Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

maandag 8 maart 2010

Handelingsbekwaam

‘Op maandag 8 maart wordt jaarlijks de Internationale Vrouwendag gehouden. Het is van origine de actiedag van de vrouwenbeweging en staat in het teken van solidariteit en strijdbaarheid van vrouwen overal ter wereld. Landelijk en lokaal worden allerlei activiteiten op deze dag gehouden en dat is ook het geval in Westerbork.’

Zo begon afgelopen vrijdag een bericht in ‘de krant van Midden-Drenthe’, bovendien ‘lokaal, betrokken en betrouwbaar’. Daar bleef het echter niet bij – anders zou u zich afvragen wat dat bericht hier doet. Maar eerst even naar NRC Handelsblad, die mij vandaag in zijn hoofdredactioneel commentaar feiten aanlevert die ik niet paraat heb. Dat vertelt namelijk onder de titel 8 maart blijft actueel’ dat het vandaag de honderdste Internationale Vrouwendag is:

‘Internationale Vrouwendag werd in 1910 in Kopenhagen in het leven geroepen. Kiesrecht was een van de belangrijkste thema’s. Toen dat was gerealiseerd, verloor de 8ste maart zijn mondiale karakter.

Eind jaren zestig kwam daar verandering in. Formele gelijkwaardigheid voor de kieswet bleek toch niet genoeg. Zo werd in Nederland de gehuwde vrouw pas in 1957 bij wet “handelingsbekwaam”. Binnen het huwelijk was de man toen nog het “hoofd van de echtvereniging”. De les was toen dat formele emancipatie toch onlosmakelijk is verbonden met materiële vrijmaking op tenminste drie niveaus: integriteit van en zeggenschap over het eigen lichaam, gelijke kansen in het onderwijs en een eerlijke positie op de arbeidsmarkt.

Die emancipatie blijft aan de orde. (...)

De Internationale Vrouwendag heeft momenteel minder allure dan pakweg dertig jaar geleden. Dat is onterecht. De 8ste maart is, net als een eeuw terug, nog hyperactueel.’

Terug naar Midden-Drenthe en naar Westerbork (titel van het bericht is trouwens Vrouwen van Nu en Passage werken samen’):

‘Daar hebben Vrouwen van Nu afdeling Westerbork en de christelijke vrouwenvereniging Passage Westerbork samen de schouders onder een evenement gezet. Het gaat om een kennismakingsochtend met aansluitend twee spreeksters, de fysiotherapeuten Annelies Kok en Alyt van Dijk. De lezing van beide dames heeft als thema “Worden wie je bent”. Annelies doet het via een haptonomische benadering en Alyt bespreekt het vanuit een antroposofische hoek. Een en ander vindt plaats in buurthuis, het Annie Londohuis van 9.30 tot 11.30 uur.’

Het blijkt om iets heel bijzonders te gaan. Het heeft vanochtend plaatsgevonden, u kunt er dus nu niet meer getuige van zijn. Maar nog wel dit lezen:

‘Volgens Marja van der Leest, vice-voorzitter van Vrouwen van Nu is deze samenwerking met Passage een primeur en mogelijk het begin van een verdere samenwerking tussen de vrouwenverenigingen: “We waren met wat bestuursleden bij elkaar en toen vroegen we ons af waarom we niet wat dingen samen konden doen. We hebben toch veel overeenkomsten. Als opwarmertje voor deze samenwerking kwamen uit op deze 8 maart-activiteit. Eens kijken hoe dat bevalt en misschien krijgt het een vervolg.” Ze hoopt op een flinke aanloop op 8 maart en verwacht een interessante ochtend: “Het onderwerp gaat over hoe je als vrouw met jezelf bezig kan gaan en dat lijkt me heel boeiend. Vooral die combinatie van lijf en geest.”

De oproep van Marja aan alle vrouwen van Westerbork en omgeving is dan ook: “Kom eens langs. Alle vrouwen zijn welkom om eens hun licht op te steken. Het gaat een gezellige en zinnige ochtend worden.”

De ochtend is vrij toegankelijk.’

In vroeger jaren was het vaste prik, het thema ‘vrouwendag’ onder antroposofen. Tegenwoordig merk ik er niet zo veel meer van. Geen bijeenkomst georganiseerd bij Antropia, voor zover ik weet. Ik kom het alleen tegen in de Nieuwsbrief van Therapeuticum Aurum uit Zoetermeer van juni 2007. Te vinden op de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland onder de titel ‘Het mysterie van de wil’, ‘Beschouwingen i.v.m. de conferentie van de Medische Sectie 2007’. Op bladzijde 17 lees ik over ‘Doe mee vanuit je hart en talent, door Sarah Goudsmit’:

‘Bewerkte en verkorte tekst van een lezing gegeven op 8 maart 2007 op de internationale vrouwendag die als overkoepelend thema had: Doe mee. Sarah Goudsmit werkt als zelfstandige coach en geeft cursussen op het Aurum. Op dinsdag 18 september start een nieuwe cursus “Koers vinden vanuit je eigen waarde en talent”.’

Daarin zegt zij onder meer:

‘In mijn persoonlijke begeleiding en in de cursus “Koers vinden in je leven”, die ik nu tien keer heb gegeven, is een belangrijk onderdeel dat een ieder zijn talent benoemt. Het is heel belangrijk dat je je eigen talent kent en het gebruikt. Het is zonde om je talent onbenut te laten, voor jezelf en voor de wereld.

Je talent is iets unieks, niemand kan het op precies dezelfde wijze als jij. Stel dat je talent, efficiënt organiseren is. Overal waar je komt zie je hoe dingen anders kunnen, efficiënter. Je ziet in een winkel waar je komt hoe ze het anders kunnen inrichten, hoe ze beter de klant hulp kunnen bieden. Op je werk, thuis, bij vriendinnen overal zie je het. Het is een soort innerlijke drang die je moeilijk kan uitzetten. Als dit talent gewaardeerd wordt door anderen in je werk of thuis, in je sociale omgeving is het prachtig. Je krijgt de mogelijkheid om er in te groeien, je doet ervaring op, je wordt er helderder en scherper in en zo wordt je talent steeds meer dienstbaar. Stel je komt met je talent van efficiëntie in een organisatie, waarin ze gezelligheid, rustige werksfeer, morgen is er weer een dag mentaliteit hebben, dan kan het zijn dat mensen je talent reuze irritant vinden. Ze gaan zich opgejaagd voelen, hebben het gevoel dat ze het niet goed doen, vinden je lastig etc. en dat krijg je te horen ook, ze willen er niet aan en werken je tegen. Als je niet oppast denk je dat er iets mis is met jezelf en wordt je gefrustreerd of zelfs depressief. Dit is niet terecht, je zit alleen niet op de goede plek.

Ik heb mensen gezien met grote talenten, die burnout raakten, depressief, aan zichzelf gingen twijfelen omdat ze niet op de goede plek zaten. En ook mensen die hele anderen dingen gingen doen dan waar hun talent lag en dan ook zich klein gingen voelen, onzeker, vage klachten kregen enz. enz. Ook hier kun je mensen zien opbloeien als ze wel hun talent kunnen uitoefenen. Als talent en bedding samen komen dan ontstaat er levensvreugde. Een talent is als een zaadje, krijgt het genoeg water en voeding van de bodem dan kan het groeien, krijgt het niet genoeg water dan verkommert het.’

Verder ben ik de Vrouwendag nog tegengekomen bij Femke Klein, maar dan de vrouwendag van 2008. Femke Klein is de jongerenwerker van de Antroposofische Vereniging, tegenwoordig samen met Kirsten Flierman. Op haar eigen website ‘Zonnekunst, Praktijk voor kunstzinnige therapie en cursussen in Nijmegen en Dieren’, staat over haar te lezen:

‘Femke Klein werd in 1981 geboren te Delft. Gedurende haar basisschooltijd woonde zij in Gouda en ging naar basisschool De Cirkel, waar zij het erg naar haar zin had. Haar middelbare schooltijd bracht zij door in Breda, alwaar zij het Mencia de Mendoza Lyceum doorliep. Met een exact vakkenpakket slaagde zij in 1999 voor haar eindexamen. Hierna koos zij voor een tussenjaar, het Algemeen Propedeutisch Jaar op de Vrije Hogeschool in Driebergen en ging op kamers wonen. Na dit fantastische jaar verhuisde zij naar Leiden, waar zij de opleiding Kunstzinnige Therapie volgde aan de Hogeschool Leiden. Zij liep stage in het speciaal onderwijs op een basisschool voor langdurig zieke kinderen en daarna op de somatische en psychogeriatrische afdeling van een verpleeghuis. Haar afstudeeronderzoek en scriptie richtten zich op kenmerkende beeldelementen in vrij nat-in-nat schilderwerk van vrouwen met borstkanker.

Na in 2006 te zijn afgestudeerd zocht zij naar een passende baan als Kunstzinnig Therapeut. In die tijd ging zij verder met het vele vrijwilligerswerk dat zij tijdens haar studie was begonnen en werkte daarnaast enige tijd op een kinderdagverblijf en bij een buitenschoolse opvang. Hierna begon zij met Zonnekunst en zij werkt nu als freelance Kunstzinnig Therapeut bij Stichting de Vrolijkheid (met kinderen in een asielzoekerscentrum) en in haar praktijk Zonnekunst in Nijmegen en Dieren. Ook werkt zij één dag per week in loondienst als Jongerenmedewerker bij de Antroposofische Vereniging. Zij woont in Nijmegen en is onder andere vrijwilliger bij Stichting Kunstwens. Kunst en de natuur zijn haar inspiratiebronnen en zij houdt van tekenen, schilderen, boetseren, wandelen, gedichten schrijven, verhalen lezen over de jaarfeesten en afspreken met vrienden.’

Daar vind je onderaan, onder ‘Exposities’, ook dit:

‘Drieluik “Vrouwen: de stralende, krachtige en zorgzame vrouw”
Pastelkrijt op papier, 10 x 15 cm, in lijst
Expositie Internationale Vrouwendag
8 maart 2008, Activiteitendag Kolpinghuis, Nijmegen’

Maar dit was 2008. Verder heb ik dus niks gevonden over de internationale vrouwendag in antroposofisch verband in 2010.

zondag 7 maart 2010

Natuurkundeprofessor

Op 16 januari meldde ik in Zajonč en Scharmer’ wat er morgen in de Rode Hoed gaat plaatsvinden. Twee dagen later kwam ik er op terug, in ‘Speeltoestellen’, voor de aankondigingen van de Nederlandse vertalingen van hun boeken. En nu kwam gisteren de nieuwe Motief uit, met daarin een artikel in de rubriek ‘kunst en cultuur’ van Ignaz Anderson, directeur van de organiserende Iona Stichting. ‘Arthur Zajonč, Otto Scharmer en Miha Pogačnik in de Rode Hoed’ heet het, en ‘Contemplatieve tochten vanuit de toekomst’. Hij schrijft:

‘In de Rode Hoed in Amsterdam worden op 8 maart twee vertalingen ten doop te gehouden: Theory U van Otto Scharmer en Meditatie van Arthur Zajonč. Twee boeken met een diepe innerlijke verwantschap. De auteurs zijn beiden hoogleraar en doceren in Massachusetts: Scharmer aan het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology in Cambridge, tweelingstad met Boston; Zajonč iets verderop naar het westen aan de voor natuurkunde al even prestigieuze Universiteit van Massachusetts in Amherst.’

