Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

dinsdag 6 oktober 2009

Idealisten

In de webshop van Trouw wordt een boek aangeboden dat hier het vermelden waard is. Dat gebeurt op de afdeling ‘Mens & maatschappij’. Het gaat om ‘Nieuwe idealist m/v’ van Ferd van Koolwijk en Bob Pluijter. Bestel je het via deze webshop met een speciale actiecode, krijg je het boek niet voor € 18,50 maar voor € 16,00. De actie duurt drie maanden.
‘ISBN: 9789085712817
Pagina’s: 176
Uitgever: Veen Magazines
Jaar: 2009
Levertijd: vóór 12.00 uur besteld, morgen in huis
Actiecode: 901-69519 - looptijd: tot 3 maanden na start verkoop.’

Er staat niet bij wanneer de actie begint. Ik neem aan dat die al gestart is. Hoe dan ook hangt dit samen met 10 oktober. Ik zal straks uitleggen waarom. Eerst meer over de inhoud van dit boek:

‘Idealisten zijn nodig en dit boek legt uit hoe u er één kunt worden. Een idealist is iemand die misstanden in de samenleving bestrijdt en het lijden in de wereld wil verminderen. Steeds meer mensen beschouwen zich in meer of mindere mate als idealist. De bevlogenheid van de idealist spreekt ons aan, terwijl we tegelijkertijd een afkeer voelen van al te zweverige types.

Ferd van Koolwijk en Bob Pluijter, beiden betrokken bij goede doelen, laten in dit boek zien hoe u met beide benen op de grond idealist kunt zijn. Een nieuwe bloeiperiode van het idealisme is volgens hen ophanden. De samenleving roept namelijk om kritische idealisten: mensen die de val van het utopisme weten te vermijden en zich toch met hart en ziel inzetten voor een betere wereld. Lees het boek en voeg u in de rijke traditie van mensen als Gandhi, Moeder Teresa, Martin Luther King, Van Houten (die kinderarbeid in Nederland afschafte) en Obama.’

Waarom eigenlijk aandacht voor dit boek, vraagt u zich af. Max Rutgers van Rozenburg was zo vriendelijk mij de Nieuwsbrief no. 10 van maandag 21 september van het Bernard Lievegoed Fonds toe te sturen en die verklaart veel:

‘Aankondiging verschijning van het boek “Nieuwe idealist (V/M)” eind september

Ferd van Koolwijk en Bob Pluijter, beiden betrokken bij de netwerkuniversiteit, hebben afgelopen jaar onderzoek gedaan naar het verschijnsel “idealist” en “idealisme”. Zij hebben over dit onderwerp een boek geschreven dat eind september verschijnt bij Veen Magazines (bekend van o.a. Filosofie Magazine) onder de titel “Nieuwe idealist (V/M)”. Prijs € 18,50.

Het boek beschrijft het wezen, de betekenis en de werkwijze van idealisten inclusief hun dromen, worstelingen, successen en mislukkingen, en biedt tal van inzichten en adviezen voor idealisten die een grotere impact nastreven bij hun inspanningen voor een betere wereld en een gelukkiger, duurzamer en succesvoller idealist willen zijn.

Korte inhoudsopgave:

Deel I van het boek beschrijft aan de hand van voorbeelden de betekenis van bekende en minder bekende idealisten uit het verleden en schetst wat zij bereikt hebben in hun streven naar een betere wereld. Het imago en de verschijningsvormen van idealisten komen aan bod en het eerste deel eindigt met een overzicht van de uitdagingen waarmee de idealist aan het begin van de 21e eeuw wordt geconfronteerd.

Deel II analyseert het “ontwaakmoment” van het idealisme in de mens, beschrijft de grote verscheidenheid aan bronnen waaruit idealisten hun inspiratie putten en analyseert de achterliggende overeenkomsten tussen deze bronnen. Deel II laat tenslotte zien hoe deze bronnen de idealist ook op dwaalwegen kunnen voeren.

Deel III onderzoekt de verleidingen waaraan de idealist is blootgesteld en zijn worsteling met het dilemma “fighting for peace”. Het beschrijft verschillende fenomenen van doorgeslagen idealisme en onderzoekt de oorzaken daarvan. Deel III eindigt met een beschouwing over de vraag waarom sommige idealisten in hun leven te maken krijgen met diepe gevoelens van teleurstelling en verdriet.

Deel IV vervolgt de zoektocht naar het wezen van de idealist door nader te bezien op welke specifieke wijze idealisten samenwerken en communiceren. De vraag wordt beantwoord waarom zij relatief gemakkelijk in conflicten terecht komen en waarom het er juist in de samenwerking en in vergaderingen van idealisten soms bijzonder heftig aan toe kan gaan.

Deel V beschrijft de soms moeizame verhouding van idealisten tot de organisatie waar zij werkzaam zijn aan de hand van de typische ontwikkelingsfasen van een ideële organisatie. Aan de orde komen onder meer de relatie tot leidinggeven en de gehechtheid aan een aantal specifieke cultuurelementen welke het functioneren van de ideële organisatie zowel kunnen bevorderen als belemmeren.

Deel VI geeft wegen aan waarlangs de idealist zich verder kan ontwikkelen tot een effectievere, gelukkigere en succesvollere idealist. In het bijzonder worden mogelijkheden geschetst voor verdere persoonlijke ontwikkeling en vernieuwing van de wijze waarop idealisten samenwerken en zich verhouden tot de eigen organisatie, Ook geeft dit deel richtinggevende gedachten voor de rollen die de overheid en het bedrijfsleven kunnen vervullen om een nieuwe bloeiperiode van het idealisme dichterbij te brengen.

De Epiloog schetst het belang van een bevordering van “het kleine idealisme” en de opgave die daarbij voor elke burger is weggelegd, en geeft tenslotte de visie van de auteurs op de betekenis van het idealisme en de idealist voor versterking van de samenhang in de samenleving van de toekomst.

Het boek bevat een uitgebreide referentie- en literatuurlijst.

Het boek “Nieuwe Idealist (V/M)” is vanwege zijn inhoud geschikt als kerstgeschenk voor medewerkers en relaties.

Driebergen, Zeist, september 2009
Ferd van Koolwijk & Bob Pluijter’

Bob Pluijter is Raad van Bestuur van de Stichting Antroz, Ferd van Koolwijk is niet alleen oprichter van Van Koolwijk & Partners voor integrale organisatie ontwikkeling, maar ook van de Partnership Foundation, ‘ondernemen voor straatkinderen’. Deze stichting richt zich op

‘het verbeteren van de levensomstandigheden en toekomstmogelijkheden van straatkinderen in India. Doelstelling is het ontwikkelen van een keten van 50 “Rainbow Homes” in 2018 waar 10.000 straatkinderen worden begeleid naar volwassenheid.’

Nu organiseert Trouw op 10 oktober een heuse Idealendag, het grootste landelijke netwerkevenement voor mensen met idealen, in de Passenger Terminal Amsterdam. Met van half twee tot half drie een politiek debat met ondermeer minister Gerda Verburg (ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselveiligheid), Femke Halsema (GroenLinks), Greetje Lubbi (oud directeur Novib), Ferd van Koolwijk (Nieuwe idealist V/M), Nicolette Mak (Valid Express), onder leiding van Willem Breedveld (Trouw).

Dus vandaar dat Trouw voor dit boek in haar webshop actie voert.

maandag 5 oktober 2009

Goed bij

Vandaag heeft de MichaëlConferentie 2009 van de vrijeschoolbeweging, ‘Dancing the Bridges, het ideaal in de werkelijkheid’, in Nijmegen plaatsgevonden. Ik berichtte over de aankondiging op 7 juli in ‘Stormlopen’. Zoals dat deze conferentie wordt georganiseerd door de Vereniging van vrijescholen in samenwerking met Hogeschool Helicon en de Begeleidingsdienst voor vrijescholen. De laatste bleek later ingeruild voor ‘Koepelgroep vrijescholen’. Wat die inhield meldde ik trouwens op 22 juni in ‘Koepelgroep’. In tegenstelling tot mijn juli-bericht bleek er nog meer anders te zijn: spreker Dr. Jost Schieren was niet van de lerarenopleiding van de Universiteit Paderborn, maar alleen van de Alanus Hochschule te Alfter bij Bonn. Maar heel veel meer dan wat ik op die dag in juli erover kon melden, was er intussen niet van deze conferentie bekend geworden. Een paar dingen slechts: een van de sprekers vandaag was professor Gert Biesta van de University of Stirling. Een samenvatting (‘outline’) van zijn lezing, ‘Goed onderwijs en de cultuur van het meten’, werd van tevoren gepubliceerd:

‘Prof. Gert Biesta, The Stirling Institute of Education – University of Stirling, Scotland, UK. De lezing van Gert Biesta gaat over de rol van meten in het onderwijs en de ontwikkelingen daarin. Twee aspecten staan centraal: verantwoording (accountability) en de bewijsvoerende praktijk (evidence-based practice). Beide proberen de idee van bewijs een meer prominente plek te geven. Verantwoording afleggen gebeurt vooral door achteraf naar bewijs voor de kwaliteit van het professionele handelen te vragen. De bewijsvoerende praktijk staat aan de “input” kant, en probeert te zeggen – in de meeste extreme vorm – dat professionals alleen die handelingen zouden mogen verrichten waarvoor positief (wetenschappelijk) bewijs voor de effectiviteit ervan bestaat. Accountability en evidence-based practice verschijnen op die manier als twee gestalten van eenzelfde onderliggend fenomeen: de behoefte om op een of andere manier de praktijk van professionals te sturen. Daar zitten positieve kanten aan, in die zin dat professionals inderdaad rekenschap moeten kunnen afleggen van hetgeen ze doen, maar er zitten ook negatieve kanten aan, vooral als een “nauw” gedefinieerde opvatting van “evidence” probeert professional oordelen te vervangen.

In zijn lezing gaat Gert Biesta in op de vraag hoe het mogelijk is om weerstand te bieden aan deze ontwikkelingen, zodat er ruimte geschapen kan worden voor goed onderwijs. Dit roept enerzijds vragen op over grenzen: wat kan redelijkerwijs van goed onderwijs verwacht worden en wat niet. Anderzijds vraagt het een doordenking van de verschillende dimensies bijdragen aan goed onderwijs. In zijn lezing schetst Gert Biesta een kader waarmee deze vragen aangepakt kunnen worden. Daarbij maakt hij een onderscheid tussen drie functies van onderwijs: kwalificatie, socialisering and persoonsvorming. Hij zal een pleidooi houden voor aandacht voor de derde component – persoonsvorming – en over het belang van een goede balans en de kenmerken die daarvan zichtbaar zijn in de vrijeschool. Ook laat hij zien hoe het vraagstuk van bewijs er verschillend uitziet in relatie tot de drie componenten van goed onderwijs.’

