Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

maandag 17 oktober 2011

Kamerbrief

Vanmiddag rond vijf uur zijn dan de antwoorden van de minister van Volksgezondheid gepubliceerd op de website van het ministerie (zie ook ‘Kamervragen’ op vrijdag 23 september en ‘Jasje’ op zaterdag 1 oktober):
PDF document, 6 pagina’s, 139 KB
Kamerstuk: Kamervragen, 17-10-2011, VWS
Antwoorden van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (VWS) op vragen van de Kamerleden Leijten (SP) en Kooiman (SP) over de financiële problemen van Stichting Zonnehuizen.’
Deze antwoorden luiden als volgt:
‘Antwoorden op kamervragen van de Kamerleden Leijten (SP) en Kooiman (SP) over de financiële problemen van Zonnehuizen. (2011Z18377)

1 Wat is uw reactie op het artikel “Zorgconcern balanceert op de rand van de afgrond”? 1) Deelt u de mening dat dit een zorgwekkende ontwikkeling is? Wilt u uw antwoord toelichten?

Zoals blijkt uit het aangehaalde krantenartikel verkeert Stichting Zonnehuizen in financiële moeilijkheden, en is er sprake van aanzienlijke exploitatieverliezen over 2010 en 2011. Voor de gevraagde toelichting verwijs ik u naar de brief die ik, op basis van een verzoek uit de regeling van werkzaamheden van 21 september 2011, gelijktijdig met het antwoord op onderhavige vragen aan de Tweede Kamer stuur.

2 Was u op de hoogte van de financiële problemen van Zonnehuizen? Zo ja, hoe lang?

Op 7 maart 2011 ontving ik een brief van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) over de zeer kwetsbare vermogenspositie van Stichting Zonnehuizen voortvloeiend uit het feit dat Stichting Zonnehuizen over 2010 een fors exploitatietekort zou hebben. Het WFZ informeerde mij, omdat Stichting Zonnehuizen beschikt over in het verleden afgegeven rijksgaranties op aangegane verplichtingen. Het WFZ voert sinds 2003 namens VWS werkzaamheden uit die verband houden met in het verleden verstrekte garanties.

3 Hoe is het mogelijk dat jarenlang klachten van personeel, zorgbehoevenden en ouders zijn genegeerd? Wat is de rol van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) hierin? Wilt u uw antwoord toelichten? 3)

In het kader van zowel het op gezondheidsrisico’s gebaseerde Gefaseerde Toezicht (GT), het Thematisch Toezicht (TT) alsmede het Incidententoezicht (IT), heeft de IGZ in de afgelopen jaren inspectiebezoeken gebracht aan verschillende locaties van Zonnehuizen. Bij dergelijke bezoeken spreekt de inspectie altijd met cliënten, cliëntvertegenwoordigers en medewerkers. Hun informatie is van groot belang bij het beoordelen van de kwaliteit van zorg. Naar aanleiding van de resultaten van het uitgevoerde toezicht heeft de inspectie begin april 2011 de Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht ter verantwoording geroepen over de op onderdelen tekortschietende zorg en bepaalde onveilige situaties. Mede daardoor zijn de Raad van Toezicht en de Raad van Bestuur opgestapt. Ook op dit punt gaat de eerder genoemde brief nader in.

4 Erkent u dat de interne klachtenregeling in de zorg faalt? Deelt u de mening dat deze affaire de noodzaak van het SP-voorstel van een onafhankelijke, externe klokkenluidersregeling voor zorgpersoneel onderstreept? Zo nee, waarom niet?

