Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

donderdag 10 maart 2011

Falsificatie

Sander Louis en zijn discussie op de open LinkedIn groep van ‘Vrijeschool Alumni’, ‘“Handelen vanuit de Antroposofie”? Wat is dat dan?’, heb ik 24 januari verlaten in ‘Verlossen’. Toen waren er zeventien reacties. Tjalling van der Kolk speelde die dag een belangrijke rol. Hij was flink kritisch, wat bijvoorbeeld bleek uit de volgende uitspraak:
‘De vanzelfsprekend geachte link tussen zingeving en het bestaan van een geestelijke wereld die op de vrije school stevig ingeprent is heeft mij nog tamelijk lang dwars gezeten, het heeft even geduurd voordat ik mentaal in staat was om die link los te laten en verhandelingen over geestelijke werelden te zien als metaforen en ook als zodanig op hun merites te beoordelen.’
Daarna verzandde de discussie een beetje, of liever gezegd, hij leed aan de vele zijtakken en zijpaden die werden bewandeld, waarbij de uitgangsvraag van Sander Louis ver uit het oog werd verloren. Contribuanten kwamen erbij, contribuanten vielen er af. Een mooie en ook typische bijdrage die ik hier nog niet gememoreerd heb, is deze van Esther de Charon de Saint German (hoe kom je aan zo’n naam; die zou iedereen wel willen hebben...):
‘Wat een prachtige discussie. Het is alsof ik als 15-jarige weer aan tafel zit met mijn familie en we niets van elkaar begrijpen in DE discussie: “wat is dat dan antroposofie?” Het is ruim 30 jaar later en inmiddels begrijp ik nog steeds niet wat nu de kern/het meest wezenlijke/de elevator pitch/de quintessens is van de antroposofie.

De reacties hierboven – met een enkele uitzondering – brengen mij persoonlijk niet dichter bij het begrip wat nu de kernwaarde van de antroposofie is. Integendeel: ik zie veel overeenkomsten met vele eerder gevoerde discussies (zoals: heel veel tekst en enige lichtgeraaktheid...)

Dat er uit de antroposofie waardevolle zaken voortkomen is mij duidelijk als ik een bevlogen BD boer aan het werk zie, als ik zie wat heileurythmie doet voor een ziek lichaam of als ik een verse BD peer eet. Maar wat is dan toch die antroposofische gedachte die daaraan ten grondslag ligt?

De kern van het Boeddhisme is in drie regels samen te vatten. Dan zal de kern van de de antroposofie toch wel in 10 stellingen te verwoorden zijn? Ik zou er blij mee zijn!’
Ik kan niet aangeven hoe je direct bij deze reactie komt, niet eens van wanneer hij stamt, want LinkedIn geeft als informatie slechts ‘1 month ago’, ook zijn de reacties niet genummerd of van link voorzien; hij staat in ieder geval nog voor die van Tjalling van der Kolk die ik hierboven aanhaalde. Een vaste deelnemer was en is Gerard Bik. Het was ook ‘1 month ago’ dat hij schreef:
‘Interessant hoe de discussie terechtkomt in problemen van sociale en menselijke aard. Het gaat op die manier niet meer over de waarde van de antroposofie, maar over de antroposofen; de mensen die druk bezig zijn om persoonlijk te groeien of zich daar juist met hand en tand tegen verzetten.

De waarde van een “leer” is niet zonder meer af te lezen aan de handelingen van de aanhangers. Getuige de vele godsdienstoorlogen tussen aanhangers van boeken waarin naastenliefde als hoogste goed wordt aanbevolen.

Aan de andere kant vind ik beide discussies de moeite waard!’
We zien ook bekenden opduiken – voor hier tenminste – als Ramon De Jonghe en Jan Diek van Mansvelt. Er volgden nog heel wat uitwisselingen en uitweidingen. Ook minder frisse dingen. Om de schaduw en dubbelganger kun je in zulk soort discussies namelijk evenmin heen. Stekeligheden over en weer. Een aantekeningenschriftje van dertig jaar geleden, met allerlei stereotyperingen tijdens een kinderbespreking opgetekend. En de prangende vraag of zoiets nu representatief is, voor de huidige praktijk. Tjalling van der Kolk weer een keer:
‘Het begint er op te lijken dat er in deze discussie twee kampen zijn: zij die de positieve kanten van de antroposofie niet (willen) zien en zij die de negatieve kanten van de antroposofie niet (willen) zien.

