Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

woensdag 6 oktober 2010

Dissertatie


Tom Mellet, een aparte en actieve antroposoof van 62 uit Californië (naar het schijnt een oude hippie), postte op 22 augustus op de hier eerder genoemde website ‘Waldorf Critics’ (zie Antisemitisme‘ op woensdag 29 september) het bericht dat de langverwachte dissertatie van Peter Staudenmaier inmiddels verschenen is. De titel luidt ‘Between Occultism and Fascism: Anthroposophy and the Politics of Race and Nation in Germany and Italy, 1900-1945’. De promotie heeft plaatsgevonden op de Cornell University. Mellet geeft de samenvatting van de dissertatie:
‘The relationship between Nazism and occultism has long been an object of popular speculation and scholarly controversy. This dissertation examines the interaction between occult groups and the Nazi regime as well as the Italian Fascist state, with central attention to the role of racial and ethnic theories in shaping these developments. The centerpiece of the dissertation is a case study of the anthroposophist movement founded by Rudolf Steiner, an esoteric tendency which gave rise to widely influential alternative cultural institutions including Waldorf schools, biodynamic agriculture, and holistic methods of health care and nutrition. A careful exploration of the tensions and affinities between anthroposophists and fascists reveals a complex and differentiated portrait of modern occult tendencies and their treatment by Nazi and Fascist officials.

Two initial chapters analyze the emergence of anthroposophy’s racial doctrines, its self-conception as an “unpolitical” spiritual movement, and its relations with the völkisch milieu and with Lebensreform movements. Four central chapters concern the fate of anthroposophy in Nazi Germany, with a detailed reconstruction of specific anthroposophical institutions and their interactions with various Nazi agencies. Two final chapters provide a comparative portrait of the Italian anthroposophical movement during the Fascist era, with particular concentration on the role of anthroposophists in influencing and administering Fascist racial policy.

Based on a wide range of archival sources, the dissertation offers an empirically founded account of the neglected history of modern occult movements while shedding new light on the operations of the Nazi and Fascist regimes. The analysis focuses on the interplay of ideology and practice, the concrete ways in which contending worldviews attempted to establish institutional footholds within the organizational disarray of the Third Reich and the Fascist state, and shows that disagreements over racial ideology were embedded in power struggles between competing factions within the Nazi hierarchy and the Fascist apparatus. It delineates the ways in which early twentieth century efforts toward spiritual renewal, holism, cultural regeneration and redemption converged with deeply regressive political realities. Engaging critically with previous accounts, the dissertation raises challenging questions about the political implications of alternative spiritual currents and counter-cultural tendencies.’
Staudenmaier schrijft er zelf in een reactie de volgende dag over:
‘Several people have asked about the published version of my dissertation; I am committed to other writing projects for the next few months, but eventually I’ll start revising the manuscript and get the process underway. Peer review takes time, so it won’t appear for a while. The published version will be shorter and not as detailed as the dissertation itself. As always, I am happy to send a copy to anybody who would like one. I am always interested in critical responses to my work, and I encourage those who take a more positive view of anthroposophy to engage with the history of the anthroposophical movement in Nazi Germany and Fascist Italy and offer their own arguments about these topics.’
Dat hij veldonderzoek deed in archieven in Duitsland en Italië was in Europa al bekend dankzij de website ‘Egoisten’ van Michael Eggert. Daar publiceerde hij vanaf 2007 het een en ander. Hij had om dit onderzoek te doen een ‘Luigi Einaudi Graduate Fellowship Recipients for 2006-07’ gekregen:
‘Peter Staudenmaier (History) was awarded a fellowship to conduct research in Germany. His project will enable dissertation research on “Race Thinking Between Science and Spiritual Renewal: The Racial and Ethnic Doctrines of Rudolf Steiner and the Reception Within the Early Anthroposophical Movement.”’
‘Peter Staudenmaier has been awarded the Messenger Chalmers Graduate Prize of $1,500 for best dissertation on human progress and the evolution of civilization for 2010.’
De handelseditie van zijn dissertatie mogen we vast tegemoet zien vóór op 27 februari volgend jaar het 150ste geboortejaar van Rudolf Steiner gevierd gaat worden.

Gisteren heb ik in ‘Tragedie’ een aantal overlijdensadvertenties van Rudolf Mees in NRC Handelsblad weergegeven. Daar zijn er vandaag weer twee bijgekomen.
‘“Een andere kijk op gezondheid”

Wij ontvingen het droeve bericht van het overlijden van Rudolf Mees.
Rudolf Mees was van 1997 tot en met 2006 als lid en adviseur van de Raad van Commissarissen intensief betrokken bij de ontwikkeling van Weleda Nederland.

Wij hebben Rudolf leren kennen als een man die voorbij de waan van de dag een consistente visie op duurzame gezondheidszorg en kwaliteit van leven. Hij was een man van de wereld met een enorme betrokkenheid bij de persoonlijke ontwikkeling van mensen.

Rudolf Mees heeft ons enorm geïnspireerd en opende perspectieven die voor de ontwikkeling van Weleda Nederland en Weleda wereldwijd van groot belang waren en zullen blijven.

Wij zijn dankbaar voor het vele dat hij dat hij voor ons heeft betekend en nog zal betekenen en wensen zijn vrouw en kinderen sterkte toe.

Josephine de Zwaan
Voorzitter Raad van Commissarissen
Directie Weleda Nederland N.V.

Hans Nijnens
Weleda Nederland N.V.’
Ik neem aan dat er iets fout is gegaan bij de ondertekening van deze advertentie. Volgens mij is Hans Nijnens toch echt de ‘Directie Weleda Nederland N.V.’: die twee onderschriften zijn vast verwisseld. De tweede advertentie is als volgt:
‘De Ondernemingskamer heeft het droeve bericht bereikt van het overlijden van haar Oud-Raad Drs. R.S.H. Mees.

Rudolf Mees was van 1993 tot en met 2001 Raad in de Ondernemingskamer. Hij heeft op de hem eigen beminnelijke en denkende wijze een belangrijke bijdrage aan de rechtspraak van de Ondernemingskamer geleverd. Ook nadoen heeft hij de Ondernemingskamer nog met raad en daad terzijde gestaan. Wij houden hem met respect en dankbaarheid in onze herinnering als een deskundig en betrokken collega.

De Ondernemingskamer
Peter Ingelse, voorzitter
Katelijne van Hassel, secretaris’

dinsdag 5 oktober 2010

Tragedie

We kijken naar de Seine in westelijke richting.

Tragisch is het nieuws dat afgelopen weekend, in de nacht van 2 op 3 oktober, een van de zes huizen van de sociaaltherapeutische instelling Casa de Santa Isabel in Portugal in brand is gevlogen. Daarbij zijn twee doden te betreuren: een 41-jarige medewerkster en haar achtjarige dochtertje. Het huis, waarin het initiatief in 1981 van start ging, brandde volledig af. De overige bewoners en begeleiders konden in veiligheid worden gebracht.

Op 3 februari berichtte ik in ‘Companheiros’ over Casa de Santa Isabel, waarbij ik onder meer putte uit ‘De Verbinding nr. 63 van januari 2006’:
‘In mei 2006 bestaat Casa de Santa Isabel in Portugal 25 jaar. (...)

Een belangrijk project waar Nederlanders zich mee verbonden hadden was Casa de Santa Isabel, waarvan de eerste financiële ondersteuning ook door de Nederlandse instellingen werd verzorgd. Inmiddels is “de Casa” uitgegroeid tot een mooie, moderne en gerespecteerde instelling waar we trots op mogen zijn. Nog steeds zijn er Nederlanders van het eerste uur met hart en ziel verbonden met “de Casa”. (...)

Het eerste woonhuis werd gefinancierd met een lening van de Iona Stichting, die door alle bij het Heilpedagogisch Verbond in Nederland aangesloten instellingen werd terugbetaald. Het tweede huis werd vanuit Portugal en Duitsland gefinancierd. (...)

Er zijn momenteel (2005) 6 huizen, een school en verschillende werkplaatsen. Medewerkers, ook met hun eigen gezin, wonen onder één dak met 7 tot 8 (jong)volwassenen met een handicap. Er werken nu 50 in- en externe medewerkers. Daaronder zijn vrijwilligers die er een jaar of soms langer wonen en werken.’
Nu lees ik in de Nova Guarda, een van de regionale Portugese kranten, op de datum van 3 oktober:
‘Incêndio em habitação vitima mãe e filha
Um incêndio destruiu, na madrugada deste domingo, uma habitação pré-fabricada pertencente à Casa Santa Isabel, em S. Romão, no concelho de Seia.

Mãe e filha, de 41 e de oito anos, não conseguiram escapar às chamas que deflagraram numa residência da Casa Santa Isabel, instituição terapêutica para crianças, adolescentes e adultos com necessidades especiais.

Na origem do fogo terá estado um curto-circuito na casa, onde estavam 10 pessoas.’
‘Dois mortos num incêndio em Seia
Mãe e filha morreram esta madrugada num incêndio em São Romão, no concelho de Seia. As chamas destruíram toda a habitação pré-fabricada em madeira onde se encontravam dez pessoas. A residência pertencia à Casa Santa Isabel, uma instituição terapêutica para crianças, adolescentes e adultos com necessidades especiais. As duas vitimas mortais tinham com 41 e 8 anos.’
De weblog van de plaatselijke brandweer, ‘Bombeirospontopt’, is nog uitvoeriger. Meteen zondaochtend om half elf meldde deze (met de vertaalfunctie ter plekke kunt u het bericht proberen te vertalen) ‘Fogo na instituição Casa Santa Isabel em São Romão causou pelo menos uma vítima mortal’:
‘Uma mulher morreu esta madrugada num incêndio que deflagrou numa das casas da Instituição Casa de Santa Isabel, uma comunidade terapêutica em S. Romão, Seia.

Suspeita-se que não será a única vítima. Continuam as buscas para encontrar também uma criança que não terá sobrevivido aO corpo da mulher com pouco mais de 40 anos foi encontrado já de madrugada entre os escombros da casa que ficou completamente destruída pelas chamas.

Trata-se de mãe e filha que viviam numa das seis casas da Instituição Casa de Santa Isabel, uma comunidade terapêutica para crianças e jovens com necessidades especiais. O espaço albergava nove pessoas, a maioria conseguiu fugir às chamas. O alerta foi dado à 1h30. As causas do fogo ainda estão por apurar. Quando chegaram ao local os bombeiros já nada puderam fazer.

A vítima mortal já confirmada era uma das monitoras da instituição de solidariedade social. No combate ao fogo estiveram 50 homens dos Bombeiros de S. Romão.o incêndio. O fogo destruiu por completo a habitação.’
Dezelfde avond om half negen, zette men dit bericht op de weblog, ‘Casa Santa Isabel – S. Romão: Mãe e filha morrem carbonizadas’:
‘Incêndio destruiu uma casa de madeira em S. Romão, concelho de Seia. Mulher de 41 anos era viúva e deixa duas crianças órfãs. Uma mulher de 41 anos e a filha de oito morreram hoje carbonizadas num incêndio que destruiu uma casa de madeira em S. Romão, concelho de Seia, disseram à agência Lusa fontes dos bombeiros.

