Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

vrijdag 26 november 2010

Festival

Tsjonge, ik ben toch wel iets enorm misgelopen. Het IDFA namelijk, het ‘23e International Documentary Film Festival Amsterdam 17 / 28 november 2010’. Het is nog bezig, maar zondag dan toch afgelopen. Het is misschien wel leuk om te laten zien hoe ik erop kom. En waarom. Ik kreeg vandaag een melding over een artikel op de website ‘Duurzaam nieuws’, onder de titel ‘Europa eist onderzoek massale bijensterfte’:
‘Het Europees Parlement wil dat er een onafhankelijk onderzoek komt naar de massale bijensterfte. Het parlement schaarde zich donderdag achter een voorstel over dit onderwerp. Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks) is blij dat de invloed van bestrijdingsmiddelen op de bijensterfte onderdeel uitmaakt van het onderzoek.

Ook het Nederlandse EU-parlementslid Kartika Liotard van Verenigd Links is blij dat het voorstel is aangenomen. “Het parlement heeft nu vastgesteld dat ook de bijenteelt een strategische rol vervult voor onze toekomst”, aldus Liotard, die zich al langer inzet voor de bijen. Volgens haar schaadt het de voedselvoorziening “indien we bijen plat blijven spuiten onder het mom van gewasbescherming”.

IDFA
Een barometer van de menselijke staat is de alarmerende bijensterfte. Op de vorige editie van IDFA was daar al aandacht voor. Dit jaar komt de Amerikaanse regisseur Taggart Siegel met zijn Queen of the Sun: What Are the Bees Telling Us? Siegel betoogt dat de bijensterfte een groter probleem is dan de opwarming van de aarde. Bijen bevruchten 40 procent van het voedsel dat wereldwijd wordt verbouwd. De bijen verdwijnziekte zou catastrofale gevolgen hebben voor onze voedselvoorziening.

Het probleem is dat er wereldwijd gewassen volgens de monocultuur groeien, een gewas en verder niks. Bijen kunnen er dan niet leven. Bovendien verzwakken commerciële bijentelers met hun industriële bijenhouderij de huidige populaties. Bijenkoninginnen worden gefokt als varkens en kippen, waardoor ze hun vitaliteit verliezen en verzwakken.

Siegel reikt als oplossing aan het biologisch-dynamisch bijen houden, terug naar de oorsprong. Hij leunt hierbij op de ideeën van Rudolf Steiner. Zodoende brengt Siegel een bonte stoet van min of meer excentrieke bijenhouders voor de camera. Deze onrustbarende documentaire krijgt hierdoor een utopisch en hoopvol einde. Toch zal menig kijker na het zien van dit indringende document een slapeloze nacht krijgen. Als de bijen van onze planeet verdwijnen is het met de mensheid gedaan.
Aan die film had ik al kort aandacht besteed op vrijdag 7 mei in ‘Docudrama’. Volgens mij was ik ook al ergens tegengekomen dat deze op het documentairefestival in november in Nederland vertoond zou worden. Maar dan was ik dat weer vergeten. Volg ik nu de link die onder het artikel staat, kom ik echter hier uit: ‘Filmblik – Ravagedigitaal 25 november 2010’. Deze bron is getiteld ‘Het milieu is danig in de war’ en begint zo:
‘Met nog drie dagen te gaan nadert het IDFA documentairefestival 2010 zijn einde. Vandaag aandacht voor het milieu. Groene documentaires over de klimaatverandering en de gevolgen daarvan, en de bijensterfte.

De groene documentaires waarin het milieu centraal staat, zijn de afgelopen jaren belangrijk geworden op het IDFA. Het zijn barometers voor de staat van het milieu. Dit jaar vindt er een competitie plaats tussen twaalf groene documentaires.’
Vervolgens gaat het eerst over de film ‘Cool It’. Ook die is interessant:
‘Klimaatverandering is hierbij een belangrijk thema. Cool It van regisseur Ondi Timoner handelt over het klimaatdebat. De Deen Bjørn Lomborg staat centraal in deze aanval op An Inconvenient Truth van Al Gore. Lomborg werd de veel besproken ant-klimaatactivist met zijn boek The Skeptical Enviromentalist uit 2001.

Ondertussen is Lomborg bijgedraaid en erkent dat er wel degelijk klimaatproblemen zijn. In de documentaire maakt hij schijnbaar brandhout van An Inconvenient Truth. Volgens hem hebben mensen te lang in de Al-Gore modus vastgezeten. Gore zou daarmee teveel angst gezaaid hebben, terwijl er fantastische alternatieven zijn om de opwarming van de aarde tegen te gaan.

De ijsbeer is dé mascotte van klimaatactivisten, het uitsterven van het dier zou aanstaande zijn. Lomborg betoogt dat dit helemaal niet het geval is. Als de mensheid niet 500 ijsberen per jaar zou afschieten, zou het veel beter met het welzijn van dit majestueuze dier gesteld zijn.

Zo serveert Lomborg een weerwerk van argumenten tegen angst zaaiende klimaatactivisten. Hierbij bedient hij zich van zijn eigen legertje van klimaatspecialisten, Nobelprijswinnaars en andere zwaargewichten op milieugebied. Hij heeft een punt met zijn aanval op de lobby van angstzaaiers. Angst en paniek zijn slechte raadgevers voor complexe problemen.

Lomborg draagt een lange lijst van alternatieven aan voor de huidige ineffectieve en kosten verslindende klimaatbeheersing. Geo-engineering en de waterkerende technologie van Nederland noemt hij voorbeelden van methoden waarmee de waterstijging voorlopig tegen gehouden kan worden.

In een verhit debat met de Nederlandse klimaatspecialist Jan Rotmans krijgt Lombog ervan langs. Rotmans betoogt dat de redeneringen van Lomborg gebaseerd zijn op een gammele methodiek, want de Deen gebruikt statistieken van economische specialisten. Vertrouw nooit op economen, vindt Rotmans, als het gaat om complexe problemen.

Dat is dus het verwarrende van documentaires over complexe problemen als het klimaat. Als leek wordt je platgegooid met statistieken en cijfermateriaal. Wat te geloven, wie heeft het bij het rechte eind? Daarom is het belangrijk dat er documentaires zijn die de problematiek aanschouwelijk en invoelbaar maken.’
(Vandaag is er inderdaad in NRC Handelsblad op de opiniepagina een vernietigende kritiek op Lombog te vinden door deze Jan Rotmans. Het artikel gaat verder:)
‘Dat doet There Once Was An Island: Te Henua e Nnoho van de Nieuw-Zeelandse cineaste Briar March. Deze hartverscheurende documentaire gaat over het eiland Nukutoa in de Stille Oceaan dat wordt bedreigd door de stijgende zeespiegel. Er zijn overigens veel meer voorbeelden aan te wijzen van eilanden die door het water opgeslorpt dreigen te worden.

Op Nukutoa, een eilandje van anderhalve kilometer lengte, leven de bewoners in een enorm isolement. Zonder elektriciteit en met kleine vissersbootjes kunnen ze niet zomaar ontsnappen aan het wassende water. De regering wil het eiland ontruimen en de eilanders naar het vaste land verplaatsen. Dat leidt tot heftige discussies binnen de gemeenschap, waarvan sommigen vrezen hun lang gekoesterde cultuur kwijt te zullen raken.

Twee specialisten maken de analyse dat met flinke ingrepen het eiland nog enige tijd bewoonbaar zal zijn, maar de regering van het straatarme land heeft hier de financiële middelen niet voor. Het gaat hier om het vermogen van de mens om zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden, klimaatverandering is immers niet tegen te houden. Dat is een bittere pil voor de eilandbewoners die hun unieke cultuur en identiteit dreigen te verliezen.’
Maar dan is toch Taggart Siegel aan de beurt – deze tekst kennen we al:
‘Een andere barometer van de menselijke staat is de alarmerende bijensterfte. Op de vorige editie van IDFA was daar al aandacht voor. Dit jaar komt de Amerikaanse regisseur Taggart Siegel met zijn Queen of the Sun: What Are the Bees Telling Us? Siegel betoogt dat de bijensterfte een groter probleem is dan de opwarming van de aarde. Bijen bevruchten 40 procent van het voedsel dat wereldwijd wordt verbouwd. De bijen verdwijnziekte zou catastrofale gevolgen hebben voor onze voedselvoorzienig.

Het probleem is dat er wereldwijd gewassen volgens de monocultuur groeien, een gewas en verder niks. Bijen kunnen er dan niet leven. Bovendien verzwakken commerciële bijentelers met hun industriële bijenhouderij de huidige populaties. Bijenkoninginnen worden gefokt als varkens en kippen, waardoor ze hun vitaliteit verliezen en verzwakken.

Siegel reikt als oplossing aan het biologisch-dynamisch bijen houden, terug naar de oorsprong. Hij leunt hierbij op de ideeën van Rudolf Steiner. Zodoende brengt Siegel een bonte stoet van min of meer excentrieke bijenhouders voor de camera. Deze onrustbarende documentaire krijgt hierdoor een utopisch en hoopvol einde. Toch zal menig kijker na het zien van dit indringende document een slapeloze nacht krijgen. Als de bijen van onze planeet verdwijnen is het met de mensheid gedaan.
Ulrik van Tongeren
IDFA, tot en met 28 november in Amsterdam. De website. Deel 1 vind je hier, deel 2 hier.’
‘Deel 1’ en ‘deel 2’ slaan op twee eerdere verslagen van het festival door Ulrik van Tongeren. Ook de moeite waard. Maar met de link naar ‘De website’ werd ik geleid naar de website van het filmfestival zelf. Daar is het even zoeken waar je moet wezen. Maar vanmiddag word ik meteen geholpen op de homepage, want daar staat ‘Darling 9: Queen of the Sun’. Het betreft de rubriek ‘Kill Your Darlings’. We vallen er middenin, in een bericht van Wendy Koops:
‘Gedoe over de uitzendrechten van twee komische stukjes found footage, deed regisseur Taggart Siegel besluiten ook soortgelijke beeldcitaten te offeren. Met pijn in het hart.

Zoals de titel al zegt: de bij waarschuwt de mens dat het bergafwaarts gaat met ons milieu. Hun massale sterfte zou ons wakker moeten schudden, zoals ook regisseur Taggart Siegel gebeurde toen hij Albert Einsteins quote voor het eerst las: “Als de bijen van onze planeet verdwijnen, heeft de mensheid nog maar vier jaar te leven.”

