Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

dinsdag 10 februari 2009

Antwoord

Ha, eindelijk antwoord op mijn vragen over vrijescholen! En ik had ze al eerder kunnen hebben. Had de Vereniging van vrijescholen nu maar bij het nieuws op haar website vermeld dat al sinds 19 december 2008 het Jaarbericht 2007 kan worden gedownload. Maar dat heeft ze, vreemd genoeg, niet gedaan. Nu heb ik het zelf ergens van de website moeten vissen (het staat namelijk bij ‘Werkers in onderwijs’ en dan onder ‘Leden’). Aangezien ik natuurlijk niet steeds alle webpagina’s van alle mogelijke websites kan doorlopen, maar ervan uitga dat het nieuws ook werkelijk alle bijzondere nieuwigheden op een website meldt, kan het wel even duren voordat ik daar op stuit. Affijn, dat is dus nu gebeurd. En ik word niet teleurgesteld door dit Jaarbericht. Zoals ik schreef, levert dit heel wat antwoorden.

Wat waren de vragen eigenlijk? Dan moet ik zelfs helemaal teruggaan naar het begin van deze weblog. Al op 4 mei 2008 schreef ik in ‘In je hemd staan’ over de minimale berichtgeving op de website van de vereniging over de taskforce ‘Zwakke scholen’:

‘“De medewerkers van de Taskforce helpen de scholen bij het opstellen en uitwerken van een verbetertraject en bieden hulp bij de inschakeling van externe begeleiding.” Dit is trouwens de enige plek die ik op de website heb kunnen vinden die daarover gaat.’

Ook haalde ik voorzitter Leo Stronks aan, uit een tekst met dezelfde titel, ‘In je hemd staan’, blijkbaar zijn toespraak op de MichaëlConferentie 2007. Daaruit kon ik opmaken dat er een nieuw bestuur was aangetreden, maar voegde eraan toe:

‘merkwaardigerwijs is ook over wie die bestuursleden dan zijn niets op deze website te vinden’.

In ieder geval benoemde benoemde Leo Stronks zelf in zijn tekst de zwaktes van de vereniging. Hij zei hierover onder meer:

‘We zullen alleen kunnen samenwerken in de gewenste veiligheid en ordelijkheid, als de structuur helder is. Wie is verantwoordelijk voor wat. Bestuur, schoolleider en college en medezeggenschapsraden moeten nadrukkelijk weten waar ze met elkaar aan toe zijn. Welke juridische verantwoordelijkheden zijn zo verdeeld? Wie heeft welke taak? Welke tijdspaden horen daarbij? Welke procedures gaan daarmee samen?’

Mijn commentaar op dat moment was:

‘Begin daar zelf mee en maak als een schoolvoorbeeld duidelijk hoe de vereniging dit alles ziet, zou ik zeggen. Hierin kan nog heel wat verbeterd worden.’

In het bericht ‘Zes zeer zwakke broeders’ van dezelfde dag, over welke vrijescholen nu precies door de Inspectie als zeer zwakke scholen werden beoordeeld, schreef ik over de zeven die op dat moment nog als zodanig werden aangemerkt:

‘Welke zeven scholen zijn dat dan? Op de website van de Vereniging van vrijescholen worden ze niet vermeld. Merkwaardig genoeg is daar ook geen jaarverslag of iets van dien aard te vinden. Ook over de speciale Task Force Zwakke Scholen vind ik bijna geen enkel nader gegeven, ook niet op de belendende website van de Begeleidingsdienst van vrijescholen, waar deze Task Force waarschijnlijk toch deel van zal uitmaken.

Met veel moeite kan ik erachter komen hoeveel vrijescholen er in Nederland hoe dan ook zijn. Er is namelijk wel degelijk een lijst met vrijescholen, maar dan opgedeeld per plaats. Bij elkaar opgeteld kom ik tot 70 scholen basisonderwijs, 14 scholen voortgezet onderwijs en 3 scholen speciaal onderwijs (Tobiasonderwijs genoemd).

Het blijkt dat ik heel ergens anders moet zoeken als ik die zeven zwakke vrijescholen wil vinden. Namelijk bij de onderwijsinspectie zelf. Op haar website wordt een dynamische lijst van zeer zwakke scholen bijgehouden.

“Het betreft de scholen die vanaf 1 januari 2003 door de inspectie als zeer zwak zijn beoordeeld. Deze lijst geeft de stand van zaken weer per 1 april 2008. De lijst wordt elke maand geactualiseerd en op internet geplaatst.”’

Even een zijsprongetje: als ik nu op deze lijst kijk, bijgehouden tot 1 februari 2009, dan kom ik nog maar vier zeer zwakke vrijescholen (basisonderwijs) tegen. Namelijk De Zwaneridder uit Wageningen, Mareland uit Leiden, vrijeschool Michael uit Emmen en basisschool Geert Groote 2 uit Amsterdam. Van de lijst afgevoerd vanwege voldoende verbetering zijn achtereenvolgens vrijeschool Zeeland uit Middelburg, de vrijeschool uit Amersfoort en zeer recent de Rudolf Steinerschool uit Roosendaal. Dus dat gaat goed.

Een maand later, op 9 juni 2008, kwam ik in Smakelijk en vermakelijk’ op het thema terug:

‘“We slagen er niet in om overeenstemming te bereiken over de identiteit van de vrijeschool en de wijze waarop we die identiteit naar buiten brengen.” Deze uitspraak van Leo Stronks, voorzitter van de Vereniging van vrijescholen, haalde ik aan in mijn bericht ‘In je hemd staan’, naar het gelijknamige schrijven van 5 oktober 2007 op de website van dit verenigde schoolverband. Stronks stelde daarin onder meer:

“We hebben een sterk merk in handen. Waarom tonen we dat niet? Het nieuwe bestuur maakt van de Identiteit van de vrijeschool het komende jaar een speerpunt. We willen op korte termijn uit de impasse komen (...)”

Hoe staat het ondertussen daarmee, vraag je je onwillekeurig af. Is er al iets van te merken? Op dezelfde website is sprake van een Nieuwjaarsconferentie 2008, met als titel: ‘Identiteit, timmeren aan de weg’. De hoofdvraag is: “Zijn wij er klaar voor om onze identiteit in het komende jaar opnieuw van woorden, waarden, beelden, bewegingen en daadkracht te voorzien? Je wordt van harte uitgenodigd om tijdens de NieuwjaarsConferentie 2008 mee te praten en het project Identiteit in beweging te brengen.”

Over wat dit opgeleverd heeft, is echter helaas geen woord te vinden. We zijn een half tot drie kwart jaar verder.’

Een weekje daarna, op 16 juni 2008 in ‘Melding’ namelijk, had ik eindelijk het artikel uit NRC Handelsblad kunnen opsporen, notabene via de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland:

‘“NRC Handelsblad wijdt in de zaterdagkrant van 8 september een uitgebreid artikel aan de aanpak van de problemen op de Vrije Scholen in Nederland. In 2006 kwam de Inspectie van het Onderwijs met een analyse van deze problemen. Daaruit bleek dat de meeste scholen niet in staat waren aan te tonen wat zij de kinderen leerden.”

Ton ten Böhmer, directeur van de Vereniging van vrijescholen, wordt geciteerd uit de krant: “Overal moeten Vrije Scholen gaan toetsen, moet het onderwijs cognitiever worden, moeten schooldirecteuren worden benoemd en, waar nodig, vaste leerkrachten afgeschaft. (...) Natuurlijk worstelen we nog met onze principes. Aan de andere kant moeten we ook eerlijk zijn. Sommige tradities van de Vrije School werken niet meer in de moderne tijd. Er bestaan nu eenmaal risico's op onze scholen die op reguliere scholen minder snel zullen optreden. Dat moeten we erkennen en herkennen. Daarmee zijn serieuze zaken misgegaan.”’

We hebben zo in een tijdsbestek van anderhalve maand (mei en juni 2008) al een aardig overzicht van de problemen in de Nederlandse vrijeschoolbeweging kunnen krijgen. Maar daarmee zijn we er natuurlijk nog niet. De bijdrage Vooruit’ op 20 oktober 2008 ging over de MichaëlConferentie 2008:

‘Op zondag 5 oktober 2008 schreef ik in ‘Michaëlhymne’ over de Michaëlconferentie van de Vereniging van vrijescholen die de volgende dag zou plaatsvinden in Concertgebouw ‘De Vereeniging’ in Nijmegen. Dat bericht besloot ik met deze bede:

“Ik hoop op een goede conferentie en dat die voor de vrijescholen in Nederland werkelijk tot een Michaëlhymne mag leiden (en dat er snel verslag van komt op de website van de Vereniging van vrijescholen). Ze verdienen het als veelgeplaagde organisaties tot een sterke en krachtige beweging uit te groeien; ze kunnen zo’n sterke beweging in ieder geval goed gebruiken.”

En inderdaad, een week later stond op de website:

“MichaëlConferentie 2008 goed bezocht – Bekijk de eerste foto’s. De MichaëlConferentie, georganiseerd in Concertgebouw ‘De Vereeniging’ te Nijmegen werd door ongeveer 900 mensen bezocht. Iedereen uit het vrijeschoolonderwijs en de opvang voor het jonge kind kon deelnemen. Op de foto’s (van links naar rechts) Prof. dr. Willem Koops, Prof. dr. Monique Volman – Keynote sprekers, Leo Stronks, voorzitter, groepen in gesprek bijeen, publiek in de zaal, rondetafelgesprek, olv. Frans Ebskamp.”

Dat is weliswaar geen inhoudelijk verslag, maar toch iets. Vandaag is er wel een verslag bijgekomen, of tenminste iets wat op een aanzet daarvoor lijkt. Het heet: ‘MichaëlConferentie 2008 is meer dan een turbulente dag: een opmaat voor de toekomst’.

Ik moest toen helaas constateren dat dit – niet eens ondertekende – verslag nogal magertjes was uitgevallen, erg duidelijk was het ook niet, het had last van vaag taalgebruik:

‘“Het thema Samenbindend Samenwerken laat een aanpak zien en vat de noodzaak samen om krachten te bundelen als het gaat om eigen inzichten en nieuwe ontwikkelingen. Het appel dat van ‘buiten’ gedaan wordt op onderwijsvernieuwing, regelgeving en werkwijze in een organisatie, wordt toegesneden op onze vragen van nu en van de toekomst. Ook geeft het thema weer dat die samenwerking krachtiger kan zijn. Wat kan er in de vrijeschool en de kinderopvang aangepakt worden om die samenwerking te optimaliseren? Wat is er al gedaan? Waar liggen de kansen, wat zijn de bedreigingen?”

Ik ben benieuwd naar de antwoorden op deze vragen. Maar komen die ook?’

In dit verslag kon ik ze niet vinden. Pas recent heb ik ontdekt dat speciaal voor ditzelfde verslag een weblog is aangemaakt:

‘Welkom op het weblog van de Vereniging van vrijescholen. Dit weblog is in oktober 2008 ingericht om – naast de nieuwspagina van de vereniging – een verdieping te bieden aan actuele zaken.’

Helaas staat er maar één bericht op, gedateerd op 28 oktober, namelijk letterlijk dit verslag, en geen enkele reactie. Ik vraag me dan ook af of deze weblog wel bekend is gemaakt. Ik heb de indruk van niet. En dat is jammer, want het zou een goede mogelijkheid zijn om meer te vernemen van achtergronden en motieven. Het lijkt erop dat de vereniging inmiddels op een andere manier in deze behoefte voorziet, maar die is niet algemeen toegankelijk. In september 2008 kwam er namelijk een nieuwe versie van Extranet uit, versie 1.2. Op 19 december werd hierover gemeld op dezelfde plek als waar het Jaarbericht 2007 is te vinden:

‘Naast de website heeft de Vereniging van vrijescholen ook een besloten omgeving, waar werkers in onderwijs gebruik kunnen maken van verschillende services, waaronder een Wiki en een omgeving waar bestanden en berichten kunnen worden uitgewisseld.

