Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

donderdag 19 juni 2008

Vervolgens

Ja, die hoge bomen en dat bos dus. Vind je weg maar eens in wetenschappelijk onderzoeksland; ik schreef er gisteren al over. Maar ik geef niet op, ik ga verder met mijn zoektocht. Ik citeerde gisteren de constatering van het lectoraat antroposofische gezondheidszorg op de website van Hogeschool Leiden, dat het bij de antroposofische gezondheidszorg ‘in de meeste gevallen niet mogelijk is om wetenschappelijke bewijzen van de effecten van hun therapieën te overleggen’.

Maar waarom dan niet, is de vraag die mij is blijven hangen. Ik kan echter op deze website maar geen duidelijke uitleg vinden wat hier de oorzaak van is. Wat is het probleem? Kan iemand mij daar op een begrijpelijke manier een verklaring voor geven? Ik hoopte aanvankelijk op een antwoord, als het niet op deze website zelf is, op de pagina met links: als je het niet zelf in huis hebt, kun je immers altijd nog doorverwijzen. Daar gaat het echter direct mis:

‘In 2005 verscheen, voor het eerst in de geschiedenis, een overzicht van de wetenschappelijke publicaties in de antroposofische gezondheidszorg die voorhanden zijn. Dit overzicht is in de vorm van een HTA-bericht (Health Technology Assessment).’
Klik je op deze link, verschijnt er een lege pagina, met de eenregelige boodschap: ‘The requested URL /IVAA_new/hta-report.htm was not found on this server.’

Twee andere links worden voorafgegaan door dit: ‘Vanaf 2005 wordt door de internationale “research council” van de medische sectie van de internationale antroposofische vereniging jaarlijks bijgehouden welke publicaties zijn verschenen’.
Volgen twee pdf-documenten met ‘Current scientific literature on Anthroposophic Medicine (published 2005)’, alsmede ‘(2006 and 2007)’, de eerste met 114 publicaties, de tweede met 199. Respectabele aantallen, dat wel, alleen heb ik daar niet zoveel aan. Het zijn gewoon opsommingen, waarmee op mijn vraag niet wordt ingegaan. Bovendien: ‘The list is not complete’.

Dan is er ook nog een ‘Outcome of anthroposophic medication therapy in chronic disease: A 12-month prospective cohort study’. Dat is typisch zo’n artikel dat in wetenschappelijke tijdschriften wordt gepubliceerd, zeker twaalf pagina’s lang vrijwel onbegrijpelijk wetenschapsjargon. Voordat ik dat doorgeworsteld en werkelijk begrepen heb...
De laatste link verwijst naar het antroposofisch-medische tijdschrift ‘Der Merkurstab’ op internet. Zeker interessant, maar in het Duits (en een klein beetje in het Engels), waarbij maar een aantal artikelen werkelijk zijn in te zien. Ik concentreer me toch liever gewoon op het Nederlands. Ook dit valt dus af.

Er is op deze website van het lectoraat nog een paginaatje met ‘Publicaties’. Daar staan maar twee publicaties op, van Erik Baars zelf. Wellicht is het de bedoeling dat hier alleen de publicaties van de lector worden genoemd. Het gekke is echter dat deze publicaties nog ongepubliceerd zijn: achter de eerste staat tussen haakjes ‘ingediend’ en achter de tweede ‘verschijnt in 2008’. Dat schiet dus niet op.

Dit gaat een hoop ruimte kosten, deze zoektocht. Gauw door naar het Louis Bolk Instituut in Driebergen, dat is immers een onderzoeksinstituut dat ook onderzoek doet naar antroposofische gezondheidszorg. Gisteren had ik op de Iocob-website al geconstateerd dat de zes genoemde referenties voor het onderzoek naar een antroposofisch hooikoortsmiddel als (co)auteur Erik Baars hadden. Het zesde en laatste blijkt trouwens ook ‘(in prep)’, ongepubliceerd. De eerste vier zijn stuk voor stuk verschenen bij het Louis Bolk Instituut; dat zegt ook wat, dat is een interessant gegeven.

Maar ik was op zoek naar een tekst die mij inzicht kan verschaffen in de problemen die optreden bij antroposofisch-wetenschappelijk onderzoek in de gezondheidszorg. Waar kan ik dat op deze website van het Louis Bolk Instituut vinden? Hoe moet ik daar naar zoeken? Ik heb overal gekeken en gezocht, maar ik zie het niet, er is te veel, zonder dat er een hiërarchie in is aangebracht, een onderscheid tussen belangrijk en minder belangrijk, tussen algemeen en specialistisch. Er is geen leidraad, ik krijg alles over me heen uitgestort.

Het meest in de buurt komt dit: ‘Met ons concept “Gezondheid door zelfregulatie” hebben we een heldere, vernieuwende theorie ontwikkeld over wat gezondheid eigenlijk is. Gezondheid is meer dan de afwezigheid van ziektes....’ Dit concept staat zelfs twee verschillende keren op de website vermeld: de ene keer bij ‘gezondheidsbevordering’, de andere bij ‘conceptontwikkeling’. Maar voor beide geldt: ‘In 2006 wordt een eerste publicatie voor een peer reviewed tijdschrift over dit gezondheidsconcept voorbereid.’ Dus erg recent is dit niet, terwijl ook onduidelijk blijft of dit inderdaad intussen verschenen is.

Klik ik vervolgens op Erik W. Baars arts-epidemioloog, dan komt er een lijst met maar liefst tachtig publicaties van deze ‘Senior Onderzoeker Gezondheidszorg’ tevoorschijn (78 om precies te zijn, één wordt dubbel vermeld en één is alleen van zijn broer Ton Baars). Maar hier hetzelfde probleem; ze zijn bijna geen van alle oproepbaar en bij wat er is vind ik niets geschikts. Ja, toch wel: er is een algemene bij, waar ik wel aan kan komen: ‘Gezondheid door zelfregulatie’ in een ‘Nieuwsbrief Rudolf Steiner Vertalingen’.

Snel door naar de website waar deze nieuwsbrief uit 2003 (alweer vijf jaar geleden) op staat. Juist ja, hier heb ik wat aan. Het begint een beetje gek:

‘Bij het verschijnen van “Gezondheid, ziekte, genezing” [dat is een Steiner-titel uit dat jaar] ontdekten wij een arts die op het grensvlak tussen reguliere en antroposofische geneeskunde een proefschrift voorbereidt. Het blijkt dat de medische wetenschap de laatste tijd begrippen ontwikkelt die openingen naar de antroposofische geneeskunde kunnen bieden. Wij geven graag het woord aan Erik Baars, arts-onderzoeker en directeur van de afdeling Gezondheidszorg & Voeding van het Louis Bolk Instituut.’

Wij ontdekten een arts? Kenden ze hem dan helemaal niet? Kan ik me nauwelijks voorstellen. Maar dan steekt hij toch meteen van wal:

‘Een patiënt in een ziekenhuis voelt zich meestal niet erg autonoom. Toch is autonomie belangrijk voor de gezondheid. De hoogleraren en psychiaters Stierlin en Grossarth-Maticek van de Universiteit van Heidelberg deden gedurende 23 jaar onderzoek naar gezondheid en zelfregulatie. Ze keken bij 30.000 (!) mensen onder andere naar de gevolgen van autonomie-ontwikkeling voor de overlevingsduur bij kanker. Zij toonden aan dat patiënten met een goede psychologische “zelfregulatie”, [dus] meer autonome mensen, gemiddeld aanzienlijk langer leven dan degenen met een slechte zelfregulatie. Volgens hen gaat het bij een goede zelfregulatie om flexibel en creatief omgaan met de specifieke situatie waarin iemand zich bevindt. Bovendien gaat het bij een goede zelfregulatie om “zelf-organisatie”, dat wil zeggen een zichzelf regulerend principe. Steeds meer onderzoek maakt duidelijk dat psychologische zelfregulatie of autonomie de kern is van psychische gezondheid. Dat werkt door naar de lichamelijke gezondheid.
Het principe van zelfregulatie speelt ook direct een rol in de lichamelijke gezondheid.’

Er volgen enkele voorbeelden van zelforganisatie, die mij echter een zijspoor lijken, omdat het niet zozeer om lichamelijke zelfregulatie gaat, maar om ‘waarnemingen, beslissingen en handelingen’, die ‘aanwezig zijn bij op een bepaald terrein ervaren mensen’. De logica ontgaat mij. Dan zijn we opeens van het gebied van de patiënt af, en op het terrein van de genezer of zorgverlener terechtgekomen. Echter, hierna wordt het weer interessant. Ik waarschuw wel even van tevoren dat dit een lang citaat zal worden:

‘De reflectie op bovengenoemde onderzoeksresultaten helpt ons om tot een beter begrip te komen van de algemene en toch ook specifieke kracht van zelfregulatie. Het is blijkbaar een beweeglijk “systeem”, dat enerzijds een algemeen autonoom samenhangend patroon van waarnemingen, beslissingen en handelingen ontwikkelt, maar anderzijds in staat is om specifieke vormen aan te nemen, afhankelijk van wat er wordt waargenomen. Een algemene ‘Fliessgestalt’ (letterlijk: vloeiende, beweeglijke gestalte) dus, van waaruit recht gedaan kan worden aan de verschillende aspecten van een specifieke situatie. Dit patroon heeft zijn oorsprong in (ervarings)kennis en bestaat uit weten wat in combinatie met weten hoe. De activiteit van dit beweeglijke “systeem” is erop gericht om het geheel te behouden of te herstellen.

In de antroposofie en meer specifiek de daarop gebaseerde antroposofische geneeskunde wordt uitgegaan van de aanwezigheid van dit soort “Fliessgestalten”. Ze kunnen beschouwd worden als de al door Aristoteles en Plato beschreven universele oerbeelden, die op de verschillende niveaus dankzij of ondanks de mens scheppend in de wereld werkzaam kunnen zijn.

In de psychologie en psychiatrie is het tegenwoordig al heel gewoon om de zelfregulatie op het psychologische niveau te bevorderen. In de antroposofische geneeskunde wordt daarnaast echter ook nog de lichamelijke zelfregulatie bevorderd. Behalve de medische interventies van de universitaire geneeskunde, die in veel gevallen gericht zijn op het “verwijderen van storende elementen” (antibiotica, antimycotica, chirurgische verwijdering van tumoren), worden in de antroposofische geneeskundige praktijk therapeutische interventies ingezet die de lichamelijke zelfregulatie van de patiënt bevorderen. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld antroposofische geneesmiddelen, euritmietherapie, ritmische massage of kunstzinnige therapie.

Diagnostiek en therapiekeuze die voortkomen uit bovengenoemd gezondheidsconcept zijn gebaseerd op het kennen van deze oerbeelden. Dit is slechts mogelijk door zogenaamde “(Fliess)Gestalt-Erkenntnis” of het leren kennen van “het geheel” dat richting geeft aan de delen. Deze vorm van kennisverwerving is gebaseerd op het geschoolde individuele oordeelsvermogen. De keuze voor een therapie kan in principe direct logisch afgeleid worden van deze “Gestalt-Erkenntnis” en is niet afhankelijk van protocollen en/ of statistiek. Tevens maakt deze kennisvorm het mogelijk om recht te doen aan de unieke context van de individuele patiënt.

Het werk van Rudolf Steiner, daarin soms bijgestaan door de arts Ita Wegman, is voor artsen, therapeuten en patiënten van groot belang om ingangen te vinden om de gezondheid zelf te kunnen bevorderen. In het huidige tijdperk waarin veel afhankelijk is van het initiatief van het individu is deze kennis een belangrijke aanvulling op het huidige medische denken.’