Nu is het opmerkelijk hoe hij beiden introduceert. Dat gebeurt namelijk aan de hand van een hier inmiddels bekende antroposoof, Ernst Katz, aan wie ik op 27 februari, de geboortedatum van Steiner, aandacht besteedde in ‘Bijzaak’:

‘Dr. Ernst Katz is emeritus hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit van Michigan. Hij en zijn inmiddels overleden echtgenote, Katharine, hebben de groei van de antroposofie in Ann Arbor en in Amerika bijna zestig jaar lang sterk bevorderd.’

Hoe dat in een concreet geval gebeurde, beschrijft Ignaz Anderson:

‘Wonderlijk en verrassend kan een enkele ontmoeting een heel leven beïnvloeden. Dit geldt zeker voor Arthur Zajonč, die in zijn jonge jaren aan de Universiteit van Michigan in Ann Harbor, in de buurt van Detroit in Amerika, natuurkundecolleges volgde bij professor Ernst Katz. “Rudolf Steiner,” schreef Katz aan het eind van een col­lege op het bord en hij voegde eraan toe: “Deze naam moeten jul­lie onthouden.” Verder niets. Student Zajonč, als peuter uit Polen geïmmigreerd, luisterde goed en meldde zich bij Katz op het spreek­uur om te vragen wat die naam te betekenen had. “Hoeveel tijd heeft u?” – “Zoveel als nodig is.”

Zajonč kreeg drie basiswerken van Steiner mee. Later ontmoette hij in huize Katz twee andere spirituele onderzoekers, Miha Pogacnik en Otto Scharmer, de eerste een violist uit Slovenië en de ander een oud-vrijeschoolleerling uit Hamburg, beiden nu organisatieontwik­kelaars. Ernst Katz overleed op 2 sept. jl., maar de vertaling van zijn prachtige voordracht over meditatie verscheen vorige maand bij Christofoor. Zijn drie jongere vrienden – tegenwoordig te vinden op fraaie websites – komen gezamenlijk op uitnodiging van de lona Stichting naar Nederland om de vertaling van genoemde boeken te presenteren.

Behalve reguliere colleges natuurkunde ging Zajonč ook meditatie­workshops aanbieden, iets wat tegenwoordig in Amerika, mede door zijn inzet, niet ongebruikelijk is en zelfs door meer dan 1500 hoogleraren gedaan wordt. Zajonč heeft het lesmateriaal van zijn workshops nu uitgewerkt tot een prachtig boek over meditatie als “een contemplatieve zoektocht”. Tien jaar doorwerking van de methode met groepen, waaronder veel studenten, resulteerden in een heldere en praktische benadering. In beeld gebracht is Zajončs meditatieve weg een pad dat omhoog voert, een berg op, eerst door een omgeving van bescheidenheid en devotie, via innerlijke afstemming en evenwicht van de sfeer van de zelfkennis naar de geboorte van het zwijgende zelf en naar de sfeer van de aandacht in een “ademend ritme” van geconcentreerde aandacht en open aan­dacht. Een ademend ritme van let go en let come, waarin vanuit het “niet-zelf” iets nieuws kan ontstaan. Na dit hoogste punt loopt het pad weer neerwaarts, via toewijding aan de waarden en noden op aarde, naar de dankbaarheid voor wat de meditatie gebracht heeft, naar het leven en onze opgaven in het hier en nu.’

Hierna geeft Anderson een karakteristiek van het boek van Otto Scharmer, maar dat is in Motief na te lezen. Als een ander voorproefje van het boek van Zajonč kunnen we nog naar de website van zijn Amerikaanse uitgever, SteinerBooks. Over de auteur zelf schrijft men:

‘Arthur Zajonč, Ph.D., is the Andrew Mellon professor of physics and interdisciplinary studies at Amherst College and is currently the director of the Academic Program of the Center for Contemplative Mind, an organization of 1500 academics supporting the appropriate inclusion of contemplative practice in higher education. Dr. Zajonč is the former General Secretary of the Anthroposophical Society in America, a cofounder of the Kira Institute, past President of the Lindisfarne Association, and a senior program director at the Fetzer Institute. He has served as scientific coordinator and editor for several dialogues with the Dalai Lama: The New Physics and Cosmology, held in 1997 and published in 2004, and “The Nature of Matter, the Nature of Life” (2002, unpublished). He was also moderator for the 2003 MIT dialogue, published as The Dalai Lama at MIT (2006). Dr. Zajonč is the author Catching the Light (1993, 1995), coauthor of The Quantum Challenge (2nd ed. 2005), and coeditor of Goethe's Way of Science (1998).’

Zijn boek krijgt een goede pers, getuige de mensen die ervoor instaan en het aanbevelen:

“This book is an outstanding contribution to addressing a root issue of our time: how to integrate the quest for scientific clarity, contemplative awakening, and improved personal practices in a way that is clear, integrates Eastern and Western wisdom traditions, and offers readers practical methods and tools. It is highly recommended for those who want to deepen their personal foundations for profound change and presencing-based leadership work.” —Otto Scharmer, MIT, author of Theory U: Leading from the Future as It Emerges

“Mediation as Contemplative Inquiry is a profound and masterful exposition of the calling, challenges, and, above all, the immediate and the harder-to-extract-but-worth-it gifts of meditative inquiry. Disciplining our unruly minds with marvelous exercises in attention and apperception that use all the senses and intelligences available to us, Arthur Zajonč employs his great skill as a teacher, his loving prose, and his razor-sharp intellect to guide us in the experience of a compassionate practice of knowing. Following his path, we can develop and bring to the fore the full dimensionality of our humanness, for ourselves and for others. A glistening gem of a book.” —Jon Kabat-Zinn, author of Coming to Our Senses and Arriving at Your Own Door

“The great turn needed to reverse problems like climate change and the growing gap between rich and poor is none other than the one that we can accomplish in our own ways of thinking and living together. I believe much of the discouragement and fear that pervades our world today comes from not seeing this connection between the outer circumstances of our world and our inner landscape. Once we have seen it, however, our core work becomes clear. We must bring our outer and inner change strategies into ever-greater alignment. Arthur Zajonč is one of our best guides in the new art of traversing the narrowing gulf between science, consciousness, and social change. This beautiful book embodies the best in his writing. He gives us simple and clear expositions of subtle concepts, touching evocations of timeless insights, and, above all meditative exercises that each of us can start practicing whenever we are ready.” —Peter Senge, author of The Fifth Discipline: The Art and Practice of the Learning Organization

“In this beautifully written work, Arthur Zajonč, a seasoned meditator in the anthroposophical tradition, offers gentle and wise guidance on the path of contemplative inquiry. Drawing both on the writings of Rudolf Steiner and on the world’s spiritual traditions, he presents universal truths that are relevant to all contemplative paths, East and West. With a rare combination of scientific rigor, poetic appreciation, and spiritual insight, Meditation as Contemplative Inquiry will enrich the lives of all those who read it and even more so those who put its wise counsel into practice.” —B. Allan Wallace, author of The Attention Revolution: Unlocking the Power of the Focused Mind’

En dan staat er ook nog bij: ‘Click here to read the first chapter, “Overview of the Path”’. Als inhoud vinden we daar:

‘Introduction 9
Chapter One: Overview of the Path 19
Chapter Two: Discovering the Door 45
Chapter Three: Finding Peace, Cultivating Wakefulness 67
Chapter Four: Breathing Light: A Yoga of the Senses 93
Chapter Five: Words, Images, and Encounters 121
Chapter Six: Contemplative Cognition 143
Chapter Seven: Contemplative Inquiry 178’

Het genoemde hoofdstuk begint zo:

‘Before taking up specific exercises, we need to consider the nature of solitude and its place in contemplative practice. In addition we will concern ourselves with the ethical foundation of meditation, which is essential for a proper orientation to the contemplative path. With these preliminaries behind us we can then turn to the varieties of practice, first those that are intended to buttress our psychological health and secondly those that draw our inner gaze beyond the self. We will move from the establishment of humility and reverence as fundamental moods to the cultivation of inner harmony, emotional balance, and attention. With these inner accomplishments we can take up the selfless work of meditation and contemplative inquiry whose fruits can be of use to ourselves and others.

This chapter will provide a short overview of the path as I understand it. Consider it as an overture to the fuller treatment given in subse­quent chapters. The elements, themes, and motifs announced here will be expanded and explored amply later. I will give a deeper treatment of the stages and difficulties associated with the contemplative journey, together with many suggestions for exercises. As we set out we should remember that although the horizon of contemplative practice is infinite, each and every step we take is already of inestimable value.’

Na morgen kunt u dus de Nederlandse vertaling lezen!

zaterdag 6 maart 2010

Babyvoeding

Op dinsdag 2 maart deed ik in ‘Oprukken’ een interessante observatie, onder de noemer Demeter rukt op: Biologica laat het momenteel nogal afweten wat interessante nieuwsvoorziening betreft, vooral op biologisch-dynamisch gebied. Maar Odin en nu ook Proef.nu (Vitatas) lijken dit steeds meer over te nemen. Vandaag kan ik dat opnieuw met enkele voorbeelden laten zien.

Eerst de Vitatas Wetenswaardigheden, gedateerd op gisteren, 5 maart. Deze is nog algemeen gehouden, maar wel op de actualiteit ingaand, getiteld Biologisch: de juiste balans’.

‘Afgelopen weekend liet het NRC Handelsblad een aantal Wageningse onderzoekers aan het woord over de verschillen tussen biologische en gangbare voeding. Geen gewone onderzoekers, maar wetenschappers die al jaren actief zijn in onderzoek naar biologische producten, variërend van smaak- tot marktonderzoek en van duurzaamheids- tot diervriendelijkheidsonderzoek. Biologische voeding is alles tegelijk als je de plussen en minnen optelt: het is lekkerder, milieuvriendelijker, diervriendelijker, natuurlijker, duurzamer, gezonder, maar ook minder duurzaam, soms minder smakelijk ogend en duurder. Die tegenstrijdigheid is niet altijd goed te begrijpen, zelfs niet als wetenschappers aan het woord zijn.

Duurzaam en minder duurzaam: hoe zit dat precies? Biologisch is vooral duurzamer door de afwezigheid van chemische kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Dat levert een flinke reductie van de CO2 uitstoot op. Vanwege de extra ruimte en de vrije uitloop naar buiten (kippen, varkens) en de weidegang (koeien), is biologisch weer minder duurzaam dan gangbaar. Daar zitten de dieren dicht bijeen in stallen, waardoor de mest beter opgevangen en verwerkt kan worden, terwijl gebrek aan beweging minder energieverlies en dus minder CO2 verbruik oplevert. En dan zijn we precies aangeland bij de essentie van biologische landbouw en voeding: de juiste balans. Dieren lopen al miljoenen eeuwen buiten en ook onze gecultiveerde dieren in de landbouw voelen zich beter in de buitenlucht dan dicht opeengepakt in grote stallen. Bovendien blijven de dieren die buiten lopen veel gezonder en hebben daarom geen preventieve antibiotica nodig. Biologisch maakt dus een afweging tussen diervriendelijkheid, gezondheid en duurzaamheid.

