Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

zaterdag 20 juli 2013

Ananassen


U weet het vast niet meer, maar op dinsdag 29 november 2011 schreef ik in Erger’:
‘Terwijl de Zonnehuizen in doodsnood verkeren, speelt er zich ook elders een zware strijd af. Bijvoorbeeld in Heemskerk. De editie Kennemerland van het Noord-Hollands Dagblad berichtte al op 18 juli over “Waterakkers heeft nog steeds ‘foute’ kleuren”:
“De bewoners van de Waterakkers hebben een jaar de tijd gekregen hun kozijnen en buitendeuren in de juiste kleuren te verven. In de ene straat bordeauxrood met donkergeel en in de andere donker- met lichtblauw.”’
Het zal je maar gebeuren. Nieuws op RTV Noord-Holland van twee en halve week geleden, op woensdag 3 juli, getiteld ‘Het was een symfonie, laat het geen kakafonie worden’, noopt ons nu naar Heemskerk terug te keren:
‘De architect van de Heemskerkse wijk Waterakkers, Max van Huut, steunt het beleid van de gemeente om de oorspronkelijke kleuren in de wijk terug te krijgen. Een groep bewoners heeft in de loop der tijd de kleuren van deuren en kozijnen veranderd en dat is volgens de gemeente absoluut niet de bedoeling. Ze roept de bewoners op zo snel mogelijk de oude kleuren te herstellen, anders volgen er maatregelen.

Achttien jaar geleden won Max van Huut de ontwerpwedstrijd voor de Heemskerkse wijk. De woningen kregen de kleuren die passen bij de thema’s lucht, aarde, vuur en water. Voornamelijk rood en blauw dus.

Vormen en kleuren waren volgens de architect een “symfonie”. Nog wel, want sommige bewoners hebben zo hun eigen ideeën over de kleur van deuren en kozijnen. “We moeten oppassen dat niet iedereen zijn eigen gang gaat met de kleuren. Laat de symfonie geen kakafonie worden.”

Daarom steunt hij de oproep van de gemeente aan de bewoners om de oude kleuren weer terug te brengen op hun huizen. Wie dat niet doet, kan maatregelen verwachten. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat er uiteindelijk boetes worden uitgedeeld. In de koopcontracten staat ook aangegeven dat de kleuren niet mogen worden aangepast.

Toch vindt de architect het uitdelen van boetes te ver gaan. Hij geeft liever de voorkeur aan een goede discussie met gemeente en bewoners over de regels rond het veranderen van het kleurenpalet in de buurt. Hij vindt namelijk wél dat bewoners invloed mogen hebben op de kleuren in hun buurt, maar dat dat samen met architecten en gemeente goed afgewogen moet worden.’
Het nodigde Broer Scholtens van de Vereniging tegen de Kwakzalverij er afgelopen maandag 15 juli natuurlijk toe uit te beginnen over ‘Antroposofen vervuilen in Heemskerk ook straatbeeld’:
‘In het Noord-Hollandse Heemskerk, in de buurt van Zaanstad, mogen huiseigenaren in de wijk Waterakkers hun voordeurtje en raamkozijnen niet in de kleur verven die ze zelf mooi vinden.

In de wijk Waterakkers zijn alleen de kleuren dieprood, blauw, lichtblauw en zachtgeel toegestaan, en dan ook nog alleen in een vastgestelde tint, conform de leer van de al bijna honderd jaar geleden overleden vaagheidsgoeroe Rudolf Steiner. Een kleine honderd huiseigenaren in de wijk zijn de afgelopen jaren in opstand gekomen en hebben hun deuren in strak witte, grijze, kobaltblauwe of korengele lak gezet. De gemeenteraad, die het heeft over “foute” kleuren, is not amused en heeft de kleurenpolitie langs gestuurd met een dreigement van dwangsommen als de deuren niet op korte termijn terug worden geverfd in de originele antroposofische kleurstelling, eens gedicteerd door architect Max van Huut. Of het uiteindelijk die bizarre kant op gaat, is de vraag zolang kleuren worden gebruikt die niet misstaan volgens een inmiddels geliberaliseerde welstandswetgeving: juristen betwijfelen of de gemeente uiteindelijk voor de rechter haar gelijk zal kunnen halen, ook al staat die antroposofische kleurstelling in de koopaktes van de woningen. Het eerste basisplan voor de wijk, met nu zo’n duizend huizen, dateert van 1995.

De bekende – en breed gewaardeerde – architect Max van Huut, die de wijk heeft opgezet, hangt de antroposofische leer aan. Hij bouwt “organisch” en heeft zijn gedachtengoed, samen met zijn collega Ton Alberts, in talloze gebouwen vormgegeven. Bij zijn kleurkeuze in de wijk Waterakkers heeft hij zich, niet gehinderd door flexibiliteit en individualiteit, laten inspireren door water, vuur en zand.

De Antroposofische Vereniging in Nederland in Zeist omschrijft de inspiratie achter zijn eenkennige kleurenspel zo: “Antroposofie is een weg tot zelfkennis en kennis van de wereld. Ze helpt u om midden in de wereld te staan en praktisch vorm te geven aan een spirituele levenshouding.”

En zie, vanwege dit vage geklets, mogen in Heemskerk huiseigenaren hun eigen deur niet meer verven in een kleur die zij mooi vinden, worden kinderen niet ingeënt tegen risicovolle en besmettelijke infectieziektes zoals bof en mazelen en worden dure homeopathische medicijnen gebruikt waar aantoonbaar niets in zit.’
Donderdag 16 juli liet Bionext dit persbericht uitgaan, ‘bionext.nl ontsluit informatie over biologisch’:
‘Wageningen UR, het Louis Bolk Instituut, ZLTO, LLTB en LTO Noord hebben gezamenlijk besloten alle kennis over biologisch te ontsluiten via de site van Bionext, de ketenorganisatie voor biologische landbouw en voeding. Hierbij gaat het o.a. om informatie over kennis en onderzoek, innovaties en activiteiten voor de biologische sector.

Door de informatie over biologisch bij bionext.nl onder te brengen, hebben ondernemers die werkzaam zijn in de biologische sector nu makkelijker toegang tot relevante, actuele informatie. Vanzelfsprekend komen de publicaties van afzonderlijke organisaties ook op de eigen websites te staan. Het ontsluiten via één kanaal was oorspronkelijk belegd bij de projectwebsite bioconnect.nl. De betrokken organisaties hebben besloten dat bezoekers van die website vanaf eind 2013 worden doorgeleid naar bionext.nl.

Op de site van bionext.nl is de volgende informatie overzichtelijk beschikbaar:
– Kennisbank BioKennis, met publicaties over biologisch onderzoek
– Actuele berichten van BioKennis en de berichten over biologische landbouw uit Nieuwe Oogst (via RSS-feeds)
– Twitterberichten van biologische boeren en tuinders
– Agenda met activiteiten voor biologische boeren, tuinders, producenten, handelsbedrijven en biologische speciaalzaken.’
‘De consument verwacht van een biologisch product dat het ook ethisch, sociaal, CO2-neutraal en gezond is. En dat dit controleerbaar is. Stichting EKO-keurmerk gaat – onder leiding van een goeddeels nieuw bestuur – biologische bedrijven daarbij helpen.

Ronald van Marlen was directeur bij Ariza, lid van de Vereniging van Biologische Producenten, en is sinds 1 juli programmamanager bij Stichting EKO-keurmerk. Hij kent de biologische markt door en door en weet hoe retailers en consumenten denken. “Ik ben overtuigd van het nut van het EKO-keurmerk voor het biologisch bedrijfsleven. Het keurmerk maakt zichtbaar wat veel ondernemers al doen: werk maken van duurzaamheid ook als dat verder gaat dan de wet- en regelgeving eist.”

Is het al niet bijzonder genoeg dat biologische productie betekent dat er wordt voldaan aan strenge aanvullende eisen? Ronald: “De wetgeving kan het tempo van verduurzaming niet bijhouden. Er zouden jaren nodig zijn om over uitbreiding van de wetgeving overeenstemming te bereiken. Laten we blij zijn dat de biologische landbouworganisaties in Europa in IFOAM-verband al wel de gezamenlijke principes hebben geformuleerd waar bio voor staat: ecologisch, gezond, fair en zorg. Dat is ook de basis van het EKO-keurmerk.”

De Stichting heeft sinds kort een aantal nieuwe bestuursleden, die een afspiegeling vormen van het biologisch bedrijfsleven. Voorzitter is Bas Rüter, directeur Duurzaamheid van de Rabobank. Daarnaast maken Kees Scheepens, Leon Zijlmans en Erik Does deel uit van het bestuur. Vanuit handel en verwerking neemt na de zomer een nieuw bestuurslid de plaats in van Ronald van Marlen, die nu programmamanager geworden is. Ronald: “Wat prioriteit heeft is het betrekken van het bedrijfsleven bij het keurmerk. Feitelijk is het keurmerk geen doel maar een middel. Het gaat om de vraag: hoe maken we het vertrouwen van de consument meer dan waar?”

Stichting EKO-keurmerk is in 2012 opgezet als een keurmerkorganisatie om het EKO-keurmerk en de bekendheid ervan te behouden na de komst van het verplichte Europese bio-keurmerk. De rol verschuift meer en meer van een keurmerkorganisatie naar een organisatie die het bedrijfsleven inspireert en helpt. Na de zomer wordt concreet hoe visie en missie van de stichting zich vertaalt in instrumenten. Dan is ook de nieuwe website in de lucht. Deze wordt een platform waar de consument het verhaal achter een product kan vinden en waar best practices uit het bedrijfsleven voor inspiratie zorgen.

Voor meer informatie: www.eko-keurmerk.nl
Lenneke Schot van Biojournaal berichtte gisteren ook over ‘Estafette Leidschenveen gaat dicht, Estafette Amersfoort gaat uitbreiden’:
‘Goed nieuws en minder goed nieuws vanuit Estafette. Eerst het mindere nieuws: op zaterdagmiddag 7 september aanstaande sluit de Estafette-winkel in Leidschenveen haar deuren. Merle Koomans van den Dries geeft de volgende toelichting: “De afgelopen 5 jaar is het aantal klanten in de winkel redelijk stabiel geweest, maar niet gegroeid. Dit ondanks allerlei extra inspanningen in de eerste jaren.”

Ze geeft aan dat de keuze voor een nieuwbouwlocatie als Leidschenveen destijds een experiment was. “Het winkelcentrum was helemaal nieuw en veel huizen in de buurt waren nog niet bewoond, opgeleverd of zelfs gebouwd. Helaas is de conclusie dat er in het verzorgingsgebied van de winkel weliswaar draagvlak is voor een biologische speciaalzaak, maar niet voldoende om er een winkel voor open te houden. Nu de huurperiode van 5 jaar afloopt, is sluiting van de winkel dan ook het beste besluit dat kan worden genomen.”

Estafette vindt het jammer dat het experiment niet geslaagd is en vindt dit vooral vervelend voor de groep zeer trouwe klanten die de afgelopen jaren in Leidschenveen boodschappen hebben gedaan en voor de medewerkers die veel positieve energie in de winkel zijn blijven steken. In de laatste week (week 36 – van 2 tot en met 7 september) heeft Estafette daarom naast opruimingsvoordeel ook een leuke afscheidsattentie in petto voor de klanten. En op zaterdag 7 september worden ze uitgenodigd voor een laatste kop koffie met wat lekkers.

Er is gelukkig ook goed nieuws te melden: “Het goede nieuws is dat Estafette Amersfoort gaat uitbreiden, door het winkelpand naast de winkel er bij te gaan trekken. Inmiddels is gestart met het slopen en verbouwen in het nieuwe gedeelte. Uiteindelijk zullen de muren worden doorgebroken om er een mooi geheel van te maken”, vertelt Merle. Zoals de planning er nu uit ziet, gaat de vernieuwde, verdubbelde winkel eind september open. “Na de geslaagde pilot in Breda wordt Estafette Amersfoort dan meteen de tweede Estafette-winkel waar het biologisch boodschappen doen met ledenvoordeel wordt geïntroduceerd.”

Voor meer informatie:

Merle Koomans van den Dries
Estafette Odin
De Panoven 1-3
4191 GV Geldermalsen
0345 577133
m.koomans@estafette.org
www.estafette.org
‘Eosta wil met haar nieuwe campagne de verkoop van biologische ananassen in de natuurvoedingswinkels stimuleren. “Geheel passend bij ons ‘trace & tell-systeem’ Nature & More leveren we bij de ananassen speciale vlaggetjes met daarop het gezicht van de teler. Hiermee kan de winkelier eenvoudig proeverijen organiseren. Dan ervaren de klanten zelf hoe lekker een bio-ananas is”, vertelt Michaël Wilde van Nature & More.

Ananassen en andere overzeese producten blijven in natuurvoedingswinkels vaak in het schap liggen. “De grote aandacht voor lokaal en regionaal gaat vaak ten koste van de verkoop van producten uit het verre buitenland. Veel consumenten denken namelijk dat deze producten ingevlogen worden en dus niet duurzaam zijn. Onze ananassen worden, net als 99,9% van onze overzeese producten, juist heel duurzaam per boot vervoerd. Wij vonden het tijd om hier aandacht aan te schenken.”

