Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

woensdag 17 december 2008

Samenvatting

Dit is het eerste uitzicht vanaf de Willemsbrug, die we gisteren beklommen.

Vandaag wordt het een heel verhaal. Gisteren wierp ik in ‘Tegenstelling’ deze vraag op: of ‘er inderdaad geen argumenten en bewijzen [zijn] die ondubbelzinnig laten zien dat deze geneesmiddelen een aparate status verdienen’. Dat beweert immers de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Het ging hierbij uiteraard om de specifieke antroposofische geneesmiddelen.

Ik was gisteren aanwezig bij het symposium ‘Praktijkonderzoek in de Antroposofische Gezondheidszorg’, de eerste lectoraatsbijeenkomst georganiseerd door het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden. Ik kondigde dit al aan op 11 oktober 2008 in ‘Kenniskring’. Daar valt natuurlijk het nodige over te schrijven, zeker in verband met die bewuste vraagstelling. In dit kader is vooral interessant de afsluitende lezing van Harald Hamre: ‘Clinical research into anthroposophic medicine: Past – Present – Future’. In een hoog tempo werd een groot aantal onderzoeksgegevens uitgestort over de onschuldige, niet-wetenschappelijk onderlegde toehoorder die ik ben. En misschien wel over meer mensen dan ik. Dus ik zat met mijn oren te klapperen, in een uiterste poging om de portee van het verhaal goed in me op te nemen.

Omdat dit alles niet onbelangrijk is, en ik altijd graag wil weten hoe het zit (en ik het ook wil kunnen nalezen), ben ik op zoek gegaan naar waar zulke gegevens te vinden zijn. Dan doet zich het vreemde feit voor dat er al het nodige erover op deze weblog zelf aanwezig is. Ik ben maar een eenvoudig verslaggever en boor nieuws aan dat mijzelf het meest interesseert. In de loop der tijd (dagen, weken, maanden) word je uiteraard ouder, maar ook een beetje wijzer. Wat betekent dat je dezelfde feiten van tijd tot tijd opnieuw kunt bezien en daarvan meer in je op kunt nemen. Je referentiekader wordt groter, zogezegd: je begint bij het dichtst bij zijnde, om je kringen steeds wijder te trekken.

Voor een goed deel van de inhoud van de lezing van Harald Hamre kan ik terecht bij ‘Restjes’ op 13 augustus 2008. Dat wil zeggen, ik heb er toen slechts naar verwezen. Ik berichtte dat een Nederlandse vertaling van de ‘abstract’ van een HTA-bericht (Health Technology Assessment) op de website van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen (NVAA) te vinden was. Dit is een in 2005 voor het eerst in de geschiedenis verschenen overzicht van de in de antroposofische gezondheidszorg voorhanden wetenschappelijke publicaties. Op de webpagina over ‘Antroposofische geneeskunde’ van de NVAA staat er dit over:

‘Antroposofische geneeskunde – werkzaamheid, nut, kosten en veiligheid [hier had natuurlijk de Engelse titel ‘Anthroposophic Medicine – Effectiveness, Utility, Costs Safety’ moeten staan, want van deze publicatie bestaat geen Nederlandse uitgave; ik weet eigenlijk niet of er ook een Duitse uitgave is, je zou het wel verwachten, MG]

Uitgegeven in 2006 door “Schattauer Verlag”, Stuttgart-New York. Dit Health Technology Assessment (HTA) rapport, geschreven door Gunver Kienle MD, Helmut Kiene MD, Hans Ulrich Albonico MD, werd opgesteld in opdracht van het Zwitserse Federale bureau voor Sociale Verzekering en werd uitgevoerd als onderdeel van het nationale Evaluatieprogramma voor Complementaire Geneeskunde. Klik HIER om de samenvatting (PDF) te downloaden.

Deze herzien uitgave is een update van dit HTA rapport, en geeft een overzicht van de beschikbare literatuur aangaande werkzaamheid, nut, kosten en veiligheid van de antroposofische geneeskunde (“AG”). Een engelstalige samenvatting van het rapport is te vinden op de website van de International Federation of Anthroposophic Medical Associations (www.ivaa.info).’

Het lijkt me het meest op zijn plaats als ik deze Nederlandstalige samenvatting gewoon hier in zijn geheel overneem:

Inhoud

Inleiding
Presentatie van de bijzondere aspecten van de antroposofische geneeskunde in fundamenteel onderzoek en in de klinische praktijk
Bespreking van de methodologie
Materiaal en methoden
Resultaten betreffende werkzaamheid, nut, kosten en veiligheid
Discussie
Commentaar op gepubliceerde kritiek aangaande studies over maretak
Lijst van casuïstiek en litteratuur die niet gebruikt is voor de analyse etc.

