Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

donderdag 7 januari 2010

Perikoop

Wie denkt dat Joep Eikenboom, na een heel rondje van een jaar perikopen gedaan te hebben, zou stoppen zo gauw hij weer bij dezelfde datum als in het begin zou uitkomen, namelijk 2 januari (zie ook 18 februari 2009, ‘Estomihi’) – nou, die heeft het helemaal mis. Want hij gaat stug door. Of beter gezegd, verder daar waar hij gebleven is. Zijn weblog mag hier zeker opnieuw gememoreerd worden (zie 5 april 2009: ‘Bewogen begin’, 12 april 2009: ‘Aardelicht’ en 21 mei 2009: ‘Recycling’), want er is geloof ik niemand anders die zo constant en volhardend elke week een stuk inhoudelijke antroposofie presenteert – in dit geval dus over de evangelieteksten die in de verschillende ‘Handelingen’ op de vrijeschool worden gebruikt. (Even afgezien van de andere weblog die hij verzorgt, die over ‘Audrey Mc Allen’s “The Extra Lesson”’, want dat gebeurt met dezelfde intensiteit; ik heb het alleen totnogtoe niet daarover gehad.)

Perikopen zijn trouwens geen antroposofische uitvinding, ze hebben een lange traditie (de katholieke kerk kent ze bijvoorbeeld ook). Maar de duiding ervan, dat is een ander verhaal. Daarbij kan antroposofie goede diensten bewijzen. En dat doet ze bij Joep Eikenboom.

Nu kan ik in dit verband mooi aansluiten bij wat ik op 26 december 2009 in ‘Geschiedenis’ allemaal uit- en overhoop haalde. Want zo mag je het wel noemen, als je de twee geboorteverhalen die met Kerstmis en Driekoningen (die feestdag was gisteren) samenhangen, zo in beeld brengt als Rudolf Steiner dat doet.

‘Nadat we in de kersttijd eerst het geboorteverhaal van Jezus uit het evangelie volgens Lucas hebben gehoord, daarna het geboorteverhaal uit het evangelie volgens Mattheüs en tenslotte op Epifanie de verschijning van het Christuswezen bij de Doop in de Jordaan, brengt de perikooptekst voor de 1e zondag na Epifanie de twee geboorteverhalen bij elkaar. Wat er in deze perikoop klinkt, luidt het begin in van de tijd van Jezus’ jeugd, waarover de evangeliën niets berichten.’

Zo schreef Joep Eikenboom gisteren, in ‘1e zondag na Epifanie’. Om verder te gaan met:

‘Het raadselachtige dat zich met de twaalfjarige Jezus in de tempel afspeelt, wordt door Rudolf Steiner op verschillende manieren belicht. In zijn Voordrachten over het evangelie volgens Lucas (GA 114) vertelt hij over de ziel (het astraallichaam) van het Lucas-Jezuskind’.

Volgt een citaat uit dat bewuste boek. Het mooie is dat hij daarna een passage weergeeft die (nog ) niet in een Nederlandstalige uitgave verkrijgbaar is; ik neem aan dat hij zelf voor deze vertaling heeft gezorgd:

‘In de cyclus Die Bhagavad Gita und die Paulusbriefe (GA 142) vertelt Rudolf Steiner meer over de ziel van dit Lucas-Jezuskind en spreekt daarna verder over het Ik van het andere kind’.

Volgt die passage. Dat is dan weer mooi meegenomen. Nog is zijn bijdrage van gisteren niet klaar:

‘Tijdens de voordracht cyclus Van Jezus tot Christus (GA 131) besteedt Rudolf Steiner de hele achtste voordracht aan de verschillen tussen de Jezuskinderen in het Lucas- en het Mattheüs-evangelie en de Doop in de Jordaan. De moeite van het lezen waard.’

Volgt een kort gedeelte. Merkwaardig is de titel die hij hier opgeeft. In het Nederlands luidt die toch echt ‘Wegen naar Christus’ en niet een letterlijke vertaling uit het Duits: ‘Von Jesus zu Christus’. – Maar nu is zijn bericht wel afgelopen. Voor het vervolg, of laat ik liever zeggen, het voorafgaande, kunnen we aanschuiven op 28 december 2009 bij het bericht ‘Nieuwjaar’:

‘In de ochtenden van 25 december (Kerstmis) tot 6 januari (Epifanie) komt de zon twaalf dagen om dezelfde tijd op, om daarna weer steeds vroeger boven de horizon te verschijnen. In de avonden is het al sinds 13 december Sint-Luciadag steeds langer licht, doordat de zon vanaf die dag al enigszins op een terugweg naar de zomer is begonnen.

Wanneer op 1 januari het nieuwe jaar is gekomen zijn er zes dagen voorbij sinds Kerstmis en op dit keerpunt halverwege de heilige nachten kunnen we al iets merken van de nieuwe frisheid die de Driekoningentijd kan brengen.’

Dat kunnen we herkennen van wat hier rond dezelfde tijd in ‘Geschiedenis’ aan bod kwam:

‘Sprak het Lucas-evangelie direct tot het gemoed – op een zelfs bijna kinderlijke manier –, het Mattheüs-evangelie ademt een heel andere sfeer. Dit andere geboorteverhaal volgens Mattheüs beschrijft de komst van de priesterwijzen uit het oosten. We mogen het lezen in het licht van wijsheid uit de Perzische mysteriën. De Griekse tekst gebruikt het woord “magi”. Zo werden bij de Perzen en Meden de geleerden in allerlei wetenschappen – voornamelijk in de wetenschap der hemelverschijnselen – genoemd.

Als schrijver van het eerste evangelie van het Nieuwe Testament sluit Mattheüs aan op de traditie van het Oude Testament. Het is alsof de samenstellers van het Nieuwe Testament met het Mattheüs-evangelie willen aanknopen bij de wijsheid en het denken dat in de ontwikkeling door het Joodse volk is opgenomen uit de cultuurcentra van Perzië, Babylonië en Egypte. Dit in tegenstelling tot het Lucas-evangelie dat qua stemming meer bij een Indische cultuurwijsheid (Boeddha) aanknoopt.’

Dit laatste aspect kwam de week tevoor, op 21 december 2009 in ‘Kerstmis’, ter sprake:

‘In de Kersthandeling wordt natuurlijk de perikoop uit het tweede hoofdstuk van het Lucas-evangelie gelezen met het geboorteverhaal van Jezus in de kribbe en aanbidding door de herders. Bij veel mensen leeft het niet in het bewustzijn dat het geboorteverhaal van Jezus met de herders en het geboorteverhaal met het bezoek van de Wijzen uit het oosten aan Bethlehem twee totaal verschillende verhalen zijn. De kerk lijkt ervoor gezorgd te hebben dat het gegeven van de verschillen tussen de twee geboorteverhalen voor het bewustzijn van de gelovigen is weggemoffeld, zodat er één geboorteverhaal van is gemaakt. Later zijn kritische godgeleerden er ook niet in geslaagd deze verschillen te verklaren. Hooguit zijn zij gekomen met bewijzen dat de geboorte van Jezus niet met historische feiten te verbinden is. Rudolf Steiner heeft erop gewezen welke gecompliceerde voorbereidingen er zijn voorafgegaan aan de geboorte van Jezus, die uiteindelijk het lichamelijke omhulsel van Christus wordt (zie ook de perikoop voor de Nieuwjaarsdag over de Drie Koningen).

Het geboorteverhaal volgens Lucas werkt het sterkst op het gemoed. Zoals we al eens eerder in deze notities hebben aangegeven, sluit het Lucas-evangelie aan bij de liefde- en medelijdenstroom, die door Boeddha aan de wereldontwikkeling is gegeven. Zoals alles in het Lucas-evangelie, moeten ook de herders op het veld gezien worden als representanten uit de mysteriestroom van Boeddha.’

Maar nu nog even terug naar de dag van gisteren, Driekoningen, en tegelijkertijd ook Epifanie: de doop van Jezus in de Jordaan door Johannes de Doper, als afsluiting van de periode van de twaalf heilige nachten tussen Kerstmis en Driekoningen. Afgelopen maandag 4 januari kwam Joep Eikenboom hier expliciet over te spreken in ‘Epifanie – 6 januari’. En sloot direct aan bij wat ik vandaag als eerste aanhaalde, namelijk over de jeugd van Jezus, oftewel zijn ‘onbekende jaren’. Maar ook over zijn volwassen leven is niets met zekerheid bekend:

‘Over de tijd in het leven van Jezus tussen zijn twaalfde en dertigste levensjaar is niets te vinden in de evangeliën. Rudolf Steiner heeft over enkele momenten mededelingen gedaan. In de buurt van de Esseeër-gemeenschap van Nazareth woonde een grotere gemeenschap van mensen, die handwerk en ambachten uitoefenden, waarmee zij voor de hele gemeenschap geld verdienden. Deze handwerkslieden reisden rond om hun vakmanschap in dienst van buitenstaanders te stellen. Ook Jozef behoorde tot deze groep. Men kan zich voorstellen dat Jezus als oudste zoon zijn vader Jozef op die reizen vergezelde en hielp. Zo moet Hij in zijn jongere jaren door het gebied van Galilea en de daaromheen liggende landstreken zijn getrokken.

In de in die omgeving liggende mysterieplaatsen moet Hij kennis hebben gemaakt met de cultische gebruiken, maar deze ontmoetingen betekenden voor Jezus van Nazareth een grote teleurstelling. Hij kwam uiteindelijk tot het besef dat de mensheid in onbeschrijflijke innerlijke verarming en vereenzaming verkeerde.

Drie geestelijke stromingen leerde Jezus kennen:

– Het Jodendom, dat in vroegere tijden de openbaringen van de goddelijke geestwereld had kunnen opnemen, was nu niet meer in staat daardoor geïnspireerd te worden. De lichamen van de Joden konden deze inspiratie niet meer opnemen. De Joodse schriftgeleerdheid was alles wat er van de oude inspiraties uit de tijden van Mozes en de profeten was overgebleven.

– Niet Joodse, zogenaamd heidense mysteriën waren eveneens totaal in verval geraakt. Daar werden niet de goede heidense goden in de offerplaatsen aanbeden, maar slechts demonen aangeroepen en opgeroepen. Jezus had op die plaatsen de grote nood en ellende van de mensheid kunnen ervaren.

– Ten slotte was Jezus tijdens zijn verblijf bij de orde van de Esseeërs tot het inzicht gekomen dat het voor het grootste deel van de mensheid niet mogelijk was iets van het diepste geheime weten van de Esseeërs te kunnen ervaren. Het gaan van een dergelijke strenge esoterische scholingsweg kon alleen nog maar in afzondering van de uiterlijke wereld. Andere mensen moeten daarvoor de prijs betalen. Zoals boeddhistische monniken hun geestelijk leven kunnen leiden door te bedelen, waardoor zij afhankelijk worden van mensen die afzien van dat geestelijk leven. Het bereiken van het hogere leven is op die manier dus niet voor alle mensen weggelegd, slechts enkelen kunnen het bereiken dankzij anderen. Daardoor is zulk streven altijd gebaseerd op een vorm van egoïsme. Dat alles vervulde Jezus met grote droefheid, die Hij in de tijd voor de Doop in gesprekken met Zijn moeder met haar deelde.’