Toegevoegd aan het programma was verder deze bijdrage:

‘Monique Wortelboer zal voor de kinderopvang en BSO een lezing houden met de titel Antroposofie en kinderopvang, ideaal in de werkelijkheid. Deze lezing zal parallel lopen met de lezing van Gert Biesta. Heeft de kinderopvang vanuit de antroposofie idealen en wat zouden die kunnen zijn? Waarin is de kinderopvang vanuit de antroposofie anders en wat biedt deze opvang meer dan reguliere opvang? Wat is de vraag vanuit de kinderen van deze tijd en wat zou het de leidsters kunnen bieden die in deze kinderopvang werkzaam zijn?’

Maar dat was het dan ook wel zo’n beetje, wat je er van tevoren over te weten kon komen. Via de website van de Vereniging van vrijscholen dan, en het openbare gedeelte ervan. Hopelijk zijn er genoeg deelnemers geweest, die zich er nu geïnspireerd door voelen. En misschien kunnen we weer net als vorig jaar een filmimpressie van de conferentie verwachten?

Dan de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland. Die heeft intussen wél een paar nieuwe berichten gekregen, het vermelden waard. Zoals dit, van 1 oktober, ‘BD preparaten weer toegestaan in EU’:

‘De Ministerraad van de EU heeft de richtlijnen voor “dierlijke bij-producten” herzien. Het merendeel van de BD preparaten kunnen gewoon weer op de boerderij worden bereid. Alleen ingewanden, darmscheel en de schedel van vee dat ouder is dan een jaar mogen niet gebruikt worden in verband met veiligheidsmaatregelen rond de BSE-ziekte. Ingewanden zijn wel toegestaan als ze geïmporteerd zijn. Het wachten is nu op de volgende stap: het implementeren van de richtlijn in iedere lidstaat.’

Dat staat zelfs niet op de website van Demeter of de bd-vereniging zelf, gek genoeg. En dan doe ik er dit meteen ook maar bij, eveneens van 1 oktober, ‘Doel Eliant nadert: nog 80.000 handtekeningen nodig’:

‘De actie van Eliant nadert haar doel van 1 miljoen handtekeningen. De laatste vier maanden hebben 60.000 mensen hun handtekening gezet. Wereldwijd zijn er al 920.000 handtekeningen verzameld. Eliant staat voor keuzevrijheid van onderwijs, keuzevrijheid van therapie en dus ook voor verkrijgbaarheid van antroposofische geneesmiddelen. Ook strijdt Eliant voor de verkrijgbaarheid van baby- en kleutervoeding van biologische en biologisch-dynamische kwaliteit, die niet kunstmatig is gevitaminiseerd. Dit alles in het licht van de Europese traditie van menselijke waardigheid, individuele ontwikkeling en vrijheid van keuze in een pluriforme samenleving. Wie meer informatie wenst of zijn handtekening wil zetten, kan terecht op: www.eliant.nl.’

Verder staat nu de inhoud van de nieuwe Motief nr. 133 van oktober op de website. Kortom, daar is men goed bij.

zondag 4 oktober 2009

Griep

Tsja, die griep hè. De Mexicaanse bedoel ik (of officieel ‘Nieuwe Influenza A (H1N1)’). Hij blijft de gemoederen bezighouden. Dat kan ook niet anders, gezien de belangen die ermee zijn gemoeid. Voor het laatst had ik het erover op 10 augustus in ‘Imago’. Deze week, op 6, 7 of 8 oktober (dus dinsdag, woensdag of donderdag, er staat nog niet bij wanneer het precies zal zijn), houdt de Tweede Kamer een ‘Spoeddebat over het bericht dat Ab Osterhaus aandelen heeft in de fabriek die griepvaccins maakt’.

Update 6 oktober: inmiddels blijkt dit spoeddebat plaats te vinden op donderdag 8 oktober van 19.30 tot 20.15 uur.

Update 9 oktober: gisteravond blijkt dit niet te zijn doorgegaan. De website van de Tweede kamer meldt namelijk:

‘De spoeddebatten over betaling van rekeningen door rijksoverheid en over het bericht dat viroloog Osterhaus aandelen heeft in een bedrijf dat betrokken is bij de ontwikkeling van vaccins zijn van de agenda van hedenavond afgevoerd.’

Antroposana speelt hier meteen op in, met haar ‘Brief aan kamerleden over Mexicaanse griep’ van zaterdag 3 oktober 2009:

‘Naar aanleiding van het spoeddebat in de Tweede Kamer over vaccinatie tegen de Mexicaanse griep en de rol van viroloog Ab Osterhaus bij de advisering aan de minister, stuurde Antroposana een brief naar Kamerleden.
Lees hier verder...

Dat willen we natuurlijk wel graag weten, welke vragen dat zijn. Hier komen ze (dat wil zeggen, binnen het kader van de volledige brief):

Aan Tweede Kamerleden Commissie VWS, portefeuillehouders Geneesmiddelen
Betreft: debat vaccinatie
Amersfoort, 30 september 2009

Geachte Kamerleden,

Antroposana is de landelijke patiëntenvereniging antroposofische gezondheidszorg, die 7900 leden vertegenwoordigt. Namens onze achterban maken wij ons grote zorgen over de voorgenomen vaccinatieplannen tegen de Nieuwe Influenza A (H1N1) van minister Klink van VWS. U debatteert hierover in de Kamer.

Wij verzoeken u vriendelijk de volgende vragen in uw debat en verdere overwegingen mee te nemen.

1. Volgens recent onderzoek (september 2009), waarvan de onafhankelijkheid niet vaststaat, is de bescherming van de entstoffen geen 100% maar ligt deze meer in de richting van 80%. Tevens schijnt het virus eenvoudig te muteren waardoor resistentie snel waardeloos zal worden. Wat is de reden van het feit dat 10 tot 20 % van de bevolking niet of misschien anders reageert?!

2. Soms bevatten vaccins toxische bestanddelen. Uit welk onderzoek blijkt dat het vaccin betrouwbaar is? Hoe objectief is dit onderzoek?

3. Hoe weet men zeker dat de inenting geen zware bijwerkingen kan hebben op lange termijn? Uit welk onderzoek blijkt dit?

4. Is het verantwoord om risicogroepen als zwangere vrouwen in te enten, terwijl deze niet betrokken zijn in de ontwikkeling en tests van het vaccin?

5. Voorziet de regering in een schadevergoeding voor al degenen die slecht reageren op het vaccin? Te denken valt aan bijwerkingen, gevaccineerd maar toch ziek, ander onverwacht negatieve effecten.

6. Er zijn miljoenen doses van het vaccin besteld door de regering. Wat als deze uiteindelijk onbruikbaar blijken te zijn? Krijgt de regering het bestede belastinggeld dan terug?

7. Gaat de overheid het vaccin verplichten?

8. Hoe kan het dat het patent op de entstof eerder lijkt te zijn afgegeven dan de uitbraak begonnen is?

9. Wie kijkt naar het huidige medicijngebruik van patiënten in wisselwerking met de entstoffen?

Veel wijsheid toegewenst bij de discussie.

Met vriendelijke groet,
namens het bestuur
Lia Kemerink
directeur Antroposana’

Het probleem dat er speelt kan waarschijnlijk niet beter geïllustreerd worden dan door een bericht op de website van de Raphaëlstichting, dat al van 23 augustus dateert, te vinden onder ‘Actueel’, met de titel ‘Raphaëlstichting bereidt zich voor op grieppandemie’. Daar schrijft men onder het opschrift ‘De Raphaëlstichting en de Mexicaanse griep’:

‘Al zijn de berichten in de media over de ernst van Mexicaanse griep geruststellender dan een paar weken geleden (inmiddels wordt gesproken over een “milde griep”), toch blijft het de verwachting dat veel mensen in het najaar door de griep getroffen zullen worden.’

Vervolgens komen de volgende vragen en punten aan bod:

wat is de mexicaanse griep?
vaccinatiebeleid bewoners
behandeling bewoners
vaccinatiebeleid en behandeling overige cliënten
wat kan ik doen om te voorkomen dat ik het virus krijg?
ziekmelding en vaccinatie medewerkers
wat doet de Raphaëlstichting om de griepuitbraak het hoofd te bieden?
hygiënemaatregelen ter voorkoming van griep (pdf)

De antwoorden die hierop gegeven worden laat ik hier ook in hun geheel volgen. Daarbij zijn de belangrijkste constateringen deze twee:

‘Het is in Nederland gangbaar alle bewoners van zorginstellingen voor verstandelijk gehandicapten een vaccinatie te adviseren (in het najaar). Gezien de huidige situatie met deze Mexicaanse griep, nemen wij dit advies zonder meer over.’

‘De overheid meent dat medewerkers in de gezondheidszorg voorrang moeten hebben bij een vaccinatie (die in oktober wordt verwacht). Over de organisatie hiervan is nu nog niets bekend.’

Het is weliswaar slechts een advies, maar toch, gezien alle maatregelen, eentje dat zwaar weegt, zoals uit het volgende blijkt:

‘Wat is de Mexicaanse griep?
De Mexicaanse griep is een nieuw soort griepvirus. Het is een milde griep. De eerste klachten zijn meestal een verkoudheid, droge hoest. Meestal ontstaat snel hoge koorts, hoofdpijn, spierpijn, moeheid en koude rillingen. Dan is er sprake van griep. De incubatietijd is 1 tot 7 dagen. Na het uitbreken van het virus verdwijnen de meeste klachten binnen 2 tot 7 dagen. In sommige situaties ontstaat ook een bacteriële infectie en is de kans op een longontsteking/oorontsteking aanwezig.

Vaccinatiebeleid bewoners
Vaccinaties voor deze griep zijn nog niet beschikbaar, en worden in oktober 2009 verwacht. Uiteraard wordt daar door de overheid hard aan gewerkt.
Het is in Nederland gangbaar alle bewoners van zorginstellingen voor verstandelijk gehandicapten een vaccinatie te adviseren (in het najaar). Gezien de huidige situatie met deze Mexicaanse griep, nemen wij dit advies zonder meer over.

Behandeling bewoners
Op dit moment is er alleen maar een virusremmer (Tamiflu) te krijgen. Tamiflu is een soort antibioticum. Het officiële advies – en dat nemen wij ook over – is dan ook, om mensen die een verhoogd risico hebben op complicaties en verschijnselen van de Mexicaanse griep, snel Tamiflu te geven. Dit zou de ernst en de duur van de ziekte enigszins kunnen minderen.

Vaccinatiebeleid en behandeling overige cliënten
In principe gaan logeren, dagbesteding en de ambulante behandeling/begeleiding gewoon door. Bij ziekte moet de cliënt thuisblijven. Bij zorg en begeleiding in de thuissituatie en in geval van Mexicaanse griep verzoeken wij u om te bellen voor overleg. Met vragen over behandeling of vaccinatie kunt u uw huisarts benaderen.