Einde van dit lange citaat. De auteur moet zijn toevlucht nemen tot een aantal onvertaalde Duitstalige begrippen om uit te leggen wat hij bedoelt. Wel wordt hierdoor een beetje duidelijker waarom antroposofisch-wetenschappelijk onderzoek zo lastig is. Het gaat niet om pilletjes of andere toegediende stoffen die een van tevoren vaststaand effect bewerkstelligen bij de lichamelijke gesteldheid van de patiënt, onafhankelijk van diens toestand. Dat kun je met uiterlijke middelen meten. Het zit veel ingewikkelder in elkaar. Maar zou het nu niet mogelijk zijn, we zijn immers intussen vijf jaar verder, om dit in begrijpelijker Nederlands (en liefst ook korter) op te schrijven? Daar zou ik behoefte aan hebben.

Wat nog intrigeert is de opening van het artikel: Erik Baars blijkt een proefschrift voor te bereiden op het grensvlak tussen reguliere en antroposofische geneeskunde. Waar is dat dan, want die ben ik niet tegengekomen in zijn lange lijst met publicaties. Drs. E.W. Baars staat er op het boekje met zijn lectorale rede; dat zou betekenen dat er nog geen doctortitel aan hem is verleend. Na vijf jaar kan en mag dat inmiddels wel tot de mogelijkheden gaan behoren.

woensdag 18 juni 2008

Het vervolg

Ruim een week geleden heb ik in ‘Wordt vervolgd’ toegezegd om het thema wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van de antroposofische gezondheidszorg opnieuw op te pakken. Dat wil zeggen, naar de werkzaamheid van het middel tegen hooikoorts van Weleda, Gencydo, omdat dit door Erik Baars in zijn lectorale rede als lector antroposofische gezondheidszorg aan de Hogeschool Leiden speciaal naar voren werd gehaald en uitvoerig gepresenteerd. Maar in het boekje dat hiervan is uitgebracht staat hierover slechts:

‘Naast het inzetten van enkele algemene interventies voor algemene aandoeningen (bijvoorbeeld Gencydo® voor hooikoorts) wordt de AG vooral gekenmerkt door een situationeel, op het individu georiënteerd handelen. [AG is een afkorting voor antroposofische gezondheidszorg.] Hiermee wordt bedoeld dat de werker in de gezondheidszorg op basis van algemene kennis van zijn of haar vakgebied, de specifieke kennis van antroposofische werkingsmechanismen en therapieën, en de context van de actuele behandelsituatie een interventie op maat maakt (Baars, 2006).’ Dit laatste verwijst naar de literatuur achterin het boekje. Het probleem is alleen dat van Erik Baars twee publicaties uit 2006 worden opgevoerd. Dus welke wordt hier bedoeld? Maar dit terzijde.

Nu heeft het niet voor niets meer dan een week geduurd voor ik op dit thema van het wetenschappelijke onderzoek terugkom. Het is bijzonder lastig om je weg te vinden in onderzoeksland. Dat heeft verschillende redenen. Het lijkt eenvoudig en duidelijk, met een concrete vraag: hoe effectief is het hooikoortsmiddel Gencydo? Maar als je op zoek gaat, stuit je op allerhande literatuur, sommige beschikbaar, andere niet; sommige volgens deze wetenschappelijke methode, andere volgens die wetenschappelijke methode, namelijk een die niet algemeen aanvaard is; sommige relevant, andere veel minder relevant; sommige begrijpelijk voor de leek of patiënt, andere alleen te volgen voor de wetenschappelijk ingevoerde specialist. Zie door de bomen het bos nog maar eens.

Het is een hele wereld op zichzelf, die van het onderzoek. Daarom geldt hier de stelregel: houd je vraag concreet en klein, alleen dan blijft het overzichtelijk en kun je hopen op antwoord. Terwijl ik toch graag zou willen weten hoe het eigenlijk gesteld is met wetenschappelijk onderzoek naar de werkzaamheid van de antroposofische gezondheidszorg. En dat niet alleen, ik zou ook graag zelf de bronpublicatie(s) willen kunnen lezen en begrijpen, zodat ik weet hoe de vork in de steel zit.

De website van het lectoraat antroposofische gezondheidszorg heeft hierbij gelukkig een handreiking in de aanbieding. Maar het moet wel vaststellen dat er een gebrek aan effectonderzoek is:

‘De opkomst van Evidence Based Medicine (EBM) binnen de gezondheidszorg heeft ertoe geleid dat veel beroepsgroepen nationaal en internationaal zijn overgegaan tot het vaststellen van protocollen en richtlijnen voor diagnostiek en behandeling, veelal gebaseerd op resultaten van effectonderzoek. In de antroposofische zorgpraktijk is er nauwelijks sprake van een ontwikkeling van protocollen of richtlijnen. Tevens is er een gebrek aan effectonderzoeken naar antroposofische behandelingen. Dit maakt dat het voor de individuele antroposofische beroepsbeoefenaar en de antroposofische beroepsgroepen in de meeste gevallen niet mogelijk is om wetenschappelijke bewijzen van de effecten van hun therapieën te overleggen aan bijvoorbeeld werkgevers, collega-artsen en -therapeuten, zorgverzekeraars en overheden.’

Dat is geen best begin, een gelijkwaardig uitgangspunt ontbreekt. Maar onder het kopje ‘Onderzoeksprojecten’ wordt een oplossing geboden: ‘Het lectoraat begeleidt en coördineert een aantal lopende onderzoeken.’ Zoals inzake de ‘Integratie van reguliere en antroposofische hooikoortsbehandeling in de eerstelijns gezondheidszorg’:

‘In het hooikoortsproject nemen de lectoraten Antroposofische Gezondheidszorg en Mensen met een chronische ziekte gezamenlijk het initiatief om te onderzoeken of er een verantwoorde integratie van de reguliere en antroposofische kennis in de hooikoortsbehandeling ontwikkeld kan worden.’

Wat houdt dit concreet in? Is dit werkelijk onderzoek naar de werkzaamheid van Gencydo? Het klinkt niet zo. Een volgende webpagina gaat nader op dit onderzoek in en betitelt het als een ‘voorbeeldonderzoek’. Onder het kopje ‘Antroposofische behandeling’ valt te lezen:

‘In de antroposofische huisartsenpraktijk wordt al meer dan tachtig jaar het geneesmiddel Citrus/Cydonia comp. als subcutane injectie of neusspray voorgeschreven. De antroposofische behandeling richt zich op het bevorderen, herstellen en/of verbeteren van de balans in het immuunsysteem. Naar aanleiding van recent effectonderzoek zijn de eerste positieve effecten van Citrus/Cydonia comp. inmiddels gepubliceerd.’

Wat is dit dan weer? Is Citrus/Cydonia comp. hetzelfde als Gencydo of niet? En welk recent effectonderzoek is dat? Ik ben nog niet veel wijzer geworden. Mooi, zo’n ‘hooikoortsproject’, maar waarom wordt men nou toch niet concreet?

Gelukkig is er ook nog de Iocob, de ‘Stichting voor Innovatief Onderzoek en onderwijs van Complementaire Behandelvormen’. Die zijn we in dit weblog al een paar keer eerder tegengekomen, in de persoon van Jan Keppel Hesselink. Op deze website is ook een afdeling antroposofie aanwezig en daar bevindt zich een bijdrage met de titel ‘Gencydo bij hooikoorts’. Dit artikel heeft de vorm van een review, een wetenschappelijke bespreking, helaas niet ondertekend en niet gedateerd. Maar ik mag aannemen dat het de voorzitter Keppel Hesselink is die de pen heeft gehanteerd, zoals hij bijna alles op deze website heeft geschreven.

Er zijn mensen, vooral bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij, die zijn wetenschappelijke opleiding bijzonder laag inschatten, zelfs onbetrouwbaar vinden. (By the way, nog altijd geen enkele reactie op de website van deze vereniging over de laatste uitzending van ‘Uitgedokterd?!’ twee weken geleden. Zijn ze nog steeds hun wonden aan het likken, of beraden ze zich op effectievere aanvalstactieken en -strategieën?) Het moet gezegd, Keppel Hesselink schrijft nogal slordig (waarschijnlijk te snel); om de haverklap kom ik bijvoorbeeld gewoon schrijffouten tegen. Maar goed, daar gaat het hier niet om.

En ja, hier worden de namen Citrus/Cydonia comp. en Gencydo zomaar door elkaar heen gebruikt, zonder enige verklaring. Niettemin denk ik hieruit wel de conclusie te mogen trekken dat dit dan hetzelfde middel moet zijn. In ‘Pilot studie resultaten’ en de daarop volgende ‘Beoordeling’ wordt het onderzoek kort genoemd, en tevens wordt er een waardering aan gegeven. Het houdt niet over: een effectonderzoek onder dertien patiënten met hooikoorts is in 2005 gepubliceerd en geeft een positief beeld. Dan is er nog sprake van een enquête onder huisartsen, een klein vervolgonderzoek en een kleine positieve studie onder patiënten. Het eindoordeel van iemand die bijzonder welwillend tegenover complementaire gezondheidszorg staat, luidt:

‘Op basis van 2 nog niet gepubliceerde studies, die in Nederland uitgevoerd zijn, lijkt het erop dat de klinische ervaring die de huisartsen door de jaren heen opgebouwd hebben met Gencydo door die studies bevestigd is. Werking en mechanisme eisen wel nog verder onderzoek (...). Gencydo therapie lijkt zinvol, maar laat het dan door een antroposofische arts met ervaring toedienen.’

Hierna volgen de referenties, dus de literatuur waar dit allemaal in staat. Ik tel zes literatuuropgaven, met Erik Baars in alle gevallen als auteur of mede-auteur. Hoe objectief is dit dan allemaal, vraag ik me vervolgens onwillekeurig af, of dat nu terecht of onterecht is. – Hoe dan ook, u mag verwachten dat dit thema op een later moment weer verder vervolgd zal worden.

dinsdag 17 juni 2008

Veroudering

Ik ben van plan een regelmatig terugkerende rubriek te starten, waarin ik verouderde gegevens, links en webpagina’s meld. Die zijn echt een plaag op internet. Ik kan wel elke dag een hoekje inruimen met wat ik tegengekomen ben. Je vergeet het anders weer zo snel. Ik kan ook per dag een bepaalde website uitkiezen en hierop screenen. Voor die rubriek moet ik eerst nog een goede naam bedenken. (Misschien ‘out-of-date’?)

‘Kijk je naar de kwaliteit van het gebodene, dan zie je dat de antroposofische sites niet ontsnappen aan de algemeen heersende kwalen op het internet, te weten: verouderde informatie, verbroken koppelingen en ondeskundige of onaantrekkelijke vormgeving. Vaak wordt er bij de start een éénmalige inspanning geleverd, waarna de aandacht verdwijnt, doordat er geen geld voor is of doordat er niemand met de vereiste deskundigheid in de organisatie aanwezig is. Als op een pagina met berichten de nieuwste melding van een half jaar geleden is, dan zul je daar niet gauw meer terugkomen.’

Deze observaties zijn zeven jaar oud en komen uit de mond van Herman Boswijk, destijds nog bibliothecaris van de landelijke bibliotheek in Den Haag van de Antroposofische Vereniging. Ze staan in een artikel van hem uit Motief 44 van september 2001 met als titel ‘@ntroposofie en internet’.

Ik zocht met de zoekfunctie op de website van de Antroposofische Vereniging dit artikel en toetste hiervoor ‘boswijk’ in. Maar ik kreeg slechts één treffer, en niet deze. (Mijn nieuwe rubriek krijgt zo een vliegende start.) Dat dit artikel daar ergens moest staan wist ik, dus ben ik pagina voor pagina gaan zoeken. Zoals u hebt gemerkt, heb ik het gevonden. Maar wat heb je aan zo’n zoekfunctie als die niet functioneert? Die kan dus wel op de vuilnisbelt.

Het volgende proefkonijn wordt Hogeschool Leiden, en dan uit het oogpunt van dit weblog vooral de afdeling kunstzinnige therapie en het lectoraat antroposofische gezondheidszorg. Daar kwam ik meteen al drie heel verouderde links tegen, notabene op de linkspagina zelf (kijkt er dan niemand naar?):

‘Antroposofische Vereniging: Op deze website vind je informatie over de Antroposofische Vereniging, de Antroposofie, de geschiedenis en de verbreiding van de antroposofische beweging. Tevens worden de werkgebieden, zoals maatschappelijke en culturele terreinen, de gezondheidszorg, het onderwijs, de landbouw en de kunsten besproken.

