Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

donderdag 8 maart 2012

Therapiestandaard

Vanavond heeft er in Den Haag een bijeenkomst plaatsgevonden onder de titel ‘Doorstart na faillissement Stichting Zonnehuizen – Wat is ervante leren?’ Dit werd geafficheerd als ‘Met Charles Laurey, interimbestuurder’ en de volgende gegevens:
‘Datum: Donderdag 8 maart 2012
Tijd: 18.00 u tot 21.00 u, incl. soep en een broodje om 18.00 u. Aanvang programma: 18.30 u
Plaats: Goed Werk Hub, ROC Mondriaan, Koningin Marialaan 9, Den Haag

Stichting Zonnehuizen had het beheer over 21 zorginstellingen door heel Nederland waar woonruimte wordt geboden aan ca. 3000 kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking. In december 2011 is het faillissement uitgesproken vanwege financiële schulden.

De zorg voor de cliënten moest evenwel doorgaan. Er kwam verscherpt toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en er werd een regeling getroffen met de in onzekerheid verkerende medewerkers over hun salaris. Zij vroegen zich af of er banen gingen verdwijnen en of een doorstart mogelijk was. Die bleek mogelijk. Een deel van het werk is inmiddels overgenomen door zorgondernemer Loek Winter.

De grote vraag is natuurlijk wat er mis ging bij Zonnehuizen? Hoe zijn die schulden ontstaan? Wat heeft men ondernomen om een doorstart mogelijk te maken? Wie speelde daarbij een sleutelrol? Wat waren de uitdagingen, spanningen en dilemma’s? Sinds de wijziging van de financiering van de zorg, zijn er mogelijk meer faillissementen te verwachten.

Deze bijeenkomst is bestemd voor bestuurders, managers, beleidsmakers en professionals die willen leren van een organisatie die in onzekerheid verkeerde en op zoek moest naar oplossingen. U wordt van harte uitgenodigd mee te doen aan deze interactieve avond en uw eigen ervaringen te delen.’
Het gaat uit van Stichting Beroepseer. Op de website van de organisatie schrijft men ‘Over ons’:
‘Hoe kunnen we de trots en daarmee de kwaliteit in ons werk terugkrijgen? Dat is de centrale vraag die de Stichting BeroepsEer op de maatschappelijke en politieke agenda wil krijgen.

Het initiatief is geïnspireerd door het boek BeroepsZeer, waarom Nederland niet goed werkt (juni 2005, uitgeverij Boom), waarvan inmiddels de vierde druk is verschenen. Vooraanstaande auteurs als Geert Mak, Dorien Pessers en Ad Verbrugge beschrijven daarin een open wond in werkend Nederland. Professionals vinden dat zij te weinig waardering krijgen en lopen vast in logge regels en structuren. Wie stelt nog eer in zijn of haar vakmanschap? Waarom slagen bestuurders en managers er zo moeizaam in om de mensen van hun werkvloer te motiveren voor vernieuwing?

Uit het succes van het boek blijkt dat dit thema velen bezighoudt. Het is tijd voor een beweging van woorden naar daden. Het startschot van deze beweging is gegeven op de conferentie “Van BeroepsZeer naar BeroepsEer” van 7 april 2006 in Den Haag. Meer dan driehonderd mensen met alle mogelijke beroepen kwamen op de conferentie af: leraren, rechters, artsen, overheidsambtenaren, politie-agenten, een bibliothecaris, verpleegkundigen, een inspecteur van de volksgezondheid, zelfstandigen die net een eigen bedrijf waren begonnen, hoogleraren, psychologen en psychiaters.’
De tekst gaat nog verder, maar dat gedeelte laat ik even voor wat het is; ‘missie’ evenwel begint als volgt:
‘In Nederland is al decennia lang sprake van een enorme geringschatting van de deskundigheid op de werkvloer. In toenemende mate is gaan gelden dat functies hoger worden gewaardeerd naarmate deze daarvan verder afstaan. De kennis, motivatie en ervaring van de werknemers die het “echte werk” doen worden ondergewaardeerd en onderbenut. Dit heeft tot kaalslag en beroepszeer geleid. Dit is met name het geval in (semi-)publieke sectoren op de gebieden als veiligheid, onderwijs, zorg, welzijn en beleid. Het respect voor en zelfrespect van werknemers is ondermijnd door een bombardement van permanente reorganisaties, schaalvergrotingen en regels. Dat uit zich aan de kant van de dienstverleners in demotivatie, matige prestaties en een groot verloop. En aan de kant van de gebruikers in teleurstelling en agressie. En vervolgens in de voorspelbare roep om de klant tot koning te kronen.’
Ik ben benieuwd naar een verslag van deze bijeenkomst vanavond. Ondertussen kwam ik op deze website bij ‘Groepsblog’ onder de datum van 2 maart een niet-ondertekende tekst tegen met de titel ‘Wat kan de wereld van het Finse onderwijs leren?’ Dit is interessant in verband met ‘Charter school’ op 26 februari – overigens na ‘Zomer en zaaikalenders’ het meest gelezen bericht de afgelopen maand – waarin te lezen was:
‘Finland’s average scores on 2009 PISA tests – ranks them #3 in the world. The U.S. average scores equal rank #17.