Wat kan ik doen om te voorkomen dat ik het virus krijg?
Naast het goed beschermen van mensen die een verhoogd risico lopen, is het met name van belang de snelheid van verspreiding van deze griep zo veel mogelijk te temperen. Dat betekent dat er simpele hygiënische maatregelen van toepassing zullen zijn, zoals:
– vaker handen wassen
– goed de hand voor de mond of het liefst een zakdoek gebruiken bij het hoesten (waarna ook weer de handen gewassen moeten worden)
– het reinigen van deurknoppen en ramen
– het aanbrengen van papieren handdoekjes enz.

Daarnaast denken wij dat antroposofische gezichtspunten hier van belang kunnen zijn. Griep treft vooral mensen die geen goede weerstand hebben. Dit zijn vaak ook de mensen die niet goed bij zichzelf zijn, die in een zekere onrust leven, zich te veel begeven hebben in de dwang die van het dagelijkse leven uit kan gaan. Een van de preventieve maatregelen die het RIVM ook adviseert – en vanuit een antroposofisch gezichtspunt kunnen wij dat alleen maar enthousiast bevestigen – is om voldoende rust te nemen. Bijvoorbeeld door je voor te nemen een of misschien meerdere momenten op een dag even uit de drukte te stappen en even de zinnen te verzetten. Als je dat goed doet, dan kun je beleven, dat je vaak na zo’n moment weer anders tegen de dingen aankijkt, vooral met meer rust (of zinvolle activiteit!).

Een andere preventieve maatregel is om ’s ochtends (dagelijks, of als men zich al wat kwetsbaarder voelt, een paar keer op een dag) Infludo van de Weleda in te nemen. Infludo is een middel dat gegeven wordt om griep te behandelen, maar dat ook preventief gebruikt kan worden.

Ziekmelding en vaccinatie medewerkers
De Raphaëlstichting volgt met het verzuimprotocol bij grieppandemie de richtlijnen op van de RIVM. Als een huisgenoot/bekende besmet is met het griepvirus is dat geen reden voor een medewerker om zich ziek te melden.
De overheid meent dat medewerkers in de gezondheidszorg voorrang moeten hebben bij een vaccinatie (die in oktober wordt verwacht). Over de organisatie hiervan is nu nog niets bekend.

Wat doet de Raphaëlstichting om de griepuitbraak het hoofd te bieden?
– Op elke instelling is een crisisteam geformeerd.
– Er is een continuïteitsplan gemaakt waarin staat beschreven hoe de zorg gegarandeerd kan blijven bij een extra hoog ziekteverzuim. Elk crisisteam is verantwoordelijk voor de uitvoering van het continuïteitsplan.
– De bewoners krijgen vanaf half september preventief Infludo.
– Overige cliënten en medewerkers kunnen vanaf half september desgewenst Infludo afhalen bij de verpleging of de receptie van de verschillende instellingen.

Bij vragen kan het crisisteam van de betreffende instelling worden geraadpleegd. Deze is te bereiken via de receptie.’

Je kunt zo’n grote instelling niet kwalijk nemen dat zij het zekere voor het onzekere neemt. Zij staat binnen een groter verband, waar zij beter niet uit kan treden. Zo had website Medical Facts op 14 september dit bericht ‘Inspecties: zorginstellingen tijdig voorbereid op grieppandemie’:

‘Zorginstellingen zijn goed voorbereid op de grieppandemie. Dat concluderen de Inspecties voor de gezondheidszorg en jeugdzorg (IGZ en IJZ) na onderzoek. Onder zorginstellingen wordt verstaan: ziekenhuizen, verpleging en verzorging, thuiszorg, gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg, huisartsenposten, ambulancediensten en jeugdzorginstellingen.

Minister Klink van Welzijn en Volksgezondheid heeft afgelopen zomer mede namens minister Rouvoet van Jeugd en Gezin de zorginstellingen gevraagd met spoed zogenaamde continuïteitsplannen op te stellen. Dit in verband met de mogelijke piekbelasting in de zorg komend najaar vanwege de grieppandemie. De IGZ en de IJZ hebben de afgelopen weken onderzocht of en in hoeverre zorginstellingen zich hebben voorbereid op deze piekbelasting.

Het onderzoek is uitgevoerd met behulp van vragenlijsten die de zorginstellingen zelf moesten invullen. Van de 1115 aangeschreven instellingen heeft 95 % de vragenlijst ingevuld.

Hieruit blijkt dat:
– op 15 september 82% het continuïteitsplan klaar heeft, op 15 oktober heeft zelfs 97 % het plan klaar
– in bijna alle gevallen de bestuurlijke betrokkenheid bij de plannen groot is
– zorginstellingen goed omschreven hebben welke zorg altijd doorgang moet vinden en hoe ze dit gaan organiseren
– zorginstellingen rekening houden met beperkte beschikbaarheid van het personeel door hoog ziekteverzuim, om dit op lossen denken instellingen aan verschuiven van personeel maar ook aan inschakelen van studenten, vrijwilligers of familie
– communicatie onderdeel is van het continuïteitsplan
– infectiepreventiemaatregelen zijn genomen.

Instellingen die hun plannen niet klaar hebben of niet gereageerd hebben kunnen de inspecties zonodig bestuursrechtelijk aanpakken.’

Op 24 september volgde op dezelfde website een nader bericht, namelijk ‘Vaccinatie Nieuwe Influenza A (H1N1) voor medisch personeel niet verplicht’:

‘Minister Klink heeft nauwkeuriger bepaald welk gezondheidspersoneel als eerste in aanmerking komt voor vaccinatie tegen de Nieuwe Influenza A (H1N1). Dit schrijft minister Klink vandaag in een brief aan de koepelorganisaties in de gezondheidszorg. Het gaat om gezondheidszorgpersoneel dat veel contact heeft met patiënten uit medische risicogroepen.

De volgende (beroeps)groepen komen als eerste in aanmerking voor vaccinatie:
– Zorgpersoneel in ziekenhuizen
– Ambulancepersoneel
– Huisartsen en huisartsenposten
– Huisartsassistenten, ondersteunend personeel
– Zorgpersoneel in verpleeg- en verzorgingshuizen
– Zorgpersoneel in instellingen voor gehandicapten
– Thuiszorgmedewerkers
– Verloskundigen

Bestellen vaccin
Binnenkort krijgen de geselecteerde beroepsgroepen in de zorg een uitnodiging om vaccins te bestellen bij het Nederlands Vaccin Instituut (NVI). Het RIVM werkt aan een selectiecriterium voor zorginstellingen om te bepalen welk personeel in aanmerking komt voor een vaccin. Met het criterium kunnen zorginstellingen zelf vaststellen welke personeelsleden een vaccinatie krijgen.

Niet verplicht, wel verstandig
Minister Klink wijst erop dat vaccinatie niet verplicht is. Wel acht hij het verstandig dat zorgpersoneel, dat veel contact heeft met risicogroepen, zich laat vaccineren. De overheid stelt de vaccins gratis beschikbaar. Het vaccineren zelf wordt niet vergoed.

Overig zorgpersoneel
Omdat er door leveringsproblemen niet genoeg vaccins beschikbaar zijn, kunnen niet alle gezondheidswerkers in de eerste ronde ingeënt worden. Mogelijk komen de vaccins later ook beschikbaar voor zorgpersoneel dat minder contact heeft met risicogroepen. Dat hangt af van de levering van vaccin, de logistieke haalbaarheid en het verloop van de epidemie.’

Je kunt er donder op zeggen dat je op al dit geregel en gereglementeer reacties krijgt die er niet om liegen. Dat gebeurt dan ook in voldoende mate. Hier wil ik een heel vroege weergeven, namelijk van 1 september al, bovendien van iemand die voor antroposofen een bijzondere status heeft, namelijk als co-auteur van Tussen Waarheid en Waanzin: een Encyclopedie der Pseudo-Wetenschappen uit 1997: Marcel Hulspas. Onverdachte hoek wat dit onderwerp betreft, dus. Hij kwam op deze weblog al eerder ter sprake, op 25 oktober 2008 in Uitgekomen’. Op 1 september publiceerde dagblad De Pers op zijn website een artikel van zijn hand onder de titel ‘Angst – Instanties waarschuwen ons suf. De bedrijfstak bangmakerij’. Ik laat de eerste helft volgen, die welke over de griep gaat:

‘Stevig overdrijven, rampscenario’s verzinnen, alarm slaan. Allerlei instanties doen er aan mee. Om de eigenwijze burger in beweging te krijgen, en zichzelf belangrijk te maken. Over griepvaccinatie, weeralarm en geluksballonnetjes.

Een folder. Na maandenlang waarschuwen voor een griepgolf die tienduizenden doden zou kunnen veroorzaken, kreeg de bang gemaakte burger vorige week een foldertje in de bus. Grip op griep. Daar moet hij het mee doen. De folder bevat tips als handen wassen, papieren zakdoekjes gebruiken en niét naar de huisarts gaan. Het is ongetwijfeld goed bedoeld, maar als we één ding weten van het griepvirus, dan is het dat dit soort lapmiddeltjes niets uithaalt. Als er een nieuw griepvirus opduikt, verspreidt dat zich in luttele dagen over de aarde. Maar de folder is erger dan nutteloos. Hij onderstreept het falen van meerdere overheidsinstanties. Niemand neemt de griepwaarschuwing nog serieus. En dat hebben deze instanties aan zichzelf te danken.

Na maandenlang voortdurend te zijn opgeblazen, liep de luchtbel van de Mexicaanse griep begin vorige maand in rap tempo leeg. Op 7 augustus maakte het speciaal in het leven geroepen “outbreak management team”, onder leiding van epidemioloog Roel Coutinho, volkomen onverwacht bekend dat de Mexicaanse griep eigenlijk een gewone griep was; niet besmettelijker of dodelijker dan andere griepvirussen. De meldingsplicht voor, en registratie van nieuwe ziektegevallen (elke week goed voor een alarmerend persbericht) werd afgeschaft. Ook het standaard voorschrijven van tamiflu was van de baan. Wie de Mexicaanse griep kreeg, moest maar een paracetamolletje slikken.

Kort daarop maakte minister Klink bekend dat er ook geen nationale vaccinatie komt; het inderhaast bestelde vaccin (dat binnenkort klaar moet zijn) zal alleen worden gebruikt voor risicogroepen: kinderen, zieken en bejaarden. De rest van Nederland zou een folder in de bus krijgen. Dat was het. Coutinho deed nog een dappere poging zijn gezicht te redden: “Het virus kan agressiever worden”, waarschuwde hij. “Er is wel degelijk aanleiding om goed voorbereid te zijn.” Maar de afgang was duidelijk.