Om de vraag van Eg te beantwoorden: een echte arts (of algemener, een echte vakman/vakvrouw) is voor mij iemand die zich in zijn werk laat leiden door betrokkenheid, wetenschappelijke inzichten en gezond verstand. Als een van die drie ontbreekt is het niet mogelijk om professioneel en effectief te werken.’
En het antwoord van Gerard Bik:
‘Mogen die wetenschappelijke inzichten van de vakman ook geesteswetenschappelijke inzichten zijn? Dat zou namelijk een antwoord zijn op de vraag waarmee deze discussie begon: een persoon of organisatie die handelt vanuit antroposofie, laat zich leiden door niet alleen inzichten uit de materialistische wetenschap van het gewone denken, maar ook door geesteswetenschappelijke inzichten uit de antroposofie.

(Ik kan hier beter niet ingaan op “wat is een echte arts”, die vraag verdient een eigen, zelfstandige discussie.)’
De reactie van Tjalling daarop:
‘Een essentieel kenmerk van wetenschappelijke inzichten is dat ze falsifieerbaar zijn en als geesteswetenschappelijke inzichten dat ook zijn dan zie ik geen bezwaar. Ik heb moeite om mij de praktische invulling van de falsificatie van geesteswetenschappelijke inzichten voor te stellen, maar dat is een probleem van praktische aard en niet van principiële aard.’
Martin Brouwer riep op een gegeven moment uit:
‘Wat een discussie zeg.

Ben nu zo’n twee en een half uur aan het lezen en in deze hele discussie zijn er precies 2 mensen geweest die een antwoord op de vraag “wat is voor jou de kern van de antroposofie” hebben gegeven. Verder wordt hier een hoop geouwehoerd over Griekse filosofen, micro- en macrokosmos, reïncarnatie, de stand van de planeten en de invloed op embryo’s (ja Eg, ik heb je website wel eens bekeken) en over het “etherisch dubbel” van een mens als onderdeel van een allesomvattende ethersfeer.

Ik, en velen met mij, ben de draad al heel lang kwijt en krijg de indruk dat er eigenlijk geen antwoord te geven valt.

Voor mij in ieder geval niet. Ik denk dat de vraag anders gesteld moet worden: wat heb jij geleerd van de antroposofie en gebruik je in het dagelijks leven?’
Daarmee was al bijna de honderdste reactie gegeven. Sander Louis benaderde het probleem nog op een heel andere manier. Hij propageerde een disclaimer en gaf meteen een voorbeeld:
‘Waarschuwing! Wij antroposofen bekijken u op een heel eigen manier. Ons baserend op de teksten van Rudolf Steiner beschouwen wij u als gereïncarneerd wezen en denken dat de planeten een zeer bepalende invloed op u hebben. Wij hebben een eigen jargon en een eigen typologie, ontleend aan de temperamentenleer van de oude Grieken, waarmee wij u (en uw kind) typeren. In onze ogen bent u – inclusief uw uiterlijke gelaatskenmerken – een product van vorige levens en geestelijke krachten. De logica en werkwijze van de moderne wetenschap en geneeskunst wijzen wij af omdat deze zich in onze ogen uitsluitend richt tot de materie. Wij hebben een eigen logica ontwikkeld, gebaseerd op bovenzinnelijke waarnemingen van Steiner, waarmee wij u (en uw kind) doorlopend waarnemen en diagnosticeren. In onze ogen kunt u bijvoorbeeld getypeerd worden als “niet geïncarneerd”. Wanneer wij een probleem denken te zien putten we uit een arsenaal van door Steiner ontwikkelde therapieën waarvan de werking niet wetenschappelijk is vast te stellen, maar waar wij hoe dan ook in geloven.’
Wat Ferdinand Zanda meteen de volgende reactie ontlokte:
‘Zo’n bijsluiter zou er overigens ook voor de gehele samenleving moeten zijn. In de trant van: Waarschuwing: Wij machthebbers bekijken u als mens op een geheel eigen wijze, wij beschouwen u als slaaf. Onze middelen zijn kapitalisme, een fundamenteel oneerlijk monetair systeem, (zogenaamde) democratie, eenzijdige materialistische wetenschap en technologische vooruitgang. Hiermee maken we het voor de meerderheid van de mensen mogelijk om steeds langer in steeds grotere luxe te leven. Graag houden wij u zo lang mogelijk onwetend en in toenemende mate in de greep, we gebruiken daarvoor de media als propagandamachine, opdat u niet hoeft te weten dat zo de aarde vernield wordt.’
Er voorzichtig aan toevoegend:
‘Of zie ik nu problemen die er niet zijn? En is het een conditionering vanuit de antroposofie welke mij in de greep houdt?’
Martin Brouwer op zijn beurt had alleen maar positieve herinneringen aan zijn vrijeschooltijd:
‘Nee, ik heb er geen negatieve gevoelens aan overgehouden. Sterker nog, ik kan mijn kinderen van alles bijbrengen over welk geloof dan ook. Bij alles wat ze zien of meemaken, kan ik meepraten en ze wat bijbrengen. Ik heb geleerd, en breng dat ook mijn kinderen bij, dat we alle mensen, van welke kleur of geloof, homo of hetero, moeten respecteren. Ik heb geen dag, ook niet de zaterdag, gemist op school, behalve als ik ziek was.