A casa consumida pelo fogo é uma das várias habitações que pertencem à IPSS Casa de Santa Isabel, uma instituição terapêutica que acolhe crianças, jovens e adultos com necessidades especiais. A mulher falecida era viúva e trabalhava como monitora na instituição particular de solidariedade social (IPSS).

Mulher deixa duas crianças órfãs
“Deixa órfãs duas crianças que também ali residiam com a mãe. Ainda salvou estas, mas já não conseguiu salvar a outra, que era deficiente”, disse à Lusa uma fonte da GNR. O fogo deflagrou durante a madrugada e foi combatido pelos Bombeiros Voluntários de S. Romão.

No momento em que foi detetado, cerca da 01h30, estava uma dezena de pessoas na casa, entre crianças e adultos. A investigação às causas do incêndio está a ser conduzida pela Polícia Judiciária da Guarda.’
Het voorgaande kort samengevat in goed Nederlands, plus een toevoeging die voor ons van belang kan zijn:
‘In de nacht van zaterdag op zondag (van zaterdag 2 op zondag 3 oktober) brandde Casa Elias – door onopgehelderde oorzaak – tot op de grond af. Bewoners en hun begeleiders konden veilig wegkomen. Een medewerkster wist twee van haar kinderen in veiligheid te brengen, maar kwam om met een derde dochter toen ze die ook uit het huis wilde halen.

Het betreft Casa Elias, het huis waar Casa de Santa Isabel mee van start ging in 1981. Om dit huis te financieren, is er destijds een fonds gevormd door de medewerkers van de heilpedagogische instituten in Nederland. Op grond van hun toezegging om gedurende tien jaar iedere maand één gulden in dat fonds te storten, verleende Triodos Bank destijds een krediet waarmee het huis gefinancierd kon worden.’
Dan wil ik vandaag terugkomen op het overlijden van Rudolf Mees, zoals ik zaterdag in ‘Voorletters’ berichtte. Toen had ik slechts twee overlijdensadvertenties tot mijn beschikking. Inmiddels is daar een flink aantal bijgekomen, zodat hiermee zijn beroepsloopbaan al aardig in beeld komt. Gisteren stond in NRC Handelsblad deze tekst:
‘“Een andere kijk op architectuur”
Wij ontvingen het droeve bericht van het overlijden van Rudolf Mees.

Wij hebben Rudolf leren kennen als een liefdevol mens met een geweldige passie, kennis en inzet voor de organische architectuur wereldwijd. We zijn Rudolf zeer dankbaar voor alles wat hij gedaan en betekend heeft, denkend aan de realisatie van het hoofdkantoor ING Bank te Amsterdam Zuid-Oost.

Rudolf zal met zijn wijsheid ons altijd blijven inspireren.

Het Architectenbureau Alberts en Van Huut wenste zijn vrouw Christja en kinderen veel sterkte toe.
Max van Huut’
En vandaag kan daar deze reeks aan worden toegevoegd:
‘Met droefheid hebben wij kennisgenomen van het overlijden op 29 september van de heer Rudolf Mees.

Rudolf Mees werd in 1963 firmant van R. Mees en Zoonen Assurantiën, een van de rechtsvoorgangers van ABN AMRO MeesPierson. Van 1968 tot 1976 was hij lid van de Hoofddirectie van Bank Mees & Hope N.V. Daarna bekleedde hij het voorzitterschap van de Werkgeversvereniging voor het Bankbedrijf, was hij lid van de Raad van Bestuur van NMB Postbank Groep en lid van de Onderwijskamer Amsterdam. rudolf Mees was in 1970 een van de oprichters van Stichting Triodos, voorloper van Triodos Bank.

Rudolf Mees was een zeer ervaren en betrokken bankier die veel heeft betekend voor Nederlandse financiële sector.

Wij wensen zijn vrouw, zijn kinderen en verdere familie veel kracht bij het verwerken van dit verlies.
Namens het Management Team van ABN AMRO MeesPierson, Frans van Lanschot, algemeen directeur’

‘Afgelopen weekend bereikte ons het verdrietige bericht van het overlijden van Rudolf Mees.

Hij was van 1977 tot 1981 Tweede Voorzitter, en daarna tot 1990 bestuurslid van de Werkgeversvereniging voor het Bankbedrijf, een van de voorlopers van de Nederlandse Vereniging van Banken. Hij bracht een groot deel van zijn leven door in de bancaire sector, het laatst als lid van de Raad van Bestuur van de NMB Postbank groep (thans ING Groep). Ook was hij een van de oprichters van Triodos Bank.

Wij zijn zeer dankbaar voor zijn verdiensten voor het bankwezen en wensen zijn nabestaande veel sterkte toe.
Boele Staal, voorzitter Nederlandse Vereniging van Banken
Wim Mijs, directeur Nederlandse Vereniging van Banken’

‘Bedroefd hebben wij kennisgenomen van het overlijden op 29 september 2010 van de heer Drs. R.S.H. Mees, Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Mees heeft van 1982 tot 1990 deel uitgemaakt van de Raad van Bestuur van De Nederlandsche Middenstands Bank N.V.

Hij heeft gedurende deze periode een grote bijdrage geleverd aan ons concern, waarbij zijn betrokkenheid bij ons personeelsbeleid alsmede zijn inbreng bij de bouw van ons pand in Amsterdam-Zuidoost van groot belang zijn geweest. Ook na zijn vertrek bleef hij zijn betrokkenheid bij ING tonen. Wij zijn hem hiervoor veel dank verschuldigd.

Zijn echtgenote en familieleden wensen wij veel sterkte toe om dit grote verlies te kunnen dragen.
Raad van Bestuur ING Groep N.V.’

‘Het huiswerk is nog niet klaar...

Op 29 september is overleden de mede oprichter en oud-voorzitter van de Vereniging van vrijescholen, Rudolf Mees.

Rudolf Mees was in 1969 een van de oprichters van de Bond voor Vrije Scholen. Hij heeft een richtingbepalende bijdrage geleverd aan de plaats van de vrijeschool in de Nederlandse onderwijswereld, onder andere in de functie van lid van de Onderwijsraad. De betekenis van vrijeschool voor de toekomst van het onderwijs was altijd zijn uitgangspunt. Ontwikkelingsmogelijkheden voor alle kinderen waren richtinggevend. Hij is van 1993 tot 1998 voorzitter van de Vereniging geweest. Dit was een stormachtige periode, waarin de vrijescholen zich in het bestaande onderwijsbestel hebben gevoegd. Van groot belang vond hij de plaats van de ouders in het onderwijs. Hij was een van de oprichters van de Academie voor Ouders in 2006. De vrijeschool als wereldwijde onderwijsbeweging had zijn warme aandacht, waarbij de pedagogische opdracht als impuls voor een sociaal maatschappelijke vernieuwing voor hem centraal stond.
Namens de Vereniging van vrijescholen, Leo Stronks, voorzitter’

‘Wij ontvingen het droeve bericht van het overlijden van Rudolf Mees.

Rudolf Mees heeft voor de Lievegoed Zorggroep diverse bestuursfuncties bekleed. Wij kijken dankbaar terug op zijn inzet en betrokkenheid en wensen zijn dierbaren sterkte in deze verdrietige tijd.
Raad van Toezicht Lievegoed Zorggroep’
Morgenochtend is de herdenkingsbijeenkomst in Antropia te Driebergen, zoals ik zaterdag in ‘Voorletters’ al meldde.
.

maandag 4 oktober 2010

Weergoden


Dit is een speciale brug, alleen voor voetgangers, over de Seine.

Weer een paar mooie berichten van het biologisch-dynamisch front. De Vitatas Wetenswaardigheden meldden vrijdag 24 september over ‘Biologische voeding en gezondheid’:
‘Nieuw consumentenonderzoek van het LEI (Universiteit Wageningen) bevestigt wat officieel niet gezegd of geschreven mag worden: biologisch is gezonder dan gangbare voeding. Omdat er geen echte definitie is van gezonde voeding, mag biologische voeding officieel niet claimen dat het gezonder is. De consument noemt echter het gezondheidsvoordeel van biologisch de belangrijkste aankoopreden. De onderbouwing door deze consument is verbluffend doeltreffend en eenvoudig: omdat biologische voeding natuurlijk geteeld wordt is het gezond. Bij plantaardige producten (aardappelen, groenten en fruit) heeft men het vooral over geen gebruik van bestrijdingsmiddelen, chemische stoffen of kunstmest, de betere bodemkwaliteit, de natuurlijke groei, de aanwezigheid van meer vitaminen, geen manipulatie, oudere rassen en meer buitenlucht. Bij dierlijke producten (vlees en zuivel) heeft men het vooral over het betere leven van het dier dankzij meer vrijheid, zorg en aandacht, natuurlijke voeding, minder stress en geen of minder gebruik van hormonen, antibiotica en geneesmiddelen. Allemaal waar en dus gezond, zo luidt de conclusie van de consument. Geen speld tussen te krijgen.

Heel opvallend is dat de klant van biologische voeding het gezondheidsvoordeel van versproducten hoger inschat dan van bewerkte producten (alle houdbare producten in zak, pot, fles etc.). Voor u als Proef Vitatas-klant gaat dit wellicht ook op: hoe verser, des te gezonder, is de redenering, en zodra er bereiding plaatsvindt wordt er van alles toegevoegd, waardoor het gezondheidsvoordeel afneemt. Er is uiteraard niets beter dan vers, maar de gezondheidsvoordelen van biologische verwerkte producten worden door de consument nog altijd zwaar onderschat. De biologische wetgeving heeft ook strenge regels ten aanzien van de verwerking: slechts een zeer beperkt aantal toevoegingen (E-nummers) is toegestaan en dan nog voornamelijk natuurlijke toevoegingen. Zo is een van de meest gebruikte chemische E-nummers in gangbare voeding, de smaakversterker MSG (E 621) niet toegestaan. Ook de verwerkingstechnieken zijn wettelijk vastgelegd. Bovendien wordt biologische voeding zo min mogelijk bewerkt, bijvoorbeeld volkoren producten, koudgeperste oliën, vers geperste sappen en 100% vruchtenjams. Officieel mag ook dat niet gezonder genoemd worden, maar wie zich er echt in verdiept weet wel beter.’
Het mooie is, dat dit afgelopen vrijdag werd gevolgd door het bericht ‘Schaamrood’:
‘De medewerkers van Zonnatura zijn op het matje geroepen door het GroentenFruit Bureau en het Productschap Tuinbouw. Een vrolijke stem die een biologische aardbei vertolkt, beweert in een recente radiocommercial voor Zonnatura-sap dat gangbare aardbeien het schaamrood op hun kaken hebben omdat deze bespoten zijn. Daarmee zou Zonnatura volgens hen de indruk wekken dat niet-biologisch geteelde aardbeien slecht zijn en zou het spotje angstgevoelens opwekken bij consumenten. Zij overwegen namens de sector een klacht in te dienen bij de Reclame Code Commissie.