Had het niet wat minder luidruchtig gekund? Nee, zei hoogleraar medische publiekscommunicatie Frans Meijman in de NRC van 19 augustus: “Het alternatief, niks doen en wachten tot helder is hoe ernstig het wordt, is nog erger.” Maar hadden minister Klink en zijn outbreak management team echt alleen maar de keus tussen “niks doen”, dan wel voortdurend persberichten verspreiden? Was het, gezien de onduidelijkheid over de ernst, niet verstandiger geweest de griephype onder controle te houden, in plaats van deze te voeden?

Zenuwachtig

Natuurlijk, het outbreak management team is niet de oorzaak van de hype. De medische wereld wacht al decennia op een grote grieppandemie, zoals die vroeger regelmatig voorkwam en dan honderdduizenden doden veroorzaakte. De laatste keer was weliswaar veertig jaar geleden, maar dat lange wachten maakt de instanties alleen maar zenuwachtiger, zoals de hype rond vogelgriep liet zien. De signalering van een nieuwe griepvariant in Mexico kwam bijna als een bevrijding. De Wereldgezondheidsorganisatie zette hoog in. En dan kunnen de Nederlandse autoriteiten moeilijk achterblijven.

En zeker, ook de media hebben een belangrijke rol gespeeld. Iedere zieke kwam in de krant; ieder slachtoffer was voorpaginanieuws. Maar de media hoefden vrijwel niets te doen. Het ministerie en het RIVM (waar Coutinho’s team onder valt) zorgden voor een voortdurende stroom alarmerende persberichten – iets waaraan op 7 augustus gelukkig een eind werd gemaakt. De situatie dreigde uit de hand te lopen. Huisartsen werden plat gebeld, apothekers bestormd, en vooral: er dreigde nationale heisa te ontstaan over wie wanneer gevaccineerd zou worden.

De schuld hiervoor ligt primair bij het team. Dat ging, zo lijkt het, nét iets te enthousiast te werk. Om zijn eigen bestaansrecht te bewijzen. Maar ook uit angst voor de mondige burger die (zoals de mislukte vaccinatie tegen baarmoederhalskanker laat zien) zich niet gemakkelijk laat overtuigen. En omdat men, zoals het citaat van Meijman illustreert, als de dood was voor de beschuldiging achteraf, dat er “niks” gedaan zou zijn. Want de burger is niet alleen eigenwijs, hij verwacht ook dat de overheid alles regelt, en gaat door het lint wanneer dat niet gebeurd blijkt te zijn.

In die angst voor de burger staat het RIVM beslist niet alleen. Iedere instantie vreest tegenwoordig de dag waarop ze er in de media van wordt beschuldigd “niks” gezien of gedaan te hebben. Met als gevolg dat ze de burger voortdurend waarschuwen voor de gekst denkbare risico’s.’

Waarna nog een paar voorbeelden hiervan volgen. Nog iemand die al in een vroeg stadium, namelijk ook op 1 september, gewezen heeft op deze merkwaardige gang van zaken, is ons aller Huib van den Doel, in de rol van columnist van De Digitale Verbreding, het online tijdschrift van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbiders (NVAZ). Onder de titel ‘Column uit de doden opgestaan’ schreef hij in nr. 10:

‘Het lijkt niet zo moeilijk om de draak te steken met de WHO-drakendoder Klink die heroïsch in Nederland het monster bestrijdt dat nog steeds “Mexicaanse griep” heet.

Door mediageile epidemiologen en virologen wordt het schrikbeeld gecreëerd van een verwoestende Tsunami van virussen waartegen de overheden drastische maatregelen moeten nemen om het volk niet reddeloos ten onder te laten gaan. Dat levert in ieder geval meer geld op voor virologische onderzoeksprogramma’s en voor de farmaceutische industrieën. Er worden dan grote bedragen geïnvesteerd in vaccins voor alle-burgers-twee-maal, terwijl al bekend is dat velen zich niet zullen laten inenten, want dat deden ze voorheen ook al niet, zoals de mislukking van het baarmoederhals-kankerproject laat zien. Dan maar extra dreigen met veel doden, gesteund door de World Health Organisation (WHO), die bovendien waarschuwt voor een mutatie van het virus in dit najaar. Het absurde van het laatste is, dat de bestelde vaccins, gebaseerd op het huidige virus, dan helemaal kansloos en dus zinloos zijn.

Maar al dat dreigen helpt niet bij mensen-met-verstand, want éenderde van alle verpleegkundigen heeft bij enquête meegedeeld, af te willen zien van een vaccinatie, al dreigen hun superieuren op hun beurt met uitsluiting. Het is wellicht diezelfde groep waarvan al eerder is bewezen dat zij complementaire geneeswijzen appreciëren en zelf ook “consumeren”, omdat zij niet altijd een koekje van eigen deeg lusten. Bovendien zijn ze bang als proefkonijn te worden gebruikt.

Enorme porties Tamiflu worden besteld en de apotheken worden ermee bevoorraad, totdat blijkt dat het medicijn erg nare bijwerkingen heeft en de duur van ziekte kan bekorten met maar éen dag. Preventief mag je het niet gebruiken want dan werkt het niet meer als de echte nood aan de vrouw komt. Het Tamiflu-beleid muteert ook snel; de Britten hebben het gedumpt en vervangen door Relenza. De Belgische epidemioloog Luc Bonneux betwijfelt het effect van Tamiflu over de bijwerkingen van de Mexicaanse griep, en spreekt van de “griepmaffia”.

De familie van de eerste dode in Nederland (iemand met multipele pathologie, evenals de tweede dode) wordt door de minister persoonlijk gecondoleerd, maar daarna vindt de mutatie van het griepbeleid plaats, als gevolg van de reductie van het H1N1-virus tot een gewone griep. Alleen de risicogroepen wordt een vaccin aangeboden, zoals daar zijn: zwangere vrouwen (!), baby’s (!), (onwillige) verpleegkundigen. Nee, dwingen kan je ze niet.

Maar wat bezielt minister Klink om van dat alles de motor te wezen? Hij heeft, zo komt het mij voor, groot belang bij een epidemiologische benadering van de hele zorg, want dan kan je immers sturen op hoofdlijnen en je laten belonen door gunstige mortaliteit- en morbiditeitcijfers. In Engeland waar de levensverwachting niet slechter is als in het veel duurdere Nederland, wordt vrijwel alleen epidemiologisch gestuurd; weliswaar is er in geen Europees land zoveel gezeur van patiënten, maar ja, die klachten hebben te maken met de “cultuur” van omgaan met ziekte en gezondheid, niet met gezondheidswinst.

Bovendien schenkt, zo vermoed ik, een al dan niet bestaande pandemie de minister de kans nog meer op de zoëven aangeduide “cultuur” te bezuinigen en daarbij de mooie rol te vervullen van de redder des vaderlands en van het bedrijfsleven, dat dankzij de grote ingeslagen hoeveelheid vaccins en Tamiflu niet plat hoeft te gaan.’

Dat liegt er niet om, maar past wel in het beeld dat momenteel allerwege in de media wordt opgeroepen. – De genoemde Belgische epidemioloog Luc Bonneux kwam hier in deze rol al op 21 augustus voorbij in De wal’. Maar hij figureerde ook 20 februari in ‘Mixture’, toen echter als tegenstrever van Robert Gorter.

Het is duidelijk, er zijn veel en verschillende krachten aan het werk, in tegengestelde richtingen. Dan valt het niet mee voor zorginstellingen en individuele zorgverleners om de juiste beslissingen te nemen. Dan is het maar goed dat er deze week in de Tweede Kamer over gedebatteerd wordt en dat Antroposana haar vragen dienaangaand aan de kamerleden die hierover gaan ter hand heeft gesteld.

zaterdag 3 oktober 2009

Mysterie

Reisorganisaties te kust en te keur. Ook antroposofische. ‘Boreas reizen’ bijvoorbeeld, en ‘Brandaan reizen’. Maar je hebt ook ‘MUNDus reizen’. En daar wil ik het vandaag over hebben. Want die heeft vanaf 22 september tot vandaag 3 oktober deze reis georganiseerd: ‘Byzantium en Trebizonde’. Op de website is hier veel over te vinden, prachtig verzorgd en heel informatief. Daar wil ik ook wel een beetje van meegenieten. Dus hier volgt de nadere informatie (voordat die eventueel van de website wordt afgehaald):

‘Met een klein gezelschap zullen wij ons verdiepen in ruim duizend jaar geschiedenis van Constantinopel en acht dagen zwerven door de smalle straatjes van het oude Byzantium langs vele onbekende kerken en bezienswaardigheden. Terwijl de hectische miljoenenstad Istanbul aan ons voorbij dendert, zullen wij veel moois ontdekken en bekijken.

Deze oude stad is gebouwd op zeven heuvelen net als Rome, Athene en Jeruzalem en wordt omspoeld door het water van de Gouden Hoorn, de Bosphorus en de Zee van Marmara. Mythologische verhalen brengen ons ver weg van het moderne verkeerslawaai naar de stilte van het verleden. Mijmerend aan de oever van de Bosphorus kunnen denken aan Io, de dochter van koning Inachos, de eerste menselijke geliefde van Zeus. Zij was priesteres in de tempel van Hera te Argos en om haar voor zijn jaloerse echtgenote te verbergen, werd Io door Zeus veranderd in een zilverglanzende koe. Door een horzel gestoken – tot waanzin gedreven door Hera, die haar toch had ontdekt – zwierf zij over de wereld en moest de zeestraat tussen de continenten Asia en Europa oversteken, die daarna de Bosphorus (de oversteekplaats van de koe) werd genoemd.

Byzas, één van de vele kleinzonen van Zeus, kwam door het orakel van Delphi naar deze kusten en stichtte de naar hem genoemde stad tegenover het land van de blinden. Het werd één van de belangrijkste metropolen ter wereld, die – historisch gezien – werd gesticht door Griekse kolonisten vanuit het overvolle Athene en Megara in het jaar 660 v.Chr.

In 330 A.D. maakte keizer Constantijn de Grote deze stad tot zijn residentie ter vervanging van het heidense Rome, dat – volgens de Sibillijnse boeken – gedoemd was ten onder te gaan. Echter niet geheel vrij van geloof in de magische werking van oude cultusobjecten liet hij in 326 het Palladium (het heilige beeld van Athene) uit Rome overbrengen naar zijn nieuwe rijkscentrum. Dit beeld, dat eens het Troje van Aeneas beschermde, werd onder een porfieren zuil op het forum van zijn nieuwe hoofdstad Constantinopel bewaard.