Federatie Antroposofische Gezondheidszorg: De Federatie Antroposofische Gezondheidszorg stelt zich ten doel: het ontwikkelen en bevorderen van de antroposofische gezondheidszorg in de meest ruime zin.

Patiënten Platform Antroposofische Gezondheidszorg: Alle antroposofische patiëntenverenigingen in Nederland zijn aangesloten bij het Patiënten Platform Antroposofische Gezondheidszorg.’

De twee laatste organisaties bestaan al zeker anderhalf jaar niet meer, net als hun websites. De eerste heeft al jaren een ander adres. Deze links zijn dan ook dood. Als je die nog steeds hebt staan, ben je echt niet meer van deze tijd.

maandag 16 juni 2008

Melding

Dat het kan lonen om ook eens rustig een rondgang langs oudere webpagina’s te maken, bewees mijn bezoek aan het nieuwsarchief van de Antroposofische Vereniging. In de berichten over het vrijeschoolonderwijs die ik heb geschreven op 3 en 4 mei (‘Gezond verstand’, ‘Zes zeer zwakke broeders’ en vooral ‘In je hemd staan’) had ik het over een kritisch artikel in NRC Handelsblad over de vrijescholen begin september 2007. Dat gaf in Nederland aanleiding tot veel ophef, ook bij de vrijescholen, en veroorzaakte daar ingrijpende veranderingen. Het artikel zelf werd op de website van de Vereniging van vrijescholen slechts indirect genoemd.

Nu ontdekte ik dat dit op www.antroposofie.nl al meteen op 11 september (what’s in a date!) uitgebreid was bericht. Weliswaar werd hiervan het positieve nieuws naar voren gehaald (‘Reorganisatie Vrije Scholen werpt vruchten af’; om dit bericht te vinden, een flink eind naar beneden gaan, naar 11 september 2007), maar goed, dat mag. Er staat ook duidelijk wat er aan de hand is:

‘NRC Handelsblad wijdt in de zaterdagkrant van 8 september een uitgebreid artikel aan de aanpak van de problemen op de Vrije Scholen in Nederland. In 2006 kwam de Inspectie van het Onderwijs met een analyse van deze problemen. Daaruit bleek dat de meeste scholen niet in staat waren aan te tonen wat zij de kinderen leerden.’

Ton ten Böhmer, directeur van de Vereniging van vrijescholen, wordt geciteerd uit de krant: ‘Overal moeten Vrije Scholen gaan toetsen, moet het onderwijs cognitiever worden, moeten schooldirecteuren worden benoemd en, waar nodig, vaste leerkrachten afgeschaft. (...) Natuurlijk worstelen we nog met onze principes. Aan de andere kant moeten we ook eerlijk zijn. Sommige tradities van de Vrije School werken niet meer in de moderne tijd. Er bestaan nu eenmaal risico's op onze scholen die op reguliere scholen minder snel zullen optreden. Dat moeten we erkennen en herkennen. Daarmee zijn serieuze zaken misgegaan.’

Maar wat het belangrijkste is, er wordt ook een directe link gegeven naar het desbetreffende artikel zelf in de Wetenschap & Onderwijs-bijlage van NRC Handelsblad. Zo kan iedereen zichzelf overtuigen van de ernst van de situatie. De nieuwsafdeling van de Antroposofische Vereniging is dus op haar website een stuk adequater dan de Vereniging van vrijescholen op de eigen website. Wat op zichzelf begrijpelijk is; die hoeft geen slecht nieuws over zichzelf te brengen. Maar ook adequater dan de Pedagogische sectie van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap van de eigen Antroposofische Vereniging, die op haar website tot nu toe bijzonder weinig, in feite eigenlijk niets, weet te melden.

zondag 15 juni 2008

Spoorloos

Vandaag nog even doorgaan op het thema ‘opleiding kunstzinnige therapie’. Van gisteren zijn twee niet nader uitgewerkte dingen blijven hangen. Het eerste betreft De Wervel. In de citaten is twee keer sprake van het ‘hbo-niveau’ van deze academie (namelijk op de website van deze instelling zelf en op die van de beroepsvereniging). Het tweede betreft de historische ontwikkeling van Hogeschool Leiden, zoals door de beroepsvereniging geschetst. Deze duidt de opleiding in Leiden aan als een ‘erkende hbo-opleiding’: ‘Sinds 1992 is er een tweede opleiding voor kunstzinnige therapie aan de Hogeschool Leiden’. Maar geen woord over hoe die daar gekomen is, terwijl dat bij De Wervel wél steeds uitvoerig wordt vermeld.

Op de website van Hogeschool Leiden, afdeling Kunstzinnige therapie, wordt een bijzonder aanbod gedaan: ‘Afgestudeerden van de opleiding Kunstzinnige Therapie Beeldend aan Academie De Wervel kunnen in aanmerking komen voor het behalen van het erkende HBO-diploma Kunstzinnige Therapie, afstudeerrichting beeldend aan de Hogeschool Leiden.’ Op een andere pagina staat onder de kop ‘hbo-diplomatraject De Wervel’:

‘Voor afgestudeerden aan De Wervel start in september 2008 voor de tweede keer een verkort HBO-diplomatraject voor het behalen van een erkend HBO-diploma. (...) De toelatingsprocedure die nu van start gaat, heeft betrekking op het studiejaar 2008-2009 en geldt alleen voor de beeldende variant. Waarschijnlijk start eenzelfde traject voor de muziekvariant in studiejaar 2009-2010. De toelatingsprocedure hiervoor start in het najaar van 2008. Hou hiervoor de website in de gaten.’

Je kunt hier natuurlijk over twisten, maar wat betekent het dan dat een opleiding altijd op ‘hbo-niveau’ geweest zou zijn, zoals steeds bij De Wervel wordt vermeld?

Uit het citaat gisteren in het Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst nr. 12 bleek dat De Wervel in de jaren negentig de verkeerde keuze had gemaakt, door ‘erkenning en subsidiëring door de overheid’ af te wijzen en absoluut niet te willen tornen aan ‘lesinhoud, programma en opbouw’. Het voortbestaan werd door deze beslissing op termijn ondermijnd, het bestaansrecht verspeeld. De twee andere antroposofische opleidingsinstituten, voor euritmie en vrijeschoolpedagogie, gingen wel mee in deze ontwikkeling en bestaan in de vorm van de huidige Hogeschool Helicon nu nog.

Nu het tweede punt. Hoe is Hogeschool Leiden aan zijn opleiding kunstzinnige therapie gekomen? Die is toch niet uit de lucht komen vallen? Van De Wervel kan zij niet afkomstig zijn, die sloot zich immers later aan. Te laat in feite, omdat zij daardoor nu niet meer bestaat. Als ik nu nog een keer het interview lees met Wervel-oprichtster Eva Mees in Motief 32 van juli-augustus 2000, verbaast het me dat Leiden in het geheel niet ter sprake komt, terwijl dat in die tijd toch reuze actueel moet zijn geweest. Maar misschien speelt hier iets wat doordat het juist niet uitgesproken wordt, toch veelzeggend is. En oogt ze daardoor vermoeid; destijds gaf ze aan een uitgeblust gevoel te hebben.

Op internet heb ik me een ongeluk gezocht om erachter te komen hoe het zit met Hogeschool Leiden en het ontstaan van de opleiding. Neem de lustrumviering van 15 jaar kunstzinnige therapie op 2 november 2007, aan de oorsprong wordt op de eigen website geen woord vuil gemaakt. Vreemd, als die bij zo’n gelegenheid niet (in ieder geval niet voor ons zichtbaar) herdacht wordt. Twee minieme sporen heb ik echter elders toch terug kunnen vinden. Op de website van kunstzinnig therapeute Sandra Keizer staat een ultrakorte vermelding:

‘In Nederland is de eerste opleiding tot kunstzinnig therapeut opgericht door kunstenaar en therapeut Eva Mees-Christeller en haar man, arts Leen Mees. Inmiddels is de opleiding tot kunstzinnige therapie te volgen aan de Hogeschool Leiden op initiatief van Cornelie Herman.’

Een tweede spoor leidt naar België, naar ‘De kleine Johannes’, ‘een kunstschool en centrum voor kunsttherapie’. Op de pagina met ‘Historiek’ wordt de aanvang beschreven. Ik citeer:

‘Het idee voor de oprichting van het kunstzinnig therapeutisch centrum “De kleine Johannes” is ontstaan in het 4e jaar van de opleiding aan de “De Wervel” in Nederland. Het initiatief binnen “de kleine Johannes” is gegroeid vanuit de vraag van verschillende mensen die zelf zeer geïnteresseerd waren in deze opleiding. Het idee werd enthousiast ondersteund door een brede kring belangstellenden. Ook Cornelie Herman, een klasgenote, liep warm voor dit initiatief.

Na rijp beraad zijn er toen 2 therapeutische centra opgericht nl. De kleine prins in Den Haag, Nederland en De kleine Johannes in Antwerpen. Beide initiatieven werden in 1981 geopend met een voordracht van Dr. Leen Mees die het incarnerend karakter van de kleine prins, uit het verhaal van Saint Exuperi en het excarnerend karakter van de Kleine Johannes uit het verhaal van Frederic Van Eeden, schetste. Hiermee namen Leen en Eva Mees soort van peterschap op zich van dit nieuwe initiatief.’

De diverse schrijffouten laat ik voor wat ze zijn; wat bedoeld wordt is duidelijk. Hierop volgt een beschrijving van het ‘vrij kunstzinnig jaar’. Ik krijg de indruk dat zowel voor ‘De kleine Johannes’ als voor ‘De kleine prins’ in Den Haag een soortgelijke of zelfs dezelfde ontwikkeling wordt weergegeven. Onder het kopje ‘Vrij kunstzinnig jaar en ateliers’ gaat de tekst namelijk verder:

‘In 1980 zijn de ateliers van start gegaan. Op de vraag om een opleiding op te starten zijn we toen niet ingegaan omdat we ons hier nog niet bevoegd voor voelden. In januari ’82 begonnen we het “vrij kunstzinnig jaar”. Deze cursus was bedoeld als opmaat voor de beroepsopleiding kunsttherapie (aan de academie Wervel). Ieder jaar gingen van hieruit mensen door naar De Wervel die via een netwerk van “kunstzinnige jaren” jaar een goede voedingsbodem kregen. Dit vrij kunstzinnig jaar was 1 dag per week waarin de cursisten met alle technieken, thema’s en met de antroposofische achtergronden konden kennismaken. We hebben dit meer dan 10 jaar georganiseerd tot er in de jaren ’90 zich een ware cursusexplosie voordeed.’

Mijn vraag is nu of ‘De kleine prins’ in Den Haag, en in het bijzonder het ‘vrij kunstzinnig jaar’ daarvan, die naar ik uit het voorgaande aanneem onder leiding stond van Cornelie Herman, de basis heeft gevormd voor de opleiding tot kunstzinnig therapeut aan Hogeschool Leiden. Dat zij degene was die wél in zee ging met een hogeschool, met de geschetste gevolgen tot in de tegenwoordige tijd, terwijl dat door De Wervel werd afgehouden.