Dezelfde afweging speelt bij lekker en soms minder smakelijk ogend voedsel. De natuurlijke bereidingswijze komt de meeste biologische producten ten goede qua smaak. Smaak wordt echter niet altijd door de tong bepaald. Ook het uiterlijk (de kleur, de verpakking etc.) en de geur bepalen de smaak zoals we die beleven. Omdat er in de verwerking van biologische producten (op enkele uitzonderingen na) geen gebruik gemaakt mag worden van chemische geur-kleur-smaakstoffen en conserveermiddelen, zien biologische producten er nog wel eens minder kleurrijk uit en ruiken en smaken ze minder sterk. Ook hierin is de juiste balans (natuurlijk-gezond-lekker) voor biologisch het uitgangspunt.’

Het is alsof je er het Demeter-verhaal doorheen hoort. Dan door naar Odin. Die beschikt over het Odinieuws, dat is hier al vaker gemeld.

‘Laat u inspireren door artikelen over zaken rondom Odin en het fruit- en groente-abonnement. Elke week vindt u hier de inhoud van de wekelijkse nieuwsbrief “Odinieuws”. U leest over gezondheid, achtergronden van de biologische teelt, Odin en actualiteiten. Tevens informeren we u hier regelmatig over speciale abonneeaanbiedingen.’

We vinden daar momenteel:

Aandacht voor babyvoeding, 05-03-10
Artikel DP: Demeter-babyvoeding, 05-03-10
Spruitjes? 26-02-10
Pure Italiaanse olijfolie, 19-02-10
Vergeten groente: de aardpeer, 12-02-10
Vergeten groente: schorseneren, 05-02-10
Groenten bewaren en bewaargroenten, 29-01-10
Nog 4 weken langer genieten van citrustas! 22-01-10
Zuurkool van A tot Z, 18-01-10
Winter op het land, 08-01-10’

Twee hiervan waren op 10 februari al in ‘Weer winterweer’ aan de orde gekomen. Gisteren waren er dus twee nieuwe. In de eerste, ‘Aandacht voor babyvoeding’, staat dit:

‘Deze winter verscheen in Dynamisch Perspectief, een uitgave van de BD-vereniging, een artikel over Demeter-babyvoeding (geschreven door Annelijn Steenbruggen, met dank aan Stichting Demeter). Natuurlijk is het voor iedereen belangrijk om gezond te eten, maar vooral voor een pasgeboren kindje. Baby’s staan aan het begin van hun leven en hebben veel voedingsstoffen nodig om zich te ontwikkelen, zowel lichamelijk als geestelijk. In het artikel wordt verteld hoe zorgzaam de teler van de groenten en de producent van de babyvoeding met het product omgaan, zodat de “natuurgegeven kwaliteit” en vitaliteit van de groenten en fruit behouden blijft. We vertellen u deze week graag meer over de biologisch-dynamische teelt en over wat er bekend is over de effecten van biologische en biologisch-dynamische voeding op uw gezondheid (en die van uw kinderen).

Vitaliteit

Het artikel in Dynamisch Perspectief vertelt dat jonge kinderen erg gevoelig zijn voor vreemde stoffen als bestrijdingsmiddelen en nitraat. Daarom hanteert de EU zeer strenge normen voor babyvoeding. De akkers mogen bijvoorbeeld niet te dicht bij snelwegen en industrieterreinen en de groenten mogen niet teveel nitraat bevatten. Voor het zaaien worden percelen gecheckt op residuen van bestrijdingsmiddelen en zware metalen. Biologische en biologisch-dynamische producten voldoen relatief makkelijk aan al deze normen, omdat hun gewassen en percelen schoon zijn. Daarom maken ook niet-biologisch werkende babyvoedingproducenten steeds meer gebruik van biologische ingrediënten. In Duitsland en Engeland is al ongeveer de helft van de verkochte babyvoeding van biologische kwaliteit, in Nederland ongeveer 5%. Alleen staat dit niet altijd op de verpakking. In de biologische winkels is volop babyvoeding van biologische en biologisch-dynamische kwaliteit verkrijgbaar. Bij de productie van de bd-babyvoeding gaat het om meer dan nitraat en dergelijke. Ook de vitaliteit van de producten is heel belangrijk. De vitaliteit van de gewassen wordt bepaald door het groei- en rijpingsproces op de akkers. Als de planten op hun eigen tempo kunnen groeien tot ze helemaal “rijp” zijn, dan is hun vitaliteit optimaal. En die vitaliteit nemen wij mensen in ons op als we de plant eten. Omdat het bij babyvoeding gaat om bewerkte en verpakte producten, is het de uitdaging voor de producent om de natuurlijke kwaliteit tijdens de bewerking zoveel mogelijk te bewaren. Wilt u lezen hoe producent Joannusmolen (van het merk Biobim) dit aanpakt? U kunt het hele artikel lezen op www.odin.nl onder “Odinieuws”.’

U ziet wel, het is eigenlijk een vervolg op het verhaal bij Proef.nu. In ‘Artikel DP: Demeter-babyvoeding’ is het volgende te lezen, onder de titel ‘Levensenergie in een potje’:

‘Aan de productie van babyvoeding worden strenge eisen gesteld. Demeter-boeren en fruittelers hebben niet zo’n moeite om aan deze eisen te voldoen. Hun gewassen en percelen zijn schoon en scoren goed. Babyvoedingproducent Joannusmolen doet er alles aan om de levenskracht tijdens de verwerking te behouden. Lukt ze dat ook? Voedingsarts en onderzoeker Machteld Huber vertelt over kristallisatieonderzoek.

Tekst: Annelijn Steenbruggen, met dank aan Stichting Demeter

Bij de Stadsboerderij in Almere hangt de zoete geur van pompoenen over het erf. Het is oogsttijd. De pompoenen zijn deze week van het land gehaald, opengesneden en ontpit. In lichtblauwe torens van plastic kuub-kisten staan de pompoenhelften nu klaar voor transport naar de fabriek. “Groente voor babyvoeding mag niet in houten kisten vervoerd worden. Ze zijn bang voor splinters”, zegt Tom Saat. Samen met zijn vrouw Tineke runt hij De Stadsboerderij, een gemengd biologisch-dynamisch bedrijf. Op 40 van hun 120 hectare akkerland verbouwen ze doperwten, sperziebonen, bloemkool, broccoli, pompoenen en wortels voor babyvoeding. De wortels zijn ook afgelopen maand geoogst en liggen in een enorme berg klaar voor verdere verwerking. Er zijn veel baby’s nodig om dit allemaal op te eten.

Monsters

Tom en Tineke doen dan ook zaken met grote Europese producenten van babyvoeding, die de biologisch-dynamische groenten van De Stadshoeve gretig afnemen. Waarom hebben ook niet-biologische merken zoveel interesse in Demeter? Tom: “De regels voor babyvoeding zijn heel erg streng. De akkers mogen niet te dicht bij snelwegen en industrieterreinen liggen en de groenten mogen niet teveel nitraat bevatten. Voordat ik ga zaaien, worden mijn percelen bemonsterd en gecheckt op onder andere residuen van bestrijdingsmiddelen en zware metalen. Aan het eind van de rit wordt het nitraatgehalte in de geoogste gewassen gemeten. Uit ervaring weten ze dat Demeter schone percelen en producten heeft.” Hoewel de productie van babyvoeding extra administratie en aandacht vraagt, is Tom blij met deze afnemers: “Ze bieden afnamegarantie en goede prijzen.”

Extra waarborg

In de potstal liggen de witte Marchigiana koeien en stieren te soezen in het herfstzonnetje, dat door de windbreeknetten naar binnen schijnt. De dieren weten het zelf niet, maar zij zijn het geheim van de nitraatarme groenten. Zij zijn namelijk de schakel in de kringloop waarmee Tom zijn land in balans houdt. Tom: “Wij werken zoveel mogelijk met eigen mest en voeren de koeien met eigen geteelde grasklaver en granen. De grasklaver is tevens de basis in de vruchtwisseling. Daardoor kunnen we schaars met mest omgaan en zoveel mogelijk op oude krachten telen. Hoe minder mest je gebruikt, hoe lager het risico op teveel nitraat. De gesloten kringloop is overigens een extra waarborg voor onze afnemers dat we geen vervuilde grondstoffen inslepen.”

Verkoop

Jonge kinderen zijn erg gevoelig voor vreemde stoffen als bestrijdingsmiddelen en nitraat. De EU hanteert daarom zeer strenge normen. Biologische producten voldoen daar gemakkelijker aan. In Nederland is nu ongeveer 5 procent van de verkochte babyvoeding biologisch. In Engeland en Duitsland is dit al ongeveer de helft! Meer info: www.jeproeftdeaandacht.nl.

Natuurgegeven

Strenge regels voor babyvoeding, daar kan diëtiste en kwaliteitsmanager Diana Kroes van Joannusmolen over meepraten. Joannusmolen is al meer dan 25 jaar producent van biologisch-dynamische zuigelingen- en peutervoeding. Ze hebben het hele assortiment voor kinderen van 0 tot 36 maanden. Het begint bij pap en zuigelingenvoeding in pakken tot en met fruithapjes en groentemaaltijden in potjes. Sinds de start van het bedrijf is de vraag naar kant-en-klaar babyvoeding enorm gegroeid. Diana: “Onze doelgroep bestaat uit mensen die bij voorkeur zelf de maaltijden voor hun kinderen willen koken. Maar door het toenemend aantal tweeverdieners en het feit dat gezinnen tegenwoordig makkelijker een dagje op stap gaan, is de vraag naar maaltijdpotjes toegenomen. Kookmelen hebben we uit het assortiment gehaald. Mensen willen vandaag de dag instantpap met een korte bereidingstijd.” Diana is betrokken bij de productontwikkeling en beoordeelt of de producten voldoen aan wetgeving en verplichte voedingswaarde. “Daarnaast is voor ons de natuurgegeven kwaliteit van belang”, aldus Diana. “Dat is de kernwaarde van ons bedrijf.”

Warme pap

Joannusmolen is een familiebedrijf en zowel vader als zoon zijn geïnspireerd door de antroposofie. Diana maakte tijdens haar opleiding voor het eerst kennis met deze voedingsleer. Diana: “Ik was gewend om met micro en macro ingrediënten te rekenen, maar volgens de antroposofische visie is voeding meer dan de som der delen. Dat geeft een andere benadering. Voor bijvoorbeeld hyperactieve kinderen adviseren wij warme pap: de warmte geeft rust. Ook de keuze voor ingrediënten is anders. Wij kiezen voor Demeter. Het groei- en rijpingsproces op de akkers bepaalt namelijk de vitaliteit van de gewassen.”