Ook de Voedsel en Waren Autoriteit vindt het onterecht om te beweren dat bespoten aardbeien minder gezond zijn. Er worden alleen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt die worden toegelaten na een strenge beoordelingprocedure en waarbij de veiligheid uitgebreid wordt getest. Bovendien zijn er wettelijke gebruiksvoorschriften en gelden er wettelijke normen voor de resten van middelen die maximaal op de aardbeien mogen achterblijven. Volgens deze normen is het eten van bespoten aardbeien niet schadelijk voor de gezondheid; producten die voldoen aan de wettelijke normen zouden voedselveilig zijn. Om het helemaal dicht te timmeren is bij het vaststellen van de normen rekening gehouden met een langdurige en hoge consumptie van aardbeien.

De weet wat je eet gifmeter van Milieudefensie en de Stichting Natuur en Milieu laat er geen gras over groeien: de aardbei bezet daar een zesde plaats in de top 10 van fruit waar het gaat om de gebruikte hoeveelheid bestrijdingsmiddelen. Volgens de organisaties komt jaarlijks ruim 200.000 ton landbouwgif in het Europese milieu terecht. Vooral over de gevolgen voor mens en dier van chemicaliën, zoals insecticiden die gebruikt worden om biologische regelsystemen zoals het zenuwstelsel en het voortplantingsysteem te beschadigen, maken beide organisaties zich zorgen. De Europese Unie heeft grenzen gesteld aan de hoeveelheid landbouwgif die aangetroffen mag worden op ons eten. Maar houden deze grenzen rekening met effecten op langere termijn en de gelijktijdige blootstelling aan meerdere bestrijdingsmiddelen tegelijk?

Wij gaan ervan uit dat biologisch fruit alleen al door wat er niet in zit gezonder is. We willen Zonnatura complimenteren met deze radiospot die volgens ons terecht de indruk wekt dat biologische aardbeien gezond zijn.

We werken zelf overigens ook met biologische aardbeien. De oogst van afgelopen zomer heeft geresulteerd in een mooie wintervoorraad voor het aardbeienbeleg welke we onder de naam Healthy Planet op de markt hebben gebracht. Inmiddels is dit fruitbeleg al in meerdere biologische speciaalzaken te vinden. De aardbeien waren prachtig en dat is goed te proeven. Ze zijn rijp geplukt, waardoor de smaak volledig tot zijn recht komt. Het beleg is ook verkrijgbaar in de smaken abrikozen, blauwe bessen, bosvruchten, frambozen-bessen en kersen. Licht gezoet met agavesiroop. Bovendien zeer aantrekkelijk geprijsd. Een aanrader!

Groente en fruit zijn lekker en gezond. Vooral als het de tijd krijgt om te groeien en het geen gif bevat. Daar staat biologisch voor. En dat mag best gezegd worden.
Gifmeter Milieudefensie & Natuur en Milieu: www.weetwatjeeet.nl
Dit is eigenlijk een soort advertorial op internet. Daarin kun je inderdaad meer zeggen dan wat gevestigde belangen goedkeuren. – Mooi is ook het Odinieuws van afgelopen vrijdag, met als titel Odin-abonnementen: topsport!’ Daarin staat te lezen:
‘Van boer tot bord
Elke week is het een komen en gaan van vrachtwagens vol met groenten en fruit bij het distributiecentrum van Odin in Geldermalsen. Een behoorlijke groep mensen is bezig met het samenstellen, inkopen en inpakken van de Odin-abonnementen. Dan hebben we het nog niet eens over de boeren en boerinnen die aan het begin van deze keten staan. Odin fungeert slechts als doorgeefluik van alle biologische en biologisch-dynamische producten van het land naar uw koelkast.

Spaanse komkommers...?
Odin-collega Roel Izaaks heeft de samenstelling van de Odin-tassen op zijn bord liggen. Hij is wel wat gewend, maar dit jaar zijn alle seizoenen “van slag” en dat heeft zijn weerslag op het vullen van de pakketten. Het komt elk jaar wel voor dat een seizoen een slechte periode met zich meebrengt. Denkt u dan aan een lange vorstperiode of een paar hele natte weken in het voorjaar. Met deze praktijk is prima te leven, want dat wordt later in het jaar wel “gecompenseerd” door een aantal meevallers. Dit jaar zijn alle seizoenen van slag en daarmee is de samenstelling van de abonnementen des te ingewikkelder. Om een concreet voorbeeld te noemen: deze zomer was het aanbod van Hollandse komkommers te mager om alle Odin-tassen mee te vullen. Wij denken of weten wel zeker dat u als Odin-abonnee in de zomer graag komkommers eet. Om toch aan deze behoefte te voldoen zijn wij daarom uitgeweken naar Spanje waar wel voldoende aanbod van biologische komkommers was.

“Last-minute”
Nog een ander voorbeeld: Odin maakt teeltafspraken met telers. De boeren en boerinnen zaaien en oogsten speciaal voor de Odin-abonnementen. Roel houdt contact met hen om goed in te kunnen schatten wanneer, bijvoorbeeld, de spitskool goed genoeg is om te oogsten en in te pakken in de Odin-tassen. Dit jaar is het al vaker gebeurd dat de boer op het laatste moment belde om te melden dat de groente toch nog niet klaar was voor de oogst. Onverwachte zware regenval of lage temperaturen waren hier de oorzaak van. Voor de boer lastig (kan op dat moment niet leveren), voor Roel lastig (moet heel snel naar een alternatief zoeken) en voor u (soms) lastig als het alternatief een groente werd die u juist niet zo lekker vindt of al wat vaker in uw tas had. Dit soort praktijksituaties horen bij het werk en dat maakt het uitdagend. Alleen is het dit jaar ongekend en dat maakt het samenstellen van de tassen vergelijkbaar met topsport. Nu is Roel Izaaks een fanatiek sporter maar dit jaar lijkt het een ultra-marathon met stevige heuvels in het parcours die gelopen moet worden...

Tot slot
Al met al is het vullen van de tassen elke week weer een uitdaging waar veel mensenwerk aan te pas komt. Met onze telers, andere toeleveranciers en medewerkers van Odin doen we ons uiterste best om elke week weer een goede tas bij u af te leveren. Echter, afspraken maken met de weergoden lukt ons niet. En vanaf Odin tot uw koelkast is het nog een hele reis, dus er kan altijd iets mis gaan. Bent u eens wat minder tevreden of heeft u vragen over keuzes die wij maken? Wij horen het graag! Dat geeft ons namelijk de gelegenheid om te onderzoeken waar de kink in de kabel zit en het houdt ons scherp en alert.’
Hier is geen woord Spaans bij; het spreekt helemaal voor zichzelf!
.

zondag 3 oktober 2010

Courant

En hier is hij dan, de Seine. Met in de verte al zichtbaar (het hoge gebouw): een zijarm van het Louvre. Zo dicht bij het Musée d’Orsay dus.

Overmorgen vindt weer de MichaëlConferentie 2010 van de Vereniging van vrijescholen plaats. Niet in Nijmegen, zoals voorgaande keren, maar in Cultuur en Congrescentrum Antropia te Driebergen. Ik meldde dat al op 30 juli in ‘Opinie’. Ook het voorlopige programma was toen bekend. Een maand later echter, op 30 augustus in ‘Schoolbegin’, had ik in een eerder schrijven van het bestuur van de vereniging ontdekt dat er tot een koerswijziging was besloten. Dat staat ook alweer een tijdje op de website van de Vereniging van vrijescholen. Dus is het goed dat hier nog eens te bevestigen:
‘De MichaëlConferentie 2010 wordt georganiseerd op 5 oktober, in congrescentrum Antropia te Driebergen. De conferentie duurt van 10.00 uur tot 18.00 uur; de ontvangst start om 8.45 uur. De Vereniging van vrijescholen organiseert de conferentie. Het thema van de conferentie is Kind in dialoog. Voor uitgebreide informatie over dit thema, klik hier.

Samen op weg naar 2020
De MichaëlConferentie van 2010 kent een andere opzet dan voorheen. Met de conferentie start een traject met een perspectief van een aantal jaren. Uiteindelijk moet dit leiden tot maatschappelijk relevant en geaccepteerd vrijeschoolonderwijs. Wezenlijke vragen staan centraal op 5 oktober. Waar moet onderwijs en opvoeding toe leiden? Wat doen we nu en hoe ziet het vrijeschoolonderwijs er in 2020 uit? Vanuit het thema “Kind in Dialoog” wordt samen met maximaal 250 deelnemers op deze en andere essentiële vragen gereflecteerd.
Ben jij een avonturier? Zoek je verbinding? Wil je anderen inspireren en zelf geïnspireerd worden? Ben je bereid om structureel betrokken te zijn bij de ontwikkeling van het vrijeschoolonderwijs en wil je jouw stem laten horen? De MichaëlConferentie is op zoek naar voortrekkers die vragen stellen en nóg meer vragen stellen, die zoeken en experimenteren, die twijfelen, verdwalen en weer doorpakken, die samen het hart vormen op weg naar 2020. Kun jij je vinden in dit avontuur, meld je dan nu aan via de schoolleiding voor de MichaëlConferentie 2010. We verwelkomen je graag in Antropia te Driebergen. Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Zorg dat je erbij bent.

Op deze pagina treft u de meest actuele informatie over de conferentie. De informatie wordt regelmatig bijgewerkt. Hebt u vragen, neem dan contact op met de Vereniging van vrijescholen, via email: vereniging@vrijescholen.nl of via telefoon: 0343 53 60 60. Wij helpen u graag verder. Download het voorlopige programma.
Aanmelden: Aanmelden voor deelname aan de MichaëlConferentie kan alleen via de schoolleiding, via het speciale e-mailadres: mc@vrijescholen.nl. Vermeld daarbij de volledige naam van de deelnemers, alsmede hun vakgebied/functie. Daarnaast dient u het verschuldigde bedrag aan de Vereniging over te maken. Kosten van deelname per persoon zijn € 75. Dit bedrag kunt u overmaken op rekeningnummer 3717056 t.n.v. Vereniging van vrijescholen onder vermelding van MC 2010 en het aantal personen.

Over het programma
Het thema van de conferentie, Kind in dialoog, zal door drie sprekers worden uitgewerkt:
– Luc Stevens: De leerling als partner: respect, verantwoordelijkheid en autonomie.
– Clarence Harvey: Soul in education.
– Maarten Dolk: Rekenen en wiskunde, waarom, wanneer en hoe?