Vervolgens wordt een aantal gedeeltes uit de voordrachten van Rudolf Steiner: Aus der Akasha-Forshung. Das Fünfte Evangelium (GA 148) weergegeven. Met name die in Kristiania op 3, 5 en 6 oktober 1913 (Kristiana heette begin twintigste eeuw zo; tegenwoordig kennen we die stad als Oslo). Maar ook hiervan bestaat al lang een Nederlandse vertaling (hoewel die inmiddels uitverkocht is): ‘Bijzonderheden over het leven van Jezus: uit het “vijfde evangelie”’ uit 1981 (derde, herziene druk 1998), in de vertaling van Mimi Macintosh, onder redactie van Wim Schuwirth:

‘De vier evangeliën zijn, evenals veel andere religieuze geschriften, ontstaan door openbaringen uit de geestelijke wereld. De evangelisten hadden langs helderziende weg toegang tot de sfeer die traditioneel wordt aangeduid als de akasha-kroniek, of het “wereldgeheugen”. Door verschillen in individuele aanleg biedt iedere evangelist een “keuze” uit het totaal van de gebeurtenissen, waardoor de evangeliën dezelfde voorvallen vaak verschillend weergeven terwijl andere helemaal niet worden vermeld. In het begin van de twintigste eeuw kon Rudolf Steiner op grond van eigen geesteswetenschappelijk onderzoek een aantal openbaringen brengen, die de nieuw-testamentische beschrijving van het leven van Jezus aanvullen en verdiepen. Met name over de onbekende jaren van Jezus de tijd tussen zijn twaalfde en zijn dertigste jaar, dus tussen de gebeurtenissen in de tempel en de doop in de Jordaan, worden belangwekkende en gedetailleerde mededelingen gedaan.’

In de recensie voor de openbare bibliotheken schrijft Maarten Ploeger:

‘In deze bundel verwoordt Rudolf Steiner gezichtspunten over het leven van Jezus, vanaf diens twaalfde jaar (de lering in de tempel) tot aan de doop in de Jordaan, op zijn dertigste jaar. Het zijn buitengewoon indrukwekkende beelden, die een pregnant licht werpen op de biografie van de mens Jezus, als voorbereiding op de werkelijke “Christuswording” in de Jordaan. Steiner ontleent deze beelden aan zijn schouwen in de zogenaamde Akashakroniek, de Kosmische Wereldherinnering. Noch vanuit de gangbare theologie, noch vanuit de reguliere geschiedschrijving is er over deze periode van achttien jaar overigens iets bekend. Het geheel staat – uiteraard – in het kader van Steiners antroposofische christologie. Dit gegeven, gecombineerd met het schouwende karakter van de mededelingen, vooronderstelt bij de lezer voorkennis van, c.q. affiniteit met esoterie. Voor degenen op wie dit van toepassing is, is deze bundel een kostbaar juweel; goed vertaald en plezierig leesbaar bovendien.’

Maar wie dit dunne boekje met vijf voordrachten niet heeft, kan dus heel goed bij ‘Perikopen notities’ terecht. Want dat is ondertussen een schatkamer geworden van alles wat te maken heeft met een dieper inzicht in de evangeliën.

woensdag 6 januari 2010

Werkplaats

Mijn voornemen dit jaar is om wat meer aandacht aan de vrijeschoolbeweging te besteden. Die kunnen dat best gebruiken, is mijn idee, meer en betere berichtgeving over wat daar gaande is. De vraag is natuurlijk wel hoe lang ik dit voornemen ten uitvoer zal brengen... Is de weg naar de hel niet geplaveid met goede voornemens? Maar goed, ik begin gewoon. Ten eerste heeft de Vereniging van vrijescholen op haar weblog een nieuw onderdeel van de afgelopen MichaëlConferentie geplaatst. De laatste keer dat dit gebeurde, heb ik op woensdag 11 november 2009 in ‘Pauper’ gemeld. Nu kondigt de website van de Vereniging van vrijescholen blij aan ‘Rede dr. Schieren – MichaëlConferentie 2009 online’:

‘Op de MichaëlConferentie 2009 zijn videoopnamengemaakt. Op ons weblog zijn de redes integraal te zien. De komende tijd zullen er veel meer video-, geluids- en beeldmateriaal gepost worden. Klik hier om naar het weblog te gaan.’

Die link leidt helaas niet naar de juiste plek (namelijk naar een bericht van die bewuste 11 november, dus dat schiet niet op). Dus daarom krijgt u hier de goede, eerst die van de weblog zelf, en verder deze van de ‘MichaëlConferentie 2009 – rede dr. Schieren’:

‘In deze post de volledige rede van dr. Schieren, Alanus Hochschule, Alfter bei Bonn, Duitsland. De rede is in het Duits, Nederlandse opname/podcast volgt.’

Je krijgt een zeer degelijke, Duitstalige antroposofische voordracht voorgeschoteld. Niet spectaculair in zijn beeldvorm, om het zacht uit te drukken. Maar de spreker staat er duidelijk op, is goed verstaanbaar en tussendoor krijg je ook beelden van het luisterende publiek in de zaal. De voordracht duurt slechts een half uur, en dat valt mee. Ik ben benieuwd wat de beloofde ‘Nederlandse opname/podcast’ zal inhouden: hetzelfde, maar dan met Nederlandse ondertitels?

Verder belandde ik vandaag puur toevallig op de website van de Stichtse vrijeschool in Zeist. De rector van de Stichtse Vrije School, Gijs van Lennep, kwam hier nog langs op 6 maart 2009 in ‘Levenslang’, naar aanleiding van de problemen op de Geert Groote School II in Amsterdam. En een bespreking van het proefschrift van Hilde Steenbergen door dezelfde Gijs van Lennep kon u op 8 mei 2009 vinden in ‘Significant’. Maar de absolute top kon ik melden op 5 mei 2008 in ‘Beste en slechtste scores’, waaruit bleek dat de Stichtse Vrije School bovenaan bij de eerste hoorde, en niet onderaan bij de laatste. Op 7 juli 2009 kwam in ‘Stormlopen’ al een aankondiging van de genoemde MichaëlConferentie aan de orde, maar ook eentje van een speciale internationale conferentie over ‘Social and Emotional education’ op de Stichtse vrijeschool. Als voorbereiders namens de Stichtse Vrije School worden daar genoemd Danielle van Dijk en Gijs Roeters van Lennep. Danielle van Dijk is bekend geworden door haar boek over ‘het Christusbewustzijn’.

‘Drs. Danielle van Dijk houdt zich al meer dan dertig jaar bezig met de esoterie. De antroposofie is haar grootste inspiratiebron. Vanaf 1975 is zij als docent verbonden aan de Stichtse Vrije School in Zeist, waar ze lesgeeft in Nederlands, (wereld) literatuur, filosofie en ethiek.’

Zo wordt zij beschreven op de website van Christofoor, haar uitgever. Van ‘Het Christusbewustzijn. Een moderne inwijdingsweg’ is in korte tijd al een tweede druk verschenen (het kwam uit in maart 2008). Dat boek wordt als volgt aangeprezen:

‘Milieuvervuiling, discriminatie en oorlogen; we lijken in een wereld te leven waar intolerantie en geld de boventoon voeren. In dit inspirerende boek vertelt Danielle van Dijk hoe wij kunnen bijdragen aan een wereld waar de liefde regeert. Namelijk door bij onszelf te beginnen. Zij beschrijft hoe wij een universeel bewustzijn kunnen ontwikkelen om aan deze nieuwe wereld bij te dragen. Dit bewustzijn noemt zij het Christusbewustzijn. Op een heldere manier beschrijft Van Dijk de mens Jezus, de kosmische Christus en de komst van Christus op aarde. Zij verbindt de inzichten van Rudolf Steiner met de de Nag Hamadi geschriften en de evangeliën van Maria Magdalena en Judas om tot een veelomvattend beeld van Christus te komen. Als wij Christus goed kennen, kunnen wij dit nieuwe bewustzijn ontwikkelen. Stap voor stap en door middel van oefeningen legt Daniëlle van Dijk uit hoe wij tot dit bewustzijn kunnen komen. Het Christusbewustzijn is een positief en inspirerend boek voor iedereen die wil bijdragen aan een tolerante en liefdevolle wereld.’

Nu kwam ik vandaag dus op de website van de Stichtse vrijeschool en vond daar, in het menu bovenaan onder ‘Nieuws’, de laatste ‘Stichter Berichter’ van het afgelopen jaar:

‘Het Stichter Bericht is nu ook via e-mail te ontvangen. Je kan je opgeven door een e-mail te sturen aan: stichterbericht@svszeist.nl
De overige ouders krijgen het Stichter Bericht via de leerlingen uitgereikt.
Je kan het Stichter Bericht ook downloaden door op één van de onderstaande links te klikken.’

Hier bovenaan staat die van december. Maar volg niet deze aanwijzing op de homepage:

‘De nieuwste Stichter Berichter staat op de website lees meer...’

Want daar vind je gek genoeg als laatste uitgave slechts die van november. Er ontbreekt er ook een heel aantal. – In de negen kantjes van die van december echter staat helemaal op het eind een mooi verhaal van een 3e jaars pabostudent aan Hogeschool Helicon, Wieke van de Hoek. Waarom dat verhaal daar staat, is mij niet helemaal duidelijk. Misschien omdat zij in Zeist stage heeft gelopen? Of gewoon om nieuwe vrijeschoolleerkrachten te werven? Hoe dan ook, zij beschrijft heel treffend, onder de titel ‘Pabo Hogeschool Helicon, méér dan gewoon een pabo’:

‘Toen ik als stagiair voor een klas met jonge kinderen stond en vroeg wat ze later wilden worden, hoorde ik naast piloot, brandweer en pappa, heel vaak juf of meester. De kinderen zijn kennelijk geïnspireerd geraakt door mijn verschijning voor de klas.

Jaarlijks schrijven studenten zich in op een Pabo, met het doel om uiteindelijk voor de klas te gaan staan. Toch stoppen vier van de tien studenten al na het eerste jaar. Waarom? Misschien omdat het romantische beeld van de juf of de meester, niet altijd overeenkomt met de werkelijkheid.

De realiteit is dat je als leraar voor een klas komt te staan met dertig kinderen die allemaal hun eigen wensen, dromen en willetjes hebben. En vaak zal hun wil niet overeen komen met jouw wil. Maar is dat niet juist prachtig?

In een klas kan een toekomstig bakker, dokter of architect zitten, en hopelijk ook een aantal juffies en meesters. Elk kind heeft zijn eigen mogelijkheden en kansen, dat is wat het onderwijs juist zo beweeglijk maakt.

Al deze verschillende kinderen hebben hun eigen benadering nodig en daarin is het vrijeschoolonderwijs uniek. Een leraar op de vrijeschool moet meer kunnen dan het geven van onderwijs aan de hand van een leerplan. De leraar moet zelf het onderwijs kunnen ontwerpen, waarbij aan de ene kant het leerplan en aan de andere kant de waargenomen leervragen en de benadering van de verschillende kinderen verwerkt worden. Het kunstzinnige element speelt hierin een essentiële rol.

Je rol als juf of meester wordt anders als je ieder kind zijn eigen onderwijs wilt bieden. Dan merk je dat een kind meer is dan rekenen, taal of topografie. Een kind heeft ook fantasie, een zin om te bewegen en de mogelijkheid om prachtige kunstwerken te maken. Dit is minstens zo belangrijk als het leren waar d of t geschreven moet worden.

Op de pabo van Hogeschool Helicon zijn wij dagelijks bezig om onderwijs te creëren waarin het gehele kind wordt aangesproken.

Om dit kinderen aan te bieden moeten wij als toekomstige leraren natuurlijk al deze verschillende gebieden eerst zelf goed beheersen. Wij moeten kunnen zingen, tekenen, rekenen, schilderen en verhalen vertellen. Je wordt een soort kunstzinnig manusje-van-alles.