Hij geeft aan dat alles draait om perceptie. “Voor sommige consumenten is een ananas of mango per definitie niet duurzaam omdat deze in een ander deel van de wereld wordt geteeld. En dat terwijl het lokale Hollandse appeltje dat zes maanden in koeling ligt wel wordt gezien als duurzaam. Wij zeggen niet dat het één duurzamer is dan het ander, maar wij vragen wel aan mensen om het hele verhaal te bekijken. De positieve impact die onze ananas- en mangotelers hebben op ecologisch en sociaal gebied is indrukwekkend en hoopgevend... er zit vaak zoveel achter. Het is voor ons belangrijk om de kans te krijgen om hier iets meer over te vertellen.”

Kroonloze ananas

Nature & More heeft onlangs de biologische ananas zonder kroon geïntroduceerd. Dit biedt grote voordelen zowel in de handel als voor het milieu. Het verlaagt de CO2-uitstoot, doordat het voor optimale benutting van verpakkingen en transportmiddelen zorgt. Klik hier om meer over de kroonloze bio-ananas te lezen.

Voor meer informatie:

Michaël Wilde
Eosta
Transportweg 7
2742 RH Waddinxveen
0180 635500
Michael.wilde@eosta.com
www.eosta.com
www.naturaandmore.com
Wendy Schouten uit Stockholm in Zweden schreef maandag 15 juli op de opiniepagina van NRC Handelsblad een artikel over thuisbevallen. Zij heeft een website gewijd aan ‘Bevallen op eigen kracht’, de titel van een boek dat zij publiceerde. Maar zij houdt ook een weblog ‘Eigen kracht’ bij:
‘Eigen kracht is een terugkerend thema in mijn werk en leven. Als moeder van vier kinderen zag ik dat bevallen gaat over het gebruiken van je eigen kracht, opvoeden gaat over het onderkennen en ondersteunen van de eigen kracht van kinderen en gezondheid het resultaat is van het ondersteunen van de eigen kracht van mens, plant en dier. Ik ben voorstander van technische achteruitgang en een herwaardering voor de natuur en herken mij in het gedachtengoed van o.a. Ivan Illich, Rudolf Steiner, Jean-Jaques Rousseau, Edmund Husserl en Henning Köhler.’
Afgelopen woensdag plaatste zij hier ook haar opinieartikel onder de titel ‘Vrouw beslist zelf waar zij bevalt (NRC 15 juli 2013)’:
‘Wat doen we met zwangere vrouwen die medisch ingrijpen bij hun bevalling weigeren? En wat doen we met verloskundigen die hen respecteren en daardoor in conflict komen met hun eigen richtlijnen? Deze cruciale vragen kwamen naar voren in de tuchtzaak van 4 juni j.l. te Amsterdam waar drie verloskundigen zich moesten verantwoorden voor hun zorg aan vrouwen die afwijkend van de beroepsnorm thuis bevielen. Het ging om vrouwen zwanger van een tweeling of een kind in stuitligging.

Het antwoord van de Inspectie voor de Gezondheidszorg was éénduidig: De verloskundigen hadden de vrouwen op andere gedachten moeten brengen ofwel hun zorgrelatie met hen moeten beëindigen. Door af te wijken van de beroepsnorm, zijn de verloskundigen tekort geschoten in het bieden van veilige en verantwoorde zorg waarvoor een passende strafmaat moet worden opgelegd.

Maar de praktijk is weerbarstiger, zo bleek uit het verweer van verloskundigen Rebekka Visser, Elisabeth Polak en Laura van Deth. Zij zien zich geconfronteerd met een groeiende groep vrouwen die hun autonomie opeisen. Vrouwen die hun eigen kennis en kunde ten aanzien van bevallen minstens zo belangrijk vinden als die van deskundigen die veiligheid met name nastreven door technische controle en medisch ingrijpen. Deze vrouwen, doorgaans goed geïnformeerd en vaak hoogopgeleid, zijn niet onder de indruk van de cijfers waarmee gynaecologen schermen zolang die gebaseerd zijn op een ziekenhuispraktijk waarin onnatuurlijke barenshoudingen de norm zijn. Integendeel, veel van hen zien het ziekenhuis als een plek die je uit veiligheidsoverwegingen beter kunt mijden. Zij willen best luisteren naar medici maar keren zich bij dwang af van het systeem om desnoods zonder hulp te bevallen.

Eën van die vrouwen is Jikke Bruin, in 2010 bevallen van een tweeling (haar 4e en 5e kind). Wanneer deze wiskundige haar twijfels uit over de wetenschappelijke onderbouwing van de geplande keizersnede die haar te wachten staat, is er geen ruimte voor dialoog. Integendeel er wordt fors druk op haar uitgeoefend om zich neer te leggen bij haar situatie. Hierop keert Jikke het ziekenhuis de rug toe, vastbesloten thuis te bevallen. Ze is al eens eerder alleen thuis bevallen en heeft in het ziekenhuis niets dan narigheid achter de rug. Hierop roept zij de hulp in van van Deth en Visser die al gauw begrijpen dat zij slechts twee opties hebben: Deze vrouw aan haar lot overlaten of haar zo correct mogelijk van dienst zijn. Zij kiezen voor dat laatste maar kunnen niet voorkomen dat Jikke na een anonieme AMK-melding naar het ziekenhuis vertrekt waar zij alsnog via een keizersnede bevalt van haar tweeling. Achteraf hoort Jikke dat ambulance en politie al klaar stonden op de hoek van de straat voor gedwongen opname.

Visser, Polak en van Deth geven toe formeel fouten gemaakt te hebben. Maar benadrukken dat deze procedurele vormfouten voortkomen uit het feit dat zij de autonomie en het recht op zelfbeschikking van vrouwen gerespecteerd hebben in plaats van star vast te houden aan beroepsafspraken. Daarvoor hebben zij zwaarwegende argumenten: “Het kan niet zo zijn dat er geen beter antwoord is dan zorg weigeren voor vrouwen die anders willen en het kan niet zo zijn dat er ruimte is voor dwang en drang binnen de zorg aan vrouwen die toerekeningsvatbaar zijn”, aldus Visser, die in 2011 nog door Libelle werd uitgeroepen tot verloskundige van het jaar. Van Deth beroept zich via haar advocaat op het feit dat zij handelt conform de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de mens in 2010 waarin gesteld wordt dat Hongarije mensenrechten schendt door vrouwen de keuzemogelijkheid van een thuisbevalling te onthouden.

Raymond de Vries, professor Medisch Onderwijs in Michigan en hoogleraar Midwifery Science aan de Universiteit van Maastricht stelt in reactie op de tuchtzaak: “Het wordt tijd dat het ministerie een ‘luister naar moeders’ studie start waarin hun ervaringen en wensen centraal staan. De beroepsorganisaties zeggen allemaal ‘Voor de beste en veiligste zorg moet de vrouw centraal staan.’ Maar tot op heden hebben we bijna niets gedaan om naar vrouwen te luisteren. Beslissingen over ‘integrale zorg’ worden genomen door professionele organisaties en het ministerie, zonder input van vrouwen zelf.”

In dit licht bezien staan Visser, Polak en van Deth terecht omdat zij als eerste binnen hun beroepsgroep reageren op een veranderende zorgvraag binnen onze maatschappij en vrouwen meer inspraak toestaan rond hun bevalling dan wij de afgelopen 200 jaar gewend zijn. Maar maakt hen dat tot misdadigers die gestraft moeten worden? Nee, deze vrouwen zijn pioniers die een voorhoedegevecht leveren en waarbij zij een ontwikkeling zichtbaar maken waarover de beroepsgroepen hoognodig met elkaar in gesprek moeten. En daarvoor mag men hen alleen maar dankbaar zijn. Want dit leidt er uiteindelijk toe dat elke vrouw, ongeacht haar visie, recht heeft op de zorg die zij wenst en bij haar past.’
Nadat ik het woensdag 17 juli in ‘Roof’ had over het met een jaar uitstellen van de Steiner-tentoonstelling in de Kunsthal in Rotterdam, paste de Iona Stichting haar bericht ‘De Kunsthal over Rudolf Steiner’ meteen aan:
‘De tentoonstelling Rudolf Steiner – De alchemie van het alledaagse komt naar de Rotterdamse Kunsthal.

De tentoonstelling geeft een beeld van de diverse facetten van maatschappelijke vernieuwing waaraan Rudolf Steiner (1861-1925) heeft bijgedragen. Zijn gedachtegoed was inspiratiebron voor vele grote kunstenaars, waaronder Piet Mondriaan, Wassily Kandinsky en Joseph Beuys. Ook geldt Steiner als een pionier op het gebied van de organische architectuur.

De tentoonstelling is ontwikkeld door het Duitse Vitra Design Museum, dat met groot retrospectief aandacht besteedt aan Rudolf Steiner.

Eerder getoond in:
MART, Rovereto, Italië (februari-juni 2013)
Vitra Design Museum, Weil am Rhein, Duitsland (oktober 2011-mei 2012)
MAK, Wenen, Oostenrijk (juni-september 2011)
Kunstmuseum Stuttgart, Duitsland (februari-mei 2011)
Kunstmuseum Wolfsburg, Duitsland (mei-november 2010)

De tentoonstelling zou eerst vanaf november 2013 te zien zijn. In verband met de uitloop van verbouwingswerkzaamheden wordt de tentoonstelling nu in de herfst van 2014 getoond.

De Iona Stichting is betrokken bij de voorbereiding.

www.kunsthal.nl
Dan moet ik even naar Zutphen terugkeren. Ook dat kwam de vorige keer aan bod. De website ‘Voor onze vrijescholen’ meldt:
‘Tussenstand op 18 juli, 21:15 uur. Op dit moment hebben 305 mensen getekend, die samen 308 kinderen vertegenwoordigen. Dat is 52% van alle kinderen op de drie basisscholen.’
Naast de persoonlijke toelichting van Lex Hemelaar vorige keer is er nu een van Aart Cooiman bijgekomen. Beiden zijn ouder van de Zwaan. Dit is ‘Een steunverklaring van Aart Cooiman, ouder van De Zwaan sinds 1998’:
‘Waarom heb ik besloten medeondertekenaar van de brief aan de ouders te zijn waarin om steun voor het pleidooi aan de RvT wordt gevraagd?

Enkele persoonlijke ervaringen hebben mij daartoe gebracht.

In 1997 werd duidelijk dat de bovenbouw in Twente, waar wij ons jarenlang voor hadden ingezet, er niet zou komen. Onze kinderen bezochten de Vrije School onderbouw in Enschede en de oudste zat inmiddels in de 5e klas, de Bovenbouw naderde met rasse schreden. Wij hadden ons altijd voorgenomen al onze kinderen de gehele Vrije School, inclusief Bovenbouw te laten volgen, wij hebben de Vrije School zelf ook volledig genoten, en gunden onze kinderen hetzelfde genoegen. Nu werd dit ideaal wel erg moeilijk te verwezenlijken. Dagelijks 6 naar Zutphen heen en weer reizende kinderen werd voor ons te kostbaar. We besloten naar Zutphen te verhuizen. Wie schetst onze ontzetting toen bleek dat allebei de onderbouwen een leerlingenstop hadden. Er was geen plaats voor ons in Zutphen. Alleen onze kleuter was welkom. Gelukkig werd toen de Zwaan opgericht, 18 leerlingen die verder niet terecht konden hadden zo alsnog een plekje gekregen. Een kleuterklas was er helaas niet op de Zwaan, die kwam pas jaren later. Tot die tijd was het improviseren met een kleuter aan de ene kant van Zutphen en een 1e klassertje aan de andere kant van Zutphen, beiden nog erg jong en onzeker en beiden dezelfde lestijden. Het verscheurde gevoel van bij allebei nodig te zijn en dat niet te kunnen, het als een gek door Zutphen racen om toch nog een beetje op tijd op school te kunnen zijn, iets wat eigenlijk nooit is gelukt. Het gevoel altijd maar te kort te schieten bij beide kinderen. Dat wens je niemand toe. Want ondanks alle afspraken bleven ouderavonden toch parallel gepland, lestijden gelijk en jaarfeesten dubbel. Welk kind krijgt dan de aandacht van een bezoekende ouder en welk kind niet? Verschrikkelijke dilemma’s. Maar we waren al blij dat de Zwaan er was, zelfs zonder kleuterklas. Want waar hadden we anders naartoe gemoeten? Wij konden als zij-instromers op de Zwaan terecht en daardoor zijn onze inmiddels 9 kinderen voor de Vrije School Zutphen niet verloren gegaan, was de Zwaan er destijds niet geweest dan had de school 9 leerlingen minder gehad. Dat is precies wat er nu gaat gebeuren, er komt weer een leerlingenstop, de klassen zitten overvol, en alle zij-instromers worden hier mee geconfronteerd. Alleen de kleuters kunnen geplaatst worden, de onderbouw leerlingen komen op de wachtlijst. Deze leerlingen zullen het onderwijs op de Bovenbouw daardoor mislopen en de kleuters zullen met hun ouders en onderbouw broertjes en zusjes uitwijken naar een andere school. Hierdoor loopt de school toekomstige Bovenbouw leerlingen en kleuters mis: ziedaar, de school krimpt, niet door demografische voorspellingen maar door verkeerd beleid.