The New York Times, in a December article, discussed highlights of a lecture given at a NYC private school by Dr. Pasi Sahlberg, Director General of the Centre for International Mobility and Cooperation in Finland’s Ministry of Education and Culture.’
Dezelfde Pasi Sahlberg komen we nu tegen op BeroepsEer:
‘Wat kan de wereld van het Finse onderwijs leren? Het is een vraag die leraren, schoolleiders en onderwijsdeskundigen zich herhaaldelijk hebben gesteld in de afgelopen decennia.

In zijn nieuwe boek Finnish Lessons: What Can the World Learn from Educational Change in Finland, beantwoordt Pasi Sahlberg de vraag uitgebreid. Hij doet dat ook op zijn blog. Daarop schreef hij op 16 januari 2012:

Ik concludeer, liever dan een reeks onderwijsomwentelingen op te noemen, dat het Finse onderwijsbeleid gebouwd is op periodieke verandering en op systemisch leiderschap*).  Beide worden bepaald door algemeen aanvaarde waarden en een gedeelde maatschappelijke visie die eigentijdse ideeën over duurzame onderwijshervorming weerspiegelen.

Belangrijk is dat de hoofdkenmerken van de ontwikkeling van een rechtvaardig, hoogwaardig onderwijsstelsel dezelfde zijn als die welke aan de basis liggen van de maatschappelijke en economische transformatie van Finland naar een verzorgingsstaat en een concurrerende kennismaatschappij.

Het is daarom moeilijk bepaalde hervormingen of innovaties, die als een drijvende kracht hebben gezorgd voor de stijging van het niveau en de kwaliteit van het Finse onderwijs, los van elkaar te zien.

Het is nodig de beleidsplannen breed te onderscheiden, en vooral hoe de verschillende beleidsplannen van de publieke sector verweven zijn met het onderwijsstelsel. Het is ook van belang te benadrukken dat, hoewel gezegd wordt dat Finland “een modelleerling” is in het luisteren naar de beleidsadviezen van internationale organisatie zoals het OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development ) en de Europese Unie, het Finse onderwijsstelsel weinig geïnfecteerd werd door wat men vaak noemt de “Global Education Reform Movement” of GERM. De reden daarvoor is duidelijk: de professionele kracht en de morele gezondheid van de Finse scholen.

GERM, begonnen in de jaren tachtig, is wereldwijd allengs uitgegroeid tot een onderwijshervormingsdogma binnen veel onderwijsstelsels, ook in de V.S., Engeland, Australië en sommige transitie-landen. GERM wordt vaak gepromoot door de belangen van internationale ontwikkelingsorganisaties en private ondernemingen met hun inmenging in nationale onderwijshervormingen en het maken van beleidsplannen.

Sinds de jaren tachtig zijn er wereldwijd tenminste vijf gemeenschappelijke onderwijselementen en hervormingsbeginselen gebruikt om te proberen de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en de problemen van de openbare onderwijsstelsels op te lossen:

1. De standaardisering van het onderwijs. Centraal voorgeschreven programma’s met voortdurend toetsen van leerlingen en leraren hebben wereldwijd geleid tot homogenisering van onderwijsbeleid. Ze beloofden standaardoplossingen tegen steeds lagere kosten ter verbetering van de kwaliteit en de effctiviteit op school.

2. Een tweede kenmerk van GERM is de nadruk op kerntaken van de school, met andere woorden, op lezen, schrijven, rekenen en wis- en natuurkunde. Dit gaat ten koste van andere vakken.

