Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

maandag 15 maart 2010

Aansluiting

Het kan gek lopen. Het nieuws dat ik vandaag voor u in petto heb, is tweeledig en sluit direct aan bij wat ik respectievelijk zaterdag en zondag bracht. Zaterdag ging het in ‘Insigne’ onder meer om boerderij De Vijfsprong in Vorden die op de BioVak 2010 in Zwolle de innovatieprijs net níet kreeg. Die ging naar boerderij Ruimzicht in Halle. En wat lees ik vandaag op de website van Vroege Vogels? Dit:

Spirituele boer
Gerjo Koskamp heeft met zijn boerderij Ruimzicht de Ekoland Innovatieprijs 2010 gewonnen. Het biologisch dynamische bedrijf is van alle markten thuis. Het is hard aanpoten voor boer Gerjo om rond te komen, maar hij wordt geholpen door zijn spiritualiteit. Een portret van een bijzondere boer.
Lees meer...

Dit staat op de homepage omdat het morgen een item zal zijn in de uitzending van Vroege vogels (VARA) op Nederland 2 van 19.20 tot 19.55 uur. We klikken door naar het bericht zelf:

‘Boerderij Ruimzicht is een biologisch-dynamisch bedrijf. De biologisch-dynamische landbouw houdt voor en tijdens het verbouwen van de gewassen in alle opzichten rekening met de invloeden vanuit de natuur en de kosmos op de landbouw. Het is een productiemethode waarin bodemvruchtbaarheid van de natuurlijke groei centraal staat. Het landbouwbedrijf wordt daarbij als organisme opgevat, waar bedrijfsvreemde elementen zo veel mogelijk vermeden worden. Vandaar dat een biologisch-dynamisch bedrijf naar diversiteit in geteelde gewassen en gehouden dieren streeft.

Diversiteit geldt zeker voor boerderij Ruimzicht, een bedrijf dat opvalt door compleetheid: melkveehouderij, tuinbouw, natuurontwikkeling, recreatie, werkgelegenheid en een eigen energie- en waterhuishouding.

Deze verbreding is naast een wens ook gewoon pure noodzaak: het is risicospreiding, want veel geld levert deze bijzondere manier van boeren nog niet op. Wat volgens Koskamp zou helpen, is een betere melkprijs. Hij pleit dan ook voor fairtrademelk.

Zolang die er nog niet is, kan Koskamp geen extra personeel aannemen, en moet hij het meeste werk zelf doen. Dat is zwaar, maar hij kan en wil het niet anders doen. Zo is het goed, is zijn rotsvaste overtuiging. Hij wordt daarbij geholpen door zijn spiritualiteit: die houdt hem, z’n gezin, de dieren, de boerderij en de bedrijfsvoering gezond.’

De link naar zijn boerderij zelf wordt er meteen bij gegeven. Ik kan er ook een bij doen naar de uitreiking van de Innovatieprijs. En er meteen bij vertellen dat Motief in mei 2004 (nr. 74) uitkwam met het motief van Gerjo Koskamp; hij stond toen zelfs op de cover. Morgenavond dus te bewonderen in bewegende beelden.

Dan de aansluiting op het ‘Lerarenprobleem’ van gisteren. Ik word wel op mijn wenken bediend. Vanmiddag schrijft Jarno Bleumink in De Stentor (ja, inderdaad, wéér De Stentor; wat heeft die krant toch wat andere kranten niet hebben?) ‘Vrijeschool loopt stevige averij op’:

‘Apeldoorn - De vrijeschool aan de Texandrilaan heeft de afgelopen anderhalf jaar stevige deuken opgelopen. Leerlingen liepen bij bosjes weg, er was een groot verloop in docentenkorps en de veiligheid op school was soms ver te zoeken. De school werkt aan verbetering en hoopt nu in rustiger vaarwater terecht te komen.’

Het is flauw om het hele bericht hier over te nemen. Daarvoor heeft Jarno Bleumink het niet geschreven. Maar ik zal wel even de kern ervan weer moeten geven:

‘Vorig schooljaar raakte de school in negen maanden zo’n vijftig leerlingen kwijt, vertelt Evert Kozijn, sinds maart 2009 directeur van de school. Nu zitten er nog ruim 130 kinderen op de school aan de Texandrilaan in Orden, terwijl dat er ooit zo’n tweehonderd waren. “Dat we schade hebben opgelopen, is aan alle kanten helder. Een crisis is voor een school een ramp. Ouders vertrekken en dat spreekt zich voort, bijvoorbeeld op verjaardagen.”’

Het artikel verhaalt over wat er aan gedaan wordt. En de vooruitzichten die nu een stuk beter zouden zijn. Het slot onthult deze nieuwe voornemens (Orden is overigens de wijk in Apeldoorn waar de school staat):

‘Daarnaast werkt de vrijeschool, die nogal eens het verwijt heeft gekregen op een eiland te leven, aan een meer open houding. De school heeft zich sinds kort aangesloten bij een bredeschoolverband in Orden. “Het is een cultuuromslag”, zegt Geert Looyschelder van het college van bestuur van Athena, het overkoepelend bestuur van vrije scholen in deze regio. “In het verleden waren we naar binnen gericht. We hebben een slag gemaakt in het denken en zijn een gewone school. Er heerst een beeld van: op de vrijeschool doen kinderen een heleboel leuke dingen, maar is het leren wat minder. Dat is onterecht. Ook wij werken opbrengstgericht en hebben standaard toetsen.” Kozijn: “Kinderen die bij ons van school komen kunnen net zo goed lezen als kinderen die van een andere school komen.”

Dat wordt onderschreven door rapportages van de onderwijsinspectie. De leeropbrengsten zijn in orde, zo blijkt uit recent onderzoek van de inspectie. De inspectie heeft geen aanwijzingen dat er belangrijke tekortkomingen zijn in de kwaliteit van het onderwijs.

Volgens Kozijn is het dal bereikt. “Er is rust in school.” Hij denkt dat de school op termijn weer tweehonderd leerlingen telt. www.vijfster.nl

Dat brengt me bij de overkoepelende schoolorganisatie Athena. Op de homepage staat hierover:

‘De vrijescholen van Almelo, Apeldoorn, Arnhem, Brummen, Deventer, Doetinchem, Emmen, Enschede, Leeuwarden, Meppel, Oldenzaal en Winterswijk vormen de Stichting Vrijescholen Athena. Na jarenlang aftastend en onderzoekend samen spreken en werken is dit proces op 1 januari 2005 uitgemond in een fusie van de besturen van acht scholen. Op 1 januari 2006 heeft de negende school zich aangesloten, Vanaf 1 augustus 2008 telt de stichting twaalf vrijescholen. Ongeveer 1670 leerlingen en ruim 230 medewerkers zorgen voor een levendig geheel.

De stichting zelf én de scholen afzonderlijk maken een interne ontwikkeling door die veel energie vraagt. Tegelijkertijd zijn medewerkers zich bewust van de omgeving en willen ze in het maatschappelijke veld functioneren. De regie en de aanpak houden ze in eigen hand.

Scholen van de Stichting Vrijescholen Athena zijn uniek in hun eigenheid, vrijeschoolonderwijs is een richting binnen het traditioneel vernieuwingsonderwijs. Met andere traditionele onderwijsvernieuwingsscholen onderscheidt het zich van het regulier onderwijs door pedagogische visie en daaruit voortvloeiende didactische aanpak.’

Over de geschiedenis van deze scholengroep wordt gemeld:

‘Zonder in een uitputtend overzicht te vervallen kunnen we zeggen, dat onze stichting een logisch gevolg is van de samenwerking van vrijescholen in Midden-, Oost- en Noord-Nederland. Sinds begin jaren negentig van de vorige eeuw is op allerlei manieren de band tussen de scholen onderwerp van gesprek geweest. Het is tegelijkertijd ook een zoektocht geweest naar intensiteit en vorm.

Dat alles in een snel veranderende omgeving: een toename van de verantwoordelijkheden van de besturen van de scholen, een steviger vraag vanuit de maatschappij naar resultatenverantwoording en een forse financiële, materiële en personele eigen verantwoordelijkheid. Een van de antwoorden op al deze uitdagingen is bestuurlijke schaalvergroting. Het biedt naast het verminderen van zakelijke risico’s, meer mogelijkheden voor het ontwikkelen van personeelsbeleid en kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Het heeft als gevaar, dat bestuursbeleid verder af komt te staan van wat in de scholen gebeurt. Het heeft als risico dat initiatiefkracht uit de scholen weggetrokken wordt.

Op grond van langdurig overleg over mogelijke vormen van samenwerking die passen bij vrijescholen hebben tien schoolbesturen met ingang van 1 augustus 1999 besloten tot een bestuurlijke samenwerking. Vijf jaar lang hebben deze scholen gezamenlijk werkgelegenheidsbeleid gevoerd. De directeuren hebben samengewerkt via uitwisseling van informatie en intervisie. In juni 2003 hebben betrokken besturen een intentieverklaring getekend om een intensief onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een fusie van besturen.

Per 1 januari 2005 is de Stichting Vrijescholen Athena daarvan het resultaat. De vrijescholen van Almelo, Arnhem, Brummen, Deventer, Doetinchem, Enschede, Oldenzaal en Winterswijk gingen verder in een bestuurlijke organisatie. Op 1 januari 2006 sloot de vrijeschool van Apeldoorn zich aan. Vanaf 1 augustus 2008 is de stichting uitgebreid met de vrijescholen van Emmen, Leeuwarden en Meppel.’

Over hoe de organisatie is ingericht, schrijft men:

‘De Stichting Vrijescholen Athena beheert elf basisscholen en één school voor speciaal onderwijs. Het College van Bestuur is het bevoegd gezag van deze scholen. Het werkt als een beleidsbepalend bestuur, waarbij in nauw overleg met de schoolleiding wordt gekomen tot een expliciet voorwaardenscheppend en professioneel beleid voor de scholen binnen de stichting. Het College van Bestuur draagt de eindverantwoordelijkheid voor de identiteit, de instandhouding van de scholen, de kwaliteit van het onderwijs en de bedrijfsvoering.

Besluiten de gehele stichting aangaand zijn voorbehouden aan het College van Bestuur. De schoolleiders, verenigd in het schoolleidersoverleg, bespreken en adviseren beleidsvoorstellen. Binnen dit overleg functioneren expertisegroepen die in nauwe samenwerking met het college van bestuur beleidsvoorstellen ontwikkelen.
De stichting heeft een bestuurskantoor, waar stafmedewerkers voor de gebieden personeel, onderwijs en financiën ondersteunende en adviserende werkzaamheden verrichten voor College van Bestuur en schoolleiders. Het bestuurskantoor is gevestigd in Deventer.

Elke school heeft zijn eigen pedagogisch profiel en ontwikkelt dat verder. De dagelijkse leiding van de school ligt bij de schoolleiding. Deze is integraal verantwoordelijk voor de eigen school. Alle beleidsgebieden behoren tot het werkveld van de schoolleider. Het beleid wordt uitgevoerd binnen de kaders die het College van Bestuur heeft vastgesteld.. Intern regelt de school hoe leerkrachten en ouders daarin samenwerken.