Constantijn, wars van de wrede Romeinse christenvervolgingen, verhief deze tot dan toe verdrukte groepering tot een politiek verbindende factor in zijn immense rijk. Om tot heldere formuleringen van deze nieuwe religie te komen werd door hem het eerste oecumenische concilie bijeengeroepen. Tijdens zijn regering kwam de kerk ter ere van de Heilige Wijsheid – de Haghia Sophia – tot stand.

Door de Romeinse keizer Septimus Severus (193-211) werd de stad reeds ommuurd, Constantijn liet haar vergroten, maar keizer Theodosius II (408-450) gaf opdracht de nu nog zichtbare vestingwerken te bouwen. De 6,5 km lange landmuur met totaal 192 torens liep van de Zee van Marmara door tot aan de Gouden Hoorn. Samen met de zeemuren was het een onneembaar bolwerk, waarvan gezegd is: Als het buskruit niet was uitgevonden, waren de muren van Byzantium nooit gevallen.

Door de eeuwen heen weerstonden deze muren vele aanvallen van buiten, maar vele theologische kwesties werden binnen deze muren uitgevochten. In 1453 vielen de muren door de kanonnen en slimme strategie van sultan Mehmet Fatih.

Na ons bezoek aan Istanbul vliegen wij naar Trabzon aan de kust van de Zwarte Zee. Wij bezichtigen aldaar de Haghia Sophia en wandelen al speurend naar resten van het luisterrijk verleden van het Byzantijnse Trebizonde. Wij maken een dagexcursie naar het Sumela-klooster (54 km), dat gewijd was aan Maria in de tijd van keizer Theodosius II; het behield haar rechten tijdens het Ottomaanse Rijk en werd pas na de stichting van de Republiek Turkije (1923) verlaten.’

Deze tweede Hagia Sophia is dus een andere dan de Hagia Sophia in Istanbul – het is maar dat u het weet. Hij zou uit de dertiende eeuw stammen, als mijn informatie (uit Wikipedia) klopt: hier over de stad Trabzon (die teruggaat tot de achtste eeuw voor Christus) en hier over het oude keizerrijk Trebizonde, dat ontstond na de val in 1204 van het Byzantijnse rijk van Constantinopel. Maar Mundus heeft nog meer in de aanbieding. Het richt zich vooral op Turkije, daar ligt de deskundigheid.

‘Klein-Azië, Anatolië maakt heden ten dage deel uit van de moderne republiek Turkije en is in slechts enkele vlieguren te bereiken. Tijdens onze reizen gaan wij op zoek naar de wortels van de Europese beschaving en zullen vele cultuurhistorische schatten uit het verleden ontdekt worden. De weg voert ons door een altijd weer veranderend landschap, waar de herinneringen aan gebeurtenissen en personen uit het Oude Testament vaak nog tastbaar aanwezig zijn, waar oude reeds lang vergeten volkeren, zoals de Hethieten en de Phrygiërs woonden, waar de nalatenschap van Alexander de Grote eeuwenlang heeft nageklonken, waar de heerschappij van Rome in de vergoddelijking van Caesar tot uitdrukking kwam, waar de voetstappen van de apostelen liggen en het vroege christendom een bodem vond; waar de glorie van Byzantium schitterde... Hier begon de Zijderoute, de karavaanwegen naar de Oriënt, via welke uiteindelijk de Seldjoeken en de Ottomanen dit land binnentrokken (1071 n.Chr.).’

Achter Mundus zitten verschillende mensen. De meest bekende is ongetwijfeld:

Ingrid Klerk (Den Haag 1943) heeft lange tijd in Turkije gewoond en is vertrouwd met de taal en de locale gebruiken. Zij maakte een diepgaande studie van de cultuurhistorische achtergronden van de vele volkeren, die in dit land hun sporen hebben achtergelaten. Zij heeft een opleiding voor toeristengids van het Turkse Ministerie voor Tourisme genoten. Zij is werkzaam als beëdigd tolk-vertaler; zij werkte 18 jaar lang als docent Turks aan de Volksuniversiteit in Den Haag. Sinds 1995 is zij reisleidster van zelf ontworpen reizen. In 2003 is haar boek “Turkse Mythologie” bij Sigma Press gepubliceerd.’

Verder schrijft men over de achtergrond van Mundus en de georganiseerde of te organiseren reizen:

‘Als logo is gekozen voor de afbeelding van een munt, waarop de bij – het symbool van Artemis en het antieke Efeze – zichtbaar is. Het bijenvolk schenkt de mens niet alleen kostbaarheden als honing en was, de bij vertegenwoordigt de wijsheid die als heilzame zonnekracht in de wereld werkt. De hiërarchische ordening in het bijenvolk, waarin iedere bij zich voegt in dienst van het leven en de vruchtbaarheid, kan een voorbeeld zijn voor de toekomstige mens die werken wil aan de voortzetting van de cultuur.

In dit kader besteden wij tijdens onze reizen door Anatolië veel aandacht aan de menselijke ontwikkelingsweg in de ruimste zin van het woord. Wij kruisen het pad van historische grootheden, zoals Alexander de Grote en Paulus. Wij bezoeken antieke orakelplaatsen, mysterietempels, prehistorische grotten, steden en burchten en wij proberen temidden van de soms schamele, maar altijd pittoreske ruïnes, een voorstelling op te roepen van de vroegere omstandigheden. Met behulp van de mythologie verdiepen wij ons in de bewustzijnstoestanden van bekende en minder bekende volkeren die in Anatolië hun sporen hebben achtergelaten. In de verhalen komen de archeologische resten tot leven...

Het bouwen van een tempel en het stichten van een stad ging in de tijd van Alexander de Grote (356-323) gepaard met cultische handelingen. Alexander de Grote, de wegbereider van de kosmopolitische persoonlijkheidscultuur, streefde ernaar de zelfstandige persoonlijkheid een plaats te geven in de wereldgeschiedenis; hij schiep daartoe de stad Alexandrië in de Nijl-delta. Deze soevereine stad was bedoeld als een gewijde plaats, een in zichzelf besloten ruimte, waar de sleutel tot individuele ontwikkeling bewaard werd. In Alexandrië werd daadwerkelijk de grondslag gelegd voor onze moderne universiteiten en daar gold voor het eerst het principe van kennis voor iedereen.’

Bij het ‘Reisoverzicht’ komen wij nog veel meer mooie reizen tegen, zoals deze naar ‘Ionië en Patmos’:

‘De werking van de Logos in het Griekse denken en in het Vroege Christendom
De zuidelijke westkust van Klein-Azië vormt een organisch geheel met de nabij gelegen eilanden; tot op heden is hier overal de bewegelijke creativiteit van de elementen beleefbaar: door grillige rotspartijen omkranste baaien, door ondiepe poelen omspoelde schiereilanden, aanslibbende zand- en kiezelstranden, zich steeds verleggende drassige riviermondingen. Aarde, water, lucht, licht en warmte vormden dit land, dat omstreeks de 10e eeuw v.Chr. door de Griekse kolonisten Ionië werd genoemd naar de schone jongeling Ion, die zonder het te weten in de tempel van zijn vader Apollo diende. Ion representeert de mens die zijn ware afkomst niet kent en (nog) een vreemdeling is op aarde.

Rondom het begin van de Griekse cultuurperiode (8ste eeuw v.Chr.) verrezen alom de sierlijke Ionische tempels, zoals die ter ere van Artemis in Ephesos en in Didymae, waar ooit Zeus de tweeling Apollo en Artemis concipieerde. Hier werd het orakel met een marmeren tempelmuur omgeven. In raadselen werd hier tot de mensheid gesproken, waarmee Apollo het heldere denken activeerde; het was zijn broer Dionysos die de mens met de meer onderbewuste zielenroerselen vertrouwd maakte. Allengs nam de betekenis van mythische beelden echter af, de mens wilde de aardse fysieke werkelijkheid doorgronden.

De blinde zanger Homeros schouwde het verleden en deed in zijn verzen voor het laatst de Griekse helden herleven. Al deze godenzonen gingen in de strijd om Troje ten onder en vervaagden geleidelijk aan in het menselijk bewustzijn, naarmate de mens zich meer en meer met de zintuiglijke wereld verbond. In de zielen die al turend over de zee, zinnend op de oorsprong van het leven, verwonderd zich afvragend, mijmerend in een onbestemd verlangen naar een bovenzinnelijk vaderland... kon de vonk van het denken worden ontstoken. Ionië was dan ook het geboorteland van vele natuurvorsers en filosofen: Anaximandros, Thales, Anaximenes, Herakleitos, Pythagoras, Hekataios, Herodotos, Hippokrates (e.a.). Zij waren de voorbereiders van wat in de vierde eeuw in Athene tot bloei kwam in de wijsbegeerte van Sokrates, Plato en Aristoteles. In Ionië werd mysteriewijsheid omgevormd tot wijsbegeerte en kon het denken van de mens mettertijd rijpen tot wetenschap.

Wij zullen naar Izmir (Smyrna) vliegen; de staatkundige streep, die ons reisgebied verdeelt in Turkije en Griekenland zullen wij twee maal per boot, met ons paspoort in de hand, moeten overschrijden. Het begin en het eindpunt van onze tocht liggen in Ephesos, de in mythische tijden door de Amazonen gestichte stad, één van de oudste mysterieplaatsen, waar de “Grote Leven Schenkende Moeder” werd vereerd en waar de Kosmische Wijsheid zich in de gestalte van Artemis manifesteerde. De baai van de rijke havenstad Miletos is inmiddels verdwenen; behalve een lucratief handelsleven dromden op de kaden ooit pelgrims uit alle windstreken samen en wendden hun schreden verwachtingsvol via de heilige weg naar het orakel. Steeds persoonlijker werden hun vragen, steeds troebeler werden de geprevelde spreuken...

Onder de Romeinse keizer Domitianus (81-96) leefde Johannes een aantal jaren in ballingschap op het eiland Patmos, alwaar hem een toekomstvisioen ten deel viel. De brieven aan de Zeven Gemeenten van Klein-Azië hebben betrekking op de gehele mensheid: Wie het oor heeft hore wat de geest tot de gemeenten spreekt... De apocalyptische tekenen worden reeds zichtbaar in onze tijd. Weer terug in Ephesos beschreef de hoogbejaarde Johannes het Oerbegin en hoe het kosmische scheppende Wereldwoord, de Logos, op aarde woning nam.

Hoewel in hun tijd de Artemis-cultus reeds lang tot een uiterlijk welvaartsvertoon was geworden, is de boodschap van de Nieuwe Tijd verkondigd door Johannes en Paulus hier toch in goede aarde gevallen.’