Studies

Single case studies (in dit overzicht niet geanalyseerd): 2090 studies

Klinische studies geschikt voor analyse: 195 studies

Systematische overzichten in 4 “domeinen”: 127 studies
Overige studies “Appendix”: 68 studies

Design van de 195 studies

Prospectief vergelijkend design: 40 studies
RCTs: 18 studies (5 geblindeerd)
Matched-pair: 4 studies (3 geblindeerd)
Retrospectief vergelijkend design: 45 studies
Cohort-studie design: 110 studies
prospectief: 62 studies
retrospectief: 43 studies
anderen: 5 studies

Resultaten: werkzaamheid

127 Studies in 4 “domeinen”

Antroposofische geneeskunde als therapeutisch systeem voor verschillende aandoeningen (inclusief systeem-vergelijking)
8 studies
Pijnbehandeling of wondbehandeling met antroposofische geneesmiddelen
18 studies inclusief 3 RCTs
Niet-farmacologische behandeling van verschillende aandoeningen
5 studies and 3 extra-analyses
Antroposofische maretak behandeling bij kanker
96 studies, waaronder 15 RCT’s

68 overige studies ("Appendix")

Chronische hepatitis B of C
10 studies
Neurologische of psychiatrische aandoeningen
7 studies
Gynaecologie en Verloskunde
6 studies
Acute infecties (bovenste luchtwegen, oor, ogen, maagdarmkanaal)
18 studies
Circulatoire aandoeningen
6 studies
Schildklier aandoeningen
4 studies
Pulmonaire aandoeningen (sarcoidosis)
6 studies
Andere aandoeningen
11 studies

Resultaten: samenvatting van de 4 domeinen en appendix

195 studies werden geanalyseerd:

186 studies hadden positieve resultaten voor de AG-groep (vergelijkbaar of beter resultaat dan conventionele behandeling voor ten minste 1 klinische parameter).
8 studies toonden positieve noch negatieve resultaten
1 studie toonde een negatieve trend.
De praktische relevantie was hoog voor alle studies.
De kwaliteit van de studies varieerde van zeer goed tot zeer slecht (met name de retrospectief vergelijkende studies).
De tevredenheid van de patiënten was hoog.

De positieve resultaten waren ook nog relevant, wanneer de analyses beperkt werden tot de kwalitatief goede studies.

Resultaten: nut

Consumenten van antroposofische geneeskunde:

Patiënten binnen de reguliere nationale gezondheidszorg en patiënten met bijzondere belangstelling
In het bijzonder vrouwen, patiënten tussen de 30 en 50 jaar oud en kinderen
Hoog opleidingsniveau
Dikwijls na complicaties of ineffectiviteit van conventionele behandeling
Belangstelling voor een holistische behandeling en actieve betrokkenheid
Hoog niveau van tevredenheid van patiënten van AG

Resultaten: veiligheid

2 veiligheidsanalyses met een zorgvuldige design, fase I-studies, vragenlijst binnen de samenhang van klinische studies, database, casuïstiek
goede therapietrouw
0.005% van de voorgeschreven geneesmiddelen veroorzaakte geringe bijwerkingen
In het algemeen had AG een hogere therapietrouw en minder bijwerkingen in vergelijk met conventionele geneeskunde

Resultaten: kosten

Binnen het raamwerk van PEK werd een algemene kostenanalyse uitgevoerd die niet naar de individuele behandelingen was gedifferentieerd.
Er zijn maar zeer weinig kostenanalyses beschikbaar voor antroposofische geneeskunde.
1 Duitse studie, uitgevoerd in de praktijken van 141 antroposofische artsen, betrof 898 patiënten die voor chronische aandoeningen met antroposofische middelen waren behandeld, liet een lager kostenniveau zien in vergelijk met het jaar dat aan de studie voorafging (3.484 vs. 3.637 Euro).
Patiënten die met antroposofische middelen werden behandeld hadden geringere kosten voor geneesmiddelen en minder verwijzingen naar de tweede lijn, hoewel de ernst van de aandoeningen vergelijkbaar of erger was in vergelijking met de conventioneel behandelde groep.

