Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

woensdag 24 februari 2010

Elementair

Het staat er al een week, sinds 16 februari, ‘Vacature bibliothecaris bij Antroposofische Vereniging’:

‘In verband met het vertrek van de huidige functionaris zoekt de Antroposofische Vereniging in Nederland per 1 mei een Bibliothecaris (m/v) voor 18 uur per week. (...) Voor nadere informatie over de functie kunt u contact opnemen met de bibliothecaris, Jeannette Boertien’.

Is de vertrekkende huidige bibliothecaris dan ook Jeannette Boertien, mogen we dat hieruit concluderen? Ik weet dat niet, het is me niet duidelijk. Hoe dan ook, zo lang is zij nog geen bibliothecaris. Twee jaar geleden, op 4 maart 2008, meldde de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland:

‘Jeanette Boertien is de nieuwe bibliothecaris van de Antroposofische Vereniging in Nederland (AViN). Zij treedt eind maart in dienst en is daarmee de opvolgster van Herman Boswijk die ruim 21 jaar bibliothecaris was van de vereniging en eind december afscheid nam.

Jeannette Boertien (56) is bibliothecaris en archeoloog. “Sinds mijn studententijd is de antroposofie mijn drijfveer”, aldus Boertien. “In de functie van bibliothecaris van de AVIN hoop ik een schakel te zijn tussen de boeken en de mensen die op zoek zijn naar informatie, verborgen in die grote collectie bijzondere boeken op de Riouwstraat in Den Haag.”’

Een jaar later, op 3 maart 2009, verscheen dit bericht:

‘Vanaf vandaag bespreekt bibliothecaris Jeannette Boertien elke maand een bijzonder boek uit de collectie van de Bibliotheek van de AViN in Den Haag. Deze maand is dat Hestia’s haardvuur. Negen vrouwenportretten als inspiratie voor (organisatie) ontwikkeling en leiderschap. Jeannette Boertien: “In de bibliotheek zijn we met een enorme inhaalslag bezig met het verwerken van boeken. In die berg boeken is veel interessants te vinden! Het boek dat ik dit keer bespreek komt ook uit die ‘berg’. Ik vind het een heel mooi en inspirerend boek, een aanrader.” Om de boekbespreking te lezen klik hier.’

De bijgeleverde link werkt niet, of verwijst in ieder geval niet naar het goede boek. Dat moet deze zijn. Op 6 april 2009 ging het om dit boek:

‘Bibliothecaris Jeannette Boertien bespreekt elke maand een bijzonder boek uit de collectie van de Bibliotheek van de AViN in Den Haag. Deze maand is dat Stervensbegeleiding, een wederzijds proces van Renée Zeylmans. Jeannette Boertien: “Dit boek verdient het om opgemerkt te worden. Het is een evenwichtig en indrukwekkend boek, dat het sterfproces en stervensbegeleiding op een eigentijdse en persoonlijke manier beschrijft”. Om de boekbespreking te lezen klik hier.’

Hetzelfde euvel met die link als bij het vorige boek. Maar u vindt dat boek hier wel. Op 30 mei 2009 was de volgende:

‘Iedere maand bespreekt bibliothecaris van de AViN Jeannette Boertien een van de boeken uit de collectie van de Bibliotheek van de AViN in Den Haag. Deze maand is dat Reflexieve economie van Herman Gels. Om de bespreking te lezen klik hier.’

Nu klopt de link eindelijk wel. In de zomer gebeurde er niets. Maar op 25 september was het weer zover (en de laatste, want sindsdien heb ik er geen meer gevonden). Alleen was de recensent geen Jeannette Boertien, maar Ramses van Hees:

‘Boek van de maand: Erlebnis Erdwandlung – Berichte und Texte einer Zeitzeugenschaft Iedere maand wordt een van de boeken uit de collectie van de Bibliotheek van de AViN in Den Haag besproken. Deze maand is dat een boek over de transformatie van de aarde: Erlebnis Erdwandlung – Berichte und Texte einer Zeitzeugenschaft . Om de bespreking te lezen klik hier.’

Dat is een interessante recensie, vooral vanwege het onderwerp en de auteur. Omdat je gauw over zoiets heenkijkt, laat ik hem hier volgen:

‘Een uitnodiging om de aarde mee te ontwikkelen

Het bij uitgeverij Ch. Möllmann verschenen boek “Ervaring aarde transformatie” – oorspronkelijk “Erlebnis Erdwandlung – Berichte und Texte einer Zeitzeugenschaft” – is een levendig boek. Het nodigt de lezers uit zich met de aarde mee te ontwikkelen. En dat past bij dit boek met bijdragen van 42 auteurs waarin vaak te lezen staat, dat aardetransformatie en menselijke ontwikkeling steeds meer verbonden zijn, uiteindelijk zelfs identiek worden!

Toen mijn schoonmoeder mij het boek gaf met de woorden: “dat vind je misschien wel interessant”, had ik er geen idee van, waar het om zou gaan. Ik had eerder aversie – zo’n dikke pil van 521 bladzijden vol met “subjectieve esoterie” en dat op een grote stapel ongelezen boeken! Gelukkig had ik de intuïtie om eerst de inhoudsopgave te bestuderen en daarbij nieuwsgierig te worden naar het tweede deel van heet boek, over de antroposofische achtergronden van geomantie en genezing van de aarde. Ik was meermaals in het mooie Engadin (Zwitserland) en had daar onvergetelijke natuurbelevingen; uitgerekend daar werd de impuls tot dit boek geboren. Thomas Mayer, de redacteur van dit boek samen met Hans Joachim Aderhold, wist me meteen voor zich te winnen. Ik ervoer: wat hier geschreven staat, is ondanks de soms bijna onbegrijpelijke gebeurtenissen glashelder verwoord en stamt uit een eigentijdse, michaelische impuls. Ik werd er meteen door gegrepen.

Door dit boek kon ik weer toegang vinden tot de uit mijn jeugd bekende intense liefde voor de aarde. De muur die het westerse denken eeuwenlang had opgebouwd tegen de zachte natuurwijsheid begreep ik nu beter. Liefde voor de natuur en voor de natuurwezens vond ik rijkelijk terug in de verschillende bijdragen. Door te beginnen met de hoofdstukken over geomantie en antroposofie kon ik de tegenstelling van de soms wat subjectief aandoende geomantische bijdragen met mijn academisch gevormde denken overbruggen. De persoonlijke ervaringen van de meeste auteurs leidden tot een in wezen gelijkluidend beeld: de etherische wederkomst van de Christus heeft natuurlijk met het etherische en met de natuurwezens van doen. Dat betekent een transformatieproces voor de hele aarde – en wel vooral als actueel fenomeen van de laatste 10 jaar. Daarom is de aarde, en zijn wij als het tot haar behorende “mensen wereld wezen” (Grondsteenspreuk, eerste strofe), iedere dag anders.

Deze verbinding met de zacht-vrouwelijke spirituele energiestructuur van de aarde werkte als een warm bad. Hier vond ik een sleutel om de uitspraken van Steiner in zijn “filosofie van de vrijheid” beter te begrijpen (GA 4, blz. 33): “We hebben ons zelf losgemaakt van de moederbodem van de natuur en ons als ‘Ik’ tegenover de ‘wereld’ geplaatst. (...) Zo waar het is dat we ons vervreemd hebben van de natuur, zo waar is het dat we voelen: we zijn deel van haar en zijn door haar omgeven. Het kan alleen haar eigen werkzaamheid zijn die in ons leeft. We moeten de weg tot haar weer terug vinden.” “Met het denken hebben we een principe te pakken, dat door zichzelf bestaat. Van hieruit zal gepoogd worden, de wereld te begrijpen.” (blz. 51)

In het boek “Ervaring aarde transformatie” wordt meermaals de weg van de mannelijke van het westerse denken naar de vrouwelijke energiestructuur van het met de natuur verbonden voelen beschreven. Ik had de verschijnselen van mijn burn-out van 10 jaar geleden al leren begrijpen als een innerlijke crisis tussen denken en voelen (ratio en emotio, mannelijk en vrouwelijk), als scheiding tussen het natuur verbonden spelende kind en uitgeleefde autoritaire maatschappijstructuren. Daar voegde zich nu dit nieuwe perspectief bij. Sinds de 15e eeuw heeft het westerse denken zich weliswaar op de aarde gericht, maar deze mentale energiestructuur kwam voort uit een andere bron, die de mens van de verbondenheid met de natuur emancipeerde. Dit kan goed begrepen worden door de beschrijvingen van Rudolf Steiner in de antroposofische richtlijnen (GA 26) over de menswording van de kosmische intelligentie. Daardoor raakte de wonderbaarlijke vrouwelijke energiestructuur van de aarde steeds meer uit het zicht – en in zoverre de mens niet de bewuste wil opbrengt tot een nieuwe verbinding, wordt deze structuur toenemend vernietigd. Nu kon ik bewust ervaren hoe diep deze kloof geworden is. En ik merkte ook dat het mogelijk was deze verloren gegane verbinding in mezelf weer actief te herstellen.

De typisch antroposofische scholingsweg wordt door verschillende auteurs – tot mijn vreugde inclusief hun ervaringen – beschreven. Dit is in het boek echter niet het uitgangspunt voor alle geomantische auteurs. Er worden ook duidelijke spirituele belevingen beschreven, waarvan het duidelijk is, dat ze niet op deze scholingsweg verkregen zijn. En juist dit bracht mij nog een ander inzicht: Thomas Mayer beschrijft, hoe hij tijdens zijn meditatieve oefeningen op een spirituele gebeurtenis stoot die hij “de geboorte van een nieuwe planeet” noemt. “Tijdens het voorjaar 2003 kreeg ik plotseling het inzicht: ik las de boeken van Marco Pogacnic over aarde transformatie en hoorde de ervaringen van andere geomanten. Deze namen de geboorte van een nieuwe planeet daadwerkelijk waar! Wat ik innerlijk als puur geestelijke ervaring had, namen zij waar in fenomenen van de etherische en astrale wereld! Dit was voor mij een feestelijk ogenblik.”

Sinds ik “Der Kreis der Mysterienströmungen” van Malte Diekman (Verlag am Michaelshof, 2005) gelezen heb, is het vraagstuk mij duidelijker geworden waar ik al lang mee leef, aangemoedigd door “de redding van de ziel” door Lievegoed. Dit is, dat het vreugdevolle ervaring van de Christusnabijheid juist te beleven is in ontmoetingen met mensen, die tot een andere mysteriestroom behoren. Ik begrijp dit als de boodschap van Bernard Lievegoed en tegelijkertijd oerverbonden met de toekomst van de antroposofische vereniging: zal het lukken om de tot strijd voerende mysteriestromingen-egoïsmen te overwinnen en op dit vlak werkelijk vanuit inzicht tot een vruchtbare samenwerking te komen? Het boek “ervaring aarde transformatie” is voor in dit opzicht ook zeer bevredigend, omdat het voor mij de vrucht is van een dergelijke samenwerking. De grondsteenspreuk van de antroposofische vereniging laat zien dat het hier om een fundamenteel inzicht gaat van deze tijd: de verbinding van koningslicht en herderswarmte. (Over een verdere onderbouwing zou meer gezegd moeten worden dan het kader van deze recensie toelaat).

Op meerdere vlakken tegelijkertijd leidde dit boek me naar nieuwe inzichten over genezing en transformatie. Ik ben dankbaar dat ik kan ervaren, dat zo veel mensen uit diepe ernst en liefde voor de aarde en de mensheid zich al zo lang met de genezing van de aarde bezighouden. Graag was ik op al hun bijdragen ingegaan! Ik hoop dat nog veel mensen hun weg naar dit boek zullen vinden. Juist nu, waar de mondiale crisis laat zien, hoe zeer de mensheid zich van de aarde en haar rijke gaven heeft verwijderd, evenals van het liefde en inzichtsvolle werk aan haar als een levend organisme met geest, ziel en lichaam! Het is te hopen dat ook de mensen die door dergelijke crisis hun hoop dreigen te verliezen, door impulsen, zoals ze in dit boek worden beschreven, naar transformatie en genezing worden geleid – en met hun moeder aarde.

Ramses van Hees’

Over Thomas Mayer meldt zijn website:

‘geb. 1965 in Kempten/ Allgäu, litt als Jugendlicher daran, daß ihm die geistige Welt verdunkelt war. Seither sucht und ringt er um geistiges Erleben, begegnete der Anthroposophie und macht entsprechende Studien und meditative Übungen.