Zijn hele film is een ode aan de bij, die er met zijn vlijtige werk voor zorgt dat wij genoeg te eten hebben. In de beeldvorming wordt de bij nogal eens verward met de wesp. Voor etymologen zien ze er volledig anders uit, maar niet voor de leek. Dus veel slechte propaganda over wespen komt op het conto van de bij terecht.

Producent Jon Betz: “We hadden heel veel foutieve found footage uit de media waarin bijen met wespen worden verward. Het meeste was ontzettend grappig, citaten van cabaretiers of talkshow hosts. Vrij ver in de eindmontage bleek dat het moeilijk de uitzendrechten te krijgen voor de jaren 70-film Swarm, met Michael Caine, en een stukje uit een videoclip van de hiphopband Wu Tang Clan. De maatschappijen waren nauwelijks benaderbaar en vroegen uiteindelijk belachelijke bedragen. Voor nog geen minuutje!”

Hoe hilarisch ook, toch werden alle komische found footage-fragmenten weggelaten. “We hebben ze vervangen door een animatie van een meisje dat werd gestoken door een wesp. Het gekke was dat dat veel duidelijker de boodschap overbracht.”

Regisseur Taggart Siegel: “Soms denk je dat je je beste materiaal opgeeft, maar komt daar toch iets nieuws uit voort dat mooi is. Die clips uit een Hollywood-film of over een aanval op New York zijn wel erg luid en uitgesproken, het trekt je bijna uit de scène en in andere realiteit. In zoverre was het oké. Als ze ons hadden aangeklaagd, dan hadden we ons trouwens beroepen op fair use. Als je het gebruikt als een citaat of commentaar, dan mag het.”
Wendy Koops
Taggart Siegel’
Klik je nu op die laatste link, krijg je dit voorgeschoteld:
‘Taggart Siegel, VS, 2010, kleur, HD, 83

Synopsis
De een danst met twaalfduizend bijen op haar lichaam, de ander kietelt zijn bijen met zijn snor. De imkers in deze film zijn even fascinerend als het alarmerende onderwerp van deze documentaire: de grootschalige bijensterfte die wereldwijd plaatsvindt. Dit fenomeen wordt bekeken door de bril van Rudolf Steiner, de bedenker van de biodynamische landbouw. Hij voorspelde al in 1923 dat de grootschalige bijenhouderij en dito voedselproductie binnen tachtig tot honderd jaar tot het uitsterven van de bij zouden leiden. Regisseur Taggart Siegel maakt een rondgang langs bekende milieu- en voedselactivisten als Michael Pollan en Vandana Shiva, wetenschappers en excentrieke bijenhouders om het mysterie rond het “Colony Collapse Disorder”, het volledig verdwijnen van bijenkolonies, te doorgronden. Net als in zijn succesvolle documentaire The Real Dirt on Farmer John (2005) pleit Siegel voor duurzaamheid en een hernieuwd evenwicht tussen mens en natuur. En natuurlijk voor meer respect voor de bij, volgens hem de barometer van de gezondheid van de aarde. Pas nu ze uitsterven krijgen we weer oog voor wat ze ons allemaal geven. De oude Egyptenaren, Maya's en Grieken wisten dat al langer. Maar het is nog niet te laat.

Vertoningen
Munt 09 vr 19-11 16.45 uur
Tuschinski 1 ma 22-11 10.00 uur
Brakke Grond, Rode Zaal di 23-11 22.00 uur
Tuschinski 4 wo 24-11 16.30 uur

Film Credits
Photography Taggart Siegel
Sound Ryan Mauk
Produktie Jon Betz voor Collective Eye

Geselecteerd voor

Tags

2 stemmen’
De film is dus de afgelopen week vier keer in Amsterdam te zien geweest! (En heeft hier maar twee stemmen gekregen.) Maar de website helpt ons aan meer. We hoeven alleen maar op het tag ‘Taggart Siegel’ te klikken, en er komen al acht resultaten tevoorschijn. Onderaan vinden we ‘19 nov 2010: Taggart Siegel & Jon Betz’:
‘Taggart Siegel en Jon Betz kiezen de beste quote uit de film Queen of the Sun: What Are the Bees Telling Us?’
Deze kent ook nog een andere vermelding, ‘Quote of the Day: Taggart Siegel and Jon Betz’, want het meeste is ook tweetalig:
‘In IDFA’s daily talkshow all filmdirectors are asked to choose a quote from their film, that has a special meaning for them. Here’s the quote of Taggart Siegel from the film Queen of the Sun: What Are Bees Telling Us?
Maar dan hebben we ook deze, ‘Green Screen Climate Debate’, en die is met al het voorafgaande goed te plaatsen:
‘Documentary filmmakers are increasingly focusing on climate. How can they contribute to this debate with their films? IDFA’s new Competition for Green Screen Documentary forms the backdrop to Lomborg’s debate on this issue with climate scientists, film directors and the audience.

Guests: Jan Rotmans (Erasmus University), Brair March (There once was an Island), Michael Madsen (Into Eternity), Robert Nugent (Memoirs of a Plague), Laura Israel (Windfall) and Taggart Siegel (Queen of the Sun).’
Siegel en Betz zijn zelf aan het woord, helemaal aan het einde in ‘Talkshow’:
‘Presentator Daphne Bunskoek gaat in gesprek met regisseurs, hoofdpersonen en deskundigen over het verhaal achter de documentaire. Janus Metz vertelt waarom zijn Afghanistan-documentaire Armadillo, in Cannes bekroond met de Semaine de la Critique, zoveel stof heeft doen opwaaien, en Taggart Siegel (Queen of the Sun: What Are the Bees Telling Us?) komt met oorzaken en oplossingen voor de wereldwijde bijensterfte.’
Jammer genoeg kun je dit gesprek niet vooruit spoelen of meteen op de goede plek zetten, dus moet eerst al het voorgaande worden uitgezeten. Er is ook nog deze ‘Queen Bee’ van Nick Cunningham, ‘Publication date: 22 November 2010’:
‘Taggart Siegel’s campaigning Queen of the Sun: What are the Bees Telling Us?, which examines the reasons for the dire depletion in global bee numbers, is inspired by the observations of two scientific luminaries.

In 1923, Rudolf Steiner – the inventor of biodynamic farming – predicted that changing food manufacturing processes would lead to the extinction of the bee within 100 years. Albert Einstein once claimed that if bees die out then man would have four years left on this planet.

“I have a five-year-old who was two at the time I started making the film, and that scared the living daylights out of me,” explains Siegel. “I learned to love bees and I could see why many other beekeepers – and everybody from Aristotle onwards – were talking about bees in a very profound way.”

The film focuses on beekeepers from around the world who are seeking solutions to problems the world is facing, such as highly questionable practices in queen bee husbandry, the use of pesticides and the syndrome known as colony collapse disorder, the phenomenon whereby bees fail to return to their hives. All of Siegel’s interviewees are passionate and erudite advocates of the cause. The appropriately named Michael Pollan describes the symbiotic bio-system that human intervention is destroying. “The relationship of bees to flowers is one of the most beautiful co-evolutionary relationships we have,” he opines. “Bees are the legs of plants. The great existential fact of plant life is its inability to move. How do you deal with the need to move your genes and expand your range ... Flowers recruited bees to do this and bees were their willing collaborators.”

The film throws up myriad facts, both fascinating and disturbing. Four out of the ten morsels of food we consume in the Western world are produced as a result of bee pollination. In 2002, 40% of German bee colonies died and, for many of the reasons cited above, North America has in recent years lost 5 million colonies, each containing between 20,000 and 50,000 honey bees. Much of the blame is laid at the door of multi-nationals that import bees en masse, introducing viruses against which domestic strains have no protection, and mass road transportation which results in the death of millions of bees every year in storage.

“On the positive side, every place in the world is becoming more aware of bees, and the younger generation are actually becoming bee-keepers,” Siegel points out. “It may just be a fad, but I do think people do connect on a very emotional level with bees. It’s not like all these old bearded men, it’s young kids who get it on a different level than previous generations. But the big problem is that we still have the big corporations to fight. We have to end these neonicotinoid pesticides; and if we don’t take on people like Monsanto and Bayer, they are actually going to keep on doing what they have always done.”’
‘nog te zien:
maandag 22 november | Tuschinski 1 | 10:00 uur | kaartverkoop
dinsdag 23 november | Brakke Grond Rode Zaal | 22:00 uur | kaartverkoop
woensdag 24 november | Tuschinski 4 | 16:30 uur (uitverkocht)’
Toen was de film dus nog te zien. Wendy Koops schrijft nu:
‘Volgens regisseur Taggart Siegel berichten de media steeds maar niet op de goede toon over colony collapse disorder – ook wel de bijenverdwijnziekte. Wie Queen of the Sun: What Are the Bees Telling Us? ziet, begrijpt: “Dit is een noodsituatie.”

“Wij sterven uit, tenzij jullie veranderen. Dat is de spiegel die bijen ons voorhouden”, stelt Taggart Siegel, inmiddels zelf toegewijd imker. De implicaties voor de mens besefte hij pas, toen hij op een citaat stuitte van Albert Einstein: “Als de bijen van onze planeet verdwijnen, heeft de mensheid nog maar vier jaar te leven.” Siegel: “Ik heb zelf kinderen en de wetenschap dat bijen op grote schaal sterven beangstigt me. De opwarming van de aarde is een belangrijk probleem, maar tornado’s en andere gevolgen daarvan vormen een minder grote bedreiging dan dit.”

Het citaat bracht hem terug bij Rudolf Steiner, bij wie Siegel ook al uitkwam voor zijn vorige film, The Real Dirt on Farmer John. “Het is grappig dat Farmer John in The Real Dirt juist bezig is met zijn bijen, op het moment dat er een vliegtuigje pesticiden over hem uitsproeit. Het negatieve effect van pesticiden is een van de verklaringen voor dit probleem.” Steiners ideeën over biologisch-dynamische landbouw worden gepresenteerd als een van de oplossingen. “Zo komt alles bij elkaar.”

Ook de op steeds grotere schaal toegepaste monoculturen spelen een rol in de bijensterfte. “Wereldwijd bestaan er immense velden waar maar één gewas groeit, verder helemaal niets. Bijen kunnen er niet leven, vandaar dat ze er door commerciële imkers naartoe worden gebracht, om de gewassen te bestuiven. Als bijen uitsterven, dan stort die hele tak van de voedselproductie in.”

