Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

dinsdag 20 december 2011

Stoomcursus


Nu bevinden we ons binnenin het Musée de Cluny, waar het veel moeilijker is goede foto’s te maken dan buiten. Maar een aantal kan ik toch laten zien.

Op de website van uitgeverij Christofoor vind ik ‘Nieuw: Opvoedkunst’:
‘Voor de start van de eerste “vrijeschool” gaf Rudolf Steiner de toekomstige leraren een driedelige spoedcursus spirituele pedagogie. Opvoedkunst is het tweede en meest toegankelijke deel van die cursus. meer informatie...
De link leidt naar het vervolg:
‘Het algemene mensbeeld wordt hierin vertaald in concrete opvoedings- en onderwijsvragen. Hoe ziet, hoe voelt een kind van zeven jaar de wereld? Wat gebeurt er in dat kind als je het op de gangbare manier leert lezen? Welke subtiele veranderingen spelen zich rond het negende of twaalfde jaar in kinderen af? Maar ook: wanneer ben ik als opvoeder geloofwaardig? Hoe wek ik echte interesse, hoe wek ik respect? Voorschriften zijn in deze cursus niet te vinden. Steiner geeft gezichtspunten, wenken, voorbeelden van hoe je iets aanpakt. Die voorbeelden mogen soms wat gedateerd zijn. Maar de geest waaruit ze voortkomen en het plezier waarmee ze gebracht worden, zijn nog steeds voelbaar. En inspireren tot het vinden van een eigen en eigentijdse aanpak. Het nawoord van Christof Wiechert belicht de relevantie van Steiners pedagogische ideeën voor deze tijd.’
Maar we kunnen vanaf de website van Christofoor ook de pagina’s van de Rudolf Steiner Vertalingen bezoeken en daar ‘Werken en Voordrachten – nieuwe reeks’ opzoeken:
‘Het uitgaveplan van de Werken en voordrachten – nieuwe reeks – groeit met de tijd.
Iedere twee jaar zullen drie nieuwe boeken het licht zien.

Inmiddels zijn verschenen:
3. Esoterische scholing (GA 264-268, een keuze) [inhoud]

Als u klikt op een van de titels, wordt u de boekinformatie getoond.
De volgende titels van de nieuwe reeks zullen in de loop van de tijd op deze pagina gepubliceerd worden.

8 Zintuigen en levensprocessen (div. GA),
9 Jaarfeesten (werktitel)’
En klik je op [inhoud] achter het boek, dan krijg je een pdf voorgeschoteld met veel meer informatie uit het betreffende boek. Daardoor kan ik ook het ‘Bij deze uitgave’ van Opvoedkunst hier weergeven:
‘De eerste “vrijeschool” werd in opmerkelijk korte tijd uit de grond gestampt. Het initiatief kwam van Emil Molt, directeur van de Waldorf-Astoria-sigarettenfabriek in Stuttgart, die voor de kinderen van zijn werknemers een school wilde opzetten. Molt was gegrepen door de vernieuwende sociale ideeën waarvoor Rudolf Steiner zich na afloop van de Eerste Wereldoorlog inzette, en had Steiner persoonlijk leren kennen. Nu zocht hij hem aan om de leiding van de te stichten school op zich te nemen. Steiner zegde onmiddellijk toe. Dat was op 23 april 1919. Vierenhalve maand later, op 7 september, werd de ‘Freie Waldorfschule’ geopend, met 12 leraren en 256 kinderen.

In de veertien dagen daarvoor had Rudolf Steiner de aanstaande leraren op hun taken voorbereid. Dat gebeurde in een driedelige spoedcursus. Iedere ochtend hield Steiner twee voordrachtenreeksen: in de eerste reeks ontwikkelde hij zijn ‘algemene menskunde’, het spirituele mensbeeld achter de pedagogie; in de tweede reeks vertaalde hij de menskundige inzichten in concrete pedagogische aanbevelingen en didactische richtlijnen. ’s Middags volgden dan werkbesprekingen, waarin de deelnemers aan de hand van eigen bijdragen specifi eke lesopdrachten uitwerkten.