Het moge duidelijk zijn dat Joannusmolen kwalitatieve ingrediënten inkoopt. Maar hoe behouden ze de vitaliteit tijdens de bewerking? Hoe krijgen ze de “natuurgegeven kwaliteit” in een potje? Diana: “Op de eerste plaats gebruiken we het hele product. Onze melen worden bijvoorbeeld gemaakt uit de hele graankorrel. Bovendien voegen we geen suiker, zout en kunstmatige smaakmakers toe. Voor de maaltijdpotjes worden het fruit en de groente na de oogst zo snel mogelijk verwerkt. Ze worden gewassen, gesneden en de bladgroentes worden ingevroren zodat ze niet verleppen. In kookketels worden de groente en het fruit zachtjes gegaard met zo min mogelijk toegevoegd water. Dan wordt de voeding in potjes afgevuld. De gevulde potjes worden gepasteuriseerd bij 96 graden; dat is de laagst mogelijke temperatuur om het product lang houdbaar te maken. Het pasteuriseren gebeurt zo kort mogelijk.”

Kristallisaties

Tom Saat doet er alles aan om een vitaal product te telen en Joannusmolen probeert de vitaliteit tijdens de bewerking te behouden. Hoe kan je meten of de boer en de verwerker daarin geslaagd zijn? Machteld Huber, arts en onderzoeker van het Louis Bolk Instituut, kan daar nog geen officiële uitspraken over doen. “Ik kan over vitaliteit alleen iets wetenschappelijk erkends zeggen, via onderzoeksproeven met levende mensen en dieren die producten consumeren”, aldus Machteld. Toch houdt zij zich ook met een alternatieve meetmethode bezig: kristallisaties. Machteld: “Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, heeft een methode aangereikt om levenskrachten te meten. Wij noemen dat ‘innerlijke structuur’. Als je een chemisch zoutmengsel (koperchloride) met daarin sap van een levend organisme laat uitkristalliseren, kan je aan het kristalpatroon de mate van structuur afmeten.” Het kristalpatroon lijkt op ijsbloemen, zoals dat na nachtvorst op ruiten kan ontstaan. Machteld: “Een duidelijk centrum, en mooi gevormde hoofdnaalden vanuit het centrum tot de rand, wijzen op een goede structuur. Met de computer kan je de verschillen tussen de patronen meten, maar de mens moet de interpretaties maken.” Staat deze structuur voor vitaliteit? En heeft Demeter-voeding meer vitaliteit? Machteld: “Er is meer vergelijkend onderzoek nodig om dat met zekerheid te kunnen zeggen. Persoonlijk denk ik van wel.”

Maximaal

Joannusmolen laat ook kristallisaties maken van hun eigen producten. Volgens deze kristallisaties blijft de vitaliteit behouden of is zelfs beter geworden na het pasteuriseren (zie afbeelding). Machteld legt uit: “Met koken voeg je warmte toe. Je kunt het zien als een voortgezet rijpingsproces waarmee de vitaliteit verder toeneemt. Met de magnetron forceer je warmte uit het product.” Joannusmolen heeft helaas geen vergelijkend onderzoek met regulier geteelde en verwerkte babyvoeding. Maar Diana Kroes zelf hoeft het bewijsmateriaal niet af te wachten: persoonlijk is ze al overtuigd. Voor haar zoontje van drie jaar kiest ze voor biologisch of biologisch-dynamische voeding. Diana: “Ik wil graag het maximale aan mijn zoontje geven. In een Demeter appel zit niet alleen calorische energie maar ook levensenergie. Met name baby’s en kleine kinderen hebben deze levenskracht nodig om zelf te kunnen groeien en ontwikkelen. Ik ervaar dat ik een gezonde jongen heb. Dat is ook iets wat je overkomt maar met goede voeding kan ik zijn meegekregen gezondheid ondersteunen.”

Tekst bij onderstaande afbeelding van kristallisaties Joannusmolen:

De bovenste kristalbeelden zijn van voor het pasteuriseren, de onderste beelden zijn na verhitting. Machteld: “De bovenste beelden hebben kristallen met fijne naalden. Dat duidt op een jong en nog wat onrijp gewas. Na de verhitting zijn de naalden grover. Dat zien we ook wanneer een product gerijpt is. Het is heel leuk om het resultaat van de verhitting te zien, want dat lijkt te tonen dat het rijpingsproces verder voltrokken is. Ik ga er vanuit dat één centrum en een regelmatige structuur een goede vitaliteit betekent. Het ras Rothild heeft zowel voor als na de verhitting één centrum. Dat duidt naar ik aanneem op een vitaal begin- en eindproduct.”’

U merkt het, we kunnen niet om deze producenten heen als we op de hoogte willen blijven van de Demeter-ontwikkelingen. Dat is werkelijk een belangrijke ontwikkeling!

vrijdag 5 maart 2010

Verdienen

Ik verwacht morgen het maartnummer van Motief in de bus. Dus ik kan nu nog even teruggrijpen op dat van de maand februari. Wat daarin staat, is ook al enige tijd op de website te vinden:

‘Beste antrop. boek 2009
Verkiezing: het beste antroposofische boek van 2009
Kies en win een proefabonnement of een publicatie in Motief!

Wat is naar uw mening het beste “antroposofische” boek dat in 2009 verscheen? We horen uw mening heel graag. Hieronder kunt u de reacties op deze oproep (die in het maartnummer van Motief stond) lezen.’

Ze moeten bij Motief een beetje in de bonen zijn: het maartnummer verschijnt pas morgen.

‘Wilt u als websitebezoeker ook reageren? Maak een keuze uit onze shortlist, eventueel met vlammend betoog (max. 350 woorden) waarom u dit boek als het beste antroposofische boek van 2009 beschouwt en mail uw reactie naar a.collee@antrop-ver.nl.

Onder de mensen die reageren verloten we vijf proefabonnementen op Motief, maandblad voor antroposofie. Daarnaast kiest de Motiefredactie uit alle ingezonden argumentaties de drie beste. Die worden in het aprilnummer van Motief geplaatst.’

Er staat niet bij tot wanneer je kunt inzenden. Als het nog in het aprilnummer moet komen te staan, dan zal de deadline waarschijnlijk de afgelopen week al verstreken zijn. Laten we eens kijken wat er allemaal op die shortlist staat:

– Arie Bos, Hoe de stof de geest kreeg.
– Rob Otte, In gesprek met mijn overleden vader. Over idealen, haat en drankzucht.
– Willem Frederik Veltman, Hellas. Herinnering, bezinning, verwachting.
– Jaap van de Weg, Werelden en wezens.
– Jan Pieter van der Steen, Dementie. Achtergronden en praktijkervaringen.
– Marcel Seelen, Geert Groote en het onderwijs.
– Kees Zoeteman, Gaia Logica. Een nieuwe manier om met de aarde om te gaan.
– Doorlie Gerdes, De beelden.
– Jan Diek van Mansvelt, Dwarskijken op Darwin.
– John van Schaik, Arta. Zingeving en verslaving.
Logos. Onderzoek van de geest. Jaarboek 2010.
– Ina Emous-van der Kooij e.a., Uitwendige therapieën. Wikkels, kompressen en baden.
– Cornelis Boogerd, Het etherlichaam als pedagogisch instrument in de opvoeding van het kleine kind.
– Bob Witsenburg, Gezondheid, ziekte en therapie.
– Annejet Rümke, Als een feniks uit de as. Herstellen van een burnout.
– Rob Gruben, Esoterische verdiepingen.
– Ilse Staedke, Schiller en de vrijeschool pedagogie.
– Ton Jansen, De kredietcrisis. En wat dies meer zij.
– Ernst Katz, Meditatie, een inleiding.
– John van Schaik, Antroposofie en gnostiek. Geesteswetenschap en gnosis.

Een mooie selectie. Maar een korte lijst vind ik het niet. ‘Hieronder kunt u de reacties op deze oproep lezen’, stond er. Er zijn er vijf. Eentje van Carla Meertens over Cornelis Boogerd, Het etherlichaam als pedagogisch instrument in de opvoeding van het kleine kind. Zowel eentje van Liesbeth de Veer als van Thea Meijer over Jaap van der Weg, Werelden en wezens. Eentje van Doorlie Gerdes over Rob Otte, In gesprek met mijn overleden vader. En uiteindelijk eentje van Martje Klok over Ton Jansen, De kredietcrisis. En wat dies meer zij. Dat is duidelijk de leukste (ik zeg maar niet beste, want ik heb geen idee hoe men dat gaat beoordelen):

‘De jaren 2008 en 2009 zullen nog lang in ons geheugen gegrift staan. Het zijn de jaren van de kredietcrisis. Maar het zijn ook de jaren van de presidentsverkiezingen in Amerika: Obama werd gekozen: “Yes we can!” Hoe dankbaar was ik toen Ton Jansen in oktober 2008 het initiatief nam het webtijdschrift “Mens en Wereld” uit te geven, voorzien van artikelen over actuele gebeurtenissen belicht vanuit antroposofische inzichten. Ze voorzagen in mijn behoefte aan een zinvolle duiding van de actualiteit in samenhang met de antroposofie. Genoemde artikelen zijn samengebundeld tot het boek De Kredietcrisis. En wat dies meer zij.

Rudolf Steiner gaf tijdens zijn leven ontelbare aanwijzingen, op welke voorvallen en stromingen in de geschiedenis gelet moet worden. Ton Jansen geeft gehoor aan deze oproepen, gaat op onderzoek uit en presenteert zijn bevindingen helder en geesteswetenschappelijk doordacht. De schrijver is in staat betekenisvolle historische verbanden te leggen, waardoor gebeurtenissen in de huidige tijd niet op zichzelf, als afzonderlijke incidenten blijken te staan, maar een doelgerichte aanloop laten zien van vele jaren. Rudolf Steiner heeft in zijn tijd de Sociale Driegeleding gepresenteerd. Ton Jansen verduidelijkt in zijn boek wat daarmee bedoeld wordt en hoe je deze grote idee kunt toepassen in praktische situaties, bijvoorbeeld in de discussie rond het rookverbod! Hij laat de noodzaak van Sociale Driegeleding zien als oplossing om uit de impasse van de huidige wereld- problematiek te komen.

In zijn artikelen geeft Ton Jansen het voorbeeld hoe je met het nieuws, dat via de pers in de vorm van losse feitjes en daardoor als een chaos je tegemoet komt, vanuit antroposofische gezichtspunten om kunt gaan, waardoor de dieper liggende betekenissen, oorzaken en verbanden meer duidelijk worden. Hij maakt je enthousiast om wakker, bewust en onderzoekend in deze tijd te staan. Dit boek zal nog lang actueel blijven. Niet alleen omdat de kredietcrisis nog lang niet voorbij is, maar omdat het boek een overstijgende inhoud en werkwijze schenkt, waarmee je de waan van de dag geesteswetenschappelijk verrijkt tegemoet kunt treden.’