Conclusies:

Antroposofisch medische behandeling resulteert volgens de grote meerderheid van de beschouwde studies in gunstige klinische outcomes.
Deze conclusie blijft ook overeind indien zij beperkt blijft tot de kwalitatief goede studies.
Antroposofische geneeskunde wordt gebruikt door patiënten zowel binnen de reguliere gezondheidszorg als patiënten met speciale belangstelling voor deze speciale geneeswijze.
Antroposofisch medische behandelingen zijn voor de patiënt bevredigend en zijn veilig
Antroposofisch medische behandelingen zijn mogelijk ook kosten-effectief door minder verwijzingen voor ziekenhuisbehandeling en lagere kosten voor geneesmiddelen, in het bijzonder bij chronische aandoeningen.

De vraag is wel of dit voldoende hout snijdt binnen het geheel van de wetenschappelijke wereld. Maar internationaal wordt er in ieder geval werk gemaakt van onderzoek naar antroposofische geneeskunde.

Dat mocht ook blijken gisteren op het symposium zelf. Er werd een Nederlandse onderzoekspublicatie gepresenteerd. Ik schreef daar al over in de nieuwste uitgave van de Verbreding, die op de website van de NVAZ (Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders) te vinden is. Dat artikel, onder de titel ‘Symposium “Praktijkonderzoek in de Antroposofische Gezondheidszorg”’, laat ik hier ten slotte volgen.

De lectoraatsrede van Erik Baars op 4 juni 2008 in Leiden, ‘De professionele ambachtelijkheid van gezondheid verzorgen’, was het grote officiële startschot voor zijn lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden. Een half jaar later, op 16 december 2008, volgt het bij die gelegenheid al aangekondigde eerste jaarlijkse symposium, dat aan het eind van elk kalenderjaar georganiseerd wordt. Bij het startschot in juni was het een aankondiging van plannen, hoewel het lectoraat goed beschouwd al anderhalf jaar bezig was, vanaf het prille begin in de eerste maanden van 2007. In de tussenliggende tijd is er een verkennend onderzoek gedaan onder medewerkers in de antroposofische gezondheidszorg, onder meer om praktijkproblemen die men zelf ervoer, in kaart te brengen. Mede op basis hiervan konden concrete werkplannen voor het lectoraat worden gemaakt en gingen de eerste projecten van start. In het boekje ‘Antroposofische gezondheidszorg. De professionele ambachtelijkheid van gezondheid verzorgen’ (verschenen bij uitgeverij SWP), de schriftelijke weergave van de lectorale rede, worden deze plannen dus vermeld.

Een belangrijke zin uit die rede was: ‘Ondanks de grote waardering van patiënten en de in de praktijk vaak succesvol gebleken ervaringsdeskundigheid, is de antroposofische gezondheidszorg in veel gevallen (nog) te weinig in staat om voldoende wetenschappelijke bewijzen te kunnen overleggen.’ En dat is natuurlijk wel een probleem. Er werd uiteraard ook naar de oorzaken gekeken. Behalve omstandigheden die nog weinig op onderzoek ingericht waren, speelde ook een fundamentele twijfel of onderzoek met de gangbare middelen wel mogelijk was. Als er echter niet of nauwelijks uitwisseling plaatsvindt van de resultaten in de praktijk, wat niet anders dan een vrucht van onderzoek is, wordt het ook bijzonder lastig om de eigen benadering zichtbaar te maken en over te dragen. Dit is een probleem dat bijvoorbeeld de opvolgers ondervinden, hoe welwillend die ook zijn. Voor de continuïteit van de antroposofische gezondheidszorg is onderzoek werkelijk een noodzakelijkheid. Dus moest hier een oplossing voor worden gevonden.

Het lectoraat is duidelijk aan de slag gegaan. Niet alleen met plannen, maar ook met concrete onderzoeken. Dat is in het afgelopen half jaar wel duidelijk geworden. Niet dat die onderzoeken niet al eerder in gang gezet zijn, maar binnen de context en met de professionele begeleiding van het lectoraat krijgen die pas hun werkelijke waarde. Het lectoraat is in de eerste plaats aan het bundelen, door bijvoorbeeld mensen en onderzoeken met elkaar in contact of concreet bij elkaar te brengen. In de tweede plaats opent het mogelijkheden voor nieuwe vormen van onderzoek. Bijvoorbeeld door nieuwe theoretische of praktische kaders aan te dragen, door deze zelf te ontwikkelen of in de wetenschappelijke wereld op te sporen. Want ze zijn er best, maar je moet ze wel zoeken. En niet onbelangrijk, omgekeerd worden vernieuwende onderzoekers waar ook ter wereld verder op weg geholpen door met hen in contact te treden. Zij merken dan niet alleen dat er werkelijk behoefte is aan wat zij aan het ontwikkelen zijn, maar ook dat er in de praktijk al op zulke manieren gewerkt wordt. Redenen te over dus, voor onderzoek in de antroposofische gezondheidszorg.