Als dat zo zou zijn, dan vraag ik me af waarom de naam van Cornelie Herman en haar initiatief volledig uit de annalen is verdwenen. Zelfs grondig naspeuren op internet levert slechts deze twee minieme sporen op. Het lijkt wel of ze bewust zijn weggewist. Of begin ik nu te bazelen en zie ik spoken, die me opstoken tot een complottheorie?

zaterdag 14 juni 2008

Weemoed

Vandaag werd het afscheidsfeest van Academie De Wervel in Zeist gevierd. Een aankondiging hiervan stond tot vandaag op AntroVista (die morgen ongetwijfeld verdwenen en vast niet meer daar ergens op de website te vinden zal zijn). Het feest vond plaats in het oude academiegebouw aan de Choisyweg 2, waar vroeger trouwens de Vrije Pedagogische Academie gevestigd was (de huidige Hogeschool Helicon, die zich tegenwoordig op een heel andere locatie bevindt). Met gepaste weemoed werd op het bestaan van De Wervel teruggekeken:

‘Zoals velen van jullie wellicht al weten, is 2008 het jaar dat de deuren van Academie de Wervel in Zeist gaan sluiten. Een periode van ruim 40 jaar beroepsopleiding in antroposofische kunstzinnige therapieën beeldend en muziek wordt hiermee afgesloten. De laatste groep studenten beeldend gaat het komende jaar weliswaar nog afstuderen, maar op een andere locatie. Daarom willen we, nu het oude gebouw er nog is, de gelegenheid te baat nemen jullie allen nog een keer te ontvangen. Academie De wervel nam in al deze jaren een unieke plaats in binnen het onderwijs doordat je tijdens het leren van een vak, ook een scholingsweg ging.’

Meer over de historie meldt de oude website van De Wervel (die overigens een droeve indruk maakt, zo letterlijk verlopen en weinig kunstzinnig als die eruit ziet): ‘Academie De Wervel startte in 1968 met de private opleiding kunstzinnige therapie beeldend. In 1983 werd aan deze opleiding de studierichting muziektherapie toegevoegd. Beide richtingen hebben een hbo-niveau.’

Daar staat ook wat er is gebeurd: ‘Vanaf januari 2006 heeft Academie De Wervel een samenwerkingsverband met Hogeschool Leiden. Vanaf september 2006 schrijven nieuwe studenten zich in Leiden in.’

De geschiedenis wordt ook, maar dan uitgebreider, beschreven op de website van de beroepsvereniging voor kunstzinnige therapieën:

‘Margarethe Hauschka richtte in 1962 in Boll, Duitsland, de eerste voltijdopleiding op voor kunstzinnige therapie. Een van haar eerste leerlingen was Eva Mees-Christeller. Eva Mees startte in 1968 samen met haar Nederlandse echtgenoot en arts Leen Mees een kleinschalige deeltijdopleiding in Nederland: Academie De Wervel. Sinds 1978 is de opleiding op HBO niveau. Vanaf 1983 werd hier ook de opleiding tot muziektherapeut aangeboden. Er zijn collega-opleidingen in Engeland, Duitsland, Zwitserland, Finland en Zweden. Op initiatief van Eva Mees is een Europese koepelorganisatie opgericht onder de naam Stichting Europese Academie voor Kunstzinnige Therapie.

Sinds 1992 is er een tweede opleiding voor kunstzinnige therapie aan de Hogeschool Leiden. Deze erkende HBO-opleiding biedt zowel een voltijd- als een deeltijdopleiding aan. Een van de doelen van deze opleiding is om het beroep van kunstzinnig therapeut goed aan te laten sluiten op de reguliere gezondheidszorg. Ontwikkelen van de banden met het reguliere medische werkveld zijn daarom een belangrijk doel van deze opleiding. Sinds 2006 zijn de twee opleidingen Academie De Wervel en de Hogeschool Leiden een samenwerking aangegaan.’

Het is nu tien jaar geleden dat ik voor het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunde’ (nr. 12 van september 1998) enkele mensen van De Wervel interviewde, naar aanleiding van het dertigjarig bestaan en het symposium dat in november 1998 zou worden gehouden, met als titel ‘Een samenleving onder spanning’ (dat overigens later wegens te weinig aanmeldingen, zestig in plaats van de verwachte driehonderd, werd afgelast). In dat artikel kwam naar voren dat De Wervel te geïsoleerd opereerde en dat men tot het besef was gekomen dat het roer nu om moest: ‘de relevantie van deze opleiding voor gezondheidszorg en maatschappij heeft hoge prioriteit gekregen. Dat moest ook wel, want een ongesubsidieerd instituut dreigt haar bestaansrecht te verliezen wanneer zij zich niet ook bezighoudt met maatschappelijke ontwikkelingen.’

Onder het kopje ‘Hogeschool Helicon en De Wervel’ werd op bladzijde 8 geschetst waar hem de schoen wrong:

‘Een paar jaar terug werd dit probleem acuut, toen gesprekken over samenwerking tussen de Vrij Pedagogische Academie, de Academie voor Eurythmie en De Wervel stokten. Dat wil zeggen: stokten voor de laatste partij. Uiteindelijk kwam er wel het landelijk opleidingsinstituut HOBAG, dat later de naam Helicon kreeg, maar dan zonder De Wervel. Het paste niet op elkaar, het streven van dit instituut naar erkenning en subsidiëring door de overheid, en de “idealistische bedrijfsvoering” van De Wervel waar salariëring en arbeidsvoorwaarden voor met name de docenten niet overeenstemden met de CAO. Waarbij het nog maar de vraag was of dat een kwestie van willen of kunnen betrof. Hoeveel water in de wijn van lesinhoud, programma en opbouw gedaan mag worden om de subsidiegever te behagen zonder de kostelijke eigen smaak te verliezen, was daarbij een niet minder belangrijk punt van discussie. Dat was een moeilijke tijd, want de breuk in het samenwerkingsproces werd een feit.’

Dat betekende dat De Wervel alleen moest doormodderen. In het artikel vertelt Don van Zantwijk ‘dat men tot nu toe het hoofd nét boven water kan houden, door de gemeenschappelijke en vaak belangeloze inzet van docenten en studenten. Maar hoe lang is dat nog vol te houden?’

Het antwoord op die vraag weten we inmiddels: iets meer dan zeven jaar. Toen vond men beschutting onder de ruime vleugels van Hogeschool Leiden. Twee en half jaar later is De Wervel niet meer. Wat de oorzaak ook precies moge zijn, dat stemt toch weemoedig.

vrijdag 13 juni 2008

Ter ziele

Je gelooft het pas als je het leest in een zo onafhankelijk mogelijk medium. En dan niet alleen als droog feit, maar liefst in de juiste context. Nu is het dan zover. Het zat er al lang aan te komen, toch blijft het een droevig bericht. Ik beschouw tenminste wat ik vanochtend in Trouw las als de definitieve bevestiging: ‘Zens, de opvolger van Jonas, is ter ziele gegaan’. Dit gebeurt in een artikel waarin weer een nieuw spiritueel tijdschrift wordt aangekondigd, uiteraard ‘anders dan andere bladen’. Het gaat namelijk om een gratis tijdschrift, ‘Eigentijds Magazine’ geheten. Een aanvankelijk driemaandelijks blad, dat snel wil ‘doorgroeien naar een maandelijkse oplage van 100.000’.

Hoofdredacteur is Peter Van Kan, die voor de gelegenheid de spirituele bladenmarkt even doorneemt: ‘Onkruid en Bres leiden een zieltogend bestaan, met oudere lezers die langzaam uitsterven. Zen is ter ziele, geloof ik.’ Zen staat er, dat is geen slechte verspreking of verschrijving. Het laatst verschenen nummer, met de maand-aanduiding december/januari, had een Boeddha op de cover. In het redactioneel (klik op het vakje links beneden met 'voorwoord') stelde hoofdredacteur Eduard van Holst Pellekaan zich op tegenover Geert Wilders en diens kruistocht tegen de ‘islamisering’: ‘In plaats van een islamisering vindt er, haast geruisloos, een andere, veel subtielere revolutie plaats en dat is de boeddha-isering van Nederland. Althans, de beeltenis van de Boeddha is overal.’

Maar dat heeft Zens uiteindelijk toch niet geholpen, blijkbaar. De stap van het Jonaspubliek naar het Jonas Magazinepubliek en dan weer naar het Zenspubliek was waarschijnlijk te groot. Die interessante historie vraagt een nadere analyse. Maar eerst terug naar het interview in Trouw. De auteur ervan, de chef van het katern ‘Religie en filosofie’ Lodewijk Dros, voegt ter verheldering en afsluiting de volgende gegevens aan zijn artikel toe:

‘De meeste tijdschriften hebben – naar eigen opgave – een oplage van rond de 10.000 stuks: Bres, Frontier, Prana en Koörddanser. Meer exemplaren verspreiden Spiegelbeeld en Diep (15.000) en Imagine krant (20.000). De grootste spelers zijn Onkruid en Paravisie (30.000) en Yoga (40.000). Absolute topper is Happinez (ruim 100.000). De spiribladenmarkt is meedogenloos. Het blad Bres moest enkele malen van koers veranderen om te overleven. Imagine krant bestaat na een naamsverandering (was: Spirituele krant) nog steeds, maar Zens, de opvolger van Jonas, is ter ziele gegaan. Ook het blad Lotus bestaat niet meer, al wordt er aan een doorstart gewerkt, meldt de uitgever.’

Over Zens, maar ook over Bres, valt vanuit antroposofisch opzicht heus meer te zeggen en te schrijven. Alleen komt dat nog wel een andere keer. Het wordt immers tijd dat ik nog eens leer kortere bijdragen te schrijven.

donderdag 12 juni 2008

Duurzaamheid

Stimuleer duurzaamheid door lange-termijnbeleggers te belonen, zegt Peter Blom vanavond in NRC Handelsblad tegen economieredacteur Egbert Kalse (onder de titel ‘Wij beleggen niet in schaarste’, echter alleen in de papieren krant en niet op de openbare website, dus dit keer geen link). Want zulke beleggers hebben het beste voor met de toekomst van het bedrijf. Je kunt volgens de directeur van Triodos Bank eenvoudig beginnen door het koppelen van het stemrecht op de aandeelhoudersvergadering aan de duur van het aandeelhouderschap. Dan beloon je een duurzame relatie tussen aandeelhouders en een bedrijf.

Hij doet in het interview wel meer prikkelende uitspraken. Uitgaande van de gedachte dat de korte termijn per definitie niet duurzaam is, moet op meerdere terreinen worden geïnvesteerd in een lange termijn en in een duurzame visie. Hij vertelt dat Triodos Bank zelf bewust niet in heel speculatieve markten zit, zoals de termijnhandel. ‘Het gedrag van andere banken wordt aangewakkerd door de bonussencultuur. Dat is een systeem waar we vanaf moeten.’ Het probleem zit hem in beweeglijke markten. ‘Andere partijen springen van markt naar markt op zoek naar de hoogste winstmarges,’ zegt Blom.

Hij beweert dat de koplopers in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid in het midden- en kleinbedrijf zitten. Een bank als kredietverstrekker weet dit als geen ander. ‘De grote multinationals zijn volgend wat dat betreft.’

En nog een prikkelende stelling, zeker voor een bankier: ‘De manier waarop groenrechts met duurzaamheid omgaat is alleen het gevoel verkopen. De groenlinkse stroming maakt duurzaamheid te veel afhankelijk van overheidsstimulering. Wij bepleiten een derde weg, met een goede balans tussen korte- en lange-termijnbelangen.’

Over de bank zelf: ‘De sterkste groei bij ons zit in de kinderspaarrekeningen, daar zie je goed dat mensen aan duurzaamheid denken als het gaat om de toekomst van hun kinderen.’ Want, zo legt hij uit, anders ‘dan bedrijven of zelfs de overheid zijn burgers van nature geneigd in generaties te denken. Ze hebben ouders, krijgen zelf kinderen.’

Hoe zei Peter Blom het ook alweer in het interview in Motief vijf jaar geleden? ‘Triodos Bank is er op gericht mensen te helpen met initiatieven die tot maatschappelijke vernieuwing leiden. Hierin zijn wij uniek. De klant is geen middel, maar een doel. Het gevaar van onze stormachtige groei is dat we niet meer weten of we nog zinvol bezig zijn voor onze klanten. Deze groei moeten we zodanig vorm geven, dat we onze eigen identiteit niet verliezen. Als we ons te snel aan de bestaande bancaire praktijk aanpassen, zullen wij niet meer onderscheidend zijn.’