Besuch des Gymnasiums und Ausbildung als Bürokaufmann, Vater von zwei Söhnen, 1988 Mitbegründer von Mehr Demokratie e.V. und 20 Jahre mit dem bundesweiten Aufbau der Bewegung für Direkte Demokratie beschäftigt, 1993 bis 1995 Beauftragter des erfolgreichen Volksbegehrens “Mehr Demokratie in Bayern” mit dem der Bürgerentscheid in den bayerischen Gemeinden und Städten eingeführt wurde, bis 2001 Büroleiter bzw. Geschäftsführer von Mehr Demokratie e.V., 1997 bis 2001 Bürgerbegehren “Unser München aus der Schuldenfalle”, Volksbegehren “Mehr Demokratie in Hamburg” 1998, “Mehr Demokratie in Thüringen” 2000 und “Faires Wahlrecht in Hamburg” 2004, ab 1997 Konzeption und Vorbereitung von Regiogeldern, ab 2002 Mitwirkung beim Start des Chiemgauers und des bundesweiten Regiogeld e.V., bis 2006 Gesellschafter des OMNIBUS FÜR DIREKTE DEMOKRATIE, seit 2004 zusammen mit Agnes Hardorp Kurse in Anthroposophischer Meditation, mehrere Buchveröffentlichungen.

Behalve zijn ‘Erlebnis Erdwandlung – Berichte und Texte einer Zeitzeugenschaft’ van juni 2008 is een paar maanden later ook zijn boek ‘Rettet die Elementarwesen!’ verschenen:

‘Auch wenn es uns nicht bewußt ist: Wir leben alle im Reich der Elementarwesen. Immer und überall durchdringen sie unsere Seele. Die ganze Welt um uns herum ist von Elementarwesen durchseelt. An allem, was in der Natur geschieht, sind Elementarwesen beteiligt. – Auch unsere Innenwelt, die Welt unserer Gefühle und Gedanken, besteht aus Elementarwesen. In fast allen Lebenslagen haben wir es mit Elementarwesen zu tun.

Die Elementarwesen der Natur warten sehnlichst darauf, von uns Menschen bewußt ergriffen zu werden. Ihre zukünftige Existenz ist von uns abhängig. Es geht um die Rettung der Elementarwesen.

In diesem Buch erzähle ich von allen Bereichen der Elementarwelt, die ich kenne. Damit es nachvollziehbar und authentisch ist, erscheint mir eine persönliche Schilderung am geeignetsten. Ich will kein abstraktes Buch schreiben, sondern zum Miterleben einladen. Ich berichte von konkreten Begegnungen mit Zwergen, Riesen, Nixen, Feen, Elementarwesenkönigen, von Begegnungen mit Körperelementarwesen, persönlichen Helferwesen und Karmawesen. Durch gedankliche und methodische Grundlagen mache ich die Welt der Elementarwesen verständlich und gehe besonders auf die Beziehungen zwischen Mensch und Elementarwesen ein.

Seit meiner Jugend interessiere ich mich für das Erleben der geistigen Welt und bin den anthroposophischen meditativen Schulungsweg gegangen. Als ich praktische Hilfestellungen bekam, konnte ich meine Fähigkeiten so weiterentwickeln, daß ich mich nun regelmäßig bewußt mit Elementarwesen verbinden kann.

Pro Jahr leite ich etwa dreißig Meditationskurse mit einer kurzen Einführung in das Wahrnehmen von Elementarwesen. Jedes Mal bin ich überrascht, wie gut das nach einer entsprechenden meditativen Vorbereitung geht. Wir haben alle viel mehr Möglichkeiten zur Wahrnehmung von Elementarwesen als wir glauben! Und: Die Elementarwesen wahrzunehmen heißt, sie zu retten.

Die Wahrnehmungsmöglichkeiten der heutigen Menschen können sich aber nur entfalten, wenn sie angeregt werden und wenn es hinreichend klare und praktische Vorstellungen von den Elementarwesen und den Methoden des Erlebens gibt. Dies zu vermitteln, ist das Ziel des Buches.’

Er worden gelijk verschillende recensies meegeleverd, waaronder een uit ‘Das Goetheanum – Mai 2009’. Tot slot de vermelding van ‘Bücher in Arbeit’:

‘Das Buch »Rettet die Elementarwesen« ist fertig und erschien im September 2008. Es ist das erste Buch einer Reihe. Es ist eine persönlich gehaltene Einführung in die Welt der Elementarwesen. Der Blickwinkel ist: So tue ich es.

Im nächsten Buch dieser Reihe »So erleben wir Elementarwesen« werde ich über zwanzig Menschen besuchen, die Elementarwesen wahrnehmen. Ich spreche mit ihnen darüber, wie sie diese erleben, auf was sie besonders achten, wie sie sich dafür vorbereiten, wie sich diese Fähigkeit bei bei ihnen entwickelt hat und welche besonderen Begegnungen sie hatten. Jede und jeder hat einen individuellen Zugang. Von jeder und jedem kann man sehr viel lernen. Ich möchte diesen Erfahrungsschatz sichtbar und allgemein zugänglich machen. Der Blickwinkel ist: So tun es andere.

Das letzte Buch dieser Reihe »Übungen und Methoden der Elementarwesenwahrnehmung« beschreibt ausführlich Schulungswege, Methodik und die Irrtumsmöglichkeiten, mentale und seelische Hindernisse und Gesetzmäßigkeiten in der Elementarwelt, die zur Orientierung hilfreich sind. Der Blickwinkel ist: So können Sie es tun.

Mit dieser Buchreihe verbinde ich die Hoffnung, daß damit die Elementarwesenwahrnehmung zugänglicher gemacht und die Elementarwesenforschung vorangebracht wird.

Wann sollen diesen Bücher erscheinen? Meine Hoffnung ist: alle 1,5 Jahre ein Buch. Ich will aber keine Versprechungen machen. Denn es ist immer ein langer Gärprozeß nötig, die geistige Welt schreibt ja auch mit. Außerdem ist viel handwerkliche Arbeit und Zeit nötig, die aufgrund familiärer oder finanzieller Verpflichtungen nicht immer vorhanden ist.’

Dat allemaal toch maar mooi dankzij de bespreking van ‘een van de boeken uit de collectie van de Bibliotheek van de AViN in Den Haag’!

dinsdag 23 februari 2010

Bekwaam

Rotterdam en Zeist wordt het vandaag, en wel de vrijescholen van die twee plaatsen, de bovenbouwen (middelbaar onderwijs, ofwel voortgezet onderwijs) tenminste. Eerst maar eens Rotterdam, dat is hier het dichtste bij. ‘Megakoor van 700 scholieren in Concertgebouw De Doelen’ meldt ‘De Echo’ van Rotterdam-Kralingen:

‘Op dinsdagavond 2 maart geven alle 700 leerlingen van het Rudolf Steiner College een kooruitvoering in de grote zaal van concertgebouw De Doelen.

Op deze vrijeschool voor voortgezet onderwijs aan de Vondelweg werken de leerlingen in de lessen koorzang al weken toe naar dit grootse concert voor een zaal gevuld met 2200 mensen. Er is een gevarieerd programma van swingende volksmuziek tot klassieke werken van Fauré, Franck, Haydn en Schubert onder leiding van dirigenten Raoul Boesten en Hans Barkmeijer.

Aanvang 20.00 uur. Kaartverkoop via http://www.dedoelen.nl of aan de kassa.’

Heel ander nieuws in Zeist. De website van de Stichtse Vrije School meldt onder meer ‘Het nieuwste Stichter Bericht staat op de website lees meer...’ Als we daarop klikken, vinden we in het februarinummer dit bericht van rector Gijs van Lennep over ‘Herinrichting havo- en vwo-examentrajecten’:

‘In een gesprek dat de Onderwijsinspectie in december met het bestuur van de school en de rectoren van de drie vestigingen (Zeist, Eindhoven en Nijmegen) gehad heeft, is onder andere de verblijfsduur van de leerlingen in het havo- en het vwo-examentraject ter sprake geweest.

Zoals bekend, hebben wij het onderwijs zo ingericht dat de leerlingen zich breed kunnen ontwikkelen op allerlei gebieden en zich tegelijkertijd ook kunnen voorbereiden op de landelijke eindexamens. Daartoe bieden wij leerlingen de mogelijkheid om in de 12e klas havo-examen te doen en in een extra examenjaar het vwo-examen. Voor leerlingen die binnen de reguliere termijn het examen havo (5e leerjaar = 11e klas) of vwo (6e leerjaar = 12e klas) willen en kunnen afleggen bieden we die mogelijkheid ook. Tot nu toe zijn er echter maar weinig leerlingen die van deze mogelijkheid gebruik maken.

Voor de inspectie is het binnen de reguliere standaardtermijn afronden van de opleiding een belangrijk criterium in de beoordeling van de kwaliteit van het geboden onderwijs. Wij hebben al vele discussies met hen gevoerd over de voordelen van onze manier van inrichten van het onderwijs, maar in dit laatste bezoek van de inspectie werd duidelijk dat zij op korte termijn een wijziging in het beleid van ons verwachten. Wij zijn nog de enige vrije school in Nederland die het onderwijs voor bijna alle leerlingen op deze wijze heeft ingericht op basis van het 12-jarig vrije schoolleerplan, met aansluitend een extra examenjaar voor de vwo-leerlingen. Dat maakt onze positie in de gesprekken met de inspectie niet makkelijk.

Voor het havo-traject zijn de andere vrije scholen inmiddels al wel teruggekomen van hun eerdere poging om een 5-jarige verblijfsduur in te richten. Het afnemen van examens in de 11e klas bleek de kwaliteit van het onderwijs sterk geweld aan te doen en ook landelijk gezien doen havisten er gemiddeld veel langer over dan de vijf jaar die er voor staan en wordt het havo-traject vaak als problematisch gezien. De andere vrije scholen hebben nu gekozen voor de “vmbo-route” om uiteindelijk toch in de 12e klas het havo-examen te kunnen doen. Dat houdt in, dat alle havo-leerlingen eerst een vmbo-t examen doen in de tiende klas en vervolgens nog twee jaar hebben voor het behalen van het havo-examen. In de 12e klas dus. Deze route is goed te doen en we hebben er ervaring mee. Een deel van onze leerlingen die nu het vmbo-t examen doen in de tiende klas stroomt daarna door naar het havo-traject in de 11e. De inspectie vindt dat een legitieme constructie, zolang ouders en leerlingen daar ook voor kiezen.

Voor het vwo is een dergelijke constructie veel lastiger. Het verschil tussen vwo en vmbo is te groot om tijdelijke inschrijving als vmbo-leerling te kunnen rechtvaardigen. Een traject via het havo-examen vergt veel meer tijd gezien de uiteenlopende exameneisen en het relatief late moment van de examinering.

De inspectie eist nu van ons, dat wij voor de leerlingen die nu in het derde leerjaar zitten (de examentrajecten beginnen pas na het derde leerjaar) en de daaropvolgende leerjaren, het onderwijs zo inrichten, dat de gemiddelde verblijfsduur niet substantieel afwijkt van de landelijke gemiddelde verblijfsduur. Hoe we dat gaan doen moet nog nader uitgewerkt en besloten worden. Voor het havo-traject lijkt de vmbo-t route een goed alternatief, voor het vwo-traject zullen we ons voor in ieder geval een groot deel van de leerlingen moeten gaan richten op examinering in de 12e klas.

Op de lerarenstudiedag van maandag 4 januari en een aantal donderdagmiddagen tijdens de pedagogische vergadering, hebben we met het lerarencollege aan dit onderwerp gewerkt. Voor woensdag 17 februari hebben we een studiedag georganiseerd, waarin we – onder andere met bijdragen vanuit ander vrije scholen – het gehele midden- en bovenbouwleerplan doornemen om de essenties weer duidelijk te benoemen en de mogelijkheden van het inpassen van de diverse exameneisen in de hogere klassen in dat licht opnieuw te bekijken. We zullen daarbij ook de inhoud van het onderwijs, het werken aan basisvaardigheden en de differentiatiemogelijkheden in de middenbouw en de 9e klas betrekken. Het uitgangspunt blijft om zo veel (en zo lang) mogelijk de ontwikkelingsfase van de leerlingen leidend te laten zijn bij de inrichting van het onderwijs. Voor de herinrichting van het onderwijs is instemming van de medezeggenschapsraad vereist.’

