de kant opzochten, ging hij door, ondanks ijs op zijn zeil en op zijn plank. Hij moest dat ding hebben. Die ijspegeltrofee was op dat moment net zo belangrijk als een olympische medaille.”

Nu heeft de man die door chef de mission Maurits Hendriks werd aangewezen als vlaggendrager tijdens de openingsceremonie, zijn zinnen gezet op olympisch goud. Maar Van Rijsselberghe staart zich niet blind op dat doel. “Het zou een droom zijn om goud te winnen, maar het is niet reëel om te zeggen: die is van mij”, zegt de surfer.

“Ik ga er alles aan doen om ’m te pakken en als ik laat zien wat ik kan, heb ik een heel goede kans. Maar als ik die gouden plak niet win, kunnen ze me alles wat ik tot nu toe heb meegemaakt niet meer afnemen. Die medaille is prachtig, de kers op de taart, maar de taart heb ik al en daar ben ik al heel lang lekker van aan het smullen.”’
Dat bevestigt dus dat hij inderdaad een kleinzoon is van Lies van Rijsselberghe, met Marc als zijn vader (met een c en dus geen k). Dat had ik trouwens ook al op 21 december van het vorig jaar kunnen weten, gezien het bericht en de video op de website van RTV Noord-Holland, ‘Dorian van Rijsselberghe gehuldigd in Scheepvaartmuseum’:
‘Kersvers wereldkampioen windsurfen Dorian van Rijsselberghe is vandaag door zijn sponsor en het Watersportverbond in het zonnetje gezet.

De 23-jarige Texelaar ontving in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum een cheque van 5000 Euro en een foto-collage van zijn hoogtepunten tijdens het WK in Australië. Ook zeilster Marit Bouwmeester (goud) en Pieter Jan Postma (zilver) werden daar gehuldigd. Dorian’s ouders waren ook bij de huldiging aanwezig. Uiteraard vol trots vertelde vader Marc dat Dorian zijn lenigheid aan zijn moeder te danken heeft en het windgevoel aan zijn vader.

Dorian zelf laat alle publiciteit en huldigingen nuchter op zich afkomen. Hij was blij om gisteren, met gouden medaille, weer op Texel terug te komen. “We hebben boerenkool gegeten en ik ben vroeg naar bed gegaan”, aldus de man die volgend jaar om het goud gaat strijden op de Olympische Spelen.’
Bekijk onderaan ook de video met ‘Marc van Rijsselberghe, de vader van Dorian, over de successen van zijn zoon’. En dan was er vorige maand op 13 juli ook een trots bericht door Ton van der Scheer op de website van ‘Groenten & Fruit Actueel’, ‘Olympische tuinderszoon draagt Hollandse vlag’:
‘Tuinderszoon Dorian van Rijsselberghe is de Nederlandse vlaggendrager tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Londen. De Texelse windsurfer is de zoon van “zilte tuinder” Mark van Rijsselberghe.

Zoon Dorian begon, lang voordat hij wereldkampioen werd, als windsurfer op het zoute water rond Texel. Vader Mark is wereldwijd bekend om zijn proeven met de groenten geïrrigeerd met datzelfde zoute water. Op zijn proefveld even boven het dorpje Hoorn experimenteert Mark van Rijsselberghe al jaren met de teelt van bekende en minder bekende zeegroenten. Die proeven doet hij in samenwerking met wetenschappers die onderzoek doen naar het internationaal prangende vraagstuk of op verziltende grond toch hoogproductieve landbouw kan worden bedreven.

De meest kansrijke zoutminnende producten op zijn eigen Texelse bedrijfje zijn volgens vader Van Rijsselberghe strandbiet en een aantal aardappelrassen. Het exclusieve product zeekool, dat hij al een aantal jaren levert aan exclusieve restaurants, blijft zeer lastig te telen. En meer bekende producten als zeekraal en lamsoor blijken als geteeld product moeilijk rendabel te krijgen; in het geval van zeekraal vanwege structurele concurrentie door illegale pluk in het wild en in het geval van lamsoor vanwege een structureel probleem met vraat door eenden en ganzen.