Toch doen we niets om het systeem van de bijen te ondersteunen. Sterker, we doen ze van alles aan. “De koninginnen worden door commerciële imkers gefokt, net als varkens en kippen, waardoor ze alle vitaliteit verliezen en steeds meer verzwakken. Ze krijgen steroïden om niet ziek te worden. In plaats van honing krijgen ze maïssiroop, die genetisch is gemanipuleerd.”

Behalve alarmistisch is Queen of the Sun ook een ode aan de bij en de niet-commerciële bijenhouders. “Een bijenkorf staat voor wijsheid en liefde. Als je bijen goed bestudeert, ontdek je dat ze echt een hoger bewustzijn hebben.”
Wendy Koops’
Al met al veel aandacht voor deze kwestie dankzij dit festival. En dat lijkt me een goede zaak.
.

donderdag 25 november 2010

Buchmesse


Buchmesse? Nu nog? Ja inderdaad. Want ik heb aan die in Frankfurt begin oktober weliswaar al aandacht besteed in ‘Levensloop’ op 19 oktober. Maar dezelfde verslaggever toen, Helge Mücke,
‘geb. März 1942, nach weit gespanntem Studium – Germanistik und Biologie – Promotion über Spielverhalten von Menschenaffen; nach verschiedenen beruflichen Tätigkeiten, u.a. Zoopädagoge, Waldorflehrer, Übersetzer, Verlagslektor, jetzt schreibend aktiv; u.a. Öffentlichkeitsarbeit für Anthroposophie in Hannover, s. Anthroblog Hannover
heeft voor de nieuwe Die Drei van november een uitvoerig verslag van deze gebeurtenis geschreven. Hoewel daarin veel voorkomt wat wij hier al eerder voorbij hebben zien komen, is het toch goed alles nog een keer op een rijtje te hebben. En er is een feit dat mij tot nu toe onbekend was: er is een Steinerbiografie van Helmut Zander in aantocht! Zal dat opnieuw vuurwerk geven? Kortom, we gaan naar Die Drei, naar het novembernummer, en dan de pagina’s 72-75, onder de titel ‘Rudolf Steiner auf der Buchmesse. Publikationen im Blick auf den 150. Geburtstag 2011’ door Helge Mücke:
‘»Steiner gehört nicht den Anthroposophen allein«, hat Markus Brüderlin gesagt, Direktor des Kunstmuseums Wolfsburg und Kurator der Ausstellung »Rudolf Steiner und die Kunst der Gegenwart«. Gemeint war sicher auch: Steiner gehört allen. Aber stimmt das auch? Oder ist das nur Wunschdenken? Reicht seine Wirksamkeit ein wenig tiefer oder breiter? Lässt sich das verändern?

Während der Buchmesse in Frankfurt konnte man eine Probe aufs Exempel machen. Wer mit der U-Bahn anfuhr, dem konnte es passieren, dass in einer der Stationen der Blick auf ein Plakat fiel, z.B. auf ein altes Gesicht mit vielen Falten und Runzeln, schwarz-weiß, und der Bemerkung »... weil der Geist unsterblich ist« (eine Kampagne der Medienstelle Anthroposophie). Wer dann in die Buchmesse und bis in Halle 3 vorgedrungen war und sich mit dem Menschenstrom schrittweise, manchmal stockend, im Längsgang D des 1. Stocks vorgeschoben hatte, dessen Blick konnte auf einen großen viereckigen Turm fallen – oben das Foto Rudolf Steiners auf allen vier Seiten, darunter die Bibliothek seiner imponierenden Fülle an Werken. Kein Elfenbeinturm? Ein einladend offener Stand mit Menschen und Büchern. Einige anthroposophische Verlage – nicht alle – hatten sich zu einem Gemeinschaftsstand zusammengetan, in Vorbereitung auf das Jubiläumsjahr 2011: Rudolf Steiners 150. Geburtstag am 27. Februar. Ein ungewohnter, aber erfrischender Anblick; sichtbare Gemeinschaftsleistung mit vielen Helfern. An jedem Buchmessentag fand hier eine Veranstaltung statt: Am Donnerstag gab es ein Gespräch Sebastian Gronbachs (Info3-Redakteur) mit Hartwig Schiller, dem Generalsekretär der Anthroposophischen Gesellschaft in Deutschland zu dem Thema »Steiners Spiritualität heute«. Meinem Eindruck nach zog das sehr gut geführte – allgemeinverständliche – Gespräch durchaus Aufmerksamkeit auf sich. Die aufgestellten Klappstuhlreihen wurden rasch besetzt, dahinter blieben immer mehr Menschen stehen, etliche hörten dem Gespräch bis zum Ende zu. Vielleicht hat es jemanden erreicht, der noch nie von einer Anthroposophischen Gesellschaft gehört hat?

Die Buchmesse sei zum Anlass genommen, einen Blick auf Publikationen zu werfen, die Bezug zum Steiner-Jubiläum haben. Es gibt, das sei vorweggenommen, das gesamte mögliche Spektrum: von extra neu geschriebenen Büchern über geschickte Zusammenstellungen bis hin zum unveränderten Nachdruck.

Drei neue Steiner-Biographien

Drei nicht-anthroposophische Verlage, C. H. Beck, DVA und Piper, haben die Chance erkannt und je mit einer eigens geschriebenen Biografie ergriffen. Heiner Ullrich mahnt an, eine kritische Gesamtdarstellung von Leben und Lehre des Esoterikers sei längst überfällig. Seinen Versuch (C.H. Beck, für Ende November angezeigt) nennt der Professor für Erziehungswissenschaften der Universität Mainz Rudolf Steiner. Leben und Lehre. »Der Anspruch des vorliegenden Buches«, schreibt Ullrich in der Einleitung, die mir vorab zugänglich gemacht wurde, »ist bescheidener: Es will auf dem neuesten Forschungsstand und mit größtmöglicher Fairness in das Leben und die Entwicklung der Lehre Rudolf Steiners einführen.« – Die Deutsche Verlagsanstalt kündigt für Januar 2011 von Miriam Gebhardt den Titel Rudolf Steiner. Ein moderner Prophet an. »Gebhardt bettet«, heißt es in der Vorschau, »Steiner in den Kontext seiner Zeit ein und verortet ihn in der Reformbewegung des frühen 20. Jahrhunderts. ... Aber wie kaum einem anderen gelang es ihm, bis in die Gegenwart zu wirken. Nicht nur Waldorfschulen erfreuen sich großer Beliebtheit, auch Lebens- und Pflegemittel aus anthroposophischer Produktion finden sich heute in fast jedem Supermarkt.« Die 1962 geborene Miriam Gebhardt ist (Sozial-)Historikerin und Journalistin und lehrt an der Universität Konstanz als Privat-Dozentin. Zu ihren Arbeitsschwerpunkten gehören Themen wie Kindheitsgeschichte und moderne deutsch-jüdische Geschichte. – Und schließlich schreibt Helmut Zander, der Verfasser des Monumentalwerkes Anthroposophie in Deutschland (Göttingen 2007) »die große Biographie des Vaters der Anthroposophie«. »Man kann die vielen Praxisfelder der Anthroposophie nutzen, aber man wird ihren Herzschlag nicht verstehen, wenn man nicht ihren Vater und Ideengeber kennt: Rudolf Steiner, das Kind aus einem Krähwinkel des Habsburger reiches, der einer der großen Esoteriker des 20. Jahrhunderts wurde. Helmut Zander schreibt die kritische Biografie des kantigen Querdenkers, der seiner unangepassten Grundsätze wegen bis heute Gläubige und Gegner provoziert.« (Piper Verlag). Das Buch soll ebenfalls im Januar erscheinen.

Der Versandbuchhändler mit Verlag Zweitausendeins hat bereits eine Textsammlung der Grundwerke im Verkauf. »Das Wichtigste vom großen Stichwortgeber unserer Moderne«, meint die Werbung; über 1000 Seiten für zehn Euro. Philosophie der Freiheit, Aus der Akasha-Chronik, Mein Lebensgang und Theosophie sind darunter. Ein unhandlicher Dünndruck-Wälzer in kleiner Schrift. Ob das den Zugang erleichtert?

Neuerscheinungen und Neuauflagen

Eine solche Maßnahme ist dem Verlag Freies Geistesleben gelungen, Kompliment! Er hat Themenheftchen in ansprechendem Blau mit ausgewählten (Vortrags-)Texten Steiners herausgebracht, jeweils rund 50 Seiten, mit einer kleinen Einleitung – »Impulse« 1 bis 12, z.B.: Idee und Wirklichkeit, Wirken mit den Engeln, Werde ein Mensch mit Initiative. Die Hefte können einzeln gekauft werden, jeweils 4 Euro, oder in einer Kassette für knapp 40 Euro. Sie lassen sich sogar zu einem spielerischen Ganzen zusammenfügen: Legt man die 12 Heftchen der Reihe nach nebeneinander, ergibt sich ein weiterer Sinnspruch: »Handle so, wie, nach deiner besonderen Individualität, nur du handeln kannst.« Das ist eine pfiffige Art der Wiederverwertung (vgl.  Buchbesprechung S. 90f).

Eine weniger kluge Form ist der bloße Nachdruck. Du Mont hat das Standardwerk von Walter Kugler Rudolf Steiner und die Anthroposophie. Eine Einführung in sein Lebenswerk (zuerst 1978) wenigstens »grundlegend« überarbeiten lassen, wozu auch ein aktuelles Vorwort vom Autor gehört. Wieder aufgelegt als »Jubiläumsausgabe« mit fast 700 Seiten hat der Verlag Freies Geistesleben die Chronik von Christoph Lindenberg. Neu geschrieben ist dagegen die im gleichen Verlag erschienene Einführung von Wolfgang Held: Anthroposophie – Brücke zum Leben. Anthroposophie könne, so schildert Held, als vierfache Brücke zum Leben gesehen werden: als Brücke zum eigenen Selbst, zum anderen Menschen, zur Natur und zum Höheren. Gerade erfahre ich, dass der christlich orientierte Verlag SCM Hänssler in seiner Reihe »kurz und bündig« von Jürgen Kuberski den Titel Anthroposophie. Mehr als nur Naturkosmetik und Waldorfschule herausgegeben hat. Nach einer Leseprobe über Waldorfschulen zu urteilen, wird das Für und Wider relativ sachlich beschrieben. – Weitere Pläne nicht-anthroposophischer Verlage gibt es offenbar nicht, wie meine Mail-Umfrage gezeigt hat.

