Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

woensdag 3 december 2008

Donatie

Heeft u altijd al willen weten wat antroposofen denken van orgaandonatie? Gisteren plaatste Hugo Stephan Verbrugh op zijn weblog ‘kanttekeningen bij een recent huis-aan-huis verspreid krantje over orgaandonatie’. Dit naar aanleiding van ‘Teuntje. Eenmalig krantje over orgaan- en weefseldonatie.’ Dat komt u misschien bekend voor. Zeker als u denkt aan dat ietwat droeve jongensgezichtje op de voorkant. En de schreeuwende kop: ‘Wat kost zo’n nier nou?’ In alle beknoptheid somt Verbrugh zes bezwaren op:

‘1. Orgaandonatie is een beladen onderwerp. Je kunt er niet over denken zonder je voor te stellen hoe het zal zijn als je dood bent. Dat is een zaak die door velen direct wordt geassocieerd aan geloof en religie. Die associatie wordt gedocumenteerd doordat in het krantje vijf voormannen van resp. Jodendom, Islam, de katholieke kerk, de protestantse kerk en het hindoeïsme aan het woord komen. Het krantje is een uitgave van het NIGZ, maar alles wijst erop dat de overheid dit initiatief steunt. Maar in Nederland hebben we scheiding van Kerk en Staat, en heeft de overheid geen taak in verband met de verspreiding van religieus geïnspireerde gedachten.

2. De onder punt 1 genoemde vijf voormannen zijn allemaal vóór. Nergens in het krantje komt ter sprake dat talloze mensen overtuigingen of opvattingen, veelal (mede) religieus geïnspireerd, hebben over een voortbestaan na de dood en over de invloed die de wijze waarop het dode lichaam afgelegd wordt wellicht heeft op dit voortbestaan, en die op grond daarvan hun besluit in verband met orgaandonatie nemen. Dat is eenzijdig en als zodanig strijdig met goede voorlichting.

3. Een anesthesioloog schrijft “Hersendood is dood”. Dat is onjuist. Sterven is een proces, hersendood is een fase in dit proces.

4. Nergens komt ter sprake dat de noodzakelijke technische ingrepen om de organen te verwijderen zo ingrijpend zijn dat een eventueel sterfproces waar de nabestaanden bij aanwezig zijn een onkies en tegennatuurlijk gebeuren wordt.

5. Op de omslagtekening, op een “leuke poster” in het midden en elders in het krantje worden beelden en woorden van kinderen gebruikt om positieve gevoelens bij de lezers op te wekken. Dat is in strijd met de in brede kring gedeelde mening dat het gebruik van kinderen in verband met reclame – en dit krantje is geen voorlichting maar reclame – ongewenst is.

6. De onder punt 5 genoemde poster laat een beeld zien van het inwendige van het lichaam van een kind dat ten eerste – zeker voor een kind – onbegrijpelijk is, en ten tweede totaal achterhaalde informatie over de fysiologie van de organen geeft. Van de theorie van de embodied cognition, die het lichaam-geest-dualisme vervangen heeft, lijkt de ontwerper van de tekening nooit gehoord te hebben.’

Zoals gezegd, in alle beknoptheid de kanttekeningen van een antroposoof bij orgaandonatie. Het Forum Antroposofie, waarvan ik het bestaan op 23 november in ‘Memoires’ meldde (en overigens in één moeite door ook de weblog van Hugo Verbrugh), is opgestart met hetzelfde thema. Erg veel reacties heeft dat nog niet opgeleverd, zegge en schrijve vier. Niettemin is hier het probleem ook meteen kernachtig uitgedrukt. Trudy Patsis schreef een klein jaar geleden, op 6 december 2007, naar aanleiding van de vraag of ook zij organen wilde doneren:

‘Deze vraag confronteert me niet alleen met mijn sterven, maar ook met de omstandigheden op dat bijzondere moment. Hoe wordt er dan naar mij gekeken en met mij omgegaan, en moet ik me daar wel zo druk om maken? Orgaandonatie is wat mij betreft niet op voorhand onbespreekbaar. Bij leven en welzijn zou ik zonder gewetensbezwaren een “te missen” orgaan aan een ten dode opgeschreven dierbare afstaan. Maar juist de combinatie met mijn sterven deed mij voor het donorcodicil terugschrikken.