Of deze zomer zoon Dorian zijn meest succesvolle “product” wordt, dat is voor vader Mark en voor de rest van Nederland nog even afwachten. Als oud-wereldkampioen is hij alvast een medaillekandidaat. Het succes van uitverkiezing tot vlaggendrager is in elk geval binnen.’
Vader Marcs wereldwijde bekendheid wordt nu dus verre overvleugeld door zoon Dorian. Lees maar dit bericht van Lex Boon vanmiddag op de website van NRC Handelsblad, ‘Gouden plak kan windsurfer Van Rijsselberghe niet meer ontgaan’:
‘Hoewel de medaillerace nog moet worden gevaren, kan windsurfer Dorian van Rijsselberghe de gouden medaille in de RS:X-klasse niet meer ontgaan. De Nederlandse vlaggendrager is na negen races in de RSX-klasse niet meer in te halen voor de concurrentie.

Van Rijsselberghe moet dinsdag alleen van start om de vierde gouden medaille voor Nederland definitief binnen te halen. Hij moet dinsdag nog wel van start gaan in de medal race.

Tiende race niet meer van belang

De 23-jarige Van Rijsselberghe zegevierde voor de kust van Weymouth in de negende race. Zijn Britse rivaal Nick Dempsey en Toni Wilhelm uit Duitsland kunnen hem daardoor niet meer voorbijstreven, ondanks de dubbele punten in de medal race. Vanmiddag wordt ook nog de tiende race gevaren, maar omdat het slechtste resultaat weggestreept mag worden, laat Van Rijsselberghe die race schieten.

Zes van de negen races voor Van Rijsselberghe

De Texelaar was vanaf de eerste race ongenaakbaar. Hij schreef zes van de negen races op zijn naam en werd daarnaast twee keer tweede en een keer derde. De wereldkampioen van 2011 treedt in de voetsporen van Stephan van den Berg, die in 1984 de olympische titel veroverde.

Van Rijsselberghe bezorgt Nederland de vierde gouden plak. Wielrenster Marianne Vos en zwemster Ranomi Kromowidjojo (twee keer) gingen hem voor.’
In de papieren editie van NRC Handelsblad van dit weekend 4 en 5 augustus schreef redacteur Rob Schoof in het sportkatern een uitgebreid artikel over hem, getiteld ‘Het is gewoon weer een race voor Dorian’ (niet online), waarin ook de volgende passage over Dorian en zijn oudere broer Adriaan die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat:
‘De jongens werden groot op de biologisch-dynamische boerderij die hun vader in 1979 had opgezet, een gemengd bedrijf met koeien en akkerbouw. Ze maakten als een van de eerste boerderijen in Nederland kwark, tot zesduizend potten per week, kruidenkaas en kruidenboter. “Dorian zat altijd in de stal, bij de koeien en de stier”, zegt [hun moeder] Geertje.

Op het eiland bleek hij zich moeiteloos aan te kunnen passen aan het leven van een jeugdige sporter met ambitie. Natuurlijk ging hij mee, met zijn vrienden naar de kroeg. Maar drinken deed hij nooit. “Heel Texel weet dat ze altijd een bob hebben: Dorian”, zegt Mark over zijn zoon. “Hij heeft heel dronken Texel rondgereden. Maar Dorian kan ook verschrikkelijk uit zijn dak gaan. Dan staat ie op de bar te dansen.”

Maar gezond eten werd hem op de boerderij – letterlijk – met de paplepel ingegoten. Nog altijd eet Dorian, als dat mogelijk is, biologisch-dynamisch voedsel. Geertje: “Voedsel zonder additieven, dat is het beste voor zijn lichaam. Vooral tijdens trainingen en toernooien. Dorian staat misschien bij veel mensen bekend als een vrolijke flierefluiter, maar hij is ook heel serieus. Hij zorgt goed voor zichzelf.”