Hij verklaarde destijds ook welke rol de Antroposofische Vereniging hierbij volgens hem kon spelen. Die was niet groot: ‘Je kiest als persoon voor de antroposofie, niet als organisatie. Het lidmaatschap van de vereniging zou ons een uitlegcircus geven waar we niet in willen zitten, omdat het niets toevoegt aan onze doelstellingen. Met een verbinding met de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap zou ik minder problemen hebben. Onderzoek dat daar op ons vakgebied wordt verricht, zou voor ons interessant kunnen zijn en daar willen we ook aan bijdragen. Dit gebeurt overigens al op beperkte schaal, maar nog niet gestructureerd. Dergelijke activiteiten zouden natuurlijk wel herkenbaar relevant moeten zijn voor onze klanten. Dat lijkt me trouwens nog een hele uitdaging voor de Hogeschool. We hebben behoefte aan onderzoek naar monetaire vraagstukken, de kwaliteiten van geld, eigendom van productiemiddelen, om maar eens een paar onderwerpen te noemen.’

Hoe daaraan tegenwoordig vorm wordt gegeven, kan blijken uit het jaarverslag 2007 van de Antroposofische Vereniging, waarin op blz. 34 onder de sectie voor sociale wetenschappen van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap een tipje van de sluier wordt opgelicht. Onderwerp van gesprek in de januaribijeenkomst van dat jaar was het vraagstuk van het eigendom van ondernemingen en instellingen, ‘gezien de stormachtige ontwikkeling van de hedge funds en private equity’. Inleidingen hierover werden verzorgd door Peter Blom, directeur van Triodos Internationaal, en door Mathieu van den Hoogenband, directeur Weleda Internationaal, met aansluitend gesprek in kleine groepen.’s Middags werd plenair dit thema verder uitgediept en leidde Mathieu van den Hoogenband in over ‘sociale kunst in de onderneming’.

Beiden zijn we in dit weblog al een keer tegengekomen. Hierdoor wordt de benoeming in mei, dus slechts enkele maanden later, van Van den Hoogenband tot lid van de Raad van Commissarissen van Triodos Bank, minder verrassend.

woensdag 11 juni 2008

Disclaimer

Een weblog is een mooi ding. Juist omdat je de bron kunt aangeven van alles wat je beweert. Die is via de bijgeleverde link direct oproepbaar en dus ook verifieerbaar. Zeker in deze snelle, jachtige wereld is dat een heerlijkheid die niet te versmaden is. Die gejaagdheid geldt te meer als het (‘breaking’) nieuws betreft. Dan wil je zo’n buitengewoon (letterlijk buiten het gewone liggende) nieuwsfeit wel eens controleren.

Maar daar kan zich dan ook weer een probleem voordoen. Waarvan ik nog niet zo goed weet hoe ik dat moet oplossen. Ik heb het over het fenomeen ‘dode link’. Niet alles wat op internet gezet wordt, blijft daar namelijk ongewijzigd staan. Dat is niet alleen bij nieuws het geval, maar kan bijvoorbeeld ook voorkomen bij de personele bezetting in een organisatie, die wisselt immers nog wel eens, of een vacature wordt vervuld. Ook wordt niet altijd bij een webbericht vermeld dat het een update betreft. Soms blijft zo’n bericht zelfs helemaal niet staan. Daarom is het goed gebruik om elk bericht tevens een datum en het liefst ook de tijd van plaatsing (en eventuele wijziging, zoals NRC Handelsblad doet) mee te geven. Bij een weblog als dit gebeurt dat trouwens helemaal volautomatisch (tenminste het ontstaan, niet een latere correctie, die kan ongemerkt worden aangebracht – waar ik nog wel eens gebruik van maak als woorden of zinnen niet duidelijk genoeg uitdrukken wat ik bedoel of als die me gewoon niet helemaal bevallen). In ieder geval weet je hierdoor in principe waar je aan toe bent.

Concreet voorbeeld: gisteren maakte ik melding van de feestelijke bijeenkomst vorige week in Hogeschool Leiden. Graag had ik een link geplaatst naar de aankondiging van deze ‘feestelijke bijeenkomst’, maar die kon ik op de website van de hogeschool niet meer terugvinden. Had ik het me dan ingebeeld? Of stond het ergens anders? Maar ook hier is een oplossing voor (dit wordt zo nog een handleiding voor internetgebruik): toets rechtsboven in het lege vakje bij ‘zoek’ de twee simpele woorden ‘Erik Baars’ in en druk op ‘enter’. Dan verschijnt er een groot aantal treffers (‘circa 25’ staat er, met ‘mogelijk gemaakt door Google’ er meteen achteraan).

En jawel hoor, in de zesde treffer ontwaar ik de woorden: ‘Het belooft een feestelijke aangelegenheid te worden met interessante externe sprekers en natuurlijk het uitspreken van de lectorale rede’. Klik ik echter op deze link, dan komt er een andere tekst tevoorschijn, namelijk: ‘Op woensdag 4 juni 2008 sprak de lector Antroposofische Gezondheidszorg, dhr. drs. E.W. (Erik) Baars zijn lectorale rede uit’, enzovoort. Dus dat werkt niet; dit bericht is geüpdate. Geoefende internetgebruikers weten dat hier toch een mouw aan te passen is, met dank aan Google. Ga terug naar de pagina met treffers en klik nu niet op de titel van het bericht, maar direct eronder op ‘In cache’. Hier is in het wereldgeheugen van Google de betreffende versie, die ooit eens op het net heeft gestaan, opgeslagen en alsnog terug te vinden.

Wat mij nu trouwens opvalt (ik had het eerder kunnen zien, maar heb het niet opgemerkt; ik plaatste zelfs op 2 juni een link er naartoe), is de titel van het persbericht van 29 mei: ‘Lector Antroposofische Gezondheidszorg houdt officiële rede “Bewijslast voor kwaliteit, effectiviteit en veiligheid in de Antroposofische Gezondheidszorg”.’ Dat klinkt toch anders dan: ‘Antroposofische gezondheidszorg. De professionele ambachtelijkheid van gezondheid bevorderen’. Het zou een verklaring kunnen zijn van wat ik gisteren aanstipte, namelijk het lectoraat met de beide benen op de grond zien te krijgen. Ware het niet dat 29 mei wel erg laat is om nog zo’n majeure titelverandering door te voeren. De officiële uitnodigingen met de huidige definitieve titel waren allang de deur uit. Maar de fantasie van een journalist gaat dan meteen aan het werk en bedenkt dat de PR-afdeling bij het maken van het persbericht van een oude tekst gebruik heeft gemaakt en verzuimd heeft die te updaten... Wereldgeheugen Google: dank, dank!

Maar raadselachtig blijft dan dat in dit persbericht de functie van Erik Baars bij het Louis Bolk Instituut in Driebergen wel al gereduceerd is tot ‘senior-onderzoeker en thematrekker “Gezondheid”.’ Ik meldde dit feit ook in mijn eerste bericht over het lectoraat. Over updaten gesproken: waarom staat dan nu onderaan de openingspagina van het lectoraat antroposofische gezondheidszorg nog steeds dat hij ‘sectieleider Mens bij het Louis Bolk Instituut in Driebergen’ is? Bij dit raadsel helpt zelfs het wereldgeheugen niet.

dinsdag 10 juni 2008

Wordt vervolgd

Een kleine week geleden vond de officiële installatie plaats van Erik Baars als lector antroposofische gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden. Ik berichtte hier al over in ‘Niet volgen maar leiden’. Een feestelijke bijeenkomst, waar veel mensen op af waren gekomen. Vooral uit de antroposofische gezondheidszorg, maar ook uit de reguliere zorg waren mensen aanwezig. Een akelige tweedeling trouwens, ‘antroposofische zorg’ en ‘reguliere zorg’.

Er zijn mensen die deze tweedeling opheffen met behulp van de term ‘complementair’. In het juninummer van de Verbreding wordt arts-epidemioloog dr. Leo van Romunde aangehaald, die dit op het Fusioncongres op 14 april uitlegde. In de weergave van zijn woorden door verslaggever Huib van den Doel zei hij:

‘Contemplementair zijn niet die geneeswijzen die iets toevoegen aan de reguliere (nee, dat zijn additieve), ook niet de alternatieve geneeswijzen (die in feite pretenderen de klus op eigen houtje te kunnen klaren), maar de optelsom van reguliere plus additieve methoden. Dus antroposofische zorg, een additieve geneeswijze, vormt samen met de reguliere de complementaire zorg. Dus: Complementair = regulier + antroposofisch.’

Of dit nu werkelijk een oplossing voor het gestelde probleem is, waag ik te betwijfelen. De voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ), Bert Vroon, stelde het probleem in het meinummer van de Verbreding namelijk in een ander licht en daarmee op scherp:

‘Ik heb een hekel aan het woord complementair. Antroposofische zorg is de meest reguliere zorg die er bestaat! Je hebt dezelfde bekwaamheid, dezelfde inzichten op het gebied van het diagnosticeren, dezelfde competenties om middelen in te zetten. De ingrepen die je doet reiken alleen verder. We moeten onszelf niet alternatief noemen, dat zijn we niet.’

Goed, hoe het ook zij, mensen die in deze zaken geïnteresseerd zijn, waren dus aanwezig op 4 juni in de aula van Hogeschool Leiden. Erik Baars werd als lector antroposofische gezondheidszorg warm welkom geheten door Paul van Maanen, voorzitter van het College van Bestuur. Dat dit lectoraat hier gevestigd wordt, vond hij logisch. Immers, de opleiding kunstzinnige therapie maakt al vijftien jaar deel uit van Hogeschool Leiden. Het lectoraat is hiervoor een ondersteuning en uitbreiding. Vooral om de onderzoeksvaardigheden van de studenten sterker aan te kunnen spreken. Maar ook om de antroposofische zorg, die immers een integraal onderdeel van de Nederlandse gezondheidszorg vormt, meer te kunnen bedienen. Zowel in een theoretische als praktische vorm. Want een lectoraat op een hogeschool richt zich vooral op de ontwikkeling van de beroepsmatige praktijk.

Erica de Heus, directeur van de cluster Zorg en Welzijn, vond niet minder warme woorden voor de nieuwe lector. Ze onthulde dat de installatie die oorspronkelijk was gepland voor januari een half jaar was uitgesteld, omdat het lectoraat nog niet vast genoeg met beide benen op de grond stond. Er was gewoon meer tijd nodig. Nu wordt heel 2007 als een voorbereidingsjaar opgevat, en duren de drie jaren van lectorschap van 2008 tot en met 2010, met een mogelijkheid om dit te verlengen. Onder meer afhankelijk van financiën, uiteraard. Erica de Heus had het volste vertrouwen in de nieuwe lector, die een ambitieus programma heeft opgesteld. Het ging niet alleen om haar persoonlijke vertrouwen of dat van haar als directeur, maar van de hele Hogeschool Leiden als beroepsopleiding.

Het was niet mijn bedoeling om een verslag van deze bijeenkomst te geven, maar zie, het vloeit als vanzelf uit mijn pen (op mijn computer dan, met twee vingers dansend op het toetsenbord).

Ook Madeleen Winkler, inmiddels geen onbekende meer op dit weblog, was iemand die op deze middag het woord mocht voeren, als voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen (NVAA) en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ), en misschien nog wel een handjevol van zulke functies. Zij schetste een aantal knelpunten en problemen waar de antroposofische gezondheidszorg tegenwoordig mee te kampen heeft. Met waarschijnlijk het idee in het achterhoofd dat dit nieuwe lectoraat hieraan zal kunnen gaan werken.

Als laatste in de rij, last but not least, integendeel, om hem was het allemaal begonnen – sprak drs. Erik Baars officieel zijn lectorale rede uit. Titel: ‘Antroposofische gezondheidszorg. De professionele ambachtelijkheid van gezondheid bevorderen’. Een beamer toverde mooie plaatjes op het scherm, die zijn verhaal visueel ondersteunden.