Hier noch eine knappe Übersicht über weitere Neuerscheinungen anthroposophischer Verlage: Erkenne dich selbst hat der Rudolf Steiner Verlag eine kluge Textauswahl genannt, die Andreas Neider eingeleitet und kommentiert hat – in der Reihe »Die kleinen Begleiter«. Bei der Gelegenheit ist mir aufgefallen, welch verwirrende Fülle an Reihentiteln es gibt – ich nenne Beispiele: »Themenwelten«, »Thementexte«, »Die kleinen Begleiter«, »Spirituelle Perspektiven« (Rudolf Steiner Verlag), »Themen aus dem Gesamtwerk«, »Falter« oder »Einblicke« (Freies Geistesleben) – wer soll da noch durchblicken? Der Verlag am Goetheanum hebt im Zusammenhang mit dem Steiner-Geburtstag die Dokumentation Wilfried Hammachers hervor: Die Uraufführung der Mysteriendramen von und durch Rudolf Steiner – München 1910-1913. Bereits in 2. überarbeiteter Auflage liegt hier auch das Bändchen von Peter Selg vor: Rudolf Steiner – zur Gestalt eines geistigen Lehrers. Geplant ist noch ein Steiner-Brevier. – Der info3-Verlag hat, wenn man so will, seine Pioniertat bereits hinter sich – ich spreche von der Rudolf Steiner Story des Nicht-Anthroposophen Gary Lachman (2008, 2. Auflage 2010), die sich durchaus frisch und angenehm liest. Eine ungewohnte Perspektive hat auch Taja Gut mit seiner Selbstbefragung eingenommen: Wie hast du’s mit der Anthroposophie?, die einigen als umstritten gilt (Pforte 2010; vgl. Andreas Laudert: Freies Geleit für Rudolf Steiner!, in: die Drei 5/2010).

Die anderen mittleren bis kleinen Verlage haben – soweit ich das herausbekommen konnte – keine Pläne, die marktgerecht auf das Jubiläum zielen. Sie machen einfach ihre verdienstvolle Arbeit in Ruhe weiter. Beachtenswert sind auch die Initiativen einzelner Menschen, die in kleiner Auflage in die Öffentlichkeit kommen. Gerade habe ich eine sehr hilfreiche kleine Textsammlung der Hamburger Antiquarin Ruth Jäger in die Hände bekommen: Aussagen Rudolf Steiners zur Wiederkunft Christi, gedruckt als book on demand. Ob Rudolf Steiner durch all diese Bemühungen, zu denen auch noch eine Reihe von Veranstaltungen kommen werden (vgl. die Nachrichten in diesem Heft) bekannter oder gar populärer wird, lässt sich erst Ende 2011 beurteilen. Man darf gespannt sein.

Bibliographische Angaben
– Miriam Gebhardt: Rudolf Steiner. Ein moderner Prophet, DVA Verlag, München – angekündigt für Januar 2011, ca. 300 Seiten, ca. 22,99 EUR.
– Taja Gut: Wie hast du’s mit der Anthroposophie? Eine Selbstbefragung, Pforte Verlag, Dornach 2010, 17 EUR.
– Wilfried Hammacher: Die Uraufführung der Mysteriendramen von und durch Rudolf Steiner – München 1910-1913, Verlag am Goetheanum, Dornach 2010, 656 Seiten, mit vielen farbigen Abb., 75 EUR.
– Wolfgang Held: Anthroposophie – Brücke zum Leben, Verlag Freies Geistesleben, Stuttgart 2010, 160 Seiten, 16,90 EUR.
– Ruth Jäger: Aussagen Rudolf Steiners zur Wiederkunft Christi. Eine Textsammlung, book on demand – epubli Verlag, Berlin 2010, 28 Seiten, 4,50 EUR (Bezug über antiquariat-jaeger@email.de)
– Jürgen Kuberski: Anthroposophie. Mehr als nur Naturkosmetik und Waldorfschule, Verlag SCM Hänssler, Holzgerlingen 2010, 96 Seiten, 7,95 EUR.
– Walter Kugler: Rudolf Steiner und die Anthroposophie. Eine Einführung in sein Lebenswerk, Dumont Verlag, Köln 2010, 318 Seiten, 12,95 EUR.
– Gary Lachman: Rudolf Steiner Story. Ein neuer Blick auf Leben und Werk eines spirituellen Pioniers, 2. Auflage, Info3 Verlag, Frankfurt am Main 2010, 178 Seiten, 19,80 EUR. (vgl. Besprechung von Stefan Weishaupt in: die Drei 5/2009)
– Christoph Lindenberg: Rudolf Steiner – Eine Chronik, Verlag Freies Geistesleben, Stuttgart 2010, 656 Seiten, 39 EUR.
– Peter Selg: Rudolf Steiner – zur Gestalt eines geistigen Lehrers, 2., überarbeitete Auflage, Verlag am Goetheanum, Dornach 2010, 93 Seiten, 14 EUR.
– Heiner Ullrich: Rudolf Steiner. Leben und Lehre, C. H. Beck Verlag, München 2010 (voraussichtlich November), 272 Seiten, ca. 19,95 EUR.
– Helmut Zander: Rudolf Steiner. Die Biographie, Piper Verlag, München – angekündigt für Januar 2011, ca. 512 Seiten, 24,95 EUR
– Rudolf Steiner: Gesammelte Werke, 1100 Seiten, Verlag Zweitausendeins, Frankfurt am Main 2010, 9,99 EUR (nur über den Zweitausendeins Versand bzw. die Zweitausendeins Läden erhältlich: www.zweitausendeins.de)
– Rudolf Steiner: Werde ein Mensch mit Initiative. Grundlagen – Ressourcen – Perspektiven. Zwölf Wege zum Schöpferischen im Menschen, hg. von Jean-Claude Lin, 12 Bände in Kassette, Verlag Freies Geistesleben, Stuttgart 2010, 39,90 EUR (einzeln: je 4 EUR)’

woensdag 24 november 2010

Glaceertechniek

Gisteren meldde de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland al de verschijning van de nieuwe Motief over anderhalve week, in ‘Decembernummer van Motief’ (met een indrukwekkende voorkant, ter plekke te bekijken):
‘Op 4 december verschijnt het nieuwe nummer van Motief, maandblad voor antroposofie. In  dit nummer een interview met Jan Diek van Mansvelt, onder meer over zijn liefde voor de aarde, antroposofisch arts Jaap van der Weg laat zijn licht schijnen op de zin van oud worden, Rogier Dijkman vertelt over de weg die hij bij de Arta Lievegoedgroep ging om zich te bevrijden uit de duistere greep van de alcoholverslaving en Kees Veenman schrijft over zijn inzicht dat Christus aan elk van de kleuren een aspect van zijn wezen toevoegde. Dit en nog veel meer kunt u verwachten in het decembernummer van Motief.’
Mooi, dat nummer wachten we dus in spanning af. Tegelijk werd ook melding gemaakt van een ‘Nieuwe brochure AViN’:
‘De Antroposofische Vereniging (AViN) heeft een nieuwe brochure samengesteld. Ter informatie én om mensen welkom te heten. In de nieuwe brochure van de AViN worden een aantal leden geportretteerd. Elk gaan zij hun eigen weg in de antroposofie. De een is verbonden aan een zorgboerderij, de ander aan de universiteit, een derde is docente pedagogiek aan Hogeschool Helicon. Het betreft open en onderzoekende geestverwanten, die willen bijdragen aan een vrije, sociale, groene en meer spirituele samenleving. Daarnaast staan er korte teksten in de brochure met essenties van de antroposofie, zoals meditatie en praktisch idealisme. Met haar brochure wil de AViN mensen welkom heten en uitnodigen om lid te worden. Mail naar secretariaat@antrop-ver.nl om een brochure aan te vragen.’
Ook geen slecht initiatief, lijkt me. Ander nieuws vond ik bij AntroVista, namelijk ‘Ad van der Lugt overleden’:
‘De bekende antroposofische kunstenaar Ad van der Lugt is 20 november op 64-jarige leeftijd overleden. Op zijn website kunt u kennis nemen van zijn indrukwekkende kunstzinnige nalatenschap.’
Op die website wordt dit gemeld:
‘Ter nagedachtenis aan Ad van der Lugt, echtgenoot, vader en beeldend kunstenaar
2 juni 1946 - 20 november 2010
Kleuren ontstaan aan grenzen, waar donker en licht samenvloeien
De samenkomst waarin we afscheid nemen van Ad wordt gehouden op donderdag 25 november om 15:15 in de kerk van de Evangelische Broedergemeente aan het Zusterplein te Zeist, waarna om 17:00 de crematieplechtigheid zal plaatsvinden in het crematorium Den en Rust, Frans Halslaan 27 te Bilthoven. Na afloop is er gelegenheid tot condoleren in de ontvangkamer van het crematorium.’
De biografie die hier te vinden is, vertelt meer over hem:
‘Het kunstzinnige (schilderen,tekenen,boetseren en beeldhouwen) heeft altijd een grote rol in het leven van Ad van der Lugt (1946-2010) gespeeld. Kon hij zich in de jaren 1976-1987 hoofdzakelijk uiten in pasteltekeningen en beeldhouwen, zo heeft hij tijdens zijn opleiding (1978-1983) en in de periode daarna een scala van andere mogelijkheden en technieken ontdekt. De glaceertechniek boeit hem het meest, omdat hij zich daarin als kunstenaar het best kan uiten.

Tijdens een studiereis naar Zwitserland ontmoette Ad aan het Goetheanum de schilders Hans Hermann en Beppe Assenza. Daarbij maakte hij kennis met hun totaal verschillende aanpak in het schilderproces en de penseelvoering.
Gedurende een studie van de te hanteren penseelstreken vroeg Ad van der Lugt zich af hoe hiermee in het verleden is omgegaan. Hieruit ontstond een andere studie, te weten “Goud”, dat vroeger veel werd gebruikt als achtergrond bij Iconen.
Aan Ad de vraag of in onze tijd zuiver goud in het schilderij is te plaatsen. Het bleek een enorme uitdaging, evenals de toepassing van andere metalen, zoals zilver, koper en slagmetaal. Deze techniek vereist een groot geduld en een diepe doorwerking van de kleuren, vaak wel honderden dunne laagjes over elkaar. Op zoek dus naar nieuwe waarden.