Geen slecht idee om dit boek als een van de beste uit te roepen. Het zou het verdienen.

donderdag 4 maart 2010

Volksmuziekschool

Iets moois vandaag. Ooit gehoord van ‘Folkroddels’? Nee? Maakt ook niet uit, eigenlijk. Gisteren las ik op een website met die naam:

Interview met Lief Verbeeck

Draailierspeelster en geëngageerd lesgeefster. Bezielster van muziekatelier Ward De Beer dat dit jaar 50 jaar bestaat.

Muziekatelier Ward De Beer in Borgerhout, ook wel eens “de volksmuziekschool” genoemd, bestaat dit jaar 50 jaar. We ontmoetten bezielster Lief Verbeeck die in het folkmilieu vooral bekend is als lesgeefster draailier. We spraken met haar over het muziekatelier, over haar leven en haar passie voor het lesgeven, over volksmuziek en muzikale vrijheden, over de behoefte aan nieuwe leraars, over haar muzikale kinderen (dEUS, Lady Angelina, Traktor,...) en over Antwerpenaars.’

Het is ‘Sterrekruid’ die dit interview heeft afgenomen:

‘Tja, wat wil je over mij weten? Ik ben Stella, aka Sterrekruid. ’k Ben ergens in de 30 en woon in “het” schoonste stad van ’t land. Juist ja, Antwerpen. Zoals veel folkliefhebbers heb ik als tiener eerst de Dubliners ontdekt, en daarna Christy Moore. Van daaruit is mijn liefde voor Vlaamse en Europese traditionele muziek gegroeid. Maar ik ben daar ruimdenkend in, als het maar fijn klinkt, wat verruimend mag zijn en niet teveel ellentriek en drumstellen heeft. Ik hou van goeie zangstemmen en goeie teksten. Ik zing zelf ook graag.

Er gebeuren in Antwerpen en haar ruime omgeving veel fijne folkdingen. Om dat alles wat bekender te maken en zelf te weten waar we naartoe kunnen, heb ik samen met Michel Stuys een website gemaakt: www.folkinantwerpen.be. We engageren ons om een folkkalender van Groot-Antwerpen up-to-date te houden en af en toe verslagen te maken en nieuwsjes te vergaren. De actieradius van Groot-Antwerpen strekt zich uit tot 20 km rond de Onze-Lieve-Vrouwe-kathedraal. Dingen die het belang van onze stad overstijgen, zetten we ook op Folkroddels, want Vlaanderen is (gelukkig en helaas) groter dan Antwerpen.’

Kortom, we duiken dankzij Sterrekruid onder in de mooie Vlaamse tongval. We krijgen een heerlijke story te lezen, waarin Lief Verbeeck tevoorschijn treedt als een fantastische ‘folks’vrouw:

‘Dag Lief, in onze zoektocht naar folk in Antwerpen kom ik vandaag bij jou terecht. Hoe gaat het volgens jou met de folk in Antwerpen?

In Antwerpen zijn er niet zoveel mensen met folk bezig. ’t Is te zeggen, ik heb de indruk dat Antwerpenaars zich niet zo gemakkelijk verenigen als bijvoorbeeld de Gentenaars. Als er hier dingen gebeuren, dan blijven die dikwijls binnenshuis. Antwerpenaars denken nogal eens dat ze niemand anders nodig hebben en doen het dan op zichzelf.

Wie is Lief Verbeeck?

Ik ben altijd met spelen en speelgoed bezig. Ik doe heel graag dingen die niet echt zijn, ik heb bijvoorbeeld speelgoed en toneelkleren gemaakt, toneelstukken geschreven, straattoneel gespeeld, alles wat juist niet echt is. Ik heb wel echte dingen gedaan, maar nooit in ’t echt, altijd met het speelse erin, om me vrij te voelen denk ik. Ik heb piano gestudeerd en was daar heel goed in, maar ik zag mezelf niet op een concertpodium aan een vleugelpiano zitten omdat dat allemaal veel te echt en te serieus was. En daarom trekt volksmuziek mij veel meer aan, het blijft spelen, het is niet vastgepind, het is niet met een geweldige sérieux. Dat is misschien een uitgangspunt voor mij, als het te serieus wordt, dan ben ik weg.

Hoe ben jij bij de volksmuziek terecht gekomen?

Ik kocht mijn eerste singles toen ik 16 was, eentje van de Beatles en eentje van Wannes Van de Velde. Beide waren voor mij evenwaardig, even sterk, even krachtig en hip. Ik speelde toen zelf al behoorlijk goed piano en ook toen al hield ik van volkmuziek, al was daar op de muziekacademie natuurlijk geen plaats voor. Als kind haatte ik folklore, ik haatte accordeonisten die liedjes kwamen zingen. Ik heb me zo als kind eens geweldig belazerd gevoeld omdat als verrassing op kamp zo’n accordeonist Vlaamse liedjes met ons kwam zingen, ik vond het afschuwelijk. Maar toen kwamen Rum en Wannes Van de Velde en zij gaven aan volkmuziek een totaal andere invulling als wat de folklore er mee deed en dan vond ik het wel tof. Zo was het ook met volksdans, ik haatte die opvoeringen met stijve kostuums, maar toen kwam ik in Galmaarden op de volksmuziekstages terecht en ik leerde daar de bourrees en de scottischen kennen en zag dat je die ook kon dansen zonder jezelf lelijk te moeten kleden of lelijke muziek te moeten spelen. Ik dacht: “Ha, dat kan, dat bestaat.”

Wat trekt jou aan in volksmuziek?

Als volksmuziek droevig is, is het puur gewoon zo droevig en als het vrolijk is, dan is het puur vrolijkheid. Het is het een of het ander: kinderlijk vrolijk of kinderlijk droevig, maar altijd eerlijk, er is niets gekunstelds aan. Ik word groter als ik die muziek hoor, mijn hart begint te kloppen, juist zoals wanneer de zon erdoor komt, zo’n gevoel.

Ik ben de eerste keer in Galmaarden geweest in 1981, bijna 30 jaar geleden. Ik speelde toen drie jaar viool. Op de muziekacademie moest ik studies spelen en die klonken in mijn oren niet als muziek. Maar op die stages mocht ik met de beperkte technische bagage die ik had echt muziek spelen. Dat is het fantastische aan volksmuziek: die ligt heel dicht bij de mens als hij muzikaal nog niet veel kan, bij de kleine, volkse mens, dat vind ik heel belangrijk.’

Vervolgens gaat het over het verschil tussen volksmuziek en folk. Pas daarna wordt duidelijk waarom ik dit alles hier aanhaal:

‘Je bent in het folkmilieu bekend omdat je goed draailier speelt en lesgeeft in Borgerhout en Gooik. Hoe ben je daarbij terecht gekomen?

We speelden toneel. Ik was getrouwd met beeldhouwer Joos Janssens. We hadden elkaar leren kennen op het podium, hij zong en speelde gitaar en doedelzak. Hij had iemand gezien met een zelfgebouwde draailier en wilde dat ook ooit bouwen. Er gingen jaren voorbij en er werd niet meer over gepraat. Joos kwam op de Steinerschool in Antwerpen terecht als lesgever beeldhouwen. Hij moest ook schrijnwerkerij geven en ging daarom een cursus “hommels bouwen” volgen bij Lode Bauwens in Sint-Niklaas. Daar leerde hij mensen kennen die met volksmuziek bezig waren en kwam hij in contact met de draailier. Hij bouwde toen een draailier om te gebruiken in ons straattoneel.

Ik speelde toen een beetje viool en accordeon. Joos exposeerde met beeldhouwwerk en ik had mijn pianoleraar Gaston Wouters gevraagd om het in te leiden. Tijdens de receptie tussen de beelden en jonge mensen, begon hij accordeon te spelen en dat was fantastisch. Wat hij speelde leefde, terwijl wat andere accordeonisten speelden voor mij een dooie boel was. Binnen de kortste keren had ik ook een accordeon. Een viool heb ik ook via hem gekocht. Die lag daar maar te liggen tot iemand me zei: “Als je er niet op speelt, dan gaat ze kapot.”

Na een paar jaar ben ik dan op de volksmuziekstage in Galmaarden terechtgekomen. En op hetzelfde moment ben ik bij Ward De Beer gaan meespelen in het strijkersensemble. Echt krak op dezelfde moment, de directeur van de muziekacademie van Essen wou mij buizen, en toen dacht ik: “Wacht maar,” en ik was vertrokken. Op zo’n stage en in het muziekatelier van Ward De Beer kon ik volksmuziek en barokmuziek spelen die toegankelijk en niet moeilijk was. Je leert op die manier vaardigheden opbouwen die ik niet mocht oefenen in de academie.’

Even later gaat het interview verder door op deze Ward De Beer, die een belangrijke rol blijkt te hebben gespeeld bij de vrijeschool in Antwerpen. De opkomst en ondergang hiervan wordt heel levendig geschilderd:

‘Wie was die Ward De Beer eigenlijk?

De broer van Ward De Beer had de Steinerschool in Antwerpen opgericht, Ward gaf er muziekles. Hij was een fantastische mens die een intense en juiste kijk had op de zaken, hij kon mensen verzoenen op zijn minzame en diplomatische manier en gaf ze het gevoel dat ze iets waard waren en tot prestaties konden komen. Ik heb Ward leren kennen in 1974 als leraar van de Steinerschool in Antwerpen. Mijn man zei de eerste dag nadat hij thuiskwam van zijn werk daar: “Nu zit daar toch zo’n sympathieke muziekleraar, zo’n warme, sympathieke, lieve, minzame mens.” Dat zal iedereen zeggen die Ward heeft gekend. Ik kan hem met niemand vergelijken. Ward had een klassieke scholing, maar hij leidde een volksdansgroep Keere Weerom waar hij viool speelde. Ward sprong en danste even hard mee als de dansers. Zijn vrouw Mieke leerde de dansen aan, het was naar ’t schijnt nogal een kwaaie waarbij het allemaal heel juist moest zijn. Ward was ook instrumentenbouwer maar bouwde nooit twee keer hetzelfde: hij bouwde een draailier, doedelzak, hakkebord, fluiten viool, altviool... Hij ging altijd “eens iets proberen”. Hij had een altviool gemaakt en die bracht hij dan bij het strijkersensemble mee om op te spelen. Het staartstuk daarvan was een blote vrouw, dat is ook typisch iets van hem, hij was een speelvogel.

In 1960 begon Ward met zijn jeugdmuziekatelier. Hij was vooral bezig met oude muziek en volksmuziek. Niet het klassiek academische, maar wel de huismuziek, wat je speelt als je met zijn allen bijeen zit, renaissancestukjes of volksmuziek, dat is eenvoudig en gemakkelijk en dat werd aangeboden. En daar dan de nodige muzikale vorming bij. Dat ging altijd samen als een evenwaardig pakket: muzikale vorming, instrument en samenspel. De oude muziek heeft een geweldig hoogtepunt gehad in de muziekschool, er werd traverso gespeeld, klavecimbel, vedel, gamba, luit, lier,... Er waren overal leraren voor.

Wanneer ben jij bij het muziekatelier van Ward De Beer terechtgekomen?