Een goede interne klachtenprocedure acht ik van groot belang. Verschillende onderzoeken[1] naar de werking van het klachtrecht in de zorg laten zien dat cliënten hoge drempels ervaren voor het indienen van klachten, weinig waarborgen zien voor de onafhankelijkheid van de beoordeling ervan en te vaak niet tevreden zijn met de uitkomsten van de klachtenbehandeling. Om deze reden zijn in het wetsvoorstel Wet cliëntenrechten zorg (Wcz), dat in uw kamer ter behandeling ligt, belangrijke verbeteringen aangebracht in het klachtrecht, zodat het klachtrecht effectiever en laagdrempeliger wordt. Als de interne klachtenregeling in een zorginstelling faalt krijgen mensen, conform dit wetsvoorstel, de mogelijkheid hun klacht voor te leggen aan een externe geschilleninstantie. Naast een goede klachtenafhandeling is het van belang dat medewerkers misstanden kunnen melden. Misstanden kunnen op dit moment al gemeld worden bij de IGZ. Hiernaast bestaat er voor zorgaanbieders die zijn aangesloten bij de grote brancheorganisaties (Stichting Zonnehuizen is aangesloten bij twee grote brancheverenigingen, te weten: GGZ Nederland en VGN) de verplichting om te voldoen aan de zorgbrede governancecode die o.a. ook een klokkenluidersregeling voorschrijft. Hierdoor is het melden van misstanden naar mijn mening voldoende geborgd.

[1] WKCZ klachtbehandeling in ziekenhuizen: verwachtingen en ervaringen van cliënten (NIVEL in opdracht van ZonMW, juni 2004, reeks evaluatie regelgeving: deel 16); IGZ 2006 pag. 68–69; Stichting De Ombudsman pleit in 2007 voor een totaal onafhankelijke klachtencommissie; Ervaringen van mensen met klachten over de Gezondheidszorg, NIVEL, 2009.

5 Wat gaat u doen voor de gedupeerde kinderen en ouders die zagen dat hun 9, 10 jarige kinderen door ongekwalificeerd personeel een prikpil kregen, opgesloten en ondervoed werden? Wilt u uw antwoord toelichten?

Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3 heeft de IGZ de afgelopen jaren regelmatig bezoeken gebracht aan Stichting Zonnehuizen omdat sprake was van tekortschietende zorg en bepaalde onveilige situaties. De IGZ spreekt in dat kader altijd met cliënten, cliëntvertegenwoordigers en medewerkers. Bij de IGZ zijn de specifieke voorvallen waarnaar in de vraagstelling wordt verwezen echter niet gemeld.

Stichting Zonnehuizen verzekert mij dat er geen sprake is (geweest) van ongekwalificeerd personeel dat een prikpil zou hebben toegediend bij cliënten. Ook is er geen sprake van opsluiting of ondervoeding van cliënten.

Wel is er, volgens Stichting Zonnehuizen, sprake van geruchtenvorming rondom de verpleging, verzorging en huisvesting van in dit geval jonge kinderen. In dergelijke gevallen is contact opgenomen met de ouders of wettelijke vertegenwoordigers. Formele klachten hierover zijn bij de daartoe geëigende kanalen niet bekend, aldus Stichting Zonnehuizen.

6 Op welke wijze gaat u het verdwenen zorggeld van 20 miljoen euro terugvorderen? Bent u bereid aangifte te doen bij de FIOD? Zo nee, waarom niet?

Aangifte bij de FIOD is aan de orde bij (vermoedens van) fraude of belastingontduiking. Daarvoor heb ik op dit moment geen aanwijzingen. Bij Stichting Zonnehuizen is sprake van een ander probleem, namelijk van exploitatieverliezen. De instelling heeft meer uitgegeven dan er binnenkwam.

De Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht zijn verantwoordelijk voor de exploitatie. Eerder dit jaar zijn de Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht opgestapt en zijn een nieuwe Raad van Bestuur en een nieuwe raad van Toezicht aangetreden.

Bij banken, zorgverzekeraars en zorgkantoren gaan waarschuwingslampen branden op het moment dat er sprake is van opeenvolgende jaren met exploitatietekorten of van een negatief eigen vermogen. Genoemde partijen komen vervolgens in actie om hun belangen te beschermen en eisen van de instelling maatregelen om de exploitatie te verbeteren. Precies dat is nu bij Stichting Zonnehuizen aan de orde.

7 Waarom kiest u voor het verder op afstand zetten van de controlerende overheid, waardoor u ruim baan biedt aan fraudeurs en zakkenvullende “ondernemers” in de zorg? Wilt u uw antwoord toelichten?