Luc Stevens, Algemeen Directeur van NIVOZ. Het NIVOZ is een denktank, die via de takken onderzoek, opleiding en forum een veelvormige onderwijspraktijk als perspectief heeft en bij wil dragen aan het maatschappelijke gesprek over onderwijs. Zorg voor onze kinderen is volgens Stevens namelijk niet alleen een overheidstaak, want: “It takes a whole village to raise a child”. Voor meer informatie: http://www.nivoz.nl/

Clarence Harvey, Vice Principal at The Steiner Academy Hereford and chairman of the Soul in Education Foundation, de eerste gesubsidieerde vrijeschool VO in Groot-Brittannië. Voor meer informatie: http://www.steineracademyhereford.eu/. Tevens is Clarenca Harvey mede auteur van het boek The Wheels of Soul in Education.
Inge Haagsma, coördinator VO over Clarence Harvey: “In mei van dit jaar sprak Clarence Harvey op de 4e internationale Portfolio conferentie in Potsdam. Het was mijn eerste kennismaking met hem. Zijn overtuigende woorden over het belang van warmte en zielenvuur in opvoeding en onderwijs raakten mij en de andere aanwezigen op directe wijze. Boeiend was de manier waarop hij zijn zoektocht schetste naar een forum en mensen om mee te spreken over wat er mist in het onderwijs. En om samen, niet in één land, maar internationaal te zoeken naar mogelijkheden om het onderwijs geïnspireerd te maken. Het vuur in onderwijs en opvoeding (terug) te brengen. Hij richtte een internationaal netwerk de ‘Soul in education foundation’ op en organiseert bijeenkomsten op allerlei plekken in de wereld. Hij vond de vrijeschool beweging en besloot daar (in Engeland) als leraar te gaan werken.”

Maarten Dolk is lector geïnspireerd leren bij de Hogescholen Helicon, Stenden en Zuyd, hij is ook verbonden aan het Freudenthal Instituut. Hij ontwikkelt en onderzoekt onder meer rekenonderwijs en de rol van leraren bij het (reken)onderwijs. Hij vindt dat het denken bij de kinderen moet worden gelegd. Dat gebeurt te weinig. Hij zal ideeën aanreiken om dat bij rekenen te doen. Voor meer informatie: http://www.fi.uu.nl/nl/medewerkers/medewerkers/medewerker63.html

Elard Pijnaken verzorgt de intermissie tijdens de conferentie. “Zijn of niet zijn, daar gaat het om. Is het beter het lot te aanvaarden of je zwaard te trekken en er tegenin te gaan?” Uit Hamlet: Shakespeare.
Elard Pijnaken, schoolleider Vrije School Hoeksche Waard, is de afgelopen jaren werkzaam geweest als lid van de directie van het Rudolf Steiner College te Rotterdam, als theatermaker en docent op de Hoge School Rotterdam en omstreken. Voorts is hij trainer/coach binnen verschillende organisaties en heeft hij regiestudenten begeleid bij het Rotterdams Centrum voor Theater. In beweging brengen van mens en organisatie ziet hij als zijn missie. Wat is en wat wil zijn? Vragen waarop spelenderwijs antwoord gevonden kan worden. Heb de moed te kijken naar jezelf zoals je naar de ander kijkt. Heb de moed te confronteren. Heb de moed de ontmoeten!

Schilderijen Leo Klein
Dit is de laatste MichaëlConferentie waar het mogelijk is om de schilderijen van Leo Klein in te leveren of uit te wisselen. Hiertoe is een aparte ruimte ingericht. Annelies de Wijn, die sedert jaren de uitleen verzorgt, zal zelf door middel van een brief aan de scholen kenbaar maken hoe de uitleen een vervolg zal krijgen. Klik hier om de aankondiging van de conferentie te downloaden (PDF)’
Dat is toch behoorlijk anders dan ik op 30 juli in ‘Opinie’ kon melden. Overigens, die dag had ik het ook over de Vlaming Peter Vandermeersch, gedurende 22 jaar bij De Standaard werkzaam, de laatste twaalf als hoofdredacteur, maar sinds 1 september in Nederland de nieuwe hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Dat heeft weliswaar niets met het voorgaande te maken. Maar ik word eraan herinnerd, omdat deze krant op 1 oktober veertig jaar bestaat en hij dit heugelijke feit gisteren vierde met een speciale feestuitgave van zijn zaterdagse NRC Weekblad, terwijl op de homepage van de website ook twee gratis e-books worden aangeboden:
‘NRC Handelsblad geeft ter gelegenheid van zijn 40ste verjaardag aan al zijn lezers twee e-books cadeau: over de vormgeving van NRC Handelsblad en over de oorsprong van de krant. Gedrukte exemplaren zijn te bestellen in de webwinkel.’
Die publicatie over de geschiedenis is zeer interessant: ‘Twee kranten, twee paleizen is in oktober 2010 verschenen bij NRC Boeken’. Ook interessant voor ‘Antroposofie in de pers’. Om het simpele feit dat deze weblog ook gesitueerd is in Rotterdam, zelfs vlak in de buurt waar de Nieuwe Rotterdamsche Courant in een lang vervlogen verleden zijn domicilie had. Het is leuk om in dit kader het voorwoord van de nieuwbakken hoofdredacteur Peter Vandermeersch aan te halen:
‘Verjaardagen zijn, voor de historicus in mij, heerlijke momenten om terug te blikken. Het verhaal van de Nieuwe Rotterdamsche Courant, die voor het eerst verscheen in 1844, en het Algemeen Handelsblad, dat nog een stuk dieper in de negentiende eeuw wortelt, leidt de lezer naar de Witte de Withstraat in Rotterdam en de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. Lang voor er sprake was van NRC Handelsblad, werd op deze twee adressen een stevig stuk persgeschiedenis geschreven.

Het is een geschiedenis die zich afspeelt in dagbladpaleizen, waar destijds koetshuizen en paardenstallen nodig waren voor een “eigen postdienst”, waar nu eens “ongenaakbare hoofdredacteuren” de scepter zwaaiden en dan weer “vrolijke chaos” heerste op de redactie. Het is ook een geschiedenis die baadt in liberale beginselen als parlementaire macht, rechtstreekse verkiezingen, godsdienstvrijheid, openbaarheid van bestuur en persvrijheid. Een geschiedenis ook van soms hevige spanningen tussen het “leesbare” Handelsblad en de “droge, zakelijke” NRC. Een geschiedenis waarin namen opduiken als die van Johan Huizinga en Hendrik Marsman, maar ook die van vreselijke plaatsen als Auschwitz en Sobibor.

De verjaardag van NRC Handelsblad is voor de journalist in mij een bijzonder moment. Ik herken de drang naar vrijheid van de individuele journalist. Het prettige gebrek aan hiërarchie op de redactie. De onaantastbaarheid van de schrijver van een column. De verknochtheid van de mensen aan “hun” krant — al hebben we al lang geen bedienden meer met de letters NRC op de glimmende knopen van hun uniformen. De trots ook, wanneer je leest dat een Duitse perswetenschapper al in 1938 beweerde dat de buitenlandse berichtgeving van NRC door weinig kranten ter wereld werd geëvenaard.

Maar de veertigste verjaardag van deze geweldige krant is voor de hoofdredacteur in mij vooral een uitgelezen gelegenheid om vooruit te kijken. De liberale beginselen waarop het journalistieke bouwwerk van NRC Handelsblad is gefundeerd, zijn actueler dan ooit. De taak van deze redactie is urgenter dan ooit. In een maatschappij waarin steeds meer informatie voorhanden is, willen wij aan journalistiek doen. In een samenleving die steeds meer naar de eigen navel staart, kijken wij graag naar buiten. In een journalistieke wereld die de waan van de dag achterna loopt, willen we net iets verder denken. Omdat we weten dat u, de lezer, dat van ons verwacht.’
Ja kijk, in die intentie kan ik me wel herkennen. Daarom spreekt het me waarschijnlijk ook aan. En het gaat nog verder. Wat bijvoorbeeld te denken van deze korte passage op bladzijde 25:
‘Het Handelsblad stond dan ook al vroeg bekend als “de ‘leesbare’ Courant” in “contrast met de Rotterdammer”, zoals de NRC ook wel genoemd werd. De NRC was juist de exponent van de droge, zakelijke wijze van berichtgeving, die bij andere kranten in de loop van de
twintigste eeuw langzaam verdween. Emoties werden bij de NRC vermeden, foto’s tot in de jaren twintig uit de kolommen geweerd. Tot 1935 werd de NRC opgemaakt over vijf kolommen, wat een statisch uiterlijk opleverde in vergelijking met andere kranten.’
Dat komt toch wel aardig bekend voor, nietwaar? Laat ik echter naar het begin van dit dunne boekje van 64 bladzijden terugkeren, dat ik hier zal laten volgen. Maar niet voordat ik de auteur heb voorgesteld, zoals zij op bladzijde 63 verschijnt:
‘Pien van der Hoeven (1967) is historicus en universitair docent aan de Afdeling Journalistiek van de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder was zij verbonden aan de Universiteit Leiden, waar zij in opdracht van NRC Handelsblad promotieonderzoek heeft gedaan naar de geschiedenis van de krant. Het proefschrift dat hieruit voortkomt, verschijnt najaar 2011 bij uitgeverij Prometheus. Vooruitlopend op deze publicatie schreef Van der Hoeven op verzoek van NRC Handelsblad ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de krant Twee kranten, twee paleizen. Pien van der Hoeven studeerde Nieuwe en Nieuwste Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Zij specialiseerde zich in de Nederlandse buitenlandse politiek na 1945. Haar eindscriptie werd bekroond met de prijs van het Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken en Instituut Clingendael. In 1997 publiceerde zij Hoed af voor Marshall. De Marshall-hulp aan Nederland, 1947-1952.’
Over de begintijd in Rotterdam (ik laat die in Amsterdam nu even buiten beschouwing) schrijft zij op de bladzijden 7 en 8, getiteld ‘Witte de Withstraat, Rotterdam’:
‘Op 5 mei 1874 legde de oude Nijgh de eerste steen voor het nieuwe onderkomen van de Nieuwe Rotterdamsche Courant, de krant die hij dertig jaar eerder had opgericht. Tien jaar lang had zijn krant verlies gemaakt, steeds hadden hij en de andere aandeelhouders de tekorten moeten aanvullen, maar nu kon voor de NRC een groot en voornaam pand gebouwd worden, een dagbladpaleis. De vaart waarmee het gebouw verrees, toonde het tempo van economische groei in het Rotterdam van die jaren. De stad breidde zich uit. Tuinen en landerijen maakten plaats voor rechte straten, die genoemd werden naar helden uit de tijd van Hollands glorie. Witte de Withstraat was het nieuwe adres van de NRC. Hier kwam een krantengebouw te staan dat zijns gelijke in Nederland niet kende. Dertig meter breed was het, twee verdiepingen hoog met een souterrain. Het nam de hele breedte in beslag van het blok tussen de Eendrachtsstraat en de Boomgaardlaan — die gelet op de snelle stadsontwikkeling al gauw ook straat genoemd zou worden. Het was uitgerust met de modernste faciliteiten. Er was een door stoom aangedreven papierlift, die duizend kilo papier uit het souterrain naar de drukkerij op de beletage kon hijsen. Er was een elektrisch belsysteem, waarvan de koperdraden als zenuwen door het hele gebouw liepen. Er waren spreekbuizen tussen de kamers van de hoofdredactie, de directie, de administratie en de zetterij.