Ook Mark ziet regelmatig de andere kant van zijn zoon. “We hebben wel eens gezien dat hij na een training kotsend van het water kwam, van vermoeidheid. Dat is niet leuk, maar dan zegt hij: ‘Daar zat dus mijn grens.’ Dan weet hij dat hij die grens weer iets moet verleggen. Waar anderen misschien stoppen, is Dorian niet bang om dat te doen.”’
Is er beter reclame denkbaar? Ik geloof het niet. – Genoeg over Dorian van Rijsselberghe en de hem toekomende gouden plak. Nu eindelijk naar de demonen. Ik loop namelijk een beetje achter. Op 11 mei presenteerde ik in ‘Oriënt’ Bres nummer 273, van mei-juni: ‘Onbekende kerken in de Oriënt. Christendom tussen oost en west’. Sinds 27 juni staat echter 274 van juli-augustus aangekondigd op de website, terwijl op 24 augustus nummer 275 in aantocht is. Dus moeten we eerst nog snel even deze aflevering voorbij laten komen. Hoofdredacteur John van Schaik schrijft als inleiding:
‘Een themanummer over engelen? Poeh, is over engelen inmiddels niet al alles gezegd? Ja en nee. Het is ontegenzeggelijk dat engelen “in” zijn en het is ontegenzeggelijk dat engelen op de poort van ons hart en hoofd kloppen. Maar vooral dit laatste is nogal eens een tekort. Vaak wanneer het over engelen gaat is het veel hart en weinig hoofd. Met andere woorden, het geesteswetenschappelijke metier mist inzake engelen. En dus wordt er vaak maar wat aangekletst. Een engel uit de eerste hiërarchie, zoals de serafijnen, manifesteren zich anders dan bijvoorbeeld de angeloi uit de derde hiërarchie. Ze hebben ook verschillende “boodschappen” (angeloi betekent boodschapper). En een demon – een boze dan – kan zich voordoen in een lichtgewaad. Dus wie of wat dient zich aan? Het kan ook nog een “astrale rest” van een overleden ziel zijn zegt Blavatsky. Dus er is eigenlijk alleen maar méér reden om het over engelen te hebben. Maar dan wel met behulp van geesteswetenschappelijke methoden. Zo deden Apuleius en pseudo-Dionysius de Areopagiet het immers ook toen zij in de late oudheid dikke boeken schreven over engelen. Van dergelijke lieden kunnen we nog wat leren. Misschien laat dit themanummer van BRES daar iets van zien.’
Ik geef enkele van de op de website genoemde artikelen weer (overigens bevatten de laatste twee opmerkelijk veel typfouten; ik heb ze maar gewoon zo laten staan – misschien leest men de volgende keer eerst de teksten goed door alvorens deze op de website te plaatsen):
‘Het verborgen geheim boven ons
Dionysius de Areopagiet over de hemelse hiërarchie

Christine Gruwez

De klassieke christelijke engelenleer danken we aan pseudo-Dionysius de Areopagiet. Hij beschreef negen engelenkoren die bemiddelen tussen God en mens.

Engelen staan weer volop in de belangstelling. In boeken, prenten, films, of een tentoonstelling worden ze met grote vertrouwelijkheid benaderd en voorgesteld. Het lijkt er soms op alsof er nauwelijks nog afstand bestaat tussen hun wereld en deze van de mensen. Dit is niet steeds het geval geweest. In de eerste eeuwen van onze tijdrekening, vermoedelijk in de laat vijfde of begin zesde eeuw verscheen er een geschrift dat al heel snel uitgroeide tot een fundament voor de engelenleer in de brede christelijke traditie: Over de hemelse hiërarchie van Dionysius de Areopagiet. Daarin werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen engel en mens. Weliswaar had het bestaan en de zijnswijze van de engelenwereld rechtstreeks betrekking op de menselijke ontwikkelingsgang. Toch betekende dit niet dat je als mens zonder meer de engelenwereld kon naderen, laat staan er toegang toe krijgen. Het feit dat engelen met behulp van menselijke attributen werden voorgesteld, werd er eerder als een zwakte van het menselijke vermogen tot inzicht geduid, dan dat dit op enige familiariteit zou wijzen tussen het wezen van de engel en dat van de mens.

Wie was Dionysius de Areopagiet
Alhoewel de auteur, van wie nog drie andere traktaten en een aantal brieven bewaard gebleven zijn, tot op heden niet kon worden geïdentificeerd, zijn er voor het ontstaansmoment van deze geschriften, meerdere aanwijzingen voorhanden. Er wordt van uitgegaan dat dit tussen 476 en 518/28 te situeren is. De auteur maakte zich bekend onder de naam Dionysius de Areopagiet en het is vrijwel zeker dat hij in Syrisch-christelijke middens vertoefde maar ook dat hij intiem vertrouwd was met de neo- platoonse filosofie, in het bijzonder met het gedachten goed van Proklos (gestorven 485) die jarenlang aan het hoofd stond van de Akademie te Athene.