Wat ik wil zeggen is dat de vrijeschool mij gevormd heeft zoals ik nu ben. Een evenwichtig mens met een sterke eigen mening maar met een luisterend oor naar anderen en met respect voor meningen van anderen.

Wat ik wel merk is dat deze eigenschap binnen het bedrijfsleven en op het niveau waarop ik werkzaam ben als soft wordt bestempeld en niet door een ieder wordt gewaardeerd. Zal dit dan de enige negatieve invloed zijn van de vrije school?’
Daarop gaat Tjalling van der Kolk er weer volop in:
‘Ik ben het niet eens met de door een aantal mensen geponeerde stelling dat niet-antroposofische wetenschap zich “uitsluitend op het materialistische” richt.

Voor iemand die het antroposofische jargon niet beheerst zou de term geesteswetenschap twee dingen kunnen betekenen: wetenschap die de geest bestudeert (psychologie) of wetenschap die de geest als onderzoeksinstrument gebruikt (filosofie, wiskunde).

Wat de wetenschappen wiskunde, filosofie en psychologie gemeen hebben met elkaar en met het onderzoeksterrein dat door antroposofen geesteswetenschap wordt genoemd, is dat het object van onderzoek niet materieel van aard is. Maar waarin het eerstgenoemde drietal zich onderscheidt van antroposofische geesteswetenschap is dat onderzoeksresultaten uit de psychologie, filosofie en wiskunde controleerbaar en falsifieerbaar zijn (het zij door het uitvoeren van een experiment, het zij door het logisch volgen van een redenering).

Onderzoeksresultaten van antroposofisch geesteswetenschappelijk onderzoek is per definitie niet controleerbaar (laat staan falsifieerbaar) omdat men afgaat op vermeende bovennatuurlijke waarnemingen. Deze bovennatuurlijke waarnemingen zijn per definitie particulier van aard en de inzichten die die waarnemingen opleveren zijn dat dus ook. Deze inzichten zeggen alleen iets over de waarnemer en diens gemoedstoestand op het moment dat hij tot het inzicht kwam, en het is op zijn minst een beetje vreemd en misschien wel gewoon ongepast om dit soort particuliere inzichten zomaar van toepassing te verklaren op anderen. Om die reden geloof ik ook niet dat je als patiënt iets hebt aan het geesteswetenschappelijk inzicht van een antroposofisch arts: dat inzicht zegt naar mijn mening alles over de arts en niks over de patiënt.’
Gerard Bik reageerde:
‘Het geesteswetenschappelijk onderzoek zoals Steiner dat bedoelt, bestudeert de geesteswereld, met als onderzoeksinstrument de geest van de onderzoeker. Allebei de aspecten gecombineerd, dus.

Het onderwerp is in eerste instantie niet de subjectieve geestestoestand van de onderzoeker, maar de objectieve geestelijke wereld. (Zo’n objectief bestaande geestelijke wereld zal voor sommigen onaanvaardbaar zijn.)

Het is nooit zo geweest dat de geesteswereld alleen door antroposofen werd bestudeerd; tegenwoordig is dat zeker niet meer zo. Wel had volgens mij Steiner een zeer serieuze wetenschappelijke instelling.’
‘1 month ago’ geeft LinkedIn hiervoor nog steeds aan. In ieder geval werd het kort hierop een tijdlang stil. De discussie leek vier weken geleden afgebroken te zijn. Maar nee hoor, drie dagen terug dook een andere bekende op, Floris Schreve. Die rakelde de boel weer op. En dat bracht Tjalling van der Kolk opnieuw op de been, met een heel simpel wereldbeeld (‘1 day ago’ staat eronder):
‘Die discussie is helemaal niet moeilijk: het feit dat antroposofie gebaseerd is op een niet controleerbare aanname (namelijk het bestaan van een geestelijke wereld) maakt dat het niet beantwoordt aan de definitie van wetenschap. Dat is net zo helder als dat een object dat niet in staat is de temperatuur te laten stijgen niet voldoet aan de definitie van een kachel.

Overigens ben ook ik niet van mening dat alle religie onzin is, alleen het soort religie dat absolute waarheden meent te kunnen debiteren.’
Dat kon Floris Schreve alleen maar beamen:
‘Met moeilijke discussie bedoel ik een moeilijke discussie met antroposofen. De antroposofie, of althans veel antroposofen, zien antroposofie als een wetenschap. Zij spreken van “geesteswetenschap”. Dat het geesteswetenschappelijke werk vrijwel uitsluitend door Steiner is verricht en dat daarna geen nieuwe ontwikkelingen zijn geweest, laat staan dat er ooit een stelling van Steiner op geesteswetenschappelijke gronden als achterhaald moet worden gezien, wordt vaak op de koop toe genomen.