Er wordt constant gewerkt aan de verbetering van onze website en het besloten gedeelte Extranet voor vrijescholen. Op dit moment is versie 1.2 van het Extranet beschikbaar. Iedereen werkzaam op een vrijeschool of aanverwante kinderopvang kan lid worden en uitwisselen over opvoeding en onderwijs, in het Wiki, via projectgroepen, enzovoort.’

Na dit zijsprongetje wil ik nog één hier al eerder op deze weblog genoemde nieuwe ontwikkeling binnen de Vereniging van vrijescholen aanhalen, namelijk die op 14 november 2008 in ‘Honorering’: ‘Regionale discussiebijeenkomsten over het project Identiteit’:

‘In de Algemene Ledenvergadering van 24 september is het conceptstuk besproken. Het plan heeft daar positieve reacties gekregen. Ook hebben de leden een aantal aanbevelingen gedaan, welke inmiddels zijn verwerkt. (...)

Het thema “Identiteit” staat weer geagendeerd op de Algemene Ledenvergadering van de Verenging van vrijescholen op 17 december 2008. Achtergronden van het project Identiteit: De Vereniging van vrijescholen wil van het vrijeschoolonderwijs een sterk merk maken. Om dit te bereiken, is het belangrijk de identiteit en kwaliteit van het onderwijs te versterken en te waarborgen. Begin 2008 is de Vereniging gestart met het project Identiteit. Aan Annemarie Sijens is gevraagd dit project uit te voeren en voor het einde van het jaar af te ronden (...)

Op deze bijeenkomsten zijn de voorzitter van het bestuur, de heer Leo Stronks, en de projectleider mevrouw Annemarie Sijens steeds aanwezig. Wij hopen velen van u te ontmoeten! Het bestuur van de Vereniging van vrijescholen: Christianne Verbraeken, Frans Ebskamp, Leo Stronks’

Waarmee mijn eerste vraag hier aan het begin meteen al beantwoord was: wie vormen het bestuur van de Vereniging van vrijescholen?

Dat wordt bevestigd in het Jaarbericht 2007, waar ik nu dan eindelijk concreet op in zal gaan, na deze lange inleiding. Als je echter de vragen en problemen niet kent, kun je de antwoorden en oplossingen ook niet vinden. Eerst maar de personalia. Dat is altijd handig, dan weet je wie je indien nodig kunt benaderen. Meteen op pagina 2 staan deze mensen vermeld:

‘Samenstelling bestuur per 31 december 2007
Leo Stronks – voorzitter
Frans Ebskamp – penningmeester
Christianne Verbraeken – secretaris

Samenstelling verenigingsbureau per 31 december 2007

Leo Stronks – Directeur (tijdelijk)
Gerda van Heijst – Bureaumanager
Inge Haagsma – Coördinator Voortgezet Onderwijs
Gert Hilbolling – Coördinator Primair Onderwijs
Ariëlla Krijger – Beleidsmedewerker pedagogische aangelegenheden
Pieter Verhage – Communicatie
Nadine Massee – Secretariaat
Elly Rietveld – Secretariaat’

Op pagina 5 wordt de functie van de drie bestuursleden binnen de vrijeschoolbeweging vermeld. Ook dat is interessant, want zij komen uit de praktijk:

‘Christianne Verbraeken, schoolleider Delft PO
Frans Ebskamp; bestuurder ZEN
Leo Stronks; voorzitter Stichting De Vrije School Noord en Oost Nederland’

Op pagina 7 wordt het echt interessant. De titel daar luidt namelijk: ‘Wat heeft het bestuur bereikt en waartoe is een aanzet gedaan in 2007?’

‘In maart 2007 werd een nieuw bestuur geïnstalleerd. Dit gebeurde op grond van bevindingen en aanbevelingen van de bouwstenenconferentie van de periode daarvoor. Ieder die mee wilde spreken over een nieuwe structuur van de Vereniging kon hier reageren of een bijdrage leveren. Ad van der Hulst heeft hier ook een bijdrage geleverd. Zie daarvoor het jaarbericht van 2006.
De missie die werd meegegeven aan de drie nieuwe bestuursleden was doen! (...)

In de Bestuurlijke intentieverklaring van 13 maart 2007 verwoordt het nieuwe bestuur de impuls van de vrijeschool in deze tijd in de Vereniging als volgt:
1 De scholen moeten zich in de Vereniging kunnen spiegelen aan elkaar. Ze moeten met elkaar mee kunnen liften en eventueel van elkaars middelen gebruik kunnen maken.
2 Naar buiten toe moet de Vereniging een spreekbuis zijn waardoor de schoolbeweging zich als geheel vertegenwoordigd voelt. (...)

Ontwikkelingen op korte en lange termijn
Hoe kijken we als beoogd bestuur naar de ontwikkeling van de Vereniging in de komende tijd?

Korte termijn (twee jaar);
• Snelle (door)start van het project inspectietoezicht (Taskforce Zwakke Scholen).
• Opstart van het project Samen!, dat de samenwerking van vrijscholen stimuleert. Volgen en aansturen van lopende projecten. Initiëren van nieuwe projecten op basis van ontwikkelingen binnen het onderwijs en op uitdrukkelijke vraag vanuit de scholen.

Middellange termijn (vijf jaar);
• Met de scholen gezamenlijk ontwikkelen van een beeld van waar een school aan zou moeten voldoen om zichzelf vrijeschool te noemen. We spreken met elkaar af waar we ons aan houden en waar we elkaar op kunnen aanspreken (Project Identiteit van vrijescholen).

Lange termijn (tien jaar);
• De vrijeschoolbeweging is in staat om op alle locaties vrijeschoolonderwijs van hoge kwaliteit te verzorgen en weet dat in haar omgeving goed uit te dragen. Accenten in de diversiteit van aanbod van vrijeschoolonderwijs te versterken en te ondersteunen.
• Het beeld van de traditionele vernieuwingsschool in ere te herstellen, met dien verstande dat dit sterk gerelateerd wordt aan de ‘school van de toekomst, het kind voor morgen’.

Het vrijeschoolonderwijs is gebaseerd op de ontwikkeling van de mens vanuit de gezichtspunten van de antroposofie. Het heeft ten doel door haar onderwijs de mensen die de school hebben doorlopen, vanuit hun eigenheid, toe te rusten op hun plek in een veranderende samenleving. Ook de schoolbeweging zelf moet haar onderwijs herijken en afstemmen op die samenleving. We willen hiertoe een structuur ontwikkelen waarin scholen de ruimte hebben om te vernieuwen in interactie met de maatschappij en met elkaar.
Hiertoe moeten scholen onderling de vaardigheid ontwikkelen om werkelijk een spiegel te zijn voor elkaar.’

Op pagina 10 wordt bericht over ‘Het werk in 2007’. Het begint met de ‘Taskforce Zwakke Scholen’:

‘Aan het begin van 2007 waren er 11 zeer zwakke scholen, aan het eind waren dat er nog 7.
In juni heeft een afvaardiging van de Vereniging met een afvaardiging van het Ministerie van OCW gesproken over de tussentijdse resultaten van de Taskforce Zwakke Scholen. Er lag een rapportage van de Taskforce Zwakke Scholen, waarin is beschreven welke activiteiten zij en de scholen in de daaraan voorafgaande periode hebben verricht. De leden hebben een bericht ontvangen over dit overleg.

In een brief van 11 oktober heeft het bestuur alle scholen bericht over de doorstart van de Taskforce Zwakke Scholen. Er is een Stuurgroep, ervaren leerkrachten en schoolleiders van de scholen aangevuld met vertegenwoordigers van de VBS en de Begeleidingsdienst voor vrijescholen, geformeerd. Deze heeft aan de ene kant de taak de zogenaamde afgevaardigden, dit zijn de mensen die de scholen bezoeken, aan te sturen en met hen de bevindingen te evalueren. Aan de andere kant leggen zij verantwoording af aan het bestuur van de Vereniging over de vorderingen en bevindingen naar aanleiding van de schoolbezoeken. Daarnaast is de Stuurgroep samen met het bestuur betrokken bij de communicatie met de inspectie en het ministerie. In de maanden oktober en november werden alle zeer zwakke scholen door de afgevaardigden bezocht.

Op 19 december 2007 heeft een vertegenwoordiging van de Vereniging een vervolggesprek gehad met een afvaardiging van het Ministerie van OCW. Het gesprek had als doel een antwoord te formuleren op mogelijke Kamervragen. Ook is gesproken over de vraag wat de vrijeschoolbeweging onderneemt ten aanzien van de ondersteuning van zeer zwakke scholen. Op basis van een door de taskforce gemaakte analyse wordt in samenwerking met de VBS een besturencursus overwogen. Dit zal in 2008 zijn beslag krijgen.

Het gesprek op het ministerie gaf aan dat we geleidelijk aan in een stroom van de juiste ontwikkelingen binnen de scholen komen. Kwaliteitsvraagstukken zoals sturing van processen, inzet van IB, objectiveren van resultaten in welke betekenis ook worden meer en meer normale gespreksonderwerpen. Nadrukkelijk staan we in het begin van deze ontwikkeling en is uitbreiding van deze vraagstellingen naar zwakke scholen een taak voor de korte termijn.’

Vervolgens wordt het ‘Project Identiteit’ besproken:

‘In onze intentieverklaring (zie daarvoor op blz 7) heeft het bestuur aangegeven dat het op de middellange termijn duidelijk moet zijn op welke identiteit de vrijescholen in Nederland aangesproken willen worden in het werkveld.

In het najaar van 2007 is daarom het project Identiteit ingericht. Doel van dit project is om een samenbindende, breedgedragen visie op voorwaarden en inhoud van de identiteit van vrijeschoolonderwijs te formuleren. Daaruit moet dan afgeleid kunnen worden hoe vrijescholen weer een sterk onderwijsmerk kunnen zijn in het Nederlandse onderwijsveld.

Na een sollicitatieprocedure is Mevr. Annemarie Sijens door het bestuur aangesteld als projectleider. Om te komen tot zoveel mogelijk objectivering en doelgerichtheid zal ook een klankbordgroep ten behoeve van proces en inhoud worden ingericht.

Het projectplan is uitgewerkt tot het document dat in de ALV van december 2007 is aangenomen als uitgangspunt voor het uitvoeren van het project in verschillende fasen. De eerste fase zal afgerond worden in december 2008, waarbij een voorlopig beeld moet zijn geformuleerd en een eerste toetsing moet hebben plaatsgevonden in het werkveld. De werkwijze is zo afgesproken dat informatie verkregen wordt door gesprekken te voeren in het werkveld en met belanghebbende organisaties.’

Op pagina 11 komt eerst het ‘Project Leidinggeven aan vrijescholen’ aan bod:

‘De Vereniging van vrijescholen heeft de ambitie de professionalisering van het leidinggeven aan vrijescholen voor PO en VO verder te ondersteunen. Annemarie Sijens heeft van het bestuur de opdracht gekregen om dit project Leidinggeven te trekken en zal het project voor de zomervakantie 2008 afronden.’

Vervolgens ‘Communicatie en Extranet voor vrijescholen’:

‘Op het gebied van interne communicatie lag de nadruk op het extranet. Zowel voor de communicatie tussen bestuur, leden, scholen en leraren als voor het publiceren van projectresultaten wordt dit het medium. Er is een abonnementensysteem opgezet voor de landelijke overleggen. Voor de aanmelding voor conferenties is een module ontwikkeld en geactiveerd.

Vooruitlopend op het schooljaar 2008 is indringend vooronderzoek gedaan naar de status van de kwaliteit van onze website. Het bestuur acht het noodzakelijk dat ook de digitale snelweg beter benut wordt door de leden van de Vereniging. De toegankelijkheid van de website en toepasbaarheid van allerlei kennis moet verbeterd worden.’

