Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

zaterdag 17 januari 2009

Euritmie

Altijd willen weten wat euritmie nu eigenlijk is en nooit durven vragen? Op de website van het Euritmie Impresariaat wordt dit antwoord gegeven:

‘Euritmie werd aan het begin van de vorige eeuw (vanaf 1911/1912) ontwikkeld te midden van een reeks vernieuwingen binnen de kunsten. Zij kwam in Europa op – samen met de abstracte schilderkunst, verschillende aanzetten van organische architectuur en de atonale muziek – als een van de moderne dansvormen.

Het kenmerkende van euritmie is dat zij door de bewegingen van het lichaam het hoorbare – in taal en muziek – zichtbaar wil maken. In het beoefenen van de euritmie wordt het eigen lichaam van de uitvoerende kunstenaar tot instrument, waarbij in de bewegingen geen sprake is van willekeur. Net zoals in bijvoorbeeld de muziek de uitvoerende musicus afzonderlijke tonen en klanken samenhangend tot een muziekstuk omtovert, is dit vergelijkenderwijs het geval bij een euritmist. En zoals een musicus een eigen stijl ontwikkelt, is dat ook zo bij de uitvoerende euritmist.

Behalve het hoorbare kan ook het onhoorbare zichtbaar worden gemaakt, met name zielenstemmingen in de gebaren en gestalte van de kunstenaar. Het kostuumontwerp (voor elk gedicht of muziekstuk anders) en de belichting ondersteunen in belangrijke mate de zeggingskracht van de euritmie.

Als uitvoerende euritmist heeft men een jarenlange scholing doorlopen. Er is een opleiding in Den Haag (zie www.euritmie-denhaag.nl). Ook in vele andere landen zijn opleidingsmogelijkheden.

Euritmie wordt op diverse niveaus beoefend, zowel amateur, semiprofessioneel als professioneel. Opvoeringen van (semi)professionele groepen (van solist tot groepen van circa 30 euritmisten) vinden meestal plaats in theaters. Recente voorbeelden zijn: Symphonie Eurythmie 2008 o.a. in het Lucent Danstheater in Den Haag (zie www.euritmie.nl/2008) [deze link geeft echter niet deze, maar een recentere voorstelling te zien; ook niet verkeerd trouwens, MG] en de Russisch/Nederlandse groep die onlangs in Theater Kikker in Utrecht optrad (zie www.shostakovich-project.com).

Nieuwsgierig geworden? Bezoek eens een voorstelling of ga naar een open dag van de euritmie-opleiding. Op www.euritmie.nl is een agenda te vinden met alle activiteiten op euritmie-gebied, waaronder het cursusaanbod (euritmie als gymnastiek voor de ziel!).’

‘Euritmie komt men in verschillende (afgeleide) vormen tegen:
– als kunsteuritmie, zoals hierboven is beschreven
– als pedagogische euritmie in het onderwijs
– als therapeutische euritmie in de gezondheidszorg
– als sociale euritmie op de bedrijfsvloer
– als euritmie bij uitvaarten en herdenkingsvieringen
– als euritmie in gevangenissen.’

Ook het Euritmie Impresariaat zelf is een bijzonder initiatief, van de onvolprezen Imke Jelle van Dam. Bijzonderheden hierover vertelde hij aan Alize Korf, in het artikel ‘Bewegen op een hellend vlak. Euritmie anno 2002’, dat verscheen in Motief nr. 50 van maart 2002. Hieruit wordt meteen duidelijk met welke moeilijkheden de euritmie te kampen heeft:

‘Imke Jelle van Dam (51), medeoprichter van het “Euritmie & Theater Impresariaat”, houdt zich al vanaf 1989 tot de dag van vandaag bezig met het aan de man brengen van podiumeuritmie. Aanvankelijk wist hij weinig of niets van euritmie. Hij organiseerde eens een euritmiedemonstratie in Zwolle en kwam na afloop in gesprek met de euritmistes. Ze vertelden dat ze blij waren dat hij dit had georganiseerd, omdat ze nauwelijks voor uitvoeringen werden gevraagd. Van Dam voelde zich tot in het diepst van zijn wezen aangesproken: “Door die vraag had ik mijn levenstaak op aarde gevonden. Ik heb dat moment als een soort karmische inslag beleefd en vanuit een idealistisch enthousiasme organiseerde ik met steun van de speciaal opgezette ‘Werkgroep Eurythmie Zwolle’ in 1990 een groots spektakel: de Zwolse euritmiedagen. Dit werd een succes. De hoofdvoorstelling was met vijfhonderd bezoekers uitverkocht.” Van Dam had dan ook voor veel publiciteit gezorgd. De media waren aanwezig, er waren recensenten van verschillende dagbladen, en zijn doel, ook buiten de antroposofische kring interesse te wekken voor euritmie, was bereikt. Van Dam: “Hierdoor aangemoedigd organiseerde ik het jaar daarop weer dit drie dagen durende festival. Ondertussen was ik ook met twee andere mensen in contact gekomen die zich sterk maakten voor euritmie: Fia Willemstein uit Alkmaar en Ruud Gersons uit Zeist.”