Aan zorgaanbieders (en verzekeraars) wordt steeds meer ruimte geboden om hun verantwoordelijkheid voor vraaggestuurde zorg vorm te geven. Van het op afstand zetten van de controlerende overheid is evenwel geen sprake. De IGZ ziet toe op het leveren van verantwoorde zorg, de NZa ziet erop toe dat zorgkantoren en zorgverzekeraars hun zorgplicht waarmaken en kunnen laten zien dat de premiegelden rechtmatig en doelmatig worden aangewend. In het wetsvoorstel Wcz wordt goed bestuur aangescherpt, onder andere door het toekennen van meer bevoegdheden aan de Raad van Toezicht. In het wetsvoorstel Wet normering topinkomens wordt overigens ook het inkomen van nieuwe zorgbestuurders aan een maximum gebonden.

8 Wat is uw reactie op het feit dat een accountant in 2009 al aankaartte dat er financiële problemen waren, waarop het bestuur niet ingreep? Hoe verklaart u dit, en hoe is dit in de toekomst te voorkomen? Wilt u uw antwoord toelichten?

De op 31 mei 2010 gedateerde accountantsverklaring bij het jaarverslag over 2009 rept niet over financiële problemen. Wel heeft de accountant op een andere manier gewaarschuwd. Die waarschuwing is besproken in de Raad van Toezicht, zo laat Stichting Zonnehuizen weten. Zoals aangegeven zijn de Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht begin 2011 opgestapt.

Voor de toekomst geldt het systeem van de brief “Waarborgen voor continuïteit van zorg” van 27 april 2011. Daarin wordt een systeem van “early warning” voorgesteld waarbij een zorgverzekeraar of zorgkantoor verplicht is om in zijn contracten met zorgaanbieders op te nemen dat zij financiële problemen moeten melden, waarna het zorgkantoor of de zorgverzekeraar de NZa kan informeren.

9 Zou een faillissement van de Zonnehuizen schadelijk zijn voor de continuïteit van zorg van de bewoners? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u de continuïteit van de zorg waarborgen?

In de al eerder genoemde, tegelijk meegestuurde, brief ga ik uitgebreid in op continuïteit van zorg. Kortheidshalve verwijs ik u daarnaar.

10 Wat zijn de gevolgen van het ontslag van 400 medewerkers voor de kwaliteit van zorg? Is de IGZ betrokken bij de sanering in relatie tot de kwaliteit van zorg? Zo neen waarom niet? 2)

Door aangekondigde en onaangekondigde bezoeken houdt de IGZ ook nu de vinger nadrukkelijk aan de pols. Financiële moeilijkheden en ontslag van medewerkers vormen immers een risico voor de kwaliteit van zorg.

11 Deelt u de mening van de heer Van Otterloo dat bestuurders kunnen spelen met collectieve gelden en zich niet bewust hoeven te zijn van de consequenties van hun gedrag? Wilt u uw antwoord toelichten? 3)

De mening van de heer Van Otterloo deel ik niet. Bestuurders dienen zich wel degelijk bewust te zijn van de consequenties van hun beslissingen en hebben een verantwoordelijkheid tegenover de instelling voor het zo goed mogelijk besteden van de beschikbare middelen. Hierbij worden zij gecontroleerd door de Raad van Toezicht en kunnen de OR en de cliëntenraad medezeggenschap uitoefenen. Bestuurders die bij een zorginstelling niet goed functioneren kunnen geschorst of ontslagen worden door de Raad van Toezicht. Raden van Toezicht behoren in te grijpen wanneer dit nodig is.

12 Vindt u het niet treurig dat de IGZ als enige positieve, de goed onderhouden kantoren van het management aantrof? Welke maatregelen gaat u treffen om de bevoorrechte positie van bestuurders te korten? Wilt u uw antwoord toelichten? 3)

De IGZ heeft inderdaad geconstateerd dat er sprake was van ernstig achterstallig onderhoud in enkele woongedeeltes, terwijl de kantoren er wel goed onderhouden uitzagen. Dit heeft mij verbaasd. Een en ander is het gevolg geweest van een verkeerde prioritering van de toenmalige bestuurder. Inmiddels zijn gelukkig passende maatregelen genomen waardoor het achterstallige onderhoud is weggewerkt en kinderen zijn ondergebracht in andere, veilige woongebouwen.