Het traktaat dat de titel Over de hemelse hiërarchie draagt, behelst niet alleen een theologische-filosofische verklaring van het bestaan van de engelen, maar houdt ook een mystieke weg van het ‘godgelijk worden’ van de mens voor, dit alles in een meditatief gebalde stijl die tezelfdertijd een lofzang op de wereld der engelen inhoudt.

[totaal woorden: 2108]


Goede engelen, slechte engelen
De “heidense” daemones van Apuleius

Rijk Schipper

De antieke schrijver Apuleius (ca. 125 - ca. 175) ontwikkelde in zijn boek De deo Socrates (Over de God van Socrates) de eerste systematische “demonologie” in de oudheid.

Apuleius wijst in Over de God van Socrates de demonen een plaats toe in het universum, verdeelt hen onder in rangen en standen en zet hun functies uiteen. Demonen zijn van belang voor het thema engelen omdat zij om zo te zeggen de engelen van het “heidendom” waren. Met andere woorden: ondanks het lexicale verschil zijn de semantische overeenkomsten tussen demonen en engelen groot. Daaraan kan worden toegevoegd dat de demonen een centrale rol hebben gespeeld in de christelijke polemieken tegen de pagane godsdienst. Men denke aan kerkvader Augustinus (354-430) die in zijn De Stad van God de demonen ten tonele voeren. Augustinus “demoniseert” de demonen; pas dan is de kloof tussen demonen en engelen onoverbrugbaar geworden. Wij moeten ons echter voor ogen houden dat in de Grieks-Romeinse oudheid de demonen volstrekt legitieme en achtenswaardige bemiddelaars tussen het goddelijke en de mensen zijn.

Leven
Apuleius was afkomstig uit Madaurus, het tegenwoordige Mdaourouch in Algerije. Zijn familie bestond uit welgestelde Romeinen en hij kon gaan studeren, eerst in Madaurus en later in Carthago. Hij ondernam reizen naar Griekenland, Turkije en Italië. Terug in Noord-Afrika huwt hij in de Libische kustplaats Oea een welgestelde weduwe. De schoonfamilie komt in het geweer tegen de charmante vreemdeling, omdat men meent dat hij het op de erfenis heeft voorzien. Om de beschuldiging kracht bij te zetten luidt de aanklacht verder dat Apuleius zich schuldig maakt aan magie. Hij geeft toe zich te interesseren voor exotische vissen, zich te ontfermen over epileptici en een Hermes-beeld in huis te hebben. Dit alles heeft echter niets van doen met magie, althans niet met de “zwarte” variant daarvan, betoogt Apuleius. “Witte” magie is daarentegen geliefd bij de goden; sowieso is zijn methode meer filosofisch en wetenschappelijk van aard, vervolgt hij. Dit betoog was blijkbaar overtuigend genoeg voor de jury, al kan men zich afvragen of Apuleius zich op magisch gebied niet al te zeer van den domme houdt.

Ingewijd in de mysteriën van Isis?
Apuleius wijdt zich aan het schrijven van allerlei soorten literatuur: poëzie, natuurwetenschappelijke geschriften, redes voor hooggeplaatste bestuurders etc. Zijn bekendste werk is wel de Metamorfosen. Deze roman verhaalt over de jonge Lucius, die door een magisch ongelukje in een ezel verandert. Hij zal de “zwarte” magie moeten afzweren, om door de “witte” verlost te worden. Hierbij verricht de Isis-cultus goede diensten. Als hij in deze mysteriën is ingewijd, daagt zijn verlossing en wordt hij weer mens. De Metamorfosen geven een goed beeld van het rusteloze zoeken naar transcendente ervaringen en verlossing in de Romeinse keizertijd. Hoewel Apuleius de Isis-dienst met enige ironie beschrijft, is deze mysteriereligie voor hem van wezenlijk belang.

[aantal woorden: 2508]


Demonen bouwen aan de tempel
Ornias en Beëlzebub in het Testament van Salomon

John van Schaik

Dat de oude joden niet aan magie deden is een groot misverstanad. In de tijd van Jezus werd koning Salomon gezien als een groot magiër. Hij zette demonen in bij de tempelbouw. Aldus het Testament van Salomon.