Deze, vanzelfsprekend fragmentarische, “stoomcursus” staat aan de basis van de vrijeschoolpedagogie zoals die nu, bijna een eeuw later, aan meer dan duizend scholen over de hele wereld verder wordt toegepast en verder ontwikkeld.

Ondanks de veranderde tijdsomstandigheden vormen de drie boeken waarin de cursus is vastgelegd nog altijd een veelgezochte inspiratiebron – en dat niet alleen voor vrijeschoolleraren. Het eerste deel, Algemene menskunde als basis voor de pedagogie, heet met recht “algemeen”: hierin staat de mens centraal in al zijn complexiteit, als geestelijk, psychisch en lichamelijk wezen. Ieder die met het antroposofische mensbeeld de diepte in wil, stuit vroeg of laat op deze voordrachten. Het tweede deel, Opvoedkunst, dat u nu in handen hebt, legt de nadruk op het kind – het kind in relatie tot zijn opvoeder en tot de wereld. Echt specialistisch wordt de cursus pas in het derde deel, waarin de werkbesprekingen met de leraren zijn gebundeld en de invulling van de lessen centraal staat. (De precieze boekgegevens zijn te vinden in de bibliografie.)

Van deze trits is Opvoedkunst – in weerwil van de zware ondertitel Methodisch-didactische aanwijzingen – het meest toegankelijk. Je zou het een “omgangsboek” of een “betrekkingenboek” kunnen noemen. Het algemene mensbeeld wordt in de relatiesfeer, in de tijd en in de wereld geplaatst. Hoe ziet, hoe voelt een kind van zeven jaar de wereld? Wat gebeurt er in dat kind als je het op de gangbare manier leert lezen? Welke subtiele veranderingen spelen zich in kinderen rond hun negende of hun twaalfde jaar af? En dan: wanneer ben ik als opvoeder geloofwaardig voor kinderen? Hoe wek ik hun echte interesse voor dingen in de wereld, hoe wek ik respect enzovoort?

Steiner beantwoordt dergelijke vragen niet met voorschriften. Hij geeft gezichtspunten, wenken, voorbeelden van hoe je iets aanpakt. Die voorbeelden hebben uiteraard betrekking op het onderwijs – elementen van grammatica, tips voor een aardrijkskundige kaart van de eigen streek, voor eerste rekenoefeningen, voor een aanschouwelijke behandeling van de stelling van Pythagoras – maar ze zijn vaak verrukkelijk, en ze maken de grote gezichtspunten concreet.

Lezen we Opvoedkunst, dan zijn we erbij waar de vrijeschoolpedagogie geboren wordt.

In zijn nawoord betoogt Christof Wiechert dat de praktijk in onderwijs en opvoeding binnen de vrijescholen het doorslaggevende is. Tegelijk geeft hij aan dat er op dit gebied in de vrijeschoolbeweging vele misverstanden en “mispraktijken” in omloop zijn. Met concrete voorbeelden laat hij zien wat hiertegen te doen valt.
De redactie’
Op 4 oktober maakte ik melding van een ‘Verrassing’, met onder meer een symposium over ‘De filosofie van de vrijheid’ van Rudolf Steiner. Ik plaatste daarvan een impressie door Jac Hielema van ‘De Aardespiegel’. Door Frans Wuijts werd gevraagd naar een verslag. Nu weet ik wel dat De Aardespiegel er een heel nummer aan heeft gewijd, maar dat was voor mij niet toegankelijk. Te meer daar de aangekondigde ‘dossiers’ op de website niet meer inhouden dan wat in de allereerste drie gratis nummers heeft gestaan. Sindsdien is er niets meer bijgekomen, heel jammer. Maar nu ontdekte ik vandaag dit op de website van de Iona Stichting, onder de kop ‘Filosofie van de Vrijheid’:
‘Op 1 oktober 2011 vond het symposium “Filosofie van de Vrijheid” plaats. Tijdens het drukbezochte evenement schenen meerdere sprekers hun licht op het boek van Rudolf Steiner. Van de dag is een verslag gemaakt: Artikel Aardespiegel: verslag Symposium Filosofie van de Vrijheid.’
Maar dat is te bescheiden gezegd, want dat hele bewuste nummer is hierdoor toegankelijk. Ik laat de eerste twee artikelen volgen, want die gaan vooral over het symposium:
‘Filosofie van de Vrijheid in De Rode Hoed
een verslag van Ferdinand Zanda