3. Het derde kenmerk dat wereldwijd makkelijk te onderscheiden is in onderwijshervormingen is het zoeken naar weinig risicovolle manieren om onderwijsdoelen te bereiken. Dat beperkt experimenteren en vermindert het gebruik van alternatieve, pedagogische benaderingen.

4. Het gebruik van corporatieve managementmodellen als voornaamste motor tot verbetering. In een proces waarin onderwijsbeleid en ideeën ontleend worden aan de zakenwereld, spelen nationale hegemonie en economisch profijt meestal een belangrijke rol, in plaats van morele doelen van menselijke ontwikkeling.

5. Invoering van een beleid van rekenschap afleggen door de school op basis van toetsresultaten en prestaties van leerlingen. Daardoor raakt de school onder invloed van werving, promotie en inspectie, en uiteindelijk van beloning of straffen van scholen en leraren. Succes of falen van scholen en leraren wordt vaak bepaald door standaardtoetsen en leraarbeoordeling door derden. Slechts een beperkt deel van de vakken komt in de toetsen voor en de bedoelingen van de leraar worden buiten beschouwing gelaten.

Geen van deze GERM-elementen is gebruikt in Finland.

Sahlberg besluit met de opmerking dat de beste manier om GERM-infecties te voorkomen is: leraren en schoolleiders goed voorbereiden op hun taken. De lessen van Finland helpen je de GERMs voor 99,9 procent te doden.

Referenties en links

*) Systemisch betekent dat verschijnselen gezien worden binnen de context waarin ze zich tonen en in relatie tot de geschiedenis waarmee ze samenhangen. Systeem denken houdt zich bezig met wederzijdse beïnvloedingen en niet met rechtlijnig oorzaak-gevolg denken.

Lees Pasi Sahlbergs blog op: www.pasisahlberg.com/blog. Voor de blog van 16 januari 2012 klik hier.

Info over het boek Finnish Lessons: What Can the World Learn from Educational Change in Finland, is te vinden op: www.finnishlessons.com

Website Pasi Sahlberg www.pasisahlberg.com

Lees ook de recensie van Diana Ravitch, research-professor Onderwijs aan de Universiteit van New York, over het boek Finnish Lessons in The New York Review of Books (8 maart 2012): Schools we can envy. Klik hier.

Jan de Lange, werkzaam geweest in het Amerikaanse onderwijs, schreef op 28 december 2011 op het blog van OVK – Onderwijs vraagt kennis – een bijdrage getiteld Nederland volgt de VS, de VS volgt Stalin, waarin hij schrijft hoe Nederland de gemaakte fouten van het Amerikaanse onderwijsstelsel braaf achterna gaat. Klik hier.

Pasi Sahlberg is te gast op het 17e Congres van de Algemene Vereniging van Schoolleiders – AVS – dat op 16 maart 2012 wordt gehouden in Nieuwegein. Titel van het congres is Lerend leiden – Leidend leren. Een verkenning van ontwikkelingskansen om met benutting van talenten en ervaringen tot optimale (team)resultaten te komen.

Sahlberg is een van de vier internationale gastsprekers. Titel van zijn lezing: Wat heeft Finland ons te zeggen... Voorafgaand aan de dag van het congres, op 15 maart 2012, geeft Sahlberg een Masterclass. Download door hier te klikken de brochure van het AVS congres.’
Niet alleen Finland scoorde hoog op de internationale PISA-test, ook Nieuw Zeeland. Zo blijkt uit een artikel van Deborah Nusche, zij is ‘Policy Analyst, Early Childhood and Schools Division, Directorate for Education’, in ‘“We do things differently here”: evaluation and assessment in New Zealand schools’ op 27 februari:
‘New Zealand’s consistent high performance in the OECD’s Programme for International Student Assessment (PISA) has sparked international curiosity about the ingredients of its success.

New Zealand’s education system is unique in many ways. It has probably gone furthest among OECD countries in allowing schools to run themselves. In turn, it’s not surprising that evaluation and assessment is very much in the hands of schools and their Boards, and the main policy focus has been to build their capacity to do this. Notably, student assessment relies strongly on the professionalism of teachers to assess and report on student learning. A new OECD report on evaluation and assessment in New Zealand schools provides in-depth information about the country’s unique approach to evaluating student, school and system progress.