Je leert een verhaal zo beeldend te vertellen, dat het kind het verhaal als een film voor zich ziet. Je leert hoe je prachtige bordtekeningen moet maken en hoe je op de befaamde lerarenmanier moet schrijven. Je leert hoe je een canon moet inzetten, de maat moet slaan en hoe je je eigen stem kunt beheersen.

En dan komt er een tijd dat dit allemaal in praktijk gebracht mag worden: de stages. Door de jaren heen merk je dat je steeds een stapje verder komt.

Ik beleef een klas kinderen als een spiegel, als je ervoor staat word je je ongelooflijk bewust van jezelf. Wat doe ik met mijn handen? Waarom zeg ik steeds zeg maar? Het is echter heel erg leuk om te merken dat de kinderen jouw zelfverzekerdheid ook spiegelen. En die zelfverzekerdheid krijg je door simpelweg te oefenen. Door elke keer weer je grens te verleggen en nieuwe uitdagingen aan te gaan.

Opeens zie je dan, dat wat je in het eerste jaar van de opleiding onmogelijk leek, wel lukt. Waar je eerst vijf minuten, naar je schoenen starend, een verhaal hebt verteld, verzorg je nu hele lesdagen. Je ziet de kinderen met zelfvertrouwen een staartdeling doen, een moeilijk driestemmig lied zingen of alle provincies van Nederland opnoemen met hoofdsteden. Dat is een geluksmoment. Dan wordt voor mij het romantische beeld van De Juf realiteit.’

En ik vond op bladzijde 6 van dit nummer ook deze ‘Ingezonden mededeling’, met een nogal schreeuwerige opmaak in Amerikaanse stijl:

‘Meditatiewerkplaats: Het Christusbewustzijn, januari-maart 2010

Op zaterdag 9 januari 2010 start er een nieuwe meditatiewerkplaats over het Christusbewustzijn.
Plaats: Stichtse Vrije School, Socrateslaan 24, Zeist
Tijd: Vijf zaterdagochtenden van 9.45-12.15 uur en twee lezingen*)

De meditatiewerkplaats is bedoeld voor iedereen die een innerlijke ontwikkelingsweg wil gaan, gericht op een liefdevol en hoger bewustzijn. Naast de basisoefeningen van Rudolf Steiner voor het denken, voelen en willen, worden er oefeningen gegeven voor het vergroten en richten van de bewustzijnsziel. De Rozenkruismeditatie van Rudolf Steiner en een Christusmeditatie worden geoefend. De werkplaats is gebaseerd op het gedachtegoed van Rudolf Steiner, de antroposofie.

Het boek: ‘Het Christusbewustzijn; een moderne inwijdingsweg’ van Danielle van Dijk vormt het uitgangspunt voor deze meditatiewerkplaats. Voor meer informatie over het boek, zie: www.christofoor.nl

Danielle van Dijk, docent Nederlands, literatuur en filosofie op de Stichtse Vrije School en Christa van Kan, kunstzinnig therapeute en eveneens docent op de Stichtse Vrije School, zullen deze werkplaats geven.

Tijd: Vijf zaterdagochtenden van 9.45-12.15 (koffie en thee vanaf 9.30 uur):
Zaterdag 9 januari 2010, 23 januari, 13 februari, 6 maart en 20 maart
Kosten voor de cursus en de lezingen: 75 euro, inclusief koffie, thee en koekjes’

Dat heeft wel wat weg van de meditatiewerkplaatsen, waarover ik op 27 december 2009 in ‘Inertie’ meldde, in het kader van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap van de Antroposofische Vereniging:

‘Sinds 2004 organiseert de Algemene Sectie z.g. meditatiewerkplaatsen voor leden en beroepsbeoefenaren in antroposofische werkgebieden. In deze werkplaatsen wordt de specifieke antroposofische benadering van mediteren en de voorbereiding daarop behandeld. Dit gaat in de vorm van gesprek en kunstzinnige verwerking, met name door euritmie, en door uitwisseling van ervaringen, alles ter ondersteuning van de individuele meditatieve activiteit in de eigen omgeving.’

Spirituele werkplaatsen zijn in tegenwoordig. Je vindt ze overal. Maar blijkbaar ook op de Stichtse vrijeschool. Geen wonder, als een juf deze geeft die daar al 35 jaar werkt. Deze speciale werkplaats slaat blijkbaar aan, gezien de verkoop en belangstelling. Er is vast behoefte aan. En is een vrijeschool immers niet ook een werkplaats?

dinsdag 5 januari 2010

Heiligen

Het is zaterdagavond 4 april 1981. Buiten wordt het donker. Binnen zit een groep van circa twintig jonge mensen. Tussen hen zitten ook twee oudere mensen. De oudste van hen vertelt vanavond zijn levensverhaal. Hij heeft een markante, bijna vierkante kop met korte haren. Maar absoluut niet onvriendelijk. Eerder open, en toch beslist. Hij vertelt heel rustig over zijn leven, maar tegelijk ook heel intens, zodat de verschillende gebeurtenissen des te meer nadruk krijgen. Iedereen hangt ademloos aan zijn lippen.

Kijk je van buiten, vanaf het grasveld, langs de bomen door de ramen naar binnen, dan valt niet zo op dat de ruimte eigenlijk behoorlijk groot is. Het gebouw doet een beetje denken aan een boerderij, maar dat is het niet. Er is binnen geen felle verlichting, zodat het licht bescheiden naar buiten schijnt op het pad dat langs de ramen loopt. De vrij hoge ruimte wordt maar voor een klein deel bezet door de aanwezigen. Zij hebben zich in een kring opgesteld. Er is ook een open haard. Behalve wat meubilair is er verder vrij weinig om de ruimte op te vullen. Toch voelt die behoorlijk gevuld aan. Maar dat moet komen door wat zich daar afspeelt. Dat verhaal, die indrukwekkende biografie. Indrukwekkend ook door de manier waarop deze verteld wordt.

We bevinden ons op Land en Bosch in ’s-Graveland, het landgoed van de Christengemeenschap, waar van vrijdagavond tot zondagmiddag een conferentie voor jongeren wordt gehouden. Het thema is dit keer: wat is mijn taak op aarde? De geestelijke die de leiding van de conferentie heeft, is Peter Joachim Knörrich, oorspronkelijk uit Duitsland afkomstig. Hij beheerst het Nederlands goed, maar moet daar wel zichtbaar moeite voor doen. De oudere man die uit zijn leven vertelt, en die daar geen moeite mee heeft, de zinnen stromen soepel uit zijn mond, is Jan de Bats, geestelijke te Rotterdam. Hoe heeft hij zijn taak op aarde gevonden, is de onderliggende vraag, die hij op deze manier onnadrukkelijk beantwoordt. Hij vertelt niet met heiligheid, ook niet over heilige dingen, maar in feite juist over heel gewone, die echter op deze manier als het ware heilig worden.

Wanneer je voor het eerst in je leven, een week voordat je 21 jaar wordt, zoiets meemaakt, zo’n verhaal hoort, dan maakt dat een onuitwisbare indruk.

Vandaag lees ik in de krant een overlijdensadvertentie:

‘Zondag, in de kerk waarmee hij zo verbonden is, heeft mijn zorgzame man, onze lieve vader, schoonvader en grootvader, plotseling het aardse leven verlaten.

Johannes Hendrik Willem de Bats
Jan/Jan Willem
Emeritus geestelijke van de Christengemeenschap
Batavia, 11 januari 1931 – Rotterdam, 3 januari 2010’

‘Er is gelegenheid tot afscheid nemen op woensdag 6 januari vanaf 10.45 uur in de kerk van de Christengemeenschap, Lumeystraat 33 te Rotterdam, na afloop van de Mensenwijdingsdienst die begint om 9.30 uur.’

Morgen is het 6 januari, de dag van Driekoningen, en ook van Epifanie, de doop van Jezus in de Jordaan door Johannes de Doper. De begrafenis is twee dagen later, op vrijdag 8 januari. – Ik ben op zoek geweest of ik wat meer gegevens over Jan de Bats kon vinden, maar bijvoorbeeld het nummer van kwartaaltijdschrift ‘In beweging’ met daarin een portret van de gemeente van de Christengemeenschap te Rotterdam (van Michaël 2003) kan ik niet terugvinden. Daarin moet zeker iets over hem staan. Ik zoek ook op de website van de Christengemeenschap, maar zie daar uiteraard niets wat hierbij dienstig zou kunnen zijn. Wel valt me nu op dat deze website voor een deel al flink is aangepast en gemoderniseerd. Het laatst schreef ik erover op 20 mei 2009 in ‘Kerken’. Dit is meteen een gelegenheid om er opnieuw aandacht aan te besteden. Want wat dacht u van een zeer bij de tijdse ‘FAQ’? Die zou je toch niet zo gauw verwachten bij de Christengemeenschap, een lijst met ‘frequently asked questions’. Ook niet de zeer duidelijke antwoorden op deze vragen:

‘Is de Christengemeenschap een kerk voor antroposofen?
Nee, de Christengemeenschap is een kerk voor iedereen die aansluiting vindt bij de liturgie. Je hoeft geen antroposoof te zijn om lid te kunnen worden.

Ben je als je gedoopt bent in de Christengemeenschap automatisch lid van deze kerk?
Nee, je wordt pas lid als je daartoe zelf de wens te kennen hebt gegeven.

Hoe word je lid?
Na een oriëntatieperiode kun je besluiten lid te worden. Hieraan gaat een aantal gesprekken met een geestelijke vooraf. Dit wordt over het algemeen afgesloten met een biechtgesprek en deelname aan de mensenwijdingsdienst en communie. Hierna word je opgenomen in de ledenlijst.

Mag je ook al ben je geen lid van deze kerk aan de communie (avondmaal) deelnemen?
Ja, iedereen mag deelnemen aan de communie die dat voor zichzelf verantwoorden kan, ook als je zelf aangesloten bent bij een andere kerk. Er wordt principieel geen uitzondering gemaakt.

Ik ben geen lid. Kan mijn kind toch in deze kerk gedoopt worden?
Ja, in principe wel. De geestelijke van desbetreffende gemeente zal echter graag hierover in gesprek willen komen.

Ik ben ooit gedoopt in deze kerk. Hoe kom ik aan een doopcertificaat?
Dit kun je opvragen in de gemeente waar je gedoopt bent.

Erkent de Christengemeenschap de doop van andere kerken?
Ja, de Christengemeenschap erkent de doop van andere christelijke kerken.

Wordt de doop erkend door de andere kerken?
Nee, de andere traditionele kerken erkennen onze doop helaas niet. Hierover wordt nog steeds gediscussieerd met jammer genoeg weinig vooruitgang. Maar we hopen toch in de toekomst hierover tot overeenstemming te komen met de andere kerken.

Hoe staat deze kerk tegenover abortus en euthanasie?
De Christengemeenschap als kerk heeft geen eenduidig standpunt ten opzichte van abortus en euthanasie. Maar de problematiek rondom deze zaken komt wel regelmatig aan de orde in de gemeenten in lezingen en gespreksbijeenkomsten e.d.. Er kan open over gesproken worden. Ook kun je je tot een geestelijke wenden voor persoonlijk advies en begeleiding omtrent deze zaken.

Hoe staat deze kerk tegenover homoseksualiteit?
Binnen de Christengemeenschap wordt de seksuele geaardheid beschouwd als de privé- aangelegenheid van ieder mens. De kerk heeft daarom geen speciale mening over homoseksualiteit. Zowel bij de leden als binnen de priesterkring komt homoseksualiteit voor.