Maar verder geheel eens, antroposofie beantwoordt niet aan de definitie van wetenschap. Maar leg dat het gros van de antroposofen maar eens uit.’
Hugo Verbrugh zou zeggen: ‘De boudheid van de bewering wordt slechts overtroffen door de poverheid van de argumentatie.’ Dat was in ieder geval het gevoel dat mij bekroop. Dus mengde ik mij gisteren ook maar eens in de discussie:
‘Tsja, Floris en Tjalling kunnen wel om het hardst concluderen dat antroposofie geen echte wetenschap is, maar dan zitten ze er toch echt naast. Nu ben ik geen filosoof, maar slechts een journalist, dus ben ik niet de aangewezen persoon om dit hard te maken. In ieder geval weet ik wel dat je niet de door derden op schrift gestelde voordrachten van Steiner tot maatstaf moet maken, maar zijn meer op filosofische wijze doorwrochte schriftelijke werken. Waarom zou bijvoorbeeld “De wetenschap van de geheimen der ziel” geen echte wetenschap zijn? Mensen met kennis van zaken noemen dit een betrouwbare beschrijving van de ontwikkeling van mens en aarde. Natuurlijk voor verbetering vatbaar; we zijn immers inmiddels ook honderd jaar verder. Dat dit totnogtoe weinig gebeurd is, is een ander probleem. Dat doet aan het principe niets af. Kijk, ik kan ook geen wiskundeboeken controleren op hun juistheid; ik heb gewoon de daarvoor benodigde wiskundeknobbel niet. Maar daarmee is wiskunde toch geen onzin?’
Het is aardig om de hele vervolgdiscussie hier aan te halen. U kent inmiddels de hoofdrolspelers. Floris Schreve antwoordde:
‘Dag Michel,

dit is overigens nooit het belangrijkste punt voor mij geweest, maar goed, dan moet ik me daar ook niet over uitspreken. Dus bij deze dan maar wel een reactie. Een voorbeeld, in de wetenschap van de Geheimen der Ziel komt bijvoorbeeld Atlantis ter sprake. Verder geeft Steiner een vrij gedetailleerde beschrijving van de prehistorie. Die komt niet echt overeen met de huidige stand van zaken in de wetenschap (en ook niet met de stand van zaken van toen). Verder staan er ook nogal wat details in over het ontstaan van de hemellichamen, waar je zo je vraagtekens bij kunt zetten. Nu valt daar wel weer wat op af te dingen omdat Steiner het niet zou hebben over de uiteindelijke fysieke manifestatie van die hemellichamen. Voert voor nu even wat ver. Maar het lijkt me wel moeilijk om het hoofdstuk “Die Weltentwickelung und der Mensch” in overeenstemming te brengen met bijv. de oerknal. Al gaat het natuurlijk ook om een andere evolutie, die van geest naar stof, een domein dat in regel niet door de “materialistische wetenschap” wordt beschreven.

In literair opzicht vind ik het overigens wel een van Steiners mooiste werken. Je zou deze geschiedenis (de evolutie van geest tot stof) bijna kunnen visualiseren tot een typisch antroposofisch sluierschilderij. De beelden die Steiner in dit werk oproept zijn heel krachtig. In die zin is het wel Steiners meesterwerk. Al zou ik het geen wetenschap willen noemen.

Maar goed, dit zijn zo’n beetje mijn eigen gedachten. Vind het overigens niet een enorm issue, althans dat is het niet voor mij.’
En Tjalling van der Kolk:
‘Waarom “De wetenschap van de geheimen der ziel” geen echte wetenschap is?

Omdat Steiners boek in flagrante tegenspraak is met andere wetenschappelijke werken (o.a. The Descent of Man van Darwin) zonder dat Steiner onderbouwt waarom zijn visie juist is en die van Darwin onjuist. Darwin betoogt dat het verschil tussen mensen en dieren gradueel is terwijl Steiner betoogt dat dat verschil principieel is: dieren hebben immers geen ziel volgens Steiner.

Steiner en Darwin kunnen niet allebei gelijk hebben; logisch gezien kan het niet anders dan dat tenminste één van de twee ongelijk heeft. Aangezien Darwins theorie ook in Steiners tijd al algemeen aanvaard was had Steiner de taak om zijn gelijk en Darwins ongelijk te onderbouwen, en het feit dat hij dat nagelaten heeft doet ernstig afbreuk aan het wetenschappelijke karakter van zijn werk.