Hierbij mag niet onvermeld blijven dat Ad voortdurend tracht een nieuwe weg te vinden. Zo werkt hij sinds enkele jaren ook met paletmes en acrylverf, een verfstof waar hij zich oorspronkelijk heftig tegen heeft verzet, maar die buitengewone mogelijkheden blijkt te bieden voor de door hem toegepaste methode.

De werken van Ad van der Lugt zijn ondergebracht in een privécollectie. Hij heeft op diverse plaatsen in Nederland geëxposeerd en zijn werken zijn in landen over de hele wereld te vinden, onder andere in Zwitserland, Oostenrijk, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Brazilië, Japan, Korea, Indonesië, Australië en India.’
Erg mooi komen zijn werken tot uitdrukking in een overzicht van een tentoonstelling uit 2006, met zeventien foto’s, hier te bekijken. – Tot slot wil ik nog een interessante ‘Benefiet voor Musicians without Borders’ melden:
‘In de Kunststelling van Alkmaar wordt zaterdag 27 november om 17.00 uur voor de internationale netwerkorganisatie Musicians without Borders een benefietconcert gegeven. Het concert wordt verzorgd door het kinderkoor van klas vier, vijf en zes en het ouderkoor Aquarius van de Adriaan Roland Holstschool, een Vrije school voor basisonderwijs uit Bergen.

Overdag zal er op er op de A.R.Holstschool een workshop Bulgaars Orthodox gegeven worden door Teodora Dimitrova, een Bulgaarse dirigente van het vrouwenkoor Te Deum Adoramus uit Sofia. Met 25 enthousiaste zangers en zangeressen uit heel Nederland zal zij een aantal liederen instuderen. De liederen uit deze workshop zullen tijdens het concert uitgevoerd worden.

Musicians without Borders is een internationale netwerkorganisatie die de kracht van muziek inzet om etnische, religieuze en politieke verschillen te overbruggen en de wonden van oorlog en conflict te helen. Zij willen graag geld inzamelen voor één van de vele initiatieven: De muziekbus. De Muziekbus is een reizende muziekschool voor kinderen van alle etnische groeperingen in het door oorlog verscheurde Srebrenica gebied in Bosnië-Herzegovina. Bij het Kindermuziektheater in Srebrenica leren kinderen van alle achtergronden de kunsten van het zingen, dansen, acteren, theatertechniek, kostuumontwerp en theaterproductie. In de schaduw van de Bosnië-oorlog maken nieuwe generaties zo via muziekworkshops en creatieve samenwerking een begin aan de wederopbouw van de vooroorlogse pluralistische samenleving. De muziekbus heeft ook plannen om naar Rwanda en Oeganda te gaan.

Voor de muziekbus is geld nodig. Ook oude (geen kapotte) instrumenten zijn van welkom. De toegang is gratis, maar er wordt aan het eind van de voorstelling een vrijwillige bijdrage gevraagd die ten goede komt aan de organisatie. Het benefietconcert bij Kunststelling is aan de Laat 11, Alkmaar.’

dinsdag 23 november 2010

Polis


Sinds afgelopen zaterdag meldt de website van landelijke patiëntenvereniging Antroposana ‘De Antroposanapolis in 2011’:
‘De Antroposanapolis behoudt de vergoedingen van antroposofische behandelingen door artsen en therapeuten (ook in 5 buitenlandse klinieken) en de vergoeding van antroposofische geneesmiddelen. Bovendien is (ortho)manuele geneeskunde door artsen en therapeuten toegevoegd. Alle informatie over de nieuwe polis vindt u in het menu “De Antroposana Polis”.

Rond de 25ste november zal ook een schema gepubliceerd worden met de vergoedingen door verschillende verzekeraars van antroposofische behandelingen en geneesmiddelen.’
Dus naar dat menu ‘De Antroposana Polis’ getogen voor meer informatie. Om te beginnen over de ‘Basisverzekering’:
‘De Amersfoortse is erin geslaagd om de premieverhoging voor de Basisverzekering voor 2011 beperkt te houden. Nederlandse zorgverzekeraars zien zich genoodzaakt om vanwege de gestegen zorgkosten en de aangescherpte solvabiliteitseisen voor zorgverzekeraars de premie van de Basisverzekering met gemiddeld 10% te verhogen. Bij De Amersfoortse is dit 7,9%. In combinatie met de collectiviteitskorting van 10% op deze Basispremie behoort deze voor ons collectief nog steeds tot de laagste van Nederland. De overheid heeft daarnaast bepaald dat het vergoedingenpakket van de Basisverzekering wordt beperkt (zie de tekst bij aanvullende verzekering) en dat het wettelijke eigen risico voor 2011 wordt verhoogd van € 165 tot € 170 per volwassen verzekerde per jaar.’
Met meteen daarna de ‘Aanvullende verzekering’, die gaat over ‘Vergoeding alternatieve zorg in Nederland’:
‘De belangstelling voor en het gebruik van complementaire en integratieve zorg is een ontwikkeling die zich binnen de gehele Nederlandse zorgwereld voltrekt. Dat vinden wij een goede ontwikkeling. Tegelijkertijd moeten wij ook constateren dat verzekeraars hier niet op inspelen door de vergoedingen voor deze zorg te verruimen. Het tegenovergestelde nemen wij zelfs waar. Steeds meer zorgverzekeraars beperken hun polisvoorwaarden op dit onderdeel of hebben hun vergoedingen naar beneden aangepast.

Dit is een direct gevolg van het feit dat de vergoedingen voor complementaire en integratieve zorg via de aanvullende verzekeringen volledig voor rekening van de verzekeraars komen. Dit in tegenstelling tot de vergoedingen uit de basisverzekering, die bij een tekort aangevuld worden door het Vereveningsfonds van de overheid.

Ook constateren wij, dat veel verzekerden hun polis aanpassen op het gebruik dat zij van de zorg verwachten te maken, zodat de vergoedingen dan (verwijderen) hoger zijn dan de premie die men betaalt. Van het verzekeren van een onzeker voorval of risico is dan geen sprake meer. Evenmin van de solidariteitsgedachte achter verzekeren, namelijk om zo’n onzeker voorval als verzekerden met elkaar op te vangen door allemaal premie te betalen. Wat zou het geweldig zijn om deze gemeenschapszin weer tot leven te brengen met de Antroposanapolis!’
Om vervolgens specifiek de ‘Vergoedingen Antroposanapolis’ te belichten:
‘In de afgelopen jaren zijn diverse aanpassingen in de Antroposanapolis doorgevoerd. De prognoses over 2010 tonen aan dat wij nu een goede verhouding hebben weten te bereiken tussen de gewenste vergoedingen en de premiestelling. Dit betekent dat de vergoedingen van 2010 ongewijzigd zijn overgenomen in de polis van 2011.

De vergoeding van antroposofische geneesmiddelen door Duitse apotheken geleverd, wordt in 2011 gecontinueerd. Dit geldt ook voor de vergoeding van behandeling bij de opname in een van de vijf gecontracteerde antroposofische klinieken in Duitsland en Zwitserland, wat uniek is voor een Nederlandse zorgpolis.

Daarnaast zijn alle vergoedingen welke met ingang van 1 januari 2011 uit de Basisverzekering zijn geschrapt (anticonceptiva, fysiotherapie, mondzorg voor kinderen van 18 tot 22 jaar en loophulpmiddelen zoals rollators) opgenomen in de Aanvullende en Tandartsverzekeringen.

Ook een vergoeding voor manuele therapie is op verzoek van de verzekerden van Antroposana aan de vergoedingenlijst toegevoegd.

De premies van de aanvullende verzekeringen van de Antroposanapolis stijgen in 2011 met 3,8% ( AV Antroposana Budget), 3,6% (AV Antroposana Basis), 2,5% (AV Antroposana Uitgebreid) en 3,3% (AV Antroposana Optimaal). De stijging ligt daarmee lager dan de zorginflatie van de gezondheidszorg (4-5%) en de aanpassingen die veel andere zorgverzekeraars hebben doorgevoerd.

Tenslotte blijft het voor Antroposana van wezenlijk belang dat de antroposofische gezondheidszorg verzekerbaar en betaalbaar blijft en dat nieuwe verzekerden nog steeds worden geaccepteerd zonder medische selectie en ongeacht hun gezondheidstoestand.

Er is een eigen vergoedingenoverzicht van de Antroposanapolis beschikbaar, zodat u op een overzichtelijke wijze de verschillen in dekking tussen de vier aanvullende verzekeringen kunt vergelijken en in combinatie met de premie het voor u meest geschikte verzekeringspakket kunt kiezen.’
Er is uiteraard nog meer over te melden. Dat gebeurt onder ‘De belangrijkste voordelen van de Antroposanapolis’:
‘Onder alternatieve geneeswijzen en -geneesmiddelen vallen de volgende vergoedingen:

– Onderzoek en behandeling uitgevoerd door een arts, mits aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen (NVAA) of de Vereniging Homeopathische Artsen Nederland (VHAN) of het Register OrthoManuele Geneeskunde (ROMG) of Nederlandse Vereniging van artsen voor OrthoManuele Geneeskunde (NVOMG).

– Onderzoek en behandeling uitgevoerd in 5 antroposofische klinieken in Duitsland en Zwitserland, na toestemming van De Amersfoortse Verzekeringen en tot de in de polisvoorwaarden gestelde maxima.

– Antroposofische therapieën op doorverwijzing van een antroposofisch of homeopathisch arts, huisarts of specialist, mits de therapeut lid is van een beroepsvereniging aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ).

– (Ortho) manuele therapie op doorverwijzing van een huisarts of specialist, mits de therapeut aangesloten is bij de Nederlandse Vereniging voor Manuele Therapie (NVMT) of Vereniging van Manueel Therapeuten (VMT).

– Antroposofische en homeopathische geneesmiddelen op voorschrift van een antroposofisch of homeopathisch arts, huisarts of specialist en geleverd door een apotheek of apotheekhoudend huisarts en er een vergunning in Nederland of Duitsland voor is afgegeven. Hieronder vallen tevens de antroposofische apotheekbereidingen. Antroposofische geneesmiddelen van Wala en Weleda kunnen ook via Duitse apotheken worden geleverd.