Kan een homopaar trouwen in deze kerk?
Het sacrament van de huwelijkswijding in de Christengemeenschap is specifiek gericht op het samenleven van een vrouw en een man. Daarom is het niet toepasbaar op de verbinding van twee mannen of twee vrouwen. Wel worden af en toe, op vraag van leden die een dergelijke verbinding aangaan, liturgische vieringen gehouden die als “zegen” voor de verbinding worden ervaren. Een vaste vorm hiervoor bestaat niet; elk individueel geval wordt op de bij de situatie passende wijze vormgegeven.

Hoe verhoudt de Christengemeenschap zich tot de oecumene?
De Christengemeenschap beschouwt zich als een kerk onder de kerken. Zij is een open kerk. Zij erkent de doop van de andere kerken en iedereen is welkom deel te nemen aan de mensenwijdingsdienst (eucharistie) en de communie. Voor kinderen tot veertien jaar is een speciale kinderdienst.’

Maar ook de openingspagina heeft deze weldadige duidelijkheid. Die begint wel een beetje plompverloren, alsof het echte begin ontbreekt. Dat is dan weer iets te veel van het goede. Want meteen onder de titel ‘De Christengemeenschap, Beweging tot religieuze vernieuwing’ en het opschrift ‘Korte geschiedenis’, volgt dit:

‘Na de eerste Wereld Oorlog volgt een periode van heroriëntering zowel op maatschappelijk als religieus gebied. In dit klimaat richt zich een aantal studenten tot Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie, met de vraag naar religieuze vernieuwing. Dit wordt concreet als Friedrich Rittelmeyer, een bekend theoloog en predikant in die tijd, zich verbindt met het initiatief. Met hulp van Rudolf Steiner ontstaan nieuwe vormen van de traditionele zeven sacramenten. Verspreid over een aantal dagen voltrekt Friedrich Rittelmeyer, in aanwezigheid van Rudolf Steiner, de verschillende delen van de mensenwijdingsdienst. Zo wordt de eucharistie of eredienst van de Christengemeenschap genoemd. Als stichtingsdatum geldt de dag waarop dit alles voltooid is: 16 september 1922.

Nu telt de Christengemeenschap ruim 300 gemeenten in 32 landen, verspreid over alle werelddelen.

Algemeen

De Christengemeenschap heeft tot doel de voortgaande ontwikkeling van het christendom te dienen. Ze sticht en onderhoudt daartoe gemeenten, die zelfstandig functioneren. Gewijde priesters, geestelijken genoemd, voltrekken de zeven sacramenten en verrichten andere cultische handelingen zoals de zondagsdienst voor de kinderen en het uitvaartrituaal. Zowel mannen als vrouwen kunnen tot priester gewijd worden.

De Christengemeenschap kent geen zogenaamde leerregels. Geloven op gezag past niet in deze tijd. De mensen beleven ieder individueel hun spiritualiteit en zoeken daar een vorm voor. Vrijheid dus onder eigen verantwoordelijkheid. Er is wel een zogenaamd credo van de Christengemeenschap, maar dit dient meer als leidraad in het geloofsleven dan als een traditionele geloofsbelijdenis.

Ook kent de Christengemeenschap geen uniforme theologie. Geloofsreflectie vindt plaats in onderlinge samenspraak, in cursussen en werkgroepen. Het is één van de taken van de geestelijke de geloofsoriëntatie te begeleiden.

Het gemeenteleven wordt verzorgd door geestelijken en leden in onderlinge samenwerking.

In de rubriek literatuur treft u een overzicht van boeken aan waarin verder wordt ingegaan op de achtergronden van de Christengemeenschap en van de diensten.
Verdere informatie kunt u verkrijgen in een plaatselijke gemeente van de Christengemeenschap.
Voor informatie over de jeugd- en kinderkampen van de Christengemeenschap kunt u gebruik maken van de doorkiesmogelijkheid.
Voor verdere informatie over de Christengemeenschap als internationale beweging kunt u gebruik maken van de website van de Foundation Christian Community (international): www.christengemeinschaft.org.’

De in de tekst genoemde links bevinden zich ook boven in een apart menu met sacramenten, antroposofie en credo. Die omschrijvingen zijn ook heerlijk om te lezen, zo kort en helder als ze zijn:

‘De sacramenten
De zeven sacramenten van de Christengemeenschap lijken op die van de rooms-katholieke en oosters-orthodoxe kerken, maar in een vernieuwde vorm. Ze begeleiden het leven van de geboorte tot aan het overlijden.
– Doop
– Jeugdwijding
– Mensenwijdingsdienst (eucharistie)
– Biecht
– Huwelijkswijding
– Priesterwijding
– Stervenswijding

De Christengemeenschap en de antroposofie
De antroposofie is een levensbeschouwing en de Christengemeenschap is een kerk. Dit zijn wezenlijk verschillende dingen. Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, heeft er verscheidene malen op gewezen dat de antroposofie geen vervanging is voor religie. Maar gezien de ontstaansgeschiedenis van de Christengemeenschap spreekt het voor zich dat de antroposofie een bepaalde rol speelt. Ze vormt de inspiratiebron voor bijvoorbeeld veel gezichtpunten omtrent de religieuze opvoeding van kinderen, voor de uitleg van de bijbel en christologische onderwerpen. De antroposofie wordt meegedragen, maar is in principe niet alles bepalend. Zoals eens een geestelijke zei: “De antroposofie moet omgedacht en in beweging gebracht worden”. Anders gezegd; wordt het gedachtegoed van de antroposofie een dogma, een vastomlijnd geloofsartikel met betrekking tot de christelijke geloofswaarheden, dan zit er geen beweging meer in en wordt de individuele vrijheid beknot. En dit past niet binnen de Christengemeenschap.

Het credo
Het credo (Latijn: ik geloof) in de Christengemeenschap heet weliswaar zo naar traditioneel gebruik, maar begint niet met de woorden “ik geloof”. De bewoording is algemener en ruimer van opzet dan men van een geloofsbelijdenis gewend is. De tekst heeft een beschrijvende vorm. Het sluit aan bij het oude apostolicum, maar dan in een nieuwe formulering.
Verder lezen: Het Credo in de Christengemeenschap, Jan van Dreven/Siegwart Knijpenga, Uitgeverij Christofoor, 2000’

Zo gewoon, in gewone taal, kun je dus het leven heiligen.

maandag 4 januari 2010

Bankier

Het blijkt dat ik het hier pas één keer over Wim Scherpenhuijsen Rom heb gehad. Namelijk op maandag 24 november 2008 in ‘Advertentie’. Dat was in het kader van een uitvoerig artikel van Albert Hollander over Triodos Bank. Daarin zei Rudolf Mees, voormalig bestuurslid van NMB en ING, over deze nieuweling in de bankwereld:

‘“Om de oprichting van de bank te realiseren voerden Wim Scherpenhuijsen Rom en ik gedurende een periode van twee jaar besprekingen met De Nederlandse Bank (DNB). Wij werden welwillend ontvangen en op grond van de persoonlijke reputatie die wij beiden hadden in de bancaire wereld gaf DNB ons vertrouwen. Wel suggereerde DNB aanvankelijk in plaats van een volwaardige handelsbank een coöperatie of vereniging op te richten, die zich specifiek zou richten op antroposofische instellingen.” Mees was in die tijd voorzitter van de Werkgeversvereniging voor het Bankbedrijf, Scherpenhuijsen Rom voorzitter van de Nederlandse Bankiersvereniging.’

Tegen dat idee hebben zij zich met succes verzet. – Vandaag staat op de website van Management Scope een uitvoerig artikel van Frederick van Melle met de titel ‘Bankier met fatsoen’. Die bankier is Wim Scherpenhuijsen Rom:

‘Ze waren de smaakmakers van het Nederlandse bedrijfsleven. Dit keer Wim Scherpenhuijsen Rom, de topbankier die de NMB tot een wereldspeler maakte.

Hij is waarschijnlijk de enige bankier met een architectonische prijs op zijn schoorsteenmantel. Wim Scherpenhuijsen Rom kreeg de prijs als opdrachtgever van het NMB-hoofdkantoor uit 1987, dat tegenwoordig bekend staat als “Het zandkasteel”. Maar hij zou de prijs ook verdienen voor het creëren van bankconglomeraat Internationale Nederlanden Groep (ING), dat in 1991 ontstond uit een fusie van het twee jaar eerder samengekomen NMB/Postbank met de verzekeraar Nationale Nederlanden. Hij was de eerste bestuursvoorzitter van de nieuwe bank, maar enkele negatieve publicaties in de media zouden hem na enkele maanden al doen besluiten om op te stappen.’

‘Het zandkasteel’ is uiteraard het ontwerp van Alberts en Van Huut voor een enorm organisch bankgebouw. In een passage met als opschrift ‘Antroposofie en de toekomst’ komt dit aspect ook ter sprake:

‘Scherpenhuijsen Rom was een man met meerdere gezichten. Zo was hij getrouwd met de wereldberoemde Amerikaanse operazangeres Arleen Augér, met wie hij twee kinderen kreeg. Hij was een gepassioneerd liefhebber van reizen en muziek en werd van 1983 tot 1988 voorzitter van de vriendenvereniging van het Concertgebouw. Van hem is bekend dat hij werd beïnvloed door de antroposofie, waar zijn moeder hem in zijn jeugd mee in aanraking had gebracht. In interviews zei hij hierover: “Als je levensopvatting je een bepaald inzicht geeft hoe de wereld in elkaar zit, respectievelijk een zekere rust geeft, dan is dat een hulpmiddel bij wat je moet doen.” Het eerder genoemde nieuwe hoofdkantoor van de NMB van architectenbureau Alberts & Van Huut werd gebouwd als een soort ode aan het antroposofische gedachtegoed.’

Maar het artikel gaat uiteraard over zijn benadering van bankzaken. Voordat de ingewikkelde geschiedenis van de opkomst en ondergang van de NMB en Scherpenhuijsen Rom wordt verteld, wordt eerst zijn ‘Prototype bankier’ geschetst:

‘Als eindverantwoordelijke gedroeg hij zich als het prototype bankier: keurig en zakelijk, enigszins kleurloos en altijd met enige afstand. Ook binnen de NMB was hij geen primus inter pares, maar eerder iemand die alles vanuit de hoogte overzag. Hij kende zijn bedrijf van binnen en buiten, vooral omdat hij zijn rapporten altijd zorgvuldig las. Op de werkvloer was hij niet zo vaak te vinden en van discussies tijdens vergaderingen hield hij niet. Het liefst sloot hij de gewenste uitkomst vooraf kort met de belangrijkste spelers. Het typeerde hem dat hij op bedrijfsfeestjes vaak alleen stond. Deze aspecten droegen ertoe bij dat hij binnen en buiten de NMB al snel een aura kreeg van oerdegelijk bankier. Hij werd het symbool van “vleesgeworden onkreukbaarheid”. Zelf beschouwde hij dit als een voorwaarde voor iemand in zijn functie en hij drukte zijn werknemers altijd op het hart dat zij het vertrouwen in de bank niet met hun gedrag moesten beschamen. “Kom je eenmaal in opspraak in deze branche, dan kun je jezelf achteraf niet verdedigen,” was een bekende uitspraak van hem. In een interview zei hij later: “Natuurlijk, bankiers moeten zich netjes gedragen. Het komt op je eigen instelling en moraliteit aan.”’

