Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

donderdag 27 juni 2013

Motto


Eindelijk is het dan zover. Wat ik op 13 juni in ‘Bevlogen’ en op 15 juni in ‘Schaapje schaapje’ meldde, is nu officieel bevestigd. Op de website van de Vereniging van vrijescholen is net dit persbericht geplaatst, ‘Vereniging van vrijescholen benoemt nieuwe voorzitter’:
‘Per 12 juni jl. is Rian van Dam door de Algemene Ledenvergadering voor drie jaar benoemd als voorzitter van het bestuur van de Vereniging van vrijescholen. Als opvolger van Leo Stronks zal zij sturing geven aan de landelijke organisatie van vrijescholen in Nederland.

Rian van Dam heeft brede bestuurlijke ervaring binnen het publieke domein. In de periode 2006-2011 was zij wethouder van financiën, sociale zaken en economische zaken in Alkmaar. Sinds januari 2013 is zij wethouder voor de gemeente Enkhuizen met als belangrijkste portefeuilles financiën, economische zaken, toerisme en verkeer.

Ter gelegenheid van het nieuwe voorzitterschap zal de Vereniging van vrijescholen op 11 oktober 2013 een conferentie organiseren, waarin 90 jaar vrijeschoolonderwijs als thema centraal zal staan. Rian van Dam en Leo Stronks zullen tijdens de conferentie terugblikken op de ontwikkelingen die het vrijeschoolonderwijs de afgelopen jaren doormaakte. Ook richten zij hun blik op de toekomst en zal Rian van Dam nader ingaan op de invulling van haar voorzitterschap.’
Waarom het nu twee weken moest duren voordat dit bekend werd gemaakt, is me een raadsel. Er is ook nieuws uit Zutphen. In mijn vorige bericht, ‘Indoctrinatie van afgelopen zondag, had ik het onder meer over een flyer die actief onder ouders werd uitgedeeld en over een ouderavond die gisteravond op de IJssel heeft plaatsgevonden. In die flyer, getiteld ‘Samen voor onze scholen’, stond dit:
‘De 3-naar-2-operatie zorgt voor veel onrust op onze vrije scholen. Veel ouders hebben genoeg van alle ophef en willen het gedoe zo snel mogelijk achter de rug hebben. Een begrijpelijke houding, maar toch is het belangrijk om te blijven meedenken. Tenslotte gaat niet alleen om onze vrije scholen, maar ook om onze kinderen.

Wat is er aan de hand?

Er zijn ingrijpende beslissingen genomen: de ene school wordt verplaatst, de andere wordt gesplitst, de derde wordt verbouwd en allemaal krijgen we te maken met onrust en volle scholen. Daarnaast is er door de volle klassen de komende jaren geen enkele groeimogelijkheid meer. Als dat echt nodig is, zullen we ons erbij neerleggen. Maar er zijn grote twijfels over de onderbouwing van het besluit.

Onbeantwoorde vragen

Ondanks alle vergaderingen en mailingen worden veel belangrijke vragen over de noodzaak en de uitvoering van de operatie gewoon niet beantwoord. En bij een project dat zoveel kinderen en hun ouders treft, is dat niet acceptabel. Het feit dat het bestuur zeer slecht communiceert en onduidelijk is in haar uitleg, helpt hier zeker niet bij. Het draagvlak voor het besluit is onder de ouders op de drie scholen dan ook zorgwekkend laag.

Géén faillissement

Wij vinden het zeer onwenselijk een school te sluiten, zonder dat er voldoende draagvlak voor is. Zoiets is alleen uit te leggen als je er een faillissement mee kunt voorkomen. Maar een faillissement is niet aan de orde. In ons gesprek met bestuur en PO-directie gaf Lizzy Plaschek dit expliciet aan.

Onze stelling

Wij willen duidelijke antwoorden hebben op de vragen die er nog liggen, vóór er onomkeerbare stappen worden genomen. Onze stelling is: de drie PO-scholen moeten openblijven tot overtuigend is aangetoond dat er één dicht moet. Is dit niet het minste wat wij als ouders mogen en zelfs moeten vragen?

Wat nu?

Het bestuur heeft ons de ruimte en de medewerking toegezegd om in de komende weken de onderbouwing van het besluit helder te krijgen. We willen in ieder geval antwoord krijgen op deze drie belangrijke vragen die – hoe raar het ook klinkt – tot nu toe niet afdoende beantwoord zijn.

1 Wat is precies het probleem dat met het besluit moet worden opgelost?
2 Lost het besluit dat er nu ligt dit probleem ook echt op?
3 Is het besluit dat er nu ligt de beste oplossing?

We zullen niet alleen jagen op de antwoorden op deze vragen, maar ook alternatieven onderzoeken. Feit is bijvoorbeeld dat er andere stichtingen zijn die maar wat graag alledrie (of één van) de basisscholen zouden willen overnemen, omdat deze in hun ogen wél gezond zijn.

Voor onze acceptatie van het besluit is het essentieel dat onze vragen worden beantwoord. Voor u ook? Kom dan op woensdagavond 26 juni naar onze bijeenkomst. Dan praten we met elkaar en met u over onze bevindingen en over wat wij op dit moment nog kunnen doen voor onze scholen én voor onze kinderen.

Kijk voor meer details en over de tijd en plaats van de bijeenkomst op www.vooronzevrijescholen.nl. Op deze site kunt u ook een petitie ondertekenen waarin het bestuur wordt opgeroepen om de antwoorden te geven waar wij recht op hebben. Velen hebben deze petitie al ondertekend, maar hoe meer ouders ondertekenen, hoe sterker we staan!

Laten we er samen voor zorgen dat vanaf nu met de toekomst van onze scholen zorgvuldiger wordt omgegaan. Want de vrije scholen, dat zijn wij zelf.

Ouders van De Berkel, De IJssel en De Zwaan’
Vandaag al staat onder ‘Nieuws’ op genoemde website dit bericht, ‘Voorlopige onderzoeksresultaten voorgelegd aan ouders’:
‘Na bijna vier weken onderzoek hebben we woensdagavond 26 juni jl. de voorlopige onderzoeksresultaten gepresenteerd aan belangstellende ouders. Tevens hebben wij ons genoodzaakt gezien deze resultaten nu al onder de aandacht te brengen van de Raad van Toezicht. Dit vanwege het voornemen van de Raad van Toezicht om de bestuurder op korte termijn een vast contract te bieden.

Een samenvatting van de voorlopige resultaten vind je op de pagina Resultaten.
Lees ook de brief die we op 23 juni naar de Raad van Toezicht hebben gestuurd.’
Die samenvatting van de resultaten luidt als volgt:
‘Eind mei maakten we een aantal afspraken met het bestuur. Het proces rondom de bouw zou 6 weken worden stilgelegd, en wij zouden de gelegenheid krijgen om informatie in te winnen, en eventueel met nieuwe inzichten te komen. Het is nu bijna eind juni: tijd voor een aantal voorlopige resultaten.

Samenvatting, 26 juni 2013

Voor de ongeduldige lezer: ons valt het meest van alles op dat er geen goede onderbouwing bestaat voor het besluit om van 3 naar 2 scholen te gaan. Je zou verwachten dat zo’n belangrijk besluit uitgebreid gedocumenteerd is, maar dat is niet zo. Veel documenten zijn van slechte kwaliteit, of zijn helemaal niet aanwezig.

Daarbij is de manier waarop de besluitvorming heeft plaatsgevonden zorgwekkend. Het meeste gebeurde via werkgroepen van ouders, waarbij expertise soms ontbrak. Er werden ongebruikelijke procedures gevolgd, en we hebben het idee gekregen dat het proces sterk gestuurd werd door de bestuurder.

Kortom: er is wat ons betreft geen enkele reden om een school te sluiten. Wij willen dan ook dat de beslissing wordt opgeschort, en dat er een onafhankelijk onderzoek komt naar de onderbouwing. Hieronder vind je een puntsgewijze opsomming van de resultaten.