What struck the review team most about New Zealand’s approach was the great amount of trust in the ability of students, teachers and schools to evaluate their own performance and engage in self-improvement. While international developments are closely followed, the global trend towards high-stakes accountability is not seen as a good option for New Zealand. Especially in primary education, there is a general consensus against national testing and the use of test results for school rankings.

To gather information on how the education system is doing overall, New Zealand relies on sample-based surveys that do not carry high stakes for individual students, teachers or schools. Instead of going further down the road of national assessments, New Zealand is investing in teacher capacity and guidance materials to help teachers make and report professional judgments about the learning of each student. The national agencies provide clear performance expectations and a set of nationally validated assessment tools to guide assessment practice. Teacher professionalism is also supported by well-established approaches to teacher appraisal and school self review. Both promote evidence-based inquiry and the use of assessment results by schools for accountability and improvement.

The New Zealand model has successfully avoided some of the potential negative effects of high-stakes testing such as curriculum narrowing, teaching to the test and assessment anxiety. It has helped communicate the message that assessment is an integral part of everyday teaching and learning rather than a one-off event at the end of the school year. Effective assessment is described by the Ministry of Education as a circle of inquiry, decision-making and transformation – in short, “a process of learning, for learning”.

While New Zealand has a lot to be proud of, the OECD report also identifies a range of challenges and provides recommendations for improvement. Policy priorities are to:
– Further develop and embed the National Standards within the evaluation and assessment framework
– Consolidate teaching standards and strengthen teacher appraisal
– Strengthen school collaboration and regionally-based support for schools
– Reinforce professional learning opportunities for teachers, school leaders and trustees
– Ensure that evaluation and assessment respond to diverse learner needs
– Enhance consistency of the overall evaluation and assessment framework

Links

OECD Reviews of Evaluation and Assessment in Education: New Zealand:
For more on OECD Reviews on Evaluation and Assessment Frameworks for Improving School Outcomes: www.oecd.org/edu/evaluationpolicy

The report was authored by Deborah Nusche, Dany Laveault, John MacBeath and Paulo Santiago’
Op het bericht ‘Super cool’ van dinsdag, met daarin ‘Absolventen von Waldorfschulen. Eine empirische Studie zu Bildung und Lebensgestaltung ehemaliger Waldorfschüler’, kreeg ik een reactie vanuit Nieuw-Zeeland met de tip om eens op de website van ‘The Research Institute for Waldorf Education’ te gaan kijken, en dan speciaal op de pagina met ‘Research from Waldorf Education’. Zo leer je nog eens wat.
‘The Research Institute for Waldorf Education is an initiative working on behalf of the Waldorf movement. It has received support and guidance from the Pedagogical Section of the School of Spiritual Science and financial support through the Association of Waldorf Schools of North America (AWSNA), the Midwest Shared Gifting Group and the Waldorf Schools Fund and The Waldorf Curriculum Fund.

The Research Institute was founded in 1996 in order to deepen and enhance the quality of Waldorf education, to engage in serious and sustained dialogue with the wider educational-cultural community and to support research that would serve educators in all types of schools in their work with children and adolescents.

The Research Institute has responded to the call for research as a top priority of the Waldorf movement by becoming a supporting organization of AWSNA and by co-sponsoring research projects with the Association.

We have supported research projects that deal with essential contemporary educational issues such as attention-related disorders, trends in adolescent development and innovations in the high school curriculum, learning expectations and assessment, computers in education, the role of art in education and new ways to identify and address different learning styles.