De Raad van Toezicht houdt op het beleid van het College van Bestuur toezicht. De kaders en afspraken zijn vastgelegd in een bestuursreglement. In de samenstelling van de Raad weerspiegelen zich enerzijds verbondenheid met een van de vrijescholen in de stichting, anderzijds met deskundigheid in een van de portefeuilles. De Raad bestaat uit minimaal vijf en maximaal negen leden.

De stichting heeft een Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad, elke school heeft een eigen medezeggenschapsraad. De reglementen zijn gebaseerd op het Medezeggenschapsstatuut. Het reglement voor de locale medezeggenschapsraden is identiek. Het bevoegd gezag wordt in de locale MR vertegenwoordigd door de schoolleiding.’

Over de relatie met de Vereniging van vrijescholen wordt met geen woord gerept. Is dat een teken aan de wand? Een vrijeschool goed besturen is geen sinecure; de geschiedenis toont dat steeds weer. Openheid is vaak ver te zoeken: zowel op de website van Athena als van de Vijfster zelf vind ik geen enkele verwijzing naar wat in het artikel in De Stentor wordt beschreven. Dat is geen best teken. Bij de Vijfster lees ik onder ‘Nieuwe website online’ wel:

‘De nieuwe website van vrijeschool De Vijfster is online!
Een mooi fris nieuw uiterlijk en een heel veel functionaliteit. In eerste instantie staat er ongeveer dezelfde informatie op als op de oude website, maar dat gaat snel veranderen. Het systeem is heel gebruiksvriendelijk en het onderhoud is eenvoudig.
Dus hou de website in de gaten de komende tijd. En heb je een goede suggesties voor verdere ontwikkeling, die zijn zeer welkom!’

Ik weet niet van wanneer dit bericht is; misschien wel van heel recent. Dus dan kan het allemaal nog verbeteren. Om te beginnen met het Nederlands van deze tekst. – Zal ik er nog een keer over beginnen? Het lijkt wel een ‘running gag’. Van je goede voorbeelden moet je het hebben. Maar daartoe behoort niet de pedagogische sectie van Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap van de Antroposofische Vereniging in Nederland. Want wat die op haar website heeft staan is al tijden een aanfluiting; hoe langer het duurt, hoe erger het wordt. Alleen lijkt niemand dat in de gaten te hebben of het erg te vinden. Aiai!

zondag 14 maart 2010

Lerarenprobleem

Begin dit jaar nam ik me voor regelmatig over de vrijescholen te berichten. Het lukt vrij aardig om me daar aan te houden, al zeg ik het zelf. Maar eenvoudig is het niet om kwalitatief goed nieuws over de vrijeschoolbeweging te vergaren. Zo open is die beweging nou toch ook weer niet. De Vereniging van vrijescholen bijvoorbeeld verstrekt vooral nieuwsaankondigingen over congressen en symposia, en dat is nou meestal niet het meest interessante. Zo waren er gisteren maar liefst twee bijeenkomsten georganiseerd:

‘Landelijke bijeenkomst kleuterleid(st)ers op 13 maart. Op 13 maart zal in Zeist de jaarlijks terugkerende bijeenkomst voor kleuterleid(st)ers worden georganiseerd.

Themadag vakgroep Religieuze Oriëntatie op 13 maart. Op 13 maart zal opnieuw een themadag plaatsvinden voor leraren, georganiseerd door de vakgroep voor Religieuze Oriëntatie.’

Als bijzonderheid werd bij de eerste vermeld:

‘Elke tweede zaterdag van maart vindt de landelijke bijeenkomst plaats. Meer informatie over het programma, aanmelden en kosten treft u binnenkort op deze website. De dag begint om 09.30 uur en duurt tot 16.00 uur.’

En elders op de website is dit onder meer te vinden:

‘Dit jaar zal voor de derde keer de jaarlijkse studiedag voor kleuterleid(st)ers worden gehouden. Het thema voor de komende drie jaren is “Lopen, spreken, denken”, met dit jaar de nadruk op “lopen, bewegen”. In 2011 hopen wij het thema “spreken” uit te werken en in 2012 het thema “denken”. Onlangs is de vooraankondiging voor deze dag aan alle scholen gestuurd.’

Bij de tweede bijeenkomst bleek het te gaan om het thema ‘De Triniteit en het leraarschap’:

‘Door met de Grondsteenspreuk, zoals Rudolf Steiner deze tijdens de Kerstbijeenkomst 1923 formuleerde, te werken, is een mogelijkheid gegeven om concreet te werken met de Triniteit.’

En in het verschiet deze maand ligt:

‘Themadag 26 maart Stichting Cursus Rudolf Steiner Pedagogie. In Driebergen wordt op vrijdag 26 maart van 15.00-20.00 uur de themadag “Pasen, pinksteren, St. Jan en de zomer” georganiseerd.’

De bijzonderheden hierbij zijn:

‘De themadag is bedoeld voor hen die beroepshalve bezig zijn met kinderen van 0 tot 7 jaar zoals kleuterleid(st)ers, peuterleid(st)ers, leid(st)ers in de kinderopvang, (gast)ouders en overige geïnteresseerden. Klik hier omvoor meer informatie over het programma, werkgroepen, aanmelding en betaling.’

Dan is er ook nog een:

‘Vakgroepcongres voortgezet vrijeschoolonderwijs

Hoe laat jij de idealen van de vrije school in jouw werk terugkomen? Waarom geef jij les op jouw specifieke manier? We nodigen je van harte uit stil te staan bij deze elementaire vragen – en de drukte van alledag even te laten. Het vakgroepcongres op wil leraren van de vrijeschool een moment bieden voor vakinhoudelijke verdieping, ontmoeting met vakgenoten, en uitwisseling van ervaring en lesmateriaal. Zo kunnen wij elkaar inspireren door elkaars schoenen te passen.’

De titel luidt dan ook: ‘Schoenen passen’; het congres vindt plaats op 25 maart 2010, 9.30 tot 16.30 uur. – Dit zijn dan de bijeenkomsten waarbij de Vereniging voor vrijescholen is betrokken. Op de website van het Rudolf Steiner College in Rotterdam lees ik verder nog over:

‘Zaterdag 27 maart Studiedag Kind & Ik in onze school
Over de morele ontwikkeling van kinderen van 0-18 jaar
Inspiratie- en studiedag voor opvoeders (ouders, leerkrachten, hulpverleners e.a.)
Zaterdag 27 maart 2010, 09.30-17.30 uur
kosten: € 85,00 euro volledig verzorgd, incl. hapje/drankje na afloop

Hoe ontwikkelen kinderen een morele houding?
Jeugd harder aanpakken? De kranten staan er vol van. We worden overspoeld met negatieve berichten over “de jeugd van tegenwoordig”. Er moet weer besef van deugden, normen en waarden komen. Hoe ontwikkelen kinderen een morele houding? Deze vraag wacht op nieuwe inzichten en antwoorden. Wie moet waar iets aan doen? Waar ligt de basis van de morele ontwikkeling? Wijzen met het vingertje? Moraliseren? Straffen? Of kan het anders? En hoe doe je dat dan?
Op de studiedag gaan wij met deze vragen aan de slag onder leiding van deskundige en inspirerende mensen, te weten: Christie Amons- Lievegoed, Jeanne Meijs, Marcel de Leuw en vele anderen.
Nieuwsgierig? Voor meer info & inschrijvingen: www.hensinitiatieven.nl

En misschien wordt er ter lande nog wel meer georganiseerd; daar ligt het dus niet aan. In het kader van de nieuwsvoorziening heb ik nog twee kleine regionale berichtjes voor u, en twee interessante persberichten uit Duitsland, van de ‘Bund der freien Waldorfschulen’. Het eerste regionale berichtje gaat over ‘Bomen planten op Landgoed Meer en Bos’:

‘Op maandag 15 maart planten 120 kinderen uit Den Haag een nieuw stuk bos op Landgoed Meer en Bos in hun woonplaats. Leerlingen van de vrije school Wonnebald geven het startsein om het bos op het landgoed uit te breiden na de noodzakelijke kap van een deel van het bos voor de bouw van een verzorgingstehuis. “Ik ben blij dat we een nieuw stukje natuur gaan maken in Den Haag. Het prachtige Landgoed Meer en Bos wordt hierdoor in ere hersteld. Deze boomplantactie is een prachtige start van de Haagse Bomenweek”, aldus wethouder Rabin Baldewsingh (Leefbaarheid).

Om 13.00 uur start de feestelijke opening op Landgoed Meer en Bos ter hoogte van het oude sportveld op de kruising van de Machiel Vrijenhoeklaan en de Muurbloemweg in Den Haag. Wethouder Rabin Baldewsingh en Michiel Houtzagers, directeur Stichting Het Zuid-Hollands Landschap, zullen samen de schep ter hand nemen en de eerste boom planten. De leerlingen zullen dit voorbeeld volgen. Deze plantactie is een initiatief van de gemeente Den Haag, Stichting elemenTree en het Zuid-Hollands Landschap.

Er moeten nog veel meer bomen worden geplant. Daarom zijn op 15 maart ook alle kinderen uit het stadsdeel tussen 15.30-17.00 uur welkom om ook een boom te komen planten. Onder begeleiding van ouders, verzorgers, opa of oma kunnen kinderen een concrete bijdrage leveren aan een nieuw stukje natuur voor de toekomst. Het planten van een boom is een bijzondere ervaring en voor veel kinderen leuk en spannend om te doen. Kinderen die een boom planten krijgen een goodiebag en er wordt gezorgd voor wat lekkers.’

Iets soortgelijks wordt bericht over ‘Leerlingen planten dertig bomen in de Amsterdamse Buurt’:

‘De 54ste Nationale Boomfeestdag vindt woensdag 17 maart plaats. Ook in Haarlem is er deze dag extra aandacht voor het groen in de stad. Leerlingen van de Rudolf Steinerschool planten dertig bomen in de Poelpolderstraat en de Vooruitgangstraat. Wethouder Maarten Divendal geeft het startsein.

Haarlem doet al tientallen jaren mee aan de landelijke Boomfeestdag. Dit jaar is de Amsterdamse Buurt aan de beurt. De Poelpolderstraat en de Vooruitgangstraat hebben onlangs nieuwe trottoirs en een nieuw wegdek gekregen. Om deze herinrichting af te maken, planten leerlingen uit klas 5 van de Rudolf Steinerschool nu dertig bomen: Essen, Berken, Sierperen, Iepen en een Beuk.

Voorafgaand aan de Boomfeestdag kregen de leerlingen op 10 maart een bomenles van een hovenier en een educatief medewerker. Met deze speciale les en het planten van de bomen wil het Haarlemse Natuur- en Milieucentrum Ter Kleef de kinderen leren hoe belangrijk bomen zijn voor mens en milieu. De Booomfeestdag wordt feestelijk afgesloten met het onthullen van een herinneringsbordje.