In de drukkerij stonden vier gloednieuwe door stoom aangedreven snelpersen. Ranke meisjeshanden moesten daar het papier vliegensvlug per vel in leggen, totdat drie jaar na de opening van het gebouw de NRC de eerste rotatiepers in Nederland plaatste. Deze Koening & Bauer werd in 1900 al vervangen door een Amerikaanse Gosspers. Aan de Eendrachtsstraat had de NRC ook een koetshuis en een paardenstal ten behoeve van de eigen postwagendienst. De paardenwagens brachten op gezette tijden de kranten naar het station en haalden de post op van het postkantoor en van het eigen bijkantoor in het centrum. De meest kostbare faciliteit waar het gebouw over beschikte was waarschijnlijk de eigen telegraafverbinding. Telegrammen hoefden nu niet meer afgehaald te worden in het Rijkstelegraafkantoor aan de Blaak en konden zonder tijdsverlies worden verwerkt. De oprichter van de NRC, uitgever en boekhandelaar Henricus Nijgh, had er altijd veel geld voor over gehad om de snelste te zijn. Toen er nog geen telegraaf was, gebruikte hij postduiven om andere kranten voor te zijn met het nieuws. Het oude pand van de NRC aan de Grote Markt had een speciale duivenzolder. Ook het nieuwe gebouw had een duiventil op het dak, maar van deze liefhebberij van Nijgh hoefde de krant het nu niet meer te hebben. Vervlogen waren de tijden dat de medewerkers van de NRC hun baas vertwijfeld zagen toekijken hoe zijn duiven, met het nieuws nog aan de poten, ergens hoog en onbereikbaar zaten te tortelen.

Was het aan uitgever Nijgh te danken dat de NRC alle andere kranten overtroefde wat de snelheid en volledigheid van haar berichtgeving betrof, het was de eerste hoofdredacteur, de jurist H.H. Tels, die de krant haar politieke invloed bezorgde. Onder leiding van Tels stelde de NRC zich ten taak de Nederlandse publieke geest uit haar post-Napoleontische lethargie te wekken. Vergroting van de parlementaire macht, rechtstreekse verkiezingen, vrijheid van handel en nijverheid, godsdienstvrijheid, openbaarheid van bestuur en persvrijheid waren de liberale idealen waarop Tels in zijn commentaren hamerde, tegen het zere been van de gevestigde macht.

De NRC sprak direct vanaf haar verschijning in 1844 met groot gezag. Maar de geldschieters van de krant, onder wie Nijgh zelf, moesten de eerste 25 jaar genoegen nemen met immateriële dividenden: de verzilvering van de liberale idealen. Pas toen in 1869 de exorbitante belasting op kranten opgeheven werd, volgde ook het materiële succes.’
Je staat in een traditie, of niet. Deze geschiedenis spreekt dan ook een duidelijke taal.
.

zaterdag 2 oktober 2010

Voorletters


En hier zijn we dan al snel met de metro bij de halte Musée d’Orsay aangekomen, waarbij we, met onze rug naar de Seine, bijna vanaf de oever, op dit beroemde museum van impressionistische beeldende kunst uitkijken. De komende tijd zullen we aardig wat foto’s uit deze omgeving te zien krijgen, van voor en van achter.

Vanochtend vond ik in de kranten Trouw en de Volkskrant een overlijdensadvertentie van Rudolf Mees, vanmiddag volgde in dit rijtje ook NRC Handelsblad. Misschien dat ook de Telegraaf en het AD deze hebben opgenomen, maar daar heb ik geen toegang toe. Op 13 september had ik het in ‘Verruiming’ nog het laatst over Rudolf Mees, verder is hij hier veelvuldig ter sprake gekomen. In de genoemde kranten stonden er twee advertenties over zijn overlijden: eentje van de familie en eentje van Triodos Bank. De inhoud van de laatste is:
‘“Een andere kijk op geld”

Wij ontvingen het droeve bericht van het overlijden van

Rudolf Mees

Bankier
8 september 1931 – 29 september 2010
Mede-oprichter Triodos Bank

Rudolf stond aan de wieg van Triodos Bank. Hij was één van de vier founding fathers die rond 1970 het besluit namen een nieuwe financiële instelling op te richten met de naam Triodos.

Bewust omgaan met geld en maatschappelijke vernieuwing was het doel van de Stichting Triodos, de voorloper van de in 1980 opgerichte Triodos Bank. Ook na die oprichting bleef Rudolf nauw betrokken. Liefdevol, altijd op zoek naar vernieuwing en positief kritisch heeft hij tot de laatste weken voor zijn overlijden met “zijn bank” meegeleefd. Rudolf was trots op de groei van de bank in Nederland en ook op de Europese groei met vestigingen in België, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Duitsland.

Rudolf heeft vele functies bij Triodos vervuld. Zo was hij onder meer tot 1988 lid van het Bestuur van Stichting Triodos, van 1982 tot 1986 lid van de Raad van Commissarissen van Triodos Bank en van 1993 tot 2006 Voorzitter van het Bestuur van Stichting Administratiekantoor Aandelen Triodos Bank.

Wij zijn Rudolf zeer dankbaar voor zijn wijsheid en inspiratie en we zullen hem missen. Hij zal Triodos Bank van gene zijde met belangstelling blijven volgen, zo liet hij ons onlangs nog weten.

De Raad van Commissarissen, het Bestuur van Stichting Administratiekantoor Aandelen Triodos Bank, Directie en Medewerkers van Triodos Bank wensen zijn vrouw en kinderen veel sterkte toe.

Zeist, 30 september 2010’
De andere advertentie vermeldt onder meer dit:
‘De herdenkingsbijeenkomst zal gehouden worden in Cultuur- en Congrescentrum Antropia, Hoofdstraat 8 te Driebergen-Rijsenburg op woensdag 6 oktober om 10.30 uur.

Na afloop is er tot 14.00 uur gelegenheid tot condoleren in de hal van het congrescentrum.

Aansluitend zal de crematieplechtigheid met het rituaal van De Christengemeenschap in besloten kring plaatsvinden.

De mensenwijdingsdienst voor de gestorvene wordt gehouden in de Rafaëlkerk van De Christengemeenschap, Van Tetslaan 4 te Zeist op zaterdag 9 oktober om 9.00 uur.’
Rudolf Mees is zo’n bekende persoon dat ik me verbaas over hoe veel moeite het kost nadere informatie over hem op internet te vinden. Er is het ene boekje dat hij geschreven heeft, waarvan de titel in de advertentie van Triodos Bank wordt genoemd: ‘Een andere kijk op geld’. Dat kwam in 1987 bij Christofoor uit:
‘Op een heldere manier schetst Rudolf Mees hoe wij geld kunnen beschouwen als koopgeld, leengeld of schenkgeld, welke bewustzijnsvragen een rol spelen bij het kopen, sparen of lenen en schenken en welke onderlinge relaties hierbij optreden.’
H. Christians schrijft hierover in zijn NBD|Biblion recensie:
‘Indien wij spreken over geld, wordt veelal onmiddellijk gedacht aan bankbiljetten c.q. banktegoeden e.d. In dit boek is o.a. het accent van bezit verschoven naar een bewuster en creatiever gebruik van de gelden, in welke vorm ook aanwezig. De schrijver baseert zijn zienswijze o.a. op de leer der antroposofie, waarin de samenhang in de gehele kosmos als basis wordt genomen. Een aardig boekje om eens te lezen. Minder geschikt voor economische studenten, meer voor filosofisch gerichten.’
Uitgeverij Christofoor vermeldt op haar website over hem als auteur:
‘Mees, Rudolf 1931 (Den Haag)
Gepensioneerd bankier en assurantiemakelaar. Volgde de Vrije School in Den Haag tot 1941. Daarna traditioneel onderwijs: gymnasium ß en economiestudie in Rotterdam.

Belangrijkste functies: hoofddirectie Bank Mees & Hope; voorzitter werkgeversvereniging bankbedrijf; lid Raad van Bestuur NMB Bank; lid SER en onderwijsraad, lid Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam; voorzitter Bond van Vrije Scholen en Raad van Toezicht Arta/Lievegoed Groep; medeoprichter Triodos Bank.’
Dan is er ook nog een boekje van 111 bladzijden, ‘Europa, grenzen en mogelijkheden’, in 1993 uitgekomen bij Hibernia uitgevers in Oosterhout en geschreven samen met Willem Veltman en Arnold Henny (in feite zijn het drie afzonderlijke hoofdstukken, waarbij Mees zich concentreert op ‘Het economisch leven van Europa’):
‘Beschouwingen vanuit antroposofische gezichtshoek over de identiteit en (on)mogelijkheden van Europa en de Europese eenwording. Europese integratie – Antroposofische visie  – Europa – geschiedenis’.
Over ‘R.S.H. Mees’ wordt daarin vermeld:
‘Geboren in het jaar 1931, gehuwd en vier kinderen.

Volgde een opleiding aan het VCL te Den Haag, Gymnasium B. In 1955 sloot hij met succes de studie economie aan de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam af met zijn doctoraal.

Dan volgt een lange loopbaan in het Bank- en Verzekeringswezen. Was geruime tijd lid van het college van de Sociaal-Economische Raad (de SER) en is tot aan de huidige dag lid van de Onderwijsraad. De heer Mees heeft daarnaast diverse bestuurlijke nevenfuncties. Sedert 1990 is hij met pensioen als lid van de Raad van Bestuur van de NMB Postbank Groep.

Hij was betrokken bij de oprichting van de Triodos-bank en is auteur van het boekje “Een andere kijk op geld”, Zeist 1986.’
Misschien zoek ik niet goed, maar voor de rest kom ik alleen een en ander tegen op de website van het geslacht Mees. Vooral in de Kronieken van 1994, 1997 en 2006 vind ik relevante gegevens: achtereenvolgens een ‘In memoriam’ van zijn hand over zijn moeder Fien Weissenberg-Seebohm (in 1994, op blz. 7), de genealogie van zijn Mees-tak (in 1997, op blz. 14, met veel portetfoto’s) en een ‘In memoriam’ van zijn broer Wijnand, geschreven door zijn zus Arnica (in 2006, op blz. 13). Over ‘Adolphine Weissenberg-Seebohm 1904-1993 (getrouwd geweest met Leendert F.C. Mees)’ staat het volgende te lezen:
‘Uit de woorden, bij haar crematie uitgesproken door haar zoon Rudolf, onze oud-voorzitter, doen wij deze keus:

Mutti werd geboren in Schleswig in het gezin van een Duitse beroepsofficier, en verhuisde dus vaak, met een sterk wisselend schoolpatroon. Al vroeg ontmoette zij, mede door haar vader, de antroposofie, en als zestienjarige reeds beleefde zij als grootste geschenk in haar leven dat zij Rudolf Steiner ontmoette, en wel tijdens een congres in Wenen. Levenslang bleef zij lid, waarbij haar vader een belangrijke geestelijke leidsman bleef. Deze had haar te zwak geacht om tuinierster te worden, waarna de keuze op verpleegster viel. (...) Na de opleiding kwam zij, op reis, “toevallig” terecht in de Rudolf Steiner Kliniek in Den Haag, waar zij Leen Mees, die daar arts was, ontmoette en trouwde. Er kwamen snel achter elkaar drie kinderen.