Verder worden een paar naamswijzigingen doorgevoerd:

‘Platform PO/voorheen kleuterafdeling- en onderbouwoverleg
Een van de plannen van het bestuur is het regionaliseren van de overleggen tussen de scholen voor primair vrijeschoolonderwijs in de platforms primair vrijeschoolonderwijs. Alle scholen kunnen dan in hun eigen regio actief deelnemen in onze Vereniging. (...)

Platform VO/voorheen bovenbouwoverleg
Het bovenbouwoverleg functioneerde goed. Het heeft een nieuwe naam gekregen die ook voor buitenstaanders helder is: Platform Voortgezet Vrijeschoolonderwijs.’

Op pagina 12 wordt de ‘MichaelConferentie 2007’ geëvalueerd:

‘Voor de eerste keer werd deze ééndagsconferentie georganiseerd voor alle leraren. 873 deelnemers waren aanwezig om bijdragen te horen en bijdragen te leveren in het perspectief van vrijeschoolonderwijs van de eenentwintigste eeuw.

In deze jaarlijks terugkerende MichaëlConferentie in oktober werd ook en opnieuw een eerste bescheiden aanzet gegeven om de maatschappelijke relevantie van het vrijeschoolonderwijs te onderzoeken en te bewijzen. Daartoe werd mevrouw Prof. Dr. Brinkgreve, hoogleraar sociale wetenschappen aan de Universiteit van Utrecht uitgenodigd om te spreken. De titel van haar inleiding was: Vroeg mondig, laat volwassen. In aansluiting op deze inleiding verzorgde Christof Wiechert, leider van de pedagogische sektie van het Goetheanum in Dornach een inleiding met de titel: Pedagogie van nu en morgen. Er werd in 42 werkgroepen aan het thema gewerkt.

De conferentie voor het werkveld primair onderwijs en voortgezet onderwijs was voor het eerst uitgebreid met een uitnodiging aan het werkgebied 0-7 jaar. Daarmee accentueerde de Vereniging haar beleidsrichting om ook het belang van dit werkveld duidelijk te maken.’

Even verderop wordt de ‘Nieuwe structuur’ zichtbaar gemaakt:

‘Het bestuur heeft als doel om de bemensing van het kantoor zo klein mogelijk houden.
In de Algemene Ledenvergadering van 12 september 2007 is de visie van het bestuur op de verdere inrichting van de Vereniging aan de leden voorgelegd. Bij de leden klonk twijfel over de keuze om geen directeur meer te benoemen. De leden vroegen zich af of er voldoende capaciteit is om de benodigde werkzaamheden uit te voeren en of de voorzitter voldoende tijd heeft om uitvoerende taken te verrichten.

Het bestuur denkt dat die capaciteit er in onze Vereniging is en heeft met de leden afgesproken om gedurende één jaar met deze structuur aan het werk te gaan en dan de resultaten met de leden te inventariseren. De visie is in detail uitgewerkt en de resultaten daarvan zijn samen met een financiële onderbouwing in de ALV in december 2007 nogmaals voorgelegd.’

Ten slotte, als laatste uit dit Jaarbericht 2007 (ik laat de drie interessante bijlagen buiten beschouwing, met daarin integraal opgenomen: ‘Het bestuur van de Vereniging van vrijescholen houdt haar leden op de hoogte van haar activiteiten met het periodiek Het bestuur praat u even bij’), geef ik weer wat over het ‘Bureau’ staat op pagina 13:

‘Helmut van Renesse heeft afscheid genomen van de Vereniging, wel blijft hij nog enige tijd internationaal actief voor de Vereniging. Inge Haagsma – per 1 juni – en Gert Hilbolling – per 1 november – zijn aangesteld als resp. coördinator voortgezet onderwijs en primair onderwijs. De functie van directeur wordt niet opnieuw ingevuld na het vertrek van Ton ten Böhmer. De voorzitter van het bestuur zal de belangrijkste directietaken op zich nemen. Hierdoor komt er nadrukkelijk meer verantwoordelijkheid in de organisatie te liggen. Doel voor het aankomende jaar is om nader te onderzoeken hoe de functie van directeur in de Vereniging vorm gegeven zou moeten worden in het perspectief van beleid voor de aankomende vijf jaar.’

Zo zijn we toch weer aardig bijgepraat over de wederwaardigheden van de vrijeschoolbeweging in Nederland. En dit was nog maar het jaarbericht uit 2007...

maandag 9 februari 2009

Vruchten van onderzoek

‘Op 23 november 2006 is de Stichting Prof. Dr. Bernard Lievegoed Fonds, fonds voor antroposofisch wetenschappelijk onderzoek opgericht: het “Lievegoed Fonds”. Oprichters: Ron Dunselman (voorzitter AViN), Max Rutgers van Rozenburg (penningmeester AViN), Bert Vroon (beoogd voorzitter Lievegoed Fonds) en Ted van den Bergh (directeur Stichting Triodos Foundation).’

Het is alweer een hele tijd geleden dat dit gebeurde. Trouwens, met AViN wordt bedoeld: Antroposofische Vereniging in Nederland (alsof iedereen in Nederland die afkorting kent). De aangehaalde tekst is te vinden op de homepage van dit Lievegoedfonds. Deze gaat verder:

‘Het Lievegoed Fonds stimuleert – bij voorkeur Nederlands – antroposofisch wetenschappelijk onderzoek, zowel fundamenteel – de ontwikkeling van theorie, van methoden en technieken – als toegepast, binnen universiteiten en hogescholen en antroposofische onderzoeksinstellingen en overigens alles wat daartoe ondersteunend kan zijn.

Het Lievegoed Fonds stimuleert de vorming van een Netwerkuniversiteit, waarin antroposofische wetenschappers voor ideeënuitwisseling en ontmoeting tweemaal per jaar bijeenkomen. Het Lievegoed Fonds verzorgt de coördinatie en financiering.

Het Lievegoed Fonds steunt onderzoeksactiviteiten die resultaten voortbrengen met aantoonbare maatschappelijke relevantie.’

Het is ook alweer ruim een half jaar geleden dat ik op deze weblog schreef over dit fonds. Dat was op 11 juli 2008 in ‘Antroposofisch wetenschappelijk onderzoek’. Ik verwelkomde het initiatief, maar wel enigszins kritisch. Zou het kunnen waarmaken wat de website beschreef? Maar als ik mezelf mag citeren, naar aanleiding van de sinds 4 juli vernieuwde website:

‘Ted van den Bergh van Stichting Triodos Foundation, in wiens handen directie en financieel beheer van het Lievegoed Fonds zijn gelegd, vraagt de bezoeker vanaf 4 juli: “We zijn benieuwd hoe de site ervaren wordt en u kunt hier uw reactie geven als u dat wilt. Ook vragen zijn welkom.”’

Er zijn hier echter zegge en schrijve nul reacties te lezen. Net zoals trouwens bij het weblog, terwijl er toch wordt aangekondigd dat daar

‘waar mogelijk publicaties gaan komen van delen van deze blogdiscussie op de website zodat deze voor iedereen te lezen zijn.’

Als ik dan nog even verder rondkijk, zie ik bij de opeenvolgende items: ‘Agenda’, ‘Onderzoek’ en ‘Jaarverslag’ dit staan:

‘Agenda: Bestuursvergadering 26 september 2008. Bestuursvergadering op nader overeen te komen datum in december 2008. Volgende bijeenkomst Netwerkuniversiteit 16 januari 2009.’

‘Onderzoek: Op deze plaats zullen onderzoeksverslagen en -resultaten worden gepubliceerd.’

‘Jaarverslagen: Het jaarverslag over het eerste (verlengde) boekjaar 2006/2007 zal in september worden vastgesteld en op deze plaats worden gepubliceerd.’

Maar ook werkelijk geen woord meer dan dit. Kortom: er lijkt wel niets gebeurd sinds de laatste keer. Geen teken van leven op deze website in ieder geval. Dat nodigt dan ook niet uit om geld aan dit fonds te doneren voor zijn mooie doelstellingen, zoals gevraagd wordt.

Dan kunnen we beter naar het lectoraat antroposofische gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden gaan. Daar heb ik ook eerder over geschreven, meerdere malen zelfs (soms eveneens wat klagerig en mopperend). De laatste keer was op 17 december 2008 in ‘Samenvatting’. Dat was naar aanleiding van het symposium ‘Praktijkonderzoek in de Antroposofische Gezondheidszorg’, de eerste lectoraatsbijeenkomst georganiseerd door het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden, dat de dag tevoren werd gehouden. Ik was daar enthousiast over, en al helemaal over de publicatie die bij die gelegenheid ten doop werd gehouden.

Intussen is al enige tijd op de website van het lectoraat via ‘Nieuws’ het volgende hierover te lezen:

‘Symposium “Praktijkonderzoek in de Antroposofische Gezondheidszorg” een succes!

Op 16 december jl. was het eerste symposium van het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg. Ruim 150 deelnemers van binnen en buiten de antroposofische gezondheidszorg keken als start van de bijeenkomst naar een film met animatie waarin de fundamenten, methoden en resultaten van het participatieve praktijkonderzoek en de wetenschap van gehelen werd gedemonstreerd.

Workshops

In 12 workshops werden de resultaten van recent praktijkonderzoek gepresenteerd en bediscussieerd. Aan bod komen [‘kwamen’ had er natuurlijk moeten staan, MG] onder meer vragen als:

– Hoe diagnosticeren, sturen en evalueren antroposofische gezondheidswerkers uit verschillende beroepsgroepen in de dagelijkse praktijk?
– Wat is de bijdrage van best-practiceonderzoek?
– Hoe kun je methodisch aansluiten bij de individuele patiënt?
– Hoe integreer je ervarings-, reguliere en antroposofische kennis?
– Wat zijn de achtergronden van antroposofische muziektherapie?
– Kunnen kleuren in de kunstzinnige therapie en in de kleurenlichtbadtherapie verantwoord als therapie worden ingezet, en zo ja, hoe dan?
– Hoe kunnen we individuele kunstzinnige therapieprocessen volgen met casuïstische methoden?
– Op welke manier kan de kwaliteit en het effect in de antroposofische kinder- en jeugdpsychiatrie systematisch worden onderzocht?
(...)

Internationaal onderzoek

De Noorse onderzoeker Hamre gaf een overzicht over de stand van zaken van het internationale onderzoek naar de effecten van de antroposofische gezondheidszorg. De resultaten tot nu toe zijn zeer positief. Daarnaast is ook duidelijk dat er nog veel (praktijk)onderzoek moet gebeuren.

Publicatie

Afsluitend werd de nieuwe publicatie van het lectoraat met bijdragen van binnen en buiten het lectoraat gepresenteerd. Heb je interesse in de nieuwe publicatie? De inhoudsopgave inzien kan via deze link: http://www.hsleiden.nl/lectoraten/antroposofische-gezondheidszorg/Publicaties.’

Gek genoeg wordt de titel niet genoemd. Die luidt: ‘Praktijkonderzoek in de antroposofische gezondheidszorg 2008. Eerste stappen in Nederland in de ontwikkeling van practice-based evidence, ondersteuning in het therapeutisch besluitvormingsproces, en het evalueren van kwaliteit en effect.’ Het geheel staat onder eindredactie van Erik Baars en Guus van der Bie.