Maar de website van deze vrijeschool biedt ook iets bekends, wat ik op 14 januari in ‘Uitbuiten’ kort aan de orde stelde, namelijk het artikel uit VK Banen van Liza Titawano, nu onder de titel ‘Waar komt de Vrije School-leerling terecht?’ Hier in Zeist staat namelijk:

‘Waar komt de Vrije School-leerling terecht? Niet alle oud-leerlingen... lees meer...

Men heeft de plek gevonden waar dit artikel inmiddels in zijn geheel en goed te lezen valt, wat mij vorige maand nog niet lukte. Een zeer lezenswaardig artikel. Ik laat hier volgen wat in een apart tekstkader staat over ‘De Vrije School’:

‘Het onderwijs op de Vrije School is gebaseerd op de antroposofie. Deze filosofie, ontwikkeld door de Oostenrijkse filosoof Rudolf Steiner, gaat er vanuit dat een kind zich niet alleen cognitief, maar ook creatief en op het gebied van het gevoelsleven moet ontwikkelen. Dit om later zo volledig mogelijk te kunnen functioneren in de maatschappij.

Het onderwijs biedt daarom naast het standaard vakkenpakket een verscheidenheid aan kunstzinnige en meer reflecterende vakken als filosofie en godsdienst.

“Periode”

Op zowel de onder- als de bovenbouw wordt elke dag begonnen met twee uur “periode”. Dit is om de drie, vier week een ander vak, variërend van meetkunde, literatuurgeschiedenis, kunstgeschiedenis of gewoon scheikunde of natuurkunde. De rest van de dag worden naast de reguliere vakken creatieve vakken onderwezen als toneel, muziek, handvaardigheid, hout- en metaalbewerken.

Mensbeeld

Het onderwijs is niet resultaatgericht, maar wordt vanuit het mensbeeld aangeboden, zegt Leo Stronks, voorzitter van de Vereniging van Vrije Scholen. Een “wakker kind” wordt zodoende anders benaderd dan een dromer. Door creatief en cognitief in het onderwijs te combineren, leren Vrije Scholieren volgens Stronks beter afwegingen maken.

Balans

“Dit vormt het kind tot een gebalanceerd persoon’, zegt Stronks. “En dat dit onderwijs niet opbrengstgericht is, betekent niet dat elk kind ‘vrij’ is en zelf mag bepalen wat het doet. De school heeft vaste richtlijnen, net als in het regulier onderwijs.”

Citotoets

De Citotoets wordt niet op alle Vrije Scholen afgenomen. Die is namelijk niet verplicht. Veel Vrije Scholen zijn over gegaan op het Drempelonderzoek, vergelijkbaar met de Citotoets en goed gekeurd door de onderwijsinspectie.

De Vrije School vindt de Citotoets niet compleet genoeg omdat het enkel de cognitieve vaardigheden meet en niet kijkt naar de sociaal-emotionele waarden en het welzijn van het kind.

“Vrije”

Het ‘vrije’ van de school is nog afkomstig van haar ontstaan. Toen de Vrije School in 1919 in het Duitse Stuttgart werd opgericht, was zij nog vrij van staatssteun. Inmiddels wordt de school in Nederland al jaren door de overheid gefinancierd en zijn er 72 basisscholen en veertien middelbare scholen. Zowel op vmbo, havo als vwo-niveau kan hier examen worden gedaan.

Tegenwoordig volgen zo’n 20 duizend leerlingen dit speciaal onderwijs.’

Maar we gaan verder de website van de Stichtse Vrije School Zeist af. Daar komen we dit tegen:

‘Analyse van ambities en krachten van de Stichtse Vrije School. Een onderzoek in opdracht van de Stichtse Vrije School. Analyse van de bevindingen lees meer...

En wat vinden we daar? Een rapportage van het Nivoz van september 2009, waarvan we de bladzijden 60 tot en met 62 krijgen voorgeschoteld:

‘Eén van de leerlingen zei tijdens een interview: “Je krijgt echt het gevoel dat het één geheel is, omdat het heel anders is dan andere scholen.”

En dat is precies de indruk die de school op ons heeft achtergelaten. De school valt op door een sterk gevoel van verbondenheid en aandacht voor het welbevinden en de persoon van de leerling. De school is een gemeenschap, waar leerlingen, leerkrachten en ouders graag deel van uit willen maken. De leerlingen voelen dat het bij de Stichtse Vrije School niet alleen draait om vakken en goede cijfers, maar om een meer omvattende persoonlijke ontwikkeling. Het gaat om het ontdekken van je eigen interesses en kwaliteiten, creativiteit, dromen en ontdekken waar je echt voor wil gaan. Gelukkig en vrij worden, zijn net zo belangrijk als goede prestaties op cognitieve vakken. Door deze benadering staat de schoolwerkelijkheid niet zo ver af van de levensvragen van de kinderen en is de school voor hen een inspirerende omgeving.

Leerkrachten, (oud)leerlingen en ouders hechten veel waarde aan goede relaties en een warme, veilige sfeer in school. Uit de interviews blijkt dat op de Stichtse Vrije School op deze dimensie veel kwaliteit wordt ervaren. Leerkrachten geven aan dat het bouwen van een band met de leerling erg belangrijk is voor hen; dat het belangrijk voor ze is dat iedere leerling wordt gezien, niet alleen in zijn of haar kunde in een bepaald vak, maar voornamelijk als persoon. (Oud)leerlingen merken en waarderen dit. Zij geven aan dat de leerkrachten “als mens” voor hen beschikbaar zijn en dat zij zelf ook als “persoon achter de leerling” gezien worden. Goede relaties en een gevoel van verbondenheid zijn essentiële kenmerken van een vitale schoolgemeenschap. Als leerkrachten en leerlingen elkaar vertrouwen en werkelijk contact maken, zijn alle andere problemen “overkomelijk”. Dat merken we ook in de interviews: de (oud)leerlingen hebben wel kritische kanttekeningen (zoals sommige organisatorische problemen), maar zitten daar niet echt mee. “Daar komen we samen wel uit”, is hun boodschap. En als er echt niets aan te doen is, nemen ze het voor lief, omdat ze weten dat de leerkrachten het goed met hen voor hebben. Door het sterke gevoel van verbondenheid en de wens “erbij te willen horen” zijn leerkrachten en leerlingen bereid verantwoordelijkheid te nemen.

De eerste reeks interviews, met leerlingen en leerkrachten, riep de vraag op waaraan het positieve klimaat op de Stichtse Vrije School toegeschreven kan worden. We constateren dat in elk geval van belang is dat de school een duidelijke identiteit heeft, dat deze door (alle) leerkrachten onderschreven en doorleefd wordt en dat ouders (en leerlingen) hier bewust voor kiezen. Maar ook de “kleur” van deze identiteit, de (morele) keuzes die gemaakt worden, bepalen het ethos van de school. Het antroposofische mensbeeld van de leerkrachten, waarin de persoonlijke ontwikkeling van de opgroeiende mens een centrale rol speelt, is waarschijnlijk van invloed. Ook de waldorfpedagogie speelt vermoedelijk een rol, onder andere door de advisering van een kameraadschappelijke relatie tussen leerkracht en leerling vanaf het veertiende levensjaar. De mogelijkheid bestaat ook dat de Stichtse Vrije School, door haar duidelijke identiteit, bovengemiddeld betrokken en bevlogen leerkrachten aantrekt en/of hoge eisen stelt aan de kwaliteit van haar leerkrachtenteam. (Oud)leerlingen en ouders schrijven de positieve relaties vooral toe aan het feit dat de Stichtse Vrije School een kleine school is waardoor iedereen elkaar kent en aan de gezamenlijke activiteiten zoals de feesten, toneel en het koor die een sterk gevoel van saamhorigheid geven.

Hoe belangrijk een positieve waardering van (oud)leerlingen, leerkrachten en ouders voor het pedagogisch klimaat ook is, een school is ook geïnteresseerd in het effect van haar benadering op de ontwikkeling van de leerlingen. Naar de eindexamenresultaten van de leerlingen van de Stichtse is eerder al onderzoek gedaan; deze zijn bovengemiddeld. De eindexamenresultaten van de school zijn meegenomen in de enquête van de Elsevier, waarbij de vwo-afdeling van de school als een van de beste scholen van het land naar voren is gekomen. De school is echter vooral geïnteresseerd in de meerwaarde die zij heeft voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerlingen. Wat bijzonder is in dit opzicht, is dat de beschrijvingen van de (oud)leerlingen de ambities van de leerkrachten op dit gebied grotendeels weerspiegelen. Van de leerlingen horen we wat de leerkrachten belangrijk vinden: dat zij kwaliteiten als doorzettingsvermogen, daadkracht, creativiteit, respect, verdraagzaamheid, ontvankelijkheid en gevoeligheid ontwikkelen. Oud-leerlingen en ouders geven aan dat deze eigenschappen ook daadwerkelijk ontwikkeld worden en dat het onderwijs van de Stichtse Vrije School daarop een belangrijke invloed heeft.

Wat betreft de (didactische) werkvormen die de leerkrachten gebruiken, kunnen we stellen dat de (oud)leerlingen daar over het algemeen tevreden mee zijn. De meeste leerlingen vinden periodeonderwijs prettig. Het luisteren naar een verhaal en het zelf vervolgens uitwerken, met tekeningen erbij. Ze geven aan dat ze de stof dan beter onthouden, dat ze het zich meer eigen maken, omdat ze het in eigen woorden op moeten schrijven. Of de proeven die een leerkracht voordoet en waarvan zij de resultaten en voortgang moeten noteren en tekenen. Ze laten trots hun periodeschriften zien waarin ze alles hebben bijgehouden en leggen uit dat ze hierdoor beter voorbereid de toetsen ingaan. Leerlingen geven ook aan blij te zijn met het brede curriculum dat ze hebben op de school; ze vinden de creatieve en muzikale vakken leuk, gezellig en ze zijn prettig als afwisseling op de denkvakken die worden gegeven. Vooral de oudere leerlingen en de oud-leerlingen geven aan dat ze het prettig vinden dat ze zich daardoor ook op meerdere terreinen kunnen ontplooien. Ze kunnen zo ontdekken waar ze goed in zijn en waar hun interesses liggen, waar het pad voor het eigen leven ligt of verder gaat na de schooltijd. Ze geven aan dat het fijn is dat ze zo de mogelijkheden houden om zich te ontplooien op meer gebieden dan dat mogelijk is in andere scholen, maar ook dat ze het goed vinden voor hun algemene ontwikkeling. Het meest krachtige element lijkt echter ook hier de leerkracht te zijn. Leerkrachten kunnen zelf bepalen welke methode zij gebruiken in de les en voor een deel ook waar ze het over gaan hebben. Dit komt de authenticiteit van leerkrachten ten goede; ze hebben zin in het onderwijs en dat merken (oud)leerlingen. Ze kunnen hun vak met enthousiasme brengen, weten waar ze het over hebben en kunnen de theorie voorstelbaar maken door deze te koppelen aan voorbeelden uit de dagelijkse werkelijkheid van de leerlingen. Ook de ouders spreken over de toewijding van de leerkrachten, waarvoor ze veel waardering hebben.

Een punt van zorg dat alle partijen naar voren brengen, is de afstemming van de leerstof op de behoefte van de leerlingen en in samenhang daarmee de mate van vrijheid en de behoefte aan sturing. De leerlingen geven aan dat zij zich soms vervelen omdat zij moeten wachten op de leerkracht of andere kinderen in de klas, terwijl zij op andere momenten ineens achter blijken te lopen en keihard moeten werken om alsnog de (examen)stof onder de knie te krijgen. Een zelfde soort onevenwichtigheid ervaren leerlingen in de mate waarin zij vrijgelaten worden en geacht worden zelfstandig en zelfverantwoordelijk hun leerproces te regisseren. Aan de ene kant waarderen ze die vrijheid en denken ze daar veel van te kunnen leren, maar ze willen graag dat een leerkracht (op tijd) ingrijpt als blijkt dat ze de vrijheid op dat moment nog niet aankunnen. Een leerkracht “moet er niet op gaan rekenen dat je het helemaal zelf kunt” vertelt een leerling. De leerkrachten lijken dit probleem te herkennen, maar hoe het precies in elkaar steekt is nog niet duidelijk. Dit onderwerp zou een aanknopingspunt voor een ontwikkelingstraject kunnen zijn.