Zaterdag 1 oktober 2011 was een stralende dag en onderweg in de trein heerste er al een opgetogen stemming. Al was de toestroom natuurlijk niet zo massaal als bij een festival als Lowlands, Pinkpop of Crossing Border, toch waren de bezoekers op de route van Amsterdam Centraal naar de Rode Hoed herkenbaar. De mannen in wat ouderwets aandoende pakken, lange jassen, grijze haren, vaak een hoed op of een ander hoofddeksel en de vrouwen in kleurige jurken, je kon je op de set van Harry Potter wanen, als een dreuzel tussen tovenaars en heksen.

Zowel buiten als binnen klonk er een geroezemoes en waren mensen in verschillende groepjes in gesprek. Er was koffie en thee en ook ik sloot mij na een blik in de zaal, een podium met een spreekstoel, een groot scherm, een kunstwerk van bollen op zuilen en rijen en rijen stoelen – plaats genoeg – aan bij een groepje bekenden, het leek wel een reünie van... ja, van wat eigenlijk? Klokslag tien uur gingen de deuren dicht, we glipten nog net naar binnen om te constateren dat de meeste plekken al bezet waren. Dagvoorzitter Lodewijk Dros, chef van Trouwbijlage Letter & Geest, startte voortvarend en hield dat tempo de hele dag vol zonder op te jagen. Hij heette iedereen welkom, meldde dat er nog mensen buiten stonden die hoopten op afzeggers of anderszins verhinderden. Mede dankzij de kunstzinnige omlijsting van muziek en beeldende kunst was het allerminst een vermoeiende dag.

Marc Slors, Bert Keizer en Klaas van Egmond

Na een muzikale opmaat van Shura Lipovsky, zang en gitaar, en Marjolijn van Roon, fluit, kreeg de eerste spreker het woord: Marc Slors (1966), cognitiefilosoof aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij had al eens kennis gemaakt met Rudolf Steiners Filosofie van de Vrijheid en wist wat voor een kluif werk hij binnen had gehaald. ‘Lees het boek en deel je ervaring in twintig minuten’ was de opdracht aan elk van de sprekers. Weliswaar irriteerde het hem dat de Filosofie van de Vrijheid, een werk uit 1894, verassend actueel zou zijn. Maar de idee van de morele intuïtie was in zijn ogen op zijn minst interessant, zeker als je het afzet tegen de huidige lawine aan boeken waarin de vrije wil wordt ontkend. Steiners verbinding van vrijheid met denken en het verwerven van zelfinzicht zou een vruchtbaar weerwoord kunnen zijn tegen neurowetenschappelijke scepsis tegen de vrije wil, maar berustte, aldus Marc Slors, helaas op een gedateerd begrip van wat denken is. Wat hem betreft moet het boek herschreven worden in een taal van deze tijd op basis van de inzichten van deze tijd.

De tweede spreker, Bert Keizer (1947), verpleeghuisarts, filosoof en schrijver, waarschuwde ons vooraf voor het aanslaan van een heel andere, niet zo’n positieve toon. Hij omschreef de Filosofie van de Vrijheid als een rare fantasie, begripsmatig gegoochel van een slordige denker, een ontkenning van de realiteit, die aldus Bert Keizer grotendeels bestaat uit hopeloze ellende. Geërgerd citeert hij Rudolf Steiner: “Ik ga niet met mijn verstand te rade of mijn daad goed of slecht is; ik breng haar ten uitvoer, omdat ik haar uit liefde doe. Zij wordt ‘goed’, wanneer mijn in liefde gedompelde intuïtie zich op de juiste wijze in de intuïtief te beleven samenhang der wereld invoegt, ‘slecht’, wanneer dit niet het geval is.” (P. Los-Wierixks, uitgeverij Servire) en merkt op dat Steiner geen argumenten geeft maar slechts beweringen doet als onomstotelijke waarheden, daarbij gebruik makend van teveel adjectieven en grote woorden. “Waarom universele kosmos en niet gewoon kosmos?” en “Wat moet ik met constructies als ‘in liefde gedoopte intuïtie’ en ‘zuivere begrippen’?” Hoezo “zuiver”? Nee, Bert Keizer was niet te spreken over de Filosofie van de Vrijheid, hij vond het een ontkenning van de realiteit.