Zoals inmiddels wel duidelijk is geworden hebben we een fors gezin, van de 9 kinderen bezoeken er reeds 4 diverse universiteiten, zitten er 2 op de Bovenbouw en 3 op de Zwaan. In 2027, over 14 jaar, is ons gezin zeer waarschijnlijk gekrompen tot wellicht nog net 1 thuiswonend kind. Een teruglopend aantal kinderen, we moeten dus nu onmiddellijk in een seniorenflat gaan wonen want anders spelen we niet in op de toekomstige krimp van ons gezin. Dat er op dit moment nog 7 kinderen thuis wonen en we dus in deze seniorenflat met stapelbedden van 3 hoog moeten gaan bivakkeren doet niet ter zake, we spelen in op de toekomstige krimp van het gezin, ook al duurt die krimp nog 14 jaar. Dit is precies de situatie zoals die nu door het bestuur wordt voorbereid. De School wordt alvast op voorhand in een “seniorenflat” gehuisvest om nu al voorbereid te zijn op de situatie zoals die voor 2027 wordt verwacht. Let wel: wordt verwacht. Zeker is dat niet want de betreffende leerlingen moeten nog geboren worden en niemand weet welke geboortegolf ons nog te wachten staat. Niets is zo ongewis als het dynamische proces van menselijk leven, dat is gelukkig niet aan statistiek gebonden. Dit in tegenstelling tot de door ons verwachte krimp van het gezin, dat is een feit, alle kinderen zullen ooit ons huis verlaten, maar voor ons is dat geen reden om nu al veel te krap te gaan wonen, dat doen we pas als het zover is en het huis storend veel te groot is geworden. Een school sluiten kan altijd nog, momenteel is daar totaal geen noodzaak voor, de school gaat niet failliet, integendeel, en er zijn geen lokalen over die storend leeg staan. Waarom zouden we nu al met overvolle klassen gaan werken en toekomstige leerlingen weigeren omdat we bang zijn voor een krimp over 14 jaar??

Bovenstaande observaties funderen onze overtuiging dat de krimp op voorhand van 3 naar 2 onderbouwen een ongewenst, onnodig en ontijdig besluit is. Want we zullen jarenlang geen zij-instroom kunnen onderbrengen en jarenlang veel gezinnen dwingen om zich tussen meerdere onderbouwlocaties te verplaatsen om de kinderen weg te brengen, op te halen en activiteiten bij te wonen. Tot slot, zijn wij zo zeker van de statistiek dat we nu al weten hoeveel kinderen er de komende jaren geboren zullen gaan worden bij ouders die later zullen kiezen voor de Vrije School? Wij niet!

Naast deze privé bespiegelingen zijn er ook zakelijke overwegingen:

We maakten in 2012 al weer winst. Zonder de effecten van de teruggang van 3 naar 2 onderbouwen, zonder zware ingrepen in de personeelsformatie, zonder snoeien in het bovenschoolsmanagement en bijbehorende overheadlasten en zelfs zonder een huurvergoeding van de gemeente voor de Dieserstraat (de voormalige IJssel bovenbouw). Al met al een goede start voor een beweging die moet gaan leiden tot bezielende vernieuwing, met elkaar, van onder af. De instituties binnen de school zijn nu dominant, er is geen ruimte voor echte inbreng van en verbinding met betrokken ouders. De stellingen zijn ingenomen, besluiten vastgesteld en ook als er om onderbouwing wordt gevraagd, indachtig bovenstaande persoonlijke beslommeringen, is de ruimte voor herziening van het besluit afwezig. In deze situatie kan en konden wij slechts volop steun verlenen aan de inzet van de derde ouder beweging die zich richt op het besluit om van drie naar twee onderbouwen te krimpen, met de beste titel: “Vóór onze Vrije Scholen”.

Aart en Nicky Cooiman’
Op de website van de ‘Vereniging van vrijescholen’ vond ik deze vacature, met als opschrift ‘Directeur Leuven’:
‘Functie: Directeur
Organisatie: Rudolf Steinerschool – Leuven Basisschool
Locatie/Standplaats: Leuven België
Geplaatst op: 17-07-2013
Sluitingsdatum: 28-08-2013

Functieomschrijving: Voor een voltijdse directeur (M/V) met indiensttreding op 1 september 2013 (of in onderling overleg op een later tijdstip).

De directeur is – conform de functiebeschrijving directeur van de Federatie Steinerscholen Vlaanderen – verantwoordelijk voor het pedagogisch-didactisch beleid, het personeelsbeleid, het financieel beleid, de in- en externe communicatie, en het overleg met de Federatie Steinerscholen.
De directeur heeft eveneens een lesopdracht van ¼, in elk van de lagere schoolklassen een uur, zodat hij/zij de kinderen zelf leert kennen.
De directeur wordt bijgestaan door een onder zijn/haar verantwoordelijkheid werkend ervaren directiemedewerker, die belast is met de volledige administratievoering i.s.m. administratieve medewerkers. De directeur werkt in nauw overleg met de raad van bestuur van de school.

Contactinformatie: Kandidaten sturen een sollicitatiebrief met motivatie en curriculum vitae naar Margareta van Raemdonck via e-mail.
Bekijk ook de website van de school.

Bijlages: 13-07-17-Directeur-basisonderwijs-Leuven
Uitgeverij Perun Boeken schrijft op zijn website onder ‘Nieuws’:
‘Nieuw!

Sergej O. Prokofieff
‘Tijdreizen’ – een tegenbeeld van antroposofisch geestesonderzoek

Paperback (genaaid), 160 pagina’s, € 14,90
ISBN 978-90-76921-27-3


Nieuwsbrief № 5 verschenen!

Er is weer een nieuwsbrief van Perun, de vijfde inmiddels, met o.a. de aankondiging van het boekje Tijdreizen en de openlijke dank- en steunbetuiging van verschillende leden aan Sergej Prokofieff na zijn terugtreden als lid van het bestuur van de Algemene Antroposofische Vereniging.

Lees Nieuwsbrief № 5 – juni 2013

Nieuwsbrief № 4 – april 2013

Nieuwsbrief № 3 – februari 2013

Nieuwsbrief № 2 – december 2012

Nieuwsbrief № 1 – najaar 2012
In de betreffende nieuwsbrief lezen we onder meer ‘Boek Sergej Prokofieff over Judith von Halle’s “tijdreizen”’:
‘Zoals in de vorige Nieuwsbrief reeds werd gemeld, is direct na het verschijnen van het boekje Zeitreisen het plan opgevat hiervan ook een nederlandse vertaling te maken, al was beslist niet iedereen even enthousiast over dit idee. De inhoud van het boekje liegt er nu eenmaal niet om en laat duidelijk zien waarin het probleem met het werk van Judith von Halle bestaat.

De afgelopen weken en maanden is er bij Perun hard gewerkt en met enige trots kunnen wij melden dat de vertaling nu gereed is en vanaf 22 juli in de winkels zal liggen. Het is veel werk geweest, te meer omdat de situatie in Duitsland en Zwitserland rondom Judith von Halle beslist niet iedereen in Nederland bekend zal zijn, zodat in aanvullende noten hiervan kort een beeld moest worden geschetst. Daarnaast is vrijwel alle literatuur waarnaar in het boekje wordt verwezen alleen in het Duits beschikbaar, waardoor de lezer zich soms geen beeld van de context kon vormen. Ook aan dit probleem is tegemoet gekomen via aanvullende noten waarin kort naar cruciale passages uit de betreffende publicaties wordt verwezen.

Al met al is het een mooie en inhoudsrijke uitgave geworden, die het huidige “gat” in de beeldvorming over Judith von Halle en het fenomeen van de stigmatisatie en de daarmee verbonden “tijdreizen” opvult. Want tot nu toe waren er in Nederland wel diverse boeken van Judith von Halle beschikbaar, plus enige brochures, maar nog geen enkele serieuze kritische beschouwing van haar werk. Zoals Prokofieff op overtuigende wijze laat zien is dit – ondanks de bewering van het tegendeel – op veel plaatsen lijnrecht in tegenspraak met de bevindingen van Rudolf Steiner en van de evangeliën, zodat het zeker niet als reguliere antroposofie kan worden beschouwd, sterker nog: een regelrechte bedreiging daarvoor vormt. Prokofieff gaat echter nog een stap verder en laat ook zien hoe bepaalde belangrijke gebeurtenissen uit het Keerpunt der Tijden zich wél hebben toegedragen, waardoor de lezer zich een verdiept begrip van de Christusimpuls eigen kan maken. Zo gaat ook in dit geval de waarheid uit Goethe’s Faust op, dat de kracht “die steeds het kwade wil” uiteindelijk “het goede bracht”. Een moedig boek!

Boekgegevens:
Sergej O. Prokofief, “Tijdreizen” – een tegenbeeld van antroposofisch geestesonderzoek
Paperback (gen.), 160 pag., € 14,90’
Verder is er ook dit te vinden:
‘Onderstaande brief verscheen n.a.v. Sergej Prokofieffs terugtreden uit de Vorstand medio april in Ein Nachrichtenblatt (Nr.9/2013). Wij willen u deze hartverwarmende woorden niet onthouden.

Beste Sergej Prokofieff,

Wij, leden uit de hele wereld, willen u van ganser harte danken voor de grote en trouwe arbeid, die u in al de jaren van uw openbare activiteit verricht hebt, vooral in de tijd dat u lid was van het bestuur van de Algemene Antroposofische Vereniging, en nog steeds verricht – voor de antroposofie, voor de Antroposofische Vereniging, en voor de [Vrije] Hogeschool [voor Geesteswetenschap]. Door u, door uw medewerking, was gewaarborgd, dat antroposofie in het Goetheanum kon leven, en van daar kon uitgaan.

Wanneer onder de leden thans bewustzijn leeft van de betekenis van de Grondsteen en de Kerstconferentie, als bron van een nieuwe levens- en werkimpulsen op alle gebieden, dan hebt u daar met uw arbeid wezenlijk toe bijgedragen. Zo kan antroposofie op aarde tegenwoordig ondanks alle weerstanden als realiteit door mensen gevonden worden. Uw onderzoek op geestelijk gebied heeft betekenis voor een verre toekomst en is een rijke aansporing voor al degenen, die met u verbonden zijn op de weg die Rudolf Steiner gewezen heeft, en waarop hij ons zelf is voorgegaan. Uw onwankelbare instaan voor het wezen Antroposofia en voor Rudolf Steiner was en is voor ons een bemoediging en aansporing om zelf in deze zin te handelen. Beste Sergej Prokofieff, onze allerhartelijkste gedachten zijn bij u. –

Andreas Zucker, Carina Vaca Zeller, Christa van Tellingen, Clara Steinemann, Emanuela Portalupi, Gigi Bellavita, Herwig Herrmann, Horst Müller, Kirsten Juel, Jenny Josephson, Joost Laceulle, Maria Ana White, Mariana Mampaey, Mathias Forster, Mathias Sauer, Natascha Neisecke, Roland Tüscher, Sabine Güldenring, Tatiana García Cuerva, Thomas O’Keefe.’
Dat niet iedereen er zo over denkt, was hier al eerder gebleken. Bijvoorbeeld op 16 mei in ‘Verlaten’. Uit hetzelfde online tijdschrift als toen, ‘Southern Cross review’, maar nu ‘Number 89, July-August 2013’, neem ik deze Open Letter” – or – The Judith von Halle Phenomenon Continued’ over:
‘with copies to the publisher “Verlag am Goetheanum” and to the Executive Council (Vorstand) of the General Anthroposophical Society and to other leading figures at the Goetheanum.

Translation: Tom Mellett and Frank Thomas Smith

April 8, 2013

Dear Mr. Prokofieff,

Your book, Time Travels – A Counter-Image of Anthroposophical Spiritual Research (Verlag am Goetheanum, 2013), provides us with a clear justification to address this open letter to you. We do this because the book is not only a renewed and ruthless attack on Ms. Judith von Halle – against both her person and her writings – but above all because the depictions in your book are neither anthroposophical nor spiritual-scientific, nor can they be upheld in any way as objective, besides which you have so far rejected any discussion in this matter.

Since the book was published at the Goetheanum, then this letter is also being sent to the editorial board of the publisher and the leadership at the Goetheanum. As you know, Ms. von Halle is a member of the General Anthroposophical Society and a member of the Free School for Spiritual Science. She has written a series of books on anthroposophical-Christological themes, and, in most cases, she has provided, “a priori,” a concise characterization of her personal and methodological foundations. They are – in addition to the given “continuity of consciousness” – the specific anthroposophical forms of super-sensible cognition (Imagination, Inspiration, Intuition).