In de Nederlandse cultuur en samenleving voelde zij zich steeds meer thuis. De tweede wereldoorlog was een dramatisch hoogtepunt in haar leven. Toen de Vrije School in 1941 door de bezetter werd gesloten, ging zij met de kinderen naar Friesland, waar haar woning al gauw een kern werd van vele activiteiten en ontmoetingen; onderduikers, bezoekende vrienden uit de Randstad, brandpunt van vele antroposofische activiteiten. Vele diepe lotsverbondenheden kwamen tevoorschijn; Mutti was daarin een stuwende kracht, en een rots in de branding. (...)’
Het ‘In memoriam’ van zijn broer Wijnand gaat voor een flink deel ook over hem, omdat zij een gedeelde jeugd doormaakten. Ook daarvan laat ik hier een gedeelte volgen. Zijn zus Arnica schrijft:
‘Mijn broer Wijnand Adriaan Mees werd op 29 september 1934 als jongste van drie kinderen geboren. Hij werd vernoemd naar een oud-oom, Wijnand Adriaan, die een bijzondere band had met onze ouders. Het duurde lang, eer hij leerde lopen en hij beschouwde dat later als een beeld voor zijn leven: “Ik ben niet helemaal geland op aarde”. (Citaat uit Motief van 6 februari 2003). Als klein kind werd hij dan boos, wanneer hem iets niet wilde lukken of niet werd toegestaan.

Toen de oorlog uitbrak wist moeder, dat de Vrije School al gauw gesloten zou worden (in Duitsland werd deze 1938 al verboden). Daarom dus stuurde zij Wijnand toen hij nog maar 5 jaar oud was naar de eerste klas, om er tenminste lezen en schrijven te leren. Toen een jaar later de school inderdaad werd gesloten, vreesde moeder, die oorspronkelijk uit Duitsland kwam, dat wij naar de Duitse school zouden worden gestuurd. Daarom doken wij onder op het platteland van Friesland. In een piepklein huisje woonden wij samen met moeder – vader was arts en mocht de vesting Scheveningen niet verlaten – een joods meisje en een student. Het gehucht had 50 inwoners en 100 onderduikers. Over deze tijd heeft Wijnand veel en vaak verteld. Niet alleen over de oorlogsgebeurtenissen, maar vooral, omdat hij hier alles op alles moest zetten om letterlijk op de been te blijven.

Op school begon hij weer in de eerste klas en als hij dan een som of een tekening klaar had stak hij zijn vinger op en riep: “Mutti, ik ben klaar!” De leraar was een van die mensen, die hem begreep en hem steunde. Hij zei dan: “Wijnand, ik ben je moeder niet, maar laat maar eens zien”.

In Friesland heeft Wijnand veel geleerd. ’s Avonds vertelden ons Hiekje en Geert Mulder spannende verhalen uit de Germaanse mythologie. ’s Morgens leerden we op school behalve lezen en schrijven ook zingen en bijbelse teksten. ’s Middags werkten wij alle drie op een boerderij, waar we leerden hooi oogsten, de stal uitmesten en vooral koeien melken. Het was zwaar werk, maar er waren altijd mensen, die Wijnand hielpen en beschermden. Een bijzondere band had hij met Willem Zeylmans van Emmichoven, die door ons oom Wim werd genoemd. Oom Wim was een van die vaderlijke figuren, die Wijnand een leven lang hebben begeleid.

De oorlog was niet alleen een tijd van groei en bloei, maar ook negatief zichtbaar door de vele mensen om ons heen, die bang waren om te worden ontdekt. Achter ons huisje stond dag en nacht een wachtpost, die iedere beweging op de ringdijk moest melden, want alleen Duitsers reden in auto’s. Moeder, die al een wereldoorlog had meegemaakt, had dat georganiseerd. Dan werd via belletjes of tekens iedereen gewaarschuwd en verdwenen de joodse kinderen in het huis naast ons in een gat in het hooi, de jonge mannen verstopten zich in het riet. Wanneer de soldaten dan weg waren leerden en speelden wij kinderen in de zitkamer een Duitse ballade. “Want”, zei moeder, “dát was geen Duits, wat jullie hebben gehoord”.

Tegen het eind van de oorlog heeft er een grote razzia plaats gevonden, waarbij een boerenzoon werd doodgeschoten en vijf mensen werden opgepakt. Wijnand was diep geschokt door de wreedheid en onmenselijkheid van deze gebeurtenis. (...)

De terugkeer naar de school in Den Haag in een klas met 42 medescholieren, zoveel als de hele school in Friesland bij elkaar, was moeilijk. Wijnand begreep niet, waar de leraar het over had, hij liep nog op klompen en voelde zich een buitenstaander. Rudolf en ik zaten al op het Vrijzinnig Christelijk Lyceum en daarom kreeg Wijnand een jaar lang privé les van een gepensioneerde leraar, die hem met discipline, plezier en grote toegenegenheid op de derde klas gym voorbereidde. Op het VCL, waar hij zich nu geheel thuis voelde, speelde hij in veel toneelstukken mee. Thuis werd er door beide ouders op aangedrongen, het pianospelen tot en met een examen door te zetten. Wijnand deed tegelijkertijd eindexamen en zijn examen als pianoleraar op het conservatorium. De muziek vormde een band met zijn vader. Zij hadden allebei het absolute gehoor en hebben daar menig staaltje van laten horen. (...)’
Over de beroepscarrière van Rudolf Mees kan ik dus (nog) niet zo veel melden. Wel iets over zijn gevoel voor humor. In de Kroniek van 2004 staan op bladzijde 4 zijn ‘Mijmeringen van een oud-voorzitter’:
‘Mijn voorganger als voorzitter was Philip Mees en diens voorganger was Mr. W.C. Mees.

Het moet eind 40-er, begin 50-er jaren zijn geweest dat ik voor het eerst een “familiedag” bijwoonde. Deze speelde zich af in de kantine van het bankgebouw van R. Mees & Zoonen aan de Blaak nr.10.

De dag was goed bezocht, de kantine (een aangebouwd noodgebouw) zat vol en... het was zomer en erg warm. De voorzitter – een bekend deskundige in de genealogie van onze familie en derhalve wat oneerbiedig ook wel “dooie Willem” genoemd, omdat hij zich voor de gestorven voorouders interesseerde – hield een lezing voor ons. Het ging over het beleg van Haarlem – in de 80-jarige oorlog met Spanje (1568-1648) – waarbij een familielid het leven zou hebben gelaten. De voorzitter formuleerde heel zorgvuldig, langzaam en vooral wat eentonig. Dat had tot gevolg, dat de aanwezigen in de steeds warmer wordende kantine steeds grotere problemen kregen met dichtvallende oogleden. De lezing duurde ongeveer een uur en eindigde met de nogal verrassende conclusie dat de persoon, die zou zijn omgekomen bij het beleg geen “Mees” was maar een aangetrouwd familielid.

De aanwezigen haalden opgelucht adem, ontwaakten (waar dat nodig was) en troffen elkaar bij de thee bij Jacob Mees aan de Westzeedijk. Er bestaat nog een fraaie foto van de aanwezigen, verzameld onder een grote boom in de prachtige tuin. Het laatste kan echter ook een andere familiedag geweest zijn. Dat heb je als je je probeert te herinneren wat een halve eeuw geleden gebeurde.
R.S.H. Mees’
Overigens, die beroemde voorletters R.S.H. staan voor ‘Rudolf Sebastian Hildebrandt’.

Update 13.55 uur:

Ach, hoe ironisch is het lot! Rudolf Mees zou er zeker bij glimlachen. Net komt het nieuws binnen vanaf het symposium dat door de Vereniging tegen de Kwakzalverij vandaag wordt gehouden (zie ook ‘Elfder ure’ op 21 september):
‘Kwakzalversprijs 2010 voor Triodos Bank
Meester Kackadorisprijs wegens financiële steun aan kwakzalverij

De Triodos Bank is winnaar geworden van de Meester Kackadorisprijs 2010. De prijs is bestemd voor een instelling of persoon die het afgelopen jaar de kwakzalverij het meest heeft bevorderd. De Triodos Bank krijgt deze prijs omdat ze geld van haar klanten belegt in kwakzalverij.

Met name wordt de antroposofie, het geesteskind van Rudolf Steiner, ruim bedeeld. De bank investeert onder meer in Weleda (producent van antroposofische en homeopathische middelen), in diverse antroposofische gezondheidscentra, in het Rudolf Steiner verpleeghuis in Den Haag en in de Stichting Widar Beheer. Widar beheert onroerend goed voor antroposofische huisartsen en therapeuten. Op agrarisch gebied heeft de Triodos Bank nauwe banden met het Louis Bolk Instituut, een instelling die zich bezighoudt met onderzoek op het terrein van (biologische) landbouw, geneeskunde en voeding op antroposofische grondslag.

Erger dan de verspilling van het geld van haar klanten aan antroposofische projecten zijn de donaties van de Triodos Foundation, een stichting die alternatieve behandelwijzen in arme landen bevordert. Zo is de herbouw van een acupunctuurkliniek in Indonesië door de Triodos Foundation financieel ondersteund en is in 2008 geld gegeven aan Homeopaten zonder Grenzen, ten behoeve van een opleiding homeopathie in Kenia. Met dit laatste worden grote gezondheidsrisico's genomen ten koste van de bevolking in ontwikkelingslanden. In het artsenblad Medisch Contact werd dit dan ook betiteld als “Misdadige hulp”. Als er één instelling is die de Meester Kackadorisprijs 2010 verdient, dan is dat wel de Triodos Bank.’
De Volkskrant meldt nu al op haar website:
‘Topman Peter Blom van Triodos Bank kan zich niet druk maken om de “prijs”. “We investeren al dertig jaar in dergelijke producten. Ze mogen zeggen wat ze willen.’
Daar wordt die glimlach dus al meteen overgenomen.
.

vrijdag 1 oktober 2010

Spotlights

Hij is een beetje donker uitgevallen, deze foto. Maar dit is nog steeds hetzelfde punt Porte de Clichy als gisteren, op de kruising tussen Avenue de Clichy en Boulevard Berthier, dichtbij de Périférique in het noordwesten van Parijs.

We zetten vandaag OlmenEs weer eens in de spotlights. Voor het laatst gebeurde dat op 31 december 2009 in ‘Hoopvol’. Op 17 september 2009 meldde ik in ‘Historiek’:
‘Het nieuws van de dag komt vandaag uit Appelscha. Trots wordt daar vandaan gemeld dat sinds gisteren de website van OlmenEs is vernieuwd. Dus het “oude en oubollige” is eraf. En hoe! Het ziet er prachtig uit. Instelling OlmenEs wordt er nu betiteld als “woon- en werkgemeenschap voor mensen met een verstandelijke beperking”. Overigens bestaat deze gemeenschap intussen al vijftien jaar en dat wordt volgende week zaterdag gevierd met een Open Dag. Maar dat meldde ik al op 28 augustus in Uitbreiding”.’
Over die uitbreiding is nu het nodige te lezen op de nieuwspagina van de website van OlmenEs. Onder het kopje ‘Nieuwbouw’ lezen we:
‘Op 25 augustus 2009 is de bouw gestart van twee nieuwe woonhuizen voor 28 bewoners. Ook wordt hard gewerkt aan drie werkplaatsgebouwen. De verwachting is dat deze gebouwen begin 2011 in gebruik genomen kunnen worden. Hieronder kunt u meer lezen over de laatste ontwikkelingen.’
Inderdaad, want daaronder staat vermeld, onder de titel ‘September 2010’:
‘Er is inmiddels gestart met de bouw van een nieuwe bakkerij. Binnenkort wordt hiervoor een naam bedacht.