Klaas van Egmond (1946), doet al ruim 35 jaar milieu- en natuuronderzoek in verschillende hoedanigheden, sloot de eerste ronde van drie af met een razendsnelle powerpoint waarbij hij als het ware de vrucht van de Filosofie van de Vrijheid (en Steiners voordrachten over het menselijke en het kosmische denken) gebruikte om heel het wereldgebeuren en al het denken een plaats te geven om tenslotte ook nog oplossingen aan te dragen voor de gehele huidige wereldproblematiek. En dat alles in twintig minuten.

Daarna zong Shura Lipovsky een lied over de liefde dat klonk als een alternatief voor Bert Keizers leegte van het universum en de ziel. En toen was het pauze. Overal spraken mensen in groepjes van twee of drie geanimeerd, waarbij het opviel dat jongeren vooral met jongeren spraken en ouderen met ouderen.

Coen Simon, Mariëtte Willemsen en Ab Klink

Het tweede setje van drie sprekers werd gevormd door Coen Simon (1972) filosoof en publicist, Mariëtte Willemsen (1960), studeerde Nederlands en filosofie en promoveerde op Nietzsche. Ab Klink (1958) studeerde sociologie en promoveerde in de rechtsgeleerdheid op het onderwerp Christendemocratie en Overheid. Achtereenvolgens werden we meegenomen op de vleugels van de fantasie, bevraagd op het zuivere denken en verrast door een politicus die zich de moeite had getroost de Filosofie van de Vrijheid maar liefst drie keer te lezen.

Aan de hand van een waar gebeurde persoonlijke fantasie van hemzelf op vierjarige leeftijd schetste Coen Simon ons duidelijk hoe belangrijk dit creatieve vermogen van de mens is. Terwijl zijn vader de schuur opruimde, bouwde hij een vliegtuig op het tuinpad en dacht er werkelijk het luchtruim mee te kunnen kiezen. Slechts het ontbreken van batterijen en het gesloten zijn van de winkels op zondag weerhielden hem ervan. Coen Simons wees ons erop dat de Filosofie van de Vrijheid weliswaar geschreven is tien jaar voor de uitvinding van het vliegtuig (met andere woorden in een tijd waarin technologie niet meer was dan kinderlijk geklooi), toch merkte Rudolf Steiner scherpzinnig op dat het denken niet iets anders nodig heeft om het te begrijpen. De uitwerking daarvan heeft echter niet bijgedragen aan het verspreiden van die opvatting, want de miskenning van het denken is aan de orde van de dag.

Mariëtte Willemsen vond de eerste zeven hoofdstukken De wetenschap van de vrijheid lastig en vond achteraf dat ze er te lang in was blijven hangen voordat ze doorlas. In het tweede deel De werkelijkheid van de vrijheid vond ze houvast. Omdat ze ooit promoveerde op Nietzsche en Rudolf Steiner ook over hem schreef. Ze zette enkele overeenkomsten tussen het denken van Steiner en Nietzsche op een rij. Die haalde ze uit hoofdstuk twaalf De morele fantasie. Van alle sprekers was Mariëtte Willemsen misschien wel diegene die het meest haar gevecht met het boek liet zien. Ze was er duidelijk nog niet uit toen de twintig minuten om waren. Daarom eindigde ze haar betoog met vragen naar het zuivere denken en het nut ervan voor vrije daden (zie: de vragen van Mariëtte Willemsen).

Ab Klink karakteriseerde zijn ervaring met de Filosofie van de Vrijheid als een heksentoer. “Vorig jaar had ik een morele intuïtie”, sprak hij en deelde met ons in termen van de Filosofie van de Vrijheid zijn overwegingen om uit de vorming van een nieuw kabinet te stappen van VVD en CDA met gedoogsteun van PVV. “Als de motieven verschillend zijn maar de uitkomst van het beleid hetzelfde, moet je dat dan wel willen?” Steiner beschrijft een fantasie die zichzelf beelden maakt en stelt geweten op één lijn met externe autoriteit, waar is dan de bron van de moraliteit? Het verschil met het geweten is de liefde, niet te toetsen aan verstand maar met mijn gevoel. Vrijheid zit bij de mens in de mogelijkheid om geheel eigen keuzen te maken en ondanks onderlinge verschillen kunnen ze met evenveel liefde gemaakt worden, aldus Ab Klink.