Wij hebben de Stichtse Vrije School leren kennen als een school met een zeer sterke pedagogische basis. Er is sprake van een sterke gemeenschap waar leerkrachten, leerlingen en ouders zich verbonden voelen. Dit basale wederzijdse vertrouwen is een goede conditie voor ontwikkeling; zowel van de leerling (als persoon) als voor de school (als leergemeenschap). Wij raden de school aan verder te onderzoeken welke (combinatie van) factoren hieraan ten grondslag liggen en tegelijkertijd een ontwikkelingstraject te starten waarin leerlingen en leerkrachten als partners deelnemen aan een voortgaande dialoog over de kwaliteit van de Stichtse Vrije School.’

Als je dit zo leest, ben je natuurlijk benieuwd wie of wat dat Nivoz dan is. De eigen website van deze organisatie geeft aan:

‘Het NIVOZ is een instituut dat als denktank en inspiratie bron een onafhankelijke, gefundeerde en kritische bijdrage levert aan goede onderwijspraktijk.’

En in het menu zie ik onder ‘Onderzoek’ dit staan:

‘Eén van de functies van het NIVOZ is het initiëren en uitvoeren van onafhankelijk onderzoek ten dienste van nieuwe onderwijspraktijk. Het NIVOZ kiest relevante vraagstukken waar elders nog geen onderzoek naar wordt gedaan. Waar mogelijk zal het NIVOZ samenwerken met anderen nationale en internationale onderzoeksinstituten. Op dit moment zijn de onderzoeksactiviteiten van het NIVOZ ondergebracht in twee programma’s. Daarnaast bestudeert NIVOZ relevant onderzoek van andere instituten.

Het programma “Bekwaamheid en Kwaliteit” bevindt zich in het brandpunt van de veranderingen in de onderwijspraktijk. Veel scholen (in zowel primair als voortgezet onderwijs) kiezen voor een nieuw onderwijsconcept. De actieve leerling en zijn ontwikkeling komen centraal te staan. Het onderwijsaanbod is uitdagend en afgestemd op de behoefte van de leerlingen. Een belangrijke vraag in deze scholen is die naar de legitimering van de gekozen concepten, de uitwerking ervan in de praktijk en de gerealiseerde opbrengsten. Betrokken scholen vragen al enige tijd om handreikingen hiervoor. Het onderzoeksprogramma “Bekwaamheid en Kwaliteit” van het NIVOZ beoogt met de ontwikkeling van een kader voor zelfonderzoek in deze behoefte te voorzien.

Het programma Nieuwe onderwijspraktijk als preventie richt zich op de preventieve capaciteit van nieuwe onderwijspraktijk. Nieuwe onderwijspraktijk lijkt krachtig in het voorkomen van de bekende leer-, motivatie- en gedragsproblemen in school. In dit verband wordt ook wel gesproken over de school als protectieve of beschermende factor in de ontwikkeling van leerlingen. Mogelijk leidt dit ook tot een andere opvatting over zorg in het onderwijs.’

De ‘Tussentijdse bevindingen’ van dit onderzoek stammen echter uit augustus 2006. Niet bepaald up-to-date dus. Dan is er nog ‘Nieuwe onderwijspraktijk als preventie’, maar bij ‘Publicaties’ worden titels voor 2008 aangekondigd als ‘in voorbereiding’. Ook niet erg sterk. – Wat wél opvalt, is dit meteen op de homepage, onder de kop ‘Speciaal onderwijs voor elk kind – voor Maria’:

‘“Als Minister van Economische Zaken wil ik, zeker nu het crisis is, innovatie stimuleren. Saillant genoeg had ik daarvoor in het vorige kabinet als Minister van Onderwijs een uitgelezen kans.” Een speech voor Maria van der Hoeven, haar kosteloos aangeboden door André Meiresonne. › Lees complete column

Kijk nou toch eens! André Meiresonne, die kennen wij maar al te goed. Op 13 januari had ik het in ‘Verloren stukken’ nog uitgebreid over hem, en over zijn drie zeer muzikale zonen. Dus deze column gaan we snel lezen:

‘“Als Minister van Economische Zaken wil ik – zeker nu het crisis is – innovatie stimuleren. Saillant genoeg had ik daarvoor juist in mijn vorige kabinetsperiode als Minister van Onderwijs een uitgelezen kans: geen betere economische stimulans dan het best denkbare onderwijs. Onderwijs dat gaat over het kind in zijn geheel, met al zijn talenten. Een potentieel, dat met geen Citotoets of examen effectief te meten valt. Denk aan creativiteit en verbeeldingskracht, ondernemerschap en doorzettingsvermogen – kwaliteiten die nodig zijn om echt iets nieuws tot stand te brengen, en die we meer dan ooit nodig hebben. Ondertussen ligt het talent voor het oprapen en we laten het met z’n allen liggen. We zien het niet en hebben er dus ook geen aandacht voor. En aandacht is nou net de sleutel. Tijd en aandacht voor elk kind. Omdat het er recht op heeft, en omdat het economisch slim is.

Ik hoor u denken: is dit onze Maria? Is dit haar mea culpa? Nee hoor, een mens is nooit te oud om te leren. Gewoon voortschrijdend inzicht. Dat hebben we allemaal. Ik ook. ‘Een mens is ook maar een minister’, om Wim T. Schippers aan te halen. Bij mij ging het als volgt: ik hoorde over een kind van twaalf jaar oud, een muzikale Haagse jongen. Een creatief en ondernemend kind. Zo creatief en ondernemend dat mijn collega van Sociale Zaken hem een ontheffing van de wettelijke regels voor de kinderarbeid heeft verleend. Diezelfde jongen is dyslectisch, en zijn hersenen werken anders dan bij de meeste kinderen. In ons onderwijssysteem heeft hij dus ‘leerproblemen’. Nu komt hij in aanmerking voor LWOO, leerweg ondersteunend onderwijs. Dan krijgt zijn school voor hem tweemaal zoveel budget als voor een ‘normale’ leerling. Godzijdank heeft hij genoeg eigenwaarde om zijn nieuwe label niet te beleven als een afgang of een handicap. Want hij weet wat hij in zijn mars heeft. Hij heeft zin in zijn nieuwe school – met maximaal vijftien leerlingen per klas. Dus volop aandacht, alle tijd voor betrokkenheid! Bijna De school van Prem, met z’n tienen in een kasteel. Maar dat is eenmalig voor de televisie, en dit is echt.

Het heeft mij aan het denken gezet. Dit kind heeft geluk: hij heeft een officieel erkend probleem. Maar met z’n vijftienen in een klas, dat gun je toch elk kind? Vreemd genoeg hebben we het gewoonlijk niet over voor onze kinderen. Het is stuitend en dom tegelijk, daar ben ik nu wel achter. Want ondertussen besteden we ons geld wel aan de gevolgen van het falende systeem. Wat zijn de maatschappelijke kosten van een onderpresteerder of een schooluitvaller? En wat lopen we met z’n allen mis aan productiviteit en belastinginkomsten wanneer iemand niet meedoet, niet optimaal functioneert?

We zijn nog steeds, ondanks de crisis, een van de allerrijkste landen ter wereld, Of we het nou hebben over lerarensalarissen of kleinere klassen, bijscholing of extra begeleiding, de discussie gaat niet over nut en noodzaak maar altijd weer over geld – geld, dat we wel hebben maar anders willen besteden. Uiteindelijk zijn we dat geld toch kwijt: aan problemen waarvan we er waarschijnlijk veel zouden kunnen voorkomen – door het best denkbare onderwijs. Het fundament hiervan ligt in onze visie op onderwijs: we zien het onderwijs als een kostenpost, in plaats van een investering in onze eigen toekomst. Hollandse zuinigheid wordt klassieke kortzichtigheid. Zeker nu.

Degenen die het zich kunnen veroorloven laten hun pubers op het nippertje bijspijkeren bij Luzac, of kopen voor hun kleuters gegarandeerde aandacht bij Florencius. Het Gooi redt zich prima, crisis of geen crisis. Kinderen van betrokken ouders komen er ook wel. Maar je zult toch ouders hebben die niet goedgebekt, hoogopgeleid of veelverdienend zijn. Ik gun elk kind een klas van vijftien kinderen. En elke leerkracht ook. Het is te zot voor woorden dat je eerst een officieel probleem moet hebben (of zelfs zijn) om de aandacht te krijgen die je verdient. Elk kind heeft recht op speciaal onderwijs. Omdat elk kind speciaal is.

Wat zouden we met z’n allen er op vooruitgaan – materieel en immaterieel – als we werkelijk gingen investeren in onze toekomst, in onze eigen kinderen. Die aandacht zal zich terugbetalen. Dat is nog eens een innovatiesubsidie. En effectieve crisisbestrijding. Je krijgt er een nieuwe maatschappij voor terug: een duurzame samenleving waarin het niet om “gsm” (geld, macht en status) gaat, maar om mensen. Om te beginnen in het onderwijs.”

Deze speech voor minister Maria van der Hoeven wordt haar graag aangeboden door André Meiresonne, trainer, spreker en schrijver. Hij is auteur van “Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen” (www.zinboek.nl) en “Vrij! Leef je eigen leven” (www.vrijlevenboek.nl).’

Nu blijkt deze tekst al op 29 maart 2009 door André Meiresonne te zijn gepubliceerd op zijn speciale Zin-website: “Elk kind heeft recht op Speciaal Onderwijs” (Opwekkend Crisis Bericht - OCB #3). Niet alleen daar, ook op zijn persoonlijke weblog. Maar dat dit een jaar geleden was, maakt niet zo veel uit. De tekst had net zo goed voor nu, voor André Rouvoet geschreven kunnen zijn, die vanaf vandaag de Onderwijsportefeuille overneemt van Ronald Plasterk, die als minister – net als de overige PvdA’ers – zaterdag uit het kabinet is gestapt.

maandag 22 februari 2010

Tankstation

Woensdag 17 februari kon ik in ‘Vermarkting’ het Duitse persbericht aanhalen, waarin Eosta een belangrijke rol speelt. Ik schreef over onze toen nog niet demissionaire minister van Landbouw:

‘Maar Gerda Verburg was ook vandaag al op de Biofach, op de stand van Eosta notabene, de internationale biologische handelsonderneming van Volkert Engelsman. “Internationale Vertreter der Bio-Branche überreichen Aufruf an Landwirtschaftsministerinnen der Niederlande und Deutschlands” heet het Duitse persbericht, met een “Private Sector Declaration on Global Challenges”:

“Mit diesem gemeinsamen Aufruf wenden sich die Partner der International Association for Partnership (IAP), einem Zusammenschluss von international tätigen, namhaften Erzeugern und Herstellern der Biobranche, an die Öffentlichkeit. Das Positionspapier mit dem Aufruf wird auf der Biofach am 17. Februar auf dem Stand von Eosta den Landwirtschaftsministerinnen der Niederlande, Gerda Verburg, und Deutschlands, Ilse Aigner, überreicht.

Zu den Unterzeichnern gehören u.a. die Geschäftsführer der Firmen Alnatura, Ambootia, EOSTA, SEKEM, Soil & More und der Ulrich Walter GmbH/Lebensbaum. Sie sind der Meinung, dass das bisherige Modell konventioneller Lebensmittelproduktion die Umwelt dramatisch belastet. Gleichzeitig ist es nicht in der Lage, die wachsende Armut und Mangelernährung zu bekämpfen.”’

Intussen heb ik op de website van Eosta zelf meer nieuws ontdekt, in het Nederlands bovendien, onder de titel Nieuw “duurzaamheidsnavigator” aan Minister Verburg gepresenteerd’. Daaruit blijkt dat het daar eigenlijk om iets anders ging, hoewel er in dit nieuws weer niet expliciet bij staat dat ook de Duitse minister van Landbouw aanwezig was (want er wordt gesproken van ‘ministers’, meervoud dus). Hoe dan ook, minister Verburg had het die dag druk bij Eosta:

‘Nürnberg, 17 februari 2010 – Op de internationale BioFach beurs in Nürnberg (17-20 februari) werd een nieuwe duurzaamheidsnavigator aan Minister Gerda Verburg gepresenteerd. De “duurzaamheidsbloem” is het resultaat van een jarenlange internationale samenwerking tussen toonaangevende biobedrijven en werd als “pilotproject” door de Nederlandse Nature&More Foundation gepresenteerd. De initiatiefnemers overhandigden de ministers een gezamenlijke verklaring in het kader van de start van de pilot. “De uitdaging aan de private sector met betrekking tot de verduurzaming van landbouw en wereldhandel.”