13 Wat is de vertrekbonus geweest voor de bestuurder van de Raad van Toezicht?

Stichting Zonnehuizen informeert mij als volgt. Met de voormalige Raad van Bestuur is een schadevergoeding wegens voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst overeengekomen conform de bepalingen in de arbeidsovereenkomst. Deze bepalingen zijn gerelateerd aan de toepassing van de kantonrechtersformule. De schadevergoeding is in de arbeidsovereenkomst echter gemaximeerd. Dit heeft erin geresulteerd dat de schadevergoeding lager is uitgevallen dan bij toepassing van de kantonrechtersformule het geval zou zijn geweest.

Een lid van de voormalige Raad van Toezicht heeft gedurende korte tijd de functie van interim-Raad van Bestuur bekleed. Bij diens vertrek zijn geen financiële afspraken gemaakt, er was ook geen sprake van een dienstverband.

14 Erkent u dat het vergroten van de bedrijfsrisico’s de concurrentie en het risico van vastgoed zal leiden tot meer faillissementen in de zorg? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wordt de zorg beter van deze kapitaalvernietiging?

Het vergroten van bedrijfsrisico’s de concurrentie en het risico van vastgoed leidt zeker niet noodzakelijkerwijs tot meer faillissementen in de zorg. Ik verwacht juist dat stakeholders hun belangen nadrukkelijker in de gaten zullen houden en eerder dan in het verleden aan de bel trekken en om aanpassing van de exploitatie vragen om op die manier een faillissement te voorkomen. Bij een eventueel faillissement is evenmin noodzakelijkerwijs sprake van kapitaalvernietiging omdat in veel gevallen sprake zal zijn van een doorstart waarbij de activa, waaronder het vastgoed, in gebruik blijven bij de nieuwe aanbieder.

1) Zorgconcern balanceert op de rand van de afgrond. Financieel Dagblad, 12 september
2) http://nos.nl/artikel/249074-tehuis-in-zeist-moet-afdelingen-sluiten.html
3) Weer zorggroep in opspraak. Volkskrant, 16 september’
Bij de genoemde, met deze antwoorden meegestuurde brief gaat het om:
PDF document, 4 pagina’s, 126 KB
Kamerstuk: Kamerbrief, 17-10-2011, VWS
Brief van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (VWS) aan de Tweede Kamer over de financiële situatie bij Stichting Zonnehuizen en het ingrijpen door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).

Bijlagen
Rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) van het inspectiebezoek aan Klinisch Centrum Jeugd GGZ (locatie Veldheim) ...
Rapport, 16-06-2011, VWS’
De inhoud hiervan is als volgt:
‘De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Datum 17 oktober 2011
Betreft Stichting Zonnehuizen

Geachte voorzitter,

Tijdens de regeling van werkzaamheden op 21 september 2011 is verzocht om de Tweede Kamer per brief te informeren over de financiële situatie bij Stichting Zonnehuizen en over de vraag op welke wijze en op welk moment de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft ingegrepen. Ook werd verzocht om toezending van rapporten van de IGZ over Zonnehuizen.

Allereerst geef ik enige feitelijke informatie over Stichting Zonnehuizen. Vervolgens ga ik in op de kwaliteit en veiligheid van zorg binnen Stichting Zonnehuizen. Daarna zal ik ingaan op de continuïteit van zorg geleverd door Stichting Zonnehuizen.

Feiten informatie Stichting Zonnehuizen
Stichting Zonnehuizen is, volgens het jaarverslag 2009, een landelijk werkende organisatie voor geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs voor kinderen, jeugdigen en volwassenen. Stichting Zonnehuizen werkt vanuit een antroposofische inspiratie en positioneert zich nadrukkelijk op het snijvlak van cure, care, speciaal onderwijs en arbeidsgerichte leerwegen. Stichting Zonnehuizen is verspreid over een groot aantal locaties. Stichting Zonnehuizen heeft een klinische capaciteit van 807 plaatsen en levert aan 2025 cliënten extramurale zorg. Het personeelsbestand bestaat uit 1208 FTE’s en het exploitatiebudget bedraagt ongeveer 90 miljoen euro (cijfers 2009). Het budget 2009 is grotendeels afkomstig uit AWBZ (ongeveer 70 miljoen euro). Daarnaast is budget afkomstig uit de Zvw (ongeveer 13 miljoen euro). Op titel van speciaal onderwijs beschikt Stichting Zonnehuizen over ongeveer 6 miljoen euro budget.