De lunchpauze

Ik weet dat een mens rustig de tijd dient te nemen om te eten, maar de lunchpauze die in werkelijkheid een uur duurde, beleefde ik als vijf minuten. Met voor mij onbekenden besprak ik de inhoud aan de hand van het door Mariëtte Willemsen geschetste schema van hoofdstuk negen de idee van de vrijheid. Rudolf Steiner zet daar de “elementen van het individuele leven” op een rijtje: waarnemen, voelen, denken/voorstellen en zuiver denken. Zij vroeg zich af waarom Steiner toch zo’n belang hechtte aan de stap van het nadenken in voorstellingen op basis van praktische ervaring naar het denken in begrippen onafhankelijk van zintuigelijke waarnemingsinhoud, het zogenoemde “zuivere” denken*. Daar laaide bij ons aan tafel het vuur, teweeg gebracht door de ervaring van het weten waarom, hoog op.

Rob Wijnberg en Marjolijn Februari

Na de pauze vertelde Rik ten Cate, beeldhouwer en maker van de bolbeelden “Hoe een gedachte vorm kan krijgen” op het podium dat hij iedere dag een oorspronkelijk idee opschreef in zijn boekje en las er een paar voor. En toen was het de beurt aan alweer de laatste twee sprekers.

Rob Wijnberg (1982) schrijver en columnist in NRC Handelsblad, benaderde de zaak zeer pragmatisch. De nuttige bijdrage van Rudolf Steiner bestaat er in zijn ogen uit dat hij de begrippen van ruimte en tijd, in tegenstelling tot de wetenschappelijke benadering, wel ter discussie stelt. Aan de andere kant vindt hij dat Rudolf Steiner onnodig problematiseert en dat de oproep tot zoveel introspectie meer kapot maakt dan dat het goed doet. Steiner benoemt vrije wil als een subjectieve zaak, dat is nuttig, aldus Wijnberg. De enige weg daarbij is een synthese tussen het objectieve en het subjectieve. De Filosofie van de vrijheid is een pleidooi voor een radicaal individualisme, vindt Rob Wijnberg, waarbij vrij zijn de mogelijkheid tot het denken van je eigen oorspronkelijke gedachten is. Maar volgens hem is dat niet mogelijk, want alleen in de uitwisseling met anderen ontstaan gedachten.

Marjolein Februari (1963) schrijver, columnist en actief als rechtsfilosoof op het gebied van risicobeleid, leidde ons tenslotte via een “steegje” door een “achteringang”, naar “het punt” in de Filosofie van de Vrijheid waarin Rudolf Steiner aandacht geeft aan “de vreugde welke ligt in het streven en handelen op zich”. In een tijd waarin we voortdurend gericht zijn op het achteraf oordeel, geïllustreerd door Captain Hindsight in Southpark, is het verfrissend om gewezen te worden op de mogelijkheid vooraf te denken. Steiner ontslaat ons van de keuze tussen denken en doen. Hoewel veel filosofen zeggen dat er geen verschil is tussen het vooraf en achteraf bespiegelen van de handeling door het denken, doet Steiner dat wel en wijst hij ons daarmee op de ontwikkeling van moraliteit. Ze besloot haar betoog met de woorden: “Vrije wil, moreel handelen, je kan ze eeuwig beschrijven maar willen we weten wat het is dan kunnen we alleen maar losbarsten in onszelf!”

Meteen na deze woorden barstten Eva Smit, altviool, en Mariya Semotyuk, dwarsfluit, uit in een muzikale improvisatie die de woorden van Marjolein Februari illustreerde.