En dan de meer internationale berichtgeving. Het eerste persbericht is getiteld ‘Nicht nur abgerundete Ecken und sanfte Linien: Neuer Bildband widerlegt gängige Vorurteile zum Waldorfschulbau’:

‘Stuttgart, 4. März 2010. Waldorfschulbauten werden in der Öffentlichkeit mit einem bestimmten Bild in Verbindung gebracht: abgerundete Ecken, pastellfarbene Raumgestaltung und die Verwendung von Naturmaterialen gelten als “typisch Waldorf”. Diese Vorstellung wird von einem Bildband korrigiert, der jetzt als Heft 69/70 der Zeitschrift “Mensch und Architektur” erschienen ist. “Waldorfschulbau im Wandel” ist sein Titel, herausgegeben wird er von der Pädagogischen Forschungsstelle im Bund der Freien Waldorfschulen.

Das Buch zeigt, welche Formenvielfalt in der Bautätigkeit der Waldorfschulen vor allem seit der Jahrtausendwende entstanden ist. Für die Autoren des Hefts wird hier ein bewusster Bruch mit dem früheren Waldorfstil deutlich. Kennzeichnete die klassische Waldorfschule der achtziger Jahre ein eher schützend-behütender Baustil, so dominieren heute lichtdurchflutete, transparente Raumgestaltungen und filigrane Holzständerkonstruktionen.

Charakteristisch für die Bautätigkeit der Waldorfschule insgesamt ist die Suche nach den inneren Zusammenhängen zwischen Architektur und Pädagogik – ein Thema, das im gegenwärtigen staatlichen Schulbau gerade neu entdeckt wird. So machte auch der bekannte Bildungsautor Reinhard Kahl im März 2009 mit einer Tagung in Münster unter dem Titel “Der dritte Pädagoge” auf diese Thematik aufmerksam. (Link: http://www.adz-netzwerk.de/Konvent-Muenster)

Der Begründer der Waldorfschule, Rudolf Steiner hat selbst nie ein Gebäude für eine Schule entworfen oder gebaut oder dazu Hinweise hinterlassen. Nur eine Gesprächsnotiz von ihm ist zum Thema überliefert: “Ein Schulbau ist ein künstlerisch gestalteter Utilitaritätsbau.” So setzten die Architekten bei der Frage an, wie der Raum Körper, Seele, Geist und Ich des Menschen angemessen ansprechen kann. Dabei legten sie die Angaben von Rudolf Steiner zu den Wesensgliedern des Menschen zugrunde.

Ein Aufsatz in dem Buch ist den Waldorfschulbauten in aller Welt gewidmet. Auch hier zeigt sich eine Tendenz zur Umnutzung bereits vorhandener Bauten, die vom Autor des Beitrags als oft origineller und phantasiereicher als die Neubauten beschrieben werden. Waldorfschulbauten belegen, wie Menschen Sozialprozesse künstlerisch gestalten können. “Die Waldorfschule lebt” – und ihre Architektur erzählt vielfältig davon – das könnte das Motto dieser eindrucksvollen Publikation sein.

Über den Bund der Freien Waldorfschulen e.V.

Die deutschen Waldorfschulen haben sich zu einem Bund der Freien Waldorfschulen e.V. mit Sitz in Stuttgart zusammengeschlossen. Die föderative Vereinigung lässt die Autonomie der einzelnen Waldorfschule unangetastet, nimmt aber gemeinsame Aufgaben und Interessen wahr. Korporative Mitglieder sind derzeit 217 Waldorf- und Rudolf-Steiner-Schulen sowie elf Seminare/Hochschulen für Waldorfpädagogik. Daneben gibt es rund 1.900 persönliche Mitglieder.

Die erste Waldorfschule wurde 1919 in Stuttgart eröffnet. Nach 90 Jahren Waldorfpädagogik gibt es heute weltweit über 1.000 Waldorfschulen sowie 2.000 Kindergärten und Förder-Einrichtungen in allen Erdteilen, darunter auch in Israel, Südafrika und Ostasien.’

Bij het persbericht zijn drie voorbeelden met foto’s (waarschijnlijk uit het boek, al staat dit er niet bij) gevoegd, namelijk van

‘Freie Waldorfschule Greifswald
Umnutzung einer Kaserne
Fertigstellung einzelne Bauabschnitte 2000/2004/2007
Architekten: Ardes-Planbüro, Hans-Georg Meyer, Greifswald

Freie Waldorfschule Prien
Klassentrakt und Sporthalle
Fertigstellung 2004
Architekten: Peter Schorr, Vachendorf; Klaus Helbich, Rosenheim

Freie Waldorfschule Freiburg-St.Georgen
Erweiterungsbau für Unterstufe, Hort, Eurythmieräume und Festsaal
Fertigstellung 2008
Architekten: Lederer + Ragnasdóttir + Oei, Stuttgart’

Meer over de situatie van het Duitse vrijeschoollandschap ervaren wij in dit nieuwste persbericht, ‘didacta 2010 vom 16. bis 20. März: Bund der Freien Waldorfschulen startet bundesweite Kampagne zur Lehrergewinnung’:

‘Stuttgart, 12.03.2010. Der Bedarf an “guten Lehrern” ist allgegenwärtig und schließt die Waldorfschulen nicht aus. In den nächsten zehn Jahren wird allein an Waldorfschulen jede vierte Lehrkraft das Pensionsalter erreicht haben. Wie die Kultusministerkonferenz schätzt, fehlen an deutschen Schulen im Jahr 2015 rund 100.000 Lehrer – Tendenz steigend. Daher startet der Bund der Freien Waldorfschulen pünktlich zur diesjährigen Bildungsmesse “didacta” vom 16. bis 20. März eine bundesweit angelegte Kampagne zur Lehrergewinnung.

Ein Thema, das derzeit nicht nur die Waldorfschulen bewegt, ist der Mangel an “guten Lehrern”. Deshalb geht es dem Bund der Freien Waldorfschulen bei der diesjährigen Bildungsmesse “didacta” nicht nur darum, zu zeigen, wie eine fruchtbare Zusammenarbeit von Eltern, Kindergärten und Schulen aussehen kann. Die Messe bildet gleichzeitig den Auftakt einer groß angelegten Kampagne, mit der neue Lehrer für die Waldorfschulen gewonnen werden sollen.

“Was wir suchen, sind Menschen, die für ihre Schüler gleichzeitig Impulsgeber und Mentoren, kritische Instanz und Begleiter auf ihrer ‘Entdeckungsreise’ durch die Schulzeit sind”, erklärt Peter Augustin, Pressesprecher des Bundes der Freien Waldorfschulen. „Dabei sind nicht nur fachliche Kompetenzen gefragt. Auch die eigene Persönlichkeit und aktives Engagement spielen eine wichtige Rolle bei diesem Beruf.”

Der Lehrplan der Waldorfschule ist ein Rahmenlehrplan, der sich an den Entwicklungsstufen des Kindes orientiert. Schon ab der ersten Klasse erlernen die Kinder Fremdsprachen, in den ersten Schuljahren ist “bildhafter” Unterricht ein wesentliches Prinzip. Die Inhalte werden so behandelt, dass die Schüler Dinge verstehen und erleben lernen. Später eignen sich die Kinder wissenschaftliche Kenntnisse an und erlernen die Gesetzmäßigkeiten der modernen Naturwissenschaften. Dabei legen Waldorfschulen Wert darauf, dass die Schüler selbst forschend tätig werden, ihre Wahrnehmung trainieren und eigenständig schlussfolgern lernen.

Angehende Waldorflehrer müssen mindestens das Abitur, die fachgebundene Hochschulreife oder einen vergleichbaren Abschluss nachweisen. Sie benötigen eine staatliche Unterrichtsgenehmigung, die je nach Bundesland an unterschiedliche Voraussetzungen gebunden ist. Darüber hinaus müssen Waldorflehrer eine waldorfpädagogische Qualifikation nachweisen. “In Deutschland gibt es zehn Waldorflehrerseminare und mehr als vierzig Berufsbegleitende Ausbildungskurse” sagt Augustin über die Vielfalt der Möglichkeiten. “Je nachdem, welchen Studienabschluss Interessierte an einem der Waldorfseminare anstreben, wird zusätzlich ein Fach-, Hochschul- oder Lehramtsstudium oder eine abgeschlossene Berufsausbildung vorausgesetzt.” Wer sich für den Beruf des Waldorflehrers interessiert, muss also nicht zwingend ein Lehramtsstudium absolviert haben. Auch Quereinsteiger, die bislang keine Berührung mit der Waldorfpädagogik hatten, sich aber fachlich und pädagogisch eignen, sind potenzielle Waldorflehrer.

Wer mehr über den Beruf des Waldorflehrers erfahren möchte und sich eine pädagogische Laufbahn als Lehrer vorstellen kann, der sollte den Bund der Freien Waldorfschulen bei der “didacta” in Halle 7, Stand A 38 besuchen. Hier bekommen Interessierte nicht nur alle Informationen rund um das Thema “Lehrer werden”, sondern erfahren auch mehr über die Waldorfwelt sowie über wissenschaftliche Arbeiten der Pädagogischen Forschungsstelle. Zudem zeigen der Bund der Freien Waldorfschulen und die Vereinigung der Waldorfkindergärten im Rahmen einer Sonderschau zum Thema “Waldorfpädagogik aktuell” vom 17. bis 20. März jeweils um 16 Uhr, wie Eltern, Kindergärten und Schulen sinnvoll zusammenarbeiten und wie die Kinder davon profitieren können. In der Veranstaltungsreihe “Das Tagesgespräch” – täglich um 13 Uhr – finden Gespräche mit Prominenten über ihre Bildungserfahrungen und -vorstellungen und offene Diskussionsrunden zu aktuellen Bildungsthemen statt.

Das Programm der Sonderschaufläche finden Sie hier. Weiterführende Informationen sowie aktuelle Stellenangebote stehen im Internet unter www.bildung-fuers-leben.de zur Verfügung.’

Hieruit leren we dat het lerarenprobleem geen specifiek Nederlandse situatie is, maar zich ook bij onze oosterburen afspeelt.

zaterdag 13 maart 2010

Insigne

Het was op 18 januari in ‘Speeltoestellen’ dat Ed Taylor van de Vijfsprong schreef:

‘weet je wie er is genomineerd voor de innovatieprijs op de Biovakbeurs? De boeren van de Vijfsprong in Vorden. Er zijn drie nominaties, dus iedereen op de Vijfsprong is reuze benieuwd of het wat gaat worden.’

Die uitslag heeft intussen op hun website gestaan en is nu alweer verdrongen door nieuwere ontwikkelingen. Maar in De Digitale Verbreding van de NVAZ, nr. 15 van 2 maart, staat het nog wel steeds:

‘Net niet voor onze boeren!
Het was woensdag 20 januari spannend tot het laatste moment: zouden onze boeren op de BioVak 2010 in Zwolle de innovatieprijs krijgen? Helaas: “De Koperen Schop” ging naar boerderij Ruimzicht in Halle. Een eervolle tweede plaats voor onze vernieuwende serrestal en de zuivelverwerking betekende echter wel de nodige reclame. In de Stentor van 21 januari stonden wij dan ook volop in de belangstelling (met foto en al).’