“Hoe gaan wij met onze pas gestorvenen om?” is een vraag die bij dit onderwerp hoort. Bij zo’n vraag merk je dat het stoere “een mens is een lichaam en verder niets” mensbeeld helemaal niet algemeen gedragen wordt. Veel mensen willen niet dat er met hen of hun gestorvene wordt “gesold”; een waardige begrafenis of crematie, een goede rouwperiode, dat vinden we belangrijk.’

Deze overwegingen leidde ertoe dat ze afzag van het afstaan van organen.

‘Omdat ik niet het vertrouwen heb dat de medische wereld weet wat sterven is. Omdat er dus ook geen oog is voor de omstandigheden waarin de pas gestorvene zich bevindt. Daar zal dus geen enkele rekening mee worden gehouden, terwijl ik, als ik nu aan dat moment denk, me erg kwetsbaar voel. Juist dan wil ik niet aan het moderne medische mensbeeld zijn overgeleverd.’

Er kwamen enkele reacties op. Zoals van ‘JanC’, waarin ik ‘onze’ Jan Cornelissen meen te herkennen, die hier op deze weblog al verschillende keren commentaar heeft geleverd. Hij laat een tegengeluid horen:

‘In mijn optiek wijst alles erop dat de mens wel degelijk “slechts” een organische machine is. (...) Zelf geloof ik helemaal niet in zo’n geestelijke wereld, maar als die er toch is, dan lijkt het me vrij sterk dat het (voort)leven na de dood afhangt van de hoedanigheid van het lichaam. Als de geest het lichaam niet meer vast kan houden (op wat voor manier dan ook), dan laat het gewoon los. Ongeacht of het lichaam intact is of dat sommige organen voortleven in andermans lichaam.’

Om er in een tweede reactie een kwartiertje later op te laten volgen:

‘Het is begrijpelijk dat orgaandonatie enige emotionele weerstand oproept, maar ik ben van mening dat we ons daarover heen moeten zetten.’

Op de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland is al eerder aandacht besteed aan het thema orgaandonatie. Op 21 juli 2007 werden ‘Nieuwe actuele thema’s belicht vanuit antroposofisch perspectief’ op de themapagina van deze site geplaatst. Daaronder ook ‘Orgaantransplantatie vanuit antroposofisch perspectief’ door Guus van der Bie, antroposofisch huisarts en onderzoeker Gezondheidszorg aan het Louis Bolk Instituut in Driebergen. Dat begint zo:

‘Het overplaatsen van een orgaan (orgaantransplantatie) of van weefsel van de ene mens naar de andere is biologisch gezien in principe niet mogelijk. Gewoonlijk volgt er onmiddellijk afstoting van het orgaan of van het weefsel door het afweersysteem van de ontvanger. Het afweersysteem van de ontvanger herkent wat “eigen” en wat “niet eigen” is. Het niet eigene wordt daarbij zeer effectief afgestoten en zo mogelijk uit het lichaam weggewerkt.’

Hier gaat het vooral om wat nodig is om een orgaan van een ander mens te kunnen ontvangen. Dat is dus eigenlijk een tegennatuurlijk gebeuren.

‘De moderne geneeskunde beschikt over middelen die deze biologische identiteitsbewaking kunnen onderdrukken of zelfs geheel uitschakelen. (...) De toepassing ervan is niet zonder risico's. Door de (gedeeltelijke) uitschakeling van het afweersysteem wordt het organisme ontvankelijker voor infecties, het vertraagt de wondgenezing, er kan er een aanzienlijke daling optreden van (voor de afweer essentiële) witte bloedcellen. Ook kunnen er andere ziekten ontstaan.’

Maar dat probleem is op te vangen, zo schrijft Guus van der Bie, en hij geeft aan hoe. Antroposofische geneeskunde kan hierbij zeer behulpzaam zijn; dat is weer eens een andere benadering van orgaandonatie vanuit de antroposofie!