In het begin werkte het muziekatelier uitsluitend met jongeren. Maar bijna 20 jaar later, in 1979, wilden ze in de Steinerschool ook met ouders een muziekschool oprichten, dat werd de vzw Musica Domestica. Ik kwam er zelf terecht in 1981 en vond het er ongelofelijk tof, er gebeurde zoveel en ik dacht dat dat altijd al zo geweest was, maar eigenlijk was het toen nog maar recent zo. Na Wards plotse overlijden in 1985 viel de school in een dieptepunt omdat zijn grote persoonlijkheid bij niemand zijn gelijke vond. Daarom, vanuit ons groot respect voor deze onvervangbare man, hebben wij de school naar hem genoemd, en trachten we zijn bezieling en mentaliteit nog steeds zoveel mogelijk levendig te houden en te benaderen.

Toen Ward in 1985 stierf was er een bestuur dat zeer goed werkte, maar het duurde niet lang of er was onenigheid en de ene na de andere was weg. Toen vroegen ze of ik in het bestuur wilde komen? Ik ging naar een vergadering en bijna iedereen nam daar ontslag, ook de voorzitter. Ward was toen maar een jaar dood en ik dacht: “Dat kan niet, zoiets prachtigs laat je toch niet verloren gaan.” In 1986 vlogen we buiten uit de Steinerschool en moesten we op zoek naar een nieuwe locatie. Die vonden we in een school in de Van Heurckstraat, niet ver van de Vogelmarkt in Antwerpen. Daar stonden we dan, we vielen terug op 200 leerlingen want alle leerlingen van de Steinerschool vonden het te ver om nog te komen.’

We zitten pas op de helft van het interview. Lief Verbeeck weet heel boeiend uit haar leven te vertellen, hoe ze is doorgegaan in de geest van deze Ward De Beer: absoluut de moeite om verder te lezen. Tegen het einde zegt ze samenvattend:

‘Ik word dit jaar 60 en werk halftijds in dienst van het muziekatelier. Ik moet nog vijf jaar werken voor ik op pensioen ga. Ik wil dan andere dingen doen die ik plezant vind, houtbewerking, knutselen met kinderen,... De muziekschool bestond 25 jaar toen Ward De Beer gestorven is, ze bestaat nu 25 jaar zonder hem. We voelen nu dat het serieuzer wordt, we krijgen meer respons en werken eraan. Het is tijd voor een volgende stap in de evolutie.’

Bedankt Stella, voor dit mooie interview! En Lief Verbeeck uiteraard voor het prachtige levensverhaal...

woensdag 3 maart 2010

Gemeenteraden

Gemeenteraadsverkiezingen dus vandaag. De stembureaus gingen om negen uur dicht; nu is het tellen begonnen. Toch maar even aandacht voor de lokale politiek op deze plek. De afgelopen tijd is er in de lokale pers best het nodige over gemeld, ook aangaande antroposofische zaken. Al waren het alleen maar de vrijscholen die als stembureau dienst deden.

‘Alkmaarders kunnen binnenkort op 65 locaties hun stem uitbrengen voor de gemeenteraadsverkiezingen. Dat zijn er zestien meer dan bij de laatste verkiezingen.’

Daaronder ook de ‘Rudolf Steinerschool (Sperwerstraat)’.

Hetzelfde geldt voor Voorschoten: ‘Rudolf Steinerschool, Burgemeester De Koolplantsoen 19’.

Op 19 februari meldde ik in ‘Winstmaximalisatie’ dat de Michaëlschool in Zwolle de ‘Raad voor de Klas’ had gewonnen. De Stentor kwam er de volgende dag ook mee:

‘Groep 7 van de Vrije school Michaël aan de Bachlaan heeft gisteren een cheque van 1500 euro gekregen voor de bouw van een houten schip.

De klas won het Raad voor de Klas-project, een gemeentelijk project dat in januari is gehouden om scholieren te betrekken bij lokale democratie. Acht scholen deden mee, de Ichthus heeft een aanmoedigingsprijs gekregen.’

De website van het Noordhollands Dagblad, editie Schagen en omstreken, kwam op 10 februari met lokaal nieuws uit Tuitjenhorn, ‘Geen verplaatsing van appartementenpand’:

‘Noch de gemeente Harenkarspel noch projectontwikkelaar Ballast Nedam zien brood in het verzoek van bewoners van de Delftweg in Tuitjenhorn het naast de sporthal geplande appartementencomplex te verplaatsen naar de overkant van de Oostwal.

De bewoners maken bezwaar tegen het woningbouwplan waarvan dit gebouw een onderdeel is. Het totaalplan bestaat uit het complex met daarin acht appartementen, zeven bungalows, acht tweekappers en een vrijstaande woning. Met speciaal voor antroposofisch instituut Midgard ook nog eens acht wooneenheden.

Het appartementencomplex komt naast de sporthal en de omwonenden zijn vooral bang dat ze hierdoor hun privacy kwijt raken.

Lees meer in de Schager Courant van donderdag 11 februari’

En wat dacht u van dit nieuws uit Zutphen? De Stentor berichtte op dezelfde dag:

‘De nieuwe partij Burgerbelang Zutphen Warnsveld (voorheen fractie Bert Jansen) vindt dat het roer om moet, zo blijkt uit het A-4-tje met de kernpunten. (...)

“Wij steunen initiatieven om een Hoge Vrije School in Zutphen te stichten en in samenwerking met bestaande hoge scholen een ‘dependance’ te realiseren.”’

Dat van die ‘Hoge Vrije School in Zutphen’ is nog een verhaal apart. Een jaar geleden, op 10 maart 2009, berichtte De Stentor al over Hogeschool Zutphen in beeld’. Dit initiatief heeft ook een eigen website:

‘Begin 2009 hebben Caroline Kal, Floor Basten en Anne-Marie Poorthuis het initiatief genomen om via een netwerkprogramma vanuit Zutphen te bouwen aan een Hogeschool. Onderstaand vindt u een beschrijving van deze periode. Via de linken vindt u verslagen, werkwijzen, beelden en teksten van diverse betrokkenen.’

Elders op de website lees ik:

‘Uitnodiging onderzoekend bouwen aan een Hogeschool Zutphen
Het hoger onderwijs is aandachtsgebied van Zutphen. De wens voor een hogeschool in de stad leeft. Onze uitnodiging is om via netwerkontwikkeling en onderzoek de start van een hogeschool in Zutphen voor te bereiden. Ambitie daarbij is om de verschillende denk-, werk- en leefrichtingen in de stad met elkaar in verband te brengen en een basis te leggen voor een hogeschool die diversiteit van leren aangaat. Een mooie kans om het gewetensvolle handelskapitaal dat in Zutphen stroomt aan wal te brengen en zowel voor Zutphen zelf als voor heel Nederland toegankelijk te maken.
(...)
“regulier maken antroposofie”
Uiteraard zal de antroposofie, die zo kenmerkend is voor Zutphen, ook een plaats krijgen in de hogeschool. Een hogeschool biedt de prachtige mogelijkheid om dat vorm te geven via lectoraten en leergangen. In gesprek met vertegenwoordigers uit de antroposofie zullen we dit nader verkennen.’

Op de lijst met ‘Medewerkers Hogeschool Zutphen’ komen we heel wat bekende namen tegen. Op 11 maart 2009 kwam De Stentor met een vervolg op zijn bericht van de dag ervoor, ‘Zoek samenwerking voor plan hogeschool’:

‘Wethouder Willem Geerken van onderwijs van de gemeente Zutphen heeft een welgemeend advies voor de initiatiefneemsters die zich beraden op het stichten van een hogeschool in Zutphen.

Dat komt erop neer dat hij de drie vrouwen aanraadt op te trekken met de plannenmakers die eerder al een soortgelijk initiatief bij de gemeente aandroegen. “Dat komt van de Stichting de Vrije School Noord en Oost Nederland.”

Momenteel loopt er een onderzoek (met geld van de stichting en de gemeente) naar de behoefte en de mogelijkheden van een hbo-school in Zutphen. De wethouder weet dat het traject niet eenvoudig is. “Een hbo-school is moeilijk te bevechten. Het lijkt me slim als de initiatiefnemers samen om tafel gaan zitten.”’

Ook in Purmerend wordt geïnvesteerd in het onderwijs, en daar profiteert de plaatselijke vrijeschool van, berichtte Webregio.nl op 24 februari:

‘Purmerend investeert ruim 750.000 euro in de verbetering van het klimaat op scholen. 450.000 euro wordt gesubsidieerd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Bij acht basisscholen worden maatregelen getroffen: De Koempoelan, De Ranonkel, Het Pierement, De Klimop, Trifolium, De Smidse, De Vlieger en De Vrije School. De schoolbesturen hebben deze scholen zelf voorgedragen. Per school is op basis van het “Energie en Binnenmilieu Advies” (EBA) aangegeven welke maatregelen nodig zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld over het vervangen van enkel glas door HR glas, het isoleren van plat dak of het aanbrengen van warmte-terug-win-units. Inmiddels zijn de voorbereidingen voor het uitvoeren van de werkzaamheden gestart. Dit jaar worden de werkzaamheden afgerond.

Wethouder Berent Daan: “Een goed binnenklimaat is voor leerlingen en onderwijzers heel belangrijk. De gemeente heeft in 2009 extra geld vrijgemaakt om de situatie op deze scholen te verbeteren. Nu de aanvullende gelden door het ministerie zijn toegekend kunnen we echt aan de slag”.’

In Leiden is het ‘Afwachten hoe nieuwe wetgeving gaat uitpakken’, zo meldde het Witte Weekblad op 26 februari:

‘Peuterspeelzalen spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen. In Leiden coördineert de Stichting Peuterspeelzalen Leiden en omstreken (SPL) het werk in 29 speelzalen, waaronder 2 antroposofische en 8 voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE). Deze tezamen worden wekelijks bezocht door zo’n 1200 kinderen. De SPL heeft sinds 1 januari een nieuwe directeur, Jennifer Beijer. (...)

Landelijk gezien bezoekt ongeveer de helft van de peuters een speelzaal. In Leiden ligt dit getal lager, namelijk op ongeveer een derde, omdat relatief veel kinderen hier een kinderdagverblijf bezoeken of naar een particuliere speelzaal gaan. (...)

“Hoe de nieuwe wet in Leiden gaat uitwerken, kan ik helaas nog moeilijk inschatten”, zegt Jennifer Beijer, directeur van SPL. “Dat is niet alleen omdat ik pas kort in functie ben, maar ook omdat we in een tijd van bezuinigingen zitten en omdat er natuurlijk verkiezingen aankomen. Ik kan wel zeggen dat de gemeente Leiden altijd een fantastische partner is geweest in het peuterspeelzaalwerk en dat er regelmatig overleg is over het onderwijsachterstandenbeleid.”’