Andere voordelen van de Antroposanapolis

– Kinderen tot 18 jaar hebben recht op dezelfde vergoeding als de ouder met het hoogste aanvullende verzekeringspakket op de polis waarop zij meeverzekerd worden. Zij betalen geen nominale premie en geen premie voor de aanvullende verzekeringen.

– Thuiswonende of studerende kinderen tot 27 jaar kunnen meeverzekerd worden op de polis van één of beide ouders.

– Twee of meer volwassenen op één polis kunnen kiezen voor een onderling verschillend pakket aan aanvullende verzekeringen.

– Extra korting bij termijnbetaling. Bij vooruitbetaling per kwartaal, halfjaar of jaar heeft u recht op een extra korting op bovengenoemde collectieve kortingen van respectievelijk 0,5%, 1% of 3%.

– Kiest u voor een eigen risico op de Basisverzekering dan profiteert u van een extra korting op de premie van uw Basisverzekering.

Kortom: bent u op zoek naar de meest complete dekking voor antroposofische gezondheidszorg in Nederland? Kies dan de Antroposanapolis, een betrouwbare polis die uw keuze voor een holistische visie op ziekte en gezondheid handen en voeten geeft.’
Tot slot volgt op die plek op de website hoe men deelnemen of zich aanmelden kan. – Wilt u vergelijkingen trekken met vorig jaar? Ga dan naar ‘Verzekerbaar’ op vrijdag 27 november 2009, dan ziet u de stand van een jaar geleden.
.

maandag 22 november 2010

Brug van Zutphen

Dit is niet de brug van Zutphen op de foto, maar over de Seine in Parijs. En de mensen op de foto hebben niets te maken met degenen die hieronder genoemd worden...
‘“Onder de brug van Zutphen, daar staat een bordje pap, twee dikke dames, die zijn daarin gestapt. Een dik agentje, die heeft dat gezien, nu moeten ze betalen, twee euro tien.” De kleuters zijn gek op dit rijmpje, weet kleuterjuf Enny Post. “Zo leren ze spelenderwijs.”’
Zo staat vandaag als onderschrift bij een foto van Ronald Hissink voor een artikel van Mieke Kleinleugenmors in De Stentor, regio Zutphen, die de titel ‘Werk met kleuters nu zwart-op-wit’ draagt. Haar kwamen we al eerder tegen, op 22 januari in ‘Begeleiding’ en op 22 mei in ‘Oproer’. Nu is het opnieuw de 22e, maar dan van november, en schrijft ze over een nieuwe ontwikkeling in de vrijeschool:
‘Enny Post-van Rijswijk (kleuterjuf van vrije school De Zwaan in Zutphen) heeft voor begrippen in de vrije school wereld een opvallend document geschreven: het kleuterschoolwerkplan. Een lijvig dossier, waarin nauwkeurig beschreven staat hoe de kleuter op de vrije school zijn dagen doorbrengt.

Het plan verschaft onder meer helder inzicht in de (wettelijke) kerndoelen en de planning om te komen tot realisatie. Belangrijk onderdeel is het logboek, waarin vermeld staat hoe de klassikale activiteiten en het vrije spel verlopen. Daarnaast is er systematisch aandacht voor de vorderingen van elk kind.’
Mieke Kleinleugenmors laat hiertoe Enny Post-van Rijswijk aan het woord:
‘“Binnen de vrije school werken we niet zoals in het reguliere onderwijs met methodes. Bij de kleuters wordt vooral gespeeld. Het is een effectieve manier om de fantasie zinvol te prikkelen, want in alle activiteiten zitten specifieke doelen verborgen.”

In haar werk kwam Post tot het besef, dat die visie op het werken met kleuters nimmer is vastgelegd en eigenlijk is dat niet meer van deze tijd, erkent ze. “Daarom ben ik twee jaar geleden begonnen dagelijks te registreren wat er gebeurt in de klas. Dat ging zo goed dat ik doorgezet heb en nu heb ik een compleet overzicht.”

Dat kleuterschoolwerkplan heeft inmiddels de aandacht getrokken van collega’s en ook van de voor de vrije scholen landelijk opererende schoolbegeleidingsdienst. Die wil nu onderzoeken hoe het plan digitaal beschikbaar gesteld kan worden. Handig voor de kleuterjuffen binnen het antroposofische kleuteronderwijs maar ook handig voor ouders die precies willen weten hoe de onderwijsvisie zich in de kleuterklas vertaalt. Daarnaast is het een belangrijk instrument in het contact met de onderwijsinspectie.

Want in tegenstelling tot de jongste groepen in het basisonderwijs vormen de kleuters in het antroposofisch onderwijs nog altijd een status aparte. De kleuterafdeling op de vrije school staat bewust los van de onderbouw. Dat is bij vrije school De Zwaan niet anders. De kinderen hebben zelfs een eigen gebouw, dat zich schuilhoudt achter de “grote school”. Warme kleuren, speelse verwijzingen naar de seizoenen: de klas oogt als een warm nest.’
In het laatste deel van het artikel worden enkele ouders aan het woord gelaten:
‘Zo voelde het ook toen Sonja Lenstra (moeder van Saar) binnenstapte voor een eerste kennismaking met de school, vertelt ze. “Wij hebben geen antroposofische achtergrond, maar intuïtief voelde het heel goed. bovendien werkt het. Voor ons is dit plan heel aangenaam, het geeft inzicht wat er allemaal gebeurt in de klas. Dat het meer is dan lief en schattig, dat er echt leerdoelen achter zitten. Verder werkt het plan voor mij als een kalender die inzicht geeft in de opbouw van de jaarfeesten.”

Colette Schelfhorst (moeder van kleuter Goos) is het er helemaal mee eens. “Dit is een plan dat je als ouder geruststelt. De kleuterklas is niet alleen gezellig en knus. Ook inhoudelijk zit het goed in elkaar.”

Enny Post is blij met de reacties. Zelf maakte ze tien jaar geleden de overstap van het reguliere naar het vrije schoolonderwijs. “Ik merkte bij kinderen een beetje weerstand ontstaan, ze moeten ook zo veel. Bij ons is niet alleen de aandacht op het hoofd gericht. Wij kijken naar de ontwikkeling en dan weet je dat een kleuter alles doet met zijn lichaam. Bij verdriet zakt het hele lijfje in, is er plezier dan wordt er uitbundig gesprongen. Met verhaaltjes en versjes spelen we daar op in en ongemerkt leren de kleuters spelenderwijs steeds weer wat bij.”’
Niet alleen het kleuteronderwijs, maar ook het unieke vrijeschoolconcept in zijn totaliteit krijgt in de media aandacht. Op de nieuwspagina van de Vereniging van vrijescholen wordt dit kenbaar gemaakt:
‘Interview Radio 1, Dit is de Dag
Leo Stronks, voorzitter van de Vereniging van vrijescholen, en Harry Deutekom, schoolleider van de Vrijeschool Amersfoort gaven een interview aan het radio 1 programma Dit is de Dag
Dat ‘meer’ is slechts dit ene zinnetje:
‘Beluister via onze weblog de reportage’
Die link leidt naar deze pagina met ‘Interview Radio 1, Dit is de Dag’, gedateerd op 19 november:
‘Het aantal zwakke en zeer zwakke scholen is de afgelopen tijd sterk afgenomen. Wat heeft het de vrijeschool gekost? Leo Stronks, voorzitter van de Vereniging van vrijescholen, en Harry Deutekom, schoolleider van de Vrijeschool Amersfoort gaven een interview aan het radio 1 programma Dit is de Dag.’
Dan staat daaronder een vignet met de volgende tekst:
‘Je hebt Microsoft Silverlight 2.0 nodig om deze Uitzending Gemist video te kunnen kijken.’
En meteen eronder, nog in hetzelfde beeld:
‘Download Silverlight’.
Het lijkt meer op een reclame voor Microsoft... Heeft de Vereniging van vrijescholen daar soms aandelen in? Waar je ook in het vignet op klikt, je komt altijd op een downloadpagina van Microsoft. Maar gelukkig staat onder het vignet ook dit in gewone tekst:
Vanaf 01:01:40 kunt u in deze aflevering luisteren naar het onderwerp over de vrijescholen.’
Die Flash-versie is echter helemaal niet zo handig. Die duurt wel anderhalf uur: het programma werd van twee uur tot half vier op vrijdagmiddag uitgezonden. Het kan ook anders. Heel simpel eigenlijk. Daarvoor gaan we naar de website van dit EO-programma. De Evangelische Omroep? Jazeker, de EO heeft zomaar belangstelling voor het vrijeschoolonderwijs. En vindt het niet duivels, wat vroeger wel gebeurde, zo bewijst de website onder de titel ‘Vrije Scholen verliezen eigenheid onder druk Onderwijsinspectie’:
‘De Vrije Scholen hebben de afgelopen jaren hun onderwijskwaliteit opgeschroefd en hun eigenheid ingeleverd. Dat signaleert Leo Stronks van de Vereniging voor Vrijescholen in Dit Is De Dag.
Door Leendert Bos

Vrije Scholen in ons land lagen de afgelopen jaren onder vuur wegens slechte onderwijsprestaties. Daarop voerde de Onderwijsinspectie de druk op. Die druk gaat ten koste van het vrije onderwijsconcept, zegt Stronks. “De hoge prijs die wordt gevraagd van Vrije Scholen is dat wij niet meer op het gevoel af mogen gaan. We moeten nu constant rekening houden met de onderwijsresultaten die de inspectie van ons vraagt”.

Nederland telt 72 vrije basisscholen. Vijf jaar geleden presteerde zestig procent daarvan onder de maat. Nu staat nog slechts acht procent van de Vrije Scholen op de lijst van zwakke tot zeer zwakke scholen. In het gewone basisonderwijs is dat zes procent.

Methodes
Onder druk van de Onderwijsinspectie hebben veel Vrije Scholen tussentijdse toetsen ingevoerd. Daarmee vervaagt het Vrije Onderwijsconcept, aldus Harry Deutekom, directeur van de Vrije School in Amersfoort. “Wij hadden altijd onze eigen methodes. We bepaalden per klas en per kind de lesstof. Nu zijn we verplicht ons aan de landelijke CITO-normen te houden. Om aan die normen te kunnen voldoen hebben we de methodes uit het regulier onderwijs gehaald. Dat legt druk druk op de kinderen. Die prestatiedruk staat haaks op ons onderwijsconcept.”