Bestuur geeft geen onderbouwing en houdt zich niet aan afspraken

– Bestuurder kan/wil geen goede onderbouwing geven van het besluit waarvoor zij verantwoordelijk is. Investeert hierin niet, laat het aan anderen.
– Bestuur zou alle informatie delen, maar van de 12 opgevraagde documenten zijn er maar 2 in goede orde verstrekt. Overige documenten zijn niet beschikbaar gesteld of bestaan niet.
– Er zou ruimte zijn voor nieuwe inzichten, dit werd later expliciet ontkend.
– In tegenstelling tot de afspraak mochten wij geen berichten plaatsen in de weekbulletins.
– Eind vorig jaar is vanuit het bestuur een toezegging gedaan snel onderzoek te laten doen naar de luchtkwaliteit op de Valckstraat. Dit onderzoek is niet uitgevoerd, hierdoor zijn kansen gemist om op relatief goedkope wijze het inzicht in de luchtkwaliteit te vergroten.

Tot op heden geen goede onderbouwing gevonden

– Veel documenten die horen bij een dergelijk besluit zijn er niet of zijn slecht van kwaliteit.
– Argument dalende leerlingaantallen nooit goed onderzocht. Andere stichtingen vinden de leerlingenaantallen ruim voldoende om drie scholen open te houden.
– Er is geen toetsing geweest van de financiële onderbouwing.
– Toenmalige berekeningen lijken niet gebaseerd op de destijds meest recente cijfers die een gunstiger beeld hadden laten zien.
– Geen tussenresultaten beschikbaar van diverse geformuleerde scenario’s.
– Geen analyse beschikbaar van verzuimproblematiek en mogelijke oplossingen.
– Dieserstraat-problematiek / huurvergoedingsdiscussie niet goed onderzocht terwijl dit al jarenlang een grote jaarlijkse verliespost oplevert.
– Op basis van de beschikbare informatie is er geen noodzaak om zo stevig in te grijpen.

Besluitvorming verliep willekeurig en is niet toetsbaar

– Besluitvorming gebaseerd op niet onderbouwde aannames waardoor bijvoorbeeld het scenario om drie scholen open te houden nooit goed is doorgerekend.
– Geen duidelijke probleemformulering, geen heldere criteria en geen toetsbare kaders.
– Samenstelling werkgroep Toekomst was willekeurig en leden misten specifieke expertise.
– Chaotisch beslissingsproces, sterk gestuurd door bestuurder.
– Bij de uiteindelijke keuze van de werkgroep Toekomst heeft één stem het verschil gemaakt. Hierover mocht niet gecommuniceerd worden en er zijn geen notulen van gemaakt. Er waren vooraf géén criteria voor stemming vastgesteld. Aanvankelijk was het doel van dynamische oordeelsvorming juist het bereiken van consensus. Dit is ter plekke losgelaten.

Bestuurskantoor functioneert onvoldoende

– Weinig know-how (bijvoorbeeld op financieel, onderwijskundig en juridisch gebied).
– Veel ad hoc beslissingen.
– Hoge werkdruk, veel ziekteverzuim. De controller is langdurig ziek. Bestuurder overbelast.

Doorzetten besluit is onwenselijk en risicovol

– Het nu sluiten van een school is ongefundeerd en daarmee immoreel.
– Ouders voelen dit gebrek aan onderbouwing. Hierdoor dalend vertrouwen in het bestuur. Dit wordt nog versterkt door de rommelige uitvoering en de slechte communicatie.
– De gevolgen van de uitvoering van het besluit zijn niet onderzocht en niet transparant (bijvoorbeeld eerste klas IJssel, eerste klassen 2014, overvolle scholen). Er is nog steeds geen globale planning voor de komende twee jaar beschikbaar.
– Groep ouders die latent overweegt om de school te verlaten is veel groter dan de groep direct getroffenen. Daarmee komt de stichting alsnog in de problemen.

Wat willen wij

– Gesprek met Raad van Toezicht n.a.v. brief
– Bevriezen uitvoering genomen besluit en daaraan gerelateerde, onomkeerbare beslissingen
– Opschorting beslissing over verlenging contract bestuurder
– Onafhankelijk onderzoek naar de besluitvorming en de onderbouwing. Alleen een school sluiten als is aangetoond dat dat echt nodig is.
– Overgang naar een andere stichting onderzoeken.’
Dit alles vormt nu de culminatie van dit al lang slepende proces. Helaas, helaas, deze bevindingen zijn nogal vernietigend. Ingrijpen moet intussen niet anders dan onvermijdelijk zijn. Wie gaat dat doen? Dat kan er maar één: de Raad van Toezicht. Die zal kleur moeten bekennen. Wat ook over vrijescholen gaat, is de weblog met die titel van Ruud Thelosen: ‘Vrije Scholen’. Die publiceerde gisteren ‘Digitale Dementie’:
‘Vrije Scholen zo gek nog niet!

Digitale dementie is de titel van een net verschenen boek van de Duitse hersenonderzoeker en psychiater Manfred Spitzer. In dit boek, dat momenteel in Duitsland een bestseller is, wordt op basis van 400 verschillende wetenschappelijke onderzoeken aangetoond dat het gebruik van computers en i-Pads bij kinderen in het onderwijs geen onverdeelde zegen is. Sterker nog, Spitzer beweert dat het IQ van kinderen de laatste jaren als gevolg van digitale media niet meer stijgt maar daalt. Verder dat bij kinderen de nog in ontwikkeling zijnde hersenen, door veelvuldig gebruik van deze digitale schoolmiddelen, beschadigd raken en verschrompelen. Vandaar de huiveringwekkende term digitale dementie.

Recent hersenonderzoek heeft aangetoond dat de hersenen nog uitgroeien tot ongeveer het 26e-27e jaar. Specifieke hersengebieden, die nodig zijn voor planning en morele afwegingen, komen pas het laatste aan bod. Populair is in dat verband de term Puberbrein, waarmee wordt aangeduid dat jonge hersenen anders zouden functioneren dan die van volwassenen.

Deze actuele aanleiding veroorzaakte bij mij een soort flashback. Zo moesten wij als kritische ouders van drie jonge kinderen, in de jaren ’90 van de vorige eeuw, kiezen voor een geschikte basisschool. Na meerdere bezoeken en voorlichtingsavonden kozen we uiteindelijk bewust voor een vrije school (in de rest van de wereld Waldorf genoemd) vanwege de spirituele mensvisie en daarnaast het veelomvattende wereld- en maatschappijbeeld. De antroposofie, opgericht door de Oostenrijks-Hongaarse filosoof Rudolf Steiner, stelt dat de mens een geestelijk wezen is dat incarneert op aarde en evolueert door meerdere levens. Een kind maakt in een notendop de hele mensheidsontwikkeling door en dat moet ook in het onderwijs en de leerstof terugkomen.

Leerstof is vooral ontwikkelingsstof. Bovendien is de mens te beschouwen als een drieledig- (denken, voelen en willen) én vierledig wezen met een ik-, astraal-, ether- en fysiek lichaam. Dat betekent dat afwisseling van het onderwijs en het aanspreken van alle wezensdelen bij het kind door middel van cognitieve, sociale, kunstzinnige en fysieke activiteiten van groot belang zijn. In de daaropvolgende aannamegesprekken werden we als ouders stevig bevraagd over de privé-situatie in het gezin en vooral de omgang met televisie en (toen nog incidenteel) de computer. Vrije scholen waren toen uitgesproken kritisch en conservatief over deze moderne, elektronische hulpmiddelen, die zo ver mogelijk weg gehouden moesten worden van de kinderen. In de peuter, kleuter- en lagere school was deze apparatuur niet of nauwelijks aanwezig.