Maar er was meer nieuws:

‘En weer genomineerd
En wat lazen we in diezelfde Stentor, maar dan een paar dagen eerder (16 januari 2010)? “De twee zorgboerderijen op het Vordense landgoed Hackfort, ’t Hofhuis en de Hoogkamp, zijn genomineerd voor de Publieksprijs voor Ruimtelijke Kwaliteit 2010. Met deze prijs wil de provincie Gelderland ruimtelijke projecten in het zonnetje zetten.” En verderop wordt beschreven, waarom we zijn genomineerd: “Het gaat in dit project om een kleinschalige voorziening die op sympathieke wijze gebruik maakt van de rust, de sfeer en zelfs vruchtgebruik (onder andere hout) van de omgeving.” Op 25 maart wordt de prijswinnaar bekend gemaakt. Ondertussen kan iedereen stemmen voor ons project voor de publieksprijs. Kijk maar op: http://www.gelderland.nl/eCache/DEF/10/685.html.’

Daarmee was het nog niet gedaan, want ook dit was er te melden:

‘Koetshuis op Hackfort
Het ontwerp voor een theehuis in het koetshuis op landgoed Hackfort is klaar. Bij het ontwerp is rekening gehouden met de huidige sfeer en het gebruik van het landgoed. De beoogd exploitant, Driekant Ambachtscentrum, ziet in het ontwerp spijtig genoeg onvoldoende mogelijkheden om tot een gunstige exploitatie te komen en ziet daarom op zakelijke gronden af van verdere samenwerking. Natuurmonumenten en de Driekant zijn tot een bevredigende afronding gekomen en gaan op een goede manier uit elkaar. Natuurmonumenten gaat verder op de ingeslagen weg om een theehuis te realiseren. Onder de naam “Hackfort in beweging” werkt Natuurmonumenten, samen met onder meer onze instelling, aan de ontwikkeling van nieuwe functies op het landgoed. Daardoor kan het unieke karakter van Hackfort worden behouden en zorgen we voor een “levend” landgoed, waar mensen kunnen genieten van natuur en cultuur. Dit krijgt vorm in de verbouw van boerderijen tot zorgboerderijen, het organiseren van educatieve- en culturele activiteiten. Ook het realiseren van een theehuis hoort daarbij.’

Dat brengt me bij Driekant in Zutphen. Dat ambachtscentrum is wel een keer in het voorbijgaan hier genoemd, maar nooit echt voorgesteld. Op de website lees ik onder ‘organisatie’ dat het ‘Meer dan brood alleen’ is:

‘Driekant is een biologische bakkerij met een winkel en lunchcafé in het centrum van Zutphen. Wekelijks komen hier zo’n 3.000 klanten.

De bezoekers komen voor het heerlijke brood en gebak, de sfeervolle omgeving en de lekkere koffie. Driekant is in eerste instantie gewoon een “zaak”, met een eigenzinnige uitstraling. Wie goed kijkt, ziet veel personeel aan het werk, meer dan in een gemiddelde bakkerij.

Bijzonder aan Driekant is dat commerciële activiteiten met succes worden gecombineerd met praktijkopleidingen voor mensen die (nog) geen aansluiting vinden bij de reguliere arbeidsmarkt.’

Ik vond een leuk artikel uit De Stentor van 5 januari door Sander Grootendorst, Winnaar Meander was even foetsie’:

‘De Meander, de jaarlijkse gemeentelijke onderscheiding voor wie zich “op uitzonderlijke wijze verdienstelijk heeft gemaakt voor de Zutphense samenleving” ging gisteravond naar Henk Smit, oprichter en directeur van ambachtscentrum Driekant.

Uit handen van burgemeester Gerritsen ontving hij een oorkonde, een beeldje van de Zutphense kunstenares Maïté Duval en een draaginsigne. Net als bij de uitreiking van de lintjes op Koninginnedag wordt de Meanderwinnaar jaarlijks met een smoes naar de Burgerzaal gelokt. Dat biedt geen absolute garantie dat hij op het moment suprême inderdaad in de zaal zit. “Ik ben even tien minuten weg”, had Smit aan de mensen om hem heen laten weten, vlak voordat de burgemeester zijn Meander-toespraak zou beginnen.

Het bleek dat Smit hapjes aan het regelen was – Driekant verzorgt nu eenmaal bij vele Zutphense gelegenheden de catering. Hilariteit alom, maar Gerritsen en presentatrice Sandra Moolhuijzen praatten de plotselinge pauze vrolijk vol. Gerritsen greep de gelegenheid aan om Moolhuijzen te bedanken voor 25 jaar presentatie van het nieuwsjaarsreceptieprogramma. Ze heeft binnen de gemeente een andere functie aanvaard.

Toen Smit terug was, kon Gerritsen eindelijk uitleggen waaraan de bevlogen Zutphenaar de prijs te danken heeft. “Zijn sleutelbegrip is: sociaal ondernemen. Dat heeft hij op een succesvolle manier in praktijk gebracht. Bijzonder aan Driekant is dat commerciële activiteiten worden gecombineerd met praktijkopleidingen voor mensen die (nog) geen aansluiting vinden bij de reguliere arbeidsmarkt.” Onder het motto “Driekant inspireert” trekt Smit het land door om zijn visie aan de man te brengen. Zo zet hij bovendien Zutphen op de kaart.’

vrijdag 12 maart 2010

Politiek

Wat is er momenteel aan de hand in de Nederlandse politiek? In hoog tempo volgt de ene na de andere aardverschuiving zich op. Gisteren eerst het overlijden van D66 coryfee Hans van Mierlo, vervolgens het vertrek uit de politiek van CDA’er Camiel Eurlings, die goede kaarten had als nieuwe CDA-lijsttrekker. En vandaag eerst het vertrek van PvdA’er Wouter Bos, gevolgd door de kandidaatstelling van Job Cohen als gedoodverfde nieuwe PvdA-lijsttrekker. En dit alles met onmiddellijke ingang. Het kan niet op. Over Job Cohen moet ik het hier even hebben, hij is immers ook in antroposofische kringen opgetreden. Dat zegt op zichzelf niet zo heel veel, een burgemeester van Amsterdam kan op heel veel plaatsen verschijnen. Maar laten we dat eens even onderzoeken.

We kunnen bij de Iona Stichting te rade gaan. Die verzorgt duidelijk een band met Cohen. Onder de titel ‘Vertrouwen als kracht’ schrijft zij in het Ten Geleide bij het jaarverslag 2008:

‘Het jaarverslag van 2007 had als thema “verbinding”. Met dit verslag werd tevens meer duidelijk wat de Iona Stichting onder duurzaam verstaat en welke projecten ze daardoor wil steunen. Kort samengevat: het stimuleren van persoonlijke betrokkenheid op natuur, medemens en spirituele waarden, waarmee dienstbaar leiderschap in praktijk wordt gebracht. Deze vierledige oriëntatie wordt als middelpunt-zoekende kracht, als kracht van verbondenheid, beschreven in het boekje: Zonder Wij geen Ik, samenhang in een uiteenvallende maatschappij. Aan het eind van het voorwoord spreekt Job Cohen de wens uit dat “vanuit deze visie individueel vertrouwen mag groeien en dat dit zal leiden tot nieuwe samenwerkingsprojecten”!’

In dezelfde tekst worden even later ook Femke Halsema en Herman Wijffels genoemd. Ook die zijn hier niet onbekend, net als hun relatie tot de antroposofie. Nu niet meer op de website, is de Power Pointpresentatie van directeur Ignaz Anderson bij de jaarvergadering op 20 maart 2009, waarin dezelfde zinsnede groot op het scherm verscheen, de aanwezigen als het ware inpeperend:

‘Job Cohen’s wens “dat vanuit de Iona visie individueel vertrouwen mag groeien en dat dit zal leiden tot nieuwe samenwerkingsprojecten”!’

Al eerder werd hiernaar verwezen. In het genoemde jaarverslag 2007 van de Iona Stichting stond namelijk op bladzijde 6:

‘De heer Mr Job Cohen, burgemeester van Amsterdam, schrijft [in een voetnoot hierbij staat: Verwijzing naar de Iona publicatie: “Zonder wij, geen ik”, samenhang in een uiteenvallende maatschappij. (verschijnt medio maart 2008, Uitgeverij Christofoor; isbn 9789060380444)] dat wij met ons allen, op verschillende manieren, vertrouwde bindingskaders vaarwel hebben gezegd: gezin, familie, buurt, eigen stad, kerk en godsdienst, politieke partij, natuur. Ze hebben allemaal aan invloed ingeboet. “We zijn terwijl we vaarwel zeiden aan de oude en vertrouwde instituties er niet in geslaagd nieuwe bindingskaders te creëren.” We zoeken naar nieuwe bindingskaders, naar een nieuw-Wij. Iedere handeling, ieder initiatief, iedere onderneming kan zo’n uniek nieuw bindingskader vormen. Bewust streven naar een integrale verbinding waarmee we met de heer Cohen gesproken “de boel bij elkaar kunnen houden”. In het geld zien we ook een afspiegeling van dit proces; geld zoekt ook naar nieuwe bindingsmogelijkheden.’

Op zoek naar dit bewuste boek kom ik uit bij de website van Uitgeverij Christofoor:

‘Zonder Wij geen Ik
Samenhang in een uiteenvallende maatschappij

In de huidige “post-moderne” tijd gaan oude bindingen verloren, fragmenteert de samenleving tot afzonderlijke individuen en weten mensen niet meer waar ze bijhoren. Identiteit is niet langer vanzelfsprekend. Steeds meer moeten de mensen het maar zelf uitzoeken en juist daardoor gaan ze voorbij aan wat ze delen met elkaar. In deze publicatie worden vragen gesteld naar de rol van eigenheid en identiteit en hoe dit in een werkzame samenhang kan worden gebracht met de gemeenschap. Hoe bepalend kan een cultuur en een levenswijze zijn, als de samenhang daardoor onvermijdelijk en steeds weer opnieuw wordt doorbroken? Wat brengt ons weer naar elkaar toe? Wat kan worden aangesproken in een samenleving waardoor middelpuntzoekende krachten werkzaam kunnen worden en er een nieuw midden, een nieuw “wij” kan ontstaan?’

Ik kan hier nog even doorklikken, naar de bestelmogelijkheid bij Bol.com. Daar vind ik een interessante ‘NBD|Biblion recensie’ door onze oude bekende ‘Dr. H.S. Verbrugh’:

‘Het doel van de stichting die dit boek heeft uitgegeven, is het bevorderen van geestelijke, culturele en maatschappelijke ontwikkeling in de ruimste zin, in het bijzonder op het gebied van de antroposofie en haar werkgebieden. De tekst is bezorgd door de huidige bestuursvoorzitter Michiel ter Horst en de directeur van de stichting, Ignaz Anderson. Over de auteurs van de beide teksten geeft het boek geen informatie. De ene (CG) is een binnen de antroposofie in België en Nederland zeer bekende Vlaamse cultuurfilosoof, de andere is als prof. ir. N.D. van Egmond, directeur Milieu- en Natuurplanbureau – Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), bijzonder hoogleraar Milieukunde aan de Universiteit van Utrecht, Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, in Nederland zeer bekend. Hun beider teksten (“Identiteit en het Ik als verlangen” respectievelijk “De boel bij elkaar houden – Tegenwicht in de hang naar identiteit”), zijn schriftelijke neerslagen van lezingen voor een lustrum van de IONA-stichting. Hun oorsprong als mondelinge presentaties blijkt uit de weinig systematische en slecht gedocumenteerde redactie van de teksten. De titel van het boek lijkt afkomstig te zijn van het voorwoord door burgemeester Cohen.’