Internist Karel Jan Tusenius, werkzaam op de internistenpraktijk Berg en Bosch in Bilthoven, liet zich uit ‘over uitdaging en bedreiging van manipulatie in de geneeskunde’ in het Tijdschrift Evenwicht van mei 2002 (het tijdschrift van patiëntenvereniging Antroposana, dat later omgedoopt werd tot ‘Antroposana’). Dat gebeurde in een interview door Corrian Hukema onder de titel ‘Zijn orgaandonatie, gentechniek en xenotransplantatie rare kunstgrepen?’, dat op de website van Antroposana is terug te vinden. Hij zegt daarin onder meer:

‘Orgaandonatie is een onnatuurlijke manipulatie waar het lichaam zich tegen blijft verzetten. Bij een transplantatie wordt een levend orgaan uitgenomen, vervolgens in een bijna-dood-toestand gebracht, gekoeld en van bloed ontdaan. Het wordt tot een bijna, niet helemaal want dan zou het dood zijn, fysiek instrument teruggebracht. Dat koude instrument wordt ingezet bij de acceptor. Aanvankelijk gaat dat met heftige immunologische afstoot en nee-gebaren gepaard.

In de antroposofie wordt gesproken van krachten die vanuit de organen werken. Het is het dan ook heel gek om opeens een vreemd orgaan in je lichaam te krijgen. Ik denk dat je aanvankelijk met een orgaan te maken krijgt dat nog veel van die hogere invloeden heeft van de vroegere donor. Dan heb je dus inderdaad een vreemd lichaam in je lichaam waar heel terecht je immuniteit zich tegen verzet. Maar wat je ziet is dat er na verloop van tijd toch een soort aanpassing optreedt. Langzaam maar zeker krijgen de hogere sturende ik-krachten van de ontvanger ook greep op dat nieuwe orgaan. Dat is althans de enige manier waarop ik kan begrijpen dat een aantal transplantaties op langere termijn wel goed blijft gaan. Na verloop van een aantal weken of maanden worden de bloedvaten van zo’n nieuw orgaan van binnen met endotheel van de patiënt bekleed. Stoot de ontvanger aanvankelijk zijn nieuwe instrument af, tegelijkertijd zie je dat hij moeite doet er een verhouding toe te vinden. Vaak lukt dat ook wel. Toch worden mensen met een getransplanteerd orgaan voor alle zekerheid vaak levenslang met immuniteitsverlagende middelen behandeld om afstoting te voorkomen.’

Opmerkelijk is nog het artikel in NRC Handelsblad van 20 maart 1998. Een verslag van een symposium van de Stichting Bezinning Orgaandonatie, naar aanleiding van de toenmalige donorcampagne, nadat er een nieuwe Wet op de orgaandonatie was aangenomen. Annerieke Goudappel schrijft:

‘Onder de titel “Orgaandonor? Wéét wat je kiest?” [hoort daar wel een vraagteken, of moet dat juist een uitroepteken zijn?, MG] hield de stichting zaterdag een symposium waarop onder meer twee antroposofische artsen hun mensbeeld mochten toelichten en een aantal patiënten hun slechte ervaringen met orgaandonatie kon vertellen.

De stichting heeft grote bezwaren tegen het hersendoodcriterium. “Een hersendode is niet dood, hij is stervende”, zegt voorzitter Ger Lodewick. Tal van lichamelijke functies zijn nog niet uitgevallen. Een hersendode mens ademt nog, zijn stofwisseling werkt nog, de vorming van bloedcellen gaat door en de lichaamstemperatuur blijft op peil. Nu wordt een hersendode per definitie kunstmatig in leven gehouden (een hersendode buiten de intensive care van een ziekenhuis bestaat niet), maar dat is volgens Lodewick niet wezenlijk. “Essentieel is dat er nog levenskracht in dat lichaam aanwezig is, het is namelijk onmogelijk een stoffelijk overschot te beademen. Maar die kracht, die zich overal ter wereld manifesteert in de levenscyclus van geboorte, groeien, bloeien, gedijen, aftakelen en doodgaan is niet te meten, dus kan de medische wetenschap er niets mee. De wetenschap heeft het omgedraaid: hersendood is te meten, dus stelt zij hersendood gelijk aan de dood.”’