De inhoudsopgave is indrukwekkend. Daarom laat ik hem hier volledig volgen. Dat lijkt misschien een beetje overdreven, maar dat is het – zeker gezien het voorgaande – niet. Ook andere antroposofische sectoren zouden eens zo’n omvattende ‘state of the art’ moeten samenstellen. Bij elk hoofdstuk geef ik de auteur(s) erbij; die staan namelijk in de inhoudsopgave helaas niet vermeld (wel aan het begin van het hoofdstuk uiteraard):

Inhoudsopgave

Inleiding 9
Leeswijzer 9

[Erik Baars en Guus van der Bie:] 1. Antroposofische gezondheidszorg 13

1.1 Kenmerken van de antroposofische gezondheidszorg 14

Het zorgveld 14
Gezondheid bevorderen 14
Op het individu georiënteerde zorgmethodieken 15
Integratie van kennis in de gezondheidszorgpraktijk 15
1.2 Wetenschap van delen versus wetenschap van gehelen 16
Wetenschappelijke positionering 16
Wetenschap van gehelen 16
De professionele ambachtelijkheid van de antroposofische zorgmethodieken 18
1.3 Het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg en de opgaven van het praktijkonderzoek 19
Praktijkonderzoek 19
Groeipotentie 19
Literatuur 20

2. Het verwerven van practice-based evidence 21

[Annerose Kunenborg:] 2.1 Best practices, een aanzet voor kenniscirculatie 22

Inleiding 22

Waarom een onderzoek naar best practices? 22
Hoe past dit binnen het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg? 22
Wat heeft men in de toekomst hieraan? 22
Wat zijn best practices in het algemeen? 23
Hoe is de specifieke aanpak binnen het lectoraat? 24
Welke thema’s staan binnen dit onderzoek centraal? 26
Wat zijn de eerste stappen binnen het onderzoek? 29
Literatuur 31

[Erik Baars en Evi Koster:] 2.2 Het ontwikkelen van practice-based evidence: hoe diagnosticeren, sturen en evalueren atroposofische gezondheidswerkers in de praktijk? 32

Inleiding 32
Doelstellingen 33
Vraagstellingen 34
Materiaal en methoden 34
Resultaten 35
Conclusies 47
Discussie 48
Dankwoord 48
Literatuur 49

[Guus van der Bie en Christa van Tellingen:] 2.3 De integratie van ervaringskennis en formele kennis voor het antroposofische praktijkonderzoek 50

Inleiding en probleemstelling 50
Doelstelling en vraagstelling 50
De biljarter en de professor 51
Praktijkonderzoek: een methode van benaderen 52
Goethe, Steiner, de fenomenen en de antroposofie 52
Waarnemen 53
Herinneren en exacte zintuiglijke fantasie 53
Meebewegen 53
Het fenomeen spreekt zich uit in mij 54
Resultaat: integratie van ervaringskennis en formele kennis 55
Antroposofie als brug 55
Praktische consequentie 57
Literatuur 57
Literatuur ter nadere bestudering 57

[Odulf Damen:] 2.4 Antroposofische muziektherapie 59

Inleiding 59
Fenomenologie als wetenschappelijke methode van de muziektherapie 59
Het verklaringsmodel van de antroposofische muziektherapie 61
Muzikale menskunde en de rol ervan in de diagnostiek 63
Pathogenetische en salutogenetische aspecten in de muziektherapie 67
Het therapeutische proces 69
Conclusie 71
Literatuur 72

3. Het ondersteunen van het therapeutische besluitvormingsproces 75

[Wil Uitgeest:] 3.1 Kleur bekennen 76

Probleemstelling 77
Vraagstelling 77
Materiaal en methoden 77
Resultaten 78
Nawoord 91
Literatuur 92

[Thea Giesen:] 3.2 Zeven stappen in het psychotherapeutisch proces aan de hand van de zeven levensprocessen 94

Inleiding 94
Beelden 96
De methodiek 97
Zeven vragen 100
Een schematische voorstelling van de zeven stappen in het therapeutisch proces 101
Het schema 101
Literatuur 102

[Albert de Vries:] 3.3 De vaardigheden van het aansluiten 103

Een verkenning van ‘gezondheid bevorderen’ en ‘aansluiten’ 103
Bij het aansluiten bij de ander is de vraag ‘Waar sluit je bij aan?’ 103
Het aansluiten in de intuïtieve handeling en de reflectie daarop: ervaringsleren 107
Inlevend waarnemen 107
Inlevend waarnemen als oefening in het leren aansluiten 109
Aansluiten op het vlak van onderzoeken: het ontwikkelingsonderzoek 111
Literatuur 115

[Henk de Brey:] 3.4 Ontwikkeling van de ATP-2000, een persoonlijkheidstest om astrale kwaliteiten in het karakter van de mens te kunnen meten; implicaties voor gebruik in de psychotherapie 116

Inleiding 116
Vraagstelling 116
Methode 117
Conclusie en discussie 122
Samenvatting 126
Literatuur 126

4. Het evalueren van de kwaliteit en het effect 127

[Joop Hoekman, Martin Niemeijer en Liesbeth Sjoukes:] 4.1 Systematische evaluatie van kwaliteit en effectiviteit in de antroposofische kinder- en jeugdpsychiatrie 128

Inleiding 128
Methodologische overwegingen 128
Kwaliteit en effectiviteit 130
Effectmeting 134
Resultaten van een pilotproject 135
Slotopmerkingen 137
Literatuur 138

[Angelika Verhoog en Hennie van der Geest:] 4.2 Onderzoek naar kleurenlichtbad therapie 141

Inleiding 141
Probleemstelling 142
Methoden 145
Verwachtingen 148
Evaluatie 150
Dataverwerking 150
Discussie 150
Dankwoord 151
Literatuur 152

[Anne Ponstein, Cisca Philipse en Nicole de Vries:] 4.3 Sociaal-emotionele problemen van chronisch zieke kinderen in beeld: aangrijpingspunt voor succesvolle begeleiding 153

Inleiding 153
Materiaal en methoden 154
Resultaten 156
Conclusies 162
Discussie 164
Dankwoord 165
Literatuur 166

[Martin Niemeijer, Erik Baars en Joop Hoekman:] 4.4 Ontwikkeling en implementatie van een neetinstrument op basis van de heilpedagogische constitutiebeelden 168

Inleiding 168
Constitutie 169
Typologie 170
Een concept van gezondheid en ziekte 171
Complementaire diagnostiek 171
Bruikbaarheid 174
Behandeling 174
Effectevaluatie 175
Tot slot 176
Literatuur 176

[Els van der Meij en Jolanda Grootendorst:] 4.5 De ontwikkeling van een meetinstrument voor toonhoogtegevoeligheid 178

Inleiding 178
Materialen en methoden 179

5. Achtergronden 181

[Annemieke Bijman:] 5.1 Wat hebben medewerkers met antroposofie? 182

Inleiding 182
Onderzoeksmethode 183
Enige resultaten 186
Conclusies en discussie 192
Literatuur 193

[Erik Baars:] 5.2 Betekenis mechanistisch en holistisch mensbeeld voor techniekontwikkeling 195

De historische ontwikkeling van het mechanistisch mens- en wereldbeeld 196
Het mechanistisch mensbeeld in de gezondheidszorg 198
Holistische mensbeelden in de gezondheidszorg 198
Verantwoording van het mensbeeld 199
De verdere toekomst van de techniek 200
Een antroposofische reflectie op de geschetste ontwikkeling 201
Literatuur 202

5.3 Visiedocument praktijkonderzoek lectoren Hogeschool Leiden 203

Inleiding 203
De onderzoeksfunctie van hogescholen 203
Uitdaging 204
Methoden van praktijkonderzoek 204
Kenmerken va practitioner research 205
Literatuur 206

Schema ‘Onderzoekslijnen praktijkonderzoek Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg’ 208

Epiloog 210

Over de auteurs 212

Wat nog wel curieus is, is het fotootje dat in het verslag op de website is geplaatst. Het onderschrift luidt:

‘In het midden Eric Baars met Piet Keesmaat, namens het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) en Anne Boertien, directeur Cluster Zorg, Hogeschool Leiden krijgen als eersten een exemplaar.’

Eric Baars moet natuurlijk Erik Baars zijn. Maar merkwaardig is vooral ‘Piet Keesmaat, namens het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ)’. Piet Keesmaat is geen onbekende, hij was onder meer oud-directeur van Huize Thomas in Rotterdam en oud-voorzitter van het Heilpedagogisch Verbond. Maar waarom komt hij hierbij nu opeens uit de lucht vallen? Namens de NVAZ nog wel. Daar wordt geen enkele verklaring voor gegeven.

zondag 8 februari 2009

Nieuwe norm

Sinds twee weken is er een nieuwe website van Triodos Bank op internet, ‘Mijn geld gaat goed’, naar de meer dan passende slogan die de bank voert in deze tijden van kredietcrisis. In het persbericht van 26 januari legt de bank uit:

‘Triodos Bank lanceert vandaag Mijn geld gaat goed, een site waarop iedereen kan vinden welke bedrijven zij financiert. Door op de nieuwe site een postcode of onderwerp in te tikken is precies te zien waar de rente op het geld van de spaarders vandaan komt. Triodos Bank doorbreekt het bankgeheim, met toestemming van haar kredietnemers, omdat zij deze openheid onmisbaar vindt bij het houden en terugwinnen van het vertrouwen in banken. Zij roept daarom alle banken op deze nieuwe norm toe te passen.’

De website zelf geeft een kaart van Nederland te zien, met de vraag: ‘Waar financiert Triodos Bank wat?’ Met daaronder: ‘Klik op de kaart om in te zoomen naar dat gebied.’

‘Op deze website kunt u snel en eenvoudig zien waar uw geld actief is. Zoek op postcode of onderwerp of loop door alle organisaties en ontdek zelf wat Triodos Bank waar financiert.’

Door in het linkermenu te klikken op ‘Mijn geld gaat goed’ krijgt de bezoeker nadere informatie:

‘Op deze website kunt u met eigen ogen zien welke organisaties met het geld van spaarders en beleggers worden gefinancierd. Het betreft een eerste selectie. De site wordt doorlopend aangevuld om zo snel mogelijk alle door ons gefinancierde organisaties en projecten, zelfs wereldwijd, een plek te geven.’

Wie meer wil weten, kan terecht bij: ‘Overige vragen? Vraag en antwoord.’ Dit ‘vraag en antwoord’ begint zo:

‘Welke bedrijven zie ik op deze site?

1. Op de site staan bedrijven die een lening hebben gekregen van Triodos Bank, Triodos Groenfonds of Triodos Cultuurfonds en de panden waarin Triodos Vastgoedfonds heeft geïnvesteerd. We richten ons op dit moment op Nederland maar willen de site zo spoedig mogelijk internationaal maken.

2. Klanten moeten uiteraard toestemming geven voor het publiceren van hun gegevens. We zijn hard bezig om van alle klanten toestemming te krijgen en dat kost meer tijd dan we hadden gedacht. We vinden de site en zeker het idee erachter zo belangrijk dat we die toch al live hebben gezet. Eind 2009 verwachten we bijna alle zakelijke klanten op de site te etaleren.’

Terug naar het persbericht van 26 januari:

‘Triodos Bank doorstaat de financiële crisis goed. Zij heeft zich nooit bezig gehouden met complexe investeringsproducten of aanverwante derivaten om de eenvoudige reden dat het niet past bij haar missie: investeren in een duurzamere samenleving. Dat blijkt overduidelijk uit de ruim 200 kredietnemers die nu al op de site staan. Dit aantal zal gestaag groeien totdat eind 2009 alle bedrijven die Triodos Bank financiert, meer dan 1000, er op staan.

Matthijs Bierman, directeur Triodos Bank Nederland: “De aan ons toevertrouwde spaargelden zijn in 2008 gestegen met meer dan 40% tot een miljard euro. Wij kregen er ruim 20.000 nieuwe klanten bij en hebben er nu in Nederland meer dan 110 000. Dat toont aan dat de belangstelling voor Triodos Bank tijdens de kredietcrisis sterk is toegenomen. Wij groeien harder dan ooit tevoren.” (...)

Triodos Bank doet het volgens Bierman zo goed omdat haar bedrijfsmodel degelijk is en solide resultaten biedt. De duidelijke keuze voor duurzaamheid en de volledige openheid die de bank betracht zijn andere succesfactoren. “Bankieren is heel eenvoudig”, stelt Bierman, “je laat zien wie je bent, neemt spaargeld aan en leent het uit aan bedrijven waarvan je de ondernemer kent. Tegen een fatsoenlijke rente. Dat spreekt overduidelijk steeds meer mensen aan.”