Als ouders hadden we daar begrip voor en we hebben hierover later ook meerdere lezingen op de vrije school gevolgd en artikelen gelezen, die deze mening onderschrijven. Zoals in tijdschriften Jonas, Vrije Opvoedkunst en schoolkranten als Lerarenbrieven, Rondom en de Wikkelaar (de laatste twee van vrije Scholen in Eindhoven). Zo herinner ik mij ook een publicatie van prof.dr. Rainer Patzlaff, het boek De bevroren Blik uit 2005, een bekende media-onderzoeker en pedagoog. Hij waarschuwde voor de verslavingsgevolgen van kinderen achter de computer en televisie.

In de huiskamers van vele vrijeschoolouders was de televisie daarom overdekt met een stoffen kleedje of opgeborgen in een kast, waardoor het beeldscherm aan het zicht was onttrokken. De televisie ging eventueel alleen ’s avonds aan, nadat de kinderen al naar bed waren. Daartegenover stond dat de kinderen wel in het weekend een video-(kinder)film mochten kijken en dat werd ervaren als een feestelijke gebeurtenis waar de hele week naar werd uitgekeken. Alleen bij bijzondere nieuwsgebeurtenissen zoals een belangrijke voetbalwedstrijd of de successen van Nederlandse sporters op de Olympische Spelen of een natuurfilm werd er wel eens een uitzondering gemaakt. Een groot deel van hun jeugd hebben veel ouders dit restrictieve beleid kunnen handhaven totdat de computer in opmars kwam en computerspelletjes hun intrede deden. Natuurlijk probeerden kinderen ons over te halen en desnoods bij vriendjes of grootouders wel achter de buis te kruipen. Veel later kregen wij, toen de kinderen al volwassen waren, te horen dat ze achteraf gezien wél blij waren met zulke strenge ouders. Ze hebben meer tijd kunnen besteden aan muziek, sport en spelen in de natuur en dat zijn veel gezondere activiteiten.

Het strenge beleid van de school stuitte bij sommige ouders op weerstand en men beschouwde het als ongepaste inmenging in de privésfeer. Lang heeft de vrijeschool geprobeerd de computers, de (voorlichtings-) films en videovoorstellingen buiten de schoolklas te houden. Onze kinderen waren al in de tienerleeftijd toen de computer echter sterk in opmars kwam en soms op school, maar vooral ook thuis, gebruikt moest gaan worden voor werkstukken en opdrachten.

Teleurgesteld was ik toen de school een rigoureuze ommezwaai maakte en een computerklas ging inrichten. Daarna volgden computerlessen op de basisschool voor de hoogste klassen waar basisvaardigheden zoals typen, tekstopmaak en grafieken tekenen steeds vanzelfsprekender werden. Later kwamen daar de laptops bij die dyslectische kinderen kennelijk nodig hadden, omdat ze niet goed konden schrijven en spellen en met hulpprogramma’s wel verder konden komen. Op dit moment is er nauwelijks meer een onderscheid te zien tussen vrije en reguliere scholen als het gaat om het gebruik van computers, laptops , de televisie, mobiele telefoons, tablets en I-pads. De aanwezigheid van digiboards (digitale schoolborden) is ook op vrije scholen geen uitzondering meer.

Eind 2012 heeft een landelijk, grootschalig wetenschappelijk onderzoek van de Maastrichtse onderwijssocioloog en hoogleraar Jaap Dronkers middelbare scholen vergeleken op hun schoolprestaties. In de categorie HAVO scoorden vrije scholen extreem goed met vier scholen in de top 10 . Het Novaliscollege te Eindhoven haalde de hoogste cijfers voor HAVO en VMBO van heel Noord-Brabant. Zie ook http://vrijescholen.blogspot.nl/2012/12/vrije-scholen-kampioen.html

Het bijzondere van het onderzoek van Dronkers is dat niet alleen gekeken is naar de slaagpercentages en gemiddelde cijfers, maar vooral ook naar de verschillen tussen instap- en uitstapniveau van de leerlingen. Dat betekent dat vrije scholen er kennelijk beter in slagen om hun leerlingen meer uit te dagen en meer te laten ontwikkelen. Zou hier ook een positief leereffect van minder digitale hulpmiddelen in naar voren komen?? Feit is wel dat het afgelopen jaar er na jaren van vrijwel stilstand opeens weer nieuwe vrijescholen in oprichting zijn.

Steinerscholen zullen in de toekomst zeker geen volledig digitaal onderwijs gaan ontwikkelen, zoals de nieuwe Steve Jobsscholen, onder andere op initiatief van opiniepeiler Maurice de Hond, dat wel wil gaan realiseren. Artikel 21 van de grondwet gaat over Vrijheid van Onderwijs en geeft ouders de gelegenheid een school met een eigen signatuur en onderwijsvisie op te richten. De overheid heeft deze Steve Jobsscholen inmiddels ook het groene licht gegeven en komend schooljaar 2013/2014 zullen er mogelijk tien van start gaan. In Sneek en Breda in zuivere vorm en een aantal andere scholen zullen overgaan op het O4NT-(onderwijs voor een nieuwe tijd) concept van een volledig digitale leeromgeving.

Daarom komen de waarschuwingen van wetenschapper Spitzer misschien nog op tijd. De zeer ambitieuze plannen en concepten voor een volledige elektronische leeromgeving kunnen op basis hiervan ernstig afgeraden worden. We weten al een tijd uit verschillende onderzoeken dat elektromagnetische straling van hoogspanningsmasten, mobiele telefoons, digitale UMTS-zendmasten en draadloze wifinetwerken schadelijk zijn en mogelijk een verhoogde kans op kanker opleveren.

Spitzer noemt nog andere gevaren. Zo zou deze elektronica voor kinderen eigenlijk een vorm van kindermishandeling zijn. Net als bij het gebruik van alcohol zou ook elektronische apparatuur een duidelijk leesbare sticker en bijsluiter moeten krijgen: “Gevaarlijk voor de kindergezondheid”! Niet alleen het te meten IQ gaat achteruit, maar de digitale media leiden ook tot ernstige aandoeningen als spraak- en leerproblemen, aandachtsstoornissen, stress en depressie, risico op verslaving en slechte schoolprestaties en vandaar de angstaanjagende term digitale dementie.

Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, is daarom mijn motto.’
Hij is wel erg streng, onze Ruud Thelosen. ‘Stichting Vrijescholen Athena’ schreef eergisteren op zijn Facebookpagina ‘Computer slecht voor kinderen?’, met een vraagteken dus:
‘Een Duitse professor van de psychiatrische universiteitskliniek in Ulm (Zuid-Duitsland) betoogt in NRC Handelsblad en de Volkskrant van 21 juni dat “kinderen leren van echte ervaringen, van de werkelijkheid, van het directe contact met andere mensen. En dus totaal niet van computers en televisie. Hoe meer kinderen met beeldschermen bezig zijn, des te slechter het is voor hun concentratievermogen, taalverwerving en sociale vaardigheden.”

Prof. Spitzer beweert dat scholen die te veel met computers werken “gek” zijn: “We moeten kinderen leren over de wereld, over interessante zaken, en met enthousiasme. Daar heb je geen computers voor nodig. Integendeel. En ja, als er eens een dingetje is dat je goed op de computer kan oefenen, dan is daar niks op tegen. Maar computer of iPads centraal stellen in de les is onbegrijpelijk.”

De Nederlandse psycholoog Martine Delfos schreef vorig jaar een boek over kinderen en internet waarin zij ongeveer dezelfde kritiek op leren met de computer heeft als Spitzer. In haar boek “In 80 dagen de virtuele wereld rond” laat zij wel ruimte voor het plezier waarmee kinderen met computers omgaan. Maar haar boodschap is: begrenzen en begeleiden! Tot vier jaar liever geen computergebruik, tussen 4 en 6 maximaal een kwartier. Tussen 6 en 8 jaar niet langer dan een half uur tot drie kwartier.