In Het Testament van Salomon wordt verteld hoe de demon Ornias de tempelbouw frustreert en hoe Salomon van God toestemming verkrijgt om de demonen te beheersen teneinde ze in te zetten bij de tempelbouw. Salomon fungeert in dit geschrift als een belangrijke magiër die met behulp van amuletten zoals een ring die hij van God krijgt in staat is de demonen te temmen. De joodse historicus Flavius Josephus (37- ca.100) schrijft over Salomon:

En God gaf hem de kennis van de kunst die tegen demonen wordt gebruikt ten voordele en ter heling van de mens. Hij maakte toverformules waardoor ziekten worden verlicht en hij liet ook vormen van exorcisme achter waardoor de demonen uitgedreven werden bij degenen die erdoor bezeten waren, om nooit meer terug te keren.

Het geloof in demonen en het praktisch omgaan met of tegen demonen door middel van magie is in de eeuwen voor en na Christus zeer algemeen. De Griekse magische papyrii getuigen ervan. Ook in het Nieuwe Testament komen duiveluitdrijvingen en bezweringen veelvuldig voor. Het Testament van Salomon geeft een goed inzicht in de beleving en de wijze waarop men met demonen omgaat. Uit het Testament en uit het bericht van Flavius Josephus blijkt dat Salomon in die tijd werd gezien als een groot magiër. Het Testament kan derhalve worden gedateerd van voor 90 na Christus, de tijd dat Flavius Josephus zijn geschiedenissen schrijft. In de vierde eeuw is het geschrift bekend en nog in de vijftiende en zestiende eeuw wordt het gekopieerd.

[aantal woorden: 2168]


Van Dionysius naar Swedenborg
De engelenlen van Emanuel Swedenborg

Robert Lemm

De ziener Emanuel Swedenborg (1688-1772) ontwikkelde een uitgebreide engelenleer. In navolging van Dionysius en Dante is hij de derde. Maar hij deed het anders. Na Swedenborg werd het sitl in de hemel.

Op de Atheense Areopagus werd Paulus door de Grieken uitgelachen toen hij over de opstanding van de lichamen begon. Een van de toehoorders die naar hem bleef luisteren was Dionysius, ook wel Dionysius de Areopagiet genoemd. De onbekende auteur van de Hemelse Hiërarchie uit de vijfde eeuw vernoemde zich naar deze Dionysius. Een feit is dat de hemelse hiërarchie van deze Dionysius de grondslag vormt voor de christelijke voorstelling van het hiernamaals in later eeuwen. Thomas van Aquino (1224-1274) verwijst in zijn systematisering van het geloof herhaaldelijk naar Dionysius. Die voorstelling bestaat uit negen koren van engelen; de eerste drie (serafijnen, cherubijnen en tronen) zijn contemplatief en naar God toegekeerd; de tweede drie (heerschappijen, machten en krachten) zijn actief; de derde drie (vorstendommen, aartsengelen en engelen) zijn degenen die zich bezighouden met de mensen, sommige met hele volkeren, andere met individuen. De hemelse hiërarchie bestaat ook – als in een microcosmos – in iedere engel en in iedere mens afzonderlijk. Als engelen zich aan mensen voordoen schrijft Dionysius, dan doen ze dat op een wijze die voor de betreffende mens begrijpelijk is, aangepast aan zijn bevattingsvermogen, wat van mens tot mens kan verschillen, zoals de ene meer van de Heilige Schrift begrijpt dan de andere. Het verstaan van de Schrift is een weg, en de reiziger, de pelgrim, wordt afhankelijk van zijn innerlijke staat in de geheimen ingewijd. Ook alle uiterlijke tekenen en rituelen bij de liturgie hebben verborgen betekenissen, die niet door iedereen in gelijke mate begrepen hoeven te worden. De diepte van het inzicht zegt Dionysius, hangt af van de graad van heiligheid. Engelen moet men zich niet lichamelijk, naar aardse maatstaven voorstellen; hun ware aard ontgaat ons, maar hun ontgaat van de mensen niets.


“Ik vroege Michaël om terug te komen”
Engelen anno 2012

Annelies Hoornik

Ondanks Calvijn mogen engelen zich in toenemende populariteit verheugen. Maar hoe scheid je het kaf van het koren? Engelendeskundige Annelies Hoornik vertelt..