Daarin verschilt Steiners werk ook van een gemiddeld wiskundeboek: wiskundeboeken zijn niet in tegenspraak met bijvoorbeeld aardrijkskundeboeken, en mocht dat wel zo zijn dan wordt zonder omhaal een van de twee boeken naar het rijk der fabelen verwezen. Er staat over het algemeen geen schare volgelingen van de schrijver klaar om het werk van hun held tegen alle redelijkheid in te verdedigen.’
Gerard Bik reageerde aldus:
‘@Floris: de oerknal is een theorie, geen feit. Er zijn nogal wat problemen met de oerknal-theorie. Dit zeg ik niet om de visie van Steiner te verdedigen, dit komt uit een totaal andere richting. Er zijn nog wel wat alternatieven voor de geschiedenis van het universum. Ik ga daar hier verder niet op in, want daarvoor is deze discussie niet bedoeld.

@Tjalling: van dieren wordt gezegd dat ze wel een ziel hebben, maar geen geest, als ik het me goed herinner. Je hebt wel gelijk dat het wetenschappelijker was geweest als Steiner zijn bezwaren had geformuleerd tegen de visie die aan Darwin wordt toegeschreven.’
Floris Schreve:
‘@ Gerard, daar heb je wellicht gelijk in. Ben niet zo’n bèta maar dat klopt volgens mij wel (ik heb meer verstand van kunst, geschiedenis, het Midden Oosten en sinds kort denk ik dat ik het me wel kan permitteren om te zeggen dat ik ook iets van de antroposofie weet).

Maar ik weet ook iets anders. Dat is dat het continent Atlantis niet kan hebben bestaan zoals Steiner het omschreven heeft, dat is simpelweg een geologische onmogelijkheid. En Steiner heeft nadrukkelijk gesteld dat er letterlijk een continent Atlantis heeft bestaan, op de plek waar nu de Atlantische Oceaan ligt. Daar is Steiner klip en klaar over in “Aus der Akasha-Chronik”, zie “Vorwort” (http://www.anthroposophie.net/steiner/ga/bib_steiner_ga_011_01.htm#_Toc17205760). (...)

Over de wezens die daar rondliepen stelt Steiner in het daarop volgende hoofdstuk “Unsere Atlantische Vorfahren” dat in ieder geval de mensen nog niet zo “verhard” waren als nu. De mens had een nog wat etherischer vorm. Vandaar dat er ook nooit botresten zijn gevonden. Verder hadden de Atlantiërs een zeer ontwikkelde beschaving en vlogen zij door de lucht in voertuigen die werden aangedreven door plantensap. Je kunt het hier allemaal nalezen: http://www.anthroposophie.net/steiner/ga/bib_steiner_ga_011_02.htm#_Toc17205762.

De oerknal is misschien nog niet helemaal bewezen, maar... me dunkt... om het maar ronduit te zeggen: ik weet niet of ik dit alles wel zo’n plausibel alternatief vind.

Ernstig vind ik dit overigens niet. Ik zie ook dat de antroposofie ook positieve dingen bijdraagt (ik heb zelf op de Vrije School gezeten en ik heb dat nooit hoeven betreuren, integendeel). Wat ik wel ernstig vind is dat er ook racistische kanten aan dit gedachtegoed kleven, waar sommige hedendaagse antroposofen nog een schepje bovenop doen, door bijvoorbeeld allerlei Holocaustontkenners aan te prijzen en dergelijke. Dat gebeurt namelijk echt. Maar dat is weer een heel ander verhaal.’
Iemand die ik nog niet als deelnemer genoemd heb, is de hier ook bekende Joep Eikenboom. Die reageerde als volgt:
‘Sommige hedendaagse antroposofen die de Holocaust ontkennen? Namen noemen, niet met algemeenheden aankomen. Ik wil weten wie dat dan zijn.

De ene stelligheid na de andere wordt hier op het internet gekwakt, dan weer afgezwakt, het ene moet wel wetenschappelijk bewezen worden, het andere mag dan niet helemaal plausibel zijn, geologisch kan Atlantis onmogelijk hebben bestaan enz. Ooit gehoord van de Mid-Atlantische Rug? (Zie Wikipedia). De continenten van Amerika en Europa/Afrika drijven per jaar 2 cm uit elkaar, 2 meter per 100 jaar, 20 m. per 1000 jaar als alles altijd dezelfde snelheid heeft gehad. Een op z’n minst fascinerend fenomeen, wat je op de gedachte kan brengen, dat de Atlantische Oceaan er lang geleden anders moet hebben uitgezien.

Steiner melde al dat de maan uit de aarde is ontstaan. O.a. onderzoekingen van NASA hebben dat bevestigd. Zo zijn er wel meer inzichten bevestigd.

In wetenschappelijke kringen wordt Steiner meer en meer gezien als een visionaire man, in de grootte van Aristoteles, die met zijn inzichten op vele terreinen ook zijn tijd uitzonderlijk ver vooruit was.