Zie: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2672/Wetenschap-Gezondheid/article/detail/3462716/2013/06/21/Een-iPad-voor-kleuters-is-kindermishandeling.dhtml
Vanochtend maakte de ‘Adriaan Roland Holstschool’ op zijn Facebookpagina bekend:
‘Hierbij de uitslag na het tweede tijdvak:

VMBO 43 leerlingen – 41 geslaagd
HAVO 41 leerlingen – 40 geslaagd
VWO 20 leerlingen – 18 geslaagd

In percentages:
VMBO: 95 % geslaagd.
Havo: 98 % geslaagd.
Vwo: 90% geslaagd.

Gefeliciteerd!!!!’
Zo is het maar net. Voordat ik verder ga met de vrijescholen in Duitsland, eerst dit bericht over ‘Natuurlijke Kraamzorg een feit’, in navolging van wat ik meldde op 23 juni in ‘Indoctrinatie’.
‘Op 18 juni werden de eerste Certificaten Natuurlijke Kraamzorg uitgereikt aan kraamverzorgenden die hier een jaar lang hard voor hebben gewerkt.

Veel ouders verlangden al lange tijd naar een meer natuurlijke aanpak en bejegening in hun kraambed, nu is er ook voor hen een passend aanbod. (zie www.natuurlijkekraamzorg.eu/aanbieders) Als eerste zet Yunio Kraamzorg in Utrecht en Gelderland het aanbod voor Natuurlijke Kraamzorg op haar website en biedt haar medewerkers deze scholing aan. Een cursist zegt: “Niet alleen heb ik veel dingen bijgeleerd over kruiden, warmtezorg, aanraking of omhulling, maar ook ben ik persoonlijk enorm gegroeid. Ik kan beter op mezelf in mijn werk reflecteren.”

Programma-eigenaar Maria Bom en kinderarts Edmond Schoorel vertellen verheugd te zijn over deze verrijking van het Kraamzorg aanbod.

De Opleiding Natuurlijke Kraamzorg 1 is een landelijke 1 jarige nascholing voor gediplomeerde kraamverzorgenden die verdieping zoeken in hun werk, affiniteit hebben met natuurlijke verzorging en de wens hebben persoonlijk te groeien. In de Opleiding Natuurlijke Kraamzorg staat de samenhang tussen lichaam, ziel en geest centraal. De Opleiding baseert zich op de antroposofische mensvisie. Zij biedt een evenwichtig aanbod van theorie, praktijk en kunstzinnige verwerking. Maandelijks komen cursisten een dag naar school waarna zij het geleerde gaan oefenen in hun eigen kraamzorggezinnen. Er wordt gewerkt met eigen leervragen en gegeven praktijkopdrachten. Onderwerpen zijn o.a.: conceptie, de 4 geboortes, ontwikkeling van tastzin en levenszin, rust en regelmaat, prikkels versus waarnemingen, voeding, aanvullende zorg bij borstvoeding, biografie.’
‘Die Novellierung des Ersatzschulfinanzierungsgesetzes wurde am 26. Juni vom Landtag in zweiter Lesung beschlossen, das Gesetz tritt rückwirkend zum 1. Januar 2013 in Kraft. Die hessischen Waldorfschulen begrüßen die Neuerungen.

Wie die Landesarbeitsgemeinschaft (LAG) der hessischen Waldorfschulen in einer Presse-Information mitteilte, bildet das neue Berechnungsverfahren ihrer Einschätzung nach die tatsächlichen, vollen Schulkosten so gut ab wie in keinem anderen Bundesland. Grundlage für die Novellierung sei die konstruktive Zusammenarbeit des Kultusministeriums mit der Arbeitsgemeinschaft der Schulen in freier Trägerschaft (AGFS) an einem Runden Tisch gewesen. Der Entwurf sieht vor, die Finanzhilfe für freie Schulträger schrittweise über zehn Jahre auf 85 Prozent aller staatlichen Schulkosten anzuheben. Die Förderschulen sollen 90 Prozent erhalten.

Das neue Berechnungsmodell erfasst erstmals die Schulkosten des Landes und der Kommunen nahezu vollständig. Das alte, aus dem Jahr 1972 stammende Berechnungsmodell hatte nicht alle Kosten abgebildet; zudem war die Unterfinanzierung durch verschieden hohe Beihilfen je nach Schulformen unterschiedlich stark. So deckten die Beihilfen bei vielen Förderschulen nur etwa die Hälfte der realen Kosten, während Grundschulen und Gymnasien eine Deckung von über 80 Prozent hatten. Das neue Modell gewährleistet, dass die bisher finanziell benachteiligten Förderschulen ab sofort eine deutliche bessere Finanzhilfe erhalten; ihre Steigerung ist mit jährlich vier Prozent doppelt so hoch wie die der anderen Schulformen. Für alle Schulformen ist die Besitzstandwahrung gesichert, eine Anpassung an die allgemeine Kostenentwicklung entsprechend der Beamtenbesoldung ist vorgesehen.’
Overschakelend op het Duits, kan ik ook dit bericht vanochtend op de Facebookpagina van ‹Das Goetheanum› melden, dat gaat over een landelijke conferentie van de Antroposofische Vereniging in Duitsland die vandaag is begonnen, ‘Wie wird der Geist wirksam?’
‘Die Anthroposophische Gesellschaft in Deutschland wagt diesen Sommer einen weiteren Schritt der Verwandlung. Nach dem Hereinholen der ‹Ätherforscher› in München, dem öffentlichen Kongress zum ‹Karma des Berufes› im Ruhrgebiet und der großen Tagung in Weimar zu Steiners 150. Geburtstag und dem nach innen Lauschen in Dornach geht es nun in die Hauptstadt, nach Berlin. Der Titel ‹Mittendrin› ist dabei Programm: Sowohl die zentrale Lage des Ortes als auch der Saal der kleinen Philharmonie ‹betonen› die Mitte. – Vom 27. bis 30. Juni tagen auf den Gebieten der Medizin, des geistigen Lebens und der Zivilgesellschaft offene Foren. Themen sind beispielsweise: ‹Die Grenze von Leben und Tod›, ‹Perspektiven der Organtransplantation› oder ‹die Meditationspraxis verschiedener Schulungswege›. Ein besonderes Augenmerk kommt auch der Kunst zu: Jobst Langhans (Tschechow-Studio Berlin) inszeniert Szenen aus Goethes Faust, Berliner Eurythmie wird durch verschiedene Ensembles sichtbar, musikalisch trägt der Kontrabass der Berliner Philharmoniker und das Stiania Trompeten-Trio etwas bei. Außerdem wird es Ausstellungen zur organischen Architektur wie von bildenden Künstlern geben. Am Samstag, 29. Juni findet auf dem Kulturforum neben der Philharmonie unter dem Motto ›Mittendrin› ein Aktionstag statt, der ein breites Spektrum anthroposophischer Initiativen an zahlreichen Ständen zeigen wird. Für alle spontan Entschlossenen gibt es also viele Möglichkeiten, dem Ereignis beizuwohnen. JG
Startseite
‘Die Anthroposophische Gesellschaft in Deutschland als lebendiger Initiativraum verstärkt das Gespräch mit Repräsentanten des allgemeinen Kulturlebens. Im Sommer 2013, vom 27. bis 30. Juni, wird dafür im Kammermusiksaal der Philharmonie Berlin eine einzigartige Gelegenheit geschaffen. Auf den Gebieten der Medizin, des geistigen Lebens und der Sozialgestalt des Gemeinwesens bilden sich Foren, in denen tiefere Dimensionen des Mensch-Seins ermittelt werden sollen.

Die Grenzen von Leben und Tod werden dabei ebenso befragt wie die Perspektiven der Organtransplantation. Die Meditationspraxis verschiedener Schulungswege eröffnet einen respektvollen Dialog und macht ihre aus inneren Erfahrungen gewonnenen Erlebnisse zugänglich. Gestalter neuer sozialer Vorhaben reflektieren ihre Beweggründe und Tätigkeitsfelder auf der Suche nach zukunftsfähigen Wegen.