Since 2004, and concomitant with her stigmatization and abstention from food, she has developed an ability to perceive events that are distant both in space and in time – and to perceive them in a sense-perceptible (or “quasi-sense-perceptible”) way. Since that time, Ms. von Halle has described, among other things, the actual events of the life, the dying, the death and resurrection of Christ as well as the lives of other people central to Christianity. The descriptions are partly super-sensible, partly quasi-sensory and partly from both perspectives. You, Mr. Prokofieff, call the work of Ms. von Halle “deeply un-Christian,” or else refer to it as the “end of anthroposophy.”

In your present book, Time Travels, you describe her work as “blasphemous” (p. 17), as a “sophisticated attack on anthroposophy,” as “intentionally occult,” that her work is driven by “explicit spiritual powers" and is “hostile to” Rudolf Steiner and his work (p. 114). All of this could be, according to you, “deduced with certainty” on the basis of anthroposophy (p. 114). These allegations are exceptionally serious because they were formulated when you were still a member of the Vorstand [Executive] of the General Anthroposophical Society, and because your new book has been published by the “Verlag am Goetheanum”. In accordance with our understanding, your intention in making these allegations is to obliterate the existence of Ms. von Halle from the [Anthroposophical] Society. Therefore we are obliged to speak out in no uncertain terms: If your statements in their details and in their totality are not true and if they are not based on Spiritual Science and on the Gospels, but rather on irrational speculation, as it appears to us, then your accusations amount to spiritual defamation. We believe that this is true. Therefore, concerning this matter, we urge you to perform some critical self-reflection. The following examples establish the necessity for it:

You criticize, and in an extremely polemical way (p. 65-68), Ms. von Halle’s interpretation that Lazarus was not merely in a death-like sleep before his raising, but was in fact dead (pp. 65-68). But what do we read in the Gospel of John? Jesus said: “Lazarus is dead.” Martha said: “He already stinks.” Rudolf Steiner also related the raising of Lazarus and others to the three-day sleep-like state of the ancient initiations; but, in addition to this, he also said: “The earthly body [of Lazarus] was actually dead for three days.” (GA 08, Chapter: The Lazarus Miracle). Your polemic on this point, Mr. Prokofieff, is utterly devoid of any foundation.

Concerning von Halle’s interpretation, you scoff and write (p. 64): “However, according to von Halle, the bound-up corpse remained behind in the grave and an entirely new body for the I of Lazarus arose within a few hours...” and you see this in contradiction to the Gospel of John, where Lazarus came out of the grave “with his hands and feet bound up in the shroud”. But Ms. von Halle’s description does not allow anyone to conclude that a bound corpse remains behind in the grave. She describes the Raising [of Lazarus] as an unreal figure, appearing to Christ Jesus as “sleepwalking and fully detached from its binding shroud.” [emphasis added by signatories]. (J. von Halle, The Mystery of Lazarus and the Three Johns, 2009, p. 125) . For all your ridicule, Mr. Prokofieff, there is just no underlying factual basis.

Ms. von Halle writes that the two thieves crucified next to Jesus were not nailed down, but instead were tied with their arms spread over the crossbeam. Against this, you hypothesize that this claim cannot possibly be true. Otherwise, since the Sabbath was approaching, the two robbers would not have required their legs to be broken. This was done so that they could no longer be supported by their legs and as a result, they would speedily die. As you write, if the thieves had only been tied, then they “would have been able to survive for hours with broken legs” (p.55). But this is a complete fabrication on your part.

Contrast that with a fact easily accessible in the public domain today: A few years ago, when all Alpine mountain climbers had to be roped under the armpits, they were most terrified by the prospect of “hanging free” at the end of the rope. Why? Because after a few minutes, the climber would lose consciousness and could not survive for long after that. – What’s more: your alleged “circumstantial evidence” presupposes that it was in fact the lower extremities, the “legs,” that were deliberately broken. But the Greek word for “legs” = skevlh can also be translated as “limbs” or “bones” and thus there is perfect agreement with the [Biblical] John-Isaiah* prophecy of Christ: “Not a bone of him shall be broken,” ( John 19:37)*. After all, this version exactly fits J. von Halle’s description of the scene. By contrast, your evidence against Ms. von Halle is lacking logical substance.

*[Ed. note: The bone-breaking prophecies are found in Exodus & Psalms, but not in Isaiah and the correct Gospel verse is John 19:36.]

You postulate that Ms. von Halle wants to lead the reader’s view away from the spiritual down to the “mere earthly-physical.” (p. 72). That is an odd assertion. After all, the title of Ms. von Halle’s first book is: And If He Has Not Been Raised... : The Stations of Christ’s Path to Spirit Man. Plus her writings all shed light on the spiritual background of the Christian mysteries. Moreover, it is not true that, as you write, that von Halle has focused “solely” on the sufferings of Jesus and that this demonstrates a “ecstatic plunging into her own feelings.” Of course we must not overlook the fact that Rudolf Steiner had criticized the exclusively one-sided focus on the suffering of Jesus, but, on the other hand he also said: “the connection of humanity with the pain of Christ must always become more and more specific and concrete.” (GA 148, P. 277/8). And yet it is just these descriptions by Ms. von Halle that can be excellent contributions toward that end.

Next you write that stigmatized individuals, such as Ms. von Halle, are intensely focused on Good Friday, while the Mystery of the Resurrection remains closed to them (p. 75). Thus the stigmatic Anna Katharina Emmerick in her book The Bitter Passion of our Lord Jesus Christ, wrote more than 200 pages about Good Friday, but only 7 pages on Holy Saturday and not even 2 pages for the Resurrection on Sunday. But, obviously, in a collection with this title, the Good Friday events must have top priority. If you want to criticize A.K. Emmerick with this line of argument, then you should have already sifted through her entire work, for then, the ratios would turn out to be something else.

But now for Ms. von Halle herself: Her first book, mind you, is entitled And If He Has Not Been Raised... and here we find the exact opposite of what you say: 9 pages about the crucifixion on Good Friday (p. 77-85), 21 pages on the events of Holy Saturday (p. 87-107), and 27 pages concerning the Resurrection on Easter Sunday (pp. 141-167).

Ms. von Halle explains that, at the Last Supper, the chalice contained large and equal quantities of wine and water – all transformed into Christ’s own spiritual blood – and it was distributed to the disciples for them to drink. Then Christ washed his own hands in the leftover portion of this spiritual blood. Thus he indicated symbolically that he takes responsibility of his own free will for the sacrifice of his being and was not bound by the capriciousness of the betrayal. Then he had this fluid – wine and water, his spiritual blood – distributed to the disciples in the cup, and they drank it. (J. von Halle, The Last Supper, 2008, pp. 99-100) At this, you comment, Mr. Prokofieff: “In retrospect, I had to ask myself how anyone would really know of such rituals where the hands are washed in the body and blood of a man.”

“Every well-read person knows of such rituals as the black magic mysteries of the Mayans, where, among other things, the body of the captured person was sliced up and the priest actually washed his hands in the blood-soaked intestines or other organs” (p. 38). – Dear Mr. Prokofieff, we are astounded. You denounce von Halle because she attributed a corresponding black magic activity to Christ!

But where does Ms. von Halle write about a prisoner? Or about cutting open his intestines? Where does she mention the material blood of a man slain physically? Or the washing of hands in blood-soaked human bodies? Ms. von Halle wrote of something diametrically opposite: namely, the spiritual blood of Christ, which had moistened his hands. – Mr. Prokofieff, your reasoning is abstruse, and unfortunately your book contains many similar accusations. Even in your earlier writings you have included depictions of Ms. von Halle as completely mistaken and in your latest book you repeat many of them: she’s wrong about the Last Supper, the Grail Cup, Gethsemane, the shape of the cross, the Baptism.

Just as in these other cases, as well as in your accusation of somnambulism, your criticism of Ms. Von Halle is undeniably the same as given in the above examples, that is to say, baseless and specious. The relevant details will be published in an article to appear in the Journal of Anthroposophy in the summer of 2013. That manuscript was already delivered to you by its editors in the fall of 2012, and also the Verlag am Goetheanum and the Goetheanum leadership should have received their copies by now.

It is not only individual examples and specific sentences – all we need do is quote from your current book – but also that your positions and your methodology are in principle extremely dubious. It begins when you omit whatever Ms. von Halle says about her own methodology. You are silent on her specifications for the abilities of Imagination, Inspiration and Intuition; and omit her abstention from food and her stigmatization (“I’m not interested”) and you dismiss it as “her private life,” or “a personal matter” (p. 8). On the other hand, however, that has not stopped you from arguing that stigmatization has no justification whatsoever in the context of anthroposophy and furthermore is a symptom of a pathological condition. (S.O. Prokofieff, The Resurrection in the Light of Anthroposophy, 2008, pp. 157-169)

After putting those many blinders on your vision, you end up taking into account only her quasi-sensory perceptions of past events, but then with a peculiar and incomprehensible twist: you refer to these quasi-sensory perceptions – which obviously cannot be achieved with physical sense organs – as “body-bound, sense perceptions” (e.g. p. 22) or as “physically-bound visions,” and then say this is the “counter-image of anthroposophical spiritual science” (the very title of your new book!). But these “body-bound sensory perceptions,” these kinds of visions, are entirely yours, Mr. Prokofieff, they are your own individual and personal misrepresentations of what Judith von Halle stands for. But you do correctly criticize your own distorted imaginings.

According to her own words, Ms. von Halle executes her quasi-sensory perceptions of past events with the help of the so-called phantom-body. As we all know, the phantom-body is a central aspect of anthroposophical christology.

Indeed you yourself built up a sizable theoretical structure against Ms. von Halle upon which your own conception of the Mystery of Golgotha is built (described in your two books The Mystery of the Resurrection in the Light of Anthroposophy (2008) and And the Earth becomes Sun (2012). Your concept contends that the resurrected one did not appear in the phantom-body to Mary Magdalene and the disciples, but in his etheric body. Nevertheless Rudolf Steiner, whom you constantly rely on, specifically emphasizes that Mary and the disciples saw the phantom body (GA 131, 10/12/1911).

Steiner characterized this body seen by the disciples (the phantom-body) as an “etheric body condensed to the point of visibility” (GA 130, 1/9/1912), that is, an etheric body condensed to a physical spatial body, or an etherized physical body, so to speak. The stigmata areas are especially thick, especially compressed. Steiner speaks of “scars” on the condensed etheric body – the phantom-body (GA 130, 1/9/1912).

What happened to this phantom-body? According to Steiner, it was duplicated in the spiritual world and since then can be gradually received by people who prepare themselves for it (GA 131, 10/14/1911). Is it then so difficult to understand that this phantom-body, which is no material body, but a thought-body, a “real thought in the outer world” (GA 131, p. 150), that this phantom-body is not subject to the material conditions of time and space and is endowed “with all the [structural and functional] characteristics of the physical body” (GA 131, 10/11/1911)? Perceiving, which corresponds to sensory perception, is also potentially possible, thus quasi-sensory perceptions, but not bound to spatial and temporal limits; and furthermore that under the influence of this phantom-body, this especially condensed etheric or force-field-body (Steiner used both expressions) can for certain people affect his/her substance formation and therewith also abstention from food.

In this respect, Rudolf Steiner explicitly referred to the hyper-sensitivity of the phantom-body to physical foodstuffs (GA 131, page 185). Anthroposophical conceptions offer an explanation of how, through a special “force of attraction” to the phantom–body (GA 131, 10/14/1911), the following attributes may arise simultaneously, when appropriate: stigmatization, inability to digest food and the capacity for quasi-sensory perception of past events. Therefore the specific situation of Ms. von Halle’s life and capabilities betoken neither the “end of anthroposophy”, nor is it “deeply unchristian” and also no “seed for the destruction of the anthroposophical research method” (page 31).

You are obviously mistaken in all this, Mr. Prokofieff, and you have been careless in the selection and details of your arguments. We read that you consider your attacks against Ms. von Halle as your duty towards anthroposophy and Rudolf Steiner (page 10). Unfortunately, however, you have thereby fallen completely into error.

In this retort we would have liked to take the condition of your health into consideration; but Ms. von Halle’s health has also been considerably affected by the repeated attacks against her person and her work. And unrelated to these personal situations, your accusations are neither comprehensible nor tenable nor acceptable. They are no less than slanderous. There is however a possibility for correction: Beg Ms. von Halle’s pardon, distance yourself from the book and instruct the publisher to withdraw it.

Until now you have rejected any discussion about the subject. However, if in reference to this letter you should feel the need, we are ready and willing to discuss it.

Sincerely,

Helmut Kiene, Benediktus Hardorp, Wolfgang Gutberlet, Elisabeth Achtschin, Werner Achtschin, Horst Biehl, Lore Deggeller, Rosemarie Froese, Johannes Grebe-Ellis, Harald Johan Hamre, Dorothea Hardorp-Knauer, Angelika Heide-Jensen, Jan Heide-Jensen, Barbara Heitmann, Christof Heitmann, Ingrid Hüther, Rolf Karges, Gunver Sophia Kienle, Karl-Herrmann Lieberknecht, Immanuel Kohn, Alfred Kon, Volker David Lambertz, Silvia Müller-Leuzinger, Josef Morel, Georg Müller, Dietrich Rapp, Gisela Reich, Götz Rehn, Ernst Schuberth, Hermann Seiberth, Rolf Speckner, Kitty Steinbuch, Rob Steinbuch, Peter Tradowsky, Beatrice Werner, Götz Werner, Michael Wiesemüller.