Wat heeft het lectoraat te bieden anno eind 2008? Het programma voor de eerste lectoraatsbijeenkomst op 16 december laat hier het nodige reeds zien. De schrik van de gezondheidszorg is het ‘gerandomiseerde dubbelblinde onderzoek’, dat in de wetenschappelijke wereld als de hoogste standaard geldt. Een proefopstelling in laboratoriumachtige omstandigheden, zo klinisch mogelijk, met twee gelijke groepen waarvan er één een bepaald te onderzoeken middel krijgt. Dit wordt dubbelblind en door het lot bepaald uitgevoerd. Dat wil zeggen dat zowel patiënt als behandelaar niet weet of hij het werkzame middel respectievelijk krijgt of toedient, of juist het nepmiddel dat uitsluitend ter controle dient, namelijk om het werkelijke effect hieraan te kunnen meten. Dit is een zeer inperkende methode van bewijsvoering, die veel buitensluit van wat juist voor de gezondheidszorg van belang is. Niet alleen voor de antroposofische gezondheidszorg, maar voor een groot deel van de hele gezondheidszorg is dit niet de meest geschikte manier om de werkzaamheid aan te kunnen tonen. Maar wat dan wel? Is er een alternatief?

Het lectoraat zoekt dit onder meer in onderzoeksmethoden die binnen het kader van ‘practice-based evidence’ passen. Zoals dit beschreven wordt: ‘aanwezige impliciete ervaringskennis van beroepsbeoefenaars omzetten naar expliciete kennis die kan worden gedeeld, zo nodig verder ontwikkeld en toegepast. Onderzoek naar het verwerven van practice-based evidence draagt uiteindelijk bij aan het verbeteren en innoveren van de het methodisch handelen in de beroepspraktijk. Actieonderzoek, kwalitatief onderzoek en de analyses van cases en best practices zijn hierbij belangrijke onderzoeksmethoden.’

Dit kan gebeuren met elke beroepsgroep, en is inmiddels in aanzet gedaan met antroposofische verpleegkundigen, fysiotherapeuten en kunstzinnig therapeuten. Maar het kan ook per thema plaatsvinden. Zoals onderzoek naar het werken met kleur, muziektherapie, lichtbadtherapie, planeettypologieën, heilpedagogische constitutiebeelden, om maar een aantal te noemen. Wat zijn daar de bevindingen en resultaten van? Dat is nu mooi bijeengebracht in een nieuwe publicatie, die het licht ziet op 16 december: ‘Praktijkonderzoek in de antroposofische gezondheidszorg 2008.’ Met als korte omschrijving: ‘Eerste stappen in Nederland in de ontwikkeling van practice-based evidence, ondersteuning in het therapeutisch besluitvormingsproces, en het evalueren van kwaliteit en effect.’

Dat is een vlag die de lading volkomen dekt. Nog sterker: de lading biedt eigenlijk nog veel meer. Namelijk bewustwording van wat elders in de antroposofische gezondheidszorg wordt gedaan, van de mensen die daarmee bezig zijn, en hoe ver zij zijn in het ontwikkelen, niet alleen van nieuwe manieren van onderzoeken, maar van de antroposofische gezondheidszorg überhaupt. Het beschrijven van wat je doet: bestaat er iets stimulerenders voor je dagelijks werk? Deze publicatie is werkelijk een uniek document in de geschiedenis van de antroposofische gezondheidszorg in Nederland. Nog niet eerder vertoond: zo’n samenbundeling van wat er momenteel gaande is. Als ergens hoop voor de toekomst uit geput kan worden, dan is het dit wel.

Het boek is vanaf 16 december bij Hogeschool Leiden te koop voor € 15,00 (zie de website van het lectoraat: http://www.hsleiden.nl/lectoraten/Antroposofische-gezondheidszorg/).

1 opmerking:

John Wervenbos zei

Beste Michel,

Weer zeer informatief. Prima verschijning dat boek. Zal kijken of ik het één dezer maanden aan kan schaffen.

Hartelijke groet,
John

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)