Dezelfde geschiedenis was een jaar of zeventien geleden ook onderwerp van het boek van Marcel Metze, ‘De geur van geld’ uit 1993:

‘De laatste jaren is het Nederlandse bankwezen in opspraak geraakt door affaires, die onder meer leidden tot het gedwongen vertrek van een reeks directeuren van de ING Bank (voorheen NMB/Postbank). Ze vormden de apotheose van tumultueuze ontwikkelingen. Vooral na de crisis van 1981-1982 beseften de grote banken – nu bijeen in ING Bank en ABN-Amro – dat ze niet langer konden leven van rente alleen. Ze stortten zich op zaken als valutahandel, fusies en beursoperaties. Dit creëerde een nieuw type bankier: snel, ondernemend, ook zelf niet ongevoelig voor de geur van geld. Na Wall Street kreeg ook Nederland te maken met vermenging van belangen, handel met voorkennis en persoonlijke verrijking. Dit alles speelde zich af onder de ogen van De Nederlandsche Bank, die pas laat wakker schrok, maar toen dan toch genadeloos toesloeg en de nieuwe bankiers terugfloot. Een relaas over winsten en verliezen, eerzucht, macht, wantrouwen, successen en catastrofes.’

De hoofdfiguur in dit boek is eigenlijk Wim Scherpenhuijsen Rom. Dat leert alleen al de inhoudsopgave (ik heb steeds de stukjes met zijn naam eruit gehaald).

Uit ‘Deel 2. Door het dal
Op een hellend vlak’:

‘Terug naar 1977: NMB-voorzitter Wim Scherpenhuijsen Rom gaat in het onroerend goed samen met zijn klant Jarino’

‘Jan van Rijswijk, NMB’s troubleshooter, redt zijn baas Wim Scherpenhuijsen Rom uit diens persoonlijke “onroerend goed crisis”.’

Uit ‘Deel 3. Smalle marges
De droom van Wim Scherpenhuijsen Rom’:

‘Het afstandelijk leiderschap van de ambitieuze NMB-voorzitter’

‘Wim Scherpenhuijsen’s grootse visies: een sterke thuisbasis, expansie in het buitenland.’

Uit ‘Deel 5. De fusiegolf
De macht van het getal’:

‘Wim Scherpenhuijsen Rom geeft het startschot voor de fusiegolf’

‘Scherpenhuijsen Rom en Postbank-voorzitter Godfried van der Lugt, ingehouden antroposoof en bourgondisch opgewonden standje, beginnen een verstandshuwelijk’

Uit ‘Deel 5. De fusiegolf
In de greep van de koorts’:

‘fase drie van de droom van Scherpenhuijsen Rom: de poging tot overname van de Belgische Bank Brussel Lambert (BBL)’

‘tegelijkertijd ondermijnen affaires rond privé-beleggingen de sfeer in de top van NMB Postbank en loopt de spanning tussen Scherpenhuijsen Rom en Van der Lugt op’

Uit ‘Deel 6. De Postbank-coup
Het einde van de NMB’:

‘september 1992: De Volkskrant brengt het oude verhaal over de onroerend goed belegging van Wim Scherpenhuijsen Rom’

‘een fataal gesprek met De Nederlandsche Bank, waardoor Scherpenhuijsen Rom de steun van zijn president-commissaris verliest’

‘de schepper van de ING Groep ten val’

Een recensie door Wabe van Enk van dit boek in NRC Handelsblad verscheen op 9 november 1993 onder de titel ‘Metze schetst machinaties banken in “De geur van geld”; Hoe ING zijn NMB’ers verloor’. Daarin staat onder meer over Scherpenhuijsen Rom:

‘De apotheose van de NMB-affaire kwam in september 1992, toen deze krant een brief publiceerde waaruit bleek dat Scherpenhuijsen Rom wist van de privé-handel van Soetekouw [bestuurslid van eerst NMB, daarna ING, MG] en vrijwel tegelijkertijd een verhaal in De Volkskrant verscheen over privé-beleggingen van Scherpenhuijsen Rom in vastgoed van Jarino, eind jaren zeventig.

“Witteveen en Choufoer (commissarissen van ING, WvE) komen na urenlang vergaderen tot de slotsom dat in het Volkskrant-artikel geen enkel nieuw feit boven tafel is gekomen. Aangezien het dossier-Jarino indertijd door De Nederlandsche Bank is bekeken, met als eindoordeel ‘geen consequenties’, zien ook zij geen reden waarom Scherpenhuijsen Rom daarvoor nu alsnog zou moeten aftreden.” Choufoer gaat met vakantie in de overtuiging dat De Nederlandsche Bank het wel met de commissarissen eens is.”

Dan schetst Metze dat DNB-directeur Wellink de ING-commissarissen op de hoogte brengt van niet eerder bekende aantekeningen over het dossier Jarino, zonder eruit te citeren of ze te lezen te geven, waaruit blijkt dat er toch mogelijk een onzuiverheid was bij de afwikkeling. Wat die onzuiverheid was wordt de lezer niet duidelijk.

Commissaris Witteveen was verrast door de uitlatingen van Wellink: “Tijdens het gesprek met Witteveen herhaalt Scherpenhuijsen Rom zijn standpunt dat de Jarino-kwestie een oude zaak is, die correct is afgewikkeld – hetgeen DNB indertijd niet heeft bestreden. Als echt tot hem doordringt dat hij niet langer op Witteveen steunen kan, stelt hij dat aanblijven – met deze publicitaire schade – zowel voor hemzelf als voor de bank niet goed zou zijn. (...) Het is een dramatisch, snel en onverwacht eind van de carrière van de 58-jarige ING-voorzitter.”’

Op 30 november 1996 schreef Harry van Seumeren in de Volkskrant een profiel van Wim Scherpenhuijsen Rom, destijds 63 jaar, onder de titel ‘Een bankier met gevoel voor het leger en antroposofie’. Hij wist over hem te melden:

‘De jongste in een gezin met vier kinderen besloot aanvankelijk te treden in de voetsporen van zijn vader, die beroepsofficier was. Tijdens zijn studie aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda volgde hij aan de Universiteit van Amsterdam de opleiding tot registeraccountant. Op 34-jarige leeftijd besloot hij over te stappen naar de burgermaatschapij. Hij trad in dienst van de Nederlandse Middenstandsbank.

In 1975 kwam Scherpenhuijsen Rom in de raad van bestuur van de NMB, een jaar later was hij de voorzitter. Hij baarde veel opzien met het nieuwe hoofdkantoor in Amsterdam Zuidoost, waarin hij zijn antroposofische opvattingen kwijt kon. Geen muur staat er recht.’

Veel wat hier in dit profiel staat, is ook terug te vinden in het artikel van vandaag in Management Scope. – Onlangs was Wim Scherpenhuijsen Rom nog in het nieuws. Het Parool gaf hij een interview dat op 24 december werd gepubliceerd, maar daar kan ik niet bij (vul als zoekwoord ‘Scherpenhuijsen Rom’ in en u ziet twee treffers op 24 december). Eerder figureerde hij in het Belgische dagblad De Tijd. Op zaterdag 29 oktober meldde de website (meer dan dit kan ik helaas niet vinden):

‘De grondlegger van ING, Willem Scherpenhuijsen Rom blikt terug op zijn levenswerk

In een goed verscholen villa in het Nederlandse Leusden, nabij Utrecht, is de basis gelegd voor het latere ING. Willem Scherpenhuijsen Rom voerde er, als topman van de bankgroep NMB-Postbank, onderhandelingen met Jaap van Rijn van de Nationale Nederlanden. We gingen de bedenker van het bankverzekeraarsmodel opzoeken in diezelfde villa. “Ik vind het jammer dat ING weer uit elkaar gehaald wordt.”’

Met hetzelfde thema was hij heel recent in De Stentor aanwezig. Daarvan heb ik alleen een samenvatting, gedateerd zaterdag 2 januari 2010, onder de titel ‘ING straks te klein om te overleven’:

‘Doordat de ING Groep gedwongen is om zich af te gaan splitsen wordt haar totale marktpositie aanmerkelijk verkleind. Van de 9e plek ter wereld qua banken gaat het bedrijf naar de 13e plek. “Te klein om zelfstandig te blijven” aldus oud-grondlegger Wim Scherpenhuijsen Rom tegenover de krant De Stentor. Hij stelt dat het bankwezen van ING Groep daarom een interessante overnamekandidaat is. Hij noemt dit een kwestie van tijd.

Scherpenhuijsen Rom is één van de grondleggers van de ING Groep. In de jaren 90 ging het bedrijf vol goede moed de strijd aan met ABN AMRO. ING Groep stootte toen door top de 10 van de wereld. De gedwongen afsplitsing wordt door hem als kwalijk ervaren. Van Scherpenhuijsen Rom stelt dat er veel misverstanden zijn over het bedrijf. Zo is de staatssteun van Wouter Bos niets anders dan een hele dure lening (hoge rente) waardoor de schatkist juist meer gevuld wordt. De betaalde rente bedraagt 15%. De belastingbetaler profiteert juist van de geboden staatssteun aldus Scherpenhuijsen Rom.

Overnamekandidaat
ING Groep is niet het slachtoffer geworden van haar expansiedrift aldus Scherpenhuijsen Rom. De oorzaak van de huidige problematiek zijn juist door Kroes, Bos en Hommen ontstaan zo stelt hij tegenover De Stentor. Door de gedwongen afsplitsing wordt ING een te kleine speler om internationaal mee te doen. Het einde van een zelfstandig ING is daarom in zicht. Partijen zoals Deutsche Bank en HSBC die in omvang het dubbele zijn noemt Scherpenhuijsen partijen die ING over zouden kunnen nemen. Een overname noemt hij een kwalijke zaak voor Nederland. Dit omdat Nederland dan internationaal gezien nog minder te zeggen krijgt.’

Bij het Financieel Dagblad vond ik nog een reactie van J.A.M. Hendriks op 15 september 2008 met de titel ‘Een andere kijk op geld...’:

‘Zo’n dertig jaar geleden is door Rudolf Mees met zijn boekje “Een andere kijk op geld” een poging gedaan de collega-bankiers te voorzien van belangrijke inzichten over het wezen van geld. Tezamen met Wim Scherpenhuijsen Rom (RvB NMB) zette hij een hoofdkantoor onder organische architectuur van Alberts en van Huut neer in Amsterdam Z.O. Dat staat daar als een icoon van het nieuwe denken waar economie en ecologie elkaar ontmoeten. Op een heldere manier schetst Rudolf Mees hoe wij geld kunnen beschouwen als koopgeld, leengeld of schenkgeld, welke bewustzijnsvragen een rol spelen bij het kopen, sparen of lenen en schenken en welke onderlinge relaties hierbij optreden. Paperback | 80 Pagina’s | Uitgeverij Christofoor ISBN10: 9062383092 | ISBN13: 9789062383092. Voor iedereen die begrijpen wil welke crises nu samenvloeien (bankencrisis en klimaatverandering) alsnog zeer actueel. De grote schoonmaak (katharsis) in de wereld is begonnen. Wie nu winnen wil moet een andere koers gaan varen. De koers van “driegeleding” ofwel maatschappelijk verantwoord ondernemen. Een goede tip voor onder het hoofdkussen van slecht slapende bankiers: sustainability.’

Kortom, de 76-jarige ex-bankier doet nog altijd van zich spreken, terwijl hij tegelijkertijd tot de verbeelding spreekt.

zondag 3 januari 2010

Helemaal

Jaaaaa, het is bijna zover (of misschien is het intussen al gebeurd). Wat dan, zult u denken. Heel eenvoudig: één miljoen handtekeningen zijn binnen. Misschien herinnert u zich nog het bericht op zondag 6 september 2009, ‘Handvest’. Ik was toen behoorlijk sceptisch. Ook al was de stand inmiddels hoog.