Bol.com geeft nog een boek op waarvoor Job Cohen niet alleen het voorwoord, maar de hele inhoud verzorgde, ‘Binden’, verschenen in september 2009:

‘Burgemeester in de eenentwintigste eeuw van de vrije, tolerante, creatieve en diverse stad Amsterdam: Job Cohen is voor velen een van de meest aansprekende politici van onze tijd. Cohen gaat de discussie niet uit de weg. In Binden heeft hij een aantal toespraken en lezingen gebundeld. Binden is een betrokken boek over samen leven, vrijheid, de rechtsstaat en de rol van religie in een moderne stad met internationale allure.’

Dat schrijft natuurlijk de uitgever. De NBD|Biblion recensie door Drs. Marianne van den Heuvel geeft de volgende bespreking ten beste, ook heel positief:

‘Deze elf toespraken door de bekende PvdA-politicus, tegenwoordig burgemeester van Amsterdam, gaan over het gevoel dat mensen hebben die er niet bij horen, allochtonen die vreemd genoeg minder wettelijke rechten hebben dan Friezen, het positieve aspect van migratie (tegen de leegloop van Nederland), de burgerschapsnorm die ook voor zittende burgers geldt, de intieme huiselijkheid van Van Randwijk, religie als bindende factor, de beschermende rol van de overheid als burgers wel of niet religieus willen leven, de geschiedenis van joden die zich wel aanpasten en toch niet werden geaccepteerd. Kortom: ergens bijhoren is de keuze van de meerderheid om anderen erbij te laten horen. Deze bundel bestrijkt een periode van acht jaar burgemeesterschap. Het is bepaald geen momentopname. Het geeft inzicht in de verbindende denkwijze van de man die burgemeester wil zijn van alle Amsterdammers. Dit boek is niet alleen voor Amsterdammers; Cohen is in zijn samenbindend denken een beetje de “voorbeeldburgemeester” voor alle Nederlanders.’

Interessant in antroposofisch opzicht is dan weer een vorig jaar tegelijkertijd uitgekomen boek onder redactie van Job Cohen, slechts 68 pagina’s dun, ‘Duurzame Geesteswetenschappen. Rapport van de commissie Nationaal Plan Toekomst Geesteswetenschappen’:

‘Creëer een substantieel extra budget Geesteswetenschappen waarop faculteiten een beroep kunnen doen op basis van een overtuigend toekomstplan. Stel een regieorgaan in dat de voorstellen toetst. Versterk de kansen op tweede geldstroomonderzoek voor geesteswetenschappers. En ontwikkel een adequate kwaliteitsbeoordeling voor hun prestaties.

Dat zijn de belangrijkste aanbevelingen uit het rapport van de commissie Nationaal Plan Toekomst Geesteswetenschappen onder voorzitterschap van Job Cohen. Hij heeft het eindrapport vanmorgen overhandigd aan minister Ronald Plasterk, die een jaar geleden de opdracht gaf voor het opstellen van dit advies.

In een eerste reactie laat minister Plasterk weten positief te staan tegenover de aanbevelingen in het rapport. Hij is bereid extra te investeren in de ondersteuning van de geesteswetenschappen. Hij komt in het voorjaar van 2009 met een kabinetsreactie.

In september 2007 is de Commissie Cohen gevraagd een plan te ontwerpen voor een duurzame toekomst van het geesteswetenschappelijk onderwijs en onderzoek in Nederland. Aanleiding vormden de herhaalde signalen dat zich een aantal structurele problemen voordoen die de ontwikkeling van dat wetenschapsgebied bedreigen.

Geesteswetenschappen richten zich op de bestudering van uiteenlopende uitingen van de menselijke geest, zoals taal, kunst, literatuur, media, religie in zowel in heden als verleden. Via de bestudering van andere talen en culturen leveren zij essentiële kennis voor onze economische, politieke en culturele relaties met de rest van de wereld. De geesteswetenschappen zijn ook van belang voor vraagstukken rond identiteit, integratie en sociale cohesie. Zowel in het hoger alsook het voortgezet onderwijs wordt deze kennis overgedragen aan nieuwe generaties wereldburgers.’

Er zullen vast nog wel meer raakvlakken zijn tussen de inzichten van Job Cohen en die uit de antroposofie. Die zouden de komende tijd duidelijker tot verschijning kunnen komen; we wachten het af.

donderdag 11 maart 2010

Hersens

Het is me wel de week, of de maand, van de symposia en congressen. Waar ik nog geen aandacht aan heb besteed, is dat van morgenmiddag in de Vrije Universiteit. Op 19 januari verscheen er een nieuwsbrief van de Netwerkuniversiteit (afkorting: NU), deze staat inmiddels ook op de website van het Bernard Lievegoed Fonds. Deze 17e nieuwsbrief meldt:

‘Het jaar is voor de Netwerkuniversiteit van het Bernard Lievegoedfonds heel goed begonnen. Er staan zelfs zoveel activiteiten op stapel dat de productie van de Nieuwsbrief erdoor in het gedrang is gekomen. Wij zullen u nu niet overladen met informatie. In dit bericht gaan we uitgebreider in op twee belangrijke bijeenkomsten; in Nieuwsbrief 18 gaan wij in op onze plannen voor de rest van het jaar.

1. Uitnodiging NU-leden en NU-belangstellenden voor Symposium “Brein of Bewustzijn”

Tijd: vrijdag 12 maart van 13.00 – 17.00 uur
Plaats: Auditorium Vrije Universiteit, De Boelelaan 1105, Amsterdam.

Na de werkconferentie over de paradigma’s van het darwinistische wereldbeeld zetten wij nu een stap in de openbaarheid. De NU kan dan laten zien of zij werkelijk iets nieuws aan de wereld te vertellen heeft. Onder leiding van Cees Leijenhorst zullen vier wetenschappers voor een academisch publiek – waaronder u als leden van de Netwerkuniversiteit – in debat gaan over de vraag of de vrije wil bestaat en over het perspectief van het actuele hersenonderzoek, dat ervan uitgaat dat neurofysiologische processen in de hersenen ons sturen. Voor de optimale gesprekskwaliteit is gekozen voor het interview als werkvorm. De vier wetenschappers zijn Maurits van der Molen (hoogleraar ontwikkelingspsychologie UvA), Jeroen Geurts (neurobioloog, universitair docent VU), Arie Bos (arts, docent VU, publicist en lid NU) en Annejet Rümke (arts, docent, publicist en lid NU).

Het symposium organiseren wij samen met VUconnected. Er wordt een bijdrage gevraagd van, incl. de korting voor leden van de NU, € 25. U kunt zich opgeven via de website: www.vuconnected.nl/agenda/symposium/’

De tweede in deze nieuwsbrief gemelde bijeenkomst is die van afgelopen maandag met Arthur Zajonc en Otto Scharmer; die kennen we al. – We kunnen nog snel door naar de genoemde website van VUConnect. Daar staat:

‘In neurologisch onderzoek komt bewustzijn naar voren als een bijverschijnsel van hersenactiviteit. Zelfbewustzijn is volgens de bekende filosoof Daniel Dennett een fictief concept dat nuttig is om een samenhangend verhaal over onze neurologische systemen te vertellen. Maar het ik als zodanig bestaat niet.

Deze opvattingen botsen met de persoonlijke ervaring. Ons zelfbeeld biedt ruimte aan morele keuzes en ethiek maar hersenonderzoekers betwijfelen dit. Maar de zelfervaring is sterk en reëel. Meer spirituele perspectieven erkennen bewustzijn en zelfbewustzijn als fenomenen die niet gereduceerd kunnen worden tot fysieke hersenactiviteit. Beide perspectieven baseren zich op ervaringen: het eerste op gemeten hersenactiviteit, het tweede op moreel besef en de zelf-ervaring.

Het neurologisch perspectief wordt vertegenwoordigd door Maurits van der Molen, hoogleraar ontwikkelingspsychologie UvA en president van de European Federation of Psychophysiological Societies en Jeroen Geurts, neurobioloog VU en auteur van Kopstukken, interviews met bekende hersenonderzoekers.

Het spirituele perspectief wordt vertegenwoordigd door Arie Bos, huisarts en docent huisartsengeneeskunde AMC Centrum en auteur van Hoe de stof de Geest kreeg (genomineerd voor de NWO Eureka Boekenprijs 2009) en Annejet Rümke, consultatief arts en docent psychiatrie, auteur van Verkenningen in de Psychiatrie. Bos en Rümke zijn lid van de Netwerkuniversiteit.

Inleiding, interviews en gespreksleiding door de filosoof Cees Leijenhorst, universitair hoofddocent geschiedenis van de filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Het programma:
13:30 Philosophy of Mind, inleiding door Cees Leijenhorst
13:55 Het neurologische perspectief, door Maurits van der Molen en Jeroen Geurts
14:40 Het spirituele perspectief, door Arie Bos en Annejet Rümke
15:25 Pauze
15:45 Zaaldiscussie
17:00 Afsluiting en borrel

De inschrijving voor Brein of Bewustzijn is gesloten. Wil je nog kans maken op de laatste kaartjes? Bel met VUconnected: 020 5989292 (tijdens kantooruren).’

Cees Leijenhorst is hier al een paar keer voorbij gekomen, maar dan onder meer in zijn hoedanigheid als lid van de Raad van Toezicht van Zonnehuizen. Bij de NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, is meer over hem te vinden. zoals in ‘Geestesoog’, de nieuwsbrief van het NWO gebied Geesteswetenschappen, die vier keer per jaar verschijnt. In nummer 2 van april 2004 was in ‘Etalage, een selectie van publicaties’ op bladzijde 14 te lezen:

‘Deze rubriek toont een selectie van publicaties die voortgekomen zijn uit programma’s en projecten (mede) gefinancierd door het NWO gebied Geesteswetenschappen. De redactie houdt zich aanbevolen voor suggesties voor deze rubriek (geestesoog@nwo.nl).

From Artes to Science

Het PIONIER programma From Artes to Science: The Commentary Literature on Aristotles Physics, 1250-1700 van prof. dr. Hans Thijssen (KUN) richtte zich op het natuurfilosofisch denken in West-Europa van 1250 tot 1700. Het programma werd onlangs afgerond. In de serie Medieval and Early Modern Science van uitgeverij Brill verscheen reeds een vijftal bundels met gerefereerde artikelen én twee monografieën. Een derde monografie verschijnt in de loop van dit jaar. Hieronder worden een monografie en een artikelenbundel belicht.

Tussen 1250 en 1700 werden de grondslagen gelegd voor de wetenschappelijke methode en vorming van het (natuur-)wetenschappelijk wereldbeeld. Het PIONIER programma From Artes to Science was een studie naar de wijsgerige grondslagen van de vroeg-moderne natuurwetenschap en naar de conceptuele ontwikkeling van begrippen als beweging, ruimte, tijd, materie en causaliteit.

Een wezenlijk uitgangspunt van het onderzoeksprogramma was dat het de Aristotelische natuurfilosofie en rivaliserende benaderingen bestudeert als een samenhangend geheel, zonder acht te slaan op de gebruikelijke periodisering in de middeleeuwen, Renaissance en vroegmoderne tijd.