In Amstelveen zijn de ontwikkelingen beslist gunstig voor het vrijeschoolonderwijs te noemen, zo meldde Johan Bos op 22 februari op ‘Amstelveen.blog.nl’ in Veenboer komt nu met concrete planning scholenbouw’:

‘Onderwijswethouder Dolf Veenboer heeft alle ouders van leerlingen in het basisonderwijs per brief op de hoogte gesteld van zijn planning voor de nieuwbouw, uitbreidingen en verbouwingen van scholen. Daarmee is eindelijk duidelijk wanneer wat gaat gebeuren. Het komt er op neer dat aan het jaren geleden al vastgestelde programma voor verbetering van onderwijshuisvesting eindelijk data zijn gehangen. Het komt er op neer dat in 2015 de laatste nieuwbouwprojecten worden opgeleverd. De gemeenteraad besloot eerder dat het vastgestelde programma voor investeringen in scholenbouw (PIA1) ondanks de crisis onverkort moet worden uitgevoerd. Alleen Burgerbelangen (BBA) was daar tegen. (...)

Het komt er op neer dat eind 2012 of 2013 de uitbreiding of nieuwbouw (over de keuze moet nog een besluit vallen) van de Eerste Amstelveense Montessorischool klaar is. In 2013 is verder de nieuwbouw van Parcival (Vrije School) en Tweede Amstelveense Montessorischool en in 2015 van de Westwijzer klaar.’

Dan was er op 23 februari nog een bericht van Anneke Iseger in de Biltsche Courant, Frisse tunnel kleurrijk visitekaartje wijk’ (helaas is dat artikel momenteel op internet niet beschikbaar, ik weet niet waarom), waarin zij schrijft over de gemeente De Bilt:

‘De situatie van het fietstunneltje De Leijen/Brandenburg-West was jarenlang een doorn in het oog van de fietsers die hiervan regelmatig gebruik moeten maken: de verlichting werd regelmatig vernield, waardoor zij zich onveilig voelden, en het tunneltje zag er lelijk uit door de veelvuldig op de grauwe muren gespoten graffity.

De Wijkraad De Leijen heeft bij de gemeente lang gelobbyd om geld voor een opknapbeurt los te krijgen. Mede dankzij de inspanningen van wijkcontactambtenaar Gerard Kosterman, heeft dit eind vorig jaar geresulteerd in een letterlijk kleurrijk visitekaartje voor de wijk. Op woensdagmiddag 17 februari werd het fietstunneltje in het bijzijn van onder anderen bewoners van De Leijen en Brandenburg-West, officieel heropend door wethouder Bert Kamminga.

Dit is het tweede fietstunneltje dat is opgeknapt, aldus Kamminga. Vorig jaar was dit het Klaphektunneltje, en in het voorjaar zal het tunneltje in Weltevreden in samenwerking met de Patioschool en de Rudolf Steinerschool worden aangepakt.’

Dan is er tot slot nog dit, Politiek profiel: Cor Jan de Kleijn’ door Saskia van Kuik, dat op 11 februari verscheen in DenHelderActueel.nl:

‘Cor Jan de Kleijn is voor de SP kandidaat voor de gemeenteraad. Hij is 54 jaar en getrouwd met Yvonne. Vier zonen is het gezin rijk, te weten: Barry (22), Alex (20), Jos (15) en Maarten (12). Hij is geboren en getogen in Den Helder en werkt al 25 jaar als fysiotherapeut in een verpleeghuis in Schagen. (...)

Sinds twee jaar is De Kleijn actief in de politiek. “Ik was al langer maatschappelijk betrokken. Toen de kinderen nog leerplichtig waren, kwamen we in aanraking met de vrije school. Dat sprak me enorm aan en ik ben daar bestuurslid geworden. Rachel Post leerde ik daar kennen, zij was leerkracht op de Vrije School en we wisselden regelmatig standpunten uit. Binnen het gezin met opgroeiende kinderen wilde ik toch ook graag mijn steentje bijdragen en aangezien we beperkt tijd hebben in ons leven, was dat in die periode voldoende. Later werd de Vrije School opgeheven, de kinderen werden groter en op een goed moment hield ik tijd over.”’

We zullen binnen een paar uur weten hoe de lokale verkiezingen voor de verschillende partijen en kandidaten hebben uitgepakt.

dinsdag 2 maart 2010

Oprukken

Morgen gemeenteraadsverkiezingen. Maar ik houd het vandaag toch liever bij de landbouw. Daar ben ik de laatste tijd al meer mee bezig. Ik ontdek steeds meer. En kan aanknopen bij wat ik eerder heb gevonden, zoals bij ‘Eigentijds’ van eergisteren. Gek genoeg blijft Biologica momenteel opvallend achter; ik vind daar Alexis van Erp ook niet meer, is dat soms een teken aan de wand? Er blijkt best veel te zijn, als je het maar kunt vinden. Bovendien: Demeter rukt op! Zoals bij dit nieuws van 26 februari op Proef.nu onder ‘Vitatas Wetenswaardigheden’, over ‘Internationale ontwikkelingen: biologisch verwerft aanzien’:

‘Afgelopen week vond in Neurenberg Duitsland de BioFach weer plaats, de grootste internationale biologische beurs ter wereld. Een beter moment voor een update van de internationale ontwikkelingen is er niet. Het meest opmerkelijke nieuws is dat biologische landbouw en voeding ondanks de recessie het afgelopen jaar stabiel zijn doorgegroeid in de meeste landen. Azië is in opmars, de VS kent een groei van maar liefst 16% in 2009, net als Frankrijk. Duitsland en Nederland groeien tussen de 5 en 10%. Alleen in Engeland is sprake geweest van een lichte teruggang.

Wat verder opvalt, is de steeds sterkere koppeling die veel bedrijven maken tussen biologisch en andere meerwaarden, zoals Fair Trade, regionale herkomst, transparantie en duurzaamheidsaspecten. Kwaliteiten die veel biologische consumenten automatisch van biologisch producten verwachten. Deze kwaliteiten staan echter op zichzelf en worden apart beschreven in de wetgeving. De komende jaren lijkt daarmee geleidelijk een tweedeling te gaan ontstaan tussen biologisch met extra (niet wettelijke) meerwaarden en biologisch op het wettelijk minimum. In feite is deze ontwikkeling al een tijd aan de gang.

Een keurmerk dat al veel langer bovenwettelijke eisen invult is bijvoorbeeld Demeter, het keurmerk voor biologisch dynamische landbouw en voeding. Demeter garandeert ondermeer nog hogere dierenwelzijnseisen, zoals koeien met hoorns en kippen waarvan de snavel niet gekapt mag worden, wat in de praktijk betekent dat de dieren nog meer ruimte krijgen. Niet voor niets hebben de Demeter landbouw en voeding in gidsland Duitsland een hele sterke positie. Hal 7 van de BioFach staat traditioneel grotendeels in het teken van Demeter producten.

De BioFach heeft zoveel aanzien dat ook vele EU landbouwministers de beurs bezoeken. Dit jaar mochten de Nederlandse bedrijven zich verheugen op de komst van minister Verburg. Zij bezocht diverse Nederlandse stands voor een onderonsje met de werknemers. Het feit dat de minister aandacht besteedt aan de biologische beurs heeft politieke betekenis: biologische landbouw en voeding heeft aanzien en groeit naar een volwassen status.’

Een week eerder bracht dezelfde website nieuws inzake melk. Zoals u weet, is dat een heet hangijzer: leesLiterprijs’ van 30 januari. Misschien heeft het daarmee te maken; in ieder geval is dit wat wordt medegedeeld over Proef en Zuiver Zuivel gaan samen’:

‘Proef was het eerste merk dat Demeter zuivel in pak verkocht. Tot die tijd was dat niet gebruikelijk. Demeter hoorde in statiegeld verpakking en doordat de melk gaat opromen zou je verstoppingen krijgen in het pak. Beide bleken achteraf mee te vallen en de Demeter lijn onder Proef maakte een prima start.

Zuiver Zuivel verkocht altijd Demeter zuivel in PC flessen. Helaas viel het milieuvoordeel van deze statiegeldfles wat tegen, waardoor ook Zuiver Zuivel besloot de Demeter zuivel voortaan in pak te gaan verkopen. Het onderscheidende element van de Proef zuivel verdween daarmee.

Proef en Zuiver Zuivel zien een mooie toekomst voor Demeter. Daarom is al een aantal biologische veehouders overgeschakeld op biologisch-dynamische veehouderij. De melkplas is echter nog steeds niet groot en versnippering van de afzet is daardoor niet in het belang van welke partij in de keten dan ook. Bij versnippering nemen immers de kosten voor transport, productie, marketing en verkoop toe, waar uiteindelijk de boeren niet bij gebaat zijn.

Proef en Zuiver Zuivel zijn dit jaar in gesprek gekomen over het samenvoegen van de beide Demeter zuivel lijnen. Dit bekent dat de Proef zuivellijn uit het assortiment zal gaan en dat er verder wordt gegaan met Zuiver Zuivel. Zuiver Zuivel geeft prioriteit aan het verder ontwikkelen van biologisch-dynamische zuivel, zodat we daar met elkaar gezond van mogen genieten, zonder de boeren tekort te doen.

Voor meer informatie over de Zuiver Zuivel Demeter producten kunt u kijken op www.zuiverzuivel.nl

En nu ik toch bij Proef.nu bezig ben, meteen maar een oudje. We gaan terug naar 10 april 2009, naar Boeren met smaak’:

‘Zo luidt de titel van een onderhoudend nieuw boek over de biologische landbouw en voedingsbeweging in Nederland. Een zeer breed opgezette uitgave waarin ruime overzichten (ontwikkeling van de landbouw in Europa en Nederland) afgewisseld worden met heel specifieke gebeurtenissen (oprichting van het eerste biologisch-dynamische landbouwbedrijf Loverendale in het Zeeuwse Oostkapelle).

Het boek omvat qua tijdspanne duizenden jaren, maar is vooral heel specifiek en uitgebreid in de ontwikkelingen van de laatste decennia. De verhalen worden veelal verteld aan de hand van ervaringsdeskundigen: biologische boeren zoals Jochem de Boer, bekend van “Boer zoekt vrouw”, Sjaak Koopman van OlmenEs in Appelscha, melkveehouder Dust Oosterhof, Piet en Gerlof Koopmans van de Swarte Mole bij Britswert, de opleidingsboerderij Warmonderhof, Asse Aukes van Gerbranda State bij Pietersbierum, Ko van Twillert van Ko-Kalf in Elburg, Sjoerd de Hoop, Sita en Yke Ykema, Egbert Zorgdrager en nog vele anderen. Maar ook zuivelpioniers als Jan Zomerdijk van Ecomel (Zuiver Zuivel) en distributiepioniers als Koos Bakker van Odin, Erik Does en Erik-Jan van den Brink van Udea en Allard ten Dam van De Nieuwe Band komen aan het woord. Bovendien geven specialisten als Jan Douw van den Ploeg, hoogleraar Landbouw te Wageningen, Machteld Huber, onderzoekster bij Louis Bolk, en Michiel Rietveld, docent biologisch-dynamische landbouw van het eerste uur, hun visie op de noodzaak van de biologische landbouw en voeding. de bodemvruchtbaarheid, het milieu en de gezondheid.