Kwaliteit en veiligheid van zorg
Voor patiënten en cliënten van een zorgaanbieder zijn financiële problemen van de instelling, waarin zij, soms al vele jaren, verblijven, ingrijpend en bedreigend. Stichting Zonnehuizen verkeert in financiële moeilijkheden. Er is sprake van zeer aanzienlijke exploitatieverliezen. Financiële problemen kunnen een gevaar vormen voor de kwaliteit en veiligheid van zorg. Op dit moment is er volgens de IGZ sprake van het leveren van verantwoorde zorg door Stichting Zonnehuizen.

De IGZ heeft begin dit jaar met zowel de toenmalige raad van bestuur als de raad van toezicht gesproken. Onder andere omdat de ongunstige financiële situatie risico’s met zich meebrengt met betrekking tot de continuïteit en de kwaliteit van zorg. Deze gesprekken hebben er mede toe geleid dat zowel de raad van toezicht als de raad van bestuur zijn opgestapt. Inmiddels is een interim-bestuurder aangesteld en is er een nieuwe raad van toezicht aangetreden.

De locatie van Stichting Zonnehuizen in Zeist geeft de inspectie nog wel reden tot zorg. Deze locatie wordt door de IGZ dan ook strikt gevolgd. Het instellen van verscherpt toezicht is op dit moment niet aan de orde omdat de inspectie voldoende vertrouwen heeft in de huidige raad van toezicht en raad van bestuur die aan de hand van een herstelplan verbeteringen doorvoeren. De inspectie ontvangt hierover op reguliere basis voortgangsrapportages en houdt door middel van aangekondigde en onaangekondigde bezoeken toezicht op Stichting Zonnehuizen.

Bij de locatie Zeist van Stichting Zonnehuizen is sprake van “oranje/rode” plaatsen. Dat zijn plaatsen die ruim onvoldoende scoorden op de punten van sanitair, groepsgrootte en te kleine eenpersoonskamers. Na herhaalde bezoeken constateerde de IGZ dat er nog onvoldoende voortgang was. Op basis van het bezoek van 18 mei 2011 oordeelde de IGZ dat het niet meer mogelijk was op de afdelingen Luna 1 en 2 verantwoorde zorg te leveren. IGZ gelastte de instelling direct maatregelen te nemen zodat deze afdelingen binnen maximaal vier weken buiten gebruik konden worden gesteld. Van dit bezoek is een rapport opgemaakt dat sinds 16 juni 2011 op de site van de IGZ te vinden is (zie bijlage). De raad van bestuur heeft vervolgens adequaat gehandeld en de betrokken afdelingen daadwerkelijk buiten gebruik gesteld.

Brief “Waarborgen voor continuïteit van zorg”
Op 27 april 2011 stuurde ik, samen met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de brief “Waarborgen voor continuïteit van zorg”[1]. In die brief beschrijven wij de verantwoordelijkheden van stakeholders en de overheid bij risico’s voor de continuïteit van zorg en bij zorgaanbieders in financiële moeilijkheden.

In die brief worden de verantwoordelijkheden van het bestuur, zorgverzekeraars en het zorgkantoor, de cliëntenraad, het personeel en banken beschreven in geval er sprake is van financiële of continuïteitsproblemen bij een zorgaanbieder. Al deze belanghebbenden hebben vanuit hun eigen perspectief belang bij het oplossen van de problemen.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het hebben en houden van een gezonde exploitatie. We gaan ervan uit dat het bestuur het uiterste zal doen om te voorkomen dat de problemen leiden tot een faillissement. De cliënten, vertegenwoordigd door de cliëntenraad, hebben een groot belang bij het voorkomen dan wel oplossen van de problemen omdat een faillissement van een zorgaanbieder ingrijpende consequenties kan hebben. Het personeel, vertegenwoordigd door de Ondernemingsraad, heeft er belang bij dat zijn werkgever financieel gezond wordt. De banken hebben geld ter beschikking gesteld en zullen dat niet (gedeeltelijk) kwijt willen raken, zoals bij een faillissement goed mogelijk is.