Ik ga nu niet zijn lectorale rede samenvatten. Helaas is die niet op internet, op de website van Hogeschool Leiden gezet, zoals wel het geval is bij bijvoorbeeld zijn collegalector Adri van Montfoort die op 23 januari op dezelfde plaats zijn rede mocht afsteken als nieuw aangestelde lector Jeugdzorg en Jeugdbeleid. Maar dat had een logische reden. Na afloop kregen alle aanwezigen een boekje uitgereikt waarin de tekst van drs. E. W. Baars stond, een boekje dat onder genoemde titel van de professionale ambachtelijkheid ook in de winkel te koop is (voor € 7,50).

Er is één ding dat ik wil noemen. Daarom begon ik oorspronkelijk dit bericht ook namelijk. In zijn lectorale rede gaf Baars een voorbeeld van wetenschappelijk onderzoek naar een antroposofisch geneesmiddel tegen hooikoorts, compleet met onderzoeksresultaten in de vorm van statistieken, tabellen, grafieken en al. Het ging om Gencydo, het hooikoortspreparaat van Weleda. Hé, waar zijn we dat eerder tegengekomen? Ah ja, in het programma Uitgedokterd?! bij antroposofisch huisarts Peter Staal. De mogelijke werking van dit middel werd vervolgens heerlijk gekraakt door de wetenschappelijke watchers van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, zoals ik in een vorige bijdrage meldde.

Vol verwachting sloeg ik het boekje van Erik Baars open, om dat alles over de werkzaamheid van dit hooikoortsmiddel nog eens precies na te lezen. Maar ik werd ontnuchterd, want wat bleek? Het stond er niet in! Dat hele gedeelte, juist daar waar het concreet wordt, ontbrak. Nu brak mijn klomp. Wat was er aan de hand, wat mocht hier de reden van zijn? Ik ontdekte dit gemis pas op de terugweg toen ik in het boekje ging zitten bladeren. Ik kon het niet uitstaan dat ik het niet terugvond. Dus ben ik op zoek gegaan, met dat wondermiddel van de huidige tijd, internet, en vond daarbij interessante zaken.

Dit stuk is al veel te lang geworden. Een volgende keer ga ik verder (ik beloof niet dat dat meteen morgen is; misschien schuiven hier eerst nog weer andere dingen voor). Maar hoe dan ook: wordt vervolgd.

maandag 9 juni 2008

Smakelijk en vermakelijk

‘We slagen er niet in om overeenstemming te bereiken over de identiteit van de vrijeschool en de wijze waarop we die identiteit naar buiten brengen.’ Deze uitspraak van Leo Stronks, voorzitter van de Vereniging van vrijescholen, haalde ik aan in mijn bericht ‘In je hemd staan’, naar het gelijknamige schrijven van 5 oktober 2007 op de website van dit verenigde schoolverband. Stronks stelde daarin onder meer:

‘We hebben een sterk merk in handen. Waarom tonen we dat niet? Het nieuwe bestuur maakt van de Identiteit van de vrijeschool het komende jaar een speerpunt. We willen op korte termijn uit de impasse komen (...)’

Hoe staat het ondertussen daarmee, vraag je je onwillekeurig af. Is er al iets van te merken? Op dezelfde website is sprake van een Nieuwjaarsconferentie 2008, met als titel: ‘Identiteit, timmeren aan de weg’. De hoofdvraag is: ‘Zijn wij er klaar voor om onze identiteit in het komende jaar opnieuw van woorden, waarden, beelden, bewegingen en daadkracht te voorzien? Je wordt van harte uitgenodigd om tijdens de NieuwjaarsConferentie 2008 mee te praten en het project Identiteit in beweging te brengen.’

Over wat dit opgeleverd heeft, is echter helaas geen woord te vinden. We zijn een half tot drie kwart jaar verder. Wat betekent dit, wat mag je hieruit afleiden? Ik ben al een keer eerder teruggeroepen om niet te snel te oordelen, dus dat probeer ik nu ook niet te doen. Maar als hier niet meer over dit toch belangrijke onderwerp wordt gemeld, waar moet je dan zoeken?

Voor de hand ligt om dan bij de Antroposofische Vereniging langs te gaan, die heeft immers binnen haar Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap een Pedagogische sectie. Op deze bijzondere hogeschool ‘wordt geprobeerd om enerzijds de studie van het vakgebied te stimuleren en anderzijds om binnen de gebieden waar pedagogie wordt toegepast ondersteuning te bieden aan de uitvoerders daarvan.’ Op de pagina van de sectie zelf vind ik, naast enkele organisatorische mededelingen en wat aankondigingen, twee verslagen van bijeenkomsten. Ik citeer:

‘Op 24 april j.l. hielden we onze 3e Landelijke pedagogische bijeenkomst voor vrijeschool-pedagogen uit Nederland en België. Er hadden zich zo’n 110 leerkrachten aangemeld, daarnaast verschenen er nog zo’n 25 niet aangemelde mensen. We hadden dus broodjes voor ongeveer 130 mensen besteld. Door omstandigheden waren er nu ongeveer 100 mensen. Een redelijk gevulde zaal van de Hoge school Helicon welke ons op korte termijn nog beschikbaar werd gesteld. Hiervoor onze bijzondere dank aan de Hoge school.’

Een Hoge school? Die op korte termijn een redelijk gevulde zaal beschikbaar had gesteld? En dan die optelsom: 110 aanmeldingen, plus zo’n 25 mensen die zich niet hadden aangemeld; dus waren er ongeveer 100 mensen? Oordelen wil ik niet. Ik leid echter uit de bijzondere vermelding af dat in dit verband de bestelling van broodjes voor 130 mensen wel heel erg belangrijk moet zijn geweest. Maar we gaan verder. Meteen daarna verschijnt een spreker ten tonele.

‘Hij apaleerde aan het begrip “vriendschap sluiten met de 1e leraren meditatie. Dit leidde tot een vreugdevol gesprek. Daarna gingen de aanwezige deelnemers in werkgroepen uiteen met de vraag “waar ben jij in het oefenen met de lerarenmeditatie tegenaangelopen?” dit leverde een aantal zeer boeiende gesprekken op.’

Niet iedereen kan foutloos Nederlands schrijven, tegenwoordig al helemaal niet. Dus daar verbaas ik me nog niet zo over. Dat iemand ‘apaleert’, nou ja, alla – ik snap dat er ‘appelleert’ wordt bedoeld, dat is dan ook een moeilijk woord. Geen aanhalingstekens sluiten, geen hoofdletter aan het begin van een zin, woorden aan elkaar schrijven terwijl het hele werkwoord ‘aanlopen tegen’ is, dus los van elkaar: ik wil best met de hand over mijn hart strijken.

Maar vriendschap sluiten met een meditatie? Dat kan natuurlijk ook aan de spreker liggen en een bijzondere gril van hem zijn. Net zoals het gegeven dat je tijdens het oefenen van een meditatie blijkbaar ergens tegenaan kunt lopen. Laat ik het zo stellen: overtuigend is het allemaal niet. Misschien had de schrijver een slechte dag en is het volgende verslag gewoon beter.

‘In het pinksterweekend organiseerde de sectie het 1e menskunde weekend in Nederland. Na een wat aarzelende start waren we uiteindelijk met zo’n 20 mensen die zich gedurende 4 dagdelen, bezig hebben gehouden met de verwerking van het 1e hoofdstuk van de algemene menskunde. De werkwijze was afwisselend en iedereen was op zondagmiddag na afloop dankbaar dat het weekend had plaats gevonden.’

Ik begin te vrezen. ‘Na een wat aarzelende start waren we uiteindelijk met zo’n 20 mensen’: dat doet vermoeden dat er in het begin aardig wat mensen zijn weggegaan. Maar niets over de oorzaak hiervan. Dan begrijp ik wel dat de aanwezigen na afloop dankbaar waren dat het weekend had plaatsgevonden. Het schijnt echter dat dat ook komt doordat er veel afwisseling in de werkwijze was. Maar het verslag gaat verder.

‘In het bijzonder is de sectie erg dankbaar dat de VS de Driestroom haar school beschikbaar heeft gesteld en dat de verzorging optimaal was met als hoogtepunt het diner op zaterdagavond wat geheel biologisch Dynamisch was en verzorgd door eethuis de Opera in Den Bosch. Op zaterdagavond was er ondanks het prachtige weer een zeer bijzondere kunstzinnige presentatie van ouders en bekenden van de VS de Driestroom waar naast individuele muzikale hoogstandjes op het gebied van piano, saxofoon, fluit en cello er een bijzondere presentatie plaats vond.’

Een hoogstandje van een inhoudelijk verslag over pedagogie is dit bericht toch niet. Maar wat niet is, kan nog komen, er is immers sprake van een bijzondere presentatie binnen een zeer bijzondere kunstzinnige presentatie (gelukkig oefende het prachtige weer hier geen negatieve invloed op uit, hoewel dat er wel naar had uitgezien, zo begrijp ik).

‘Deze bestond uit een speciaal voor deze avond geschreven Homage aan Jeroen Bosch in de vorm van muzikaal Theater. De homage was gebaseerd op het drieluik “De tuin der Lusten”. De homage was geschreven en gecomponeerd door dhr Frans Boleij. Voor diegenen die deze uitvoering alsnog willen meemaken kunnen dit op 2 oktober tijdens de viering van het 30 jarige bestaan van de VS De Driestroom te ’s Hertogenbosch.’

Was dit het? Ja, dit was het verslag van het pinksterweekend. Ik wil niet op alle slakken zout leggen. Maar ik begon nu toch echt even te denken dat er een Homepage van Jeroen Bosch bestaat. Na alles wat ik gelezen heb, zou me dat niet eens meer verbazen. Hum, hom, hommage. En dan die afsluitende zin, die draait en kronkelt, maar komt nooit weer goed.

Toch een paar vragen aan het einde van dit lange bericht. Tenslotte gaat het om een serieuze zaak. Het is een goede antroposofisch traditie om zo’n slot in de vraagvorm te gieten, een vraag oordeelt immers niet en laat mensen volledig vrij.

1. Staat het item identiteit binnen de vrijescholen in het centrum van de belangstelling? 2. Maar is het schrijfonderwijs er soms niet zo goed ontwikkeld? 3. Doet de Pedagogische sectie dat misschien beter? 4. Schenkt deze sectie veel aandacht aan identiteit? 5. Is zij in staat om smakelijke en vermakelijke bijeenkomsten te houden? 6. Heeft de Antroposofische Vereniging een kwaliteitskeurmerk waarnaar alles wordt beoordeeld wat op haar eigen website staat? 7. Weet iedereen wel dat geesteswetenschappelijk onderzoek binnen de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap een heel bijzonder, om niet te zeggen onnavolgbaar karakter heeft?

Het is niet zonder reden dat het zeven vragen zijn geworden. U mag nu beginnen erop te antwoorden. Klik op ‘reacties’ meteen onder dit bericht (reken er echter niet op dat ik dit keer met excuses zal komen).

zondag 8 juni 2008

Raadsel

Weleda AG te Arlesheim (Zwitserland) is een, zeker voor antroposofische begrippen, groot internationaal farmaceutisch bedrijf voor natuurlijke lichaamsverzorgingsproducten en geneesmiddelen. De Weleda Groep, met als standplaats het Duitse Schwäbisch Gmünd, heeft dochterondernemingen in 20 landen en licentiehouders, vertegenwoordigingen en minderheidsdeelnemingen in 36 landen wereldwijd. De omzet in 2006 bedroeg 315,6 miljoen Zwitserse franken (200 miljoen euro), waarvan circa 75% lichaamsverzorgingsproducten en 25% geneesmiddelen. Wereldwijd werken ruim 1.600 mensen voor Weleda, en miljoenen mensen op vijf continenten gebruiken dagelijks de producten.