Het gesprek

Na de thee namen alle sprekers, op Rob Wijnberg na, plaats in het panel onder leiding van dagvoorzitter Lodewijk Dros. Eerder op de dag had hij al gevraagd hoeveel mensen Filosofie van de Vrijheid hadden gelezen. Acht van de tien mensen staken de hand op. Dit gaf meteen de verhouding weer. Vaak is het zo dat de specialisten op het podium zitten en het publiek vragen ter verduidelijking stelt. In dit geval was het andersom. Iemand uit het publiek vroeg: “De deur van de kooi staat open, waarom vlieg je er niet doorheen?” Waarop Bert Keizer vroeg om de kooi aan te wijzen. Dat sloot weer aan bij de stelling van Ab Klink, een paar uur eerder, dat Filosofie van de Vrijheid beschrijft dat je jezelf kunt overstijgen maar hoe je dat moet doen, staat er niet in beschreven.

Naar mijn mening deed in dit laatste onderdeel de strenge leiding van Lodewijk Dros af aan de potentie die onder de leden van het publiek aanwezig was. Gelukkig werd dit gaandeweg aan de orde gesteld, maar toch zat er meer in. De kiem is gelegd, zullen we maar zeggen.

Tot slot: deze dag was als een concert waar mijn favoriete nummers werden uitgevoerd door min of meer onbekende artiesten. Een fris geluid, bekende inhoud met niet altijd de gewenste diepgang, zeker vernieuwend, vermakelijk en zeer de moeite waard.


Wat beweegt Désanne van Brederode?
een interview door Jac Hielema

Désanne van Brederode (1970), schrijfster, is de initiatiefnemer van het symposium over Rudolf Steiners Filosofie van de Vrijheid.

Hoe ontstond het idee?

“Ik zit in de organisatie van ‘het open ontmoetings- en studiecentrum voor antroposofie in Amsterdam’, een clubje mensen dat lezingenreeksen organiseert in het Ita Wegmanhuis. Twee jaar geleden was de reeks ‘de ontwikkelingsfasen van de mens’, het afgelopen seizoen ‘karma en reïncarnatie’ en dit jaar ‘de filosofie van de vrijheid’. Tijdens het overleg over dit thema zochten we naar een manier om nieuwe doelgroepen aan te spreken, omdat de doelstelling om een open ontmoetings- en studiecentrum te zijn eigenlijk nooit werd gehaald. En toen vroeg ik me af wat er zou gebeuren – ik ben zelf al heel lang bezig met Filosofie van de Vrijheid, er zit een soort zuigkracht in waardoor ik het iedere keer weer oppak en er doorheen wil ploegen om geraakt te worden door de gedachten die erin staan – als we mensen die niet bekend zijn met antroposofie en Rudolf Steiner zouden vragen om het boek te lezen en hun leeservaringen met ons te delen in een reeks? Toen ik dit idee besprak met de Iona Stichting, stelde directeur Ignaz Anderson voor om het niet als een reeks, maar als een symposium te doen. Tegelijkertijd bood hij het open ontmoetings- en studiecentrum aan te helpen het te organiseren.”

Hoe kwam je tot deze sprekers?

“Het begon allemaal toen ik bij een boekpresentatie was van Rob Wijnberg. Hij zei dingen die me uit het hart gegrepen waren en die volgens mij ook voor veel andere mensen herkenbaar zijn. Hij vertelde dat hij als filosoof aan de ene kant graag vrij wilde blijven, zich niet aan één zaak wilde verbinden om van daaruit alle andere dingen te beoordelen, hij wilde zich tussen al die verschillende denkwijzen heen en weer kunnen blijven bewegen, kortom: zich niet vastleggen aan één bepaald gedachtegoed; maar aan de andere kant had hij het romantische verlangen om zich met zijn hart wel met bepaalde idealen te verbinden. Volgens mij is dat in de kern iets wat een heleboel mensen van zijn generatie hebben en hoewel ik alweer een stukje ouder ben, heb ik dat eigenlijk ook. En toen dacht ik: hoe zou het zijn als Rob Wijnberg de Filosofie van de Vrijheid leest waarin mijns inziens diezelfde vragen worden gesteld, maar waarin ook een antwoord is te vinden hoe je die twee dingen, het vrije hoofd en het romantische hart, tot hun recht kunt laten komen.