Het gaat mij er niet om dat we moeten geloven wat iemand heeft gezegd. Dat wilde Steiner zelf ook helemaal niet, integendeel, het maakte deel van zijn verdriet uit, dat mensen niet de moeite namen zijn werk na te vorsen.

Het gaat erom om zelf te leren denken, en het denken is een geestelijke activiteit van de mens. Dus ook niet meteen nakwekken wat aanvaarde wetenschappers als hypothese poneren.

Of Darwins theorie in Steiners tijd algemeen aanvaard was, vraag ik mij overigens af. Ook dat is maar een aanname.

Binnen de katholieke kerk, die voor heel lange tijd de wetenschap heeft bepaald, was het in mijn jeugd (1960) nog een discussiepunt, en in sommige christelijke stromingen is het dat anno 2011 nog steeds.

Steiner wees de uitkomsten van de wetenschap niet af, maar bewonderde de exactheid ervan. Juist de exactheid van de natuurwetenschappelijke methode wilde hij ook aanwenden voor het onderzoek van de gebieden van de geest.

Denkoefeningen waren zijn eerste aanwijzingen voor een scholing van de mens. Zelf leren denken en dat denken verder brengen dan hetgeen enkel door de zintuigelijke wereld als uiterlijke aanleiding voor het denken wordt aangereikt, dat is nog steeds Steiners oproep aan de mensheid.

Wanneer we daaraan niet (proberen te) beginnen, moeten we ophouden over antroposofie een oordeel proberen te vellen. Of zoals Michel zei, je moet de juiste kennis van zaken hebben en de juiste methode toepassen om de wetenschappelijke validiteit van onderzoeksresultaten te kunnen beoordelen.’
Ik sla een aantal reacties over, om bij die van mij van vanmiddag uit te komen:
‘Beste Tjalling,

Jij bent van allemaal het meest uitgesproken in je mening over de onwetenschappelijkheid van Steiner. Op het vileine af: “Er staat over het algemeen geen schare volgelingen van de schrijver klaar om het werk van hun held tegen alle redelijkheid in te verdedigen.”

Wat Steiner presenteert past niet in jouw concept, dat is duidelijk. Maar Steiner opteert dan ook voor een totaal nieuwe visie, en niet een beetje bijschaven van Darwins ideeën. Er zijn genoeg wetenschappers die zo’n vernieuwing en innovatie ook nastreven, daar is weinig bijzonders aan. Een paradigmawisseling noemen we dat, en die komen nooit vanzelf.

Trouwens, de evolutietheorie van Darwin is nog een complex onderwerp: het basisidee van ontwikkeling van levende wezens onderschreef Steiner van harte. Maar niet de manier waarop daarover verder getheoretiseerd werd. Al bij zijn bezorgen van Goethes natuurwetenschappelijke werken in de jaren 1880 en 1890 heeft Steiner zich hier veelvuldig mee beziggehouden. En ook met Darwins navolger in Duitsland, Ernst Haeckel. Die heeft hij zelfs verdedigd tegen diens critici. Dus het is een gebrek aan kennis om te beweren dat Steiner niet heeft aangegeven waarom de evolutieleer uitgaande van Darwin in bepaalde opzichten van foute veronderstellingen uitgaat.

En het hele “Big Bang” verhaal geloof je zelf toch ook niet? Of denk je echt dat een explosie het begin vormde van ons bestaan, van dit heelal? Als er iets onlogisch is, is het dat idee!

Hoe het dan wel zit, is een onderwerp van discussie. Steiner brengt zijn visie in. Ik zie niet in waarom dat onwetenschappelijk zou zijn. Hij verantwoordt zijn werkwijze uitgebreid en brengt een coherente visie naar voren, met een hoge mate van logica. Lees eens het boek van Arie Bos, “Hoe de stof de geest kreeg”. Dat is uitermate interessant omdat het de evolutie vanuit dit denken, vanuit Steiners basisidee, probeert te begrijpen. En wil je academische erkenning voor Steiners filosofische ideeën, lees dan het recente proefschrift van Jaap Sijmons waarop hij in Utrecht is gepromoveerd, “Phänomenologie und Idealismus – Struktur und Methode der Philosophie Rudolf Steiners”.