Er is ook een reis naar ‘De Zeven Gemeenten van Klein-Azië’, waar op dit christelijke thema nader wordt ingegaan:

‘Het thema van deze reis is ontleend aan het tweede hoofdstuk van de Openbaring van Johannes, waarin Zeven Brieven gericht worden aan de zeven vroegchristelijke gemeenten in Klein-Azië. Dit zijn: Ephesos, Smyrna, Pergamon, Thyateira, Sardis, Philadelphia en Laodikeia; zij liggen in het geografische gebied dat eens behoorde tot het koninkrijk van Pergamon en dat later als provincie werd ingelijfd bij het machtige Romeinse rijk (133 v.Chr.); Ephesos werd Eerste Metropool van Asia.

Een reis langs deze plaatsen in West-Turkije betekent een overweldigende ontmoeting met het verleden in de vorm van archeologische ruïnes in een afwisselend en boeiend landschap, waarin de geschiedenis aan ons oog voorbijtrekken zal. Onderweg zullen er verhalen klinken uit de Griekse mythologie, de Trojaanse Oorlog, de veldtocht van Alexander de Grote. Het Romeinse Rijk onder keizer Augustus komt ter sprake en wij treden in de voetstappen van Paulus en Johannes.

De apostel Paulus heeft meerdere jaren in Ephesos gewoond (53-57). Volgens het boek Handelingen der Apostelen, hoofdstuk 19, werd hij in het grote theater (25.000 toeschouwers) uitgejouwd en uitgefloten – Groot is Artemis werd er onder leiding van de zilversmid Demetrius gescandeerd, waarmee de Ephesiërs aangaven dat zij geen prijs stelden op die nieuwe god, waarover hij kwam spreken.

Volgens bepaalde overleveringen is Johannes met de moeder van Jezus, na de Kruisiging, van Jeruzalem naar Ephesos getrokken; zij hebben hier geleefd en zijn ook beiden hier gestorven. Het laatste woonhuis van Maria is hier te vinden en tevens het graf van Johannes, waarover in de zesde eeuw een grote koepelkerk werd gebouwd, vergelijkbaar met de Haghia Sofia. De Haghia Sofia in Istanbul staat er nog, de Johannes-basiliek is nu een (deels gerestaureerde) ruïne.’

Hetzelfde, maar dan weer een beetje anders, komt ook ter sprake bij de reis naar ‘Ephesos, Patmos en Athene’, waar bovendien verschillende foto’s bijgeleverd worden:

‘Wij bezoeken Ephesos, de in mythische tijden door de Amazonen gestichte stad, één van de oudste mysterieplaatsen, waar de Kosmische Wijsheid zich in de gestalte van Artemis manifesteerde. Het toneel van de wereldgeschiedenis, waarop gebeurtenissen van cultuurhistorische betekenis zich afspelen, omvat niet de gehele aarde, maar juist die plekken, die “geschikt” zijn als omhulling en bodem voor een bepaalde cultuur. De Artemis-tempel in Ephesos was op zo’n bijzondere plaats gebouwd en straalde uit over de omgeving, over de gehele cultuur, eeuwenlang! De godin zag volkeren komen en gaan, heersers verschijnen en verdwijnen, de tempel branden, de stad bloeien en in verval geraken, de zee zich terugtrekken.

Volgens bepaalde overleveringen is Johannes met de moeder van Jezus van Jeruzalem naar Ephesos getrokken; het laatste woonhuis van Maria wordt hier aangewezen. De conciliekerk, alwaar in 431 besloten werd dat zij de titel Theotokos zou dragen, ligt tussen de ruïnes van de hellenistische stad.

Volgens het boek Handelingen (hoofdstuk 19) werd Paulus in het grote theater (24.000 toeschouwers) uitgefloten – “Groot is Artemis” – werd er onder leiding van de zilversmid Demetrius gescandeerd, waarmee de Ephesiërs aangaven dat zij geen prijs stelden op die nieuwe god waarover hij kwam spreken.

Vanuit Kuşadasi varen wij naar Samos en overschrijden wij de staatkundige streep, die ons reisgebied in Turkije en Griekenland verdeelt. Wij stappen over op de boot naar Patmos. Hier leefde Johannes onder de Romeinse keizer Domitianus (81-96) een aantal jaren in ballingschap; in een grot viel hem het toekomstvisioen ten deel, dat ons als het Boek der Openbaring is overgeleverd. Hij schreef het Evangelie na zijn terugkeer in Ephesos. Over zijn graf werd in de zesde eeuw door keizer Justinianus een grote koepelkerk gebouwd.

Vanaf Patmos nemen wij een directe nachtboot naar Athene, de stad die de naam draagt van de strijdvaardige maagdelijke godin, uitgerust met helm, speer en het schild met de afschrikwekkende Medusakop. Zij bevrijdde de olijfboom uit de rotspartij die nu de Acropolis genoemd wordt. Haar ogen zijn grijsgroen gelijk de olijfgaarden van Attica. De stad ontwikkelde zich tot het staatkundig middelpunt van het Griekse stadstatenstelsel, waar – geheel in overeenstemming met de tijd – door middel van ontmoetingen, dialogen en afspraken op de openbare Agora de democratie ontstond.

Op deze bodem kon Paulus spreken over de Onbekende God (Handelingen 17:16-35). Overal waar de olijfboom groeide, kon het christendom zich verspreiden en wortelen. Vanuit Athene maken wij dagexcursies naar de orakelplaats Delphi en de mysterieplaats Eleusis.’

En zo kan ik nog wel even doorgaan, want er staat nog veel meer op deze mooie website. Maar dat te ontdekken laat ik graag aan uzelf over, of kom er eventueel op een later geschikt moment nog een keer op terug.

vrijdag 2 oktober 2009

Karma

Vanavond en morgen overdag wordt in Driebergen een conferentie gehouden over het thema karma. Om precies te zijn ‘de Levensloop en het Zonnekarma’. Al op 16 juli werd dit op de website van de Antroposofische Vereniging aangekondigd, onder de titel ‘AViN en Instituut voor Biografiek organiseren karmaconferentie’:

‘Op 2 en 3 oktober 2009 organiseren de Antroposofische Vereniging (AViN) en het Instituut voor Biografiek een karmaconferentie onder de titel “De Levensloop en het Zonnekarma”. Karma heeft verschillende kanten. Eén daarvan heeft te maken met het oud zeer dat je meeneemt uit je vorig leven. Dat deel van het karma vormt de obstakels die je in je leven tegenkomt. Een ander deel van het karma is hetgeen je als inspiratiebron meeneemt naar je aardeleven. Wat wil je gaan realiseren? Welke scheppingsdrang heb je in je? Wat voor waarden wil je realiseren in je verhouding tot andere mensen? Of wat wil je door je werk in de wereld scheppen? De kwaliteiten die hierin aan de orde zijn, kun je het zonnekarma noemen. Voor meer informatie, het programma en de werkgroepen zie onze agenda. Voor het aanmeldingsformulier klik hier.’

Dat aanmeldingsformulier is er niet meer. Maar het programma is nog wel in te zien. Daarin wordt na het voorgaande, over ‘De kwaliteiten die hierin aan de orde zijn, kun je het zonnekarma noemen’, verder gegaan met:

‘Je neemt ze mee vanuit de zonnesfeer in het voorgeboortelijke. Deze inspiratie zakt gewoonlijk al vroeg weg in het onbewuste, om zich in het leven geleidelijk weer te manifesteren. En dan komt de vraag: hoe breng je deze kwaliteiten en inspiraties weer in herinnering? En hoe hou je die vast, ook wanneer je in je werk, of in je relatie in de problemen komt? Kun je die dan weer actief terug zoeken?

Zonnesfeer, het betreden van de zonnesfeer, ook in de dag, is spiritueel gezien een christelijke weg. Christus is de geestgestalte die als heer van het karma zijn thuisland heeft in de sfeer van de zon. Deze thema’s willen we in de conferentie aan bod laten komen. In de voorbereiding werken we aan een drama, in de vorm van toneel, waarin de thematiek kunstzinnig wordt gepresenteerd. We kiezen voor de vorm die het hart kan aanspreken. Daarnaast willen we in werkplaatsen de thema’s met elkaar uitwisselen, persoonlijker maken, aan het werk gaan ook met oefeningen om de genoemde kwaliteiten te versterken.’

Het programma bestaat vanavond uit een inleiding van een half uur door Jaap van de Weg over ‘De levensloop en het zonnekarma’, uit ‘Judith & Frank, een tragedie’ (die een uur duurt) en uit een ‘werkplaats’ van drie kwartier.

Morgen wordt er verder gegaan met een inleiding van Marieke Krans over ‘Realiseren in samenwerking’, ’s ochtends en ’s middags opnieuw een werkplaats, een herhaling van het 4e bedrijf uit ‘Judith en Frank’ (ook getiteld ‘Realiseren in samenwerking’) en een afsluitende bijdrage van Hugo Pronk, ‘Zonnekarma’ geheten. Er tussendoor natuurlijk muziek, terwijl Drude van Houwelingen het welkom en de dagopening verzorgt.

Die ‘Werkplaatsen zijn o.a.:
1. Hugo Pronk & Joyce Smit: rollenspel;
2. Carla van Dijk: Bewegende beelden: kijken, zien en schouwen, oefening en gesprek;
3. Antoinet Hilhorst & Maarten Moens: biografische oefeningen, liefdevol luisteren en dialoog;
4. Maria Ratering & Marianne van Asperen: met woord & gebaar, met dialoog & stilte op weg naar de eigen betekenis;
5. Bram Tjaden & Dik Goudsbloem: karma drama, oefening en gesprek;
6. Marieke Krans: Opstellingen en gesprek;
7. Josephine Levelt: Verbeelden in kleur met transparantie en vreugde op zoek naar jouw “zon”;
8. Gerard van Dijk: Naar aanleiding van de beelden uit de tragedie zicht krijgen op de eigen situatie.’

‘Aan de tragedie werken mee:
Spel: Manjo Joosten, Lotte van Dam, Kees van Hof;
Muziek: Floris de Ridder, Sandra van Dijk, Paul de Ridder;
Belichting: Floris Bouma;
Regie: Zegert de Zeeuw;
Dramaturgie: Jaap van de Weg.’

En als laatste de mensen die het organiseerden:

‘Voorbereidingsgroep: Marijke Steenbruggen, Drude van Houwelingen, Zeegert de Zeeuw, Maarten Moens en Jaap van de Weg.’

Het Instituut voor Biografiek is hier op deze weblog nog nauwelijks in the picture geweest. Dit vormt een mooie aanleiding. De website biedt het nodige, ook over bovenstaand thema. Bij ‘publicaties’ bijvoorbeeld is er de link naar ‘Karmaonderzoek’, een korte interessante en verhelderende tekst van Jaap van de Weg, die duidelijk maakt dat er verschillende benaderingen zijn en dat iedere benadering zijn eigen aanpak heeft en zich richt op zijn eigen accenten (overigens afkomstig uit Motief nr. 88 van september 2005, maar daar op de website heb ik deze tekst niet kunnen terugvinden):

‘Het Instituut voor Biografiek organiseert in het kader van de cursus “karma in zicht” vier verschillende manieren om concreet karmaonderzoek te doen.