Editor’s note: The signers of this “open letter” are, mostly, “prominent” (meaning influential) German anthroposophists, so their willingness to compose and/or sign this very strong defense of Judith von Halle has already had an effect on the General Anthroposophical Society... and beyond. However, in reading Ms von Halle’s latest book, Anna Katharina Emmerick – eine Rehabilitation, (not yet available in English) I came to the conclusion that she is perfectly able to defend herself. The book is not a pamphlet, but a 352 page biography of Emmerick, a nineteenth century Catholic nun who also bore Christ’s stigmata. It is called “a Rehabilitation” because von Halle considers that she, Emmerick, has been defamed and slandered by none other than Sergei O. Prokofieff. Von Halle claims that Prokofieff did not take the trouble to investigate the considerable amount of information available in libraries and elsewhere. In fact, he couldn’t even spell her name correctly: He calls her “Katharina von Emmerich” – without her first name, misspelling her family name and adding the noble “von”, ridiculous for a girl coming from a very poor rural family. It is also obvious that Prokofieff is using Emmerick as a substitute for von Halle.

Following is a paragraph which gives an idea of Judith’s style, at least when someone makes her angry (my translation):

“...One of the principal criticisms of Anna Katharina Emmerick which Sergei Prokofieff makes – indirectly but clearly enough and repeatedly – is that she was not an anthroposophist. This criticism may amuse the reader and he may ask himself whether over 40 pages are necessary to assert it, as is the case in the appendix of Prokofieff’s above mentioned first volume on the subject. Anna Katharina Emmerick lived about one hundred years before the founding of anthroposophy; she died exactly one hundred years before the founding of the General Anthroposophical Society. Given these facts, it is hardly surprising that she was not an anthroposophist – and that she was not herself the founder of anthroposophy can hardly be held against her...” (Page 28) FTS

Send us your comments about this letter.

woensdag 17 juli 2013

Roof

De Kunsthal in Rotterdam is vandaag twee keer in het nieuws. Het meeste aandacht vraagt uiteraard ‘Eigenaar verbrande werken Kunsthalroof: dit is eeuwig zonde’, zoals Lex Boon meldt op de website van NRC Handelsblad:
‘De Rotterdamse familie Cordia, eigenaar van de zeven werken die in oktober uit de Rotterdamse Kunsthal werden gestolen, laat weten dat het “eeuwig zonde” is dat de kunstwerken “er naar alle waarschijnlijkheid” niet meer meer zijn. Gisteren werd bekend dat het vrijwel zeker is dat de schilderijen, met een verzekerde waarde van 17,1 miljoen euro, zijn vernietigd.’
Onze aandacht gaat echter uit naar het berichtje op pagina 17 in de papieren editie van vandaag, waar in de ‘Kortkolom kunst’ het berichtje ‘Kunsthal langer dicht voor verbouwing’ staat:
‘De Kunsthal in Rotterdam blijft langer dicht voor een verbouwing dan gepland. Het gebouw is sinds vorige maand gesloten en zou in november weer opengaan. Dat wordt nu 1 februari 2014. Volgens een woordvoerder was de planning te krap. De Kunsthal krijgt een nieuwe entree aan de kant waar nu het café is, zodat het auditorium apart kan worden verhuurd. De ruimtes in het gebouw worden van elkaar gescheiden, zodat het klimaat beter te regelen is. De tentoonstelling over Rudolf Steiner, waarmee de Kunsthal zou heropenen, wordt uitgesteld. (NRC)’
Die tentoonstelling meldde ik voor het laatst op 23 mei in ‘Halveren’, namelijk dat de duur drastisch was ingekort, van vier tot twee maanden. De website van de Kunsthal geeft nu dit aan: ‘Rudolf Steiner – Alchemie van het alledaagse – september 2014 t/m januari 2015’. Daarmee keren we terug tot de oorspronkelijke duur, moeten er echter een jaar langer op wachten. Het ‘Vastgoedjournaal Green’ berichtte gisteren over ‘Kunsthal verbouwt en verduurzaamt’:
‘Stichting Kunsthal Rotterdam, huurder van de Kunsthal, gemeente Rotterdam, eigenaar van het pand, en een consortium van een viertal Rotterdamse bedrijven gaan de Kunsthal verbouwen.

In de afgelopen maanden is door een uniek samenwerkingsverband, van bouwbedrijf Dura Vermeer, installatiebedrijf Roodenburg, smart maintenance manager Moneco en energiebedrijf Eneco, in samenwerking met architectenbureau OMA gewerkt aan een integraal plan met als doel het aanzienlijk verduurzamen van de Kunsthal en het verbeteren van de exploitatiemogelijkheden.

Afgelopen weekend is definitieve overeenstemming bereikt en deze week start de verbouwing die zal leiden tot een aantrekkelijker gebouw met uitgebreide mogelijkheden om invulling te geven aan het cultureel ondernemerschap van de Kunsthal. Op 1 februari 2014 opent de Kunsthal met een verrassend tentoonstellingsprogramma.

Grote verduurzamingsslag

De Kunsthal, twintig jaar geleden ontworpen door architect Rem Koolhaas, is een zeer uitgesproken, maar ook complex gebouw dat om specifieke maatregelen vraagt. Zo zijn de gevels van het gebouw vrijwel geheel van glas. Al deze glasgevels zullen vervangen worden door glas dat beter isoleert. Het gebouw kampt al lange tijd met problemen op het gebied van energiebeheersing en exploitatie en voldoet niet meer aan de energiebesparingsnormen van deze tijd. Daarom zullen de technische installaties compleet gerenoveerd worden volgens de nieuwste technieken. Het gebouw, dat nu feitelijk één grote aaneenschakeling van ruimtes is, wordt opgedeeld in verschillende compartimenten waardoor de Kunsthal beter kan sturen op klimaat, comfort en energiebeheersing. Een breed pakket aan ingrepen zorgt voor een energiebesparing van 30%.

Een van de partners in het consortium, Eneco, geeft garanties af voor wat betreft het onderhoud en de energiebesparing. Dat houdt in dat met deze pilot de investering ter grootte van €1,5 miljoen vooraf wordt gedaan door het energiebedrijf en vervolgens over een periode van 15 jaar.

Gebouw ooit alleen ontworpen op mooiheid

Emily Ansenk, directeur Kunsthal Rotterdam: “Wij zijn blij dat er eindelijk een enorme slag gemaakt wordt met het gebouw, zodat wij ook in de toekomst kunnen blijven doen waar wij goed in zijn: succesvolle tentoonstellingen maken voor een breed en gevarieerd publiek. Nu het gebouw duurzamer én bezoekersvriendelijker wordt door de verplaatsing van de hoofdentree en uitbreiding van winkel en garderobe zien wij de toekomst van de Kunsthal met vertrouwen tegemoet.”

Antoinette Laan, wethouder Sport en Recreatie, Kunst en Cultuur, Gemeente Rotterdam: “Dit is echt een schoolvoorbeeld van hoe we voortaan de zaken moeten regelen. Alle partners pakken hun deel: de gemeente, de Kunsthal, maar ook het consortium investeert. Hierdoor behoudt de Kunsthal voor de toekomst zijn functie voor de stad, wordt het gebouw duurzaam en is het beter te exploiteren. Dit verdient navolging.”

Bram Poeth, directeur Eneco Energy Service Company (ESCO): “Wij kennen het pand van de Kunsthal goed. Het is een tamelijk complexe locatie die om hele specifieke maatregelen vraagt. Het gebouw is ontworpen op mooiheid en niet op zuinigheid. We gaan alle installaties onder de loep nemen en zo nodig vervangen, zorgen voor een betere isolatie en optimale energiehuishouding. Dat alles moet de komende vijftien jaar resulteren in substantieel lagere huisvestingslasten.”’
De website van ‘De Architect’ is vandaag explicieter in ‘Kunsthal na renovatie duurzamer en aantrekkelijker’:
‘De Kunsthal in Rotterdam zal na de verbouwing ruim dertig procent minder energie verbruiken. Het gebouw wordt voorzien van nieuw glas met een hogere isolatiewaarde en de technische installaties worden gerenoveerd. Ook de indeling van het gebouw, nu een aantal grote ruimtes, wordt aangepast zodat het klimaat en het comfort beter te regelen zijn. De renovatie, die 6,2 miljoen euro zal kosten, start deze week.

Bram Poeth van Eneco Energy Service Company, onderdeel van het renovatieconsortium, zegt in Cobouw dat de Rotterdamse Kunsthal ruim twintig jaar geleden is ontworpen op “mooiheid en niet op zuinigheid”.

Mede door de glazen gevel verbruikt het gebouw meer energie dan in deze tijd zou moeten, stelt Eneco. Samen met Dura Vermeer, installateur Roodenburg en “smart maintenance manager” Moneco start Eneco de verbouwing, die op 1 februari afgerond moet zijn.

Garanties Eneco

Energieconcern Eneco geeft garanties af voor het onderhoud en de energiebesparing, meldt de Kunsthal. Dat betekent dat de investering van 1,5 miljoen euro door het energiebedrijf wordt betaald en dat die rekening in vijftien jaar wordt terugbetaald uit de besparingen op energie en onderhoud.

Sinds 2009 werken de Kunsthal Rotterdam en de gemeente in samenspraak met architectenbureau OMA aan de plannen voor verduurzaming. De installaties in het pand van de Kunsthal zijn dusdanig verouderd dat deze aan vervanging toe zijn. Daarnaast is het energieverbruik van het pand te hoog, onder andere doordat de verschillende ruimtes met elkaar verbonden zijn.

Betere exploitatie

De verbouwing voorziet ook in verbeteringen waarmee het gebouw beter is te exploiteren. De hoofdentree wordt verplaatst naar het Museumpark, waar een ontvangstgebied moet ontstaan met een café, museumwinkel en educatieve ruimtes. Het auditorium wordt verbouwd tot een zaal die als een aparte ruimte is te verhuren.

Bronnen: Cobouw, de Kunsthal’
Dan is er een ‘Nieuwe website’:
‘Het heeft even geduurd, maar de realisatie van onze website is een feit. Wij vertrouwen erop u via deze weg te inspireren en van dienst te zijn. Vragen of opmerkingen? Meld het ons!’
Inderdaad duurde het een tijdje, lees bijvoorbeeld ook ‘Praatjes’ op 12 maart. Het gaat om de website van de ‘Antroposofische Vereniging in Nederland’:
‘“Antroposofie is een weg tot zelfkennis en kennis van de wereld. Ze helpt u om midden in de wereld te staan en praktisch vorm te geven aan een spirituele levenshouding. De Antroposofische Vereniging is een open huis voor iedereen die de antroposofie wil leren kennen.”

Lees meer over ons »

Welkom

Hartelijk welkom op de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland. Zij verenigt “mensen, die het zieleleven in de mens individueel en in de menselijke samenleving willen ontwikkelen op grondslag van de door Rudolf Steiner vertegenwoordigde geesteswetenschap, de antroposofie”. Zij stelt zich ten doel “het bestuderen, beoefenen en verbreiden van deze geesteswetenschap”. Daarmee wil zij een spiritueel gefundeerde bijdrage leveren aan de menselijkheid in de wereld van heden en morgen.

De Antroposofische Vereniging is een levend geheel van mensen en activiteiten. Er zijn zo’n 50 plaatselijke ledengroepen en 20 antroposofische studiecentra verspreid over Nederland. Deze organiseren lezingen, cursussen en bijeenkomsten op geestelijk en maatschappelijk gebied maar bieden ook intiemere gespreksgroepen voor innerlijke scholing en meditatie.

Verder zijn er veel sociale en kunstzinnige activiteiten, zoals tentoonstellingen, uitvoeringen met muziek, dans/euritmie en drama, en vieringen van jaarfeesten.

Lees meer over ons
Nog niet alles blijkt ingevuld, die ledengroepen bijvoorbeeld. Maar dat komt vast nog. Er is ook nieuws uit Zutphen. Zie mijn vorige bericht ‘Jong publiek’ van eergisteren. Maar verrassend is dat nieuws niet; wat er staat is net een gebedsmolen. De website ‘Vrije School Nu’ heeft namelijk een update met ‘16-7: Reactie (2) van de Raad van Toezicht’:
‘Geachte heer Koridon,

Zoals wij u al hebben medegedeeld in de e-mail van 11-07-2013 heeft de Raad van Toezicht op 10-07-2013 een besluit genomen betreffende de positie van de bestuurder en dat deze volgende week bekend zal worden gemaakt in een communiqué via de GMR leden, de MT leden en de website van de VSNON.