In de monografie The mechanisation of Aristotelianism stelt dr. Cees Leijenhorst de Aristotelische setting van het belangrijkste werk van Thomas Hobbes over natuurfilosofie ter discussie: De Corpore uit 1655. Deze monografie wil inzicht bieden in de complexiteit van de op komst van de moderne filosofie, waarin de strijd met het het Aristotelische erfgoed een rol speelt.

In de artikelenbundel The Dynamics of Aristotelian Natural Philosophy (redacteuren dr. Cees Leijenhorst, dr. Christoph Lüthy en prof. dr. Hans Thijssen) wordt met bijdragen van diverse internationele auteurs onderzocht wat de evolutie van de Aristotelische commentaar-traditie ons kan vertellen over het karakter van de natuurfilosofie als pedagogisch instrument, als wetenschappelijke onderneming en als achtergrond voor het moderne wetenschap pelijke gedachtengoed.

• Cees Leijenhorst, The mechanisation of Aristotelianism. The late Aristotelian Setting of Thomas Hobbes’ Natural Philosophy. Brill, Leiden 2002 (ISBN 90 04 11729 6).

• Cees Leijenhorst, Christoph Lüthy, Johannes M.M.H. Thijssen (editors), The Dynamics of Aristotelian Natural Philosophy from Antiquity to the Seventeenth Century. Brill, Leiden 2002 (ISBN 90 04 12240 0).’

Dus dat kan iets heel moois worden, daar in Amsterdam, morgen.

woensdag 10 maart 2010

Boekenvreugd

De Boekenweek is gisteren begonnen, of is dat vandaag? Gisteravond was er in ieder geval het Boekenbal – dat rijmt. Hein Janssen meldt vandaag in de Volkskrant:

‘Hier is... Adriaan van Dis! Oude tijden herleefden dinsdagavond bij de opening van de 75ste Boekenweek. Traditiegetrouw begon het Boekenbal met een literair programma waarin Van Dis dit keer excelleerde als volleerd entertainer en performer. (...)

Van Dis haalde in de Grote Zaal van de Amsterdamse Stadsschouwburg herinneringen op aan het boek dat hem vormde, Karakter van Bordewijk; aan Louis Couperus, aan wiens wellevendheid hij zich verwant moet voelen, en, erg grappig, aan de schoolexcursie van lang geleden naar de Gijsbrecht van Vondel, gespeeld door Albert van Dalsum. Van Dis weekte dit doorgaans als onspeelbaar bestempelde toneelstuk los van vergeeld papier en traditie en rapte zelfs een paar Vondelverzen. Met zijn optreden lijkt voor Van Dis een nieuwe carrière als acteur in het verschiet te liggen. Zijn boodschap aan alle schoolklassen die hij vaak bezoekt is dat lezen je bevrijdt.’

Op maandag 21 juli 2008 had ik ook een aflevering van ‘Hier is...’ Een verrassende aflevering. Inmiddels kan ik hier het artikel van Cisca Dresselhuys uit de Opzij van maart 2004 aan toevoegen, waarin ‘Adriaan van Dis langs de feministische meetlat’ wordt gelegd. Hij kreeg daarbij overigens een 6+. Over zijn vader vertelt hij aan Dresselhuys:

‘Ik was een heel bang kind en ben nog altijd een bange volwassene. Maar het is minder geworden. Dankzij mijn analyse. Mensen die zeggen dat een analyse niks helpt en zelfs gevaarlijk is voor je creativiteit, kletsen een eind in de ruimte. Ik heb pas durven en kunnen schrijven dankzij die analyse. Als kind was ik altijd bang: voor straf, voor standjes, voor slaag, voor de driftbuien van mijn totaal onberekenbare vader. Ik had ongelooflijke nachtmerries en zat altijd onder de uitslag, galbulten die zogenaamd veroorzaakt werden door aardbeien, chocola of de pitjes van tomaten. Onzin, het kwam allemaal door m’n vader. Ik was als de dood voor die man, je wist bij hem nooit of het slaag of strelen zou worden. Daar ligt nog steeds mijn angst: de altijd straffende hand. Ik ben dus ook geen polemist, ik word fysiek onpasselijk van mensen die kijven of ruziemaken. Van conflicten word ik ziek. Na mijn plagiaatkwestie, tien jaar geleden, durfde ik maanden de straat niet op. Gerrit Komrij, die ook eens zoiets heeft gehad, zei gewoon: “Laat die man blij zijn dat zijn treurige bruinkoolproza een schitterende plek in mijn oeuvre heeft gekregen.” Ik kon niets anders dan verwond terugkruipen naar een psychiater. Terug naar je vraag: er is een handjevol mensen, niet meer dan de vingers van een hand, bij wie ik me veilig voel. Mijn geliefde, drie vrienden en de psychiater bij wie ik tien jaar in behandeling was. In hem heb ik een zakelijk vertrouwen, onze afspraak was dat ik tegen betaling alles vertelde en dat hij zijn mond daarover zou houden. Het is dus maar een klein clubje. Intimiteit is voor mij nu eenmaal erg moeilijk.’

En over zijn moeder, nadat Dresselhuys eerst gevraagd heeft:

‘Je hebt drie boeken over je vader geschreven. Is je vader nu een afgesloten hoofdstuk, literair gezien?

“Ja, ik ben klaar met hem. In Nathan Sid gaat het om onschuldige verhaaltjes over een jongen met een Indische achtergrond, Indische duinen is een boos boek, waarin alle woede over mijn vader naar buiten komt. In Familieziek sluit ik de trits af. Dat is een verzoenend boek. Daarin laat ik mijn vader zien als een zieke man met allerlei rare complexen en afwijkingen die vanuit zijn achtergrond – als krijgsgevangene tewerkgesteld aan de Sumatra-spoorlijn – wel te begrijpen zijn. Ik heb hem in dat boek in een inrichting laten opnemen. In werkelijkheid is dat nooit gebeurd. Hij is op eenenveertigjarige leeftijd heel sneu gestorven aan een gewone, burgerlijke griep, terwijl hij een jaar daarvoor een zware open hartoperatie had overleefd. Of ik iets aardigs over hem kan vertellen? Hij was royaal, nooit krenterig, iedereen kon altijd mee-eten. Hij was hoffelijk, vond het leuk om cadeautjes te kopen, net zoals ik. En mijn moeder zei ooit dat hij een heel goede minnaar was. Mooi zo, heeft zij in ieder geval iets fijns aan hem beleefd. Mijn moeder is nu 93. Over haar wil ik ooit nog eens een boek schrijven, maar dat komt later. Schreef Freud niet pas over seks toen z’n moeder overleden was? Zo zal ik ooit over mijn moeder schrijven, vooral over de vreemde combinatie die in haar zit: de nuchtere Brabantse boerendochter en de wat zweverige vrouw die zich bezighoudt met antroposofie en yin en yang, en die heilig gelooft in reïncarnatie.”

Je hebt een groot deel van je jeugd alleen met vrouwen doorgebracht: je moeder en drie halfzusjes.

“Inderdaad. Een muur van vlees, noem ik ze weleens. Ik voelde me volstrekt buitengesloten door deze muur, die ontstaan was in het jappenkamp dat ze met z’n vieren overleefd hebben.”’

Goed, dat was Adriaan van Dis. Vind ik zowaar in de ‘Winterswijkse Weekkrant’ van 1 maart ook deze Boekenweek lezing Désanne van Brederode’:

‘In het kader van de 75e Boekenweek, die op 10 maart begint, komt Désanne van Brederode op donderdag 11 maart op uitnodiging van boekhandel Kramer en de bibliotheek naar Winterswijk.

Van Brederode (Utrecht, 1970) groeide op in een vrijzinnig, katholiek gezin. Na de Vrije School in Eindhoven studeerde zij filosofie in Amsterdam. Zij schreef diverse romans maar is in het bijzonder uitgenodigd naar aanleiding van het verschijnen van haar laatste roman “Door mijn schuld”. Deze vorig jaar verschenen roman gaat over een man die een moord pleegt maar blijft ontkennen dat hij het gedaan heeft. Na jaren gevangenschap wil hij aan zijn dierbaren bekennen dat hij de moord gepleegd heeft, maar niemand gelooft hem. Zo wordt de moordenaar pas echt een gevangene van zijn eigen leugen.

Columniste
Van Brederode is vaste columniste van het televisieprogramma Buitenhof. Ook schreef zij het Essay van de Maand van de Filosofie 2007, getiteld “Brief aan een gelukszoeker”.
Het Literair Café wordt gehouden in de doopsgezinde kerk De Vermaning aan de Torenstraat en begint om 20.00 uur. Kaarten zijn voor 7,50 euro te koop bij boekhandel Kramer. (www.boekhandelkramer.nl)’

Dus toch een vrijescholiere. Op 15 mei 2009 haalde ik in ‘Roman’ Leonard Beuger met een bespreking uit januari 2001 aan:

‘Désanne van Brederode schijnt een oud-Vrije Scholier te zijn. En Xandra Schutte, de nieuwe hoofdredacteur van Vrij Nederland, maar die schrijft gelukkig alleen essays.’

Xandra Schutte is inmiddels sinds anderhalf jaar hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer. – Ik wil nog even terug naar het ‘Boekevenement Arthur Zajonc en Otto Scharmer 8 maart 2010’ (ik berichtte daar zondag nog over, in ‘Natuurkundeprofessor’). Want de Iona Stichting blijkt hier heel keurig nu al op haar website verslag van te doen:

‘Op 8 maart 2010 hebben de Amerikanen Arthur Zajonc en Otto Scharmer de Nederlandse vertaling van hun boeken in ontvangst genomen. Het ging om de werken “Meditation as Contemplative Inquiry, When Knowing Becomes Love” van Zajonc en "Theory U: leading from the Future as it Emerges” van Scharmer. Violist Miha Pogacnik heeft met een kort optreden ook een bijdrage aan de middag geleverd.

Zajonc geeft in zijn boek een overzicht van meditatietechnieken, waarbij hij praktische instructie afwisselt met begeleidende en inspirerende uitspraken van westerse en oosterse leraren. Hij wijst op de mogelijkheden om wetenschappelijke duidelijkheid en meditatie als contemplatief onderzoek te integreren.

Met “Theorie U: leiding vanuit de toekomst die zich aandient” laat Scharmer zien dat veel van de huidige leidinggevenden een blinde vlek hebben waardoor veel zaken fout gaan. De oorzaak ligt volgens hem in het feit dat men wel weet hoe een proces zou moeten verlopen, maar dat men vaak niet weet wat de bron is van waaruit het proces is ontstaan. Theorie U biedt binnen relatief korte tijd een oplossing.’