Opmerkelijk, want dit is niet het geluid dat je gewoonlijk uit de kolommen van NRC Handelsblad verneemt (maar hier blijkt sprake te zijn van een themadossier, waarin veel feiten en opvattingen zijn weergegeven). Bij de poging tot objectieve berichtgeving horen ook tegengeluiden. Dat gebeurt vooral inzake de vraag wat hersendood precies inhoudt. Erwin Kompanje van de vakgroep medische ethiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam spreekt ook op het symposium, en wel over zijn onderzoek naar de ethische aspecten van postmortale orgaandonatie. Hij presenteert een ‘empirisch verhaal uit de reguliere geneeskunde’.

‘Kompanje laat de zaal dia’s zien van een vrouw van wie de grote hersenen zijn afgestorven. Als verdroogde takken liggen haar armen over haar borst, haar hoofd vertoont vergroeiingen, ze heeft een verwilderde blik in de ogen. De dia’s illustreren Kompanjes visie dat de totale hersendood (waarbij ook de kleine hersenen en de hersenstam niet meer functioneren) voldoende dood is om een persoon als dood te beschouwen. Dat is de opvatting die in tal van landen in de wet is verankerd sinds een commissie aan de Harvard Universiteit eind jaren zestig bepaalde dat de mens als dood is te beschouwen als de hersenen onherstelbaar zijn beschadigd. Het maakte hersendode patiënten tot de ideale orgaandonoren: ze zijn dood, maar hun organen functioneren nog.

“De persoonlijkheid is een functie van de hersenen: als de hersenen dood zijn, bestaat de persoon niet meer, ook al zijn de lagere functies nog intact”, verwoordt Kompanje de gangbare opvatting in de medische wetenschap.’

Vervolgens komt ook antroposofisch huisarts Arie Bos aan het woord. Die is weer een heel andere mening toegedaan. Besmuikt geeft NRC Handelsblad zijn woorden weer:

‘“Mensen die holistisch denken, gaan ervan uit dat er ‘iets’ boven de materie staat, een levensprincipe. Dit levensprincipe zit in elk orgaan en het verlaat het lichaam als een mens sterft. Op deze opvatting rust een wetenschappelijk taboe – het is in tegenspraak met de evolutietheorie en de moleculaire biologie.”

Volgens Bos zijn sommige mensen tegen orgaandonatie omdat bij een hersendode het levensprincipe het lichaam nog niet heeft verlaten. Hij voegt eraan toe dat hij zelf niet weet of het verwijderen van organen uit een hersendode “erg” is, maar vindt het gangbare mensbeeld wel te veel dat van “een machine met hersens die gedrag produceren”.

Zijn betoog valt bij de zaal in vruchtbare aarde en leidt tot vragen als: “Ontstaat er geen gat in de aura van iemand die bij leven een nier afstaat?” Bos denkt van niet, het “transcendente lichaam” (volgens de antroposofie een geestelijke blauwdruk van het aardse lichaam) vormt een geheel en blijft intact als iemand een nier afstaat.’

We zijn tien jaar verder, en nog steeds spelen dezelfde vragen die toen ook al opdoken. Zou de Stichting Bezinning Orgaandonatie eigenlijk nog wel bestaan?

‘De stichting is zeer gekant tegen de voorlichtingscampagne van de overheid, Lodewick noemt het “alleen maar hallelujaverhalen”. De reclamespots zouden alleen de positieve kanten van transplantatie laten zien, zonder te verwijzen naar de negatieve: de afstoting van het orgaan, het levenslang medicijnen moeten slikken en de bijwerkingen daarvan. Ook vindt de stichting het kwalijk dat de donor onderbelicht blijft. Het grootste bezwaar geldt het presenteren van de hersendood als het definitieve einde van het leven, zonder te melden dat daar andere visies op bestaan.’