Nadat ik eenmaal Rob Wijnberg op het lijstje van mogelijke sprekers had gezet, volgden er snel meer. Het zijn allemaal mensen die ik in die zin persoonlijk ken, dat ik ze voor dit symposium durfde te vragen en ook uit kon leggen waarom. Marc Slors was de enige die ik niet kende. Maar met hem had ik een interessant interview gelezen in het filosofiemagazine. Ab Klink heb ik bij Buitenhof leren kennen. Zodoende wist ik dat hij filosofie als hobby heeft, maar dan wel op een hele serieuze manier. Weinig mensen weten dat. Ik hoopte dat hij vanuit zijn filosofische interesse iets zou willen zeggen over zijn politieke overwegingen. Daarom vond ik het heel leuk dat hij op het symposium refereerde aan dat moment dat hij uit de onderhandelingen over de vorming van het nieuwe kabinet stapte. Dat was een moment waarop je eigenlijk kon zien hoe dat wat Rudolf Steiner beschrijft in Filosofie van de Vrijheid in iemand ook echt werkt.”

Wie waren jouw favorieten achteraf?

“Dat is lastig te zeggen. Ik vond alle verhalen sterk. En neem nou Bert Keizer. Van hem weet ik dat hij de Filosofie van de Vrijheid eigenlijk niet wil begrijpen. Hij zet van te voren al de hakken in het zand. Eerlijk gezegd heb ik het idee dat hij het boek gewoon maar heeft doorgebladerd en niet echt het gevecht is aangegaan. Overigens vond ik het wel dapper dat hij de vooroordelen eerlijk op tafel legde, want dat heb ik bij dit soort bijeenkomsten ook wel eens anders gezien. Mensen roepen zomaar wat zonder rekenschap af te willen leggen. Dit in tegenstelling tot Bert Keizer, die een verhaal hield dat bovendien ontzettend mooi van taal was, wat ik dan weer wel kan waarderen. En natuurlijk was Marjolijn Februari wat mij betreft de grote klapper. Haar slotzin daar werd ik echt blij van. Maar om nou te zeggen wie mijn favoriet is? Dat vind ik moeilijk. Zelf heb ik maar één kind, maar je hoort wel eens van mensen die een heleboel kinderen hebben, dat ze van alle kinderen evenveel houden. Dat had ik op deze dag eigenlijk ook.

Weliswaar waren het ongelijksoortige bijdragen. De een doet het met veel leuke plaatjes en dan vraag je je af wat er van het verhaal overblijft op papier, de ander leest zijn van te voren opgeschreven verhaal helemaal voor, een derde ging wat mij betreft te weinig in op het boek zelf zoals Coen Simon. Hij gebruikte Filosofie van de Vrijheid naar mijn idee alleen maar om zijn eigen ideeën naar voren te schuiven. En zo valt er heel wat af te dingen op de verschillende bijdragen. Maar ik vond het tegelijkertijd allemaal wel heel erg leuk. En het raakte me ook dat iedereen zo z’n best heeft gedaan. Het klinkt misschien raar, maar ik was ook ontroerd omdat iedereen de moeite heeft genomen om er de hele dag te zijn. Achteraf gezien vond ik dat misschien nog wel een groter cadeau dan alleen de bijdragen zelf. Vaak doen sprekers op symposia alleen maar even hun eigen ding. Misschien luisteren ze nog even naar wat hun voorganger of opvolger heeft te zeggen. En dan gaan ze weer. Maar deze sprekers bleven de hele dag en dat kwam het debat ten goede. Ze leverden niet alleen hun intellectuele bijdragen – dit zijn mijn gedachten over het boek – maar er heerste ook een stemming van wat is het toch leuk om met elkaar over iets na te denken.”

Wat had je achteraf nog anders willen doen?

“Als ik alle middelen van de wereld ter beschikking zou hebben om zoiets te kunnen organiseren? Om te beginnen ben ik heel blij met de steun, zowel financieel als organisatorisch van de Iona Stichting. Ik heb er echt wakker gelegen of het financieel wel allemaal rond zou komen. Als ze lief belden dat er al zestig aanmeldingen waren, dacht ik alleen maar aan de gemaakte kosten. Ik voelde me verantwoordelijk. Zestig aanmeldingen betekende een verlies van...