De Iona Stichting knoopt er meteen ook een hele leergang aan vast, getuige ‘Theorie U en Meditatie in praktijk’:

‘Nu “Theory U” van Otto Scharmer en “Meditation” van Arthur Zajonc allebei in Nederlandse vertaling van de drukpers gerold zijn, wil de Iona Stichting aan de hand van een drietal cursussen gezamenlijke studie, onderzoek en ontwikkeling rond beide boeken bevorderen. Het gaat om de samenhang tussen beide boeken; de persoonlijke ontwikkeling om open te worden voor de geestelijke wereld in samenhang met de gezamenlijke weg in organisaties om toekomstige antwoorden uit diepere lagen op te delven en deze te realiseren. Feitelijke aardse, persoonlijk sociale en geestelijk ideële aspecten vragen voortdurend onze aandacht; drie werkelijkheden die in ieder moment van ons leven en werk steeds door elkaar heen weven.

Het initiatief is bestemd voor twee groepen. De eerste groep bestaat uit mensen die de maatschappelijke werkzaamheid van hun van oorsprong antroposofische organisatie willen versterken. De tweede groep bestaat uit mensen die door het verruimen van hun innerlijke mogelijkheden willen bijdragen aan een betere samenleving.

De Iona Stichting doet actief mee in deze trajecten om zo ook zelf in ontwikkeling te blijven en om het contact te onderhouden met de verschillende vraagstukken en vondsten. Dit stimuleert het faciliteren van zinvolle ontwikkelingen.

U kunt uw interesse kenbaar maken voor een van de hieronder genoemde ontwikkelingstrajecten en voor een persoonlijke variant.

1. Leer en onderzoekstraject rond “Theory U” van Otto Scharmer en “Meditation” van Arthur Zajonc:
Een wezenlijke vraag in de organisatie, en aan de organisatie, in kaart brengen;
Gezamenlijk mogelijke antwoorden of wegen naar nieuwe antwoorden ontdekken;
De eigen werkbiografie en de actuele thema’s daarin belichten;
In het werk op een nieuwe manier open staan voor “vondsten” en deze ook realiseren;
Gezamenlijke reflectie op ieders werk en werkzaamheid;
Meditatieve oefeningen en onderzoeken hoe deze vruchtbaar worden in het samen werken;
Inleidingen, studie en cases vanuit Theory U en Meditation.
Duur: 10 maandelijkse bijeenkomsten van een avond, overnachting, ochtend en middag.
Begeleiding: Michiel ter Horst, Jan Huisman, Clarine Campagne en gastsprekers.

2. Intervisiegroepen regionaal, of in-company, rondom “Theory U” en “Meditation”.
Wat is aan de orde binnen het werk en binnen de organisatie;
Wat is daar zelf (niet) aan te doen;
Hoe met anderen toekomstige stappen realiseren.
Duur: in principe 6 tot 8 maandelijkse bijeenkomsten van 16.30 uur tot 20.30 uur.

3. Persoonlijke varianten en initiatieven, nader te bespreken.
Bij interesse graag een mail naar iona@iona.nl t.a.v. Clarine Campagne. Data en plaats worden in overleg met de deelnemers afgestemd.’

Terug naar de Boekenweek. In hun ‘Nieuwsbrief nr. 2, maart 2010’ schrijven Inge Ebbinge en Herman Boswijk van de Haagse Boekerij:

‘Vlak voor de Boekenweek (10 t/m 20 maart) verschijnt onze tweede Nieuwsbrief. We hebben deze keer wat meer korte signaleringen van nieuwe boeken opgenomen, gehoor gevend aan tips die ons bereikten na de eerste Nieuwsbrief. Daarnaast vindt u uiteraard onze persoonlijke keuze uit het aanbod van het afgelopen jaar. We wensen u veel leesplezier.’

Er staat een heleboel in. Mij interesseren hier vooral deze twee:

‘Boekpresentatie 14 maart

Hans Peter van Manen is een begrip in antroposofisch Nederland en daarbuiten. De vorig jaar overleden historicus publiceerde zijn eerste en bekendste boek in 1980 in het Duits: Christussucher und Michaeldiener. Het is een onderzoek naar de betekenis van Rudolf Steiners uitspraken over de karmische achtergronden van stromingen in onze cultuur in het algemeen en de antroposofische beweging in het bijzonder.

Onze Belgische vrienden van Via Libra, voorheen de Rudolf Steiner Academie, brengen nu een Nederlandse vertaling uit van dit werk. De presentatie vindt plaats op zondag 14 maart in Den Haag, Riouwstraat 1, vanaf 14.00 uur. (H)
Hans Peter van Manen: Oude en jonge zielen. Vertaling: Lieven Debrouwere. Via Libra, gebonden met stofomslag. 271 p. € 23,90

Vriendenavond Stichting Diodato op 20 april

De Stichting Diodato Pro Libris/Vrienden van de Haagse Boekerij organiseert ook dit jaar weer een avond voor donateurs en belangstellenden, in samenwerking met het Haagse Studiecentrum voor Antroposofie.

Op dinsdag 20 april zal Wim Veltman komen vertellen over zijn nieuwste werk. Afgelopen najaar verscheen “Hellas. Herinnering, bezinning, verwachting”, dat naar eigen zeggen “...gezien mijn hoge leeftijd, als het sluitstuk van mijn levenswerk [mag] worden beschouwd”. In dit boek bezegelt hij zijn levenslange zoektocht naar de Europese geest door een intensieve studie van de oorsprong van de cultuur van dit werelddeel. Religie, geschiedenis, kunst, literatuur en wijsbegeerte van het antieke Griekenland worden uitvoerig behandeld; een reis langs de belangrijkste plaatsen verhoogt de betrokkenheid. In het laatste hoofdstuk wordt de metamorfose van “Hellas” geschetst als verwachting van een hernieuwde spiritualisering van Europa. Wim Veltman zal met name over dit laatste, actuele, aspect spreken.
Wij zijn uiteraard met een boekentafel aanwezig. (H)
Dinsdag 20 april, 20.00 uur, Riouwstraat 1, Den Haag’

Kortom, boekenvreugde genoeg tijdens deze Boekenweek.

dinsdag 9 maart 2010

Gerda

Er is van alles gaande in de landbouw. En dan heb ik het niet zozeer over de nieuwe glossy ‘Gerda’, waar de politiek momenteel volledig overheen valt. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt geleid door demissionair minister Gerda Verburg. Nee, dan denk ik eerder aan dit bericht van gisteren, ‘Biologica is in beweging’:

‘De biologische sector is in beweging en Biologica beweegt mee. Enerzijds willen we de groeiende groep lichtgroene en donkergroene consumenten bedienen. Dat vraagt om een maatschappelijke organisatie die los staat van marktpartijen. Anderzijds willen we de biologische ondernemers ondersteunen bij het ontwikkelen van hun koploperspositie van een economisch, ecologisch en sociaal duurzame landbouw en voeding. Dat vraagt om een inspirerende en dienstbare organisatie met een luisterend oor richting de ondernemers.

2010 is ons transitiejaar. We leggen het fundament voor twee eigentijdse organisaties: de vernieuwde maatschappelijke organisatie Biologica en de nieuwe Ketenorganisatie i.o.

Door alle partijen, die ook deelnemen in het convenant Marktontwikkeling Biologische Landbouw, is in januari 2010 een intentieverklaring getekend. Zij verklaren daarin samen te blijven werken aan groei van de markt en daarnaast gezamenlijk beleid te ontwikkelen op drie gebieden: aansturing van onderzoek en kennisverspreiding, regelgeving en marktontwikkeling. Besloten is tot de oprichting van een nieuwe ketenorganisatie met als kerntaken kennis, regelgeving en markt.

De manier waarop de ketenorganisatie precies wordt ingericht, is een proces dat partijen nu samen in de Task Force vormgeven. Ook Biologica participeert hierin actief. Een aantal convenantpartijen zullen als trekker optreden voor de totstandkoming van deze ketenorganisatie.

De voorzitters van de productwerkgroepen, themawerkgroepen uit BioConnect en de vakgroep zijn inmiddels bij het proces betrokken. Bij de uitwerking zullen zij en andere stakeholders de komende periode betrokken worden; in de intentieverklaring is juni 2010 als ijkmoment voor de vorming van de ketenorganisatie genoemd.

Tijdens de “verbouwing” gaat ons dagelijkse werk gewoon door en werken we met plezier aan onze activiteiten zoals Lekker naar de Boer, Week van de Smaak, Smaakmakend en natuurlijk BioConnect. De kennismanagers van BioConnect zijn volop bezig met de lopende 120 onderzoeksprojecten en de 9 bedrijfsnetwerken. Ook worden al de eerste voorbereidingen getroffen voor het kennisprogramma in 2011. In het overzicht (zie download: onder aan deze pagina) kunt u zien waar u met uw vragen en ideeën hierover terecht kunt; recent zijn een aantal aanpassingen geweest bij de personele bezetting van de werkgroepen.

Meer informatie bij:
Jac Meijs, directeur kennis en innovatie Biologica
Peter Jens, algemeen directeur Biologica’

We hadden het al aan kunnen zien komen. Op 11 februari kwamen in ‘Goede zaak’ deze Bijeenkomsten in de provincie’ ter sprake, waarin het ging om

‘Biologica’s inspanningen om de burger meer inspraak te geven bij haar activiteiten en campagnes. In de komende weken organiseert Biologica een reeks bijeenkomsten in de provincie om met burgers van gedachten te wisselen over Pieperpad, de Week van de Smaak, Adopteer een Kip en Lekker naar de boer. De gedachte is om een burgervereniging op te richten en daarmee nieuwe projecten op te zetten die de groene landbouw en voedselproductie helpen verbeteren en bestendigen.’

Als je dan dit nieuws van Maurice de Jong van VMT Online (‘Bron van informatie voor de Nederlandse en Belgische voedingsmiddelenindustrie’) van 3 februari erbij neemt, met als titel Taskforce Biologische Landbouw houdt op te bestaan’, dan wordt veel duidelijk:

‘De Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw stopt eind 2011. Er komt geen nieuw convenant voor in de plaats.

Sinds 2002 voert de taskforce het Convenant Biologische Landbouw uit. In het convenant spraken de brancheorganisaties van detailhandel, voedingsmiddelenindustrie en boeren af dat het biologische segment harder moet groeien dan het gangbare segment.

Geen convenant
Voorzitter Uli Schnier van de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw verklaart in het Agrarisch Dagblad dat de biologische sector sterk genoeg is om zonder convenant verder te gaan. Wel blijven de huidige overlegstructuren in stand.’

Het nieuws over biologische producten vliegt je momenteel om de oren. De kranten maken er nu echt werk van. Jammer genoeg niet allemaal beschikbaar op internet. Maar we kunnen ook eenvoudig dit persbericht van 19 februari van het Louis Bolk Instituut nemen, ‘LBI actief in nieuw veredelingsprogramma. Programma groene veredeling van start’:

‘Minister Gerda Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) geeft groen licht voor vier vernieuwende projecten voor plantenveredeling. Deze projecten zijn onderdeel van het programma Groene Veredeling van het ministerie van LNV. Voor de eerste vier jaar van het programma heeft de minister vier miljoen euro beschikbaar.

Rassen beter bestand tegen ziekten en plagen

Het programma slaat een brug tussen de biologische en gangbare sector en sluit aan bij de wens van de Tweede Kamer om plantenveredeling te stimuleren. Door dit programma komen rassen beschikbaar die minder mest nodig hebben en beter bestand zijn tegen ziekten en plagen. Deze rassen zijn belangrijk voor zowel de gangbare als de biologische landbouw. In het programma zullen de biologische en gangbare veredelingssector nauw samenwerken.