“Boeren met smaak” houdt het midden tussen een gedetailleerd naslagwerk, een encyclopedie, een gezichtenboek en een fotoboek. Niet een boek om in één keer uit te lezen, maar af en toe door te bladeren en weer een verhaal te lezen, zoals over de opkomst van de biologisch-dynamische landbouw op Terschelling vanaf midden jaren zeventig, of over het vermakelijke overzicht van tegenbewegers in de landbouw en voeding. Ongelooflijk wat de schrijvers hebben verzameld aan feiten, foto’s, achtergrondverhalen en actuele gebeurtenissen. Wie zich verder wil laten inspireren door de biologische landbouw komt met deze uitgave volop aan zijn trekken.

“Boeren met smaak” is geschreven door Jacob de Hoop en Ytsen Kooistra. ISDN nummer 9789077948231.’

Nu vond ik in Dynamisch Perspectief nr. 4 van herfst 2009 op bladzijde 33 ook een verhaal over ‘Boeren met Smaak’ (trouwens evenmin ondertekend, dus ik kan aan de auteurs niet de eer geven die hen toekomt):

‘Toen in 1976 de eerste melkbussen naar de biologisch-dynamische zuivelfabriek op Terschelling – de eerste fabriek in zijn soort in Europa – werden gebracht waren Ytsen Kooistra en Betze Stienstra daar nauw bij betrokken. Sindsdien hebben ze zich op vele manieren bezig gehouden om de biologische landbouw vooruit te helpen. “In al die tijd hebben we een compleet archief in ons hoofd opgebouwd,” vertelt Kooistra. “Maar nu worden we een dagje ouder. Die kennis moest niet weg.” Zo kwamen ze op het idee om er een boek over te maken. En, eenmaal daarmee bezig, werd het project steeds breder. “Ik draai al vijftig jaar mee,” zegt Kooistra. “Ik heb denkpatronen zien veranderen, ik heb al die ontwikkelingen op het gebied van het milieu meegemaakt. Dat hebben we in het boek allemaal meegenomen. Boeren met Smaak brengt de geschiedenis van de biologische landbouw van de laatste vijftig jaar in beeld. Wat hierdoor mooi zichtbaar wordt is hoe ontwikkelingen hun tijd vragen. Wanneer je dingen in een tijdspad zet, zie je dat ze niet sneller groeien dan ze willen groeien.”

Jacob de Hoop en Ytsen Kooistra hebben het boek samengesteld. Naast verhalen van en over de pioniers hebben deskundigen een bijdrage geleverd, zoals prof. Ton Baars (Universiteit Kassel), Maaike Raaijmakers (Biologica), Machteld Huber (Louis Bolk instituut), prof. Jan Douwe van der Ploeg (Universiteit Wageningen) en Michiel Rietveld (Kraaybeekerhof).’

Zoals ik al zei, Demeter zit in de lift. En dan is de nieuwe campagne (lees ‘Eigentijds’ van 28 februari) nog maar nauwelijks van start gegaan!

maandag 1 maart 2010

Zeshonderd

Het is inmiddels een traditie aan het worden... 1 maart vandaag: op precies twee maanden na ben ik nu al twee volle jaren dagelijks aan het schrijven op deze weblog (exclusief de vakanties). En dit is dus de zeshonderdste aflevering. Tijd voor de statistieken!

Maar eerst dit. Op donderdag 15 oktober 2009 meldde ik in het begin van ‘Tegenstanders’:

‘Ik kan vandaag onverwacht weer helemaal naar het begin van deze weblog terugkeren. We zijn nu 468 berichten verder en meer dan 40.000 bezoeken.’

De volgende dag (dat was in ‘Winterschilder’) kreeg ik hierop een reactie die me nog altijd doet blozen, een mooier commentaar kan ik me gewoon niet wensen, bovendien van iemand die ik hoog acht. Dit gebeurde er namelijk op 16 oktober 2009 21:41:

terra canaillo zei

468 berichten, en dat sinds mei 2008! Michel Gastkemper is waarschijnlijk de grootste en meest vlijtige veelschrijver in de (Anthro)blogosfeer. 40.000 bezoekers: is dat slechts een korte klik, verbazing en dan snel verder surfen? Of wordt er echt gelezen? Voor het internetritme, voor een blog, zijn deze teksten eigenlijk te lang. Wie leest dit van het begin tot op het einde door?

Maar ook: wanneer je hier begint te lezen, blijf je doorlezen – de taalstroom neemt je mee, en aangenaam slagen de woordgolven tegen het scheepje waarin de lezer vertoeft, en voordat je het weet, ben je al op het einde van een tekst.

Teksten, die altijd goed in elkaar zitten, diepzinnig en secuur zijn.

Toch, ik kom er meestal niet toe om alles door te lezen – de teksten zijn niet alleen lang, ze verschijnen ook in een waanzinnig tempo.

Hoe doe je dat eigenlijk?

In ieder geval: verder zo, met de volgende 500, en dan alsjeblieft in slechts een half jaar! :-)

Joseph Canaillo’

Tsja, hoe ik dit doe? Nou gewoon, door steeds door te schrijven. Zodat ik korte tijd later, op zaterdag 21 november 2009, alweer op ‘Vijfhonderd’ kwam. De statistieken wezen die dag uit:

‘Visits
Total 45,629
Average Per Day 143
Average Visit Length 2:15
Last Hour 13
Today 120
This Week 1,003’

En hoe is dat dan vandaag, bij nummer zeshonderd? Hier heb ik vergelijkingsmateriaal van vanavond:

‘Total 61,939
Average Per Day 171
Average Visit Length 1:41
Last Hour 4
Today 154
This Week 1,199’

Een mooie toename dus. Zoals de commentator zich verbaasde over de hoeveelheid tekst en de frequentie van mijn berichten, verbaas ik me elke keer weer over het aantal bezoekers: gemiddeld meer dan 150 per dag, met een leesduur die kan variëren tussen de tien en dertig minuten. Niet iedereen natuurlijk, want je hebt gewoon niet altijd zoveel tijd. Mensen die tegen mij hierover beginnen, zeg ik altijd: zie het als een krant. Die sla je op en dan pik je eruit wat je aanstaat. Als je tijd en lust hebt, dan lees je wat langer door.

Goed, genoeg over de uiterlijkheden, de buitenkant. Nu weer naar de inhoud, de binnenkant. Traditie is al een beetje geworden om bij het behalen van deze honderdtallen terug te grijpen op Steiner zelf. Dat gebeurde in ‘Vijfhonderd’, en zoals ik daar schreef, ook in ‘Honderd’ (op zaterdag 23 augustus 2008) en ‘Tweehonderd’ (op maandag 1 december 2008).

En dat ga ik vandaag gewoon weer doen. Met een mooie toepasselijke tekst, afkomstig uit ‘Karmaonderzoek 1’, de allereerste voordracht in die uitgave. Op het einde van deze voordracht in Bern op 25 januari 1924, op de bladzijden 32-34, komt Steiner te spreken op wat hij ziet als een belangrijk element in de nieuwe Antroposofische Vereniging die hij kort tevoren heeft opgericht.

‘Wat op deze wijze als werkelijk esoterisch inzicht bezit kan nemen van onze harten, van ons gemoed, dat zou in de toekomst nog werkzamer moeten worden in de wereld, en daarvoor hebben wij met de Kerstbijeenkomst in het Goetheanum de impuls willen geven. Ik hoop dat wat op deze Kerstbijeenkomst gebeurd is, meer en meer tot het bewustzijn van onze vrienden, van onze leden zal doordringen. En ik zou er in dit verband speciaal op attent willen maken dat er sinds onze Kerstbijeenkomst een mededelingenblad is, getiteld Was in der Anthroposophischen Gesellschaft vorgeht, dat iedere week verschijnt en voor elk lid verkrijgbaar is. Door middel van dit mededelingenblad en door veel andere dingen die binnen de Antroposofische Vereniging in ontwikkeling zijn, moet in de toekomst deze Antroposofische Vereniging werkelijk deel gaan krijgen aan dat tintelende leven dat uit de antroposofie kan voortkomen. Het isolement van onze ledengroepen moet minder worden. De Antroposofische Vereniging wordt pas één geheel doordat iemand die lid is van een antroposofische groep in Nieuw-Zeeland weet wat er in een antroposofische groep in Bern of Wenen gebeurt; iemand die lid is van een antroposofische groep in Bern weet wat er in Nieuw-Zeeland, New York of Wenen gebeurt. Dat zal nu mogelijk zijn. En een van de vele verschillende dingen die wij tot stand brengen, of die wij tenminste in aansluiting op deze Kerstbijeenkomst tot stand willen brengen, zal nu juist zijn dat we met dit mededelingenblad werkelijk een verbindingsorgaan zullen hebben met betrekking tot alles wat in de wereld op antroposofisch gebied gebeurt. Het zal natuurlijk wel nodig zijn van dit mededelingenblad in zekere mate kennis te nemen, dan zal ook duidelijk worden wat men te doen heeft om dit mededelingenblad te laten floreren.

Terwijl ik hier spreek, wordt in Dornach het derde nummer van dit mededelingenblad gepubliceerd, waarin ik uiteenzet hoe ieder lid ertoe kan bijdragen dat dit mededelingenblad in de ware zin des woords een spiegel wordt van het antroposofische werk binnen de antroposofische beweging. Alleen omdat ik geloof dat het leven in de Antroposofische Vereniging intenser moet worden dan het geweest is, alleen omdat ik geloof dat daarvoor nodig is dat in de Antroposofische Vereniging werkelijk meer antroposofie bedreven wordt dan tot nu toe – ik bedoel niet méér wat inhoud betreft, maar wat intensiteit, enthousiasme en liefde betreft – daarom heb ik besloten, hoewel ik volgens de gangbare normen ruimschoots het recht zou hebben me te laten pensioneren – ik ben immers op de leeftijd dat mensen dat doen – alleen omdat ik daarvan overtuigd ben, heb ik besloten weer opnieuw te beginnen. Hoewel ik al in 1912 de persoonlijke leiding van de Antroposofische Vereniging uit handen had gegeven, heb ik besloten opnieuw te beginnen en me in te beelden dat ik weer jong ben en wel degelijk de handen uit de mouwen kan steken. En ik hoop, beste vrienden, dat u op deze manier ook werkelijk begrijpen zult hoezeer het mijn wens is dat er een intensere belangstelling komt voor een intenser leven binnen de Antroposofische Vereniging. Ik hoop dat van datgene wat tijdens de Kerstbijeenkomst is gebeurd, als geestelijk woord werkelijk iets doordringt tot ieder individueel lid – diegenen onder u die niet in Dornach waren kunnen het immers in Das Goetheanum en het mededelingenblad lezen. En daardoor zal bereikt worden dat er weer echt esoterisch leven in komt. Want dat is de reden waarom met Kerstmis de Hogeschool voor Geesteswetenschap is gesticht: dat er weer esoterisch leven in onze Antroposofische Vereniging komt. Dat kan werkelijkheid worden.’

Nou, ik zal er maar niet over beginnen welke indruk de websites maken die door de verschillende Antroposofische Verenigingen worden verzorgd. Want die hebben niet de florissante uitstraling van wat hier geschetst wordt. Terwijl juist een levendige uitwisseling met de technische hulpmiddelen van tegenwoordig goed mogelijk zou zijn...

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code