Door middel van een boortoren achter de nieuwe woningen de Prunus en de Fraxinus, hebben er grondboringen plaatsgevonden. De boortoren heeft vier gaten in de grond geboord, tot een diepte van 175 meter. Daar is een constante temperatuur van 13 à 14 graden. Dat biedt de mogelijkheid om met geavanceerde warmtewisselapparatuur de woningen in de winter te verwarmen en in de zomer te koelen, een moderne en milieuvriendelijke manier van temperatuurbeheersing. Een verwarmingsketel is niet meer nodig.

De oplevering van de Prunus zal in november van 2010 zijn. De Fraxinus wordt in januari 2011 opgeleverd. Hierna zal het inhuizen van het meubilair plaatsvinden. De bewoners van de nieuwe woningen zullen begin 2011 worden verwelkomd. In de Prunus komen twaalf bewoners. In de Fraxinus komen er zestien, waarvan acht in appartementjes.

Er verrijzen in totaal 3 nieuwe werkplaatsgebouwen. De bakkerij, de Robinea en de Ulmus. Robinea zal onderdak bieden aan twee bosgroepen, de tuinwerkplaats, de plantsoenwerkplaats en een kruidenwerkplaats. In de Ulmus komen de wasserij, de weverij en de papierwerkplaats. Op de Robinea wordt een sedumdak geplaatst. Het gebouw krijgt een computergestuurde houtkachel. Hiermee wordt hout gestookt afkomstig van bomen die groeien op terrein van OlmenEs.

Binnenkort wordt er gestart met de bouw van een nieuwe serre bij de winkel van OlmenEs. Tot slot is het terrein verrijkt met een flowform. De harmonieuze beweging van het water in de flowform draagt bij aan de vitaliteit en het zelfreinigende vermogen van het water. Het gebied rond de flowform zal de komende tijd verder ingericht worden met beplanting en enkele paden.’
Op dezelfde pagina wordt ook melding gemaakt van het ‘OlmenEs Nieuwsbulletin nummer 1 – 2010’:
‘Het Nieuwsbulletin wordt twee keer per jaar gestuurd aan externe relaties en iedereen die graag op de hoogte wil blijven van actuele ontwikkelingen binnen OlmenEs. (download PDF)
Als we dat downloaden, vinden we een alleraardigst Nieuwsbulletin van twaalf bladzijden. Een veelzeggend artikel staat op de bladzijden 8 en 9, getiteld ‘Bouwmeester van OlmenEs’:
‘Een wandeling met Grietzen Kunnen over het terrein van OlmenEs heeft veel weg van een reis door de tijd die alle richtingen uitschiet. De projectmanager van de bouw schakelt met volstrekte vanzelfsprekendheid van verleden naar toekomst, om in een adem weer terug te keren bij het hier en nu.

Dat is ook niet vreemd want de initiatiefnemer van het eerste uur draagt OlmenEs in zijn hart, al 23 jaar. “Ik heb me innerlijk verbonden met dit terrein.”

“Kijk”, wijst Grietzen op een plukje noodgebouwen verscholen in het bos. “Hier zijn we, na zeven jaar praten en lobbyen, in 1994 begonnen met de eerste groep van 18 bewoners. Wonen en werken ineen, onvoorstelbaar rijk en groots vonden we dat destijds.” In de tussenliggende zestien jaar heeft zich over het voormalige sanatoriumterrein een compleet dorp ontvouwd.

Levenswerk
Vanaf het hoofdgebouw bij de ingang tot aan de boerderij met de weilanden liggen nu twee opeenvolgende brinken met de bewonershuizen en de werkplaatsen, het bos aan weerskanten. Grietzen heeft als bouwmeester bij elk afzonderlijk gebouw aan de wieg gestaan. Als straks de laatste brink is voltooid, dan is het oorspronkelijke initiatief volgens plan uitgevoerd en beschouwt hij zijn levenswerk als volbracht.

Van meet af aan heeft OlmenEs zich volgens Grietzen laten leiden door drie uitgangspunten. “Wij willen levendigheid in ons dorp, bewoners moeten elkaar op straat kunnen ontmoeten, vandaar de keuze voor de brinkbebouwing. Naast wonen nemen we arbeid heel serieus. Werk draagt bij tot het zelfbewustzijn van de bewoners en versterkt de onderlinge band. En we huldigen het principe van organisch bouwen; harmonieuze architectuur heeft invloed op de ontwikkeling en het welzijn van mensen. Je kan dus spreken van een morele verplichting om de gebouwen liefdevol vorm te geven.”

Uit de lengte of uit de breedte
Wat dat betekent valt direct op bij binnenkomst in de huizen; de vertrekken zijn ruim en licht. Open naar de straatkant voor bewoners die van reuring houden, meer gericht naar de bosrand voor bewoners die onrustig worden van teveel prikkels. Elk gebouw in OlmenEs heeft zijn eigen identiteit, geen pand is gelijk. Het heeft Grietzen de nodige hoofdbrekens en overredingskracht bij de architect gekost, maar hij houdt vast aan de gedachte dat individualiteit gerespecteerd dient te worden. Kan het niet uit de lengte, dan moet het uit de breedte. Zo heeft hij bewerkstelligt dat de twee gezamenlijke woonruimtes in de nieuwbouw voor bewoners met gedragsproblemen met de helft worden vergroot, door een dringend beroep te doen op de speciale reserves. Ook ziet hij graag twee begeleiders op de zware groepen van vier bewoners, al loopt OlmenEs dan tegen meerjarige exploitatieproblemen aan. “Dat hebben we opgelost door er een tweede verdieping op te zetten met acht appartementjes voor anderen die zich zelfstandig kunnen redden. Die groep kan toe met een begeleider, en zo komt het financiële cirkeltje dan weer rond.”

Voor de gemeenschappelijke zaal heeft Grietzen een klokkenstoel laten plaatsen met twee klokken. De oude stamt nog uit de tijd van het sanatorium, in de nieuwe staat in brons gegraveerd: “Wij volgen onze ster”. Zo heeft hij de bouw van OlmenEs gedaan, de beheerskant vertrouwt hij met een gerust hart toe aan zijn opvolgers.

Fondsenwerving nodig
Ach ja, nu we het er toch over hebben. De dorpswinkel heeft nog een serre nodig, en een terras waar bewoners met hun familieleden of de langsfietsende toeristen wat kunnen drinken en eten. Om dat te kunnen verwezenlijken is fondswerving noodzakelijk. De actie staat op stapel, maar het kan vast geen kwaad om daar nu al even melding van te doen.’
Ook met de directeur/bestuurder van OlmenEs, Merlijn Trouw, staat er een interview in dit Nieuwsbulletin. Hem had ik in het vizier op 7 juni 2009 in ‘Verschil’. Maar ook op de webpagina van OlmenEs, ‘OlmenEs in de pers’, komen we hem tegen. Daar staat meteen bovenaan ‘Klik september 2010’. Dat heeft op zichzelf weinig te maken met een link waarop geklikt kan worden, want ‘Klik’ is ook de naam van een tijdschrift:
‘Interview door Marja Kroef met Merlijn Trouw, directeur / bestuurder van OlmenEs, voor het maandblad voor de verstandelijk gehandicaptenzorg Klik – september 2010 (download PDF)’
Deze pdf bevat het artikel ‘Klein blijven of groter worden. De voors en tegens van samenwerking of fusie’, geschreven door Marja Kroef:
‘Klein blijven of toch een beetje groter worden? Wat past het beste bij de organisatie, de cliënten, de medewerkers? Wat is financieel haalbaar? Directeur Merlijn Trouw van het Friese OlmenEs over de voors en tegens van uitbreiden, samenwerken of fuseren.

OlmenEs is een instelling voor ruim 100 volwassenen op een bomenrijk terrein in het Friese Appelscha. OlmenEs werkt op antroposofische basis, heeft 163 personeelsleden (115 fte) en bestaat 16 jaar. Sinds oktober 2008 is Merlijn Trouwer directeur/bestuurder. Als organisatieadviseur heeft hij de fusie begeleid tussen het Heilpedagogisch Verbond en de Federatie Antroposofische Gezondheidszorg; dat werd de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders.

Merlijn Trouw: “Wij werken op een aantal gebieden samen, dat kan nog intensiever. De vraag is wat voor juridische vorm je daarvoor moet kiezen. Soms gebeurt het andersom: wij willen fuseren en kijken daarna welke processen we integreren. Op ons terrein staat ook een verpleeghuis.

We kunnen elkaar negeren, maar elkaar ook versterken. Wij willen bijvoorbeeld ’s nachts en in de weekenden gebruik maken van hun artsen. We moeten met regionale partijen bekijken bij welke voorwaardenscheppende processen we kunnen samenwerken en schaalvoordelen behalen. Voor zaken die met de identiteit samenhangen ligt samenwerking met andere antroposofische zorgorganisaties meer voor de hand. Als wij een deeltijd-orthopedagoog nodig hebben en in Ilmarinen (een collega-instelling voor gehandicaptenzorg in Groningen) zoeken ze er ook een, zijn we gek als we de koppen niet bij elkaar steken: kunnen we iemand lIit het westen overhalen om die ene volle baan bij onze twee organisaties in te vullen? Dan zoeken we later wel uit op welke loonlijst die persoon komt te staan.”

Servet en tafellaken
“Onze organisatieomvang zit precies tussen servet en tafellaken: we kunnen iets nét wel of nét niet zelf organiseren. Zelfstandigheid is voor mij geen doel op zichzelf. Ik vind wel dat we altijd een directeur moeten hebben die het gezicht van de instelling is. Deze woonwerkgemeenschap is een zelfstandig organisme. De twee pijlers van ons werk zijn verbinding en ontwikkeling. Zo willen wij met bewoners omgaan, waarbij samenleven, samenwerken en samenwonen centraal staan. Dat moet terugkomen in de besturingsfilosofie. Ik ken bijna alle bewoners bij naam. Ik bemoei me niet me de zorg voor hen, maar ze komen vaak op mij af, ik ben als bestuurder het kristallisatiepunt en zo’n beetje de burgemeester van deze gemeenschap.”

ls er een kritische grens voor de organisatieomvang?
“Ja. Wij gaan nog wat uitbreiden op het terrein. Om meer te differentiëren, omdat er vraag naar is, maar ook voor de continuïteit. Onze exploitatie is nu 7,5 miljoen, na de uitbreiding wordt dat 10 miljoen, met 132 bewoners. De bestuurder van een grote instelling met 100 miljoen zei laatst tegen mij dat hun organisatie eigenlijk te klein is. Wij steken nu veel meer geld in ondersteunende- en managementfuncties dan vijf jaar geleden. Dat is nodig, maar daarmee wordt veel geld onttrokken aan de zorg. Wij moeten meer expertise in huis hebben. en dat kunnen we alleen maar doen als we weer iets groeien.”