Nog meer culturele en wetenschappelijke erkenning kun je vinden in dit weblogbericht van afgelopen zaterdag van mij: http://antroposofieindepers.blogspot.com/2011/03/beschermheerschap.html. Maar dat Steiner niet gek was en geen pure onzin verkocht, kan ook al blijken als je je gezond verstand gebruikt: hoe kan het dat vanuit antroposofie op al die diverse maatschappelijke gebieden, ik noem het rijtje maar weer eens: gezondheidszorg, pedagogie, landbouw, kunst en cultuur, religie, sociale wetenschappen, economie, enzovoorts, zo veel succesvolle en gewaardeerde initiatieven zijn ontstaan? Zonder de basisideeën van Steiner waren deze vernieuwingen er ook niet geweest.’
Maar ook Floris Schreve wilde ik van repliek dienen, want die gooit er te pas en onpas individuele misstanden doorheen die weinig ter zake doende zijn:
‘Beste Floris,

Dat je van racisme en negationisme in verband met antroposofie wel een punt maakt, in tegenstelling tot de evolutietheorie, is mij bekend. Afgelopen twee weken heb ik me weer eens met die eerste twee zaken beziggehouden; de discussie erover loopt nog. Zie bijvoorbeeld als meest recente bijdrage http://antroposofieindepers.blogspot.com/2011/03/grotesk.html
Ten slotte kwam ik met deze omvangrijke bijdrage in drie delen; ik kon het niet laten:
‘Gerard schreef een heel aantal reacties geleden (dat was gisteren):

“Je hebt wel gelijk dat het wetenschappelijker was geweest als Steiner zijn bezwaren had geformuleerd tegen de visie die aan Darwin wordt toegeschreven.”

Expliciet heeft Steiner dit gedaan in zijn boek “Von Seelenrätseln” uit 1917 (hier te vinden: http://www.anthroweb.info/ga21_von_seelenraetseln.html). Samenvattend staat daar:

“‘Von Seelenrätseln’ enthält einen grundlegenden Beitrag über die Beziehung zwischen Anthropologie (Sinneswissenschaft) und Anthroposophie (Geisteswissenschaft), aus deren Begegnung sich nach Steiners Auffassung eine ganzheitliche Philosophie über den Menschen entwickeln lässt. In einem weiteren Kapitel beschäftigt sich Steiner beispielhaft mit dem Psychologen Max Dessoir, um die mangelnde Gründlichkeit einer akademischen Auseinandersetzung mit der Anthroposophie zu demonstrieren. Der Beitrag über Franz Brentano ist nicht nur eine Würdigung des spätgeborenen Aristotelikers, sondern bietet auch Anlass, aus den Ansätzen der Brentanoschen Psychologie eine spirituelle Seelenkunde zu entwickeln. Besondere Kleinode stellen jedoch die ‘skizzenhaften Erweiterungen’ dar, die an diese Hauptkapitel angefügt sind. In diesen veröffentlicht Steiner erstmals eine ganze Reihe von spirituellen Einblicken in die physisch-geistige Doppelwesenheit des Menschen.”

Een uurtje geleden schreef Gerard nog:

“Deze discussie verandert denk ik niet echt, ook niet als hij lang duurt. Daarvoor zijn de tegenstellingen te fundamenteel menselijk.”

Daar ben ik het helemaal niet mee eens. Deze discussie moet nu eens tot het gaatje worden gevoerd. Anders blijven er maar allemaal waanideeën over Steiner en zijn opvattingen bestaan. Ik ben daarvoor niet de aangewezen persoon, maar ik kan wel wat materiaal aanvoeren. In het laatste hoofdstuk van “Von Seelenrätseln”, “Franz Brentano – ein Nachruf” (http://www.anthroweb.info/ga_21_franz_brentano.html), is een mooie tekstpassage voor deze discussie te vinden. Ik laat die zo volgen. Helaas is dit boek niet in het Nederlands vertaald.

In mijn woorden staat er:

Je vormt je geen materialistisch wereldbeeld omdat de feiten je daartoe dwingen, maar omdat je met de blik van materialistische gedachten naar de wereld kijkt. Maar deze blik is niet waar de ziel van de mens zelf om vraagt; het is zelfs zo dat de materialistische blik de wereld van de ziel uitsluit. Zo’n gekleurde blik ontstaat door een te grote afhankelijkheid van het menselijke lichamelijke organisme. Ga je dit doorzien, dan opent zich een nieuwe mogelijkheid van kijken. Wat in de wereld werkzaam is aan scheppende ideeën, met kwaliteit van ziel en geest, kan alleen door de mens als wezen met ziel en geest worden begrepen. Die moeten dan ook ontwikkeld worden, om tot deze werkelijkheid te geraken.

Dat is voor mij zo logisch als wat. Maar er schijnen hele volkstammen te zijn die geen toegang hebben tot zulke gedachten. Dat is niet erg, maar je moet dit dan ook niet bestempelen als onzin.