Gezien het karakter van de in uw brief gestelde vragen ziet de Raad van Toezicht geen aanleiding om met u in gesprek te gaan. Het besluit om van drie naar twee locaties te gaan is weloverwogen genomen en het is in het belang van het op een gezonde wijze voortbestaan van de VS NON om dit besluit ook op een zorgvuldige manier ten uitvoer te brengen. Als Raad van Toezicht zullen wij daar nadrukkelijk op toezien. Echter in dit soort processen kan niet aan alle belangen en wensen tegemoet gekomen worden. De Raad heeft is er van overtuigd dat de huidige bestuurder, de leden van het MT en de leraren er alles aan zullen doen om het proces zo zorgvuldig mogelijk te begeleiden. Wij verwijzen hiervoor ook nogmaals naar de uitgebreide brief van de bestuurder van 9 juli jl. waarin op vele vragen (ook de uwe) een antwoord wordt gegeven.

Met vriendelijke groet,

Eef Jordens

Voorzitter
Raad van Toezicht VSNON’
Dan heb ik een update van ‘Koppig’ op 6 juli, dat wil zeggen, van dat gedeelte dat over de website Steinerscholen.com van Ramon De Jonghe ging. Deze had namelijk eergisteren het volgende geplaatst:
‘Update 15/07/2013: brief aan advocaat Federatie van Steinerscholen in Vlaanderen vzw. Klik hier http://www.scribd.com/doc/153854824/Aangetekende-zending-voor-advocaat-Federatie-van-Steinerscholen
Daar lezen we zijn verweer, gedateerd 10 juli, gericht aan de advocaat van de Belgische Federatie van Steinerscholen:
‘Geachte heer,

In antwoord op uw brief van 26 juni j.l. laat ik u weten dat ik de Federatie van Rudolf Steinerscholen in Vlaanderen vzw tegemoet wil komen en ik daar ook al concreet stappen voor heb ondernomen. Zoals u zelf al aangeeft, wil ik uiteraard eventuele nadelige gevolgen van een gerechtelijke procedure vermijden. Met de website Steinerscholen.com en de bijhorende gelijknamige domeinnaam streef ik geen enkel economisch belang na en ontvang ik – in tegenstelling tot de Federatie – geen enkele overheidssubsidie, noch enige financiële tegemoetkoming voor aan de werking van de website gerelateerd redactie- of onderzoekswerk. Ik ben dan ook bereid een regeling te treffen, zodat tijd- en geldrovende procedures kunnen worden vermeden.

Het verbaast mij overigens dat ik slechts drie weken nadat de Federatie bij het Benelux merkendepot de naam “steinerscholen” heeft gedeponeerd een aangetekend schrijven van u mocht ontvangen waarin u het volgende stelt: “Mijn cliënte heeft moeten vaststellen dat u ditzelfde woord gebruikt als domeinnaam, onder andere via een website (wwww.steinerscholen.com) en een e-mail adres (focus@steinerscholen.com). U maakt tevens gebruik van het woord ‘steinerscholen’ in een verschillend e-mail adres, steinerscholen@gmail.com.”

Wat ik hierbij wil opmerken is dat het lijkt alsof deze door de Federatie gedane vaststelling van recente datum is, terwijl de Federatie al in 2008 kennis heeft kunnen nemen van mijn website www.steinerscholen.com en sindsdien ook meermaals gebruik heeft gemaakt van de e-mailadressen focus@steinerscholen.com en steinerscholen@gmail.com. Waarom heeft de Federatie, in plaats van onmiddellijk via een advocaat te dreigen met gerechtelijke stappen, mij niet laten weten dat ze mijn website (die als betrouwbare bron van informatie over steinerscholen en antroposofie bekend staat) als schadelijk ervaart, zodat er een open dialoog had kunnen ontstaan? Per slot van rekening heb ik niet alleen samengewerkt met, maar ken ik ook enkele functionarissen van de Federatie persoonlijk.

Dat de Federatie laat weten gerechtelijke stappen te zullen ondernemen tegen het gebruik door mij van het woord steinerscholen als domeinnaam of e-mailadres – en dit vlak na het deponeren van dat woord – heeft er alle schijn van dat de registratie van het Beneluxmerk “steinerscholen” ter kwader trouw is gebeurd.

Hiermee meent m.i. de Federatie klaarblijkelijk de stok waarmee ze mij – al sinds mijn eerste kritische berichtgeving over steinerscholen in 2007 – wil slaan, te hebben gevonden. Toenmalig voorzitster van de Federatie, Lieve Vansintjan, momenteel zowel vertegenwoordigster voor de Federatie van Rudolf Steinerscholen in Vlaanderen als voor het O.K.O. (Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers) en zetelend in de VLOR (Vlaamse OnderwijsRaad), liep al in 2007 rond met het idee om me te laten vervolgen.

Reden daarvoor was dat ik in een open brief aan de school van mijn kinderen, de Leuvense steinerschool, en de Federatie had aangekaart dat ..., de zus van ... en op dat moment leerkracht in de Leuvense steinerschool de Zonnewijzer, mijn oudste zoon meermaals fysiek en verbaal had mishandeld (wat achteraf geen alleenstaand geval bleek te zijn). Sinds 2007 heeft men mij vanuit de steinerschoolbeweging regelmatig te kennen gegeven dat de Federatie (die op mijn berichtgeving over de mishandeling van mijn zoon niet reageerde) naarstig naar een manier zoekt om mij te vervolgen, maar daar geen argumenten voor vindt.

Als het uw cliënte enkel en alleen te doen is om met me af te rekenen of om het kritische geluid op mijn website te dwarsbomen, denk ik dat mijn voorstel om tegemoet te komen bij de Federatie weinig gehoor gaat vinden. Ik hoop echter, zoals eerder gezegd, dat de Federatie toch bereid zal zijn om een regeling te treffen en zij zich niet door het nagelaten advies van de grondlegger van de steinerschool zal laten leiden. Rudolf Steiners advies aan steinerschoolleraren houdt namelijk in dat om de steinerschool te kunnen handhaven mensen van buitenaf voor de gek mogen worden gehouden.

Hoogachtend,’
Het is mooi geformuleerd, ‘mijn website (die als betrouwbare bron van informatie over steinerscholen en antroposofie bekend staat)’... Bij wie dan? De laatste zin laat zien waar die betrouwbaarheid uit bestaat: ‘Rudolf Steiners advies aan steinerschoolleraren houdt namelijk in dat om de steinerschool te kunnen handhaven mensen van buitenaf voor de gek mogen worden gehouden.’ In ‘Leugen(tje?) om “slechtwil”’ op 25 juni 2012 heeft Pieter Witvliet zich al enorm opgewonden over de hardnekkigheid waarmee Ramon De Jonghe aan deze bewering vasthoudt en heeft hij ook duidelijk gemaakt welke verkeerde interpretatie hieraan ten grondslag ligt. Maar dat is uiteraard aan dovemansoren gericht. Nu ik toch over vrijescholen bezig ben, past hier dit bericht bij van Nana Göbel in het julinummer van Erziehungskunst, ‘Mit Pfirsichblüte und Kinderzauber’, aldaar te vinden op de website:
‘Ende April haben sich in Südkorea 400 Waldorfpädagogen zur Asiatischen Waldorflehrertagung versammelt. Diese Tagungen sind zum wichtigsten überregionalen Fortbildungsinstrument geworden.

Während draußen der Frühling langsam begann, die Blüten der Obstbäume und der Azaleenbüsche die Natur mit einem zarten Rosa und einem dunklen, rötlichen Violett überzogen, versammelten sich die angereisten Waldorfpädagogen in dem staatlichen Bildungszentrum, in dessen gepflegtem Park sich eben jene Farbenpracht entfaltete. Zum fünften Mal trug Christof Wiechert, der emeritierte Leiter der Pädagogischen Sektion am Goetheanum, mit einem siebentägigen Vortragszyklus über anthroposophische Menschenkunde zum Gelingen dieser Tagung bei. Seine Darstellungen zu den methodischen Grundlagen wurden von Mal zu Mal konzentrierter und geistig dichter. Wiechert ist inzwischen zum geliebten Lehrer der asiatischen Waldorfbewegung geworden.

Es folgten Arbeitsgruppen zur Vorbereitung der neuen Schuljahre, zur Bothmer-Gymnastik, zur Handarbeit für den Kindergarten und die Schule sowie künstlerische Gruppen. Die Dozenten kamen aus Indien, Thailand und Korea genauso wie aus Deutschland, Neuseeland und Israel. Am letzten Abend wurde die Sinnhaftigkeit und Effizienz einer solchen siebentägigen Zusammenarbeit sichtbar, als die Ergebnisse der einzelnen Arbeitsgruppen vorgetragen wurden. Mit präziser Leichtigkeit und einer wunderbaren Anmut wurden die ton-eurythmischen Übungen mit Rieko Hata vorgetragen. Der Gesang der Herren, die ein vergleichendes Studium der Geschichte der asiatischen Länder unternahmen (man bedenke, dass die Vorgänge des Zweiten Weltkrieges in dieser Region noch in keiner Weise öffentlich aufgearbeitet und die Wunden tief sind), ließ hingegen ein gewisses Schmunzeln entstehen und es wurde klar, dass die Begabungen dieser Oberstufenlehrer an anderer Stelle liegen.

Zum ersten Mal in der Reihe dieser Tagungen wurden intensiv kulturhistorische und geographische Themen behandelt. Dazu kamen Unterrichtsbeispiele – meistens der 5. Klassen – der Cheonggye Waldorfschule, der Purunsup Waldorfschule, der Waldorfschule Seoul, der heilpädagogischen Schule in Yangpyoeng, der Dongrim Waldorfschule und der Gurumsan Waldorfschule – alles Schulen im Umkreis von Seoul. Von Siebtklässlern mit gelben Kleidern und Hüten wurden wir zu Tagungsbeginn mit Trommeln und Flöten empfangen; traditionelle Rhythmen geleiteten uns zum Konferenzsaal. Höhepunkte waren die Abendaufführungen der Schüler. Die 12. Klasse der Cheongyye Waldorfschule zeigte Beispiele aus ihrer Eurythmiearbeit, das Oberstufen-Orchester dieser Schule spielte sich mit Wiener und tschechischer Musik in die Herzen aller Zuhörer. Mit vielleicht noch größerer, aber sicher ebenso großer Begeisterung wurde die Eurythmieaufführung der vier Eurythmisten Koreas mit Beispielen westlicher und koreanischer Komponisten aufgenommen.

Während der Pausen und abends nach den Aufführungen saßen Lehrergruppen beieinander und bearbeiteten Vorträge und Arbeitsgruppeninhalte und halfen sich gegenseitig, die Inhalte zu verstehen, die ihnen wegen mangelhafter Übersetzung oder aus anderen Gründen entgangen waren. Es herrschte eine unglaublich fleißige, angeregte und freudige Stimmung, überall wurde schul- und sprachübergreifend gesprochen, gesungen oder geübt. Eine Dichte, die nur die aktive Stille erlaubt, entstand am letzten Nachmittag, als wir des am Morgen plötzlich und unerwartet verstorbenen Dozenten Christian Kröner gedachten und eine Totenfeier mit allen seinen neuen asiatischen Freunden abhielten, aus deren Mitte er so plötzlich gerissen worden war. Diese Tagungen (2005 in Taiwan, 2007 in Bangkok, 2009 in Manila und 2011 in Hyderabad) sowie ihre Vorgängertagungen werden seit 1996 von den Vertretern der entsprechenden Länder gemeinsam mit den »Freunden der Erziehungskunst« organisiert. Sie sind inzwischen das wichtigste überregionale Fortbildungsinstrument geworden und tragen unmittelbar zum Zusammenwachsen der Kindergärten und Schulen in den einzelnen Ländern wie auch zur Entwicklung einer asiatischen Waldorfbewegung bei. Die Reihe wird 2015 in Japan fortgesetzt.’
Op Anthromedia.net staat nu al onder de datum van morgen, 18 juli, dit bericht van Olga Pronina, ‘Zur Hundertjahrfeier der Gründung der Russischen Anthroposophischen Gesellschaft’:
‘Im April 2012 und im Juni 2013 fanden in Sankt-Petersburg zwei Tagungen statt, die gewidmet wurden der Hundertjahrfeier der Ansprachen Rudolf Steiners für die russischen Anthroposophen. Auf die Frage nach der Bildung in Russland einer Anthroposophischen Gesellschaft, antwortete Rudolf Steiner bestätigend. Schon im Mai 1913 wurde in Moskau die Russische Anthropsophische Gesellschaft gestiftet und registriert. Die festliche Eröffnung aber kam später. Am 20. September 1913 wurde in Dornach der Grundstein Goetheanums gelegt. Und es ist bemerkenswert, dass an demselben Tag in Moskau der Festakt der Eröffnung der Russischen Anthropsophischen Gesellschaft stattfand.