Mit ihrer dialogischen Form lädt die Tagung zum aktiven Mitwirken ein. Die Teilnahme an den Vorträgen, Foren und Aufführungen ist offen, das heißt nicht an die Mitgliedschaft in der Anthroposophischen Gesellschaft gebunden. Die Mitgliederversammlung der Anthroposophischen Gesellschaft in Deutschland an den Nachmittagen ist deren Mitgliedern zugänglich.

Die Tagung schafft Möglichkeiten der Begegnung mit neuen geistigen Strömungen der Gegenwart. Einen besonderen Schwerpunkt des Programms bilden künstlerische Präsentationen. Goethes Faust, Eurythmie, Musik und Rezitation werden im Kammermusiksaal der Philharmonie eine prägende Rolle spielen, neben Ausstellungen von bildenden Künstlern und vielen weiteren Initiativen.

MitarbeiterInnen der anthroposophischen Einrichtungen in und um Berlin werden unter dem Motto ›Mittendrin‹ am Samstag, 29. Juni, auf dem Platz am Kulturforum direkt gegenüber des Kammermusiksaales ein breites Spektrum ihrer Tätigkeit mit zahlreichen Informationsständen zeigen und für Gespräche zur Verfügung stehen.

Alle Interessierten sind herzlich zu diesem lebendigen Ereignis eingeladen.

Für den Vorstand der Anthroposophischen Gesellschaft in Deutschland,
Hartwig Schiller’
‹Das Goetheanum› kwam vandaag op zijn Facebookpagina ook met ‘Kleinkindkongress am Goetheanum’:
‘Ergänzend zum Elternhaus gewinnt die institutionelle Begleitung von Kleinkindern an Bedeutung – eine eigene (Waldorf-)Pädagogik für Kinder bis drei Jahre wird entwickelt. Beim vierten Kleinkindkongress von 20. bis 23. Juni am Goetheanum standen die gesunde Entwicklung und Prävention im Mittelpunkt. Falls der Mensch vorgeburtlich bei seinem Weg durch die Planetensphären etwas ‹verschlafen› hat oder er ungünstige Umstände auf der Erde vorfindet, sucht die Kleinkindpädagogik nach Möglichkeiten des ‹Nachreifens›. Hier kommt den Erzieherinnen als ‹geistigen Eltern› eine wichtige Aufgabe zu. Auch bei vorliegenden Schwächen oder Störungen gilt es immer, das wahrzunehmen, was die Fähigkeiten und die momentanen Bedürfnisse des Kindes sind. Die Erzieherin wirkt vor allem durch ihr eigenes Menschsein, die Haltung ‹Ich bin für dich da› und ‹Du darfst dich hier entfalten› sowie durch das Schaffen eines ‹professionellen Zuhauses›. Die Selbsterziehung ist auch deshalb so bedeutend, weil das Kleinkind die Bezugsperson auf allen Ebenen ihres Verhaltens nachahmt. Spürt das Kind, dass es wahrgenommen wird, erwirbt es Selbstbestimmung und Beziehungsfähigkeit – anderenfalls wird es in seiner Entwicklung gehemmt. Jeder Gedanke wirkt unmittelbar, im Guten wie im Schlechten. Bei all dem gilt es, auf sich selbst zu achten, braucht doch der Umgang mit Kleinkind und Eltern Kraft. Ergebnisse der drei vorherigen Tagungen wurden dokumentiert in der Schrift ‹Die Würde des kleinen Kindes›, herausgegeben von Michaela Glöckler und Claudia Grah-Wittich (Bezug: Vereinigung der Waldorfkindergärten in Deutschland: info@waldorfkindergarten.de).

Gabriela Jüngel
Internationaler Kleinkinderkongress eröffnet
De Facebookpagina van ‘Rudolf Steiner: Schriften – Kritische Ausgabe. SKA’ meldde eergisteren ‘SKA-Neuigkeiten: Buchpreis und Erscheinungsdatum’:
‘Das Erscheinungsdatum der ersten Lieferung der SKA ist nochmals um ein paar Wochen verschoben worden (jetzt August 2013). Das hängt mit vertrieblichen Veränderungen zusammen, über die wir später berichten werden. Die gute Seite der Nachricht: es wird eine größere Auflage geben und der Preis hat sich wesentlich reduziert:
Einzeln: EUR 88,- (statt bisher 128,-)
Bei Gesamtabnahme: EUR 78,- (statt bisher 98,-)’
Op 9 en 24 april in ‘Kleuters’ en ‘Mededogen’ had ik het over de initiatiefnemer hiervan, Christian Clement. Gisteren liet hij op zijn Facebookpagina dit verbazingwekkende, maar zeer verheugende nieuws weten:
‘Wem die SKA bisher zu teuer war, kann aufatmen: die Edition wird jetzt von zwei Verlagen vertrieben und ist dadurch deutlich günstiger.

Verlagsanzeige [publishers advertizement]
Aktueller Stand: Juni 2013

Rudolf Steiner: Schriften. Kritische Ausgabe (SKA)
Herausgegeben von Christian Clement
bei frommann-holzboog, Stuttgart-Bad Cannstadt.
In Vertriebskooperation mit: Rudolf Steiner Verlag, Basel

“Dem Herausgeber Christian Clement ist zu danken, dass wir hinfort sehr viel tiefer und genauer der Steinerschen Denkform nahe kommen können, indem wir über die exakte Benennung seiner Quellen zu seinen wahren Intentionen herangeleitet werden. “
(Alois Maria Haas, Vorwort zu Band 5)

“Die vorliegende Kritische Ausgabe der Werke Rudolf Steiners (SKA) bietet nunmehr die Möglichkeit [...] etwas von dem Werdeprozess sichtbar zu machen, der zwischen der ersten Niederschrift [...] und der endgültigen Buchfassung innerhalb der Gesamtausgabe (GA) liegt.”
(Gerhard Wehr, Vorwort zu Band 7)

BAND 1: SCHRIFTEN ZUR GOETHE-DEUTUNG

– Einleitungen zu Goethes naturwissenschaftlichen Schriften
– Grundlinien einer Erkenntnistheorie der goetheschen Weltanschauung
ISBN 978 3 7728 2631 3.
http://www.frommann-holzboog.de/site/suche/detailansicht.php?wid=127000110

BAND 2: PHILOSOPHISCHE SCHRIFTEN

– Wahrheit und Wissenschaft
– Die Philosophie der Freiheit
ISBN 978 3 7728 2632 0.
http://www.frommann-holzboog.de/site/suche/detailansicht.php?wid=127000210

BAND 3: INTELLEKTUELLE BIOGRAPHIEN

– Friedrich Nietzsche
– Goethes Weltanschauung
ISBN 978 3 7728 2633 7.
http://www.frommann-holzboog.de/site/suche/detailansicht.php?wid=127000310

BAND 4: SCHRIFTEN ZUR GESCHICHTE DER PHILOSOPHIE

– Welt- und Lebensanschauungen im 19. Jahrhundert
– Die Rätsel der Philosophie
ISBN 978 3 7728 2634 4.
http://www.frommann-holzboog.de/site/suche/detailansicht.php?wid=127000410

BAND 5: SCHRIFTEN ÜBER MYSTIK, MYSTERIENWESEN UND RELIGIONSGESCHICHTE

– Die Mystik im Aufgange des neuzeitlichen Geisteslebens
– Das Christentum als mystische Tatsache
ISBN 978 3 7728 2635 1.
http://www.frommann-holzboog.de/site/suche/detailansicht.php?wid=127000510

BAND 6: SCHRIFTEN ZUR ANTHROPOLOGIE

– Theosophie
–  Anthroposophie. Ein Fragment
ISBN 978 3 7728 2636 8.
http://www.frommann-holzboog.de/site/suche/detailansicht.php?wid=127000610

BAND 7: SCHRIFTEN ZUR ERKENNTNISSCHULUNG

– Wie erlangt man Erkenntnisse der höheren Welten
– Die Stufen der höheren Erkenntnis
ISBN 978 3 7728 2637 5.
http://www.frommann-holzboog.de/site/suche/detailansicht.php?wid=127000710

BAND 8: SCHRIFTEN ZUR ANTHROPOGEGNESE UND KOSMOGENESE

– Aus der Akasha-Chronik
– Die Geheimwissenschaft im Umriss
ISBN 978 3 7728 2638 2.
http://www.frommann-holzboog.de/site/suche/detailansicht.php?wid=127000810

(Diese 8 Bände bringen die Schriften Steiners zwischen 1884 und 1910. Eine zweite Abteilung mit den Schriften von 1911 bis 1925 ist in Planung.)