Daarnaast geldt dat het zorgkantoor en de zorgverzekeraars een zorgplicht hebben voor hun verzekerden. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ziet erop toe dat de verzekeraars en het zorgkantoor zich op een onverhoopt faillissement voorbereiden.

Wij zullen, zoals beschreven in de genoemde brief, geen steun meer verlenen aan zorgaanbieders om hen voor een faillissement te behoeden. Steunverlening door de overheid verzwakt immers de stimulans voor de partijen om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Het laten voortbestaan van een zorgaanbieder door middel van steunverlening door de overheid geeft andere zorgaanbieders geen eerlijke kans om de zorg over te nemen of te leveren. Wanneer partijen zelf verantwoordelijkheid dragen voor de consequenties van de keuzes van een zorgaanbieder, zullen zij mogelijke korte- en langetermijneffecten voor de patiënten en cliënten van deze keuzes zuiver afwegen. Dit zal leiden tot betere keuzes, die dergelijke financiële problemen helpen te voorkomen.

Pas wanneer na een faillissement blijkt dat zogenaamde cruciale zorg niet wordt overgenomen, past ingrijpen door de overheid om de continuïteit van cruciale zorg te waarborgen opdat patiënten en cliënten niet de dupe worden van de problemen. Wat we onder cruciale zorg verstaan en welke instrumenten we daarbij inzetten staat in genoemde brief beschreven. Kortheidshalve verwijs ik u daarnaar. Tot zover de brief “Waarborgen voor continuïteit van zorg”.

Stand van zaken
Patiënten en cliënten van Stichting Zonnehuizen moeten erop kunnen rekenen dat de zorg gecontinueerd blijft. Zij moeten zich geen zorgen hoeven te maken over de vraag of zij hun zorg nog wel kunnen blijven ontvangen. Daarover het volgende. Betrokken partijen zijn hard aan de slag. Met banken, zorgkantoor en zorgverzekeraars wordt door Stichting Zonnehuizen, op basis van een opgesteld herstelplan, gesproken over aanvullende financiering en een toekomstbestendige oplossing. De NZa heeft mij laten weten dat het zorgkantoor en de verzekeraars hun verantwoordelijkheid hebben genomen. Dit betekent dat het zorgkantoor en de verzekeraars hard meewerken aan een oplossing voor de problemen en een plan gereed hebben zodat adequaat gehandeld kan worden in geval de continuïteit van zorg onverhoopt in gevaar is. Zo zal voorkomen worden dat patiënten en cliënten hun zorg niet meer kunnen ontvangen.

Tegen deze achtergrond kan ik u niets melden over de exacte stand van zaken, de uitkomst van het onderhandelingsproces of de exacte bedragen waarover gesproken wordt. Ik beschik ook niet over cijfers over het jaar 2010 omdat het jaarverslag 2010 niet gepubliceerd is. Daarnaast geldt dat het noemen van bedragen niet opportuun is omdat die op het moment van presenteren gemakkelijk al weer achterhaald kunnen zijn en het bovendien marktgevoelige informatie is.

De Stichting Zonnehuizen heeft in het verleden een rijksgarantie gekregen op een aantal aangegane leningen op basis van de Garantieregeling Inrichtingen voor Gezondheidszorg 1958. In het kader van deze garantieregeling heb ik de interim-bestuurder per brief gewezen op zijn verantwoordelijkheden.

Met de inspanningen van alle betrokken partijen heb ik er vertrouwen in dat de kwaliteit én continuïteit van zorg voor de patiënten en cliënten gewaarborgd blijven.

Hoogachtend,
de Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
mw. drs. M.L.L.E. Veldhuijzen van Zanten-Hyllner

[1] Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 620, nr. 10’

1 opmerking:

matthijs zei

Kijk, dat is nog eens een blog welk de actualiteit volgt! Zou de broedende kip even ongachtzaam zijn geweest?

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)