“Wie zoals in dit project bijdraagt aan het wereldwijd bewaken van natuurlijke grondstoffen en dat in verbinding brengt met het expliciet bestrijden van wereldwijde honger en armoede in ontwikkelingslanden, verdient een luisterend oor en veel respect”, sprak de minister bij de onthulling van de Duurzaamheidsbloem die in het hart de sociale verantwoordelijkheid en in de bloembladen de inzet op het gebied van milieubescherming en verantwoord omgaan met ecologische grondstoffen grafisch duidelijk maakt.

De duurzaamheidsbloem is ontwikkeld door de Nederlandse Stichting Nature&More Foundation die al in 2006 als eerste Europese organisatie een door TÜV gecontroleerd systeem van CO2-normering realiseerde waarmee consumenten de emissie per kilogram product kunnen berekenen. Via een “postzegel” met daarop een eenvoudige cijfercode kan iedere consument op Internet rechtstreeks het profiel van de producent waar ook ter wereld raadplegen en gedetailleerde informatie over de ecologische en sociale “voetafdruk” oproepen. De Stichting ontving voor haar unieke “trace and tell” systeem meerdere internationale onderscheidingen.

Het fundament onder het nieuwe project is de jarenlange samenwerking in een groep internationaal toonaangevende biologische bedrijven (International Association for Partnership, IAP), die in bovengenoemde verklaring de betekenis van sociale en ecologische kwaliteitsstandaarden in de biologische landbouw een duidelijk gezicht geven.

“In dit nieuwe project gaan we nog een stap verder,” vertelt Volkert Engelsman, voorzitter van de Nature&More Foundation. “De duurzaamheidsbloem maakt de prestaties van bedrijven op gebied van sociale en duurzame ontwikkelingen op een visueel aantrekkelijke manier duidelijk. De uitleg wordt streng getoetst aan de door het GRI (Global Reporting Initiative, een aan de UN gelieerd initiatief) uitgegeven richtlijnen, waardoor een kader ontstaat waarbinnen het mogelijk wordt vergelijkingen te maken met andere bedrijven en productgroepen. Heel bewust gaan we daarmee een richting op die niet slechts voorbehouden is aan de klassieke ‘biobedrijven’, maar waardoor het mogelijk wordt duurzaamheid op sociaal- en milieugebied objectief te classificeren, onafhankelijk van de bestaande, op het eindproduct gebaseerde certificeringsmethoden.”’

‘Groenten&Fruit Actueel’ meldde vrijdag dat Verburg trots op Eosta was (‘TOE’ dus, weer eens wat anders dan ‘TON’):

‘Minister Verburg was enthousiast over het initiatief zo bleek uit haar reactie. “Ik ben erg trots op de groeiende consumptie van biologische producten, maar ook op de initiatieven voor investeringen zoals jullie die doen met de door jullie gelanceerde duurzaamheidsstandaard. We hebben al eens eerder gesproken over jullie initiatief en als we kunnen leren van jullie ervaringen, dan willen we graag nog eens van gedachten wisselen.”’

Over Volkert Engelsman schreef ik al vaker, voor het eerst op 4 december 2008 in ‘Bodem’, maar dat ging over het gelieerde bedrijf van hem, Soil & More (met speciale aandacht voor Ehrenfried Pfeiffer). Ik kijk nu wat meer rond op de website van Nature&More, en vind daar bijvoorbeeld ‘Het verhaal achter onze producten’:

‘Nature & More is Eosta’s antwoord op de vraag van de consument naar gezonde, biologische en eerlijk verhandelde voedingsmiddelen. Nature & More maakt de markt transparanter door de consument inzage te geven in de kwaliteit van de door Eosta verkochte biologische producten.

Ons doel met Nature & More is om de betrokkenheid en inspanningen van onze individuele telers op ecologisch en sociaal gebied te communiceren, zodat de consument bewuste aankopen kan doen. Op natureandmore.com komen retailers en consumenten niet alleen meer te weten over de kwaliteit van onze producten; zij lezen daar ook alles over de ecologische en sociale betrokkenheid van onze telers en hun activiteiten op die gebieden.’

En onder ‘Biologische landbouw’ lees ik:

‘Door de support van onze professionele en gecertificeerde telers wereldwijd, en door die van onze klanten en ons gekwalificeerde team, is Eosta snel uitgegroeid tot een internationaal toonaangevend bedrijf voor de promotie van biologisch telen. Dit hebben wij bereikt door gedreven pionierswerk en door voortdurende marktontwikkeling. De omvang van onze activiteiten breidt zich uit van onderzoek en ontwikkeling tot benchmarking.

Duurzame kwaliteit

Al onze groente- en fruitsoorten zijn geteeld volgens de nationale en internationale standaards voor biologische landbouw en overschrijden deze zelfs vaak. Als proactief lid van internationale certificerings-organisaties zijn wij mede verantwoordelijk voor de ontwikkeling en toepassing van wereldwijde standaards voor productie en handling van biologische landbouwproducten. Met Nature & More hebben wij bovendien een eigen kwaliteitsysteem met een meerwaarde ontwikkeld, omdat naast productkwaliteit ook wordt gekeken naar de ecologische en sociale kwaliteit. Wij verbeteren de kwaliteit van onze voortdurend en richten ons veel op de smaakontwikkeling van biologische variëteiten.

Holistic monitoring systems

Eosta streeft naar optimalisatie van de biologische kwaliteit door toepassing van een serie holistische monitoringssystemen, zoals “sensitive crystallisation” en “drop picture” methods, ontwikkeld door Pfeiffer.

Partner van IFOAM
Eosta is partner van IFOAM, International Federation of Organic Agriculture Movement. www.ifoam.org

Medeoprichter FQH

Eosta is medeoprichter van de International Research Association for Organic Food Quality & Health. www.organicfqhresearch.org

Biologisch onderzoek

Eosta werkt nauw samen met onderzoeksorganisaties op het gebied van de biologische landbouw, zoals het Louis Bolk Instituut (Nederland), The Research Institute of Organic Agriculture (FiBL) Zwitserland, de universiteiten van Kassel (Duitsland) en de Universiteit van Kopenhagen (Denemarken). www.louisbolkinstituut.nl, www.organic-europe.net

Lid van de Belbis Desert Club

Eosta is lid van de Belbis Desert Club, een internationaal samenwerkingsverband op het gebied van Ecologie en Handel.’

Maar dat is nog lang niet alles. Eosta gaat door en pakt verder uit, zoals op 1 februari op ‘Groentennieuws.nl’ te lezen viel, onder de titel Eosta lanceert drie nieuwe bio gemaksconcepten onder Nature and More’:

‘Wie eenmaal geproefd heeft hoe lekker biologisch kan zijn wordt buitenshuis vaak teleurgesteld: In tankstations, school- en bedrijfskantines, op vliegveld of station zijn nauwelijks biologische producten te koop. Eosta speelt hier op in met drie nieuwe, snelle concepten: Voor de jeugd is er het schattige diertje BIO-GIO, die goede daden verricht om de aarde te redden, Bio To Go mikt op de onderweg-markt en wie thuis kleine hoeveelheden sjalotjes of kruiden wil om een driesterren maaltijd op tafel te kunnen zetten, kan terecht bij Bio To Cook. Alles uiteraard onder Nature & More trace-and-tell systeem.

“De bio-consument ontwikkelt zich en Eosta ontwikkelt graag mee”, vertelt Commercieel directeur Gert Kögeler van Eosta. “Veel ouders willen hun kinderen stimuleren biologisch te eten, maar onderweg en op school is dat niet eenvoudig te vinden. Wij combineren ons brede biologische productassortiment, flexibele verpakkingslijnen en onze distributiekracht en zo kunnen we de nieuwe concepten Europawijd uitrollen.”

Bio Gio is in de supermarkt te koop: Leuke frisse verpakkingen met kleine appels, snoeptomaatjes, druiven en mandarijnen die zó in de lunchtrommel passen. En wie inlogt op www.biogio.eu maakt kennis met een vrolijk beestje dat laat zien waar op de wereld hij al helpt problemen op te lossen. De kleine wereldverbeteraar steunt met een deel van zijn verdiensten goede doelen, zoals een schoolproject in Ghana en natuurlijk steunt hij biologische landbouw. Ook voor schoolkantines is BIO GIO geschikt. De zakjes passen ook in de snoepautomaten. En op de site kan ook nog materiaal voor een werkstuk of verslag over de Bio Gio projecten gedownload worden. Dat het artikel duidelijk in een behoefte voorziet blijkt uit de eerste succesvolle introducties bij een Nederlandse supermarkt, een bouwmarktketen en diverse schoolkantines.

“Bio To Go is ook bedoeld voor onderweg en wordt nu getest bij tankstations en verkooppunten op vliegvelden, in stations en stadscentra, waar de ‘snelle en bewuste consument’ oprukt”, volgens Kögeler. Een onderzoek van Wageningen UR toont aan dat in deze verkooppunten de belangstelling voor ‘bio’ nog groter is dan bij de supermarkt. De producten in dit nieuwe concept komen uiteraard van de Nature & More telers, waarbij aspecten als sociale en ecologische kwaliteit worden uitgelicht. Het assortiment omvat zakjes druiven, radijsjes, appels, snoeptomaatjes en mandarijnen, te presenteren in displaydoosjes.

Bio To Cook ten slotte omvat ook Fair Trade bio producten van Nature & More en moet de ergernis wegnemen die ontstaat als het assortiment verse groenten en fruit in de winkel wat te krap is voor de maaltijd die u wilt koken. Kleine (portie) verpakkingen met o.a. biologische knoflook, gember, sjalotjes, limes, verse kruiden maken het eenvoudig afgepast in te kopen en een volledig biologische topmaaltijd op tafel te zetten. Ook Bio To Cook is leverbaar in vrolijke displaydoos en kan onder Private Label verpakt worden in het moderne verpakkingscentrum van Eosta in Waddinxveen.

Meer informatie: www.eosta.com, www.biogio.nl & www.natureandmore.com

Kortom, laat Volkert Engelsman maar schuiven. Dat zit wel goed. Hij was niet voor niets nummer 24 op de Duurzame Top Honderd van Trouw (zie Geuzentitel’ op 7 maart 2009).

zondag 21 februari 2010

Mysteriedramaboek

Zondag, dus tijd voor kunst (uitvoerende kunsten bedoel ik in dit geval). Daarvoor kun je langsgaan bij het Euritmie Impresariaat van Imke Jelle van Dam. De ene na de andere voorstelling ligt in het verschiet. Voorjaar nietwaar? En niet alleen euritmie. Ook toneel en theater. Het Karmatheater bijvoorbeeld. Dat is hier al eerder langsgeweest, op zaterdag 28 november 2009 in ‘Theater’. Ik lees nu over ‘Judith en Frank’:

‘Het Karmatheater brengt een muziek-theatervoorstelling over oud en nieuw karma in een werkrelatie. Nieuw: extra opvoering in Eindhoven: 26 mrt
26 feb: Schoorl; 7 mrt: Driebergen; 10 mrt: Apppelscha; 21 mrt: Zutphen. meer info

Daar onder ‘info’ lees ik meer:

‘Frank is afdelingschef in een succesvol familiebedrijf en heeft daar jarenlang met plezier en kundigheid zijn werk verricht.

Judith is de nieuw aangestelde manager, nadat het bedrijf in buitenlandse handen is overgegaan. Er gaat een nieuwe wind waaien. Al snel leidt dit tot wrijvingen tussen de oudere Frank, die vanuit de praktijk is opgeklommen en de jonge ambitieuze Judith, die een academische opleiding heeft genoten. Dit kan een thema zijn voor een doorsnee toneelstuk. Maar daar blijft het niet bij!