CHARAKTER DER SKA:

Die kritische Edition ausgewählter Schriften Rudolf Steiners (1861–1925) bietet die Grundlagentexte der Anthroposophie, der wohl bedeutendsten esoterischen Bewegung des 20. Jahrhunderts, zum ersten Mal in textkritischer Ausgabe. Steiners zentrale Schriften zwischen 1884 und 1910 werden in ihrer Textentwicklung durch die verschiedenen Neubearbeitungen hindurch verfolgt, im Rahmen von Steiners intellektueller Biographie kontextualisiert und hinsichtlich ihrer Quellen und Bezüge umfassend transparent gemacht. So wird ein neuer Editionsstandard für das geschriebene Werk Steiners gesetzt, welcher der wissenschaftlichen Auseinandersetzung mit Anthroposophie eine unverzichtbare textuelle Grundlage schafft und mit Blick auf die Zukunft ein Fundament für eine künftige voll ausgewachsene historisch-kritische Ausgabe bilden kann.

[This critical edition of selected writings by Rudolf Steiner (1861–1925) features the foundational texts of anthroposophy, one of the most significant esoteric movements of the 20th century. It traces the essential writings of the controversial philosopher and esotericist in their textual development, contextualizes them within the framework of Steiner’s intellectual biography and makes them transparent with regard to their references and literary sources. In doing so, the edition sets a new editorial standard for Steiner’s writings and provides an indispensable academic tool for critical research in the field of anthroposophy. Furthermore, it provides a sound foundation for a fully-fledged critical edition in the future.]

1. Lieferung (SKA 5), August 2013:

BAND 5:

Schriften über Mystik, Mysterienwesen und Religionsgeschichte

Die Mystik im Aufgange des neuzeitlichen Geisteslebens und ihr Verhältnis zur modernen Weltanschauung (1901). Das Christentum als mystische Tatsache und die Mysterien des Altertums (1902). Herausgegeben und kommentiert von Christian Clement. Mit einem Vorwort von Alois Maria Haas. Ca. 520 S.

Innerhalb der intellektuellen Entwicklung Steiners nehmen ›Die Mystik‹ und ›Das Christentum‹ eine zentrale Stellung ein. Sie dokumentieren den Übergang des Philosophen Steiner zum Mystiker und Esoteriker und stehen somit im Brennpunkt aktueller Forschungskontroversen, etwa um die Kontinuität von Steiners intellektueller Entwicklung, um die »Christlichkeit« der Anthroposophie oder um die Abhängigkeit Steiners von der angloindischen Theosophie. Der fünfte Band der Reihe erschließt diese für das Verständnis und die Bewertung der Anthroposophie unentbehrlichen Schriften zum ersten Mal in kritischer Edition.

[Rudolf Steiner’s monographs on ›Mysticism‹ and ›Christianity‹ mark a crucial phase in the genesis of anthroposophy; they document his transformation from philosopher and philologist into the mystic and esotericist of later years. Consequently, these texts are at the heart of ongoing academic controversy about the consistency of Steiner’s intellectual development and his relationship to Anglo-Indian Theosophy and traditional Christianity. The fifth volume presents these foundational texts of Anthroposophy for the first time in critical edition, thus providing a much needed textual basis for the discourse about Steiner and the validity and significance of his work.]

Aus der Einleitung zu Band 5:

Die Anthroposophie Rudolf Steiners (1861–1925) hat eine tiefgehende und globale Wirkung auf das geistige und gesellschaftliche Leben des 20. Jahrhunderts gehabt und übt diese auch weiterhin aus. In vielfältigen Praxisfeldern wie Waldorfpädagogik, biologisch-dynamischer Landwirtschaft, Christengemeinschaft oder anthroposophischer Medizin werden Steiners Ideen heute auf allen fünf Kontinenten praktiziert und sein Name ist einer breiten Öffentlichkeit ein Begriff. Auch als Philosoph und Goethe-Interpret hat Steiner sich einen, wenn auch nicht unumstrittenen Namen gemacht, und als Esoteriker und spiritueller Lehrer hat er, nach dem Klappentext der bisher um fassendsten kritischen Gesamtdarstellung anthroposophischer Theorie und Praxis, die »wichtigste esoterische Gemeinschaft der europäischen Geschichte« ins Leben gerufen.

Obwohl aber Anthroposophie im kulturellen, intellektuellen und spirituellen Leben der Gegenwart unzweifelhaft eine bedeutsame Rolle spielt, steht der Forschung bisher keine wissenschaftlich-kritische Ausgabe ihrer theoretischen Grundlagentexte zur Verfügung. [...] Diesem Umstand wird durch die mit dem vorliegenden Band anhebende »Kritische Ausgabe« (SKA) abgeholfen. Indem der kritische Apparat eines jeden Bandes sämtliche in den verschiedenen Neuauflagen auftauchenden inhaltlichen und orthographischen Textänderungen dokumentiert, lässt sich die Entwicklung von Steiners Denken und Sprachstil nicht nur durch die Folge seiner verschiedenen Veröffentlichungen, sondern auch durch die Entwicklungsstadien einer jeden Einzelschrift detailliert nachvollziehen. Ausführliche Einleitungen und ein Stellenkommentar kontextualisieren die jeweiligen Schriften im Rahmen von Steiners Gesamtwerk und geben durch vollständige Dokumentation sämtlicher Fremdzitate im Originalwortlaut Einblick in Steiners Quellen und Zitierpraxis. [...]

So wird ein neuer Editionsstandard gesetzt, an dem sich die künftige Anthroposophieforschung zu orientieren haben wird.”

[From the introduction to vol. 5:

Rudolf Steiner’s (1861-1925) Anthroposophy has had a deep and far reaching influence on the intellectual and social life of the 20th century, and continues to do so today. In many practical fields such as Waldorf schooling, biological-dynamical farming, Christian Community or Anthroposophical medicine Steiner’s ideas are put into practice on all five continents and his name is known to a broad audience. Steiner has also made himself a name as a philosopher and Goethe interpreter. Furthermore, as an esotericist and spiritual teacher he founded, according to a recent critical study, »the most important esoteric community in the history of Europe« (Zander, 2007).

Despite such measurable impact on the cultural, intellectual and spiritual life of modernity, Steiner’s writings have until now not been available in a modern critical edition. The existing complete edition (»Gesamtausgabe« or GA), published in Dornach, offers almost all of Steiner’s monographs and lectures , but claims to be »a mere reading edition (Leseausgabe) and not a critical edition« (GA 05:200). This is evident, firstly, in the fact that the Dornach edition ignores the various textual variants that exist, secondly in the selective and one-dimensional nature of its commentaries and annotations and, thirdly, in its lack of critical contextualization. This lack of academic rigor in the GA is most deplorable in light of the fact that Steiner revised all of his major monographs several time. Consequently, the history of his texts provide interesting insights into his intellectual development. The existing editions do not document these textual variants and thus create the illusion of authoritative doctrinal texts, while the textual history reveals a form of thought that is ever changing and revising itself. 
Up to now, students of anthroposophy interested in these textual developments had to work with up to nine different (and sometimes hard to get to) editions of Steiner’s books. This will change with the new Critical Edition (»Kritische Ausgabe« or SKA) as each volume will provide a critical apparatus that documents all textual variants. Extensive introductions and detailled commentaries and annotations contextualize Steiner’s texts within his intellectual development und provide a complete documentation of Steiner’s literary sources. Thus a new editorial standard is set forth which will inform any further research in the field of Anthroposophy. [...]