Montessori
De Montessorischolen in ons land hebben een soortgelijke ontwikkeling doorgemaakt. In 2005 stond dertien procent onder toezicht van de inspectie, nu nog slechts acht procent. Zowel de Vrije Scholen als de Montessorischolen streven ernaar om in de komende twee jaar te verdwijnen van de lijst van zwakke tot zeer zwakke scholen.
Luister naar de reportage’
En daar, op die plek, kan gewoon naar dit item met de duur van 10:47 worden geluisterd, zonder zoeken. Dat is een stuk handiger. Op de weblog van de Vereniging van vrijescholen staat nog een eerder item van 3 november, ‘Postuum – Laatse deel Gesprek met Rudolf Mees’ (de spellingsfouten in de titel zijn voor rekening van de vereniging):
‘Derde deel Postuum
Het derde deel Het huiswerk is nog niet klaar – gesprek tussen Leo Stronks en Rudolf Mees verschijnt postuum. Op 29 september jl. overleed Rudolf Mees, 79 jaar oud. De Vereniging van vrijescholen is dankbaar voor de tijd die de heer Mees in de laatste fase van zijn leven nam om in gesprek te gaan met voorzitter Leo Stronks. Met warme herinneringen gedenkt ze Rudolf Mees en alle inspanningen die hij deed voor het onderwijs in het algemeen, het vrijeschoolonderwijs en de Vereniging van vrijescholen.

Over de serie
De Vereniging van vrijescholen maakt een serie gesprekken met kopstukken uit het vrijeschoolonderwijs en aanverwante kinderopvang. De serie is getiteld Het huiswerk is nog niet klaar.
In juli en augustus publiceerden we deel 1 en 2 van: Leo Stronks praat met Rudolf Mees. Nu het slot van dit drieluik.
De serie is ook als PODCAST te downloaden.’
Eronder kan de film van ruim 35 minuten worden bekeken. Dezelfde tekst staat ook op de welkomstpagina van de vereniging. Daar vandaan gaat eveneens een directe link naar het weblogbericht: ‘Klik hier om de film te zien...’ Op maandag 13 september berichtte ik in ‘Verruiming’ over de vorige twee filmdelen. Wat ik toen meldde, geldt ook nu nog steeds:
‘...hoewel hier weer iets met het filmpje mis is, want de intro is gelijk aan deel 1, wat natuurlijk ter herkenning mag, maar als er dan op 0:33 op het scherm “nu deel één van een drieluik” staat, is men toch niet erg wakker geweest...’
Dat staat er namelijk nu nog, dus ook in deel 3. Wil men niet leren van zijn fouten? Maar voor de rest is er niks mis mee, omdat Rudolf Mees weer uitstekend weet te vertellen en zeer relevante zaken aansnijdt. Zoals in dit deel tussen 17:25 en 19:55, waar een vraag van zijn oude Vrijzinnig Christelijk Lyceum (VCL) het uitgangspunt vormt. Mees zegt daarover:
‘Wat kun je je na vijftig jaar nog herinneren van je school? Van je onderwijs: daar ging het eigenlijk om. Toen ik er een tijdje over nagedacht had, moest ik tot mijn eigen verbazing vaststellen dat datgene wat ik moest weten om mijn eindexamen te doen – ik heb gymnasium beta gedaan – daarvan ben ik drie kwart, zo niet meer, bodemloos vergeten. Dat weet ik überhaupt niet meer: Grieks, Latijn, noem het maar op, trigonometrie, allemaal sommen. Ik zou bij God niet meer weten hoe je dat moet doen.

Maar wat ik niet ben vergeten en wat nog steeds nawerkt in alle mogelijke kleinigheden van mijn leven, van mijn eigen attitude, enzovoort, dat zijn de indrukken die de leerkrachten op me hebben gemaakt. Dat noem ik altijd het pedagogische veld. Dat is veel belangrijker dan alles wat je cognitief moest weten.

Cognitieve kennis is al binnen vijf jaar voor ongeveer de helft verouderd. En na tien jaar heb je er niet veel meer aan. Een stukje algemene ontwikkeling, ja, dat houd je er wel aan over. Maar daarvoor hoef je al die ballast er niet bij te leren.

Daarom heb ik het gevoel dat je juist op andere dingen moet letten. Een van de dingen die je zelf kunt bevorderen – vrijescholen nemen daar echt een koppositie in – is namelijk dat het onderwijs, datgene wat je doet niet alleen een cognitief, maar ook een kunstzinnig karakter heeft. Dat een leerling iets mooi mag vinden, dat je je emotioneel met dingen kunt verbinden. Dat je toneel mag spelen, dat je muziek mag maken, noem allemaal maar op.

Je kunt wel zeggen: dat is allemaal luxe, maar nee, dat is juist niet de luxe, dat is de kern waar het om gaat. Want de kunstzinnigheid die niet als vak apart wordt gezet, draagt je naderhand door het hele curriculum heen. Die is als een soort zuurdesem daar doorheen gewerkt. Als je dat op een gegeven moment in je op mag nemen, dan heb je eigenlijk een soort innerlijke beweeglijkheid daarmee kunnen ontwikkelen in je gevoelsleven, die naderhand mogelijk maakt dat je al die geweldige veranderingen die je in je leven door gaat maken, kunt verwerken.’
Beluister gerust het hele interview, het is weer zeer de moeite waard.
.

zondag 21 november 2010

Bouwstenen


Op deze zondag een vervolg op wat ik op 31 augustus meldde in ‘Filosofie’. Daar kwam van het Bernard Lievegoed Fonds onder meer dit ter sprake:
‘Symposium “Impulsen voor een toekomstige gezondheidszorg” vrijdag 10 september
Tweemaal per jaar organiseert de Netwerkuniversiteit bijeenkomsten waar ook anderen dan alleen leden deelnemen. Na het drukbezochte symposium, in maart bij de VU in Amsterdam, wordt op vrijdag 10 september a.s. (14.30-20.30 in Zeist) de conferentie “Impulsen voor een toekomstige gezondheidszorg” gehouden.’
In ‘De Digitale Verbreding, uitgave 17, van 2 november 2010’ staat naast de vele overige inhoud ook een kort verslag van mijn hand van dit symposium, getiteld ‘Bouwstenen voor een toekomstige gezondheidszorg – 10 september’. Zoals u ziet, waren de impulsen in de loop der weken veranderd in bouwstenen. Maar hoe dit ook zij, dat verslag laat ik hier graag volgen:
‘Werken aan een toekomstige gezondheidszorg gebeurt op veel plekken in Nederland. Maar bouwstenen daarvoor aandragen vanuit een duurzaamheidsgedachte is veel minder gangbaar. Vooral ook wanneer dat vanuit antroposofische optiek gebeurt. Een werkconferentie met dit doel werd op 10 september gehouden in het gebouw van Triodos Bank in Zeist. Het initiatief lag bij de Netwerkuniversiteit van het Bernard Lievegoed Fonds, de Iona Stichting en Weleda Nederland. Een ‘invitational conference’ in een strakke organisatie: elf sprekers die elk tien minuten kregen om hun op schrift gestelde stellingen toe te lichten, waarbij zij kwistig gebruik maakten van Powerpoint Presentaties. En tussendoor was er een paar keer gelegenheid tot een plenaire discussie met drie van de sprekers tegelijkertijd. De laatste spreker (spreekster) beloofde vanuit het oogpunt van de zorgverzekeraar commentaar te geven op alle voorgaande bijdragen.

Beloofd werd ook dat de inhoud van deze dag zal worden uitgewerkt in een publicatie, die medio 2011 moet verschijnen.

Integriteit
Wat leverde deze werkconferentie nu voor beeld op? Om te beginnen: bijzonder sterke inhoudelijke en relevante bijdragen. Wat wil je, met sprekers als Pim Blomaard, Erik Baars, Peter Kooreman, Jaap Sijmons en Arie Bos, om de meest bekende namen te noemen. Welke bouwstenen droegen zij aan? Ik kan er slechts een paar elementen uitpikken. Na de inleiding van Bert Vroon, die niet alleen NVAZ-voorzitter is, maar ook voorzitter van het Bernard Lievegoed Fonds, en de inleiding van dagvoorzitter Bert van Barneveld, was de eerste spreker Pim Blomaard. Die zette meteen sterk en herkenbaar in.

Hij noemde integriteit een voorwaarde voor duurzame gezondheidszorg, in die zin dat je moet kunnen rekenen op integere personen en integere instanties. Hoe bewerkstellig je integriteit? Door een uiterlijke en een innerlijke maatstaf te hebben die elkaar dekken. Een uiterlijke kan de beroepscode zijn, terwijl een innerlijke maatstaf de waarde kan zijn die voor jezelf belangrijk is. Wanneer die twee overeenkomen, kun je spreken over een geweten.

Pim Blomaard ging door op dit thema van de waardenoriëntatie in zijn stellingen. Bijvoorbeeld de stelling dat de relatie het allerbelangrijkste is in de zorg. Maar in relaties spelen machtsverhoudingen altijd een rol. Die zijn er gewoon, juist ook in de zorg. Op relaties kun je wel codes en richtlijnen loslaten, maar daarmee bestrijk je niet het hele terrein. Ieder zorgberoep draagt intrinsiek ook een hoger doel in zich. Het waardenbesef en het geweten van de professional kunnen daar eerder bij komen dan alleen een uiterlijke code.

En dan is er nog het raamwerk, de ‘institutionele relatie’. Ook die is van invloed op de duurzaamheid. Hier spelen de verhoudingen eveneens een rol en kun je te maken krijgen met de ‘arrogantie van de macht’. Een tegenwicht kan zijn om het beroepsbeeld van die instanties van dezelfde waarden en hetzelfde waardenbesef uit te laten gaan, als welke in het primaire proces gelden. Dan blijven zij dienstbaar aan het primaire proces en lopen minder gevaar te ontsporen. Dit kan bovendien gestimuleerd worden door een sterke vereenvoudiging van het systeem na te streven. Het optreden van ‘systeemdwang’ is dan makkelijker te voorkomen.