‘Tot nu toe – stand van zaken 20 augustus 2009 – zijn er 885.002 handtekeningen geplaatst, waarvan ruim 71.000 uit Nederland.’

Dit betrof natuurlijk de actie Eliant, die op Europees niveau de ‘antroposofische stem’ wilde laten horen:

‘Bent u een voorstander van biologisch-dynamische landbouw, van vrijeschoolpedagogie, antroposofische gezondheidszorg, psychiatrie, gehandicaptenzorg, ouderenzorg en andere vruchtbare toepassingen van de antroposofie, dan is dit de weg en het moment om dat met uw stem te bekrachtigen.’

Het doel was en is:

‘ELIANT wil een miljoen handtekeningen verzameld hebben in Europa. Dit aantal heeft een belangrijk politiek gewicht. Wij willen als Nederlanders hierin ook ons aandeel leveren.’

Er was een handvest opgesteld op 29 september 2006:

‘Door ondertekening van dit handvest kan iedereen die de toegepaste antroposofie een warm hart toedraagt en op Europees niveau wil ondersteunen dit persoonlijk aan “Brussel” duidelijk maken.’

Ik was nogal ontevreden over de informatievoorziening, die vond ik onder de maat. Maar ondanks dat is toch het gewenste aantal bereikt, en dat vind ik dan toch weer een prestatie. Op de Nederlandse website is er niks méér over te lezen. Wel echter op de internationale website van Eliant:

‘Current progress : 999.679 signatures
EU countries 855,228 (27.11.2009)’

Dat betekent nog maar ruim driehonderd handtekeningen, en dan is het miljoen bereikt. Dat kan dus ieder moment zijn. Maar er is ook een ‘ELIANT Weihnachtsbrief 2009’ (en een Engelse versie hiervan: ‘ELIANT Christmas letter 2009’), waarin een aantal prominenten schrijft:

‘in wenigen Tagen ist es soweit: die Aktion ELIANT wird weltweit 1 Million Unterschriften für die ELIANT Charta erreichen und damit die erste große Hürde überspringen. Damit stehen wir nun vor der entscheidenden Zweiten: Es gilt jetzt noch als Europäische Bürgerinitiative nach Art 11 Abs. 4 des Lissabon Vertrags, eine Million rein europäische Unterschriften zu sammeln. Das bedeutet noch 140.000 weitere Unterschriften aus den 27 EU Ländern. Damit gehören wir dann zu den ersten EU Bürgerinitiativen, die dieses Ziel tatsächlich erreicht haben.’

Aha, we zijn er dus toch nog niet helemaal (‘we zijn er bijna, we zijn er bijna, maar nog niet helemaal, helemaal’). Er is nog meer inspanning nodig. Op de volgende bladzijde staat hoe het zit, met een tabel:

‘ELIANT Statistik EU Länder
Diese Tabelle zeigt:
1. daß wir 1 Mio. Unterschriften erreichen, wenn 0,21% der EU-Bürger unterschrieben haben
2. die sich daraus ergebende benötigte Unterschriftenanzahl pro Land
3. den aktuellen Stand der tatsächlich erzielten Unterschriften pro Land
4. den Mobilisierungsgrad, der anzeigt in welchem Umfang der erstrebte Anteil schon erreicht ist (in %)’

En daaruit blijkt onder meer dat in Nederland relatief de meeste handtekeningen verzameld zijn: 143.136. Alleen Duitsland heeft er in absolute aantallen meer: 349.723. Nou ja, hoe die statistiek er precies uitziet, moet u zelf maar bekijken.

Wel mag ik u nog wijzen op het ‘ELIANT Gala 2010’, dat zelfs een affiche in het Nederlands kent:

‘Uitnodiging voor het Actie ELIANT Gala in het Goetheanum op 26.03.2010 in de Grote Zaal

Beste ELIANT-vrienden,

Tot nu toe hebben we wereldwijd 999 246 handtekeningen (29.12.09) en in Europa 891 257 handtekeningen (29.12.09) kunnen verzamelen. Het einde – en dus het overhandigen van de handtekeningen aan de Commissie in Brussel – is nu in zicht. We zullen u hiervan op de hoogte brengen, maar we willen ook onze vreugde en dankbaarheid uiten omdat we dat belangrijke doel met de hulp van zoveel gemotiveerde mensen hebben kunnen bereiken. Daarom willen we u van harte uitnodigen op ons ELIANT Gala. De operazangeres Marion Ammann heeft haar deelname al bevestigd – wat ze zal zingen en wat we nog voor u voorbereiden, kan u vanaf midden januari 2010 op www.eliant.eu volgen. We kijken ernaar uit om u te ontmoeten.

Aanvang 18 uur. In de plaats van een toegangsprijs vragen we u voor Actie Eliant te doneren.

Voor de voorbereiding: Dr. rer. nat. Andreas Biesantz, Dr. jur. Jürgen Erdmenger, Nikolai Fuchs, Dr. med. Michaela Glöckler, Thomas Göing, Günther Schulz, Heike Sommer, Christof Wiechert.’

Waarvan akte.

zaterdag 2 januari 2010

Weblog

Schreef ik gisteren eindelijk over de Motief van december, ligt vanochtend al die van januari in de bus... Staat er op bladzijde 34:

‘Vanaf januari 2010 wordt Motief weer bezorgd door TNT’

Ja, in dat geval moet ik natuurlijk weer, net als gisteren, het bericht ‘Paniek’ van 4 december 2009 aanhalen:

‘De nieuwe Motief is bijvoorbeeld uit; lag tenminste hier bij mij in Rotterdam in de brievenbus. (Ik hoor zelfs dat mensen bijvoorbeeld in de omgeving van Zeist hem wel twee weken later kunnen ontvangen. Dat krijg je met de liberalisering van de postmarkt en alles voor het goedkoopst, en onderwijl de postbodes uitknijpen. Moet er nu in Nederland aan armoede meegewerkt worden?)’

Ik denk niet dat zo’n bede eerder verhoord kan worden. U denkt dat het doorgestoken kaart is? Mooi niet! Ik wist van niks – Sandd is in ieder geval toch de oplossing niet. Wat nog meer in deze Motief? Er is nog geen aankondiging met inhoudsopgave op de website. Eén ding is me in dit nummer 136 wel opgevallen, de dwarskijkende tweede column van Jacoline Vlaander. Het lijkt een reactie op het bericht in de vorige Motief dat ook een vermelding op de website van de Antroposofische Vereniging kreeg en meteen hier de aandacht trok. Dat was op 13 november 2009 in ‘Omkoperij’:

‘Het bijhouden van een weblog wordt ook in antroposofische kringen populair. Was het bloggen in Duitse antroposofische kringen al een veel langer bestaand fenomeen, in Nederland komen er langzaamaan ook steeds meer bloggers. Op tenminste twee van die weblogs komen ook “antroposofische” onderwerpen aan bod.’

Werden met naam en toenaam deze hier en die van Hugo Verbrugh (‘Middernachtszon’) genoemd. Geen wonder dat de Dwarskijker deze maand constateert:

‘Alleen al in Nederland zijn een slordige achthonderdduizend weblogs. Dwalend door de pagina’s schijnbaar lukraak bijeen geharkte en op onbekommerde toon gepresenteerde weetjes en filosofische beschouwingen, uiteenlopend van populairwetenschappelijke nieuwtjes tot wetenswaardigheden over kinderen en opvoeding, ontwaar ik ook enkele bloggende antroposofen. Alle levensbeschouwingen en uitgangspunten blijken mogelijk.’

Een mooi onderwerp. Al veel langer wilde ik eens proberen een geschiedenis van de antroposofische weblog te ontwerpen. Dat is helemaal niet eenvoudig, dus heb ik het tot nu toe uitgesteld. Maar vandaag ga ik het onderwerp aan. Ik word aangemoedigd door mijn voorbeeld Michael Eggert, van de ‘Egoisten’. Die schreef afgelopen woensdag 30 december onder een komische, maar onscherpe foto een bericht met de titel ‘Unscharf’:

‘Die Zukunft ist natürlich so unscharf wie die Glückssymbole auf diesem Bild. Die Egoisten wünschen ihren Lesern für 2010 das Beste. Umso deutlicher ist der Blick zurück auf das zu Ende gehende Jahr. Nach Statistik des Providers (1&1) hatten wir bei den Egoisten in diesem Jahr 361.926 Besucher, bei 670.706 Seitenaufrufen. 2008 waren es noch 160.000 weniger. Darauf stosse ich gern mit einer Tasse Hagebuttentee an, bin aber nach wie vor ziemlich erstaunt. Offensichtlich ist das Thema Anthroposophie doch wesentlich weniger eine Sache einer Nischen- Interessenten- Gruppe, als wir selber glauben. Eine wirklich professionell gemachte Seite, die technisch auf der Höhe und inhaltlich offen ist, mit Chats und diversen freien Diskussionsforen, aber auch einer umfangreichen Informationsmöglichkeit, hätte sicherlich einen sehr grossen Zulauf- natürlich ungleich mehr, als wir paar egoistischen Hobby- Macher. Warum macht das nicht „dm“ oder sonst wer, der das Know-how und das Kapital hat? Eine Zeitschrift wie Info3 bietet ja heute schon einiges, hat aber berechtigte Zweifel, ob weitere Öffnung zur Selbst- Kannibalisierung führen könnte. Aber ansonsten?’

Ik moet dit eigenlijk even vertalen, zodat u echt, zonder problemen, begrijpt wat er staat:

‘De toekomst is natuurlijk net zo onscherp als de gelukssymbolen op dit beeld. De “Egoisten” wensen hun lezers het beste voor 2010. Des te duidelijker is de blik terug op het op zijn eind lopende jaar. Volgens de statistiek van de provider (“1&1”) hadden we dit jaar bij de Egoisten 361.926 bezoekers, met 670.706 pageviews. In 2008 waren dat er nog 160.000 minder. Daar neem ik graag een kopje rozebottelthee op, ben echter net als voorheen nogal verbaasd. Klaarblijkelijk is het thema antroposofie wezenlijk minder een zaak van een belangstellenden-nichegroep dan wijzelf geloven. Een werkelijk professioneel gemaakte website, die technisch up-to-date en inhoudelijk open is, met chatgelegenheid en vrije discussiefora, maar ook met een omvangrijke informatiemogelijkheid, zou zeker een zeer grote toeloop hebben – natuurlijk onvergelijkelijk meer dan wij, een paar egoïstische hobbyisten. Waarom doet “dm” [de drogisterijketen van de antroposoof Götz Werner, die daar ook open voor uitkomt, MG] dat niet, of wie dan ook, die de know-how en het kapitaal heeft? Een tijdschrift als Info3 biedt nu al het een en ander, maar heeft gerechtvaardigde twijfel of een zich verder openen tot zelf-kannibalisering zou kunnen leiden. Maar verder?’

Hij snijdt hier een probleem aan dat voor mij van meet af aan drijfveer was voor ‘Antroposofie in de pers’. Kan antroposofie ook eens op een eigentijdse manier op internet present zijn? En niet alleen in die statische, traditionele en institutionele vormen, waar je van tevoren de uitkomst al weet, als die er al is? – Computers en internet, hoe zit dat eigenlijk bij antroposofen? Er is een oud artikel van Herman Boswijk, ‘@ntroposofie en internet. Zegeningen en kwalen van de computer’ (ik dacht dat ik dat allang een keer hier genoemd had, maar kan het niet terugvinden), uit Motief 44 van september 2001 (ja, precies die bewuste maand), waarin hij de balans opmaakt. Belangrijkste conclusie: er is wel enthousiaste presentie op internet, maar die wordt niet of nauwelijks onderhouden. En daarin zit hem nou net de kneep van internet: dat het actueel is. Maar we zijn inmiddels wel een jaar of acht verder. Dat dit probleem nog altijd niet getackeld is, moet ik hier helaas regelmatig constateren. Weblogs zijn echter toch een ander soort fenomeen.