De directievoorzitter van de Weleda Groep is sinds vele jaren de Nederlander Mathieu van den Hoogenband (voor zover ik weet geen familie van Pieter, de beroemde zwemmer met dezelfde achternaam), die echter per 1 juni zijn functie heeft neergelegd. Zo werd op 20 mei gemeld op de website van het Zwitserse weekblad ‘Das Goetheanum’, het officiële orgaan van de internationale Algemene Antroposofische Vereniging in Dornach. Geachte lezer, u merkt dat ik me opnieuw begeef buiten onze landsgrenzen en even een blik werp op Zwitserland, alleen niet vanwege het actuele Europese kampioenschap voetbal voor landenteams (Zwitserland verloor gisteren in de openingswedstrijd met 1-0 van Tsjechië).

Als reden voor het vertrek van Mathieu van den Hoogenband werd zijn leeftijd opgegeven. Welke leeftijd hij heeft bereikt stond er niet bij, evenmin als wat hij nu gaat doen. Nu zit dat met zijn leeftijd een beetje gek. In het jaarverslag 2007 van Triodos Bank is (op blz. 94) te lezen dat Van den Hoogenband op 11 mei van dat jaar is benoemd tot lid van de Raad van Commissarissen van deze bank en (op blz. 113) dat hij in 1944 is geboren. Dan behaalt hij dit jaar de mooie leeftijd van 64 jaar. Tijd voor een welverdiend pensioen.

Maar blader ik op dezelfde website in de officiële agendastukken voor de algemene vergadering van aandeelhouders Triodos Bank op 11 mei 2007, waarin Mathieu van den Hoogenband zichzelf voorstelt en zijn curriculum vitae geeft, dan staat daar dat hij in Stuttgart woont, Algemeen Directeur Weleda Groep AG is en op 14 juli 1955 geboren werd. Dat zou betekenen dat hij volgende maand 53 jaar wordt, en dat het mogelijk tijd voor een nieuwe grote stap in zijn carrière wordt. Let men bij Triodos Bank dan toch niet zo op getallen? Ra ra, hoe zit dit?

zaterdag 7 juni 2008

Schaamteloos eigenbelang

Wederom schaamteloos eigenbelang: ‘De wereld van de gestorvenen’, de deze week uitgekomen nieuwe uitgave van de Rudolf Steiner Vertalingen (daarvan ben ik redacteur, ik zal het meteen open en bloot op tafel leggen – het staat hieronder ook vermeld, tussen mijn diverse huidige functies en vroegere functies, maar omdat vast niet iedereen helemaal naar beneden zal gaan, vermeld ik het hier nog een keer), is antroposofie in optima forma en niet alleen dat, maar ook uitzonderlijk actueel. Om het dadelijk duidelijk te stellen: het gaat verder waar ‘Eindeloos bewustzijn’ eindigt, de eindeloos populaire bestseller van Pim van Lommel, die ook tegen de heersende trend van de uitsluitend op de stoffelijke materie gerichte wetenschap ingaat en in plaats daarvan zijn wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring presenteert.

‘De wijze waarop een cultuur omgaat met zijn doden bepaalt in hoge mate het gezicht ervan.’ Dat is de stelling waarmee het boek gelijk opent. Om even later gevolgd te worden door: ‘Wetenschappelijk over het leven na de dood te spreken is alleen nog voorbehouden aan mensen die een korte tijd werkelijk dood zijn geweest en vervolgens haast als moderne ingewijden terugkeren in het leven. De verhalen van deze bijna-doodervaringen maken duidelijk dat het bewustzijn na de dood niet ophoudt en geven een glimp van wat de mens in de eerste tijd na het sterven meemaakt.’

Hier wordt de claim gelegd dat er 1. een leven na de dood is, dat er 2. bewustzijn mogelijk is van dit leven, dat er 3. op wetenschappelijke wijze kennis van genomen kan worden, en dat er 4. zelfs wetenschappelijke kennis van bestáát. Het is me nogal niet wat. Het gooit bijna alle bestaande wetenschappelijke opvattingen omver. Je moet moed hebben om hier verder te durven lezen, om dit gegeven alleen al als hypothese te durven aannemen en je gedachten hier niet rechtsomkeert te laten maken. Waar kom je dan uit? De tekst van de inleiding gaat verder:

‘Rudolf Steiner heeft zich als geestelijk onderzoeker intensief met het leven na de dood beziggehouden. Wat hij hierover geschreven en gezegd heeft, vormt niet alleen een interessant studieonderwerp. In de voordrachten die in dit boek bijeen zijn gebracht, beschrijft hij bijvoorbeeld hoe weldadig het voor de gestorvenen is wanneer wij hen op een adequate manier gedenken, en ons in meditatie en gebed tot hen richten. Niet alleen kunnen de mensen op aarde de zielen van de gestorvenen bijstaan, zij kunnen ook door hen vruchtbaar worden geïnspireerd, wanneer zij op de juiste manier voor hen openstaan. Volgens Steiner staat of valt zelfs het spirituele gehalte van een cultuur met de wijze waarop de mensen omgaan met de wereld van de gestorvenen.’

Het is verleidelijk om de hele tekst van de inleiding hier te citeren. Dat doe ik dus niet. Maar via de website van Uitgeverij Christofoor kun je op de webpagina’s van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen komen, en daar, o wonder, van alle verschenen boeken een pdf-document downloaden, met daarin inleiding, inhoudsopgave en zelfs het nawoord van elk deel. Gratis en voor niets! Ook deze uitgave staat al op het net. Het bevat een nawoord van Judith van der Bend, Volgens de tekst besteedt zij daarin ‘vooral aandacht aan de praktische consequenties van Steiners veelomvattende beschouwingen over het leven van de mens na de dood. Mede hierdoor is dit boek ook een praktijkboek voor een hedendaagse spirituele omgang met gestorvenen.’

O ja, de prijs bedraagt slechts € 24,95. Het boek is in elke winkel te koop of te bestellen.

vrijdag 6 juni 2008

Belangenverstrengeling

Ik ga even ongegeneerd reclame maken voor een duidelijk eigen belang, dus elke schijn van belangenverstrengeling is hier niet toevallig, maar volkomen terecht. Het gaat om mijn directe collegaredacteur bij de Verbreding, Huib van den Doel, die zulke in mijn ogen enorm geestige columns schrijft in dit maandblad van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ).

In het pas verschenen juninummer schrijft hij bijvoorbeeld over ‘De bofkonten van de Biblebelt’. Met een knipoog, maar tegelijk ook een ernstige ondertoon; hij beheerst dus de kunst om met een enkel woord verschillende dingen tegelijk te zeggen en dat is in dit geval een kwaliteitskenmerk: ‘De eindstrijd, “het armageddon” tussen de blauwdrukdenkers en de individuele zelfbeschikkers, is volop aan de gang.’

Wie die blauwdrukdenkers volgens hem zijn? ‘Eind april werd Nederland voor de zoveelste keer opgeschrikt door de fanaten onder de epidemiologen. Dit volkje tref je aan bij de Rijksinspectie, bij het ministerie van VWS en bij veel blauwdrukpolitici.’ Dit naar aanleiding van de recente uitbraak van de bof. Het allereerste bericht op dit weblog werd al gewijd aan de paniek die hierom ontstond. Van den Doel stelt op het einde van zijn column de retorische vraag (en niet alleen retorisch omdat – bewust of onbewust – er aan het eind een vraagteken ontbreekt):

‘Moet de openbare gezondheidszorg, onder het mom van “rationeel” en “controleerbaar”, iedere vorm van wat je “belevingszorg” zou kunnen noemen uitsluiten, terwijl het juist die belevingszorg is, waar de patiënt van opknapt.’

Om even daarna met de mooie stijlfiguur zijn gedachtegang af te ronden:

‘Hoe stellig niet is in de wetgeving vastgelegd dat iedere patiënt recht heeft een medische ingreep of behandeling te weigeren? Tegelijkertijd probeert de tegenpartij iedere arts, die dit weigeren niet uitdrukkelijk afraadt, aan te klagen wegens het feit dat hij zijn vak niet uitoefent conform de stand van de huidige wetenschap. Terwijl die wetenschap nog stamt uit 18de-eeuwse denkpatronen! De enige manier om af te komen van dit volkje, is zelf een ander volkje op te leiden en neer te zetten: lectoren en hoogleraren (liefst gepromoveerd), die zelf nieuwe richtingen in het denken promoten.’

Een prachtige illustratie van dit volkje van eergisteren werd volop zichtbaar in het afsluitende debat woensdagavond bij Uitgedokterd?! Nu nog komen er in het gastenboek op de website van dit programma reacties binnen die overstromen van verontwaardiging over zo veel zogenaamd ‘wetenschappelijk’ gefundeerde, maar in wezen onmenselijke arrogantie bij de vertegenwoordigers van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (terwijl op hun website juist, volledig tegen hun gewoonte in, nog steeds in alle talen over deze uitzending wordt gezwegen; voorgaande afleveringen stonden ze meteen met hun sarcastische oordeel klaar).

Geen enkele zichzelf respecterende wetenschap kan het over haar kant laten gaan dat ze zo slecht wordt vertegenwoordigd. Door deze mensen als haar vrienden te blijven beschouwen, heeft de echte wetenschap straks geen vijanden meer nodig. Nederland mag wel oppassen dat het publiek zich op deze manier niet helemaal van de wetenschap af gaat keren.

Gisteren schreef ik al over deze finale uitzending op woensdag. Alleen heb ik één ding volkomen bij het verkeerde eind gehad, zoals blijkt uit de reacties die op mijn bijdrage binnenkwamen. Peter Staal wás aanwezig, zijn patiënte ook, evenals de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen, speciaal uitgenodigd als deskundigen antroposofische geneeskunde. Maar in beeld kwamen ze niet (of nauwelijks), laat staan dat ze aan het woord werden gelaten. Daarmee valt mijn veronderstelling volledig in duigen. Niet eerder ben ik zo gelukkig geweest met het feit dat ik het helemaal fout heb.

donderdag 5 juni 2008

Schitteren door afwezigheid

Gisteren was het zo ver, de finale van ‘Uitgedokterd?!’ Overal was het al aangekondigd, in antroposofisch zorgland het meest uitgebreid in het meinummer van de Verbreding, het maandblad van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ):

‘De zesdelige serie Uitgedokterd?! vormt de opmaat naar een speciaal, 50 minuten durend debat op Nederland 2 op woensdagavond 4 juni. Hierin komen reguliere artsen en alternatieve behandelaars aan het woord om antwoord te geven op de vraag hoe gevaarlijk het alternatieve circuit nu werkelijk is. Op de vraag of de huisarts en de alternatieve therapeut ooit nog eens zullen gaan samenwerken. Of excessen, zoals bij Sylvia Millecam, te voorkomen zijn. Tevens aandacht voor de patiënten die in Uitgedokterd?! alternatieve behandelingen hebben ondergaan. Zij zijn aanwezig in de studio met hun behandelend therapeut en huisarts.’

Van het programma heb ik hier al eens eerder melding gemaakt, en met reden. Momenteel schreeuwt de door mij genoemde uitzending je zelfs op de homepage van de NVAZ tegemoet: ‘Nieuws! Zeist, 13 mei 2008. Nieuws uit de achterliggende periode. o.a. Peter Staal bij de NCRV in “Uitgedokterd”. Klik hier voor meer info.’

Doe je dat, dan vind je dit: ‘De NCRV zendt op de woensdagavonden een serie uit: “Uitgedokterd” waarbij getoond wordt hoe patiënten na een niet geslaagde reguliere behandeling, resultaat boeken in de complementaire zorg. Op 7 mei jl. trad Peter Staal uit Tilburg op met een antroposofische behandeling tegen een allergische aandoening van slijmvliezen.’

Dan ben je wel benieuwd hoe die finale uitzending gaat verlopen. Maar wat bleek: geen hooikoortspatiënt Marga en haar behandelend antroposofisch huisarts Peter Staal te bekennen... Daarentegen wel drie frontaal opererende leden van de Vereniging tegen Kwakzalverij, Rien Vermeulen, Frits van Dam en Rob Koene. Hebben zij zijn deelname afgeschrikt?