Maar als ik alle middelen van de wereld ter beschikking had dan had ik het leuk gevonden als we er twee dagen van hadden kunnen maken met workshops of zo waarin de sprekers met het publiek in kleine clubjes uiteenging om met dat boek aan de slag gaan. Want nu stelde ik me zo voor dat het publiek misschien hier en daar het gevoel zou kunnen hebben dat ze alleen maar passief mogen luisteren en niets terugzeggen.”

Heb je alweer nieuwe ideeën voor symposia?

“Ik heb niet persé het gevoel dat dit een eenmalige gebeurtenis is, maar ik wil het wel eerst laten bezinken. Wat ik probeer – en dat bedoel ik niet aanmatigend – is Rudolf Steiner naar twee kanten toe een beetje te bevrijden van de ziekelijke klakkeloze dweepzucht aan de ene kant en de vooroordelen aan de andere kant. Want ik gun het hem zo dat de antroposofie weer fris is. De hele tijd schipper ik – en dat vind ik ook leuk hoor – tussen de extremen aan beide kanten. Iedere keer weer kom ik ze gewoon onder ogen en probeer ik met een beetje humor de harde kantjes er vanaf te halen. Daar hoort wat mij betreft zo’n symposium bij.

Dan is het wel even een hard gelag als ik de zaterdag erna de column van Bert Keizer in Trouw lees met die kop erboven: “Rudolf Steiner ontkent het bestaan van hopeloze ellende”. Ik denk dan aan al die mensen die voor een hongerloontje in de antroposofische zorg werken en zich echt niet altijd aan de werktijden houden, maar ook in de avonden en in de weekenden doorgaan omdat ze juist zo hun hart hebben liggen bij die zorg voor bejaarden of geestelijk gehandicapten. Voor hen is zo’n column van Bert Keizer zo pijnlijk. En de mensen die toch al een vooroordeel hebben tegen de antroposofie worden bevestigd in hun vooroordelen. Zij denken dat de antroposofen alles afschuiven op het karma en schouderophalend voorbij gaan aan de ellende van andere mensen. Dus als ik deze gebeurtenis heb laten bezinken, dan denk ik dat er wel weer iets nieuws naar boven komt. Iets wat mensen met elkaar in gesprek kan brengen over vragen die nu in hen leven, de dingen waar ze tegenaan lopen, de irritaties die ze hebben. Iets wat enerzijds heel intiem en heel persoonlijk is en anderzijds groots. Want de meest individuele vraagstukken zijn tegelijkertijd de meest universele.”’

18 opmerkingen:

matthijs zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
matthijs zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
matthijs zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Herbert zei

Goed om hier over het Filosofie v/d Vrijheid symposium in de Rode Hoed te lezen. Dan naar een minder intellectueel, maar niet minder interessant thema: honderd jaar gelden werd de euritmie geboren uit een inspirerend gesprek tussen de moeder van Clara Smit en Steiner. Ter ere daarvan was het Euritmiefeest op 11 december in Diligentia Den Haag. Is er iemand bij het Euritmiefeest geweest? Hoor graag als daar iets over te vermelden is.

Steven ten Brinke zei

Michel! In zijn column in de VERBREDING nr.10 zegt Hans Reinders dat je het niet over antroposofische zorg moet hebben maar over GOEDE zorg. Ik vind dit te simplistisch. Wat vind jij?

matthijs zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
matthijs zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
matthijs zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
matthijs zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
matthijs zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
matthijs zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Anoniem zei

Matthijs:'Zo kwam bij mij de gedachte op Michel plaatst op zijn blog een artikel titel Groen.
Daarop reageert hij Anoniem en blogt over de betekenis van Geel en Groen en slingert de verdere conversatie aan.'

Malversatie? :-)

matthijs zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
matthijs zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Anoniem zei

Matthijs: 'By the way 'als je ballen hebt', laat jezelf zien en horen!'

Wie zegt dat? Een of andere onbekende die zich Matthijs noemt. ;-)

matthijs zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
matthijs zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Anoniem zei

Bedankt voor de kerstboodschap.

Harrie Jekkers kende ik niet, maar is een aanwinst om naar te luisteren.

De sleutel tot de ander http://www.youtube.com/watch?v=j4iR8le0n64

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)