Ik moet in mijn herinnering graven hoe ik ermee in aanraking kwam. Maar de eerste antroposofische weblog die ik volgde, was wel baanbrekend. ‘Radio Anthroposophie’ van de onvolprezen Jens Prochnow. Zijn roem is nog altijd groot, hoewel hij er allang mee gestopt is. Ik heb me daar jaren aan vergaapt. Maar zijn sporen zijn tegenwoordig op internet moeilijk na te gaan, bijna alles is uitgewist. Het is dus lastig om met feiten te komen. Feit is in ieder geval dat Jens Prochnow tussen 6 en 11 maart 2002 als destijds 28-jarige zeer succesvol meedeed aan een quiz op het tweede Duitse net, ZDF. Het onderwerp dat hij zelf had uitgekozen, was antroposofie. Hij haalde tijdens de achtereenvolgende dagen de finale en won de hoofdprijs. Op internet zijn deze afleveringen nog te vinden, onder de titel ‘Risiko Anthroposophie’ (dit is de eerste, en dit de laatste). Hij was dus al vroeg een ‘kenner’.

Ik weet dus niet wanneer hij zijn weblog begonnen is. Ik heb hier in ieder geval een karakteristiek bericht dat hij op zaterdag 27 december 2003 plaatste:

‘Rudolf Steiners Karma enthüllt (wieder einmal).

Wer war ich im letzten Leben? ist ja als Frage schon einmal ganz spannend. Wem die (möglichen) Antworten darauf zu heiss sind, greift lieber zum Alter Ego: Zum Beispiel Rudolf Steiner. Heute möchte ich Ihnen nun zwei Internet-Inkarnationsfolgen Steiners vorstellen.

Die erste stammt von dem Anonymus Cat Salomon und kommt offensichtlich aus Russland. Seine Aufsätze kursieren auf Russisch, Englisch und Deutsch. Ihm zufolge war Rudolf Steiner Platon. Ach ja... Gähn. [= gaap, MG]

Teil Zwei des Karma-Krimis stammt aus dem anthroposophischen Internet-Blockbuster des vergangenen Sommers, der Metamorphia-Seite. Dort lesen wir nun, Rudolf Steiner sei die Reinkarnation von Bettine von Armin gewesen – und zu allem Ueberfluss auch schon wieder re-reinkarniert! Das ganze wird auch hier wiederholt. Spannend, spannend, Plato und Bettine von Armin... Schauen wir mal, was wir da noch so im Aermel haben!

To be continued...’

Maar u kunt ook zelf zien hoe ‘Radio Anthroposophie’ eruitzag, want er zijn op internet nog een paar resten bewaard gebleven. Zoals deze, uit de eerste week van februari 2004. En deze uit de tweede week. Hier heb ik de tweede week van maart 2004. Dan springen we door naar de tweede week van januari 2005. Het is nog niet eens een slechte oogst zo, nietwaar? Hier schrijft hij op 10 januari:

‘Nachrichtenagentur NNA zur Geburtstagsfeier des Düsseldorfer Zweigs.

Die anthroposophische Nachrichtenagentur NNA pflegt seit einiger Zeit eine recht befremdliche Art der Kommunikation – über allen Newsbeiträgen steht folgender Satz zu lesen:

“Die auf dieser Website oder sonst von NNA verbreiteten Inhalte dürfen nicht weiterverbreitet oder -veröffentlicht werden ohne vorherige Zustimmung von NNA.”

Aha! Nun, das ist ja ein Quatsch sondersgleichen. Stellen Sie sich das vor – eine Nachrichtenagentur, die Geheimnisse hat, deren Beiträge man nicht einmal zitieren oder verlinken darf! So ein Unfug kann wirklich nur einem Pseudosophen einfallen...

Vor gut einem Monat veröffentlichte NNA einen Beitrag von Edith Willer-Kurtz zum hundertjährigen Bestehen des Michael-Zweiges Düsseldorf, auf den ich gerne hinweisen möchte. Da ich selbst aus Düsseldorf stamme und die dortige Szene mir etwas ans Herz gewachsen ist, lese ich soetwas natürlich im allgemeinen mit besonderer Freude. Alleine die Behauptung, dass Steiner – laut Artikel – 1933 etwas über Christus gesagt haben soll (Steiner starb 1925) befremdete mich ein wenig. Haben die Niemanden, der soetwas mal gegenliesst?’

Nou, nog eentje dan, van de tweede week van juli 2005, waaruit mooi kan blijken hoezeer hij zich om de nieuwsvoorziening rondom Dornach en het Goetheanum bekommerde. Voor mij was hij de enige betrouwbare verslaggever vanuit den vreemde daar. Ook al lijkt zijn toon soms misschien wat ironisch of zelfs sceptisch, het was hem in wezen diepe ernst. Maar in 2006 bleek dit toch een aflopende zaak. Geen ondersteuning vanuit het Goetheanum, waar hij waarschijnlijk op gehoopt had. Als men het had aangedurfd om hem officieel als volkomen vrije verslaggever aan te stellen, dan had niet alleen de berichtgeving, maar het hele imago van de internationale Antroposofische Vereniging er tegenwoordig heel wat beter uitgezien. Maar hij kwijnde weg en na 2006 was het echt afgelopen. Snif. Weer een kans verkeken.

Wie nog wel altijd actief was en bleef, was Michael Eggert. Die ontdekte ik nu pas echt. Ook een Düsseldorfer trouwens. Als u naar zijn website/weblog gaat, vindt u als eerste berichten die uit juni 2005. Nog persoonlijker dan die van Prochnow. Maar hij was al veel eerder present. Ik heb dat wel een keer uitgezocht. Zelf schreef hij mij dat hij nog voor de millenniumwisseling samen met Arfst Wagner een website bijhield. Uiteindelijk is dat bij hem uitgemond in de Egoisten, en bij Arfst Wagner met zijn Lohengrin-Verlag in een eigen website. Opvallend is bij beiden de sterke belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog en hoe antroposofen zich destijds hebben gedragen.

Wie ik beslist ook moet noemen, en wéér oorspronkelijk iemand uit Düsseldorf, is Nerone. Zijn weblog is ter ziele, hij heeft het niet zo lang volgehouden, maar deze is nog wél altijd in te zien. Die was twee jaar actief, tussen november 2006 en oktober 2008. Hij is geen antroposoof, maar wel een vrijeschoolouder. Hij was onovertroffen als moderator, als discussieleider. Maar na twee jaar had hij er genoeg van, met zulke eindeloze discussies als antroposofen kunnen voeren (met anti-antroposofen, moet ik er wel bij zeggen). Ze bleken in ieder geval niet zo dialoog-vaardig als ze altijd beweren. Nerone verloor zijn interesse (hij had er nog meer dan alleen antroposofie), gooide zijn handdoek in de ring en ging wat anders doen. Doodzonde.

Wat is dat toch met Düsseldorf, vraag ik me af. Ik ben er nog niet achter. Op 13 december 2008 heb ik in ‘Lauweriks’ mijn oog er ook al op laten vallen, in verband met Mathieu Lauweriks. Maar dat heeft me nog geen duidelijkheid kunnen verschaffen over de achtergrond van deze weblog-activiteiten. – Hoe dan ook, hier blijkt wel uit dat weblogs een hoge omloopsnelheid hebben. Als je dit werkelijk intensief doet, houd je het hoogstens twee tot drie jaar vol. Ook als antroposoof, of misschien wel juist als antroposoof. Michael Eggert dus uitgezonderd. Waarbij zijn onafhankelijkheid garant staat voor betrouwbare berichtgeving. Het meest duidelijk kan dat worden aan het geval Benesch. Maar daar ga ik nu niet verder op in (dat heb ik al eens eerder gedaan, op 1 juni 2009 in ‘Benesch’). Zo’n beetje de enige antroposofische plek waar deze zaak van meet af aan adequaat is aangepakt.

Ik had het over die hoge omloopsnelheid. Een bewijs daarvan wordt vandaag alweer geleverd. Afgelopen dinsdag 29 december 2009 noemde ik in ‘Voetballen’ nog de prachtige weblog van Ridzerd van Dijk, ‘De grote Rudolf Steiner Citatensite. Citaten en fragmenten uit het werk van het grootste genie aller tijden’. Vandaag blijkt deze alweer ter ziele (‘Zelf denken’ heet dat bericht toepasselijk):

‘Zoals ik gisteren al schreef, is dit voorlopig het laatste citaat. Saluut, en alle lezers en reageerders, bedankt voor uw belangstelling.’

Gisteren (vrijdag) had hij in ‘Voor en tegen’ al geschreven:

‘Ik ben er zowat doorheen met mijn Steinercitaten. Morgen zet ik hier voorlopig de laatste neer. Er staat nog oneindig veel meer in het werk van Steiner, maar ik ken lang niet alles en het meeste is ook niet geschikt om zomaar zonder de context hier te plaatsen. Misschien kom ik af en toe nog wat tegen om hier te plaatsen, maar voorlopig is morgen het laatste citaat.’

En hoe staat het dan tegenwoordig met de berichtgeving vanuit het Goetheanum? Het is drie jaar sinds Jens Prochnow dit heeft losgelaten. Hoe actueel en adequaat is deze? Helaas, moet ik melden. Het eerste nieuws op de homepage van het Goetheanum (dus van de Algemene Antroposofische Vereniging) is een ‘Weihnachtsaufruf 2009’:

‘Und das Fruchtbare an den Dingen (Sinn für die Bejahung) ist nicht, was ihnen fehlt, sondern... [more]’

Lees je verder, dan spreekt de penningmeester onder andere deze woorden tot je:

‘Beim Planen der Aufgaben des Goetheanum und der Gesellschaft für die nächsten drei bis fünf Jahre könnte uns der Umfang der anstehenden Arbeiten ohne weiteres erdrücken. (...)

In Zeiten begrenzter Mittel ist es notwendig, den Sinn dieser Worte zu leben und sich auf die Prioritäten zu konzentrieren.

Einige grössere Unterfangen, die am Goetheanum geplant oder bereits in die Wege geleitet sind, brauchen unser beharrliches Engagement und Ihre kontinuierliche Unterstützung, Ihre zusätzliche finanzielle Hilfe. (...)’

Dit bericht is van 16 december. Er is er nog eentje van die dag. De drie ervoor zijn van 5, 6 en 7 oktober 2009... Ja, hoe wil je mensen dan enthousiast krijgen voor wat je aan het doen bent? Er is tevens een website van het weekblad ‘Das Goetheanum’, en ook daar kunnen we nog even een blik werpen. Helaas, helaas, de laatste berichten stammen van 11 november. Wie wil daar nu gul geld aan spenderen? Stelt men eigenlijk wel de goede prioriteiten?

Ik kan eindigen met de Motief die vandaag in de brievenbus lag en daarin de column van dwarskijker Jacoline Vlaander, die haar oog richtte op antroposofische weblogs.

‘Het overstelpende aanbod en de uitdijende diversiteit tekenen de kracht en de zwakte van het fenomeen. (...) Ook de blogger communiceert met zichzelf, en wil daarbij anderen tot getuigen.’