In de vorige week gepresenteerde Eerlijke Bankwijzer staat Triodos Bank bovenaan als het gaat om verantwoord en duurzaam investeren van spaargeld. “Andere banken vullen duurzaamheid alleen maar in door zaken uit te sluiten. Wij zijn een ja-bank”, stelt Bierman, “en financieren juist bedrijven die de wereld een duwtje in de goede richting geven en daarmee de weg wijzen voor anderen, zoals zonne- en windenergieprojecten, biologische landbouw en microkrediet. Banken zijn al 200 jaar bezig hun klanten in slaap te sussen. Met Mijn geld gaat goed houden wij ze juist wakker door te laten zien hoe hun geld actief is.”’

zaterdag 7 februari 2009

Verweven

Op 30 januari mopperde ik er in ‘Subcategorie’ nog over dat er op de website van Demeter en van de Vereniging voor Biologisch-Dynamische Landbouw en Voeding niets te vinden was over de BioVak ’09, de gespecialiseerde vakbeurs voor de biologische sector op 21 en 22 januari in Zwolle. Inmiddels is daar toch verandering in gekomen. De nieuwspagina van Demeter weet zelfs een nieuwtje te melden, iets wat ik in ieder geval eerder niet was tegengekomen:

‘Ekoland Innovatieprijs 2009 voor Piet van IJzendoorn

Piet van IJzendoorn, van biologisch-dynamisch bedrijf Zonnehoeve, kreeg op 21 januari tijdens de Bio Vakbeurs in Zwolle de prijs uitgereikt. Jury: “De Zonnehoeve is een schitterend voorbeeld van een bedrijf waar alle afzonderlijke onderdelen met elkaar verweven zijn en elkaar versterken. Het gemengde landbouwbedrijf, de zorg, de bakkerij. Het sluit allemaal op elkaar aan.”

In 1981 stichtte Piet van IJzendoorn de Zonnehoeve. Een gemengd bedrijf met akkerbouw en een melkveehouderij, een paardenfokkerij en manege, natuurbeheer, een tak voor jeugdzorg en een webwinkel. In 1991 vestigde bakkerij Het Zonnelied zich op het terrein, nadat Zonnehoeve de bakkerij al zes jaar van Demeter-tarwe had voorzien. Zonnehoeve wil als bedrijf midden in de samenleving staan met een breed cultureel doel voor ogen: niet alleen een duurzame en rendabele landbouw, maar veel breder: een duurzame samenleving. U kunt meer lezen over dit bijzondere bedrijf op www.zonnehoeve.net

Als je klikt op die laatste link en dan bij het nieuws rechtsboven naar ‘Zonnehoeve wint innovatieprijs!’ gaat, dan kun je daar een pdf-document downloaden van een artikel door Peter de Waard in de Volkskrant van 26 januari: ‘Natuurboer en zorgverlener’. Daaruit blijkt dat deze Innovatieprijs wordt uitgereikt door het tijdschrift Ekoland (oplage 2350 staat erbij).

Maar er is meer bij Demeter te vinden. Meteen hieronder staat dit (inclusief foto’s), alsof men mijn weblog heeft gelezen:

‘Stichting Demeter op de BioVak

Op de vakbeurs voor biologische landbouw stonden Warmonderhof, BD-Vereniging en Stichting Demeter gebroederljik naast elkaar in een stand. Opleiding, ontwikkeling en garantie. Wat wil je nog meer?

Er was veel aanloop en interesse. Van doorgewinterde bd-boeren tot enthousiaste leerlingen en van geïnteresserde imkers tot sceptische biologische boeren. Echt voor elk wat wils. Een hele goede gelegenheid om elkaar te ontmoeten en van gedachten te wisselen.

De BioVak heeft zich ontwikkeld tot een vakbeurs die je als medewerker of ondernemer in de biologische sector niet kunt missen.’

Nu ik toch bezig ben, kan ik ook wel dat oudere bericht weergeven (want dat stond er al wel een tijdje) over een gebeurtenis waaraan ik nog geen aandacht heb besteed. En dat is jammer, want het is de moeite waard. Daarbij is het ook al lang geleden dat ik het over Odin (en de groentetas) heb gehad (op 9 november 2008 in ‘Groentetas’ en 8 juli 2008 in ‘It’s the economy’).

‘Open Huis bij Odin

Op 9 november jongstleden vierde Odin haar 25e verjaardag als groothandel in biologisch-dynamische en biologische voeding. Bijna tweeduizend consumenten, winkeliers en relaties brachten een bezoek aan het bedrijf in Geldermalsen. Tijdens deze feestelijke dag kon er bij de vele kraampjes van leveranciers van alles geproefd en gevraagd worden. Workshops en lezingen gingen in op een breed palet van onderwerpen en ook voor de kinderen waren er speciale activiteiten.

Bij de informatiestand van de Stichting Demeter was het de hele dag een drukte van belang. We kregen diverse vragen maar ook kwamen veel mensen vertellen dat ze al heel lang genoten van producten met het Demeter-keurmerk.

Tijdens deze dag werden door ons enquête-formulieren uitgedeeld, uit de ingeleverde formulieren werden een aantal winnaars getrokken die een pakket Demeter-producten mee naar huis mochten nemen, Gefeliciteerd!’

vrijdag 6 februari 2009

Billboard

Eind januari, begin februari is van oudsher de tijd van de Open Dagen van vrijescholen. De mogelijkheid voor nieuwe ouders van jonge kinderen om kennis te maken met dit type onderwijs. Vroeger kon je er de klok op gelijk zetten: in deze tijd van het jaar kwam er steevast negatieve publiciteit over antroposofie en vrijescholen, met als meest dankbare onderwerp racisme bij Steiner en in het onderwijs. Tegenwoordig gebeurt dat niet meer, in ieder geval niet op die manier. Er valt in de pers zelfs normale publiciteit over de vrijescholen te bespeuren.

Ik meen me te herinneren dat de vereniging van vrijescholen vroeger op haar website een hele lijst plaatste van waar en wanneer er Open Dagen zijn. Maar dit jaar is die er niet; er wordt op die website niet eens genoemd dat er in het hele land Open Dagen zijn. Zo komt het dat het naakte feit aan je voorbij kan gaan zonder dat je het merkt; de laatste zaterdagen in januari (vooral de 24e was favoriet) hebben al heel wat scholen drommen bezoekers te gast gehad. Een andere mogelijkheid die ik ook regelmatig tegenkom is morgen, 7 februari.

Zo komt het ook dat, zonder support van de landelijke vereniging, scholen naar aparte eigen wegen zoeken om publiciteit te genereren. Gisteren berichtte het Algemeen Dagblad bijvoorbeeld over een billboardactie in Gouda en een huis-aan-huis folder in een oplage van tienduizend exemplaren in Alphen aan den Rijn. In Gouda is zelfs de naam van de school veranderd, om meer aandacht en een betere pers te krijgen. Loes Vork, secretaris van bestuur en pr-medewerkster, zegt in het Algemeen Dagblad tegen Anne Kompagnie:

‘We zijn een vrij kleine school en kunnen nieuwe aanmeldingen zeker goed gebruiken. En als bedrijven mogen adverteren op billboards, waarom zou dat voor ons dan niet gelden?’

Sinds kort heet de vrijeschool Gouda officieel basisschool De Ridderslag. De website van de school laat weten:

‘Onze school is in september 1974 onder de naam “Vrije School Gouda e.o.” opgericht door ouders die vrijeschoolonderwijs voor hun kinderen wilden. In het najaar van 1984 betrok de school het huidige gebouw aan de Ridder van Catsweg. Eind 2008 werd de school omgedoopt in “Basisschool de Ridderslag”. Het leerlingenaantal ligt rond de 200 leerlingen.’

Het Algemeen Dagblad meldt dat de billboardactie succes heeft; er is ook geen andere school in Gouda die zoiets heeft gedaan:

‘Dat de actie de nodige aandacht oplevert, bleek volgens Vork al direct gisteren, tijdens de eerste open dag. Op formulieren gaven vrijwel alle bezoekers aan langs te komen naar aanleiding van de billboards. Vandaag en morgen volgen de laatste twee open dagen op De Ridderslag.’

De nieuwe naam speelt ook een rol; de oude benaming, ‘vrije school’, voldeed niet, zegt Vork:

‘Mensen hadden dikwijls het idee dat het hier heel vrij is, zonder regels en discipline. Het tegendeel is waar, het is wel degelijk heel erg gestructureerd. We ondervonden er wel echt last van, het bleek in de praktijk een enorme drempel te zijn voor ouders om hier binnen te komen.’

De verslaggeefster is zo alert om te vragen hoe dat dan met de term ‘antroposofie’ zit, want die kom je hier nu ook nauwelijks meer tegen. Dat blijkt met opzet te zijn:

‘We merken dat die term weinig toegankelijk is. Bovendien komt de leer uit een heel andere tijd. Steiner heeft in het begin van de twintigste eeuw natuurlijk nooit wat gezegd over zaken waar ouders van nu mee te maken hebben, zoals computers en televisie kijken.’

De verslaggeefster weet niet wat ze hoort. Ze herinnert zich:

‘De Goudse vrije school stond jarenlang landelijk bekend als streng in de leer, heel behoudend als het om de antroposofische regels gaat.’

Wij vragen het ons met haar af: wat gebeurt er toch allemaal in Gouda, wat is daar aan de hand?

Update 12.15 uur: Ik zie dat ik mezelf toch een beetje moet rectificeren. Op de website van de Vereniging van Vrijescholen staat toch wel iets (let op: iets) over Open Dagen. Maar het is superonduidelijk en in ieder geval niet onder Actueel te vinden. Ga ik naar het item Agenda in het keuzemenu onder Actueel (wat trouwens een ander Actueel is dan hierboven aangegeven, maar dat is te ingewikkeld om uit te leggen; dat kun je alleen proefondervindelijk ervaren, wat weer iets zegt over het gebruiksongemak van de website), dan kan ik een ‘Datalijst in PDF’ downloaden, die ook al rechts op de webpagina is te zien (maar heel moeilijk en heel klein). Op de pdf is het duidelijker: ‘7 februari Open Dag onderbouw’. Maar dat is dan ook echt alles.

donderdag 5 februari 2009

Verschijnselen

‘Verschijnselen’ heet deze bijdrage van vandaag, naar het werkwoord dat vertaler Wiebe Budingh vond om te gebruiken in de boeken over Harry Potter. Maar het had net zo goed ook ‘verdwijnselen’ kunnen heten (eveneens naar Harry Potter).

Eerst het verschijnselen. Afgelopen maandag 2 februari schreef ik in Aristoteles’ over Jac Hielema. Aan het slot sprak ik mijn verbazing erover uit dat, na twee intensieve weken van schrijven en publiceren, sinds 15 januari geen nieuwe bijdragen meer op zijn website waren verschenen. Ik had dit bericht nog niet op mijn weblog geplaatst, of plotsklaps waren er drie bijdragen bijgekomen. Maar merkwaardig genoeg waren die op 19 en 23 januari en 2 februari gedateerd... (inmiddels is daar alweer ‘26 januari’ bijgekomen; een zonderlinge chronologie).

Een verklaring voor deze haperingen ligt misschien in het feit dat Jac Hielema sinds kort ijverig bezig is voor de website van AntroVista. Daar verschijnt het ene na het andere bericht van zijn hand. Klik hiervoor op ‘Nieuws’ in de linkerhoek, dan krijgt u alles keurig op een rij: 4 februari, 2 februari, 31 januari, 28 januari en 27 januari. Dat belooft nog wat!