Als toeschouwer krijg je niet alleen de dramatische ontwikkelingen te zien tussen Judith en Frank, maar wordt de toeschouwer ook een blik gegund op het schijnbare toeval wat hen bijeen heeft gebracht. Daarbij wordt het menselijke lot vormgegeven door een geestwezen die de idealen, die beide personages in zich dragen, in de dagelijkse realiteit te voorschijn wil laten komen. De ontwikkelingen en spanningen in de werkrelatie plaatst het geestwezen in een karmisch perspectief. Alle tegenstellingen ten spijt blijken ze uiteindelijk elkaar nodig te hebben om hun individuele ideaal te realiseren. Maar voordat dat duidelijk wordt is er een lange, noodzakelijke weg afgelegd.

In deze zin kan het stuk worden opgevat als een hedendaags mysterietheater.
De voorstelling, zonder pauze, wordt ingeleid door Jaap van de Weg.’

Enigszins van dezelfde orde is ‘Het ontwaken van de zielen’, een stukje hieronder:

‘Integrale Nederlandstalige opvoering van het vierde mysteriedrama van Rudolf Steiner door het Drempeltheater o.l.v. Corrie Hendriks.
13 maart: De Warande, Turnhout; 27 maart: Theater Zuidplein, Rotterdam. meer info

Ook dat kennen we hier. Zie Vriendenkring’ op 30 december 2009. De website van Theater Zuidplein in Rotterdam meldt:

‘Het ontwaken van de zielen | Het Drempeltheater
za 27 mrt, Grote Zaal, 13.00 uur, € 40
koop of reserveer kaarten online

De Mysteriedrama’s tonen de levensloop van een aantal mensen. Het speelt zich af in het hier en nu en de situaties die zich voordoen zijn universeel en zeer herkenbaar; er wordt veel met elkaar gepraat. Over positieve en negatieve ervaringen persoonlijk of met anderen, idealen etc. Uniek hierbij is dat gedachten, onbewuste gevoelens, en onzichtbare elementen die een rol spelen in de levensloop van de mens, ook worden uitgebeeld. Het ontwaken van de zielen gaat over samenwerking. Een actueel vraagstuk! Spirituele achtergronden van dagelijkse gebeurtenissen en verleidelijke en grimmige tegenkrachten worden zichtbaar gemaakt! Hoe ga jij daar mee om?

In Het ontwaken van de zielen krijgt het publiek een terugblik in de Egyptische incarnatie van de drie hoofdpersonen. Hierdoor krijgt de term “samenwerking” een nieuwe dimensie. Alleen dankzij onbaatzuchtige liefde kan het kwaad ten goede gekeerd worden. De personen in dit vierde drama gaan deze ontwikkelingsweg van vallen en opstaan met elkaar aan! Het vierde drama kan los van de eerdere drama’s gevolgd worden. Een unieke marathonvoorstelling (8 uur incl. pauzes).’

En bij Het Drempeltheater zelf is nu dit te lezen:

‘Aan de vrienden van het Drempeltheater
De Lier, 17 februari 2010
Betreft: uitgave jubileumboek

Beste vrienden,

Het jaar 2010 is voor het Drempeltheater in meerdere opzichten een jubileumjaar. Allereerst is het 100 jaar geleden dat begonnen werd met de opvoering van de vier Mysteriedrama’s (in München, 1910 – 1913). En ten tweede zal dit jaar de integrale opvoering in de Nederlandse taal van de vier drama’s worden voltooid. Er zal een opvoering van het 4e drama in België (Turnhout) en nogmaals één in Rotterdam (Theater Zuidplein) plaatsvinden. Daarmee is voor alle direct betrokkenen bij het Drempeltheater een proces van vele jaren tot een (voorlopige) afronding gekomen. Een ideaal is werkelijkheid geworden!

Om deze mijlpaal luister bij te zetten is er de afgelopen maanden door een groep mensen hard gewerkt om een boek te produceren waarin vanuit verschillende invalshoeken een beeld geschetst wordt van de vier Mysteriedrama’s, zowel wat betreft achtergronden als wat betreft ervaringen uit de opvoeringen door spelers en andere betrokkenen. En onder ervaringen verstaan we ook impressies van mensen omtrent de doorwerking van de drama’s in hun dagelijkse leven. De Mysteriedrama’s als actuele werkelijkheid dus! En het geheel wordt prachtig geïllustreerd met foto’s uit de vier opgevoerde drama’s.

Wij menen dat dit boek in een grote behoefte voorziet van mensen om ook buiten de opvoeringen om met de drama’s en de vragen en het enthousiasme die ze bij velen van u oproepen bezig te kunnen zijn. De bedoeling is dat het boek tijdens de komende opvoeringen in maart 2010 te koop zal zijn.

Er is echter ook een zakelijke kant aan de uitgave van dit boek verbonden. De stichting Drempeltheater heeft voor de financiële garantstelling van het boek aan een drietal fondsen ondersteuning gevraagd. Deze fondsen blijken echter niet in staat om hierover vóór maart uitsluitsel te geven. Dit betekent concreet twee dingen:

Ten eerste dat de stichting een financieel risico loopt om niet de investering die nodig is voor de productie van het boek (in een oplage van 1000 exemplaren) geheel terug te verdienen door middel van de verkoop van het boek.

Ten tweede heeft de stichting op de korte termijn een liquiditeitsprobleem: de productiekosten voor het boek (met name de drukkosten) moeten zeer binnenkort betaald worden en de liquiditeitspositie van de stichting is – met twee opvoeringen voor de deur – beperkt.

Daarom vragen wij nu uw hulp! U kunt ons op twee manieren helpen.

1. U kunt alvast (ongezien!) intekenen op één of meerdere boeken en het geld aan ons overmaken. Wij zorgen er dan voor dat u de boeken direct na verschijnen in uw bezit krijgt.

2. U kunt ons een bedrag doen toekomen dat wij kunnen gebruiken om de productiekosten van het boek te dekken. Dat kan in de vorm van een renteloze lening of in de vorm van een schenking. In het geval van een renteloze lening garanderen wij dat u het bedrag uiterlijk na één jaar terugkrijgt.

Vanuit het grote enthousiasme waarmee we bezig zijn met de voorbereiding van de komende opvoeringen en met de voorbereiding van een in onze ogen schitterend boek hopen we van u op korte termijn een positieve reactie te krijgen!

Met hartelijke groet,
Namens de stichting Drempeltheater,
Hans Boekhout, bestuurslid
Corrie Hendriks, regisseur

Bijlage: reactieformulier’

Zie verder op de website.

zaterdag 20 februari 2010

Wanten

Gisteren had ik een bericht waarin deze twee zinnen voorkwamen:

‘Zoals zo vaak begon alles in Almere-Haven. In 1979 verhuisde “Akwarius”, een biologisch-dynamisch bedrijf (tegenwoordig onderdeel van Natudis B.V.) vanuit Utrecht naar Almere-Haven.’

Nu heb ik al vaker geschreven over de Estafettewinkel en Odin, en ook over Udea (Vitatas en Proef.nu). Maar Natudis, die komt er tot nog toe bekaaid vanaf. Op 30 mei 2009 in ‘Licenties’ kwam dit bedrijf langs in het verslag van Rienk ter Braake, in het kader van de internationale Demeter-controle, uitgevoerd onder meer door de Duitser Martin Rombach, directeur van de Prüfverein:

‘Bij Natudis in Harderwijk zijn we ontvangen door Redmer Oostland en Jo Descendre. De evaluatoren hebben gekeken naar de afgelopen Demeter-controles en naar wat met de afwijkingen is gedaan. De recepturen en het logboek van de insectenbestrijding zijn doorgenomen en er is uitgebreid gekeken naar de loonverwerking. We hadden vanuit Nederland graag nog op de rol van Demeter in het merkenbeleid van Natudis willen ingaan. Dat was naar de zin van Martin niet zozeer de bedoeling van de evaluatie. Ook hier had de audit meer weg van een gewone controle. Na het neuzen in de boeken zijn we door het bedrijf gelopen. Daar oogsten we als Nederlanders, met onze handelgeest, toch weer veel bewondering. Groot en efficiënt. En dan wat zuinigjes de vraag naar de relatie met de bd-landbouw. Hoe verhoudt dat zich tot een zo grote firma. Of is dat een klein beetje afgunst?’

Een half jaar eerder, op 11 december 2008, werd Natudis hier voor de eerste keer vermeld, in ‘Kapschuur’:

‘Stichting Warmonderhof wordt niet gesubsidieerd en is daarom afhankelijk van de opbrengst van eigen activiteiten en van schenkingen van particulieren en instellingen. We stellen het erg op prijs wanneer mensen en bedrijven ons willen ondersteunen. Daardoor kunnen we projecten realiseren die anders niet mogelijk zijn.

Natudis neemt onder de schenkers een belangrijke plaats in, omdat zij 2% van haar omzet aan BD-sappen, onder het merk Luna e Terra, schenkt aan stichting Warmonderhof.’

Afgelopen woensdag 17 februari berichtte ik in ‘Vermarkting’ over de aanwezigheid van minister Gerda Verburg van Landbouw op de Biofach in Duitsland, maar liefst twee keer. Op dezelfde dag werd haar op de stand van Eosta een ‘position paper’ overhandigd van een verband van internationale bedrijven uit de biobranche. Terwijl zij gisteren 19 februari een voorpublicatie van de Engelstalige Organic Business Guide van het Louis Bolk Instituut zou krijgen, tijdens haar bezoek aan het Africa Pavilion, vanwege de import van biologische producten vanuit onder andere Zuid-Afrika. Ik vraag me af of dat werkelijk gebeurd is; zij zal gisteren waarschijnlijk in Den Haag nodig zijn geweest voor spoedberaad in verband met de regeringscrisis. Hoewel tevergeefs, want sinds vannacht is zij demissionair.

Hoe dan ook, op de website van Natudis staat dit nieuws onder de datum van 19 februari, ‘Minister Verburg bezoekt Natudis-stand op Biofach’:

‘Van 17 tot 20 februari vindt in Neurenberg dé internationale beurs plaats op het gebied van biologisch. Op de eerste beursdag mocht Natudis minister Gerda Verburg ontvangen op de stand. Xander Meijer, algemeen directeur, en Janetta Wanders, hoofd assortiment, gaven haar een warm welkom en verzorgden een uitgebreide rondleiding waarbij natuurlijk ook geproefd werd van onze lekkere producten.’

Op de homepage staat dit over Natudis:

‘Natudis B.V., 100% Wessanen-dochter, is de grootste merkenleverancier en distributeur van natuurvoeding en reformproducten in de Benelux. Natudis levert vanuit haar vestigingsplaats Harderwijk circa 9.000 verschillende producten aan zo’n 500 speciaalzaken in natuurvoeding en reformproducten in Nederland en België. Ook het food service kanaal (cateraars, restaurants, opleidingsinstituten, scholen, kinderdagverblijven en bedrijfskantines) wordt vanuit Harderwijk beleverd.

Logistiek geavanceerd

Natudis is gespecialiseerd in de distributie van droge kruidenierswaren (producten met een minimale houdbaarheid van 3 maanden), drogisterijproducten en natuurlijke cosmetica. Het logistieke systeem bestaat uit een hoogbouw magazijn met 10.000 palletplaatsen en een kleingoedmagazijn met 4.000 pickplaatsen. De orderstroom is volledig geautomatiseerd. Jaarlijks verlaten 7,5 miljoen dozen het magazijn en rijden dagelijks 25 vrachtwagens op de weg om alle orders af te leveren.

Eigen merken

Natudis voert een aantal eigen merken zoals Ekoland, Molenaartje, Natufood, De Rit, Luna e Terra en Fertilia. Voor deze merken wordt het gehele proces in eigen beheer uitgevoerd: van ontwikkelen, inkopen, marketen tot verkopen (in binnen- en buitenland).’

Onder ‘Voedingsvisie en Keurmerken’ wordt ook ‘Biologisch-dynamisch’ opgevoerd:

‘De biologische-dynamische zienswijze gaat uit van een compleet en krachtig evenwicht in de natuur en gaat dus nog een stapje verder dan de biologische zienswijze. De natuur is meer dan alleen leven en natuurkundige processen. De natuur is één samenhangend, levend organisme, waarin de aarde, zon, maan en andere hemellichamen elk een eigen rol spelen. Planten en gewassen zijn niet alleen een verzameling van koolhydraten, vetten, eiwitten en mineralen, ze bevatten innerlijke levenskracht die belangrijk is voor ons lichamelijk en geestelijk welzijn. Ze worden met recht “levens”middelen genoemd.