Ze vergelijkt hem met de beroemde zestiende-eeuwse essayist Michel de Montaigne. Maar die kan aan hem natuurlijk niet tippen.

‘Streven bloggers die kwaliteit en duurzaamheid na? Of gaat het daar in de virtuele wereld niet om? Want al zal ieders uiting als radioactieve neerslag nog jaren later te herleiden zijn, toch zullen gedachten en drijfveren verdunnen en met volgende ladingen worden overspoeld.

Juist aan zijn eigen explosie gaat de blogger ten onder. En hij doet dat zeer gedreven. In het razende tempo van de tijdgeest creëert hij fragmentarische teksten die in hun tijdloze tijdelijkheid benadrukken dat wij allemaal, hoe ver wij ook denken te komen, onze eigen Unvollendete leven. Maar wie schrijft, weet dat het niet onopgemerkt is gebleven. Ik blog, dus ik ben. Nog even.’

Wat zei de koningin ook alweer tijdens haar kersttoespraak? Oja,

‘Mensen communiceren via snelle korte boodschapjes.’

Daar zijn al heel mooie reacties op gekomen. Ik zal ze hier niet herhalen. Ze staan op internet, wat niet ieders ding is, zoals blijkt. Dat hoeft ook niet. Maar voor wie dat wel zo is, zal er eveneens adequaat antroposofie op moeten staan.

vrijdag 1 januari 2010

Lustwarande

De eerste dag van het nieuwe jaar. Iedereen bedankt voor de goede wensen (met name zuiderbuur Aoea en oosterburen Barbara en Joseph Canaillo die zich respectievelijk gisterochtend en -avond nog in deze zin hebben geuit: beter een goede internetbuur – van het eerste uur nog wel – dan een verre vriend, dat blijkt maar weer eens), insgelijks, meteen maar voor het nieuwe decennium!

Wat is er te doen vandaag? Ik grijp even terug op het bericht ‘Paniek’ van 4 december 2009, waarin ik repte van de nieuwe Motief, die net uit was, en alles wat daarin stond:

‘Maar voordat ik daarop inga, wacht ik wel even de officiële aankondiging op de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland en Motief af.’

Die is inmiddels allang verschenen, maar nog altijd ben ik niet op dit nummer ingegaan. Terwijl er reden genoeg is om een en ander uit te lichten. Wat ik nu eerst in herinnering wil roepen, is mijn bericht over ‘Buitenzorg’ van 29 november 2009. Daarin schreef ik:

‘Ruim een week is er nieuws van het front, pardon, van Antroz. Op 20 november meldde de website van deze antroposofische woonzorggroep “Wethouder Waltmann en partijen tonen initiatief tot samenwerking”. Dat zegt niet zo veel. Daarom stond er ook nog onder “Convenant Buitenzorg ondertekend”. Wat dat inhoudt, bleek uit het persbericht zelf:

“Op donderdag 19 november hebben vertegenwoordigers van de besturen van de Stichtingen Verpleging en Verzorging Beukenstein, Woonoord Kraaybeek, Landgoed Kraaybeekerhof en de Vereniging Rondom Kraaybeek (VRK) onder toeziend oog van wethouder Robert Waltmann het convenant Buitenzorg voor nadere samenwerking ondertekend. Met de ondertekening van het convenant spreken de partijen de intentie uit te werken aan de ontwikkeling van een innovatieve samenwerking op het gebied van wonen, welzijn, zorg, studie, voeding en landschapsbeheer met behoud van ecologische en cultuurhistorische waarden op de landgoederen.”’

In een eerder persbericht, van 9 oktober, stond er over ‘Nieuwbouw Leendert Meeshuis’:

‘“Behalve nieuwbouw Leendert Meeshuis wordt ook de huisvestingssituatie van Kraaybeek en Huize Valckenbosch onderzocht. De huisvestingsopgave van Antroz kenmerkt zich door een samenhangende aanpak. Mogelijkheden voor een gezamenlijke oplossing van tijdelijke huisvesting worden daarbij onderzocht, ook in samenhang met collega-zorgorganisaties.”

De vraag is nu of het inderdaad tijdelijke huisvesting betreft, die op 20 november over het Convenant Buitenzorg wordt gemeld, of een definitieve verandering:

“Het gaat om de landgoederen Beukenstein, Kraaybeek en Kraaybeekerhof waar zorgeloos verzorgd wonen en studeren samengaan met de ruimte en rust van een omgeving van weleer en het comfort van goed georganiseerde moderne techniek en mogelijkheden van deze tijd. Deze omschrijving vormt voor de besturen een wenkend perspectief dat een kans biedt dat er daadwerkelijk actie wordt ondernomen. De terreinen van de drie stichtingen liggen aan de Utrechtse Lustwarande en zijn onderdeel van een aaneensluitende en zeer waardevolle ecologische structuur binnen de dorpskern Driebergen-Rijsenburg.”

Me dunkt, dat zou weleens een zwaar beroep kunnen doen op de ouderen om wie het allemaal gaat.

“In een fase van planvorming voor meerdere plekken, in drie gemeenten, waarbij ook de afhankelijkheid tussen de verschillende projecten groot is, is het belang van goede communicatie essentieel.”

Een waar woord, waarin heel wat gevolgen verscholen liggen.’

Wat daar op 29 november nog in verscholen lag, onthulde de nieuwe Motief van december. De nieuwspagina’s in dat nummer bevatten namelijk ook het bericht ‘Kraaybeekerhof, waarheen?’ Men bleek bij Motief goed op de hoogte:

‘Landgoed Kraaybeekerhof in Drie­bergen, bij velen bekend als oplei­dings- en pionierscentrum voor biologisch-dynamische land- en tuinbouw, en het hiermee verbon­den Studiecentrum dat voorziet in een breed aanbod aan opleidingen rond de ontwikkeling van mens en natuur, staat sinds dit voorjaar voor grote veranderingen. Veranderingen die het gevolg zijn van exploitatie­tekorten in de afgelopen tien jaar.

Alle activiteiten op het landgoed, waaronder restaurant, zalenver­huur, bloemen- , kruiden- en moes­tuinen, de winkel en ook het Studiecentrum dat nu is omgedoopt tot “Academie Kraaybeekerhof”, werden per 1 april ondergebracht in één Landgoed BV. Eric van Veluwen, die zijn sporen verdient [verdiend moet het natuurlijk zijn, MG] heeft als horecaondernemer, heeft er de leiding. Is Michiel Rietveld, de pionier wiens naam onverbrekelijk is verbonden aan de BD en Kraaybeekerhof, dan niet langer betrokken bij het land­goed? Van Veluwen: “Michiel blijft als docent betrokken bij de Academie”.

Een eerste stap tot verbreding van de dienstverlening is op 1 okto­ber gezet met de opening van het restaurant voor zeven dagen per week. En hoe zit het met de win­kel die onlangs van de ene op de andere dag gesloten bleek? “Wij zijn voortdurend in ontwikkeling. Van de winkel kwamen pas onlangs betrouwbare financiële gegevens boven water. Die bleken desastreus. Wij kunnen geen verlieslijdende tak­ken dragen. Later hopen wij met een vernieuwde opzet te komen.”

Omwonenden maken zich vooral zorgen over de vraag of er meer “stenen” komen op het landgoed Kraaybeekerhof. Ook op de aan­grenzende landgoederen Beuken­stein (verzorgingshuis) en Woon­oord Kraaybeek (seniorenhuisves­ting) is er sprake van vergevorderde plannen tot nieuwbouw c.q. onder­zoek naar wat gewenst en haalbaar is. De directies van de drie instellin­gen “Beukenstein-Kraaybeekerhof-Kraaybeek” hebben de koppen bij elkaar gestoken om te bezien of zij, met behoud van ieders onafhankelijkheid, bepaalde problemen geza­menlijk kunnen aanpakken. Het streven daarbij is de landschappe­lijke waarde van de landgoederen te behouden of te vergroten, bijvoor­beeld door herstel van oorspron­kelijke “kraayen” (sprengen). Extra “stenen” op Kraaybeekerhof lijken evenwel onvermijdelijk.’

Dat is nogal wat. De sceptische teneur van het nieuwsbericht ontgaat de oplettende lezer natuurlijk niet. – Medio december kwam Kraaybeekerhof met een eigen bericht op de website, ‘Kraaybeekerhof Tekent Convenant’ genaamd. Onderaan stond een foto, met het volgende bijschrift:

‘Blij met de ondertekening van het convenant; vlnr Eric van Veluwen, Robert Waltmann, Robert Jan Paas, Bob Pluijter, Leo Lakke’

Waarvan de tekst als volgt luidde:

‘Convenant rondom Kraaybeek

1. De Besturen van respectievelijk de Stichting Verpleging en Verzorging Beukenstein, de Stichting Kraaybeek en de Stichting Landgoed Kraaybeekerhof hebben de intentie om met de Vereniging Rondom Kraaybeek te werken aan de ontwikkeling van een innovatieve samenwerking gericht op samenhangende en duurzame functies ten aanzien wonen, welzijn, zorg, studie, voeding en landschapsbeheer met behoud van ecologische en cultuurhistorische waarden.

2. De aanleiding voor dit convenant is de wens van de besturen om samen te werken aan verstandige en maatschappelijke verantwoorde ontwikkelingen die passen bij de verschillende doelgroepen van de organisaties en die aansluiten bij ontwikkelingen die in de Gemeente Utrechtse Heuvelrug wenselijk en zinvol zijn;

3 De besturen willen zich inzetten voor het verbeteren van de dienstverlening aan de eigen doelgroepen door samen te werken met elkaar om samen meer te realiseren;

4 De besturen willen zich inzetten om waarde toe te voegen aan de gezamenlijke Buitenplaats door te investeren in landgoedbeheer met de middelen die elke organisatie daarvoor beschikbaar heeft;

5 De besturen streven naar economische, maar ook ecologische en maatschappelijke waardetoevoeging, en naar aantrekkelijkheid als werkgevers die zich inzetten voor duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen passend binnen de context van de Utrechtse Lustwarande en de Buitenplaats Kraaybeek;

6 De besturen respecteren elkaar als zelfstandige organisaties met een eigen verantwoordelijkheid en eigen regie;

7 De besturen zijn ieder voor zich verantwoordelijk voor een goede communicatie met de eigen doelgroepen en zullen gezamenlijke communicatie goed afstemmen;

8 De besturen zullen initiatieven waaraan kosten zijn verbonden goed afstemmen, waarbij zij afspreken dat de kosten gedragen worden door die partij(en) die in redelijkheid voor deze kosten verantwoordelijk is c.q. zijn;

9 De besturen staan open voor vergroting van de innovatieve samenwerking met andere partners in dit gebied, te denken valt met name aan de Stichting De Wolkenwagen, antroposofisch kinderdagverblijf en thans huurder bij Stichting Kraaybeek;

10 De besturen komen overeen dat kosten die voor gezamenlijke rekening in aanmerking komen alleen worden gemaakt als daar vooraf consensus over bestaat en het individueel verantwoordelijk bestuur daarvoor tekent;

11 De besturen verklaren zich akkoord voor bovenstaande tot wederzijdse opzegging;

12 De besturen zullen de samenwerking stap voor stap ontwikkelen, waarbij een zorgvuldige en natuurlijke ontwikkeling wordt nagestreefd die recht doet aan het belang van continuïteit en duurzaamheid.’

Waar zal dit toe leiden? Deelt iedereen deze zeer bestuurlijke positiviteit, of is scepsis gerechtvaardigd?

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code