Heute finden wir auch schriftliche Bestätigungen dieses Ereignisses. Assja Turgenieff schrieb in ihrer Erinnerungen an Rudolf Steiner: “Am gleichen Abend fand, nach Anordnung von Dr. Steiner, die Gründung des Moskauer Zweiges der Anthroposophischen Gesellschaft statt”. Margarita Woloschina beschreibt das im autobiografisches Buch “Die grüne Schlange” so: “Ich kam nach Moskau zur Einweihung der russischen Anthroposophischen Gesellschaft. Als ich an dem kalten Septemberabend durch die vom Monde hell beleuchteten Sträßchen zwischen Pretschistenka und Arbat fuhr, brannten in allen Kirchen und Kirchlein die Wachskerzen zu feierlichen Gottesdienst; es war am Vorabend der Geburt der Jungfrau Maria. Ich freue mich, dass die Einweihung gerade an jenem Abend stattfand und dass ganz Russland mit uns feierte. Wir gedachten an diesem Abend Solowjews, der nach Dante als erster die Begegnung mit dem Wesen der Jungfrau Sophia erlebt hatte”.

Diese Anordnung Rudolf Steiners für die Russische Anthropsophische Gesellschaft erwies sich als prophetisch. “Als dann der Bau dem Feuer zum Opfer fiel, wurde wiederum zur gleichen Zeit, vom Jahre 1922 und 1923, die russische Anthroposophische Gesellschaft von der bolschewistischen Regierung verboten”, so Margarita Woloschina.

Mehrere russische Anthroposophen wurden von dem sowjetischen Regime streng verfolgt, waren in Gefängnissen, KZs und Verbannungen. Sie konnten sich nur im Untergrund treffen. Jahresfeste feierten sie im schmalen Kreis von zuverlässigen Menschen. Vortragszyklen von Rudolf Steiner wurden von ihnen heimlich abgetippt, oder sie schrieben diese Schriften ab in ihre Hefte und versteckten sie von fremden Augen.

Nach dem Fall des sowjetischen Regimes in Russland wurde es möglich offen zu der anthroposophischen Arbeit zu stehen; und im Dezember 1990 wurde die “Anthroposophische Gesellschaft in Russland” staatlich registriert. Ihr Hauptquartier liegt heute in Moskau in denselben Gassen nicht weit von Pretschistinka- und Arbat-Strasse, in der Nähe vom Haus Andrey Belyis, wo jetzt sein Museum ist und wo junger Student Boris Bugaew (Andrej Belyj) im Mai 1900 hörte, wie Philosoph Wladimir Solowiow seine “Kurze Erzählung vom Antichrist” vorliest – ein Werk, der er soeben vollendete. Dieses erste und letzte private Treffen von ihnen war wie ein Zeichen: im Juli 1900 starb Wladimir Solowiow, und in Russland begann die Blütezeit der Kultur des “Silbernen Zeitalters” und der Dichter Andrej Belyj war im Kreis von Symbolisten, die in ihren Werken das Thema der Schönen Dame entwickelten. Im Rudolf Steiner Archiv in Dornach gibt es grafische Zeichen von Andrej Belyj, die er Rudolf Steiner zeigte. Unter ihnen – ein beeindruckendes Bild der in Golf glänzenden Sophia.

Im Herbst 2013 finden in Moskau Treffen zur Hundertjahrfeier der Gründung der Russischen Anthroposophischen Gesellschaft statt. Im Laufe von 3 Tagen vom 20. bis zum 22. September rühren Mitglieder der Anthroposophischen Gesellschaft in Russland und Freunde der anthroposophischen Bewegung die Vergangenheit der Gesellschaft an und richten ihre Blicke in die Zukunft. Sie kommen zusammen, um wesentliche Fragen des Gegenwart zu besprechen.

Im Rahmen dieser Tagung werden auch Führungen zu Gedenkstätten Moskaus, die verbunden sind mit der Geschichte der Russischen Anthroposophischen Gesellschaft stattfinden sowie Besuche des Andrej-Belyj-Museums in der Arbat-Straße, Kunst- und Fotoausstellungen, Bücherpräsentationen, Konzerte und Rundtische. Alle Russlands Freunde in der Welt werden herzlich dazu eingeladen.

Olga Pronina, Moskauer Zweig der Anthroposophischen Gesellschaft in Russland, Vorstandsmitglied

Kontakt: Anthroposophische Gesellschaft in Russland
Nastschokinskij Pereulok 6,
kw.3RU-119019 Moskau
Tel. +7 495 695 09 64
Fax +7 495 695 09 64
landesvertreter@gmail.com

Landesvertreter: Alexey Zhukov

Olga Pronina, E-mail: olga_pronina@mail.ru
Michael Eggert had op zijn weblog nog twee interessante berichten. Vorige week, op 10 juli, schreef hij over ‘Der gereifte Sebastian Gronbach’:
‘Ich hatte ja meine Schwierigkeiten mit Sebastian Gronbach, dem Autor von “Missionen”, dem Betreiber eines Blogs, auf dem er viele Kurse, auch zusammen mit seiner Frau und Anderen, anbietet. Die Schwierigkeiten meinerseits lagen darin, dass ich in ihm den Anspruch auf eine “bessere” Anthroposophie vertreten sah, der sich vor allem in der Kappung ihrer Kernaussagen wie Karma, Ich-Begriff, Christus-Begriff verstand – ein Anspruch, den ich als Hybris seinerseits begriff. Dazu kamen früher seine Ausflüge in eine nach vielen Seiten fragwürdige Metaphorik, eine Art Selbstverherrlichung mit Gottesanspruch, durchsetzt mit allerlei ekstatischen Erleuchtungsschilderungen. Aber wir werden älter (auch wenn man es Sebastian Gronbach keineswegs ansieht), zumindest in dem Sinne, dass wir, wie er es im unteren Filmbeitrag auch anspricht, ein Recht auf unsere egozentrischen Phasen haben, aber auch die Pflicht, deren einigermaßen Herr zu werden. “Wo nichts ist, kann man auch nichts überwinden”, sagt er sinngemäß, und dem kann man nur beipflichten. Jedenfalls gelingt ihm eine in seiner Art faire und stimmige Darstellung von Anthroposophie, ohne etwas zu ent- oder zu verstellen, und er nimmt sich selbst durchaus als Person zurück. So gewinnt man den Eindruck einer Reifung und einer gelungenen Präsentation eines zeitgenössischen Begriffs von Anthroposophie.’
In het bericht opgenomen is een video van bijna een half uur, met daarin een interview met Sebastian Gronbach. En dat is nog maar het eerste deel. Bij de Egoisten dus te bekijken. Eergisteren volgde Andrew Cohen tritt von seiner Guru-Rolle zurück und entschuldigt sich’:
‘Andrew Cohen war ja auch hier, auf den Seiten der Egoisten, wegen seiner rigiden Methoden kritisiert worden – informiert etwa durch die immer zahlreicher werdenden Bücher von Aussteigern, die sein finanzielles und persönliches Gebaren anprangerten: “Die Methoden, deren sich Cohen in den internen Kreisen bedient, ist ein umfassender Spitzelapparat, dem sich Hunderte von aktiven Anhängern bereitwillig unterwerfen, um dann – angeblich um ihr ‘Ego’ zu brechen – zunehmend gedemütigt, teilweise geschlagen und ihrer sämtlichen Ersparnisse (oder mehr) beraubt zu werden. ‘Beraubt’ ist vielleicht der falsche Ausdruck – sie überschreiben das Geld, nehmen Kredite auf, um ihren auf sie scheinbar wütenden Guru zu besänftigen, der sich mit Kleingeld nicht zufrieden gibt, auch nicht mit buchstäblichen Unterwerfungen, Bädern in eiskaltem Wasser, stundenlangem Beten vor seinem Abbild. Die ‘Schuld’, um die es sich handelt, ist meist sexueller Natur. Cohen kontrolliert alle (sexuellen) Beziehungen der ihm Hörigen und ahndet einen nicht von ihm genehmigten Kontakt (oder auch nur einen Akt der Masturbation) – eben alles, was die Spitzel ihm bereitwillig zutragen – so lange, bis es sie selbst erwischt. Es ist ein totalitäres System, das mit blumigen Implikationen und einem weltoffenen Erscheinungsbild verschleiert wird.”

Offenbar kam Cohen, der von seinen Schülern konkrete Fortschritte erwartete, aus der Paradoxie seiner Rolle als Lehrer nicht heraus, den die Erwartungshaltung seiner Anhänger immer mehr einengte, auch wenn er sie schockierte und von sich auf sich selbst zu verweisen versuchte; die Abhängigkeiten und Projektionen blieben bestehen. Im Juni hatte Anna-Katharina Dehmelt in ihrem Rundbrief des Instituts für Anthroposophische Meditation schon von einem vermutlich halbjährigen Sabbatical Cohens nach dem Retreat in der Toskana geschrieben: “Katrin Karneth und Tom Steininger haben den Umkreis von EnlightenNext über diesen Schritt wie folgt orientiert: ‘Andrew Cohen, der Gründer von EnlightenNext, möchte in der nächsten Zeit auch für sich und seine Vision eines post-traditionellen Lehrers einen Schritt weiter gehen. In Gesprächen mit seinen langjährigen Schülern wurde ihm klar, dass es wichtig ist, deutlicher als bisher aus der traditionellen Lehrerrolle in eine neue Form des Schüler-Lehrer-Verhältnisses zu gehen. Um sich für diese Arbeit auch Zeit zu nehmen, hat sich Andrew Cohen entschlossen, nach dem Retreat in der Toskana für sechs Monate in eine Auszeit zu gehen, in der er darüber reflektiert, wohin er sich auch persönlich entwickeln kann, um eine post-traditionelle Lehrerrolle besser ausfüllen zu können.’ Andrew Cohen ist ja oft nachgesagt worden, mit seinen Schülern recht restriktiv umzugehen. Das hat sich jedoch schon in den letzten Jahren erheblich gewandelt. Wohin sich seine Lehrer-Rolle nun entwickeln wird und wie die Ausrichtung und Struktur von EnlightenNext sich entsprechend umgestalten wird – darauf darf man gespannt sein!”

Danach war, wie vermutet, tatsächlich die autoritäre Guru- Rolle das zentrale Problem; eine lähmende Projektion der Ich-Entwicklung durch die Schüler auf den Lehrer. Aber nun geht Cohen wesentlich weiter als erwartet; er zieht sich für eine unbestimmte Zeit zurück und entschuldigt sich für die Erstarrung in seiner Rolle und für die Übergriffe gegenüber seinen Schülern: “I’m fifty-seven years old and currently find myself facing the biggest challenge of my life. I’ve been a teacher of spiritual enlightenment for twenty-seven years. Enlightenment has always been and always will be about transcending the ego. Over the last several years, some of my closest students have tried to make it apparent to me that in spite of the depth of my awakening, my ego is still alive and well.

I’ve understood this simple truth—that we all have egos no matter how enlightened we may be—and even taught it to thousands of people all over the world throughout my career. But when I was being asked to face my own ego by those who were nearest and dearest to me, I resisted. And I often made their lives difficult as a result.” (..)

“In light of all this, for the sake of my own integrity as a spiritual teacher and as a human being, I’ve decided that I need to take some time off so I can make the effort to develop in many of the ways that I’ve asked other people to. Starting this fall, once I’ve fulfilled some prior commitments, I’m going to embark upon a sabbatical for an extended period of time. During this hiatus, I will be stepping down from the leadership of my organization, I won’t be publishing anything here on my blog, and will not be doing any public teaching. My intention is to become a better teacher, and more importantly, a better man.”

In der Szene wird dieser Schritt sogar als gänzlicher Rückzug zumindest in Bezug auf sein bisheriges Wirken verstanden: “Andrew Cohen, einer der einflussreichsten spirituellen Lehrer unserer Zeit, Vordenker der integralen Bewegung und Herausgeber der Zeitschrift EnlightenNext hat auf seinem Blog einen bemerkenswerten Post verfasst, in welchem er seinen Rücktritt von seinen Positionen und seiner Funktion als spiritueller Lehrer erklärt und sich bei seinen Schülern entschuldigt.”