Het “lotsonderzoek” zoals ontwikkeld door Coenraad van Houten, begint bij een alledaags voorval dat je geraakt heeft. Een aantal methodische stappen, analoog het aan opnemen en verteren van voedsel (levensprocessen) helpen om de gebeurtenis beter te doorzien en met je eigen biografie te verbinden. De onbevooroordeelde aandacht voor de bijzondere fenomenen in je leven, gepaard met het loslaten van psychologische verklaringen, geven niet alleen een eerste besef waar een bepaalde kant van je huidige persoonlijkheid zijn oorsprong kan hebben gevonden, maar ook waartoe deze in dit leven een belangrijke rol speelt. Op grond van die beelden wordt verder gezocht naar beelden die mogelijk met eerdere incarnaties samenhangen.

Biografische karmische resonantie, ontwikkeld door Rinke Visser, is het kijken naar de kruispunten in je leven, en je de vraag stellen: welke mensen stonden daar om je richting te geven, of juist om je tegen te houden? Wat is de betekenis geweest van deze ontmoeting, en hoe is je leven toen anders gegaan? Als je dan deze biografische beelden wegdenkt, kun je in de nabijheid komen van de wezens die het lot sturen. Ogenschijnlijke onbelangrijke dingen krijgen daarmee de waarde die ze eigenlijk hebben. Je kijkt naar lijnen en gebeurtenissen in de “dagbiografie” om daarachter werking van de 'nachtbiografie' te beleven.

Ate Koopmans heeft de “dubbele biografie” als manier van kijken naar het leven ontwikkeld. Ook hier wordt in een groep gewerkt, nu aan de biografie van een mens, meestal een deelnemer. Gekeken wordt naar karakteristieken van die mens, als uitdrukking van achterliggende karmische wetmatigheden.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
het karma van het lichaam (“natuurkarma”),
karma van de ziel (“affiniteitenkarma”) en
karma van het ik (“gebeurtenissenkarma”).

Een vierde ingang in karma is het leren zien hoe achter gewone gebeurtenissen van de dagbiografie wezens van de nachtbiografie zichtbaar worden. De nachtbiografie is er een met wezenlijkheden. Wezens als demonen en spoken worden daar zichtbaar en beleefbaar in hun werking, evenals helpende en sturende wezens als engelen en aartsengelen. Als je deze wereld van wezens betreedt, wordt de schijnbaar overdreven lading van veel ervaringen begrijpelijk. Het onderscheiden van deze wezens maakt de stap mogelijk om te gaan zien hoe deze in het verre verleden ontstaan zijn. Met deze ingang is Jaap van de Weg verbonden.

Iedere benadering heeft zijn eigen aanpak en richt zich op zijn eigen accenten. In de praktijk ontdek je dat de verschillende benaderingen aanvullend zijn. Het is voor het ontwikkelen van karmabewustzijn vaak helpend om een manier te vinden om die werkelijkheid te betreden die juist bij jou past. Het is ook een erg individuele weg.

Wil je oog krijgen voor het gegeven karma in je dagelijks leven, heb je gereedschap nodig. Gereedschap in de vorm van menskundige begrippen en van vaardigheden in waarnemen. Om hieraan te werken is tevens een “basiswerkplaats” ontstaan. Zo wordt binnen het Instituut voor Biografiek volop gewerkt aan het experimenteren met vormen waarin het thema karma verder hanteerbaar kan worden gemaakt.’

Er is daar bij de publicaties nog een ander artikel opgenomen, ‘Karmische gezichtspunten’, afkomstig uit Motief van oktober 2006, door dezelfde Jaap van de Weg en de ook al genoemde Rinke Visser, naar aanleiding van de cursus ‘karma in zicht’. De titel is ‘Karmische gezichtspunten. Het drama van de wil’:

‘Biografisch werk is in opmars. Een ongekend aantal cursussen, trainingen en boeken wordt op de markt aangeboden. Je eigen biografie doorgronden en zicht krijgen op je levenslot, je karma, hoe doe je dat? In een serie van twee delen laten verschillende biografische werkers hun licht schijnen op dit thema. Jaap van de Weg en Rinke Visser buigen zich over het dagelijkse leven en de werking van het karma.

Karma betekent, kort gezegd: doen wat er voor je voeten ligt. Karma is een activiteit van de wil, die vraagt om wakker te zijn voor wat er op je af komt, en daarnaar te handelen. Zo kun je het woord karma, dat uit het Sanskriet stamt, begrijpen. Nu is er weinig zo geheimzinnig als de wil die de bron van actie is, van het handelen. Karmaonderzoek richt zich op het mysterie van het leven dat kan worden begrepen als een “drama” in de Griekse betekenis van “handeling in dienst van een goddelijk wezen”. De centrale vraag is: hoe kunnen we karma, hoe kunnen we activiteit van de wil, begrijpen als dienst? Dienstbaar aan wie of in dienst van wat?

Dit vraagt een bepaalde manier van kijken naar zowel de grote lijnen van je eigen leven en van maatschappelijke gebeurtenissen, als naar de heel kleine dingen van de dagelijkse dag. Een manier van kijken waarbij je als het ware steeds achter de zichtbare werkelijkheid een andere werkelijkheid van een veel grotere orde ziet. Die achterliggende werkelijkheid heeft invloed op de praktische gebeurtenissen die in het zichtbare plaatsvinden. Door zó te kijken, kun je tot het besef komen dat de werkelijkheid heel verschillende lagen heeft, en vervolgens kun je jezelf oefenen om die lagen te onderscheiden. Aan dergelijke oefeningen ontwikkel je een kracht die je later nodig hebt om te kunnen verdragen wat je in de volgende lagen tegenkomt.

De eerste laag is de laag van de gewone gebeurtenissen die in het hier en nu plaatsvinden. Omdat wij de primaire werkelijkheid, de eerste laag van het dagelijkse gebeuren, denken te kunnen begrijpen, en er zelfs van uitgaan dat wij die werkelijkheid ook waarnemen, hebben we het antwoord op de vraag over de functie van de gebeurtenis meestal snel gevonden.

Tweede laag

Wie iets dieper wil kijken in de werkelijkheid van de handeling, de tweede laag – die van het drama – moet in staat zijn de conclusies die in de eerste laag van de werkelijkheid zijn getrokken, weer los te laten. Dat is de onverbiddelijke voorwaarde om de tweede laag van de werkelijkheid te kunnen verdragen. Waar niet aan deze voorwaarde voldaan wordt, ligt de illusie op de loer.

Om in de tweede laag terecht te komen kun je jezelf de vraag stellen: waar gaat het hier wezenlijk om? Wat voor thema kom ik hier tegen, en wat zegt dat van mij? Zo kom je in het verhaal van je eigen leven terecht, waaruit dan blijkt dat een zelfde thema zich in de loop van de tijd op heel verschillende manieren kan uiten. Op verschillende momenten en met verschillende mensen wordt als het ware hetzelfde stuk opgevoerd. Het enige verbindende daarin ben jijzelf. Zelfkennis kan een hulp zijn om niet in een woud van fantasieën te verdwalen. Bij de eigen beleving en bij de waarneming blijven, zijn voorwaarden waarop de achterliggende werkelijkheid zich kan openbaren. In die tweede laag verbinden zich verleden en toekomst in het moment, de tijd vervloeit. Gebeurtenissen die in het verleden hebben plaatsgevonden, blijken als een echo mee te werken en een extra emotionele lading te geven, een resonantie.

Dan kun je jezelf afvragen “waar heb ik eerder iets meegemaakt wat hier op lijkt? Hoe heb ik het toen ervaren?” Misschien zat er destijds een grote emotionele lading aan, omdat je veel jonger was, op een leeftijd waarop een mens zich de dingen veel directer en persoonlijker aantrekt en nog niet in staat is te relativeren. Maar ook uit de toekomst resoneren intenties in iemands leven mee. Kwaliteiten en talenten die zich willen gaan manifesteren, worden door ervaringen voorbereid om een bepaald talent bij je wakker te roepen. Soms gebeurt dat heel negatief, pijnlijke ervaringen in de jeugd kunnen een bepaalde gedrevenheid op latere leeftijd verklaren. Maar je kunt het vanuit karmisch gezichtspunt ook omdraaien: de gedrevenheid was als intentie aanwezig en werd voorbereid door de negatieve ervaring.

De overgang van de eerste laag naar de daar achterliggende laag vraagt altijd iets van je. Terwijl een mens in de eerste laag, de gewaarwordende laag, direct verbonden is met zijn emoties en oordelen, vertonen zich in de tweede laag wetmatigheden of krachten die voortdurend in zijn leven werkzaam zijn. Daardoor wordt duidelijk dat gebeurtenissen ook steeds iets met jezelf te maken hebben. In de gewaarwordende laag kun je anderen gemakkelijk de schuld geven en jezelf als de dupe zien, in de tweede laag lukt dat niet meer, daar ben je immers zelf helemaal verantwoordelijk. In deze tweede laag kunnen thema’s aan het licht treden, die tot heel nieuwe oplossingen kunnen leiden.

Derde laag

Rudolf Steiner beschrijft dat zich achter al die krachten en werkingen die zich vertonen in de tweede laag, wezens verbergen, van wie die krachten uitgaan. Die te vinden betekent opnieuw een grens overgaan om in alles wat er gebeurt, te gaan waarnemen hoe een heel scala van wezens werkzaam is. In moeilijke momenten kunnen dat onderwereldwezens zijn, in andere momenten kan de aanwezigheid van scheppende goden ervaren worden.

Het is niet bijzonder dat die wezens werkzaam zijn; bijzonder wordt het, wanneer je er bij stilstaat dat ze er zijn.

In zijn mysteriedrama’s schreef Steiner scènes waarin verschillende werkelijkheden door elkaar heen lopen. Hij voerde Ahriman en Lucifer op, en allerlei elementenwezens. Hij liet zien hoe eerdere incarnaties in mensen meesturend werkzaam zijn. Dat verschijnsel te zien als het verborgen mysteriedrama van ieder leven, dat is een kwestie van opmerkzaamheid.

Vrijheid van het ik

Neem het voorbeeld van iemand die een probleem heeft met roken. Onder druk of spanning steekt hij graag een sigaret op. Dat geeft dan even rust, maar als hij veel rookt, krijgt hij een schuldgevoel omdat hij zich tekort voelt schieten, zowel ten opzichte van zijn lichaam als van zijn eigen scholingsweg. Herkenbaar? Er is vaak een grote innerlijke afstand tussen het hogere streven om een beter mens te worden, en het lagere in de mens dat graag snoept, rookt, alcohol gebruikt, of een lastige verhouding heeft met seksualiteit. Welke wezens werken daar en hoe krijg je nu de blik op hen?