Marktgerichte projecten

Het gaat om projecten voor spinazie, tomaat, prei en aardappel. De projecten zijn ingediend door veredelingsbedrijven die samenwerken met Wageningen UR-PRI, het Louis Bolk Instituut en de Rijksuniversiteit Groningen. Het Louis Bolk Instituut heeft reeds ruime ervaring in veredelingsprogramma's voor de biologische sector. Zo loopt het biologische veredelingsproject voor de aardappelteelt, BioImpuls eveneeens via dit instituut. De programma-coördinatie is in handen van Olga Scholten (PRI) en Edith Lammerts van Bueren (LBI).

Innovatieve, duurzame productie staat voorop

Plantenveredeling is een techniek om door het kruisen van verschillende variëteiten van één ras betere opbrengsten of sterkere planten te krijgen. De land- en tuinbouwsector werkt op deze manier aan de verbetering van de plantenrassen. Verbeterde rassen zijn van grote waarde voor de voedselvoorziening en voor verduurzaming van plantaardige productie. Daarom ondersteunt minister Verburg plantenveredeling extra met dit innovatieprogramma.

Het veredelingsproject voor spinazie is gericht op spinazie die met minder meststoffen geteeld kan worden én resistent is tegen wolf (valse meeldauw). Bij prei gaat het om resistentie tegen trips en bij tomaat om een krachtig wortelgestel waardoor bemesting verminderd kan worden. Bij aardappel gaat het om rassen met resistentie tegen Phytophthora (schimmel) en die toekunnen met minder mest.’

Op 14 november 2009 werd dit al aangekondigd in ‘Omraming’, waarin uit het bericht van Biologica de dag ervoor, ‘10 miljoen voor groene veredeling’ werd geciteerd:

‘Minister Gerda Verburg van LNV stelt 10 miljoen euro beschikbaar voor innovatieve projecten op het gebied van klassieke plantenveredeling. De resultaten moeten zowel voor de biologische als de gangbare landbouw bruikbaar zijn.’

Gisteren meldde Biologica echter in ‘Brussel staat teelt van omstreden genpieper toe’ ook:

‘De Europese Commissie heeft 4 maart voor het eerst in twaalf jaar het besluit genomen om de teelt van een nieuw gentechgewas toe te staan in de EU. Het gaat om de genpieper Amflora, van het chemiebedrijf BASF. De Amflora maakt één soort zetmeel (amylopectine) aan en is bedoeld voor industriële doeleinden. Deze aardappel is extra omstreden omdat hij een gen bevat dat de pieper resistent maakt tegen antibiotica. Dit terwijl de Europese Commissie eerder beloofde om een einde te maken aan antibioticumresistentie in planten.

De kersverse Eurocommissaris Dalli van Gezondheid heeft een speciale procedure gebruikt om de toelating van Amflora door te duwen. Hiermee ontwijkt hij een debat met collega commissarissen. Dalli komt verder binnenkort met een voorstel waardoor landen die het willen de teelt van (veilig verklaarde) ggo gewassen mogen toestaan en landen die dit niet willen ervan af kunnen zien.

Hoewel het huidige (demissionaire) kabinet sterk voorstander is van GGO’s is het niet waarschijnlijk dat er Nederland boeren zijn die de Amflora aardappel willen telen. Zetmeelaardappelen worden in Nederland vooral geteeld door boeren die zijn aangesloten bij de coöperatie AVEBE. AVEBE heeft al laten weten niet te willen beginnen aan de teelt van de Amflora aardappel. AVEBE heeft zelf ook een genpieper ontwikkeld (die vrij is van resistentiegenen) en hoopt op een snelle toelating van haar eigen ras.

Toch maakt Biologica zich grote zorgen. Het is duidelijk dat de nieuwe Europese Commissie een andere koers gaat varen ten aanzien van ggo’s. Dit maakt het waarschijnlijk dat er de komende tijd meer gentech gewassen worden toegelaten voor de teelt in Europa.

“Gelukkig hebben we de toezegging van LNV gekregen dat er in Nederland geen teelt zal plaatsvinden voordat de co-existentieregels van kracht zijn. Dit betekent dat LNV eerst overeenstemming moet bereiken met de gentech industrie over de vulling van een schadefonds voor ggo-schade. Daarnaast moet er nog een plan komen voor monitoring en duidelijkheid over teelt in de grensgebieden”, aldus Maaike Raaijmakers, projectleider gentechvrije landbouw bij Biologica.

Biologica heeft LNV gevraagd snel duidelijkheid te geven over de gevolgen van de toelating van de Amflora aardappel en de nieuwe koers van de Europese Commissie voor de onderhandelingen over het schadefonds. Deze onderhandelingen zijn twee jaar geleden in een impasse beland toen de leden van de stuurgroep co-existentie afspraken (waar Biologica ook in zit) het niet eens konden worden over de vraag wie voor de ggo-schade op moet draaien en welke schade het fonds precies moet vergoeden. Sindsdien heeft LNV de regie weer overgenomen.’

Biologica was er gisteren ook als de kippen bij toen bekend werd dat ‘Vergunningen veldproeven BASF en Wageningen UR definitief vernietigd’ worden:

‘Op 4 maart heeft de Raad van State bepaald dat de vergunningen voor veldproeven met gentech aardappels van het chemiebedrijf BASF en Wageningen UR vernietigd moeten worden. Hierdoor staat vast dat de gemanipuleerde aardappelen van deze bedrijven definitief niet de grond in mogen. Eerder werden de vergunningen al geschorst.

De uitspraak werd gedaan in een rechtszaak die Greenpeace en Friese biologische boeren aanspanden tegen de door het ministerie van VROM verleende “wijzigingsvergunningen” voor veldproeven in Dongeradeel, Ferwerderadiel en Aa en Hunze. Het ministerie voegde een aantal locaties aan de oude vergunning toe via een versnelde procedure zonder een nieuwe milieurisicoanalyse te doen. De Raad vindt dat in strijd is met de geldende wetgeving en vernietigt de vergunningen.

Biologica is blij met de uitspraak. “Deze uitspraak laat zien dat veldproeven niet zomaar verplaatst of uitgebreid mogen worden en dat VROM naar de locatie specifieke risico’s moet kijken. Bijvoorbeeld het risico voor boeren in de omgeving van veldproeven dat er gentechaardappels in hun oogst belanden doordat de genpiepers van een vrachtwagen vallen of achterblijven in oogstmachines”, aldus Maaike Raaijmakers, projectleider gentechvrije landbouw bij Biologica.’

Marc Peeperkorn meldde op 2 maart in de Volkskrant hetzelfde nieuws over de Amflora onder de titel ‘Brussel staat genetisch veranderde aardappel toe’. Ik geef het hier in extenso weer, omdat het zo’n duidelijk overzicht geeft:

‘De Europese Commissie zet de deur open naar de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen in lidstaten die dat willen. Ze gaf dinsdag toestemming voor de verbouw van een genetisch veranderde aardappel en komt deze zomer met een voorstel over het op de markt brengen van dit soort producten. Daarmee doorbreekt de Commissie de twaalf jaar durende impasse over ggo’s (genetisch gemodificeerde organismen).

Nederland staat positief tegenover de voorstellen van de Commissie. Minister Verburg (Landbouw) pleitte afgelopen jaren geregeld in Brussel voor keuzevrijheid van de lidstaten. Greenpeace noemt het “schokkend” dat de Commissie “het milieu en de volksgezondheid in gevaar brengt” met haar besluit ggo-gewassen toe te staan.

Volgens eurocommissaris Dalli (Volksgezondheid en Consumentenbescherming) is de genetisch gemodificeerde aardappelsoort Amflora van het Duitse chemieconcern BASF veilig. Datzelfde geldt voor het gebruik van drie gemanipuleerde maïssoorten, waarvoor hij eveneens groen licht geeft. “Alle uitputtende onderzoeken tonen aan dat er geen risico’s zijn. Nog langer wachten met een besluit, is een voorbeeld van slecht bestuur”, aldus Dalli.

In de Europese Unie wordt momenteel één genetisch gemodificeerd gewas verbouwd, een maïssoort waar in 1998 toestemming voor werd gegeven. De teelt vindt plaats in vijf EU-landen: Spanje, Tsjechië, Portugal, Roemenië, Slowakije. In Frankrijk en Duitland was dit ook het geval, maar onder druk van de publieke opinie (“Frankenstein-voedsel”) werd dat later verboden.

Sinds 1998 hebben verschillende firma’s toestemming gevraagd voor de productie van gemodificeerde gewassen, maar dit stuitte op verdeeldheid tussen de lidstaten. Vorige Commissies durfden uiteindelijk geen beslissing door te drukken.

Commissievoorzitter Barroso kondigde afgelopen zomer aan die impasse te willen doorbreken. Eurocommissaris Dalli komt binnen enkele maanden met een pragmatisch voorstel: landen die het willen mogen (veilig geachte) ggo-gewassen verbouwen, andere lidstaten kunnen ervan afzien.

De Amflora-aardappel is niet geschikt voor consumptie. De oogst is bestemd voor de productie van zetmeel dat gebruikt wordt bij de fabricage van papier en (restproduct) veevoeder. De verbouw wordt aan voorwaarden verbonden, zoals een goede afscheiding van gewone aardappels. Tsjechië, Duitsland, Zweden en Nederland zouden interesse hebben om de Amflora te telen.

Naar verwachting leidt zowel de goedkeuring van de gemodificeerde gewassen als het voorstel om lidstaten de vrijheid te geven de teelt toe te staan, tot forse discussies in de EU. Zes lidstaten (Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Hongarije, Griekenland, Luxemburg) kennen nu een totaal of gedeeltelijk verbod op de verbouw van dergelijke gewassen. Polen overweegt dat.’

Het is een echte strijd die zich afspeelt op de voedingsmarkt. Tot slot dit hoopgevende nieuws van Biologica, ook van gisteren, over ‘Veel nieuwe bio-telers in Frankrijk’:

‘Bio is “hot” in Frankrijk, in elk geval onder telers. Dit blijkt uit het volgende bericht:

Het aantal biologische telers in Frankrijk steeg tussen 2008 en 2009 met 23%. Gemiddeld kwamen er in deze periode elke maand 300 bio-telers bij. Eind 2009 teelden 16.400 telers in Frankrijk op biologische wijze. Een jaar eerder waren dat er nog maar 13.298. Frankrijk telde eind december 2009 25.000 ondernemers (producenten, verwerkers, leveranciers en importeurs) in de biologische sector, 20% meer dan in 2008.
Bron: www.groentennieuws.nl, 5 maart 2010

Biologica heeft veel waardering voor het werk van (nieuwe) bio telers. Zelf zien hoe een biologische teler werkt? Zet dan het weekend “Lekker naar de Boer” alvast in uw agenda: op 12 en 13 juni doen in Nederland ruim 200 bedrijven hun deuren open voor publiek.’

De volgende keer heb ik ongetwijfeld weer meer specifieke berichten vanuit de biologisch-dynamische landbouw. Maar het is goed om ook van deze ontwikkelingen te weten. Want die raken ons allemaal.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code