Ineke Peerdeman, directiesecretaresse vanaf het begin en daarvoor begeleidster elders in de gehandicaptenzorg: “We zijn destijds begonnen met 18 niet al te ernstig gehandicapte bewoners. Later konden dat er meer worden, en bij een intramurale voorziening komen nu eenmaal de wat zwaardere zorgvragen terecht.”

Spanning
Bestuurder Merlijn Trouw wil verdere uitbreiding niet op het terrein, maar in het dorp. “Er is altijd een zekere spanning tussen de cultuur van de huizen in Appelscha en die op het terrein. Dat leidt tot vragen en discussies. Daar houd ik wel van, want dan heb je in je organisatie een groepje dat vooruitloopt en discussies aanzwengelt. De bewoners in het dorp zijn kritischer en stellen meer vragen. Laatst hebben ze mij precies verteld waar ze tegenaan lopen en wat ze nodig hebben. We kunnen bewoners nog veel serieuzer nemen dan we toch al doen, en ik heb nu een glashelder beeld van hun situatie en wat er moet gebeuren. Voor een aantal bewoners was de slapende wacht een van de redenen om van het terrein af te gaan. Dat is voor mij relevante informatie, voor ik besluiten neem.”

Pioniersfase
Merlijn maakt onderscheid tussen typen samenwerking. “Je hebt uitwisseling, ontmoeting en versterking. Het Heilpedagogisch Verbond heeft veel betekend in de pioniersfase van OlmenEs en andere instellingen; nu die stevig staan is de toekomst van zo’n verbond niet makkelijk. Hoe groter de instellingen worden, hoe minder ze die samenwerking nodig hebben.”

Er zijn een paar grote antroposofische instellingen: Zonnehuizen, Raphaëlstichting en Lievegoed Zorggroep. “Zij kunnen dingen die wij niet kunnen, maar door hun schaalgrootte lopen ze op tegen problemen die wij niet hebben. Onze identiteit is levendig. Hoe groter, hoe minder de bestuurder bij de directe zorg betrokken is. Instellingen krijgen steeds meer ‘reguliere’ bestuurders en managers binnen, die zelf niet verbonden zijn met de antroposofie.

En er komen ook steeds meer cliënten die niet om een antroposofische benadering vragen. De kwaliteit die wij bieden trekt mensen aan; zij kiezen voor ons terrein, de werkplaatsen, de kleinschaligheid, de warmte en de aandacht. Dat is goed, antroposofische zorg moet geen zuilenkarakter krijgen. Wij doen iets vanuit onze levensbeschouwing, en dan maakt het niet uit welke achtergrond de bewoner heeft.”

Ineke Peerdeman: “Van alleen bewoners die zelf antroposofisch zijn, kunnen we niet bestaan.”

OlmenEs werkt voor kwaliteitscontrole al jaren hecht samen met het niet antroposofische Maeykehiem in Sint Nicolaasga. Van fuseren met Maeykehiem is geen sprake. Eerder ziet Trouw zo’n ‘uitnodiging’ komen van een grote antroposofische zorgaanbieder. “Het wordt voor ons de komende jaren spannend wat betreft de financierbaarheid van de zorg.

In evenwicht
“Wij hebben twee jaar verlies geleden, nu zijn we weer in evenwicht, maar er zit niet veel vet op de botten. Ons eigen vermogen is goed, onze exploitatie is maar net in evenwicht. Het gaat niet goed als je je afsluit voor anderen. Je kunt beter je kwetsbare punten onderkennen, en daarbij samenwerken. Bestuurlijke samenwerking, eventueel een fusie, is pas een eventuele volgende stap. Ik heb als organisatieadviseur veel fusies zien mislukken: in 70% van de gevallen worden de doelstellingen niet gehaald.”

Toch draaien bedrijven of instellingen een fusie niet vaak terug.
“Er zijn belangen gemoeid met fusies. Het salaris van de bestuurders is gekoppeld aan de omvang van de organisatie. Schaalvoordelen worden maar zeer ten dele waargemaakt.”

Dagelijkse praktijk
Dus is groot zo slecht nog niet?
“Het nadeel van onze grootte is dat ik vooral directeur ben en soms te weinig mijn blik naar buiten kan richten. Ik word sterk gezogen in het dagelijks leiding geven aan deze organisatie, daar heeft een bestuurder van een grote instelling andere mensen voor. Maar die heeft weer een minder goed beeld van de vraagstukken in de dagelijkse praktijk. Hoe verder je van het zorgproces af komt te staan, hoe minder relevant het wordt dat je iets van de inhoud weet.”

lneke: “Dankzij onze omvang blijft bij ons iedereen in gesprek met elkaar, van directeur tot medewerker van de technische dienst. Iedereen weet wat er leeft en wat we met elkaar willen. Iedere medewerker of cliënt kan Merlijn of een ander altijd aan zijn mouw trekken. Dat vinden wij belangrijk.”’
In een apart kader bij het artikel staat ook nog dit, onder de kop ‘Sneller’:
‘Merlijn Trouw komt uit het bedrijfsleven, wat vindt hij van de gehandicaptenzorg? “Er zijn veel vergaderingen, veel en uitgebreide notulen, verslagen, plannen en evaluaties. In het bedrijfsleven gaat de besluitvorming sneller en met heel wat minder papier. Wat levert het de bewoner op? We moeten zorgvuldig omgaan met overheidsgeld, maar we hoeven niet alle regelgeving kritiekloos te implementeren. Je creëert een systeem om risico’s uit te sluiten, daarmee creëer je angst. Terwijl het erom gaat je verantwoordelijkheid te nemen. Een paar van onze bewoners slapen nog in een Zweedse band, die moeten we van de Inspectie om de paar uur controleren. Maar hoe laat en hoe vaak? Er kan net zo goed iets misgaan vijf minuten nadat die bewoner is gecontroleerd. Maar wij houden ons aan de richtlijnen.”’
Dit is nog niet alles wat op die nieuwspagina ven OlmenEs is te vinden. Daar staat ook een ‘Interview door Arianne Collee voor het antroposofisch maandblad Motief – juni 2010 (download PDF)’. Het draagt de titel ‘Vrijheid en verantwoordelijkheid’ en dat is in het huidige tijdsgewricht bijzonder, aangezien het spiksplinternieuwe concept-regeerakkoord, gisteren gepresenteerd als basis voor het mogelijke kabinet Rutte-Verhagen (ook al wel ‘Rutte-1’ genoemd), precies dezelfde titel heeft. Alleen ben ik niet zeker of het ook over precies dezelfde dingen gaat... Arianne Collee tekende in ieder geval uit de mond van Merlijn Trouw het volgende op:
‘“Toen ik door OlmenEs werd gevraagd was ik helemáál niet op zoek naar een nieuwe baan. Wel waren mijn vrouw Roosje en ik al een tijd op zoek geweest naar een nieuwe woon plek omdat onze Amsterdamse etage te klein werd voor het gezin. We hadden juist besloten even met zoeken te stoppen en de bevalling van onze tweede af te wachten. Een paar weken later werd ik gebeld. En nu wonen we in Drenthe.”

Merlijn Trouw koos na zijn studie geschiedenis een baan als organisatieadviseur. Vanuit die oriëntatie kijkt hij naar organisaties in het algemeen en OlmenEs in het bijzonder. “Het kernproces in antroposofische organisaties – het proces van mens tot mens – tussen medewerker en bewoner of tussen leraar en leerling verloopt meestal heel goed. Maar vaak is het minder goed gesteld met de aandacht voor de organisatie daaromheen. Ik streef met OlmenEs naar een professionele organisatie die aangesloten is op deze tijd én voldoet aan de eisen ervan. We moeten ons niet afsluiten voor maatschappelijke ontwikkelingen. Het primaire proces moet deugen, maar ook de bedrijfsvoering. Ik heb voorheen veel advies gegeven over kwaliteitsmanagement en hoorde in antroposofische kringen dan wel zeggen dat de inspectie niet écht naar de kwaliteit kijkt, maar alleen geïnteresseerd is in de vraag of er schone handdoekjes op de wc hangen. Dan denk ik: ‘Maar zórg dan ook dat die handdoeken schoon zijn.’ Dat je met heel wezenlijke dingen bezig bent, ontslaat je niet van die verplichting. Oók als je met iets bijzonders bezig bent, moet het gewone goed zijn.

OlmenEs moet een eigentijdse, dynamische organisatie zijn waar de antroposofie niet verkrampt, maar ook niet verdampt. Het voordeel dat ik meebreng is dat ik zelf opgevoed ben met de antroposofie. Ik heb de vrijeschool in Nijmegen doorlopen en was een van de oprichters van de Jongerengroep Antroposofie. Ik wil de antroposofische achtergrond van OlmenEs niet afschermen en behoeden, maar juist zichtbaar maken. We hebben de samenleving veel te bieden. De titel van het beleidsplan dat ik geschreven heb, luidt Zichtbaar anders.” Het persoonlijke motief van Merlijn blijkt sterk verbonden met zijn werk. Tijdens het interview toont hij een boek. “Dit boek van Václav Havel kreeg ik op mijn achttiende van mijn ouders. In diezelfde tijd speelde ik de hoofdpersoon Bérenger uit Rinoceros van Ionesco. In dat toneelstuk worden alle mensen langzamerhand groepsdieren. Alleen de hoofdpersoon blijft mens. Havel geeft in een van zijn essays aan hoe de mens geknecht wordt door onpersoonlijke systemen en macht waarin geen ruimte meer is voor persoonlijke verantwoordelijkheid en het eigen geweten. Dat boek en die hoofdrol spelen een belangrijke rol in mijn biografie. Midden twintig maakten we tijdens een etentje met het bestuur van de lona Stichting een keer spontaan een rondje over ieders levensthema. Ik riep meteen: ‘Vrijheid en verantwoordelijkheid’. Bij lastige kwesties als een ontslag of een reorganisatie vind ik het belangrijk om zelf het gesprek met de betrokkenen aan te gaan, zonder mij te verschuilen achter een direct-leidinggevende of het advies van een organisatie-adviseur. Ik waak voor ‘onpersoonlijke macht’ en neem mijn persoonlijke verantwoordelijkheid.

De maatschappij houdt ons van die eigen verantwoordelijkheid – en ook van onze eigen ervaring – af. Een voorbeeld. In de zorg moeten we objectieve kwaliteit meetbaar maken. Organisaties krijgen rapportcijfers en die worden op internet gezet. Maar een 6,1 of een 6,7 zegt mensen niets. Die cijfers raken de menselijke ervaring niet. Ouders besluiten op basis van de eigen ervaring in OlmenEs of ze hun kind aan ons toevertrouwen. Niets is objectiever dan die menselijke ervaring. En die wordt door die cijfers gebagatelliseerd en ontkend.”’
‘Vrijheid en verantwoordelijkheid’. We zullen zien waartoe deze benadering uiteindelijk zal leiden.
.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code