The Research Institute has sponsored colloquia and conferences that have brought together educators, psychologists, doctors, and social scientists. We have published a Research Bulletin twice a year for the last nine years, and we are developing and distributing educational resources to help teachers in all aspects of their work.’
Als ‘Supporting Members’ wordt de ‘Association of Waldorf Schools of North America’ opgevoerd:
‘East Bay Waldorf School – Emerson Waldorf School – Green Meadow Waldorf School – Haleakala Waldorf School – Halton Waldorf School – Hawthorne Valley School – Highland Hall Waldorf School – Honolulu Waldorf School – Merriconeag School – Pine Hill Waldorf School – Rudolf Steiner College – Rudolf Steiner School, NY – San Francisco Waldorf School – Santa Cruz Waldorf School – Santa Fe Waldorf School – Shining Mountain Waldorf School – Sound Circle Teacher Training – Summerfield Waldorf School – Sunbridge College – Toronto Waldorf School – Waldorf School of Baltimore – Waldorf School of Garden City – Waldorf School of Orange County’.
Van een aantal van deze hebben we de afgelopen tijd al kennis genomen. Ik heb de studies nog niet kunnen lezen, dus geef ik alleen de links met het materiaal door:
‘The following articles are available in pdf format.
Montessori and Steiner. A Pattern of Reverse Symmetries – Dee Joy Coulter, Ed.D.
Research on Waldorf Graduates in North America: Phase I. Research Institute for Waldorf Education – Faith Baldwin, Douglas Gerwin, and David Mitchell
Research on Waldorf Graduates in North America: Phase II Abstract. Research Institute for Waldorf Education – Douglas Gerwin, and David Mitchell
Alumni of German and Swiss Waldorf Schools. An Empriric Study On Education And Creative Living – appears in February 2007, published by VS-Verlag Wiesbaden
Why Are We Doing This to Our Children? The Consequences of High-Stakes Testing. A Working Draft
Assessment Without High-Stakes Testing. Protecting Childhood and the Purpose of School – David Mitchell, Douglas Gerwin, Ernst Schuberth, Michael Mancini, and Hansjörg Hofrichter
Seven “Myths” About the Social Participation of Waldorf Graduates – Wanda Ribeiro and Juan Pablo de Jesus Pereira
Where Did They Go? Analysis of former students, who graduated from class 12 at Rudolf Steiner schools in Gentofte, Herlev, Odense, and Århus, Denmark’
Tot slot van vandaag heb ik een aankondiging van ‘CAM Media.Watch’,
‘CAM Media.Watch ist ein Blog für Journalistinnen und Journalisten, die einen Blick hinter die Kulissen der wissenschaftlichen Erforschung von Naturheilverfahren, Komplementärmedizin sowie unkonventioneller Verfahren werfen wollen’,
geschreven door Claus Fritzsche op 5 maart, onder de titel ‘Kongress: Anthroposophische Medizin im wissenschaftlichen Diskurs. Samstag, 10. März 2012, 9-16 Uhr in Berlin’ (idioot trouwens dat hier weer de aloude verbastering ‘Michaela Glöckner’ in plaats van ‘Glöckler’ opduikt...):
‘“Anthroposophische Medizin im wissenschaftlichen Diskurs” lautet der Titel eines Publikumskongresses mit anschließender Pressekonferenz, zu dem PD Dr. med. Harald Matthes und Dr. med. Michaela Glöckner am 10. März 2012 ins Langenbeck-Virchow-Haus in Berlin einladen. Namhafte Experten aus der konventionellen Medizin und der Anthroposophischen Medizin gehen hier der Frage nach, welche Bilanz sich nach 10 Jahren Forschungsförderung ziehen lässt. Zu diesem Zweck werden wichtige Grundlagen der Anthroposophischen Medizin erläutert, Forschungsdaten vorgestellt und in einer Paneldiskussion kritisch diskutiert. Um 16.30 Uhr findet eine Pressekonferenz statt, im Rahmen der u.a. Prof. Dr. Peter Heusser, Dr. med. Gunver Kienle, Prof. Dr. Volker Diehl und Prof. Dr. Eckhart Hahn Rede und Antwort stehen.

Beliebt und kontrovers diskutiert

In repräsentativen Patientenbefragungen erreichen anthroposophische Kliniken regelmäßig Spitzenplätze (1). So bekamen Deutschlands große anthroposophische Kliniken beispielsweise im Rahmen der Patienten-Umfrage 2008 der Techniker Krankenkasse (TK) allesamt gute bis sehr gute Noten. Die Anthroposophische Medizin hingegen wird kontrovers diskutiert. Erst kürzlich sorgte ein Urteil des Bundessozialgerichts für Aufsehen, welches die Position des Gemeinsamen Bundesausschusses (G-BA) stützt, wonach Mistelpräparate ab sofort nur noch in der palliativen Krebstherapie auf Kassenkosten verordnet werden dürfen – nicht jedoch in der adjuvanten Krebstherapie (2). Interessanterweise war die Misteltherapie und der Stand ihrer wissenschaftlichen Evaluation nicht Gegenstand des Verfahrens (3) (4) (5). Ausschlaggebend für die negative Einschätzung des G-BA war die Frage, ob Mistelpräparate “als Therapiestandard” gelten (6). Kritische Beobachter fragen sich daher, ob es in dieser Kontroverse wirklich um den Nutzen der Kassenpatienten geht oder auch andere Motive eine Rolle spielen. Die Misteltherapie ist allerdings nur ein kleiner Teilbereich der Anthroposophischen Medizin und wichtige Grundlagen dieser Therapierichtung gewinnen auch in der konventionellen Medizin zunehmend an Bedeutung – wenn auch unter anderen Namen (z. B. Psychoonkologie). Lässt man die heute schwer vermittelbare Philosophie Rudolf Steiners einmal außen vor, so gibt es zwischen moderner Hochschulmedizin und Anthroposophischer Medizin in Wirklichkeit mehr Verbindendes als Trennendes.