Biologisch-dynamische producten kunt u herkennen aan het Demeter-keurmerk. Demeter (de Griekse godin van de landbouw) staat garant voor een hoogwaardig, puur natuurlijk BD-product. Het keurmerk wordt beheerd door de Demetervereniging. Het Demeter keurmerk is een internationaal keurmerk.’

De homepage van Natudis vermeldt ook:

‘Franchiseformule Natuurwinkel

De franchiseformule Natuurwinkel is eveneens onderdeel van Natudis. De formule Natuurwinkel is met 60 winkels de grootste en snelst groeiende natuurvoedingsketen in Nederland. Door het ruimste assortiment eerlijke biologische producten en een eigentijdse, verrassende en inspirerende winkelomgeving is de Natuurwinkel trendsettend in de biologische voedingsbranche. De Natuurwinkel is een toegankelijke winkel waar tijd en aandacht is voor de klant en het verhaal achter het product. Kijk op http://www.natuurwinkel.nl voor meer informatie.

Goodyfood

Goodyfood is de nieuwste winkelformule van Natudis. Op 24 september 2009 opende in Hilversum de eerste winkel. Goodyfood staat voor organic, tasty, good en fresh. Gepresenteerd in een moderne en vooral lekkere winkel vol sfeer en beleving. Bij Goodyfood vindt de klant volop heerlijke versproducten maar ook een zeer uitgebreid assortiment natuurlijke verzorging en cosmetica. Smaak, duurzaamheid en wellness vormen de basis voor het complete en vooral bijzondere assortiment van Goodyfood. Kijk op http://www.goodyfood.nl voor meer informatie.’

Over de Natuurwinkel vond ik een artikel van oktober 2004 uit het tijdschrift ‘Franchise+’. Hoewel inmiddels vijf jaar oud, biedt het toch een aardig inzicht wat die franchise inhoudt. De titel luidt ‘NWO zoekt vijftiental nieuwe franchisenemers. Markt voor natuurvoeding klaar voor groeispurt’:

‘Biologisch-dynamische en biologische producten verkopen is de missie van de Natuurvoedings Winkel Organisatie (NWO). Op die manier wordt een gezonde bijdrage geleverd aan een duurzame samenleving.

Een Natuurwinkel oogt als een supermarkt. De consument kan er terecht voor alle dagelijkse boodschappen. De grotere NatuurwinkeI biedt een assortiment van 5.000 artikelen. Wel allemaal puur natuur. Daarmee is het belangrijkste onderscheid direct gemaakt met de reguliere supermarkten.

Natuurlijke producten zijn gezond, maar bovenal lekkerder. Zuiver uitgangsmateriaal, de productiewijze en langere groeitijd vormen het geheim van de smid. Dat geldt zeker voor de biologisch-dynamische producten. In de biologisch-dynamische teelt mag de oogst pas plaatsvinden als het gewas volledig is uitgerijpt. Smaak- en geurstoffen vormen zich juist in die rijpingsfase. Natuurlijke producten zijn door de langere groeitijd per definitie duurder geprijsd, gemiddeld 30 tot 50%.

Het klinkt allemaal mooi, maar is er een markt voor dergelijke speciale producten? Gerko Bosveld, retailmanager bij NWO in Harderwijk, is stellig in zijn overtuiging. “Tot en met juli dit jaar zitten wij met onze omzetgroei 9 punten boven de index van 100, terwijl de reguliere supers gemiddeld rond de 100 scoren. Het minder warme zomerweer dit jaar heeft voor ons gunstig uitgepakt, voor de zomer stond de index op 107 voor onze winkels.”

De NWO runt twee soorten winkels: formulewinkels en basiswinkels. De formulewinkels zijn de feitelijke Natuurwinkels die in de franchiseformule strakker georganiseerd zijn. De basiswinkels worden onder een eigen naam gerund en maken eigen keuzes voor de inrichting van de winkel. De formulewinkels hebben een indexscore van 111 en basiswinkels van 107 punten. Van elk type telt de NWO 45 winkels. Wel maken dit najaar de basiswinkels in Utrecht en Zoetermeer de overstap naar een formulewinkel.

Formulewinkels bieden het beste toekomstperspectief. Voor de formulegroei wordt derhalve ook ingezet op uitbreiding van het aantal formulewinkels. Berekend is dat Nederland ruimte biedt voor 100 formulewinkels. Voor eind 2005 wordt gestreefd naar 60 formulewinkels. Almere, Hoofddorp, Soest, Nieuwegein en Maastricht zijn vestigingslocaties die omschreven worden als perspectiefrijk. Geschikte panden zijn in de huidige markt ook goed te verwerven. Een Natuurwinkel varieert in grootte van 150 tot 400 m² en vergt een investering van 600 euro per m². Franchisenemers dienen circa 25% eigen vermogen in te kunnen brengen om de financiering rond te krijgen. Met een winkel van 150 m² en bij een omzet van tenminste 15.000 euro per week kan een franchisenemer een goed belegde boterham verdienen.’

Verderop in dit nummer van ‘Franchise+’ is het artikel ‘Natuurwinkel Hilversum boekt 70% omzetstijging. Eigentijdse Natuurwinkel groot succes’ te vinden:

‘In de Natuurwinkels van Hilversum en Arnhem zijn in 2003 proefopstellingen gedaan ter upgrading van de winkelformule. De kleurstelling is met frisgroen en diverse achtergrondkleuren in een natuurlijker perspectief gezet. Houten elementen geven de winkel ook een meer natuurlijke uitstraling. Natuurwinkel Hilversum is onlangs verkozen tot beste natuurvoedingswinkel van Nederland.

“Op de koof boven de schappen hebben we spraakmakende teksten als ‘We willen de zuivere smaak aan uw eten en drinken teruggeven’ en ‘Chemische bestrijdingsmiddelen, conserverings- en smaakstoffen komen er bij ons niet in’,” zegt Rob Zentveld. Samen met zijn vrouw Herma runt hij de vernieuwde Hilversumse Natuurwinkel. In oktober 2003 verhuisde Zentveld, die al sinds 1978 in het vak zit, naar de huidige locatie van 400 m² in het centrum van de stad onder de City Parking. Al langere tijd waren ze op zoek naar een nieuwe geschikte locatie. De oude winkel was met 120 m² te klein en de winkeluitstraling was eveneens gedateerd.

De nieuwe Natuurwinkel heeft een 15 meter brede open pui die uitnodigt om binnen te lopen. Er zijn brede paden en funshopelementen als videokijken voor de kinderen en het drinken van een versgezet kopje koffie of thee zijn ingebracht. Nieuw is ook een zelfschepsysteem. “We streven ernaar om bestaande klanten steeds nieuwe dingen in de winkel te laten ontdekken”, verduidelijkt de 48-jarige Rob Zentveld, die met vertrouwen in zijn nieuwe winkel investeerde. “Je loopt al langer mee in het vak, je kent het assortiment, dat we fors uit hebben kunnen breiden met een groot aantal nieuwe producten, je kent de vraag vanuit de markt. We wisten heel goed wat we deden.” De cijfers bewijzen zijn gelijk. De omzetgroei bedraagt maar liefst 70%. En wat in zijn ogen ook belangrijk is, is de hoge inloop van nieuwe klanten. Zentveld en zijn medewerkers hebben tot nu toe 50% nieuwe klanten kunnen verwelkomen. “Willen we kunnen blijven groeien dan dient vooral het klantenbestand vergroot te worden. Zoals het er nu uitziet, gaan we daarin slagen”, aldus een enthousiaste en bijzonder tevreden Hilversumse franchisenemer.’

In het hieraan voorgaande nummer stond ‘Natuurwinkel Hilversum de beste’:

‘De Hilversumse vestiging van De Natuurwinkel is onlangs gekozen tot de beste natuurwinkel van Nederland.

“Fantastisch, een mooie erkenning voor wat we allemaal gedaan hebben”, aldus de franchisenemers Rob en Herma Zentveld. Een jaar geleden verhuisden zij met hun zaak van de nabijgelegen Bussumerstraat naar het enorme pand dat een elektronicazaak achterliet onder de Avia-parkeergarage. Ze richtten er een prachtig moderne supermarkt in die gezien wordt als het paradepaardje van de organisatie van natuurwinkels NWO.

De jury die de winkel een paar keer bezocht heeft, was onder de indruk van de moderne uitstraling, de brede paden, duidelijke routing, de professionele verlichting, het mooie en zeer uitgebreide assortiment en de proeverijen. De Hilversumse winkel won het daarmee van andere genomineerden als de Natuurwinkel Bussum die tweede werd en de natuurwinkel uit Winschoten die op de derde plaats eindigde.

In de volgende uitgave van het vakblad Franchise+, dat 14 oktober verschijnt, besteden wij uitgebreid aandacht aan de Natuurvoedingswinkels van NWO.’

Dit bedrijf is ook bij Triodos Bank te vinden, onder de titel ‘Natuurwinkel Hilversum’:

‘Enthousiasme, trots en vertrouwen, dat stralen Rob en Herma Zentveld uit. Enthousiasme voor de lekkere producten die ze verkopen, trots op hun prachtige winkel, en een groot vertrouwen in hun eigen kunnen, ervaring en ondernemerschap. “We waren al begonnen met het verbouwen van het nieuwe pand, voordat we een bank hadden gevonden die het wilde financieren,” zegt Rob met een grijns.

De nieuwe winkel is met 400 m2 winkeloppervlak een van de grootste Natuurwinkels van Nederland, en heeft vorig jaar de eretitel “Beste Natuurvoedingswinkel 2004/2005” in ontvangst mogen nemen. Ook daar is Rob trots op: “Ik weet gewoon dat we met deze winkel echt iets bijzonders hebben neergezet. We hebben een verhaal te vertellen: niet alleen dat we goede spullen verkopen, maar vooral: we hebben een lékkere winkel, dat willen we mensen meegeven. Daar heb je een sfeer, een ambiance bij nodig. We willen dat mensen het in de winkel kunnen zien, ervaren en proeven.” De proeverijen die ze daarvoor regelmatig organiseren illustreren dat.

En binnenkort beginnen Rob en Herma in de winkel met kookshows. “We hebben onder de klanten enthousiaste kookliefhebbers gezocht en gevonden,” vertelt Rob, “ze hebben een cursus gevolgd en gaan straks in kokstenue lekker koken en alles laten proeven. Dat is precies wat we willen, mensen ontvangen in een ongedwongen sfeer, ze adviseren, vertellen over de producten en achtergronden, en ze enthousiast maken voor onze lekkere winkel.”

Verse olijfolie

Rob en Herma Zentveld zijn ervaren ondernemers in de natuurvoedingsbranche. “Rob is in 1978 begonnen,” vertelt Herma, “niet veel later ben ik er bij gekomen. We zijn hier in de loop der jaren naartoe gegroeid, je hebt natuurlijk wel ervaring nodig om dit neer te kunnen zetten. Dit is dan ook onze vierde winkel.”

De winkel die ze sinds anderhalf jaar runnen is een moderne natuurvoedingswinkel, met een glazen open winkelpui, lekker ruime gangpaden, netjes, en een vriendelijke, maar vooral ook smakelijke uitstraling. Je kunt er een vers kopje koffie nemen, zelf je nootjes, muesli en pasta tricolore afwegen, en verse olijfolie tappen terwijl je kinderen naar een filmpje kijken. “In deze winkel kan ik veel meer ideeën kwijt dan in onze vorige winkel,” aldus Rob. “Maar het heeft vijf jaar geduurd voordat we het geschikte pand gevonden hadden. Vanaf dag een was onze doelstelling om een professionele winkel neer te zetten waar het prettig vertoeven is, en waar alles klopt, zowel in de organisatie als in de winkel zelf. Schoon, netjes, geen handgeschreven bordjes, veel aandacht voor de klanten. Een professionele uitstraling is heel belangrijk als je nieuwe klanten wilt trekken. En daar zijn we aardig in geslaagd.”