Bij het verschijnselen hoort nog een ander bericht, van wat oudere datum waarschijnlijk, op de website van webwinkel ABC Antroposofie, onder Actueel (deze link doet het niet; klik in het linkermenu op de homepage op Actueel, en vervolgens naar beneden scrollen):

‘Onder de naam ABC Magazine zijn we gestart met het maken en verspreiden van een digitaal tijdschriftje waarin we u informatie bieden over boeken, schrijvers en inhoudelijke thema’s. In ABC Magazine memoreren we ook het verschijnen van nieuwe boeken, aanbiedingen, kortingsacties en wat al niet meer. Het eerste nummer verscheen op 6 januari en stond in het teken van natuurwezens.’

Elders staat ook nog:

‘ABC Magazine wordt verspreid als PDF-bijlage bij onze Nieuwsbrief en zal als de tijd het ons toelaat twee maal per maand verschijnen.’

Helemaal onderaan Actueel is een bericht te vinden van 3 april 2007, ‘Achter de schermen bij ABC Antroposofie’. Hier wordt door John Hogervorst het nodige verteld over de wordingsgeschiedenis van dit initiatief. Zoals dit:

‘ABC Antroposofie is een geregistreerd handelsmerk van Nearchus C.V. en begon in 2001, met de uitgave van het tijdschriftje ABC Antroposofie. Velen van u zullen het nog wel kennen en weten waarschijnlijk ook dat het tijdschrift in september 2006 is “overgegaan” in het tijdschrift AntroVista.

Vanaf de start van het tijdschrift begon ook de activiteit die later tot onze webwinkel heeft geleid. Onder de vlag “ABC Boekenservice” boden we de lezers van het tijdschriftje aan de boeken die besproken werden aan te schaffen.’

Over Nearchus zelf valt er te lezen:

‘Het uitgeven van boeken was in 1989 de aanleiding voor het oprichten van Nearchus C.V. Beter gezegd: Nearchus C.V. werd opgericht om in het bijzonder boeken over sociale driegeleding uit te geven. De allereerste uitgave (Vrijheid van onderwijs & sociale driegeleding, later herdrukt) in 1989 was dan ook de “klaroenstoot” waarmee Nearchus C.V. zijn bestaan kenbaar maakte.

In de jaren daarna volgde meer uitgaven over en rondom de sociale driegeleding (zoals: Wat is sociale driegeleding? van Peter Schilinski; Op weg naar een gezonde economie, van Rudolf Steiner e.a.; Vrije School en sociale driegeleding van Dieter Brüll en meer).

Met het voortschrijden van de jaren werd echter ook duidelijk dat het thema sociale driegeleding te weinig belangstelling genoot om Nearchus C.V. verder te ontwikkelen. Geleidelijk aan verbreedde zich daarom het inhoudelijk gebied dat in onze uitgaven wordt bestreken.

Tegenwoordig is Nearchus C.V. een “all round” antroposofische uitgeverij, met auteurs als Lex Bos, Loek Dullaart, Frans Lutters, Harrie Salman, Albert Soesman en Monique Wortelboer. Veel belangstelling is er ook voor onze reeks ABC Wegwijzers, waarvan verschillende deeltjes al herdrukt moesten worden.’

Maar Nearchus is meer. Dat wordt als volgt uitgelegd:

‘Nearchus C.V. kent drie hoofdactiviteiten:

– de boekenwebwinkel onder de naam ABC Antroposofie
– het uitgeven van tijdschriften (zelfstandig of in opdracht van derden)
– het uitgaven van boeken en brochures onder de naam Nearchus C.V. (...)

De tijdschriften die wij uitgeven zijn:

– Antroposana – Tijdschrift voor ziekte en gezondheid vanuit de antroposofie (dat we maken in opdracht van patiëntenvereniging Antroposana)
– AntroVista (wordt in de toekomst uitgegeven onder auspiciën van de Stichting AntroVista)
– Driegonaal – Tijdschrift voor Antroposofie & Sociale Driegeleding (een eigen uitgave)
– Daarnaast verrichten we ook hand- en spandiensten voor de uitgave van de serie Gezichtspunten, de brochurereeks van het Centrum Sociale Gezondheidszorg over medische onderwerpen.’

Het tijdschrift AntroVista, hoe zit het daar eigenlijk mee? Ik ben het al een tijd niet tegengekomen. En hiermee kom ik op het verdwijnselen. En ja, dat bewuste tijdschrift, nog enthousiast gevierd op 22 maart 2008 bij het zevenjarig bestaan van zowel website als tijdschrift, blijkt inderdaad verdwenen. Niet helemaal ongemerkt – ik had het alleen niet opgemerkt, omdat het bericht erover verscheen precies op de dag dat ik mijn laatste bijdrage in het afgelopen jaar maakte. Het is namelijk op AntroVista zelf terug te vinden onder Nieuws. Op 18 december 2008 schreef Wilfried daar dit, met als titel ‘Lectori Salutem’:

‘Met AntroVista proberen we de antroposofie zichtbaar en toegankelijk te maken, en antroposofische initiatieven een steuntje in de rug te geven.

Dat doen we sinds 2001, met deze website, maar ook via een gratis tijdschrift dat in een oplage van 16000 stuks werd verspreid via scholen, bibliotheken, artsen en BD-winkels.

Vanuit zijn diepe betrokkenheid met de antroposofie heeft John Hogervorst al die jaren de uitgave en verspreiding van het tijdschrift met liefde en deskundigheid verzorgd.

Jammer genoeg ontbreekt het ons aan menskracht en financiële middelen om de uitgave voort te zetten. Het novembernummer was daarom ook het laatste. (Abonnees en adverteerders die iets tegoed hebben, worden volledig gecompenseerd.)

Vanzelfsprekend gaan we gewoon verder met de website en hopen u daarmee tot in lengte van dagen van dienst te zijn.

Beste John, goede en bescheiden man, AntroVista en heel antroposofisch Nederland zijn jou zeer veel dank verschuldigd!’

Er kwamen verschillende commentaren op, de eerste van Jac Hielema. Hij vond het bericht nogal onduidelijk:

‘Het nieuws is geloof ik dat AntroVista niet meer in papiervorm zal verschijnen, omdat het John Hogervorst aan menskracht en financiële middelen ontbreekt.’

Volgens Wilfried Nauta was AntroVista echter zo armlastig dat deze zich ook geen dure redacteur voor de nieuwsrubriek kon veroorloven.

Ik begrijp uit dit alles dat dit alleen voor het tijdschrift AntroVista geldt, en niet voor de samenwerking tussen Wilfried Nauta en John Hogervorst voor de website AntroVista, waar Hogervorst nog altijd vermeld staat bij de redactie, met Nauta als webmaster. En dat John Hogervorst, na ruim twee jaar redacteurschap bij het tijdschrift AntroVista, nu weer terug is op zijn eigen honk, dat nu niet meer het tijdschiftje ABC Antroposofie heet, maar ABC Magazine.

woensdag 4 februari 2009

Schatten

Sommige schatten zijn weliswaar verborgen, maar hoeven enkel gedolven en aan het licht gebracht te worden... Hier heb ik er zo een, opgedeeld in achten. Voor wie ik in raadsels spreek, de uitleg: ga naar de website van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ), klik op Publicaties, vervolgens op Video’s. Dan verschijnt er deze tekst:

‘Ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van Therapeuticum Calendula, antroposofische huisartsenpraktijk in Gouda, is deze DVD gemaakt om de antroposofische therapieën te presenteren.

Medewerking is verleend door de huisartsen, therapeuten en patiënten van therapeuticum Calendula aangevuld met therapeuten vanuit therapeuticum Aurum te Zoetermeer.

De DVD is voor 10 Euro verkrijgbaar bij de NVAZ.
U kunt hem bestellen bij: info@nvaz.nl
U kunt de DVD ook online bekijken.’

Dat laatste doen wij hier natuurlijk. Na de klik verschijnt er dit: Overzicht. Inhoudsopgave. En vervolgens heeft u de keus uit acht onderwerpen:

‘Antroposofische geneeskunde
Fysiotherapie
Kunstzinnige therapie: beeldend
Muziektherapie
Spraaktherapie
Euritmie therapie
Uitwendige therapie
Biografische gesprekken’

Er is ook een item met Credits, en dat is negen. Daarin worden de hoofdrolspelers genoemd:

Georg Maissan, huisarts. Anneke Maissan, psychosociaal hulpverlener. Fleur Oskam, fysiotherapeute. Jelle van der Schuit, muziektherapeut. Kobi van der Stap, spraaktherapeut. Doris Tobias, verpleegkundige. Sarie Uffen, kunstzinnig therapeute. Bowina Wansink, fysiotherapeute. Agnes Welman, euritmie therapeute. Madeleen Winkler, huisarts.

De makers zijn Florian Dunselman en Rubin van der Scheer.

dinsdag 3 februari 2009

Vereniging

‘Stelt u zich voor dat er een vereniging zou zijn voor de vrije geest. Voor een geest zoals u die van Hermann Hesse kent: “De wereldgeest wil ons niet binden en benauwen, hij wil ons stap voor stap verheffen, verruimen.” Een openbare vereniging, waarvan iedereen lid kan worden, zonder onderscheid in natie, stand, religie, wetenschappelijke of artistieke overtuiging. Er zou slechts één voorwaarde mogen zijn, namelijk dat u in zo’n vereniging voor de vrije geest iets gerechtvaardigds ziet.’

Zo begon afgelopen donderdag de weblog van Sebastian Gronbach, over wie ik op zondag 25 januari 2009 al eerder schreef, in ‘Zelfbewust’. Gelijktijdig werd deze tekst ook op de website van Info3 geplaatst, waarvan Gronbach redacteur is. Hij vervolgde zijn bijdrage met:

‘Hier zou u zitten met overtuigde christenen, naast moslims, om met pantheïstische agnostici over – wat anders – god en wereld van gedachten te wisselen. Duitse filosofen mediteerden samen met Indiase goeroes en Amerikaanse neurofysici, een Tibetaanse tantrameester liet zich door een Italiaanse franciscaan uitleggen wat seksuele onthouding betekent en een kunstenaarsgroep met Beuys-leerlingen, Russische ikonenschilders en graffitispuiters opende een tentoonstelling van Jeff Koons – de kunstenaar was vanzelfsprekend eregast.

De populairste en controversieelste spirituele leraren, auteurs en meesters zouden de geestelijke degens kruisen en zich en de medemens steeds opnieuw inspireren – en daarbij nooit vergeten de essentie van hun geestelijke vlucht in aardse projecten te laten vloeien. Geen gebeurtenis ging voorbij, zonder dat niet werkelijk het leed der aarde werd verminderd.

Al deze mensen hadden hartstochtelijk de kernregel onderschreven, waarin stond dat in de mens en in de kosmos een geestelijke dimensie aanwezig is en dat er een verbinding tussen deze gelijktijdig kosmische en menselijke geest bestaat, die men met wakkere zintuigen kan kennen en versterken.

Er zouden geen programma’s zijn, geen dogma’s, geen instemmende overtuiging en geen “afwijkende mening”. Integendeel: ongewone en provocerende standpunten waren de zuilen waarop deze plek rustte. Verwarring, creatieve vernieling en twijfel werden toegejuicht. Omdat zij altijd nieuwe vrijheidsstappen scheppen. De geestelijke activiteiten van een ander beperkte men niet, maar men gedroeg zich steeds zo, dat de vrijheid van de ander en de vrijheid van de gemeenschap zich vergrootte. Want hoe groter de vrijheid, hoe groter de keuzemogelijkheden en hoe groter ook de kans voor het eigen handelen verantwoordelijkheid te nemen. Want – zo leefde deze vereniging haar credo – alleen wie vrij en altijd ook anders kan handelen en denken, kan verantwoord handelen.

Er zou alleen de liefde voor de vrijheid zijn en de vrijheid tot de liefde, en natuurlijk dit: de plezierige drang om weten en geweten, wijsheid en barmhartigheid, zelfkennis en kennis van de wereld steeds weer op een nieuwer niveau te brengen. “De wereldgeest wil ons niet binden en benauwen, hij wil ons stap voor stap verheffen, verruimen”.’