In Steiner-taal:

“Die Träger dieser naturwissenschaftlichen Vorstellungsart leben zumeist in dem Glauben, daß sie ihnen von dem wirklichen Sein der Dinge selbst aufgedrängt ist. Sie sind der Meinung, daß sie ihre Erkenntnisse so einrichten, wie die Wirklichkeit sich offenbart. Doch dieser Glaube ist eine Täuschung. Die Wahrheit ist, daß in der neueren Zeit die menschliche Seele aus ihrer eigenen, im Laufe der Jahrtausende tätigen, Entwickelung heraus Bedürfnisse nach solchen Vorstellungen entfaltet hat, welche das naturwissenschaftliche Weltbild ausmachen. Helmholtz, Weisman, Huxley und andere sind zu ihren Vorstellungen nicht deshalb gekommen, weil die Wirklichkeit ihnen diese als die absolute Wahrheit gegeben hat, sondern weil sie in sich diese Vorstellungen bilden mußten, um durch sie auf die ihnen entgegentretende Wirklichkeit ein gewisses Licht zu werfen. Man formt sich ein mathematisches oder mechanisches Weltbild nicht, weil eine außerseelische Wirklichkeit dazu zwingt, sondern weil man in seiner Seele die mathematischen und mechanischen Vorstellungen ausgebildet und sich dadurch eine innere Beleuchtungsquelle für das eröffnet hat, was in der Außenwelt auf mathematische und mechanische Art sich offenbart. – Obgleich nun im allgemeinen das eben Gekennzeichnete für jede Entwickelungsstufe der menschlichen Seele gilt: es erscheint an den neueren naturwissenschaftlichen Vorstellungen noch auf eine besondere Weise. Diese Vorstellungen vernichten, wenn sie folgerecht von einer Seite durchdacht werden, die Begriffe über das Seelische. An dem durchaus nicht unerheblichen aber höchst fragwürdigen Begriffe einer «Seelenlehre ohne Seele», der nicht von philosophischen Dilettanten allein, sondern von sehr ernsten Denkern gebildet worden ist, zeigt sich dieses. Solche Vorstellungen bringen dazu, die Erscheinungen des gewöhnlichen Bewußtseins in ihrer Abhängigkeit von der Leibesorganisation immer mehr zu durchschauen. Wird damit nicht zugleich erkannt, daß in dem, was in dieser Art als Seelisches auftritt, nicht dieses selbst, sondern nur dessen Spiegelbild sich offenbart, dann entwindet sich der Betrachtung die wirkliche Idee des Seelischen, und die Schein-Idee tritt auf, die in dem Seelischen nur sieht, was Ergebnis der Leibesorganisation ist. Nun läßt sich andrerseits für das unbefangene Denken die letztere Ansicht aber doch nicht halten. Die Ideen, welche die Naturwissenschaft über die Natur bildet, erweisen vor diesem unbefangenen Denken ihren seelischen Zusammenhang mit einer hinter der Natur liegenden Wirklichkeit, der in diesen Ideen selbst sich nicht offenbart. Keine anthropologische Betrachtungsart kann von sich aus zu erschöpfenden Vorstellungen über diesen Zusammenhang kommen. Denn er tritt nicht in das gewöhnliche Bewußtsein herein.

– Diese Tatsache tritt bei den gegenwärtigen naturwissenschaftlichen Vorstellungen stärker zutage als bei geschichtlich vergangenen Erkenntnisstufen. Die letzteren bildeten bei der Beobachtung der Außenwelt noch Begriffe, welche in ihren Inhalt etwas von der geistigen Unterlage dieser Außenwelt hereinnahmen. Und die Seele fühlte sich in ihrer eigenen Geistigkeit mit dem Geiste der Außenwelt als in einer Einheit. Die neuere Naturwissenschaft muß, ihrem Wesen nach, die Natur eben rein naturgemäß denken. Dadurch gewinnt sie die Möglichkeit, wohl den Inhalt ihrer Ideen durch die Naturbeobachtung zu rechtfertigen, nicht aber das Dasein dieser Ideen, als inneres Seelisch-Wesenhaftes, selbst. – Aus diesem Grunde ist gerade die echt naturwissenschaftliche Vorstellungsart ohne allen Boden, wenn sie ihr eigenes Dasein nicht rechtfertigen kann durch eine anthroposophische Beobachtung. Mit Anthroposophie kann man in uneingeschränkter Art sich zu der naturwissenschaftlichen Vorstellungsweise bekennen; ohne Anthroposophie wird man immer aufs neue den vergeblichen Versuch machen wollen, aus naturwissenschaftlichen Beobachtungsergebnissen heraus selbst den Geist zu entdecken. Die naturwissenschaftlichen Ideen der neueren Zeit sind eben Erzeugnisse des Zusammenlebens der Seele mit einer geistigen Welt; aber wissen kann die Seele von diesem Zusammenleben nur in lebendiger Geistbetrachtung.’
De discussie is open (er zijn momenteel nog geen nieuwe reacties – deze laatste was overigens nummer 184). Ik ben benieuwd hoe het verder gaat!
.

Geen opmerkingen:

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)