Besloten werd tot een samenwerkingsverband onder de noemer “Euritmie Impresariaat Nederland”, met als doel het organiseren van tournees in den lande, maar ook internationaal. Ruud Gersons moest helaas al snel wegens ziekte stoppen. Van Dam vervolgt: “Vanaf het begin was het de bedoeling professioneel te werken, te zorgen voor een goede publiciteit en ons sterk te maken voor betaling van de euritmisten.”

Dit laatste was namelijk vaak niet het geval. Er werden subsidies aangevraagd, sponsors geregeld en veel geld ging naar grote publiciteitscampagnes. Maar in plaats van een opgaande lijn bleek gaandeweg dat de bezoekersaantallen steeds kleiner werden. Van Dam hierover: “De bekostiging van voorstellingen – Fia en ik organiseerden circa twintig tot veertig uitvoeringen per jaar – werd daardoor een groot probleem. In eerste instantie hadden we de gedachte dat het aan ons lag. Aanvankelijk hebben we er dus nog meer tijd en geld in gestopt, nog meer publiciteit gemaakt, maar het leverde toch minder op. Toen bleek dat deze terugloop over de hele wereld een tendens was die al vanaf 1989 begonnen was, nog vóór de oprichting van het Impresariaat. In het seizoen 1993-1994 werd duidelijk dat wat er binnenkwam aan entreegelden zelfs onvoldoende was om enkel de tournees te kunnen betalen.”

Maar Van Dam wilde de groepen er niet onder laten lijden. Hij kon het niet over zijn hart verkrijgen een groep die hij had uitgenodigd met lege handen naar huis te laten gaan. Hij paste geld uit eigen zak bij, terwijl hij dat feitelijk niet had. Gaandeweg bouwde hij een schuld op van zo’n vijfentwintigduizend gulden. Hij deed dit met de hoop dat het de volgende keer misschien wél een succes zou worden. Een paar jaar geleden besloot collega Fia Willemstein ermee te stoppen, ontmoedigd door de uitzichtloze situatie. Ondanks de grote moeilijkheden ging Van Dam alleen door. Door alle ervaringen wijzer geworden, besefte hij dat het publiek uit antroposofische kring “uitgeput” was, en met een op het laatste nippertje bijeen gesprokkelde ton aan subsidiegeld stortte hij zich in het reguliere circuit.

Afgelopen seizoen organiseerde Van Dam twee keer een drietal voorstellingen die hij “intry-out-voorstellingen” noemde. Voor de tweede serie in-try-out-voorstellingen werd het programma “Four Pieces” geselecteerd, een euritmievoorstelling van een viertal buitenlandse euritmisten die hun eigen stuk omschreven als grensverleggende euritmie. De voorstelling had dan ook weinig weg van wat je traditionele euritmie zou kunnen noemen. Tijdens het Euritmiefestival in Dornach veroordeelden velen dit programma en klonken er kreten in de trant van: “Dit mag je geen euritmie noemen”, en: “Dit is een belediging aan het adres van Steiner.”

Er werden voor de in-try-out-voorstellingen dansliefhebbers en programmeurs uitgenodigd met het verzoek hun vooroordelen te laten varen en kennis te maken met deze “nieuwe euritmie”. Om de discussie te bevorderen werden bij deze voorstellingen ook prominente figuren gevraagd aanwezig te zijn die werkzaam waren in de danswereld, zoals ex-balletdanser, danspublicist en docent dansgeschiedenis Luuk Utrecht en ex-directeur van het Nederlands Danstheater Michael de Roo. Utrechts reactie op de voorstellingen was dat hij emotie miste in de euritmie, dat de euritmisten elkaar nooit aankeken of aanraakten en elkaar niet in de lucht gooiden. Naar zijn mening zou er nog heel hard gewerkt moeten worden door euritmisten om deze kunstvorm een volwaardige plaats te laten krijgen in de danswereld. Volgens De Roo verdiende euritmie onvoorwaardelijk een plek in de Nederlandse theaters, zij het voor een geïnteresseerd publiek. Van Dam kreeg het voor elkaar dat zeven Nederlandse theaters toezeiden het volgend seizoen, 2002-2003 dus, euritmievoorstellingen in hun programma”s op te nemen.