Dit is nog maar het eerste kwart van de tekst. Sebastian Gronbach gaat nog bladzijden verder met zijn loflied. Maar deze vertaling uit het Duits geeft al een aardige indruk van zijn stijl, van zijn retoriek zou ik zelfs zeggen, als dat niet zo’n negatieve bijklank had.

Ik moet toch nog even doorgaan, want juist hierna maakt Gronbach zijn punt. Hoewel u die natuurlijk al heeft voelen aankomen:

‘Het zou de plek zijn die de media het “Olympia van de grote geesten” zouden noemen. Een suggestieve aantrekkingskracht ging van deze plek uit, die ook barmhartigheid en sociale verantwoordelijkheid zou uitstralen – maar niet omdat iemand dat eist, niet omdat er een officiële politiek was die men moest volgen, maar eenvoudig omdat het zo onbegrijpelijk verheugend is het middel- en draaipunt van de evolutie te zijn. De oprichter van deze vereniging zou met recht en met trots kunnen uitroepen: “Dit is de modernste vereniging ter wereld”.

Nou goed, u heeft het al lang geraden, deze vereniging bestaat al... of juist niet. Natuurlijk is de Antroposofische Vereniging lang, lang, lang niet de plek waar dit alles is verwezenlijkt. Maar zij is wel de plek waar dit mogelijk zou zijn. De plek waar dit mogelijk zou moeten zijn. De plek en de vereniging die vanuit haar organisatieprincipe en eerste kernregel precies deze visie zou kunnen verwerkelijken. Of persoonlijker geformuleerd: ik wil dat deze Antroposofische Vereniging die plek van vrije geesten wordt.’

Hoe hij dit verder precies ziet, zult u zelf in het Duits moeten nalezen.

Ik moet hier nog aan toevoegen dat Sebastian Gronbach, naar ik meen, ook een officiële functie heeft in de Antroposofische Vereniging in Duitsland. Alleen is die in Duitsland anders georganiseerd, namelijk opgedeeld in onafhankelijke arbeidscentra (per deelstaat ongeveer, geloof ik). Zoals op zijn weblog aangegeven, is hij verbonden aan de Anthroposophische Gesellschaft in Nordrhein-Westfalen (NRW). Of hij hier bestuurslid is, zoals Jelle van der Meulen, ben ik niet zeker. Wel is hij medeoprichter van de ‘Firma für Anthroposophie’ in Keulen, en maakt een aantal van deze oprichters ook deel uit van het ‘Kollegium der Anthroposophische Gesellschaft in NRW’.

Update 13.45 uur: Ik heb een bevestiging gevonden dat Sebastian Gronbach inderdaad bestuurslid is: ‘Mitglied im Arbeitskollegium der Anthroposophischen Gesellschaft NRW’, vermeldt zijn profiel. Overigens heeft hij sinds kort een aparte weblog ‘AnthroAktiv’, met als enige bijdrage het hele verhaal waaraan ik hier refereer.

maandag 2 februari 2009

Aristoteles

Op de eerste dag van dit nieuwe jaar, op donderdag 1 januari 2009, nu dus een maand geleden, plaatste Jac Hielema de eerste tekst op zijn nieuwe website www.symptolab.nl. Deze tekst draagt de titel: ‘Aristoteles laatste gedachten’, waaruit blijkt dat dit verhaal zich afspeelt in de Griekse Oudheid. Het is een lange tekst, bestaande uit acht delen (hoofdstukken). Het verhaal is ‘factie’, een synthese tussen feit en fictie.

‘Vandaag sterft Aristoteles, filosoof, de grote meester van hen die weten, ik voel het gewoon. Herpyllis en Nicomachus zijn nu bij hem. Ik blijf in de buurt, onrustig, geen zin in ontbijt. Ik loop wat rondjes om het huis, ga zitten op de bank op de plaats voor het huis, kijk terug op mijn leven met Aristoteles, de door mij diep geëerde en diep bewonderde leraar en vriend.

Dertig jaar geleden leerde ik hem kennen. Toen was hij, 32 jaar oud, nog een leerling van Plato. Mijn vader stuurde me naar de Academie en ik ging daar met hoge verwachtingen naartoe. De manier waarop Aristoteles leerling was van Plato, zo wilde ik een leerling zijn van Aristoteles, tegelijkertijd trouw en loyaal aan de leraar en onafhankelijk en zelfstandig. De toespraak die Aristoteles hield bij het sterven van Plato, was meesterlijk, één van de mooiste teksten die ik ooit heb gehoord, met de nadruk op het gemeenschappelijke dat we allemaal hebben, de liefde voor de waarheid en voor het woord.

Ik leerde Aristoteles pas echt kennen tijdens ons jaar in Mytilene op Lesbos. Ik begrijp nu dat die tijd ook voor hem heel belangrijk was om een onafhankelijke wetenschapper en filosoof te worden, hij die kennis vergaart door onderzoek te doen. Een jaar lang hebben we voornamelijk het plantenleven bestudeerd.’

Aan het woord is de plantkundige Theophrastus, leerling en opvolger van Aristoteles als leider van diens school. Het verhaal wordt vanuit het perspectief van Theophrastus verteld. Aristoteles komt ook, en uitvoerig, aan het woord. Als hij de balans van zijn leven opmaakt, zegt deze:

“Één van de dingen die moeten gebeuren is dat Plato en Aristoteles zich weer verenigen om überhaupt verder te kunnen als mensheid, want als individuele mensenzielen blijven staan, blijven hangen in de eenzijdigheid van enerzijds Plato of anderzijds Aristoteles, dan zullen de zielen verdorren en verharden. En met hen zal de aarde verdorren en verharden. Tenzij Plato en Aristoteles op de juiste manier met elkaar in verhouding treden.”

Enkele andere fragmenten uit het verhaal:

“Ik heb de mens, mijzelf, leren kennen als een denkend wezen, Theophrastus, jij en ik zijn denkende wezens, mijn waarde, wij zijn met de rede begaafd. En ik heb me afgevraagd of ik denkend en waarnemend kan doordringen tot de oergrond van alle dingen en gebeurtenissen in de wereld. En ik ben tot de conclusie gekomen dat dat zo is. Alles wat ter verklaring en doorgronding van de wereld nodig is, is voor ons denken bereikbaar. Er is niets nodig buiten onze te kennen wereld ter verklaring en doorgronding van onszelf in deze wereld. En als we dat inzien, als we de waarheid inzien, zullen we haar liefhebben en accepteren en ernaar handelen.”

“Ik verliet Athene deels omdat de grond onder mijn voeten me te heet werd, niet-Atheense burgers met een Macedonische achtergrond en connecties waren even niet meer zo welkom in Athene. Maar dat was niet de belangrijkste reden van mijn vertrek. De belangrijkste reden van mijn vertrek was mijn afspraak met Plato.”

“Je had een afspraak met Plato?”

“Zolang hij nog leefde heb ik me dienstbaar en loyaal aan hem en de academie opgesteld, terwijl intussen allang duidelijk was dat ik een andere richting in wilde slaan, in moest slaan. Ik wilde filosofisch en wetenschappelijk inzicht niet meer funderen in mysteriekennis, in geopenbaarde kennis aan ingewijden zoals Plato er zelf eentje was, nee, ik wilde filosofisch en wetenschappelijke kennis toegankelijk maken voor iedereen met een gezond stel hersens en een heldere blik, onafhankelijk van autoriteit en inwijdingsritueel.”

“Zijn school zal geleidelijk aan kleiner worden en tenslotte worden gesloten, mijn school zal bovengronds en ondergronds voortleven en uiteindelijk de impuls geven tot niet alleen ongebreidelde wetenschappelijke ontwikkeling, maar ook tot een samenleving van vrije mensen, zelfstandig denkende en handelende mensen, vanuit inzicht in het wezen van de mens handelende mensen.”

“Plato schetste de wereld van de oerideeën als een soort parallelle universum naast de wereld van de zintuigelijke waarneming. Ik heb me afgekeerd van de wereld van de oerideeën en me gericht op de zintuigelijke wereld in het licht van de zon, de maan en de sterren. Mijn uitgangspunt is wat mijn ogen kunnen zien en mijn oren kunnen horen. Vervolgens onderzoek ik denkend naar het wezen en de samenhang van de dingen die ik zintuigelijk waarneem en ervaar, inclusief mezelf als kennend wezen. Wie had ooit gedacht, dat ik op mijn oude dag door de wereld van de zintuigelijke waarneming heen door zou dringen, terug zou keren tot de oerideeën van Plato?”

Het is een verhaal met een boodschap. Die boodschap wordt goed gebracht. Ook al is het in feite een anachronisme. Want wat in het verhaal wordt beschreven, wordt in werkelijkheid niet in de Griekse tijd, maar pas tegen het eind van de negentiende eeuw ontdekt door Rudolf Steiner. In zijn vroege filosofische werken, zoals ‘Waarnemen en denken’, ‘Waarheid en wetenschap’ en vooral ‘De filosofie van de vrijheid’ wordt pas de mogelijkheid geopend om de weg te gaan die hier beschreven wordt. Maar het is factie en geen non-fictie, dus dat mag.

Jac Hielema is de eerste twee weken van het nieuwe jaar zeer actief geweest. Er staan nog veel meer teksten op zijn website. Hij verhaalt bijvoorbeeld uitgebreid over zijn persoonlijke motieven en overwegingen. Op 15 januari echter verschijnt de laatste bijdrage. Sindsdien is er niets meer bijgekomen. Een verklaring hiervoor wordt niet gegeven.

(Met dank aan John Wervenbos die mij op deze website attendeerde.)

zondag 1 februari 2009

Biografie

‘Weer een Steiner-biografie? Nu ja, die zullen wel blijven verschijnen, in alle soorten en maten. Maar dit is wel een aparte.’

Zo staat te lezen in de eerste Nieuwsbrief van de Haagse Boekerij, waar ik op 18 januari over schreef in ‘Owen Barfield’. Ik sprak toen het vermoeden uit dat de bespreking van het boek dat ik toen weergaf van de hand van Herman Boswijk zou zijn. Ik heb daar nog geen bevestiging van gekregen. Maar dat weerhoudt me niet om een tweede boekbespreking over te nemen. Nu het boek ‘Rudolf Steiner’ van Gary Lachman:

‘De auteur, Gary Lachman, werd rond 1980 bekend als bassist en componist van de populaire popgroep Blondie, toen onder de naam Gary Valentine. Maar serieuze belangstelling voor filosofie en occultisme bleek niet goed samen te gaan met het het leven “on the road”, dus de wegen scheiden al snel.

Het boek is in een vlotte stijl geschreven. De inleiding schetst Lachmans eigen voorgeschiedenis en de aanvankelijke moeite die hij had met Steiners werk en de wat sektarische sfeer rond zijn persoon. Maar gaandeweg wordt hij gegrepen en dat vooral is me bijgebleven na het lezen: het enthousiasme en de authentieke eigen toon. Daarmee kan het boek een waardevolle ingang zijn voor iedereen die meer wil weten over Steiner, maar wordt afgeschrikt door de aanblik van de kasten vol Steiner in de winkel.

Ongetwijfeld is er van alles aan te merken op dit boek. Lachmans sympathie ligt duidelijk bij Steiner als revolutionair denker: “I formulated the cognitive challenge I was presenting myself with in this way: How can I account for the fact that, on one page, Steiner can make a powerful and original critique of Kantian epistemology – basically, the idea that there are limits to knowledge – yet on another make, with all due respect, absolutely outlandish and, more to the point, seemingly unverifiable statements about life in ancient Atlantis?” (p. 19)

In het Goetheanum [het internationale weekblad dat wordt uitgegeven door de Algemene Antroposofische Vereniging in Zwitserland, MG] stond kortgeleden een recensie van de onlangs verschenen Duitse vertaling (Die Rudolf Steiner-Story. Edition Info-3). De recensent vond het boek maar half geslaagd, omdat Steiner niet als ingewijde uit de verf kwam. Ondanks (of juist dankzij) die eenzijdigheid een interessant boek.