Anthroposophische Medizin

“Der Mensch ist mehr als sein Körper. Und auch mehr als die Summe seiner Krankheitssymptome. Erst das Zusammenspiel von körperlichen, seelischen und geistigen Charakteristika macht die Individualität des Menschen aus – auch im Krankheitsfall.” Mit diesen Worten umschreibt der Dachverband Anthroposophische Medizin in Deutschland (DAMiD) e.V. (7) das Wesen einer ca. 90 Jahre alten therapeutischen Richtung, die fest in der konventionellen modernen Medizin verankert ist, diese jedoch um wichtige Aspekte ergänzt, die in unserer stark technisch-mechanistisch orientierten Medizin oftmals noch zu kurz kommen. Beispielsweise die Wechselwirkung von Körper und Psyche, die auch in der Mind-Body-Medizin (8) berücksichtigt wird, oder individuelle Aspekte von Gesundheit und Krankheit. Der Mensch ist schließlich kein technisch standardisierter Bio-Roboter. Es gilt vielmehr die Regel: “Was der Mehrheit der Patienten nützt, kann sehr wenigen äußerst gefährlich werden oder für eine große Minderheit unbrauchbar sein.” (9) Gesundheit und Krankheit werden in starkem Maße durch individuelle Aspekte beeinflusst. Das berücksichtigt die Anthroposophische Medizin.

Kongressprogramm:

09.00 Uhr Begrüßung – Dr. Michaela Glöckler / Prof. Dr. Andreas Michalsen
09.15 Uhr Aktueller Stand der akademischen Forschung in der Anthroposophischen Medizin – Dr. Helmut Kiene
09.45 Uhr Anthroposophische Medizin als Individualmedizin – Prof. Dr. Peter Heusser
10.15 Uhr Diskussion/Paneldiskussion – Prof. Dr. Eckhart Hahn
10.45 Uhr Kaffeepause
11.15 Uhr Der Organismusbegriff am Beispiel der Misteltherapie in der Onkologie – Dr. Gunver Kienle
11.45 Uhr Diskussion / Paneldiskussion – Prof. Dr. Volker Diehl
12.15 Uhr Der systemische Therapieansatz der Anthroposophischen Medizin am Beispiel der Versorgungsforschung. Daten und Fakten – PD Dr. Harald Matthes
12.45 Uhr Diskussion/Paneldiskussion – Prof. Dr. Andreas Michalsen
13.15 Uhr Mittagspause
14.15 Uhr Studenten- und patientenorientierte Ärzteausbildung in der integrativen und anthroposophischen Medizin – Dr. Friedrich Edelhäuser
14.45 Uhr Diskussion/Paneldiskussion – Prof. Dr. Gerhard Gaedicke
15.15 Uhr Aussprache im Plenum – Prof. Dr. Peter Matthiessen
15.45 Uhr Zusammenfassung/Ausblick – Dr. Michaela Glöckler
16.30 Uhr Pressekonferenz – Dr. Michaela Glöckler, PD Dr. Harald Matthes, Prof. Dr. Peter Heusser, Prof. Dr. Volker Diehl, Dr. Gunver Kienle, Prof. Dr. Eckhart Hahn

Organisatorisches:

Ort: Langenbeck-Virchow-Haus – Luisenstraße 58/59, 10177 Berlin
Zeit: Samstag, 10. März 2012, 9.00 Uhr bis 16.00 Uhr

Links zum Thema:

– State of the Art der Forschung –


– Pro & Contra –


Quellen:

Geen opmerkingen:

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)