Finesses
De volgende sprekers, eerst Erik Baars en later Peter Kooreman, hadden thema’s gekozen die we van hen al kennen: respectievelijk ‘individu georiënteerde zorg’ en ‘bewuste keuzes maken in de zorg door baten en kosten te kwantificeren’. Later kwam hier ook Arie Bos bij, inmiddels bijna een Bekende Nederlander als Eureka boekenprijswinnaar (nu al derde druk!), die een bloedserieus maar evenzeer vermakelijk verhaal hield over medicijnen die niet genezen, maar een mens ziek maken of erger. En welke weerzin die bij hem oproepen.

Jaap Sijmons is nog een bekende in zorgland. Hij is naast advocaat en filosoof een hooggeleerde jurist op het gebied van gezondheidsrecht en als zodanig aan de Universiteit van Utrecht ook als hoogleraar werkzaam. Hij hield een onnavolgbaar betoog over duurzaamheid in de zorg, langs machten in evenwicht, juridische voetangels en klemmen, en financiële marktmechanismen. Kern van zijn stellingen: humanisering in plaats van medicalisering. Maar ik vrees dat we op de gedrukte versie moeten wachten om zijn pleidooi echt tot in de finesses tot ons te kunnen nemen.

Longaandoeningen
Van de antroposofisch geïnspireerde sprekers kwam Jan Huisman voor mij als een van de meest verrassende uit de hoek. Hij vertegenwoordigde in feite de net in mei overleden longarts Albert Peters. Voor ernstige aandoeningen aan de luchtwegen had deze een methode ontwikkeld die de patiënt volledig inschakelt bij zijn herstelproces, en met veel succes. Het gebroederlijk samenwerken van verschillende zorgdisciplines hoorde hier intergaal bij. Peters had het bovendien klaargespeeld dat deze methode op grote schaal door beroepsgenoten wordt overgenomen. Waarmee een ziekte met een van oudsher bijzonder slechte prognose een kansrijke behandeling ervoer. Het is nog net geen staande praktijk, maar het scheelt niet veel, als ik Jan Huisman mag geloven. Petje af hoe hij deze boodschap overbracht, indrukwekkend.

Een andere bekende op antroposofische symposia is de systeembioloog Jan van der Greef van TNO. Op zijn eigen innemende wijze was hij ook hier present met zijn altijd overtuigende verhaal over een nieuw systeemdenken, dat hij prachtig weet te illustreren.

Volslagen nieuw voor mij was Louis Overgoor, huisarts uit de Bijlmer. Op een zeer frisse manier zette hij bepaalde zorgbegrippen op zijn kop, zoals promotie en preventie bij het inschakelen van de eigen activiteit van patiënten. Het mooie was dat ook dit verhaal helemaal in de praktijk was geboren en al werd gepraktiseerd. En dat je je eigen denksysteem even moest verlaten om hem goed te kunnen volgen. Heel verfrissend.

Zorgverzekeraar
Als laatste was de beurt aan Diane Monissen, een bijdrage waar reikhalzend naar werd uitgekeken. Ga maar na, zij is bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar De Friesland. Haar commentaar op de bijdragen zou zeker niet alleen gewicht in de schaal leggen, maar ook concrete consequenties kunnen hebben. Met haar verleden als Directeur-Generaal van VWS mocht verwacht worden dat zij die in een breed perspectief zou zetten. Wat inderdaad gebeurde. Zij loofde en kapittelde waar het op zijn plaats was. Maar zij omarmde volledig de gedachte aan duurzaamheid als een essentiële bouwsteen voor onze toekomstige gezondheidszorg en kon zich in grote lijnen vinden in het te berde gebrachte.

Nu op naar een concrete uitwerking van deze inhoud, en het liefst een stevige stem bij het maatschappelijk debat en de discussie in de publieke opinie!’

zaterdag 20 november 2010

Tolkien

Vandaag een prachtartikel van Marion Groenewoud in De Stentor over Imke Jelle van Dam. Maar voordat ik daartoe overga, eerst in herinnering roepen dat ik op zaterdag 17 januari 2009 in Euritmie’ over hem schreef. Dan heeft u de achtergrond bij de hand. En ik moet natuurlijk het bericht van Wilfried Nauta op AntroVista van 9 november over hem noemen. Nog te vinden onder ‘Nieuws’. Het heet ‘Euritmie Impresariaat gaat sabbitical’ (moet natuurlijk ‘sabbatical’ zijn) en vertelt dat komend jaar Imke Jelle van Dam een jaar lang een welverdiende rust gaat houden. Voordat het zover is, komt hij met een wel heel bijzondere productie. Niet van anderen met euritmie, maar van hemzelf met muziek, waarbij die muziek ook van hemzelf is. Dat staat nu allemaal uitgebreid in De Stentor, onder de titel ‘Zwollenaar presenteert Tolkien’s Muzikale Schepping’. Ik mag het artikel van Marion Groenewoud natuurlijk niet zomaar overnemen, maar ja, het staat er allemaal zo goed en duidelijk in, dat het zonde is als u het niet leest. Dus vooruit, daar komt-ie:
‘Het geitenwollensokkentype, soft en vaag? Als je Imke Jelle van Dam (1950) uit Zwolle hoort praten over “bezielde bewegingskunst” dan komt het begrip zweverig onwillekeurig bovendrijven. Maar van Dam voelt zich met dergelijke kwalificaties niet aangesproken. Gisteren ging zijn compositie “Tolkiens Muzikale Schepping” in première en het concert komt ook naar Zwolle en Zutphen.

Goed, hij is een man van de jaren zeventig en de flowerpower. Ook werkte hij lang in natuurvoedingswinkels en de biologische landbouw. “We zijn in popcentrum Hedon destijds begonnen met het verkopen van biologisch-dynamische producten. Het was de tijd van de spinnewielen. Mensen sponnen zelf wol om truien en sokken te maken”, vertelt Van Dam. Nee, dat breien deed hij niet. Wel heeft hij biologisch verantwoorde pindakaaspotjes gevuld, maakte handgeschept papier en bouwde hij, handig als hij is, vijftig spinnewielen die hij samen met een bevriend muzikant wist te verkopen. “Zo konden we nieuwe instrumenten aanschaffen voor onze band. Mijn vriend kocht een elektrische gitaar en ik een Fender Rhodes piano.” Van Dam leidt sinds 1989 vanuit Zwolle een Impresariaat voor Euritmie en Theater terwijl hij begin jaren zeventig, na zijn studie elektrotechniek, werkte bij Stork aan een nieuw type ventilator. “VDA dakventilatoren, je ziet ze nog overal in Europa.” Want Van Dam is technisch maar wist al snel dat hij van deze vaardigheid nooit zijn beroep wilde maken. De piano werd zijn grote liefde. ‘Ik merkte al jong dat er voortdurend muziek in me was. Een eindeloze stroom melodieën en harmonieën.” Op relatief oudere leeftijd, ruim 32 jaar, ging hij naar het conservatorium in Hilversum. Hij voelde zich toen al meer componist dan pianist en stopte na drie jaar. “Ik liep vast. De competitiesfeer paste niet bij me.” Op dat moment was hij al op het spoor van Rudolf Steiner. “Ik voel me door zijn wijsheden verrijkt. Het is geen dogma of religie maar een geesteswetenschap. Ik kom de antroposofie van Steiner nog altijd tegen in het dagelijks leven: de geneeskunde, euritmie, de biologisch-dynamische landbouw. Steiner is overigens in 1913 ook in Zwolle geweest, waar hij een lezing gaf in Schouwburg Odeon. Steiner biedt de ware blik op de mens en de wereld achter hem. Door zelfkennis en kennis van de wereld kom je tot bewustwording. Tot menszijn”, vat Van Dam kort samen. “Deze levensfilosofie is niet vaag maar zorgt ervoor dat je met beide benen op de grond blijft staan.”

Op zijn veertigste richtte hij zijn impresariaat op en organiseerde in 20 jaar 700 euritmie-voorstellingen in binnen- en vooral buitenland. “Euritmie is een danskunst waarbij het gaat om mooie harmonieuze bewegingen. Het is ontstaan begin twintigste eeuw in Duitsland en Zwitserland in kringen rond Steiner.” Volgens Van Dam onderscheidt het zich van gewone dans door de zogenaamde “zielebewegingen” en het gebruik van klanken of teksten. De dansers dragen kleurige gewaden. Het is een andere wereld, stelt hij. “Kunst op zieleniveau. Het gaat niet zozeer om de fysieke dans maar om de ruimte en tussenruimtes. Het accent ligt op het geestelijk vlak. Euritmie gaat enkele stappen verder dan gewone dans.”

In zijn compositie “Tolkiens Muzikale Schepping” wordt niet gedanst. De sfeer is wel anders dan anders, belooft Van Dam. Een verteller zal Tolkien’s tekst van De Silmarillion voordragen op muziek van Beethoven, Debussy, Tobin en Van Dam zelf. “Deze Silmarillion werd pas uitgegeven in 1977, na de dood van Tolkien, terwijl het dé basis is voor zijn grote boeken als In de Ban van de Ring. De schrijver heeft er zeker zestig jaar aan gewerkt. Ik ben geen uitgesproken Tolkien-fan maar ik heb zijn werk wel gelezen, in de tijd van de spinnewielen. De Silmarillion is een oerverhaal. En onze muziek komt ook van ver.” De meeste stukken muziek componeerde Van Dam al in 1998. Afgelopen zomer bereikte hij een apotheose. “Ik werkte 24 uur per dag aan de Proloog. Het was een worsteling.” De luisteraar kan bij het concert een muzikaal landschap verwachten, stelt Van Dam. “De Silmarillion is vooral een tragisch verhaal over strijd en oorlog met heftige muziek. Er zijn ook lieflijke delen maar het eindigt dramatisch. Het klinkt alsof de hemel opengaat De hoofdpersonen zijn de Elf Lúthien en de Mens Berén. Zij zijn onbereikbaar voor elkaar. De Elf besluit mens te worden, uit de liefde voor de Mens.” Want weet Van Dam: “Het lot van de schepping ligt tenslotte in handen van de mens.”

Tolkiens Muzikale Schepping, met werk van Beethoven, Debussy, Tony Tobin en Imke Jelle van Dam. IJsselschool Zutphen, Henri Dunantweg 4, 23/11, 20.00 uur. En Doopsgezinde Kerk Zwolle, Wolweverstraat 9, 26/11, 20.00 uur.’
En, heb ik iets te veel gezegd? De totale speellijst vindt u hier bij het Euritmie Impresariaat. (Tussen twee haakjes, Tolkien zelf was onderwerp van het bericht Video’ op 26 maart.)
.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code