Mijn leven bestond voor de lente van 2000 alleen uit het tastbare en wat ik niet zien kon, daar geloofde ik niet in. In die tijd werkte ik in de softwarebranche en de werkdruk werd steeds groter. Om daar wat aan te doen zocht ik op internet naar oplossingen en las ergens dat regelmatig mediteren mensen hielp om stressbestendiger te zijn. Ondanks dat ik niet meer gelezen had dan dat mediteren bestond uit stilzitten en je hoofd leeg maken, ben ik direct begonnen om dat dagelijks zeker een half uur te proberen.

Spijkerbroek en wit overhemd
Wekenlang zat ik dagelijks op de bank en probeerde mijn hoofd leeg te krijgen, die eeuwige stroom van gedachten te stoppen. Ergens brak het moment aan dat mijn hoofd leeg werd en ik was vanuit mijn woonkamer ineens in een helderwitte omgeving. Alles was stralend wit en alleen door de schaduwen van het felle licht kon ik zien dat ik voor een bordes stond met drie treden. Terwijl ik deze omgeving verbaasd in me opnam, kwam over het bordes een vriendelijk ogende man naar me toelopen. Hij zag er heel normaal uit, hij droeg een spijkerbroek, een wit overhemd en een zwart leren jasje. “Ik wil je wat laten zien”, zei hij terwijl hij uitnodigend een hand uitstak.

Op dat moment zag ik er geen kwaad in om de treden op te lopen en met hem mee te gaan om te zien waar hij het over had. Toen hij zich echter omdraaide zag ik tegen dat zwarte jasje grote witte vleugels afsteken, en op dat moment kwam er een weten over me dat dit aartsengel Michaël was. Het was zo’n absolute kennis dat ik er niet eens aan kon twijfelen. Ik schrok want ik had thuis geleerd dat je eerst dood gaat en dat de engelen daarna komen. Ik wilde alleen nog maar terug naar mijn bank en dat gebeurde ook. Ik zat direct weer in mijn woonkamer op mijn bank. De hele ervaring was behoorlijk overweldigend en ik ging online om mijn vriendinnen in Australië en Amerika hierover te vertellen. Beide waren lyrisch, wat was het fantastisch dat ik een engel had ontmoet. Langzaam kwam bij mij de realisatie dat zij daar heel positief tegenover stonden. Ik moest het echter nog in laten zinken.

Michaël liet me zien dat het anders moest
De andere dag kwam ik door omstandigheden in een situatie waardoor ik toch wel wilde weten wat deze aartsengel me wilde laten zien. Volledig naïef over het hele alternatieve wereldje ben ik gewoon weer op de bank gaan zitten, begonnen met mediteren en ik heb de aartsengel gevraagd om terug te komen, als hij me nog steeds wilde laten zien waarvoor hij de dag ervoor gekomen was. Direct was ik weer in die helderwitte omgeving. De aartsengel liet me een omheind plekje zien waar ik naartoe kon in mijn meditaties. In de weken erna ging ik dagelijks in mijn meditaties naar deze plek. Het was er heel sereen. Nadat ik daar een periode dagelijks kwam, verscheen de aartsengel weer, dit keer zag hij eruit zoals je wel eens ziet in plaatje, een lang gewaad en veel stralend licht dat vanachter om hem heen scheen. Hij stelde me voor aan mijn beschermengelen, de helende engelen, de andere aartsengelen en ik zag ook mijn overleden oom.

[aantal woorden: 2139]’
Overigens vind ik op de website van Uitgeverij Christofoor onder verschillende nieuwe boeken ook dit van Dionysius de Areopagiet:
‘auteur(s): Kees van der Zwet
Dionysius de Areopagiet

Verschijnt in: oktober

– Over de hemelse hiërarchie
– Over de kerkelijke hiërarchie
– Over de goddelijke namen
– Over mystieke goddelijke woorden
– De tien brieven

De raadselachtige Dionysius heeft vanaf de zesde eeuw filosofie en theologie in Oost en West beïnvloed. Neoplatonisme en christelijke traditie smeedde hij naadloos aaneen. Zijn Negen Engelenkoren werden en worden altijd weer uitgebeeld. Kerkbouw en iconenkunst weerspiegelen zijn gedachten. Gebrandschilderde kerkramen breken, voortbouwend op Dionysius, het licht in talloze verbeeldingen om ons vandaar mee omhoog te voeren naar het ene goddelijke licht. Ook uit de moderne theologie, filosofie en kunst is zijn diepste inzicht niet weg te denken. Dionysius, die in zijn verbeelding de leerling van Paulus is, richt zich op “de onbekende God” en neemt zijn lezers in een prachtig beschouwelijk ritme mee naar de sfeer “waarover het beter is te zwijgen”. Eerste volledige Nederlandse vertaling.