6 opmerkingen:

John Wervenbos zei

Dag Michel,

Prima stuk. Het gaat hier natuurlijk om een moeilijk, belangrijk en voor gevoel en inzicht ook precair onderwerp.

Bij mij komt in dit veband onder andere het belang van Rudolf Steiners voordrachtencyclus 'Openbaringen van het Karma' (editie Vrij Geestesleven), 'Die Offenbarungen des Karma' GA 120, in gedachten.

Uitgeverij Christofor verzamelde/vergaarde later een selectie van vertalingen in het Nederlands uit GA 120 en GA 135 en publiceerde die met de titel 'Werkingen van het Karma'.
Zie:
http://www.christofoor.nl/cgi-bin/showpage.cgi?section=2&page=&action=showbooks&genre=10&book=9789060385166&top=1523
(Zie onderaan die webpagina.)

De snelkoppelingen op de themapagina van de Antroposofische Vereniging Nederland, waaronder die over orgaantransplantatie leiden op dit moment niet (niet meer/even niet) naar de beoogde webpagina's. (Site Error.)
Zie: http://www.antroposofie.nl/antroposofie/themas

Heb per e-mail het secretariaat hierover ingelicht met de vraag of dit hersteld kan worden.

Vind het uiteraard ook relevant waarop AViN in deze wijst.

John Wervenbos zei

'Geselecteerd/ vergaard en vertaald door Rudolf Steiner Vertalingen en uitgegeven door uitgeverij Christofor' moet ik denk ik zeggen.

En het is natuurlijk 'publiceren onder...'.

Michel Gastkemper zei

Beste John,
Dank je voor je reactie. De link naar de themabijdrage van Guus van der Bie was niet goed, maar die heb ik kunnen herstellen. Niet de link bij ‘lees verder’ onder de samenvattingen op de themapagina, maar die in het menu bij de titels rechts gaf de juiste pagina. Dus probleem opgelost.
Met vriendelijke groet,
Michel Gastkemper

John Wervenbos zei

Dag Michel,

Dank je voor de verwijzing die naar de juiste pagina in kwestie leidt.

Even een vraag over een ander onderwerp. Je hoeft er in dit blog geen antwoord op te geven, het is hier even een zijpad, maar niet onbelangrijk.

Kennelijk heeft Nachlassverwaltung Rudolf Steiner het besluit genomen om GA 32 ‘Gesammelte Aufsätze zur Literatur 1894 – 1905’ niet meer uit te geven. Heb je hier al een keer aandacht aan besteed en onderzoek naar verricht? Zo ja, op welk blog valt dit te lezen; zo nee, wil je daar dan een keer, een moment, een dag dat het jou uitkomt een blog over schrijven en plaatsen?

Vriendelijke groet,
John

Michel Gastkemper zei

Beste John,
GA 32 is ‘Gesammelte Aufsätze zur Literatur 1884-1902’ en daar is nog in 2004 de derde en onveranderde herdruk van verschenen (de tweede was in 1971). Hij heeft vier jaar geleden een nieuwe, mooie witte voorkant gekregen. En aangezien de Nachlassverwaltung altijd alle boeken in voorraad houdt, moet je hier probleemloos aan kunnen komen. In de nieuwste ‘Gesamtverzeichnis 2008/2009’ wordt zelfs gemeld: ‘Neuauflage in Vorbereitung’.
Maar je vraagt dit natuurlijk vanwege die hele actie van Andreas Lichte (gericht op Steiners Homunkulus-recensie). Nee, daar heb ik nog geen aandacht aan geschonken. Als er aanleiding toe is, zal ik dat zeker doen.
Met vriendelijke groet,
Michel Gastkemper

John Wervenbos zei

Dag Michel,

Ja inderdaad, het is 1884 -1902. Keek verkeerd in de catalogus.

Prima dat wordt aangekondigd dat er een nieuwe oplage in voorbereiding is. De Nachlassverwaltung toont dus toch ruggegraat en zet, ook wat mij betreft, ferm verdere stappen vooruit!

Vriendelijke groet,
John

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)