Ich bin voller Bewunderung und Respekt für einen solchen Bruch, denn natürlich ist der Abschied aus einer solchen Rolle ein sehr schwieriger Schritt. Der Widerspruch zwischen seiner Rolle und dem Anspruch, im 21. Jahrhundert spirituelle Autonomie zu lehren, hat Cohen letztendlich auf sich selbst zurück geworfen. Dass er dann auch die Konsequenzen zieht, ist mutig und konsequent.’
Opvallende ontwikkeling en constatering. Sebastian Gronbach kwam hier al op 3 februari 2009 voorbij in ‘Vereniging’. Ik maakte toen tevens melding van ‘Zelfbewust’ op 25 januari 2009. Op 28 januari 2009 12:25 uur kwam daar een reactie van John Wervenbos, die begint met:
‘Ik ken Sebastian Gronbach niet, maar als hij zich sterk oriënteert op Andrew Cohen kan ik me wel voorstellen dat hij omstreden is in Duitsland. Op Skepsis.nl heeft Rob Nanninga, hoofdredacteur van Skepsis.nl, een artikel gewijd aan Cohen, dit ook in verband met Herman Wijffels sympathieën voor het ideeëngoed van Andrew Cohen. Cohen komt in dit stuk naar voren als een sektarische potentaat. Of dit artikel Cohen volledig recht doet, weet ik niet. Zie: Evolutionair leiderschap – De goeroes van Herman Wijffels
Volg je deze laatste link, wordt eens te meer duidelijk dat het goeroeschap van Cohen het in Nederland verder heeft geschopt dan Bhagwan (in Nanninga’s woorden). Het hele verhaal van André van der Braak, waar Michael Eggert ook al over had geschreven, wordt hier uit de doeken gedaan. Verheffend is het niet. Kun je mensen die zich als goeroe opstellen überhaupt wel vertrouwen? Het respect dat Michael Eggert nu voor Sebastian Gronbach uitspreekt is gebaseerd op zijn eerdere opstelling tegenover zijn oude vriend. Die was niet mals en vol kritiek. Maar Jostein Saether gelooft er niet zo in, laat hij weten in drie bijdragen op zijn weblog. Gisteren schreef hij eerst ‘Hat Sebastian Gronbach seine ehemalige verzerrte Steiner-Interpretation umgewandelt?’
‘Auf dem TV-Kanal MYSTICA ist der Autor und spirituelle Dienstleister Sebastian Gronbach vom Moderator und Autor Thomas Schmelzer interviewt worden. Michael Eggert erteilt auf seinem Blog dem Interview sein positives Gutachten und konstatiert, dass es Gronbach grundsätzlich gelingt, Anthroposophie fair und stimmig zu präsentieren, ohne etwas zu fälschen oder zu verstellen. Eggert schreibt wohlwollend: “So gewinnt man den Eindruck einer Reifung und einer gelungenen Präsentation eines zeitgenössischen Begriffs von Anthroposophie.”

Ich finde immer noch und fand schon vor Jahren Sebastian Gronbach sehr sympathisch. Deshalb ging ich ebenfalls vor mehreren Jahren einen Email-Kontakt mit ihm ein, den er aber prompt beendete, als ich ihm kritische Fragen hinreichte. – Seine eventuelle Altersreifung verändert aber nicht die Tatsache, dass ich im vorhandenen Video in den folgenden Sätzen von ihm immer noch wiederfinde denselben Steiner-Interpreten und -Kritiker, den er in seinem Buch Missionen selbstporträtierte. Mag sein, dass er als Mensch heute mehr abgeklärt ist als damals, aber durch die nachstehenden Sätze (meiner Niederschrift) aus dem Interview, gewinne ich den Eindruck einer – was das (die) Wesen der Sache betrifft – irreführenden Präsentation eines zeitgenössischen Begriffs von Rudolf Steiners Anthroposophie:

“Ich würde sagen, er hat das Christus-Prinzip verstanden und das ist eben das, dass wir alle dieses Ich-Binheit sind und haben. Und so hat er mit diesem Wort und mit diesen Bildern auf – ich finde – auf eine schöne und gesunde Art und Weise das Herz aufgemacht, um dann sozusagen die Wahrheit hineinsprechen zu können.”

Mit anderen Worten verbindet Gronbach noch heute mit spiritueller Wahrheit kein anderes Wesen außer sich und uns andern Menschen. Ein Christus außerhalb des Menschen gäbe es als eigenständiges Wesen in seiner Augen wohl doch nicht. Immer noch behauptet er, dass Steiner nur mythologische Metaphern benutzte, um die Menschen zufriedenstellen, weil sie nicht reif gewesen wären, seine individuelle Wahrheit auszuhalten oder zu erkennen. Diese Ansicht darf absolut als persönliche Meinung hingestellt werden, aber sie ist der Anthroposophie Steiners und meiner Erkenntnisse der geistigen Welt wesensfremd, etwas, was ich in meinem Buch Ganz Auge und Ohr schon 2011 ausführlich darstellte.’
Dezelfde dag nog voegde hij er ‘Gronbachs spiritueller “Gugelhupf”’ aan toe:
‘Jeder “backt” seine Menschen- und Weltanschauung aus vorgefassten Rezepten – sei sie katholisch, islamisch, anthroposophisch oder integral – oder aus den verschiedenen Ideen-Ingredienzen, die er im Laufe des Lebensgangs am Rande oder vor sich findet. So auch sicherlich Sebastian Gronbach, wenn ich ihm richtig verstehe im zweiten Teil des Interviews mit Thomas Schmelzer. Mit dieser Umschreibung möchte ich keine Bewertung ihm als Privatmensch geben oder keinen Urteil fällen über seinen in der Öffentlichkeit gezeigten “guten Geschmack”, oder, keinesfalls bezweifeln, dass dasjenige, was er anderen bewirtet, mit unterdessen spirituellem Unterscheidungsvermögen von vielen, auch jüngeren Geistsuchenden mit herzlichstem Dank anerkannt wird.

In Facebook verläuft gerade ein teils 4-er und teilweise 3-er-Gespräch über meinen vorigen Post und darüber, inwieweit es angebracht ist, sich über geistige Erfahrungen im öffentlichen Raum oder sonst wo sich auszutauschen. Gronbach jedenfalls schafft mit seiner Interpretation von Rudolf Steiner und von seiner Auslegung der spirituellen Evolution sich als ein beim Zeitgeist angekommener spiritueller Dienstleister. Es bleibt die Frage, wessen Zeitgeist gemeint ist; ob das Geistwesen Michael gemeint ist oder sein Opponent Ahriman, die Gronbach beide als schlicht überholte mythologische Gestalten einstuft. Geist ist und bleibt seinetwillen – auch während des zweiten Interviews – sein eigener Geist (inklusive der des Interviewers), der die letztendliche Spitze der Evolution sei und selbst Schöpfer aller Evolution bleibe. Im Sinne von Steiners Jugend-Spruch “An Gottes Stelle den freien Menschen”, klingt dies alles wohl gut und richtig. Ob im evolutionären Kontext der Mensch durchs Erreichen seiner evolutionären Stufe, alle bis dahin “über” ihn gewesenen Gottheiten und Hierarchien einholt oder ausmergelt, bleibt jedenfalls für mich noch offen.

Gronbach schafft in seiner für mich neo-nietzscheanischen Haltung der geistigen Welt gegenüber jedenfalls der Nummer Eins einer Art “Selbstverherrlichung mit Gottesanspruch” unter den spirituellen Dienstleistern im deutschen Sprachraum. Einen Gottesanspruch dürften wir alle haben gemäß Christi Angaben in den Evangelien, aber wenn die Selbstverherrlichung sich in Bescheidenheit umkehrt, stünde die Möglichkeit offen in der Erleuchtung (im Astrallicht) das Wesens-Ich eines anderen Geist-Wesens zu erkennen. Was ein solches Wesen dann ausstrahlt oder abgibt, wird man dann nicht nur “wohlriechen” können, sondern die ganze Atmosphäre um ihn herum kann “gekostet” werden, weil es die Speise ist, die früher Manna vom Himmel, ganganda greidi (Altnordisch: herumgehende Bewirtung) oder der Graal genannt wurde.

Sebastian Gronbach behauptet im Interview mit weitschweifigen Worten ohne Hinweise, dass Steiners Anthroposophie es nicht darauf angelegt hat, den Menschen in seiner Seelen-Entwicklung auf eine Erleuchtung (im Sinne von Initiation) zuzusteuern. Es ist in Ordnung, wenn es Gronbach in seinem Steiner-Studium nicht aufgefallen ist, dass dies ein der zentralsten Aspekte der Anthroposophie ist. Ich finde es jedoch unangebracht, ihn in einem Nebensatz auszuhöhlen, denn Steiner wollte gerade, dass seine Schüler in diese Richtung zur Erleuchtung – zur astralischen Abdruck im Ätherleib – sich entwickeln sollten. Statt Steiner falsch zu zensieren und ihn tendenziös auszulegen, können wir heute, dasjenige, was er beschrieben hat, durch unsere genuinen Erfahrungen desgleichen neu formulieren, und ihn dementsprechend bestätigen, statt als ein mythologisierender, aber nicht mehr zeitgemäßer Lehrer zu “verehren”. – Es reicht, zwei Zitate von Steiner anzufügen, um Gronbach auf diesem Punkt zu widerrufen:

“Erst in dem Augenblick, wo in dem Ätherleibe sich abdrückt, was in dem Astralleibe sich gebildet hat, erst dann tritt auf die Erleuchtung, die erst möglich macht, dass der Mensch die geistige Welt sieht, wie er heute die physische Welt sieht.” (Rudolf Steiner: Ägyptische Mythen und Mysterien. Dornach 1978, GA 106, Seite 144)

“Anthroposophie ist dazu da, den ganzen Menschen mit Erleuchtung über das Weltall, mit Verehrung und Anbetung für das Weltenall zu erfüllen. In alle Gegenstände und in alle Vorgänge der Welt soll einziehen der innerliche seelische Opferdienst des Menschen. Und dieser Opferdienst soll Erkenntnis werden.” (Rudolf Steiner: Das Initiaten-Bewußtsein. Die wahren und die falschen Wege der geistigen Forschung. Dornach 1983, GA 243, Seite 54)’
‘Mich interessiert, was die Kuh frisst und ebenfalls – wirklich –, was sie hinten wieder ausscheidet. Mich interessiert auf welcher Wiese sie grast und welche Blumen dort wachsen und welche wunderbaren Farben sie haben. Mich interessiert, was sie hinten ausscheidet sowohl als brauner Substanz, der ich auf dem Kompost legen kann, und als weißer Flüssigkeit, die ich trinken kann, und aus der die süße braune Käse entsteht bei stundenlanger Kochen, das ein Enzym entstehen lässt, der nur in diesem Käse ist. Mich interessiert wie die grüne Farbe im Gras sich versteckt hinter oder vor der weißen Farbe im Milch, und, was geschieht in meinem Aura, wenn ich zu viel oder zu wenig Milch trinke und – wie meine Seele es empfindet – zu wenig Braunkäse in den letzten Jahrzehnten gegessen habe.

Ich mag mich nicht hinter Bücher zu verschanzen, nicht hinter denjenigen, die ich selber ausgeschieden habe und nicht hinter denen von Steiner, die nicht mehr riechen, weil sie schon zu Präparaten geworden sin, wenn ich sie zur rechten Zeit mit aussähe. Am liebsten würde ich einen Feuer aus dem Altpapier anspitzen, der die Feuergeister ansammeln würde, um sie durch das Tippen hin zum Netzleser zu schicken, weil er vermutlich jeden Tag zu lange sich hinter seinem Bildschirm verschanzt hat, statt die Fahrkarte zu kaufen, um mich unmittelbar zu besuchen; weil das würde mich interessieren in diesem Moment: ihn in den Augen zu sehen; weil mit Skype, sehe ich nur seine elektrifizierte venezianische Maske; ihn die Hand drücken; ihn womöglich umarmen oder lässt er sich nicht umarmen?

Ich scheiße eigentlich zu viel auf alle diesen Internetgesprächen, weil mein Seelenrüssel solche Schwierigkeiten hat, sich hineinzuhorchen in diesen vorgeblich sinnvollen sinneslosen Umgang mit Menschen, die nur gedacht werden müssen, statt aus der Beobachtung sich zu Objekten zu formen. Sie bleiben mir zu viel Subjekt, die das Objektive hinter sich verstecken. Wenn ich amateurhaft versuche, von meinen geistigen Wesenswahrnehmungen etwas nur andeutungsweise zu schreiben, kriege ich meist scharfkantete Spiegel zurückgeworfen, die aus Bruchstücken der Begriffe enthalten sind, die zuvor auf dem Bildschirm unterhaltsam flimmerten. – Gestern war jemand so ehrlich, mir zu schreiben, dass er dasjenige, was ich in meinen Worten “an geistigen Erfahrungen” beschreibe, ihn “mit Scham” erfüllt, weil er “es als nicht hier her gehörig” empfand. Mir interessiert, auf was dieser Scham des Internetmenschen hinweist, einen Scham, den ich des Öfteren hinter den Worten in Kommentarsträngen beobachte. Wie könnte es möglich sein, diesen Scham so zu begegnen, dass das jeweilige Ich dahinter, sich so begegnen ließ, dass das Ich-Verbindende nicht verschleiert bleiben müsste für die im Sinnesraum entfernten Ich-Besitzer?

Mich interessiert wie die Kuh, der Ochse und der Kalb uns beiden, meinen Gesprächspartner und mich, – anstatt, dass einen nächsten überhasteten Kommentar geschrieben wird – auf die Wiese locken könnte, weil dort ein Frühauferstandener gerade in diesem Moment wunderschöne Blumen für seine Geliebte pflückt. Mich interessiert, wie weit weg die nächste Wiese ist vom bejammernswerten Computer meines Kontrahenten. Von meinem erbärmlichen Laptop ist es nur 30 Meter dahin und zu den Rindern knappe 500 Meter. Schluss mit digitaler Scheiße! Jetzt gehe ich prompt zu meiner Wiese! Jetzt wird’s ernst mit dem Gras und mit den Blumen und mit einer Unterhaltung mit den lieben Elfen!

Das oben Geschriebene – hier leicht korrigiert – ist bei den Egoisten heute Morgen erschienen als Kommentar in einem Gespräch über geistige Erfahrungen, und wie man sich dabei formulieren könnte.’

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code