Section I of the Critical Edition is designed as an eight volume edition, containing all major writings of Steiner between 1884 and 1910. It thus presents those text which document the genesis of Anthroposophy from its earliest beginnings in Steiner’s Goethe studies to the first complete and systematic presentation of the anthroposophical world view in »Die Geheimwissenschaft im Unriss« in 1910. Thematically related texts are published in one volume in order to facilitate an intertextual and thematic approach to the texts.

A second section featuring the writings from 1911 to 1925 is in planning.’
Tot slot vandaag dit bericht van Wolfgang G. Vögele dat afgelopen maandag, op de dag van het Sint-Jansfeest, werd geplaatst op News Network Anthroposophy Limited (NNA), Wurde Steiners Lebensweg aus geistiger Sicht dargestellt oder instrumentalisiert? Geteilte Resonanz über die dreibändige Lebens- und Werkgeschichte Rudolf Steiners’:
‘Der bekannte Autor Peter Selg hat – im Nachgang zum Jubiliäum des 150.Geburtstags von Rudolf Steiner – jetzt auch eine Biographie des Begründers der Anthroposophie veröffentlicht. Es ist ein echtes “Opus magnum” – drei Bände mit rund 2000 Seiten. Auch neue Dokumente sind dabei, die die letzten Lebensmonate erhellen. Verschiedene Autoren anthroposophischer Medien haben sich ausführlich mit diesem Werk befasst, mit geteilter Resonanz. NNA-Korrespondent Wolfgang G. Vögele berichtet.

Als wenig zeitgemäß bewertet Ramon Brüll die neue Steiner-Biographie. Sein Artikel in der Märzausgabe der Zeitschrift “Info3” trägt die Überschrift “Steiner auf der Siegessäule”. Brüll ist der Auffassung, Selg bemühe sich in der Biographie um die Restauration eines Heiligenbildes: “Der Doktor steht wieder dort, wo er hingehört – auf seinem Sockel.”

Diejenigen Anthroposophen, für die Steiner immer schon unfehlbar, seine Arbeit widerspruchs- und sein Leben tadellos gewesen sei, würden über das Erscheinen der drei Bände jubeln, meint Brüll. Im Kulturleben, im Wissenschaftsbetrieb, in den Feuilletons der ernstzunehmenden Medien sei aber heute (wie schon im vorigen Jahrhundert) kein Platz für einen Heiligen, und wenn einer als solcher vorgeführt werde, erscheine er schlicht unglaubwürdig. Mit der Veröffentlichung seiner “Lebens- und Werkgeschichte”, so der Untertitel, disqualifiziere sich Selg als Wissenschaftler. Was noch schlimmer sei – die Biographie schade der Akzeptanz Rudolf Steiners in der Öffentlichkeit.

Ob es um die Ambivalenz Steiners zum Judentum gehe oder auch die Aussagen Steiners, die aus heutiger Sicht andere Ethnien diskriminieren: Nicht einmal als Fragestellung habe sich Selg dieser Themen angenommen. So habe der Autor jede Klippe elegant umschifft, die das idealisierte Steinerbild, oder, wie er es nennt, die “innere Kontinuität einer unvergleichlichen Lebensarbeit” ankratzen könnte. Dazu passe auch, dass die “rätselhafte Verehelichung Rudolf Steiners mit seiner Hauswirtin Anna Eunike ebenso wenig auffindbar” sei wie die Entfremdung der beiden voneinander, als Steiner sich mit theosophischen Kreisen und insbesondere mit Marie von Sivers verbunden habe.

Aber auch methodologische Fehler sieht der Rezensent in der Biographie: “Ein Personenregister fehlt. Das Inhaltsverzeichnis ist extrem grobmaschig und wenig hilfreich, wenn die Leser konkreten Fragestellungen nachgehen wollen”. Anstelle des Literaturverzeichnisses finde sich nur eine Auflistung der Bände der Rudolf Steiner Gesamtausgabe. Damit erfülle das Werk nicht einmal formal wissenschaftliche Kriterien und bleibe sehr weit hinter dem Stand der Diskussion über die Bedeutung des Gründers der Anthroposophie zurück. Selg – so Brüll abschließend – habe mit der Biographie keinen Beitrag “für die Zukunft der anthroposophischen Bewegung” geleistet, sondern dieser eher einen “Bärendienst” erwiesen.

Lob für Selgs “Opus magnum” kommt dagegen von Lorenzo Ravagli. In seinem “anthroblog” (März 2013) ist er sich mit Selg einig, dass es höchste Zeit gewesen sei, den “deformierten” Bildern von Rudolf Steiner, wie sie die Biographen Prof. Helmut Zander, Prof. Heiner Ulrich und Marion Gebhardt anlässlich des Steiner-Jubiläumsjahrs bei renommierten Verlagen herausgebracht hatten, etwas entgegenzusetzen, nämlich eine “geistgemäße” Lebens- und Werkgeschichte.

Gegen den Biographen Zander fährt Ravagli bei dieser Gelegenheit wieder schweres rhetorisches Geschütz auf, indem er seine Arbeit als “pseudohistoriographisches Machwerk”, oder “Abgrund der Unphilosophie” bezeichnet. Die “Inhaltsleere” seiner Biographie habe Zander durch “Kolportage und Skandalisierung” verschleiert. Ravagli sieht hier eine heilende Wirkung gegenüber der “Pathologie” Zanders, die Selg durch die subtile Wahrnehmung von Rudolf Steiner erziele.

Steiners Lebenwerk sei ein Kampf gegen die alten Mächte der Finsternis gewesen, die die Auslöschung seiner christozentrischen Bewegung beabsichtigten. Ravagli spricht von einer “unheiligen Allianz” kirchlicher, völkischer und linker Kreise gegen diejenige Strömung, die den Untergang des Abendlandes “hätte verhindern können”. Äußerlich hätten die Gegenmächte eine Zeitlang gesiegt, sie seien aber noch immer aktiv. Dem setzt Ravalgli einen beschwörenden Schluss gegenüber: Steiners Leben dauere fort “bis ans Ende der Zeiten”, weil es aus der Kraft des Auferstandenen lebe, “uns allen zum Vorbild und Ansporn”.

Franz-Jürgen Römmeler bespricht in der Zeitschrift “Europäer” vom März 2013, S. 26 ff die Biographie. Für Römmeler pendelt sie “zwischen Glanzlichtern (...) und stark interpretationsbedürftigen Passagen”. Selgs Werk besteche nicht durch Tiefe, sondern durch “schiere Breite”. Es sei eine Spezialität Selgs, “seitenlange Zitate unterschiedlicher Autoren zu verknüpfen”. Befremdlich findet der Rezensent, dass Selg zur Charakterisierung der Lage Mitteleuropas ausgerechnet Autoren zitiere, die ausgewiesene Kommunisten oder am “rechten Rand des politischen Spektrums” angesiedelt seien wie Eric Hobsbawn und Klaus Hornung.

Ganz im Sinne des thematischen Schwerpunktes vieler Artikel im “Europäer” handelt Römmeler Selgs Kapitel zum ersten Weltkrieg ausführlich ab. Hier berufe sich Selg auf zweifelhafte Quellen, schreibt er. So habe er z.B. wichtige Zitate aus den Studien von “Europäer”-Autor Thomas Meyer zu Hellmuth von Moltke unterschlagen. Selg habe versäumt, die Drahtzieher des 1. Weltkriegs deutlich zu benennen, wie dies Steiner in den “Zeitgeschichtlichen Betrachtungen” getan habe: die anglo-amerikanischen Geheimgesellschaften.