Meer mannen

De klantenkring is sinds de verhuizing fors uitgebreid, van een kring van vaste klanten die al hun boodschappen bij de Natuurwinkel doen, naar een veel breder publiek met allerlei mensen, ook veel passanten. “Meer mensen met kinderen ook,” is Herma opgevallen, “en dat komt niet alleen door de video!” “Nee,” vult Rob aan, “door de brede gangpaden kunnen mensen gewoon veel makkelijker winkelen, ook met een kinderwagen. En meer mannen, ik denk dat onze open winkel met de uitstraling van lekkere goede producten hen ook aantrekt om hier naar binnen te stappen. Ze willen hier best gezien worden, en komen zelfs met vrienden en familie hier boodschappen doen.”

Meer informatie? Neem contact op met Rob Zentveld via info@natuurwinkelhilversum.nl of kijk op www.natuurwinkelhilversum.nl

De informatie is duidelijk niet helemaal up-to-date, want die stamt uit 2006. Hetzelfde geldt voor wat op de website ‘Mijn geld gaat goed’ vermeld wordt, dat is in wezen hetzelfde. Jos Poels schreef voor het vakblad Distrifood van 24 september 2009 het artikel ‘Natudis opent eerste Goodyfood’. In iets gewijzigde vorm kwam dit artikel de volgende dag op de website van Groentennieuws.nl:

‘Biologische groothandel Natudis heeft donderdagmorgen in Hilversum de eerste biologische winkel Goodyfood geopend. De franchiseformule wordt ingezet in grootstedelijke gebieden, voor klanten die bewust in het leven staan. Directeur Hans van de Lest van Wessanen-dochter Natudis heeft ook buitenlandse aspiraties met de nieuwe formule. “De formule hebben we zelf helemaal uit het niets ontwikkeld. Goodyfood is ook geschikt in het buitenland te worden gebruikt.” De eerste Goodyfood zit in de voormalige Natuurwinkel aan het Noordse Bosje aan de rand van de Hilversumse binnenstad en wordt gerund door Rob en Herma Zentveld.

De nieuwe biologische keten heeft minimaal 700 vierkante meter vvo nodig. Goodyfood richt zich op klanten die zelfbewust in het leven staan en bereid zijn meer voor hun boodschappen neer te leggen in de wetenschap dat de producten gezond en lekker zijn. Van de Lest: “Voornaamste doelgroep zijn jongeren tussen 25 en 40 jaar in grootstedelijke gebieden. Het is niet de bedoeling dat Goodyfood de Natuurwinkels gaan vervangen. Het is een nieuwe formule naast de Natuurwinkel.”

De nieuwe biologische formule opent met een groot agf- en verseiland. Klanten die de winkel inkomen, worden overweldigd door de versgroepen. “We streven naar een versuitstraling. Vers dat lekker, gezond én biologisch is', aldus Van de Lest. Qua positionering in de markt zet Goodyfood zich tussen de Natuurwinkel en Marqt. De producten in Marqt zijn niet per definitie biologisch.”’

Er is ook een fotoreportage over Goodyfood. Dus weer een gedaanteverwisseling. Zo staat op de website van Goodyfood:

‘Welkom bij Goodyfood Hilversum! Wij, Rob en Herma Zentveld, laten ons al 30 jaar inspireren door onze prachtige natuur én door u. We hebben een passie voor dat wat goed is en willen het beste dat de natuur ons te bieden heeft, graag met u delen. Nergens anders heeft u zoveel keus in GOOD FOOD en GOODY GOODS als bij Goodyfood. Want met ruim 700m2 is volop ruimte voor biologisch vers, veel aandacht voor natuurlijke verzorging en zelfs een volledig biologisch GOODYcafé.

Heeft u een vraag? Al onze medewerkers hebben hun eigen specialisme en kunnen u veel vertellen over de producten in de winkel. Vraagt u vooral, we helpen u graag! Wilt u meer weten over onze filosofie? Kijk dan onder “5 good reasons to come again”.’

Groentennieuws bracht op 14 januari nog dit bericht, ‘Goodyfood profileert zich niet met biologisch’:

‘Hoewel de nieuwe formule GoodyFood biologische artikelen verkoopt, brengt de formule dit liever niet breed naar buiten. De formule wint consumenten liever voor zich met begrippen als lekker, verwennen, gezond en vers. Daarom brengt GoodyFood deze boodschap al op het etalageraam naar voren.

Op de winkelruit staat “GoodyFood is all about good food and goody goods. Discover our focus on taste, sustainability and wellness in a store full of nature’s best”. Volgens formulemanager Marc Koetsier streeft GoodyFood naar een echte versuitstraling. Versproducten zijn dan ook belangrijk binnen het concept. Klanten lopen bij binnenkomst direct tegen een groots opgezet agf-plein aan, terwijl het versplein achterin de winkel bij binnenkomst ook al zichtbaar is. Een andere belangrijke pijler binnen het concept is beleving. Die komt tot uiting door brood in de winkel af te bakken. Ook komt er zo nu en dan een kok om gerechten te bereiden met artikelen uit de schappen.

Hoewel het assortiment volledig biologisch is, schreeuwt GoodyFood dit niet van de daken. Belangrijker vindt het bedrijf het om de consument te verleiden. De doelgroep bestaat uit mensen in grootstedelijke gebieden tussen de 25 en 40 jaar, die zelfbewust in het leven staan en bereid zijn meer te betalen voor lekkere en gezonde boodschappen.’

Wie is toch Rob Zentveld? We vinden hem terug op de Demeter-website. Hij staat daar vermeld als penningmeester in het bestuur van Stichting Demeter. Maar hij treedt ook op als redacteur van het blad Smaakmakend van Biologica. En het eerste nummer van Biofood magazine, vakblad voor natuurproducten, van vorig jaar, vermeldt een artikel Sturen op cijfers essentieel voor ondernemer’, met daarin:

‘In een branche waarin een groot deel van de ondernemers mede door idealisme is gemotiveerd, is het belang van cijfers niet voor iedereen duidelijk. Een workschop van ondernemer Rob Zentveld en adviseur Paul van Soeterbroek verschaft duidelijkheid over de voordelen van cijfers. Biofood Magazine vroeg ketenmanager speciaalzaken Geert-Jan Smits twee realistische exploitatiemodellen op te stellen. Uit deze cijfers blijkt dat slechts een beperkt aantal winkels verantwoordelijk is voor de spectaculaire groei van de sector.’

Dan is er nog de website van de Promotie Biologische Speciaalzaak, PBS:

‘De promotiebegeleiding en algemeen management van Stichting PBS wordt uitgevoerd door Bavo van den Idsert. Hij is ruim 20 jaar actief in de biologische branche en sinds 1999 jaar zelfstandig gevestigd als adviseur.’

Bavo van den Idsert heeft ook zitting in het bestuur van Stichting Demeter, als ‘Secretaris van de Vereniging Biologische Productie- en handelsbedrijven’. Over PBS zelf meldt de website:

‘Stichting PBS is in 2002 opgericht om vanuit de biologische speciaalzaken een bijdrage te leveren aan de overheidsdoelstelling van 10% biologische landbouw in 2010. PBS beoogt dit te bereiken door het stimuleren van professionalisering van de biologische speciaalzaakketen, ondermeer:
– begeleiding bij opschaling naar grotere of nieuwe winkels;
– opleiden van nieuw ondernemerstalent voor natuurvoedingswinkels;
– het centraliseren van winkelautomatisering door de hele keten heen;
– het opzetten van nieuwe voorlichtingsmedia voor productgebonden informatie over ondermeer biologische voeding, gezondheid, diëten & allergieën en recepten;
– promotieondersteuning.

Stichting PBS voert haar projecten uit in samenwerking met het bedrijfsleven en de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw (www.biologischconvenant.nl). Alle projecten, met uitzondering van de Centrale Winkelautomatisering, worden uitgevoerd in cofinanciering tussen het bedrijfsleven en de Task Force MBL. De Centrale Winkelautomatisering wordt volledig gefinancierd door het bedrijfsleven zelf.

Stichting PBS is opgericht door een aantal brancheorganisaties:
– Stichting Biologica (www.biologica.nl)
– Vereniging Biologische Productie- en handelsbedrijven (www.vbpbiologisch.nl)
– Vakcentrum (www.vakcentrum.nl)
– Natuurvoedings Winkel Organisatie (www.natuurwinkel.nl)

Het bestuur van Stichting PBS bestaat uit vertegenwoordigers van voornoemde organisaties:
– Bert van Ruitenbeek (voorzitter), directeur Stichting Biologica
– Barend Koelman, adviseur Vakcentrum
– Erik-Jan van de Brink (penningmeester), bestuurslid VBP, directeur Udea
– Xander Meijer, vertegenwoordiger namens NWO en algemeen directeur Natudis
– Peter Jacobs, vertegenwoordiger namens VBP, commercieel directeur Kroon b.v.
Secretaris: Bavo van den Idsert
Het management van Stichting PBS wordt gevoerd door Bavo van den Idsert.’

De homepage van PBS vermeldt onderaan ‘Kansen voor Natuurvoeding. Organisatie Triodos Bank en PBS. Terugblik Seminar 2009’. Dat werd op 3 november 2009 in Zeist gehouden. Daartussen zit ook een ‘Workshop Demeter’:

‘Met de verbreding van biologisch in de supermarkt, lijken extra kansen te ontstaan voor verdieping met Demeter in het natuurvoedingskanaal. WUR onderzoeker Machiel Reinders deed een tussenverslag van lopend consumentenonderzoek naar de kansen voor Demeter.’

Je kunt hier dichter bij komen: ‘klik voor de hele lezing’. Je krijgt dan een interessante Powerpoint Presentatie voorgeschoteld:

‘Demeter
(on)bekend maakt (on)bemind?
Machiel Reinders en Isabelle van den Berg – LEI WUR
Jorien Quirijnen – Stichting Demeter
Rob Zentveld – Goody Food Hilversum’

Met:

‘Doel van het project
Doelstelling:
– Hoe kan Demeter de positionering van haar concept verder optimaliseren?
Inzicht krijgen in:
– Bekendheid Demeter-producten;
– Associaties met Demeter-keurmerk;
– Meerwaarde van Demeter-producten (bijv. smaak);
– Thema’s waarop Demeter zich kan profileren;
– Producten en verkoopkanalen die aansluiten bij de Demeterfilosofie.’

De rest van wat hier geboden wordt, komt niet onbekend voor aan degenen die op 4 augustus 2009 ‘Klantengroepen’ heeft gelezen. Daar wordt namelijk dezelfde Machiel Reinders en zijn onderzoek ter sprake gebracht. Interessant aan deze workshop is verder vooral het einde. Daar wordt op bladzijde 29 de Duitse ‘Demeter Aktiv Partner’ voorgesteld:

‘Succesvol Duits marketingconcept voor Demeter gecertificeerde producten voor de natuurvoedingsspeciaalzaak. In Duitsland in 2004 van start gegaan. Anno 2009 zijn er 380 winkels aangesloten en is de totale Demeter-omzet in Duitsland verdubbeld.’

Om op de volgende pagina door te gaan:

‘Wat doet Demeter Aktiv partner in DL? [Duitsland, neem ik aan, MG]
– verzorgt promotiemateriaal als schapkaarten, posters, actieve website, demeter-spaarkaart
– organiseert prijs- en reclame-acties
– bemiddelt tussen winkelier en ketenpartners bij proeverijen
– verhoogt kennisniveau medewerkers d.m.v. cursussen, workshops en excursies
– organiseert iedere lente “Toekomst Zaaien” op Demeterboerderijen.
Dit zijn open doe-dagen voor bezoekers.
– Speelt voordurend in op actualiteiten die bij de consument een positieve Demeter-houding bevorderen’

Met op de volgende en voorlaatste pagina:

‘Profijt voor winkelier en andere ketenpartners
– Kiezen voor profileren met Demeter is kiezen voor profileren met topkwaliteit Bio.
– Met Demeter onderscheidt de natuurvoedingsspeciaalzaak zich ten opzichte van bio in de supermarkt
– Demeter presenteert zich met fris, prikkelend en onderscheidend materiaal wordt daarmee goed zichtbaar en positief geassocieerd
– Daardoor gaan consumenten de hoge kwaliteit en de aanwezige levenskracht in Demeter-produkten meer waarderen. Dit zien we terug in een hogere omzet
– Met Demeter van klantenbinding naar verbinding met de klant!’

Kortom, Rob Zentveld zit midden in het vuur van de concrete Demeter-ontwikkeling. En hij weet van wanten. Dat blijkt alleen al uit de geschiedenis van zijn eigen winkel.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code