Andere boeken van Gary Lachman:
Into the Interior: Discovering Swedenborg;
In Search of P.D. Ouspensky: The Genius in the Shadow of Gurdjieff;
A Dark Muse: A History of the Occult;
A Secret History of Consciousness.

Floris Books. Paperback, 278 p. € 16,95’

zaterdag 31 januari 2009

Dansen

‘Je hart moet open voor de tango’, schreef Henk Brummelman in De Stentor afgelopen maandag. Het bericht begint zo:

‘“Bij deze dans hebben eindelijk de mannen weer eens de leiding”, grapt een van de mannen in de pauze van de Argentijnse tango-tweedaagse in Vrije School De IJssel aan de Henri Dunantweg.’

De dag daarvoor verscheen op het Volkskrantblog van D.J. Andres (een pseudoniem van dansleraar André Gahrmann) een bericht over een ‘Salsa workshop aan de Vrije School’:

‘Vandaag een Salsa workshop gegeven aan de leidinggevenden van de Vrije School in Haarlem-noord. Na afloop van de schooldag was een personeelsuitje waarbij dan werd gestart met een Salsa workshop door Salsamotion in de gymzaal van het schoolgebouw.’

In het eerste bericht is de vrijeschool in Zutphen alleen maar het decor. Hoewel, er is ook nog sprake van een proefles in Vrije School de IJssel op woensdag 4 februari.

‘Een week later beginnen ze dan met een serie van tien wekelijke lessen van een uur en een kwartier. www.tangopassie.nl

Klik je bij die laatste website op Zutphen, dan blijken de wekelijkse lessen voor beginners én gevorderden allemaal in de Theaterzaal van de vrijeschool gehouden te worden. Dus helemaal toeval is dat waarschijnlijk toch niet.

In het tweede bericht worden veel meer details prijsgegeven over de vrijeschool Haarlem dan men misschien zelf zou willen:

‘De deelnemers bestonden uit een grote groep van voornamelijk dames en een klein aantal heren, maar dat was voor het dansen geen probleem. Snel konden we door de stof heen en Tonka gaf aan het einde voor de dames nog een korte ladystyling workshop waar na een aantal aanmoedigingen ook de heren besloten aan deel te nemen. Na afloop veel positieve reacties gekregen wat natuurlijk altijd leuk is om te horen.
De groep had besloten om na afloop wat te gaan drinken in het cafe Wapen van Bloemendaal, waar we op maandag na onze salsalessen altijd even nazitten. Vervolgens ging de groep door naar het restaurant de Wandelaar op het Nieuwe Kerksplein, toevallig ook een van onze sponsors van het Haarlem Salsa Festival.’

Aan de beginnende heilpedagogen, die werkten met kinderen met een beperking, gaf Rudolf Steiner ooit het advies om gelijk dansers te worden. Ik geloof niet dat hij dat ook aan vrijeschoolleerkrachten heeft gedaan. Dus toch een nieuwe ontwikkeling?

vrijdag 30 januari 2009

Subcategorie

In verband met de discussie over identiteit en presentatie, is het nieuws van vandaag interessant, namelijk over wat Biologica doet. Biologica figureerde onlangs nog op deze weblog, op 21 januari in ‘Biologische vakbeurs’ en op 22 januari in ‘Biologisch succes’. Deze organisatie vertegenwoordigt het hele biologische veld, dus ook biologisch-dynamische landbouw en voeding. In haar eigen woorden:

‘Biologica is dé organisatie die zich actief inzet voor de ontwikkeling van biologisch in Nederland. Zo is Biologica op dit moment betrokken bij 15 onderzoeken ter verbetering van dierenwelzijn in de landbouw.’

Zij is gevestigd in Utrecht en moet het, behalve van overheidssteun, hebben van donateurs:

‘Januari is een tijd van vooruitzien. Biologica begint op een nieuw kantoor en kiest voor groei. Groei met ons mee en word dan donateur van Biologica. Wist u dat Barack Obama en zijn vrouw Michelle ook biologisch eten? Biologische landbouw is goed voor onze planeet en voor uw gezondheid.’

Op deze website wordt tevens de bd-landbouw gepresenteerd, onder de titel: ‘BD is ook bio’:

‘Biologisch-dynamische landbouw is een speciale vorm van biologische landbouw met nog hogere eisen aan b.v. diervriendelijkheid. Zie voor meer info “Wat is BD?”’

Klik je daarop, dan komt onder meer deze tekst tevoorschijn:

‘Biologisch-dynamisch (BD) is een subcategorie van biologisch, met extra hoge eisen. De BD-landbouw bouwt voort op de Landbouwcursus van Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie. Deze landbouwmethode heeft in de jaren ’20 aan de wieg gestaan van de biologische landbouw.’

Als ik vervolgens een uitstapje maak naar de website van de bd-vereniging, of beter gezegd van Demeter (want op die van de bd-vereniging staat helemaal niets nieuws), waar de bd-vereniging maar een onderdeel van blijkt te vormen, dan is ook hier helaas alleen oud nieuws te vinden. Het enige wat veranderd lijkt, is de toevoeging onder het item ‘Mensen’. Stonden hier lange tijd alleen Willy Schilthuis en Rudolf Steiner vermeld, nu zijn daar Reggy Waleson, Demeter-tuinder in Dronten, Jan Vrolijk, Demeter-veehouder in Oosthuizen, en Wim Vredevoogd, Demeter-pluimveehouder in Drempt, aan toegevoegd.

Maar die mensen ken ik toch? Jawel, dat zijn degenen die jaren geleden (begin 2001 om precies te zijn) in een paar Demeterfolders hebben gestaan, toen er nog campagne werd gevoerd voor een grotere naamsbekendheid van biologisch-dynamisch, onder de slogan: ‘100% Biologisch. 100% Dynamisch’. De eerste vroeg zich daarin af of een krop sla volwassen kon worden, de tweede stelde dat echte koeien horens hebben, terwijl de derde van mening was: ‘Alleen een kip die haar snavel houdt, kan een Demeter-ei leggen’. Kortom, zij spraken zich destijds uit over groente, koeien en kippen van Demeterkwaliteit.

Nu is er bij de laatste twee, dus Jan Vrolijk en Wim Vredevoogd, een kort stukje tekst toegevoegd. Een heuse actualisering. Zo staat er over Jan Vrolijk:

‘Sinds 2008 worden de koeien niet meer door Jan gemolken, maar door de kalveren. De kalveren blijven totdat ze tien maanden oud zijn bij de kudde. Ze groeien op de levenskrachtige melk en ruwvoer van het eigen bedrijf. Dat is nog eens kalfsvlees. Vrolijk vlees!’

Worden koeien nu door kalveren gemolken? Ik geef toe dat ik erniet veel verstand van heb. Dus wie weet wat er allemaal mogelijk is. En over Wim Vredevoogd staat er:

‘In 2008 is Wim gestopt met het zelf houden van legkippen. Wim begeleidt Demeter-pluimveehouders en teelt nog steeds kippenvoer op zijn eigen bedrijf. Verder richt hij zich helemaal op het verpakken en vermarkten van Demeter-eieren.’

Maar dit alleen als een terzijde. Hoewel, het zegt natuurlijk ook wat over identiteit en presentatie. Nu weer terug naar Biologica, die vandaag meldt een nieuwe huisstijl te krijgen met nieuwe accenten. In het persbericht wordt dit nader gemotiveerd:

‘Per 1 februari [update 20.25 uur: dit stond er vanochtend; inmiddels is de datum teruggebracht tot het reëlere 29 januari, want vermoedelijk was het bericht er gisteren al] heeft Biologica een nieuw, lentegroen logo. Het verbeeldt de groeikracht en innovatiedrang van “bio” in Nederland en van Biologica zelf. Het logo is het voertuig van een vernieuwde huisstijl, visueel èn inhoudelijk. De nieuwe huisstijl wordt in het komende halfjaar geleidelijk doorgevoerd. In juni komt Biologica met een vernieuwde website voor particulieren en professionals.

De unieke combinatie van kennis en innovatie (o.a. in kennisnetwerk Bioconnect) en publieksgerichte activiteiten (zoals Lekker naar de Boer, Week van de Smaak en Adopteer een Kip) typeert Biologica en wordt weerspiegeld in het nieuwe logo. Het eerste deel, “bio”, staat voor de menselijke maat, en “logica” voor het achterliggende, doordachte systeem van levende landbouw, handel, verwerking, verkoop en consumptie.

Inhoudelijk zal de vernieuwde huisstijl zich op een aantal manieren vertalen: publieksactiviteiten krijgen meer aandacht, de samenwerking met supermarkten, streekproducenten, gangbare gentechvrije boeren en maatschappelijke organisaties wordt verstevigd en de innovatieve tak, Bioconnect, wordt doorontwikkeld tot een voorbeeld van Europees formaat. Daarbij manifesteert Biologica zich in toenemende mate als een consumentgerichte ketenorganisatie; een groeiend aantal bedrijven en particulieren voelt zich thuis bij onze inspirerende campagnes. Leuk, lekker en bio!’

Een paar dagen geleden had Biologica nog ander nieuws te melden, dat hier zijdelings mee te maken heeft:

‘Vanaf januari 2009 brengt Whole Earth o.a. biologische frisdranken, pindakaas en koekjes naar Nederlandse supermarkten. Het merk wordt geïntroduceerd met een landelijk proefpanel en hanteert de term “organic” in plaats van “biologisch”.’

Dit was aanleiding voor Biologica om haar eigen overwegingen er meteen bij te geven:

‘Er is al jaren een discussie gaande over de beste term om biologische producten mee te verkopen, waarbij vooral marktaanbieders vaak zoeken naar nieuwe termen. Op het laatste Bio-Congres van Biologica pleitte Droes Prinsen van restaurantketen La Place nog voor de term “organic”. “Biologisch is een landbouwterm”, zei Prinsen. “Maak daar net als in de VS organic van: dat is veel sexyer.” Whole Earth voegt nu de daad bij het woord.

Ondertussen heet het keurmerk voor biologische producten nog steeds “EKO-keurmerk”, afgeleid van “ecologisch” – in jaren-zeventig spelling met k. In Engeland vindt men de term “organic” juist alweer achterhaald. De nieuwe directeur van de Soil Association – het Engels equivalent van Biologica – pleitte er enkele maanden geleden voor om de term “organic” af te schaffen, omdat hij teveel mensen zou afschrikken. In plaats daarvan zouden we de term “sustainable” moeten gebruiken. Ofwel “duurzaam”. Hoeveel Nederlandse consumenten zouden trouwens bij “organic vlees” denken aan orgaanvlees?

Het zijn vaak nieuwkomers in de biologische markt die bezwaren hebben tegen de oude termen. De vraag is dan of we hier te maken hebben met de frisse blik van de nieuwkomer, of de oude vooroordelen van de nieuwkomer. Misschien is het tijd om eens trots te worden op de term “biologisch”, en erop te vertrouwen dat nieuwe consumenten dat woord steeds meer associëren met lekker, gezond, en fris? Uit recent consumentenonderzoek door het LEI bleek dat supermarktklanten een positief beeld hebben bij “biologisch”.’

Maar sussend besloot Biologica haar bericht:

‘In elk geval is de aanpak van Whole Earth een interessant experiment.’
Update 20.30 uur: In dit verband is een kleiner, net zo recent bericht zeker het vermelden waard.
Bioboer worden? Check de Warmonderhof a.s. zaterdag!
Geen biologisch eten zonder biologische boeren. Aanstaande zaterdag vanaf 12.00 uur is het Open Dag op de Warmonderhof in Dronten. De opleiding tot biologisch-dynamische boer is een van de leukste opleidingen die er zijn. Van harte aanbevolen door Biologica.’

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code