Immer wieder greife Selg “das Verhalten der Mitglieder” zu Steiner auf. Damit deutet Römmeler auf die “innere Gegnerschaft” hin, die bis heute auch im “Europäer” gern und oft als aktuelle Gefahr thematisiert wird. Römmeler wundert sich, warum vor dem Hintergrund dieses Anspruchs der weitere Gang der Dinge bezüglich Steiners Werk nach 1925 ausgeblendet bleibe. Offen bleibe auch die Frage, ob eine blosse Zitatenfolge solch hohen Ansprüchen gerecht werden könne. Selg bringe nichts genuin Neues, stattdessen zahllose Zitate Dritter. Römmeler bemängelt auch die lieblose Buchgestaltung: gewöhnungsbedürftiges Layout, fehlende Gliederung, keine Untertitel, kein Orts-, Sach- und Namensverzeichnis, keine Zeittafel und verwirrende Fußnoten. Das alles erschwere den Lesefluss und vermutlich auch den Verkauf eines immerhin 210 Franken teueren Werkes.

Wolf Ulrich Klünker bezeichnet seine Besprechung in der Wochenschrift “Das Goetheanum” (Nr. 11/16.3.2013) ausdrücklich nicht als “Rezension”, weil es sich bei Selgs Werk um den “Versuch eines Monuments” handele. Aufgabe eines Monuments sei es, zur Empfindung zu sprechen, deshalb gehe es ihm darum, auch nur seine ästhetischen Eindrücke wiederzugeben.

Sehr kritisch fragt Klünker: “Kann man einer Individualität gerecht werden, indem man ihre spirituellen und menschlichen Superlative von damals aufzählt und unterstreicht?” Denn auch ein Steiner sei nicht über Irrungen und Scheitern erhaben gewesen. Schuld daran seien aber nicht nur – wie Selg es darstelle – eine feindliche Umwelt und unverständige Mitarbeiter gewesen. Weiter fragt sich Klünker: Besteht nicht die Gefahr, den “gegenwärtigen Steiner auf seine damalige Vergangenheit karmisch zu fixieren und damit ihm und der Anthroposophie die Zukunft zu verbauen?”

Klünker kritisiert neben formalen Äußerlichkeiten wie die Art des Drucks die häufige “Aneinanderreihung und Verschachtelung von Zitaten”, deren Länge teilweise mehrere Seiten umfasse. In dieser “Formlosigkeit” komme das gestaltende Ich des Autors wenig zur Geltung. Insgesamt sei die Biographie von Selgs Intention beherrscht, dem Leser seine Begeisterung für Steiner aufzuzwingen. Von dieser Tendenz und dem damit verbundenen hohen moralischen Anspruch werde der Leser gleichsam erdrückt.

An den fehlenden Registern stört sich Küncker weniger. Diktion und Thematik dürfe man sich nicht “von den Gegnern vorschreiben lassen”. Klüncker sieht bei Selg – wie auch Brüll – eine Neigung zum Verschleiern. Etwa, indem er die Problematik von Steiners erster Ehe hinter der spirituellen Bedeutung von Anna Eunikes erstem Ehemann “verstecke.” Farblos bleibe auch der Heilpädagogische Kurs, dessen Wurzeln (Steiners Beziehung zu Pauline und Otto Specht) man deutlicher hätte herausarbeiten können. Stattdessen habe Selg überflüssigerweise einen ganzen Pfingstvortrag Steiners abgedruckt.

Positiv empfindet Klüncker die Darstellung der letzten Lebensmonate Steiners, in denen Selg auch bisher unbekannte Dokumente heranziehe. Hier werde Geistiges menschlich sichtbar. An dieser Stelle dränge sich die Frage auf, wie es heute “in einem neuen menschlichen und geistigen Ansatz weitergehen” könne.

Günter Röschert hat Selgs Biographie in “Die Drei” rezensiert. (Juni 2013) Auch ihm fallen zunächst formale Mängel des Werks auf: fehlende Untergliederungen und Zwischen-überschriften, das sich auf GA-Bände beschränkende Literaturverzeichnis und das fehlende Personen- und Sachregister.

Röschert sieht den gedanklichen Hintergrund von Selgs Biographie in dessen Aktivitäten im Rahmen der anthroposophischen Gesellschaft. Seit etwa zehn Jahren kritisiere er die aktuellen Arbeitsverhältnisse in der Gesellschaft als Versagen gegenüber den Intentionen Steiners. Diese Argumentation setze er in der vorliegenden Werksgeschichte in gesteigertem Maß fort. Nicht zufällig ewähne er mehrmals Schillers “Malteser”-Fragment, in dem der Chor der älteren Ritter an die Ursprünge des Ordens erinnert und so eine Einigung der streitenden Parteien herbeiführt. Selg sehe sich selbst offenbar in einer ähnlichen Rolle. Vieles sei nur Behauptung ohne Textgrundlage, die eigentlichen Probleme in Steiners Biographie würden überspielt.

Ein inhaltlicher Bruch in der Christusfrage habe Selg zufolge nie vorgelegen. Röschert ist der Meinung, dass Selg “durch die Methode des Glättens, Beschönigens und Verschweigens [...] gegen Wahrheit und Tatsächlichkeit in biographischer Hinsicht verstoßen hat.” (S. 71) Mit den christentumsfeindlichen Äußerungen Steiners komme Selg “nicht zurecht”.

Er folge “bei Steiner einem Leitbild linearer Entwicklung des ‚Eingeweihten’”. Röschert verweist auf den Christenverfolger Paulus und dessen Bekehrungserlebnis. “Wer versucht, einer grenzenlosen Devotionshaltung zuliebe das Negative in Steiners Leben und Werk auszudünnen, entfernt Steiners Leben aus der Wirklichkeit.” (S. 71) Zustimmen kann Röschert dem Schluss des Werks mit der “zu Herzen gehenden Schilderung der letzten Lebensmonate Rudolf Steiners. Hier übertrifft Selg in der Dichte der Darstellung Christoph Lindenbergs zweibändige Biographie von 1997.” (S. 72)

Doch Röscherts Fazit ist ernüchternd: Selgs Werk sei “nicht Ergebnis subjektiver/objektiver historiographischer Forschung, sondern ein Werk der Agitation: “Die drei Bände bedeuten einen einzigen Appell, mit der Verwirklichung der Anthroposophie neu zu beginnen.” Röschert konzediert zwar, dass die Situation der heutigen Anthroposophischen Gesellschaft nicht den weitgespannten Erwartungen Steiners entspreche, wirft aber die Frage auf, ob Selgs “Aufruf im Gewande einer Biographie Steiners” von den Verhältnissen her gerechtfertigt sei. Darf man den Lebensweg Steiners instrumentalisieren zur Durchsetzung gesellschaftsinterner Restaurierungsbestrebungen?

Zusammenfassend kann festgehalten werden, dass Selgs Werk nicht den Diskurs mit Steiner-Kritikern sucht, sondern sich ausdrücklich an Insider wendet. In der Öffentlichkeit dürfte das Werk schon deshalb kaum rezipiert werden, weil es bewusst vom wissenschaftlichen Standard abweicht und mühsam zu lesen ist. Externe Kritiker werden sich durch Selgs Werk in ihrer These bestätigt fühlen, nach der Anthroposophie keine Wissenschaft, sondern eine Ersatzreligion ist.

Literaturhinweis: Peter Selg: Rudolf Steiner 1861-1925. Lebens-und Werkgeschichte. 3 Bände. 2148 Seiten, 220 Abbildungen. Arlesheim: Verlag des Ita Wegman Instituts, 2012. CHF 210.-; EUR 169.- Jeder Band auch einzeln erhältlich.’

Geen opmerkingen:

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)