1e druk | gebonden | 512 blz. | € 45,00 | ISBN: 9789060386910 | Kunst en cultuur’
Dat kan geen toeval zijn. Dat is het ook niet, als we elders op deze website de ‘Aanbiedingsfolder’ van najaar 2012 inzien:
‘In het voor- en najaar brengen wij een aanbiedingsfolder uit t.b.v. de boekhandel, waarin onze nieuwe uitgaven worden aangekondigd.
Indien u de laatst verschenen folder wilt inzien, klik dan hier.
Op bladzijde 9 komen we dit boek ook tegen, maar dan met de titel ‘Verzamelde werken’. Verder wordt vermeld:
‘Vertaling: Kees van der Zwet. Met bijdragen van Andrew Louth, Ben Schomakers, Christine Gruwez, Jaap Sijmons en Michiel ter Horst.’
Nu weet u ongeveer alles. In ieder geval alles wat ik er tot nu toe over heb kunnen vinden.
.

2 opmerkingen:

Anoniem zei

'Is er beter reclame denkbaar? Ik geloof het niet.'

Toch maar opletten met wat een mens zoal van voeding tot zich neemt.

„»Demeter« feierte die militärischen Siege Deutschlands in den ersten Jahren des Zweiten Weltkrieges und lobte Hitler. Die Ausgabe von September 1939 wurde mit folgender Erklärung eröffnet: »Die Stunde der Bewährung ist angebrochen! Der Führer hat die Verteidigung der Ehre und der Lebensrechte des deutschen Volkes übernommen.« Ein Jahr später hieß es: »Das soll unser Ziel und unsere hohe Aufgabe sein, gemeinsam mit unserem Führer Adolf Hitler für die Befreiung unseres lieben deutschen Vaterlandes zu kämpfen!«“9

Die biologisch-dynamische Landwirtschaft hatte für ihre Bejahung des deutschen Angriffskrieges neben der weit verbreiteten, anthroposophischen Kriegsbegeisterung – die Deutschen konnten nun ihre in anthroposophischer Deutung „für den Menschheitsfortschritt unabdingbare geistige, kosmische Sendung“10 beweisen – wohl auch pragmatische Gründe: Mit dem Wachsen des unter deutschem Einfluss stehenden Gebiets wuchs auch die potentielle Anbaufläche für die biologisch-dynamische Landwirtschaft:

„Seit Anfang des Krieges waren Anthroposophen an der Gestaltung und Durchführung von Siedlungsplänen im besetzten Osten unter Leitung der SS beteiligt. Schon im Oktober 1939 kooperierten Anthroposophen und SS an der Errichtung eines biologisch-dynamisch geführten Lehrguts auf einem enteigneten Hof in Posen, und auch nach 1941 wurde die Mitarbeit an verschiedenen Projekten weitergeführt, mit der Genehmigung Himmlers und unter Förderung von zwei hohen SS-Führern, Günther Pancke und Oswald Pohl.'

http://www.ruhrbarone.de/anthroposophie-und-nationalsozialismus-die-waldorfschulen-erziehen-zur-volksgemeinschaft/

Frans Wuijts zei

@Michel

John van Schaik schrijft: 'Dus er is eigenlijk alleen maar méér reden om het over engelen te hebben. Maar dan wel met behulp van geesteswetenschappelijke methoden'.
Dit onderschrijf ik. En dan ook over aartsengelen als 'Leiter und Lenker' van groeperingen van mensen, van organisaties en volkeren. Niet te vergeten eveneens over de huidige 'tijdgeest'.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – Redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – Redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – Voormalig lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – Voormalig eindredacteur van ‘Motief, maandblad voor antroposofie’, uitgegeven door de Antroposofische Vereniging in Nederland – – Voormalig redacteur van het inmiddels ter ziele gegane ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ , uitgegeven door een onafhankelijke stichting en niet meer verschenen sinds september 2006 – – Voormalig redacteur van ‘de Sampo’, het in 2001 opgeheven tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het eind 2006 in een fusie opgegane Heilpedagogisch Verbond (HPV)

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Laatste reacties

Recent Comments Widget

Zoeken in deze weblog

Wordt geladen...

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)