Je kunt het je zó voorstellen dat er in de ziel een soort gaten zijn, die gevuld moeten worden, bijvoorbeeld met innerlijke rust. Dat vraagt kracht van het ik. Lukt dat niet en is er onrust, dan wordt dat waargenomen door wezens. Dan steekt de verleider – wellicht een wezen uit de school van Lucifer – graag de kop op om iets aan te bieden wat even de nodige rust geeft. Zoals dat bij verleidingen gaat, het werkt maar even en daarna laat het gat zich weer extra voelen, waardoor de verleider opnieuw kan beginnen. Zo raakt een mens langzaam in zijn ban. Maar daar blijft het niet bij, want als de verleiding doorzien wordt en de betrokkene oordeelt dat hij het eigenlijk zo niet wil, wordt de verleider alert. Als die zijn prooi dreigt kwijt te raken, roept hij de hulp in van een maatje: “Hé, help eens even! Neem jij hem even over?”

Dit maatje leeft niet in de verleiding, maar van het denken. Hij komt uit de school van Ahriman. Hij is degene die je een schuldgevoel influistert en ook dat geeft geen rust. En na verloop van tijd geeft de laatste het stokje weer terug aan de eerste voor de volgende verleiding. Zo verloopt voor het ik een mysteriedrama in het klein, het wordt heen en weer geslingerd tussen tegenkrachten.

Het gaat niet meer alleen over roken of een glas wijn, het gaat hier over de vrijheid van het ik ten opzichte van die tegenkrachten. En het gaat ook om het ontmoeten van deze gestaltes, die ooit de sfeer van het licht en de liefde hebben verlaten om de mens vanuit de duisternis weerstand te bieden om hem tot bewustzijn te laten komen.

En karma? Wat heeft dit alles met karma te maken? In het leven zoals we dat nu leven, wekken we vele nieuwe wezens. Die wezens hangen samen met de tijd waarin we leven, en met hoe we omgaan met uitdagingen die het leven ons stelt. Lossen we een vraagstuk niet vanuit vrijheid op, dan wekken we in plaats van vrijheid een nieuw wezen en noemen dat bijvoorbeeld “opvatting”, “oordeel”, “wrok”, enzovoort. Eenmaal gewekt, blijven deze wezens bij ons. Na de dood laten we ze in het Kamaloka voor een tijd achter, om ze voor een volgend leven weer terug te vinden. Daar werken de wezens, die we in de vorige incarnatie gewekt hebben, mee aan de gezondheid van het lichaam of aan de constitutie.’

donderdag 1 oktober 2009

Nettowinst

Tot het economisch nieuws in alle kranten gisteren en vandaag behoort de aandelenemissie van Triodos Bank. De Volkskrant meldt op gezag van het ANP: ‘Triodos wil 90 miljoen extra kapitaal ophalen’. Ook NRC Handelsblad en Trouw hebben er berichten aan gewijd, die zijn echter (nog) niet op het openbare deel van de website te vinden. Maar voor meer informatie kunnen we gerust naar de website van Triodos Bank zelf gaan. Die heeft een heel helder persbericht, gedateerd op 30 september 2009, met als titel ‘Start Aandelenemissie Triodos Bank’:

‘Triodos Bank start vandaag een aandelenemissie. Directe aanleiding is de sterke groei van de activiteiten van deze duurzame bank.

Triodos Bank verwacht de komende drie tot vier jaar te verdubbelen in balanstotaal, in aantal klanten en financieringen aan duurzame bedrijven. Mede als gevolg van de financiële crisis is de belangstelling voor duurzaam bankieren krachtig toegenomen.

Op die ontwikkeling wil de bank inspelen door in te zetten op groei van de kredietverlening aan duurzame bedrijven. Daarvoor is 90 miljoen euro extra kapitaal nodig. De emissie zal plaatsvinden in Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Duitsland. De emissie loopt tot 17 november 2009.

Directievoorzitter Peter Blom: “Kiezen voor duurzaamheid loont. Dat heeft de huidige financiële crisis aangetoond.”

Al sinds de oprichting in 1980 zet Triodos Bank zich in voor duurzaam bankieren. Dit heeft geleid tot een ononderbroken groei: gedurende de laatste tien jaar was deze 20% op jaarbasis. De huidige financiële crisis heeft de waarde van duurzaam bankieren nog zichtbaarder gemaakt. Veel banken ontvangen nu financiële steun van de overheid. Triodos Bank daarentegen vraagt beleggers te investeren in certificaten van aandelen vanwege haar gezonde groei. Zodat Triodos Bank meer kredieten kan verstrekken aan duurzame projecten en bedrijven. De bank concentreert zich bij de groei van de kredietportefeuille op die sectoren waarin de bank inmiddels een belangrijke expertise heeft opgebouwd. Blom: “Wij zijn ervan overtuigd dat in sectoren zoals biologische landbouw en zonne- en windenergie nog een aanzienlijke groei kan worden gerealiseerd.”’

Als ik even terug in de tijd ga, en in het krantenarchief van bijvoorbeeld Trouw duik, vind ik mooi vergelijkingsmateriaal. Zo kwam ik bijvoorbeeld dit bericht van 7 maart 1996 tegen:

‘Triodos Bank is vorig jaar aanzienlijk gegroeid. Het balanstotaal steeg met ruim 35 procent tot 310 miljoen. De directie verwacht later dit jaar de 400 miljoen-grens te naderen. De winst nam met 27 procent toe tot 653 000 gulden.

In de tweede helft van het jaar komt de directie met een aandelenemissie. Om een verdere groei op termijn mogelijk te maken is een versterking van het eigen vermogen gewenst, vindt de directie.’

Of anders dit bericht van 20 maart 1997, met de titel ‘Naamsbekendheid geeft Triodos-bank dubbele winstcijfers’:

‘ZEIST (ANP) – De kleine mens- en milieuvriendelijke Triodos Bank is in het afgelopen boekjaar fors gegroeid.

De nettowinst klom met 55 procent tot een record van 1 miljoen gulden, terwijl het balanstotaal 54 procent omhoogging tot 478 miljoen gulden. De vestiging in België droeg flink bij aan de groei. Dit meldt de Triodosbank gisteren.

De hoge groeicijfers zijn mede het gevolg van de toegenomen bekendheid van de bank bij het grote publiek. Sinds de oprichting in 1980 combineert de bank volgens eigen zeggen een gezond financieel beleid met het belang van mens en milieu.’

En weer een jaar later, op 7 maart 1998, heet het:

‘Het netto resultaat van de Triodos Bank in Zeist is in 1997 gestegen van 1 miljoen gulden naar 2,4 miljoen gulden. De winstgroei komt vooral door de succesvolle aandelenemissie in 1996. Het balanstotaal steeg met 31 procent tot 628 miljoen gulden.

De totale kredietportefeuille groeide mede door het gunstige economie met 36 procent. Het aantal spaarders nam fors toe. De groei van de aan de Triodos Bank toevertrouwde middelen bedroeg 33 procent.’

Dat is dus de situatie van ruim tien jaar geleden. In het persbericht dat gisteren werd uitgegeven, zijn de meest recente cijfers opgenomen:

‘Directievoorzitter Peter Blom: “Nieuw aandelenkapitaal maakt het mogelijk om op de kansen voor groei in de markt krachtig in te spelen. Het afgelopen halfjaar zijn wij harder gegroeid dan ooit tevoren. Het aantal klanten is sinds begin dit jaar met ruim 18% toegenomen.”

De snelle groei betekent dat de bank zich regelmatig met een emissiecampagne tot het publiek wendt. De laatste emissie was in 2007 en leidde tot een verhoging van het kapitaal met EUR 67 miljoen. Dat was een stijging van ongeveer 50%.

Triodos Bank heeft 12.000 certificaathouders. De helft van het aandelenkapitaal is in handen van particulieren. Naast particulieren zijn er ook financiële instellingen en pensioenfondsen die bewust voor een belang in Triodos Bank hebben gekozen en waarmee de bank op diverse terreinen samenwerkt.

De certificaten Triodos Bank zijn niet beursgenoteerd, maar wel verhandelbaar via Triodos Bank zelf. Bij de oprichting van de bank is bewust gekozen voor certificering van de aandelen om zo de onafhankelijkheid en de missie van de bank te waarborgen.

Cijfers

De eerste zes maanden van 2009 is het balanstotaal van Triodos Bank met 13% gegroeid tot EUR 2,7 miljard. In dezelfde periode van 2008 bedroeg de groei 8%. Het bedrag aan toevertrouwde middelen, hoofdzakelijk spaargelden en termijndeposito’s, is de eerste zes maanden gestegen met 15%. De kredietportefeuille van Triodos Bank is in de eerste zes maanden van 2009 met 12% gestegen.

De nettowinst van Triodos Bank over het eerste halfjaar 2009 is met ruim 50% gestegen en kwam uit op EUR 5,7 miljoen tegenover EUR 3,7 miljoen in de eerste zes maanden van 2008.

Het toevertrouwd vermogen aan de Triodos beleggingsfondsen groeide in de eerste helft van 2009 met 6% tot EUR 1,5 miljard, tegenover een daling van 2% over dezelfde periode van 2008.’

Aan het slot van het persbericht wordt een resumé gegeven:

‘Triodos Bank heeft vestigingen in Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en opent binnenkort een vestiging in Duitsland. Triodos Bank heeft ruim 225.000 klanten en verleent financieringen aan ruim 9.500 duurzame ondernemingen en projecten. Er werken ruim 500 mensen bij de bank.’

Op het laatstgenoemde voornemen, de opening binnenkort van een vestiging in Duitsland, gaat het bericht in de Volkskrant nader in:

‘Begin december opent de bank een filiaal in Duitsland. Voor verdere uitbreiding kijkt Triodos onder meer naar Frankrijk, Zwitserland en Noord-Europa.

Volgens Blom kan het best lang duren voordat de juiste mensen zijn gevonden om ergens te starten. Zo is Triodos tien jaar geleden begonnen met de eerste gesprekken in Duitsland. “Al is dat wel uitzonderlijk lang”, aldus Blom. “We zijn op zoek naar ervaren bankiers, die passen binnen Triodos. Ze moeten ook bereid zijn hoge functies, en daarbij hun hoge bonussen, in te leveren.” (...)

Volgens Blom zijn bonussen, waarbij vooraf individueel doelen zijn gesteld, “symptonen van een verkeerd financieel stelsel”. De oorzaak van de crisis is volgens hem vooral dat de fundamenten van het stelsel niet goed zijn. Blom pleit voor een scheiding van “basic” bankieren (sparen en lenen) en andere financiële activiteiten. Blom: “We willen andere banken iets leren, door te laten zien dat het ook anders kan.”’

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code