Het commentaar van hun vereniging op zijn optreden bij aflevering 3 was even cynisch als altijd. Hij had de twijfelachtige eer speciaal genoemd te worden:
‘Marga wordt door haar behandelaar, de antroposofisch huisarts Peter Staal, nog het meest bij de neus genomen. (...) Een neusspray heeft niet geholpen. Maar dokter Staal weet er wel wat op. Hij neuzelt geheimzinnig over de “embryonale samenhang” tussen de nek en de neus en houdt waanzinnigenpraat over citroenen die zo krachtig zijn omdat zij éérst tijdens de bloei zoveel zoete geur verspreiden die later allemaal samengebald wordt in de zure vrucht die door die samenballing een samentrekkende werking heeft op slijmvliezen(!?). Als we het tenminste goed begrepen hebben!’
Maar hierin was Staal niet bijzonder, iedereen uit alle vijf programma’s viel hetzelfde geforceerde onbegrip en dezelfde onterende behandeling ten deel.

Tegenover de drie heren van de Vereniging tegen Kwakzalverij bevond zich in de eerste plaats de adviseur van het programma Jan Keppel Hesselink, met Arine Vlieger aan zijn zijde, evenals Ton Nicolai en Ines von Rosenstiel. Dappere mensen die de confrontatie niet uit de weg gingen. En glansrijk doorstonden, zoals nu nog te zien is op de website van Uitgedokterd?! en nog duidelijker in de reacties na afloop in het gastenboek. Een mooi verslag heeft ook Jan Keppel Hesselink zelf op zijn Iocob-website geschreven. Hij lag als eerste in de vuurlinie en is de strijd met open vizier aangegaan.

Door alle aankondigingen waren de verwachtingen van het speciale vijftig minuten durende debat hooggespannen. Des te groter de teleurstelling dat antroposofische artsen en therapeuten blijkbaar plotseling koudwatervrees hebben gekregen en schitterden door afwezigheid. Terwijl zij, gezien het landelijke publicitaire belang, hier eigenlijk op de eerste plaats hadden horen te staan.

woensdag 4 juni 2008

Onderscheiden of niet

Het drong zelfs tot ver over onze landsgrenzen. Weekblad ‘Das Goetheanum’ wist op 20 mei te melden dat antroposofisch huisarts in Zeist Guus van der Bie van de koningin een lintje had gekregen. In het Duits, met als kop ‘Von der Königin geehrt’, staat dat wel sjiek: ‘Am 29. April durfte der niederländische Arzt Guus van der Bie aus den Händen der niederländischen Königin Beatrix den Orden von Oranje Nassau entgegennehmen.’ Dat de handen van de koningin hier niet aan te pas komen, weten ze daar in Zwitserland blijkbaar niet...

In Nederland was hetzelfde feit al vele malen op antroposofische websites gemeld: bij de Antroposofische Vereniging, de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders, zelfs AntroVista, ja, bij wie eigenlijk niet.

Dat bijna drie weken later ook de directievoorzitter van Triodos Bank, Peter Blom, door Hare Majesteit koninklijk werd onderscheiden, dat drong niet tot de antroposofische pers door. Dit gebeurde tijdens de viering van zijn zilveren jubileum op 16 mei.

Het persbericht op de website van Triodos Bank meldt: ‘Blom heeft deze Koninklijke onderscheiding onder meer te danken aan zijn jarenlange inzet voor Triodos Bank en een duurzame samenleving. Triodos Bank is pionier op het gebied van duurzaam sparen en beleggen en is gevestigd in Zeist.’

‘Vanaf de oprichting van Triodos Bank in 1980 heeft Peter Blom (52) zich ingezet voor de bank. In eerste instantie als vrijwilliger en sinds 1982 in dienstverband. Op 1 januari 1989 werd hij benoemd tot statutair directeur. Peter Blom was toen de jongste bankdirecteur van Nederland. Sinds 1997 is Blom directievoorzitter.’

Er is ook wel een verschil met Guus van der Bie. Van hem wordt gemeld dat hij benoemd is tot ridder in de orde van Oranje Nassau omdat hij zich jarenlang heeft ingespannen om reguliere en antroposofische geneeskunde te integreren, ook in de hoedanigheid van coördinator en docent aan internationale opleidingen antroposofische geneeskunde als aanvulling op de reguliere geneeskunde.

Bij de benoeming van Peter Blom tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau speelt antroposofie geen moment een rol. En dat is op zichzelf ook terecht: Triodos Bank is geen antroposofische bank (meer). Dus daar kun je publicitair niet zo mooi mee voor de dag komen. Dat er toch een relatie is, zeker in de persoon van Peter Blom zelf, en hoe die er uitziet, is te lezen in het artikel uit 2003 in Motief, getiteld ‘Triodos Bank – antroposofisch of niet?’

dinsdag 3 juni 2008

En toen waren er nog vijf

De Vereniging van vrijescholen proudly presents op haar nieuwspagina (sinds 28 mei) dat het weer een van de zeer zwakke vrije basisscholen gelukt is om van de zwarte lijst van de Inspectie af te komen:

‘De Vrije School Amersfoort heeft een opmerkelijke prestatie geleverd door in korte tijd een succesvol verbetertraject uit te voeren, met als resultaat een aantoonbaar hoger eindniveau bij de leerlingen. Aldus de Inspectie van het Onderwijs in het rapport over de Vrije School Amersfoort. Daarmee is het geïntensiveerd toezicht voor de school komen te vervallen.’

Een maand geleden, op 4 mei, meldde ik hier in ‘Zes zeer zwakke broeders’ welke zwarte schapen zich op dat moment onder de vrijescholen bevonden. Daar zijn nu dus alleen nog die in Wageningen, Leiden, Roosendaal, Emmen en Amsterdam van over.

In het op de website bijgeleverde persbericht van de vrijeschool Amersfoort wordt speciaal melding gemaakt van het feit dat de school zo snel resultaat heeft kunnen boeken: ‘Dat is een jaar eerder dan verwacht. Meestal kost het drie tot vier jaar voordat de gewenste resultaten zijn bereikt. De inspectie is zeer onder de indruk van de prestaties op de Vrije School Amersfoort.’

En verder: ‘De inspectie constateert een duidelijk stijgende lijn van de toetsresultaten in alle klassen. Dit volgt op een versterking van het taal- en rekenonderwijs met nieuwe methodieken. Speciale aandacht gaat uit naar de zorgstructuur. Leerlingen die onder- of bovengemiddeld presteren krijgen, waar mogelijk, de specifieke aandacht die daarbij hoort.’

maandag 2 juni 2008

Niet volgen maar leiden

Kent u ‘de belangrijkste drie praktijkproblemen van de antroposofische gezondheidszorg op dit moment’? Dit zijn: ‘het leveren van voldoende bewijzen van effectiviteit en veiligheid, het leveren en het ontwikkelen van optimale kwaliteit en de communicatie over de antroposofische gezondheidszorg’. Ze staan vermeld op de website van Hogeschool Leiden.

Woensdag 4 juni houdt Erik Baars hier zijn officiële lectorale rede. Sinds voorjaar 2007 is hij in Leiden werkzaam als lector antroposofische gezondheidszorg. Nu zal hij ‘verschillende actuele maatschappelijke en wetenschappelijke ontwikkelingen en vraagstukken [schetsen] die aansluiten bij het streven naar een integratie van reguliere en antroposofische gezondheidszorg.’ Ook geeft hij ‘een overzicht van de projecten waarmee het lectoraat een bijdrage gaat leveren aan het oplossen van deze problemen’.

Verder lezen we hier over het lectoraat:

‘Het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg van Hogeschool Leiden is het eerste in Nederland in haar soort. Met (praktijk)onderzoek, kennisuitwisseling en begeleiding van onderzoekers, docenten en studenten wil het lectoraat de wetenschappelijke basis van de antroposofische gezondheidszorg versterken en het kennisdomein verder ontwikkelen en vergroten. Het lectoraat wordt mede mogelijk gemaakt door financiële bijdragen van diverse organisaties uit het antroposofische werkveld. Lector Erik Baars (arts-epidemioloog) werkte meer dan vijftien jaar in de antroposofische gezondheidszorg en is senior-onderzoeker en thematrekker “Gezondheid” bij het Louis Bolk Instituut in Driebergen. Hij is voor twee dagen als lector verbonden aan Hogeschool Leiden.’

Hé, is Erik Baars dan geen hoofd meer van de sectie ‘Mens’ van het Louis Bolk Instituut? Inderdaad, dat wordt bevestigd door de website van dit onderzoeksinstituut. Bij ‘Organisatie’ wordt vermeld dat er in totaal drie secties zijn (Bodem en Plant, Dier, en Mens) die onder leiding staan van een uit drie personen bestaand managementteam. Erik Baars zit hier niet meer bij. Miek Jong gaat de onderzoekssectie Mens leiden per 1 augustus 2008.

zondag 1 juni 2008

Angst aanjagen

Een beetje oud nieuws, maar omdat ik er nergens op ‘antroposofische’ websites iets over kan vinden, begin ik er hier toch over.

Twee weken geleden, in de aanloop naar een uitzending van het programma TROS Radar, kwam druk e-mail verkeer op gang over de Codex Alimentarius. Daarin stond onder meer: ‘Klinkt futuristisch maar het wordt realiteit: op 31 december 2009 wordt een nieuwe wet van kracht, de Codex Alimentarius.’

Deze wet zou onder andere bepalen dat ‘elk dier (ook uit de biologische sector) dat als voedsel gebruikt wordt, behandeld moet zijn met antibiotica en exotische groeihormonen’, dat ‘alle voedsel en voedingsmiddelen moeten worden bestraald’ en dat ‘voedingssupplementen zoals vitaminen en mineralen illegaal zullen worden’. Als bron dient een zekere Amerikaanse dr. Rima E. Laibo.

Er is verder sprake van een Amerikaanse stichting die duizenden handtekeningen verzamelt ‘om een petitie bij de regering te kunnen indienen om deze wet tegen te houden. Op Europees niveau werd er vanuit antroposofische hoek een handtekeningenactie opgezet.’ Volgt een link naar Eliant, de Europese organisatie voor antroposofische (biologisch-dynamische) landbouw en gezondheidszorg, waar je deze petitie kunt ondertekenen.

Hetzelfde verband wordt gelegd in een bijgevoegd artikel van zes pagina’s, ondertekend door Miquel Buckinx uit Nijmegen, met als titel ‘Geheime Agenda van Codex Alimentarius?’

In een ander mailtje schrijft een afzender uit antroposofische hoek dat ‘deze voedingscodex voor BD voeding een potentiële ramp in zich zou houden’ (bedoeld is biologisch-dynamische voeding met het Demeter keurmerk).

Een en ander wordt duidelijk ontkracht op de website van TROS Radar. Dit programma besteedde op 19 mei aandacht aan de Codex Alimentarius. Europarlementarier Bart Staes spreekt zich uit over de verdachtmakingen: ‘Ik heb dat uitgebreid nagezocht, nadat ook ik bestookt werd met mailtjes. Van de beweringen is niets waar. (...) De mailtjes komen op mij vreemd over, ze ademen een beetje de sfeer uit van een samenzweringscomplot.’

Hierover heeft echter niemand meer mailtjes gestuurd. Angst aanjagen is blijkbaar toch leuker dan angst wegnemen...

Bij de antroposofische websites vind ik alleen op die van Eliant zelf een duidelijke stellingname met als titel: ‘Er is géén koppeling tussen de actie Eliant en de Codex Alimentarius’: ‘De laatste weken circuleren veel alarmerende berichten over richtlijnen in de Codex Alimentarius en de eventuele gevolgen daarvan voor o.m. landbouw, voeding en gezondheidszorg. In de berichtgeving wordt verwezen naar de actie Eliant.eu en/of Eliant.nl die gestart zou zijn vanwege deze Codex. Deze informatie is niet juist.’

Wat de Codex Alimentarius wel is, is gewoon hier prima na te lezen.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code