In het afgelopen seizoen 2001-2002 heeft Van Dam meer dan een ton opgemaakt aan het financieren van achtenvijftig voorstellingen, en het bekostigingsprobleem voor het komende seizoen stond dus voor de deur. Voor nieuwe subsidies zette Van Dam zich wederom aan tafel met diverse financieel deskundigen. Deze maakten hem duidelijk dat het financieren van de groepen niet de taak van het impresariaat was. Van Dam: “Ik heb – zij het met moeite – deze raad ter harte genomen.” De bekostiging van voorstellingen en tournees zijn sinds 1 januari 2002 dus weer bij de euritmiegroepen komen te liggen. Van Dams aanvankelijke angst was dat door deze beslissing geen voorstellingen meer zouden kunnen plaatsvinden in Nederland. Maar gelukkig is het bij een aantal groepen die de afgelopen tijd uitvoeringen hebben kunnen geven financieel goed verlopen. Of dat plaatje er voor andere groepen in de toekomst ook zo uit zal zien, zal nog moeten blijken. Van Dam: “Zelf zal ik nog enkele jaren nodig hebben om met betaalde opdrachten de vele tienduizenden gulden aan schuld af te kunnen lossen. Dat betekent voor mij in totaal zo’n vijftien jaar werken zonder dat ik er noemenswaardig iets aan verdiend heb. Maar ik heb dit werk uit liefde gedaan.”

Terugkijkend op totnogtoe twaalf jaar werk voor zijn impresariaat heeft Van Dam het gevoel dat ondanks alle tegenslagen er toch veel gebeurd is. Vanaf 1989 hebben er dankzij het impresariaat ruim driehonderd voorstellingen plaatsgevonden. “Ik heb de hoop dat het vele zaaien op den duur tot oogsten zal leiden, ook al zou het nog jaren duren voordat die werkelijk tastbaar wordt. Ik heb dan ook gemerkt dat je dit werk alleen maar kunt doen met een bevlogenheid en met een lange adem. Dat ik dit werk zo lang vol heb kunnen houden, komt in de eerste plaats omdat ik aan de andere zijde de vele hardwerkende euritmisten zie, in hun niet aflatende streven de euritmie te verwerkelijken.

Het is deze kracht waardoor ik gevoed word. Ik vind het belangrijk dat er geld vrijgemaakt wordt zodat individuele euritmisten de kans krijgen in vrijheid hun eigen weg te zoeken. Ik hoop dat er op grote schaal een uitwisseling kan gaan plaatsvinden met andere theaterdisciplines en vooral natuurlijk dat zich in de toekomst meer mensen gaan interesseren voor deze vorm van kunst.”’

In 2009 bestaat het Euritmie Impresariaat dus al twintig jaar. Hoe het met het impresariaat gaat, is te volgen in de tweemaandelijkse Euritmie/Muziek/Theaterkrant (klein A4 formaat; 16 pagina’s voor maar € 12,00 per jaar). Op de website is nog veel meer informatiefs te vinden, waaronder een uitgebreide agenda van voorstellingen. Een van de mooiste dingen is de verzameling filmpjes op YouTube (nu al 24) die op de website keurig onder elkaar zijn gezet.

3 opmerkingen:

John Wervenbos zei

Petje af voor Imke Jelle van Dam die zich zoveel opofferingen heeft getroost om samen met andere mensen de euritmie in Nederland zover te brengen als ze nu is. Niet alleen muziek, maar ook de relatie tot taal en taaluitingen vind ik zeer belangrijk bij deze nieuwe kunstvorm.

Dat Shostakovich project had ik ook wel willen meemaken, maar dat is dus al achter de rug, tot uitvoering gebracht als ik het wel heb. Is de Stichting Klank en Beweging nog altijd actief? De doelstellingen zijn in ieder geval prima.

Anoniem zei

Satirisch stuk over euritmie op Kloptdatwel?

<a href="http://www.kloptdatwel.nl/2012/07/11/euritmietjes/</a>

Anoniem zei

Deze link zal beter werken: Euritmietjes

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)